Amendement : Amendement van het lid Ceder over een verplichting om in het verzuimbeleid ook duidelijk te maken hoe langdurig verzuim wordt tegengegaan
36 663 Wijziging van de Leerplichtwet 1969 en enige andere onderwijswetten in verband met het voorkomen en het terugdringen van verzuim in het funderend onderwijs en het beroepsonderwijs (Wet terugdringen schoolverzuim)
Nr. 11
AMENDEMENT VAN HET LID CEDER
Ontvangen 13 maart 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In artikel III, onderdeel C, wordt het voorgestelde artikel 8.1.6a, tweede lid, als
volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt na «Het verzuimbeleid» ingevoegd «is gericht op het bevorderen
van de aanwezigheid van studenten en vavo-studenten en het voorkomen van verzuim en».
2. Na de aanhef wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
0a. de werkwijze van de instelling om aanwezigheid van studenten en vavo-studenten te
bevorderen, langdurig verzuim te voorkomen en uitschrijving, zonder te zijn vrijgesteld
van de verplichtingen als bedoeld in paragraaf 2 en 2a van de Leerplichtwet 1969 of
inschrijving bij een andere instelling, te voorkomen;
II
In artikel IV, onderdeel C, wordt het voorgestelde artikel 8.1.6j, tweede lid, als
volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt na «Het verzuimbeleid» ingevoegd «is gericht op het bevorderen
van de aanwezigheid van studenten en het voorkomen van verzuim en».
2. Na de aanhef wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
0a. de werkwijze van de instelling om aanwezigheid van studenten te bevorderen, langdurig
verzuim tegen te gaan en uitschrijving, zonder te zijn vrijgesteld van de verplichtingen
als bedoeld in paragraaf 2 en 3 van de Leerplichtwet BES of inschrijving bij een andere
instelling, te voorkomen;
III
In artikel V, onderdeel B, wordt het voorgestelde artikel 22b, tweede lid, als volgt
gewijzigd:
1. In de aanhef wordt na «Het verzuimbeleid» ingevoegd «is gericht op het bevorderen
van de aanwezigheid van leerlingen en het voorkomen van verzuim en».
2. Na de aanhef wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
0a. de werkwijze van de school om aanwezigheid van leerlingen te bevorderen, langdurig
verzuim tegen te gaan en uitschrijving, zonder te zijn vrijgesteld van de verplichtingen
als bedoeld in paragraaf 2 en 2a van de Leerplichtwet 1969 of inschrijving bij een
andere school, te voorkomen;
IV
In artikel VI, onderdeel C, wordt het voorgestelde artikel 13b, tweede lid, als volgt
gewijzigd:
1. In de aanhef wordt na «Het verzuimbeleid» ingevoegd «is gericht op het bevorderen
van de aanwezigheid van leerlingen en het voorkomen van verzuim en».
2. Na de aanhef wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
0a. de werkwijze van de school om aanwezigheid van leerlingen te bevorderen, langdurig
verzuim tegen te gaan en uitschrijving, zonder te zijn vrijgesteld van de verplichtingen
als bedoeld in paragraaf 2 en 2a van de Leerplichtwet 1969 of inschrijving bij een
andere school, te voorkomen;
V
In artikel VII, onderdeel C, wordt het voorgestelde artikel 16b, tweede lid, als volgt
gewijzigd:
1. In de aanhef wordt na «Het verzuimbeleid» ingevoegd «is gericht op het bevorderen
van de aanwezigheid van leerlingen en het voorkomen van verzuim en».
2. Na de aanhef wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
0a. de werkwijze van de school om aanwezigheid van leerlingen te bevorderen, langdurig
verzuim tegen te gaan en uitschrijving, zonder te zijn vrijgesteld van de verplichtingen
als bedoeld in paragraaf 2 en 3 van de Leerplichtwet BES of inschrijving bij een andere
school, te voorkomen;
VI
In artikel VIII, onderdeel C, wordt het voorgestelde artikel 2.92b, tweede lid, als
volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt na «Het verzuimbeleid» ingevoegd «is gericht op het bevorderen
van de aanwezigheid van leerlingen en het voorkomen van verzuim en».
