Plenair verslag Tweede Kamer, 92e vergadering
Woensdag 2 september 2026

  • Begin
    10:15 uur
  • Sluiting
    0:00 uur
  • Status
    Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Van Campen

Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:

De voorzitter:
Ik open de vergadering van woensdag 2 september 2026.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche

Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche

Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de risicoanalyse bestuurlijke integriteit voor kandidaat-bestuurders (Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche) (36892).


Termijn inbreng

De voorzitter:
Aan de orde is de behandeling van de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche. Ik heet de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van harte welkom.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:
Ik geef als eerste het woord aan mevrouw Boelsma-Hoekstra voor haar inbreng namens het CDA in de eerste termijn. Er zijn zeven sprekers van de zijde van de Kamer. Het is de bedoeling dat we de hele wetsbehandeling vandaag afronden. Het woord is aan mevrouw Boelsma-Hoekstra.

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Vandaag bespreken we de Wet bevorderen integriteit decentraal bestuur. Integriteit begint niet op het moment dat iemand de fout in gaat. Integriteit begint eigenlijk ook niet op het moment dat iemand wethouder of gedeputeerde wordt. Integriteit begint al daarvoor, namelijk met je bewust zijn van waar je kwetsbaar bent, welke belangen je meeneemt en welke situaties later tot lastige afwegingen kunnen leiden. Ik heb zelf ervaren hoe nuttig het kan zijn om een risicoanalyse te doorlopen voor je aantreden als wethouder, niet omdat er iets mis is, maar juist om vooraf het gesprek te voeren. Wat zijn je belangen? Waar kunnen risico's ontstaan? Wat spreken we daarover af?

Wat het CDA betreft is dat dan ook de belangrijkste waarde van dit wetsvoorstel. Met een risicoanalyse kun je integriteit niet afdwingen, maar je kunt er wel voor zorgen dat mogelijke problemen op tafel liggen voordat ze problemen worden. We hebben gelezen dat veel gemeenten dit gelukkig al doen. Met dit wetsvoorstel krijgt die praktijk een wettelijke basis en worden de verschillen tussen de decentrale overheden kleiner. Het CDA steunt dat.

Voorzitter. Daarmee zijn we er niet. Integriteit is geen vinkje dat je bij je benoeming zet en vervolgens vier jaar in een la legt. Omstandigheden kunnen veranderen. Bestuurders krijgen nieuwe nevenfuncties. Financiële belangen kunnen veranderen. Situaties die bij de benoeming geen risico vormden, kunnen dat later wel worden. Het CDA zou de risicoanalyse daarom nadrukkelijk willen zien als het begin van een doorlopend gesprek over integriteit in plaats van een eenmalige toegangstoets.

Ik zou de minister daarom willen vragen om te onderzoeken hoe een logisch terugkerend integriteitsmoment kan worden ingebouwd na de benoeming. Dat zou bijvoorbeeld halverwege de bestuursperiode kunnen, of wanneer zich een relevante wijziging voordoet in de belangen of nevenfuncties van een bestuurder. Dit is niet bedoeld om iedere bestuurder voortdurend opnieuw door te lichten, maar juist om het gesprek dat we met deze wet aan de voorkant organiseren, ook gedurende de bestuursperiode levend te houden. Uiteindelijk bescherm je integriteit niet alleen met regels. Je beschermt haar vooral met een bestuurscultuur waarin het normaal is om dilemma's op tafel te leggen.

Voor mij is de belangrijkste openstaande vraag de volgende. Een risicoanalyse heeft alleen betekenis als duidelijk is wat er gebeurt wanneer er daadwerkelijk een serieus risico uit naar voren komt. Ik geef een voorbeeld. Stel dat er uit de analyse van een kandidaat-wethouder integriteitsrisico's naar voren komen. De kandidaat herkent zich daar niet in. De burgemeester vindt beheersmaatregelen noodzakelijk. Een meerderheid van de gemeenteraad zegt uiteindelijk: wij vinden dit risico aanvaardbaar en benoemen deze wethouder gewoon. Wie is dan de eigenaar van dat risico? De raad heeft het politieke besluit genomen. De burgemeester heeft tegelijkertijd een wettelijke verantwoordelijkheid voor de bestuurlijke integriteit. De wethouder zit vervolgens gewoon in het college. Kan de raad in zo'n situatie besluiten om de voorgestelde beheersmaatregelen naast zich neer te leggen? Welke verantwoordelijkheid houdt de burgemeester dan? Wat betekent dit voor de waarde van de risicoanalyse?

De voorzitter:
We doen de interrupties in drieën.

De heer Clemminck (JA21):
Ik zat even te luisteren. Zegt de collega nu dat het aan de burgemeester is om voor te stellen wat de beheersmaatregelen moeten zijn? Of is dat aan, bijvoorbeeld, een externe onderzoeker?

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
De burgemeester is verantwoordelijk voor het proces rondom de risicoanalyse. Het bureau of iemand vanuit de organisatie legt vast wat die risico's zijn. De conclusie daaruit wordt door de burgemeester voorgelegd aan de raad. Als daar een risico uit naar voren komt, dan wordt dat benoemd. Dan is het zo dat de raad — en dat is dus ook mijn punt — daar een ander besluit over zou kunnen nemen.

De heer Clemminck (JA21):
Ja, dat is alleen nog geen antwoord op mijn vraag. De vraag was wie nu eigenlijk aan de raad beheersmaatregelen voorstelt over een kandidaat-wethouder. Is het de burgemeester die de beheersmaatregelen formuleert die hij nodig acht, of is dat aan een externe onderzoeker? Dat maakt namelijk heel erg uit voor de kwetsbaarheid van de burgemeester in het proces van het benoemen van kandidaat-bestuurders.

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Uiteindelijk is het aan de burgemeester om het proces te reguleren, maar het kan zijn dat daaruit naar voren komt dat hij een ambtenaar heeft gemandateerd om te bepalen wat de beheersmaatregelen zijn. Het is de verantwoordelijkheid van de burgemeester om die neer te leggen bij de raad, en de raad kan daar een besluit over nemen. Dat is dus de politieke afweging. De feitelijke constatering wordt gedaan door degene die het onderzoek doorloopt of afneemt. De burgemeester legt het voor en het politieke besluit wordt door de raad genomen.

De voorzitter:
U vervolgt.

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Ja. Ik wil de minister daarbij ook vragen naar de positie van de burgemeester. We moeten namelijk voorkomen dat we met deze wet wel van de burgemeester vragen om die risico's bloot te leggen — dat is dus het antwoord op die vraag —, maar hem of haar vervolgens met lege handen laten staan wanneer die risico's door de meerderheid terzijde worden geschoven, en dat kan. Welke handelingsmogelijkheden heeft de burgemeester in zo'n situatie?

Voorzitter. Dan kom ik bij een ander punt, namelijk de dossieroverdracht van een burgemeester op een ambtsopvolger of waarnemer. In de schriftelijke ronde had ik hier al vragen over gesteld en in de beantwoording lees ik dat het inherent is aan het stelsel van de Gemeentewet dat de taken van de burgemeester overgaan op een ambtsopvolger. Maar ik lees ook dat een ambtsopvolger of waarnemer van een burgemeester niet zonder reden kennis kan nemen van de dossiers, want uit de AVG volgt dat de verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk dient te zijn. Dan is mijn vraag of het aantreden van een opvolger niet reden genoeg is voor deze noodzakelijkheid. Heeft de opvolger van een burgemeester deze kennis niet nodig om het goede gesprek te kunnen voeren? Graag hoor ik een bevestigend antwoord van de minister dat een zittend burgemeester de volledige rapportage altijd mag delen met diens opvolger bij een burgemeesterswissel.

Verder op het volgende onderwerp, namelijk de lokale gedragscode. De wet biedt de mogelijkheid om ook lokale integriteitsnormen te betrekken bij de risicoanalyse. Deze moeten dan in een lokale gedragscode of in een verordening vastgelegd zijn. Ook hierover zijn in de schriftelijke ronde door verschillende fracties vragen gesteld. De regering merkt hierbij op dat het in een gedragscode of verordening voorschrijven van een gedragsregel die afwijkt of verdergaat dan een dwingend rechtelijke wettelijke regeling, niet mogelijk is. Kan de minister uitleggen wat dit betekent, misschien in jip-en-janneketaal? En kan de minister aangeven wat dan wel mogelijk is qua lokale integriteitsnormen?

