Brief regering : Voortgang Agenda risico- en crisisbeheersing
30 821 Nationale Veiligheid
Nr. 102
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 februari 2020
Op 18 november 2018 zond ik uw Kamer de Agenda Risico- en Crisisbeheersing 2018–2021.1 Een agenda waarmee het Kabinet samen met crisispartners waaronder veiligheidsregio’s
en beheerders van vitale processen en diensten, vanuit een samenhangende aanpak bijdraagt
aan een veilig Nederland (Europees en Caribisch).
Sinds het uitbrengen van deze Agenda zijn we in Nederland geconfronteerd met verschillende
gebeurtenissen die het belang van de speerpunten uit de agenda onderstrepen. Daarbij
valt te denken aan de aanpak van de gevolgen van het overboord slaan van honderden
containers van de MSC ZOË in de nacht van 1 op 2 januari 2019, de aanslag in Utrecht
op 18 maart 2019, de storing bij KPN en het onbereikbaar worden van 1-1-2 op 24 juni
2019, maar ook de voorbereiding op de mogelijke gevolgen van een Brexit, en, zeer
recent, de aanpak van de kwetsbaarheid in Citrix producten en van de maatschappelijke
gevolgen van het coronavirus.
Deze situaties tonen het belang aan van het hebben van gedegen aandacht voor de risico’s
in onze maatschappij en de manier waarop we in Nederland omgaan met het voorkomen
en beheersen van mogelijke rampen en crises.
Voortgang ten aanzien van speerpunten Agenda
Voorbereiding op digitale dreigingen
De op 7 juni 2019 gepresenteerde Nationale Veiligheid Strategie (NVS) identificeert
digitale dreigingen als een van de dominante risico’s met een grote impact en hoge
waarschijnlijkheid die de nationale veiligheid in ernstige tot zeer ernstige mate
kunnen aantasten. Het is derhalve noodzakelijk om op dit moment over een zo actueel
mogelijk nationaal crisisplan te beschikken, zeker omdat het vigerende Nationaal Crisisplan
ICT uit 2012 dateert en achterhaald is. In het kader van de risico- en crisisagenda
en als onderdeel van de Nederlandse Cyber Security Agenda uit 20182 is het Nationaal Crisisplan Digitaal (NCP Digitaal) opgesteld (zie bijlage 1). Het
plan is een leidraad om op hoofdlijnen snel inzicht en overzicht te krijgen in de
bestaande afspraken op nationaal niveau over de beheersing van incidenten in het digitale
domein met aanzienlijke maatschappelijke gevolgen.
Het document is een kader stellend en overkoepelend plan voor de individuele, meer
operationeel uitgewerkte plannen en draaiboeken van de betrokken partijen. Primaire
doelgroepen zijn actoren en organisaties binnen of direct verbonden aan de opgeschaalde
nationale crisisstructuur die een rol hebben bij de beheersing van de maatschappelijke
gevolgen en effecten van dergelijke incidenten in de digitale én fysieke wereld. Het
crisisplan voorziet in een verstevigde regie op de voorbereiding van de coördinatie
en besluitvorming over het geheel van (voorzorgs-)maatregelen dat het Rijk treft in het geval van een (dreigend) maatschappij-ontwrichtend
digitaal incident. Het plan beschrijft de crisisaanpak op rijksniveau en de samenwerking
en aansluiting met betrokken publieke en private partners en netwerken op internationaal
en regionaal niveau. Zo sluit het plan ook aan bij de inzet van het Veiligheidsberaad
rond dit thema. Centraal staat de gezamenlijke opgave om de maatschappelijke ontwrichting
te beheersen (zo min mogelijk slachtoffers en schade en zo snel mogelijk herstel).
Het plan is een uitwerking van de generieke crisisaanpak door het Rijk conform het
Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming. Het plan is behulpzaam geweest bij de aanpak
van de Citrix problematiek. Bijgevoegd is de publieksversie; enkele bijlagen zijn
niet openbaar in verband met de nationale veiligheid3.
