Amendement (gewijzigd/nader/vervangend) : Nader gewijzigd amendement van het lid Grinwis c.s. ter vervanging van nr. 12 over het niet belasten van vervreemdingsvoordelen bij NSW-landgoederen
36 748 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3)
Nr. 37
NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID GRINWIS C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT
ONDER NR. 12
Ontvangen 9 februari 2026
De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
I
Na artikel I wordt een artikel ingevoegd, luidende:
ARTIKEL IA
Na artikel 5.21 van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 5.21a. Vervreemdingsvoordelen gebouwd eigendom landgoed
1. De overdracht krachtens schenking of erfrecht onder algemene titel of onder bijzondere
titel van gebouwde eigendommen als bedoeld in artikel 5.54, eerste lid, onderdeel
c, die deel uitmaken van een ingevolge de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed
wordt op verzoek van de gezamenlijke belanghebbenden niet als vervreemding aangemerkt
zolang dat landgoed en de op dat landgoed voorkomende gebouwde eigendommen na de vervreemding
gedurende een tijdvak van ten minste 25 jaren als landgoed in stand worden gehouden.
2. Indien in het kader van een overgang krachtens schenking of erfrecht het eerste lid
toepassing vindt, geldt bij de verkrijger als verkrijgingsprijs van de gebouwde eigendommen,
bedoeld in het eerste lid, waarvan de overdracht ingevolge het eerste lid niet als
vervreemding is aangemerkt, de verkrijgingsprijs van die gebouwde eigendommen die
gold voor de schenker, onderscheidenlijk de erflater.
3. Indien binnen het tijdvak van 25 jaren, bedoeld in het eerste lid, zich een van de
gevallen, genoemd in artikel 3, derde, vierde en zevende lid, van de Natuurschoonwet
1928, voordoet, wordt de verkrijger van de gebouwde eigendommen, bedoeld in het eerste
lid, geacht die gebouwde eigendommen op het moment waarop het geval zich voordoet
te hebben vervreemd. Artikel 3, tweede lid, van de Natuurschoonwet 1928 is van overeenkomstige
toepassing.
4. Indien een van de gevallen, bedoeld in het derde lid, zich voordoet met betrekking
tot een gedeelte van het gebouwde eigendom, bedoeld in het eerste lid, wordt het vervreemdingsvoordeel
ter zake van de vervreemding, bedoeld in het derde lid, vermenigvuldigd met een breuk
waarvan de teller gelijk is aan de waarde van het gedeelte van het gebouwde eigendom
waarop een van die gevallen zich voordoet en de noemer gelijk is aan de waarde van
het gehele gebouwde eigendom. Als waarde als bedoeld in de eerste zin van dit gedeelte
van het gebouwde eigendom, onderscheidenlijk het gehele gebouwde eigendom, wordt in
aanmerking genomen de waarde in het economische verkeer op het moment waarop een van
de gevallen, bedoeld in het derde lid, zich voordoet.
5. Op de vervreemdingsvoordelen, bedoeld in het vierde lid, is hoofdstuk V van de Invorderingswet
1990 van toepassing. De aldaar bedoelde rente wordt evenwel slechts in rekening gebracht
over en tegelijk met de belasting die als gevolg van de toepassing van het derde lid
alsnog is verschuldigd.
6. Onze Minister kan in bijzondere gevallen beslissen, dat het tweede, derde, vierde
en vijfde lid geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijven.
II
In artikel VII wordt na «artikel IX» telkens ingevoegd «, eerste lid,».
III
Artikel IX wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.
2. In het eerste lid (nieuw) wordt na «treedt» ingevoegd «, met uitzondering van artikel
IA».
3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
2. Artikel IA treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Toelichting
Dit amendement regelt dat bij de overdracht in de vorm van vererving of schenking
van gebouwde eigendommen op een landgoed dat valt onder de Natuurschoonwet 1928 (NSW-landgoed)
onder voorwaarden het indirect rendement (de vermogenswinst) in box 3 niet wordt belast.
Voor het landgoed zelf, met uitzondering van de gebouwde eigendommen daarop, geldt
al een vrijstelling in box 3. Indieners zijn van mening dat NSW-landgoederen van grote
maatschappelijke waarde zijn. Deze landgoederen dragen bij aan de instandhouding van
ons cultureel erfgoed en cultuurlandschap, zorgen voor het behoud van natuur en biodiversiteit
en vormen voor veel mensen een belangrijke bron van recreatie. Om deze en andere redenen
wordt het voortbestaan van dit type landgoederen dan ook bevorderd door de Natuurschoonwet
1928. Deze wet bevordert het behoud van natuur en bevordert de openstelling van deze
natuurgebieden voor het publiek en voorziet daartoe onder andere in vrijstellingen
in de overdrachtsbelasting of de erf- of schenkbelasting met oog op het behoud van
deze landgoederen.
De Wet werkelijk rendement box 3 doet afbreuk aan de geest van de Natuurschoonwet
1928, daar bij vererving of schenking vermogenswinstbelasting betaald moet worden
over de waardestijging van de gebouwde eigendommen op het NSW-landgoed. Hiervoor introduceert
dit amendement een voorwaardelijke vrijstelling. Indieners sluiten hierbij aan bij
de systematiek van de bestaande instandhoudingseis van artikel 8 van de Natuurschoonwet
1928, waar geldt dat de belasting alsnog moet worden betaald als een landgoed binnen
25 jaar na verkrijging ervan zijn NSW-status verliest. Concreet betekent dit dat,
zolang geldt dat de NSW-status wordt behouden, de belasting over de waardestijging
van de gebouwen niet hoeft te worden voldaan. De verkrijgingsprijs bij de erflater
dan wel de schenker wordt wel doorgeschoven naar de verkrijgers, waardoor de inkomstenbelastingclaim
behouden wordt en doorschuift naar de verkrijgers. Mocht de NSW-status komen te vervallen,
dan wordt geacht een vervreemding te hebben plaatsgevonden. In dat geval zijn de verkrijgers
vermogenswinstbelasting over de waardestijging verschuldigd. Doordat dit amendement
ziet op papieren waardestijgingen na inwerkingtreding van de Wet werkelijk rendement
box 3 bij schenking en vererving is de inschatting van indieners dat de budgettaire
derving – zeker op de korte tot middellange termijn – beperkt is. Voor zover sprake
is van derving, roepen indieners het kabinet op dit te dekken uit de aanstaande modernisering
van de forfaits gebaseerd op de rente- en levensverwachting in de erf- en schenkbelasting,
zoals genoemd in de Kamerbrief van 12 januari 2026.1 Deze forfaits zijn na 1980 niet meer geactualiseerd, terwijl relevante economische
parameters in de afgelopen 45 jaar uiteraard wel zijn veranderd. Indieners roepen
het kabinet dan ook op om deze forfaits, net als andere parameters in het belastingstelsel,
automatisch te indexeren, en hiertoe de relevante wetgeving aan te passen.
Door dit amendement neemt het belang van een actuele NSW-rangschikking toe, zowel
voor eigenaren als voor de Belastingdienst. Een nog nader uit te werken, in de NSW
neergelegde meldingsplicht kan hieraan bijdragen.
Budgettaire gevolgen
NSW-landgoederen doorschuifregeling
(in miljoenen euro’s)
2028
2029
2030
2031
2032
Struc
Struc in
1
2
2
3
4
13
2.043
Grinwis Stoffer Vermeer
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Pieter Grinwis, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Henk Vermeer, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Chris Stoffer, Tweede Kamerlid