Afrondend, voorzitter. Voor het CDA is dit wetsvoorstel een stap in de goede richting, echt een stap. Er worden met dit wetsvoorstel een aantal goede zaken geregeld, maar we zien ook dat dit niet een oplossing is voor alle integriteitsproblematiek. Ik ben benieuwd naar de antwoorden van de minister op de gestelde vragen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Huizenga voor haar inbreng namens D66.

Mevrouw Huizenga (D66):
Dank u wel, voorzitter. Het reces is voorbij en Den Haag ontwaakt weer. De koffers zijn uitgepakt en gisteren is een ander koffertje ingepakt met een belangrijke nota. De agenda loopt alweer sneller vol dan dat je "regeling van werkzaamheden" kunt zeggen. En wat hebben we zoal gedaan deze zomer? Op Instagram zagen we Kamerleden genieten van het weer en van hun familie en een Kamerlid dat zelfs gaat trouwen. Dat is goed nieuws. Zelf heb ik op verschillende manieren bijgetankt, met een week de stilte opzoeken. Dat was misschien nog wel de grootste uitdaging, want politici praten over het algemeen liever dan dat ze stil zijn. Vooral heb ik veel mensen gesproken. Misschien is dat wel de belangrijkste les die ik meeneem naar dit politieke jaar: laten we wat meer rust nemen om echt naar elkaar te luisteren. Met frisse energie, nieuwe ideeën en genoeg verhalen om weer een tijdje vooruit te kunnen: ik ben er klaar voor.

Voorzitter. Hoe mooi is het dat we meteen van gedachten mogen wisselen over een wetsvoorstel? Politiek lijkt vaak te draaien om winnen en verliezen, maar zo gaat het in de sport. In de politiek zou iets anders centraal moeten staan, want het mooiste wat hier te winnen valt, is toch wel vertrouwen. Volksvertegenwoordigers door het hele land doen hun best dat waar te maken. Gelukkig heeft een ruime meerderheid van de Nederlanders vertrouwen in de lokale politiek. Maar omdat de lokale politiek nou eenmaal besluiten neemt over zaken die dicht bij hen staan, is het belangrijk dat er duidelijke integriteitsregels zijn, zodat Nederlanders erop kunnen rekenen dat de politiek er voor hen is. D66 staat voor die politiek van vertrouwen. Daarom steunt mijn fractie het wetsvoorstel dat nu voorligt, maar ik zou de minister nog graag een aantal zaken meegeven.

Ten eerste het waarborgen van neutraliteit. Het enige wat nog schadelijker is voor het vertrouwen in de politiek dan een integriteitskwestie, is dat het onderzoek naar deze kwestie ook nog in twijfel wordt getrokken. De kaders moeten dus echt duidelijk in orde zijn. Zo is een belangrijke vraag: wie voert de risicoanalyse voor de kandidaat-bestuurder uit? Een burgemeester is misschien verantwoordelijk voor de bestuurlijke integriteit, maar hij/zij is een toekomstige collega van die kandidaat-wethouder. Het is voor mijn fractie onwenselijk dat de burgemeester persoonlijk het onderzoek zou uitvoeren. Onwenselijk voor de burgemeester zelf, maar ook voor inwoners en raadsleden, die gebaat zijn bij een onderzoek waar geen kans ligt om de neutraliteit ervan te betwijfelen. Er zijn alternatieven, zoals uitvoering door een bureau of door een ambtenaar. De minister lijkt dit ook wenselijker te vinden, maar sluit uitvoering door de burgemeester niet wettelijk uit en verwijst naar de systematiek van de Gemeentewet. Mijn vraag is dus: vindt de minister het acceptabel als er gemeenten zijn die toch kiezen voor volledige uitvoering door de burgemeester?

Een van de uitgangspunten van het wetsvoorstel is het verkleinen van de lokale verschillen in de uitvoering. Ziet de minister ook dat het wetsvoorstel op dit gebied juist een potentieel verschil in stand houdt? Het toezicht op de analyse leggen bij de volksvertegenwoordiging, zoals de heer Clemminck van JA21 in zijn amendement voorstelt, levert ook nieuwe kwetsbaarheden op. De feiten van een risicoanalyse moeten op neutrale en dus niet-politieke wijze verzameld worden. Hoe die feiten worden gewogen en of een bestuurder benoemd kan worden, is het politieke oordeel. Ik vind dat we die twee onderdelen echt heel goed moeten scheiden.

Voorzitter. Dan kom ik op de wetsevaluatie die ik voorstel in mijn amendement. Het lijkt me verstandig als de rol van de burgemeester daar in ieder geval ook in meegenomen wordt. Daarnaast levert deze wet ook een nieuwe situatie op voor Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. De regels daar worden gelijkgetrokken met Europees Nederland, oftewel: sommige regels vervallen en sommige worden toegevoegd. Vanuit het principe "comply or explain" is dat een goed idee: gelijke normen waar dat kan, afwijking waar dat nodig is. Tegelijkertijd is uit onderzoek bekend dat Caribisch Nederland relatief veel integriteitskwesties kent. Dat vraagt om extra alertheid. Kan de minister aangeven hoe deze risico's zijn meegewogen in het besluit om het gelijk te trekken? Ik hoop dat de minister ook de doorwerking op de eilanden wil meenemen in een wetsevaluatie. Ik hoor dan ook graag zijn appreciatie op het amendement.

Voorzitter. Dan de omgang met gevoelige gegevens. In een risicoanalyse kunnen die naar voren komen, niet alleen van de kandidaat-bestuurder, maar ook van diens naasten en derden. Daar zit nog wel echt een kwetsbaarheid. De regering stelt terecht wettelijke eisen aan hoe het verzamelen van die gegevens zich verhoudt tot de privacy van betrokkenen, maar ik mis de onderbouwing over de fase daarna: het bewaren of juist vernietigen van de gegevens. Kan de minister daar nog een toelichting op geven?

Veel overheden zullen de risicoanalyse laten uitvoeren door een commercieel bureau. Maar we zagen de afgelopen maanden veel datalekken bij bedrijven. Daarmee zien we hoe kwetsbaar de beveiliging van persoonsgegevens kan zijn. Hoe gaat de minister waarborgen dat de informatiebeveiliging van deze bureaus op orde is, zodat we de gegevens van familie en ook andere relaties beschermen? Zorgvuldigheid is hier zo belangrijk. Politici worden steeds vaker bedreigd, en dat kan een reden zijn dat minder mensen beschikbaar zijn voor het ambt.

Voorzitter. De wet regelt een landelijke verplichting, maar stelt hier geen landelijke ondersteuning tegenover. In de stukken mis ik nog een reflectie daarop. Ik hoop dat de minister die hier alsnog wil geven. Waarom lezen we in de stukken niets over de ondersteuning van decentrale overheden? Denk aan een expertisecentrum dat overheden kan adviseren over integriteit, over de vereisten van een risicoanalyse of over de samenwerking met een extern bureau. In de tweede termijn dien ik daarover een motie in. Vanuit de samenleving is namelijk al een aantal vragen naar boven gekomen. Zo vraagt de Wethoudersvereniging aandacht voor kwaliteitseisen, ook bij onderzoek naar zittende bestuurders. Kan de minister aangeven wat er uit het aangekondigde onderzoek van twee universiteiten is gekomen en welke conclusies hij daaraan verbindt?

Voorzitter. Dan nog een laatste punt. Met verbazing las ik in het verslag dat sommige fracties twijfelen aan de noodzaak van deze wet. Ja, het is misschien zo dat bijna alle decentrale overheden al werken met een risicoanalyse, maar zonder wettelijke vereisten blijft het instrument kwetsbaar en blijven de onderlinge verschillen groot.

Voorzitter, tot slot. Inwoners, bestuurders en volksvertegenwoordigers hebben hier in feite hetzelfde belang: een bestuur dat we mogen vertrouwen. Met die gedachte zal ik naar de beantwoording van de minister luisteren.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een interruptie van meneer Bosma.

De heer Martin Bosma (PVV):
Is cocaïnegebruik integer?

Mevrouw Huizenga (D66):
Dat hangt af van de rol van de persoon die het gebruikt, denk ik. Als het om een bestuurder gaat, is het een ander verhaal.

