Amendement : Amendement van het lid Ceder over lichte voorhangprocedures
36 785 Regels met betrekking tot de handhaving in de sociale zekerheid om meer passend handhaven mogelijk te maken (Wet handhaving sociale zekerheid)
Nr. 9
AMENDEMENT VAN HET LID CEDER
Ontvangen 27 mei 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In artikel I, onderdeel C, wordt aan het voorgestelde artikel 17a een lid toegevoegd,
luidende:
11. De voordracht voor een krachtens het vorige lid vast te stellen algemene maatregel
van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers
der Staten-Generaal is overgelegd.
II
In artikel II, onderdeel C, wordt aan het voorgestelde artikel 39 een lid toegevoegd,
luidende:
11. De voordracht voor een krachtens het vorige lid vast te stellen algemene maatregel
van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers
der Staten-Generaal is overgelegd.
III
In artikel III, onderdeel C, wordt aan het voorgestelde artikel 17c een lid toegevoegd,
luidende:
11. De voordracht voor een krachtens het vorige lid vast te stellen algemene maatregel
van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers
der Staten-Generaal is overgelegd.
IV
In artikel IV, onderdeel D, wordt aan het voorgestelde artikel 18a een lid toegevoegd,
luidende:
13. De voordracht voor een krachtens het vorige lid vast te stellen algemene maatregel
van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers
der Staten-Generaal is overgelegd.
V
In artikel IV, onderdeel H, wordt aan het voorgestelde artikel 47g een lid toegevoegd,
luidende:
13. De voordracht voor een krachtens het vorige lid vast te stellen algemene maatregel
van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers
der Staten-Generaal is overgelegd.
VI
In artikel V, onderdeel C, wordt aan het voorgestelde artikel 6b een lid toegevoegd,
luidende:
10. De voordracht voor een krachtens het vorige lid vast te stellen algemene maatregel
van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers
der Staten-Generaal is overgelegd.
VII
In artikel VI, onderdeel C, wordt aan het voorgestelde artikel 14a een lid toegevoegd,
luidende:
11. De voordracht voor een krachtens het vorige lid vast te stellen algemene maatregel
van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers
der Staten-Generaal is overgelegd.
VIII
In artikel VII, onderdeel C, wordt aan het voorgestelde artikel 27a een lid toegevoegd,
luidende:
12. De voordracht voor een krachtens het vorige lid vast te stellen algemene maatregel
van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers
der Staten-Generaal is overgelegd.
IX
In artikel IX, onderdeel E, wordt aan het voorgestelde artikel 48 een lid toegevoegd,
luidende:
12. De voordracht voor een krachtens het vorige lid vast te stellen algemene maatregel
van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers
der Staten-Generaal is overgelegd.
X
In artikel X, onderdeel F, wordt aan het voorgestelde artikel 2:69 een lid toegevoegd,
luidende:
13. De voordracht voor een krachtens het vorige lid vast te stellen algemene maatregel
van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers
der Staten-Generaal is overgelegd.
XI
In artikel X, onderdeel L, wordt aan het voorgestelde artikel 3:40 een lid toegevoegd,
luidende:
12. De voordracht voor een krachtens het vorige lid vast te stellen algemene maatregel
van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers
der Staten-Generaal is overgelegd.
XII
In artikel XI, onderdeel C, wordt aan het voorgestelde artikel 20a een lid toegevoegd,
luidende:
12. De voordracht voor een krachtens het vorige lid vast te stellen algemene maatregel
van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers
der Staten-Generaal is overgelegd.
XIII
In artikel XII, onderdeel D, wordt aan het voorgestelde artikel 20a een lid toegevoegd,
luidende:
12. De voordracht voor een krachtens het vorige lid vast te stellen algemene maatregel
van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers
der Staten-Generaal is overgelegd.
XIV
In artikel XIII, onderdeel D, wordt aan het voorgestelde artikel 21 een lid toegevoegd,
luidende:
12. De voordracht voor een krachtens het vorige lid vast te stellen algemene maatregel
van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers
der Staten-Generaal is overgelegd.
XV
In artikel XIV, onderdeel D, wordt aan het voorgestelde artikel 29a een lid toegevoegd,
luidende:
12. De voordracht voor een krachtens het vorige lid vast te stellen algemene maatregel
van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers
der Staten-Generaal is overgelegd.
XVI
In artikel XVI, onderdeel F, wordt aan het voorgestelde artikel 91 een lid toegevoegd,
luidende:
12. De voordracht voor een krachtens het vorige lid vast te stellen algemene maatregel
van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers
der Staten-Generaal is overgelegd.
XVII
In artikel XVII, onderdeel G, onder 4, aanhef, wordt «vier leden» vervangen door «vijf
leden en wordt een lid toegevoegd, luidende:
12. De voordracht voor een krachtens het vorige lid vast te stellen algemene maatregel
van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers
der Staten-Generaal is overgelegd.
XVIII
In artikel XVII, onderdeel H, wordt aan het voorgestelde artikel 45a een lid toegevoegd,
luidende:
12. De voordracht voor een krachtens het vorige lid vast te stellen algemene maatregel
van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers
der Staten-Generaal is overgelegd.
Toelichting
In het Boetebesluit socialezekerheidswetten worden nadere regels gegeven ten aanzien
van de keuze tussen de verschillende handhavingsinstrumenten en wordt de systematiek
van de berekening van de bestuurlijke boete vastgelegd. Het maakt echter veel uit
hoe de systematiek er uiteindelijk uitziet t.a.v. effectiviteit, complexiteit en of
het doel van de wetgever wordt gehaald. Met dit amendement wordt geregeld dat voor
wijziging van het Boetebesluit socialezekerheidswetten een voorhangprocedure moet
worden gevolgd zodat de Kamer hier eerst kennis van kan nemen.
Ceder
Indieners
Don Ceder, Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Oordeel Kamer
De minister of staatssecretaris is positief over de motie. Hij of zij wacht de uitkomst van de stemming in de Kamer af.