Amendement : Amendement van het lid Ceder over een ambtshalve evenredigheidstoets
36 785 Regels met betrekking tot de handhaving in de sociale zekerheid om meer passend handhaven mogelijk te maken (Wet handhaving sociale zekerheid)
Nr. 8
AMENDEMENT VAN HET LID CEDER
Ontvangen 27 mei 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In artikel I, onderdeel F, onder 3, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd «De
Sociale verzekeringsbank toetst de evenredigheid ambtshalve indien het terug te vorderen
bedrag hoger is dan de kinderbijslag die over het laatste kwartaal is verstrekt.»
II
In artikel II, onderdeel F, onder 3, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd «De
Sociale verzekeringsbank toetst de evenredigheid ambtshalve indien het terug te vorderen
bedrag hoger is dan de uitkering die op grond van deze wet over het laatste kwartaal
is verstrekt.»
III
In artikel III, onderdeel F, onder 3, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd
«De Sociale verzekeringsbank toetst de evenredigheid ambtshalve indien het terug te
vorderen bedrag hoger is dan het ouderdomspensioen dat over het laatste kwartaal is
verstrekt.»
IV
In artikel IV, onderdeel J, onder 3, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd «Het
college toetst de evenredigheid ambtshalve indien het terug te vorderen bedrag hoger
is dan de bijstand die over het laatste kwartaal is verstrekt.»
V
In artikel V, onderdeel F, onder 1, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd «De
Sociale verzekeringsbank toetst de evenredigheid ambtshalve indien het terug te vorderen
bedrag hoger is dan bedragen die op grond van deze wet over het laatste kwartaal zijn
verstrekt.»
VI
In artikel VI, onderdeel F, onder 4, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd «Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen toetst de evenredigheid ambtshalve indien
het terug te vorderen bedrag hoger is dan de toeslag die over het laatste kwartaal
is verstrekt.»
VII
In artikel VII, onderdeel G, onder 4, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd
«Het UWV toetst de evenredigheid ambtshalve indien het terug te vorderen bedrag hoger
is dan de uitkering die over het laatste kwartaal is verstrekt.»
VIII
In artikel IX, onderdeel I, onder 4, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd «Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen toetst de evenredigheid ambtshalve indien
het terug te vorderen bedrag hoger is dan de uitkering, de loonsuppletie, bedoeld
in artikel 67a, de inkomenssuppletie, bedoeld in artikel 67b, en de voorziening, bedoeld
in artikel 67c die over het laatste kwartaal zijn verstrekt.»
IX
In artikel X, onderdeel C, onder 4, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd «Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen toetst de evenredigheid ambtshalve indien
het terug te vorderen bedrag hoger is dan de inkomensvoorziening die over het laatste
kwartaal is verstrekt.»
X
In artikel X, onderdeel P, onder 4, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd «Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen toetst de evenredigheid ambtshalve indien
het terug te vorderen bedrag hoger is dan de uitkering die over het laatste kwartaal
is verstrekt.»
XI
In artikel XI, onderdeel E, onder 3, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd «Het
college toetst de evenredigheid ambtshalve indien het terug te vorderen bedrag hoger
is dan de uitkering die over het laatste kwartaal is verstrekt.»
XII
In artikel XII, onderdeel F, onder 3, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd
«Het college toetst de evenredigheid ambtshalve indien het terug te vorderen bedrag
hoger is dan de uitkering die over het laatste kwartaal is verstrekt.»
XIII
In artikel XIII, onderdeel I, onder 4, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd
«Het UWV toetst de evenredigheid ambtshalve indien het terug te vorderen bedrag hoger
is dan de uitkering die over het laatste kwartaal is verstrekt.»
XIV
In artikel XIV, onderdeel I, onder 4, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd
«Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen toetst de evenredigheid ambtshalve
indien het terug te vorderen bedrag hoger is dan uitkering, de loonsuppletie, bedoeld
in artikel 65c, en de inkomenssuppletie, bedoeld in artikel 65d, die over het laatste
kwartaal zijn verstrekt.»
XV
In artikel XVI, onderdeel B, onder 4, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd
«Het UWV toetst de evenredigheid ambtshalve indien het terug te vorderen bedrag hoger
is dan uitkering die over het laatste kwartaal is verstrekt.»
XVI
In artikel XVII, onderdeel E, onder 4, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd
«Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen toetst de evenredigheid ambtshalve
indien het terug te vorderen bedrag hoger is dan het ziekengeld dat over het laatste
kwartaal is verstrekt.»
Toelichting
Recente jurisprudentie verplicht dat bij de toepassing van de wettelijke bepaling
dat bij een dringende reden kan worden afgezien van herziening of terugvordering van
een uitkering, getoetst worden aan het evenredigheidsbeginsel en de algemene beginselen
van behoorlijk bestuur.1 In voorliggend wetsvoorstel is deze conclusie van Advocaat-Generaal De Bock en de
daarop volgende uitspraak van de Centrale Raad van beroep gecodificeerd. De regering
heeft bij de codificatie gekozen voor een aanpak waarbij besluiten in beginsel evenredig
zijn en de «dringende redenen»-uitzondering voornamelijk voor individuele uitzonderingsgevallen
van toepassing zijn. Het onderhavige wetsvoorstel verplicht bestuursorganen dus niet
om iedere (terugvorderings)beslissing te toetsen op evenredigheid. Een dergelijke
bepaling zou een bijzonder zware uitvoeringslast met zich mee brengen. Indiener van
dit amendement heeft begrip voor deze keuzes. Echter ziet indiener van het amendement
wel de noodzaak om bestuursorganen te verplichten om wel een ambtshalve toets uit
te voeren wanneer een terugvordering van dusdanig grote aard is. Het overgrote merendeel
van de terugvorderingen is klein van omvang. Ambtshalve toetsing daarvan zou een onredelijke
druk op de uitvoering geven. Met dit amendement worden bestuursorganen verplicht om
een ambtshalve toets uit te voeren wanneer het terug te vorderen bedrag hoger is dan
de omvang van de uitkering voor één kwartaal. Daarmee beoogt de indiener een evenwicht
te vinden tussen enerzijds uitvoerbaarheid en anderzijds rechtszekerheid.
Ceder
Indieners
Don Ceder, Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Ontraden
De minister of staatssecretaris is het niet eens met de motie en adviseert de Kamer om tegen de motie te stemmen. Bijvoorbeeld omdat hij of zij vindt dat de motie wettelijk niet klopt, te veel geld kost om uit te voeren, of helemaal niet uitvoerbaar is.