De heer Martin Bosma (PVV):
We hebben het vandaag over bestuurders. Is het voor een wethouder integer om cocaïne te gebruiken? Zou dat binnen de regels moeten gelden?

Mevrouw Huizenga (D66):
Nou, ik denk dat cocaïne enorm van invloed is op de besluiten die je neemt, dus dat lijkt me zeer onverstandig. Je zou het dus moeten hebben over de vraag of dat onder de regels valt.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Martin Bosma (PVV):
Ik wil het er graag met u over hebben. We hebben gisteren Overasselt gezien, waar de drugsmaffia laat zien hoe groot die is. Die is gewoon een staat in de staat. Maar we hebben ook een D66-wethouder gezien, die gisteren veroordeeld is wegens cocaïnegebruik. Volgens mij is het zo dat cocaïnegebruik niet verboden is, maar dat als je zelf snuift, je meewerkt aan die hele drugsmaffia en je er mede toe bijdraagt dat zaken als Overasselt kunnen gebeuren. Volgens mij is het dus per definitie niet integer.

Mevrouw Huizenga (D66):
Ik denk dat ik daar een heel eind in mee kan gaan, ja.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan meneer Mohandis voor zijn inbreng namens PRO.

De heer Mohandis (PRO):
Voorzitter, dank u. We hebben dit wetsvoorstel met interesse gelezen. Ik moet ook wel eerlijk zeggen dat ik even dacht: op zich lijkt het me alleen maar heel goed dat we met dit wetsvoorstel iets wat staande praktijk is in het land — in ieder geval is er in de meeste gemeenten, provincies en waterschappen een proces en een vorm van integriteitsonderzoek — dichtregelen en uniformeren. Toen ik het allemaal las, dacht ik in beginsel dus: hartstikke goed. Dan ga je natuurlijk het wetsvoorstel lezen. Dan zien we ook wel dingen die wat scherper hadden gekund. Langs die lijnen zal ik dus mijn betoog houden.

Wij vinden het uiteraard van belang dat er in de samenleving veel vertrouwen is in de overheid en het functioneren van het bestuur en de politiek. Dat is niet eenvoudig in een gepolariseerd politiek klimaat, maar ik hoop altijd dat, van welke politieke partij je ook bent … Integriteitsschendingen dragen bij aan de aantasting van het vertrouwen in het ambt. Wij vinden het daarom goed dat het huidige wettelijke kader wordt aangescherpt, zodat de integriteit van politiek bestuurders in elke gemeente en provincie en elk waterschap, ook op de BES-eilanden, boven iedere twijfel verheven is.

Dat gezegd hebbende ga ik naar het wetsvoorstel. Ik zoom in. Wij zijn het eens met de zorgen van de VNG en andere gremia die ons van advies hebben voorzien. Ik kan mij niet voorstellen dat ik de enige ben, want volgens mij hebben we dat als commissie gekregen. Zij geven langs verschillende lijnen aan: op hoofdlijnen steun, maar let op. Dan kom ik gelijk bij ons amendement. Dat is gisteren rondgestuurd. Er komt zo als het goed is een gewijzigde versie; dat gaat om de toelichting, niet om het doel van ons amendement. In het doen van zo'n analyse bestaat namelijk het gevaar van oneindigheid. Wij vinden het belangrijk dat we er een slot op zetten. We weten allemaal hoe dat gaat in de praktijk. Vaak is er een onderhandelingsresultaat, wat partijen na een verkiezing onderhandelen. Dan komt er ergens een soort van witte rook richting het publiek, zo van: dit zijn de kandidaat-wethouders. Dat moment lijkt mij het moment — dat is ook de praktijk — voor de burgemeester om aan de slag te gaan met de scan, met het integriteitsonderzoek. Laten we met elkaar in de wet vastleggen dat dat maximaal vier weken duurt.

Ik zeg er ook gelijk bij richting de collega's: dat is niet in beton gegoten. Wij dachten: het moet voor elke kandidaat helder zijn hoelang een dergelijk onderzoek duurt. Dat kan niet duren, duren, duren, terwijl dat misschien helemaal niet nodig is. Dat gaat dan rondzingen in zo'n gemeente. Dan zegt men: ja, dat onderzoek loopt nog. We weten hoe dat kan gaan in de praktijk. Ik heb dus echt vanuit die praktijkbril dit wetsvoorstel gelezen, als elfjarig gemeenteraadslid en oud-lid van een vertrouwenscommissie, wetende hoe je hier … Ik was ook lid van de commissie van de geloofsbrieven. Dan weet je hoe dit soort processen gaan. Dus wat betreft die termijn van vier weken gaat het ons echt om een cap, vandaar dat wetsvoorstel. Het gaat dus echt om het onderzoek zelf. Dus ja, je kunt natuurlijk aan het begin van het proces al een wethouder bekendmaken. Vaak zijn onderhandelaars ook kandidaat-wethouders.

Ik zie collega Clemminck staan, voorzitter, dus ik stop even.

De heer Clemminck (JA21):
Het amendement zelf lijkt mij overigens inderdaad een goede zet, dus daar zal ik zeker positief naar kijken. Het lijkt me goed om een termijn te hanteren, voor de voortgang van het formatieproces en zodat de installatie van het nieuwe college voor het zomerreces is, zodat je op tijd met je begroting komt. De heer Mohandis had het over het formatieproces. Bij wie ligt de verantwoordelijkheid voor het formatieproces volgens de heer Mohandis?

De heer Mohandis (PRO):
Dit is een heel open vraag en ik zoek nog de link met het wetsvoorstel. Dat mag, hoor; we kunnen het ook hebben over waar ik op vakantie ben geweest. Maar in zijn algemeenheid hebben de politieke partijen die het initiatief nemen, een hoofdverantwoordelijkheid voor het formatieproces. De vraag wordt echter zo open gesteld dat ik ook kan zeggen dat een burgemeester natuurlijk vaak een kopje koffie gaat drinken met de onderhandelende ... Ik snap de vraag nog niet helemaal.

De heer Clemminck (JA21):
Het klopt dat de onderhandelende partijen de verantwoordelijkheid hebben om samen dat formatieproces te doorlopen. De burgemeester heeft daar, behoudens één artikel in de Gemeentewet, geen enkele rol in. De burgemeester wordt ingelicht over het resultaat van de onderhandelingen, maar ook niet meer dan dat. De lead, de verantwoordelijkheid voor het formatieproces, ligt bij de onderhandelende partijen. Dat roept natuurlijk de vraag op of deze risicoanalyse ook onderdeel is van het formatieproces. Het is ook de vraag of deze dan valt onder de verantwoordelijkheid van de formerende partijen en de gemeenteraad.

De heer Mohandis (PRO):
Misschien kijken wij iets anders naar de rol van de gemeenteraad, maar de gemeenteraad is altijd eindverantwoordelijk voor het benoemen van de bestuurder, ook met uw amendement. In the end zijn ze altijd eindverantwoordelijk. Het gaat erom hoe wij kijken naar de rol van de burgemeester in het doen van een feitelijke check. De burgemeester heeft ook het bevorderen van de integriteit in de portefeuille. Dat is overigens ook een wettelijke taak van de burgemeester, nog even los van of u een kroonbenoemde burgemeester iets goeds vindt. Ik denk dat we die discussie vast een keer gaan voeren; ik kijk wat dat betreft ook naar de heer Bosma. Nu wil ik het even sec over het wetsvoorstel hebben, want anders gaan we toch uitweiden op wat er voorligt. Dat mag; ik kijk ook naar de voorzitter. Vind ik dat die rol van de burgemeester heel goed wordt afgebakend en dat het geen politiek oordeel is? Het is eigenlijk bijna een technische rol in het doen van het onderzoek. Daar komt een opbrengst uit en uiteindelijk is de politieke weging aan degenen die gekozen zijn door hun gemeente, provincie of regio.

De heer Clemminck (JA21):
Het is inderdaad zo dat de burgemeester in het formatieproces eigenlijk geen rol heeft, behalve dan vanuit dat ene artikel waarin staat dat hij of zij wordt ingelicht over het resultaat. Dat betekent dat de vertegenwoordigers vanuit de gemeenteraad aan zet zijn. Vaak zijn dat de politiek leiders, de fractievoorzitters dan wel de kandidaat-wethouders. Ligt het dan eigenlijk niet in de rede om, als het formatieproces zodanig bij de raad ligt en de burgemeester daar ook wettelijk gezien eigenlijk geen enkele rol is speelt, ook de regie op het proces van de risicoanalyse ook bij de gemeenteraad te laten?

