Plenair verslag
Tweede Kamer, 82e vergadering
Dinsdag 16 juni 2026
-
Begin14:00 uur
-
Sluiting0:00 uur
-
StatusOngecorrigeerd
Opening
Voorzitter: Van Campen
Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:
De voorzitter:
Ik open de vergadering van dinsdag 16 juni 2026.
Vragenuur
Vragenuur
Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.
Vragen Keijzer
Vragen van het lid Keijzer aan de minister van Klimaat en Groene Groei over het bericht "Herstel van de energiemarkt kost tijd ondanks het opengaan van Hormuz: 'Kan weleens één tot drie jaar kunnen duren'".
De voorzitter:
Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Ik geef het woord aan mevrouw Keijzer voor haar vragen aan de minister van Klimaat en Groene Groei, die ik van harte welkom heet in het parlement. Het woord is aan mevrouw Keijzer.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dank u, voorzitter. De Nederlanders worstelen om boven te blijven. Wat mij betreft laat de Nederlandse overheid de burger op alle fronten in de steek, of het nou gaat over de regeldruk, de asielinstroom of de Spreidingswet die over Nederland wordt uitgerold. Gemaakte beloftes worden niet waargemaakt.
Ik wil het vandaag in dit vragenuur hebben over hoe de portemonnee van de burger vergeten wordt, en wel via belastingen en accijnzen op energie en benzine. Afgelopen week hadden we goed nieuws, namelijk een deal tussen de Verenigde Staten en Iran. Ik zou tegen iedereen die denkt dat het dan nu beter gaat met de benzineprijzen en de energieprijzen willen zeggen: denk nog een keer. Het gaat jaren duren voordat de benzine- en de dieselprijzen dalen. Doorgedraaid klimaatbeleid heeft ons opgezadeld met de hoogste accijnzen in Europa. Gemiddeld liggen die 20% hoger dan in België en Duitsland. Dat doet al zeer, maar al helemaal wanneer de benzineprijzen stijgen en dit in het buitenland gecompenseerd wordt.
Voorzitter. Mijn eerste vraag is de volgende. Er liggen amendementen van mij in combinatie met de heer Markuszower om de accijnzen en belastingen op benzine en diesel te verlagen. Wij hebben dekking gevonden door iets minder geld te laten gaan naar, kort gezegd, het buitenland: Oekraïne, asiel en Defensie. De minister van Financiën heeft ze ontraden, maar daarom stel ik toch deze vraag. Gaat deze minister samen met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid strijden om ze alsnog oordeel Kamer te geven, zodat ze aangenomen kunnen gaan worden en er eindelijk eens iets gebeurt voor de gewone hardwerkende Nederlander, voor de middenstand?
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. Laat ik vooropstellen dat iedere stap die bijdraagt aan meer vrede, rust en stabiliteit in de regio natuurlijk positief is, maar mevrouw Keijzer heeft wel gelijk dat daarmee niet alles meteen weer terug zal zijn bij het oude. Dat is helaas de realiteit. Dat betekent dus ook dat het echt loont om bijvoorbeeld te gaan isoleren in je huis, zodat je in de winter een lagere gasrekening hebt. Ik zou tegen degenen die dat nog niet hebben gedaan, zeggen: zorg dat je die stappen zo snel mogelijk neemt om je totale energie-uitgaven omlaag te brengen. Het kabinet heeft daar veel extra geld beschikbaar voor gemaakt, dus ik hoop dat mensen — dit klinkt natuurlijk een beetje gek als de zon net gaat schijnen — nadenken over de winter die eraan komt en nu al beginnen om de gasrekening voor de winter omlaag te brengen door echt te investeren in isoleren.
Dan kom ik op de concrete vraag van mevrouw Keijzer over de amendementen over diesel en accijns, die ontraden zijn door de minister van Financiën. Dat is ook waar de verantwoordelijkheid voor deze amendementen ligt. Hij heeft ze ontraden. Ik zie geen aanleiding om iets af te doen aan zijn verantwoordelijkheid. Overigens begrijp ik dat het positieve signaal in de Straat van Hormuz al wel heeft geleid tot een daling van de olieprijs en dat we ook al voorzichtig een doorvertaling daarvan naar de pomp zouden kunnen verwachten. Hopelijk blijft de ontspanning aan die kant, als deze deal standhoudt, ook bestaan.
Verder doet het kabinet natuurlijk ook via het Iranpakket, dat we in het voorjaar hebben gepubliceerd, een aantal dingen om de totale uitgaven aan energie voor mensen te verlagen, vooral ook om de meest kwetsbaren daar extra in te ondersteunen. Door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt heel hard aan het noodfonds gewerkt, zodat het ook beschikbaar is voor de winter. Ik heb net ook al het punt genoemd van de isolatie. Al die middelen kunnen helpen om met elkaar die nationale energierekening zo beperkt mogelijk te houden.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik weet eigenlijk niet waar ik moet beginnen. Het klopt dat er een daling is van de prijs aan de pomp, maar dat is emotie. Als straks de harde werkelijkheid van de internationale oliehandel weer binnenkomt, stijgen ze gewoon weer, en waarschijnlijk nog wel wat hoger. Ik noemde net niet zonder reden de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, want hij is, samen met de minister van Klimaat, van D66. Zij hebben campagne gevoerd met de Nederlandse vlag achter zich. De burger heeft "het kan wél" nog op het netvlies. Het kan dus niet als je denkt hier te kunnen volstaan met te beginnen over isoleren. Daar is gewoon simpelweg het geld niet meer voor, want de Nederlander moet blijven tanken om op zijn werk te komen of voor familiebezoek. En als het geld er al zou zijn, dan zijn de aannemers er niet. Dus nog een keer: wil de minister toch aan mij toezeggen in het kabinet nu eindelijk eens iets te gaan doen aan het achterstallig onderhoud op ons accijnsbeleid? Het is ingegeven door klimaatbeleid en het vullen van gaten in de begroting, maar de burger heeft er zo langzamerhand genoeg van.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De referentie aan de vlag laat ik maar even aan mevrouw Keijzer. Ik zie niet in waarom die vlag maar van één politieke partij zou kunnen zijn en niet ook van andere politieke partijen. Over de accijnzen: die zijn in de breedte een inkomstenbron om onze hele begroting stabiel te maken. Dat heeft niet te maken met specifieke uitgaveposten. We hopen natuurlijk dat er in de Straat van Hormuz een ontspanning zal plaatsvinden waardoor de prijzen weer wat kunnen dalen, maar dat zal toch echt afhangen van hoe het conflict daar loopt.
In de tussentijd doet het kabinet heel veel om de totale energierekening van mensen onder controle te kunnen laten komen, onder andere door met name te investeren in isolatie. Daar wordt geld voor uitgetrokken via het Warmtefonds bijvoorbeeld. Mensen hoeven dat dus niet allemaal uit hun eigen zak te betalen. Er worden ook middelen beschikbaar gesteld voor partijen die wat minder kunnen. Als er mensen zijn met een gewone elektriciteitsaansluiting die zich afvragen of ze een warmtepomp kunnen aansluiten als je een hybride warmtepomp hebt én een elektrische kookplaat én zonnepanelen én een elektrische auto: dat kan allemaal gecombineerd worden op één gewone, normale aansluiting. En dan kun je ook nog de magnetron aanzetten of de droger. Ik doe dat namelijk allemaal zelf weleens tegelijkertijd en dan klapt er nooit een stop uit. Er kan dus ook een heleboel wel. Laten we elkaar in dat opzicht niet onnodig aanpraten dat er van alles niet kan.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Het ware karakter van deze minister laat zich wel zien. De meeste burgers kunnen zich al die faciliteiten zo langzamerhand niet eens meer veroorloven.
Even terug naar Nederland. De Straat van Hormuz is interessant, maar terug naar Nederland. Men blijft autorijden, want dat is nodig. Vervolgens betekent dat minder bezoeken aan de horeca, minder winkelen, minder huisinrichtingen. Ziet de minister dat dit zo langzamerhand ook een aanslag is op onze middenstand, op het midden- en kleinbedrijf? Wat gaat ze daaraan doen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Laten we deze ronde afsluiten met iets waar mevrouw Keijzer en ik elkaar misschien meer op kunnen vinden. Het is inderdaad heel belangrijk dat we ervoor zorgen, ook met het beleid dat we inrichten, dat iedereen het kan meemaken als onze energiemix verandert. Dat geldt dus ook voor mensen met een minder grote beurs en het midden- en kleinbedrijf. Daar zullen we met elkaar voor moeten zorgen. Dat zie ik dus als een gedeelde ambitie.
