E-mailprocedure : Inbrengtermijn bij Voorjaarsnota en eerste suppletoire begrotingen

De vergadering is geweest

1 mei 2020
12:00 uur
Commissie: Financiën
Van: Commissie Financiën
Verzonden: vrijdag 1 mei 2020 13:54
Aan: GC-Commissie-FIN
Onderwerp: [UITKOMST E-MAILPROCEDURE] - Inbrengtermijn bij Voorjaarsnota en eerste suppletoire begrotingen
 
Aan de leden van de vaste commissie voor Financiën
 
Geachte leden,
 
In reactie op onderstaande e-mailprocedure hebben de volgende fracties aangegeven in te stemmen met het voorstel om het Presidium te adviseren de inbrengtermijnen voor de suppletoire begrotingen samenhangend met de Voorjaarsnota te vervroegen:
VVD, GroenLinks, PvdA, ChristenUnie, SGP.
De fractie van de SP heeft zich tegen het voorstel uitgesproken. De overige fracties hebben niet gereageerd. Het voorstel is verworpen.
 
Dat betekent dat de reeds door de Kamer vastgestelde inbrengtermijnen voor de verslagen bij de suppletoire begrotingen samenhangend met de Voorjaarsnota (evenals de termijnen voor de verantwoordingsstukken), conform het behandelschema in Kamerstuk 31428, nr. 14, worden gehandhaafd. De aanleiding om in de procedurevergadering van 6 mei a.s. te spreken over de planning van het debat over de Voorjaarsnota, waarvoor Griffie Plenair normaliter een datum voorstelt in de laatste week voor het zomerreces, is hiermee vervallen.
 
Met vriendelijke groet,
Martijn Schukkink
Adjunct-griffier commissie Financiën
Griffie commissies Sociaal en Financieel

---
----
Aan de leden van de vaste commissie voor Financiën

 
Op vrijdag 24 april jl. ontving de Kamer de Voorjaarsnota 2020. Eerder vandaag zijn ook de eerste suppletoire begrotingen voor het lopende begrotingsjaar, samenhangend met de Voorjaarsnota, gepubliceerd – ruim een maand eerder dan de uiterste wettelijke datum van 1 juni. De commissie Financiën adviseert het Presidium jaarlijks over het vaststellen van een Kamerbrede inbrengdatum voor feitelijke vragen over de suppletoire begrotingen samenhangend met de Voorjaarsnota, waarna de Kamer deze vaststelt. Op advies van de commissie heeft de Kamer dit jaar de inbrengdatum vastgesteld op dinsdag 9 juni 2020 te 14.00 uur, met het oog op beantwoording uiterlijk maandag 22 juni 2020. Deze datum geldt in het geval van de commissie Financiën uiteraard ook voor feitelijke vragen over de Voorjaarsnota zelf. Op verzoek van uw commissievoorzitter ligt in deze e-mailprocedure de vraag voor of u in de vervroegde publicatie aanleiding ziet het Presidium te adviseren ook de Kamerbrede inbrengdatum te vervroegen, waarna het Presidium een gewijzigd voorstel aan de Kamer zou kunnen voorleggen. De staf heeft hiertoe een notitie (2020Z07678) opgesteld met enkele mogelijke overwegingen. Hierin zijn ook overwegingen meegenomen ten aanzien van de planning van het debat over de Voorjaarsnota, dat normaliter in de laatste week voor het zomerreces plaatsvindt.
 
Middels deze e-mailprocedure wordt u de vraag voorgelegd of u het Presidium wilt adviseren de Kamerbrede inbrengdatum voor feitelijke vragen over de Voorjaarsnota en eerste suppletoire begrotingen te vervroegen naar dinsdag 19 mei 2020 te 14.00 uur met het oog op beantwoording uiterlijk dinsdag 2 juni 2020.
 
Ik verzoek u mij uiterlijk vrijdag 1 mei 2020 om 12.00 uur te laten weten of u met bovenstaand voorstel kunt instemmen (graag een Allen beantwoorden op dit e-mailbericht).
Spoedig daarna zal ik u informeren of het voorstel is aangenomen.*
 
Indien de commissie besluit te adviseren de inbrengdatum te vervroegen, ligt in de procedurevergadering op woensdag 6 mei a.s. de vraag voor of de commissie ook het debat over de Voorjaarsnota wil vervroegen. Een dergelijk besluit heeft minder haast dan een besluit over het vervroegen van de inbrengtermijn.
 
*Toelichting
De e-mailprocedure is geregeld in artikel 36, vierde lid, van het Reglement van Orde, luidende:
4. Indien een voorstel eenvoudig en spoedeisend van aard is, kunnen de leden van de commissie langs schriftelijke weg over dat voorstel besluiten. De voorzitter van de commissie beslist of een voorstel eenvoudig en spoedeisend van aard is. Het besluit, bedoeld in de eerste volzin, wordt genomen als ware de Kamer in voltallige samenstelling bijeen en zou zij stemmen als bedoeld in artikel 69, derde lid.
Dit betekent dat in een e-mailprocedure een voorstel is aangenomen indien het door een absolute Kamermeerderheid wordt gesteund.

 
Met vriendelijke groet,
Martijn Schukkink