De heer Mohandis (PRO):
Ik begrijp oprecht wel waar de heer Clemminck aan denkt en hoe de heer Clemminck redeneert, maar de redenering van de heer Clemminck gaat in mijn optiek voorbij aan de rol van de burgemeester. Hij schuift die toch een beetje aan de kant, terwijl die rol er feitelijk is. Ik vind het belangrijk bij integriteitsonderzoeken, ongeacht van welke politieke kleur de kandidaat is, dat men bij de checks waarlangs zo'n integriteitsonderzoek verloopt op geen enkele manier een politieke bril op moet hebben. Op het moment dat die opbrengst er is, is het aan al die partijen in de gemeenteraad om te zeggen of de opbrengst voldoende positief of negatief is om over te gaan tot het benoemen van wethouders. Zo gaat het in ieder geval vaak in de praktijk. Ik zou die rol niet anders willen beleggen, anders wordt een integriteitsonderzoek vanuit PRO-perspectief een politiek circus en dat zou ik niet willen. Dat zou ik ook niet wensen voor het doorlopen van een zorgvuldig integriteitsproces.

De voorzitter:
U vervolgt.

De heer Mohandis (PRO):
Het is wel toevallig — de heer Clemminck voelde het goed aan — want ik was aangekomen bij het punt van de rol van de burgemeester en in mijn antwoord heb ik eigenlijk al van alles gezegd. Nogmaals, wij zien daar echt wel een rollenscheiding; zo noem ik het maar even. Aanvullend op het antwoord dat ik de heer Clemminck gaf, wil ik nog zeggen dat we dat onderdeel steunen.

Dan kom ik bij het wetsvoorstel als geheel. Volgens mij zei mijn collega van het CDA het goed: het is een verbetering ten opzichte van waar we nu staan; een verdere uniformering. Zijn we er? Nee, nog lang niet. Ook naar aanleiding hiervan zullen we met elkaar moeten kijken hoe we dit nog beter gaan maken voor de toekomst.

Voorzitter. Eigenlijk heb ik al gezegd wat ik vind van het amendement van collega Clemminck. Ik heb nog vragen over het wetsvoorstel; sorry voorzitter, dat is wellicht iets saai, technisch. In de voorbereiding van het wetsvoorstel zijn er vanuit verschillende partijen vragen gesteld over de kwaliteitseisen en de prijsontwikkeling bij onderzoeksbureaus. Ik ben heel benieuwd hoe het kabinet dat weegt. Dat vraag ik aan de minister. Welke punten van verbetering ziet hij voor zich, specifiek op het gebied van informatiebeveiliging? Volgens mij refereerde collega Huizenga ook aan die informatiebeveiliging. Het gaat echter ook om het vernietigen van informatie die eigenlijk niet conform de bullets is aan de hand waarvan gecheckt wordt of iemand benoembaar wordt geacht, met inachtneming van de integriteitspunten. Ik ben heel benieuwd hoe we daarmee omgaan. We moeten voorkomen dat er een beeld ontstaat dat er van alles wordt verzameld, ook datgene wat totaal niet relevant is voor het ambt, en dat dat een eigen leven gaat leiden. Daarmee schrikken we ook hele goede potentiële bestuurders af en dat zouden we niet moeten willen met dit wetsvoorstel. Graag een reactie.

Tot slot een hele andere vraag. Het ligt voor de hand dat dit wetsvoorstel gefocust is op bestuurders. Dat is hartstikke goed. Het neemt echter niet weg dat wat ons betreft ook voor volksvertegenwoordigers op alle lagen het niveau van integriteit adequaat, maar ook zo uniform mogelijk moet zijn. Hierbij dus de vraag aan de minister, omdat het denken niet stilstaat: hoe kijkt hij hiernaar? Is de huidige borging op decentraal niveau voldoende uniform? Heeft de minister hier een opvatting over? Wij vonden het te vroeg om nu al bij dit wetsvoorstel allerlei ingewikkelde amendementen toe te voegen; dat geef ik ook toe. Desalniettemin vinden we het wel een goede discussie. Wat ons betreft is het: hoe uniformer, hoe beter. Als ik het heb over waar we naartoe willen, is dat ons uitgangspunt. Dat geldt ook voor integriteitsbureaus met een vergunning. Hoe uniformer de selectie van bureaus die ervaren zijn met het zorgvuldig doen van dit soort integriteitsonderzoeken, hoe beter, in plaats van allerlei nieuwe bureautjes die denken: "Mooi, leuke markt. Ik ga hier geld verdienen in plaats van een zorgvuldig integriteitsproces doorlopen." Heel graag dus een reflectie van de minister op onze zorgen, die ik zojuist heb uitgesproken.

Dan laat ik het voor nu hierbij, voorzitter. Daar doe ik u ook goed mee. We hebben tien minuten opgegeven, maar dat geldt voor meer collega's. Het had ook een hamerstuk kunnen zijn. Desalniettemin is het goed dat we dit met elkaar bespreken.

De voorzitter:
Dank u wel, op wetgevingswoensdag. Het woord is aan meneer Clemminck, voor zijn inbreng namens JA21.

De heer Clemminck (JA21):
Voorzitter, dank u wel. De fractie van JA21 krijgt bij dit wetsvoorstel een déjà-vugevoel en moet denken aan een aantal eerdere wetsvoorstellen van deze minister. Zo was er bijvoorbeeld het wetsvoorstel rondom digitaal vergaderen, of recenter het debat over ondersteuning in het stemhokje. De gemene deler is het volgende. Op het oog is het allemaal wetgeving waar je in essentie niet tegen kan zijn, want wie is er nu tegen de optie om digitaal te vergaderen als dat nodig is? Wie is erop tegen dat burgers ondersteuning kunnen krijgen bij het stemmen in het stemhokje als ze die nodig hebben?

Voorzitter. Wie is er in hemelsnaam tegen het versterken van de integriteit van lokale bestuurders? Waarschijnlijk niemand. Toch vraag ik mij af voor welk probleem deze wet een effectieve oplossing is. Hebben we hier te maken met symboolpolitiek? Wegen de vermeende voordelen op tegen de nadelen? Denk bijvoorbeeld aan toenemende bureaucratie, kosten en terughoudendheid bij kandidaat-bestuurders om zich te kandideren. In zijn algemeenheid is JA21 voor minder uitgeven door de overheid, minder regels en ook minder ambtenaren. We zullen dus ook zorgvuldig moeten zijn over wat we wel of niet in de wet verankeren. Uit onderzoek blijkt dat 96% van de gemeenten al een risicoanalyse uitvoert. Wat is daar mis mee? Wat gaat daar mis?

Voorzitter. De fractie van JA21 verzoekt de minister om op deze vragen nader in te gaan en met betere argumenten te komen dan in de memorie van toelichting, want toe nu toe kunnen die mijn fractie nog niet overtuigen. Het wetsvoorstel roept ook een aantal vragen op. Hoe verhoudt de verplichting om een risicoanalyse uit te voeren zich tot de kandidaat-bestuurders die al bestuurder zijn? Geldt deze verplichting dan ook bij herbenoemingen, of kan er verwezen worden naar het bestaande dossier? Voor de fractie van JA21 is het van groot belang dat in de conclusies van de rapportage op geen enkele, maar dan ook op geen enkele manier een standpunt of advies wordt gegeven over de benoembaarheid van een kandidaat. Ik heb een aantal rapportages bekeken. Een gerenommeerd landelijk bureau schreef in zijn conclusie: "Wij hebben geen feiten en omstandigheden op het gebied van integriteit aangetroffen die een beletsel vormen voor de benoeming van die kandidaat als wethouder van uw gemeente." Mijn vraag aan de minister is simpel: acht hij een dergelijke conclusie en zinsnede wenselijk en toegestaan met dit wetsvoorstel? Bureaucraten en consultants mogen niet op de stoel gaan zitten van de volksvertegenwoordiging. Kan de minister, aanvullend op de memorie van toelichting, daar nader op ingaan?

