Plenair verslag
Tweede Kamer, 90e vergadering
Donderdag 2 juli 2026
-
Begin10:15 uur
-
Sluiting22:17 uur
-
StatusOngecorrigeerd
Opening
Voorzitter: Van Campen
Aanwezig zijn 149 leden der Kamer, te weten:
El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Biekman, Bikker, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bolhuis, Bontenbal, Boomsma, Boon, Martin Bosma, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dassen, Dekker, Tony van Dijck, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Ergin, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Grinwis, Van Groningen, Peter de Groot, Hamstra, Heutink, Den Hollander, Hoogeveen, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Chris Jansen, Jumelet, Kathmann, Keijzer, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, Kops, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Lammers, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maeijer, Maes, Markuszower, Martens-America, Mathlouti, Van Meetelen, Van Meijeren, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Müller, Mutluer, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Van der Plas, Podt, Poortman, Prickaertz, Raijer, Rooderkerk, De Roon, Russcher, Schenk, Schilder, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stoffer, Stöteler, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vermeer, Vervuurt, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, De Vos, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan en Zwinkels,
en de heer Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken, mevrouw Boekholt-O'Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de heer Boswijk, staatssecretaris van Defensie, de heer Eerenberg, staatssecretaris van Financiën, de heer Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mevrouw Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de heer Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat, de heer Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, mevrouw Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, mevrouw Tielen, staatssecretaris Onderwijs en Emancipatie, en de heer Van Weel, minister van Justitie en Veiligheid.
De voorzitter:
Ik open de vergadering van donderdag 2 juli 2026.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.
Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
Hamerstukken
Hamerstuk
Aan de orde is de behandeling van:
- het wetsvoorstel Wijziging van de Plantgezondheidswet in verband met het opnemen van regels over een spoedige bekendmaking en inwerkingtreding van beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten (36901).
Dit wetsvoorstel wordt zonder beraadslaging en, na goedkeuring van de onderdelen, zonder stemming aangenomen.
Verhoging bedrag voor Nationaal Onderwijsmuseum
Verhoging bedrag voor Nationaal Onderwijsmuseum
Aan de orde is het tweeminutendebat Uitvoering amendement-Stoffer/Rooderkerk over het verhogen van het bedrag voor het Nationaal Onderwijsmuseum (36800-VIII, nr. 172).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Er zijn vijf sprekers aan de zijde van de Kamer. Als eerste geef ik het woord aan de heer Stoffer. Het is u vast niet ontgaan dat dit de laatste vergaderdag is voor het reces en ik wijs de leden erop dat een tweeminutendebat een tweeminutendebat is en geen drieminutendebat. Moties moeten dus binnen de twee minuten worden ingediend. De laatste zin afmaken mag, maar als het te lang duurt, moet u de motie een volgende keer, bij een andere gelegenheid, indienen. Het woord is aan de heer Stoffer.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Ik zal u een beetje helpen de toon te zetten vandaag. Ik denk dat ik het binnen een minuut kan.
De voorzitter:
Top!
De heer Stoffer (SGP):
Eén motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het aangenomen amendement-Stoffer/Rooderkerk (36800-VIII, nr. 77) een structurele rijkssubsidie beoogt voor het Nationaal Onderwijsmuseum;
overwegende dat volgens artikel 2.3 van de Comptabiliteitswet 2016 als structureel beoogde wijzigingen van een begrotingsstaat tevens in de begrotingsstaten van de daaropvolgende jaren worden opgenomen, tenzij een zwaarwegende reden zich hiertegen verzet;
constaterende dat het kabinet geen zwaarwegende reden, maar beleidsvoorkeuren aanvoert om geen subsidie meer te willen verlenen en daarmee inbreuk maakt op het budgetrecht van de Kamer;
verzoekt de regering met het oog op de continuïteit van het Nationaal Onderwijsmuseum binnen twee weken aan het museum en de Kamer de door de Kamer vastgestelde structurele subsidie te bevestigen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer en Mohandis.
Zij krijgt nr. 178 (36800-VIII).
De heer Stoffer (SGP):
Als we het zo doen, voorzitter, zijn we voor 18.00 uur vanavond klaar.
De voorzitter:
Eenieder kan een voorbeeld aan u nemen. U heeft één vervolgvraag van de heer Kisteman. Heel kort, meneer Kisteman.
De heer Kisteman (VVD):
Uiteraard, voorzitter. We waarderen de inzet van de SGP voor het open kunnen blijven van het Onderwijsmuseum. Heel veel ondernemers willen net als het Onderwijsmuseum graag op zondag open zijn. Kunnen wij die inzet van de SGP dan ook op dat punt verwachten?
De heer Stoffer (SGP):
Ik denk dat het verstandig is om dit na het reces een keer uit te debatteren en om het debat hierover niet vandaag verder te voeren.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Mohandis namens PRO. Gaat uw gang.
De heer Mohandis (PRO):
Voorzitter, dank u wel. Ik neem de staatssecretaris via u, voorzitter, even terug naar het laatste commissiedebat Erfgoed dat ik heb gehad met de minister van Onderwijs. Daar legde ik haar de vraag voor hoe zij kijkt naar de toekomst van het Onderwijsmuseum. Zij gaf aan dat zij met onderwijspartijen serieus hiernaar wil kijken, omdat het museum een belangrijke functie heeft. Er moet veel gebeuren in het Onderwijsmuseum, maar het waren hele enthousiaste en warme woorden. Ik ben dus benieuwd hoe de staatssecretaris hiernaar kijkt. Mijn hele concrete vraag is welke gesprekken er tot nu toe zijn geweest, welke opties op tafel liggen, of er ook in het reces of in september nog gesprekken gaan plaatsvinden en of het kabinet echt bereid is om die structurele oplossing te vinden. Ik vind het ook goed als dat samen met het onderwijsveld gebeurt, maar er moet toch gewoon een oplossing mogelijk zijn? Dit is een minderheidskabinet, en een minderheidskabinet moet uiteindelijk net een extra inspanning doen om meerderheden te krijgen. Ik ben dus heel benieuwd of deze staatssecretaris net zo enthousiast is over het Onderwijsmuseum als de minister en wat zij concreet gaat doen om gewoon een Kamerwens uit te voeren.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Kisteman.
De heer Kisteman (VVD):
Voorzitter. Heel kort een vraag aan de staatssecretaris. In 2016 was het aantal bezoekers 29.000. Het resultaat was €67.000. In 2025 was het aantal bezoekers 31.000. Het resultaat was een verlies van €175.000. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of er niet iets anders nodig is dan een financiële subsidie.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot is het woord aan mevrouw Rooderkerk namens D66. Keurig, meneer Kisteman! Ook aan u kan eenieder een voorbeeld nemen. Gaat uw gang, mevrouw Rooderkerk.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Dank, voorzitter. Ik ga mijn best doen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Nationaal Onderwijsmuseum in Dordrecht al langere tijd onzekerheid kent over zijn voortbestaan;
constaterende dat de Kamer eerder via een amendement en een motie heeft uitgesproken dat het museum behouden moet blijven;
overwegende dat het museum met ruim 325.000 objecten de grootste collectie onderwijserfgoed van Nederland beheert en deze kennis bij een sluiting verloren zou gaan;
overwegende dat een duurzame toekomst voor het museum gebaat is bij een bredere verankering in de onderwijssector zelf om de geschiedenis van het onderwijs voor de toekomst te behouden;
verzoekt de regering samen met de PO-Raad en de VO-raad aan de slag te gaan met een governancestructuur waarin het museum vanuit de sector kan worden voortgezet en de Kamer voor Prinsjesdag hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Rooderkerk, Stoffer en Mohandis.
Zij krijgt nr. 179 (36800-VIII).
Dank u wel. Ik schors een enkel ogenblik. Of kan de staatssecretaris meteen door met de beantwoording? Kan dat? Ik schors kort.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de staatssecretaris.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Tielen:
Dank u wel, voorzitter. Het Onderwijsmuseum heeft in mei '25 te horen gekregen dat de subsidie stopt, maar uw Kamer heeft er via een amendement bij de begroting extra geld voor geregeld, in ieder geval voor 2026. Ik heb er een aantal vragen over gekregen en ik apprecieer twee moties.
De eerste vraag was van de heer Kisteman namens de VVD. Hij heeft het over in de cijfers duiken. Ik denk dat hij nog meer cijfers zou kunnen geven. De bezoekersaantallen lopen terug en er is toch sprake van grotere verliezen van het museum. Hij vraagt wat er dan nodig is. Een gezonde bedrijfsvoering is natuurlijk een belangrijk element als je een organisatie in de lucht wilt houden. Dat betekent dat je inkomsten hoger zijn dan de uitgaven. Daarom is dit jaar de subsidie, mede met dank aan het amendement van de Kamer, een stuk hoger dan de jaren ervoor. De afgelopen jaren hebben we ook telkens bijgestort, zeg ik maar eventjes wat populair, omdat de initiële subsidie niet genoeg was. Het gaat dus om een gezonde bedrijfsvoering. Er moet ook zicht op de collectie zijn. Een van de kerntaken van een museum is zorgen dat je zicht hebt op de collectie die het museum beheert. Dat is er helaas ook nog niet. Ik denk dat die twee dingen belangrijk zijn: een gezonde bedrijfsvoering en zicht op de collectie. We hebben het museum laten weten dat er eventueel extra middelen zijn om het voor elkaar te krijgen dat die collectie in kaart wordt gebracht, ondanks dat het een kerntaak is van een museum. Maar dat aanbod staat nog steeds.
Meneer Mohandis had een vraag, mede naar aanleiding van het debat Erfgoed. Daar was ik zelf niet, maar ik heb er uiteraard wel een blik op geworpen en ik heb het er met de minister over gehad. We proberen alles zo veel mogelijk, zeker waar nodig, ook samen te doen. Ik denk dat het Onderwijsmuseum een heel mooi principe is, omdat het ook een teken is voor de sector. Onderwijs is een van de belangrijkste dingen in ons land. Iedereen, ook hier in de zaal, heeft uitgebreid onderwijs genoten. Door de jaren heen zijn er natuurlijk heel interessante ontwikkelingen te zien in wat onderwijs wel en niet kan betekenen voor mensen en voor onze samenleving. Dus in principe is het Onderwijsmuseum een mooi — hoe moet je dat zeggen? — symbool, een mooie totempaal voor de hele sector. Daarom vind ik het ook belangrijk om daar met de sector over te spreken. Er is in de afgelopen maanden al een gesprek geweest over dit onderwerp. Overigens hebben we heel veel gesprekken met de sector, dus ook hierover. Er zijn ook gesprekken met het veld. Er is ook echt welwillendheid. Daarbij zijn een aantal vragen, vragen die de heer Kisteman ook stelde, aan de orde. Hoe zorgen we dan voor een gezonde bedrijfsvoering? Hoe zorgen we dat de collectie in kaart wordt gebracht? Wie neemt daar dan de verantwoordelijkheid voor?
De voorzitter:
U komt bij de moties.
Staatssecretaris Tielen:
Ook in september heb ik daar nog gesprekken over. Dat is een lopend pad.
De motie van meneer Stoffer, op stuk nr. 178, bevat zware woorden in de overwegingen en de constatering. Dat kan. In het amendement waar de heer Stoffer naar verwijst, zijn alleen de aanvullende middelen, €350.000, opgenomen voor dit jaar. Daar is ook dekking voor. Voor voortzetting vanaf 2027 is veel meer nodig dan die €350.000, namelijk ruim €950.000, richting 1 miljoen. Dus daar gaat het amendement eigenlijk niet over. Er is ook geen dekking voor de jaren na '27. Maar goed, zoals ik al zei: we kunnen in gesprek om te kijken wat er mogelijk is om met de sector samen te kijken hoe de toekomst van het museum eruitziet. Maar ik heb nu geen middelen en ook niet de opdracht om dat goed te regelen.
De voorzitter:
Daar hoort de volgende appreciatie bij?
Staatssecretaris Tielen:
Ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 178 wordt ontraden. De motie op stuk nr. 179.
Staatssecretaris Tielen:
De motie van mevrouw Rooderkerk gaat over die gesprekken, tenminste, zo interpreteer ik haar. Dat is misschien wel ondersteuning van de manier waarop we er nu mee bezig zijn, ook naar aanleiding van de woorden van de minister in het debat Erfgoed. Daar gaan we mee verder, volgens mij op een constructieve wijze. We kijken hoe we er duurzame afspraken over kunnen maken. Dus die motie kan ik oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Eén vervolgvraag.
Mevrouw Armut (CDA):
Ik hoor "oordeel Kamer". Begrijp ik het goed dat de staatssecretaris daarmee een voorschot neemt op structurele financiering?
Staatssecretaris Tielen:
O nee, zeker niet. Volgens mij staat dat ook niet in de motie, of ik heb 'm niet goed gelezen. Uiteindelijk gaan we kijken naar wat een toekomst van het museum zou kunnen zijn, welke partijen daarin welke verantwoordelijkheid dragen en hoe we ervoor kunnen zorgen dat we een duurzaam antwoord kunnen geven op de vragen die meneer Kisteman stelde. Over wat dat vervolgens betekent, ook voor de begroting van OCW, staat niks in de motie. Daar neem ik ook zeker geen voorschot op.
De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor haar aanwezigheid in het parlement.
Staatssecretaris Tielen:
We lopen nu al voor op schema, voorzitter. Ik mag hopen dat u dat …
De voorzitter:
Zeker weten! Maar uw collega staat al achter u.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Klokslag 10.30 uur begint het volgende debat. Ik schors tot 10.30 uur.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Fiscaliteit
Fiscaliteit
Aan de orde is het tweeminutendebat Fiscaliteit (CD d.d. 24/06).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Fiscaliteit. Ik wijs de leden erop dat het een tweeminutendebat betreft en niet een drieminutendebat. Moties moeten dus binnen de spreektijd worden ingediend. Een enkele zin mag daarna nog worden uitgesproken, maar alles langer dan dat, zal vandaag niet in stemming worden gebracht.
Ik geef het woord aan de heer Stultiens namens PRO. Gaat uw gang.
De heer Stultiens (PRO):
Voorzitter. Ik heb een aantal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat sommige begrotingswetten voor 2026 pas zeer recent zijn aangenomen;
van mening dat beide Kamers zich over de belastingwetten en begrotingswetten moeten kunnen uitspreken voordat het betreffende begrotingsjaar begint;
verzoekt de regering er alles aan te doen om voor 1 januari 2027 de belastingwetten en begrotingswetten van begrotingsjaar 2027 in beide Kamers behandeld te hebben,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stultiens, Vermeer en Stoffer.
Zij krijgt nr. 316 (32140).
De heer Stultiens (PRO):
Motie twee gaat over boxhoppen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat nieuwe wet- en regelgeving (nationaal en Europees) ertoe kan leiden dat zeer vermogende individuen gaan "boxhoppen" om belasting te ontwijken;
van mening dat het onwenselijk is wanneer kleine spaarders en beleggers de dupe worden van belastingontwijking door de rijkste 1%;
verzoekt de regering opties in kaart te brengen voor hoe "boxhoppen" effectief kan worden tegengegaan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stultiens.
Zij krijgt nr. 317 (32140).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet en de coalitie hebben afgesproken dat eventuele meevallers in de realisaties ten opzichte van de ramingen niet kunnen worden ingezet voor beleidswijzigingen;
verzoekt de regering vast te houden aan deze afspraak en eventuele meevallers bij de hersteloperatie van box 3 dus niet in te zetten voor nieuwe belastingkortingen bij vermogenden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stultiens.
Zij krijgt nr. 318 (32140).
De heer Stultiens (PRO):
En de laatste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet van plan is de samenvoegbepaling in de arbeidskorting aan te passen waardoor een grote groep gedeeltelijk arbeidsongeschikten die werken naast hun uitkering, er flink op achteruitgaat;
verzoekt de regering de parlementaire behandeling eerst volledig af te ronden voordat over wordt gegaan tot publicatie van deze nieuwe regeling,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stultiens en Patijn.
Zij krijgt nr. 319 (32140).
Dank u wel, meneer Stultiens.
De heer Stultiens (PRO):
Dank u wel.
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Inge van Dijk van het CDA. Gaat uw gang.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Op 28 mei hebben we, in ieder geval wat mij betreft, een heel mooi rondetafelgesprek gevoerd met vertegenwoordigers uit de fiscale praktijk en wetenschap over fiscale rechtsbescherming. De aanleiding hiervoor was onder andere de reactie uit de praktijk op de kabinetsreactie op onze motie met het verzoek om uitbreiding van een toevoeging voor rechtsbijstand naar fiscaal adviseurs die vanuit hun expertise belastingplichtigen kunnen bijstaan. Dit zou volgens het vorige kabinet niet nodig zijn: de bestaande regeling zou voldoende mogelijkheden bieden.
De conclusie van de rondetafel was echter helder: er bestaat wel degelijk een reëel tekort aan laagdrempelige rechtsbescherming voor belastingplichtigen. Dat betekent dat de toegang tot rechtsbescherming in belastingkwesties voor veel mensen feitelijk onvoldoende is. Juist daarom is het belangrijk dat nogmaals wordt onderzocht hoe fiscaal adviseurs een rol kunnen spelen binnen het stelsel van rechtsbijstand, zodat ook mensen met een kleine portemonnee goed kunnen worden bijgestaan in ingewikkelde belastingzaken. Daarom heb ik de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat er belangrijke stappen worden gezet in de verbetering van de fiscale rechtsbescherming van inwoners en ondernemers, maar dat die voor veel mensen nog onvoldoende laagdrempelig beschikbaar is;
overwegende dat juist voor mensen die in juridische procedures met de Belastingdienst of Dienst Toeslagen terecht kunnen komen, voldoende laagdrempelige gespecialiseerde fiscale rechtsbijstand beschikbaar moet zijn;
verzoekt de regering te onderzoeken wat de effecten zijn van het toevoegen van fiscaal adviseurs, mits aangesloten bij een beroepsvereniging, om het aanbod van rechtsbijstand in fiscale procedures te vergroten en verbeteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Inge van Dijk.
Zij krijgt nr. 320 (32140).
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Stoffer van de SGP. Ik hoor uw opmerking over de tijd, maar ieder debat begint de teller weer opnieuw, meneer Stoffer.
De heer Stoffer (SGP):
Je kunt het altijd proberen. Ik heb twee moties. De eerste luidt als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering voornemens is om per 2029 een bestedingsverplichting in te voeren voor voormalige anbi's, en dat ook een fiscale eindheffing en een algemene belastingplicht voor stichtingen en verenigingen worden overwogen;
constaterende dat uit het rapport Evaluatie ANBI- en SBBI-instellingen blijkt dat aan de laatste twee opties belangrijke nadelen kleven;
overwegende dat een fiscale eindheffing ertoe leidt dat geld dat bedoeld is voor het algemeen nut, en ook met het oog daarop gedoneerd is, naar de algemene middelen van het Rijk vloeit, wat zeer onwenselijk is;
verzoekt de regering in ieder geval geen fiscale eindheffing voor voormalige anbi's in te voeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer, Grinwis en Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 321 (32140).
De heer Stoffer (SGP):
Dan de tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering een suikerbelasting wil invoeren, met een beoogde opbrengst van 900 miljoen euro;
overwegende dat een vooraf ingeboekte opbrengst lastig te rijmen is met het doel van de belasting, namelijk het terugdringen van de suikerconsumptie, waardoor het risico ontstaat dat de belasting niet doeltreffend en doelmatig wordt of dat de belasting een budgettair doel krijgt;
overwegende dat de regering de komende tijd varianten voor een suikerbelasting uitwerkt;
verzoekt de regering naast de al toegezegde focus op financiële en economische effecten en grenseffecten:
- de doelmatigheid en doeltreffendheid van de verschillende varianten inzichtelijk te maken;
- de inkomens- en koopkrachteffecten voor huishoudens(groepen) in kaart te brengen;
- inzichtelijk te maken hoe een vooraf geraamde budgettaire opbrengst zich verhoudt tot het beoogde doel van vermindering van de suikerconsumptie;
- advies in te winnen bij onder meer onafhankelijke gezondheidsexperts en betrokken maatschappelijke partijen en sectorpartijen;
- de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stoffer.
Zij krijgt nr. 322 (32140).
De heer Stoffer (SGP):
Dan heb ik nog één vraag. Tijdens het debat heb ik gevraagd naar de invoering van de fiscale eindheffing en een algemene belastingplicht voor verenigingen en stichtingen. Wat de SGP betreft gaan we die allebei niet invoeren, maar mijn vraag aan de staatssecretaris is of hij kan bevestigen dat het niet de intentie is van het kabinet om een algemene belastingplicht voor verenigingen en stichtingen in te voeren.
Dat was het, voorzitter. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Hoogeveen namens JA21. Gaat uw gang.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat dealerbedrijven demonstratieauto's wisselend aan hun personeel meegeven als onderdeel van een verkoopstrategie en deze auto's daardoor onder de pseudo-eindheffing vallen;
overwegende dat deze demonstratievoertuigen primair onderdeel zijn van de handelsvoorraad en niet vergelijkbaar zijn met reguliere lease- en bedrijfsauto's;
verzoekt de regering personenauto's die tot de bedrijfsvoorraad van een erkend dealerbedrijf behoren bij woon-werkverkeer uit te zonderen van de pseudo-eindheffing,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 323 (32140).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 bij de Eerste Kamer ligt en doorgang niet zeker is;
constaterende dat dit wetsvoorstel de vermogenswinstbelasting voor onroerende zaken al volledig heeft vormgegeven en dat de Belastingdienst hiervoor grotendeels over de gegevens beschikt;
overwegende dat de bezwaren bij deze wet zich richten op de vermogensaanwasbelasting en niet op dit realisatieregime voor vastgoed;
overwegende dat dit realisatieregime zelfstandig verdedigbaar is, gedwongen verkoop van huurwoningen tegengaat en al klaarligt;
verzoekt de regering dit realisatieregime gereed te houden zodat het, mocht de Wwr geen doorgang vinden, op korte termijn als zelfstandig wetsvoorstel kan worden ingediend,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 324 (32140).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering stelt dat een hogere realisatie dan geraamd volgens de begrotingsregels alleen in het saldo valt en niet kan worden bestemd;
overwegende dat deze begrotingsregels door het kabinet zelf zijn vastgesteld, geen wettelijke grondslag hebben en de Kamer in haar budgetrecht niet binden;
overwegende dat het daarom aan de Kamer is om te bepalen of een meevaller binnen de hersteloperatie box 3 ook binnen dat domein wordt ingezet;
verzoekt de regering een hogere realisatie dan de raming binnen box 3 te reserveren voor verbetering van het box 3-stelsel,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 325 (32140).
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Oosterhuis namens D66.
De heer Oosterhuis (D66):
Dank, voorzitter. Omwille van het tempo zal ik mij beperken tot één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat over opslag van elektriciteit achter een kleinverbruikersaansluiting ten onrechte dubbele energiebelasting wordt geheven;
overwegende dat het voor het optimaal benutten van de mogelijkheden van thuisbatterijen en elektriciteitsopslag in auto's wenselijk is dat de dubbele heffing van energiebelasting wordt voorkomen;
verzoekt het kabinet verder te verkennen hoe dubbele energiebelasting bij opslag kan worden voorkomen, en de Tweede Kamer hierover voor het eind van het jaar te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Oosterhuis.
Zij krijgt nr. 326 (32140).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Vlottes van de PVV.
De heer Vlottes (PVV):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat huishoudens steeds meer moeite hebben om de boodschappen te betalen;
overwegende dat de boodschappenprijzen in Nederland torenhoog zijn;
verzoekt de regering de btw op voedingsmiddelen te schrappen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vlottes.
Zij krijgt nr. 327 (32140).
De heer Vlottes (PVV):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering de voorgenomen suikertaks niet in te voeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vlottes.
Zij krijgt nr. 328 (32140).
De heer Vlottes (PVV):
En de derde.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Wet werkelijk rendement een stelsel bevat van een vermogenswinstbelasting én een vermogensaanwasbelasting;
overwegende dat de aanpassingen omtrent de Wet werkelijk rendement het huidige stelsel van "papieren winstbelasting" in stand laten en derhalve nog geen begin van een oplossing zijn;
verzoekt de regering over te stappen op een box 3-stelsel waarbij géén papieren winst wordt belast,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vlottes.
Zij krijgt nr. 329 (32140).
De heer Vlottes (PVV):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Dekker namens Forum voor Democratie. Gaat uw gang.
De heer Dekker (FVD):
Dank u, voorzitter. De beste oplossing om de belastingdruk en de steeds knellender wordende belastingmaatregelen te verminderen en te versoepelen is natuurlijk om als overheid gewoon minder uit te geven. Dan hoeft er simpelweg minder belasting te worden geheven. Daarom vindt Forum voor Democratie dat Nederland zijn beleid zou moeten saneren en zou moeten stoppen met die miljardenverspilling aan de oorlog in Oekraïne, de energietransitie, de stikstofgekkigheid, de EU, de NAVO en de massa-immigratie. Zo verminder je pas echt de fiscale pijn. Zolang die sanering niet wordt gedaan, blijven debatten over fiscaliteit helaas alleen maar gaan over verdeling van de pijn, niet over het serieus terugdringen daarvan.
Binnen die frustrerende werkelijkheid heb ik een tweetal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat internationaal wordt gewerkt aan verdergaande fiscale uniformiteit, onder meer via het VN-raamwerkverdrag over internationale belastingsamenwerking;
van mening dat verschillen tussen nationale belastingstelsels een afspiegeling zijn van verschillende maatschappelijke keuzes, en dat belastingconcurrentie een gezonde rem vormt op een steeds verder oplopende lastendruk;
verzoekt de regering zich internationaal niet in te zetten voor verdergaande gelijkschakeling van belastingstelsels, en de Nederlandse inzet te beperken tot samenwerking die de nationale fiscale soevereiniteit onverlet laat,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker.
Zij krijgt nr. 330 (32140).
De heer Dekker (FVD):
De tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het huidige belastingstelsel tweeverdieners substantieel worden bevoordeeld boven eenverdieners;
overwegende dat hiermee de mogelijkheid om een van de ouders niet te laten werken en in plaats daarvan te laten zorgen voor huishouden en kinderen fiscaal wordt afgestraft;
overwegende dat gezinsvorming door deze fiscale situatie kan worden belemmerd;
verzoekt de regering om de belastingen zodanig te hervormen dat deze kloof wordt gedicht,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker.
Zij krijgt nr. 331 (32140).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Vermeer namens de BBB.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet voornemens is de gerichte vrijstelling op de personeelskorting binnen de werkkostenregeling (WKR) af te schaffen;
constaterende dat deze maatregel met name werknemers in de retailsector raakt, een groep met veelal lagere inkomens voor wie het werk fysiek en mentaal zwaar is en de lonen relatief laag zijn;
overwegende dat deze specifieke groep medewerkers juist in deze economische tijden extra bescherming en een steuntje in de rug verdient;
overwegende dat het afschaffen van deze vrijstelling direct leidt tot een verlies aan essentiële koopkracht voor honderdduizenden gezinnen;
verzoekt de regering om af te zien van de voorgenomen afschaffing van de gerichte vrijstelling op de personeelskorting, zodat deze behouden blijft voor medewerkers;
verzoekt de regering de hiermee gemoeide beperkte budgettaire derving te dekken uit de algemene middelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.
Zij krijgt nr. 332 (32140).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet vanaf 2030 900 miljoen euro wenst op te halen met de invoering van een suikertaks;
constaterende dat het kabinet tevens stelt dat deze belasting bedoeld is om de consumptie van suikerhoudende voeding effectief te ontmoedigen;
overwegende dat onderzoek van de Rabobank uitwijst dat maar liefst 20% van het supermarktassortiment geraakt zal worden, wat bij ongewijzigd gedrag onvermijdelijk leidt tot een forse inflatiecorrectie op de dagelijkse boodschappen;
overwegende dat het kabinet desondanks hardnekkig claimt dat én de budgettaire doelstelling wordt gehaald, én de suikerconsumptie daalt, én de inflatie niet hoeft toe te nemen;
spreekt uit dat het gelijktijdig beloven van een miljardenopbrengst, gedragsverandering én inflatieneutraliteit getuigt van een volstrekt onrealistisch, tegenstrijdig en onverstandig fiscaal wensdenken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.
Zij krijgt nr. 333 (32140).
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter, ik verontschuldig mij dat ik te laat was en verontschuldig mij nogmaals dat ik nu weer naar het debat Kernenergie ga.
De voorzitter:
Beide excuses zijn aanvaard. Ik schors vijf minuten voor de beantwoording van de staatssecretaris. Aangezien het zomerregime vandaag geldt, krijgen de Kamerleden slechts één interruptie en slechts op de eigen moties.
De vergadering wordt van 10.42 uur tot 10.48 uur geschorst.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter, dank u wel. Goedemorgen.
De voorzitter:
Goedemorgen.
Staatssecretaris Eerenberg:
Er is een vraag van de SGP en dan zijn er achttien moties. De intenties van ondergetekende met het invoeren van een algemene belastingplicht voor stichtingen en verenigingen komen voort uit een onderzoek naar stichtingen, bijvoorbeeld familiestichtingen, en de vraag of daar wel of geen misbruik van wordt gemaakt. Dat is een zeer rigoureuze maatregel. Dat is mijn appreciatie pro forma. U krijgt nog een brief met alternatieve beleidsopties.
Dan ga ik naar de moties. De motie op stuk nr. 316 van Stultiens is wat mij betreft oordeel Kamer. Wij sturen alles in met Prinsjesdag.
De voorzitter:
Ja.
Staatssecretaris Eerenberg:
En als u doorvergadert, werken we daaraan mee.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 317.
Staatssecretaris Eerenberg:
De motie op stuk nr. 317 is oordeel Kamer. Er ligt al veel onderzoek en dat stuur ik u graag toe.
De motie op stuk nr. 318 is wat mij betreft oordeel Kamer, omdat dit conform onze begrotingsregels is.
Ik ga iets meer zeggen over de motie op stuk nr. 319, voorzitter. Ik heb letterlijk een sprintje getrokken, dus ik ga even ademhalen. Ik ga die motie ontraden. Dat heeft ermee te maken dat we een uitspraak van de Hoge Raad hebben. Het vorige kabinet heeft besloten hoe daarmee om te gaan. Wij moeten dat ook gewoon snel in beleid omzetten, anders hebben we echt juridische problemen. Terwijl ik dit zeg, besef ik dat dit voor een groep mensen een hele grote en heftige consequentie kan hebben. Er is geen parlementaire behandeling meer voorzien. Er is een regeling. U heeft daar vragen over gesteld. U krijgt de antwoorden. Ik vrees — ik zeg het met veel empathie voor de mensen die het raakt — dat wij deze uitspraak tot beleid zullen moeten maken. Daarna zullen wij het debat moeten voeren over arbeidsongeschiktheid in brede zin.
De voorzitter:
Eén interruptie van de heer Stultiens.
De heer Stultiens (PRO):
Ik moet kiezen. Dan ga ik kiezen voor de motie op stuk nr. 317. De staatssecretaris geeft aan dat er al veel onderzoek ligt. Dat ken ik. Dit gaat er vooral om dat er nieuw beleid komt. Er komt een nieuwe box 3-wet. Er komen mogelijk nieuwe Europese wetten. Wij willen weten of dit leidt tot extra kansen op boxhoppen en zo ja, hoe we dat tegengaan. Ik ben dus ook benieuwd naar de nieuwe wetten en de gevolgen daarvan.
Staatssecretaris Eerenberg:
Laten we afspreken dat ik u de reeds bestaande inzichten over boxhoppen gebundeld stuur en daaraan toevoeg wat onze inzichten zijn over de toekomst en de wijzigingen die wij daarin voorzien.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 320.
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 320 is wat mij betreft oordeel Kamer. Het is een onderzoeksmotie over iets wat maatschappelijk gewenst is.
De motie op stuk nr. 321 krijgt wat mij betreft ook oordeel Kamer. Zij ligt erg in lijn met de vraag van de SGP die ik heb beantwoord.
Voorzitter. Dan gaan we naar de suikerbelasting. De onderzoeken waar de fractie van de SGP om vraagt zijn onderdeel van een fatsoenlijk wetstraject. Deze motie is dan ook uiteraard oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 322: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Eerenberg:
De motie op stuk nr. 323 ga ik ontraden. Ik heb dat ook in het commissiedebat gezegd. Ik denk dat we een behoorlijke stap richting de branche hebben gemaakt ten opzichte van de pseudo-eindheffing. We hebben echt wat te doen met het wagenpark in Nederland en het verduurzamen ervan. Bij de auto's die worden gebruikt om als reclame op de weg te rijden, mag er ook een stapje extra inzake duurzaamheid. Ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 324.
Staatssecretaris Eerenberg:
De motie op stuk nr. 324 gaat over box 3. Ik denk dat zowel u als uw collega's in de Eerste Kamer vaak van mij hebben gehoord wat de route voorwaarts is: stap voor stap naar meer vermogenswinst. Elke keer dat je zo'n stap zet, wordt het stelsel echt beter voor verschillende groepen. Je voorbereiden op een ander scenario is dan niet verstandig en ook zonde van de energie. Ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 325.
Staatssecretaris Eerenberg:
De motie op stuk nr. 325 ontraad ik, omdat die eigenlijk het omgekeerde is van de motie van de heer Stultiens en die had ik oordeel Kamer gegeven. Zo klopt het precies.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 326.
Staatssecretaris Eerenberg:
De motie op stuk nr. 326 is van de heer Oosterhuis. Het is een bekend probleem dat hij aankaart en waar hij de vinger op legt. Het is dus goed om daarnaar te kijken: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 327.
Staatssecretaris Eerenberg:
De motie op stuk nr. 327 ga ik u ontraden. Eén. Zij is ongedekt. Twee. Dit levert behoorlijk veel afbakeningsproblematiek op. Drie. De vraag is eigenlijk of het juridisch haalbaar is. Vier. Het is ook niet doelmatig, want er zijn in dit land ook mensen met hoge salarissen die deze korting niet nodig hebben.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 328.
Staatssecretaris Eerenberg:
De motie op stuk nr. 328 ontraad ik, want mijn politieke opdracht is om juist wel een suikertaks in te voeren.
De motie op stuk nr. 329 kan ik ook ontraden, verwijzend naar de reactie op de motie van JA21. We moeten stap voor stap naar meer vermogenswinst.
De motie op stuk nr. 330 ontraad ik kortheidshalve met een vergelijkbare redenatie of eigenlijk dezelfde redenatie.
Voorzitter. Dan gaan we naar de eenverdieners. Ik ontraad de motie op stuk nr. 331 vanwege de manier waarop deze nu is geformuleerd en de redenering die Forum voor Democratie erachter zet, maar ik heb ook hierin een opdracht. Ik heb ook in het commissiedebat gezegd: er is een groot verschil tussen eenverdieners en tweeverdieners. De SGP vraagt daar ook terecht vaak aandacht voor. Dat is een opdracht die ik serieus neem en waarmee ik aan de slag ga, maar ik zou het niet doen op de manier waarop u het heeft geformuleerd. Tegelijkertijd ga ik aan de slag met het doel dat u wilt bereiken.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 331: ontraden. Dan de motie op stuk nr. 332.
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 332, over de personeelskorting. Die is per motie door uw Kamer gewijzigd in het energiepakket, dus die ga ik nu ontraden. Ik besef dat de indiener van de motie niet bij dit debat is; hij is op een andere plek ook een zeer nuttig debat aan het voeren. Ik wilde hem er eigenlijk toch op wijzen dat hij zelf voor de motie gestemd heeft die dit, in zijn termen, veroorzaakt heeft.
De voorzitter:
Tot slot.
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 333 is een spreekt-uitmotie. Dan past het mij altijd om terughoudend te zijn, dus ik heb daar uiteraard geen oordeel over. Ik wil er wel één ding over zeggen. Er is een onderzoek dat per productgroep heeft laten zien wat de prijselasticiteit is. Het is dus echt niet zo dat wij zomaar wat doen. Wij denken echt dat je én een maatschappelijk doel na kan streven én een budget kan ophalen. Maar het is een spreekt-uitmotie, dus: geen oordeel.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Ik dank de staatssecretaris voor zijn medewerking en ik wens hem een heel goed zomerreces als ik hem niet meer zie in de Kamer.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
De vergadering is heel kort geschorst voordat we verdergaan met het tweeminutendebat Iran.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Iran
Iran
Aan de orde is het tweeminutendebat Iran (CD d.d. 04/06).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Iran. Daarvoor geef ik als eerste het woord aan mevrouw Van der Werf van D66. Mevrouw Van der Werf is nog even op zoek naar haar motie, maar ik zie wel meneer Diederik van Dijk staan. Is de heer Diederik van Dijk al klaar om zijn motie in te dienen? U bent van harte welkom op het rostrum om uw motie in te dienen. Ik heb de wind eronder, want u heeft ongetwijfeld meegekregen dat het de laatste dag voor het zomerreces is. Het zomerregime geldt dus, en dan doen we het allemaal net effe wat strakker. Gaat uw gang, meneer Van Dijk.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Prima. U bedoelt: we hebben tijd in overvloed, want hierna hebben we twee maanden uitloop. Nee, helder. Ik ga gauw beginnen, voorzitter.
Ik heb inderdaad twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de VS sancties tegen de Iraanse oliesector tijdelijk hebben opgeschort;
overwegende dat een aantal Europese landen bereid zou zijn om sanctieverlichting in het vooruitzicht te stellen bij duidelijke, controleerbare stappen bij het stilleggen van Irans atoomprogramma;
overwegende dat Iran geen bereidheid toont zijn destabiliserende activiteiten te staken, mensenrechten te verbeteren of de verwevenheid met de Iraanse Revolutionaire Garde af te bouwen;
verzoekt de regering zich in Europees verband uit te spreken tegen voorstellen tot normalisering van de betrekkingen met het Iraanse regime, en de Kamer vooraf te informeren bij voorstellen die tot substantiële sanctieverlichting of normalisering van de betrekkingen kunnen leiden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 753 (23432).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
De tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Iran niet alleen zijn eigen bevolking, Israël en andere volkeren in de regio terroriseert, maar met aanslagen op Joodse doelen en de intimidatie van Iraanse Nederlanders inmiddels ook een binnenlandse bedreiging vormt;
overwegende dat de Iraanse Revolutionaire Garde inmiddels op de Europese terrorismelijst staat;
overwegende dat de IRGC diep verweven is met het Iraanse diplomatieke apparaat en dat sleutelposities bekleed worden door mensen met een IRGC-achtergrond;
overwegende dat Canada al in 2012 zijn ambassade in Teheran sloot en alle Iraanse diplomaten het land uit heeft gezet;
verzoekt de regering alle in Nederland aanwezige Iraanse diplomaten persona non grata te verklaren en de diplomatieke betrekkingen met Iran op te schorten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk en Nanninga.
Zij krijgt nr. 754 (23432).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van der Werf namens D66.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Dank, voorzitter. Goed om voor het reces nog even stil te staan bij Iran, want deze hopeloze oorlog heeft niets gebracht. Het is goed dat er nu toch weer wordt onderhandeld, maar vooralsnog is het resultaat mager, al helemaal voor de Iraniërs. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Iraanse regime zich op grote schaal schuldig maakt aan ernstige mensenrechtenschendingen;
overwegende dat sanctieverlichting als onderdeel van een eventuele deal niet los kan worden gezien van binnenlandse repressie, executies en de onderdrukking van vrouwen, minderheden en demonstranten;
verzoekt de regering zich in EU-verband in te zetten voor het onverkort handhaven van de mensenrechtensancties tegen Iran zolang de repressie voortduurt, en de positie van vrouwen, het democratisch middenveld en minderheden nadrukkelijk aan de orde te stellen bij eventuele toekomstige onderhandelingen met het Iraanse regime,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Werf.
Zij krijgt nr. 755 (23432).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Maes van de VVD.
Mevrouw Maes (VVD):
Voorzitter. Ik neem even de vrijheid om een klein uitstapje te maken van Iran naar Egypte. Recent was de commissie met een delegatie in Egypte. Wat ons onaangenaam trof, was de mensenrechtensituatie in dat land. Als resultaat van die reis, willen we daarom graag gezamenlijk de volgende motie indienen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de mensenrechtensituatie in Egypte de laatste maanden aanmerkelijk verslechtert;
constaterende dat migranten en vluchtelingen sinds drie maanden steeds vaker gedetineerd worden, schijnbaar zonder reden;
overwegende dat BZ de afgelopen jaren heeft gezorgd dat er op de EU-delegatie in Caïro een mensenrechtenexpert werkte;
overwegende dat deze positie nu meer dan ooit nodig is, terwijl de detachering in september afloopt;
verzoekt de regering zich actief in te zetten voor behoud van de functie en daar spoedig een vacature voor uit te zetten zodat de functie vervuld blijft na september,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Maes, Piri, Van Baarle, Van der Werf en Dobbe.
Zij krijgt nr. 756 (23432).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Piri namens PRO.
Mevrouw Piri (PRO):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de VS in een akkoord met Iran sanctieverlichtingen en het vrijgeven van bevroren tegoeden hebben toegezegd aan het regime;
constaterende dat de EU niet betrokken is bij deze onderhandelingen;
verzoekt het kabinet onder geen beding akkoord te gaan met enige vorm van sanctieverlichting voor Iran zonder concrete verbetering van de mensenrechtensituatie, waaronder de vrijlating van politieke gevangenen en een moratorium op executies,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Piri.
Zij krijgt nr. 757 (23432).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Commissie onderhandelt met de taliban over het terugsturen van Afghaanse vluchtelingen;
constaterende dat de taliban de fundamentele rechten van Afghanen bruut schendt en genderapartheid afdwingt;
overwegende dat Nederland een van de veertien lidstaten is die aan deze onderhandelingen heeft deelgenomen;
verzoekt de regering om onmiddellijk te stoppen met alle vormen van diplomatiek verkeer met de taliban die kan leiden tot legitimering en normalisering van het regime;
verzoekt de regering om geen officiële vertegenwoordigers van de taliban in Nederland te accrediteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Piri.
Zij krijgt nr. 758 (23432).
Mevrouw Piri (PRO):
Tot slot.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat transnationale repressie een serieuze bedreiging is voor onze Europese veiligheid en democratie;
verzoekt de regering om werk te maken van een EU-brede strategie om transnationale repressie te bestrijden en om dit te integreren in de veiligheidsstrategie van de EU,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Piri.
Zij krijgt nr. 759 (23432).
Dank u wel. Ik weet niet of mevrouw Dobbe zover is om haar motie in te dienen. Gaat uw gang. Neemt u eerst een slokje water. Goed blijven drinken.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Soms is het rennen, maar ik ben net op tijd. Misschien ben ik een beetje niet op tijd, maar het is toch fijn dat ik mijn motie nog kan indienen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het regime in Iran mensenrechten schendt, dat vrouwen worden onderdrukt en ook de rechten van vrouwen ernstig worden geschonden,
constaterende dat repressie door het Iraanse regime is toegenomen sinds de oorlog met de VS en Israël;
verzoekt de regering een extra inspanning te leveren om Iraanse vrouwenrechten- en mensenrechtenorganisaties te ondersteunen bij hun werk,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 760 (23432).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Iraanse regime zijn bevolking onderdrukt en misdaden tegen de eigen bevolking pleegt;
constaterende dat bij de aanvallen van Amerika en Israël burgerslachtoffers zijn gevallen;
verzoekt de regering de fact-finding mission in Iran extra te ondersteunen om de toegenomen repressie in Iran en omgekomen burgerslachtoffers te onderzoeken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 761 (23432).
Mevrouw Dobbe (SP):
Voorzitter. Deze moties zijn eerder ingediend en aangenomen, maar dat was voordat de repressie van de eigen bevolking in Iran nog extra toenam, terwijl die repressie al enorm was. Dat was ook voordat de oorlog startte. Dit lijkt me dus de goede tijd om te kijken of we nog een extra inspanning kunnen leveren.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot is het woord aan de heer Dekker namens Forum voor Democratie.
De heer Dekker (FVD):
Voorzitter. Opnieuw stond Nederland vooraan in de rij om deel te nemen aan discutabele NAVO-acties. Uitspraken van de secretaris-generaal van de NAVO suggereerden zelfs dat ook Nederlandse vliegvelden en het Nederlandse luchtruim gebruikt zijn bij de Amerikaanse aanval op Iran.
Er begint een patroon op te vallen. Nederland gedraagt zich niet langer als een land dat eerst het eigen belang weegt en dan beslist, maar als een land dat wil scoren binnen het NAVO-bondgenootschap. Laten we er eerlijk over zijn waarom dit gebeurt. De nieuwe secretaris-generaal van de NAVO is een oud-premier van dit land, met nog altijd veel invloed en contacten in de Nederlandse politiek. Elke keer als Nederland zich onderscheidt door voortvarendheid, straalt dit op hem af. Dat lijkt ons geen toeval.
Voorzitter. Het NAVO-belang en het Nederlands belang zijn twee verschillende dingen. Soms kunnen ze elkaar overlappen, soms niet. Een kabinet dat dit onderscheid niet meer maakt, maakt de veiligheid van Nederland ondergeschikt aan de profilering van het bondgenootschap. Deze Kamer moet daar een grens aan stellen. Vandaar de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland heeft meegewerkt aan NAVO-acties tegen Iran waarvan de rechtmatigheid ter discussie staat;
overwegende dat het NAVO-belang niet hetzelfde is als het Nederlands belang;
verzoekt de regering geen voortrekkersrol in te nemen binnen de NAVO en zelfstandig het Nederlands belang te wegen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker.
Zij krijgt nr. 762 (23432).
Dank u wel. De minister heeft genoeg aan een schorsing van vijf minuten? De minister gaat het proberen. Als het een minuut extra wordt, wordt het een minuut extra. Ik schors kort.
De vergadering wordt van 11.04 uur tot 11.11 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.
Termijn antwoord
Minister Berendsen:
Dank u wel, voorzitter. De motie op stuk nr. 753 van de heer Van Dijk krijgt oordeel Kamer als ik "uit te spreken tegen voorstellen tot normalisering van de betrekkingen met het Iraanse regime" mag interpreteren als: geen sanctieverlichting zonder dat daar verifieerbare verandering van gedrag tegenover staat.
De voorzitter:
En dat mag.
Minister Berendsen:
Dat mag. Dan krijgt de motie op stuk nr. 753 oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 754 ontraden we. De motie gaat over het tot persona non grata verklaren van alle in Nederland aanwezige Iraanse diplomaten en het opschorten van de diplomatieke betrekkingen met Iran. Deze discussie hebben we al vaker gevoerd. Ik wil deze motie echt met klem ontraden. Het blijft belangrijk om de kanalen open te houden, juist ook met een land als Iran, waarmee we het op zo veel punten niet eens zijn. Bovendien heeft alles wat we hier doen een impact op onze ambassade daar, en die doet ontzettend goed werk.
De voorzitter:
Er is één vervolgvraag van de heer Van Dijk.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Eén vervolgvraag. We hebben het dus over een land dat inmiddels ook een binnenlandse bedreiging vormt en over een diplomatiek apparaat dat verweven is met een terreurgroep. Wat moet een land nog meer uithalen, voordat wij wel tot dit soort stappen bereid zijn, zoals Canada, Australië en andere landen eerder al hebben gedaan?
Minister Berendsen:
Wij monitoren absoluut de situatie in Nederland. Maar gezien de enorme belangen die we hebben in de Straat van Hormuz, waar Iran de controle heeft, kunnen diplomatieke contacten zomaar noodzakelijk zijn. Bovendien doet onze ambassade in Teheran ontzettend goed werk als het gaat om ogen en oren daar, zodat we ook een beeld hebben van de situatie in het land. Juist voor een land dat zo afgesloten is van de rest van de wereld, zoals met de internetblokkades, is dat van belang. Dat is de afweging die wij maken.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 755.
Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 755: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 756, over Egypte en de detachering, ontraad ik. De inzet op mensenrechten blijft van groot belang. Nederland blijft pleiten voor een inzet door de EU in Egypte, juist ook op het gebied van mensenrechten. Detacheringen zijn een instrument. Daar is kader voor financiering voor nodig. Daar hebben we nu geen ruimte voor; de keuzes zijn nu anders gemaakt. Maar we blijven inzetten op de mensenrechten. Ik moet daarbij ook zeggen dat deze motie gericht is op individuele plaatsingen in het personeelsbeleid. Ik waardeer echt de inzet, maar ontraad de motie.
De voorzitter:
Eén vervolgvraag.
Mevrouw Piri (PRO):
Eén vervolgvraag. De minister beseft waarschijnlijk dat er momenteel al 74 zetels onder die motie staan, dus dat de kans vrij groot is dat deze wordt aangenomen. Kan de minister bevestigen dat hij de motie, ondanks dat hij die heeft ontraden, wel gaat uitvoeren?
Minister Berendsen:
Het kabinet zal er altijd alles aan doen om moties uit te voeren die door de Kamer zijn aangenomen.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 757.
Minister Berendsen:
Maar we ontraden deze motie niet voor niets.
De motie op stuk nr. 757: oordeel Kamer, mits ik deze zo mag interpreteren dat het hier gaat om sanctieverlichting op het gebied van mensenrechtensancties. Als ik die koppeling mag leggen, geef ik de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Eén interruptie.
Mevrouw Piri (PRO):
Nee, daar gaat het niet over. Het gaat erom dat het belachelijk zou zijn, want bijna alle sancties hebben ook betrekking op de mensenrechtensituatie. Deze motie is tegen het zomaar opheffen van de sancties op het moment dat er een nucleair akkoord zou zijn. Datzelfde voorbehoud heeft de minister niet gemaakt bij de motie op stuk nr. 755, die ook over de mensenrechtensituatie gaat. Ik vind het raar dat deze motie zonder voorbehoud oordeel Kamer krijgt en de motie op stuk nr. 757 met voorbehoud. Ik pas de motie niet aan. Het is niet met die interpretatie, geen sanctieverlichting.
De voorzitter:
Daarmee wordt de motie op stuk nr. 757 ontraden. Zie ik dat goed?
Minister Berendsen:
Ja, dat klopt. Natuurlijk nemen wij nooit zomaar afscheid van de sancties zonder dat heel nauw te monitoren. Zeker op nucleair gebied zijn er ook sancties die daaraan gerelateerd zijn. We moeten wel wat ruimte houden voor eventuele stappen.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 758.
Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 758 wil ik ontraden. De functionele contacten die we op dit moment hebben in het kader van het overleg dat de Commissie voert, zijn nodig. Dat is geen erkenning van het regime. Dat doen we ook niet. Officiële vertegenwoordigers in Nederland zijn overigens ook niet aan de orde. Daar zouden we ook geen voorstander van zijn. Maar functionele contacten blijven wel nodig. Als ik die moet scharen onder diplomatiek verkeer, wat een brede definitie is, dan ontraad ik de motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 758 wordt ontraden. Mevrouw Piri.
Mevrouw Piri (PRO):
Ik pas de motie aan: verzoekt de regering om geen diplomatiek verkeer met de Taliban te hebben dat kan leiden tot legitimering en normalisering van het regime.
Minister Berendsen:
Ik snap de stap die mevrouw Piri zet. Ik ben ermee akkoord als het volgens de motie van mevrouw Piri kan dat wij functionele contacten hebben in het kader van wat de Europese Commissie doet en dat we ambtenaren aan tafel hebben zitten die die gesprekken mee voeren.
De voorzitter:
Ik kijk of dat non-verbaal kan. Nee, mevrouw Piri, u kreeg maar één interruptie. U krijgt nu echt niet het woord. Kan dat? Ik hoor dat mevrouw Piri het bij de oorspronkelijke motie houdt.
Minister Berendsen:
Dan houd ik het bij ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 758: ontraden.
Dan de motie op stuk nr. 759.
Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 759: oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 760.
Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 760: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 761: oordeel Kamer. Daarbij wil ik wel aangeven dat wij niet direct extra kunnen financieren. Het is namelijk een onafhankelijke VN-missie. Het kan wel indirect, via steun aan de OHCHR, moet ik zeggen. Daarnaast is natuurlijk politieke steun mogelijk, bijvoorbeeld voor de verlenging van het mandaat.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 762, tot slot.
Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 762 ontraden we. Nederland wil wel degelijk een voortrekkersrol in de NAVO spelen.
De voorzitter:
Ik dank de minister. Hij blijft in ons midden, want we gaan verder met het tweeminutendebat Oekraïne.
De beraadslaging wordt gesloten.
Oekraïne
Oekraïne
Aan de orde is het tweeminutendebat Oekraïne (CD d.d. 03/06).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Daarvoor geef ik het woord aan mevrouw Van der Werf namens D66.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Dank, voorzitter. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er nog dagelijks schepen van de Russische schaduwvloot door de Nederlandse EEZ varen;
overwegende dat deze schepen rechtstreeks bijdragen aan de financiering van Russische agressie;
overwegende dat Oekraïne militair momentum heeft en het verder afknijpen van Russische inkomsten juist nu kan bijdragen aan het vergroten van de druk op Rusland;
verzoekt de regering vaart te maken met de aanpak van de schaduwvloot en, vooruitlopend op nationale wetgeving, alle ruimte binnen het internationaal recht te benutten om waar mogelijk eerder al op te treden tegen staatloze, vals gevlagde of anderszins malafide schepen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Werf, Van Lanschot, Maes en Piri.
Zij krijgt nr. 297 (36045).
Mevrouw Van der Werf (D66):
Dan de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een duurzame verankering van Oekraïne in de Europese Unie van groot strategisch, economisch en veiligheidsbelang is voor Europa;
constaterende dat het opstellen en ratificeren van EU-toetredingsverdragen een langdurig proces is dat aanzienlijke voorbereiding vergt;
verzoekt de regering zich er binnen de Europese Unie voor in te zetten dat tijdig, vooruitlopend op een eventuele toetreding van Oekraïne, wordt begonnen met de voorbereiding en opstelling van een toekomstig EU-toetredingsverdrag,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Werf en Klos.
Zij krijgt nr. 298 (36045).
Dank u wel, u heeft het gezegd. Het woord is aan de heer Dassen namens Volt. Gaat uw gang.
De heer Dassen (Volt):
Voorzitter. Dit moet ook nog in twee minuten; geweldig. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Matra-programma al decennialang bijdraagt aan de versterking van de democratische rechtsstaat, goed bestuur en maatschappelijke organisaties in (potentiële) kandidaat-lidstaten van de Europese Unie;
overwegende dat het versterken van democratie en rechtsstaat in de Europese buurlanden van strategisch belang is voor de veiligheid, stabiliteit en toekomstige uitbreiding van de Europese Unie;
overwegende dat er nog bezuinigingen ingepland staan op het Matra-fonds;
verzoekt de regering niet te bezuinigen op het Matra-fonds,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dassen en Piri.
Zij krijgt nr. 299 (36045).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een groot deel van de bevroren Russische centrale banktegoeden zich bevindt bij Euroclear in België, waardoor verdere inzet van deze tegoeden voor Oekraïne juridisch en politiek complex blijft;
overwegende dat het voorstel The Russian Transfer beoogt deze tegoeden onder Europees beheer te brengen, waardoor de Europese Unie meer handelingsperspectief krijgt om deze middelen ten behoeve van Oekraïne in te zetten;
verzoekt de regering de juridische en beleidsmatige mogelijkheden van dit voorstel nader te onderzoeken, en zich in Europees verband actief in te zetten om dit voorstel of vergelijkbare initiatieven te agenderen en te bevorderen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.
Zij krijgt nr. 300 (36045).
