Plenair verslag
Tweede Kamer, 77e vergadering
Woensdag 3 juni 2026
-
Begin10:15 uur
-
Sluiting23:45 uur
-
StatusOngecorrigeerd
Opening
Voorzitter: Van Campen
Aanwezig zijn 140 leden der Kamer, te weten:
El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Biekman, Bikker, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, Boon, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Dassen, Dekker, Tony van Dijck, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Ergin, Faber, Flach, Goudzwaard, Grinwis, Van Groningen, Peter de Groot, Hamstra, Heutink, Den Hollander, Hoogeveen, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Chris Jansen, Jumelet, Kathmann, Keijzer, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, Kops, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maeijer, Maes, Markuszower, Martens-America, Mathlouti, Van Meetelen, Van Meijeren, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Müller, Mutluer, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Podt, Poortman, Prickaertz, Raijer, Rooderkerk, De Roon, Schenk, Schilder, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stöteler, Straatman, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vermeer, Vervuurt, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan en Zwinkels,
en mevrouw Aerdts, staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit, mevrouw Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, mevrouw Boekholt-O'Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de heer Heinen, minister van Financiën, de heer Jetten, minister-president, minister van Algemene Zaken, en mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei.
De voorzitter:
Ik open de vergadering van woensdag 3 juni 2026.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.
Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
Verantwoordingsdebat voor het jaar 2025
Verantwoordingsdebat voor het jaar 2025
Aan de orde is het Verantwoordingsdebat voor het jaar 2025.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Aan de orde is het Verantwoordingsdebat voor het jaar 2025. Daarvoor heet ik de minister-president en de minister van Financiën van harte welkom in het parlement. Ook aanwezig zijn de president en de overige leden van het college van de Algemene Rekenkamer. Ook hen heet ik vandaag van harte welkom in de Tweede Kamer.
Er is vandaag één maidenspeech, van de heer Van der Maas. Die hebben we dus mooi voor de boeg.
Er zijn zestien sprekers van de zijde van de Kamer. Ieder heeft een spreektijd in eerste termijn en een derde van die spreektijd in tweede termijn. Dat ging eerder een klein beetje mis, maar we weten met elkaar wat er op de klok staat. Een derde daarvan heeft u in tweede termijn als spreektijd.
Ik geef als eerste het woord aan de heer Stultiens als spreker namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Vandaag is het Verantwoordingsdebat, een van de belangrijkste debatten van het jaar. Tenminste, dat zou het moeten zijn, want vandaag gaat het over de vraag: heeft het kabinet zijn beloftes en zijn doelen waargemaakt?
Voorzitter. De Rekenkamer was glashelder: 2025 was een verloren jaar, een jaar van stilstand of zelfs achteruitgang. Daarom is het goed dat het kabinet-Schoof vertrokken is. Het kabinet-Jetten dreigt echter dezelfde fouten te gaan maken, want ook dit kabinet doet niet genoeg om zijn eigen doelen te gaan halen. De economie staat onnodig lang op slot, want de stikstofdoelen worden niet gehaald. Mensen zoeken veel te lang naar een betaalbaar huis, want de woningbouwdoelen worden niet gehaald. Jonge mensen maken zich grote zorgen over een veilige toekomst, want de klimaatdoelen worden niet gehaald.
Voorzitter. Dit is precies waarom mensen het vertrouwen in de politiek verliezen. Er wordt veel beloofd, heel veel beloofd, maar nog veel te weinig waargemaakt. Daarom vraag ik de premier wat hij anders gaat doen om de doelen wél te halen. Kunnen we van hem en van zijn collega's verwachten dat er voor Prinsjesdag nog aanvullend, beter beleid komt om deze doelen wél te gaan halen? Anders ben ik namelijk bang dat ook 2026 een verloren jaar gaat worden. Kan de premier ook toezeggen dat hij veel meer gaat rapporteren en duidelijk gaat maken wat de doelen en prioriteiten zijn en hoe het ervoor staat? De Kamer vraagt hier namelijk al jaren om, maar het blijft nog steeds zoeken in jaarverslagen om te zien hoe het ervoor staat. Mijn laatste vraag aan de premier: kan hij ook aangeven wat hij gaat doen met de Monitor Brede Welvaart, met name wat betreft de ongelijkheid, waarvan we al jaren zien dat die groot is? De kloof in het land is veel te groot als het gaat om gezonde levensverwachting. Als het gaat om geluk, welzijn en vertrouwen, zie je een enorme kloof, met name vanwege diploma's en migratieachtergrond. Waar kunnen we dit kabinet op afrekenen aan het eind van deze periode?
Voorzitter. Ik hoop natuurlijk dat het kabinet vandaag gaat zeggen: ja, we komen voor Prinsjesdag met aanvullend beleid. Ik heb echter ook gezien dat het moeizaam gaat. Daarom kijk ik ook de Kamer zelf en de coalitie aan. Klimaat, water, stikstof, wonen: jullie staan met z'n allen achter deze doelen. Laten we dan ook eisen dat die doelen gehaald worden en vragen om aanvullend beleid.
Voorzitter. Deze dag gaat ook over financiën en de vraag: wordt geld goed uitgegeven en krijgt de belastingbetaler waar voor zijn of haar geld? Ook op dit punt is de Rekenkamer kritisch. Die zegt terecht: "Stilstand kost niet alleen vertrouwen, maar ook heel veel geld. Wegkijken van problemen kost geld. Doorschuiven kost geld." Ik vraag de minister van Financiën hoe hij hiermee omgaat. Het stroomnet is al veel te lang overvol; dat kost miljarden per jaar. Het stikstofslot kost miljarden per jaar. De dure belastingkortingen, met name voor de allerrijksten, kosten miljarden per jaar. Waarom doet de minister van Financiën hier zo weinig aan? Deze kosten staan misschien niet in zijn eigen jaarverslagen, maar de samenleving betaalt wel de prijs.
Voorzitter. Vandaag moeten we het ook hebben over Defensie, een van de grote aandachtspunten van de Rekenkamer. De analyse en het oordeel waren namelijk glashelder, maar ook snoeihard. Inkoop: niet op orde. Beveiliging: niet op orde. Fraudebeleid: niet op orde. We zien het al jarenlang. Bij zulke harde oordelen zou je een hele constructieve reactie van de minister van Defensie verwachten, maar die hebben we niet gezien. De problemen werden gebagatelliseerd en voor een deel zelfs ontkend. Dat is zonde. Het is ook een groot risico, zeker als zich dat voordoet bij het ministerie waar de komende jaren heel veel extra geld naartoe gaat. Ik vraag dus aan de minister van Financiën wat hij gaat doen en of hij vandaag klip-en-klaar kan zeggen dat hij en zijn kabinet het oordeel van de Rekenkamer volledig erkennen en aan de slag gaan met alle aanbevelingen.
Voorzitter. Ik heb nog twee andere, meer boekhoudkundige punten. Het eerste gaat over de motie-Van der Lee/Van Berkel over het controlebestel, die vorig jaar is aangenomen. In het voorjaar krijgen we een transitieplan. Officieel is het nog steeds voorjaar, maar toch ben ik benieuwd wanneer we dit plan kunnen verwachten en — nog belangrijker — wanneer dat wordt uitgevoerd. Kan de minister van Financiën toezeggen dat we in het controlejaar 2028 gaan werken met het nieuwe systeem, met een meer onafhankelijke rol en een meer onafhankelijk toezicht?
De tweede boekhoudkundige vraag gaat over het rapport Verantwoord belasten, van de Rekenkamer, dat dit jaar is verschenen. Daarin zegt de Rekenkamer terecht dat het kabinet eigenlijk te weinig inzicht geeft in de belastingontvangsten en de doelen van het kabinet. Het enige doel van belasting is eigenlijk immers, op papier, geld ophalen. Dat lijkt mij wat kort door de bocht. Kan de minister toezeggen dat hij ook hier, samen met de staatssecretaris, concrete doelen gaat formuleren, met name uitgaande van de vraag: wie moet de rekening betalen en welke grondslag willen we belasten? Het zou goed zijn als het parlement daar meer grip op zou krijgen.
Voorzitter, ik ga afronden. Vandaag zou de belangrijkste dag, het hoogtepunt, van het jaar moeten zijn. Dat is helaas nog niet het geval; dat moet ik eerlijk bekennen. Dat ligt niet aan het kabinet alleen, maar aan een combinatie van factoren: partijen hier, kabinet, mensen thuis, media. Daarom wijs ik graag op de oproep in de motie van Stef Blok van twintig jaar geleden: zouden we deze dag, dit debat, niet minstens zo belangrijk moeten maken als Prinsjesdag en de APB? Hij vroeg twintig jaar geleden in een motie om een vol vak K en een volle Kamer en om een debat in dezelfde week. Ik hoor graag van het kabinet, maar vooral van de collega's in de Kamer hoe zij naar deze motie van twintig jaar geleden kijken. Ik denk dat het goed zou zijn als wij meer aandacht zouden besteden aan de resultaten en minder aan de beloftes en de beeldvorming, want uiteindelijk hebben mensen thuis daar het meest aan.
De voorzitter:
Interrupties maximaal in drieën en kort en bondig. Meneer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik vind het wel een mooi slotpleidooi van collega Stultiens. Het is eigenlijk ook wel terecht. Het is eigenlijk wel bizar — de president van de Algemene Rekenkamer, de heer Duisenberg, noemde dat als voorbeeld — dat wij in Den Haag de offerte van de badkamerverbouwing vieren met hoedjes, slingers, troonredes en van alles en nog wat, maar als de badkamer vervolgens wordt opgeleverd met een kraan die het niet goed doet en een kastje dat scheef hangt, dan laten we dat een beetje zo terloops passeren en hebben we daar geen aandacht voor. Hoe zou de heer Stultiens dat meer cachet willen geven, zodat wij niet alleen de resultaten in het zonnetje zetten, maar ook het falen goed voor het voetlicht brengen? Moet er een verantwoordingsrede worden gehouden? Hoe zouden we dat moeten doen?
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik sta open voor alle suggesties. Ik denk dat stap één is dat we met elkaar het hele kabinet oproepen: wees aanwezig. Ik snap dat ze niet met z'n allen komen opdagen als de heer Grinwis en de heer Stultiens debatteren, maar als we hier volgend jaar met alle partijleiders staan, dan hebben we, denk ik, al meer cachet. Dat zou ook een rol hebben voor de mensen thuis. Ik moet eerlijk zeggen dat ik ook in mijn eigen omgeving merk dat mensen nauwelijks weten wat het Verantwoordingsdebat eigenlijk is. Dat is volgens mij eeuwig zonde. Ik denk dus dat stap één is: met elkaar besluiten dat dit een topprioriteit is. Als het helpt om een extra ceremonie te houden met toeters en bellen: ik sta voor alles open. Maar volgens mij moet het vooral gaan om de vraag of resultaten worden gehaald, of de badkamer goed wordt opgeleverd of niet. Dat valt immers veel te vaak vies tegen. Daarom ben ik heel blij dat in elk geval de Rekenkamer met een hele duidelijke noot is gekomen. Dat is voor mij stap één: dat we met elkaar veel scherper worden op de vraag of de doelen echt worden gehaald. Daar hebben we als Kamer de laatste jaren te lang van weggekeken.
De voorzitter:
Doet u zichzelf niet tekort, meneer Stultiens? Nou, meneer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik ben het toch wel eens met de heer Stultiens, voorzitter. De overheid presteert gewoon niet meer. Als wij dat zelf een beetje wegmoffelen en dat zelf niet groot maken, wie weet vergroten we dan de kans dat het zo blijft. Een van de oud-topambtenaren heeft weleens geschreven: de afgelopen 25 jaar dat ik in ambtelijke dienst was, heeft de overheid eigenlijk niks substantieels tot stand gebracht, behalve dan Ruimte voor de Rivier. Dat vind ik dan weer heel mooi als waterman.
Nog wel misschien een oproep, gelijk ook aan de Voorzitter en het Presidium, om zich nog eens te buigen over de oproep van collega Stultiens, waarover al moties zijn aangenomen in het verleden. Verantwoordingsdag kunnen we intern echt wel mooi organiseren; het is een mooie dag, hier intern. Maar extern heeft die eigenlijk nul uitstraling. Bij Prinsjesdag is dat andersom, en dat is niet terecht. Ik ben dat met de heer Stultiens eens.
De voorzitter:
We staan overal voor open, maar we hebben daar ook de medewerking van het kabinet voor nodig. Volgens mij heeft de heer Stultiens dit ook daarom gevraagd richting de andere leden.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik dank de heer Grinwis voor deze aanmoediging. Het is inderdaad niet bedoeld als een soort verwijt aan het kabinet voor waarom het hier vandaag maar met twee ministers is, want wij hebben er ook maar twee uitgenodigd. Volgens mij is dit een mix van de Kamer zelf, het kabinet en inderdaad ook de samenleving. We moeten dit met elkaar belangrijker maken dan het nu is. Dat is mijn oproep. Elke partij die dat steunt: heel fijn.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Waar de heer Stultiens mee eindigt, daar beginnen wij mee als 50PLUS. We zien inderdaad dat er op "gehaktdag" eigenlijk weinig gehakt wordt gemaakt — laat ik het zo zeggen — en dat dit inderdaad van veel meer belang is. Maar dan moet er wel output zijn. We zien dat er wel heel veel input is, maar de output blijft achter. Als kabinet heb je dan ook te weinig laten zien. Herkent de heer Stultiens dat?
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dat herken ik zeker. En volgens mij is dat precies de reden waarom ik zeg dat ik bang ben dat het kabinet-Jetten dezelfde fout gaat maken als de voorgangers, omdat ik nu al zie dat heel veel doelen die het wel heeft afgesproken, niet gehaald gaan worden met het huidige beleid. Ik kan het hele lijstje opnoemen. Het is een lange lijst. We hebben een mooi nieuw stuk gekregen van de Rekenkamer: de Hoogrisicolijst. Ook daarin zie je heel veel dingen die mis kunnen gaan op het gebied van klimaat, wonen, stikstof, natuur, water. Op al die punten doet het niet genoeg om de beloftes waar te maken. Volgend jaar dreigt dan weer een verloren jaar te gaan worden. Ik ben het dus eens met mevrouw Van Brenk. Ik vind ook dat we daar als Kamer veel strenger op moeten zijn, want ik zie het gevaar dat we, als we dit laten gebeuren, eigenlijk zeggen: het is helaas niet voldoende, maar we zien wel. En dat is wat mij betreft niet voldoende.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik ondersteun het pleidooi van GroenLinks-PvdA om gehaktdag veel belangrijker te maken, maar dan ook echt, want we moeten inderdaad zien wat een regering levert voor de centen die wij met z'n allen als burgers en bedrijven opbrengen. Eén ding heb ik gemist, en eigenlijk wilde ik dat straks in ieder geval aan de coalitiepartijen vragen. Defensie noemt zo ongeveer alles "geheim". Daardoor hebben wij er geen enkel zicht op of iets verantwoord wordt uitgegeven. Hoe kijkt GroenLinks-PvdA daartegen aan?
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dat draagt inderdaad niet bij. Ik bedoel, ik erken dat Defensie anders is dan andere ministeries, maar ik zei ook dat het daar met het laaghangend fruit, en dat is wat mij betreft erkennen dat de Rekenkamer gelijk heeft en het willen verbeteren, ook niet gebeurt. Ik zag deze week een nieuw briefje van de minister, die volgens mij toch geschrokken was over de ophef daarover. Dat is dan weer winst, maar ik vraag me nog steeds af of dat ministerie echt genoeg bereid is om dat probleem op te lossen. Want ik zie die onvolkomenheden al jarenlang terugkeren, op alle punten: inkoop, fraude ... Het is een lijst van wel zeven punten die allemaal niet voldoende zijn, al jarenlang niet. De geheimhouding helpt daar niet bij. Dus inderdaad: waar het kan, het liefst openbaar, waarbij ik wel snap dat bij Defensie niet alles openbaar kan. Wat ik vooral hoop, is dat het kabinet zegt: wij erkennen met z'n allen dat oordeel van de Rekenkamer en gaan aan de slag. Dat mis ik voorlopig nog, helaas.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ja, afrondend. Ik zou het fantastisch vinden als wij, alle collega's hier, de oproep steunden om volgend jaar gehaktdag echt belangrijk te maken.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Nou, wederom blij met deze steun. Ik wil graag nog één ding toevoegen. De Rekenkamer zegt ook, terecht, dat "gehakt" soms klinkt als "we gaan elkaar hard afrekenen" en "nog meer polarisatie". Dat is volgens mij niet wat we moeten doen. Ik zei juist dat we minder ophef, minder waan van de dag willen. Maar we moeten juist wel veel steviger worden als we zien dat de doelen al jarenlang niet gehaald worden. Want dat zijn geen foutjes; dat is gewoon bewust beleid. Daarom moeten we als Kamer veel harder zeggen: dit is niet voldoende; kom met beter beleid.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik wil de collega complimenteren voor het benadrukken van de controlerende taak van de Kamer en het belang van dit debat. Wat ik in de bijdrage van de heer Stultiens terug zag komen — daar kon ik me natuurlijk ook wel in vinden — is dat er veel doelen worden gesteld, dat die doelen dan niet worden gehaald en dat wij dan kritisch zijn op de uitvoering, op het kabinet et cetera. Maar is dit debat ook niet een moment om op die doelen zelf te reflecteren? Dus dat wij als politiek ook gaan kijken naar welke doelen we hebben gesteld en of we niet te veel hooi op onze vork hebben genomen. Hoe kijkt de heer Stultiens daarnaar?
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
De heer Hoogeveen heeft natuurlijk gelijk. Je kunt twee dingen doen: de doelen afzwakken of met beter beleid komen. Ik vind de doelen op de punten die ik zelf noemde heel belangrijk. Sterker nog, heel veel van die doelen zijn niet eens een keus, want daar heeft het kabinet ooit mee ingestemd. Dan gaat het bijvoorbeeld om klimaat, water of natuur. Zelfs al zouden we dus nu met elkaar vinden dat het niet meer boeit, dan nog zijn we volgens de wet gewoon verplicht het te halen. Ik ben het er wel mee eens dat er soms dingen beloofd worden in de Kamer, in de politiek, die helemaal niet kunnen. Nul vluchtelingen vind ik bijvoorbeeld een onzindoelstelling. Dan krijg je inderdaad na een paar jaar dat de mensen denken: dat werd beloofd en het gebeurt toch niet. Laten we inderdaad kijken naar welke doelen echt kunnen, maar de voorbeelden die ik gaf staan zeker, in elk geval voor mijn partij en ik hoop ook voor het kabinet, nog steeds overeind.
De heer Hoogeveen (JA21):
Het feit dat die doelen ooit zijn gesteld door het kabinet, wettelijk verankerd of niet, biedt nog steeds de ruimte om te zeggen: uiteindelijk werken die doelen in de praktijk niet. We hebben bepaalde doelen gesteld — het staat in de wet — maar uiteindelijk moeten we ook keuzes maken. We moeten bijvoorbeeld de staatskas op orde houden en we moeten kijken hoe we toekomstige generaties schuldenvrij houden. Dan moet je toch ook keuzes gaan maken binnen die keuzes die in wettelijke kaders zijn gegoten. Is GroenLinks-Partij van de Arbeid daar ook actief mee bezig?
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat het verschil tussen JA21 en mijn partij misschien is dat wij — dat is niet verrassend — die doelen heel belangrijk vinden. De klimaatdoelen zijn heel belangrijk om te zorgen dat de volgende generatie veilig opgroeit, maar ook om als land en als continent überhaupt meer zelfstandig te worden. We kunnen wel zeggen dat de stikstofdoelen ons niet boeien — dat is eigenlijk wel een beetje wat er al zeven jaar gebeurt — maar daardoor wordt er gewoon niet gebouwd in dit land. We kunnen dus wel zeggen dat de doelen niet meer uitmaken, maar ik vind doelen heel belangrijk. Daarom zeg ik vooral: kom met beleid dat de doelen wel haalt. Om een andere partij te citeren: het kan zeker wel. Kijk maar naar de programma's van de partijen hier. D66 heeft, net als mijn eigen partij, in zijn eigen programma plannen staan om de doelen te halen. Die staan alleen niet in het coalitieakkoord. Daar gaat dus iets mis. Dat vind ik raar. Je spreekt met elkaar af dat je die doelen gaat halen, vervolgens maak je een coalitieakkoord waarin staat dat we ze toch niet halen, maar je blijft wel beloven dat je ze haalt. Dan raken mensen teleurgesteld. Ik roep dus op: ga de doelen wel halen. Ik hoop dat JA21 dat kan steunen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik wil toch een kleine kanttekening maken. Ik zag in het verkiezingsprogramma en in de doorrekening van uw partij dat bijvoorbeeld de NAVO-doelen toch ook moeilijk haalbaar bleken. Er moeten inderdaad op een gegeven moment keuzes gemaakt worden. Je stelt klimaatdoelen en stikstofdoelen, vervolgens is er een geopolitieke crisis en dan komen er defensiedoelen bij. Daar moeten uiteindelijk keuzes in gemaakt worden. Ik mis daar in het betoog van de heer Stultiens enige balans in. Ik mis ook enig begrip voor het kabinet dat er soms keuzes gemaakt moeten worden en dat daarmee ook bepaalde doelen dan niet gehaald worden en bijgesteld moeten worden.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dan kom ik toch terug op het punt van de Rekenkamer, namelijk dat het doorschuiven van doelen of het niks doen ook heel duur is. Wat er hier in Den Haag vaak misgaat, is dat we denken: klimaatinvesteringen zijn duur. Maar niks doen is toch vele malen duurder. Neem nu inderdaad de netcongestie. Bedrijven — u spreekt ze ook — balen daar enorm van, al jarenlang. Dat is peperduur door te weinig klimaatbeleid. Voor stikstof geldt hetzelfde verhaal. Juist niks doen of wegkijken kan heel duur zijn; daarom denk ik dat het hand in hand kan gaan. En inderdaad, in ons programma laten we zien dat je doelen zeker kan halen op een eerlijke manier. Dat vraagt wel een andere vorm van bijvoorbeeld belasting heffen. Daarover verschillen we misschien van mening, want dan moet je het geld elders vandaan halen.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Een herkenbaar verhaal van de collega van PRO. We hebben het hier al jaren over doelen, maar ook over hoe we van Verantwoordingsdag iets groters kunnen maken. Oftewel, afspraken maken is nu heel belangrijk, maar of afspraken nagekomen zijn lijken we niet zo belangrijk te vinden. Deze discussie speelt natuurlijk al in kabinet na kabinet na kabinet na kabinet. Waarom doorbreken we het niet met elkaar? We roepen het nu, we riepen het vorig jaar, we riepen het het jaar ervoor en toch verandert er niks. Ik ben benieuwd naar de reflectie van mijn collega daarop.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik deel de analyse in elk geval volledig. Ik heb terug zitten kijken hoe vaak we aan het kabinet hebben gevraagd: kom met concrete doelen en ga ze halen. De motie-Van der Lee is bekend, want die is recent. Mevrouw Van Dijk heeft zelf vijf jaar geleden een motie ingediend die dit vroeg. Een van mijn voorgangers, Kees Vendrik, vroeg het twintig jaar geleden al. Dus op zich is dit een terugkerend probleem. Als we dit willen doorbreken, denk ik dat we als Kamer veel strenger moeten zijn als we zien dat er te weinig beleid wordt gemaakt. Vandaag hebben we als Kamer de kans om te zeggen: luister eens, kom voor Prinsjesdag met aanvullend beleid om de doelen wel te halen. Als blijkt dat het kabinet dat niet wil, moet je stoppen met dingen beloven. Dan moet je zeggen: we gaan de doelen niet halen. Maar nu gebeurt het slechtste van twee werelden. Er wordt heel veel beloofd en heel weinig waargemaakt. Dan raken kiezers teleurgesteld.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Maar ik had eigenlijk nog een andere, verdiepende vraag daaronder. Ik vind die doelen heel belangrijk. Ik vind het ook belangrijk dat we daarover rapporteren en het gesprek daarover aangaan met elkaar. Ik deel de analyse van de collega van JA21 wel: het kan zijn dat we tot de conclusie komen dat we misschien iets anders moeten doen om het wel te halen, of omdat we iets hebben beloofd dat totaal niet realistisch is. Maar hoe kunnen we het nu meer cachet geven, groter maken? Wat is de reden dat dat ons niet lukt?
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dit is een moeilijke vraag. Als ik het in mijn eentje kon oplossen, had ik dat graag gedaan. Ik denk dat we het met elkaar moeten doen. Daarom begon ik mijn pleidooi met te zeggen dat we überhaupt meer belang moeten hechten aan de vraag of de doelen worden gehaald. Dat is vandaag stap één. Ik hoop ook, en dat is ook een taak voor de coalitie zelf, dat ze het kabinet durft te houden aan die doelen. Want die ruimte hebben jullie met elkaar. Volgens mij staan jullie als coalitie achter de klimaatdoelen, achter de woningbouwdoelen en achter de waterdoelen. Dan kun je zeggen als partij: luister eens, ik eis gewoon beter beleid om ze wel te halen. Ik zou hopen dat de coalitie dat doet. Dan hebben we met elkaar een heel mooie Prinsjesdag.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ja, tot slot. Eigenlijk zegt de collega: stel je voor dat dit kabinet bereid is om daar echt een stevige stap in te zetten en iets anders te laten zien, dan zou dat een enorme doorbraak zijn, politiek gezien.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dat zou inderdaad een doorbraak zijn, ware het niet dat ik tot nu toe, in de eerste 100 dagen, die beweging nog niet heb gezien. Maar ik laat me vandaag graag verrassen. Alleen, als blijkt dat het tegenvalt, hoop ik dat de coalitie, met het CDA erbij, ertoe oproept om met beter beleid te komen voor Prinsjesdag.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Stultiens.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Oosterhuis voor zijn inbreng namens D66 in eerste termijn.
De heer Oosterhuis (D66):
Voorzitter. Niet vaak krijgen wij in deze zaal zo'n heldere spiegel voorgehouden als op Verantwoordingsdag door Pieter Duisenberg. "Nederland kent een opvallend gebrek aan vooruitgang", sprak hij hier twee weken geleden. "Doelen worden niet gehaald en langetermijndoelen die er zijn, raken verder uit zicht." Dat is een glasheldere boodschap, waar we echt iets mee moeten. Dit Verantwoordingsdebat gaat over vorig jaar, toen het kabinet-Schoof er nog zat. Anderhalf jaar ruzie, gedoe en stilstand heeft natuurlijk niet geholpen, maar ik vind het te gemakkelijk om alleen te wijzen naar het vorige kabinet. Het probleem zit veel dieper. Den Haag loopt vast door een versnipperde politiek, verkokerde ministeries en een voorzichtige bureaucratische cultuur. De overheid moet beter gaan presteren. Voor mij is de belangrijkste vraag uiteindelijk niet hoeveel geld de overheid uitgeeft; veel belangrijker is de vraag wat het oplevert. Ik ben ervan overtuigd dat mensen best bereid zijn om belasting te betalen als het geld ook goed wordt besteed. Maar als de overheid onvoldoende levert, tast dat het vertrouwen aan. Dat is wat er nu gebeurt.
Het doorbreken van de stilstand vraagt om het stellen van duidelijke doelen, het maken van concrete plannen om die doelen te bereiken en een cultuur waarin tijdig wordt bijgestuurd als het niet goed lijkt te gaan. Er ligt nu een coalitieakkoord met ambitieuze plannen op onder andere wonen, infrastructuur en energie. Ook zijn er goede plannen om de overheid slagvaardiger te maken. De minister-president heeft taskforces opgericht voor de belangrijkste onderwerpen, met brede raakvlakken in de samenleving. Ik nodig hem hier graag uit om uiteen te zetten hoe hij ervoor zorgt dat dit bijdraagt aan een andere, resultaatgerichte overheid. De kennis en expertise voor de oplossingen is er, maar er is slagkracht nodig. Kan de premier ons vertellen welke veranderingen hij al in gang heeft gezet? Kan hij toezeggen dat er op Prinsjesdag per taskforce een korte update komt met wat er al tot stand is gebracht en wat de planning is tot het moment dat de belangrijkste besluiten worden genomen?
Sinds kort is er ook een kwartiermaker Slagvaardige Overheid, Bart Snels. Ik heb alle vertrouwen in hem, maar het persbericht bij zijn aanstelling was wat abstract. Kan de premier in normalemensentaal helder maken wat hij gaat doen en welk mandaat hij heeft?
Voorzitter. Wat mij in de boodschap van de Rekenkamer vooral aansprak, is een inzicht dat eigenlijk verrassend eenvoudig is: niet handelen is ook een keuze, en die keuze heeft gevolgen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik vind het een terechte en mooie inleiding van mijn collega, maar ik heb wel de vraag hoe we dat na een 25 jaar lang nauwelijks presterende Rijksoverheid echt gaan veranderen. De D66-fractie stelt nu de hoop op en het vertrouwen in taskforces. Het risico van die taskforces is dat er weer hoofdlijnenbrieven uit voortkomen met allemaal aankondigingen van beleid, die niet daadwerkelijk leiden tot resultaat. Hoe gaan we die ambtelijke en politieke cultuur daadwerkelijk veranderen?
De heer Oosterhuis (D66):
Ik vind dit een hele terechte vraag van de heer Grinwis. Ik denk namelijk echt dat dit een probleem is dat al 25 jaar speelt. Dat citaat haalde de heer Grinwis net in zijn interruptie aan. Ik denk er ook iets te vaak aan. Het begint ook bij ons, met het lef om keuzes te maken en dingen te gaan doen, in plaats van eindeloos in analyses te blijven hangen. Ik zie het ook als een oproep aan iedereen in de publieke dienst om te handelen in plaats van alleen maar te denken, om niet te blijven afwachten maar problemen daadwerkelijk aan te pakken. Het is niet alleen een kwestie van wetten, maar ook een kwestie van cultuur die we met z'n allen hebben. Het gaat erom dat we dat risico durven te nemen. Misschien gaat het niet in één keer goed, maar ik heb liever dat we beginnen en tussentijds bijsturen dan dat we te lang wachten op het perfecte plan en uiteindelijk moeten constateren dat we te lang hebben nagedacht en niks hebben gedaan.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Oosterhuis (D66):
Ik wil aan de hand van drie voorbeelden inzicht geven in wat voor mij de oorzaken en gevolgen zijn van politieke stilstand. Ik begin bij de gevolgen: de kosten van niets doen. We hebben het hier vaak over de kosten van beleid in termen van de uitgaven van de overheid, maar veel minder over de kosten van uitstel en stilstand, en de rekening die ontstaat als problemen blijven liggen. De nieuwe Hoogrisicolijst van de Algemene Rekenkamer laat dat heel goed zien. Daarin staan niet alleen risico's voor vandaag, maar ook risico's die zich langzaam opbouwen, waarvan de kosten niet direct zichtbaar zijn in de begroting.
Die kosten van niets doen zijn nu al voelbaar. Netcongestie kost ons 10 tot 40 miljard per jaar. Stikstofproblemen kosten ons 12 miljard. Zo kunnen er op de lange termijn nog meer kosten voor de samenleving bij komen. We weten allang dat de kosten van klimaatverandering, zoals droogte en extreem weer, uiteindelijk veel hoger zijn dan de kosten van verduurzaming. Het zijn allemaal kosten die niet op de begroting drukken, maar die we wel collectief voelen. Wat gaat het kabinet zelf doen om die huidige en potentiële kosten van niets doen in beeld te hebben? Heeft het kabinet eraan gedacht om zelf een risicolijst bij te houden en per risico expliciet te benoemen of en hoe de kosten van niets doen voorkomen kunnen worden?
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Als ik het goed hoorde, werd er net gezegd dat de kosten ten gevolge van het klimaat — ik kan me niet herinneren wat erna kwam — hoger zijn … Er werd gezegd dat de kosten die we hebben aan verduurzaming en klimaatmaatregelen en zo uiteindelijk lager zijn dan als we niets zouden doen. Waar haalt u deze feiten en kennis vandaan? Ik ken de cijfers hierachter niet.
De heer Oosterhuis (D66):
Hier is behoorlijk veel onderzoek naar gedaan, onder andere in Groot-Brittannië. Daaruit blijkt dat de kosten die we in de toekomst gaan maken als gevolg van droogte en extreem weer veel hoger zijn dan de kosten van verduurzaming. We zien in Nederland al heel praktische voorbeelden. Mensen in Zuid-Limburg hebben een paar jaar geleden enorm veel schade gehad van overstromingen.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ja, maar ja, er zijn ook allemaal andere berekeningen. Als je Gronings gas gaat oppompen, is dat een stuk goedkoper dan ieder jaar 20 miljard euro aan een soort klimaatfonds geven. Heeft de heer Oosterhuis al die cijfers naast elkaar gelegd? Volgens mij is er dus helemaal geen studie van.
De heer Oosterhuis (D66):
Dit soort studies zijn er heel veel. Ik denk dat de mensen in Groningen ook geconfronteerd zijn met de kosten van het gas oppompen daar. Laten we die ook niet bagatelliseren. Laten we ook niet vergeten dat we op dit moment elk jaar 20 à 30 miljard per jaar uitgeven aan fossiele brandstoffen uit het buitenland. Dat is geld dat uit onze economie verdwijnt naar het Midden-Oosten en naar andere landen. We kunnen dat geld ook zelf bewaren. Als je de hele optelsom op die manier maakt, is het echt een stuk goedkoper om hier te investeren in verduurzaming.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Mag ik via de heer Oosterhuis aan de regering, misschien in samenwerking met de Rekenkamer, vragen om daar nou eens een keer een echte studie van te maken? Leg al die kosten en baten naast elkaar en maak gewoon een plaatje. We kunnen dan gewoon bekijken of de stelling die de heer Oosterhuis net poneerde, waar is.
De heer Oosterhuis (D66):
Dat lijkt mij een uitstekend idee. We hebben het namelijk ook veel te weinig over de baten van handelen. Het gaat heel erg over de kosten van wat we doen, maar laten we die baten ook vooral inzichtelijk maken. Dat is een terechte vraag.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Telt dit dan gelijk als een informatieverzoek?
De voorzitter:
U bent nog de hele dag met het kabinet in debat, dus ik zie u vanzelf weer verschijnen voor de interruptiemicrofoon.
De heer Oosterhuis (D66):
Een voorbeeld van die kosten van niets doen en risico's in beeld brengen zou wat mij betreft ook kunnen zijn om de toekomstige kosten van infrastructuur expliciet te maken. We hebben in de jaren zestig en zeventig veel infra aangelegd, maar onvoldoende rekening gehouden met dat er ook groot onderhoud en vervanging nodig is. Die rekening komt ongeveer nu en in de komende decennia. Die is niet begroot noch zichtbaar in de boekhouding. Dit beperkt ons om een goede afweging te maken van waar publieke investeringen nodig zijn op welk moment. Hoe gaat het kabinet dit beter inzichtelijk maken? Wat vindt de minister bijvoorbeeld van de suggestie om in de Staat van de Infrastructuur ook inzichtelijk te maken wat de financiële opgave is voor onderhoud en vervanging?
Voorzitter. Ten tweede zie ik verkokerde ministeries en een voorzichtige bureaucratische cultuur als oorzaak van de stilstand. Een sprekend voorbeeld daarvan vind ik de beveiliging van de Noordzee. Steeds meer van onze vitale infrastructuur bevindt zich op de Noordzee: windparken, datakabels, elektriciteitskabels, gasleidingen. We worden steeds afhankelijker van wat zich onder en boven de Noordzee bevindt. Andere landen vinden dat ook interessant. Terwijl de Russen schaamteloos de Noordzee bespioneren, zitten in de torens hieromheen ambtenaren eindeloos te dimdammen over wie er verantwoordelijk is voor de beveiliging. Niemand wil erover gaan en wie de handschoen oppakt, moet ook de rekening betalen. Op die manier valt de beveiliging van de Noordzee tussen wal en schip. Dat kunnen we ons niet veroorloven. In het coalitieakkoord zijn vele miljarden vrijgemaakt voor dit soort veiligheid. Geld mag niet het probleem zijn, dus ik hoor graag van het kabinet hoe dit wordt opgelost. Ik zie dit ook als een voorbeeld voor andere urgente problemen. Dans er niet omheen, maar pak ze aan.
Het derde voorbeeld betreft de moeite die er is met de uitvoering. Ook daar een concreet voorbeeld, met de belastinginning. Nederland heeft gelukkig een hoog niveau van belastingmoraal. De meeste mensen en bedrijven betalen netjes belasting. Maar de Rekenkamer wijst al jaren op het nalevingstekort: belasting die volgens de wet betaald moet worden, maar uiteindelijk niet wordt geïnd. Dat gaat om veel geld, alleen voor het mkb bijvoorbeeld al om ruim vijf miljard. Dat is waarschijnlijk een onderschatting. Wij hebben hier grote politieke discussies, over allerlei financiële vraagstukken. Maar ondertussen is er vijf miljard aan belasting die niet wordt geïnd. Het zou enorm schelen als dat vier of drie miljard wordt.
De Belastingdienst heeft de afgelopen jaren voor enorme opgaven gestaan en staat dat nog steeds. Ik noem het herstel van de toeslagenaffaire en rechtsherstel box 3. Dat vraagt veel van een organisatie en zorgt voor minder aandacht voor handhaving. Erkent de minister dat dit een oorzaak is? Hoe zorgt hij ervoor dat de Belastingdienst voldoende capaciteit houdt voor goede belastinginning? Ik denk dat wij allemaal liever hebben dat belastingen die we al hebben, daadwerkelijk worden betaald dan dat we andere belastingen moeten verhogen, of dat we moeten bezuinigen. Wanneer gaat deze onvolkomenheid van tafel?
In het debat over rijksuitgaven sta ik natuurlijk op de schouders van onze collega Joost Sneller, die zich al jaren inzet voor een goede verantwoording. Hij heeft vorig jaar gepleit voor het versterken van de externe controle op de rijksuitgaven, door deze taak over te dragen van de Auditdienst Rijk naar de Rekenkamer. De heer Stultiens vroeg naar het transitieplan. Wanneer kunnen wij dit verwachten en gaat de minister inderdaad deze transitie doorzetten? Eventueel zouden wij vandaag een motie kunnen indienen om hem te helpen in die keuze. Als de brief daar aanleiding toe geeft, kunnen wij de motie nog wijzigen of intrekken, maar dan kunnen wij in ieder geval tempo blijven maken. Graag een reactie.
Als ik één rode draad uit het verantwoordingsonderzoek van dit jaar haal, is het deze: Nederland heeft geen gebrek aan ambities. We hebben geen gebrek aan ideeën, geen gebrek aan talent, maar we moeten beter worden in het omzetten van ambities in resultaten. Dat vraagt om een overheid die vooruitkijkt en doelen stelt, een overheid die investeert, keuzes maakt en uitvoeringskracht serieus neemt. Steeds opnieuw zien we dat ons land succesvol is wanneer we bereid zijn verder te kijken dan de volgende begroting of de volgende verkiezing. Dat vraagt politieke moed. Dat vraagt bestuurlijke slagkracht. Maar het vraagt vooral vertrouwen in de toekomst. Dat vertrouwen heeft D66. Daarom zie ik dit debat ook niet als een moment om terug te kijken, maar ook als een moment om vooruit te kijken naar wat Nederland nog kan bereiken. Daarom zie ik uit naar de reactie van het kabinet.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dank aan de heer Oosterhuis voor een verhaal dat ik bijna volledig deel. We hebben dezelfde analyse, namelijk: veel belangrijke doelen. Een heleboel daarvan worden niet gehaald. Wat betekent dat voor de houding van D66? Gaan zij nu vragen aan het kabinet om meer te doen, of laten ze het weer zo gebeuren?
De heer Oosterhuis (D66):
Ik verwacht dat het kabinet héél snel aan de slag gaat. Ik zie ook dat het kabinet al aan de slag is met het vertalen van het coalitieakkoord in concreet beleid. Ik verwacht zo snel als mogelijk concrete plannen om die doelen ook te bereiken.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Maar de heer Oosterhuis is ook een man van de inhoud en weet dat het coalitieakkoord niet voldoende is om die doelen te behalen. Ik noem klimaat, water, stikstof, wonen en natuur. Dus de vraag blijft: als D66 die doelen belangrijk vindt — en dat vinden ze — moeten we dan niet samen aan het kabinet vragen om meer te doen om doelen te gaan behalen? Waarom deelt D66 die vraag niet?
De heer Oosterhuis (D66):
Omdat ik ervan overtuigd ben dat de doelen in het coalitieakkoord zeker binnen bereik komen. Ik noem bijvoorbeeld stikstof. Op dat punt verwacht ik echt op korte termijn een aanpak om de doelen juist wel te halen. Wat klimaat betreft denk ik dat we het volgende moeten erkennen. In 2023 was het klimaatdoel voor 2030 net binnen bereik. Daarna hebben we echt stappen terug gezet onder het vorige kabinet. Dus ik denk dat we met elkaar moeten concluderen dat het behalen van het doel voor 2030 praktisch gewoon vrijwel onmogelijk is. Maar de afspraak is wel, mocht blijken dat de maatregelen onvoldoende zijn om het doel voor 2040 te bereiken, dat er in het voorjaar van 2027 nieuw, aanvullend beleid komt. Dus ik heb er alle vertrouwen in dat we dit soort doelen gaan bereiken. Daar zullen wij het kabinet ook op toetsen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik heb er helaas wat minder vertrouwen in. Eigenlijk zegt de heer Oosterhuis: dat 2030-doel laten we lopen. Hij vraagt vandaag immers niet met mij om dat doel wél te halen. Maar we moeten nu actie ondernemen, want we kunnen niet weer een jaar wachten. Ik doe dus een laatste poging. Is D66 bereid om het kabinet te houden aan de eigen afgesproken doelen, bijvoorbeeld op het vlak van klimaat, stikstof, water, natuur en wonen?
De heer Oosterhuis (D66):
Ja, zeker, maar ik zeg daar ook bij: tot het onmogelijke is niemand gehouden. Ik denk dat het klimaatdoel voor 2030 echt te dichtbij is om nog te halen. Volgens mij moeten we dat met z'n allen erkennen. De kans om dat doel te halen is op dit moment minder dan 5%, en dan moet alles meezitten. Er is de afgelopen twee jaar te weinig gebeurd om het doel voor 2030 nog te halen. Maar het doel voor 2040 staat als een paal boven water. Zo gaat het ook op andere onderwerpen. Op stikstof en wonen verwacht ik van dit kabinet complete plannen om de doelen te bereiken. Daar zullen wij het kabinet op toetsen.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
D66 maakt terecht een opmerking over de belastingen. Er ligt een initiatiefvoorstel van D66 om het belastingstelsel eenvoudiger te maken. Dat moet ook. In 2019 heeft 50PLUS daar ook een voorstel voor gedaan. Mijn vraag is: hoe daadkrachtig gaat D66 dat plan nu eens doorvoeren?
De heer Oosterhuis (D66):
Een terechte vraag. Ik denk dat dit een onderwerp is waar we met z'n allen al jarenlang op aandringen, maar waarmee te weinig voortgang is gemaakt. In het coalitieakkoord is voor staatssecretaris Eerenberg de opdracht opgenomen om deze vereenvoudigingsoperatie in gang te zetten. Dat begint met kleine vereenvoudigingen en het harmoniseren van de definities. De grotere stelselwijzigingen zullen in kaart gebracht moeten worden, om te zien wat er mogelijk is. De SER komt daar dadelijk met een advies over. Ik heb goede hoop dat we daar verder mee komen. Er ligt dus een belangrijke opdracht voor de staatssecretaris van Financiën.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Gaan we dat dus deze kabinetsperiode meemaken en afronden? Kunnen we hierover in deze kabinetsperiode een keer met elkaar spreken?
De heer Oosterhuis (D66):
Ik hoop van harte dat we het daar met elkaar over eens kunnen worden. Daar zie ik het vaak stokken. We zijn het allemaal eens over het doel van vereenvoudiging, maar als het concreet wordt, blijft iedereen toch zijn eigen stokpaardje berijden en kunnen we uiteindelijk te weinig doen. Ik hoop dus van harte dat het ons gaat lukken om dat wel voor elkaar te krijgen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik denk dat het van groot belang is voor heel Nederland dat het belastingstelsel inderdaad eenvoudiger wordt, zodat het ook haalbaar wordt voor de uitvoering. Ik hoop dat D66 daar een goede impuls aan wil geven. De steun van 50PLUS heeft de heer Oosterhuis daar in ieder geval bij.
De heer Oosterhuis (D66):
Ik trek daar heel graag samen in op, want ik denk dat we steeds meer met de neus op de feiten worden gedrukt wat betreft de gevolgen van de complexiteit van het stelsel, niet alleen voor de uitvoering, maar ook voor de mensen zelf. De mensen weten niet waar ze aan toe zijn en weten niet waar ze recht op hebben. Wij helpen de mensen echt door het stelsel eenvoudiger te maken.
De heer Flach (SGP):
Wat mij aanspreekt in het betoog van de heer Oosterhuis, is dat er veel meer oog komt voor de uitvoering en dat we weg moeten van het doelenfetisjisme, waarbij we elkaar steeds meer aan onhaalbare doelen gaan houden. We hebben woningen nodig, een oplossing voor de netcongestie en perspectief voor boeren en vissers. Tegelijkertijd is dit kabinet vleugellam. Het leunt op 66 zetels, dus er zal gezocht moeten worden naar meerderheden om ook daadwerkelijk tot die uitvoering te komen en aan de slag te kunnen gaan. Wat is de visie van D66 daarop? Hoe zou dat kunnen worden bereikt?
De heer Oosterhuis (D66):
Ik vind dit een terechte vraag. Ik denk dat dit een verantwoordelijkheid is voor ons allemaal. We zitten in een versnipperd parlement. Mijn fractie is de grootste met 26 zetels, dus geen enkele partij is groot genoeg. Dit betekent dat er samenwerking nodig is. Het betekent ook dat geen enkele partij hier haar volledige agenda kan doorduwen en dat we rekening moeten houden met elkaar. Ik verwacht dan ook van het kabinet dat het met plannen naar de Kamer komt en dat het daar breed draagvlak voor zoekt. Ik verwacht van onszelf en van de andere fracties dat die daar met enige constructiviteit op reageren en over meedenken.
De heer Flach (SGP):
Hier gaat het betoog toch van vrij specifiek en concreet naar algemeen en zeer wenselijk. Ik denk dat het realistisch is om te zeggen dat breed draagvlak over links en rechts op heel veel terreinen gewoon niet haalbaar is, bijvoorbeeld op het gebied van stikstof en migratie. De tegenstellingen zijn daar gewoon veel te groot. Welke keuzes maakt D66 dan? Ziet de heer Oosterhuis vooral perspectief aan de rechterkant van de Kamer, of aan de linkerkant?
De heer Oosterhuis (D66):
Ik vind het toch belangrijk dat het kabinet streeft naar een zo breed mogelijk draagvlak. Het gaat vaak om langdurige keuzes die invloed hebben op de komende decennia en die over meerdere kabinetten heen gaan. Ik denk dat bijvoorbeeld de hervorming van het pensioenstelsel heeft laten zien dat het echt loont om een zo breed mogelijk draagvlak te hebben. Ik denk dat dat ook geldt voor het klimaatbeleid. Het zou ook kunnen dat dit op verschillende onderwerpen tot verschillende meerderheden leidt, maar ik zie echt wel mogelijkheden wat betreft brede samenwerking.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Flach (SGP):
Die wisselende contacten spreken mij niet zo aan, om meerdere redenen. Na de eerste 100 dagen is mijn indruk dat er ook binnen het kabinet, binnen de drie coalitiepartijen, nog geen duidelijke keuze is gemaakt in met welke partij, partijen of groep van partijen er zaken gedaan kunnen worden. Zit daarin niet de angel van het feit dat we na die 100 dagen nog niet echt aan de uitvoering zijn begonnen?
De heer Oosterhuis (D66):
Ik denk dat het geen geheim is dat ook de coalitiefracties over verschillende onderwerpen anders denken. Ik vind dat ook helemaal niet zo erg. Dat mag, volgens mij. Misschien past juist bij de huidige samenwerking dat die discussie er is. Ik denk niet dat dat op dit moment de uitvoering in de weg staat. Ik denk dat 100 dagen te vroeg is om daar echt al op te toetsen. Op migratie is al meer bereikt dan wat het vorige kabinet voor elkaar heeft gekregen. Wat dat betreft ben ik dus minder somber. Ik verwacht echt op korte termijn plannen op het gebied van woningbouw en stikstof waarmee het kabinet naar draagvlak kan zoeken. Misschien ben ik iets ruimdenkender dan de heer Flach als het gaat om wisselende contacten; ik geloof er echt in dat dat kan.
De heer Schenk (FVD):
Ik hoor de woordvoerder van D66 terecht zeggen dat zijn fractie 26 zetels heeft. Nog nooit is de grootste partij in het parlement zo klein geweest. Het kabinet rust op een minderheid in de Kamer. Er werd gezegd dat er "brede samenwerking" nodig is. Wij hebben hier gisteren echter een parlementair dieptepunt gezien toen er een motie werd aangenomen om in feite dit deel van de Kamer uit te sluiten van samenwerking. Ik vraag me af hoe de woordvoerder van D66 — ik ben uw naam even kwijt, waarvoor excuses — dat rijmt met hetgeen hij hier zojuist vertelde.
De voorzitter:
Het is de heer Oosterhuis.
De heer Oosterhuis (D66):
Er zijn wat mij betreft inderdaad grenzen aan samenwerking. Als er hier termen als "omvolking" worden gebruikt en oproepen tot geweld worden gedeeld, dan zie ik dat niet als een basis voor een vruchtbare samenwerking.
De heer Schenk (FVD):
Nou, die oproep tot geweld heeft mijn partij volgens mij nooit gedaan. Ik voel mij dus niet aangesproken als dat gezegd wordt. Brede samenwerking is dan in feite brede samenwerking met het andere deel van de Kamer. In feite wordt dus een heel groot deel van de kiezers uitgesloten. Begrijp ik dat goed?
De heer Oosterhuis (D66):
Nee, dat begrijpt u niet goed. Ik wil er graag voor alle kiezers zijn, maar over samenwerking met partijen als de PVV en Forum voor Democratie, die stelselmatig groepen uitsluiten, is D66 altijd heel helder geweest.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Schenk (FVD):
Oké, maar dat is een ander punt. Net ging het over partijen die oproepen tot geweld en nu gaat het over partijen die zogenaamd bevolkingsgroepen zouden uitsluiten. Er lijkt naar allerlei verschillende argumenten gegrepen te worden om een bepaald groeiend geluid dat kritisch is op het geldende beleid, op de koers in dit land, gewoon terzijde te kunnen schuiven. Ik vind dat fundamenteel verkeerd. Ik hoop dat D66 daarin echt een andere koers gaat varen. We zijn het inderdaad op heel veel punten oneens met elkaar, maar ik denk dat we het aan de kiezer verplicht zijn om waar we elkaar wel kunnen vinden, de samenwerking op te zoeken. Laat dat dan mijn oproep zijn aan D66, voor nu.
De heer Oosterhuis (D66):
Structurele samenwerking zie ik niet zitten, denk ik. Als er een motie is waar ik het mee eens ben, dan steun ik die gewoon. Ik ben hier altijd heel helder over geweest. Ik ga echt niet mee in de omvolkingstheorieën die partijen aanhangen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik ga nog even door op het antwoord dat de heer Oosterhuis gaf aan collega Flach over het vinden van meerderheden. Nou is mijn vraag aan de heer Oosterhuis: schiet zijn antwoord toch niet tekort? Deze coalitie heeft namelijk een coalitieakkoord gebouwd als ware het kabinet een meerderheidskabinet, met een financiële tabel die leidend is en met nota bene een aantal maatregelen waarmee het minderheidskabinet zich het niet makkelijk heeft gemaakt. Vervolgens gaan de ministers aan de slag in het korset van de financiële tabel. Als zij binnen hun begroting misschien een bepaalde afspraak even on hold zetten, dan moeten ze dat ergens anders binnen hun begroting opgelost krijgen. Ergo, dit is de oude werkwijze en die gaat uiteindelijk vastlopen. Want waarom zou een partij in de polder of een partij in deze Kamer meegaan in het korset dat deze coalitie en het kabinet zichzelf hebben opgelegd?
De heer Oosterhuis (D66):
Volgens mij heeft de meerderheid van deze Kamer, namelijk alle oppositiepartijen, in een motie ook al duidelijk gemaakt dat ze zich niet gebonden voelt aan het financieel kader. Ik denk wel dat het Nederlandse begrotingsbeleid, het trendmatig begrotingsbeleid met een scheiding tussen inkomsten en uitgaven, heel waardevol is, dus dat we dat ook niet moeten laten lopen. Tegelijkertijd moeten we erkennen dat de begrotingsregels altijd hebben gesteund op een meerderheid in de Tweede Kamer, in ieder geval de coalitie. Op dit moment steunen ze op 66 zetels. Daarover zal de discussie richting Prinsjesdag dus ongetwijfeld worden gevoerd.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Het besef dat nu spreekt uit de woorden van de heer Oosterhuis was ook aanwezig bij de coalitieonderhandelingen, neem ik aan. Maar er wordt net gedaan alsof er een meerderheidscoalitie is en men laat een financiële tabel leidend zijn. Dan stel je je op als een boekhouder in plaats van als een bouwer aan een betere arbeidsmarkt, als een bouwer om Nederland qua vergunningverlening weer van het slot te krijgen. Dat mis ik. Het stuk dat D66 en het CDA samen hadden geschreven, zat nog niet in het korset van een financiële tabel. Nu is dat wel zo. Eigenlijk heb je een stap teruggezet en wordt het nog moeilijker om vooruit te komen. Is de financiële tabel niet onterecht leidend gemaakt? Had de visie op de toekomst van de arbeidsmarkt, op de zorg en op de sociale zekerheid niet leidend moeten zijn?
De heer Oosterhuis (D66):
Ik weet niet of ik de minister van Financiën volledig citeer als ik zeg dat hij het laatst had over "mensen boven de tabellen". Dat was in ieder geval in de context van het sociaal akkoord, toen het kabinet maatregelen voorlopig van tafel heeft gehaald en de AOW-verhoging heeft gestopt. Daar zie ik wel de beweging dat het korset misschien iets minder dwingend is en dat er iets ruimdenkender wordt nagedacht dan in een meerderheidscoalitie het geval is.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat gaan we dan horen van deze minister. Als er een hand wordt uitgestoken naar de polder, zijn tot nu toe iedere keer de laatste woorden: ja, maar we hebben wel een financiële opgave. Daaronder ligt besloten: ja, we moeten nou eenmaal meer aan defensie uitgeven, dus anderen zullen moeten bloeden. Ik ben zelf financieel degelijk genoeg om te snappen dat de rekeningen uiteindelijk betaald moeten worden. Het begint alleen wel met praten met elkaar, zonder een hypotheek op tafel: ja, maar het moet wel zoveel opleveren. Ik ben bang dat dit kabinet … Vorig jaar hadden we volgens de Rekenkamer het jaar van de stilstand. Dit jaar wordt het jaar van de achteruitgang als het kabinet op deze manier doorgaat met de financiële tabel als een korset, waar elke vakbewindspersoon, elke coalitiepartij, zich aan moet houden. Dan kom je echt nergens. Ik vrees dus echt dat dit helemaal gaat vastlopen en niet goed gaat. Daarom denk ik dat het antwoord aan collega Flach en aan mij tekortschiet.
De heer Oosterhuis (D66):
Dat zal de toekomst moeten uitwijzen. Zoals ik al zei, is er een overeenkomst tussen partijen met in totaal 66 zetels over hoe het financieel kader eruitziet. Dat telt nog niet op tot 76. Ik verwacht dus dat die discussie gevoerd gaat worden. Ik snap ook dat het kabinet niet in één keer alle discipline laat varen. Maar ik ken de heer Grinwis en ook andere Kamerleden inderdaad als mensen die zich ook bewust zijn van het belang van deugdelijke overheidsfinanciën.
De heer Vermeer (BBB):
Ik zie hier wel een duidelijke discrepantie tussen hoe de heer Oosterhuis van D66 zich uitspreekt en wat het kabinet tot nog toe zegt. Ik vat het maar even op als het belangrijkste nieuws van vandaag, namelijk dat D66 dus snapt dat niet alle discipline op de begrotingsregels houdbaar zal zijn in de onderhandelingen. Heb ik dat goed gehoord?
De heer Oosterhuis (D66):
Daarin gaat de heer Vermeer wel erg snel. Ik heb juist benadrukt dat ik begrotingsdiscipline en het belang van houdbare overheidsfinanciën wel degelijk belangrijk vind. Ik constateerde alleen ook dat er een meerderheid is in de Kamer die heeft gezegd: wij zijn het niet eens met het financieel kader van het kabinet. Ja, dat gesprek moet gevoerd worden.
De heer Vermeer (BBB):
Maar is de heer Oosterhuis dan bereid daarop te bewegen? Een gesprek zonder beweging heeft natuurlijk geen enkele zin.
De heer Oosterhuis (D66):
Wat mij betreft begint dat bij het kabinet. Ik sta ook voor de afspraken die wij met z'n drieën hebben gemaakt. Maar het zal onontkoombaar zijn dat er enige beweging nodig is om tot meerderheden te komen, volgens mij. Ik denk dat dat een realiteit is waar niemand omheen kan.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Vermeer (BBB):
Mijn slotvraag: wat vindt de heer Oosterhuis? Wie moet er contact zoeken met de oppositie? Moet het kabinet dat doen om te komen tot oplossingen richting Prinsjesdag of moet de coalitie hier in de Kamer dat doen?
De heer Oosterhuis (D66):
Wat mij betreft is het ook nu zo dat de regering regeert. Ik vind dus echt dat het voortouw bij het kabinet ligt.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik wil hier toch nog even op doorgaan. Ik vind het wisselende signalen. Erkent D66 dat het regeerakkoord moet worden opengebroken om steun te krijgen van een meerderheid?
De heer Oosterhuis (D66):
Dat is meteen een frame. Om meerderheden te vergaren, zal het kabinet de plannen ongetwijfeld moeten aanpassen.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dat is weer een half antwoord. Is het ja of nee? Volgens mij is dat precies de vraag die voorligt. Er is geen steun voor … Tony van Dijck zegt: ja. Dat is fijn. Wat vindt de heer Oosterhuis? Inderdaad, wat er nu ligt, heeft geen steun. Ik hoor steeds wisselende signalen. De SGP geeft het terecht aan. Ook de ChristenUnie geeft het aan. De BBB geeft het aan. Wij willen ook graag weten: is D66 bereid om het regeerakkoord open te breken, ja of nee?
De heer Oosterhuis (D66):
Volgens mij zijn we met z'n allen op zoek naar hoe dit werkt, want we zitten in een nieuwe situatie, waarin het voor coalitiepartijen, voor het kabinet, voor de oppositie en zelfs voor media, merk ik, nog wel even wennen is hoe deze samenwerking in de praktijk uitpakt. Het lijkt mij evident en het is een feit dat als er partijen zijn die met 66 zetels een kabinet hebben gesteund en daar meerderheden voor zoeken, die plannen op een zeker moment ook aanpassing nodig hebben om tot steun te komen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Tot slot. We gaan het zien de komende weken. Ik vind de signalen tot nu toe erg wisselend en ook inderdaad afhankelijk van welke coalitiepartij je het vraagt. Ik hou mijn hart vast.
De heer Vermeer (BBB):
Toch nog een reactie hierop. De heer Oosterhuis zegt: we zitten in een nieuwe situatie. Dat zitten we helemaal niet. Ook het afgelopen kabinet kon niet stoelen op een meerderheid in zowel de Eerste als Tweede Kamer. In de Tweede Kamer was die meerderheid er wel, maar in de Eerste Kamer niet. De heer Oosterhuis was daar niet bij, maar D66 was toen onderdeel van de oppositie en weet precies hoe het voelt om in de situatie te zitten waarin wij nu zitten. Ik doel dan vooral op een situatie waarin er eigenlijk ook geen contact is tussen de partijen. Hoe kijkt de heer Oosterhuis daarnaar?
De heer Oosterhuis (D66):
Ik heb zelfs op de achtergrond het kabinet-Rutte II meegemaakt, waarbij er geen meerderheid was in de Eerste Kamer. Dat heeft tot aanpassing geleid. Dat contact is ook goed geweest. Ik denk dat het heel verstandig is dat het kabinet contact zoekt. Volgens mij gaat het kabinet ook langs. Ik meen dat zelfs het duo dat hier nu bij ons zit, een ronde maakt of heeft gemaakt. Ik denk dat het belangrijk is dat het kabinet naar steun gaat zoeken. Ik denk ook dat het belangrijk is dat partijen die niet tot de coalitie behoren duidelijk zijn in welke aanpassingen zij verlangen. Dan gaan we dat gesprek richting Prinsjesdag en richting de begroting met elkaar hebben.
De heer Vermeer (BBB):
Als er al een ronde gemaakt is, dan is die niet compleet gemaakt, maar dat terzijde. Ik zou graag van de heer Oosterhuis willen weten welk advies hij vanuit zijn eigen ervaring als lid van een oppositiepartij heeft voor het kabinet over hoe het kabinet dat aan zou moeten pakken.
De heer Oosterhuis (D66):
Ga actief naar de Kamer, zoek steun, ga heel veel kopjes koffie drinken en zoek actief naar die verbinding met de Kamer.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Vermeer (BBB):
Het enige wat ik daar nog in mis, is de eindregel: zorg ervoor dat je ook ruimte hebt om te onderhandelen en zeg niet bij voorbaat dat precies dát geld opgehaald moet worden dat voorligt. Vindt de heer Oosterhuis dat ook een goede tip?
De heer Oosterhuis (D66):
Ik denk dat er zeker ruimte moet zijn om te onderhandelen. Ik merk wel dat de heer Vermeer heel erg op zoek is naar het openzetten van alle financiële sluizen om maar uit te geven en dat vind ik niet zo verstandig.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Ik heb dat wat de heer Oosterhuis heeft gezegd allemaal even aangehoord. Hij heeft het over doelen die niet gehaald worden en noem maar op. Maar wat hij zich als D66'er zou moeten aantrekken, is dat het vertrouwen in dit kabinet historisch laag is na 100 dagen. Dat weet hij ook. Mijn vraag aan de heer Oosterhuis is: waarom denkt u dat het vertrouwen in dit kabinet bij de burgers zo laag is?
De heer Oosterhuis (D66):
Mijn analyse met betrekking tot het lage vertrouwen in de politiek, niet zozeer het lage vertrouwen in dit kabinet, is dat dit komt doordat er te lang stilstand is, doelen niet bereikt worden en partijen ook niet waarmaken wat ze zeggen. Ik denk dan ook aan partijen die voor strenger migratiebeleid zeggen te zijn, maar daar dan toch hun steun voor intrekken. Op die manier komen we niet tot iets. Ik denk dat dat het vertrouwen in de politiek schaadt.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Dus u denkt dat de bevolking na 100 dagen het vertrouwen kwijt is in dit kabinet, want dat kwam duidelijk uit het onderzoek, omdat ze de doelen niet halen op stikstof, op klimaat, op asiel? Denkt u dat werkelijk? Of denkt u dat de bevolking denkt: ik kan mijn rekeningen niet betalen, de benzineprijs is skyhigh, er komen elke week duizend asielzoekers binnen en het kabinet zit op zijn handen, doet niets en is alleen maar bezig met het opvangen van die asielzoekers, maar de instroom gaat gewoon door. Denkt u niet dat er frustratie is bij de mensen, die elke week zien dat er duizend mensen binnenkomen uit Afrika en Azië en noem maar op, en we niets doen? Denkt u niet dat de boodschappen ... Ik weet niet of u weleens boodschappen gaat doen, maar de prijzen zijn belachelijk! Ik betaalde gisteren nog voor 300 gram rundergehakt €6 bij Albert Heijn. €6 voor 300 gram! Gehakt! En het kabinet doet niets! Sterker nog, ik lees vandaag dat de koopkracht volgend jaar verder achteruitgaat, met 0,7% volgens de Rabo. Zou dit kabinet op dat punt niet moeten leveren?
De voorzitter:
Ik denk niks, want u spreekt via de voorzitter. U doelt waarschijnlijk op meneer Oosterhuis.
De heer Oosterhuis (D66):
Ik zit mij af te vragen bij welke Albert Heijn de heer Van Dijck boodschappen doet, want bij mij is het rundergehakt echt nog iets goedkoper. Ik denk dat de frustratie van mensen vele oorzaken heeft, maar ik denk in den brede dat wij hier te lang met z'n allen niet in staat zijn geweest om tot oplossingen te komen voor problemen die mensen ervaren. Ik hoop dat we dat met elkaar kunnen doorbreken en dat we daartoe de samenwerking met elkaar opzoeken.
De voorzitter:
Iets korter dan zojuist, meneer Van Dijck.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Iets korter dan. Resumerend: in uw inbreng hebt u niet één keer het woord "burger" genoemd, niet één keer het woord "koopkracht" en niet één keer het woord "asiel". U bent helemaal losgeslagen van de problemen van de mensen in dit land! U bent bezig met klimaat en stikstof en allemaal andere onzin, maar wat leeft bij de mensen thuis, dat bent u helemaal vergeten. Ga eens praten met die mensen!
De voorzitter:
Weer doelt u, hoop ik, op de heer Oosterhuis.
De heer Oosterhuis (D66):
Ik denk dat de heer Van Dijck onderschat wat het oplossen van dit soort problemen daadwerkelijk doet voor mensen, dat het oplossen van de stikstofproblematiek betekent dat we makkelijker huizen kunnen gaan bouwen voor mensen. We hebben te lang nagelaten om die moeilijke langetermijnbeslissingen te nemen, waardoor mensen nu acuut problemen ervaren.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik denk dat de heer Oosterhuis er wel gelijk in heeft dat het wennen is met een minderheidskabinet, niet alleen aan de kant van de coalitie. Wij moeten vanuit de oppositie toch iets meer toegefelijk zijn, wij moeten meer kansen zien. Ik denk dat de frustratie van veel van mijn collega's die hier net waren, 'm ligt in het feit dat we niet zo goed inzichtelijk hebben waar die kansen precies liggen. Dat komt doordat het financiële kader van de coalitie tot op de komma als door een meerderheidskabinet is doorgerekend. Mijn vraag aan D66 is: u heeft het over doelen en zegt dat die doelen gehaald moeten worden — we need to step it up — maar welke doelen zijn voor D66 dan heilig, en waar liggen dan die kansen voor de oppositie?
De heer Oosterhuis (D66):
Ik vind het een terechte vraag van de heer Hoogeveen. Ik kan u in ieder geval aangeven welke onderwerpen voor mijn partij heel belangrijk zijn, namelijk dat we het woningtekort gaan oplossen, dat we investeren in onderwijs, in innovatie, dat we het klimaatprobleem grondig aanpakken en dat we eindelijk eens een keer de stikstofcrisis oplossen. Ik denk dat dat belangrijke prioriteiten zijn voor mijn fractie.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dan haak ik daarop aan, want ik hoorde de heer Oosterhuis net ook zeggen: die klimaatdoelen, 2030, 2040, dat wordt een moeilijk verhaal. Dan is de vraag vanuit mijn fractie: kijkt D66 nog heel rigide naar die dogmatische klimaatdoelen of is er ruimte voor onderhandelingen?
De heer Oosterhuis (D66):
Die onderhandeling zit er wat mij betreft in dat we richting 2040 waarschijnlijk meer zullen moeten doen om dat doel te halen en dat ik dat doel heel belangrijk vind, niet alleen vanwege de CO2-uitstoot, maar ook vanwege de onafhankelijkheid van andere landen en vanwege het louter economische feit waar ik het zojuist met de heer Markuszower over had, namelijk dat de kosten van niets doen in the end hoger zijn dan de kosten van aanpakken.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Tony van Dijck voor zijn inbreng namens de PVV in de eerste termijn.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Voorzitter, dank u wel. Gehaktdag 2025. Ik heb net al verteld hoe duur een pondje gehakt is, dus het is een toepasselijke naam. 2025 was een relatief rustig jaar, ondanks alle politieke strubbelingen in financieel-economisch opzicht.
De voorzitter:
U heeft nog wel een interruptie, over het gehakt misschien, van de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
De heer Van Dijck valt toch wel een beetje door de mand. Hij blijkt toch wel een hele elitaire koper te zijn, want die 300 gram gehakt bij de Albert Heijn gaat om biologisch gehakt, dat ook nog eens van niet-EU-oorsprong is. Ik zou dus toch nog eens een keer goed kijken met de Bonuskaart in de hand. Er is ook gewoon goedkoper, Nederlands gehakt voor de gewone man verkrijgbaar.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Het was niet biologisch; dat weet ik zeker. Ik heb het gisteravond zelf in mijn hand gehad. Ik heb het teruggelegd en ik heb gekozen voor half-om-half. Rundergehakt is niet meer te betalen.
De heer Flach (SGP):
Er wordt massaal gefactcheckt achter me op de site van Albert Heijn. Dit klopt gewoon niet. Misschien had u moeten wachten tot woensdag; dan is het normaal gesproken gehaktdag. Maar dit klopt in ieder geval niet.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Echt wel.
De voorzitter:
Meneer Hoogeveen, ook over het gehakt?
De heer Hoogeveen (JA21):
Ja, ook over het gehakt. Pleit de heer Tony van Dijck dan toch voor bijvoorbeeld meer vrijhandelsakkoorden? Dan wordt namelijk het gehakt van buiten de EU ook goedkoper. Dat scheelt ook in de inflatie.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Nee, zeker. Nogmaals, we zijn voor de boeren en we zijn ook voor handel. Als de prijzen omlaaggaan, dan hebt u ons altijd aan uw zijde, want de burger, de consumptie en de koopkracht zijn bij ons in goede handen.
Voorzitter. De economie groeide vorig jaar met 1,8% boven het EU-gemiddelde. De consumptie, de bedrijfsinvesteringen en de winsten lieten allemaal weer wat groei zien na jaren van stagnatie. Ook de lonen stegen voor het tweede jaar met 5% fors, met een mooie koopkrachtplus van 1,5% tot gevolg. Nog nooit werkten er zo veel mensen als vorig jaar. Hoe anders is het dit jaar. Na 100 dagen Jetten is de onrust weer aangewakkerd. Hoge inflatie, lage economische groei en stijgende rentes liggen in het verschiet. Er wordt zelfs gesproken over stagflatie. Welke scenario's heeft deze minister van Financiën klaarliggen indien we in een recessie terechtkomen met hyperinflatie? Want daar stevenen we op af. Dan verhoogt dit kabinet ook nog eens een keer de belastingen. De Rabobank, zo lazen we vandaag in De Telegraaf, heeft berekend dat we er volgend jaar in koopkracht met 0,7% op achteruitgaan.
De heer Van der Maas (VVD):
U stapt heel makkelijk over 2025 heen. U noemt drie zinnen.
De voorzitter:
Ook u spreekt via de voorzitter.
De heer Van der Maas (VVD):
Via de voorzitter dan. De heer Van Dijck spreekt over 2025 in slechts een paar zinnen. Daarna is het afgelopen en wordt heel snel het kabinet de maat genomen. Hoe reflecteert u zelf op uw rol in 2025 en het feit dat u — via de voorzitter, uiteraard — nu precies een jaar geleden het kabinet heeft verlaten?
De heer Tony van Dijck (PVV):
Ja, dat klopt. Zoals ik zei: 2025 was helemaal niet zo'n slecht jaar als de Rekenkamer ons wil doen geloven. De cijfers stonden allemaal in het groen, in tegenstelling tot dit jaar, want het neigt weleens naar donkerrood. Vorig jaar zijn wij inderdaad gestopt met het kabinet, omdat het gewoon een doodlopende weg was. Dat weet u zelf ook. Er worden nog steeds, tot de dag vandaag, elke week 1.000 asielzoekers in dit land binnengelaten. Dat moet stoppen. Die grenzen moeten dicht. We zagen dat dat niet ging gebeuren en we zagen dat in die coalitie nog steeds elke week 1.000 asielzoekers binnenkwamen. Toen hebben we lef getoond door te zeggen: we gaan terug naar de kiezer, want dit accepteren wij niet als PVV.
De heer Van der Maas (VVD):
Ik denk dat de goede resultaten van vorig jaar vooral te maken hadden met het laatste gedeelte van dat jaar, zeven maanden een demissionair kabinet waarin de VVD haar bestuurlijke verantwoordelijkheid nam, en dat daarom inderdaad hele goede resultaten zijn gehaald. U legde net de bal bij de asielstroom. Vervolgens heeft u tegengestemd. Legt u daar eens verantwoording over af richting het Nederlandse volk, alstublieft, via de voorzitter, om gewoon even te begrijpen wat hier nou gebeurd is: eerst weggaan om dan vervolgens tegen te stemmen.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Volgens mij hebben wij voor allebei de asielwetten gestemd, dus ik weet niet waar u het over heeft. We hebben tegen de novelle gestemd, want die wilde de illegaliteit niet strafbaar maken en ook dat willen wij als PVV. Wij zijn dus heel consistent in ons stemgedrag. We zijn vóór de wetten, we hebben vóór de wetten gestemd en we hebben tégen het versoepelen van de illegaliteitsstrafbaarheidstelling gestemd in de novelle. Hoe helder wil je het hebben?
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van der Maas (VVD):
Dat betekent dus dat door uw stemgedrag die wetten er vervolgens niet doorheen kwamen. U kunt zich dan wel verschuilen achter ...
De voorzitter:
Dan kan "de heer Van Dijck" zich wel verschuilen.
De heer Van der Maas (VVD):
Dank u. Dan kan de heer Van Dijck zich wel verschuilen achter dit stemgedrag, maar uiteindelijk is het dan wel zo dat die wetten er niet doorheen kwamen. En dat is best kwalijk.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Ik denk dat u dat uw coalitiepartner D66 kwalijk moet nemen, want volgens mij hebben die tegen alles gestemd, terwijl ze de kiezers beloofd hebben dat ze een strengere asielinstroom zouden realiseren. Maar dat gebeurde dus niet. U moet dus niet bij ons zijn. U had die interruptie net bij de heer Oosterhuis moeten plegen.
Voorzitter. Waar was ik? Het gaat dus allemaal de verkeerde kant op. Die koopkracht, dat kleine plusje, slaat om in een dikke min volgend jaar. En het rommelt dus aan alle kanten. We zien overal demonstraties tegen azc's. De vakbonden bereiden grootschalige stakingen voor. De prijzen stijgen verder, naar recordhoogtes. Boodschappen, de energierekening, benzine: het wordt allemaal onbetaalbaar. En het geduld is gewoon op bij veel mensen. Maar er moeten nog zo veel zaken worden opgelost, en dat gebeurt maar niet. Neem nou de woningmarkt. Die is en blijft een zorgenkindje, met een tekort van 400.000 woningen en veel te hoge woonlasten. Huurders besteden 27% van hun inkomen aan wonen. Dan helpt het niet om elke week — ik zei het al — 1.000 asielzoekers binnen te laten, want die moeten ook allemaal wonen. Alleen al de opvang kostte ons vorig jaar 7,6 miljard euro. Dit moet stoppen! Als we dit lek niet dichten, dan wordt dat onze ondergang, zowel financieel als cultureel. Maar dit kabinet kijkt weg.
Ook de oorlog in Oekraïne dendert maar door. Vorig jaar kostte deze oorlog de Nederlandse belastingbetaler maar liefst 8,5 miljard, oftewel €1.000 per gezin. De mensen kunnen hun rekeningen en boodschappen niet betalen, en dit kabinet geeft hun €1.000 weg aan Oekraïne, terwijl andere lidstaten nauwelijks over de brug komen. Wat geeft Spanje? Wat geeft Italië? Die geven nauwelijks iets. Nederland moet dan weer zo nodig het royaalste jongetje van de Europese klas zijn.
Dan de energievoorziening. We lazen het gisteren ook in de krant: de energievoorziening, het net, is één grote puinhoop. Mensen, hele wijken, krijgen geen stroom. Duizenden huishoudens wachten op een stroomaansluiting. Eerst moesten we allemaal van het gas af, en nu blijkt er geen stroom te zijn, dankzij de heer Jetten, die dat heeft bepleit. Waarom wordt er niet begonnen met de bouw van kerncentrales? Het geld is er, de locatie is er, dus stop met dralen en begin met bouwen. Dat is mijn oproep.
Tot slot, voorzitter, het aantal ambtenaren. Weer gegroeid, met 3.000 ambtenaren. We zitten nu op 168.000 rijksambtenaren; een kwart meer dan acht jaar geleden. Elk jaar zeggen we "dat moet minder, minder, minder", maar het worden er elk jaar meer. Hoe kan dat, vraag ik. Wanneer gaat nou eindelijk eens een keer het mes in dat ambtenarenapparaat? De PVV stelt voor om een ambtenarenstop in te stellen voor de Rijksoverheid, want ook dit moet stoppen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat broodje gehakt van de heer Van Dijck bleek een broodje aap te zijn, of een broodje biologisch gehakt, maar hier is ook wel wat aan de hand. De heer Van Dijck en zijn partij zeggen dat het aantal ambtenaren met 22% is gegroeid en spreken in een coalitieakkoord af dat het met 22% moet afnemen. Nou, prachtig. Vervolgens wordt er een taakstelling, een bezuiniging, opgeschreven van 1 miljard euro. En wat laat de PVV-fractie gebeuren? Dat het kabinet louter op die 1 miljard gaat sturen, en niet op het aantal ambtenaren en niet op het aantal taken. Dan is er toch iets grondig fout gegaan in hoe je zo'n afspraak maakt en implementeert?
De heer Tony van Dijck (PVV):
Nou, die 1 miljard kan ik me nog goed herinneren. Dat was een ingroeipad: we groeiden toe naar die 1 miljard. Het was niet: in het ene jaar of het andere moet er 1 miljard gerealiseerd worden. Maar inderdaad, het vorige kabinet heeft ook aangestuurd op minder ambtenaren. En het kabinet daarvóór ook, en het kabinet dáárvoor ook. Dus, met andere woorden: we zijn het hier allemaal, dus collectief, erover eens dat het aantal ambtenaren niet mag groeien en dus naar beneden moet, en we zien elk jaar dat dat weer groeit en groeit en groeit. 30.000 ambtenaren in drie jaar tijd zijn erbij gekomen. Ik weet niet waar u mee bezig bent, maar aan ons ligt het niet.
De voorzitter:
Waar de heer Grinwis mee bezig is.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Laten we de voorzitter hier niet te veel betichten van van alles en nog wat.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik vind het echt ongelofelijk van meneer Van Dijck. Het vorige kabinet, en dus ook de heer Van Dijck, is gewaarschuwd. Je neemt een taakstelling, een bezuiniging, van 1 miljard op en je legt die bij de minister van Binnenlandse Zaken. Die gaat dat vervolgens louter en alleen verdelen over de ministeries met het idee: dit ministerie moet zo veel bezuinigen en dat ministerie zo veel. Er wordt niet echt een aanpak gepresenteerd waarbij ieder ministerie op z'n kop wordt gehouden en waarbij wordt gekeken hoeveel ambtenaren er ieder jaar uit moeten. Op die manier gaat het gewoon niet gebeuren. Dan sneuvelt er misschien links of rechts een zomerbarbecue en worden er iets minder punaises ingekocht, maar er gaan geen ambtenaren uit. In het kabinet-Balkenende IV hadden we bijvoorbeeld ook het voornemen van minder ambtenaren. Toen is er een programmasecretaris-generaal, Roel Bekker, aangesteld. Hij ging net zolang boven op die ministeries zitten tot er ambtenaren werden uitgeperst. Dat hebben we gemist.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Het is terecht wat u zegt. Laten we daarvan leren en laten we dit kabinet oproepen om die ambtenaren op z'n kop te houden en te kijken hoeveel eruit vallen. Met andere woorden, we moeten niet sturen op euro's, maar op mensen. Daar ben ik het helemaal mee eens, vandaar ook mijn personeelsstop.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Natuurlijk met alle waardering voor ambtenaren, maar dan zijn de heer Van Dijck en ik het toch nog eens geworden in deze interruptie.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Daarom, kijk.
De voorzitter:
Was u ook aan het einde van uw termijn?
De heer Tony van Dijck (PVV):
Nee, nog lang niet.
De voorzitter:
O! Dan vervolgt u.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Ik heb nog een aantal vragen, aan de minister van Financiën met name. Hoe staat het met de coronagelden, die 5,4 miljard uit Brussel? Is dat nu opgelost of zitten we daar nog steeds op te wachten? De geraamde 3,4 miljard aan verwachte accijnsinkomsten op tabak blijkt nu 2,5 miljard te zijn; dat is een tegenvaller van bijna 1 miljard euro op tabaksaccijns. Ik vraag aan deze minister: zou het dan misschien toch komen doordat half Nederland in Duitsland z'n sigaretten koopt? Of denkt hij nog steeds naïef dat een derde van Nederland gestopt is met roken? Wanneer gaat dit domme beleid stoppen, is mijn vraag.