Voorzitter. Op verschillende plekken in de memorie van toelichting stelt de minister dat een van de beheersmaatregelen kan zijn dat de bestuurder niet meer meeberaadslaagt en niet meestemt over bepaalde onderwerpen. Voorziet de minister dat dergelijke beheersmaatregelen vaker gaan voorkomen? Wat doet dit voor de vaak precaire politieke machtsbalans binnen een college? Op het moment dat één collegelid niet mee mag stemmen, verandert heel vaak de politieke machtsbalans in zo'n gemeente.

In het wetsvoorstel wordt expliciet vermeld dat het niet aan de rechter is om te treden in de gronden die ten grondslag liggen aan het wel of niet benoemen van een kandidaat-bestuurder. Dat is natuurlijk logisch, want dat is aan de gemeenteraad of de politiek. Het wetsvoorstel roept nog wel de vraag op of de kandidaat-bestuurder naar de rechter kan stappen als hij of zij het oneens is met de uitkomst of het proces van een risicoanalyse en de daarbij behorende rapportage. Diegene mag reageren, maar is een rechtsgang ook mogelijk?

Voorzitter. De fractie van JA21 zag in diverse integriteitsonderzoeken ook een check bij het BKR, vanuit de gedachte dat schulden een bestuurder kwetsbaar kunnen maken. Voor mijn fractie is dat een zware ingreep in de privacy van de kandidaat-bestuurder. Kan de minister aangeven of een check bij het BKR onder openbare informatie valt volgens dit wetsvoorstel en in hoeverre dit wenselijk is?

Voorzitter. De fractie van JA21 is weinig enthousiast over dit wetsvoorstel. Op één cruciaal punt proberen wij het wetsvoorstel beter te maken. Ik doel daarmee op het ingediende amendement. Voor mijn fractie geldt in algemene zin: zolang er geen direct gekozen burgemeester is, zijn wij terughoudend in het beleggen van nieuwe taken en verantwoordelijkheden bij burgemeesters en andere kroonbenoemde bestuurders. Dat betekent dat wij altijd kijken of de lokale volksvertegenwoordigers niet beter de nieuwe taken en verantwoordelijkheden kunnen oppakken. Zij hebben immers het democratisch mandaat en zijn het hoogste bestuursorgaan. Soms kan dat en soms kan dat niet; dat besef ik. Maar we kijken er altijd in die volgorde naar. Cruciaal voor de fractie van JA21 — dat is het debatje met de heer Mohandis, natuurlijk — is dat wij de verplichte risicoanalyse voor een kandidaat-bestuurder zien als onderdeel van het benoemingsproces en het formatieproces. Het valt niet onder de reguliere taken van de burgemeester, de bestuurlijke integriteit binnen de gemeente conform artikel 170 van de Gemeentewet, maar het gaat hier echt om een onderdeel van de formatie- en benoemingsprocedure. De risicoanalyse is onderdeel van het proces. De minister erkent dit ook in zijn memorie van toelichting. Zo stelt de minister in de memorie van toelichting dat risicoanalyse "een onderdeel vormt van het benoemingsproces" en dat deze wet "in het kader is van het benoemingsproces". Het benoemen van de wethouders is voorbehouden aan de gemeenteraad, zie ook artikel 35 van de Gemeentewet en soortgelijke bepalingen als het gaat om provincies en waterschappen.

Het is voor mijn fractie niet wenselijk dat niet de volksvertegenwoordiging maar een kroonbenoemde bestuurder de regie over dit proces krijgt, zelfstandig kan onderzoeken en besluit welke informatie wel en niet gedeeld kan worden met de volksvertegenwoordiging. Het zet de burgemeester ook in een zeer kwetsbare positie.

Voorzitter. Met dezelfde waarborg rond privacy en geheimhouding legt mijn amendement deze verantwoordelijkheid over het proces waar die in onze opvatting hoort, namelijk bij de rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordiging. Onze volksvertegenwoordigers hebben de ervaring en procedures om hier zorgvuldig mee om te gaan. Denk aan de vertrouwenscommissie bij het benoemen van een burgemeester.

Voorzitter. Kortom, de raad is het hoogste bestuursorgaan, heeft een democratisch mandaat, gaat wettelijk over de benoeming van de wethouders en heeft ervaring met vertrouwensprocedures. Wat JA21 betreft moet de volksvertegenwoordiger dan ook de regie krijgen over het proces, terwijl de uitvoering op afstand wordt gezet door de daartoe gespecialiseerde externe bureaus. Dit was ook een opmerking richting collega Huizenga in ons korte debatje.

Voorzitter, ik rond af. Er zijn ook enkele andere amendementen ingediend. In algemene zin kunnen we deze volgen. Ik heb daar nog een voorbeeld van genoemd, wat betreft de collega van PRO. Ze adresseren voor mijn fractie niet de fundamentele kritiek en de twijfels over de nut en noodzaak van dit wetsvoorstel.

Tot zover, voorzitter. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een interruptie van meneer Mohandis.

De heer Mohandis (PRO):
Ik probeer echt goed te luisteren en te horen waarom het uit de handen van de raad wordt geslagen als een burgemeester gewoon een check doet en dat vervolgens voorlegt aan diezelfde gemeenteraad. Waar zit dat 'm dan in? Waarom zou de raad dan niet eindbeslisser zijn en regievoerder op het totale proces? Ik probeer dat even te snappen.

De heer Clemminck (JA21):
Er zit iets voor, namelijk het principe dat wij liever verantwoordelijkheden leggen bij de democratische volksvertegenwoordiger dan bij een ongekozen burgemeester. Dat zit natuurlijk een stap daarvoor, maar los daarvan brengt het de burgemeester ook in een kwetsbare positie. Het is uiteindelijk de burgemeester die de regie moet voeren over het onderzoek of zelfs — in dit wetsvoorstel is dat zo — zelf het onderzoek laat uitvoeren dan wel mandateert aan een ambtenaar. De burgemeester bekijkt ook wat er uit het onderzoek komt en wat er in een rapportage aan de raad gestuurd wordt. Er zit een filter op. Dat brengt de burgemeester ook in een kwetsbare positie.

Ik had net een interruptiedebatje met een collega van D66. Excuus, ik bedoel het CDA. Het was de eerste bijdrage, uiteraard. Die had het er zelfs over dat de beheersmaatregelen gedefinieerd zouden worden door de burgemeester. Ook dat brengt een burgemeester in een kwetsbare positie. Ik ga kijken of wij dit op een andere manier kunnen organiseren. Ik heb het liever bij de democratisch gekozen volksvertegenwoordiger. Ik heb daar vertrouwen in, want zij bewijzen dat telkens opnieuw wat betreft de kroonbenoemde bestuurders. Daar kunnen wij volgens mij in vertrouwen deze verantwoordelijkheid neerleggen.

De heer Mohandis (PRO):
"De burgemeester in een kwetsbare positie brengen." Ik begrijp dat gewoon echt niet. Dat zou pas zo zijn als de burgemeester op basis van de opbrengst zegt: deze kandidaat zou ik niet doen en die wel. Dan heeft u een punt, maar dat zegt het wetsvoorstel niet. Dan moet u toch even uitleggen waarom het heel kwetsbaar zou zijn. Het andere argument dat u gebruikt is wel interessant. U heeft liever dat een gekozen volksvertegenwoordiger het doet dan een niet gekozen persoon. Ook dat is niet correct. Alle burgers vertrouwen hun volksvertegenwoordigers. Die krijgen het vertrouwen om goede dingen te doen. Ze krijgen dus ook het vertrouwen om een burgemeester te benoemen. Dus om te doen alsof het allemaal heel kwetsbaar wordt met dit wetsvoorstel, is niet helemaal feitelijk.

De heer Clemminck (JA21):
Het is feitelijk dat in dit wetsvoorstel de burgemeester de regie voert over het onderzoek. Het is een feit dat de burgemeester dit onderzoek ook zelfstandig kan doen, ook al wordt dat niet aangeraden, maar de optie heeft de burgemeester wel degelijk. Het is een feit dat de burgemeester uiteindelijk geldt als filter tussen wat de opbrengst is van het onderzoek en wat er naar de raad gaat. Het is ook een feit — als het klopt wat de collega van het CDA zei — dat de burgemeester de beheersmaatregelen definieert. De manier waarop je de beheersmaatregelen definieert en welke dat zijn, is zeker van invloed op het politieke debat dat uiteindelijk in de raad gevoerd wordt. In mijn ogen betekent dit dat de burgemeester wel degelijk een belangrijke rol speelt in dit proces en daarmee ook kwetsbaar wordt. Nogmaals, het is een proces waar uiteindelijk de raad over gaat. Dat heb ik ook gezegd. Het is namelijk een formatie- en benoemingsproces.

