Plenair verslag Tweede Kamer, 87e vergadering
Donderdag 25 juni 2026

  • Begin
    10:15 uur
  • Sluiting
    0:00 uur
  • Status
    Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Van Campen

Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:

De voorzitter:
Ik open de vergadering van 25 juni 2026.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Hamerstukken

Hamerstukken

Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het financieel toezicht ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/790 (Implementatiewet herziening MiFID II 2026) (36928);
  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het financieel toezicht ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/2811, ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/2809 met als doel de publieke kapitaalmarkten in de Unie aantrekkelijker te maken voor ondernemingen en de toegang tot kapitaal voor kleine en middelgrote ondernemingen te vergemakkelijken en van Verordening (EU) 2025/914 (benchmarks) (Implementatiewet noteringen en benchmarks) (36930);
  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet toezicht accountantsorganisaties, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten in verband met de implementatie van Verordening (EU) 2023/2859, Richtlijn (EU) 2023/2864 en Verordening (EU) 2023/2869 betreffende het Europees centraal toegangspunt (Wet implementatie Europees centraal toegangspunt) (36931).

Deze wetsvoorstellen worden zonder beraadslaging en, na goedkeuring van de onderdelen, zonder stemming aangenomen.

Ruimtelijke Ordening

Ruimtelijke Ordening

Aan de orde is het tweeminutendebat Ruimtelijke Ordening (CD d.d. 11/06).


Termijn inbreng

De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Ruimtelijke Ordening. Ik heet van de zijde van het kabinet de minister van VRO van harte welkom in vak K. Ik wilde eigenlijk het woord geven aan mevrouw Zalinyan, maar ik zie meneer Claassen staan.

De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik zou graag toestemming krijgen van mijn dierbare collega's om deel te nemen aan het tweeminutendebat. Ik zou graag twee moties willen indienen.

De voorzitter:
Ik kijk of daar bezwaar tegen is. Dat is niet het geval. Dan noteren we uw naam op de sprekerslijst.

Het woord is aan mevrouw Zalinyan voor haar inbreng namens PRO.

Mevrouw Zalinyan (PRO):
Voorzitter. Het is superheet. Vandaag geldt zelfs code oranje. Veel ouderen en mensen met een kwetsbare gezondheid worden hierdoor direct geraakt. Daarom moeten we strijden tegen de verdere opwarming van de aarde, maar tegelijkertijd onze openbare ruimte en gebouwen geschikt maken voor de hitte die zich nu al voordoet. Daarom heb ik drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bijna 10 miljoen Nederlanders wonen in een woning met een hoog risico op oververhitting en dat dit risico het grootst is in dichtbebouwde, versteende wijken;

overwegende dat het vervangen van verharding door groen de hitte en wateroverlast aantoonbaar vermindert, maar dat dit nu afhangt van versnipperde lokale regelingen zonder landelijke regie;

verzoekt de regering om samen met medeoverheden te komen tot een samenhangende landelijke aanpak voor het ontstenen en vergroenen van de bebouwde omgeving, met structurele ondersteuning en prioriteit voor wijken met een hoog hitte- en wateroverlastrisico;

verzoekt de regering om de handreiking "Groen in en om de stad" en de Landelijke maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving op te nemen in de Nota Ruimte,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.

Zij krijgt nr. 321 (33118).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat schade door bijvoorbeeld overstroming of droogte op sommige locaties slecht of niet verzekerbaar is en dat bewoners en eigenaren dit vaak niet weten, bijvoorbeeld op het moment dat zij een woning kopen of huren;

overwegende dat deze informatie nergens eenduidig is vastgelegd, waardoor bewoners en eigenaren geen volwaardige afweging kunnen maken en het risico onbewust dragen;

verzoekt de regering te bewerkstelligen dat het risico op water- en klimaatschade en de verzekerbaarheid daarvan per woning op een eenduidige en gestandaardiseerde wijze inzichtelijk wordt gemaakt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.

Zij krijgt nr. 322 (33118).

Mevrouw Zalinyan (PRO):
Dan de laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet in de ontwerp-Nationale Klimaatadaptatiestrategie de ambitie uitspreekt dat steden en dorpen gezond en aantrekkelijk blijven bij hitte, maar dat deze ambitie nog niet is vertaald naar concrete keuzes in de ruimtelijke afweging;

overwegende dat ruimtelijke keuzes over hoe we bouwen en onze buitenruimte inrichten voor decennia vastliggen, en dat hittebestendigheid daarom een vast onderdeel moet zijn van die afweging;

verzoekt de regering de hitteambitie uit de Nationale Kimaatadaptatiestrategie een vast onderdeel te maken van de ruimtelijke afweging bij woningbouw en gebiedsontwikkeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.

Zij krijgt nr. 323 (33118).

Mevrouw Zalinyan (PRO):
Dank.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Mooiman namens de PVV. Gaat uw gang.

De heer Mooiman (PVV):
Dank, voorzitter. Naar aanleiding van het debat heb ik vier moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Digitaal Stelsel Omgevingswet een belangrijke rol vervult bij de vergunningverlening, planvorming en samenwerking tussen bevoegd gezagen;

overwegende dat gebruikers van het DSO nog regelmatig knelpunten ervaren op het gebied van gebruiksvriendelijkheid, prestaties en gegevensuitwisseling;

verzoekt de regering extra in te zetten op de kwaliteit en gebruiksvriendelijkheid van het Digitaal Stelsel Omgevingswet teneinde de werking hiervan en de samenwerking tussen bevoegd gezagen verder te verbeteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mooiman, Grinwis en Clemminck.

Zij krijgt nr. 324 (33118).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Omgevingswet een omvangrijke stelselwijziging betreft die om nieuwe werkwijzen vraagt van gemeenten, provincies, waterschappen en andere bevoegd gezagen;

overwegende dat voldoende ondersteuning en kennisdeling bijdragen aan een consistente en kwalitatief goede uitvoering van de wet;

verzoekt de regering de ondersteuning van bevoegd gezagen bij het leren werken met de Omgevingswet te continueren en waar nodig te intensiveren, zodat de kwaliteit van de uitvoering wordt versterkt en onduidelijkheden worden verminderd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mooiman, Grinwis en Clemminck.

Zij krijgt nr. 325 (33118).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet bezig is met de uitwerking van een nieuwe nationale grondbank;

overwegende dat de beschikbaarheid van grond een belangrijke randvoorwaarde is voor het realiseren van maatschappelijke opgaven, waaronder de volkshuisvestelijke opgave;

verzoekt de regering bij de uitwerking van de nieuwe grondbank de volkshuisvestelijke opgave zo veel mogelijk prioriteit te geven bij de verdeling en inzet van beschikbare gronden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.

Zij krijgt nr. 326 (33118).

De heer Mooiman (PVV):
Tot slot.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het ruimtelijk stelsel verschillende beschermingsregimes en -categorieën van toepassing kunnen zijn op één locatie;

overwegende dat deze stapeling van beschermingsregimes in de praktijk kan leiden tot complexe procedures en het onmogelijk maken van woningbouwprojecten;

verzoekt de regering in het ruimtelijk stelsel, samen met relevante partners, te voorkomen dat beschermingsregimes zodanig worden gestapeld dat woningbouw onnodig wordt belemmerd, en te verkennen hoe meer samenhang en vereenvoudiging kan worden bereikt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.

Zij krijgt nr. 327 (33118).

Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Asten namens D66.

De heer Van Asten (D66):
Voorzitter. Naar aanleiding van het debat over ruimtelijke ordening heb ik namens D66 vier moties. De eerste gaat over het versnellen van omgevingsplannen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat gemeenten uiterlijk op 1 januari 2032 hun tijdelijke deel van het omgevingsplan moeten hebben omgezet;

overwegende dat buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA's) een nuttig instrument zijn om woningbouw te versnellen, maar dat een actueel omgevingsplan meer duidelijkheid en voorspelbaarheid biedt voor initiatiefnemers, bewoners en gemeenten;

verzoekt de regering om gemeenten gericht te ondersteunen bij het versneld woningbouwgeschikt maken van hun omgevingsplannen en de Kamer hierover voor het einde van het jaar te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Asten, Peter de Groot, Grinwis en Steen.

Zij krijgt nr. 328 (33118).

De heer Van Asten (D66):
De tweede.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Omgevingswet ruimte laat voor verschillende vormen van participatie;

overwegende dat kwalitatief goede participatie aan de voorkant kan bijdragen aan meer draagvlak en minder vertraging gedurende bezwaar- en beroepsprocedures;

verzoekt de regering goede voorbeelden van vroege participatie bij woningbouw te bundelen en actief onder de aandacht te brengen bij gemeenten en initiatiefnemers, en dit te beleggen bij het kenniscentrum woningbouw als onderdeel van de versnellingsaanpak,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Asten, Grinwis en Steen.

Zij krijgt nr. 329 (33118).

De heer Van Asten (D66):
Samen met Van Asten — dat ben ik — Grinwis en Steen.

De voorzitter:
Dat weten we.

De heer Van Asten (D66):
Dank, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de lange duur van bezwaarprocedures het oplossen van de wooncrisis onnodig vertraagt;

overwegende dat naast de hervorming van beroepsprocedures in de Wet versterking regie volkshuisvesting tevens moet worden ingezet op de versnelling van bezwaarprocedures;

verzoekt de regering in het programma Uitvoeringskracht ook te werken aan een aanpak voor het versnellen van bezwaarprocedures, en de Kamer daar na de zomer over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Asten, Peter de Groot, Grinwis en Steen.

Zij krijgt nr. 330 (33118).

De heer Van Asten (D66):
Tot slot.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het realiseren van 100.000 woningen per jaar vraagt om maximale versnelling van procedures;

overwegende dat vertraging kan ontstaan door vergunningverlening, het Digitaal Stelsel Omgevingswet, omgevingsplannen, bezwaarprocedures en capaciteitstekorten;

verzoekt de regering in het actieplan versnelling woningbouw per planfase inzichtelijk te maken welke knelpunten vertraging veroorzaken en daar maatregelen aan te verbinden, en dit met de Kamer te delen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Asten, Peter de Groot, Grinwis en Steen.

Zij krijgt nr. 331 (33118).

