Amendement : Amendement van de leden Beckerman en De Hoop over een collectief verzoek bij servicekosten
36 791 Wijziging van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het optimaliseren van procedures bij de huurcommissie (Wet toekomstbestendige huurcommissie)
Nr. 9
AMENDEMENT VAN DE LEDEN BECKERMAN EN DE HOOP
Ontvangen 8 april 2026
De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
Na artikel II wordt een artikel ingevoegd, luidende:
ARTIKEL IIA
De Wet op het overleg huurders verhuurder wordt als volgt gewijzigd:
A
In het opschrift van hoofdstuk 2 wordt na «overleg» ingevoegd «, collectieve verzoeken».
B
Na artikel 5e wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 5f
1. De verhuurder verstrekt de huurdersorganisatie elk jaar, gelijktijdig met de verstrekking
daarvan aan huurders, de informatie, bedoeld in artikel 259, tweede lid, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek.
2. De huurdersorganisatie beoordeelt de in rekening gebrachte kosten naar redelijkheid
en deelt haar bevindingen uiterlijk twee maanden na ontvangst mede aan de huurders.
3. Indien de beoordeling naar het oordeel van de huurdersorganisatie daartoe aanleiding
biedt verzoekt de huurdersorganisatie de huurcommissie uitspraak te doen over de redelijkheid
van de in rekening gebrachte kosten.
C
In artikel 7, eerste lid, wordt «en de kosten van scholings- en vormingsactiviteiten
als bedoeld in artikel 5e.» vervangen door «, de kosten van scholings- en vormingsactiviteiten
als bedoeld in artikel 5e en de kosten van het verzoek, bedoeld in artikel 5f, derde
lid.»
Toelichting
In grote woongebouwen worden servicekosten collectief berekend en in één afrekening
gepresenteerd, die vervolgens wordt omgeslagen over alle bewoners. Bij bezwaar moet
echter elke huurder afzonderlijk een procedure starten bij de Huurcommissie. Dit heeft
de afgelopen jaren geleid tot duizenden onnodige procedures, terwijl het geschil voor
alle bewoners in de kern identiek is.
Dit amendement biedt een eenvoudige en effectieve oplossing. Als er in een complex
een vertegenwoordiging van huurders actief is in de zin van de Wet overleg huurders
verhuurder, krijgt deze het formele recht om de afrekening te beoordelen en namens
alle huurders een geschil voor te leggen aan de Huurcommissie. De uitspraak verplicht
de verhuurder vervolgens deze afrekening te hanteren voor alle bewoners. Zo vervangt
één procedure vele honderden afzonderlijke zaken.
Indiener stelt daarbij voor dat de Huurcommissie voorrang geeft aan dergelijke collectieve
verzoeken, zodat huurders en verhuurder snel duidelijkheid krijgen over de afrekening.
Dit voorkomt niet alleen honderden procedures bij de Huurcommissie, maar ook complexe
en slepende vervolgzaken over betalingsverplichtingen bij de rechtbank.
Beckerman De Hoop
Indieners
-
Indiener
Sandra Beckerman, Kamerlid -
Medeindiener
Habtamu de Hoop, Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Ontraden
De minister of staatssecretaris is het niet eens met de motie en adviseert de Kamer om tegen de motie te stemmen. Bijvoorbeeld omdat hij of zij vindt dat de motie wettelijk niet klopt, te veel geld kost om uit te voeren, of helemaal niet uitvoerbaar is.