De voorzitter:
Afrondend en via de voorzitter.

De heer Mohandis (PRO):
De heer Clemminck zegt het zelf: uiteindelijk komt het altijd bij de raad. Ik zou heel veel gemeenteraden niet onderschatten: zij pakken hun rol en uiteindelijk beslissen zij wat ze doen met de informatie. Ik vind nog steeds dat de raad in dit wetsvoorstel de eindbaas is en blijft, en dat verandert niet.

De heer Clemminck (JA21):
Twee dingen. Eén. Ik vertrouw er zeker op dat de volksvertegenwoordigers deze rol zullen spelen. De collega van PRO doet dat blijkbaar wat minder. Twee is toch echt de manier waarop je informatie die uit onderzoeken komt, wel of niet doorsluist naar de gemeenteraad, maar het zit ook in de definitie, in het definiëren van de beheersmaatregelen: welke doe je wel of niet en hoe definieer je het? Dat heeft wel degelijk een politiek element in zich. Dat zal uiteindelijk ook een impact hebben op de manier waarop de politiek, ja, de gemeenteraad, wel of niet overgaat tot de benoeming van de kandidaat.

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Collega Mohandis heeft al heel veel vragen gesteld. Ik voel een beetje de zorg dat het niet allemaal democratisch is en over de kwetsbaarheid van de burgemeester. U geeft zelf aan dat u eigenlijk een afvaardiging van de raad het onderzoek, het proces, wilt laten begeleiden. Hoe kijkt u dan aan tegen die kwetsbaarheid?

De voorzitter:
"Hoe kijkt de heer Clemminck aan tegen die kwetsbaarheid?"

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Hoe kijkt de heer Clemminck aan tegen die kwetsbaarheid? Dank u wel.

De heer Clemminck (JA21):
Ik heb liever — dat is natuurlijk het principiële punt; ik zal het niet helemaal herhalen, voorzitter — dat de democratisch gekozen volksvertegenwoordiger hierbij uiteindelijk de lead pakt. Laten we er eerlijk over zijn: die kwetsbaarheid zit zowel in het voorstel van de minister als in de manier waarop ik mijn amendement heb ingevuld. De collega heeft daar ook gewoon ervaring mee. Tegelijkertijd heeft de volksvertegenwoordiging bij kroonbenoemingen volgens mij al keer op keer bewezen dat zij daarmee verantwoordelijk om kan gaan, ook met geheimhouding en privacy. Waarom zouden zij die verantwoordelijkheid die wij hun voor de kroonbenoemingen geven, een behoorlijk zware verantwoordelijkheid die zij uitstekend uitvoeren, dan in dit geval niet kunnen nemen?

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Fijn om te horen dat de heer Clemminck aangeeft dat de kroonbenoeming goed en democratisch verloopt. Dat is fijn om te horen, maar ik zit nog wel met het volgende. Die kroonbenoeming vindt u democratisch. Dat kan de raad. De verantwoordelijkheid voor de integriteit ligt echter bij de burgemeester. Nu haalt u de rollen, het politiek debat en hoeder van de integriteit, door elkaar. Hoe kijkt u daartegen aan gelet op wat u net heeft gezegd? Nee, wat "de heer Clemminck" net heeft gezegd! Net op tijd.

De heer Clemminck (JA21):
Dit laat, denk ik, zien waarom het CDA niet zo voor een democratisch gekozen burgemeester is. Deze procedure bij de kroonbenoeming is namelijk helemaal niet democratisch — dat zei ik zeker niet — maar die is wel zorgvuldig door de raad gevolgd. Die is niet democratisch, want dan hadden we de inwoners van Nederland gevraagd om te kiezen. Dan komen ze overigens vaak bij andere burgemeesters uit dan de burgemeesters die er nu zitten. Zij doen dat echter op een zorgvuldige manier. Ze gaan zorgvuldig om met de geheimhoudingsplicht en zij gaan zorgvuldig om met eventuele privacyonderdelen. Dat bedoelde ik. Het is zeker niet democratisch, maar zij bewijzen keer op keer dat ze dat heel goed kunnen.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Volgens mij heb ik nog geen antwoord op de vraag gekregen over de scheiding tussen de rollen: de integriteit, die echt bij de burgemeester ligt, en het politieke debat. Over de eindverantwoordelijkheid, wat collega Mohandis ook aangaf, heb ik dus eigenlijk nog geen goed antwoord van de heer Clemminck gehoord.

De heer Clemminck (JA21):
Excuus; dat klopt. Ik was het tweede deel van de vraag vergeten. Het is ook een beetje een herhaling. Ik heb hier aangegeven, zowel in mijn tekst als in het interruptiedebatje met de heer Mohandis, dat deze risicoanalyse in mijn ogen onderdeel is van het formatie- en benoemingsproces. Ik heb ook een aantal citaten uit de memorie van toelichting van de minister gegeven. Het is geen onderdeel van de reguliere taak, die de burgemeester inderdaad heeft als het gaat om het bevorderen van de integriteit van het bestuur. Zie artikel 130 van de Gemeentewet. Het is onderdeel van het benoemings- en formatieproces. Bij het benoemings- en formatieproces zijn de onderhandelaars vanuit de gemeenteraad in de lead. Omdat het binnen dit proces plaatsvindt, is het dus logisch om dat bij de gemeenteraad neer te leggen.

De voorzitter:
U vervolgt.

De heer Clemminck (JA21):
Ik was bij het einde gekomen.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik in eerste termijn het woord aan mevrouw Schilder van Groep Markuszower.

Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):
Voorzitter, dank u wel. Het vertrouwen in de overheid is laag. Een open en eerlijke overheid is cruciaal om het vertrouwen te herwinnen. Het staat voor DNA dan ook buiten kijf dat bestuurders integer moeten zijn. Belangenverstrengeling, vriendjespolitiek en zelfverrijking horen allemaal niet thuis in het openbaar bestuur. Met een risicoanalyse voor het benoemen van bestuurders is op zich dan ook helemaal niks mis, maar de risicoanalyse die we vandaag in een wet willen gieten, is helemaal niet nieuw; die analyses vinden al jaren plaats. Uit onderzoek waar het kabinet zelf naar verwijst, blijkt zelfs dat 96% van de ondervraagde gemeentes al gebruikmaakt van een risicoanalyse. We bespreken vandaag dus niet de invoering van een nieuw instrument. We bespreken de keuze van het kabinet om een bestaande praktijk wettelijk vast te leggen en verder te reguleren.

Voorzitter. Daar hebben wij moeite mee. Het kabinet zegt dat gemeentes hun risicoanalyses nu op verschillende manieren uitvoeren. Ze gebruiken verschillende toetsingskaders, verschillende bronnen, schakelen verschillende uitvoerders in en gaan ook niet altijd hetzelfde om met de uitkomsten. Maar verschillen zijn nog geen misstanden. We hebben het kabinet daarom in de schriftelijke behandeling gevraagd of die verschillen daadwerkelijk hebben geleid tot integriteitsrisico's. Het kabinet kon ons niet vertellen of dat het geval is. Dat is nogal wezenlijk. We hebben een instrument dat vrijwel overal al wordt gebruikt, weliswaar niet op dezelfde manier, maar het is dus niet aan te tonen dat deze verschillen tot concrete integriteitsproblemen hebben geleid. Toch is de conclusie: wettelijk verplicht. Waarom? Waarom moet Den Haag iets wat gemeentes zelf al vrijwel overal doen, alsnog landelijk vastleggen in wetgeving?

Dat riekt naar een bekende Haagse reflex: zodra ergens de kleinste verschillen bestaan, moeten er regels komen; alles moet worden vastgelegd, geharmoniseerd en geprotocolleerd. Begrijp mij goed, wij zijn niet tegen het instrument zelf. Wij vinden het zelfs heel verstandig om voor de benoeming van een wethouder te kijken naar nevenfuncties, financiële belangen of mogelijke belangenverstrengeling. Maar dat gebeurt dus al. Daarom vraag ik de minister heel concreet: welk probleem lost deze wet op dat niet binnen de bestaande praktijk kan worden opgelost? Kan de minister concrete situaties noemen waarin het ontbreken van deze wettelijke verplichting daadwerkelijk tot problemen heeft geleid? Waarom zou juist deze wet die problemen hebben voorkomen? Ik ben zeer benieuwd naar de reactie van de minister, want op dit moment ben ik nog niet overtuigd van de noodzaak van deze wet.