We zien ook andere tegenvallers: bij de bpm -656 miljoen, bij de kansspelbelasting -256 miljoen. Dit is een patroon aan het worden. De minister rekent zichzelf rijk door de belastingen en de accijnzen te verhogen, maar achteraf blijkt dat er niet meer, maar minder belasting wordt opgehaald. Het resultaat is dat bedrijven hun deuren sluiten en dat consumenten naar het buitenland of in de illegaliteit vluchten. Mensen pikken het niet meer dat de belastingen verder worden verhoogd. Volgens mij zitten we allang op de piek van de bekende Laffercurve. Ik zeg dus tegen de minister van Financiën: wees slim en verlaag de belastingen. Verhogen levert namelijk minder op dan verlagen.
Tot slot wil ik het nog hebben over de recent ontdekte fraudezaak bij de Belastingdienst. Ik had eigenlijk gehoopt dat de staatssecretaris van Financiën er ook zou zijn. We worden weer belazerd door de Bulgaren, voor 7 miljoen deze keer. En wat doet deze staatssecretaris? Niets. Hij schrijft in een brief dat hij niet genoeg handhavingscapaciteit heeft en dat hij niet kan reageren op incidenten. Het moet toch niet gekker worden? Elke fraude is er één te veel. Is dit het topje van de ijsberg? Hoeveel wordt er wel niet gefraudeerd in Nederland met toeslagen, box 3, de btw, de btw-carrousel, crypto's, faillissementen, turboliquidaties en noem maar op? Volgens mij is Nederland van een belastingparadijs nu een fraudeparadijs geworden.
Ook deze Kamer vindt het niet belangrijk. Toen ik twee weken geleden vroeg om een debat over de Bulgarenfraude bleef het muisstil in dit huis. Dat was in 2013 nog wel anders. Toen moest Frans Weekers zelfs aftreden om de Bulgarenfraude met toeslagen. Dat ging over een kleiner bedrag dan waar we het nu over hebben. Ik stel voor: laten we daar nog een keer over debatteren.
De heer Flach (SGP):
De SGP vond het een goed idee om daarover te debatteren. Ik heb het net ook nog genoemd in het debat over arbeidsmigratie dat hiervoor was. Maar dit is toch wel een beetje in strijd met de eerdere oproep tot een ambtenarenstop. Als de staatssecretaris aangeeft dat hij geen handhavingscapaciteit heeft, dan kun je dat alleen maar oplossen door meer mensen aan te nemen. Is het dan wel zo logisch om die ambtenarenstop door te voeren en daarmee eigenlijk een soort algemeen cordon te leggen om de ambtelijke organisatie?
De heer Tony van Dijck (PVV):
Natuurlijk zullen er in de hele Rijksoverheid bepaalde area's zijn waarin meer ambtenaren noodzakelijk zijn, maar er zijn ook heel grote delen van de Rijksoverheid waar het gaat met minder ambtenaren. Het gaat om het saldo en het saldo moet wat ons betreft gewoon omlaag.
De heer Flach (SGP):
Eerder was de heer Van Dijck het al eens met de ChristenUnie, maar nu dus ook met de SGP. Ook wij vinden dat het totaalaantal ambtenaren mag afnemen, maar dat zou wel een intelligente ambtenarenstop moeten zijn. Bij de IND worden nu nog steeds massaal mensen aangenomen. Dat vinden wij goed. Ook op het aanpakken van fraude en dat soort zaken moet je niet willen bezuinigen. Maar wellicht kan het bij andere, voor ons minder belangrijke beleidszaken, wel minder. Daarin vindt u dan de SGP ook aan uw zijde.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Nou, dat zijn er al twee. Wie volgt?
De voorzitter:
De dag is nog lang. Dank u wel, meneer Van Dijck.
Dan zijn we aanbeland bij een heugelijk moment. Dat betreft de maidenspeech van de heer Van der Maas, die ik van harte uitnodig bij het spreekgestoelte voor zijn inbreng namens de fractie van de VVD. Ik wijs de leden erop dat er tijdens maidenspeeches niet wordt geïnterrumpeerd. Maar ik hoor nu dat de heer Van der Maas aangeeft dat interrupties wel worden geaccepteerd.
De heer Van der Maas (VVD):
Zo is het!
Hartelijk dank, voorzitter. Het is voor mij een enorme eer om hier te mogen staan als vertegenwoordiger van de Nederlanders en van de Nederlandse samenleving. Die eer is voor mij extra groot omdat de Nederlandse samenleving mijn leven ooit heeft gered. Dat klinkt heel groot, en voor mij is dat ook heel groot. Toen ik drie weken oud was, werd er bij mij namelijk een coarctatio aortae, een vernauwing van de hartslagader, geconstateerd. Dat was in die tijd — we spreken over 1968; zo oud ben ik — een dodelijke aandoening. Nog geen baby had dat ooit overleefd. Ik werd geboren in Leiden, bij oplettende en liefdevolle ouders, die mij direct naar het AZL, nu het LUMC, brachten. Daar stond het medisch team klaar, onder leiding van professor Brom. Zij begonnen aan een moeilijke en complexe operatie, maar door hun kunde en vaardigheden is die gelukt en heb ik dat overleefd. Moet je je voorstellen: dat is dus een baby die in de palm van je hand past. Dat medisch team gaat dan op zoek naar de hartslagader met de vernauwing, die vlak achter het hart zat, en daar word je dan aan geopereerd. Vervolgens, met de technieken uit de jaren zestig, overleef je dat. Als ik daaraan denk, vind ik dat nog steeds ongelofelijk.
Maar het was natuurlijk niet alleen dat medisch team dat mij gered heeft. Het was ook de rest van het personeel in het ziekenhuis. Het was de stad Leiden, die dat ziekenhuis had gebouwd. Het was ook de Nederlandse samenleving, want die had ervoor gezorgd dat het zorgsysteem was opgebouwd en dat de medische opleidingen zo goed waren. In essentie heb ik mijn leven dus te danken aan de Nederlandse samenleving. Dat geeft mij een enorm groot gevoel van dankbaarheid en ook een groot gevoel van verantwoordelijkheid om mijn uiterste best te doen, om mij met ziel en zaligheid in te zetten voor de Nederlandse samenleving.
Met die verantwoordelijkheid komt natuurlijk ook de noodzaak om verantwoording af te leggen. Dat zal ik dan ook doen, hopelijk over iets minder dan vier jaar, aan de Nederlandse kiezer. Maar vandaag zitten de minister van Financiën en de minister-president hier. Zij leggen verantwoording af over het jaar 2025. Dat is best een gekke figuur, want dit kabinet zat er toen niet; er zat een ander kabinet. Dat heeft de heer Van Dijck net al mooi aangeduid. Toch is het belangrijk om terug te kijken en te zien wat er gebeurd is: is het geld rechtmatig en doelmatig besteed? We moeten controleren en er lering uit trekken. Dat is wat we hier vandaag gaan doen. Daar begin ik nu dan ook aan, na dat persoonlijke feit.
Als eerste wil ik aandacht vragen voor de positieve dingen van 2025. De overheidsfinanciën waren echt op orde, met een begrotingstekort en een overheidsschuld die lager zijn dan verwacht. Ook de economische groei was in 2025 beter dan verwacht. Gegeven de onzekerheden en de uitdagingen was dat best een prestatie. Daarnaast namen de arbeidsparticipatie en arbeidsproductiviteit toe en zaten er minder mensen in armoede. Er waren toenemende investeringen in defensie, zodat we weerbaarder worden. De steun aan Oekraïne om te helpen de Russische agressie te weerstaan, of in ieder geval te bestrijden, duurde voort. Dat is ook in ons belang. Er was ook nog een aanzienlijke lastenverlichting. Dat betekende dat Nederlanders meer te besteden hadden, dus dat was ook een heel goed gegeven. Zo zijn er nog wel meer dingen die we kunnen bespreken aan de positieve kant. Ik vind dat dat ook weleens benoemd mag worden in deze zaal.
Maar goed, er zijn uiteraard ook aandachtspunten. Het eerste punt betreft het stellen van concrete doelen in de begrotings- en verantwoordingsstukken. Ook daar hebben we het net over gehad. Ik dacht: moet ik interrumperen of wacht ik nog even? Ik wachtte even en doe het nu. Wat blijkt? De minister van Financiën heeft gisteren al bevestigd dat hij hard aan de slag is met de doelen en dat die terug gaan komen in de begrotingsstukken voor 2027. Die doelen zullen een vertaling zijn van de ambities uit het coalitieakkoord. Dan kunnen we inderdaad tijdens de volgende Verantwoordingsdag op een transparante manier bespreken of de doelen zijn gehaald door dit kabinet. Als die niet gehaald zijn, kunnen we daar de onderliggende reden van bespreken. Dan kunnen we ook bespreken wat er nog gedaan moet worden om die te halen. Ik dring er toch ook op aan dat als die doelen wel zijn gehaald, we dat best een keer als succes mogen vieren. We mogen ook weleens zeggen: jongens, we doen het best wel goed soms. Nogmaals, dat is iets wat wat mij betreft te weinig gebeurt in deze Kamer.
Een ander punt is de terugkerende kwestie van de onderuitputting. We zien dat die in 2025 lager was dan in 2024. Dat is echt een stap in de goede richting, maar het kan nog beter. De oorzaak is dat verschillende ministeries onrealistisch ramen en overprogrammeren. Het gevolg is dat er geld gereserveerd staat dat niet uitgegeven wordt zoals het bedoeld is. Dat blijft problematisch. Het staat bijvoorbeeld investeringen in de weg en ook het uitvoeren van andere belangrijke plannen. Graag vraag ik hoe de aanbevelingen van de Expertgroep realistisch ramen verder opgevolgd worden. Ook wil ik graag weten wat vak K doet om de verschillende ministeries aan te spreken op de onderuitputting.
Ik zeg er wel bij dat het mijn indruk is dat die onderuitputting voor een groot deel ook te wijten is aan te ambitieuze en te onrealistische moties en plannen uit de Kamer. Wat de VVD betreft moet de Kamer daar wel lessen uit trekken. Ik denk dan ook dat het goed is als alle partijen in de Kamer hun voorstellen toetsen aan tijdige uitvoerbaarheid.
Dan de kwestie van de omvang van de overheid. Daar hebben we het net over gehad. Het was onderwerp van een initiatiefnota van vorig jaar van voormalig VVD-Kamerlid, nu staatssecretaris, Erkens. Het doel was het aantal ambtenaren met 22% te verminderen, maar helaas is dat niet gelukt. Sterker nog, het aantal ambtenaren is juist toegenomen. De aanpak van het kabinet schoot in 2025 dus tekort. Om het op een andere manier te zeggen: de BMI van de overheid steeg verder richting obesitas en het dieet heeft niet gewerkt. Graag wil ik weten wat er in 2025 concreet is gedaan om de doelstelling te halen en waarom dat niet heeft gewerkt. Ik wil weten hoe het staat met de rijksbrede taakstelling uit het coalitieakkoord voor een minder omvangrijk ambtenarenapparaat. Is het helder en duidelijk welke bijdrage ieder departement moet leveren, en ook hoe dat gemonitord gaat worden?
Tot slot, voorzitter, vraag ik aandacht voor de door de Algemene Rekenkamer geconstateerde onvolkomenheden. Wat ons betreft moet het in de huidige geopolitieke onrust niet mogelijk zijn dat onbevoegden Defensieterreinen binnen kunnen dringen. Ook zijn de te lange doorlooptijden in het strafrecht onacceptabel. Verdachten of veroordeelden lopen daardoor onterecht vrij rond. Dat vergroot de gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Daarnaast is het niet halen van de beslistermijnen bij de IND de VVD een doorn in het oog. Dat moet snel worden opgelost.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Complimenten. Dit is een mooi en zelfs prachtig begin. Fijn dat u hier staat. Zeker een woord van dank aan onze gezondheidszorg.
De VVD maakte een belangrijk punt. Wij hier in deze Kamer maken het met moties en amendementen onszelf en zeker de uitvoering best lastig. Nu is er een vraag gekomen, ook vanuit de uitvoeringsorganisaties, of het niet wenselijk zou zijn om een snelle uitvoeringstoets te hebben op moties en amendementen. Hoe kijkt de VVD hiertegen aan?
De heer Van der Maas (VVD):
Hartelijk dank voor deze vraag. Als ik zeg dat er een toets uitgevoerd moet worden, is dat met het gevaar dat dat weer extra werk en inzet van ambtenaren betekent. Ik denk dat het toetsen op uitvoering en realiteit van de plannen die de Kamer lanceert een heel goed idee is.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik ben blij om dat te horen, omdat ik inderdaad denk dat de uitvoering daardoor beter is. Dat betekent alleen dat wij hier in de Kamer misschien in plaats van één week wachten, twee weken moeten wachten voordat we over de moties kunnen stemmen. Ik hoop dat de VVD 50PLUS zal steunen bij een voorzet om dit mogelijk te maken in de Kamer.
De heer Van der Maas (VVD):
Het zou mooi zijn als die toets door de fracties zelf gedaan wordt, voordat de motie ingediend wordt. Ik denk dat het daar begint. Iedere fractie moet daar haar verantwoordelijkheid voor nemen. Dan kunnen we daar vervolgens mee aan de slag.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Van der Maas (VVD):
Ik wil de minister-president graag vragen wat er gedaan wordt om de onvolkomenheden die genoemd staan in het rapport van de Algemene Rekenkamer op te lossen. Welke voortvarende en stevige plannen worden er gemaakt?
Ik sluit af met een optimistische observatie, namelijk dat Nederland wat mij betreft een schitterend mooi land is. Voor mij is er geen twijfel mogelijk: er is eigenlijk geen beter land dan het onze. Zoals ik al eerder zei, zal ik mij tot het uiterste inzetten om dat zo te houden en om Nederland nog verder te verbeteren. Ik hoop dat ik in deze Kamer met Kamerleden, maar ook met vak K, op een constructieve manier kan bekijken hoe we Nederland samen beter kunnen maken.
Dank u.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Welke drie dingen zijn nodig om Nederland zo mooi te houden?
De heer Van der Maas (VVD):
"Welke drie dingen zijn nodig om Nederland ..." Het is moeilijk om slechts drie dingen aan te wijzen en dat ga ik ook niet doen. Ik zou zeggen, kijk naar het coalitieakkoord. Daar staan hele mooie maatregelen in. Als we die uitvoeren, wordt Nederland gegarandeerd beter.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Oké. Dus u denkt dat als het coalitieakkoord wordt uitgevoerd, alle problemen van Nederland voorbij zijn, dat Nederland afkoerst op alleen maar positiviteit en dat het goed zal blijven gaan met Nederland?
De heer Van der Maas (VVD):
Ik ben heel blij met uw vraag. Er zullen altijd problemen blijven, want dat is nou eenmaal de essentie van de Nederlandse samenleving. Zolang wij hier in de Kamer en als kabinet daarop op een adequate manier anticiperen, dan ben ik ervan overtuigd dat we die problemen het hoofd kunnen bieden.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dat is een beetje het oude VVD-verhaal: Nederland is een prachtig land. Maar heel veel Nederlanders herkennen zich niet meer in dat beeld. Is de heer Van der Maas daarmee bekend? Deze week nog heeft er in een supermarkt een halve slachting plaatsgevonden. De ongebreidelde asielmigratie zorgt voor heel veel onrust. Koopkracht is een groot probleem. Ondernemers, de mensen die altijd op de VVD stemden, rennen het land uit. Ze willen hier niet meer wonen, want het klimaat is voor hen niet gunstig.
De heer Van der Maas (VVD):
Ik ontken zeker niet dat er dingen zijn die verbeterd moeten worden in Nederland en dat we onze schouders daaronder moeten zetten.
De voorzitter:
Meneer Grinwis.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Nee, ik wil nog iets over de maidenspeech zeggen. Ik wist niet dat het uw maidenspeech was, maar van harte gefeliciteerd.
De heer Van der Maas (VVD):
Hartelijk dank.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Excuus. Anders had ik niet geïnterrumpeerd. Van harte gefeliciteerd.
De voorzitter:
Dat is hoffelijk van u, meneer Markuszower. Volgens mij zijn ze geïncasseerd. Meneer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, eigenlijk heeft u het voorrecht om als eerste de felicitaties te mogen uitspreken.
De voorzitter:
Eigenlijk wel, ja, maar ja ...
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik zou u die kans eigenlijk nog wel willen geven, maar vooruit. Wel fijn dat de heer Van der Maas hier staat en dat hij ons deelgenoot heeft gemaakt van de dankbaarheid dat hij hier mag staan. Ik ben heel blij dat hij onze collega is. Aan het begin van zijn leven heeft hij onder zo'n grote druk gestaan dat het eigenlijk een wonder is dat het toen wel is gelukt.
Dat gezegd hebbende heb ik wel een vraag over een punt in zijn bijdrage. Collega Van der Maas maakt er een groot punt van. Wij spreken taakstellingen af met ambities om het aantal ambtenaren te laten afnemen. Dat heeft natuurlijk ook consequenties voor de taken die wij uitvoeren en voor de complexiteit van stelsels. Maar laten we even focussen op de aantallen. Dat wordt vervolgens omgezet in een budgettair bedrag en een budgettaire sturing. Er gaat dus iets mis, terwijl we in het verleden hebben laten zien — net in mijn interruptie op de heer Van Dijck heb ik de aanpak onder leiding van Roel Bekker genoemd — dat het wel kan. Wat vindt de heer Van der Maas daarvan? Heeft het kabinet gefaald? Hebben we het fout gedaan? Hadden we de aanpak van Roel Bekker moeten overnemen? Graag een reactie.
De heer Van der Maas (VVD):
Ik ken Roel Bekker niet, dus ik kan niet zeggen of hij zich daarmee bezig had moeten houden of niet. Ik kan wel zeggen dat deze taakstelling opgelegd werd in een tijd die politiek heel turbulent was. Misschien is er daardoor in 2025 minder aandacht voor geweest om die goed uit te voeren. Dat is heel goed mogelijk. Maar nu heb ik het kabinet de vraag gesteld wat we gaan doen om die nu wel te realiseren.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
In mijn bijdrage is dit ook een belangrijk punt. Ik heb een motie meegenomen voor de tweede termijn, maar ik kan me zo voorstellen dat de heer Van der Maas ook plannen heeft in die richting. Laten we dus kijken of we in de tweede termijn kunnen samenwerken.
Het vorige kabinet is hiervoor al gewaarschuwd: let op, als je louter stuurt op bedragen en je ieder departement gewoon vraagt het bedrag in te vullen en verder niks, zal er weinig veranderen. Dan gaat er een zomerbarbecue af en dan gaan er wat paperclips af, maar dan gaan er geen mensen uit, of in ieder geval veel te weinig. Hebben we daar niet een enorme kans gemist?
De heer Van der Maas (VVD):
Wat ik ook al zei in mijn bijdrage: het gaat om realistisch ramen. Dat betekent dat je goede doelen moet afspreken, zodat die doelen aansluiten op de resultaten die je wil bereiken. Ik denk dat we dit nu daadwerkelijk moeten gaan doen en dat dit de vorige keer niet helder genoeg is geweest. Het doel was toen niet voldoende afgestemd op het te bereiken resultaat.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Een iets ander punt — dat shanghaai ik er maar even in in mijn derde interruptie. Is het niet sowieso de makke van een financiële tabel als we die te belangrijk maken? Bedragen kunnen te veel leidend zijn in hoe we sturen op resultaten, waarbij er te weinig een visie of een idee achter zit. Als voorbeeld geef ik het beter laten functioneren van de arbeidsmarkt, om meer mensen in de toekomst de mogelijkheid te geven om langer te werken of weer te gaan werken. Werkgevers durven mensen die in de WIA zijn terechtgekomen en daar weer uit zouden kunnen, misschien niet aan te nemen omdat de risico's dat ze weer uitvallen zo groot zijn en de premies zo omhoogschieten. Hebben we dan niet het paard achter de wagen gespannen door het boekhouden, de tabel, zo dominant te maken? Daar missen we eigenlijk resultaten, bijvoorbeeld wat betreft het aantal ambtenaren.
De heer Van der Maas (VVD):
Cijfers zijn altijd de weerslag van de realiteit. Daar waar cijfers opgesteld worden, moeten die een vertaling zijn van hetgeen zich in de realiteit afspeelt of gaat afspelen. Ik denk dat je op die manier goed kan monitoren of je daadwerkelijk de doelen behaalt. Als we op die manier naar de cijfers kijken, dan is dat een tabel. Maar als er vervolgens iets wordt afgesproken over bijvoorbeeld hervormingen — die zijn nodig, want dat is de realiteit voor de toekomst die je probeert vorm te geven — moet je je daar wel aan houden. Dan moet je je goed realiseren dat als je aan die tabel gaat sleutelen, dat impact kan hebben voor de toekomst.
De voorzitter:
Dit was uw maidenspeech. Er mag geroffeld worden.
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Ik heb het genoegen om u niet meer als eerste, maar als derde alsnog te mogen feliciteren. Ik denk dat mevrouw Van Brenk en de heer Grinwis het heel mooi zeiden: wat fijn dat u hier staat. Ik denk dat ik dit zeg mede namens alle leden. Dank voor het delen van uw persoonlijke drijfveren in uw maidenspeech. Ik schors kort. U mag de felicitaties voor het rostrum in ontvangst nemen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de heer Hoogeveen voor zijn inbreng namens JA21 in eerste termijn.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u, voorzitter. Felicitaties aan de heer Van der Maas met zijn mooie maidenspeech. Een stukje dankbaarheid. Dat plaatst het ook in perspectief. Een stukje inhoud. Dat is ook plezierig. Het is überhaupt een inhoudelijk debat vandaag. Het zou mooi zijn als de NOS daar ook eens een liveblog van zou bijhouden. En we komen blijkbaar uit dezelfde wijk, de Leidse Merenwijk. Dat is dus ook leuk om te weten.
Voorzitter. De econoom Milton Friedman gaf ooit de volgende waarschuwing. Let bij de overheid op één ding boven alles: hoeveel zij uitgeeft. Dat is namelijk uiteindelijk de werkelijke belasting. Ook een begrotingstekort wordt door iemand betaald. Als dat niet gebeurt via hogere belastingen vandaag, gebeurt het via leningen morgen of via inflatie. De kern van verantwoording is dat de overheid niet alleen uitlegt hoeveel zij heeft uitgegeven, maar ook laat zien waarom zij dat geld beter kon besteden dan de burgers en ondernemers die het hebben opgebracht. Het oordeel over 2025 van de Algemene Rekenkamer is daarover niet mals, maar op het eerste gezicht lijken de cijfers mee te vallen. De inkomsten en uitgaven zijn grotendeels rechtmatig en kloppen. Het tekort en de schuld vielen lager uit dan geraamd. Dat is goed nieuws en het laat ook zien dat Nederland in essentie gewoon een heel degelijk, net land is.
Maar onder die gunstige koppen ligt een minder geruststellende werkelijkheid. De Rekenkamer houdt ons een ongemakkelijke spiegel voor. Veel kortetermijndoelen worden niet gehaald en veel langetermijndoelen raken uit zicht. De vraag die bij JA21 dan opkomt, is: stellen wij als politiek aan de overheid niet simpelweg te veel politieke wensdoelen tegelijk? Nemen wij niet te veel hooi op onze vork? Dat betekent niet dat doelen onbelangrijk zijn. Juist omtrent kerntaken moeten doelen helder en meetbaar zijn, maar dan moeten we wel durven te kiezen in wat die kerntaak is en wat de politieke ambitie is. De overheid wil klimaatdoelen halen, woningbouw versnellen, stikstof oplossen, migratie beheersen, veiligheid versterken, meer en betere zorg verlenen, koopkracht repareren, sectoren subsidiëren en tegelijkertijd moeten we ook kleiner worden.
De praktijk is natuurlijk anders. Er werken niet minder ambtenaren bij het Rijk, maar meer. De uitvoering loopt vast, beleidskeuzes worden uitgesteld en doelen worden niet gehaald. De Hoogrisicolijst van de Rekenkamer laat zien hoe breed de rekening van stilstand is. Juist daarom moeten wij als politiek leren kiezen. Begin bij onze veiligheid. Vrijwel de hele Kamer is het erover eens dat we onze krijgsmacht moeten versterken, maar juist dan moet wel iedere euro bijdragen aan meer slagkracht. In 2025 was volgens de Rekenkamer bij Defensie sprake van 4,4 miljard euro aan fouten en onzekerheden. Een groot deel daarvan hangt samen met inkopen en onvoldoende onderbouwde directe gunningen. Wat leert het kabinet van het Rekenkamerrapport? Hoe voorkomt het kabinet dat het draagvlak in de maatschappij voor noodzakelijke defensie-investeringen wordt ondermijnd?
Migratie. De Rekenkamer constateert dat de IND er gemiddeld twee jaar over doet om asielzoekers te screenen op signalen van terrorisme, terwijl de norm twee weken is. De doorlooptijden zijn fors opgelopen en de achterstanden bedragen meer dan 50.000 aanvragen. Mijn vraag aan het kabinet is: hoe kan die uitvoering ooit op orde komen als de instroom niet eerst onder controle wordt gebracht? Welke keuzes gaat het kabinet op korte termijn maken?
Voorzitter. Er zijn dus legio doelen waarvan JA21 zegt: matig, schrap of hervorm.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
De heer Hoogeveen gaf terecht aan dat het bij Defensie niet op orde is. Ik ben benieuwd hoe hij gekeken heeft naar de eerste reactie van de minister van Defensie op deze analyse van de Rekenkamer.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik vind dat we kritisch moeten gaan kijken naar het systeem dat we hebben ingesteld ten aanzien van Defensie. Er is een geopolitieke crisis, dus er moet snel gehandeld en geïnvesteerd worden, maar we moeten uiteindelijk ook kijken naar een degelijk en deugdelijk proces ten aanzien van de aanbesteding. Het feit dat nu uit het Rekenkamerrapport blijkt dat aanbestedingen niet altijd even goed worden doorlopen, dat er gunningen worden verleend, waar dan ook wel weer een middle man tussen zal zitten, die een commissie krijgt, daar zijn wij zeer kritisch op. Wij hopen dat daar vanuit het ministerie van Defensie verbetering in komt.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Eens. Deelt de heer Hoogeveen ook de oproep aan het kabinet om te zeggen: we gaan het hele rapport overnemen en daadwerkelijk kijken hoe we alle onvolkomenheden kunnen wegwerken in de komende jaren? Deelt hij die oproep aan het kabinet?
De heer Hoogeveen (JA21):
Jazeker, die oproep steun ik zeker, temeer om wat ik in mijn bijdrage ook al zei: het is een enorme opgave en er gaat veel belastinggeld naartoe. Dan is het alleen maar noodzakelijk dat we laten zien dat iedere euro bijdraagt aan meer slagkracht en dat we dat ook kunnen verantwoorden aan de maatschappij.
De heer Oosterhuis (D66):
De heer Hoogeveen zei net dat wat JA21 betreft legio doelen losgelaten kunnen worden. Zou hij kunnen specificeren welke doelen hij wil afschaffen of loslaten?
De heer Hoogeveen (JA21):
Die komen er nu aan!
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Hoogeveen (JA21):
Neem het klimaatbeleid. De CO2-reductie voor 2030 is met het huidige beleid buiten bereik. Dan kunnen, of moeten, we onszelf de vraag stellen: hoe erg is dat nou eigenlijk? Hoe wil het kabinet die onhaalbare doelen wel halen, zonder in de reflex te schieten van nog meer geld, nog meer fondsen, nog meer subsidies? Is het niet verstandiger om minder te sturen op papieren CO2-doelen en meer op energieonafhankelijkheid?
Bij zorg en sociale zekerheid ligt de grootste begrotingsopgave; samen vormen zij ruim de helft van onze collectieve uitgaven. Hervorming daarvan was daarom het financiële fundament onder het coalitieakkoord. Maar als het kabinet dat fundament steeds verder wegtrekt, werpt zich de vraag op: hoe gaan we de torenhoge opgaven en doelen die we onszelf hebben gesteld, dan wél betalen? Het CPB laat zien dat de overheidsschuld kan oplopen tot 137% van het bbp in 2060. Dat is de rekening van beloften zonder harde keuzes. Eén ding is zeker: op nog hogere belastingen zit niemand te wachten. Laten we ook eerlijk zijn over wat dat betekent: dan bewegen we richting landen als Frankrijk, waar de rentelasten op de staatsschuld inmiddels concurreren met de totale defensie-uitgaven. Dan betalen onze kinderen en kleinkinderen niet meer voor veiligheid, zorg of infrastructuur maar voor de schuldenlast van gisteren.
Daar komt nog iets bij. Niet alle risico's staan netjes als staatsschuld op de balans. De Rekenkamer laat zien dat de garanties van het Rijk in 2025 fors zijn toegenomen. Dat zijn geen directe uitgaven vandaag, maar het zijn wel verplichtingen die morgen bij de belastingbetaler kunnen landen. Denk aan nieuwe Europese instrumenten als SAFE. En dan hebben we het nog niet eens over de aankomende Oekraïnefinanciering, de komende Europese meerjarenbegroting en het Eigenmiddelenbesluit.
De heer Oosterhuis (D66):
De heer Hoogeveen noemde net het klimaatdoel. Het verbaasde mij niet per se dat hij dat als eerste noemde. Hij noemde ook het onafhankelijk worden van andere landen als het gaat om energie. Maar die gaan toch juist samen? Want met een ambitieus klimaatbeleid worden we daar onafhankelijker van. Dan lopen we niet het risico dat we opeens hoge prijzen hebben en dan gaat er niet elk jaar 20, 30 miljard voor fossiele brandstoffen naar het buitenland. Dan zouden we dus toch juist extra moeten inzetten op die verduurzaming?
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik deel de analyse dat we onafhankelijker moeten worden. Als JA21 zeggen we ook niet: verduurzaming is slecht. Helemaal niet. We zeggen alleen als JA21: die dogmatische doelen die we ons hebben gesteld, brengen ons in de problemen. De netcongestie die nu ontstaat, ontstaat doordat we de elektrificatie van de economie alsmaar doorduwen en doordouwen. Dat je dan tegen netcongestie aanloopt, komt doordat je uiteindelijk het economische principe van vraag en aanbod hebt laten varen. We zien nu, met de crisis die is ontstaan door de Iranoorlog en de energiecrisis, dat mensen uitwijken naar elektrische alternatieven op bijvoorbeeld het gebied van mobiliteit, zoals het kopen van een elektrische auto, wat wij als JA21 ten zeerste aanmoedigen. Je kan dus best als overheid een aanjagersrol aannemen. Het gaat ons puur om die doelen. Daar staren we ons blind op, en dan maak je uiteindelijk keuzes die niet altijd even rationeel en economisch verantwoord zijn.
De heer Oosterhuis (D66):
Dit wordt al wat constructiever. Dat is goed, en volgens mij ook verstandig. Ik ben het met de heer Hoogeveen eens: je moet je niet blindstaren op alleen maar één specifiek doel. Dan gaat het misschien ook weleens mis, dat we te veel discussie hebben over het doel en te weinig over de uitvoering. Maar als je op tijd keuzes maakt en je je op tijd voorbereidt, als je bijvoorbeeld nu al keuzes maakt richting 2040, kun je je op tijd aanpassen en loop je niet tegen dat soort grenzen aan. Is de heer Hoogeveen het met mij eens dat je eigenlijk eerder moet beginnen met je voor te bereiden op dingen die je in de toekomst ziet aankomen, zodat je niet te laat bent met het aanpassen?
De heer Hoogeveen (JA21):
Dat ligt aan wat de heer Oosterhuis bedoelt met "eerder beginnen". Als dat inhoudt dat we onze energierekening optoppen met nog strengere ETS-doelen, als dat inhoudt dat we verplicht warmtepompen gaan installeren, wat ook nog eens heel veel geld kost, en als dat inhoudt dat we steeds verder marktinterveniërend werken en de principes van vraag en aanbod loslaten, dan is het antwoord: nee, daar zijn wij als JA21 geen voorstander van. Dat hangt dan weer samen met die doelen.
Je zou bijvoorbeeld wel naar het volgende kunnen kijken. Je ziet nu dat het aantal elektrische voertuigen weer toeneemt. Mensen stappen vaker in een elektrisch voertuig. Kijk dan of die infrastructuur op orde is en anticipeer daar beter op. Als je ziet dat de elektrificatie toeneemt, investeer en anticipeer daar dan op. We moeten natuurlijk ook nu beginnen met kerncentrales, zoals de heer Tony van Dijck ook al zei. Kernenergie is ook een oplossing voor een duurzame en stabiele energievoorziening en kerncentrales staan er niet morgen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Oosterhuis (D66):
Volgens mij moeten we inderdaad op tijd beginnen. We hebben nu natuurlijk last van netcongestie omdat er tien of vijftien jaar geleden onvoldoende is geïnvesteerd. Volgens mij is het dus echt belangrijk dat we nu keuzes maken. Ik denk ook dat het verstandig is om te zorgen dat het echt aantrekkelijk blijft en dat we de werkelijke kosten van fossiele energie compenseren, want die zie je nu natuurlijk niet in de prijs. Dan is ETS wel degelijk belangrijk en voorspelbaar. Laten we vooral niet wachten tot we weer te laat zijn en in 2040 weer zien dat we eerder hadden moeten beginnen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik denk dat het mooi is dat we het erover eens zijn dat we moeten anticiperen en dat we beleid moeten maken. Ik denk dat we nog wel echt fundamenteel verschillen over hoe dogmatisch we naar de doelen moeten kijken. Wij zeggen als JA21 toch: gebruik die doelen meer als een soort richtlijn voor het maken van beleid, in plaats van dat we gaan doen aan een soort zelfkastijding als we die doelen niet halen omdat ze uiteindelijk onhaalbaar bleken.
De voorzitter:
U komt tot een afronding.
De heer Hoogeveen (JA21):
Wij moeten wakker zijn als Nederland. Ook Europese schuld is schuld. Ook garanties die wij afgeven, zijn risico's. Ook rekeningen die via Brussel lopen, worden uiteindelijk door iemand betaald.
Voorzitter. Wie alles tegelijk wil doen, doet uiteindelijk te weinig goed voor te veel geld. Laten we dus in geest van Milton Friedman minder beloven, scherper kiezen en effectiever besteden.
Dank u wel.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Bij sommige stukken dacht ik: dit kan ik overslaan in mijn inbreng. Maar nu over het kiezen, want ik vind dat een zoektocht. Ik vind het een terechte constatering, maar als ik kijk naar de moties waar we iedere dinsdag voorstemmen, dan kiezen we totaal niet. Dat doet bijna niemand hier in de Kamer. We stemmen voor alles waarvan we denken: dat past wel bij ons verhaaltje voor onze achterban. Maar kiezen we inderdaad voor dingen die moeilijk zijn in de uitvoering en dingen die misschien toch wel heel erg ongedekt zijn, waardoor de staatsschuld oploopt? Doen we dat nou echt? Ik ben heel erg benieuwd naar hoe JA21 daarnaar kijkt.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dat vind ik een hele goede vraag. Dat is iedere week ook voor onze fractie weer een worsteling. Wij zijn een fiscaal-conservatieve partij. Wij hanteren ook het principe dat je een euro maar één keer kunt uitgeven. Tegelijkertijd worden er soms moties ingediend die ongedekt zijn, op punten die ook in je verkiezingsprogramma staan. Daarvan zeg je: het is ongedekt, maar het is ook goed om een signaal af te geven aan de regering, bijvoorbeeld om iets te doen aan de energiebelasting of de accijnzen. Dan is het iedere keer een afweging hoe je die motie interpreteert en hoe het kabinet aangeeft die te kunnen toepassen. Ik ben het zeker met de collega eens dat we als Kamer ook de hand in eigen boezem moeten steken. Het moet altijd maar meer en het moet nu en het moet snel. Dat komt ons als politiek uiteindelijk duur te staan, omdat je dan aan het eind van de rit je doelen niet hebt gehaald.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
De Rekenkamer was inderdaad heel kritisch op het halen van doelen. Bij mijn termijn was de vraag van verschillende partijen: hoe komt het nou dat we die doelen niet halen? Ik zie voor een deel het antwoord in het betoog van de heer Hoogeveen. Hij zegt namelijk: moeten we er geen streefwaardes van maken in plaats van doelen? Maar dan weet je toch één ding zeker, namelijk dat ze dan nooit gehaald worden?
De heer Hoogeveen (JA21):
Nou, dat weet ik niet. Dat weet ik niet. Laten we het minderheidskabinet als referentie nemen. Ze hebben nu een akkoord gesloten en achter iedere komma staan een doel en een bedrag. Stel dat het minderheidskabinet had gezegd: wij streven naar minder migratie naar ons land en wij streven naar het verduurzamen van de economie. Dan kan je daarna met de oppositie gaan onderhandelen over hoe je dat praktisch invult, wat haalbaar is en waar een politieke meerderheid voor is. Dat was een veel betere volgorde geweest.
Ik denk dat we dat als politiek in ons beleid eigenlijk ook beter moeten doen. Dan zeggen we: we streven ernaar om de economie te verduurzamen en hoe we dat gaan doen, vullen we door middel van politieke consensus in. Dan kom je uiteindelijk ook tot realistischer beleid. Maar als je doelen gaat stellen, zoals Fit for 55, dat we uit Europa zagen komen, dan denk ik: waarom niet fit for 53 of fit for 58? Het zijn allemaal van die arbitraire marketingtechnische doelen, waar we als politiek uiteindelijk niet zo heel veel mee opschieten.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dit verrast me eigenlijk wel, want juist in het bedrijfsleven wordt veel meer gewerkt met duidelijke doelen, duidelijk afrekenen, wat wil ik halen. Hier hoor ik eigenlijk een pleidooi voor meer wollige teksten. "Laten we streven naar goed migratiebeleid." Bij "streven naar" weet je één ding zeker: dan kun je ze nergens op afrekenen. Ik ben dus verbaasd over de lage verwachtingen van JA21 van de overheid. Moeten we niet juist veel ambitieuzer zijn en zeggen: luister eens, we willen graag dat je het wel haalt, doe er een stapje bij?
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik ben heel blij met deze vraag, want dat is niet precies wat ik bedoel. Ik denk zeker dat het noodzakelijk is om bijvoorbeeld op ministeries met KPI's te werken. Mijn collega Ingrid Coenradie is heel druk bezig om te kijken hoe je bijvoorbeeld bij JenV de strafketen beter kan laten doorstromen en effectiever kan laten verlopen. Dan moet je op ministeries KPI's instellen en doelen stellen. Maar dat zijn bedrijfsmatige doelstellingen. Ik heb het nu over politieke doelstellingen, waarvan achteraf blijkt dat ze niet haalbaar zijn, dat er geen meerderheid voor is, dat het vastloopt en moeilijk uitvoerbaar is. Het gaat erom dat we daar iets meer richting aan geven en de praktische invulling pas doen zodra er een politieke meerderheid is, zodra er een haalbaar plan is en zodra het ook financieel haalbaar is.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dan constateer ik dat wij hierover inderdaad van mening verschillen. Ik denk dat er vooral een tandje bij moet om de doelen wel te halen. JA21 denkt vooral dat de doelen moeten worden afgezwakt. Ik hoop dat het kabinet voor ons gaat kiezen, want volgens mij kan het niet allebei.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter, mag ik daarop reageren? Ik vind het een beetje hetzelfde als wanneer RKC zou zeggen: volgend jaar gaan wij de Eredivisie winnen. Dat is een garantie voor teleurstelling. Het doel van RKC is dus: handhaving in de Eredivisie. Als het hebt over realistische doelstellingen … Je mag best doelstellingen hebben, je mag best binnen je organisatie KPI's stellen, maar als je het hebt over haalbaarheid, betaalbaarheid en realistisch zijn, denk ik dat we daarin nog wel wat kunnen leren.
De heer Schenk (FVD):
Ik moet de heer Hoogeveen teleurstellen, want RKC speelt ook komend seizoen in de Keuken Kampioen Divisie.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ja, klopt. Dat was een slecht voorbeeld, sorry.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Het woord is aan mevrouw Inge van Dijk voor haar inbreng namens het CDA. En dan schat ik zo in dat mevrouw Inge van Dijk ook wel wat vindt van RKC.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Of ik iets vind van RKC? Ik denk dat het realistischer is als PSV zegt dat ze als doelstelling hebben om weer kampioen te worden. Dat zeg ik dan als Brabander. Allereerst wil ik de heer Van der Maas bedanken voor zijn maidenspeech en feliciteren. Het is mooi als iemand een stukje persoonlijk inzicht geeft in wat hem drijft. Ik vind zijn drijfveer mooi en puur en ik zie uit naar een constructieve samenwerking.
Voorzitter. Vandaag gaat het niet over plannen, voornemens of mooie woorden. Vandaag gaat het eigenlijk over twee eenvoudige vragen. Hebben we gedaan wat we hebben beloofd? En heeft het daadwerkelijk iets betekend voor inwoners en ondernemers in ons land? Dat is waar Verantwoordingsdag over hoort te gaan.
Voorzitter. Publiek geld of gemeenschapsgeld, zoals het CDA het liever zegt, is geen abstract begrotingscijfer. Het is geld van mensen die iedere dag hun best doen, van ondernemers die risico nemen, van gezinnen die hard werken en vrijwilligers die zich inzetten voor hun buurt, vereniging of kerk. Dat geld is ons toevertrouwd. Dan mogen mensen ook verwachten dat de overheid niet alleen kan uitleggen hoeveel geld er is uitgegeven, maar vooral ook wat daarmee is bereikt. Niet alleen "was het rechtmatig?" maar vooral ook "heeft het gewerkt?" Precies daar ligt de kern van goede verantwoording.
Voorzitter. Dit is geen nieuwe discussie. Al decennialang bestaat deze wens en toch constateert de Algemene Rekenkamer opnieuw dat de vertaalslag van doelen naar concrete prestaties en maatschappelijke effecten vaak onvoldoende zichtbaar is. Dat is een probleem. Als doelen vooraf onvoldoende scherp zijn geformuleerd, wordt het achteraf bijna onmogelijk om eerlijk te beoordelen of beleid wel succesvol is geweest. Dan praten we vooral weer over wat er is uitgegeven, terwijl mensen thuis zich afvragen: wat heeft het ons opgeleverd?
Voorzitter. Mede daarom vraagt het CDA al langer aandacht voor een duidelijk onderscheid tussen consumptieve uitgaven en investeringen. Niet iedere euro die de overheid uitgeeft heeft namelijk hetzelfde effect. Sommige uitgaven zijn noodzakelijk voor het functioneren van vandaag, andere uitgaven zijn investeringen in morgen. Om financieel gezond te blijven moeten we investeren in ons toekomstig verdienvermogen, zodat er ook voor toekomstige generaties financiële ruimte is om goede publieke voorzieningen te behouden. De Voorjaarsnota zette daarin een eerste stap door investeringen en consumptieve uitgaven beter inzichtelijk te maken, maar in het Financieel Jaarverslag van het Rijk zien we dat onderscheid nog nauwelijks terug. Daarmee blijft ook de vraag open hoe wij als Kamer kunnen beoordelen of die investeringen daadwerkelijk worden gerealiseerd en of zij bijdragen aan de doelen die het kabinet zichzelf heeft gesteld. Graag een reactie van de minister.
Voorzitter. Verantwoording gaat niet alleen over geld, maar ook over vertrouwen. De Monitor Brede Welvaart laat zien dat Nederlanders niet alleen minder vertrouwen hebben in de overheid, maar ook voor het eerst minder vertrouwen hebben in elkaar.
De heer Oosterhuis (D66):
Ik denk dat de heer ... Nee, excuus. Ik denk dat mevrouw Van Dijk een heel terecht punt maakt over het belang van investeren en het inzicht daarin. Hoe kunnen wij als Kamer beoordelen of er voldoende wordt geïnvesteerd met het oog op de toekomst?
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Het begint ermee of we überhaupt inzicht hebben in hoeveel er wordt geïnvesteerd. Ik zou dan ook graag willen zien wat die investeringen hebben opgeleverd, een pleidooi dat het CDA al veel langer houdt. Ik vind ook dat we daar aandacht aan moeten besteden, niet alleen bij het maken van plannen, maar ook veel meer bij het verantwoorden van die plannen. Dan kunnen we er namelijk überhaupt het gesprek over voeren, want dat doen we nu helemaal niet.
De heer Oosterhuis (D66):
Ik denk inderdaad dat dat een probleem is. Ik had het in mijn bijdrage onder andere over de kosten van infrastructuur. Hoe kijkt mevrouw Van Dijk ernaar om meer inzicht te krijgen in de investeringen waarvan wij zeker weten dat we ze moeten gaan doen? Welke mogelijkheden ziet zij daarvoor?
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Het inzichtelijk maken van investeringen die wij moeten gaan doen, vinden wij vanzelfsprekend. Maar het gaat niet alleen om het inzichtelijk maken; we moeten ook kijken in hoeverre we ze vervolgens ook uitgevoerd hebben en of dat ook echt iets heeft opgeleverd. We doen vaak heel veel aannames aan de voorkant, maar ik wil weten of die aannames kloppen en of die investeringen in de praktijk ook daadwerkelijk doen wat wij denken dat ze gaan doen, zodat we er ook weer van kunnen leren.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Voorzitter. Verantwoording gaat dus niet alleen over geld — ik gaf het al aan — maar ook over vertrouwen. Dat we minder vertrouwen hebben in elkaar, zou ons allemaal zorgen moeten baren, want Nederland is groot geworden als een samenleving waarin afspraken worden nagekomen, waarin mensen verantwoordelijkheid nemen en waar een handdruk vaak voldoende was, omdat vertrouwen vanzelfsprekend was. Vertrouwen ontstaat wanneer mensen zien dat beloften worden nagekomen, wanneer de overheid eerlijk laat zien wat wel werkt en wat niet werkt, wanneer successen worden gedeeld, maar ook fouten worden erkend — dat is bestuurlijke volwassenheid.
Voorzitter. Dat vraagt om een cultuur waarin verantwoording niet gelijkstaat aan afrekenen, want als bestuurders voortdurend bang zijn om afgerekend te worden, ontstaat risicomijdend gedrag en dan wordt de korte termijn leidend, en dat zien we helaas veel te vaak, terwijl Nederland juist behoefte heeft aan een overheid die leert, verbetert en investeert in de lange termijn. Verantwoording moet daarom niet in de eerste plaats gaan over schuldigen aanwijzen. Verantwoording moet gaan over leren, verbeteren en verantwoordelijkheid nemen.
Voorzitter. Dat vraagt ook iets van de manier waarop wij verantwoording organiseren. In de praktijk lopen namelijk grote maatschappelijke opgaven vaak over meerdere ministeries heen. Denk aan veiligheid, verdienvermogen of de uitvoering van publieke voorzieningen. En toch voeren wij verantwoording alsof beleid netjes binnen één ministerie blijft. De Algemene Rekenkamer spreekt over een verkokeringsprobleem. Over de rijksbrede verantwoording spreken we weliswaar met de minister van Financiën, maar zoals de naam al doet vermoeden, gaat het dan vooral over de financiën.
Daarom vindt mijn fractie dat het kabinet opnieuw moet kijken naar de manier waarop het gesprek met de Kamer over de rijksbrede verantwoording wordt ingericht, niet om van dit debat een ministerparade te maken, maar om ervoor te zorgen dat, waar dat inhoudelijk echt nodig is, meerdere bewindspersonen inhoudelijk verantwoordelijkheid kunnen nemen. Wij zijn dus echt op zoek naar een proactieve houding van het kabinet over de eigen afvaardiging. Kan het kabinet daarop reflecteren?
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Het CDA doet uitspraken die mij heel erg aanspreken, omdat wij daar heel erg tegenaan lopen in het kader van preventie of omdat je inderdaad ziet dat de baten bij het ene ministerie terechtkomen en de lasten bij weer een ander. Ik zie dat ook heel erg in de gezondheidszorg. Als iemand opgenomen wordt in een verpleeghuis en de partner achterblijft, dan komt er zo twee keer AOW voor alleenstaanden en twee keer huurtoeslag. Kortom, dat zit bij verschillende ministeries. Hoe gaan we dat nou verbeteren?
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik hoop dat we dat om te beginnen kunnen verbeteren door zelf als Kamer initiatief te nemen om het bredere gesprek met het kabinet te organiseren. We zitten natuurlijk gewoon in de commissies, waar we zelf kunnen nadenken hoe we het kunnen verbeteren. Misschien kunnen we grotere debatten organiseren over integrale onderwerpen. Dat kunnen we zelf doen. Ik heb net een klein voorstelletje gedaan om het hier te doen, door het gesprek breder te voeren. Ik denk ook dat we als Kamer soms zelf met initiatieven moeten komen die gaan doen wat we graag willen, namelijk meer breedte, wellicht meer preventie en daar meer ministers en staatssecretarissen bij uitnodigen om dat gesprek met ons te voeren. Ik zou dus ook heel graag zelf die handschoen willen opnemen — dat is misschien ook een beetje hoe ik in elkaar zit — het liefst met u of met de collega's hier in de Kamer, om dat gesprek daadwerkelijk te verbeteren, het liefst op basis van goede ideeën die we zelf bedenken.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik vind het een heel goed voorstel om daar samen naar te kijken, het liefst met nog velen meer. We zien toch wel heel erg dat er ijzerenheinig gekeken wordt naar de spreadsheets per ministerie. Kunnen we daarin ook ruimte vinden?
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Wat mij betreft moeten we daar ruimte voor vinden met elkaar als het ervoor zorgt dat we onze doelen beter halen. Ik ben ook heel benieuwd of de taskforce dadelijk in de praktijk gaat uitwijzen dat dat dusdanig goed werkt dat doelen daardoor beter bereikt worden. Als we dat met elkaar constateren, is dat wat mij betreft misschien ook weer een leermoment. Misschien moeten we zaken dan anders gaan inrichten. Wij zullen die heilige huisjes soms inderdaad wel moeten doorbreken.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik zie dat als een uitnodiging van het CDA. Graag.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Voorzitter. Tot slot wil ik het hebben over de opmerkingen van de Algemene Rekenkamer over Defensie. Nederland investeert de komende jaren miljarden extra in onze veiligheid. Dat is noodzakelijk, maar juist omdat het om zulke grote bedragen gaat, moet ook de verantwoording op orde zijn. De Rekenkamer is kritisch op onderdelen van het inkoopproces. Bij een snelle opschaling zullen risico's en fouten nooit volledig te voorkomen zijn. Daar hebben wij echt wel begrip voor, maar juist dan is openheid ook van belang. De reactie van afgelopen maandag van Defensie laat zien dat die reflectie er is, maar wat ons betreft mag die in de toekomst wel eerder en proactiever plaatsvinden. Daarnaast horen wij graag of de Kamer geïnformeerd kan worden over de uitkomst van de gesprekken tussen Defensie, de Algemene Rekenkamer en de Auditdienst Rijk.
Echt tot slot, voorzitter. Verantwoordingsdag wordt soms "gehaktdag" genoemd, maar voor het CDA gaat deze dag niet over hakken, maar over verantwoordelijkheid. Die gaat over de vraag of wij zorgvuldig omgaan met wat inwoners en ondernemers ons hebben toevertrouwd en over de vraag of beleid daadwerkelijk verschil maakt in het leven van mensen. Uiteindelijk kun je vertrouwen niet begroten. Vertrouwen moet je verdienen.
Dank u wel.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Mevrouw Van Dijk zei terecht dat om vertrouwen te verdienen, de overheid beloftes moet waarmaken. Nu zegt de Rekenkamer terecht: er gaan een aantal beloftes niet waargemaakt worden als we zo doorgaan op het gebied van klimaat, stikstof, water, natuur en wonen. Hoe gaat het CDA ervoor zorgen dat die beloftes wel waargemaakt gaan worden?
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
We hebben beloftes gedaan in ons coalitieakkoord. Ik besef heel goed dat we een minderheidskabinet zijn en op zoek zullen moeten gaan naar meerderheden, óf om die beloftes waar te maken óf om met elkaar die beloftes dusdanig aan te passen dat we zeggen dat we hiervoor gaan staan. Daarin zal het CDA altijd openstaan voor het gesprek en bereid zijn om de samenwerking op te zoeken, maar wij zullen ook van het kabinet vragen om transparant te zijn over de vragen wat er nodig is om die beloftes te realiseren, wat we daar eventueel voor moeten laten en waar we dan moeten versnellen. We moeten dus continu de vinger aan de pols houden. Dat betekent misschien dat we hier iets vaker dan één keer per jaar over moeten spreken.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dat laatste vind ik sowieso een goed plan. Wel blijft de vraag staan wat dan vandaag de boodschap namens de coalitie aan het kabinet is. Er zijn twee smaken: ga de beloftes waarmaken dus kom met extra beleid, of trek de beloftes in. Ik ben op zoek naar het antwoord op de vraag wat het CDA vindt. Ik hoop dat ze zeggen: maak de beloftes wel waar, dus kom met extra beleid.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
We hebben beloftes in ons coalitieakkoord afgesproken. Ik zeg tegen het kabinet: ga die waarmaken en als het moeilijk is omdat er geen meerderheid voor is, ga dan op zoek naar beloftes die we met elkaar in een breed scenario kunnen dragen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Schenk voor zijn inbreng namens Forum voor Democratie in de eerste termijn.
De heer Schenk (FVD):
Dank, voorzitter. Vandaag legt de regering verantwoording af over de besteding van honderden miljarden euro's aan belastinggeld door de Rijksoverheid in het jaar 2025. Dit geld is door Nederlanders opgebracht en aan Nederlanders besteed. Dat zou tenminste zo moeten zijn. De praktijk ziet er echter heel anders uit. Nog altijd, of misschien wel steeds vaker, stroomt Nederlands belastinggeld naar beleid dat ons eigen nationale belang, het belang van ons land, in het geheel niet dient. Sterker nog, het stroomt naar beleid dat ons land schaadt. Weer ging er vorig jaar bijna 10 miljard naar asiel en migratie. Ik heb het over 10 miljard euro, opgebracht door Nederlanders, besteed aan het faciliteren van hun eigen ontheemding, aan een unheimisch gevoel op straat en aan vreemde talen in een tram of bus. Dat zijn niet eens de totale kosten van de ongekende massa-immigratie. Daar komen de door Jan van de Beek becijferde verborgen kosten nog bij. Immigranten van bijna elke afkomst ter wereld kosten de samenleving immers meer, vaak veel meer, dan dat zij opleveren. Dit is het gevolg van het veel grotere beroep dat zij doen op sociale zekerheid, zorg, politie, het rechtssysteem, gevangenissen en zelfs tbs-klinieken.
Voorzitter. Het klimaatbeleid kostte ons, voor zover dat direct terug te zien is, in 2025 ook weer 4,5 miljard euro. Dat klinkt nog redelijk bescheiden, zeker in vergelijking met de kosten van de massa-immigratie, maar laten we niet vergeten dat in 2021 al 35 miljard euro in het Klimaatfonds is gestoken. Die 4,5 miljard komt daar nog bovenop. Ook klimaatmaatregelen hebben natuurlijk aanzienlijke verborgen kosten, van schade aan mens en natuur door windmolens en biomassa, tot alsmaar groeiende groene regelgeving en daarmee stijgende kosten voor werkend Nederland, tot de extra kosten die netcongestie en zogenaamd duurzaam bouwen met zich meebrengen. De gevolgen zijn over de hele linie ingebakken.
Ook het groeiende ambtenarenapparaat baart Forum voor Democratie zorgen. Tussen 2017 en 2025 steeg de ambtelijke inzet bij het Rijk van zo'n 110.000 fte naar 160.000 fte en stegen de apparaatsuitgaven van 11,7 naar 22 miljard euro. Met andere woorden, de overheid is nu anderhalf keer zo groot en twee keer zo duur als negen jaar geleden. Is er iemand in deze zaal die daadwerkelijk gelooft dat de overheid daar daadkrachtiger door is geworden of Nederlanders beter dient?
Voorzitter. Dat zijn slechts drie schrijnende voorbeelden. Het echte probleem van het rijksbeleid staat niet onder één kopje. Het is versnipperd en verweven in de gehele verantwoording waar we vandaag over spreken. Het zit in het totaal van het in ons land gevoerde beleid, in de verkeerde keuzes, in de verkeerde prioritering en in de verkeerde mentaliteit over de hele breedte.
Maar als er iets is dat de fouten in het uitgavenpatroon van onze Staat samenbindt en de ideologie van de zittende macht samenvat, dan zijn dat de SDG's, de Sustainable Development Goals. Ik doel dan op die bizarre lijst van geloofsartikelen, de zeventien geboden van globalisme en links-liberalisme, en dat programma waarin alle verkeerde keuzes zijn samengebracht: massa-immigratie, klimaatbeleid, nivellering en de aanval op bezit en ondernemerschap, de dwang op het gebied van levensstijl en gezondheidszorg, de verplichte zogenoemde gendergelijkheid, de zogenaamde diverse en inclusieve samenleving en meer en meer internationale integratie. Ik heb het dus over de SDG's, die tot doel hebben een onvolmaakte, maar toch vrije, echte wereld te vervangen door een beheerste, gestuurde en zelfs overgereguleerde wereld. Met die grondslag — en die grondslag zien we elke dag, zo niet in woord dan wel in daad van de uitdragers van de gevestigde macht — is het niet zo vreemd dat de Nederlandse uitgaven, betaald met geld van Nederlanders dus, Nederland niet meer dienen.
Voorzitter. Wat krijg je nou als je al deze zinloze uitgaven bij elkaar optelt? Een begrotingstekort. In 2025 bedroeg dat tekort 1,6% van het bbp. Dat wordt tegenwoordig gezien als acceptabel. Het valt immers binnen de EMU-norm, de eis van de Europese Unie dat begrotingstekorten jaarlijks onder de 3% en in totaal onder de 60% van het bbp moeten blijven. Een tekort blijft echter een tekort en een rekening die wordt doorgeschoven naar toekomstige generaties. Aan dat feit doet geen Brusselse normering iets af. Toekomstige generaties krijgen het zwaar te verduren in dit land. Volgens de CPB-projectie De Nederlandse overheidsschuld op lange termijn, die vorig jaar werd uitgebracht, loopt de staatsschuld de komende decennia door vergrijzing en verhoogde defensie-uitgaven systematisch op. Volgens het meest waarschijnlijk scenario passeren we in 2040 de 60% van het bbp om in 2060 uit te komen op 126%. In het meest pessimistische scenario is dat zelfs 200% procent, een schuld twee keer zo groot als de totale economie, nog voordat mijn generatie met pensioen is.
Alles welbeschouwd doemt uit de huidige staat van de rijksuitgaven een beeld op van een on-Nederlands beleid, gevoerd door kabinetten die bezig lijken met de hele wereld behalve met Nederland. Je zou bijna vergeten dat we het vandaag hebben over de uitgaven in 2025, niet van het kabinet-Jetten dus, maar van vorig jaar, van het kabinet-Schoof. Het kabinet-Schoof, zo verzekerden de media ons, zou het meest rechtse kabinet ooit worden. "Extreemrechts" werd het in sommige kringen zelfs genoemd. Deze ridicule classificatie werd tijdens de kabinetsperiode zelf dag in, dag uit belachelijker. Ook de nasleep van Schoof, deze verantwoording van de rijksuitgaven, bewijst dat weer. We kunnen concluderen dat Rutte IV is opgevolgd door Rutte V en dat inmiddels Rutte VI in vak K is aangetreden. De koers is onwrikbaar, de trein van afbraak dendert door.
Voorzitter. Als fractievoorzitter van D66 stak Rob Jetten zijn kritiek op het kabinet-Schoof beslist niet onder stoelen of banken, integendeel. Hij sprak van een gebrek aan visie en daadkracht. Wie terugkijkt, ziet echter dat het beleid van Jetten, inmiddels premier, eigenlijk niet verschilt van dat van Schoof. Erkent de premier zijn geestverwantschap met het vorige kabinet? Hoe beoordeelt hij deze realiteit? Wat is er nu concreet anders?
Voorzitter. Forum voor Democratie staat voor een fundamenteel andere koers, een beleid dat Nederland centraal stelt en de Nederlandse belangen dient, voor een overheid die onze soevereiniteit, cultuur en welvaart op de eerste plaats zet, voor een staatsapparaat dat kleiner en efficiënter is in plaats van alsmaar uitdijt, een overheid, simpelweg, die ons land wil oprichten naar een nieuwe gouden eeuw.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors de vergadering tot 13.00 uur. Ik wijs erop dat we bij aanvang van de middagvergadering gaan stemmen over de moties ingediend bij het tweeminutendebat JBZ-Raad. Daarna zullen we het huidige Verantwoordingsdebat voortzetten. De vergadering is tot 13.00 uur geschorst.
De vergadering wordt van 12.24 uur tot 13.00 uur geschorst.
Stemmingen
Stemmingen
Stemmingen moties JBZ-Raad d.d. 4-5 juni 2026 (asiel en migratie)
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat JBZ-Raad d.d. 4-5 juni 2026 (asiel en migratie),
te weten:
- de motie-Boomsma over tussen lidstaten bij Dublin- en AMMR-overdrachten weer uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel (32317, nr. 1005);
- de motie-Boomsma over geen opvang bieden aan asielzoekers die een procedure hebben lopen in een ander land (32317, nr. 1006);
- de motie-Boomsma over met een nieuw ambtsbericht over Syrië komen en het proces voor de terugkeer van Syriërs zo veel mogelijk versnellen (32317, nr. 1007);
- de motie-Vondeling over de Richtlijn Tijdelijke Bescherming Oekraïne niet verlengen en ervoor zorgen dat Oekraïners Nederland snel verlaten (32317, nr. 1008);
- de motie-Schenk over aanvullende maatregelen om te voorkomen dat aan een andere lidstaat overgedragen asielzoekers Nederland opnieuw binnenkomen (32317, nr. 1009);
- de motie-Schenk over in kaart brengen hoe vaak asielzoekers die aan een andere lidstaat zijn overgedragen binnen één jaar opnieuw in Nederland worden aangetroffen (32317, nr. 1010);
- de motie-Westerveld over vanuit Nederland geen gezinnen met kinderen naar terugkeerhubs sturen (32317, nr. 1011);
- de motie-Westerveld over geen steun geven aan EU-onderhandelingen met de taliban (32317, nr. 1012).
(Zie vergadering van 2 juni 2026.)
De voorzitter:
De motie-Boomsma (32317, nr. 1007) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Boomsma en Ellian, en luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het kabinet stelt dat de omstandigheden in Syrië niet zodanig zijn gewijzigd dat kan worden gesproken van een "niet-voorbijgaande situatie" zoals juridisch vereist en daarom in Q4 met een nieuw ambtsbericht wil komen;
overwegende dat de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU nog niet is uitgekristalliseerd ten aanzien van het intrekken van subsidiaire bescherming;
verzoekt de regering in overleg te treden met andere EU-lidstaten, waaronder in ieder geval Duitsland, om het proces voor de terugkeer van Syriërs en herbeoordelingen van asielvergunningen zo veel mogelijk te versnellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 1007 (32317).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
In stemming komt de motie-Boomsma (32317, nr. 1005).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Boomsma (32317, nr. 1006).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Boomsma/Ellian (32317, nr. ??, was nr. 1007).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Vondeling (32317, nr. 1008).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Schenk (32317, nr. 1009).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Schenk (32317, nr. 1010).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Westerveld (32317, nr. 1011).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Westerveld (32317, nr. 1012).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Dat waren de stemmingen. Ik schors een kort ogenblik en dan gaan we verder met de voortzetting van het Verantwoordingsdebat voor het jaar 2025.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering.
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
De voorzitter:
Aan de orde is de regeling van werkzaamheden.
Ik stel voor toe te voegen aan de agenda van de Kamer:
- het Voorstel van het Presidium tot wijziging van het Reglement van Orde om vast te leggen dat de termijn voor de toekenning van een debat eenmaal kan worden verlengd (36893);
- het Voorstel van het Presidium tot wijziging van het Reglement van Orde en tot vaststelling van een afzonderlijke regeling in verband met het in buitengewone omstandigheden tijdelijk mogelijk maken van digitale vergadermogelijkheden (36808).
Ik stel voor dinsdag 9 juni aanstaande ook te stemmen over:
- het wetsvoorstel Wijziging van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de verhoging van het aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden (Wet verhoging aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden) (36867) en de daarbij ingediende moties;
- de ingediende moties bij het wetgevingsoverleg over de Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (36915-XVI).
Ik deel aan de Kamer mee dat voor de volgende debatten de termijn voor toekenning is verlengd:
- het debat over de toegang tot geneesmiddelen in Nederland;
- het dertigledendebat over genitale verminking van vrouwen.
Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.
Verantwoordingsdebat voor het jaar 2025
Verantwoordingsdebat voor het jaar 2025
Aan de orde is de voortzetting van het debat over het Verantwoordingsdebat voor het jaar 2025.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Dan zijn we aanbeland bij de voortzetting van het Verantwoordingsdebat voor het jaar 2025. Ik geef daarvoor het woord aan de heer Flach voor zijn inbreng namens de Staatkundig Gereformeerde Partij in de eerste termijn.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel. Verantwoording afleggen is meer dan kijken naar cijfers en tabellen. Het gaat ook over de vragen of het geld doelmatig is besteed, of de doelen zijn behaald, of de ambities nog realistisch zijn en welke lessen zowel de Kamer als het kabinet daaruit trekken voor de toekomst.
Voorzitter. Vandaag zoom ik in op vier onderwerpen. Het eerste onderwerp gaat over brede akkoorden. Nederland is een land van akkoorden, samen de schouders eronder zetten en resultaten boeken. Soms gaat dat goed, soms gaat dat minder. Ik doel dit keer niet op de besprekingen over de sociale zekerheid. Daar gaan we morgen uitgebreid over spreken. Ik doel op de akkoorden waar ook de Algemene Rekenkamer kritische noten over kraakt, bijvoorbeeld in de zorg. In het rapport bij het jaarverslag van het ministerie van VWS geeft de Rekenkamer aan dat dit soort akkoorden niet of nauwelijks bijdroegen aan het in de hand houden van zorguitgaven, dat de doelen niet behaald worden en dat de effecten op lange termijn tegenvallen. Hoe reflecteert de minister hierop, zeker als hoeder van de rijksfinanciën? De minister ontbreekt nog in de zaal, maar ik weet bijna zeker dat hij op het toilet ook meeluistert.
Overigens hebben wij dit soort akkoorden ook vaak gesteund, dus we kijken ook zeker onszelf aan. Dit onderwerp is extra relevant, omdat ook in het meest recente coalitieakkoord voorstellen worden gedaan voor brede akkoorden. Ook voor de Kamer is het cruciaal om goed zicht te hebben op de effectiviteit van dit soort akkoorden. Welke stappen zetten het kabinet en de minister om de doelen van brede akkoorden scherp te hebben? Hoe kan de effectiviteit beter worden gemonitord? Hoe voorkomt de minister dat bestuurlijke akkoorden niet als makkelijke bezuiniging zonder concrete inhoud worden ingeboekt? Wat de SGP betreft is het sluiten van akkoorden ook staatsrechtelijk niet altijd wenselijk. Het kan voor een keurslijf zorgen waaraan de politiek gewoon heel weinig kan versleutelen, terwijl het politieke primaat toch echt hier ligt. Dat hebben we gezien rondom bijvoorbeeld het pensioenakkoord. Is het niet beter om terughoudender te zijn met akkoorden uit de polder?
Dan kom ik bij het tweede punt, voorzitter. Regelmatig gaan er geluiden op om fiscale regelingen aan te pakken. Als deze negatief zijn geëvalueerd, moeten we er zo snel mogelijk weer van af, zo lijkt het. Op die manier is de giftenaftrek bijna verloren gegaan. Gelukkig konden we dit destijds samen met de ChristenUnie en het CDA redden. Als het aan het kabinet ligt, moet het verlaagde btw-tarief op sierteelt eraan geloven. Er gaan geregeld stemmen op om fiscale voordelen voor ondernemers te versoberen. De SGP deelt de wens om het belastingstelsel eenvoudiger te maken; laat dat helder zijn. Maar wij gaan niet mee in de tendens om een negatieve evaluatie te zien als een reden om een regeling af te schaffen, zeker omdat in dat soort evaluaties vaak vooral budgettair en door een economische bril naar de regeling wordt gekeken, terwijl regelingen soms ook maatschappelijke meerwaarde hebben of het vestigingsklimaat versterken. De SGP ziet graag dat er in de afweging rond fiscale regelingen breder wordt gekeken dan alleen naar negatieve evaluaties. Deelt de minister dat? Hoe wordt die bredere afweging voortaan beter geborgd?
Voorzitter. Dan kom ik bij de omvang van het ambtenarenapparaat.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
De heer Flach geeft aan dat hij een aantal regelingen liever niet wil afschaffen. Zijn er ook voorbeelden van regelingen die hij wel wil afschaffen? Er zijn tientallen miljarden aan fiscale regelingen. Bijna alle rapporten zijn kritisch, net als dat van de Rekenkamer. Ik ben benieuwd wat de SGP dan wel zou willen hervormen of afbouwen.
De heer Flach (SGP):
Ik heb nu niet het lijstje bij me om daar goed op in te gaan, maar het lijkt me goed om daarnaar te kijken. Ik probeer hier vooral aan te geven dat het goed is om iets breder te kijken dan alleen naar fiscale en economische efficiency, en dus ook naar de maatschappelijke waarde van regelingen te kijken. We moeten ze niet alleen maar op die financiële en economische efficiency beoordelen.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter. De minister is inmiddels weer aangeland. Dank.
Voorzitter. Het vorige kabinet heeft een stevige ambitie neergelegd als het gaat om het verminderen van het aantal ambtenaren. Dit kabinet heeft die ambitie overgenomen. Vooropgesteld, ambtenaren zijn heel hard nodig en doen heel goed werk. Mijn twee oudste zoons doen dat werk inmiddels ook, dus ik zou niet anders durven zeggen. Tegelijk blijft het aantal wel stevig doorgroeien. Hoe wordt de trend gekeerd? Wordt het aantal ambtenaren nu eens echt verlaagd? De Algemene Rekenkamer wijst hier ook op. Welk concreet doel heeft dit kabinet, deze minister, als het gaat om bezuinigingen op de overheid?
Voorzitter. Ten slotte de Monitor Brede Welvaart. Hoewel er gelukkig heel veel goed gaat in Nederland, zijn er ook zorgelijke trends. Ik doelde op de daling van het aantal mensen dat vrijwilligerswerk doet, op de afname van informele hulp en op de vermindering van sociale contacten. Vorig jaar was er een duidelijke trendbreuk te zien, naar beneden weliswaar. Dit cement van de samenleving mag niet afbrokkelen, maar moet juist verstevigd worden. In de kabinetsreactie lees ik dat het kabinet hiervoor geld heeft gereserveerd. Op zich is dat goed, maar geld alleen gaat deze trend niet keren. Vrijwilligerswerk vraagt ook ruimte in de tijd. Informele hulp vraagt om een samenleving die betrokken is en die dat ook uitspreekt. Hoe stimuleert het kabinet dit?
Dit onderwerp is extra relevant in het licht van het coalitieakkoord. Er staan stevige bezuinigingen gepland op zorg en sociale zekerheid. Dat vraagt om een samenleving waarin mensen meer naar elkaar omkijken. Sterker nog, je zou die basis eerst op orde moeten brengen. Welke ambities heeft het kabinet daarvoor?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Flach. U heeft een interruptie van mevrouw Van Brenk.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
De heer Flach sprak over de akkoorden. In het verleden ben ik daar ook bij betrokken geweest en was ik ook nog wel kritisch: willen we het halen? Een van die voorbeelden was de sociale werkvoorziening die dicht moest. Mensen moesten vooral aan het werk gaan. We zien dat dat soort afspraken niet gerealiseerd worden. Zouden wij akkoorden moeten hebben met een doelbeschrijving, waarbij de invulling bij de Tweede Kamer terechtkomt? Hoe kijkt de SGP daartegen aan?
De heer Flach (SGP):
Dat is een hele interessante vraag van mevrouw Van Brenk. Ik herinner me die discussie nog wel bij de sociale werkbedrijven; ik was daar zelf destijds ook bestuurder. Soms kan je iets opschrijven en denken dat het dan wel gebeurt, maar in de praktijk blijkt dat heel wat weerbarstiger te zijn. Ik vind het een interessante gedachte. Als je het doel met elkaar opschrijft, heb je dat in ieder geval gemarkeerd, maar ik vraag me wel af hoe je dan tot die uitwerking komt. Mijn punt was vooral om het primaat ook wel bij de politiek te laten. Ik noemde het pensioenakkoord, dat in de polder tot stand is gekomen. We hebben de afgelopen periode gezien dat dit bijna een soort van heilige status heeft gekregen. Je mag daar tot in lengte van jaren eigenlijk niet meer aankomen, terwijl er ook situaties kunnen zijn waardoor je dat wel zou kunnen moeten doen. Ik vind dat de politiek ook die ruimte moet hebben en dat dat primaat ook hier zou moeten liggen. Akkoorden zijn op zichzelf prima, maar maak ze niet onaantastbaar tot in alle tijden.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Het is bijna uitlokking hè, om met 50PLUS te praten over het pensioenakkoord. Ook daarbij hadden we mooie doelen. Het moest transparant, het moest eenvoudig en het moest koopkrachtiger. Volgens mij is geen van die drie doelen gehaald. Maar als je met elkaar zegt "dat willen we bereiken", zou de invulling hier in dit huis dat toch moeten uitstralen? Dan zou hier toch die uitwerking moeten plaatsvinden?
De heer Flach (SGP):
Ik zei al dat het een interessante gedachte is. Tegelijkertijd zou je het in de politiek ook vaker over de doelen moeten hebben en niet alleen over het hoe. In feite is dat al de tweedeling die we hebben tussen kabinet en Kamer. De Kamer zou veel meer op hoofdlijnen en kaders moeten discussiëren en de uitvoering is grotendeels aan de regering. Ik twijfel er nog over wat je dan doet door de polder een positie te geven in het formuleren van doelen en of we daarmee niet een nieuw soort democratie tot stand brengen, maar over een goed idee denk ik altijd even na. Ik beloof mevrouw Van Brenk dat ik erover nadenk.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dat lijkt me heel goed. Misschien kunnen we daar een keertje samen onder het genot van een kop koffie verder over denken. Ik wil wel even gezegd hebben dat ik veel waarde hecht aan draagvlak binnen de polder. Dat zal u niet vreemd zijn.
De heer Flach (SGP):
Nee, hoor. Laat ik helder zijn: dat schrijf ik ook echt niet af. Zeker over het pensioenakkoord wil ik niet lichtvaardig heen stappen, want heel veel mensen zijn afhankelijk van dat pensioen en kijken daar met enige zorg naar. Ik wil ook echt voorzichtig zijn in mijn formuleringen. Maar ik vind in principe dat je ook moet kunnen afwijken. Stel bijvoorbeeld dat de levensverwachting door wat voor omstandigheden dan ook fors stijgt. Dat zou een aanleiding kunnen zijn om te zeggen: hé, daar moeten we wellicht iets mee. De levensverwachting zou ook kunnen dalen, hoor ik mevrouw Van Brenk buiten de microfoon zeggen. Nou, dat is een mooi voorbeeld, want dat kan dus niet eens in de wet. De wet staat op dit moment niet toe dat we dan de pensioenleeftijd verlagen. Dat heb ik zelf een keer aangekaart: ik vind dat krom. Dat zijn aanpassingen die je zou moeten kunnen doen op basis van nieuwe inzichten. Verder ben ik het met u eens dat we heel voorzichtig moeten zijn met dit soort akkoorden.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Flach. Het woord is aan de heer Grinwis, die al staat te popelen aan het rostrum. Hij levert zijn inbreng namens de ChristenUnie in eerste termijn.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. De overheid presteert ondermaats. Volgens de Algemene Rekenkamer — mijn dank aan hen is groot, heel groot — was 2025 een jaar van stilstand. Als je een blik slaat op de Monitor Brede Welvaart, zie je dat het in veel opzichten zelfs een jaar van achteruitgang was. Ik ben nu ruim vijf jaar lid van de Tweede Kamer. De frustratie van onze generatie Kamerleden is de volgende. Je bent vijf jaar Kamerlid en er zijn vijf jaar lang ontstellend weinig prestaties van de overheid. Vijf jaar lang groeit het aantal ambtenaren. Vijf jaar lang zijn er geen vereenvoudigingen. Vijf jaar lang zijn er te weinig woningen, maar je hebt wel vier kabinetten meegemaakt in vijf jaar. Wanneer wordt de "het kan wél"-frase meer dan communicatie? Wanneer wordt het een prestatie? Hoe kijkt de premier naar deze conclusie over de afgelopen vijf jaar, of alleen het afgelopen jaar? Hoe gaan de premier en de minister van Financiën ervoor zorgen dat het hier niet opnieuw een jaar van stilstand — of nog erger: een jaar van achteruitgang — wordt? Ik vrees dat deze minister van Financiën iets te veel stuurt op tabellen en cijfers en te weinig vanuit een visie op hoe je mensen weer aan het werk krijgt en houdt. Het gebeurt te weinig vanuit een aanpak voor hoe de Rijksoverheid en haar uitvoeringsdiensten weer gaan presteren. Het gebeurt te weinig vanuit lef om de broodnodige hervormingen door te voeren. Kom op, wees geen boekhouders, maar wees staatsmannen! Ik hoop dat ik de minister hier heb uitgedaagd.
Voorzitter. Mijn collega's hebben de staf al gebroken over Defensie, de IND en de strafrechtketen. Ik sluit me daar kortheidshalve bij aan. Waar ik de vinger bij wil leggen, is onze infrastructuur. Het gaat me echt aan het hart dat we zo weinig investeren in onze infrastructuur, terwijl we aan andere zaken geld uitgeven als water. Er zijn bijvoorbeeld bruggen die overbelast zijn, sluisdeuren die niet meer dicht kunnen of juist open blijven staan, waardoor zeewater naar binnen stroomt, en aanlegprojecten die een voor een worden geschrapt. Waarom is er in het coalitieakkoord wel 1,5 miljard per jaar structureel extra opgenomen voor OCW, maar slechts een fooi van structureel 0,5 miljard voor IenW? Nu moet de minister van IenW kiezen tussen de pest en de cholera, terwijl alle ziekten in onze infrastructuur bestreden moeten worden. Liggen de prioriteiten niet verkeerd?
Voorzitter. Daarmee samenhangend rijst ook een fundamentelere vraag over de verhouding tussen investeringen en consumptieve bestedingen, en daaraan gekoppeld de facto ook over ons begrotingsstelsel. Het Rijk werkt als enige overheidslaag nog altijd met een kasstelsel, een unicum, waarbij er vooral wordt gekeken naar geld dat er in een jaar binnenkomt of wordt uitgegeven. Dat heeft als risico dat investeringen en vooral reserveringen voor onderhoud en vervanging te weinig gewicht krijgen in de begroting, ondanks speciale begrotingsfondsen. Daarom vraag ik aan de minister van Financiën of Nederland niet geleidelijk zou moeten bewegen richting een baten-lastenstelsel, zodat we beter kunnen sturen op de langetermijnwaarde van onze publieke voorzieningen en toekomstige generaties niet met achterstallig onderhoud worden opgezadeld. De Rekenkamer pleit hier al jaren voor. Enfin, ik denk niet dat de minister dit nu gaat toezeggen, maar we zouden wel een stap kunnen zetten.
In de Miljoenennota van 2020 werd nog een proeve van een staatsbalans opgenomen om inzicht te geven in bezittingen en verplichtingen van de Rijksoverheid. Het bleef bij die ene proeve. Dat is jammer. Waarom maken we deze staatsbalans geen structureel onderdeel van de Miljoenennota? Graag een reactie. Alleen verwijzen naar een overheidsbalans van het CBS volstaat natuurlijk niet.
Voorzitter. Ondanks voornemens het aantal ambtenaren met vele duizenden terug te dringen — met 22% om precies te zijn — nam het aantal rijksambtenaren in 2025 weer verder toe, van dik 157.000 naar ruim 160.000 fte. Ik snap dat je daar moet verdisconteren voor externe inhuur die nu in dienst is. Prima, maar waarom is bij het invullen van een taakstelling van 1 miljard louter gestuurd op geld en niet op minder ambtenaren in combinatie met minder taken? Dat deden we in de tijd van Balkenende IV met een programmasecretaris-generaal, Roel Bekker geheten, toch beter. Waarom passen we die aanpak niet opnieuw toe? De heer Van Dijck en ik waren het er al over eens, nu het kabinet nog.