Dank u wel. Het woord is aan de heer Grinwis namens de ChristenUnie.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Tijdens het commissiedebat over ruimtelijke ordening hebben we indringend gesproken over Moerdijk. Zo meteen gaan we daarover verder spreken. Ik zie al veel mensen op de tribune zitten. We hebben gesproken over de ruimtelijke claims. Ik heb daar nu alvast een motie over meegebracht. Die luidt als volgt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het BO Leefomgeving van 11 juni 2025 een indicatief ruimtebeslag van 700 hectare is vastgesteld, waarvan 450 hectare zou landen rond het haven- en industriecluster van Moerdijk, waarna de gemeente Moerdijk tot verstrekkende besluitvorming is overgegaan;

constaterende dat er met de kabinetsbrief van 29 mei jongstleden een alternatief scenario op tafel ligt met een potentieel veel kleiner ruimtebeslag in Moerdijk, van 240 hectare, waarmee het dorp Moerdijk behouden zou kunnen blijven;

overwegende dat deze gang van zaken tot veel onrust en onzekerheid in Moerdijk heeft geleid en daarmee vrees voor de spreekwoordelijke neus van de kameel;

overwegende dat dit nieuwe scenario niet mag leiden tot een proces van geleidelijke uitbreiding en toekomstige ruimteclaims vanuit Rijk en provincie in de gemeente Moerdijk, waarmee er nu tijdelijke valse rust wordt verkondigd, maar geen duurzame duidelijkheid en zekerheid wordt geboden aan de gemeente Moerdijk en haar inwoners;

verzoekt de regering, na zorgvuldige en voortvarende afweging van de scenario's, bij de besluitvorming te borgen dat er ten minste tot en met 2050 vanuit het Rijk geen nieuwe ruimte- of milieuruimteclaims ontstaan voor havenontwikkeling, industrie, energie- infrastructuur of aanverwante rijksopgaven in de gemeente Moerdijk;

verzoekt de regering dit uitgangspunt tijdens het Bestuurlijk Overleg van 29 juni 2026 vast te leggen in de vervolgafspraken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Steen en Jumelet.

Zij krijgt nr. 332 (33118).

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Het jaar 2050 staat genoemd omdat de Nota Ruimte als zichtjaar 2050 heeft en daarin ook het nodige — tot vijftien keer toe — over Moerdijk wordt gesproken. Vandaar dat ik dit zo expliciet heb genoemd.

Ik kijk uit naar de reactie van de minister en we vervolgen het debat over Moerdijk zo meteen.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Steen namens het CDA.

Mevrouw Steen (CDA):
Voorzitter. Nederland heeft geen tekort aan procedures, maar wel een tekort aan woningen. Toch beschermen we in ons systeem vaak de belangen van de mensen die al een huis hebben, terwijl de woningzoekende geen plek heeft aan de bestuurstafel of in de rechtszaal. Natuurlijk moeten mensen die daadwerkelijk worden geraakt hun recht kunnen halen, maar ook het belang van honderdduizenden woningzoekenden verdient veel meer gewicht in de afweging. We hebben een wooncrisis. Het recht op een huis weegt zwaarder dan het recht op uitzicht. Daarom verwacht de CDA-fractie veel van de taskforcebrief van september. Die moet niet alleen gaan over sneller bouwen, maar ook over sneller besluiten. Voor de starter die nog thuis woont, het gezin dat geen passende woning kan vinden en de oudere die wil doorstromen telt iedere maand. Daarom heb ik de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland kampt met een groot woningtekort en dat langdurige bezwaar- en beroepsprocedures regelmatig leiden tot vertraging van woningbouwprojecten;

constaterende dat bezwaar en beroep soms worden ingesteld door personen die slechts beperkt worden geraakt door een woningbouwontwikkeling, bijvoorbeeld doordat zij op aanzienlijke afstand van het project wonen of uitsluitend beperkt individueel nadeel ondervinden, zoals verlies van uitzicht;

overwegende dat het recht op een huis zwaarder moet wegen dan het recht op uitzicht, dat dit een zwaarwegend maatschappelijk belang is en dat procedures niet onnodig tot vertraging van woningbouw mogen leiden;

verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze het belanghebbendencriterium voor woningbouw kan worden aangescherpt, zodat bezwaar- en beroepsprocedures zich meer richten op personen die daadwerkelijk rechtstreeks en substantieel door een besluit worden geraakt;

verzoekt de regering daarbij specifiek te bezien welke mogelijkheden er zijn om bezwaar- en beroepsprocedures die uitsluitend zijn gebaseerd op beperkt individueel nadeel, zoals verlies van uitzicht, minder vertragend te laten zijn, en de Kamer hierover in de taskforcebrief van september te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Steen, Peter de Groot, Van Asten, Grinwis en De Hoop.

Zij krijgt nr. 333 (33118).

Dank u wel. Het woord is aan de heer Vermeer namens de BBB.

De heer Vermeer (BBB):
Inderdaad, geen Wiersma, dat is te zien.

Voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Kustpact bedoeld is om balans te waarborgen tussen economische ontwikkeling en bescherming van de kust en waterveiligheid;

constaterende dat er projecten zijn die aantoonbaar bijdragen aan de doelen van het Kustpact en zelfs de waterkering versterken;

overwegende dat ontwikkelaars en investeerders in de kustzone momenteel worden geconfronteerd met huurovereenkomsten van maximaal tien jaar;

overwegende dat dergelijke korte looptijden het onmogelijk maken om grote investeringen terug te verdienen en daarmee duurzame ontwikkelingen blokkeren;

overwegende dat eerdere erfpachtconstructies met een langere looptijd wél ruimte boden voor verantwoorde investeringen in de kustzone;

verzoekt de regering in overleg met betrokken partijen te bezien hoe voor projecten die aantoonbaar bijdragen aan de doelen van het Kustpact meer investeringszekerheid kan worden geboden;

verzoekt de regering daarbij expliciet te onderzoeken of en onder welke voorwaarden weer langere erfpachtovereenkomsten van bijvoorbeeld twintig jaar of langer mogelijk gemaakt kunnen worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.

Zij krijgt nr. 334 (33118).

De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. We gaan het straks uitgebreid hebben over ruimtelijke ordening en de situatie in Moerdijk en omgeving. Ik heet de mensen uit die omgeving alvast van harte welkom. We zien elkaar zo weer.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Vermeer. Het woord is aan Peter de Groot namens de VVD.

De heer Peter de Groot (VVD):
Dank, voorzitter. We hebben het in de verschillende debatten over ruimtelijke ordening vaker gehad over de druk op de ruimte en ook over welke rol landaanwinning daarbij kan spelen. Ik heb in het debat betoogd dat voor onze economie die landaanwinning weleens heel belangrijk kan zijn, zowel voor economische ontwikkelingen bij industrieterreinen, denk aan de Rotterdamse haven, als voor energieprojecten, denk aan de grote kerncentrales. Wat te denken van de AI-infrastructuur die voor Nederland ook nodig is om autonoom op dat dossier te kunnen opereren? Daarom heb ik de volgende motie meegebracht.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de druk op de bestaande economische clusters toeneemt;

overwegende dat landaanwinning, zoals de Derde Maasvlakte maar ook andere (kleine) landaanwinning, bijdraagt aan ruimte voor economische activiteiten, kernenergie en AI-infrastructuur maar daarvoor substantiële investeringen nodig zijn;

overwegende dat economische opbrengsten van landaanwinningen kunnen bijdragen aan de financiering van deze uitbreiding;

verzoekt de regering voor de economische ontwikkeling, ruimte voor energieprojecten en AI-infrastructuur een plan te ontwikkelen voor landaanwinning waar het terugverdienvermogen specifiek onderdeel van is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Peter de Groot en Grinwis.

Zij krijgt nr. 335 (33118).

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik zou daarbij nog het volgende willen zeggen. Eind maart heeft de heer Grinwis met een aantal collega's een tweetal moties over landaanwinning ingediend. De minister kan deze motie zo lezen dat die een verdere aanvulling is op waar de minister mee bezig is, op de uitwerking van die twee moties over landaanwinning. Ik vraag heel specifiek aan de minister om ook te kijken naar het terugverdienvermogen voor economische clusters.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Russcher namens Forum voor Democratie.

De heer Russcher (FVD):
Dank, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit de evaluatie van de werking van de Omgevingswet blijkt dat gemeenten in de praktijk veelvuldig kiezen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) in plaats van een wijziging van het omgevingsplan;

constaterende dat de bestaande monitoring wel inzicht biedt in het aantal BOPA's, maar geen volledig landelijk beeld geeft van de verhouding tussen vergunningverlening via de BOPA en besluitvorming via een wijziging van het omgevingsplan;

overwegende dat de BOPA is bedoeld als instrument voor afwijkingen van het omgevingsplan en niet als structureel alternatief voor het actualiseren daarvan;

overwegende dat zonder inzicht in de omvang en de oorzaken van het gebruik van de BOPA niet kan worden beoordeeld of de systematiek van de Omgevingswet in de praktijk functioneert zoals door de wetgever is beoogd;

verzoekt de regering landelijk in kaart te brengen welk aandeel van de omgevingsvergunningen via een BOPA wordt verleend ten opzichte van een wijziging van het omgevingsplan;

verzoekt de regering te onderzoeken welke maatregelen nodig zijn om het gebruik van de BOPA terug te brengen tot het uitzonderlijke instrument waarvoor die is bedoeld, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Russcher.

Zij krijgt nr. 336 (33118).

Dank u wel.

De heer Russcher (FVD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Het woord is tot slot aan de heer Claassen namens de Groep Markuszower.

De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de aanwijzing van Natura 2000-gebieden en Vogelrichtlijngebieden grote gevolgen kan hebben voor ruimtelijke ontwikkeling, woningbouw en infrastructuur;

overwegende dat dergelijke aanwijzingen zorgvuldig moeten worden afgewogen en dat een democratische controle daarop van groot belang is;

overwegende dat de Tweede Kamer tijdig en vooraf betrokken dient te worden bij besluiten die verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor burgers;

verzoekt de regering geen nieuwe Natura 2000-gebieden of Vogelrichtlijngebieden aan te wijzen zonder voorafgaande instemming van de Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Claassen.