Voorzitter. Als het kabinet deze bestaande praktijk dan toch wettelijk wil regelen en er een Kamermeerderheid voor is, dan moet het kabinet dat wat ons betreft ook goed doen. Dan komen we bij de rol van de burgemeester. Het kabinet geeft de burgemeester in dit wetsvoorstel uitdrukkelijk de wettelijke taak om toe te zien op de uitvoering van de risicoanalyse, maar tegelijkertijd laat het kabinet de mogelijkheid open dat de burgemeester zelf betrokken is bij de uitvoering hiervan. Dat heeft dus als gevolg dat iemand toezicht kan houden op het onderzoek dat hij zelf uitvoert. Als dit wetsvoorstel mede als doel heeft om de integriteit en het vertrouwen in de overheid te vergroten, dan is dit niet heel zuiver. Ook de Raad van State heeft hier nadrukkelijk voor gewaarschuwd. De Afdeling stelt dat de burgemeester in een kwetsbare positie kan komen wanneer hij zowel de risicoanalyse uitvoert als toezicht houdt op de uitvoering daarvan. Daarom adviseerde de Raad van State om toezicht en uitvoering van elkaar te scheiden.

Voorzitter. Het komt niet vaak voor, maar dit advies van de Raad van State lijkt ons logisch. Je kunt niet zeggen dat wettelijke regels nodig zijn om zorgvuldigheid en rechtszekerheid te garanderen, en vervolgens zo'n dubbelrol in diezelfde wet laten bestaan. Daarom dien ik vandaag een amendement in. Ons amendement regelt iets heel eenvoudigs: de burgemeester kan blijven toezien op de uitvoering van de risicoanalyse, maar mag de risicoanalyse waarop hij dat toezicht heeft, niet zelf uitvoeren. Hetzelfde uitgangspunt geldt voor de andere bestuurslagen waarop deze wet betrekking heeft. We schrijven daarbij niet bewust voor wie die analyse dan wel moet uitvoeren, want dat kunnen decentrale overheden prima zelf organiseren. We trekken alleen één heldere grens: wie toezicht houdt, voert niet zelf uit. Ik wil de minister vragen waarom hij het advies van de Raad van State op dit punt niet heeft gevolgd. Wat is erop tegen om toezicht en uitvoering gewoon helder van elkaar te scheiden?

Voorzitter, ik rond af. Wij zijn vóór integere bestuurders en we zijn niet tegen risicoanalyses. Maar als iets al bestaat, en het werkt, dan willen we wel weten wat de noodzaak is van een landelijke wettelijke verplichting. Alleen een verschil in uitvoering is hierbij niet voldoende. Mocht die wettelijke verplichting er dan toch komen, dan in ieder geval integer en zorgvuldig, met een heldere scheiding van verantwoordelijkheden. Ik hoop dan ook van harte op steun voor ons amendement.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan meneer Bosma namens de PVV in de eerste termijn. Gaat uw gang.

De heer Martin Bosma (PVV):
Voorzitter. Dit is een goedbedoeld doch dramatisch wetsvoorstel. Ik ben het met de Wethoudersvereniging eens als die zegt dat de primaire verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige kandidaatstelling dient te liggen bij de betreffende politieke partij die een kandidaat wil voordragen, samen met de betreffende kandidaat. Dit wetsvoorstel is in zekere zin dramatisch, omdat de rol van de burgemeester zo wordt vastgelegd. De burgemeester in Nederland is ongekozen; niemand heeft op een burgemeester gestemd. Het is een benoeming van de Kroon. Daarentegen komen de wethouders in het college van B en W voort uit de gemeenteraad, die wel een democratische legitimiteit kent. Nu krijgt die burgemeester een extra machtsmiddel; er is sprake van selectie aan de poort. Ik begrijp ook wel dat de raad het laatste woord heeft. Ik snap het allemaal wel. Toch heeft de burgemeester, misschien niet volgens de regels van de wet, maar in de praktijk wel, veel meer te zeggen. Die burgemeester wordt een soort keizer Nero die de duim omhoog of omlaag doet en zegt: "Jij bent integer." of "Jij bent het niet."

Ik weet ook wel dat de raad daar vervolgens een andere mening over kan hebben, maar je zult maar dat stempel op je voorhoofd krijgen door een burgemeester die tegen je zegt: alles leuk en aardig, en je bent misschien een gekwalificeerde wethouder, maar je bent niet integer. Dat is nogal wat om te zeggen. Waar baseert die burgemeester zich dan op, of dat consultancybureautje dat dan wordt ingevlogen en dat heel objectief te werk schijnt te gaan? Houd op. Er staat iets op de sociale media: o, dat is nogal wat. Die burgemeester of zijn consultancybureautje gaat dus kijken wat iemand op TikTok of Twitter heeft gezegd. Dat wordt nogal wat. De burgemeester gaat ook contact leggen met BKR. Je oude schulden worden je dus ook nog eens even voor de voeten geworpen.

Er klappert hier een deur. Ik dacht: na Overasselt moet je toch een beetje opletten wat voor machinegeluiden je hoort.

Krijg je een cijfer voor je integriteit? Hoe moet dat werken? Dat wordt allemaal gestandaardiseerd. Hoe integer ben je als je 35 jaar geleden iets gedaan hebt dat niet door de beugel kon, maar ja, vergevingsgezindheid is een van de kernwaarden van onze christelijke beschaving? Dan zegt de minister: geen nood, want die burgemeester kan ook een extern bureau inschakelen. O, ja, dan komt alles goed. We hebben dus een extern bureau met consultants, met allemaal flapteksten en mooie computerschema's, en die gaan dan de duimen omhoog of omlaag doen. Dat wordt natuurlijk een wildgroei aan consultancybureautjes, die allemaal zeggen: dat kunnen we goed doen allemaal. Nou, we hebben in het hele MeTooverhaal gezien dat die bureautjes het ook niet allemaal bij het rechte eind hebben en dat die mensen soms beschuldigen van dingen die op z'n minst onduidelijk zijn. We hebben allerlei affaires gezien van mensen die in organisaties verweten werd een schrikbewind te voeren. Vervolgens werden die daar afgezet. Vervolgens ging zo'n persoon naar de rechter en werd die door de rechter in het gelijk gesteld. Googel even: Fotomuseum. Dat gaat die burgemeester zich dus allemaal op de hals halen.

Wordt zo'n oordeel, waar nog steeds de handtekening van de burgemeester onder staat, openbaar gemaakt? Het is nogal wat als je te horen krijgt dat je niet integer bent. Je wordt benoemd tot wethouder. Je bestelt de bloemen, maakt je klaar voor de beëdiging en haalt je moeder uit het bejaardentehuis. Je moeder zegt: nou, je was een heel vervelende puber, maar het is toch nog goed met je gekomen, want je bent nu maar mooi wethouder geworden. Vervolgens krijg je van de burgemeester te horen: je bent niet integer. Nou, ik zou het wel weten: ik zou ervoor zorgen dat die burgemeester dan een gruwelijk proces aan zijn broek krijgt. Hoe denkt de minister daarover? Want het is nogal wat: de burgemeester zegt dat je niet integer bent en komt met een hele waslijst aan dingen die je misschien verkeerd hebt gedaan. Het is nogal wat dat je een burgemeester in zo'n positie plaatst. Die burgemeester wordt dus gewoon de hoeder van goed of kwaad.

En dit is niet volgens de regels, maar kan in de praktijk wel gebeuren: wat nou als die beoogde wethouder door de analyse komt en het stempeltje "hij of zij is integer" krijgt en er na een jaar of wat later blijkt dat er toch iets gebeurd is in het verleden wat die burgemeester niet kon weten, en dat consultancybureautje ook niet? Of stel dat die wethouder na zijn beëdiging toch iets is gaan doen wat niet integer is. Dat straalt dan af op de burgemeester, want dan wordt er toch gezegd: hé vriend, je had toch gezegd dat hij integer is en nu doet hij dingen die niet door de beugel kunnen. Dus die burgemeester wordt in een onmogelijke positie gesteld. Dat is nogal wat. Dat ondergraaft de positie van de burgemeester.

