Brief regering : Voortgang goed verhuurderschap
27 926 Huurbeleid
32 847
Integrale visie op de woningmarkt
Nr. 313
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR MILIEU EN WONEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 december 2019
Gelijke kansen op een woning voor iedereen, zonder te kijken naar afkomst. Ook passende
huurprijzen, goed contact met de huurders en tijdig onderhoud van de woonruimte. Daar
draait het om bij goed verhuurderschap. De aanpak goed verhuurderschap, is op 9 november
2018 na overleg met betrokken partijen in een brief1 naar u verzonden. Deze brief markeerde de start van een breed palet aan activiteiten
dat ik samen met publieke en private partijen uitvoer.
Op 6 november 2019 voerde ik overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG),
de gemeente Amsterdam (namens de studenten- gemeenten), de Woonbond, de Landelijke
Studentenvakbond (LSVb), Vastgoed Belang, de Vereniging van Institutionele Beleggers
in Vastgoed Nederland (IVBN), Vastgoedmanagement Nederland (VGM NL), de Nederlandse
Vereniging van Makelaars en Taxateurs (NVM), Vereniging Bemiddeling Onroerend Goed
(VBO) en Aedes over de voortgang en de resultaten na een jaar. Alle betrokken partijen
maken zich hard voor een effectieve aanpak tegen malafide verhuurders die misbruik
maken van de schaarste op de woningmarkt.
Met deze brief breng ik u op de hoogte, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid
voor het onderdeel Opiumwet, van de laatste ontwikkelingen op het gebied van de aanpak
van malafide verhuurders en de onterecht in rekening gebrachte bemiddelingskosten.
In de bijlage staat een overzicht met de voortgang per maatregel uit de aanpak goed
verhuurderschap zoals ik die met de samenwerkingspartners besprak2. Over de aanpak van discriminatie op de woningmarkt stuurde ik u separaat een brief3.
De aanpak malafide verhuurders
Alle betrokken partijen delen het belang van een effectieve aanpak van malafide verhuurders.
Sinds de start van de aanpak hebben gesprekken met gemeenten plaatsgevonden om zicht
te krijgen op de vragen van gemeenten hierbij. Daaruit bleek dat er behoefte is aan
een betere kennispositie over de aard en omvang van de problematiek met malafide verhuurders.
Ook is niet altijd voldoende kennis en ervaring aanwezig over bestaande instrumenten
om ze effectief te kunnen inzetten tegen malafide praktijken. Tegelijkertijd is sprake
van herhaalde verzoeken om aanvullende wetgeving in de strijd tegen malafide verhuurders.
Wat betreft de gewenste richting van deze nieuwe wetgeving is voortgang geboekt. Ik
ga hier in op drie ontwikkelingen van de afgelopen tijd:
1. Het versterken van de handhaving door middel van pilots op elkaar aanvullende onderwerpen
in een aantal grote steden;
2. Het verzamelen van bestaande mogelijkheden voor gemeenten om de malafide verhuurder
te identificeren en aan te pakken;
3. De inzet van het kabinet om aanvullende maatregelen uit te werken. Versterking van
het gemeentelijk instrumentarium staat daarbij voorop.
1. Pilots om de handhaving te versterken
Met vijf grote gemeenten zijn afspraken gemaakt over het uitvoeren van een pilot,
die in elke gemeente op een ander aspect van de handhaving focust. De vijf pilots
worden momenteel uitgevoerd. De opgedane kennis en ervaringen zullen gedeeld worden
met de G40 en worden opgenomen in een online handreiking. De resultaten van de pilots
kunnen ook aanleiding zijn voor aanpassingen in wet- en regelgeving. Voor de uitvoering
van de pilots heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties € 2.500.000
beschikbaar gesteld. Vanaf 2020 worden de resultaten van de pilots bekend. Per stad
geef ik u de stand van zaken mee:
Groningen
De gemeente Groningen pakt de invoering en uitvoering van het Groningse vergunningsstelsel
voor verhuurders van studentenwoningen op. Op 1 januari 2019 is een nieuw vergunningstelsel
ingegaan. Alle circa 5300 verhuurders die op die datum in bezit waren van een onttrekkingsvergunning
hebben een verhuurdersvergunning ontvangen. Op dit moment werkt de gemeente aan het
verstrekken van vergunningen die meer maatwerk vragen, bijvoorbeeld vergunningen voor
bemiddelaars van studentenhuisvesting. Tot op heden zijn dit er 37. Ook wordt gewerkt
aan vergunningen voor verhuurders die eerder geen onttrekkingsvergunning hadden aangevraagd
en nieuwe aanvragen (samen 143 aanvragen). Er wordt onderzocht op welke wijze goed
verhuurderschap kan worden geconcretiseerd en hoe dit door middel van data eenvoudig
inzichtelijk kan worden gemaakt. Het invoeren van dit systeem heeft nog niet tot handhavingsactiviteiten
geleid.