Het tweede dat ... Sorry, ik ben even het tweede element kwijt van wat u zei. U begon eerst over het midden- en kleinbedrijf, maar wat er daarna kwam, heb ik even niet opgeschreven.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik denk dat het dan ook niet verder gaat komen dan algemeenheden in het antwoord.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik weet 'm weer!
De voorzitter:
Volgens mij was mevrouw Keijzer een verhaal aan het opbouwen.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik ben benieuwd, voorzitter.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
U had het over algemeenheden. Ik wilde zeggen dat voor de algemene middelen augustus natuurlijk het moment is waarop de koopkrachtplaatjes worden bekeken. Dan worden alle manieren waarop de inkomens van zowel ondernemers als huishoudens geraakt worden, met elkaar gewogen. Dat is het moment waarop het kabinet verder kijkt of er meerdere dingen nodig zijn. Daar ga ik niet nu op vooruitlopen. Dat is het moment waarop dit soort dingen ten opzichte van de algemene middelen weer gewogen worden. Excuses voor de lapse.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Mag ik dan van deze minister nog een antwoord op de volgende vraag? Als straks blijkt dat de accijnsopbrengsten verlaagd zijn omdat er in het buitenland getankt wordt, betekent dat dan niet dat er weer extra belastingen opgelegd worden om de gaten in de begroting te dekken en ook dat er niet weer naar het bedrijfsleven wordt gekeken, want "koop maar een elektrische bestel- of aannemersbus"? Weet de minister wat die dingen kosten? Het blijkt namelijk ook nog vaak het geval te zijn dat er allerlei prachtig beleid bedacht wordt, maar dat het kabinet geen idee heeft van de effecten in de samenleving.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Al die inkomsten en uitgaven worden in augustus goed met elkaar gewogen, want als we minder geld ophalen, moet je ook ergens anders iets minder uitgeven. Dat wordt dus in samenhang gewogen. Daarbij heeft het kabinet niet alleen oog voor een evenwichtige koopkrachtontwikkeling voor huishoudens, maar ook voor de lasten voor het bedrijfsleven.
De heer Oosterhuis (D66):
Over de hele wereld is olie natuurlijk duur. Dat heeft ook een duidelijke reden: de oorlog in Iran en de sluiting van de Straat van Hormuz. Heel veel mensen hebben daar nu last van; die betalen een hoge prijs aan de pomp. Het betekent echter ook dat wij als Nederland eigenlijk miljarden, en dit jaar ook miljarden extra, overmaken naar het Midden-Oosten als prijs voor die benzine, diesel en olie. Dat is eigenlijk allemaal geld dat we ook kunnen besparen of in eigen land kunnen investeren als we de beweging maken naar meer duurzame energie van eigen bodem. Om hoeveel geld gaat dat nou? Hoeveel geld geven wij als Nederland dit jaar nou uit aan fossiele energie?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank voor de vraag. Ik geloof dat ik de heer Hoekstra recent heb horen zeggen dat Europa nu per maand een kwart miljard meer uitgeeft. Dat steken we dus eigenlijk in de ontwikkeling van economieën buiten Europa. Dat komt boven op een bedrag van tussen de 250 en 300 miljard dat we jaarlijks kwijt zijn aan de import van fossiele brandstoffen. Dit is echter op Europees niveau. De vraag was natuurlijk hoeveel Nederland extra kwijt is door de energieprijsstijgingen. Daar moet ik op korte termijn even schriftelijk op terugkomen, want dat vraagt een beetje nadere uitwerking, maar ik ben graag bereid om dat aan de Kamer te doen toekomen.
Mevrouw Müller (VVD):
We spreken in deze Kamer vaak met de minister over leveringszekerheid, ook anderhalve week geleden nog. U weet dat de VVD zich zorgen maakt over aanstaande winter en de gasvoorraden, die heel erg langzaam gevuld worden. Vorige week nog kwam Gasunie met een waarschuwing. Omdat dat een belangrijke adviseur voor deze minister is, vraag ik haar hier toch nog op te reflecteren, want Gasunie maakt zich ernstige zorgen over aanstaande winter.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Inderdaad. Ik denk dat het goed is dat we proberen helderheid te krijgen met elkaar, ook over de cijfers. Het getal van 115 terawattuur dat door Gasunie is geadviseerd, is echt om rekening te houden met de allerstrengste winter in 30 jaar. Het kan natuurlijk gebeuren. Die kan voorkomen, dus het is goed om dat advies op dat punt te hebben. Als je de allerstrengste winter in 30 jaar wil voorkomen, waar heb je het dan over? Daarnaast is wat we de afgelopen jaren gemiddeld in een winter eigenlijk nodig hebben gehad ongeveer 60 terawattuur. Daar zit dus een behoorlijke buffer tussen. Ik heb vorige week ook tegen uw Kamer gezegd dat EBN aan het vullen is. Dus als de markt niet vult, zorgen we dat een staatsbedrijf, dus EBN, voldoende vult, zodat we deze winter voldoende gas hebben. EBN ligt daarmee op schema. Maar wat betekent dat op schema liggen nou eigenlijk? Op dit moment zit er in die gasopslagen ongeveer de helft van wat we in een normale winter nodig hebben. Dat zit er nu al in en we blijven vullen. Dus dat beeld dat er veel te weinig in zit … Als we kijken naar de volumes en naar wat we in een normale winter nodig hebben, dan hebben we nu ongeveer de helft van dat volume al in de gasopslagen zitten. En we blijven gestaag vullen om ervoor te zorgen dat we voldoende hebben. Het leek me goed om die cijfers hier even met u te delen, omdat percentages soms … Het is moeilijk om in te schatten of we zeker weten dat we genoeg hebben. Op deze manier hoop ik daar wat extra duidelijkheid over te kunnen geven.
De heer Van den Berg (JA21):
We staan hier eigenlijk elke keer weer over de extreme energieprijzen. Dat is toch wel tekenend voor dit debat dat erover gaat. Er is toch elke keer waarschuwing op waarschuwing op waarschuwing over die leveringszekerheid, vorige week nog van TenneT. Dan gaat het om de kolencentrales die we gaan sluiten, dan is het de Gasunie die een waarschuwing afgeeft, of de topsector Energie. Ik kan het antwoord van de minister al uittekenen: we moeten meer inzetten op duurzaamheid en isolatie. Maar ik hoor tegelijkertijd dat die gasopslagen wel heel erg worden gebagatelliseerd. "Het zit allemaal wel goed."
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Van den Berg (JA21):
Feit is dat ze gewoon bijna leeg zijn ten opzichte van vorig jaar. Ik vraag me af hoe de minister er nou voor gaat zorgen dat we nu wel voorbereid zijn op die toekomstige prijsschokken, zoals bij Hormuz.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
We moeten alert blijven. Dat heb ik ook vorige week met de Kamer gewisseld. Dat betekent ook dat we niet onnodig paniek moeten gaan zaaien, om het zo maar even te zeggen. Als we weten dat we nu al, half juni, in onze gasopslagen de hoeveelheid hebben zitten die de helft is van wat we in een normale winter nodig hebben, dan kunnen we niet zeggen dat ze bijna leeg zijn. We blijven vullen, gestaag, omdat we zeker willen weten dat we voldoende gas hebben deze winter. Daar gaan we met elkaar voor zorgen. De markt heeft hierin ook een verantwoordelijkheid, maar we hebben gezegd dat als de markt niet vult, we zorgen dat de Staat voldoende middelen heeft om ook te kunnen vullen. We kunnen vullen tot 80 terawattuur. Dat is 20 terawattuur meer dan we in een gemiddelde winter nodig hebben. Voor die vultaak liggen we op schema.
Het is ook belangrijk om met elkaar oog te houden voor de realiteit van de cijfers en niet alleen voor de percentages. Of ik dit glaasje water in een literfles giet of in een jerrycan, levert een heel ander percentage op van hoezeer die jerrycan of die literfles gevuld is. Maar dit glas is wat ik nodig heb in de winter. Dan is dat uiteindelijk de realiteit waar we echt met elkaar naar moeten kijken. Die bepaalt of er genoeg gas is deze winter. Daar heb ik op deze basis voldoende vertrouwen in. We blijven er met elkaar alert op; dat is heel belangrijk. Ik kom ook voor de zomer nog met een nadere brief aan de Kamer, zoals geschetst, juist omdat ik dat heel serieus neem, maar ik roep ook wel op om in gezamenlijkheid te blijven kijken naar wat we echt nodig hebben deze winter, hoe dicht we daarbij zitten en hoeveel marge we daarbovenop willen.