Zij krijgt nr. 337 (33118).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bezwaarprocedures te vaak worden ingezet om projecten onnodig te vertragen, afstel af te dwingen of financieel gewin te behalen;

overwegende dat dergelijk oneigenlijk gebruik leidt tot hogere kosten, langere procedures en een onevenredige belasting van bestuursorganen, initiatiefnemers en andere betrokkenen;

overwegende dat het wenselijk is om misbruik van bezwaarprocedures effectiever tegen te gaan of zelfs te voorkomen;

verzoekt de regering met concrete voorstellen te komen om oneigenlijk gebruik van bezwaarprocedures te voorkomen en effectiever tegen te gaan, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Claassen.

Zij krijgt nr. 338 (33118).

De heer Claassen (Groep Markuszower):
Deze motie lijkt natuurlijk heel erg op die van het CDA. Ik had die natuurlijk graag gesteund en misschien meeondertekend. Ik steun die van u en hopelijk krijg ik steun van het CDA voor deze motie.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van de Kamer. Ik schors vijf minuten voor de reactie van het kabinet.

De vergadering wordt van 10.33 uur tot 10.38 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik verzoek de leden hun plaatsen in te nemen. Ik geef het woord aan de minister voor de appreciatie van de ingediende moties.


Termijn antwoord

Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. Ik begin met de motie op stuk nr. 321 van mevrouw Zalinyan: oordeel Kamer.

De voorzitter:
Excuses, excellentie. Hebben alle leden de bundel met moties? U bent gewoon sneller dan ons proces aankan, minister. Ik zie dat meneer Clemminck de moties heeft, net als meneer De Groot. Zijn we allemaal klaar voor de appreciatie? Meneer Grinwis nog niet, zie ik. Het beste paard van stal … Ja, meneer Clemminck, zo is het! Minister, gaat uw gang.

Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u, voorzitter. De motie op stuk nr. 321 van mevrouw Zalinyan: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 322 van mevrouw Zalinyan moet ik ontraden. Het is aan de kredietaanbieders en AFM houdt hier toezicht op.

De motie op stuk nr. 323: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 324 van de heer Mooiman: oordeel Kamer. Via de voortgangsbrieven over de Omgevingswet en het Digitaal Stelsel Omgevingswet informeer ik u periodiek over zowel de kwaliteit als de gebruiksvriendelijkheid. Daarin treft u een warm pleidooi richting al mijn bestuurlijke partners om hier vol op in te blijven zetten. Vele handen maken hierin licht werk. Ik zie uw motie daarmee als het bestendigen van beleid en geef 'm daarom oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 325 van de heer Mooiman krijgt oordeel Kamer, met een klein beetje extra tekst. Ik ondersteun bevoegde gezagen al langere tijd met het leren werken met de Omgevingswet. Dat doen we nog een kleine drie jaar. Voor het einde van die periode wordt bekeken of het langer wenselijk en nodig is.

De motie op stuk nr. 326 van de heer Mooiman moet ik ontraden. Het kabinet geeft de allerhoogste prioriteit aan de woningbouw. Daarom is de Ministeriële Taskforce Versnelling Woningbouw er. De nieuwe grondbank is nog in oprichting en is juist voor alle ruimtelijke opgaven bedoeld. Het is daarom onverstandig om nu al de volkshuisvestelijke opgave zo veel als mogelijk prioriteit te geven bij de verdeling en inzet van beschikbare gronden. Ik ga de komende maanden eerst kaders uitwerken en kom er bij u op terug in het voorjaar van '27.

De motie op stuk nr. 327 van de heer Mooiman krijgt oordeel Kamer. Ik koppel dit ook graag aan STOER. Voor de zomer krijgt u hier nog een brief over.

De heer Mooiman (PVV):
Ik begrijp dat de minister waar het gaat om de vorige motie ook wil streven naar een evenwichtige balans van ruimtelijke claims. Tegelijkertijd lazen we in de brieven omtrent de grondbank wel dat er ook zaken voorbijkomen als het aanleggen van meer natuurgebieden enzovoort. Wij denken dat de volkshuisvestelijke opgave van dermate maatschappelijk urgent belang is dat het nu al zou moeten kunnen worden meegewogen ten aanzien van de prioriteiten. We zouden dus toch graag aan de minister willen vragen of dit niet juist past in het beleid dat zij zelf nastreeft ten aanzien van de woningbouwopgave.

Minister Boekholt-O'Sullivan:
De heer Mooiman wijst mij mooi op mijn twee rollen, maar dit debat ging over ruimtelijke ordening. Daarin moet ik mijn pet van wonen een klein beetje naar achteren schuiven en word ik verondersteld alle belangen te wegen, dus dat zou ik graag nog even blijven doen.

De voorzitter:
U vervolgt met de motie op stuk nr. 328.

Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 328 van de heer Van Asten: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 329 van de heer Van Asten: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 330 van de heer Van Asten: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 331 van de heer Van Asten: oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 332 van de heer Grinwis. Uiteraard maken we zorgvuldige afwegingen. We hebben zo meteen een heel debat over Moerdijk. De motie had wat mij betreft daar gepast, net als het gesprek daarover. Maar misschien hebben we het er straks gewoon nog even over. Ik ga u toezeggen dat we in de besluitvorming op 29 juni de ruimtevraag en daarmee de ruimtedruk op Moerdijk tot 2050 in alle scenario's willen borgen. Ik geef daarom uw motie oordeel Kamer.

Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik snap heel goed dat de heer Grinwis de belangen van de Moerdijkers goed vertegenwoordigt, maar het is wel een beetje een gek moment om deze motie in te dienen. Er zijn namelijk woordvoerders die niet aanwezig waren bij dit debat. We hebben het debat over Moerdijk ook nog niet kunnen voeren. Ik vind het een beetje gek dat een motie "oordeel Kamer" krijgt, terwijl er nog niet echt een debat over heeft plaatsgevonden.

Minister Boekholt-O'Sullivan:
We hebben tijdens het commissiedebat Ruimtelijke Ordening ook uitvoerig over Moerdijk gesproken. In die zin vind ik 'm toch passend, ondanks dat we er zo een debat over hebben, en geef ik 'm oordeel Kamer.

De voorzitter:
Voor wat het waard is: ik moet de minister gelijk geven, want ik begrijp dat Moerdijk ook tijdens het commissiedebat uitvoerig is besproken. De minister vervolgt met de motie op stuk nr. 333.

Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 333 van mevrouw Steen krijgt oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 334 van de heer Vermeer is overbodig, omdat ik tijdens het commissiedebat al heb toegezegd dat ik met Rijkswaterstaat en het RVB in gesprek zou gaan. Dat ga ik ook doen. Ik heb ook beloofd dat ik per brief zou laten weten wat daaruit is gekomen. Mijns inziens is de motie daarmee overbodig.

De voorzitter:
Eén vervolgvraag van meneer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):
Dat heeft de minister inderdaad toegezegd, maar deze motie is bedoeld om meer te expliciteren en duidelijk te maken dat het gesprek moet gaan over erfpachtovereenkomsten met een langere looptijd. Dat is in de toezegging niet helemaal duidelijk geworden. Kan de minister daar nog even op reflecteren?

Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik heb de toezegging gedaan dat ik dat zou doen, dus ik hou me aan mijn woord. Daarmee vind ik de motie overbodig.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 335.

Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 335 van de heer De Groot moet ik ontraden, alhoewel ik goed begrijp wat hij bedoelt. Ik heb al een toezegging gedaan voor meerdere onderzoeken. Die ga ik ook doen. Ik vind het gewoon zorgvuldig voor het proces dat we de uitkomsten van die onderzoeken afwachten. Ik heb ook beloofd dat ik u daarover een terugkoppeling geef. Ik zou dat dus op die manier eerst willen afwachten.

De heer Peter de Groot (VVD):
Ik begrijp het antwoord van de minister heel goed, maar het is natuurlijk gek als wij als Kamer een paar maanden later niet zouden kunnen spreken over de specifieke vraag over het terugverdienvermogen, die dan niet meegenomen is. Het is een nieuwe vraag, of eigenlijk een andere vraag. De vraag zou ook kunnen zijn: kunt u het meenemen in de onderzoeken die nu lopen? Als u dat niet kunt, kunt u dan niet een nieuw onderzoek daarnaar doen? Dat is de vraag in de motie.

De voorzitter:
U vraagt het aan de minister, niet aan mij.

Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik begrijp de vraag van de heer De Groot goed. Tegelijkertijd wil ik het in de onderzoeken die nu lopen niet exclusief maken voor het economische domein. We kijken ook naar woningbouw et cetera. Ik zie aan uw non-verbale communicatie dat u dat niet bedoelt, maar ik wil echt eerst graag deze onderzoeken afwachten voordat ik een volgend onderzoek oppak, om te voorkomen dat ik straks alleen maar aan het onderzoeken ben en niet tot uitkomsten kom.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 336.

Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 336 van de heer Russcher moet ik ontraden. De BOPA is een kerninstrument, geen uitzonderlijk instrument. Het gebruik wordt momenteel al gemonitord. Het kan ook juist bijdragen aan versnelling. Het is aan het bevoegd gezag om de keuze te maken welk instrument zij daarvoor inzetten.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 337.

Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 337 krijgt oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 338 van de heer Claassen krijgt ook oordeel Kamer.

Dan ben ik erdoorheen, voorzitter.

De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Over de ingediende moties zal dinsdag worden gestemd. Ik schors de vergadering een heel kort ogenblik, alvorens we verdergaan met het debat over de toekomst van het dorp Moerdijk. De vergadering is kort geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Toekomst van het dorp Moerdijk

Toekomst van het dorp Moerdijk

Aan de orde is het debat over de toekomst van het dorp Moerdijk.


Termijn inbreng

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het debat over de toekomst van het dorp Moerdijk. De minister had ik al welkom geheten. Eveneens heet ik de staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei van harte welkom. Maar in het bijzonder heet ik de mensen uit het dorp Moerdijk van harte welkom. Voor hen is dit een belangrijk debat. Het is heel fijn dat u vandaag in ons midden bent om het vanaf de publieke tribune te volgen.

Er zijn van de zijde van de Kamer veertien sprekers. Allereerst geef ik het woord aan mevrouw Zalinyan voor haar inbreng namens PRO.

Mevrouw Zalinyan (PRO):
Dank, voorzitter. Ik wil mij graag eerst richten tot de inwoners van de gemeente Moerdijk die vandaag in groten getale op de publieke tribune zitten. Dit debat gaat over meer dan hectares en ruimtelijke scenario's. U bent een gemeenschap, met een geschiedenis. Mensen wonen daar soms al generaties lang. Het gaat om echte mensen met echte verhalen.