Amsterdam
In de Amsterdamse pilot wordt waar mogelijk actief gebruik gemaakt van het in 2015
nieuw toegevoegde en geactualiseerde instrumentarium in de Woningwet, zoals de bestuurlijke
boete en de beheerovername. Amsterdam wil met de pilot praktijkervaring opdoen met
dit instrumentarium, handhavingsprocessen verbeteren en een bijdrage leveren aan jurisprudentie
op gebieden waar deze momenteel nog nauwelijks voor handen is. Daarnaast wordt actief
en gericht samenwerking gezocht met andere disciplines die bewoners kunnen ondersteunen
of handhavend op kunnen treden, zoals op basis van de Huisvestingswet 2014, met huurdersondersteuning
of door samenwerking met de politie.
Utrecht
In de pilot van de gemeente Utrecht is de regionale verbreding van de Utrechtse aanpak
van huisjesmelkers aan de orde. Inmiddels is een regionaal huurteam actief dat huurders
bij vier omliggende gemeenten voorlicht over rechten en hen indien nodig ondersteunt
bij huurgeschillen. Daarnaast is een voorlichtingscampagne gevoerd gericht op (internationale)
studenten over hun rechten als huurders en bij welke instanties zij terecht kunnen
als zij tegen problemen aanlopen. Er is een aantal financiële indicatoren ontwikkeld
en toegevoegd aan de Utrechtse database voor vastgoedmisbruik. Doel hiervan is het
volgen van geldstromen zodat handhaving effectiever kan plaatsvinden. Met de andere
vier deelnemende gemeenten is bekeken welke informatie gekoppeld kan worden aan de
Utrechtse database zodat de regionale informatiepositie versterkt wordt en analyses
van netwerken door kunnen lopen over gemeentegrenzen heen. De AVG verplicht om bij
de uitwisseling van deze informatie de bescherming van persoonsgegevens goed te borgen.
Rotterdam
Rotterdam voert een pilot uit ter bevordering van gelijke behandeling en beteugeling
van discriminatie op de Rotterdamse woningmarkt. In maart van dit jaar is gestart
met een veldverkenning onder makelaars in de vrije sector in Rotterdam. De toonzetting
is: hebben we het probleem in beeld en hebben we de goede oplossingen bedacht? Het
is belangrijk daarbij te onderscheiden tussen feitelijke kennis van het probleem zelf,
het probleem- en het urgentiebesef. Inzet is om partijen aan te spreken als onderdeel
van de oplossing, te appelleren aan het wederzijds belang van gemeente, huurders,
makelaars en branches om een transparant en discriminatiebestendig verhuurbeleid te
bevorderen. De veldverkenning richt zich op de grootste spelers in Rotterdam in de
vrije sector, NVM- en VBO-makelaars en een aantal niet-georganiseerde grote makelaars.
Ook zijn werkbezoeken gebracht aan Gent en Berlijn. De veldverkenning komt begin 2020
beschikbaar.
Den Haag
In de Haagse pilot wordt onderzocht of de rol van het huurteam bij de handhaving versterkt
kan worden en er wordt gewerkt aan het verbeteren van de informatiepositie van de
huurder, verhuurder en de gemeente. Tevens wordt aandacht gegeven aan excessieve huren
als symptoom van malafide verhuurders. Ten behoeve van de pilot is een database opgezet
waarin gegevens worden verzameld die zijn opgehaald bij de gezamenlijke controles
van het huurteam en de handhaving van de gemeente. Dat is een arbeidsintensief proces.
