Amendement : Amendement van het lid Ergin over het in de wet opnemen van termijnen om spoedig onderwijsondersteuning te kunnen bieden
36 530 Wijziging van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013 en enige andere onderwijswetten in verband met de landelijke borging van de uitvoering van ondersteuning van scholen en instellingen bij het onderwijs aan zieke leerlingen (Wet onderwijsondersteuning zieke leerlingen)
Nr. 19
AMENDEMENT VAN HET LID ERGIN
Ontvangen 3 december 2025
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In artikel II wordt het voorgestelde artikel 7.1.4 als volgt gewijzigd:
1. Na het eerste lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
1a. Het bevoegd gezag voert binnen drie dagen nadat kennis van verhindering wegens ziekte
als bedoeld in artikel 12 van de Leerplichtwet is gegeven en het het bevoegd gezag
voorkomt dat de student onderwijsondersteuning behoeft, overleg met de rechtspersoon
en de zieke student dan wel, indien de student minderjarig is, met de ouders, voogden
of verzorgers van deze student, over de aard van de ondersteuning.
2. In het tweede lid wordt na «De ondersteuning» ingevoegd «vangt aan binnen tien dagen
na het in lid 1a bedoelde overleg en».
3. Na het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
3a. Indien de ondersteuning niet binnen de in het tweede lid genoemde termijn kan aanvangen,
stelt de rechtspersoon het bevoegd gezag en de zieke student dan wel, indien de student
minderjarig is, de ouders, voogden of verzorgers van deze student, hiervan onverwijld
schriftelijk en voorzien van een motivering op de hoogte, vergezeld van een tijdelijk
handelingsadvies aan het bevoegd gezag.
II
Artikel III, onderdeel A, wordt als volgt gewijzigd:
1. Na onderdeel 1 wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
1a. Na het eerste lid wordt, onder vernummering van het tweede en derde lid tot het derde
en vierde lid, een lid ingevoegd, luidende:
2. Het bevoegd gezag voert binnen drie dagen nadat kennis van verhindering wegens ziekte
als bedoeld in artikel 12 van de Leerplichtwet is gegeven en het het bevoegd gezag
voorkomt dat de leerling onderwijsondersteuning behoeft, overleg met de rechtspersoon
en de ouders van de zieke leerling dan wel, indien de leerling meerderjarig is, met
de zieke leerling zelf, over de aard van de ondersteuning.
2. Onderdeel 2 wordt als volgt gewijzigd:
a. In de aanhef wordt «tweede lid» vervangen door «derde lid (nieuw)».
b. De aanduiding «2.» voor het voorgestelde lid wordt vervangen door «3.» en in dat
lid wordt na «De ondersteuning» ingevoegd «vangt aan binnen tien dagen na het in het
tweede lid bedoelde overleg en».
3. In onderdeel 3 wordt «derde lid» vervangen door «vierde lid (nieuw)».
4. Onderdeel 4 wordt als volgt gewijzigd:
a. In de aanhef wordt «wordt een lid» vervangen door «worden twee leden».
b. De aanduiding «4.» voor het voorgestelde lid wordt vervangen door «6.».
c. Voor het zesde lid (nieuw) wordt een lid ingevoegd, luidende:
5. Indien de ondersteuning niet binnen de in het derde lid genoemde termijn kan aanvangen,
stelt de rechtspersoon het bevoegd gezag en de ouders van de zieke leerling dan wel,
indien de leerling meerderjarig is, de zieke leerling zelf hiervan onverwijld schriftelijk
en voorzien van een motivering op de hoogte, vergezeld van een tijdelijk handelingsadvies
aan het bevoegd gezag.
III
Artikel V, onderdeel A, wordt als volgt gewijzigd:
1. Na onderdeel 1 wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
1a. Na het eerste lid wordt, onder vernummering van het tweede en derde lid tot het derde
en vierde lid, een lid ingevoegd, luidende:
2. Het bevoegd gezag voert binnen drie dagen nadat kennis van verhindering wegens ziekte
als bedoeld in artikel 12 van de Leerplichtwet is gegeven en het het bevoegd gezag
voorkomt dat de leerling onderwijsondersteuning behoeft, overleg met de rechtspersoon
en de ouders van de zieke leerling over de aard van de ondersteuning.
2. Onderdeel 2 wordt als volgt gewijzigd:
a. In de aanhef wordt «tweede lid» vervangen door «derde lid (nieuw)».
b. De aanduiding «2.» voor het voorgestelde lid wordt vervangen door «3.» en in dat
lid wordt na «De ondersteuning» ingevoegd «vangt aan binnen tien dagen na het in het
tweede lid bedoelde overleg en».
