Plenair verslag Tweede Kamer, 86e vergadering
Woensdag 24 juni 2026

  • Begin
    10:15 uur
  • Sluiting
    0:00 uur
  • Status
    Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Paulusma

Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:

De voorzitter:
Ik open de vergadering van woensdag 24 juni 2026.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Stijgende tarieven van dierenartsen door het opkopen van dierenartsenpraktijken

Stijgende tarieven van dierenartsen door het opkopen van dierenartsenpraktijken

Aan de orde is het debat over stijgende tarieven van dierenartsen door het opkopen van dierenartsenpraktijken.


Termijn inbreng

De voorzitter:
Aan de orde is het debat over de stijgende tarieven van dierenartsen door het opkopen van dierenartsenpraktijken. Ik heet de leden van de Kamer van harte welkom. Ik heet de staatssecretaris in vak K van harte welkom. Wij gaan als eerste luisteren naar het lid Kostić. Het lid Kostić spreekt namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. Een tijdje geleden liep ik mee met de Inspectiedienst Dierenwelzijn. Zij reageren op meldingen van dierenleed. Wij kwamen bij een alleenstaande moeder die ons met open armen ontving. Haar kat had een open wond op zijn rug. Die was bloederig en ontstoken. Hij had een allergie. De vrouw schaamde zich om toe te geven dat ze al jaren niet naar de dierenarts is geweest. Ze wist nog van de eerste behandeling dat de kosten flink konden oplopen. Zij moet kiezen tussen betalen voor de huur of een simpele behandeling van haar lieve kat. Dat is waar het vandaag over gaat. Een huisdier is voor heel veel mensen een familielid, maar steeds vaker kunnen mensen de dierenartskosten niet betalen. Dit komt onder andere omdat veel dierenartspraktijken massaal opgekocht worden door graaiende buitenlandse multinationals. Zij hebben maar één doel: hun eigen zakken zo veel mogelijk vullen. Ook dierenartsen zelf zijn de dupe. De Partij voor de Dieren is dankbaar voor alle dierenartsen die iedere dag klaarstaan voor de dieren. Zij hebben niet gevraagd om een systeem waarin van bovenaf steeds meer wordt gestuurd op winst in plaats van dierenwelzijn. De kernvraag is dus: hoe houdbaar is een systeem waarin er alleen maar verliezers zijn, namelijk dierenartsen, dieren en de verzorgers? Dat is onhoudbaar.

De Kamer vraagt al jaren om maatregelen tegen de stijgende dierenartskosten. Het is goed dat de staatssecretaris nu stappen zet, onder andere om winstprikkels weg te nemen. Wanneer gaat de staatssecretaris deze wet naar de Kamer sturen? Ondanks de goede stappen vrezen we dat veel maatregelen niet zullen leiden tot lagere kosten voor de mensen thuis. Je kunt mensen voorlichten over hoe duur de dierenarts is, maar daarmee wordt de dierenarts niet goedkoper.

Het begint bij erkennen dat zorg voor dieren geen luxe is, maar een noodzaak, zoals voor mensen geldt. Bereid dus maximumtarieven voor. De Kamer heeft hier vaak om gevraagd. Het is niet uit te leggen dat we nog vijf jaar toekijken en dan pas nog jaren maatregelen voorbereiden. Het gaat letterlijk om leven en dood. De ACM zegt dat eerder ingrijpen kan. Is de staatssecretaris bereid om tenminste te beginnen met voorbereidend werk voor het invoeren van maximumtarieven voor spoedzorg en een aantal behandelingen? Dierenartsen wijzen er terecht op dat de overheid zelf iets kan doen, namelijk door de btw af te schaffen. De staatssecretaris van Financiën zegt dat hij in Europa geen steun heeft gevonden voor de verlaging van de btw. Dat verbaast mij. België heeft al stappen gezet en ook Spanje en Italië werkten aan vergelijkbare voorstellen. Ik vraag deze staatssecretaris daarom: zoek actief samenwerking op met zulke landen.

Voorzitter. De goedkoopste dierenzorg is zorg die je voorkomt. Dierenarts Hofman zegt dat ongeveer 60% van het werk van dierenartsen te maken heeft met problemen die zijn ontstaan doordat dieren extreem zijn doorgefokt, doordat er nog steeds dieren worden verkocht die met gezondheidsproblemen worden geboren, zoals korte snuiten. Als je dat stopt, voorkom je dus niet alleen veel dierenleed, maar ook heel veel dierenartskosten. De ACM zegt daarom: leg strengere regels op aan fokkers en verkopers. Welke maatregelen gaat de staatssecretaris daarvoor nemen? Ik heb twee punten ter inspiratie. Eén. Breid het houdverbod uit naar andere ongezonde rassen. De Kamer heeft daar eerder om gevraagd. Kan de staatssecretaris met een tijdpad komen? Twee. Stop de verkoop van dieren via onlineplatforms en dierenwinkels, en voer een verplichte bedenktijd in om impulsaankopen te voorkomen. Zelfs voor paperclips geldt nu een bedenktijd. Is de staatssecretaris bereid om daar werk van te maken?

Voorzitter, tot slot. Is de staatssecretaris bereid om de Kamer halfjaarlijks in plaats van jaarlijks te informeren over de voortgang van de uitvoeringsagenda? Hoe langer we wachten, hoe moelijker het wordt om bij te sturen. Zorg voor dieren is geen luxe, maar een noodzaak. We moeten de gezondheid van dieren niet overlaten aan buitenlandse multinationals. Dierenartskosten moeten met spoed omlaag, voor de mensen thuis, maar vooral voor de dieren die van ons afhankelijk zijn.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Beckerman. Zij spreekt namens de fractie van de SP. Gaat uw gang.