Voorzitter. Uiteindelijk gaat het niet alleen om aantallen, maar moet het vooral draaien om eenvoud. De stelsels van de overheid zijn veel en veel te complex. Dat is een crime voor burgers, een crime voor ondernemers en een crime voor ambtenaren die het allemaal op hun bordje krijgen om uit te voeren. Een jaar geleden werd mede daarom unaniem mijn motie aangenomen om naast Prinsjesdag en Verantwoordingsdag aan het begin van het voorjaar een vereenvoudigingsdag te organiseren, waarop het kabinet ieder jaar een vereenvoudigingsplan en vereenvoudigingswet naar de Kamer stuurt. Het kabinet heeft begrijpelijkerwijs de eerste lentedag gemist, maar ik begreep dat kort na het zomerreces de eerste vereenvoudigingswet alsnog naar de Kamer wordt gestuurd. Kan de minister dat bevestigen? Wat is de ambitie daarbij?
Voorzitter. Uiteindelijk gaat Verantwoordingsdag niet alleen over de vraag of geld rechtmatig is uitgegeven, maar ook over de vraag of beleid bijdraagt aan een goed leven. Daarom vind ik het zorgwekkend dat de Monitor Brede Welvaart laat zien dat de sociale samenhang onder druk staat. Sociale contacten, vrijwilligerswerk en informele hulp nemen af. Het aandeel mensen dat zich als vrijwilliger heeft ingezet, is gedaald tot 47%. Dat is internationaal gezien natuurlijk nog altijd hoog, maar het brokkelt af. Wat is de reactie van de minister-president op deze ontwikkeling? Deelt hij de zorg dat een afname van vrijwilligerswerk en onderlinge betrokkenheid uiteindelijk ook de veerkracht van onze samenleving aantast? Het is niet eenvoudig om dat te keren, maar welke boodschap heeft hij aan en voor onze vrijwilligers, onze mantelzorgers, onze samenleving? Uiteindelijk gaat het hun toch ook om een sterke samenleving waarin we naar elkaar omzien, geruggensteund door een overheid en politiek die minder beloven en meer presteren?
De heer Oosterhuis (D66):
De heer Grinwis vroeg in zijn betoog terecht aandacht voor de onderhoudsopgave van infrastructuur, maar hij plaatste dat tegenover het terugdraaien van de bezuinigingen op onderwijs. Suggereert hij nou dat we op onderwijs zouden moeten bezuinigen om de bruggen en sluizen te betalen?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik prikkel een beetje natuurlijk. Het is in deze dagen gevoelig om op allerlei andere zaken te wijzen, dus ik dacht: laat ik deze er eens bij pakken. Het doet me vooral zeer dat wij heel veel kunstwerken, zoals we dat noemen, dus bruggen en sluizen, hebben gebouwd in de jaren dertig, zestig, zeventig, en in al die jaren geen voorzieningen hebben getroffen om te sparen voor de tijdige vervanging. Daardoor lopen we nu soms zelfs gevaar als we niet meteen tot vervanging overgaan. Om dat te betalen, duwen we ander onderhoud naar achter en schrappen we aanlegprojecten. We doen gewoon veel te weinig. Mijn eerste oproep is: laten we alsjeblieft voldoende geld uittrekken voor beheer, onderhoud en vervanging van deze infrastructuur. Laten we dat niet allemaal halen uit het schrappen van eveneens noodzakelijke infrastructuurprojecten. Dat is één.
Twee. Het is natuurlijk een kwestie van smaak hoeveel geld je in OCW en IenW moet steken. Het viel mij in ieder geval op dat er voor OCW structureel 1,5 miljard extra wordt uitgetrokken. Misschien kun je dat zien als een compensatie voor een eerdere bezuiniging, maar daar ging een extra intensivering van structureel 5 miljard aan vooraf, zeg ik dan tegen meneer Oosterhuis. Per saldo is er bij OCW de afgelopen jaren flink geld bij gekomen, terwijl dat bij IenW niet is gebeurd. Vroeger was IenW een respectabel departement, dat hoog in de politieke pikorde stond, maar nu is dat het ministerie dat zich tevreden moet stellen met de kruimeltjes die van de tafel vallen.
De heer Oosterhuis (D66):
Ik snap de zorgen van de heer Grinwis over de infrastructuur. Ik denk dat zijn analyse voor een heel groot deel terecht is. Infrastructuur hebben we nodig voor een bloeiende economie en een goed vestigingsklimaat, maar investeren in onderwijs en wetenschap is daarvoor natuurlijk net zo belangrijk. Ik vind het gevaarlijk om het daar weg te halen voor infrastructuur. Dan is het eerder goed om te kijken naar de echt consumptieve uitgaven of inkomensoverdrachten om de investeringen te verhogen. Ik denk dat dat een passender richting is dan de ene investering inruilen voor de andere.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Uiteindelijk gaat het er natuurlijk om wat je met je investering doet. Ik moet constateren dat ik er in ieder geval in geslaagd ben om meneer Oosterhuis te prikkelen. Ik zou prikkelend terug willen zeggen: wat heb je aan een brede brugklas als die onder water staat? Ik vind het belangrijk om dat goed in verhouding te blijven zien. Waar de heer Oosterhuis het vandaan haalt met zijn kabinet is in die zin ondergeschikt aan het pleidooi dat ik hier houd. Alsjeblieft, jullie hebben de investeringen in IenW overgeslagen, jullie hebben IenW onderbedeeld en te weinig prioriteit gegeven. Dat begon, in ergere mate, bij het vorige kabinet, dat wel mooie woorden sprak in het coalitieakkoord en er nul euro voor uittrok en zelfs bezuinigde op het openbaar vervoer — dat is waar — maar dit kabinet heeft er ook buitengewoon weinig extra voor uitgetrokken. Het is echt niet meer dan een fooitje. Ik heb soms het gevoel, zoals ik net ook onder woorden heb gebracht, dat de prioriteiten bij deze coalitie en dit kabinet niet op orde zijn. Dan zeg ik inderdaad prikkelend richting D66: wel 1,5 miljard extra voor OCW en slechts een half miljard voor IenW; had dat niet wat gelijkelijker verdeeld moeten zijn?
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Oosterhuis (D66):
Bij mij is het glas iets meer halfvol. Ik denk dat dit het eerste kabinet in jaren is dat deze opgave onderkent en daar ook extra geld voor uittrekt. De kwaliteit van onze wegen is net zo belangrijk als dat we een goed opgeleide bevolking hebben die ook zorgt voor groei, waarmee we ook alle collectieve uitgaven aan infrastructuur, defensie et cetera beter kunnen betalen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik vind dat de heer Oosterhuis hier veel te rooskleurig over is. Ik was betrokken bij de onderhandelingen over het coalitieakkoord van Rutte IV. Daarin trokken we structureel 1,5 miljard extra uit voor beheer en onderhoud van infrastructuur en daarnaast ook het nodige incidentele geld voor IenW. Ik denk dat er in het recente verleden wat dat betreft betere coalitieakkoorden waren. Ik geef wel gelijk toe dat er toen een andere defensieopgave lag dan nu. Ik zie alle opgaves dus heus wel. Ik constateer dat dit ministerie, dat zo ongelofelijk fundamenteel is voor het veilig voortbestaan van ons land, gewoon al jaren zwaar onderbedeeld wordt. Jarenlang wordt de stormvlag gehesen dat onze infrastructuur aan vervanging toe is maar dat het geld er niet is. Nu gaat deze minister van IenW, Karremans, samen met de staatssecretaris een beetje kiezen in schaarste. Ik noemde dat een beetje hard "kiezen tussen de pest en de cholera", terwijl we alle ziekten hebben te bestrijden. Dat is mijn pleidooi. Wie de schoen past, trekke hem aan.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Grinwis. Het woord is aan de heer Jimmy Dijk voor zijn inbreng namens de SP.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de Rekenkamer voor het goede werk. Op Verantwoordingsdag blikken wij terug op het afgelopen jaar. Hoe heeft het kabinet ons belastinggeld uitgegeven en waar heeft het dat vandaan gehaald? Heeft het zich gehouden aan de begroting en de plannen die door de volksvertegenwoordiging zijn goedgekeurd, of heeft het een eigen plan getrokken? De Kamer heeft akkoord gegeven om mensen die niet of moeilijk rond kunnen komen, te helpen. Mensen met onvoldoende inkomen hebben recht op toeslagen. Dat is verre van ideaal, want toeslagen zijn een compensatie voor een te laag loon of een te laag inkomen. Maar, het is iets. Wat blijkt? Op de zorgtoeslag heeft dit kabinet 391 miljoen euro overgehouden. Het is in ieder geval niet bij de mensen terechtgekomen die het nodig hebben. Voor de huurtoeslag geldt hetzelfde, maar dan gaat het over 362 miljoen euro. Honderdduizenden mensen worstelen dagelijks met dure boodschappen. Zij twijfelen dagelijks of ze de verwarming wel of niet aan kunnen zetten. Ze moeten kiezen tussen nieuwe kleren voor hun kinderen of een lidmaatschap van een sportclub. En dan blijft er zo ongelofelijk veel geld over terwijl mensen dat hard nodig hebben. Wat gaat het kabinet eraan doen om ervoor te zorgen dat dit geld alsnog bij mensen terechtkomt?
Elk jaar weer zien we zulke bedragen die overblijven. Elk jaar weer is er hetzelfde argument: de lonen zijn gestegen, dus mensen hebben minder recht op die toeslagen. Als dat elk jaar weer zo is, dan kunnen we daar ook iets aan doen. We moeten er dan voor zorgen dat dat geld, dat wij hier in deze Kamer bestemmen voor huur- en zorgtoeslag, ook terechtkomt bij diezelfde mensen, die alsnog aan het einde van de maand hun rekeningen niet of moeilijk kunnen betalen. Hoe gaat u ervoor zorgen dat dit geld voor toeslagen structureel terechtkomt bij juist die mensen die dat nodig hebben?
Eenzelfde patroon zien we bij het herstel van mensen die door de overheid zijn vermorzeld. We zien weer — wéér — dat er geld op de plank blijft liggen, terwijl deze Kamer heeft aangegeven dat dat geld voor herstel gebruikt moet worden. Ik noem schadeherstel Groningen: 221 miljoen. Versterkingen in Groningen: 463 miljoen. Herstel van het toeslagenschandaal: 1,2 miljard euro. Daarom vraag ik de premier het volgende. Wat zijn de mooie woorden over herstel waard als er 2 miljard euro in 2025 niet terecht is gekomen bij de mensen die dit herstel wel beloofd is? Ik zie een kabinet dat zijn afspraken op die manier niet nakomt. Telkens weer is het hetzelfde: volgend jaar doen we het echt anders. Dit gaat over Groningen. "De witte busjes zullen echt gaan rijden. We moeten beter gaan ramen." Maar dit kan toch niemand verbazen, als er in Groningen nu drie commissies zijn die bezig zijn met zware en ingewikkelde gevallen? Het kan toch niemand verbazen, als de slachtoffers in de hersteloperatie, die ondertussen een schandaal op zichzelf begint te worden, door tientallen hoepels moeten springen om hun recht te halen?
Ik heb dit debat op afstand gevolgd, omdat ik bij een andere commissie moest zijn. De tegenstelling kan niet groter. Waar is de verbazing in deze Kamer over de miljarden die naar Defensie gaan? Hoe kan dat? De tegenstelling kan niet groter. Bij een van de ministeries, Defensie, zien we dat regels niet belangrijk genoeg zijn om ze niet te breken, dat verantwoording niet belangrijk genoeg is om je daaraan te houden en dat belastinggeld niet belangrijk genoeg is om dat niet te verspillen. Defensie hoeft haar uitgaven niet eens meer democratisch te verantwoorden. De minister van Defensie, Yeşilgöz, hoont de kritiek van de Rekenkamer gewoon weg.
Ik vind het contrast echt stuitend, ook in deze Kamer. Sommige partijen heb ik daar niet over gehoord. Er is niet genoeg geld om woningen te bouwen, maar er is wel genoeg geld om kazernes te bouwen. Er is niet genoeg geld voor verpleegkundigen die 40% van de tijd kwijt zijn aan bureaucratie, maar Defensie hoeft voor driekwart van haar wapenaankopen geen bonnetjes te tonen. Ouders in het toeslagenschandaal worden onterecht gesloopt voor vermeende fraude, maar Defensie werkt actief aan beleid dat fraude en corruptie in de hand werkt. De thuiszorg moeten we kafkaësk Europees aanbesteden, maar Defensie kan zonder verantwoording haar opdrachten onderhands gunnen. Scholen hebben geen geld voor meer boeken, maar voor bommen heeft Defensie zo veel geld dat ze het niet eens uitgegeven krijgt.
Je hoeft het rapport van de Rekenkamer er maar bij te houden. Alle seinen staan op rood. Waar is de grote verbazing hierover in deze Kamer? Hoe kan dat? Hoe kan het dat als de Rekenkamer met zo'n vernietigend rapport komt, met een afzonderlijk onderzoek — ik laat het nogmaals zien — daarover in deze Kamer een beetje verder gekeuveld wordt? Ik vind het ongelofelijk. Miljarden komen niet terecht bij mensen. Defensie heeft een gat in haar zak en verantwoordt dat niet. En hier in de Kamer is het muisstil.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dijk. U loopt al weg, maar u heeft nog wel een interruptie van de heer Stultiens.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik heb zulke hippe schoenen aan dat ik heel snel alweer weg was bij het spreekgestoelte.
De voorzitter:
Ik zag het gebeuren.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik ben het voor een groot deel eens met de heer Dijk. Hij heeft vaak terecht kritiek als de Kamer op één hoop wordt gegooid. Ik wil even benoemen dat er meerdere partijen zijn geweest, onder meer die van mij, die veel vragen hebben gesteld. Ik hoop dat de heer Dijk ook zo kijkt naar het debat. Inderdaad vind ik dat de minister van Defensie veel te laconiek heeft gereageerd. Ik wil onderstrepen dat we het in deze Kamer niet moeten laten gebeuren dat er zo veel geld verspild dreigt te worden.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Meneer Stultiens, ik zal in mijn betoog één nuance aanbrengen. Ik heb uw bijdrage gehoord. U was inderdaad degene die hier volle kritiek op gaf. Maar ik vind dat de rest van de Kamer hier echt dingen heeft laten liggen.
De heer Van der Maas (VVD):
Ik wil even reageren op de woorden van de heer Dijk. De minister heeft aangegeven in contact te zijn met de Algemene Rekenkamer om te kijken wat ze daaraan gaat doen. Het is niet zo dat zij op een onwelwillende manier op het rapport gereageerd heeft; helemaal niet. Ze neemt een hoop van de aanbevelingen over en ze is ermee aan het werk. Dus ik moet zeggen dat ik hier wel aanstoot aan neem.
De heer Jimmy Dijk (SP):
U mag overal aanstoot aan nemen. Maar als je eerste reactie als bewindspersoon is "Ik ben het er niet mee eens" — dat was haar allereerste zin — dan vind ik dat echt niet kunnen. Het toont precies aan wat hier aan de hand is. Ik zei het net en ik zeg het nogmaals: er blijft geld over dat bestemd is voor mensen die recht hebben op schadeherstel of toeslagen — huurtoeslag, zorgtoeslag, toeslagenschandaal, Groningen. Daar blijft geld over. Defensie krijgt miljarden, met name van uw partij — het kan niet op — en vervolgens is de eerste reactie van de minister van Defensie "Ik ben het niet eens met de kritiek", terwijl er heel fundamentele kritiek is geleverd door de Rekenkamer op het beleid van Defensie, dat fraude en corruptie in de hand werkt. Dan is het nogal wat als je eerste reactie als bewindspersoon is dat je het daar niet mee eens bent. Dat vind ik schandalig. Ik vraag ook de minister-president om daarop te reflecteren. Ik hoor graag wat hij van die reactie vond.
De heer Van der Maas (VVD):
Dat is absoluut niet de reactie van de minister geweest. De minister is heel welwillend geweest. Ze heeft gekeken naar de bevindingen en heeft daar vraagtekens bij gezet. Zoals het hoort bij een controle heeft ze zich daar zelf ook een mening over gevormd. Ik wil u er ook op wijzen dat het hier gaat om besteding van een bedrag dat ook ondersteund wordt door een motie van deze Kamer. De minister heeft een enorme opgave, die wij haar tot taak hebben gesteld. Dat is wat zij aan het doen is.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik laat dit lijstje gewoon zien. Dat spreekt zo ongeveer voor zich. Ik blijf herhalen dat als je eerste reactie als minister is dat je het niet eens bent met de kritiek, om dan vervolgens te gaan bijsturen ... I rest my case, in goed Nederlands.
De voorzitter:
Zou u dat lijstje willen overhandigen aan de bode, zodat het deel uitmaakt van de beraadslaging? Dan kunnen we het later thuis ook allemaal volgen.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
De heer Dijk nam tijdens zijn bijdrage de tijd om wat collega-Kamerleden, of ambtsgenoten, de maat te nemen, terwijl nog niet alle Kamerleden hadden gesproken en sommige Kamerleden die wel hadden gesproken, zich niet herkennen in de kritiek. Is de heer Dijk ook bereid om samen met de Kamer te kijken hoe we het met z'n allen beter kunnen doen? Ik neem namelijk aan dat niemand in de Kamer wil dat de regering het geld niet zinnig, zuinig of zorgvuldig uitgeeft.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Natuurlijk, meneer Markuszower. Daarvoor zullen wij ook met voorstellen komen, absoluut.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Oké, dat is mooi. Ik denk namelijk dat heel veel Nederlanders denken: wat doen jullie hier nou eigenlijk de hele dag? Kunnen we niet beter aan de slag gaan voor al die mensen in plaats van elkaar de maat te nemen?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik ben het daar niet mee eens. Ik ga er een klein beetje van uit dat niet heel Nederland dit debat nu op de voet aan het volgen is. Dat begrijp ik, maar dit debat heeft een zeer belangrijke functie. Dat is namelijk controleren of de euro's zijn uitgegeven zoals bedoeld was. Ik zie heel veel mensen in onze samenleving die de gevolgen zien van de miljardenbezuinigingen op de zorg die er nog aan komen en van de miljardenbezuinigingen op de WIA en de WW. Nog steeds zijn de bezuinigingen op de AOW niet helemaal van tafel, want er wordt nog steeds gesproken over "alternatieven daarvoor".
Dus ja, mensen voelen haarfijn aan dat al de miljarden voor die duizend bommen en granaten, voor die Trumpnorm, nu weggehaald worden bij onze sociale voorzieningen. Mensen voelen aan dat de weerbaarheid van onze samenleving — wij hebben als Europees continent onze verzorgingsstaat, in tegenstelling tot het Angelsaksische model in het Verenigd Koninkrijk en de VS — nu keihard wordt afgebroken omwille van Defensie. Hier zit dan een Kamer die nogal milde kritiek levert op de miljarden aan Defensie die nu al uitgegeven zijn. Dat worden er nog miljarden meer. Daarvoor zijn de miljarden echt eindeloos. Dan verwachten mensen dat er hier een Kamer zit die goed controleert of de bonnetjes allemaal wel op orde zijn en dat niet het risico van fraude en corruptie dreigt als het gaat over de miljardenuitgaven door Defensie.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Zeker mogen mensen dat van ons verwachten. Het is ook onze taak om de regering te controleren. Overigens heeft de heer Dijk het in zijn antwoord nu over "fraude en corruptie". Volgens mij zat dat niet in zijn bijdrage, dus dit gaat wel een paar stappen verder.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat zat ook in mijn bijdrage, hoor.
De voorzitter:
Nee, meneer Dijk, we praten niet door elkaar heen.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Het enige waar ik voor pleit, is: laten we hier in deze Kamer gezamenlijk kijken hoe we het allemaal beter kunnen doen, hoe we echt iets kunnen bereiken voor de mensen en hoe we inderdaad kunnen kijken of de bedragen zinnig, zuinig en zorgvuldig worden uitgegeven, en elkaar niet zo de maat nemen. Ik denk dat de mensen daar een beetje genoeg van hebben.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Als u voelt dat ik u de maat aan het nemen ben ...
De voorzitter:
Ik doe niks, maar u doelt waarschijnlijk op de heer Markuszower.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Als de heer Markuszower voelt dat ik hem de maat aan het nemen ben. Ik heb het debat zo goed als ik kon gevolgd. Ik vond de kritiek op de miljarden aan defensie die eigenlijk onverantwoord uitgegeven zijn, nogal matig. Ik vind dat ik dan ook kritiek mag leveren op welke partijen hier dan ook; dat hoort bij het debat.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik denk dat veel collega's hier zich toch niet aangesproken voelen. Ik heb onder andere in mijn bijdrage ook expliciet gezegd: als die uitgaven van Defensie niet gaan zoals ze zouden moeten gaan, dan ondermijnt dat het draagvlak om juist te investeren in defensie. De minister van Defensie had juist gereageerd op het punt dat de Auditdienst Rijk wel degelijk zei dat het goed was verlopen. Dat was haar reactie, en dat ze wel de kritiek van de Rekenkamer meeneemt richting haar beleid voor het volgende jaar.
Mijn vraag aan de heer Dijk ligt een beetje in het verlengde van die van de heer Markuszower. Kritiek is goed, maar wat zou u verbeterd willen zien ten aanzien van de bestedingen van Defensie?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat ze zich, één, aan de regels houden en dat als we hier als Kamer met elkaar besluiten om miljarden naar Defensie over te maken in de komende jaren en als in ieder geval uw partij die miljarden gaat steunen, we dat niet gaan doen als het niet op een juiste manier verantwoord wordt. Dat wordt het op deze manier niet.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik hoor dat de heer Dijk wel meegaand is als de aanbestedingsregels beter verlopen, als er beter wordt gekeken naar de prijs-kwaliteitverhouding en als de procedures beter verlopen. Dan bent u op zich dus wel te porren voor het intensiveren van de investeringen in defensie.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Nee, totaal niet; laten we even heel glashelder zijn. Nee, nee, nee, fijn dat u mij die gelegenheid geeft. Nee, zeker niet. We zien nu wat er gebeurt. Volgens mij was mijn partij de enige — in alle bescheidenheid — die voor de zomer bij de NAVO-norm waar iedereen klakkeloos achteraan liep, u ook, trouwens …
De voorzitter:
Ik niet, de heer Hoogeveen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
JA21 loopt er klakkeloos achteraan. Het zou best fijn zijn als kritische Kamerleden hier — dat mag u inderdaad als kritiek van mij op u beschouwen — maar ook journalisten en media, zou ik willen zeggen, al doe ik dat niet graag, iets kritischer zouden zijn op waar die 5% nou precies op is gebaseerd. Er is hier ergens een mapje in een verborgen kamer dat wij mogen inzien en waar we niet over mogen spreken. Dat gaat over wat precies de NAVO-capaciteitsdoelstellingen zijn. Ik kan zeggen dat mijn profielwerkstuk in havo 3 sterker en beter onderbouwd was dan deze powerpointpresentatie die daar ergens ligt. Het is namelijk ongeveer de wensenlijst van de trainer van FC Groningen die de spelers van Barcelona wil hebben. Ik vind dat als het om de weerbaarheid van de samenleving gaat, er veel meer voor te zeggen valt dat we investeren in goede universiteiten, goed onderwijs, goede diplomaten en dat we ervoor zorgen dat we een pad naar vrede weten te vinden, in plaats van dat we miljarden gaan uitgeven ten koste van onze sociale zekerheid, ten koste van onze verzorgingsstaat, aan duizend bommen en granaten die onze wereld onveiliger maken, iedere dag weer op dit moment.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dijk. Het woord is aan de heer Vermeer voor zijn inbreng namens BBB.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. Het was een bijzonder schouwspel zojuist, hoe Groep Markuszower en JA21 het kabinetsbeleid aan het verdedigen waren ten opzichte van een collega die terecht iets aan de orde stelde, wat mij betreft. Ik wil de heer Van der Maas bedanken voor zijn persoonlijke speech …
De voorzitter:
Meneer Vermeer, u kent de heer Markuszower inmiddels langer dan vandaag.
De heer Vermeer (BBB):
Het was een beetje uitlokking; ik snap het.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Nu doet de heer Vermeer exact hetzelfde als de heer Dijk, namelijk elkaar de maat nemen. Onze taak als Kamer is om de regering te controleren en dat is de bedoeling van dit debat. Ik heb net ook helemaal niet de regering verdedigd. Ik zit niet in de regering. Dat moet de regering zelf doen. Ik heb alleen aan Kamerlid Dijk gevraagd, en ik vraag het nu ook aan u, of we elkaar niet de maat kunnen nemen, maar ons kunnen focussen op of de uitgaven zinnig, zuinig en zorgvuldig zijn geweest en of we, als dat niet zo is, daar de ministers van Algemene Zaken en Financiën over kunnen bevragen.
De heer Vermeer (BBB):
Ik neem de heer Markuszower helemaal niet de maat. Ik doe een waarneming van wat ik hier in een interruptie zie, niet meer en niet minder. Ik vond dat een bijzondere figuur en misschien zegt dat iets over gesprekken die plaatsvinden op de achtergrond. Ik weet het allemaal niet. Ik vatte het op als het bijna willen ontzenuwen van het punt van de heer Dijk, namelijk dat de zaken gewoon niet op orde zijn, zoals hij zelf ook al even in zijn verhaal liet zien. De Rekenkamer heeft dat ook duidelijk in de stukken aangetoond. En het gaat nog veel verder, want voor dat industriëleparticipatiebeleid dat is gekoppeld aan Defensiebeleid hebben we een briefing gehad van de Algemene Rekenkamer bij Economische Zaken. Ook daar bleek dat de boel totaal niet op orde is. De minister van Defensie zegt dat de ministeries het allemaal inzichtelijk hebben, maar als gevraagd wordt om het te laten zien, dan is het er niet. Dus hier is echt wel wat aan de hand. Het is zelfs zo dat de minister van Economische Zaken nog niet toezegt dit beleid te gaan evalueren. Dus hier is echt iets aan de hand. En dit gaat over miljarden. Voor de komende jaren gaat het over meer dan 19 miljard per jaar. Ik vind dus dat dit zeer serieus moet worden genomen.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank voor dit antwoord. Mocht het allemaal niet duidelijk zijn: ik deel de kritiek van de heer Dijk. Ik deel de zorgen die de heer Vermeer hier te berde brengt. Daar moeten we als Kamer scherp op zijn. Dat is het enige. Volgens mij staan we aan dezelfde kant en staan we op dezelfde manier in de wedstrijd. Dat is het enige punt dat ik wilde maken. Hartstikke goed dat de heer Vermeer en de heer Dijk die grote zorgen hier naar voren brengen. Ik zal dezelfde soort zorgen in mijn bijdrage te berde brengen.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel.
De voorzitter:
U vangt aan.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. Vandaag bespreken wij de verantwoording over het gevoerde beleid en als ik de balans opmaak, zie ik een overheid die op de verkeerde plekken groeit, op cruciale plekken steken laat vallen en het Nederlandse bedrijfsleven verstikt in bureaucratie. Sinds ik in deze Kamer zit, is het aantal ambtenaren gestegen met maar liefst 20.000, en dat kwam niet door mij, tot een recordhoogte van bijna 170.000. De Nederlandse collectieve sector is simpelweg veel te groot geworden en het is tekenend dat de ambtenarij, ondanks onze goede bedoelingen ten tijde van het kabinet-Schoof, per saldo alleen maar is gegroeid. 170.000 rijksambtenaren kosten namelijk een slordige 20 miljard per jaar. Hoe kan de minister dit nog verdedigen met het oog op de kaalslag die het kabinet voorstelt in de zorg en sociale zekerheid?
Terwijl wij miljarden uitgeven aan de ambtelijke organisatie, staat ook onze fysieke infrastructuur letterlijk op instorten. Bruggen en wegen moeten worden afgesloten als er niet snel geld bij komt, zo waarschuwen lokale overheden. Er is sprake van ernstig achterstallig onderhoud en een gebrek aan grip op de budgetten voor beheer en onderhoud. We bouwen luchtkastelen met beleid, maar onze echte bruggen brokkelen af.
Voorzitter. Een ander pijnlijk voorbeeld van falend overheidsbeleid zit in het fiscaal beleid. Zoals ik vaker heb aangegeven, is er geen beter voorbeeld dan de tabaksaccijnzen. Uit de gepresenteerde cijfers blijkt dat er sprake is van een gigantische tegenvaller van 800 miljoen euro ten opzichte van de Miljoenennota, die al omlaag was bijgesteld ten opzichte van de jaren daarvoor. Een bijstelling van 800 miljoen op een begroting van 3,4 miljard, terwijl het aantal rokers niet is afgenomen, maar in vijf van de acht categorieën zelfs is gestegen. Dat duidt op een serieuze, amateuristische misrekening. Het geld is simpelweg over de grens uitgegeven of in het illegale circuit verdwenen. Pakjes tabak uit Noord-Brabant met een Frans etiket, zonder dat daar ook maar 1 cent accijns over is afgedragen. Wat gaat het kabinet doen om dit ideologisch gedreven fiscale beleid eindelijk weer wat pragmatischer te maken? En hoe gaan we dit soort voorspelbare tegenvallers in de toekomst voorkomen?
Voorzitter. Verantwoordingsdag is ook een dag waarbij we kijken naar de beleidsdoelen die het kabinet al dan niet heeft gerealiseerd. We staan stil door een overmaat aan regels. Kijk bijvoorbeeld naar de ESG-verplichtingen voor banken. Die gaan over milieu, maatschappelijk verantwoord ondernemen en goed bestuur en kunnen ervoor zorgen dat een transportbedrijf op diesel, een glastuinder op gas of een staalfabriek duurder geld moet lenen, puur vanwege hun energieprofiel. Of neem de belachelijk hoge heffingen onder het ETS-systeem. Erkent de minister dat de optelsom van zo veel nieuwe belastingen en regelgeving het concurrentievermogen van het Nederlandse mkb de nek omdraait en dat dit het realiseren van economische groei en een effectief overheidsapparaat in de toekomst alleen maar moeilijker maakt?
Voorzitter. Tot slot drie dossiers waar snel orde op zaken moet worden gesteld. Ten eerste de defensie-uitgaven. We hadden het er net al over. We zien grote uitgaven die via directe gunningen verlopen, wat achteraf onmogelijk fatsoenlijk te verantwoorden is. Dit schaadt de rechtmatigheid en de controlefunctie van deze Kamer. Hoe gaat de minister dit verbeteren?
Ten tweede box 3. Nederland moet weer vooruit. Ter beperking van het aantal opeenvolgende belastingsystemen dat we sinds het Kerstarrest hebben gehad en naar verwachting nog gaan krijgen, stelt BBB voor om de vermogenswinstbelasting al in te voeren per 2028, conform mijn eerdere motie. Ik hoor graag van de minister wat hier nu precies op tegen is, want volgens mij is een systeem op basis van werkelijke vermogenswinst in de praktijk helemaal niet complexer dan de ingewikkelde vermogensaanwassystematiek die het kabinet nu overweegt. Dat scheelt weer ambtenaren.
Ten derde. Het kabinet heeft de AOW-maatregel ingetrokken en dit zorgt voor een aanzienlijke structurele derving en betekent in feite dat minister Heinen een ongedekt coalitieakkoord heeft liggen. Kan hij garanderen dat hij dat niet gaat oplossen met hogere lasten?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Vermeer. Er is een interruptie van de heer Oosterhuis.
De heer Oosterhuis (D66):
Ik heb even meegeschreven tijdens het betoog van de heer Vermeer. Hij spreekt bij SZW en VWS over een kaalslag. Er moet geld bij voor infrastructuur, allerhande belastingen moeten omlaag en de belastingen mogen niet omhoog vanwege de AOW-maatregel. Het telt wel op, moet ik zeggen. We hadden in mijn inbreng net ook al een kort interruptiedebatje over hoe we met die begroting omgaan. Wat is nou eigenlijk het beeld van de heer Vermeer over het begrotingstekort en de staatsschuld? Wat zijn zijn ijkpunten daarin?
De heer Vermeer (BBB):
Wij voeren hier al jaren de discussie over goed ramen. Het perspectief dat geschetst wordt voor de jaren die komen, is altijd heel pessimistisch. "Als we nu niet ingrijpen, dan …" Uiteindelijk blijken we door allerlei meevallers, onderuitputting et cetera altijd weer veel positiever uit te komen onderaan de streep. Er wordt naar onze mening veel te veel gefocust op directe kosten en niet gekeken naar wat investeringen aan extra verdienvermogen voor Nederland op kunnen leveren. In de Kamer wordt bijna niet gepraat over het toekomstige verdienvermogen van Nederland. Dat is volgens mij veel bepalender. Als je in een bedrijf de kosten niet kunt verlagen, dan kijk je waar je de inkomsten kunt vergroten. Volgens mij moeten we daar meer op focussen.
Daarnaast heeft een meerderheid van deze Kamer ook gezegd dat met die begrotingsregels toch op een andere manier omgegaan moet worden. Het voorbeeld van die tabaksaccijns is heel mooi. Het kabinet kan zich veroorloven om elk jaar minder inkomsten daarop te boeken, omdat er gewoon íéts begroot wordt. Zolang dat maar in de spreadsheet klopt, is het goed. Brengt het minder op, dan wordt dat opeens gezien als een tegenvaller en wordt het jaar daarop een lager bedrag ingeboekt. Voor al die miljarden aan verschil die daar inmiddels al in zitten, heeft geen enkele minister of partij hier verantwoordelijkheid hoeven te nemen, want dat hoefde nooit voorzien te worden van een dekking. Op deze manier zit dat gewoon hartstikke scheef. We zullen dus op een pragmatische manier moeten kijken wat kosten zijn, wat investeringen zijn en wat het doet met ons toekomstige verdienvermogen.
De heer Oosterhuis (D66):
Ik ben het van harte eens met uw opmerking over meer investeren. Maar als ik in mijn huis investeer, betekent dat ook dat ik iets anders niet kan doen. Dat betekent dat ik een keer niet op vakantie kan bijvoorbeeld. Je kunt niet alles tegelijk willen, zeg ik ook tegen de heer Vermeer. Ik zal mijn vraag wat concreter stellen. Is de heer Vermeer ook van mening dat het begrotingstekort binnen de 3% moet blijven?
De heer Vermeer (BBB):
Dat kan een streven zijn, maar er kunnen omstandigheden zijn … Wij hadden zelfs voor defensie-uitgaven bij de EU kunnen melden dat we daar een extra verruiming wilden krijgen. Het kabinet heeft besloten om dat niet te doen. Eerst zeiden ze van niet, toen wilden ze het misschien toch wel en nu weer niet. Dat verschilt steeds. Op dit soort punten kunnen ook andere keuzes gemaakt worden. In plaats van te investeren in nog meer wind op zee, zou ook geïnvesteerd kunnen worden in bruggen en viaducten. Voor die wind op zee is er namelijk toch geen aansluitruimte. Er zijn geen businessmodellen meer sluitend te krijgen. Stop er dan maar mee.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Oosterhuis (D66):
Dat laatste lijkt mij heel onverstandig, want dan blijven we miljarden naar het buitenland, zoals het Midden-Oosten, sturen. Ik vind het toch een ingewikkeld antwoord. Ik zei net al: ik krijg toch de indruk dat de heer Vermeer alle financiële sluizen open wil zetten zonder dat er iets voor terugkomt. Ik denk toch dat de rekening wel betaald moet worden. Alleen maar geloven dat dit in de toekomst wel goedkomt, is denk ik een beetje te naïef.
De heer Vermeer (BBB):
Dat is totaal niet wat ik zeg. Wij hebben in het verleden — ik wil dat nu ook wel weer doen — allerlei voorstellen gedaan om te zorgen dat er ook bespaard wordt, bijvoorbeeld op het aantal ambtenaren of op ontwikkelingshulp. We moeten asiel terugdringen, want dat is inmiddels ook een gigakostenpost, waarbij we alleen maar rekenen met de standaardkosten en alle noodopvang ons steeds overkomt. Hier gaan ook miljarden in om. Er gaat 8 miljard om in wind op zee. Wind op zee maakt ons helemaal niet onafhankelijker van het buitenland, want op dit moment wordt al die extra opgewekte energie geëxporteerd naar het buitenland. Dat heeft niets te maken met onze eigen zelfvoorzienendheid.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Ik wil even zeggen dat ik het helemaal eens ben met de heer Vermeer als het gaat om de tabaksaccijnzen. Ik had dat zelf ook in mijn inbreng staan. Datzelfde geldt voor de kansspelbelasting. Die is nu ook twee keer verhoogd, maar uiteindelijk levert die veel minder op dan voordat die verhoogd werd. Het is dus gewoon dom beleid om maar belastingen te verhogen, jezelf rijk te rekenen en elke keer op Verantwoordingsdag te moeten concluderen dat de belastinginkomsten tegenvallen. Is de heer Vermeer dat met mij eens?
De heer Vermeer (BBB):
Ja, zeker. Wij hebben destijds in de formatiegesprekken ook een behoorlijk robbertje moeten vechten over al dit soort zaken. We zijn toen in staat geweest om een beoogd begrotingstekort van 1,5% wat op te krikken richting 2,8%. Weet je wat ook hier steeds de kwestie is? Er wordt gezegd: we hebben die diepe zakken, die lage staatsschuld, nodig om problemen op te lossen als er crisissen zijn. En elke keer dat we hier een crisis hebben, wordt er gezegd: we gaan het allemaal even aankijken en u krijgt een brief. Ik kom inmiddels om in de brieven. Mijn hele bureau ligt er vol mee. Maar daar hebben de mensen thuis gewoon geen ene bal aan. Je kunt er geen rekening mee betalen bij het tanken. Als er dan iets gedaan moet worden om brandstofprijzen te compenseren, dan krijgen we een voorstel om je huis te isoleren. Ja, sorry hoor. Dat zijn twee zaken die op maar één punt overeenkomen, namelijk dat ze allebei met energie te maken hebben, maar het is geen oplossing voor een probleem.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Een ander punt is natuurlijk dat het tekort volgens de begroting vorig jaar 2,8% zou zijn. Het komt uit op 1,6%. Dit jaar zou het 2,9%. Het komt waarschijnlijk ook wel uit op 1,2%. Elke keer wordt dat tekort dus begroot alsof we tegen die 3% aan zitten en kunnen we als Kamer niks, maar uiteindelijk komt het elk jaar weer veel lager uit, waardoor we achteraf gezien wél veel hadden kunnen doen. Wordt de Kamer daarmee niet buitenspel gezet?
De heer Vermeer (BBB):
Wat mij betreft wel, omdat wij niet goed keuzes kunnen maken waar we dat geld aan besteden, want het wordt al van tevoren van ons afgenomen. We kunnen het niet eens inzetten als middelen om toe te passen. Het probleem is ook dat al die meevallers daardoor alleen maar incidenteel geld worden en dat we niet structureel voor oplossingen zorgen. En ja, ik kan het gewoon niet accepteren, maar ik kan het eigenlijk ook niet uitstaan dat we onszelf jaar op jaar op jaar arm praten voor de toekomst, terwijl elke keer op het moment zelf het geld er best geweest was.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Gelet op die laatste twee opmerkingen: moeten we het stelsel niet een keer tegen het licht houden? Op deze manier blijven we namelijk achter de feiten aan lopen. De minister gooit alle deuren naar de Kamer toe dicht. We hebben geen echt controlemechanisme. We zijn eigenlijk in een heel verkeerd stelsel bezig, dus mijn vraag aan de heer Vermeer is: moeten we niet gaan kijken naar een nieuw stelsel, bijvoorbeeld een baten-lastenstelsel?
De heer Vermeer (BBB):
Ja, dat pleidooi, ook van de heer Grinwis en zo, ondersteun ik zeker. Daar zullen we mee aan de slag moeten, net als met die staatsbalans. Ik heb toch ook nog wel de vraag aan de minister of hij kan uitleggen waarom dat bij een proeve gebleven is en niet doorgezet is in 2020, want ik ben daar zeer zeker in geïnteresseerd. We moeten niet alleen naar jaarlijkse kosten kijken, maar ook naar: wat staat er op onze balans en waar willen we in investeren op onze balans?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Vermeer. Het woord is aan mevrouw Van Brenk voor haar inbreng namens 50PLUS in eerste termijn.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dank, voorzitter. Verantwoordingsdag, gehaktdag. We doen dit al sinds het jaar 2000. Een disciplinerend ritueel, waarin we de beloftes van politici hard afzetten tegen de geleverde resultaten. Het was een goed idee en dat is het nog steeds, maar het is ook een matte vertoning geworden, zeker in vergelijking met de oorspronkelijke ambities, want gehakt wordt er niet meer zo veel. De doelen met Verantwoordingsdag die we rond het jaar 2000 hadden, zijn niet waargemaakt. De overheid is meer bezig met input, en dan ook nog het liefst met mooie, diverse, inclusieve foto's en uiteraard een altijd kloppend spreadsheet. Maar waar we ons juist minder om zijn gaan bekommeren, is de output: de effecten van het beleid, de wisselwerking tussen de verschillende prioriteiten en een oplossingsgerichtheid die er ten minste voor zorgt dat we niet 20 of 30 jaar praten over hetzelfde probleem, dat maar niet opgelost wordt en steeds verder uit de hand loopt. Wij denken dat het ontbreken of het verdwijnen van een gedeelde werkelijkheid, de onophoudelijke discussies over wat nu precies de feiten zijn, de afgelopen jaren veel krachtiger is geweest dan de gehoopte, disciplinerende invloed van gehaktdag. Is de minister-president dat met ons eens? Kan hij daarop reflecteren of vindt hij het wel oké zoals het gaat?
Voorzitter. Dan inhoudelijk. Asielmigratie als verdragsrechtelijke openeinderegeling, whatever it takes, voor niet-ingezetenen. Tevens whatever it takes voor het redden van de eurozone met bijgedrukt geld. Het onvermogen om de beschikbaarheid van betaalbare huurwoningen te garanderen zoals Nederlanders dat altijd gewend waren. Ik noem natuurlijk ook de ineenstorting van ons pensioenvermogen van 210% naar 150% van het bruto binnenlands product sinds de top in 2020; dat is ruim 600 miljard down the drain en de teller loopt nog door. Voorts netcongestie, dreigende energietekorten en een dreigend drinkwatertekort. Voorheen waren dat problemen van ontwikkelingslanden, nu van Nederland.
Dan de toenemende zorgfraude, die in omvang al groter is dan de optelsom van de geplande bezuinigingen. Die wordt wel geadresseerd met een taskforce, maar oplossen lijkt niet eens het doel. Het adresseren van een probleem wordt steeds vaker al genoeg gevonden. Het gevolg is dat het kabinet roept dat de zorgkosten onbeheersbaar stijgen en bezuinigen noodzakelijk is. Voor 50PLUS is dit de wereld op z'n kop. We ontzeggen ouderen een gordelroosvaccin omdat er geen geld voor is. Hoe krom wil je het hebben?
Dan de kritiek van de Algemene Rekenkamer op het ministerie van Defensie. Het ministerie vindt alles geheim, waardoor de Rekenkamer en de Tweede Kamer hun controlerende taak niet goed kunnen uitvoeren. Dat gaat om aanzienlijke bedragen, waar je als parlement controle over wilt hebben. Het ministerie moet beter onderbouwen waarom iets geheim is, en als ze dat niet kunnen, moeten de normale regels gelden. Kan de minister dat toezeggen?
Ook de strafrechtketen is een fundamentele hoeksteen van de democratische rechtsstaat. De conclusies van de Algemene Rekenkamer zijn zelfs in ambtelijke termen keihard. In gewoon Nederlands: het strafrecht ligt op z'n gat. Deze ontwikkeling is al jaren gaande. Dit is een voorbeeld van de gevolgen van niet-uitgevoerd beleid. Ook burgers zien en voelen dat de politiek op dit punt faalt. Het totale systeem van de huidige strafrechtketen is aan het einde van zijn levensduur. Voor 50PLUS is deze situatie onacceptabel. Hoe kijkt de minister-president naar deze situatie? Welke stappen gaat het kabinet ondernemen, zonder te vervallen in het herhalen van eerdere toezeggingen?
Een aantal collega's noemde het al: het aantal ambtenaren is inmiddels weer gegroeid met ruim 3.000. Dat blik wordt steeds maar weer opengetrokken, ondanks beloften van een kleinere overheid. 50PLUS wil een overheid die werkt, die de menselijke maat houdt en die zorgvuldig omgaat met het belastinggeld dat opgebracht wordt door burgers en bedrijven. Ik weet dat ik nu bij herhaling een vraag stel waar de minister-president alle kanten mee op kan. Het gaat mij echter vooral om de vraag of hij onze werkelijkheid deelt. Volgens ons moet er iets gekeerd worden, terwijl ik de indruk heb dat de premier denkt in termen van koers houden. Graag een reactie.
Voorzitter. Ik wil afsluiten met een woord van dank aan de Rekenkamer: hartelijk dank voor al uw inspanningen, wij hebben er veel baat bij.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Brenk. Dan is het woord aan de heer Markuszower voor zijn inbreng in de eerste termijn.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Voorzitter. Het is misschien niet leuk, constructief of sportief om te zeggen, maar het maakt het allemaal niet minder waar: wij hier met z'n allen, en successievelijke regeringen voorop, maken er feitelijk een enorme puinbak van. Onze overheid faalt structureel en faliekant — niet eventjes, maar al heel lang en niet op sommige terreinen, maar bijna over de gehele linie. De mensen thuis worden er knettergek en extreem boos van. Sommigen gooien zelfs de handdoek in de ring en emigreren. De goeden vertrekken en veel kwaadwillenden, niet allemaal, komen ervoor in de plaats. Mocht hier iemand zijn die denkt "waar heeft die man het nou over?": ik zal nu een aantal prangende voorbeelden geven van hoe dat er nou uitziet, een falende overheid.
Gevangenen en asielzoekers die vaker mogen douchen dan onze ouderen. Vissers die alleen mogen vissen wanneer het eb en vloed tegelijk is. Screening op terrorisme die twee jaar in plaats van twee weken duurt. De enige betrouwbare en betaalbare ov-verbinding is een azc-bus in Ter Apel. Boeren worden weggetreiterd, want melk zou toch uit een fabriek komen. Een vliegveld waar alleen de vogels nog mogen vliegen. De vleermuis die meer rechten heeft dan de belastingbetaler. Nieuwe vrachtwagens van Defensie die de weg niet op mochten omdat ze 2 centimeter te hoog zijn. Een staatsomroep die alleen voor de linkse staat roept. Uitpuilende gevangenissen waardoor criminelen op de samenleving worden losgelaten. Een hogesnelheidslijn waar alleen de problemen met een hoge snelheid op ons afkomen. Een huizenopgave die draait om vogelhuisjes. Ondernemers die wegvluchten door krankzinnige regulering en wereldwijd ongekende belastingstelsels; box 3. Vijf jaar of meer voordat een asielaanvraag is afgehandeld. Stranden die in war zones veranderen, want het mantra is toch de-escalatie? Jeugdzorg duwt meer jongeren de problemen in dan ze eruit haalt. Alleen mensen die de ballen hebben om tegen de Staat te procederen compenseren voor bijna frauduleuze belastingstelsels; wederom box 3. Voor iedere spijker een vergunning. Voor 8 miljard euro spoor aanleggen waarop je 300 kilometer per uur kan rijden, om vervolgens treinen te kopen die maar maximaal 200 kilometer per uur kunnen rijden. Papieren rietjes bij uw plastic coladeksel. Een Wet open overheid die met name veel "overheid" maar weinig "open" is. Criminelen die vertroeteld worden op landgoederen, namelijk tbs-klinieken. Niet mogen bouwen om de bodem te beschermen, om vervolgens de complete Noordzeebodem te vernielen met trillingen van windmolens. Stilstaan op de snelweg door klimaatparels en activistische burgemeesters. Een minister-president die huizen wil verwarmen met stilstaande windmolens, maar geen idee heeft hoe dat zou moeten met kernenergie. Onze kinderen die functioneel analfabeet worden. Afvalhopen op straat, omdat de afvalstoffenheffing al is ingezet voor nieuwe, inclusieve plantenbakken. Zedenzaken die jarenlang op de plank blijven liggen. Mensen dwingen om een elektrische auto te kopen, zodat zij die vervolgens niet op kunnen laden, aan een niet-aangesloten laadpaal, bij hun niet-gebouwde huis. Van uw wegenbelasting borden bestellen om u daarmee te verbieden op die wegen te rijden. Een spoorwegmaatschappij die het punctueel laten rijden van treinen niet echt als een corebusiness ziet. Belanghebbenden die met name belang hebben bij het proces en niet bij de uitkomst. Kritieke overheidssystemen in handen van een andere overheid. Foeigesprekken met pedofielen in plaats van straffen. Perfect asfalt waar we maar 100 op mogen boemelen, rijden, omdat Brussel anders boos wordt. Onderzoeken van twee ton die in een bureaula van €56 verdwijnen, vanwege de inhoud.
Voorzitter. Helaas was dit geen limitatieve opsomming. Andere Kamerleden hebben ook andere voorbeelden genoemd. Het is slechts het topje van de ijsberg. De mensen thuis verwachten van ons dat we hier eindelijk eens problemen gaan oplossen, in plaats van problemen te creëren. Ze eisen van ons dat we echt eens aan de slag gaan en eindelijk eens gaan doen wat we al die kiezers voor de verkiezingen altijd beloven. Ze eisen van ons dat we, als we dan aan de slag gaan, dat ook een beetje deugdelijk, efficiënt en onbureaucratisch doen. De Nederlander krijgt namelijk gewoon problematisch weinig waar voor zijn geld. Dus, regering en collega-Kamerleden: laten we de mouwen opstropen, een stuk minder praten met z'n allen en eindelijk eens wat meer gaan doen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik schors een kwartier voor de beantwoording van de zijde van het kabinet.
De vergadering wordt van 14.05 uur tot 14.20 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de eerste termijn van de zijde van het kabinet bij het Verantwoordingsdebat voor het jaar 2025. Het woord is aan de minister-president.
Termijn antwoord
Minister Jetten:
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een heel korte inleiding. Daarna ga ik direct naar de vragen die specifiek aan mij zijn gesteld.
Meneer de voorzitter. Het is een gegeven dat de traditie van Verantwoordingsdag traditioneel minder de aandacht trekt dan Prinsjesdag. Ik weet niet zeker of we dat zouden kunnen veranderen met een gezamenlijke rijtoer door de president van de Algemene Rekenkamer en de minister van Financiën of dat hoedjes toevoegen zou helpen op deze dag, maar ik weet wel dat het belang van dit debat weleens wordt onderschat. Dat vond ik al als Kamerlid en dat vind ik nog steeds. Verantwoording afleggen hoort bij onze democratie. Het is een kernpunt. Dat blijkt ook uit de inbreng van Kamerleden in dit debat. Laat ik meteen ook dank uitspreken aan de Algemene Rekenkamer voor het verantwoordingsonderzoek en de heldere presentatie door de heer Duisenberg, die over 2025 de spijker op de kop sloeg: ons land heeft doorbraken nodig. Al veel te lang is er op te veel terreinen sprake van stilstand.
We kennen de onderwerpen allemaal: natuur, landbouw en stikstof, wonen, asiel en migratie, energie en klimaat en ons toekomstige verdienvermogen. Op al deze terreinen moeten we sprongen vooruit maken. Dat is ook precies de analyse die onder het coalitieakkoord ligt. Dit kabinet wil de kar uit de modder trekken. Dat is het vertrekpunt van ons handelen. Daarom investeert het kabinet de komende jaren fors in het vergroten van onze defensiecapaciteiten, het versterken van de economie, het aanpakken van het stikstofprobleem, de woningmarkt en het klimaatbeleid. Binnen het kabinet pakken we deze thema's slagvaardig op door middel van taskforces. Velen van u hebben hier vandaag terecht aandacht voor gevraagd. Ik zal daar zo meteen uitgebreider op ingaan.
Ik heb zelf ook met de Algemene Rekenkamer gesproken over hoe de verantwoording van de doelen van dit kabinet beter kan. Zoals ik gisteren ook per brief aan de Kamer heb laten weten, zal het kabinet gezamenlijk met de Algemene Rekenkamer bezien hoe we de kennis en de kunde van de Rekenkamer nog beter kunnen benutten om de voortgang en de resultaten van de taskforces zo goed mogelijk te monitoren en voor de Kamer inzichtelijk te maken. Maar laten we ook eerlijk zijn dat goed en uitvoerbaar beleid maken niet altijd eenvoudig is. Wij als kabinet, u als Kamer, sociale en maatschappelijke partners: wij hebben er allemaal een rol en verantwoordelijkheid in. Daarom is het ook goed dat we stilstaan bij verantwoorden, om te beginnen bij de cijfermatige en andere tekortkomingen die de Rekenkamer heeft geconstateerd. Van het verleden kunnen we immers alleen maar leren, en dat is ook echt een democratisch kernpunt.
Voorzitter. Ik wil daar wel aan toevoegen dat verantwoorden alleen vandaag niet ons doel moet zijn. Het gaat ook echt om de vraag hoe je daar lering uit trekt, zodat dingen ook anders en beter gaan, om uiteindelijk meerwaarde voor onze inwoners en onze samenleving te creëren.
Voorzitter. De heer Stultiens en onder anderen mevrouw Van Dijk vroegen hoe je deze dag meer aandacht zou kunnen geven. Daarover ontstond ook een interessant interruptiedebat. Als oud-Kamerlid en als oud-fractievoorzitter zeg ik dat het altijd maar de vraag is of je per se een beter debat krijgt wanneer je fractievoorzitters aan dit debat gaat toevoegen. Ik zou ook de leden van de Kamer willen complimenteren met een zeer inhoudelijk debat vandaag, dat ook interessant was om te volgen. Maar heel bewust zijn wij hier vandaag gezamenlijk, om ook als minister van Financiën en minister-president uit te stralen dat we het als een gezamenlijke verantwoordelijkheid zien om Verantwoordingsdag de juiste zwaarte te geven. Wellicht kunnen we ook buiten de vergadering om met het kabinet en de Kamer overleg voeren over hoe we volgend jaar het maximale uit Verantwoordingsdag en dit debat halen. Ik weet niet of een vol vak K daar per se het beste bij werkt, maar wellicht zijn er goede tussenvormen te bedenken om ook de inhoud van dit debat centraal te laten staan.
De heer Stultiens vroeg daarbij ook of het noodzakelijk is om aanvullend beleid te maken of om op een andere manier te gaan rapporteren. We hebben als kabinet natuurlijk hele ambitieuze doelen gesteld in het coalitieakkoord. Voor het coalitieakkoord zijn we op zoek naar steun in beide Kamers, zowel op begrotingen als op wetsvoorstellen. Dat zal zo nu en dan leiden tot aanpassing van kabinetsplannen om tegemoet te komen aan zorgen die er leven. Op pagina 1 van de Hoogrisicolijst van de Algemene Rekenkamer wordt een tiental hoge risico's beschreven. Ik denk dat die eigenlijk allemaal worden ondervangen in de taskforces die het kabinet heeft ingesteld. In de gesprekken die ik met de Algemene Rekenkamer heb gevoerd, zijn we het erover eens dat het u als Kamer ook zou helpen als we per taskforce heel duidelijk maken wat de doelen en mijlpalen voor de komende paar jaar zijn en hoe we heel gericht daarop kunnen rapporteren, zodat u als Kamer de vinger aan de pols kan houden en eventueel kan vragen om een andere invulling van beleidskeuzes. Ik wil wel waarschuwen dat het in mijn optiek, zeker na deze eerste drie maanden, niet per se gaat over méér beleid, maar dat de focus heel erg moet zitten op het daadwerkelijk uitvoeren en implementeren ervan. Departementen in Den Haag zijn de afgelopen jaren soms ook wel verdronken in allerlei beleidsvoornemens. Dan zijn we heel druk met het maken van heel veel papier, terwijl de focus echt moet liggen op hoe je bijvoorbeeld in de energietransitie met netbeheerders en medeoverheden daadwerkelijk de schop in de grond krijgt om netcongestie op te lossen. Méér beleid is echt niet altijd de oplossing. Mijn focus ligt echt op goed beleid, dat ook daadwerkelijk wordt opgepakt en uitgevoerd.
De vraag van de heer Oosterhuis heb ik daarmee denk ik ook wel beantwoord. Hij vroeg hoe de taskforces goed inzichtelijk zouden kunnen worden gemaakt voor de Kamer. De werkwijze van de taskforces is eigenlijk heel simpel. Ik heb samen met de vicepremiers elke taskforce een hele duidelijke opdracht gegeven. Wat verwachten we de komende jaren bijvoorbeeld op het thema van toekomstige welvaart en verdienvermogen? In zo'n taskforce zitten de meest betrokken ministers of staatssecretarissen aan tafel. Dat is dus een klein team vanuit het kabinet, dat daar ook heel snel op kan acteren. Samen met de minister van Financiën houd ik in die taskforces toezicht of er daadwerkelijk wordt geleverd op die mijlpalen. Waar nodig betrekken we daar ook experts en medeoverheden bij. Het doel hierbij is echt om te focussen op de vraag met welke maatregelen je de grootste impact kunt maken op korte termijn. Als we die dan hebben gehad, pakken we weer een paar nieuwe beet. Maar we moeten niet honderdduizend dingen tegelijkertijd doen. "Focus, focus, focus" is hierbij echt de crux, wil je op die belangrijkste thema's de komende jaren het verschil maken. Ik zorg graag dat er na de zomer, bij Prinsjesdag, een update komt per taskforce om daarin even aan te geven wat we in de eerste maanden in gang hebben gezet en hoe we daar de komende tijd verder mee aan de slag gaan.
Een van de belangrijkste taskforces is de Taskforce Slagvaardige Overheid. Die is er heel erg op gericht om de ambitie van een kleine Rijksoverheid, die beter functioneert en meer waarde toevoegt, echt voor elkaar te krijgen. Daar hebben we een speciale staatssecretaris voor. Die wordt inmiddels ook ondersteund door een kwartiermaker. Ik ben blij met de warme woorden die daar vanuit de Kamer over zijn uitgesproken. Ik heb ook het volste vertrouwen in deze persoon. De staatssecretaris zal nog voor het zomerreces namens het kabinet de volledige actieagenda voor de Taskforce Slagvaardige Overheid met uw Kamer delen, met daarin dus ook wat we de komende tijd gaan doen om invulling te geven aan de taakstelling die we voor de Rijksdienst in het coalitieakkoord hebben afgesproken, maar wel op een manier dat het ook leidt tot betere kwaliteit en service voor inwoners en bedrijven. Hierbij geldt dat er niet per se noodzaak is tot nog meer analyses of rapporten; die zijn de afgelopen jaren voldoende gemaakt, onder andere door het team dat bezig is geweest met Werk aan Uitvoering, het Beleidskompas, de actieagenda vereenvoudiging en al die zaken die in het verleden al zijn opgesteld. De focus zit nu echt op waar je de grootste impact hebt.
Neem de vereenvoudigingswet: daarvan is het leuk als je bijvoorbeeld de doelstelling haalt om 500 regels per jaar te schrappen, maar de samenleving wordt er niet beter van als dat 500 dode letters in de wet zijn waar sowieso niemand last van had. De vraag is dus hoe je tot 500 regels komt waardoor bedrijven of inwoners zeggen: ik merk echt dat de overheid simpeler is geworden in de vergunningaanvraag of dat ze beter is geworden in rapportageverplichtingen, noem het maar op. Dat kunt u dus verwachten van de Taskforce Slagvaardige Overheid en van de actieagenda die er binnenkort aankomt.
Voorzitter. Dan heb ik heel veel hele specifieke vragen gekregen, dus misschien moet ik hier even pauzeren.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik ben blij dat de premier aangeeft de doelen nog steeds belangrijk te vinden en die te willen gaan halen en dat hij ook de Hoogrisicolijst in de gaten houdt. Ik ben wel benieuwd naar het volgende. De premier geeft aan: meer beleid is niet altijd beter. Dat klopt, maar erkent hij wel dat het coalitieakkoord dat er nu ligt onvoldoende is om de doelen op het gebied van klimaat, water, natuur, stikstof en wonen te halen?
Minister Jetten:
Het coalitieakkoord is heel ambitieus. Het bevat soms al een vrij concrete invulling, maar op een aantal thema's zal er meer nodig zijn. Om u een voorbeeld te geven: de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof heeft als doel om de natuur beter te beschermen, de boeren perspectief te geven en het stikstofslot eraf te halen om de vergunningverlening op gang te krijgen. In het coalitieakkoord staan eigenlijk de hoofdcontouren die nodig zijn voor die stikstofaanpak. De crux is — het PBL heeft daar ook goede reflecties op gegeven — dat het uiteindelijk gaat om de maatvoering van afgesproken maatregelen rondom Natura 2000-gebieden, om wat je precies doet met de doelsturing voor boeren en om hoe je omgaat met gewasbeschermingsmiddelen. Als wij dus voor de zomer met het pakket voor de landbouwsector en de natuur komen, zal dat pakket zo concreet moeten zijn dat u als Kamer ook kan beoordelen of we het doel dat in het coalitieakkoord is afgesproken daarmee gaan halen. Dat geldt, denk ik, voor veel zaken, ook voor de doelstelling van 1,5% economische groei per jaar. Dat is nogal afhankelijk van geopolitieke factoren. Je zult je daar als kabinet toe moeten verhouden. Als hogere internationale energieprijzen impact hebben op de inflatie en de economische groei in Nederland, dan zul je als kabinet met aanvullende voorstellen moeten komen om toch het groeidoel te halen. Zo moeten we dus steeds te werk gaan en u als Kamer goed op de hoogte houden, zodat u kan beoordelen of wat we doen voldoende is.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik ben blij om te horen dat de doelen nog steeds staan en dat er inderdaad aanvullend beleid zal komen. Om het te dubbelchecken: verwacht de premier dat inderdaad op de terreinen van water, klimaat, stikstof, natuur en wonen nog voor Prinsjesdag, of op Prinsjesdag, aan de Kamer te sturen?
Minister Jetten:
Er zitten per thema natuurlijk wat verschillende snelheden in. Bij landbouw en natuur hebben we echt de ambitie om voor de zomer een heel uitgebreid pakket naar de Kamer te sturen, dat ook is afgestemd met provincies, gemeenten en maatschappelijke organisaties. Ik zeg nadrukkelijk "afgestemd", omdat zij daar wellicht ook nog aanvullende en andere ideeën bij hebben. Ik kan op Prinsjesdag sowieso per taskforce de stand van zaken met u delen en eventueel ook een planning waaruit blijkt wanneer aanvullende keuzes gaan volgen, als die nu nog onvoldoende helder in beeld zijn.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Tot slot. We kijken uit naar Prinsjesdag. We zullen goed monitoren. We waarschuwen wel: de afgelopen jaren zijn doelen te vaak niet gehaald. Dat weet de premier ook. Het is dus echt nodig dat we met aanvullend beleid komen op Prinsjesdag om die doelen wel te gaan halen.
Minister Jetten:
Tot slot nog heel kort. Als we op een gegeven moment tot de conclusie komen dat we het niet gaan halen, zijn we daar ook transparant over. Want het is uiteindelijk ook een keuze in schaarste, niet alleen in schaarste als we het hebben over financiële middelen, maar ook in schaarste op de arbeidsmarkt en wat betreft de ruimte in Nederland. Daar moeten we dan dus ook gewoon heel transparant over zijn. Als u een andere keuze in schaarste wil maken, kunnen we die weging maken bij de Algemene Politieke Beschouwingen.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik hoor een realistisch verhaal. Ik ben blij dat aangegeven wordt: mochten we de 1,5% groei bijvoorbeeld niet halen, dan moeten we op zoek gaan naar aanvullende maatregelen om dat wel te halen. Ik ben een beetje op zoek naar het volgende. Er gaat nu nagedacht worden over hoe aan de Kamer gerapporteerd gaat worden. Ik ben dan bang dat het kabinet met een voorstel komt waarover de Kamer volgend jaar op Verantwoordingsdag zegt: ja, maar zo hadden we het niet bedoeld. Oftewel, hoe zorgen we nou dat we tot iets komen waardoor we echt over de inhoud gaan praten en niet weer zeggen: die doelstelling hadden we toch iets anders geformuleerd willen zien?
Minister Jetten:
Misschien gaat de minister daar zo nog wat uitgebreider op in, maar het ministerie van Financiën werkt natuurlijk elk jaar aan de verbetering van de monitoring en het afleggen van verantwoording in alle begrotingsstukken. Ik zoom nu specifiek in op de taskforces, die heel erg raken aan de tien risico's uit de Hoogrisicolijst. De Algemene Rekenkamer heeft ook al met lokale rekenkamers van gedachten gewisseld over hoe je heel inzichtelijk kunt maken wat de stand van zaken is op het gebied van een aantal hele specifieke prioriteiten en doelstellingen. Dat is ook mijn ambitie als voorzitter van al die taskforces, zodat we goed de vinger aan de pols kunnen houden.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dan wachten we het antwoord van de minister van Financiën dadelijk af.
De heer Oosterhuis (D66):
Dank aan de premier voor deze inleiding. Volgens mij is hij met de goede dingen bezig, maar met termen als "taskforces", "focus" en "actieagenda" blijft het nog wel een beetje bestuurskundig. Zou ik hem toch eens mogen vragen: hij is nu 100 dagen bezig; welke veranderingen zijn er nu al heel praktisch in gang gezet? Wat is er gewoon praktisch nodig om ervoor te zorgen dat die verandering, ook in de cultuur, echt vorm krijgt binnen de ministeries?
Minister Jetten:
Goede vraag. Ik twijfel totaal niet aan de passie waarmee iedereen bij de Rijksoverheid elke dag aan het werk gaat. In de afgelopen jaren hebben wij met de ontzettende verkokering ook wel een politieke cultuur gecreëerd waarin iedereen vanuit zijn eigen silo, door zijn eigen rietje, naar een bepaalde maatschappelijke opgave kijkt, en dan gaan ook ministeries elkaar soms bestrijden op die deelbelangen. Door nu juist een klein aantal ministers en staatssecretarissen bij elkaar te zetten en de ambtelijke teams echt samen te voegen, kom je tot een veel gezamenlijker aanpak, waardoor je ook veel meer tempo kunt maken.
Een heel concreet voorbeeld zie je op het terrein van woningbouw en infrastructuur. Ook daar is sprake van een enorme schaarste in ruimte en geld. Dan gaat het niet alleen maar over de ontsluiting van nieuwe woonwijken, maar ook om de vraag of er na die ontsluiting wel water is voor drinkwateraansluitingen of om de vraag of dan ook een aansluiting op het net mogelijk is, in verband met de netcapaciteit.
Wat dat betreft hebben de meeste betrokken ministers echt met verschillende kaarten van Nederland bij elkaar gezeten om een aantal plekken aan te wijzen waar het voor elkaar krijgen van die grootschalige woningbouw op de korte termijn gegarandeerd kan worden. Daardoor kunnen de ministers van Volkshuisvesting en van Infrastructuur voor de zomer al laten weten wat de eerstvolgende grote woningbouwlocaties worden. Dat zijn dus hele concrete resultaten van een andere manier van werken achter de schermen waar mensen in het land ook echt wat aan hebben.
De heer Oosterhuis (D66):
Ik denk dat we in Nederland inderdaad gezegend zijn met een heel goed en gepassioneerd ambtenarenapparaat. Ik hoop ook echt dat het lukt om al die ambtenaren die elke dag hiernaartoe komen, zo goed mogelijk hun werk te laten doen en deze agenda te laten ondersteunen. Ik zou de premier van harte willen aanmoedigen om dit te blijven uitdragen en dit vooral te stimuleren.
Minister Jetten:
Dat zal ik zeker doen. Laten we dan ook elke keer een aantal mooie voorbeelden goed in de spotlights zetten. Binnenkort zal de minister van Werk en Participatie uw Kamer bijvoorbeeld informeren over de wijze waarop we veel meer statushouders aan het werk willen krijgen en statushouders ook veel sneller aan het werk willen krijgen. Dat wiel hoeven we niet zelf uit te vinden, omdat een aantal gemeentes dit al heel succesvol doet. Hoe krijg je die lokale aanpak dus heel snel opgeschaald naar een nationale aanpak? Dat heeft de minister van Werk en Participatie nu samen met de VNG uitstekend vormgegeven. Ik hoop dat u net zo enthousiast wordt over zijn aanpak, die met uw Kamer is gedeeld, als ik nu ben.
De heer Flach (SGP):
De premier zegt terecht dat Verantwoordingsdag niet alleen gaat over terugkijken, maar ook over vooruitkijken. Daar zit wel mijn vraag. Mijn vraag aan de premier is: hoe dogmatisch bent u? Dan heb ik het over het coalitieakkoord, waarvan de premier toch een soort hoeder is. Hij is de bewaker van de integraliteit van het beleid dat daarin staat. Maar er gebeuren ook dingen waardoor bepaalde passages snel verouderd kunnen zijn. Neem even stikstof. Daarover is een spraakmakend rapport uitgekomen. Het heet Van verwarring naar verbinding. Daarin wordt een zienswijze gepresenteerd die plotseling zicht geeft op een politieke meerderheid om de problemen op te lossen. Is de premier dan van de dogmatische school en zegt hij dan "nee, zo staat het geschreven in het coalitieakkoord", of is hij voldoende politiek sensitief om te zeggen "he, wacht even, hier moeten we iets mee"? En stuurt hij zijn kabinetsploeg daar ook op aan?
Minister Jetten:
Ik denk dat in het hoofdstuk Landbouw, natuur en stikstof in het coalitieakkoord slechts een paar zinnen echt heilig zijn en die gaan over het eindelijk oplossen van het stikstofslot en het bieden van perspectief voor boeren die al veel te lang in onzekerheid zitten, in het bijzonder de PAS-melders en de interimmers. Daar moet je vervolgens een beleid voor bouwen dat daaraan tegemoetkomt. De maatregelen in het coalitieakkoord die daaronder zitten, zijn dus geen doel op zich. Met de kennis van drie maanden geleden waren die de route om het doel te bereiken, maar mocht dat ook op een andere manier kunnen, dan nemen we dat nu meteen mee in de gesprekken die op dit moment gevoerd worden.
Om ook hier weer een concreet voorbeeld bij te geven: omdat wij, politiek Den Haag, de afgelopen jaren niet tot besluitvorming zijn gekomen over stikstof, zijn een aantal provincies aan het werk gegaan. Daar zitten bijvoorbeeld ook gedeputeerden tussen van de partij van de heer Vermeer, die hun verantwoordelijkheid hebben genomen om op regionaal niveau met een aanpak te komen. Ga je dan nu vanuit het landelijk pakket zeggen "zo moet het", of houd je dan rekening met wat al lokaal en regionaal in gang is gezet en probeer je dat vooral te versterken en te ondersteunen? Ik denk dat dat laatste de pragmatische aanpak is die uiteindelijk toch op meer draagvlak kan rekenen.
De heer Flach (SGP):
Prima. Ik verwees bewust even naar dat rapport. Ergens net voor de zomer komt er een kabinetsbrief waarin de stikstofaanpak wordt gepresenteerd. In feite is dat ook dé kans om het goed of om het misschien voor de hele periode ook gelijk fout te doen. Mijn vraag is dus heel concreet aan de premier zelf. Neemt hij zelf ook echt een actieve rol om te zorgen dat hier in een keer de goede aanpak ligt, waarmee ook zicht is op een politieke meerderheid in de Kamer? We hebben de afgelopen jaren namelijk gezien dat de Kamer zo'n beetje perfect doormidden was gespleten rondom dit thema.
Minister Jetten:
Ik hoop echt dat we meer dan 100 zetels achter die stikstofaanpak kunnen krijgen, want dat geeft ook de voorspelbaarheid die voor boeren, woningzoekenden en natuurorganisaties cruciaal is. De Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof zit ik zelf voor. Het zijn hele intensieve gesprekken. Er zijn verschillende ministers en staatssecretarissen door alle drie de partijkleuren heen die ook echt bijna dagelijks met de minister van Landbouw overleggen om tot een breed gedragen pakket te komen. Dit gaat alleen maar lukken dankzij de goede samenwerking met de twaalf provincies en een hele hoop maatschappelijke organisaties die ook meerdere dagdelen per week betrokken zijn bij het maken van deze aanpak.
De heer Vermeer (BBB):
De minister-president noemde net even op met wie hij daarin samenwerkt, maar ik hoorde nog geen partijen uit de oppositie in dit rijtje. Is de minister-president ook nog van plan om voorafgaand aan de presentatie van de nieuwe plannen te overleggen met oppositiepartijen over wat er dan nu concreet zo'n beetje op tafel ligt? Op dit moment moeten wij het doen met dingen die gelekt worden en die stellen niet echt gerust, moet ik zeggen.
Minister Jetten:
De beide bewindslieden op LVVN doen veel outreach naar verschillende oppositiepartijen om te kijken hoe we die ook aan de voorkant zo veel mogelijk daarin kunnen meenemen.
De heer Vermeer (BBB):
Ik sloeg eigenlijk aan op wat de minister-president zei: de Kamer moet dan kijken of we het doel halen om van het stikstofslot af te komen. Maar het gaat natuurlijk niet alleen om het doel, maar ook om de juiste aanpak, die recht doet aan de boeren die de heer Jetten net al noemde, de PAS-melders en de interimmers. Die aanpak moet ook recht doen aan zijn oproep over voedselzekerheid, wat hij steeds buiten de, in ieder geval huidige, Nederlandse landsgrenzen nogal bepleit.
Minister Jetten:
Ik gaf heel specifiek antwoord op de vraag van de heer Flach over hoe dogmatisch het kabinet kijkt naar dat totale hoofdstuk in het coalitieakkoord. Ik hoop in ieder geval dat u ons houdt aan de belofte om het stikstofslot eraf te halen en perspectief voor boeren te geven. Er zal natuurlijk echt nog wel politieke discussie zijn over het type maatregelen en dat hoort ook. U bent in het parlement om uiteindelijk een klap te geven op het totaalpakket.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Wij waren nogal kritisch op taskforces. Dan wordt er gedacht dat het probleem geadresseerd is en dat het daarmee uit de wereld is, maar dat is natuurlijk absoluut niet het geval. Voor de zorgfraude is er ook een taskforce. Begrijp ik dat we op het terrein van zorgfraude ook een rapportage krijgen over de resultaten?
Minister Jetten:
Dat is net weer een ander soort taskforce. We hebben er zes binnen het kabinet, maar het ministerie van VWS heeft nu inderdaad specifiek ingezet op de aanpak van zorgfraude, onder andere ook naar aanleiding van verzoeken van de fractie van 50PLUS. Wij zien als kabinet ook dat daar nog enorm veel geld te besparen is door een veel effectievere aanpak. Ik vermoed dat beide ministers van VWS hier via de reguliere begrotingsstukken van VWS over zullen rapporteren. Dat kan ik nog even checken en in tweede termijn aan u laten weten.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Laat ik het zo zeggen: het is mij veel waard om vanuit de minister-president de druk opgevoerd te krijgen, omdat daar heel veel geld te besparen is. Ik zei net al dat wij een heleboel ouderen zorg, waaronder preventieve zorg, ontzeggen doordat er gezegd wordt dat er te weinig geld is, terwijl we weten dat er aan de andere kant heel veel geld weglekt. Eigenlijk zou ik willen dat dit onderhand chefsache wordt. Hoe kijkt de minister-president daartegen aan?
Minister Jetten:
Ik merk dat beide ministers op VWS zeer gemotiveerd zijn om dit voor elkaar te krijgen. De minister van Financiën en ik praten regelmatig bij met beide ministers om te zien wat er nu loopt op de mogelijke besparingen binnen de zorg. Het heeft dus zeker onze interesse, maar ik heb er alle vertrouwen in dat de in gang gezette aanpak van beide ministers werkt. Ik denk dat we dat vooral zijn gang moeten laten gaan.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik heb eigenlijk een algemene vraag aan de premier. We zien dat de Rekenkamer jaar op jaar best kritisch is op het overheidsbeleid. Waar we het vandaag over hebben, is beleid waar dit kabinet niet zo veel aan kan doen, want dat is van het verleden. Heeft deze premier voor zichzelf en zijn team doelen gesteld om volgend jaar een beter rapportcijfer van de Rekenkamer te krijgen? Zo ja, welk doel is dat dan? Hoe kunnen we dat kwantificeren? Hoe kunnen we de premier op dat doel afrekenen? Of hoe rekent de premier zijn team daarop af?
Minister Jetten:
Ik vind het zelf te makkelijk om alleen naar het vorige kabinet te wijzen. De risico's die de Algemene Rekenkamer inventariseert, zijn namelijk het gevolg van een aantal jaren van onvoldoende politieke keuzes. Laten we dus allemaal ons best doen om het beter te doen. Ik denk dat het wel helpt dat er nu weer een missionair kabinet zit met een heel gefocust coalitieakkoord. Ik denk ook dat het helpt dat we via die taskforces heel gericht aan het sturen zijn op een vijftiental doelen, van aantallen nieuwbouwwoningen per jaar tot de economische groei die we willen aanwakkeren. Dat zijn wat mij betreft ook de doelen waarop u mij volgend jaar, als we hier weer staan, het meest kan aanspreken.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Oké. Kunnen we ook een soort tussentijdse rapportage van die doelen krijgen, zodat we tijdig kunnen bijsturen als Kamer?
Minister Jetten:
Dat zijn de gesprekken die ik voer over hoe we regelmatig de voortgang van die taskforce voor de Kamer inzichtelijk kunnen maken. We moeten ervoor uitkijken dat we dat op maandelijks niveau gaan doen, want dan zijn we drukker met rapporteren dan met het daadwerkelijk doen. Ik kom daar na de zomer bij u op terug, zoals ik net aan de heer Oosterhuis heb toegezegd.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank u wel. Ik denk dat dat allemaal geode voornemens zijn.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Ik hoor de premier niet over het vertrouwen van de burgers in dit kabinet. De premier is nu 100 dagen bezig. Het vertrouwen in een kabinet is nog nooit zo laag geweest. Ik vraag me het volgende af. U praat over doelen, stikstof en klimaat. Ik plaatste net ook een interruptie bij uw collega van D66. Hebt u enig idee wat er speelt bij de mensen thuis, waardoor ze geen vertrouwen hebben in de politiek en in dit kabinet?
Minister Jetten:
Ik denk dat heel veel inwoners van Nederland gewoon superongeduldig zijn. Dat is ook zeer terecht, want de thema's zijn niet nieuw. De thema's waar we het nu over hebben, van migratie tot stikstof en van betaalbare woningen tot meer geld in de portemonnee, zijn nu voor drie à vier kabinetten op rij de belangrijkste thema's. We hebben collectief gewoon te weinig gepresteerd. Heel veel Nederlanders vragen zich af of de overheid nog in staat is om impact te maken, hun leven te verbeteren en Nederland weer naar een hoger plan te tillen. Het is de motivatie van de volledige kabinetsploeg om dat vertrouwen de komende jaren terug te winnen door concrete resultaten te boeken.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Ik hoor de premier over klimaatdoelen, stikstofdoelen, waterkwaliteit en woningen, maar hij heeft de echte problemen en zorgen van de Nederlanders geen één keer genoemd. Dat zijn koopkracht en asiel. Daarom staat iedereen te demonstreren en daarom is heel Nederland boos. Wat is uw doel op het gebied van koopkracht en asiel?
Minister Jetten:
Ten aanzien van de koopkracht staat het heel duidelijk in het coalitieakkoord. Door in te zetten op 1,5% economische groei per jaar vergroten we de koek, zodat we ook meer te verdelen hebben over alle Nederlanders. Het is belangrijk dat met name hardwerkende mensen met een middeninkomen dat echt merken in de portemonnee. Dat vraagt om een versimpeling van ons fiscale stelsel, om een verbetering van de inkomenspositie en om een hele gerichte aanpak als het gaat om armoede en schulden. Als we de Miljoenennota maken zullen we dat ook weer netjes bovenaan de prioriteitenlijst hebben staan.
Ten aanzien van asiel kom ik nu eigenlijk bij de beantwoording van de vragen van de heer Van der Maas. Ik pak het onderwerp meteen even beet. Het asieldomein heeft natuurlijk onze allergrootste aandacht. Wij hebben de afgelopen weken gezien dat we de grootste wetswijzigingen in 26 jaar door het Nederlandse parlement hebben geloodst. Daarmee is, aangevuld door de Europese Terugkeerverordening, nu eigenlijk alles beschikbaar om de asielketen op orde te krijgen. Een verlaging van de instroom. Een asielketen met fatsoenlijke opvang, eerlijk verdeeld over het land. Veel sneller duidelijkheid over wie er wel en niet mag blijven. Als je niet mag blijven, moet je weg. Als je wel mag blijven, gaan we je de taal leren en ervoor zorgen dat je snel aan het werk gaat. Dat is niet van de ene op de andere dag geregeld, maar we hebben nu wel alle ingrediënten om het voor elkaar te krijgen, samen met de IND en het COA en samen met de medeoverheden.