Voorzitter. Dan lezen we iets over effecten. Er wordt ook in de wet gezet dat een wethouder geen effecten heeft die een negatieve relatie kunnen hebben tot diens functioneren. Dat vind ik interessant. Om wat voor effecten gaat dat dan? Je zult maar een GroenLinksburgemeester hebben die zegt: het is toch wel problematisch, want ik zie hier dat je aandelen Shell hebt; dat kan helemaal niet. Dat is dan een minpuntje op je integriteit. Of mag je bijvoorbeeld aandelen in de wapenindustrie hebben? Voor heel veel linkse mensen zijn de Verenigde Staten nu een soort evil empire geworden. Stel dat je veel aandelen hebt in de Verenigde Staten of in het bedrijf van meneer Musk. Stel dat je aandelen hebt in KLM. De linkse mensen hadden de afgelopen jaren vliegschaamte. Daar zijn ze inmiddels overheen gegroeid, maar het kan je zomaar voor de voeten geworpen worden dat je aandelen KLM hebt gehad.

Voorzitter. Het klinkt allemaal leuk en heel stoer, maar de burgemeester wordt in een onmogelijk positie gebracht. Ik weet niet of de ongekozen burgemeester daarvoor gemaakt is, des te meer omdat die burgemeester daarmee ook politiek kan bedrijven. Dan kunnen we allemaal zeggen dat de burgemeester daar niet voor is, dat die dat neutraal moet doen en dat die dat ontvangt van een consultancybureautje, maar een burgemeester is ook een politiek wezen met een politieke achtergrond.

Voorzitter. Waar komen die burgemeesters vandaan? Dat is een hele goede vraag. Op het ogenblik stemt een derde van de Nederlandse bevolking op een partij rechts van de VVD. Dat zijn de mensen in die twee taartpunten, aan de rechterzijde van de zaal. Maar die twee taartpunten hebben dus nul burgemeesters. Nou ja, dat is niet helemaal waar. Er is een tijdelijke BBB-burgemeester. Dat burgemeesterskorps is dus een zeer slechte afspiegeling van de Nederlandse bevolking. 26% van de burgemeesters is een CDA'er. Slechts 11% stemt op het CDA, en dan doen ze het nog relatief goed. Stel dat er wel een burgemeester uit die twee taartpunten komt, uit die 50 à 60 zetels. Gaat die burgemeester dat dan allemaal objectief doen? Ik weet het niet. Heel veel burgemeesters zijn zeer politiek bezig. Kijk naar de burgemeesters van Amsterdam en Utrecht. Die doen zeer politieke uitspraken. En dan komt er een PVV-wethouder. Gaat die burgemeester, die eerst heeft gezegd dat PVV'ers extreemrechts en populisten zijn en die behoort tot een politieke partij die suggereert dat ze fascisten zijn, dat nou echt doen? Nou, dat lijkt me een mooie kans om zo'n PVV-wethouder te slopen. Dat krijg je als je geen gekozen burgemeester hebt in Nederland. Dan roep je dat soort vragen op.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Bosma. Tot slot in de eerste termijn is het woord aan meneer Meulenkamp namens de VVD.

De heer Mohandis (PRO):
Misschien moet dit in de tweede termijn, maar ik wil een amendement intrekken, omdat er zojuist een nieuw amendement is rondgestuurd. Of doen we dat later, voorzitter?

De voorzitter:
Het is een vervangend amendement, neem ik aan.

De heer Mohandis (PRO):
Dus daarmee vervalt ie?

De voorzitter:
Ja.

De heer Mohandis (PRO):
Oké, check. Dan vervalt bij dezen het amendement-Mohandis op stuk nr. 11.

De voorzitter:
Dat doet de onvolprezen Griffie automatisch ter vervanging.

De heer Mohandis (PRO):
Fantastisch.

De voorzitter:
Het woord is aan meneer Meulenkamp.

De heer Meulenkamp (VVD):
Dank u wel, voorzitter. De VVD is positief over dit wetsvoorstel. Integriteit van bestuurders is cruciaal voor het vertrouwen dat mensen in onze overheid hebben. Het is daarom goed dat er meer eenheid en duidelijkheid komt in de manier waarop risicoanalyses worden uitgevoerd. Dat is niet alleen belangrijk voor het vertrouwen in het bestuur, maar ook voor de rechtszekerheid van de kandidaat-bestuurder zelf. De VVD heeft nog een aantal vragen aan de minister.

Allereerst over de rol van de burgemeester; daar is het al een aantal keer over gegaan. De burgemeester houdt toezicht op de risicoanalyse, maar is ook betrokken bij de uitvoering daarvan. Het is niet uitgesloten dat de burgemeester de feitelijke uitvoering zelf doet. Wij vragen ons af — die vraag is al eerder gesteld — of het niet beter is om die rollen duidelijker van elkaar te scheiden. Waarom is er niet voor gekozen om wettelijk vast te leggen dat de burgemeester niet zelf verantwoordelijk kan zijn voor de feitelijke uitvoering van de analyse?

Daarnaast heb ik een vraag over de aanvullende lokale integriteitsnormen.

De voorzitter:
Maar niet voordat meneer Bosma nog een interruptie plaatst. Gaat uw gang.

De heer Martin Bosma (PVV):
De burgemeester zou dat niet zelf moeten doen, bepleit de VVD. Begrijp ik daaruit dat de VVD enorm veel vertrouwen heeft in die consultancybureautjes? Die moeten het dan gaan doen. Er worden dan dus onderzoeksbureaus ingehuurd en die gaan dan duimen omhoog of omlaag doen. Heeft de VVD daar wel vertrouwen in?

De heer Meulenkamp (VVD):
Uiteindelijk is het aan gemeenten zelf om te kiezen wie dan de risicoanalyse gaat doen. Ik weet vanuit mijn eigen ervaring als wethouder dat de gemeente gewoon een ambtenaar aanwees die die analyse deed; de burgemeester zag daarop toe. Het is dus aan de gemeenten zelf om te kijken of ze het in huis laten uitvoeren of dat ze een consultancybureau inschakelen. Die vrijheid ligt bij de gemeenten.

De heer Martin Bosma (PVV):
Rondom MeToo hebben we gezien dat een aantal van die consultancybureautjes de plank enorm hebben misgeslagen. Ze zeiden: hij heeft wel aan iemand gezeten en heeft zes relaties tegelijkertijd gehad. Dat bleek soms niet te kloppen. Je wordt wel voor de leeuwen gegooid. Dan kun je als gemeente een beetje je handen in onschuld wassen en zeggen: het was het consultancybureautje. Gelooft de VVD erin dat die consultancybureautjes als het ware wel de waarheid in pacht hebben? Er wordt namelijk nogal een verantwoordelijkheid bij hen geparkeerd.

De heer Meulenkamp (VVD):
Wie heeft de waarheid in pacht? Dat is natuurlijk altijd een vraag. Voor mij ligt de verantwoordelijkheid om erop toe te zien dat de risicoanalyse goed wordt uitgevoerd bij de burgemeester. Het is de verantwoordelijkheid van de burgemeester; daarom wordt die daar ook neergelegd. Maar wij vragen ons wel af: moet de burgemeester feitelijk ook zelf die analyse uitvoeren, of kunnen we dat scheiden? Die vraag leg ik dus neer bij de minister.

De voorzitter:
U vervolgt.

De heer Meulenkamp (VVD):
Dan nog een vraag over de aanvullende lokale integriteitsnormen. Waarom is ervoor gekozen om gemeenten de ruimte te geven om eigen aanvullende normen te hanteren? De VVD vraagt zich af of duidelijke en uniforme normen niet beter waren geweest, zodat er geen verschillen ontstaan tussen de verschillende gemeenten. Zou het niet wenselijker zijn om hierin één landelijke lijn te hanteren? Die vraag zou ik ook graag beantwoord willen zien door de minister.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors tot 11.40 uur. Ik denk dat we daarna de hele eerste termijn van het kabinet afronden. De lunchschorsing zal dan, denk ik, voor de tweede termijn van de Kamer plaatsvinden.

De vergadering wordt van 11.15 uur tot 11.40 uur geschorst.