Amendement : Amendement van het lid Van Eijk over de pseudo-eindheffing laten aansluiten op de periode van daadwerkelijke ter beschikkingstelling
36 812 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026)
Nr. 54
AMENDEMENT VAN HET LID VAN EIJK
Ontvangen 24 november 2025
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Het in artikel IV, onderdeel B, voorgestelde vierde lid vervalt, onder vernummering
van het vijfde en zesde lid tot vierde en vijfde lid.
Toelichting
De pseudo-eindheffing is niet over het volledige kalenderjaar verschuldigd als de
fossiele personenauto slechts een deel van het kalenderjaar ter beschikking wordt
gesteld. Als de personenauto in een deel van de kalendermaand ter beschikking is gesteld
voor privédoeleinden, wordt deze geacht de gehele kalendermaand ter beschikking te
zijn gesteld. Indiener is echter van mening dat de pseudo-eindheffing verschuldigd
zou moeten zijn vanaf de eerste terbeschikkingstelling van de fossiele personenauto.
Als bijvoorbeeld de werkgever een fossiele personenauto ter beschikking stelt vanaf
15 juli 2027 dan ligt het voor de hand dat de pseudo-eindheffing over de maand juli
vanaf die datum verschuldigd is en niet voor de gehele maand juli 2027. Dat wordt
met dit amendement geregeld.
Toelichting technisch
In het wetsvoorstel wordt momenteel via het in artikel IV, onderdeel B, voorgestelde
artikel 32bc, vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 geregeld dat de pseudo-eindheffing
voor fossiele auto’s steeds voor een gehele kalendermaand wordt toegepast, ook als
de fossiele auto maar een deel van de maand ter beschikking is gesteld. Via dit amendement
wordt geregeld dat die bepaling vervalt. Dat heeft als gevolg dat de periode waarover
de pseudo-eindheffing moet worden berekend, aansluit bij de periode waarin de fossiele
personenauto daadwerkelijk ter beschikking is gesteld. Dat kan ook betekenen dat de
pseudo-eindheffing pro rata moet worden berekend als over slechts een deel van de
maand of een ander tijdvak een fossiele personenauto aan een of meer werknemers ter
beschikking is gesteld.
Met dit amendement sluit de periode waarover pseudo-eindheffing verschuldigd is aan
bij de periode waarover een eventuele bijtelling van toepassing is. Het kan echter
ook voorkomen dat er geen bijtelling van toepassing is, maar wel een pseudo-eindheffing.
Dat kan bijvoorbeeld komen doordat woon-werkverkeer kan leiden tot pseudo-eindheffing,
terwijl dan mogelijk geen bijtelling van toepassing is. Het kan ook voorkomen dat
een bijtelling van toepassing is over een nulemissieauto, terwijl dan de pseudo-eindheffing
(per definitie) niet van toepassing is. De budgettaire gevolgen van dit amendement
zijn nihil.
Van Eijk
Indieners
-
Indiener
Wendy van Eijk, Kamerlid