Ik beantwoord ook nog heel specifiek de vraag van de heer Van der Maas. Medio juni gaat het nieuwe EU Asiel- en migratiepact in werking. De minister van Asiel en Migratie kijkt heel specifiek naar het wegwerken van de aanvragen van voor de inwerkingtreding. Hij zal waarschijnlijk binnen een week nog een brief met uw Kamer delen over de hele planning daarvan.
De voorzitter:
Meneer Van Dijck, afrondend.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Dit zijn allemaal mooie praatjes, maar u hebt concrete doelen voor stikstof, klimaat, waterkwaliteit en woningen. Nu hebt u allemaal wollige praatjes, maar terwijl we hier staan, komen er elke week duizend asielzoekers ons land binnen. Dat gebeurt volgende week, de week erna en de week daar weer na. Daarom zijn mensen boos. U kunt wel economische groei …
De voorzitter:
"De minister-president kan wel …"
De heer Tony van Dijck (PVV):
De minister-president kan wel economische groei nastreven, maar zolang hij elke week duizend mensen binnenlaat die ook moeten wonen, eten, drinken, en verzorgd moeten worden, dan kan hij de rekening met 5% economische groei nog niet betalen. Ik wil dus weten wat het concrete doel van deze minister-president is. Hoeveel asielzoekers per week die ons land binnenkomen zijn acceptabel?
Minister Jetten:
Ik denk dat het afgelopen jaar heeft laten zien hoe weerbarstig het is en hoe goedkoop het is om dat soort getallen als doel aan mensen te beloven. Daarmee creëer je ook je eigen teleurstelling. Nederlanders zijn boos over het feit dat het ons over de schoenen loopt, dat we er geen controle over hebben en dat we te vaak dorpen en wijken moeten verrassen met de boodschap: we hebben binnen nu en een paar weken een noodopvanglocatie nodig. Dat is de mensen een doorn in het oog en dat is ook terecht.
Met het EU-Migratiepact in de hand en het tweestatusstelsel krijgen we de komende maanden veel meer grip op het aantal nareizigers en op het moment waarop die naar Nederland komen. Dat gaat echt enorm veel doen met de aantallen per week en de wijze waarop de mensen hier binnenkomen en worden opgevangen. Door structurele afspraken te maken met gemeenten zijn we hopelijk snel af van noodopvanglocaties en kan er gewoon op een ordentelijke manier gewerkt worden met vaste opvangplekken, waar ook meteen taal en werk worden geleverd.
De heer Schenk (FVD):
Ik hoor de premier allerlei problemen in dit land noemen; crises, zo niet gecreëerde crises. Asiel is daar een van. Als er één deel van de Kamer is dat paal en perk wil stellen aan de massale immigratie, dan is het dit deel van de Kamer. Precies dit deel van de Kamer staat sinds gisteren buitenspel door de aangenomen motie van de heer Klaver. Mijn vraag aan de premier is hoe hij die aangenomen motie ziet. Betekent die motie dat er ook daadwerkelijk niet meer naar dat deel van de Kamer gekeken wordt wanneer er bijvoorbeeld stappen gezet moeten worden op het asieldossier? Daarvoor moet de premier toch echt aan die zijde van de Kamer zijn.
Minister Jetten:
Die motie is een uitspraak van de Kamer naar aanleiding van het debat van vorige week. We nemen er kennis van dat de Kamer dit uitspreekt. Ik heb vorige week in dat debat duidelijk gemaakt dat wij als kabinet bij elk wetsvoorstel en bij elke begroting altijd kijken naar alle 150 zetels hier en alle 75 zetels in de Eerste Kamer. De ministers en staatssecretarissen doen gewoon hun werk om wetsvoorstellen en begrotingen aan een meerderheid te helpen. Maar ik begrijp de vraag wat je in meer structurele zin doet op het gebied van samenwerking. Dan ga je altijd op zoek naar de constructieve krachten.
De heer Schenk (FVD):
Het was natuurlijk geen uitspraak van de Kamer. Het was specifiek een verzoek aan de regering. Het was geen spreekt-uitmotie, maar een motie waarin de regering werd verzocht niet meer met dat deel van de Kamer samen te werken om tot meerderheden te komen. Dat is natuurlijk onbestaanbaar. De premier refereerde net aan de asielwetten. Ik hou hem graag voor dat althans die ene asielwet er niet doorheen zou zijn gekomen zonder bijvoorbeeld de steun van Forum voor Democratie. Hoe verstandig is het nou, als je premier van een minderheidskabinet bent, om niet heel stellig te zijn over dit soort moties en te zeggen dat het gewoon ontoelaatbaar is wat er nu gebeurt? De premier heeft immers ook de steun van de partijen aan deze kant van de Kamer nodig, dus hij heeft ook het vertrouwen van die partijen nodig om beleid te kunnen voeren en op draagvlak te kunnen blijven rekenen. Ik zou dus nogmaals een reflectie van de premier willen op de vraag hoe hij die motie straks vertaalt in zijn dagelijkse werk als minister-president van dit land.
Minister Jetten:
Zoals ik net al heb gezegd, en zoals ik ook vorige week een paar uur lang in het debat heb gezegd: wij doen gewoon ons werk. De vraag in dat debat was heel nadrukkelijk hoe wij op zoek gaan naar structurele vormen van samenwerking. Daarover heb ik toen gezegd dat voor samenwerking geldt: it takes two to tango. De vraag "hoe stel ik me op ten opzichte van de rest van de Kamer?" is dus niet alleen een vraag aan het kabinet en de coalitiefracties, maar ook een vraag aan de niet-coalitiefracties.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Schenk (FVD):
Voor het structureel aanpakken van immigratie zal de premier inderdaad ook naar de partijen moeten kijken die gisteren door een meerderheid van de Kamer zijn uitgesloten. Dus als hij het daadwerkelijk bedoelt zoals ik het opvat, legt hij de motie van de heer Klaver naast zich neer en kijkt hij ook naar de rechterkant van de Kamer waar het gaat om het inperken van de immigratie. Dat is heel hard nodig. Dat is ook de kern van meerdere problemen die wij zien, van het stikstofprobleem — er worden minder huizen gebouwd en al die mensen moeten toch ergens wonen — tot de onveiligheid op straat en de verzorgingsstaat die alsmaar uitdijt. Laat dat mijn verzoek aan de premier zijn.
Minister Jetten:
Wij doen gewoon ons werk. Wij zijn het coalitieakkoord aan het uitvoeren en zullen per onderdeel ons werk hier in de Kamer doen en onze voorstellen verdedigen.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
In het interruptiedebat met de heer Tony van Dijck zei de minister-president net, als ik hem goed citeer, dat het ietwat goedkoop is — ik neem aan dat hij dat overdrachtelijk bedoelde — om over getallen te spreken als je het hebt over asielzoekers. Maar het is heel duur als we geen paal en perk stellen aan de instroom. We hebben het vandaag inderdaad over getallen, onder andere van de Rekenkamer. De heer Van Dijck vroeg, als ik hem vrij vertaal, iets anders: is het financieel houdbaar om een ongebreidelde asielinstroom te hebben zoals we die nu hebben, zeker als je dat combineert met het zijn van een sociale verzorgingsstaat?
Minister Jetten:
Ik bedoel dat je moet uitkijken welke beloftes over aantallen je doet aan Nederlanders, omdat je daarmee ook weer nieuwe teleurstellingen kan creëren. Dat helpt ook het draagvlak niet. In het coalitieakkoord hebben we niet voor niks afgesproken dat we grip willen op migratie, met een verminderde instroom en een asielketen die op orde is. Op die manier houden we draagvlak in de samenleving, kunnen we het ook betalen met elkaar en laten we nieuwkomers meedoen aan de samenleving, zodat ze ook iets kunnen bijdragen aan de Nederlandse economie en samenleving.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dat begrijp ik. Dank voor het antwoord. Wat ik om me heen zie, is dat een buurland als België in de afgelopen maanden een daling van ongeveer 30% heeft gerealiseerd in het aantal asielzoekers dat komt. Ik denk dat heel veel mensen dat inmiddels hebben gezien. Bij ons zien we een stijging. Ziet de minister-president een correlatie tussen die bewegingen van aan de ene kant 30% daling in België en aan de andere kant 30% stijging van asielinstroom in Nederland?
Minister Jetten:
Nee. Ik denk dat het niet mogelijk is om te zeggen dat de mensen die minder naar België gaan per definitie in Nederland asiel aanvragen. Ik ben er wel van overtuigd dat de wetgeving die nu ook door de Eerste Kamer is aangenomen, ons gaat helpen om de komende maanden in Nederland meer grip op de instroom te krijgen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Afrondend. De VVD heeft hier in de Kamer, en zeker ook op tv, bij monde van de woordvoerder, de heer Ellian, gezegd dat als de grip uitblijft, dus als de aantallen niet substantieel dalen — ik weet ook niet zo goed wat de VVD altijd bedoelt met "substantieel" — we dan een nieuwe discussie moeten gaan hebben en misschien dingen moeten gaan zeggen, als ik de heer Ellian goed citeer, die de VVD tot nog toe niet heeft gezegd. Hoe kijkt de minister-president daarnaar? Vanaf welk moment, vanaf welk aantal misschien, zegt de minister-president dat het niet substantieel gedaald is? Aan welk getal moet ik daarbij denken? Welke maatregelen wil de minister-president dan overwegen om toch nog grip te krijgen op die migratie?
Minister Jetten:
Ook voor asiel en migratie is een taskforce in het kabinet in het leven geroepen, die dus op alle doelen uit het coalitieakkoord stuurt. Als we die niet of onvoldoende halen, dan hebben we in de taskforce het gesprek over wat we extra gaan doen als kabinet.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik wil toch doorgaan op wat collega Markuszower vroeg over de vergelijking met België. In België zien we in het eerste kwartaal een substantiële daling en in Nederland een stijging van meer dan 30% in het aantal asielzoekers. Hoe verklaart de premier dit verschil nou? Wat maakt nou precies het verschil? De premier zei zojuist: ons nieuwe beleid gaat ervoor zorgen dat de instroom gaat afnemen. Wat gaat daar nou precies het verschil in maken?
Minister Jetten:
Het verschil zit 'm echt in de implementatie van het EU-Migratiepact en specifiek in de invoering van het tweestatusstelsel, waarbij we veel meer grip en controle hebben op het moment dat er sprake kan zijn van gezinshereniging. Dat is op dit moment een heel groot aandeel van de instroom in Nederland.
De heer Hoogeveen (JA21):
Is de premier het er niet eens met dat het feit dat ze in België op een gegeven moment hebben gezegd "u komt er niet meer in; we zitten vol" een afschrikwekkende werking heeft gehad? Wij hebben in Nederland de Spreidingswet aangenomen, met een taakstelling, waarbij je het probleem van de opvangcrisis eigenlijk verspreidt over heel Nederland. Is dat niet het fundamentele verschil ten opzichte van België?
Minister Jetten:
Dat zijn volgens mij twee afzonderlijke issues. Het eerste gaat over de vraag hoe je ervoor zorgt dat je binnen Europa veel meer dezelfde spelregels hebt als het gaat om asiel en migratie, zodat het shoppen tussen landen ook wordt tegengegaan — dat is het grote voordeel van het pact nu — waardoor het eigenlijk veel minder uitmaakt of je naar Nederland gaat of naar België of naar welke andere EU-lidstaat dan ook. Daarmee kun je als Europa gezamenlijk de controle houden op de aantallen.
Het tweede gaat over de vraag waar je dan de opvang organiseert. Ook met het EU-Migratiepact in de hand zullen we mensen die vluchten voor oorlog en geweld gewoon netjes opvangen. Onze overtuiging is dat je dat niet bij een paar gemeentes kunt neerleggen, vaak in de grensregio's, vaak kleinere gemeentes met een hele hoop kleinere kernen. Het is ook solidair en netjes als we dat in Nederland met alle gemeenten netjes en fatsoenlijk organiseren, zonder dat we de hoofdprijs betalen voor hotels, boten en andere plekken waar noodopvang wordt georganiseerd.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik denk dat dit toch een verkeerde voorstelling van zaken is. We zien in België een substantiële daling van het aantal aanvragen, we zien door heel Europa een daling van 15% van het aantal aanvragen en in Nederland zien we een stijging. Dan doen wij toch iets fout. Dan hebben wij toch op een bepaalde manier een aanzuigende werking, met name voor mensen die vanuit veilige landen zijn doorgereisd. Blijkbaar is Nederland nog steeds een hele aantrekkelijke plek om naar door te reizen. Ik hoor de minister-president maatregelen opnoemen waarvan ik mij afvraag: wat maakt nou het verschil ten opzichte van België en wat geeft ons nou ook die afschrikwekkende werking, zodat mensen toch "ik ga ook maar niet naar Nederland" denken?
Minister Jetten:
Het is volgens mij niet mogelijk om dat op basis van de cijfers van één kwartaal te concluderen. De minister van Asiel en Migratie maakt altijd meerjarenprognoses. Het is goed om naar trends te kijken, daar lessen uit te trekken en waar nodig het Nederlandse beleid daarop aan te passen. Dat zal de minister van Asiel en Migratie ook continu doen, maar ik denk dat dat niet gaat op basis van de signalen van een paar maanden.
Voorzitter. De heer Van Dijck vroeg nog naar kernenergie. Het kabinet heeft grote ambities als het gaat om het vergroten van het aandeel kernenergie in onze energiemix. Voor de zomer zal de Tweede Kamer de conceptonderzoeksresultaten ontvangen. Dat is de plan-milieueffectrapportage en de integrale effectenanalyse, waaruit ook duidelijker wordt op welke plekken de bouw van de kerncentrales zo snel mogelijk kan starten.
De heer Hoogeveen vroeg, net als een paar anderen, naar de doelmatigheid van de defensie-investeringen en het draagvlak daarvoor. Ik ben blij om te horen dat breed in de Kamer wordt onderschreven dat onze veiligheid door geopolitieke ontwikkelingen onder druk staat en Nederland en Europa meer moeten doen om onze eigen veiligheid op dit continent goed te kunnen waarborgen. Het Defensiebudget groeit deze kabinetsperiode naar 2,8% en naar 3,5% in 2035. De Defensienota 2026, die voor het zomerreces met de Kamer wordt gedeeld, geeft nadrukkelijk richting wat betreft de vraag hoe we dat grotere budget gaan inzetten. Daarbij is de vraag hoe dat bijdraagt aan een geloofwaardige afschrikking en verdediging van ons voltallige Koninkrijk. We realiseren ons dat dat veel vraagt van de samenleving, zowel qua financiële middelen als qua ruimtebeslag, qua productiecapaciteit en soms qua overlast door Defensieactiviteiten. Daar staat tegenover dat Defensie heel veel te bieden heeft voor onze samenleving als het gaat om weerbaarheid en maatschappelijke en economische ontwikkelingen.
Daarbij speelt natuurlijk de vraag hoe je ervoor zorgt dat al dat geld op een goede en navolgbare wijze wordt besteed. De heer Dijk vroeg daar het meest stellig naar, maar dat vroegen ook vele anderen. Natuurlijk staat het kabinet voor deugdelijk begrotingsbeleid. Daar hoort ook een nette en transparante verantwoording van de bestedingen bij. De Algemene Rekenkamer heeft een aantal onvolkomenheden bij het ministerie van Defensie geconstateerd. Die nemen wij als kabinet serieus. Maandag hebben de minister en de staatssecretaris van Defensie uw Kamer hier ook over geïnformeerd. Het ministerie zal de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer overnemen. Er wordt bij het ministerie van Defensie extra capaciteit vrijgemaakt om daar voortvarend mee aan de slag te kunnen. Op initiatief van het ministerie zal er verder overleg plaatsvinden met de Algemene Rekenkamer, de Auditdienst Rijk en het ministerie van Financiën, om ervoor te zorgen dat we tot een gezamenlijke opvatting komen over hoe we met name de onderbouwing van de inkoopdossiers op korte termijn kunnen verbeteren, en daarmee de verantwoording aan de Kamer kunnen verbeteren.
De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde van uw beantwoording gekomen?
Minister Jetten:
Er zijn nog twee vragen.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Minister Jetten:
Ik denk dat de vraag van de heer Grinwis over de boodschap aan vrijwilligers en mantelzorgers meer een waardevraag was. Wij hebben het heel veel over wat we in de samenleving willen bereiken. Het gaat dan vaak over overheden en bedrijven, en gelukkig gaat het ook over onze inwoners. Een heel groot deel daarvan is als vrijwilliger of als mantelzorger van onschatbare waarde. Daar moeten we goede zorg en ondersteuning aan verlenen, omdat met name mantelzorg, maar ook vrijwilligerswerk, soms heel veel van mensen vraagt, qua tijd maar ook qua mentale druk die het met zich meebrengt.
We vinden het belangrijk om de komende tijd eventuele knelpunten en barrières weg te nemen, zodat mensen mantelzorg of vrijwilligerswerk goed kunnen combineren met al het andere wat mensen in hun dagelijks leven doen. Ik noem onder andere het extra geld — dit is een compliment aan mevrouw Van Dijk, hier op de eerste rij — voor zorgzame wijken en buurten. De drie keer 40 miljoen in de komende jaren moet daar invulling aan geven. De betrokken bewindslieden zullen u bij Prinsjesdag nader informeren over hoe dat geld wordt ingezet.
Tot slot. Mevrouw Van Brenk vroeg naar de strafrechtketen. Het kabinet erkent de uitdagingen die zij noemt en die door de Algemene Rekenkamer, maar ook door vele anderen, aan de orde zijn gesteld. We zien dat de doorlooptijden in de strafrechtketen veel te lang zijn, dat de normen van de verschillende soorten zaakstromen nauwelijks of niet worden gehaald. Het ministerie van Justitie en Veiligheid onderschrijft alle bevindingen uit het onderzoek. Het heeft een aantal verbeteracties in gang gezet, zeker voor het functioneren van de strafrechtketen. Samen met de ketenorganisaties is een aangescherpt verbeterplan gemaakt dat zich vooral richt op de doorlooptijden en het wegwerken van bestaande werkvoorraden. De motie-Mutluer die verzoekt om een deltaplan voor de strafrechtketen wordt op dit moment samen met de ketenorganisaties uitgevoerd. Ik heb zelf de afgelopen twee weken ook nog met het OM en de Raad voor de rechtspraak gesproken. Van hen heb ik het volledige commitment gekregen om hier de komende tijd uitvoering aan te geven. Dat gebeurt deels ook met de extra middelen die zijn vrijgemaakt.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag gaat over Defensie. De Rekenkamer was inderdaad vrij helder: de bedrijfsvoering is niet op orde, de beveiliging is niet op orde, het fraudebeleid is niet op orde en het inkoopbeheer is al tien jaar lang niet op orde. Ik ben blij dat de minister-president zei: ik neem dit serieus. Maar de vraag die blijft staan is: hoe kan het dat de minister van Defensie het eerst zo erg onderschatte en zelfs voor een deel ontkende? Wat is er gebeurd in die week tijd dat er nu een heel ander geluid komt vanuit het kabinet?
Minister Jetten:
We hebben natuurlijk ook reflecties gekregen van bijvoorbeeld de Auditdienst Rijk, die hierop soms net een iets ander licht zette dan hoe het nu in het rapport van de Algemene Rekenkamer staat. Daarom is het gesprek met de Rekenkamer, de Auditdienst en de twee ministeries zo belangrijk, zodat we hier geen discussie meer over hebben en met hetzelfde beeld aan de slag gaan. Ik zou ook wel willen opkomen voor de ambtelijke organisatie van Defensie, want we hebben het departement eerst jarenlang bijna kapotbezuinigd en nu vragen we bijna een wonder om in een paar jaar tijd weer tot de beste krijgsmachten ter wereld te horen. Dat kunnen we, maar dat vraagt het verbeteren van de winkel terwijl de winkel volle bak open is. Ik kan alleen maar onderschrijven dat beide bewindslieden zich hier zeer aan committeren. Nogmaals, in de Defensienota, die nog voor de zomer komt, zult u al de eerste voorstellen voor verbetering zien.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Het klopt. Juist op de plekken waar veel geld heen gaat, hoop je op een enorm lerende houding. Erkent de minister-president dat het gesprek dat er nu aankomt, eigenlijk plaats had moeten vinden vóór Verantwoordingsdag, toen de eerste conceptstukken werden aangeleverd? Want nu is het voor de Kamer een beetje lastig. We hebben vandaag een debat en over een maand krijgen we te horen wat er uit het gesprek komt. Ik had het liever andersom gehad.
Minister Jetten:
Ja, dat kan ik me voorstellen. Tegelijkertijd is het niet zo dat er in de tussentijd niks gebeurt. De Defensieorganisatie moet bijvoorbeeld de komende jaren echt enorm veel inkopen. Daar wordt continu gekeken hoe die inkoop op een zo goed mogelijke manier kan plaatsvinden. Als je dan moet afwijken van bepaalde inkoopregels, met allerlei redenen voor de nationale veiligheid of wat dan ook, hoe maak je dan de keuze transparant inzichtelijk? Volgens mij wordt helemaal niet ter discussie gesteld dat je de inkoopregels soms anders toepast in het belang van defensie en de nationale veiligheid, maar je moet wel transparant zijn over de toelichting van die afwijking. Laten we steeds goed wegen wat voor type aanbeveling het is en hoe je daar snel een oplossing voor kunt vinden.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik ben blij dat de premier een andere toon aanslaat dan de minister van Defensie in haar eerste reactie. We wachten de komende weken af. Ik denk wel dat we als Kamer moeten uitstralen dat we zo snel mogelijk af moeten van al die rode kruisjes die de heer Dijk zo mooi liet zien.
De heer Flach (SGP):
Mijn vraag gaat over vrijwilligers en mantelzorgers en ook het vele goede werk op het gebied van opvoeding en zorg binnen eigen gezin en familie. Dat staat onder druk. Dat blijkt uit de Monitor Brede Welvaart en daar maakt de SGP zich echt wel zorgen om. Een van de reacties van het kabinet daarop is: meer geld. Zou de premier eens mee willen denken of het niet wat dieper zit? Zit het niet ook in het mensbeeld en het wereldbeeld dat we hebben als politiek en dat we projecteren op de samenleving? Als we mensen aanspreken als "arbeidspotentieel" of — erger nog — als "onbenut arbeidspotentieel", dan dragen we bij aan het tot een middel maken van mensen in de samenleving. Waarom introduceert u niet een term als "samenlevingspotentieel"? Mensen kunnen veel meer toevoegen dan alleen betaald werk. Wat zegt de premier deze opmerking binnen de Monitor Brede Welvaart?
Minister Jetten:
Ik ben het hiermee eens. Als het bijvoorbeeld gaat over onze ambities op het gebied van woningbouw, dan moet het niet gaan over het stapelen van stenen, maar over het bouwen van nieuwe gemeenschappen, waarbij mensen zich prettig voelen in de wijk waar ze terechtkomen, waar ook sociale cohesie zit, zodat mensen iets voor elkaar kunnen betekenen. Daarmee geef je veel meer voldoening aan de samenleving, denk ik, dan door alleen maar te sturen op platte, harde doelstellingen. Dus u ziet, ik heb veel bijgeleerd na een paar maanden onderhandelen met het CDA.
De heer Flach (SGP):
Dan is mijn vraag of de premier ook mogelijkheden ziet om daar wat meer verdieping aan te geven. Onze reflex moet niet langer zijn "dan moet er een potje van 200 miljoen daarheen of daarheen". Nee, we moeten ons echt bezinnen op de vraag in welk stadium we nu zitten als samenleving. Zijn we nog wel op de goede weg? Is het normaal dat je als stel allebei fulltime moet blijven werken om een heel normale woning te kunnen kopen? Draait de samenleving op deze manier niet dol? Ik vraag dus echt meer om een soort van samenlevingsvisie van het kabinet. Dat zou ik van harte toejuichen. Ziet de premier daar mogelijkheden voor?
Minister Jetten:
Laten we ook veel meer in dialoog treden als samenleving over welke uitdagingen we zien, om op een prettige manier dit land te delen, in plaats van altijd maar in harde stellingnames terecht te komen waarbij de ander vooral als fout moeten worden afgeschilderd. Ik ben vorige week aangeschoven bij de laatste dag van het Nationaal Burgerberaad. Even los van de vraag om welk thema het ging: daar zaten 170 Nederlanders die waren uitgeloot en die aan het begin van dat burgerberaad echt naar elkaar keken en dachten "ik moet jou niet; jij bent anders dan ik, dus waarom zitten we hier eigenlijk?" Die waren nu echt allemaal heel blij dat ze de ander wat beter hadden leren kennen en leren begrijpen, en daardoor ook weer met wat meer naastenliefde dit burgerberaad afsloten. Dat vond ik een heel mooie les. Ik denk dat de minister van Financiën het zeer eens is met de eerste zin van de heer Flach, dat geld niet altijd de oplossing is. We hebben ook een tekort aan geld en zullen dus ook op andere manieren deze maatschappelijke problemen te lijf moeten gaan.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Flach (SGP):
Dit is een heel mooi voorbeeld van de premier, dat ik zeker ook ondersteun. Tegelijkertijd gaat het mij ook om mensen die bijvoorbeeld zorgen voor hun zieke vader of voor kinderen, en dus niet-betaald werk verrichten. Ik ben tegen taalgidsjes en dergelijke, hoor, maar we dragen er als overheid ook echt wel zelf aan bij door termen als "arbeidspotentieel" en "onbenut arbeidspotentieel" in onze beleidsdocumenten te hebben staan, waardoor we mensen reduceren tot een economische waarde, terwijl die veel groter is als je kijkt naar de samenlevingswaarde die mensen vertegenwoordigen. Die oproep leg ik toch van harte neer bij de premier.
Minister Jetten:
Genoteerd.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik zie uit naar de eerste troonrede onder verantwoordelijkheid van deze premier, waarin natuurlijk een fantastische frase over samenleving en samenlevingsvisie komt te staan. Ook leuk voor de koning om uit te spreken.
Maar mijn vraag gaat over iets anders. Ik wil eigenlijk terug naar het begin. Het begon met een best wel snoeihard oordeel van de Algemene Rekenkamer over het presteren van de Rijksoverheid in 2025. Het was een jaar van stilstand. Natuurlijk sla je het te veel plat als je het zo samenvat. Maar ik ben bang dat de Algemene Rekenkamer hier een waar woord sprak. Ik blijf toch een beetje puzzelen met de vraag hoe we nou kunnen voorkomen dat 2026 en 2027 opnieuw dit predicaat krijgen of misschien nog erger: jaar van achteruitgang. Het zou zo mooi zijn als de Algemene Rekenkamer ons volgend jaar of het jaar daarna verblijdt met een onderzoeksrapport: 2026 — en 2027 daarna — was een jaar van vooruitgang, van doorbraken, van "het kan wél". Hoe gaat de premier daaraan bijdragen? Daarop ben ik aan het puzzelen, omdat dit minderheidskabinet op dit moment eigenlijk nog functioneert als een meerderheidskabinet, met een financiële tabel waarbij de ministers binnen hun kaders moeten blijven. Maar het is geen meerderheidskabinet.
Minister Jetten:
Wij werken met de begroting 2026, die vorig jaar nog door het demissionaire kabinet aan de Kamer is aangeboden. De oplossing om dit jaar weer een jaar van actie te maken, is vooral door een aantal grote besluiten te nemen met elkaar. Dat doen we deze maand onder andere op het gebied van stikstof, natuur en landbouw, met de nieuwe Defensienota, waarin we duidelijk maken hoe we de komende jaren het extra defensiegeld gaan besteden, door in de Nota Ruimte definitief een aantal vragen te beantwoorden over wat waar wel kan en wat niet, door het aanwijzen van een aantal grootschalige nieuwbouwlocaties, maar vooral ook op korte termijn door het schrappen in een hele hoop vergunningen en regels om de bestaande woningvoorraad al beter te kunnen benutten. Zo denken wij dat op heel veel thema's al heel veel in dit jaar kan, door gewoon een aantal goede beleidskeuzes te maken, waarover wij elke dat met uw Kamer in debat zijn, of hier in de plenaire zaal, of in commissiezalen.
De voorzitter:
Iets korter dan zojuist, meneer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat snap ik. Ik wens de minister-president bij dat stikstofpakket veel wijsheid toe, net als zijn collega Van Essen. Luister goed naar goede rapporten die daarover geschreven zijn, zeg ik collega Flach na.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Toch heb ik een beetje een vrees. De financiële tabel is een strak korset. Normaal gesproken functioneert dat omdat een kabinet in de Tweede Kamer rust op een meerderheid. Dan is het politieke primaat van de Tweede Kamer redelijk makkelijk om te zetten in steun en kun je ongedekte of vervelende moties of amendementen wegstemmen. Dat is nu niet zomaar aan de hand. Ik heb toch een beetje het gevoel dat we in niemandsland verkeren, dat we een minderheidskabinet hebben gebouwd op een coalitieakkoord en een financiële tabel hebben die eigenlijk suggereert: we gaan het zo doen.
De voorzitter:
De minister-president.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik merk iedere dag — excuus, voorzitter — dat ... Ik doe het vandaag helemaal verkeerd met een ren-je-rotdag met commissiedebatten over het spoor en over volkshuisvesting. Overal komen ministers met oplossingen waarbij ze deels afhankelijk zijn van collega's en waarbij ze over kaders heen moeten schuiven. Dat gaat zo slecht. Ik mag mijn verhaal niet helemaal afmaken, maar de minister-president begrijpt denk ik heel goed wat ik bedoel.
De voorzitter:
U komt een heel eind in de buurt.
Minister Jetten:
Ik denk ook wel dat het de taak is van het kabinet om gewoon streng te zijn op de overheidsfinanciën. We hebben met elkaar gezegd: we willen problemen niet doorschuiven naar toekomstige kabinetten of toekomstige generaties. Wij werken de komende weken en maanden aan de Miljoenennota voor 2027 en verder. We staan als kabinet natuurlijk heel erg open voor ideeën vanuit de Kamer: wat willen partijen gewijzigd hebben aan die inhoudelijke ambities en doelstellingen waar we het nu over hebben en wat zijn de consequenties daarvan voor het financiële plaatje? Daarvoor hebben we straks ook de APB, de AFB en de begrotingsbehandelingen. Er is natuurlijk altijd ruimte voor aanpassing, want uiteindelijk stemt u als Kamer over de begrotingen voor het komende jaar. Maar laten we ons dan de komende weken vooral focussen op de inhoud en kijken wat partijen anders willen, in plaats van dat we vooral heel veel over het proces praten, want dat helpt ons denk ik niet verder.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dan pak ik er toch één inhoudelijk onderwerp bij. Dat is de AOW. Door de financiële tabel en door de manier waarop er in eerste instantie over is gesproken, heb ik echt de indruk gekregen: er is een rekening voor Defensie, die moet betaald worden en dat doen we zo. Maar de redenering die onder de AOW-maatregel is gelegd, was kwestieus. Er werd eerst gesuggereerd: we hebben een probleem; we hebben straks steeds minder werkenden en steeds meer gepensioneerden. Uiteindelijk bleek dat de houdbaarheid van de AOW na de pensioenhervorming van 2019 is verbeterd.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ook de prognoses zijn gebaseerd op kwestieuze cijfers, zou je kunnen zeggen. Daar zijn moties over ingediend. Die zijn aangenomen. Ik heb dus toch de vraag of we niet aan de verkeerde kant zijn begonnen, waarbij we geld zoeken voor een rekening die betaald moet worden in plaats van dat we starten met een visie op de arbeidsmarkt, een visie op de sociale zekerheid, een visie op hoe het UWV in de toekomst kan functioneren et cetera.
Minister Jetten:
Hier gaan we morgen de hele dag plenair over debatteren, denk ik, dus laat ik kort antwoorden. Ik sta ervoor dat wij als coalitiefracties ook deze hervormingen zouden hebben voorgesteld zonder een financiële opgave bij Defensie, omdat wij in de formatie echt hebben gekeken naar waar wij ons zorgen over maken. Te denken valt aan het aantal mensen dat kan meedoen op de arbeidsmarkt, de houdbaarheid voor de lange termijn, financiering van de sociale zekerheid en noem het allemaal maar op. Ik ben er dus nog steeds van overtuigd dat de hervormingen nodig zijn. Ik ben er ook blij mee dat werkgevers en werknemers nu met elkaar om tafel zitten. Onze deur staat open om ook heel snel met zijn drieën weer te gaan onderhandelen, zodat we hier hopelijk in de zomer een principeakkoord over kunnen sluiten.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Vindt de minister-president dat het ministerie van Defensie zijn financiële verantwoording op orde heeft?
Minister Jetten:
Ja. En er zijn een aantal heel duidelijke aanbevelingen om dat aanzienlijk te verbeteren. Daar gaan we volle bak mee aan de slag.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik vind het antwoord "ja" heel raar. Ik heb dit lijstje laten uitprinten en rondgedeeld. Dat had iedereen natuurlijk gewoon kunnen lezen. Dat gaat niet alleen over het afgelopen jaar. Dat gaat over 2022, 2023, 2024 en 2025. Dan schrik ik heel erg van de reactie van de minister van Defensie op het eerste conceptrapport van de Rekenkamer. "Defensie beargumenteert naar onze overtuiging zorgvuldig en uitgebreid het rechtmatig gebruik van de uitzonderingsbepalingen. Wat betreft inkomensbeheer ben ik van mening dat de key controls bij Defensie goed functioneren." Dat blijkt dus niet het geval. "De Rekenkamer concludeert een onzekerheid in de rechtmatigheid van aangegane verplichtingen tot een bedrag, op basis van de extrapolatie, van 3,6 miljard. Defensie is van mening dat dit geen comptabele of juridische onzekerheid in de onrechtmatigheid betreft maar eerder een administratieve onvolledigheid." Dat klopt ook niet.
De voorzitter:
Wat is uw vraag, meneer Dijk?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dan is mijn vraag, en de heer Stultiens vroeg het net ook: wat is er dan in zo'n hele korte tijd gebeurd dat ons het vertrouwen moet geven "nou, oké, dan heeft Defensie vanaf nu de boel wel op orde en gaat het kabinet zijn werk doen"?
Minister Jetten:
Zowel de minister van Defensie als ik zeggen niet: vanaf nu is het op orde. Wij zeggen: wij gaan gezamenlijk aan de slag om deze aanbevelingen allemaal uit te werken en ook door te voeren. Het zal de komende weken, maanden en op sommige elementen misschien zelfs een paar jaar kosten om dan wel op alle punten een groen vinkje te krijgen, maar het gaat volgens mij om de vraag: pakken we met beide handen die adviezen en aanbevelingen aan? Daarop is het antwoord volmondig ja.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Als het antwoord nu volmondig ja is, dan is dat beter dan de eerste reactie die werd gegeven. Maar dan blijft wel de vraag … Daar zit de grote zorg van de SP-fractie; dat heeft u ook in mijn bijdrage gehoord. Er gaan nu extra, extra, extra miljarden naar Defensie, echt grote klappers. U zei het net zelf ook al. Als 2022, '23, '24 en '25 niet op orde waren, dan wil ik heel graag een heel concreet antwoord van de minister-president als er extra miljarden naar Defensie gaan. Wanneer is de boel dan wel op orde? Wat is de einddatum waarop het op orde is voor dit kabinet? Doelen stellen!
Minister Jetten:
Ik kan die einddatum nu niet geven, want daarvoor is het gesprek nodig tussen de Rekenkamer, de Auditdienst Rijk en de twee betrokken ministeries. Er moet volgens mij gewoon een goede planning komen wanneer welke aanbevelingen zijn opgevolgd. We kunnen in de tussentijd niet achteroverleunen, want we zullen die investeringen moeten doen, willen we ons land beter kunnen beschermen tegen een hele hoop hybride dreigingen van buiten. Een aantal van deze aanbevelingen zijn snel op te lossen met een betere, expliciete onderbouwing van afwijkingen die Defensie noodzakelijk acht.
De voorzitter:
De heer Van der Maas. Neeneenee, meneer Dijk.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter, ik wil even een klein punt van orde maken. Ik zal daarna niet meer interrumperen.
De voorzitter:
Een punt van orde mag.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik vind dus dat als we zo'n verantwoordingsdebat voeren, er op dit soort vragen wel een antwoord moet komen, anders doen we het Verantwoordingsdebat eigenlijk tekort.
Minister Jetten:
Nogmaals, u krijgt binnen een paar weken de Defensienota, waarin een heel groot deel duidelijk wordt gemaakt.
De heer Van der Maas (VVD):
Ik vind dat de premier die vragen zeker wel heeft beantwoord. Ik hou uiteraard vertrouwen in de minister van Defensie. Ik wil eigenlijk iets anders vragen aan de minister-president. Er is heel veel op u afgevuurd daarnet. U bent al een uur bezig. Er zijn allemaal vragen. Er worden verwachtingen uitgesproken. Mijn vraag aan u — ik weet niet of die ooit weleens gesteld is in deze Kamer — is: wat verwacht u van de Kamer? En hoe kunnen wij u helpen bij het uitvoeren van uw opgave?
De voorzitter:
"Wat verwacht de minister-president van de Kamer?"
Minister Jetten:
Je begeeft je altijd op glad ijs als je je dat doet, dus daar kun je je als minister-president beter niet over uiten. Mijn ervaring als Kamerlid is dat, zeker als er bijvoorbeeld op deelonderwerpen grote verbeteringen nodig of mogelijk zijn, de Kamer zichzelf soms ook een dienst bewijst om dan bijvoorbeeld via rapporteurs in een commissie voor een langere tijd opvolging te organiseren, zodat het niet blijft bij één debat, maar we ons als Kamer en kabinet gezamenlijk verantwoordelijk voelen om belastinggeld op een verantwoorde manier te besteden. Wij zijn in ieder geval altijd bereid om daar medewerking aan te verlenen.
De voorzitter:
Ik dank de minister-president voor de beantwoording in eerste termijn. Ik geef het woord aan de minister van Financiën voor zijn … Voor een interruptie had u eigenlijk al even naar voren moeten lopen, meneer Schenk. U heeft ook nog een tweede termijn, dus laten we het in de tweede termijn doen. We moeten wel een beetje met elkaar blijven opletten wanneer de bewindspersonen bevraagbaar zijn. De minister van Financiën.
Minister Heinen:
Dank u wel, voorzitter. Zo luisterend naar de inbreng van de zijde van uw Kamer, had ik zo de indruk dat nog niet al het beleid op steun kan rekenen en dat u nog een paar vragen had. Die zullen we dus bij dezen beantwoorden, maar niet voordat ik nog een paar inleidende woorden aan u doe toekomen. Vandaag, precies een jaar geleden, viel het kabinet-Schoof. Dat was op 3 juni 2025. Het leidde ertoe dat we het afgelopen jaar, 2025, weer veel met elkaar bezig waren: verkiezingsprogramma's maken, campagnes voeren en uiteindelijk een formatie. Het kabinet Jetten zit nu 100 dagen, iets meer dan drie maanden. We staan voor grote uitdagingen. Bij het aanbieden van de verantwoordingsstukken wees ik ook op de toegenomen onzekerheid in de internationale economie en hoe die overal ter wereld centraal staat. Waar wij ook komen, dit is echt het thema. We zien toenemende onzekerheid over onze veiligheid, over nieuwe handelstarieven, over spanningen binnen traditionele bondgenootschappen. We zien internationale conflicten met wereldwijde economische schokken tot gevolg, met telkens een terugkerend patroon: heftige reacties op financiële markten, een neerwaartse druk op de economie en een opwaartse druk op de prijzen. Iedereen voelt dat in de portemonnee.
Ik zei eerder ook al: dit is niet het moment om af te wachten. Dit is een moment om leiding te nemen, door fors meer te investeren in onze defensie en in onze energieonafhankelijkheid, door Europese samenwerking, het verminderen van handelsbarrières en het versterken van de interne markt, en door te hervormen en echt moeilijke keuzes te maken over hoe we ons geld uitgeven, zodat Nederland financieel sterk staat in een instabiele wereld. Dat is de belangrijkste basis voor onze veiligheid, voor onze welvaart en uiteindelijk voor onze vrijheid.
Voorzitter. Niet alleen internationaal maar ook in ons land zijn de uitdagingen groot. Het begrotingstekort is te hoog, de schulden lopen op en de economische groei staat onder druk. De overheidsuitgaven lopen verder op door toenemende uitgaven aan rente, aan zorg en aan sociale zekerheid. Het land zit vast in complexiteit, in regeldruk en in trage procedures. Hierdoor worden te weinig huizen gebouwd en wordt er te weinig geïnvesteerd. Daardoor staat er een handrem op de Nederlandse economie. Dit kabinet wil die eraf halen.
Voorzitter. Tegen deze achtergrond is het kabinet-Jetten van start gegaan. Het is daarbij belangrijk dat we leren van het verleden. Dat begint bij goede samenwerking. Het begint met het stellen van doelen, ambitieuze doelen, maar vooral ook met het boeken en bereiken van resultaten. Ik wil de Algemene Rekenkamer bedanken voor al hun werk om ons juist op deze punten scherp te houden. Dat is soms ongemakkelijk, soms zelfs irritant, maar dat moet. Als het gemakkelijk wordt, gaat er namelijk echt iets mis. Ik dank de Algemene Rekenkamer dus ook echt voor die dankbare en soms ook ondankbare taak. Blijf dat doen, zou ik zeggen.
Uw Kamer heeft naar aanleiding van al deze rapporten goede vragen gesteld. Ik wil deze beantwoorden langs drie onderwerpen. Ik begin met economie en overheidsfinanciën, dan komt het financieel beheer en dan nog de categorie overig met een diverse set vragen.
Voordat ik dat ga doen, zie ik een oud-collega.
De voorzitter:
Er is een interruptie van de heer Tony van Dijck.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Dat is allemaal hartstikke mooi, maar door die geopolitieke spanningen en het beleid van dit kabinet staat de koopkracht heel erg onder druk. Mensen kunnen hun rekeningen niet meer betalen. U zegt daar in uw inleiding niets over. U bent bezorgd over de economie, de economische groei, de rente en de inflatie. De burgers thuis, de huishoudens, die hun rekeningen niet meer kunnen betalen, die de prijzen van energie, brandstof en boodschappen zien stijgen, hebben echter niks aan uw verhaal. U doet daar verder niks aan; u laat het gewoon gebeuren. Ik weet niet of u vandaag het bericht heeft gezien van de Rabobank? Volgend jaar gaat de koopkracht door de inflatie naar -0,7%. Wat is daar uw oplossing voor?
De voorzitter:
"Wat is de oplossing van de minister van Financiën daarvoor?"
Minister Heinen:
Ik heb letterlijk gezegd dat al deze ontwikkelingen, die soms heel ver van ons af lijken te staan, juist aan de keukentafel sterk gevoeld worden en leiden tot zorgen. Ik vind het belangrijk om dit te benoemen, omdat je dan ook de oplossing daar moet zoeken, om uiteindelijk de situatie aan die keukentafel te verbeteren. Ongeveer een maand geleden hebben wij een uitgebreid debat gehad over het pakket dat wij hebben gepresenteerd naar aanleiding van het conflict in het Midden-Oosten. We hebben daarbij gezegd dat we op drie borden moeten schaken. We moeten kijken naar de koopkracht. Dat is het kortetermijnvraagstuk. We hebben verschillende scenario's geschetst en ook aangegeven dat wij ons zorgen maken. De situatie kan verslechteren. Daarom moeten we nu het hoofd koel houden, want we willen klaarstaan voor als de situatie straks nog verder verslechtert. De situatie in het Midden-Oosten — u kunt het dagelijks in de krant lezen of op Twitter kijken — baart echt zorgen.
Maar op de middellange termijn kijken we natuurlijk ook naar het aanbod van energie. Net zo belangrijk is de vraag naar energie. Daarvoor zullen we energieonafhankelijker moeten worden. We zullen moeten investeren in energieonafhankelijkheid. Ik vind het jammer om te zien dat dat vaak een gepolariseerd debat blijft, waarbij verduurzaming op gespannen voet lijkt te staan met koopkracht. Ze gaan echter hand in hand, want door energieonafhankelijker te worden, worden we schokbestendiger en zijn we minder afhankelijk van wat er, in dit geval, in het Midden-Oosten gebeurt. We zagen hetzelfde met Rusland en de invasie in Oekraïne. Die heeft ons geraakt. Daarvan moeten we onafhankelijker worden, juist omdat de klap aan de keukentafel wordt gevoeld.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Uit onderzoek van de Rabobank blijkt ook dat juist het kabinet olie op het vuur gooit, want het verhoogt de belasting nog eens komend jaar met 1,5 miljard. Met andere woorden, verduurzaming is leuk, net als isolatie en noem maar op, maar daar hebben de mensen niks aan als ze hun rekeningen niet kunnen betalen, als ze hun boodschappen niet kunnen betalen. Ik vind dat er gewoon veel te weinig aandacht en urgentie is voor de portemonnee van de burger, die op dit moment gewoon in het rood staat. Dan komt het kabinet met een plan voor elektrische auto's en verduurzaming, maar daar hebben de mensen nu niks aan. Nú hebben ze een probleem. Ik hoop dan ook dat u daar bij de augustusbesluitvorming rekening mee houdt, want het gaat helemaal fout met de inflatie, met de terugvallende groei en dus met de koopkracht.
Minister Heinen:
Ik deel de zorgen van de heer Van Dijck. De heer Van Dijck heeft gelijk dat we dat vraagstuk in augustus bezien. Daar hebben we een uitzondering op gemaakt, gezien de urgentie van de situatie in het Midden-Oosten. Ik zou niet te flauw willen doen ten aanzien van bijvoorbeeld het isoleren van woningen. Juist het isoleren van hele tochtige woningen — dat zijn vaak oudere woningen — is een hele concrete koopkrachtmaatregel.
Onderliggend begrijp ik heel goed dat de meneer Van Dijck zegt dat het de urgentie niet helpt als je die rekening ziet opstapelen en je met maatregelen komt die pas later effect hebben. Daarom hebben we in het pakket dat we hebben gepresenteerd, ook maatregelen genomen die direct in kunnen gaan, zoals de onbelaste reiskostenvergoeding. Daar is Kamerbreed toe opgeroepen. Als je die vertaalt naar een bedrag per liter, is dat een groter bedrag dan bij de accijnsverlaging waartoe werd opgeroepen. We doen dit ook met terugwerkende kracht, zodat werkgevers de ruimte hebben om dit door te vertalen.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik heb het niet zo een-twee-drie, zo concreet, in het rapport van de Rekenkamer gelezen. Ik probeerde net iets te zeggen, maar dat mocht niet echt, want het was de maidenspeech van de heer Van der Maas. Nogmaals excuus daarvoor. Ik probeerde toen te zeggen dat we in Nederland een heel groot probleem hebben, niet alleen met de koopkracht, niet alleen met de afhankelijkheid of onafhankelijkheid van energie, maar ook van heel veel bedrijven en mensen die nu nog belasting betalen, maar straks emigreren. Ik wil eigenlijk aan de minister van Financiën vragen of hij die zorgen ook ziet en of hij die zorgen deelt. Wat kunnen we eraan doen om al die ondernemers — dat zijn het vaak — hier in Nederland te houden en te zorgen dat ze niet naar een ander land gaan, waar bijvoorbeeld de fiscale infrastructuur, maar ook de ondernemersinfrastructuur vriendelijker voor hen is?
Minister Heinen:
Dit is natuurlijk een vrij land. Mensen mogen vertrekken als ze dat willen. Daar zijn ook populaire televisieprogramma's over. Vaak zie je dan dat het geluk wordt gezocht in het buitenland, vanwege het klimaat of minder regelgeving. Maar als ze daar dan zijn, blijkt het toch lastiger om dat Airbnb'tje op te zetten en blijkt de lokale infrastructuur toch wat minder goed. Dan prijs je toch weer het land hier.
Maar onderliggend deel ik wel de zorg van de heer Markuszower, namelijk dat het vestigingsklimaat wat betreft ondernemerschap onder druk staat. Je ziet inderdaad bedrijven naar het buitenland vertrekken. We hebben daarover veel debatten gevoerd. Ik vind dat er in het verleden te lichtvoetig mee werd omgegaan — dat was niet door de zijde van de heer Markuszower — in de zin van: dat zal wel meevallen. Je ziet ze inderdaad vertrekken. Dat is gewoon niet goed. Een van de doelstellingen van dit kabinet is om het vestigingsklimaat te verbeteren, juist om onze welvaart hier te vergroten. Dat is dus precies zoals de minister-president het zei: met meer welvaart kun je ook meer doelen bereiken en kunnen we met z'n allen het land weer verder brengen.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank u wel voor dat antwoord. Ik deel die visie en analyse. Zit het verhaal van de minister van Financiën ook in een van de taskforces?
Minister Heinen:
Ja, daar hebben we de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat voor, zo noemen we die dan. Maar voordat we vervallen in allerlei ambtelijke termen als "taskforces" en "kwartiermakers" … Daar word je natuurlijk helemaal hondsdol van. Onderliggend proberen we hier de bestaande structuren te doorbreken en echt overstijgend te kijken hoe we verschillende beleidsterreinen en budgetten aan elkaar kunnen koppelen om de doelen juist beter te bereiken. In die zin proberen we hier echt doorbraken te bereiken.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Zou ik dan de minister van Financiën mogen vragen om specifiek over dit punt een keer per kwartaal — is dat redelijk? — een soort update te krijgen van het ministerie van Financiën en misschien andere ministeries? Het gaat dus om het punt hoe we ervoor zorgen dat mensen die nu gewoon netjes hun belastingen betalen, graag in Nederland willen blijven en dat ook ondernemers graag in Nederland willen blijven en zich zelfs hier willen vestigen. Zo kunnen we dat doel, dat we volgens mij allemaal willen, bewerkstelligen.
Minister Heinen:
Misschien kan ik de heer Markuszower tegemoetkomen door de toezegging te doen dat ik in de Miljoenennota best nader wil ingaan op het vestigingsklimaat en wat wij aan de zijde van het kabinet doen om het vestigingsklimaat te verbeteren. Om het meer onderdeel van het debat te maken wil ik er ook op ingaan hoe zich dat over de tijd heen ontwikkelt.
De voorzitter:
De minister vervolgt.
Minister Heinen:
Dan wil ik beginnen bij de beantwoording van de vragen. Dat doe ik binnen drie onderwerpen. Ik begin met economie en overheidsfinanciën.
Ik begin bij de heer Van der Maas, die zijn maidenspeech heeft gegeven. Ik wil hem daar ook mee complimenteren en feliciteren. Vijf jaar geleden mocht ik zelf ook mijn maidenspeech geven bij het Verantwoordingsdebat, dus de lat ligt hoog, zou ik zeggen. U heeft nog vijf jaar, afhankelijk van uw ambities.
Ik begin met zijn vraag over realistisch ramen. Dat is inderdaad een belangrijk debat geweest dat wij in het verleden hebben gevoerd naar aanleiding van verschillende ramingen en realisaties. Daar zaten te grote verschillen tussen, dus daar hebben we een taskforce realistisch ramen voor ingericht. We hebben er ook op gepresenteerd. Dat voeren we nu inderdaad uit. De heer Van der Maas vraagt hoe het daarmee staat. Het kabinet voert de aanbevelingen van die ... Ik moet "expertgroep" zeggen, want het was geen taskforce, maar het komt op hetzelfde neer. Het was de Expertgroep realistisch ramen. We informeren de Kamer hierover bij elke budgettaire nota. Dat ga ik dus ook doen bij de komende Miljoenennota. We hebben een aantal acties al doorgevoerd: we hebben de begroting in een realistischer kasritme gezet, met veel kasschuiven, we hebben een vereenvoudigd model als toets voor de inkomstenbelasting toegepast en het kabinet publiceert sinds medio oktober 2025 de inkomsten- en uitgavenrealisaties.
Enkele aanbevelingen zijn nog in uitvoering. Zo zijn we er ook mee bezig dat we met behulp van een nieuw micromodel de vpb, de vennootschapsbelasting, beter gaan ramen. Daar bleken elke keer toch de grootste afwijkingen in te zitten. Daarbij proberen we dus op een beter detailniveau de dynamiek van de winstbelasting in kaart te brengen en dat dus ook onderdeel van de ramingen te maken, zodat ook de inkomstenraming daarmee verbetert. Deze wordt overigens ook uitgebreid geëvalueerd en geactualiseerd. Daarover komt ook binnenkort een brief naar de Kamer.
De heer Van Dijck had ook nog een vraag over inflatie. Eigenlijk hebben we dat net al deels met elkaar uitgewisseld in een interruptiedebat. Hij vraagt namelijk naar de hoge inflatie, de lage groei en de stijgende rentes en vraagt welke scenario's er klaarliggen indien we in een recessie komen. Ik verwees er al naar dat we in het kader van het conflict in het Midden-Oosten en het energiepakket de scenario's met alle maatregelen die we kunnen nemen naar uw Kamer hebben gestuurd. Meer in algemene zin zie ik dit ook als een oproep voor het belang van buffers.
Nogmaals, er wordt hier vaak gezegd "de tabellen zijn een probleem" of "de financiën zijn een probleem", maar ik wijs erop dat alle cijfers waarop wij ons beleid baseren, gebaseerd zijn op optimistische scenario's van economische groei. We zien het tij nu keren en dan gaat het ook heel hard, wil ik daarbij aangeven. Je bent dan maar wat blij dat je die buffers hebt. Ik spreek veel met mijn collega-ministers van Financiën in Europa. Zij hebben die buffers niet en komen echt zwaar in de problemen. Je ziet dat gewoon concreet terug in hogere rentestanden. Die raken ook mensen thuis door hogere hypotheekrentes, en bedrijven komen moeilijker aan financiering. Dat verergert een recessie en raakt mensen en ondernemers direct. Laten we dus blij zijn met de stand van financiën die we nu hebben, want we weten dat het tij ooit gaat keren, waar de heer Van Dijck op wijst. Je wilt dan echt die buffers hebben.
De voorzitter:
Meneer Grinwis, echt kort en bondig.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik heb nog een vraag over het vorige punt, over de belastingontvangsten. Tot voor kort was het zo dat het aan de uitgavenkant heel uitgebreid werd gerapporteerd, terwijl aan de inkomstenkant werd gezegd: o, het is hoger dan de raming, maar dat is conjunctuur. Betekenen de verbeteringen die de minister en de staatssecretaris gaan aanbrengen niet ook dat er de volgende soort van loop ontstaat? Neem bijvoorbeeld de verhoging van tabaksaccijns. Die verhoging is misschien leuk en aardig, maar het gevolg daarvan is dat de opbrengsten naar beneden zijn gegaan en de raming totaal niet is gerealiseerd. Hoe gaan we die loop, van besluiten op Prinsjesdag naar de realisatie die het jaar daarna tegenvalt naar de verantwoordingsstukken, waaruit blijkt dat er nieuw beleid nodig is, goed organiseren?
Minister Heinen:
Dat begint natuurlijk met het inzichtelijk maken. Elke les die wordt geleerd, wordt ook direct verwerkt in de ramingen. Als we bijvoorbeeld beter zicht hebben op gedragseffecten worden die verwerkt in ramingen. Ook bij de vpb wordt dat direct verwerkt. Er is al een deel verwerkt in de Startnota. Het blijft een lerend proces. We blijven uw Kamer er ook over informeren. Zodra we iets aanpassen, geven we aan waarom en hoe we dat doen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat geloof ik. Dan klopt het weer. Bij tabaksaccijns zou je je kunnen voorstellen — ik zou daar zelf misschien niet direct voor pleiten — dat we het tarief iets moeten verlagen om de opbrengst te verhogen, als ik het louter financieel en de Laffercurve indachtig zou formuleren. Tegelijkertijd zou je bij de vpb misschien kunnen denken dat we het tarief nog iets moeten verhogen, waardoor de uitkomst dan nog wat meevalt. Hoe gaan we organiseren dat de aanpassing van de maatvoering en maatregelen opnieuw tegen het licht gehouden worden? Dat zit niet automatisch begrepen in een beter inzicht in de realisatie.
Minister Heinen:
Er zijn een paar aannames als het gaat om tabaksaccijns. Ik kom daar zo dadelijk over te spreken. De Kamer heeft de stellingname dat daar grenseffecten in zijn. Wij zien vooral gedragseffecten als gevolg van andere maatregelen, maar ik kom daar straks specifieker op terug. Dan bent u in de gelegenheid om daarop te reageren. Meer in algemene zin kunnen we de Laffercurve erbij pakken en kijken wat de optimale belasting is, maar ik denk dat het u dan nog zal verbazen dat we de inkomstenbelasting misschien op een ander tarief moeten zetten.
Uiteindelijk — ik kom op een fundamenteler punt — is het vaak ook politiek wat hierachter zit. Het laat zich niet altijd langs economische modellen meten. Vaak is het ook een politieke weging waar een belasting wordt gelegd. Ik ga graag het debat aan over de vraag wat optimale belastingen zijn. Wel zeg ik daar altijd bij dat er natuurlijk ook een politiek aspect is. Onderliggend speelt vaak een rechtvaardigheidsvraagstuk en hoe je tegen de samenleving aankijkt. Dat is bij uitstek een politiek vraagstuk. Dat laat zich niet altijd in een mooie parabool, in een grafiek, zetten.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Heel kort. Dat over die tabaksaccijns wist ik en heb ik gelezen, maar ik wist even geen beter voorbeeld. Het gaat er uiteindelijk om dat je in het Belastingplan een paragraafje zou willen hebben van: "In het verleden hebben we deze maatregelen getroffen, maar die zijn anders uitgepakt dan wij dachten. Dat is niet allemaal toe schrijven aan conjunctuur, maar heeft echt met de onverwachte effecten te maken gehad. Daarom komen we daar op deze wijze, zo en zo, op terug." Dat is iets praktischer dan alleen maar met elkaar een mooi debat voeren over een optimalebelastingtheorie.
Minister Heinen:
Ik zal dit ook naar mijn collega, de staatssecretaris van Financiën, doorgeleiden, zodat we bij het Belastingplan hier het debat over kunnen voeren. We zullen die bal dan op de stip leggen. Ik wijs er ook nogmaals op dat wij als economen vaak zeggen dat je als het gaat om optimale belastingen, meer indirecte belastingen moet hebben en minder directe. Maar we weten ook allemaal hoe gevoelig het ligt op het moment dat we dit voorstellen. Een voorbeeld daarvan is de btw; we zien hoe gevoelig dat is. Dan maken we met z'n allen — dat is niet op één partij gericht — weer heel snel terugtrekkende bewegingen.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
De minister van Financiën zegt dat wij er goed voor staan, zeker in verhouding tot de collega's uit Europa. Dat is herkenbaar. Maar dat is ook meteen een groot risico. We hebben ook gezien dat de Europese Centrale Bank maatregelen kan nemen en geld kan bijdrukken, waar wij ook voor aan de lat staan. Hoe kijkt de minister van Financiën daartegen aan?
Minister Heinen:
Verdragsrechtelijk gezien is er natuurlijk een verbod op monetair beleid, dus de centrale bank kan niet zomaar geld bijdrukken. Meer in algemene zin kan een centrale bank besluiten, kijkend naar de gehele eurozone, om expansief beleid te voeren dat specifiek voor de Nederlandse situatie te ruim is. Dat raakt natuurlijk direct spaartegoeden of gepensioneerden. Dat is niet goed, want dat raakt hen in de koopkracht. We hebben in het verleden ook gezien dat het zeer ruime centralebankbeleid heeft geleid tot een stijging van assets. Je ziet dat terug in huizenprijzen en op de beurzen. Mensen zien ook een uitholling van hun spaartegoeden. Ik moet daar terughoudend in zijn, want de centrale bank is natuurlijk onafhankelijk in het zetten van dat beleid. Ze doen dat wel echt verstandig. Ik denk dat de Europese Centrale Bank echt wel een van de beste centrale banken wereldwijd is. Deze heeft ook groot aanzien. Omdat het centralebankbeleid, het monetaire beleid, wordt bepaald in Frankfurt, is de knop die je nationaal hebt, echt het nationale begrotingsbeleid. Als je een expansief begrotingsbeleid voert, waar de Kamer toe oproept, in combinatie met een expansief monetair beleid, dan jaag je de prijzen aan en bereik je vaak niet het doel waar de Kamer wel toe denkt op te roepen met een expansief begrotingsbeleid. Dat is vaak de reden dat ik zeg: we moeten matigen, minder uitgeven. Het monetaire beleid zit voor de Nederlandse situatie namelijk al aan de ruime kant. Als je daarbij extra kolen op het vuur gooit, dan benadeel je in indirecte zin uiteindelijk de mensen die je eigenlijk denkt te helpen.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Het lijkt erop dat schraalhans hier keukenmeester is. Wij staan er eigenlijk veel beter voor dan alle andere zuidelijke landen. Wij maken het onszelf en onze burgers veel vaker moeilijker dan eigenlijk nodig is. Is de minister van Financiën het daar dan in ieder geval mee eens?
Minister Heinen:
Het mooie van mijn functie is dat ik met collega's mag spreken. Het fascinerende is dat iedereen hetzelfde beeld heeft van de ander: de ander staat er altijd beter voor, de ander heeft voordelen, wij worden gepakt en het ligt allemaal aan Europa. Dat is een patroon dat je bij elke minister van Financiën ziet. Ik probeer dat ook te bestrijden. Er is wel echt consensus dat er met jaloezie naar Nederland wordt gekeken, naar het hoge welvaartsniveau, naar hoe ongelofelijk goed onze pensioenvoorzieningen zijn en naar hoe wij in ontzettend veel welvaart leven. Ik heb het dan over welvaart in brede zin, dus niet alleen over inkomens, maar ook de kwaliteit van het onderwijs, de zorg en de pensioensystemen. Daar wordt met jaloezie naar gekeken. Ik maak me onderliggend wel zorgen over dat dat onder druk staat. Daarom hebben we natuurlijk ook een ambitieus coalitieakkoord, om daaraan te blijven werken en het te blijven hervormen. We mogen nooit lui worden, want we willen natuurlijk dat de generaties na ons over dezelfde goede voorzieningen kunnen beschikken.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Afrondend zou ik toch graag een vraag willen stellen over onze vertegenwoordiging bij de Europese Centrale Bank. Onze waarnemer, die daar vanuit De Nederlandsche Bank zit, zegt: als ik in Europa zit, dan zit ik daar toch echt niet met een Nederlands petje op, maar met een Europees petje. Wij hopen wel dat hij Nederland vertegenwoordigt en daarin de Nederlandse belangen dus ook meeneemt. Hoe ziet de minister van Financiën dat?
Minister Heinen:
Ik ben het, met alle respect, niet eens met deze stellingname. We hebben geen vertegenwoordigers bij de ECB. We hebben daar wel een Nederlander zitten. Dat zijn de knapste koppen die er zitten. Zij hebben een mandaat om het monetaire beleid vorm te geven op basis van de gehele eurozone. Dat is het verdragsrechtelijk mandaat dat ze hebben. Dat doen ze goed. Ik erken wel dat het voor de specifieke situatie van een lidstaat natuurlijk anders kan uitpakken.
De heer Vermeer (BBB):
De discussies die net gevoerd werden, hebben we natuurlijk al eens eerder gehad. Wij hopen wel dat een Nederlander met extra aandacht naar Nederland kijkt, zoals een Fransman dat ook zeker zal doen. Wij moeten daarin niet roomser zijn dan de paus, maar dat terzijde. Dat is een hele andere discussie. Het is ook heel moeilijk om dat heel concreet te maken, denk ik.
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Vermeer (BBB):
Ik waardeer het dat de minister van Financiën probeert dit debat wat luchtig te houden, dat hij in het debat met de heer Grinwis een grap maakte over de Laffercurve en zei dat er dan misschien ook nog wel andere belastingen omhoog kunnen.
Minister Heinen:
Nee, naar beneden.
De heer Vermeer (BBB):
De heer Heinen, deze minister, erkent toch wel dat ons pleidooi om naar de Laffercurve te kijken vooral bedoeld is om te bekijken waar je met accijnzen over de schreef gaat en de meeropbrengst juist minder wordt?
Minister Heinen:
Nee, laat er geen misverstand over bestaan: ik begrijp waarom de heer Vermeer dit naar voren brengt. Ik constateer wel dat economische modellen vaak naar voren worden gebracht zodra ze in het voordeel werken van het beleid dat wordt voorgesteld, maar dat ze zodra ze in het nadeel daarvan werken even worden vergeten. Ik heb de heer Vermeer ook weleens horen zeggen: het begrotingstekort is soms ook een gevoel. Dan zijn de economische modellen even ver te zoeken. Laten we daar dan dus consistent in zijn. Ik kom straks op de accijns, op het meer fundamentele punt dat de heer Vermeer maakt. Hij zegt: "Er zijn ook gedragseffecten. Wat zijn nou de gevolgen voor de belastingopbrengst?" Dat is gewoon een zeer terecht punt. Daar kom ik zo over te spreken.
Voorzitter, als u het mij toestaat, wil ik één ding rechtzetten. Het is niet zo dat bestuursleden bij de ECB door een nationale bril naar het monetaire beleid kijken. Ik spreek veel met de president van de Europese Centrale Bank, Lagarde. Die is ongekend kritisch, ook op het Franse beleid. Het is dus niet zo dat ze dat zit te verdedigen. Sterker nog, ze spreekt hen aan op de opgave waar wij voor staan. Laten we dus voorkomen dat we in deze waarheden gaan geloven. Dat is namelijk ongelofelijk zonde als ik het werk zie dat daar wordt verzet.
De heer Vermeer (BBB):
Ik zal dit ter harte nemen. Nogmaals, de Laffercurve is geen model. Dat is een manier om te toetsen of de prijselasticiteit niet overschreden is. Dat wordt vooral in de bedrijfseconomie gebruikt. Dat zou hier eigenlijk meer gebruikt moeten worden, met name bij accijnzen. Nogmaals, het is geen model om het optimale belastingtarief mee te bepalen. Nee, het is een curve die laat zien dat je op sommige moment een tegengesteld effect krijgt en geen meeropbrengst, zoals al jaren wordt aangetoond. Dat moet de minister toch met mij eens zijn?
Minister Heinen:
Ja, dat klopt. Die analyse klopt.
De voorzitter:
U vervolgt.
Minister Heinen:
Dan wil ik naar de heer Vermeer gaan, want hij vroeg naar de een-op-eenkoppeling. Hij vraagt in feite of ik nu kan garanderen dat dit niet wordt opgelost met een lastenverhoging. Morgen heeft u natuurlijk een uitgebreid debat over de voornemens die er zijn. Laat ik daar niet op vooruitlopen. Als hij vraagt om garanties, dan zeg ik dat ik die nu niet ga geven. Laten we dat nou ook niet doen. Ik kan wijzen op de begrotingsregels, waardoor we gescheiden inkomsten en uitgaven hebben. Ik heb vaak gezegd dat je het probleem altijd moet oplossen waar het zich voordoet. Als wij samen met de polder en de bonden zeggen "kom nu aan tafel en laten we met elkaar spreken", dan heeft het geen zin om op voorhand allemaal zaken uit te sluiten en dammen op te werpen. Wij vragen aan de vakbonden om dat niet te doen, dus laten wij dat ook niet doen.
Maar de basisprincipes zijn natuurlijk helder. U kent de rol die ik hierbij heb, waaronder het bewaken van die regels. Ik vind het ontzettend belangrijk dat wij aan tafel komen en met elkaar het gesprek voeren. Dat doen we niet door aan de voorkant allemaal voorwaarden te stellen. Laat ik daar dan ook een punt zetten bij deze vragen. Overigens kan ik in meer algemene zin natuurlijk wel zeggen dat deze maatregel juist is voorgesteld om de uitgaven te beperken om zo de lasten niet te hoeven verhogen, maar ik constateer ook dat de Kamer in brede zin heeft opgeroepen om dit juist niet te doen.
De heer Vermeer (BBB):
Ik ben niet begonnen met voorwaarden te stellen. Hier gaan we het in het debat van morgen natuurlijk weer over hebben. Het kabinet is begonnen met voorwaarden te stellen door te zeggen: moet je eens luisteren, we gaan je voor €500 iets afpakken en dat willen we je best wel weer teruggeven, maar dan moet je zelf iets anders uitzoeken wat €500 waard is. Daar gaan we morgen een discussie over voeren, maar ik wil wel even helder hebben dat het kabinet begonnen is met het stellen van voorwaarden door te zeggen: we kunnen wel wat doen, als er maar evenveel geld wordt opgebracht.
De voorzitter:
Ik wil de minister er ook op wijzen dat hij via de voorzitter moet spreken.
Minister Heinen:
Ja, voorzitter, u heeft gelijk. Dat probeer ik uiteraard zo veel mogelijk te doen.
Zoals het nu wordt neergezet, lijkt het alsof er iets heel flauws gebeurt, maar het is natuurlijk gangbaar dat een coalitie plannen maakt en laat zien hoe zij die wil dekken. Daar zitten hervormingen bij en daar zit ook een visie achter waaruit blijkt waarom die hervormingen nodig zijn. Het kabinet moet die uitvoeren en presenteert die aan het parlement. Het parlement kan die controleren en als de meerderheid van het parlement zegt dat zij graag een andere invulling wil, dan is een kabinet daar uiteraard aan gehouden. Dat is het onderdeel van het debat waarin we zitten.
Daar heeft het kabinet één element aan toegevoegd: laten we het nou breder doen. We zoeken namelijk niet alleen naar een breed politiek draagvlak, maar ook naar een breed maatschappelijk draagvlak omdat de opgave waarvoor we staan, zo ontzettend groot is. We staan voor grote hervormingen. We zien dat onze veiligheid echt onder druk staat en we zien dat onze welvaart onder druk staat. We staan voor gigantische opgaven. De afgelopen vijftien jaar is niet hervormd. Dit kabinet heeft gezegd: wij gaan niet het kabinet zijn dat hier fijn in zijn stoel zit en niks doet. Wij hebben ambities en wij proberen dit land te verbeteren. De vraag of wij daarin gaan slagen en de plannen die daarbij horen zijn onderdeel van het politieke debat, maar het is niet "ja, u stelt wat voor en wij moeten tekenen". Het is natuurlijk onderdeel van het politieke debat, dat we graag met u aangaan. Dat zeg ik via de voorzitter!
De heer Vermeer (BBB):
Wat is dan de reden dat dit kabinet begint bij die maatschappelijke partners, terwijl de partijen hier het budgetrecht hebben en uiteindelijk de besluiten moeten nemen?
Minister Heinen:
Het begint in de Kamer en het eindigt bij de Kamer, precies om de reden die de heer Vermeer noemt: het budgetrecht ligt bij de Kamer. Dat is ook de reden waarom er een regeringsverklaring is waarin de plannen worden gepresenteerd, waarom wij budgettaire nota's naar de Kamer sturen, waarom wij daarover hier vandaag verantwoording staan af te leggen. In de zoektocht naar draagvlak voor plannen kijk je natuurlijk breder in de samenleving. Daarvoor zoeken we natuurlijk ook steun bij de vakbonden en werkgevers. Op andere terreinen, bijvoorbeeld de zorg, zoeken mijn collega's in het kabinet draagvlak bij veldpartijen en zorgpartijen om plannen met een breed maatschappelijk draagvlak aan u voor te kunnen leggen, zeg ik via de voorzitter. Uiteindelijk is het aan de Kamer om daar een oordeel over te vellen.
De voorzitter:
Afrondend. Ik denk wel dat we het bij het Verantwoordingsdebat moeten houden, want u bent morgen ongetwijfeld ook bij het debat.
De heer Vermeer (BBB):
Jazeker, maar deze onderwerpen liggen nu op tafel. Volgens mij moeten we het daar nu dus over hebben.
De voorzitter:
En morgen weer.
De heer Vermeer (BBB):
Dan kunnen wij daar morgen weer op doordrillen. Soms werkt dat in een paar trappen, hè?
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Vermeer (BBB):
Ik mag dus nog wel een vraag stellen?
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Vermeer (BBB):
Oké. De minister, het kabinet, heeft toch al voorafgaand aan de presentatie van het coalitieakkoord met al die maatschappelijke partners gesproken? Dit kabinet, deze coalitie, ging er juist zo prat op dat het dat nog veel beter gedaan had dan wij het destijds samen gedaan hebben, met precies dezelfde partijen overigens.
Minister Heinen:
Laat ik niet van de twee kabinetten waarvan ik de eer heb onderdeel te mogen zijn, een evaluatie geven. Ik heb prettig met de heer Vermeer samengewerkt. Wij werken prettig in dit kabinet. Ik bevind mij in de bevoorrechte positie dat ik met u allen mag samenwerken. Ik ga daar verder geen kwalificatie aan geven, want dan doe ik altijd iemand tekort.
De voorzitter:
De minister vervolgt zijn beantwoording.
Minister Heinen:
Dan had de heer Grinwis een vraag over de staatsbalans. Hij had de vraag of die niet onderdeel moet worden gemaakt van de Miljoenennota. In de Miljoenennota 2020 is toegelicht waarom die staatsbalans juist is afgeschaft: die geeft een incompleet beeld van de staat van de overheidsfinanciën, omdat een deel van de overheidsuitgaven, de overheidsschulden en het overheidsbezit hierin ontbreekt. Hierdoor is ook de luide conclusie getrokken dat die eigenlijk geen toegevoegde waarde heeft boven op de overheidsbalans, die nog wel onderdeel is van de verantwoordingsstukken.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat is iets te kort door de bocht, vind ik. Er is een aantal pro's en contra's gegeven. En er is onder verwijzing naar de overheidsbalans, die door het CBS wordt uitgebracht, inderdaad gezegd dat daarmee de toegevoegde waarde van de staatsbalans wat minder is geworden. Maar het geeft nog steeds een aantal toevoegingen ten opzichte van het niet hebben van een staatsbalans in de Miljoenennota, namelijk een beter inzicht in en gevoel voor de investeringen en consumptieve uitgaven bij de overheid. Dat is één. En twee: over de staatsbalans kunnen we in debat met de minister van Financiën, maar over de overheidsbalans van het CBS niet. Op de staatsbalans ...
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
... is deze minister aanspreekbaar en verantwoordelijk, wat niet geldt voor de overheidsbalans. Dus ons is wel degelijk een middel ontnomen, dat we net hadden geherintroduceerd en nu niet meer hebben.
Minister Heinen:
Nee, vanwege de reden die ik aangeef. Als het gaat om het onderscheid tussen investeringen en consumptie, waar de heer Grinwis op wijst: die gaan we dus juist wel weer apart in beeld brengen. Die informatie is dus niet weg. Die proberen we natuurlijk ook te perfectioneren. Het was ook een verzoek van de Kamer om dat beter in de budgettaire nota's te verwerken, en daar zijn we nu mee aan de slag.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Maar over de staatsbalans kunnen we deze minister aanspreken en met hem het debat voeren. Dat kan bij de overheidsbalans niet. Dus de staatsbalans kan ook gewoon het middel zijn om ons te helpen om op Miljoenennotaniveau, netjes in de bijlagen, inzicht te krijgen in het onderscheid tussen investeringen en consumptieve uitgaven, in hoe de vermogenspositie zich ontwikkelt, en in wat het vervolgens betekent als je jarenlang onderhoud en vervanging laat verslonzen. Dat doet iets met de bezittingen van de Staat. Dus waarom niet gewoon iets doen wat je eigenlijk in het verleden al jarenlang gewend was te doen? Waarom niet die staatsbalans toch weer toevoegen aan de Miljoenennota, ook al zeggen de ambtenaren van de minister "we hebben al de overheidsbalans, dus laat maar"?
Minister Heinen:
Dat zijn hele slimme mensen, die dit ook om goede redenen doen. Maar de heer Grinwis noemt twee elementen waarvan hij aangeeft dat hij ze eigenlijk mist. Die wil ik onderdeel van het debat laten zijn, maar het zijn nou precies de zaken die we nu in de budgettaire nota's aan het verwerken zijn. Dus: meer inzicht krijgen in het verschil tussen de consumptieve uitgaven en de investeringen. Ik kom zo nog te spreken over de infrastructurele uitgaven, waar geloof ik de heer Grinwis, de heer Stoffer en ik meen ook nog iemand anders naar hebben gevraagd. Ik kom daar dus zo nog over te spreken. De minister van Infrastructuur en Waterstaat gaat er ook mee aan de slag om die informatie niet te doen verdwijnen, en onderdeel van het debat te laten zijn.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Maar als ik het zou verzoeken? Als ik zou zeggen "ik zou het wel heel fijn vinden als we die staatsbalans weer in de Miljoenennota hebben als bijlage, ook al vindt de minister die misschien wel enige toegevoegde waarde hebben, maar niet zo veel", zou u daar dan wel toe bereid zijn? Op zich is het niet zoveel werk, want in het verleden is het gemaakt. Het is een actualisatie van bestaande data. Hoe groot is het probleem om die toe te voegen als bijlage aan de Miljoenennota, zoals bijvoorbeeld in 2019?
De voorzitter:
En u vraagt dit aan de minister.
Minister Heinen:
In het streven naar vereenvoudiging, naar een kleinere overheid, minder papier et cetera zijn we continu aan het kijken naar welke bijlages eraf kunnen, wat er onderdeel is van het debat en wat niet, wat we kunnen schrappen. Maar bij elk debat dat ik hier voer, voegt de Kamer weer informatie toe. Ik zou dus zeggen: laten we dit niet doen; dit heeft een beperkte informatiewaarde. Maar de elementen die de heer Grinwis naar voren brengt, worden vaker naar voren gebracht. Die zijn we aan het verwerken. Laten we het zo afspreken dat we, als de heer Grinwis bij de Miljoenennota zegt dat hij wat is aangeleverd echt niet goed vindt, weer kunnen terugvallen op het oude. Maar geef ons ook de gelegenheid om te kijken of we met betere informatie kunnen komen, zodat we een nog scherper debat kunnen voeren dan we nu al voeren.
De voorzitter:
De minister vervolgt zijn beantwoording. Ik wijs er wel op: als we bij ieder antwoord drie interrupties gaan toelaten, dan denk ik niet dat we het binnen de tijd gaan halen. Ik zou de leden dus toch wel willen verzoeken om enige terughoudendheid op de politieke hoofdlijnen. De minister vervolgt.
Minister Heinen:
Ja, maar we willen ook de premier niet tekortdoen, want die vindt het zo ontzettend leuk om dit debat te doen, zei hij tegen mij.
De voorzitter:
Dat zien we aan hem, ja.
Minister Heinen:
De heer Grinwis had ook een vraag waarom ... Dat is eigenlijk waar we net over spraken; die had ik in de set hierachter gezet. De heer Grinwis vroeg waarom in het regeerakkoord is afgesproken dat er 0,5 miljard per jaar extra voor Infrastructuur en Waterstaat is gereserveerd. Ik moet dat iets nuanceren. Binnen de kabinetsperiode is zo'n 1,5 miljard voor prioritaire projecten in het regeerakkoord gereserveerd. Er is de komende tien jaar 1,1 miljard voor beheer en onderhoud — ze hebben tot 2035 geprogrammeerd — en in ieder geval 0,5 miljard structureel. De bedragen zijn dus hoger dan de heer Grinwis zegt. Verder is het natuurlijk uiteindelijk een politieke weging en gaat het om prioriteiten die partijen hebben gesteld. Voor elke uitgave is natuurlijk ook een goede onderbouwing te geven.
De heer Oosterhuis had precies op dit punt een vraag over inzicht in het beheer en onderhoud van de infra. Excuus, ik had u zojuist niet genoemd, zeg ik via de voorzitter, maar de heer Oosterhuis had daar ook naar gevraagd. Het kabinet werkt natuurlijk heel hard aan het beheer en onderhoud. Zo zijn we bijvoorbeeld gestart met de aanbesteding van de Van Brienenoordbrug, werken we aan de A207 Houten-Hooipolder en de A2 bij het knooppunt Het Vonderen-Kerensheide. Vorig jaar heeft de Kamer nog een meerjarig inzicht gekregen in de opgave voor beheer en onderhoud bij het Meerjarenplan Instandhouding. Daarnaast voert de minister van IenW op dit moment een herijking uit van de langjarige opgave beheer en onderhoud. Deze herijking wordt in het najaar van 2026 afgerond en dan ontvangt de Kamer deze herijking ook. Dan kunt u ook het debat aangaan over of dat conform de wens van de Kamer is.
