Amendement : Amendement van het lid De Hoop over middelen voor de MIRT-verkenning voor de Lelylijn
36 915 A Wijziging van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Nr. 4 AMENDEMENT VAN HET LID DE HOOP
Ontvangen 13 mei 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel 11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte van de begrotingsstaat worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 650.000 (x € 1.000).
Toelichting
Er wordt al vele jaren gesproken over de aanleg van de Lelylijn tussen de randstad,
Flevoland, Friesland en Groningen. De aanleg van deze spoorverbinding is niet alleen
belangrijk voor een goede bereikbaarheid van de noordelijke provincies, maar ook voor
het versterken van de regionale economie en voor de bouw van woningen langs het traject
van de nieuwe spoorlijn. Ondanks dat er al geruime tijd over de aanleg wordt gesproken
en er ook middelen gereserveerd waren is er tot nu toe nog geen concrete stap gezet
om tot de aanleg van deze spoorlijn over te gaan. Sterker nog, het vorige kabinet
heeft – in weerwil van meerdere Kameruitspraken dat dit geld beschikbaar zou moeten
blijven voor de Lelylijn – het grootste deel van de gespaarde middelen ingezet om
andere infrastructurele projecten mogelijk te maken. Indiener is van mening dat er
nieuwe stappen gezet moeten worden om de aanleg van de Lelylijn dichterbij te brengen.
In het recent gepubliceerde rapport van de Lelylijn-gezant zijn concrete voorstellen
gedaan om via een spaarmodel te sparen voor deze belangrijke investering. Ook is in
het rapport duidelijk gemaakt dat de MIRT-verkenning een belangrijke volgende stap
is.
Om de vicieuze cirkel van onvoldoende middelen, dus geen concrete stappen en geen
concrete stappen vanwege onvoldoende middelen te doorbreken stelt indiener met dit
amendement voor om de benodigde financiële middelen voor de MIRT-verkenning voor de
Lelylijn op de begroting beschikbaar te stellen. Met de MIRT-verkenning kunnen het
Rijk en de regionale overheden samen onderzoek laten uitvoeren waarbij de plannen
voor de Lelylijn worden getoetst op maatschappelijke kosten en baten, de preciezere
kosten en kan de uitvoerbaarheid van de verschillende varianten nader in beeld worden
gebracht. Dit amendement regelt voorts dat de eerste tranche van 400 miljoen euro
gereserveerd wordt voor het sparende gebiedsfonds, zoals voorgesteld door de Lelylijn-gezant.
De 650 miljoen euro wordt dus aan het mobiliteitsfonds toegevoegd en geoormerkt voor
de Lelylijn. Uit deze middelen kan het Rijk, samen met de bijdrage van de regionale
overheden, de MIRT-verkenning mede financieren. Het is dan ook nadrukkelijk de bedoeling
dat de MIRT-verkenning op korte termijn start.
De Noordelijke regio staat ook klaar om samen met het Rijk stappen te zetten om de
aanleg van de Lelylijn te bewerkstelligen en is bereid om hier zelf ook financiële
middelen en capaciteit voor in te zetten. Ook wordt al geruime tijd gesproken over
mogelijke financiële bijdragen vanuit de EU. Het is wat de indiener betreft tijd dat
ook de rijksoverheid daad bij het woord voegt en een stap zet. Met dit amendement
wordt deze stap dus financieel mogelijk gemaakt.
De dekking van dit amendement wordt gevonden in het overhevelen van de reeds nog bestemde
middelen voor de Lelylijn op de aanvullende post bij het Ministerie van Financiën.
De Hoop
Indieners
Habtamu de Hoop, Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Appreciatie:
Nog niet bekend
De minister of staatssecretaris heeft nog geen oordeel gegeven over de motie.