In het crisisplan zijn voor zover in dit stadium mogelijk de bevindingen en aanbevelingen
uit het WRR-rapport «Voorbereiden op digitale ontwrichting» meegenomen. Een kabinetsbrede reactie op dit rapport is voorzien voor het eerste
kwartaal van 2020, zoals ik eerder aan uw Kamer heb gemeld.4 Het kabinet neemt al dit najaar de actualisering van het NCP Digitaal ter hand. Daarbij
zullen de leerpunten uit de evaluatie van de aanpak van de Citrix-kwestie worden verwerkt,
alsook de relevante punten uit de kabinetsreactie op het WRR-rapport, het Cyber Security
Beeld Nederland 2020 en de lessen van de oefening ISIDOOR 2020. Verder zal het kabinet
– gezien de snelle ontwikkelingen in het digitale domein – in overleg met de betrokken
partijen jaarlijks bezien of het crisisplan moet worden geactualiseerd of aangepast.
Bovenregionale en landelijke samenwerking
De Nationale Veiligheid Strategie onderstreept de noodzaak om te blijven werken aan
een toekomstbestendig stelsel, waarin overheden en andere publieke en private veiligheidspartners
gezamenlijk risico’s en crises zo efficiënt en effectief mogelijk kunnen voorkomen
en beheersen. Een stelsel dat flexibel kan inspelen op bekende en onbekende crises.
De hierboven genoemde situaties en incidenten hebben in toenemende mate bovenregionale
en landelijke dimensies van uiteenlopende aard. Zij bevestigen daarmee de constatering
in de NVS dat dit om een meer proactieve en continue samenwerking vraagt bij de gezamenlijke
aanpak van risico’s en crises door de publieke en private veiligheidspartners op regionaal
en landelijk niveau. Deze noodzaak is ook onderstreept in bijgevoegd onderzoeksrapport
«Verbinding tussen werelden? Een verdiepende studie naar de aanpak van zeven bovenregionale
crisistypen» van het IFV in opdracht van de Raad Directeuren Veiligheidsregio’s (bijlage
2)5.
De aanscherping ten aanzien van de bovenregionale en landelijke samenwerking binnen
het netwerk van betrokken partijen richt zich in hoofdlijnen op:
• de noodzaak om bij de introductie en acceptatie van risico’s (bijvoorbeeld in relatie
tot de energietransitie) de beheersbaarheid en mogelijke maatschappelijke effecten,
mocht er zich een incident voor doen, nog meer mee te wegen;
• het (in de aanloop naar en) tijdens een crisis effectief delen van real-time informatie
en het gezamenlijk realiseren van een beeld van wat er speelt;
• het zo eenduidig mogelijk communiceren voorafgaand aan en tijdens een crisis;
• het zorgdragen voor adequate coördinatie van landelijke inzet/grootschalig optreden
ter voorkoming van en tijdens crises met een bovenregionaal of landelijk karakter;
• het zorgdragen voor de bestuurlijke afstemming tijdens een crisis en ter voorkoming
hiervan;
• het in de «koude fase» zorgdragen voor gezamenlijke, afgestemde voorbereiding en crisisplanvorming.
Op 24 september vorig jaar heb ik met het overleg van alle voorzitters van de veiligheidsregio’s,
het Veiligheidsberaad, deze samenwerking besproken.
Op 9 december bespraken de Minister van Defensie en ik samen met het Veiligheidsberaad
hoe, gegeven de veranderende veiligheidssituatie op zowel internationaal, nationaal
als lokaal niveau, civiele partijen en Defensie als ketenpartners samen de uitdagingen
het hoofd kunnen bieden. Door alle aanwezigen werd het belang onderkend van structurele
betrokkenheid van Defensie bij de zorg voor onze Nationale veiligheid en crisisbeheersing.
Ook werd onderkend dat in bepaalde situaties van civiele partijen hulp wordt verwacht
ten behoeve van de uitvoering van de taken van Defensie. Op zeer korte termijn informeren
de Minister van Defensie en ik u over de ontwikkelingen rond de civiel militaire samenwerking.
Op dit speerpunt van de Agenda ga ik in deze brief daarom niet verder in.
In 2020 zal ik in samenspraak met het Veiligheidsberaad een nadere concretisering
van de hierboven genoemde aanscherping van de bovenregionale en landelijke samenwerking
laten uitvoeren. Hierbij worden ook de resultaten meegenomen van lopend onderzoek
van het Veiligheidsberaad naar hoe om te gaan met «de ongekende crisis».