Mevrouw Beckerman (SP):
Goedemorgen. Maak de dierenarts betaalbaar en stop vercommercialisering. De kosten voor dierenzorg stijgen hard. Dieren en baasjes komen daardoor in de problemen. Bij sommige praktijken zijn behandelingen maar liefst 21% duurder geworden in drie jaar tijd, gecorrigeerd voor de inflatie. Voor medicijnen gaat het soms om 51%. De ene praktijk is twee keer zo duur als de ander, terwijl er in sommige regio's gewoon weinig te kiezen valt.

Het is goed dat er steeds meer kan, maar we zien in de dierenzorg dat commerciële ketens, buitenlandse multinationals, steeds meer praktijken overnemen en steeds vaker een winstoogmerk hebben. Vanaf 2022 maakt de SP er keer op keer op keer een punt van dat de dierenzorg betaalbaar en zonder winstoogmerk hoort te zijn. Er worden voorstellen over aangenomen, maar die worden niet, traag of half uitgevoerd. De ACM bevestigt nu in haar onderzoek, dat er na druk van de Kamer kwam, dat dierenartsen inderdaad vaak te duur zijn door een winstoogmerk. Het goede nieuws is dat er nu eindelijk een staatssecretaris is die actie wil ondernemen. Complimenten! Maar welke maatregelen wil hij nu precies nemen en wanneer? Kan de staatssecretaris aangeven hoeveel goedkoper de dierenzorg wordt? Als je even gaat schrapen, dan blijkt dat de kabinetsplannen allemaal nog wel erg vaag zijn en er heel veel vooruitgeschoven wordt. Daarom doet de SP in dit debat opnieuw vijf voorstellen.

Eén. Zorg voor maximumtarieven. Om ervoor te zorgen dat je wel innovatieve behandelingen waardeert, maar winsten voorkomt, zijn vaste tarieven of maximumtarieven een heel goed middel. Nederland had die ooit voor de dierenzorg, tot 1998. We hebben die ook nog steeds voor de mensenzorg, de humane zorg. Dit jaar nam de Tweede Kamer de motie-Beckerman c.s. aan om direct na het onderzoek van de ACM maximumtarieven te onderzoeken. Nu zegt de staatssecretaris: ja, ja, misschien over vijf jaar. Waarom voert hij de motie niet uit? We overwegen uiteraard een nieuw voorstel.

Twee. Ga ketenvorming tegen. Grote ketens hebben steeds meer dierenartsenpraktijken in handen, zeker in de spoedzorg. Baasjes hebben vaak geen keuze, zeker niet in het weekend of in de nacht. Wil de staatssecretaris meer doen om machtsconcentraties en monopolies te voorkomen? Waarom doet de staatssecretaris hier eigenlijk niet meer tegen? Dit is nou juist iets wat de prijzen hoog en de opties voor baasjes gelimiteerd maakt. Je kunt bijvoorbeeld een verplicht percentage eigenaarschap voor dierenartsen invoeren. Andere landen doen dat ook.

Drie. Verbeter de spoedzorg. Een belangrijk punt blijft de verbetering van de spoedzorg. De ACM noemt twee opties: effectieve concurrentie of subsidie. Over de eerste optie, de effectieve concurrentie, zegt ze dat dat gewoon niet gaat gebeuren. Een ondersteuning is hierin dus de meest logische optie. Wil het kabinet dat overwegen? Juist in de spoedzorg stijgen de kosten hard.

Vier. Leid meer dierenartsen op. Dat moet gewoon. Daar zijn al moties op aangenomen. Wat gaat het kabinet doen om die uit te voeren?

Vijf. Verlaag de btw. Dit kabinet zegt bij heel veel voorstellen dat het niet mag van Europa. Ondertussen is Nederland het land met de minste regels wat betreft dierenartsen. Overal nemen ze maatregelen om marktwerking en hoge prijzen te beperken. Waarom is de btw nog steeds het hoogste tarief? Een huisdier is toch geen luxe?

Tot slot. Het is mooi dat er een staatssecretaris is die zegt wat te willen doen aan hoge kosten bij dierenartsen. Nu is het dan ook echt de tijd om dat te doen. Wij hebben in vier minuten tijd vijf echte voorstellen gedaan. Eén. Zorg voor dieren in plaats van voor winst door vaste tarieven of maximumtarieven. Twee. Pak de marktwerking aan. Drie. Verbeter de spoedzorg. Vier. Leid meer dierenartsen op. Vijf. Verlaag de btw. We horen graag de reactie van het kabinet.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Bromet, die spreekt namens de fractie van PRO. Gaat uw gang.