Mevrouw Van Dijk had een vraag over inzicht in investeringen en constructieve uitgaven in het licht van een interruptiedebat dat we hiervoor hebben gevoerd. Uiteraard onderschrijft het kabinet het belang van investeren in de toekomstige welvaart in Nederland en ook dat dat onderscheid wordt aangeven. Dat is een belangrijke wens geweest van de Kamer. Mevrouw Van Dijk liep hierin voorop. Het is ook geland in het coalitieakkoord en daar werken we nu aan. In datzelfde coalitieakkoord staat dat in begrotingsstukken dus ook meer onderscheid aangebracht wordt tussen uitgaven, consumptie en investeringen. In de Voorjaarsnota is hier een eerste invulling aan gegeven, maar we moeten hierop natuurlijk voortbouwen om dit steeds meer inzichtelijk te krijgen met elkaar.
Dan had de heer Oosterhuis ook nog een vraag over de Hoogrisicolijst. Hij vroeg of het kabinet zelf ook een risicolijst gaat maken met de kosten van nietsdoen, van stilstand. Dat vond ik een mooie vondst, want dat zijn dan de "opportunity costs" van nietsdoen, zouden de economen zeggen. Vanaf de ontwerpbegroting 2027 krijgen de doelen, de resultaten en de risico's een prominente plaats in de begrotingshoofdstukken. Daarbij maakt het kabinet onder meer gebruik van de inzichten van de planbureaus en van de uitkomsten van de beleidsevaluaties. De kosten van nietsdoen zijn hier dan ook onderdeel van. De risico's zijn, volgens mij, ook het focusonderwerp van de Kamer voor dit jaar. In onder andere de jaarverslagen van de ministeries en het Financieel Jaarverslag van het Rijk is hier ook extra aandacht voor geweest.
De voorzitter:
Meneer Stultiens? Nee? Dan de heer Oosterhuis.
De heer Oosterhuis (D66):
Dank voor deze toezegging. Ik zie uit naar die informatie in de begroting.
Ik heb één aanvullende vraag. We hebben natuurlijk kosten die voor rekening van de overheid komen. Dat zijn risico's voor de rijksbegroting. We hebben ook risico's in termen van kosten van welvaart, maatschappelijke kosten. Kan de minister toezeggen dat ook dat soort kosten in beeld worden gebracht als risico's? Dat zijn namelijk ook kosten die we collectief dragen.
Minister Heinen:
Dat vind ik een heel goed punt. Tegelijkertijd wil ik de verwachtingen wel matigen. Dat is vaak goed, want dan kan je later alleen maar verrassen. Vaak wordt deze discussie gevoerd in het licht van klimaatkosten. Als we niks doen, welke kosten komen er dan op ons af? Zo zou je bijvoorbeeld ook kunnen kwantificeren als het gaat om veiligheid. Tegelijkertijd is het heel lastig te kwantificeren. Als wij te weinig investeren in veiligheid, weten we dat de internationale veiligheidssituatie richting Europa verslechtert. Hoe je dat precies kwantificeert is lastig, maar laten wij daartoe een goede poging wagen.
De heer Oosterhuis (D66):
Ik snap inderdaad dat het ingewikkeld is. We kunnen niet alles tot ver in de toekomst voorspellen, maar volgens mij is dit goed en gaan we na Prinsjesdag verder kijken hoe dit werkt.
Minister Heinen:
Dan gaan we het lichtgroen en het donkergroen van het leger proberen te combineren, ja!
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik ben blij dat de minister aan de slag gaat met de doelen. We gaan het zien op Prinsjesdag. Ik denk wel het volgende, en de minister weet dat ook. De afgelopen jaren, ook ver terug, is hier al om gevraagd. Toch lukt het blijkbaar niet goed. Heeft de minister daar een verklaring voor?
Minister Heinen:
Meerdere. Ik zie de Kamer op dit punt echt als mijn bondgenoot. Het ligt niet aan de woordvoerders in deze zaal. Ik roep iedere keer op om ook wetgevingsoverleggen in te plannen en om feitelijke vragen te stellen. Al die jaarverslagen gaan naar de Kamer. Ik weet hoe ongelofelijk druk de Kamer is en hoe drukbezet de agenda is. Doe het wel. Vraag om die doelen en die afrekenbaarheid. Ik zei al dat het ongelofelijk irritant is, zeker als je in deze rol je functie mag vervullen, maar het is ontzettend belangrijk. De Kamer helpt de bewindspersonen zo alleen maar om de schaarse middelen die we hebben efficiënt in te zetten om de doelen te bereiken. Het is echt mijn oproep om dat te blijven doen.
Dan terughoudendheid. De president van de Rekenkamer heeft dat heel mooi verwoord bij de aanbieding van het transparante koffertje op Verantwoordingsdag. Hij zei: laten we, als we naar die lerende overheid willen, voorkomen dat als iemand op 0,1 procentpunt een doel niet bereikt, je diegene gelijk op het schavot zet en in politieke zin helemaal afmaakt. Dat leidt namelijk weer tot terughoudendheid om transparant te zijn over die doelen, terwijl we juist naar die lerende overheid toe willen.
Ik vond dat een hele mooie oproep. Zoiets lijkt ook wel weer te gebeuren rondom die Defensiediscussie. Dat moet beter; daar zijn we het over eens. Dat is zeker zo in het licht van de grote investeringen die daar worden gedaan en de maatschappelijke offers die ervoor worden gebracht. Je moet het dan goed verantwoorden. Maar laten we ervoor oppassen om elkaar de hele tijd de maat te nemen alsof er geen bereidheid is om transparant te zijn. Die verklaring zie ik ook, zeker niet van de zijde van de heer Stultiens, maar wel in algemene zin. Verder laat ik de analyse graag aan anderen en hoor ik ook graag wat ik verkeerd doe in dit proces, zodat ik mijzelf ertoe kan uitdagen dat te verbeteren.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij zijn we het hierover eens. Ik hoor de oproep om de komende tijd irritant te blijven. Dat gaan we doen! Volgens mij is dat een goede gezamenlijke opdracht.
Minister Heinen:
Mooi! Ik zal het u niet kwalijk nemen als u die rol vervult.
Voorzitter. Dan wou ik naar het tweede onderwerp gaan: het financieel beheer.
De heer Hoogeveen (JA21):
Mijn vraag is niet beantwoord. Die ging toch wel over overheidsfinanciën en de overheidsschuld. Als we niets doen, zijn we in 2060 onderweg naar 137% van het bbp. De minister van Financiën bevestigde zojuist ook dat een van de grootste opgaves in de zorg en de sociale zekerheid ligt. Nou is dat een van de financiële fundamenten, ook op basis van wat we zien in het rapport van de Rekenkamer. Daarom pakt dit kabinet de handschoen op om daarin keuzes te maken en dat als financieel fundament te gebruiken. Nu zien we dat dat toch één voor één wegsijpelt, weg wordt getrokken, wordt afgezwakt. Hoe kijkt de minister van Financiën hiernaar? Binnen dit domein blijft deze opgave bestaan.
Minister Heinen:
De rekeningen gaan niet weg door te doen alsof ze er niet zijn. Dus de opgave staat er. Een kwart van de rijksuitgaven betreft de sociale zekerheid. Dat geldt ook voor de gezondheidszorg. Dat groeit in een enorm tempo. Dat leidt ertoe dat dit andere uitgaven, die we ook moeten doen, verdringt. Ik noem de infrastructuur, de woningmarkt en onze veiligheid. Het gaat gewoon niet samen. Dus dat is de budgettaire benadering.
Daarnaast hebben we ook een meer hervormingsgezinde benadering. We zien dat hervormingen nodig zijn, omdat je principieel het volgende vindt. Zeker als je ziet hoeveel vacatures, hoeveel banen er zijn, moet de basis toch zijn om te kijken naar wat iemand wel kan en naar hoe iemand wel kan werken in plaats van in een uitkering te zitten. Het is uiteraard een gegeven dat er altijd mensen zullen zijn die heel hard hebben gewerkt en een goed pensioen verdienen. Als zij niet kunnen werken, moet je goed voor hen zorgen. Maar het basisprincipe is dat je ook hervormingen moet doorvoeren om iedereen aan de slag te krijgen. Die benadering is er ook. Beide komen in dit geval samen. Die ambitie moeten we wel blijven vasthouden met elkaar, vind ik. Uiteindelijk doen we dit voor gezonde overheidsfinanciën en om rekeningen niet door te schuiven naar toekomstige generaties. Het gaat erom dat we goede sociale voorzieningen hebben die toegankelijk zijn, maar ook betaalbaar zijn voor iedereen die ze op moet brengen. Uiteindelijk moeten we de productiviteit in het land verhogen, zodat de welvaart toeneemt en we daardoor juist weer die hele mooie voorzieningen kunnen betalen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Helder antwoord, maar dan rest mij toch de volgende vraag te stellen. Nogmaals, ik wil niet alvast een voorschot nemen op het debat van morgen. De vraag die bij iedereen leeft, is natuurlijk wel de volgende. Uiteindelijk blijft de opdracht binnen het socialezekerheidsdomein en binnen de gezondheidszorg gewoon staan. Nu horen we veel verhalen in de trant van: dit moet van tafel en het moet elders worden gevonden. Nee, deze opdracht staat en blijft staan. Begrijp ik het kabinet op dat punt goed?
Minister Heinen:
Maar dan grijp ik terug op een antwoord dat ik eerder gaf aan de heer Vermeer, geloof ik. Ik zei: laat ik niet op voorhand allerlei voorwaarden en eisen formuleren en stoere uitspraken doen. Het is belangrijk dat wij eerst het gesprek hebben met elkaar. Ik vind het belangrijk dat je, als je het gesprek start, het eerst eens wordt over de vraag of je dezelfde visie hebt op de toekomst. Zien we dezelfde problemen? Van de zijde van het kabinet zien we een aantal oplossingen. Kunnen die op draagvlak rekenen? Zo niet, waar ligt dan wel een gezamenlijkheid waarin je aan oplossingen kunt werken? Ik vind het belangrijk dat je de gesprekken start vanuit dat vertrekpunt. In die zin blijf ik nu terughoudend in mijn antwoord, om daar niet te veel op vooruit te lopen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Hoogeveen (JA21):
Een korte vraag. Dat is dus wel binnen het domein sociale zekerheid en gezondheidszorg?
Minister Heinen:
Nogmaals, het is belangrijk, als het gaat om dit vraagstuk, dat we de gesprekken starten. Het helpt niet als ik daar nu allemaal uitspraken over ga doen. U kent het regeerakkoord, de afspraken die daaraan ten grondslag liggen en de rol die ik daarin vervul. Maar nogmaals, ik vind het belangrijk dat wij de gesprekken starten met een open vizier en dat wij proberen om met elkaar, met zowel een breed maatschappelijk draagvlak als politiek draagvlak, die problemen op te lossen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Het kabinet heeft het wel een beetje uitgelokt. Ik wil niet lullig doen, maar toen ik vrijdagavond de tv aanzette, zat daar meneer Heinen bij meneer Kockelmann te zeggen dat het inderdaad in het sociaal domein moet worden gezocht. Vervolgens zie ik zondag de heer Brekelmans bij WNL in de ochtend die boodschap herhalen. Vervolgens zie ik een halfuur later bij Buitenhof de minister van Sociale Zaken zeggen: er zijn geen taboes; we kunnen het ook buiten de sociale zekerheid zoeken. Dan kunt u dit soort vragen verwachten. Maar als we het dan toch over hetzelfde willen hebben, dan het volgende. U zei net iets interessants over de kosten van de sociale zekerheid. Hoeveel procent van het bruto binnenlands product bedragen die kosten nu en over tien jaar?
Minister Heinen:
Het hangt af van hoe uitgaven zich ontwikkelen, hoe de economie zich ontwikkelt en hoe de aanspraken op sociale voorzieningen zich ontwikkelen, dus ik kan dat nu niet zo in algemene zin zeggen.
De voorzitter:
Meneer Dijk, via de voorzitter.
De heer Jimmy Dijk (SP):
De heer Vijlbrief gaf in debat met mij aan dat dat 12% is en dat dat 12% zal blijven, dus vanwaar constant dat doemscenario dat de kosten de pan uitrijzen? Hetzelfde geldt voor de zorg. Als je de fraude van 10 miljard aanpakt, als je de winsten van 7,3 miljard aanpakt en als je de bureaucratie van 5 tot 6 miljard aanpakt, dan blijft het rond de 12%, wat het ook al jaren is. Waarom kan het kabinet niet gewoon eerlijk toegeven dat die 10 miljard bij de zorg weghalen en die 6,5 miljard bij de sociale zekerheid weghalen puur en alleen gebeurt om meer geld aan defensie uit te geven, meer niet?
Minister Heinen:
Ik denk dat het belangrijk is dat we, als we deze gesprekken voeren, vanuit een gezamenlijk vertrekpunt starten. Ik zie inderdaad veel verschillende cijfers de ronde doen. Het lijkt mij goed dat we daarvan eerst een gezamenlijk beeld hebben, zodat we elkaar niet gaan bestrijden op verschillende cijfers. Dat zou ontzettend zonde zijn.
We zien bijvoorbeeld, als het gaat om de AOW, dat in het verleden sprake was van zeven werkenden tegenover één gepensioneerde, terwijl we nu gaan naar twee werkenden tegenover één gepensioneerde. We zien dat 1,5 miljoen mensen in een uitkering zitten, terwijl er meer vacatures dan werklozen zijn. We zien dus echt wel uitdagingen op ons afkomen, bijvoorbeeld als het gaat om de WIA: een instroom van 60.000 mensen per jaar. Dat kan gewoon niet waar zijn. Dan moet je met elkaar het gesprek aangaan over de betaalbaarheid en de toegankelijkheid van de WIA, maar wel allemaal vanuit hetzelfde belang, namelijk dat je goede sociale voorzieningen wil, die ook betaald moeten worden, maar dat de mensen die daar gebruik van moeten maken daar ook op kunnen rekenen. Dat is het doel dat wij uiteindelijk met elkaar nastreven.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik vind dat u daarmee gewoon een andere waarheid spreekt, laat ik het zo zeggen en dan zeg ik het netjes. U zegt de hele tijd dat de sociale zekerheid onbetaalbaar wordt, maar dat is gewoon niet waar. Uit de eigen cijfers van het ministerie van Sociale Zaken blijkt dat het 12% is en dat het 12% blijft. Dan kunt u opperen dat we iets moeten gaan doen aan de mensen die in de WIA zitten, omdat het daar vastgelopen is. Daar ben ik het roerend mee eens. Maar dan nog is dat slechts 2% van het bruto binnenlands product, lager dan ooit.
Als u wilt dat we hetzelfde gesprek voeren, moet u ook eerlijk toegeven: we hebben die miljarden nodig voor Defensie en die halen we weg bij de zorg en bij de sociale zekerheid. Daarom zijn wij deze hele discussie gestart. Nu komt heel langzaam de aap uit de mouw, namelijk dat niemand dit wil en dat het kabinet zo meteen een probleem heeft met de begroting. De minister van Financiën zegt steeds tegen de heer Vijlbrief "Los het op in de sociale zekerheid" en de heer Vijlbrief zegt dan "Geen taboes, we willen daarbuiten zoeken". Zeg dan gewoon dat u miljarden wil hebben voor Defensie.
De voorzitter:
Ik wijs iedereen erop dat we morgen vanaf 10.15 uur het debat voeren over het ultimatum van de vakbeweging inzake de bezuinigingen op de sociale zekerheid.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter, ik vind dat prima, maar er wordt hier iedere keer in debatten over de zorg en de sociale zekerheid gezegd dat de kosten uit de klauwen lopen, terwijl de voorspellingen van de eigen ministeries het tegendeel bewijzen.
De voorzitter:
Het is niet alleen een boodschap richting de leden, maar ook richting de minister en de minister-president. De minister.
Minister Heinen:
Precies vanwege dit debat denk ik dat het goed is dat je een gezamenlijk vertrekpunt hebt. Het kan niet waar zijn dat als je maar de waarheid van een ander overneemt, dat dan de waarheid is. Laat ik het belang onderstrepen van het vertrekken met dezelfde cijfers en met dezelfde visie.
We zien tegenvallers in het verleden. Ik heb nog niet zo lang geleden bij de Voorjaarsnota een tegenvaller van meer dan een miljard op de WIA moeten presenteren. Dat zijn uitgaven die ergens vandaan moeten komen. Die gaan ten koste van andere belangrijke uitgaven. Of ze lopen je schuld in, maar dan zijn het rekeningen voor later; dat kan je niet laten gebeuren. Daarom moeten we daar het gesprek over aangaan. Als daar verschillende beelden over zijn, moeten die uiteraard uit de weg genomen worden, anders heb je geen goed gesprek met elkaar. Dan sta je tegenover elkaar en dat zou ik echt willen voorkomen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Op dit punt. Het verhaal over de WIA is helder. Daar moeten we echt iets aan doen. Overigens is het onjuist om vervolgens de Aof-premie op te hogen voor andere doelen. Maar dat is een andere discussie. Ook de WW is een andere discussie.
Maar even over de AOW en het je baseren op de juiste feiten, data en cijfers. Op dat punt is er wel een probleem. De minister kent ook het artikel van Paul de Beer in de ESB. Paul de Beer toont daarin aan dat vanwege de constante arrangementenaannames en de uitgangspunten van een welvaartsvaste AOW, die we in de praktijk niet hebben, het CPB om de paar jaar de prognoses van de AOW-uitgaven naar omlaag moet bijstellen.
Vervolgens landen die aannames en uitgangspunten wel in het rapport van de Studiegroep Begrotingsruimte. Dat rapport ligt dus mede aan de basis van een afspraak in een coalitieakkoord, terwijl uiteindelijk de uitgavengroei van de AOW lager uitvalt dan daarin is opgenomen. De motie in de Kamer is aangenomen, dus het kabinet kijkt hiernaar. Maar hoe waardeert de minister het dat dit soort aannames leiden tot maatregelen die uiteindelijk misschien zijn gebaseerd op verkeerde aannames?
Minister Heinen:
Als ik het me goed herinner, hebben we exact dit interruptiedebat gevoerd bij de Voorjaarsnota. Naar aanleiding daarvan is er een motie ingediend door de heer Grinwis. Die motie heb ik toen oordeel Kamer gegeven en die is aangenomen. We komen hier dus op terug. Laat ik daar dus niet te veel over zeggen, om dat niet in de weg te lopen. Ook op dit punt heb ik aangegeven dat we hierover het goede gesprek moeten voeren. Dat begint met een goede analyse.
De Stuurgroep Begrotingsruimte heeft niet alleen in budgettaire zin naar de AOW gekeken, maar ook naar het vraagstuk van de arbeidsparticipatie. Als we ouder worden en zien dat onze welvaart onder druk staat en je tot de analyse komt dat we meer moeten meedoen in de samenleving om die welvaart overeind te houden en dat je dus de arbeidsparticipatie moet verhogen, dan kan je ook vanuit dat licht naar de AOW kijken, ook om te voorkomen dat je in diezelfde AOW moet snijden. Als je dan ziet dat je ouder wordt in goede gezondheid — dat is altijd de belangrijkste voorwaarde — dan kan je zeggen: kan je een maand langer doorwerken om bij te dragen aan de welvaart in dit land? Dat is de discussie die we wilden starten. Maar nogmaals, daar is al heel veel over gezegd. Morgen heeft u daar een uitgebreid debat over. Laat ik voorkomen dat ik daar nu te veel op vooruitloop, want we kijken nu terug op 2025, waar dit kabinet geen onderdeel van was. U gaat uiteraard zelf over het debat, maar voor de goede orde lijkt het me beter om deze discussie morgen te voeren.
De voorzitter:
Meneer Grinwis, ik heb het gezegd: het is tot slot op dit punt en daarna gaan we echt verder met de behandeling.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dit is mijn laatste interruptie. Ik zal geen derde meer doen. De minister heeft gelijk. Hier hebben we het bij de Voorjaarsnota over gehad. Er is een motie over ingediend: oordeel Kamer; aangenomen. Ik zie dus uit naar de uitwerking. Het punt is wel dat als de probleemanalyse is dat het best wel veel meer gaat kosten omdat dat blijkt uit een raming van het CPB en die analyse niet waar blijkt te zijn, maar de doelstelling inderdaad is om arbeidsparticipatie te verhogen, dan kom je misschien tot een andere beleidskeuze. Misschien kies je dan niet voor een verplichte snellere stijging van de AOW-leeftijd, maar meer voor een flexibele AOW, waardoor je mensen op een positievere wijze wel uitnodigt om langer te blijven werken. Dat is wel een potentiële consequentie van zo'n raming.
Minister Heinen:
Afrondend op dit punt. Het kabinet heeft ook elke keer gezegd dat als er alternatieven zijn, het daar uiteraard het gesprek over aangaat. Dan kom ik terug bij het eerste punt: daarvoor is het wel nodig dat iedereen aan tafel zit. Het is ontzettend lastig een goed gesprek te voeren door een megafoon. Dus laten we … Nou ja, iedereen moet doen wat hij of zij moet doen vanuit zijn of haar verantwoordelijkheid, maar ik hoop wel dat daar snel het goede gesprek over kunnen voeren.
Voorzitter. Dan wil ik naar het tweede onderwerp gaan: het financieel beheer. Daar waren ook nog een paar vragen over gesteld. Ik zal het tempo opvoeren. Het begint bij de heer Grinwis over het baten-lastenstelsel. Hij vraagt naar de invoering van het baten-lastenstelsel. De discussie over het baten-lastenstelsel die we altijd voeren bij Verantwoordingsdag is inmiddels net zo'n grote traditie geworden als het aanbieden van het koffertje zelf. In die zin vallen we dus elke keer in dezelfde redenering. Laat ik dan nogmaals dezelfde redenering benoemen, namelijk dat Nederland net als de meeste landen, tegen de populaire gedachte in, een hybride stelsel heeft, waarbij ook het baten-lastenstelsel wordt gebruikt waar dit toegevoegde waarde heeft. Denk bijvoorbeeld aan agentschappen, zbo's en decentrale overheden.
Ik zie zelf echt grote waarde voor het kas- en verplichtingenstelsel als onderdeel van het budgetrecht van de Kamer. Met de autorisatie van verplichtingen beheerst de Kamer ook de uitgaven. Als je naar een verdere invoering van een baten-lastenstelsel gaat, verliest de Kamer echt autorisatie over meerjarige financiële verplichtingen. Dat is de reden waarom ik echt principieel tegen het invoeren van het baten-lastenstelsel was toen ik Kamerlid was. Ik weet dat de Algemene Rekenkamer dit punt ook vaak naar voren brengt. Ik ben het er echt fundamenteel mee oneens vanuit de budgetdisciplinegedachte. Je hebt een veel betere grip op uitgaven en verplichtingen. Ook wordt er niet over een graf heen geregeerd. Als je het baten-lastenstelsel invoert, heb je één periode lol, maar verlies je de periodes daarna echt grip op die kasstromen, op die verplichtingen. Ik zou het echt niet adviseren. Vanuit het kabinet zijn we het in ieder geval niet van plan. We hebben hier recent , volgens mij in november 2025, ook een Kamerbrief over gestuurd waarin we nogmaals helemaal uiteen hebben gezet wat de voordelen en nadelen zijn en waarom we tot deze conclusie komen.
Dan wil ik gaan naar de heer Oosterhuis. Die had een vraag over bescherming van de Noordzee. De heer Oosterhuis vroeg hoe dit kabinet dat precies vormgeeft, ook naar aanleiding van de opmerking van de Algemene Rekenkamer op dit punt. In het coalitieakkoord is opgenomen dat het kabinet aan de slag gaat met de versterking en de bescherming van vitale infrastructuur. Ik denk dat dat de achtergrond van de vraag is. Momenteel werken we via het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur, PBNI — wie kent het niet? — aan de bescherming. Ook adviseert de Algemene Rekenkamer om de coördinatie en de doorzettingsmacht van de minister van IenW te verbeteren. Dat is uiteraard een goed advies. De minister van IenW heeft toegezegd de Kamer voor de zomer te informeren over de structurele financiering en ook over de verdeling van de verantwoordelijkheden, omdat dit echt een coördinatievraagstuk is dat we beter onder controle moeten krijgen, zeker ook gezien de geopolitieke spanningen.
Voorzitter. De heer Flach had een vraag over de zorgakkoorden en meer specifiek over de opmerking van de Algemene Rekenkamer dat de zorgakkoorden naar het oordeel van de Algemene Rekenkamer beperkt hebben bijgedragen aan het in de hand houden van de zorguitgaven. Als ik het goed heb genoteerd, vraagt de heer Flach of de effectiviteit niet beter kan worden gemonitord. In de zorgakkoorden worden concrete afspraken gemaakt met veldpartijen over hoe de zorg anders vormgegeven kan worden.
Ik durf zeker te stellen dat de zorgakkoorden in het geheel echt hebben bijgedragen aan de impact en de houdbaarheid van de zorguitgaven. De financiële kaders van het Integraal Zorgakkoord zijn in zijn geheel bijvoorbeeld niet overschreden. Dat is gewoon echt goed nieuws. Ook zijn de zorguitgaven als percentage van het bruto binnenlands product sinds het eerste zorgakkoord — dat was al in 2014 — stabiel gebleven. In het Integraal Zorgakkoord, het IZA, en in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord, het AZWA, is ook afgesproken om de uitkomsten te monitoren. Dat is precies waar de heer Flach naar vraagt. De minister van VWS stuurt regelmatig een overkoepelend overzicht aan uw Kamer. Als dat onvoldoende is, dan hoor ik dat uiteraard graag van de heer Flach. Dat zal ik dan ook doorgeleiden naar mijn collega in het kabinet.
De heer Flach (SGP):
Mijn vraag ging niet specifiek over het zorgakkoord, maar meer over het instrument akkoorden in het licht van de functie van de minister zelf. Hoe voorkomen we dat ze al te makkelijk worden ingezet als makkelijke bezuiniging zonder nadere invulling, in het licht van de opmerkingen van de Rekenkamer? De Rekenkamer zegt: de doelen worden niet behaald en de effecten vallen op de lange termijn tegen.
Minister Heinen:
Laat ik daar een algemene opmerking over maken. De terughoudendheid in mijn reactie zit 'm erin dat ik echt wil voorkomen dat ik me op het terrein van mijn collega ga bevinden. Zij werkt hard aan het tot stand brengen van de akkoorden. Het positieve aan akkoorden vind ik dat je samen, wederom, met veldpartijen tot afspraken komt over prijzen, kwaliteit en volume en dat je met elkaar weet waar je aan toe bent. Ik vind dit zelf een van de verdiensten van het Nederlandse model. Juist door de samenwerking kom je tot een beheer van de kosten en tot goeie kwaliteit. Ik vind dit zelf dus een goed instrument. Het heeft zich in het verleden ook wel bewezen. Verder zou ik als het gaat om de inhoud van die akkoorden ... Dit is niet om flauw te doen, maar ik wil voorkomen dat ik mijn collega in de weg loop op dit punt.
De heer Flach (SGP):
Dat heb ik zelf ook. Ik loop mijn collega die woordvoerder is op Volksgezondheid liever ook niet voor de voeten. Het gaat mij juist niet om de inhoud. Het gaat mij echt om het middel van de brede akkoorden. Er werd in het coalitieakkoord aangekondigd dat dat meer gaat worden ingezet. Hoe kijkt de minister daarnaar vanuit zijn rol als minister van Financiën? Hoe voorkom je dat zo'n akkoord makkelijk wordt ingeboekt maar dat de resultaten uiteindelijk tegenvallen? Dat is wat de Rekenkamer hier feitelijk presenteert.
Minister Heinen:
Nu begeef ik me op glad ijs, maar dan weet ik niet helemaal zeker of ik het eens ben met de Algemene Rekenkamer. Ik weet niet of het kabinet daar al een formele reactie op heeft gestuurd, dus laat ik op dit punt voorzichtig zijn. Dan moet ik even goed bestuderen wat de Rekenkamer hier exact over heeft gezegd. In algemene zin heeft de Rekenkamer altijd wel vlijmscherpe analyses.
Als het meer gaat over het politieke primaat, vanuit mijn rol, dan is het natuurlijk belangrijk dat de Kamer goed betrokken wordt bij de zorgakkoorden. Voor het AZWA bijvoorbeeld is voor de definitieve tekening het onderhandelaarsakkoord gedeeld met de Kamer. Uw Kamer heeft het kabinet per motie verzocht om het AZWA te ondertekenen. Daarnaast volgen uit de zorgakkoorden regelmatig voorhangbrieven. Wanneer een aanwijzing aan de Nederlandse Zorgautoriteit moet worden gegeven, dan heb je daar een voorhang voor. Ook wordt de Kamer regelmatig geïnformeerd over de voortgang van de zorgakkoorden.
Dus ook vanuit de rol van hoeder van de schatkist, de doelmatigheid van de bestedingen en het budgetrecht van de Kamer kom ik tot de conclusie dat dit goed loopt. Ook hier moet ik voorzichtig zijn, want uiteindelijk is het oordeel of dat goed loopt aan uw Kamer. Ik heb niet de indruk dat dit heel fout gaat. De Kamer dient hier vaak moties over in. Het kabinet voert het uit en er komen mooie akkoorden, waar veldpartijen en vaak verschillende kabinetten en verschillende samenstellingen in de Kamer positief tegen aankijken.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Flach (SGP):
Afrondend zou ik het volgende willen zeggen. Als ik de tekst van de Algemene Rekenkamer even plat vertaal, dan is dat: pas als minister van Financiën op dat u niet in tal van dit soort akkoorden wordt gerommeld, om de grip op de begroting zo niet kwijt te raken.
Minister Heinen:
Dat is natuurlijk altijd een goed advies, maar ik heb niet het gevoel dat ik ergens in word gerommeld, al was dat maar omdat ik aan de basis stond van het sluiten van coalitieakkoorden en hierover spreek in ministerraden en onderraden en uw Kamer hierover heel goed wordt geïnformeerd, naar mijn beste weten.
Er was nog de vraag van de heer Stultiens en de heer Oosterhuis over wanneer de Kamer het transitieplan voor het controlebestel zal ontvangen en wanneer het kabinet de transitie zal doorzetten. Het klopt dat wij dat hebben toegezegd. Het plan is af. De toezegging was dat het voor de zomer zou gebeuren, maar ik geloof dat het plan vrij snel in de ministerraad ligt en dan kan het naar de Kamer. U heeft het dus vrij snel. Dan is het hele transitieplan uitgewerkt en kunnen we daar het debat over voeren.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Eén verhelderende vraag: wordt dat een neutraal plan of wordt het de start van een nieuw traject? Gaat het echt beginnen, straks? Of wordt het neutraal aan de Kamer gestuurd?
Minister Heinen:
De wens van de Kamer is helder. De Kamer heeft daarover ook moties ingediend. Ik leg het plan in die zin neutraal aan u voor, omdat ik het belangrijk vind u in de gelegenheid te stellen daarover een debat te voeren. Nogmaals, de wens van de Kamer is wel helder en het transitieplan ligt er dus dan kan het ook uitgevoerd worden.
Dan was de laatste vraag in deze categorie door meerdere leden van uw Kamer gesteld: de heer Stultiens, de heer Hoogeveen, mevrouw Van Dijk en de heer Vermeer. Zij vroegen wat ik ga doen met de aanbeveling van de Algemene Rekenkamer of de Kamer ook kan worden geïnformeerd over de uitkomsten. Dat gaat dan specifiek over de Defensie-onvolkomenheden. De premier heeft daar al het nodige over gezegd. Zoals aangekondigd, heb ik ook met beide gesproken. Het ministerie van Defensie gaat met de Algemene Rekenkamer, de Auditdienst Rijk en het ministerie van Financiën aan de slag om voor de zomer eenheid van opvattingen te bereiken en voldoende zelfdragende onderbouwing van de inkoopdossiers om nieuwe onzekerheden te voorkomen. Ik denk dat dat heel belangrijk is. Ik dank de Algemene Rekenkamer voor de gesprekken die ze daarna hebben gevoerd, en ook de collega's bij het ministerie van Defensie die hebben gezegd: we moeten dit echt verbeteren. De minister van Defensie heeft hierin het voortouw genomen en gezegd: laten we met meerdere partijen bij elkaar komen om dit te verbeteren. Het is er de minister van Defensie alles aan gelegen om dit te verbeteren. Verder verwijs ik graag naar wat de premier hierover al heeft gezegd.
Daarmee ben ik aan het einde gekomen van dit onderwerp en wilde ik naar het blokje overig gaan.
De voorzitter:
Maar eerst is er nog een interruptie van mevrouw Van Brenk.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik heb nog specifiek gevraagd naar geheimhouding en of daar kritisch naar gekeken wordt. Kan de minister daar nog even op reflecteren?
Minister Heinen:
Ja, daar kom ik zo op. Dat zit bij het onderwerp overig. Laat ik daar zo op terugkomen. Het antwoord is: dat kunnen we doen, maar dat moet dan wel weer in vertrouwen. Dat is niet om flauw te doen. We kunnen het natuurlijk hebben over vertrouwelijke stukken, maar dat moet dan wel in vertrouwen om te beoordelen wat vertrouwelijk is.
Voorzitter. Dan wil ik naar het onderwerp overig gaan. Er zijn verschillende vragen gesteld. Ik ga er, met het oog op de klok, snel doorheen.
Ik begin bij de heer Van Dijck, die een vraag had over het Herstel- en Veerkrachtplan en meer specifiek hoe het staat met de coronagelden, de 5,4 miljard uit Brussel. Het is uiteindelijk ons eigen geld, zou ik zeggen. De vraag was of we er nog op moeten wachten of dat het goed loopt. Het positieve antwoord is dat mijn indruk is dat het goed verloopt. Nederland heeft inmiddels 3 miljard euro uit het coronaherstelfonds ontvangen.
Er staat nog 2,3 miljard euro uit, waar hervormingen tegenover staan. Dat zijn overigens hervormingen die Nederland zelf heeft aangedragen. Het is dus niet zo dat het moet van Brussel, maar we hebben ons er zelf aan gecommitteerd, in het belang van de Nederlandse economie. De afgesproken maatregelen die Nederland daarvoor nog moet afronden, lopen en die liggen echt wel op schema. Ook wordt een aantal afspraken nog gewijzigd, omdat ze niet langer haalbaar zijn, ook met het oog op politiek draagvlak.
Mijn collega's, de heer Aartsen en de heer Vijlbrief, en ikzelf zijn er met de Commissie veel over in gesprek. De Commissie heeft gezegd dat de aanpassingen mogelijk zijn. Ze liggen nu bij de Eerste Kamer, geloof ik. Als daar de aanpassingen, de laatste hervormingen worden aangenomen, dan komt dit goed.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik heb een vraag over de gelden die we als Nederland overdragen aan de Europese Unie. We zijn nettobetaler. Ik weet nooit precies uit mijn hoofd hoeveel het is, maar ik dacht ongeveer tussen de 10 en 15 miljard. Nu lees ik overal in de krant — en heel veel Nederlanders met mij — dat ze de begroting willen ophogen naar tweeduizend …
Minister Heinen:
2.200 miljard.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Een enorm bedrag. Ik kan het niet eens uitspreken. Dat zou dus betekenen dat Nederland veel meer gaat betalen. Als de begroting wordt aangenomen zoals die nu voorligt, hoeveel moet Nederland dan gaan betalen en hoeveel meer is dat dan we in 2026 betalen?
Minister Heinen:
Dat hangt ervan af welke aannames daaraan ten grondslag liggen. In het oorspronkelijke voorstel van de commissie zou ook het correctiemechanisme verdwijnen. In de populaire uiting is dat "de korting". Als dat zou verdwijnen met een ophoging van de begroting, zou het voor Nederland om om en nabij 3 miljard tot 5 miljard aan extra afdrachten gaan. Daar is uw Kamer ook over geïnformeerd. De premier en ik hebben ook aangegeven dat we dat niet gepast vinden. In Brussel hebben we duidelijk gemaakt dat wij vinden dat de begroting gemoderniseerd moet worden, maar ook in omvang verkleind moet worden en dat we willen dat het correctiemechanisme behouden blijft. Ik wijs er wel op dat we altijd kijken naar nettobetalingsposities. We krijgen natuurlijk ook middelen terug, zeg ik in het licht van de discussie die ik hiervoor heb gevoerd. Je probeert natuurlijk de nettobetalingspositie te verbeteren. Daar werken we hard aan. Het wordt een ontzettend moeilijke strijd, maar we gaan hem aan. We zullen uw Kamer daar geregeld over informeren.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Het is mooi dat dit kabinet strijdvaardig is, maar ik hoor tussendoor dan toch dat we in het slechte scenario netto richting de 15 miljard tot 20 miljard euro gaan betalen. We komen dan dus rond de, laten we zeggen, 18 miljard uit. Wat gebeurt er als we die strijd niet winnen? Ik heb veel vertrouwen in de premier en de minister van Financiën — ga de strijd aan, hartstikke goed — maar wat als het niet lukt? Wat als die begroting toch wordt aangenomen en we dan toch worden verplicht die 18 miljard te betalen? Wat gaat dit kabinet dan doen?
Minister Heinen:
Die vraag loopt heel erg vooruit op een discussie die eigenlijk nog niet eens gestart is. In Brussel geven wij vooral aan waar Nederland staat. Dat doen we niet vanuit een sentiment dat wij tegen Europa zijn, want we zien ook de meerwaarde van Europa. Europa brengt ook veel welvaart, vooral via de interne markt. Die interne markt proberen we ook te versterken. Maar we vinden wel dat onze afdrachten echt te hoog zijn. Het verdwijnen van het correctiemechanisme vind ik gewoon niet fair. Wij zitten aan het begin van die gesprekken. Ik verzamel om mij heen lidstaten die nettobetaler zijn. Dat zijn ook landen als Frankrijk en België. Dat zijn lidstaten die zeggen: "We zien allemaal het belang van Europa, maar we zien ook de grote uitdagingen waar we voor staan, zoals investeren in energieonafhankelijk worden, investeringen in defensie, een verslechterende economie, een concurrentiepositie die onder druk staat, en begrotingstekorten die al veel te groot zijn. Als daar nog hogere afdrachten bij komen … Dat gaat gewoon niet." We zitten in die gesprekken. Nederland staat daarin niet alleen, maar het is ontzettend lastig, omdat we heel veel doelen te bereiken hebben. De modernisering van de begroting is bijvoorbeeld ook een diepgewortelde wens van Nederland. We moeten echter ook realistisch zijn. Niet alles gaat lukken, maar we proberen daar wel op in te zetten. Alles wat ik daar verder over zeg, verslechtert onze onderhandelingspositie, dus ik ga er verder ook niks over zeggen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Met dat laatste ben ik het niet per se eens. Ik denk dat het heel goed zou zijn voor de Nederlandse onderhandelingspositie als de minister van Financiën, en later de premier ook, hier gewoon klip-en-klaar in het parlement zegt dat Nederland dat gewoon niet gaat doen. Ik weet zeker dat iedereen meeluistert, daar in Europa. Dat is mijn boodschap richting die onderhandelingstafel. Je moet klip-en-klaar zeggen: wij gaan dat gewoon niet doen. Ik denk dat u, zolang u dat niet doet, onderhandelingstechnisch ruimte laat om straks toch dat verlies te incasseren. Nederland kan dat in mijn optiek niet betalen, dus ik hoop dat u wint en dat uw strategie werkt. Maar neemt u die van mij alstublieft ter harte.
Minister Heinen:
Wij laten ons zeker in het diplomatieke verkeer bijzonder scherp uit. U heeft de premier daar al in zeer scherpe bewoordingen het nodige over horen zeggen. Ik heb dat zelf ook gedaan. Ik heb zelfs woorden als "wereldvreemd" gebruikt. Dat doen we helemaal niet om populair te zijn, maar om echt het signaal af te geven dat wij hier iets van vinden. Maar wij moeten er ook voor oppassen dat we alleen maar aan het roepen zijn. We zijn ook gewoon hard aan het werk om in die Europese vergaderingen meerderheden en bondgenoten te vinden om dit de goede kant op te sturen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik denk dat het kabinet de juiste strijd voert, dus tegen hogere afdrachten en kritisch op nog een Herstel- en Veerkrachtfaciliteit, zodat die er niet meer komt. Maar ik zie wel ruimte bij de garanties. Dat zie ik ook terug in de stukken van de Rekenkamer. We zien dat de garanties met 60 miljard zijn toegenomen. We zien dat de Rekenkamer daar ook van zegt dat dat financiële risico's zijn met potentieel ingrijpende gevolgen voor de overheidsfinanciën. We zien dat dat bij die garantiestellingen in Brussel eigenlijk een toenemende trend is. We hebben premier Schoof gehad die over de Oekraïne Faciliteit zei dat die de Nederlandse belastingbetaler geen cent extra zou kosten. Maar we staan wel degelijk aan de lat voor de risico's die we lopen.
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Hoogeveen (JA21):
Hoe kijkt de minister van Financiën daarnaar? En hoe kijkt hij naar die trend?
Minister Heinen:
Als het in algemene zin gaat over garanties, ben ik het daar natuurlijk zeer mee eens. In de rol die ik mag vervullen, wordt mij vaak gevraagd of ik een garantie kan afgeven. Dat is gratis. Dat kost niet direct cashgeld, maar het zijn zeker verplichtingen die je aangaat en extra risico's op je balans. Daar moet je zeer terughoudend in zijn. Ik ben het dus eens met de oproep om daar terughoudend in te zijn, omdat je daarmee wel risico's naar je toe trekt.
Wat de door de heer Hoogeveen aangehaalde voorbeelden en de Oekraïne Faciliteit betreft staat de garantie in de zogenaamde headroom. Dat is het verschil tussen het Eigenmiddelenbesluit en het Meerjarig Financieel Kader, het MFK. De heer Hoogeveen komt uit het Europees Parlement en ik vertel hem dus niks nieuws. In die headroom zit ruimte. Die wordt gebruikt en ingezet, met als onderpand de Europese begroting. Het Eigenmiddelenbesluit is overigens al aangenomen door het Parlement. Het zijn geen nieuwe garanties; het zijn bestaande garanties die we kunnen inzetten, gegeven de headroom en de uitdagingen waarvoor we staan.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dat klopt. Ik volg deze uitleg, maar ik vroeg naar het standpunt van het kabinet over deze ontwikkeling. Ook ten aanzien van de onderhandelingen over het nieuwe Meerjarig Financieel Kader zijn dit instrumenten die steeds vaker ingezet gaan worden. Wat zal daartegenin de inzet van het kabinet zijn? En wat zijn de beweegredenen van het kabinet om niet de handrem aan te trekken? Want linksom of rechtsom zijn dit uiteindelijk ook gemeenschappelijke schulden.
Minister Heinen:
Dit is onderdeel van de gesprekken die we voeren. Er worden vanuit de Commissie inderdaad ook voorstellen gedaan voor nieuwe leeninstrumenten. Daarover hebben we de Kamer een brief gestuurd, waarin we aangeven: kijk nou naar bestaande instrumenten, want je hoeft niet altijd nieuwe instrumenten te introduceren. Kijk vooral eerst waar je zelf minder kan uitgeven voordat je weer allerlei nieuwe instrumenten optuigt. Om een voorbeeld te noemen: een deel van de stijging van de toekomstige begroting is het terugbetalen van het coronaherstelfonds, waar we zojuist over spraken.
Het is dus helemaal niet eens zozeer zo dat de Commissie zegt dat zij extra geld wil uitgeven. We zijn in het verleden verplichtingen aangegaan, precies zoals de heer Hoogeveen zegt. Nu komt die rekening. Dat is precies de reden waarom ik ook vanuit mijn rol terughoudend ben met het optuigen van nieuwe instrumenten, want van geld lenen wordt de rekening altijd gepresenteerd. Dat geldt nationaal en Europees. We zien nu de gevolgen. Daar is dit kabinet niet direct verantwoordelijk voor, maar het wordt wel met die terugbetalingen geconfronteerd. Wij hebben aangegeven dat wij vinden dat we daar zeer, zeer terughoudend in moeten zijn.
De voorzitter:
Ik stel voor dat de minister het resterende deel van de antwoorden geeft en dat we daarna kijken of er nog behoefte is aan enkele interrupties. Vervolgens gaan we direct door met de tweede termijn van de Kamer. De Kamerleden hebben dan een derde van de spreektijd van de eerste termijn. De minister.
Minister Heinen:
Voorzitter. Dan was er een aantal vragen gesteld over de apparaatstaakstelling. De heer Grinwis vroeg waarom het vorige kabinet ervoor heeft gekozen om bij de apparaatstaakstelling slechts te sturen op geld. Een minister van Financiën kan dan natuurlijk zeggen "dat moet u aan dat kabinet vragen", maar die boemerang komt gelijk terug, want ik zat in dat kabinet, dus ik kan het ook toelichten. De reden was dat de taakstelling eigenlijk vrij bot was vormgegeven. Het was budgettair gezien een vrij grote taakstelling, vanuit de gedachte dat het overheidsapparaat kleiner moet worden, omdat iedereen ziet dat het uitdijt en er al lange tijd niet op is ingegrepen.
In de laatste fase van de coalitieonderhandelingen is gezegd dat de grondslag waarover de taakstelling wordt uitgesmeerd, wordt beperkt om uitvoeringsdiensten et cetera te ontzien. Daarom kwam het uit op een korting van een kwart van de kernapparaten. Dat was dusdanig grof dat we hebben gezegd: laten we de taakstelling in budgettaire zin omslaan, want dan heeft elk departement de vrijheid om die in te vullen via de fte's of via bestaande budgetten. Dat is ook gebeurd.
Ik constateer wel dat deze vooral is ingevuld via bestaande budgetten. Er is echt wel fors ingegrepen. Ik heb ook afdelingen gezien waar men met minder fte's is gaan werken. Maar wat betreft de totale groei van het overheidsapparaat, waar u ook op wijst, hebben wij als kabinet gezegd dat daar een aanvullende taakstelling bij moest komen. We hebben gezegd dat we een aparte taskforce gaan inrichten om te kijken hoe we de overheid efficiënter kunnen laten werken. De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken is verantwoordelijk voor dit dossier. We hebben deze taakstelling nu in de Startnota budgettair doorvertaald, maar we zien allemaal dat we uiteindelijk de discussie moeten voeren over efficiënt werken en over de inzet van fte's. Het kabinet komt nog naar uw Kamer met voorstellen over hoe dit verder wordt ingevuld, maar dat zal beter ingevuld moeten worden dan onder het vorige kabinet.
Ik wijs er wel op dat dit echt een opgave is die we met z'n allen moeten doen. Ik noem een voorbeeld. Ik verbaas me bijvoorbeeld elke keer over hoeveel werk de Wet open overheid met zich meebrengt. Wij vinden dat allemaal belangrijk. We willen natuurlijk transparant werken, maar mijn hemel ... Iedereen kan een appje sturen. Dan wordt gevraagd: geef mij elk document, elk e-mailtje en elk appje. Vervolgens moet een hele batterij ambtenaren al die documenten doorspitten. Het zijn er echt duizenden. Zij moeten kijken of er geen gevoelige informatie of persoonsgegevens in staan, en vervolgens moet er weer worden gelakt. Dat zijn projecten van maanden. En dan is daar weer een volgende die zegt: geef maar even alle informatie. We willen transparant werken, maar dit werkt op een gegeven moment ook niet meer.
We hebben ook bedacht of we misschien slimmer kunnen werken, bijvoorbeeld met AI. Maar dan heb je ook weer te maken met algoritmen en servers die misschien niet in Nederlandse handen zijn. Gevoelige informatie wil je niet door die algoritmen halen. Het is dus een ontzettend moeilijk vraagstuk, maar we doen het elkaar ook aan. We gaan dit gesprek dus aan met uw Kamer, maar ik zou echt willen vragen: denk met ons mee om te kijken hoe we dit kunnen beperken. Ook in de vele moties die uw Kamer moet kunnen indienen — het zijn er 5.000 — wordt vaak gevraagd om onderzoek te doen of iets in kaart te brengen en dat kost allemaal ambtelijke capaciteit. Wij kunnen taakstellingen invoeren — dat onderschrijf ik voor honderd procent. Ik vind ook dat we naar een kleinere overheid moeten, maar dat betekent ook dat we vanuit de politiek terughoudend moeten zijn en dat we in beleid moeten snijden. Minder geld, minder taken. Nogmaals, dat gesprek gaan wij aan, maar we zien ook dat we het niet moeten aanpakken zoals het vorige kabinet, met puur een budgettaire taakstelling. Het is een grotere opgave.
Voorzitter. Daarmee heb ik in één keer alle vragen beantwoord die over dit thema zijn gesteld.
Dan heb ik een vraag van de heer Hoogeveen over de klimaatdoelen; dat is weer een ander thema. Hij vraagt om een reflectie van mijn zijde op de vraag hoe enerzijds de klimaatdoelen en anderzijds een grotere focus op weerbaarheid en onafhankelijkheid zich tot elkaar verhouden, en of die niet op gespannen voet met elkaar staan. Ik zou eigenlijk willen zeggen dat ze hand in hand gaan. Door te investeren in energieonafhankelijkheid — de een doet dat voor het klimaat en de ander voor energieonafhankelijkheid — en door minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen, want dat is het onderliggende doel, versterk je juist de weerbaarheid.
Ik denk dat het conflict in het Midden-Oosten en, niet heel lang geleden, de Russische invasie in Oekraïne laten zien dat de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen onze weerbaarheid juist verzwakt. Je ziet dat het een enorme aanbodschok in de economie veroorzaakt, maar het raakt ook gewoon de rekening van mensen thuis, aan de keukentafel. We zullen dus moeten doorgaan met investeren in duurzaamheid en energieonafhankelijkheid, juist om ons weerbaarder te maken. Ik denk dat we die doelen op een ongelofelijke manier kunnen verenigen. Hoe je het weegt en in welk tempo het gebeurt, is uiteindelijk natuurlijk een politiek oordeel, maar dit is de reflectie die ik u kan geven.
Voorzitter. De heer Oosterhuis wijst op de onvolkomenheid in het M&O-beleid bij de Belastingdienst. Hij vraagt specifiek naar het nalevingstekort en de capaciteit voor de handhaving, en ook of ik herken dat de hersteloperaties de oorzaak zijn voor minder aandacht voor de inzet van de handhaving. Dat is natuurlijk een vlijmscherpe analyse, want het klopt dat hersteloperaties, zoals voor box 3, invloed hebben op de inzet van de handhaving. Het is overigens niet de enige oorzaak. Zoals de afgelopen jaren met de Kamer is gedeeld, is ook de complexiteit van wet- en regelgeving vaak de oorzaak. Daar zijn we natuurlijk zelf bij. Ook de uitstroom van heel ervaren mensen en het opleiden van nieuwe mensen leiden vaak echt tot uitdagingen bij de Belastingdienst.
Dan had de heer Vermeer ook vragen over de stapeling van belastingen en regelgeving. In algemene zin erkent het kabinet natuurlijk het belang van een concurrerend bedrijfsleven. Het kabinet deelt ook de zorgen over lasten en regeldruk voor ondernemers. We blijven ook scherp op de belastingdruk voor ondernemers. Daarnaast is mijn collega, de minister van Economische Zaken en Klimaat, druk bezig met het schrappen en vereenvoudigen van de 500 regels, zoals ook is opgenomen in het coalitieakkoord. We zijn overigens ook in Europa bezig. Ik moet wel zeggen dat de sfeer in Europa, in Brussel, echt "vereenvoudiging, vereenvoudiging, vereenvoudiging" is. We gaan met de stofkam langs alle sectoren en al die omnibussen en kijken continu waar we kunnen schrappen en vereenvoudigen. Ik moet zeggen: daar is echt wel wat gaande, in tegenstelling tot wat we vaak denken. Het gaat niet snel of ambitieus genoeg, dus we blijven er druk op houden, maar er gebeurt echt wel wat.
De heer Flach had nog een vraag over fiscale regelingen, meer specifiek naar een brede afweging over fiscale regelingen. Daarvan zou ik willen zeggen: het kabinet maakt natuurlijk continu brede afwegingen gedurende de besluitvorming. Fiscale regelingen kunnen we in economische en in financiële zin mooi analyseren. We kunnen bijvoorbeeld kijken of die efficiënt en doelmatig zijn et cetera. Maar uiteindelijk volgt uit een bredere politieke afweging wat je doet met die fiscale regeling. Je loopt dan toch vaak ook tegen meer politieke visies daarover aan. Het is dan natuurlijk lastiger om bepaalde regelingen af te schaffen.
Voorzitter. Dan de tabaksaccijns. Daar waren meerdere vragen over, onder anderen van de heer Van Dijk en de heer Vermeer. Zij vroegen naar de raming en het beleid van de tabaksaccijns. De opbrengst van de tabaksaccijns is inderdaad lager dan verwacht en ook het verkochte tabaksvolume is flink gedaald. Dit kan meerdere redenen hebben. Zo heeft het kabinet ontmoedigingsbeleid gevoerd, met bijvoorbeeld een verbod op de verkoop van tabak in supermarkten en inderdaad een hogere accijns. Het kabinet neemt de grenseffecten serieus en heeft toegezegd nader onderzoek te doen naar die grenseffecten. Een voorstel voor hoe we dat gaan aanpakken, wordt zo snel mogelijk met uw Kamer gedeeld.
In de termijn van de Kamer werd aangegeven dat het niet zo is dat mensen stoppen met roken. Ik wil aangeven dat wij dat wel zien. We zien bijvoorbeeld dat 7% van de respondenten is gestopt met roken en 22% minder is gaan roken. Dat is ook wel echt het gevolg van duurdere prijzen. We hebben nu een debat over de belastingopbrengsten, maar laten we dit doel ook niet vergeten; daar wordt ook gewoon actief beleid op gevoerd dat effect heeft.
De voorzitter:
Bent u daarmee aan het eind gekomen van uw beantwoording?
Minister Heinen:
Nee, er zijn nog een paar vragen.
De voorzitter:
Laten we die even eerst afronden, want de heer Hoogeveen staan ook al in de wachtrij. Ik signaleer het allemaal.
Minister Heinen:
Excuus, voorzitter. Ik ben bijna bij het einde.
De heer Vermeer had ook nog een vraag over box 3. Hij vraagt wat erop tegen is om per 2028 een vermogenswinstbelasting in te voeren. In het coalitieakkoord hebben we ook neergezet dat dat natuurlijk het systeem is waar iedereen naartoe wil. Maar daar kom je niet zo snel. De staatssecretaris van Financiën heeft de Kamer al regelmatig geïnformeerd waar je tegenaan loopt. Denk niet alleen aan nieuwe wetstrajecten die ook weer allemaal getoetst moeten worden en waar adviezen over moeten komen, maar ook gewoon aan implementatie en aan IT-capaciteit bij de Belastingdienst om dit allemaal weer te programmeren. Ook de financiële sector moet daar weer een aandeel aan bijdragen.
Het vergt dus gewoon tijd. Ik geloof dat de staatssecretaris heeft aangegeven dat dat niet lukt voor 2030-2031. Daardoor hebben we een tussenstap nodig, maar dat is weer een ander debat, over box 3. Dat wil ik graag voeren, maar ik denk niet dat de voorzitter mij dat zou aanraden. Ik hoor zo wat de heer Vermeer daar nog over te vragen heeft.
Dan heb ik nog twee openstaande punten. De heer Stultiens vroeg naar aanleiding van het rapport Verantwoord belasten naar de doelen van het belastingstelsel die het kabinet nastreeft en hoe wij hierover rapporteren. Laat ik de vraag in tweeën knippen. Een. De rapportage over belastingen in het financieel jaarverslag is vanaf dit jaar al fors uitgebreid, mede naar aanleiding van dit rapport van de Rekenkamer. Zo is er meer informatie opgenomen over verschillen tussen raming en realisatie, langjarige overzichten per belastingsoort en ontwikkelingen van de belastingmix. Aan andere aanbevelingen van de Rekenkamer wordt nu gewerkt. Twee. Het primaire doel van het belastingstelsel is het doel dat we het meest vervelend vinden: inkomsten genereren voor de overheid om uitgaven te kunnen doen. Daarnaast zijn er ook nevendoelen. Die kunnen gaan over de inkomstenverdeling of over het stimuleren of ontmoedigen van bepaald gedrag. Dat zijn vaak nevendoelen van de belastingheffing die worden nagestreefd. Dit zeg ik in analytische zin.
Dan had de heer Dijk nog een vraag over meevallers in de zorg- en de huurtoeslag. Het kabinet zet zich in om niet-gebruik van de huur- en zorgtoeslag tegen te gaan. Ik weet dat dit een onderwerp is waar de heer Grinwis in het verleden vaak aandacht voor heeft gevraagd. Bij de huurtoeslag is sprake van een meevaller, veroorzaakt door een lagere werkloosheid en een hogere inkomstenontwikkeling. Hierdoor hebben minder huishoudens recht op een huurtoeslag. Dat is ook de samenleving die we willen. We willen niet dan Nederlanders afhankelijk zijn van toeslagen. Ze zijn er om inkomens te ondersteunen, maar als de welvaart toeneemt doordat mensen aan het werk gaan en het inkomen stijgt, is er geen toeslag nodig. Dat is uiteindelijk de basishouding die we met elkaar nastreven. De zorgtoeslag kent ook een meevaller, veroorzaakt doordat minder mensen dan verwacht zorgtoeslag over 2025 hebben ontvangen.
Dan kom ik op een laatste vraag. Mevrouw Van Brenk vroeg naar de onderbouwing van geheime budgetten. Ze wees er net al op. Als de Kamer behoefte heeft, kan de Kamer vertrouwelijk worden geïnformeerd door de Commissie Veiligheids- en Inlichtingendiensten Nederland. Ik kijk even waar dan specifiek de behoefte aan is zodat ik dat kan doorgeleiden naar mijn collega in het kabinet die daarbij dan aanwezig zal zijn.
Als laatste had de heer Grinwis een vraag over de vereenvoudigingswet. Hij vroeg of kort na het zomerreces een vereenvoudigingswet naar de Kamer gaat en dat is inderdaad wel de planning.
Daarmee ben ik aan het einde gekomen van de vragen die ik had genoteerd.
De voorzitter:
De heer Hoogeveen, dan de heer Vermeer en dan de heer Flach. Meneer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Mijn vraag gaat over de klimaatdoelen, waarover de minister zojuist mijn vraag beantwoordde. We zijn gecommitteerd aan internationale en Europese klimaatdoelen. Ik ben het er niet mee eens, kan ook op mijn kop gaan staan, maar het is een feit. Het is ook een feit dat we ons nationaal allerlei doelen hebben opgelegd en daar refereert de Rekenkamer aan. Ik hoorde vandaag zelfs de vertegenwoordiger van D66 zeggen dat we die waarschijnlijk niet gaan halen. Is het dan niet verstandiger om in ons nationale beleid realistischer te kijken naar hoe we dit gaan inrichten, ook ten aanzien van netcongestie en allerlei andere zaken waar we nu tegenaan lopen waardoor we die doelen uiteindelijk niet halen?
Minister Heinen:
In het coalitieakkoord erkent het kabinet dat het halen van het klimaatdoel voor 2030 lastig wordt. De ambitie wordt wel vastgehouden. Verder laat ik het aan mijn collega in het kabinet om te rapporteren of doelen worden gehaald. Ik wil daar niet verder op vooruitlopen, want dan zou ik mijn collega in het kabinet voor de voeten gaan lopen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dan staan we hier dus volgend jaar weer met dezelfde conclusie van de Rekenkamer. Die komt neer op de fundamentele vraag die ik in mijn bijdrage stelde: wat leert het kabinet van dit rapport van de Rekenkamer, waarin staat dat de doelen niet worden gehaald en dat het als ze wel gehaald moeten worden heel veel geld zal kosten en er zal worden teruggevallen op de reflex van meer fondsen, meer subsidies, et cetera? Óf we houden de doelen vast en gooien er meer geld tegenaan, veel meer geld, óf we stellen ons flexibeler op, laten de markt zijn werk doen en kijken slimmer naar hoe we dit klimaatbeleid gaan inrichten.
Minister Heinen:
De Klimaat- en Energieverkenning 2025 van het Planbureau voor de Leefomgeving gaf aan dat het halen van deze doelen onder druk staat. Er komt een nieuwe KEV en mijn collega in het kabinet, de minister van KGG, zal daarover rapporteren en aangeven hoe het zich verhoudt tot die bevindingen. Ik wil daarop niet vooruitlopen. Ik begrijp deze vraag, maar wil dit collegiaal in het kabinet bespreken.
De heer Vermeer (BBB):
De minister begon net even over tabaksaccijns, dat er minder gerookt zou worden en dat hij kijkt naar grenseffecten. Maar in mijn bijdrage vroeg ik ook te kijken naar illegale productie, want er wordt een steeds groter deel hier in Nederland geproduceerd. Ik noem bijvoorbeeld Brabantse tabak met een Frans etiket. Daar bestaan praktijkgevallen van. Als u op Snapchat zit, kunt u die bestellen en kunt u ze even uitproberen.
Minister Heinen:
Het lijkt me goed om op te werken dat wat illegaal is, strafbaar is. Ik zou daar dus vanuit het parlement geen oproep voor willen doen.
De heer Vermeer (BBB):
Nee. Maar u moet wel weten dat dit allemaal speelt en dat het gaat om een heel circuit.
Dan heb ik nog de cijfers van Trimbos. Die geven duidelijk aan dat er in de categorieën 18 tot 19 jaar, 20 tot 24 jaar, 50 tot 64 jaar, 65 tot 74 jaar en 75 jaar en ouder in 2025 meer rokers waren dan in 2024. Alleen in de middengroep, van 25 tot 49 jaar, is dat niet het geval. Dat geeft dus aan dat dit beleid niet het ideële doel bereikt dat sommige mensen willen bereiken. Het lijkt me ook gezonder dat er minder mensen gaan roken.
Minister Heinen:
Het is goed dat de heer Vermeer dit naar voren brengt. Wij hebben dat onderzoek over de grenseffecten toegezegd. Het lijkt me goed om daarin ook mee te nemen wat we binnenlands zien gebeuren. Het is een vrije keuze, maar we weten allemaal dat die keuze heel ongezond is. We streven natuurlijk naar een generatie die rookvrij is. Laten we dus goed kijken wat hier gebeurt. Ik zal de staatssecretaris vragen om op te trekken met de minister van Volksgezondheid om dit vraagstuk en dit probleem aan te pakken. Allemaal wensen wij iedereen een heel goede gezondheid toe. Iedereen mag vrij kiezen hoe hij zijn leven inricht, maar we moeten ook voorkomen dat mensen verslaafd raken en zichzelf extreem benadelen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Vermeer (BBB):
Nogmaals, ten overvloede merk ik op — ik zal er wel weer allerlei reacties op krijgen — dat ik niet rook en dat ik tegen roken ben. Dit gaat over tabaksaccijns en het treffen van de juiste maatregelen.
Minister Heinen:
Zo ken ik de heer Vermeer ook.
De heer Flach (SGP):
Over de groei van het aantal ambtenaren heb ik de minister goed gehoord: dat is geen natuurverschijnsel. Sterker nog, een belangrijk deel van de oorzaak ligt bij de Kamer zelf. Die handschoen neem ik ook op. Ik versta de oproep van de minister goed om erover mee te denken hoe we het aantal ambtenaren kunnen verminderen. Een mooi voorbeeld is de Woo. Die blijkt een soort rond ei te zijn, want de uitwerking daarvan is verschrikkelijk, bij gemeenten en ook bij de rijksoverheid. Kunnen we niet met elkaar een werkwijze bedenken waarbij het kabinet in de appreciatie van moties en amendementen steevast meeneemt — dat zal soms iets meer tijd vergen — welke effecten de uitvoering daarvan heeft voor de ambtelijke capaciteit? Ik heb weleens de indruk dat wij als Kamer misschien te argeloos voor een bepaalde motie of een bepaald amendement stemmen, zonder die effecten goed in beeld te hebben.
Minister Heinen:
Dat vind ik een goed voorstel. Ik probeer daar altijd een oordeel over te geven bij de appreciatie van moties. Als ik denk dat een motie het ambtelijk apparaat disproportioneel zal belasten, zal ik die motie ontraden. Ik kan niet na een korte schorsing in een debat een hele analyse geven van de benodigde ambtelijke inzet. Ik wil ook voorkomen dat ik in debat kom met de Kamer over de vraag of de verwachte ambtelijke inzet disproportioneel is. Maar waar dat mogelijk is, zal ik dat zeker inzichtelijk maken, zodat de Kamer dat kan meewegen bij de stemming over die motie.
De heer Flach (SGP):
Misschien is de minister niet de goede gesprekspartner, maar ik dring eigenlijk aan op een werkwijze waarbij de minister meer tijd heeft of neemt om een motie te appreciëren als hij een sterke toename ziet van de ambtelijke capaciteit die voor de uitvoering van de motie nodig is. Dat zou een instrument kunnen zijn waar het kabinet gebruik van kan maken als het die sterke toename ziet aankomen in moties of amendementen. Maar wellicht moet ik dit veel meer naar het presidium trekken.
Minister Heinen:
Ik zal het meenemen, ook in de taskforce die wij hebben. Als kabinet willen wij heel terughoudend zijn met het geven van een oordeel over het werk van de Kamer. Het primaat ligt bij de Kamer, dus wij willen als kabinet voorkomen dat wij gaan vertellen hoe de Kamer het werk moet doen. Ik neem wel graag mee hoe wij in de appreciatie van moties en amendementen hier meer rekenschap van kunnen geven.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Flach (SGP):
Zie het vooral als een aanmoediging. Als een budgettair kader knellend is, horen wij dat wel. Wat mij betreft zou het kabinet duidelijk mogen aangeven als iets alleen kan als er — ik noem maar even iets — 200 extra mensen worden aangenomen. Dat is gewoon heel goede informatie die we kunnen betrekken bij ons stemgedrag.
Minister Heinen:
Zeker. Dat neem ik mee.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Even over de huur- en zorgtoeslag. In mijn eigen bijdrage gaf ik aan dat daar jaar na jaar honderden miljoenen overblijven. Nu ook weer: 361 miljoen en 392 miljoen op de huur- en zorgtoeslag. Het is altijd goed nieuws als het inkomen van mensen stijgt waardoor zij geen toeslag meer nodig hebben. Maar we zien tegelijkertijd dat zo'n 12% van de mensen die wel recht hebben op huur- en zorgtoeslag die niet krijgen en die ook niet aanvragen. Dan blijft er wel geld op de plank liggen. Mijn vraag aan de minister is: hoe kunnen we ervoor zorgen dat dat geld niet op de plank blijft liggen en terugvloeit, maar toch terechtkomt bij mensen die het nodig hebben?
Minister Heinen:
Dat is een goed onderscheid. Enerzijds heb je meevallers die voortkomen uit iets goeds, doordat inkomens stijgen. Ik denk dat we het daarover eens zijn. Er is echter ook niet-gebruik. Daar wijst de heer Dijk op. Ik weet ook dat die zijde van de Kamer daar in bredere zin aandacht voor vraagt. Ik wijs nu op de heer Grinwis, maar volgens mij heeft mevrouw Van Dijk daar ook vaak aandacht voor gevraagd. Wij zien dit vraagstuk. Het kabinet zet zich ook in om dit tegen te gaan, maar laat mij in tweede termijn terugkomen op de laatste stand van zaken. Dit zit bij een collega van mij in het kabinet. Ik weet niet of er hierover recent een Kamerbrief is gestuurd. We kunnen het volgende doen. Als dat nog niet gebeurd is, dan zeg ik graag toe om inzichtelijk te maken wat we eraan doen om het niet-gebruik tegen te gaan.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik ben een beetje bekend met wat eraan gedaan wordt om ervoor te zorgen dat mensen hier wel aanspraak op maken, maar het is een hardnekkig probleem. Als er jaar na jaar honderden miljoenen overblijven op deze posten, dan vind ik het doodzonde dat die terugvloeien. Ik zou willen voorstellen om de honderden miljoenen die ieder jaar overblijven van het geld dat de Kamer ieder jaar bestemt voor huur- en zorgtoeslag beschikbaar te houden om het niet-gebruik aan te pakken. We kunnen het alsnog gelijk uitkeren als mensen daar aanspraak op maken. Ik zou zelfs willen voorstellen om dat met terugwerkende kracht te doen. We zien namelijk dat als mensen het eenmaal aanvragen en krijgen, ze het ook blijven aanvragen en het dus wel weten te vinden.
Minister Heinen:
Dat suggereert wel dat je al weet welk deel niet-gebruik is en welk deel gewoon meevallers als gevolg van inkomensstijgingen en dergelijke. Ik zou geen voorstander zijn van zo'n rekenregel, maar we delen het meer principiële punt van het tegengaan van het niet-gebruik. Ik zal in de tweede termijn terugkomen op de vraag wat er nu in gang wordt gezet om dat tegen te gaan.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dan kom ik daar in de tweede termijn op terug; heel fijn.
Ik had ook nog een vraag gesteld over het geld dat overgebleven is bij het herstel toeslagen en het herstel Groningen. Dat gaat ook over zo'n 2 miljard euro in totaal. Dat ligt echt op de plank en dat komt niet terecht bij mensen voor wie het wel nodig is.
Minister Heinen:
Daar zal ik in de tweede termijn ook gelijk op terugkomen, want ik heb die cijfers niet paraat.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
De minister vroeg wat hij moest doorgeleiden naar de collega van Defensie. Wat ons betreft gaat het om terughoudend zijn in de geheimhouding waar dat kan. Als dat niet kan, dan moet de Kamer wel haar controlerende taken kunnen uitvoeren. Dat is de essentie. Als de minister daarvoor kan zorgen, dan is 50PLUS tevreden.
Minister Heinen:
Zeker, dat zal ik doen.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Ik vind het ongelofelijk. In 2013 waren de Bulgaren aan het pinnen in Bulgarije van de toeslagen, de huurtoeslagen, die ze hier kregen. Dat was één grote fraudebende. Het ging toen over 4 miljoen. Frans Weekers is toen afgetreden. Nu hebben we het ook over een Bulgarenfraude, georganiseerd en grootschalig. Met busjes worden de Bulgaren opgehaald en hiernaartoe gebracht. Ze krijgen een nep-DigiD. Ze krijgen geld terug van de belastingen. Het gaat over 7 miljoen en hier in de Kamer willen we er niet over debatteren en deze minister wil er geen woord aan besteden. Ik vind het te schandalig voor woorden. We worden getild door arbeidsmigranten, door ons royale toeslagenstelsel en door ons stelsel in het algemeen.
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Mijn vraag is: waarom zegt de minister daar niks over? Dit moet de hoogste prioriteit hebben.
Minister Heinen:
Dit is geconstateerd bij de Belastingdienst. Daar is ook gelijk op geacteerd. De betrokken rekeningen zijn geblokkeerd. De bewaking op aanvraagprocedures is versterkt. Meer structureel worden alle processen nu meer geanalyseerd. Dit kan natuurlijk niet, dus hier zit ook actie op. De staatssecretaris zal de Kamer hier ook over informeren.
Ik zeg hier wel één ding bij. Ik krijg wel enige flashbacks naar jaren geleden, naar de Bulgarenfraude waar de heer Van Dijck ook naar verwijst. Toen werd er in dezelfde bewoordingen op gereageerd. Dat leidde ook tot een heftige reactie in de Kamer. Dat heeft wel aan de vooravond gestaan van beleid waar we nu heel veel spijt van hebben. Dit kan absoluut niet. Het is niet zo dat we het negeren, maar we willen het zorgvuldig doen omdat we in het verleden hebben gezien dat we te hard hebben gehandeld. De toenmalig staatssecretaris die daarop is afgetreden, waar de heer Van Dijck naar verwees, zei ook: pas op, want met het beleid dat u vraagt, gaan de goeden onder de kwaden lijden. Pas dus ook op wat u vraagt. Als we ons daar rekenschap van geven, zal ik echt de urgentie mee terugnemen naar het kabinet. Er zijn al acties ondernomen. Nogmaals, er zijn rekeningen geblokkeerd. De Belastingdienst zit hier bovenop, want iedereen ziet dat dit natuurlijk het draagvlak voor dit hele stelsel ondermijnt.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Dat daarna het beleid te streng, asociaal en onredelijk is geworden, zegt niks over het niet-handhaven bij dit soort fraude. Het is bij toeval dat dit is ontdekt, maar misschien is dit wel het topje van de ijsberg. Misschien is er wel een gigantische btw-fraude, carrouselfraude of faillissementsfraude. Allemaal fraudes en de Belastingdienst doet niets, want die zit tot hier in het werk. Zelfs de staatssecretaris zegt: ik heb geen handhavingscapaciteit om dit allemaal te gaan controleren. Met andere woorden, we worden van alle kanten getild. De goedwillende burger betaalt netjes belasting via een vooraf ingevulde aangifte, dat is allemaal prima. Maar aan de andere kant zijn er roversbendes die ons leegroven en dat vind ik asociaal, ook naar de goedwillende burger toe. Ik vind dat het meer prioriteit moet krijgen en meer aandacht.
Minister Heinen:
Hierover zijn wij het niet oneens. Fraude kan absoluut niet. Fraude ondermijnt het draagvlak van deze belangrijke stelsels. Het moet aangepakt worden. Nogmaals, hierover zijn we het eens. Hier zit echt alle urgentie op.
De voorzitter:
Ik dank de minister van Financiën voor zijn beantwoording in de eerste termijn en geef het woord aan de heer Stultiens voor zijn bijdrage in de tweede termijn namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Termijn inbreng
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Binnenkort bekend als PRO.
De voorzitter:
Als de Kamer dat accordeert. Meneer Markuszower.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Wat hoorde ik de voorzitter nou zeggen?
De voorzitter:
Als de Kamer dat accordeert.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ja, dan moet de voorzitter daar geen voorschot op nemen, toch?
De voorzitter:
Dus dat kan twee kanten opgaan.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
We gaan het zien, volgende week. Ik dank de premier en de minister van Financiën voor de beantwoording en het serieus nemen van de vragen van de Kamer. Dat wordt gewaardeerd. Ook dank aan de Rekenkamer. Ik had dat zelf nog niet gedaan. De collega's wel en dat is terecht, want het is zeer nuttig voor ons als Kamer. Ik heb een aantal moties om dit Verantwoordingsdebat samen te vatten namens onze partij. De eerste gaat over het halen van kabinetsdoelen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet-Jetten bij een groot aantal doelen nog niet op koers ligt om ze daadwerkelijk te gaan halen, bijvoorbeeld op het gebied van wonen, stikstof en klimaat;
verzoekt de regering om uiterlijk bij Prinsjesdag met aanvullend beleid te komen waarmee het kabinet z'n eigen doelen wél gaat halen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stultiens.
Zij krijgt nr. 8 (36945).
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
De tweede motie gaat over Defensie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er volgens de Algemene Rekenkamer nog veel te verbeteren valt bij het ministerie van Defensie, bijvoorbeeld op het gebied van bedrijfsvoering, beveiliging en inkoopbeheer;
overwegende dat de minister van Defensie deze adviezen vooralsnog maar deels heeft overgenomen;
verzoekt de minister van Financiën en de minister van Defensie om voor de zomer een verbeterplan te maken waarin opvolging wordt gegeven aan alle aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stultiens, Van Brenk, Jimmy Dijk en Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 9 (36945).
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dan over het transitieplan. De heer Oosterhuis heeft het ook genoemd.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat er unanieme steun was voor een transitieplan richting meer onafhankelijke controle van de overheidsfinanciën;
verzoekt de regering dit plan daadwerkelijk in gang te zetten zodat de nieuwe werkwijze kan worden toegepast bij het controlejaar 2028,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stultiens en Oosterhuis.
Zij krijgt nr. 10 (36945).
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een ongebruikelijk verzoek, voorzitter. Ik wil 'm gelijk aanhouden, als dat mag, want wij krijgen binnenkort het plan en dan kunnen we op basis daarvan beslissen om 'm later in gang te brengen, maar volgens mij is het goed om die motie wel alvast klaar te hebben.
De voorzitter:
Wenst u daar dan een appreciatie op?
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Graag, zodra het plan er ligt.
De voorzitter:
Ja, dan is de motie bij deze ook aangehouden.
Op verzoek van de heer Stultiens stel ik voor zijn motie (36945, nr. 10) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dan de laatste motie, om inderdaad vanaf volgend jaar dit debat weer het hoogtepunt te maken van het parlementaire jaar.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de verantwoording over het gevoerde beleid en de daarmee behaalde resultaten een hoogtepunt in het jaar zou moeten zijn;
spreekt uit het Verantwoordingsdebat weer een gelijkwaardige tegenhanger te willen maken van de APB, in lijn met de aangenomen motie-Blok c.s. (29540, nr. 105), en verzoekt het Presidium de daarvoor benodigde procedures te starten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stultiens en Van Brenk.
Zij krijgt nr. 11 (36945).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Oosterhuis namens D66 in de tweede termijn.
De heer Oosterhuis (D66):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst vanaf deze plek ook de felicitaties aan de heer Van der Maas voor zijn uitstekende maidenspeech en persoonlijke verhaal. Ik zie uit naar de samenwerking. Mijn dank ook aan het kabinet voor de beantwoording. Ik denk dat we een goed inhoudelijk debat hebben gehad. Ik zou niet durven te suggereren dat de fractievoorzitters dat niet zouden kunnen, maar laten we wel bekijken of we dit debat nog beter kunnen maken en of we het belang van dit debat nog verder kunnen benadrukken. Ik denk dat de suggestie van de premier om daar vroegtijdig met elkaar over in gesprek te gaan richting de verantwoording van volgend jaar, een hele goede is.
Ik heb mij voorgenomen om geen moties in te dienen die niet nodig zijn. Ik heb een paar toezeggingen gehad, waar ik blij mee ben, onder andere over de bescherming van de Noordzee.
Ik wil het kabinet wel nog aanmoedigen om serieus aan de slag te gaan met één punt: het nalevingstekort bij de Belastingdienst. Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Algemene Rekenkamer meerdere jaren een onvolkomenheid constateert in het M&O-beleid van de Belastingdienst;
constaterende dat hierdoor belasting die volgens de wet verschuldigd is, niet altijd wordt geïnd en de overheid jaarlijks miljarden aan inkomsten misloopt;
overwegende dat iedere euro die rechtmatig wordt geïnd, kan worden ingezet voor publieke voorzieningen en investeringen;
verzoekt de regering om expliciet aandacht te besteden aan welke aanpassingen zouden kunnen leiden tot een kleiner nalevingstekort, en dit ook zo veel mogelijk te kwantificeren;
verzoekt de regering een plan van aanpak op te stellen om het nalevingstekort structureel te verkleinen, en de Kamer hierover voor Prinsjesdag te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Oosterhuis, Inge van Dijk en Van der Maas.
Zij krijgt nr. 12 (36945).
De heer Oosterhuis (D66):
Dan wil ik afsluiten met een woord van dank aan de leden van de Algemene Rekenkamer en hun medewerkers voor de nuttige input voor dit debat en onze verdere taken.
De minister-president begon met een hele praktische insteek en had het over focus op de uitvoering. Hij zei: de schop moet in de grond. Geheel in termen van het coalitieakkoord zou ik hem dus willen aanmoedigen: aan de slag!
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Tony van Dijck, die spreekt namens de PVV, voor zijn tweede termijn.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb drie moties, allereerst een over de Bulgaren, waar we daarnet een interruptiedebat over hadden.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Bulgaren opnieuw de Belastingdienst voor ruim 6 miljoen euro hebben opgelicht met valse aanvragen voor belastingteruggave;
overwegende dat fraude met aangiftes en/of toeslagen nooit beloond mag worden en elke euro moet worden teruggehaald;
verzoekt de regering met prioriteit elke vorm van misbruik en fraude met belastingen en/of toeslagen op te sporen en te vervolgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Tony van Dijck.
Zij krijgt nr. 13 (36945).
De heer Tony van Dijck (PVV):
Dan de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat ondanks de aangekondigde bezuinigingen er in de afgelopen vijf jaar 30.000 ambtenaren bij zijn gekomen en dat er inmiddels 168.000 rijksambtenaren in dienst zijn;
van mening dat de overheid zich in moet zetten voor een kleinere en efficiëntere overheid;
verzoekt de regering met een gericht plan van aanpak te komen om het aantal ambtenaren fors te verminderen en tot die tijd een personeelsstop in te voeren voor rijksambtenaren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Tony van Dijck.
Zij krijgt nr. 14 (36945).
De heer Tony van Dijck (PVV):
Voorzitter. Dan iets wat nog niet aan de orde is geweest, maar waar ik wel een motie over wil indienen. Dat betreft onze goudvoorraad. We weten allemaal dat er heel veel goud ligt in New York, Manhattan, om precies te zijn — wat is het? — 200 ton. Sterker nog, ik was in Manhattan bij de Fed. Ik vroeg: waar is het Nederlandse goud? Ze konden het mij niet vertellen.