Juist daarom wil ik vandaag beginnen in 1969. Eind juni 1969, 57 jaar geleden, kwamen de inwoners van Moerdijk massaal in opstand tegen de aanleg van het industrieterrein. Zij waarschuwden toen al voor verlies van leefbaarheid, voor vervuiling en voor een dorp dat steeds verder zou worden ingesloten door de industrie. Maar de economische belangen werden zwaarder gewogen, ten koste van gewone mensen. Voor Shell werden honderden hectares grond beschikbaar gemaakt tegen een bodemprijs. Er werden grote economische beloftes gedaan: werkgelegenheid, groei en vooruitgang. De inwoners van Moerdijk verloren die strijd. Wat wringt, is dat niet alles uitkwam wat toen werd beloofd. De industrie kwam en de overlast ook, maar een groot deel van de economische verwachtingen bleef uit. Het terrein lag jarenlang grotendeels braak en de leefomgeving veranderde voorgoed. Sindsdien lijkt de geschiedenis zich iedere paar jaar weer te herhalen met een nieuwe uitbreiding en een nieuwe discussie over de toekomst van het dorp. Steeds weer komt de overheid langs met de boodschap dat Moerdijk opnieuw moet bijdragen. Opnieuw wordt gevraagd om vertrouwen te hebben. Opnieuw wordt gezegd dat het noodzakelijk is. Maar opnieuw verandert het verhaal. De vraag die de inwoners inmiddels al meer dan een halve eeuw stellen, is daarom niet alleen: wat gebeurt er vandaag? De vraag is: wanneer houdt dit op?

Voorzitter. In 2023 werden afspraken gemaakt voor Powerport Moerdijk. In 2024 werd met inwoners gesproken over leefbaarheid en toekomstperspectief. Toen kwam november 2025. De inwoners kregen te horen dat hun dorp zou worden opgeheven ten behoeve van industriële uitbreiding. Een maand later werd het besluit wederom uitgesteld door het Rijk. Nog geen halfjaar later was er een compleet ander verhaal. Ineens bleek het dorp misschien toch te kunnen blijven. Eerst was de opgave groot, toen iets kleiner en nu nog kleiner. Wat is het nou?

Uit de stukken begrijp ik dat een deel van de oorspronkelijke ruimtevraag bestond uit ontwikkelingen die nog helemaal niet concreet waren. Mijn vraag is daarom simpel: was deze koerswijziging het gevolg van nieuwe inhoudelijke inzichten of speelt hier iets anders? Heeft de staatssecretaris koudwatervrees gekregen voor de consequenties van het besluit of ontdekte het kabinet dat de rekening simpelweg niet betaald kon worden? Hoe kan een kabinet een dorp vertellen dat het mogelijk moet verdwijnen, terwijl het kabinet nog geen concreet plan had? Is er inmiddels voldoende geld beschikbaar, niet alleen voor de uitbreiding zelf, maar juist voor leefbaarheid, compensatie, voorzieningen en de kwaliteit van de leefomgeving?

Voorzitter. Dit debat gaat niet alleen over Moerdijk. Is dit hoe Nederland ruimtelijke ordening gaat bedrijven? Dat vraag ik de minister. Is dit het voorbeeld? Dan maak ik me wel grote zorgen. Eerst wordt een onvoldoende onderbouwde claim neergelegd zonder financiële dekking. Daarna worden mensen jarenlang in onzekerheid gehouden. Is dit de nieuwe standaard? Welke lessen trekt de minister hieruit? Waarom maakt de minister de keuze om even snel voor het debat nog langs te gaan? Moerdijk zit al jaren in onzekerheid.

Ik ben ook benieuwd hoe het kabinet het vervolgproces gaat vormgeven. Ik hoor steeds dat het dorp mogelijk kan blijven bestaan, maar dat wil niet zeggen dat het dorp ook leefbaar zal zijn. Wat is de ambitie van het kabinet? Is de ambitie simpelweg dat er over twintig jaar een plaatsnaambord staat of is de ambitie dat er over twintig jaar nog sprake is van een leefbare gemeenschap, waarin mensen willen wonen, investeren en kinderen grootbrengen? Als dit minderheidskabinet niet durft te kiezen of te investeren, zal het laatste stukje leefbaarheid verdwijnen. Dan vertrekken de mensen zelf, iets wat nu al gebeurt. Dan heeft niet de industrie het dorp verdreven, maar de onzekerheid van de overheid.

Dank.

De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een interruptie van meneer Clemminck. De interrupties zijn kort en bondig, in drieën en niet beperkt.

De heer Clemminck (JA21):
Ik kan me voor een groot deel vinden in het betoog van collega Zalinyan. Het roept wel de vraag op of PRO ook een principiële mening heeft over de vraag of een heel dorp of een hele leefgemeenschap zou kunnen wijken voor een energietransitie. Dat is een principiële vraag. Wat is daar het antwoord van PRO op?

Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik denk dat de vraag hier niet is of een dorp moet verdwijnen of niet. Ik denk dat de vraag hier vooral is: hoe zorgen we voor een leefbare gemeenschap? Dat staat voor PRO voorop: een leefbare gemeenschap met voorzieningen. Ik doel dan op een dorp met een school, een sportvoorziening of een buurthuis bijvoorbeeld. Dat is wat vooropstaat.

De heer Clemminck (JA21):
Dat ben ik helemaal met mijn collega eens, maar dan moet er wel een leefgemeenschap zijn. Oftewel, er moet wel een dorp blijven, want anders kun je dat allemaal niet doen.

Mevrouw Zalinyan (PRO):
Daar kan ik het alleen maar mee eens zijn. Er moet zeker een dorp blijven, dat ook nog eens leefbaar is. Daar moet in geïnvesteerd worden. Tot nu toe hebben we gezien dat niet geïnvesteerd wordt in de leefbaarheid, niet voldoende in ieder geval. We zien dat Moerdijk al jaren onder de rook van de industrie zit en daar alleen maar de lasten en niet de lusten van ervaart.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Clemminck (JA21):
Ja, afrondend. Ook nu ben ik het helemaal eens met mijn collega, maar ze zei wel iets heel belangrijks. Ze zei namelijk: dan moet het dorp wel blijven bestaan. Mag ik dan toch concluderen dat voor PRO het behoud van het dorp, inderdaad met leefbaarheid en investeringen, het uitgangspunt is bij de ruimteclaims die er wellicht komen?

Mevrouw Zalinyan (PRO):
Voor ons is het uitgangspunt dat er een leefbaar dorp moet zijn en dat we ook durven te kiezen. Dat betekent dat we vooral de leefbaarheid als uitgangspunt moeten nemen en vervolgens daar keuzes over moeten maken. Ik heb heel veel respect voor de democratische krachten die we hebben in Nederland, in dit geval een gemeente die een besluit heeft genomen, een gemeenschap die uiteindelijk met die leefbaarheid in stand kan blijven, waarbij de industrie in dezen moet wijken en bijvoorbeeld herstructurering van de industrie een mogelijkheid is om het dorp te laten bestaan. Voor ons is het uitgangspunt echter niet of het dorp behouden moet blijven of niet. Het gaat erom of een leefbaar dorp mogelijk is met de maatregelen die genomen worden.

De heer Mooiman (PVV):
Mevrouw Zalinyan zegt tot tweemaal toe dat het er vandaag niet om zou gaan of het dorp Moerdijk wel of niet behouden blijft, maar daar gaat het natuurlijk wel degelijk om en daar moeten wel degelijk keuzes over gemaakt worden; mevrouw Zalinyan zei dat net zelf. Tegelijkertijd hoor ik in het betoog van PRO geen richting. Welke kant wil PRO zelf op? Willen zij zelf dit dorp nou wel of niet behouden? En zo nee, waarom niet?

Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik vind dat we het dorp en vooral ook de inwoners echt tekortdoen als we het alleen over behoud of niet-behoud gaan hebben. Ik zou de collega's dus vooral willen vragen om geen zwart-witbeeld te schetsen. Het is heel makkelijk om populistisch te roepen dat het dorp moet blijven. Ik denk dat we daarvan af moeten blijven, omdat het hier om echte mensen gaat. Voor mij staat voorop dat de industrie jarenlang veel ruimte heeft ingenomen ten koste van de mensen. Volgens mij is het nu vooral tijd dat we gaan investeren in de leefbaarheid van het dorp.

De heer Mooiman (PVV):
Daar gaat het vandaag natuurlijk precies wél over: over het wel of niet behouden van dit dorp. Er is zojuist door collega Grinwis al een motie ingediend die volgens mij heel nadrukkelijk melding maakt van de ruimtelijke claims die op Moerdijk afkomen. Er worden straks door verschillende partijen ook moties ingediend voor het behoud van dit dorp. Dan vind ik het vreemd dat PRO enerzijds zegt dat we een leefbaar dorp nodig hebben, maar zich daar aan de andere kant niet voor durft in te zetten. Tegelijkertijd wordt in het betoog van PRO vaak de industrie genoemd, maar het is natuurlijk de energietransitie waardoor dit op dit moment gebeurt. Het feit dat er windenergie vanuit zee moet komen en het feit dat de circulaire industrie wordt bevorderd …

De voorzitter:
Uw vraag.

De heer Mooiman (PVV):
Is dat ook iets waar PRO zich zorgen over maakt of niet?

Mevrouw Zalinyan (PRO):
Wij maken ons er vooral zorgen over dat de overheid nog steeds geen duidelijkheid schept voor de inwoners. Ik vind het echt te zwart-wit gezegd dat het over het behoud gaat. Ik ga me er ook niet toe laten verleiden om het alleen over behoud of geen behoud te hebben. Ik vind dat dat de inwoners echt tekortdoet. Er zit een nuanceverschil tussen hoe de PVV dit ziet en hoe PRO dit ziet. Wij staan voor een leefbaar dorp. Dat staat voorop en dat moet het uitgangspunt zijn. Daarom willen we daar ook in investeren.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Mooiman (PVV):
Ik concludeer toch dat we als Tweede Kamer juist vandaag op het punt staan waarop we onze positie moeten pakken om ervoor te zorgen dat we de toekomst van het dorp Moerdijk veilig kunnen stellen, maar dat PRO zich niet daarover wil uitspreken. Dat vind ik ontzettend jammer. We zullen dat straks bij de stemmingen over verschillende moties zien. Tegelijkertijd wil ik mevrouw Zalinyan van PRO nog het volgende vragen. U noemde zelf al dit soort situaties waarin, nu bijvoorbeeld vanwege de energietransitie, steeds meer ruimteclaims op leefgebieden worden gelegd. Is dat iets wat PRO in de toekomst wel wil aanpakken, zodat de ruimtelijke ordening en leefgebieden niet worden verzwolgen door die windturbines op land of door ruimteclaims vanuit de energietransitie?

Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik denk vooral dat we naar het geheel moeten kijken van de ruimtelijke ordening en dat we ook vooral moeten kiezen welke industrie we wél in Nederland willen en welke industrie niet en welke ruimteclaims er daarvoor zijn. Vervolgens moeten we de integrale afweging maken. Ik vind het te makkelijk om te zeggen dat het alleen om de energietransitie gaat, terwijl Shell en superveel fossiele industrie daar aanwezig zijn. We willen uiteindelijk ook allemaal stroom uit het stopcontact. Ik vind het dus echt niet waardevol om hier de discussie te voeren over de vraag of de energietransitie wel noodzakelijk is.

De heer Claassen (Groep Markuszower):
Werkelijk waar, ik vind het een schoffering voor de Moerdijkers die daar op de tribune zitten of die thuis in Moerdijk zitten te kijken dat PRO een heel debat optuigt en dan zegt: ja, maar we gaan niks vinden; we laten het in het midden. Wat wil PRO nu eigenlijk? Wat wil PRO met dit debat? Wat wil PRO? Ik begrijp het niet. Er liggen drie varianten op tafel. Eén: Moerdijk weg. Twee: we gaan kijken wat we aan de zuidoostflank kunnen doen omdat meer mensen hier last van hebben. Drie: de chirurgische slicing therapy, zoals ik het noem, waarmee we de Moerdijkers 40 jaar in onzekerheid houden, omdat ze misschien volgend jaar hun huis moeten inleveren omdat een of andere centrale moet worden gebouwd om de energietransitie van PRO voor elkaar te krijgen.

Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik zie dit echt heel anders, met name omdat ik vooral een kabinet zie dat geen keuzes durft te maken, dat ook nog niet alle scenario's uitgewerkt heeft en dat nog geen financiële dekking heeft voor de scenario's. Dat was dus ook mijn vraag aan de staatssecretaris: voor welk scenario is er geld en wat zijn dan de verdere uitwerking en het vervolgproces? Ik vind dat we juist recht doen aan de Moerdijkers door straks te luisteren naar de beantwoording door de staatssecretaris daarvan in de eerste termijn.

De heer Claassen (Groep Markuszower):
PRO had die vraag kunnen stellen als schriftelijke vraag in plaats van hier een debat op te tuigen, wat de Moerdijkers die daarboven zitten allemaal hoop geeft. De verwachting is dat hier besluiten worden genomen. U tuigt een debat op met de uitspraak "het maakt me niet uit wat we vandaag doen, als ik maar die vraag kan stellen aan de minister". Mijn punt is: had die vraag als schriftelijke vraag gesteld, want dan hadden we hier niet gestaan om de mensen hier nóg langer in onzekerheid te houden.

Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik ga zeker niet op me nemen dat ik verantwoordelijk ben voor het in onzekerheid houden van mensen. Volgens mij ben ik er in mijn bijdrage heel duidelijk over geweest dat we juist voor duidelijkheid voor Moerdijkers zijn. Ik vind het te makkelijk om op deze manier politiek te bedrijven, juist over de rug van Moerdijkers, en vervolgens verschillende werkbezoeken en dingen te organiseren alleen maar om politiek te bedrijven. Dat vind ik een beetje van een laag niveau.

De heer Jimmy Dijk (SP):
Er wordt hier nu net een valse tegenstelling gecreëerd tussen de belangen van mensen, het dorp Moerdijk, en de belangen van de industrie en de energie. In mijn optiek is dat het geval. Als we keuzes moeten maken over het al dan niet behouden van Moerdijk, komt die tegenstelling wel voor te liggen. Dan vind ik het prima als PRO allemaal vragen stelt aan het kabinet, maar dan hoort PRO daar zelf ook antwoord op te geven. Waar kiest u dan voor? Kiest u dan voor energie en industrie in Moerdijk of kiest u het ergens anders? Dat kan, hè. Dat zou het begin van een antwoord zijn.

Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik vind het een te makkelijke keuze om dat bij mij neer te leggen, omdat ik ook heel veel respect heb voor het participatieproces dat ook plaatsvindt binnen de gemeente en voor het bestuurlijke besluitvormingsproces. Volgens mij heeft de gemeenteraad daar een duidelijke keuze gemaakt, in meerderheid. Ik heb daar dus ook heel veel respect voor. Daar hou ik zeker rekening mee. Ik vind het, nogmaals, te makkelijk om te zeggen dat het dorp weg moet of niet weg moet. Het gaat veel meer over de vraag of de randvoorwaarden geschapen worden om het dorp te behouden. Daar gaat het om.

De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat klopt. Als het dorp behouden moet blijven, wat de SP-fractie vindt, moet je dus harde keuzes maken. Ik zal daar straks in mijn eigen betoog op ingaan. Ik vind dat politieke partijen dat zekers te weten vandaag zelf moeten doen als het kabinet er een potje van maakt — het is niet de gemeente Moerdijk die heeft bedacht dat daar energiekabels en industrie moeten komen — dus dan zou het van een politieke partij als PRO wel getuigen van volwassenheid als die hier een keuze in zou maken. Die keuze kan pijnlijk zijn, maar die keuze moet wel gemaakt worden. Is het ja of nee en welk belang kiest u dan? Kiest u voor industrie en energie of kiest u voor Moerdijk? Nogmaals, wat ik hier neerleg, is een valse tegenstelling, maar u moet een uitweg vinden voor die tegenstelling, die nu wel op tafel ligt.

Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik zie alleen maar verliezers in dit dossier. Dat betekent wat mij betreft dat heel snel duidelijk moet worden of de leefbaarheid van het dorp gegarandeerd kan worden. Daar gaat het om. Dat is de kern van het betoog dat ik hou.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik stel de vraag tot slot nog één keer, want hier ligt wel echt een principiële vraag ter discussie. Kies je voor een economie voor mensen die geen gemeenschap molt of kies je nergens voor?

Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik kies voor een leefbaar dorp voor de Moerdijkers. Dat is wat voor mij vooropstaat. Nogmaals, ik vind het te makkelijk om op deze manier die tegenstelling neer te zetten, die mij vervolgens verweten wordt. Dit is echt politiek bedrijven over de rug van Moerdijkers. Daar ben ik niet van en dat ga ik ook niet doen.

De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter, ik wil even een persoonlijk feit maken. Dit is allesbehalve makkelijk. Dit is heel moeilijk.

De voorzitter:
Waarvan akte.

De heer Flach (SGP):
Ik ga ook even door op dit punt, want het is mij volstrekt niet duidelijk wat PRO nu wil. Als ik mijn huis ga onderhouden, als ik er nieuwe kozijnen in ga zetten of als ik het ga verven, wil ik wel eerst weten of dat niet morgen gesloopt wordt. Anders ga ik daar niet mee aan de gang. Mevrouw Zalinyan legt hier neer dat het niet gaat over het voortbestaan van het dorp, maar over de leefbaarheid: dáár moet in geïnvesteerd worden. De vraag die voorligt, is toch: bestaat dat dorp over tien jaar nog wel?

Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik zou daar zelfs nog een vraag aan toe willen voegen, namelijk: is er op dit moment een leefbare situatie en wordt er op dit moment voldoende in leefbaarheid geïnvesteerd door het Rijk? Volgens mij is dat een belangrijke vraag, die we vandaag met elkaar moeten beantwoorden. Zijn ook de andere partijen bereid om te investeren in die leefbaarheid en om daar ook geld voor uit te trekken? Volgens mij is dát een belangrijkere vraag.

De heer Flach (SGP):
Dat is een hele legitieme vraag en het is prima om ons daarover uit te spreken. Ik vind dat we best wel wat verschuldigd zijn aan het dorp, waar al zo veel mee gebeurd is. Maar als je tegelijkertijd niet durft uit te spreken dat het ook gaat over het voortbestaan van het dorp en, sterker nog, dat je collega's verwijt dat dat populistisch is, en erg makkelijke politiek over de rug van de Moerdijkers, vind ik dat wel erg ver gaan, hoor. Je begint bij de basis: blijft het dorp behouden of niet? Zo ja, dan gaan we er ook volop in investeren. Dat is toch de goede volgorde?

Mevrouw Zalinyan (PRO):
Dat is te makkelijk. Ik ben zelf ook in Moerdijk op bezoek geweest en heb met verschillende inwoners gesproken, een paar maanden geleden en ook recent nog, om informatie op te halen en mezelf te laten informeren over het dorp. Wat ik daar vooral zie, is dat de onzekerheid wat doet met mensen. Ik denk ook dat het voor die onzekerheid niet helpt om nu op deze manier het debat te voeren over behoud of niet. Dat kunnen we namelijk allemaal niet beloven op die manier. Daarover ging zonet ook mijn bijdrage, bijvoorbeeld over de motie. Welke zekerheid kan het kabinet geven tot 2050 en wat is die zekerheid dan waard? Voor mij is dat een heel belangrijk punt.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Flach (SGP):
Ja, die onzekerheid doet iets met mensen, en de manier waarop we hier over Moerdijk praten, heeft ook allerlei gevolgen voor andere dorpen in Nederland. We hebben het ook over Borsele, en er wordt gekeken naar een locatie in Groningen als het gaat om kerncentrales. Die onzekerheid zal door het hele land gaan als we op deze manier met de energietransitie om blijven gaan. Dit debat is een politiek debat en we moeten als politieke partijen ook durven uitspreken dat dit soort ontwikkelingen niet ten koste mogen gaan van een gemeenschap, van een heel dorp. Dat zou gewoon een basisuitspraak kunnen zijn, op basis waarvan je dan verder plannen maakt. Dat soort duidelijkheid helpt tegen die onzekerheid van mensen. Zou ik PRO nog één keer mogen uitdagen om die onzekerheid weg te nemen bij de mensen?