Mevrouw Bromet (PRO):
Voorzitter. Met veel van wat mijn collega's van de Partij voor de Dieren en de SP zeggen, ben ik het van harte eens, maar ik wil vandaag beginnen met een anekdote over mijn eigen huisdier, Roef. Roef was vijftienenhalf jaar onze gezinshond, maar is op oudejaarsdag overleden. Hij leed zo erg dat we hem moesten laten inslapen. De dierenarts kwam bij ons thuis en heeft echt heel goed uitgelegd aan de kinderen wat hij ging doen. De hond is te midden van het gezin heel vredig ingeslapen en de dierenarts heeft hem meegenomen. Dat kostte €150. Voor mij als Tweede Kamerlid is dat geen enkel probleem, en ook helemaal niet een overweging, maar voor heel veel andere mensen is €150 gewoon ontzettend veel geld. Ik kan me voorstellen dat je dan denkt: laat hem maar vanzelf doodgaan, met al het lijden dat daarbij hoort. Dat doen mensen niet omdat ze hun dier willen laten lijden, maar omdat ze gewoon moeten kiezen: ga ik de hond laten inslapen of ga ik boodschappen doen?

Voorzitter. Huisdieren zijn voor meer dan de helft van de Nederlanders maatjes, gezinsleden of hulpverleners. Als de dieren ziek worden, verdienen zij goede zorg. Maar die zorg wordt steeds duurder. Huisdieren moeten bereikbaar blijven voor gewone Nederlanders, niet alleen voor de rijken. Als andere fracties dat met PRO eens zijn, moeten we bereid zijn om naar de oorzaak te kijken. Huisdieren mogen geen verdienmodel zijn voor bedrijven die snel geld willen verdienen. Ik zeg ook niet dat alle dierenartsen die ambitie hebben, maar de dierenzorg is een dusdanig ongereguleerde sector dat private equity er ruim baan heeft, dat er door ketenvorming steeds minder sprake is van zelfstandige diergeneeskundige klinieken en dat met name spoedzorg schaarser en duurder is geworden. Voor PRO staat voorop dat medische ingrepen voor huisdieren betaalbaar moeten zijn en alleen moeten worden uitgevoerd als dat in het belang van het welzijn van het dier is, en dat huisdiereneigenaren niet benadeeld mogen worden. Ik ben blij dat de staatssecretaris erkent dat daarvoor onvoldoende waarborgen zijn ingebouwd. De Autoriteit Consument & Markt doet een aantal voorstellen om hiervoor waarborgen in te bouwen, zoals een verbod op omzet- en winstgerelateerde prikkels voor dierenartsen en ander personeel, professionele behandelstandaarden, een geschillencommissie, regulering voor fokkers en verkopers en meer transparantie vooraf over tarieven, in het bijzonder voor spoedzorg. Graag hoor ik van de staatssecretaris of hij deze aanbevelingen omarmt en welke aanbevelingen hij gedeeltelijk of helemaal naast zich neerlegt, en waarom. Ik wil graag een antwoord per aanbeveling; dan weten we ook waar we hem met eventuele moties op moeten bijsturen.

Een punt waar ik ook maar meteen mijn zorgen over uitspreek, is dat de staatssecretaris pas over vijf jaar gaat evalueren of prijsregulering nodig is. Als die dan daarna nog moet worden uitgewerkt, zijn we voordat je het weet nog een paar jaar verder. Kan dat niet sneller? Dat vraag ik via de voorzitter. Mijn fractiegenoot Bushoff heeft al een initiatiefwet ingediend om de Autoriteit Consument & Markt een inroepbevoegdheid te geven; dat betekent dat de ACM ook overnames kan toetsen. Daarmee zou ook een van de aanbevelingen van de ACM worden opgevolgd. Ik hoop op een spoedige behandeling en steun van de Kamer voor deze wet-Bushoff.

Voorzitter, tot slot. In aanvulling op de adviezen van de ACM ben ik benieuwd of de staatssecretaris ervoor openstaat om voor veelvoorkomende behandelingen standaardtarieven in te voeren. Bij de tandarts is dit al lang het geval en ook voor andere behandelingen in de zorg voor mensen gelden maximumtarieven. Waarom kunnen we dat niet doen voor veelvoorkomende behandelingen bij dierenartsenpraktijken?

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nu luisteren naar mevrouw Van der Plas, die spreekt namens de fractie van BBB. Ga uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Goedemorgen, iedereen. Voordat we het vandaag gaan hebben over tarieven en rekeningen, wil ik eerst stilstaan bij de mensen die iedere dag in de spreekkamer staan. Als je met een dier naar de dierenarts gaat, tref je daar namelijk meestal iemand die dat werk met hart en ziel doet, iemand die jaren heeft gestudeerd, die vaak begint met een flinke studieschuld en die dagelijks de grote verantwoordelijkheid draagt voor dieren die zelf niet kunnen vertellen wat er mis is. De ACM schrijft zelf dat dierenartsen hun werk met toewijding doen en gedreven zijn om samen met de eigenaar tot een passende behandeling te komen. Dat herkennen wij ook. Daarom moeten we oppassen met het beeld dat soms ontstaat, dat de dierenarts zelf in de spreekkamer rijk wordt over de rug van zieke dieren. Het klinkt hard, maar dat is letterlijk het verwijt dat dierenartsen in de spreekkamer krijgen. De meeste dierenartsen werken echter gewoon hard, maken lange dagen, draaien diensten en verdienen bepaald geen salaris dat in verhouding staat tot de opleiding, de verantwoordelijkheid en de druk die op hun schouders rust. Ik wil dat hier wel gezegd hebben, want veel dierenartsen krijgen te maken met agressie in de spreekkamer. Dat is ook een reden dat dierenartsen gewoon stoppen met dit werk, en dat moeten we niet hebben.