In het najaar is het volume van de controles vergroot om op basis daarvan gefundeerde
uitspraken over slecht verhuurderschap te doen en er doelgerichte acties aan te kunnen
verbinden. Daarnaast wordt een gedragsonderzoek uitgevoerd om de gedragsdeterminanten
bij huurders te achterhalen, zoals de meldingsbereidheid van huurders bij misstanden.
Hierbij wordt ook gekeken naar waar het omslagpunt ligt in het gedrag van huurders
en wat hiervoor nodig is. Deze inzichten worden vertaald in een communicatiestrategie,
om zowel huurders als verhuurder bewust te maken van wat goed verhuurderschap inhoudt.
De rol van de huurder
Afgezien van initiatieven die zich afspelen aan de kant van de verhuurder is er ook
ontwikkeling met de sector waar het gaat om het kunnen signaleren van malafide huurders.
Zowel verhuurders als huurders hebben een rol in het voorkomen van excessen in de
huurmarkt. Daarom worden in samenwerking met gemeenten, politie en justitie en bonafide
verhuurders, via georganiseerde marktpartijen, de mogelijkheden onderzocht om het
delen van informatie uit te breiden.
Nieuwe pilots
Omdat in de verschillende gemeentelijke praktijken op een nuttige en creatieve manier
gewerkt wordt met bestaande mogelijkheden en tegelijk blijkt waar eventueel behoefte
bestaat aan extra instrumentarium, wordt met steden verkend of op meer aspecten van
de gemeentelijke handhaving pilots mogelijk zijn. Zo blijven we met de aanpak goed
verhuurderschap aansluiten op voortschrijdend inzicht dat voortkomt uit de gemeentelijke
praktijk zelf.
2. Bestaande mogelijkheden in beeld brengen
Naast het opzetten van pilots is in 2019 gestart met het organiseren van kennisdelingsbijeenkomsten
voor geïnteresseerde steden. Met een groeiend aantal vertegenwoordigers van gemeenten
is van gedachten gewisseld over het verbeteren van de informatiepositie van gemeenten
en hoe de toepasbaarheid van het bestaande instrumentarium kan worden vergroot. Dit
heeft geleid tot gedeelde kennis over data-gestuurde probleemanalyse en kansen en
risico’s die daarbij bestaan. In de praktijk blijkt dat een aantal gemeenten creatief
en daadkrachtig werkt aan goede probleemanalyse. Het koppelen van beschikbare databestanden
geeft een bruikbaar handvat om malafide verhuurders te identificeren maar leidt tot
vragen op het gebied van privacy. Mijn ministerie en de steden zijn elkaar behulpzaam
geweest bij het zoeken naar oplossingen.
Vaak blijkt dat de belangrijkste malafide verhuurders klein in aantal maar groot in
effect zijn. Het is zaak om daar gericht op te kunnen inspelen. Vooralsnog blijkt
dat bestaande wettelijke mogelijkheden om in te grijpen niet altijd in de praktijk
worden ingezet zoals de bestuurlijke boete woningwet. Soms helpt weliswaar de dreigende
werking van het bestaan van een maatregel, bijvoorbeeld bij de mogelijkheid tot beheerovername
op basis van de Woningwet. In vervolg op de bijeenkomsten over probleemanalyse worden
daarom instrumenten in beeld gebracht die gemeenten nu reeds kunnen inzetten om malafide
verhuurders aan te pakken.
Op het moment dat voldoende relevante informatie is verzameld, wordt deze gedeeld
met de G40 en VNG. Ik zal mij ervoor inzetten om de nuttige praktijkmogelijkheden
verder bekend te maken via een online handreiking met onder meer praktijkvoorbeelden
van gemeenten. Voor zover de pilots resultaten opleveren die vragen om nieuw beleid
of eventueel nieuwe regelgeving, dan wordt dit meegenomen in hetgeen in de volgende
paragraaf staat beschreven. In 2020 zal ik de kennisdelingsbijeenkomsten met de steden
voortzetten.