3. In onderdeel 3 wordt «derde lid» vervangen door «vierde lid (nieuw)».
4. Onderdeel 4 wordt als volgt gewijzigd:
a. In de aanhef wordt «wordt een lid» vervangen door «worden twee leden».
b. De aanduiding «4.» voor het voorgestelde lid wordt vervangen door «6.».
c. Voor het zesde lid (nieuw) wordt een lid ingevoegd, luidende:
5. Indien de ondersteuning niet binnen de in het derde lid genoemde termijn kan aanvangen,
stelt de rechtspersoon het bevoegd gezag en de ouders van de zieke leerling hiervan
onverwijld schriftelijk en voorzien van een motivering op de hoogte, vergezeld van
een tijdelijk handelingsadvies aan het bevoegd gezag.
IV
Artikel VI wordt als volgt gewijzigd:
1. Na onderdeel 1 wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
1a. Na het eerste lid wordt, onder vernummering van het tweede en derde lid tot het derde
en vierde lid, een lid ingevoegd, luidende:
2. Het bevoegd gezag voert binnen drie dagen nadat kennis van verhindering wegens ziekte
als bedoeld in artikel 12 van de Leerplichtwet is gegeven en het het bevoegd gezag
voorkomt dat de leerling onderwijsondersteuning behoeft, overleg met de rechtspersoon
en de ouders van de zieke leerling dan wel, indien de leerling meerderjarig is, met
de zieke leerling zelf, over de aard van de ondersteuning.
2. Onderdeel 2 wordt als volgt gewijzigd:
a. In de aanhef wordt «tweede lid» vervangen door «derde lid (nieuw)».
b. De aanduiding «2.» voor het voorgestelde lid wordt vervangen door «3.» en in dat
lid wordt na «De ondersteuning» ingevoegd «vangt aan binnen tien dagen na het in het
tweede lid bedoelde overleg en».
3. In onderdeel 3 wordt «derde lid» vervangen door «vierde lid (nieuw)».
4. Onderdeel 4 wordt als volgt gewijzigd:
a. In de aanhef wordt «vierde lid komt» vervangen door «het vierde en vijfde lid (nieuw)
komen».
b. De aanduiding «4.» voor het voorgestelde lid wordt vervangen door «6.».
c. Voor het zesde lid (nieuw) wordt een lid ingevoegd, luidende:
5. Indien de ondersteuning niet binnen de in het derde lid genoemde termijn kan aanvangen,
stelt de rechtspersoon het bevoegd gezag en de ouders van de zieke leerling dan wel,
indien de leerling meerderjarig is, de zieke leerling zelf, hiervan onverwijld schriftelijk
en voorzien van een motivering op de hoogte, vergezeld van een tijdelijk handelingsadvies
aan het bevoegd gezag.
5. Onderdeel 5 vervalt.
Toelichting
Voorgesteld wordt om in de Wet onderwijsondersteuning zieke leerlingen een bepaling
op te nemen die de landelijke stichting verplicht tot vaste, korte reactietermijnen
wanneer een school melding doet van een zieke leerling. Daarmee wordt wettelijk gewaarborgd
dat ondersteuning tijdig start, ongeacht regio of schooltype, en dat langdurig of
chronisch zieke leerlingen geen extra achterstanden oplopen door organisatorische
vertraging. De essentie van het amendement is dat de stichting binnen drie werkdagen
contact legt met de school en, indien van toepassing, de ouders of de meerderjarige
leerling, en dat de feitelijke ondersteuning uiterlijk binnen tien werkdagen wordt
ingezet, tenzij dit aantoonbaar onmogelijk is. Wanneer volledige inzet niet binnen
deze termijn kan worden gerealiseerd, levert de stichting binnen diezelfde tien werkdagen
in ieder geval een tijdelijk handelingsadvies aan de school, zodat de leerling nooit
zonder enige vorm van ondersteuning blijft. Deze termijnen en vangnetbepalingen zijn
noodzakelijk om de in de memorie van toelichting beloofde «snelle inzet» van ondersteuning
juridisch bindend en praktisch gegarandeerd te maken.
Het nieuwe lid bepaalt dat de landelijke stichting, zodra door het bevoegd gezag naar
aanleiding van een ziekmelding een verzoek voor ondersteuning is ingediend, binnen
drie werkdagen contact opneemt met het bevoegd gezag en, waar relevant, met ouders
of de leerling zelf. Dit eerste contactmoment dient om de situatie te verhelderen,
praktische gegevens te verzamelen en de urgentie van de ondersteuning te beoordelen.
Vervolgens moet de stichting binnen tien werkdagen na het oorspronkelijke verzoek
daadwerkelijk starten met de ondersteuning. Dit omvat in ieder geval de inzet van
een consulent en, waar dat passend is, een eerste plan van aanpak voor onderwijscontinuïteit.