Voorzitter. Dat betekent natuurlijk niet dat er geen probleem is. Het mag natuurlijk nooit zo zijn dat grote multinationals rijk worden over de rug van de Nederlandse dierenarts en van mensen die alles overhebben voor hun dier. BBB kan zich daarom goed vinden in de aanbevelingen van de ACM, de Autoriteit Consument & Markt, om ongewenste financiële prikkels in de diergeneeskundige zorg tegen te gaan. De ACM doet daarbij vier concrete voorstellen om omzetsturing en winstgerelateerde sturing te beperken. Welke van de aanbevelingen wil de staatssecretaris daarvan overnemen? Op welke termijn wil hij dat doen? Hoe gaat de staatssecretaris ervoor zorgen dat de aanbevelingen ook daadwerkelijk worden nageleefd? De ACM adviseert ook een onafhankelijk meldpunt waar dierenartsen en ander personeel anoniem melding kunnen maken van ongewenste commerciële druk of financiële sturing. Dat vind ik een waardevolle aanbeveling. Is de staatssecretaris bereid dit advies over te nemen en hoe gaat hij dat organiseren? Graag inclusief een tijdlijn. Verder adviseert de ACM om behandelstandaarden verder uit te werken. Dat kan dierenartsen helpen in hun professionele afwegingen en eigenaren meer duidelijkheid geven over passende zorg. Hoe gaat de staatssecretaris de sector ondersteunen bij het ontwikkelen en toepassen van deze standaarden? Ook de aanbevelingen over de organisatie en de toegankelijkheid van spoedzorg verdienen aandacht. Goede spoedzorg moet beschikbaar blijven, terwijl de werkdruk voor dierenartsen beheersbaar blijft. Welke aanbevelingen neemt de staatssecretaris op dit punt over? Hoe houdt hij zicht op de uitvoering en de effecten daarvan?

Voorzitter. Nogmaals, de Nederlandse dierenarts levert iedere dag goed werk. Dat is de conclusie waarmee BBB dit debat ook ingaat. Maar juist daarom moeten we ervoor zorgen dat de belangen van dierenartsen, huisdiereigenaren én dieren centraal blijven staan en níét de belangen van grote buitenlandse bedrijven. Dat zijn we verschuldigd aan de mensen in de spreekkamer en aan de dieren waar zij iedere dag voor zorgen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nu luisteren naar mevrouw Vellinga-Beemsterboer, die spreekt namens de fractie van D66. Gaat uw gang.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel, voorzitter. Voor veel mensen is een huisdier niet zomaar een dier: het is je maatje, degene die op je zit te wachten als je thuiskomt, voor wie je op de meest gekke tijden van de dag nog van de bank komt om een rondje mee te lopen. Juist daarom komt het keihard binnen als je hond of kat, of ander dier ziek wordt en je opeens geconfronteerd wordt met torenhoge zorgkosten. Niemand zou ooit moeten hoeven twijfelen of hij zijn dier wel kan helpen puur omdat de rekening te hoog is. Daarom willen wij dat goede zorg voor je huisdier weer betaalbaar wordt voor iedereen in Nederland.

Voorzitter. Elke dierenarts die ik de afgelopen maanden heb ontmoet, werkt vol inzet en passie — het werd net al gezegd — maar het beroep is wel flink veranderd. Er zijn meer dieren om voor te zorgen. Er zijn steeds meer behandelingen mogelijk en de werkdruk voor dierenartsen neemt toe. Er wordt steeds meer ondernemerschap gevraagd van dierenartsen. Dat zorgt er mede voor dat steeds meer dierenartsen kiezen voor aansluiting bij grotere ketens, vanwege financiële zekerheid, betere arbeidsvoorwaarden of specialisatiemogelijkheden. Maar daarbij is het wel belangrijk dat financiële belangen van commerciële ketens nooit zwaarder wegen dan het welzijn van een dier. De keuze voor een behandeling dient altijd gemaakt te worden op basis van wat het beste is voor het dier en van het professionele oordeel van de dierenarts. Dierenartsen doen belangrijk werk met zorg die de afgelopen jaren sterk is verbeterd. Maar die vooruitgang in de zorg vraagt ook iets van ons. Niet alles wat technisch kan, is ook altijd de beste keuze voor het dier. Het is belangrijk dat een dierenarts samen met de eigenaar die zorgvuldige afweging kan maken. Die professionele ruimte staat onder druk.

Dierenartsen kiezen steeds vaker voor de zekerheid van grotere organisaties; ik zei het al. Hoewel dat heel begrijpelijk is, mag dit de onafhankelijkheid van een dierenarts niet aantasten. Om goed en zelfstandig te kunnen werken, helpt het als dierenartsen zich blijven ontwikkelen. Door te blijven leren, houden ze hun kennis bij en maken ze met meer zelfvertrouwen moeilijke keuzes. Dat is extra belangrijk voor jonge dierenartsen, omdat de stap van studie naar praktijk groot is. Goede begeleiding en extra scholing maken die overgang makkelijker en helpen uitval te voorkomen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dan ook: hoe gaat hij via professionele ontwikkeling en levenslang leren de beroepsgroep versterken, zodat dierenartsen de autonomie en steun behouden om goede zorg te leveren?

