Plenair verslag
Tweede Kamer, 82e vergadering
Dinsdag 16 juni 2026
-
Begin14:00 uur
-
Sluiting22:40 uur
-
StatusOngecorrigeerd
Opening
Voorzitter: Van Campen
Aanwezig zijn 147 leden der Kamer, te weten:
El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Biekman, Bikker, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bolhuis, Bontenbal, Boomsma, Boon, Martin Bosma, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dassen, Dekker, Tony van Dijck, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Ergin, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Grinwis, Van Groningen, Peter de Groot, Hamstra, Den Hollander, Hoogeveen, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Chris Jansen, Jumelet, Kathmann, Keijzer, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, Kops, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Lammers, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maeijer, Maes, Markuszower, Martens-America, Mathlouti, Van Meetelen, Van Meijeren, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Müller, Mutluer, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Podt, Poortman, Prickaertz, Raijer, Rooderkerk, De Roon, Russcher, Schenk, Schilder, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stoffer, Stöteler, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vermeer, Vervuurt, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan en Zwinkels,
en mevrouw Van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de heer Van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de heer Jetten, minister-president, minister van Algemene Zaken, de heer Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat, en mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei.
De voorzitter:
Ik open de vergadering van dinsdag 16 juni 2026.
Vragenuur
Vragenuur
Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.
Vragen Keijzer
Vragen van het lid Keijzer aan de minister van Klimaat en Groene Groei over het bericht "Herstel van de energiemarkt kost tijd ondanks het opengaan van Hormuz: 'Kan weleens één tot drie jaar kunnen duren'".
De voorzitter:
Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Ik geef het woord aan mevrouw Keijzer voor haar vragen aan de minister van Klimaat en Groene Groei, die ik van harte welkom heet in het parlement. Het woord is aan mevrouw Keijzer.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dank u, voorzitter. De Nederlanders worstelen om boven te blijven. Wat mij betreft laat de Nederlandse overheid de burger op alle fronten in de steek, of het nou gaat over de regeldruk, de asielinstroom of de Spreidingswet die over Nederland wordt uitgerold. Gemaakte beloftes worden niet waargemaakt.
Ik wil het vandaag in dit vragenuur hebben over hoe de portemonnee van de burger vergeten wordt, en wel via belastingen en accijnzen op energie en benzine. Afgelopen week hadden we goed nieuws, namelijk een deal tussen de Verenigde Staten en Iran. Ik zou tegen iedereen die denkt dat het dan nu beter gaat met de benzineprijzen en de energieprijzen willen zeggen: denk nog een keer. Het gaat jaren duren voordat de benzine- en de dieselprijzen dalen. Doorgedraaid klimaatbeleid heeft ons opgezadeld met de hoogste accijnzen in Europa. Gemiddeld liggen die 20% hoger dan in België en Duitsland. Dat doet al zeer, maar al helemaal wanneer de benzineprijzen stijgen en dit in het buitenland gecompenseerd wordt.
Voorzitter. Mijn eerste vraag is de volgende. Er liggen amendementen van mij in combinatie met de heer Markuszower om de accijnzen en belastingen op benzine en diesel te verlagen. Wij hebben dekking gevonden door iets minder geld te laten gaan naar, kort gezegd, het buitenland: Oekraïne, asiel en Defensie. De minister van Financiën heeft ze ontraden, maar daarom stel ik toch deze vraag. Gaat deze minister samen met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid strijden om ze alsnog oordeel Kamer te geven, zodat ze aangenomen kunnen gaan worden en er eindelijk eens iets gebeurt voor de gewone hardwerkende Nederlander, voor de middenstand?
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. Laat ik vooropstellen dat iedere stap die bijdraagt aan meer vrede, rust en stabiliteit in de regio natuurlijk positief is, maar mevrouw Keijzer heeft wel gelijk dat daarmee niet alles meteen weer terug zal zijn bij het oude. Dat is helaas de realiteit. Dat betekent dus ook dat het echt loont om bijvoorbeeld te gaan isoleren in je huis, zodat je in de winter een lagere gasrekening hebt. Ik zou tegen degenen die dat nog niet hebben gedaan, zeggen: zorg dat je die stappen zo snel mogelijk neemt om je totale energie-uitgaven omlaag te brengen. Het kabinet heeft daar veel extra geld beschikbaar voor gemaakt, dus ik hoop dat mensen — dit klinkt natuurlijk een beetje gek als de zon net gaat schijnen — nadenken over de winter die eraan komt en nu al beginnen om de gasrekening voor de winter omlaag te brengen door echt te investeren in isoleren.
Dan kom ik op de concrete vraag van mevrouw Keijzer over de amendementen over diesel en accijns, die ontraden zijn door de minister van Financiën. Dat is ook waar de verantwoordelijkheid voor deze amendementen ligt. Hij heeft ze ontraden. Ik zie geen aanleiding om iets af te doen aan zijn verantwoordelijkheid. Overigens begrijp ik dat het positieve signaal in de Straat van Hormuz al wel heeft geleid tot een daling van de olieprijs en dat we ook al voorzichtig een doorvertaling daarvan naar de pomp zouden kunnen verwachten. Hopelijk blijft de ontspanning aan die kant, als deze deal standhoudt, ook bestaan.
Verder doet het kabinet natuurlijk ook via het Iranpakket, dat we in het voorjaar hebben gepubliceerd, een aantal dingen om de totale uitgaven aan energie voor mensen te verlagen, vooral ook om de meest kwetsbaren daar extra in te ondersteunen. Door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt heel hard aan het noodfonds gewerkt, zodat het ook beschikbaar is voor de winter. Ik heb net ook al het punt genoemd van de isolatie. Al die middelen kunnen helpen om met elkaar die nationale energierekening zo beperkt mogelijk te houden.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik weet eigenlijk niet waar ik moet beginnen. Het klopt dat er een daling is van de prijs aan de pomp, maar dat is emotie. Als straks de harde werkelijkheid van de internationale oliehandel weer binnenkomt, stijgen ze gewoon weer, en waarschijnlijk nog wel wat hoger. Ik noemde net niet zonder reden de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, want hij is, samen met de minister van Klimaat, van D66. Zij hebben campagne gevoerd met de Nederlandse vlag achter zich. De burger heeft "het kan wél" nog op het netvlies. Het kan dus niet als je denkt hier te kunnen volstaan met te beginnen over isoleren. Daar is gewoon simpelweg het geld niet meer voor, want de Nederlander moet blijven tanken om op zijn werk te komen of voor familiebezoek. En als het geld er al zou zijn, dan zijn de aannemers er niet. Dus nog een keer: wil de minister toch aan mij toezeggen in het kabinet nu eindelijk eens iets te gaan doen aan het achterstallig onderhoud op ons accijnsbeleid? Het is ingegeven door klimaatbeleid en het vullen van gaten in de begroting, maar de burger heeft er zo langzamerhand genoeg van.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De referentie aan de vlag laat ik maar even aan mevrouw Keijzer. Ik zie niet in waarom die vlag maar van één politieke partij zou kunnen zijn en niet ook van andere politieke partijen. Over de accijnzen: die zijn in de breedte een inkomstenbron om onze hele begroting stabiel te maken. Dat heeft niet te maken met specifieke uitgaveposten. We hopen natuurlijk dat er in de Straat van Hormuz een ontspanning zal plaatsvinden waardoor de prijzen weer wat kunnen dalen, maar dat zal toch echt afhangen van hoe het conflict daar loopt.
In de tussentijd doet het kabinet heel veel om de totale energierekening van mensen onder controle te kunnen laten komen, onder andere door met name te investeren in isolatie. Daar wordt geld voor uitgetrokken via het Warmtefonds bijvoorbeeld. Mensen hoeven dat dus niet allemaal uit hun eigen zak te betalen. Er worden ook middelen beschikbaar gesteld voor partijen die wat minder kunnen. Als er mensen zijn met een gewone elektriciteitsaansluiting die zich afvragen of ze een warmtepomp kunnen aansluiten als je een hybride warmtepomp hebt én een elektrische kookplaat én zonnepanelen én een elektrische auto: dat kan allemaal gecombineerd worden op één gewone, normale aansluiting. En dan kun je ook nog de magnetron aanzetten of de droger. Ik doe dat namelijk allemaal zelf weleens tegelijkertijd en dan klapt er nooit een stop uit. Er kan dus ook een heleboel wel. Laten we elkaar in dat opzicht niet onnodig aanpraten dat er van alles niet kan.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Het ware karakter van deze minister laat zich wel zien. De meeste burgers kunnen zich al die faciliteiten zo langzamerhand niet eens meer veroorloven.
Even terug naar Nederland. De Straat van Hormuz is interessant, maar terug naar Nederland. Men blijft autorijden, want dat is nodig. Vervolgens betekent dat minder bezoeken aan de horeca, minder winkelen, minder huisinrichtingen. Ziet de minister dat dit zo langzamerhand ook een aanslag is op onze middenstand, op het midden- en kleinbedrijf? Wat gaat ze daaraan doen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Laten we deze ronde afsluiten met iets waar mevrouw Keijzer en ik elkaar misschien meer op kunnen vinden. Het is inderdaad heel belangrijk dat we ervoor zorgen, ook met het beleid dat we inrichten, dat iedereen het kan meemaken als onze energiemix verandert. Dat geldt dus ook voor mensen met een minder grote beurs en het midden- en kleinbedrijf. Daar zullen we met elkaar voor moeten zorgen. Dat zie ik dus als een gedeelde ambitie.
Het tweede dat ... Sorry, ik ben even het tweede element kwijt van wat u zei. U begon eerst over het midden- en kleinbedrijf, maar wat er daarna kwam, heb ik even niet opgeschreven.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik denk dat het dan ook niet verder gaat komen dan algemeenheden in het antwoord.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik weet 'm weer!
De voorzitter:
Volgens mij was mevrouw Keijzer een verhaal aan het opbouwen.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik ben benieuwd, voorzitter.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
U had het over algemeenheden. Ik wilde zeggen dat voor de algemene middelen augustus natuurlijk het moment is waarop de koopkrachtplaatjes worden bekeken. Dan worden alle manieren waarop de inkomens van zowel ondernemers als huishoudens geraakt worden, met elkaar gewogen. Dat is het moment waarop het kabinet verder kijkt of er meerdere dingen nodig zijn. Daar ga ik niet nu op vooruitlopen. Dat is het moment waarop dit soort dingen ten opzichte van de algemene middelen weer gewogen worden. Excuses voor de lapse.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Mag ik dan van deze minister nog een antwoord op de volgende vraag? Als straks blijkt dat de accijnsopbrengsten verlaagd zijn omdat er in het buitenland getankt wordt, betekent dat dan niet dat er weer extra belastingen opgelegd worden om de gaten in de begroting te dekken en ook dat er niet weer naar het bedrijfsleven wordt gekeken, want "koop maar een elektrische bestel- of aannemersbus"? Weet de minister wat die dingen kosten? Het blijkt namelijk ook nog vaak het geval te zijn dat er allerlei prachtig beleid bedacht wordt, maar dat het kabinet geen idee heeft van de effecten in de samenleving.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Al die inkomsten en uitgaven worden in augustus goed met elkaar gewogen, want als we minder geld ophalen, moet je ook ergens anders iets minder uitgeven. Dat wordt dus in samenhang gewogen. Daarbij heeft het kabinet niet alleen oog voor een evenwichtige koopkrachtontwikkeling voor huishoudens, maar ook voor de lasten voor het bedrijfsleven.
De heer Oosterhuis (D66):
Over de hele wereld is olie natuurlijk duur. Dat heeft ook een duidelijke reden: de oorlog in Iran en de sluiting van de Straat van Hormuz. Heel veel mensen hebben daar nu last van; die betalen een hoge prijs aan de pomp. Het betekent echter ook dat wij als Nederland eigenlijk miljarden, en dit jaar ook miljarden extra, overmaken naar het Midden-Oosten als prijs voor die benzine, diesel en olie. Dat is eigenlijk allemaal geld dat we ook kunnen besparen of in eigen land kunnen investeren als we de beweging maken naar meer duurzame energie van eigen bodem. Om hoeveel geld gaat dat nou? Hoeveel geld geven wij als Nederland dit jaar nou uit aan fossiele energie?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank voor de vraag. Ik geloof dat ik de heer Hoekstra recent heb horen zeggen dat Europa nu per maand een kwart miljard meer uitgeeft. Dat steken we dus eigenlijk in de ontwikkeling van economieën buiten Europa. Dat komt boven op een bedrag van tussen de 250 en 300 miljard dat we jaarlijks kwijt zijn aan de import van fossiele brandstoffen. Dit is echter op Europees niveau. De vraag was natuurlijk hoeveel Nederland extra kwijt is door de energieprijsstijgingen. Daar moet ik op korte termijn even schriftelijk op terugkomen, want dat vraagt een beetje nadere uitwerking, maar ik ben graag bereid om dat aan de Kamer te doen toekomen.
Mevrouw Müller (VVD):
We spreken in deze Kamer vaak met de minister over leveringszekerheid, ook anderhalve week geleden nog. U weet dat de VVD zich zorgen maakt over aanstaande winter en de gasvoorraden, die heel erg langzaam gevuld worden. Vorige week nog kwam Gasunie met een waarschuwing. Omdat dat een belangrijke adviseur voor deze minister is, vraag ik haar hier toch nog op te reflecteren, want Gasunie maakt zich ernstige zorgen over aanstaande winter.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Inderdaad. Ik denk dat het goed is dat we proberen helderheid te krijgen met elkaar, ook over de cijfers. Het getal van 115 terawattuur dat door Gasunie is geadviseerd, is echt om rekening te houden met de allerstrengste winter in 30 jaar. Het kan natuurlijk gebeuren. Die kan voorkomen, dus het is goed om dat advies op dat punt te hebben. Als je de allerstrengste winter in 30 jaar wil voorkomen, waar heb je het dan over? Daarnaast is wat we de afgelopen jaren gemiddeld in een winter eigenlijk nodig hebben gehad ongeveer 60 terawattuur. Daar zit dus een behoorlijke buffer tussen. Ik heb vorige week ook tegen uw Kamer gezegd dat EBN aan het vullen is. Dus als de markt niet vult, zorgen we dat een staatsbedrijf, dus EBN, voldoende vult, zodat we deze winter voldoende gas hebben. EBN ligt daarmee op schema. Maar wat betekent dat op schema liggen nou eigenlijk? Op dit moment zit er in die gasopslagen ongeveer de helft van wat we in een normale winter nodig hebben. Dat zit er nu al in en we blijven vullen. Dus dat beeld dat er veel te weinig in zit … Als we kijken naar de volumes en naar wat we in een normale winter nodig hebben, dan hebben we nu ongeveer de helft van dat volume al in de gasopslagen zitten. En we blijven gestaag vullen om ervoor te zorgen dat we voldoende hebben. Het leek me goed om die cijfers hier even met u te delen, omdat percentages soms … Het is moeilijk om in te schatten of we zeker weten dat we genoeg hebben. Op deze manier hoop ik daar wat extra duidelijkheid over te kunnen geven.
De heer Van den Berg (JA21):
We staan hier eigenlijk elke keer weer over de extreme energieprijzen. Dat is toch wel tekenend voor dit debat dat erover gaat. Er is toch elke keer waarschuwing op waarschuwing op waarschuwing over die leveringszekerheid, vorige week nog van TenneT. Dan gaat het om de kolencentrales die we gaan sluiten, dan is het de Gasunie die een waarschuwing afgeeft, of de topsector Energie. Ik kan het antwoord van de minister al uittekenen: we moeten meer inzetten op duurzaamheid en isolatie. Maar ik hoor tegelijkertijd dat die gasopslagen wel heel erg worden gebagatelliseerd. "Het zit allemaal wel goed."
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Van den Berg (JA21):
Feit is dat ze gewoon bijna leeg zijn ten opzichte van vorig jaar. Ik vraag me af hoe de minister er nou voor gaat zorgen dat we nu wel voorbereid zijn op die toekomstige prijsschokken, zoals bij Hormuz.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
We moeten alert blijven. Dat heb ik ook vorige week met de Kamer gewisseld. Dat betekent ook dat we niet onnodig paniek moeten gaan zaaien, om het zo maar even te zeggen. Als we weten dat we nu al, half juni, in onze gasopslagen de hoeveelheid hebben zitten die de helft is van wat we in een normale winter nodig hebben, dan kunnen we niet zeggen dat ze bijna leeg zijn. We blijven vullen, gestaag, omdat we zeker willen weten dat we voldoende gas hebben deze winter. Daar gaan we met elkaar voor zorgen. De markt heeft hierin ook een verantwoordelijkheid, maar we hebben gezegd dat als de markt niet vult, we zorgen dat de Staat voldoende middelen heeft om ook te kunnen vullen. We kunnen vullen tot 80 terawattuur. Dat is 20 terawattuur meer dan we in een gemiddelde winter nodig hebben. Voor die vultaak liggen we op schema.
Het is ook belangrijk om met elkaar oog te houden voor de realiteit van de cijfers en niet alleen voor de percentages. Of ik dit glaasje water in een literfles giet of in een jerrycan, levert een heel ander percentage op van hoezeer die jerrycan of die literfles gevuld is. Maar dit glas is wat ik nodig heb in de winter. Dan is dat uiteindelijk de realiteit waar we echt met elkaar naar moeten kijken. Die bepaalt of er genoeg gas is deze winter. Daar heb ik op deze basis voldoende vertrouwen in. We blijven er met elkaar alert op; dat is heel belangrijk. Ik kom ook voor de zomer nog met een nadere brief aan de Kamer, zoals geschetst, juist omdat ik dat heel serieus neem, maar ik roep ook wel op om in gezamenlijkheid te blijven kijken naar wat we echt nodig hebben deze winter, hoe dicht we daarbij zitten en hoeveel marge we daarbovenop willen.
Naast de normale wintervoorraad werkt het kabinet ook nu al aan een noodvoorraad voor als er toch nog ergens een storing plaatsvindt. En in die 80 terawattuur zit dus ook al een buffer voor als het niet een normale winter is, maar toch een wat koudere. Met die 80 terawattuur komen we niet door de strengste winter in 30 jaar; dat is waar. Daarom heeft de markt ook nog een taak als we dat helemaal willen bereiken.
De voorzitter:
De antwoorden mogen iets korter, uwe excellentie.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ja, voorzitter.
De voorzitter:
Meneer Van den Berg, tweede vraag.
De heer Van den Berg (JA21):
Jazeker, voorzitter. Dan toch nog even over de realiteit die hierin mist. Voor de opslag Grijpskerk is nog geen contract gesloten door EBN om die te vullen. Die opslag wordt op dit moment dus ook niet gevuld. Tegelijkertijd is voor de andere opslag, Norg, geregeld dat wij die maximaal een jaar kunnen vullen. Dat is de realiteit. Het is niet voor niets dat Gasunie en topsector Energie ervoor waarschuwen. Dat zijn serieuze partijen, die er terechte zorgen bij hebben. Wat ik de minister nu eigenlijk hoor doen, is die zorgen wegzetten: dat past niet bij de echte realiteit. Ik vraag toch gewoon aan de minister hoe wij nu echt deze winter ingaan met voldoende zekerheid zonder elke keer … Energie hebben is één ding, maar dat het betaalbaar is voor onze inwoners, is uiteindelijk ook heel erg belangrijk. Dat mist in het hele plaatje.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Betaalbaarheid moeten we met elkaar echt willen, maar ook onze opslag heeft weinig invloed op de wereldgasprijs. Ik weet dat de heer Van den Berg dat ook met mij eens is. En we moeten deze winter en onze langjarige verzekering uit elkaar houden. Voor deze winter wil ik zeggen dat we echt aan dat pad werken. We zorgen dat er voldoende gas is deze winter. Daar moeten we alert op zijn — nogmaals, dat deel ik met u — maar ik heb er vertrouwen in dat we op een goed pad zitten. Daarnaast is het echt een vraag hoe Nederland ook in de toekomst gaat zorgen dat we gewoon goed zijn voorbereid. Ook langjarige strategische gasopslag hoort daarbij. Daarover kom ik ook met een brief naar de Kamer. Maar er gebeurt ook echt een heleboel. Dat wil ik maar even tegen de heer Van den Berg zeggen. We werken eraan dat de opslag voldoende is voor dit jaar. We werken aan een noodvoorraad voor dit jaar. We werken dit jaar zelfs aan méér voorraad dan voor de gemiddelde winter nodig is. Ondertussen hebben we ook met elkaar het gesprek over langjarige gasopslag. Ook dat is belangrijk.
De heer Jumelet (CDA):
Een tot drie jaar herstel naar aanleiding van de Straat van Hormuz, daar spreken we met elkaar over naar aanleiding van dat bericht. Ik denk dat we in strategisch opzicht behoefte hebben aan langdurige relaties met partners. Mijn vraag gaat over hoe de minister kijkt naar bijvoorbeeld de lng-terminals en vooral naar de langdurige en goede relatie met Duitsland. Ik denk dat het goed is te constateren dat de lng-terminals niet in onze handen zijn, maar ook in handen zijn van Duitse energieleveranciers.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Jumelet (CDA):
Hoe kan dat bijdragen aan in ieder geval de leveringszekerheid? Kan de minister daarop reflecteren?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Die lng-terminals zijn inderdaad van groot belang. Ik heb er recent weer voor gezorgd dat er geen gat ontstaat bij de terminal in het noorden van het land. Dat was natuurlijk een tijdelijke terminal. Dat betekent dat er altijd weer een moment komt dat die moet worden verlengd. We hebben daar extra middelen bij gezet, om ervoor te zorgen dat die terminals stabiel kunnen zijn. Uiteraard houden we daarbij de relaties met Duitsland heel erg goed in de gaten. Afgelopen week was de Duitse bondspresident hier op staatsbezoek. We hebben in de breedte over een aantal energietopics gesproken. Dat is namelijk niet alleen nu relevant, maar ook in de toekomst. Dat is dus een terecht aandachtspunt.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Tijdens dit vragenuur, dat een uur duurt, verdienen de 100 grootste olie- en energiebedrijven 30 miljoen dollar. Aan de pomp daalt de prijs voor een liter vandaag met €0,01, omdat de grootste olie- en gasbedrijven nog even wachten met het verlagen van de prijzen. Het leven van mensen wordt in Nederland onbetaalbaar. De huren, de zorg, energie, brandstof …
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dan is mijn vraag aan deze minister: komt er deze zomer een plus op het kleine pakket waar het kabinet mee kwam? Mensen kunnen het namelijk niet meer betalen. Komt het kabinet met een extra pakket? Zien zij de zorgen van mensen over de prijsstijgingen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De heer Dijk weet, denk ik, dat het kabinet de zorgen ook ziet. Hij weet ook dat augustus het moment is om daarover een besluit te nemen en dat ik daar op dit moment niet op vooruit kan lopen, maar dat wil niet zeggen dat we de zorgen niet zien.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik vind het gek dat er niet op vooruit wordt gelopen. We zien namelijk dag in, dag uit, week in, week uit, al maanden achtereen dat die prijzen maar blijven stijgen. Het kabinet doet zelf ook een duit in het zakje met een hoger eigen risico, met nog hogere huren en met enorme belastingen op energie. Ik ga de vraag dus nog concreter maken. Binnenkort vallen de mussen zo ongeveer dood van het dak, omdat het zo warm is. Maar dan komt de winter eraan; die gaan mensen voelen. Terwijl de olie- en gasbedrijven er lekker warmpjes bij zitten, met 30 miljoen extra winsten per uur, gaat deze minister dan zeggen: we gaan de belastingen verlagen op de energierekening en we gaan het geld halen waar het zit, namelijk bij die grote winsten van de olie- en gasbedrijven, zodat het leven van mensen betaalbaar wordt?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ook over dit onderwerp is natuurlijk gewisseld met de minister van Financiën, die hierover gaat, tijdens het debat dat we met elkaar hadden over het Iranpakket. Toen hebben we ook gezegd dat we echt goed in de gaten gaan houden wat er gebeurt, zodat we bij de augustusbesluitvorming, als het nodig is, maatregelen kunnen treffen. Ik ben bang dat ik de heer Dijk op dit moment niet meer te bieden heb dan dat antwoord. Het kabinet houdt het dus goed in de gaten.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Het is altijd goed om het hoofd koel te houden. Tegelijkertijd vind ik de reactie van de minister op de waarschuwing van Gasunie dat het niet goed gesteld is met onze gasvoorraden, een beetje bagatelliserend overkomen. We zouden als Kamer nog voor de zomer strategisch gasbeleid krijgen. Daar is vorig jaar met de motie-Grinwis om gevraagd en het is uitgesteld. Het is uitgesteld tot in de herfst, wanneer je eigenlijk niet meer kan acteren op korte termijn.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
De brief over de capaciteitsmarkt of de elektriciteitsmarkt zou er ook al ongeveer zijn, maar dat wordt ook allemaal uitgesteld. Zijn deze minister en haar ministerie wel in charge om ons strategisch te behoeden voor koude winters zonder gas?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Twee dingen. De brief over de capaciteitsmarkt komt zeker voor de zomer nog naar uw Kamer. Die ligt eigenlijk bijna klaar. Dan over deze winter versus structureel. Het is goed om die twee dingen uit elkaar te houden. Wat ik net heb aangegeven over dat we ongeveer de helft van de voorraad die we voor een winter nodig hebben nu al in de gasopslagen hebben zitten, is één ding. Ik heb daarbij ook eerlijk aangegeven dat die voorraad niet voldoende is mochten we de koudste winter in 30 jaar krijgen — dat is ook zo — maar wel voor een gemiddelde. Meer dan een gemiddelde winter is waar we naar streven. Dan hebben we echt een vraagstuk over het strategisch gasbeleid voor de lange termijn. Toen ik net startte, heb ik overigens meteen aangegeven dat die brief rond de zomer zou komen. Eerder is er misschien gedacht vóór de zomer, maar dat was zonder een kabinetswissel. Dit is een heel belangrijk onderwerp. Ik vond het belangrijk om mezelf daar goed in te verdiepen en ook de cijfers van het NPE mee te kunnen nemen, die dus aangeven hoeveel gas we in de Nederlandse economie op termijn gaan gebruiken, zodat we ons strategisch gasbeleid ook kunnen funderen op de laatste gegevens daarover. Ik heb gezegd "rond de zomer", zodat we die gegevens mee kunnen nemen. Dan komen we echt heel spoedig daarmee, want het is heel belangrijk dat we dat goed op orde hebben; die urgentie deel ik met de heer Grinwis. Het is echter even belangrijk om de korte en de lange termijn hierbij uit elkaar te houden.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Wat fijn dat we dat in ieder geval delen. Ik heb nog een andere vraag in vervolg hierop. Terwijl de schaarste inderdaad toeneemt en de prijs op de markt dus beweegt, dreigen er ook nog heffingen uit Brussel. Dat gaat om het ETS2, door sommigen geframed als de Timmermanstaks. Hoe het ook zij, die dreigt de rekening veel hoger te maken. Dat gaat de Nederlandse Staat mogelijk ruim 4 miljard per jaar opleveren en er is geen structurele compensatie. Wat is de ambitie van deze minister deze augustusmaand om daarin verandering aan te brengen? Het is toch ongekend dat in een tijd waarin energie duurder en duurder wordt, er ondertussen 4 miljard extra belasting geheven gaat worden over deze energie, zonder dat kwetsbare burgers daar iets van terugzien?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Over kwetsbare burgers heb ik net al gezegd dat we zorgen dat er een noodfonds is en dat de meest kwetsbaren daar ook aanspraak op kunnen maken. Verder is dat ETS2 iets wat er al een tijd aan zat te komen; dat wisten we ook met elkaar. Omdat het voorspelbaar is, is ook voor dit punt augustus het antwoord, denk ik. Dan moeten we echt integraal met elkaar kijken naar de koopkracht van huishoudens. Ik ben het wél met de heer Grinwis eens dat de energieprijzen daar dit jaar natuurlijk een extra belangrijke component in zijn, niet alleen door de situatie in Hormuz, maar inderdaad ook door het ETS2, dat eraan komt. We zullen ons daar rekenschap van moeten geven; energie zit op allerlei plekken in onze economie en mensen merken dat dus ook op allerlei plekken. Ik denk dus wel dat de energiecomponent een belangrijker onderdeel gaat zijn van de gesprekken, maar over het resultaat kan ik ook u helaas nog niet veel meer zeggen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik zou willen beginnen met een wens richting de minister: dat zij zich niet laat gijzelen door de fossiele verslaving van de rechterkant van de Kamer. We zien namelijk dat die fossiele verslaving mensen keihard in de portemonnee raakt, keer op keer. Dat hebben we gezien bij de inval van Oekraïne door Rusland: torenhoge prijzen. Nu zien we het weer bij de Straat van Hormuz. We zien ook dat andere landen, zoals Spanje, veel meer investeren in zon en wind en daardoor ook veel minder gevoelig zijn voor al die grote prijsstijgingen; die raken mensen veel minder. Is de minister bereid om veel zelfverzekerder volop in te zetten op zon en wind? Welke extra mogelijkheden ziet zij om dat nu te versnellen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De wens om de afhankelijkheid af te bouwen merk ik eigenlijk in de hele Kamer wel. We hebben met elkaar gezien dat de afhankelijkheid die we hadden, twee keer in vijf jaar tot zulke problemen heeft geleid dat we wat dat betreft echt moeten zorgen dat we steviger op eigen benen staan. Daar wordt dus ook fors in geïnvesteerd. Ik heb, volgens mij, vorige week nog een brief aan uw Kamer gestuurd met twee tenders voor het uitrollen van wind op zee, zodat we dat zo veel mogelijk kunnen versnellen. Op allerlei manieren is er in het coalitieakkoord geld vrijgemaakt voor meer duurzame energie. Ook diversificatie vormt er een onderdeel van. Op allerlei manieren moeten we zorgen dat we minder afhankelijk worden. Een betere Europese samenwerking is daar ook onderdeel van. Mevrouw Teunissen heeft gelijk dat we die afhankelijkheid echt omlaag moeten brengen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Toch zien we dat het bijvoorbeeld in Spanje veel sneller gaat. Dat heeft ermee te maken dat er hier partijen zijn die zo lang mogelijk aan fossiele energie verslaafd willen zijn. Die plegen actief destructief beleid. Is de minister bereid om nu eens met haar ambtsgenoot in Spanje te gaan kijken welke mogelijkheden er zijn? Is zij bereid om zich niet langer meer te laten gijzelen door dat hele achterhoedegevecht, maar om echt te kijken naar landen die het goede voorbeeld geven, zoals Spanje, om echt die versnellingsstap te kunnen gaan maken?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Het beeld laat ik even aan mevrouw Teunissen. Zij deed een oproep om met mijn ambtsgenoot in Spanje te kijken welke lessons learned er zijn. Daar ben ik altijd graag toe bereid. Ik denk dat we in de breedte sowieso niet moeten nalaten om, waar dat kan, goed van elkaar te leren in deze hele transitie. Ik ben binnenkort op de Energieraad. Ik hoop dan ook mijn collega van Spanje weer te treffen.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik dacht dat mijn collega eerder was. Dames gaan voor, hè?
De voorzitter:
Ik dacht u eerder bij de microfoon te zien, maar dan is mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (PRO):
Dank u wel. De situatie in het Midden-Oosten laat opnieuw zien hoe kwetsbaar Nederland is en hoe belangrijk het is voor onze weerbaarheid en onze economie dat we fossiele brandstof zo snel mogelijk uitfaseren. In maart is er een motie aangenomen van de heer Klaver over een nationaal versnellingsplan energieonafhankelijkheid. Ik vroeg me af welke concrete maatregelen de minister, naast wind op zee, van plan is te nemen. En is zij bereid om nog voor de winter extra stappen te zetten als uit de KEV wederom blijkt dat we achterlopen op de doelen voor hernieuwbare energie?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Wij delen als kabinet absoluut de urgentie om de energieonafhankelijkheid te versnellen. Dat heb ik net gezegd. We moeten meer inzetten op hernieuwbare energie én energiebesparing én elektrificatie. Dat is daar allemaal voor nodig. Daar werken we dus ook echt aan in de breedte van de agenda. We hebben in het coalitieakkoord ook al fors middelen vrijgemaakt, waaronder zes openstellingsronden voor de SDE++ en extra middelen voor wind op zee, om die versnelling te realiseren. De motie-Klaver sluit dan ook aan bij de inzet van het kabinet om minder afhankelijk te worden. Ook hier geldt dat we in het Nationaal Plan Energiesysteem, dat kort na de zomer komt, een wat breder beeld schetsen van de benodigde ontwikkeling. Na Prinsjesdag gaan we dan in op de nadere keuzes die we maken.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
De zorgen met betrekking tot de gasvoorraad voor de winter moeten wat de SGP betreft met plankgas worden aangepakt. Dat leidt tot de volgende vraag. Er bestaat een mogelijkheid om in geval van nood kussengas in te zetten. We moeten nog een poos wachten op de gasvisie, hebben we gehoord. Wordt de mogelijkheid om kussengas in te zetten als strategische reserve al wel in werking gezet, alsmede de stappen daartoe, zodat we kunnen acteren als dat nodig is?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik heb net al aangegeven: of de brief nou eind juni of misschien begin september komt, er zitten geen jaren tussen. Het is dus fijn dat u mij de gelegenheid geeft voor de combinatie met het Nationaal Plan Energiesysteem, zodat we de langetermijnscenario's echt goed kunnen borgen. Daarbij kijk ik inderdaad ook naar kussengas. Daar zitten wel wat juridische vraagstukken en ook wat technische vraagstukken aan, die we goed in kaart moeten brengen. Als we zeggen dat kussengas kan fungeren als onze strategische reserve, moeten we wel weten dat dit kan werken zoals we het bedoelen. Dat zoeken we dus uit.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dat zoeken we uit; ik begrijp het. Tegelijkertijd duurt het dus nog even voordat die visie er is. Kunnen noodzakelijke stappen of no-regretmaatregelen al wel voor die tijd in gang worden gezet, zodat we straks niet te laat zijn?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Zoals ik net heb aangegeven, vullen we de gasvoorraden op dit moment ook niet tot alleen het niveau van een gemiddelde winter. Dat is 60% en wij vullen het als Staat tot 80%, nog even los van wat de markt doet. Onze doelstelling is 115%. U ziet dat er bijna een jaarvoorraad zit tussen datgene wat we in een gemiddelde winter nodig hebben en datgene waarop we koersen voor deze winter. Ook dat geeft voor deze winter natuurlijk al extra zekerheid. Nogmaals, het is echt belangrijk dat we dit onderwerp serieus met elkaar behandelen. Die urgentie voelen wij absoluut.
De heer Vermeer (BBB):
We moeten dit debat zeker serieus voeren. Daarom was ik wel verbaasd over de vergelijking van de minister met het glas water en de jerrycan, waarbij ze negeerde dat er ook nog buurlanden aan hetzelfde glas water zitten te lurken en dat wij niet vooraf weten hoeveel zij gaan verbruiken. Is de minister het met mij eens dat het niet eerlijk is om alleen naar het Nederlandse verbruik te kijken? Gezien onze functie in de totale voorraad in de EU en de gasrotonde waarop we zitten, moeten wij ook kijken naar wat buurlanden doen. Dan is de voorraad gewoon echt onder de maat.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Het verschil tussen de literfles en de jerrycan is als volgt. In de cijfers zie je weleens dat Europa gemiddeld op 50% vulling zit en Nederland gemiddeld op 19%. Maar Nederland heeft toevallig een jerrycan onder de grond zitten, dus heel veel ruimte. Als je daar één glas water in gooit, zit je dus op 19%. Als jij een literfles hebt en je gooit daar zo'n glas water in, is je percentage veel hoger. Dat is even waarom ik het onderscheid maakte tussen die jerrycan en die literfles. Als we het percentage van Nederland afzetten tegen het percentage van Europa, zegt dat dus niet alles. De heer Vermeer wijst wel op een belangrijk punt, namelijk dat er in Europa Europese solidariteit is. Daarom is het ook belangrijk dat wij het gesprek over de strategische gasvoorraad niet als Nederland alleen bekijken. Dan nemen we namelijk als Nederland alle kosten daarvoor, terwijl, als er een noodsituatie zou ontstaan elders, die landen daar dan ook een beroep op kunnen doen. We kunnen de Nederlandse situatie niet los zien van de Europese, precies zoals de heer Vermeer zegt. Dat moeten we dus wel meerekenen in: hoeveel geld gaan wij van de Nederlandse belastingbetaler vragen voor een reserve, die we zelf nodig kunnen hebben, maar waar anderen ook aanspraak op kunnen maken. Daarom pleit ik in Europa heel sterk voor Europees beleid op de gasopslagen.
De heer Vermeer (BBB):
De minister brengt hier een belangrijk punt in. Wij hebben dus een grotere verplichting op ons genomen wat betreft het vullen van de gasvoorraad en zijn daar ook nog financieel aansprakelijk voor, dus dan werkt het dubbelop. Ik wil de minister echt vragen wanneer zij naar de Kamer terugkomt met een alternatief voorstel voor de huidige regelingen hierover binnen Europa.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Het zou niet zo veel zin hebben als ik kom met een alternatief voorstel voor een Europese regeling, want de Europese regeling is de Europese regeling tot die is aangepast. Wel maak ik me er in Europa heel hard voor om te zorgen dat niet alleen Nederland dat strategische gasbeleid voert. Ik denk dat we nu, met sluiting van de Straat van Hormuz, heel blij zijn dat we in Europa een regeling hebben waarbij niet alleen alle bedrijven, maar ook alle landen olievoorraden opslaan. Voor gas hebben we dat beleid niet. Het lijkt mij heel zinvol om dat wel te doen, maar dat kan ik niet alleen vanuit Nederland waarmaken. Ik ga me er wel hard voor inzetten.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen. Ik geef het woord aan de heer De Hoop voor …
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Sorry voor de techniek, voorzitter, die het soms ietsje langer maakte.
De voorzitter:
Dat kunt u wel zeggen, ja.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Excuses.
De voorzitter:
Het zij u vergeven.
Vragen De Hoop
Vragen van het lid De Hoop aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht "Tesla misleidde Nederlandse overheid over veiligheid zelfrijdende auto's".
De voorzitter:
Het woord is aan de heer De Hoop voor zijn vragen namens PRO aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat, die ik van harte welkom heet in het parlement. Meneer De Hoop heeft het woord.
De heer De Hoop (PRO):
Om de minister alvast gerust te stellen: ik heb deze keer geen quizje, dus maakt u zich geen zorgen.
Voorzitter. Ik kan me zo voorstellen dat een van de favoriete films van deze minister The Wolf of Wall Street is. In die film staat Jordan Belfort, gespeeld door Leonardo DiCaprio, centraal. Die hoofdrolspeler is iemand die nogal wat troep verkoopt om ontzettend rijk te worden. In een van de bekendste scenes in die film wil hij een pen verkopen. "Sell me this pen", zegt DiCaprio in die scène. Ook deze minister is niet vies van een mooi verkooppraatje. Bij WNL zat hij onder het nummer — ik verzin dit niet — Ridin' van Chamillionaire in een zelfrijdende Tesla. Hij had een grote glimlach op zijn gezicht terwijl hij lovende woorden sprak over deze prachtige nieuwe technologie. Het is niet verrassend dat dat verkooppraatje werd ingefluisterd door toch wel een van de allerrijksten: Elon Musk, net deze maand de eerste trillionaire op aarde. Hij is de eerste mens met meer dan duizend miljard en een man die bekendstaat om zijn extreme uitspraken. De minister stapte zelf in deze Tesla, noemde het "geruststellend" en klonk als de verkoper in de showroom. Is het zijn taak om zelfrijdende auto's van een Amerikaanse miljardair aan te prijzen of om de veiligheid van gewone mensen te bewaken, vraag ik de minister.
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Karremans:
Voorzitter. Als autoverkoper in deze prachtige showroom moet ik wel zeggen dat zelfrijdend vervoer, wat je er ook van vindt, van wie de boodschap ook komt of wie er ook in onderneemt, de toekomst heeft. Dat zeg ik niet omdat Elon Musk daar voor een deel achter zit, want dit gebeurt in de breedte in de hele auto-industrie. Ik zeg dit wel vanwege bijvoorbeeld de kansen die het biedt voor oudere Nederlanders. Het biedt kansen voor oudere Nederlanders die nu bijvoorbeeld aan de andere kant van het land wonen maar wel graag bij het kerstdiner van hun familie willen zijn of, zoals dat in Nederland nu op heel veel plekken gebeurt, bij de groep 8-musical op de basisschool willen zijn. Het gaat om oudere Nederlanders die er nu niet bij kunnen zijn omdat ze minder mobiel zijn en misschien niet meer kunnen autorijden, maar straks wel. Dat is een van de kansen, zeg ik tegen de heer De Hoop, die zelfrijdend vervoer biedt. Het biedt ook kansen voor de druk op het wegennet. De logistiek kan dan vooral 's nachts zelfrijdend rijden, bijvoorbeeld tussen Rotterdam en het achterland, en de druk op het wegennet enorm verlichten.
Het biedt ook kansen voor verkeersveiligheid, waar het vandaag natuurlijk over gaat. Zelfrijdende auto's, uiteraard mits goed getest, laten zich niet afleiden door hun telefoon, raken niet vermoeid en rijden ook niet onder invloed. In dat licht ben ik er als minister van IenW ontzettend trots op dat Nederland de eerste stap heeft gezet om Tesla's FSD Supervised toe te laten. Voor de goede orde: dit zijn nog geen zelfrijdende auto's, maar het is wel een hele significante stap in die richting. Een belangrijk onderdeel van die stap die we hebben gezet, is een uitvoerige eigen beoordeling door de RDW. Daarbij is niet alleen gekeken naar data; er zijn ook meer dan duizend tests gedaan op de testbaan van de RDW. De RDW heeft daar meer dan 3.000 uur in gestoken. Er zijn 1,8 miljoen kilometers gereden op wegen in Europa. Er zijn dus data verzameld door de testauto's, maar ook door aparte testapparatuur van de RDW zelf. Natuurlijk is er ook getest in extreme weersomstandigheden, in complexe verkeerssituaties en noem maar op. Er werd gezegd dat er verkeerde assumpties zouden staan in het onderzoek over Tesla, dat vandaag werd aangehaald. Dat onderzoek is geen onderdeel geweest van de positieve beoordeling die door de RDW is gedaan. Ik zeg tegen de heer De Hoop dat het inderdaad de taak van de RDW is om onafhankelijk tot een positief oordeel te komen, ongeacht waarvan die technologie afhankelijk is of waar die technologie vandaan komt, zodat die uiteindelijk voor de Nederlandse maatschappij voordelen kan bieden.
De heer De Hoop (PRO):
Ik wil toch naar het artikel. Reuters en de European Transport Safety Council zeggen dat de cijfers die Tesla deelde met Zweden, en waarschijnlijk ook met Nederland, zeer misleidend zijn. Deelt de minister wel de analyse van die cijfers die in het artikel worden genoemd?
Minister Karremans:
Nogmaals, het gaat over de conclusie op basis van cijfers die door Tesla zijn aangeleverd. Bij die cijfers kun je inderdaad vraagtekens zetten; dat zeggen mijn mensen ook tegen mij. Maar de vraag die daaronder ligt, is natuurlijk of er op basis van die cijfers een beoordeling is gedaan over het toelaten van die Tesla's op de Nederlandse weg. We hebben dat natuurlijk nagevraagd bij de RDW, en het antwoord daarop is nee.
De heer De Hoop (PRO):
De RDW zou gezegd hebben dat het is gevalideerd, getest en gecontroleerd. Heeft de minister die precieze cijfers en onderzoeken zelf gelezen en gezien?
Minister Karremans:
Ja, die beoordeling hebben we natuurlijk gewoon op het ministerie liggen. Voor de goede orde: dit gaat om miljarden datapunten. En nee, ik heb die natuurlijk niet allemaal gelezen of doorgenomen, maar de conclusies van de RDW zijn helder. Ik heb vanmiddag ook nog even contact gehad met de RDW. De RDW ziet in deze berichtgeving ook geen enkele aanleiding om tot een andere conclusie te komen ten aanzien van de toelating van dit rijhulpsysteem.
De heer De Hoop (PRO):
Heeft de minister ook gezien of die onderzoeken die door de RDW zijn gedaan, onafhankelijk geverifieerd zijn?
Minister Karremans:
Ja, die zijn onafhankelijk geverifieerd. Die zijn onafhankelijk gedaan door de RDW.
De heer De Hoop (PRO):
De minister heeft dus toegezien op de vergunningverlening. Hij zegt ook dat de statistieken die daarvoor gebruikt zijn, geverifieerd, wetenschappelijk en betrouwbaar zijn. Is de minister dan ook bereid om die te delen met de Kamer?
Minister Karremans:
Het zou zomaar bedrijfsgevoelige informatie kunnen zijn. Wij hebben de taken in dit land zo verdeeld dat de RDW onafhankelijk heeft gekeken naar die cijfers. Ik wil die niet onderdeel laten worden van een politiek besluitvormingsproces. De RDW vertrouw ik. Daar werken zeer kundige mensen en die hebben ook een wettelijke onafhankelijke rol om dit soort rijhulpsystemen toe te laten. Ik moet even bekijken wat ik kan delen met de Kamer, maar ik zeg niet zonder meer toe dat ik die integraal ga delen.
De heer De Hoop (PRO):
In de Verenigde Staten zijn er 67 mensen overleden bij ongelukken met Tesla Autopilot of Full Self-Driving. Zijn er ook ongelukken geregistreerd in Nederland? En wordt bij een ongeluk standaard bekeken of de autopilot was ingeschakeld?
Minister Karremans:
Dat laatste is volgens mij het geval. Dat moet ook gemeld worden. Voor de goede orde: er zijn in die testfase 1,8 miljoen kilometers gereden. Inmiddels zijn er door bijna 40.000 Tesla's die nu met dit systeem op de Nederlandse weg rijden, 24 miljoen kilometers gereden, zonder noemenswaardige incidenten.
De heer De Hoop (PRO):
Heeft de minister naar aanleiding van het bericht van Reuters en de European Transport Safety Council vragen aan de RDW gesteld die nog niet gesteld waren?
Minister Karremans:
Ik heb gevraagd hoe zij dit onderzoek appreciëren en of dit gevolgen heeft voor de toelating. Dat is niet het geval, zoals ik net gezegd heb.
De heer De Hoop (PRO):
Het is wel opvallend dat de minister vooroploopt; geen enkel land is hiermee al zo ver als Nederland. De minister is daar ook heel enthousiast over. Dat zagen we net ook in zijn eigen inleiding. Toch worden er vanuit meerdere kanten vragen gesteld. Is dat toch niet een reden voor de minister om die vergunningsverlening even on hold te zetten en hier nog wat dieper in te duiken?
Minister Karremans:
Nee, want we kijken natuurlijk gewoon naar de feiten. Het is niet zo dat we aanleiding zien om maar van de boel af te zien omdat Elon Musk erachter zit en omdat die toevallig biljonair is. Ik kon uit de introductie van de heer De Hoop afleiden dat dat voor hem de voornaamste reden is. Dat doen we niet. We kijken naar de feiten en de cijfers. De RDW kijkt naar de data. Die test en kijkt of het veilig is. Op basis daarvan komt de RDW tot een oordeel.
De heer De Hoop (PRO):
Dan de communicatie tussen Tesla en de RDW in de periode voor de vergunningverlening. Hoe snel is het gegaan? Is die anders gegaan dan bij andere vergunningverleningen?
Minister Karremans:
Dit is de eerste keer dat een dergelijk rijhulpsysteem is toegelaten tot de Nederlandse wegen. Er zijn dus ook geen precedenten voor dit soort systemen. Het heeft anderhalf jaar geduurd.
De heer De Hoop (PRO):
Heeft de minister naar aanleiding van de berichtgeving zelf al contact gezocht met de European Transport Safety Council, die haar zorgen heeft geuit richting Reuters?
Minister Karremans:
Nee, maar ik heb contact gezocht met de RDW.
De heer De Hoop (PRO):
Toch is dat wel de organisatie die in Europa hierop toeziet. Die uit haar zorgen. Zou het niet verstandig zijn als de minister daar contact mee opneemt naar aanleiding van het artikel?
Minister Karremans:
Nee. Het is goed om te bekijken waar het artikel over gaat en wat erin wordt gesteld. Het gaat vooral om een conclusie op basis van onderzoek waar je je vraagtekens bij kunt stellen. Maar wij baseren ons op onze eigen validatie, ons eigen onderzoek en onze eigen testruns. Op basis daarvan komt de RDW onafhankelijk tot een oordeel.
De heer De Hoop (PRO):
Is de minister er niet toe bereid om dat toch te doen? Is hij bereid om naar aanleiding van dat artikel toch die European Transport Safety Council te vragen om te bekijken hoe de RDW dat gedaan heeft, en hierover een Kamerbrief naar ons te sturen?
Minister Karremans:
Nee, daar ben ik niet toe bereid.
De heer De Hoop (PRO):
Waarom is de minister daar niet toe bereid? Als er dit soort signalen zijn over de verkeersveiligheid, is het toch een kleine moeite om die vraag te stellen?
Minister Karremans:
Waar ik bezwaar tegen maak, is dat de heer De Hoop nu twijfels zaait over de verkeersveiligheid van dit rijhulpsysteem, terwijl dit onafhankelijk door de RDW is getest en zij op niet-politieke wijze tot een oordeel zijn gekomen. Nogmaals: dat is ongeacht wie dit systeem heeft geïntroduceerd in Nederland. Daar hou ik me aan vast. Ik vind het belangrijk om dit proces niet politiek te maken.
De heer De Hoop (PRO):
Dit is niet politiek. Dit gaat over de verkeersveiligheid. Er is een journalistiek stuk geschreven over de veiligheid van deze auto's. Het gaat niet goed met de verkeersveiligheid in Nederland. Dan is dit, gelet op de controlerende taak van de Kamer, toch een hele logische vraag om bij de minister neer te leggen? Dan is het toch ook een kleine moeite om die vraag te stellen?
Minister Karremans:
Ik snap dat de heer De Hoop naar aanleiding van die artikelen deze vraag stelt. Ik beantwoord die ook. De RDW heeft dit onderzoek gedaan. De data die onderliggend zijn aan de conclusie die is gesteld door Tesla, waar je je vraagtekens bij kunt zetten, zijn geen onderdeel geweest van het beoordelingsproces waarbij men tot een positieve beoordeling van dit rijhulpsysteem is gekomen.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
De heer De Hoop (PRO):
Ten slotte wil ik, omdat de minister het een beetje in het midden liet, het volgende vragen. Is hij bereid om datgene wat gedeeld kan worden rondom het onderzoek van de RDW, dus zonder de bedrijfsgevoelige informatie, toch met de Kamer te delen? Zo kunnen we hier zeker van zijn en kunnen we net zo veel vertrouwen in deze zelfrijdende auto's hebben als de minister.
Minister Karremans:
Ik zal kijken wat ik kan delen, maar ik kan op voorhand geen toezegging doen wat dat precies inhoudt.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen.
Vragen Faber
Vragen van het lid Faber aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij afwezigheid van de minister van Justitie en Veiligheid, over het bericht "Minstens zeven gewonden door explosie en brand bij fitnessstudio onder flat in Amsterdam, 400 mensen geëvacueerd".
De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw Faber voor haar vragen namens de fractie van de PVV aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, die ik eveneens van harte welkom heet in het parlement. Het woord is, als zij zover is, aan mevrouw Faber.
Mevrouw Faber (PVV):
Voorzitter. De onveiligheid in woonwijken is toegenomen. Vorig jaar waren er 1.525 aanslagen met explosieven of pogingen daartoe. Vorige week was het raak in Osdorp: een explosie in een sportschool onder een flat. 7 mensen raakten gewond, waarvan 2 zwaargewond, en 400 mensen moesten worden geëvacueerd. Was het onverwachts? Nee. Er is al eerder een pand in de wijk opgeblazen. Bewoners geven aan bang te zijn, omdat al bekend was dat jongeren onder de sportschool met explosieven werkten. Het gaat om jongens die al een fors strafblad hebben. Degene die leiding gaf aan de groep komt ook uit een bekende familie uit de buurt. Zijn broer is reeds veroordeeld tot ruim vier jaar cel voor plofkraken. Hij is niet de enige; de buurt staat bekend als een broeinest vol plofkrakers. De daders gebruikten het licht ontvlambare flitspoeder uit illegaal vuurwerk ter voorbereiding van hun plofkraak. Het zou hen er niet van hebben weerhouden ondertussen rustig een peukje op te steken. Dit toont de roekeloosheid en het desastreuze gevaar aan. Vlak voor de explosie namen de jongeren de benen, hoewel het ernaar uitziet dat ten minste een van de daders zijn benen moet missen.
Voorzitter. Hoe is het mogelijk dat je in een land als Nederland als onschuldige burger door dat tuig 's nachts zomaar je bed uit kan worden geblazen? Het lijkt het Midden-Oosten wel. Zelfs handhavers en andere ambtenaren zouden bang zijn voor bepaalde wijken en mijden deze. Als zij dat niet meer doen, wie gaat er dan nog wel handhaven? Daarom heb ik de volgende vragen aan de staatssecretaris. De buurt was van de explosieve situatie op de hoogte. Hoe kan het zijn dat de politie geen preventieve maatregelen heeft genomen? Criminoloog Kolthoff geeft aan dat handhavers en andere ambtenaren bepaalde wijken liever mijden. Is dat in deze zaak ook het geval geweest? Is de staatssecretaris het met mij eens dat dit laat-maar-waaiengedrag leidt tot levensgevaarlijke situaties? Leidt dit niet juist tot no-gozones? Is de staatssecretaris bereid om preventieve controles uit te voeren van onder andere kelderboxen en opslagruimtes? De politie geeft aan dat minderjarigen dikwijls worden geronseld rond bepaalde scholen en begeleidwonenprojecten. Zijn deze locaties in beeld? Is de staatssecretaris bereid om hier extra controle op uit te voeren in de vorm van bijvoorbeeld cameratoezicht en handhavers om ronselaars op te sporen en te berechten?
De voorzitter:
Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Voorzitter, dank. Het spreekgestoelte moet nog een klein beetje naar beneden. Ik ben echt niet zo heel erg groot, of in ieder geval kleiner dan de minister die mij net voorging.
Dank allereerst voor deze vragen. Natuurlijk hebben de beelden ons allen vorige week opgeschrikt. We hebben allemaal kunnen zien dat dit een zeer ernstig incident is, dat zich heeft afgespeeld aan de Osdorper Ban in Amsterdam-West. Het heeft een enorme ravage aangericht, met ingrijpende gevolgen voor de slachtoffers, voor de omwonenden, voor de bewoners en voor de ondernemers. Er zijn heel veel zorgen in de buurt geuit en het heeft een enorme impact op het veiligheidsgevoel, ook van de Wildemanbuurt, waar het hier om gaat. We hebben allemaal de beelden kunnen zien.
Allereerst uiteraard mijn medeleven, net als de vragensteller, aan de mensen die dit hebben meegemaakt. Ook een ongelofelijk compliment aan de hulpverleners, die vrijwel meteen ter plekke waren en die echt heel erg accuraat goede zorg, opvang en nazorg hebben geleverd aan al die mensen die op dat moment geëvacueerd moesten worden uit hun huis.
Het onderzoek van de politie naar de oorzaak is nog in volle gang, dus in deze fase is het echt nog te vroeg om daar conclusies over te trekken. De toedracht hiervan is dan ook nog onbekend. Ik kan ook niet vooruitlopen op de resultaten, die we natuurlijk verwachten in de komende periode, maar die ook vooral aan de lokale veiligheidsdriehoek zijn.
Mevrouw Faber (PVV):
Met alle respect voor de staatssecretaris, maar ik vind dit gewoon te makkelijk. De bewoners geven aan dat ze bang zijn. Zij weten dat daar wordt gewerkt door jongeren met explosieven. We hebben een wijkagent in zo'n wijk, lijkt mij. Die moet de voelsprieten zijn in zo'n wijk. Was deze politieman op de hoogte? Ik krijg ook helemaal geen antwoord op mijn vragen. Was de wijkagent op de hoogte? Was de politie op de hoogte? Hoe kan het zijn dat de bewoners wel met elkaar praten en blijkbaar niet met de politie? Dat kan toch niet? Het zijn gewoon levensgevaarlijke situaties. Je zal maar in zo'n wijk wonen. Je zit daar met angst en beven op de bank. Het is geen chillen op je bank, maar rillen op je bank zo langzamerhand!
Daarbij komt ook nog dat het bekend was dat het een broeinest voor plofkrakers is. Er zíjn al veroordelingen. Er zíjn zware strafbladen. Het is toch bekend dat dit een risicowijk is? Dan kan het toch niet zo zijn dat het allemaal als donderslag bij heldere hemel zomaar uit de lucht komt vallen? Dat kan gewoon niet. Hoe kan het dat ambtenaren en handhavers bepaalde wijken mijden? Valt deze wijk daar ook onder? Dat kan natuurlijk niet. Als zij al wijken mijden, wat moet je dan verwachten van burgers? Dat kan gewoon niet. De politie, de boa's, de ambtenaren dienen gewoon handhavend op te treden. Anders wordt het een complete anarchie en dan zitten we gewoon met no-gozones.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Het is absoluut geen no-gozone. Sterker nog, ik heb net voorafgaand aan dit mondelinge vragenuur natuurlijk ook even telefonisch contact gehad met burgemeester Halsema. Dit is een van de wijken in Amsterdam waar ze juist ongelofelijk veel aandacht hebben voor dit soort problematiek en voor hoe je dit ook binnen het bredere sociale domein met elkaar moet aanpakken. Dat raakt natuurlijk altijd aan zorg en veiligheid.
Even heel specifiek dan over dit incident in Amsterdam. Vanaf vrijdag zijn er ook in alle wijken informatiepunten ingericht. Amsterdam, GGD, Stadgenoot en Rode Kruis zorgen dat ze bereikbaar en beschikbaar zijn om zorgen van mensen te kunnen ontvangen. Het is al zo dat Meld Misdaad Anoniem juist ook in Amsterdam sinds eind vorig jaar weer nieuw leven in is geblazen en dat een incident als dit gewoon gemeld kan worden.
Heel specifiek hierop. De gemeente heeft heel verschillende aanpakken, die juist gericht zijn op de jeugdcriminaliteit en het voorkómen hiervan binnen de aanpak veiligheid en zorg. Ze controleert wel degelijk preventief op de aanwezigheid van gevaarlijke en brandgevaarlijke stoffen en explosieven. Een toezichthouder van de gemeente laat zich begeleiden door speurhonden, die alarm kunnen slaan wanneer zij grondstoffen ruiken voor ook juist dit soort explosieven. Dat is een van de redenen waarom je ook zo'n kelderbox kan invallen. Dat geldt ook gewoon in de Wildemanbuurt. De gemeente is zeer alert op hoe ze met dit soort signalen omgaat en is juist ook in deze wijk heel erg alert erop dat juist in de preventie voldoende gedaan wordt.
De voorzitter:
Uw laatste seconde.
Mevrouw Faber (PVV):
Ik dacht dat ik geen seconde meer had, dus ik denk …
De voorzitter:
Oké, dan geef ik het woord aan de heer ...
Mevrouw Faber (PVV):
Nou ja, ik moet zeggen dat de staatssecretaris op lang niet al mijn vragen antwoorden geeft, maar ik kan straks natuurlijk altijd nog een debat aanvragen over de problematiek van de explosies. Ik wil de staatssecretaris wel bedanken. Het zijn niet mijn antwoorden die ik heb gekregen, maar ze heeft in ieder geval wel een reactie gegeven; laten we het daarop houden.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Faber.
De heer Mathlouti (D66):
Wederom een grote explosie in Amsterdam. De impact op wijken en soms op straten is supergroot. We lezen ook dat er soms in één week meerdere explosies in een wijk plaatsvinden. Het zou maar de straat zijn waar je kinderen buitenspelen of waar je moeder en vader die op leeftijd zijn wonen. Ik snap dat de staatssecretaris niet kan ingaan op deze specifieke situatie omdat het onderzoek nog loopt, maar het is natuurlijk een patroon en een toename die we al langer zien. Kan zij een wat breder beeld schetsen van de motieven achter deze explosies en ook van de daders? Dat laatste vraag ik vooral ook omdat het beeld is dat er veel jongeren en in veel gevallen ook minderjarige jongeren of kinderen bij betrokken zijn. Dat baart mij zorgen. Kunt u daar iets meer over zeggen, staatssecretaris?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Over de verdachten en de slachtoffers in deze casus wil ik eigenlijk geen uitspraak doen, omdat dit bij de veiligheidsdriehoek ligt en omdat het onderzoek bij het Openbaar Ministerie en bij de politie ligt. Daar moeten we volgens mij nu gewoon heel zorgvuldig mee omgaan. In zijn algemeenheid is het wel zo dat in deze Kamer vanaf 2024 op basis van een toenmalige motie van mevrouw Mutluer en de heer Boswijk het Offensief tegen Explosies is ingericht. Dat is nog steeds onder leiding van de burgemeester van Rotterdam. Dit krijgt natuurlijk vooral in de grote steden ontzettend veel aandacht. Op basis daarvan wordt ten aanzien van jeugdpreventie en preventie van jeugdcriminaliteit ook juist geprobeerd om te voorkomen dat deze kinderen geronseld worden. Belangrijk om te zeggen is ook dat dat natuurlijk niet altijd alleen maar jeugd is, maar dat we wel zien dat het in zijn algemeenheid een groep is die vatbaar is voor ingezet worden in dit soort criminaliteit. Ik denk dus dat we van daaruit ook steeds die aandacht moeten houden bij het Offensief tegen Explosies, ook heel gericht op hoe we met jeugdpreventie omgaan.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Om te voorkomen dat ik alles wat net gezegd is herhaal, zeg ik kort dat dit een verschrikkelijk incident is en dat de impact op de buurt gigantisch groot is. Dat nemen we niet zomaar weg. Ik vind het lichtelijk ongemakkelijk om hier een gesprek te voeren over iets waarmee de driehoek op dit moment natuurlijk heel hard aan het werk is, maar ik heb wel alvast een vraag. De staatssecretaris refereerde zelf al aan die taskforce. Is er toevallig al hierover gesproken met de burgemeester van Rotterdam en is dit incident iets wat ze mee kunnen nemen in het verdergaand proberen op te lossen van deze grote uitdaging?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Een heel terechte vraag. Dit is absoluut een van de gespreksonderwerpen geweest. Natuurlijk heeft de burgemeester vanuit de GRIP-2-situatie die zich voordeed allereerst haar aandacht gehad voor de zorg op dat moment voor de slachtoffers en de bewoners, voor de evacuatie die plaatsvond en voor de plekken die ingericht moesten worden in hotels en alles wat dan onder de verantwoordelijkheid van deze burgemeester valt. Vervolgens is het gesprek tussen ons ook gegaan over de vraag of er voor de bewoners voldoende ruimte is om onder die paraplu van Meld Misdaad Anoniem ook in een gemeente als Amsterdam en vooral in deze wijk zo'n melding te doen. Juist op basis van zo'n melding kun je daadwerkelijk in zo'n kelderbox preventief gaan controleren. Dat is de manier waarop we dit met elkaar zouden moeten terugdringen; daarmee refereer ik toch weer even aan de vraag die mevrouw Faber in het begin stelde.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dat laatste punt van de staatssecretaris zouden we op termijn eigenlijk graag ook in de terugkoppeling van haar willen ontvangen om te kijken of er niet al signalen van burgers waren ontvangen over opmerkelijke dingen die zij gezien hadden. Is het mogelijk om dat te zijner tijd te ontvangen?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Ik denk dat het heel goed is dat we de burgemeester en vooral de lokale veiligheidsdriehoek nu hun werk laten doen. Dat is in dit geval het allerbelangrijkste. Wat we in zijn algemeenheid kunnen doen, is natuurlijk reflecteren op de vraag of deze manier werkt: werkt het terugdringen door dat Offensief tegen Explosies voor de grote steden en kunnen de burgemeesters ermee uit de voeten? Ik denk dat dat het belangrijkste is. Over deze heel specifieke casus is het nu eerst gewoon aan de veiligheidsdriehoek om daar stappen in te zetten.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dat begrijp ik volkomen en dat is terecht, maar ik zou het wel heel belangrijk vinden dat wij in zijn algemeenheid ook aan burgers kunnen laten zien dat signalen opgepikt worden. Alles wat de staatssecretaris daaraan kan bijdragen, zouden wij aan willen moedigen.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Ik denk dat dat een hele mooie vraag is. Ik kan absoluut toezeggen dat we daar onder de vlag van Meld Misdaad Anoniem, zoals we dat nu in ons grote programma hebben ingericht, in zijn algemeenheid op kunnen reflecteren en we dan natuurlijk juist heel specifiek kunnen inzoomen op de grote steden, waarvan we zien dat het heel belangrijk is dat mensen zich er veilig genoeg voelen om misdaad te melden. Ik begrijp de zorg die mevrouw hier uitspreekt dus heel goed.
Mevrouw Faber (PVV):
Ik kwam natuurlijk net met een hele reeks vragen, dus ik ga er nu gewoon even eentje uitpikken. Ik heb een concrete vraag: hoe kan het dat de politie er niet van op de hoogte was dat er jongeren onder de flat bezig waren met explosieven voor plofkraken? Het was namelijk bekend dat er ook mensen bij betrokken waren die al een fors strafblad hadden.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Dat is nu echt aan het onderzoek en dat onderzoek is nu echt aan de veiligheidsdriehoek. Daar kan ik dus geen uitspraken over doen. Dat vind ik ook helemaal niet mijn rol. Ik denk dat het op dit moment het allerbelangrijkste is dat in de gemeente, in de veiligheidsdriehoek en bij de burgemeester die ruimte er ook is om te zorgen dat de informatie die echt nodig is boven tafel komt, zodat je degenen die hiervan verdacht zijn ook kunt opsporen, je de mensen die er slachtoffer van zijn de juiste ondersteuning kan bieden en je in de wijk weer voor mensen de veiligheid kan creëren om, als ze iets merken, daar melding van te maken.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Faber (PVV):
Ik vind dit toch gewoon te makkelijk, want die veroordelingen en die strafbladen liggen er. Dat zijn gewoon feiten. De staatssecretaris kan wel zeggen dat er een onderzoek gaande is — dat klopt — maar die feiten zijn er al. We weten dus dat er een risico is. Zelfs de wijkbewoners weten dat. Al eerder was er een gebouw opgeblazen. Dan mist er iets in de communicatie binnen de politie. Of zie ik dat dan verkeerd?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Ik ga gewoon niet op de feiten vooruitlopen. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we daar eerst de ruimte voor laten. Als er aanleiding is om de Kamer daarover te informeren, zullen we dat zeker doen. Dat is nu echt aan de veiligheidsdriehoek.
De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording van de gestelde vragen. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van het vragenuur. Ik schors een enkel ogenblik en dan gaan we stemmen.
De vergadering wordt van 14.57 uur tot 15.07 uur geschorst.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering.
Ik deel aan de Kamer mee dat het volgende lid zich heeft afgemeld:
De Vos.
Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
De voorzitter:
Ik verzoek de leden hun plaatsen in te nemen.
Ik stel voor zo dadelijk ook te stemmen over:
- de aangehouden motie-Van Asten (32847, nr. 1462);
- de aangehouden motie-Dobbe (33578, nr. 177);
- de aangehouden motie-Maeijer (36915-XVI, nr. 23);
- de ingediende moties bij het wetgevingsoverleg over de Wijziging van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota).
Mag ik wat rust in de zaal? We hebben elf pagina's aan stemmingen voor de boeg. Dat kan en mag allemaal, maar met het aantal tweeminutendebatten dat nog gepland staat voor de rest van de week en voor de komende weken, geldt: in der Beschränkung zeigt sich der Meister. Ik heb het maar even gezegd.
Lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Vorige week hebben we de Kamer verzocht om de stemmingen over de moties onder punt 4, over het EU-ASEAN-verdrag, uit te stellen totdat het schriftelijk overleg daarover is afgerond. Daar bleek wat onduidelijkheid over te bestaan. Wij zouden de Kamer dus graag weer willen verzoeken om in te stemmen met uitstel, omdat het schriftelijk overleg nog niet rond is.
De voorzitter:
Ik herinner mij dat er de vorige keer een meerderheid was voor uitstel, maar dan wel met stemmingen deze week. Maar als de meerderheid van de Kamer deze stemmingen opnieuw wil uitstellen, mag dat.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja. Daar was een beetje een misverstand over. Dit verzoek dienen wij mede in namens PRO en de PVV.
De voorzitter:
Ik ga even kijken of dat wordt gesteund.
De heer Peter de Groot (VVD):
Voorzitter. We hebben het een week uitgesteld maar ik zie geen SO, geen schriftelijk overleg. We hebben hier het debat over gevoerd. Dus wat de VVD betreft geen steun.
De heer Vermeer (BBB):
Steun, omdat bij de regeling van donderdag juist gevraagd gaat worden om dat SO te doen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Steun.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Steun.
De heer Krul (CDA):
Wat de heer Vermeer zegt.
De heer Köse (D66):
Voorzitter. Er is, denk ik, geen haast gemoeid met deze stemming, dus wij vinden het goed om een SO te houden. Steun.
De heer Dassen (Volt):
Steun.
De heer Goudzwaard (JA21):
Geen steun.
De heer Stoffer (SGP):
Geen steun.
De heer El Abassi (DENK):
Steun.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Steun.
De voorzitter:
Er is een meerderheid, lid Kostić.
Dan is er een verzoek van mevrouw Van Brenk.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter. Wij willen het tempo erin houden, dus wat ons betreft kan er ook fractiegewijs gestemd worden over de motie-Van Brenk/Bushoff op stuk nr. 13 (36915-XVI), bij de stemmingen onder punt 3, over wijziging van de begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2026 samenhangende met de Voorjaarsnota. Dat hoeft niet hoofdelijk.
De voorzitter:
Akkoord. Dan zal daar fractiegewijs over worden gestemd. Dank u wel, mevrouw Van Brenk.
Stemmingen
Stemmingen
Stemming motie Wijziging begroting VWS 2026 samenhangende met de Voorjaarsnota
Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota),
te weten:
- de motie-Van Brenk/Bushoff over verpleeghuisbewoners met hun Wlz-indicatie aanspraak laten maken op een gordelroosvaccinatie (36915-XVI, nr. 13).
(Zie wetgevingsoverleg van 1 juni 2026.)
In stemming komt de motie-Van Brenk/Bushoff (36915-XVI, nr. 13).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen Implementatie herziening Richtlijn industriële emissies en uitvoering PIE-verordening
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Omgevingswet, de Wet milieubeheer en de Wet belastingen op milieugrondslag in verband met de implementatie van de herziening van de Richtlijn industriële emissies en de uitvoering van de PIE-verordening (36864).
(Zie wetgevingsoverleg van 8 juni 2026.)
In stemming komt het amendement-Zalinyan (stuk nr. 9).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Zalinyan (stuk nr. 8).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het wetsvoorstel.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen moties Implementatie herziening Richtlijn industriële emissies en uitvoering PIE-verordening
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Omgevingswet, de Wet milieubeheer en de Wet belastingen op milieugrondslag in verband met de implementatie van de herziening van de Richtlijn industriële emissies en de uitvoering van de PIE-verordening,
te weten:
- de motie-Bikkers over de AMvB die voortvloeit uit het wetsvoorstel zodanig vormgeven dat de administratieve lasten en nalevingskosten voor bedrijven worden beperkt (36864, nr. 10);
- de motie-Chris Jansen over niet verder gaan dan dat wat verplicht is op grond van regelgeving (36864, nr. 12);
- de motie-Kostić over het overwegen van de aanbevelingen van het EEB voor een ambitieuze nationale implementatie van de herziene RIE (36864, nr. 13);
- de motie-Kostić over onderzoeken of meer geld kan worden vrijgemaakt om de capaciteit en kennispositie van omgevingsdiensten op peil te brengen (36864, nr. 14).
(Zie wetgevingsoverleg van 8 juni 2026.)
In stemming komt de motie-Bikkers (36864, nr. 10).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Chris Jansen (36864, nr. 12).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Kostić (36864, nr. 13).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Kostić (36864, nr. 14).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, PRO, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemming Voorstel tot wijziging van het RvO voor eenmalige verlenging van de termijn voor toekenning van een debat
Aan de orde is de stemming over het voorstel van het Presidium tot wijziging van het Reglement van Orde om vast te leggen dat de termijn voor de toekenning van een debat eenmaal kan worden verlengd (36893).
In stemming komt het voorstel.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor dit voorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen moties Arbeidsmarktbeleid in de zorg
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over Arbeidsmarktbeleid in de zorg,
te weten:
- de motie-Vervuurt over de capaciteit voor het afnemen van de BI-toets bij de opleidingsinstellingen voor het jaar 2027 uitbreiden (29282, nr. 636);
- de motie-Vervuurt over onderzoeken of een leenfaciliteit kan worden ingezet om de kosten van de BI-toets tijdelijk voor te financieren (29282, nr. 637);
- de motie-Diederik van Dijk c.s. over een passende overgangsregeling voor de groep K&J-psychologen die niet aan de slag kunnen als gz-psycholoog (29282, nr. 638);
- de motie-Diederik van Dijk over maatregelen om een ongewenste uitstroom van zorgmedewerkers te voorkomen (29282, nr. 639);
- de motie-Dobbe c.s. over de loonkloof in kaart brengen tussen de zorgsector, de publieke sector en de marktsector (29282, nr. 640);
- de motie-Dobbe/Wiersma over zorgen voor gereguleerde tarieven in de fysiotherapie (29282, nr. 641);
- de motie-Dobbe/Diederik van Dijk over in kaart brengen op welke punten de bewijslast in de zorg kan worden omgekeerd (29282, nr. 642);
- de motie-Dobbe over in kaart brengen wat nodig is om meer goede stageplaatsen met voldoende ingeroosterde begeleiding te regelen (29282, nr. 643);
- de motie-Tijmstra over het belang van gezamenlijke scholing van spoedzorg en ggz onder de aandacht brengen bij het Zorginstituut Nederland (29282, nr. 644);
- de motie-Bushoff over onderzoeken hoe gereguleerde maximumtarieven in de eerstelijnsfysiotherapie kunnen worden -ingevoerd (29282, nr. 645);
- de motie-Bushoff over een plan van aanpak voor het tekort aan stageplekken in de zorg (29282, nr. 646);
- de motie-Bushoff over voorkomen dat terhandstellingskosten in rekening worden gebracht bij herhaalrecepten waarbij geen aanvullende uitleg plaatsvindt dan wel noodzakelijk is (29282, nr. 647);
- de motie-Maeijer over in overleg met de sector een landelijke imagocampagne uitrollen over de zorg (29282, nr. 648);
- de motie-Maeijer over met werkgevers, zorgverzekeraars en vakbonden afspraken maken over eerstelijnsfysiotherapie (29282, nr. 649).
(Zie notaoverleg van 8 juni 2026.)
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Bushoff stel ik voor zijn motie (29282, nr. 647) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
In stemming komt de motie-Vervuurt (29282, nr. 636).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Vervuurt (29282, nr. 637).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Diederik van Dijk c.s. (29282, nr. 638).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van BBB ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Diederik van Dijk (29282, nr. 639).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (29282, nr. 640).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dobbe/Wiersma (29282, nr. 641).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe/Diederik van Dijk (29282, nr. 642).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dobbe (29282, nr. 643).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Tijmstra (29282, nr. 644).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bushoff (29282, nr. 645).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Bushoff (29282, nr. 646).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Maeijer (29282, nr. 648).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Maeijer (29282, nr. 649).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemming brief Adviesaanvraag aan de Onderwijsraad over verschillen tussen scholen
Aan de orde is de stemming over de brief van het Presidium over een adviesaanvraag aan de Onderwijsraad over het onderwerp "Verschillen tussen scholen" (36800-VIII, nr. 155).
De voorzitter:
Ik stel voor conform het voorstel van het Presidium te besluiten.
Daartoe wordt besloten.
Stemmingen moties Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Invoeringstoets Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen,
te weten:
- de motie-Kathmann over de Kamer halfjaarlijks informeren over de ervaringen met de tijdelijke wet en de samenhang met de herziening van de Wiv (36263, nr. 48);
- de motie-Verkuijlen/Tijs van den Brink over het mogelijk maken dat het de AIVD en de MIVD wordt toegestaan om het systeem van positieve filtering zo spoedig mogelijk toe te passen (36263, nr. 49).
(Zie vergadering van 9 juni 2026.)
In stemming komt de motie-Kathmann (36263, nr. 48).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Verkuijlen/Tijs van den Brink (36263, nr. 49).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, PRO, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemming Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele
Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele (36847).
(Zie vergadering van 9 juni 2026.)
In stemming komt het wetsvoorstel.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen moties Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Kernenergiewet ten behoeve van bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele,
te weten:
- de motie-Van Oosterhout over publiekelijk erkennen dat de Borselse Voorwaarden ook expliciet zien op bedrijfsduurverlenging van de kerncentrale Borssele (36847, nr. 8);
- de motie-Van Oosterhout over de investeringsbeslissing over een effectieve verlenging eerst aan de Kamer voorleggen (36847, nr. 9);
- de motie-Van Oosterhout over de vergunninghouder van kerncentrales verplichten een rapportage op te stellen over de geopolitieke risico's verbonden aan de brandstofketen van de kernenergiecentrale (36847, nr. 10);
- de motie-Van den Berg/Flach over onderzoeken hoe SMR's kunnen bijdragen aan het verminderen van netcongestie (36847, nr. 12);
- de motie-Van den Berg/Flach over onderzoeken hoe innovatieve civiele kernenergie onderdeel kan worden van de IPCEI en het daarbij behorende staatssteunkader (36847, nr. 13);
- de motie-Van den Berg/Flach over een routekaart voor procedureversnelling bij nucleaire projecten (36847, nr. 14);
- de motie-Van den Berg over bij de financiering van kernenergie de uitgangspunten van SDE++ of een opvolgend instrument meenemen (36847, nr. 15);
- de motie-Müller over vergunningstrajecten voor SMR's versnellen (36847, nr. 16);
- de motie-Kops over regelen dat de ANVS de beoordeling van de aanvraag van de wijzigingsvergunning laat aansluiten bij de toetsing van de huidige vergunning (36847, nr. 17);
- de motie-Klos over de afhankelijkheid van Rusland met betrekking tot de kerncentrale in Borssele zo snel mogelijk beëindigen (36847, nr. 18);
- de motie-Klos over een afbouwpad voor Russische nucleaire brandstoffen en verrijkingsdiensten via REPowerEU (36847, nr. 19).
(Zie vergadering van 9 juni 2026.)
De voorzitter:
De motie-Van Oosterhout (36847, nr. 10) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet in haar brief erkent dat er bij een bedrijfsduurverlenging van Borssele mogelijk een afhankelijkheid bestaat van Rusland in de toeleveringsketen van uranium;
overwegende dat we Poetins oorlogskas niet willen spekken;
overwegende dat we voor onze energievoorziening niet afhankelijk willen zijn van bepaalde regimes;
verzoekt de regering om voordat er een besluit wordt genomen over bedrijfsduurverlenging, de Kamer te informeren over de geopolitieke risico's verbonden aan de brandstofketen van de kernenergiecentrale,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 10 (36847).
De motie-Klos (36847, nr. 18) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat delen van de huidige splijtstofcyclus van kerncentrale Borssele indirect afhankelijk zijn van Russische dienstverlening;
overwegende dat Nederland en Europa juist onafhankelijk willen worden van Russische energie- en grondstofketens;
overwegende dat voor een investeringsbeslissing over de levensduurverlenging van Borssele duidelijkheid nodig is over de beschikbaarheid van een alternatief voor de huidige Russische route;
verzoekt de regering de afhankelijkheid van Rusland in de splijtstofcyclus van de kerncentrale in Borssele zo snel mogelijk af te bouwen, en de Kamer uiterlijk eind 2027 te informeren over de voortgang,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 18 (36847).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
In stemming komt de motie-Van Oosterhout (36847, nr. 8).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, PRO, de PvdD, DENK en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Oosterhout (36847, nr. 9).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, PRO, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Van Oosterhout (36847, nr. ??, was nr. 10).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van den Berg/Flach (36847, nr. 12).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van den Berg/Flach (36847, nr. 13).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van den Berg/Flach (36847, nr. 14).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van den Berg (36847, nr. 15).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Müller (36847, nr. 16).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Kops (36847, nr. 17).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Klos (36847, nr. ??, was nr. 18).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Klos (36847, nr. 19).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Meneer Flach.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter. Even iets terug, bij de stemmingen onder agendapunt 6, over de moties ingediend bij de Wijziging van de Omgevingswet, de Wet milieubeheer en de Wet belastingen op milieugrondslag, had de SGP tegen de motie op stuk nr. 13 moeten stemmen.
De voorzitter:
We hebben het genoteerd. Dank u wel.
Stemming Implementatie onderdelen van de met Richtlijn 2023/2413 gewijzigde REDIII
Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Omgevingswet, Algemene wet bestuursrecht en de Wet windenergie op zee ter implementatie van onderdelen van de met Richtlijn 2023/2413 gewijzigde richtlijn hernieuwbare energie (REDIII, vergunnen) (36872).
In stemming komt het wetsvoorstel.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en Lid Keijzer voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen moties Discriminatie, racisme en mensenrechten
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Discriminatie, racisme en mensenrechten,
te weten:
- de motie-Bamenga c.s. over streven naar toepassing van de discriminatietoets door zo veel mogelijk overheidsorganisaties (30950, nr. 548);
- de motie-Bamenga c.s. over ketikoti opnemen in de vlaginstructie voor rijksgebouwen (30950, nr. 549);
- de motie-Van Baarle over de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding intrekken (30950, nr. 550);
- de motie-Van Baarle over het antidiscriminatiebeleid uitzonderen van rijksbrede bezuinigingen, taakstellingen of ombuigingen (30950, nr. 551);
- de motie-Van Baarle over van 1 juli een nationale feestdag maken (30950, nr. 552);
- de motie-Van Baarle over een gericht nationaal plan tegen moslimhaat (30950, nr. 553);
- de motie-Van Baarle over lokaal antidiscriminatiebeleid verplicht stellen (30950, nr. 554);
- de motie-Van Baarle over de Discriminatietoets Beleidsprocessen periodiek doorlopen en de Discriminatietoets Publieke Dienstverlening verplicht stellen voor de publieke sector (30950, nr. 555);
- de motie-Beckerman over uitvoering geven aan de aanbevelingen van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme (30950, nr. 556);
- de motie-Ceder c.s. over onderzoek doen naar verleden en toekomst van Molukkers in Nederland en verkennen hoe op gepaste wijze recht kan worden gedaan aan de Molukse gemeenschap (30950, nr. 557);
- de motie-Schenk over bij werving en selectie binnen de Rijksoverheid alleen selecteren op kwaliteit, geschiktheid en vakbekwaamheid (30950, nr. 558);
- de motie-Clemminck over de functie en het bureau van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme opheffen (30950, nr. 559);
- de motie-Clemminck over onderzoek naar opvattingen, houdingen en gedragingen van Nederlanders ten aanzien van Joden en lhbtiq+-personen, uitgesplitst naar religieuze en culturele achtergrond (30950, nr. 560);
- de motie-Clemminck/Keijzer over de verdere uitvoering van de nationale aanpak moslimdiscriminatie aanhouden (30950, nr. 561);
- de motie-Flach over zich bewust afzijdig houden van vermelding en erkenning van de internationale dag voor de bestrijding van islamofobie (30950, nr. 563);
- de motie-Keijzer over stoppen met beleid gericht op diversity, equity and inclusion (30950, nr. 564).
(Zie vergadering van 10 juni 2026.)
In stemming komt de motie-Bamenga c.s. (30950, nr. 548).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bamenga c.s. (30950, nr. 549).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Baarle (30950, nr. 550).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Baarle (30950, nr. 551).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Baarle (30950, nr. 552).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Baarle (30950, nr. 553).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Baarle (30950, nr. 554).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, PRO, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Baarle (30950, nr. 555).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, PRO, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Beckerman (30950, nr. 556).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Ceder c.s. (30950, nr. 557).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Schenk (30950, nr. 558).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Clemminck (30950, nr. 559).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Clemminck (30950, nr. 560).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Clemminck/Keijzer (30950, nr. 561).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Flach (30950, nr. 563).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Keijzer (30950, nr. 564).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Strategie voor Gelijkheid van lhbtiq'ers 2026-2030
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Strategie voor Gelijkheid van lhbtiq'ers 2026-2030,
te weten:
- de motie-Clemminck over geen steun geven aan bindende EU-verplichtingen op het terrein van onderwijs, gezinsbeleid en familierecht die verder gaan dan Europese verdragen toestaan (22112, nr. 4368);
- de motie-Clemminck over aandacht voor culturele en religieuze factoren als oorzaken van dalende acceptatie bij de monitoring van de EU-lhbtiq+-strategie (22112, nr. 4369);
- de motie-Podt c.s. over signalen van discriminerende lhbtiq+-content door grote onlineplatforms betrekken bij het toezicht op de naleving van de Digital Services Act (22112, nr. 4370).
(Zie vergadering van 10 juni 2026.)
In stemming komt de motie-Clemminck (22112, nr. 4368).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Clemminck (22112, nr. 4369).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Podt c.s. (22112, nr. 4370).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Digitalisering, leermiddelen en ondersteuningsstructuur in het funderend onderwijs
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Digitalisering, leermiddelen en ondersteuningsstructuur in het funderend onderwijs,
te weten:
- de motie-Moorman c.s. over de Wet gratis schoolboeken omvormen tot een wet gratis leermiddelen waarin devices zijn opgenomen (32034, nr. 74);
- de motie-Moorman/Kathmann over de digitale autonomie van het funderend onderwijs vergroten (32034, nr. 75);
- de motie-Boomsma/Rooderkerk over een advies opstellen over Al-vrije best practices (32034, nr. 77);
- de motie-Armut c.s. over richtlijnen voor het terugdringen van schermgebruik in klaslokalen (32034, nr. 78);
- de motie-Rooderkerk/Moorman over een voorstel uitwerken voor een veilige publieke Nederlandse AI-voorziening (32034, nr. 79).
(Zie vergadering van 10 juni 2026.)
De voorzitter:
De motie-Moorman c.s. (32034, nr. 74) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Moorman, Rooderkerk, Kisteman en Ceder.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 74 (32034).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Moorman c.s. (32034, nr. ??, was nr. 74).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en BBB voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Moorman/Kathmann (32034, nr. 75).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Boomsma/Rooderkerk (32034, nr. 77).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Armut c.s. (32034, nr. 78).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Rooderkerk/Moorman (32034, nr. 79).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Jaarverslag en slotwet Defensie 2025
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Jaarverslag en slotwet van het ministerie van Defensie voor het jaar 2025,
te weten:
- de motie-Piri c.s. over de eindverantwoordelijkheid voor de beheersing van fraude- en corruptierisico's beleggen bij een onafhankelijke functionaris (36945-X, nr. 8);
- de motie-Dobbe over een onafhankelijke toezichtcommissie om uitgaven van Defensie te controleren (36945-X, nr. 9);
- de motie-Dobbe over geen toename van Defensie-uitgaven totdat de onvolkomenheden zijn verholpen (36945-X, nr. 10);
- de motie-Dobbe over inzichtelijk maken hoeveel van het Nederlandse publieke geld wegvloeit naar de winsten van de wapenindustrie (36945-X, nr. 11);
- de motie-Dobbe over een gouden aandeel om publieke zeggenschap te verkrijgen over defensiebedrijven (36945-X, nr. 12);
- de motie-Dobbe over het in het licht van de criteria voor wapenexport onderzoeken en meewegen van eventuele signalen dat Nederlandse wapens in verkeerde handen vallen (36945-X, nr. 13).
(Zie wetgevingsoverleg van 10 juni 2026.)
In stemming komt de motie-Piri c.s. (36945-X, nr. 8).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dobbe (36945-X, nr. 9).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe (36945-X, nr. 10).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe (36945-X, nr. 11).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, PRO, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe (36945-X, nr. 12).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, PRO, Volt, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe (36945-X, nr. 13).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Praktijkonderwijs en vmbo
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Praktijkonderwijs en vmbo,
te weten:
- de motie-Moorman c.s. over het wetstraject voor rechtstreekse bekostiging van het praktijkonderwijs met prioriteit behandelen (30079, nr. 127);
- de motie-Moorman/Rooderkerk over een plan om het aanbod van beroepsprofielen op het vmbo in verschillende regio's te verhogen (30079, nr. 128);
- de motie-Ergin over een concreet afbouwpad voor de toelaatbaarheidsverklaring praktijkonderwijs (30079, nr. 129);
- de motie-Kisteman over uitwerken hoe techniekonderwijs in de onder- en bovenbouw van alle vmbo-vestigingen kan worden aangeboden (30079, nr. 131);
- de motie-Beckerman/Westerveld over de reiskostenvergoeding beschikbaar stellen voor alle bovenbouwleerlingen in het praktijkonderwijs (30079, nr. 132);
- de motie-Raijer over borgen dat nieuwkomers het Nederlands voldoende beheersen voordat een definitief onderwijsadvies wordt gegeven (30079, nr. 133);
- de motie-Van Houwelingen over stoppen met onderwijsbeleid gericht op "kansrijk adviseren" (30079, nr. 134);
- de motie-Van Houwelingen over bij een schoolwissel gedurende het schooljaar ook de onderwijsbekostiging verhuizen (30079, nr. 135);
- de motie-Stoffer over een visie ontwikkelen op het praktijk- en beroepsgericht funderend onderwijs die recht doet aan de veelzijdige kwaliteiten van leerlingen (30079, nr. 136);
- de motie-Rooderkerk c.s. over het wetstraject prioriteren waarmee mogelijk wordt gemaakt dat leerlingen in het praktijkonderwijs binnen het pr.o ook de entreeopleiding kunnen volgen (30079, nr. 137).
(Zie vergadering van 10 juni 2026.)
In stemming komt de motie-Moorman c.s. (30079, nr. 127).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Moorman/Rooderkerk (30079, nr. 128).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ergin (30079, nr. 129).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Kisteman (30079, nr. 131).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Beckerman/Westerveld (30079, nr. 132).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Raijer (30079, nr. 133).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Houwelingen (30079, nr. 134).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Houwelingen (30079, nr. 135).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Stoffer (30079, nr. 136).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Rooderkerk c.s. (30079, nr. 137).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Voorhang van het Besluit aanpassing regelgeving verhuur
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Voorhang van het Besluit aanpassing regelgeving verhuur,
te weten:
- de motie-Jimmy Dijk/Beckerman over een plan waarmee uitgeponde huurwoningen kunnen worden opgekocht en ondergebracht bij wooncoöperaties of woningcorporaties (27926, nr. 410);
- de motie-Jimmy Dijk/Beckerman over tijdelijke huurcontracten niet opnieuw voeren of verbreden (27926, nr. 411);
- de motie-De Hoop/Grinwis over geen plannen introduceren die tijdelijke huurcontracten weer toestaan (27926, nr. 412);
- de motie-De Hoop/Grinwis over de WOZ-cap niet versoepelen (27926, nr. 413);
- de motie-Van Leijen c.s. over de maatregelen wat betreft de WOZ-prijsopslag, minpunten voor buitenruimte en betere waardering voor rijksmonumenten spoedig naar de Raad van State sturen (27926, nr. 414);
- de motie-Van Leijen c.s. over de maatregel om tijdelijke huurcontracten voor alle studenten toe te staan als wet in formele zin aan de Kamer voorleggen (27926, nr. 415);
- de motie-Clemminck over de WWS-puntentabel jaarlijks indexeren met de CPI plus 1% (27926, nr. 417);
- de motie-Clemminck over de werking van de WOZ-cap verder beperken (27926, nr. 418);
- de motie-Clemminck over de wet-Nijboer afschaffen (27926, nr. 419);
- de motie-Nobel c.s. over een landelijke maximumtermijn onderzoeken voor de instandhouding van middenhuurwoningen (27926, nr. 420);
- de motie-Mooiman over capaciteitsproblemen bij de gemeentelijke handhaving van huurwetten voorkomen (27926, nr. 421);
- de motie-Mooiman over de Wet betaalbare huur dit jaar nog evalueren (27926, nr. 422);
- de motie-Mooiman over de invloed van lokale eisen op de beschikbaarheid en toegankelijkheid van woningen in de middenhuursector (27926, nr. 423);
- de motie-Mooiman over de mogelijkheid om een tijdelijk huurcontract voor studenten eenmalig met twee jaar te verlengen (27926, nr. 424).
(Zie vergadering van 10 juni 2026.)
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Mooiman stel ik voor zijn motie (27926, nr. 422) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
De motie-Mooiman (27926, nr. ??, was nr. 424) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat tijdelijke huurcontracten voor studenten een maximale duur van twee jaar hebben en niet kunnen worden verlengd;
overwegende dat de duur van een opleiding vaak langer bedraagt dan het huidige maximum en dat andere contractvormen niet altijd de oplossing bieden;
verzoekt de regering om de mogelijkheid voor een eenmalige verlenging van twee jaar van de maximumtermijn van tijdelijke huurcontracten voor studenten mee te nemen in de aangekondigde verkenning naar tijdelijke huurcontracten, en de Kamer over de uitkomsten te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 424 (27926).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
In stemming komt de motie-Jimmy Dijk/Beckerman (27926, nr. 410).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, PRO, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Jimmy Dijk/Beckerman (27926, nr. 411).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-De Hoop/Grinwis (27926, nr. 412).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-De Hoop/Grinwis (27926, nr. 413).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Leijen c.s. (27926, nr. 414).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Leijen c.s. (27926, nr. 415).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Clemminck (27926, nr. 417).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Clemminck (27926, nr. 418).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Clemminck (27926, nr. 419).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, Lid Keijzer en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Nobel c.s. (27926, nr. 420).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Mooiman (27926, nr. 421).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Mooiman (27926, nr. 423).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Mooiman (27926, nr. ??, was nr. 424).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, PRO, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Jeugdzorg en jeugdhulpverlening
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de jeugdzorg en jeugdhulpverlening,
te weten:
- de motie-Moinat c.s. over strafrechtelijke vervolging van instellingen en personen die kinderen schade berokkenen (31839, nr. 1152);
- de motie-Moinat/Coenradie over een toekomstplan voor jongeren die uitstromen uit jeugdhulp (31839, nr. 1153);
- de motie-Moinat/Coenradie over bij ernstige signalen van acute onveiligheid van kinderen één eindverantwoordelijke professional aanwijzen (31839, nr. 1154);
- de motie-Synhaeve c.s. over jeugdhulpaanbieders en hun medewerkers altijd vooraf screenen (31839, nr. 1155);
- de motie-Synhaeve c.s. over een wettelijke integriteitstoets voor bestuurders van jeugdzorg- en jeugdhulpaanbieders (31839, nr. 1156);
- de motie-Dobbe/Westerveld over in kaart brengen in hoeverre de Hervormingsagenda Jeugd de beoogde besparingen heeft opgeleverd (31839, nr. 1157);
- de motie-Dobbe/Westerveld over financiële tegemoetkoming voor jongeren op ZIKOS-afdelingen of in de gesloten jeugdzorg (31839, nr. 1158);
- de motie-Dobbe/Westerveld over zo snel mogelijk ingrijpen bij ExpertCare (31839, nr. 1159);
- de motie-Dobbe/Westerveld over wetswijzigingen om in te kunnen grijpen bij zorgaanbieders die essentiële zorg stopzetten zonder passend alternatief (31839, nr. 1160);
- de motie-Westerveld/Dobbe over wensen en behoeften van jongeren leidend laten zijn bij de uitwerking van het hersteltraject voor de gesloten jeugdzorg (31839, nr. 1161);
- de motie-Westerveld/Dobbe over gespecialiseerde centra voor kinderen en jongeren met complexe psychische problemen (31839, nr. 1162);
- de motie-Van Meetelen over een landelijke spoedroute bij ernstige signalen van kindermishandeling (31839, nr. 1163);
- de motie-Van Meetelen over de jeugdbescherming landelijk en eenduidig organiseren (31839, nr. 1164);
- de motie-El Abassi over een herstel- en ondersteuningsplan voor voormalige ZIKOS-jongeren en hun nabestaanden (31839, nr. 1165);
- de motie-El Abassi over de voorgenomen bezuinigingen op de jeugdzorg opschorten (31839, nr. 1166);
- de motie-El Abassi over versterking van de landelijke regie en doorzettingsmacht binnen de jeugdbescherming (31839, nr. 1167);
- de motie-El Abassi over onderzoeken waar de opvolging van signalen van scholen, zorgverleners en andere professionals tekortschiet (31839, nr. 1168);
- de motie-Coenradie c.s. over risicovolle en complexe casussen binnen de jeugdbeschermingsketen dossiermatig doorlichten (31839, nr. 1169);
- de motie-Coenradie over stoppen met de afbouw van geslotenjeugdhulpplekken (31839, nr. 1170);
- de motie-Stoffer over informele ondersteuning van gezinnen wettelijk borgen (31839, nr. 1171);
- de motie-Ceder over positieve mannelijke rolmodellen voor jongeren (31839, nr. 1172);
- de motie-Ceder over onderzoek naar de rol van positief vaderschap (31839, nr. 1173);
- de motie-Van Houwelingen over ook meldingen over pleeggezinnen en gezinshuizen in behandeling laten nemen door Veilig Thuis (31839, nr. 1174);
- de motie-Van Houwelingen over ervoor zorgen dat pleeggezinnen en gezinshuizen minstens eenmaal per jaar worden bezocht door de inspectie (31839, nr. 1175).
(Zie vergadering van 11 juni 2026.)
De voorzitter:
De motie-Moinat/Coenradie (31839, nr. 1153) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Moinat, Coenradie en Van Groningen.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 1153 (31839).
De motie-Moinat/Coenradie (31839, nr. 1154) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Moinat, Coenradie en Van Groningen.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 1154 (31839).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
In stemming komt de motie-Moinat c.s. (31839, nr. 1152).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, JA21, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Moinat c.s. (31839, nr. ??, was nr. 1153).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Moinat c.s. (31839, nr. ??, was nr. 1154).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Synhaeve c.s. (31839, nr. 1155).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de fractie van Lid Keijzer ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Synhaeve c.s. (31839, nr. 1156).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de fractie van Lid Keijzer ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dobbe/Westerveld (31839, nr. 1157).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, Volt, de PvdD, DENK, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe/Westerveld (31839, nr. 1158).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe/Westerveld (31839, nr. 1159).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe/Westerveld (31839, nr. 1160).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Westerveld/Dobbe (31839, nr. 1161).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Westerveld/Dobbe (31839, nr. 1162).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Meetelen (31839, nr. 1163).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Meetelen (31839, nr. 1164).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-El Abassi (31839, nr. 1165).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-El Abassi (31839, nr. 1166).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, Volt, de PvdD, DENK, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-El Abassi (31839, nr. 1167).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-El Abassi (31839, nr. 1168).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de PvdD, DENK, JA21, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Coenradie c.s. (31839, nr. 1169).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Coenradie (31839, nr. 1170).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Stoffer (31839, nr. 1171).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ceder (31839, nr. 1172).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ceder (31839, nr. 1173).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Houwelingen (31839, nr. 1174).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Houwelingen (31839, nr. 1175).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, JA21, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Staat van de Europese Unie
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de Staat van de Europese Unie,
te weten:
- de motie-Klos over voorkomen dat aanpassingen in het toetredingsproces het pad naar volledig EU-lidmaatschap belemmeren of vertragen (36866, nr. 2);
- de motie-Klos over gelijktijdig inzetten op stemrechtbeperking voor nieuwe lidstaten en afschaffing van het veto voor bestaande lidstaten (36866, nr. 3);
- de motie-Becker c.s. over de aanbevelingen van de Europese Rekenkamer inzake traceerbaarheid en transparantie van RRF-gelden onderdeel maken van het Meerjarig Financieel Kader (36866, nr. 4);
- de motie-Becker over een kopgroep smeden voor het verminderen van regeldruk (36866, nr. 5);
- de motie-Van der Lee over "geostrategisch" als uitgangspunt toevoegen aan het Nederlandse EU-uitbreidingsbeleid (36866, nr. 6);
- de motie-Stöteler over de aanbevelingen in het kader van het Europees semester retourneren (36866, nr. 7);
- de motie-Stöteler/Hoogeveen over permanente vestiging van het Europees Parlement in Straatsburg (36866, nr. 8);
- de motie-Krul/Dassen over het aanmoedigen van Hongarije om aan de afspraken met de Commissie te voldoen (36866, nr. 9);
- de motie-Hoogeveen c.s. over inzetten op een kleinere Europese Commissie en een efficiëntere portefeuilleverdeling (36866, nr. 10);
- de motie-Dekker over vetorecht zo veel mogelijk behouden en meerderheidsbesluitvorming zo veel mogelijk beperken (36866, nr. 11);
- de motie-Van Baarle over inzetten op een versobering van vergoedingen voor Europese politieke ambtsdragers (36866, nr. 12);
- de motie-Van Baarle over inzetten op het terugdringen van de kosten van de verhuizing van het Europees Parlement tussen Brussel en Straatsburg (36866, nr. 13);
- de motie-Van Baarle over pleiten voor het opschorten van alle EU-verdragen met Israël (36866, nr. 14);
- de motie-Diederik van Dijk c.s. over pleiten voor striktere toetsing op naleving van antisemitismebeleid bij toekenning van Horizon Europe-middelen (36866, nr. 15);
- de motie-Diederik van Dijk c.s. over bepleiten dat er geen Horizon Europe-middelen toegekend worden aan instellingen die samenwerking met Israël uitsluiten (36866, nr. 16);
- de motie-Diederik van Dijk c.s. over proactief inbreng leveren voor een stresstest inzake de Vogel- en Habitatrichtlijn (36866, nr. 17);
- de motie-Dassen over inzetten op het afschaffen van de unanimiteitseis voor besluiten onder artikel 7 van het Verdrag en besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid mogelijk maken (36866, nr. 18);
- de motie-Dassen over de grenscontroles voor de zomer afbouwen en daarna volledig stopzetten (36866, nr. 19);
- de motie-Dassen over inzetten op de noodzakelijke verdragswijziging om het verhuizen van Brussel naar Straatsburg stop te zetten (36866, nr. 20);
- de motie-Keijzer/Hoogeveen over onder geen enkele omstandigheid, in geen enkele vorm en op geen enkel beleidsterrein instemmen met de afschaffing, beperking of uitholling van het vetorecht binnen de Europese Unie (36866, nr. 21);
- de motie-Keijzer over een derogatie van de Vogel- en Habitatrichtlijn, Kaderrichtlijn Water, Richtlijn Luchtkwaliteit en MER-richtlijn (36866, nr. 22).
(Zie vergadering van 11 juni 2026.)
De voorzitter:
De motie-Becker c.s. (36866, nr. 4) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Becker, Krul, Hoogeveen, Diederik van Dijk en Van der Lee.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 4 (36866).
De motie-Diederik van Dijk c.s. (36866, nr. 17) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Commissie dit jaar een stresstest uitvoert voor de Vogel- en Habitatrichtlijn;
overwegende dat er aanzienlijke verschillen bestaan tussen lidstaten in de uitwerking van de Vogel- en Habitatrichtlijn, onder meer wat betreft de beoordeling van de stikstofdepositie van projecten;
overwegende dat het vereiste dat toestemmingverlening alleen gedaan kan worden als met (wetenschappelijke) zekerheid vastgesteld is dat geen sprake is van negatieve effecten op de natuur, moeilijk werkbaar blijkt te zijn bij een stapeling van minimale projectbijdragen en dynamische ecosystemen;
overwegende dat er onduidelijkheid is over de positie van bestaand gebruik;
verzoekt de regering proactief inbreng te leveren voor de genoemde stresstest, inclusief de genoemde knelpunten en voorstellen voor verbetering, en daarnaast waar mogelijk en gepast aan te dringen op daadwerkelijke herziening van de Vogel- en Habitatrichtlijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 17 (36866).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
In stemming komt de motie-Klos (36866, nr. 2).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, PRO, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Klos (36866, nr. 3).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, PRO, D66, Volt, het CDA, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Becker c.s. (36866, nr. ??, was nr. 4).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Becker (36866, nr. 5).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Lee (36866, nr. 6).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, PRO, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Stöteler (36866, nr. 7).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Stöteler/Hoogeveen (36866, nr. 8).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Volt, de PvdD, DENK, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Krul/Dassen (36866, nr. 9).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Hoogeveen c.s. (36866, nr. 10).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dekker (36866, nr. 11).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Baarle (36866, nr. 12).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SGP ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Baarle (36866, nr. 13).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Baarle (36866, nr. 14).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Diederik van Dijk c.s. (36866, nr. 15).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Diederik van Dijk c.s. (36866, nr. 16).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Diederik van Dijk c.s. (36866, nr. ??, was nr. 17).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dassen (36866, nr. 18).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, PRO, D66, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dassen (36866, nr. 19).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, PRO, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dassen (36866, nr. 20).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Keijzer/Hoogeveen (36866, nr. 21).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Keijzer (36866, nr. 22).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Wijziging Begroting BHO 2026 samenhangende met de Voorjaarsnota
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota),
te weten:
- de motie-Kröger over met hulporganisaties in de Palestijnse gebieden spreken over welke steun zij nodig hebben (36915-XVII, nr. 9);
- de motie-Kröger/Bamenga over met hulporganisaties in Sudan bezien hoe slachtoffers van seksueel geweld geholpen kunnen worden (36915-XVII, nr. 10);
- de motie-Bamenga c.s. over aanvullende ondersteuning voor de bestrijding van ebola in de Democratische Republiek Congo en buurlanden (36915-XVII, nr. 11);
- de motie-Bamenga c.s. over zich in de EU inzetten voor sancties en maatregelen tegen personen, bedrijven en entiteiten die bijdragen aan oorlogsmisdrijven, het schenden van het VN-wapenembargo of het faciliteren van de oorlog in Sudan (36915-XVII, nr. 12);
- de motie-Ceulemans over verminderingen die ontstaan door kasschuiven niet opvullen (36915-XVII, nr. 13);
- de motie-Ceulemans over afzien van het voornemen om de financiering van UNRWA te verhogen (36915-XVII, nr. 14);
- de motie-Verkuijlen over samenwerken met de private sector bij de uitvoering van de grondstoffenstrategie (36915-XVII, nr. 15);
- de motie-Verkuijlen c.s. over voortzetting van de ondersteuning van ondernemers via de SER (36915-XVII, nr. 16);
- de motie-Verkuijlen/Bamenga over een verhoging van de capaciteit van het Oekraïense energienetwerk in wintertijd (36915-XVII, nr. 17);
- de motie-Lohman/Kröger over de bezuinigingen op multilaterale gezondheidsorganisaties zo veel mogelijk herstellen (36915-XVII, nr. 18);
- de motie-Dobbe c.s. over de Ghanese wetgeving die inzet op strafbaarstelling en gevangenisstraf voor de lhbtiqa+-gemeenschap en bondgenoten publiekelijk veroordelen (36915-XVII, nr. 19);
- de motie-Dobbe over de 419 miljoen voor Oekraïne niet dekken uit de BHO-begroting (36915-XVII, nr. 20);
- de motie-Dobbe c.s. over extra capaciteit voor systematische monitoring van en advisering over aanvallen tegen zorg- en hulpverleners in situaties van gewapend conflict (36915-XVII, nr. 21).
(Zie wetgevingsoverleg van 11 juni 2026.)
De voorzitter:
De motie-Ceulemans (36915-XVII, nr. 13) is in die zin gewijzigd (36915-XVII, nr. ??) en nader gewijzigd dat zij thans is ondertekend door het lid Ceulemans.
Zij krijgt nr. ??, was nr. ?? (36915-XVII).
De motie-Ceulemans (36915-XVII, nr. 14) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Ceulemans en Stoffer.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 14 (36915-XVII).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
In stemming komt de motie-Kröger (36915-XVII, nr. 9).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, Lid Keijzer en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Kröger/Bamenga (36915-XVII, nr. 10).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bamenga c.s. (36915-XVII, nr. 11).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bamenga c.s. (36915-XVII, nr. 12).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de nader gewijzigde motie-Ceulemans (36915-XVII, nr. ??, was nr. 13).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Ceulemans/Stoffer (36915-XVII, nr. ??, was nr. 14).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Verkuijlen (36915-XVII, nr. 15).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Meneer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Volt had voor de motie op stuk nr. 12 moeten stemmen.
De voorzitter:
Ik dacht het eigenlijk al. Het is genoteerd in de Handelingen.
In stemming komt de motie-Verkuijlen c.s. (36915-XVII, nr. 16).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Mevrouw Keijzer.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Van al dat voorstemmen wordt je hand zwaar. Dan laat je je hand zakken bij de motie op stuk nr. 14 over afzien van het voornemen om de financiering van UNRWA te verhogen. Daar had ik voor moeten stemmen.
De voorzitter:
Het is genoteerd. Dank u wel.
In stemming komt de motie-Verkuijlen/Bamenga (36915-XVII, nr. 17).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Lohman/Kröger (36915-XVII, nr. 18).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (36915-XVII, nr. 19).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dobbe (36915-XVII, nr. 20).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, PRO, Volt, de PvdD, DENK, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (36915-XVII, nr. 21).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en Lid Keijzer voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemming motie Woningbouwopgave in Nederland
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de woningbouwopgave in Nederland,
te weten:
- de motie-Van Asten c.s. over bij het aanwijzen van grootschalige woningbouwlocaties ook nieuwe locaties meenemen (32847, nr. 1462).
(Zie vergadering van 28 mei 2026.)
De voorzitter:
De motie-Van Asten c.s. (32847, nr. 1462) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de bouw in nieuwe grootschalige woningbouwlocaties een enorme bijdrage zal leveren aan het terugdringen van het woningtekort;
overwegende dat naast de eerder aangewezen nationale en regionale grootschalige woningbouwlocaties extra woningen moeten worden gerealiseerd om het woningtekort ook op lange termijn terug te dringen;
constaterende dat circa vijf nieuwe grootschalige woningbouwlocaties nog deze zomer worden aangewezen op grond van het afweegkader Nationaal Grootschalige Woningbouwlocaties;
overwegende dat bij het aanwijzen van de daaropvolgende locaties breder gezocht kan worden naar kansrijke locaties volgens het afweegkader Nationaal Grootschalige Woningbouwlocaties, in samenhang met het aanstaande afweegkader van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat;
verzoekt de regering bij het aanwijzen van de overige grootschalige woningbouwlocaties na de zomer ook nieuwe locaties zoals Veenendaal-De Klomp, het IJmeer en locaties langs de Nedersaksenlijn of de Lelylijn mee te nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 1462 (32847).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Van Asten (32847, nr. ??, was nr. 1462).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemming motie Toegankelijkheid van de huisartsenzorg
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over Toegankelijkheid van de huisartsenzorg,
te weten:
- de gewijzigde motie-Dobbe over onderzoeken welke stappen moeten worden gezet om voldoende praktijkruimtes voor huisartsen te waarborgen (33578, nr. 177).
(Zie vergadering van 26 maart 2026.)
In stemming komt de gewijzigde motie-Dobbe (33578, nr. 177).
Vóór stemmen de leden: Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Ergin, Faber, Flach, Graus, Grinwis, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Chris Jansen, Kathmann, Keijzer, Klaver, Kops, Kostić, Kröger, Lammers, Van der Lee, Maeijer, Markuszower, Van Meetelen, Van Meijeren, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Mutluer, Van Oosterhout, Ouwehand, Patijn, Piri, Prickaertz, Raijer, De Roon, Russcher, Schenk, Schilder, Stoffer, Stöteler, Struijs, Stultiens, Teunissen, Tseggai, Vermeer, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan, El Abassi, Abdi, Van Baarle, Beckerman, Bikker, Bolhuis, Boon, Martin Bosma, Van Brenk, Bromet, Bushoff, Ceder, Claassen, Dassen, Dekker, Tony van Dijck en Jimmy Dijk.
Tegen stemmen de leden: Inge van Dijk, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Goudzwaard, Van Groningen, Peter de Groot, Hamstra, Den Hollander, Hoogeveen, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Jumelet, Kisteman, Klos, Koorevaar, De Kort, Köse, Krul, Van Lanschot, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maes, Martens-America, Mathlouti, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Müller, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Oosterhuis, Oualhadj, Paternotte, Paulusma, Podt, Poortman, Rooderkerk, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Straatman, Synhaeve, Tijmstra, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vervuurt, Wendel, Van der Werf, Zwinkels, Van Ark, Armut, Van Asten, Bamenga, Becker, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Biekman, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, El Boujdaini, Brekelmans, Tijs van den Brink, Bühler, Van Campen, Ceulemans, Clemminck, Coenradie en Heera Dijk.
De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met 72 stemmen voor en 75 stemmen tegen is verworpen.
Meneer Claassen.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
In verband met de Handelingen en de bolletjesfetisjisten: bij de stemming onder 23, over de motie-Van Asten (32847, nr. 1462) ingediend bij het debat over de woningbouwopgave in Nederland, hadden wij onze handen omhoog, maar zijn wij niet opgenoemd. Wij waren dus voor de motie.
De voorzitter:
Genoteerd. Dank u wel.
Stemming motie Wijziging begroting VWS 2026 samenhangende met de Voorjaarsnota
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota),
te weten:
- de motie-Maeijer over de NVSHA als volwaardig partner laten aansluiten bij gesprekken over de budgetbekostiging SEH (36915-XVI, nr. 23).
(Zie wetgevingsoverleg van 1 juni 2026.)
In stemming komt de motie-Maeijer (36915-XVI, nr. 23).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, PRO, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Dat waren de stemmingen. Ik schors kort. Daarna gaan we verder met de regeling van werkzaamheden.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering.
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
De voorzitter:
Aan de orde is de regeling van werkzaamheden.
Op verzoek van de PRO-fractie benoem ik:
- in de vaste commissie voor Defensie het lid Bolhuis tot lid in plaats van het lid Bushoff;
- in de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid het lid Bolhuis tot lid in de bestaande vacature.
Ik deel aan de Kamer mee dat voor het debat over het rapport-Wennink "De route naar toekomstige welvaart" de termijn voor toekenning is verlengd.
Op verzoek van een aantal leden stel ik voor de volgende door hen ingediende moties opnieuw aan te houden: 36800-XIV nr. 57; 36800-XIV nr. 58; 36800-XIV nr. 74; 36800-XV-73; 36800-XIV-62; 28973-293; 23432-682.
Ik stel voor toe te voegen aan de agenda:
- het tweeminutendebat Gezond en veilig werken (CD d.d. 11/06), met als eerste spreker het lid Van Ark van het CDA;
- het tweeminutendebat Vreemdelingen- en asielbeleid (CD d.d. 11/06), met als eerste spreker het lid Bushoff van PRO;
- het tweeminutendebat Materieel (CD d.d. 10/06), met als eerste spreker het lid Jagtenberg van D66;
- het tweeminutendebat Erfgoed (CD d.d. 11/06), met als eerste spreker het lid Mohandis van PRO;
- het tweeminutendebat Wet open overheid (CD d.d. 11/06), met als eerste spreker het lid Flach van de SGP;
- het tweeminutendebat Ruimtelijke Ordening (CD d.d. 11/06), met als eerste spreker het lid Zalinyan van PRO;
- het tweeminutendebat Zienswijzeprocedure Woo-verzoeken emissiegegevens (32802, nr. 146), met als eerste spreker het lid Van der Plas van BBB.
Dat zijn zeven nieuwe tweeminutendebatten.
Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Van Baarle voor zijn eerste verzoek namens de fractie van DENK. Gaat uw gang.
De heer Van Baarle (DENK):
Naar ik weet had ik maar één verzoek, voorzitter. U zei "eerste verzoek", maar dat kan aan mij liggen.
De voorzitter:
Ik heb één verzoek van u.
De heer Van Baarle (DENK):
Exact. U zei "zijn eerste verzoek", maar goed.
De voorzitter:
U heeft mij terecht gecorrigeerd.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank, voorzitter. Vorige week is het rapport naar buiten gekomen waaruit blijkt dat Nederland een van de hoofdbestemmingen zou zijn van producten uit illegale nederzettingen, onder andere op het gebied van doorvoer. Nu is de regering ook bezig met wachten op het spoedadvies van de Raad van State over het sanctiebesluit. Het lijkt mij zeer verstandig dat als het spoedadvies er is en het definitieve sanctiebesluit over het handelsverbod er ligt, wij daar als Kamer over spreken. Ik stel voor dat we dat in ieder geval doen met de minister van Buitenlandse Zaken.
De voorzitter:
Ik kijk of daar een meerderheid voor is.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. Er wordt genocide gepleegd op de Palestijnen en hun land wordt steeds verder van hen afgepakt, dus van harte steun voor dit verzoek.
Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter. Het is op zich natuurlijk hartstikke belangrijk dat de heer Van Baarle hier aandacht voor vraagt. Dat willen wij ook graag, maar wij doen dat wel graag als de wet er is, want dan hebben we ook iets om over te praten. Laten we dat doen.
De heer Van Lanschot (CDA):
Geen steun.
Mevrouw Piri (PRO):
Ik ben het eens met mevrouw Podt: het is een superbelangrijk onderwerp, maar laten we dit inderdaad doen zodra het advies van de Raad van State er is en de wet naar de Kamer komt.
De heer De Roon (PVV):
Geen steun.
Mevrouw Maes (VVD):
Geheel eens met wat mevrouw Podt zei, dus geen steun.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Geen steun, voorzitter. En die wet is volgens mij onuitvoerbaar.
De heer Dassen (Volt):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer Van Baarle.
Het woord is aan de heer Kops voor zijn verzoek namens de PVV.
De heer Kops (PVV):
Voorzitter. Het kabinet wil dat we allemaal van het gas af gaan, verduurzamen, elektrificeren. Het elektriciteitsverbruik neemt daardoor gigantisch toe, maar zonne- en windenergie, die weersafhankelijk zijn, zijn onvoldoende en daardoor moeten de gascentrales steeds vaker harder gaan draaien. Dat is volstrekt tegenstrijdig. Door deze gekkigheid dreigen er vanaf 2028 stroomtekorten, waarbij huishoudens letterlijk in het donker en de kou komen te zitten. Dat mogen we niet laten gebeuren. We moeten niet van het gas af gaan en kolencentrales openhouden en nieuwe kerncentrales bouwen. Dus graag een debat hierover met de minister van Klimaat en Groene Groei.
De voorzitter:
Ik kijk of daar een meerderheid voor is.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Zoals meneer Kops altijd roept: het kan bij een commissiedebat; geen steun.
De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter, steun. Maar dan wel op de voorwaarde dat de staatssecretaris erbij zit, want die gaat over het elektriciteitsnetwerk.
Mevrouw Müller (VVD):
We moeten het hierover hebben, maar er komt eerder een commissiedebat Netcongestie.
De heer Van Asten (D66):
Geen steun.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Steun.
De heer Jumelet (CDA):
Geen steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. We stevenen af op een energie-infarct: onbetaalbaar of onbeschikbaar. Dus steun voor dit verzoek.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Steun.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
Mevrouw Van Oosterhout (PRO):
Geen steun.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dit is een van de grote problemen in Nederland. Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer Kops.
Het woord is aan mevrouw Faber voor haar verzoek namens de PVV.
Mevrouw Faber (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb mondelinge vragen gesteld aan de staatssecretaris van Justitie over de explosie in een woonwijk. Dit heeft echter meer vragen opgeleverd dan antwoorden. Je zal er maar wonen. Ik weet nu wel, middels de staatssecretaris, dat er een informatiepunt is. Daar kan je dan gaan vertellen wat er is gebeurd. Nou, daar schieten we dus lekker mee op. Ook de burgemeester van Amsterdam heeft er aandacht voor. Ja, heel Nederland heeft er aandacht voor. Maar het kabinet heeft in de verste verte geen oplossing voor dit probleem. Daar moeten we gewoon een debat over voeren, want dit kan gewoon niet doorgaan zo. Je zal er maar wonen, je zal maar van je bank af worden geblazen. Er kan toch niemand op tegen zijn om dit op te gaan lossen?
De voorzitter:
Ik kijk of er een meerderheid voor is.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter, steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter, geen steun. Ik stel wel graag met mevrouw Faber een aantal vragen aan het kabinet om eens helder te krijgen wat hier nu allemaal aan de hand is.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Namens mevrouw Schilder steun.
Mevrouw Straatman (CDA):
Goed om hier een keer goed over door te spreken, dus steun.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Straatman.
De heer Mathlouti (D66):
Geen steun, voorzitter. We hebben net een mondeling vragenuur gehad waarin er een aantal toezeggingen zijn gedaan. Laten we die even afwachten. Dus geen steun.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, wel steun, ook omdat ik een toename zie in criminaliteit die meedogenloos is en zie dat tegelijkertijd ook jonge mensen daarvoor misbruikt worden. Dat is wat mij betreft een groot probleem, waar ik graag het debat over aanga met het kabinet. Wel eerst een brief.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid, mevrouw Faber. Het informatieverzoek geleiden we door naar het kabinet.
Mevrouw Faber (PVV):
Dank u wel.
De voorzitter:
U bedankt.
Het woord is aan de heer Van den Berg namens JA21.
De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter. Het kabinet geeft constant aan dat de BTI-toets rondom de overname van Solvinity landenneutraal is uitgevoerd, maar uit berichtgeving blijkt dat geopolitieke overwegingen in de Amerikaanse wetgeving wel degelijk een doorslaggevende rol hebben gespeeld. Dit staat haaks op de beantwoording van onze Kamervragen waarin door het kabinet zelf aangegeven wordt dat de Amerikaanse CLOUD Act niet zonder meer toegang geeft tot Nederlandse persoonsgegevens. Per slot van rekening ligt de vertrouwelijke BTI-toets ook nog eens op straat bij de New York Times.
De voorzitter:
Uw verzoek.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik kom tot mijn verzoek. Daarom verzoek ik om het plenaire debat over de overname van Solvinity uiterlijk volgende week in te plannen. Graag ontvangen we voor het debat een brief van de staatssecretaris over hoe dit lek heeft kunnen plaatsvinden, want als het toch al op straat ligt, kunnen we het er net zo goed over hebben.
De voorzitter:
Het informatieverzoek geleiden we vanzelfsprekend door naar het kabinet. Het gaat dus om het verzoek om een bestaand debat volgende week in te plannen.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Voorzitter. Ook namens het CDA geen steun. Wij willen dit debat zeker zo snel mogelijk voeren, maar wel pas als de bezwaar- en beroepsperiode voorbij is. Die eindigt op 6 juli. Wat ons betreft voeren we dit debat dus zo snel mogelijk meteen na het zomerreces, zodat het kabinet ons ook alle informatie kan geven en alle processen zijn doorlopen.
De heer Verkuijlen (VVD):
Voorzitter. Ook geen steun, om dezelfde reden. Wij willen graag dat het kabinet openheid van zaken kan geven en dat we kunnen leren uit het verleden naar de toekomst toe. Dus geen steun.
De heer Russcher (FVD):
Wel steun.
Mevrouw Kathmann (PRO):
Eigenlijk wat mevrouw El Boujdaini zei: geen steun.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Steun.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Steun.
De heer Ergin (DENK):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Het woord is aan de heer Jimmy Dijk voor zijn verzoek namens de SP.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel, voorzitter. De sluiting van de fietsfabriek Cannondale in Almelo, een ontslaggolf bij Dow waardoor in Terneuzen, Dordrecht en Delfzijl banen verloren gaan en een faillissement van papierfabriek Coldenhove in Eerbeek: er is een ontslaggolf gaande. Die treft mensen heel hard in hun werk en ook onze maakindustrie. Dat heeft gevolgen voor de werknemers en de regio. Daarom zou ik graag een debat willen met de minister van Economische Zaken.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar steun voor heeft.
De heer Van der Lee (PRO):
Op zich zijn dit wel onderwerpen waar we zeker met de minister van Economische Zaken over moeten spreken, maar er is volgende week nog een innovatiedebat en in de laatste week voor het reces is er een debat over het midden- en kleinbedrijf. Daarom ga ik nu niet een plenair debat steunen, want het duurt een jaar voordat dat aan de beurt is. Dus nu niet.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Voorzitter. Een ontzettend belangrijk onderwerp. Ik wil er alleen voor waken dat we een tweede keer een debat gaan voeren over één bedrijf. Daarnaast wil ik de heer Dijk ook oproepen om dan naar de debatten te komen waarin we het hebben over het verdienvermogen van de toekomst, want dit gaat ook over een aantrekkelijk vestigingsklimaat.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. Dat is precies waarom ik hier wél over wil debatteren: vanwege alle klimaatheffingen en energiebelastingen loopt de concurrentiepositie van ons bedrijfsleven achteruit. Dat leidt tot ontslagen. Daarom steun voor dit verzoek.
Mevrouw Bühler (CDA):
Ook wat ons betreft geen steun. We kunnen dit echt meenemen in de debatten die inmiddels gepland zijn. Er zijn inderdaad bedrijfssluitingen, maar we hebben genoeg mogelijkheden om daar met elkaar over te praten.
De heer Van Asten (D66):
Geen steun.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Wat onze zeer gewaardeerde collega Van der Lee zei: geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Het woord is aan meneer Dassen voor zijn verzoek namens Volt.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Het is Anthropic niet meer gegund om de nieuwste innovaties ook aan landen en bedrijven buiten Amerika toe te laten. Trump heeft gezegd: dit moet alleen maar binnen Amerika blijven. Dat betekent dus dat wij met één druk op de knop geen toegang meer hebben tot de nieuwste innovaties. De snelheid waarmee kunstmatige intelligentie op dit moment op ons afkomt, maakt ons ontzettend afhankelijk van Trump voor onze veiligheid, ons concurrentievermogen en ook als samenleving. Daarom wil ik zo spoedig mogelijk een debat met de minister van Defensie, de staatssecretaris van Economische Zaken en de minister van Economische Zaken.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.
Mevrouw Kathmann (PRO):
Voorzitter. De impact van dit besluit is echt groot. Zeker iedereen die innovatie hoog in het vaandel heeft, zou hier heel graag een debat over moeten willen voeren. Dus van harte steun.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Steun.
De heer Verkuijlen (VVD):
Geen steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Steun.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Geen steun, ook namens het CDA, want we hebben binnenkort ook een commissiedebat over opkomende en nieuwe technologieën en we hebben nog een plenair debat over het AI Deltaplan. Daar zouden we het dus ook in mee kunnen nemen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Steun.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Steun.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Graag een dertigledendebat.
De voorzitter:
Ja, we zetten hem op de lijst. Zeker.
Het woord is aan de heer El Abassi voor zijn verzoeken namens DENK.
De heer El Abassi (DENK):
Dank, voorzitter. Burgemeester Doornenbal zei terecht dat het hart van onze democratie is geraakt. Niet alleen het gemeentehuis werd aangevallen, maar ook het gevoel van veiligheid van raadsleden, ambtenaren en bestuurders die zich dagelijks inzetten voor onze samenleving. Omwonenden spreken van een dreigende en onheilspellende situatie. Bewoners voelen zich niet thuis in hun eigen huis. Agenten en andere hulpverleners werden geconfronteerd met ernstig geweld, terwijl ze juist de openbare orde moesten beschermen. Dit incident staat niet op zichzelf. Opnieuw zien we een demonstratie rond een azc die escaleert in geweld, vernielingen en bedreigingen. Het is de zoveelste keer.
De voorzitter:
Uw verzoek?
De heer El Abassi (DENK):
Ik wil graag nu in debat met de minister van Justitie en Veiligheid.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.
Mevrouw Martens-America (VVD):
De heer El Abassi zet dit elke week op de agenda. Wij hebben een plenair debat gehad over de rellen in Loosdrecht. Ik zou de heer El Abassi willen adviseren mee te lopen bij de politie en te vragen op welke manier het bijdraagt aan het oplossen van dit vraagstuk om elke week een plenair debat over rellen te voeren. Geen steun.
Mevrouw Faber (PVV):
Geen steun.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Steun.
De heer Ceulemans (JA21):
We hebben een paar weken geleden echt een hele avond lang een wanstaltig debat gehad dat niet voor herhaling vatbaar is. Dus geen steun.
De heer Mathlouti (D66):
Geen steun, voorzitter.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
De instroom moet naar beneden, voorzitter. Geen steun.
Mevrouw Straatman (CDA):
Geen steun, voorzitter.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Wel een tweede verzoek.
De heer El Abassi (DENK):
Ik ga meteen door naar mijn tweede verzoek, voorzitter. Mensen zullen zich ook hierbij afvragen waarom ik hier iedere week sta. Misschien is het omdat ik naïef ben, maar het is ook omdat er gewoon wekelijks moskeeën worden aangevallen. Ik weiger dat te accepteren. Inmiddels staat de teller op 31. Dan heb ik het niet eens over moskeeën die mij benaderd hebben en die geen media-aandacht willen. Dan heb ik het niet eens over moskeeën die mij níét benaderd hebben. Gelukkig krijgt het nu volop aandacht in de media. Het is nu aan de Kamer om niet meer weg te kijken, maar met beleid te komen. Op z'n minst kunnen we daar een debat over voeren. Daarom vraag ik een debat aan met de minister van Justitie en Veiligheid.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar steun voor heeft.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ik heb twee weken geleden samen met meneer El Abassi vragen gesteld over een bekladding van een moskee. Zodra die antwoorden er zijn, wil ik graag dit debat voeren. Dus steun.
Mevrouw Faber (PVV):
Geen steun.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. Als er joodse instellingen worden aangevallen, worden er terecht spoeddebatten aangevraagd en ook gevoerd. Het lijkt me niet meer dan logisch om het ook te doen als er islamitische instellingen worden aangevallen. Dus van harte steun.
De heer Stultiens (PRO):
Steun.
De heer Mathlouti (D66):
Voorzitter. Gezien het patroon van deze incidenten, van harte steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. We moeten geen politiek gaan bedrijven op basis van incidenten. Het slopen van andermans spullen is verboden, dus daar moet gewoon tegen opgetreden worden, maar doen alsof dit een bestendige gedragslijn is in Nederland … Dat is ook niet waar. Geen steun.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Geen steun.
De heer Dassen (Volt):
Van harte steun, voorzitter.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Om de boeroepers in de zaal nog een keer "boe" te laten roepen, zeg ik hetzelfde als wat mevrouw Keijzer zei: geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer El Abassi. Een dertigledendebat? Is dat het verzoek?
De heer El Abassi (DENK):
Ik mis nog een partij die mij aan een meerderheid kan helpen, denk ik, maar …
De voorzitter:
Die gaat daar zelf over, maar u heeft geen meerderheid.
De heer El Abassi (DENK):
Dan graag het dertigledendebat.
De voorzitter:
We zetten het op de lijst, meneer El Abassi.
De heer El Abassi (DENK):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel.
Het woord is aan de heer Vermeer, of mevrouw Wiersma, of in ieder geval een afvaardiging van de BBB. Het is mevrouw Wiersma, zie ik, voor een vooraankondiging.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ja. Dat kan hier bij de interruptiemicrofoon, toch?
De voorzitter:
Zeker.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik vraag graag een tweeminutendebat aan over de Landbouw- en Visserijraad, deze week nog in te plannen inclusief stemmingen. Het commissiedebat vindt namelijk straks plaats en de Landbouw- en Visserijraad is al binnen een week.
De voorzitter:
We gaan daar rekening mee houden en we gaan dat doen.
Het woord is aan de heer Stoffer voor zijn verzoek namens de Staatkundig Gereformeerde Partij.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Nederland is gehaast, concludeerde de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving. Volgens de raad is er vertraging nodig, niet alleen op individueel niveau maar vooral ook op collectief niveau. Vorige week publiceerden Protestants Nederland en de Vereniging Zondagsrust een onderzoek waaruit blijkt dat zeker 40% van de Nederlanders voorstander is van een collectieve wekelijkse rustdag. Ik zeg er maar bij: rust, reinheid en regelmaat komt de inwoners van Nederland ten goede. Graag zou ik een debat met onze premier willen over de oorzaken van de behoefte aan rust, om met elkaar te bezien welke oplossingen we daarvoor naar voren kunnen brengen.
De voorzitter:
Dat klinkt verleidelijk. Eens kijken wat de leden vinden.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Steun.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ja, wie wil dat nou niet? Steun!
De heer Russcher (FVD):
Steun.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Geen steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Steun.
De heer Vlottes (PVV):
Volgende week is er een commissiedebat Arbeidsmarktbeleid. Daar zou het heel goed bij kunnen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Meer rust: goed plan. Van harte steun.
De heer Van Asten (D66):
Geen steun.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Het CDA is ook voor rust, reinheid en regelmaat, maar wat mij betreft agenderen we dit punt voor het arbeidsmarktdebat of voor de evaluatie van de Winkeltijdenwet, die in Q2 aan bod komt.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Allemaal een stapje terug en wat meer rust: heerlijk. Steun, voorzitter.
De voorzitter:
Maar u heeft geen meerderheid.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. De kortzichtigheid van PVV en CDA om zich alleen maar op arbeid te richten, is jammer …
De voorzitter:
Nee, nee, nee, nee, dit gingen we niet meer doen. Dit gingen we niet meer doen.
De heer Stoffer (SGP):
Ik vraag bij dezen een dertigledendebat aan.
De voorzitter:
Dat zetten we erbij. O, nee, ook niet, want daar moet u 30 leden voor hebben.
De heer Stoffer (SGP):
Heb ik zelfs die niet?
De voorzitter:
Nee.
Ik nodig meneer Ceulemans van harte uit op het rostrum voor zijn verzoek namens JA21.
De heer Ceulemans (JA21):
Voorzitter, dank. Gisteren lazen we een uitgebreide onderzoeksrapportage in NRC Handelsblad over de financiële afhandeling van de toeslagenaffaire. Ik citeer even kort de conclusie. "Hoge ambtenaren en verantwoordelijke politici negeerden de afgelopen jaren meermaals interne waarschuwingen dat de overheid een grote groep ouders ten onrechte als gedupeerden erkende. Daardoor zou de hulp voor echte slachtoffers van onrechtvaardig overheidshandelen vertragen." Dat blijkt uit interne mails en memo's die NRC inzag en uit gesprekken met bronnen. Volgens betrokkenen gaat het om minstens 20.000 onterecht gecompenseerde personen, waar honderden miljoenen euro's mee gepaard zijn gegaan. Ik heb hier meermaals aandacht voor gevraagd, ook aan de hand van een ADR-onderzoek. Ik vraag om aantallen en cijfers, die vervolgens heel lang op zich laten wachten, voor zover ze al beschikbaar zijn. We lezen het nu gewoon in de krant. Ik vind dat een hele kwalijke zaak. Ik wil daarom …
De voorzitter:
Nu vraagt u om een debat.
De heer Ceulemans (JA21):
Ik wil daarom een debat met de staatssecretaris Herstel Toeslagen.
De voorzitter:
Ik ga kijken of daar een meerderheid voor is.
De heer Ergin (DENK):
Dit weten we al. Zelfs bij de behandeling van de wet wisten we dat er ouders tussen zaten die misschien geen recht zouden hebben op herstel. Tegelijkertijd hebben we nu al twee debatten op de lijst staan, twee meerderheidsdebatten, over hetzelfde onderwerp. Het lijkt mij niet verstandig om daar nog een derde aan toe te voegen, dus geen steun.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter. Er zijn al debatten aangevraagd, maar ik wil wel graag een brief met een reactie van de staatssecretaris hoe zij tegen dit probleem aankijkt.
De voorzitter:
Dat verzoek geleiden wij door naar het kabinet.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Dit is allang aan de orde geweest in eerdere debatten. Geen steun.
Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Wel steun. Ik vind eigenlijk dat we de debatten gewoon samen moeten voegen en zo snel mogelijk op de regeling moeten zetten. Het is geen hoofdpijn- of buikpijndossier meer, maar gewoon een rukdossier.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Het is inderdaad oud nieuws. We hebben het hier al vaker over gehad in de debatten, ook over hoe we de ernstig gedupeerde ouders als eerste kunnen helpen. Ik zou het bij de debatten voegen die we al hebben, dan kunnen we het in één keer bespreken.
De heer Mathlouti (D66):
Ik sluit me aan bij mijn voorganger. Geen steun.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Wel steun, maar wel met de voorkeur om ze dan samen te voegen. Wel steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
20.000 mensen keer €30.000, dat is 600 miljoen. Volgens mij moeten we het hierover hebben, maar dan wil ik die debatten wel graag samenvoegen.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Het is hier natuurlijk al vaker over gegaan. Nogmaals, het is prima om het erover te hebben. Het is goed om het erover te hebben, maar laten we dat inderdaad doen bij een debat dat al gepland staat.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
De heer Vlottes (PVV):
Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
De heer Ceulemans (JA21):
Mag ik dan inderdaad het verzoek doen om dit onderwerp toe te voegen aan een gepland meerderheidsdebat over de toeslagenaffaire? Ik vind het prima als dit onderwerp eraan toegevoegd wordt.
De voorzitter:
Ja, daar kunnen we zeker voor zorgen. Bij dezen.
De heer Ceulemans (JA21):
Oké, dank u wel.
De voorzitter:
Ja.
Het woord is aan mevrouw Piri voor haar verzoek namens PRO.
Mevrouw Piri (PRO):
De afgelopen 24 uur was er wereldwijd breaking news over een akkoord tussen de Amerikanen en de Iraniërs. Vrijdag worden daar als het goed is meer details over bekend. Ik zou daarom graag uiteraard, zoals altijd, een brief van het kabinet willen vragen. Nadat we die hebben ontvangen, wil ik hier nog voor het zomerreces met de minister-president, de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Defensie een debat over voeren. Het heeft namelijk verschillende aspecten: wat is er nu gebeurd met het nucleaire programma, hoe gaat het met de ballistische raketten en hoe gaat het met de mensenrechtensituatie? Volgens mij zijn dat allemaal elementen die ook voor Nederland heel relevant zijn.
De voorzitter:
Het informatieverzoek geleiden we door naar het kabinet. Ik kijk of er een meerderheid is voor het debat.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Het is altijd interessant om hierover informatie te krijgen van het kabinet, dus daar sluit ik me graag bij aan. Een debat lijkt me in deze fase nog helemaal niet nodig.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het lijkt me heel goed om het hier snel over te hebben, dus steun.
De heer Van Lanschot (CDA):
Het informatieverzoek is prima, maar voor nu geen steun voor het debat.
Mevrouw Maes (VVD):
Geen steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Geen steun.
Mevrouw Podt (D66):
Akkoord met het informatieverzoek. Volgens mij is er net ook een Irandebat geweest. Er komt natuurlijk nog het een en ander aan. Voor ons hoeft er dus nu geen debat ingepland te worden.
De heer Ceulemans (JA21):
Nee, we hebben vanavond ook nog een debat over de Europese top, dus geen steun hiervoor.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Mevrouw Piri (PRO):
Dan sta ik hier volgende week weer.
De voorzitter:
We zien ernaar uit.
Het woord is aan meneer Sneller als voorzitter van de commissie voor de Rijksuitgaven. Gaat uw gang.
De heer Sneller (D66):
Dank, voorzitter. Die commissie heeft zich gebogen over het verzoek van de Eerste Kamer om eerder te stemmen over de eerste suppletoire begrotingen samenhangend met de Voorjaarsnota 2026. Het verzoek is om die stemmingen voor donderdag aanstaande in te plannen.
De voorzitter:
Ik kijk of daar bezw… Nee, of u daarmee kunt instemmen; dat is nog beter.
De heer Oosterhuis (D66):
Ik heb daar geen bezwaar tegen. Het enige is dat ik heb begrepen dat een aantal collega's op een buitenlands werkbezoek is namens de commissie voor Buitenlandse Zaken. Dus mocht er de noodzaak blijken te zijn om hoofdelijk te stemmen, dan zouden we de stemming graag uitstellen naar komende dinsdag.
De voorzitter:
De gebruikelijke werkwijze is dat een eventuele hoofdelijke stemming automatisch wordt doorgeschoven naar de dinsdag daarop, tenzij een lid erop staat en daar een meerderheid voor is. Dan is er drie uur later een hoofdelijke stemming. Maar in principe is het zoals de heer Oosterhuis aangeeft.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Oosterhuis.
De heer Stultiens (PRO):
Volgens mij is het goed om geen verrassingen te hebben donderdagavond. Dus als we hier als meerderheid met elkaar afspreken dat we het gewoon naar dinsdag schuiven, dan kan ik me daarbij aansluiten. Volgens mij ben ik het eens met de heer Oosterhuis: geen hoofdelijke stemming op donderdag.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Eens met de heer Oosterhuis.
De heer Ergin (DENK):
Eens.
De voorzitter:
Nee, spreekt u zich gerust uit, meneer Claassen.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Het zal er niet verder toe doen, maar steun.
De voorzitter:
De heer Ceulemans stemt ook in. Mevrouw Bikker steekt haar duim omhoog. Dan gaan we donderdag stemmen. Wanneer er sprake is van een hoofdelijke stemming, zal die doorschuiven naar de stemmingen van dinsdag.
Het woord is aan mevrouw Martens-America.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dank u wel, voorzitter. In navolging op het rapport-Draghi op Europees niveau schreef Wennink een rapport over het verdienvermogen van Nederland. Hij schreef het in slechts drie maanden en wij zijn al zes maanden verder en hebben hier nog steeds geen plenair debat over gevoerd. Ik wil dan ook vragen om dit debat direct na de zomer op het rooster te zetten. De reactie van de minister zou ook binnen zes maanden komen, maar ook die hebben wij nog niet ontvangen. Ook die zou ik heel graag voor het einde van de zomer ontvangen.
De voorzitter:
Ik kijk of daar een meerderheid voor is.
De heer Van der Lee (PRO):
Van harte steun.
De heer Van Asten (D66):
Steun.
Mevrouw Bühler (CDA):
Ook van harte steun.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Het is moeilijk om wat te verdienen in Nederland als de VVD constant de belastingen omhoog doet, maar steun voor het debat.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Wat meneer Markuszower zegt, eigenlijk.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Steun.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Steun.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Steun.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid.
U heeft ook een tweede verzoek.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Voorzitter. Ik heb op dit moment een debataanvraag staan over het AI Deltaplan. Die aanvraag dreigt volgende week te vervallen. Er is in Europa een rapport uitgekomen dat Europa 2030 heet. Dat gaat over de gevolgen van verkeerde keuzes op het gebied van de aanpak van AI. Het lijkt me ontzettend goed om in ieder geval een plenair debat te voeren met z'n allen over dit belangrijke onderwerp en later te kijken welke debatten we samenvoegen.
De voorzitter:
En u wilt eerst een brief?
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik wil inderdaad heel graag eerst een reactie. Dank u wel.
De voorzitter:
Dat geleiden we door naar het kabinet. We gaan nu horen of u een meerderheid heeft voor het verzoek.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Aan mij zal het niet liggen. Steun voor het debat.
Mevrouw Bühler (CDA):
Ook steun.
De heer Van Asten (D66):
Steun.
De heer Van der Lee (PRO):
Dat geldt ook voor mij.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid.
Het woord is aan mevrouw Van Oosterhout voor een vooraankondiging.
Mevrouw Van Oosterhout (PRO):
Dank u wel, voorzitter. Ik zou graag willen verzoeken om het tweeminutendebat over de Energieraad deze week nog in te plannen.
De voorzitter:
Ook daar gaan we rekening mee houden.
Het woord is aan de heer Bushoff voor zijn verzoek namens PRO.
De heer Bushoff (PRO):
Dank u wel, voorzitter. Het kabinet is voornemens om het verplichte eigen risico in de zorg te verhogen. Laat ik duidelijk zijn: PRO is daartegen. Tegelijkertijd is het nu eigenlijk totaal onduidelijk of het kabinet dit voorstel, dat waarschijnlijk geen meerderheid haalt in de Eerste Kamer, toch wil doorzetten. Mijn eerste verzoek is dus eigenlijk een informatieverzoek om zo snel mogelijk duidelijkheid te krijgen van het kabinet over de vraag of ze dit voorstel wel of niet doorzetten.
Het tweede verzoek is als volgt. Als ze dit voorstel doorzetten, zou ik ook graag zo snel mogelijk de nota naar aanleiding van het verslag naar de Kamer willen hebben, met aansluitend een debat, omdat het kabinet er zelf mee heeft geschermd dat dit echt voor de zomer zou moeten. Dat is dan het tweede verzoek.
De voorzitter:
Het is een hele routekaart, maar ik ga kijken of u daar een meerderheid voor heeft.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Meneer Bushoff heeft helemaal gelijk. Geen idee wat ze aan het doen zijn, met ook hier weer grote consequenties voor de portemonnee van burgers, dus steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, meneer Bushoff heeft helemaal gelijk. Klopt. Steun voor beide verzoeken.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik ga mee met de vorige sprekers. Van harte steun. Goed om het hier met elkaar over te hebben.
De heer El Abassi (DENK):
Steun.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Steun.
De heer Van Asten (D66):
Geen steun. Een wetsvoorstel komt vanzelf naar de Kamer.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Steun.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Het informatieverzoek is prima, maar we kunnen het allemaal bespreken als de wet voorligt.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Geen steun.
De heer Nobel (VVD):
Geen steun.
De heer Ceulemans (JA21):
Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
De heer Bushoff (PRO):
Maar mijn informatieverzoek gaat u doorgeleiden naar het kabinet?
De voorzitter:
Ja, het informatieverzoek geleiden wij vanzelfsprekend door.
Dan is het woord aan mevrouw Schilder, of enige afvaardiging van de Groep Markuszower. Het is meneer Markuszower himself.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Voorzitter. Graag wil ik een debat met de minister van Binnenlandse Zaken, want die goede man geeft subsidie, onder andere aan de jongerenorganisatie van PRO, Progressief Nederland. Een van de bestuursleden stond afgelopen week op het podium met Hamas. Dat is misschien zelfs strafbaar, maar volgens mij in ieder geval niet subsidiewaardig.
De voorzitter:
Maar wat wilt u? Een debat, denk ik.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik wil in debat. Dat zei ik. Zo begon ik. Ik zou graag een debat willen met de minister van Binnenlandse Zaken, want die geeft subsidie.
De voorzitter:
Ik ga eens even kijken of daar een meerderheid voor is.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik heb hier trouwens schriftelijke vragen over gesteld, waarvan de termijn binnenkort verloopt. Als er geen duidelijkheid komt, dan sta ik dus, als het aan mij ligt, hier om die mondeling te stellen. Maar het is zeer belangrijk om dit onderwerp te bespreken, want het is natuurlijk gestoord.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Geen steun.
De heer Meulenkamp (VVD):
Geen steun.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun.
Mevrouw Podt (D66):
Geen steun, voorzitter.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Geen steun, wel een brief, want ik denk wel dat het goed is om dit te betrekken bij het komende commissiedebat bij de commissie voor Justitie en Veiligheid.
De voorzitter:
Dit informatieverzoek geleiden we door, maar er is geen meerderheid voor een debat.
Wil u nog een informatieverzoek doen?
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik sluit me aan bij het informatieverzoek van mevrouw Bikker. Ik verzoek door te geleiden dat ze de vragen van mevrouw Keijzer, die ik had gemist bij deze aanvraag, snel beantwoorden.
De voorzitter:
En terecht, want termijnen zijn er niet voor niets.
Het woord is aan meneer Claassen voor zijn verzoek namens Groep Markuszower.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Voorzitter. We hebben het hier dag in, dag uit over de woningcrisis en zeggen dat er gebouwd moet worden, maar het probleem lost zich niet vanzelf op. Intussen zien we dat de woningcrisis in steden in het buitenland helemaal niet meer of veel minder aan de orde is. Neem bijvoorbeeld Austin, waar een democratisch stadsbestuur de woningcrisis heeft opgelost door te bouwen, door te bouwen, door te bouwen.
Voorzitter. We moeten de woningcrisis oplossen door buiten de reeds gebaande paden te kijken. Daarom zou het goed zijn om vanuit dat perspectief, zoals ook in het bijgevoegde artikel, het debat te voeren met de minister over dat het anders kan en anders zou moeten.
De voorzitter:
Ik ga kijken of u daar een meerderheid voor heeft.
De heer Van Asten (D66):
Geen steun, zeker niet op basis van het bijgevoegde artikel.
Mevrouw Steen (CDA):
Voorzitter. Wij debatteren in dit huis bijna wekelijks over de woningbouwopgave, dus er is genoeg gelegenheid om dit aan de orde te stellen.
De heer Nobel (VVD):
Voorzitter. Ik denk dat dit bij het debat over de bouwregelgeving kan.
De heer De Hoop (PRO):
Goed om dit bij andere debatten te betrekken.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Namens collega Mooiman: geen steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer Claassen.
Het woord is aan mevrouw Ten Hove, de laatste aanvrager bij deze regeling van werkzaamheden. Zij doet dit verzoek namens de Groep Markuszower. Gaat uw gang.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dank, voorzitter. Terwijl onze Nederlandse leghennenhouders aan strenge eisen rond kwaliteit, voedselveiligheid en dierenwelzijn voldoen, liggen er in de Nederlandse supermarkten eieren uit landen met veel minder strenge eisen. Dat is niet alleen zeer oneerlijke concurrentie, maar ook nog eens minder goed voor de gezondheid en het dierenwelzijn. Nederlandse boeren worden keer op keer benadeeld. Wat mijn partij betreft moet dat eens afgelopen zijn. Daarom willen we graag een debat hierover met de minister van LVVN.
De voorzitter:
Ik ga kijken of u daar een meerderheid voor heeft.
Mevrouw Steen (CDA):
Geen steun, voorzitter.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Steun, maar ik wil dit wel even toelichten. Kijk, BBB is niet tegen vrijhandel binnen Europa. Maar waar we het volgens mij over moeten hebben, is breder dan alleen de eieren. Er worden namelijk ook heel veel eieren geëxporteerd. Je moet het breder trekken dat we geen nationale koppen op Europese richtlijnen moeten implementeren, wat in Nederland toch te vaak gebeurt.
De voorzitter:
Waarvan akte.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Helaas gaat het ook in Nederland heel slecht met het dierenwelzijn, maar steun voor dit debat.
Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter. Volgens mij hebben we de komende tijd weer een heleboel landbouwdebatten, dus het kan prima daar.
De heer Meulenkamp (VVD):
Ik sluit me geheel aan bij mevrouw Podt.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
Mevrouw Bromet (PRO):
We kunnen het vanmiddag al doen, zo meteen na deze regeling.
De heer Chris Jansen (PVV):
Geen steun, voorzitter. Er komen een heel aantal debatten aan en volgens mij hebben we het hier zelfs afgelopen week nog over gehad.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. Mevrouw Bromet doet lacherig, maar zij vindt het ook geen probleem als de visserij verdwijnt. Ik vind dit een zeer belangrijk onderwerp, dus steun voor dit verzoek.
De voorzitter:
Dat heb ik haar hier niet horen zeggen.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Nee, dat heeft ze in een eerder debat eens gezegd.
De voorzitter:
Daar kunnen we allemaal niet op toezien. Dat doet u maar buiten deze zaal.
De heer Ergin (DENK):
Voorzitter. Ik heb niks tegen eieren uit het buitenland, dus geen steun voor het debat.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, mevrouw Ten Hove.
Dat was de regeling van werkzaamheden. Ik schors tot 16.45 uur. Dan gaat de Kamer verder met het tweeminutendebat Natuur.
De vergadering wordt van 16.37 uur tot 16.44 uur geschorst.
Natuur
Voorzitter: Krul
Natuur
Aan de orde is het tweeminutendebat Natuur (CD d.d. 04/06).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Natuur. Ik heet de minister van LVVN van harte welkom. Ik zeg van tevoren even het volgende. We gaan richting het zomerreces en er staan heel veel tweeminutendebatten op de agenda. Daarom gaan we het regime ook wat strakker handhaven. Dat betekent dat ik per ingediende motie één vraag toesta, omdat we willen dat het schema een beetje in de pas blijft lopen én omdat ik heb begrepen dat de commissie straks naar beneden gaat voor een commissiedebat over de Landbouw- en Visserijraad.
Ik geef als eerste het woord aan de heer Boomsma, die spreekt namens de fractie van JA21. Hij stond er al helemaal klaar voor. Gaat uw gang.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering werkt aan een herziening van de methode voor het bepalen van de staat van instandhouding van algemeen voorkomende wilde diersoorten;
constaterende dat de in Nederland gehanteerde methodiek voor vogels niet is voorgeschreven in de Vogelrichtlijn, maar nationaal is ontwikkeld op basis van een methode uit de Habitatrichtlijn bedoeld voor bedreigde flora en fauna;
overwegende dat er vragen bestaan over deze methodiek ten aanzien van de referentiewaarden, verspreiding en populatieontwikkeling;
overwegende dat een goede beoordeling van de staat van instandhouding van wilde diersoorten van groot belang is voor effectief natuurbeleid;
verzoekt de regering om bij het traject tot wijziging van de methode voor het bepalen van de staat van instandhouding van algemeen voorkomende diersoorten ook de beoordelingssystematiek voor vogelsoorten te betrekken en te onderzoeken of een aangepaste systematiek kan worden vastgesteld die meer rekening houdt met de omvang van populaties,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boomsma.
Zij krijgt nr. 489 (33576).
De heer Boomsma (JA21):
Dan het volgende kunstwerk, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de AERIUS Calculator voor stikstofdepositie bij vergunningverlening een rekenkundige ondergrens hanteert van 0,005 mol per hectare per jaar, maar er brede wetenschappelijke overeenstemming bestaat dat modeluitkomsten van minder dan 0,5 mol per hectare per jaar niet zouden moeten worden gebruikt, omdat deze methodologisch te onzeker zijn, en dat er daarmee een wetenschappelijke en solide juridische basis bestaat voor een rekenkundige ondergrens van 0,5 mol per hectare per jaar;
constaterende dat de Raad van State in zijn ViA15-oordeel van april 2023 een vergelijkbare beperking in het toepassingsbereik van het model heeft geaccepteerd als wetenschappelijke onderbouwing van de maximale rekenafstand van 25 kilometer, omdat het model daarbuiten geen betrouwbare uitspraken kan doen;
overwegende dat de Kamer in vervolg daarop reeds tweeënhalf jaar geleden heeft verzocht de rekenkundige ondergrens te verhogen (30252, nr. 133);
overwegende dat de Nederlandse NOx-emissies al decennia dalen met procenten per jaar onder invloed van Europees bronbeleid en de toepassing van de best beschikbare technieken in de industrie, en dat de NH3-emissies in de landbouw weliswaar in een trager tempo afnemen, maar dat het risico op grotere emissies bij een hogere rekenkundige ondergrens wordt ondervangen door systemen van (afnemende) productierechten;
overwegende dat de desondanks eventueel optredende geringe cumulatieve effecten van verschillende deposities van meerdere activiteiten onder deze grens effectief kunnen worden gemitigeerd door landelijke emissiereducerende en eventuele meer specifieke flankerende maatregelen, en geen juridisch beletsel kunnen vormen voor de invoering van een hogere rekenkundige ondergrens;
overwegende dat het kabinet een pakket maatregelen voor enerzijds geborgde stikstofemissiereductie en anderzijds geborgd natuurherstel heeft aangekondigd, dat op 26 juni aanstaande wordt gepresenteerd;
verzoekt de regering bij de volgende AERIUS-update in oktober, dus nog voor 1 januari aanstaande, en in het uiterste geval voor 1 juli 2027, de verhoging van de rekenkundige ondergrens naar minimaal 0,5 mol per hectare per jaar (1 mol per hectare per jaar na afronding) door te voeren, en wel voor zolang stikstofdepositiemodellen nog worden gebruikt voor vergunningverlening van individuele projecten, en dit als expliciet onderdeel van het nog deze maand te presenteren pakket maatregelen mee te nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma, Grinwis, Wiersma, Keijzer, Ten Hove en Flach.
Zij krijgt nr. 490 (33576).
Er is een vraag van mevrouw Bromet.
Mevrouw Bromet (PRO):
Is dit de nieuwe variant van JA21 van een plan van drie jaar geleden, dat Snel weg uit de stikstofcrisis was genaamd?
De heer Boomsma (JA21):
Deze motie is wat die is. Ik heb haar net voorgelezen. Het is een voorstel om de rekenkundige ondergrens te verhogen tot minimaal 0,5 mol per hectare per jaar. Wij zijn ervan overtuigd dat daarover wetenschappelijke consensus bestaat en er ook een solide juridische basis voor aanwezig is. Met het aangekondigde pakket zouden we er absoluut snel toe moeten kunnen overgaan.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
De strekking van de motie klinkt heel sympathiek en is ook in lijn met wat wij als VVD tot nog toe altijd hebben ingebracht, maar u gaat al uit van een pakket dat nog moet worden gepresenteerd. Is het niet verstandig om dat pakket af te wachten en eventueel de motie twee weken aan te houden?
De heer Boomsma (JA21):
Nee, het is verstandig om die motie nu al in te dienen, omdat wij heel duidelijk aangeven dat dit voor ons van wezenlijk belang is. Wij weten natuurlijk al wel dat dit pakket eraan komt. Er staat natuurlijk al het nodige in het coalitieakkoord. Op basis van wat wij daar nu al van weten, kunnen we de rekenkundige ondergrens nu gaan invoeren. Wat ons betreft had dat natuurlijk al eerder gekund, maar zeker met alles wat er nu nog aan komt, moeten we daar zo snel mogelijk toe overgaan. Nederland kan niet langer wachten en moet nu uit het stikstofslot.
De voorzitter:
Heel kort.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Maar u gaat uit van een pakket waarvan u de inhoud nog niet kent. Daarvan zeggen wij: het is op zich een goede motie, maar wacht nou even op dat pakket en dien haar dan in.
De heer Boomsma (JA21):
Nee. Zoals ik al zei, kan de rekenkundige ondergrens wat ons betreft ook nu al worden ingevoerd. Sterker nog, dat had vijf of zeven jaar geleden al gekund en eigenlijk ook gemoeten. Maar wij weten dat er stemmen zijn die daar anders over denken en vinden dat je eerst een geborgd pakket van emissiebeperkende maatregelen moet hebben. Wij weten dat die eraan komen. Daar wordt ook in het coalitieakkoord al van alles over gezegd. Het is belangrijk om dit nu al aan te kaarten, zodat wij heel duidelijk maken wat voor ons van essentieel belang is voor het verdere verloop van dit dossier.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Wiersma is de volgende spreker van de zijde van de Kamer. Zij spreekt namens de fractie van de BBB. Gaat uw gang.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank, voorzitter. BBB heeft de motie over de rekenkundige ondergrens natuurlijk mede ingediend. Het verschil met een drempelwaarde is dat hier in principe geen pakket aan vast hoeft te zitten, omdat het uitgaat van de beperkingen van het model. Je moet niet met zekerheid gaan rekenen met datgene wat technisch gezien niet toerekenbaar is. Van harte steun daarvoor, dus. Ik hoop natuurlijk dat de motie wordt aangenomen, want ik ben er al vele jaren mee bezig. Ik weet ook dat alles is gedaan qua voorbereiding. Het ligt klaar, dus laten we het nu gewoon implementeren, want Nederland heeft dit gewoon nodig. Oktober is wat mij betreft het uitgelezen moment. Dan draait de update van AERIUS en is er niet veel extra werk voor nodig. Het ligt klaar. Ik weet dat met zekerheid te zeggen.
Dan heb ik ook nog een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het wetsvoorstel om de op de KDW gebaseerde omgevingswaarden uit de wet te halen al door het vorige kabinet is voorbereid en ter consultatie heeft gelegen;
constaterende dat de Raad van State hierover al advies heeft uitgebracht;
overwegende dat de voorbereiding in het vorige kabinet al zo goed als afgerond was en dat het daarom niet nodig is om dit op de lange baan te schuiven;
overwegende dat het kabinet eind deze maand met een stikstofpakket komt en dit daarom het logische moment is om ook de wettelijke verankering van de KDW aan te pakken;
verzoekt de regering het wetsvoorstel om de op de KDW gebaseerde omgevingswaarden uit de wet te halen gelijktijdig met het stikstofpakket aanhangig te maken bij de Tweede Kamer,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wiersma, Flach en Grinwis.
Zij krijgt nr. 491 (33576).
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Vellinga-Beemsterboer. Zij spreekt namens de fractie van D66. Gaat uw gang.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik dank de minister wederom voor zijn beantwoording tijdens het commissiedebat over natuur. Ik kijk uit naar het Natuurpact 2.0 en natuurlijk ook naar het stikstofpakket binnenkort. Veel van wat we vandaag bespreken zal daar natuurlijk ook in landen.
Maar voor nu wil ik eigenlijk alleen een motie indienen, over het belangrijke werk van de terreinbeherende organisaties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat terreinbeherende organisaties een vergoeding ontvangen voor het beheer van natuurgebieden, en dat dit beheer noodzakelijk is om aan de nationale en Europese natuurverplichtingen te voldoen;
constaterende dat de kosten voor natuurbeheer de afgelopen jaren sterk zijn gestegen door onder meer inflatie en extra druk op de natuur, en dat de formeel vastgestelde hogere standaardkostprijzen in de praktijk niet worden vergoed;
constaterende dat er structureel aanzienlijk meer middelen nodig zijn voor adequaat natuurbeheer;
overwegende dat zonder goed natuurbeheer de staat van instandhouding van natuurgebieden achteruitgaat en belangrijke natuurdoelen verder uit beeld raken;
overwegende dat het op orde brengen van natuurgebieden een randvoorwaarde is om Nederland van het stikstofslot te krijgen en daarmee ruimte te creëren voor economische en maatschappelijke ontwikkelingen;
verzoekt de regering een oplossing te vinden om te zorgen dat terreinbeherende organisaties en natuurbeheer volwaardig voortgezet kunnen worden, en de Kamer daar na de zomer over te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Vellinga-Beemsterboer en Koorevaar.
Zij krijgt nr. 492 (33576).
Dank u wel. Mevrouw Beckerman is de volgende spreker van de zijde van de Kamer. Zij spreekt namens de fractie van de SP. Gaat uw gang.
Mevrouw Beckerman (SP):
Goedemiddag. Na een lange strijd is eindelijk besloten om geen nieuwe gaswinning onder de Waddenzee toe te staan, maar nu dreigt de regering wel een uitbreiding van de zoutwinning toe te staan, met een mogelijke bodemdaling van 1,60 meter tot gevolg. UNESCO heeft al eerder aangegeven dat we onze status als Werelderfgoed kunnen verliezen. Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet voornemens is een vergunning te verlenen voor grootschalige uitbreiding van zoutwinning onder de Waddenzee waarmee Frisia van plan is tot 2052 zout te winnen;
overwegende dat dit een risico vormt voor de Waddenzee en de UNESCO-status van dit unieke natuurgebied;
overwegende dat uitbreiding van de zoutwinning onwenselijk is en ook de provincie Friesland, omliggende gemeenten, het Wetterskip Fryslân, verscheidene natuurorganisaties en UNESCO bezwaar hebben geuit;
verzoekt de regering te verkennen hoe het uitbreiden van de zoutwinning kan worden voorkomen, bijvoorbeeld middels een natuurtoets en nieuwe natuurvergunning, en de Kamer hier zo spoedig mogelijk over te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 493 (33576).
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. Te veel steden, dorpen en wijken zijn te warm. Juist arme wijken zijn vaak warme wijken. Het is tijd voor verkoeling en dus voor vergroening. Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat maar liefst 800.000 mensen in sterk versteende buurten met te weinig openbaar groen wonen;
overwegende dat dit in toenemende mate tot hittestress leidt;
verzoekt de regering een plan uit te werken voor een groennorm voor stedelijke gebieden om hittestress tegen te gaan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 494 (33576).
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is het lid Kostić. Zij spreekt namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank, voorzitter. Het gaat heel slecht met de natuur. Ondanks meerdere aangenomen moties van de Kamer om daar iets aan te doen, zien we nog geen stappen. Sterker nog, rechterlijke uitspraken en de wet worden nog niet nageleefd door dit kabinet. Ik kijk de minister dus een beetje streng aan, hopende dat er iets beters uitkomt. Daarom dien ik twee moties in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een consortium van Wageningen, CE Delft en Naturalis in opdracht van het ministerie van LVVN onderzoek heeft gedaan naar de effecten van financiële en fiscale rijksmiddelen op biodiversiteit;
constaterende dat uit het onderzoek blijkt dat er negentien subsidies zijn die ronduit een negatief effect hebben op de biodiversiteit en daarmee op onder andere onze voedselzekerheid;
constaterende dat de Kamer meermaals via moties (29435, nr. 275 en 21501-08, nr. 942) de regering de opdracht heeft gegeven om aan natuurdoelen te voldoen en dat het coalitieakkoord die doelen ook omarmt, maar dat de genoemde subsidies daar aantoonbaar afbreuk aan doen;
verzoekt de regering om voor elk van deze negentien genoemde subsidies te onderbouwen hoe zij deze aantoonbaar biodiversiteitsvriendelijk wil maken, zodat deze niet meer ten koste gaan van de in het coalitieakkoord afgesproken natuurdoelen, en de Kamer hierover zo snel mogelijk te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 495 (33576).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat in de afgelopen 30 jaar de helft van alle egels in Nederland is verdwenen;
overwegende dat egels 's nachts het risico lopen om letterlijk gemaaid te worden door een robotgrasmaaier en daarbij soms dodelijk verwond raken en vaak ernstig letsel oplopen;
constaterende dat Wallonië hierom een verbod op het gebruik van robotgrasmaaiers heeft ingesteld van 18.00 uur 's avonds tot 9.00 's ochtends, met uitzondering van sportvelden en gebieden die belangrijk zijn voor de openbare veiligheid;
constaterende dat de Kamer de minister eerder heeft opgeroepen om de achteruitgang van dierpopulaties zoals egels te stoppen (21 501-08, nr. 942);
verzoekt de regering in gesprek te gaan met provincies over maatregelen om egels te beschermen en de negatieve populatietrend van egels te keren, en de Kamer voor het volgende commissiedebat Natuur hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 496 (33576).
Kamerlid Kostić (PvdD):
Mocht de minister zich afvragen over welke moties Kamerlid Kostić het heeft: ik heb ze hier bij me. Het zijn aangenomen moties.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is de heer Grinwis. Hij spreekt namens de ChristenUnie. Hij liep al een tijdje rond in de zaal. We zijn nu erg benieuwd. Gaat uw gang.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, daar komen ze.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat voor de inzet van de aanvullende ANLb-middelen voor beheerjaar 2027 gekozen is voor een sterke concentratie van middelen in gruttokerngebieden en overgangsgebieden rond Natura2000-gebieden;
constaterende dat er signalen zijn dat binnen het beschikbare budget nog ruimte bestaat om een deel van de middelen breder in te zetten;
overwegende dat ook buiten deze prioritaire gebieden substantiële opgaven bestaan voor akkervogels en andere soorten en leefgebieden waarvoor Nederland verplichtingen heeft op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn en de Natuurherstelverordening;
verzoekt de regering om een deel van de aanvullende ANLb-middelen voor beheerjaar 2027 alsnog in te zetten voor andere ecologisch belangrijke opgaven buiten de in de Leidraad 2.0 aangewezen prioritaire gebieden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Boomsma, Den Hollander, Flach, Vellinga-Beemsterboer en Koorevaar.
Zij krijgt nr. 497 (33576).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik ga naar de tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Leidraad 2.0 en het advies van de commissie-Osinga richtinggevend zijn voor de inzet van aanvullende middelen voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer, ANLb;
overwegende dat keuzes over de toekomstige uitbreiding en inzet van ANLb- middelen gevolgen hebben voor het behalen van Europese en nationale natuurdoelen;
overwegende dat voor effectief agrarisch natuur- en landschapsbeheer niet alleen ecologische opgaven, maar ook uitvoerbaarheid, draagvlak, beschikbaarheid van instrumentarium en de kennis van collectieven en andere uitvoerende partijen van doorslaggevend belang zijn;
verzoekt de regering om bij de voorbereiding van een eventuele Leidraad 3.0 en toekomstige adviezen over de verdeling van ANLb-middelen expliciet aandacht te besteden aan alle doelen en soorten waarvoor het ANLb relevant is, aan de potentiële en verwachte bijdrage aan doelbereik en aan de randvoorwaarden voor effectieve uitvoering en de inhoudelijke betrokkenheid van collectieven en BoerenNatuur vanaf de start van het proces, en de Kamer hierover voorafgaand aan nieuwe besluitvorming te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Boomsma, Den Hollander, Koorevaar, Flach en Vellinga-Beemsterboer.
Zij krijgt nr. 498 (33576).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dit waren twee moties over agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Dat heeft een grote plaats in het hart van de ChristenUnie. Daarnaast heb ik met veel graagte samen met collega Boomsma de motie over een rekenkundige ondergrens mede-ingediend. Ik ken de wat vage tekst uit het coalitieakkoord. Mijn oproep aan deze minister is: voer hem in, bel het RIVM. Het is de bevoegdheid van de minister. Hij kan het doen. Doe het als onderdeel van dat pakket dat op 26 juni naar de Kamer komt.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Bromet. Zij spreekt namens PRO. Gaat uw gang.
Mevrouw Bromet (PRO):
Dank u wel, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat natuurvriendelijk beheer van bermen, spoorwegen en dijken kan bijdragen aan een rijk netwerk aan ecologische linten;
verzoekt de regering om de betrokken ministers gezamenlijk en met provincies, gemeenten en ProRail de mogelijkheden te laten verkennen om hun bermen, dijken en spoorwegen natuurvriendelijk te beheren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bromet.
Zij krijgt nr. 499 (33576).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Staatsbosbeheer momenteel natuurgebieden dreigt te moeten verkopen vanwege te hoge beheerkosten, en oude bosgroeiplaatsen dreigen te verdwijnen;
overwegende dat er niet minder, maar juist meer natuur nodig is in Nederland;
verzoekt de regering erop in te zetten dat natuur natuur blijft, en dat als natuur toch verdwijnt die te compenseren en hoge eisen met betrekking tot natuurinclusiviteit te stellen aan een nieuwe bestemming,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bromet.
Zij krijgt nr. 500 (33576).
Mevrouw Bromet (PRO):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is de heer Chris Jansen. Hij spreekt namens de fractie van de PVV. Gaat uw gang.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb slechts één motie, dus ik zal tijd voor u besparen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het IBO Biodiversiteit wordt gesuggereerd om zones rondom natuurgebieden aan te leggen waarbinnen alleen nog biologische landbouw is toegestaan;
overwegende dat dit een onaanvaardbare inbreuk is op het eigendomsrecht en ondernemerschap van boeren;
verzoekt het kabinet om het instrument van sturende zones, waarbij biologische landbouw wordt afgedwongen, definitief te verwerpen en de keuzevrijheid van agrarische ondernemers te garanderen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Chris Jansen.
Zij krijgt nr. 501 (33576).
De heer Chris Jansen (PVV):
Alstublieft.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Koorevaar is de volgende spreker van de zijde van de Kamer. Hij spreekt namens de fractie van het CDA.
De heer Koorevaar (CDA):
Dank u wel, voorzitter. De minister heeft me eerder, in een commissiedebat, beloofd dat een sociaal-economische afweging bij de Waddenzee gelijktijdig en integraal wordt meegewogen, maar van deelnemers aan het Bestuurlijk Overleg Waddengebied hoor ik dat er geen toezegging is gedaan voor een sociaal-economische effectanalyse vooraf. Er zijn vragen beantwoord, maar ik wil toch nog verduidelijking. Ik heb twee vragen. Kan de minister toezeggen dat er vóór de besluitvorming over het Beleidskader Natuur Wadden een sociaal-economisch onderzoek wordt uitgevoerd? Kan de minister de Kamer over de uitkomsten informeren voordat hierover een besluit wordt genomen?
Dan heb ik nog een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de schade veroorzaakt door ganzen de afgelopen jaren sterk is toegenomen en naar verwachting verder zal stijgen richting 2030;
overwegende dat een effectief stelsel van jacht, populatiebeheer en schadebestrijding kan bijdragen aan het beperken van faunaschade, het verlagen van maatschappelijke kosten en het ondersteunen van natuurdoelen;
overwegende dat jacht en populatiebeheer buiten het broedseizoen, en met name in de winterperiode, effectiever kan zijn voor het beperken van ganzenaantallen en tegelijkertijd verstoring van broedende vogels voorkomt;
verzoekt de regering om bij de herziening van het stelsel van jacht en faunabeheer expliciet aandacht te besteden aan de beheersing en bejaging van ganzenpopulaties en voorstellen uit te werken voor meer landelijke regie op dit vraagstuk,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Koorevaar, Den Hollander, Boomsma, Grinwis, Flach, Ten Hove, Vellinga-Beemsterboer en Wiersma.
Zij krijgt nr. 502 (33576).
Dank u wel. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Den Hollander. Die spreekt namens de fractie van de VVD. Ik was het niet vergeten. Gaat uw gang.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Dank u, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland het afgelopen voorjaar wederom geconfronteerd werd met meerdere grootschalige en gelijktijdige natuurbranden, waarbij er voor het eerst internationale bijstand noodzakelijk was omdat de brandweer tegen de grenzen van zijn bestrijdingscapaciteit aanliep;
constaterende dat een gedegen aanpak van natuurbrandbeheersing nodig is, waartoe ook de breed aangenomen motie-Veltman (33576, nr. 457) heeft opgeroepen;
overwegende dat gezonde, diverse en goed beheerde ecosystemen beter bestand zijn tegen brand, en risico's en gevolgen kunnen beperken;
overwegende dat duurzaam bosbeheer, natuurherstel, revitalisering en klimaatadaptatie hieraan bijdragen;
overwegende dat besluitvorming hierover wordt meegenomen in de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof, inclusief het beschikbaar stellen van middelen;
verzoekt de regering om voortvarend verder invulling te geven aan de motie-Veltman, en natuurbrandbeheersing onderdeel te maken van de structurele financiering die beschikbaar komt voor natuurherstel en natuurbeheer,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Den Hollander, Grinwis en Flach.
Zij krijgt nr. 503 (33576).
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Dan heb ik een motie over een landelijk kader voor beverbeheer.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de beverpopulatie in Nederland de afgelopen jaren sterk is toegenomen en er in verschillende regio's sprake is van schade aan woningen, ondergrond, openbare ruimte, waterkeringen en infrastructuur als gevolg van beveractiviteiten;
constaterende dat beverdammen lokaal kunnen bijdragen aan veranderingen in waterstromen en in sommige gevallen kunnen leiden tot verslechtering van waterkwaliteit stroomafwaarts van de dam;
overwegende dat de huidige regelgeving primair is ingericht op bescherming van de bever, waardoor preventief en risicogericht ingrijpen in de praktijk beperkt en versnipperd plaatsvindt, waardoor in veel gevallen pas wordt ingegrepen nadat schade of onveilige situaties zijn ontstaan;
overwegende dat een toekomstbestendig natuur- en faunabeleid een expliciete en gebalanceerde afweging vereist tussen natuurbescherming, waterveiligheid, bescherming van woningen, leefbaarheid en vitale infrastructuur;
verzoekt de regering een landelijk kader voor beverbeheer uit te werken waarin expliciet wordt vastgelegd onder welke voorwaarden preventief ingrijpen mogelijk is bij aantoonbare risico's voor waterveiligheid, woningveiligheid, waterkwaliteit en infrastructuur;
verzoekt de regering daarbij praktijkervaringen uit onder meer Weert en Nijmegen te betrekken als casuïstiek;
verzoekt de regering de Kamer voor 1 maart 2027 te informeren over de benodigde aanpassingen in wet- en regelgeving om een risicogericht en uitvoerbaar beheerregime te borgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Den Hollander, Boomsma, Grinwis, Koorevaar en Flach.
Zij krijgt nr. 504 (33576).
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De laatsten zullen de eersten zijn. De heer Flach is de laatste spreker van de zijde van de Kamer. Hij spreekt namens de SGP.
De heer Flach (SGP):
Dank, voorzitter. Bij het jongstleden commissiedebat heb ik ervoor gewaarschuwd dat we met een eenzijdige focus op KDW's en stikstofuitstoot niet van het stikstofslot komen. Ik dien daarom de volgende motie in als bouwsteen om weg te bewegen van de eenzijdige focus op stikstof.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat in het rapport Van verwarring naar verbinding wordt aangegeven dat aanpak van de ecologische problematiek in Natura 2000-gebieden primair gebaat is bij adequate beheerplannen, inclusief bijpassende stikstofparagraaf en monitoring, en uitvoering van noodzakelijke maatregelen voor instandhouding en herstel;
van mening dat bij een eenzijdige focus op reductie van de stikstofuitstoot en het halen van kritische depositiewaarden de kans reëel is dat op korte termijn geen sprake is van natuurherstel en dat de vergunningenproblematiek niet opgelost wordt;
verzoekt de regering de beheerplannen voor Natura 2000-gebieden een meer centrale rol in het stikstof- en natuurbeleid te geven, met een bijpassende stikstofparagraaf;
verzoekt de regering afspraken te maken met provincies over meer inzet op adequaat natuurbeheer in bestaande gebieden, inclusief voldoende budget daarvoor, en over versterking van het toezicht op de uitvoering van monitoring, beheer en herstelmaatregelen in Natura 2000-gebieden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Flach, Grinwis, Boomsma, Wiersma en Keijzer.
Zij krijgt nr. 505 (33576).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik ben het daarmee eens. Is de heer Flach geïnteresseerd in mede-indieners? Bij dezen dan.
De heer Flach (SGP):
Prima, hoor.
De voorzitter:
Dat gaan we regelen.
De heer Flach (SGP):
U mag zo toegevoegd worden. Nog meer liefhebbers? Ik zie de heer Boomsma, mevrouw Wiersma en mevrouw Keijzer knikken.
De voorzitter:
Ik hoor Boomsma, Wiersma en Keijzer inderdaad. Dat gaan we allemaal regelen. U vervolgt uw betoog.
De heer Flach (SGP):
Nog meer liefhebbers? Nee?
Goed. De SGP heeft moeite met het proces voor het Natuurplan. De concrete maatregelen komen pas in het definitieve Natuurplan en zouden daarom niet ter consultatie voorgelegd en getoetst worden. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat concrete maatregelen niet in het ontwerp-Natuurplan, maar in het definitieve plan opgenomen zullen worden, terwijl de zienswijzeprocedure en milieueffectrapportage worden gekoppeld aan het ontwerp-Natuurplan;
verzoekt de regering de zienswijzeprocedure en milieueffectrapportage in ieder geval ook te koppelen aan de versie van het Natuurplan met de concrete maatregelen;
verzoekt de regering het definitieve Natuurplan niet vast te stellen of in te dienen dan nadat het met de Kamer is besproken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.
Zij krijgt nr. 506 (33576).
Dank u wel. Mijn waardering voor de minister: die heeft aangegeven ondanks de grote hoeveelheid moties maar vijf minuten nodig te hebben voor de schorsing. Ik schors de vergadering tot ongeveer 17.15 uur.
De vergadering wordt van 17.08 uur tot 17.15 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. De minister heeft het voor elkaar gekregen om per minuut ongeveer drieënhalve motie met zijn ambtelijk team voor te bereiden. Ik daag hem uit om datzelfde tempo vol te houden bij de appreciatie van de achttien moties. Ik geef het woord aan de minister.
Termijn antwoord
Minister Van Essen:
Daag mij niet uit, voorzitter, om die moties heel kort te behandelen!
Ik wil misschien wel iets langer stilstaan bij de eerste motie, die op stuk nr. 489, omdat die wat technischer is. De heer Boomsma en ik hebben daar in het commissiedebat ook al met elkaar over gesproken. Er heeft eerder al een onderzoek plaatsgevonden naar alternatieve methoden om de staat van instandhouding te bepalen. Dat onderzoek is eind 2024 gepubliceerd en heeft de huidige methode opgeleverd, die we nu ook al gebruiken. In het onderzoek zijn meerdere methoden beoordeeld, ook die van de Habitatrichtlijnelementen. Die methoden zijn ook in de huidige methode verwerkt. Het is belangrijk dat zowel Sovon als het INBO, het bos- en natuurinstituut uit een buurland, aangeven dat de huidige methode de best beschikbare methode is. Daarmee wil ik deze motie ontraden.
De motie op stuk nr. 490 gaat over de RKO. Zoals bekend werkt het kabinet aan de invoering van een RKO en aan het pakket. Daar zullen we in de komende Kamerbrief van 26 juni ook meer toelichting op geven. Voor een verantwoorde invoering — dat hebben sommigen net al gezegd — zijn naast het pakket ook beheersmaatregelen nodig. Het kabinet vindt dat die beheersmaatregelen voldoende uitgewerkt en geborgd moeten zijn. Voor die borging is meer tijd nodig dan waar deze motie toe oproept. De Kamer moet ook de mogelijkheid hebben om te beoordelen of de beheersmaatregelen voldoende uitgewerkt en geborgd zijn. Dat vind ik ook belangrijk. Daarom wil ik u voorstellen om dit samen met de Kamer te wegen, voordat we die RKO invoeren. We zetten ook echt wel stappen om de invoering uitvoerbaar te maken. Daarmee wil ik het oordeel "ontijdig" aan de motie geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 490: ontijdig. Eén vraag van mevrouw Bromet.
Mevrouw Bromet (PRO):
Ja, even voor de duidelijkheid. De minister zegt wat PRO eigenlijk aldoor zegt als dit onderwerp aan de orde komt: eerst moet je maatregelen nemen en dan kan je eventueel later die rekenkundige ondergrens weer invoeren.
Minister Van Essen:
Een geborgd pakket is nodig om dit op een verantwoorde wijze te doen. Daarbij benadruk ik ook het belang van de beheersmaatregelen. Dan heb ik het met name over flankerend beleid.
De heer Boomsma (JA21):
De heer Grinwis was eigenlijk eerst, maar goed. Als de minister zegt "eerst flankerende maatregelen" en "dit biedt te weinig tijd", waar denkt hij dan zelf aan? Als je besluit om geborgde emissiedaling tot stand te brengen, dan is dat toch meer dan genoeg om hiermee aan de slag te gaan?
Minister Van Essen:
Ik snap dat de Kamer dit instrument belangrijk vindt. Ik snap ook dat de heer Boomsma zo snel mogelijk tot invoering over wil gaan, maar ik wil hem wel verzoeken om het dan gewoon in de afweging van het totale pakket te betrekken en het niet overhaast en roekeloos te doen.
De voorzitter:
Dat is een verzoek aan de heer Boomsma, die deze motie heeft ingediend. Ik moet bij de appreciatie "ontijdig" altijd even vragen of de indiener, in dit geval de heer Boomsma, bereid is de motie aan te houden of dat hij 'm in stemming wil brengen.
De heer Boomsma (JA21):
Vooralsnog willen wij 'm aanhouden, maar ik ben ook wel benieuwd naar andere vragen en antwoorden daarop van de minister.
De voorzitter:
U bent bereid 'm aan te houden? Begrijp ik dat goed?
De heer Boomsma (JA21):
Nee, sorry, vooralsnog wil ik 'm gewoon in stemming brengen.
De voorzitter:
Duidelijk, helder.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Van die flankerende beheersmaatregelen horen we natuurlijk al sinds de eerste motie daarover tweeënhalf jaar geleden is ingediend en aangenomen door de Kamer. Er is dus ook al een hoop voorbereiding geweest. Is de inzet van de minister wel om ervoor te zorgen dat die rekenkundige ondergrens binnen een jaar verhoogd kan worden, zoals de motie in het uiterste geval stelt?
Minister Van Essen:
Ik vind het heel belangrijk om, met die beheersmaatregelen en dat flankerend beleid, u dat ook te laten zien en de mogelijkheid van een debat daarover te hebben. Want sommige maatregelen zullen echt nodig zijn en zullen ook impact hebben, en daar moet u als Kamer ook uw mening over kunnen geven. Dan kunnen we overgaan tot invoering. Veel partijen zijn erbij gebaat om dat zo snel mogelijk te doen; dat herken ik. Zo staat het ook in het coalitieakkoord.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat was niet de vraag. De vraag was of het ook de inzet is van de minister om het binnen een jaar te doen.
Minister Van Essen:
Als dat binnen een jaar verantwoord kan, dan ja, maar ik zie nog heel veel hobbels op de weg, omdat we die beheersmaatregelen en dat flankerend beleid ook in place moeten hebben.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik sta onder de motie. Ik wil toch even aan de minister vragen of hij ...
De voorzitter:
Nee, nee, nee, dat gaan we niet doen. U gaat eerst een vraag stellen aan ...
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
O, ja, excuus, voorzitter. Omdat ik het tegen u gezegd had, dacht ik: moet ik het dan nog aan de plenaire vergadering vragen? Omdat ik niet op de lijst sta, moet ik vragen of er steun is dat ik een vraag stel aan de Kamer.
De voorzitter:
Heeft de Kamer er bezwaar tegen dat mevrouw Keijzer deelneemt aan het debat? Dat is niet het geval. Mevrouw Keijzer, gaat uw gang.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dank u wel, voorzitter. Kent de minister het verschil tussen een drempelwaarde en een rekenkundige ondergrens? Weet hij dat je bij het verhogen van een rekenkundige ondergrens dus helemaal geen beheersmaatregelen nodig hebt? Zou hij daarop terug willen komen? Want dit is toch wel een klein beetje de Kamer en Nederland het bos in sturen.
Minister Van Essen:
Ik ken dat verschil. Ik weet ook dat er verschillende wetenschappelijke inzichten zijn over de noodzaak daarvan en het nut daartoe. Maar ik ben ervan overtuigd dat je het alleen op een zodanige manier kunt invoeren dat het de komende jaren ook stand gaat houden.
De heer Chris Jansen (PVV):
Waar ik eigenlijk benieuwd naar ben, is het volgende. Wanneer ziet de minister verandering van beleid als een succes? Hij geeft aan dat het misschien nog wel meer dan een jaar kan duren. Wat is dan een succes? Is het dat als over drie jaar weer alles normaal is? Is het dan een succes?
De voorzitter:
Dat is een behoorlijk breed geformuleerde vraag, maar we gaan het aan de minister vragen.
Minister Van Essen:
Ik hou wel van zulke brede vragen. Nee, op het moment dat wij met elkaar in staat zijn om ook snel die beheersmaatregelen te treffen, denk ik dat het een succes is, want dan kunnen we sneller die RKO invoeren.
De heer Chris Jansen (PVV):
Maar dat betekent dus dat het nog zomaar een jaar kan duren voordat boeren enige duidelijkheid hebben en weer verder kunnen. Dat geldt ook voor alle andere dingen die te maken hebben met stikstof.
Minister Van Essen:
Dat herken ik niet.
De voorzitter:
De minister vervolgt zijn appreciaties. We waren aanbeland bij de motie op stuk nr. 491.
Minister Van Essen:
Precies. Dat is de motie van mevrouw Wiersma over de KDW. Die zou ik willen ontraden.
Dan de motie op stuk nr. 492 over de financiering van natuurbeheer. Die zou ik oordeel Kamer willen geven.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Zo gemakkelijk komt de minister er natuurlijk niet van af. Waarom?
De voorzitter:
Ik had hem wel gevraagd om het heel kort te doen, dus laten we hem even de kans geven om dat nu alsnog uit te leggen.
Minister Van Essen:
Ja, ik was inderdaad uitgedaagd om het snel te doen. De ambitie om de KDW uit de wet te halen staat ook in het coalitieakkoord, maar dat moet je doen in het kader van een totaalpakket op een verantwoorde manier, omdat je ook met de wet die er lag, een negatief dictum van de Raad van State hebt gekregen. En met "je" bedoel ik "wij" in algemene zin.
De voorzitter:
Eén vervolgvraag van mevrouw Wiersma.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ja, de Raad van State geeft een advies. Vervolgens is het aan de bewindspersoon om dat al dan niet op te volgen. De kritiek was met name dat er een pakket moest liggen waarbij er ook zicht op was dat de emissiereductie in de toekomst geborgd is. Als het goed is, komt dat. Zegt de minister nu indirect dat het pakket dat in voorbereiding is, er niet komt?
Minister Van Essen:
Dat pakket komt er. De KDW uit de wet halen en die vervangen door reductiepercentages is daar ook onderdeel van.
De voorzitter:
De minister vervolgt zijn appreciaties.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 492, over de financiering van TBO's, heb ik net oordeel Kamer gegeven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 492: oordeel Kamer.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 493, die gaat over de zoutwinning, zou ik willen ontraden omdat de zoutwinning is vergund. Er is een lopende natuurvergunning. Ik bezie nu of er een nieuwe vergunning aangevraagd moet worden bij het nieuwe winningsplan. De vergunningverlening is daarbij — dat wil ik graag herhalen — geen onderwerp van politieke afweging.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 493: ontraden.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 494, over de hete, warme wijken, zou ik oordeel Kamer willen geven, ook onder verwijzing naar het debat dat we hebben gehad.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 494: oordeel Kamer.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 495 van het lid Kostić, over biodiversiteitsschadelijke rijksgeldstromen, zou ik willen ontraden.
De voorzitter:
Eén moment, één moment. Mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik dacht: ik wacht even tot m'n oordeel Kamer binnen is. Ik heb een vraag over de motie op stuk nr. 493, die gaat over de zoutwinning bij de Waddenzee. De minister zegt dat de vergunningverlening niet politiek is. Nee, dat klopt, maar het toestaan van deze zoutwinning is dat natuurlijk wel. Is deze zoutwinning voor het kabinet wenselijk? Die vraag stel ik tegen de achtergrond dat we dan kunnen kijken hoe we een motie kunnen maken die wél goed is voor het kabinet.
Minister Van Essen:
Met het principe dat is gehanteerd, het hand-aan-de-kraanprincipe, denken we dat het op een verantwoorde manier kan. Vanuit mijn pet om natuurvergunningen te verlenen is het van belang óf er een nieuwe vergunning moet komen. En dan heb ik mijn afwegingen te maken.
De voorzitter:
De minister vervolgt zijn appreciaties. We waren aangekomen bij de motie op stuk nr. 495.
Minister Van Essen:
Ja, bij de motie op stuk nr. 495. In het commissiedebat van 4 juni heb ik de toezegging gedaan dat ik in het najaar de Kamer hierover informeer, dus ik wil deze motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 495: ontraden. Eén vraag van het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat is mooi. Dat was een toezegging naar aanleiding van onze vraag, maar het was geen heldere toezegging, dus vandaar dat we het nu hebben opgeschreven. Ik snap niet zo goed waarom de motie wordt ontraden.
Minister Van Essen:
Het lid Kostić heeft een toezegging van mij. Daarmee ben ik haar al tegemoetgekomen. Daar zal ze het in dit geval mee moeten doen.
Dan de motie op stuk nr. 496, over de egels. Die zou ik oordeel Kamer willen geven, ook omdat ik de 18de een overleg met provincies heb, waarin ik dit kan inbrengen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 496: oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 497.
Minister Van Essen:
Dan de motie op stuk nr. 497, die gaat over het ANLb en is ingediend door de heer Grinwis, D66 en het CDA. Deze zou ik oordeel Kamer willen geven.
Hetzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 498.
De voorzitter:
Een vraag van mevrouw Bromet.
Mevrouw Bromet (PRO):
Ik ben een warm voorstander van ANLb-subsidies, maar wel als die op de meest effectieve manier worden ingezet. Hoe weet de minister nou dat het het meest effectief is om het nu uit te gaan smeren over heel Nederland, ook over de gebieden die nu niet prioritair aangewezen zijn voor die subsidies? Dat terwijl je ook de eisen kan opschroeven en daardoor meer zwaar beheer kan faciliteren in diezelfde gebieden.
Minister Van Essen:
Ik denk dat het grootste gedeelte van de middelen ook gefocust is op de doelen die mevrouw Bromet noemt, dus natuurdoelen, Natura 2000-doelen, gruttodoelen. Het gaat om een kleine hoeveelheid extra middelen die beschikbaar is, los van alles wat we in de taskforce bespreken. Daarom achten we dit verantwoord.
De motie op stuk nr. 498 had ik al van een appreciatie voorzien.
Dan ben ik bij de motie op stuk nr. 499, over natuurvriendelijk bermbeheer. Deze zou ik ook oordeel Kamer willen geven.
De motie op stuk nr. 500, over het verdwijnen van natuur van Staatsbosbeheer, geef ik ook oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 500: oordeel Kamer.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 501, over zonering, zou ik willen ontraden onder verwijzing naar het debat.
Dan de motie over ganzenschade, op stuk nr. 502, zou ik oordeel Kamer willen geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 502: oordeel Kamer.
Minister Van Essen:
De motie op stuk nr. 503, over natuurbrandbeheersing, zou ik oordeel Kamer willen geven met de interpretatie dat ik heb toegelicht dat ik binnen het geld voor natuur van de taskforce, 2,2 miljard, ook kijk of de maatregelen zodanig uit te voeren zijn dat je ook meteen een goede bijdrage levert aan natuurbrandbeheersing. Ik denk ook dat dit kan, omdat dit heel erg hand in hand gaat met bosrevitalisatie. Maar dat gaat niet om structurele middelen. Dat wil ik hier gezegd hebben, omdat de motie het over structurele middelen heeft.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de indiener, mevrouw Den Hollander.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik snap wat de minister zegt, maar er zijn uiteindelijk wel structurele middelen nodig om die natuurbrandbeheersing te doen. Er zijn ook structurele middelen nodig voor natuuronderhoud en natuurherstel. Waarom kan daar dan geen koppeling mee gemaakt worden?
Minister Van Essen:
Dat komt naar mijn idee doordat de middelen die we in het regeerakkoord hebben aangemerkt voor beheer, ook de middelen zijn die al nodig zijn. Als je daar structureel 45 miljoen voor natuurbrandbeheersing afhaalt, blijft er natuurlijk een significant kleiner bedrag over. Dat laat onverlet dat we ook het pleidooi van met name de provincies zien om hier structureel iets in te doen. Ik wil u in het najaar gerust verder informeren over hoe we daar invulling aan kunnen geven.
De voorzitter:
De vraag dus of mevrouw Den Hollander akkoord gaat met de interpretatie van het kabinet. Anders wordt de motie ontraden.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik hoor de minister een bedrag noemen dat ik niet in de motie heb genoemd. Ik vraag in de motie alleen om te kijken hoe je binnen de structurele natuurgelden ook structureel geld oormerkt voor natuurbrandbeheersing. Ik wil het niet koppelen aan bedragen die ik niet genoemd heb. Ik wil de minister dus toch vragen of hij dat dan niet kan toezeggen.
Minister Van Essen:
Op het moment dat het gaat om koppelkansen, ben ik daar wel toe bereid, maar ik wil er hier echt op gewezen hebben dat die structurele middelen niet heel ruim zijn. Maar het klopt dat mevrouw Den Hollander geen bedrag heeft genoemd. De provincies hebben in de correspondentie met ons en ook met uw Kamer wel een bedrag van 45 miljoen genoemd.
De voorzitter:
Gaat mevrouw Den Hollander akkoord met de interpretatie? Ze knikt. Dan krijgt de motie dus oordeel Kamer.
Minister Van Essen:
Ja.
Dan de motie op stuk nr. 504 over beverbeheer. Ook die kan ik oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 504: oordeel Kamer.
Minister Van Essen:
Ook de motie op stuk nr. 505 over beheerplannen Natura 2000 kan ik oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 505: oordeel Kamer.
Minister Van Essen:
Dan kom ik bij de vragen.
De voorzitter:
Er is nog een motie, de motie op stuk nr. 506. Er zijn twee moties van de heer Flach.
Minister Van Essen:
O ja, dat is een motie. Die heb ik in het mapje met vragen gelegd. Die motie zou ik oordeel Kamer willen geven met de volgende interpretatie. Het definitieve natuurplan wordt naar de Tweede Kamer gestuurd, zoals toegezegd. De MER-toets op het maatregelenpakket via de taskforce en het ontwerpplan volgt gewoon. Daar willen we dus graag de route volgen die we hebben voorzien. Het MER-advies zal dus niet alleen toezien op het ontwerpplan, maar ook op alles wat daar vanuit de taskforce aan wordt gehangen.
De voorzitter:
Ja, meneer Flach, zo zullen de laatsten toch de eersten zijn en de eersten de laatsten. Het woord is aan u.
De heer Flach (SGP):
Even voor de duidelijkheid: de minister zegt eigenlijk dat de motie op dat onderdeel gewoon niet klopt en dat er wel degelijk een MER op de concrete maatregelen komt. Dan blijft nog wel staan dat de zienswijzeprocedure alleen over het concept gaat en niet over de concrete maatregelen.
Minister Van Essen:
Daar hebben we in ieder geval met onze medeoverheden een apart traject over afgesproken. Ik zal schriftelijk terugkomen op hoe dat geldt voor anderen.
De voorzitter:
Dan is de vraag aan de heer Flach of hij akkoord gaat met deze interpretatie. Dat is het geval. Dan krijgt ook de motie op stuk nr. 506 oordeel Kamer. De minister heeft nog een losse vraag te beantwoorden.
Minister Van Essen:
Ja, een vraag over het Waddenbeleidskader. Ik heb, zoals in het commissiedebat ook besproken met de heer Koorevaar, in het bestuurlijk overleg inderdaad het belang benadrukt dat het kabinet hecht aan sociaal-economische effecten. Ik zag toen knikkende hoofden, al was de videoverbinding soms wat haperend, maar bij het verkennen van maatregelen kijken wij dus ook naar die sociaal-economische effecten. Voordat we het besluit over de maatregelen nemen, wegen we die dus mee. De beoordeling van die effecten zullen we door een onafhankelijke externe partij laten uitvoeren. Ik wil de Kamer daar gerust over informeren.
De heer Koorevaar (CDA):
Ik constateer dat dat een toezegging is van de minister.
Minister Van Essen:
Jazeker.
De voorzitter:
Dat is een toezegging.
Daarmee is de minister gekomen aan het einde van de appreciaties.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik attendeer de leden van de commissie voor LVVN erop dat zij vanavond nog terugkeren in deze plenaire zaal, want om 22.00 uur is onder voorbehoud het tweeminutendebat Visserij en Landbouw- en Visserijraad geagendeerd. Dan weten jullie dat. Jullie staan nu weer om 22.00 uur vanavond ingepland, hier in de plenaire zaal. Nu kunnen jullie naar beneden om een commissiedebat te voeren.
Ik schors de vergadering voor een ogenblik. Dan gaan we verder met het plenaire debat over de Europese top.
De vergadering wordt van 17.33 uur tot 17.37 uur geschorst.
Europese top d.d. 18-19 juni 2026
Voorzitter: Van Campen
Europese top d.d. 18-19 juni 2026
Aan de orde is het debat over de Europese top d.d. 18-19 juni 2026.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het debat over de Europese top van 18 en 19 juni 2026. Daarvoor heet ik de minister-president van harte welkom in het parlement. Er zijn twaalf sprekers van de zijde van de Kamer. Als eerste geef ik het woord aan de heer Klos voor zijn bijdrage namens de fractie van D66. In eerste instantie stel ik voor niet te maximeren, interrupties kort en bondig te houden en interrupties in maximaal drie keer te doen, maar daar kunnen we van afwijken als u daar wel heel ruim gebruik van maakt. We gaan dus gewoon kijken hoe het gaat. Houd het kort en bondig en dan gaan we zien hoe de avond loopt. Om 22.00 uur staat er nog een tweeminutendebat gepland en dat wilde ik eigenlijk wel graag halen. Het woord is aan de heer Klos.
De heer Klos (D66):
Voorzitter, dank voor deze wijze woorden. Sinds wij elkaar voor het laatst zagen — dat is toch niet zo héél erg lang geleden — lijkt de Straat van Hormuz op weg naar heropening. De Verenigde Staten dreigen met terugtrekking van militair materieel uit Europa en hebben de digitale killswitch geactiveerd in de meest geavanceerde AI-modellen. De onderhandelingen over EU-lidmaatschap van Oekraïne en Moldavië zijn begonnen. En we hebben de eerste concrete cijfers voor de positie van de lidstaten over de Europese begroting. Aan de Europese Raad dan nu de taak om de richting uit te zetten. D66 verwacht van de minister-president dat hij een actieve en positieve rol speelt in het bewaken van het Europese en daarmee ook het Nederlandse belang. Het bezoek van Zelensky aan Brussel biedt daartoe een eerste opening. Zelensky komt met de wind in de zeilen, maar het gat tussen de verwachtingen die Oekraïne heeft van de snelheid op weg naar lidmaatschap en wat Europese leiders tot nu toe bereid zijn om te bieden, is groot en ook gevaarlijk.
Mijn fractie is mede daarom zowel voorstander van geleidelijke toetreding als van volwaardige toetreding. Het eerste biedt een versnelling naar het tweede. De Adviesraad Internationale Vraagstukken heeft het gister om die reden ook helder gesteld: Oekraïne moet uiterlijk binnen een jaar na het bereiken van een bestand lid zijn van de EU. Onderschrijft het kabinet deze aanbeveling? Neemt het kabinet ook de andere aanbevelingen uit dat AIV-rapport over? Zowel Oekraïners als de Europese partners die het land straks helpen opbouwen, hebben een signaal nodig dat het de EU menens is. Een voor de hand liggende versnelling zonder bochten af te snijden, is dan ook om nú te beginnen met het schrijven van het toetredingsverdrag voor Oekraïne. Is het kabinet bereid dit te bepleiten in de Europese Raad?
Voorzitter. De Europese Raad zal ongetwijfeld meer tijd besteden aan Iran dan eerder was bedacht. Trump kondigde — dat is berekend — een deal al 38 keer eerder aan, maar deze vrijdag zou het dan daadwerkelijk zover moeten zijn. Voor een duurzaam staakt-het-vuren moeten alle partijen de wapens neerleggen, ook in Libanon. Laat ik helder zijn: met dit akkoord zijn we in feite terug bij af. De Straat gaat wellicht open, maar het Iraanse nucleaire programma, het raketprogramma en steun aan terreurgroepen in de regio blijven onbesproken. Er zal dus door moeten worden onderhandeld. Nederland heeft een rol te spelen in een breder akkoord, niet in het minst omdat een gesprek over Europese sancties essentieel zal zijn voor het slagen van een nieuwe deal. Verkoop onze huid dus duur. Dat is niet alleen voor uranium en raketten. Er zijn 90 miljoen Iraniërs voor wie de hoop die wij voorzichtig voelen onvoorstelbaar ver weg is. Laat Europa aan tafel hun stem zijn.
Voorzitter, tot slot. Wim T. Schippers is ons ontvallen. Op de middelbare school kwam ik dankzij een enthousiaste leraar in aanraking met zijn A-dynamische kunst en raakte ik gefascineerd door zijn Manifestatie aan het strand te Petten uit 1961. De kunstenaar loopt naar de zee en giet daar een flesje limonade leeg, de fysieke weergave van het oer-Hollandse spreekwoord "water naar de zee dragen". Dat is precies wat de lidstaten van de Europese Unie aan het doen zijn, zolang ze de grote vragen 27 keer los van elkaar oplossen. Van defensie tot digitalisering: individueel dragen we water naar de zee, en alleen samen zetten we zoden aan de dijk. Gaat het kabinet dus pleiten voor de vormgeving van één Europese defensie-industrie, waarin lidstaten zich niet langer op de uitzonderingsmogelijkheden in artikel 346 kunnen beroepen? En is de minister bereid om samen met Europese partners te investeren in een Europees top-AI-model, zodat we niet afhankelijk blijven van Amerikaanse technologie?
Dank u wel, voorzitter. Ik zie uit naar de beantwoording.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Is de heer Klos blij dat we in Nederland een goed pakket hebben aan sociale werknemersrechten en milieubeschermende wetgeving?
De heer Klos (D66):
Ja, daar ben ik blij mee.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Wat vindt de heer Klos dan van het 28ste regime, oftewel EU Inc? Dat geeft grote bedrijven de kans om te kiezen tussen een fictieve 28ste lidstaat, met zeer beperkte sociale wet- en regelgeving en zeer beperkte natuur- en milieubescherming, en de lidstaat waar de productie plaatsvindt. Ze mogen dus ook kiezen voor het 28ste regime, met een totaal uitgeklede wetgeving voor de bescherming van ons milieu en de mens.
De heer Klos (D66):
Daar kan ik heel helder over zijn. Ik had liever een nulde regime gezien, dus dat er helemaal geen keuze is tussen het ene of het andere, maar er één duidelijk Europees regime is, waarin je zelf je bedrijf kan starten en waarin dezelfde sociale en groene regels gelden voor iedereen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat is een mooi ideaal, of een mooie utopie, van een situatie waarin we niet zitten. Er ligt nu wel iets anders voor, en ik vind het interessant dat u het daar niet over heeft. Ik vind het interessant wat u níét benoemt. En u benoemt dit niet, terwijl …
De voorzitter:
Spreekt u via de voorzitter.
De heer Jimmy Dijk (SP):
D66 benoemt dit niet, terwijl het een forse afbraak zou betekenen voor al die mensen die iedere dag ons land draaiende houden en voor de mensen die wonen in de buurt van industrie. Het dient alleen de belangen van grote bedrijven die een race naar de bodem aan het voeren zijn. Als dit soort sociale wetten en milieuwetten worden afgebroken, verwacht ik hier van D66 een gloedvol betoog over het omhoog krikken van die standaarden in plaats van een race naar de bodem. Ik vraag dus aan de heer Klos: is hij het met de SP-fractie eens dat we het 28ste regime, die Brusselse bende van het bedrijfsleven, in de prullenbak moeten gooien, omdat het mensen niet beschermt maar bedreigt?
De heer Klos (D66):
Ik vermoed dat D66 en de Socialistische Partij het op dit punt niet eens zullen worden. Dat gaat ook om de manier waarop de Socialistische Partij altijd, historisch gezien, naar de Europese Unie kijkt als een soort van conspiracy van grote bedrijven. Ik zie een Europese Unie en een Europese Commissie die keihard werken aan de economische groei die nodig is om de sociale zekerheid te kunnen betalen. Ja, dat is niet altijd makkelijk. Ja, we zullen door roeien en ruiten moeten gaan om dat voor elkaar te krijgen. D66 ziet een sterker Europa voor zich met economische groei.
De heer Van der Lee (PRO):
Dank aan de heer Klos dat hij een vraag heeft gesteld over het AIV-advies die ik ook wilde stellen, namelijk of het kabinet al die aanbevelingen gaat opvolgen. De heer Klos noemde specifiek een van de aanbevelingen over Oekraïne. Die ging over volwaardig lidmaatschap één jaar na het bestand. Hoe kijkt hij in dat verband aan tegen het MFK? Stel dat er een bestand komt en er één jaar later toetreding volgt, moet dat dan allemaal binnen de kaders van het nieuwe MFK gebeuren of denkt hij dat het dan toch nodig is om het MFK te openen om dit mogelijk te maken?
De heer Klos (D66):
Volgens mij is dit ook de reden dat de Commissie in het oorspronkelijke voorstel voor de meerjarenbegroting extra flexibiliteit bepleit. Zo zit je niet alleen maar vast aan de wereld zoals die nu voor de komende zeven jaar getekend wordt, maar kan je per jaar nieuwe ontwikkelingen opnemen in zo'n begroting. Ik vermoed dus dat het verstandig zou zijn om tijdens die onderhandelingen te spreken over wat tussentijdse toetreding van Oekraïne betekent en daar de begroting op in te richten om dat te kunnen accommoderen.
De heer Van der Lee (PRO):
Daar ben ik het mee eens. Tegelijkertijd weet de heer Klos ook dat Nederland een van de landen is die heel erg drukt op het beperken van de omvang. De flexibiliteit in het budget verdwijnt dan als eerste. Als dat straks de realiteit, de uitkomst, is, is hij het dan met mij van mening dat als Oekraïne via een bestand toetreedt, we opnieuw zullen moeten kijken naar de financiering daarvan?
De heer Klos (D66):
Die hypothetische situatie lijkt me niet zo zinvol, maar het lijkt me wel zinvol om na te denken over wat de onderhandelingsinzet nu is bij zo'n meerjarenbegroting. Ik zie een kabinet dat het heel belangrijk vindt dat de Europese veiligheid goed wordt gegarandeerd en dat er voldoende kansen zijn voor Nederlandse ondernemers om ook in andere lidstaten hun werk te kunnen doen. De begroting zal daar ook naar moeten lijken om dat mogelijk te maken.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van der Lee (PRO):
Ik snap dat een hypothetische vraag altijd lastig is in de politiek. Moet ik de houding van de heer Klos dan zo vertalen dat als het gaat om Oekraïne, hij wel op de lijn zit van "everything it takes", omdat dit moet lukken voor onze veiligheid, maar ook voor onze toekomstige economische weerbaarheid?
De heer Klos (D66):
Absoluut. Laten we daarbij niet alleen kijken naar de bedreigingen, maar ook naar de kansen. Met het sterkste en modernste leger van Europa is Oekraïne een land dat ons niet alleen direct op het gebied van veiligheid sterker maakt, maar juist ook in economische zin. Het is een zeer innovatief land met een zeer hoogopgeleide beroepsbevolking. Het kan ook groene energie naar ons continent brengen. Laten we dus ook in die kansen denken.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ik heb nog even een korte aanvullende vraag op wat de heer Dijk net vroeg over dat 28ste regime. Dat betekent ook dat de poortwachtersrol van de notaris dan zal verdwijnen. Is dat niet iets waar D66 zich zorgen over maakt?
De heer Klos (D66):
Ik begrijp de vraag niet helemaal, geloof ik.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Zoals ik het begrijp, kunnen die vennootschappen straks onder dat nieuwe EU-recht heel makkelijk worden opgericht zonder dat je daarvoor nog langs een notaris hoeft. Notarissen zijn daar heel bezorgd over. Dat is terecht, denk ik. Ik steek het van een andere kant in: is dat niet iets waar D66 zich zorgen om zou moeten maken? Dat is toch niet zorgvuldig?
De heer Klos (D66):
Ik ben best bereid om naar die zorgen te kijken, maar ik heb me daar niet in verdiept.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik ga één korte vraag stellen. Ik zei al: ik vind het belangrijk dat als we met elkaar in debat zijn, we soms ook vragen stellen over dingen die niet door de spreker worden ingediend. Ik moet dan echt mijn zorgen uiten over dat ik net word weggezet als een soort samenzweringspartij als het over Europa gaat, terwijl het hier gewoon feitelijk gaat over grote industriëlen die met elkaar een grote lobby voeren in Brussel en met elkaar tot een 28ste regime komen. Als ik dan een vraag stel aan de woordvoerder van D66 over wat voor gevolgen dat kan hebben — ik had het over sociale zaken en milieubescherming, maar de heer Van Houwelingen gaf net ook al een ander voorbeeld — komt er eigenlijk geen antwoord. Ik schrik daarvan. Ik maak me daar zorgen over. Dat betekent namelijk dat we een race naar de bodem aan het voeren zijn, in plaats van dat we omhoog aan het werken zijn.
De voorzitter:
Wenst u daarop te reageren?
De heer Klos (D66):
Ik hoorde geen vraag, maar ik zie vooral een race naar boven die het mogelijk maakt voor Europa om zowel eensgezinder te zijn als om economische groei mogelijk te maken. Ik ben van beide ideeën voorstander.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Wat als de feiten dan laten zien dat een 28ste regime betekent dat een groot bedrijf kan kiezen tussen uitgeklede regel- en wetgeving of regel- en wetgeving waarover de heer Klos zelf net zei dat hij daar trots op is in Nederland? Wat denkt u dan dat een groot bedrijf gaat kiezen? Die uitgeklede regelgeving of de wetgeving waarover u net zei dat u er trots op bent?
De heer Klos (D66):
Ik ben, eerlijk gezegd, bereid om mee te denken over alle voorstellen die ervoor zorgen dat onze sociale vangnetten en groene regels overeind blijven, want daar ben ik voorstander van. In welke vorm wij deze wetgeving ook krijgen, ik wil dat dat het resultaat is. Tegelijkertijd zie ik ook dat er iets moet veranderen, want de productiviteit in Europa loopt achter op andere werelddelen. Wij willen onze innerlijke kracht versterken, dus dat betekent dat onze economie moet groeien. Je moet dus wel iets doen. Maar ik ben bereid om met de heer Dijk mee te denken om langs deze lijnen het eindresultaat te bewerkstelligen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dan zou ik echt willen vragen om naar dat 28ste regime te gaan kijken, want dat is uitgeklede regel- en wetgeving die onze werkende klasse, de mensen die het land draaiende houden, gaat schaden in plaats van vooruit helpen.
De heer Klos (D66):
Dat zal ik doen.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Dassen namens Volt.
De heer Dassen (Volt):
Dank u, voorzitter. Onacceptabel, wereldvreemd, het moet van tafel, onbetaalbaar. Het is geen gekke Mastercardreclame, maar de reactie van het Nederlandse kabinet op het voorstel voor het nieuwe MFK. Volgens mij willen we concurreren met China en de Verenigde Staten als het gaat om een kenniseconomie, innovatie en defensie, maar als er extra middelen naartoe moeten, is het antwoord nee. Alsof we een bos willen planten zonder zaadjes. Kan de minister-president aangeven hoeveel het MFK procentueel stijgt ten opzichte van het Europese bbp in 2021 en nu? Klopt het dat dit 0,1% van het bbp is? Ik vraag dit omdat wat we extra in Europa gaan uitgeven, gezien de veranderingen in de wereld natuurlijk maar een hele kleine stijging is.
De Nederlandse inzet is een oude boodschap in een nieuw jasje: dat van de moderniseerders. Het is jammer dat onze boodschap niet moderniseert, namelijk: afdracht beperken, een kleinere EU-begroting en geen gezamenlijke investeringen via eurobonds. Waarom blijft het kabinet dan toch op dit doodlopende pad? Is dit niet het moment? Een volwassenwording van Europa betekent dat er ook een volwassen begroting bij hoort.
Als je dat allemaal niet wilt, dan kom je uit bij eigen middelen. Het is tijd dat we de grote Amerikaanse techbedrijven eindelijk een eerlijke bijdrage laten betalen. Het zijn inmiddels biljonairs. Zet het kabinet ook in op een Europese digitaledienstenbelasting? Hetzelfde geldt voor voorstellen van het Europees Parlement op het gebied van cryptoactiva en online gokken. Kan de minister-president ingaan op de positie van Nederland?
Voorzitter. Financiering is één kant van de medaille. De andere is de vraag: waar komt het geld terecht? Daarover heb ik nog twee vragen. Europa heeft niet alleen meer investeringen nodig, maar vooral ook betere investeringen. Is het kabinet bereid zich ervoor in te zetten dat een substantieel deel van het concurrentiefonds wordt geoormerkt voor start-ups, scale-ups en het innovatieve mkb? Als het geld vooral terechtkomt bij grote, gevestigde spelers, dan subsidiëren we namelijk nog steeds de oude industrie en juist niet de toekomst waarmee we zeggen te willen concurreren. Graag een reactie.
Voorzitter. We vinden dat Europese middelen veel sterker moeten worden ingezet voor grensoverstijgende projecten met echte Europese toegevoegde waarde. Zou de minister-president daarom bereid zijn te reageren op het idee om als norm te hanteren dat minimaal 7% van de middelen naar grensoverstijgende projecten gaat vanuit de regiofondsen, zodat Europese samenwerking ook echt wordt afgedwongen in de praktijk? Daarnaast is geld alleen niet genoeg. We moeten ook hervormen voordat er toegang gekregen kan worden tot de Europese middelen. We moeten dus eerst hervormen, dan financieren.
Voorzitter. Hetzelfde principe geldt voor defensie. Ook op dat gebied gaat het niet meer alleen om geld, maar ook vooral om betere samenwerking. We zagen het al bij het FCAS-project: nationale reflexen en miljarden door de gootsteen. Welke lessen trekt het kabinet uit het mislukken van het FCAS-project? Hoe voorkomen we dat de Europese defensiesamenwerking verzandt in nationaal industriebeleid? Is de minister-president bereid zich in te zetten voor Europese afspraken over de verdeling van capaciteiten en werkzaamheden binnen gezamenlijke Europese defensieprojecten?
Voorzitter. Dan Oekraïne. Deze week stond de kathedraal in Kiev, een belangrijk cultureel en spiritueel monument, in brand door een Russische aanval. Dit onderstreept het belang van de blijvende militaire en financiële steun. Maar steun aan Oekraïne betekent ook dat we de economische druk op Rusland geloofwaardig moeten houden. Daarom wringt het dat er nog steeds Nederlandse bedrijven actief zijn op de Russische markt. Is de minister-president het met mij eens dat bedrijven die bewust zakendoen, geen aanspraak zouden moeten maken op fiscale regelingen dan wel subsidies?
Voorzitter, tot slot. Deze week bleek dat de Verenigde Staten feitelijk kunnen bepalen wie toegang heeft tot de meest geavanceerde AI-modellen. Dat laat zien hoe afhankelijk Europa nog altijd is van buitenlandse technologie. Vindt de minister-president het niet opmerkelijk dat AI nauwelijks op de agenda van deze top staat? Het voelt een beetje alsof de volgende industriële revolutie uitbreekt terwijl wij nog discussiëren over betere paardenkoetsen. Is hij bereid in Europees verband dit onderwerp nadrukkelijk te agenderen met een extra Raad? Wat is zijn reactie op dit bericht?
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Dassen (Volt):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Ergin namens DENK.
De heer Ergin (DENK):
Voorzitter, dank u wel. Afgelopen zondag zagen we hoe er een akkoord werd bereikt tussen de VS en Iran. Het is een akkoord dat het einde leek te betekenen aan de illegale, door Trump en Netanyahu gestarte oorlog in Iran. Het is een akkoord dat daarnaast een einde leek te maken aan de misstanden van Israël in Libanon. Het is een akkoord dat door Europese leiders met open armen werd ontvangen.
Voorzitter. De opstelling van Nederland ten opzichte van de illegale oorlog in Iran is tot op de dag van vandaag schandalig. Er is geen veroordeling uitgesproken. Er wordt gewoon weggekeken van de misdaden van Trump en Netanyahu. Bovenal heeft het vredesakkoord de Israëlische oorlogsmachine en haar terreur niet weten te stoppen. Israël zegt zich te onttrekken aan dit akkoord en zal geen millimeter bezet grondgebied teruggeven aan Libanon. Mijn vraag aan premier Jetten is daarom heel concreet: waar staat Nederland? Staat Nederland werkelijk pal voor het internationaal recht, ook wanneer Israël het schendt, of blijft het kabinet wegkijken terwijl Israël vredesafspraken naast zich neerlegt, bombardementen op woonwijken voortzet en weigert bezet gebied terug te geven?
Voorzitter. Ook in Gaza gaat Israël onverminderd door met bloedvergieten. Afgelopen zondag vielen er weer Palestijnse doden door Israëlische bombardementen. Op de Westbank gaan de nederzettingenpolitiek en het geweld van kolonisten gewoon door. Wat wordt de concrete en expliciete inzet van premier Jetten om de druk op Israël nu écht op te voeren? Gaat hij pleiten voor expliciete sancties tegen Israëlische ministers die verantwoordelijk zijn voor oorlogsmisdaden? Gaat de premier pleiten voor het opschorten van handelsvoordelen en het handelsdeel van het EU-Israël-associatieakkoord en gaat hij dat expliciet doen? Gaat deze premier pleiten voor een handelsverbod met illegale nederzettingen? Wat wordt nou de inzet van de premier voor het vierde sanctiepakket tegen kolonisten?
Voorzitter. Dan mijn tweede punt, over het Migratiepact. Dat is natuurlijk op 12 juni ingegaan. Vanaf het begin heeft DENK zorgen geuit over procedures aan de buitengrenzen en centra in derde landen. Hoe garandeert en monitort het kabinet dat de mensenrechten worden gewaarborgd onder het Migratiepact? Hoe garandeert het kabinet dat die mensenrechten ook daadwerkelijk worden nageleefd, juist bij versnelde procedures, grensprocedures en terugkeerhubs buiten de Europese Unie? Hoe voorkomt het kabinet dat mensen worden uitgezet naar landen waar zij geen enkele binding mee hebben en waar zij het risico lopen langdurig, of zelfs voor onbepaalde tijd, vast te komen zitten?
Voorzitter. Dan mijn laatste punt, over het Meerjarig Financieel Kader. Nederland wil traditioneel minder betalen aan Europa. Tegelijkertijd zie ik dat de regering meer investeringen in defensie en economische weerbaarheid en meer slagkracht wil van Europa. Daarom vraag ik aan premier Jetten: wat is nou precies de Nederlandse inzet van deze regering? Is dat nou minder middelen voor Europa, of meer ambities en meer samenwerking met Europa? Als Nederland minder wil bijdragen, welke prioriteiten worden er dan geschrapt?
Voorzitter. Echt het allerlaatste punt, over Rusland. Sancties tegen Rusland zijn alleen effectief als ze niet massaal kunnen worden omzeild. We krijgen signalen binnen over sluiproutes via Kazachstan en Kirgizië. We zien ook sluiproutes en achterdeuren via de Servische nationaliteit. Gaat Nederland pleiten voor verdere Europese maatregelen tegen derde landen die actief bijdragen aan het omzeilen van sancties? Ik hoor graag of de premier zich expliciet gaat inzetten. Zo ja, dan hoor ik ook graag welke inzet hij gaat leveren.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Stöteler namens de PVV.
De heer Stöteler (PVV):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Afgelopen donderdag debatteerden we hier met de woordvoerders Europese Zaken over de Staat van de Europese Unie. De minister-president was donderdag aanwezig, dus hij heeft kunnen horen dat deze Kamer niet alom alleen maar tevreden was. Vandaag gaat het debat over de aanstaande Europese top, de bijeenkomst van regeringsleiders op 18 en 19 juni. Ik grijp deze gelegenheid aan om aan de premier te vragen: hoe vindt hij eigenlijk dat het gaat?
Voorzitter. Op elke agenda en elke bijeenkomst in Brussel staat het Meerjarig Financieel Kader. Het proces begon met het voorstel van de Europese Commissie, die vroeg om 2.000 miljard. Wereldvreemd! Meneer Dassen zei het net ook nog. Maar dat voorstel werd opgevolgd door een, zoals te verwachten, nog krankzinnigere positie van het Europees Parlement. U weet wel, van die 720 Europarlementariërs, die per persoon maandelijks €20.000 op hun rekening krijgen bijgeschreven en het nog niet kunnen laten om verzeild te raken in allerlei corruptieschandalen en omkoopschandalen. Kijk, op meneer Dassen kun je altijd rekenen als je hem uitnodigt.
De voorzitter:
Wie de bal kaatst …
De heer Dassen (Volt):
"Wereldvreemd", dat was inderdaad in mijn ogen de reactie van het kabinet op het voorstel van de Europese Commissie. Het is onbestaanbaar en onbetaalbaar. En dat in deze tijd, waarin we juist uitgedaagd worden door China en de Verenigde Staten. Ik hoef de heer Stöteler hopelijk niet het nieuws van afgelopen weekend te herhalen dat de Amerikanen gewoon de killswitch induwen, waardoor ons hele concurrentievermogen op zijn kop komt te staan. Daar moeten wij over gaan informeren. Ik vind het jammer dat de PVV dat niet ziet. Maar goed, ik weet dat de heer Stöteler een flexibel man is en inmiddels ook voor verdragswijziging is. Laten we dat dus zo snel mogelijk in gang zetten. Dan komt het waarschijnlijk toch nog goed.
De heer Stöteler (PVV):
Ik zou zeggen: don't get your hopes up. Dat AI de toekomst is en onze soevereiniteit flink gaat beschermen, daar zijn we het wel over eens.
Voorzitter. Het laatste voorstel dat nu op tafel ligt, is slechts een paar procentjes minder dan het initiële voorstel van de Europese Commissie. Het huidige document vraagt jaarlijks 3 miljard euro meer van Nederland dan nu in de Nederlandse begroting staat. De minister-president kan nog zo vaak zeggen dat dat voor Nederland totaal onacceptabel is, maar zeg dat dan ook maar met die woorden in de Raad. Nederland moet netto-ontvanger worden in plaats van nettobetaler. Op dit tempo komen we daar natuurlijk nooit. Daarom vraag ik aan de premier: hoe vindt hij eigenlijk dat het gaat?
Voorzitter. Uiteraard staat ook de oorlog in Oekraïne op de agenda, en terecht. Maar wat gebeurt er nu eigenlijk echt? De Europese Commissie wil het vredesproces ondersteunen, maar heeft vooralsnog, voor zover bekend, niemand naar voren geschoven om dat daadwerkelijk te doen. Dit kabinet blijft miljarden overmaken naar Oekraïne, terwijl Nederlanders kromliggen in de supermarkt en aan de benzinepomp en hun woonlasten nauwelijks nog kunnen betalen. Van de druk op andere lidstaten is ook nog geen enkel resultaat te zien. Waar dan weer wel flink vaart achter wordt gezet, is het lidmaatschap van Oekraïne van de Unie, terwijl we ons natuurlijk allemaal nog het inlegvelletje van Rutte kunnen herinneren. Dus ik vraag aan de premier: hoe vindt hij eigenlijk dat het gaat?
Voorzitter. Een andere oorlog vindt nog plaats in het Midden-Oosten. Wederom staat op de agenda van de Europese Raad de roep om sancties tegen onze bondgenoot Israël, de enige democratie in het Midden-Oosten, het land waar we zo veel waardevolle inlichtingen, gezondheidsinnovaties en techniek aan te danken hebben. Ik vraag me oprecht af waarom de VVD toch heeft toegegeven aan die rodelijnmentaliteit. Nederland zou Israël moeten steunen en in Europees verband tegen elke sanctie moeten pleiten en tegen elke sanctie moeten stemmen. En kap ook met dat wetsvoorstel dat nu bij de Raad van State ligt. We vervreemden onze bondgenoten steeds meer van ons en van de Unie. Dus ik vraag aan de premier: hoe vindt hij eigenlijk dat het gaat?
Voorzitter. De Europese Unie was bedoeld als vredesproject, en op zich is dat geslaagd. We moeten echter constateren dat de Unie meer en meer verwordt tot een politieke unie waarin Brussel steeds meer zeggenschap en macht naar zich toetrekt, nu ook op defensiegebied. De Europese Unie moet volgens de eurofielen een heuse defensie-unie worden, maar de zwaardmacht ligt bij Nederland en niet in Brussel. Dus ik vraag aan de premier: hoe vindt hij dat het gaat?
Voorzitter. Dat vredesproces zou op het wereldtoneel een economische grootmacht moeten worden met onze interne markt. We zouden met onze handel en onze productie de wereld domineren. Het tegenovergestelde is echter gebeurd. De industrie is overgenomen door China, de diensten zijn overgenomen door Amerika en ondertussen is de Unie alleen maar met zichzelf bezig, zonder haar eigen falen te erkennen en fatsoenlijk te herstellen. Energie is niet beschikbaar en anders onbetaalbaar, en door al die klimaatgekkigheid van links hebben we de afgelopen jaren haast meer bedrijven dan producten geëxporteerd. Dus ik vraag aan de premier: hoe vindt hij dat het gaat?
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Stöteler. Het woord is aan de heer Krul namens het CDA.
De heer Krul (CDA):
Voorzitter, dank u wel. Europa is ooit gebouwd op de eenvoudige maar krachtige gedachte dat vrede vraagt om verantwoordelijkheid nemen en samenwerken. Die gedachte is actueler dan ooit. We debatteren er niet voor niks inmiddels twee keer in vijf dagen over, zou ik bijna zeggen. Deze Raad komt op een belangrijk moment. De wereld wordt harder. Rusland voert nog steeds oorlog tegen Oekraïne. In het Midden-Oosten blijft de spanning groot. Europa moet tegelijk werken aan veiligheid, welvaart, migratie, defensie en een nieuwe meerjarenbegroting.
Voorzitter. Allereerst de EU-uitbreiding. Uitbreiding is geen gunst en geen automatisme; het is een strategische keuze. Landen als Oekraïne en Moldavië verdienen een echt Europees perspectief, maar toetreding kan alleen als landen voldoen aan alle eisen. Democratie, rechtsstaat, bestrijding van corruptie, bescherming van minderheden en een goed werkende economie blijven van groot belang. Het CDA wil werken aan dat sterkere Europa, maar daarvoor zijn scherpe keuzes nodig. De voorstellen voor het nieuwe Meerjarig Financieel Kader die nu op tafel liggen, zijn wat ons betreft ronduit onvoldoende.
De EU-begroting moet passen bij de prioriteiten van deze tijd: veiligheid, concurrentiekracht, migratie, energie, rechtsstaat. De rekening moet daarnaast beheersbaar blijven. Het voorstel voor het MFK van EU-voorzitter Cyprus is niet goed voor Nederland en niet goed voor Europa, omdat het te weinig moderniseert en veel te duur is. De premier was afgelopen donderdag ook kritisch. Wat zijn nou precies de rode lijnen waarmee hij op 18 en 19 juni naar Brussel gaat? De premier zegt dat Nederland samenwerkt met gelijkgezinde landen. Met welke landen trekt Nederland concreet op om het MFK slagvaardiger, moderner en beter controleerbaar te maken? Kan de premier concreet aangeven wat het Cypriotische voorstel zou betekenen, bijvoorbeeld voor de jaarlijkse bijdrage van Nederland?
De heer Van der Lee (PRO):
Er is één wetmatigheid in de onderhandelingen over het MFK en dat is deze: hoe harder je terugduwt op de omvang van de begroting, hoe meer modernisering er sneuvelt. Dat zien we bij iedere onderhandeling over het MFK. De heer Krul is lid van een partij die lid is van de grootste politieke familie. Wat is nou zijn positieve bijdrage om tot een akkoord te komen, in plaats van zeggen waar alle rode lijnen liggen en wat er allemaal niet moet?
De heer Krul (CDA):
In het voorstel van Cyprus zien we met name voor de tweede en derde pijler, concurrentievermogen en Europa in een grote wereld, dat dat de twee pijlers zijn waarvoor Cyprus, gek genoeg, voorstelt om Europa kleiner te maken, terwijl wij ons juist allang van de eerste pijler, waarin heel veel van de cohesiefondsen en structuurfondsen zitten, afvragen: helpt dit nou nog voor de uitdagingen van vandaag? Cyprus kiest ervoor om de besparingen juist te zoeken in de pijlers waarvan wij zeggen: daar moet je op inzetten. Als u aan mij vraagt wat dan de positieve boodschap van het CDA is, zou ik zeggen: kies voor de tweede en derde pijler en zet veel meer dan nu het mes in de eerste pijler. Ik hoop dat de minister-president met die boodschap de Europese top gaat bezoeken.
De heer Van der Lee (PRO):
Dat gaat hij doen, want hij heeft al opgeschreven dat hij dat gaat doen. In de Europese fractie van de christendemocraten zitten allemaal landen die heel erg hechten aan de eerste pijler. Als het CDA wil bereiken dat de begroting omlaaggaat, gaat dat ten koste van de modernisering. Maar ik hoor nog geen begin van een antwoord op de vraag hoe we die wetmatigheid kunnen doorbreken. Daar wil ik de heer Krul toch toe uitdagen, want anders kunnen we het weer schudden met die modernisering, hoor.
De heer Krul (CDA):
Ja, dus de wetmatigheid is: een kleiner MFK betekent per definitie geen modern MFK? Misschien ben ik stiekem dan toch meer een optimist dan ik dacht. Ik denk dat je juist kunt inzetten op de pijlers die wij wel willen moderniseren. Misschien moet je dat dan slim onderhandelend doen met een Europa van verschillende snelheden, met onze eigen bondgenoten richting de landen die misschien wat anders in de wedstrijd zitten. Ik denk dan: waarom zou dat niet kunnen? Ik snap natuurlijk ook wel dat je misschien ook op de eerste pijler dan wat water bij de wijn moet doen. Dat snapt de minister-president ook, denk ik, als hij die onderhandeling in gaat. Maar ja, over het voorstel dat Cyprus heeft neergelegd kun je op geen enkele manier zeggen dat het bijdraagt aan de uitdagingen die wij voor morgen zien voor Europa op het gebied van energie, op het gebied van migratie, op het gebied van de rechtsstaat. Het zit veel te veel op de uitdagingen van gisteren. Dat vind ik een gemiste kans.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van der Lee (PRO):
Het is mooi om te zien dat de vibe van "het kan wel" en het optimisme in ieder geval zijn overgeslagen naar de heer Krul. Maar dat verbloemt natuurlijk dat er geen enkel inhoudelijk antwoord komt, laat staan een concrete suggestie om die wetmatigheid te doorbreken. Ja, door slim onderhandelen, maar wie is daartegen? Niemand. Maar wat betekent dat dan in de praktijk? Wat leg je dan op tafel? Leg je proactief iets op tafel of wacht je gewoon af totdat het voorzitterschap dat hierna komt de begroting nog verder terugdringt en nog meer modernisering eruit haalt?
De heer Krul (CDA):
Modernisering is meer dan alleen wat er in het MFK staat. We hebben net bijvoorbeeld een interruptiedebatje gehoord over het 28ste regime. Moderniseren doe je op veel meer manieren, als je het hebt over Europa klaarmaken voor de toekomst. Ja, het MFK is daar een groot onderdeel van. Nee, wij zijn niet tevreden met wat er nu op tafel ligt. Tegelijkertijd is er richting de onderhandeling echt wel perspectief om op een paar cruciale punten toch wat stappen te zetten.
De heer Dassen (Volt):
Op het stuk van moderniseren kan ik het CDA volledig vinden. Over het stuk van hoe groot de begroting moet zijn en wat daarvoor nodig is, verschillen we. Ik ben benieuwd wat de heer Krul dan een acceptabele hoogte van de begroting zou vinden.
De heer Krul (CDA):
Los van het feit dat ik niet denk dat er in Europa ook maar iemand wakker ligt van wat ik hier nu ga noemen, denk ik ook dat dat gewoon niet verstandig is. Wij hebben ingezet op de inhoud. We gaan langs de lijn van de inhoud. Als we nu kijken naar de inhoud van het MFK en naar het voorstel van Cyprus, vind ik het veel te veel lijken op wat er gebeurde tussen 1996 en 2001. Het Verdrag van Nice kwam eraan. We zagen uitdagingen rondom Oost-Europa, dat erbij moest. We zagen uitdagingen rondom het verdiepen van de interne markt. We zitten eigenlijk nog steeds in dat stramien. Heel veel van onze fondsen in de eerste pijler zijn nog gebouwd op die tijd. Ik vind dat daar een slag gemaakt moet worden en dat er veel meer aandacht moet zijn, misschien ook wel binnen het MFK met dus ook meer financiële inzet, voor de tweede pijler, bijvoorbeeld het Concurrentievermogenfonds. Dat mis ik nu, zonder dat ik een precieze bandbreedte meegeef aan de heer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Ik vind dat de heer Krul zichzelf niet moet onderschatten. Ik denk wel degelijk dat een hoop mensen hier in Nederland en in Europa naar hem zullen luisteren, ook omdat hij onderdeel is van de grootste politieke familie van Europa. Hij kan natuurlijk wel aangeven waarom het voorstel van Cyprus niet goed is, vandaar dat ik daar benieuwd naar was.
Ik heb een andere vraag. Ik kan me voorstellen dat de heer Krul vindt dat het te duur is. Is hij dan van mening dat we ook moeten kijken naar meer eigen middelen voor de Europese Unie? Daarmee kunnen de afdrachten namelijk naar beneden.
De heer Krul (CDA):
Ja, dat vind ik een heel interessante gedachte. Ik vind het ook een interessant gedachtenexperiment hoe je die middelen dan uiteindelijk gaat verwerven. Als je een slagvaardiger Europa wilt, is dit precies een van de routes die heel belangrijk zijn voor het moderniseren van de Unie. Zeker.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
Ik heb er net in mijn eigen bijdrage een paar genoemd. Een daarvan is de digitaledienstenbelasting, waarvan ik weet dat het CDA die ook in zijn doorrekening had staan. Is het CDA van mening dat Nederland die op tafel moet leggen in Europa en ervoor moet zorgen dat er een digitaledienstenbelasting komt en dat de grote techbedrijven en biljonairs eindelijk een eerlijke bijdrage gaan leveren?
De heer Krul (CDA):
Ik hoop dat de heer Dassen samen met mij en het CDA daar nog een keer voor kan pleiten. Volgens mij is dit nu geen onderdeel van de inzet, omdat niet alles wat in onze doorrekening staat, uiteindelijk ook op tafel is gekomen. Maar u heeft ons verkiezingsprogramma kunnen lezen. Het lijkt ons een uitstekend idee.
De heer Stöteler (PVV):
De heer Krul zegt net: laten we de begroting bekijken langs de lijnen van de inhoud. Dat klinkt een PVV'er natuurlijk als muziek in de oren, dus laten we dat even samen doen. Support for the Turkish Cypriot community, dus het land dat Cyprus voor een deel bezet: 36,2 miljoen. The European Solidarity Corps, whatever dat mag zijn: 152,9 miljoen. Creative Europe: 417 miljoen. Citizens, Equality, Rights and Values: 311 miljoen.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Stöteler (PVV):
European Institute for Gender Equality: 10,8 miljoen. Is dat nou een type begroting dat het CDA voor ogen heeft?
De heer Krul (CDA):
Ik merk dat ik als woordvoerder Europese Zaken altijd iets meer ontzag heb voor de oud-Europarlementariërs, die dit natuurlijk veel beter kennen. Ik neem aan dat deze fondsen in de eerste pijler zitten. Ik hoor hier al een paar dingen waarvan het CDA altijd heeft gezegd: dat zijn niet de competenties waar de Europese Unie zich mee bezig moet houden.
De heer Stöteler (PVV):
Dat is in ieder geval een uitspraak daarover.
Dan heb ik nog een hele korte vraag, over de EEAS, de buitenlanddienst van de Unie. Er is sprake van een increase, een toename, van 6,7% van hun begrote budget. Is dat nou ook iets waar de EU zich volgens de heer Krul mee bezig zou moeten houden?
De heer Krul (CDA):
Het eerlijke antwoord is dat ik eigenlijk niet weet waar die 6,7% vandaan komt. Het zou een beetje stom zijn om hier … Ik denk dat de heer Jetten daar misschien antwoord op kan geven. Die kan misschien zelfs op de bandbreedte van het hele MFK een antwoord geven.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Krul (CDA):
Ja, laten we dat maar doen.
Voorzitter. Ik wil het hebben over drugs en de Europese drugsstrategie. O, nog niet; bijna.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ja, ik heb toch nog een vraag. Ik vond het best een goed betoog van de heer Krul. Hij had het over inzetten op prioriteiten, modernisering en een lagere afdracht. Alleen, ik miste een stukje financiering. We zien dat de Europese Commissie nu inzet op een nieuwe vorm van financiering: financing not linked to costs. Daar zijn talloze Rekenkamerrapporten kritisch over. Hoe kijkt het CDA naar hoe de financiering wordt gecontroleerd en bewerkstelligd in het nieuwe MFK?
De heer Krul (CDA):
Ik was zelf niet bij de briefing, maar ik heb inmiddels uitgebreid verslag gekregen. Ik denk dat het juist voor de Europese Commissie extreem belangrijk is dat er op een transparante, duidelijke en controleerbare manier omgegaan wordt met geld. Ik vind dat er juist op dat punt veel meer stappen gezet moeten worden, omdat het op veel vlakken nu gewoon onvoldoende scoort. Dat blijkt ook uit wat de Algemene Rekenkamer daarvan heeft gezegd. Ik vind dat dus heel belangrijk. We hadden net ook al een tweeminutendebatje over financiering in bredere zin. Ik denk dat het verstandig is dat de Europese Unie ook op andere manieren meer kan gaan doen, misschien met eigen middelen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Met dat laatste ben ik het niet eens, maar dat laat ik maar even. Het gaat echt puur om de manier waarop de financiering wordt gecontroleerd. Ik hoor het CDA eigenlijk zeggen dat het ook geen voorstander is van het model dat gebruikt is tijdens de RRF, met de mijlpalen en de doelstellingen, omdat vooral daarop werd gestuurd en omdat minder werd gestuurd op het controleren van de geldstromen met de bonnetjes, om het maar even plat te zeggen.
De heer Krul (CDA):
Voor ons is het gewoon van belang dat er een transparant en controleerbaar financieringsproces of een transparante en controleerbare financieringsfilosofie achter zit. Als dat beter kan, zijn wij altijd bereid om daarnaar te kijken.
De heer Jimmy Dijk (SP):
De heer Krul van het CDA had het over het moderniseren van de tweede pijler, het concurrentievermogen. Vindt de heer Krul van het CDA onze sociale rechten ouderwets?
De heer Krul (CDA):
Sociale rechten? Nee, zeker niet. Ik zou willen zeggen: die zijn relevanter dan ooit in een Europa waar heel veel van dit soort rechten onder druk staan.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Vindt hij dan het 28ste regime dat hij net noemde, een modernisering?
De heer Krul (CDA):
Ik vond het eigenlijk best een interessant debat tussen de heer Jimmy Dijk en de heer Klos op dit punt. Ik vind het wel lastig. We constateren ook met elkaar dat economisch gezien onze arbeidsproductiviteit achter begint te lopen — die loopt al ver achter — ten opzichte van bijvoorbeeld heel veel Amerikaanse staten. Dan vind ik het wel heel interessant om barrières weg te nemen die ervoor zorgen dat Europese bedrijven nu met elkaar concurreren zodat ze kunnen concurreren met bijvoorbeeld Amerikaanse bedrijven. Daar is het 28ste regime wel een middel voor. Ik hoor de heer Dijk zeggen: hoe beschermen we dan onze eigen arbeid? Dat vind ik ook een terecht punt. Ik pretendeer dus niet dat dit een soort ideale oplossing is, maar ik vind het wel belangrijk dat we nadenken over hoe we Europa laten concurreren met de rest van de wereld, met plaatsen waar de arbeidsproductiviteit veel hoger ligt. Een van de barrières is gewoon dat Europa een lappendeken is van fiscale regels. Dat is gewoon zo. Daar moet je wat mee. Dan is dit een instrument. Maar goed, ik wil de zorgen van de heer Dijk serieus nemen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dit instrument komt niet uit de lucht vallen. Dit instrument komt linea recta van de Europese … Tsja, hoe zal ik ze noemen? Industriëlen. Zo heten ze trouwens echt. Dit komt daar linea recta vandaan. De vakbonden waarschuwden ervoor om dit niet te doen. Het CDA gaat altijd prat op het Rijnlands model. Dat is nou juist de kracht — laat ik dit maar even zeggen als eurokritische partij — van Europa ten opzichte van een China of een VS. Als dit uitgerekend uit de koker van de grote industriëlen komt, zonder dat de vakbonden zich daarin kunnen mengen, dan zouden de alarmbellen toch ook bij het CDA af moeten gaan? Het CDA zou dan toch moeten zeggen: dat 28ste regime doen we niet en we gaan kijken naar overbodige regels? Ik hoor ook mensen die zeggen: zo'n dopje op zo'n fles met zo'n haakje eraan is kneiterirritant en bananen zijn gewoon krom, dus die moet je ook krom houden. Dat soort regels? Prima. Tot je dienst. Maar het uitkleden van onze sociale wet- en regelgeving omdat de grote bedrijven daarom vragen? Het CDA zou toch ook moeten zien dat je dat niet mag afbreken? Die bedrijven moeten overigens zelf herinvesteren in hun eigen bedrijven in plaats van winst uitkeren aan aandeelhouders.
De heer Krul (CDA):
De alarmbellen gaan niet af bij het CDA, maar de heer Dijk heeft me wel aan het denken gezet. Het is belangrijk dat bij dit soort instrumenten de opdracht aan het kabinet is: zorg ervoor dat we onze eigen industrie en onze eigen arbeid zo veel als mogelijk beschermen. Er zijn ook landen in Europa waar het nog veel slechter mee gesteld is. Die zullen dat debat ook voeren. Binnen die bandbreedte, van hoe we ervoor gaan zorgen dat Europa en onze industrie weer concurrerend kunnen zijn met andere werelddelen, is de opdracht en de oproep van de heer Dijk gerechtvaardigd. Hij zegt namelijk: voorkom daarbij dat onze eigen industrie en onze eigen werkgelegenheid daaronder lijdt. Ik vind dat geen onrechtvaardige oproep van de heer Dijk. Ik denk ook dat we de minister-president met zo'n opdracht op pad kunnen sturen.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Krul (CDA):
Ja, we gingen het hebben over drugs. De Europese drugsstrategie komt eraan. Die wordt besproken op de Europese top. De georganiseerde drugscriminaliteit is geen lokaal of nationaal probleem. Ze ondermijnt havens, bedreigt bestuurders, corrumpeert jongeren en maakt buurten onveilig. Wat het CDA betreft mag dit daarom geen bijzaak worden op de Europese top. Wat is de concrete Nederlandse inzet op de drugscriminaliteit tijdens de Europese Raad van 18 en 19 juni? Komt er wat de premier betreft bijvoorbeeld een versterkte Europese aanpak tegen corruptie in havens en logistieke ketens? Hoe gaan we voorkomen dat criminelen simpelweg uitwijken naar zwakkere havens in andere lidstaten? Het EU-actieplan benoemt het versterken van een "follow the money"-aanpak om criminele winsten te ontwrichten, maar wat betekent dat eigenlijk concreet? Als Nederland proberen we immers al jaren crimineel verdiend vermogen af te pakken, maar resultaten hiervan vallen jaar op jaar tegen.
Een van de problemen in die nationale aanpak is dat criminelen zich niet aan de Nederlandse grenzen houden, waardoor afspraken stroef verlopen. Kan de premier toezeggen dat Nederland tijdens de Europese Raad zal pleiten voor een Europees afpakoffensief tegen drugswinsten? Wat het CDA betreft zouden we in een dergelijk afpakoffensief concrete afspraken moeten opnemen over het oplossen van knelpunten rondom gegevensdeling, zodat er gezamenlijk werk gemaakt kan worden van het afpakken van crimineel verdiend vermogen. Graag een reactie van de premier.
Voorzitter. Het CDA wil dat Nederland inzet op een Europese aanpak die de hele keten raakt: productie, smokkelroutes, havens, geldstromen, onlinehandel en corruptie. Landen die drugshandelaren beschermen of hun internationale verplichtingen niet nakomen, moeten stevig worden aangesproken. Tegelijkertijd moet preventie onderdeel blijven van de strategie. Jongeren uit handen van drugsbendes houden is namelijk net zo belangrijk als het controleren van containers.
Voorzitter, ik rond af. Ik kan me herinneren dat bij de vorige Europese top de minister-president net een ontmoeting met de heer Merz had gehad. Dat deed hij in het Duits. Toen stond er ook een ontmoeting met de heer Sanchez. Ik vroeg toen bij dat debat: als hij het in het Duits kan met de heer Merz, kan hij het dan ook in het Spaans met de heer Sánchez? Hij zei "jazeker" en "dat ga ik ook doen". Ik heb er alleen nooit meer iets van gehoord, dus ik ben benieuwd hoe het met het woordje Spaans van de minister-president staat en of het nog goed gegaan is met de premier van Spanje.
Dank u wel.
De voorzitter:
Het zou wel leuk zijn als we dat vanavond zouden horen. O, de heer Ergin heeft nog een interruptie. Doet u die in het Spaans?
De heer Ergin (DENK):
Nee. De heer Krul zegt terecht dat er stevig opgetreden moet worden tegen landen die bijvoorbeeld drugscriminelen beschermen. Als ik kijk naar de geannoteerde agenda die door de regering is gedeeld wat betreft Palestina, dan zie ik dat de regering zal "benadrukken" dat er druk op Israël nodig is. Ik zou dus aan de heer Krul willen vragen, die natuurlijk een hele stevige koers vaart als het gaat om drugscriminaliteit, of het CDA het met DENK eens is dat we ook stevig moeten inzetten op het tegengaan van de mensenrechtenschendingen van Israël op de Palestijnen.
De heer Krul (CDA):
Ja, daar ben ik het mee eens, met de opmerking dat "stevig inzetten" in elk dossier anders werkt. We hebben dit debat afgelopen donderdag ook gehad. Ik vind het vooral belangrijk dat het kabinet resultaten boekt, ook op dit onderdeel. De minister-president heeft vorige week ook heel duidelijk uitgelegd dat hij dat via een andere route simpelweg kansrijker acht. Zoek nou eerst met Europese landen een groep gelijkgestemden, word het met die groep eens, en ga op die manier de druk opvoeren. Ik denk dus dat ergens "stevig op inzetten", zeker binnen het Europese speelveld, op verschillende manieren kan. Voor mij is het resultaat veel belangrijker dan hoe hard we met de vuist op tafel kunnen slaan.
De heer Ergin (DENK):
Het resultaat is natuurlijk heel belangrijk. Na decennialange inzet vanuit de Europese Unie als het gaat om Israël zien we dat precies deze houding het probleem is. Deze houding van onder andere het CDA, die zich ook vertaalt in de houding van de regering, geeft Israël per definitie de ruimte om te doen wat het nu aan het doen is, om nog meer land af te pakken en om op de automatische piloot mensenrechten te schenden. Ziet de heer Krul van het CDA in dat precies deze houding ertoe leidt dat Israël straffeloos kan inbeuken op Palestijnen, en Palestijnen kan blijven vermoorden?
De heer Krul (CDA):
Nee. Dat zie ik echt niet. We hebben dit debat al heel erg vaak gevoerd. Ik weet dat de inzet van dit kabinet klip-en-klaar is op dit punt. Tegelijkertijd moet je ook realistisch zijn. De heer Ergin schetst dat Israël op een andere manier met dit dossier om zou gaan als wij met onze vuist op tafel slaan. Daar ga ik ook niet in mee. Ik denk dat de route langs de diplomatieke lijn, waarbij je er eerst voor moet zorgen dat je met Europese landen gezamenlijk die beweging kan maken, kansrijker is dan de route die de heer Ergin hier voorschrijft. Dan heeft het ook meer impact. Nogmaals, voor verschillende dossiers zijn er verschillende manieren om dat te doen. Dat doe je niet altijd met de vuist op tafel.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Ergin (DENK):
Ik wil erop wijzen dat deze "vlees noch vis"-mentaliteit als het gaat om Israël ertoe leidt dat nog meer Palestijnen worden gebombardeerd en het leven laten. We zien gewoon een roekeloze regering die een vredesdeal negeert en naast zich neerlegt, en bezet land niet teruggeeft. Ik zou van het CDA op dit onderwerp toch iets meer willen zien dan alleen woorden. Als we kijken naar de woorden van het CDA, zien we dat het CDA meegaat in het associatieakkoord. Maar zodra het expliciet wordt, zodra duidelijk wordt wat de regering moet doen, zien we een terugtrekkende beweging van het CDA. Ik vind dat echt teleurstellend.
De heer Krul (CDA):
Goed. Ik verwerp de opmerking dat mijn mentaliteit ertoe leidt dat er meer Palestijnen worden gebombardeerd. Ik vind dat eigenlijk ook geen prettige opmerking.
De heer Klos (D66):
Ik wil even terug naar het begin van het betoog van de heer Krul. Dat ging over toetreding tot de Europese Unie. De spanning die bestaat tussen enerzijds het hameren op de bestaande voorwaarden en daar volledig aan moeten voldoen voor volwaardig lidmaatschap, en anderzijds de wens van deze kandidaat-lidstaten om sneller toe te treden — die kandidaat-lidstaten zijn ook belangrijk voor ons — leidt tot frustratie. Welke voorstellen doet het CDA om die frustratie tegemoet te komen en te dempen?
De heer Krul (CDA):
Dan ga ik weer reclame maken voor het voorstel dat mevrouw Becker enkele weken geleden heeft ingediend. Ik vind het hele idee van een gradueel toetredingsproces ontzettend interessant. Ik vind het een hele interessante gedachte om die verschillende artikelen te kunnen ratificeren, waarbij je gelijk al iets terug kan geven en aspirant-lidstaten dus ook kan helpen in het toetredingsproces zonder dat je per se aan de eisen hoeft te tornen. Ik herken namelijk wel wat de heer Klos zegt: voor heel veel aspirant-lidstaten is het ingewikkeld om in een keer dat pakket aan te leveren. Juist in zo'n gradueel proces zien wij heel veel kansen.
De heer Klos (D66):
Daar ben ik het mee eens, dus dank daarvoor. Tegelijkertijd moeten we natuurlijk ook blijven werken aan dat volwaardige lidmaatschap. Dat is ook wat bijvoorbeeld Oekraïne graag wil. Dat moeten we doen zonder bochten af te snijden. Een makkelijke manier om dat te doen is bijvoorbeeld om processen naast elkaar te laten lopen, dus nu al te beginnen met het schrijven van een toetredingsverdrag en daarnaast te werken aan het halen van die criteria. Is dat een idee waar de heer Krul voor open zou staan?
De heer Krul (CDA):
Dan moet het perspectief tot toetreding er wel zijn. Dat is dan wel heel cruciaal. Verder sta ik daar zeker voor open, maar daar moeten we samen nog even verder naar kijken.
De heer Dassen (Volt):
Even een vraag over het drugsverhaal van de heer Krul. Europol heeft eerder gewaarschuwd dat bij smokkel, vooral als het om drugs gaat, gebruik wordt gemaakt van privéjets, omdat douane en marechaussee vaak weinig tijd hebben om daarop te controleren. Zou het niet een idee te zijn om te stoppen met die grenscontroles en ervoor te zorgen dat de marechaussee wordt vrijgespeeld om daar juist meer controles op uit te voeren?
De heer Krul (CDA):
De heer Dassen wordt op zijn wenken bediend, want de binnenlandse grenscontroles stoppen in september, als ik het goed zeg. Laten we hopen dat we vanaf dat moment alle drugscriminelen kunnen oppakken.
De heer Dassen (Volt):
Volgens mij wordt er in een lichtere versie mee doorgegaan en gaat er dus nog steeds geld en capaciteit naartoe. Ik denk dus dat de heer Krul dit iets te makkelijk afdoet. Mijn vraag staat nog steeds overeind: zouden we daar niet meer naar moeten kijken, aangezien er door onder andere Europol voor gewaarschuwd wordt dat dit iets is waar op dit moment te weinig aandacht voor is?
De heer Krul (CDA):
Zonder te willen verzanden in een debat over de inzet van de marechaussee en de douane, want zover reikt mijn expertise ook niet, lijkt het mij evident en logisch dat je, als Interpol signaleert dat dit een route is waar criminelen relatief eenvoudig gebruik van kunnen maken, hier vervolgens opsporingsdiensten op zet; ik kan me eigenlijk ook niet voorstellen dat dit niet al het geval is. Op zich ben ik het wel eens met de heer Dassen.
De heer Van der Lee (PRO):
Ik heb een vraag over een onderwerp dat nog niet besproken is door de heer Krul. Ik wil hem graag helpen. "Mondiale economische uitdagingen" is een onderwerp op de agenda. We hebben uit de media begrepen dat het vooral over China zal gaan. Bondskanselier Merz is in China geweest, heeft daar het deksel op de neus gekregen en lijkt nu bereid tot wat assertievere handelsmaatregelen vanuit de EU. Wat wil het CDA meegeven aan de premier als het gaat om wat hij op dit terrein tijdens de top zou moeten inbrengen over China?
De heer Krul (CDA):
Dat vind ik een hele goede vraag van de heer Van der Lee. We zien namelijk dat de Chinezen een hele harde taal spreken. Dat hebben we gezien bij het bezoek van Amerika, dat bepaalde dingen probeert te bereiken, dat totaal mislukt is. Het is gênant wat er gebeurd is toen Merz er was. De Chinezen spreken dus een hele harde taal. Ik denk dat je niet alleen als Nederland, maar ook als Europa veel assertiever moet zijn richting China, juist om het economische belang te beschermen. We hebben het vorige week donderdag bijvoorbeeld gehad over de auto-industrie, maar we zien het bij verschillende sectoren gebeuren. Denk aan het monopolie op klimaattechnologie, dat nu steeds harder aangedraaid wordt. We proberen nu versnipperd onze deelbelangen te realiseren. De Chinezen zijn daar niet gevoelig voor, dus Europa moet veel meer de taal van de macht spreken, juist ook richting China. Ik ben het dus zeer eens met de heer Van der Lee.
De heer Van der Lee (PRO):
Dat is goed om te horen. Ik ga straks in mijn betoog een voorstel hiervoor doen. Ik ben benieuwd hoe het CDA daartegen aankijkt. In onze nationale semiconstrategie staat de wens om meer chipproductie te realiseren in Nederland of anders in Europa. Taiwan is cruciaal in de hele chipketen, maar wordt door de anacondastrategie van China voortdurend bedreigd. Verbaal probeerde men ons eigen fregat te verjagen. Is het nou niet een idee om met een coalition of the willing van ministers van R&D in Europa een delegatie te vormen om naar Taiwan te gaan, om met hen te spreken over hoe we chipproductie in Europa kunnen realiseren?
De heer Krul (CDA):
Ik vind dit een mooi voorbeeld van hoe we dat Europa van verschillende snelheden zien. Op bepaalde onderwerpen, bijvoorbeeld bij de chipindustrie, zie je dat je met een klein gezelschap van een paar bondgenoten gezamenlijk veel effectiever en daadkrachtiger kan optreden. Ik wil kijken naar het voorstel van de heer Van der Lee, want ik vind dat eigenlijk een goed voorstel. Gun mij die tijd even. Ik ben ook benieuwd naar de reactie van de minister-president hierop. Juist dit soort voorbeelden laten zien hoe we het Europese belang goed kunnen ... U kijkt naar mij alsof ik moet afronden, voorzitter, dus dan ga ik dat gewoon doen.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Hoogeveen namens JA21.
De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter. Ik vond het een mooi debat donderdag. Er was ruimte voor vergezichten, verschillende inzichten en af en toe een grapje tussendoor. Dat maakte het een plezierig debat. Vandaag gaan we het debat niet overdoen, want nu kijken we naar de actualiteit in plaats van naar vergezichten.
Laat ik beginnen met het Midden-Oosten. Al houdt mijn fractie een slag om de arm totdat de inkt helemaal opgedroogd is, er is een formeel akkoord tussen de Verenigde Staten en Iran. Waar de heropening van de Straat van Hormuz een positief vooruitzicht is, vrees ik voor het lot van de Iraanse bevolking. De ayatollahs zitten nog stevig in het zadel en het is maar afwachten of de nucleaire beperkingen net zo robuust zijn als de Amerikaanse president verkoopt. Kan de premier zijn weging geven van de contouren van het akkoord? En op welke termijn zal het internationale vlootverband in actie komen om de opening van de Straat van Hormuz te beveiligen? De Franse president Macron sprak van twee à drie dagen. Hoe zit het met de Iraanse servicekosten die het land wil gaan heffen in de Straat van Hormuz? En kan de premier deze praktijken hier en in internationaal verband meteen afkeuren?
Voorzitter. Dan EU-uitbreiding. Er is groen licht voor onderhandelingen met Oekraïne en Moldavië. JA21 is, zoals bekend, geen voorstander van deze uitbreiding, maar wij zijn ook geen voorstander van het vervreemden van bevriende landen door verwachtingen te wekken die niet kunnen worden waargemaakt. Het risico is dat zij jarenlang in een wachtkamer worden geplaatst met een bordje "onomkeerbaar proces" boven de deur, terwijl iedereen weet dat volledige toetreding op basis van de Kopenhagencriteria voorlopig uit zicht blijft. President Zelensky heeft zelf ook al aangegeven dat het idee van een gedeeltelijke of gefaseerde toetreding door hem zal worden afgewezen. Dus hoe kijkt het kabinet naar de risico's op teleurstelling in het EU-toetredingsproces? Moeten we voor de middellange termijn niet beter inzetten op flexibele partnerschapsconstructies en het verdiepen van bijvoorbeeld onze associatieakkoorden met kandidaat-lidstaten?
Voorzitter. Dan IJsland. Ik noemde het vorige week al even: de Europese Commissie sorteert voor op uitzonderingen voor IJsland in het gemeenschappelijk visserijbeleid, nog voor de IJslandse bevolking zich in een referendum heeft uitgesproken en nog voor de onderhandelingen überhaupt zijn begonnen. En het hek is van de dam, want vandaag lezen we in de Ierse pers dat de visserijsector in het kielzog van IJsland dan ook uitzonderingen wil. Vorige week zei het kabinet: we wachten die onderhandelingen af. Maar dat was in principe niet mijn vraag. Mijn vraag is: wat is het Nederlandse standpunt? Vindt Nederland dat kandidaat-lidstaten het gemeenschappelijk visserijbeleid moeten overnemen, ja of nee? Want als dat niet zo is, wat blijft er dan over van het gemeenschappelijk beleid? En wat zegt hij tegen de Nederlandse vissers, die wel gebonden zijn aan de Brusselse regels, quota en toegangsafspraken?
Dan kort over het MFK. Uit het prioriteitenlijstje van het Ierse voorzitterschap blijkt dat men voor het einde van het jaar nog grote stappen wil zetten. Ik hoor graag van de premier een harde bevestiging dat voor Nederland het resultaat echt boven snelheid gaat, want uiteindelijk is de Nederlandse handtekening nodig om groen licht te geven. Ik zei het vorige week al: Nederland, let op uw zaak. Ik heb vandaag overigens een uitstekende analyse van oud-minister van Financiën Hans Hoogervorst hierover gelezen. In dat kader een compliment voor de positionering van de premier. Weet u ook gesterkt door mijn fractie en volgens mij ook een meerderheid van de Kamer. Maar hoe gaat dit kabinet voorkomen, conform mijn aangenomen motie, dat de Nederlandse nettobetalingspositie verslechtert?
Voorzitter. Tot slot de Europese veiligheidsstrategie. Het geeft mijn fractie een wat onbehaaglijk gevoel dat de Europese Commissie de pen vast heeft als het gaat om het invullen van artikel 42.7. Het lijkt mij niet aan de Europese Commissie om deze defensiearchitectuur vorm te geven, maar aan hoofdsteden waar Londen, Ankara, Oslo, Ottawa en Washington buiten EU-verband ook bij horen. Kan de premier toelichten hoe Nederland gaat voorkomen dat de Commissie haar hand overspeelt in het opstellen van deze veiligheidsstrategie? En hoe gaat het kabinet zich conform de aangenomen motie verzetten tegen het oprekken van artikel 42.7 tot een EU-collectief defensiemechanisme?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Van der Lee (PRO):
Ik heb toch nog een verhelderende vraag over een deel van het betoog. De heer Hoogeveen spreekt zich uit tegen de uitbreiding van de Unie naar Oekraïne en Moldavië. Is dat nou omdat hij geen valse verwachtingen wil wekken, want het duurt lang, of is hij überhaupt tegen uitbreiding, ongeacht het land?
De heer Hoogeveen (JA21):
Tweeledig. Eén. Ik denk dat het gewoon nog heel lang gaat duren voordat Oekraïne en Moldavië aan de Kopenhagencriteria voldoen. Het tweede argument: als je op dit moment kijkt naar Oekraïne en Moldavië, dan zijn dat regio's die niet over hun hele gebied invloed hebben. Dat maakt het tot een buitengewoon lastig onderhandelingsproces. Wij zien dus voorlopig — vandaag, morgen, over tien jaar — eigenlijk geen mogelijkheid voor die landen om volwaardig toe te treden. Wij zeggen dan ook: zorg er wel voor dat je die landen aan de Europese Unie bindt, bijvoorbeeld Oekraïne op het gebied van de grondstoffendeal, dat strategische partnership, associatieakkoorden, meer handelsliberalisatie. Wij zien daar veel meer in dan zo'n eindeloze wachtkamer, omdat er toch, als je de huidige kandidaat-lidstaten spreekt, heel veel frustratie naar voren komt.
De heer Van der Lee (PRO):
Toch is het mij nog niet helemaal helder. Dus het is geen principieel nee, het is een pragmatisch nee, in de zin van "het duurt te lang". Moet ik het dan zo samenvatten? Of is het echt zo van: ik zie het never nooit gebeuren zolang Transnistrië in handen is van Rusland en een deel van Oekraïne bezet is?
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik heb geleerd in de politiek dat je nooit nooit moet zeggen. Maar wij zien het niet gebeuren. Wij zeggen dan ook dat we dit traject nu niet aan moeten gaan. Je zwemt uiteindelijk in een fuik en komt daarmee in een eindeloze cirkelredenering, van "jullie voldoen niet aan de Kopenhagencriteria" en dan komen de landen weer terug met de boodschap "ja, we zijn gefrustreerd, want het duurt te lang". Wij denken dat dit ook Europa niet helpt op geo-economisch gebied, dus zorg er nou voor dat je die landen zo veel mogelijk aan je bindt in geloofwaardige alternatieven.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van der Lee (PRO):
Dus JA21 zegt nee tegen een EU-lidmaatschap van Oekraïne en nee tegen een EU-lidmaatschap van Moldavië?
De heer Hoogeveen (JA21):
Dat is correct.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Becker namens de VVD.
Mevrouw Becker (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Poetin staat onder druk en zijn antwoord is meer terreur. We moeten blijven strijden voor de Oekraïense én onze veiligheid. Daarbij hoort voor de VVD ook het starten van onderhandelingen met Oekraïne over eventuele toetreding, waarbij we als Kamer wel hebben uitgesproken dat dit fair en strikt moet zijn op basis van de Kopenhagencriteria. Wil het kabinet bepleiten dat, zoals we net ook al bespraken, in de tussentijd graduele vormen van onderhandeling en toetreding mogelijk zijn, conform de aangenomen motie van mijn hand? Zal de minister-president ook, nu een nieuw sanctiepakket richting Rusland is aangenomen, willen pleiten voor het naleven daarvan, hier en in de rest van de EU? Is hij bereid te bepleiten, zoals ook mijn collega Groothuis in Brussel voorstelt, dat aluminium onder het nieuwe sanctiepakket zal vallen? Dat is zeer belangrijk, nu blijkt dat er grootschalige export van aluminium van Ierland naar Rusland plaatsvindt.
Dan migratie. De minister-president gaat ontbijten over migratie bij aanvang van de top. Zou hij daar het idee willen neerleggen voor een gezamenlijk non-paper voor externalisering van migratie, zoals ik al opperde bij het debat over de Staat van de Unie? Is hij ook bereid om, als hij met gelijkgestemde lidstaten over innovatieve oplossingen voor instroombeperking spreekt, het uitbreiden van het veiligederdelandenconcept mee te nemen? Hiermee krijgen asielzoekers geen recht op asiel in Nederland als ze al buiten Europa asiel hadden kunnen aanvragen.
Dan Iran. Er lijkt een deal te zijn, al is veel onduidelijk. Als de spanningen in het Midden-Oosten op de korte termijn minder worden, is dat goed voor de levering van de energie en voor de prijzen. Maar tegelijkertijd doet de deal geen recht aan de Iraanse bevolking, die snakt naar vrijheid. De VVD is zeer sceptisch. We hebben nog altijd te maken met een moorddadig regime, dat in januari nog tienduizenden vreedzame demonstranten ombracht. We hebben te maken met een regime dat technologie heeft om een nucleair wapen te bouwen, dat geavanceerde langeafstandswapens heeft, dat steun blijft verlenen aan terreurproxy's in het Midden-Oosten. We hebben te maken met een regime dat bovendien regelmatig via zijn lange arm de veiligheid hier ondermijnt. Hoe wil het kabinet zich er in de EU en richting de VS voor inzetten dat als er een deal is gesloten, die ook door Iran wordt nageleefd en dat een deal niet het regime in staat stelt om het Iraanse volk nog heviger te onderdrukken? Het VK, Frankrijk, Duitsland en Italië verklaarden gezamenlijk bereid te zijn om sancties tegen Iran te verlichten in ruil voor nucleaire stappen na de Amerikaanse deal. Hoe ziet de minister dit? Zal in Brussel ook de inzet in de Straat van Hormuz besproken worden wanneer deze weer opengaat, maar vol mijnen ligt?
Dan de Europese veiligheid. Hoog op de agenda staat dat niet-Europese bedrijven niet langer onevenredig veel kritieke infrastructuur in bezit kunnen hebben. De minister-president was onlangs bij de top over de Westelijke Balkan. Is hij ook bereid om samen met andere lidstaten erop toe te zien dat de landen in de Westelijke Balkan soortgelijke maatregelen nemen?
's Avonds heeft de minister-president een diner over mondiale economische uitdagingen. Is hij bereid om daar de kapitaalmarktunie te bespreken? De kopgroep met welwillende lidstaten bestaat nu uit zes landen. Zou hij op zoek willen gaan naar ten minste drie andere lidstaten die zich daarbij kunnen aansluiten?
Over het MFK is donderdag al veel gezegd. Met het oog op de tijd wil ik vandaag vooral de minister-president aanmoedigen om stand te houden voor een slank en modern MFK en de huidige negobox als no-gobox te behandelen.
Tot slot drugscriminaliteit. Goed dat op deze top stilgestaan wordt bij het tegengaan van drugscriminaliteit. De VVD zou willen dat er vanuit de EU gezamenlijk wordt besloten om financiële middelen en impulsprogramma's richting bepaalde landen buiten de EU, zoals voor ontwikkelingssamenwerking, stop te zetten als een land niet meewerkt aan uitlevering van criminelen. Graag een reactie.
De heer Stöteler (PVV):
Mevrouw Becker begon met migratie en had het op een gegeven moment ook over veiligheid en later over de begroting. Je kunt goed uit de begroting halen waar de Europese instituten naartoe bewegen. In de conceptbegroting staat nu dat aan de interne markt en nog wat daaraan gelieerde dingen 22 miljard wordt uitgegeven en aan cohesiebeleid 71 miljard, maar aan migratie slechts 5,8 miljard en aan security en defense, dus veiligheid, 3 miljard. Zijn dat nou de verhoudingen die de VVD voor zich ziet in een moderne begroting?
Mevrouw Becker (VVD):
Nee, niet voor niets sporen wij het kabinet aan om ervoor te zorgen dat Nederland inzet op prioriteiten waar de EU wat ons betreft ook echt een rol heeft. Dat betekent wat ons betreft: minder richting cohesiefondsen, minder richting landbouw en juist meer richting technologie en economie maar ook veiligheid en migratie.
De heer Van Houwelingen (FVD):
In het verlengde van het interruptiedebatje met de heer Hoogeveen over toetreding van Oekraïne: stel dat Oekraïne de controle over zijn grondgebied nog niet terug heeft of dat er geen duurzame vrede is, kan Oekraïne dan in die situatie — het lijkt erop dat die nog even voortduurt — wat de VVD betreft toetreden tot de Europese Unie?
Mevrouw Becker (VVD):
Toetreding van Oekraïne is überhaupt niet aan de orde op dit moment, maar zoals wij ook in het eerdere commissiedebat over uitbreiding hebben gezegd, vinden wij het belangrijk dat wij ook blijven kijken naar de geopolitieke omstandigheden en hoe we ervoor zorgen dat we Oekraïne, dat op dit moment ook vecht voor onze veiligheid, in onze invloedssfeer houden en dat we de bevolking ook perspectief geven op een toekomst in Europa. Daarom stellen wij andere vormen voor om in ieder geval alvast gradueel mee te kunnen doen in de EU. Je kan bijvoorbeeld zeggen: als je op een bepaald hoofdstuk ver gevorderd bent in de onderhandelingen, kan je daar alvast meedoen. Wij willen immers niet dat een het zwart-witbeslissing wordt in de zin van ja of nee, waarbij we eventueel Kopenhagencriteria en andere criteria die we hebben, zoals verwikkeld zijn in conflicten en andere zaken, overboord zouden moeten gooien, omdat we nou eenmaal zo graag willen dat ze lid worden om te zorgen dat ze in de invloedssfeer blijven. Daarvoor heb ik mijn motie ingediend. Die is aangenomen en ik heb de minister-president gevraagd die motie mee te nemen richting Brussel.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Mevrouw Becker zegt dat het niet aan de orde is, maar Oekraïne is kandidaat-lidstaat. Von der Leyen heeft ook gezegd dat Oekraïne zonder enige twijfel op een gegeven moment lid wordt. Dat hangt dus echt wel boven de markt. Dat is niet iets wat ik hier verzin. Dan kan op een gegeven moment natuurlijk de situatie ontstaan dat de Europese Unie zegt dat Oekraïne voldoet aan de Kopenhagencriteria en dat dat besluit voor komt te liggen, terwijl dat land nog in oorlog is of terwijl gebieden nog in Russische handen zijn. U begrijpt dat ik die vraag stel met het oog op artikel 42, lid 7 en het risico dat Nederland dan ook in een conflict met Rusland terechtkomt. Wat is dan de positie van de VVD? Zegt de VVD dat dit een te groot risico voor Nederland is en dat we hier ons veto over moeten uitspreken? Wat gaat de VVD dan besluiten?
Mevrouw Becker (VVD):
Ik zou eigenlijk niet mee willen gaan in deze toch wel tendentieuze vraagstelling van Forum, want de discussie over toetreding van Oekraïne en over onderhandelingen gaat helemaal niet over wat hij hier nu schetst. Er wordt een soort beeld geschetst alsof wij straks, terwijl Oekraïne nog in oorlog is, daar als Europese Unie ook in gerommeld zouden worden. Ik ga daar allemaal helemaal niet in mee. Het is van belang dat hoofdstukken geopend kunnen worden nu Hongarije niet langer blokkeert en dat we dat gewoon op een strikte en faire manier gaan doen. De VVD heeft samen met andere partijen voorgesteld om alvast te kijken hoe Oekraïne op andere onderdelen, waar het al ver gevorderd is, kan meedoen aan de Europese Unie.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ja, afrondend. Ik begrijp helemaal niks van dit antwoord, want dit ligt dus wél voor. Oekraïne is op dit moment verwikkeld in een oorlog met Rusland. Het heeft geen controle over zijn gebied. Door Von der Leyen en heel veel andere mensen wordt gezegd dat Oekraïne, dat kandidaat-lidstaat is, heel snel gaat toetreden. Die vraag ligt dus voor. Politiek is vooruitzien, zoals u weet. Het kan dus heel goed zijn dat die vraag op een gegeven moment ook hier komt. Daarom vraag ik de VVD alvast wat de VVD dan gaat doen. Gaat ze daar wel in mee, met dus als risico dat Nederland in oorlog raakt met Rusland? Wat Forum betreft is dat natuurlijk absoluut niet in het belang van Nederland. Die vraag is op dit moment heel pertinent.
Mevrouw Becker (VVD):
Ik zou hetzelfde willen herhalen: dit is op dit moment absoluut niet aan de orde. Er ligt geen voorstel voor waarbij Oekraïne in oorlog is en toch zou toetreden tot de Europese Unie. Verder zou ik willen verwijzen naar wat ik zojuist gezegd heb.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Weet mevrouw Becker het Griekse woord voor "Pas op! Chemische stoffen, gevaarlijk voor je ogen en je huid"?
Mevrouw Becker (VVD):
U heeft zojuist aan de minister-president gevraagd of hij in het Spaans met de heer Sánchez kan spreken, maar om mij nu de hele Griekse taal voor te leggen … Dank aan de heer Dijk omdat hij denkt dat ik daartoe in staat zou zijn, maar hij gaat mij ongetwijfeld het antwoord geven.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik wilde het toch proberen. Ik zou ook echt geen enkel idee hebben! Ik kan er niet eens mee beginnen. Maar het punt dat ik wil maken, is dat dit soort zaken op dit moment in Europese wetgeving, de Omnibuswetten, wel speelt, dus hele directe bedreigingen voor werkende mensen, ook in onze chemie-industrie, waarbij bedrijven de vrijheid krijgen om in hun eigen taal naar believen dit soort waarschuwingen op producten te zetten die bijvoorbeeld in de chemie gebruikt worden.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dan kan ik er toch op rekenen dat de VVD het voor deze hardwerkende Nederlanders opneemt, zodat zij geen brandende ogen en geen brandende huid krijgen?
Mevrouw Becker (VVD):
Ik denk dat het heel goed is dat er op dit moment via die Omnibuswetgeving wordt gekeken waar regelgeving die is doorgeslagen een stuk minder kan. De heer Dijk vindt de VVD altijd aan zijn zijde om vragen te stellen over voorbeelden waarbij het schrappen van een bepaalde regel aantoonbaar leidt tot een onevenredig veiligheidsrisico.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dan zou ik op een aantal punten graag de steun willen van de VVD. Dit is namelijk wel de praktijk. Als je zelf mag kiezen in wat voor taal je waarschuwingen zet op producten waar mensen mee moeten werken, komen daar ongelukken van die onze werkende klasse raken. Als je de veiligheidstests voor verzorgingsproducten zo erg versoepelt, gaat dat mensen raken. Ik kan er een hele riedel van maken. Het gaat over milieuwetgeving, dicht bij mensen in de buurt. We hebben nu al pfas-schandalen. Dat zijn al die Omnibuswetten. Ik zei net al dat het nu even niet gaat over dat dopje op het flesje of over de kromme bananen. Het gaat nu echt over hele schadelijke wetgeving voor werkende mensen en milieuwetgeving direct bij mensen in hun leefomgeving. Het verbaast mij heel erg dat geen partij in dit debat hierover begint, omdat het zo urgent is. Als deze wetten erdoor komen, gaat het niet om het verdienmodel van Nederland of van Europa. Nee, dan is het direct een bedreiging voor sociale wetgeving en milieuwetgeving die mensen in hun leefomgeving en op hun werk treffen. Bent u zich daarvan bewust en vindt u dan ook dat de premier op pad moet worden gestuurd met de boodschap niet daarvoor te stemmen?
De voorzitter:
Meneer Dijk, we zouden de interrupties kort houden. U bent minuten aan het woord. Mevrouw Becker.
Mevrouw Becker (VVD):
Volgens mij hebben we deze Omnibuswetgeving hier specifiek voor verschillende onderwerpen in de Kamer aan de orde. Ik meen mij ook te herinneren dat mijn collega Renate den Hollander daar onlangs een heel gebalanceerd verhaal over had, namelijk over bijvoorbeeld regelgeving die moet voorkomen dat de natuur geschaad wordt. Zij heeft ook gezegd dat dit geen middel mag zijn waardoor we regelgeving die belangrijk is voor mens en milieu overboord gooien. Tegelijkertijd zou ik dan de heer Dijk willen uitnodigen om met ons mee te kijken om te zien dat Brussel wel degelijk op heel veel terreinen is doorgeslagen in wat er gevraagd wordt van bedrijven en dat het daarbij zeker een tandje minder kan. We moeten ook eerlijk zeggen wat er wel en niet aan de orde is, want hij had het zojuist over het 28ste regime, alsof dan het hele Nederlandse arbeidsrecht overboord zou gaan. Het 28ste regime gaat vooralsnog vooral over het opbouwen van vennootschappen en andere wet- en regelgeving voor bedrijven en heeft helemaal niets te maken met het arbeidsrecht. Dat is gewoon een nationale competentie. Laten we dus ook wel even bij de feiten blijven.
De heer Van der Lee (PRO):
We hoorden net dat JA21 tegen toetreding van Oekraïne en Moldavië is. Ik heb de motie van mevrouw Becker over graduele toetreding medeondertekend, maar is de positie van de VVD dat volwaardig lidmaatschap nog steeds het einddoel is?
Mevrouw Becker (VVD):
Het einddoel van de VVD is dat we rekenschap geven van wat er geopolitiek aan de hand is en tegelijkertijd ook de toekomst van de Europese Unie en de kracht daarvan in het oog blijven houden. We moeten een land dus niet te makkelijk toelaten tot de Unie omdat er nu bepaalde geopolitieke omstandigheden zijn, terwijl het er eigenlijk nog niet aan toe is. Vandaar ons voorstel voor versterking van het toetredingsmodel, omdat wij niet gewoon hard nee willen zeggen, zoals JA21 doet. Wij denken dat dat niet past in de huidige geopolitieke context, maar er zal nog wel heel wat nodig zijn. Ik denk dat het bijvoorbeeld goed is om straks, eerst bij de onderhandelingen met Montenegro, eens te kijken hoe zo'n modern toetredingsverdrag er uiteindelijk uit gaat zien, voordat we nu al heel snel allerlei stappen zetten om de deur voor Oekraïne volledig open te zetten, zoals bijvoorbeeld door D66 werd voorgesteld, en alvast maar een toetredingsverdrag te gaan schrijven. Daar zijn we echt nog niet op dit moment.
De heer Van der Lee (PRO):
Dat waren heel veel woorden. Ik begrijp en herken de positie, maar mijn vraag was of het einddoel uiteindelijk een volwaardig lidmaatschap is. Is graduele toetreding in de ogen van de VVD niet een manier om dat te voorkomen? Is, ongeacht de hoeveelheid tijd, het einddoel een volwaardig lidmaatschap van Oekraïne en Moldavië?
Mevrouw Becker (VVD):
Zeker. Alleen zal het en-en moeten gebeuren. Bovendien zal het gepaard moeten gaan met fundamentele hervormingen van de Unie zelf, zoals ook de AIV zegt. Dat hoort allemaal bij elkaar. Daarom kun je ook niet zeggen: nou, doe maar volwaardige toetreding. Dat is het einddoel, maar er is nog heel veel voor nodig.
De heer Dassen (Volt):
Mevrouw Becker begint terecht met Rusland en het naleven van de sancties. Nou zijn er nog steeds Nederlandse bedrijven actief in Rusland. Is de VVD het met ons eens dat we in ieder geval moeten voorkomen dat die bedrijven fiscale voordelen genieten of subsidies ontvangen vanuit Nederland?
Mevrouw Becker (VVD):
Ik vroeg de minister-president niet voor niets om bedrijven in de Europese Unie en specifiek ook Nederlandse bedrijven te houden aan het naleven van de sancties. Dat sanctiepakket is fors uitgebreid. Dat gaat ook weer over nieuwe categorieën van export en andere zaken. Ik zou graag met u aan de minister-president willen vragen om erop toe te zien dat dat ook gebeurt.
De heer Dassen (Volt):
Daar kan ik me helemaal bij aansluiten. Ik ben zelf ook zoekende als het gaat om de bedrijven die via andere paden niet onder het sanctieregime vallen en daar dus nog actief zakendoen. De zaadveredelaars waren laatst bijvoorbeeld in het nieuws omdat zij daar nog zakendoen. Je kunt er vragen bij stellen of dat wenselijk is. Ik vraag me dan af of het wenselijk is dat wij die bedrijven fiscaal subsidiëren vanuit Nederland. Mijn vraag is hoe de VVD daarnaar kijkt.
Mevrouw Becker (VVD):
Het is ook altijd weer de vraag wat je dan bedoelt met fiscaal subsidiëren. Ik denk dat als je met elkaar zou constateren dat een bedrijf bepaalde activiteiten verricht waarvan je eigenlijk vindt dat die niet wenselijk zijn, je dan het gesprek zou moeten voeren over de sancties. Je hebt namelijk ook in de hele Europese Unie met elkaar afgesproken dat dat zorgt voor een gelijk speelveld. Ik heb zojuist ook voorgesteld om die sanctielijst uit te breiden, bijvoorbeeld met aluminium. Laten we dat gesprek voeren. Ik denk dat het een ingewikkeldere weg is om los van die sanctielijst te zeggen: ik zie hier nog een bedrijf dat daar een contact heeft, dus ik ga dat apart fiscaal aanpakken. Het lijkt me wel verstandig om te spreken over de sanctielijst.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
Ik bedoel het eigenlijk precies andersom, dus dat bedrijven nu bepaalde voordelen genieten vanuit Nederland, bepaalde subsidies krijgen en zakendoen in Rusland. Ik stel gewoon de vraag of het wenselijk is dat we dat op dit moment op die manier doen. Ik heb die vraag ook aan het kabinet gesteld. Ik stel de vraag ook aan de VVD, omdat ik denk dat we zelf moeten nadenken over hoe we daarmee willen omgaan. Vandaar mijn vraag. Het is dus eigenlijk andersom dan net het antwoord was.
Mevrouw Becker (VVD):
Laten we het dan zo doen dat de heer Dassen mij ook inzicht verschaft in over welke fiscale bevoordelingen voor bepaalde bedrijven hij het dan heeft, zodat ik me een beetje een beeld kan vormen van wat hij dan voorstelt dat aangepast zou moeten worden. In algemene zin is de VVD het ermee eens dat we de sancties strikt moeten naleven en dat we de activiteiten die er nog zouden zijn in Rusland zo veel mogelijk moeten ontmoedigen, omdat de strijd voor Oekraïne en aan Oekraïense zijde moet zijn.
De heer Klos (D66):
Ik wil nog even terug naar de uitbreiding van de Europese Unie. Het leek alsof Macron en Merz ons commissiedebat Uitbreiding goed hadden gevolgd en de motie-Becker goed hadden gelezen.
Mevrouw Becker (VVD):
Onderschat onszelf niet, hè?
De heer Klos (D66):
Zeker niet. Rondom die Westelijke Balkantop, waar de premier voor ons ook aanwezig was, presenteerden zij hun plan om inderdaad rechten te verlenen op pad naar het volwaardige EU-lidmaatschap. Dat kan dan als tussenstap dienen. Ik ben benieuwd hoe mevrouw Becker kijkt naar die voorstellen van Macron en Merz.
Mevrouw Becker (VVD):
Ik zou die vraag eigenlijk mede willen stellen aan de minister-president, namelijk of Nederland al een goede analyse heeft gemaakt van al deze onderwerpen die zij voorstellen waarop rechten zouden moeten worden verleend. Voor de VVD is het van belang dat dat niet gaat over stemrecht, over het MFK, over de interne markt of over de fundamentele zaken die echt horen bij het lidmaatschap van de Europese Unie. Wij vinden dat andere zaken, bijvoorbeeld wat aan de orde is rondom roaming en het meedoen in bepaalde sectoren, positief bekeken zouden moeten worden.
De heer Klos (D66):
Ik denk inderdaad dat dat dan vrij dichtbij het voorstel komt. Dat ging inderdaad niet over stemrecht, maar meer over een waarnemersstatus en dat soort dingen. Een van de problemen die we natuurlijk hebben, is dat Oekraïne deze vorm van toetreding afwijst. Dat doen ze natuurlijk ook met goede redenen, want ze willen volwaardig lid zijn van de club. Ik vraag me dus af hoe de VVD kijkt naar welke positieve signalen we straks nog aan Oekraïne en de investeerders in de wederopbouw kunnen geven om te laten zien dat het ons menens is en dat we ook daadwerkelijk willen dat Oekraïne volwaardig lid wordt, en ook vrij snel.
Mevrouw Becker (VVD):
Afgelopen weekend had mijn partij een congres. Daar was ook de partijvoorzitter van de partij van de heer Zelensky. Ik heb zelf afgelopen week nog met de Oekraïense ambassadeur gesproken. Ik weet hoezeer het gewaardeerd wordt wat Nederland doet in Oekraïne en welke steun wij verlenen, ook voor het kunnen voldoen aan de Kopenhagencriteria en de diverse hoofdstukken. Ik denk dat we niet genoeg kunnen onderstrepen dat we daarmee door moeten gaan en we misschien ook wel moeten kijken naar waar we meer kunnen doen. We moeten niet de weg op van concessies doen aan echt fundamentele criteria, want dat verzwakt uiteindelijk de Europese Unie als geheel. Dat is ook niet in het belang van Oekraïne.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik denk dat het betoog of de analyse van mevrouw Becker wel redelijk wat overeenkomsten heeft met mijn verhaal. We moeten Oekraïne steunen, investeren in Defensie en hen uit de invloedsfeer van Rusland houden en in onze invloedsfeer houden. Ik denk dat we wat divergeren bij de conclusie dat dit uiteindelijk lidmaatschap inhoudt. Nu zei mevrouw Becker zonet — ik parafraseer even — dat het niet zozeer de vraag is of Oekraïne klaar is voor de EU, maar of de EU klaar is voor Oekraïne en dat we dan moeten hervormen. Kan mevrouw Becker een beetje toelichten wat ze daarmee bedoelt? Wat voor hervormingen heeft zij in gedachten als Oekraïne lid wordt?
Mevrouw Becker (VVD):
Daar hebben we vorige week ook uitgebreid bij stilgestaan. Wij zijn er nog helemaal niet aan toe dat Oekraïne lid wordt. Maar in tegenstelling tot JA21 willen wij op allerlei manieren investeren in het uiteindelijk kúnnen voldoen aan die Kopenhagencriteria. Wij zeggen dus: jullie kunnen er nog niet bij, maar we gaan jullie wel helpen om erbij te komen. JA21 zegt: we zien het niet gebeuren, maar misschien zijn er andere routes. Dat is toch wel een fundamenteel verschil. Als je echt tot die geopolitieke invloedsfeer wilt behoren, moet je dat perspectief wel hebben. Tegelijkertijd worden we een steeds groter blok van heel veel verschillende landen. Er staan nog meer landen aan de deur te kloppen. Hoe effectief opereert de Europese Unie nog in de wereld en hoe financieel-economisch gezond zijn we nog? Kunnen we het met elkaar allemaal opbrengen? Daarom moeten we er wel voor zorgen dat we een aantal zaken hervormen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de economische gezondheid die we eisen van landen. Denk bijvoorbeeld aan een moderner MFK; daar heb ik vorige keer ook bij stilgestaan. Hoe kan het buitenlandbeleid effectiever zijn? Dat kan bijvoorbeeld door het veto af te schaffen. Zo is er nog een hele lijst aan hervormingen die nodig zijn. Ook de AIV verwijst daarnaar in het afgelopen advies dat ze gegeven hebben. Uitbreiding kan niet zonder hervormingen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Goed verhaal. Alleen, als je het concreet gaat invullen, vraag ik me af hoever de VVD daarin meegaat. Als Oekraïne bij de Europese Unie komt, dan gaat het ook aanspraak maken op cohesiefondsen en landbouwsubsidies, en heeft het een enorme wederopbouwopgave. Dus als je dat praktisch gaat invullen, dan houdt de VVD nu aan de ene kant het verhaal om het MFK te hervormen en pleit ze voor een lagere afdracht en voor een stevige Nederlandse positie. Maar aan de andere kant halen we kandidaat-lidstaten binnen die nog een grotere netto-ontvanger zijn dan alle lidstaten bij elkaar.
Mevrouw Becker (VVD):
Wat de VVD betreft zou daarom onderdeel van die hervormingen moeten zijn dat je ook streng kan zijn tegenover landen in wat je van ze verwacht. Onderdeel van de nieuwe toetredingsverdragen is dat je op een gegeven moment ook kan zeggen: wij ontnemen je weer rechten op het moment dat jij je niet aan die afspraken houdt. Dat stond ook in mijn motie. Die afspraken zouden wat mij betreft ook moeten gaan over economisch gezond zijn, over financieel je eigen broek ophouden. Die hervorming zou wat mij betreft ook een MFK moeten inhouden dat juist minder gericht is op cohesiefondsen en landbouw en meer op de economie van de toekomst. Als we al die dingen doen, dan kunnen we een sterke Europese Unie hebben, die ook sterk staat in de wereld, in plaats van dat we Oekraïne en een deel van de Balkan eigenlijk voor het grijpen laten liggen voor Rusland. Dat is wat de VVD niet wil.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Hoogeveen (JA21):
Met alle respect, maar dat vind ik een ongeloofwaardig verhaal. Dan heb ik liever de heer Van der Lee of de heer Dassen, die gewoon zeggen: meer geld ernaartoe, want dat is nodig. Dat is namelijk zo. Als Oekraïne bij de EU komt, dan staan we voor een enorme financiële opgave. We kunnen zeggen: minder focus in het MFK op landbouw en cohesiefondsen. Maar hetgeen wat Oekraïne nodig heeft als het lid is, zijn die cohesiefondsen en die landbouwsubsidies. Ik wil dus toch aan mevrouw Becker meegeven: be careful what you wish for. Als Oekraïne echt concreet een volwaardig lid wordt van de EU, dan zal dat toch echt de financiële opgave zijn die we zullen moeten oplossen.
Mevrouw Becker (VVD):
Dat is niet per definitie gezegd. Het is op dit moment ook het voornemen van de Europese Commissie om juist meer steun te gaan verlenen in regio's die dicht bij Rusland liggen. Daarvan heeft het kabinet gezegd: daar willen we best naar kijken, maar dat zal dan wel moeten binnen het MFK. Dat betekent keuzes maken. Dat betekent misschien ook dat Zuid-Europese lidstaten of andere landen die in het verleden meer kregen, het dan met minder zullen moeten doen. Voor ons is het ook belangrijk dat we geen eurobonds gaan doen en dat we geen permanente overdracht gaan doen van schulden van zuid naar noord of van oost naar noordwest. Al die dingen moeten we goed met elkaar afspreken. Ik vind dat het kabinet daarin heel goed op weg is. De heer Hoogeveen noemt het een ongeloofwaardig verhaal, maar het is op dit moment juist de inzet van het kabinet om te zorgen voor een modern MFK en geen eurobonds te doen. Dan hebben we een sterke Europese Unie, waar we onder voorwaarden tegen landen kunnen zeggen: u kunt toetreden, mits we hervormen.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van der Lee namens PRO.
De heer Van der Lee (PRO):
Dank u wel, voorzitter. Ik begin mijn betoog met een compliment aan de leden Hoogeveen en Becker voor wat zij over Iran en de deal hebben gevraagd. Ik ben namelijk ook benieuwd wat het kabinet ervan weet en wat erin staat. Wij zagen ook die verklaring, die trouwens door twaalf lidstaten van de Europese Unie is ondertekend, maar niet door Nederland. Heeft dat er iets mee te maken dat er gesuggereerd wordt dat er sanctieverlichting in het verschiet zou liggen, misschien gekoppeld aan het kernenergieprogramma? Maar wij maken ons wel zorgen dat we zomaar sancties gaan verlichten voor Iran. Ik ben dus benieuwd of de minister daar wat over kan zeggen.
Heel teleurstellend is het feit dat de RBZ-raad gisteren weer niet in staat is geweest om het eens te worden over sancties richting Israël. We hebben weleens meer gehoord over een route met een coalition of the willing, maar ik ben wel benieuwd wat de premier nou concreet op de top gaat doen om hier toch nog een stap in te zetten, met name wat betreft Ben-Gvir. Ik hoor de minister daar graag over.
Ik wil wat langer stilstaan bij de mondiale economische uitdagingen, maar eigenlijk gaat het over China. Ik noemde het al even in een interruptiedebat. We kennen de enorme mensenrechtenschendingen richting Tibetanen, Oeigoeren, Hongkong-Chinezen en de Falun Gong. Van tienduizenden Falun Gongaanhangers zijn organen afgenomen voor orgaantransplantatie. Er is een eindeloze reeks mensenrechtenschendingen, maar wat zien we nu recent? Kallas geeft aan dat de Europese Unie heeft geverifieerd dat China Russische troepen traint om Oekraïne te bevechten. Wat zien we op economisch terrein? Er wordt tot acht keer meer staatssteun gegeven aan bedrijven dan in Europa, waardoor men in China een koppositie opbouwt op het gebied van chemie, medicijnen, staal, grondstoffen; noem het maar op. We zien de anacondastrategie gericht op Taiwan. We zien de acties richting ons fregat; internationale wateren worden bedreigd. Daar moeten we ook concreet iets tegenover zetten. Ik wil graag van de minister-president weten welke concrete maatregelen, ook handelsmaatregelen, wij gaan bepleiten op de top. Wordt er ook een stap gezet richting een echt sterkere gezamenlijke Chinastrategie?
Meer concreet vind ik dat we als Europa, met Nederland daarin vooroplopend, de relatie met Taiwan moeten versterken. Als daar iets misgaat, worden wij zeer zwaar getroffen. Wij hebben een hefboom als het gaat om de halfgeleiders. We hebben daar ook ambitie; ik noemde al de Semicon Visie van het kabinet. We willen meer productiecapaciteit van chips in Europa. Wie is dé chipproducent in de wereld? Dat is Taiwan. Is de Nederlandse regering bereid om de minister van Economische Zaken, die over R&D gaat, te verzoeken om, samen met gelijksoortige bewindslieden in Europa, hier actie op te ondernemen en dat ook concreet met Taiwan op te zetten? Denk ook aan een delegatie van ministers die Taiwan bezoeken. Sinds de Taiwandeal in de jaren tachtig is er geen Nederlandse bewindspersoon naar Taiwan geweest. Dat is absurd, gelet op de huidige geopolitieke situatie en de acties van China. Ik hoor dus graag van de minister-president of hij daartoe bereid is.
Een ander punt dat ik nog wilde noemen, zijn de flamingorellen in Albanië naar aanleiding van een zeer omstreden investeringsproject, waar ook Jared Kushner en andere bekende mensen kennelijk mee verbonden zijn. Wij willen dat Albanië optreedt tegen corruptie. Maar wat is nou het geval? Dit hele resort wordt gebouwd door een onderneming die hier in Nederland is geregistreerd als brievenbusfirma, waardoor verhuld kan worden wie uiteindelijk de aandeelhouders zijn. Als je een belang van minder dan 25% hebt, kom je niet eens in beeld.
De voorzitter:
U rondt af.
De heer Van der Lee (PRO):
Mijn vraag aan de minister-president is: wat vindt hij daarvan en wat gaat hij daartegen doen?
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Struijs namens 50PLUS.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank, voorzitter. Er zijn veel zinnige dingen gezegd. Ik ga niet de hele agenda van deze Europese top langs. Ik wil er specifiek twee dingen uit halen waar 50PLUS zich echt zorgen om maakt.
Ik begin eventjes met de mogelijk disbalans die gaat ontstaan, tussen wat we gaan betalen en wat we er met z'n allen voor terugkrijgen. Dat houdt de gemiddelde huiskamer toch wel bezig. We gebruiken hier altijd hele moeilijke taal, maar laat ik er één ding uit halen. Ik heb het vandaag nog eens een keer uitgelegd in een ander gremium. De pensioenfondsen in Nederland staan nu rond de 1.430, 1.450 miljard. Die zijn door allerlei spelregels gebonden aan beleggingen. Een van de beleggingen zijn de staatsobligaties. Als deze spelregels doorgaan en als ik zie wat landen nu gaan lenen in Europa, dan krijgen we verkapte eurobonds. Dan worden er weer te veel staatsobligaties gekocht met onze pensioengelden en hebben we pas na tien jaar rendement. Ik wil dus aan de minister-president vragen om hier donders alert op te zijn. Het gaat namelijk ook over ons geld in Europees verband. Laten we uitkijken dat zo'n eurobond niet toch via de achterdeur binnenkomt.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Wij maken ons hier ook zorgen over. We hebben hier ook Kamervragen over gesteld. U ook, zag ik. Wij vroegen: is het zo dat wetgeving pensioenfondsen verplicht om rentevaste activa, dus obligaties, op de balans hebben? Toen was het antwoord: nee, Nederlandse wetgeving verplicht dat niet. Begrijp ik het goed dat Europese wetgeving onze pensioenfondsen daar wel toe dwingt?
De heer Struijs (50PLUS):
Niet de wet, wel de richtlijnen. Die richtlijnen worden te strikt gevolgd. Dan zeggen ze dat de wetgeving ruimte laat voor eigen invulling. Nee, dat zit in die richtlijnen. Dat is net als de algemene maatregelen van bestuur die we hier in de wet kennen; dat is misschien een beetje een rare analogie. Daar maken wij ons zorgen om, want ze houden zich aan die richtlijnen. Daarom zetten wij veel meer in op die richtlijnen en alertheid daarop. Daarom zeggen we: je moet niet onze pensioengelden voor een groot gedeelte investeren in die staatsobligaties.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Heel kort. We zijn het helemaal eens, maar zijn die Europese richtlijnen überhaupt aan te passen? Daar is waarschijnlijk overeenstemming in de EU voor noodzakelijk en dat zie ik niet gebeuren.
De heer Struijs (50PLUS):
Onze experts zijn …
De voorzitter:
De heer Struijs.
De heer Struijs (50PLUS):
Sorry, voorzitter. Ja, die zijn aan te passen, maar die lopen langs de Europese Rekenkamer en langs onze banken. Daar zit te weinig grip en controle op, is ons betoog. Ik ben het ook met u eens. We hebben hetzelfde doel en we gaan samen verkennen hoe we dat doen, maar ik vraag de minister-president nu al om hier alert op te zijn.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik vervolg op het tweede punt dat voor ons erg belangrijk is. We zijn heel blij dat de georganiseerde misdaad en illegale drugs op de agenda staan, maar ik haal er één ding uit. Wist u dat momenteel in de top drie van de georganiseerde misdaad in heel Europa illegale drugs staat, maar met name het produceren van illegale medicijnen? Er worden momenteel miljarden aan verdiend. Dat beweren we niet zomaar. Dat beweert niet alleen de nationale politie, maar ook Europol. Dit combineer ik met het gegeven dat het medicijntekort in Nederland en Europa steeds meer oploopt. Er zijn diverse rapporten over verschenen. Medicijnen worden niet alleen in Nederland, maar ook in de rest van Europa duurder en slechter beschikbaar, zegt ook de Europese Rekenkamer. Volgens de Europese Rekenkamer heeft de EU nog steeds geen goed systeem om ernstige tekorten aan medicijnen aan te pakken. Daar zien we de link met de georganiseerde misdaad, die hier nu al jaren op instapt. Daar is volgens alle bestrijders in Europa echt te weinig oog voor. Ik heb het niet over een kleine groep mensen die hierdoor wordt geraakt. Alleen al in Nederland worden ruim 4,5 miljoen Nederlanders geraakt door een medicijntekort. We zien er nu al de desastreuze gevolgen van dat mensen, ook oudere mensen, dan toch maar op de illegale markt die medicijnen gaan kopen. Dat is echt een groot gevaar aan het worden. Dit duwt mensen richting goedkope, ongereguleerde onlineaanbieders.
Volgens meerdere mensen is dit onderbelicht in de Europese discussie rond de georganiseerde misdaad. Wij willen het op de agenda krijgen, mede vanwege al die rapporten die er nu al liggen. Wil de premier aan de ene kant bij het geneesmiddelenbeleid pleiten voor betere Europese samenwerking om medicijntekorten te voorkomen en sneller op te lossen? Wil de premier aan de andere kant — want daar gaat de agenda natuurlijk over — illegale medicijnen expliciet agenderen onder het onderdeel "illegale drugs" en pleiten voor een gezamenlijke aanpak? Illegale medicijnen zijn namelijk gewoon drugs en daar hebben de aanpakkers van de georganiseerde misdaad het over.
Ik laat het hier even bij. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Struijs. Dan is het woord aan de heer Diederik van Dijk namens de Staatkundig Gereformeerde Partij.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Afgelopen donderdag hebben we al uitgebreid over Europa gesproken; daarom focus ik vanavond op enkele specifieke punten.
De SGP kijkt met gemengde gevoelens naar het aanstaande akkoord tussen de VS en Iran. Een deal is goed voor de scheepvaart, de energiemarkt en de toevoer van kunstmest, maar bestendigt ook de binnenlandse status quo, ten koste van de vrijheidsaspiraties van de bevolking. Te midden van terreur blijft Israël op zichzelf aangewezen in een wereld waarin zelfs de trouwste bondgenootschappen en externe garanties slechts beperkte waarde hebben. Terwijl onderhandeld werd, werd Israël herhaaldelijk aangevallen vanuit Iran en Libanon. Als Hezbollah één ding bewezen heeft, is het dat het zich aan geen enkele overeenkomst houdt. Kan de premier aangeven hoe druk gehouden wordt op Hezbollah?
De SGP steunt het handhaven van sancties tegen Iran, zoals verwoord door Commissievoorzitter Von der Leyen. Welke lessen heeft het kabinet geleerd van de sanctieverlichtingen in het verleden? Laten we niet opnieuw de fout maken van Wandel durch Handel. Dit regime verandert niet. De verwevenheid van de Iraanse economie met de Revolutionaire Garde maakt dat alleen strikt noodzakelijke handel verdedigbaar is. Is de premier het met ons eens dat Nederland niet opnieuw, zoals in het verleden, handel met Iran moet aanjagen via diplomatieke inzet of subsidies?
Voorzitter. Dan het Ierse EU-voorzitterschap. Nederland en Ierland delen onmiskenbaar een aantal belangen en prioriteiten, zoals bescherming van onze exportgerichte landbouw en vereenvoudiging van regels. De SGP heeft echter zorgen over de Ierse lijn ten aanzien van het Midden-Oosten. Te vrezen valt dat het voorzitterschap steun zal zoeken voor aanvullende maatregelen tegen Israël en meer ruimte zal geven aan lidstaten die een hardere koers tegenover dit land voorstaan. Het minste dat Nederland kan doen, is daaraan tegenwicht bieden.
Vorige maand breidde de Raad het rechtskader voor sancties tegen Hamas en Palestijnse Islamitische Jihad uit. Vooral de toevoeging van het Hamaspolitbureau aan de sanctielijst is betekenisvol. Daarmee maakt de EU duidelijk dat ze niet meegaat in de fictie van een gematigde burgerlijke tak van Hamas, alsof die los van de militaire vleugel zou opereren. Welke mogelijkheden ziet het kabinet voor verdere uitbreiding van sancties tegen deze terreurgroepen?
Voorzitter. Tijdens de Europese top wordt gesproken over implementatie van de EU-drugsstrategie. Collega's maakten daar ook gewag van. De SGP verneemt graag hoe de Commissie de oproep van minister Van Weel ontvangen heeft om begrotingssteun aan Sierra Leone op te schorten als Jos Leijdekkers niet wordt uitgeleverd. Nederland heeft een bijzondere verantwoordelijkheid als draaischijf in de mondiale cocaïnehandel. Daarom is het alleszins verdedigbaar om bilaterale samenwerking ter discussie te stellen, zonder de stekker uit noodhulp of steun aan onafhankelijke organisaties te trekken.
Voorzitter. De recente berichtgeving over geweld tegen christenen in Nigeria — ik verwijs naar de recente rapporten van VN-experts — laat opnieuw zien dat godsdienstvrijheid voor miljoenen mensen over leven of dood gaat. Wil Europa echt iets betekenen voor vervolgde christenen, dan moet het meer doen dan obligaat zorgen overbrengen. Daarom herinner ik de premier graag aan zijn toezegging tijdens het debat over de regeringsverklaring. Is de premier bereid om christenvervolging in Nigeria aan de orde te stellen? Is hij daarnaast bereid te pleiten voor een uitgebreider EU-Nigeria-partnerschap, gericht op economische ontwikkeling en versterking van de veiligheidscapaciteit? Zonder perspectief zal er immers altijd een voedingsbodem voor jihadistische groepen in de samenleving blijven en blijven christenen doelwit. Investeringen in de energie-infrastructuur en raffinagecapaciteit versterken de stabiliteit en welvaart in heel West-Afrika en kunnen tegelijkertijd bijdragen aan onze eigen energiezekerheid. Een geopolitiek volwassen Europa kiest niet tussen waarden en belangen, maar maakt van beide zijn kracht.
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Dijk. Het woord is aan de heer Van Houwelingen van Forum voor Democratie.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank u, voorzitter. Overmorgen vertrekt de premier voor de Europese Raad naar Brussel. Daar zal worden gesproken over de oorlog in Oekraïne, een oorlog — we zeggen dit inmiddels al ruim tien jaar — die niet onze oorlog is. De Europese Unie ziet dat anders. Sterker nog, voor de Europese Unie is de oorlog in Oekraïne van levensbelang. Want hoe rechtvaardigt de Europese Unie zonder die vermeende Russische dreiging anders haar greep naar de macht, dat wil zeggen: het alsmaar verder gelijkschakelen van de lidstaten? Een stijging van de Europese begroting, het Meerjarig Financieel Kader, met meer dan 50% naar ruim 2 biljoen euro? Het verder inperken van ons vetorecht op allerlei terreinen, waaronder zelfs het buitenlandse beleid? En natuurlijk, niet te vergeten, het herbewapenen van Europa onder het motto "ReArm Europe"?
Voorzitter. De Europese Unie kan dit alles alleen rechtvaardigen en legitimeren omdat er een grote boze vijand zou zijn: Rusland. Dus is het voor de Europese Unie van het allergrootste belang dat die vijand blijft bestaan. Dat staat het bewerkstelligen van een duurzame vrede in de weg. Niets is immers zo verbindend als een gemeenschappelijke vijand. De Europese Unie, de EU als machtsapparaat, heeft er dus een groot belang bij dat deze oorlog voortduurt, maar dat is niet in het Nederlandse belang.
Voorzitter. De aanstaande Europese Raad in Brussel is niet de eerste keer dat de premier buitenslands is. Het lijkt er sterk op dat onze premier vaker in het buitenland dan in Nederland te vinden is. Kort na zijn aantreden ging hij gelijk naar Oekraïne, om vervolgens onder andere naar Brussel, Polen, Frankrijk, de Cariben en de Verenigde Staten te reizen. Hoewel Forum dit — het zal u niet verbazen — natuurlijk onwenselijk vindt, begrijpen we het wel. We begrijpen het wel. De premier vertegenwoordigt immers niet het Nederlandse belang in het buitenland, maar het globalistische belang in Nederland, en dit tegen de wil van de Nederlandse bevolking in. Globalisten willen bijvoorbeeld een politieke eenwording van de Europese Unie bewerkstelligen, waar de Nederlandse bevolking op 1 juni 2005 in een referendum nee tegen heeft gezegd.
De voorzitter:
Voordat ik mevrouw Becker het woord geef, wijs ik de heer Van Houwelingen erop dat de drie verschillende landen en de openbare lichamen deel uitmaken van het Koninkrijk der Nederlanden. Dus dat is toch een … Ik benoem het maar even voor de verslaglegging.
Mevrouw Becker (VVD):
De heer Van Houwelingen van Forum voor Democratie doet nogal badinerend over Oekraïne. Wat vindt hij van de recente verschrikkelijke verwoestingen in Kyiv, waarbij 4 mensen gedood zijn, waarbij 23 gewonden zijn gevallen, onder wie een zwangere vrouw, en waarbij een historisch kloostercomplex is vernietigd?
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dit is dus het niveau van deze Tweede Kamer. Ja, oorlog is vreselijk. Dat is de vraag? Ja, ik vind oorlog vreselijk, dus als dat de vraag is, zeg ik: voor beide kanten is het afgrijselijk. Het is natuurlijk het allervreselijkste — dat heb ik al honderd keer in deze Kamer gezegd — voor Oekraïne, want vooral dat land wordt vernietigd in onze proxyoorlog, waar wij als enige partij in deze Tweede Kamer zo tegen zijn. Daarom ben ik heel trots dat wij er niet waren toen Zelensky hier een speech gaf. Dus ja, ik vind dat erg, ja. Als dat de vraag is: ja, ik vind oorlog erg.
Mevrouw Becker (VVD):
De heer Van Houwelingen zegt dat hij het erg vindt. Tegelijkertijd noemt hij het "onze proxyoorlog" en heeft hij het erover dat het erg is aan beide kanten. Wordt dat dan ook besproken met de Russische ambassadeur, die Forum voor Democratie gewoon uitnodigde op het partijcongres? Is dat eigenlijk het verhaal dat we hier horen?
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ik ben er heel trots op. Wij spreken dus met iedereen. Dat is nou typisch voor Forum voor Democratie. We spreken met Oekraïne als dat kan, met Rusland, met iedereen. Daar is niks mis mee. Ik zou graag willen dat deze Kamer dat zou doen. Dat is wat we doen. Ons wordt verweten dat wij ons licht erover opsteken omdat wij geen kant kiezen. Dat is het grote verschil. De VVD kiest inderdaad de kant van de Europese Unie, van Oekraïne. Wat is "Oekraïne" trouwens, als ik dat even vragen mag? Dat land is natuurlijk zo verdeeld als het maar zijn kan. Daarom waren we al tegen dat associatieverdrag, dat het land nog verder heeft gespleten. Wij waren daar zo ontzettend tegen. Toen hebben we al campagne gevoerd, toen al, met de slogan: doe dit niet, want dit wordt oorlog. Het ís oorlog geworden, en daar zijn wij heel erg tegen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Becker (VVD):
Hoe kun je zeggen dat de VVD de kant kiest van Oekraïne? Wij kiezen geen kant. Kennelijk houdt Forum gewoon met liefde Rusland de hand boven het hoofd. Rusland, het land dat ervoor verantwoordelijk was dat de MH17 werd neergehaald, het land dat ervoor verantwoordelijk is dat er in Oekraïne dagelijks mannen met een gezin moeten vechten aan het front voor onze veiligheid. De heer Van Houwelingen zegt: wij spreken met iedereen. Er zit dan toch een belangrijke inconsistentie in zijn betoog. Als de heer Zelensky, die iedere dag vecht voor onze veiligheid, hier in de Tweede Kamer komt, is Forum voor Democratie er niet. Spreken met iedereen is dus niet aan de orde. Dit is geen vraag, voorzitter, maar ik hoop dat iedereen die dit debat kijkt zich heel goed realiseert waar Forum voor Democratie staat. Dat is dus aan de kant van Rusland en niet aan de kant van Nederland of de EU.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dat hebben we al toegelicht. We waren er niet. We waren er wel geweest als we vragen hadden kunnen stellen. Het was natuurlijk een propagandastunt. Het is echt een schande voor dit hele parlement dat dit heeft kunnen plaatsvinden! Als wij vragen hadden kunnen stellen, waren we er geweest. Mevrouw Becker heeft helemaal gelijk. U kiest niet de kant van Oekraïne. Dat doet de VVD niet. De VVD en alle andere partijen in deze Kamer, behalve FVD, offeren Oekraïne op in een proxyoorlog. Dat is wat u doet. Oekraïne is het grote slachtoffer hiervan.
De heer Van der Lee (PRO):
Ik heb geen vraag. Ik heb alleen een constatering, namelijk dat "het Nederlandse volk" zich niet vertegenwoordigd weet door Forum voor Democratie, want "het Nederlandse volk" steunt volmondig de Europese Unie, steunt volmondig Oekraïne, steunt zelfs in meerderheid het EU-lidmaatschap van Oekraïne.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dat is ook aantoonbaar niet waar. Waarschijnlijk baseert de heer Van der Lee zich op de Eurobarometer; we hebben samen in het debat daarover gezeten. We hebben een uitvoerig debat gevoerd over dit onderzoek, waar helemaal niks van klopt. De Nederlandse bevolking heeft zichzelf hierover twee keer goed kunnen uitspreken. De eerste keer was op 1 juni 2005, toen de Nederlandse bevolking tegen de Europese grondwet heeft gestemd. Dat was dus tegen de Europese Unie, tegen dat Verdrag van Lissabon; ik heb dat al heel vaak gezegd. De Nederlandse bevolking heeft ook nog mogen stemmen op 6 april 2016. Toen heeft de Nederlandse bevolking tegen dat associatieverdrag gestemd. Dat hebben we ook gewonnen. De Nederlandse bevolking heeft zich twee keer uitgesproken en was het twee keer met ons eens, meneer Van der Lee. Ik denk dat we in dat opzicht hier namens de Nederlandse bevolking staan, als enige partij.
De voorzitter:
Ik stel voor dat we zo dadelijk weer verdergaan met de Europese top van 18 en 19 juni.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ja, ik ga graag verder, voorzitter.
De voorzitter:
Ik stel voor dat u het debat daarover laat gaan. Dat is een beetje het idee van het debat dat we met elkaar voeren, meneer Van Houwelingen. Tot slot, meneer Van der Lee.
De heer Van der Lee (PRO):
Dat ben ik met de voorzitter eens. Forum mag een overwinning van tien jaar geleden claimen, maar de realiteit is totaal anders. Dat heeft het Nederlandse volk gelukkig heel erg goed door. Dat geldt niet alleen voor het Nederlandse volk, maar ook voor het Europese volk. Wij hebben Oekraïne te steunen. Wij hebben Oekraïne nodig. De Russische dreiging is reëel. Het is afschuwelijk wat zij in Oekraïne aanrichten. We hebben nog geen idee van wat ons mogelijk te wachten staat.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Heel kort. Een van de problemen is dat de Nederlandse bevolking heel slecht geïnformeerd wordt. Dat komt niet alleen door onze media, maar ook door de censuur die wordt gepleegd door de Europese Unie. Ze kunnen zich van de andere kant van de zaak geen oordeel vormen, omdat bijvoorbeeld Russische zenders verboden zijn. Dat is helaas de staat van het land waarin we leven. Ik kan hier niks aan doen.
Ik ga door. Ik sla een stukje over van mijn betoog, want dat is al behandeld. Dat zult u fijn vinden, voorzitter.
Wat de Nederlandse bevolking wil, is dus niet leidend voor dit kabinet en deze premier. Ik heb net de voorbeelden van die twee referenda gegeven. Dan haal je als premier je richtsnoeren natuurlijk uit het buitenland, want daar worden deze rode lijnen uitgezet, zoals oud-premier Rutte ooit tijdens een persconferentie vaststelde; de beelden daarvan zijn er. De Tweede Kamer en de Nederlandse bevolking bepalen deze rode lijnen in ieder geval niet. Dat is heel duidelijk en blijkt keer op keer. Daarom begrijp ik wel dat deze premier, terwijl ons land letterlijk en figuurlijk in brand staat, zo veel op reis is in het buitenland. Brussel is voor hem belangrijker dan Den Haag. Het is niet alleen Brussel. De globalistische consensus wordt ook gefabriceerd door het World Economic Forum of de Bilderbergstichting. Dat zijn private organisaties die aan geen enkel parlement verantwoording schuldig zijn en waarvan de discussies zich aan elk zicht onttrekken.
Voorzitter. Afgelopen april was de premier samen met de koning en diens vrouw aanwezig bij de Bilderbergconferentie in Washington. We hebben naar aanleiding hiervan de premier schriftelijk een hele simpele ja-neevraag gesteld: waren de premier, de koning en koningin hier op persoonlijke titel bij aanwezig of vertegenwoordigden ze Nederland? Hierop kwam na meer dan zes weken wachten geen "ja" of "nee", maar een procedurele uitleg, die op geen enkele wijze een antwoord was op deze simpele vraag. Dus nogmaals, mijn eerste, enige en laatste vraag vandaag aan de premier, een simpele ja-neevraag: vertegenwoordigden de koning en de premier tijdens de Bilderbergconferentie afgelopen april in Washington Nederland of waren ze daar op persoonlijke titel?
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik wijs erop dat de minister-president bij zijn aantreden een gelofte heeft afgelegd en daarmee heeft gezworen op de Grondwet en het Statuut van het Koninkrijk. Daarmee handelt en opereert hij vanuit het Nederlands belang. Meneer Jimmy Dijk van de SP krijgt als laatste spreker van de zijde van de Kamer het woord.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel, voorzitter. Tijdens een diner zal premier Jetten bij de Europese top spreken over onze economie. Door de zoveelste Amerikaanse oorlog in het Midden-Oosten zijn brandstofprijzen onbetaalbaar en blijven de prijzen voor mensen maar stijgen. Grote bedrijven maken misbruik van hun marktmacht door hun winstmarge verder op te krikken. Het is dus logisch dat premier Jetten naar dit diner over onze economie gaat, maar ik vraag de premier wat er op het menu staat. De SP ziet nergens de honderden miljarden aan bedrijfswinsten als het voorgerecht. De SP ziet de belastingvoordelen voor miljardairs niet tussen de hoofdgerechten staan. Op de wijnlijst staat niets over de aanpak van mensonterende ongereguleerde arbeidsmigratie.
Wat staat er dan wel op het menu van de Europese leiders? Een exotisch gerecht, namelijk de Omnibuswetten: een diepgaande dereguleringsagenda die de rechten van werknemers uitholt en de bescherming van mens en milieu afbreekt. Of simpel gezegd: de afbraak van de samenleving onder het mom van minder regels. Het is een directe aanval op de rechten van werknemers. De mogelijkheden voor het gebruik van gif worden verruimd. Big tech krijgt ruim baan en privacywaarborgen gaan overboord. Het gaat om miljarden aan subsidies voor het bedrijfsleven en de afbraak van onze voedselveiligheid. Is de afbraak van werknemersrechten, de afbraak van milieubescherming en de afbraak van consumentenbescherming volgens deze premier Jetten vooruitgang? Gaat hij zich verzetten tegen deze afbraak?
Ook het 28ste regime zal ter sprake komen. Het ging er net in interrupties al even over. Het maakt het weigeren van de Arbeidsinspectie mogelijk. De arbeidswetgeving kan hiermee worden omzeild. Werknemersinspraak en werknemersvertegenwoordiging kunnen hiermee ondermijnd worden. Met het 28ste regime zet de EU de nationale democratie buitenspel. Het gaat om een speciale set wetten die alleen gelden voor bedrijven, zodat ze zich niet aan de nationale wet hoeven te houden. Het is een race naar het laagste putje.
Mevrouw Becker blufte net in het debat. De sociale wetgeving kan er namelijk wél onder vallen. Daarom vraag ik de premier of hij de Nederlandse democratie en werknemersrechten of de Brusselse dictaten van de bedrijfslobby belangrijker vindt. Wat denkt u dat die grote bedrijven zullen kiezen, als zij de keuze hebben tussen uitgeklede wetgeving volgens het 28ste regime en de goede, opgebouwde sociale wetgeving van ons land, waar onze werkende klasse zo hard aan gewerkt heeft? Wat denkt u dat zij kiezen?
Ik vraag hem ook bij wie het 28ste regime vandaan komt. In reactie op de heer Klos zeg ik: het is geen samenzwering. Het gaat om deze, voornamelijk mannen, die ik hier nu laat zien. Het zijn mannen in pakken met stropdassen en puntschoenen. Het is niet mijn kledingstijl. Ik probeer even aan te geven waar zij vandaan komen. Dit is het grote bedrijfsleven. Von der Leyen heeft 19.673 bijeenkomsten met hen gehad. Weet u hoe vaak er met de vakbonden is gesproken? Net iets meer dan 1.400 keer. Er is dus dertien en een half keer vaker met deze mannen gesproken. Ik hoor in het debat geen enkele kritische noot over de afbraak van de opgebouwde sociale rechten. Ik zeg tegen andere partijen: vindt u het gek als er euroscepsis is en als er kritische geluiden zijn van het Nederlandse volk?
De voorzitter:
U rondt af.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Verbaast u zich erover als er hiernaar geluisterd wordt en er via een achterweg, via Omnibuswetgeving en via een 28ste regime …
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Jimmy Dijk (SP):
… niet wordt gewerkt aan het verdienmodel van Nederland, maar sociale afbraak plaatsvindt?
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dijk. U bent door uw spreektijd heen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Als we het hebben over het 28ste regime, dan gaat dat voornamelijk over de harmonisering van vennootschapsrecht. Dat wordt bijvoorbeeld ingericht om ervoor te zorgen dat je niet al die versnipperde regelgeving hebt als je een start-up of scale-up hebt en je in opties uitbetaalt. Dat is dus juist om ervoor te zorgen dat bedrijvigheid in Europa op gang komt. Meneer Dijk houdt een heel verhaal over sociale rechten en milieurechten. Kan meneer Dijk dan ook concreet aangeven waar dat dan schuurt, want het staat niet in het voorstel?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik heb het net uitgebreid uiteengezet. U belicht de heer positieve kant daarvan.
De voorzitter:
Niet "u", maar de heer Hoogeveen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
De heer Hoogeveen belicht de positieve kant daarvan. De negatieve kant is wel degelijk dat nationale arbeidswetten omzeild kunnen worden. De negatieve kant is wel degelijk dat werknemersinspraak en -vertegenwoordiging ondermijnd kunnen worden. Maar daar heeft u het niet over. En dat snap ik wel, want u heeft het liever over de belangen van deze man op dit plaatje.
De voorzitter:
"De heer Hoogeveen heeft het daar liever over."
De heer Jimmy Dijk (SP):
De heer Hoogeveen heeft het liever hierover. Dat is geen samenzwering; ik noemde het net al. Als het uit deze koker komt, dan weet u toch welke belangen er gediend gaan worden? Dat is toch geen groot raadsel?
De voorzitter:
Ja. Meneer Hoogeveen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik vind uw naïviteit en uw bluf, alsof het niet zou gaan over sociale wetgeving en arbeidswetgeving, stuitend.
De voorzitter:
Dat is dus de bluf van de heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik hoor nog steeds geen concreet voorbeeld. Het gaat er uiteindelijk om dat arbeidsrecht en sociale rechten afgebakend blijven voor de lidstaten. Daar gaat dit regime dus niet over. Dit regime gaat erover dat je naast een bv of een nv dus ook een EU Inc kan krijgen, met een geharmoniseerde aandelenstructuur en met geharmoniseerde wetgeving voor opties voor werknemers, of voor het ophalen van kapitaal op de kapitaalmarkt. Daar gaat het over. Ik hoor de heer Dijk over "als", "dan" en "eventueel", maar ik hoor in het betoog van de heer Dijk geen concreet voorbeeld van wat hier dan precies aan ten grondslag ligt.
De voorzitter:
Meneer Dijk, echt kort en bondig.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Volgens mij heb ik net drie glasheldere voorbeelden genoemd: het weigeren van de Arbeidsinspectie op de werkplaats, het omzeilen van nationale arbeidswetgeving en het omzeilen en ondermijnen van werknemersinspraak en -vertegenwoordiging. Dat staat er gewoon duidelijk in.
De voorzitter:
Afrondend. O, de heer Hoogeveen is al klaar. Mevrouw Becker.
Mevrouw Becker (VVD):
Als de heer Dijk op wil komen voor werknemers, dan zou hij dit idee va de Europese Commissie eigenlijk moeten omarmen. Om banen hier te houden, is het namelijk belangrijk dat bedrijven niet wegvluchten, dat start-ups hier kunnen doorgroeien en dat ingewikkelde regelgeving in verschillende lidstaten dat niet in de weg staat. In de voorstellen staat glashelder: "The EU Inc proposal will in every way respect existing social standards and labour law, including employees' rights to participate in company boards." Et cetera, et cetera. Ik wil dit toch even zeggen, omdat de heer Dijk mij hier net bluf verweet. Ik vind dat hij een juiste voorstelling van zaken moet geven. Dus één. Waarom steunt de SP dit idee niet in de basis, terwijl het juist voor werknemers ook goed is als bedrijven hier blijven? En twee. Wil hij eerlijk zeggen wat het wel en niet is?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Volgens mij heb ik net in reactie op de heer Hoogeveen herhaald welke dingen er op het spel staan. Ik wil op uw eerste vraag heel graag uitgebreid antwoord geven. Ik begin met het gebrek van de Europese lidstaten. Laten we even het voorbeeld nemen van de Duitse auto-industrie. De Duitse auto-industrie ligt op dit moment bijna op zijn gat. Hoe komt dat? Dat komt niet doordat er te veel regels zijn of doordat er geen steun zou zijn van de overheid, maar doordat de Duitse auto-industrie ervoor heeft gekozen om grote SUV's te gaan bouwen. Wat hebben andere staten in de wereld gedaan? Die hebben kleine elektrische auto's gebouwd. En wat zien we op onze Nederlandse markt tevoorschijn komen? We zien kleinere elektrische auto's die het een stuk beter doen dan die dikke SUV's die in Duitsland niet verkocht worden. Het gaat er dus niet om of je regels gaat schrappen. Ik ben niet voor meer regels; ik ben voor goede regels. Maar laten we er wel voor zorgen dat in bijvoorbeeld de auto-industrie de juiste keuzes worden gemaakt. Dan moet je niet via een achterweg de werknemerszeggenschap gaan afbouwen. Dan moet je die Duitse auto-industrie daarop aanpakken en ervoor zorgen dat daar kleine elektrische auto's ontwikkeld worden die de gewone man kan betalen.
De voorzitter:
Mevrouw Becker, kort en bondig.
Mevrouw Becker (VVD):
De SP kan bedrijven de schuld geven van het feit dat bedrijven hier uiteindelijk vertrekken, maar als we er gewoon rationeel naar kijken, zien we dat het uiteindelijk ligt aan de omstandigheden om te kunnen ondernemen. Dat betekent dat je makkelijker toegang hebt tot kapitaal, dat je als start-up kan doorgroeien tot scale-up, dat je niet wordt weggepest, dat het fiscale regime aantrekkelijk is et cetera, et cetera. Ik zou de heer Dijk willen uitnodigen om zich daarbij aan te sluiten, in plaats van de auto-industrie iets te verwijten. Ook hier is op een gegeven moment verstandig gehandeld door de Europese Commissie, door met die auto-industrie om de tafel te gaan en te vragen wat die nodig heeft om groen te kunnen ontwikkelen en hier te blijven. Die houding zou ik van de SP willen zien.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Wat zou dan de reactie van deze mannen op dit blaadje zijn op minder regels? Het is overigens fascinerend dat de VVD zich ontzettend druk maakt over het Europese verdienvermogen. Dat is fascinerend, omdat we uw samenleving eigenlijk al in Europa hebben gecreëerd, met het uitkleden van sociale rechten, bijvoorbeeld via heel veel arbeidsmigratie waarbij mensen uitgebuit en afgedankt worden, en de race naar de bodem, naar het putje, terwijl Europa een van de krachtigste economieën van de wereld had op het moment dat wij een uitgebouwde sociale welvaartstaat hadden die niet miljarden met bakken naar de Amerikaanse wapenindustrie stuurde, maar die miljarden investeerde in onze eigen economie, met zeggenschap van werknemers gedeeld met werkgevers. Helaas, helaas hebben we een neoliberaal Europa gecreëerd. Daar is uw partij ook debet aan.
De voorzitter:
"De partij van mevrouw Becker". Meneer Stöteler.
De heer Stöteler (PVV):
Voorzitter, ik doe u nog even een lol. Ik hoor meneer Dijk net een gloedvol betoog houden over sociale rechten, werknemersrechten. Dat is allemaal oké. Maar vervolgens zegt hij over de Duitse auto-industrie: dan moet je die bedrijven maar aanpakken. Hoe helpt dat de werknemers van de auto-industrie om hun banen en hun sociale zekerheid te behouden?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik heb nergens gezegd dat je bedrijven moet aanpakken. Ik heb juist gezegd dat je ervoor moet zorgen dat die bedrijven goede beslissingen nemen. Goede beslissingen worden meestal niet genomen door de meneren op dit blaadje. Dat bewijst het recente verleden eigenlijk ook. Goede beslissingen worden vaak genomen door werknemers die een langetermijnbelang hebben. Die hebben een veel groter langetermijnbelang dan het kortetermijnbelang van aandeelhouders die puur uit zijn op grote winsten. Laten we even Nederland nemen: er wordt 280% meer uitgekeerd aan aandeelhouders dan er geherinvesteerd wordt in onze eigen productiviteit. Als het geld daarin was gestoken, hadden we een veel productievere economie gehad. Sterker nog, dan zouden we echt kunnen gaan pleiten voor een 32-urige werkweek. Dat zou vooruitgang kunnen brengen.
De heer Stöteler (PVV):
De toekomst van bedrijven laten bepalen door medewerkers klinkt goed, maar ik zou meneer Dijk wel willen waarschuwen voor het moment waarop de overheid dat gaat doen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik denk dat ik het daar voor een groot deel mee eens kan zijn.
De voorzitter:
Dank u wel!
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik ben inderdaad voor het democratiseren van bedrijven. Dat betekent niet per se dat het staatsinstellingen moeten zijn. Ik zou daar bij een aantal dingen, zoals de energie of het openbaar vervoer, wel voor pleiten. Laten we even het voorbeeld nemen van Tata Steel: dat had er beter voorgestaan als werknemers zeggenschap hadden gehad. Zij hebben namelijk een groenstaalplan gemaakt. Dat heeft de overheid niet gedaan. Ook de aandeelhouders van Tata Steel zelf hebben dat niet gedaan.
De voorzitter:
Ik schors tot 20.25 uur voor de dinerschorsing. De vergadering is tot 20.25 uur geschorst.
De vergadering wordt van 19.37 uur tot 20.25 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister-president.
Termijn antwoord
Minister Jetten:
Dank u wel, voorzitter. Ik begin bij het MFK. Het volgende blok is defensie en veiligheid. Het derde blok gaat over Oekraïne en uitbreiding. Het vierde blok gaat over het Midden-Oosten. Tot slot heb ik heel veel overige vragen.
De voorzitter:
Ik stel voor dat we interrupties doen na afronding van ieder blok.
Minister Jetten:
Voorzitter. Bij het MFK is de kern van de kabinetsinzet een modern en betaalbaar MFK dat zich richt op de uitdagingen van de toekomst. Dan gaat het over het concurrentievermogen, onderzoek en innovatie, veiligheid en defensie, en asiel en migratie. We willen dus een Europese begroting die zo moderniseert dat we hier ook echt een bijdrage aan kunnen leveren.
Ik ben het eens met de heer Krul dat het voorstel van het voorzitterschap van Cyprus geen voorstel is waar we de komende tijd heel uitvoerig over zullen onderhandelen. Er is dus ook geen sprake van rode lijnen of bepaalde inzetten. Het is voor Nederland en een aantal gelijkgestemde landen die een moderne begroting willen klip-en-klaar dat dit voorstel gewoon niet goed genoeg is. Dat zullen we bij deze Europese Raad ook onderstrepen. Dat doe ik onder andere samen met Duitsland en Zweden. Wij trekken samen op voor die moderne begroting met een acceptabel volume qua omvang.
Richting de heer Stöteler kan ik dan ook volmondig "ja" antwoorden als hij mij vraagt of ik mij duidelijk zal uitspreken. Ook richting de heer Hoogeveen zeg ik volmondig "ja" dat de kwaliteit van de onderhandelingen en het resultaat boven de snelheid gaan. We kijken dan ook uit naar een nieuw voorstel van het Iers voorzitterschap, dat waarschijnlijk na de zomer zal verschijnen.
Dan waren er een aantal meer concrete en technische vragen gesteld over het MFK. Het verschil tussen de Nederlandse raming van de EU-afdracht in de rijksbegroting en de negobox zoals die nu door Cyprus is gepubliceerd, is gemiddeld circa 2,5 tot 3,4 miljard euro per jaar. Dat is 300 miljoen per jaar minder ten opzichte van het Commissievoorstel dat eerder is gedaan. Het gaat er uiteindelijk niet om dat het per se minder moet zijn dan de huidige Europese begroting. Daar heb ik vanavond een paar suggesties voor gehoord. Niemand ziet dat als een reëel eindresultaat. We zijn ook als Nederland bereid om ons aandeel te leveren aan een modern MFK, maar dan moet dat wel fair en modern zijn. Daarom zetten we ook in op een significante bni-korting en het behoud van de perceptiekostenvergoedingen. Daar hebben we al eerder met de Commissie en de inkomend en uitgaand voorzitter over gesproken. Toen het MFK 2021-2027 in 2020 werd afgesloten, was dat 1,13% van het Europese bni. Het voorstel van de Europese Commissie voor het nieuwe MFK is 1,26%, zeg ik richting de heer Dassen. Dat is inclusief de aflossing van het coronaherstelfonds. Je zou dus kunnen zeggen, in de lijn van de heer Dassen, dat dat een beperkte verhoging is, als je puur en alleen naar het EU-bni kijkt. Maar het is natuurlijk relevanter om je de vraag te stellen wie dan de nettobetalers van deze verhoogde begroting zijn en wat dat in dit geval voor Nederland en de Nederlandse inzet betekent.
Er worden een aantal nieuwe instrumenten voorgesteld op basis van gemeenschappelijke leningen, zoals Catalyst Europe en het crisismechanisme. Daar is Nederland geen voorstander van, omdat we veel meer geloven in een moderne begroting die zich echt richt op prioritaire thema's. Onder andere met de savings and investments union, zoals dat tegenwoordig heet — de kapitaalmarktunie, in het Nederlands — willen we er echt voor gaan zorgen dat we naast alle publieke geld ook veel meer privaat geld aantrekken om in Nederland en Europa te besteden, onder andere aan dat concurrentievermogen. Daarbij vinden we het oormerken voor specifiek start-ups en scale-ups en innovatief mkb, zoals de heer Dassen suggereerde, interessant in het licht van het ECF; dat is een belangrijke doelgroep die daarbinnen valt. Maar heel veel specifieke oormerken in de begroting vinden we niet verstandig, omdat dat de effectiviteit en flexibiliteit van de begroting niet ten goede komt.
Als je kritisch bent op de nationale afdrachten, moet je natuurlijk meedenken over hoe je met eigen middelen toch tot die moderne en slagvaardige begroting kan komen. Het kabinet staat ook open voor de introductie van nieuwe eigen middelen, onder andere voor een aantal van de suggesties die door de Europese Commissie zijn gedaan. Er zit één uitzondering bij, en dat is de CORE. Dat is een nieuw eigen middel op basis van een omzetbijdrage van grote ondernemingen. Daarvan hebben Nederland en een aantal andere landen gezegd: de belastingdruk op bedrijven is in veel Europese landen al hoog, met in ons land de vpb maar met soortgelijke belastingen in andere landen. Die belastingdruk nog verder ophogen is echt slecht voor het vestigingsklimaat in de EU. Dus daar zijn we tegen. Voor andere eigen middelen staan we veel meer open.
De heer Dassen vroeg nog specifiek naar een digitaks. Dat willen we eigenlijk alleen in OESO-verband doen, omdat dat ook een effectieve manier is om die grote bigtechbedrijven op een eerlijke en faire manier aan te slaan. We erkennen natuurlijk het belang van grensoverschrijdende projecten, ook via EU-financiering. Binnen de nationale partnerschapsplannen is de EU-faciliteit ook voorgesteld voor het ondersteunen van projecten met een duidelijke Europese meerwaarde. We zijn ook hier alleen geen voorstander van een specifiek oormerk, zoals de voorgestelde 7% die in de eerste termijn aan de orde kwam.
De heer Struijs vroeg om extra alertheid als het gaat om eurobonds. Dat kan ik hem verzekeren. Daar is de tekst in het coalitieakkoord ook helder over. Ik verwijs ook naar wat ik zojuist zei over een aantal van de nieuw voorgestelde Europese instrumenten, waar we geen voorstander van zijn.
Dan de kapitaalmarktunie, specifiek door mevrouw Becker benoemd. We hebben nu met de E6, de zes grootste economieën binnen de EU, waaronder Nederland, daar een heel mooi voorstel voor neergelegd. De ministers van Financiën waren onlangs in Berlijn bijeen om een stevige boodschap daarover af te geven. We weten dat een aantal landen hier heel kritisch over is dan wel tegen is. Dus we zoeken nu langzaamaan naar een gekwalificeerde meerderheid voor de verschillende voorstellen. De zes betrokken ministers van Financiën hebben de overige lidstaten onderverdeeld, dus die doen nu allemaal outreach naar andere landen om langzaamaan hier meer steun voor te vergaren. Wat ik zelf doe op mijn niveau is gesprekken voeren in Beneluxverband en met het Iers voorzitterschap, omdat we dan ook meteen Ierland en Luxemburg hebben, die heel kritisch zijn. Ik wil echt kijken waar de openingen zitten. Zij zullen denk ik nooit volmondig enthousiast worden over het voorstel, maar we zullen wel moeten kijken waar er landingsgrond in de Raad te organiseren is.
Dat was het MFK, voorzitter.
De voorzitter:
Allereerst een interruptie van de heer Dassen en dan van de heer Van der Lee. De volgende kopjes in de beantwoording zijn defensie, dan Oekraïne, Midden-Oosten en overig. Interrupties doen we steeds na afronding van ieder blokje. Meneer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Dank aan de minister-president voor de beantwoording. Ik heb even een vraag over de digitaledienstenbelasting. De minister-president zegt dat die in OESO-verband moet. Een van de grootste problemen is natuurlijk dat de Verenigde Staten hebben gezegd: daar doen we niet aan mee. Dan houdt deze lijn daar op. De VS zijn ook nog het partnerland waar juist het grote gedeelte van deze bedrijven zit, in ieder geval de grote bedrijven. Hoe ziet de minister-president het voor zich dat dit tot stand gaat komen als we dat niet op een andere manier gaan doen?
Minister Jetten:
Laat ik het dan iets zorgvuldiger formuleren. Idealiter doen we het in OESO-verband. In OESO-verband hebben we eerder een aantal succesvolle belastinghervormingen met elkaar uit weten te onderhandelen. Ik sluit niet uit dat ook de digitaks nu in de Europese discussie gaat terugkomen, omdat die in een aantal landen als voornemen in nationale regeerakkoorden staat. Maar ook iedereen zegt daarvan: het is echt onverstandig om dit op nationaal niveau te introduceren, dus doe het ten minste op EU-niveau en in een ideale situatie in OESO-verband.
De heer Dassen (Volt):
Er zijn inderdaad enkele landen die dit al ingevoerd hebben, zoals Frankrijk, en Spanje is ermee bezig. Ik ben het met de minister-president eens dat je dit liever niet nationaal doet, maar dan liever in Europees verband omdat het ideale plaatje van de OESO niet gaat lukken. Mijn vraag aan de minister-president is dan ook of Nederland van plan is om dit aan te kaarten binnen Europa, om ervoor te zorgen dat we dit in ieder geval in Europees verband gaan meenemen in het MFK.
Minister Jetten:
Ik heb ook eerder tijdens een van de vorige Raden in Brussel heel duidelijk aangegeven dat we echt faliekant tegen specifiek eigen middelen zijn die boven op een omzetbelasting zouden komen. Maar over alle andere instrumenten is met ons het gesprek te voeren. We hebben eerder al op bilateraal niveau met onder andere Frankrijk gekeken wat de gedachte is achter een digitale taks en hoe die op Europees niveau zou kunnen werken.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
Ik ga ervan uit dat dit een ja is in antwoord op mijn vraag. Dat is goed om te horen. Diezelfde vraag had ik ook over cryptoactiva en online gokken. Die heeft de minister-president net niet meegenomen in zijn beantwoording. Zeker wat betreft de cryptoactiva ben ik heel benieuwd hoe het kabinet daarnaar kijkt, omdat dit een interessante manier is om de eigen middelen op Europees niveau te verhogen. De afdracht vanuit Nederland kan daarmee ook iets naar beneden.
Minister Jetten:
Ik had er bewust twee uit gehaald, namelijk de CORE en de digitaks, omdat we daar óf faliekant tegen zijn óf dat graag in een breder verband zouden willen doen. Daarmee heb ik impliciet proberen te zeggen dat we voor alle andere opties bereid zijn om gewoon open het gesprek aan te gaan. Ik denk dat er een aantal kansrijke eigen middelen tussen zitten, onder andere op plastics, die ook in het perspectief van Nederland enorm zouden kunnen bijdragen aan de verduurzamingsslag die we op het gebied van plasticproductie en plasticrecycling willen maken. We kijken dus ook steeds bij de eigen middelen naar wat de bijdrage zou kunnen zijn aan de Europese begroting, maar ook naar welk ander maatschappelijk doel het dient. Onder andere bij de cryptotaks die de heer Dassen noemt, zou je kunnen kijken of het helpt om toch ook meer grip te krijgen op dat deel van een redelijk ongereguleerd nieuw financieel aanbod. Vanuit dat perspectief wil ik er zeer open naar kijken, ja.
De heer Van der Lee (PRO):
We komen nog heel vaak te spreken over het MFK, dus ik beperk me even tot één onderwerp: de eigen middelen. Om te beginnen wou ik even zeggen dat in de tabel die we hebben gekregen in het stuk van 22 mei, de optelsom niet klopt. Als je het goed optelt, kom je ruim voorbij een miljard als het gaat om de impact en het voordeel van Nederland inzake CORE. Maar er staat 825 miljoen; dat klopt gewoon niet. Mij gaat het niet om de specifieke invulling, maar de redenatie kan ik niet goed volgen.
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Van der Lee (PRO):
Als wij in het MFK zwaar willen inzetten op modernisering, ook juist vanwege de concurrentiekracht van Europa als geheel, waarom kunnen bedrijven, en zeker de grote bedrijven, daar niet een stukje aan bijdragen?
Minister Jetten:
Het is niet uitgesloten dat dit niet kan, maar het lijkt me niet verstandig om dat op deze manier te doen, omdat onder andere in Nederland de belastingdruk via de vpb en een aantal andere belastingen als een belangrijke reden wordt gezien voor een teruglopend vestigingsklimaat.
De heer Van der Lee (PRO):
Ja, maar het voordeel hiervan is nou juist dat dit een Europese regeling is en dat het ook druk wegneemt op het nettobetalerschap van Nederland. Hoe meer eigen middelen Europees worden gedekt, hoe minder je nationaal hoeft af te dragen. Dat is de logica. Dus ik snap niet goed waarom dit vertaald wordt naar het Nederlandse vestigingsklimaat, want dit raakt ieder bedrijf in heel Europa.
Minister Jetten:
Het eerste deel van de interruptie van de heer Van der Lee kan ik wel volgen. Het tweede deel niet, want in het perspectief van het kabinet zou je op nationaal niveau elders de belastingdruk voor bedrijven eigenlijk moeten verlagen als je tot zo'n CORE zou komen, waar ik dus geen voorstander van ben. Het is immers niet zo dat die belastingdruk nu gelijk is verdeeld over de hele EU. Nederland schiet er op een aantal elementen nu gewoon negatief uit. Als je Nederland een interessante vestigingsplek wil laten zijn ten opzichte van andere EU-lidstaten, zullen we dus ook nationaal naar die lastendruk moeten kijken.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van der Lee (PRO):
Nederland is op dit moment gewoon een middenmoter in Europa, waar we vroeger echt in de top zaten omdat we de race to the bottom de hele tijd aan het bevorderen waren. Die positie van Nederland zit volgens mij dus juist op het gemiddelde. Wij hebben dus alleen maar voordeel bij een Europees vormgegeven heffing. Ik roep de minister-president dus op om daar toch naar te kijken, misschien met een wat andere invulling dan waar de Commissie nu aan denkt, juist omdat hij ook probeert het nettobetalerschap te ontlasten.
Minister Jetten:
We zullen de komende maanden naar heel veel moeten kijken om hier überhaupt uit te komen, maar ik blijf toch bij het standpunt dat ik liever gericht ga kijken. Onder andere zo'n plastic-heffing zal een deel van de lasten bij het bedrijfsleven neerleggen, maar dan doe je dat wel ook meteen met een prikkel om de verduurzaming van zo'n sector aan te jagen. Dan snijdt het mes aan twee kanten.
De heer Stöteler (PVV):
"Eigenmiddelenbesluit" is natuurlijk gewoon verhullend taalgebruik voor "Europese belastingen". Wat de PVV betreft komt er op geen enkele envelop een gele ster; laten we dat vooropstellen. De premier zegt net dat Nederland daarvoor openstaat, behalve voor de CORE, want de belastingdruk bij bedrijven is al zo hoog. Maar hoe zit dat dan bij de mensen thuis? Hoe is die belastingdruk bij de mensen thuis, bij de mensen die in de supermarkt boodschappen doen, bij de mensen die bij het tanken moeten afrekenen? Hoe is de belastingdruk dáár ten opzichte van andere grote economieën?
Minister Jetten:
Ik denk dat je in algemene zin heel kritisch kan zijn op de belastingdruk. Dat is ook precies de reden waarom het kabinet vindt dat het voorstel veel te omvangrijk is qua begroting en dat dat niet passend is in deze tijd, waarin we de broekriem allemaal een beetje moeten aanhalen, zeker als je ook niet durft te kiezen waar je dat geld van die Europese begroting gericht op inzet, passend bij de uitdagingen van deze tijd.
De heer Stöteler (PVV):
Waarom dan niet gewoon een streep door dat hele Eigenmiddelenbesluit?
Minister Jetten:
Omdat wij er heel bewust voor kiezen om de nationale afdracht aan die begroting binnen de perken te houden. Wij zien in eigen middelen een mogelijkheid om toch ook aan die slagvaardige en moderne Europese begroting te komen. Ik hecht er ook aan om te benadrukken dat het niet zo is dat u dan een belastingenvelop met gele sterren op de mat ziet vallen. Daarom heten het ook niet "belastingen" maar "eigen middelen". De Europese Commissie doet een aantal suggesties of voorstellen waarin je specifieke grondslagen vindt die vaak door nationale lidstaten zullen worden geïnd en vervolgens worden overgemaakt aan de Europese Commissie voor het vullen van die Europese begrotingspot.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Stöteler (PVV):
Hier wordt duidelijk waar het nu feitelijk om gaat: het Eigenmiddelenbesluit en het feit dat het kabinet zegt dat het daarvoor openstaat, zijn een verhullingsmiddel voor de afdrachten aan de Unie, want de afdrachten aan de Unie moeten in de Nederlandse begroting staan. Daar moet het kabinet dus verantwoording over afleggen, ook aan de kiezer en aan de Nederlandse bevolking. Maar als de eigen middelen via de achterdeur worden geïncasseerd en als daarmee de bijdrage vanuit Nederland aan de begroting van de Unie omlaaggaat, kan de premier met opgeheven hoofd naar Nederland terugkomen en zeggen: kijk eens wat ik heb gefikst. Maar ondertussen worden we via de achterdeur gewoon uitgeknepen aan de pomp en in de supermarkt.
Minister Jetten:
Wat Nederlanders volgens mij aan het eind van deze onderhandelingen willen zien, is hoe de nieuwe Europese begroting bijdraagt aan het vergroten van onze welvaart, met volle inzet op innovatie, onderzoek en de Europese concurrentiekracht, hoe de Europese begroting ons helpt om onafhankelijker te worden in de energievoorziening en hoe zij ons continent veilig kan houden, en dát met een acceptabel prijskaartje. Daar zal ik de komende maanden tijdens de onderhandelingen op inzetten. Ik kom pas terug als we allemaal vinden dat het eindresultaat echt goed genoeg is.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank voor de alertheid rond de eurobonds. Ik heb daar een verdiepingsvraag over. Maakt de minister-president zich er net als 50PLUS zorgen over dat er nog maar vijf landen met een triple A-status zijn? Oftewel: wordt er niet te veel onverantwoord geleend door diverse landen en brengt dat de financiële stabiliteit van Europa niet in gevaar?
Minister Jetten:
Wij zijn natuurlijk heel trots op de rating die Nederland heeft, maar uiteindelijk raakt een afwaardering in andere landen ons ook, zeker via de eurozone. Dat is dus ook de reden waarom opeenvolgende Nederlandse kabinetten continu pleiten voor het belang van nationale hervormingen. Dat hebben we overigens voor een deel zelf als een boemerang teruggekregen, nu Nederland op een aantal dossiers zelf ook achterloopt met een aantal noodzakelijke structurele hervormingen. Maar dat dragen we nu continu uit en dat doen we ook in het licht van de enorme prijsstijgingen die we zien door de oorlog in Iran. Ook daarbij pleiten we voor maatregelen die helpen bij het versnellen van de energietransitie en voor maatregelen die landen ook langere tijd kunnen volhouden, in plaats van dat daarmee een miljardenclaim wordt gelegd die binnen een paar maanden al onbetaalbaar is.
De heer Struijs (50PLUS):
Wij blijven er misschien een beetje op hameren, maar die financiële disbalans wordt steeds groter, als je ook de aanvraag van leningen van gerespecteerde landen als Italië en Frankrijk ziet. Ik ben dus blij met het antwoord, maar ik ben nog niet gerustgesteld, omdat dit ons rechtstreeks gaat raken, met ook de problemen die we hier hebben. Dank dus voor de beantwoording. Ik doe geen vervolgvraag, want anders ga ik mezelf herhalen.
Minister Jetten:
Heel kort misschien. Ik zie de zorgen in Frankrijk en Italië die de heer Struijs noemt zeker ook. Ik wil daarnaast ook het volgende noemen. Bijvoorbeeld Portugal en Griekenland hebben de afgelopen jaren heel fors ingegrepen en hervormd, ook onder druk van de EU en andere internationale instellingen. Je ziet dat daar de overheidsfinanciën op orde zijn en dat de economie daar aanzienlijk sterker is dan in andere EU-lidstaten. Een beter bewijs van het belang van hervormingen kun je volgens mij niet krijgen.
De heer Klos (D66):
Goed om zojuist te horen dat het kabinet een aantal van die voorstellen uit het Europees Parlement voor eigen middelen in ieder geval open tegemoet treedt. Ze zijn door sommigen in deze zaal "wezensvreemd" genoemd, maar ze zijn in ieder geval dan ook door het Nederlandse kabinet omarmd.
Ik heb een vraag over het ECF, het concurrentievermogenfonds. Ik schrok er namelijk ook van dat dat in het Cypriotische voorstel met zo'n groot bedrag verlaagd werd.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Klos (D66):
Ik vraag mij af of het kabinet erop kan reflecteren waar dat het gevolg van is. Waarom doet het voorzitterschap van Cyprus dit voorstel?
Minister Jetten:
Omdat, zoals duidelijk wordt als je gewoon je oor te luisteren legt bij de eerste rondes die over het MFK zijn gedaan, een aantal landen echt vol inzetten op het behoud van de landbouwgelden en een aantal andere structuurfondsen, en een groep landen waar Nederland toe behoort vol inzetten op de modernisering van de begroting en meer aandacht hebben voor onder andere de energietransitie en defensie. Zo was dit, denk ik, een makkelijke keuze van het Cypriotische voorzitterschap.
De heer Klos (D66):
Dat klopt, want de makkelijke keuze is om te zeggen dat als een groep landen zegt dat de begroting kleiner moet én een grote groep landen zegt dat we landbouw en cohesie moeten behouden, het voorstel uiteindelijk leidt tot een begroting die kleiner is maar waarbij landbouw en cohesie behouden blijven. Dat was ook de les van de vorige begroting. De vraag is dus wat het kabinet leert van die vorige onderhandelingsronde, waarvan dit óók al de uitkomst was.
Minister Jetten:
Door echt vol in te zetten op met name een moderne begroting die past bij de uitdagingen van deze tijd. Je ziet wel dat dat een veel breder sentiment is. Veel van de landen die nu gelijkgestemd zijn met Nederland of min of meer gelijkgestemd zijn, beginnen eigenlijk al hun interventies met "wat is de opdracht van de Europese Unie?", "hoe houden we dit continent veilig en welvarend?", "wat vraagt dat van de inzet van de Commissie in de komende jaren?" en "wat voor een soort begroting hoort daarbij?". Het gaat dus zeker niet alleen maar om de omvang. Het gaat er vooral om waar die begroting toe dient.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Klos (D66):
Tot slot. Dat vind ik een hele verstandige inzet. Ik hoop dat het kabinet daarbij ook kijkt naar het omvangrijk en effectief houden van dat grote concurrentievermogenfonds, want dat is voor Nederland heel goed, maar voor Europa nog beter.
Minister Jetten:
Zeker, ook omdat een aantal van dit soort fondsen en innovatiegelden voor een heel groot deel terugvloeien naar Nederland, omdat we Nederlands geld vaak matchen met Europees geld en het zich hier dan uiteindelijk dubbel uitbetaalt.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Is de premier voor een minimale Europese belasting op vermogens en grote winsten?
Minister Jetten:
Nee, het lijkt me een kansloze route om daar nu op in te zetten.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dan is het best wel gek dat er wel wordt gesproken over Europese belastingen voor eigen middelen. Je zou toch zeggen dat je daar dan in ieder geval aan kan werken.
Minister Jetten:
Ja, dat zou een variant van een eigen middel kunnen zijn, maar ik geloof niet dat er in Europa steun is voor het op Europees niveau aanvliegen van dit thema.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dus u gaat op pad met het verhaal dat u belastingen gaat heffen voor eigen Europese middelen … Nee, de voorzitter gaat dat niet doen. Ik zal opnieuw beginnen, voorzitter. Premier Jetten gaat dus op pad in Europa voor het heffen van Europese belasting voor eigen middelen, en die komt dan terecht bij gewone mensen, maar de multinationals, de grote bedrijven die dikke winsten maken, de grote vermogens, kunnen nog steeds vluchten. Die hebben open grenzen en die kunnen hun goddelijke gang gaan.
Minister Jetten:
Nee, want tegelijkertijd zet de staatssecretaris van Financiën zich in om in Europees verband en in OESO-verband belastingontwijking tegen te gaan en ervoor te zorgen dat er in alle westerse economieën op een faire manier belasting over winsten en vermogens wordt betaald. Dat deden ook zijn voorgangers. Dat is volgens mij de route om dat voor elkaar te krijgen. Hierop vol inzetten bij de onderhandelingen over het MFK lijkt me een vrij snel doodlopende weg. Dan is dat zonde, omdat het ook afleidt van onze andere onderhandelingsinzet.
De voorzitter:
Meneer Dassen nog, en dan stel ik voor dat we verdergaan met de beantwoording op het onderwerp defensie.
De heer Dassen (Volt):
Ik wilde het nog even hebben over het concurrentiefonds. Ik had een vraag gesteld over een afbakening van het percentage daarvan dat gaat naar innovatieve start-ups en scale-ups. Waarom? Om te voorkomen dat we dadelijk een groot fonds hebben dat eigenlijk investeert in de economie die we nu hebben en niet in de economie van de toekomst, terwijl we als Europa achterlopen. Ik was dus benieuwd hoe de minister-president voor zich ziet dat dat niet gaat gebeuren.
Minister Jetten:
Ik deel met de heer Dassen dat het belangrijk is dat je in de hele fase van de opschaling van nul tot tien van technologieën kijkt waar je met kapitaal wetenschappelijk onderzoek, meer praktisch onderzoek, start-ups, scale-ups en uiteindelijk echt nieuwe unicorns kan financieren. We kijken daar natuurlijk heel specifiek met onze nationale instrumenten naar. Waar zet je het Groeifonds voor in? Waar zet je straks het NADI en het NII voor in? De Europese Investeringsbank doet iets soortgelijks. Wij zijn bang dat als we nu op dit specifieke punt extra oormerken of afbakeningen gaan introduceren, je over alle artikelen van de begrotingen soortgelijke discussies gaat krijgen en dat je daarmee eigenlijk de flexibiliteit eruit haalt. Ik wil best op een later moment nog een keer terugkomen op de wat meer algemene vraag hoe je die start-ups en scale-ups dan wel op een goede manier kan ondersteunen de komende jaren.
De heer Dassen (Volt):
Dat wordt zeer gewaardeerd. Zo kunnen we voorkomen dat we inderdaad alles in hetzelfde blijven investeren. Ik heb een vervolgvraag over die grensoverstijgende projecten. Ik begrijp dat je die afbakening misschien niet wil, omdat je een bepaalde mate van vrijheid wil houden. Tegelijkertijd is een van de lessen van het coronaherstelfonds dat het geld allemaal nationaal is uitgegeven, waardoor er ook heel veel kansen verloren zijn gegaan. Nu is er een nieuw MFK-budget. Zou je bij die regional plans dan niet juist wel moeten zeggen dat er een percentage is dat gezamenlijk geïnvesteerd moet worden, juist om die Europese uitdaging ook echt Europees aan te pakken?
Minister Jetten:
Ik weet niet of een percentage per se de route is. Het lijkt me wel heel nuttig om te proberen nog meer grensoverschrijdende projecten van de grond te krijgen. De Einstein Telescope is daar een heel mooi voorbeeld van. Wat mij betreft gaat het ook over het afmaken van de Europese energie-unie, het veel meer grensoverschrijdend ontwikkelen van hernieuwbare-energieprojecten en het aanleggen van een betere energie-infrastructuur. Je kunt dus, denk ik, ook heel vaak via dat beleid afdwingen dat Europese fondsen meer naar die gezamenlijke projecten toe gaan. Ik stel voor dat ik in een volgende brief op allebei deze punten van de heer Dassen zal terugkomen en zal toelichten hoe we dit kunnen ondervangen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
Dat wordt zeer gewaardeerd.
Minister Jetten:
Voorzitter. Dan kom ik bij de vragen over defensie en veiligheid. De heer Klos vroeg naar de opbouw van de Europese defensie-industrie. We hebben het daar vorige week natuurlijk ook al voor een deel over gehad. Ik wil nogmaals onderstrepen dat we eigenlijk veel meer moeten samenwerken in Europa om onze defensiegereedheid snel naar een hoger niveau te krijgen. Terwijl we onze Defensiebegrotingen aan het opschroeven zijn, moeten we die Europese defensie-industrie ook daadwerkelijk van de grond krijgen. Dat kan deels door inkoopprocessen meer op elkaar af te stemmen — bij het staatsbezoek van Duitsland vorige week was een van de grote bespreekpunten hoe we dat nog meer in gezamenlijkheid kunnen doen — maar ook door het ontwikkelen van een aantal nieuwe samenwerkingsverbanden. Dat is dan niet alleen in EU-verband maar breder in Europees verband, zoals we dat ook met Oekraïne en Noorwegen doen als het gaat om het opschalen van droneproductie en luchtafweergeschutproductie. Ik interpreteer zijn vraag even zo dat — hij moet mij maar corrigeren als ik het fout heb begrepen — als je eindeloos uitzonderingsmogelijkheden blijft toestaan, er in Europa onvoldoende gezamenlijk wordt ingekocht en de productie te weinig van de grond komt. Ik denk dat we hierbij echt moeten zoeken naar de balans. Op korte termijn moeten we een aantal zaken aanvullen, zoals onze eigen voorraden en die voor levering aan Oekraïne, maar je wil eigenlijk wel dat het merendeel van de defensiebestedingen naar de opbouw van de Europese capaciteiten gaat.
We trekken ook lessen uit gestrande Europese projecten. Nederland was niet betrokken bij het meest recente gestrande project van Duitsland en Frankrijk, maar we trekken wel lessen uit wat er bij Parijs en Berlijn is misgegaan. Het gaat daar onder andere om de vraag wat de rol van overheden in dit soort projecten is en hoe je het Europese bedrijfsleven veel meer via tenders kan uitdagen om tot gezamenlijke opschaling van de defensie-industrie te komen, in plaats van dat wij dat vanuit allerlei ministeries in verschillende landen veel te gedetailleerd gaan voorschrijven, waardoor er eigenlijk geen gezonde businesscase van de grond kan komen.
We doen dat uiteindelijk omdat we binnen de NAVO een sterke Europese pijler willen bouwen. Die dient niet ter vervanging, zeg ik richting de heer Stöteler, maar om binnen het NAVO-verband meer van de capaciteiten zelf als EU-NAVO-landen op ons te kunnen nemen. Dat betekent dat we met de Defensieomnibus en het militaire mobiliteitspakket vooral juridische belemmeringen wegnemen om die militaire gereedheid sneller op te kunnen schalen. Dat is natuurlijk ook iets wat de Amerikanen nadrukkelijk van ons vragen in NAVO-verband. Artikel 42.7 van het Europees Verdrag gaat zeker niet artikel 5 van de NAVO vervangen. Artikel 42.7 kan wel helpen om EU-lidstaten elkaar te hulp te laten schieten in geval van een crisis. Dat zagen we onder andere recentelijk toen Cyprus werd bedreigd door Iraanse beschietingen. Toen heeft Cyprus EU-landen echt gevraagd om bijstand. Het is goed om die systematiek gewoon wat beter uit te denken. Die voorstellen zullen we dan bespreken.
In het kader van veiligheid spreken we ook over drugscriminaliteit. Het kabinet acht het van belang dat we hier in Europees verband echt goed samen optreden tegen internationale drugshandelaren die vaak echt ondermijnend zijn en destabiliserend in verschillende landen. Nederland is daarin een spil, internationaal en wereldwijd, maar ook andere landen kunnen ons hierbij helpen. We verwelkomen dus die EU-drugsstrategie, waarbij ook aandacht moet zijn voor preventie. Daar zijn ook de Europese Havenalliantie en de Europese havenstrategie onderdeel van, zodat we in alle lidstaten toewerken naar een gelijkwaardig en adequaat veiligheidsniveau, niet alleen in de grote mainports, maar ook in kleinere havens en binnenhavens.
Onderdeel daarvan is de "follow the money"-aanpak, zoals de heer Krul benoemde. Dat is een aanpak om witwassen in derde landen tegen te gaan en om effectief crimineel vermogen af te kunnen pakken. Daar worden de Nederlandse ervaringen natuurlijk ook bij ingezet. Het helpt als we veel van de casuïstieken daarover delen — dat doen we niet alleen op het niveau van de Europese Raad, maar ook in de JBZ-Raad — zodat ook in andere EU-lidstaten scherp is waarom deze ondermijnende drugscriminaliteit uiteindelijk alle EU-lidstaten raakt. We zijn daarbij ook wel dankbaar, zou ik bijna willen zeggen, richting het voorzitterschap dat ons pleidooi om Sierra Leone nu even als specifiek voorbeeld, zeg ik richting de heer Van Dijk en mevrouw Becker, als voorbeeld te stellen met elkaar. Dus de oproep die de ministers Van Weel en Sjoerdsma eerder hebben gedaan, doen wij ook in EU-verband. Ik zal dat deze week ook doen in de Europese Raad. We kijken ook hoe we de bilaterale en de EU-ontwikkelingssamenwerking heroverwegen met in dit geval Sierra Leona, maar in de toekomst wellicht ook andere landen, als die landen niet meewerken aan de uitlevering van gezochte criminelen die een spil vormen in de internationale drugswereld.
Richting de heer Struijs zeg ik: dat geldt dan natuurlijk ook voor de illegale handel in geneesmiddelen. Die is soms net zo kwalijk als de illegale handel in drugs. Er zijn raakvlakken met beide dossiers. Eenzelfde soort aanpak kan daarbij gewoon nuttig zijn, dus dat zullen we meenemen naar de verschillende niveaus waarop we hiermee bezig zijn.
Voorzitter. Dat brengt me bij Oekraïne. Ik heb hier eerst een aantal vragen over Oekraïne en dan meer in algemene zin over EU-uitbreiding. Allereerst …
De voorzitter:
… nog over defensie en veiligheid. Meneer Stöteler.
De heer Stöteler (PVV):
Ik weet zeker dat de premier het gehoord heeft, maar ik weet niet of hij geluisterd heeft naar mijn interruptiedebatje met mevrouw Becker, waarin ik haar een aantal van de bedragen in verhouding voorlegde, zoals die nu worden voorgesteld in de begroting. Het gaat onder andere om meer dan 70 miljard voor cohesie en slechts om 3 miljard voor veiligheid en defensie. Zijn dat nou de verhoudingen van een modern MFK?
Minister Jetten:
Nee, ik denk dat dit een terechte kritische opmerking is van de heer Stöteler.
De heer Stöteler (PVV):
We mogen er dus van uitgaan dat dat bijvoorbeeld na deze Europese top flink gaat veranderen?
Minister Jetten:
Dat is in ieder geval mijn inzet, maar ook hiervoor geldt dat we nog wat meer landen aan ons zullen moeten binden om dit ook echt in nieuwe voorstellen terug te gaan zien.
De voorzitter:
Meneer Klos, kort en bondig.
De heer Klos (D66):
Over artikel 346. Ik bedoelde dat net eigenlijk wat anders. Ik had het dus niet over aankopen uit het buitenland in de Europese Unie; ik bedoelde dat lidstaten voor ongeveer 80% binnen het eigen land afnemen en de uitzonderingsgronden daarvoor binnen het Europese verdrag gebruiken om dat te doen. Zo blijft de defensie-industrie gefragmenteerd. Kan de minister daar dus met Eurocommissaris Kubilius aandacht voor vragen in de Europese Raad, om ervoor te zorgen dat dat afneemt?
Minister Jetten:
Hier ben ik het helemaal mee eens. Ik vind ook dat Nederland hier het goede voorbeeld moet geven. Als wij de komende tijd dus via de Defensienota nieuwe aankopen gaan doen, dan moeten we ook laten zien hoe je dat gezamenlijk doet met andere EU-landen en met EU-industrie, buiten alleen je eigen lidstaat.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik heb nog een vraag gesteld over artikel 42, lid 7, en de volgorde van het proces dat nu is ingegaan op Europees niveau. De Europese Commissie gaat nu dus eerst aan de gang met het operationaliseren ervan en uiteindelijk gaan we, zoals de premier volgens mij ook al zei, dat voorstel wel tegemoetzien. Maar ziet de premier er dan geen gevaar in dat de Commissie nu de vrije hand heeft en dat we hier achteraf reactief op in moeten gaan, in plaats van dat de Raad en de lidstaten zelf in de lead zijn?
Minister Jetten:
Goeie vraag. Wij hebben tijdens de informele Raad op Cyprus hierover gesproken tijdens het diner. Eigenlijk hebben bijna alle lidstaten heel duidelijk gemaakt: artikel 5 van de NAVO is voor ons het primaire uitgangspunt en artikel 42, lid 7 kan een aanvulling zijn op het inroepen van collectieve hulp in een crisissituatie. Er zijn dus wel degelijk aan de voorkant kaders meegegeven aan de Europese Commissie en EDEO. Niemand zit echt te wachten op een groots en meeslepend voorstel, maar vooral op een praktische uitwerking van dat artikel en wat er dan eventueel aan extra coördinatie of afstemming bij komt kijken.
Voorzitter. Dan over Oekraïne. De Oekraïners zijn al geruime tijd in een agressieoorlog met Rusland verwikkeld. Dat begint in onze collectieve gedachten vaak bij de grootschalige invasie, maar is natuurlijk al vele jaren langer aan de gang. Ik wil ook nog even wijzen op het neerhalen van MH-17. Iedereen die de Russische dreiging onderschat, herinnert zich hopelijk die enorme aanslag op onze Nederlandse medeburgers en de vele mensen van andere nationaliteiten die daar zijn vermoord. De Oekraïners vechten voor hun vrijheid, voor hun democratie en voor Europese normen en waarden. De positie van Oekraïne in de toekomst ligt ook echt in de Europese familie.
Daarvoor is naast vechten ook een diplomatieke route noodzakelijk. Als er uiteindelijk onderhandelingen worden gestart tussen Oekraïne en Rusland, dan zal er naast de VS ook plek aan tafel moeten zijn voor Europa, omdat het onze veiligheidsbelangen direct raakt en er ook veel van Europa zal worden gevraagd in het leveren van veiligheidsgaranties aan Oekraïne en eventuele toetreding tot de EU. Tot nu toe zien wij eigenlijk geen bereidheid aan Russische zijde om tot serieuze gesprekken over te gaan. Zolang dat niet het geval is, wil in ieder geval de Nederlandse regering niet gaan filosoferen over welke Europese gezant daar dan voor zou moeten worden aangesteld. Het is veel beter om even te bedenken wat we inhoudelijk uit de onderhandelingen willen slepen, zowel in het Oekraïense als in het Europese belang.
Zolang die onderhandelingen niet plaatsvinden en de oorlog doorgaat, is het inzetten van sancties cruciaal. Mevrouw Becker vroeg daar ook naar. Die sancties raken de Russische economie hard en zetten ook druk op president Poetin. Nederland pleit niet alleen voor een strikte naleving van alle reeds ingezette sancties, maar we zoeken ook continu naar uitbreiding van nieuwe sanctiepakketten. De suggestie om in de volle breedte verschillende aluminiumproducten daarbij te bekijken, nemen we zeker mee. Dat is onder andere conform de motie-Verkuijlen. We hebben in de Raad Buitenlandse Zaken al opgeroepen om dit voor een volgend sanctiepakket ook als serieuze optie te overwegen. Ik hoop dus dat we daar binnenkort meer over kunnen melden.
Het tegengaan van sanctieomzeiling is daarbij van cruciaal belang, zeg ik richting de heer Ergin. Nederland steunt dus ook de diplomatieke inzet via de EU-sanctiegezant, genaamd David O'Sullivan. Wij brengen zelf ook die boodschap over in onze bilaterale contacten met doorvoerlanden of derde landen die vaak worden ingezet om die handelssancties te omzeilen. We doen daarbij ook een moreel appel op bedrijven die vaak indirect toch nog handel met Rusland faciliteren. Dat is lastig als het gaat om producten of diensten die niet door sancties zijn verboden. Maar ook in dat geval is het wel heel belangrijk om die bedrijven echt aan te sporen, te ontmoedigen en ervoor te zorgen dat in ieder geval Nederlandse bedrijven zich daar zo veel mogelijk uit terugtrekken.
Wanneer zou Oekraïne dan lid kunnen worden van de Europese Unie? De heer Klos vroeg dat als eerste, in iets andere termen, maar dat kwam daarna in verschillende interruptiedebatten naar voren. Voor het Nederlandse kabinet ligt de toekomst van Oekraïne onomkeerbaar in de Europese Unie. Dat doen we om ook aan de Oekraïense burgers een duidelijk signaal af te geven dat hun offers in deze oorlog niet voor niets zijn, dat wij uiteindelijk begrijpen dat zij bij de Europese familie en de democratische rechtsstaat willen horen en dat wij dat perspectief aan dat land willen bieden. Daarmee willen we ook de hervormingen in het land zelf echt een steun in de rug geven, zodat die niet voor niks zijn.
Het is nu alleen te vroeg om ons te committeren aan een toetredingsdatum, wat een aantal Europese leiders het afgelopen jaar wel hebben gedaan. Dat kan verwachtingen scheppen aan de Oekraïense zijde, die realistisch gezien niet kunnen worden waargemaakt. Ik zeg ook in mijn rechtstreekse gesprekken met Zelensky dat Nederland echt aan de Oekraïense zijde staat om maximale ondersteuning te bieden om de hervormingen door het Oekraïense parlement te loodsen, maar ook daadwerkelijk te implementeren. We hebben daar allerlei samenwerkingsprogramma's voor lopen. Het is veel nuttiger om tempo te maken met de hoofdstukken en clusters van het toetredingsgesprek, dan dat je gaat lopen wapperen met een datum, die vervolgens al steeds vaker hardop wordt uitgesproken, ook door de mensen die dat hebben beloofd. Dat leidt ook tot teleurstellingen en irritatie.
Montenegro is goed op weg om in 2028 de 28ste lidstaat te worden, al zal dat pas door het kabinet worden beoordeeld als alle hoofdstukken van de onderhandelingen zijn afgerond. Uiteraard heeft uw Kamer daarin een beslissende stem. Ik gaf vorige week ook aan dat mocht Montenegro op dit punt belanden, we het toetredingsverdrag van Montenegro willen gebruiken als een blauwdruk voor toekomstige toetredingsverdragen. Daar kunnen we ook een hele hoop checks-and-balances inbouwen over bescherming van de democratische rechtsstaat en anticorruptiebestrijding, ook ná toetreding. In het verleden hebben we namelijk weleens gezien dat er na toetreding een hele hoop misging en we eigenlijk geen middelen hadden om daarop in te grijpen.
Ik zou willen voorstellen om de blauwdruk van Montenegro vervolgens ook weer te gebruiken als les voor een eventueel toetredingsverdrag voor Oekraïne of andere landen die aan het eind van de toetredingsonderhandelingen belanden. Ook de aanbevelingen van de AIV kunnen we daar wel degelijk voor een heel groot deel bij gebruiken, zeg ik richting de heer Klos. Daar zitten namelijk een aantal stevige waarborgen in die in toekomstige toetredingsverdragen direct van pas kunnen komen, alsook aanbevelingen voor een geleidelijke integratie, waar uw Kamer ons al via verschillende moties om heeft gevraagd. Ik heb u vorige week ook gezegd dat de kandidaat-lidstaten best openstaan voor een gesprek over geleidelijke toetreding of het krijgen van bepaalde voordelen in ruil voor voortgang in de onderhandelingen, maar dat al die kandidaat-lidstaten wel zeggen: wij willen uiteindelijk naar een volwaardig lidmaatschap toe, anders zouden we wel een ander gesprek met de EU starten in plaats van de gesprekken over toetreding.
Hoe ziet die geleidelijke integratie er dan uit? Ook daarvoor geldt dat beoordeling op merites belangrijk is. Ook na sluiting van hoofdstukken in de onderhandelingen moeten we zeker weten dat die daadwerkelijk helemaal goed zijn geïmplementeerd voordat daar voordelen tegenover kunnen staan. Ik denk dat de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van vorige week een goed perspectief schetst van hoe Nederland zich in deze discussie zal opstellen.
Moeten we vaart maken in de toetreding van Oekraïne? Nou, we moeten vaart maken in de onderhandelingen daarover en de ondersteuning van de hervormingen in Oekraïne zelf. Het eerste cluster is nu geopend, nadat Hongarije de blokkade voor Oekraïne en Moldavië heeft opgeheven.
Ik ben er bijna in dit blok. De heer Hoogeveen heeft namelijk, los van Oekraïne, in bredere zin gevraagd naar het toetredingsproces. Dat moet zorgvuldig gaan; de Kopenhagencriteria staan voor het kabinet dan ook echt centraal en ik hecht ook sterk aan de beoordeling die de Europese Commissie daarover afgeeft. Er is nu bijvoorbeeld druk op Nederland om voor een aantal landen een klein beetje door de vingers te kijken. Ik vind dat heel onverstandig, omdat je daarmee echt het fundament onder dit proces vandaan haalt. Uiteindelijk kijken we wel naar de geopolitieke context van de gesprekken met de kandidaat-lidstaten. De Westelijke Balkan de rug toekeren zou bijvoorbeeld echt een slecht signaal zijn, omdat dan de invloed van China en Rusland in dat gebied fors zal toenemen op allerlei dossiers, en dat raakt uiteindelijk ook de Nederlandse veiligheidsbelangen. Daarom zijn we ook ondersteunend in de gesprekken die daar plaatsvinden.
Voorzitter. Tot slot de vragen, ook van de heer Hoogeveen, over IJsland. IJsland is natuurlijk een nauwe partner van de EU, met veel gedeelde waarden op het gebied van democratie, rechtsstaat, veiligheid en ook economische samenwerking. Vanuit dat perspectief is het een bijna ideale kandidaat-lidstaat, die, denk ik, ook dicht bij de Nederlandse normen en waarden ligt.
Ik hecht er wel aan te benadrukken dat de IJslanders nu eerst een referendum gaan houden over de vraag of ze de toetredingsonderhandelingen willen hervatten of niet. Daarna volgt nog een tweede referendum over het lidmaatschap zelf. De IJslandse premier heeft, toen ik haar daarnaar vroeg, ook tegenover mij benadrukt dat zij eigenlijk heel duidelijk is: zij wil dat niemand op het Europese continent zich bemoeit met de twee referenda die op IJsland plaatsvinden, omdat zij het belangrijk vindt dat de IJslanders er hun eigen oordeel over kunnen vellen. Ik ben het dus eigenlijk wel met de heer Hoogeveen eens dat elke uitspraak, of die nou uit Brussel komt of uit een andere EU-lidstaat, niet handig is en dat we de IJslanders het komende halfjaar even zelf dit proces moeten laten doorlopen.
De voorzitter:
Ik inventariseer de interrupties: ik zie de heer Van Dijk, de heer Stöteler en de heren Dassen en Van der Lee.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik hoorde de premier zeggen dat de EU bereid is om een grotere rol te spelen bij de vredesinspanningen rond Oekraïne. Tegelijkertijd begreep ik dat er wel wat verschil van mening is over of er daartoe ook een speciale Europese gezant moet komen. Mijn vraag is: hoe staat het kabinet daarin? Ziet dat toegevoegde waarde in zo'n gezant of niet?
Minister Jetten:
Vooralsnog eigenlijk niet, omdat het nog veel te vroeg is. Er moet eerst sprake zijn van bereidheid aan Russische zijde om daadwerkelijk te gaan onderhandelen. Het lijkt mij verstandig om eerst op Europees niveau de onderhandelingsinzet te bepalen, want dan kunnen we op basis daarvan veel beter kiezen welke gezant daar dan een goede match voor zou zijn.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Duidelijk. Ik begrijp dit antwoord. Ik heb er zelf eerlijk gezegd geen heel uitgesproken opvattingen over. Het viel me inderdaad ook op dat bijvoorbeeld Polen en de Baltische staten toch ook de zorg uitspraken dat je zo de positie van de EU als grote steunder van Oekraïne ondergraaft, omdat je een soort neutrale bemiddelaar wordt. Ik begrijp dat dat ook een overweging is van dit kabinet. Dank.
Minister Jetten:
Zeker, ja.
De heer Stöteler (PVV):
De minister-president haalde net het AIV-rapport aan, althans de adviezen daaruit die zagen op EU-uitbreiding. Als de premier nou een klein beetje uitzoomt, zou hij dan zeggen dat de AIV nogal politiek beladen adviezen uitbrengt?
Minister Jetten:
Nou, het staat de AIV helemaal vrij om gevraagd en ongevraagd adviezen uit te brengen. Soms ben ik het ermee eens en soms een stuk minder. We zullen van dit AIV-advies volgens mij nog uitgebreider onze appreciatie geven. Dan zult u ook zien dat we niet alle aanbevelingen omarmen.
De heer Stöteler (PVV):
Ik vroeg niet of ze bevoegd waren om adviezen uit te brengen. Dat snap ik ook wel. Ik vroeg: vindt u nou niet dat ze politiek aan het bedrijven zijn?
Minister Jetten:
Nee. Het mooie van dit soort adviezen is dat zowel de heer Stöteler als ik er daarna alles van mag vinden.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Stöteler (PVV):
Mijn volgende vraag gaat over Oekraïne. Tien jaar geleden — ik weet dat die tijd anders was — is er gestemd, is er een referendum geweest, over het associatieverdrag met Oekraïne. De tijd was compleet anders, de geopolitiek was compleet anders, de context was compleet anders, maar toen was 61% van de mensen die hadden gestemd, tegen dat associatieverdrag. Is dat nu voor de premier of voor het kabinet aanleiding om te zeggen: als we naar uitbreiding met Oekraïne gaan kijken, gaan we dat misschien nog een keer in een referendum voorleggen aan het Nederlandse volk, alleen maar vanwege die uitslag van tien jaar geleden?
Minister Jetten:
Nee, we hebben in dit land geen wettelijke grondslag voor referenda over dit soort vraagstukken.
De heer Dassen (Volt):
Ik had nog een vraag aan de minister-president over bedrijven die zakendoen in Rusland. Ik hoorde de minister-president, terecht, zeggen: we spreken die bedrijven daarop aan; er is een ontmoedigingsbeleid. In sommige gevallen krijgen de bedrijven die daar nog zakendoen, bepaalde subsidies van de Nederlandse overheid. Ik vind dat best een worsteling, dus ik was benieuwd hoe de minister-president daarnaar kijkt. Zouden we niet moeten onderzoeken hoe we daar eventueel mee zouden kunnen stoppen op het moment dat bedrijven dat ontmoedigingsbeleid niet volgen?
Minister Jetten:
Er is hiervoor geen juridische grondslag zolang het producten en diensten betreft die niet in het sanctiepakket zitten.
De heer Dassen (Volt):
Dat begrijp ik, maar ik ben zoekende of er zo'n juridische grondslag gecreëerd zou kunnen worden of dat er andere manieren zijn waar we eens in moeten duiken om te kijken hoe we dit verder kunnen brengen, want dit is natuurlijk gek. Aan de ene kant moeten we Oekraïne extra steunen, en we zien nu al dat de miljarden die naar Oekraïne gaan, eigenlijk te weinig zijn. Aan de andere kant ondermijn je eigenlijk je eigen beleid door subsidies te geven aan bedrijven die de Russische economie verder helpen. Ik vind dat een worsteling. Ik ben benieuwd of de minister-president bereid is om te kijken of we hierin een stap kunnen zetten. Ik snap dat dat nu niet kan. Tegelijkertijd moeten we ook bekijken hoe we bepaalde zaken verder kunnen brengen.
Minister Jetten:
Ik ben het op zich wel eens met de worsteling die de heer Dassen beschrijft. Alleen, ik kan nu niet inschatten of het proportioneel is om hier een wetgevingstraject op te zetten. Ik kan namelijk niet helemaal overzien om hoeveel bedrijven of subsidies het gaat, maar ik zal deze vraag neerleggen bij de staatssecretaris van Financiën.
De heer Van der Lee (PRO):
Ik las dat Zelensky en Trump contact hebben gehad en dat ze elkaar zullen ontmoeten op de G7, maar dat Trump al heeft gezegd dat hij overweegt om de sancties op de export van Russische olie weer in te voeren, nu dat akkoord er lijkt te zijn. Is de minister-president bereid om dat samen met de Europese Raad te ondersteunen en om de Amerikanen echt aan te moedigen om dat te doen?
Minister Jetten:
Absoluut. De internationale olieprijs is vandaag ruim onder de 80 dollar gezakt, dus er is geen enkele reden meer om die uitzondering in stand te houden. Het zou dus heel mooi zijn als dit snel zou lukken.
De heer Van der Lee (PRO):
Bedankt. Dan heb ik nog één vraag. Ik noemde al even in mijn inbreng dat nu vaststaat dat China Russische troepen traint om in Oekraïne te vechten. Vindt de minister-president dat dit om een actie of een consequentie van de Europese Unie vraagt en, zo ja, welke?
Minister Jetten:
Ik wil straks nog wat uitgebreider terugkomen op de Chinastrategie, die ook op de agenda van deze Raad staat. Ik heb zelf in mijn bilaterale contacten gewezen op de zorgen die wij hebben over de Chinees-Russische samenwerking. Ik vind dat we in bredere zin, ook op EU-niveau, moeten spreken over dit element. De heer Van der Lee noemde nog een aantal andere punten, bijvoorbeeld technologische competitie en dumping op de Europese markten. We moeten zeker dit aspect, op het gebied van de Chinees-Russische samenwerking, meenemen.
De voorzitter:
Meneer Hoogeveen. Daarna gaan we verder met het onderdeel Midden-Oosten.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik heb nog een vraag over kandidaat-lidstaten met het labeltje "onomkeerbaar". De premier heeft het over de Westelijke Balkan en zegt: die moeten we de rug niet toekeren. Kijk naar een land als Servië, dat heel erg leunt op Rusland in de VN-Veiligheidsraad met betrekking tot de onafhankelijkheid van Kosovo. Dat zijn toch ontwikkelingen die het labeltje "onomkeerbaar" onder druk zetten. Hoe kijkt de premier daar precies naar, ook ten aanzien van Oekraïne, waarover de premier zegt: op korte termijn met een jaartal wapperen is niet verstandig?
Minister Jetten:
Ik heb tijdens de Westelijke Balkantop in vrij heldere bewoordingen aangegeven — dat deed ik overigens namens de Benelux, dus ook namens België en Luxemburg — dat Nederland onder andere van Servië en Kosovo verwacht dat zij hun bilaterale gesprekken normaliseren en complete naleving van internationale afspraken laten zien. Dat geldt overigens ook voor de situatie in Bosnië en Herzegovina of de relatie tussen Noord-Macedonië en een aantal van de buurlanden. Naast de afloop en het op merites beoordelen van onderhandelingshoofdstukken zijn er voor bijna alle kandidaat-lidstaten specifieke bilaterale issues of andere issues die moeten worden opgelost voordat we een goed oordeel kunnen vellen over de vraag: voldoet dit land aan alle toetredingseisen of niet?
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank. Helder. Dat laat dus ook zien dat geopolitieke ontwikkelingen dat labeltje "onomkeerbaar" zo omstreden en snel onder druk zetten.
Dan heb ik nog een andere vraag, over IJsland. Dank voor de heldere antwoorden. Ik had wel nog één heldere vraag, over gemeenschappelijk visserijbeleid, even los van de context van een referendum in IJsland. Heeft Nederland het standpunt dat het gemeenschappelijk visserijbeleid als een huis staat en dat als kandidaat-lidstaten volwaardig lid willen worden van de EU, het gemeenschappelijk visserijbeleid daarbij hoort?
Minister Jetten:
Correct, ja.
De voorzitter:
Meneer Dijk, heel kort dan. Denk goed na!
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel, voorzitter. De premier en ik verschillen wezenlijk van mening over de militarisering van de samenleving en over defensie. Toch heeft de SP, gelukkig net als heel veel mensen in dit parlement, heel veel respect voor mensen die in dienst zijn en hun leven in de waagschaal leggen. In een van de Omnibuswetten die binnenkort ter stemming komen in Europa, wordt er wel gemorreld aan de Arbeidstijdenwet. Dat gaat over mensen die bij Defensie werken of mensen die voor de defensie-industrie gaan werken. Ik ben benieuwd hoe de premier daarnaar kijkt. Vindt hij ook dat in absolute zin juist deze werknemers nooit mogen worden gekort in hun bescherming met betrekking tot arbeidstijd?
Minister Jetten:
Laat ik dan meteen even de vraag van de heer Dijk erbij pakken, want ik heb daarstraks met best wel veel interesse naar alle interruptiedebatten zitten luisteren. Er liggen in Europa inderdaad een aantal Omnibusvoorstellen voor om de lastendruk fors te verminderen, vanuit de gedachte dat die Europese bedrijven helpen om tot een beter investeringsklimaat te komen. Ik ben het wel met de heer Dijk eens dat we werknemersrechten, milieubescherming en consumentenbescherming daarbij moeten waarborgen. Wij zullen — dat hebben we ook in de BNC-fiches aangegeven — bij de beoordeling van de Omnibusvoorstellen steeds kijken naar: prima als het versimpelt en als het rapportageverplichtingen overzichtelijker en behapbaarder maakt en noem het allemaal maar op, maar de maatschappelijke waarde die we proberen na te streven met bijvoorbeeld het beschermen van werknemers of het beschermen van de natuur moet op een andere manier goed geborgd blijven. Wij geloven sterk dat dat kan met een forse versimpeling, maar ik zal dit specifieke voorbeeld dat de heer Dijk nu noemt ten aanzien van de arbeidstijden bij Defensiepersoneel extra zorgvuldig bekijken.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Als een bestuurder zegt dat die ernaar gaat kijken, dan moet je altijd oppassen, want dan weet je dat het ergens verdwijnt en nooit meer terugkomt. Ik wil graag een uitspraak van de premier over dat hij zich ervoor inzet dat het qua arbeidstijden niet slechter gaat worden.
Minister Jetten:
Tot nu toe is onze beoordeling van de voorstellen dat het niet slechter wordt en alleen simpeler wordt georganiseerd, maar de heer Dijk was zo overtuigend in zijn eerste termijn dat ik het belangrijk vind om hier nog even een extra goede check op te doen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat vind ik fijn. Het is niet uit de lucht gegrepen. Er zijn heel veel onderzoekers, maar ook Europese vakbonden, die duidelijk aangeven dat een groot deel van de Omnibuswetgeving ervoor zorgt dat de werknemersrechten worden uitgekleed. Dan is het mooi dat het meegenomen wordt, maar dan moeten we wel van tevoren weten hoe dit kabinet en deze premier zich opstellen in dit soort debatten, dit soort gesprekken en dit soort besluitvorming. Dan is het dus de vraag of die wetten voor werknemers wel of niet beter worden.
Minister Jetten:
Tot nu toe is dit de wijze waarop we die voorstellen beoordelen. Dat staat ook al in eerdere BNC-fiches. Wij hebben tot nu minder aanleiding gezien om ons hier grote zorgen over te maken dan de heer Dijk, maar aangespoord door zijn heldere eerste termijn zal ik de collega's in het kabinet hier extra op wijzen.
De voorzitter:
Het Midden-Oosten.
Minister Jetten:
Ja, voorzitter, het Midden-Oosten. Er waren een aantal vragen gesteld over deal tussen de VS en Iran. De EU is geen partij bij die onderhandelingen, dus voor ons allen in deze zaal geldt dat we in spanning wachten op de daadwerkelijke tekst van het akkoord, of het MoU, of hoe we het op dit moment ook mogen noemen. Die is nog niet publiekelijk bekend, dus we zullen het eventuele akkoord echt beoordelen op basis van de concrete afspraken en de verificatiemechanismen die daarbij horen. We hebben de verklaring van een aantal Europese landen overigens wel ondertekend. De ondertekeningslijst op de Britse website was incorrect.
Ik ben het wel met de heer Van der Lee en anderen eens dat Nederland wat sanctieverlichting betreft zeker niet vooraan in de rij staat. Er moeten wel serieuze stappen worden gezet door het Iraanse regime, niet alleen op het atoomprogramma, maar zeker ook op het naleven van basic mensenrechtensituaties. De eigen Iraanse bevolking heeft wat dat onderwerp betreft geleden. De Europese sancties op Iran zijn de afgelopen jaren zeer effectief gebleken, dus we hebben wat dat betreft een kaart te spelen. Als Iran daar vooruitgang of versoepeling in wil, dan kan de Europese Unie daar wel degelijk iets tegenover vragen. Ik denk dat de afgelopen maanden nogmaals hebben onderstreept hoe belangrijk dat is. Omdat wij het akkoord nog niet kennen, gaan wij niet vooruitlopen op eventuele servicekosten of tolheffingen die in de Straat van Hormuz zouden kunnen worden ingevoerd, maar als dat wel het geval is, laat dan klip-en-klaar zijn dat Nederland al vele eeuwen staat voor vrije doorvaart en vrijheid van navigatie en dat wat ons betreft van dit soort vormen van tolheffing geen sprake kan zijn.
Met dit vredesakkoord gaat natuurlijk veel aandacht uit naar Iran en de Golflanden daar. De heer Ergin en anderen wezen terecht op de samenhang met het conflict in Libanon. Daar verschillen de signalen over. Heeft deze vredesdeal ook betrekking op Israël en Libanon? Wij vinden het in ieder geval van belang dat de situatie in de Gazastrook, op de Westelijke Jordaanoever en in Libanon de komende tijd aanzienlijk verbetert. Dat vraagt een verandering van koers van de Israëlische regering. Daarvoor zijn druk en dialoog allebei noodzakelijk. Dialoog met de Israëliërs is nodig zodat we vanuit de Europese zijde duidelijk maken dat we verlangen dat er meer humanitaire hulp aan Gaza komt, dat de ngo's toegang tot het gebied krijgen en dat het geweld van kolonisten op de Westelijke Jordaanoever stopt, evenals de verdere uitbreiding van illegale nederzettingen en de activiteiten in Libanon en Syrië, die niet voldoen aan het internationaal recht. Daarbij pleit Nederland ook voor gerichte aanvullende sancties tegen onder andere gewelddadige kolonisten of leden van de regering die daartoe aanzetten.
We boeken daarbij stapje voor stapje vooruitgang in de Europese discussie, onder andere met een importverbod op producten uit illegale nederzettingen, dat Nederland met internationale wetgeving in gang heeft gezet. Daar begint ook op Europees niveau langzaamaan meer draagvlak voor te ontstaan. Voor een aantal van de andere voorgestelde sancties is er minder steun op Europees niveau. De hoofdvertegenwoordiger, Kallas, heeft wel toegezegd het een en ander in aanloop naar de volgende Raad Buitenlandse Zaken te bespreken en daar weer met nieuwe voorstellen te komen. Die wachten we dus af. We bouwen achter de schermen de coalitie van landen die hiervoor zijn, ook verder uit.
De andere kant van de medaille werd door de heer Van Dijk benadrukt. Dat is het gegeven dat de activiteiten van Hezbollah, Hamas en andere organisaties ook leiden tot destabilisatie van de regio en onveiligheid van Israëlische burgers. Naast de druk op en diplomatie richting Israël is het dus ook van belang om die druk en diplomatie in te zetten bij de regeringen in de buurlanden, en om de druk op te voeren met sancties. Dat heeft het kabinet eerder gedaan met de inzet voor aanvullende sancties tegen Hamas en Palestinian Islamic Jihad. Op 28 mei jongstleden heeft de Raad ook aanvullende maatregelen getroffen tegen tien personen die lid zijn van het politbureau van Hamas. Daar zien we dus dat die Nederlandse druk ook daadwerkelijk effect heeft.
Het Nederlandse kabinet steunt de Libanese regering en het Libanese leger bij de verdere verbetering van hun capaciteiten, zodat het Libanese leger beter in staat wordt gesteld om de integriteit en soevereiniteit van Libanon te beschermen en een alternatief te bieden voor de Libanese bevolking, die nu vaak nog vastzit in de armen van Hezbollah. Daarbij geldt dus ook dat meer druk op en sancties tegen Hezbollah kunnen helpen om de situatie daar uiteindelijk te verbeteren.
In het geweld van de Iranoorlog, letterlijk en figuurlijk, is er de afgelopen tijd eigenlijk te weinig aandacht geweest voor de situatie in Israël, de Palestijnse gebieden, Libanon en Syrië, waar het er de afgelopen maanden echt niet beter op is geworden. Meer rust en stabiliteit in de Straat van Hormuz en in Iran helpen hopelijk ook om de internationale aandacht weer te verleggen naar de andere conflicten.
De voorzitter:
U rondt uw beantwoording af.
Minister Jetten:
Ik kom nu bij overig.
De voorzitter:
Ik zie de heer Ergin, de heer Van Dijk en de heer Stöteler staan.
De heer Ergin (DENK):
Ik zou aan de minister-president willen vragen wat hij van deze foto vindt.
Minister Jetten:
Ik kan hem niet goed zien.
De heer Ergin (DENK):
Ik heb ook een duidelijkere bij me.
De voorzitter:
We kunnen het niet zien, meneer Ergin.
De heer Ergin (DENK):
Het gaat om deze foto. Daarop staat mevrouw Yeşilgöz, iemand uit de ministersploeg van deze minister-president, stralend naast de ambassadeur van een staat die genocide pleegt op de Palestijnen. Wat vindt de minister-president daarvan?
Minister Jetten:
Dit valt onder de inzet op dialoog. Wij hebben regelmatig contact met landen waarmee we het minder eens zijn, om de Nederlandse standpunten van de regering, dan wel de Tweede Kamer, over te brengen.
De voorzitter:
Het is hier natuurlijk geen spreekbeurt waarbij we allerlei documenten laten zien. Ik kan ook niet goed zien wat u laat zien, en de mensen thuis die dit debat willen volgen al helemaal niet. Als u dit document wil verspreiden, doet u dat netjes via de bode. Anders wordt het heel ingewikkeld.
De heer Ergin (DENK):
Dat zal ik voortaan doen, zeker als u dat aan mij vraagt.
De voorzitter:
Dan maakt het deel uit van de beraadslaging en dan kunnen de mensen thuis het ook volgen.
De heer Ergin (DENK):
Dat zal ik voortaan doen, voorzitter.
De voorzitter:
Uw tweede vraag.
De heer Ergin (DENK):
Mijn tweede vraag is de volgende. De minister-president kan dit verhaal wel verdedigen, maar we hebben bijvoorbeeld de volgende socialmediapost. Ik citeer uit het bericht van de ambassadeur van Israël, dus het zijn niet mijn woorden: "Ik waardeer de steun en de langdurige vriendschap van Dilan Yeşilgöz met Israël". Dat is natuurlijk geen kritische dialoog meer. Hoe kan de minister-president hier, wetende van dit bericht maar ook van het bericht van de minister van Defensie zelf, waarin zij met niet één woord rept over de mensenrechten van de Palestijnen, blijven verdedigen dat er sprake was van een dialoog in goede afstemming, als het gaat om het in contact blijven met Israël?
Minister Jetten:
Ik ga hier geen socialmediaberichten recenseren …
De voorzitter:
Dat lijkt me verstandig.
Minister Jetten:
… en al helemaal niet als het om een ambassadeur van een ander land gaat. Zoals ik al vaker heb aangegeven, zijn er nog ongeveer vijf leden van het kabinet die regelmatig contact hebben met Israël, maar ook met Libanon, Syrië, Jordanië, de Golflanden en sporadisch zelfs met het Iraanse regime, om de standpunten van het Nederlandse kabinet over het voetlicht te brengen. Dan hebben we het over de bilaterale samenwerking, die per land natuurlijk verschilt maar wel vaak aanwezig is, maar dan gebruik je dat gesprek om ook aandacht te vragen voor, in dit geval, de humanitaire situatie in Gaza, het geweld op de Westelijke Jordaanoever, een doodstraf die discriminerend werkt of het niet naleven van afspraken in Libanon.
Ik heb zelf de afgelopen maanden, bijvoorbeeld in de contacten met de Libanese president, vaak het verzoek gekregen om alsjeblieft als Nederland dit diplomatieke spoor wel te blijven bewandelen, omdat we een van de weinige landen in de EU zijn die zowel met Israël als de Palestijnse Autoriteit goede contacten onderhouden en daarmee vaak ook een van de weinige kanalen zijn om zorgen over te brengen. Dat doen we daarom ook met volle kracht.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Ergin (DENK):
We weten allemaal dat de minister-president een totaal, maar dan ook een totaal ander antwoord zou hebben gegeven als het om een ambassadeur van Rusland zou zijn gegaan. Dan zou het een totaal ander antwoord zijn geweest.
Ik concludeer het volgende. Ik zie dat de minister-president met vaagheden en met losse kreten strooit. We weten allemaal dat heel veel Nederlanders zeer, maar dan ook zeer teleurgesteld zijn in deze premier. Hij deed namelijk mee aan de Rode Lijndemonstraties, stond vooraan in de rij om op te komen voor de rechten van de Palestijnen en beloofde mensen om Israël hard aan te spreken.
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Ergin (DENK):
Mensen verwachten leiderschap van de premier. Ik kan alleen maar concluderen dat heel veel mensen diep, diep teleurgesteld zijn in deze premier.
Minister Jetten:
Ik sta nu volgens mij voor de 25ste keer in drie maanden tijd exact dezelfde interruptie te beantwoorden. Dat zal ik dan ook nu maar doen. Dit kabinet heeft vrijwel vanaf de start de humanitaire hulp aan getroffen Palestijnen opgehoogd, omdat er mensen zijn die een extreem tekort hebben aan medicijnen, voedsel en water. Dat is gewoon onmenselijk. Dat moet verbeteren. Dat is ook de reden waarom ik zelf de Israëlische president al meerdere keren duidelijk heb gemaakt dat Nederland van Israël verwacht dat de humanitaire hulp aan Gaza wordt uitgebreid, dat de illegale uitbreiding van nederzettingen stopt, dat het geweld van kolonisten moet worden aangepakt en dat de invoering van een discriminerende doodstraf onacceptabel is. Ik heb ook gezegd dat we van Israël verwachten dat de afspraken in Libanon worden nageleefd. Omdat er te weinig gebeurt, voeren we zowel diplomatie als druk. "Diplomatie" betekent op alle niveaus onze zorgen met hen bespreken. In Europees verband kijken we hoe we ook als EU de druk op Israël kunnen verhogen. Waar dat te langzaam gaat, leggen we met een nationale wet een extra sanctie op, in dit geval de invoer van producten uit illegale nederzettingen. Kom dus niet bij mij aan dat we de afgelopen maanden niks hebben gedaan. Dat is gewoon niet waar.
De voorzitter:
We verwelkomen hier om 22.00 uur de staatssecretaris van Landbouw, dus ik stel voor dat de heer Diederik van Dijk en de heer Stöteler nog interrumperen, en dat de minister-president dan zijn beantwoording afrondt. U zal namelijk ook een tweede termijn willen.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Allereerst mijn complimenten aan minister Yeşilgöz voor de steun die zij blijkbaar heeft uitgesproken voor Israël. Ik hoop dat de minister-president die complimenten wil overbrengen.
Mijn vraag gaat over de sanctieverlichting rond Iran. De minister-president zei daarbij: we zijn niet vooraan in de rij. Dat vond ik wel het understatement van dit debat. Dat mag ik inderdaad hopen! Ik zag in de kabinetsreactie bij de geannoteerde agenda ook staan dat er stappen moeten worden gezet als het gaat om de nucleaire agenda en de mensenrechten. Maar hier zou toch ook voluit de steun die Iran geeft aan Hamas, aan Hezbollah en de permanente dreiging naar Israël bij moeten horen. Ik mag toch aannemen dat zolang dat nog steeds aan de hand is, er geen sprake zal zijn van sanctieverlichting richting Iran. Klopt dat?
Minister Jetten:
Wat Nederland betreft inderdaad niet. Dus dank dat de heer Van Dijk dat nogmaals zo expliciet vraagt. Maar laten we helder zijn: ik zie nu geen aanleiding tot sanctieverlichting.
De heer Stöteler (PVV):
In het kader van Israël zei de premier net dat het ook nodig kan zijn om sancties in te stellen tegen regeringen van buurlanden. Ik vroeg mij even af over welke sancties en welke buurlanden van Israël de premier het had.
Minister Jetten:
Ik zei volgens mij iets anders, namelijk "leden van de regering", zoals dat eerder ook is gedaan met individuele leden die met hun optredens vaak ook ingaan tegen de belangen van de Israëlische bevolking.
De heer Stöteler (PVV):
De premier heeft het nu over "leden van de regering van Israël", maar hij had het net over "tegen regeringen van buurlanden". Ik begreep al niet waar hij het over had, dus ik heb meteen meegeschreven. Misschien kunnen we de Handelingen er nog even op nakijken. Dat zal hij dan verkeerd gezegd hebben. Ik had nog de volgende vraag. Hoe verklaart de premier dat als Hezbollah raketten afvuurt op Israël er op pagina 28 van de krant een klein berichtje over staat, maar dat als Israël dan terugschiet op die lanceerinstallaties, of die kapotmaakt, het voorpaginanieuws is en alles tot in detail wordt beschreven? Hoe verklaart de premier dat?
Minister Jetten:
Ik ga niet over de redacties van onafhankelijke media.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Stöteler (PVV):
Hoe vindt de premier dan dat het gaat als Nederland zo meteen het eerste en enige land is dat tegen Israël bilateraal sancties oplegt vanwege de oorlogen die nu gaande zijn? Ik schaam me daar kapot voor, maar ik wil echt vragen hoe de premier vindt dat dat gaat. Hoe vindt de premier dat het beeld van ons moet zijn in Israël?
Minister Jetten:
Het is droevig dat dat nodig is, omdat alle diplomatieke inzet de afgelopen tijd, nationaal en internationaal, onvoldoende heeft geleid tot verbetering van de situatie in alle genoemde gebieden waar we het net over hebben gehad.
De voorzitter:
U rondt uw beantwoording af.
Minister Jetten:
Dan kom ik bij het blokje "overig". De heer Krul had mij een prachtige vraag gesteld, maar hij is er niet. Nou had ik zo'n mooi Spaanstalig antwoord voor hem voorbereid.
De voorzitter:
Ik denk dat hij meeluistert. Anders leest hij mee.
Minister Jetten:
Dan bewaar ik die tot het einde.
Voorzitter. De heer Klos en de heer Dassen hebben een aantal vragen gesteld over de rol van AI, ook in het kader van de Europese competitiveness. De Commissie heeft onlangs de Technical Sovereignty Package gepubliceerd en de Cloud and AI Development Act. Sorry voor alle Engelse termen. Er zijn een aantal Europese voorstellen om de uitrol van AI in Europa te bespoedigen, op een manier die past bij onze normen en waarden. Dat vraagt om Europese samenwerking op het gebied van AI-innovatie, hoogwaardige rekenkracht en een sterk AI-ecosysteem. Dat is primair natuurlijk aan marktpartijen en kennisinstellingen, maar wij kunnen daarvoor wel de juiste randvoorwaarden creëren, onder andere met wet- en regelgeving die op orde is, met het aanbieden van die rekenkracht en het versterken van de talentstrategieën. We komen binnenkort ook op nationaal niveau nog met een aangepaste talentstrategie en werken via het rapport-Wennink aan de ondersteuning van een aantal van die AI-initiatieven, die ook voor de Nederlandse economie van groot belang zijn.
Op het gebied van AI en semicon is Taiwan een belangrijke speler, een van de belangrijkste, gezien het ecosysteem aldaar en de enorme productie die op het eiland plaatsvindt. Nederland en Europa werken intensief met Taiwan samen. Dat doen we via strategische partnerschappen voor halfgeleiders. Dat vindt voornamelijk plaats via de economische dialoog met Taiwan, die op dg-niveau wordt georganiseerd. Dat past bij het langjarige één-Chinabeleid. Het is in het belang van zowel Europese landen als Taiwan zelf om daarbij vooral ruimte te bieden aan die economische samenwerking, zonder dat dat tot onevenredige tegenreacties leidt.
De heer Stöteler had een aantal vragen gesteld over het economisch industriebeleid. Wij dragen daar als Nederland heel actief aan bij door tijdig in Brussel aan te geven wat het belang voor Nederlandse bedrijven is als het gaat om het ambitieniveau van die verschillende Europese pakketten. Dat is ook de reden waarom we zo sterk inzetten op die kapitaalmarktunie, omdat die met name in Nederland extra investeringen los kan trekken.
De heer Van Dijk vroeg naar Nigeria. Het zijn eigenlijk twee vragen. Allereerst hebben we recentelijk ook in de ministeriële dialoog extra aandacht gevraagd voor de versterking van het strategisch partnerschap met Nigeria. Daaronder vallen economische samenwerking, het versterken van de veiligheidssamenwerking en duurzame energieopwekking. Dat doen we dus in EU-Nigeriaverband, maar daarbinnen spelen we als Nederland een belangrijke rol op de thema's waar we zelf echt goed in zijn. Als je dan met Nigeria verder het partnerschap uitwerkt, is dat ook de uitgelezen kans om Nigeria aan te spreken op de positie van christenen in het land. Dat doen we via de Hoge Vertegenwoordiger van de EU. Zij heeft dat onlangs ook nog gedaan, toen zij in maart de Nigeriaanse president bezocht, maar ik zeg toe aan de heer Van Dijk dat ik specifiek dit punt ook in mijn eerstvolgende eigen bilaterale contact met Nigeria zal opbrengen.
De heer Ergin had nog wat vragen over het EU-migratiepact. De lidstaten monitoren samen met de Europese Commissie de uitvoering van het pact, in het bijzonder de naleving van mensenrechten in de grensprocedure. Als er signalen zijn van misstanden, zal het kabinet die ook zelf bij de Commissie onder de aandacht brengen, met het verzoek om die nader te onderzoeken.
De terugkeermogelijkheden worden inderdaad uitgebreid met de Terugkeerverordening, maar ik hecht er wel aan te benadrukken dat we vooral inzetten op vreemdelingen die zelfstandig terugkeren als duidelijk is dat ze geen aanspraak maken op verblijf in de EU. De terugkeerhubs zijn daarbij eigenlijk het allerlaatste middel in de Terugkeerverordening dat je wilt inzetten, maar dat is wel een noodzakelijk middel voor mensen die ondanks dat het kan, weigeren mee te werken aan hun terugkeer.
Mevrouw Becker vroeg daarbij in het bijzonder of we bereid zijn om het concept van veilige derde landen mee te nemen in het migratieontbijt, dat vrijdag plaatsvindt. Het antwoord daarop is: ja, dat zal ik doen. Ik verwacht ook dat dat daar wel in goede aarde zal vallen. Ook het Clingendaelrapport ten aanzien van de externalisering van migratie zal ik deze week tijdens het migratieontbijt bespreken. Ik wil daar ook even aftasten wat de beste route is om dat vanuit de kopgroep breder onder de aandacht te brengen. Dat kan eventueel met een non-paper, maar wellicht zijn er ook andere mogelijkheden, omdat bijvoorbeeld de minister van Asiel en Migratie en de minister van BHOS in hun kopgroepen deze oplossingen aan het uitwerken zijn. Ik wil dat niet in de wielen rijden. Wellicht is het goed om daarvan eerst een concretiseringsslag te krijgen voordat we een breder non-paper opstellen.
De medicijntekorten waar de heer Struijs naar verwees, pakt het kabinet inderdaad ook op Europees niveau op. De minister van VWS heeft begin april de Kamer geïnformeerd over een aantal van de acties die lopen. Zodra er over de EU-verordening kritieke geneesmiddelen een onderhandelingsakkoord is bereikt, zullen we als kabinet ook heel nadrukkelijk inzetten op de productie van kritieke geneesmiddelen in de EU, een gezamenlijke inkoopstrategie van die kritieke geneesmiddelen en een leveringsverplichting bij financiële steun.
De heer Van Houwelingen vroeg nog naar de Bilderbergconferentie. De Bilderbergconferentie heeft al decennialang de bijzonderheid dat deelnemers vaak in hun formele hoedanigheid een uitnodiging ontvangen, maar nadrukkelijk met het verzoek om tijdens de conferentie op informele wijze van gedachten te wisselen en daarbij niet het standpunt van de organisatie te behartigen, maar vooral zelf aan die gedachtewisseling deel te nemen, op basis van eigen inzichten en overtuigingen.
De heer Stöteler heeft mij volgens mij vier- of vijfmaal gevraagd hoe ik vond dat het ging. Volgens mij ging het best lekker, zeker op dit tijdstip. Ik ben blij dat het Nederlands elftal vandaag niet speelt.
Voorzitter. Muchas gracias al señor Krul por sus preguntas. Mi reunión con el primer ministro de español fue fantástica. Hablamos de cooperación europea y muchas otras cosas importantes. Ik zal zorgen dat hij de vertaling per whatsapp ontvangt.
De voorzitter:
Nou, chapeau. Ik heb medelijden met de dienst verslag en registratie. Wijsheid gewenst!
Ik zie meneer Van der Lee, meneer Van Houwelingen en mevrouw Becker nog.
De heer Van der Lee (PRO):
Ik kom even terug op wat de minister-president heeft gezegd over China en specifiek Taiwan. Andere lidstaten hebben gewoon al bewindslieden naar Taiwan gestuurd. Nog niet zo lang geleden was dat bijvoorbeeld de minister van Onderwijs van Duitsland. Ik snap niet dat Nederland nog steeds vasthoudt aan een één-Chinalijn …
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Van der Lee (PRO):
… die als consequentie heeft dat wij geen bewindslieden naar Taiwan sturen, ook niet als het gaat om vitale belangen voor Nederland. Wij willen chipproductie in Europa.
De voorzitter:
Ja.
De heer Van der Lee (PRO):
Sorry, de voorzitter gaat er de hele tijd doorheen. Ik was nog niet klaar, maar …
De voorzitter:
Omdat u een beetje kort en bondig moet zijn, meneer Van der Lee, want om 22.00 uur hebben we hier de commissie voor Landbouw voor een debat.
Minister Jetten:
Wat leuk!
De voorzitter:
U mag blijven, hoor!
De heer Van der Lee (PRO):
Mijn vraag aan de premier is waarom hij vast blijft houden aan iets uit een ver verleden — dat heeft zijn oorsprong 40 jaar geleden — en waarom hij niet handelt naar de actuele geopolitieke situatie van vandaag de dag.
Minister Jetten:
Die actuele geopolitieke situatie is radicaal veranderd, ook in de relatie tussen Nederland en China en tussen Nederland en Taiwan. Daar spelen héél veel dossiers, van semicon tot allerlei andere technologieën, zeldzame metalen en veiligheid, zoals we ook de afgelopen weken hebben gezien. Dat vraagt behoedzaam opereren, waarbij we continu het Nederlandse belang voor ogen hebben. Taiwan is een cruciale partner voor onze semiconindustrie, ook om uiteindelijk in Europa die semiconindustrie verder uit te bouwen. Dat hebben we de afgelopen maand bijvoorbeeld ook samen met India gedaan, maar we doen dat echt behoedzaam.
De heer Van der Lee (PRO):
Ja, maar het is zo behoedzaam dat niemand het ziet. Wij als parlement krijgen ook nooit te horen wat dat dan als resultaat heeft. Daar kan het toch niet bij blijven? Zeker het realiseren van onze eigen ambities kunnen we met Taiwan. Wanneer kunnen wij daar dan concreet een vervolgstap over horen?
Minister Jetten:
Die vraag begrijp ik wel. Ik zal in de tweede termijn even terugkomen op de termijn. Zowel op de bredere semiconinzet als op de Nederlands-Chinese inzet zal ik die termijn in de tweede termijn proberen aan te geven.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank voor de beantwoording. Ik wil de minister-president goed begrijpen, want dit is toch heel opmerkelijk. De minister-president wordt als minister-president uitgenodigd voor de Bilderbergconferentie, net zoals de Koning als staatshoofd wordt uitgenodigd. Dan wordt dat betaald door de Nederlandse belastingbetaler. Ik probeer zijn antwoord te begrijpen: zodra hij daarbinnen is, verandert hij in een privépersoon en dan staat hij daar niet meer te spreken namens de Nederlandse Staat. Vat ik het zo goed samen?
Minister Jetten:
In mijn specifieke geval had ik de uitnodiging al ontvangen tijdens de formatieperiode. Toen was ik formeel dus nog niet de minister-president, maar het is niet zo dat ik daar de hele dag met een dikke map met Nederlandse standpunten loop. Er zijn daar open discussies over defensie en over de economische stand van de wereld. Er is daar een vrije en open gedachtewisseling.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ook vanuit staatsrechtelijk oogpunt is dit erg belangrijk. De minister-president wordt uitgenodigd als minister-president; anders zou hij ook niet worden uitgenodigd. De koning is er ook met zijn vrouw. Zodra de minister-president aan de besprekingen meedoet, is hij dan de minister-president van Nederland en vertegenwoordigt hij dan Nederland? Of is hij daar dan ineens de privépersoon Rob Jetten? Dat is toch een ja- of nee-vraag?
Minister Jetten:
Ik ben 24 uur per dag de minister-president van Nederland, waar ik me ook bevind. De Bilderbergconferentie heeft alleen al decennia in zich dat de deelnemers worden uitgedaagd om los te komen van papier en met elkaar een vrije en open gedachtewisseling te hebben.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ja, afrondend, tot slot; het is jammer dat ik maar drie interrupties heb. Oké, dan concludeer ik dat hij daar als minister-president deelneemt aan die beraadslaging en de koning dus als Koning, ons staatshoofd. Ik verwacht van de minister-president dat hij mij corrigeert als dat niet zo is. Tot slot vraag ik of dat nou verstandig is, omdat de Bilderbergconferentie ontzettend controversieel is vanwege de mensen die daar zijn. Daar waren mensen zoals Sikorski, die heeft opgeschept over het opblazen van de Nord Stream, deels onze pijplijn, en dit jaar was Alex Karp van Palentir, dat surveillancebedrijf, daar aanwezig. Is het dan verstandig om bij zo'n omstreden conferentie, waar ook omstreden onderwerpen besproken worden, als staatshoofd en als minister-president Nederland te vertegenwoordigen?
Minister Jetten:
Nogmaals, we vertegenwoordigen Nederland daar niet formeel. Net zoals aan alle andere deelnemers wordt gevraagd om deel te nemen aan een vrije en open gedachtewisseling en om je te laten inspireren op al die onderwerpen die ons ook hier aan het hart gaan. Dat heb ik nu ook voor het eerst meegemaakt.
Mevrouw Becker (VVD):
Ook zeer veel dank aan de minister-president voor zijn bereidheid om bij de ontbijtsessie over migratie een tweetal voorstellen mee te nemen die wij gedaan hebben om het debat over externalisering verder te voeren, dus over het in de regio laten plaatsvinden van de asielprocedure en ook van de opvang. Hij geeft aan dat hij niet weet of dat gaat lukken in een non-paper of dat een andere vorm daar geschikt voor is. Kan hij in ieder geval in het verslag van de Raad aangeven wat hier de vervolgstappen voor zijn, zodat we daar als Kamer de vinger aan de pols kunnen houden?
Minister Jetten:
Ja, dat zal ik doen, zeg ik ook tegen de voorzitter.
Mevrouw Becker (VVD):
Ik zie de minister-president knikken, waarvoor dank. Ik kan het gemist hebben, maar ik had nog een vraag gesteld over de kritieke infrastructuur op de Westelijke Balkan. Ik dacht dat ik daar geen antwoord op had gekregen. Of ik heb niet goed opgelet.
Minister Jetten:
Nee, u heeft heel goed opgelet. Ik heb daar dan doorheen gebladerd, want die vraag zit wel ergens in mijn set. Ik zal daar dus in tweede termijn nog antwoord op geven.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van het kabinet.
Ik geef het woord aan de heer Klos voor zijn tweede termijn. Ik moet mijzelf corrigeren, want de lofuitingen waren natuurlijk gericht aan onze onvolprezen Dienst Verslag en Redactie. Het woord is aan de heer Klos.
Termijn inbreng
De heer Klos (D66):
Voorzitter, dank u wel. Dank ook voor de beantwoording.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat kunstmatige intelligentie een strategische technologie is waarvan de beschikbaarheid niet afhankelijk mag zijn van eenzijdige besluiten van derde landen;
overwegende dat Europa en andere democratische landen belang hebben bij technologische soevereiniteit en betrouwbare toegang tot frontier-AI;
verzoekt de regering om samen met Europese partners het voortouw te nemen bij het versterken van de randvoorwaarden voor de ontwikkeling van toonaangevende frontier-AI-modellen, waaronder hoogwaardige rekenkrachtinfrastructuur, onderzoek en talent, teneinde de strategische autonomie van Nederland en Europa op AI-gebied te vergroten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Klos en Dassen.
Zij krijgt nr. 2405 (21501-20).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese veiligheid in toenemende mate wordt bedreigd door statelijke actoren, cyberaanvallen, sabotage, buitenlandse inmenging en spionage;
overwegende dat Europese landen beschikken over hoogwaardige inlichtingen- en veiligheidsdiensten, maar dat de samenwerking en informatie-uitwisseling nog sterk versnipperd zijn;
verzoekt de regering om samen met gelijkgestemde Europese landen het initiatief te nemen tot de vorming van een coalitie gericht op de ontwikkeling van een Europese variant van de Five Eyes-samenwerking voor intensieve inlichtingenuitwisseling en gezamenlijke dreigingsanalyse, en de Kamer uiterlijk binnen zes maanden te informeren over de mogelijkheden, obstakels en voortgang hiervan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Klos en Becker.
Zij krijgt nr. 2406 (21501-20).
De heer Klos (D66):
En dat was het.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Dassen namens Volt.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Dank aan de minister-president voor de beantwoording.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het kader van het Europees semester en de landenspecifieke aanbevelingen hervormingsopgaven voor lidstaten worden vastgesteld;
overwegende dat effectiviteit van Europese middelen gebaat is bij tijdige en daadwerkelijke implementatie van deze hervormingen;
verzoekt de regering zich in de onderhandelingen over het nieuwe Meerjarig Financieel Kader ervoor in te zetten dat toegang tot relevante Europese middelen sterker wordt gekoppeld aan de uitvoering van overeengekomen hervormingen, bijvoorbeeld hervormingen die staan in de landenspecifieke aanbevelingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dassen en Klos.
Zij krijgt nr. 2407 (21501-20).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat er nog steeds Nederlandse bedrijven zijn die economische activiteiten hebben in Rusland ondanks de sancties;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe naast het ontmoedigingsbeleid er ook beleidsmatige maatregelen genomen kunnen worden, bijvoorbeeld ten aanzien van het ontvangen van overheidssteun, om naleving van het ontmoedigingsbeleid te bevorderen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dassen en Struijs.
Zij krijgt nr. 2408 (21501-20).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het vergroten van het Eigenmiddelenbesluit Europa financieel slagvaardiger maakt zonder nationale begrotingen te belasten;
verzoekt de regering zich in Europees verband constructief op te stellen ten aanzien van nieuwe Europese eigen middelen, waaronder een heffing op cryptoactiva en een heffing op online gokken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dassen en Van der Lee.
Zij krijgt nr. 2409 (21501-20).
De heer Dassen (Volt):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Ergin, namens DENK.
De heer Ergin (DENK):
Voorzitter, dank u wel.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Israël doorgaat met bombardementen op Gaza, het steunen van kolonistengeweld op de Westelijke Jordaanoever en de uitbreiding van illegale nederzettingen;
constaterende dat Israël volgens berichtgeving weigert bezet grondgebied terug te geven aan Libanon en vredesafspraken naast zich neerlegt;
verzoekt de regering om Israël expliciet te veroordelen voor het voortzetten van oorlogsmisdaden en schendingen van het internationaal recht ondanks het bereikte akkoord;
verzoekt de regering voorts om zich in Europees verband maximaal in te zetten voor een zo verstrekkend mogelijk vierde sanctiepakket tegen gewelddadige kolonisten, kolonistenorganisaties en verantwoordelijke Israëlische bewindspersonen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ergin en Van Baarle.
Zij krijgt nr. 2410 (21501-20).
De heer Ergin (DENK):
De tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het EU-Migratiepact nieuwe procedures bevat aan de buitengrenzen, waaronder versnelde grensprocedures en terugkeerprocedures;
overwegende dat experts waarschuwen dat strengere Europese migratieregels mensensmokkel juist winstgevender kunnen maken en migranten kunnen dwingen tot langere, gevaarlijkere routes;
overwegende dat deskundigen waarschuwen dat asielzoekers onder het EU-Migratiepact kunnen worden doorgestuurd naar derde landen waarmee zij geen persoonlijke of duurzame band hebben, terwijl onduidelijk is of zij daar daadwerkelijk toegang krijgen tot bescherming, opvang en een eerlijke asielprocedure;
verzoekt de regering om te borgen dat Nederland niet meewerkt aan procedures of terugkeerconstructies onder het EU-Migratiepact zolang toegang tot rechtsbijstand, effectieve rechtsmiddelen en menswaardige opvang aantoonbaar en afdwingbaar zijn gegarandeerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ergin en Van Baarle.
Zij krijgt nr. 2411 (21501-20).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Stöteler namens de PVV.
De heer Stöteler (PVV):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb twee moties. De eerste is een herintroductie van een motie die ik al eerder heb ingediend, maar de aanhouder wint. Voordat straks iemand "dat kan helemaal niet" gaat zeggen: in een echt modern MFK wordt de afdracht van Nederland niet bepaald op basis van bni, maar op basis van hvb, hoofd van de bevolking.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt het kabinet in onderhandelingen over het Europees Meerjarig Financieel Kader ervoor te zorgen dat Nederland niet langer nettobetaler blijft, maar netto-ontvanger wordt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stöteler.
Zij krijgt nr. 2412 (21501-20).
De heer Stöteler (PVV):
Voorzitter. De tweede motie wil ik graag vooraf laten gaan door een vraag aan de minister-president. Is hij sinds 7 oktober 2023 al eens op bezoek geweest in Israël, in de gebieden in het zuiden van Israël, in gebieden van Gaza, in gebieden van Libanon en op de Golanhoogvlakte? Ik hoor dat graag. Ik kan het me niet voorstellen. Ik kan me niet voorstellen dat je zo vurig tegen Israël aan het pleiten bent als je er geweest bent.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt het kabinet in Europees verband te pleiten tegen sancties tegen Israël, Israëlische functionarissen en/of Israëlische bedrijven en tegen elk voorstel te stemmen dat daartoe oproept,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stöteler en Wilders.
Zij krijgt nr. 2413 (21501-20).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Hoogeveen namens JA21.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank, voorzitter. Dank aan de premier voor de heldere beantwoording. Ik heb een tweetal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de Straat van Hormuz een internationale zeestraat is waar volgens het VN-Zeerechtverdrag, UNCLOS, het regime van vrije doorvaart geldt;
overwegende dat Iran daarmee geen enkel recht heeft om "servicekosten" of andere verkapte tolheffingen op te leggen aan schepen die de Straat passeren;
verzoekt het kabinet alle Iraanse tolheffingen bij doorvaart door de Straat van Hormuz expliciet af te wijzen en hier actief internationaal draagvlak voor te creëren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 2414 (21501-20).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Commissie heeft gecommuniceerd open te staan voor uitzonderingen op het gemeenschappelijk visserijbeleid bij eventuele toetredingsonderhandelingen met kandidaat-lidstaten tot de Europese Unie;
overwegende dat uitzonderingen op het gemeenschappelijk visserijbeleid afbreuk doen aan een gelijk speelveld voor Europese vissers, aan de gemeenschappelijke regels inzake toegang tot wateren en visgronden en aan bestaande duurzaamheids- en kwaliteitswaarborgen;
verzoekt de regering in Europees verband te bevestigen dat voor Nederland het gemeenschappelijk visserijbeleid, inclusief de regels inzake toegang tot wateren en visgronden, integraal onderdeel blijft van het EU-acquis bij toetredingsonderhandelingen met kandidaat-lidstaten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Hoogeveen en Boomsma.
Zij krijgt nr. 2415 (21501-20).
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Becker namens de VVD.
Mevrouw Becker (VVD):
Dank u wel.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Iraanse regime de bevolking van Iran systematisch en stelselmatig onderdrukt;
overwegende dat met de mogelijke beëindiging van de vijandelijkheden tussen de Verenigde Staten en het Iraanse regime er weer meer ruimte voor dat regime bestaat om deze onderdrukking te intensiveren;
verzoekt het kabinet om in Europees verband niet in te stemmen met maatregelen die bijdragen aan de internationale rehabilitatie van het Iraanse regime,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Becker.
Zij krijgt nr. 2416 (21501-20).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Asiel- en Migratiepact het mogelijk maakt om vaker gebruik te maken van het veiligederdelandenconcept, waarmee asielaanvragen niet-ontvankelijk kunnen worden verklaard als er een beschermingsalternatief buiten Europa is;
overwegende dat het pact het ook toestaat om migratiedeals met landen buiten Europa te sluiten om zo'n beschermingsalternatief te creëren;
verzoekt het kabinet om naast onderhandelingen met landen buiten Europa over terugkeerhubs ook in te zetten op het creëren van beschermingsalternatieven in die landen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Becker en Ellian.
Zij krijgt nr. 2417 (21501-20).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van der Lee namens PRO.
De heer Van der Lee (PRO):
Dank aan de minister-president voor zijn beantwoording. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Tweede Kamer zich in meerderheid heeft uitgesproken voor graduele toetreding;
van mening dat graduele toetreding niet moet betekenen dat landen die voldoen aan de Kopenhagencriteria niet langer volwaardig kunnen toetreden;
verzoekt de regering in EU-verband uit te dragen dat graduele toetreding een aanvulling is op de route naar een volwaardig lidmaatschap, maar daar geen alternatief voor is,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Lee.
Zij krijgt nr. 2418 (21501-20).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat China met haar anacondastrategie de politieke en militaire druk op Taiwan stelselmatig blijft opvoeren en dit ook een dreiging is voor de Nederlandse economische veiligheid;
overwegende dat China stelselmatig de vrije doorvaart van internationale wateren aanvecht en recent zelfs het Nederlandse fregat Zr.Ms. De Ruyter met verbale leugens probeerde weg te jagen;
overwegende dat China in vergelijking tot de EU tot acht keer meer staatssteun geeft aan bedrijven om mondiaal marktleider te blijven in grondstoffen, staal, elektronica, chemie, zonne-energie, robotica, AI en de automobielindustrie;
overwegende dat China stelselmatig weigert om wederkerigheid in handel en eerlijke toegang tot zijn nationale markt toe te passen;
constaterende dat Nederland een wereldspeler is in de halfgeleiderindustrie en de Nederlandse Semicon Visie 2035 de ambitie bevat om een high-mix chipproductie te realiseren in Nederland en/of de EU;
verzoekt de regering om een coalition of the willing te vormen met andere EU-lidstaten, een delegatie van Europese ministers van innovatie samen te stellen en hen te verzoeken naar Taiwan af te reizen om een partnerschap met Taiwan en Taiwanese chipbedrijven aan te gaan, ten einde de beoogde high-mix chipproductie in de EU te bevorderen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Lee.
Zij krijgt nr. 2419 (21501-20).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Struijs namens 50PLUS.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank, voorzitter. Dank voor de uitgebreide behandeling en de antwoorden. Ik ben blij met het antwoord over de illegale medicijnhandel, maar ik wil deze noodkreet van alle bestrijders van de georganiseerde misdaad in Europa toch verwoorden in een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) waarschuwen voor een toenemend illegaal onlineaanbod van medicijnen;
constaterende dat de IGJ dagelijks meldingen ontvangt over illegale websites, advertenties en aanbod via sociale media;
constaterende dat bij illegaal aangeboden medicijnen vaak geen controle is op de herkomst, kwaliteit en dosering;
overwegende dat dit voor gebruikers ernstige gezondheidsrisico's tot gevolg kan hebben;
overwegende dat deze handel een groot verdienmodel is voor de georganiseerde criminaliteit;
overwegende dat illegale onlinehandel in medicijnen internationaal plaatsvindt en daardoor een Europese aanpak nodig heeft;
verzoekt de regering om tijdens de top illegale handel in medicijnen tijdens het onderwerp "illegale drugs en georganiseerde drugscriminaliteit" onder de aandacht te brengen en te pleiten voor betere Europese samenwerking tussen de lidstaten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Struijs, Jimmy Dijk, Dassen, Van der Lee en Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 2420 (21501-20).
Dank u wel, meneer Struijs. Het woord is aan de heer Diederik van Dijk namens de Staatkundig Gereformeerde Partij.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Raad zal spreken over de implementatie van de EU-antidrugsstrategie;
overwegende dat een effectieve bestrijding van internationale drugscriminaliteit vraagt om medewerking van derde landen aan opsporing, vervolging en uitlevering, maar dat dit, onder meer vanuit Sierra Leone, onvoldoende het geval is;
overwegende dat Nederland als internationaal logistiek knooppunt hierin een bijzondere verantwoordelijkheid heeft;
verzoekt de regering zich er in Europees verband voor in te zetten dat de EU consequent optreedt tegen landen die onvoldoende meewerken aan de bestrijding van internationale drugscriminaliteit, waaronder indien nodig door het opschorten of afbouwen van bilaterale samenwerkingsrelaties, met dien verstande dat noodhulp en steun via onafhankelijke maatschappelijke organisaties en consortia hiervan worden uitgezonderd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk, Krul en Becker.
Zij krijgt nr. 2421 (21501-20).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland wereldwijd een toonaangevende positie heeft op het gebied van water, voedsel en kennisontwikkeling, terwijl water nog onvoldoende is verankerd in multilaterale processen;
overwegende dat het Nederlands EU-voorzitterschap in 2029 een unieke kans biedt om met de Dutch Diamond en partners uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika samenwerking op water- en voedselzekerheid te versterken en tegelijkertijd het Nederlandse verdienvermogen te bevorderen;
verzoekt de regering de mogelijkheden te verkennen voor het organiseren van een internationale water- en voedselzekerheidstop tijdens het Nederlands EU-voorzitterschap in 2029, met deelname van regeringsleiders, overheden, bedrijven, financiële instellingen, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen uit Europa en het Mondiale Zuiden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk en Stoffer.
Zij krijgt nr. 2422 (21501-20).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Collega Krul moest eerder weg, zoals u heeft kunnen constateren. Hij vroeg mij de volgende motie in te dienen. Mag ik op uw welwillendheid rekenen, voorzitter? Ter wille van het CDA.
De voorzitter:
Alleen als u het in het Spaans doet. Nou, als u het heel snel doet dan.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik ga het heel snel doen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat drugscriminelen enorme winsten maken met drugsproductie, smokkel, onlinehandel en witwassen, en dat deze winsten worden gebruikt om jongeren te ronselen, havens te corrumperen, geweld te financieren en de rechtsstaat te ondermijnen;
overwegende dat criminele netwerken zich niet aan landsgrenzen houden en dat het afpakken van crimineel verdiend geld daarom vraagt om een stevige Europese aanpak;
constaterende dat met de EU-drugsstrategie 2026-2030 en het EU-actieplan tegen drugshandel onder meer ingezet wordt op het verstoren van criminele geldstromen;
verzoekt de regering om tijdens de Europese Raad te pleiten voor een Europees afpakoffensief tegen drugscriminelen, met concrete afspraken over betere grensoverschrijdende gegevensdeling, gezamenlijke opsporing van crimineel verdiend vermogen, snellere bevriezing en confiscatie van drugswinsten en versterkte samenwerking tussen nationale diensten, Europol, Eurojust en financiële inlichtingeneenheden;
verzoekt de regering tevens de Kamer in het verslag van de Europese Raad te informeren over de uitkomst van deze inzet,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk en Krul.
Zij krijgt nr. 2423 (21501-20).
(Hilariteit)
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Excuses namens de heer Krul dat de motie zo lang was.
De voorzitter:
Er was een tijd dat de SGP het goede voorbeeld gaf in deze Kamer, maar u bent een spreektijdrecidivist aan het worden, meneer Diederik van Dijk.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Alles gaat achteruit, voorzitter.
De voorzitter:
Leert u er nou toch van. Het woord is aan de heer Van Houwelingen namens Forum voor Democratie.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank, voorzitter. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
spreekt uit dat de oorlog in Oekraïne niet onze oorlog is,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Houwelingen.
Zij krijgt nr. 2424 (21501-20).
De heer Van Houwelingen (FVD):
En de tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het globalisme, als ideologie, politiek omstreden is, ook in Nederland;
constaterende dat gremia zoals de jaarlijkse conferentie van het World Economic Forum in Davos of de Bilderbergconferentie als doel hebben deze "globalistische consensus" te fabriceren en te implementeren;
constaterende dat deze gremia bovendien in handen zijn van private stichtingen, waarop geen enkele democratische controle mogelijk is;
constaterende dat de Nederlandse bevolking in referenda zich daarnaast expliciet heeft uitgesproken tegen deze globalistische ideologie, te weten de Europese Unie en de integratie van Oekraïne in de Europese Unie;
overwegende dat de functie van ons staatshoofd bovendien uitsluitend ceremonieel behoort te zijn;
spreekt uit dat het staatshoofd en leden van het kabinet in de toekomst niet langer behoren deel te nemen aan de Bilderbergconferentie of het World Economic Forum,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Houwelingen.
Zij krijgt nr. 2425 (21501-20).
Mevrouw Becker (VVD):
Is dit het nou werkelijk? Dit is dus de oproep die Forum voor Democratie wil doen na een serieus debat met de minister-president over de Europese top, waar we op de agenda hebben staan: het Midden-Oosten, Iran, Oekraïne, het Meerjarig Financieel Kader, mondiale economische uitdagingen, Europese veiligheid, migratie, illegale drugs. Dat zijn allemaal onderwerpen die heel erg spelen voor Nederland en de veiligheid van Nederlanders. Wat zegt Forum voor Democratie? Laten we uitspreken dat de oorlog in Oekraïne niks met ons te maken heeft en laten we controleren of de minister-president niet verkeerd bezig is bij het WEF.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dat lijken me twee heel belangrijke zaken. Het laatste is misschien nog wel het belangrijkste, mevrouw Becker, zeg ik via de voorzitter. Het is echt folklore, want we doen er niet meer toe. Het kan de internationale wereld helemaal niet schelen wat we van Iran of Israël vinden. Het punt dat we in het debat hebben gemaakt, dat we keer op keer maken, maar wat u maar niet begrijpt, is het volgende. Dat was ook mijn bijdrage, voorzitter. Daar heeft u trouwens ook commentaar op geleverd, maar dat kon ik goed onderbouwen. Het doet er niet toe wat wij vinden of wat de bevolking vindt. Die agenda gaat door, dus moeten we ons eerst daarvan vrijvechten, zeg ik via de voorzitter tegen mevrouw Becker. Mijn motie was daar een kleine bijdrage toe. Dat is het allerbelangrijkste.
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
De heer Jimmy Dijk krijgt als laatste spreker van de zijde van de Kamer het woord in tweede termijn. Hij spreekt namens de SP.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter. Ik besef ineens dat ik in mijn eerste termijn begon met een heel menu en dat ik eigenlijk alleen maar ben toegekomen aan het voorgerecht en de eerste entree. Aan de rest ben ik helemaal niet toegekomen.
Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er vanuit de Europese Commissie toegewerkt wordt naar een 28ste regime;
constaterende dat dit regime mogelijk maakt dat bedrijven die gevestigd zijn in een EU-land, zich slechts houden aan de regels van een fictieve 28ste lidstaat, in plaats van aan de nationale wet- en regelgeving;
constaterende dat vakbonden waarschuwen voor de gevolgen voor onder andere rechten en bescherming van werknemers;
constaterende dat dit ten koste gaat van democratische zeggenschap en grip op onze economie en regels;
verzoekt de regering om te voorkomen dat de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven en de rechten van onze werknemers negatief beïnvloed worden door het voorstel voor het 28ste regime,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jimmy Dijk en Struijs.
Zij krijgt nr. 2426 (21501-20).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Commissie werkt aan meerdere Omnibuswetten;
constaterende dat deze wetten onderdeel zijn van een dereguleringsagenda die milieu-, consumenten- en werknemersbeschermingen uitholt;
verzoekt de regering om zich in te zetten voor de bescherming van Nederlandse werknemers, consumenten, milieu en leefomgeving bij de onderhandelingen over de Omnibuswetten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jimmy Dijk en Struijs.
Zij krijgt nr. 2427 (21501-20).
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors vijf minuten en dan gaan we luisteren naar de beantwoording van de minister-president.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen. Met dank aan de heer Diederik van Dijk is er zeer beperkt ruimte voor debat, dus we gaan gauw het woord geven aan de minister-president.
Termijn antwoord
Minister Jetten:
Voorzitter, ik zal er snel doorheen gaan. Er stond nog een vraag open van mevrouw Becker. Voor de Westelijke Balkanlanden geldt dat ook zij zich moeten houden aan het acquis dat raakt aan economische veiligheid. Hier heeft de Europese Commissie ook naar verwezen in een recente mededeling over economische veiligheid. Daarmee wordt dus ook van de Westelijke Balkanlanden verwacht dat zij in het kader van de kritieke infrastructuur de noodzakelijke maatregelen nemen, zoals dat ook voor EU-landen geldt.
De motie op stuk nr. 2405 van het lid Klos, over AI-modellen, geef ik oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 2406 over de Five Eyes-samenwerking: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 2407 van de heer Dassen over het MFK: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 2408 wil ik ontraden, omdat we anders toch te veel vooruitlopen op een aantal specifieke voorbeelden. Mocht de heer Dassen die voorbeelden uit het dictum halen, dan kan ik er een positief oordeel over geven. Anders moet ik de motie ontraden.
Dan de motie op stuk nr. 2409. We hebben in het debat gewisseld dat we het ontmoedigingsbeleid uitlopen en dat ik daarover nog het gesprek zal voeren met de staatssecretaris van Financiën. Daarom ontraad ik voor dit moment deze motie. De motie is ontraden dan wel ontijdig.
De voorzitter:
Eén vervolgvraag, meneer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
De motie op stuk nr. 2409 wil ik aanhouden, tot er een reactie van de staatssecretaris is. Dat lijkt mij prima.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Dassen stel ik voor zijn motie (21501-20, nr. 2409) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De heer Dassen (Volt):
Ik heb wel een vraag over de motie op stuk nr. 2408. De minister-president heeft zelf aangegeven in het debat dat hij hiertoe een open houding heeft, dus ik vraag wat dan precies het verschil is. Ik twijfelde zelf namelijk over het indienen van de motie, maar dit is toch wel wat anders.
Minister Jetten:
Er worden nu twee hele specifieke voorbeelden in het dictum genoemd, maar er zijn, denk ik, twintig andere voorbeelden te vermelden. Ik wil me niet te veel vastpinnen op welke maatregel het wordt. Ik ga in brede zin, op één uitzondering na, namelijk de CORE, met een open houding naar alle voorstellen van eigen middelen kijken. We zullen steeds beoordelen wat juridisch haalbaar, mogelijk et cetera is. U helpt mij door de voorbeelden uit het dictum te schrappen, zodat ik in de volle breedte met open vizier dat gesprek over de eigen middelen kan voeren.
De voorzitter:
Voor de Handelingen: dat betreft de passage vanaf "waaronder" tot en met "online gokken". Dan de motie op stuk nr. 2410.
Minister Jetten:
Dan de motie op stuk nr. 2410. We hebben uitvoerig met elkaar gewisseld dat wij inzetten op het vierde sanctiepakket. Daarom ontraad ik deze motie. Die zal onze andere inzet namelijk in de wielen rijden.
De motie op stuk nr. 2411 creëert eigenlijk een valse tegenstelling, omdat die rechten al geborgd zijn in het Europese en het internationale recht. De Nederlandse rechter kan altijd toetsen aan uitzetting naar een derde land. Ik ontraad deze motie dus.
De motie op stuk nr. 2412 ontraad ik omdat die haaks staat op de Nederlandse inzet.
De motie op stuk nr. 2413 ontraad ik onder verwijzing naar het debat.
De motie op stuk nr. 2414 van het lid Hoogeveen over de tolheffingen: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 2415 van het lid Hoogeveen over het acquis: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 2416 van mevrouw Becker geef ik oordeel Kamer, waarbij ik wel wil aantekenen dat we heel specifiek kijken naar de mogelijkheid van geen sanctieverlichting als er geen sprake is van gedragsverandering. Als er sprake is van gedragsverandering zullen we natuurlijk opnieuw met elkaar wegen of er in Europees verband ruimte ontstaat. Maar vooralsnog is de inzet helder. De motie krijgt dus oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 2417 van mevrouw Becker: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 2418 van de heer Van der Lee over het volwaardig lidmaatschap: oordeel Kamer.
Dan de motie op stuk nr. 2419 van de heer Van der Lee. Onder verwijzing naar de bredere inzet, dus aan de ene kant een Europese halfgeleiderpolicy en aan de andere kant de Europese Chips Act met de One China Policy, moet ik deze motie ontraden.
De voorzitter:
Eén vraag, meneer Van der Lee.
De heer Van der Lee (PRO):
Dat verwachtte ik al. Stel dat ik bereid ben een concessie te doen op de motie op stuk nr. 2419 en in plaats van "ministers van innovatie" zou schrijven: Europese topambtenaren. Verandert dat dan het oordeel van de minister?
Minister Jetten:
Dat denk ik wel, maar dat ga ik nog even dubbelchecken. Dat zal ik laten weten aan de heer Van der Lee. Dat moet ik namelijk even overleggen.
De voorzitter:
Oké. Dan de motie op stuk nr. 2420.
De heer Van der Lee (PRO):
Dan zal ik 'm gewijzigd indienen.
Minister Jetten:
De motie op stuk nr. 2420 is eigenlijk overbodig, omdat de Europese aanpak van illegale medicijnen er nu is. Het zou een beetje overdreven zijn om dat nu ook voor de Europese Raad te agenderen. Ik wil eigenlijk dat de minister van VWS vooral met de uitvoering aan het werk gaat. Die motie is dus overbodig.
De voorzitter:
We gaan naar de motie op stuk nr. 2421.
Minister Jetten:
De motie op stuk nr. 2421: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 2422 van de heer Van Dijk is ontijdig, omdat de agenda en de prioriteiten voor het EU-voorzitterschap nog vorm moeten krijgen en de Kamer daar t.z.t. een inzetbrief van de minister van Buitenlandse Zaken over zal ontvangen. Wellicht wil de heer Van Dijk die motie aanhouden.
De voorzitter:
Is hij bereid om de motie aan te houden? Het mag non-verbaal, maar ik zie dat het verbaal wordt.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik begrijp heel goed wat de premier zegt, maar de motie verzoekt de regering "de mogelijkheden te verkennen". Ik denk dus niet dat het haaks staat op wat de minister-president nu zegt over de timing.
Minister Jetten:
Dat begrijp ik ook wel weer, maar we zijn nu in de volle breedte heel veel aan het verkennen. Ik durf dus niet te zeggen dat die verkenning ergens toe leidt. Ik blijf bij "overbodig", maar ik kan me voorstellen dat de heer Van Dijk 'm alsnog in stemming wil brengen.
De voorzitter:
Nee, u zei "ontijdig".
Minister Jetten:
Sorry, ik bedoel "ontijdig". Ik hoor aan de woorden van de heer Van Dijk dat hij 'm in stemming wil brengen. Dan wachten we de uitslag van de stemming af.
De voorzitter:
Dan krijgt de motie op stuk nr. 2422 de appreciatie "ontijdig".
Minister Jetten:
Over de motie op stuk nr. 2423 kan ik kort en krachtig zijn: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 2424 is een spreekt-uitmotie.
De motie op stuk nr. 2425 is een spreekt-uitmotie.
De motie op stuk nr. 2426 ontraad ik met verwijzing naar het debat.
In de motie op stuk nr. 2427 zit een premisse dat het per definitie leidt tot een uitholling. Daarover zijn de heer Dijk en ik het niet met elkaar eens. Ik verwijs naar de inzet die we hebben. Daarmee ontraad ik de motie.
De voorzitter:
U heeft één interruptie van meneer Stöteler.
De heer Stöteler (PVV):
Er is nog een onbeantwoorde vraag in de tweede termijn.
De voorzitter:
Kunt u misschien aangeven waar die op toe zou zien?
De heer Stöteler (PVV):
Het gaat om de vraag of de premier na 7 oktober 2023 in huidige hoedanigheid of andere hoedanigheid Israël en de gebieden Gaza, Libanon en Golan heeft bezocht.
Minister Jetten:
Nee.
De voorzitter:
Meneer Dijk heeft nog één vraag.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik heb een vraag over beide moties. Ik heb juist in verzoekpunten ervoor gezorgd dat er niet echt veronderstellingen in zaten. Dat is wel mijn indruk als ik deze wetten bekijk. Ik weet niet waar het vandaan komt, want als het niet ten koste zou gaan van de bescherming van werknemers, dan zouden die moties gewoon oordeel Kamer kunnen krijgen.
De voorzitter:
Dat betreft de motie op stuk nr. 2426, meneer Dijk?
De heer Jimmy Dijk (SP):
En de motie op stuk nr. 2427.
De voorzitter:
En de motie op stuk nr. 2427. Minister-president?
Minister Jetten:
Ik ben het gewoon niet eens met de constatering dat deze Omnibussen per definitie tot uitholling leiden, dus vandaar dat ik bij dit oordeel kwam. Ik heb in mijn beantwoording in de eerste termijn aan de heer Dijk toegezegd dat ik zijn oproep om de rechten goed te blijven beschermen meeneem, bij de minister van SZW neerleg en dat wij daar ook per brief op zullen terugkomen. Dat is een toezegging aan de heer Dijk.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit debat over de Europese top van 18 en 19 juni.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Morgen zal bij aanvang van de middagvergadering worden gestemd over de ingediende moties. Ik schors een heel kort ogenblik. Daarna gaan we verder met het tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraad. Ik dank de minister-president voor zijn aanwezigheid.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Visserij en Landbouw- en Visserijraad (juni)
Visserij en Landbouw- en Visserijraad (juni)
Aan de orde is het tweeminutendebat Visserij en Landbouw- en Visserijraad (juni) (CD d.d. 16/06).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de heer Vermeer. Dit is het tweeminutendebat Visserij en Landbouw- en Visserijraad (juni). Het commissiedebat heeft zojuist plaatsgevonden. Er zijn maar liefst acht sprekers van de zijde van de Kamer. Ik heet de staatssecretaris van harte welkom in dit parlement. Het woord is aan de heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog even een vraag aan de staatssecretaris over de nadeelcompensatie voor de pulsvisserij. Kan de staatssecretaris toezeggen dat er bij de beoordeling van een eventuele nadeelcompensatie voor de pulsvisserij onderscheid gemaakt wordt tussen vissers die definitief zijn gestopt en vissers die nog altijd actief zijn in de sector en graag weer aan de slag willen met pulsvisserij zodra dat mogelijk is?
Verder had ik nog een vraag over de rustperiode op zee waar vissers mee te maken hebben. Kan de staatssecretaris toezeggen met de minister van Infrastructuur en Waterstaat in gesprek te gaan over de mogelijkheid om de verplichte rustperiode binnen de 48 uursregeling op een veilige ankerlocatie op zee plaats te laten vinden? De huidige regelgeving biedt daar namelijk onvoldoende ruimte voor. Het zijn technische vragen, maar misschien is er nog tijd om daar even naar te kijken.
Voorzitter. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de voorgenomen aanpassing van de regelgeving voor de bestrijding van uitheemse rivierkreeften naar verwachting pas medio 2027 in werking treedt;
overwegende dat uitheemse rivierkreeften op veel plekken schade veroorzaken aan natuur en oevers, en dat een effectieve aanpak daarom niet langer kan wachten;
verzoekt de regering om het benodigde wetsvoorstel voor de verruiming van de mogelijkheden tot bevissing van uitheemse rivierkreeften uiterlijk in het vierde kwartaal van 2026 bij de Tweede Kamer aanhangig te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Vermeer, Grinwis en Boomsma.
Zij krijgt nr. 1816 (21501-32).
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. Na mijn eerdere verzoeken over de pulsvisserij heeft de staatssecretaris aangegeven dat vissers opnieuw een verzoek kunnen indienen en daarvoor stukken aan moeten leveren. BBB wil graag de toezegging dat de RVO deze vissers actief en proactief benadert en ondersteunt bij het aanvraagproces. Het gaat immers om complexe processen en omvangrijk papierwerk. Dat is niet voor iedereen eenvoudig. Ik hoop op coulance van de staatssecretaris.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Boomsma namens JA21.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat:
- het kabinet betoogt dat de Vogelrichtlijn ertoe verplicht om het gebied Hollandse Kust aan te wijzen als Vogelrichtlijngebied onder Natura 2000;
- volgens artikel 23.5 Omgevingswet de Kamer geïnformeerd wordt als het gaat om besluiten die plaatsvinden in de EEZ, maar dit gebied daarbuiten valt, waardoor geen verplichte voorhangprocedure geldt;
- de aanwijzing wel grote consequenties kan hebben voor de vergunningverlening en de uitvoering van allerlei activiteiten, en het derhalve wenselijk is dat de Tweede Kamer zich hier eerst over kan buigen;
verzoekt de regering het ontwerpaanwijzingsbesluit om het gebied Hollandse Kust aan te wijzen als Vogelrichtlijngebied eerst voor te leggen aan de Tweede Kamer alvorens het ter inzage te leggen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma, Grinwis, Flach en Vermeer.
Zij krijgt nr. 1817 (21501-32).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Chris Jansen namens de PVV.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dank, voorzitter. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de pelagische visserij wereldwijd behoort tot de meest efficiënte en duurzame vormen van voedselproductie;
constaterende dat de sector nadeel ondervindt door de inperking van de makreelquota;
verzoekt het kabinet om de makreelquota binnen de EU opnieuw bespreekbaar te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Chris Jansen.
Zij krijgt nr. 1818 (21501-32).
De heer Chris Jansen (PVV):
Voorzitter. Ik dien deze motie in omdat, zoals ik net in het commissiedebat aangaf, de Europese Unie eigenlijk niet heeft opgelet, waardoor met name Noorwegen een paar procent erbij heeft gekregen. Dit gaat ten koste van het EU-quotum en dus ook ten koste van het aandeel dat de Nederlandse vissers konden bevissen. Daarom heb ik deze motie ingediend.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Vellinga-Beemsterboer namens D66.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties. De eerste luidt als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering werkt aan een herziening van de huidige verdeling van visrechten binnen het contigentenstelsel;
overwegende dat het huidige systeem weinig ruimte biedt voor de nieuwe generatie duurzame vissers;
overwegende dat het contigentenstelsel juist ingezet kan worden als stimulans om te verduurzamen en/of te innoveren;
verzoekt de regering bij de herziening van het contigentenstelsel te voorzien dat contigenten worden ingezet als stimulans voor verduurzaming en innovatie in de visserijsector, zoals de pelagische en passieve visserij,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vellinga-Beemsterboer.
Zij krijgt nr. 1819 (21501-32).
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dan de tweede.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de aquacultuurontwikkeling en nieuwe innovaties in de visserijsector in veel landen hard gaan en het wenselijk is dat we in Noordzeeverband gebruikmaken van elkaars kennis en inzet;
overwegende dat vissers onderling al contact hebben en best practices uitwisselen, en dat een vroege samenwerking innovaties en technieken breed gedragen maakt;
van mening dat het zonde is om succesvolle buitenlandse pilots en onderzoeken opnieuw in Nederland uit te voeren;
verzoekt de regering om in Noordzeeverband samenwerking op te zoeken en een lijst samen te stellen van innovatieve technieken en pilots binnen de visserij en aquacultuur, en deze ter beschikking te stellen voor de Nederlandse visserij,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vellinga-Beemsterboer.
Zij krijgt nr. 1820 (21501-32).
Dank u wel. Het woord is aan het lid Kostić namens de Partij voor de Dieren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. De Doggersbank: de kraamkamer van de Noordzee. Een gebied om trots op te zijn, maar het staat er slecht voor. Al zeventien jaar geleden was er de verplichting dat het niet verder achteruit mocht gaan. Tien jaar geleden is het aangewezen als beschermd zeegebied en moest het hersteld worden — en in al die jaren is het verder achteruitgegaan. De rechter heeft bevestigd wat het kabinet nu moet doen: geen sleepnetvisserij meer toestaan zonder vergunning voor het vissen op de Doggersbank. Maar nota bene de minister van Natuur wil dit niet uitvoeren en gaat in hoger beroep, met een smoes over vermeende onduidelijkheid over de uitspraken, terwijl het kunnen toetsen via een vergunningsplicht of een activiteit schadelijk is het meest basale is wat je nog kan doen voor de natuur.
Voorzitter. Met de uitspraak van de rechter hier in mijn ene hand, die stelt dat Nederland onder de Habitatrichtlijn verplicht is om een vergunningplicht te hanteren, ook voor de sleepnetvisserij in beschermde zeegebieden, en de notitie van de Europese Commissie hier in mijn andere hand, die stelt dat het GVB voorschrijft dat lidstaten alleen beperkingen voor de eigen vloot op mogen leggen, is het wat de Partij voor de Dieren betreft helder hoe de verhoudingen liggen tussen het GVB en de Habitatrichtlijn. Daarom begrijpen wij niet wat de onduidelijkheid is voor de minister in deze kwestie, en zouden we van de minister graag binnen twee weken een schriftelijk antwoord ontvangen waarin staat welke onduidelijkheden precies nog overblijven.
Voorzitter. Tot slot een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat we al jaren weten dat vissen gevoel hebben en pijn kunnen lijden, maar er bijna geen enkele (Europese) wetgeving is voor vissenwelzijn en andere waterdieren;
constaterende dat vissen na vangst en voor slacht nog zelden worden verdoofd, maar in plaats daarvan onverdoofd worden opengesneden, terwijl ze nog bij bewustzijn zijn;
overwegende dat Nederland het verdoven van paling voorafgaand aan de slacht wél heeft verplicht en dat het kabinet werkt aan een verbod op het levend koken van krabben en kreeften;
verzoekt de regering een overzicht te maken van geldende bedwelmingswetgeving voor aquatische diersoorten in de landen van de Europese Economische Ruimte;
verzoekt de regering zich in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid en Europese visies over visserij en aquacultuur in te zetten voor betere bescherming van vissen en andere waterdieren, waaronder bedwelmingsnormen, en de Kamer periodiek te informeren over de voortgang,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 1821 (21501-32).
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Grinwis namens de ChristenUnie.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Het is de week van de Hollandse nieuwe, met als toppunt Vlaggetjesdag aanstaande zaterdag op Scheveningen. Komt allen, zou ik willen zeggen.
Ik heb één motie voor u meegebracht. Bij de rondetafel over de toekomst van de visserij hadden we best wel een opzienbarende bijdrage van de wetenschapper professor Jaap van der Meer, met waardevolle inzichten over de Doggersbank en de BISI-indicator. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er discussie is ontstaan over de wetenschappelijke onderbouwing van referentiewaarden in de BISI-methode om de toestand van de natuur op zee te beoordelen;
overwegende dat deze referentiewaarden vaak zijn gebaseerd op historische (maximum)waarden, terwijl ecologische omstandigheden door onder meer klimaatverandering en invasieve soorten blijvend zijn veranderd;
verzoekt de regering bij het vaststellen van referentiewaarden voor natuur op zee uit te gaan van wetenschappelijk onderbouwde inzichten, en daarbij expliciet rekening te houden met veranderende ecologische omstandigheden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Vermeer, Boomsma, Flach, Meulenkamp en Lohman.
Zij krijgt nr. 1822 (21501-32).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Ten slotte wil ik nog mijn steun uitspreken voor de inspanningen van de staatssecretaris om toch eindelijk de pulskor vrijgegeven te krijgen in de Europese Unie. Daarvoor moet hij boerenslim opereren, maar als daar ruimte voor is, zou ik bij tijd en wijle als Kamerlid graag door de staatssecretaris geïnformeerd worden over de voortgang van de inspanningen en hopelijk de resultaten. Dus graag een toezegging op dat punt.
De voorzitter:
Dank u wel. Heeft de heer Lohman nog behoefte aan een termijn in dit tweeminutendebat? Ja? Dan nodig ik u uit op het rostrum. Gaat uw gang.
De heer Lohman (CDA):
Voorzitter. We hebben vandaag gesproken over het betreurenswaardige verloop van de Omnibus Food and Feed. Een voorstel dat is bedoeld om procedures voor groene gewasbescherming te vereenvoudigen, is gestrand in een lelijk Europees proces. Het onvolmaakte plan is voorlopig van tafel, maar de problemen zijn verre van opgelost. Groene middelen komen niet versneld beschikbaar. De transitie naar een systeem dat veel minder afhankelijk is van chemische middelen loopt vertraging op. De knelpunten bij de Europese stofbeoordeling zijn immers nog niet opgelost. Ik wil geen voorbarige druk leggen op het proces van het convenant gewasbescherming; de ontwikkeling daarvan verdient vanuit de Kamer haar tijd. Maar de politiek kan wat mij betreft ook niet op haar handen gaan zitten. Dus wat kan de staatssecretaris toezeggen? Kan hij bijvoorbeeld met een plan of een brief komen, zodat we toch nationaal versnelling aanbrengen om innovatieve groene gewasbeschermingsmiddelen zo snel mogelijk beschikbaar te krijgen voor Nederlandse boeren en telers?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors vijf minuten voor de beantwoording van de staatssecretaris.
De vergadering wordt van 22.28 uur tot 22.34 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de staatssecretaris. Ik stel voor dat hij eerst alles apprecieert. Daarna is er ruimte voor één, hooguit twee vervolgvragen. De staatssecretaris.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Erkens:
Dank u, voorzitter. Ik begin met de moties en beantwoord dan nog enkele vragen vanuit de Kamer.
De motie op stuk nr. 1816 is van de leden Vermeer, Grinwis en Boomsma en vraagt om het wetsvoorstel voor de verruiming van mogelijkheden tot bevissing van uitheemse rivierkreeften uiterlijk in het vierde kwartaal aanhangig te maken. Die kan ik oordeel Kamer geven. Wij streven ernaar om dat in kwartaal vier te doen. Mogelijk wordt het één maandje later. Maar de motie geef ik oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1817.
Staatssecretaris Erkens:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 1817: oordeel Kamer. We kunnen de Kamer informeren voorafgaand aan publicatie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1818.
Staatssecretaris Erkens:
De motie op stuk nr. 1818 is overbodig. We hebben dit al gedaan als Nederland. We hebben gevraagd om een andere insteek van de makreelquota, omdat we zagen dat de Europese Unie hierin afweek van alle andere kuststaten. We hebben dat inderdaad al aangepast, zodat het gelijke speelveld hersteld is.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1819.
Staatssecretaris Erkens:
Voorzitter. Mijn verzoek is om de motie op stuk nr. 1819 aan te houden. We kijken ernaar en nemen dit punt mee, maar we weten niet zeker of dit het instrument is om de doelen te bereiken. Als u de motie kunt aanhouden, dan nemen we 'm mee in deze besluitvorming. Als u 'm in stemming brengt, dan moet ik 'm ontraden.
De voorzitter:
Ik doe niets, maar ik ga kijken of mevrouw Vellinga-Beemsterboer daartoe bereid is. Dat is zij.
Op verzoek van mevrouw Vellinga-Beemsterboer stel ik voor haar motie (21501-32, nr. 1819) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1820.
Staatssecretaris Erkens:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 1820 krijgt oordeel Kamer. Het lijkt ons inderdaad goed om te kijken waar de samenwerking geïntensiveerd kan worden op het gebied van innovatie op de in de motie genoemde zaken.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1821.
Staatssecretaris Erkens:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 1821: ontraden. Bij het gemeenschappelijk visserijbeleid heeft Nederland een aantal grote prioriteiten waar wij ons nu op richten. Daar valt deze op dit moment niet onder. Ik heb wel toegezegd dat we na de zomer reageren op de rapporten die aangeleverd zijn in het debat. Daarbij zou ik het eerste gedeelte van het dictum wel kunnen meenemen, maar ik ontraad de motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1822.
Staatssecretaris Erkens:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 1822 krijgt oordeel Kamer.
Dan nog heb ik een aantal vragen.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Staatssecretaris Erkens:
De vragen van het lid Vermeer over de nadeelcompensatie van de puls. Nee, we gaan geen onderscheid maken tussen vissers die wel en niet gestopt zijn. Verzoeken tot nadeelcompensatie zullen we uniform behandelen. Ik kan daarbij wel toezeggen dat we de RVO zullen verzoeken om coulance in de procedures en om wat hulp bij het proces, want het is inderdaad best wel complex voor een individuele visser om dit aan te tonen en te bewijzen. Dat verzoek zal ik doorgeleiden naar de RVO.
Voorzitter. De tweede vraag ging over de 48 uursregel en de rustperiode op zee. De sector heeft deze vraag ook al gesteld aan de minister van IenW. Zijn antwoord was dat de huidige regelgeving hier onvoldoende ruimte voor biedt. Hij ziet op dit moment geen ruimte om hiervan af te wijken.
Voorzitter. Dan heb ik nog twee vragen. Een is van de heer Grinwis: wil ik de Kamer regelmatig informeren over de puls en de voortgang op dit dossier? Dat kan ik toezeggen.
De heer Lohman had een verzoek voor een plan voor het nationaal versnellen van de toelating van innovatieve groene middelen. Wij kunnen dat niet eigenstandig, zei ik in het debat. Een deel ligt bij EFSA. We kijken wel met het Ctgb welke versnelling er op nationaal gebied mogelijk is. Dat zal ik meenemen in de uitwerking van het amendement-Podt. Daarbij kan ik ook zeggen dat veel meer dan dat niet mogelijk gaat zijn, maar we zullen alles eraan doen.
De voorzitter:
Twee interrupties, meneer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Ik wil de staatssecretaris bedanken voor de toezegging rond de pulsvisserij. Wat betreft het verhaal over de 48 uursregeling: dit was het antwoord dat we al wisten van de minister van IenW. Maar onze vraag is of de staatssecretaris wil toezeggen dat hij hierover in gesprek wil gaan met de minister om te kijken hoe er wel ruimte geboden kan worden.
Staatssecretaris Erkens:
De vraag kwam nu pas in de tweede termijn. Ik zit niet diep genoeg in de inhoud. Ik kan toezeggen dat ik dat inderdaad check bij mijn collega van IenW, maar daarmee wil ik niet de verwachting wekken dat we dat gaan regelen, aangezien hij al zei dat dit niet kan. Maar ik kan het inderdaad nog controleren bij hem.
De voorzitter:
Afrondend. Ah, daar ziet de heer Vermeer van af. Lid Kostić, twee interrupties.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Allereerst even een verduidelijking over mijn vragen aan de minister van Natuur. Die zou ik wel graag doorgeleid willen hebben en ik zou willen dat daar binnen twee weken antwoord op komt.
Mijn vraag aan de staatssecretaris gaat over de motie die we hebben ingediend. Het enige wat we vragen is dat de staatssecretaris kijkt naar meekoppelkansen in Europa om het vissenwelzijn te verbeteren. Ik zou niet weten waarom de staatssecretaris dat niet zou willen doen. Als je vooruit wil op het gebied van visserij, moet je dit volgens mij juist meenemen. Als je zegt "we doen geen nationale koppen, maar willen alles Europees regelen", is het toch heel logisch om het in Europa te doen, gezien al het leed dat vissen wordt aangedaan?
Staatssecretaris Erkens:
Nee, maar de motie verzoekt ons wel degelijk om ons hiervoor in te zetten, ook bij het GVB et cetera, en daarin hebben we als kabinet op dit moment gewoon echt andere prioriteiten gesteld. Ik heb in het debat toegezegd dat ik na de zomer terugkom op de rapporten en zal komen met het kabinetsstandpunt.
De voorzitter:
Afrondend.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank voor die toezegging, absoluut, maar het is toch logisch dat de staatssecretaris zich ook in Europa inzet voor vissenwelzijn, en dat hij daar kijkt welke landen ook hun best doen, met welke landen we hierin samen kunnen optrekken en met welke landen er meekoppelkansen zijn? Nogmaals, het hoeft geen topprioriteit te zijn, maar je kan het meenemen als een meekoppelkans. Zo is die motie ook geschreven. Kan de staatssecretaris daar een beetje op die manier naar kijken? We zijn eventueel bereid om de motie aan te passen, maar de staatssecretaris moet wel wat meer richting geven dan dit.
Staatssecretaris Erkens:
Nee, maar dan zou ik u vragen om de motie aan te houden tot na de zomer, als we met de appreciatie van de rapporten komen.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Ik dank de staatssecretaris.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal morgen bij aanvang van de middagvergadering worden gestemd. Daarmee zijn we ook aangekomen bij het einde van de plenaire vergaderdag van dinsdag 16 juni 2026. Ik sluit de vergadering.
Sluiting
Sluiting 22.40 uur.