De voorzitter:
Denkt u om de tijd, meneer Van Dijck?
De heer Tony van Dijck (PVV):
Ik ben dus bang dat ze ons goud gebruikt hebben voor de balzaal van Trump.
De voorzitter:
Uw motie. Anders moet ik ingrijpen!
De heer Tony van Dijck (PVV):
Vandaar de volgende motie, voorzitter. Want het zal toch niet zo zijn!
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat De Nederlandsche Bank in totaal 612,5 ton aan goudreserves op de balans heeft staan, ter waarde van 85 miljard euro;
constaterende dat 31% van het ons goud in New York ligt opgeslagen;
verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze het Nederlandse goud uit New York kan worden teruggehaald en welke barrières er zijn om dit te bewerkstelligen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Tony van Dijck.
Zij krijgt nr. 15 (36945).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van der Maas, die spreekt namens de VVD, voor zijn tweede termijn.
De heer Van der Maas (VVD):
Hartelijk dank, voorzitter. Hartelijk dank aan de Algemene Rekenkamer voor het uitstekende verrichte werk. Het zijn hele duidelijke rapporten. Het is inderdaad veel papier, maar het kan ook digitaal gelezen worden; dat is ook heel fijn. Dat is een goede opzet geweest voor het debat. Ook hartelijk dank aan de premier en aan de minister van Financiën voor de antwoorden.
Ik hoorde de premier iets zeggen over taskforces. Dat spreekt mij aan. In het verleden heb ik daar goede ervaringen mee gehad. Daarmee kun je echt goed doorpakken. Ik hoop dat dat hierbij ook gaat gebeuren, zeker omdat de premier zei dat het om "focus, focus, focus" gaat. Dat klinkt mij als muziek in de oren, maar het gaat er nu ook om dat we doorpakken. Ik hoop dat dat ook kan gebeuren.
Dan nog even iets over de slagvaardige overheid. Er komt een actieagenda aan. Daar ben ik heel blij mee; dat is heel fijn. Maar om even aan te geven wat de verwachting is van de Kamer, heb ik een motie voorbereid. Die gaat over het ambtenarenapparaat.
Die lees ik bij dezen voor.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat:
- het aantal ambtenaren in 2025 niet is afgenomen, maar juist is toegenomen;
- het coalitieakkoord een rijksbrede taakstelling bevat voor een minder omvangrijk ambtenarenapparaat;
- er vooralsnog geen uitgewerkt en overzichtelijk plan ligt waarin per departement wordt aangegeven hoe en wanneer deze doelstelling zal worden bereikt en hoe er gemonitord zal worden;
overwegende dat:
- de rijksbrede taakstelling vertaald moet worden naar doelen per departement;
- effectieve sturing op de omvang van het ambtenarenapparaat om concrete doelstellingen, duidelijke verantwoordelijkheid en transparante monitoring per ministerie vraagt;
verzoekt de regering om uiterlijk bij de eerstvolgende begrotingsstukken per departement inzichtelijk te maken:
- welke doelstelling ter vermindering van het aantal ambtenaren wordt nagestreefd;
- welke maatregelen worden genomen om deze doelstellingen te realiseren;
- welk tijdpad daarbij wordt gehanteerd;
verzoekt de regering hierover jaarlijks bij de verantwoordingsstukken aan de Kamer te rapporteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Maas, Kisteman, Oosterhuis, Inge van Dijk, Hoogeveen, Flach, Grinwis en Van Brenk.
Zij krijgt nr. 16 (36945).
De heer Van der Maas (VVD):
Daarmee zeg ik: hartelijk dank voor de beantwoording en voor het feit dat ik het woord mocht voeren hier.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Hoogeveen van JA21 voor zijn tweede termijn.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Algemene Rekenkamer concludeert dat veel kortetermijndoelen van de Rijksoverheid niet worden gehaald en veel langetermijndoelen uit het zicht raken;
constaterende dat de Algemene Rekenkamer pleit voor een realistische overheid die doet wat zij belooft en alleen belooft wat zij kan doen;
overwegende dat het stapelen van politieke wensdoelen zonder voldoende uitvoeringscapaciteit, financiële dekking en meetbare resultaten een recept is voor teleurstelling bij burgers en bedrijven;
overwegende dat juist op kerntaken van de overheid doelen helder, meetbaar en uitvoerbaar moeten zijn;
verzoekt de regering om bij de komende begroting expliciet aan te geven welke beleidsdoelen worden geprioriteerd, welke doelen worden gematigd, hervormd of geschrapt, en hoe daarbij wordt geborgd dat de resterende doelen uitvoerbaar, meetbaar en financieel houdbaar zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 17 (36945).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland zich heeft gebonden aan internationale en Europese klimaatverplichtingen;
constaterende dat de Nederlandse Klimaatwet nationale doelstellingen bevat voor 2030 en 2050 en dat de Europese klimaatwet inmiddels tevens een bindend tussendoel voor 2040 bevat;
constaterende dat de Algemene Rekenkamer heeft vastgesteld dat doelen voor het terugdringen van CO2-uitstoot hoogstwaarschijnlijk niet worden gehaald;
overwegende dat klimaatbeleid alleen houdbaar is wanneer het betaalbaar en uitvoerbaar blijft en verenigbaar blijft met energiezekerheid, leveringszekerheid en het concurrentievermogen van Nederland;
overwegende dat Nederland geen nationale koppen boven op Europese verplichtingen dient te hanteren;
verzoekt de regering bij de uitwerking van klimaatbeleid af te zien van aanvullende nationale normen, verplichtingen en sectorale doelstellingen die verder gaan dan noodzakelijk is voor het voldoen aan Europese en internationale verplichtingen;
verzoekt de regering zich in Europees verband in te zetten voor maximale flexibiliteit bij het behalen van klimaatdoelen, met nadruk op kosteneffectiviteit, technologische neutraliteit en bescherming van het Nederlandse concurrentievermogen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Hoogeveen en Van den Berg.
Zij krijgt nr. 18 (36945).
De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter. Dan heb ik tot slot nog een vraag, ook naar aanleiding van het interruptiedebatje met de heer Markuszower en met mij ten aanzien van Europese financiering en garantiestellingen. Ik heb onlangs een motie aangenomen gekregen die de regering verzoekt om in de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader en het Eigenmiddelenbesluit de harde eis te stellen dat de introductie van nieuwe eigen middelen voor Nederland per saldo niet mag leiden tot een verslechtering van de Nederlandse nettobetalingspositie.
De voorzitter:
En wat is uw vraag?
De heer Hoogeveen (JA21):
Graag vraag ik de minister van Financiën hoe hij deze motie denkt te gaan uitvoeren.
De voorzitter:
Dank u wel.
Het woord is aan mevrouw Inge van Dijk van het CDA.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan het kabinet en de Rekenkamer. Zoals we hebben gehoord, heeft de Kamer weer dankbaar gebruikgemaakt van hun stukken.
Ik heb twee moties. Een relateert aan een uitspraak van de minister van Financiën. Hij zei: met meer welvaart kun je meer doelen bereiken. Dat onderschrijven wij volledig. Dan is het dus ook belangrijk te investeren in onder andere ons verdienvermogen en dit inzichtelijk te maken. Er is een toezegging om dit te gaan doen, maar we hebben toch een aanmoediging.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in de rijksbegroting en het Financieel Jaarverslag van het Rijk zowel uitgaven met een consumptief karakter als uitgaven met een investeringskarakter zijn opgenomen;
overwegende dat een helder en consequent onderscheid tussen consumptieve uitgaven en investeringen noodzakelijk is om inzicht te verkrijgen in de effecten van overheidsuitgaven op het toekomstige verdienvermogen, de economische groei en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën;
verzoekt de regering om ook in het Financieel Jaarverslag van het Rijk consequent onderscheid te maken tussen consumptieve uitgaven en investeringen;
verzoekt de regering tevens jaarlijks inzichtelijk te maken hoe de verhouding tussen deze categorieën zich ontwikkelt en toe te lichten welke effecten deze verhouding naar verwachting heeft op het toekomstige verdienvermogen, de economische ontwikkeling en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Inge van Dijk, Oosterhuis en Van der Maas.
Zij krijgt nr. 19 (36945).
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
De volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat:
- de Algemene Rekenkamer herhaaldelijk wijst op het belang van een betere aansluiting tussen beleidsdoelen, uitvoering en verantwoording;
- de rijksbrede verantwoording in de praktijk primair via de minister van Financiën plaatsvindt, terwijl inhoudelijke toelichting doorgaans bij vakministers ligt;
overwegende dat:
- effectieve verantwoording inzicht vereist in zowel financiële als inhoudelijke keuzes en gerealiseerde resultaten;
- verantwoording in openheid dient plaats te vinden en dient aan te sluiten bij de inhoud van beleid;
- dit niet noodzakelijkerwijs hoeft te leiden tot een structurele uitbreiding van het aantal bewindspersonen in het Verantwoordingsdebat, maar wel tot een doelmatiger inrichting daarvan;
verzoekt de regering:
- jaarlijks, mede op basis van de bevindingen van de Algemene Rekenkamer, voorafgaand aan het Verantwoordingsdebat aan de Kamer kenbaar te maken op welke beleidsthema's het kabinet nadere toelichting noodzakelijk acht en met welke bredere afvaardiging het het Verantwoordingsdebat wil gaan voeren, in het bijzonder waar de realisatie van doelen de verantwoordelijkheid van meerdere bewindspersonen raakt, zonder dat dit leidt tot onnodige versnippering of uitbreiding van het debat;
- deze werkwijze toe te passen met ingang van het eerstvolgende Verantwoordingsdebat,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Inge van Dijk en Grinwis.
Zij krijgt nr. 20 (36945).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Schenk. Hij ziet af van zijn tweede termijn. Dan is het woord aan de heer Flach namens de Staatkundig Gereformeerde Partij, in tweede termijn.
De heer Flach (SGP):
Dank, voorzitter. Ik wil ook beginnen met mijn dank uit te spreken richting de Algemene Rekenkamer. De vertegenwoordigers daarvan hebben zelf kunnen horen wat de relevantie voor dit debat is geweest, dus dank.
Dan wil ik het even hebben over het debatje dat ik had met de minister-president. Dat ging over mensen beoordelen op hun samenlevingspotentieel. Ik kijk ernaar uit om daar op een nader moment eens over door te praten. Ik denk dat het echt waardevol is om dat signaal van de Algemene Rekenkamer heel serieus te nemen.
Dan wil ik iets zeggen over de akkoorden waar ik het met minister Heinen over heb gehad. Hij vroeg zich in de eerste termijn af: hebben wij daar als kabinet al op gereageerd? Blijkens pagina 67 is dat nog niet het geval. Ik zou graag horen dat hij daar nog op terugkomt met een schriftelijke reactie, omdat de Rekenkamer aangeeft dat het nog onduidelijk is of de doelen gehaald zijn, met de vele miljarden die ermee gemoeid waren.
Tot slot zou ik het nog even willen hebben over de discussie die we hadden over de ambtelijke capaciteit. Wellicht kan de minister toezeggen dat hij met andere leden van het kabinet, of op z'n minst met staatssecretaris Van der Burg, nog eens wil nadenken over een vorm van appreciëren van moties. Dat zou een vorm kunnen zijn waarin in ieder geval mondeling al een indicatie wordt meegegeven voor de benodigde ambtelijke capaciteit en waaraan een werkwijze is gekoppeld waarbij bij wetten of amendementen altijd wordt aangegeven om hoeveel ambtelijke capaciteitsuitbreiding het zou gaan als die daadwerkelijk in werking treden. Ik denk dat het nuttig kan zijn in de keuzes die we als Kamer maken en dat het ook disciplinerend kan werken. Nu komen we namelijk vaak pas achteraf tot die ontdekking. Ik zou er heel blij mee zijn als de minister dat zou kunnen kan toezeggen.
Ik heb verder geen moties, voorzitter.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Grinwis namens de ChristenUnie, in tweede termijn. Gaat uw gang.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Dank aan de minister-president en de minister van Financiën. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het MIRT pas sinds de herziening van de "spelregels" in 2022 bij aanlegprojecten ook de financiële dekking van de vervangingsopgave inzichtelijk wordt gemaakt, waar dat voor de herziening niet gebeurde;
overwegende dat hierdoor onvoldoende inzicht bestaat in de totale toekomstige vervangingsopgave voor infrastructuur, met name voor projecten waarvan de MIRT-verkenning voor 2022 heeft plaatsgevonden, met onder andere als gevolg dat er geen dekking beschikbaar is voor de vervanging van bestaande infrastructuur, wat zich vooral wreekt bij een groot aantal cruciale kunstwerken;
verzoekt de regering om bij de jaarlijkse Staat van de infrastructuur en/of bij het Meerjarenplan Instandhouding een financiële paragraaf op te nemen waarin per project een cumulatief inzicht wordt gegeven in de geschatte dan wel geraamde vervangingsopgave waarvoor nog geen financiële dekking is,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Flach, Hoogeveen, Oosterhuis, Stultiens, Inge van Dijk, Vermeer, Van der Maas en Van Brenk.
Zij krijgt nr. 21 (36945).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
De tweede.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de ontwikkeling van het vermogen van de Staat slechts beperkt zichtbaar is in de huidige begrotings- en verantwoordingsstukken, waardoor de Kamer minder inzicht heeft in de financiële positie van de Staat;
overwegende dat een staatsbalans de Kamer beter inzicht geeft in de ontwikkeling van alle bezittingen en schulden van de Staat, en daarmee ook in het verschil tussen consumptie en investeringen;
overwegende dat de staatsbalans werd geïntroduceerd als bijlage bij de Miljoenennota 2020 in reactie op het advies van de rapporteurs Sneller en Snels over het rapport van de Adviescommissie Verslaggevingsstelsel rijksoverheid (AVRo), maar vervolgens niet meer is geactualiseerd en geen onderdeel meer uitmaakt van de Miljoenennota;
verzoekt de regering gehoor te blijven geven aan het advies van de rapporteurs Sneller en Snels en de staatsbalans jaarlijks op te nemen als bijlage bij de Miljoenennota,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Vermeer, Flach, Hoogeveen, Stultiens en Van Brenk.
Zij krijgt nr. 22 (36945).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
We willen natuurlijk onze collega Sneller blijven eren; vandaar deze motie.
De voorzitter:
Zo heten ze echt, vooral in die combinatie. Dank u wel, meneer Grinwis. Het woord is aan de heer Jimmy Dijk, die spreekt namens de SP in de tweede termijn.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel, voorzitter. Had u dit lijstje al gezien?
De voorzitter:
Zeker, we hebben het rondgedeeld.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik dacht: ik benadruk het nog even een keer om te bekijken of de boodschap in mijn bijdrage wel duidelijk is overgekomen.
De voorzitter:
Heel goed.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Daar gaat mijn motie ook over.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bij Defensie tal van onvolkomenheden worden geconstateerd, waarvan vele al jaren aanhouden;
constaterende dat er door de Algemene Rekenkamer wordt gewaarschuwd voor fraude en corruptie bij Defensie-uitgaven;
van mening dat belastinggeld niet tot verspilling, onvolkomenheden en potentiële fraude en corruptie mag leiden;
verzoekt de regering om Defensie-uitgaven niet te laten toenemen totdat de onvolkomenheden en risico's zoals geconstateerd door de Algemene Rekenkamer zijn verholpen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jimmy Dijk.
Zij krijgt nr. 23 (36945).
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik heb net een interruptiedebatje gehad met de minister van Financiën over de huur- en zorgtoeslag, waar elk jaar honderden miljoenen van overblijven. Daarover heb ik de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat elk jaar honderden miljoenen aan zorg- en huurtoeslag minder worden uitgekeerd dan wat in de begroting is vastgesteld;
constaterende dat hierdoor mensen in financiële nood ondersteuning missen waarvoor wel middelen beschikbaar zijn;
verzoekt de regering geld bestemd voor toeslagen altijd te reserveren voor koopkrachtondersteuning van lage en middeninkomens in hetzelfde jaar, ook wanneer dit niet via de standaardsystematiek van de toeslagen uitgekeerd is,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jimmy Dijk.
Zij krijgt nr. 24 (36945).
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Vermeer voor zijn inbreng namens BBB in de tweede termijn.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan het kabinet voor de antwoorden, en aan de medewerkers die daarachter zitten. Ook nogmaals dank aan de Algemene Rekenkamer voor de zeer interessante technische briefings die we gehad hebben. Die zijn altijd heel leerzaam. In een paar sessies krijg je toch een hoop overzicht over wat er allemaal gebeurt. Dank u wel.
Ik heb één motie over box 3.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de huidige plannen voor de Wet werkelijk rendement uitgaan van een hybride stelsel, bestaande uit een vermogenswinstbelasting voor onroerende zaken en een vermogensaanwasbelasting voor niet-onroerende zaken;
overwegende dat een meerderheid van de Kamer zich heeft uitgesproken voor het invoeren van enkel een vermogenswinstbelasting per 2029;
overwegende dat een box 3-stelsel van drie systemen in drie jaar al heeft geleid, en in de toekomst zal leiden, tot extreme complexiteit voor zowel de Belastingdienst als de betastingbetaler;
overwegende dat het met het oog op uitvoerbaarheid wenselijk is om het aantal in te voeren vormen van belastingheffing direct te beperken door de introductie van een vermogensaanwasbelasting volledig over te slaan;
verzoekt de regering om de noodzakelijke wetgeving voor te bereiden, zodat een integraal stelsel van vermogenswinstbelasting voor alle categorieën per 1 januari 2028 kan worden ingevoerd, en de Kamer hierover uiterlijk bij het Belastingplan 2027 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.
Zij krijgt nr. 25 (36945).
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Toch een verhelderende vraag. Deze motie kost ongeveer 10 miljard. Hoe gaat dat betaald worden?
De heer Vermeer (BBB):
Dat is een discussie die al gevoerd is in deze Kamer. Daarbij is gezegd dat het uiteindelijk hetzelfde bedrag zal opleveren, maar dat het meer een kwestie van timing is welk bedrag in welk jaar opgebracht gaat worden. Gezien alle discussies hier over minder ambtenaren die we nodig hebben, minder complexe systemen én rechtvaardige belastingen, denk ik dat wij dit gewoon in één keer goed moeten doen, ook omdat het de brede wens van deze Kamer is om het in één keer goed te doen. Tot nu toe liepen we alleen tegen praktische problemen aan in de automatisering, maar wij hebben wat signalen gekregen dat dit misschien toch beter is dan het op deze manier in stand houden van het huidige systeem.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Tot slot. Het kan waar zijn dat het structureel ooit hetzelfde oplevert, maar dat duurt wel een tijdje. In de tussentijd kost deze motie ongeveer 10 miljard. Als daar geen dekking bij zit, concludeer ik dat de staatsschuld hiermee met 10 miljard wordt verhoogd voor beleggers. Ik ga tegenstemmen en ik mag hopen dat ook de coalitie deze gratis motie niet gaat steunen.
De heer Vermeer (BBB):
Waarvan akte.
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Van Brenk namens 50PLUS in de tweede termijn.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter, we hebben een aantal moties meegetekend en we hebben geen eigen motie.
We waren best kritisch in de inbreng en ik wil gewoon positief afsluiten. Dat lijkt me gewoon mooi. 50PLUS wil volgend jaar een Verantwoordingsdag die we gezamenlijk kunnen vieren omdat we daden zien van dit kabinet. Wij hopen dat de taskforce zorgfraude dan alle criminelen uit de zorg heeft geweerd, dat daardoor 10 miljard zorggeld behouden is gebleven voor de zorg en dat het daardoor gelukt is om alle ouderen, ook degenen die ouder zijn dan 60 jaar, een gordelroosvaccinatie te geven, waardoor de risico's op chronische zenuwpijnen worden voorkomen.
Voorzitter. Ik neem vandaag waar voor mijn collega Jan Struijs. Hij is vandaag getuige bij een huwelijk van twee 80-jarigen. Die hebben elkaar gevonden en geven elkaar vandaag het jawoord. Dat lijkt mij een prachtige afsluiting van dit debat.
De voorzitter:
Met de hartelijke felicitaties van ons allemaal. Tot slot is het woord aan de heer Markuszower voor zijn inbreng in de tweede termijn namens de Groep Markuszower.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Nogmaals felicitaties aan de heer Van der Maas voor zijn indrukwekkende maidenspeech. Excuses dat ik interrumpeerde. Vanaf nu ga ik dat doen zonder me daarvoor te excuseren.
Heel veel dank aan de minister van Algemene Zaken, de minister-president, en de minister van Financiën voor het beantwoorden van de vragen en het überhaupt verdedigen van hun beleid en het beleid van hun voorgangers. Ik sluit mij aan bij de woorden van mevrouw Van Brenk: we hopen dat Verantwoordingsdag volgend jaar wat minder kritisch zal worden ontvangen door de Kamer. Ter aansporing daarvan heb ik de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Algemene Rekenkamer vaak concludeert dat de overheid niet zinnig, zuinig en zorgvuldig handelt;
verzoekt de regering een bonus-malussysteem te realiseren, waarbij per departement bewindspersonen en topambtenaren geen eindejaarsuitkering ontvangen indien de Rekenkamer hun handelen niet zinnig, zuinig of zorgvuldig acht,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Markuszower.
Zij krijgt nr. 26 (36945).
Dank u wel. Overigens had de heer Van der Maas aangegeven dat hij best geïnterrumpeerd mocht worden, dus hij heeft het u niet kwalijk genomen. Ik schors tot 17.40 uur. Dan gaan we verder met de beantwoording van het kabinet in de tweede termijn.
De vergadering wordt van 17.27 uur tot 17.38 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister-president.
Termijn antwoord
Minister Jetten:
Voorzitter. Allereerst wil ik, in navolging van mevrouw Van Brenk, graag de hartelijke felicitaties overbrengen aan de 82-jarige Arie en de 83-jarige Hennie, die sinds kort het echtpaar Blokland zijn. Van harte gefeliciteerd en heel veel geluk samen.
Voorzitter. Dan de vraag van mevrouw Van Brenk over de aanpak van zorgfraude. De beide ministers van VWS zullen de Kamer hierover periodiek informeren. U ontvangt voor het commissiedebat over zorgfraude op 23 juni de eerste brief van beide ministers.
Voorzitter. Dan een aantal moties. De meeste zullen worden geapprecieerd door de minister van Financiën.
De motie op stuk nr. 8 van het lid Stultiens. Wij zullen als kabinet sowieso de komende tijd op heel veel beleidsterreinen nog de uitwerking van de beleidsvoornemens met uw Kamer delen. We hadden het eerder al over het stikstofpakket. Er komt in september ook een actieplan voor het versnellen van de woningbouw. Op Prinsjesdag volgt de aanscherping van het klimaat- en energiebeleid op basis van de KEV. Zo zullen we elke keer waar nodig het beleid aanscherpen. In die context krijgt de motie op stuk nr. 8 oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 11 van de heer Stultiens is een spreekt-uitmotie. Ik zal mij onthouden van een appreciatie.
De motie op stuk nr. 18 van de heer Hoogeveen ontraad ik. In het coalitieakkoord staan nog steeds heldere klimaatdoelen. We vinden het belangrijk om via de sectorale doelen bij te dragen aan het verdienvermogen van Nederland. Op Prinsjesdag volgt een actualisatie van het klimaatbeleid. De motie op stuk nr. 18 is dus ontraden.
Tot slot de motie op stuk nr. 20 van mevrouw Van Dijk en anderen. Deze ligt in het verlengde van de spreekt-uitmotie van de heer Stultiens, maar het kabinet kan zich vinden in de manier waarop mevrouw van Dijk het heel zorgvuldig verwoordt in het dictum. Dus de motie op stuk nr. 20 krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dank u wel. De leden hebben twee interrupties in de tweede termijn.
De heer Schenk (FVD):
Ik had het natuurlijk al aangekondigd aan het eind van de eerste termijn. Toen stond ik hier ook, maar toen kwam de minister van Financiën al aan het woord. In mijn eerste termijn vroeg ik heel expliciet aan de premier wat nu precies het verschil is tussen het beleid van het kabinet-Schoof en dat van het kabinet-Jetten. Ik zou daar nog heel graag een antwoord op willen krijgen.
Minister Jetten:
Daar hebben we het bij het debat over de regeringsverklaring uitgebreid over gehad. Ik denk dat er op heel veel beleidsterreinen andere keuzes worden gemaakt door deze coalitie. Dit kabinet geeft daar nu uitvoering aan.
De heer Schenk (FVD):
Die visie deel ik absoluut niet. De reden dat ik hier sta — ik refereerde daar in mijn eerste termijn ook al aan — is dat premier Jetten hier niet zo heel lang geleden stond als fractievoorzitter van D66, waarbij hij het kabinet-Schoof een gebrek aan visie en daadkracht verweet. Maar als we nu die verantwoording bekijken, verschilt die helemaal niet zo heel veel van het beleid dat het kabinet nu voert. Ik denk dus echt dat als hier een andere premier had gestaan die exact dit beleid aan het verdedigen zou zijn, de heer Jetten hier als fractievoorzitter had gestaan en zijn eigen beleid op die wijze had bekritiseerd. Ik hoop van harte dat het kabinet gaat leveren. Ik heb er weinig vertrouwen in. Ik zou mijn verzoek dat ik zojuist ook in een interruptie deed, nogmaals willen herhalen. Wanneer het kabinet daadwerkelijk stappen wil zetten op immigratie, kijk dan vooral naar de rechterkant van de Kamer en ga niet mee in die roep van de linkerzijde om uit te sluiten, want daar wordt helemaal niemand in Nederland beter van.
Minister Jetten:
Staatsrechtelijk werkt het wel zo dat ik als opvolger hier ook het beleid van al mijn voorgangers sta te verdedigen. Deze Verantwoordingsdag en het rapport van de Algemene Rekenkamer gaan inderdaad voor een deel over het beleid van het kabinet-Schoof. Wij trekken daar onze lessen uit en passen daar nu ook onze ambities op aan.
De voorzitter:
Had u nog vragen te beantwoorden?
Minister Jetten:
Nee.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de minister van Financiën.
Minister Heinen:
Excuus dat ik er zo hinderlijk doorheen praat bij dit debat, maar er waren ook wat vragen aan mij gesteld. Er waren er zelfs nog een paar op de plank blijven liggen waarvan ik had toegezegd er in de tweede termijn op terug te komen.
Ik had in ieder geval aan de heer Dijk toegezegd om terug te komen op de vraag wat het kabinet doet om het niet-gebruik van toeslagen tegen te gaan, met name van zorgtoeslag en huurtoeslag. Het kabinet zet in op verschillende sporen. Dit betreft onder andere de algemene informatiecampagnes en gerichte attenderingsacties. Hierbij worden brieven naar inwoners gestuurd die nog geen gebruik maken van de zorgtoeslag om hen erop te wijzen dat ze hier wel recht op hebben. Voor aankomend jaar staat ook weer zo'n actie gepland. Verder gaan we de samenwerking aan met bijvoorbeeld woningcorporaties, waarbij we hen ook voorzien van communicatiemateriaal. We bereiken zo indirect de doelgroep: huurders die de huurtoeslag laten liggen. Ook vragen we in lokale en regionale media en tijdschriften aandacht voor het aanvragen van een toeslag met terugwerkende kracht. We onderzoeken meer mogelijkheden om het niet-gebruik per toeslag te monitoren en tegen te gaan.
De heer Dijk had ook een specifiekere vraag over hersteloperaties en wat er dan op de plank blijft liggen. Dat konden we niet zo snel in kaart brengen. Het zijn vaak ramingen. Nou is het wel zo dat bij hersteloperaties middelen vaak doorschuiven, dat we niet te strak de eindejaarsmargesystematiek toepassen en dat we in veel gevallen juist de volledige eindejaarsmarge toepassen, waardoor middelen niet verdwijnen maar gewoon voor het doel bestemd blijven.
De heer Flach vroeg ook nog om bij het appreciëren van moties in ieder geval mondeling al mee te geven wat de indicatie kan zijn van de benodigde ambtelijke capaciteit. Zover dat kan, zullen we dat doen. Ik blijf erbij dat het soms wel heel lastig in te schatten is, maar in alle eerlijkheid zijn er ook moties waar het evident is dat het veel capaciteit kost. Dan zullen we dat proberen aan te geven. Ik zal straks zelfs proberen daar een poging toe te doen.
De heer Flach had ook nog de vraag of ik schriftelijk wilde terugkomen op de zorgakkoorden en de kanttekening die de Algemene Rekenkamer daarbij heeft geplaatst. Dat zal ik ook doen. Wat nou precies de instrumenten zijn et cetera, zal ik aan mijn collega in het kabinet vragen.
De heer Hoogeveen had ook nog een vraag over het nieuwe eigenmiddelenbesluit en dat dat voor Nederland per saldo niet mag leiden tot een verslechtering van de nettobetalingspositie. Ik was eigenlijk wel blij met deze vraag, want bij een eigenmiddelenbesluit wordt vaak gedacht dat het een Europese belasting is, maar dat is vaak niet het geval. Het is meer een grondslag op basis waarvan afdrachten worden berekend. Laat het nou net zo zijn dat veel van die grondslagen in het voordeel van Nederland zijn. Zo is in het verleden op basis van plastic een eigenmiddelenbesluit vormgegeven. Nederland is vrij efficiënt in recycling en hergebruik, waardoor juist de afdrachten in Nederland naar beneden gaan. Dank dus voor deze vraag; we nemen dat ook ten harte. Laten we nou ook in de discussie over het MFK vooral kijken hoe we de afdrachten kunnen verlagen, wat minder in de instrumentensfeer blijven hangen en vooral kijken naar het resultaat dat we daarmee kunnen bereiken.
Dan wilde ik naar de appreciatie van de moties gaan. Een aantal heeft de premier al gedaan. Ik kom bij de motie op stuk nr. 9, onder anderen van de heer Stultiens. Die kan ik oordeel Kamer geven.
De motie op stuk nr. 10 wordt aangehouden, begreep ik. Dan kan ik 'm oordeel Kamer geven. Dat geeft mij de gelegenheid om dat transitiedocument eerst naar de Kamer te sturen.
De voorzitter:
Dat betreft de motie op stuk nr. 10.
Minister Heinen:
De motie op stuk nr. 11 was al geapprecieerd.
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 12. Die kan ik ook oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 11 is niet geapprecieerd; het is een spreekt-uitmotie. Daarom is die niet geapprecieerd, zeg ik voor de Handelingen.
Minister Heinen:
O, excuus. Dat was daarom.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 12.
Minister Heinen:
De motie op stuk nr. 12, van onder anderen de heer Oosterhuis, mevrouw Van Dijk en de heer Van der Maas kan ik oordeel Kamer geven.
Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 13: die kan ik ook oordeel Kamer geven.
De motie op stuk nr. 14 moet ik daarentegen ontraden.
De motie op stuk nr. 15 is eveneens ontraden.
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 16. Dat is een uitgebreide motie. Die kan ik ook oordeel Kamer geven. Ik merk daarbij op dat de taakstelling in budgettaire zin is verdeeld over begrotingen. Daar kan nog een herprioritering in plaatsvinden. De verhoudingen tussen departementen kunnen nog veranderen. Daar buigt het kabinet zich over. Soms kun je op een terrein een taakstelling breder in omvang toepassen en op andere terreinen minder. Dat is de ragfijne benadering die we gaan toepassen, dus het kan nog veranderen. Maar de motie op stuk nr. 16 kan ik oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Maximaal twee interrupties.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Mijn motie vraagt ook om minder ambtenaren, en die wordt ontraden.
De voorzitter:
Dat betreft de motie op stuk nr. 14.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Ja, en de motie-Van der Maas, die ook vraagt om minder ambtenaren, krijgt oordeel Kamer.
Minister Heinen:
Ja, omdat er ook een acute personeelsstop in de motie staat. Dat vinden wij een slecht plan. Om maar een voorbeeld te noemen: als we mensen nodig hebben om een hersteloperatie vorm te geven, zou ik niet willen dat deze motie ons daarin beperkt. Maar we zijn het eens met het algemene doel om tot een inkrimping van het ambtelijk apparaat te komen.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Tony van Dijck (PVV):
Zonder personeelsstop zou die dus wel oordeel Kamer hebben gekregen?
Minister Heinen:
Dan is het materieel dezelfde motie. Daar is al een motie voor ingediend. In het kader van efficiëntie kunt u natuurlijk overwegen om de motie …
De voorzitter:
Voor de Handelingen is het opgemerkt. De motie op stuk nr. 17.
Minister Heinen:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 17 kan ik oordeel Kamer geven.
De motie op stuk nr. 18 was al van een appreciatie voorzien.
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 19. Die kan ik ook oordeel Kamer geven.
De motie op stuk nr. 20 was al geapprecieerd.
De motie op stuk nr. 21 kan ik ook oordeel Kamer geven.
De motie op stuk nr. 22 roept op om die staatsbalans weer in ere te herstellen. Dat kost wel ambtelijke capaciteit: welgeteld drie ambtenaren. Neem het mee in de overweging bij de stemming. Uiteraard kan het, maar ik zou zeggen: laten we het elkaar niet aandoen. Maar als de Kamer het wil, zullen we ons daar uiteraard toe verhouden.
De voorzitter:
Welke appreciatie hoort daar wat u betreft bij?
Minister Heinen:
Ik heb 'm oordeel Kamer gegeven, voorzitter.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 22 krijgt oordeel Kamer. Akkoord. De motie op stuk nr. 23.
Minister Heinen:
Ik geef ook de richting mee dat dit ambtelijke capaciteit kost, in het licht van het eerdere debat, maar die is beperkt.
De motie op stuk nr. 23 moet ik helaas ontraden.
Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 24.
Dat geldt ook voor de moties op stukken nrs. 25 en 26.
In die goede sfeer ben ik aan het einde gekomen van mijn termijn.
De voorzitter:
Ik dank de minister van Financiën voor de beantwoording. Ik dank de minister-president en de minister van Financiën voor hun aanwezigheid. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de zijde van het kabinet, alsook van het Verantwoordingsdebat over het jaar 2025.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal aanstaande dinsdag worden gestemd. Ik schors de vergadering tot 19.00 uur.
De vergadering wordt van 17.49 uur tot 19.01 uur geschorst.
Vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling
Voorzitter: Michon-Derkzen
Vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling
Aan de orde is het tweeminutendebat Ontwerpbesluit houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling (35386, nr. 41).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Goedenavond. Ik heropen de vergadering van vandaag. We beginnen met het tweeminutendebat over het Ontwerpbesluit houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling. Er zijn zeven sprekers in het tweeminutendebat. Ik wil maar gelijk beginnen. De eerste spreker was mevrouw Van der Plas, maar met uw aller goedvinden wordt zij vervangen door mevrouw Wiersma. Zij heeft niet deelgenomen aan het debat, maar dat gold, denk ik, wel voor mevrouw Van der Plas. Dit lijkt me dus niet problematisch. Aan u het woord. Pardon, dat zeg ik natuurlijk niet voordat ik ook de staatssecretaris welkom heb geheten. Fijn dat u er bent. We gaan luisteren naar de bijdrage van mevrouw Wiersma.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank, voorzitter. BBB is tegen het vuurwerkverbod, maar als het er dan toch komt, moet de overheid zich wel houden aan een harde voorwaarde. Die is dat vuurwerkverkopers eerlijk en netjes worden gecompenseerd. Zoals het er nu ligt, gebeurt dat niet en blijven ondernemers, die jarenlang volgens de regels hebben gewerkt, alsnog met de rekening zitten. Daarom dienen wij twee moties in. Als die het morgen niet halen, zullen we volgende week dinsdag onze aangehouden motie alsnog in stemming brengen om het vuurwerkverbod van tafel te krijgen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de voorgestelde nadeelcompensatieregeling voor consumentenvuurwerkdetailhandelaren uitgaat van één jaar winstderving op basis van forfaitaire gemiddelden;
overwegende dat ondernemers die door een overheidsmaatregel hun bedrijfsactiviteit verliezen, recht hebben op een eerlijke en rechtvaardige compensatie van hun daadwerkelijke schade;
overwegende dat een betrouwbare overheid gemaakte schade niet zo laag mogelijk moet begroten, maar zorgvuldig en rechtvaardig moet compenseren;
verzoekt de regering de nadeelcompensatieregeling voor consumentenvuurwerkdetailhandelaren aan te passen door uit te gaan van driemaal de gerealiseerde winstderving in plaats van één jaar forfaitaire winstderving;
spreekt uit dat alleen daarmee kan worden voldaan aan de door de Kamer gestelde voorwaarde van een eerlijke en nette compensatieregeling, zodat de Wet veilige jaarwisseling in werking kan treden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wiersma en Heutink.
Zij krijgt nr. 44 (35386).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Wet veilige jaarwisseling pas in werking kan treden wanneer sprake is van een eerlijke en nette compensatieregeling die in afstemming met de vuurwerkbranche tot stand is gekomen;
constaterende dat vertegenwoordigers van de consumentenvuurwerkdetailhandel hebben aangegeven dat zij de voorgestelde nadeelcompensatieregeling niet als eerlijk en rechtvaardig ervaren en dat over de hoogte en systematiek van de compensatie geen overeenstemming bestaat;
overwegende dat ondernemers die door overheidsbeleid worden getroffen moeten kunnen rekenen op een eerlijke behandeling door een betrouwbare overheid;
spreekt uit dat op dit moment nog niet is voldaan aan de voorwaarde dat sprake is van een eerlijke en nette compensatieregeling;
verzoekt de regering de Wet veilige jaarwisseling niet in werking te laten treden zolang niet aan deze voorwaarde is voldaan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wiersma en Heutink.
Zij krijgt nr. 45 (35386).
Mevrouw Wiersma (BBB):
Drie keer woordwaarde, zou ik zeggen.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan luisteren naar de bijdrage van mevrouw Zalinyan aan dit debat.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Om te beginnen: ik ben blij dat we nu de laatste punten kunnen zetten voor een veilige jaarwisseling. Hoe eerder de gemeenten aan de slag kunnen, hoe veiliger en hoe beter het zal worden. Dat gezegd hebbende, wij delen ook op de inhoud de stevige kritiek van de Raad van State. Er is vanuit de wet onvoldoende richting en houvast voor de lokale overheden. Wij vinden dat dat heel zwaar moet wegen. Ik denk dat de tijden voorbij zijn dat het kabinet de Raad van State en rechtsstatelijkheid negeert, dus ik hoop dat de uitvoerbaarheid lokaal heel goed geregeld kan worden. In het vorige debat vroeg ik om een stevige modelverordening die gemeenten kunnen overnemen. De ministeries zouden hiermee ook kunnen helpen en met de VNG aan de slag kunnen gaan. Hoe staat het hiermee? Dat wil ik graag van de staatssecretaris weten.
Wat betreft de kritiek op het punt van de lokale binding: ik denk dat het heel goed zou zijn om dat punt alsnog toe te voegen aan de regeling. Is de staatssecretaris hiertoe bereid?
Tenslotte een vraag over de dekking van de nadeelcompensatie. Het is een fors bedrag, het maximale dat we mogen uitkeren. Dat we dit dekken uit een verduurzamingsprogramma voor het spoor vind ik wel heel moeilijk uitlegbaar. Ik wil de staatssecretaris dan ook verzoeken om bij de komende begroting het gat alsnog proberen te dichten en om te zorgen voor compensatie voor dit bedrag.
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker op de lijst is het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. Het is belangrijk dat de overheid nu alles op alles zet om de nieuwe norm, namelijk dat consumenten vanaf de nieuwe jaarwisseling geen vuurwerk mogen afsteken, goed te laten landen, zodat we straks allemaal een gezellige en veilige jaarwisseling hebben. Een nieuwe norm laten landen kost wel tijd. De overheid heeft dus echt geen tijd te verliezen. Ik vraag de staatssecretaris daarom of ze kan toezeggen dat ze samen met de minister van JenV voor het zomerreces een compleet plan van aanpak, mét een tijdlijn, naar de Kamer stuurt. Met alleen een paar weken van tevoren een publiekscampagne gaan we het niet halen.
Dan kom ik op het advies van de Raad van State over het voorstel van de staatssecretaris over de ontheffingen. Laten we duidelijk zijn: de Partij voor de Dieren is altijd voor een vuurwerkverbod zonder uitzonderingen geweest. Dat is beter voor de dieren, voor de natuur en voor heel veel mensen. En dat zorgt voor duidelijkheid. De bezwaren van de Raad van State zijn natuurlijk niet nieuw. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft diezelfde zorgen eerder gedeeld. Het lijkt ons dat het overnemen van de adviezen van de Raad van State vraagt om relatief eenvoudige aanpassingen. Daarom heb ik tot slot de volgende vraag. Kunt u toezeggen dat u zo snel mogelijk in gesprek gaat met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en dat u samen bekijkt welke adviezen van de Raad van State kunnen worden overgenomen zonder de invoering te vertragen, en de Kamer hierover voor het einde van de maand te informeren?
Ik sluit me aan bij de zorgen van GroenLinks-PvdA als het gaat om waar het geld vandaan wordt gehaald. Volgens mij hebben we juist een noodzaak tot meer investeringen in een groenere leefbare omgeving. Het is een prima regeling, maar ga het geld ergens anders zoeken.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker is de heer Bikkers.
De heer Bikkers (VVD):
Voorzitter. In het nadeelcompensatierecht is het altijd zoeken naar een balans tussen enerzijds ondernemers goed en gedegen compenseren en anderzijds voorkomen dat we overgaan tot staatsteun waardoor deze ondernemers uiteindelijk het volledige bedrag zullen moeten terugbetalen. Volgens mij is dat niet wat we met elkaar zouden willen. Een van de zaken die de staatssecretaris daarin heeft meegewogen, is de voorzienbaarheid. Ik vraag de staatssecretaris hierop nog eens in te gaan. Hoe is die meegewogen en hoe legt ze die voorzienbaarheid uit aan al die meer dan 700 ondernemers die vandaag dit debat volgen?
Dan is de vraag of de balans die ik noemde, goed gevonden is. Laat ik de vraag dan maar heel plat formuleren. Staatssecretaris, bent u tot het gaatje gegaan? Of, in andere woorden, bent u ervan overtuigd dat u alles heeft gedaan wat redelijkerwijs mogelijk is om deze ondernemers recht te doen en kunt u dit uitleggen aan de mensen om wie het gaat?
Tot zover, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Prickaertz nodig ik uit voor zijn bijdrage.
De heer Prickaertz (PVV):
Voorzitter. De PVV is principieel tegen het landelijk vuurwerkverbod voor de gewone burger. Dit is niets minder dan een symboolmaatregel die de kern van het probleem volledig mist. We hebben het hier over een vorm van een collectieve straf. De welwillende goedschikse Nederlander die op een verantwoorde manier van legaal siervuurwerk wil genieten wordt de dupe van de misdragingen van een kleine groep raddraaiers. De overlast en incidenten worden niet veroorzaakt door het legale gecontroleerde consumentenvuurwerk, maar door zwaar illegaal en professioneel vuurwerk. Door legaal vuurwerk te verbieden, creëren we een enorm waterbedeffect. Met onze open grenzen en lage prijzen in buurlanden zoals Duitsland en België geeft dit verbod de illegale handel juist een gigantische stimulans. De staatssecretaris dweilt met de kraan open zolang dit vuurwerk over de grens gewoon voorhanden blijft. Vandaar namens mijzelf en mijn zeer gewaardeerde collega Chris Jansen de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de vuurwerkbranche een belachelijk laag aanbod heeft gekregen ter compensatie, waardoor aanbod en vraag mijlenver uit elkaar liggen;
constaterende dat er per gemeente willekeur kan gaan ontstaan over wel of geen toestemming, welke locaties, veilige opslag tot het moment van afsteken, het beperkte aantal professionele bedrijven met een toepassingsvergunning, inzet van de beperkte handhavingscapaciteit, et cetera;
verzoekt de regering niet over te gaan tot invoering van het vuurwerkverbod,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Prickaertz en Chris Jansen.
Zij krijgt nr. 46 (35386).
De heer Prickaertz (PVV):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Zwinkels, ik nodig u uit voor uw bijdrage.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Voorzitter. Ik begin allereerst met een aantal vragen over de nadeelcompensatie voor met name de importeurs. Kan de staatssecretaris toelichten hoe daadwerkelijk geleden nadeel, waaronder winstderving, wordt vastgesteld en hoe importeurs hun schade moeten aantonen? Welke afspraken worden nog gemaakt over voorraden? Hoe wordt eventueel verlies op voorraden bepaald? Wat gebeurt er met onverkoopbare voorraden? Kan de staatssecretaris toezeggen dat in de nog op te stellen beleidsregels duidelijk wordt vastgelegd hoe het daadwerkelijk geleden nadeel wordt bepaald?
Voorzitter. De Raad van State waarschuwt in zijn advies over het Besluit veilige jaarwisseling dat, als ontheffingen voor het afsteken van vuurwerk te gemakkelijk worden verleend, het doel van een veilige jaarwisseling wordt ondermijnd. Kan de staatssecretaris toelichten hoe en op welke termijn deze verbeterpunten verwerkt zullen worden?
Ik heb er alle vertrouwen in dat de adviezen van de Raad van State goed worden verwerkt en dat ook aan alle voorwaarden wordt voldaan om de Wet veilige jaarwisseling in werking te laten treden. Voor het CDA is de lokale binding bij de ontheffingen een belangrijk punt. Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Raad van State waarschuwt dat te ruimhartige ontheffingsverlening het doel van een veilige jaarwisseling kan ondermijnen en adviseert een eis van lokale binding op te nemen;
verzoekt de regering in het definitieve besluit een voorwaarde van lokale binding op te nemen voor verenigingen en stichtingen die een ontheffing aanvragen voor het afsteken van vuurwerk,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Zwinkels.
Zij krijgt nr. 47 (35386).
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee komen we bij de laatste spreker in dit tweeminutendebat. Ja, ik kijk hem aan: de heer Mathlouti. Ik nodig u uit voor uw bijdrage.
De heer Mathlouti (D66):
Voorzitter. Ik sprak vandaag nog met burgemeesters die benadrukken hoe belangrijk het is om het vuurwerkverbod dit jaar al in te laten gaan. Die oproep onderschrijf ik volledig. Ik zei het eerder al: gemeenten vragen hierom, de samenleving vraagt hierom en de incidenten laten zien waarom. Ik dank daarom ook het kabinet voor de voortvarendheid waarmee dit traject wordt opgepakt.
Wel heb ik nog een aantal punten. Ik sluit mij aan bij de vraag van collega Bikker of dit echt het maximale is aan compensatie dat we ondernemers kunnen bieden. De Raad van State heeft ons een paar dagen geleden zijn advies gestuurd, waarin terecht wordt gewaarschuwd dat een laagdrempelig ontheffingsstelsel het effect van het vuurwerkverbod kan ondergraven en de handhaving onnodig ingewikkeld maakt. Juist rond de jaarwisseling geven gemeenten aan dat toezicht en handhaving al onder grote druk staan. Om die reden dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het vuurwerkverbod zo snel mogelijk moet worden ingevoerd om bij te dragen aan een veiligere jaarwisseling;
constaterende dat de Raad van State heeft gewezen op het belang van een goed handhaafbaar ontheffingsstelsel en heeft gewaarschuwd dat een laagdrempelige toegang tot ontheffingen het effect van het vuurwerkverbod kan ondergraven;
overwegende dat effectieve handhaving cruciaal is voor het slagen van het vuurwerkverbod;
verzoekt de regering om bij de verdere uitwerking van het ontheffingsstelsel handhaafbaarheid nadrukkelijk mee te wegen en hierover in overleg te blijven met gemeenten en burgemeesters, en de Kamer hier voor de komende jaarwisseling over te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mathlouti.
Zij krijgt nr. 48 (35386).
De heer Mathlouti (D66):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de Kamer. De staatssecretaris heeft vijf minuten gevraagd om haar beantwoording voor te bereiden. Dat waren nog best wat vragen en een aantal moties, dus ik schors de vergadering tot 19.20 uur.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen het debat. Ik vraag de leden om weer plaats te nemen. We gaan luisteren naar de reactie van de staatssecretaris op een aantal vragen en moties. Ik geef het woord aan de staatssecretaris.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Bertram:
Voorzitter, dank u wel. Ik loop eerst even de vragen langs. De eerste drie zijn van mevrouw Zalinyan. Zij vroeg of de modelverordening voor de zomer komt. Dat is inderdaad het geval, want de uitvoerbaarheid is echt cruciaal.
Op de lokale binding kom ik zo meteen nog terug bij een van de moties. Weet dat ik vanochtend al contact heb gehad met de VNG en dat wij daar morgen mee verdergaan. Wij gaan dus echt heel serieus kijken naar het advies van de Raad van State.
Ik snap het ongemak over de 100 miljoen. Ik zeg daarbij dat als de Kamer de staatssecretaris van IenW de opdracht geeft om het geld zelf te vinden, ik dan eigenlijk maar twee smaken heb: milieu of ov. Dat is altijd lastig. Het is voor mij best een pijnlijk besluit als ik moet aanwijzen waar dat geld gevonden moet worden. Tegelijkertijd durf ik rustig toe te zeggen dat als ik ook maar ergens de mogelijkheid zie om dat gat weer te vullen, ik dat uiteraard zal doen. Maar nu was het wel van belang om het aan te wijzen.
Er waren twee vragen van het lid Kostić. Jazeker, uiteraard hebben wij contact met het ministerie van JenV. Die tijdlijn komt er voor de zomer, want zoals ik net al zei, is dat superbelangrijk.
De tweede vraag van het lid Kostić ging over het advies van de Raad van State. Wij hebben contact met de VNG en dat zetten wij ook door, want ik moet tenslotte een gefundeerd oordeel vellen over het advies van de Raad van State. Dan ga ik daar met de VNG mee aan de slag.
Dan was er een vraag van de heer Bikkers.
De voorzitter:
Dit leidt tot een vraag van het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik heb vooral een vraag ter verduidelijking. Ik dank de staatssecretaris voor de toezeggingen. Uw laatste toezegging was dat u in gesprek gaat met de VNG om te kijken wat mogelijk is, ook gelet op het advies van de Raad van State. Mijn vraag was of u actief kunt terugkoppelen wat uiteindelijk het resultaat daarvan is geworden. Ik neem aan dat dit nog deze maand gebeurt, omdat het 1 juli wordt gepubliceerd.
Staatssecretaris Bertram:
Zeker.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Oké.
Staatssecretaris Bertram:
Voorzitter. Dan heeft de heer Bikkers twee vragen gesteld die met elkaar samenhangen. Hoe kom je tot die balans en bent u eigenlijk tot het gaatje gegaan? Ik kan er dit van zeggen. Een van mijn voorgangers, staatssecretaris Jansen, heeft al in maart 2025 gezegd: het wordt nadeelcompensatie, want iets anders kun je je eigenlijk niet voorstellen. Mijn opdracht was dus dat het binnen het kader van de nadeelcompensatie moest. Dan weet je dat je rekening moet houden met een aantal zaken.
Het gaat dan allereerst om de voorzienbaarheid, zoals u zei. Als je kijkt naar de jurisprudentie, zie je dat ook rechters zeggen: zodra er een debat is over in dit geval vuurwerk, moet je daar als ondernemer rekening mee houden. Het feit dat de wet er nog niet is, is daarbij niet doorslaggevend. Doorslaggevend is of je er rekening mee hebt kunnen houden en of debatten in de Kamer op die manier ook echt van belang waren. Dat zie je in de jurisprudentie terug.
Ten tweede is er de duiding van de schade. Het maakt uit of je schade op basis van bijvoorbeeld onteigening bepaalt, met verwijzing naar artikel 1 van het EVRM. Nadeelcompensatie is echt iets anders. Dan moet je als ondernemer aantonen dat het eigenlijk verdergaat dan het normale ondernemersrisico. Binnen dat kader moet dat worden gezien.
Ten derde is er de overgangsperiode. Naarmate het proces van jouw bedrijf langer duurt, in dit geval van de importeurs, heb je recht op een langere overgangsperiode dan wanneer het elk jaar om een nieuw proces gaat en je dus ook elk jaar opnieuw inkoopt. Daar hebben we allemaal rekening mee gehouden.
Binnen die kaders zijn we niet aan minimalistische kant gaan zitten. Ik heb twee voorbeelden daarvan. Bij de detailhandel hebben we gezegd dat we die €3.500 belangrijk vonden. Het was ook een vraag van de detailhandel zelf om een opslag te doen, waardoor je ook kleinere ondernemers meer zou kunnen bijstaan. Het ging om een opslag van 15% binnen een marge van 9% tot 15%. Dat past allemaal nog binnen de nadeelcompensatie. Zo zijn we op die 15% gaan zitten.
Dan wat betreft de overgangsperiode. Een deel zei: als je al zo'n fantastisch overgangsjaar hebt gehad, moet er dan nog een jaar bij? Wij hebben gezegd: ja, dat moet wel. Je hebt een overgangsjaar en daarbovenop komt dat jaar. Dat betekent eigenlijk dat je dan ongeveer tot een bedrag van — dat schatten wij nu in — tientallen miljoenen komt. Dat is eigenlijk ongeveer evenveel als wat de vorige staatssecretaris voor het totaal had begroot. In die zin denk ik dat wij dit netjes, binnen het concept van de nadeelcompensatie, hebben berekend.
Mevrouw Zwinkels had nog een aantal vragen. Eigenlijk was uw vraag: hoe gaat dat zo meteen met die beleidsregel? We hebben het volgende met de branche afgesproken. Ik heb ze deze week nog gesproken. Wij zijn nu in voorbereiding om die beleidsregel handen en voeten te geven. De voorraden worden gewoon door de importeurs bij de detailhandel weggehaald, maar al het andere wordt besproken. Die beleidsregel wordt opgesteld en die wordt ook met de detailhandel doorgenomen.
Het punt van de Raad van State heb ik net genoemd. We zijn druk doende met de VNG om daarnaar te kijken, zodat ik daar in mijn nadere rapport een gefundeerd antwoord op kan geven.
De heer Mathlouti vroeg mij nog hoe het met de ondernemers zit. Hij vroeg: heb je binnen het concept van de nadeelcompensatie echt je best gedaan om het netjes en eerlijk te doen? Ik heb net een antwoord gegeven en daarbinnen zit het. Ik denk dat ik daarmee alle vragen heb gehad.
Ik heb vier moties. Ik denk dat mevrouw Wiersma niet verbaasd zal zijn dat ik haar beide moties moet ontraden. De motie op stuk nr. 44 betreft uitgaan van drie jaar in plaats van van dat ene jaar. Dan krijg je dus eigenlijk drie plus één. Dat is hetzelfde als bij de importeurs. Dat past echt niet binnen het concept van de nadeelcompensatie, als je kijkt naar het bedrijfsproces. Dat is althans zoals wij er juridisch naar kijken.
De motie over het niet in werking laten treden, de motie op stuk nr. 45, wordt uiteraard ook ontraden. Zoals al in het debat werd gezegd, is het echt cruciaal en belangrijk. De politie vraagt er niet voor niks om. Burgemeesters vragen er niet voor niks om. Het is niet dat het me geen pijn doet. Dat heb ik ook in een vorig debat gezegd. Ik snap het heel goed, want het is een traditie. Tegelijkertijd is dit een belangrijke maatregel als je ziet wat het elk jaar weer betekent.
De voorzitter:
Staatssecretaris, even voor de administratie. De motie op stuk nr. 44 is ontraden. Is de motie op stuk nr. 45 ook ontraden?
Staatssecretaris Bertram:
De motie op stuk nr. 45 is ontraden, zeker.
De voorzitter:
Dan komen we bij de motie op stuk nr. 46.
Staatssecretaris Bertram:
De motie op stuk nr. 46 wordt uiteraard ook ontraden. Die vraagt om de invoering van het vuurwerkverbod niet door te laten gaan. Ik heb dat punt net uitgelegd.
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 47, van mevrouw Zwinkels. Die krijgt oordeel Kamer, waarbij ik zeg dat ik met de VNG serieus wil kijken hoe we de voorwaarde van lokale binding moeten invullen. Dit geeft mij even de ruimte om dat overleg ook goed te voeren.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 47: oordeel Kamer. Ik zie mevrouw Zwinkels knikken.
Staatssecretaris Bertram:
De motie op stuk nr. 48: ook oordeel Kamer. De regiegroep handhavingsplan komt binnenkort weer bijeen. Dat is belangrijk. De bgm's en de VNG zijn vertegenwoordigd, dus wat mij betreft krijgt deze motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 48: oordeel Kamer. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit debat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We stemmen niet zoals gebruikelijk op dinsdag over de moties, maar we stemmen hier morgen over. Daarmee schors ik de vergadering voor enig moment. Daarna gaan we over tot het volgende tweeminutendebat.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Telecomraad (formeel) d.d. 9 juni 2026
Telecomraad (formeel) d.d. 9 juni 2026
Aan de orde is het tweeminutendebat Telecomraad (formeel) d.d. 9 juni 2026.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Goedenavond. Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Telecomraad, die plaatsvindt op 9 juni aanstaande. Er zijn vier sprekers voor dit tweeminutendebat. Sorry, er zijn er vier ingeschreven, maar er is één spreker en dat is mevrouw Kathmann. Ik nodig haar uit voor haar bijdrage. Zij spreekt namens GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kamer heeft uitgesproken een "Europees, tenzij"-principe te willen hanteren bij het aanbesteden van digitale infrastructuur, motie-El Boujdaini (26643, nr. 1478);
overwegende dat de EU Tech Sovereignty Package een Europees voorkeursprincipe voorstelt, maar het kabinet hierin een terughoudende positie inneemt ten opzichte van andere lidstaten;
verzoekt de regering om in haar inzet bij de EU Tech Sovereignty Package een positieve grondhouding aan te nemen over een verregaand Europees voorkeursprincipe voor ICT-leveranciers,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kathmann.
Zij krijgt nr. 1205 (21501-33).
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. We moeten rap van het Amerikaanse techinfuus af. Kan dat morgen? Nee. Kan dat voor honderd procent? Nee, dat hoeft ook niet. Is het moeilijk? Ja. Maar wat was er nou vooral zo ongelofelijk moeilijk? Dat waren onze inkoop- en aanbestedingsregels uit Brussel. Brussel komt met een pakket en zegt: koop Europees, koop Europees, lidstaten, ga het doen! Dus we krijgen de wind in de zeilen. En tot mijn schrik: wat antwoordt het kabinet? "Daar gaan we heel terughoudend in zijn." En dat betekent dus ook een andere positie dan andere lidstaten. Het kan dus wel, maar we gaan het dadelijk dus niet doen. We gaan er in ieder geval terughoudend in zijn. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: hoe verhoudt zich dat tot het target dat we hebben op 30% digitaal onafhankelijker in 2029? Dat zegt, in tegenstelling tot de antwoorden die ik vandaag heb gekregen, dat digitale onafhankelijkheid dus een doel op zich is. We hebben namelijk een heel duidelijk target: 30%. Hoe verhoudt zich dit tot de motie-El Boujdaini, die gewoon zegt "buy European" en die breed is ondersteund door een heel groot deel van de Tweede Kamer?
De voorzitter:
Dank, mevrouw Kathmann. Er is een verzoek van de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Ja, voorzitter. Ik ben wel aangemeld als spreker, maar ik moest nog even de Kamer verzoeken of ik hier toch een motie mag indienen, omdat wij niet hebben meegedaan met het schriftelijk overleg. Dus dan kijk ik naar u.
De voorzitter:
Dat doet u heel netjes. Ik kijk even rond of daar bezwaar tegen is. Dat is niet het geval. Daarmee heeft u ook direct het woord. Het woord is aan meneer Van den Berg. Hij spreekt namens JA21.
De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter, dank. De ambitie om administratieve lasten te verminderen is begrijpelijk en noodzakelijk, maar wat ons betreft mag vereenvoudiging nooit een excuus worden om te tornen aan fundamentele grondrechten. Binnen de Omnibus Digitaal liggen voorstellen op tafel die raken aan de kern van de AVG, waaronder de definitie van persoonsgegevens, het gerechtvaardigd belang en de verwerking van bijzondere persoonsgegevens. Het kabinet heeft terecht gepleit voor een zogenaamde "clean cut" en om die inzet kracht bij te zetten, dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Commissie binnen de Omnibus Digitaal wijzigingen aan de AVG heeft voorgesteld die raken aan de artikelen 4, 6 en 9;
overwegende dat deze wijzigingen gevolgen kunnen hebben voor de grondrechten, rechtszekerheid en het gelijke speelveld voor ondernemingen;
overwegende dat voor deze wijzigingen geen volwaardig impactassessment is uitgevoerd;
verzoekt de regering vast te houden aan de clean-cutbenadering en zich ervoor in te zetten dat fundamentele wijzigingen aan de AVG buiten de Omnibus Digitaal worden gehouden zolang er geen onafhankelijk impactassessment heeft plaatsgevonden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.
Zij krijgt nr. 1206 (21501-33).
De heer Van den Berg (JA21):
Dank u wel, voorzitter. En dank aan de Kamer.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van de Kamer. Ik wil voor vijf minuten schorsen. Dat is akkoord. We schorsen vijf minuten en dan gaan we luisteren naar een reactie van de staatssecretaris. Het debat is geschorst.
De vergadering wordt van 19.36 uur tot 19.40 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen dit debat. De staatssecretaris staat er al helemaal klaar voor, zie ik. We gaan direct luisteren naar haar reactie op de inbreng van de Kamer. Het woord is aan haar.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Aerdts:
Voorzitter. Dank voor de twee moties die zijn ingediend ter voorbereiding op de Telecomraad. Ik zal allereerst ingaan op de motie van mevrouw Kathmann. Het is, denk ik, goed om aan te geven dat wij deze motie overbodig vinden. Sorry, ik zeg het niet goed: ik bedoelde ontijdig. Vandaag is het European Tech Sovereignty Package gepubliceerd. We publiceren dit nog. Het kabinet komt nog met een appreciatie, via een BNC-fiche, van de verschillende voorstellen die in het pakket zijn opgenomen. Wat betreft het specifieke punt van mevrouw Kathmann: het kabinet is terughoudend waar het gaat om de generieke inzet van de voorkeursregel. We zien wel redenen om het EU-voorkeursprincipe waar het gaat om strategische sectoren en industrieën, gericht en ingekaderd in te zetten, om de weerbaarheid van de Unie te versterken. We zien ook redenen om de strategische markten te stimuleren die essentieel zijn voor de langetermijnweerbaarheid van de Unie, zeker wanneer minder ingrijpende maatregelen of de inzet van bestaande instrumenten ontoereikend zijn. We vinden dat het per sector afgewogen moet worden. Maar in het geval van de digitale producten, zoals in de Tech Sovereignty Package, kunnen we ons heel goed voorstellen dat dit wel het geval zal zijn. Denk bijvoorbeeld aan de clouddienstverlening. Daarbij is het overigens wel goed om op te merken dat wij als Nederland niet de enigen zijn die deze positie innemen. Ook andere lidstaten zijn genuanceerd en willen zich wat betreft het voorkeursprincipe voornamelijk richten op specifieke sectoren, onder voorwaarden.
De voorzitter:
Dat leidt tot een vraag van mevrouw Kathmann.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Bij "ontijdig" hoort dan ook vaak dat je als Kamerlid zegt: dan hou ik 'm aan. Maar wat ik heel moeilijk vind — ik krijg gewoon een beetje buikpijn van "ontijdig" — is dat ik werkelijk waar niet snap hoe de beantwoording van de staatssecretaris rijmt met de motie, die helemaal niet praat over sectoren of weerbaarheid, zoals het kabinet wel heeft gedaan in de beantwoording die we vandaag kregen. De motie, die breed is aangenomen, door de hele Kamer, zegt gewoon: verzoekt de regering digitale soevereiniteit en strategische autonomie als expliciet criterium op te nemen in aanbesteding van IT en digitale diensten en te bezien welke maatregelen ervoor nodig zijn. Er ligt wel duidelijk een target, een doel op zich, om digitaal onafhankelijk te worden, namelijk 30% in 2029. Betekent deze beantwoording dan dat die motie niet uitgevoerd gaat worden en dat dat doel niet nagestreefd gaat worden? Dat is namelijk wel letterlijk wat in de beantwoording staat. Dus of de staatssecretaris moet over de beantwoording zeggen: "Dat klopt niet. Geef mij nog een beetje tijd. Dan reageren we op dat Sovereignty Package en dan zult u zien dat er een ander antwoord komt." Of gaan we de motie niet uitvoeren en gaan we het doel niet nastreven? Het kan niet allebei waar zijn.
Staatssecretaris Aerdts:
Geef ons inderdaad meer tijd. Ik zeg niet dat we de motie niet uitvoeren, maar we hebben vandaag dit Sovereignty Package gekregen. We moeten dus echt even de tijd hebben om het goed te bestuderen en te bekijken hoe we verder met die motie om zullen gaan. Maar ik heb echt nog een beetje tijd nodig — er zijn vanochtend vijf pakketten uitgebracht — om daar beter naar te kijken. Maar natuurlijk luisteren we goed naar uw Kamer. We leggen een motie sowieso niet zomaar naast ons neer, zoals u nu lijkt te suggereren.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Maar dan is het dus: geef ons meer tijd, want dan zult u, Tweede Kamer, zien dat het antwoord anders gaat zijn dan we nu zien. Het antwoord dat nu gegeven wordt, is gewoon: we voeren de motie niet uit én we gaan het target niet nastreven. Er staat: het is geen doel op zich. We hebben wel een doel, namelijk 30%. En er staat: we stellen ons terughoudend op. In de motie staat gewoon: koop Europees. Nogmaals, of er komt dadelijk een ander antwoord … Deze antwoorden kloppen niet en dan krijgt u meer tijd voor een ander antwoord. Is dat het?
Staatssecretaris Aerdts:
Ik vraag echt om iets meer tijd om beter naar de pakketten, die er nu liggen, te kunnen kijken. Ik kan er nu niet op vooruitlopen. We hebben de vragen beantwoord voordat we dit package hebben gezien. Ik wil u echt vragen om ons nog wat tijd te geven en het BNC-fiche even af te wachten.
De voorzitter:
Ik kijk even naar mevrouw Kathmann. Als het kabinet het oordeel "ontijdig" geeft, is de vraag aan u of u de motie aanhoudt.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Dat begrijp ik, maar ik ga 'm niet aanhouden. Ik had heel graag van het kabinet willen horen: deze antwoorden zijn niet helemaal zoals we ze hebben willen geven. Deze antwoorden zeggen namelijk gewoon: motie niet uitvoeren en doel niet nastreven. Ik hou 'm dus niet aan.
De voorzitter:
Oké. Mevrouw Zwinkels, ik wil er eigenlijk geen hele heropening van het debat van maken. U kijkt mij heel teleurgesteld aan. Heeft u hier een korte vraag over, mevrouw Zwinkels? U laat het hierbij? Heel goed, dat is fijn.
Staatssecretaris Aerdts:
Dan wil ik ingaan op de motie op stuk nr. 1206, die is ingediend door JA21. We snappen de zorgen die u hierin uit. De motie onderschrijft de inzet die we al hebben aangegeven in de non-paper over die Omnibus Digitaal en de AVG. Wat ons betreft is deze motie dan ook overbodig. Ik wil graag nog benadrukken dat wij voor die impactassessments hebben gepleit. In deze hele procedure hebben wij steeds aangegeven dat er wat ons betreft een impactassessment zou moeten plaatsvinden, maar wij hebben die discussie in Europa gewoon niet gewonnen. Dus we kunnen dat wel blijven roepen, maar …
Het volgende is wel gelukt. Onder andere op basis van de opinie van de European Data Protection Board en de European Data Protection Supervisor is er een zo goed mogelijk beeld van die impact verkregen. Dat wordt nu ook meegenomen als er onderhandeld wordt over die Omnibus Digitaal. Primair spannen wij ons nu in om de voorstellen zo aan te passen dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de bescherming van grondrechten. In sommige gevallen betekent dit het schrappen van wijzigingen en in andere gevallen betekent het de aanpassing daarvan. Voor die inzet vindt het kabinet steun in de opinie van de European Data Protection Board en de European Data Protection Supervisor.
De voorzitter:
De heer Van den Berg heeft een vraag hierover.
De heer Van den Berg (JA21):
Het zijn inderdaad mooie instanties die zich hiervoor inspannen. Het is ook goed dat het kabinet dit nastreeft. Ik zou wel het volgende willen vragen. Als we in die Europese onderhandelingen dit soort zaken de volgende keer wel willen winnen, hoe gaat de staatssecretaris zich er dan voor inspannen dat we beter uit die onderhandelingen komen en zodoende de persoonsgegevens van inwoners van de Unie beter kunnen beschermen dan nu lijkt te gebeuren?
Staatssecretaris Aerdts:
Er zijn diverse Omnibuspakketten. Met de commissie Digitale Zaken spreken we nu over de Omnibus AI, die is afgerond, en over de Omnibus Digitaal. Maar er zijn, uit mijn hoofd, zeven, acht of negen Omnibuspakketten. De vraag hoe we de inbreng zouden moeten vormgeven als er weer Omnibuspakketten zouden komen, is dan ook echt een discussie die u met mijn collega van Buitenlandse Zaken zou moeten voeren. Daar kan ik op dit moment geen uitspraken over doen.
De voorzitter:
Dank u wel. Even voor de administratie. De motie op stuk nr. 1205 van mevrouw Kathmann wordt niet aangehouden, dus die komt in stemming. Krijgt die dan het oordeel ontraden?
Staatssecretaris Aerdts:
Ontijdig.
De voorzitter:
Die krijgt "ontijdig", maar zij houdt 'm niet aan en daarmee wordt die ontraden.
De motie op stuk nr. 1207 krijgt het oordeel overbodig.
Ik dank de staatssecretaris hartelijk voor haar bijdrage.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Dan kijk ik even naar rechts, naar de ondersteuning. Wanneer gaan we hierover stemmen? We gaan dinsdag over deze twee moties ... O, nou, het is maar goed dat we het even checken! We gaan morgen stemmen over deze twee moties. Daarmee schors ik het debat.
De vergadering wordt van 19.48 uur tot 19.50 uur geschorst.
Rijksvastgoed en renovatie Binnenhof
Rijksvastgoed en renovatie Binnenhof
Aan de orde is het tweeminutendebat Rijksvastgoed en renovatie Binnenhof (CD d.d. 20/05).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en vraag de leden om plaats te nemen en de voor- of nagesprekken buiten deze zaal verder te voeren. Dank u wel. We spreken nu met elkaar over het rijksvastgoed en de renovatie van het Binnenhof. Dit is een tweeminutendebat naar aanleiding van een commissiedebat dat eerder is gevoerd. We hebben zes sprekers.
Ik zou de heer Mooiman … Nee, dat doe ik niet voordat ik de minister van VRO hartelijk welkom heb geheten in onze Kamer. Dan wil ik nu de heer Mooiman het woord geven voor zijn bijdrage in dit tweeminutendebat.
De heer Mooiman (PVV):
Dank u wel, voorzitter. De renovatie van het Binnenhof is ontzettend uit de hand gelopen. In 2016 werd de Kamer een renovatie voorgehouden van 475 miljoen euro, waarbij de oplevering eind 2025 zou zijn. Van dat beeld is weinig meer over: de kosten zijn intussen verzesvoudigd, naar bijna 3 miljard euro, en de oplevering is vertraagd tot de zomer van 2031. Tegelijkertijd is er ook geen enkele garantie dat de kosten en vertraging niet nog verder zullen oplopen. Uit opeenvolgende rapportages blijkt dat de Kamer met de rug tegen de muur staat, en dat de reeds ingezette renovatie moeilijk is bij te sturen. Gelet op het voorgaande, rijst dan ook de vraag hoe men ooit is gekomen tot die originele raming van 475 miljoen euro. De Rekenkamer trok vorig jaar in haar verantwoordingsonderzoek al de conclusie dat dat bedrag onrealistisch was.
Voorzitter. Alhoewel de PVV het Binnenhof een warm hart toedraagt, is duidelijk dat in ieder geval het financiële aspect van de renovatie volledig is mislukt. Vragen als hoe ooit bij het oorspronkelijke bedrag is gekomen, of de informatie ter besluitvorming en de risico-inschatting wel volledig waren, en waar het proces anders had moeten en kunnen lopen, zijn vooralsnog niet beantwoord. Wat onze fractie betreft is het belangrijk dat we die antwoorden wel krijgen en lering kunnen trekken uit de renovatie, zodat andere projecten in de toekomst niet opnieuw op dezelfde manier uit de hand lopen.
Daarom heb ik de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de renovatie van het Binnenhof oorspronkelijk werd geraamd op 475 miljoen euro, maar dat de kosten inmiddels zijn verzesvoudigd naar bijna 3 miljard euro;
constaterende dat de renovatie van het Binnenhof afgerond zou worden in 2026, maar de oplevering inmiddels is vertraagd naar 2031;
overwegende dat het overduidelijk is geworden dat de originele ramingen in geen verhouding stonden tot de daadwerkelijke kosten en tijdlijn;
overwegende dat het van groot belang is dat er onderzoek wordt gedaan naar en lessen worden getrokken uit de renovatie van het Binnenhof;
verzoekt het Presidium uit de Kamer een commissie samen te stellen die voorbereidingen treft voor een parlementaire enquête naar de renovatie van het Binnenhof en de besluitvorming daaromtrent,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 151 (34293).
Dank u wel. We gaan luisteren naar de bijdrage van mevrouw Zalinyan aan dit debat. Gaat uw gang.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Ik heb vier moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Rijksvastgoedbedrijf met ruim 83.000 hectare grond een sleutelpositie heeft;
overwegende dat maatschappelijke meerwaarde leidend zou moeten zijn bij de inzet van rijksgrond;
verzoekt de regering om maatschappelijke opgaven als woningbouw, energietransitie, defensie en natuur leidend te laten zijn bij de strategische inzet van rijksgrond, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.
Zij krijgt nr. 152 (34293).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de vaste budgetindexatie voor de renovatie van het Binnenhof structureel achterblijft bij de werkelijke kostenontwikkeling;
overwegende dat een realistische indexatie bijdraagt aan een realistische begroting;
verzoekt de regering voor de renovatie van het Binnenhof een realistische, projectspecifieke norm te hanteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.
Zij krijgt nr. 153 (34293).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Rijksvastgoedbedrijf het voormalige SoZa-gebouw in 2016 heeft verkocht onder de voorwaarde van herontwikkeling in plaats van sloop, vastgelegd via een derdenbeding;
overwegende dat met de voorgenomen sloop deze verkoopvoorwaarde dreigt te worden geschonden, terwijl het derdenbeding juist is opgenomen om de verplichting tot herontwikkeling ook bij doorverkoop van het gebouw te waarborgen;
verzoekt de regering om sloop van het SoZa-gebouw te voorkomen, en de Kamer hierover zo snel mogelijk te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.
Zij krijgt nr. 154 (34293).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat bij de gebiedsontwikkeling Valkenhorst in de gemeente Katwijk 5.600 woningen worden gerealiseerd en de gemeente minstens 50% betaalbaar wil bouwen;
constaterende dat de Kamer eerder, namelijk in de motie-Grinwis c.s. (35925, nr. 94), heeft uitgesproken dat het Rijksvastgoedbedrijf zich in moet zetten voor het realiseren van 50% betaalbare woningbouw binnen bouwprojecten op haar gronden;
overwegende dat er voor slechts 36% in betaalbare woningen wordt voorzien in de huidige plannen vanwege de huidige aanpak van het Rijksvastgoedbedrijf bij dit project;
verzoekt de regering om zich te committeren aan het behalen van minimaal 50% betaalbare nieuwbouw bij de gebiedsontwikkeling Valkenhorst, en met de gemeente Katwijk te bezien hoe dit gerealiseerd kan worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.
Zij krijgt nr. 155 (34293).
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker in dit debat is de heer Nobel namens de VVD. De heer Nobel ziet af van zijn bijdrage. Dan nodig ik de volgende spreker uit. Dat is de heer Flach namens de SGP.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel. We hebben twee weken geleden een goed debat gehad over onder andere de renovatie van het Binnenhof. De kosten daarvan zijn enorm opgelopen. Ik heb toen de vinger gelegd bij de nogal globale en algemene toelichting op de kostenoverschrijdingen. Neem de budgetoverschrijding van 420 miljoen onder het labeltje "marktspanning". Gelukkig gaf de minister in het debat aan dat ze onze bedenkingen deelt. Ik denk dat we de komende tijd samen moeten zoeken naar een route om de financiële informatievoorziening te verbeteren. Kan de minister toezeggen dat ze dit wil oppakken en dat ze er alles aan doet om de Kamer op dit punt beter te informeren?
Voorzitter. Ook de Grafelijke Zalen worden gerenoveerd. De SGP is blij dat deze zalen, waaronder de Ridderzaal, gelijktijdig met het Binnenhof zelf gerenoveerd worden. Dank voor de toezegging om in de komende voortgangsrapportage ook dit deel van de renovatie mee te nemen.
Er is 250 miljoen gereserveerd, met 2031 als prijspeil. De minister gaf aan dat dit bedrag zeer waarschijnlijk een maximumbedrag wordt. Twee jaar geleden werd het budget nog op maximaal 141 miljoen euro geschat. Daarom lijkt 250 miljoen euro ruim voldoende. Ik wil er echter voor waken dat we hetzelfde gaan zien als bij de renovatie, namelijk een verzesvoudiging van de kosten. Ook wil ik voorkomen dat dit bedrag wordt gezien als het beschikbare budget. Vandaar de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat ook de Grafelijke Zalen gerenoveerd worden, waarvoor een bedrag is gereserveerd van maximaal 225 miljoen euro, uitgaande van prijspeil 2031;
overwegende dat dit gezien kan worden als een budget dat volledig benut kan worden, waardoor het risico ontstaat op ondoelmatige besteding en het toevoegen van extra wensen, zeker bij dit soort omvangrijke renovatieprojecten;
verzoekt de regering ervoor te waken dat het gereserveerde budget van 225 miljoen euro niet overschreden wordt, ondoelmatige besteding te voorkomen en actief te sturen op zo laag mogelijke kosten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.
Zij krijgt nr. 156 (34293).
Dank u wel. Ik nodig graag de volgende spreker uit. Dat is de heer ... Sorry: mevrouw Wiersma namens de BBB.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Nou word ik alweer gemisgenderd hier! Vorige week ook, maar goed.
Ik denk dat er al veel gezegd is, en genoeg ook, over het exorbitant uit de hand lopen van de renovatie van het Binnenhof. Ik ben ook heel erg benieuwd naar de hopelijk toekomstige analyse van hoe dat zo heeft kunnen gebeuren. Omdat er lokaal echt impact is van dat dit maar voortduurt en voortduurt — hopelijk gaat het nu niet nóg langer duren — heb ik de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de binnenstad van Den Haag langdurig overlast en economische schade ondervindt als gevolg van de renovatie van het Binnenhof;
verzoekt de regering om verkennende gesprekken te starten met de gemeente Den Haag over een eventuele bijdrage van de Rijksoverheid aan gemeentelijke projecten die de economie en/of de leefbaarheid van de binnenstad van Den Haag kunnen versterken, zoals het ondergronds maken van de fietsenstalling aan het Buitenhof en het vergroeningsplan Haagse Lanen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wiersma.
Zij krijgt nr. 157 (34293).
Dank u wel. De heer Clemminck ziet ook af van zijn bijdrage. Dan komen we bij mevrouw Steen. Zij is de laatste spreker van de zijde van de Kamer en spreekt namens het CDA.
Mevrouw Steen (CDA):
Voorzitter. Willen we een vitaal land, dan moeten we heel snel aan de slag met een effectieve en gerichte ruimtelijke ordening. Daarvoor moeten keuzes gemaakt worden. Er is sprake van behoefte, schaarste en een heel aantal opgaves. Als we anderen vragen om die ruimtelijke puzzel te leggen, dan moeten we daar zelf het goede voorbeeld in geven. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft daarin een sleutelpositie. Ik vroeg in het debat om een strategie en de minister verwees naar een brief van haar ambtsvoorganger. Die brief beschrijft hoe het Rijkssturingskompas gemeenten ondersteunt in hun grondbeleid en de realisatie van de woningbouwopgave. Dat is een mooi instrument dat laat zien hoe het Rijk keuzes maakt in specifieke opgaven, maar ik ben op zoek naar een waarom. Waarom maakt het Rijksvastgoedbedrijf bepaalde keuzes? Hoe wordt een integrale afweging gemaakt tussen conflicterende maatschappelijke opgaven?
Voorzitter. Daarom heb ik de volgende vragen. Op basis van welke langetermijnstrategie besluit het Rijksvastgoedbedrijf gronden aan te houden, te verkopen of actief te ontwikkelen? Hoe worden daarbij publieke belangen als woningbouw, energietransitie, natuurherstel, waterveiligheid en defensie integraal tegen elkaar afgewogen?