Wanneer een dier ernstig ziek is, brengt dat heel veel emotie, onzekerheid en onverwachte kosten met zich mee. Dat leidt tot ingrijpende gesprekken in de spreekkamer. Dierenartsen krijgen hierbij soms te maken met verdriet, boosheid en frustratie van eigenaren, wat de werkdruk ook vergroot. Juist daarom is er ook meer duidelijkheid en transparantie nodig voor zowel diereigenaren als dierenartsen. Dat zit 'm aan de ene kant in transparantie over kosten en behandelingen, maar er zijn meer manieren om de duidelijkheid te vergroten. In Zweden zijn bijvoorbeeld negen op de tien honden verzekerd, waardoor zorgkosten beter voorspelbaar zijn. Het afsluiten van een verzekering zorgt er ook voor dat eigenaren zich vooraf bewuster zijn van mogelijke kosten die bij een huisdier komen kijken. Daarnaast kan een hogere verzekeringsgraad bijdragen aan meer aandacht voor preventie, gezondheid en verantwoord fokken. Verzekeraars hebben er immers belang bij dat dieren gezond blijven. Daarmee kunnen we niet alleen investeren in zorg wanneer er iets misgaat, maar juist ook in het voorkomen van problemen. Daarom vraag ik de staatssecretaris hoe hij kijkt naar de rol van huisdierenverzekeringen in Nederland en of hij het met mij eens is dat een hogere verzekeringsgraad kán bijdragen aan meer voorspelbaarheid en een beter werkende praktijk in de diergeneeskunde.

Ik sluit af. Goede diergeneeskundige zorg begint bij vertrouwen in de dierenarts, in de keuze die samen met de eigenaar wordt gemaakt en in een sector die draait op goede dierenzorg. Door hier verder aan te bouwen houden we de kwaliteit hoog en de zorg toegankelijk voor iedere diereigenaar.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot bondige vragen.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik had het er net over dat het eigenlijk begint met erkennen dat de gezondheid van dieren geen luxe is. We zien toch dat het scheef gaat. Bij menselijke zorg weten we dat er gelukkig geen btw geldt en dat er hier en daar ook maximumtarieven gelden. Laat ik beginnen bij de btw. Is D66 het met ons en de dierenartsen eens dat de overheid toch meer haar best moet doen om in Europa te regelen dat de btw van dierenartskosten omlaaggaat, zodat het geen luxegoed is, maar iets van de basis?

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Ik ben het helemaal met u eens dat dierzorg geen luxe kan zijn. Ik wel een klein beetje oppassen met dit soort ingrepen. Het kan een hele goede zijn, hoor; daar wil ik nu nog geen absoluut nee tegen zeggen. Het ingrijpen in zoiets als de btw brengt echter even kort verlichting, maar ik maak me best wel zorgen over de effecten die dat op langere termijn kan hebben. Zorgt het er bijvoorbeeld ook voor dat we aan de andere kant minder investeringsruimte krijgen? Ik sluit dit dus niet uit, maar ik wil wel kijken naar een breder pakket van dingen die we kunnen doen om dierzorg echt voor de lange termijn betaalbaar te houden.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Maar die zorg is onterecht. Die vraag wordt ook niet gesteld bij de vanzelfsprekendheid dat er 0% btw geldt voor menselijke zorg. Iedereen vindt het heel normaal dat we die niet belasten, want het gaat gewoon om onze gezondheid. Nu gaat het om de gezondheid van dieren. Ik hoop dus dat D66 met ons optrekt om in ieder geval de oproep te doen richting de staatssecretaris om medestanders in Europa te vinden om de regels te veranderen.

Dan het tweede punt. Dat heeft te maken met de maximumtarieven, ook zoiets dat af en toe geldt in de humane zorg, maar niet in de gezondheidszorg voor dieren. Ziet D66 daar ook mogelijkheden voor? Ik zeg niet dat we ze vandaag moeten invoeren. Het liefst doen we dat natuurlijk wel, maar laten we op z'n minst zorgen dat we op tijd kunnen ingrijpen als in de komende maanden of jaren blijkt dat het toch niet goed gaat met de dierenartskosten. Laten we de staatssecretaris dus alvast aan het werk zetten met voorbereidend werk voor een soort maximumtarieven.

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Ik lees ook in brieven van de staatssecretaris dat hij daarmee aan het werk gaat, dus ik schakel wat dat betreft die vragen even door. Nogmaals, ik vind het belangrijk dat we kijken naar een breed pakket. Op basis van de brief en de werkbezoeken die ik de afgelopen maanden heb gebracht, merk ik dat we echt op het punt staan van een hele grote verandering in de dierzorgpraktijk. Dat betekent dat er heel veel gaat gebeuren. De sector geeft zelf ook aan: wij willen hier heel hard aan werken. We moeten er echter ook goed over nadenken of de dingen die wij doen, de effecten hebben die we voor ogen hebben of dat ze juist zorgen dat er op een ander moment een probleem ontstaat. Dan staan we dat hier volgend jaar of over twee jaar weer op te lossen met elkaar. Ik ben het dus heel erg met u eens: laten we de vaart erachter zetten. Er staat vijf jaar in de brief, maar hoe sneller, hoe beter. Ik hoorde u ook vragen of we per halfjaar geïnformeerd kunnen worden. Ik denk dat dat een heel mooi verzoek is; zo houden we echt vinger aan de pols. Laten we echter wel zorgen dat we nu de goede dingen doen, zodat we die sector echt een hele mooie toekomst gaan geven.

De voorzitter:
Heel kort en afrondend.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja, afrondend inderdaad.

De voorzitter:
En heel kort.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter, het is een belangrijk debat, waar we maanden op hebben gewacht. Afrondend. De staatssecretaris zegt pas na vijf jaar te kijken of hij maatregelen kan treffen voor maximumtarieven. De ACM zegt dat je tussentijds ook maatregelen zou kunnen nemen als blijkt dat het misgaat. Ons verzoek zou zijn om alvast voorbereidend werk te treffen, zodat je niet over een paar jaar, als blijkt dat het pakket toch niet werkt, nog allemaal wet- en regelgeving moet gaan uitwerken. Zorg dat je nu alvast start met voorbereiden, zodat je er klaar voor bent als je denkt: ah, nu moet ik toch ingrijpen. Kan ik D66 daar een beetje in vinden?

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
U kan mij altijd vinden. Ik denk dat het heel goed is. We kijken nu naar een periode van vijf jaar. Daarin gaan we heel veel leren met elkaar. We hoeven niet tot het einde van die vijf jaar te wachten om alles wat we hebben geleerd, in de praktijk te brengen. Maar we moeten dit wel zorgvuldig doen; dat zeg ik ook. Voordat we gaan ingrijpen in de markt, moeten we echt zeker weten dat dat het effect gaat hebben dat we willen.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik ga nog iets strenger zijn. Vorig jaar heeft de Kamer het dierendagakkoord gesloten. Bijna de hele Kamer heeft gezegd: er moet echt iets gebeuren. Eén van de onderwerpen daarin waren die maximumprijzen. Toen heeft de Kamer gezegd: laten we direct na het ACM-rapport bezien of die nodig zijn, te beginnen bij spoedzorg. Direct na het ACM-rapport is nu. Staat mevrouw Vellinga-Beemsterboer er nog achter dat we dat nu dus ook gaan doen?

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Ja, zo lees ik 'm ook. Het ACM-rapport kwam op 30 april. Daar hebben we zeker lang op gewacht, maar nu hebben we het daar met elkaar over: "Wat gaan we doen? Gaan we die maximumprijzen invoeren?" Nogmaals — dat antwoord gaf ik net ook — we moeten wel zeker weten dat dit echt het effect gaat hebben dat we willen. Dus ik sluit dat absoluut niet uit. Het kan zeker zo zijn dat wij er in de komende jaren op uitkomen dat voor sommige behandelingen maximumtarieven nodig zijn, maar we moeten wel zeker weten dat we daarmee niet een ander probleem veroorzaken. Het kan immers ook landen bij de dierenartsen zelf, en dan hebben zij er zelf last van. Dat zijn heel hardwerkende mensen; zij mogen daar niet het slachtoffer van worden. Dat hebben we ook geconstateerd. Dus graag een zorgvuldige aanpak.

Mevrouw Beckerman (SP):
Maar dat is juist het punt. De staatssecretaris zegt "we gaan er over een paar jaar naar kijken", maar als je nu wacht, moet je weer zo'n heel traject van onderzoeken door. Dat kan juist voor de dierenarts heel slecht uitpakken. Daarom zeggen we dat je het niet nu moet invoeren, hoewel we dat misschien wel zouden willen, maar ervoor moet zorgen dat je het klaar hebt staan. Dat was de achtergrond van de vraag.

Mag ik dan tegen mevrouw Vellinga-Beemsterboer hetzelfde terugzeggen over die verzekeringen? Ik kan mij daar misschien best wel iets bij voorstellen, maar als je dat in deze situatie invoert, ben ik bang dat je een verdere vercommercialisering ziet, juist omdat het al heel erg vercommercialiseerd is. Moeten we daar niet juist ook heel erg voor waken?

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Een hele goede vraag. Dit risico zie ik ook, vandaar mijn vraag over de verzekeringen. Ik zie dat echt als een middel dat zou kunnen helpen, maar daar hoort wel een belangrijke voorwaarde bij, namelijk dat dit echt hand in hand gaat met de ontwikkeling van deze beroepsgroep en de versterking van de autonomie van de beroepsgroep. Dat geef ik er richting de staatssecretaris dus nog even bij. Hoe ziet hij het voor zich dat die twee parallel aan elkaar kunnen lopen?

De voorzitter:
Kort en afrondend.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik ben er zelf niet van overtuigd, maar volgens mij hoort bij een verzekering dat je ook duidelijkheid hebt over de tarieven. Anders kan een keten ervoor kiezen om dingen door te belasten. Een zelfstandige zal dat waarschijnlijk veel minder doen, maar een keten die gericht is op winst, zou iets kunnen doorbelasten aan een verzekering, waardoor de kosten uiteindelijk alleen maar oplopen. Als zij een voorstander is van verzekeringen, zou mevrouw Vellinga-Beemsterboer er dan juist in dat licht nog eens over na willen denken of dat niet samen moet gaan met vaste tarieven of maximumtarieven?

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Daar wil ik zeker over nadenken. Ook die vraag zet ik door: laten we eens kijken hoe dat allemaal samen kan en hoe we daar met vaart duidelijkheid over kunnen krijgen, zodat we vervolgens stappen kunnen zetten.

De heer Graus (PVV):
Ik had van D66 verwacht dat ze ook iets zouden zeggen over het tekort aan dierenartsen. D66 profileert zich altijd als de onderwijspartij en de universiteitenpartij. Mijn vraag is nu de volgende. Ik wilde graag dierenarts worden. Ik kon niet meedoen omdat mijn pakket daar niet op aansloot, maar ik kende een meisje wier pakket wel voldeed. Zij stopte na één jaar omdat ze vond dat het eerste jaar te natuurkundig was en niks met diergeneeskunde te maken had. Er moet dus een ander aanname- en selectiebeleid komen, vind ik, zoals dat ook bij de KMA en de Politieacademie wordt gehanteerd. Dan wordt ook gekeken naar geschiktheid, worden psychologische testen gedaan en worden gesprekken gevoerd. Is mevrouw Vellinga-Beemsterboer dat met mij eens?

Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Ik denk dat de heer Graus het al best invult, maar hij raakt hier natuurlijk wel aan een probleem. Je propt zo veel mogelijk in die vier minuten, maar dit tekort is zeker een probleem. Wij weten dat 20% van de jonge dierenartsen in de eerste vijf jaar stopt. Dit moeten we dus beter gaan begeleiden. En of je die begeleiding in de eerste vijf jaar ook kan krijgen, moet niet afhankelijk zijn van of je werkt bij een grote keten.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Ten Hove, die spreekt namens de Groep Markuszower. Gaat uw gang.

Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Huisdieren zijn veelal onderdeel van het gezin. Laat ik beginnen met te zeggen dat het goed is dat het kabinet aandacht heeft voor de betaalbaarheid van diergeneeskundige zorg. Veel dierenhouders, van gezinnen met een hond of een kat tot boeren met vee, maken zich daar zorgen over. Het is dus terecht dat de staatssecretaris hiermee aan de slag wil. Een belangrijk punt is de toenemende regeldruk. Dierenartsen geven aan dat ze veel tijd kwijt zijn aan verplichtingen en handelingen die ook door goedopgeleide paraveterinairen uitgevoerd zouden kunnen worden. Denk bijvoorbeeld aan vaccinaties op locatie, die nu vaak alleen door een dierenarts gedaan mogen worden. Dat is zonde van de capaciteit, zeker in een tijd waarin er tekorten zijn. Daarom een concrete vraag aan de staatssecretaris: hoe kijkt hij naar het uitbreiden van de bevoegdheden van paraveterinairen, juist voor de meer routinematige handelingen? En wat is ervoor nodig om dat mogelijk te maken zonder concessies te doen aan kwaliteit en dierenwelzijn?

Wij horen ook signalen dat het steeds moeilijker wordt om dierenartspraktijken draaiende te houden, zeker buiten de grote steden. Nacht- en weekenddiensten zijn lastig in te vullen, terwijl die juist cruciaal zijn voor spoedzorg voor zowel huisdieren als landbouwhuisdieren. Dat verklaart ook waarom tarieven in het weekend hoger liggen. En laten we daar eerlijk over zijn: dat is in veel andere sectoren niet anders. De zorg van mijn fractie is dat te zware regulering, hoe goedbedoeld ook, ertoe kan leiden dat juist die spoedzorg verder onder druk komt te staan. Tekorten zijn daardoor hoog en in veel gevallen is spoedzorg nauwelijks nog rendabel. Te hard ingrijpen met regelgeving zorgt er vooral voor dat spoedzorg minder beschikbaar wordt, niet dat prijzen omlaaggaan. Door de gecreëerde schaarste zullen de kosten eerder nog verder stijgen. In plaats van alleen te kijken naar prijsmaatregelen, vragen wij het kabinet om breder te kijken: hoe maken we het vak van dierenarts en praktijkhouder weer aantrekkelijk? En hoe zorgen we dat mensen dit mooie beroep blijven kiezen? Daar hoort ook bij dat we kritisch kijken naar kostenverhogende maatregelen vanuit de overheid zelf, zoals de btw op de veterinaire zorg. Is het kabinet bereid om daar opnieuw naar te kijken? Dierenzorg moet goed beschikbaar en betaalbaar blijven, in de stad en op het platteland. Dat vraagt om samenwerking met de sector en vertrouwen in slimme keuzes in plaats van alleen meer regels.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Lohman, die spreekt namens de fractie van het CDA. Gaat uw gang.

De heer Lohman (CDA):
Voorzitter. Deze week sprak ik een dierenarts die al jaren met passie klaarstaat voor de dieren in haar omgeving. Ze vertelde dat het vak steeds zwaarder wordt. Ze neemt onevenredig veel spoedzorg op zich omdat andere praktijken dit niet langer willen doen. Personeel aannemen lukt nauwelijks. Huisdiereigenaren worden steeds mondiger. Haar verhaal staat niet op zichzelf. Het is een verhaal van een hele beroepsgroep onder druk.

Voorzitter. De afgelopen maanden is er veel gebeurd. Het CDA heeft, met vele partijen hier aanwezig, het dierendagakkoord medeondertekend. Vorige week heeft de staatssecretaris zijn uitvoeringsagenda gepresenteerd. Dat is winst. Tegelijkertijd constateert het CDA dat die agenda op enkele punten achterblijft bij wat de Kamer in het dierendagakkoord met een brede meerderheid heeft uitgesproken. We praten in dit debat vaak over de symptomen: praktijken die omvallen, spoedzorg die niet overal geregeld is, tarieven die jaar op jaar stijgen. Maar wat ligt daaronder? Volgens het CDA is dat een te hoge werkdruk, met een grote uitval onder de dierenartsen zelf. Praktijkhouders willen helemaal niet verkopen aan ketens, maar zien op een gegeven moment geen andere uitweg. Geen opvolger, geen tijd, geen geld om te investeren in personeel; dan is verkoop geen keuze uit ambitie, maar een keuze uit noodzaak. De ACM bevestigt dit: de autonomie van de dierenarts staat onder druk. Erkent de staatssecretaris dat de inzet van paraveterinairen alleen, de werkdruk niet oplost? En welke aanvullende maatregelen overweegt hij om het praktijkhouderschap weer aantrekkelijk te maken?