De heer Dassen (Volt):
Ik heb nog één vraag aan de minister. Er gebeurt natuurlijk weer veel op het Oekraïense strijdveld. Vannacht zijn er ook weer veel rakketten afgevuurd op Kiev. Het nadrukkelijke verzoek vanuit Oekraïne is om hen te blijven steunen qua raketinterceptors en om op dit moment extra inspanningen te leveren op dat punt. Ik wil het kabinet aansporen om dat te blijven doen, ook al weet ik dat de minister daar zelf natuurlijk ook druk mee bezig is. Ik hoop dat alles uit de kast wordt getrokken om te zorgen dat we Oekraïne op de goede manier blijven steunen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Piri namens PRO. Gaat uw gang.
Mevrouw Piri (PRO):
Dank u wel, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om er bij de Verenigde Staten in diplomatieke en politieke contacten op aan te dringen om de sancties tegen Rusland te verstevigen en op te voeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Piri, Van der Werf, Van Lanschot, Dobbe en Dassen.
Zij krijgt nr. 301 (36045).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende het belang van intensieve defensiesamenwerking met Oekraïne voor de veiligheid van Europa;
verzoekt de regering om zich actief in te blijven zetten voor het NAVO-lidmaatschap van Oekraïne,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Piri, Van Lanschot, Van der Werf en Dassen.
Zij krijgt nr. 302 (36045).
Mevrouw Piri (PRO):
Tot slot, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet stelt dat er regio's in Oekraïne zijn met een relatief lager niveau van geweld, en die aanmerkt als beschermingsalternatief;
overwegende dat Rusland willekeurige raket- en droneaanvallen uitvoert op civiele en energie-infrastructuur en burgerdoelen door heel Oekraïne, inclusief in het westen van het land en Kyiv;
overwegende dat internationale organisaties zoals de VN geen enkele regio in Oekraïne als structureel veilig beoordelen;
verzoekt de regering onder deze omstandigheden geen Oekraïners terug te sturen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Piri, Westerveld en Dassen.
Zij krijgt nr. 303 (36045).
Mevrouw Piri (PRO):
Ik zie dat inmiddels ook de ambassadeur van Oekraïne is binnengekomen. Uiteraard ons welkom aan hem.
De voorzitter:
Dank u wel. In navolging van u heet ik inderdaad de ambassadeur van harte welkom. Meneer Kostin en mevrouw Volkova, fijn dat u er bent.
Het woord is aan mevrouw Dobbe namens de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er minstens 28 Oekraïense journalisten en mediawerkers onrechtmatig vastzitten in Russische gevangenschap na willekeurige detentie, politiek gemotiveerde vervolging en verzonnen aanklachten in de Oekraïense bezette gebieden;
constaterende dat zij in gevangenschap te maken krijgen met onmenselijke behandeling, marteling en mogelijk de dood;
verzoekt de regering zich in te spannen, waar mogelijk met andere landen, voor vrijlating van deze journalisten en het verkrijgen van meer informatie over hun situatie via bijvoorbeeld de ambassade,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 304 (36045).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Frontex waarschuwt voor een Europees veiligheidsrisico omdat Oekraïense en Russische wapens terecht kunnen komen in smokkelnetwerken en criminele handen;
constaterende dat het Tridentproject is opgestart om dit te voorkomen;
verzoekt de regering om aan te sluiten bij het Tridentproject,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 305 (36045).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederlandse wapens terecht zijn gekomen bij het Russische vrijwilligerskorps, een extreemrechtse militie;
verzoekt de regering om, zowel in nationaal als Europees verband, afspraken te maken met Oekraïne over gebruik, beheer en beveiliging van de geleverde wapens, en deze afspraken ook na levering te controleren;
verzoekt de regering om zich in te spannen om Nederlandse wapens die in verkeerde handen zijn gevallen terug te halen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 306 (36045).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat huiselijk geweld in Oekraïne toeneemt;
constaterende dat er al psychosociale hulp wordt geboden aan Oekraïense veteranen maar dat programma's met een integrale aanpak inclusief hulp voor het gezin nog ontbreken;
verzoekt de regering om dergelijke programma's te ondersteunen waar mogelijk, in samenspraak met Oekraïense vrouwenorganisaties, in lijn met VN-resolutie 1325;
verzoekt de regering vrouwenorganisaties te ondersteunen zodat zij meer in kunnen zetten op preventie van huiselijk geweld en bewustwording in Oekraïne,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 307 (36045).
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Lanschot namens het CDA.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank, voorzitter. In april nam de Kamer de motie-Van der Werf/Van Lanschot aan. Deze motie verzoekt het kabinet om voor innovatieve Oekraïense antidrone-initiatieven zoals Freedom Sky, die tot stand komen via non-profit-ngo's als Dignitas, voortvarend te bezien hoe deze gefinancierd zouden kunnen worden. Kan de minister in navolging van deze motie toezeggen om met de Oekraïense overheid te verkennen hoe initiatieven zoals deze meegewogen zouden kunnen worden in de NSATU-validatie? Na onze succesvolle deelname aan het Drone Line Initiative, biedt dit Nederland een volgende kans om Oekraïne op innovatieve wijze te steunen en om van Oekraïne te leren.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer De Roon van de PVV. O, hij ziet af van zijn termijn.
Dan krijgt mevrouw Maes van de VVD het woord.
Mevrouw Maes (VVD):
Voorzitter. Tijdens het commissiedebat is uitgebreid gesproken over een momentum voor gesprekken met Rusland. Nu moet ik zeggen dat mijn fractie vol spanning en enigszins verheugd kijkt naar het nieuws van de afgelopen dagen over de Krim, ofwel de luchtcampagne van Oekraïne; dat is een mooi woord, "luchtcampagne". Dit is een heel interessante nieuwe ontwikkeling, evenals de drones die op Moskou en Sint-Petersburg worden afgevuurd. Daarom heb ik een aantal vragen aan de minister. Wat gaan Europese landen doen? En vooral: wat vindt de minister wenselijk? Is er momentum om gesprekken te gaan voeren met Rusland? Hoe kijkt de minister hiernaar? Ziet de minister hierin ook een rol weggelegd voor Europa? Welke dan?
Ik heb eerder al vragen gesteld over de betrokkenheid van Belarus bij de oorlog in Oekraïne. De berichten daarover houden aan: versnelde militarisering inclusief militaire wetgeving, troepenuitbreiding en zelfs mobilisatie van civiele instellingen. Bereiken die berichten de minister ook? Wat doet hij ermee? Is dit onderwerp van gesprek binnen de EU en de NAVO?
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Maes. Tot slot is het woord aan de heer Dekker van Forum voor Democratie.
De heer Dekker (FVD):
Dank u wel, voorzitter. Nederland heeft opnieuw wapensteun aan Oekraïne toegezegd: een half miljard euro, waarvan 250 miljoen naar kruisraketten die worden gebouwd in Hengelo. Dat is Nederlands belastinggeld, toegezegd door de Nederlandse regering en uitgegeven aan Nederlands fabricaat, met een helder doel: het raken van doelen diep in Russisch grondgebied. Dat is een fundamenteel andere categorie dan de hulp die dit kabinet ons altijd heeft voorgehouden: verdedigingswapens houden een front overeind, maar dat doen deze wapens niet. Dit is een nog verdere escalatie namens Nederland.
Blijven volhouden dat Nederland geen partij is in dit conflict, wordt met deze actie absurd. We zijn hiermee juist volledig bij de oorlog tegen Rusland betrokken. Rusland is niet onze vijand. In plaats van vooroplopen bij NAVO-escalatie tegen Rusland, zouden we bovenal het Nederlands belang moeten dienen. Vijandschap zoeken met de grootste kernmacht ter wereld is niet in het Nederlands belang.
Vandaar de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland voor circa 500 miljoen euro aan wapens aan Oekraïne levert, waaronder in Nederland gebouwde kruisraketten van 250 miljoen euro, bedoeld om doelen diep in Rusland te raken;
overwegende dat het produceren en leveren van offensieve wapens om Rusland op eigen grondgebied te raken, geen steun aan Oekraïne op afstand is, maar actieve deelname aan de oorlog;
stelt vast dat Nederland met deze wapenleveranties feitelijk partij in het conflict is in de oorlog tussen Oekraïne en Rusland;
spreekt uit dat dit niet in het Nederlands belang is,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker.
Zij krijgt nr. 308 (36045).
Dank u wel. Ik schors tot 11.35 uur voor de beantwoording van de minister.
De vergadering wordt van 11.28 uur tot 11.35 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.
Termijn antwoord
Minister Berendsen:
Dank u, voorzitter. De motie op stuk nr. 297, over de schaduwvloot, krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 298: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 299, van de heer Dassen, over MATRA is ontijdig. Wij onderschrijven het belang van het programma. We zijn op dit moment aan het kijken hoe we dat kunnen doen, ook in het kader van de begroting. Ik zou dus aan de heer Dassen willen vragen de motie aan te houden.
De voorzitter:
Eén vervolgvraag, meneer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Op verzoek van de minister houd ik 'm aan.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Dassen stel ik voor zijn motie (36045, nr. 299) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De motie op stuk nr. 300.
Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 300 geef ik oordeel Kamer, maar wel met de interpretatie dat de opties financieel en juridisch houdbaar moeten zijn, dat de risico's gezamenlijk gedragen moeten worden en dat het in nauwe samenwerking met de G7 zou moeten zijn. Ik geef ook de winstwaarschuwing af dat het krachtenveld hierover in Europa verdeeld is. Maar het is duidelijk dat we hierop blijven inzetten.
De voorzitter:
Héél kort, meneer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Die waarschuwing snap ik, maar dit is natuurlijk een plan dat nu steeds meer aandacht krijgt. Mijn verzoek aan het kabinet is om zich ervoor in te spannen dat dat verder wordt gebracht, natuurlijk wel met alle waarborgen die de minister schetst.
Minister Berendsen:
Ja.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 301.
Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 301: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 302: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 303 is ontijdig. Er is op dit moment ook een commissiedebat aan de gang met de minister van Asiel en Migratie.
De voorzitter:
Dus het verzoek is of mevrouw Piri de motie aanhoudt? Ja, dat is het verzoek. Eén interruptie, mevrouw Piri.
Mevrouw Piri (PRO):
Zo makkelijk gaat deze minister daar niet mee wegkomen. Er is inderdaad een commissiedebat gaande, maar dat is afgelopen voordat we gaan stemmen. Er is geen mogelijkheid meer, begreep ik, voor een tweeminutendebat over dat commissiedebat. Ik vind het prima als de minister nu geen oordeel over deze motie kan geven, maar dat oordeel ontvangen we gewoon graag voor de stemmingen.
De voorzitter:
Minister, kunt u dat toezeggen?
Minister Berendsen:
Dat kan ik toezeggen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 304.
Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 304: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 305.
Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 305 krijgt oordeel Kamer, als ik 'm zo mag interpreteren dat we verkennen om ons aan te sluiten. Dit is een initiatief van drie lidstaten, dat net bestaat. Dat wil ik graag verkennen. Het is wellicht net wat te vroeg om nu uit te spreken dat we ons hierbij gaan aansluiten, maar als we dit kunnen afspreken, krijgt de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Kan mevrouw Dobbe leven met die interpretatie?
Minister Berendsen:
En dan geven we daar een terugkoppeling op. Helemaal goed!
De voorzitter:
Ja, mevrouw Dobbe kan leven met die interpretatie. De minister zegt daar ook nog eens een terugkoppeling van toe.
Minister Berendsen:
Ja.
De motie op stuk nr. 306 ontraden we. Dit hebben we al vaak besproken. Er zijn duidelijke afspraken met Oekraïne. Wij doen niet aan exportcontrole op post.
De motie op stuk nr. 307 krijgt oordeel Kamer, mits we kunnen onderzoeken hoe we dit in de bestaande inzet kunnen doen.
De voorzitter:
Ja, mevrouw Dobbe knikt.
Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 308 is een spreekt-uitmotie.
Voorzitter, dat waren de moties. Er zijn ook nog een aantal vragen gesteld, waar ik kort op zal antwoorden.
Mevrouw Maes vroeg naar het vredesproces. Op dit moment zien we niet dat Rusland bereid is om serieus aan tafel te gaan zitten, dus dat betekent dat de steun aan Oekraïne en het opvoeren van de druk op Rusland belangrijk zijn. Natuurlijk is het zo dat als er gesprekken gevoerd worden, wij daar belang bij hebben en Europa dus ook aan tafel moet zitten. Maar ik wil daar altijd wel bij opmerken dat de reden dat wij in Europa zijn gaan spreken over wie ons zou moeten gaan vertegenwoordigen, was dat Poetin voorstelde om Schröder beschikbaar te stellen. Toen zijn wij met z'n allen die discussie aangegaan. Ik zou dus wel een beetje terughoudend willen zijn in die publieke discussie, maar natuurlijk zetten we in op het Europese belang.
Voorzitter. Mevrouw Maes vroeg ook naar de situatie in Belarus. Natuurlijk houden we die situatie in de gaten. Daar hebben we zorgen over. Het is belangrijk dat de oorlog stopt en juist niet escaleert met nieuwe fronten. Dit is inderdaad ook onderwerp van gesprek binnen de NAVO. Dit zal volgende week besproken worden tijdens de top.
De heer Van Lanschot vroeg om een toezegging. Ik wil graag toezeggen dat we dit verder gaan verkennen. Tegelijkertijd is het uiteindelijk aan Oekraïne om aan te geven wat hun primaire noden zijn. Zij gaan over hun nodenlijst. Maar natuurlijk is dit een onderwerp dat we verder verkennen, omdat we daar ook de potentie van zien.
De heer Dassen vroeg naar de afschuwelijke aanvallen die we vannacht weer gezien hebben. De luchtverdediging is een prioriteit in het Nederlandse militaire steunbeleid, ook gezien onze deelname aan het PURL-programma en het PURL-pakket. Denk ook aan de 250 miljoen voor drones die juist bedoeld zijn voor de luchtverdediging. We blijven hierop inzetten, want we zien dat dit absoluut nodig is om de burgers in Oekraïne te beschermen.
De voorzitter:
Mevrouw Piri is haar benen aan het strekken.
Mevrouw Piri (PRO):
Zeker, voorzitter.
De voorzitter:
O, u heeft een interruptie? Nou vooruit, de tijd staat het toe.
Mevrouw Piri (PRO):
Dank u wel, voorzitter. We waren heel snel, toch?
De voorzitter:
Zeker. Daarom sta ik het u ook toe.
Mevrouw Piri (PRO):
Oké. Hartelijk dank. De minister refereerde net zelf al aan de afschuwelijke aanval van vannacht. Ik begrijp inmiddels van de ambassadeur dat het dodenaantal en het aantal slachtoffers nog vele malen hoger is dan vanmorgen in het nieuws was. We zagen in de afgelopen dagen weer enorme aanvallen op de energie-infrastructuur in het westen. Ik vraag deze minister of er volgens hem relatief veilige gebieden in Oekraïne zijn.
Minister Berendsen:
We zien inderdaad op allerlei plekken aanvallen, zeker op Kyiv. We hebben afschuwelijke aanvallen gezien, maar om de vraag te beantwoorden: ja, er zijn plekken in Oekraïne die veiliger zijn dan andere plekken.
De voorzitter:
Meneer Dassen strekt ook zijn benen en interrumpeert.
De heer Dassen (Volt):
Het antwoord van de minister verbaast mij enigszins, zeker omdat hij net ook refereert aan de aanvallen die in Kyiv hebben plaatsgevonden. In zijn antwoord geeft hij aan dat sommige plekken veiliger zijn dan andere. Als een land in oorlog is, vind ik het best wel lastig als er wordt gezegd dat er ook wat veiligere plekken zijn. Volgens mij is het heel duidelijk dat er in Oekraïne geen veilige plek is; dat wordt vanuit Oekraïne gecommuniceerd, maar we lezen dit ook zelf. Dat wordt daar ook aangegeven. Hoe moeten we dit antwoord dat er "veiligere plekken zijn dan andere" dan duiden? Dat kan nog steeds betekenen dat er geen veilige plekken zijn.
Minister Berendsen:
Dit debat wordt volgens mij nu op een andere plek gevoerd. Dat heeft alles te maken met de brief van de minister van AenM. Ik heb mijn antwoord net gegeven. De specifieke discussie die hierover gaat, vindt op dit moment ergens anders plaats.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Ik dank de minister voor zijn aanwezigheid in de Kamer en ik wens hem, als ik hem niet meer zie, een heel goed zomerreces toe.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
De vergadering is geschorst, in principe tot 11.55 uur of tot zoveel eerder als mogelijk.
De vergadering wordt van 11.42 uur tot 11.49 uur geschorst.
Personeel
Personeel
Aan de orde is het tweeminutendebat Personeel (CD d.d. 15/04).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering voor het tweeminutendebat Personeel. Er zijn negen sprekers aan de zijde van de Kamer. Allereerst geef ik het woord aan mevrouw Jagtenberg namens D66. Ik wijs de leden erop dat een tweeminutendebat een tweeminutendebat is en niet een drieminutendebat. Moties moeten dus echt ingediend worden binnen de twee minuten. U mag een zin afmaken, maar alles daarbuiten zal een volgende keer in stemming worden gebracht. Gaat uw gang.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties. Ik zal dus heel snel gaan lezen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het thuisfront de stille kracht achter iedere militair is;
constaterende dat bestaande ondersteuning voor het thuisfront vooral gericht is op informatie en activiteiten, terwijl structurele verbinding en ervaringsuitwisseling tussen thuisfronten beperkt aanwezig is;
overwegende dat contact met lotgenoten en de inzet van ervaringsdeskundigen kunnen bijdragen aan herkenning, weerbaarheid en onderlinge steun binnen het thuisfront;
verzoekt de regering structureel contact tussen thuisfronten van Defensiemedewerkers te faciliteren, ervaringsdeskundigen actief te betrekken bij ondersteuning en voorbereiding, en samen met Defensie en bestaande organisaties in te zetten op verbinding, onderlinge steun en kennisdeling,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jagtenberg en Peter de Groot.
Zij krijgt nr. 95 (36800-X).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat jaarlijks meer dan 22.000 mbo-studenten hun opleiding vroegtijdig afbreken zonder startkwalificatie;
overwegende dat er binnen Defensie functies zijn met grote personeelstekorten, terwijl er mensen beschikbaar zijn die wel over de benodigde vaardigheden beschikken maar niet over het vereiste diploma;
overwegende dat een grote nadruk op vaardigheden in plaats van uitsluitend diploma's kan bijdragen aan het verkleinen van personeelstekorten en dat Defensie veel investeert in persoonlijke ontwikkeling;
verzoekt de regering om, waar dit vanuit de functie-inhoud mogelijk is, bij vacatures en werving binnen Defensie nadrukkelijker te sturen op vaardigheden in plaats van uitsluitend op diploma-eisen, dit actief uit te dragen en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jagtenberg.
Zij krijgt nr. 96 (36800-X).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er diverse sectoren zijn waar zowel Defensie als andere werkgevers kampen met personeelstekorten, zoals in de zorg, techniek, IT en logistiek;
overwegende dat bijvoorbeeld studenten die vliegtuigmonteur willen worden zowel bij de luchtmacht als bij commerciële partijen hard nodig zijn en dat zij elkaar nu beconcurreren in plaats van de samenwerking op te zoeken;
overwegende dat er in de zorg reeds gekeken wordt naar combinatiebanen of gedeeld werkgeverschap;
verzoekt de regering om breder binnen Defensie en de samenleving te kijken naar mogelijkheden voor combinatiebanen of gedeeld werkgeverschap, en de Kamer hierover uiterlijk voor het herfstreces van 2026 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jagtenberg, Struijs en Peter de Groot.
Zij krijgt nr. 97 (36800-X).
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Dobbe van de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet overweegt de opkomstplicht opnieuw in te voeren;
verzoekt de regering hier niet toe over te gaan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Van Baarle.
Zij krijgt nr. 98 (36800-X).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet een opkomstplicht overweegt naar Zweeds model;
constaterende dat in Zweden jongeren een gevangenisstraf riskeren bij het weigeren van dienstplicht;
verzoekt de regering nooit te dreigen met een gevangenisstraf bij het weigeren van dienstplicht,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Van Baarle.
Zij krijgt nr. 99 (36800-X).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het ministerie van Defensie bezig is met een wervingscampagne voor jongeren;
constaterende dat uitzending naar conflictgebieden grote psychosociale en lichamelijke effecten kan hebben die niet altijd bij jongeren bekend zijn;
verzoekt de regering in het aannamebeleid aandacht te besteden aan de gevolgen van uitzending naar een oorlogsgebied, zodat jongeren een weloverwogen keuze kunnen maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 100 (36800-X).
Mevrouw Dobbe (SP):
Dan wil ik nog meegeven dat we het in het debat ook gehad hebben over een aantal uitspraken van de minister over de werving, namelijk dat Defensie staat voor iedereen, dus ook voor jongeren: "Dus als je goed bent in gamen, kom dan vooral bij Defensie." Ik vind die vergelijking echt niet passend als het gaat om het effect dat het heeft als je bijvoorbeeld in een oorlog terechtkomt. Ik zou de staatssecretaris toch willen oproepen om dat niet meer te doen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Lanschot namens het CDA.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank u wel, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
van mening dat verbeteren van het behoud van onze 42.000 beroepsmilitairen essentieel is om de krijgsmacht met 15.000 beroeps uit te kunnen breiden per 2030;
constaterende dat beroepsmilitairen in de Stand van Defensie 2025 als belangrijkste vertrekreden (in 52% van de gevallen) de combinatie tussen werk, reistijd en thuis noemen;
overwegende dat sommige levensfases, zoals het opvoeden van jonge kinderen of het mantelzorgen voor een naaste, uitdagend zijn om te combineren met een baan als beroepsmilitair en voor extra druk op het thuisfront zorgen;
overwegende dat een aantal jaar een burgerfunctie bij Defensie (met een betere werk-privébalans) kunnen vervullen het voor deze militairen aantrekkelijker maakt om daarna weer terug te kunnen keren als beroeps;
constaterende dat er in het personeelsbeleid van Defensie op basis van individueel maatwerk aandacht voor is, maar dat een programmatische schaal ontbreekt, terwijl de omvang van het burgerpersoneel (25.000 medewerkers) daar genoeg relevante banen voor zou moeten kunnen bieden;
verzoekt de regering om in overleg met de vakbonden een "beroepsbehoudprogramma" voor beroepsmilitairen te onderzoeken, van minstens 250 banen binnen de bestaande burgerformatie van Defensie, en de Kamer hierover in Q4 2026 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Lanschot.
Zij krijgt nr. 101 (36800-X).
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Piri.
Mevrouw Piri (PRO):
Nu al?
De voorzitter:
Ja.
Mevrouw Piri (PRO):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de militairen die zich hebben ingezet voor de veiligstelling en repatriëring van de slachtoffers van vlucht MH17 hiervoor weliswaar een herinneringsbeeldje hebben ontvangen, maar geen onderscheiding;
overwegende dat de inzet van deze militairen, inmiddels bijna twaalf jaar geleden, een passende vorm van erkenning verdient;
verzoekt de regering alsnog over te gaan tot toekenning van een passende onderscheiding aan de militairen die zich hebben ingezet voor de veiligstelling en repatriëring van de slachtoffers van vlucht MH17, en de Kamer hierover voor Prinsjesdag 2026 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Piri.
Zij krijgt nr. 102 (36800-X).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Commissie op verzoek van onder andere Nederland in gesprek is met de taliban over de terugname van Afghaanse asielzoekers, wat kan worden opgevat als de facto normalisering van betrekkingen;
overwegende dat Nederlandse Afghanistanveteranen en naar Nederland geëvacueerde tolken zich met gevaar voor eigen leven tegen dit bewind hebben ingezet en dat hun stem daarom meegewogen moet worden;
verzoekt de regering het sentiment onder Nederlandse Afghanistanveteranen en de naar Nederland geëvacueerde tolken te peilen ten aanzien van de Europese toenadering tot de taliban, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Piri.
Zij krijgt nr. 103 (36800-X).
Mevrouw Piri (PRO):
Tot slot.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Defensie op verschillende kernterreinen, waaronder opleiden, trainen en oefenen, structureel oud-militairen inhuurt via dure commerciële tussenpartijen;
overwegende dat de meerwaarde van deze inhuur voornamelijk voortkomt uit de kennis en ervaring van de oud-militairen zélf en dat zij met een meer flexibele aanstellingsvorm verbonden kunnen blijven aan Defensie;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe de kennis en ervaring van oud-militairen via een flexibele reservisten- of aanstellingsvorm rechtstreeks aan Defensie verbonden kan worden gehouden, zodat de afhankelijkheid van dure commerciële tussenpartijen wordt afgebouwd, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Piri.
Zij krijgt nr. 104 (36800-X).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Baarle namens DENK.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank u, voorzitter. Allereerst heb ik een tweetal moties over de ladder die de staatssecretaris wil gaan invoeren, met uiteindelijk een opkomstplicht.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering werkt aan een ladder die uiteindelijk kan leiden tot een verplichte enquête, verplichte keuring en een (selectieve) opkomstplicht;
verzoekt de regering te waarborgen dat geen enkele stap in de ladder, waaronder een verplichte enquête, verplichte keuring of (selectieve) opkomstplicht, kan worden ingevoerd zonder voorafgaande instemming van de Staten-Generaal,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle en Dobbe.
Zij krijgt nr. 105 (36800-X).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering werkt aan een wijziging van de Kaderwet dienstplicht, waarin verschillende vormen van een (selectieve) opkomstplicht worden uitgewerkt;
overwegende dat vrijheidsbenemende sancties wegens het niet voldoen aan een verplichte enquête, verplichte keuring of (selectieve) opkomstplicht een onevenredig zware inbreuk vormen op de persoonlijke vrijheid;
verzoekt de regering uit te sluiten dat het niet voldoen aan een verplichte enquête, verplichte keuring of (selectieve) opkomstplicht kan leiden tot een vrijheidsbenemende sanctie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle en Dobbe.
Zij krijgt nr. 106 (36800-X).
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Dan de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat behoud van personeel essentieel is voor de gereedheid van de krijgsmacht;
constaterende dat uit onderzoek van de inspecteur-generaal der krijgsmacht blijkt dat een aanzienlijk deel van het personeel discriminatie en ander grensoverschrijdend gedrag ervaart;
verzoekt de regering een versterkt plan van aanpak op te stellen voor inclusie, sociale veiligheid en bestrijding van discriminatie, gericht op het beschermen en behouden van personeel, en de Kamer jaarlijks over de voortgang en de resultaten daarvan te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 107 (36800-X).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering een doelstelling hanteert van 30% vrouwen Defensiebreed, op dit moment 20% van het Defensiepersoneel vrouw is en slechts 12,8% van de beroepsmilitairen vrouw is;
verzoekt de regering naast de Defensiebrede doelstelling ook een concrete doelstelling en een tijdpad vast te stellen voor het aandeel vrouwelijke beroepsmilitairen, en de Kamer jaarlijks over de voortgang te en informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 108 (36800-X).
De heer Van Baarle (DENK):
Dank u.
De voorzitter:
Dank u, meneer Van Baarle. Het woord is aan de heer Peter de Groot namens de VVD.
De heer Peter de Groot (VVD):
Voorzitter. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het personeelsbestand van de krijgsmacht de komende jaren substantieel moet groeien;
overwegende dat een deel van de extra vacatureruimte kan worden ingevuld door deeltijdpersoneel uit het bedrijfsleven of van de overheid;
overwegende dat hiermee actuele kennis en ervaring uit het bedrijfsleven direct binnen de krijgsmacht worden ingezet;
verzoekt de regering om belemmeringen voor hybride loopbanen weg te nemen en actief te werken aan het werven van personeel dat als militair in deeltijd bij Defensie werkt en dit combineert met een deeltijdbaan in het bedrijfsleven of bij de overheid,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Peter de Groot en Jagtenberg.
Zij krijgt nr. 109 (36800-X).
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Boon namens de PVV.
De heer Boon (PVV):
Ik heb een aantal moties. De eerste motie is de volgende.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Regeling faciliteiten Turkse dienstplicht defensie-ambtenaren (RFTDD) faciliteiten biedt voor het afkopen of vervullen van de Turkse dienstplicht;
constaterende dat eerdere Kamermoties waarin werd verzocht deze regeling te beëindigen niet zijn uitgevoerd;
overwegende dat Nederlands belastinggeld en Defensiefaciliteiten niet behoren te worden ingezet ten behoeve van een buitenlandse dienstplicht;
verzoekt de regering de beëindiging van de Regeling faciliteiten Turkse dienstplicht defensie-ambtenaren als inzet te betrekken bij het eerstvolgende overleg over de arbeidsvoorwaarden van Defensie, en de Kamer over de uitkomst daarvan te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boon.
Zij krijgt nr. 110 (36800-X).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Defensie Conditie Proef (DCP) momenteel normen hanteert op basis van geslacht en leeftijd;
constaterende dat binnen Defensie voor verschillende functies al wordt gewerkt met functiegerichte fysieke eisen, zoals de FIT/FIT-CLAS;
overwegende dat militairen moeten worden beoordeeld op hun inzetbaarheid voor de functie die zij vervullen en dat normen op basis van geslacht en leeftijd daarmee onverenigbaar zijn;
verzoekt de regering de Defensie Conditie Proef te hervormen naar functiegerichte eisen, vergelijkbaar met de systematiek van de FIT/FIT-CLAS, en daarbij normen op basis van geslacht en leeftijd af te schaffen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boon.
Zij krijgt nr. 111 (36800-X).
De heer Boon (PVV):
En de laatste.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de primaire kerntaak van Defensie is om Nederland en zijn bondgenoten te versterken met een maximaal slagvaardige en gevechtsklare krijgsmacht;
overwegende dat ons leger alleen sterk is als het draait om meritocratie, discipline, vakmanschap en echte gevechtskracht, en dat de linkse woke- en diversiteitsideologie (DEI) onze krijgsmacht verzwakt, normen verlaagt, cohesie vernietigt en daarmee de veiligheid van Nederland in gevaar brengt;
verzoekt de regering:
- alle woke-, diversiteits- en inclusiebeleid (DEI) binnen Defensie per direct stop te zetten;
- geen nieuw wokebeleid, quota, verplichte trainingen of gendertaalregels meer in te voeren;
- in alle officiële communicatie en regelgeving uit te gaan van het biologische onderscheid tussen man en vrouw,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boon.
Zij krijgt nr. 112 (36800-X).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Nanninga.
De heer Boon (PVV):
U ook bedankt, voorzitter.
De voorzitter:
Eén vraag van mevrouw Dobbe, kort en bondig.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik zou met betrekking tot deze laatste motie wel van de staatssecretaris willen horen of er beleid bestaat dat "wokebeleid bij Defensie" heet. Dan weten we dat ook weer.
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Nanninga namens JA21.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dank u wel, voorzitter, en ook dank aan de staatssecretaris en de commissieleden voor de mooie debatten over dit onderwerp. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat militairen van de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten onder meer worden ingezet voor de beveiliging van diplomaten en Nederlandse vertegenwoordigers in hoogrisicogebieden;
overwegende dat deze militairen tijdens dergelijke inzet kunnen worden blootgesteld aan aanzienlijke risico's;
overwegende dat de BSB'ers die onder verantwoordelijkheid van Buitenlandse Zaken worden ingezet, op onderdelen niet altijd onder dezelfde toelagen-, uitzend-, rusttijden-, nazorg- en erkenningsregelingen vallen als militairen die op reguliere Defensie-uitzending zijn;
overwegende dat het onwenselijk zou zijn als militairen die vergelijkbare risico's lopen door een bestuurlijke constructie tussen Defensie en Buitenlandse Zaken rechtspositioneel of qua erkenning tussen wal en schip vallen;
verzoekt de regering tevens om, waar sprake is van ongerechtvaardigde verschillen, voorstellen te doen om deze te repareren, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Nanninga.
Zij krijgt nr. 113 (36800-X).
Mevrouw Nanninga (JA21):
Tot zover. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors vijf minuten voordat we verdergaan met de beantwoording van de staatssecretaris.
De vergadering wordt van 12.04 uur tot 12.13 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de staatssecretaris voor een korte en bondige beantwoording.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Boswijk:
Ja, ja, ja, ja, ja.
De voorzitter:
Ik ken u langer dan vandaag, excellentie.
Staatssecretaris Boswijk:
Voorzitter. Ik ben toch wel echt onder de indruk van hoeveel moties er in een tweeminutendebat doorheen kunnen worden gejaagd.
De voorzitter:
Gaat u maar gauw appreciëren dan.
Staatssecretaris Boswijk:
Dus complimenten bij dezen. Ik doe het zo kort mogelijk.
De motie op stuk nr. 95 van mevrouw Jagtenberg, over het belang van het thuisfront: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 96, ook van mevrouw Jagtenberg, over de basisvaardigheden: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 97 over gedeeld werkgeverschap: ook oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 98 gaat over de opkomstplicht en uitspreken dat dat niet gaat gebeuren. Die is ontraden. Dat heeft ermee te maken dat we op dit moment bezig zijn met voorbereiding van wetgeving. We gaan hier later dit jaar nog uitgebreid over in debat in de Tweede Kamer. Deze motie is dus ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 99.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 99 is … Het ligt niet helemaal op volgorde, zie ik nu. De motie op stuk nr. 99 moet ik eigenlijk ook ontraden met hetzelfde argument als voor de motie op stuk nr. 98.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 100.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 100 verzoekt de regering in het aannamebeleid aandacht te besteden aan de gevolgen van uitzendingen. Het lijkt ons erg goed om dat te doen. Dat doen we overigens ook al, zeg ik er meteen bij, maar het is wel goed om daar extra aandacht aan te besteden, dus oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 101 van de heer Van Lanschot: oordeel Kamer.
Dan de motie op stuk nr. 102 van mevrouw Piri, over de onderscheiding wat betreft MH17. Wij zijn hier op dit moment mee aan het werk. De overleggen lopen. Het is interdepartementaal, maar we steunen geheel de lijn van deze motie, dus wat ons betreft oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 103.
U heeft "oordeel Kamer", mevrouw Piri.
Mevrouw Piri (PRO):
Ja, dat weet ik.
De voorzitter:
Kort en bondig.
Mevrouw Piri (PRO):
Ik wil namens alle woordvoerders van dit debat aankondigen dat zij zich graag ook onder deze motie willen scharen. Dat zijn mevrouw Jagtenberg, mevrouw Dobbe, de heer Van Lanschot, mevrouw Ten Hove, de heer Van Baarle, de heer Peter de Groot, de heer Boon en mevrouw Nanninga.
De voorzitter:
We zullen het noteren.
De motie op stuk nr. 103.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 103, ook van mevrouw Piri, gaat over het sentiment peilen onder Nederlandse Afghanistanveteranen naar aanleiding van de actualiteit. Die motie heeft ook oordeel Kamer. Ik zeg daar wel bij dat het niet helemaal aan ons is. We zullen daarover in overleg treden met het Nederlands Veteraneninstituut. Het valt ook deels onder de verantwoordelijkheid van de minister. Met die kanttekening erbij: we zullen ons er wel voor inzetten.
De voorzitter:
Mevrouw Piri knikt.
Staatssecretaris Boswijk:
Die steek ik in m'n zak. Even kijken.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 104.
Staatssecretaris Boswijk:
Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 104, over de externe opleidingscapaciteit. Ik deel het punt van mevrouw Piri. We willen natuurlijk zo veel mogelijk eigen opleidingscapaciteit creëren. Op dit moment kunnen we gewoon niet anders. We zullen ook in de toekomst flexibele manieren voor opleiding moeten zoeken, maar in het licht van meer strategisch kijken naar hoe we daar in de toekomst beter mee omgaan en hoe we nog meer eigen capaciteit gaan benutten, zeg ik: oordeel Kamer. Ik geef wel de winstwaarschuwing dat we voorlopig externe opleidingscapaciteit gewoon heel hard nodig hebben.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 105.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 105 van de heer Van Baarle verzoekt de regering uit te sluiten dat het niet voldoen aan een verplichte enquête … Eigenlijk geldt voor deze motie dezelfde appreciatie als voor die van mevrouw Dobbe. Deze motie loopt een beetje vooruit op het hele wetgevingstraject dat wij nog gaan doorlopen. Het debat hierover gaat naar mijn verwachting later dit jaar plaatsvinden, dus in die hoedanigheid: ontraden.
De motie van de heer Baarle over … Ik weet even de nummering niet, maar ik ga ervan uit dat …
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 106. De vorige was de motie op stuk nr. 105. Dit is de motie op stuk nr. 106.
Staatssecretaris Boswijk:
Ja.
De voorzitter:
O, meneer Van Baarle zegt dat de motie op stuk nr. 106 gaat over uitsluiten dat het niet voldoen aan een verplichte enquête …
Staatssecretaris Boswijk:
Ja. Dan heb ik nu de motie die de regering verzoekt een versterkt plan van aanpak op te stellen voor inclusie, sociale …
De voorzitter:
Ja. Dat is de motie op stuk nr. 105.
Staatssecretaris Boswijk:
Oké. Ik heb even geen nummers, maar …
De voorzitter:
Dat is de motie op stuk nr. 107, hoor ik nu.
De motie op stuk nr. 105 van de heer Van Baarle gaat over waarborgen dat geen enkele stap in de ladder, waaronder een verplichte enquête …
Staatssecretaris Boswijk:
Ja, die heb ik net ontraden.
De voorzitter:
Ja.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 106.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 106 verzoekt de regering …
De voorzitter:
… om uit te sluiten dat het niet voldoen aan een verplichte enquête, verplichte keuring of …
Staatssecretaris Boswijk:
Excuus. De verwarring is van mijn kant. De moties op de stukken nrs. 105 en 106 zijn allebei ontraden om dezelfde reden als die ik eerder aangaf bij mevrouw Dobbe.
De voorzitter:
Dan is de motie op stuk nr. 107 de motie over inclusie, sociale veiligheid en bestrijding van discriminatie.
Staatssecretaris Boswijk:
Klopt. Uiteraard hechten wij daar veel belang aan en doen wij daar als Defensie ook heel veel aan. Tegelijkertijd moeten we ook concluderen: nog niet voldoende, want er is helaas nog steeds wel sprake van. In het licht daarvan: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 108 gaat over een apart percentage voor vrouwelijke beroepsmilitairen en vraagt om dat nog net iets meer te specificeren. Oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 109.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 109 van de heer De Groot: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 110 van de heer Boon steunen wij. Ik zeg er wel bij dat wij dit ook met de partners in de samenleving, onder andere de vakbonden, moeten afstemmen. Daar gaan wij niet helemaal zelf over. Wij steunen het, dus wat ons betreft is het oordeel Kamer, maar het is niet iets waar wij alleen invloed op hebben.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 110: oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 111.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 111: oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 112.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 112 verzoekt de regering om al het woke beleid enzovoort enzovoort. Allereerst is er de vraag van mevrouw Dobbe: hebben wij woke beleid? Wij hebben geen woke beleid, maar we hebben wel diversiteits- en inclusiebeleid. Daar ben ik ook blij mee, want een diverse, inclusieve krijgsmacht maakt onze krijgsmacht simpelweg beter, maar onze krijgsmacht bestaat ook om die diversiteit en inclusie in onze samenleving te beschermen. Deze motie ontraad ik dus.
De voorzitter:
Tot slot.
Staatssecretaris Boswijk:
Dan hadden we de motie op stuk nr. 113 van mevrouw Nanninga. Die moet ik helaas ontraden. Dat heeft ermee te maken dat er echt verschillende arbeidsvoorwaarden zijn tussen de verschillende departementen. Voor het ene onderdeel is dat positief voor de militairen en negatief voor de diplomaten en vice versa. Het zijn gewoon verschillende arbeidsvoorwaarden, die niet helemaal recht te trekken zijn. Daarbij zijn we ook overlegplichtig hierover met de vakbonden, dus we gaan er ook niet zelf over.
De voorzitter:
Er is één vervolgvraag van mevrouw Nanninga.
Mevrouw Nanninga (JA21):
De constatering die de staatssecretaris doet, hebben wij zelf ook gedaan. Dat is namelijk de aanleiding voor deze motie. De motie verzoekt heel duidelijk om voorstellen te doen om ongerechtvaardigde verschillen te repareren. Er is helemaal niet gezegd dat dit niet interdepartementaal zou kunnen. Dit bevreemdt mij dus een beetje. Gelijke betaling en behandeling zouden toch een streven moeten zijn van alle ministeries.
Staatssecretaris Boswijk:
Ja, alleen zijn verschillende functies die interdepartementaal zijn, tegelijkertijd nooit helemaal met een schaartje te knippen. Arbeidsvoorwaarden zijn ook altijd een onderdeel van een grotere deal. We hebben toevallig — daar ben ik erg blij mee — vrij recent een onderhandelingsakkoord bereid met de bonden. Dat was binnen drie maanden, wat vrij voortvarend is geweest. Ik weet wel dat de gesprekken buitengewoon stevig, complex en ingewikkeld waren. Ik weet ook dat de arbeidsvoorwaarden altijd het resultaat zijn van een onderhandeling die je doet. Het is gewoon niet uitvoerbaar om dat helemaal gelijk te trekken, want als we ergens iets uit halen, krijgen we ergens weer iets terug. Dat is interdepartementaal buitengewoon ingewikkeld.
De voorzitter:
Dank u wel.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
Materieel
Materieel
Aan de orde is het tweeminutendebat Materieel (CD d.d. 10/06).
Termijn inbreng
De voorzitter:
We gaan meteen verder met het tweeminutendebat Materieel. Daarvoor geef ik mevrouw Jagtenberg het woord namens D66. Gaat uw gang.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Dank u wel, voorzitter. Pionierschap zit in ons DNA.
De voorzitter:
Mag ik een beetje rust in de plenaire zaal? Gaat uw gang.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Dan begin ik even opnieuw.
Voorzitter. Pionierschap zit in ons DNA. Van vliegtuigen en satellieten tot sensoren en nieuwe materialen: Nederlandse technologie doet mee aan de wereldtop. Juist nu we onze afhankelijkheden willen verkleinen, is het tijd om dat pionierschap weer naar voren te halen. Daarvoor hebben we het talent, de kennis en de kunde in huis. Technologie bepaalt steeds vaker hoe oorlog wordt gevoerd. Snelheid en schaal mogen daarbij nooit een excuus zijn om het internationaal recht los te laten, want dat recht is juist gemaakt voor de momenten waarop de mensheid op haar slechtst is. Autonome en onbemande systemen spelen een steeds grotere rol. Daarom moeten we onze principes vanaf het eerste ontwerp verankeren. Als Defensie beschermt wat ons dierbaar is, gaat dat ook om onze waarden. Juist als we deze systemen zelf ontwikkelen, houden we zeggenschap over de keuzes die hierin worden gebouwd.
Dit is hét moment waarop Nederland opnieuw pionierschap moet tonen, door te laten zien dat technologische voorsprong en moreel leiderschap hand in hand gaan, door onze veiligheid te versterken zonder onze principes los te laten en door te innoveren zonder het menselijk oordeel uit het oog te verliezen. Nederland kan namelijk voor Europa het verschil maken. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat, om in de toekomst slagvaardig te blijven, onbemenste systemen zoals collaborative combat aircraft cruciaal zijn voor Defensie en dat experts een mix aan systemen adviseren;
constaterende dat de Nederlandse defensie technologische en industriële basis, NLDTIB, reeds over een groot deel van de benodigde technologieën, kennis en capaciteiten beschikt om een dergelijk systeem te ontwikkelen;
overwegende dat voor de continuïteit van kennisopbouw nieuwe initiatieven complementair moeten zijn aan reeds lopende initiatieven;
overwegende dat een succesvolle demonstratie- of prototypefase moet kunnen leiden tot verdere ontwikkeling en opschaling richting operationele inzet;
verzoekt de regering om, in samenwerking met de Nederlandse industrie, kennisinstellingen en Defensie, een pilotproject op te zetten gericht op de ontwikkeling van een prototype collaborative combat aircraft,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jagtenberg, Van Lanschot, Dassen, Diederik van Dijk en Peter de Groot.
Zij krijgt nr. 494 (27830).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Nanninga namens JA21. Gaat uw gang.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dank, voorzitter. Ik heb twee moties, dus ik ga ze gauw voorlezen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Defensie de komende jaren sneller en meer materieel moet verwerven;
overwegende dat versnelling noodzakelijk is, maar nooit ten koste mag gaan van integriteit, doelmatigheid en controleerbaarheid;
overwegende dat het gebruik van tussenpersonen, bemiddelaars of andere niet-transparante constructies bij defensie-inkopen extra integriteits- en afhankelijkheidsrisico's kan meebrengen;
overwegende dat transparante procedures rondom bestedingen van publieke gelden essentieel zijn voor behoud van het draagvlak voor de toegenomen Defensie-uitgaven;
verzoekt de regering om bij defensie-inkopen waarbij gebruik wordt gemaakt van tussenpersonen of bemiddelaars, standaard inzichtelijk te maken welke integriteitsrisico's zijn gewogen;
verzoekt de regering de Kamer bij verwervingen actief te informeren over de getroffen waarborgen, zonder operationeel of commercieel vertrouwelijke informatie prijs te geven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Nanninga.
Zij krijgt nr. 495 (27830).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederlandse militairen moeten kunnen beschikken over het beste, snelst beschikbare en meest effectieve materieel, zowel voor hun persoonlijke veiligheid als de Nederlandse nationale veiligheid;
overwegende dat operationele noodzaak, bescherming van militairen, snelheid van levering, beschikbaarheid, interoperabiliteit en bewezen effectiviteit leidend moeten zijn bij materieelverwerving;
overwegende dat politieke of ideologische voorkeuren nooit zwaarder mogen wegen dan de veiligheid van onze militairen en de slagkracht van onze krijgsmacht;
verzoekt de regering om bij materieelkeuzes operationele noodzaak, snelheid, beschikbaarheid en bescherming van militairen te prioriteren ten opzichte van eventuele politieke of ideologische voorkeurscriteria,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Nanninga.
Zij krijgt nr. 496 (27830).
Mevrouw Nanninga (JA21):
Voorzitter, tot zover. Dank u wel.
De voorzitter:
Eén vraag van de heer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
De laatste motie zou er in theorie toe leiden dat, als de Nederlandse regering een afweging moet maken tussen bijvoorbeeld de veiligheid van het personeel of wapens kopen van Poetin of Kim Jong-un, het kopen van wapens van Poetin of Kim Jong-un voor Nederland bespreekbaar is. Dat is best vergaand. Mevrouw Nanninga kan toch niet hier bepleiten dat we die kant opgaan?
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dat bepleit mevrouw Nanninga dan uiteraard ook niet.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Dassen namens Volt.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet bezig is met het oprichten van een Defensie Innovatie Opschaling Autoriteit, DIOA;
overwegende dat een dergelijk instituut slagkrachtiger te werk kan gaan wanneer het gebruik kan maken van de kennis, het talent en de middelen van de hele Europese Unie;
verzoekt de regering de DIOA dusdanig in te richten dat die Europees schaalbaar is en de processen en netwerken vanaf het begin al verweven zijn in het Europese innovatieve ecosysteem,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.
Zij krijgt nr. 497 (27830).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
van mening dat dit kabinet zich volop moet inzetten voor een Europees alternatief voor onbemenste gevechtsvliegtuigen;
overwegende dat daar niet geloofwaardig aan gebouwd kan worden wanneer er gelijktijdig miljoenen euro's geïnvesteerd worden in een Amerikaanse variant, namelijk het CCA-programma;
verzoekt de regering om in het kader van nationale veiligheid en Europese soevereiniteit op geen enkele manier additionele stappen te zetten op het CCA-programma zonder de Kamer daar in een aparte brief over te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.
Zij krijgt nr. 498 (27830).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de staatssecretaris een tweesporenbeleid heeft ingezet om het gebruik van Palantir af te bouwen;
constaterende dat Defensie Palantir ook gebruikt in NAVO-verband, waarbij het Maven Smart System (MSS) wapensystemen van verschillende landen met elkaar laat samenwerken;
verzoekt de regering om binnen twee jaar al het gebruik van Palantir af te bouwen en over te stappen naar een Europees alternatief,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.
Zij krijgt nr. 499 (27830).
De heer Dassen (Volt):
Dan wil ik de staatssecretaris nog bedanken voor het sturen van foto's van pagina's uit zijn boek. Die zijn altijd inspirerend en zorgen altijd voor nieuwe inzichten. Dat is hartstikke mooi. Dank u wel.
De voorzitter:
Niet zijn boek, zegt de staatssecretaris. Dat had ook nog gekund, hem kennende. Het woord is aan de heer Van Lanschot namens het CDA.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank, voorzitter. Eén motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de gevraagde herziening van Defensie Strategie voor Industrie en innovatie (D-SII) vormgegeven wordt via een Nationaal Programma Defensie Industrie en Innovatie (NPDII), dat opgeleverd wordt in Q3 2026 en waar de industrie, onderwijs en regio intensief bij betrokken worden;
constaterende dat de publiek-private samenwerking in Defport als vliegwiel zou moeten dienen voor het transformationeel opschalen van de defensie-industrie;
overwegende dat Defport zich zou moeten richten op:
- het opstellen van een actieplan om de NPDII te vertalen naar resultaten;
- het bijdragen aan technologieroadmaps waarop de industrie kan inspelen;
- het helpen vormgeven van de Defensie Innovatie Opschaling Autoriteit;
- het ontwikkelen van innovatieve contractvormen (inclusief langetermijncommitment en financiering) en versnellen van aanbestedingsprocedures;
- het identificeren, coördineren en helpen adresseren van (operationele) knelpunten bij het opschalen van de waardeketens van de defensie-industrie;
overwegende dat de governance en besluitvorming van Defport pragmatisch moeten worden ingericht en in de samenstelling de 4TU zelfstandig vertegenwoordigd zou moeten zijn om kortcyclische innovatie te bespoedigen;
verzoekt de regering om deze overwegingen leidend te laten zijn bij het vormgeven van de samenwerking in Defport en de Kamer daarover uiterlijk in Q3 2026 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Lanschot.
Zij krijgt nr. 500 (27830).
De heer Van Lanschot (CDA):
Rest mij de staatssecretaris ook te bedanken voor die boeken. Wij vragen ons natuurlijk allen af waar hij de tijd vandaan haalt om die te lezen. We wensen hem een goed zomerreces.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Peter de Groot van de VVD.
De heer Peter de Groot (VVD):
Voorzitter. Ik denk dat deze staatssecretaris klaar is met klussen en dus tijd heeft om boeken te lezen. Ik heb twee moties meegenomen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat vijandige mogendheden niet in staat moeten zijn om de defensie-industriële basis waar Defensie van afhankelijk is te belemmeren of te blokkeren;
constaterende dat er binnen de NAVO ondernemers zijn die gespecialiseerd zijn in de productie van materialen en cruciale (deel)onderdelen die van kritiek belang zijn voor defensieketens;
constaterende dat huidige aanbestedingen onvoldoende corrigeren voor staatssteun en andere concurrentieverstorende maatregelen;
verzoekt de regering te bezien hoe (Europese) aanbestedingsvoorwaarden aangepast kunnen worden om geopolitieke betrouwbaarheid en een gelijk speelveld beter te stimuleren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Peter de Groot.
Zij krijgt nr. 501 (27830).
De heer Peter de Groot (VVD):
En de tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat defensie-inkopen nu vaak rigide zijn gericht op specifieke materiële oplossingen in plaats van het uitvragen van een functionele behoefte;
overwegende dat de krijgsmacht sneller kan opschalen als betrouwbare Nederlandse ondernemers en hun medewerkers vooraf worden geaccrediteerd om direct aan operationele problemen te werken;
verzoekt de regering om de inkoopprocessen uit de vredesstand te halen door te bezien hoe er overgegaan kan worden naar een functioneel aanbestedingsstelsel waarin meer flexibiliteit en ruimte voor uitzonderingen bij inkoop worden toegepast;
verzoekt de regering om een systematiek uit te werken voor de voorafgaande accreditatie van bedrijven en hun personeel, zodat zij direct flexibel inzetbaar zijn voor defensievraagstukken;
verzoekt de regering om een publiek-private samenwerking uit te werken waardoor bedrijven en organisaties vanuit een functionele vraag invulling kunnen geven aan groei en functioneren van de krijgsmacht,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Peter de Groot.
Zij krijgt nr. 502 (27830).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Boon namens de PVV.
De heer Boon (PVV):
Voorzitter. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat luitenant-generaal buiten dienst Ted Meines zich als verzetsstrijder, militair, medeoprichter en eerste voorzitter van het Veteranen Platform decennialang heeft ingezet voor de erkenning, waardering en rechtspositie van Nederlandse veteranen en wordt beschouwd als de grondlegger van het Nederlandse veteranenbeleid;
overwegende dat zijn uitzonderlijke verdiensten voor de Nederlandse krijgsmacht en de veteranengemeenschap een blijvende nationale erkenning verdienen;
verzoekt de regering bij de naamgeving van een toekomstige kazerne, een toekomstig oefenterrein of andere militaire locatie te bezien of deze kan worden vernoemd naar luitenant-generaal buiten dienst Ted Meines,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boon.
Zij krijgt nr. 503 (27830).
Het woord is aan de heer Van Baarle namens DENK.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter, dank.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Algemene Rekenkamer over 2025 spreekt van 4,3 miljard euro aan fouten en onzekerheden bij defensiematerieel;
constaterende dat de Rekenkamer concludeert dat Defensie kampt met problemen in de basis, waaronder omzeilde aanbestedingsprocedures, onvoldoende onderbouwde contractgunningen en het ontbreken van fraudebeleid;
overwegende dat de defensie-uitgaven dit jaar al bijna 27 miljard bedragen en Defensie voornemens is deze uitgaven de komende jaren verder te laten stijgen;
verzoekt de regering om het toezicht op defensie-inkopen niet te versoepelen zolang de door de Algemene Rekenkamer geconstateerde basisproblemen niet aantoonbaar zijn opgelost, en met een concreet verbeterplan te komen voor rechtmatige aanbesteding, fraudepreventie en anticorruptie bij defensie-inkopen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 504 (27830).
Een interruptie van mevrouw Keijzer.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Gaat het wel goed met de heer Van Baarle? Ik kan hem amper verstaan.
De voorzitter:
Volgens mij wel. We zorgen voor water. Het komt allemaal goed. Volgens mij vraagt mevrouw Keijzer of u iets harder zou kunnen spreken.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Misschien kan de heer Van Baarle iets beter articuleren en wat minder snel praten, want op deze manier is het niet te volgen. Dat is zonde, toch?
De heer Van Baarle (DENK):
Volgens mij zijn er geen reglementaire voorschriften over de snelheid van het spreken.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik versta het gewoon niet.
De heer Van Baarle (DENK):
Dan luistert u het toch lekker terug?
De voorzitter:
Uw tweede motie.