Wanneer de stichting door zwaarwegende, aantoonbare omstandigheden niet binnen deze
termijnen kan handelen, moet zij dit schriftelijk motiveren en zo snel mogelijk kenbaar
maken aan de school en aan ouders of de leerling.
Met dit amendement wordt voorkomen dat leerlingen afhankelijk zijn van regionale verschillen
in capaciteit of organisatie. Het geeft scholen, ouders en leerlingen duidelijkheid,
rechtszekerheid en een afdwingbare minimale norm voor snelheid van handelen. De termijnen
zijn zo gekozen dat zij de urgentie van de doelgroep weerspiegelen, maar ook uitvoerbaar
zijn binnen de nieuwe landelijke structuur.
De termijn van drie werkdagen voor het eerste contactmoment sluit aan bij wat in het
veld nu al gangbaar is. Uit het rapport «Passende ondersteuning, passende structuur»
van Oberon blijkt dat snel contact, doorgaans binnen enkele dagen, cruciaal is voor
continuïteit voor zieke kinderen in het onderwijs en dat onderwijsadviesbureaus en
educatieve voorzieningen dat in de praktijk meestal halen. Ook in passend onderwijs
wordt een vergelijkbare termijn gehanteerd voor consultatie en handelingsgericht advies.
Drie werkdagen vormt daarmee een realistische en uitvoerbare norm die past bij de
huidige werkwijze, maar deze tevens landelijk uniform maakt.
De termijn van tien werkdagen voor het starten van de ondersteuning is gekozen omdat
deze zowel de urgentie van continuïteit van onderwijs bij langdurige of chronische
ziekte erkent, als de noodzakelijke uitvoerbaarheid voor de stichting borgt. Voor
effectieve inzet van ondersteuning moet een consulent worden ingepland, moet medische
informatie (met toestemming) worden verwerkt, moet worden afgestemd met ouders en
school en moet indien nodig een eerste onderwijsplan worden opgesteld.
Hoewel er in de huidige ondersteuning van zieke leerlingen geen landelijke norm bestaat
voor de snelheid van inzet, geldt in aangrenzende domeinen wel dat snelle opvolging
de standaard is. OZL-aanbieders beschrijven hun dienstverlening als «direct toegankelijk»
en «snel inzetbaar» (OZL 2025). Daarmee is een termijn van tien werkdagen goed in
lijn met bestaande professionele verwachtingen.
Het is belangrijk te benadrukken dat deze termijnen niet tot wachtlijsten hoeven te
leiden. Integendeel: door een wettelijke norm te stellen, wordt de nieuwe landelijke
stichting juist verplicht haar capaciteit en regionale spreiding zo te organiseren
dat tijdige inzet altijd haalbaar is. De stichting moet dankzij deze norm tijdig op-
of bijschalen wanneer de vraag toeneemt. Bovendien bepaalt het amendement dat, wanneer
volledige ondersteuning niet binnen tien werkdagen kan starten, in ieder geval een
tijdelijk handelingsadvies moet worden geboden. Daarmee wordt vermeden dat leerlingen
zonder ondersteuning blijven terwijl zij op een consulent wachten.
Een norm van tien werkdagen sluit daarom aan bij wat in verwante onderwijs- en jeugddomeinen
gebruikelijk is als een tijdige, uitvoerbare en realistische termijn. Het biedt de
noodzakelijke snelheid voor continuïteit van onderwijs aan zieke leerlingen, en houdt
tegelijkertijd rekening met de uitvoeringspraktijk, waarin afstemming met school,
ouders en eventueel behandelaars zorgvuldig moet plaatsvinden. Kortere wettelijke
termijnen zouden in complexe situaties onvoldoende uitvoerbaar zijn, terwijl langere
termijnen afbreuk doen aan het doel van de wet: snelle inzet van ondersteuning om
uitval en leerachterstand te voorkomen.
Deze termijnen vormen daarmee een evenwicht tussen wat urgent is voor de leerling
en wat realistisch is voor de uitvoerende stichting. Door dit wettelijk te borgen,
wordt voorkomen dat snelheid afhankelijk wordt van regionale verschillen, druk op
organisaties of interne beleidskeuzes.
Ergin
Indieners
-
Indiener
Doğukan Ergin, Kamerlid
Stemmingsuitslagen
Verworpen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| D66 | 26 | Tegen |
| PVV | 26 | Tegen |
| VVD | 22 | Tegen |
| GroenLinks-PvdA | 20 | Tegen |
| CDA | 18 | Tegen |
| JA21 | 9 | Tegen |
| FVD | 7 | Voor |
| BBB | 4 | Tegen |
| ChristenUnie | 3 | Tegen |
| DENK | 3 | Voor |
| PvdD | 3 | Voor |
| SGP | 3 | Tegen |
| SP | 3 | Voor |
| 50PLUS | 2 | Tegen |
| Volt | 1 | Tegen |