3. Uitwerking van aanvullende maatregelen
Naast het vergroten van het inzicht voor gemeenten in bestaande mogelijkheden, werk
ik ook aanvullende maatregelen uit om het gemeentelijk instrumentarium in de strijd
tegen malafide verhuurders te versterken. Waar blijkt dat lokale initiatieven aanlopen
tegen juridische belemmeringen wordt dat meegenomen in de uitwerking van een wettelijke
grondslag voor gemeenten die de mogelijkheid biedt om maatregelen te treffen tegen
malafide verhuurders. Omdat ik verschillende trajecten samen zie komen die toezien
op de toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het wonen wil ik de samenhang
in mijn aanpak blijven bewaken. De aanpak van malafide verhuurders en het tegengaan
van excessieve huren in de vrije sector dragen daar ook aan bij.
In de praktijk van een aantal steden (Groningen, Schiedam, Rotterdam en Amsterdam)
is sprake van lokale initiatieven om een vorm van een lokaal vergunningensysteem voor
verhuurders in te voeren. In deze steden blijkt de behoefte aan maatwerk die past
bij de lokale problematiek. Ik vind het van belang afwegingsruimte te bieden aan gemeenten
om een algemene of een meer specifieke aanpak in te richten, alleen voor onzelfstandige
wooneenheden of ook voor zelfstandige woningen of voor beiden, in delen van de gemeente
of in de gehele gemeente.
Een verbindend element is de zoektocht naar een bruikbare omschrijving van malafide
verhuurderschap en het zoeken naar de juiste voorwaarden die aan een vergunning kunnen
worden verbonden. In dat kader passeren verschillende elementen de revue waaronder
ook excessieve huurprijzen als symptoom van malafide verhuurders. Voor de uitwerking
blijf ik graag verbinding leggen met de pilots die naar verwachting bruikbare resultaten
geven in 2020. Via een pilot wordt al gekeken naar de juridische houdbaarheid van
het Groningse model en er worden verschillende modaliteiten in de praktijk getest.
Bestuurlijke boete verhogen
Daarnaast wil ik gemeenten de mogelijkheid geven om verhuurders of huurders die bij
herhaling zonder vergunning woonruimte illegaal onderverhuren, onttrekken, samenvoegen
of omzetten een hogere boete op te leggen. Hiermee wordt het voor malafide verhuurders
minder aantrekkelijk om door te gaan met illegale praktijken. In het wetsvoorstel
toeristische verhuur van woonruimte
4 is een voorstel opgenomen om de maximale boete in de Huisvestingswet 2014 te verhogen
van de vierde categorie (€ 20.750) naar de vijfde categorie (€ 83.000).
Effectiviteit dwangsommen vergoten
Ook mijn ambtsgenoten van Financiën en Justitie en Veiligheid werken aan maatregelen
die beantwoorden aan een gemeentelijke behoefte in het kader van goed verhuurderschap.
In het bij de Eerste Kamer voorliggende Belastingplan 2020 (Kamerstuk 35 302) wordt voorgesteld kosten en lasten die verband houden met bestuursrechtelijke dwangsommen
(vanaf 1 januari 2020) van aftrek uit te sluiten bij de bepaling van belastbare winst
van ondernemers, het belastbare resultaat uit overige werkzaamheden bij resultaatgenieters
(in de inkomstenbelasting) en de belastbare winst bij lichamen (in de vennootschapsbelasting).
Hiermee wordt de effectiviteit van bestuursrechtelijke dwangsommen vergroot.
Toepassingsmogelijkheden Opiumwet verruimd
Op 1 januari 2019 zijn de mogelijkheden voor burgemeesters om artikel 13b van de Opiumwet
toe te passen verruimd. In aanloop naar de wijziging van de Opiumwet is gedebatteerd
over de rol van verhuurders bij sluiting van drugspanden. De Minister van Justitie
en Veiligheid heeft de Eerste Kamer toegezegd met vertegenwoordigers van de verhuursector
te zullen overleggen om te verkennen hoe maatregelen van verhuurders en gemeenten
elkaar kunnen versterken.