De heer Van Baarle (DENK):
De tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland de afgelopen jaren voor honderden miljoenen euro's defensiematerieel heeft ingekocht bij Israëlische leveranciers;
constaterende dat de Kamer een motie heeft aangenomen om de afhankelijkheid van Israëlische wapensystemen af te bouwen;
overwegende dat Nederland geen financiële bijdrage mag leveren aan een defensie-industrie die nauw verweven is met oorlogsmisdaden, mensenrechtenschendingen en de bezetting van Palestijns gebied;
verzoekt de regering geen nieuwe contracten meer aan te gaan met Israëlische wapenbedrijven en bestaande afhankelijkheden zo spoedig mogelijk af te bouwen;
verzoekt de regering tevens om de Kamer te informeren over alle lopende en voorgenomen defensieaankopen bij Israëlische leveranciers en over de wijze waarop de afhankelijkheid daarvan wordt afgebouwd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 505 (27830).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland bij wapenexport toetst aan mensenrechten en internationaal recht, maar dat een vergelijkbaar eenduidig kader ontbreekt bij de import van defensiematerieel;
overwegende dat ook bij de inkoop van wapens en defensiesystemen moet worden voorkomen dat Nederland bijdraagt aan oorlogsmisdaden, mensenrechtenschendingen of ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht;
verzoekt de regering om een mensenrechtelijk en internationaalrechtelijk toetsingskader op te stellen voor de import van defensiematerieel,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 506 (27830).
Dank u wel, meneer Van Baarle. De moties worden ook nog rondgedeeld, zoals gebruikelijk. Tot slot is het woord aan mevrouw Keijzer.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland beschikt over de gehele waardeketen voor ballistische en blastbeschermende middelen, van grondstof tot eindproduct;
constaterende dat Defensie desondanks via bestaande contracten gebruikmaakt van Chinese supervezels, terwijl Nederlandse capaciteit onderbenut blijft;
overwegende dat afhankelijkheid van China voor kritieke defensietoepassingen onwenselijk is en indruist tegen het streven naar strategische autonomie;
verzoekt de regering:
- bij defensie-inkopen uitsluitend in te zetten op Nederlandse en Europese producenten;
- aan te sluiten bij de noodzaak de Nederlandse defensie- en civielmilitaire industrie te versterken en te internationaliseren, teneinde Nederland de primaire toeleverancier te maken van supervezels voor Europese defensietoepassingen;
- binnen bestaande contracten te sturen op het uitfaseren van Chinese supervezels en benutting van Nederlandse capaciteit,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Keijzer en Nanninga.
Zij krijgt nr. 507 (27830).
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. Bij het commissiedebat heb ik geprobeerd een breder probleem aan te kaarten: we zijn goed in plannen en praten, maar traag in doen. Innovaties liggen klaar, Nederlandse productiecapaciteit is aanwezig, maar door juridische en ambtelijke processen komt opschaling in Nederland niet van de grond. Daardoor laten we kansen liggen. De vraag is simpel: wanneer kiezen we nou eindelijk eens voor snelheid, eigen Nederlandse productie en strategische autonomie? Neem bijvoorbeeld de productie van supervezels. We kunnen supervezels van wereldklasse produceren voor pantserplaten en andere zaken. Toch dreigt een Defensieorder van circa 100 miljoen naar China te gaan. Dat is eeuwig zonde.
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Make The Netherlands Great Again!
De voorzitter:
Ik schors vijf minuten. En vijf minuten is ook echt vijf minuten. Nee, meneer Bolhuis, u bent te laat. Ik schors vijf minuten. We lopen al uit de tijd en dat maakt me onrustig.
De vergadering wordt van 12.37 uur tot 12.43 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen. Het woord is aan de staatssecretaris.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Boswijk:
Voorzitter. Ik heb één vraag gekregen: heb ik wel genoeg werk en hoe kom ik tot tijd om te lezen? Ik heb één nieuwe vaardigheid ontwikkeld, namelijk niet misselijk worden op de achterbank tijdens het lezen van stukken. Dat heb ik afgeleerd. Dat geeft heel veel tijd om af en toe boeken te lezen.
De voorzitter:
Dat is nou precies waar we allemaal naar op zoek waren. En dan zijn er ook nog appreciaties.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 494: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 495: oordeel Kamer. We hebben het hier in het debat over gehad en ik heb ook een toezegging gedaan, ik meen aan mevrouw Piri. We zijn op dit moment hard bezig met fraude- en corruptiebeleid. Dat komt in het najaar en daar wil deze motie bij betrekken. De uitvoering ervan zal niet meteen morgen zijn — het heeft iets meer tijd nodig — maar ik deel het belang hiervan. De motie krijgt dus oordeel Kamer.
Dan de motie op stuk nr. 496: ontraden.
Dan de motie op stuk nr. 497 van de heer Dassen over Europese samenwerking als het gaat over de Defensie Innovatie en Opschaling Autoriteit. Ik denk dat het heel verstandig is dat we die Europese afstemming hebben. Overigens vindt die ook al plaats. De motie krijgt oordeel Kamer, want we steunen die lijn.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 498.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 498: ontraden.
De motie op stuk nr. 499: ook ontraden. Ik heb gezegd dat we dat zo snel mogelijk - binnen twee jaar — gaan afbouwen. Deze motie verzoekt om er na twee jaar meteen geen gebruik meer van te maken. Ik ga er alles aan doen om het zo snel mogelijk te doen, maar we moeten ook reëel zijn. We zien dat meerdere NAVO-landen er inmiddels gebruik van maken. Het is dus nog wel een uphill battle. Ik ontraad deze motie.
De motie op stuk nr. 500: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 501: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 502: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 503 is een hele sympathieke motie. Er komt inderdaad een nieuwe kazerne. Ik ga de voorzitter voordragen om misschien iets te vernoemen naar de heer Van Campen. Maar inderdaad, luitenant-generaal buiten dienst Ted Meines heeft heel veel betekend voor de veteranen. Wij gaan het zeker meenemen, alleen ga ik daar als staatssecretaris niet over, maar een aparte commissie. Ik geef deze motie oordeel Kamer en zal dit warm aanbevelen.
De voorzitter:
Welke optie: de suggestie van de heer Boon of uw eigen suggestie?
Staatssecretaris Boswijk:
Beide, voorzitter.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 504.
Staatssecretaris Boswijk:
De motie op stuk nr. 504: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 505: ontraden. Ja, we bouwen de afhankelijkheden af. We hebben het hier oneindig veel over gehad.
De motie op stuk nr. 506: ook ontraden. Hier gaan wij niet over, maar het ministerie van BHO. Het zou beter zijn als de motie daar wordt ingediend. Hier wordt de motie ontraden.
Dan de motie op stuk nr. 507 van mevrouw Keijzer. Ik ben het geheel met haar eens. We hebben in Nederland inderdaad een buitengewoon goede industrie op het gebied van vezels. Tegelijkertijd hebben we er ook mee te maken dat er langer geleden contracten zijn gesloten waarin die voorwaarden nog niet zijn opgenomen. Ik ben op dit moment al aan het onderzoeken of we die contracten kunnen aanpassen, zodat we de Nederlandse vezelindustrie veel beter kunnen borgen. Ik steun de lijn van de motie dus helemaal, alleen zegt mevrouw Keijzer "bij defensie-inkopen uitsluitend in te zetten op Nederlandse en Europese producenten". Ik wil toch vragen of mevrouw Keijzer het woordje "uitsluitend" er misschien uit wil halen. Waarom? Dat is niet omdat ik dit niet belangrijk vind, maar andere Kamerleden vragen ook om snelheid te maken. Op dit moment kopen we ook producten waar vezels van buiten Nederland en van buiten Europa in zitten.
De voorzitter:
Het verzoek is om "uitsluitend" te schrappen uit het dictum. Is mevrouw Keijzer daartoe bereid?
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik zou dan graag een brief van de staatssecretaris ontvangen over hoe hij de bestaande contracten kan uitfaseren. Er is voldoende productiecapaciteit in Nederland. Er is geen contact geweest met die producenten. Ik wil eerst weten hoe de bestaande contracten uitgefaseerd gaan worden. Als ik die brief gehad heb, zal ik hierover besluiten. Ik stel mij zo voor dat dat na het reces zal zijn, tenzij ik de brief heel snel kan krijgen, want dan kan dat vanavond nog. De brief is dus om van de staatssecretaris te horen hoe hij de bestaande contracten gaat uitfaseren. Weer 100 miljoen overmaken naar China is toch een beetje zonde.
De voorzitter:
Houdt u daarmee de motie nu aan?
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ja, op dit moment.
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Keijzer stel ik voor haar motie (27830, nr. 507) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Staatssecretaris Boswijk:
Ik kan u inderdaad toezeggen … Er is in de afgelopen week natuurlijk het een en ander in de media verschenen. Dat was eerlijk gezegd ook voor mij de wake-upcall om het uit te zoeken. Ik dacht: dit kan toch ook niet waar zijn? Die uitvraag wordt op dit moment gedaan. Ik kan het in een brief gieten, maar ik wil mijn mensen niet helemaal over de kop werken. De brief komt na het reces uw kant op, als de motie …
De voorzitter:
Mevrouw Nanninga, kort.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Meneer Van Baarle had natuurlijk wel een beetje gelijk met zijn opmerking over de inkoop bij griezelige regimes, maar dat wordt onzes inziens in de motie op stuk nr. 496 afgedekt door de vraag in het dictum om de bescherming van militairen te prioriteren. Dat houdt impliciet ook in dat je niet bij sanctielanden en dergelijke inkoopt.
Ik wil wel graag een motivatie bij de appreciatie van de motie op stuk nr. 496 horen, als dat kan.
De voorzitter:
Graag. De staatssecretaris.
Staatssecretaris Boswijk:
Hier hebben wij het inderdaad heel veel over gehad. De ene helft van de Kamer zei in het debat: koop vooral bij Israël. De andere helft zei: koop vooral niet bij Israël. Ik denk dat dat het meest springende punt is. De lijn van het kabinet is: het zwaartepunt ligt bij de veiligheid van onze mannen en vrouwen. Ondertussen kunnen we onze ogen natuurlijk niet sluiten voor de schendingen die plaatsvinden en de afhankelijkheden die we daarom willen afbouwen. Eerder heeft uw Kamer in grote meerderheid de motie-Teunissen aangenomen. Die motie zei: bouw zo snel als mogelijk af; we begrijpen dat het belang van de vrouwen en mannen het hoogste belang is, maar werk ondertussen wel aan het afbouwen van die onafhankelijkheden. Dat is hoe wij de lijn hebben geformuleerd. Ik denk dat dat de fragiele balans is die we in deze Kamer wat dat betreft hebben bereikt.
De voorzitter:
Helder. Er resteert nog de vraag van mevrouw Keijzer of u de brief voor 1 september kunt doen toekomen aan de Kamer. U zei: na het reces. Is dat voor 1 september? Kunt u dat toezeggen? Dat lukt vast.
Staatssecretaris Boswijk:
Tja. Ik hoor mevrouw Keijzer "come on" zeggen. Ik ga achter mijn typmachine zitten, want ik denk dat ik de brief zelf moet tikken.
De voorzitter:
Uitstekend.
Dan ga ik nog een bijzondere vorm toestaan, want de heel Bolhuis wil nog twee moties indienen. Dat sta ik hem toe. Ik begrijp ook dat de staatssecretaris die voor de stemmingen schriftelijk wil appreciëren.
Staatssecretaris Boswijk:
Dit is een hellend vlak.
De voorzitter:
Nou, nee hoor. Meneer Bolhuis.
Termijn inbreng
De heer Bolhuis (PRO):
Dank u wel. Ik heb twee moties. Dank voor de flexibiliteit. Er was even een misverstand. De eerste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet de doelen hanteert van minimaal 40% gezamenlijke inkoop en 50% Europese inkoop, maar hier geen actuele openbare cijfers over bekend zijn;
overwegende dat de staatssecretaris heeft toegezegd de Stand van Defensie uit te breiden met informatie over de herkomst van aankopen, maar dat zonder nulmeting en periodiek geactualiseerde percentages niet te controleren is of deze doelen worden gehaald;
verzoekt de regering om de Stand van Defensie te voorzien van een openbare rapportage waarin voor zowel de gezamenlijke inkoop als de Europese inkoop het actuele percentage, het startpunt dan wel de nulmeting en de verwachte ontwikkeling in de tijd worden weergegeven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bolhuis.
Zij krijgt nr. 508 (27830).
De heer Bolhuis (PRO):
De tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het HCSS-rapport No Fuel, No Fight constateert dat Nederland en Europa risico lopen op ernstige brandstoftekorten in het geval van een grootschalig conflict;
overwegende dat synthetische kerosine (e-SAF) de mogelijkheid biedt dit risico te verkleinen en dat de locatie van een nieuwe productiecapaciteit nu wordt bepaald;
constaterende dat er initiatiefnemers in een vergevorderd stadium zijn om e-SAF in Nederland te produceren en dat een tijdige marktvraag essentieel is om deze waardeketens in Nederland te ontwikkelen;
verzoekt het kabinet om met initiatiefnemers te verkennen hoe Defensie kan optreden als launching customer voor e-SAF-projecten, en de Kamer hierover voor Prinsjesdag 2026 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bolhuis, Kröger en Van Oosterhout.
Zij krijgt nr. 509 (27830).
Dank u wel. Ik kijk of de staatssecretaris zich al kan uitspreken over de beide moties. Nou, dat is helemaal service van de zaak! Dan geef ik hem nu daartoe het woord.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Boswijk:
Dank u wel. Allereerst felicitaties aan de heer Bolhuis met de mooiste portefeuille die er is! Dit is de eerste keer dat we elkaar zien in deze hoedanigheid, maar hopelijk gaan we elkaar vaker zien.
Voorzitter. Ik begin met de laatste, de motie op stuk nr. 509 over synthetische kerosine. Die kan wat mij betreft oordeel Kamer krijgen.
De eerste, de motie op stuk nr. 508, gaat over de Stand van Defensie en vraagt om die 40%, 45% te onderbouwen. Dat heb ik inderdaad richting mevrouw Piri toegezegd. Die toezegging laat ik staan, want dat vind ik zelf ook erg belangrijk, maar nu komt er nog weer een extra verzoek bij. Als ik dan kijk naar wat wij als ambtelijke organisatie aankunnen, moet ik die echt ontraden, omdat die echt enorm veel werk zou inhouden. Ik moet ook wel een beetje bewaken dat we de ambtelijke capaciteit gebruiken om echt werk te doen in plaats van alleen maar te rapporteren, want anders ga ik daar heel veel ambtelijke capaciteit aan kwijtraken. Ik ben er echt van overtuigd dat de toezegging die ik eerder aan mevrouw Piri heb gedaan, echt al een hele grote verbetering gaat zijn, maar dit is net iets te veel overvragen.
De voorzitter:
Dus de motie op stuk nr. 508 is ontraden. De motie op stuk nr. 509 wordt aan het oordeel van de Kamer gelaten.
Staatssecretaris Boswijk:
Ja, klopt. Dank u wel.
De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor zijn aanwezigheid en wens hem een genoeglijk zomerreces toe als ik hem niet meer zie. Dank u wel.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik schors de vergadering tot 13.25 uur. De vergadering is geschorst.
De vergadering wordt van 12.53 uur tot 13.28 uur geschorst.
Toelichting op het advies van de commissie voor de Rijksuitgaven over de dechargeverlening
Toelichting op het advies van de commissie voor de Rijksuitgaven over de dechargeverlening
Aan de orde is een toelichting op het advies van de commissie voor de Rijksuitgaven over de dechargeverlening.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik verzoek de leden hun plaatsen in te nemen. Ik geef het woord aan meneer Sneller voor de toelichting op het advies van de commissie voor de Rijksuitgaven over de dechargeverlening. U heeft het woord, meneer Sneller.
De heer Sneller (D66):
Dank, voorzitter. We gaan straks onder agendapunt 23 stemmen over de brief van de commissie voor de Rijksuitgaven over de dechargeverlening. Het is een eer om dit advies voor het eerst plenair te mogen toelichten. De procedure voor de dechargeverlening is sinds 2001 expliciet in de Comptabiliteitswet vastgelegd, maar gaat al langer terug en is een belangrijk instrument van de Kamer. Bij het verlenen van decharge gaat het om de vraag of het parlement van oordeel is dat ministers de aan hen aan het begin van een begrotingscyclus toegekende budgetten goed hebben beheerd. Het verlenen van decharge is daarmee het sluitstuk van de begrotingscyclus. We ontheffen ministers namelijk van hun verantwoordelijkheid voor het financieel beheer, waarover zij zich in de jaarverslagen hebben verantwoord.
Voorzitter. Dan de inhoud. De Algemene Rekenkamer heeft de rijksrekening van 2025 goedgekeurd, maar wél met een kanttekening. Dat komt vooral door omvangrijke fouten en onzekerheden bij Defensie en Wajong-uitkeringen en door onzekerheid over de volledigheid van belastinginkomsten. De Rekenkamer heeft ook onvolkomenheden in de bedrijfsvoering vastgesteld. Bij de behandeling van de jaarverslagen hebben commissies hier ook vragen over gesteld. De Kamer heeft bij Defensie en Financiën om concrete verbeterplannen gevraagd. Net als een jaar geleden heeft de Kamer aangedrongen op het verbeteren van het functioneren van de strafrechtketen. De commissie heeft echter geen signalen ontvangen dat de dechargeverlening ten principale ter discussie is gesteld. De commissie adviseert dus, gezien de diverse toezeggingen, positief over de dechargeverlening, met de kanttekening dat de behandeling van het jaarverslag van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap nog niet is afgerond. De commissie adviseert dat besluit dus uit te stellen tot na de afronding van die behandeling.
Voorzitter. Verantwoording is niet alleen een sluitstuk, maar ook een startpunt om lessen te trekken over wat beter kan en beter moet. Met de jaarverslagen van het kabinet, de verantwoordingsonderzoeken, de Hoogrisicolijst en het onderzoek naar evaluaties van de Rekenkamer en de factsheets en de Monitor Brede Welvaart van het CBS biedt de verantwoording dit jaar daar ook goede bouwstenen voor. Het kabinet zet ook concrete stappen en voert, mede op verzoek van deze Kamer, enkele verbeteringen in de begroting door. In ons advies kijken we daarom ook kort vooruit en vragen we voor de begrotingsbehandeling dit najaar aandacht voor duidelijke doelen en resultaten, risico's en de beheersing daarvan.
Voorzitter, ik rond af. Twintig jaar geleden nam de eerste verantwoordingsrapporteur het woord. Dat bleek de start van een traditie waarin vertegenwoordigers van oppositiefracties en coalitiefracties gezamenlijk de controlerende taak van de Kamer ten opzichte van de regering hebben versterkt. Dit jaar hebben maar liefst achttien collega's als rapporteur de verantwoordingsstukken onderzocht. Hun bevindingen staan aan de basis van ons advies. Ik wil hen daarvoor, namens de commissie voor de Rijksuitgaven, maar ik vermoed namens alle collega's en ambtsgenoten, hartelijk danken.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dank u wel.
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
De voorzitter:
Ik stel voor zo dadelijk ook te stemmen over een brief van de commissie voor de Rijksuitgaven (36945, nr. 29) en over de aangehouden motie-Flach (29861, nr. 199).
Een aantal leden zou graag het woord willen over de voorliggende stemmingslijst. Ik geef daarvoor eerst het woord aan de heer Flach. Gaat uw gang.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter. Ik dacht: doe toch maar niet. Ik zou de motie op stuk nr. 199 (29861) onder punt 14, de stemmingen over moties ingediend bij het tweeminutendebat Arbeidsmigratie, willen aanhouden tot de avondstemmingen.
De voorzitter:
Deze motie zal worden aangehouden. De heer Van den Berg. Gaat uw gang.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Ik zou graag de motie op stuk nr. 707 (29023) onder punt 11, de stemmingen over moties ingediend bij het tweeminutendebat Gasmarkt en leveringszekerheid, willen aanhouden. De minister heeft in het debat al aangegeven dat ze na de zomer met strategisch gasbeleid komt, ze hierover in gesprek gaat met de NAM, Shell en Exxon en er na de zomer snel op terugkomt. Als we daarop kunnen vertrouwen, dan houd ik 'm aan.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van den Berg stel ik voor zijn motie (29023, nr. 707) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Mevrouw Zalinyan.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Voorzitter. Ik wil graag twee moties (36800-B, nrs. 37 en 38) aanhouden onder agendapunt 19, de stemmingen over moties ingediend bij het tweeminutendebat Financiën decentrale overheden.
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Zalinyan stel ik voor haar moties (36800-B, nrs. 37 en 38) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik wil graag de motie op stuk nr. 1053 (29279) onder punt 4, de stemming over de aangehouden motie ingediend bij het debat over de staat van de rechtsstaat, aanhouden.
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Dobbe stel ik voor haar motie (29279, nr. 1053) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Ik stel voor dat we gaan stemmen.
Stemmingen
Stemmingen
Stemming Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau
Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau (36917).
(Zie vergadering van 23 juni 2026.)
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het amendement-Mohandis c.s. (stuk nr. 36), het amendement-Ceder/Mohandis (stuk nr. 19), het amendement-Ceder/Mohandis (stuk nr. 26), het gewijzigde amendement-Ceder/Mohandis (stuk nr. 21), het amendement-Mohandis c.s. (stuk nr. 35), het amendement-Mohandis c.s. (stuk nr. 38), het amendement-Mohandis (stuk nr. 12), het amendement-Ceder (stuk nr. 22) en het amendement-Ceder/Mohandis (stuk nr. 39).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen moties Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau,
te weten:
- de motie-Ceder c.s. over regelen dat gemeenteraden ook na de start van de aanwijzingsperiode van een lokale publieke media-instelling een budget bekend kunnen maken voor aanvullende bekostiging (36917, nr. 27);
- de motie-Ceder/Krul over bevorderen dat lokale publieke omroepen binnen hun verzorgingsgebied maximale ruimte hebben voor programmatische differentiatie (36917, nr. 28);
- de motie-Ceder/Mohandis over duidelijkheid scheppen over de toezichthoudende taak van het Commissariaat voor de Media (36917, nr. 29);
- de motie-Ceder over evalueren hoe het nieuwe mediastelsel onder meer worteling in de gemeenschap en betrokkenheid van vrijwilligers versterkt (36917, nr. 30);
- de motie-Mohandis over monitoren hoe de totale publieke bekostiging van de lokale publiekemediaopdracht zich vanaf 2028 ontwikkelt (36917, nr. 31);
- de motie-Mohandis over voor bestuurders en leden van de raad van toezicht van streekomroepen bezoldigingsmaxima vaststellen die substantieel lager liggen dan de WNT-norm (36917, nr. 32);
- de motie-Oualhadj c.s. over verkennen of de aanbestedingstermijn voor lokale en regionale omroepen van vijf naar tien jaar verlengd kan worden (36917, nr. 33);
- de motie-Nanninga/Van der Maas over binnen een jaar na de start van het nieuwe stelsel inventariseren wat de gevolgen zijn voor de lokale commerciële advertentiemarkt (36917, nr. 34).
(Zie vergadering van 23 juni 2026.)
De voorzitter:
Aangezien de motie-Nanninga/Van der Maas (36917, nr. 34) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.
De motie-Ceder/Mohandis (36917, nr. 29) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Ceder, Mohandis en Oualhadj.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 29 (36917).
De motie-Mohandis/Oualhadj (36917, nr. 31) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Mohandis en Oualhadj.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 31 (36917).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
In stemming komt de motie-Ceder c.s. (36917, nr. 27).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ceder/Krul (36917, nr. 28).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Ceder c.s. (36917, nr. ??, was nr. 29).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ceder (36917, nr. 30).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Mohandis/Oualhadj (36917, nr. ??, was nr. 31).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Mohandis (36917, nr. 32).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Oualhadj c.s. (36917, nr. 33).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemming brief Verzoekonderzoek door de Algemene Rekenkamer naar exportcontrole van strategische goederen
Aan de orde is de stemming over de brief van het Presidium over een verzoekonderzoek door de Algemene Rekenkamer naar exportcontrole van strategische goederen (22054, nr. 484).
De voorzitter:
Ik stel voor conform het voorstel van het Presidium te besluiten.
Daartoe wordt besloten.
Stemming motie Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele
Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele,
te weten:
- de motie-Van den Berg/Flach over een praktische versnellingsaanpak voor de eerste SMR-projecten (36847, nr. 11).
(Zie vergadering van 9 juni 2026.)
De voorzitter:
De motie-Van den Berg/Flach (36847, nr. 11) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet inzet op SMR's en dat Nederlandse initiatieven al in 2026 locatiekeuzes en vooroverleg voorzien;
constaterende dat de ANVS in de fiches voor het Meerjarenprogramma Klimaat- en energiefonds 2027 al extra capaciteit en middelen raamt voor de uitbreiding van nucleaire activiteiten, waaronder SMR's;
overwegende dat Nederland internationaal alleen kan concurreren op nucleaire innovatie als vergunningverlening voorspelbaar, gecoördineerd en zonder onnodige vertraging verloopt;
overwegende dat versnelling mogelijk is met rijksregie, vroeg vooroverleg, parallelle voorbereiding, termijnbewaking, vaste aanspreekpunten en tijdige borging van uitvoeringscapaciteit;
overwegende dat nucleaire veiligheid, ANVS-onafhankelijkheid, inspraak en rechtsbescherming volledig overeind moeten blijven;
verzoekt de regering om uiterlijk in Q4 2026 een versnellingsagenda SMR's aan de Kamer te sturen op basis van het SMR-stappenplan en marktconsultatie, met concrete versnellingen voor spoor 2 en 3 uit de routekaart, zoals regelgeving, vergunningverlening, locatie- en ruimtelijke inpassing, netaansluiting en financiering, inclusief een indicatie van de versnelde doorlooptijd,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 11 (36847).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Van den Berg/Flach (36847, nr. ??, was nr. 11).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen Strategische rechtszaken tegen publieke participatie
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1069 betreffende bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruik van procesrecht ("strategische rechtszaken tegen publieke participatie") (36731).
(Zie wetgevingsoverleg van 29 juni 2026.)
De voorzitter:
Wij zullen nu alleen over de ingediende amendementen en de artikelen stemmen. De eindstemming over het wetsvoorstel zal aan het einde van de vergadering plaatsvinden.
De amendementen-Sneller (stukken nrs. 7, 9 en 10) zijn ingetrokken.
Het amendement-Abdi (stuk nr. 11) is ingetrokken.
Ik stel vast dat daarmee wordt ingestemd.
In stemming komt het amendement-Sneller/Abdi (stuk nr. 8) tot het invoegen van een onderdeel Aa.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemming motie Leefbaarheid en Veiligheid
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het tweeminutendebat Leefbaarheid en Veiligheid,
te weten:
- de motie-Grinwis c.s. over de continuïteit van het onderwijsprogramma School en Omgeving borgen (30995, nr. 118).
(Zie vergadering van 3 juni 2026.)
In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (30995, nr. 118).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen Wet handhaving sociale zekerheid
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Regels met betrekking tot de handhaving in de sociale zekerheid om meer passend handhaven mogelijk te maken (Wet handhaving sociale zekerheid) (36785).
(Zie vergadering van 30 juni 2026.)
De voorzitter:
Wij zullen nu alleen over de ingediende amendementen en de artikelen stemmen. De eindstemming over het wetsvoorstel zal aan het einde van de vergadering plaatsvinden.
In stemming komt het amendement-Ceulemans (stuk nr. 19, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement de overige op stuk nr. 19 voorkomende amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Ceulemans (stuk nr. 35, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 35 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Neijenhuis (stuk nr. 20, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 20 voorkomende gewijzigde amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Van Ark (stuk nr. 16, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement de overige op stuk nr. 16 voorkomende amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Ceder (stuk nr. 34, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 34 voorkomende gewijzigde amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.
Meneer Heutink.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. We waren voor het amendement-Neijenhuis op stuk nr. 20, I.
De voorzitter:
Het is genoteerd.
In stemming komt het amendement-Schenk (stuk nr. 13, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 13 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Ergin (stuk nr. 33, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Volt, de PvdD en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 33 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.
We bladeren naar bladzijde 9. Dit is altijd een lekker moment!
(Hilariteit)
In stemming komt het amendement-Heutink (stuk nr. 11).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen moties Wet handhaving sociale zekerheid
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Regels met betrekking tot de handhaving in de sociale zekerheid om meer passend handhaven mogelijk te maken (Wet handhaving sociale zekerheid),
te weten:
- de motie-Ceder/Neijenhuis over monitoring van de bereidwilligheid tot ambtshalve toetsing van risicovolle terugvorderingen en de harmonisatie van organisatieculturen tussen bestuursorganen (36785, nr. 21);
- de motie-Ceder over in de wetsevaluatie de toepassing van het begrip "verwijtbaarheid" onderzoeken (36785, nr. 22);
- de motie-Neijenhuis c.s. over wetenschappelijke inzichten over doen- en denkvermogen meenemen in de nadere uitwerking van "redelijkerwijs" (36785, nr. 23);
- de motie-Patijn over onderzoeken hoe en hoe snel het recht op persoonlijk contact alsnog vormgegeven kan worden (36785, nr. 24);
- de motie-Patijn over alle bestuursorganen de Discriminatietoets Publieke Dienstverlening toe laten passen (36785, nr. 25);
- de motie-Flach c.s. over manieren om de export van kindregelingen te verminderen (36785, nr. 26);
- de motie-Edgar Mulder over altijd een zware sanctie bij opzettelijke fraude (36785, nr. 28);
- de motie-Edgar Mulder over landelijke handhavingsrichtlijnen om willekeur tussen gemeenten te voorkomen (36785, nr. 29);
- de motie-Schenk over inzichtelijk maken welke onderdelen van de inlichtingenplicht binnen de sociale zekerheid het vaakst leiden tot fouten of overtredingen (36785, nr. 30);
- de motie-Schenk over monitoren of er sprake is van onverklaarbare verschillen tussen bestuursorganen bij de toepassing van de Wet handhaving sociale zekerheid (36785, nr. 31).
(Zie vergadering van 30 juni 2026.)
De voorzitter:
De motie-Patijn (36785, nr. 25) is in die zin gewijzigd (36785, nr. ??) en nader gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening constateert dat er onvoldoende aandacht is geweest voor discriminatierisico's in beleid en uitvoering;
constaterende dat deze wet over handhaving gaat en daarmee antidiscriminatiemaatregelen van toepassing horen te zijn;
verzoekt de regering om alle bestuursorganen die het beleid uit het onderhavige wetsvoorstel uitvoeren de toets op discriminatie publieke dienstverlening toe te laten passen en de resultaten van deze toets mee te nemen in de invoeringstoets, in lijn met de toezegging van de minister van Justitie en Veiligheid;
verzoekt de regering te toetsen op discriminatie in beleidsprocessen bij toekomstige wetten rondom handhaving van de sociale zekerheid,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. ??, was nr. ?? (36785).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
In stemming komt de motie-Ceder/Neijenhuis (36785, nr. 21).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ceder (36785, nr. 22).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Neijenhuis c.s. (36785, nr. 23).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Patijn (36785, nr. 24).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de nader gewijzigde motie-Patijn (36785, nr. ??, was nr. 25).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Flach c.s. (36785, nr. 26).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Edgar Mulder (36785, nr. 28).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Edgar Mulder (36785, nr. 29).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Schenk (36785, nr. 30).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Schenk (36785, nr. 31).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Economische veiligheid en strategische autonomie
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Economische veiligheid en strategische autonomie,
te weten:
- de motie-Van der Lee over in Europees verband een potentieel partnerschap verkennen met Taiwan en Taiwanese chipbedrijven teneinde de beoogde high-mix chipproductie in de EU te bevorderen (32852, nr. 410);
- de motie-Bühler c.s. over zich binnen de EU inspannen voor een snelle inzet van effectieve handelsbeschermende instrumenten (32852, nr. 411);
- de motie-Van den Berg over een lijst van kansrijke projecten voor kritieke grondstoffen en materialen (32852, nr. 413);
- de motie-Prickaertz over inzichtelijk maken welke cruciale reststromen die cruciaal zijn voor onze strategische autonomie momenteel nog als afval worden geclassificeerd (32852, nr. 415);
- de motie-Prickaertz over stoppen met beleid dat elektrificatie stimuleert of verplicht stelt (32852, nr. 416);
- de motie-Prickaertz over de voorwaarde laten vervallen dat bedrijven minimaal 50% van energiesubsidies moeten inzetten voor CO2-reductie (32852, nr. 417);
- de motie-Dassen over investeren in Europese fysieke AI (32852, nr. 418);
- de motie-Dassen over zich inzetten voor een Europese spoedtop over de gevolgen van AI voor onze economie en samenleving (32852, nr. 419);
- de motie-Dassen over komen met een voorstel voor een AI-belasting (32852, nr. 420);
- de motie-Kostić/Teunissen over een integraal plan voor energieonafhankelijkheid (32852, nr. 421);
- de motie-Kostić/Teunissen over concrete reductiedoelen voor grondstoffengebruik (32852, nr. 422);
- de motie-Kostić/Teunissen over investeringen in circulaire infrastructuur intensiveren (32852, nr. 423).
(Zie vergadering van 30 juni 2026.)
De voorzitter:
De motie-Dassen (32852, nr. 419) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet heeft aangegeven geen noodzaak voor een EU-AI-top te zien, ondanks de razendsnelle ontwikkelingen die onze economie, veiligheid en banenmarkt raken;
van mening dat dit geen accurate lezing van de AI-ontwikkelingen op geo-economisch en sociaal gebied is;
verzoekt de regering om bij de president van de Europese Raad, António Costa, te pleiten voor een extra Europese top, uitsluitend over de gevolgen van AI op onze economie, veiligheid en samenleving,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 419 (32852).
De motie-Dassen (32852, nr. 420) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de arbeidsmarkt ontwricht wordt wanneer AI in te hoog tempo banen vervangt;
van mening dat het de taak is van de overheid om AI-verdringing op de arbeidsmarkt te dempen en om getroffen werkenden te ondersteunen;
verzoekt de regering om te onderzoeken hoe een AI-belasting de schok van verdringing op de arbeidsmarkt kan dempen;
verzoekt de regering om te onderzoeken of de middelen die middels deze belasting opgehaald worden, ingezet kunnen worden voor een omscholingsfonds,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 420 (32852).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
In stemming komt de motie-Van der Lee (32852, nr. 410).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Bühler c.s. (32852, nr. 411).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van den Berg (32852, nr. 413).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Prickaertz (32852, nr. 415).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, DENK, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Prickaertz (32852, nr. 416).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Prickaertz (32852, nr. 417).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dassen (32852, nr. 418).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Dassen (32852, nr. ??, was nr. 419).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, Volt, de PvdD en DENK voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Dassen (32852, nr. ??, was nr. 420).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD en DENK voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Kostić/Teunissen (32852, nr. 421).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Kostić/Teunissen (32852, nr. 422).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Kostić/Teunissen (32852, nr. 423).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Meneer Dekker.
De heer Dekker (FVD):
Voorzitter. Bij de motie op stuk nr. 418 meende ik te horen dat FVD ervoor zou hebben gestemd, maar we hebben tegengestemd.
De voorzitter:
Bij dezen.
Stemmingen moties Gasmarkt en leveringszekerheid
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Gasmarkt en leveringszekerheid,
te weten:
- de motie-Van den Berg/Grinwis over in het strategisch gasbeleid meenemen hoe fysieke langetermijnimportcontracten kunnen bijdragen aan de Nederlandse leveringszekerheid (29023, nr. 706);
- de motie-Van den Berg c.s. over onderzoeken hoe het kabinet initiatieven waar mogelijk kan ondersteunen (29023, nr. 708);
- de motie-Heutink over maatregelen om te voorkomen dat de belastingbetaler opdraait voor verkoop van duur ingekochte gasvoorraad (29023, nr. 709);
- de motie-Van Oosterhout over bij de inrichting van de capaciteitsmarkt CO2-uitstoot als wegingsfactor opnemen (29023, nr. 710);
- de motie-Van Oosterhout over in de actualisatie van het NPE een routekaart voor het afbouwen van fossiele energie opnemen (29023, nr. 711).
(Zie vergadering van 30 juni 2026.)
In stemming komt de motie-Van den Berg/Grinwis (29023, nr. 706).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van den Berg c.s. (29023, nr. 708).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Heutink (29023, nr. 709).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Oosterhout (29023, nr. 710).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Oosterhout (29023, nr. 711).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Strategische keuzes bereikbaarheid
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Strategische keuzes bereikbaarheid,
te weten:
- de motie-De Hoop c.s. over nadrukkelijk kijken naar spoorprojecten waarbij met relatief kleine investeringen grote effecten kunnen worden bewerkstelligd (31305, nr. 543);
- de motie-De Hoop/Grinwis over een lijst van projecten die bij toepassing van het afweegkader niet gedekt zouden kunnen worden (31305, nr. 544);
- de motie-De Hoop over een wettelijk instrumentarium voor waardedeling bij publieke investeringen in woningbouw en infrastructuur (31305, nr. 545);
- de motie-De Hoop over onderzoeken hoe de lasten voor het gebruik van onze wegen eerlijk en evenredig kunnen worden gekoppeld aan het gebruik ervan (31305, nr. 546);
- de motie-Prickaertz over de Wet vrachtwagenheffing uitstellen tot er geen sprake meer is van netcongestie (31305, nr. 547);
- de motie-Van der Plas over middelen voor bredere defensie- en veiligheidsuitgaven bestemmen voor infrastructuur (31305, nr. 548);
- de motie-Van der Plas over regionale bereikbaarheid, de bereikbaarheid van de Waddeneilanden en het ontbreken van goede alternatieven meewegen in het afwegingskader voor investeringen in infrastructuur (31305, nr. 549);
- de motie-Grinwis c.s. over het regionale economische en ruimtelijke effect van investeringen in cruciale infrastructurele knoop- en knelpunten meewegen (31305, nr. 550);
- de motie-Grinwis/Stoffer over geen nieuwe inhoudingen op prijsbijstellingstranches voor het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds (31305, nr. 551);
- de motie-Stoffer c.s. over het belang van verkeersveiligheid meenemen en verankeren in het afweegkader voor infra-investeringen (31305, nr. 552);
- de motie-Boelsma-Hoekstra c.s. over een strategie voor het lostrekken van investeringen bij de Europese Investeringsbank voor infrastructurele projecten in Nederland (31305, nr. 554);
- de motie-Bikkers over ook met de ministeries van VRO, KGG en EZ overleggen over ieders belang rondom bereikbaarheid (31305, nr. 555);
- de motie-Heutink over per MIRT-project inzichtelijk maken wat de gevolgen zijn van het nieuwe afweegkader (31305, nr. 556);
- de motie-Heutink over uitspreken dat investeren in infrastructuur sexy en randvoorwaardelijk is voor een sterke Nederlandse economie (31305, nr. 557);
- de motie-Heutink over extra geld voor infrastructuur regelen (31305, nr. 558);
- de motie-Van Leijen over uitgewerkte beleidsopties voor aanvullende middelen voor infrastructuur aan de Kamer voorleggen (31305, nr. 559);
- de motie-Van Leijen over onderzoeken hoe de toekomstige rol van bestaande infra kan worden meegenomen bij de instandhoudingsopgave (31305, nr. 560).
(Zie vergadering van 30 juni 2026.)
De voorzitter:
De motie-De Hoop (31305, nr. 545) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om instrumenten, zoals een planbatenheffing, om infrastructuurprojecten te bekostigen te onderzoeken, en de Kamer voor het einde van het jaar over de voortgang hiervan te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 545 (31305).
De motie-Grinwis c.s. (31305, nr. 550) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Grinwis, Stoffer, De Hoop, Boelsma-Hoekstra en Van der Plas.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 550 (31305).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
In stemming komt de motie-De Hoop c.s. (31305, nr. 543).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-De Hoop/Grinwis (31305, nr. 544).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-De Hoop (31305, nr. ??, was nr. 545).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-De Hoop (31305, nr. 546).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Prickaertz (31305, nr. 547).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (31305, nr. 548).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (31305, nr. 549).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van DENK ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Grinwis c.s. (31305, nr. ??, was nr. 550).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Grinwis/Stoffer (31305, nr. 551).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Stoffer c.s. (31305, nr. 552).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Boelsma-Hoekstra c.s. (31305, nr. 554).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bikkers (31305, nr. 555).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Heutink (31305, nr. 556).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Heutink (31305, nr. 557).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Heutink (31305, nr. 558).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Leijen (31305, nr. 559).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Leijen (31305, nr. 560).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SP ertegen, zodat zij is aangenomen.
Meneer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Voorzitter. Onder agendapunt 9, de stemmingen over moties ingediend bij de Wet handhaving sociale zekerheid, hadden wij tegen de motie op stuk nr. 30 willen stemmen.
De voorzitter:
We hebben het genoteerd.
Stemmingen moties Schiphol
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Schiphol,
te weten:
- de motie-Kostić/Kröger over doorgaan met het LVB-proces door de Raad van State om spoedadvies te vragen (29665, nr. 602);
- de motie-Kostić/Kröger over de doorgroeimogelijkheid naar 500.000 vliegbewegingen niet in het definitieve LVB opnemen (29665, nr. 603);
- de motie-Kostić over een pakket aanvullende maatregelen uitwerken zodat die later eventueel in het LVB verwerkt kunnen worden (29665, nr. 604);
- de motie-Kröger over de meest actuele RIVM-data gebruiken bij de herziening van de MER (29665, nr. 605);
- de motie-Kröger over een nachtsluiting als volwaardig scenario uitwerken en op effecten vergelijken (29665, nr. 606);
- de motie-Kröger over de MER na aanpassing ter advisering voorleggen aan de Commissie mer (29665, nr. 607);
- de motie-El Abassi over de gevolgen van de cumulatie van nationale en EU-vliegbelastingen in kaart brengen (29665, nr. 608);
- de motie-El Abassi over bij toekomstige fiscale maatregelen voor de luchtvaart expliciet het risico op uitwijkgedrag meewegen (29665, nr. 609);
- de motie-El Abassi over zich in Europees verband inzetten voor een meer gelijk speelveld bij de belasting op vliegen (29665, nr. 610);
- de motie-El Abassi over bij nieuw luchtvaartbeleid de effecten op de betaalbaarheid voor huishoudens expliciet inzichtelijk maken (29665, nr. 611);
- de motie-El Abassi over het aandeel transferpassagiers meewegen en het ongelijke speelveld verkleinen (29665, nr. 612);
- de motie-El Abassi over het in eigen dienst nemen van Schipholbeveiligers (29665, nr. 613);
- de motie-Van Eijk/Peter de Groot over onderbouwen dat de toepassing van grenswaarden niet leidt tot een toename van vliegbewegingen boven dichtbevolkte gebieden (29665, nr. 614);
- de motie-Van der Plas over gegevens over nieuwe vliegtuigtypen zo snel mogelijk verwerken in de modellen voor geluid rond Schiphol (29665, nr. 615);
- de motie-Van der Plas over bij aanbestedingen afspraken met Schiphol maken over eisen aan werkdruk, personeelsbezetting, opleiding en veiligheid (29665, nr. 616);
- de motie-Graus over zorgen voor een juridisch robuust en uitvoerbaar Luchthavenverkeerbesluit (29665, nr. 617);
- de motie-Graus over zorgdragen voor een gelijk speelveld binnen de luchtvaart (29665, nr. 618);
- de motie-Graus over voorkomen dat regelgeving en uitvoering leiden tot concurrentienadelen voor Nederlandse luchthavens en luchtvaartmaatschappijen (29665, nr. 619);
- de motie-Graus over wettelijke verankering van minimaal 500.000 vliegbewegingen (29665, nr. 620);
- de motie-Graus over een einde maken aan juridische procedures en de luchtvaartsector en het bedrijfsleven behoeden voor verdere financieel-economische schade (29665, nr. 621);
- de motie-Zwinkels/Köse over duidelijk zijn in de communicatie rondom de begrenzende werking van de handhavingspunten (29665, nr. 622);
- de motie-Köse c.s. over onderzoeken hoe de productie van en vraag naar e-kerosine in Nederland op gang gebracht kan worden (29665, nr. 623);
- de motie-Köse over zo spoedig mogelijk starten met een nieuwe Balanced Approachprocedure (29665, nr. 624);
- de motie-Köse/Kostić over in samenwerking met provincies en gemeenten een plan ontwikkelen voor een netwerk van meetpunten rondom Schiphol (29665, nr. 625);
- de motie-Köse/Kostić over ook toewerken naar concrete mijlpalen na 2030 (29665, nr. 626);
- de motie-Goudzwaard over de nieuwe werkwijze ten behoeve van slotverdeling monitoren en daarbij de effecten op vrachtvluchten meenemen (29665, nr. 627);
- de motie-Goudzwaard over omwonenden werkzaam in de luchtvaartsector alsnog toelaten tot de bewonersvertegenwoordiging van de Maatschappelijke Raad Schiphol (29665, nr. 628).
(Zie vergadering van 30 juni 2026.)
De voorzitter:
Aangezien de motie-Goudzwaard (29665, nr. 628) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.
De motie-Kröger/Kostić (29665, nr. 605) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Kröger en Kostić.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 605 (29665).
De motie-Kröger/Kostić (29665, nr. 606) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Kröger en Kostić.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 606 (29665).
De motie-Kröger/Kostić (29665, nr. 607) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Kröger en Kostić.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 607 (29665).
De motie-Köse/Kostić (29665, nr. 626) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door het lid Köse.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 626 (29665).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
In stemming komt de motie-Kostić/Kröger (29665, nr. 602).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Kostić/Kröger (29665, nr. 603).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Kostić (29665, nr. 604).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Kröger/Kostić (29665, nr. ??, was nr. 605).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Kröger/Kostić (29665, nr. ??, was nr. 606).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Kröger/Kostić (29665, nr. ??, was nr. 607).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-El Abassi (29665, nr. 608).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
De PVV wil geacht worden voor de motie op stuk nr. 608 te hebben gestemd.
In stemming komt de motie-El Abassi (29665, nr. 609).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-El Abassi (29665, nr. 610).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-El Abassi (29665, nr. 611).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-El Abassi (29665, nr. 612).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, de ChristenUnie, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-El Abassi (29665, nr. 613).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Eijk/Peter de Groot (29665, nr. 614).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (29665, nr. 615).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (29665, nr. 616).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Graus (29665, nr. 617).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SP ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Graus (29665, nr. 618).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Graus (29665, nr. 619).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Graus (29665, nr. 620).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Graus (29665, nr. 621).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Zwinkels/Köse (29665, nr. 622).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Köse c.s. (29665, nr. 623).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Köse (29665, nr. 624).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Köse/Kostić (29665, nr. 625).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Köse (29665, nr. ??, was nr. 626).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Goudzwaard (29665, nr. 627).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemming motie Arbeidsmigratie
Aan de orde zijn de stemmingen over aangehouden moties, ingediend bij het tweeminutendebat Arbeidsmigratie,
te weten:
- de motie-Patijn over voor de zomer een uitzendverbod in de vleessector afkondigen (29861, nr. 193);
- de motie-Flach over een eventueel uitzendverbod zo risicogericht mogelijk en met strikte handhaving vormgeven (29861, nr. 199).
(Zie vergadering van 18 juni 2026.)
De voorzitter:
De motie-Patijn (29861, nr. 193) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er zich al geruime tijd structureel misstanden met arbeidsmigranten in de vleessector voordoen;
overwegende dat er 29 gesprekken zijn gevoerd, waarvan 12 met 5 verschillende ministers;
overwegende dat de minister de vleessector tot 15 juni 2026 gaf om vooruitgang aan te tonen en deze deadline is verstreken;
constaterende dat de Arbeidsinspectie beslag heeft gelegd op het vermogen van een uitzendbureau in de vleessector wegens onder andere verduistering van salaris van uitzendkrachten;
verzoekt de regering, indien de rapportage van de arbeidsinspectie daar aanleiding toe geeft, voor de zomer een uitzendverbod in de vleessector af te kondigen en deze zo snel mogelijk in te voeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 193 (29861).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
De voorzitter:
De motie-Flach (29861, nr. 199) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet een sectoraal uit- en inleenverbod voor de vleessector overweegt, vooruitlopend op inwerkingtreding van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) per 1 januari 2027;
overwegende dat een generiek uitzendverbod de gehele vleessector treft, terwijl de sector bestaat uit verschillende deelsectoren, waaronder de roodvlees-, pluimvee- en vleeswarensector, alsmede een groot aantal individuele bedrijven;
overwegende dat er in de sector ook kleine bedrijven actief zijn die alleen gebruikmaken van uitzendkrachten voor piek en ziek;
overwegende dat de misstanden zich niet in gelijke mate in deze deelsectoren en bedrijven voordoen;
verzoekt de regering, indien toch wordt overgegaan tot invoering van een uitzendverbod, dit zo risicogericht mogelijk en met strikte handhaving en criteria vorm te geven, zodat bedrijven waar geen sprake is van misstanden niet worden getroffen door maatregelen die bedoeld zijn voor bedrijven waar misstanden zijn vastgesteld, en daarbij in ieder geval kleine bedrijven en bedrijven verderop in de keten uit te zonderen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 199 (29861).
Op verzoek van de heer Flach stel ik voor zijn gewijzigde motie (29861, nr. ??, was nr. 199) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Mevrouw Wiersma wenst een stemverklaring te geven. Zij houdt ons nog even in spanning. Gaat uw gang.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Voorzitter, dank. BBB wil misstanden hard aanpakken, maar dan gericht op malafide uitzendconstructies en niet door een complete sector stil te leggen. BBB is dan ook tegen een sectoraal uitzendverbod. Dit zorgt voor een ongelijk speelveld, maar het schaadt ook ondernemers die het gewoon goed doen, zoals de kleine ambachtelijke slagers, die gewoon nog zelf slachten, terwijl problemen juist selectief moeten worden bestreden daar waar die zich voordoen. BBB kiest voor gerichte handhaving en duidelijke regels per sector, zodat misbruik wordt aangepakt zonder daarbij onnodige, overbodige economische schade aan te richten. Dat is dan ook de reden waarom wij tegen de motie-Patijn zullen stemmen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Patijn (29861, nr. ??, was nr. 193).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, de ChristenUnie, JA21 en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemming motie Begrotingsonderdelen Digitalisering
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de begrotingsonderdelen Digitalisering,
te weten:
- de motie-Kathmann/Ceder over een basispakket digitale veiligheid (36800-VII, nr. 69).
(Zie wetgevingsoverleg van 2 maart 2026.)
In stemming komt de motie-Kathmann/Ceder (36800-VII, nr. 69).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemming motie Natuur
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het tweeminutendebat Natuur,
te weten:
- de motie-Boomsma c.s. over bij de volgende AERIUS-update een verhoging van de rekenkundige ondergrens doorvoeren (33576, nr. 490).
(Zie vergadering van 16 juni 2026.)
De voorzitter:
De motie-Boomsma c.s. (33576, nr. 490) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de AERIUS Calculator voor stikstofdepositie bij vergunningverlening een rekenkundige ondergrens hanteert van 0,005 mol per hectare per jaar, maar er brede wetenschappelijke overeenstemming bestaat dat modeluitkomsten van minder dan 0,5 mol per hectare per jaar niet zouden moeten worden gebruikt, omdat deze methodologisch te onzeker zijn, en dat er daarmee een wetenschappelijke en solide juridische basis bestaat voor een rekenkundige ondergrens van 0,5 mol per hectare per jaar;
constaterende dat de Raad van State in zijn ViA15-oordeel van april 2023 een vergelijkbare beperking in het toepassingsbereik van het model heeft geaccepteerd als wetenschappelijke onderbouwing van de maximale rekenafstand van 25 kilometer, omdat het model daarbuiten geen betrouwbare uitspraken kan doen;
overwegende dat de Kamer in vervolg daarop reeds tweeënhalf jaar geleden heeft verzocht de rekenkundige ondergrens te verhogen (30252, nr. 133);
overwegende dat de Nederlandse NOx-emissies al decennia dalen met procenten per jaar onder invloed van Europees bronbeleid en de toepassing van de best beschikbare technieken in de industrie, en dat de NH3-emissies in de landbouw weliswaar in een trager tempo afnemen, maar dat het risico op grotere emissies bij een hogere rekenkundige ondergrens wordt ondervangen door systemen van (afnemende) productierechten;
overwegende dat de desondanks eventueel optredende geringe cumulatieve effecten van verschillende deposities van meerdere activiteiten onder deze grens effectief kunnen worden gemitigeerd door landelijke emissiereducerende maatregelen en geen juridisch beletsel kunnen vormen voor de invoering van een hogere rekenkundige ondergrens;
overwegende dat hiertoe ook regionale aanvullende flankerende maatregelen kunnen worden genomen gezien artikel 6.1 en 6.2 van de Habitatrichtlijn maar deze, net als bij de ViA15-uitspraak, als rekenkundige ondergrens geen voorwaarde kunnen zijn voor artikel 6.3, hetgeen ook wordt bevestigd in het advies flankerend beleid bij invoering van de rekenkundige ondergrens van het ministerie van 1 mei 2026;
overwegende dat het kabinet op 26 juni een pakket maatregelen voor enerzijds geborgde stikstofemissiereductie en anderzijds geborgd natuurherstel heeft gepresenteerd;
verzoekt de regering bij de volgende AERIUS-update in oktober en in ieder geval voor 1 januari 2027 de verhoging van de rekenkundige ondergrens naar minimaal 0,5 mol per hectare per jaar (1 mol per hectare per jaar na afronding) door te voeren, en wel voor zolang stikstofdepositiemodellen nog worden gebruikt voor vergunningverlening van individuele projecten,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 490 (33576).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Boomsma c.s. (33576, nr. ??, was nr. 490).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen Wijziging van de Luchtvaartwet BES ter invoering grondslag openbare dienstverplichting
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Luchtvaartwet BES ter invoering grondslag openbare dienstverplichting (36862).
(Zie vergadering van 30 juni 2026.)
In stemming komt het amendement-Zwinkels (stuk nr. 13).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en BBB voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Ceder (stuk nr. 7).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het nader gewijzigde amendement-Ceder (stuk nr. 12).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Groep Markuszower en de PVV voor dit nader gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het amendement-Zwinkels (stuk nr. 13), het amendement-Ceder (stuk nr. 7) en het nader gewijzigde amendement-Ceder (stuk nr. 12).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen moties Wijziging van de Luchtvaartwet BES
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Luchtvaartwet BES ter invoering grondslag openbare dienstverplichting,
te weten:
- de motie-Ceder over het opstellen van een handelingskader ten aanzien van de Nederlandse belangen in Winair (36862, nr. 14);
- de motie-Ceder/Tseggai over voor het einde van het jaar komen met een pakket van eisen voor een aanbesteding of een PSO (36862, nr. 15).
(Zie vergadering van 30 juni 2026.)
In stemming komt de motie-Ceder (36862, nr. 14).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ceder/Tseggai (36862, nr. 15).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Financiën decentrale overheden
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Financiën decentrale overheden,
te weten:
- de motie-Vermeer over bij onderzoeken naar de verdeling van het gemeentefonds de omvang van het gemeentefonds meenemen in relatie tot het gemeentelijke takenpakket (36800-B, nr. 30);
- de motie-Meulenkamp c.s. over maatregelen om de verantwoordings- en controlelasten voor medeoverheden bij SPUK's te verminderen (36800-B, nr. 32);
- de motie-Huizenga over de voorspelbaarheid in het meerjarige financiële perspectief voor decentrale overheden versterken (36800-B, nr. 33);
- de motie-Schenk over onderzoeken welke taken van gemeenten kunnen worden teruggebracht naar het Rijk (36800-B, nr. 34);
- de motie-Schenk over gemeenten niet structureel afhankelijk laten zijn van belastingverhogingen om hun wettelijke taken uit te voeren (36800-B, nr. 35);
- de motie-Struijs/Van Brenk over compensatie voor inflatie binnen het gemeentefonds op basis van nacalculatie (36800-B, nr. 36);
- de motie-Martin Bosma over het contact met de VNG staken zolang haar voorzitter kransen legt bij Nakba-herdenkingen (36800-B, nr. 39).
