Amendement : Amendement van het lid Dobbe over een nationale enquête vrouwengezondheid
36 725 XVI Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Nr. 10
AMENDEMENT VAN HET LID DOBBE
Ontvangen 1 juli 2025
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
De begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:
I
In artikel 4 Zorgbreed beleid worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 500 (x € 1.000).
II
In artikel 4 Zorgbreed beleid worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 500 (x € 1.000).
Toelichting
Vrouwen krijgen nog altijd te maken met ongelijkheid als het gaat om gezondheid en
de zorg. De gezondheidszorg is namelijk jarenlang gebaseerd op het mannenlichaam:
onderzoek en behandelingen zijn daardoor minder goed afgestemd op vrouwen. Vrouwen
worden daardoor bijvoorbeeld minder vaak doorverwezen dan mannen, de diagnosetijd
voor (vrouwspecifieke) aandoeningen is langer en er wordt minder vaak een oorzaak
voor de klachten gevonden. Betere diagnoses en behandeling voor vrouwengezondheid
van alleen al vier van de meest voorkomende aandoeningen bij vrouwen kan de samenleving
minimaal 7,6 miljard euro per jaar opleveren.1 Naast de maatschappelijke kosten zorgen deze aandoeningen er ook voor dat de beschikbare
capaciteit niet optimaal wordt benut. Momenteel zijn de tekorten aan personeel in
essentiële beroepen zoals zorg en onderwijs een van de belangrijkste problemen voor
onze maatschappij met verstrekkende economische gevolgen. Door meer aandacht te besteden
aan vrouwengezondheid zal in belangrijke mate onnodig ziekteverzuim afnemen, maar
ook zullen de carrièrekansen van vrouwen verbeteren en de sociaaleconomische man-vrouw
verschillen afnemen.
De Kamer heeft om deze redenen vorig jaar de motie Dobbe c.s.2 aangenomen, waarmee de regering werd verzocht «om een nationale strategie vrouwengezondheid
op te stellen en daarbij ook aandacht te besteden aan de interactie met andere vormen
van ongelijkheid, zoals sociaaleconomische gezondheidsverschillen, en deze voor het
zomerreces van 2025 met de Kamer te delen». Om deze nationale strategie tot een succes
te maken is het volgens indiener essentieel dat zoveel mogelijk vrouwen hier zelf
ook bij betrokken worden, naast de betrokkenheid van onderzoekers en experts. Daarbij
kan worden gekeken naar de aanpak in Engeland, waar in een nationale open enquête
bijna 100.000 reacties van vrouwen en meer dan 400 aanbevelingen vanuit organisaties
en experts werden opgehaald. Een vergelijkbare nationale enquête, waarbij kwalitatieve
en kwantitatieve onderzoeksmethoden worden gecombineerd zou ook in de Nederlandse
context heel nuttig zijn.
Een dergelijke grootschalige enquête kan echter enkel worden opgezet als hier ook
budget voor beschikbaar is. Indiener stelt hiervoor een budget van € 0,5 miljoen voor.
Zij wijzen erop dat het hierbij expliciet niet gaat om de uitvoering van de strategie,
enkel voor de uitvoering van de enquête. Voor de uitvoering van de strategie zal bij
het opstellen daarvan het noodzakelijke budget moeten worden bepaald.
De dekking van dit amendement wordt gevonden in de niet-juridisch verplichte middelen
onder begrotingsartikel 4 Zorgbreed beleid.
Dobbe
Indieners
-
Indiener
Sarah Dobbe, Kamerlid