Naast de normale wintervoorraad werkt het kabinet ook nu al aan een noodvoorraad voor als er toch nog ergens een storing plaatsvindt. En in die 80 terawattuur zit dus ook al een buffer voor als het niet een normale winter is, maar toch een wat koudere. Met die 80 terawattuur komen we niet door de strengste winter in 30 jaar; dat is waar. Daarom heeft de markt ook nog een taak als we dat helemaal willen bereiken.
De voorzitter:
De antwoorden mogen iets korter, uwe excellentie.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ja, voorzitter.
De voorzitter:
Meneer Van den Berg, tweede vraag.
De heer Van den Berg (JA21):
Jazeker, voorzitter. Dan toch nog even over de realiteit die hierin mist. Voor de opslag Grijpskerk is nog geen contract gesloten door EBN om die te vullen. Die opslag wordt op dit moment dus ook niet gevuld. Tegelijkertijd is voor de andere opslag, Norg, geregeld dat wij die maximaal een jaar kunnen vullen. Dat is de realiteit. Het is niet voor niets dat Gasunie en topsector Energie ervoor waarschuwen. Dat zijn serieuze partijen, die er terechte zorgen bij hebben. Wat ik de minister nu eigenlijk hoor doen, is die zorgen wegzetten: dat past niet bij de echte realiteit. Ik vraag toch gewoon aan de minister hoe wij nu echt deze winter ingaan met voldoende zekerheid zonder elke keer … Energie hebben is één ding, maar dat het betaalbaar is voor onze inwoners, is uiteindelijk ook heel erg belangrijk. Dat mist in het hele plaatje.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Betaalbaarheid moeten we met elkaar echt willen, maar ook onze opslag heeft weinig invloed op de wereldgasprijs. Ik weet dat de heer Van den Berg dat ook met mij eens is. En we moeten deze winter en onze langjarige verzekering uit elkaar houden. Voor deze winter wil ik zeggen dat we echt aan dat pad werken. We zorgen dat er voldoende gas is deze winter. Daar moeten we alert op zijn — nogmaals, dat deel ik met u — maar ik heb er vertrouwen in dat we op een goed pad zitten. Daarnaast is het echt een vraag hoe Nederland ook in de toekomst gaat zorgen dat we gewoon goed zijn voorbereid. Ook langjarige strategische gasopslag hoort daarbij. Daarover kom ik ook met een brief naar de Kamer. Maar er gebeurt ook echt een heleboel. Dat wil ik maar even tegen de heer Van den Berg zeggen. We werken eraan dat de opslag voldoende is voor dit jaar. We werken aan een noodvoorraad voor dit jaar. We werken dit jaar zelfs aan méér voorraad dan voor de gemiddelde winter nodig is. Ondertussen hebben we ook met elkaar het gesprek over langjarige gasopslag. Ook dat is belangrijk.
De heer Jumelet (CDA):
Een tot drie jaar herstel naar aanleiding van de Straat van Hormuz, daar spreken we met elkaar over naar aanleiding van dat bericht. Ik denk dat we in strategisch opzicht behoefte hebben aan langdurige relaties met partners. Mijn vraag gaat over hoe de minister kijkt naar bijvoorbeeld de lng-terminals en vooral naar de langdurige en goede relatie met Duitsland. Ik denk dat het goed is te constateren dat de lng-terminals niet in onze handen zijn, maar ook in handen zijn van Duitse energieleveranciers.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Jumelet (CDA):
Hoe kan dat bijdragen aan in ieder geval de leveringszekerheid? Kan de minister daarop reflecteren?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Die lng-terminals zijn inderdaad van groot belang. Ik heb er recent weer voor gezorgd dat er geen gat ontstaat bij de terminal in het noorden van het land. Dat was natuurlijk een tijdelijke terminal. Dat betekent dat er altijd weer een moment komt dat die moet worden verlengd. We hebben daar extra middelen bij gezet, om ervoor te zorgen dat die terminals stabiel kunnen zijn. Uiteraard houden we daarbij de relaties met Duitsland heel erg goed in de gaten. Afgelopen week was de Duitse bondspresident hier op staatsbezoek. We hebben in de breedte over een aantal energietopics gesproken. Dat is namelijk niet alleen nu relevant, maar ook in de toekomst. Dat is dus een terecht aandachtspunt.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Tijdens dit vragenuur, dat een uur duurt, verdienen de 100 grootste olie- en energiebedrijven 30 miljoen dollar. Aan de pomp daalt de prijs voor een liter vandaag met €0,01, omdat de grootste olie- en gasbedrijven nog even wachten met het verlagen van de prijzen. Het leven van mensen wordt in Nederland onbetaalbaar. De huren, de zorg, energie, brandstof …
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dan is mijn vraag aan deze minister: komt er deze zomer een plus op het kleine pakket waar het kabinet mee kwam? Mensen kunnen het namelijk niet meer betalen. Komt het kabinet met een extra pakket? Zien zij de zorgen van mensen over de prijsstijgingen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De heer Dijk weet, denk ik, dat het kabinet de zorgen ook ziet. Hij weet ook dat augustus het moment is om daarover een besluit te nemen en dat ik daar op dit moment niet op vooruit kan lopen, maar dat wil niet zeggen dat we de zorgen niet zien.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik vind het gek dat er niet op vooruit wordt gelopen. We zien namelijk dag in, dag uit, week in, week uit, al maanden achtereen dat die prijzen maar blijven stijgen. Het kabinet doet zelf ook een duit in het zakje met een hoger eigen risico, met nog hogere huren en met enorme belastingen op energie. Ik ga de vraag dus nog concreter maken. Binnenkort vallen de mussen zo ongeveer dood van het dak, omdat het zo warm is. Maar dan komt de winter eraan; die gaan mensen voelen. Terwijl de olie- en gasbedrijven er lekker warmpjes bij zitten, met 30 miljoen extra winsten per uur, gaat deze minister dan zeggen: we gaan de belastingen verlagen op de energierekening en we gaan het geld halen waar het zit, namelijk bij die grote winsten van de olie- en gasbedrijven, zodat het leven van mensen betaalbaar wordt?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ook over dit onderwerp is natuurlijk gewisseld met de minister van Financiën, die hierover gaat, tijdens het debat dat we met elkaar hadden over het Iranpakket. Toen hebben we ook gezegd dat we echt goed in de gaten gaan houden wat er gebeurt, zodat we bij de augustusbesluitvorming, als het nodig is, maatregelen kunnen treffen. Ik ben bang dat ik de heer Dijk op dit moment niet meer te bieden heb dan dat antwoord. Het kabinet houdt het dus goed in de gaten.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Het is altijd goed om het hoofd koel te houden. Tegelijkertijd vind ik de reactie van de minister op de waarschuwing van Gasunie dat het niet goed gesteld is met onze gasvoorraden, een beetje bagatelliserend overkomen. We zouden als Kamer nog voor de zomer strategisch gasbeleid krijgen. Daar is vorig jaar met de motie-Grinwis om gevraagd en het is uitgesteld. Het is uitgesteld tot in de herfst, wanneer je eigenlijk niet meer kan acteren op korte termijn.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
De brief over de capaciteitsmarkt of de elektriciteitsmarkt zou er ook al ongeveer zijn, maar dat wordt ook allemaal uitgesteld. Zijn deze minister en haar ministerie wel in charge om ons strategisch te behoeden voor koude winters zonder gas?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Twee dingen. De brief over de capaciteitsmarkt komt zeker voor de zomer nog naar uw Kamer. Die ligt eigenlijk bijna klaar. Dan over deze winter versus structureel. Het is goed om die twee dingen uit elkaar te houden. Wat ik net heb aangegeven over dat we ongeveer de helft van de voorraad die we voor een winter nodig hebben nu al in de gasopslagen hebben zitten, is één ding. Ik heb daarbij ook eerlijk aangegeven dat die voorraad niet voldoende is mochten we de koudste winter in 30 jaar krijgen — dat is ook zo — maar wel voor een gemiddelde. Meer dan een gemiddelde winter is waar we naar streven. Dan hebben we echt een vraagstuk over het strategisch gasbeleid voor de lange termijn. Toen ik net startte, heb ik overigens meteen aangegeven dat die brief rond de zomer zou komen. Eerder is er misschien gedacht vóór de zomer, maar dat was zonder een kabinetswissel. Dit is een heel belangrijk onderwerp. Ik vond het belangrijk om mezelf daar goed in te verdiepen en ook de cijfers van het NPE mee te kunnen nemen, die dus aangeven hoeveel gas we in de Nederlandse economie op termijn gaan gebruiken, zodat we ons strategisch gasbeleid ook kunnen funderen op de laatste gegevens daarover. Ik heb gezegd "rond de zomer", zodat we die gegevens mee kunnen nemen. Dan komen we echt heel spoedig daarmee, want het is heel belangrijk dat we dat goed op orde hebben; die urgentie deel ik met de heer Grinwis. Het is echter even belangrijk om de korte en de lange termijn hierbij uit elkaar te houden.