(Zie vergadering van 1 juli 2026.)
In stemming komt de motie-Vermeer (36800-B, nr. 30).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Meulenkamp c.s. (36800-B, nr. 32).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Huizenga (36800-B, nr. 33).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Schenk (36800-B, nr. 34).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de PvdD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Schenk (36800-B, nr. 35).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, DENK, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Struijs/Van Brenk (36800-B, nr. 36).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Martin Bosma (36800-B, nr. 39).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen Nadere regels voor bijstand in het stemhokje
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Kieswet in verband met het stellen van nadere regels voor bijstand in het stemhokje (36863).
(Zie vergadering van 1 juli 2026.)
De voorzitter:
Het amendement-Bikker (stuk nr. 15) is ingetrokken.
Ik stel vast dat daarmee wordt ingestemd.
Er is een stemverklaring van mevrouw Bikker. Gaat uw gang.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Het is een goede zaak dat na aanvaarding van dit wetsvoorstel ook mensen met een geestelijke beperking of laaggeletterdheid hulp kunnen krijgen bij het zelfstandig uitbrengen van hun stem. De graat in onze keel bij dit wetsvoorstel is echter het feit dat er onderscheid komt tussen mensen met een fysieke beperking en mensen met een andere beperking. Mensen met een fysieke beperking mogen zelf kiezen door wie ze worden geholpen, andere mensen alleen door een stembureaulid. Mijn fractie ziet hierbij risico's voor de uitvoerbaarheid en uitlegbaarheid van dat onderscheid. Echter, vanmorgen heeft de minister in zijn brief duidelijk gemaakt, duidelijker dan in het debat, dat het gelijktrekken van de hulp voor iedereen door een stembureaulid in strijd zou zijn met het VN-verdrag Handicap. Bij aanvaarding van dat amendement dreigt de minister het wetsvoorstel in te trekken. Dan zouden we verder af komen van het doel van het wetsvoorstel, namelijk dat er ook voor mensen met een niet-fysieke beperking hulp moet zijn om zelfstandig de stem uit te brengen. Daarom zal mijn fractie zo dadelijk tegen het amendement-Clemminck stemmen en naar alle waarschijnlijkheid vanavond voor het wetsvoorstel stemmen.
De voorzitter:
Dank u wel. Wij zullen nu alleen over de ingediende amendementen en de artikelen stemmen. De eindstemming over het wetsvoorstel zal aan het einde van de vergadering plaatsvinden.
In stemming komt het amendement-Mohandis (stuk nr. 17, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement de overige op stuk nr. 17 voorkomende amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Flach (stuk nr. 12, I) tot het invoegen van een onderdeel 0a.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 12 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Flach (stuk nr. 16).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Clemminck (stuk nr. 18, I) tot het invoegen van een onderdeel Aa.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21 en BBB voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 18 voorkomende gewijzigde amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Schilder (stuk nr. 9).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Tijs van den Brink (stuk nr. 13).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, JA21 en BBB voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Clemminck (stuk nr. 20).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Clemminck (stuk nr. 21).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Tijs van den Brink (stuk nr. 10, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 10 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Flach (stuk nr. 11).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemming moties Nadere regels voor bijstand in het stemhokje
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Kieswet in verband met het stellen van nadere regels voor bijstand in het stemhokje,
te weten:
- de motie-Schilder over de doelgroep waarvoor ondersteuning in het stemhokje is bedoeld nader afbakenen (36863, nr. 22);
- de motie-Mohandis over bezien hoe belemmeringen voor kiezers en verkozenen met een beperking kunnen worden weggenomen (36863, nr. 23);
- de motie-Flach over verkennen welke eenvoudige hulpmiddelen die bijdragen aan het zelfstandig uitbrengen van een stem, op grond van landelijke regels verplicht kunnen worden (36863, nr. 24).
(Zie vergadering van 1 juli 2026.)
In stemming komt de motie-Schilder (36863, nr. 22).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Mohandis (36863, nr. 23).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Flach (36863, nr. 24).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
Meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Bij de stemmingen onder punt 15, over de begrotingsonderdelen die zien op digitalisering, wordt de ChristenUnie geacht voor de motie-Kathmann/Ceder (36800-VII, nr. 69) te hebben gestemd.
De voorzitter:
Ja, dat lijkt mij ook. We hebben het genoteerd.
Stemmingen moties Samenhangende aanpak landbouw, natuur en stikstof
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de samenhangende aanpak landbouw, natuur en stikstof,
te weten:
- de motie-Van der Plas over een rekenkundige ondergrens van 1 mol invoeren bij de AERIUS-actualisatie in oktober (35334, nr. 452);
- de motie-Van der Plas over de kritische depositiewaarde niet langer leidend laten zijn bij vergunningverlening (35334, nr. 453);
- de motie-Van der Plas over een generaal pardon voor alle PAS-melders en interimmers (35334, nr. 454);
- de motie-Van der Plas over een onafhankelijke onderbouwing van de emissienorm (35334, nr. 455);
- de motie-Van der Plas over alle agrarische belangenorganisaties en vakbonden uitnodigen bij maatschappelijke overleggen over landbouw (35334, nr. 456);
- de motie-Beckerman over de ammoniaknorm voor grondgebonden bedrijven koppelen aan hectares in plaats van aan fosfaatrechten (35334, nr. 458);
- de motie-Beckerman over meer geld voor de omslag naar biologische landbouw buiten de zones rondom kwetsbare natuur (35334, nr. 459);
- de motie-Beckerman over een brede toekomstvisie voor de landbouw (35334, nr. 460);
- de motie-Bromet/Dassen over de juridische houdbaarheid van de voorgenomen zonering rondom stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden (35334, nr. 461);
- de motie-Bromet/Dassen over een oordeel van de landsadvocaat over de borging van het natuurherstel (35334, nr. 462);
- de motie-Dassen/Bromet over meetbare afspraken over natuurverbetering in de grensregio's (35334, nr. 463);
- de motie-Dassen over ook strategieën voor plantaardige eiwitten, stikstofbindende gewassen en innovaties zoals kweekvlees meenemen (35334, nr. 464);
- de motie-Dassen over een belastingvrijstelling voor duurzame en biologische lunches (35334, nr. 465);
- de motie-Ouwehand over voorkomen dat bedrijven na ernstige overtredingen worden uitgekocht (35334, nr. 466);
- de motie-Flach c.s. over ook buiten eventuele aangewezen zones op collectieve wijze aan opgaven mogen voldoen (35334, nr. 467);
- de motie-Heutink/Van der Plas over geen generieke korting op productierechten als het stikstofpakket niet is geborgd (35334, nr. 468);
- de motie-Grinwis/Goudzwaard over uitspreken dat het wenselijk is om zones van 1.000 meter te voorkomen (35334, nr. 469);
- de motie-Grinwis over een nadere onderbouwing van het ammoniakreductiedoel (35334, nr. 470);
- de motie-Grinwis/Goudzwaard over stimuleringsbeleid voor innovaties met emissiefactoren (35334, nr. 471);
- de motie-Chris Jansen/Wilders over boeren weer laten boeren (35334, nr. 472);
- de motie-Keijzer over maatregelen voor bredere beleidsdoelen uit het stikstofpakket halen (35334, nr. 473);
- de motie-Keijzer over de gevolgen van het stikstofpakket voor de financierbaarheid van bedrijven in kaart brengen (35334, nr. 474);
- de motie-Keijzer over vereenvoudiging van wet- en regelgeving als uitgangspunt voor het stikstofbeleid (35334, nr. 475);
- de motie-Goudzwaard/Grinwis over de verkenning naar een hedendaags referentiemoment met de hoogste prioriteit afronden (35334, nr. 476);
- de motie-Goudzwaard/Grinwis over een juridische grondslag voor activiteiten en investeringen die per saldo leiden tot een daling van de stikstofdepositie (35334, nr. 477).
(Zie vergadering van 1 juli 2026.)
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Beckerman stel ik voor haar motie (35334, nr. 458) aan te houden. Op verzoek van de heer Flach stel ik voor zijn motie (35334, nr. 467) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
In stemming komt de motie-Van der Plas (35334, nr. 452).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (35334, nr. 453).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (35334, nr. 454).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (35334, nr. 455).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (35334, nr. 456).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Beckerman (35334, nr. 459).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Beckerman (35334, nr. 460).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Bromet/Dassen (35334, nr. 461).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bromet/Dassen (35334, nr. 462).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dassen/Bromet (35334, nr. 463).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Mevrouw Van der Plas, u heeft het woord.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Er is iets misgegaan bij ons, maar wij worden natuurlijk geacht tegen de moties op de stukken nrs. 461 en 462 te hebben gestemd. Ik weet niet bij welk nummer we nu zijn.
De voorzitter:
We zijn nu bij de motie op stuk nr. 464.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De motie op stuk nr. 463 ook: tegengestemd. Dat wil ik bij dezen maar even heel goed benadrukken.
De voorzitter:
De fractie van de BBB — u was erbij — wordt geacht tegen de moties op de stukken nrs. 461, 462 en 463 te hebben gestemd.
In stemming komt de motie-Dassen (35334, nr. 464).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dassen (35334, nr. 465).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Ouwehand (35334, nr. 466).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Heutink/Van der Plas (35334, nr. 468).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Grinwis/Goudzwaard (35334, nr. 469).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Grinwis (35334, nr. 470).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Grinwis/Goudzwaard (35334, nr. 471).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Chris Jansen/Wilders (35334, nr. 472).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Keijzer (35334, nr. 473).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Keijzer (35334, nr. 474).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Bij de motie op stuk nr. 473 willen wij geacht worden te hebben tegengestemd.
De voorzitter:
We hebben het genoteerd. De heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, hoewel ik uitbundig naar u zwaaide, heeft u de SGP bij de motie op stuk nr. 469 niet genoemd. Wij waren wel voor.
De voorzitter:
We hebben het hersteld. Meneer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
En precies andersom geldt dat voor de motie op stuk nr. 468. Daar waren wij tegen.
De voorzitter:
Ook bij dezen hersteld.
In stemming komt de motie-Keijzer (35334, nr. 475).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Goudzwaard/Grinwis (35334, nr. 476).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Goudzwaard/Grinwis (35334, nr. 477).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemming brief van de commissie voor de Rijksuitgaven
Aan de orde is de stemming over de brief van de commissie voor de Rijksuitgaven inzake de dechargeverlening voor het door de ministers gevoerde financieel beheer in het jaar 2025 (36945, nr. 29).
De voorzitter:
Ik stel voor de slotwetten over het jaar 2025 (36945, hoofdstukken I tot en met X, XII tot en met XVII, XX, XXII en XXIII en de fondsen A tot en met C en J tot en met M) zonder stemming aan te nemen, conform het voorstel van de commissie voor de Rijksuitgaven te besluiten, de desbetreffende ministers, met inachtneming van de diverse toezeggingen ter verbetering van het financieel beheer, decharge te verlenen voor het gevoerde beleid en het besluit over dechargeverlening aan de minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uit te stellen tot na de afronding van de behandeling van het jaarverslag, onder de aantekening dat de fractie van Forum voor Democratie geacht wenst te worden tegen te hebben gestemd.
Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.
De voorzitter:
Dat waren de stemmingen. Maar ik zie de heer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Onder de aantekening dat dat ook geldt voor DENK voor de hoofdstukken V en X.
De voorzitter:
We hebben het aangetekend.
Dat waren de stemmingen. Dank u wel en tot later vandaag. Ik schors een enkel ogenblik.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering.
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
De voorzitter:
Ik stel aan de Kamer voor om de rangorde van Ondervoorzitters opnieuw vast te stellen en deze als volgt te laten luiden: Paulusma, Moorman, Wilders, Krul, Eerdmans en Michon-Derkzen.
Ik stel voor toestemming te verlenen voor het houden van een wetgevingsoverleg met stenografisch verslag:
- aan de vaste commissie voor Digitale Zaken, op maandag 7 september van 18.30 uur tot 23.00 uur, over het wetsvoorstel Uitvoering van Verordening (EU) 2024/2847 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 betreffende horizontale cyberbeveiligingsvereisten voor producten met digitale elementen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 168/2013 en (EU) 2019/1020 en Richtlijn (EU) 2020/1828 (Uitvoeringswet verordening cyberweerbaarheid);
- aan de vaste commissie voor Digitale Zaken, op maandag 9 november van 10.00 tot 18.00 uur, over de begrotingsonderdelen die zien op Digitale Zaken;
- aan de vaste commissie voor Financiën, op maandag 28 september van 10.00 uur tot 16.30 uur, over het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet handhaving consumentenbescherming en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek ter implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2225 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten (Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet) (36924).
Ik stel voor toe te voegen aan de agenda van de Kamer:
- het tweeminutendebat Toegang tot het Recht (CD d.d. 01/07), met als eerste spreker het lid Abdi van PRO;
- het tweeminutendebat Midden- en kleinbedrijf (CD d.d. 01/07), met als eerste spreker het lid Bühler van het CDA;
- het tweeminutendebat Uitvoeringsproblematiek UWV (CD d.d. 01/07), met als eerste spreker het lid Patijn van PRO;
- het tweeminutendebat Integraal Zorgakkoord (IZA)/Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) (CD d.d. 01/07), met als eerste spreker het lid Wiersma van BBB;
- het tweeminutendebat Opvang Oekraïne (CD d.d. 02/07) met als eerste spreker het lid Vondeling van de PVV.
Op verzoek van het lid Nobel c.s. stel ik voor zijn motie (32847, nr. 1477) opnieuw aan te houden.
Op verzoek van de aanvragers stel ik voor van de lijst af te voeren:
- het debat over de toename van sextortion;
- het dertigledendebat over de islamisering van Nederland en de gevolgen daarvan;
- het dertigledendebat over een taalgids van het ministerie van OCW waarin diverse woorden en termen als ongewenst of te vermijden worden aangemerkt;
- het dertigledendebat over het bericht dat een deel van de coalitie de strengere terugkeerregels voor het terugsturen van afgewezen asielzoekers wil versoepelen;
- het dertigledendebat over het PBL-rapport Voorbij de risico's: keuzes voor een klimaatbestendige leefomgeving.
Ik deel mee dat de volgende moties zijn vervallen: 29435-274; 27923-535; 26448-872; 24170-397.
Tot slot stel ik voor de volgende stukken van de stand van werkzaamheden af te voeren: 32698-95; 35325-13; 35325-12; 35325-11; 27625-738; 29515-500; 32813-1551; 30420-444; 30420-445; 30420-446; 26643-1462; 26643-1492; 28973-281; 32813-1537; 28973-258; 21501-32-1777; 28973-267; 28973-266; 22112-4267; 22112-4238; 28973-283; 21501-32-1775; 21501-32-1761; 36800-XIV-7; 35633-24; 36800-XIV-11; 21501-32-1762; 28973-284; 28973-282; 36600-XIV-87; 32802-133; 33037-607; 33037-606; 34295-26; 33037-608; 33037-610; 33037-611; 33037-625; 33037-626; 33037-639; 35334-408; 33037-636; 30252-209; 22112-4200; 35334-409; 35334-410; 35334-411; 35334-413; 35334-414; 35334-420; 35334-424; 35334-416; 35334-417; 35334-405; 33037-605; 36725-XIV-17; 33037-604; 30196-849; 35334-400; 32637-699; 35334-399; 33037-637; 33037-635; 22112-4225; 22112-4224; 33576-473; 22112-4214; 28286-1413; 29282-623; 31311-292; 33626-43; 27625-737; 36800-XIV-5; 36945-VI-1; 34104-465; 33009-176; 36800-L-10; 33009-175; 26643-1499; 32637-711; 32637-743; 21501-07-2145; 32637-708; 27813-37; 32637-670; 33009-150; 33009-147; 36410-XIII-97; 36945-XVI-1; 31322-584; 31322-575; 31322-574; 27925-1020; 29521-517; 36800-X-77; 22112-4314; 29826-307; 36800-IV-54; 21501-33-1189; 36800-VI-138; 2026Z13941; 2026Z13275; 31239-446; 28165-474; 32011-135; 30234-438; 30234-439; 30234-437; 33578-171; 33578-167; 33578-141; 33578-157; 26448-865; 36624-17; 31765-973; 32793-877; 31765-937; 31765-941; 31765-943; 31765-939; 31765-904; 36600-XVI-163; 31765-896; 31765-913; 26448-868; 26448-887; 35522-13; 35420-542; 31757-114; 32637-742; 29515-498; 32637-716; 32637-741; 2026Z14065; 2026Z13267; 32757-191; 2025Z14325; 28325-300; 28325-307; 28325-302; 29279-1004; 31753-314; 31753-312; 20361-236; 36915-X-4; 36915-K-3.
Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.
Sluiting van twee zorgvilla's van ExpertCare
Sluiting van twee zorgvilla's van ExpertCare
Aan de orde is het debat over de sluiting van twee zorgvilla's van ExpertCare.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Dan is aan de orde het debat over de sluiting van twee zorgvilla's van ExpertCare. Ik heet de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport van harte welkom in vak K.
Ik zou eigenlijk willen voorstellen om met elkaar wel een aantal interrupties vast te stellen. Het is vandaag de laatste vergaderdag voor het reces, er staan nog een hoop tweeminutendebatten gepland en er staan ook nog stemmingen op de rol. Ik wil dus voorstellen om in de eerste termijn per lid drie interrupties op elkaar toe te staan, en in eerste instantie vijf interrupties op het kabinet toe te staan. Als dat werkt en we tijd overhouden, kunnen we het aantal interrupties altijd nog uitbreiden, maar ik stel voor om het in eerste instantie als zodanig te doen. Ik zie dat daarmee wordt ingestemd.
Dan geef ik als eerste het woord aan mevrouw Maeijer voor haar bijdrage in eerste termijn namens de fractie van de PVV.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dank u wel, voorzitter. "Je moet de hoop nooit laten varen. Maar mijn vertrouwen dat het systeem er is om de meest kwetsbare kinderen te beschermen, is goed geschaad." Dat zei vader en lid van de cliëntenraad Jonas Baart. Dat gevoel deel ik. Sinds 28 januari van dit jaar, toen het bestuur van Villa ExpertCare de deuren van haar vier zorgvilla's te sluiten, leven ouders tussen hoop en vrees. "Hoop" omdat er beloften werden gedaan door Villa ExpertCare en de minister, en "vrees" omdat zij zich er toen al zeer van bewust waren dat alternatieve passende plekken voor hun kinderen zeer schaars zijn. Maandenlang werd er door de cliëntenraad gewaarschuwd voor het scenario dat nu werkelijkheid is geworden en waar Villa ExpertCare op heeft aangestuurd.
De vestigingen in Waalre en Vleuten moeten dicht op last van de inspectie. Mijn eerste zorg gaat nu uit naar de kinderen. Kan de minister aangeven voor hoeveel van hen nu een passende oplossing is gevonden en voor hoeveel nu een noodoplossing wordt ingezet, en in hoeverre die noodoplossing gesteund wordt door de ouders?
Voorzitter. Ik heb best wel een aantal vragen, die ik graag afzonderlijk beantwoord zie.
1. De inspectie schrift in haar rapport dat ze vindt dat het bestuur laat zien dat het onvoldoende inzicht heeft in de continuïteit van zorg en de borging ervan, en dat het onvoldoende handelt naar de urgentie die is ontstaan. Vindt de minister het verantwoord dat het bestuur van Villa ExpertCare nog steeds op zijn plek zit en verantwoordelijk is voor de continuïteit van zorg?
2. Welke mogelijkheden heeft de minister om in te grijpen op grond van grond van de Wkkgz? Kan de minister het bestuur op non-actief zetten?
3. De definitie van passende zorg is zeer discutabel gebleken. Voor de minister lijkt een plek passend als de ouders ermee instemmen. Ouders geven echter aan dat zij zich gedwongen voelen akkoord te gaan. Is de minister bereid oom een onafhankelijk vanuit clientperspectief vastgesteld en verifieerbaar overzicht te laten opstellen van de status van de zorgoverdracht van alle circa 80 cliënten?
4. Hoe haalbaar acht de minister het dat kinderen die nu nog geen plek hebben gevonden, dat nog wel zullen doen?
5. de maandenlange zoektocht naar plekken heeft laten zien dat ze er gewoonweg niet zijn. Vindt de minister ook dat de villa's ook zonder ExpertCare aan het roer een essentieel onderdeel moeten vormen van een structurele oplossing?
6. Waarom is er geen overnamevoorstel ontvangen? Waarom is overname geen noodscenario? Wat doet de minister om regie te nemen?
Voorzitter. Dan maak ik mij zorgen over de situatie in de twee overgebleven villa's. Worden ouders en kinderen daar straks op dezelfde manier voor het blok gezet? Wat gaat de minister doen om dat te voorkomen? Ook daar is er voor veel kinderen nog geen structurele, passende oplossing. Wat wordt er nu extra gedaan om te zorgen dat deze twee locaties open kunnen blijven?
Voorzitter. Brancheorganisatie BINKZ vraagt aandacht voor de onderliggende problemen. Zij willen onder andere een noodfonds, versneld kostenonderzoek, handhaving van de zorgplicht en onafhankelijk onderzoek naar toekomstbestendige medische kindzorg. Ook Kinderhospice Binnenveld roept op om op korte termijn maatregelen te nemen. Graag een reactie per voorstel. Kan daarnaast de uitvoering van mijn aangenomen motie worden versneld? Het kan en mag niet zo zijn dat de meest kwetsbare kinderen straks weer de dupe worden van een systeem dat niet werkt.
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Maeijer. Het woord is aan mevrouw Dobbe voor haar inbreng namens de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Multinational B. Braun neemt zorglocaties over en wil daarna van de zorg voor kinderen af. Tientallen kinderen en gezinnen zitten in onzekerheid. De Kamer zei maanden geleden al: minister, grijp in! Er zijn geen andere plekken voor deze kinderen. Iedereen zag aankomen dat het personeel zou gaan vertrekken omdat hun de wacht al was aangezegd per juni of december. Daarom vroegen wij de minister om in te grijpen. Maar zij zei maandenlang dat zij dat niet kon. In maart zei ze: ik voel me verantwoordelijk, maar in het systeem ben ik er uiteindelijk niet verantwoordelijk voor. In april zei ze: die verantwoordelijkheid ligt bij de partijen. In juni zei ze: als het nodig is, kunnen we inderdaad meer doen. Dat kan ik niet doen, de IGJ wel, maar die zag daar nog geen aanleiding voor.
De minister ontraadde ook de motie om bijvoorbeeld via bestuursdwang in te grijpen bij ExpertCare. Het bleef bij gesprekken, overleggen en een mediator. In artikel 29 van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, de Wkkgz, staat dat de minister bevoegd is om bestuursdwang toe te passen. Ook juristen die wij hierover hebben gesproken, oordelen dat deze wet kan betekenen dat de minister had kunnen ingrijpen en dat ze dat nog steeds zelf of via de IGJ kan doen. Klopt dat? Zo niet, waarom zou dat dan niet kloppen? Feit blijft dat er niet is ingegrepen tot de locaties dicht moesten, terwijl dat wel had gekund. Waarom is ons telkens verteld dat dat niet kon? Graag een heel duidelijk antwoord.
Waarom is er niet ingegrepen? De inspectie schreef op 20 mei al dat zij beperkt vertrouwen had in de verbeterkracht en het urgentiebesef van de bestuurder. Ook noemde de IGJ het onvoldoende realistisch om locaties open te houden totdat ieder kind een passende plek had gevonden. Toch werd het bestuur niet verplicht om anders te handelen en mocht het blijven zitten. Nu zegt de inspectie opnieuw dat het bestuur van ExpertCare onvoldoende inzicht toont of verbetert, terwijl er ernstige zorgen zijn over de kwaliteit, veiligheid en continuïteit van zorg. Twee locaties sluiten, twee locaties zijn nog open en nog steeds zit het bestuur aan het roer. Had de minister zelf, of via de IGJ, de bevoegdheid om via bestuursdwang in te grijpen? Heeft ze dat nagelaten of functioneert het stelsel niet en is daar niet naar gehandeld, waardoor de zorg nu alsnog in gevaar komt? Hoe kijkt de minister naar haar eigen verantwoordelijkheid en handelen hierbij?
In maart heeft de minister de Kamer ook een belofte gedaan. Ze zei in het debat tegen mij: die huizen gaan niet dicht voordat ieder kind een plek heeft. Mevrouw Wendel vroeg: hoor ik de harde toezegging dat ExpertCare echt openblijft totdat iedereen een passende oplossing heeft gekregen? Ja, zei de minister. Nu wordt die harde toezegging niet nagekomen. Wat vindt de minister er zelf van dat ze dit toen tegen de Kamer heeft gezegd?
Dan over de kinderen en gezinnen die nu in de problemen zitten. Ik zag dat de inspectie gisteren wel een last onder bestuursdwang heeft gegeven aan ExpertCare over het delen van informatie. Maar waarom kan dat dan niet voor het garanderen van de continuïteit van zorg, voor de werving van personeel of het nemen van andere maatregelen? En hoe voorkomt de minister dat ook de andere twee locaties gaan sluiten? We hebben net gehoord wat de inspectie denkt van de daadkracht van dit bestuur. Dit bestuur gaat dat niet regelen.
Dan tot slot. Er waren al te weinig plekken voor deze gespecialiseerde zorg en nu dreigen er nog meer te verdwijnen. Er moeten meer plekken komen, niet in handen van multinationals — laten we daarvan hebben geleerd — en niet in handen van commerciële investeerders, maar in publieke handen. Hoe gaat de minister daarvoor zorgen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Westerveld namens PRO.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Voorzitter. Ouders zitten erdoorheen. De zorg dragen voor een kind met een beperking is ongelofelijk zwaar. Ik wil alle ouders die een kind met een beperking hebben — een deel van die ouders heeft nu extra zorg vanwege de sluiting van ExpertCare — enorm veel sterkte wensen. Ik ben net als de collega's ontzettend boos hierover. Ik ben boos op dit besluit en op directies van zorgbedrijven, in dit geval miljoenenbedrijf B. Braun, die winst belangrijker vinden dan de levens van deze kinderen. Maar ik ben ook boos omdat we een zorgsysteem hebben dat het kennelijk toelaat dat ouders dag in, dag uit moeten vechten om de noodzakelijke hulp te krijgen voor hun kind. Al maanden slaan zij alarm. Dat doen zij niet alleen bij ons, maar ook in de media, bij zorgverzekeraars, bij zorgkantoren, bij de inspectie, de IGJ, bij VWS en bij de NZa. Ze waarschuwen keer op keer. Ze zeggen: er moet ingegrepen worden, want ExpertCare en B. Braun houden zich niet aan afspraken; ze bedonderen de boel en onze kinderen zitten straks zonder zorg. Precies dát nachtmerriescenario werd werkelijkheid. Het is werkelijk schaamteloos hoe deze gezinnen zijn behandeld door ExpertCare.
Het is ook de vraag wie hier verantwoordelijk is, want iedereen wijst naar elkaar. De minister zei in het vragenuur tegen mij: ik heb niet de toezegging gedaan dat er een passende oplossing zou komen. Dat zou ExpertCare zijn geweest. Mevrouw Dobbe haalde net een aantal juiste citaten aan en die hebben wij ook opgezocht, dus ik vraag graag aan de minister om opheldering. Maar ik wil haar ook vragen welke consequenties er zijn als een zorgaanbieder gemaakte afspraken niet nakomt. Waarom zijn bestuurders niet geschorst en vervangen door een onafhankelijk bestuurder of bewindvoerder? Waarom zijn er geen dwangsommen opgelegd? Welk gedrag moet een bedrijf laten zien voordat er wél ingegrepen kan worden? Mevrouw Dobbe stelde net ook al terechte vragen over de bestuursdwang.
De situatie legt ook een fundamenteler probleem bloot, want blijkbaar zijn de mogelijkheden voor de overheid om in te grijpen beperkt of gebeurt het niet, om welke reden dan ook, zelfs als letterlijk de levens van kinderen in gevaar komen. Maar hoe verhoudt dit zich dan tot de zorgplicht? Dit is geen vrijblijvende inspanningsverplichting; het is een wettelijke taak. Wie is er uiteindelijk aanspreekbaar op die zorgplicht? Is dat ExpertCare, zijn dat de zorgverzekeraars of is dat toch de overheid? Graag een reactie. Bovendien is er onduidelijkheid over de opdracht aan de intermediair. Is dat alleen het faciliteren van de sluiting, of is dat ook het zorgen dat de zorg gecontinueerd wordt, bijvoorbeeld via een overname? Wij horen namelijk dat er partijen zijn die de zorg op die locaties willen overnemen. Dan is het belangrijk dat zij daarbij geholpen worden. Gaat die intermediair dat doen? We horen ook dat ExpertCare dit proces dwarszit. Welke mogelijkheid heeft de minister om hen te dwingen hieraan mee te werken?
Voorzitter. Voor nu willen ouders maar één ding weten: kan de minister garanderen dat er voor elk kind een passende oplossing komt? En dan niet over zes maanden of aan de andere kant van het land, maar nu. Ik hoorde daarover meerdere vragen. Daar sluit ik mij graag bij aan. Ik hoor ook dat er zelfs wordt gedacht aan plaatsingen bij volwassenhospices of in de ggz. Klopt dat, vraag ik de minister, want dat lijkt me toch niet te bedoeling. Het opruimen van deze puinhoop kost ook heel veel geld. Kunnen die kosten worden verhaald op ExpertCare of B. Braun? Kunnen ouders, die zo veel extra kosten hebben door deze gang van zaken, die kosten gaan verhalen?
Voorzitter. Dan sluit ik af met de toekomst. De zorg voor deze kinderen staat sowieso enorm onder druk. Hoe gaat de minister voorkomen dat commerciële, soms buitenlandse bedrijven opnieuw zo'n essentiële positie kunnen innemen in de zorg voor kinderen die ernstig ziek zijn, om die vervolgens te laten vallen? Hoe ziet zij de toekomst van deze vormen van complexe respijtzorg eigenlijk voor zich? Ziet zij dat tarieven eigenlijk niet kostendekkend zijn en dat er een gebrek is aan plekken die hun deze zorg bieden? Het draait uiteindelijk maar om één ding: deze kinderen mogen nooit de prijs betalen voor wanbestuur. Daar moeten wij vandaag duidelijke keuzes in maken.
De voorzitter:
Dank u wel. Zoals afgesproken, krijgt u drie interrupties in de eerste termijn. Meneer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dat was een mooi betoog. Een vraag. Als ik mevrouw Westerveld goed begrijp, is zij vooral boos op Villa ExpertCare. U heeft de brief gelezen. Daarin zegt Villa ExpertCare zelf: de financiering was simpelweg niet voldoende en we konden geen overnamepartner vinden omdat een ander het ook niet voor dat bedrag kon doen. Hoe kijkt mevrouw Westerveld daartegen aan?
Mevrouw Westerveld (PRO):
Ik vond die reactie, in alle eerlijkheid, schaamteloos. Zij leggen de schuld neer bij de minister. Nou ben ik boos op meerdere partijen, maar vooral op ExpertCare, op hun directie en op hun moederbedrijf. Als jij de zorg draagt voor deze kinderen, die ernstig ziek zijn of een meervoudige beperking hebben, met alle zorgen die hun families hebben, dan moet je ook zorgen dat er een oplossing gevonden wordt als je die zorg niet meer kan bieden. Dat doe je niet door ouders op zo'n laat moment in te lichten en door niet van tevoren aan de bel te trekken over bijvoorbeeld de niet-kostendekkende tarieven. Had dat dan eerder aan het ministerie, aan ons en aan al die anderen laten weten. Dan had er eerder ingegrepen kunnen worden en eerder kunnen worden nagedacht over een oplossing.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Daar ben ik het ook deels mee eens. Als ik het dus goed begrijp, sluit mevrouw Westerveld in ieder geval niet uit dat misschien toch de tarieven het probleem zijn. We moeten erachter komen in dit debat. Als dat zo is — het kan kloppen — dan had Villa ExpertCare inderdaad misschien eerder aan de bel moeten trekken. Dat ben ik met u eens, zeg ik via de voorzitter, maar je kunt natuurlijk geen product leveren en de hele tijd verlies lijden. Dat kun je een bedrijf natuurlijk niet verwijten.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Ik weet zeker dat de tarieven een probleem zijn, want dat hoor ik van meerdere aanbieders. Ik hoor trouwens ook van aanbieders die graag de locaties van ExpertCare zouden willen overnemen, dat zij ertegenaan lopen dat er eigenlijk geen goede tarieven zijn voor deze specifieke vorm van zorg. Dat leidt tot heel veel problemen — een aantal daarvan hebben we genoemd — en daarom heb ik ook aan de minister gevraagd hoe zij dit in de toekomst voor zich ziet. We weten namelijk al jaren dat er een tekort is aan dit soort plekken. Nu de locaties van ExpertCare gaan sluiten, worden dat nog minder plekken, terwijl ouders en kinderen deze plekken wel nodig hebben en ze noodzakelijk zijn voor de zorg en deze kinderen. De tarieven zijn dus zeker een probleem.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat denk ik ook: de tarieven moeten natuurlijk altijd op orde zijn. Wij hebben ook begrepen dat B. Braun, toen het deze zorgvilla's overnam, het vastgoed van de villa's in een aparte bv heeft gezet en voor veel meer geld aan zichzelf heeft terug verhuurd. Nu zegt B. Braun: we vinden het wel moeilijk om hier geen verlies op te draaien. Is mevrouw Westerveld daar ook van op de hoogte? Wat vindt ze daar eigenlijk van?
Mevrouw Westerveld (PRO):
Als het klopt, is het schandalig. In alle eerlijkheid verbaast niets me meer, na wat we hebben gehoord over dit bedrijf. Dat dit soort constructies mogelijk zijn, vind ik schandalig. Dat zou niet moeten kunnen, want het gaat hier over zorggeld. Dat is geld van ons allemaal, dat bedoeld is om juist zorg te leveren aan mensen die die het hardst nodig hebben. Wie anders dan deze kinderen hebben heel duidelijk goede zorg nodig? Ik zou het echt schandalig vinden als dit ook nog blijkt te kloppen.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Bikker voor haar inbreng namens de ChristenUnie. Gaat uw gang.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. De afgelopen maanden hebben we als Kamer keer op keer gesproken over Villa ExpertCare. Keer op keer hebben we Kamerbreed gewaarschuwd voor precies het scenario waarin we vandaag zijn beland. Personeel zou vertrekken, de kwaliteit van zorg zou onder druk komen te staan en uiteindelijk zouden locaties moeten sluiten voordat er voor alle kinderen een passende oplossing beschikbaar zou zijn. Het is gewoon beroerd om te zeggen, maar het is wel precies wat toch gebeurd is. Dat maakt dit debat niet alleen een debat over de sluiting van twee locaties, niet alleen een debat over Villa ExpertCare, maar ook een debat over de vraag of ons zorgstelsel eigenlijk wel in staat is de meest kwetsbare kinderen te beschermen tegen kwaadwillende bedrijven.
Voorzitter. De minister zegt dat ze alles heeft gedaan wat binnen haar rol past. Ze wijst op de verantwoordelijken van ExpertCare, de zorgverzekeraars, de zorgkantoren en de IGJ. De minister is stelselverantwoordelijk. Mijn vraag aan haar is: wanneer begint de stelselverantwoordelijkheid, als al die andere partijen hun verantwoordelijkheid niet nemen en een deel van die partijen het af laat weten? Kan de minister één bevoegdheid noemen die zij wel had kunnen inzetten? Of moeten we constateren dat de minister feitelijk in deze situatie geen instrumenten heeft om te voorkomen dat we hier vandaag staan? Betekent dit dat de minister vindt dat het stelsel zoals het er nu uitziet naar beste kunnen heeft gefunctioneerd? Of — het kan zelfs ook "en" zijn — erkent ze dat deze casus laat zien dat de overheid uiteindelijk niet kan voorkomen dat zeer kwetsbare kinderen hun zorg verliezen wanneer een commerciële aanbieder besluit te stoppen? Dat is namelijk een fundamentele vraag die heel veel ouders bezighoudt.
Voorzitter. Dat brengt me bij de zorgplicht. Als ondanks de wettelijke zorgplicht locaties kunnen sluiten voordat voor alle kinderen een passende oplossing is gevonden, wat is die zorgplicht in de praktijk dan waard? Is dit een incident of laat deze casus zien dat de zorgplicht onvoldoende afdwingbaar is wanneer een aanbieder besluit te stoppen?
Ook over de noodscenario's blijf ik met vragen zitten. De minister erkent dat die noodscenario's geen passende oplossing zijn. Het zijn immers noodscenario's. Ouders moeten verder reizen, kinderen krijgen tijdelijk thuis zorg en gezinnen worden zwaarder belast. Dat is allemaal niet hetzelfde als passende zorg. Kun je dan wel zeggen dat de continuïteit van zorg is geborgd? Dat is toch in ieder geval het bare minimum?
Daarnaast wil ik terugkomen op de rol van de inspectie. De inspectie heeft uiteindelijk moeten ingrijpen omdat de kwaliteit van zorg niet langer kon worden gegarandeerd, maar had de inspectie ook eerder kunnen ingrijpen om te voorkomen dat de situatie zo zou verslechteren dat sluiting onvermijdelijk werd? En als dat niet kan, wat zegt dat dan over ons toezichtstelsel?
Voorzitter. Ik wil het toch hebben over komende zomer. We kunnen niet achterover gaan leunen. Het kan niet zo zijn dat deze Kamer met reces is en Villa ExpertCare de volgende poets bakt. Alles moet erop gericht zijn dat ze verantwoordelijkheid nemen en dat ze die ook voelen richting de ouders, en dan niet alleen met woorden. Wat mij betreft gebeurt dat dwingen tot verantwoordelijkheid vanuit het ministerie en de andere betrokkenen met alle beschikbare juridische en bestuurlijke middelen, want de locaties mogen niet verder leeglopen zolang er niet voor ieder kind een daadwerkelijk passende plek beschikbaar is. Ouders mogen niet opnieuw geconfronteerd worden met voldongen feiten doordat personeel vertrekt en voorzieningen verdwijnen, terwijl ExpertCare naar de lucht kijkt. We horen daarom graag welke concrete acties de minister de komende weken neemt om maximale druk op ExpertCare te houden, ook financiële en juridische druk, zodat de locaties zo lang mogelijk openblijven en er alleen sluiting plaatsvindt als er daadwerkelijk zorg is voor de kinderen.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Bikker. Het woord is aan de heer Claassen namens de Groep Markuszower.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Voorzitter. De sluiting van de zorgvilla's van Villa ExpertCare is geen opzichzelfstaand bedrijfsongeval. Het is het wrange resultaat van jarenlang falend beleid en de toenemende invloed van private equity en grootkapitaal in de zorg. In deze situatie worden ernstig zieke en meervoudig gehandicapte kinderen die nergens anders terechtkunnen letterlijk de dupe van een systeem waarin winst boven mensen gaat.
Sinds de overname door het grote Duitse concern B. Braun in 2021 zijn de problemen snel geëscaleerd. Dat is geen toeval, want overal waar private equity en door winst gedreven multinationals de zorg binnendringen, zien we hetzelfde probleem: focus op rendabiliteit, kostenbesparingen en uiteindelijk de sluiting van onrendabele maar broodnodige voorzieningen. Private equity is de doodsteek voor de toegankelijkheid van specialistische zorg. Ze kopen zorgaanbieders op, belasten ze met hoge schulden, halen rendement eruit en laten de rommel achter voor de Nederlandse belastingbetaler, maar bovenal voor, in dit geval, de meest kwetsbare patiënten. Residentiële zorg voor meervoudig gehandicapte kinderen is nu eenmaal niet te optimaliseren tot een winstmachine. Het gevolg is dat het personeel vertrekt, de villa's sluiten en de ouders er alleen voor staan. In deze casus is het symptoombestrijding. Het is noodzakelijk. Mijn vraag is: wat heeft de minister gisteren nog gedaan en wat heeft de minister vandaag nog gedaan om de meest kwalijke effecten die de kinderen zouden kunnen overkomen, teniet te doen? Wat kan de minister nog meer doen? Net zo belangrijk, of misschien nog belangrijker, is de vraag: wat gaat de minister doen om excessen in al hun verschijningsvormen rondom private equity en toenemende commerciële belangen te beëindigen? Waar krijgen de kinderen en hun ouders momenteel precies die zorg? Dat hebben de sprekers voor mij ook allemaal al gevraagd; de Kamer lijkt daarin ook erg eensgezind.
De Nederlandse Alliantie kiest hier een duidelijk ander standpunt. Zorgvragers, dus ook kwetsbare kinderen en hun ouders, mogen niet de dupe worden van boeven die kunnen blijven bestaan door een falend stelsel dat winstgerichte overnames geen halt toeroept. We roepen de regering op om eindelijk verantwoordelijkheid te nemen in plaats van de rekening bij ouders, personeel en de andere partijen, private partijen, te leggen.
Voorzitter. Ik heb daar nog twee vragen over. Waarom heeft de minister jarenlang toegestaan dat tarieven voor hoogcomplexe zorg zover onder de werkelijke kosten liggen? Is dat geen directe uitnodiging voor private equity om te komen plukken en vervolgens te sluiten als het niet voldoende rendeert?
Ten tweede. Waarom komt de Wibz nog niet naar de Kamer? Vooral, en misschien nog belangrijker: als we naar deze situatie kijken en we kijken naar de Wibz — die hebben we allemaal al een keer eerder tot ons kunnen nemen — wat gaat deze wet dan doen, en wat is het effect van deze wet op deze casus? Ik vraag heel duidelijk aan te geven waarom deze wet zo'n problematiek als die we hebben in deze casus gaat voorkomen. Met andere woorden: dekt deze wet dan voldoende de lading om het soort excessen als bij ExpertCare te voorkomen?
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Claassen. Het woord is aan mevrouw Wendel namens de VVD.
Mevrouw Wendel (VVD):
Voorzitter. Ik begin vandaag weer exact zoals tijdens het vorige debat, met de woorden: "Deze zorgvilla's zijn niet zomaar een plek. Hier wordt complexe medische zorg geleverd aan kinderen met een zware beperking, waarvoor niet zomaar een alternatief gevonden is." We hebben ons Kamerbreed ingezet om de zorgvilla's open te houden, juist omdat we weten dat een alternatief niet zomaar gevonden is. Ik zie ook dat de minister echt haar best heeft gedaan. Toch is het niet gelukt om alle zorgvilla's open te houden tot voor alle kinderen een passende plek is gevonden. Dat vind ik echt heel erg. Wat de VVD betreft is er nog steeds maar één ding van belang. Dat is dat de kinderen een fijne, passende plek krijgen, waar zij de benodigde zorg ontvangen.
Deze plek is niet alleen voor de kinderen belangrijk. Ouders zorgen met alles wat ze in zich hebben voor hun kinderen. Deze zorg is zo intensief dat het haast niet vol te houden is. Als er geen passend alternatief wordt gevonden, zijn ouders genoodzaakt zich ziek te melden of te stoppen met werken. Wanneer ouders totaal oververmoeid voor hun kinderen moeten zorgen, kunnen de gevolgen groot zijn. Nu twee locaties sinds gisteren gesloten zijn, zitten verschillende ouders met hun handen in het haar. Heeft de minister ook oog voor deze ouders? Heeft de minister scherp of er nu ook ouders zijn die bijvoorbeeld hun baan al hebben moeten opzeggen, omdat ze nu de volledige zorg voor hun kind hebben moeten overnemen? Deze kinderen hebben zo'n intensieve zorg nodig dat deze ouders nauwelijks even veilig naar de wc kunnen. Dat is echt niet houdbaar.
Kan de minister aangeven waar de kinderen zijn die in de twee gesloten zorgvilla's zaten? Stel dat deze plek minder passend is, blijft de minister zich dan wel inzetten voor deze kinderen, zodat zij ook echt een passende plek krijgen? Wat de VVD betreft mogen deze kinderen nu niet als succesvol afgevinkt worden beschouwd.
Voorzitter. Dan de noodscenario's. De minister spreekt over noodscenario's voor ieder kind. De ouders zouden hierbij betrokken zijn. Wij horen echter ook een ander geluid van ouders. Een van de verhalen die ik heb gehoord, is het overplaatsen van een kind van Wezep naar Rijswijk. Als de ouders dat niet willen, dan moeten de kinderen per 1 juli — gisteren — uit zorg. In de praktijk betekent dit 300 kilometer op en neer; dat is ruim drieënhalf uur rijden. Is de minister het met mij eens dat dit geen realistische noodoplossingen zijn? Deze kinderen kunnen zo'n lange reis ook niet zomaar allemaal aan.
De andere zorgvilla's blijven voor nu open. We weten dat Villa ExpertCare die natuurlijk het liefst morgen ook sluit. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat Villa ExpertCare niet denkt van: laten we dit succes doorzetten en de andere villa's ook zo snel mogelijk sluiten? Ze weten nu immers hoe ze dat kunnen realiseren. Hoe gaan we ervoor zorgen dat deze twee zorgvilla's wel openblijven tot er een passende oplossing is gevonden voor alle kinderen? Hoe gaan we zorgen dat het vertrouwde personeel blijft? Dat is essentieel om de zorg voor deze kinderen goed te kunnen waarborgen. Ik wil vandaag ook echt gezegd hebben: dat het personeel ondanks de grote onzekerheid, ook voor hen, toch iedere dag met passie zorg blijft bieden, vind ik echt lovenswaardig.
Voorzitter. Dan tot slot de lange termijn. Er is een structurele oplossing nodig. Er zijn veel te weinig plekken voor kinderen die dit soort specialistische zorg nodig hebben. Ik reken er dan ook op dat de minister zich daarvoor inzet.
Dank u wel.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik begrijp dat mevrouw Wendel focust op deze situatie. Dat is deels terecht, maar denkt mevrouw Wendel dat dit soort situaties uit de lucht komen vallen?
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik focus inderdaad op deze situatie, omdat er kinderen zijn die nu geen passende plek hebben en omdat er ouders zijn die echt met hun handen in het haar zitten en die alles doen wat ze in zich hebben maar dit gewoon simpelweg niet kunnen dragen. Twee van de vier zorgvilla's zijn gisteren gesloten. In mijn onderbuik … Ik weet niet hoe de rest van de Kamer hiernaar kijkt, maar ik voel aan alles dat ... Ik maak me in ieder geval stevige zorgen dat de komende tijd ook die andere twee zorgvilla's dichtgaan. Ik vind dus dat we met elkaar moeten gaan staan voor die zorgvilla's om ervoor te zorgen dat zij openblijven totdat er voor iedereen een passende plek is. Daarna wil ik uiteraard uitgebreid het gesprek met meneer Claassen voeren over andere zaken.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Daar ligt het probleem. Mijn vraag was: komt het uit de lucht vallen? Ik ga de vraag anders stellen: in welke mate denkt mevrouw Wendel dat dit soort escalaties — denk aan huisartsenketens die omvallen; ik kan ook een paar andere dingen noemen — het gevolg zijn van hoe wij dit hebben ingericht en van hoe wij in deze Kamer naar private equity kijken? Zou er dan niet iets moeten worden gedaan aan de verdere commercialisering van die zorg? Dan hoeft mevrouw Wendel de volgende keer of volgende maand immers niet opnieuw bewogen te zijn door deze situatie. Dat ben ik nu ook, maar als mevrouw Wendel niet aan de bovenkant gaat kijken om dit op te lossen, staat zij hier binnenkort weer dingen heel erg zielig te vinden.
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik ben inderdaad heel bewogen door deze situatie, want het zijn kinderen die nu gewoon geen passende plek hebben. We hebben het over de meest kwetsbare kinderen in onze samenleving. Dus als meneer Claassen zegt "dan staat mevrouw Wendel hier zeer bewogen te zijn", dan klopt dat dus. Een gesprek over private equity, over marktwerking in de zorg, voer ik later uiteraard uitgebreid met de heer Claassen, maar op dit moment vind ik echt dat we de verantwoordelijkheid hebben om er voor deze kinderen te staan. Ik vind het eerlijk gezegd ook naar dat ik deze insinuatie naar mijn hoofd krijg.
De voorzitter:
Uw laatste interruptie.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Daar is helemaal niks naars mee bedoeld, want op dit vlak zitten we op dezelfde golflengte. Dat is het probleem dus niet, maar ik vraag of de VVD wil erkennen dat deze situatie ontstaat door hoe we die zorg hebben ingericht en doordat de Kamer tot nu toe heeft geaccepteerd dat de vercommercialisering en de toename van private equity tot dit soort situaties leiden. Ik vraag mevrouw Wendel dus nogmaals of zij wil erkennen dat de situatie waar we in zitten — we delen met elkaar dat die schrijnend is — het gevolg is van het beleid dat het kabinet, gesteund door de Kamer, tot nu toe heeft uitgevoerd.
Mevrouw Wendel (VVD):
Meneer Claasen wilde heel graag dit debat vandaag van de agenda halen en wilde het hebben over de Wibz, de Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders, om de naam maar even volledig uit te schrijven. Ik zie dat hij dat op deze manier ook probeert te doen. Ik wil heel graag dat we hier vandaag staan voor de kinderen en voor hun ouders om ervoor te zorgen dat straks niet ook die twee andere zorgvilla's dichtgaan en dat de meest kwetsbare kinderen in onze samenleving nu een goede plek krijgen. De Wibz komt volgens mij — ik kijk even naar de minister — voor de zomer naar de Kamer. Die verwacht ik dus vandaag of morgen. Dan spreek ik daar uiteraard graag uitgebreid over met de heer Claassen.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Het is mooi dat we vandaag hetzelfde doel hebben; dat was gelukkig ook in het vorige debat zo, maar het is natuurlijk wel zo dat deze situatie is ontstaan in een systeem waarin ook de minister en de ambtenaren al maanden ontzettend druk zijn met het aan tafel brengen van alle partijen, waarna we uiteindelijk met elkaar constateren dat er niet is ingegrepen of dat het op de een of andere manier niet kon. Dan is de conclusie toch dat ons zorgsysteem dit mogelijk maakt en dat we ook zouden moeten ingrijpen in dit soort grote bedrijven die winst maken, terwijl ze deze kwetsbare kinderen en hun families in de kou laten zitten?
Mevrouw Wendel (VVD):
Voor mij is de conclusie dat er organisaties zijn zoals B. Braun, die met intenties in de zorg zitten die niet mijn intenties zouden zijn, als ik het heel zwak mag uitdrukken. Ik denk dat we niet het kind met het badwater moeten weggooien. We moeten niet het hele systeem overboord gooien, maar ik denk wel dat we met elkaar kritisch moeten kijken hoe we de uitwassen van private equity kunnen aanpakken. Daarvoor verwachten we zeer binnenkort de Wibz, en die wet zie ik graag tegemoet.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Het probleem is dat deze situatie zich weer gaat voordoen. Verschillende partijen die zich hardmaken voor dezelfde doelgroep, namelijk kinderen die ernstig ziek zijn of een meervoudige beperking hebben, kloppen bij ons aan de deur en geven aan: dit is een stelselprobleem; er is voor deze groep kinderen te weinig oog in het huidige stelsel. Het gevolg kan inderdaad zijn dat grote commerciële organisaties er op deze manier misbruik van maken. We moeten ons nu heel hard maken voor een oplossing voor deze kinderen, maar we moeten ook kritisch met elkaar durven kijken naar het stelsel. Dat gaat verder dan de wet die eraan komt.
Mevrouw Wendel (VVD):
Ja. Mevrouw Westerveld schetst dat er voor deze kinderen te weinig oog is in het stelsel. Daar heb ik tijdens het vorige debat ook uitgebreid bij stilgestaan, en vandaag heb ik daar kort op teruggeblikt. Volgens mij is wat hier blootgelegd wordt een groter probleem: voor de kinderen die de meest complexe zorg nodig hebben — dat zijn precies de kinderen over wie we vandaag spreken — zijn er te weinig plekken in het land. Als types als B. Braun daarmee aan de gang gaan en met deze bedoelingen de boel opdoeken, als ik het zo mag zeggen — ik slik even heel veel boze woorden in — dan zie je dat kinderen in de knel komen. Volgens mij hebben wij met elkaar de uitdaging om ervoor te zorgen dat er meer plekken komen in Nederland voor kinderen die deze vorm van zorg nodig hebben.
De voorzitter:
Uw laatste interruptie.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Met alle respect: dat weet ik. We kaarten al jaren aan dat er te weinig plekken zijn voor specifiek deze groep kinderen. Dat kaarten we echt al jaren aan. Jaren geleden wisten we al dat er te weinig logeervoorzieningen, te weinig respijtzorg en te weinig specialisten waren. Dit weten we allemaal. Dit is allang bekend. Nu bespreken we deze uitwas gelukkig in de Kamer. Dit is een situatie die we met elkaar niet moeten willen, maar dit gaat dus vaker gebeuren als wij als Kamer niet met elkaar onze verantwoordelijkheid nemen voor deze groep kinderen. Die gaat verder dan de situatie die we hier vandaag terecht bespreken. Het gaat veel verder. Ik vraag mevrouw Wendel om met ons mee te denken over het aanpakken van grote commerciële organisaties die hier misbruik van maken, maar ook om de ogen niet te sluiten voor de terechte zorgen die er zijn over de tarieven, de huisvesting en wat er nog meer nodig is. Staat mevrouw Wendel ook open om niet alleen in de komende debatten deze discussies te voeren, maar ook echt stappen te gaan nemen?
Mevrouw Wendel (VVD):
Als er iemand is die grote commerciële ketens met verkeerde bedoelingen wil aanpakken, dan ben ik het, dus zeker weten. Ik denk wel dat we helder onderscheid moeten maken tussen de vele organisaties die met hart en ziel in de zorg zitten en iedere dag een fijne plek bieden voor mensen die die zorg heel hard nodig hebben, en mensen die blijkbaar gedragingen vertonen die niet passen bij hoe ik het zorgstelsel zou willen zien. Ik hoop dat de minister die gedragingen in de Wibz aan banden gaat leggen. Zaken zoals nu bij B. Braun gebeuren, wil ik niet meer zien.
Mevrouw Dobbe (SP):
Daar zijn we het mee eens, maar door nu te zeggen dat dit een uitwas is, zijn we er nog niet. In die zin is het dat natuurlijk, omdat het nu enorm misgaat en deze ouders in de knel komen. Maar als we zien dat er zo veel private equity in de zorg is en er zo veel commerciële zorgaanbieders, ook multinationals zoals B. Braun, zijn, waarbij aandeelhouders een ander belang hebben bij het leveren van zorg van de beste kwaliteit dan de mensen die zorg nodig hebben — een aandeelhouder koopt geen aandelen voor zorg van de beste kwaliteit — dan is er echt iets mis met het systeem. Ik vraag mij af of mevrouw Wendel dat gevolg van het organiseren van het systeem op deze manier ziet. Als we dit beschouwen als een uitwas, een incident, dan komen we niet tot het oplossen ervan.
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik vind dat mevrouw Dobbe vele organisaties die echt met passie in de zorg zitten, tekortdoet. Ik kijk er als volgt naar. Er zijn uitwassen van private equity. In het coalitieakkoord hebben we afgesproken dat we de uitwassen gaan aanpakken. Dat moeten we ook doen. Ik wil afsluiten met te zeggen dat ik hier vandaag echt sta voor deze kinderen, om ervoor te zorgen dat de meest kwetsbare kinderen in onze samenleving een passende plek krijgen. Daar zou ons zorgstelsel op gericht moeten zijn.
