Amendement : Amendement van de leden Dassen en Struijs over middelen voor onderzoek naar de kosten van discriminatie
36 915 VII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Nr. 6 AMENDEMENT VAN DE LEDEN DASSEN EN STRUIJS
Ontvangen 23 april 2026
De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
De begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:
I
In artikel 1 Openbaar bestuur en democratie worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 250 (x € 1.000).
II
In artikel 6 Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 250 (x € 1.000).
Toelichting
Dit amendement regelt middelen voor de financiering van een onderzoek naar de kosten
van discriminatie op Nederlands niveau. Een soortgelijk onderzoek is op Europees niveau
uitgevoerd door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO)
in 2025 en kwam tot de conclusie dat discriminatie de Europese Unie jaarlijks € 12.7 miljard
kost. Dat onderzoek heeft uitgelicht dat discriminatie op basis van onder andere etniciteit,
leeftijd, geloof en gender kunnen zorgen voor verhoogde risico’s op werkloosheid en
slechte gezondheid. Beide gevolgen van discriminatie kunnen dus leiden naar gemiste
inkomsten en een verslechterde arbeidsmarkt.
Leeftijd- en genderdiscriminatie worden het vaakst gerapporteerd in Europa, op de
voet gevolgd door etniciteit en huidskleur. Dit laat zien dat het spectrum groot is
en breed geworteld is in onze maatschappij en arbeidsmarkt.
Indieners zijn van mening dat niemand gediscrimineerd mag worden. Het tegengaan van
discriminatie zal dan ook leiden tot een gezondere maatschappij, hogere participatie
en verbeterde arbeidsmarkt. Om dat te kunnen doen dient door de Nationaal Coördinator
Discriminatie en Racisme (NCDR) eerst een onderzoek uitgevoerd worden naar de kosten
van discriminatie in Nederland. Dat onderzoek zal een verdieping op Nederlands niveau
moeten vormen van het OESO-onderzoek. De dekking voor dit amendement wordt gevonden
binnen de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken op artikel 6.2 op de
BiZa begroting Nationale Veiligheid, onder het kopje informatiesamenleving.
Dassen Struijs
Indieners
-
Indiener
Laurens Dassen, Kamerlid -
Medeindiener
Jan Struijs, Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Ontijdig
De minister of staatssecretaris vindt dat een motie te vroeg komt. Bijvoorbeeld omdat er nog een onderzoek loopt of omdat er nog een ander debat komt over het onderwerp van de motie. De bewindspersoon vraagt de indiener om de motie ‘aan te houden’: te wachten met stemming over de motie. Wil de indiener dat niet, dan stemt de Kamer alsnog.
Stemmingsuitslagen
Verworpen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| D66 | 26 | Voor |
| VVD | 22 | Tegen |
| PRO | 20 | Voor |
| PVV | 19 | Tegen |
| CDA | 18 | Tegen |
| JA21 | 9 | Tegen |
| FVD | 7 | Tegen |
| Groep Markuszower | 7 | Tegen |
| BBB | 3 | Tegen |
| ChristenUnie | 3 | Voor |
| DENK | 3 | Voor |
| PvdD | 3 | Voor |
| SGP | 3 | Tegen |
| SP | 3 | Voor |
| 50PLUS | 2 | Voor |
| Keijzer | 1 | Tegen |
| Volt | 1 | Voor |