Dit najaar is met verschillende gemeenten gesproken over de toepassing van artikel
13b van de Opiumwet in relatie tot verhuurders. Ook is met vertegenwoordigers van
de verhuurbranche gesproken over de toepassing van deze wet. In vervolg op deze gesprekken
zullen regionale bijeenkomsten worden georganiseerd waar zowel gemeenten als verhuurders
het initiatief kunnen nemen om met elkaar in gesprek te gaan over de toepassing van
artikel 13b van de Opiumwet, om te verkennen waar maatregelen elkaar kunnen versterken
en waar mogelijk lokaal afspraken kunnen worden gemaakt.
Onterechte bemiddelingskosten
Begin dit jaar kondigde de Autoriteit Consument & Markt (ACM) aan om intensiever op
te gaan treden tegen huurbemiddelaars die onterechte kosten in rekening brengen aan
huurders. Het was een logisch vervolg van de geïntensiveerde contacten van mijn departement
met de ACM waarin ik verschillende vormen van verkapte bemiddelingskosten heb verduidelijkt
zodat ACM scherper kon handhaven. De ACM heeft dit jaar opnieuw hard opgetreden tegen
een aantal huurbemiddelaars dat ten onrechte bemiddelingskosten bij de huurder in
rekening brengt.
In dit verband zegde de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties u tijdens
het AO Huuraangelegenheden van 26 september 2018 toe om onderzoek te doen naar de
mogelijkheid om de taken van de Huurcommissie uit te breiden door deze uitspraak te
laten doen bij geschillen over bemiddelingskosten (Kamerstukken 32 847 en 27 926, nr. 436). De uitkomst van dit onderzoek is dat een dergelijke taakuitbreiding naar mijn mening
niet past bij de taken van de Huurcommissie.
De Huurcommissie is een laagdrempelige geschilbeslechter. De wet bepaalt dat de Huurcommissie
in een aantal gevallen uitspraak kan doen. In die gevallen is de uitspraak van de Huurcommissie bindend voor huurder
en verhuurder doordat de uitspraak deel gaat uitmaken van de inhoud van de huurovereenkomst,
tenzij de huurder of verhuurder zich tijdig tot de kantonrechter wendt. Deze constructie
wordt de «fictie van overeenstemming» genoemd.
Tot 1 augustus 2003 had de huurcommissie de taak om over zogenoemde onredelijke bedingen5
advies te geven. Het door een bemiddelaar ten onrechte bij de huurder in rekening brengen
van bemiddelingskosten is zo’n onredelijk beding. Deze adviestaak van de Huurcommissie
is destijds vervallen omdat de taak om over zogenoemde onredelijke bedingen te oordelen
beter past bij de rechter.
De Huurcommissie is in het bijzonder toegerust om feiten in de relatie tussen huurder
en verhuurder van woonruimte te beoordelen. Geschillen omtrent bemiddelingskosten
hebben onvoldoende met het gebruik van de woning te maken om van de Huurcommissie
te kunnen vergen dat zij op dit terrein deskundigheid opbouwt en bijhoudt. Bovendien
is een advies niet bindend. Ook als de Huurcommissie uitspraak zou mogen doen over
zogenoemde onredelijke bedingen, dan nog kan zo’n uitspraak niet via de «fictie van
overeenstemming» bindend worden gemaakt voor de bemiddelaar. Immers, anders dan bij
de overeenkomst tussen verhuurder en huurder, is er geen overeenkomst tussen bemiddelaar
en huurder waarvan de uitspraak van de Huurcommissie deel van kan uitmaken. Verder
past ook de bekostigingsstructuur van de Huurcommissie, waarin verhuurders bijdragen
aan de bekostiging, niet bij geschilbeslechting over bemiddeling.
Hiermee heb ik de toezegging van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
gestand gedaan.
Tot slot
De aanpak goed verhuurderschap vergt een niet aflatende inzet van betrokken partijen.
Met name een krappe woningmarkt nodigt uit tot het misbruik maken van die krapte.
Om dit misbruik te bestrijden is deze aanpak opgezet. Ik acht het constructief dat
alle relevante partijen een bijdrage leveren en ik verwacht dat met een blijvende
inzet van alle partijen daadwerkelijke voortgang kan worden geboekt. Ik verwacht uw
Kamer eind 2020 weer over de voortgang te informeren.
De Minister voor Milieu en Wonen, S. van Veldhoven-van der Meer
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S. van Veldhoven-van der Meer, minister voor Milieu en Wonen