De voorzitter:
Uw laatste interruptie.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dan moeten we die kinderen ook kunnen beschermen tegen het winstbejag van de commerciële ketens en private equity. Dat is ook een feit. Op een gegeven moment moet mevrouw Wendel stoppen met daarvan weg te kijken.
Als het gaat om de kinderen zeg ik het volgende. Wij hebben de signalen die mevrouw Wendel noemde ook gehoord. Mevrouw Wendel noemde het "kinderen die afgevinkt zijn". Ze zijn klaar, want ze hebben een nieuwe, passende plek gevonden. Die plek is echter totaal niet passend, waardoor de kinderen en de gezinnen enorm in de knel komen. Ik vraag me af: wat wil mevrouw Wendel nu precies dat de minister daaraan doet? Ik denk dat het nodig is om opnieuw naar al die kinderen te kijken, met de ouders te spreken en te bekijken: is er nu echt een passende oplossing of is meer nodig? Wat vraagt mevrouw Wendel?
Mevrouw Wendel (VVD):
Wat ik belangrijk vind, is dat die kinderen allemaal een goede, passende oplossing krijgen. Passend is het wat mij betreft pas op het moment dat ook de ouders zeggen: dit is een plek die echt volstaat. Dat betekent voor mij concreet het volgende. Het kan zijn dat een kind bijvoorbeeld eerst vier dagen per week bij Villa ExpertCare zat en nu één of misschien twee dagen in de week zorg krijgt, waarbij ouders voor de korte termijn gezegd kunnen hebben dat ze het ermee moeten doen omdat ze geen andere keuze hebben. Dat is voor mij echter geen passende oplossing. Ik vind dat kinderen met oplossingen als deze, waarbij de ouders zeggen dat het niet voldoende voor hen is, niet afgevinkt mogen worden, zoals ik net al zei. Ik vind dat de minister zich daarvoor moet inspannen.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik heb de zakelijke weergave van het inspectierapport hier voor mij. De inspectie constateert dat Villa ExpertCare onvoldoende stuurt op kwaliteit, veiligheid en continuïteit van zorg. Villa ExpertCare laat zien dat het onvoldoende inzicht heeft in de continuïteit van zorg en de borging daarvan. De inspectie constateert ook dat het bestuur onvoldoende handelt naar de urgentie die is ontstaan. Ik zou mevrouw Wendel willen vragen of zij vindt dat het bestuur van Villa ExpertCare nu nog de verantwoordelijkheid moet dragen voor de continuïteit van zorg en daarmee ook voor de twee overgebleven villa's.
Mevrouw Wendel (VVD):
In alle eerlijkheid zeg ik u dat echt helemaal niets in mij momenteel vertrouwen heeft in het bestuur van Villa ExpertCare, omdat ik tot nu toe nog in niets heb gezien dat het de villa's — ik moet eigenlijk zeggen: zorgvilla's — de komende periode echt open willen houden om voor die kinderen te kunnen zorgen. Dat is ook precies wat ik zojuist duidelijk heb geprobeerd te maken. IGJ heeft nu die twee zorgvilla's gesloten. Waar ik nou zo bang voor ben, is dat Villa ExpertCare straks denkt: mooi, dat is nu gelukt en als we nou op dezelfde manier omgaan met die twee andere zorgvilla's, dan zijn we klaar en kunnen we weer door met iets anders. Dat is precies wat ik niet wil.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Nee, dat wil ik ook niet. Ik ben daar ook bang voor. Deelt mevrouw Wendel de mening dat het beter zou zijn als het bestuur zou vertrekken?
Mevrouw Wendel (VVD):
Als het bestuur zou kunnen vertrekken en er mensen komen te zitten die met volle passie en liefde een goede plek regelen voor die kinderen, dan zou ik dat natuurlijk van harte aanmoedigen, maar ik denk dat mevrouw Maeijer doelt op de vraag of ik vind dat de minister het bestuur weg moet sturen. Of de minister dat kan doen, durf ik niet te zeggen. Dan kijk ik ook even naar de minister zelf.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Houwelingen voor zijn inbreng namens Forum voor Democratie.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank u, voorzitter. Ik zal beginnen met een compliment. Dat zal u misschien verbazen. Gisteren belde een van de specialistische zorgvervoerders mij om ons te bedanken. Hij wilde de Kamer en de regering bedanken, want dankzij de inzet van de minister en de ambtenaren naar aanleiding van het vorige debat kan hij met de directies van de zorgverzekeraars om tafel gaan zitten. Hij wil dat graag omdat hij ook last heeft van de hoge dieselprijzen. Wellicht komt er wat uit. Dat zal dan voorkomen dat hij ook omvalt, wat natuurlijk nog een veel groter probleem zou veroorzaken.
Voorzitter. Toch blijven we ons zorgen maken over de financiering van de specialistische kindzorg in het algemeen. Dat is het punt van onze bijdrage. Villa ExpertCare liet ons gisteren in een brief hierover het volgende weten. Ik citeer uit de brief: "De bekostiging van specialistische kindzorg buiten het ziekenhuis in Nederland sluit niet aan op de werkelijke kosten van deze intensieve, kleinschalige en multidisciplinaire zorg. De tarieven bewegen onvoldoende mee met personeelskosten, kwaliteitseisen, verantwoordingslast en de complexiteit van de zorgvraag." De tarieven zijn dus niet voldoende. Dat is wat Villa ExpertCare zelf zegt.
Ik heb daarom de volgende vragen. Hoe kijkt de minister hiernaar? Erkent ze dit probleem? Het wordt natuurlijk ook onderzocht op dit moment. Hoe denkt ze over de twee oplossingsrichtingen die Villa ExpertCare zelf aangeeft in de brief? Ik doel dan op het inrichten van een tijdelijk noodfonds voor aanbieders die aantoonbaar verlies lijden, om verdere sluitingen te voorkomen, en op het actief door de NZa laten toezien op de zorgplicht van verzekeraars en zo nodig handhavend optreden. Als zorgverleners omvallen, kunnen en hoeven de zorgverzekeraars echter helemaal geen zorg meer te vergoeden. Dat vind ik dus vreemd. Dat is een perverse financiële prikkel, want dan bespaar je ze eigenlijk heel veel kosten. Daar staat dan de zorgplicht tegenover, maar als zorgverzekeraars niet voldoen aan die zorgplicht, dan kan de NZa geen boete opleggen. Dat weten we. Dat is dus ergens niet in evenwicht als je het mij vraagt. De vraag aan de minister is: levert dit geen financiële onevenwichtigheid op in ons stelsel? Er is een financiële prikkel voor zorgverzekeraars om tarieven eerder te laag dan te hoog vast te stellen, met als gevolg dat zorgverleners moeten stoppen omdat het financieel niet meer voldoende rendabel is. Wat dat betreft is het veelzeggend, denk ik, dat er voor Villa ExpertCare geen overnamekandidaat gevonden kon worden, omdat deze specialistische kindzorg door verzekeraars op dit moment simpelweg onvoldoende gefinancierd wordt, aldus Villa ExpertCare, waardoor deze zorg ook voor de andere aanbieder verliesgevend is. En ja, dan is er geen overnamekandidaat. Ik noemde dit net ook al in het interruptiedebatje met mevrouw Westerveld.
Voorzitter, tot slot. Ik heb hier ook nog een paar vragen voor de minister. Indien de minister niet in staat is al deze vragen tijdens dit debat te beantwoorden, wat ik me kan voorstellen, zouden we het op prijs stellen als de minister er wellicht in een brief op zou willen terugkomen. Ik lees nu de vragen voor.
De eerste vraag. Is de minister bekend met correspondentie of overleg tussen Villa ExpertCare en de betrokken zorgverzekeraars waarin is verzocht tot hogere tarieven of aanvullende financiering om de exploitatie van de zorgvilla's mogelijk te houden? Zo ja, kan de minister de Kamer hier dan over informeren en over de uitkomsten van dit gesprek?
De tweede vraag. Indien dergelijke verzoeken zijn gedaan, hebben zorgverzekeraars dan geweigerd de tarieven of de contractvoorwaarden aan te passen? Zo ja, op welke gronden is dat gebeurd? Acht de minister die afweging verdedigbaar, gezien de maatschappelijke gevolgen, waar we het nu natuurlijk over hebben?
De derde vraag. Is de minister van oordeel dat de betrokken zorgverzekeraars hebben voldaan aan hun zorgplicht door tijdig met Villa ExpertCare in gesprek te gaan en zich maximaal in te spannen om de continuïteit van deze zorg te waarborgen?
De vierde vraag. Kan de minister aangeven in welke mate de voorgenomen sluiting het gevolg is van onvoldoende bekostiging, personeelstekorten of andere bedrijfseconomische factoren?
Tot slot de vijfde en laatste vraag. Zijn er andere aanbieders van hoogcomplexe medische kindzorg waarvan bij het ministerie, de NZa of de zorgverzekeraars bekend is dat die vergelijkbare financiële en personele problemen ondervinden? Zo ja, welke maatregel kan worden genomen om te voorkomen dat ook daar de continuïteit van de zorg in gevaar komt?
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Houwelingen. Dan is het woord aan mevrouw Tijmstra namens het CDA. Gaat uw gang.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Door de vorige sprekers is al veel gezegd over de impact van het sluiten van de locaties op kinderen en hun ouders. Iedere keer als wij het gedrag zien van de organisatie van ExpertCare en de investeerder B. Braun, vragen wij ons af of zij zich wel bewust zijn van de effecten die hun besluiten hebben op kinderen en op ouders. Je mag als zorgaanbieder inderdaad besluiten om te stoppen, maar daar komt wel een verantwoordelijkheid bij kijken, zeker als je weet dat het om een hele kwetsbare groep gaat waarvoor weinig alternatieven beschikbaar zijn.
Ondanks alle mooie woorden vanuit het bestuur blijkt uit het inspectierapport dat het bestuur niet in staat is om te zorgen voor voldoende personeel, dat het cliëntvertegenwoordigers niet informeert over wijzigingen in de zorg, dat passende alternatieven niet beschikbaar zijn en dat een continuïteitsplan ontbreekt voor de situatie na 1 juli. Ik lees daarin vooral dat de zorgpartij vaak zegt mee te werken en verantwoordelijkheid te nemen, maar dit op geen enkele manier in de praktijk laat zien. Dat vind ik echt heel erg pijnlijk. Als zorgaanbieder heb je gewoon een maatschappelijke verantwoordelijkheid, die nog groter is als je voor zo'n kwetsbare groep zorg biedt. Dat leidt tot de vraag of we die verantwoordelijkheid bij het stoppen met zorg niet beter zouden moeten afdwingen. De aanwijzing van de IGJ vraagt Villa ExpertCare om zich in te spannen voor deze individuele cliënten om een passend zorgalternatief te vinden en aantoonbaar de continuïteit van zorg te borgen met een uitgewerkt en toetsbaar plan. Maar onze zorg is: kunnen we dit nu eigenlijk wel afdwingen? Is voldoende vastgelegd in wetgeving wat de concrete verantwoordelijkheid is van een zorgaanbieder bij discontinuïteit van zorg? Er is een leidraad van de IGJ, maar is die afdwingbaar? Ook bij de casus Co-Med zagen we allerlei problemen bij de overdracht van patiënten en vroeg de Kamer zich af: hebben we dit wel goed geregeld met elkaar? Graag zou ik de minister willen vragen om hiernaar te kijken. Verder ben ik benieuwd of de minister vindt dat de zorgverzekeraars en zorgkantoren zich voldoende inspannen om invulling te geven aan hun zorgplicht, want ook dat blijft de komende tijd heel erg belangrijk.
Voorzitter. Voor het CDA zijn er verder drie punten belangrijk. Het eerste is dat we ons er maximaal voor blijven inzetten dat er voor ieder kind een passende vervolgplek komt. Daarbij moeten we wat ons betreft niet alleen binnen de bestaande kaders van het stelsel denken, maar ook bereid zijn om naar onorthodoxe oplossingen te kijken als dat in het belang is van het kind. We vinden het belangrijk dat er een onafhankelijk onderzoek komt, conform de motie-Bikker. We vinden het ook belangrijk dat nu niet alleen de acute problemen worden opgelost, maar dat we ook heel snel gaan werken aan een toekomstbestendige organisatie van de specialistisch-medische kindzorg in Nederland. Mijn vraag aan de minister daarover is: wat is het plan dat u voor ogen heeft?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Tijmstra. Het woord is tot slot aan mevrouw Synhaeve als laatste spreker van de zijde van de Kamer in deze termijn. Dat doet zij namens D66.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dank u wel, voorzitter. Net als de collega's voor mij voel ik de grote zorgen om deze ernstig zieke kinderen en de enorme druk die nu ligt op deze gezinnen. We hebben het vaak over kinderen die dag en nacht intensieve zorg nodig hebben. Voor hen is een "passende plek" of "passend alternatief" geen abstracte term, mar van levensbelang. Ik ga nu even de woorden echoën van collega Bikker. Twee maanden geleden stonden we hier ook als Kamer, met één gedeelde oproep: zorg dat deze locaties niet sluiten voordat er voor ieder kind een passend alternatief is. Twee maanden later moeten we constateren dat de werkelijkheid anders heeft uitgepakt en B. Braun precies heeft wat ze willen. Twee locaties zijn gesloten; niet omdat kinderen veilig zijn overgedragen aan een passende plek, maar omdat de inspectie heeft vastgesteld dat de kwaliteit van zorg en de veiligheid niet langer gewaarborgd kunnen worden. Dit had als gevolg dat kinderen en gezinnen die juist behoefte hebben aan stabiliteit en perspectief, in nog meer onzekerheid zijn gestort. Daarom wil ik voor drie punten aandacht vragen.
Ten eerste wordt er gezegd dat er voor de helft van het aantal kinderen een passend alternatief is, maar wie bepaalt nou wanneer dat alternatief passend is? Stel — dit is vergelijkbaar met het voorbeeld dat collega Wendel al deelde — dat een kind vier dagen zorg kreeg bij ExpertCare. Nu krijgt het kind op een andere plek nog twee dagdelen zorg. De ouders hebben akkoord gegeven over deze twee dagdelen, maar wel met de vraag om ervoor te zorgen dat voor die drie andere dagen naar een alternatief wordt gezocht. Wordt dit dan als "passend alternatief" gezien? Sta je dan op lijstje groen of niet, en dan niet als noodscenario maar als langetermijnoplossing?
Voorzitter. Dan het tweede punt. Ik maak me heel grote zorgen over de andere twee locaties. Ik wil mijn grote waardering uitspreken voor het personeel. Zij werken ontzettend hard om de boel draaiende te houden vanuit liefde en zorg voor deze kinderen. We moeten alles op alles zetten om de twee nog bestaande locaties open te houden en ook ervoor te zorgen dat het personeel nieuw personeel kan opleiden. Zoals eerder al gezegd, lezen we in het rapport van de inspectie dat het bestuur van Villa ExpertCare dit nu tegenhoudt. Het hebben van voldoende personeel en goed personeel is werkelijk de enige oplossing om de enige twee locaties open te houden. Hoe gaat de minister nog strakker sturen op nieuw personeel en het behoud van huidig personeel?
Voorzitter. Dan het derde punt. We hebben te weinig plekken in Nederland voor intensieve medische kindzorg. Hoe stuurt de minister vanuit haar stelselverantwoordelijkheid op meer plekken? Ik weet natuurlijk dat zorgkantoren, zorgverzekeraars en de NZa allemaal een rol hebben, maar op dit onderdeel functioneert het stelsel niet. Ik hoor dus graag hoe de minister vanuit haar stelselverantwoordelijkheid hier regie op neemt.
Voorzitter, ik sluit af. Het is van het allergrootste belang dat er op zeer korte termijn voor al deze kinderen een passende, veilige en duurzame plek komt, niet als noodoplossing voor even, maar als plek waar ouders weer op kunnen vertrouwen, waar kinderen de zorg krijgen die zij nodig hebben en waar weer een langdurige vertrouwensband kan worden opgebouwd tussen kinderen en zorgprofessionals.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Ik schors de vergadering tot 15.35 uur voor de beantwoording van de minister.
De vergadering wordt van 15.16 uur tot 15.37 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van het debat over de sluiting van twee zorgvilla's van ExpertCare. Ik geef daarvoor het woord aan de minister voor de eerste termijn van de zijde van het kabinet.
Termijn antwoord
Minister Sterk:
Dank u wel, voorzitter. Ik wil me heel graag aansluiten bij alle emoties voor de kinderen en de ouders, die in ontzettende onzekerheid zitten. We voelen die, denk ik, allemaal met elkaar in de Kamer. We hebben die ook al meerdere malen uitgesproken. We hebben, denk ik, ook wel de frustratie dat het ons maar niet lukt om dit op een goede manier met dat bestuur tot een einde te brengen.
Ik vind het dus ook ontzettend verdrietig dat ik hier opnieuw sta vanwege die situatie. Mijn gedachten zijn bij de kinderen en bij hun ouders, maar ook bij de medewerkers, want ook voor hen moet het verschrikkelijk zijn om te zien dat dat werk, dat ze zo graag hebben gedaan, op deze manier eigenlijk ook wegglijdt.
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft vorige week vastgesteld dat de kwaliteit en de patiëntveiligheid van de zorg op de locaties in Vleuten en Waalre niet langer kunnen worden geborgd. Daarom heeft de inspectie ook een aanwijzing opgelegd aan Villa ExpertCare. Die aanwijzing is na een juridische procedure dinsdag ook openbaar geworden. Ik heb u daar ook al eerder vertrouwelijk over geïnformeerd. Het is ontzettend teleurstellend voor de kinderen en hun ouders dat ExpertCare zijn toezeggingen niet waarmaakt en dat zo'n ingreep door de inspectie nodig is.
Voor mij staat één ding centraal, en dat heb ik hier elke keer herhaald: de continuïteit van zorg voor ieder kind moet geborgd zijn. Daarom is er ook vanaf het begin ingezet op bemiddeling naar een structurele vervolgplek. Dat is begonnen op het moment dat ons via de pers het bericht ter ore kwam, op 26 januari, dat Villa ExpertCare twee maanden later zou stoppen. Dat is zeker verdergegaan toen ik deze rol als minister op mij nam en hiervan hoorde. We hebben echt vanaf het begin met man en macht, binnen het systeem dat we daarvoor hebben, gewerkt aan een oplossing. Ook zijn voor al die kinderen op deze locaties door zorgverzekeraars en zorgkantoren, in de tijd sinds 23 februari, in afstemming met die ouders noodscenario's uitgewerkt. Een aantal van u had daar vragen over. Die zijn bedoeld als een tijdelijk vangnet, als een directe oplossing nog niet beschikbaar is. De NZa heeft mij laten weten dat voor alle kinderen op deze twee locaties een alternatief beschikbaar is. Ik realiseer me tegelijkertijd dat het niet voor ieder gezin direct de meest passende oplossing is. Daarom blijft maatwerk voor ieder kind het uitgangspunt. Tegelijkertijd is mijn inzet erop gericht dat deze noodscenario's zo min mogelijk nodig zijn en dat ieder kind zo snel mogelijk een passende en ook een duurzame vervolgplek krijgt. Ik verwacht dan ook van alle partijen dat zij hun verantwoordelijkheid blijven nemen. Dat geldt natuurlijk in de eerste en misschien ook wel in de laatste plaats voor Villa ExpertCare zelf, maar ook voor de zorgverzekeraars en de zorgkantoren. Waar aanvullend zorgaanbod nodig is, verwacht ik ook dat zij dit organiseren vanuit hun zorgplicht. Geen enkel kind mag tussen wal en schip vallen, want uiteindelijk gaat het niet om processen of organisaties; het gaat om kwetsbare kinderen en hun gezinnen. Zij moeten erop kunnen vertrouwen dat er passende en veilige zorg beschikbaar blijft. Daar blijf ik mij, samen met alle betrokken partijen, onverminderd voor inzetten.
Voorzitter. U wilt vast weten in welke blokjes ik de beantwoording ga doen, dus die wilde ik nu even noemen. Het eerste blokje is zorgbemiddeling. Het tweede blokje gaat over de inspectie. Het derde blokje gaat over de rol van het ministerie van VWS en de regie van de minister. Het vierde blokje gaat over overname en alternatieven. Het vijfde blokje gaat over de toekomst van de medische kindzorg. Het zesde blokje is overig. We hebben echt ons uiterste best gedaan om alle vragen in de vijftien minuten die daarvoor waren te bespreken en te behandelen, maar het zou best kunnen zijn dat er straks nog een aantal vragen met antwoorden komen. Die zou ik dan graag in tweede termijn willen behandelen.
Voorzitter. Het blokje zorgbemiddeling. De continuïteit van zorg voor de kinderen staat voorop. Dinsdag heb ik aangegeven dat dit mijn eerste en mijn tweede en mijn derde prioriteit is. Ik zie ook dat de cliëntenraad zich inzet. Daarvoor wil ik mijn waardering uitspreken, zeker omdat de tijd die zij hierin stoppen tijd is die ze niet aan hun eigen kind en gezin kunnen besteden en omdat ik ook besef dat het een enorme slijtageslag is die zij emotioneel moeten doormaken. VEC heeft mij toegezegd dat de locaties niet zouden sluiten voordat voor alle kinderen een passend alternatief beschikbaar is. Dat heb ik elke keer herhaald, ook toen de VVD mij die vragen stelde. Daar heb ik VEC ook keer op keer aangesproken. De laatste keer was begin juni. Toen heb ik weer gezegd dat dat niet het geval mag zijn. Dat is best complex, want het gaat om een hele kleine groep kinderen met een hoogspecialistische en intensieve zorgvraag in een sector met een beperkt aanbod en personeelstekorten. Daarom kost zorgbemiddeling ook tijd. Op basis van de informatie van de NZa en de zorgverzekeraars ga ik er ook van uit dat voor alle kinderen op de locaties Vleuten en Waalre een alternatief beschikbaar is. Inmiddels is dat volgens mij dan ook een feit. Ik kijk even naar achter. Volgens mij is het een feit dat de elf kinderen die daar nog zaten inmiddels een plek hebben gekregen. Ik vraag straks nog even naar de bevestiging.
De oplossingen die er zullen zijn, zullen misschien niet altijd de oplossing zijn die ouders uiteindelijk wensen. Daarom wordt soms een noodscenario ingezet. Dat is dan een tijdelijke oplossing. Vervolgens zal er gezocht moeten worden naar een oplossing die wel past bij wat de ouders passend vinden als voorziening voor hun kind. Zorgverzekeraars en zorgkantoren hebben hierover intensief rechtstreeks contact met de betrokken ouders en bekijken per gezin welke oplossing het beste aansluit. De NZa heeft aangegeven dat zorgverzekeraars voor de korte termijn aan hun zorgplicht kunnen voldoen. Tegelijkertijd onderkennen alle partijen, zoals ik net al zei, dat dit niet in alle gevallen direct leidt tot de meest passende oplossing voor de gezinnen. Daarom blijft mijn inzet erop gericht dat voor ieder kind zo snel mogelijk een passende en duurzame vervolgplek beschikbaar komt.
Voorzitter. Ik kom nu toe aan de beantwoording van de vragen.
De voorzitter:
Ik zou willen voorstellen om wel steeds de blokjes af te wachten voordat we interrupties toestaan, als de leden daarmee akkoord zijn, om toch enige structuur in het debat te houden.
Minister Sterk:
Dan kom ik bij de vraag van mevrouw Maeijer: kan de minister aangeven voor hoeveel van hen een passende oplossing is gevonden, voor hoeveel nu een noodoplossing wordt ingezet en in hoeverre die gesteund wordt door de ouders? Op dit moment is voor de helft van de kinderen een vervolgplek geregeld. Het gaat dan om 43 kinderen. Voor de kinderen die zorg ontvingen op de locaties Waalre en Vleuten, zijn tijdelijke oplossingen gevonden op de andere twee locaties van VEC of via noodscenario's. Ik heb daar net iets over gezegd. Met de ouders is contact geweest over die tijdelijke oplossingen en noodscenario's. De noodscenario's zijn gedurende het proces met de ouders besproken. Ik begrijp heel goed dat een tijdelijke noodoplossing niet voor ieder gezin voelt als de meest passende oplossing. Dat besef ik heel goed, maar het is wel een plek waar op dit moment een kind de zorg krijgt die nodig is.
Mevrouw Maeijer vroeg ook hoe haalbaar het is dat er een plek wordt gevonden voor de kinderen die nog geen plek hebben. Voor de elf kinderen van de twee locaties is nu een plek gevonden, deels noodscenario en deels een andere locatie. Dit raakt natuurlijk ook aan het vraagstuk van de beschikbaarheid van dit type zorg in Nederland. Daar kom ik later bij een ander blokje nader over te spreken.
Mevrouw Wendel vroeg ook naar de noodscenario's. Zij vraagt mij of een noodscenario passend is als ouders lang moeten rijden voor het alternatief. Het heet niet voor niets een noodscenario. Het is in ieder geval een tijdelijke oplossing. Ik heb aangegeven dat er uiteindelijk natuurlijk gekeken moet worden naar een passende plek voor een kind, waar het duurzaam kan blijven en waar de ouders mee kunnen instemmen. Daar wordt heel hard aan gewerkt via het project Herberg en dat is ook waarom we de onafhankelijke intermediair hebben ingeschakeld. Die kijkt of dat voldoende is ingeregeld en die heeft inmiddels een aantal aanbevelingen aan mij uitgebracht. Wij zullen die bij de kop pakken om te zorgen dat dat proces beter gaat werken. We moeten constateren dat nog niet alle kinderen geplaatst zijn en dat dat nog beter moet. Daarmee heb ik ook antwoord gegeven op de vraag van Bikker over de noodscenario's.
Mevrouw Westerveld vroeg of het klopt dat er ook wordt gedacht aan plaatsingen bij volwassenhospices of in de ggz. Ik heb het nagevraagd bij de zorgverzekeraars en de zorgkantoren. Zij geven aan dat dit niet het geval is.
Even kijken. Ik heb een aantal vragen al in mijn inleiding beantwoord. Ik snap heel goed dat de Kamer zegt: er zijn nog twee andere locaties; hoe gaat het daar dan mee? Ik wil dan toch even teuggrijpen naar wat ik eerder heb gedaan. Ik heb begin april, toen ik hoorde dat de contracten van de personeelsleden per 1 juli zouden stoppen, VEC zo ver gekregen dat de contracten zouden worden opengebroken tot eind dit jaar, zonder dat ik daar een instrumentarium toe had, behalve misschien mijn dwingende ogen. Je wilt immers dat het personeel niet weggaat, want dan ontstaat er het vraagstuk of er nog wel passende zorg kan worden geboden. VEC heeft mij toen verzekerd dat men dat gesprek aan zou gaan met de werknemers. Het is natuurlijk een gesprek dat daar moet plaatsvinden. Ik heb geen mensen in dienst, ik kan geen mensen in dienst nemen en het is denk ik heel onwenselijk als wij dat doen. Dat gesprek is gevoerd, maar dat heeft er wel toe geleid dat het personeel toch is vertrokken. Dat kun je het ook niet kwalijk nemen.
Datzelfde geldt voor deze twee andere locaties. Ook daar weten we dat er een zorgaanbieder eigenaar is, die gewoon wil stoppen. Daar vind ik van alles van, laat dat duidelijk zijn, maar het is wel de realiteit waar we nu mee te maken hebben. Ook daar zal het gaan betekenen dat die kinderen daar uiteindelijk geen duurzame plek hebben en dat er gezocht moet worden naar andere plekken. Daar ligt onze prioriteit op dit moment, om te zorgen dat die plekken er komen. Daarvoor hebben we het project Herberg, waar we heel hard op sturen. Daarom heb ik een onafhankelijke intermediair aangesteld. We zijn met man en macht bezig om dat te doen. Tegelijkertijd ziet de inspectie er nu ook heel scherp op toe dat de kwaliteit van de zorg en de patiëntveiligheid echt op orde blijft, want dat is natuurlijk wat we bij de andere twee hebben geconstateerd. Daardoor moesten ze sluiten.
Dan vroeg mevrouw Maeijer of ik bereid ben om opnieuw te gaan kijken naar de plaatsing van alle 80 patiënten. We hebben juist een onafhankelijke intermediair aangesteld om een gezamenlijk en objectief beeld te vormen van de voortgang en de eventuele knelpunten. Dat is gebeurd naar aanleiding van de ruis die bleef bestaan tussen de cijfers die VEC aanleverde, de beelden van VEC die in het overleg aan bod kwamen, en ook de beelden die bij de cliëntenraad bestonden. Dat is nu juist een van de taken die die intermediair heeft.
Daarnaast adviseert Berenschot — dat is de intermediair, die inmiddels ook een advies heeft gegeven — om te komen tot één gezamenlijk dashboard voor alle betrokken partijen, waarop per cliënt inzichtelijk wordt gemaakt wat de actuele situatie is, wat de voorkeursoplossing is en wat de noodoplossing is, hoe de voortgang verloopt en waar eventuele risico's en knelpunten liggen. Ik erken de meerwaarde van de aanbevelingen van Berenschot. Laten we die ook oppakken.
Als ouders met een oplossing hebben ingestemd, mag ervan worden uitgegaan dat die op dat moment de meest passende en verantwoorde oplossing is. Als ouders echter toch het idee hebben dat zij zich daar niet in herkennen, moeten ze gewoon weer aan de bel trekken en weer naar de zorgverzekeraar en het zorgkantoor stappen om het gesprek aan te gaan. Het uitgangspunt blijft dat voor ieder kind een passende en duurzame oplossing wordt gerealiseerd.
Daarmee heb ik volgens mij ook een antwoord gegeven op de vraag van mevrouw Synhaeve wie bepaalt of het alternatief passend is. Dat wordt altijd bepaald in samenspraak met de ouders, de zorgverzekeraars en in principe ook de zorgaanbieder, want bij de zorgaanbieder ligt vooralsnog de grootste verantwoordelijkheid.
Heeft de minister oog voor ouders die met de handen in het haar zitten door dit probleem? Ja, absoluut. Ik heb natuurlijk regelmatig met de cliëntenraad gesproken. Ik probeer echt alles wat in mijn macht ligt in te zetten om naar een oplossing toe te werken. Ik heb Villa ExpertCare meermalen gesproken en ook toegesproken en aangezet om toch bepaalde acties te ondernemen, onder andere om de villa's langer open te houden.
Ik heb Villa ExpertCare begin juni ook aangesproken op de met mij gemaakte afspraak dat Villa ExpertCare niet dicht zou gaan als er geen alternatief was voor de kinderen. Dat hebben ze mij toen opnieuw verzekerd. In die zin heb ik echt gepoogd om alles te doen wat er in het stelsel mogelijk is. Als laatste heb ik de onafhankelijke intermediair aangesteld, omdat die veel meer op het proces kan toezien dan wij dat vanuit onze positie kunnen doen.
Mevrouw Wendel vraagt of ik scherp heb of er ouders zijn die bijvoorbeeld hun baan hebben opgezegd. Ik heb geen inzicht in de privésituatie van ouders. Wel is duidelijk dat de situatie voor sommige ouders inderdaad zeer ingrijpend is en dat er forse keuzes moeten worden gemaakt om de zorg te kunnen blijven organiseren. Ik blijf mezelf een beetje herhalen — dat zal vaker gebeuren in dit debat — maar de continuïteit van zorg blijft het uitgangspunt. Dat borgen we via project Herberg. We blijven ook aandacht vragen voor de belasting van ouders. Als wordt gekeken naar een plek, wordt dat betrokken in het gesprek dat samen met de zorgverzekeraars wordt gevoerd.
Dan vroeg mevrouw Synhaeve hoe ik strakker ga sturen op nieuw personeel en op het behoud van het huidige personeel. Ik heb daar net al iets over gezegd. Dat is eigenlijk een zaak van de werkgever en ook van de werknemer. Ik verwacht in ieder geval wel dat VEC zich maximaal inspant om de personele bezetting op orde te houden totdat er een plek is gevonden voor de kinderen. Maar ik zie ook wel — dat is het eerlijke verhaal — dat de onzekerheid over de toekomst een zware wissel trekt op de medewerkers. Dat maakt de situatie extra ingewikkeld. Dat is de precaire balans waarin we continu proberen te schakelen, waarbij de focus ligt op de kinderen. In het samenspel van alle dingen die goed moeten lopen, probeer je die dingen de goede kant uit te duwen.
Uiteindelijk kun je geen mensen dwingen om in dienst te blijven. Natuurlijk moet je op zoek naar goede mensen, maar dat is uiteindelijk vooral een rol van de werkgever. Ik vind er van alles van dat we zover zijn gekomen. Ik vind dat echt iets voor de evaluatie. Wellicht, als het proces aan het begin op een andere manier was gestart, hadden we dit misschien kunnen voorkomen. Dat zal de evaluatie moeten uitwijzen. Maar dit is wel de situatie waarin we nu zitten. Nogmaals, de inspectie blijft toezien op de kwaliteit van het personeel dat er nog wel is. De inspectie zal beoordelen of de zorg voor de kinderen inderdaad voldoende is.
Voorzitter, dat was het blokje.
De voorzitter:
Ik denk dat mevrouw Maeijer nog behoefte heeft aan een interruptie, want zij stond als eerste bij de microfoon. U heeft de mogelijkheid voor vijf interrupties in de termijn van de minister. Mevrouw Maeijer.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik hoorde de minister net zeggen dat Villa ExpertCare stuurt op sluiting. Ik denk dat dit wel het understatement van de dag is. Het is een soort sterfhuisconstructie geworden. Ik denk dat het alleen maar afwachten is tot bij de twee overgebleven villa's hetzelfde gebeurt als waar we hier vandaag voor staan. Villa ExpertCare heeft geen enkele moeite gedaan om personeel te behouden of om mensen aan trekken om open te kunnen blijven. De inspectie kraakt daar ook harde noten over. De kinderen zijn nu als noodoplossing in de twee overgebleven villa's terechtgekomen. Je kunt je afvragen in hoeverre dat een oplossing is, want ook de inspectie zegt dat dat verre reizen voor heel veel kinderen niet kan. Graag een reactie daarop. Maar moet het bestuur in de tussentijd niet gewoon vertrekken? We kunnen er toch niet op vertrouwen dat het bestuur de komende tijd gaat doen wat nodig is?
Minister Sterk:
Die vraag heb ik natuurlijk vanaf het begin gesteld. Wij hebben ook gekeken naar de positie van het bestuur. We hebben elke keer weer gewogen wat een passende actie in dit proces was. We wisten vanaf het begin dat de zorgaanbieder wilde stoppen — dat is nooit een geheim geweest — en dat mag in dit land. We hebben wel steeds gezegd dat er eerst goede opvang en een goede plek voor de kinderen moet zijn en dat pas daarna de deuren, in symbolische zin, van de hele organisatie dichtgaan. Daar hebben we steeds op gestuurd met alle partijen. De inspectie heeft steeds gekeken of dat goed ging. De zorgverzekeraars samen hebben vanuit de zorgplicht naar een plek gezocht. De NZa ziet daarop toe. Ik heb een aantal keren ingegrepen om de boel op scherp te zetten en VEC te dwingen om maximale randvoorwaarden te creëren waaronder we als eerste die kinderen geplaatst zouden kunnen krijgen.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Alleen is de conclusie dat ze dat niet doen. Dat staat ook in het inspectierapport. Er wordt geconstateerd dat er onvoldoende wordt gestuurd op kwaliteit, veiligheid en continuïteit van zorg. Dan is er toch geen enkel vertrouwen meer dat dat bestuur voor de resterende tijd — laten we hopen dat dat zo lang mogelijk is, totdat al die kinderen een passende plek hebben gevonden — daar nog enige inzet op gaat plegen?
Minister Sterk:
Ook daar heb ik natuurlijk naar gekeken. Het is best ingewikkeld om een bestuur weg te sturen als daar niet een echte sterke juridische basis voor ligt, misschien zelfs wel een strafrechtelijke basis. Op basis van wat we nu weten, is er geen basis om het bestuur zomaar weg te sturen. De vraag is ook ten zeerste of de kinderen daarmee geholpen zijn. Wel zou het misschien recht doen aan onze gevoelens over dat bestuur en over hoe dat opereert. Nogmaals, in de evaluatie moeten we kijken wat we daarin kunnen betekenen. Op dit moment ziet de inspectie erop toe dat de continuïteit van zorg, in kwaliteit en patiëntveiligheid, niet onder druk komt te staan. Ik kom daar dadelijk ook op terug bij het mapje over de inspectie. Daar ligt de focus op dit moment op en daar wordt het bestuur ook aan gehouden. We hebben daar nog speciaal iemand bijgezet, de inspectie zit daarbij en daar hebben we het project Herberg voor opgericht. Daar leg ik op dit moment mijn prioriteit.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik heb hier wel grote moeite mee. Wat moet er nog gebeuren voordat het bewijs er wel ligt? Dit bestuur is geen onderdeel meer van enige oplossing. Dat hebben de afgelopen maanden toch wel bewezen. Het staat ook gewoon in het inspectierapport. Moeten we dan wachten totdat het fout gaat of er een incident is en we een soort strafrechtelijke reden hebben om dit te constateren? Het kan eigenlijk niet slechter gaan dan het nu gaat. Ik zou zeggen: vervang het. Laten we in ieder geval kijken of daar mensen met goede intenties kunnen zitten.
Minister Sterk:
Juist om te voorkomen dat er incidenten plaatsvinden, ziet de inspectie daar nu ook zo scherp op toe. Ik heb de afgelopen dagen hierover ook met de inspectie gesproken, juist omdat we willen voorkomen dat dit leidt tot onveilige zorg en onveiligheid voor deze kinderen. Dat is onze focus, daar zijn we met man en macht mee bezig.
Mevrouw Wendel (VVD):
Twee van de vier zorgvilla's zijn gisteren gesloten. In mijn termijn probeerde ik al duidelijk te maken dat mijn grootste zorg bij die twee andere villa's ligt. Hoe zorgen we ervoor dat die openblijven? Als ik ouders spreek, is wel het belangrijkste wat ik hoor: het personeel is de kern en eigenlijk de enige reden dat die kinderen nog zorg krijgen, want van het bestuur hoeven we dat niet te verwachten. Mijn zorg ligt specifiek bij het volgende. We weten dat er bij ExpertCare in de zomer altijd al schaarste in personeel is vanwege vakanties en dergelijke. Hoe zorgt de minister ervoor dat dat personeel behouden blijft en dat we hier niet straks in september terugkomen met de conclusie dat alle vier de zorgvilla's gesloten zijn vanwege gebrek aan personeel?
Minister Sterk:
Ik kan het personeel niet behouden, maar ik kan er wel — dat doet de inspectie — op toezien of er voldoende waarborgen zijn om die kwaliteit en patiëntveiligheid te bieden. Dat ligt er natuurlijk ook aan of er voldoende personeel is, maar dat is een verantwoordelijkheid voor VEC. Die moet zorgen dat dat op orde blijft, en de inspectie ziet daarop toe. Helaas hebben we moeten constateren dat dit voor de twee locaties die gesloten zijn op een gegeven moment niet meer gold, ondanks de toezegging van VEC om de contracten open te breken en het mogelijk te maken dat mensen tot het einde van het jaar in dienst konden blijven. Medewerkers hebben natuurlijk zelf ook de mogelijkheid om te kijken of ze hier nog wel willen werken.
Mevrouw Wendel (VVD):
De inspectie ziet daar inderdaad op toe, maar dan zitten we aan de achterkant. De inspectie constateert wanneer er niet meer voldoende gekwalificeerd personeel is om de veiligheid en de zorg voor deze patiënten te kunnen waarborgen. Eigenlijk zijn we dan te laat, want dan concluderen we dat het niet meer in orde is. Ik zoek naar wat de minister kan doen om ervoor te zorgen dat ExpertCare dat personeel wel langer in dienst houdt. Ik begrijp dat dit met het instrumentarium van de minister lastig is. Ik denk overigens ook dat we dat moeten evalueren. Maar wat kan de minister nou doen om ervoor te zorgen dat we deze zomer niet het bericht krijgen dat er nog veel meer personeel is afgehaakt en dat de toko daarom moet sluiten?
Minister Sterk:
VEC heeft ons verzekerd dat op dit moment de personele bezetting voor de zomer op orde is. De inspectie kijkt mee om te zien of dat ook echt klopt, zeg ik even heel nadrukkelijk. Die houdt dat in de gaten. Veel meer dan dit kan ik op dit moment niet zeggen, want nogmaals, ik heb geen instrumenten om mensen in dienst te houden. Ik heb al het uiterste gedaan door af te dwingen dat de mensen in ieder geval minimaal tot het eind van het jaar in dienst zouden mogen worden gehouden. Maar ja, als mensen er uiteindelijk zelf voor kiezen om uit dienst te gaan, heb ik geen instrument om dat tegen te houden, en de werkgever uiteindelijk ook niet, vrees ik.
Mevrouw Wendel (VVD):
De minister heeft er een onafhankelijke intermediair tussen gezet. We zeiden het net al: de inspectie zit echt aan de achterkant. Die constateert naar mijn mening eigenlijk pas wanneer het te laat is. Kan die onafhankelijke intermediair daar misschien nog iets mee? Kan de minister bijvoorbeeld die intermediair de opdracht geven om meer aan de voorkant te kijken en met het bestuur in gesprek te gaan over hoe het personeel behouden kan blijven?
Minister Sterk:
De intermediair kijkt op dit moment bij al die aspecten mee. Die heeft ook een aantal aanbevelingen gegeven om het proces van goede plaatsing te versnellen. Ik kijk natuurlijk ook mee naar hoe dat verloopt. Maar de verantwoordelijkheid voor het in dienst houden van mensen ligt nou eenmaal bij VEC. Ik zie erop toe of de zorg op orde blijft. Dat is waar we ons hier allemaal op focussen. Daar heb ik ook de inspectie voor, die daar steeds de vinger aan de pols houdt. Die kijkt ook of er inderdaad voldoende personeel ingeroosterd is voor de komende periode. VEC geeft aan dat dat het geval is. Dan kan ik weinig anders doen dan daarop vertrouwen en de inspectie erop vertrouwen — dat doe ik ook — dat zij dat heel scherp in de gaten houden.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik wil bij een ander punt stilstaan. Ik ben bang dat we bij een deel van deze kinderen, gezien het om heel veel kinderen gaat, nu zeggen dat er al een passend alternatief is terwijl dat in de praktijk misschien nog niet zo is. Ik ga even terug naar het voorbeeld dat ik in mijn eigen spreektijd aanhaalde. Het kind krijgt vier dagen per week zorg bij ExpertCare. Voor twee dagdelen is nu een alternatief, en voor de overige drie dagen niet. Ik kan me best voorstellen dat, hoewel dat niet is wat we willen, dat als deel van het noodscenario wordt gezien. Kan de minister garanderen dat dit niet het "passend alternatief" is dat wij zien als een duurzaam passende vervolgplek?
Minister Sterk:
Ik heb daar volgens mij net al over gezegd dat het soms zo kan zijn dat er een alternatief komt waar ouders zich misschien min of meer een beetje toe gedwongen voelen. Je wil nou eenmaal dat er een plek is voor je kind. Als iemand dan belt en zegt dat er een plek voor je kind is, misschien niet voor vier dagen maar voor twee dagen, dan zeg je als ouder: ja, doe dan maar. Dat snap ik ook in die situatie. Tegelijkertijd blijft de vraag natuurlijk of het echt een passende voorziening is. Daarom heb ik ook aangegeven dat, als ouders het gevoel hebben dat het niet passend is, ze dan ook gewoon weer contact moeten zoeken met de zorgverzekeraar om te zoeken naar een duurzame plek, na deze plek. Ik kan daar verder zelf niet in treden, want het is uiteindelijk natuurlijk aan ouders zelf wat voor hen passend is of niet in de situatie die er is. Daarbij hoort ook dat ze bekijken of een ouder het aankan. Dat was een andere vraag die gesteld is. Dat moet in dat gesprek natuurlijk ook een plek krijgen.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dank u wel. Ik begrijp dat er een dashboard gebouwd wordt. Ik denk dat het ons als Kamer heel erg zal helpen als we het onderscheid kunnen zien in het dashboard. Dan is zichtbaar wie de kinderen zijn bij wie alles op groen staat, met ouders, zorgaanbieders en een plek waar een kind op langere termijn kan blijven, ten opzichte van "het is eigenlijk niet ideaal, maar we moeten het hier even mee doen". Het verzoek aan de minister is om dat mee te nemen bij de uitwerking van het dashboard.
Minister Sterk:
Dat wil ik meenemen bij de uitvoering van het dashboard, om te kijken hoe we dat kunnen vormgeven.
Mevrouw Westerveld (PRO):
De minister verwijst nu een aantal keer naar wat het bestuur van VEC haar heeft verteld, ook bijvoorbeeld wat betreft de 43 kinderen. Naar ik begrijp komt de informatie dat er voor hen een oplossing zou zijn, ook weer van ExpertCare. Volgens mij heeft deze organisatie vanaf eind januari laten zien dat er geen enkele reden is om welke belofte of welke toezegging dan ook van hen te vertrouwen. Ik wil de minister dus vragen: kan zij garanderen dat deze cijfers kloppen en er voor 43 van deze kinderen een oplossing zou zijn? Ik hoor in alle eerlijkheid namelijk andere verhalen van ouders. Ik weet ook wel wie ik hierin moet geloven.
Minister Sterk:
Dit is ook precies de reden waarom ik vorige week een onafhankelijke intermediair heb ingesteld. Ik hoorde namelijk ook deze verhalen en ik heb specifiek hierover met de cliëntenraad gesproken. Ik wil dat wij weten dat de cijfers die worden aangeleverd ook de daadwerkelijke cijfers zijn. Daar ziet die intermediair nu op toe. Die heeft een aantal aanbevelingen gedaan om de ruis weg te halen uit het proces dat bij Project Herberg speelt. De aanbevelingen die worden gedaan, ga ik opvolgen, juist om zeker te weten dat de informatie die VEC verstrekt, klopt.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik snap de redenering van deze minister gewoon niet helemaal. Misschien kan de minister mij helpen. Ik heb in mijn betoog gezegd: op 20 mei zei de inspectie eigenlijk al dat ze geen vertrouwen had in het bestuur, maar ook niet in dat er voldoende plekken zijn en er dus, als locaties dichtgaan, geen kinderen over blijven. Dat was toen, op 20 mei, al bekend. Nu herhaalt de inspectie dat en moeten er twee locaties dicht. Maar er zijn ook nog steeds twee locaties open, dus er is ook nog een risico dat die locaties dichtgaan. Dan zegt de minister: de IGJ ziet erop toe dat de continuïteit van de zorg geen gevaar loopt.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Dobbe (SP):
Maar dat was op 20 mei al zo. Dat was toen al zo en dat is nu ook zo, zowel voor de twee locaties die nog open zijn, waar die kinderen nog zitten, als voor de kinderen die op een niet-passende plek worden geplaatst.
De voorzitter:
Uw vraag, mevrouw Dobbe?
Mevrouw Dobbe (SP):
Wanneer grijpt de inspectie dan in met bestuursdwang? Ik snap dat ze de locaties sluiten, maar wanneer met bestuursdwang?
Minister Sterk:
Mag ik deze vraag dadelijk even bij het blokje inspectie behandelen? Daar hoort deze vraag eigenlijk thuis.
De voorzitter:
Kunt u de inhoud ervan erbij pakken? Mevrouw Dobbe wil het namelijk klaarblijkelijk nu graag uitdebatteren.
Minister Sterk:
Dan ga ik even zoeken in mijn mapje, voorzitter. Maar misschien moet ik gewoon gelijk beginnen met dit blokje. Zal ik dat gewoon doen?
De voorzitter:
Zeker.
Minister Sterk:
Voorzitter. Zoals ik al zei, heeft de inspectie een aanwijzing opgelegd, omdat er ernstige tekortkomingen waren bij VEC in het borgen van de kwaliteit en de veiligheid. Die constateert inderdaad ook dat het bestuur niet in staat is om te zorgen voor voldoende deskundige zorgverleners om de zorg op de locaties veilig te kunnen continueren. Die maakt zich ook ernstige zorgen over wat dat betekent. Daarom heeft ze dus die aanwijzing gegeven, om te zorgen dat de kinderen van die twee locaties zo snel mogelijk weg zouden gaan. Ik heb inmiddels begrepen dat die op drie na herplaatst zijn naar een andere plek. Voor die drie wordt op dit moment wel zorg geboden op een andere plaats.
Uw vraag was: waarom hebben ze dat eind mei dan niet gedaan? Eerder in het traject had de IGJ geen aanleiding, geen normoverschrijding die een ingrijpende maatregel rechtvaardigde, want daar kijken ze natuurlijk naar. Maar het feit dat ze dit rapport hebben opgeleverd, doet natuurlijk ook iets. Daardoor zijn we er natuurlijk ook in het Project Herberg met alle partijen nog meer op gedoken. Toen de noodzaak er wel was — de aanmaning was er eind juni — is inderdaad gezegd: die kinderen moeten daar nu weg. Als het bestuur dat niet had gedaan, had ze inderdaad bestuursdwang kúnnen opleggen, maar de kinderen zijn daar nu weg, dus in die zin heeft het instrument van de bestuursdwang geen … Bestuursdwang gaat erover of iemand de aanmaning opvolgt. Dat is dus nu niet meer nodig.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik snap dit oprecht niet, want de inspectie is er toch voor om te zorgen dat de continuïteit van zorg niet in gevaar komt? Die is er toch niet om te wachten totdat het zo is en dan pas in te grijpen? De inspectie had dit toch bijvoorbeeld op 20 mei al kunnen doen? Sorry, voorzitter, maar ik zeg dit omdat wij hier een hele discussie hadden: kan de minister ingrijpen? Toen zei de minister: ik wil wel, maar ik kan niet. Toen zei ze op een gegeven moment: de inspectie zou wel kunnen ingrijpen; die zou wel wat kunnen doen. Nu wacht de inspectie eigenlijk totdat het te laat is, want dat is het. Maar waarom heeft de inspectie of heeft de minister dan niet eerder, op het moment dat de zorg nog niet in gevaar was, opgedragen om andere maatregelen te nemen, bijvoorbeeld om meer personeel aan te trekken?
Minister Sterk:
Ik heb VEC begin juni nog aangesproken op de afspraak die er was dat locaties pas gesloten zouden worden als er een goede plek was voor de kinderen. Maar ik gaf net ook al aan: als personeel wegloopt en je kunt geen goed personeel vinden, dan kan dat gevolgen hebben voor de kwaliteit van zorg. Daar heeft de inspectie op toegezien. Daarom heeft de inspectie nu gezegd dat de continuïteit gevaar loopt. Die heeft overigens geen gevaar gelopen, want voor 1 juli zijn de kinderen daar wel weggeplaatst, dus in die zin is de zorg er nog steeds. Het was natuurlijk mooier geweest — dat was ook de afspraak die er was — dat de kinderen echt een goede plek zouden krijgen voordat de locaties zouden zijn gesloten.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dit kost me allemaal interrupties, maar ik maak hier echt bezwaar tegen. Hoe kan de minister nu zeggen dat de continuïteit van zorg geen gevaar loopt?
Minister Sterk:
Ja, maar …
De voorzitter:
Nee, minister, minister, minister. Mevrouw Dobbe is aan het woord.
Mevrouw Dobbe (SP):
Want er zijn nu nog twee locaties open. Daar zitten nog kinderen. Daar heeft de inspectie van gezegd: het bestuur is niet in staat die locaties en de kwaliteit van zorg goed te borgen. De continuïteit van zorg loopt daar dus gevaar voor die kinderen. Van de kinderen die zijn herplaatst weten we ook dat die op niet-passende plekken zitten, in veel gevallen. Dan loopt de continuïteit van zorg gevaar. Waarom kan deze minister niet erkennen dat de continuïteit van zorg gevaar heeft gelopen en nu ook gevaar loopt, zodat er dan ook ingegrepen moet worden?
Minister Sterk:
De inspectie grijpt in als er normoverschrijding ís. Die is er dus nu geweest, eind juni. Daarom heeft de inspectie op dat moment ook ingegrepen. Die was er op dat moment, eind mei, naar de standaarden van de inspectie nog niet. Dat is ook waarom we toen op die manier, zoals er nu is ingegrepen, via die aanwijzing, nog niet ingrepen. Dat is er gewoon gebeurd.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Maar dan betekent het dat het bedrijf B. Braun, dat zegt te staan voor geweldige zorg, eigenlijk door normoverschrijding zijn zin gaat krijgen — en dus staat het voor allerbelabberdste zorg, maar dat terzijde — en dat de minister dat pas kan vaststellen als dat is gebeurd. Het bedrijf ontsnapt dus eigenlijk door slechte zorg te leveren, waar het officieel een zorgplicht heeft, die is vastgesteld door de wetgever, door te zeggen: dat doe ik gewoon niet. Staan we dan met lege handen? Is dat de conclusie?
Minister Sterk:
Zoals ik al zei: ik vind er ook van alles van. Ik vertrouw er eigenlijk op dat als een zorgaanbieder vindt dat zij zorg willen dragen voor deze kwetsbare groepen, zij dat vanuit hun hart doen, dat ze dat ook met de beste intenties doen en dat dat ook betekent dat je voorkomt dat je in zo'n situatie terechtkomt. Toen ik al eerder zag — dat was niet pas eind mei — dat dit niet goed ging, hebben wij ook al de boel opgeschaald, zijn we eromheen gaan staan, zijn we erop gaan drukken, heb ik ze naar mijn kantoor gehaald en hebben we wekelijks overleg gehad, en op het eind dagelijks. Toch is het ons uiteindelijk niet gelukt om te voorkomen dat we in deze situatie kwamen. Daar baal ik ook van. Daar moeten we ook van leren. Heeft het stelsel nou inderdaad gedaan wat het moest doen? Hebben we misschien meer nodig? Hadden we dit kunnen voorkomen? Wie had dat dan moeten doen? Ik ben bereid om daar ook heel mijn eigen optreden bij te betrekken. Dat moeten we volgens mij gaan doen. Nú ben ik vooral bezig met ervoor zorgen dat die kinderen een veilige plek krijgen en dat die ouders de rust krijgen die ze verdienen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dat laatste streven deel ik; daar steun ik de minister in. Er is toch ook iets anders wat mij bezighoudt, want er zijn nog twee locaties open. Ik ben al een poosje gestopt met dit bedrijf te vertrouwen op de bruine ogen, de blauwe ogen of welke ze ook hebben. Ik vrees dat we de situatie van de afgelopen weken de komende zomer ook weer gaan zien. Deze Kamer is dan met reces en de minister staat met lege handen, terwijl ze wel een belofte aan de minister hebben gedaan. Dan vraag ik mij toch af of daar civielrechtelijk of bestuursrechtelijk ergens op de een of andere manier gevolgen aan verbonden kunnen worden, al dan niet in de dreigende sfeer, waardoor dit bedrijf bij zinnen komt. Net als de minister hoop ik dat men de morele inzet heeft om voor deze kinderen te zorgen.