Mevrouw Zalinyan (PRO):
De onzekerheid die ik op dit moment weg kan nemen, is dat wij vóór duidelijkheid voor Moerdijkers zijn en dat er zo snel mogelijk een besluit volgt over het vervolgproces. Dat staat voor ons voorop: kan de leefbaarheid gegarandeerd worden en is het kabinet bereid om te investeren in die leefbaarheid, door bijvoorbeeld het oprichten van een fonds of met andere middelen? Daar gaat het uiteindelijk om, want aan zekerheid tot 2050 heb je helemaal niks als er geen geld is. Zijn de andere partijen dus ook bereid om die investering te doen?

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik hoor goede elementen in het betoog van mevrouw Zalinyan over de leefbaarheid van Moerdijk, maar ik denk dat het toch goed is om vandaag ook vanuit PRO wat meer duidelijkheid te horen. Mevrouw Zalinyan zegt terecht dat er duidelijkheid moet komen en dat we mensen niet in onzekerheid moeten laten. Ik hoor hier trouwens ook zeggen dat het nodig is voor de energietransitie. Het is allang duidelijk dat het niet nodig is voor de energietransitie dat er wordt uitgebreid en dat er een dorp wordt opgeofferd, maar dat het puur is voor de uitbreiding van de fossiele industrie. Dus kan PRO toch iets meer duidelijkheid geven over zijn positie? Hoe ziet PRO de toekomst van dat gebied, van het dorp?

Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik vind dit een ontzettend mooie vraag. Ik denk dat dit te maken heeft met de manier waarop wij naar ruimtelijke ordening moeten kijken. Wat ik net al zei in een beantwoording van een vraag: we moeten kijken naar welke industrie wij willen in Nederland en welke uitbreidingen wij dan vervolgens toestaan. Dat moet niet ten koste gaan van, in dit geval, Moerdijk, maar ook niet van andere dorpen en gemeenschappen, want de industrie heeft jarenlang veel te veel ruimte gekregen. Daar moet ook een einde aan komen.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik hoor mevrouw Zalinyan zeggen dat de industrie veel te veel ruimte heeft gekregen. De fossiele industrie is alleen maar uitgebreid. Dat gaat ten koste van dorpen. Nu gebeurt hetzelfde. Dan is toch mijn vraag: waar staat PRO dan nu als het gaat om de toekomst van dit dorp? Gaan de belangen van het dorp boven de fossiele industrie voor PRO, of blijft dat onduidelijk?

Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik heb geprobeerd om dat ook in mijn bijdrage duidelijk te maken, maar ik zal het hier herhalen: de industrie gaat zeker niet boven gewone mensen. Jarenlang hebben we daar ruimte aan gegeven. Volgens mij is het nu vooral tijd dat we gewoon kiezen voor mensen die in een gemeenschap willen blijven wonen.

De heer Vermeer (BBB):
Ik vind het echt ingewikkeld wat mevrouw Zalinyan hier aan het doen is. Ze vraagt een debat aan over de toekomst van Moerdijk, niet over de leefbaarheid van Moerdijk maar over de toekomst. En is er wel een toekomst? Wel of niet? Vervolgens stelt ze allemaal vragen. Ze is er wel duidelijk over dat de fossiele industrie maar moet wijken. Volgens haar is die minder belangrijk dan het dorp. Maar als collega's hier zeggen dat het dorp moet blijven, dan is dat populisme. In haar programma belooft ze mensen hogere inkomens. Dat is blijkbaar geen populisme.

De voorzitter:
Uw vraag?

De heer Vermeer (BBB):
Ze wil keuzes maken tussen welke industrie wel en welke industrie niet. Maar de leefbaarheid van het dorp garanderen is toch gewoon de basistaak van de overheid? Is mevrouw Zalinyan het daarmee eens?

Mevrouw Zalinyan (PRO):
De leefbaarheid van een dorp garanderen, niet alleen van Moerdijk maar in heel Nederland, in alle ruimtelijke opgaven, is natuurlijk de basis. Daarom stel ik ook vragen aan de minister van Volkshuisvesting. Daarom heb ik juist een debat aangevraagd met de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, want dit is wat mij betreft ook een ruimtelijke opgave. Het gaat niet over de energietransitie of over andere zaken. Het gaat hier om de ruimtelijke opgave. Hoe gaan we daarmee om als overheid? Op welke manier bieden we zekerheid aan inwoners voor de toekomst?

De heer Vermeer (BBB):
Dat is toch puur schizofreen? Aan de ene kant vraag je aan het kabinet om de leefbaarheid te garanderen, maar zelf wil je geen uitspraak doen over of het dorp moet blijven. Want als het niet hoeft te blijven, hoef je ook niks met leefbaarheid. Snapt mevrouw Zalinyan dat wij er niks van snappen en dat de mensen op de tribune en thuis er ook helemaal niets aan hebben?

Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik snap deze vragen op zich wel, hoor. Dat is niet het punt. Maar ik probeer uit te leggen dat juist de inwoners er niets aan hebben als de discussie op deze manier wordt gevoerd met elkaar. Wat ik heel veel van Moerdijkers heb gehoord, is dat zij juist een genuanceerd verhaal en een genuanceerde discussie willen over hoe wij de leefbaarheid garanderen. Gaan we investeren in de school? Gaan we investeren in het fietspad dat er al twaalf jaar moet komen? Gaan we investeren in sportvoorzieningen of in woningbouw? Dat is de vraag waar we het vandaag over moeten hebben: hoe gaan we garanderen dat het dorp Moerdijk, en overigens ook de gemeente Moerdijk, een leefbare toekomst heeft?

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Vermeer (BBB):
Maar dan is toch de enige conclusie — waarom krijgt mevrouw Zalinyan dat niet uit haar mond? — dat ze ervan uitgaat dat dit dorp blijft bestaan en dat dát het vertrekpunt van de discussie moet zijn? Want anders kunnen we hier stoppen, als dat niet hoeft. En dan verwijt ze het kabinet ook nog dat het geen keuzes durft te maken, terwijl PRO zelf gewoon geen keuze wil maken. Wat is de keuze van PRO? Moet dit dorp blijven, ja of nee?

Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik ga daar geen ja of nee op antwoorden, omdat het leven iets te ingewikkeld is om op die manier op vragen in te gaan. Nogmaals, ik vind het te makkelijk om die vraag op deze manier hier neer te leggen. Het gaat uiteindelijk om een leefbaar dorp. De inwoners hebben niks aan een ja of een nee zonder garanties over de leefbaarheid en zonder financiële dekking.

De heer Klos (D66):
Ik herken veel van de kritische vragen, ook over het nieuwe scenario dat nu op tafel is gelegd. Kan mevrouw Zalinyan misschien schetsen wat voor haar straks de ideale uitkomst is?

Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik ga straks een motie indienen voor het oprichten van een fonds. Dat fonds zou gevuld moeten worden door bijvoorbeeld de provincie, de gemeente, maar ook de Rijksoverheid. Daarbij worden van tevoren afspraken gemaakt over aspecten van de leefbaarheid, en vervolgens kan daarin worden geïnvesteerd. Ik noemde net al een fietspad, maar ook woningbouwprojecten liggen nu stil omdat er niet geïnvesteerd wordt. Voor mij is dat een belangrijk uitgangspunt: we moeten ervoor zorgen dat er in het dorp wordt geïnvesteerd.

De heer Klos (D66):
Maar een fonds is een middel. Een aantal van de keuzes die op tafel liggen gaan over het dorp zelf, over de leefbaarheid van de bredere gemeente, maar ook over het realiseren van nationale opgaven. Die gaan over energie en industrie. Kan u iets meer schetsen waar dat dan naartoe gaat? Hoe ziet het er straks uit?

Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik vind het heel moeilijk om dat nu te schetsen, omdat ik vanuit het kabinet heel verschillende geluiden heb gehoord over welke scenario's dat precies zijn. Ik heb in het nieuwe scenario niks nieuws gelezen over wat de opgave is, of daar geld voor beschikbaar is en op welke manier dat gefinancierd gaat worden. Er zijn dus heel veel openstaande vragen. Als ik daar antwoord op heb, kunnen we die afweging maken.

De heer Jumelet (CDA):
Mevrouw Zalinyan roept bij mij de vraag op: wat vindt zij van het derde scenario? Dat roept natuurlijk de vraag op waar PRO staat. Kunt u daarop reageren? Vindt u dat het derde scenario uitgezocht moet worden?

Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik vind dat het derde scenario zeker uitgezocht moet worden. Daar bied ik ook de ruimte voor. Dat heb ik ook in mijn betoog gezegd. Ik vind het alleen te gek voor woorden dat er een derde scenario zou moeten komen. Dit is echt zwabberbeleid van het kabinet, en dat accepteer ik niet. Dat is juist waarom ik dit debat heb aangevraagd. De Moerdijkers verdienen het dat we het hierover hebben.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Jimmy Dijk voor zijn inbreng namens de SP.

De heer Jimmy Dijk (SP):
Er ligt hier een pen. De staatssecretaris zegt dat de pen die ik hier vind, de winst van vandaag is. Ik denk daar iets anders over. Ik denk dat we er meer uit kunnen halen.

Voorzitter. Dank aan alle bewoners van Moerdijk, voor al jullie verhalen en al jullie inzet. Ik kan me voorstellen, en weet zelf ook heel goed, dat het best frustrerend kan zijn om die verhalen constant, iedere keer opnieuw, te moeten vertellen, omdat er steeds weer een andere politicus naar Moerdijk komt om naar jullie te luisteren. Maar het is wel erg goed dat jullie dat gedaan hebben. Mij staat het verhaal bij van een jongedame in Moerdijk van de dag dat de berichtgeving kwam dat het dorp zou worden opgeheven. Zij zei het heel beeldend: "Ik ben hier opgegroeid en groot worden. Ik heb hier mijn leven, mijn familie en mijn verenigingsleven. Ik zou het doodzonde vinden als dat mij afgepakt wordt en het gesloopt wordt." Daar gaat het over vandaag.