Evaluatie Wet veiligheidsregio’s
De evaluatiecommissie Wet veiligheidsregio’s is 17 juli 2019 gestart en levert 1 december
2020 haar eindrapport op. De evaluatiecommissie heeft tot taak de doeltreffendheid
en de effecten van de Wvr en onderliggende regelgeving in de praktijk te onderzoeken
en daarbij ook te bezien of de huidige wet in zijn huidige vorm en inhoud bruikbaar
is in het licht van actuele en toekomstige dreigingen, maatschappelijke ontwikkelingen
en ontwikkelingen in de crisisbeheersing. De evaluatie moet inzicht geven in wat goed
werkt, waar er verbetermogelijkheden zijn, en wat knelpunten bij mogelijke oplossingsrichtingen
zijn.
Grensoverschrijdende samenwerking
Naast de samenwerking in Nederland, met onder meer de aanbieders van vitale processen
(versterking in het kader van de NVS), is op ministerieel niveau en regionaal niveau
met Duitsland en België gesproken over intensievere samenwerking. Zo is op 4 september
jl. met de Duitse Länder Noordrijn-Westfalen en Neder-Saksen afgesproken om de samenwerking
tussen de crisiscentra te versterken ten aanzien van de onderlinge informatie-uitwisseling
en afstemming van de crisiscommunicatie.
Ook is het belang onderstreept van de realisatie en inzet van verbindingsofficieren
in het grensgebied, vanuit onder meer de Nederlandse veiligheidsregio’s. Tot slot
is afgesproken samen de doorontwikkeling van mogelijkheden tot grensoverschrijdende
inzet van hulpverleningsmaterieel nader te verkennen.
In navolging op de motie van het lid Den Boer6, waarin de regering wordt verzocht, in gesprek te gaan met de veiligheidsregio's
om de grensoverschrijdende aanpak in de regionale crisisplannen van de veiligheidsregio's
structureel op te nemen, kan ik u het volgende melden. Op grond van artikel 16, derde
lid, Wet veiligheidsregio’s dient elke veiligheidsregio zijn crisisplan af te stemmen
met aangrenzende regio’s én buurstaten. Halfjaarlijks hebben de grensregio’s een gemeenschappelijk
overleg op ambtelijk niveau onder voorzitterschap van mijn ministerie. Ook bestaan
inmiddels vaste overleggen tussen de regio’s aan de grens met Neder-Saksen en België
met hun partners over de grens. Het streven is om dit jaar een dergelijk overleg ook
langs de grens met Noordrijn-Westfalen te starten. Uit een door mijn ministerie ondernomen
inventarisatie blijkt dat alle twaalf grensregio’s samenwerkingsovereenkomsten hebben
gesloten met hun partners over de grens.
De Minister voor Milieu en Wonen heeft de Kamer recent7 nog geïnformeerd over de voortgang van de samenwerking met België en Duitsland rond
stralingsincidenten, waarbij ook de veiligheidsregio’s aan de grens een belangrijke
rol spelen. Duitsland en Nederland hebben in het verband van de Niederländisch-Deutsche
Kommission für kerntechnische Einrichtungen im Grenzgebiet (NDKK) de afgelopen jaren
gewerkt aan hernieuwde afspraken over data- en informatie-uitwisseling. Deze zijn
in september 2019 vastgesteld en sinds 1 december jl. van kracht. Daarnaast is in
oktober 2019 de Belgisch-Nederlandse werkwijze bij nucleaire crisisbeheersing vastgesteld,
waarin bestaande en nieuwe samenwerkingsafspraken tussen België en Nederland zijn
vastgelegd.
Gezamenlijke, afgestemde voorbereiding (planvorming en oefenen)
De geïntegreerde risicoanalyse in het kader van de NVS 2019 heeft op basis van impact
en waarschijnlijkheid de actuele dominante risico’s en dreigingen voor de nationale
veiligheid geïdentificeerd. Het kabinet heeft in de NVS 2019 bepaald dat in ieder
geval extra inzet nodig is voor een versterkte aanpak van te beschermen vitale infrastructuur,
van digitale dreigingen en van terrorisme en extremisme, statelijke dreigingen, polarisatie,
militaire dreigingen en ondermijning. De extra inzet heeft onder meer betrekking op
de actualisering in deze kabinetsperiode van de nationale crisisplannen voor de desbetreffende
risico’s en dreigingen en het beoefenen van plannen. De actualisering van de plannen
zal, net zoals bij het Nationaal Crisisplan Digitaal, worden opgepakt onder regie
van JenV en het inhoudelijk eerstverantwoordelijk ministerie in nauwe samenwerking
met de andere betrokken ministeries, de veiligheidsregio’s, de politie en de aanbieders
van vitale processen. Bij deze crisisvoorbereiding in de koude fase zal meer dan voorheen
worden ingezoomd op het beheersen van de maatschappelijke gevolgen en van de intersectorale
(cascade-)effecten en het bieden van handelingsperspectief voor de samenleving. Ook
zal de koppeling tussen nationale inzet en de betekenis voor het decentrale niveau
(veiligheidsregio’s) explicieter gemaakt worden.