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Wat fijn dat we dat in ieder geval delen. Ik heb nog een andere vraag in vervolg hierop. Terwijl de schaarste inderdaad toeneemt en de prijs op de markt dus beweegt, dreigen er ook nog heffingen uit Brussel. Dat gaat om het ETS2, door sommigen geframed als de Timmermanstaks. Hoe het ook zij, die dreigt de rekening veel hoger te maken. Dat gaat de Nederlandse Staat mogelijk ruim 4 miljard per jaar opleveren en er is geen structurele compensatie. Wat is de ambitie van deze minister deze augustusmaand om daarin verandering aan te brengen? Het is toch ongekend dat in een tijd waarin energie duurder en duurder wordt, er ondertussen 4 miljard extra belasting geheven gaat worden over deze energie, zonder dat kwetsbare burgers daar iets van terugzien?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Over kwetsbare burgers heb ik net al gezegd dat we zorgen dat er een noodfonds is en dat de meest kwetsbaren daar ook aanspraak op kunnen maken. Verder is dat ETS2 iets wat er al een tijd aan zat te komen; dat wisten we ook met elkaar. Omdat het voorspelbaar is, is ook voor dit punt augustus het antwoord, denk ik. Dan moeten we echt integraal met elkaar kijken naar de koopkracht van huishoudens. Ik ben het wél met de heer Grinwis eens dat de energieprijzen daar dit jaar natuurlijk een extra belangrijke component in zijn, niet alleen door de situatie in Hormuz, maar inderdaad ook door het ETS2, dat eraan komt. We zullen ons daar rekenschap van moeten geven; energie zit op allerlei plekken in onze economie en mensen merken dat dus ook op allerlei plekken. Ik denk dus wel dat de energiecomponent een belangrijker onderdeel gaat zijn van de gesprekken, maar over het resultaat kan ik ook u helaas nog niet veel meer zeggen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik zou willen beginnen met een wens richting de minister: dat zij zich niet laat gijzelen door de fossiele verslaving van de rechterkant van de Kamer. We zien namelijk dat die fossiele verslaving mensen keihard in de portemonnee raakt, keer op keer. Dat hebben we gezien bij de inval van Oekraïne door Rusland: torenhoge prijzen. Nu zien we het weer bij de Straat van Hormuz. We zien ook dat andere landen, zoals Spanje, veel meer investeren in zon en wind en daardoor ook veel minder gevoelig zijn voor al die grote prijsstijgingen; die raken mensen veel minder. Is de minister bereid om veel zelfverzekerder volop in te zetten op zon en wind? Welke extra mogelijkheden ziet zij om dat nu te versnellen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De wens om de afhankelijkheid af te bouwen merk ik eigenlijk in de hele Kamer wel. We hebben met elkaar gezien dat de afhankelijkheid die we hadden, twee keer in vijf jaar tot zulke problemen heeft geleid dat we wat dat betreft echt moeten zorgen dat we steviger op eigen benen staan. Daar wordt dus ook fors in geïnvesteerd. Ik heb, volgens mij, vorige week nog een brief aan uw Kamer gestuurd met twee tenders voor het uitrollen van wind op zee, zodat we dat zo veel mogelijk kunnen versnellen. Op allerlei manieren is er in het coalitieakkoord geld vrijgemaakt voor meer duurzame energie. Ook diversificatie vormt er een onderdeel van. Op allerlei manieren moeten we zorgen dat we minder afhankelijk worden. Een betere Europese samenwerking is daar ook onderdeel van. Mevrouw Teunissen heeft gelijk dat we die afhankelijkheid echt omlaag moeten brengen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Toch zien we dat het bijvoorbeeld in Spanje veel sneller gaat. Dat heeft ermee te maken dat er hier partijen zijn die zo lang mogelijk aan fossiele energie verslaafd willen zijn. Die plegen actief destructief beleid. Is de minister bereid om nu eens met haar ambtsgenoot in Spanje te gaan kijken welke mogelijkheden er zijn? Is zij bereid om zich niet langer meer te laten gijzelen door dat hele achterhoedegevecht, maar om echt te kijken naar landen die het goede voorbeeld geven, zoals Spanje, om echt die versnellingsstap te kunnen gaan maken?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Het beeld laat ik even aan mevrouw Teunissen. Zij deed een oproep om met mijn ambtsgenoot in Spanje te kijken welke lessons learned er zijn. Daar ben ik altijd graag toe bereid. Ik denk dat we in de breedte sowieso niet moeten nalaten om, waar dat kan, goed van elkaar te leren in deze hele transitie. Ik ben binnenkort op de Energieraad. Ik hoop dan ook mijn collega van Spanje weer te treffen.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik dacht dat mijn collega eerder was. Dames gaan voor, hè?
De voorzitter:
Ik dacht u eerder bij de microfoon te zien, maar dan is mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (PRO):
Dank u wel. De situatie in het Midden-Oosten laat opnieuw zien hoe kwetsbaar Nederland is en hoe belangrijk het is voor onze weerbaarheid en onze economie dat we fossiele brandstof zo snel mogelijk uitfaseren. In maart is er een motie aangenomen van de heer Klaver over een nationaal versnellingsplan energieonafhankelijkheid. Ik vroeg me af welke concrete maatregelen de minister, naast wind op zee, van plan is te nemen. En is zij bereid om nog voor de winter extra stappen te zetten als uit de KEV wederom blijkt dat we achterlopen op de doelen voor hernieuwbare energie?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Wij delen als kabinet absoluut de urgentie om de energieonafhankelijkheid te versnellen. Dat heb ik net gezegd. We moeten meer inzetten op hernieuwbare energie én energiebesparing én elektrificatie. Dat is daar allemaal voor nodig. Daar werken we dus ook echt aan in de breedte van de agenda. We hebben in het coalitieakkoord ook al fors middelen vrijgemaakt, waaronder zes openstellingsronden voor de SDE++ en extra middelen voor wind op zee, om die versnelling te realiseren. De motie-Klaver sluit dan ook aan bij de inzet van het kabinet om minder afhankelijk te worden. Ook hier geldt dat we in het Nationaal Plan Energiesysteem, dat kort na de zomer komt, een wat breder beeld schetsen van de benodigde ontwikkeling. Na Prinsjesdag gaan we dan in op de nadere keuzes die we maken.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
De zorgen met betrekking tot de gasvoorraad voor de winter moeten wat de SGP betreft met plankgas worden aangepakt. Dat leidt tot de volgende vraag. Er bestaat een mogelijkheid om in geval van nood kussengas in te zetten. We moeten nog een poos wachten op de gasvisie, hebben we gehoord. Wordt de mogelijkheid om kussengas in te zetten als strategische reserve al wel in werking gezet, alsmede de stappen daartoe, zodat we kunnen acteren als dat nodig is?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik heb net al aangegeven: of de brief nou eind juni of misschien begin september komt, er zitten geen jaren tussen. Het is dus fijn dat u mij de gelegenheid geeft voor de combinatie met het Nationaal Plan Energiesysteem, zodat we de langetermijnscenario's echt goed kunnen borgen. Daarbij kijk ik inderdaad ook naar kussengas. Daar zitten wel wat juridische vraagstukken en ook wat technische vraagstukken aan, die we goed in kaart moeten brengen. Als we zeggen dat kussengas kan fungeren als onze strategische reserve, moeten we wel weten dat dit kan werken zoals we het bedoelen. Dat zoeken we dus uit.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dat zoeken we uit; ik begrijp het. Tegelijkertijd duurt het dus nog even voordat die visie er is. Kunnen noodzakelijke stappen of no-regretmaatregelen al wel voor die tijd in gang worden gezet, zodat we straks niet te laat zijn?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Zoals ik net heb aangegeven, vullen we de gasvoorraden op dit moment ook niet tot alleen het niveau van een gemiddelde winter. Dat is 60% en wij vullen het als Staat tot 80%, nog even los van wat de markt doet. Onze doelstelling is 115%. U ziet dat er bijna een jaarvoorraad zit tussen datgene wat we in een gemiddelde winter nodig hebben en datgene waarop we koersen voor deze winter. Ook dat geeft voor deze winter natuurlijk al extra zekerheid. Nogmaals, het is echt belangrijk dat we dit onderwerp serieus met elkaar behandelen. Die urgentie voelen wij absoluut.