Bij dit soort vraagstukken, als het gaat om economische belangen of de belangen van mensen, is het voor de SP glashelder: de belangen van mensen staan bovenaan. De economie moet de belangen van mensen dienen en mensen niet uitzuigen als een economisch verdienmodel. Bij dit soort vraagstukken komen meteen de volgende vragen aan dit kabinet naar boven: wie vraagt hierom, wie heeft er belang bij en wie wordt er geraadpleegd? Het is namelijk zeer ingrijpend als de regering jouw zekerheid over je woonplaats, je gemeenschap en je zeggenschap over je eigen leef-, woon- en werkomgeving afpakt en niet serieus neemt. Met het gemak van een kind dat een speeltje weggooit waar het even niet meer mee wil spelen, slingert dit kabinet de bewoners van Moerdijk rond. Men wil het dorp opheffen, want er is veel ruimte nodig. Men wil het dorp niet opheffen, want het kan met minder ruimte. Men wil het dorp misschien toch wel opheffen, maar zekerheid hierover komt pas over een paar jaar. Wel, niet, wel, niet, misschien; we gaan het zien. Bewoners worden op deze manier helemaal gek gemaakt, totdat de onzekerheid de laatste bewoner heeft gebroken. Ik vind het knap, nogmaals, dat deze gemeenschap sterk is. Natuurlijk krijg je berichten van mensen die zeggen: "Wij willen duidelijkheid. Ook als het dorp zou verdwijnen, willen wij duidelijkheid."

Maar dat is wel een laatste escape voor mensen. U hoeft mij als Groninger niet uit te leggen dat als de bodem onder je grond vandaan zakt, mensen op een gegeven moment zeggen: misschien kan ik mijn heil ergens anders zoeken. Dit is groot falen van een overheid die weigert — die dat jarenlang weigert — om met actieve industriepolitiek te sturen op industrie. Want de industrie groeit maar door, in alle vrijheid, ongericht, ongestuurd, jarenlang. De politiek maakt vervolgens geen keuze. Die stuurt niet. Dus komt de gemeenschap — ze zitten hier potdorie allemaal op de tribune — naar de politiek toe om te zeggen: ga nou eens sturen, ga nou eens invloed uitoefenen op die economie, op die industrie die ons in de verdrukking duwt. Dan kijk ik terug op die jongedame, volgens mij bij Hart van Nederland, die zei: dit is mijn gemeenschap, ik ben hier groot geworden. Hier wordt niet gestuurd. Hier weigeren mensen beslissingen te nemen in dienst van mensen. Alles is in dienst van de economie, alles is in dienst van de euro's, alleen dat. Als u een alternatief wilt, kunt u dat krijgen. Er zijn kilometers aan oude industrie, kílometers, waar het ook had gekund. Daar is niet naar gekeken, jarenlang niet. Mensen zitten al tientallen jaren in onzekerheid. Ik zie dat ik moet afronden. Het gaat me aan het hart; dat merken mensen.

Tot slot heb ik een paar vragen. Over vier dagen komt u met een bericht. Gaat u zeggen dat Moerdijk moet blijven, ja of nee? Dat is de hamvraag, niks meer, niks minder. Twee. Gaat u investeren in voorzieningen en onderhoud, waarin er ook een jarenlange achterstelling is? Dat is natuurlijk logisch, omdat mensen denken: geen idee …

De voorzitter:
U bent door uw spreektijd heen …

De heer Jimmy Dijk (SP):
Als jullie geen keuzes maken, weten de mensen niet wat voor keuzes zij zelf moeten maken.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Clemminck namens JA21.

De heer Clemminck (JA21):
Voorzitter, dank u wel. De doldwaze energietransitie maakt helaas veel slachtoffers. De portemonnee van de burger is slachtoffer, door onbetaalbare rekeningen. Bedrijven zijn slachtoffer, vanwege een weglekkende concurrentiepositie. Nu is zelfs een heel dorp, een hele gemeenschap, mogelijk het slachtoffer van een waanidee dat "energietransitie" heet.

Voorzitter. Ik was in november in Moerdijk. Moerdijkers zijn nuchtere mensen die vooral zelf hun boontjes willen doppen. Het nieuws over het mogelijk verdwijnen van het dorp kwam daar hard aan in november, maar er was een zekere berusting en er waren ook wel begrijpelijke vragen over duidelijkheid en compensatie. Toen ik in april een belronde deed bij deze inwoners, kreeg ik een heel ander signaal. Er waren ineens woede en frustratie, een paar maanden later, over onzichtbaar provinciebestuur, over een onzichtbare en onbereikbare minister van VRO, over een onbetrouwbaar kabinet.

Voorzitter. Dit kabinet heeft het proces verprutst. In het commissiedebat van vorige week vroeg ik de minister van VRO om te reflecteren op haar eigen woorden. Haar eigen woorden waren dat het een zorgvuldig proces moet zijn. Er was nul komma nul reflectie, niets. Ik doe nogmaals een poging, een herkansing voor deze minister. Vindt de minister nou werkelijk dat het proces tot nu toe zorgvuldig is gegaan?

Voorzitter. Ik wil vanaf deze plek mijn waardering uitspreken voor de burgemeester en de wethouders van Moerdijk, met wie ik veelvuldig in contact ben geweest. Ik heb ook waardering voor het gezamenlijke optreden van alle politieke partijen, van links tot rechts, en voor de inwoners, die altijd correct en netjes zijn gebleven en zo veel tijd en energie steken in dit vraagstuk. Dat is nou leiderschap. Ik zou zeggen: kabinet, neem daar eens een voorbeeld aan. Dit kabinet is verblind door zijn eigen energie-ideologie, of, beter gezegd, -idioterie. Ze zijn zo verblind dat ze zelfs een dorp en een gemeenschap van de kaart willen vegen en dat als optie zien. Als het kabinet het verprutst, dan is het ook aan ons als Kamer om leiderschap te tonen en de regie te pakken, zeker met een minderheidskabinet. Wat deze minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening moet doen, is de gemeenschap op één zetten. Die moet op één. Het behoud van de gemeenschap, vitaal en leefbaar voor de komende generaties, moet het uitgangspunt zijn van de ruimtevraag.

De heer Jimmy Dijk (SP):
JA21 is heel duidelijk. Die wil dat het behouden blijft en gooit het vervolgens helemaal op de energietransitie. Dat mag, maar ziet u ook dat het te maken heeft met een uitbreiding van industrie?

De heer Clemminck (JA21):
Ja, het is een optelsom. Daar heeft de heer Dijk gelijk in. 450 hectare, waarvan meer dan de helft vanwege energietransitie en circulaire economie. In die verhouding.

De heer Jimmy Dijk (SP):
Inderdaad, laten we het op de helft houden. Dat vind ik prima. Vindt u het ook kwalijk dat de helft van de industrie dat dorp zou opslokken en dat daarmee het dorp zou verdwijnen? Bent u daar ook tegen?

De heer Clemminck (JA21):
Ja, want mijn uitgangspunt is het behoud van een leefbaar, vitaal dorp voor meerdere generaties. Dat is mijn uitgangspunt. Van daaruit kun je kijken welke ruimteclaims daar nog kunnen landen. Misschien kan dat deels, maar als het antwoord nee is en de leefbaarheid voor de komende generaties in dit dorp niet gegarandeerd kan worden, krijgt elke ruimteclaim, waar die ook vandaan komt, een nee.

De voorzitter:
Via de voorzitter, meneer Dijk.

De heer Jimmy Dijk (SP):
Nog één keer om het heel scherp te hebben. De uitbreiding van industrie mag dus nooit een reden zijn om zo'n dorp op te heffen.

De heer Clemminck (JA21):
Ik wil mezelf niet herhalen, maar ik heb net gezegd dat we een vitaal en leefbaar dorp moeten realiseren voor de komende generaties. Als daar ruimte is om een aantal dingen te doen, kan dat, maar wel met die voorwaarde.

De voorzitter:
U vervolgt.

De heer Clemminck (JA21):
Dank u wel. De minister moet het omdraaien. Het behoud van de gemeenschap, vitaal en leefbaar voor de komende generaties: dat moet het uitgangspunt zijn. Wat deze minister van VRO moet doen, is leiderschap tonen, naar de staatssecretaris gaan en duidelijk maken dat de leefbaarheid van de dorpen, alle kernen, maar tot zo ver gaat bij de ruimteclaim. Als de staatssecretaris het daarmee te doen heeft, dan moet hij het daarmee maar doen. Zoek het uit met je circulaire energie. Gaat de minister dat uiteindelijk nu eens een keer doen? Tot nu toe is de minister passief. Zo wacht de minister maar af welke ruimteclaim er komt. Maar dat is precies de omgekeerde volgorde. Deze minister moet de gemeenschap en leefbaarheid van Moerdijk en alle kernen op één zetten en dan pas gaan kijken hoeveel ruimte er is.

Welk vertrouwen kunnen de Kamer en de Nederlandse burger nog hebben in dit kabinet als het gaat om de ruimteclaims? Want er komen nieuwe Moerdijken aan, plekken die vaak in de regio of het landelijk gebied liggen en die geconfronteerd worden met ruimteclaims voor batterijen, windmolens en circulaire economie. In Wijchen worden 40 voetbalvelden opgeofferd voor de energietransitie. Weg landbouw, weg natuur, weg groen, weg potentiële woningbouw. Wat gaat het kabinet doen om de leefgebieden in Nederland eens een keer te beschermen? Wat gaat het kabinet doen om de lokale overheden te ondersteunen en burgers te compenseren?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Clemminck. Het woord is aan de heer Vermeer namens de BBB.

De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. Nederland is geen project op een tekentafel, maar een leefomgeving. Dat wordt misschien nergens zo pijnlijk duidelijk als in Moerdijk. Een hechte dorpsgemeenschap van gezinnen, ondernemers en verenigingen dreigt te moeten wijken voor plannen die nog steeds niet hard zijn. Dat is voor BBB onbestaanbaar. De inwoners van Moerdijk zitten al jarenlang in onzekerheid. Steeds weer wordt er gezegd: er komt duidelijkheid. Maar wat krijgen mensen? Uitstel, halve besluiten en nieuwe plannen, die ook nog eens over elkaar heen schuiven. Dat is geen perspectief. Het kabinet zegt nu dat de opgaven, een verschrikkelijk woord voor alle plannen die moeten gebeuren volgens iemand die dat ergens bedenkt, mogelijk kleiner gaan worden. Wij hoorden vooral één ding uit de regio: zonder harde garanties is dat niets waard. Vanmorgen nog zei de staatssecretaris bij BNR dat de energieopgave niet verandert en dat mogelijk alleen de opgave circulaire economie verandert. Ja, dan blijft het onduidelijk.