Minister Sterk:
Laten we daarmee beginnen: dat je hoopt dat men de morele inzet heeft om dit op een goede manier op te lossen. Dat zeg ik dan maar even op persoonlijke titel. Ik snap het dilemma dat u schetst. We weten natuurlijk ook dat die locaties gaan sluiten, want dat is waarom we hier nu staan. Er wordt dus ook niet pas achteraf gekeken. Zojuist leek in het debatje de indruk te ontstaan dat de inspectie achteraf gaat constateren of er wel goed gewerkt is. Nee, de inspectie kijkt nu aan de voorkant mee bij wat er gebeurt en daar zit ook nog eens een intermediair bij. Wij proberen daar met man en macht te voorkomen dat dit leidt tot sluiting van de twee andere locaties voordat deze kinderen een goede plek hebben. Op dit moment is de informatie gewoon dat dat op orde is en dat de roosters voor de zomer gevuld zijn met voldoende gekwalificeerd personeel om de zorg voor die kinderen te dragen. Ik kan op dit moment dus weinig anders doen dan dat te geloven — natuurlijk met een check van de intermediair en de andere partijen of dat daadwerkelijk klopt, maar daar ziet ook de inspectie op toe — en daar dagelijks naar mee te blijven kijken. Als we ook maar één signaal krijgen dat dit anders is, acteren we daar natuurlijk op.
De voorzitter:
Ik zou eigenlijk willen voorstellen dat de minister weer een deel van haar beantwoording voortzet. Misschien nog een interruptie van mevrouw Bikker, maar daarna gaan we even verder, want om 17.30 uur staat er alweer een volgende trits tweeminutendebatten op de rol en ik gun u ook een volwaardige tweede termijn in dit debat.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank, voorzitter. Voor mij is dit de kern van dit debat. Daarom doe ik nu even deze drie interrupties. Allereerst complimenten, ook voor het personeel, dat in onzekere omstandigheden er wel voor kiest om er voor die kinderen te zijn. Dat is gewoon goud, maar ik zou de minister wel willen vragen om zelf, via de landsadvocaat of via wie dan ook na te gaan of in ieder geval alle extra gemaakte kosten verhaald kunnen worden — dat zijn er nogal wat; ik zou bijna zeggen dat de Kamer er ook iets te vaak over vergadert — zodat het bedrijf weet dat dit niet zonder sancties blijft. Dat geldt ook voor andere kwaadwillenden, mochten die er zijn. Ik heb gelukkig nog niemand gezien die het zo bont maakte als dit bedrijf. Name and shame; het is gewoon fascinerend hoe slecht het is, maar dat moet wel aangepakt worden. Van mij heeft de minister dus het volle mandaat om daar alles uit de kast te halen.
Minister Sterk:
Dat zie ik als een aanmoediging. Ik kan kijken wat ik daarin kan doen en wat daarin mogelijk is. Ik doe daarmee geen toezeggingen, maar ik ga dat zeker bekijken.
De voorzitter:
Heeft u dan nog …
Minister Sterk:
Ik denk dat ik in het interruptiedebatje eigenlijk al heel veel vragen heb beantwoord over de inspectie, evenals de vraag of we konden ingrijpen of niet. Ik kijk dus eigenlijk vooral nog naar de Kamer.
De voorzitter:
Ik kijk vooral naar u om verder te gaan met het onderdeel VWS en het ministerie.
Minister Sterk:
Ja, dan ga ik naar het volgende blokje, voorzitter. Wat betreft de rol van het ministerie en de regie die je als minister in dit soort casussen hebt, hebben wij vanaf het begin … Ik zei al dat het ministerie vanaf 27 januari actief is betrokken, toen dat persbericht kwam, en ikzelf al vanaf 23 februari. Ik heb daar van alles in gedaan. Daar heb ik net al het nodige over gezegd. Ik blijf ook interveniëren waar dat binnen mijn bevoegdheden mogelijk is. Ik heb geen wettelijke bevoegdheden om de zeggenschap over een private zorgaanbieder over te nemen, bestuurders te ontslaan of organisaties te dwingen tot voortzetting, overname of doorstart. Daarom richt ik mij op wat ik wel kan; dat hoort u mij steeds herhalen. Dat is: partijen aan hun verantwoordelijkheid houden, knelpunten oplossen en de continuïteit van zorg voor cliënten borgen.
Dan was er de vraag wat die intermediair precies doet. De opdracht is het bewaken van de voortgang van de zorg, bemiddelen en het bevorderen van een zorgvuldig proces, zodat er voor ieder kind een passende oplossing komt. De eerste analyse laat zien dat de grootste knelpunten vooral liggen in de samenwerking, de regie en de informatievoorziening tussen betrokken partijen. Daar heeft u volgens mij zojuist ook al iets over gezegd: kloppen cijfers die worden aangeleverd wel? Een eventuele overname kan onderdeel zijn van een duurzame oplossing, maar is op dit moment geen oplossing voor de acute situatie van de kinderen die nu zorg nodig hebben. Daarom loopt de zorgbemiddeling onverminderd door.
Mevrouw Westerveld vroeg ook naar de mogelijkheden om in te grijpen als overheid. Daar heb ik net al iets over gezegd, denk ik.
Dat geldt ook voor de vraag van mevrouw Dobbe. Zij vroeg hoe ik kijk naar mijn eigen handelen en wat ik anders had kunnen doen. Ik heb net al aangegeven dat ik zeer bereid ben om ook mijn handelen straks bij de evaluatie te betrekken. Ik zie trouwens dat mevrouw Dobbe nu niet aanwezig is in de zaal. Daartoe ben ik dus zeer bereid. Ik denk dat wij op dit moment alles doen wat erop is gericht om passende zorg voor de kinderen te vinden. We doen daar alles aan wat binnen onze macht ligt.
Mevrouw Tijmstra vroeg of er voldoende is vastgelegd in wetgeving over wat de concrete verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder is bij discontinuïteit van zorg. Ik vind dat we deze vraag ook moeten betrekken bij de evaluatie. Dit zijn allemaal grote vragen die misschien wat ver gaan voor dit debat, hoewel ze zeer relevant zijn.
Ik denk dat dat ook geldt voor de vraag van mevrouw Bikker over de wettelijke zorgplicht. Zij vroeg wat die in de praktijk waard is. U vraagt eigenlijk of het systeem voldoende werkt en of we voldoende in handen hebben om dit tegen te gaan.
Meneer Claassen vroeg wat ik gisteren en vandaag heb gedaan om de kwalijke effecten teniet te doen. Ik heb met de inspectie gesproken en met de ambtenaren nagedacht over of er nog dingen zijn die we op dit moment kunnen doen. Ik hoop dat u niet twijfelt aan mijn inzet op dit punt.
Dat waren de vragen in dit blokje, voorzitter.
De voorzitter:
U vervolgt met het onderdeel overname.
Minister Sterk:
In dit blokje heb ik maar een paar vragen. Een overname is primair natuurlijk een privaatrechtelijke aangelegenheid. Het gaat tussen betrokken partijen. VEC, de zorgverzekeraars en zorgkantoren hebben zich ingespannen om een overname op korte termijn mogelijk te maken. Als je helemaal aan het begin had gekeken, zou dat misschien de meest wenselijke oplossing zijn geweest. Ondanks het verlengen van de deadlines is er geen onderbouwd overnameplan ingediend. Sinds vrijdag 26 juni is er contact geweest tussen de beoogde overnamepartij en de intermediair. Daarbij is aangegeven dat de beoogde overnamepartij zich voor het verdere traject niet wendt tot Villa ExpertCare en de zorgverzekeraars.
Het beeld dat de zorgverzekeraars en zorgkantoren geen overname willen, klopt niet. Mocht zich alsnog een partij melden met een goed onderbouwd overnameplan dat bijdraagt aan de continuïteit van de zorg, zullen VEC, de zorgverzekeraars en de zorgkantoren dat natuurlijk beoordelen. Gezien het proces van de afgelopen maanden en het gebrek aan concrete plannen met cijfers en toezeggingen, hebben we weinig vertrouwen dat er op dit moment een snelle overname zou kunnen plaatsvinden. Een eventueel toekomstig initiatief zou mogelijk zijn, maar biedt voor de huidige, acute situatie geen oplossing. Als dat er komt, ben ik natuurlijk de eerste om mij daarachter te scharen, maar dat is niet aan mij; dat is echt aan de private partijen.
De voorzitter:
Is dit alle beantwoording op het onderdeel overname?
Minister Sterk:
Ja, dat denk ik wel.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Ik heb niet gezegd dat zorgverzekeraars of zorgkantoren dat niet zouden willen, zeg ik voor het geval dat zo geïnterpreteerd is. Wat mij dwars zit, is dat de directie van ExpertCare de overnames dwarszit. Ik heb een aantal mensen gesproken die hebben aangegeven dat het interessante locaties zijn. Als je zo'n partij bent, dan heb je informatie nodig over de locatie, de staat van de gebouwen enzovoort, enzovoort. Om je eigen plan financieel goed rond te krijgen, moet je weten wat er de afgelopen jaren is gebeurd. Wat ik hoor, is dat ExpertCare hierbij weer dwars lijkt te liggen en dat gegevens die nodig zijn, dreigen niet te worden gegeven. Mijn vraag aan de minister is: kan de minister de directie van ExpertCare dwingen om mee te werken als mensen zich melden en om een serieuze partner te zijn voor de overname van die locaties?
Minister Sterk:
Ik denk dat het niet in mijn mandaat ligt om Villa ExpertCare te dwingen om mee te werken, maar ik kan wel een heel nadrukkelijk beroep op ze doen, zoals ik eerder ook heb gedaan toen het ging over de contracten en het open blijven. Ik heb hen toen ook aan de afspraken herinnerd. Ik begrijp dat de intermediair ook heeft gesproken met Villa ExpertCare. Maar uiteindelijk is het wel een zaak van Villa ExpertCare, zorgverzekeraars en de overnamepartijen om te komen tot een akkoord.
De voorzitter:
U vervolgt met de toekomst van de medische kindzorg. Ik stel voor dat u dan ook het onderdeel overige erbij pakt.
Minister Sterk:
Ja.
De voorzitter:
Dan geven we nog ruimte voor een ronde interrupties en daarna gaan we meteen door met de tweede termijn van de Kamer, die bestaat uit één minuut en twintig seconden per spreker. U vervolgt.
Minister Sterk:
Voorzitter, ik ga mijn best doen. De toekomst van de medische kindzorg. Ik begrijp prima dat dat inderdaad een grote vraag is. Dat is eigenlijk de vraag die hierboven hangt: hoe kan het nou dat er zo weinig andere plekken zijn en dat dit zo kwetsbaar is? Daarom zijn we enerzijds bezig met een onderzoek naar de tarifering voor deze medische kindzorg. Kloppen de tarieven inderdaad? Ten tweede zijn we aan het verkennen hoe het nu precies gesteld is met deze doelgroep en het aanbod, om ook te kijken of er opschaling moet zijn. Ik heb daarnaast zorgverzekeraars en zorgkantoren opgeroepen om bij de oplossingen die ze zoeken niet alleen binnen het huidige systeem te kijken, maar ook daarbuiten, omdat uiteindelijk aan de zorgplicht moet worden voldaan. Ik zie inderdaad de vragen die deze casus oproept. Daar zijn we naar aan het kijken. Die opdracht had de NZa overigens ook al voordat dit debat speelde.
Mevrouw Westerveld vroeg nog hoe ik ga voorkomen dat commerciële, soms buitenlandse bedrijven opnieuw zo'n essentiële positie kunnen innemen. Ik zeg kortheidshalve dat zeer binnenkort, zeker binnen een week, de uitwerking van de Wibz naar de Kamer komt. Die is er ook voor bedoeld om malafide zorgaanbieders nog meer aan te kunnen pakken. Dat is ook gelijk een antwoord op de vraag van de heer Claassen.
Voorzitter. Dan ga ik naar de overige vragen. Ik probeer het allemaal wat te verkorten. Dat ziet u.
Mevrouw Westerveld vroeg of de kosten op Villa ExpertCare kunnen worden verhaald. Wat ik in ieder geval weet, is dat Villa ExpertCare de eventuele extra kosten die samenhangen met de huidige situatie zelf draagt. Dat is denk ik ook een antwoord op de vraag van mevrouw Bikker, want zij vroeg daar net ook iets over. Op dit moment ligt er nog geen verzoek om aanvullende financiering of vergoeding van de kosten bij het ministerie van VWS. Die kosten kunnen dus inderdaad in principe verhaald worden op Villa ExpertCare.
Een vraag van de heer Van Houwelingen gaf de indruk dat een verzoek om extra middelen door Villa ExpertCare zou zijn ingediend en dat dat zou zijn geweigerd, maar Villa ExpertCare heeft dat verzoek nooit gedaan aan de zorgverzekeraars of de zorgkantoren en heeft ook niet gezegd dat het bijvoorbeeld hogere tarieven nodig had. Dat heb ik vandaag nogmaals bevestigd gekregen.
Ook een vraag van de heer Van Houwelingen: of ik bekend ben met de correspondentie tussen zorgverzekeraars en VEC om een hoger tarief te geven. Daar heb ik volgens mij net antwoord op gegeven. Die vraag heeft ons in ieder geval niet bereikt.
Voorzitter. Dan heb ik nog een aantal vragen hier in een map zitten. Mevrouw Dobbe vroeg hoe ik ga zorgen dat er in de toekomst voldoende plekken zijn voor hoogcomplexe zorg en dat die niet in handen van commerciële investeerders komen. Dat is inderdaad iets wat we na het oplossen van deze vreselijke situatie met elkaar moeten gaan bekijken.
Dan een vraag van de heer Claassen. De Wibz komt zeer binnenkort naar de Kamer. Daarin ga ik ook kijken of we die excessen in private equity kunnen beperken.
De vraag van de heer Van Houwelingen over tarieven heb ik net ook beantwoord.
Voorzitter. Ik denk dat ik daarmee alle vragen heb beantwoord.
De voorzitter:
Ik heb interrupties van mevrouw Tijmstra, mevrouw Westerveld, meneer Van Houwelingen en mevrouw Synhaeve. Mevrouw Tijmstra.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik ben blij om te horen dat de minister aan de slag gaat met hoe de medische kindzorg in Nederland in de toekomst wordt georganiseerd. Onderzoek naar de tarifering en het aantal plekken is belangrijk, maar ik voel wel een enorme urgentie dat we daar gewoon tempo op gaan maken. Mijn vraag is dus eigenlijk of er inzicht kan komen in het proces. Als de minister dat nu niet paraat heeft, is het ook goed om per brief geïnformeerd te worden. Die onderzoeken bij de NZa kunnen ook zo ellenlang duren en ik vind eigenlijk dat het gewoon snel moet.
Minister Sterk:
Ik kom daar in tweede termijn op terug.
De voorzitter:
Mevrouw Westerveld is nog in overleg. Meneer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Veel dank voor de beantwoording. Dat ik het begrijp, hè: in die brief van Villa ExpertCare staat heel uitgebreid toegelicht "we redden het niet met deze tarieven". Begrijp ik het nou goed van de minister — dat zou inderdaad heel opmerkelijk zijn — dat Villa ExpertCare nooit met de minister of met de zorgverzekeraars daarover heeft gesproken? Dat is toch het eerste wat je zou verwachten van een zorgaanbieder, dat die zegt: we redden het niet met deze tarieven? Maar dat is dus simpelweg niet gebeurd? Daar hebben ze nooit over aan de bel getrokken?
Minister Sterk:
Het eerste dat wij van Villa ExpertCare hoorden, was het persbericht dat naar buiten kwam.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Oké. Dat is toch wel heel erg bizar. Dat is op z'n minst onverantwoord bestuur, want dan doe je dus niet ... Maar oké, dank voor dat antwoord. Dat is in ieder geval duidelijk.
Dan had in nog een tweede, meer algemene vraag over iets waar we het eerder over hadden, namelijk de onevenwichtigheid die ik denk te zien in het stelsel. Als zorgverzekeraar word je geprikkeld om de zorgkosten laag te houden, maar als ze te laag zijn, vallen zorgverleners om en hoef je dus helemaal geen zorg meer te vergoeden. Het is ook niet zo dat je dan een boete krijgt of zo. Hoe kijkt de minister aan tegen die onevenwichtigheid? Als je zorgverzekeraar zou zijn, zou je kunnen zeggen — ik zeg niet dat zorgverzekeraars dat bewust doen; die zijn ook te goeder trouw — "laten we de tarieven maar te laag vaststellen, dan vallen zorgverleners om en we krijgen toch sowieso geen boete". Hoe ziet de minister dat?
Minister Sterk:
Daar hebben we een instituut voor dat daar onafhankelijk naar kijkt, namelijk de NZa. Die ziet toe op de tarieven en als er inderdaad te lage tarieven zijn, dan is dat ook een zaak voor de NZa. Voor wat betreft de tarieven in deze hoogspecialistische medische kindzorg: er loopt nu een onderzoek naar of die inderdaad voldoende dekkend zijn, en dat gebeurt ook daarom door de NZa.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Tot slot. Dank, dat begrijp ik, maar die NZa, en dat begrijp ik dus maar niet: die kan zeggen "ik vind het wel te laag" maar ze kan geen boete opleggen of zo. Als je als zorgverzekeraar te lage zorgtarieven inkoopt, dan is het niet zo dat je een boete krijgt als het dan verkeerd gaat. Dat is toch ...
Minister Sterk:
Ik kom op de instrumenten van de NZa ...
De voorzitter:
Minister, minister! U krijgt het woord, en u neemt het natuurlijk niet. Was u uitgesproken, meneer Van Houwelingen?
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ja.
Minister Sterk:
Excuus, voorzitter, uiteraard. Ik zal in de tweede termijn even terugkomen op de vraag welke instrumenten de NZa heeft om hier mogelijk iets tegen te doen.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik hoorde de minister net zeggen: we zijn ook aan het onderzoeken of opschaling van het aantal plekken voor die intensieve of die hoogspecialistische medische kindzorg nodig is. Ik snap echt dat we een aantal dingen goed moeten onderzoeken, maar volgens mij weten we hierbij dat er echt veel te weinig plekken zijn. Anders waren we nu niet al maanden bezig om voor 80 kinderen een goed alternatief te vinden. We weten ook dat twee andere locaties eveneens gaan sluiten, dus ik denk: we moeten als de wiedeweerga aan de slag met plekken creëren! Onderschrijft de minister dat? En zo ja, welke concrete stappen worden daar dan nu in gezet?
Minister Sterk:
Wat ik net zei: ik laat dus een verkenning uitvoeren, waarbij de doelgroep medische kindzorg en de behoefte van deze groep in kaart worden gebracht. Vervolgens kun je inzichtelijk krijgen wat er nodig is voor de inrichting en toekomstbehendigheid van het zorglandschap. Dit zijn natuurlijk allemaal wel hele hoogdravende woorden, maar we zijn gewoon aan het kijken wat deze groep nodig heeft. Dat gaat niet alleen over plaatsen. We kijken ook hoe we daarvoor gaan zorgen. Dat is natuurlijk niet een blik dat je morgen even opendraait. Het vraagt dus wel om zorgvuldig kijken, want je wil voorkomen dat je in de toekomst opnieuw in dit soort situaties terechtkomt.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik snap dat we het heel zorgvuldig willen doen. Dat moeten we ook doen. Terzelfder tijd zijn wij volgens mij in deze hele Kamer bang voor wat er deze zomer gaat gebeuren als ook die laatste twee locaties geen kwalitatief goede zorg meer kunnen bieden. We zijn volgens mij met z'n allen op zoek naar de stappen die je nu alvast kunt zetten. Daarmee heb je echt niet het hele zorglandschap dekkend gemaakt, maar welke stappen kun je nu gaan zetten om in ieder geval een tiental plekken te creëren op hele korte termijn?
Minister Sterk:
We doen inderdaad twee dingen. Ten eerste doen we dat onderzoek. Dat duurt natuurlijk even. Volgens mij is dat ook niet uw punt. Uw punt is: hoe zorgen we er nou voor dat er extra plekken komen, zodat kinderen vanuit deze locaties naar een plek kunnen? Daarom heb ik die opdracht gegeven. Die ligt eigenlijk bij de zorgverzekeraars. Die moeten ervoor zorgen dat die plekken er komen. Dat heb ik deze week opnieuw gedaan en dat doe ik vanaf deze plek, ik denk ook namens de Kamer, opnieuw. Zorg er nou voor dat er voldoende plekken zijn. We snappen ook dat het complex is. Als het niet zo complex was geweest, dan had iedereen nu namelijk al zorg gehad.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik wil mijn laatste twee interrupties als volgt besteden. Ik wil de minister vragen naar haar eigen rol en verantwoordelijkheid. Ik vroeg in mijn inbreng namelijk: had de minister zelf de bevoegdheid om via bestuursdwang in te grijpen? Heeft ze dat nagelaten? Of heeft het stelsel gefaald en had er ingegrepen moeten worden en heeft ze dat nagelaten? Hoe kijkt de minister hierin naar haar eigen rol? Ik hoor de minister hier nu weer een aantal keer zeggen dat ze er ook van baalt, maar ze staat als een soort toeschouwer te kijken naar het treinongeval dat in de zorg plaatsvindt, alsof ze daar zelf geen rol in heeft. Wij hebben eerder een motie ingediend en die is ontraden door deze minister. Die motie riep ertoe op om te kijken of de minister wettelijk meer nodig heeft om in te kunnen grijpen. Toen zei deze minister: dat hoeft niet, want we kunnen al ingrijpen.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Dobbe (SP):
Maar dat is niet gebeurd! Dus wat is het nu? Heeft deze minister niet ingegrepen, terwijl ze dat wel had kunnen doen? Of heeft het stelsel gefaald en heeft de minister gefaald met ingrijpen in het stelsel?
Minister Sterk:
Ik heb daar eerder in dit debat al antwoord op gegeven. Ik weet niet of u dat heeft gehoord, maar ik wil het hier best herhalen. Ik heb gedaan wat er binnen mijn mogelijkheden ligt op de momenten dat het nodig was. Ik ben natuurlijk eindverantwoordelijk voor het stelsel, dus ik spreek het hele stelsel erop aan dat het de dingen moet doen die het moet doen. Volgens mij is dat gebeurd. Ik heb ook aangegeven dat ik de eerste ben om te zeggen dat we dit heel goed moeten evalueren en moeten kijken naar de rol die wij hebben kunnen spelen hierin, zowel wij als ministerie als ik als minister. We moeten kijken of dat meer vraagt. Ik ben dus de eerste om te zeggen dat dat belangrijk is. Ik herken me absoluut niet in het beeld van toezichthouder, want ik dan zou ik hier niet zo vaak gestaan hebben. Vanaf het moment dat ik minister ben, heb ik dit opgepakt en heb ik geprobeerd om met alle partijen te werken aan een oplossing. Daarom baal ik ervan dat dat tot op heden nog steeds niet is gelukt. De vraag is of bestuursdwang nou de oplossing was geweest voor de problematiek waarin we nu zitten. De oplossing is dat deze kinderen een veilige en goede plek krijgen en daar zet ik mij voor in.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat gebeurt nu dus ook niet. Nu komt namelijk de continuïteit van zorg in gevaar. Uit het antwoord van deze minister moet ik dan concluderen dat — zij verwijst naar het stelsel — als zij stelselverantwoordelijk is, zij gefaald heeft als stelselverantwoordelijke. Ik hoop daar dan wel erkenning voor te horen.
Ik wil de minister ook nog over iets anders een vraag stellen. Zij heeft ons hier beloofd dat die locaties open zouden blijven. Ze heeft hier gestaan en gezegd: die huizen gaan niet dicht voordat ieder kind een andere plek heeft. Ze heeft hier gezegd: ik doe een harde toezegging dat ExpertCare echt openblijft totdat iedereen een passende oplossing heeft gekregen. Ze heeft hier een harde toezegging gedaan. Ze heeft niet gezegd: ik heb dat gevraagd aan ExpertCare en ExpertCare heeft dat aan mij beloofd. Nee, ze heeft toegezegd: dit gaat gebeuren. Wat vindt de minister van de woorden die ze toen heeft gebruikt in deze Kamer?
Minister Sterk:
Ik heb die woorden altijd gezegd in de context van het debat, waarin het ging over een bestuur en een zorginstelling die hun verantwoordelijkheid onvoldoende pakten. Ik heb het bestuur elke keer aangesproken op die verantwoordelijkheid, namelijk dat ze een zorgplicht hebben en dat ik ze daaraan moet houden. Het bestuur heeft mij keer op keer verzekerd — dat is wat ik heb gecommuniceerd — dat de locaties niet dicht zouden gaan zonder dat de kinderen die er op dat moment zijn, een goede, andere plek hebben. Dat heb ik u keer op keer gemeld. Ik heb ook geprobeerd om invloed uit te oefenen door te zeggen dat er contracten moesten worden opengebroken. Ik heb opnieuw, begin juni, de organisatie daarop aangesproken. Ook ik ben echter niet bij machte om personeel binnen te houden. Als op een gegeven moment de kwaliteit van zorg in gevaar komt, moet de inspectie ingrijpen en dan moet de zorg naar een goede, andere plek. Dat is waar we op dit moment met man en macht aan werken.
De heer Van Houwelingen (FVD):
In het verlengde hiervan zit ik nog steeds te kauwen op het antwoord dat ExpertCare nooit heeft aangegeven dat de tarieven een probleem waren. Is het in de gesprekken die u met ExpertCare heeft gehad dan nooit voorgekomen dat ExpertCare tegen u of tegen de zorgverzekeraars, zeg ik via de voorzitter, bijvoorbeeld heeft gezegd: als de tarieven met 20% of 30% worden opgehoogd, kunnen we misschien nog voldoende personeel aantrekken en dan kunnen we het redden? Is zo'n gedachte nooit gewisseld?
Minister Sterk:
Ik weet niet wat er is gewisseld met de zorgverzekeraars. Ik weet alleen dat ze nooit een verzoek hebben gedaan voor hogere tarieven. Dat is nooit actief aan hen gevraagd. Ik heb in ieder geval nooit dat verzoek gehad van het bestuur.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Is dan ook niet een ander … Ik probeer het gewoon te begrijpen. Hebben ze überhaupt een constructief voorstel gedaan, bijvoorbeeld dat ze zeiden: met deze randvoorwaarden kunnen we wel door? Of was het inderdaad echt alleen maar het bijltje erbij neergooien? Nu komt het over alsof ze zeiden: dit lukt ons toch nooit, dus we stoppen ermee. Is er ooit iets geweest waarvan de minister misschien zei: daar ga ik niet in mee? Daar kan een goede reden voor zijn, maar is er ooit een kans geweest dat het door kon gaan?
Minister Sterk:
Dit soort gesprekken heb ik niet gevoerd met VEC. Ik heb met VEC vooral gesprekken gevoerd waarin ik ze heb aangesproken op hun zorgplicht en op de uitvoering ervan. Ik heb zo'n beetje alles gedaan wat binnen het stelsel mogelijk is om te zorgen dat we mee hebben gekeken, eraan hebben getrokken en samen hebben gewerkt. Dat ben ik nog steeds aan het doen, en daar ga ik ook deze zomer gewoon mee door.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik denk dat als ze om hulp hadden gevraagd, ze misschien hulp hadden gekregen. Dat was natuurlijk nooit de intentie, want ze wilden dicht. Maar goed, dat terzijde. Ik wil nog even terug naar de cijfers. Mevrouw Westerveld vroeg er net ook naar, namelijk die 43 kinderen en de 11 waarvan de minister later zei dat er nu 8 herplaatst zijn. Het is mij nog steeds niet duidelijk. Van wie komen die cijfers nou? De minister verwees in haar antwoord enerzijds naar Villa ExpertCare en daarna naar de intermediair. Van wie komen deze cijfers?
Minister Sterk:
Ik wacht heel even tot ik echt het goede antwoord geef. Wat ik heb gezegd, is dat het natuurlijk van belang is dat er geen ruis is over die cijfers — daarom is die intermediair ook aan het werk — dus dat de cijfers van VEC niet anders zijn dan de cijfers die bijvoorbeeld de cliëntenraad of de zorgverzekeraars kennen. Dat was ook het hele idee van Project Herberg. We zien dat dat nog onvoldoende functioneert. Ik kijk nu even. Ja, de cijfers komen van VEC, maar zijn wel geverifieerd door de intermediair. VEC geeft cijfers en vervolgens toetsen de verzekeraars deze cijfers ook. Die cijfers zijn dus van VEC, maar ze zijn wel geverifieerd door de intermediair. Daarmee moet ik ervan uit kunnen gaan dat ze kloppen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Volgens mij heb ik nog twee interrupties.
De voorzitter:
Nee, nog één.
Mevrouw Maeijer (PVV):
O, dat is lastig. Nou ja, goed. Zijn deze cijfers ook geverifieerd bij de ouders?
Minister Sterk:
Ik kom daar in de tweede termijn even op terug. Anders wordt het namelijk een beetje een raar gesprek.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Terwijl dit debat gaande is, krijg ik berichten van ouders, misschien wel meerdere, dat in ieder geval drie kinderen gewoon uit zorg zijn geplaatst door ExpertCare. Dat heeft natuurlijk helemaal niets te maken met een passende oplossing. Er zijn gewoon drie kinderen uit zorg geplaatst, omdat de ouders niet akkoord gingen met het voorgestelde noodscenario. Mijn vraag aan de minister is hoe zij ervoor gaat zorgen dat er ook voor deze kinderen een passende oplossing komt, want hier is duidelijk geen sprake van instemming van de ouders. Hier worden ouders duidelijk niet meegenomen en is er al helemaal geen sprake van een passende oplossing.
Minister Sterk:
Als dat inderdaad geen passende oplossing is, en dat kan ik me voorstellen, want dit is natuurlijk ineens een ad-hocoplossing, dan moet er gewerkt worden aan een passende oplossing. Dat heb ik steeds gezegd, ook als het over noodscenario's gaat. Er moet uiteindelijk gewoon een passende oplossing komen voor deze kinderen. Dat geldt zeker voor deze drie kinderen. Daar ligt nu ook de prioriteit. Bij de bemiddeling van die kinderen staan zij bovenaan om hen naar een goede plek te begeleiden.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Maar dan even heel concreet, want hier gaat het over een aantal kinderen wiens ouders niet akkoord zijn gegaan met het noodscenario, bijvoorbeeld omdat de kinderen een lange reis niet aankonden. Vervolgens worden ze uit zorg gezet. Ik denk dat iedereen zich kan voorstellen wat dat doet met een gezin, maar ook met andere ouders, die zich natuurlijk gedwongen voelen om maar akkoord te gaan met "oplossingen" die helemaal niet passend zijn. Wat zou de minister dan de ouders van deze kinderen, of de ouders van andere kinderen, die misschien ook wel oplossingen zien die totaal niet passend zijn, aanraden? Bij wie kunnen ze dan terecht? Nogmaals, het mag duidelijk zijn dat we niet kunnen bouwen op de informatie die het bestuur van ExpertCare aanlevert en dat we ook niet kunnen bouwen op oplossingen die zij aandragen.
Minister Sterk:
De informatie die ik nu heb, is dat inderdaad drie van de elf kinderen nog geen passende oplossing hebben. Dat klopt, denk ik, ook met uw constatering. Ze zijn prioriteit in het project Herberg. Dat zei ik u net ook. Ze verblijven intussen thuis, waar nodig ondersteund met zorg aan huis. Dat is de informatie die ik heb, maar ik stel voor dat u de informatie die u heeft even deelt en dat wij even kijken of wij in deze korte tijd daarover meer boven tafel kunnen krijgen.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor haar beantwoording. O, er is nog een interruptie. Uw laatste, mevrouw Westerveld. Ja, zeker. Ik dacht dat u naar uw stoel liep.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Gelukkig heb ik goed geteld, voorzitter.
De voorzitter:
Ja, het is helemaal correct.
Mevrouw Westerveld (PRO):
In deze debatten moet je spaarzaam zijn met je interrupties. Ik heb nog een vraag over de kosten. Volgens mij delen we met elkaar de boosheid over het handelen van het bestuur van ExpertCare. Mevrouw Bikker heeft gevraagd: haal nou alles uit de kast om de kosten te verhalen. Ik wil dat ook vragen voor kosten die ouders nu maken, ouders die ook al maandenlang hiermee bezig zijn, die heel veel kosten maken voor rechtszaken, maar die ook extra reiskosten hebben voor hun kinderen. Is er een manier waarop de minister deze ouders kan helpen met het verhalen van in ieder geval de kosten? Nogmaals, dat is op geen enkele manier ook maar enige genoegdoening. Ik heb het dan over verhalen op ExpertCare. Het mag echt niet zo zijn dat een bedrijf er maar mee weg blijft komen en vervolgens de samenleving, de ouders en het ministerie al die kosten moeten dragen.
Minister Sterk:
Degenen die moeten opdraaien voor die kosten zijn volgens mij VEC en ook de zorgverzekeraars natuurlijk. Die hebben ook een zorgplicht daarin. Daar zal het vandaan moeten komen. Ik wil kijken naar wat ik daar eventueel nog vanuit mijn rol in kan doen, maar dit is wel de plek.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor haar beantwoording in de eerste termijn. Ik kijk of de leden klaar zijn voor de tweede termijn. Ik kijk naar mevrouw Maeijer. Ik zag haar namelijk nog druk schrijven. Dat is het geval. Het woord is aan mevrouw Maeijer voor haar tweede termijn namens de PVV.
Termijn inbreng
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dank u, voorzitter. Volgens mij vertrouwt niemand nog op enige goede intentie of inzet van de directie van Villa ExpertCare, maar ondertussen zitten ze er nog wel en blijven ze ook verantwoordelijk voor de continuïteit van zorg, voor de kwaliteit van zorg en voor de veiligheid van de kinderen. Ik vind dat werkelijk onbestaanbaar. Ik zal daar straks een motie over indienen.
Ik wil de minister ook vragen om regie te nemen, om door te pakken, zodat met de twee overgebleven villa's niet hetzelfde gebeurt de komende tijd als wat er nu aan de hand is en waar wij vandaag over debatteren. Ik hoop ook dat zij daarin creatief wil zijn in oplossingen, ook haar eigen rol zover mogelijk wil oprekken en dat ze vaart maakt met structurele oplossingen.
Ik wil ook de ouders en de kinderen die het betreft vanaf deze plek alle sterkte wensen en ik wil mijn dank uitspreken aan alle zorgprofessionals die zijn gebleven en die hopelijk nog zo lang mogelijk blijven om te zorgen voor alle kinderen die er nu nog zijn.
Voorzitter, ik heb drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt het kabinet om het bestuur van Villa ExpertCare te vervangen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Maeijer en Maeijer.
Zij krijgt nr. 412 (24170).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt het kabinet om een onafhankelijk, vanuit cliëntperspectief vastgesteld en verifieerbaar overzicht te maken van de status van de zorgoverdracht van alle cliënten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Maeijer en Maeijer.
Zij krijgt nr. 413 (24170).
Mevrouw Maeijer (PVV):
Tot slot, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de afgelopen maanden is gebleken dat voor veel kinderen het vinden van een passende plek zeer moeilijk is;
verzoekt het kabinet om de villa's onderdeel te laten zijn van de (structurele) oplossing voor deze hoogcomplexe groep,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Maeijer en Maeijer.
Zij krijgt nr. 414 (24170).
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Dobbe namens de SP, in tweede termijn.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Een aantal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er al een gebrek bestond aan zorgplekken voor respijt- en logeerzorg voor kinderen en jongvolwassenen met een beperking en/of een ernstige ziekte;
overwegende dat met het verdwijnen van plaatsen bij Villa ExpertCare dit gebrek nog groter is geworden;
verzoekt de regering om te verkennen hoe er meer zorgplekken voor respijt- en logeerzorg voor deze groep kunnen worden gecreëerd en daarbij in ieder geval te kijken naar manieren om deze zorg publiek en zonder winstoogmerk te organiseren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 415 (24170).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er door het sluiten van alle locaties van Villa ExpertCare tientallen kinderen zonder zorg zouden komen te zitten;
overwegende dat het onmogelijk is om voor al deze kinderen een passende plek elders te vinden;
verzoekt de regering om in te blijven zetten op een overname van Villa ExpertCare om te voorkomen dat er nog meer zorgplekken voor deze kinderen verdwijnen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 416 (24170).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het voorkomt dat commerciële zorgbedrijven hun vastgoed in een aparte bv onderbrengen en daardoor via hoge huren zorggeld als winst kunnen wegboeken;
verzoekt de regering om in kaart te brengen hoe vaak dit gebeurt en welke stappen kunnen worden gezet om zorggeld dat op die manier wordt weggesluisd terug te halen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 417 (24170).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de inzet van de minister om vooral in gesprek te treden met het bestuur van Villa ExpertCare niet heeft gewerkt om de afbraak van de zorg tegen te houden;
verzoekt de regering om alle wettelijke mogelijkheden in te zetten om het bestuur van Villa ExpertCare te vervangen en de zorglocaties open te houden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 418 (24170).
Mevrouw Dobbe (SP):
Eerst zei de minister dat ze niet kon ingrijpen, toen zei ze dat er wel kon worden ingegrepen, dus dat er geen extra mogelijkheden nodig waren om in te grijpen, en nu zegt ze weer dat ze niet kan ingrijpen. Dus ze grijpt niet in, maar ze wil ook niet kunnen ingrijpen. Ze heeft beloftes gedaan die ze niet kon nakomen, namelijk om die locaties open te houden totdat die kinderen een andere plek hadden. U snapt ook hoe wij de rest van het verloop gaan volgen.
Ik wens de ouders heel veel sterkte.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Westerveld van PRO voor haar tweede termijn.
Mevrouw Westerveld (PRO):
We hebben wat printerissues, dus de moties zijn per ongeluk dubbelzijdig geprint. Ik heb er "1" en "2" op geschreven, zodat de voorkant duidelijk is. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de situatie bij ExpertCare laat zien dat de overheid onvoldoende kan ingrijpen wanneer de continuïteit van zorg wordt bedreigd;
verzoekt de regering om met wetgeving te komen voor aanvullende interventiebevoegdheden om bij ernstig wanbestuur tijdelijk de regie over een zorginstelling te kunnen overnemen of een onafhankelijke bestuurder aan te stellen, en de Kamer hierover vóór de VWS-begrotingsbehandeling te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld, Dobbe en Bikker.
Zij krijgt nr. 419 (24170).
Mevrouw Westerveld (PRO):
De tweede.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de continuïteit van de integrale medische kindzorg onder druk staat en dat knelpunten in de bekostiging, huisvesting en organisatie de ontwikkeling van kleinschalige aanbieders voor kinderen met een zeer complexe zorgvraag belemmeren;
overwegende dat hierdoor de zorg aan kinderen die ernstig ziek zijn of een meervoudige beperking hebben ernstig in de knel komt, en dit enorme gevolgen heeft voor het hele gezin;
verzoekt de regering om in overleg met de NZa het kostenonderzoek naar de bekostiging van medische kindzorg te versnellen;
verzoekt de regering ook om met direct belanghebbenden en professionals een toekomstvisie te maken voor de integrale medische kindzorg, waarin de randvoorwaarden voor kleinschalige aanbieders, waaronder het aantrekken van goed geschoold personeel, passende huisvesting en de inzet van maatschappelijk vastgoed, expliciet worden meegenomen, en de medische kindzorg te erkennen als afzonderlijk specialistisch beleidsveld,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld, Dobbe en Bikker.
Zij krijgt nr. 420 (24170).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Bikker voor haar tweede termijn namens de ChristenUnie.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Dat we hier opnieuw staan over een casus waarvan je zou verwachten dat de Tweede Kamer daar hooguit één keer over hoeft te debatteren, is voor mij wel een teken dat we hier te maken hebben met systeemfalen. Ik vind ook dat de betrokken bedrijven alle aansprakelijkheid die er nu gegeven kan worden in ieder geval zal moeten ervaren. Waar nodig moeten we het stelsel daarvoor aanpassen. Daarvoor is de vorige keer al een motie aangenomen, namelijk over onderzoek doen naar het systeem en hoe we dat moeten verbeteren. Gegeven de huidige situatie, heb ik nu deze motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er inmiddels twee locaties van Villa ExpertCare gesloten zijn als gevolg van het onvoldoende ingrijpen door de organisatie om (al dan niet gedwongen) sluiting te voorkomen voordat alle kinderen een passende alternatieve plek hebben;
overwegende dat Villa ExpertCare meer locaties heeft, waar nu nog kinderen worden verzorgd die afhankelijk zijn van deze zorg en waarvoor geen eenvoudig alternatief bestaat in verband met onder andere de complexiteit van zorg;
verzoekt de regering elke mogelijkheid aan te grijpen om de juridische en financiële druk op Villa ExpertCare dusdanig hoog te houden en te vergroten dat Villa Expert Care zich gedwongen voelt alles in het werk te stellen om de overige locaties open te houden en continuïteit van zorg te bieden voor de kinderen en hun ouders, en de Kamer over de inspanningen (al dan niet vertrouwelijk) te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker, Westerveld, Dobbe, Diederik van Dijk, Synhaeve, Wendel, Kostić, Tijmstra en Claassen.
Zij krijgt nr. 421 (24170).
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Wendel namens de VVD.
Mevrouw Wendel (VVD):
Voorzitter. Ik leef enorm mee met de kinderen en ouders die nu in de knel zitten. Ik wil de minister oproepen om erbovenop te blijven zitten. Het mag niet zo zijn dat de andere twee locaties deze zomer ook sluiten voordat voor alle kinderen een passende plek gevonden is.
Voorzitter. We debatteren hier natuurlijk met de minister, maar aangezien Villa ExpertCare gisteren ook ineens bij ons op de lijn kwam met hun visie — dat was een gênant verhaal, als u het mij vraagt — weet ik zeker dat ze meekijken. Daarom wil ik Villa ExpertCare en vooral B. Braun aanspreken op de morele plicht die zij hebben om een passende oplossing te vinden voor deze kinderen. We hebben het echt over de meest kwetsbare kinderen in onze samenleving. Kom op zeg!
Ik wil nogmaals het personeel bedanken, de mensen die dag in, dag uit ondanks deze situatie met hart en ziel voor deze kinderen zorgen. Ik hoop dat het lukt om hen te behouden tot er voor alle kinderen een passende oplossing is gevonden, maar ik weet ook dat we heel veel van ze vragen. Daarom hoop ik ook dat Villa ExpertCare het personeel het comfort geeft dat zij nodig hebben.
Tot slot wil ik de kinderen en hun ouders heel veel sterkte wensen in deze verschrikkelijke situatie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Houwelingen namens Forum voor Democratie.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank u, voorzitter. Ik zal het kort houden. Ik heb ook geen moties.
Het is vreselijk wat er gebeurd is, vooral voor de kinderen en voor de ouders; dat is heel vaak gezegd. Ik ben ook nog een beetje beduusd van het antwoord. Ik dacht voordat ik die brief van ExpertCare had gelezen: ze zijn op zijn minst met voorstellen gekomen, met iets van "we kunnen doorzetten als u deze regels verandert of als je nu als zorgverzekeraar met hogere tarieven komt", maar na lezing lijkt het alsof ze het bijltje erbij hebben neergegooid en naar de uitgang zijn gevlucht. Dat is natuurlijk onverantwoord en verbijsterend, dus daar begrijp ik niks van.
De laatste vraag die ik heb is dus eigenlijk — maar misschien kan de minister daar ook niks over zeggen — of de minister toch iets kan zeggen over wat dan in 's hemelsnaam Villa ExpertCare heeft bewogen om er ineens vandoor te gaan en de biezen te pakken. Misschien dat de minister daar nog iets over kan zeggen.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Tijmstra namens het CDA.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat heel duidelijk is geworden wat een enorme impact het handelen van het bestuur van Villa ExpertCare en de investeerder B. Braun heeft op heel kwetsbare kinderen en hun gezinnen. Ik mag toch hopen dat zij op dit moment meekijken en ook hun verantwoordelijkheid nemen om ervoor te zorgen dat voor de twee locaties die nu nog open zijn, de overgang op een heel goede manier plaatsvindt.
Voorzitter. Daarnaast wil ik de minister vragen om vaart te maken met een inrichting van de medische kindzorg in Nederland, want op dit moment is duidelijk dat we het niet goed geborgd hebben en daar zijn gewoon stappen in te zetten.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Synhaeve ziet af van haar tweede termijn.
Ik schors tien minuten voor de beantwoording door de minister, of tot zoveel eerder als mogelijk. Houdt u vak K goed in de gaten.
De vergadering wordt van 16.53 uur tot 17.02 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering.
Ik geef het woord aan de minister voor de appreciaties van de ingediende moties en de antwoorden op de resterende vragen.
Termijn antwoord
Minister Sterk:
Dank u wel, voorzitter.
Ten eerste de motie-Maeijer op stuk nr. 412. We hebben hier net uitgebreid over gesproken, en om die reden ontraad ik de motie.
Dan de motie-Maeijer op stuk nr. 413 over een onafhankelijk verifieerbaar overzicht. Die geef ik oordeel Kamer. We zijn daarmee bezig, maar ik zeg er wel even bij dat het vanwege privacy niet zomaar openbaar gemaakt kan worden.
De motie op stuk nr. 414 om de villa's onderdeel te laten zijn van een structurele oplossing ontraad ik. Bij een overname gaat het uiteindelijk om een private onderneming en daar kunnen wij zelf niet zomaar in treden.
Wat betreft de motie-Dobbe op stuk nr. 415 over hoe er meer zorgplekken kunnen worden gecreëerd, zeg ik toe dat ik dat wil meenemen in het onderzoek, dus die krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 416, over het blijven inzetten op een overname van VEC: hiervoor geldt hetzelfde antwoord als ik eerder gaf op de motie van mevrouw Maeijer. Het gaat bij overname gewoon om een privaatrechtelijke handeling en daar treed ik verder niet in, dus die ontraad ik.
Dan de motie op stuk nr. 417, over in kaart brengen hoe vaak het gebeurt dat commerciële zorgbedrijven hun vastgoed in een aparte bv onderbrengen. Ik denk dat u een belangrijk punt aanstipt. Het hoort ook bij de Wibz, maar ik wil 'm nu wel ontraden. Volgens mij is dat een gesprek dat we in dat kader moeten gaan voeren. Ik wil dit ook niet opnieuw gaan onderzoeken, want de wet ligt er binnenkort.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 418.
Minister Sterk:
Die wil ik ontraden. Die vraagt of ik ervoor wil zorgen dat alle locaties openblijven. Nee, mijn inzet is continuïteit van zorg en niet het openhouden van gebouwen. Ik heb ook steeds aangegeven dat we weten dat deze zorgaanbieder wil gaan stoppen.
De motie op stuk nr. 419, onder anderen van het lid Westerveld: wil ik komen met wetgeving? Mevrouw Westerveld doet daartoe allerlei voorstellen. Ik vind deze motie ontijdig, maar ik wil dit wel meenemen in het onderzoek dat we gaan doen. Ik heb u immers wel toegezegd dat ik dit ga bekijken.
De voorzitter:
Heeft u daar een tijdsindicatie bij?
Minister Sterk:
Poeh! Die verkenning van dat onderzoek was ... Ik kom daar zo op terug. Ik heb daar bij de vragen ... Ik kan het er overigens wel even bij pakken, voorzitter.
De voorzitter:
Mevrouw Westerveld, één interruptie.
Mevrouw Westerveld (PRO):
De minister gaf aan dat het haar rol als stelselverantwoordelijke is om ervoor te zorgen dat alle partijen in het veld doen wat ze moeten doen. Hier is echter sprake van een organisatie die dat niet doet. Dan merken we, naar aanleiding van dit debat en ook de voorgaande debatten, dat de minister kennelijk geen mogelijkheden heeft of die onvoldoende kan toepassen. Dan is het toch hartstikke logisch dat er wetgeving moet komen om te voorkomen dat dit nog eens gebeurt?
Minister Sterk:
Dat wil ik daarin ook meenemen, maar op dit moment ben ik nog aan het onderzoeken hoe we dat breder moeten gaan aanpakken. U doet nu een suggestie op een aantal hele concrete dingen. Ik wil u in ieder geval toezeggen dat wij voor de behandeling van de VWS-begroting aangeven hoe ver we zijn met dat onderzoek, en misschien is het er dan al. Dat wil ik dus doen. Ten tweede. Volgens mij is het ook van belang dat we onderzoek gaan doen naar wat er hier nu is gebeurd en hoe dat heeft gefunctioneerd. Dat is er op dit moment nog niet. Daar moeten we nog mee gaan starten. Ik neem daar ook de vragen waar u nu om verzoekt in mee. Dat was eigenlijk waarom ik zei dat de motie ontijdig is, omdat we dat onderzoek nog moeten gaan doen.
De voorzitter:
Houdt mevrouw Westerveld de motie aan? Dat is niet het geval. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 419 het oordeel "ontijdig". De motie op stuk nr. 420.
Minister Sterk:
Sorry voor de verwarring, voorzitter. Ik heb het over een aantal onderzoeken gehad.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 420.
Minister Sterk:
Mevrouw Westerveld heeft een motie, die op stuk nr. 420, over de toekomstbestendige medische kindzorg. Die wil ik graag meenemen in de verkenning. Wat mij betreft krijgt die dus oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 421, die van zo'n beetje de hele Kamer komt, geloof ik, maar in ieder geval van mevrouw Bikker, geef ik ook oordeel Kamer.
Dan zijn er nog drie vragen die ik zou beantwoorden. Mevrouw Maeijer vroeg of de cijfers bij de ouders zijn geverifieerd. Ja, er is contact geweest met de ouders over de noodscenario's. Die zijn met hen afgestemd. Voor drie van de elf cliënten is nog geen passende oplossing gevonden. Zij ontvangen zorg thuis. Dat zei ik in de eerste termijn ook al. Zorgverzekeraars geven aan dat ze met deze ouders in contact zijn over de noodscenario's. Ook de IGJ heeft signalen van deze ouders ontvangen en houdt er toezicht op dat er een zorgvuldige overdacht plaatsvindt. Ik heb al gezegd dat dit wat mij betreft niet het eindstation is voor hen.
De heer Van Houwelingen vroeg wat de NZa kan doen bij een lage contractering van zorgverzekeraars. Dat gaat dus over de zorgplicht. De NZa kan in ieder geval verscherpt toezicht inzetten en actief meekijken bij verbeterplannen van een zorgverzekeraar. Als dat niet voldoende is, kan de NZa formeel een aanwijzing geven aan de zorgverzekeraar als bij casuïstiek niet aan de zorgplicht wordt voldaan. Bij onvoldoende opvolging van die aanwijzing kan de aanwijzing kracht worden bijgezet middels een last onder dwangsom. Dan is er dus een financieel instrument.
Ten slotte kreeg ik de vraag wanneer het kostprijsonderzoek volgt. In het voorjaar van 2027 worden de uitkomsten daarvan geduid met de veldpartijen. We zijn sowieso te laat om ze nog in te voeren voor aankomend jaar, want dan moeten ze nu eigenlijk al bekend zijn. Wij willen de invoering laten ingaan per 1 januari 2028. Ik informeer u in het najaar van 2026 over de verkenning van de medische kindzorg, waar ik het al over had.
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Ik dank de minister. Ik zie nog een interruptie van de heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ik heb nog één vraag in mijn tweede termijn. Kan de minister iets zeggen over wat Villa ExpertCare bewogen kan hebben om het bijltje erbij neer te gooien en zelfs met geen enkel constructief voorstel te komen om de zorg te continueren? Dat is voor mij echt een raadsel.
Minister Sterk:
Nu overvraagt u mij ook. Ik denk echt dat u die vraag aan VEC zelf zal moeten stellen.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik heb een korte vraag over de verkenning. Ik heb daar in het vorige debat, dat van 2 april, ook een motie over ingediend. Die is toen aangenomen. Mijn motie vroeg om een verkenning voor de zomer. De motie is aangenomen. De minister maakte er toen in haar brief van dat het na de zomer zou komen. Nu heeft ze het over het najaar. Volgens mij vraagt iedereen hier om versnelling, inclusief de veldpartijen. Ik zou de minister dus toch echt willen vragen … De motie vraagt om het voor de zomer te doen. U heeft het nu al over het najaar. Naar mijn idee schuiven we zo elke keer weer een stuk op.
Minister Sterk:
Ik ben ook ongeduldig. Ik zou ook willen dat het sneller kan, dus ik zal kijken wat ik daar op dit moment nog aan kan versnellen.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor haar aanwezigheid in de Kamer. Zie ik goed dat zij blijft voor een tweeminutendebat later vanavond? Dan ga ik u nog geen goede zomer wensen.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik schors de vergadering tot 17.30 uur, of eerder als het volgende tweeminutendebat al kan aanvangen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Voedselveiligheid
Voedselveiligheid
Aan de orde is het tweeminutendebat Voedselveiligheid (26991, nr. 597).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Voedselveiligheid. Ik heet de minister van harte welkom in het parlement. Als eerste geef ik het woord aan mevrouw Wiersma namens de BBB. Het zal u niet zijn ontgaan dat het zomerreces eraan komt vandaag. Dat betekent: kort en bondig, nog korter en bondiger dan normaal, en slechts één interruptie over de eigen moties richting de bewindspersonen. Het woord is aan mevrouw Wiersma.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank, voorzitter. Kort en bondig. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het onderzoeksbureau dat de evaluatie van de vieruursmeldplicht heeft uitgevoerd, geen kwantitatieve analyse heeft kunnen uitvoeren van de effecten, omdat de benodigde gegevens bij de NVWA niet voor onderzoek beschikbaar waren;
constaterende dat daardoor niet objectief kon worden vastgesteld in hoeverre de beleidsregel daadwerkelijk heeft bijgedragen aan de voedselveiligheid of een efficiënter toezicht;
overwegende dat het onwenselijk is dat ondernemers worden geconfronteerd met verplichtingen waarvan de effectiviteit niet kan worden aangetoond, omdat de registratiesystemen van de NVWA niet op orde zijn;
overwegende dat ingrijpende verplichtingen voor bedrijven gebaseerd dienen te zijn op aantoonbare effectiviteit;
verzoekt de regering de registratiesystemen van de NVWA uiterlijk binnen één jaar zodanig op orde te brengen dat de effecten van de vieruursmeldplicht kwantitatief kunnen worden beoordeeld, en de Kamer vervolgens een objectieve evaluatie toe te sturen van deze beleidsregel,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wiersma.
Zij krijgt nr. 598 (26991).
Mevrouw Wiersma (BBB):
De volgende.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Commissie en de NVWA de afgelopen jaren herhaaldelijk ernstige voedselveiligheidsincidenten en tekortkomingen hebben vastgesteld bij geïmporteerde producten uit derde landen, waaronder Braziliaans rundvlees, pluimveevlees uit China en sesamzaad uit India;
overwegende dat Nederlandse en Europese producenten aan zeer strenge voedselveiligheids- en productieregels moeten voldoen;
overwegende dat consumenten erop moeten kunnen vertrouwen dat geïmporteerde producten daadwerkelijk aan dezelfde hoge normen voldoen;
verzoekt de regering zich er in Europees verband voor in te zetten dat bij ernstige tekortkomingen die tijdens Europese audits worden vastgesteld, de import uit betrokken bedrijven, regio's of landen wordt opgeschort totdat de tekortkomingen aantoonbaar zijn opgelost,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wiersma.
Zij krijgt nr. 599 (26991).