2. Na de aanhef wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
0a. de werkwijze van de school om aanwezigheid van leerlingen te bevorderen, langdurig
verzuim tegen te gaan en uitschrijving, zonder te zijn vrijgesteld van de verplichtingen
als bedoeld in paragraaf 2 en 2a van de LPW of inschrijving bij een andere school,
te voorkomen;
VII
In artikel VIII, onderdeel G, wordt in het voorgestelde artikel 11.27a, eerste lid,
na «LPW BES» ingevoegd «en wordt voor «paragraaf 2 en 2a van de LPW» gelezen «paragraaf
2 en 3 van de LPW BES». ».
Toelichting
Dit amendement regelt dat de school in haar verzuimbeleid ook uiteenzet hoe de school
langdurig schoolverzuim en schooluitval probeert te voorkomen en daarmee wordt uitgedaagd
om te focussen op aanwezigheid in plaats van (ongeoorloofd) verzuim. Dit ter aanvulling
op de door het wetsvoorstel voorgestelde verplichte onderdelen van het verzuimbeleid.
Onderhavig wetsvoorstel regelt onder meer dat er minimumeisen worden gesteld aan verzuimbeleid,
met de veronderstelling dat dit bijdraagt aan het verminderen en voorkomen van langdurig
verzuim en schooluitval. Het risico bestaat echter dat de uitvoering van het beleid
alsnog vooral bestaat uit «vinkjes zetten», in plaats van dat er een schoolbrede aanpak
ontstaat voor het bevorderen van schoolaanwezigheid. Met dit amendement beoogt indiener
dat de school vanuit die invalshoek maatregelen van preventieve aard neemt om verzuim
en schooluitval te voorkomen.
Eén van de actielijnen van de regering in de verzuimaanpak is het centraal stellen
van aanwezigheid.1 Dit in plaats van de focus op (ongeoorloofd) verzuim. Experts zien deze nieuwe focus
echter onvoldoende terug in onderhavig wetsvoorstel, zo merkt indiener. In de Nota
naar aanleiding van het verslag stelt de regering op basis van het onderzoek «Schoolbeleid
en registratie aanwezigheid en afwezigheid» van het consortium KBA Nijmegen, Oberon
en Kohnstamm Instituut dat veel scholen nog niet klaar zijn voor het maken van de
omslag naar aanwezigheidsbeleid, maar dat er wel brede overeenstemming is om die omslag
stapsgewijs te maken. Het huidig wetsvoorstel is, zo stelt de regering, een eerste en noodzakelijke
stap.
Indiener ziet echter ruimte om de focus op aanwezigheidsdenken beter aan bod te laten
komen in onderhavig wetsvoorstel. Middels dit amendement voegt indiener een verplicht
onderdeel aan het door de school op te stellen verzuimbeleid toe, namelijk de werkwijze
waarmee de school langdurig schoolverzuim en schooluitval probeert te voorkomen. Hiermee
sluit indiener aan bij het model schoolbeleid aanwezigheid en afwezigheid uit het
eerder genoemde onderzoek. Op basis van dit onderzoek is de regering tot de verplichte
onderdelen gekomen, maar indiener mist hierbij de visie op aanwezigheid die in het
model juist als eerste punt wordt genoemd.
De school kan dit verplichte onderdeel invullen door uit te zetten hoe de school aanwezigheid
stimuleert en hoe al het schoolpersoneel betrokken is bij deze aanpak. Er is inmiddels
veel kennis en expertise opgebouwd rondom het voorkomen van verzuim, zoals bij het
Steunpunt Passend onderwijs. De school kan deze inzetten om tot goed beleid te komen
om verzuim te voorkomen en aanwezigheid te bevorderen.
Ceder
Ondertekenaars
Don Ceder, Tweede Kamerlid