Het trainings- en opleidingsprogramma dat wordt aangeboden voor de mensen binnen de
nationale crisisstructuur en bij de daarop aangesloten partners wordt op dit moment
geactualiseerd. De aansluiting op actuele risico’s en de geïdentificeerde risico’s
uit de Nationale Veiligheid Strategie wordt in dat programma actief gemaakt.
Toekomstbestendige risico- en crisiscommunicatie
Communicatie is één van de meest cruciale elementen om risico’s beheersbaar te houden
en om tijdens een crisis de maatschappelijke dynamiek te beïnvloeden. Daarbij is de
vraag of de huidige inzet vanuit overheden en veiligheidspartners voldoende aansluit
op de verwachtingen en mogelijkheden van de maatschappij. De betrokken partners hebben
samen een aanpak opgesteld voor toekomstbestendige risico- en crisiscommunicatie.
Daarbij zijn lopende plannen en initiatieven aangevuld met onderwerpen die met het
oog op de toekomst vragen om een versterkte inzet. De aanpak zet in op een aantal
concrete activiteiten die allen op hun eigen wijze een bijdrage leveren aan behoefte
en handelingsvermogen van de maatschappij.
Toekomstbestendige risico- en crisiscommunicatie vereist van alle betrokkenen flexibiliteit
om in te kunnen spelen op nieuwe trends en onverwachte ontwikkelingen. Belangrijk
daarbij is dat deze communicatiepartners met elkaar in gesprek blijven over wat hier
voor nodig is, dat zij opgedane kennis en ervaringen met elkaar delen en onderling
afspraken maken over samenwerking en rolverdeling. Investeren in dit netwerk van communicatiepartners
in de voorbereidende fase is een randvoorwaarde voor een goede samenwerking bij een
daadwerkelijke crisis. Het versterken van de vakbekwaamheid draagt hier positief aan
bij.
Recente bovenregionale incidenten, zoals de KPN-storing die leidde tot het landelijke
onbereikbaar worden van 112 tonen aan dat eenduidige crisiscommunicatie in de acute
fase vraagt om snellere en betere coördinatie en afstemming. Het netwerk van betrokken
communicatiepartners moet elkaar snel weten te vinden en er worden afspraken gemaakt
over hoe we snel tot een afgestemde boodschap komen. Eenduidige risicocommunicatie
in de preparatiefase is hiervoor een belangrijk startpunt. Spreken we dezelfde taal,
hanteren we dezelfde terminologie? Op dit moment worden de meest voorkomende risicocategorieën
geïnventariseerd en voorzien van een uniform handelingsperspectief. Er zijn in Nederland
veel partijen die communiceren over risico’s. In 2020 wordt dit netwerk van partijen
nader in kaart gebracht met als uiteindelijk doel de ontvanger (de burger) zo efficiënt
en effectief mogelijk te informeren.
Ook communicatie in de nafase mag niet vergeten worden; hoe zorgen we voor een goede
overdracht van crisiscommunicatie tijdens een crisis naar de reguliere organisatie?
Hiertoe wordt een aantal praktische handvatten en lesmodules ontwikkeld.
Verder is er extra aandacht voor kwetsbare groepen, die met de huidige crisiscommunicatiemiddelen
niet of onvoldoende worden bereikt. Op 12 juni 2019 is in reactie op vragen van uw
Kamer en de motie van het lid Drost8, door mij en mijn collega van VWS toegezegd9 de crisiscommunicatie voor mensen met een auditieve beperking aan te pakken. Vanuit
de verbreding van NL-Alert wordt in 2020 een app gelanceerd die specifiek is ontwikkeld
voor mensen met een communicatieve beperking. De bereikbaarheid van 112 voor doven en slechthorenden wordt verbeterd en er wordt voorzien
in de inzet van een gebarentolk bij televisie-uitzendingen van de NPO in het kader
van crisissituaties. Ook het visualiseren van risico’s en bijbehorende handelingsperspectieven
moet bijdragen aan een beter bereik van doven en slechthorenden en mensen met een
taalbarrière (denk aan laaggeletterden, migranten en toeristen).
