E-mailprocedure : Aanvulling voor op de voorgestelde uitvoering van de aangenomen (nader gewijzigde) motie Leijten/Dik-Faber (29689, nr. 581)

De vergadering is geweest

4 juni 2015
12:00 uur
Van: Commissie VWS
Verzonden: woensdag 3 juni 2015 15:44
Aan: GC-Commissie-VWS
Onderwerp: Emailprocedure: Aanvulling op voorgestelde uitvoering motie Leijten-Dik Faber
 
Aan de leden van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Geachte leden,

Het lid Leijten stelt een aanvulling voor op de voorgestelde uitvoering van de aangenomen (nader gewijzigde) motie Leijten/Dik-Faber (Kamerstuk 29689, nr. 581), zie hieronder.

Ik verzoek u mij uiterlijk donderdag 4 juni te 12.00 uur te laten weten of u met het verzoek kunt instemmen (graag een Allen beantwoorden op dit emailbericht). Spoedig daarna zal ik u informeren of het voorstel is aangenomen*.

Met vriendelijke groet,

Ton Teunissen

Plaatsvervangend Griffier
Griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
 
 
*Toelichting
De e-mailprocedure is geregeld in artikel 36, vierde lid, van het Reglement van Orde, luidende:
4. Indien een voorstel eenvoudig en spoedeisend van aard is, kunnen de leden van de commissie langs schriftelijke weg over dat voorstel besluiten. De voorzitter van de commissie beslist of een voorstel eenvoudig en spoedeisend van aard is. Het besluit, bedoeld in de eerste volzin, wordt genomen als ware de Kamer in voltallige samenstelling bijeen en zou zij stemmen als bedoeld in artikel 69, derde lid.
 
Dit betekent dat in een e-mailprocedure een voorstel is aangenomen indien het door een absolute Kamermeerderheid wordt gesteund.
 
 
 
 
Van: Leijten R.M.
Verzonden: woensdag 3 juni 2015 12:49
Aan: Commissie VWS
Onderwerp: toevoeging onderzoek eerstelijn en Mededingingswet
 
Aanvulling op voorgestelde uitvoering motie Leijten-Dik Faber
 
De onderzoeksopzet gaat uit van bepalingen binnen de Mededingingswet en onderzoek naar uitzonderingen binnen de Mededingingswet, maar de motie ook vraagt om uitzondering op de Mededingingswet. Daarom het verzoek om het onderzoek uit te breiden met de vragen
- welke specifieke kenmerken van (eerstelijns-)zorg kunnen als onderbouwing gehanteerd worden om uitzonderingen op de Mededingingswet te maken en op welke wijze zouden de uitzonderingen vorm kunnen krijgen?
- is het mogelijk om oplossingen te vinden buiten de Mededingingswet om? Zo ja welke zijn dat en zo nee welke juridische bezwaren zijn daar van toepassing?
 

Bijlage

Agendapunten

  1. 1

    Aanvulling voor op de voorgestelde uitvoering van de aangenomen (nader gewijzigde) motie Leijten/Dik-Faber (29689, nr. 581)

    Te behandelen:

    Loading data