Het gaat niet om dat nietszeggende en kille woord "opgave". Het gaat om mensen. In de stukken staat zelfs dat er onderzocht moet worden wat er onderzocht moet worden. Ja, jongens, zo komen we echt niet verder. Lokale partijen, ondernemers en bewonersorganisaties spreken zich eensgezind uit. Ze vragen niet om mooie woorden, maar om zekerheid, duidelijkheid over de totale opgave, zekerheid dat er niet stapsgewijs nieuwe ruimteclaims volgen, en om perspectief voor dorpen en het buitengebied. Waar eerst Moerdijk werd bedreigd, worden nu ook Zevenbergen, Zevenbergsche Hoek, Langeweg en Klundert bedreigd. Wij moeten de mensen helpen te willen blijven zolang de onzekerheid duurt, als we willen dat deze dorpen blijven bestaan. En dat willen wij. BBB staat pal achter die oproep.

Daarom is de keuze helder: of het kabinet zegt dat het ruimtebeslag echt kleiner wordt en dan moet dat ook juridisch worden vastgelegd, met financiële garanties en een harde borging dat het hier stopt. Of die zekerheid kan niet worden gegeven, maar dan moet het kabinet daar ook eerlijk over zijn en geen schijnzekerheid bieden. Want de grote olifant in de kamer is dat als je keiharde garanties geeft of zegt de leefbaarheid van mensen te garanderen, dat grote financiële claims vraagt. We hebben gezien dat er zelfs voor het onderhoud van wegen in Noord-Nederland geen geld beschikbaar wordt gesteld. De grote olifant is ook in de Kamer: hebben deze minister en staatssecretaris überhaupt een dubbeltje op zak als ze volgende week dat gesprek ingaan? Ik vrees van niet.

Voorzitter. Een deur die op een kier blijft staan, geeft geen rust maar tocht. Dat zorgt ervoor dat mensen nooit weten waar ze aan toe zijn en altijd op de tocht zitten. Van tocht word je uiteindelijk ziek. BBB zegt klip-en-klaar dat de energietransitie nooit een excuus mag zijn om gemeenschappen op te offeren. De staatssecretaris weet ook nog vanuit zijn vorige functie rond de Zeeuwse en Borselse voorwaarden dat inwoners beschermd moeten worden. Dat is gewoon een taak van de overheid. Maar daar stonden ook eisen in, zoals geen bovengrondse hoogspanningsleidingen.

Het Nederlandse landschap gaat drastisch veranderen en Moerdijk is geen incident, maar een voorbode, een kanarie in de kolenmijn. Daarom vraagt de BBB of de minister bereid is om alle plannen waarvoor Moerdijk mogelijk moet wijken, integraal in kaart te brengen, inclusief status, noodzaak en mogelijke alternatieven. Kan de minister garanderen dat er geen nieuwe ruimteclaims worden toegevoegd, anders dan die die nu al vergund zijn zonder expliciete instemming van de regio?

Ik sluit af, voorzitter. Mensen in Moerdijk vragen geen bijzondere behandeling. Ze vragen gewoon wat iedere Nederlander mag verwachten van ons: zekerheid over de toekomst, bescherming van de leefomgeving en een overheid die haar woord houdt.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Teunissen namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Wat de Partij voor de Dieren betreft, staan drie dingen als een paal boven water. Een. Moerdijk blijft, er gaat geen vierkante millimeter vanaf. Twee. Schone energie moet niet ten koste gaan van een dorp, een thuis van mensen, maar van de fossiele industrie. Drie. Het kabinet moet investeren in de leefbaarheid van Moerdijk. Dat is voor de Partij voor de Dieren de enige juiste uitkomst van dit debat. Niet alleen moet Moerdijk blijven, maar de Moerdijkers hebben recht op snelle duidelijkheid en perspectief op een dorp met een gezonde toekomst. In plaats van geld voor de uitkoop van Moerdijk zal het geld moeten gaan naar de leefbaarheid van Moerdijk.

Voorzitter. Wie Moerdijk op de kaart opzoekt, ziet precies wat er aan de hand is: Moerdijkers zijn slachtoffer geworden van de gigantische fossiele industrie. Een klein dorp in een prachtig groengebied aan het Hollands Diep, niet ver van de Biesbosch, dat in de afgelopen decennia is geteisterd en is ingesloten door de fossiele industrie. Het chemiecomplex naast Moerdijk is ruim 50 keer zo groot als het dorp. Het is puur voor de belangen van een handjevol bedrijven dat Moerdijk nu dreigt te verdwijnen. Moerdijk zou zogenaamd moeten wijken voor de energietransitie. Voor de duidelijkheid: dit is niet nodig voor de energietransitie.

Voorzitter. Moerdijk is symbool van een dieperliggend probleem. Het kabinet offert alles op voor de expansiedrift van de fossiele industrie. Het gevolg is dat, als de belangen van Shell of andere fossiele bedrijven op het spel staan, de gewone burger het onderspit delft.

De heer Vermeer (BBB):
Mevrouw Teunissen zegt dat Moerdijk niet moet wijken voor de energietransitie. Maar hoe kijkt zij dan naar dat grote ruimtebeslag dat in de plannen gevraagd wordt voor electrolysers en batterijopslag bijvoorbeeld?

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Er zijn allang alternatieven voor de belangrijkste zaken, voor de aanlanding van wind op zee en het hoogspanningsstation. Die zijn al op een andere manier ingepast. Daarnaast hebben we op een steenworp afstand het havengebied van Rotterdam. Daar zijn drie olieraffinaderijen. Sorry, maar die hebben gewoon geen toekomst. Dat is fossiele industrie, waar we al decennia door worden geteisterd. Er moet nu een omslag plaatsvinden. Alle dingen die daar nu gepland staan, zijn volledig onnodig. Die kunnen gewoon ten koste gaan van de fossiele industrie bij het havengebied, maar ook van het chemiecomplex op het industrieterrein zelf.

De heer Vermeer (BBB):
Buiten de kwalificaties die mevrouw Teunissen aan de fossiele industrie geeft, vraag ik het volgende. De fossiele industrie heeft alle spullen hier in de omgeving en alles waardoor we hier vandaag bij elkaar kunnen zijn mogelijk gemaakt en zal dat ook in de toekomst mogelijk maken. Is mevrouw Teunissen het met mij eens dat alle ruimtebeslagen die voor de energietransitie zijn ingepland in al die sheets ook prima op een andere plek kunnen? Zal ook de Partij voor de Dieren er niet mee akkoord gaan dat een dorp moet wijken voor iets wat ook op heel veel andere plekken geplaatst zou kunnen worden, zonder dat er daarvoor een dorp hoeft te verdwijnen?

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Als je goed naar de plannen kijkt, dan zie je dat er staat dat er ruimte gemaakt moet worden voor circulaire economie en autonome groei. Op geen enkel moment is het kabinet duidelijk geweest in wat daar nou eigenlijk mee bedoeld wordt. Voor de Partij voor de Dieren is het allang duidelijk: dit is gewoon greenwashing van Shell die wil uitbreiden op de plek van Moerdijk. Dat doen ze onder het mom van de energietransitie. Ondertussen weten we helemaal niks van de plannen. Shell wordt niet om verantwoording gevraagd met "is dat wel zo circulair?" Bovendien staat er gewoon een petrochemisch complex waarvan we weten dat het geen toekomst heeft en dat het een doodlopende weg betekent. Mijn idee daarover is: als we inzetten op de energietransitie, dan zullen we de fossiele industrie moeten afbouwen en op die plek de energietransitie mogelijk maken. Dat moeten we echter nooit ten koste laten gaan van zoiets moois als een dorp als Moerdijk.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Vermeer (BBB):
Moerdijk wordt niet bedreigd door een vergunningaanvraag van Shell, maar door plannen van de Rijksoverheid, die allerlei opgaves bij elkaar wil brengen en die toevallig projecteert op een plek waar een dorp staat. Ik snap dat de Partij voor de Dieren hier een fossiele-industriedebat van wil maken, maar als ik goed geluisterd heb, zijn wij het met elkaar eens dat er geen reden is om het dorp op die plek op te offeren.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Het enige wat ik in de plannen zie, is dat er ruimte moet komen voor autonome groei. Dat is een wens van de industrie daar en het kabinet gaat daar gewoon in mee.

De voorzitter:
U vervolgt.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik zei: het kabinet offert alles op voor de expansiedrift van de fossiele industrie. De gevolgen zijn dat de gewone burger het onderspit delft, dat de fossiele plannen worden doorgedrukt en ten derde dat Nederland vol is. Dat is vol met industrie zonder toekomst. Het stroomnet is vol, de fysieke ruimte is op, de stikstofruimte is op, onze natuur is er de dupe van en mensen worden van huis en haard verdrongen. Het kabinet moet nu eindelijk andere keuzes gaan maken. Luister nou eens naar de rapporten van bijvoorbeeld de Klimaatraad. Die zegt heel duidelijk: er moeten keuzes worden gemaakt voor een schone industrie in Nederland. Het is niet en-en, want je kunt het niet naast elkaar laten bestaan. Fossiel is een doodlopende weg. Dit begint vandaag door keihard nee te zeggen tegen deze waardeloze plannen.

Voorzitter. Mensen in Moerdijk worden aan de kant geschoven voor de zogenaamde autonomegroeivraag van het haven- en industriegebied. Mijn vraag aan de minister is: wat wordt er precies bedoeld met "de autonomegroeivraag"? Tot op de dag van vandaag is dat één grote luchtbel, terwijl de fossiele industrie nu moet worden afgebouwd. Waar is het concrete afbouwpad voor de fossiele industrie? Of gaan we door op de doodlopende weg van de klimaatcrisis? Kijk alleen maar naar de extreme hittegolf waar we nu in zitten. Die is het directe gevolg van de uitstoot van de Shells van deze wereld, die nu ook bij Moerdijk willen uitbreiden.

Voorzitter. Uit de Woo-documenten blijkt dat het Rijk al in maart 2025 had bedacht dat het dorp moest verdwijnen. Dat was dus ruim voordat de bewoners überhaupt in de gelegenheid waren gesteld om mee te praten. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: waarom heeft hij deze conclusie getrokken over de hoofden van de Moerdijkers? Waar was dat voor nodig? Kan de staatssecretaris reflecteren op het participatieproces?