Ik had een motie willen indienen, maar ik hoop eigenlijk dat we het met een toezegging af kunnen. Kan de minister toezeggen dat zij de Kamer een integrale grond- en ruimtelijke strategie voor het Rijksvastgoedbedrijf zal toesturen, waarin expliciet wordt gemaakt hoe schaarse rijksgrond wordt ingezet voor brede maatschappelijke doelen en welke publieke afwegingskaders daarbij gelden?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van de zijde van de Kamer. Ik begreep dat de minister vijf minuten nodig heeft om de beantwoording voor te bereiden. Ik schors dit debat dus tot 20.05 uur.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen deze vergadering. Ik vraag de leden om plaats te nemen. De minister staat al klaar. Ik wil haar het woord geven voor de beantwoording van een enkele vraag en voor de reactie op de moties. Aan u het woord.
Termijn antwoord
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. Dan begin ik met de motie op stuk nr. 151 van de heer Mooiman. Die motie is een vraag aan het Presidium. Die moet ik ook aan het Presidium overlaten.
De motie op stuk nr. 152 van mevrouw Zalinyan geef ik oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 153 van mevrouw Zalinyan moet ik ontraden. Ik begrijp deze motie uiteraard goed, maar ik ga er niet over. Dit is iets wat ik met de minister van Financiën moet bespreken. Ik kan wel toezeggen dat ik dat gesprek aanga en dat ik ga onderzoeken wat er wel kan. Meer dan dat kan ik u niet toezeggen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 153 wordt ontraden. Dat leidt tot een vraag van mevrouw Zalinyan.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Hoe is de minister van plan om er voor de rest, los van het gesprek, voor te zorgen dat er een realistische raming van de kosten komt en dat we bij de volgende rapportage niet opnieuw verrast worden?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
In het debat heb ik aangegeven dat ik uw zorgen deel over wat er is gebeurd met de kosten van de renovatie van het Binnenhof. Daar sta ik ook echt voor. We moeten daarop sturen. We moeten daar goed naar kijken. We hebben nu ook vooruitgekeken. We hebben gewerkt met kostenprijspeilingen van 2031. Er is dus al een heleboel geleerd ten opzichte van het verleden, maar over het echt wezenlijk anders doen heb ik me te verhouden tot de minister van Financiën. Ik kan dat gesprek met hem aangaan, maar ik kan u vooral toezeggen dat we er heel goed naar kijken, dat we het bewaken en monitoren en dat we u daar ook tijdig over rapporteren. Daarnaast heb ik tijdens het debat ook gezegd dat als ik zie dat als er met de ontwikkelingen binnen het Binnenhof iets gebeurt wat tot overschrijdingen zou gaan leiden, dus voordat het besluit wordt genomen, ik dat met uw Kamer bespreek.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 153 wordt ontraden.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ook de motie op stuk nr. 154 van mevrouw Zalinyan moet ik ontraden. Het pand is verkocht. Ik ga daar niet meer over. Ik kan er ook niet meer bij. Dit proces is in gang gezet en er is geen weg terug.
De voorzitter:
Ook hierover is er een vraag van mevrouw Zalinyan.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Ik kan me heel goed voorstellen dat het verkocht is, maar volgens mij staat heel duidelijk in de motie dat het om een derdenbeding gaat. In de essentie van een derdenbeding zit dat je juist geen partij hoeft te zijn bij de overeenkomst. Klopt dat?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Het derdenbeding kan niet gebruikt worden om privaatrechtelijke eigendom terug te krijgen naar het Rijk of om te slopen of te verbouwen. Daar moet ik het in de regelgeving mee doen.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van mevrouw Zalinyan.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Het gaat niet om het terugkrijgen van het pand. Het verzoek is om het derdenbeding in werking te laten treden. Het derdenbeding gaat over renovatie en sloop. Volgens mij wordt daar niet aan voldaan. Er wordt dus niet voldaan aan de overeenkomst. Waarom nemen we derdenbedingen op als we vervolgens zeggen dat we daar niet zoveel mee kunnen?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dan kom ik terug op mijn eerder gegeven antwoord: het is verkocht en het is nu van de projectontwikkelaar. Daarom is het geen eigendom meer van het Rijk.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 154 wordt ontraden. De motie op stuk nr. 155.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 155 is van mevrouw Zalinyan. Als ik in het verzoek "zich te committeren aan" mag wijzigen in "te verkennen en te streven naar", kan ik de motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Ik zie mevrouw Zalinyan knikken. Ik neem aan dat zij de motie aanpast. Dan wordt de gewijzigde motie rondgestuurd voordat we gaan stemmen. Ja, dan moet er een nieuwe tekst in de motie komen. Dat doen we hierna. Met die wijziging krijgt de motie dus oordeel Kamer.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 156 van de heer Flach. Die krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 156 krijgt oordeel Kamer.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 157 van mevrouw Wiersma moet ik ontraden. Dit is niet aan mij. Het is aan de gemeente Den Haag om hier verder invulling aan te geven. Ik compenseer het wel met groen, met bomen die op de Hofweg worden geplaatst. In lijn met het initiatief Haagse Lanen, waar ik denk dat u in uw motie op doelt, komt er met de nieuwe publieksentree echt een mooie, groene Hofplaats. Uiteraard blijf ik heirover in gesprek, maar ik moet deze motie ontraden.
Dan heb ik nog twee vragen gekregen. Eén vraag was van mevrouw Steen en die ging over de langetermijnvisie. Daarin verwijst u ook naar de brief van 13 juni 2024. Er zijn inmiddels ontwikkelingen geweest. U vroeg al of ik niet wilde verwijzen naar de brief van juni 2024. Dat doe ik niet, maar wat ik wel ga doen, is die brief actualiseren met wat we de afgelopen periode hebben gedaan, ook in het kader van de landelijke integrale grondbank. Die heeft namelijk ook impact op hoe we het doen. U krijgt van mij dus een brief met een antwoord op uw vraag.
De voorzitter:
Dat lijkt me een toezegging.
Mevrouw Steen (CDA):
Toch even ter verduidelijking: u zegt dat u de brief gaat actualiseren met wat er is gedaan, maar ik vraag juist om een langetermijnvisie over wat u gaat doen. Ik zoek naar kaders en een waarom. Als daar een visie onder ligt, is het wat mij betreft akkoord.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Mevrouw Steen, onder de brief van 13 juni ligt een visie. Uiteraard schrijf ik graag stukken over wat ik ga doen. Ik kan bevestigen dat we in deze brief opschrijven wat we gaan doen.
Tot slot heb ik nog de vraag van de heer Flach. Ik kan toezeggen dat ik in de zestiende voortgangsrapportage een uitgebreidere toelichting ga geven. Tijdens het debat heb ik ook gezegd dat we daar van tevoren misschien even over moeten spreken om te kijken hoe we daar verder invulling aan geven. Ik begrijp namelijk heel goed dat u meer inzicht wilt hebben. Op die manier zou ik u dat graag toezeggen.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over deze moties gaan we dinsdag stemmen. Ik schors de vergadering voor een enkel moment.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Besluit versterking regie volkshuisvesting
Besluit versterking regie volkshuisvesting
Aan de orde is het tweeminutendebat Besluit versterking regie volkshuisvesting (28325, nr. 304).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen deze vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Besluit versterking regie volkshuisvesting. Er staan acht sprekers op de lijst. De eerste spreker in dit tweeminutendebat is mevrouw Steen. Ik zou haar willen verzoeken haar bijdrage te leveren, maar eerst is er nog een verzoek.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dat klopt, voorzitter. Dank u wel. Wij hebben als fractie niet meegedaan aan het schriftelijk overleg, maar wij zouden graag meedoen aan dit tweeminutendebat, als dat oké is.
De voorzitter:
Ik kijk even de Kamer rond om te zien of daar bezwaar tegen is. Dat is niet het geval, dus u bent van harte welkom. Het woord is aan u, mevrouw Steen.
Mevrouw Steen (CDA):
Voorzitter. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat woningbouwregio's de huisvestingsbehoefte van ex-gedetineerden in beeld moeten brengen, terwijl er geen expliciete regeling is opgenomen voor de geografische toerekening, waardoor het risico ontstaat dat de opgave impliciet terechtkomt bij regio's waar penitentiaire inrichtingen zijn gevestigd;
overwegende dat de Wet versterking regie volkshuisvesting uitgaat van regionale samenwerking en een gezamenlijke woningbouwopgave, met een interventieladder voor de provincie en het Rijk indien die samenwerking onvoldoende tot stand komt;
verzoekt de regering de regeling en de toelichting zo aan te passen dat deze in overeenstemming is met de bestuurlijke afspraken over de huisvesting van ex-gedetineerden, inhoudende dat de huisvestingsbehoefte van ex-gedetineerden in beginsel wordt betrokken bij de regio van herkomst, tenzij daar gemotiveerd van wordt afgeweken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Steen en Straatman.
Zij krijgt nr. 309 (28325).
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de bijdrage van de heer Grinwis. Hij spreekt namens de ChristenUnie. Gaat uw gang.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Huizen bouwen, betaalbare huizen bouwen, valt nog niet mee in Nederland. De Wet regie en het Besluit versterking regie volkshuisvesting moeten dat eenvoudiger maken, maar qua governance maakt het kabinet het juist ingewikkelder. We hebben het huis van Thorbecke, met het Rijk, provincies en gemeenten, maar er wordt door het Rijk niet gestuurd op de betaalbaarheidsmix op provinciaal of gemeentelijk niveau. Nee, dat gebeurt op niveau van de woningbouwregio's.
Mijn vraag aan de minister: hoe staat het met de vorming van die woningbouwregio's? Zijn dat de woondealregio's waar de minister nu al mee aan tafel zit? Of wordt het toch allemaal weer anders? Is dat allemaal helder voor 1 juli, als het besluit in werking treedt? Wat als de woningbouwregio er nog niet is of nog niet functioneert en het daardoor niet binnen zes maanden helder is of er genoeg huizen gebouwd gaan worden, en voor twee derde betaalbaar op woningbouwregioniveau? Wentelt bij zo'n niet-functionerende regio de betaalbaarheidsverplichting dan automatisch door naar het gemeentelijk niveau? Hoe zit dit? Hoe gaat dat in de praktijk? Wil de minister toezeggen dat we ruim voordat die periode van zes maanden is verstreken, dus ruim voor 1 januari aanstaande, een tussenstand ontvangen over de stand van zaken inzake de vorming en het functioneren van die woningbouwregio's en dus ook over de voortgang in de afspraken om te komen tot die twee derde betaalbare nieuwbouw per woningbouwregio?
Voorzitter. Hier laat ik het maar bij, want dit zijn genoeg ingewikkelde vragen. Ik zal geen ingewikkelde vragen stellen over de democratische legitimiteit van dit soort ondingen, die dwars door het huis van Thorbecke denderen.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker op de lijst is de heer Mooiman. Hij spreekt namens de PVV. Gaat uw gang.
De heer Mooiman (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst een motie ten aanzien van de woningbouwbehoefte en de woningbouwambities van gemeenten waar het gaat om volumes ten opzichte van de regionale doelen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat gemeenten niet alleen rekening moeten houden met hun eigen woningbouwbehoefte, maar dat regionale doelen ook effect kunnen hebben op de lokale programmering;
overwegende dat het voor de leefbaarheid in gemeenten van belang is dat de realisatie van voldoende woningen niet wordt belemmerd door beperkte regionale doelen;
verzoekt de regering te waarborgen dat lokale woningbouwambities van gemeenten niet worden beperkt door regionale doelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 310 (28325).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat gemeenten een monitoringsplicht hebben ten aanzien van het aantal verstrekte urgentieaanvragen en -toekenningen, alsmede het aantal huisvestingsvergunningen;
overwegende dat het van belang is dat gemeenten de gegevens zodanig verstrekken dat deze op eenvoudige wijze kunnen leiden tot overzichten op regionaal, provinciaal en landelijk niveau;
verzoekt de regering een vastgestelde werkwijze beschikbaar te stellen die alle gemeenten kunnen gebruiken voor het verstrekken van informatie inzake het aantal verstrekte urgentieaanvragen en -toekenningen, alsmede het aantal huisvestingsvergunningen dat is verstrekt aan de urgent woningzoekenden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 311 (28325).
De heer Mooiman (PVV):
En tot slot, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat minder dan 10% van alle Nederlandse gemeenten een leegstandsverordening heeft vastgesteld;
overwegende dat gemeenten leegstand op verschillende manieren kunnen bestrijden en de beschikking krijgen over de leegstandsbelasting, maar dat het hebben van een leegstandsverordening wenselijk blijft;
verzoekt de regering gemeenten op te roepen om gebruik te maken van de leegstandsverordening en ook informatie te bieden over de mogelijkheid van de leegstandsbelasting, teneinde langdurige leegstand effectiever terug te kunnen dringen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 312 (28325).
Dank u wel voor uw bijdrage. De volgende spreker is de heer Flach. Hij spreekt namens de SGP. Gaat uw gang.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb één vraag en twee moties.
De vraag gaat over een onlangs aangenomen motie die verzocht om de leeftijdsgrens voor starters te verhogen van 30 jaar naar 35 jaar. Ik ga ervan uit dat die motie wordt uitgevoerd en dat het besluit wordt aangepast.
Het Besluit versterking regie volkshuisvesting biedt gemeenten de mogelijkheid om af te wijken van de opgelegde betaalbaarheidseisen. Dat kan alleen als die eisen "aantoonbaar niet passend" zijn. In de schriftelijke beantwoording op onze vragen wordt daar meer invulling aan gegeven. Op basis daarvan maak ik mij zorgen over de praktische toepasbaarheid van de uitzonderingsmogelijkheden. Vandaar de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat gemeenten op basis van artikel 7.8c van het Besluit versterking regie volkshuisvesting af kunnen wijken van de voorgeschreven betaalbaarheidseisen als deze eisen "aantoonbaar niet passend" zijn;
overwegende dat deze uitzonderingsmogelijkheid in de praktijk ook mogelijk en toepasbaar moet zijn;
verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat de voorwaarden om een beroep te doen op de uitzondering niet onnodig streng zijn, de toepassing van dit artikel te monitoren en de Kamer daarover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.
Zij krijgt nr. 313 (28325).
De heer Flach (SGP):
Voorzitter. We leggen gemeenten en de regio stevige eisen op. Verder gaan dan deze eisen werkt volgens de SGP vooral de woningbouw tegen. Ik ben dan ook heel blij dat deze minister de provincie Zuid-Holland op de vingers heeft getikt middels een strenge brief. Die provincie legt onnodige drempels op voor meer woningbouw. Ik koppel daaraan de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Wet versterking regie volkshuisvesting betaalbaarheidseisen voor woningbouw oplegt;
overwegende dat provincies en gemeenten deze eisen niet strenger moeten stellen, indien dit leidt tot hogere drempels voor extra woningbouw, en dat de mogelijkheden voor "een wijkje erbij" gebruikt moeten worden in plaats van ontmoedigd;
verzoekt de regering provincies en gemeenten hierop aan te spreken, zoals recent ook gedaan is in de richting van de provincie Zuid-Holland, en zo nodig aanvullende stappen te zetten indien deze drempels blijven bestaan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.
Zij krijgt nr. 314 (28325).
Dank u wel. Dat leidt tot een vraag van de heer De Hoop.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik ben wel nieuwsgierig naar het volgende. Het is een best verstrekkend middel dat de minister dan gebruikt. Ik vond ook wel wat van de brief aan Zuid-Holland. Dat zult u misschien zo in mijn eigen bijdrage nog horen. Aan welke provincies denkt de heer Flach? Of ziet hij nu al situaties ontstaan waarbij dat nodig is? Hij doet namelijk best wel een verstrekkende oproep aan de minister. Ik ben dus ook wel benieuwd voor welke provincies dat geldt en wat de reden is dat hij nu deze motie al indient, specifieker voor bepaalde plekken.
De heer Flach (SGP):
Volgens mij is het niet zo heel verstrekkend. Ik vraag de minister om vooral zo door te gaan. De actie die de minister heeft ondernomen richting Zuid-Holland vinden wij als SGP heel passend. We zien dat Zuid-Holland al een aantal jaar bezig is om een soort provinciale koppen op landelijk beleid te zetten. Dat leidt tot onduidelijkheid en frustraties bij ontwikkelaars en gemeenten, en tot bouwprojecten die niet van de grond komen en gewoon achterlopen op de doelstelling die Zuid-Holland heeft afgesproken in de deals. Dat vinden we onwenselijk. Ik zie nog geen andere voorbeelden, maar met deze motie willen we de minister wel aanmoedigen dat ze, als die zich voordoen, niet wacht tot wij een motie indienen, maar direct handelt, zoals ze ook richting Zuid-Holland heeft gedaan.
De voorzitter:
Akkoord, dank. We gaan luisteren naar de heer Van Leijen namens D66. Gaat uw gang.
De heer Van Leijen (D66):
Voorzitter, dank. Wat zal ik blij zijn als de Wet regie straks is aangenomen. Ik ben ook heel erg blij dat die al ingepland staat in de Eerste Kamer. Ik hoop dat het besluit regie zo snel mogelijk volgt. Ik heb nog twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat we sturen op de realisatie van 100.000 zelfstandige woningen per jaar;
constaterende dat er tekort is aan zelfstandige woningen en aan onzelfstandige woningen voor onder meer studenten;
verzoekt de regering om, naast de doelstelling van jaarlijks 100.000 zelfstandige woningen, afspraken te maken in de studentensteden over aantallen te realiseren onzelfstandige woningen voor studenten, en deze afspraken op te nemen in de nieuwe woondeals, zodat daarop ook kan worden gestuurd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Leijen, De Hoop en Steen.
Zij krijgt nr. 315 (28325).
De heer Van Leijen (D66):
De tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet inzet op fabrieksmatige woningbouw om zo snel mogelijk te bouwen;
overwegende dat fabrieksmatig gebouwde flexwoningen meerdere jaren bewoond moeten kunnen worden om de bouw van deze woningen rendabel te maken;
overwegende dat de vergunningen van deze woningen locatiegebonden zijn, maar de meerwaarde van deze woningen voor woningbouw in het verplaatsbare karakter van deze woningen zit;
verzoekt de regering uit te werken hoe en of vergunningen voor flexwoningen locatie- en tijdsongebonden kunnen worden verleend,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Leijen.
Zij krijgt nr. 316 (28325).
De heer Van Leijen (D66):
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de bijdrage van mevrouw Wiersma. Zij spreekt namens de BBB.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank. Ik heb één motie. Ik dien 'm maar gelijk in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Besluit versterking regie volkshuisvesting de plaatsing van vergunningsvrije mantelzorg- en familiewoningen beperkt tot het achtererfgebied;
constaterende dat de regering erkent dat zich in de praktijk situaties voordoen, bijvoorbeeld bij grote erven maar ook in het landelijk gebied, waarin plaatsing op een zijerf of voorerf ruimtelijk passend en wenselijk kan zijn;
constaterende dat gemeenten de mogelijkheid hebben een ruimere lokale regeling toe te passen, inclusief vergunningvrije plaatsing op een zijerf of voorerf, waar lokaal passend;
overwegende dat gemeenten, met ondersteuning van de Rijksoverheid, beter gebruik kunnen maken van de mogelijkheid voor ruimere toepassing van de vergunningvrije regeling;
verzoekt de minister gemeenten te ondersteunen bij het benutten van de mogelijkheid tot ruimere toepassing van de vergunningvrije regeling voor mantelzorg- en familiewoningen, waar lokaal passend,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wiersma.
Zij krijgt nr. 317 (28325).
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank. Dat was 'm.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Clemminck ziet af van zijn bijdrage. Dan zijn we bij de heer De Hoop. Hij spreekt namens GroenLinks-PvdA. Gaat uw gang.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel. Voor Progressief Nederland is het ontzettend belangrijk dat we meer huizen bouwen, maar vooral ook dat het meer betaalbare huizen zijn. Die eis van 30% sociale huur is wat ons betreft echt het minimum, maar het is wel een heel belangrijke start die hopelijk naar aanleiding van de Wet versterking regie volkshuisvesting op heel veel plekken tot meer betaalbare huizen leidt. Ik heb nog wel twee vragen en een motie.
In het debat Woningbouwopgave van vorige week hoorde ik de minister zeggen: "Ik stuur dus op een nettotoename van het aantal woningen. Voor sociale huurwoningen is mijn doel 30%. Daar zitten dus al de sloop, het uitponden en de demografie in doorgerekend." Dat zei de minister in dat debat. Ik ben benieuwd hoe dit staat in het besluit waar we het vandaag over hebben. Kan zij voor de Handelingen verduidelijken wat ze hier bedoelde? Klopt het inderdaad dat er netto 30% sociale huur wordt toegevoegd, ook als je rekening houdt met sloop?
Dan nog een tweede punt. De minister heeft gisteren, 2 juni, een brief gestuurd aan de provincie Zuid-Holland over buitenstedelijk bouwen. Ik heb die brief gelezen. Die verbaast mij enigszins omdat gisteren over een motie van de heer Mooiman gestemd is. Die motie over buitenstedelijk bouwen in Zuid-Holland heeft geen meerderheid gehaald. Ik weet het: het zat 'm inderdaad op één stem. Toch stuurt de minister een brief die de inhoud van de motie verder een plek geeft. Dat vond ik verbazingwekkend, dus ik zou daar toch graag wat meer over horen.
Dan de motie.
De voorzitter:
Voordat u daaraan begint, geef ik het woord aan de heer Grinwis voor een vraag.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Allereerst over de eerste vraag. Ik ben ook heel benieuwd. De minister zei het in antwoord op een vraag van mij. Ik denk dat het een verspreking moet zijn geweest, maar dat gaan we horen. Het zou mooi zijn als het is zoals we het hoorden. Toch even over die brief aan Zuid-Holland. De heer De Hoop weet ook wel dat die — dat denk ik tenminste — niet zozeer te maken heeft met een wel of niet aangenomen motie van collega Mooiman, die wat mij betreft een goede motie was. Dit loopt echter al heel lang. De ambtsvoorganger van deze minister is al bovenop Zuid-Holland gaan zitten om de geachte gedeputeerden en de Gedeputeerde Staten tot andere gedachten te brengen. In het kader van de Nota Ruimte hebben collega Flach en ik bijvoorbeeld de aangenomen motie ingediend om de bouw van veel meer huizen in plattelandsgebieden in de provincie Zuid-Holland toe te staan. Dit is toch al een heel lang lopende zaak, waarover de Kamer in grote meerderheid aan de minister en haar ambtsvoorgangers heeft verzocht: alsjeblieft, doe er wat aan want dit gaat niet goed?
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik ken de aanleiding. Ik denk er iets genuanceerder over dan wat doorklinkt in de toonhoogte die er daarover in de Kamer is geweest. Mijn fractie vindt ook dat je moet kijken naar buitenstedelijk bouwen. Tegelijkertijd heeft de gedeputeerde en hebben de Provinciale Staten in Zuid-Holland ook zelf een mandaat en de ruimte om daar keuzes in te maken. Ik vind het best verstrekkend om daar zo'n stevige brief over te sturen. Ik vond in die zin de timing toch wel een beetje apart: de minister stuurt zo'n brief op dezelfde dag dat die motie in de Kamer wordt afgewezen. Dit ging vooral over dat buitenstedelijk bouwen. Over het sociale aanbod: mijn fractie vindt dat er best meer dan 30% sociale huur toegevoegd mag worden in provincies. Ik vind het problematisch dat we dan dit soort instrumenten gaan inzetten. Dat was ook waarom ik aansloeg op de motie van de heer Flach. Ik vind namelijk ook dat provincies en gemeenten de ruimte moeten hebben om meer dan die 30% toe te voegen. Daarom vraag ik hier op door: omdat ik benieuwd ben of de minister dit vaker van plan is om te doen.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Volgens mij is de provincie Zuid-Holland, waar ik overigens met veel liefde woon, de meest hardnekkige zondaar in Nederland als het gaat om woningbouw en om de mate waarin ze de ruimte beknotten van de prachtige plattelandsgebieden die de provincie rijk is. Dat is tot grote frustratie van heel veel gemeenten. Nogmaals, dat heeft volgens mij niks te maken met de motie waar we gisteren over hebben gestemd. Die is namelijk door de minister ontraden. Met andere woorden, we hebben die motie, hoe goed die ook was, niet nodig om tot deze brief aan Zuid-Holland te komen. De minister kan goed voor zichzelf spreken, maar ik zou het volgende zeggen. Prima dat ze deze provincie heeft aangesproken. Ik hoop niet dat het bij andere provincies nodig is, maar als het nodig is: pak de regie!
De voorzitter:
Ik hoorde geen vraag.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik vind ook dat het mag. Ik vraag de minister alleen naar de timing, naar de reden waarom op dit moment toch voor die brief gekozen is, en wat dit verder ook betekent voor de manier waarop zij met provincies omgaat. We nemen vandaag besluiten over de Wet versterking regie volkshuisvesting, dus het is, denk ik, wel goed dat de minister hier uitgebreid een toelichting op geeft.
De voorzitter:
De heer Flach met ook een vraag op dit punt?
De heer Flach (SGP):
Ik snap dat de heer De Hoop dit naar voren brengt. Het is zijn partijgenoot die als gedeputeerde in haar eentje — bijna alle wethouders wonen in Zuid-Holland — de wethouders tegen zich in het harnas heeft gejaagd. Weet de heer De Hoop waar het toe leidt dat Zuid-Holland allemaal extra provinciale regels oplegt? Bouwprojecten liggen stil, gemeenten kunnen absoluut niet aan hun taken voldoen en er is onduidelijkheid onder ontwikkelaars. We willen toch met elkaar die aantallen woningen halen? Zuid-Holland moet daar ongeveer een kwart van realiseren. Is de heer De Hoop zich daarvan bewust?
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik ben me volledig bewust van de casus. Ik spreek wekelijks of maandelijks niet alleen met mijn eigen gedeputeerde, maar ook met al die wethouders. Een groot deel daarvan is ook van onze partij. Daar gaat het helemaal niet om. Het gaat mij nu vooral om de verhouding tussen de minister, de gedeputeerde en de Provinciale Staten, en hoe wij verdergaan met de wet die we hierbij aannemen. Ik denk dat het interessant en nuttig is om te bekijken wat de reden is dat de minister deze keer die brieven heeft gestuurd. Is dit de eerste keer dat dit gebeurt en zal het vaker gaan gebeuren? Ik vind dat er meer regie moet zijn. Voor de betaalbaarheid zou ik het heel ingewikkeld vinden dat wethouders en gedeputeerden op de vingers worden getikt als er meer dan 30% wordt toegevoegd. Ik denk dat het goed is dat de minister daar een toelichting op geeft.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Flach.
De heer Flach (SGP):
Het gaat over de Wet regie. Ook minister De Jonge heeft al aan tafel gezeten met dit college en in deze lijn een strenge brief gestuurd. Minister Keijzer heeft gezegd: we gaan niet verder dan die 30%. Ook deze minister benadrukt dat. Regie houdt toch in dat er duidelijkheid komt en dat er geleverd wordt? Ik vind het best wel problematisch dat de heer De Hoop dit ter discussie stelt. Als er provincies zouden zijn die onder 30% zouden gaan zitten, zou hij daar terecht grote moeite mee hebben. Laten we dan ook zorgen dat er geen wildgroei ontstaat in het elkaar overtoepen met nog hogere percentages. Ik zeg — ook richting de heer De Hoop: steun ook de minister hierin. Dat maakt het signaal alleen maar krachtiger.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij was het dezelfde heer Flach die in zijn bijdrage duidelijk aangaf dat er ook redenen kunnen zijn om af te wijken van die 30%. Ik vind dat die redenen er mogen zijn. Het is heel goed als gemeentes zelf beoordelen wanneer meer dan 30% wordt toegevoegd. Mijn eerste interpretatie was dat als een heel deel wordt bijgebouwd en er tegelijkertijd wordt gesloopt, dit niet mee wordt gerekend. Zo houden we netto misschien wel minder sociale huurwoningen over. Mijn partij heeft daar een hele grote zorg bij. Ik wil heel graag dat er voldoende betaalbaar gebouwd wordt. Dat is de reden dat ik hierop zo aansla.
De voorzitter:
Uw motie.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Dan heb ik een motie, die eigenlijk een vervolgmotie is op die van de heer Van Leijen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Wet versterking regie volkshuisvesting geen harde stimulans voor de nieuwbouw van onzelfstandige eenheden bevat;
overwegende dat gedeelde woonvormen bijdragen aan het woningaanbod en aan mentale gezondheid, en door het coalitieakkoord zouden worden gestimuleerd;
verzoekt het kabinet duidelijk te maken hoe de Wet versterking regie volkshuisvesting de nieuwbouw van onzelfstandige eenheden kan stimuleren, en te onderzoeken hoe de nieuwbouw van onzelfstandige wooneenheden structureel kan worden gestimuleerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden De Hoop en Van Leijen.
Zij krijgt nr. 318 (28325).
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
De motie is met collega Van Leijen ingediend. Hopelijk kunnen we hiermee ook iets doen aan het gebrek aan studentenwoningen.
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. De laatste spreker in dit debat is mevrouw Ten Hove. Zij spreekt namens de Groep Markuszower.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de minister in haar brief van 20 april over optimalisatie van de huurregulering schrijft dat strengere bovenwettelijke eisen aan betaalbaarheid, oppervlakte en instandhoudingstermijn van middenhuurwoningen het lastiger maken om woningen rendabel te bouwen;
overwegende dat landelijke, eenduidige kaders bijdragen aan voorspelbaarheid voor bouwers en investeerders, en daarmee aan versnelling van de woningbouw;
verzoekt de regering, voor zover betaalbaarheidseisen in het Besluit versterking regie volkshuisvesting worden gehandhaafd, deze eisen limitatief vorm te geven als landelijke norm, en daarbij vast te leggen dat provincies en gemeenten geen bovenwettelijke eisen mogen stellen aan de betaalbaarheid, oppervlakte of instandhoudingstermijn van woningen dan die uit het landelijke wettelijke kader volgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ten Hove en Claassen.
Zij krijgt nr. 319 (28325).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat marktpartijen circa 70% van de huidige nieuwbouwproductie voor hun rekening nemen;
constaterende dat woningcorporaties bij de nieuwbouw van sociale huurwoningen te maken hebben met een gemiddeld verlies van 69% van de investering per woning;
overwegende dat ook de bouw van vrijesectorwoningen kan bijdragen aan lagere woningprijzen, doordat deze doorstroming op de woningmarkt op gang brengt en daarmee ook woningen in de bestaande voorraad vrijmaakt;
overwegende dat een lager aandeel marktconforme woningen de ruimte verkleint om onrendabele delen van woningbouwprojecten te dragen, waardoor verplichte aandelen sociale huur en betaalbare woningen projecten financieel onhaalbaar kunnen maken;
verzoekt de regering in de woningbouwprogrammering primair te sturen op vergroting van het totale woningaanbod en daartoe de instructieregels die sturen op ten minste twee derde betaalbare woningen en 30% sociale huur te schrappen uit het Ontwerpbesluit versterking regie volkshuisvesting,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ten Hove en Claassen.
Zij krijgt nr. 320 (28325).
Dat leidt tot een vraag van de heer De Hoop.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Dit is een behoorlijk verstrekkende motie. Wat u eigenlijk zegt, is: schrap die hele betaalbaarheidseis; we willen alleen zorgen dat woningen worden toegevoegd. Dus ik vind het nogal wat om zo'n motie aan het einde van deze hele wetsbehandeling in te dienen. Waarom doet u dat?
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Omdat mijn fractie echt voor doorstroming is. Wij willen de beweging op gang helpen. Het bouwen van woningen en het sturen op nieuwbouw is onrendabel. Wij dachten: als we — ik ben hier als nieuwkomer binnen komen lopen — het de hele tijd over die 30% hebben, moeten we het volgens mij niet over getallen hebben, maar juist die doorstroming op gang helpen. Bouwen dus.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer De Hoop.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Het is aan u, maar met zo'n motie torpedeert u wel de hele intentie van deze wet. Ik vind dat nogal wat. Ik ga er ook van uit dat deze motie dik ontraden wordt, maar het wekt bij mij enige verbazing dat deze motie op deze manier wordt ingediend.
De voorzitter:
We gaan zo luisteren naar de appreciatie. Ik dank mevrouw Ten Hove.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de bijdrage van de Kamer. Ik schors de vergadering voor vijf minuten. Om 20.41 uur luisteren we naar de reactie van de zijde van het kabinet.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik vraag de leden weer plaats te nemen. De minister staat klaar voor de beantwoording en reactie op de moties. Ik geef haar graag het woord.
Termijn antwoord
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. Ik begin met de motie op stuk nr. 309. Die krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 309 van mevrouw Steen en mevrouw Straatman krijgt oordeel Kamer.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 310 van de heer Mooiman moet ik ontraden. Provincies moeten niet alleen zorgen voor ruimte voor woningbouw, maar ook voor bedrijven, energievoorzieningen et cetera. Dat houdt soms ook in dat op bepaalde locaties geen woningbouw mogelijk is. Dus geen beperkingen kan niet. Maar als het te restrictief is, zal ik zeker ingrijpen waar nodig.
De voorzitter:
Dat leidt tot een korte vraag van de heer Mooiman.
De heer Mooiman (PVV):
Ik denk dat hier twee dingen door elkaar lopen. Het gaat ons er meer om dat, op het moment dat een gemeente wil bijdragen aan de woningbouwambities die zij zelf heeft, bijvoorbeeld door 8.000 woningen te bouwen terwijl het regionale doel zegt dat er maar 6.000 woningen nodig zijn, zij daarin niet wordt belemmerd of beperkt. Het gaat dus niet zozeer om provinciaal of gemeentelijk ingrijpen. Dat staat hier los van. Het gaat er echt om dat we gemeenten de ruimte geven om meer toe te voegen als zij dat wensen.
De voorzitter:
U heeft de motie ingediend en die wordt geapprecieerd. Leidt dit tot een andere appreciatie?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Daar zou ik echt heel even over na moeten denken, omdat ik een voorstander ben van meer toevoegen als dat leidt tot 100.000 woningen. Echter, we hebben ook een Nota Ruimte waarbinnen meerdere opgaven een plaats moeten kunnen krijgen. Dus als dit ertoe zou leiden dat iets anders niet kan, dan moet ik de motie nog steeds ontraden. Als u zegt dat we met elkaar op zoek moeten gaan naar het maximaal haalbare om die 100.000 woningen te halen, met in het oog dat twee derde daarvan betaalbaar moet zijn, dan kan ik opnieuw naar de motie kijken. Maar zoals die er nu ligt, moet ik haar ontraden.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de heer Mooiman. Het is helemaal niet mijn taak, maar misschien is het een idee om de motie nog iets aan te passen voor de stemming. Misschien is het een idee om de motie nog even uit te wisselen, zodat we met een gewijzigde motie voor de stemming alsnog tot iets kunnen komen. Ik doe mijn best.
De heer Mooiman (PVV):
We schakelen nog even.
De voorzitter:
We gaan door. We hebben haast.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 311 van de heer Mooiman krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 312 van de heer Mooiman krijgt eveneens oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 313 van de heer Flach krijgt oordeel Kamer. Ik zou daaraan toe willen voegen dat ik de Kamer via brieven kan informeren over de voortgang van de woningbouw, maar ik wil eigenlijk niet inzetten op een aparte monitor, omdat ik bang ben dat ik dan tijd kwijt ben aan het bouwen van een apart monitoringsinstrument.
De voorzitter:
Ik zie geknik. Dat heeft de goedkeuring van de heer Flach. De motie krijgt met die toelichting oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 314.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 314 van de heer Flach krijgt ook oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 314 krijgt oordeel Kamer.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dan de motie op stuk nr. 315 van de heer De Hoop krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 315 krijgt oordeel Kamer.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 316 van de heer Van Leijen krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 316 krijgt oordeel Kamer.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 317 van mevrouw Wiersma krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 317 krijgt oordeel Kamer.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 318 van de heer De Hoop en de heer Van Leijen krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 318 krijgt oordeel Kamer.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 319 van mevrouw Ten Hove moet ik ontraden. Het is onwenselijk om hier nu de wet op die manier aan te passen. Om een voorbeeld te geven van wat de impact daarvan zou kunnen zijn: dit zou het extra bijbouwen van betaalbare woningen in een gebied als Groningen, waar veel woningen beschadigd zouden zijn, direct raken. Het zorgen voor woningen met voldoende oppervlakte in een gemeente met veel jonge gezinnen zou door de motie geraakt worden. Ik ontmoedig dus gemeenten die hogere eisen stellen dan twee derde betaalbaar en ik zal ingrijpen wanneer dat nodig is.
Dan motie 320 van mevrouw Van Hove. Ook die motie moet ik ontraden. We moeten niet alleen voldoende bouwen, maar we moeten ook betaalbaar bouwen. Deze motie zorgt ervoor dat we niet meer genoeg gaan bouwen voor de lagere inkomens en de middeninkomens. En daar hebben we er best veel van in Nederland.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 319 en de motie op stuk nr. 320 worden ontraden.
Dan heeft u nog een enkele vraag, denk ik.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, dan heb ik nog drie vragen. De eerste vraag is van de heer Grinwis. In het bestuurlijk overleg houd ik de voortgang uiteraard goed in de gaten. Ik zie dat de provincies ook volop aan de slag zijn. In feite gaat het om de huidige woondeal regio's. We gaan dus door, alleen hebben we die in de overeenstemming een net iets andere naam gegeven. Wat betreft de voortgang houd ik de vinger aan de pols. Zoals toegezegd informeer ik u periodiek over deze afspraken. Als die niet leiden tot de gewenste uitkomst, dan ligt er een motie van de hand van de heren Grinwis en De Hoop waarmee ik aan de slag ga, om ervoor te zorgen dat er met een vaste verdeling wordt gewerkt.
De heer De Hoop vroeg hoe het zit met de nettotoename. Ik heb de opdracht om te zorgen voor voldoende betaalbare woningen. Dat doe ik in dit besluit door te sturen op de te bouwen twee derde betaalbare woningen, waarvan 30% sociaal. In de Nationale Prestatieafspraken constateren gemeenten en corporaties met het Rijk dat realisatie van 30% sociale huurwoningen zorgt voor een netto toename van sociale huurwoningen. Daarbij is rekening gehouden met sloop en uitponden. Dit is hoe wij het in elkaar hebben gezet en hoe het zit. Als ik daar onduidelijk over ben geweest, hoop ik dat hiermee te hebben verhelderd.
Dan de vraag van de heer De Hoop over mijn brief aan Zuid-Holland. Waarom heb ik die gestuurd? Ik heb in eerdere debatten laten zien en laten horen dat ik niet iemand ben die snel over één nacht ijs gaat. Maar als we er op een gegeven moment over hebben gesproken en nog een keer over hebben gesproken, terwijl mijn ambtsvoorgangers er ook al over hebben gesproken, komt er wel een moment waarop je tegen elkaar zegt: wij verschillen van inzicht. Dan moet je dat ook op een stuk papier kunnen en durven zetten, om die verschillen heel inzichtelijk te maken en ervoor te zorgen dat de Provinciale Staten daar dan het gesprek over voeren. Met de inzet van mijn brief probeer ik de verschillen duidelijk te maken en mijn zorgen te uiten. Die zorgen gaan met name over het wijkje erbij, dat gewoon gebouwd zou moeten kunnen worden in de omvang zoals we die met elkaar hebben afgesproken, binnen de criteria die daarvoor gelden. Daarom vond ik het nodig om die brief te sturen.
Op uw vraag waarom ik vorige week de motie heb ontraden, om vervolgens toch een brief te sturen, kan ik het volgende zeggen. Bij het ontraden van die motie heb ik gezegd dat ik me er terdege van bewust ben wat er speelt, dat ik mij ook terdege bewust ben van de tijdlijnen die er zijn, en dat ik hier vervolg aan zal geven op de manier die passend is bij hoe ik dat graag wil doen.
De voorzitter:
Een korte vraag van de heer De Hoop.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Over de 30% sociale huur. Omdat het over een besluit en over een wet gaat, wil ik het goed begrijpen. Klopt het wat de minister zegt: als we zelfs de sloop meenemen, zorgt deze wet voor netto 30% sociale huur?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, die 30% sociale huurwoningen is de nettotoename. Daarbij is rekening gehouden met sloop en uitponden.
De voorzitter:
Akkoord. Dan dank ik de minister voor haar beantwoording.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de moties wordt aanstaande dinsdag gestemd. Ik schors voor een enkel moment. Daarna gaan we door met het tweeminutendebat Leefbaarheid en veiligheid.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Leefbaarheid en veiligheid
Leefbaarheid en veiligheid
Aan de orde is het tweeminutendebat Leefbaarheid en veiligheid (CD d.d. 08/04).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. We gaan direct door met het tweeminutendebat Leefbaarheid en veiligheid. Het commissiedebat was op 8 april. We hebben zeven sprekers op de rol. De eerste spreker in dit debat is de heer Nobel. Ik nodig hem uit voor zijn bijdrage. Hij spreekt namens de VVD.
De heer Nobel (VVD):
Voorzitter, dank u wel. Naar aanleiding van het debat heb ik namens de VVD één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in veel NPLV-gebieden relatief veel sociale huurwoningen zijn;
constaterende dat een meer gemengde woningvoorraad kan bijdragen aan sterkere wijken en een verbetering van leefbaarheid en veiligheid;
overwegende dat het vergroten van het aandeel middenhuur in NPLV-gebieden kan bijdragen aan meer doorstroming op de woningmarkt en een betere sociaal-economische balans in kwetsbare wijken;
verzoekt de regering om in overleg met gemeenten, marktpartijen en woningcorporaties nadrukkelijk in te zetten op de toevoeging van middenhuurwoningen in NPLV-gebieden bij herstructurering en nieuwbouw,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Nobel, Clemminck en Steen.
Zij krijgt nr. 112 (30995).
Dank u wel. Ik geef de heer Mooiman het woord. Hij spreekt namens de PVV.
De heer Mooiman (PVV):
Dank, voorzitter. Ik heb een aantal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat wijzigingen aan veiligheidsbeleid voor bestaande bebouwing grote uitdagingen kunnen opleveren ten aanzien van de huidige staat van een gebouw;
overwegende dat het niet wenselijk is als particulieren en vve's plots geconfronteerd worden met hoge kosten als gevolg van wijzigingen en aanscherpingen van nationale wetgeving;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe verspilling en kosten voor particulieren en vve's als gevolg van gewijzigd veiligheidsbeleid tot een minimum kunnen worden beperkt;
verzoekt de regering met relevante partners, zoals gemeenten, te bezien hoe grote consequenties door gewijzigd beleid in gezamenlijkheid kunnen worden gemitigeerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 113 (30995).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er meerdere gebieden in Nederland zijn die niet onder het NPLV vallen, maar wel te maken hebben met grootstedelijke problematiek;
overwegende dat het van belang is dat er ook aandacht is voor gebieden die niet onder het NPLV vallen en dat deze gebieden op laagdrempelige wijze in contact kunnen treden met het Rijk;
verzoekt de regering om één herkenbaar aanspreekpunt binnen het Rijk te creëren waar ook gebieden die niet onder het NPLV vallen, terechtkunnen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 114 (30995).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er regelmatig wijzigingen plaatsvinden aan beleid omtrent veiligheid van de bebouwde omgeving;
overwegende dat regels ten aanzien van veiligheid en leefbaarheid, ondanks de goede bedoelingen, soms ook uitdagingen kunnen opleveren voor de haalbaarheid van nieuwe woningbouwprojecten;
verzoekt de regering met relevante partners te onderzoeken in hoeverre aangescherpte landelijke veiligheidsnormen de realisatie van woningbouwprojecten hinderen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 115 (30995).
De heer Mooiman (PVV):
Tot slot, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in de NPLV-gebieden uitdagingen liggen ten aanzien van zowel de veiligheid als de leefbaarheid;
overwegende dat medewerkers van woningbouwcorporaties in deze gebieden mede een wettelijke taak voor de leefbaarheid vervullen, maar steeds vaker te maken krijgen met agressie, intimidatie en dreiging bij het uitvoeren van hun werk;
overwegende dat het voor de veiligheid van deze medewerkers van belang is dat zij voorafgaand aan contact met bewoners zicht hebben op mogelijke risico's bij de benadering van personen;
verzoekt de regering in te zetten op een betere informatiepositie voor organisaties met de status Veilige Publieke Taak, teneinde de veiligheid van medewerkers van dergelijke organisaties beter te kunnen waarborgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 116 (30995).
De heer Mooiman (PVV):
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef het woord aan mevrouw Moorman voor haar bijdrage aan dit debat. Zij spreekt namens GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. We moeten het niet alleen hebben over wonen bij het NPLV, maar zeker ook over de sociale structuur. Daarom heb ik een motie die gaat over de familiescholen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat familiescholen een belangrijke schakel kunnen zijn om gezinnen te helpen bij bijvoorbeeld taalvaardigheid, schuldhulpverlening, financiële educatie, het tegengaan van armoede en het begeleiden naar werk;
overwegende dat er in wijken waar er met familiescholen wordt gewerkt positieve resultaten worden behaald en het daarom goed zou zijn om dit uit te breiden naar andere wijken;
verzoekt de regering om samen met de betrokken gemeenten in overleg te treden om te bezien hoe familiescholen opgenomen kunnen worden in het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, en bij de volgende voortgangsrapportage hierover terug te koppelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Moorman, Grinwis en Van Asten.
Zij krijgt nr. 117 (30995).
Dank u wel.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, ik heb ook nog een vraag, als het mag. We hadden een goed commissiedebat. Daarin heb ik de minister heel duidelijk horen zeggen dat zij ook vindt dat dit natuurlijk nog vele jaren doorgezet moet worden. Wij verwachten namelijk dat de resultaten pas op langere termijn worden bereikt. Tegelijkertijd weten we ook dat de bekostiging nog niet helemaal rond is voor de komende jaren. Ik zou daarop dus ook graag een reflectie van de minister willen. Tot slot, er is een motie van de heer Grinwis over School en Omgeving die wij ook van harte steunen, omdat juist School en Omgeving ongelofelijk belangrijk is om in deze NPLV-programma's te laten landen, zodat er ook goed integraal wordt samengewerkt. Ik hoop dat de rest van de Kamer die hele goede motie van de heer Grinwis zal steunen. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Zo'n aankondiging maak je ook niet elke dag mee, meneer Grinwis. We gaan luisteren naar de bijdrage van de heer Grinwis. Zeker, de motie. Gaat uw gang.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dank, voorzitter. Dank ook aan collega Moorman voor deze aankondiging. Dan kan ik ook gelijk overgaan tot de indiening.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de middelen voor het onderwijsprogramma School en Omgeving na 2028 worden omgezet naar bekostiging via schoolbesturen en hiermee niet langer deel zullen uitmaken van de SPUK Kansrijke Wijk;
overwegende dat dit zal leiden tot versnippering van middelen in plaats van de huidige NPLV-gebiedsgerichte benadering vanuit SPUK Kansrijke Wijk;
overwegende dat onzekerheid over de financiering de samenwerking in de NPLV-gebieden tussen scholen, gemeenten en maatschappelijke partners én de opgebouwde uitvoeringskracht onder druk zet;
verzoekt de regering om de continuïteit van het onderwijsprogramma School en Omgeving te borgen als onderdeel van de SPUK Kansrijke Wijk, en de Kamer hierover op Prinsjesdag te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Moorman, Clemminck en Van Asten.
Zij krijgt nr. 118 (30995).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik ben zeer benieuwd naar de reactie van de minister. In algemene zin is mijn partij en is mijn fractie erg voorstander van het bundelen in lumpsum, maar hier is het wel op zijn plaats om de SPUK overeind te houden, zodat het NPLV echt met slagkracht kan samenwerken en doorwerken in de verschillende wijken waar die grote opgaven zijn. We weten allemaal dat als het wordt toegevoegd aan de gelden van schoolbesturen, het zomaar ergens anders kan landen en het veel ingewikkelder wordt om dit werk te blijven doorzetten. Ik hoop dat de minister van VRO zich bij haar collega van OCW heel sterk wil maken om dit te regelen.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik nodig mevrouw Steen uit voor haar bijdrage. Mevrouw Steen spreekt namens het CDA.
Mevrouw Steen (CDA):
Voorzitter. Het zal u niet ontgaan zijn dat ik het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid enorm stimuleer en dat ik het heel erg relevant vind, maar wat zou het mooi zijn als we dit programma helemaal niet meer nodig zouden hebben en dat we gemeenschappen hebben gebouwd die werken aan sociale structuur en onderlinge zorg. De minister ontvangt ongetwijfeld dezelfde signalen als wij, bijvoorbeeld van de 50 middelgrote gemeenten en de 40 grote gemeenten, namelijk dat in deze gemeenten, die niet binnen het NPLV vallen, net zo goed sprake kan zijn van dezelfde grootschalige problematiek. Zij hebben het nodig dat ze toegang krijgen tot de kennis die in de NPLV-gebieden wordt opgedaan, zeker om te voorkomen dat deze problematiek ontstaat of verergert als gevolg van grootschalige woningbouwontwikkelingen die daar gaan plaatsvinden. We zien dat het NPLV werkt. Kan de minister daarom toezeggen dat zij onderzoek doet naar deze grootstedelijke problematiek bij middelgrote gemeenten die buiten het NPLV vallen, hoe zij de kennis die binnen het NPLV wordt opgedaan kunnen benutten en kunnen toepassen en die ook geborgd en vindbaar wordt voor hen? En kan de minister toezeggen dat deze lessen ook worden meegenomen bij het bouwen van nieuwe buurten en wijken in het kader van de verstedelijkingsopgave, bijvoorbeeld bij het toekennen van gebiedsbudgetten? Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. De laatste spreker in dit debat is de heer Clemminck. Ik nodig hem uit om zijn bijdrage te doen. Gaat uw gang.
De heer Clemminck (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Ik begin met een motie over de M50. Hij ligt enigszins in het verlengde van wat mevrouw Steen zei.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid zich momenteel richt op een beperkt aantal stedelijke focusgebieden;
overwegende dat ook in middelgrote gemeenten, de zogenaamde M50-gemeenten, sprake is van vergelijkbare problematiek op het gebied van leefbaarheid, woningvoorraad, veiligheid en sociaal-economische achterstanden;
overwegende dat deze problematiek zich vaak minder zichtbaar maar wel structureel voordoet en daardoor buiten bestaande rijksprogramma's kan vallen;
overwegende dat het uitsluiten van M50-gemeenten kan leiden tot ongelijke behandeling en gemiste kansen om problemen vroegtijdig aan te pakken;
verzoekt de regering om in kaart te brengen in hoeverre M50-gemeenten vergelijkbare problematiek kennen als de huidige NPLV-gebieden en te bezien hoe deze gemeenten structureel betrokken kunnen worden bij het NPLV of een vergelijkbare aanpak;
verzoekt de regering tevens om hierbij expliciet te kijken naar de mogelijkheden voor gerichte ondersteuning, kennisdeling en waar nodig financiële instrumenten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Clemminck.
Zij krijgt nr. 119 (30995).
De heer Clemminck (JA21):
Dan mijn laatste motie, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in NPLV-gebieden sprake is van hardnekkige integratieachterstanden op het gebied van arbeidsparticipatie, taal, onderwijs en normen en waarden;
constaterende dat in deze gebieden de georganiseerde en ondermijnende criminaliteit groot is;
overwegende dat veiligheid en integratie noodzakelijk randvoorwaarden zijn voor positieve ontwikkelingen in deze gebieden;
verzoekt de regering binnen de beschikbare middelen van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid significant meer middelen vrij te maken voor de aanpak van criminaliteit en culturele integratie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Clemminck.
Zij krijgt nr. 120 (30995).
De heer Clemminck (JA21):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de Kamer. Ik schors dit debat voor vijf minuten. Dan gaan we luisteren naar de minister. Het debat is geschorst tot 21.06 uur.
De vergadering wordt van 21.01 uur tot 21.07 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen deze vergadering. We gaan luisteren naar de reactie van de minister. Ik geef haar het woord.
Termijn antwoord
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. Ik begin met de motie op stuk nr. 112 van de heer Nobel. Die neem ik over.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 112 wordt overgenomen. Dat betekent dat die niet in stemming komt, tenzij u er een stemming over wilt, meneer Nobel. Akkoord voor u? Ja.
De motie-Nobel c.s. (30995, nr. 112) is overgenomen.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 113.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 113 van de heer Mooiman is ontijdig. Ik kom voor het einde van het jaar terug met een brief hierover.
De voorzitter:
Ik kijk even naar meneer Mooiman. Leidt dit ertoe dat u deze motie wil aanhouden om 'm later alsnog in stemming te brengen?
De heer Mooiman (PVV):
Ik zou 'm niet aan willen houden. Ik denk juist dat dit aansluit op wat de minister zelf ook beoogt. Ik denk dat we er voor bepaalde wijzigingen die we op landelijk niveau maken, rekening mee moeten houden hoe die doorwerken op lokaal niveau. Ik zou het fijn vinden als dat als ondersteuning van beleid zou worden gezien. Ik begrijp de appreciatie, maar ik hou 'm niet aan.
De voorzitter:
"Ontijdig" leidt tot de appreciatie "ontraden". De motie op stuk nr. 113 wordt dus ontraden. Dan de motie op stuk nr. 114.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 114 van de heer Mooiman krijgt oordeel Kamer
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 114: oordeel Kamer.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 115 van de heer Mooiman, over een onderzoek, krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 115: oordeel Kamer.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 116 van de heer Mooiman is ontijdig. Hierover moet ik overleggen met Justitie en Veiligheid. Maar ik kan het wel meenemen in de Kamerbrief die voor de zomer verstuurd wordt.
De voorzitter:
Dan kijk ik naar de heer Mooiman. U heeft een toezegging. U krijgt van mij de vraag of u deze motie wil aanhouden.
De heer Mooiman (PVV):
Ik zou, als u dat toestaat, voorzitter, dan toch nog aan de minister kort willen vragen waarom precies deze motie ontijdig is. Er is een mogelijkheid om het mee te nemen in een brief. Tegelijkertijd geeft de minister aan dat ze met een collega in gesprek moet, wat ik natuurlijk begrijp. Maar waarom zou deze motie dan op dit moment ontijdig zijn? Dat begrijp ik dan niet.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De heer Mooiman geeft eigenlijk precies mijn antwoord aan: omdat ik dat nog moet bespreken met Justitie en Veiligheid. Omdat ik dat zorgvuldig wil doen, wil ik hier nog op terugkomen. Mijn voorstel is dus dat ik hier voor de zomer nog op terugkom, nadat ik die gesprekken heb gevoerd. Dan kan ik wat ik opschrijf en toezeg, gestand doen.
De heer Mooiman (PVV):
Ik begrijp het nog steeds niet helemaal. Op het moment dat er een motie wordt ingediend, is het natuurlijk aan de minister om daar een termijn aan te hangen. Wat mij betreft dienen we de motie gewoon in en zou de minister die ook oordeel Kamer kunnen geven.
De voorzitter:
Maar daar gaat de minister over. U heeft die ook al ingediend, maar u brengt die dus ook in stemming. De appreciatie vanuit de zijde van het kabinet is dan: ontraden.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, helaas.
De motie op stuk nr. 117 van mevrouw Moorman, de heer Grinwis en de heer Van …
De voorzitter:
Van Asten.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Van Asten, ja, sorry. Die krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 117 krijgt oordeel Kamer.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 118 van de heer Grinwis, mevrouw Moorman, de heer Clemminck en de heer Van Asten is ontijdig, maar wel heel belangrijk. Ik ga me er ook echt voor inspannen om hier vol op in te zetten. Tegelijkertijd heb ik hier ook een collega voor nodig: ik kan dit niet zonder OCW doen. Tijdens het debat heb ik u toegezegd dat ik dit echt ga opnemen met OCW en dat ik daar ook over in gesprek ben. Het antwoord dat ik heb gekregen, is dat zij momenteel bezig zijn met de wetswijziging voor de nieuwe bekostigingsregeling van het programma School en Omgeving en dat zij zich er zeer van bewust zijn hoe belangrijk het NPLV is. Ik zou u dus willen vragen om deze motie nog even aan te houden tot het wetsvoorstel ook daadwerkelijk naar de Kamer gaat.
De voorzitter:
Er wordt druk overlegd. Ik kijk naar de heer Grin … O nee, naar mevrouw Moorman, mede-indiener van deze motie.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Ik wilde de heer Grinwis eerst de ruimte geven, omdat het natuurlijk zijn motie is, maar ik was vanochtend in debat met staatssecretaris Tielen. Zij gaf in het debat van vanochtend nog aan: nee, dit gaan we niet doen, want dit gaat in 2029 echt over naar de schoolbesturen. Het is precies zoals de heer Grinwis net aangaf: het grote risico is dan dat het allemaal versnipperd raakt, dat er niet meer in z'n totaliteit wordt gekeken, dat er niet meer integraal wordt gekeken. Ik vertrouw de minister volledig als ze zegt dat ze zich hiervoor wil inzetten, maar dat is nog niet doorgedrongen bij de collega van de minister. Ik ben dus toch een beetje bang dat het uiteindelijk de verkeerde kant op gaat als we dit nu uitstellen.
De voorzitter:
De concrete vraag ligt voor of u de motie wenst aan te houden. Meneer Grinwis, wilt u even via de microfoon praten alstublieft?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Excuus, voorzitter. Collega Moorman stelt een vraag aan de minister. Ik ben wel benieuwd naar de reactie voordat ik aangeef wat ik met de motie doe.
De voorzitter:
Minister, kunt u reageren op de vraag van mevrouw Moorman?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja. Ik hoor dezelfde geluiden vanuit OCW als u. Daar zit dus geen licht tussen. Ik zeg alleen — dat heb ik tijdens het debat ook gezegd — dat ik het met u eens ben over hoe belangrijk het is dat dit onderdeel in het NPLV een plek krijgt en die ook behoudt, ongeacht of dat nou via de oude regeling is of via de nieuwe regeling moet. Ik wil in gesprek over de vraag hoe we er, ook als het een nieuwe regeling wordt, toch voor kunnen zorgen dat het gewenste effect nog steeds wordt behaald.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Kort nog. Ik denk dat een uitspraak van de Kamer de minister kan helpen om dit goed te doen. Dit is heel duidelijk een wens van de Kamer; er staan meerdere indieners onder, zowel van de oppositie als van de coalitie. Ik denk dat het gewoon wel goed is dat het dan toch wordt uitgesproken. Dan vind ik "ontijdig" eigenlijk een beetje een rare appreciatie.
De voorzitter:
Daar gaat de minister over. U gaat over de vraag of u de motie wel of niet in stemming brengt. Ik begrijp dat u stemming wenst. Meneer Grinwis?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik ben benieuwd of de minister haar oordeel nog wil wijzigen, maar ik snap haar precaire positie. Zij zegt: "Ik zet me hiervoor in. Ik weet dat ik nog zendingswerk heb te doen bij het ministerie van OCW, dus ik kan op dit moment niet verdergaan dan het oordeel "ontijdig"." Klopt dat?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat klopt, zou ik dan tegen de heer Grinwis zeggen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Enerzijds zou ik de minister een steun in de rug willen meegeven, maar anderzijds snap ik ook wel dat zij het oordeel "ontijdig" geeft. Ik heb me ook nog even tot de mede-indieners te verhouden, zeg ik even terwijl ik met een schuin oog naar collega Moorman kijk. Ik hou de motie voor nu aan, maar dan vraag ik de minister wel om ruim voor de zomer — dan bedoel ik dus niet pas op de laatste Kamerdag, maar ruim daarvoor — bij voorkeur witte rook te ontvangen, of in ieder geval een soort duidelijkheid over hoe dit nou zal gaan, zodat we nog voor de zomer wel kunnen stemmen over deze motie als definitief zetje in de rug van deze minister richting haar collega van OCW. Hopelijk is dat zetje niet nodig, maar voor het geval dat wil ik de motie dan wel graag voor de zomer in stemming kunnen brengen. Voor nu is de motie dan aangehouden.
De voorzitter:
Helder.
Op verzoek van de heer Grinwis stel ik voor zijn motie (30995, nr. 118) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 119.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 119 van de heer Clemminck: oordeel Kamer. Althans, ik wil deze motie graag oordeel Kamer geven, mits ik die zo mag interpreteren dat wij eerst in kaart brengen wat er nodig is. We moeten zien hoe we de gemeenten binnen bestaande structuren kunnen ondersteunen, voordat we vooruitlopen op financiële ondersteuning.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 119: oordeel Kamer.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 120, ook van de heer Clemminck, is ontijdig. Ik hecht heel veel waarde aan het bevorderen van de veiligheid. Het is ook niet voor niks een letter uit het NPLV. Ik ben het ook met de heer Clemminck eens dat onderwijs de snelste manier is om onderdeel uit te maken van de samenleving. Voor het bevorderen van de veiligheid is er 208 miljoen voor Preventie met Gezag. Dan is er ook nog 400 miljoen beschikbaar gesteld via de SPUK Kansrijke Wijk. Ik vraag de heer Clemminck dus om mij wat tijd te geven om deze bestedingsplannen verder uit te werken, waarbij ik toezeg dat ik extra inzet op het gebied van handhaving nauwkeurig zal beschouwen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 120 wordt aangehouden, zegt de heer Clemminck buiten de microfoon.
Op verzoek van de heer Clemminck stel ik voor zijn motie (30995, nr. 120) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Minister.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
We zijn door de moties heen en ik kom bij de vragen.
De eerste vraag was van mevrouw Steen, over de kennisdeling buiten de twintig gebieden. Tijdens het debat heb ik gezegd hoe ongelofelijk belangrijk ik dat vind. Tegelijkertijd ben ik het met u eens dat er helemaal geen NPLV-gebieden nodig zouden moeten zijn. Maar die zijn er wel. Misschien zijn er wel meer dan er nu in het programma zitten. Tegelijkertijd kan het toevoegen van andere gebieden aan de bestaande NPLV-aantallen ertoe leiden dat we met hetzelfde geld meer gebieden moeten bedienen en daardoor minder doen. Ik wil dus, tijdens het debat en nu ook, echt benadrukken dat ik het belangrijk vind dat we doorzetten wat we hebben ingezet. Tegelijkertijd moet er meer geleerd worden van wat er geleerd wordt uit het NPLV. Ik ga de komende periode dus echt aan de gang om dat buddysysteem veel concreter te maken, zodat het meer is dan woorden. We gaan samenwerking met de provincies zoeken en we gaan breder kennis delen. Wij zullen zorgen dat wij vanuit het ministerie zelf invulling geven aan het ene punt dat er moet komen, waar alles samenkomt.
De voorzitter:
Mevrouw Steen heeft hier een korte vraag over.
Mevrouw Steen (CDA):
Dank aan de minister voor dit antwoord; daar ben ik blij mee. Ik wil het toch even scherp maken, minister. U gaf net een motie van de heer Clemminck, over de NPLV-gebieden oordeel Kamer. Daarvan zijn de laatste vier woorden "waar nodig financiële instrumenten". Dan impliceert u toch dat we daar dus misschien wel geld voor vrijmaken? Daar maak ik me zorgen over. We weten allemaal dat de budgetten krap zijn. Daarom stelde ik ook de vraag over in ieder geval zorgen dat er geleerd wordt, ook voor de gebieden die zich misschien wel een NPLV-gebied voelen, maar het niet zijn. We voelen allemaal het dilemma dat we hun meer budget gunnen, maar het budget er niet is. Net hoor ik u wel de motie van de heer Clemminck oordeel Kamer geven. Dat stelt mij voor een dilemma, want wat is het dan? Is er wel voldoende geld en zegt u dat u naar financiële instrumenten gaat kijken, of is het er niet? Dan hebben we namelijk nog wel een ander debat met elkaar te voeren, denk ik.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik begrijp de vraag van mevrouw Steen hartstikke goed. Daarom gaf ik ook aan dat we het moeten doen met de budgetten die er zijn. Daar moeten we slimme keuzes in maken. Dat moeten we ook interdepartementaal met elkaar afwegen. De heer Clemminck vraagt via de voorzitter aan mij of ik bereid ben daar goed naar te kijken en of ik ernaar wil kijken als het eventueel tot iets zou leiden. Ik ga het doen met de budgetten die we hebben. Als het eventueel ergens naar kijken financiële consequenties zou hebben, kom ik daarover eerst in gesprek met de Kamer.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Ik dank …
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Volgens mij heb ik nog twee openstaande vragen.
De voorzitter:
O, sorry. O, pardon. Ga uw gang.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Sorry. Ik zal zorgen dat ik die kort beantwoord.
De voorzitter:
Nee, dit was in mijn hoofd. Ga uw gang.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Er was nog een tweede vraag van mevrouw Steen over de kennisdeling. Ik heb daar net al iets over gezegd. Dat is heel waardevol. Ik ga u toezeggen dat ik daar invulling aan ga geven en dat ik daar ook bij u op terugkom.
Tot slot was er een vraag van mevrouw Moorman over het bekostigen van het NPLV. Dat moeten we langjarig financieren. Gelukkig is dat in het coalitieakkoord ook gedaan. Ik informeer uw Kamer na de zomer over de toekomst van de verdere financiering van het programma.
De voorzitter:
Dan nu toch wel echt?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Zeker.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording in dit tweeminutendebat Leefbaarheid en Veiligheid
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik schors voor een enkel moment. Ik wil zo direct door met het volgende tweeminutendebat.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Waterstof, groen gas en andere energiedragers
Waterstof, groen gas en andere energiedragers
Aan de orde is het tweeminutendebat Waterstof, groen gas en andere energiedragers (CD d.d. 04/03).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Waterstof, groen gas en andere energiedragers. Ik heet de minister van harte welkom. Er staan zes sprekers op de sprekerslijst. Ik wilde direct de eerste spreker het woord geven, maar ... Ja, ze is er wel. De eerste spreker is mevrouw Van Oosterhout. Zij spreekt namens GroenLinks-PvdA. Ik nodig haar uit voor haar bijdrage.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat groene vraagcreatie de investeringszekerheid voor bedrijven vergroot en de vraag naar hernieuwbare energie, waaronder waterstof, stimuleert;
constaterende dat de Europese Commissie werkt aan een herziening van de Richtlijn hernieuwbare energie en onderhandelt over de Industrial Accelerator Act, en dat Nederland energie-intensieve sectoren kent met een grote binnenlandse afzetmarkt en een belangrijke rol van de overheid als afnemer;
verzoekt de regering te onderzoeken welke rol groene vraagcreatie in de desbetreffende sectoren kan spelen en de uitwerking te betrekken bij het klimaatpakket van het voorjaar van 2027;
verzoekt de regering vormen van groene vraagcreatie, zoals ketenverplichtingen en productmandaten, onderdeel te maken van de Nederlandse inzet in Brussel bij de genoemde wetgeving,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.
Zij krijgt nr. 669 (29023).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het kabinet voornemens is om amortisatie van de waterstofinfrastructuur mogelijk te maken;
constaterende dat de huidige middelen voor hernieuwbare waterstof al zeer beperkt zijn en de markt zonder deze middelen onvoldoende van de grond komt;
verzoekt de regering zich in te spannen om amortisatie zo te bekostigen dat het niet ten koste gaat van middelen bedoeld voor hernieuwbare waterstof,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.
Zij krijgt nr. 670 (29023).
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Tot slot.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de blokkade van de Straat van Hormuz eens te meer duidelijk maakt hoe de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen grote gevolgen heeft voor weerbaarheid en energieprijs;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe bij het verstrekken van subsidies en andere financiële steun passende weerbaarheidsmaatregelen getroffen kunnen worden, waarmee de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verder kan worden verlaagd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.
Zij krijgt nr. 671 (29023).
Dank u wel, mevrouw Van Oosterhout. We gaan luisteren naar de heer Boomsma, die spreekt namens JA21.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik heb twee moties. De eerste.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Algemene Rekenkamer kritisch is over eerdere kostenramingen, haalbaarheid en de informatievoorziening aan de Kamer;
overwegende dat de Kamer tijdig moet kunnen controleren of publieke middelen doelmatig worden besteed en of de gestelde doelen nog realistisch zijn;
verzoekt de regering de Kamer halfjaarlijks te informeren over de actuele kostenraming, voortgang en haalbaarheid van het landelijke waterstofnetwerk;
verzoekt de regering daarbij expliciet aan te geven in hoeverre de planning, kosten en doelen (nog) haalbaar en realistisch zijn, en, indien dat niet het geval is, voorstellen te doen voor bijsturing van die doelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Van den Berg.
Zij krijgt nr. 672 (29023).
Dank u wel.
De heer Boomsma (JA21):
Dan de tweede.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Nederlandse industrie onder toenemende druk staat door hoge energiekosten en netcongestie;
constaterende dat verplaatsing van bedrijvigheid naar het buitenland kan leiden tot weglekeffecten, waarbij productie en werkgelegenheid verdwijnen uit Nederland zonder dat de mondiale CO2-uitstoot afneemt en per saldo soms juist toeneemt;
overwegende dat het voor effectief klimaat- en industriebeleid van belang is om niet alleen de nationale CO2-reductie te meten, maar ook dergelijke weglekeffecten te betrekken, en daarnaast rekening te houden met strategische afhankelijkheden;
verzoekt de regering de de-industrialisering en weglek te monitoren op de volgende punten:
- de verplaatsing van industriële activiteiten uit Nederland naar andere landen;
- de weglekeffecten daarvan en dus de gevolgen niet alleen voor de Nederlandse maar ook voor de mondiale CO2-uitstoot;
- de gevolgen voor strategische afhankelijkheden en leveringszekerheid;
en de Kamer hierover een zo goed mogelijke rapportage te geven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Van den Berg.
Zij krijgt nr. 673 (29023).
Dank u wel. We gaan luisteren naar de bijdrage van de heer Flach namens de SGP. Aan u het woord.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel. Twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat ijzerpoeder een innovatieve, duurzame energiedrager is, omdat verbranding CO2-vrij is en het restproduct na reductie middels inzet van hernieuwbare waterstof opnieuw gebruikt kan worden;
overwegende dat Europese richtlijnen en eisen de inzet van ijzerpoeder in combinatie met hernieuwbare waterstof als duurzame brandstof belemmeren, waardoor dit niet in aanmerking komt voor de SDE++;
verzoekt de regering in overleg met betrokken partijen te bezien wat de knelpunten zijn bij inzet van ijzerpoeder als duurzame brandstof, en op Europees niveau in te zetten op wijziging van betrokken richtlijnen en eisen, met het oog op eventuele ondersteuning van genoemde inzet van ijzerpoeder via de SDE++,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.
Zij krijgt nr. 674 (29023).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bij de productie van groen gas geen sprake is van een fiscale inputvrijstelling, terwijl dit bij waterstofproductie wel het geval is;
van mening dat, gelet op de bijmengverplichting groen gas, onnodige lastenverzwaringen voorkomen moeten worden;
verzoekt de regering een voorstel te doen voor invoering van een fiscale inputvrijstelling voor productie van groen gas,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.
Zij krijgt nr. 675 (29023).
De heer Flach (SGP):
Voorzitter. Dan heb ik een nog onbeantwoorde vraag. De minister komt nog met haar visie op de ontwikkeling en ondersteuning van blauwe waterstof. In mijn bijdrage heb ik echter ook een meer specifieke vraag gesteld over de productie van blauwe waterstof uit restgassen. Wij hebben begrepen dat de SDE++-regeling niet goed aansluit op de praktijk, bijvoorbeeld als het gaat om concepten waarbij waterstof zowel als brandstof als als grondstof wordt geleverd. Wil de minister samen met betrokken bedrijven bekijken hoe die SDE++ beter toegesneden kan worden op de praktijk, vraag ik haar.
Tot slot. Tijdens het debat heb ik ook mijn grote zorgen uitgesproken over de stapeling van lastenverzwaringen via de bijmengverplichtingen in ETS2 voor de glastuinbouw. De toegezegde compensatie is tot nu toe beperkt, tijdelijk, en omgeven met staatssteunrisico's. De minister heeft intussen het wetsvoorstel bijmengverplichting naar de Kamer gestuurd, maar waar blijft de beloofde informatie over onder meer het financiële plaatje voor de sector?
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker in dit debat is mevrouw Müller. Zij spreekt namens de VVD.
Mevrouw Müller (VVD):
Dank u wel. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat koolstofarme waterstof leidt tot directe emissiereductie en een noodzakelijke tussenstap vormt voor de transitie naar groene waterstof doordat het de benodigde volumes creëert en de infrastructuur benut en daarmee investeringszekerheid biedt voor de waterstofmarkt;
constaterende dat de SDE++ in 2026 is opengesteld voor koolstofarme waterstof op basis van restgassen, maar nog niet voor koolstofarme waterstof op basis van aardgas in combinatie met CCS;
verzoekt de regering voorwaarden uit te werken waaronder koolstofarme waterstof op basis van aardgas in combinatie met CCS een rol kan spelen in deze transitie, deze uiterlijk dit najaar naar de Kamer te sturen en daarbij in te gaan op of en hoe koolstofarme waterstof zou kunnen worden toegevoegd aan de openstellingsronde van de SDE++ in 2027,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Müller en Jumelet.
Zij krijgt nr. 676 (29023).
Dank u wel. Meneer Jumelet, het woord is aan u.
De heer Jumelet (CDA):
Voorzitter. Allereerst heb ik een vraag. Het is de bedoeling dat de Wet bijmenging verplichting groen gas ingaat op 1 januari 2027. Het CDA vindt het van groot belang om de invoeringsdatum te halen. Mijn vraag aan de minister is wat zij nodig heeft om de genoemde invoeringsdatum te halen.
Dan een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat wordt gewerkt aan een actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE), in het bijzonder ten aanzien van industriebeelden, waterstof en wind op zee;
constaterende dat het NPE richtinggevend is voor investeringen van overheden, netbeheerders en marktpartijen en voor de ruimtelijke inpassing van energie-infrastructuur en -projecten;
overwegende dat de aannames en scenario's die aan het NPE ten grondslag liggen, onder meer over technologische ontwikkelingen, de import van energie en grondstoffen en de ontwikkeling van systeemkosten, grote invloed hebben op de inrichting, betaalbaarheid en leveringszekerheid van ons toekomstige energiesysteem;
overwegende dat transparantie en discussie over deze aannames en scenario's noodzakelijk zijn om te kunnen komen tot een zorgvuldig, realistisch en breedgedragen NPE;
verzoekt de regering om voorafgaand aan de vaststelling van de actualisatie van het NPE een openbare consultatie met het veld te organiseren over onder andere de gehanteerde aannames en scenario's, en de uitkomsten daarvan expliciet te betrekken bij de verdere toetsing en uitwerking van het NPE,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jumelet, Bontenbal, Müller, Van den Berg, Grinwis, Klos en Flach.
Zij krijgt nr. 677 (29023).
Dank u wel voor uw bijdrage. Ik kijk naar de heer Klos en nodig hem uit voor zijn bijdrage in dit debat.
De heer Klos (D66):
Dank, voorzitter. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat blauwe waterstof een tijdelijke rol kan spelen bij het opbouwen van de waterstofmarkt;
overwegende dat investeringen in blauwe waterstof kunnen leiden tot langdurige afhankelijkheid van aardgas;
overwegende dat Nederland juist minder afhankelijk wil worden van fossiele brandstoffen en energie-import uit het buitenland;
overwegende dat publieke steun voor blauwe waterstof alleen gerechtvaardigd is als deze daadwerkelijk leidt tot snelle CO2-reductie en geen nieuwe fossiele afhankelijkheden creëert;
verzoekt de regering om bij de uitwerking van voorwaarden en eventuele steunmaatregelen voor blauwe waterstof te waarborgen dat deze niet leiden tot extra aardgasimport of -afhankelijkheid,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Klos.
Zij krijgt nr. 678 (29023).
De heer Klos (D66):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we gekomen aan het einde van de bijdragen van de kant van de Kamer. Ik schors voor vijftien minuten. Om 21.45 uur gaan we luisteren naar de reactie van de minister. Er is geschorst.
De vergadering wordt van 21.30 uur tot 21.43 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef direct het woord aan de minister voor de beantwoording van enkele vragen en een reactie op de moties. De minister.
Termijn antwoord
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. Ik zal beginnen met de moties. Aan het einde zal ik de drie aan mij gestelde vragen beantwoorden.
De motie op stuk nr. 669 van het lid Van Oosterhout gaat over groene vraagcreatie en waterstof. Dit is in lijn met wat we willen en het is heel erg belangrijk dat dat die vraag van die kant komt, dus deze motie krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 670 is ook van mevrouw Van Oosterhout en gaat over het behouden van de middelen voor groene waterstof. Ik steun de achterliggende gedachte zeker. Om de nationale doelen te halen hebben we infrastructuur nodig, maar ook opschaling van de waterstofproductie. We zijn momenteel de mogelijkheden voor amortisatie aan het onderzoeken. Dat onderzoek vindt nog plaats. De besluitvorming moet deze zomer plaatsvinden. De uitkomsten daarvan ontvangt de Kamer met Prinsjesdag. Op weg naar Prinsjesdag heb ik de ruimte nodig om alle financiële puzzelstukjes goed te leggen. Met de duidelijke kanttekening dat ik niet vooruit kan lopen op het resultaat, ga ik wel aan de slag met het verzoek van de indiener. Met die kanttekening krijgt de motie dus oordeel Kamer.
In de motie op stuk nr. 671 vraagt mevrouw Van Oosterhout om weerbaarheidsmaatregelen bij subsidies voor de afbouw van fossiele brandstoffen. We zijn bezig met het verkennen van maatregelen om economische veiligheidsrisico's bij subsidieverstrekking te beperken. Ik zie deze motie als ondersteuning daarvan en daarom krijgt de motie oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 672 is van de heren Boomsma en Van den Berg. Zij vragen naar de kostenraming van het landelijke waterstofnetwerk en refereren daarbij aan het rapport van de Algemene Rekenkamer en aan wat daarover is gezegd. De ARK adviseerde ook om de Kamer goed te informeren. Dat advies is door het kabinet omarmd, dus we zullen de Kamer periodiek informeren. We verkiezen wel een jaarlijkse rapportage. Een halfjaarlijkse rapportage lukt niet, maar indien de ontwikkelingen daartoe aanleiding geven, zal ik de Kamer uiteraard ook tussentijds informeren. Dus als het jaarlijks mag zijn, krijgt de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de heer Boomsma. Hij knikt.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Heel fijn als u dat dan nog even wilt aanpassen in het dictum.
De voorzitter:
Ja. Wij zien de gewijzigde motie tegemoet.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Heel fijn.
De motie op stuk nr. 673 gaat over de weglekeffecten. Ik begrijp goed dat daar zorgen over zijn. We willen dat ook allemaal voorkomen. Het weglekken uit Nederland helpt het klimaat niet, maar het helpt ook onze eigen economie niet. Het blijft alleen heel lastig om dat in kaart te brengen. Het CBS is daar al mee bezig. Het doet zijn best om het weglekeffect beter in kaart te brengen, maar geeft ook aan dat het op basis van de huidige statistieken zeer complex lijkt. Het Planbureau voor de Leefomgeving besteedt in de Klimaat- en Energieverkenning jaarlijks aandacht aan dalingen van het productievolume. Ook dat geeft een indicatie, maar het is geen een-op-eenvertaling van uw vraag. Het CPB en het PBL hebben onlangs een onderzoek verricht waarin de effecten van de verschillende maatregelen zijn doorberekend, maar dit is iets anders dan de jaarlijkse weglekmonitor waar de motie om vraagt. Ik kan die dus niet toezeggen. Ik kan de Kamer wel aan het einde van het jaar informeren over de uitkomsten van het lopende traject van het CBS over het monitoren van weglek. Dit is misschien een beetje een technische uitleg, maar zoals u het vraagt, kan het niet, dus moet ik de motie ontraden. Maar er komt wel informatie. We proberen zo goed mogelijk de geest van wat hier gevraagd wordt wel met de Kamer te delen.