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan het lid Kostić namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het RIVM aangeeft dat de schadelijke pfas-stoffen in alle moedermelk zitten, wat kan leiden tot schade voor baby's;
constaterende dat het RIVM aangeeft dat vrouwen die borstvoeding geven, niets kunnen doen om de pfas in hun moedermelk te verminderen, dus afhankelijk zijn van actie van de overheid;
constaterende dat de minister van VWS verantwoordelijk is voor de borging van de gezondheid van Nederlanders, en zeker van kinderen;
constaterende dat er veel onzekerheid is over een eventueel Europees pfas-verbod en dat de eventuele invoering daarvan nog jaren kan duren, waardoor andere lidstaten zelf al maatregelen nemen;
constaterende dat burgers, onderzoekers en beleidsmakers als onderdeel van een onderzoek van het RIVM met 161 concrete oplossingen zijn gekomen en dat de overheid nu aan zet is;
verzoekt de regering om dit jaar met een plan te komen over hoe baby's gaan worden beschermd tegen pfas,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 600 (26991).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het RIVM aangeeft dat de schadelijke pfas-stoffen in alle moedermelk zitten, wat kan leiden tot schade voor baby’s;
constaterende dat pfas zeer persistent zijn, zich ophopen in de voedselketen en de blootstelling van Nederlanders via voedsel en drinkwater volgens het RIVM al boven de gezondheidskundige grenswaarde kan uitkomen;
constaterende dat het Ctgb in zijn pfas-advies heeft aangegeven dat Nederland voor maatregelen afhankelijk is van het Europese artikel 44-proces, terwijl Denemarken op grond van nationaal beleid sneller tot een verbod kan overgaan;
overwegende dat het Europese (gedeeltelijke) verbod op pfas nog lang op zich laat wachten en geen zekerheid biedt;
constaterende dat de Kamer de regering heeft gevraagd om op korte termijn nationale maatregelen tegen pfas in biociden te verkennen (28089, nr. 373);
verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze in Nederland een nationaal kader kan worden ingericht waarmee sneller kan worden ingegrepen bij pfas-houdende pesticiden, en de Kamer hierover dit jaar te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 601 (26991).
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Meulenkamp namens de VVD als laatste spreker van de zijde van de Kamer.
De heer Meulenkamp (VVD):
Dank u wel, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet werkt aan een innovatieagenda voor biotechnologie en inzet op een sterke positie van Nederland op het gebied van innovatieve voedselproductie;
overwegende dat bestaande Europese toelatingsprocedures voor microbiële culturen innovatie en investeringen onnodig kunnen vertragen;
overwegende dat voedselveiligheid daarbij onverminderd geborgd moet blijven;
verzoekt de regering zich in Europees verband in te zetten voor een proportioneel toelatingskader voor microbiële culturen en vergelijkbare biotechnologische toepassingen in de voedselketen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Meulenkamp.
Zij krijgt nr. 602 (26991).
Dank u wel. Ik kijk even hoeveel tijd de minister nodig heeft om de beantwoording voor te bereiden. Vijf minuten, zie ik, dus ik schors voor vijf minuten.
De vergadering wordt van 17.34 uur tot 17.39 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.
Termijn antwoord
Minister Hermans:
Voorzitter, dank. Ik begin met de eerste motie, op stuk nr. 598, van mevrouw Wiersma, over het registratiesysteem. Nee, volgens mij ging de eerste over de audits, toch?
De voorzitter:
De eerste motie is: verzoekt de regering de registratiesystemen van de NVWA uiterlijk binnen één jaar zodanig op orde te brengen dat …
Minister Hermans:
Dan klopt het toch. Daarover een paar dingen. De vieruursmeldplicht hebben we natuurlijk niet voor niets. Die is belangrijk om in het geval van potentiële voedselveiligheidsvraagstukken snel te kunnen ingrijpen. Die plicht is ingevoerd naar aanleiding van het fipronilincident in 2018. Toen bleek dat de informatie bij het meldingssysteem niet goed op orde was. De vieruursnorm volgt uit Europese regels. Het is een open norm en wij hebben die op vier uur gezet. Er heeft een evaluatie plaatsgevonden. Die is inderdaad wat anders dan oorspronkelijk in de opzet bedoeld was, zoals mevrouw Wiersma ook in haar motie schrijft, maar het is nog steeds een kwalitatief goede evaluatie. Dat laat onverlet dat ik het belangrijk vind dat we in overleg blijven om na te gaan of het nu allemaal werkt zoals het moet. Daar hebben we het Regulier Overleg Warenwet voor. In dat overleg zal ik nog een keer over deze vieruursplicht spreken en dan zal ik ook met de NVWA in overleg gaan over de beschikbaarheid van data. Dat gezegd hebbende is mijn verzoek aan mevrouw Wiersma om de motie even aan te houden, want dan kan ik het bespreken en dan kom ik er daarna bij de Kamer op terug.
De voorzitter:
Kunt u daar een tijdsindicatie bij geven?
Minister Hermans:
Dat snap ik; dat is een terechte vraag. Voor het herfstreces?
De voorzitter:
Ik zie mevrouw Wiersma knikken.
Minister Hermans:
Het is wel bijzonder om dat op de dag voor het zomerreces te zeggen, hè? We denken vooruit.
De voorzitter:
Maar we denken nog niet te veel aan de herfst, als u het goedvindt.
Minister Hermans:
Nee, nee, zeker niet.
De voorzitter:
Dat duurt nog even.
Op verzoek van mevrouw Wiersma stel ik voor haar motie (26991, nr. 598) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Hermans:
Dan de motie op stuk nr. 599; die gaat over de audits. We hebben in Europa een systeem dat die audits doet. Als daar meldingen uit komen, kan de Commissie voorstellen doen, bijvoorbeeld om importbeperkingen op te leggen. Dat systeem werkt op zichzelf, maar ik begrijp de zorg die mevrouw Wiersma in algemene zin uit, dus wat ik kan en zal doen, is het belang van voedselveiligheid blijven benadrukken in Europa. Als ik het verzoek om mij in te zetten voor voedselveiligheid in Europa op die manier mag lezen, krijgt de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Mag dat, mevrouw Wiersma? Dat is het geval. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 599 oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 600.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 600, van het lid Kostić, verzoekt mij om met een plan te komen om baby's te beschermen tegen pfas. Ik begrijp de zorg die door het lid Kostić is geschetst naar aanleiding van de berichtgeving gisteren. Ik hecht eraan om ook hier te zeggen dat zowel het RIVM als het Voedingscentrum zegt dat het nog steeds veilig kan. De voordelen van borstvoeding wegen op tegen de nadelen. We zijn in Europees verband bezig met dat pfas-verbod. Deze motie vraagt mij om heel specifiek met een programma voor baby's te komen. Dat ga ik niet doen. Daarom ontraad ik de motie. Het algemene beleid van het kabinet ten aanzien van pfas blijft natuurlijk gewoon staan.
De voorzitter:
Eén vervolgvraag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Het advies van het RIVM is inderdaad om borstvoeding te blijven geven, omdat het zo belangrijk is. Tegelijkertijd zegt het RIVM dat heel veel mensen al schadelijke hoeveelheden pfas in hun bloed hebben en dat er daardoor schade kan ontstaan aan zowel het ongeboren kind als aan baby's. Kan de minister dat bevestigen? Waarom kan ze dan geen maatregelen treffen als verantwoordelijke voor in ieder geval onze kwetsbare kinderen?
Minister Hermans:
De conclusies van het onderzoek stellen dat er pfas in moedermelk wordt gevonden. Dat moeders die nu borstvoeding geven of overwegen dat te gaan doen, daarvan schrikken, begrijp ik. Het advies is nog steeds: het kan; de voordelen wegen op tegen de nadelen. Intussen gaat het kabinet natuurlijk door met het al ingezette beleid op het terugdringen van pfas. Een Europees verbod is een van de maatregelen. Dat kost even tijd. Dat deel ik met het lid Kostić. Daarom zetten we in de tussentijd ook in op minder schadelijke alternatieven die je in producten kunt doen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 601.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 600: ontraden.
Ik zou willen vragen om de motie op stuk nr. 601 aan te houden. Anders is de motie ontijdig. Ik zit altijd een beetje te worstelen met wat nou de beste appreciatie is. Er loopt op dit moment vanuit LVVN een onderzoek. Ik zou het lid Kostić willen vragen om de motie even aan te houden tot dat onderzoek er is.
De voorzitter:
Is dat er in 2026, 2027, 2028?
Minister Hermans:
Dat weet ik natuurlijk niet. Dat vind ik een hele terechte vraag, maar dat weet ik niet.
De voorzitter:
Dat snap ik. Lid Kostić, bent u daartoe bereid?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik snap niet dat de minister die verantwoordelijk is voor de volksgezondheid niet weet over welke onderzoeken het gaat. Dit is precies het probleem. Deze minister moet meer voelen dat zij verantwoordelijk is, en niet LVVN, voor de gezondheid van onze kinderen en de rest van de samenleving. Mijn eigen motie, waar ik in deze motie naar verwijs, is aangenomen door de Kamer. Dat verzoek was aan het ministerie van IenW gericht. Ik vraag deze minister van Volksgezondheid om ook haar verantwoordelijkheid te nemen, net als de minister van IenW dat heeft gedaan. Ik ga de motie dus niet aanhouden.
De voorzitter:
Dan is de motie op stuk nr. 601 ontijdig. Tot slot de motie op stuk nr. 602.
Minister Hermans:
In de motie op stuk nr. 602 van de heer Meulenkamp word ik verzocht mij in Europees verband in te zetten voor een proportioneel toetsingskader. Dat kan ik doen, dus oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat, maar de minister blijft in ons midden.
De beraadslaging wordt gesloten.
(groot project) PALLAS
(groot project) PALLAS
Aan de orde is het tweeminutendebat (groot project) PALLAS (CD d.d. 24/06).
Termijn inbreng
De voorzitter:
We gaan meteen verder met het tweeminutendebat (groot project) PALLAS. Daarvoor geef ik als eerste het woord aan de heer Vervuurt namens D66.
De heer Vervuurt (D66):
Voorzitter. PALLAS is veel meer dan een nieuwe reactor. Het is een kans om Nederland voorop te laten lopen in behandelingen met medische isotopen, waar Nederlandse patiënten ook beter van worden. Maar die kans benutten we alleen als we verder kijken dan die reactor. Een sterke positie vraagt ook om onderzoek, om klinische studies, om infrastructuur en om innovatie. Dat zeg ik ook als medisch ingenieur. Alleen als die hele keten op orde is, zorgen we ervoor dat deze isotopen niet alleen in Nederland worden gemaakt, maar dat innovaties daarmee ook hier worden ontwikkeld en uiteindelijk sneller bij de patiënt terechtkomen. Daar zijn via de strategische onderzoeksagenda al hele mooie plannen voor, maar wij zouden graag zien dat de minister daar consequent en expliciet aandacht voor heeft bij alle vervolgstappen. Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat PALLAS een belangrijke investering is in de toekomst van behandelingen met medische isotopen;
overwegende dat deze investering pas maximaal maatschappelijk en economisch rendeert als naast de productie van medische isotopen ook de rest van de keten, zoals klinische studies, data-infrastructuur en dosimetrie, wordt versterkt;
verzoekt de regering om zich bij de verdere uitwerking en monitoring van project PALLAS ook expliciet in te zetten voor versterking van de gehele Nederlandse keten voor nucleaire geneeskunde, waaronder NRG PALLAS, universiteiten, umc's, regionale biotechclusters en Invest-NL, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Vervuurt en Van den Berg.
Zij krijgt nr. 47 (33626).
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Van den Berg. Ik wijs erop dat moties dienen te worden ingediend binnen de twee minuten spreektijd. Een laatste zin mag nog worden uitgesproken. Dat zeg ik tegen niemand in het bijzonder, meneer Van den Berg. Als het te lang duurt, is er vast weer een volgende mogelijkheid waarop een motie kan worden ingediend. Gaat uw gang.
De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter, of voorzitters, moet ik eigenlijk zeggen. Allereerst fijn dat ik op deze manier weer in debat mocht met minister Hermans. Hopelijk kunnen we die prettige samenwerking ook op dit vlak voortzetten. Ik heb een motie over NRG PALLAS, om het onderzoek in zijn kracht te zetten, zodat we als Nederland isotopen kunnen oogsten.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Energy & Health Campus in Petten beschikt over unieke nucleaire kennis, infrastructuur, vergunningservaring en operationele expertise via onder meer NRG PALLAS;
constaterende dat Nederlandse nucleaire start-ups, waaronder Thorizon en Allseas, werken aan geavanceerde reactorconcepten zoals gesmoltenzouttechnologie en SMR-toepassingen;
overwegende dat snelle demonstratie onder robuuste veiligheids- en vergunningseisen cruciaal is om Nederlandse nucleaire deep tech van laboratorium naar markt te brengen;
overwegende dat start-ups niet ieder onderdeel van de nucleaire keten zelfstandig kunnen opbouwen, zoals operatorcapaciteit, hot cells, materiaaltesten, stralingsbescherming, veiligheidsorganisatie en vergunningvoorbereiding;
overwegende dat Petten daarmee een logische test- en demonstratieomgeving kan zijn voor advanced nuclear met de hoogste eisen aan nucleaire veiligheid;
verzoekt de regering om de Energy & Health Campus (EHC) in Petten, in samenwerking met NRG PALLAS, EPZ, TU Delft, COVRA, Urenco, kennisinstellingen, provincies en relevante marktpartijen aan te laten sluiten bij ontwikkelingen in het Nederlandse nucleaire onderzoek, om zo ook ontwikkelingen bij Thorizon en Allseas te kunnen ondersteunen;
verzoekt de regering daarbij samen met de sector te onderzoeken wat er bijvoorbeeld op het gebied van materiaaltesten, brandstofgedrag, molten-salt-technologie, hot cells, stralingsbescherming, opleiding, pre-licensing en demonstratieprojecten aanvullend nodig is;
verzoekt de regering om voor de begrotingsbehandelingen EZK en KGG de financiële haalbaarheid van eventuele verdere ondersteuning en uitbouw van de campus ten behoeve van Nederlandse innovaties te onderzoeken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.
Zij krijgt nr. 48 (33626).
De heer Van den Berg (JA21):
Tien seconden over!
De voorzitter:
Uitstekend. U krijgt een rondje van mij vanavond. Het woord is tot slot aan mevrouw Maeijer, namens de PVV, als laatste spreker in dit tweeminutendebat.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Voorzitter. PALLAS klinkt misschien technisch, maar uiteindelijk gaat het over patiënten. Medische isotopen worden gebruikt bij diagnoses en behandelingen van bijvoorbeeld kanker. Maar we moeten ook eerlijk zijn over de risico's, want PALLAS is een groot en duur project. Bij grote projecten gaat het vaak niet in één keer mis. Het begint bijvoorbeeld met vertraging, extra werkzaamheden, een planning die opschuift en kosten die langzaam oplopen. Daarom moet de Kamer hier scherp op blijven. Ik verwacht van de minister dat zij scherp blijft en ons tijdig en proactief informeert bij ontwikkelingen.
Zoals ik aan het begin zei, gaat PALLAS over patiënten. Het gaat over isotopen die straks in PALLAS worden geproduceerd en de basis vormen voor innovatieve behandelingen, die hopelijk hun weg vinden naar Nederlandse patiënten. Ik vraag de minister om te kijken naar de keten van productie, verwerking en vergoeding, zodat zoveel mogelijk Nederlandse patiënten hier straks baat bij hebben. In het verlengde hiervan heb ik een vraag over mijn aangenomen motie over Voxzogo. Dat is een middel dat de weg naar de Nederlandse patiënt nog niet heeft gevonden. Heeft de minister de fabrikant al uitgenodigd, met als doel te komen tot indiening van het dossier bij het Zorginstituut?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors enkele ogenblikken voor de beantwoording van de minister.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord aan de minister.
Termijn antwoord
Minister Hermans:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 47 van de heer Vervuurt kan ik oordeel Kamer geven. Eén opmerking daarbij: ik deel heel erg het belang van de verschillende schakels in de keten, en dat het goed is om die goed op elkaar aan te sluiten en om de samenwerking en de afstemming te versterken. Ik heb geen middelen om de keten ook financieel te versterken. Die invulling van "versterken" kan ik niet geven bij de motie. Als de heer Vervuurt met dat eerste deel kan leven: oordeel Kamer.
De voorzitter:
Is dat het geval, meneer Vervuurt? Dat mag non-verbaal. Ja, dat is het geval. Oordeel Kamer. Tot slot.
Minister Hermans:
Dan de motie op stuk nr. 48 van de heer Van den Berg, met een omvangrijke, gedetailleerde toelichting. We werken natuurlijk nauw samen met het ministerie van KGG. Ik kan deze motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Uitstekend.
Minister Hermans:
Dan mevrouw Maeijer, die nog even het belang herhaalde van de samenwerking in de geneesmiddelenketen en ons farmaceutisch beleid, of eigenlijk moet ik zeggen: de keten van productie. Volgens mij heb ik in het debat al gezegd dat ik dat punt deel en meeneem in de verdere uitwerking van ons stelsel.
Voorzitter. Dan over de aangenomen motie over Voxzogo. Vanuit het ministerie is naar aanleiding van de motie nogmaals contact opgenomen met de leverancier, en dan heel specifiek met de vraag om het besluit om op dit moment geen dossier in te leveren te heroverwegen. We hebben ook gevraagd wat er moet gebeuren opdat de leverancier dat besluit wil gaan heroverwegen. We hebben gevraagd om daar zo spoedig mogelijk een reactie op te krijgen. Zodra ik daar meer over hoor, zal ik de Kamer daar uiteraard ook over informeren.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Zodra de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aanwezig zijn, zullen we verdergaan met het volgende tweeminutendebat. Vol verwachting klopt ons hart. We hopen dat ze snel in onze aanwezigheid verkeren.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Verward/onbegrepen gedrag en veiligheid
Verward/onbegrepen gedrag en veiligheid
Aan de orde is het tweeminutendebat Verward/onbegrepen gedrag en veiligheid (CD d.d. 09/04).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Verward/onbegrepen gedrag en veiligheid. Er zijn maar liefst drie bewindspersonen in vak K. Van harte welkom. Ik geef het woord aan mevrouw Westerveld namens PRO in de eerste termijn. Of eigenlijk: in deze termijn. Er is namelijk maar één termijn bij een tweeminutendebat. Gaat uw gang, mevrouw Westerveld.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Voorzitter. We hadden een belangrijk debat over mensen met onbegrepen gedrag. Om te voorkomen dat mensen met onbegrepen gedrag een veiligheidsprobleem worden, zouden we moeten investeren om ervoor te zorgen dat ze tijdig hulp krijgen. Daarover gaan mijn twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat momenteel ongeveer 700 personen deelnemen aan de Levensloopaanpak en ongeveer 400 mensen hiervan dakloos zijn;
overwegende dat de Levensloopaanpak bedoeld is voor mensen die agressief of potentieel gevaarlijk gedrag vertonen of dreigen te tonen;
overwegende dat het ontbreken van stabiele huisvesting risicoverhogend werkt en de effectiviteit van de aanpak ondermijnt;
verzoekt de regering om uiterlijk voor de begrotingsbehandeling van VWS van 2027 een plan op te stellen voor de realisatie van voldoende woon-zorgplekken voor de ongeveer 400 personen binnen de Levensloopaanpak die momenteel geen geschikte plek hebben, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Westerveld.
Zij krijgt nr. 805 (25424).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat mensen die een psychose doormaken soms ernstige ontwrichting ervaren en dat vroege, gespecialiseerde behandeling de kans op herstel aanzienlijk vergroot en zwaardere zorg en langdurige uitval kan voorkomen;
constaterende dat gespecialiseerde psychosezorg en vroegsignalering niet overal tijdig beschikbaar zijn en wachttijden ertoe leiden dat mensen pas hulp krijgen wanneer hun situatie verder is verslechterd of hulp zelfs uitblijft;
overwegende dat investeren in vroegtijdige specialistische behandeling niet alleen menselijk leed voorkomt, maar ook maatschappelijke kosten bespaart;
verzoekt de regering om met deskundigen een plan te maken voor een landelijk dekkend aanbod van vroegtijdige gespecialiseerde psychosezorg en daartoe opleidingsmogelijkheden en onderzoek te versterken, de kosten en baten in kaart te brengen, en de Kamer voor de begrotingsbehandeling van VWS van 2027 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Westerveld.
Zij krijgt nr. 806 (25424).
Dank u wel.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Ik krijg ook een rondje van de voorzitter?
De voorzitter:
Absoluut, ook u. U bent van harte welkom na afloop van de stemmingen. Het woord is aan mevrouw Van der Plas, namens BBB, die dat ook heel goed binnen twee minuten kan.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties, die als volgt luiden.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de aanpak van verward en onbegrepen gedrag per regio sterk kan verschillen;
overwegende dat ook inwoners van dorpen en landelijke regio's snel passende hulp moeten kunnen krijgen;
verzoekt de regering om in de landelijke aanpak te borgen dat crisisopvang, bemoeizorg en passende woon-zorg ook buiten de grote steden regionaal beschikbaar zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 807 (25424).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de politie jaarlijks zeer veel meldingen krijgt rond verward of onbegrepen gedrag;
overwegende dat mensen met psychische problemen, verslaving of acute ontregeling nu te vaak eindigen in een politiecel of op de spoedeisende hulp, terwijl zij daar niet thuishoren;
overwegende dat dit slecht is voor de betrokkene, voor de politie, voor de zorg en voor de veiligheid in wijken en dorpen;
overwegende dat agenten, hulpverleners en omwonenden vooral behoefte hebben aan direct beschikbare opvang en duidelijke doorverwijzing;
verzoekt de regering om met gemeenten en zorgaanbieders te zorgen voor voldoende 24/7-crisisopvang en time-outplekken, zodat mensen direct naar passende hulp kunnen en de politie wordt ontlast;
verzoekt de regering tevens om de Kamer in de volgende voortgangsbrief te informeren over de beschikbaarheid, de financiering en het tijdpad,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 808 (25424).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Straatman namens het CDA.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Van ons één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat er een groep mensen is met psychische of sociale kwetsbaarheden die moeite hebben om zich aan te passen aan gangbare woon- en leefregels, en dat dit in een reguliere woonomgeving kan leiden tot spanningen of overlast;
overwegende dat voor deze groep een woonvorm met meer begeleiding en een prikkelarme omgeving beter aansluit bij hun behoeften;
overwegende dat er een tekort is aan voldoende en passende woonvoorzieningen voor deze doelgroep, verspreid over Nederland;
overwegende dat er op terreinen van ggz-instellingen goede voorbeelden bestaan van passende huisvesting, zoals Skaeve Huse en vormen van beschermd en begeleid wonen;
overwegende dat passende huisvesting bijdraagt aan het verminderen van overlast in wijken en het terugdringen van inzet van politie en andere hulpdiensten;
verzoekt de regering om in samenwerking met ggz-aanbieders en andere relevante partijen in kaart te brengen welke mogelijkheden er zijn om op instellingsterreinen woonvoorzieningen zoals Skaeve Huse te realiseren voor mensen die gebaat zijn bij een meer beschutte woonomgeving met begeleiding, en hierover de Kamer te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Straatman en Tijmstra.
Zij krijgt nr. 809 (25424).
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Mathlouti namens D66.
De heer Mathlouti (D66):
Voorzitter, dank. Ik heb drie moties van de hand van D66. De eerste.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het aantal verwarde (dakloze) personen met een grote zorgbehoefte en soms overlastgevend en risicovol gedrag groeit, en er een groot tekort is aan passende woon-zorgplekken, zoals Skaeve Huse;
constaterende dat gemeenten, zorgaanbieders, politie en andere ketenpartners benadrukken dat er meer regie nodig is voor de totstandkoming van deze woon-zorgplekken;
overwegende dat geen van de betrokken partijen deze opgave zelfstandig kan oplossen en dat samenwerking en regie nodig is;
verzoekt de regering concrete doelen te stellen voor het aantal te realiseren woon-zorgplekken en met in ieder geval provincies, gemeenten, zorgaanbieders en woningcorporaties bestuurlijke afspraken te maken om deze plekken daadwerkelijk te realiseren, en de Kamer hierover periodiek te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mathlouti en Coenradie.
Zij krijgt nr. 810 (25424).
De heer Mathlouti (D66):
Voorzitter. De tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat hulpverlenende instanties uit angst voor strijd met privacywetgeving soms onnodig terughoudend zijn met het delen van informatie over personen met verward gedrag;
overwegende dat personen met verward gedrag vaak bij meerdere instanties bekend zijn en informatie-uitwisseling van grote meerwaarde kan zijn voor het organiseren van passende hulp;
verzoekt de regering in samenwerking met hulpverlenende organisaties een duidelijk en concreet handelingskader voor informatie-uitwisseling bij de aanpak van verward gedrag op te stellen om handelingsverlegenheid tegen te gaan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mathlouti.
Zij krijgt nr. 811 (25424).
De heer Mathlouti (D66):
De laatste, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het aantal meldingen van overlast door personen met verward gedrag op stations, in winkelgebieden en parken toeneemt;
constaterende dat de NS-pilot met interventiemedewerkers in Utrecht heeft geleid tot minder overlastmeldingen en een betere toeleiding naar passende zorg;
overwegende dat deze aanpak ook op andere locaties kan bijdragen aan het verminderen van overlast en het bieden van passende zorg;
verzoekt de regering te bezien hoe deze werkwijze kan worden uitgebreid en daarbij tevens in kaart te brengen op welke wijze deze aanpak kan worden toegepast op andere locaties buiten stations waar overlast door personen met verward gedrag voorkomt, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mathlouti en Mutluer.
Zij krijgt nr. 812 (25424).
Dank u wel, meneer Mathlouti. Keurig binnen de tijd ook. Het woord is aan de heer Diederik van Dijk namens de Staatkundig Gereformeerde Partij.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat mensen met verward en onbegrepen gedrag gebaat zijn bij een snelle, passende en niet onnodig politiegerichte eerste opvang;
constaterende dat de pilot Maatschappelijke Eerste Hulp (MEH) beoogt mensen met verward en onbegrepen gedrag eerder naar passende zorg en ondersteuning toe te leiden, wat een gat in de acute zorgketen oplost;
verzoekt de regering om de resultaten van de pilot Maatschappelijke Eerste Hulp (MEH) voortvarend te evalueren en, indien de pilot effectief blijkt, met gemeenten en betrokken ketenpartners te komen tot een plan voor landelijke opschaling,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 813 (25424).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
En de tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het probleem rond mensen met een combinatie van psychische problematiek, verslaving en ernstig ontregelend gedrag toeneemt;
constaterende dat het tekort aan passende voorzieningen voor beschermd wonen en intensieve woon-zorg ertoe leidt dat deze mensen tussen wal en schip raken en de druk op opvang, politie, spoedzorg en buurten verder toeneemt;
verzoekt de regering om landelijk in kaart te brengen hoeveel capaciteit aan passende woon-zorgvoorzieningen er nodig is voor de doelgroep met verward en onbegrepen gedrag, daarbij toe te werken naar landelijke richtgetallen voor de benodigde capaciteit, en de Kamer te informeren hoe de bekostiging zodanig kan worden ingericht dat ook mensen met de meest complexe problematiek passende zorg en huisvesting kunnen krijgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 814 (25424).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Dijk. Het woord is aan mevrouw Martens-America namens de VVD.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Voorzitter, ik hoorde dat u rondjes uitdeelt als je binnen de twee minuten blijft, maar wat als je geen motie indient?
De voorzitter:
O, dus u wilt er twee?
Mevrouw Martens-America (VVD):
Nee, voorzitter. Ik heb nog een verhelderende vraag. De minister van JenV is er niet, maar ik heb gelezen en vernomen dat de aanwezige ministers dit over kunnen nemen. Mijn fractie is benieuwd wanneer we de eerste resultaten kunnen verwachten van het onderzoek over de uniforme registratie van de E33-meldingen bij de politie. Kan een minister al iets zeggen over het onderzoek naar de richtlijnen waarbinnen de 112-meldingen bij de politie worden gedaan, waardoor zij efficiënter kunnen werken en deze meldingen zouden kunnen registreren?
De voorzitter:
Ik zie u later vanavond. Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Coenradie namens JA21. Gaat uw gang.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in bijvoorbeeld Rotterdam en Eindhoven wordt gewerkt met straattriages, waar de politie samenwerkt met ggz-professionals die letterlijk meerijden met de politievoertuigen om mensen met verward en onbegrepen gedrag sneller en effectiever hulp te bieden;
overwegende dat de expertise over mensen met verward en onbegrepen gedrag juist bij de zorgprofessionals ligt, de politie op deze manier juist ontlast kan worden en ook in de praktijk sneller en passender hulp geboden kan worden;
verzoekt de regering om straattriageprojecten voor mensen met verward en onbegrepen gedrag tussen de politie en ggz-professionals verder te versterken, te faciliteren en uit te breiden naar meerdere regio's,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Coenradie en Mathlouti.
Zij krijgt nr. 815 (25424).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat op verschillende locaties arrestantencomplexen zijn gesloten of op de nominatie staan om te sluiten, waardoor politieagenten steeds meer tijd kwijt zijn aan het vervoeren en overdragen van arrestanten en personen met verward of onbegrepen gedrag;
overwegende dat politiecapaciteit schaars is en agenten zo veel mogelijk beschikbaar moeten zijn voor hun kerntaken op straat;
overwegende dat personen met verward of onbegrepen gedrag of personen onder invloed soms tijdelijk moeten worden opgevangen of geobserveerd voordat passende zorg of begeleiding beschikbaar is;
verzoekt de regering te bewerkstelligen dat arrestantencomplexen die zijn gesloten of op de nominatie staan om te sluiten waar mogelijk beschikbaar blijven voor de tijdelijke opvang van personen met verward of onbegrepen gedrag, om onnodig politievervoer te voorkomen en de inzetbaarheid van agenten te vergroten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.
Zij krijgt nr. 816 (25424).
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter, tot slot. Bij het commissiedebat gaf de minister aan dat de Kamer voor de zomer een update zou ontvangen over de Rotterdamse ggz-lightpilot, naar aanleiding van mijn aangenomen motie. Kan de minister vandaag aangeven wat de stand van zaken is en wanneer de Kamer de toegezegde informatie ontvangt?
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors voor vijf minuten. Daarna gaan we naar de beantwoording van het kabinet.
De vergadering wordt van 18.06 uur tot 18.10 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister van Binnenlandse Zaken.
Termijn antwoord
Minister Heerma:
Voorzitter, u opende dit debat met de mededeling: er zitten drie bewindspersonen. Bij het commissiedebat zaten er vier.
De voorzitter:
Kijk!
Minister Heerma:
Ook daar was er de noodzaak voor enige coördinatie. Die was er net in de korte schorsing ook. Ik zal niet alleen de moties die richting BZK gaan, van een beoordeling voorzien, maar ook degene die op het terrein van VRO en van JenV liggen. Dat betekent dus dat ik de motie op stuk nr. 807, de motie op stuk nr. 810, de motie op stuk nr. 811 en de motie op stuk nr. 816 zal beoordelen. Het gaat om twee moties van BBB, twee van D66 en een van JA21. Ik zal in ieder geval een van de vragen van de VVD-fractie kunnen beantwoorden. Beide bewindspersonen van VWS zullen de rest van de moties doen.
De voorzitter:
Gaat uw gang. De motie op stuk nr. 807.
Minister Heerma:
De motie op stuk nr. 807, van BBB, vraagt om specifiek aandacht te hebben voor de regio in de landelijke aanpak. Deze motie wil ik oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 807: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 810.
Minister Heerma:
De motie op stuk nr. 810 gaat over concrete regionale doelen voor het aantal te realiseren woon-zorgplekken. Deze wil ik ook oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 810: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 811.
Minister Heerma:
De motie op stuk nr. 811 heeft betrekking op een handelingskader voor informatie-uitwisseling. Ook deze wil ik oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 811: oordeel Kamer. Tot slot de motie op stuk nr. 816.
Minister Heerma:
Namens de minister van JenV moet ik de motie op stuk nr. 816 ontraden. Ik zal daarbij een toelichting geven. Wij zien arrestantencomplexen niet als een duurzame en passende plek om mensen met verward en onbegrepen gedrag op te vangen. Agenten zijn hier ook niet voor opgeleid. Het is van belang dat mensen de juiste zorg krijgen. Als de politie met deze mensen in contact komt, is het van belang dat de politie de verantwoordelijkheid over deze mensen zo snel mogelijk overdraagt aan de juiste professionals. Indien het toch het geval is dat het nodig is, dan zien we deze uitzonderingsgevallen niet als een reden om arrestantencomplexen die voorzien zijn te sluiten, hiervoor langer open te houden.
De voorzitter:
Eén vervolgvraag, mevrouw Coenradie.
Mevrouw Coenradie (JA21):
De intentie van deze motie is ook niet dat hier een zorgfunctie achter zit. De politie heeft in die zin geen zorgfunctie. De intentie is wel om met de eerste opvang de veiligheid in de samenleving te herstellen. De behoefte vanuit de politie om een verward persoon die zij ergens tegenkomen, ergens te kunnen plaatsen, is groot. De ggz zit vaak vol. Zij blijven letterlijk rondrijden en zoeken naar dit soort locaties. Ik vraag deze minister dus toch nog een keer: wat kan eraan gedaan worden om opnieuw te kijken naar het openhouden van deze arrestantencomplexen?
Minister Heerma:
Ik heb de toelichting gegeven die ik heb meegekregen vanuit het ministerie van JenV. Het is niet nodig om deze arrestantencomplexen hiervoor open te houden. Het is niet gepast voor deze mensen.
De voorzitter:
Dank u wel.
Minister Heerma:
Dan zou ik nog één vraag beantwoorden. Dat is de vraag met betrekking tot de E33-meldingen. Dat klopt; ik zie geknik. Er wordt op zeer korte termijn een voorlopige tussenrapportage verwacht. De definitieve rapportage komt eind dit jaar. Zodra die er is, zal de Kamer erover geïnformeerd worden.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Het woord is aan de minister van … Langdurige Zorg! O, nee, VWS. Ik haal u weer door elkaar.
Minister Sterk:
Wat u wilt, voorzitter. Wat u wilt!
De voorzitter:
U bent met elkaar ook zo één en uitwisselbaar. Dat is het mooie van de eenheid van kabinetsbeleid. Gaat uw gang.
Minister Sterk:
Absoluut, voorzitter. De motie op stuk nr. 805 is de motie van mevrouw Westerveld. Wij steunen de strekking en we zullen in de zomerbrief, die in september komt, terugkomen op hoe we meer plekken willen gaan realiseren. Maar u heeft er wel een behoorlijke concreetheid in, dus daarom vind ik 'm eigenlijk ontijdig. De appreciatie is "ontijdig".
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 805: ontijdig. Dan de motie op stuk nr. 806.
Minister Sterk:
Nee, de motie op stuk nr. 809, voorzitter.
De voorzitter:
O, de motie op stuk nr. 809.
Minister Sterk:
Ja, dat is dan het gevolg. Die motie krijgt oordeel Kamer. We zijn ermee bezig en we onderschrijven het belang van die passende woon- en woon-zorgplekken. De gevraagde inzet sluit ook aan bij de gezamenlijke aanpak van VWS en VRO.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 809: oordeel Kamer.
Minister Sterk:
Dan ten slotte de motie op stuk nr. 814 van de heer Van Dijk. Het verzoek is om dat landelijk in kaart te brengen. Dat kan ik, maar ik zou de motie wel graag iets breder willen interpreteren, namelijk als een verzoek om voor de doelgroep van mensen met verward en onbegrepen gedrag ook kwalitatief onderzoek te doen naar de benodigde woon-zorgeisen die belangrijk zijn voor gemeenten en projectontwikkelaars. Daarvoor heb ik ook contact met de minister van VRO, omdat zij in het kader van de Taskforce Versnelling Woningbouw inzet op de inpassing van deze aandachtsgroep in de Nederlandse woonopgave. Als ik de in de motie genoemde richtgetallen mag interpreteren als benodigde aantallen woon-zorgplekken in het kader van de maatschappelijke bouwopgave, kan ik dat toezeggen. Dan wil ik dat ook graag betrekken bij mijn gesprekken met de minister en kan ik de motie de appreciatie "oordeel Kamer" geven.
De voorzitter:
Ik zie de heer Diederik van Dijk knikken. Met die interpretatie krijgt de motie op stuk nr. 814 oordeel Kamer. Waren dat de moties voor u?
Minister Sterk:
Ja, voorzitter.
De voorzitter:
Mevrouw Westerveld heeft één vervolgvraag, ik denk over de motie op stuk nr. 805. Gaat uw gang.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Dat klopt. De motie is namelijk ontijdig verklaard, maar het probleem is nu en het probleem van mensen met onbegrepen gedrag wordt alleen maar groter. Ook deze groep wordt groter. Daarom begrijp ik de appreciatie niet.
Minister Sterk:
Het probleem is groot, en daarom zijn we ook bezig met een plan. Ik kom in september met een voorstel over de manier waarop wij denken dat we het kunnen gaan invullen en oplossen.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Minister Hermans:
Voorzitter, dank u wel. Dan blijven voor mij de moties op de stukken nrs. 806, 808, 812, 813 en 815 over.
Ik begin met de motie op stuk nr. 806 van mevrouw Westerveld over de psychosociale zorg. O sorry, ik bedoel de psychosezorg. Ik had het vanmiddag in een heel ander verband over de psychosociale zorg, excuus, maar de motie gaat over de psychosezorg. Daar hebben we het in het debat ook over gehad, dus ik snap heel goed waar de motie vandaan komt. Ik werk op dit moment, samen met de minister van Langdurige Zorg, aan onze aanpak op ggz en mentale gezondheid, ook in reactie op het ibo dat vorig jaar verschenen is. Een apart plan voor psychosezorg moet ik dus ontraden, maar als ik de motie zo mag lezen dat ik het betrek bij onze beleidsreactie op het ibo, zal ook deze vorm van zorg daar een onderdeel van uitmaken. Maar ik ga niet een apart plan maken.
De voorzitter:
Ik kijk even of dat mag. Dat is het geval. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 806 oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 808.
Minister Hermans:
Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 808. Ik wil graag even in algemene zin iets zeggen over de moties op de stukken nrs. 808, 812, 813 en 815. Die schetsen namelijk allemaal goede voorbeelden die op dit moment lokaal en regionaal plaatsvinden om met het vraagstuk van verward en onbegrepen gedrag om te gaan, ook specifiek naar wat je lokaal ziet gebeuren. Er was een mooi Rotterdams voorbeeld van mevrouw Coenradie. Voor al die vier voorbeelden, dus het NS-voorbeeld, de maatschappelijke eerste hulp van de heer Van Dijk, de 24 uursopvang en de straattriage, geldt dat het allemaal goede voorbeelden zijn waar we nu, met al die andere voorbeelden in het land, de werkbare elementen uit destilleren. Op basis daarvan kunnen we aan het einde van het jaar besluiten hoe het vervolg van het programma Grip op Onbegrip eruitziet en hoe we de financiering die daarvoor vanaf 2028 beschikbaar is, gaan inzetten. Als ik zo naar de verschillende moties mag kijken dat ik die verschillende initiatieven, dus ook de maatschappelijke eerste hulp en de NS — ik zal ze niet alle vier herhalen — op die manier in de besluitvorming betrek, dan kan ik zowel de motie op stuk nr. 808, de motie op stuk nr. 812, de motie op stuk nr. 813 als de motie op stuk nr. 815 oordeel Kamer geven. Dan gaat het dus mee in de financiering die we hebben voor het vervolg van Grip op Onbegrip.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, mevrouw Coenradie, meneer Diederik van Dijk, meneer Mathlouti? Dat is het geval. Dan krijgen de moties op de stukken nrs. 808, 812, 813 en 815 met die interpretatie oordeel Kamer.
Minister Hermans:
Dan heb ik nog een vraag van mevrouw Coenradie over de Rotterdamse pilot. Ik stuur heel binnenkort — ik denk dat dat net na het weekend wordt — nog een brief met de laatste stand van zaken op een aantal ontwikkelingen in de ggz. Daarbij zit ook de stand van zaken van dit initiatief.
Voorzitter. Dan nog een vraag van mevrouw Martens. Dat is eigenlijk in lijn met het antwoord van de minister van Binnenlandse Zaken. Zowel de uniforme registratie als de richtlijn lopen mee in hetzelfde traject. Dat loopt via de minister van Justitie. Daar zullen we de Kamer aan het eind van het jaar over informeren.
De voorzitter:
Ik dank de ministers voor hun aanwezigheid in het parlement en ik wens hun alle drie een hele goede en rustige zomer toe. Dank u wel.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Zodra de minister van Infrastructuur en Waterstaat aanwezig is, gaan we verder met het tweeminutendebat Verkeersveiligheid. Ik schors tot hij in vak K plaatsneemt.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Verkeersveiligheid
Verkeersveiligheid
Aan de orde is het tweeminutendebat Verkeersveiligheid (CD d.d. 21/05).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en heet van harte welkom in het parlement de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Ik geef het woord aan de heer Goudzwaard voor zijn inbreng namens JA21 tijdens het tweeminutendebat Verkeersveiligheid. Het zomerregime geldt. Dat betekent zeer beperkte interruptietijd en dat moties binnen twee minuten moeten worden ingediend.
Mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Ik heb vanwege overlappende debatten het commissiedebat zelf niet kunnen bijwonen, maar ik wil graag het tweeminutendebat doen. Ik wil de leden dus vragen of zij daarmee akkoord zijn.
De voorzitter:
Ik kijk of daar hartgrondige bezwaren tegen zijn. Ik zie van duimen tot door de vingers zien. U wordt toegevoegd aan de sprekerslijst, mevrouw Van der Plas.
Meneer Goudzwaard, gaat uw gang.
De heer Goudzwaard (JA21):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat extreem roekeloos rijgedrag met dodelijke afloop of zwaar blijvend letsel als gevolg onherstelbaar leed veroorzaakt voor de slachtoffers en nabestaanden;
constaterende dat de maximale duur van een rijontzegging in dergelijke gevallen in de praktijk beperkt kan zijn, waardoor veroordeelden na verloop van tijd weer bevoegd kunnen zijn een motorrijtuig te besturen;
overwegende dat deelname aan het gemotoriseerde verkeer geen vanzelfsprekend recht is, maar een verantwoordelijkheid die bij ernstig misbruik langdurig of blijvend kan worden beperkt;
verzoekt de regering in overleg met de minister van Justitie en Veiligheid te bezien of de wettelijke mogelijkheden voor langdurige of permanente ontzegging van de rijbevoegdheid bij roekeloos rijgedrag met dodelijke afloop of zwaar blijvend letsel als gevolg kunnen worden verruimd, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Goudzwaard en Flach.
Zij krijgt nr. 1231 (29398).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat illegale fatbikes voornamelijk via e-commerce worden aangeschaft;
constaterende dat er met platforms als Marktplaats en Bol afspraken zijn gemaakt om advertenties voor illegale fatbikes te verwijderen;
overwegende dat ook op e-commerceplatforms als TikTok Shop, AliExpress en Facebook Marketplace veel illegale fatbikes worden verkocht;
verzoekt de regering om ook met deze e-commerceplatforms het maken van vergelijkbare afspraken zoals die al gemaakt zijn met Bol en Marktplaats, na te streven;
verzoekt de Kamer te informeren over de voortgang,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Goudzwaard en Flach.
Zij krijgt nr. 1232 (29398).
De heer Goudzwaard (JA21):
De laatste.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er vanwege corruptie bij douaniers in de Port of Piraeus honderdduizenden illegale fatbikes de Europese markt binnen zijn gekomen;
constaterende dat recentelijk de EU-richtlijn inzake de bestrijding van corruptie is aangenomen;
overwegende dat het aanzienlijk lastiger is om op te treden tegen illegale fatbikes nadat deze binnen de interne markt zijn gekomen;
verzoekt de regering om bij de mede-EU-lidstaten het belang van corruptiebestrijding binnen douanediensten te blijven benadrukken;
verzoekt de regering voortvarend aan de slag te gaan met de implementatie van de nieuwe EU-richtlijn inzake de bestrijding van corruptie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Goudzwaard.
Zij krijgt nr. 1233 (29398).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Bikkers namens de VVD.
De heer Bikkers (VVD):
Dank u wel, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat artikel 28 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 bepaalt dat geluidssignalen uitsluitend mogen worden gebruikt ter afwending van dreigend gevaar;
constaterende dat oneigenlijk gebruik van de claxon, onder meer bij bruiloften, voetbalvieringen en door gebruikers van voertuigen zoals auto's en fatbikes, regelmatig voorkomt en leidt tot geluidsoverlast, irritatie en normvervaging in het verkeer;
overwegende dat verkeersregels niet vrijblijvend zijn en overtredingen consequent moeten worden gehandhaafd;
verzoekt de regering om in samenwerking met politie en het ministerie van Justitie en Veiligheid te komen tot een steviger handhavingsaanpak op oneigenlijk gebruik van geluidssignalen;
verzoekt de regering tevens om de sancties op oneigenlijk gebruik van de claxon aan te scherpen, bijvoorbeeld door hogere boetes en bij herhaald misbruik, bijvoorbeeld drie overtredingen binnen één jaar, een punt op het rijbewijs,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikkers, Goudzwaard, Heutink en Keijzer.
Zij krijgt nr. 1234 (29398).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat gemeenten een sleutelrol spelen bij de uitvoering van verkeersveiligheidsmaatregelen, onder andere via de Investeringsimpuls Verkeersveiligheid;
constaterende dat gemeenten kampen met capaciteitsproblemen, waaronder een tekort aan verkeerskundige expertise, waardoor middelen niet altijd optimaal worden benut;
overwegende dat een doelmatige inzet van beschikbare middelen vraagt om voldoende uitvoeringskracht bij gemeenten;
verzoekt de regering om in overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten in kaart te brengen welke knelpunten er zijn in de capaciteit van verkeerskundigen bij gemeenten en welke oplossingen mogelijk zijn om deze te versterken, zodat middelen voor verkeersveiligheid effectiever en efficiënter kunnen worden ingezet, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bikkers.
Zij krijgt nr. 1235 (29398).
Dank u wel. Het woord is aan de heer De Hoop namens PRO.
De heer De Hoop (PRO):
Voorzitter. Ik heb twee vragen en één motie. Tijdens het debat vroegen collega Stoffer en ik nadrukkelijk aan het kabinet om er in september voor te zorgen dat het SWOV haar belangrijke werk onverkort kan voortzetten. Ik proefde hier best wel veel steun voor. Ook de minister onderstreepte echt het belang van het SWOV. Ik hoop dus dat we dat zonder moties af kunnen doen en dat de minister zich daar ook persoonlijk voor in gaat zetten.
Ik ben benieuwd naar de uitvoering van mijn motie over het alcoholslot en het verzoek dat in zowel het strafrecht als het bestuursrecht te verankeren als een rehabilitatiemaatregel en niet als een alternatieve straf. De beloofde brief is er nog niet gekomen, maar ik ben benieuwd waar we nu staan en hoe het overleg met het ministerie van JenV verloopt.
Dan heb ik nog één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat een steeds grotere variatie van gemotoriseerde voertuigen onze wegen en fietspaden bevolkt en dat het aantal ongelukken en de ernst van het letsel toenemen;
overwegende dat de politie moeite heeft met handhaving en dat specifieke regels voor gebruikers van specifieke modellen vooral leiden tot uitwijkgedrag en nieuwe modellen;
verzoekt de regering om te onderzoeken wat de gevolgen voor verkeersveiligheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid zijn voor politie, RDW en andere instanties als we alle gemotoriseerde kleine voertuigen als brommer aanmerken en hier brommerregels op toepassen, ongeacht voertuigtype of gebruiker,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid De Hoop.
Zij krijgt nr. 1236 (29398).
De heer De Hoop (PRO):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Jumelet namens het CDA. Gaat uw gang.
De heer Jumelet (CDA):
Voorzitter. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat opzettelijk excessief verkeerslawaai door extreem rijgedrag en illegale of manipuleerbare aanpassingen aan auto's en motoren veel overlast veroorzaakt voor omwonenden;
constaterende dat gemeenten zicht hebben op klachten en overlasthotspots, maar voor technische voertuigcontrole, bewijswaarde, kentekengegevens en sanctionering afhankelijk zijn van landelijke kaders en ketenpartners;
overwegende dat gemeenten nu onvoldoende praktische handvatten hebben om klachten, hotspots, bewijsvoering en technische vervolgcontrole goed aan elkaar te koppelen;
overwegende dat een uniforme werkwijze gemeenten kan helpen, omdat ze dan niet ieder afzonderlijk juridische, technische en bewijsrechtelijke vragen hoeven uit te werken;
verzoekt de regering om met VNG, OM, politie en RDW een praktisch landelijk stappenplan op te stellen voor de lokale aanpak van opzettelijk excessief verkeerslawaai;
verzoekt de regering daarin een eenvoudige werkwijze op te nemen waarmee handhavers bij een redelijk vermoeden van illegale geluidsaanpassing een voertuig kunnen laten oproepen voor een RDW-keuring, met duidelijke criteria voor vastlegging, bewijs en vervolg bij niet verschijnen of niet voldoen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jumelet, Bikkers en Stoffer.
Zij krijgt nr. 1237 (29398).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van Brenk namens 50PLUS.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het erop lijkt dat scootmobielen zijn ondervertegenwoordigd in de ongevalsregistratie;
overwegende dat het voor de verkeersveiligheid van deze groep van belang is dat er een realistisch beeld bestaat inzake ongevallen;
verzoekt de regering alles op alles te zetten om de onderregistratie van scootmobielen in de ongevalsregistratie tegen te gaan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Brenk en Van Brenk.
Zij krijgt nr. 1238 (29398).
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter. Dan als laatste. Er zijn veel ongevallen met scootmobielen door een verkeerde behandeling, doordat mensen in het model knijpen in plaats van loslaten als er een ongeval is. Daarom heb ik de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat 42% van de verkeersdoden 70 jaar of ouder is en dat het ook iets vaker lijkt te gaan om ongevallen met scootmobielen;
overwegende dat er een onderregistratie lijkt te bestaan in de ongevallencijfers voor wat betreft scootmobielen;
overwegende dat het belangrijk is voor veilig gebruik van een scootmobiel dat er een duidelijke gebruiksinstructie wordt gegeven bij start gebruik en dat een basisinstructie niet voor iedere gebruiker voldoende is;
verzoekt de regering zich bij gemeenten hard te maken voor meer aandacht voor een gebruikersinstructie van scootmobielen, om zo de ongevallencijfers omlaag te brengen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Brenk en Van Brenk.
Zij krijgt nr. 1239 (29398).
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter. Wij hebben ooit een motie ingediend om een noodknop te maken, zodat mensen als zij iets zien, op de knop kunnen drukken en het apparaat stil komt te staan. Ik zou de minister willen vragen om er toch nog een keertje over na te denken of dat niet bij de leveranciers tussen de oren kan komen.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Brenk. Het woord is aan de heer Flach van de Staatkundig Gereformeerde Partij.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel. De SGP wil graag een snelle invoering van het alcoholslotprogramma, graag in zowel het straf- als het bestuursrecht. De minister zegt dat dat niet kan. Ik heb een artikel uit het Nederlands Juristenblad gezien waarin op basis van jurisprudentie aangegeven wordt dat het, als je het wettelijk goed regelt, wel mogelijk is. Dat is sowieso wel goed, denk ik. Wil de minister in zijn verkenning of in een aparte brief expliciet reageren op dit artikel? Onze oproep daarbij is: benut de mogelijkheden die er zijn om het alcoholslotprogramma zo breed mogelijk in te zetten.
In het voorjaar is een motie van mijn collega's Van Dijk en Stoffer aangenomen waarin de regering verzocht is om in overleg met gemeenten en provincies een integrale aanpak op te stellen voor het verkeersveiliger maken van Nederland, inclusief een financiële paragraaf, met vooral een streep onder het laatste. Ik herinner de minister graag aan de uitvoering van die motie. Laten we met elkaar de schouders zetten onder bijvoorbeeld een opvolging van de Investeringsimpuls Verkeersveiligheid.
Tot slot. De SGP maakt zich grote zorgen over het voorstel om de terugkeurprocedure af te schaffen. Daarover gaat de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet het voornemen heeft de terugkeurprocedure af te schaffen;
overwegende dat dit voorstel grote gevolgen kan hebben voor gangbaar gebruik van caravans, campers en aanhangers, maar ook van andere voertuigcategorieën, zoals brandweervoertuigen en voertuigen voor gladheidsbestrijding;
overwegende dat in omliggende landen terugkeuren nog steeds mogelijk is;
verzoekt de regering in overleg te gaan met betrokken sectororganisaties, een impactanalyse uit te laten voeren naar de gevolgen van het genoemde voorstel, te onderzoeken wat alternatieve opties zijn voor aanpak van de problematiek, de Kamer hierover te informeren en geen onomkeerbare stappen te zetten tot de Kamer zich hierover heeft kunnen uitspreken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Flach, Stoffer en Goudzwaard.
Zij krijgt nr. 1240 (29398).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Prickaertz van de PVV.
De heer Prickaertz (PVV):
Dank, voorzitter. Ik heb een drietal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat overlast rondom fatbikes niet wordt veroorzaakt door de fatbike zelf, maar door de gebruikers hiervan;
verzoekt de regering om het tuig dat regels overtreedt op de fatbikes keihard aan te pakken;
verzoekt de regering het gebruik van elektrische fietsen onder jongeren te ontmoedigen door een minimumleeftijd van 14 jaar en een helmplicht tot 18 jaar voor alle elektrische fietsen in te voeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Prickaertz.
Zij krijgt nr. 1241 (29398).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat op verschillende wegen de straatverlichting gedurende de nachtelijke uren wordt uitgeschakeld om milieudoelstellingen te halen;
verzoekt de regering af te zien van maatregelen die de verkeersveiligheid verminderen onder het mom van energiebesparing of milieudoelstellingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Prickaertz.
Zij krijgt nr. 1242 (29398).
De heer Prickaertz (PVV):
De minister gaat heel blij zijn met de laatste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het belangrijkste argument om de maximumsnelheid op snelwegen niet te verhogen ligt aan de geluids- en stikstofnormen;
constaterende dat er steeds meer elektrische en hybride auto's op de weg zijn, waardoor dit argument ook steeds minder opgaat;
verzoekt de regering om waar mogelijk de maximumsnelheid op snelwegen te verhogen naar 140 kilometer per uur,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Prickaertz.
Zij krijgt nr. 1243 (29398).
Dank u wel. Dit leidt inderdaad tot een hele hoop emoties bij de minister, meneer Prickaertz. Dank u wel daarvoor. Het woord is aan de heer Van Leijen van D66. Gaat uw gang.
De heer Van Leijen (D66):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland streeft naar nul verkeersslachtoffers in 2050;
constaterende dat ambulancedata, ontsloten via VeiligheidNL, zicht geven op verkeersslachtoffers en ongevalslocaties die in de bestaande databronnen ontbreken, juist bij kwetsbare verkeersdeelnemers zoals fietsers en ouderen;
constaterende dat de financiering voor het ontsluiten van deze data, een bedrag van circa €500.000 per jaar, na 2026 niet is geborgd;
overwegende dat wegbeheerders deze data nodig hebben om risicolocaties en risicogroepen te identificeren en daar gericht maatregelen op te nemen;
verzoekt de regering om voor de financiering van de ontsluiting van ambulancedata voor de komende jaren, ten bedrage van circa €500.000 per jaar, zich in te zetten voor een gedeelde financiering door het Rijk en medeoverheden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Leijen en Jumelet.