Het WODC onderzoekt op dit moment in hoeverre de overheid bij een ramp of crisis zelfredzaamheid
en horizontale hulpverlening (burgerinitiatieven) kan faciliteren en bevorderen. En
wat we als overheid juist niet aan burgers, bedrijven en maatschappelijke instanties
over moeten laten. Daarbij gaat het met name om de vraag of en hoe communicatie hier
een bijdrage kan leveren. De resultaten van dit onderzoek moeten door alle veiligheidspartners
toe te passen zijn in de praktijk.
Verbeteren rampenbestrijding en crisisbeheersing Caribisch Nederland
Zoals gemeld in mijn brief aan de Kamer van 20 augustus 201910 wordt ter verbetering van de rampenbestrijding en crisisbeheersing onder voorzitterschap
van mijn ministerie interdepartementaal gewerkt aan de verduidelijking en daarmee
versterking van verantwoordelijkheden, rollen en taken van de crisispartners in Europees
en in Caribisch Nederland. Daarbij worden bestuurlijke en operationele processen beschreven
zoals melding en alarmering, crisiscommunicatie, informatievoorziening, leiding en
coördinatie, en het indienen en behandelen van bijstandsaanvragen. Samen met het Ministerie
van BZK wordt dat gedaan in samenhang met ontwikkelingen op dit terrein in de Caribische
Landen van het Koninkrijk.
In het kader van de voorbereiding op mogelijke crises naar aanleiding van een Orkaan
zijn door de betrokken ministeries afspraken gemaakt met de partners in de Caribische
delen van het Koninkrijk. Het KNMI verzorgt de meteorologische en seismische berichtgeving
richting de openbare lichamen. In voorkomend geval wordt het Weerimpact Team Caribisch
Nederland geactiveerd. Ook zijn er afspraken gemaakt over de crisisbeheersing met
betrekking tot onder andere de maritieme rampenbestrijding. Het crisisdraaiboek Orkaanseizoen
waarin o.a. afspraken zijn gemaakt over het preventief evacueren van patiënten, is
tijdens het bestuurlijk overleg van de Ministers en Staatssecretaris van volksgezondheid
in mei 2019 vastgesteld. Het draaiboek wordt momenteel verder aangevuld door de werkgroep
geneeskundige hulpverlening, een samenwerking tussen zowel de landen als Caribisch
Nederland, met o.a. afspraken over patiënten- en gewondenspreiding na een crisis of
ramp.
De Rijksvertegenwoordiger heeft eind oktober 2019 een geactualiseerd «Coördinatieplan
boveneilandelijke rampenbestrijding en crisisbeheersing Bonaire, St Eustatius en Saba»
vastgesteld. Ik heb hem gevraagd dit plan te implementeren en te beoefenen met de
openbare lichamen.
In het kader van de Nationale Veiligheid Strategie werkt het Analistennetwerk Nationale
veiligheid (ANV) aan een geïntegreerde risicoanalyse Caribisch Nederland. De resultaten
hiervan zullen in 2020 worden verwerkt in de Nationale Veiligheid Strategie en met
uw Kamer worden gedeeld.
Tot slot
De opvolging van de aanbevelingen van het Gateway Rapport LCMS u toegezonden bij mijn
brief van 6 september 201911 is in volle gang en zal naar verwachting dit jaar worden afgerond. Dit opent de weg
om LCMS als Landelijke Voorziening aan te wijzen voor het Netcentrisch Werken door
de bij een daadwerkelijke crisis betrokken partijen.
Op 10 december heb ik uw Kamer geïnformeerd over twee van de vijf evaluaties in het
kader van de aanslag in Utrecht, namelijk de evaluatie van de nationale crisisstructuur
en de samenvatting evaluatie inzet politie12. Ik ben met de betrokken partners aan de slag met de opvolging van de belangrijkste
geformuleerde lessen. Over de verdere voortgang zal ik u later dit jaar informeren
zodra de overkoepelende analyse van de Inspectie Justitie en Veiligheid van alle vijf
evaluaties beschikbaar is.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
F.B.J. Grapperhaus
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F.B.J. Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid