Invoeringswet moet jeugdzorgdecentralisatie laten landen

8 oktober 2014, wetsvoorstel - Staatssecretaris Van Rijn (Welzijn) verwacht dat de Invoeringswet Jeugdwet bijdraagt aan een goede uitvoering van de decentralisatie van de jeugdzorg. Vooral SP, PVV en CDA hebben hun twijfels.

Per 1 januari 2015 worden gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdzorg. Maar omdat er nog onzekerheden zijn, stellen sommige gemeenten het inkopen van zorg uit. De invoeringswet van de staatssecretarissen Van Rijn en Teeven (Justitie) moet meer duidelijkheid scheppen, ook bij instellingen, jongeren en hun ouders. Van der Burg (VVD) en Ypma (PvdA) vertrouwen erop dat de decentralisatie op hoofdlijnen goed zal verlopen. Maar Siderius (SP) en Agema (PVV) vrezen dat kwetsbare kinderen niet meer de juiste zorg krijgen. De late informatievoorziening heeft gezorgd voor onduidelijkheid, stelt Keijzer (CDA), waardoor dingen dreigen mis te gaan.

Bestaande zorg moet doorlopen
"Op 1 november moeten de contracten tussen gemeenten en zorginstellingen er liggen", zo benadrukt Ypma het belang van zorgcontinuïteit. Jongeren en ouders mogen niet tussen wal en schip vallen, zegt Bergkamp (D66). Maar Siderius vreest dat kwetsbare kinderen na 1 januari op straat komen te staan. Er zijn diverse vangnetten om de continuïteit van jeugdhulp en -zorg te garanderen, zegt Van Rijn, die wijst op het overgangsrecht. Ook de Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ) heeft daarin een rol, onder meer bij bovenregionale specialistische jeugdzorg. Eventuele overcapaciteit daarbij moet wel worden afgebouwd, zegt Van der Burg.

Staatssecretaris kan ingrijpen als gemeente in gebreke blijft
Zijn er voldoende waarborgen dat kwetsbare kinderen de juiste zorg krijgen? Ypma en Bergkamp roepen op om de lokale democratie haar werk te laten doen: betrek de gemeenteraad erbij als de jeugdzorg ergens niet goed is geregeld. Als regio's of gemeenten in gebreke blijven, kan Van Rijn kiezen voor "indeplaatsstelling" en zelf jeugdzorg inkopen namens hen. Bij vier regio's wordt bezien of maatregelen nodig zijn. Maak openbaar welke dat zijn, vragen Keijzer en Siderius. Maar de staatssecretaris wil eerst "hoor en wederhoor" toepassen voordat hij dit doet.

Woonplaatsbeginsel bepaalt welke gemeente betaalt
De woonplaats van de ouders bepaalt welke gemeente de zorg voor jongeren moet betalen. Maar hierover kan onduidelijkheid ontstaan, zeggen Keijzer en Bergkamp, bijvoorbeeld bij verhuizingen en (v)echtscheidingen. Siderius verwacht problemen bij jongeren die meerderjarig worden en in een instelling buiten de woonplaats van hun ouders verblijven. Is hun recht op zorg goed geregeld? Gemeenten zullen daarover met elkaar afspraken moeten maken, antwoordt Van Rijn.

De Kamer stemt op 14 oktober over het wetsvoorstel en de ingediende moties.

ZIE OOK:

  • Het overzicht van de laatste debatten in het kort
  • De geredigeerde woordelijke verslagen van Kamervergaderingen (het stenogram). Deze zijn maximaal vier uur na het uitspreken beschikbaar.