Ik kom op het punt waar wat het CDA betreft het zwaartepunt van dit debat ligt: de positie van de beroepsgroep zelf. In het dierendagakkoord staat een oproep tot de oprichting van een orde van dierenartsen. In België bestaat de Orde der Dierenartsen al langer, een beroepsorde met binnen de regels een eigen tuchtrecht, die zelf verordeningen kan opleggen aan de beroepsgroep, bijvoorbeeld over spoedzorg, en daarop ook kan handhaven. De staatssecretaris spreekt in zijn uitvoeringsagenda over een sterke beroepsorganisatie. Dat is een stap, maar het verschil met een orde is aanzienlijk. Een sterke beroepsorganisatie is een afspraak en een orde is een wettelijk verankerd zelfregulerend orgaan. Dat verschil bepaalt of de beroepsgroep daadwerkelijk in staat is om individuele dierenartsen te beschermen tegen commerciële druk vanuit de ketens om meer te behandelen dan medisch noodzakelijk is. Is de staatssecretaris bereid om de oprichting van een orde van dierenartsen, met bindende regels en eigen tuchtrecht, mogelijk naar Belgisch model, serieus te onderzoeken en uit te werken in zijn routekaart begin 2027?

Voorzitter. Tot slot kort over spoedzorg. We weten dat in landen als België, Frankrijk en Hongarije wettelijke verplichtingen bestaan voor dierenartsen om spoedzorg geregeld te hebben. De staatssecretaris kiest voor een landelijke standaard via een werkgroep, maar de ACM wijst erop dat zonder wettelijke borging dergelijke afspraken vrijblijvend blijven. Is de staatssecretaris bereid om in zijn routekaart op te nemen welke lessen Nederland kan trekken uit die wettelijke spoedzorgverplichting in deze landen?

Voorzitter, ik rond af. Het CDA wil dat we niet alleen kijken naar de huisdiereigenaar die opdraait voor de rekening, maar ook naar de dierenarts die dag in, dag uit klaarstaat voor dat dier. Een sterke zelfregulerende beroepsgroep, met een wettelijke borging waar dat nodig is, kan wat het CDA betreft een belangrijk onderdeel zijn. We hebben in het dierendagakkoord met een brede meerderheid de richting bepaald. Nu vragen we het kabinet om de afspraken door te zetten.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot bondige vragen.

Kamerlid Kostić (PvdD):
De staatssecretaris legt heel veel neer bij de dierenartsen. Die zeggen: prima, daar gaan we mee aan de slag. Maar er is iets wat de overheid in ieder geval kan doen en wat we fijn zouden vinden, namelijk strijden voor de afschaffing van de btw op dierenartsingrepen. Staat het CDA aan onze zijde om de staatssecretaris op te roepen om er in Europa hard voor te vechten?

De heer Lohman (CDA):
Volgens mij zegt de ACM ook dat financiële en fiscale maatregelen een last resort zijn, dus eerst moeten we zorgen voor een goede uitvoering van het programma. Daar sluit ik me voor nu bij aan. Volgens mij heeft u de vraag ook aan de staatssecretaris gesteld, dus ik ben ook benieuwd naar zijn antwoord. Maar op dit moment ga ik niet verder dan dat.

Kamerlid Kostić (PvdD):
De ACM heeft nadrukkelijk gezegd dat ze geen onderzoek hebben gedaan naar maatregelen zoals de btw. Dat is even goed om te memoreren. We hebben vaker als Kamer uitgesproken dat er iets moet worden gedaan aan de btw-tarieven. Dan over die maximumtarieven. Dat is ook iets wat we als overheid zouden kunnen doen. We kennen het ook uit de menselijke gezondheidszorg. Staat mijn collega van het CDA ervoor open dat we in ieder geval alvast gaan kijken wat we kunnen voorbereiden, voor het geval dat datgene wat we nu gaan inzetten, niet werkt? Staat hij ervoor open om alvast iets van maximumtarieven voor te bereiden?

De heer Lohman (CDA):
Ook hierbij denk ik dat dit een lastresortoptie is en dat eerst het programma in werking gezet moet worden. Collega Koorevaar heeft ook meegetekend op een motie die aangeeft dat dit verkend moet worden, dus daar zijn wij nog steeds een voorstander van.

De voorzitter:
Kort en afrondend.

Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat is supergoed nieuws. Steunt het CDA dan ook een eventuele motie van ons die zegt dat jaarlijks terugkoppelen aan de Kamer en informeren van de Kamer echt te lang duurt en dat we echt goed de vinger aan de pols moeten houden? Halfjaarlijks zou veel beter zijn, wat D66 net eigenlijk ook steunde.

De heer Lohman (CDA):
Ik moet even goed de totale motie kunnen beoordelen voordat ik er iets over zeg, maar dat er tempo nodig is, komt ook uit mijn inbreng naar voren.

De heer Graus (PVV):
Even aangaande de paraveterinairen, die mijn collega aanhaalde. Is het CDA het ermee eens dat paraveterinairen, die vaak heel goed opgeleide, hoogopgeleide, mensen zijn — vandaag de dag zijn het bijna halve dierenartsen — meer moeten worden ingezet bij noodhandelingen en dat dat moet kunnen?