Amendement : Amendement van de leden Stultiens en Van Oosterhout over het afschaffen van enkele fossiele subsidies
36 812 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026)
Nr. 59 AMENDEMENT VAN DE LEDEN STULTIENS EN VAN OOSTERHOUT
Ontvangen 25 november 2025
De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
In artikel XIX worden na onderdeel B twee onderdelen ingevoegd, luidende:
Ba
Artikel 64 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het vierde lid komt te luiden:
4. Vrijstelling van belasting wordt verleend ter zake van de levering of het verbruik
van elektriciteit voor de productie van waterstof, waaronder wordt verstaan de demineralisatie
of elektrolyse van water alsmede de purificatie en compressie van de uit dit water
ontstane waterstof.
2. Het vijfde lid vervalt, onder vernummering van het zesde tot en met achtste lid tot
vijfde tot en met zevende lid.
3. In het zesde lid (nieuw) wordt «het eerste, tweede, vierde, vijfde en zesde lid»
vervangen door «het eerste, tweede, vierde en vijfde lid».
Bb
Artikel 70 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid vervalt «eerste volzin, eerste aandachtsstreepje,».
2. In het derde lid wordt «vierde lid, eerste volzin, tweede aandachtsstreepje, vijfde
en zesde lid» vervangen door «vierde en vijfde lid».
Toelichting
Algemeen
Dit amendement schaft per 1 januari 2026 de vrijstellingen af in de energiebelasting
voor (a) metallurgische procedés, (b) mineralogische procedés, (c) chemische reductie
en (d) elektrolytische procedés anders dan voor de productie van waterstof. De genoemde
vrijstellingen zijn zogenaamde «fossiele subsidies». Fossiele subsidies zijn vrijstellingen,
belastingteruggaven en lagere tarieven waarmee het gebruik van fossiele brandstoffen
wordt gestimuleerd. De fossiele industrie heeft hierdoor een concurrentievoordeel
ten opzichte van duurzamere bedrijven. Dat is ongewenst, met name in sectoren waarvan
de overheid verlangt dat zij op korte termijn gaan verduurzamen.
Veel fossiele subsidies kunnen alleen in internationale context worden afgeschaft.
Het is dan ook van belang dat het kabinet zich hier zo snel mogelijk internationaal
voor gaat inzetten.
Dit amendement is specifiek gericht op vrijstellingen die wél op korte termijn kunnen
worden afgeschaft. Daartoe heeft de regering eerder zelf een voorstel gestaan met
het Belastingplan 2024 (in het wetsvoorstel Wet fiscale klimaatmaatregelen industrie
en elektriciteit).
De indieners zijn van mening dat de genoemde fossiele subsidies dienen te verdwijnen
en stellen daarom voor deze per 1 januari 2026 af te schaffen.
Budgettaire gevolgen
De budgettaire gevolgen zijn opgenomen in tabel 1.
Tabel 1: Budgettaire opbrengst afschaffen vrijstellingen voor (a) metallurgische procedés,
(b) mineralogische procedés, (c) chemische reductie en (d) elektrolytische procedés
anders dan voor de productie van waterstof in mln. €
2026
2027
2028
2029
2030
2031 (=stuc)
Budgettaire opbrengst
156
152
149
149
148
151
Toelichting – technisch
Artikel 64, vierde en vijfde lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm)
bevat de mineralogische en metallurgische vrijstellingen alsmede de vrijstellingen
voor chemische reductie en elektrolytische procedés. Dit amendement schaft de vrijstellingen
af voor (a) metallurgische procedés, (b) mineralogische procedés, (c) chemische reductie
en (d) elektrolytische procedés anders dan voor de productie van waterstof (zie artikel XIX,
onderdeel Ba).
De vrijstelling blijft behouden voor de levering of het verbruik van elektriciteit
voor de productie van waterstof, waaronder wordt verstaan de demineralisatie of elektrolyse
van water alsmede de purificatie en compressie van de uit dit water ontstane waterstof,
in artikel 64, vierde lid, Wbm zoals dat zou komen te luiden na inwerkingtreding van
artikel XXXI, onderdeel G, van het Belastingplan 2025 (BP 2025) met ingang van 1 januari
2026. Dat betekent dat elektrolytische procedés voor de productie van materialen niet
langer zijn vrijgesteld maar de productie van de energiedrager waterstof wel blijft
vrijgesteld. Voorgesteld wordt de hiervoor genoemde wijziging uit het BP 2025 effectief
geen doorgang te laten vinden omdat deze wordt geïncorporeerd in het voorgestelde
artikel 64, vierde lid, Wbm. Technisch vindt dit plaats doordat de door het BP 2025
te wijzigen tekst van genoemd vierde lid per 1 januari 2026 integraal wordt vervangen
ingevolge artikel XIX, onderdeel Ba.
In artikel XII van het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2026 is eveneens een
wijziging van artikel 64, vierde lid, Wbm per 1 januari 2026 opgenomen. Zoals ook
volgt uit het gegeven dat aan die wijziging terugwerkende kracht wordt verleend tot
en met 6 september 2025 dient genoemd artikel XII toepassing te vinden voordat de
wijzigingen van artikel 64, vierde lid, Wbm in artikel XIX, onderdeel Ba, worden toegepast.
In artikel 70, tweede en derde lid, Wbm zijn de corresponderende teruggaveregelingen
opgenomen voor de vrijstellingen in artikel 64, vierde en vijfde lid, Wbm. Dit amendement
regelt dat die teruggaveregelingen komen te vervallen per 1 januari 2026 met uitzondering
van die voor de productie van waterstof (zie artikel XIX, onderdeel Bb).
Stultiens
Van Oosterhout
Indieners
-
Indiener
Luc Stultiens, Kamerlid -
Medeindiener
Sjoukje van Oosterhout, Kamerlid
Stemmingsuitslagen
Verworpen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| D66 | 26 | Tegen |
| PVV | 26 | Tegen |
| VVD | 22 | Tegen |
| GroenLinks-PvdA | 20 | Voor |
| CDA | 18 | Tegen |
| JA21 | 9 | Tegen |
| FVD | 7 | Tegen |
| BBB | 4 | Tegen |
| ChristenUnie | 3 | Voor |
| DENK | 3 | Voor |
| PvdD | 3 | Voor |
| SGP | 3 | Tegen |
| SP | 3 | Tegen |
| 50PLUS | 2 | Tegen |
| Volt | 1 | Voor |