De heer Vermeer (BBB):
We moeten dit debat zeker serieus voeren. Daarom was ik wel verbaasd over de vergelijking van de minister met het glas water en de jerrycan, waarbij ze negeerde dat er ook nog buurlanden aan hetzelfde glas water zitten te lurken en dat wij niet vooraf weten hoeveel zij gaan verbruiken. Is de minister het met mij eens dat het niet eerlijk is om alleen naar het Nederlandse verbruik te kijken? Gezien onze functie in de totale voorraad in de EU en de gasrotonde waarop we zitten, moeten wij ook kijken naar wat buurlanden doen. Dan is de voorraad gewoon echt onder de maat.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Het verschil tussen de literfles en de jerrycan is als volgt. In de cijfers zie je weleens dat Europa gemiddeld op 50% vulling zit en Nederland gemiddeld op 19%. Maar Nederland heeft toevallig een jerrycan onder de grond zitten, dus heel veel ruimte. Als je daar één glas water in gooit, zit je dus op 19%. Als jij een literfles hebt en je gooit daar zo'n glas water in, is je percentage veel hoger. Dat is even waarom ik het onderscheid maakte tussen die jerrycan en die literfles. Als we het percentage van Nederland afzetten tegen het percentage van Europa, zegt dat dus niet alles. De heer Vermeer wijst wel op een belangrijk punt, namelijk dat er in Europa Europese solidariteit is. Daarom is het ook belangrijk dat wij het gesprek over de strategische gasvoorraad niet als Nederland alleen bekijken. Dan nemen we namelijk als Nederland alle kosten daarvoor, terwijl, als er een noodsituatie zou ontstaan elders, die landen daar dan ook een beroep op kunnen doen. We kunnen de Nederlandse situatie niet los zien van de Europese, precies zoals de heer Vermeer zegt. Dat moeten we dus wel meerekenen in: hoeveel geld gaan wij van de Nederlandse belastingbetaler vragen voor een reserve, die we zelf nodig kunnen hebben, maar waar anderen ook aanspraak op kunnen maken. Daarom pleit ik in Europa heel sterk voor Europees beleid op de gasopslagen.
De heer Vermeer (BBB):
De minister brengt hier een belangrijk punt in. Wij hebben dus een grotere verplichting op ons genomen wat betreft het vullen van de gasvoorraad en zijn daar ook nog financieel aansprakelijk voor, dus dan werkt het dubbelop. Ik wil de minister echt vragen wanneer zij naar de Kamer terugkomt met een alternatief voorstel voor de huidige regelingen hierover binnen Europa.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Het zou niet zo veel zin hebben als ik kom met een alternatief voorstel voor een Europese regeling, want de Europese regeling is de Europese regeling tot die is aangepast. Wel maak ik me er in Europa heel hard voor om te zorgen dat niet alleen Nederland dat strategische gasbeleid voert. Ik denk dat we nu, met sluiting van de Straat van Hormuz, heel blij zijn dat we in Europa een regeling hebben waarbij niet alleen alle bedrijven, maar ook alle landen olievoorraden opslaan. Voor gas hebben we dat beleid niet. Het lijkt mij heel zinvol om dat wel te doen, maar dat kan ik niet alleen vanuit Nederland waarmaken. Ik ga me er wel hard voor inzetten.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen. Ik geef het woord aan de heer De Hoop voor …
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Sorry voor de techniek, voorzitter, die het soms ietsje langer maakte.
De voorzitter:
Dat kunt u wel zeggen, ja.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Excuses.
De voorzitter:
Het zij u vergeven.
Vragen De Hoop
Vragen van het lid De Hoop aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht "Tesla misleidde Nederlandse overheid over veiligheid zelfrijdende auto's".
De voorzitter:
Het woord is aan de heer De Hoop voor zijn vragen namens PRO aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat, die ik van harte welkom heet in het parlement. Meneer De Hoop heeft het woord.
De heer De Hoop (PRO):
Om de minister alvast gerust te stellen: ik heb deze keer geen quizje, dus maakt u zich geen zorgen.
Voorzitter. Ik kan me zo voorstellen dat een van de favoriete films van deze minister The Wolf of Wall Street is. In die film staat Jordan Belfort, gespeeld door Leonardo DiCaprio, centraal. Die hoofdrolspeler is iemand die nogal wat troep verkoopt om ontzettend rijk te worden. In een van de bekendste scenes in die film wil hij een pen verkopen. "Sell me this pen", zegt DiCaprio in die scène. Ook deze minister is niet vies van een mooi verkooppraatje. Bij WNL zat hij onder het nummer — ik verzin dit niet — Ridin' van Chamillionaire in een zelfrijdende Tesla. Hij had een grote glimlach op zijn gezicht terwijl hij lovende woorden sprak over deze prachtige nieuwe technologie. Het is niet verrassend dat dat verkooppraatje werd ingefluisterd door toch wel een van de allerrijksten: Elon Musk, net deze maand de eerste trillionaire op aarde. Hij is de eerste mens met meer dan duizend miljard en een man die bekendstaat om zijn extreme uitspraken. De minister stapte zelf in deze Tesla, noemde het "geruststellend" en klonk als de verkoper in de showroom. Is het zijn taak om zelfrijdende auto's van een Amerikaanse miljardair aan te prijzen of om de veiligheid van gewone mensen te bewaken, vraag ik de minister.
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Karremans:
Voorzitter. Als autoverkoper in deze prachtige showroom moet ik wel zeggen dat zelfrijdend vervoer, wat je er ook van vindt, van wie de boodschap ook komt of wie er ook in onderneemt, de toekomst heeft. Dat zeg ik niet omdat Elon Musk daar voor een deel achter zit, want dit gebeurt in de breedte in de hele auto-industrie. Ik zeg dit wel vanwege bijvoorbeeld de kansen die het biedt voor oudere Nederlanders. Het biedt kansen voor oudere Nederlanders die nu bijvoorbeeld aan de andere kant van het land wonen maar wel graag bij het kerstdiner van hun familie willen zijn of, zoals dat in Nederland nu op heel veel plekken gebeurt, bij de groep 8-musical op de basisschool willen zijn. Het gaat om oudere Nederlanders die er nu niet bij kunnen zijn omdat ze minder mobiel zijn en misschien niet meer kunnen autorijden, maar straks wel. Dat is een van de kansen, zeg ik tegen de heer De Hoop, die zelfrijdend vervoer biedt. Het biedt ook kansen voor de druk op het wegennet. De logistiek kan dan vooral 's nachts zelfrijdend rijden, bijvoorbeeld tussen Rotterdam en het achterland, en de druk op het wegennet enorm verlichten.
Het biedt ook kansen voor verkeersveiligheid, waar het vandaag natuurlijk over gaat. Zelfrijdende auto's, uiteraard mits goed getest, laten zich niet afleiden door hun telefoon, raken niet vermoeid en rijden ook niet onder invloed. In dat licht ben ik er als minister van IenW ontzettend trots op dat Nederland de eerste stap heeft gezet om Tesla's FSD Supervised toe te laten. Voor de goede orde: dit zijn nog geen zelfrijdende auto's, maar het is wel een hele significante stap in die richting. Een belangrijk onderdeel van die stap die we hebben gezet, is een uitvoerige eigen beoordeling door de RDW. Daarbij is niet alleen gekeken naar data; er zijn ook meer dan duizend tests gedaan op de testbaan van de RDW. De RDW heeft daar meer dan 3.000 uur in gestoken. Er zijn 1,8 miljoen kilometers gereden op wegen in Europa. Er zijn dus data verzameld door de testauto's, maar ook door aparte testapparatuur van de RDW zelf. Natuurlijk is er ook getest in extreme weersomstandigheden, in complexe verkeerssituaties en noem maar op. Er werd gezegd dat er verkeerde assumpties zouden staan in het onderzoek over Tesla, dat vandaag werd aangehaald. Dat onderzoek is geen onderdeel geweest van de positieve beoordeling die door de RDW is gedaan. Ik zeg tegen de heer De Hoop dat het inderdaad de taak van de RDW is om onafhankelijk tot een positief oordeel te komen, ongeacht waarvan die technologie afhankelijk is of waar die technologie vandaan komt, zodat die uiteindelijk voor de Nederlandse maatschappij voordelen kan bieden.
De heer De Hoop (PRO):
Ik wil toch naar het artikel. Reuters en de European Transport Safety Council zeggen dat de cijfers die Tesla deelde met Zweden, en waarschijnlijk ook met Nederland, zeer misleidend zijn. Deelt de minister wel de analyse van die cijfers die in het artikel worden genoemd?
Minister Karremans:
Nogmaals, het gaat over de conclusie op basis van cijfers die door Tesla zijn aangeleverd. Bij die cijfers kun je inderdaad vraagtekens zetten; dat zeggen mijn mensen ook tegen mij. Maar de vraag die daaronder ligt, is natuurlijk of er op basis van die cijfers een beoordeling is gedaan over het toelaten van die Tesla's op de Nederlandse weg. We hebben dat natuurlijk nagevraagd bij de RDW, en het antwoord daarop is nee.
De heer De Hoop (PRO):
De RDW zou gezegd hebben dat het is gevalideerd, getest en gecontroleerd. Heeft de minister die precieze cijfers en onderzoeken zelf gelezen en gezien?
Minister Karremans:
Ja, die beoordeling hebben we natuurlijk gewoon op het ministerie liggen. Voor de goede orde: dit gaat om miljarden datapunten. En nee, ik heb die natuurlijk niet allemaal gelezen of doorgenomen, maar de conclusies van de RDW zijn helder. Ik heb vanmiddag ook nog even contact gehad met de RDW. De RDW ziet in deze berichtgeving ook geen enkele aanleiding om tot een andere conclusie te komen ten aanzien van de toelating van dit rijhulpsysteem.
De heer De Hoop (PRO):
Heeft de minister ook gezien of die onderzoeken die door de RDW zijn gedaan, onafhankelijk geverifieerd zijn?
Minister Karremans:
Ja, die zijn onafhankelijk geverifieerd. Die zijn onafhankelijk gedaan door de RDW.
De heer De Hoop (PRO):
De minister heeft dus toegezien op de vergunningverlening. Hij zegt ook dat de statistieken die daarvoor gebruikt zijn, geverifieerd, wetenschappelijk en betrouwbaar zijn. Is de minister dan ook bereid om die te delen met de Kamer?
Minister Karremans:
Het zou zomaar bedrijfsgevoelige informatie kunnen zijn. Wij hebben de taken in dit land zo verdeeld dat de RDW onafhankelijk heeft gekeken naar die cijfers. Ik wil die niet onderdeel laten worden van een politiek besluitvormingsproces. De RDW vertrouw ik. Daar werken zeer kundige mensen en die hebben ook een wettelijke onafhankelijke rol om dit soort rijhulpsystemen toe te laten. Ik moet even bekijken wat ik kan delen met de Kamer, maar ik zeg niet zonder meer toe dat ik die integraal ga delen.
De heer De Hoop (PRO):
In de Verenigde Staten zijn er 67 mensen overleden bij ongelukken met Tesla Autopilot of Full Self-Driving. Zijn er ook ongelukken geregistreerd in Nederland? En wordt bij een ongeluk standaard bekeken of de autopilot was ingeschakeld?
Minister Karremans:
Dat laatste is volgens mij het geval. Dat moet ook gemeld worden. Voor de goede orde: er zijn in die testfase 1,8 miljoen kilometers gereden. Inmiddels zijn er door bijna 40.000 Tesla's die nu met dit systeem op de Nederlandse weg rijden, 24 miljoen kilometers gereden, zonder noemenswaardige incidenten.
De heer De Hoop (PRO):
Heeft de minister naar aanleiding van het bericht van Reuters en de European Transport Safety Council vragen aan de RDW gesteld die nog niet gesteld waren?
Minister Karremans:
Ik heb gevraagd hoe zij dit onderzoek appreciëren en of dit gevolgen heeft voor de toelating. Dat is niet het geval, zoals ik net gezegd heb.
De heer De Hoop (PRO):
Het is wel opvallend dat de minister vooroploopt; geen enkel land is hiermee al zo ver als Nederland. De minister is daar ook heel enthousiast over. Dat zagen we net ook in zijn eigen inleiding. Toch worden er vanuit meerdere kanten vragen gesteld. Is dat toch niet een reden voor de minister om die vergunningsverlening even on hold te zetten en hier nog wat dieper in te duiken?
Minister Karremans:
Nee, want we kijken natuurlijk gewoon naar de feiten. Het is niet zo dat we aanleiding zien om maar van de boel af te zien omdat Elon Musk erachter zit en omdat die toevallig biljonair is. Ik kon uit de introductie van de heer De Hoop afleiden dat dat voor hem de voornaamste reden is. Dat doen we niet. We kijken naar de feiten en de cijfers. De RDW kijkt naar de data. Die test en kijkt of het veilig is. Op basis daarvan komt de RDW tot een oordeel.
De heer De Hoop (PRO):
Dan de communicatie tussen Tesla en de RDW in de periode voor de vergunningverlening. Hoe snel is het gegaan? Is die anders gegaan dan bij andere vergunningverleningen?
Minister Karremans:
Dit is de eerste keer dat een dergelijk rijhulpsysteem is toegelaten tot de Nederlandse wegen. Er zijn dus ook geen precedenten voor dit soort systemen. Het heeft anderhalf jaar geduurd.
De heer De Hoop (PRO):
Heeft de minister naar aanleiding van de berichtgeving zelf al contact gezocht met de European Transport Safety Council, die haar zorgen heeft geuit richting Reuters?
Minister Karremans:
Nee, maar ik heb contact gezocht met de RDW.
De heer De Hoop (PRO):
Toch is dat wel de organisatie die in Europa hierop toeziet. Die uit haar zorgen. Zou het niet verstandig zijn als de minister daar contact mee opneemt naar aanleiding van het artikel?
Minister Karremans:
Nee. Het is goed om te bekijken waar het artikel over gaat en wat erin wordt gesteld. Het gaat vooral om een conclusie op basis van onderzoek waar je je vraagtekens bij kunt stellen. Maar wij baseren ons op onze eigen validatie, ons eigen onderzoek en onze eigen testruns. Op basis daarvan komt de RDW onafhankelijk tot een oordeel.
De heer De Hoop (PRO):
Is de minister er niet toe bereid om dat toch te doen? Is hij bereid om naar aanleiding van dat artikel toch die European Transport Safety Council te vragen om te bekijken hoe de RDW dat gedaan heeft, en hierover een Kamerbrief naar ons te sturen?
Minister Karremans:
Nee, daar ben ik niet toe bereid.
De heer De Hoop (PRO):
Waarom is de minister daar niet toe bereid? Als er dit soort signalen zijn over de verkeersveiligheid, is het toch een kleine moeite om die vraag te stellen?
Minister Karremans:
Waar ik bezwaar tegen maak, is dat de heer De Hoop nu twijfels zaait over de verkeersveiligheid van dit rijhulpsysteem, terwijl dit onafhankelijk door de RDW is getest en zij op niet-politieke wijze tot een oordeel zijn gekomen. Nogmaals: dat is ongeacht wie dit systeem heeft geïntroduceerd in Nederland. Daar hou ik me aan vast. Ik vind het belangrijk om dit proces niet politiek te maken.
De heer De Hoop (PRO):
Dit is niet politiek. Dit gaat over de verkeersveiligheid. Er is een journalistiek stuk geschreven over de veiligheid van deze auto's. Het gaat niet goed met de verkeersveiligheid in Nederland. Dan is dit, gelet op de controlerende taak van de Kamer, toch een hele logische vraag om bij de minister neer te leggen? Dan is het toch ook een kleine moeite om die vraag te stellen?
Minister Karremans:
Ik snap dat de heer De Hoop naar aanleiding van die artikelen deze vraag stelt. Ik beantwoord die ook. De RDW heeft dit onderzoek gedaan. De data die onderliggend zijn aan de conclusie die is gesteld door Tesla, waar je je vraagtekens bij kunt zetten, zijn geen onderdeel geweest van het beoordelingsproces waarbij men tot een positieve beoordeling van dit rijhulpsysteem is gekomen.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
De heer De Hoop (PRO):
Ten slotte wil ik, omdat de minister het een beetje in het midden liet, het volgende vragen. Is hij bereid om datgene wat gedeeld kan worden rondom het onderzoek van de RDW, dus zonder de bedrijfsgevoelige informatie, toch met de Kamer te delen? Zo kunnen we hier zeker van zijn en kunnen we net zo veel vertrouwen in deze zelfrijdende auto's hebben als de minister.