Zij krijgt nr. 1244 (29398).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat SPI's vroegtijdig inzicht geven in risico's voor de verkeersveiligheid, zoals snelheidsovertredingen, gevaarlijke kruispunten en onveilige fietspaden;
overwegende dat juist door te sturen op risico's ongevallen kunnen worden voorkomen;
overwegende dat er nu geen concrete doelen voor verkeersveiligheid zijn voor het IenW-beleid;
verzoekt de regering om bij het vaststellen van de IenW-begrotingsdoelen concrete en meetbare tussendoelen voor de verkeersveiligheid te formuleren waarbij de vastgestelde SPI's zo veel mogelijk worden benut, zodat de voortgang van het verkeersveiligheidsbeleid beter kan worden gevolgd en waar nodig tijdig kan worden bijgestuurd, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Leijen.
Zij krijgt nr. 1245 (29398).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet de herinvoering van het alcoholslot uitwerkt langs de strafrechtelijke route;
overwegende dat de Raad van State het alcoholslotprogramma in 2015 liet stranden bij een gebrek aan een wettelijke regeling van de samenloop tussen straf- en bestuursrecht en een individuele evenredigheidstoets;
overwegende dat het alcoholslot sindsdien aanzienlijk goedkoper is geworden, waardoor het punitieve karakter afneemt, en dat oplegging via het bestuursrecht een groter bereik kent en dan de kosten op de bestuurder kunnen worden verhaald;
overwegende dat er behoefte bestaat aan onafhankelijke advisering door de Afdeling advisering van de Raad van State;
verzoekt de Voorzitter van de Tweede Kamer de Afdeling advisering van de Raad van State om voorlichting te vragen over de vraag of en onder welke wettelijke voorwaarden herinvoering van het alcoholslot in het bestuursrecht juridisch houdbaar en evenredig kan worden vormgegeven, mede gelet op de gewijzigde kostenomstandigheden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Leijen.
Zij krijgt nr. 1246 (29398).
Dank voor dit cadeau.
De heer Van Leijen (D66):
Nog een seconde over. Zo!
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Leijen. Uitstekend. Het woord is aan mevrouw Van der Plas als laatste spreker van de zijde van de Kamer in dit tweeminutendebat.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in Spanje voor de meeste verkeersboetes, met uitzondering van zware overtredingen en verkeersmisdrijven, een korting van 50% geldt wanneer deze binnen twintig kalenderdagen worden betaald, waarbij degene die betaalt afziet van het recht op bezwaar;
constaterende dat het CJIB, het Centraal Justitieel Incassobureau, heeft aangegeven dat de meeste mensen hun verkeersboetes wel willen betalen, maar dat ze hogere boetes minder snel kunnen betalen;
overwegende dat een korting bij snelle betaling mensen kan stimuleren hun boete tijdig af te handelen en kan voorkomen dat boetes door verhogingen verder oplopen;
verzoekt de regering te onderzoeken of en hoe in Nederland naar Spaans voorbeeld 50% korting kan worden gegeven op verkeersboetes die binnen twintig dagen worden betaald, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandelingen te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 1247 (29398).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat via onlinehandel fatbikes worden verkocht die niet aan de geldende regels voldoen en feitelijk functioneren als ongekeurde bromfiets;
verzoekt de regering in de verdere uitwerking van de fatbikeaanpak concrete maatregelen op te nemen waarmee de import en verkoop van illegale fatbikes en opvoersets kan worden gestopt voordat deze op de Nederlandse weg terechtkomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 1248 (29398).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een niet-betaalde verkeersboete eerst met 50% en daarna met 100% wordt verhoogd, waardoor een boete van €100 kan oplopen tot €300;
overwegende dat deze verhogingen niet altijd in verhouding staan tot de oorspronkelijke boete en betalingsproblemen verder kunnen vergroten;
constaterende dat het CJIB, het Centraal Justitieel Incassobureau, heeft aangegeven dat de meeste mensen hun verkeersboete willen betalen, maar dat ze hogere boetes minder snel kunnen betalen;
constaterende dat de Kamer eerder heeft uitgesproken dat deze verhogingen omlaag moeten, maar dat hieraan nog geen uitvoering is gegeven;
verzoekt de regering bij de begroting voor 2027 met een concreet voorstel te komen voor een substantiële en proportionele verlaging van de verhogingen bij verkeersboetes en daarbij aan te geven wanneer deze verlaging kan worden ingevoerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 1249 (29398).
Dank u wel.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Alstublieft.
De voorzitter:
Ik schors vijf minuten voor de beantwoording door de minister.
De vergadering wordt van 18.38 uur tot 18.43 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister. Mag ik de leden verzoeken hun plaatsen weer in te nemen?
Termijn antwoord
Minister Karremans:
Dank, voorzitter. Ik ga zo snel mogelijk door de moties heen. Een aantal moties zal ik appreciëren namens de minister van JenV, die hier vandaag niet is maar wel met mij het commissiedebat heeft gedaan. Dat zal ik dan ook aangeven.
De motie op stuk nr. 1231 is van de heer Goudzwaard. Die motie kan ik namens mijn collega van JenV oordeel Kamer geven. Hij zal in het kader van de lopende evaluatie van de Wet aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten de behoefte aan een verruiming van de maximale duur van de rijontzegging meenemen. Tot nu toe zijn er echter geen signalen dat hier in de praktijk behoefte aan is en dat een langere rijontzegging ook daadwerkelijk opgelegd zal worden. Maar de motie heeft oordeel Kamer, met die opmerking.
Dan de motie op stuk nr. 1232. Die krijgt ook oordeel Kamer. Samen met de Europese Commissie werken we nu aan een beter toezicht op de verkoop van illegale en onveilige producten op grote onlinemarktplaatsen uit het buitenland, bijvoorbeeld AliExpress. Daar zijn al afspraken over gemaakt en daarom is deze motie ondersteuning van beleid; oordeel Kamer dus.
De motie-Goudzwaard op stuk nr. 1233. Ook namens de minister van JenV: oordeel Kamer. Die is ook in lijn met huidig beleid.
Dan de motie van de heer Bikkers op stuk nr. 1234 over toeteren. De minister van JenV gaat verkennen hoe het oneigenlijk gebruik van geluidssignalen steviger aangepakt kan worden. Daarmee geef ik namens de minister van JenV deze motie oordeel Kamer.
Dan de motie op stuk nr. 1235: ook oordeel Kamer. Die gaat over de capaciteit van gemeenten.
Ik ga even kijken ...
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1236, van De Hoop.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1236 is van De Hoop. Ik verzoek om die aan te houden. In lijn met eerdere toezeggingen aan het lid De Hoop onderzoeken we al de mogelijkheid om alle kleine gemotoriseerde voertuigen onder het LEV-kader te brengen en we willen dit onderzoek graag eerst afronden. De uitkomsten daarvan nemen we graag mee in het vervolg na de zomer van de aanpak fatbikes. Om die reden verzoek ik om 'm aan te houden.
De voorzitter:
Is de heer De Hoop daartoe bereid? Ja.
Op verzoek van de heer De Hoop stel ik voor zijn motie (29398, nr. 1236) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Karremans:
Dank. De motie op stuk nr. 1237 verzoekt de regering een eenvoudige werkwijze op te nemen waarmee handhavers bij een redelijk vermoeden van illegale geluidsaanpassing een voertuig kunnen laten oproepen voor een RDW-keuring, met daarin duidelijke criteria voor vastlegging, bewijs en het vervolg bij niet verschijnen of niet voldoen. Als wethouder was dit overigens echt een passie van mij, zeg ik tegen de heer Jumelet. Als ik dit kan onderzoeken, wil ik de motie dus oordeel Kamer geven. Ik weet niet of dit kan, dus dat moeten we echt even onderzoeken. Met die uitleg kan ik de motie oordeel Kamer geven, anders niet.
De voorzitter:
De heer Jumelet stemt daarmee in, dus de motie op stuk nr. 1237 krijgt oordeel Kamer.
Minister Karremans:
Dank.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1238.
Minister Karremans:
Dat was de motie op stuk nr. 1238, toch?
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1238 is van mevrouw Van Brenk en gaat over scootmobielen.
Minister Karremans:
Scootmobielen, kijk. Ja, de motie op stuk nr. 1238. Die heb ik hier. Het antwoord op de vraag is dat we dat inderdaad in de oren van de producenten proberen te knopen. Ik geef de motie op stuk nr. 1238 verder oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1239.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1239: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1240.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1240: oordeel Kamer. Wij gaan na wat de gevolgen zijn van het huidige conceptvoorstel en wat de mogelijke alternatieven zijn. Ik zal de Kamer daarover informeren en geen onomkeerbare stappen zetten, zeg ik tegen de heer Flach.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1241.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1241 is van de heer Prickaertz. Even kijken. Die gaat over een helmplicht voor fatbikes en e-bikes. Ik ontraad 'm, want we zijn bezig met de aanpak rondom fatbikes. We zijn nog bezig om uit te zoeken wat de minimumleeftijd moet zijn. De helmplicht tot 18 jaar komt er al per september 2027. Dat is dus waar de heer Prickaertz om vraagt, maar ik ga de motie wel ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1241: ontraden. De motie op stuk nr. 1242.
Minister Karremans:
Hetzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 1242. Het gaat niet alleen om het milieu of om energiebesparing, maar ook om kostenbesparing.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1243.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1243 is ook ontraden.
Dan moet ik even kijken. Ik denk dat na de motie op stuk nr. 1243 de motie op stuk nr. 1244 komt. Dat is zomaar mijn inschatting.
De voorzitter:
O, u heeft het weer zo scherp in beeld.
Minister Karremans:
Ja, je wordt niet voor niets minister.
De voorzitter:
Dat is de motie-Van Leijen/Jumelet.
Minister Karremans:
Ja. Nou, in dat geval ... Ik zit even te kijken ... Ja, daar is-ie. Die motie gaat over de ambulancedata. Die kan ik oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1244: oordeel Kamer.
Minister Karremans:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 1245 over de SPI's. Die geef ik oordeel Kamer. Ik ben het daar zeer mee eens. Dat komt eraan.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1246.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1246 …
De voorzitter:
Ja, die is aan …
Minister Karremans:
Ja, die is aan u gericht.
De voorzitter:
Ik geleid die door naar het Presidium.
Minister Karremans:
Hoe apprecieert u die? Kunt u wat sneller appreciëren, alstublieft?
De voorzitter:
Hahaha! De motie op stuk nr. 1247.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1247 is van mevrouw Van der Plas. Die gaat over de fatbikeaanpak.
De voorzitter:
Nee, die gaat over het Spaanse voorstel waarmee je korting krijgt als je snel betaalt.
Minister Karremans:
O, ja. Die motie gaat over verkeersboetes met korting. Ja, precies. Die moet ik namens de minister van JenV ontraden, want dat heeft een enorm budgettair gevolg.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1248.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 1248. Die gaat over …
De voorzitter:
De fatbikeaanpak.
Minister Karremans:
De fatbikeaanpak, ja. Die kan ik oordeel Kamer geven. Tenminste, dat zeg ik wel, maar ik zoek even de appreciatie op. Ik zit gelijk mijn administratie even bij te werken hier. Eens even kijken. Ja, hier. De motie op stuk nr. 1248 over fatbikes krijgt inderdaad oordeel Kamer.
De voorzitter:
Tot slot de motie op stuk nr. 1249.
Minister Karremans:
Dat is …
De voorzitter:
Die gaat over de verlaging van de verkeersboetes.
Minister Karremans:
Ja, die moet ik om diezelfde reden budgettaire reden ontraden.
De voorzitter:
Dan heeft mevrouw Van der Plas één interruptie op de motie op stuk nr. 1247.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, de motie op stuk nr. 1247. Het is een hartstikke goed idee om dit te onderzoeken. Mensen betalen binnen twintig dagen en kunnen dan korting krijgen. Dat stimuleert mensen misschien wel om de boetes te betalen. Ik vraag niet om dat in te voeren. Ik vind de appreciatie dus heel raar. U zegt dat het heel veel grote budgettaire gevolgen gaat hebben, maar mijn verzoek is om te onderzoeken óf en, zo ja, hoe in Nederland naar Spaans voorbeeld … Dus het is gewoon …
De voorzitter:
Een onderzoek, ja.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
We kijken zo vaak naar voorbeelden uit het buitenland, waarvan we dan denken dat wij er misschien ook wel wat mee kunnen. Dat is dus mijn vraag.
Minister Karremans:
Ik vrees dat als je hier budgettair neutraal uit wil komen, je eerst de boetes moet gaan verhogen om vervolgens die korting te gaan geven. Dat is natuurlijk ook niet gewenst. Ik heb nu de appreciatie namens de minister van JenV voor me. Ik stel voor dat ik die ook even netjes voorlees.
De voorzitter:
Ja.
Minister Karremans:
Dat is de appreciatie namens de minister en staatssecretaris van JenV, moet ik zeggen. Zij achten een verlaging van de boetes met 50% niet wenselijk omdat van de boetes ook voldoende afschrikwekkende werking uit moet blijven gaan. Dat zit er natuurlijk ook in. "De verlaging van 50% heeft mogelijk negatieve gevolgen voor het naleefgedrag ten aanzien van de verkeersveiligheid." De argumenten zijn dus niet alleen budgettair, maar ook dat is een argument. "Voor een verlaging van boetes die binnen twintig dagen worden betaald, zal bovendien dekking worden gezocht op de begroting van JenV. Deze dekking is er niet. Daarom heeft een onderzoek weinig zin." Dat is het financiële argument. Dat is wat ik van mijn collega's van JenV heb meegekregen. Hetzelfde geldt voor de andere motie over de remming van de verhoging van verkeersboetes.
De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde gekomen van uw beantwoording?
Minister Karremans:
Volgens mij is dat het.
De voorzitter:
Ik dank u voor de voortvarende beantwoording en ik wens u een hele goede zomer toe.
Minister Karremans:
Hetzelfde.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
Bouwregelgeving
Bouwregelgeving
Aan de orde is het tweeminutendebat Bouwregelgeving (CD d.d. 01/07).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik stel voor dat we gelijk verdergaan met het tweeminutendebat Bouwregelgeving. De minister van VRO is in ons midden. Ik heet haar van harte welkom. Ik geef het woord aan de heer Nobel namens de VVD. Ik verzoek weer om een beetje rust in de zaal. Het woord is aan de heer Nobel.
De heer Nobel (VVD):
Voorzitter, dank u wel.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat soortenmanagementplannen bijdragen aan zowel soortenbescherming als het versnellen van vergunningverlening voor woningbouw;
overwegende dat nog niet alle gemeenten en provincies beschikken over een soortenmanagementplan;
verzoekt de regering alle gemeenten die nog niet zijn gestart met het traject van een soortenmanagementplan ertoe te bewegen om in 2026 hiermee te starten, en de Kamer hierover te informeren;
verzoekt de regering bij gemeenten die al wel zijn gestart met het opstellen van een soortenmanagementplan aan te dringen op versnelling om zo snel mogelijk een soortenmanagementplan af te ronden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Nobel.
Zij krijgt nr. 322 (28325).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bezwaar- en beroepsprocedures een essentieel onderdeel vormen van de rechtsstaat;
constaterende dat sommige bezwaarmakers bezwaarprocedures inzetten met als primair doel een financiële vergoeding af te dwingen voor het intrekken van hun bezwaar;
constaterende dat bezwaar- en beroepsprocedures kunnen leiden tot aanzienlijke vertraging van woningbouwprojecten en verdere verergering van de woningnood;
overwegende dat het van belang is om enerzijds het fundamentele recht op bezwaar en beroep te beschermen, maar anderzijds oneigenlijk gebruik van procedures tegen te gaan;
verzoekt de regering een maatregelenpakket te verkennen waarmee personen die zich aantoonbaar en herhaaldelijk schuldig maken aan misbruik van procesrecht of stelselmatig grote aantallen kennelijk ongegronde bezwaar- en beroepsprocedures tegen ruimtelijke projecten starten, kunnen worden beboet of anderszins kunnen worden gesanctioneerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Nobel.
Zij krijgt nr. 323 (28325).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de aanscherping van de toegankelijkheidseisen voor drempels naar buitenruimten leidt tot hogere bouwkosten en technische risico's, waaronder een grotere kans op lekkages;
overwegende dat in het eindrapport van het programma STOER wordt geadviseerd deze aanscherping alleen toe te passen op woningen voor specifieke doelgroepen;
overwegende dat het VN-verdrag Handicap ruimte biedt voor een proportionele invulling van toegankelijkheidseisen en dat toepassing van deze eisen op nultredenwoningen en zorggeschikte woningen recht doet aan de toegankelijkheidsdoelstelling;
verzoekt de regering de aanscherping van de toegankelijkheidseisen voor drempels naar buitenruimten in het Besluit bouwwerken leefomgeving terug te draaien, met uitzondering van nultredenwoningen en zorggeschikte woningen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Nobel.
Zij krijgt nr. 324 (28325).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Mooiman namens de PVV.
De heer Mooiman (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Naar aanleiding van het commissiedebat nog een tweetal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de stapeling van eisen op het gebied van duurzaamheid, energie, water, natuur, geluid, milieu, betaalbaarheid en veiligheid projecten onuitvoerbaar of financieel onhaalbaar kan maken;
overwegende dat het wenselijk is dat bouwgerelateerde regelgeving getoetst wordt op uitvoerbaarheid, kosten en botsingen met bestaande regels;
verzoekt de regering in de aangekondigde jaarlijkse vereenvoudigingswet bestaande knelpunten en de samenhang ten aanzien van bouwregels mee te nemen en zich in te zetten om tegenstrijdigheden en stapelingen van eisen voor de bouw te voorkomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mooiman, Clemminck, Steen, Nobel en Flach.
Zij krijgt nr. 325 (28325).
De heer Mooiman (PVV):
Voorzitter. Dan nog een motie ten aanzien van industriële bouw, waarbij het heel erg belangrijk is om de sector mee te nemen, denk ik.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet streeft naar 50% industrieel gebouwde nieuwbouwwoningen en een gehalveerd ontwerp- en vergunningstraject per 2030;
overwegende dat goede en tijdige samenwerking met en tussen verschillende betrokken sectoren van essentieel belang is om deze doelen daadwerkelijk waar te kunnen maken;
verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat het bedrijfsleven en de producenten, leveranciers en installateurs van bouwmaterialen en installaties tijdig worden betrokken bij het voornemen tot uitbreiding van industrieel bouwen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mooiman, Clemminck en Flach.
Zij krijgt nr. 326 (28325).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Beckerman van de SP.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, goedenavond.
De voorzitter:
Goedenavond.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel. De huidige brandregels zijn verouderd. TNO concludeerde in haar rapport dat die moeten worden herzien en trok ook in twijfel of ouderen met een beperkte mobiliteit bij brand nog tijdig kunnen vluchten. Dat zijn harde conclusies. Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat VNG, IPO en Brandweer Nederland concluderen dat de basis van het brandveiligheidsstelsel uit de jaren tachtig en negentig stamt en integraal herzien moet worden;
constaterende dat het aantal minder zelfredzame bewoners in reguliere woningen toeneemt door vergrijzing en het scheiden van wonen en zorg;
verzoekt de regering een integrale verkenning van de uitgangspunten van het Bbl te starten en hierbij de vier prioriteiten van de brandweer als uitgangspunt te nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 327 (28325).
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. Vorige week hadden we een hittegolf. We zagen grote ongelijkheid: arme wijken zijn vaak warme wijken. Ik heb twee moties om dat aan te pakken.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat hitte in steden zeer ongelijk verdeeld is en verschillen tussen wijken kunnen oplopen tot 20 graden;
constaterende dat arme wijken vaak ook de warmste wijken zijn;
verzoekt de regering om te komen met een concreet stappenplan voor vergroening en hitteadaptatie, waarbij ook gekeken wordt naar hitteongelijkheid,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 328 (28325).
Mevrouw Beckerman (SP):
En de laatste.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering voornemens is de isolatiestandaard voor bestaande woningen te verlagen;
overwegende dat een lagere isolatiestandaard leidt tot hogere energielasten, minder wooncomfort en grotere druk op het elektriciteitsnet;
verzoekt de regering af te zien van verlaging van de isolatiestandaard voor bestaande bouw, en in plaats daarvan met een plan te komen om verduurzaming voor huurders en corporaties haalbaar en betaalbaar te maken zonder de standaard te verlagen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 329 (28325).
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Asten van D66.
De heer Van Asten (D66):
Dank, voorzitter. In het debat heb ik aandacht gevraagd voor de vraag hoe we onze bouwregelgeving toekomstbestendiger kunnen maken. Als we de bouw van 100.000 woningen niet alleen volgend jaar willen halen, maar dat tempo ook in de jaren daarna willen vasthouden, dan moeten we namelijk verder kijken dan het aanpassen van losse regels; dan moeten we ook durven kijken naar de basis van het stelsel zelf.
Nederland heeft ontzettend veel slimme bouwers, ondernemers en vernieuwers. Ze laten zien dat er veel meer mogelijk is dan vaak wordt gedacht. Woningen kunnen fabrieksmatig worden gebouwd. Er liggen kansen voor houtbouw, voor drijvende woningen en voor allerlei andere vormen van innovatief bouwen, maar juist die vernieuwing past niet altijd netjes binnen de bestaande hokjes van onze regelgeving. Daarom is het belangrijk dat bouwregelgeving niet onbedoeld een rem blijkt op oplossingen die de woningbouw juist kunnen versnellen.
Regels zijn er natuurlijk met goede redenen: voor veiligheid, kwaliteit en leefbaarheid. Maar als het systeem te weinig meebeweegt met nieuwe technieken en nieuwe woonvormen, lopen we het risico dat goede oplossingen blijven hangen in pilots, uitzonderingen of langdurige procedures. Juist daarom vindt mijn fractie het belangrijk dat we serieus kijken naar de aanbevelingen van TNO. Ik dank de minister voor de toezegging dat zij met een schriftelijke reactie op dat TNO-rapport komt. Ik heb dan ook geen moties, maar ik heb nog wel een aantal vragen aan de minister. Kan de minister aangeven of zij in die reactie kan ingaan op de specifieke aanbevelingen die TNO aandraagt? Kan de minister toezeggen dat zij bij de aanpassing van de bouwregelgeving als gevolg van de TNO-aanbevelingen ook de medeoverheden betrekt?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Steen van het CDA.
Mevrouw Steen (CDA):
Voorzitter. Ik leg de vinger graag op drie punten. Gisteren heb ik het beeld geschetst van het verzorgingstehuis in Noord-Holland dat na een brandveiligheidsmake-over veranderde van een thuis in een gebouw met de sfeer van een gemiddeld arrestantencomplex. Ik heb gevraagd om de regels voor veiligheid en randvoorwaarden voor een gezamenlijk thuis beter in balans te brengen. Het antwoord van de minister was: ja, maar de regels zijn ook gewoon zo streng. Dat is natuurlijk niet het antwoord dat ik wil horen. Natuurlijk, veiligheid is geen bijzaak. Tegelijkertijd is het ontzettend belangrijk dat deze mensen een thuis hebben. Dit moet echt duidelijk onderdeel worden van de te vernieuwen regelgeving op dit vlak.
Voorzitter. Er moet ook echt een einde komen aan bezwaarmakers die ontwikkelaars chanteren, puur en alleen voor de afkoopsom. Dat is geld verdienen over de rug van woningzoekenden. Dat vind ik echt onacceptabel. Daar is net een motie over ingediend. Daarnaast vindt het CDA het van belang dat we de kring van potentiële bezwaarmakers verkleinen. Daarover is eergisteren al een motie van het CDA aangenomen. Ik ga ervan uit dat de minister deze voortvarend oppakt.
Tot slot de Vereenvoudigingswet. Voorspelbaarheid is van groot belang om snelheid te kunnen maken en aantallen te kunnen realiseren. Dank dat de minister het CDA gisteren heeft toegezegd nieuwe regels alleen in tranches aan te passen, zodat het geheel voorspelbaar blijft voor bouwers en gemeenten. Zou de minister deze drie punten vandaag willen bevestigen?
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Zalinyan namens PRO.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Dank, voorzitter. Twee moties naar aanleiding van het commissiedebat.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat extreme buien zorgen voor ellende en schade voor bewoners door wateroverlast;
constaterende dat het essentieel is om te borgen dat bij bouwprojecten en bestaande ruimte waar nodig maatregelen worden getroffen tegen wateroverlast door extreme neerslag;
overwegende dat een landelijke, wettelijk vastgestelde norm hierbij duidelijkheid en eenduidigheid kan geven aan bouwers en verzekeraars;
verzoekt de regering om een landelijke norm voor wateroverlast wettelijk te verankeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Zalinyan, Van Asten en Beckerman.
Zij krijgt nr. 330 (28325).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat op grond van de Omgevingswet bij bouw- en verbouwactiviteiten rekening moet worden gehouden met beschermde diersoorten en dat hiervoor vaak ecologisch onderzoek noodzakelijk is;
constaterende dat corporaties, projectontwikkelaars en individuele huiseigenaren hierdoor zelf hoge kosten maken voor ecologisch onderzoek;
overwegende dat een soortenmanagementplan voor de gehele gemeente bouwen en verbouwen sneller en goedkoper kan maken;
verzoekt de regering om blijvende steun in te richten voor gemeenten bij het opstellen van een soortenmanagementplan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.
Zij krijgt nr. 331 (28325).
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Nog één noot. Die gaat over de situatie van de gemeenten. De gemeenten stellen vaak extra eisen. Dat komt vaak doordat landelijke regelgeving niet afdoende blijkt. Ik zou de minister dus vooral willen oproepen om samen met de gemeenten te kijken hoe we landelijke normen kunnen vaststellen die gewoon eenduidig zijn en waardoor gemeenten juist versnelling kunnen veroorzaken. Ik ben dus heel blij dat deze minister aan de slag gaat met de bouwregelgeving.
Dank.
De voorzitter:
Tot slot is het woord aan de heer Clemminck namens JA21.
De heer Clemminck (JA21):
Voorzitter, dank u wel. Ik denk dat de minister ondertussen wel in de gaten heeft dat JA21 houdt van traditionele bouwstijlen. Daar horen dakpannen en bakstenen natuurlijk bij. Ik ben blij met de toezegging gisteren van de minister dat zij op Europees niveau gaat kijken of ze partners kan vinden om de levensduur van 120 jaar geregeld te krijgen. Tegelijkertijd denk ik dat we ook binnen de Europese regels op nationaal niveau een aantal dingen kunnen doen om dakpannen en bakstenen een betere positie te geven. Vandaar één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bakstenen en dakpannen beeldbepalende bouwmaterialen zijn voor de Nederlandse leefomgeving;
constaterende dat de minister momenteel de routekaart WLC-GWP uitwerkt;
constaterende dat de WLC-GWP-berekening uitgaat van een beschouwingsperiode van 50 jaar, terwijl bouwkeramische materialen, zoals bakstenen en dakpannen, in de praktijk een aanzienlijk langere technische levensduur kunnen hebben;
overwegende dat een lange levensduur een wezenlijke bijdrage levert aan circulariteit op de lange termijn en dat de WLC-GWP-systematiek circulariteit dient te stimuleren;
overwegende dat de weging van levenscyclusfasen voor gebruik, onderhoud, sloop, hergebruik en recycling bepalend is voor de mate waarin levensduur en hergebruik worden meegewogen;
verzoekt de regering bij de uitwerking van de routekaart WLC-GWP, waaronder de bepalingsmethoden, ervoor te zorgen dat de modules die zien op levensduur, onderhoud, hergebruik en recycling zo worden ingericht dat materialen en bouwelementen met een aantoonbaar langere technische levensduur dan de gehanteerde beschouwingsperiode ook daadwerkelijk zwaarder worden beloond in de WLC-GWP-systematiek, en de Kamer hierover te informeren voorafgaand aan indiening van de routekaart bij de Europese Commissie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Clemminck.
Zij krijgt nr. 332 (28325).
Dank u wel. Ik schors vijf minuten voor de beantwoording van de minister.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.
Termijn antwoord
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. Ik begin met de motie op stuk nr. 322, van de heer Nobel. Die krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 323, van de heer Nobel, moet ik ontraden. Ik hoor wat u zegt. Ik erger me ook aan mensen die er hun beroep van maken om de boel te frustreren. Ik wil natuurlijk, net als u, tempo maken, maar dat doen we ook. Gisteren is de Wet versterking regie volkshuisvesting ingegaan. Die zorgt voor snellere afhandeling van bezwaar en beroep. De griffierechten zijn verhoogd, de gemeenten móeten binnen de beslistermijn de bezwaarprocedures afhandelen en we roepen de bouwers op om gewoon door te bouwen tijdens de lopende procedures. Ik wil erop inzetten dat we dit eerst eens laten werken. De wet is tenslotte gisteren pas ingegaan. Vandaar het ontraden van deze motie.
De motie op stuk nr. 324, van de heer Nobel, moet ik ook ontraden. We hebben afspraken gemaakt in het VN-verdrag. Het kan. Het past bij de wens tot standaardiseren. Daar word ik regelmatig toe opgeroepen. Daarnaast proberen we te stimuleren dat mensen doorstromen. Dan helpt het als er voldoende nultredenwoningen zijn. Hiermee bouwen we zo toegankelijk mogelijk voor zoveel mogelijk mensen.
De voorzitter:
Eén interruptie van de heer Nobel.
De heer Nobel (VVD):
Ik denk dat de VVD de minister goed begrijpt, namelijk dat we mensen absoluut in staat willen stellen om een bezwaar- of beroepsprocedure te starten. Dat staat ook in de motie. Ik heb eigenlijk geen inhoudelijk argument gehoord waarom de minister niet met een maatregelenpakket zou kunnen komen, buiten dat er een nieuwe wet is en dat ze die wil afwachten. Inhoudelijk is er geen grond waarom dit niet meegenomen zou kunnen worden.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik denk dat we met de Wet versterking regie volkshuisvesting net een goede stap hebben gezet richting het maatregelenpakket. Er zijn mensen die mogen klagen en die moeten ook kunnen klagen. Dat hoort bij de wijze waarop we de samenleving hebben ingericht. Er zijn ook beroepsklagers. Voor die beroepsklagers hebben we maatregelen vastgelegd. Met wat de gemeenten nu extra kunnen doen en wat de bouwers zelf kunnen doen, kunnen we de wind uit de zeilen nemen van de beroepsklagers.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 325.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 325, van de heer Mooiman, krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 326.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 326 is overbodig. Ik werk in het kader van het Innovatie- en Opschalingsprogramma Woningbouw en binnen het Bouwberaad heel nauw samen met de sector aan opschaling en industrialisatie. De sector kent mijn voornemens op dit punt en is daar ook enthousiast over. Tegen de heer Mooiman zeg ik dat ik die samenwerking zal continueren, maar dat ik daar geen motie voor nodig heb.
De voorzitter:
Eén vraag van de heer Mooiman.
De heer Mooiman (PVV):
Wij krijgen toch ook andere signalen. Vanuit verschillende positionpapers voor rondetafelgesprekken die uiteindelijk helaas niet zijn doorgegaan, krijgen we signalen dat verschillende onderdelen uit de sector zich niet betrokken voelen en wel betrokken willen zijn. Het lijkt me goed als de minister daarnaar gaat kijken, zodat we daar verder mee aan de slag kunnen gaan, want er ontbreekt, denk ik, nog iets in de gesprekken die worden gevoerd.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Het lijkt mij helemaal prima als de heer Mooiman mij vertelt wie dat zijn. Dan zorg ik ervoor dat ik met hen ga spreken.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 327.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 327, van mevrouw Beckerman, krijgt oordeel Kamer. Ik ben hier al mee bezig en dat heb ik recent ook geschreven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 328.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 328 krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 329.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 329, van mevrouw Beckerman, moet ik ontraden. De isolatiestandaard wordt aangepast, zodat deze beter toepasbaar is, maar onnodige maatregelen worden voorkomen. Het uitgangspunt blijft een energiezuinige en comfortabele woning met goede isolatie en ventilatie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 330.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 330, van mevrouw Zalinyan, krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 331.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 331, van mevrouw Zalinyan, krijgt ook oordeel Kamer.
De voorzitter:
Tot slot.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 332 is ontijdig. Over hetgeen waar de heer Clemminck gisteren over gesproken heeft, hebben we volgens mij goede afspraken gemaakt. Ik ga bij de andere lidstaten navragen hoe zij hiermee omgaan. Ik zou willen vragen mij eerst die informatie te laten ophalen en de motie aan te houden. Anders moet ik de motie ontraden.
De voorzitter:
Is de heer Clemminck bereid om de motie op stuk nr. 332 aan te houden?
De heer Clemminck (JA21):
Nee, ik breng de motie in stemming, omdat ik meen dat je ook binnen de Europese regels op lastenniveau wel degelijk kunt kijken naar de positie en de waardering van bakstenen. Daar roept de motie toe op. Het gaat niet over de Europese kant van de zaak, want daar hebben we inderdaad een fijne toezegging op gehad. Binnen het systeem zou nog ruimte kunnen zijn om bakstenen een betere plek te geven. In die zin ga ik de motie toch in stemming brengen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 332 is ontijdig en wordt in stemming gebracht.
Ik dank de minister voor haar beantwoording. We hadden gezegd één interruptie en alleen op de eigen inbreng. U had nog een vraag, minister?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Niet ik, maar uw Kamerleden.
De voorzitter:
Een antwoord, moet ik dan zeggen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik heb nog openstaande vragen.
De voorzitter:
Oké, gaat uw gang. Kort en bondig alstublieft.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, dat doe ik graag. Op de vragen van de heer Van Asten kan ik twee keer ja zeggen. Is dat kort en bondig genoeg?
De voorzitter:
Zeker.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dan is dat denk ik goed.
De voorzitter:
Nou, dan …
Minister Boekholt-O'Sullivan:
U wilt te snel, voorzitter. Ik wil alle vragen beantwoorden.
De voorzitter:
U doet het goed.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Anders haal ik het nieuws omdat ik de vragen niet beantwoord. Ik heb dan nog vragen van mevrouw Steen. Brandveiligheid en woonzorg gaan we eerst samen bezien in een werkbezoek. Gisteren heb ik met de brandweer afgesproken dat die met ons meegaat om te kijken of er verschil van inzicht is in de manier waarop de uitvoering de regels van de brandweer interpreteert. De aangenomen motie ga ik uiteraard voortvarend oppakken. Op uw vraag over de tranches is het antwoord ook ja.
De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde gekomen van uw beantwoording?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, daarmee heb ik alles beantwoord.
De voorzitter:
Ik dank u wel voor uw aanwezigheid in de Tweede Kamer en ik wens u een heel goed zomerreces.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik u ook.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van het tweeminutendebat Bouwregelgeving.
De beraadslaging wordt gesloten.
Medische capaciteit in de Gazastrook en de regio
Medische capaciteit in de Gazastrook en de regio
Aan de orde is het tweeminutendebat Medische capaciteit in de Gazastrook en de regio (23432, nr. 629).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik stel voor dat we meteen doorgaan met het tweeminutendebat Medische capaciteit in de Gazastrook en de regio. Daarvoor heet ik van harte welkom de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Ik zie meneer Van Baarle en mevrouw Teunissen. Meneer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Het is mij destijds ontgaan dat er een schriftelijk overleg was. Dat is helemaal mijn fout. Desalniettemin zou ik aan de collega's graag het zeer collegiale verzoek wensen te doen of ik toch mee mag doen aan dit tweeminutendebat.
De voorzitter:
Is daar een bezwaar tegen bij de collega's? Dat is niet het geval. Mevrouw Teunissen, iets soortgelijks?
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ja, voor mij geldt dat eveneens. Ik heb ook gemist dat er een schriftelijk overleg was. Ik zou dus ook graag om toestemming willen vragen om alsnog met het tweeminutendebat mee te doen.
De voorzitter:
Denken de collega's daar bij mevrouw Teunissen hetzelfde over? Mevrouw Van Ark niet, maar de rest wel. U wordt toegevoegd aan de sprekerslijst. Het woord is aan mevrouw Dobbe namens de SP. Gaat uw gang.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel. Ik heb een drietal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er reeds ernstig zieke of zwaargewonde kinderen uit Gaza medisch geëvacueerd zijn naar de regio en wachten op zorg;
constaterende dat eerder vijf kinderen uit Gaza medisch zijn geëvacueerd naar Nederlandse ziekenhuizen;
verzoekt de regering medische evacuatie van ernstig zieke en gewonde kinderen naar Nederland mogelijk te maken in het geval het gebrek aan zorg acuut levensbedreigend is en in het geval de regionale medische capaciteit tekortschiet,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Kröger.
Zij krijgt nr. 763 (23432).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat veel Palestijnen in Gaza, waaronder kinderen, zorg nodig hebben die niet beschikbaar is in Gaza;
verzoekt de regering zich in te zetten voor een medische corridor naar ziekenhuizen op de Westelijke Jordaanoever voor medische evacuaties uit Gaza,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Kröger.
Zij krijgt nr. 764 (23432).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat ernstig zieke of zwaargewonde kinderen uit Gaza reeds medisch geëvacueerd zijn naar de regio, maar door gebrek aan capaciteit alsnog geen zorg kunnen ontvangen;
constaterende dat Nederland eerder een bijdrage heeft geleverd aan organisaties die zorg bieden in de regio en bemiddelen in het vinden van passende zorg voor medische evacuees;
overwegende dat het overgrote merendeel van deze evacuees in Egypte verblijft;
verzoekt de regering adequate financiering te borgen voor capaciteit voor medische ingrepen en mentale zorg voor medische evacuees die in de regio verblijven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Kröger.
Zij krijgt nr. 765 (23432).
Mevrouw Dobbe (SP):
Voorzitter. Wij zijn met een aantal Kamerleden op reis geweest naar Egypte. Daar hebben we ook met medische evacuees gesproken. We hebben met ambulancebroeders gesproken. We hebben ook mensen gesproken die al een jaar lang op de wachtlijst stonden in Gaza, die vervolgens in Egypte terechtkwamen en die daar nog een jaar moesten wachten op zorg. We hebben mensen gesproken die heel lang moesten wachten op zorg en die in de tussentijd constant met pijn rondliepen. Het was echt schrijnend.
We wachten nu al een halfjaar op een besluit van dit kabinet om de motie uit te voeren om welwillend verder te gaan met het besluit om kinderen te evacueren. De minister wil dat zorgvuldig doen, maar een halfjaar is niet zorgvuldig. Dat is te lang, want er gaan mensen dood op die wachtlijsten. Dit is dus echt een oproep om hier nu werk van te gaan maken.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Kröger namens PRO. Gaat uw gang.
Mevrouw Kröger (PRO):
Voorzitter. De situatie in Gaza is desastreus. Ziekenhuizen zijn platgebombardeerd en de medische capaciteit in de regio is overbelast. Er is echt hulp nodig in de regio. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat door de desastreuse situatie en grote medische noden in Gaza de druk op de zorgcapaciteit in de regio enorm is;
verzoekt het kabinet nu geld vrij te maken voor versterking van de medische capaciteit in Palestina en de regio,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Dobbe.
Zij krijgt nr. 766 (23432).
Mevrouw Kröger (PRO):
Er zijn ongelofelijk veel mensen die op dit moment op een wachtlijst staan, waaronder veel kinderen, al tijden, en die geëvacueerd moeten worden. Zij hebben een specialistische zorgbehoefte en die is simpelweg niet te bieden in de regio. De minister geeft aan hier welwillend naar te kijken. De motie van de Kamer ligt er al een hele tijd. Er moet echt een besluit komen. Vandaar de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in zowel Gaza als de regio het bieden van specialistische zorg vrijwel onmogelijk is;
constaterende dat hierdoor 18.500 mensen, onder wie 4.000 kinderen, wachten op medische evacuatie en dreigen te overlijden;
constaterende dat de WHO, hulporganisaties, landen in de regio en Nederlandse medisch specialisten het kabinet daarom oproepen om door te gaan met het bieden van zorg aan kinderen die hoogspecialistische zorg nodig hebben en deze zorg niet in de regio kunnen ontvangen;
overwegende dat het kabinet zegt "welwillend te kijken" naar het continueren van medische evacuaties, conform de motie-Dobbe;
verzoekt de regering voor september de Kamer te informeren over hoe de welwillendheid ten aanzien van medische evacuaties van ernstig zieke kinderen concreet gestalte krijgt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Dobbe.
Zij krijgt nr. 767 (23432).
Mevrouw Kröger (PRO):
Dan in 10 seconden nog een vraag. Wij zijn geschrokken door de binnenval bij de beroepsopleiding van UNRWA op de Westbank, waar onder andere verpleegkundig personeel wordt opgeleid. Graag een reactie daarop van de minister. Wij willen dat hij het gesprek aangaat met UNRWA over wat zij nu nodig hebben.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Baarle namens DENK.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank, voorzitter. Ook ik was onderdeel van de delegatie die namens de Kamer naar Egypte is gegaan. Ik was echt onder de indruk van hoe Save the Children daar werk maakt van het helpen van kinderen uit Gaza met onderwijs, medische ondersteuning en psychische ondersteuning. Dit is iets wat mede door financiering van Nederland van de grond is gekomen. Natuurlijk vind ik dat kinderen ook hier geholpen moeten worden — daarom zullen wij de moties over medische evacuatie steunen — maar we moeten ook dit soort belangrijke initiatieven in Egypte ondersteunen. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Save the Children in Egypte, mede met Nederlandse financiering, kindcentra ondersteunt waar uit Gaza gevluchte of geëvacueerde kinderen toegang krijgen tot onder meer onderwijs, psychosociale hulp en andere vormen van zorg;
overwegende dat voor de continuïteit van deze hulpverlening tijdige duidelijkheid over toekomstige ondersteuning van groot belang is;
verzoekt de regering te bezien hoe de Nederlandse ondersteuning aan kindcentra voor zorg, onderwijs en psychosociale hulp aan kinderen uit Gaza in de regio ook in het komende jaar kan worden voortgezet, daarbij de reeds lopende, mede door Nederland gefinancierde activiteiten in Egypte te betrekken, en de Kamer hierover voor de begroting te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle, Dobbe, Kröger en Teunissen.
Zij krijgt nr. 769 (23432).
De heer Van Baarle (DENK):
We mogen met elkaar niet vergeten dat er in Gaza nog steeds 22.000 mensen, waaronder veel kinderen, op de wachtlijst staan om medisch geëvacueerd te worden, en dat Israël tot op de dag van vandaag belet dat er voldoende humanitaire hulp naar Gaza gaat. Dat is misdadig. Op misdadig gedrag horen sancties te volgen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Israël de toegang van voldoende humanitaire hulp tot Gaza willens en wetens voorkomt en onvoldoende medische evacuaties toestaat;
verzoekt de regering om persoonsgerichte sancties tegen Netanyahu te bepleiten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.
Zij krijgt nr. 770 (23432).
Dank u wel. Het woord is tot slot aan mevrouw Teunissen namens de Partij voor de Dieren.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Deze week stond er een hartverscheurend artikel in Trouw over kinderen in Gaza. Er werd een 14-jarig meisje gequoot. "We willen niet meer leven. We weten niet meer hoe we moeten leven. We zijn levend en dood op hetzelfde moment. We zijn dit leven beu." Het snijdt dwars door je ziel.
Ik kan me geen voorstelling maken van het lijden van kinderen in Gaza, moedwillig veroorzaakt door Israël. Na 1.000 dagen genocide overleven mensen in kapotte tenten vaak maar met één maaltijd per dag of geen maaltijd per dag. Het is zover gekomen omdat Israël zijn gang kan blijven gaan: rode lijn na rode lijn. Israël kan straffeloos kinderen martelen, straffeloos mensen in Gaza vermoorden en ook nog straffeloos humanitaire hulp blokkeren. Door deze blokkade van Israël komt er nog altijd te weinig hulp en voedsel binnen. Patiënten wachten op medische evacuaties, terwijl ziekenhuizen een tekort hebben aan personeel, medicijnen en materiaal.
Nederland moet en kan veel meer doen. Vandaar de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Israël de toegang van humanitaire hulp tot Gaza blijft blokkeren, ondanks herhaalde oproepen van de internationale gemeenschap;
overwegende dat de blokkade van humanitaire hulp in strijd is met het internationaal humanitair recht;
verzoekt de regering economische sancties tegen Israël in te stellen zolang Israël de toegang van humanitaire hulp tot Gaza blijft blokkeren en het internationaal recht systematisch schendt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen, Van Baarle en Dobbe.
Zij krijgt nr. 771 (23432).
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors enkele minuten voor de beantwoording van het kabinet.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.
Termijn antwoord
Minister Sjoerdsma:
Voorzitter, dank. Dank aan de Kamerleden voor de gestelde vragen. De situatie in Gaza is inderdaad, zoals door velen van u gezegd, catastrofaal. Een aantal van uw leden zijn in Egypte geweest en hebben daar denk ik dezelfde dingen gezien als ik heb gezien tijdens mijn recente bezoek aan Egypte, namelijk dat er inderdaad een ongelofelijke hoeveelheid mensen wordt opgevangen door Egypte en door de regio, dat daar ongelofelijk goede dingen gebeuren, maar ook dat er nog steeds wachtlijsten zijn.
Ik kom zeker nog op het besluit waar om is gevraagd. Omdat soms de indruk wordt gewekt dat er niet zo veel gebeurt, wil ik daar nog wel iets bij zeggen. Nederland is een van de grootste donoren als het gaat om medische evacuaties en de keten die enkele van uw Kamerleden daar hebben kunnen zien, van de grens bij Rafah tot en met in Caïro en alles wat daartussen zit, wordt voor een heel groot deel gefinancierd door Nederland. Los daarvan begrijp ik uw andere opmerkingen heel goed. Ik snap ook het ongeduld.
Er is om een aantal dingen gevraagd en ik zal ook de moties meteen beoordelen, zeg ik tegen de voorzitter. Er is gevraagd om snel geld vrij te maken. Dat zal het kabinet doen. Er is ook gevraagd om zich in te zetten voor de medische corridor. Dat heb ik ook vandaag nog weer gedaan, in gesprekken met Israël. Dat is van groot belang, want dat is uiteindelijk de makkelijkste en de beste manier om mensen veilig eruit te krijgen en te zorgen dat er ook medische zorg voor deze mensen kan zijn. Tot slot is er opnieuw gevraagd om medische evacuaties en daar zal ik zeker even op ingaan bij de beoordeling van de moties.
De motie-Dobbe/Kröger op stuk nr. 763 snap ik goed, maar ze is gelet op andere moties ontijdig. Het kabinet wil conform een van de andere moties daarover in september de knoop doorhakken.
De motie-Dobbe/Kröger op stuk nr. 764 verzoekt de regering zich in te zetten voor een medische corridor. Die krijgt absoluut oordeel Kamer. Dat is echt van cruciaal belang.
De motie-Dobbe/Kröger op stuk nr. 765 verzoekt om adequate financiering te borgen voor capaciteit voor medische ingrepen en mentale zorg voor medische evacuees. Die krijgt ook oordeel Kamer.
De motie-Kröger/Dobbe op stuk nr. 766 verzoekt de regering om nu geld vrij te maken voor de versterking van de medische capaciteit. Die krijgt ook oordeel Kamer. Ik ga daar zeker nog iets over zeggen bij de duiding.
De motie- Kröger/Dobbe op stuk nr. 767 krijgt ook oordeel Kamer, maar ik ga 'm wel enigszins amenderen. Vóór september zal dat namelijk niet lukken, simpelweg omdat voor dat besluit niet alleen ambtenaren in het land moeten zijn — ik gun toch echt ook deze hardwerkende ambtenaren iets van vrije tijd — en daarnaast zullen er beraadslagingen tussen bewindspersonen moeten kunnen plaatsvinden. Dat zal dus ín september zijn.
De voorzitter:
Ik zie dat daarmee geleefd kan worden.
Minister Sjoerdsma:
Dat is billijk en daar danken we de Kamer voor. Dan de motie-Van Baarle op stuk nr. 769. Die krijgt oordeel Kamer.
De motie-Van Baarle op stuk nr. 770 moet ik ontraden, want als we dat doen, zijn echt alle kanalen dicht. Dit betreft de regeringsleider, weliswaar een regeringsleider tegen wie een arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof loopt, maar dat is toch echt anders dan wat hier wordt gevraagd.
De motie op stuk nr. 771 van mevrouw Teunissen moet ik ook ontraden. In Europees verband zijn wij natuurlijk wel bezig met het welbekende artikel 2 van het associatieverdrag.
Er zijn hier diverse moties die vragen om financiering. Ik heb die nu even in zijn geheel meegenomen en allemaal oordeel Kamer gegeven. Ik hoop wel dat uw Kamer begrijpt dat deze moties ook integraal naast elkaar worden gewogen en dat we de elementen van die moties gezamenlijk in één pakket zullen nemen. We zullen dus tegemoetkomen aan de elementen die hier naar voren worden gebracht door diverse partijen, maar dat zal niet in drie verschillende pakketten gebeuren, maar in één samenhangend geheel. Dat zullen we ook zo snel mogelijk doen. Het kan dus zijn dat we daarmee niet wachten tot september, gelet op de noden die ook uw Kamer heeft beschreven.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de appreciaties van de moties en de beantwoording van de gestelde vragen.
Minister Sjoerdsma:
Ik heb nog een vraag over UNRWA, die ik omwille van de volledigheid toch heel graag beantwoord. Ik heb die berichten natuurlijk ook gezien. Laat ik daarover zeggen dat het niet alleen zeer zorgwekkend is, maar ook past in een net zo zorgwekkend patroon, namelijk bewuste aanvallen op een door de VN gemandateerde organisatie, en dat ik de oproep die mevrouw Kröger hier deed, om ook met de organisatie in gesprek te gaan om te beoordelen wat daar nog nodig dan wel mogelijk is, graag overneem.
De voorzitter:
Heel kort, mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel. Ik moet wel zeggen dat ik de appreciatie "ontijdig" bij de eerste motie om dit nu te gaan doen, toch een beetje verdrietig vind, omdat we al zo lang wachten. Dan voelt "ontijdig" alsof daar nog een keer heel erg lang wachten bij komt. Maar ik heb de minister goed beluisterd. Ik wil hem wel een oproep meegeven. Mocht er in september een besluit vallen om dit te gaan doen, wat ik natuurlijk hoop en wat ook past bij de richting die deze Kamer aan de minister heeft meegegeven, kan dan snel gehandeld worden, zodat we daarna niet weer in de situatie komen dat er nog maandenlang onderzoek moet worden gedaan et cetera.
De voorzitter:
Helder.
Minister Sjoerdsma:
Ja, helder. Ik snap het sentiment van mevrouw Dobbe ook goed. Het is een heldere oproep. Daarbij wil ik toch nogmaals aanmerken — dat is echt wel van belang — dat de wachtlijsten die u hebt gezien, opgelost worden door de financiering waar de Kamer om vraagt. Dat gaat echt over financieringsproblemen en soms over capaciteitsproblemen. Dit gaat over iets wat ook belangrijk is, namelijk het weghalen van mensen uit Gaza. Ik wil daarbij twee dingen aantekenen die ik echt van belang vind. De Wereldgezondheidsorganisatie is hierin wat mij betreft leidend. De afgelopen maanden zijn er vrij intensieve gesprekken gevoerd tussen het ministerie en die organisatie. Hun prioritering is echt: medische keten in Gaza, medische keten elders, evacuaties naar de regio en dan pas evacuaties hier. Ik hoor uw oproep en ik heb daar sympathie voor, maar ik kijk ook naar hoe wij ervoor zorgen dat elke euro maximaal rendement heeft. Ik wil één voorbeeld noemen, en dan houd ik op.
De voorzitter:
Heel graag.
Minister Sjoerdsma:
Er is een wereldgezondheidsprogramma in opbouw. Daarin gaat het om misschien 1.000 tot 2.000 kinderen, met bedragen waarmee we in Nederland slechts een fractie zouden kunnen doen. Ook die weging ga ik deze zomer goed doen.
Voorzitter, dank.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor zijn aanwezigheid. Ik wens hem een hele goede zomer toe.
De beraadslaging wordt gesloten.
Tweeminutendebat Politie (CD 25/3)
Tweeminutendebat Politie (CD 25/3)
Aan de orde is het tweeminutendebat Politie (CD d.d. 25/03).
Termijn inbreng
De voorzitter:
We gaan verder met het tweeminutendebat Politie. Daarvoor geef ik als eerste het woord aan mevrouw Faber. Zij spreekt namens de PVV.
Mevrouw Faber (PVV):
Dank u wel, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de stad Utrecht niet beschikt over een eigen ME-peloton;
overwegende dat het in Utrecht regelmatig tot onregelmatigheden komt;
verzoekt de regering over te gaan tot de toewijzing van een ME-peloton aan Utrecht,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Faber.
Zij krijgt nr. 1328 (29628).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de politie zowel deelneemt aan iftars als zelf iftars organiseert;
van mening dat de politie doet aan zelfislamisering en dat bekostigt met belastinggeld;
verzoekt de regering te stoppen met deze zelfislamisering,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Faber en Wilders.
Zij krijgt nr. 1329 (29628).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de actie Game Over?!, waarbij foto's van verdachten van oplichting gepubliceerd werden, al heeft geleid tot het kunnen oppakken van minimaal 74 verdachten;
constaterende dat de actie nu gericht is op 100 verdachten, maar dat dit slechts het topje van de ijsberg betreft nu het aantal incidenten in 2025 al steeg tot ruim 13.000 gevallen;
verzoekt de regering de actie Game Over?! uit te breiden met de overige incidenten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Faber.
Zij krijgt nr. 1330 (29628).
Mevrouw Faber (PVV):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Faber. Het woord is aan mevrouw Van der Plas. Zij spreekt namens BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Morgen ontvangt de Kamer het halfjaarbericht politie. De minister heef toegezegd dat daarin de reconstructie komt van de gang van zaken rond de inzage in politiesystemen in de zaak-Lisa. Ik weet niet of de mensen het nog weten, maar honderden agenten werden door de korpsleiding voor de bus gegooid en afgeschilderd als gluurders omdat zij in die systemen meekeken, direct na de moord op Lisa. De korpsleiding oordeelde meteen en veroordeelde ook meteen, zonder eerst te kijken wat er werkelijk was gebeurd. Dat gaat alle perken te buiten. Mevrouw Coenradie en ik hebben daar een groot punt van gemaakt tijdens het commissiedebat. Het gebeurt vaker, want het gebeurde ook met de agent bij het zogenoemde Bollendakincident in Utrecht. Vooruitlopend op de reconstructie dien ik daarom alvast een motie in. Ik ga de motie ook direct aanhouden, want ik ga 'm afhankelijk van het halfjaarbericht in stemming brengen. Wel wil ik 'm nu alvast indienen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de korpsleiding en de minister eerder hard oordeelden over politiemedewerkers die politiesystemen zouden hebben geraadpleegd in de zaak-Lisa, terwijl later bleek dat het beeld veel genuanceerder lag;
overwegende dat politiemensen hierdoor vinden dat zij door hun eigen leiding publiekelijk aan de schandpaal zijn genageld, zonder voldoende hoor en wederhoor;
overwegende dat dit niet op zichzelf staat, maar past in een breder patroon dat de korpsleiding bij incidenten onvoldoende rugdekking biedt aan de werkvloer;
spreekt uit dat het vertrouwen tussen de korpsleiding en de werkvloer ernstig is beschadigd;
verzoekt de regering de Kamer te informeren over welke bestuurlijke of personele consequenties de regering daaraan verbindt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Coenradie.
Zij krijgt nr. 1331 (29628).
Op verzoek van mevrouw Van der Plas stel ik voor haar motie (29628, nr. 1331) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.