Minister Karremans:
Ik zal kijken wat ik kan delen, maar ik kan op voorhand geen toezegging doen wat dat precies inhoudt.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen.
Vragen Faber
Vragen van het lid Faber aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij afwezigheid van de minister van Justitie en Veiligheid, over het bericht "Minstens zeven gewonden door explosie en brand bij fitnessstudio onder flat in Amsterdam, 400 mensen geëvacueerd".
De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw Faber voor haar vragen namens de fractie van de PVV aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, die ik eveneens van harte welkom heet in het parlement. Het woord is, als zij zover is, aan mevrouw Faber.
Mevrouw Faber (PVV):
Voorzitter. De onveiligheid in woonwijken is toegenomen. Vorig jaar waren er 1.525 aanslagen met explosieven of pogingen daartoe. Vorige week was het raak in Osdorp: een explosie in een sportschool onder een flat. 7 mensen raakten gewond, waarvan 2 zwaargewond, en 400 mensen moesten worden geëvacueerd. Was het onverwachts? Nee. Er is al eerder een pand in de wijk opgeblazen. Bewoners geven aan bang te zijn, omdat al bekend was dat jongeren onder de sportschool met explosieven werkten. Het gaat om jongens die al een fors strafblad hebben. Degene die leiding gaf aan de groep komt ook uit een bekende familie uit de buurt. Zijn broer is reeds veroordeeld tot ruim vier jaar cel voor plofkraken. Hij is niet de enige; de buurt staat bekend als een broeinest vol plofkrakers. De daders gebruikten het licht ontvlambare flitspoeder uit illegaal vuurwerk ter voorbereiding van hun plofkraak. Het zou hen er niet van hebben weerhouden ondertussen rustig een peukje op te steken. Dit toont de roekeloosheid en het desastreuze gevaar aan. Vlak voor de explosie namen de jongeren de benen, hoewel het ernaar uitziet dat ten minste een van de daders zijn benen moet missen.
Voorzitter. Hoe is het mogelijk dat je in een land als Nederland als onschuldige burger door dat tuig 's nachts zomaar je bed uit kan worden geblazen? Het lijkt het Midden-Oosten wel. Zelfs handhavers en andere ambtenaren zouden bang zijn voor bepaalde wijken en mijden deze. Als zij dat niet meer doen, wie gaat er dan nog wel handhaven? Daarom heb ik de volgende vragen aan de staatssecretaris. De buurt was van de explosieve situatie op de hoogte. Hoe kan het zijn dat de politie geen preventieve maatregelen heeft genomen? Criminoloog Kolthoff geeft aan dat handhavers en andere ambtenaren bepaalde wijken liever mijden. Is dat in deze zaak ook het geval geweest? Is de staatssecretaris het met mij eens dat dit laat-maar-waaiengedrag leidt tot levensgevaarlijke situaties? Leidt dit niet juist tot no-gozones? Is de staatssecretaris bereid om preventieve controles uit te voeren van onder andere kelderboxen en opslagruimtes? De politie geeft aan dat minderjarigen dikwijls worden geronseld rond bepaalde scholen en begeleidwonenprojecten. Zijn deze locaties in beeld? Is de staatssecretaris bereid om hier extra controle op uit te voeren in de vorm van bijvoorbeeld cameratoezicht en handhavers om ronselaars op te sporen en te berechten?
De voorzitter:
Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Voorzitter, dank. Het spreekgestoelte moet nog een klein beetje naar beneden. Ik ben echt niet zo heel erg groot, of in ieder geval kleiner dan de minister die mij net voorging.
Dank allereerst voor deze vragen. Natuurlijk hebben de beelden ons allen vorige week opgeschrikt. We hebben allemaal kunnen zien dat dit een zeer ernstig incident is, dat zich heeft afgespeeld aan de Osdorper Ban in Amsterdam-West. Het heeft een enorme ravage aangericht, met ingrijpende gevolgen voor de slachtoffers, voor de omwonenden, voor de bewoners en voor de ondernemers. Er zijn heel veel zorgen in de buurt geuit en het heeft een enorme impact op het veiligheidsgevoel, ook van de Wildemanbuurt, waar het hier om gaat. We hebben allemaal de beelden kunnen zien.
Allereerst uiteraard mijn medeleven, net als de vragensteller, aan de mensen die dit hebben meegemaakt. Ook een ongelofelijk compliment aan de hulpverleners, die vrijwel meteen ter plekke waren en die echt heel erg accuraat goede zorg, opvang en nazorg hebben geleverd aan al die mensen die op dat moment geëvacueerd moesten worden uit hun huis.
Het onderzoek van de politie naar de oorzaak is nog in volle gang, dus in deze fase is het echt nog te vroeg om daar conclusies over te trekken. De toedracht hiervan is dan ook nog onbekend. Ik kan ook niet vooruitlopen op de resultaten, die we natuurlijk verwachten in de komende periode, maar die ook vooral aan de lokale veiligheidsdriehoek zijn.
Mevrouw Faber (PVV):
Met alle respect voor de staatssecretaris, maar ik vind dit gewoon te makkelijk. De bewoners geven aan dat ze bang zijn. Zij weten dat daar wordt gewerkt door jongeren met explosieven. We hebben een wijkagent in zo'n wijk, lijkt mij. Die moet de voelsprieten zijn in zo'n wijk. Was deze politieman op de hoogte? Ik krijg ook helemaal geen antwoord op mijn vragen. Was de wijkagent op de hoogte? Was de politie op de hoogte? Hoe kan het zijn dat de bewoners wel met elkaar praten en blijkbaar niet met de politie? Dat kan toch niet? Het zijn gewoon levensgevaarlijke situaties. Je zal maar in zo'n wijk wonen. Je zit daar met angst en beven op de bank. Het is geen chillen op je bank, maar rillen op je bank zo langzamerhand!
Daarbij komt ook nog dat het bekend was dat het een broeinest voor plofkrakers is. Er zíjn al veroordelingen. Er zíjn zware strafbladen. Het is toch bekend dat dit een risicowijk is? Dan kan het toch niet zo zijn dat het allemaal als donderslag bij heldere hemel zomaar uit de lucht komt vallen? Dat kan gewoon niet. Hoe kan het dat ambtenaren en handhavers bepaalde wijken mijden? Valt deze wijk daar ook onder? Dat kan natuurlijk niet. Als zij al wijken mijden, wat moet je dan verwachten van burgers? Dat kan gewoon niet. De politie, de boa's, de ambtenaren dienen gewoon handhavend op te treden. Anders wordt het een complete anarchie en dan zitten we gewoon met no-gozones.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Het is absoluut geen no-gozone. Sterker nog, ik heb net voorafgaand aan dit mondelinge vragenuur natuurlijk ook even telefonisch contact gehad met burgemeester Halsema. Dit is een van de wijken in Amsterdam waar ze juist ongelofelijk veel aandacht hebben voor dit soort problematiek en voor hoe je dit ook binnen het bredere sociale domein met elkaar moet aanpakken. Dat raakt natuurlijk altijd aan zorg en veiligheid.
Even heel specifiek dan over dit incident in Amsterdam. Vanaf vrijdag zijn er ook in alle wijken informatiepunten ingericht. Amsterdam, GGD, Stadgenoot en Rode Kruis zorgen dat ze bereikbaar en beschikbaar zijn om zorgen van mensen te kunnen ontvangen. Het is al zo dat Meld Misdaad Anoniem juist ook in Amsterdam sinds eind vorig jaar weer nieuw leven in is geblazen en dat een incident als dit gewoon gemeld kan worden.
Heel specifiek hierop. De gemeente heeft heel verschillende aanpakken, die juist gericht zijn op de jeugdcriminaliteit en het voorkómen hiervan binnen de aanpak veiligheid en zorg. Ze controleert wel degelijk preventief op de aanwezigheid van gevaarlijke en brandgevaarlijke stoffen en explosieven. Een toezichthouder van de gemeente laat zich begeleiden door speurhonden, die alarm kunnen slaan wanneer zij grondstoffen ruiken voor ook juist dit soort explosieven. Dat is een van de redenen waarom je ook zo'n kelderbox kan invallen. Dat geldt ook gewoon in de Wildemanbuurt. De gemeente is zeer alert op hoe ze met dit soort signalen omgaat en is juist ook in deze wijk heel erg alert erop dat juist in de preventie voldoende gedaan wordt.
De voorzitter:
Uw laatste seconde.
Mevrouw Faber (PVV):
Ik dacht dat ik geen seconde meer had, dus ik denk …
De voorzitter:
Oké, dan geef ik het woord aan de heer ...
Mevrouw Faber (PVV):
Nou ja, ik moet zeggen dat de staatssecretaris op lang niet al mijn vragen antwoorden geeft, maar ik kan straks natuurlijk altijd nog een debat aanvragen over de problematiek van de explosies. Ik wil de staatssecretaris wel bedanken. Het zijn niet mijn antwoorden die ik heb gekregen, maar ze heeft in ieder geval wel een reactie gegeven; laten we het daarop houden.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Faber.
De heer Mathlouti (D66):
Wederom een grote explosie in Amsterdam. De impact op wijken en soms op straten is supergroot. We lezen ook dat er soms in één week meerdere explosies in een wijk plaatsvinden. Het zou maar de straat zijn waar je kinderen buitenspelen of waar je moeder en vader die op leeftijd zijn wonen. Ik snap dat de staatssecretaris niet kan ingaan op deze specifieke situatie omdat het onderzoek nog loopt, maar het is natuurlijk een patroon en een toename die we al langer zien. Kan zij een wat breder beeld schetsen van de motieven achter deze explosies en ook van de daders? Dat laatste vraag ik vooral ook omdat het beeld is dat er veel jongeren en in veel gevallen ook minderjarige jongeren of kinderen bij betrokken zijn. Dat baart mij zorgen. Kunt u daar iets meer over zeggen, staatssecretaris?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Over de verdachten en de slachtoffers in deze casus wil ik eigenlijk geen uitspraak doen, omdat dit bij de veiligheidsdriehoek ligt en omdat het onderzoek bij het Openbaar Ministerie en bij de politie ligt. Daar moeten we volgens mij nu gewoon heel zorgvuldig mee omgaan. In zijn algemeenheid is het wel zo dat in deze Kamer vanaf 2024 op basis van een toenmalige motie van mevrouw Mutluer en de heer Boswijk het Offensief tegen Explosies is ingericht. Dat is nog steeds onder leiding van de burgemeester van Rotterdam. Dit krijgt natuurlijk vooral in de grote steden ontzettend veel aandacht. Op basis daarvan wordt ten aanzien van jeugdpreventie en preventie van jeugdcriminaliteit ook juist geprobeerd om te voorkomen dat deze kinderen geronseld worden. Belangrijk om te zeggen is ook dat dat natuurlijk niet altijd alleen maar jeugd is, maar dat we wel zien dat het in zijn algemeenheid een groep is die vatbaar is voor ingezet worden in dit soort criminaliteit. Ik denk dus dat we van daaruit ook steeds die aandacht moeten houden bij het Offensief tegen Explosies, ook heel gericht op hoe we met jeugdpreventie omgaan.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Om te voorkomen dat ik alles wat net gezegd is herhaal, zeg ik kort dat dit een verschrikkelijk incident is en dat de impact op de buurt gigantisch groot is. Dat nemen we niet zomaar weg. Ik vind het lichtelijk ongemakkelijk om hier een gesprek te voeren over iets waarmee de driehoek op dit moment natuurlijk heel hard aan het werk is, maar ik heb wel alvast een vraag. De staatssecretaris refereerde zelf al aan die taskforce. Is er toevallig al hierover gesproken met de burgemeester van Rotterdam en is dit incident iets wat ze mee kunnen nemen in het verdergaand proberen op te lossen van deze grote uitdaging?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Een heel terechte vraag. Dit is absoluut een van de gespreksonderwerpen geweest. Natuurlijk heeft de burgemeester vanuit de GRIP-2-situatie die zich voordeed allereerst haar aandacht gehad voor de zorg op dat moment voor de slachtoffers en de bewoners, voor de evacuatie die plaatsvond en voor de plekken die ingericht moesten worden in hotels en alles wat dan onder de verantwoordelijkheid van deze burgemeester valt. Vervolgens is het gesprek tussen ons ook gegaan over de vraag of er voor de bewoners voldoende ruimte is om onder die paraplu van Meld Misdaad Anoniem ook in een gemeente als Amsterdam en vooral in deze wijk zo'n melding te doen. Juist op basis van zo'n melding kun je daadwerkelijk in zo'n kelderbox preventief gaan controleren. Dat is de manier waarop we dit met elkaar zouden moeten terugdringen; daarmee refereer ik toch weer even aan de vraag die mevrouw Faber in het begin stelde.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dat laatste punt van de staatssecretaris zouden we op termijn eigenlijk graag ook in de terugkoppeling van haar willen ontvangen om te kijken of er niet al signalen van burgers waren ontvangen over opmerkelijke dingen die zij gezien hadden. Is het mogelijk om dat te zijner tijd te ontvangen?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Ik denk dat het heel goed is dat we de burgemeester en vooral de lokale veiligheidsdriehoek nu hun werk laten doen. Dat is in dit geval het allerbelangrijkste. Wat we in zijn algemeenheid kunnen doen, is natuurlijk reflecteren op de vraag of deze manier werkt: werkt het terugdringen door dat Offensief tegen Explosies voor de grote steden en kunnen de burgemeesters ermee uit de voeten? Ik denk dat dat het belangrijkste is. Over deze heel specifieke casus is het nu eerst gewoon aan de veiligheidsdriehoek om daar stappen in te zetten.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dat begrijp ik volkomen en dat is terecht, maar ik zou het wel heel belangrijk vinden dat wij in zijn algemeenheid ook aan burgers kunnen laten zien dat signalen opgepikt worden. Alles wat de staatssecretaris daaraan kan bijdragen, zouden wij aan willen moedigen.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Ik denk dat dat een hele mooie vraag is. Ik kan absoluut toezeggen dat we daar onder de vlag van Meld Misdaad Anoniem, zoals we dat nu in ons grote programma hebben ingericht, in zijn algemeenheid op kunnen reflecteren en we dan natuurlijk juist heel specifiek kunnen inzoomen op de grote steden, waarvan we zien dat het heel belangrijk is dat mensen zich er veilig genoeg voelen om misdaad te melden. Ik begrijp de zorg die mevrouw hier uitspreekt dus heel goed.
Mevrouw Faber (PVV):
Ik kwam natuurlijk net met een hele reeks vragen, dus ik ga er nu gewoon even eentje uitpikken. Ik heb een concrete vraag: hoe kan het dat de politie er niet van op de hoogte was dat er jongeren onder de flat bezig waren met explosieven voor plofkraken? Het was namelijk bekend dat er ook mensen bij betrokken waren die al een fors strafblad hadden.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Dat is nu echt aan het onderzoek en dat onderzoek is nu echt aan de veiligheidsdriehoek. Daar kan ik dus geen uitspraken over doen. Dat vind ik ook helemaal niet mijn rol. Ik denk dat het op dit moment het allerbelangrijkste is dat in de gemeente, in de veiligheidsdriehoek en bij de burgemeester die ruimte er ook is om te zorgen dat de informatie die echt nodig is boven tafel komt, zodat je degenen die hiervan verdacht zijn ook kunt opsporen, je de mensen die er slachtoffer van zijn de juiste ondersteuning kan bieden en je in de wijk weer voor mensen de veiligheid kan creëren om, als ze iets merken, daar melding van te maken.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Faber (PVV):
Ik vind dit toch gewoon te makkelijk, want die veroordelingen en die strafbladen liggen er. Dat zijn gewoon feiten. De staatssecretaris kan wel zeggen dat er een onderzoek gaande is — dat klopt — maar die feiten zijn er al. We weten dus dat er een risico is. Zelfs de wijkbewoners weten dat. Al eerder was er een gebouw opgeblazen. Dan mist er iets in de communicatie binnen de politie. Of zie ik dat dan verkeerd?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Ik ga gewoon niet op de feiten vooruitlopen. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we daar eerst de ruimte voor laten. Als er aanleiding is om de Kamer daarover te informeren, zullen we dat zeker doen. Dat is nu echt aan de veiligheidsdriehoek.
De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording van de gestelde vragen. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van het vragenuur. Ik schors een enkel ogenblik en dan gaan we stemmen.
De vergadering wordt van 14.57 uur tot 15.07 uur geschorst.