De heer Boomsma (JA21):
Het is natuurlijk cruciaal om dit wel zo goed mogelijk in beeld te krijgen, want het gaat natuurlijk allemaal om de mondiale CO2-uitstoot. Ik wil de minister er even op wijzen dat er staat "om de Kamer een zo goed mogelijke rapportage te geven". Volgens mij moet het in die zin wel mogelijk zijn om dit te omarmen, omdat de motie zo is geformuleerd, met de kennis hoe ingewikkeld dit is maar ook gezien het belang ervan, dat we juist vragen om een zo goed mogelijke rapportage en niet om onmogelijke dingen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Nee, precies, maar het punt is dus dat de informatie die we tot nu toe van het CPB en PBL hebben, is dat wat u specifiek vraagt onmogelijk zou zijn. Dan kan ik daar dus ook geen "oordeel Kamer" aan geven. Ik kan wel voor de specifieke dingen die u vraagt nog eens kijken wat er dan wel kan, in combinatie met een zo goed mogelijke rapportage. Misschien wilt u dan de motie aanhouden. Dan informeer ik uw Kamer daarover en kunt u altijd nog besluiten om de motie dan alsnog in stemming te brengen of niet. In deze vorm moet ik 'm ontraden, niet omdat we het in de geest met elkaar oneens zijn, maar omdat de informatie van de planbureaus mij nu zegt dat datgene wat u vraagt niet mogelijk is. Dan krijgt we op een gegeven moment met elkaar een gesprek of iets aan de motie voldoet of niet. Daar wil ik eigenlijk bij wegblijven. Dan ben ik liever helder: dit kan niet. We gaan wel kijken hoeveel we kunnen doen aan de aspecten waaraan u refereert. We proberen uiteraard de Kamer ook over de effecten zo goed mogelijk te informeren. Alleen blijkt de combinatie tussen verplaatsing van industriële activiteiten en de weglekeffecten daarvan statistisch gewoon heel moeilijk te liggen.
De heer Boomsma (JA21):
Dit verbaast me toch wel, want heel het klimaatbeleid is natuurlijk gericht op het verminderen van de CO2-uitstoot mondiaal gezien. Dit is dus absoluut cruciaal om te weten. We doen allemaal dingen. Ondertussen moeten heel veel Nederlandse bedrijven hun industriële activiteiten afschalen, verplaatsen ze die naar andere landen en gaan ze vervolgens daar alsnog uitstoten. Wij worden er armer van en het klimaat heeft er niets aan. Het lijkt mij dus cruciaal om dit zo goed mogelijk in beeld te brengen. En dan zegt de minister: weglekeffecten kunnen we niet inzichtelijk krijgen. Ik begrijp dat niet.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik deel met u dat het fijn zou zijn als het zou kunnen, maar ik moet ook varen op wat de bureaus zeggen dat er kan. Nogmaals, ik begrijp wel waarom u zegt dat het belangrijk is dat we kunnen sturen op de daadwerkelijke reductie van CO2-uitstoot. Dat is eigenlijk wat we willen, niet alleen maar een verplaatsing. Laat mij dan los van de specifieke dingen die u hier vraagt, waarvan ik dus helaas moet zeggen dat het zo niet kan, kijken hoe het wel kan en uw Kamer daarover informeren. In de geest van de motie probeer ik u tegemoet te komen. Het kan alleen helaas niet op basis deze teksten. Er is ons door de Kamer recent gevraagd om duidelijk te appreciëren wat wel kan en wat niet. Zoals de motie er nu staat, moet ik 'm ontraden, maar ik ga wel kijken wat er wel kan in de geest van wat u vraagt. Daar kom ik dan in een van de brieven naar de Kamer nog op terug, zodat u ook in samenhang kunt zien wat wel kan. Dan kunnen we altijd nog met elkaar bekijken of er nog iets specifieks ontbreekt en wat daar wel of niet aan mogelijk is.
De voorzitter:
Oké, dus de motie op stuk nr. 673 is ontraden.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik dank de heer Boomsma ook voor de constructieve opstelling in deze, want volgens mij proberen we wel een beeld boven tafel te krijgen en gaat het hier eigenlijk om de techniek.
Voorzitter. Dan de heer Flach. Daar ga ik ook een stukje creativiteit proberen. Datgene wat de heer Flach hier vraagt, is ook niet mogelijk en dat zit ook voor een deel in de techniek. Het gaat over de vraag of ijzerpoeder ook in de SDE++ kan worden opgenomen. Het PBL heeft in het eindadvies voor de SDE++ 2026 geadviseerd om ijzerpoeder niet op te nemen. Daarom is dat ook niet gebeurd.
De vraag is ook of de SDE++ een passend instrument zou zijn voor deze techniek en of het qua uitvoering wel mogelijk zou zijn. Maar ik snap wel dat de heer Flach zegt dat het mogelijk een interessant instrument kan zijn. Wij zien wel eventueel mogelijkheden om hier verder over na te denken richting de herziening van de RED IV. Dus als de heer Flach bereid is om het dictum te veranderen, te stoppen na "duurzame brandstof", daar een referte te maken aan "richting herziening RED IV" en de rest te schrappen, dan zou het wel oordeel Kamer kunnen krijgen, maar dan is het misschien goed dat we dat nog even schriftelijk wisselen, zodat ook de rest van de Kamer goed kennis kan nemen van de wijziging die hier wordt voorgesteld.
De heer Flach (SGP):
Ik wil best meegaan in de creatieve route van de minister, maar ik wil even benadrukken dat deze motie inderdaad nog niet regelt dat dit toegevoegd zou moeten worden aan de SDE. Er wordt namelijk gesproken over "eventueel" en dat is een keuze die je eigenlijk niet maakt met deze motie. Eigenlijk zijn er twee verzoeken: bekijk wat de knelpunten zijn en zet op Europees niveau in op wijziging van betrokken richtlijnen en eisen. Dat past eigenlijk bij de inzet richting RED IV. Ik denk dat de minister met de appreciatie die ik aan mijn eigen motie geef ook niet bang hoeft te zijn dat ze hiermee nu al in een SDE++-fuik zwemt; die keuze kan later worden gemaakt.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Nee, precies. Maar dan zou het goed zijn om de referte aan de SDE++ te schrappen, want dat kan toch onduidelijkheid creëren. In ieder geval zien we bij de herziening van de RED IV wel mogelijkheden om er verder over na te denken. Daarna is de vraag: is de SDE++ een goed instrument of zijn er andere manieren waarop het toch voor ondersteuning in aanmerking zou komen? Als u 'm licht wijzigt, dan kan die oordeel Kamer krijgen. Maar dan wil ik wel die referte aan de SDE++ er nu uit, want dat geeft toch een verkeerde indruk, alsof we nu al denken dat dat heel kansrijk zou zijn. Dat is het op basis van de huidige RED niet.
De heer Flach (SGP):
Daar wil ik wel aan meewerken. Ik pas 'm dus aan in overleg met de minister en dan komt die weer naar de Kamer toe.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 674 is in de huidige vorm ontraden. Er komt een gewijzigde motie van de heer Flach en de minister hoorde ik zeggen dat zij daar ook schriftelijk op zal reageren.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dat zullen we doen, zodat voor iedereen duidelijk is dat de motie in die vorm wel "oordeel Kamer" krijgt, maar dan hebben we in ieder geval de inhoud met elkaar gewisseld.
Ik kan helaas geen creativiteit toepassen op de motie op stuk nr. 765. Ik moet deze motie ontraden. Die betreft ook een andere bewindspersoon, maar toch: de Belastingdienst heeft ook de uitvoeringscapaciteit niet en het is blijkbaar heel erg complex om dat onderscheid te maken.
Voorzitter. De motie op stuk nr. 677 vraagt om te bezien of en hoe koolstofarme waterstof zou kunnen worden toegevoegd aan de openstellingsronde. Deze kan ik oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Minister, dat is dus de motie op stuk nr. 676, de motie-Müller/Jumelet.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ja, de motie op stuk nr. 676 van Müller en Jumelet.
De motie op stuk nr. 677 van Jumelet, Bontenbal, Müller, Van den Berg, Grinwis, Klos en Flach vraagt om voorafgaand aan de vaststelling van de actualisatie van het NPE een openbare consultatie met het veld te organiseren over onder andere de gehanteerde aannames en scenario's, en de uitkomsten daarvan expliciet te betrekken bij de verdere toetsing en uitwerking van het NPE. Die krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 677: oordeel Kamer.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dan motie op stuk nr. 678 van de heer Klos, over bij de uitwerking en voorwaarden van eventuele steunmaatregelen voor blauwe waterstof te waarborgen dat deze niet leiden tot extra aardgasimport of afhankelijkheid. Ook die krijgt oordeel Kamer.
Dan zijn er nog drie vragen gesteld. De heer Flach stelde dat de SDE-regeling niet goed aansluit op de praktijk, bijvoorbeeld als het gaat om concepten waarbij waterstof als zowel brandstof als grondstof wordt geleverd. Hij vroeg of we met betrokken bedrijven willen kijken hoe die beter toegesneden kan worden. Wij ondersteunen inderdaad de verduurzaming van industriële restgassen via de SDE++. Marktpartijen kunnen via de jaarlijkse marktconsultatie van het PBL informatie delen en voorstellen doen voor aanpassing. Mede op basis van deze input wordt de SDE++-ronde van 2026 uitgebreid voor productie van koolstofarme waterstof uit restgassen. We blijven ook met de sector in gesprek over overige knelpunten die nog resteren.
Dan vroeg de heer Flach ook om informatie over de compensatie voor de glastuinbouw als gevolg van ETS2 en de bijmengverplichting van groen gas. Er wordt door LVVN gewerkt aan de vormgeving van die compensatie en er is contact met de Europese Commissie over de mogelijkheden ten aanzien van staatssteun. Over het besluit over het benodigde CO2-tarief voor doelbereik in de sector en de bijbehorende compensatie informeert het kabinet de Kamer met Prinsjesdag.
Voorzitter. Dan was er nog een vraag van de heer Jumelet: wat heeft de minister nodig om de inwerkingtreding van de bijmengverplichting per 1 januari 2027 mogelijk te maken? Heel concreet zou dan nodig zijn dat de inbreng in de Kamer voor de zomer gebeurt en we meteen na de zomer de wetsbehandeling kunnen doen. Om dit traject op 1 januari te halen moet het eigenlijk uiterlijk op 1 oktober in beide Kamers zijn aangenomen. Dit is dus een heel ambitieus traject. Daarom heb ik ook mijn best gedaan het snel bij uw Kamer te krijgen. Dat is dus het traject om het nog per 1 januari 2027 in werking te kunnen laten treden.
Voorzitter. Dat waren volgens mij de vragen die aan mij gesteld waren.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We gaan aanstaande dinsdag stemmen over de ingediende moties.
Energieraad
Energieraad
Aan de orde is het tweeminutendebat Energieraad (CD d.d. 05/03).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik wil direct door met tweeminutendebat Energieraad. De eerste spreker in dat tweeminutendebat is de heer Van den Berg. Hij spreekt namens JA21. Het woord is aan hem.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Dank aan de minister. Dit tweeminutendebat gaat voor JA21 niet over nog een algemene Europese beschouwing, maar over uitvoering. De Kamer heeft moties aangenomen over flexibiliteit in Europese vulgraadverplichtingen, over kussengas en lng-capaciteit als alternatief voor strikte vuldoelen, over een noodwinningsplan voor kussengas uit Norg en over eerlijke Europese kostendeling voor maatregelen waarvan ook andere lidstaten profiteren.
De minister zei in het commissiedebat: ja, we gaan ermee aan de slag. Vulgraden komen terug bij de herziening van het Europese leveringszekerheidskader, kussengas komt terug in de strategischgasbeleidsbrief, en kostendeling wordt onderdeel van de Nederlandse inzet, al ligt dat voor de minister moeilijk omdat er nog weinig medestanders zijn. Juist daarom heeft de Kamer meer nodig dan een algemene toezegging. Welke lidstaten zijn inmiddels benaderd? Is er een Nederlands voorstel of een non-paper opgesteld? Is het ingebracht in de Gas Coordination Group, de Energy Union Task Force of de Raadswerkgroep energietransitie? Hoe gaat Nederland regelen dat lidstaten die investeren in kussengas, lng-capaciteit of strategische reserves, daarvoor ook Europese erkenning krijgen binnen de vulgraadverplichtingen?
De Europese Commissie zegt inmiddels zelf dat gasopslagen niet tegen elke prijs gevuld hoeven te worden en dat flexibiliteit mogelijk is. Dan moet Nederland die ruimte niet alleen constateren, maar politiek organiseren. Aangenomen moties zijn geen vrijblijvende suggesties. De Kamer moet kunnen zien wat ermee gebeurt, wie er meebeweegt en wie blokkeert, en welke volgende stap Nederland zet. Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kamer moties heeft aangenomen over alternatieven voor strikte Europese vulverplichtingen, extra lng-importcapaciteit, kussengasreserves, het noodwinningsplan voor gasopslag Norg en Europese kostendeling voor leveringszekerheidsmaatregelen;
constaterende dat de minister in het commissiedebat heeft toegezegd deze punten mee te nemen in de EU-inzet en de strategischgasbeleidbrief;
overwegende dat aangenomen moties alleen waarde hebben als de Kamer tijdig kan volgen wat ermee gebeurt;
verzoekt de regering om bij de strategischgasbeleidbrief een uitvoeringstabel te voegen waarin per aangenomen motie staat welke concrete actie nationaal en Europees is ingezet, welke deadline daarbij hoort, welke lidstaten of Europese instellingen steun geven of weerstand bieden, hoe kussengasreserves en lng-capaciteit kunnen meewegen bij Europese vulverplichtingen, hoe Europese kostendeling wordt bepleit en welke aanvullende besluiten van de Kamer nodig zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Boomsma.
Zij krijgt nr. 1207 (21501-33).
De heer Van den Berg (JA21):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik nodig mevrouw Van Oosterhout uit voor haar bijdrage aan dit tweeminutendebat. Zij spreekt namens GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb de volgende drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de Europese Commissie in juni zal voorstellen om de RFNBO-productieregels aan te passen;
constaterende dat uurlijkse temporele correlatie bij waterstofproductie bijdraagt aan betere systeemintegratie van hernieuwbare energie, CO2-reductie en kostenbesparing voor Nederlandse huishoudens;
constaterende dat koplopers geïnvesteerd hebben aan de hand van de huidige regelgeving en dat aanpassingen dat bestraffen;
verzoekt het kabinet zich in Europa in te zetten voor het behoud van bestaande CO2-reductie-eisen voor hernieuwbare waterstof en uurlijkse temporele correlatie als leidend principe,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.
Zij krijgt nr. 1208 (21501-33).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het poolgebied reeds onder zware druk staat van de klimaatverandering;
overwegende dat fossiele multinationals vanuit louter financiële belangen willen boren in het kwetsbare poolgebied;
overwegende dat de EU al lang terecht een moratorium op boren naar fossiele brandstoffen in het poolgebied hanteert;
verzoekt het kabinet er bij de Europese Commissie op aan te dringen om standvastig het moratorium op boren in het Arctische gebied te behouden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.
Zij krijgt nr. 1209 (21501-33).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de methaanverordening een essentieel wapen is in de strijd tegen de klimaatverandering;
constaterende dat de regering van Trump en de fossiele industrie Europese overheden belobbyen om de methaanverordening af te zwakken;
constaterende dat de Europese marktmacht sterk genoeg is om buitenlandse bedrijven te dwingen zich aan te passen en dat de daarvoor vereiste technologieën reeds bestaan en toegepast worden;
verzoekt het kabinet om niet voor Trump op de knieën te gaan en dus niet in te stemmen met afzwakkingen van de methaanverordening,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.
Zij krijgt nr. 1210 (21501-33).
Dank u wel. We gaan luisteren naar bijdrage van mevrouw Müller. Zij ziet daarvan af. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van de zijde van de Kamer. Ik kijk naar de minister. Haar voorbereiding kan in vijf minuten? Ik schors deze vergadering tot 22.05 uur.
De vergadering wordt van 22.00 uur tot 22.10 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen dit debat. We gaan luisteren naar de reactie van de minister op de inbreng van de Kamer in het tweeminutendebat Energieraad. De minister.
Termijn antwoord
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Als eerste de motie van de leden Van den Berg en Boomsma die de Commissie verzoekt om een uitvoeringstabel. Ik heb daarover twee opmerkingen. Als eerste: moties worden altijd serieus uitgevoerd. De introductie van deze motie kan ik niet onderschrijven. Ik zie de heren lachen, dus ik neem aan dat ze het niet erg vinden dat ik daar een opmerking over maak. Het lijkt mij prima om aan de brief over strategisch gasbeleid een uitvoeringstabel toe te voegen waarin per aangenomen motie staat aangegeven welke concrete acties we hebben ingezet en wat het krachtenveld is, als u dan de rest van alle details weglaat. Want anders wordt het heel gedetailleerd en krijgen we daar weer een discussie over. Het schetsen van het krachtenveld is uitstekend. Ik kan ook nog toevoegen welke aanvullende besluiten van de Kamer nodig zijn, maar het hangt niet altijd van aanvullende besluiten van deze Kamer af of er in Europa iets gebeurt. Die winstwaarschuwing wil ik wel meegeven. Het stukje "welke deadline" tot en met "wordt bepleit" zou dan geschrapt moeten worden. We kunnen dan het krachtenveld aangeven en benoemen wat er gedaan is, want niet alles heeft een deadline. Kortom, dan komen we in een stukje administratieve lasten waar we gezamenlijk ook proberen uit te blijven.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de indiener, de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik weet zeker dat de minister dat serieus neemt. Ik zat nog even met weemoed terug te kijken naar de tijd bij de Provinciale Staten waarin elke motie een afdoeningsvoorstel kreeg. Soms is dat even wennen hier in de Kamer. Ik ga 'm aanpassen, en dank.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Als de motie op die manier wordt aangepast, kan die ook oordeel Kamer krijgen.
De voorzitter:
Wellicht kan de minister daar nog even schriftelijk op reageren.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Zeker, want het is een grote wijziging en dan is het handig dat de Kamer dat nog even kan lezen.
De voorzitter:
Dus in deze vorm ontraden, wordt waarschijnlijk gewijzigd en dan krijgen we daarover een brief van de minister.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ja, absoluut.
Dan kom ik op de RFNBO-regels. Ik wil mevrouw Van Oosterhout voorstellen de motie aan te houden, omdat ik de Kamer een technische briefing wil aanbieden. Over het behoud van de bestaande CO2-reductie-eisen zijn we het eens, maar op dat punt van de temporele correlatie niet. We zijn het ermee eens dat dit op termijn een leidend principe zou moeten zijn, maar het dreigt op korte termijn echt te leiden tot het stilvallen van projecten. We proberen met elkaar een geheel op gang te brengen. Ik wil de Kamer een technische briefing aanbieden om uit te leggen waarom het op deze termijn voor een tijdje nodig is om meer flexibiliteit te vragen in die uurlijkse temporele correlatie om deze hele ontwikkeling op gang te brengen. Ik vraag mevrouw Van Oosterhout de motie aan te houden tot we de technische briefing hebben gehad. Dan kunnen de leden daarna hun oordeel vormen of ze na de technische uitleg van waarom dit hout snijdt al dan niet de motie willen aannemen. Ik hoef dan niet nu in dit tweeminutendebat al die techniek toe te lichten.
De voorzitter:
Mevrouw Van Oosterhout, de vraag is of u de motie aanhoudt.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Misschien kan de minister dan toch nog wat extra uitleg hierover geven en aangeven op wat voor termijn de briefing volgt, want het gaat niet een-twee-drie lukken. Ik kan de uitleg van de minister niet helemaal volgen, omdat de industrie juist heel duidelijk zegt dat het niet klopt en dat er voldoende flexibele vraag en aanbod is. Wij zijn juist bang dat als we dit nu gaan doen, het Nederlandse huishoudens meer gaat kosten. Enerzijds heb ik dus de vraag op welke termijn het gaat plaatsvinden en anderzijds de opmerking dat volgens ons de interpretatie van de minister niet klopt.
De voorzitter:
De termijn van een technische briefing bepaalt u als Kamer zelf. Dat kunt u in de procedurevergadering bepalen. De minister gaat daar niet over. Daar gaat u zelf over. Ik wil hier nu niet het inhoudelijke debat over hebben. Ik hoor de minister zeggen dat zij daar in deze vorm een oordeel over wil geven en dan is de vraag of mevrouw Van Oosterhout de motie wel of niet wil aanhouden.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik moet 'm in deze vorm ontraden, omdat wij denken dat het tot te grote problemen in de doorontwikkeling van deze transitie zal leiden op dit moment. Dat heeft met name te maken met het onvoldoende beschikbaar zijn van transport- en opslagcapaciteit. Dat schijnt een rol te spelen en dat kunnen we in een technische briefing toelichten. Als mevrouw Van Oosterhout dan nog van mening is dat zij of de analyse niet deelt of een andere weging maakt, kan dat altijd, maar dan hebben in ieder geval alle Kamerleden toegang tot dezelfde informatie. We zijn graag bereid dat heel snel te doen. In de huidige vorm moet ik haar dus ontraden, omdat wij van mening zijn dat enige flexibiliteit om technische redenen belangrijk is. Dat is op dit moment dan ook het oordeel over de motie.
De voorzitter:
Mevrouw Van Oosterhout, de motie wordt ontraden.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
De industrie deelt de analyse van de minister niet. Ik wil de motie niet aanhouden.
De voorzitter:
De motie wordt niet aangehouden. De motie op stuk nr. 1208 wordt ontraden en komt in stemming.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dan de motie over het poolgebied, ook van mevrouw Van Oosterhout. Het kabinet beraadt zich nog op een standpunt hierover. Daarom moet ik deze motie op dit moment ook ontraden. Ik zou wel willen vragen of mevrouw Van Oosterhout bereid is de motie aan te houden totdat het kabinet hierover een standpunt heeft geformuleerd. Dit dossier ligt interdepartementaal en dus niet alleen bij mijn departement. Daar kan ik gewoon niet op vooruitlopen.
De voorzitter:
Ik kijk naar mevrouw Van Oosterhout met het verzoek om de motie op stuk nr. 1209 aan te houden. Dat doet zij niet. De motie op stuk nr. 1209 wordt dan ontraden en komt in stemming.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De geest van de motie snap ik natuurlijk heel goed. Het Noordpoolgebied is heel kwetsbaar. Het is belangrijk dat daar een zorgvuldige afweging plaatsvindt. Ik begrijp de reden waarom mevrouw Van Oosterhout aandacht vraagt voor deze ontwikkeling. Absoluut. Maar omdat er binnen het kabinet nog over wordt gesproken, kan ik daar gewoon niet op vooruitlopen.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Kan de minister dan toch iets delen over die afwegingen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Nee, ik kan op dit moment niets meer delen over die afwegingen. Deze strategie ligt primair bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, maar wordt uiteraard interdepartementaal afgestemd met een aantal andere departementen. Over die gesprekken die nog lopen, is het moeilijk om nu iets te zeggen. Maar mevrouw Van Oosterhout kan zich ook voorstellen welke aspecten daarbij allemaal een rol spelen. Het vraagt een zorgvuldige afweging. Het is een kwetsbaar gebied en dat is onderdeel van de afweging van het kabinet.
De voorzitter:
De Kamer wordt daar te zijner tijd over geïnformeerd. Dan de motie op stuk nr. 1210.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Mevrouw Van Oosterhout vraagt om niet in te stemmen met afzwakking van de Methaanverordening. Dat is op dit moment niet aan de orde. De Europese Commissie komt met een handreiking in de context van de bestaande Methaanverordening. Pas op een later moment komt er een herziening van de Methaanverordening. Dan ligt er opnieuw een voorstel en kunnen wij onze positie bepalen. Ik ontraad deze motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1210 wordt ontraden. Er zijn geen openstaande vragen meer.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van het tweeminutendebat Energieraad.
Betaalbare energierekening voor huishoudens
Betaalbare energierekening voor huishoudens
Aan de orde is het tweeminutendebat Betaalbare energierekening voor huishoudens (CD d.d. 09/04).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik wil direct doorgaan met het volgende tweeminutendebat. Dat gaat over de betaalbare energierekening voor huishoudens. Dat betreft een commissiedebat van 9 april jongstleden. Ik nodig de heer Dijk uit voor zijn bijdrage. Hij spreekt namens de SP.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel, voorzitter. We hadden inderdaad op 9 april dit commissiedebat over de betaalbare energierekening voor huishoudens. Toen viel mij op dat de gehele oppositie zich stevig uitsprak voor het verlagen van de energierekening, met name door het verlagen van de energiebelastingen. Daarom heb ik twee moties hierover.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat 2 miljoen mensen moeite hebben de energierekening te betalen;
constaterende dat de btw op gas en stroom hier een belangrijk aandeel in vormt;
constaterende dat andere EU-landen ook stappen hebben gezet om de btw op energie (tijdelijk) te verlagen;
verzoekt de regering om de btw op energie te verlagen naar het lage tarief,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jimmy Dijk.
Zij krijgt nr. 679 (29023).
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat is volgens mij een motie die vrij helder is in haar doel en in het voorstel om de btw op gas en stroom te verlagen. Ik heb daar heel veel verschillende dekkingsbronnen voor die ik zou willen gebruiken. Maar ik laat dat bewust open, omdat ik denk dat we hier als verenigde oppositie prima uit zouden kunnen komen als we een voorstel van het kabinet krijgen. Daarom heb ik ook het volgende voorstel om in algemene zin de belasting op energie te verlagen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat al jarenlang honderdduizenden huishoudens de energierekeningen moeilijk kunnen betalen;
constaterende dat de belastingen hier negatief aan bijdragen;
verzoekt de regering opties uit te werken om belastingen op energie te verlagen en deze uiterlijk met de aankomende begroting 2027 aan de Kamer te sturen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jimmy Dijk.
Zij krijgt nr. 680 (29023).
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik heb het bewust zo open gelaten, omdat ik vermoed dat de energierekeningen de komende tijd nog verder zullen stijgen. We hebben sinds het commissiedebat van 9 april een steunpakket van 1 miljard euro gezien. Daar zat weinig verlichting in als het gaat om de energierekening voor huishoudens. Het zou mij een lief ding waard zijn, zeker na het nieuws van gisteren dat de energierekening van de mensen weer met 10% gaat stijgen in de komende tijd, dat we de belasting op energie gaan verlagen om de mensen in ons land tegemoet te komen. Nu is het crisis, dus nu moet het geld uitgegeven worden.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Vermeer voor zijn bijdrage namens de BBB.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Dat steunpakketje was niet 1 miljard euro. Per saldo was het 23 miljoen euro voordeel voor dit kabinet in de komende jaren. Dus uiteindelijk zat het nog beroerder in elkaar.
Voorzitter. In het commissiedebat ben ik uitgebreid ingegaan op de regionale verschillen wat betreft de energierekening. Mensen uit het noorden van het land moeten bijvoorbeeld vaak langer reizen naar werk of voorzieningen. Zij worden dan ook harder geraakt door de hoge benzineprijzen dan de mensen die wonen in gebieden waar voorzieningen en werk dichtbij zijn. Ook energieleverancier Essent praat over een energiekloof. Mijn vraag aan de minister is waarom zij regionale verschillen niet heeft meegenomen in het steunpakket.
Dan is het ook nog zo dat wij per 1 juli te maken hebben met de nieuwe Energiewet. Op grond van die wet is het mogelijk om energie te delen en energiegemeenschappen op te zetten. In september heeft het kabinet daarover een Kamerbrief naar de Kamer gestuurd. Dit voorjaar stelde de Europese Commissie het doel vast om in 2030 tien keer meer energiegemeenschapsprojecten te realiseren in Europa, maar we hebben nog geen concrete ondersteuning gezien binnen Nederland. Wij zouden graag van de minister horen of zij nog met iets gaan komen. Komt daar nog budget voor of een gericht programma? Weet de minister hoever het nu is met de energiedeelcontracten? Heeft zij al gesprekken gevoerd met leveranciers die kunnen aangeven dat zij dit zo snel mogelijk gaan faciliteren? Wat ons betreft zou dat per 1 juli kunnen zijn, als die nieuwe Energiewet ingaat. Daar zouden wij graag iets meer over weten.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De derde spreker in dit debat is de heer El Abassi. Hij spreekt namens DENK.
De heer El Abassi (DENK):
Dank, voorzitter. Ik ga meteen beginnen met de moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Tijdelijk Noodfonds Energie regelmatig voortijdig moet sluiten doordat beschikbare middelen uitgeput raken;
overwegende dat toegang tot ondersteuning bij hoge energiekosten niet afhankelijk mag zijn van het moment van aanvragen;
verzoekt de regering om te komen tot een structurele financiering van het Noodfonds Energie waarbij huishoudens die aan de voorwaarden voldoen altijd aanspraak kunnen maken op ondersteuning,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 681 (29023).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat energiearmoede leidt tot hogere zorgkosten, mentalegezondheidsproblemen en slechtere ontwikkelingskansen voor kinderen;
overwegende dat deze maatschappelijke kosten onvoldoende worden meegenomen bij beleidskeuzes rondom energielasten;
verzoekt de regering om bij toekomstig beleid inzake energiearmoede en energiekosten expliciet de maatschappelijke kosten op het gebied van gezondheid, onderwijs en welzijn mee te wegen, en hierover jaarlijks aan de Kamer te rapporteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 682 (29023).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat huishoudens in slecht geïsoleerde woningen aanzienlijk hogere energielasten hebben dan huishoudens die beschikken over verduurzamingsmaatregelen zoals een warmtepomp;
overwegende dat hierdoor een groeiende energiekloof ontstaat tussen huishoudens met en zonder financiële mogelijkheden om te verduurzamen;
verzoekt de regering om met aanvullende maatregelen te komen voor huishoudens in slecht geïsoleerde huur- en koopwoningen, gericht op het verkleinen van de energiekloof en het verlagen van hun energierekening,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 683 (29023).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er sprake is van onderuitputting binnen onderdelen van het Klimaatfonds;
overwegende dat veel huishoudens kampen met hoge energielasten en bestaansonzekerheid;
verzoekt de regering om in kaart te brengen welke middelen binnen het Klimaatfonds niet worden benut en te bezien hoe deze middelen kunnen worden ingezet voor lastenverlichting op de energierekening van huishoudens, en de Kamer hierover vóór de begrotingsbehandeling te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 684 (29023).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de belasting- en heffingsdruk op gas voor Nederlandse huishoudens behoren tot de hoogste in Europa;
constaterende dat stijgende energiekosten de bestaanszekerheid van miljoenen huishoudens onder druk zetten;
overwegende dat een verlaging van de energiebelasting direct kan bijdragen aan lagere energielasten voor huishoudens;
verzoekt de regering om bij de eerstvolgende fiscale besluitvorming de energiebelasting op gas substantieel te verlagen, en de Kamer hierover voor Prinsjesdag te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 685 (29023).
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat heeft u snel gedaan. Ik geef nu het woord aan de heer Grinwis namens de ChristenUnie.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Twee onderwerpen. Eerst maar eens een motie, over onderwerp één.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat door de afschaffing ineens van de salderingsregeling per 1 januari 2027 huishoudens met zonnepanelen een fors hogere energierekening tegemoet kunnen zien;
overwegende dat het verhogen van het eigen verbruik van zelfopgewekte zonnestroom een effectieve manier is om de energierekening te verlagen én om minder afhankelijk te zijn van energie van elders;
overwegende dat zonnepanelen een btw-nultarief kennen, maar dat dit, in tegenstelling tot in Duitsland, niet geldt voor thuisbatterijen, en een thuisbatterij wel een van de mogelijkheden is om het eigen verbruik van zelfopgewekte zonnestroom te vergroten;
verzoekt de regering het eigen verbruik van opgewekte zonnestroom te stimuleren, daarbij te bezien of een regeling zoals toegepast in Duitsland nuttig en nodig is om al dan niet tijdelijk in ons land toe te passen, en wel zodanig dat het net wordt ontlast, en de Kamer hierover op Prinsjesdag te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Klos en Heutink.
Zij krijgt nr. 686 (29023).
Dat leidt tot een vraag van de heer Heutink.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
We hebben al een regeling waarin je de btw over de aanschafprijs van een thuisbatterij kunt terugvragen. Dat is alleen een heel proces. Dat is heel erg ingewikkeld. Er zijn allemaal eisen. Je mag bijvoorbeeld niet al eerder btw hebben teruggevraagd voor zonnepanelen, je moet een dynamisch energiecontract hebben en noem het allemaal maar op. Is het dan niet zinvoller om het kabinet te vragen om wat te doen aan al die extra, aanvullende eisen, om het terugvragen van de btw gewoon eenvoudiger te maken?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat hadden we in het verleden bij zonnepanelen ook. Toen is er uiteindelijk in Europa ruimte gekomen om de btw op 0% te zetten. Dat is veel eenvoudiger dan die via allerlei omslachtige wegen te moeten terugvragen. Nu gaat de salderingsregeling in Nederland weg. In Duitsland hebben ze die niet gekend. In Duitsland hebben ze er altijd voor gekozen om zowel op zonnepanelen als op thuisbatterijen 0% btw te heffen. Nu is mijn vraag: is het niet nodig en nuttig om dat ook zo in Nederland toe te passen? Anderzijds is de motie zo open geformuleerd dat ik de afweging bij het kabinet wil laten om goed te kijken of het hier echt nodig is. Je ziet nu ook al een enorme run op thuisbatterijen, omdat Nederlanders met zonnepanelen op hun dak niet gek zijn.
De voorzitter:
Kort en krachtig, meneer Heutink.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voor de salderingsregeling kom ik zo meteen met een voorstel.
Dan ten aanzien van de thuisbatterij. Dat punt is ook een onderdeel van onze inbreng. Ik zou die motie graag mede willen indienen, als dat zou mogen van meneer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Van mij mag dat zeker. Ik kijk even naar meneer Klos. Ik zie dat hij dat ook goedvindt. Bij dezen staat "meneer Heutink" genoteerd.
De voorzitter:
We zetten u erop.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik heb nog wel een vraag over de hele salderingssoap die we de afgelopen jaren in dit huis hebben gehad. Dat was natuurlijk zonder dat deze minister erbij was. De wet waarmee het salderen per 2027 ineens werd afgeschaft, heeft wel geleid tot een aantal aangenomen amendementen. De geest en de doelstelling van die amendementen was om te zorgen dat er bijvoorbeeld geen terugleverkosten meer in rekening zouden worden gebracht op het moment dat de saldering eraf was. Ooit zijn energiebedrijven door het flipperkastbeleid in Den Haag overgegaan tot het inrekenen van terugleverkosten. Gaan die er nou af zo meteen, op 1 januari? Of worden die omlaaggeschroefd, teruggeschroefd, of niet? Het is al heel lang stil op dit front. Juist in het kader van de betaalbaarheid van de energierekening vraag ik de minister om helderheid hierover.
Voorzitter. Dan nog een andere vraag, heel snel en heel kort, over ETS2. Ik vind het toch wel zorgwekkend hoe het vorige kabinet hiermee is omgegaan. Daarmee komt er een enorme lastenverzwaring met een hele geringe compensatie. Ik heb een aantal maanden geleden samen met collega Flach een motie ingediend die is aangenomen. Ik ben benieuwd naar de monitoring van de lastenverzwaring en of we in het licht van de huidige energieprijsstijging toch niet moeten gaan ingrijpen. In die zin kijk ik ook met sympathie naar de motie over de energiebelasting die collega Dijk zojuist heeft ingediend.
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik heb mevrouw Kröger op de lijst staan, maar ik kijk mevrouw Van Oosterhout aan. Er is sprake van een kleine gedaanteverwisseling. Mevrouw Van Oosterhout spreekt namens GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de energiearmoede in Nederland jaarlijks in kaart wordt gebracht;
overwegende dat energieprijzen zijn gestegen en naar verwachting hoog blijven;
verzoekt de regering om op basis van de Monitoring Energiearmoede het energiearmoedebeleid jaarlijks te actualiseren, inclusief de verwachte effecten op energiearmoede, en de Kamer hier gelijktijdig met de KEV over te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Oosterhout en Kröger.
Zij krijgt nr. 687 (29023).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering de bijdrage te erkennen die energie- en warmtegemeenschappen kunnen leveren aan een betaalbaar en weerbaar energiesysteem en aan de ontlasting van het energienet;
verzoekt de regering om regelingen, subsidies en middelen te bundelen in een gericht programma om energie- en warmtegemeenschappen te stimuleren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Oosterhout en Kröger.
Zij krijgt nr. 688 (29023).
De voorzitter:
Dank u wel. Ik nodig de heer Kops uit voor zijn bijdrage. De heer Kops doet dat namens de PVV.
De heer Kops (PVV):
Dit debat heet "Betaalbare energierekening voor huishoudens", maar als er iets is wat voor heel veel huishoudens juist niet betaalbaar is, dan is het wel die energierekening. En als er dus iets is wat deze minister zou moeten doen, dan is dat de energierekening verlagen. Maar, niks van dat al, want op ieder voorstel dat er werd gedaan in het commissiedebat, was het antwoord: nee, nee, nee, dat gaan we niet doen.
Sterker nog, die energierekening gaat gewoon verder omhoog, want bovenop de torenhoge energielasten krijgen we straks ook nog de zogeheten Timmermanstaks, een Europese CO2-heffing voor huishoudens. Gas wordt daardoor nog duurder. Daarnaast wil de minister een verplichte bijmenging van groen gas. En jawel, gas wordt daardoor nog duurder. En ben je van het gas af en/of verbruik je heel veel elektriciteit, dan ga je in de toekomst tijdens piekmomenten zomaar ook nog eens hogere nettarieven betalen. Het gaat maar door en dat dus terwijl de energieprijzen en de belasting op energie al torenhoog zijn. Het is ongekend.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering de "Timmermanstaks", een lastenverhogende Brusselse CO2-heffing voor huishoudens, naar de prullenbak te verwijzen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kops.
Zij krijgt nr. 689 (29023).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering het voorstel Wet bijmengverplichting groen gas, dat tot nog hogere stookkosten voor huishoudens zal leiden, in te trekken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kops.
Zij krijgt nr. 690 (29023).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering ervoor te zorgen dat er geen gedifferentieerde nettarieven worden ingevoerd, waarbij huishoudens die hun elektriciteitsverbruik niet naar dalmomenten willen of kunnen verplaatsen, worden gestraft met een hoger tarief,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kops.
Zij krijgt nr. 691 (29023).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering de btw op energie te verlagen van 21% naar 9% en tevens de energiebelasting te verlagen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kops.
Zij krijgt nr. 692 (29023).
De heer Kops (PVV):
Ik dank u.
De voorzitter:
Dank u wel. Razendsnel. De heer Van den Berg doet zijn bijdrage namens JA21.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Geen Timmermanstaks maar de oplossing voor spouwmuurisolatie. Vleermuizen: we kunnen het nu eindelijk oplossen, na al die jaren.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat eDNA inmiddels erkend is voor het opsporen van vleermuizen bij spouwmuurisolatie van grondgebonden woningen en dat bij een negatieve test regulier kan worden geïsoleerd;
constaterende dat bij een positieve test nog steeds onduidelijkheid bestaat door provinciale verschillen in beleid en handhaving;
overwegende dat woning-voor-woning ecologisch onderzoek door eigenaar-bewoners te traag en te duur is en dat daarom een snelle, uniforme en betaalbare landelijke route nodig is;
verzoekt de regering om uiterlijk 1 oktober 2026 een landelijke gedragscode natuurvriendelijk isoleren vast te stellen waarin:
- eDNA de standaard eerste onderzoeksroute is bij spouwmuurisolatie van grondgebonden woningen;
- bij een negatieve eDNA-uitslag zonder aanvullend ecologisch onderzoek of vergunning kan worden geïsoleerd;
- bij een positieve eDNA-uitslag een uniforme landelijke handelingsroute geldt met standaard mitigerende maatregelen, zodat individueel jaarrond onderzoek per woning niet langer de standaard is;
- provinciale verschillen in uitvoeringsbeleid worden weggenomen en gemeenten worden ondersteund bij het versnellen van pre-SMP's en SMP's;
verzoekt de regering tevens om eDNA-onderzoek en standaard mitigerende maatregelen voor eigenaar-bewoners subsidiabel te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Boomsma.
Zij krijgt nr. 693 (29023).
Dit leidt tot een vraag van de heer Heutink.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ja, voorzitter. De Nederlander heeft een torenhoge energierekening en de oplossing van JA21 is een motie over vleermuizen?
De heer Van den Berg (JA21):
Ja, wat zal ik hier nou op zeggen? Mensen hebben een hoge energierekening. Dat heeft onder andere te maken met of je huis wel of niet goed is geïsoleerd, los van de hoge gas- en elektriciteitsprijzen. Het lijkt ons als JA21 nou juist heel slim om daarin te investeren zodat mensen op de lange termijn weerbaar zijn en daardoor een lage energierekening hebben. Ik denk dat je dat met een beetje constructiviteit moet bekijken.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Van den Berg (JA21):
Maar ik zie geen vervolgvraag, dus ik denk dat dat klopt.
De voorzitter:
Daag hem niet uit!
De heer Van den Berg (JA21):
Dan de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat huishoudens met thuisbatterijen en bidirectioneel laden kunnen bijdragen aan slimmer elektriciteitsgebruik en het beperken van piekbelasting op het net;
constaterende dat bij elektriciteit die van het net wordt afgenomen, achter een kleinverbruikersaansluiting wordt opgeslagen en later weer aan het net wordt teruggeleverd, dubbele energiebelasting kan ontstaan;
constaterende dat voor grotere elektriciteitsopslag al een oplossing bestaat, maar voor thuisbatterijen en bidirectioneel laden nog geen uitvoerbare regeling is getroffen;
overwegende dat de salderingsregeling per 1 januari 2027 wordt beëindigd en huishoudelijke opslag daardoor belangrijker wordt;
overwegende dat huishoudens die bijdragen aan flexibiliteit en netontlasting, niet fiscaal moeten worden benadeeld door dubbele belastingheffing;
verzoekt de regering om uiterlijk bij het Belastingplan 2027 een uitvoerbare regeling of voorkeursvariant aan de Kamer voor te leggen waarmee dubbele energiebelasting bij thuisbatterijen en bidirectioneel laden achter kleinverbruikersaansluitingen wordt voorkomen, inclusief de gevolgen voor uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid, huishoudens met en zonder zonnepanelen, netcongestie en de energierekening,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Boomsma.
Zij krijgt nr. 694 (29023).
De heer Van den Berg (JA21):
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik was coulant. Let u alstublieft op de twee minuten. Uw bijdrage moet gewoon in twee minuten afgerond zijn. De heer Flach nodig ik uit. Hij spreekt namens de SGP.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, ik zal het een beetje compenseren, want ik blijf binnen de twee minuten.
Tijdens het debat heb ik de vinger gelegd bij de verschillen tussen het Tijdelijk Noodfonds Energie en het nieuwe noodfonds, het publieke energiefonds. Er wordt nu gekeken naar een vast steunbedrag, terwijl in het vorige fonds veel meer maatwerk zat. Tussen huishoudens met energiearmoede zitten immers grote verschillen. Ook vallen huishoudens met stadswarmte nu buiten de boot. Ziet de minister mogelijkheden om beter aan te sluiten op de werkwijze van het vorige noodfonds, zo vraag ik haar.
Voorzitter. Dan heb ik een hele korte motie. De kortheid geeft mij de gelegenheid om goed uit te leggen wat ik daarmee bedoel.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering te bezien wat de mogelijkheden zijn om lastenverzwaringen door stijgende btw-inkomsten als gevolg van stijgende nettarieven te voorkomen, bijvoorbeeld door een gedeeltelijke btw-vrijstelling of subsidiëring van netverzwaring,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.
Zij krijgt nr. 695 (29023).
De heer Flach (SGP):
Voordat verwezen wordt naar het Belastingplan: ik zeg dit zo, omdat het hierbij nadrukkelijk gaat om het in kaart brengen van de mogelijkheden om lastenverzwaringen door te voeren, zodat je er in een bepaald geval bij het Belastingplan iets aan zou kunnen doen. Ik vraag de minister om dat in kaart te brengen. Dat is de strekking van deze motie.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Flach. Mevrouw Müller nodig ik uit voor haar bijdrage. Zij doet dat namens de VVD. Gaat uw gang.
Mevrouw Müller (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Afgelopen weken zijn de plannen rondom de volume- en tijdsafhankelijke tarieven meerdere malen in het nieuws geweest. Bij veel mensen thuis roept dit vragen op, en dat is begrijpelijk. Volgens mij kan ik wel zeggen dat er Kamerbreed ongemak over is dat de Kamer geen echte rol speelt in de besluitvorming rondom deze tarieven. Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de ACM werkt aan volume- en tijdsafhankelijke tarieven voor kleinverbruikers en dat het ontwerpbesluit naar verwachting rond de zomer wordt gepubliceerd;
overwegende dat volume- en tijdsafhankelijke tarieven helpen om de druk op het stroomnet te verminderen en om slimmer stroomgebruik te stimuleren, maar tegelijkertijd gevolgen kunnen hebben voor de energierekening van (verduurzaamde) huishoudens;
constaterende dat de Tweede Kamer geen formele rol heeft in de besluitvorming over de invoering van volume- en tijdsafhankelijke tarieven, terwijl dit besluit aanzienlijke impact kan hebben op huishoudens;
verzoekt de regering de Kamer zo spoedig mogelijk te informeren over de volume- en tijdsafhankelijke tarieven, zodat de Tweede Kamer zich na de zomer nog tijdig uit kan spreken over de definitieve besluitvorming door de ACM,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Müller, Van Oosterhout, Vermeer, Klos, Flach, Van den Berg, Jumelet, Grinwis, Heutink en Jimmy Dijk.
Zij krijgt nr. 696 (29023).
Mevrouw Müller (VVD):
Dan heb ik ook nog een motie die ziet op subsidies voor huishoudens, waarmee die hun huis kunnen verduurzamen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er op nationaal en lokaal niveau een groot aantal subsidies bestaat om huishoudens te ondersteunen bij het verduurzamen van hun woning;
overwegende dat het voor veel huishoudens onvoldoende overzichtelijk is op welke subsidies zij aanspraak kunnen maken en op welke wijze zij deze kunnen aanvragen;
verzoekt de regering te komen tot één loket waarin landelijke en lokale regelingen worden gebundeld, zodat huishoudens inzicht krijgen in welke subsidies voor hen beschikbaar zijn en hoe zij hiervan gebruik kunnen maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Müller.
Zij krijgt nr. 697 (29023).
Dank u wel. Meneer Jumelet, het is aan u.
De heer Jumelet (CDA):
Voorzitter. Ik kan niet zo snel praten als mevrouw Müller, maar ik zal mijn best doen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat ontwikkelingen zoals stijgende en tijdsafhankelijke nettarieven, ETS2 en de bijmengverplichting voor groen gas gezamenlijk grote invloed hebben op de energierekening van huishoudens en bedrijven;
overwegende dat inzicht in de stapelingseffecten van klimaat- en energiemaatregelen noodzakelijk is om de betaalbaarheid van energie te kunnen borgen;
overwegende dat een goede balans tussen de betrouwbaarheid, duurzaamheid en betaalbaarheid van het energiesysteem cruciaal is voor het draagvlak voor de energietransitie;
verzoekt de regering om uiterlijk bij de Miljoenennota 2027 een integrale analyse te presenteren van de cumulatieve effecten van nationale en Europese klimaat- en energiemaatregelen op de energierekening van huishoudens en bedrijven, en inzichtelijk te maken aan welke knoppen er kan worden gedraaid om de energierekening betaalbaar te houden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jumelet.
Zij krijgt nr. 698 (29023).
De heer Jumelet (CDA):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. U bepaalt natuurlijk uw eigen tempo, meneer Jumelet.
Dan nodig ik de heer Klos uit voor zijn bijdrage namens D66.
De heer Klos (D66):
Dank, voorzitter. Eén motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat ruim 500.000 huishoudens kampen met energiearmoede en dat met name huishoudens met een laag inkomen, huurders en bewoners van slecht geïsoleerde woningen kwetsbaar zijn voor hoge energielasten;
overwegende dat een betaalbare energierekening essentieel is voor bestaanszekerheid en draagvlak voor de energietransitie, en dat woningverduurzaming de meest effectieve manier is om energielasten structureel te verlagen;
verzoekt de regering om een aanpak uit te werken voor het versnellen van woningverduurzaming voor huishoudens die kwetsbaar zijn voor hoge energielasten, en daarbij in ieder geval te bezien hoe:
- het Nationaal Isolatieprogramma in energiekwetsbare wijken kan worden versterkt;
- het Warmtefonds toegankelijk en aantrekkelijk kan worden voor huishoudens met lage inkomens;
- energiekwetsbare huishoudens beter kunnen worden ontzorgd bij woningverduurzaming, onder meer via energiecoaches, FIXbrigades en andere lokale energiehulpnetwerken;
- er meer langjarige duidelijkheid kan worden geboden over bestaande regelingen voor woningverduurzaming,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Klos, Kröger en Grinwis.
Zij krijgt nr. 699 (29023).
Dank u wel.
Tot slot is het woord aan de heer Heutink van de Groep Markuszower.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter, goedenavond. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Nederlandse huishoudens de afgelopen jaren hebben geïnvesteerd mede op basis van bestaand overheidsbeleid en dat het afschaffen van de salderingsregeling het wantrouwen richting de politiek vergroot;
constaterende dat de prijs van energie voor veel Nederlandse huishoudens te hoog is en dat het afschaffen van de salderingsregeling Nederlanders nog meer in de financiële problemen brengt;
verzoekt de regering de salderingsregeling per 2027 niet te beëindigen, deze regeling dus te heropenen en dekking te zoeken in het Klimaatfonds voor de gebouwde omgeving,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Heutink.
Zij krijgt nr. 700 (29023).
Dat leidt tot een vraag van de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik denk toch even terug aan het debat van laatst. Volgens mij was het mevrouw Müller van de VVD die toen terecht opmerkte dat de heer Heutink een probleem heeft met zonnepanelen als het gaat om netcongestie. Ik citeer: die ellendige dingen veroorzaken netcongestie. Tegelijkertijd houdt de heer Heutink hier een pleidooi voor meer zonnepanelen met subsidie. Hoe verhouden die twee zich tot elkaar?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Er is een groot verschil. Enerzijds hebben we ooit de salderingsregeling opgetuigd om ervoor te zorgen dat heel veel mensen zonnepanelen gingen aanschaffen. Die mensen hebben dat gedaan in de wetenschap dat ze die op relatief korte termijn konden terugverdienen. De overheid schrapt die regeling nu. Het grote probleem qua netcongestie heeft natuurlijk te maken met het feit dat we heel Nederland aan het volplempen zijn met die verschrikkelijk lelijke windmolens en dat we hele boerenakkers aan het volgooien zijn met zonnepanelen. Die zonnepanelen die op huizen liggen, zijn een heel ander issue. Het gaat om die foeilelijke windmolens en om die zonnepanelen op landbouwgronden.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de zijde van de Kamer. De minister heeft gevraagd om een schorsing van tien minuten. Ik schors dus tot 22.53 uur. Nou, laten we dan 22.55 uur zeggen, vooruit. Er zijn een heleboel moties ingediend. We gaan om 22.55 uur luisteren naar de beantwoording van de minister. Het debat is geschorst.
De vergadering wordt van 22.43 uur tot 22.55 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen het debat. We gaan direct luisteren naar de appreciatie van de minister op de ingediende moties. Ook geeft de minister nog een antwoord op een enkele vraag. Minister.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. De motie op stuk nr. 679 van de leden Van den Berg en Boomsma gaat over het verlagen van de btw naar het lage tarief van 9%. Die motie moet ik ontraden. De prijsstijgingen van ...
De voorzitter:
Sorry, ik heb bij de motie op stuk nr. 679 "Jimmy Dijk" staan.
Termijn antwoord
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Inderdaad, ik heb ze omgedraaid. Maar ik heb 'm hier daadwerkelijk met uw nummering als nummer 680 gekregen, voorzitter. Dus dan is er ergens bij het kopiëren iets misgegaan.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 680 is ook van Jimmy Dijk. Dat we daar geen fouten ...
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dan ben ik bang dat er misschien één motie van de heer Jimmy Dijk mist.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 679 verzoekt de regering om de btw op energie te verlagen naar het lage tarief.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik vraag even aan de ambtenaren of ze ... Ik zal goed voorlezen over welke dicta het gaat. Dan kunnen we het allemaal volgen. Er mist in mijn stapel gewoon één motie met een appreciatie.
De voorzitter:
Dan kunnen we ze misschien vragen om die dan nog te brengen. Dan gaan we met enige spoed door de stapel.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Precies, ik neem aan dat ze gewoon meeluisteren.
Ik begin even met de motie op stuk nr. 680 van Jimmy Dijk. Die verzoekt de regering om opties uit te werken om belastingen op energie te verlagen en deze uiterlijk met de aankomende begroting, die van 2027, aan de Kamer te sturen. Deze motie moet ik ontraden. Dit ligt bij Financiën. Er kan een schriftelijke appreciatie van Financiën komen. Als de leden bereid zijn om daarop te wachten, dan zal die appreciatie door Financiën worden gegeven. Ja?
De voorzitter:
Oké.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dan wordt de motie dus aangehouden, zou ik zeggen, tot de schriftelijke appreciatie van Financiën.
De voorzitter:
Ja, meneer Dijk? De heer Dijk knikt.
Op verzoek van de heer Jimmy Dijk stel ik voor zijn motie (29023, nr. 680) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 681.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Is dat die van El Abassi?
De voorzitter:
Zeker. U hoeft wat mij betreft dan ook niet het dictum voor te lezen. Het klopt. We hebben alleen de motie op stuk nr. 679 nog over.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Uitstekend. Deze motie is ook iets voor de collega van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ik zal 'm aan deze minister doorgeleiden voor een appreciatie. Zonder dekking moet ie wel worden ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 681 is ontraden. De motie op stuk nr. 682.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De motie op stuk nr. 682 is ook ontraden. Dit is onderdeel van het bredere armoedebeleid. We kijken niet naar specifiek armoedebeleid. Het armoedebeleid valt onder SZW. Ik moet 'm dus ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 682: ontraden.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De motie op stuk nr. 683 gaat over aanvullende maatregelen voor huishoudens. Bij het steunpakket is er juist voor mensen met lage inkomens veel extra geld geregeld. Er is 300 miljoen uitgetrokken. We willen dus eigenlijk eerst kijken wat dat doet. Er is extra geld uitgetrokken voor onder andere de SPUK voor de aanpak energiearmoede en voor geïntensiveerde ondersteuning in twintig wijken onder het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Dat gaat echt naar hele specifieke probleemwijken. Dat is boven op bestaand beleid. Ik noem ook de Lokale Aanpak Isolatie voor 1,6 miljard, de 0% rente bij het Warmtefonds en nog een heleboel. We gaan eerst eens kijken wat dat allemaal doet. Daarom wordt deze motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 683: ontraden.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De motie op stuk nr. 684 verzoekt om middelen in te zetten vanuit het Klimaatfonds. Alle middelen van het Klimaatfonds worden gebruikt. Er is geen vrije ruimte. Ik moet deze motie dus ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 684: ontraden.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De motie op stuk nr. 685 ging over het verlagen van de energiebelasting. Die moet ik ontraden. Generieke steun is nu niet aan de orde. Komende augustus weegt het kabinet de koopkracht integraal.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 685: ontraden.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De motie op stuk nr. 686, van de heren Grinwis, Klos en Heutink, verzoekt het eigen verbruik van opgewekte zonnestroom te stimuleren. Deze kan ik oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 686: oordeel Kamer.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De motie op stuk nr. 687 van mevrouw Van Oosterhout en mevrouw Kröger over de monitoring. We nemen deze monitoring mee in de koopkrachtbesluitvorming, maar er komt geen apart stuk. De motie komt dichtbij, zou ik zeggen. Als u ermee akkoord bent dat het geen apart stuk is, maar dat het wordt meegenomen in de koopkrachtbesluitvorming, kan ik 'm oordeel Kamer geven. Als u staat op de exacte formulering, dan moet ik 'm ontraden. Maar dan weet u nog steeds dat de monitoring gedaan wordt, dat het energiearmoedebeleid jaarlijks geactualiseerd wordt en dat het wordt meegenomen in de koopkrachtbesluitvorming.
De voorzitter:
Dat is dus wel anders dan het dictum.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Een deel van het dictum doen we dus. We vertalen dat alleen niet in een apart stuk. Het komt wel gelijktijdig met de KEV, want de KEV komt ook bij de Prinsjesdagstukken. Het komt dus eigenlijk allemaal tegelijk. Het zit alleen niet in een apart stuk. Dat is eigenlijk het onderscheid.
De voorzitter:
Oké. Met deze toelichting is de appreciatie op deze motie ... Sorry, ik kijk even naar de minister, zodat ik het scherp heb.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Met deze toelichting kan ik 'm oordeel Kamer geven, maar er komt geen apart stuk. Dat was het enige.
De voorzitter:
Dat lijkt mij een heel mooie toezegging, maar mevrouw Van Oosterhout wil daar iets over zeggen.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ja, want het lijkt ons wél heel belangrijk dat daar een apart stuk voor komt. Daar beraad ik me dus nog op.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Het zit dus in een besluitvormingsprocedure, maar daarom vond ik het belangrijk om dit te benadrukken. De informatie komt naar de Kamer, maar is dus verwerkt.
Voorzitter. De motie van mevrouw Oosterhout en mevrouw Kröger op stuk nr. 688 over energie- en warmtegemeenschappen verzoekt de regering om regelingen te bundelen in een gericht programma. Deze kan ik oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 688 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De motie op stuk nr. 689 van de heer Kops over het niet invoeren van ETS2: ontraden.
De motie op stuk nr. 690 van de heer Kops over de bijmengverplichting: ontraden.
De motie op stuk nr. 691 over geen gedifferentieerde nettarieven: ontraden.
De motie op stuk nr. 692 over het verlagen van de btw op energie: ontraden.
De motie-Van den Berg/Boomsma op stuk nr. 693 over het opsporen van vleermuizen om ervoor te zorgen dat er geïsoleerd kan worden: oordeel Kamer.
De motie-Van den Berg/Boomsma op stuk nr. 694 moet ik ontraden. Bij het gebruik van een thuisbaterij is het achter de meter niet mogelijk om bij te houden welk deel van de stroom al is belast. Daarom is het niet mogelijk om deze dubbele heffing af te schaffen.
Dan de motie op stuk nr. 695 van de heer Flach. Ik waardeer de creativiteit en hij wil heel duidelijk ruimte laten, maar misschien eerst nog even …
De voorzitter:
Sorry, ik had een hoorbare zucht. De heer Van den Berg, over de motie op stuk nr. 694.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik ga er maar van uit dat dat niet persoonlijk is.
De voorzitter:
Nee, hoor.
De heer Van den Berg (JA21):
Nee, hé? Nog even over de dubbele energiebelasting. Dat is echt een punt waarvoor vanuit de sector volgens mij heel terecht al een jaar wordt gewaarschuwd. Het is onbestaanbaar dat je straks dubbele belasting moet gaan betalen. Volgens mij zijn er prima manieren om dit bij te kunnen houden. We hebben in Nederland tenslotte bijna allemaal slimme meters. Daar zit een telwerk op voor afname en voor teruglevering. Uiteindelijk moet daar een balans uit kunnen rollen die de netbeheerders bijhouden, maar uiteindelijk gaat dat natuurlijk wel in tegen de businesscase van de thuisbatterij. Dat is volgens mij niet iets wat de minister voorstaat.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Van den Berg (JA21):
Concreet: er zijn technische oplossingen. Kan de minister daarnaar kijken, zodat we alsnog kunnen voorkomen dat we die dubbele belasting gaan betalen?
De voorzitter:
Dat staat niet in uw motie, meneer Van den Berg. Sorry dat ik even streng ben, maar u heeft een motie ingediend en daar krijgt u een appreciatie op. Dan kunt u weer verder aan de slag met dat onderwerp. De minister over technische toepassingen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Deze motie moet ik in de huidige vorm ontraden, maar de heer Van den Berg en ik delen dat er wel een soort knelpunt is. Volgens mij zijn wij nog steeds op zoek naar wat de oplossing daarvan zou kunnen zijn. Misschien ligt die oplossing niet specifiek in de belastingsfeer maar gewoon in hoe we ervoor zorgen dat ook het opslaan van je eigen stroom aantrekkelijk is. Laten we dat debat ook intellectueel en in de Kamerdebatten met elkaar vervolgen. Ik moet deze motie in de huidige vorm ontraden, maar volgens mij zijn we met elkaar zoekende naar hoe we ervoor zorgen dat dat aantrekkelijk blijft.
De motie op stuk nr. 695 van de heer Flach. Ik waardeer het dat hij zegt "bijvoorbeeld" en dat hij dus ruimte overlaat. Hij relateert dat alleen wel aan de stijgende btw-inkomsten. Daar kan ik het niet aan relateren, want stijgende btw-inkomsten op de ene plek betekenen minder btw-inkomsten op een andere plek. Daarom is dat niet iets waar we een andere maatregel op kunnen nemen. Ook hier geldt dat hij ons volgens mij ook vraagt om goed na te denken en goed op die stijgende nettarieven te letten: wat zijn de maatregelen waarmee mensen ook handelingsperspectief houden? Laten we het denken daarover dus doorzetten. In deze vorm moet ik de motie helaas ontraden vanwege die koppeling aan de stijgende btw-inkomsten.
Dan de motie op stuk nr. 696. Die is volgens mij ondertekend door een meerderheid, maar ook anders zou ik 'm oordeel Kamer geven. Daarbij wil ik de Kamer nog wel in herinnering brengen dat dit natuurlijk niet uit de lucht is komen vallen. Het is een onderdeel van de Europese regelgeving. Ook in de door de Kamer aangenomen wetgeving staat dat de ACM deze rol heeft. Dit is dus ook het systeem waar we in zitten. Tegelijkertijd begrijp ik waarom de Kamer dit vraagt. Het is een heel belangrijk onderdeel van hoe dit uitwerkt voor huishoudens. Daar willen we met elkaar dicht bij blijven. De motie op stuk nr. 696 krijgt dus oordeel Kamer. Maar het is goed dat we ons realiseren in welke context we dit gesprek voeren.
De motie op stuk nr. 697 van mevrouw Müller over het komen tot één loket krijgt oordeel Kamer. Het is heel belangrijk dat dit inzichtelijk wordt en dat mensen gebruikmaken van de mogelijkheden die er zijn.
Dan de motie op stuk nr. 698 van de heer Jumelet. Hij maakt zich zorgen over de stapelingseffecten; dat hoor ik eigenlijk bij veel van u. Het krijgen van dat inzicht is de eerste stap. Er zijn twee dingen. We kunnen die stapelingseffecten van jaar op jaar bekijken. Voor de Miljoenennota, uiterlijk bij Prinsjesdag, zouden we voor het komende jaar kunnen aangeven hoe die stapeling eruitziet. Maar het lijkt ons ook belangrijk om ervoor te zorgen dat we een langere doorkijk krijgen. Sommige van de maatregelen waarover we willen nadenken om effecten te mitigeren, hebben namelijk ook langere doorlooptijden. Daarnaar loopt nu een onderzoek, maar dat is pas klaar voor de Miljoenennota van het jaar daarop. Wanneer dat exact klaar is, weet ik niet. Maar als de heer Jumelet het verzoek zou willen aanpassen naar "verzoekt de regering om zo spoedig mogelijk inzicht te geven en uiterlijk bij de Miljoenennota 2028 een integrale analyse te maken", dan doen we alles wat we kunnen om van jaar op jaar inzicht te geven, te beginnen bij de Miljoenennota van dit jaar. Dan hebben we ook het inzicht om op dit moment bij de begroting en dergelijke keuzes te maken. Zo spoedig mogelijk daarna, maar uiterlijk voor de Miljoenennota van het jaar daarop, komen we dan met de echte integrale langeretermijnanalyse. Die geeft ons dan ook meer handelingsperspectief voor langeretermijnkeuzes. Ik zie de heer Jumelet knikken. Als hij de motie zo aanpast, krijgt deze oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dan krijgt de Kamer een gewijzigde motie. Ook hierbij zou ik het waarderen als de Kamer hier nog een schriftelijke reactie op krijgt.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ja, dat zullen we doen.
Ik kan de motie op stuk nr. 699 over de betaalbare energierekening in de huidige vorm oordeel Kamer geven.
De motie op stuk nr. 700 van de heer Heutink over het niet beëindigen van de salderingsregeling moet ik ontraden. Deze regeling is net afgeschaft, mede dankzij de partij waartoe hij voorheen behoorde.
Dan waren er nog een aantal vragen.
De voorzitter:
Inmiddels heeft u ook de eerste motie, van Jimmy Dijk, ontvangen, denk ik.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ja, precies. De motie op stuk nr. 679 van Jimmy Dijk over het verlagen van de btw op energie moet ik ontraden, zoals ik ook de andere moties die hetzelfde voorstelden heb moeten ontraden.
Dan heb ik nog een motie van de heren Van den Berg en Boomsma over bij het strategisch gasbeleid … Nee, deze hebben net gehad. Dit is er eentje van het vorige debat. Gelukkig herkennen we 'm allemaal nog.
De voorzitter:
De moties hebben we behandeld. We hebben nog enkele openstaande vragen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Zeker. De heer Vermeer vroeg waarom regionale verschillen niet zijn meegenomen in de crisismaatregelen. Voor sommige maatregelen is regionalisering heel moeilijk uitvoerbaar. Denk bijvoorbeeld aan de reiskostenregeling. Als je die per regio moet gaan variëren, wordt het allemaal heel erg ingewikkeld. In de tijd waarin we de pakketten hebben samengesteld, was dat ook niet mogelijk. Veel van de maatregelen golden dus voor iedereen in Nederland, waar je ook woont.
Dan een vraag van de heer Vermeer over de energiegemeenschappen: wat komt er? Ik werk op dit moment aan een nieuwe regeling voor ondersteuning van energiegemeenschappen. Die komt in het najaar naar de Kamer. Dan informeren we de Kamer hierover.
Er was ook nog een vraag over de energiedeelcontracten. Als u daarbij doelt op de groepstransportcontracten, kan ik zeggen dat die beschikbaar zijn en ook worden afgesloten. Als u doelt op energiedelen, kan ik zeggen dat daarvoor een wetsvoorstel in de maak is. Dat komt deze maand naar de Kamer. Als u vraagt of we energieleveranciers of energiegemeenschappen ook ondersteunen, dan is het antwoord: ja, dat doen we.
De heer Vermeer (BBB):
Ik heb altijd het idee gehad dat energiedelen al in de nieuwe Energiewet zit. Daar staat het gewoon in beschreven. Is er dan nog een aanvullende wet nodig om dat te regelen? Wanneer gaat die in?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Wanneer die ingaat, hangt natuurlijk af van de snelheid van de behandeling in de beide Kamers, maar we sturen het wetsvoorstel deze maand naar de Kamer.
De voorzitter:
De heer Vermeer, tot slot.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel. Dan heb ik nog een ander vraagje bij de motie op stuk nr. 686 van de heer Grinwis over de batterijen en het btw-nultarief. In eerdere debatten hebben we daar al eens vragen over gesteld. Bij de huidige regeling geldt dat als je voor je zonnepanelen al een keer btw hebt teruggekregen, je die niet ook voor batterijen kunt terugkrijgen, omdat je blijkbaar maar één keer in je leven voor een maatregel btw kunt terugkrijgen, of je moet zo handig zijn om je fiscale partner dat te laten aanvragen. Is het nu duidelijk hoe dat zit? Is er nu wel of niet btw terug te vorderen op batterijen? Want in deze motie wordt gesuggereerd dat dat niet zo is, maar volgens de RVO-site is dat wel zo.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dan blijf ik bij de RVO-site. Wat daarop staat, zal de laatste stand van zaken zijn.
Voorzitter. Dan nog een vraag van de heer Grinwis over het afschaffen van het salderen. Dat zou gepaard gaan met het afschaffen van bepaalde andere kosten. Gebeurt dat ook? Voor een deel is het antwoord ja en voor een deel is het antwoord nee. Blijkbaar is het vrij precies beschreven in de wetgeving die daarover gaat. De kosten die de leveranciers nu maken die direct samenhangen met salderen, zijn er na 1 januari 2027 niet meer. Die kunnen dus niet meer in rekening worden gebracht. Maar systeemkosten die nog steeds worden gemaakt mogen wel in rekening worden gebracht. Naar ik heb begrepen is dat ook op deze manier gewisseld bij de wetsbehandeling.
Voorzitter, dat waren de vragen die ik had genoteerd.
De voorzitter:
Dat leidt nog tot twee vragen, van de heer Jumelet en de heer Grinwis.
De heer Jumelet (CDA):
Ik heb geen nieuwe vragen, maar wel het volgende, om even precies te zijn. Van de motie op stuk nr. 687 is mij niet duidelijk wat de appreciatie uiteindelijk is geworden. Misschien kan de minister dat nog eventjes toelichten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 687, van Van Oosterhout en Kröger. Is dat de motie over de jaarlijkse actualisatie van het energiearmoedebeleid?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ja, precies. Ik had gezegd dat ik deze oordeel Kamer kan geven als het akkoord is dat er geen apart stuk komt. Maar mevrouw Van Oosterhout zegt dat er echt een apart stuk over moet komen. Dat kan ik niet toezeggen, want het wordt meegenomen in de berekening van de koopkrachtplaatjes. Daarmee is het niet een apart stuk. Dan moet ik de motie dus ontraden.
De voorzitter:
Oké, dus die appreciatie wijzigt naar ontraden. Hij stond op oordeel Kamer, maar mevrouw Van Oosterhout hecht aan dat aparte stuk. De motie op stuk nr. 687 wordt ontraden.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik wil nog even iets zeggen naar aanleiding van het antwoord van de minister, waarvoor dank. Het is mij bekend dat het zo zit. De doelstelling van de indieners van het amendement was destijds wel degelijk om alle terugleverkosten te schrappen, maar dan stuit je op de Energierichtlijn, op ACM en op allerlei moeilijkheden. Dit is dus inderdaad hoe het formeel geregeld is, maar mijn vraag is ook wat dat dan materieel betekent. Hoeveel gaan de terugleverkosten per 1 januari materieel omlaag voor mensen met een variabel contract, voor mensen met een vast contract? Waar kunnen ze ongeveer op rekenen? Er is nu natuurlijk totaal geen helderheid. We weten gewoon dat op 1 januari de salderingsregeling stopt, dat het door gaat tikken. Een aantal mensen anticiperen daar al op met thuisbatterijen en andere mogelijkheden om het eigen gebruik van die zonnestroom te vergroten, maar niet iedereen heeft die handelingsvrijheid. Dan is het wel fijn als er een beetje helderheid is over wat er met die terugleverkosten gaat gebeuren, die nu best wel een fors deel uitmaken van de energierekening.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik snap de vraag goed. Dat kan ik niet zo uit mijn mouw schudden, want dat hangt natuurlijk ook af van huishoudens. Ik zal kijken of we de Kamer daar schriftelijk over kunnen informeren, want het is inderdaad belangrijk dat mensen ook weten wat er gaat veranderen. Er verandert sowieso veel, maar hoe meer stabiliteit en hoe meer helderheid we mensen kunnen brengen, hoe meer handelingsperspectief zij ook hebben alleen al daarmee. We zullen de Kamer over deze vraag dus nog schriftelijk informeren.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dank. Ik had nog een andere vraag gesteld, waar de minister niet op is ingegaan. Ik heb op 12 februari — zeg ik uit mijn hoofd — een motie ingediend met collega Flach over ETS2, om heel goed te monitoren wat de gevolgen daarvan gaan zijn voor huishoudens en bedrijven. We weten dat het geld dat het kabinet heeft uitgetrokken ter compensatie slechts een heel gering deel is van de structurele opbrengsten van ruim 4 miljard van ETS2, zoals ze nu geraamd zijn. Dat valt nu helaas samen met een snelle stijging van energieprijzen. Hoe gaat het kabinet dat wegen? Dan snap ik het antwoord: dat is onderdeel van de algemene koopkrachtplaatdiscussie in augustus. Maar het is wel fijn om een beetje richting te hebben welke consequentie hieraan verbonden gaat worden, ook richting de energieaspecten van de koopkracht.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
We zien dat de stijging van de energieprijzen als gevolg van de crisis in Iran natuurlijk op allerlei manieren doorwerkt in onze economie. We zien het doorwerken in de inflatie. Het werkt ook door in de koopkrachtplaatjes, via de directe energiekosten, maar ook via de boodschappen. Op allerlei manieren werkt dat door. Daarom is het ook zo belangrijk dat we dat in die koopkrachtplaatjes meenemen, want anders moet je voor elk stukje apart gaan nadenken over wat je daarmee doet. Maar het is absoluut zo dat we daar in de breedte naar kijken. Daarom lijkt het me belangrijk dat we dat langetermijnplaatje, waar ik met de heer Jumelet van gedachten over wisselde, meenemen. Het is goed om van jaar tot jaar te zien welke koopkrachteffecten er zijn en wat gerelateerd is aan energie, maar ook om een langere doorkijk te nemen, want niet alles gaat op hetzelfde moment in of heeft op hetzelfde moment hetzelfde effect. Het is dus wel belangrijk om dat langeretermijnperspectief te schetsen, want dan kunnen we ook met elkaar die discussie daarover voeren. Hebben we het goed in de hand? Hebben mensen voldoende handelingsperspectief? Wat zijn zaken die we nog aan kunnen scherpen? Dat is dus zeker de intentie. Ik hecht er daarom ook aan dat we dat langeretermijnperspectief met elkaar schetsen en dat we daardoor ook keuzes kunnen maken in het systeem.
De heer Flach (SGP):
Kan het zijn dat ik een antwoord op de vraag die ik gesteld heb gemist heb, namelijk of de minister mogelijkheden ziet om beter aan te sluiten op de werkwijze van het vorige noodfonds.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ja, daar heeft u gelijk in. Maar volgens mij heb ik gezegd dat dat ook bij de minister van SZW ligt. U vroeg inderdaad naar een vast steunbedrag versus maatwerk en zei dat stadswarmte buiten de boot valt. Dat heb ik hier genoteerd. Het noodpakket, het energienoodfonds, wordt vormgegeven door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, maar ik zal ook deze suggesties in ieder geval aan hem doorgeleiden. Dan kan hij daar ook rekening mee houden.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
Hernieuwbare energie
Hernieuwbare energie
Aan de orde is het tweeminutendebat Hernieuwbare energie (CD d.d. 15/04).
Termijn inbreng
De voorzitter:
We gaan direct door met het laatste tweeminutendebat in de rij van vandaag: het tweeminutendebat Hernieuwbare energie. Dat is een goede titel voor dit tijdstip De eerste spreker is mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Wederom drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat een snelle uitrol van windenergie op zee cruciaal is voor de energieonafhankelijkheid, de economische weerbaarheid en het verdienvermogen van Nederland;
overwegende dat een goede coördinatie tussen de verschillende betrokken partijen middels een Noordzeepact de totale kosten voor nieuwe windenergie op zee verlaagt;
verzoekt de regering om alle betrokken partijen, zoals netbeheerders, bedrijven uit de windenergieketen, potentiële industriële afnemers en natuurverenigingen, rond de tafel samen te brengen om te spreken over de mogelijke invulling van een Noordzeepact, om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen;
verzoekt de regering de Kamer voor Prinsjesdag van de voortgang van die gesprekken te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Oosterhout, Jumelet en Klos.
Zij krijgt nr. 447 (31239).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat circulaire criteria ertoe bijdragen geopolitieke afhankelijkheden te verminderen;
constaterende dat ecologische criteria het mariene leven in de Nederlandse Noordzee versterken zonder de businesscase te ondermijnen;
verzoekt de regering vast te houden aan ambitieuze ecologische en circulaire criteria en deze structureel, doelmatig en realistisch te verankeren in toekomstige tenders voor wind op zee;
verzoekt de regering zich in EU- en NSEC-verband in te zetten voor ecologische en circulaire criteria, zodat alle lidstaten die structureel, doelmatig en realistisch verankeren in toekomstige tenders voor wind op zee,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Oosterhout, Teunissen en Klos.
Zij krijgt nr. 448 (31239).
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
En tot slot.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat efficiënter energieverbruik helpt bij het oplossen van netcongestie;
constaterende dat het doel voor energiebesparing volgens de KEV niet gehaald wordt;
constaterende dat in oktober jongstleden meer dan 60.000 maatregelen met een gunstige terugverdientijd nog openstonden;
verzoekt de regering om te onderzoeken hoe toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht structureel verstevigd kunnen worden, en de Kamer daar voor Prinsjesdag over te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.
Zij krijgt nr. 449 (31239).
Dank u wel. De tweede spreker op mijn lijst is mevrouw Müller. Zij ziet af van de spre… Zij ziet niet af van de spreektijd. Daarna bent u aan de beurt, meneer Boomsma. U was te snel.
Mevrouw Müller (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Tijdens het debat hebben we uitgebreid stilgestaan bij trage vergunningverlening, die ook hernieuwbare-energieprojecten in de weg zit. Het is goed dat de minister en de staatssecretaris hier gezamenlijk in optrekken. Ik maan hen hierbij tot spoed.
Dat doe ik ook nogmaals bij de toezegging die ik van de minister heb gekregen over de "wind op land"-afstandsnormen. Haar collega op IenW zou die voor de zomer sturen. Lokale partijen blijven hier — terecht — naar vragen, en ik verwacht voor hen ook echt snel duidelijkheid hierover.
Gezien de toezeggingen heb ik verder geen moties, maar ik heb nog één technische vraag, die ziet op wind op zee. Mij bereikten zorgen over de tender van 2026. Bieders moeten rekening houden met een invoeringstarief, maar de ACM verwacht die pas in Q1 2027 te kunnen vaststellen. Kan de minister kijken of zij toch eerder zekerheid hierop kan bieden?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Boomsma, aan u het woord.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel. Twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de energietransitie de komende jaren nog afhankelijk is van regelbaar elektrisch vermogen opgewekt door fossiele brandstoffen als kolen en gas;
overwegende dat is besloten tot het uitfaseren van de resterende Nederlandse kolencentrales per 2030, maar dat gascentrales daarna noodzakelijk blijven voor systeemstabiliteit en leveringszekerheid;
overwegende dat dit gas grotendeels bestaat uit geïmporteerd lng, gewonnen als schaliegas;
overwegende dat sommige studies suggereren dat de broeikaseffecten van steenkolen vergelijkbaar of zelfs lager zijn dan die van schaliegas wanneer methaanlekkages en de kosten van koeling en transport worden meegenomen;
verzoekt de regering
- een realistische vergelijking te maken tussen de totale emissies en broeikaseffecten over de komende vijftien jaar van elektriciteitsproductie met steenkolen in de bestaande Nederlandse centrales en met lng op basis van (geïmporteerd) schaliegas;
- op basis daarvan een overzicht te geven van de kosten en baten van het eventueel langer openhouden van de kolencentrales, gelet op broeikaseffecten, leveringszekerheid, betaalbaarheid en systeemstabiliteit;
- de Kamer hierover te informeren om te komen tot een zorgvuldige afweging,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Van den Berg.
Zij krijgt nr. 450 (31239).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het kabinet voorstelt om nieuwe windparken op zee te realiseren, maar dat veel zonne- en windparken nu al gedurende vele uren moeten worden afgeschakeld omdat er dan te veel stroom is;
overwegende dat de stroomvraag niet of nauwelijks toeneemt terwijl er de komende jaren ook veel zon- en windproductie wordt toegevoegd in en buiten Nederland;
overwegende dat daarmee het aantal uren afschakeling verder zal toenemen, en dat het belangrijk is dat Kamer en samenleving een realistisch beeld hebben van de kosten van extra windstroom;
verzoekt het kabinet om op basis van onder andere het aantal afschakeluren van zon- en windinstallaties (wanneer de stroomprijs of de passieve onbalansprijs negatief is) van de afgelopen drie jaar met een aantal realistische scenario's te komen voor de periode 2030-2035 met daarin worstcase-aannames en bestcase-aannames voor:
- de verwachte stroomvraag in Nederland;
- de totale verwachte Nederlandse capaciteit aan zon- en windopwek;
- de capaciteit van de voorgestelde nieuwe windparken;
- het aantal uren dat (nieuwe of bestaande) windparken jaarlijks moeten worden afgeschakeld in die periode, met het oog op het toerekenen van die afschakeluren aan de nieuwe windparken, om zo het netto aantal draaiuren aan de capaciteitsfactor toe te rekenen;
- de totale maatschappelijke stroomkosten van de nieuwe windparken per kilowattuur in die periode, op basis van de netto verwachte draaiuren, een realistische inschatting van de bouwkosten en onderhoudskosten inclusief de verwachte kosten voor de aanleg van de netaansluiting (trafo's op land en zee en kabels),
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Van den Berg.
Zij krijgt nr. 451 (31239).
Dank u wel. De volgende spreker is de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
voorzitter. Twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat "energie uit water"-projecten vanwege de voorspelbare elektriciteitsproductie op duurzame wijze kunnen bijdragen aan verlaging van de kosten van het energiesysteem;
overwegende dat de DEI+- en de SDE++-regeling onvoldoende aansluiten bij de ondersteuning die deze projecten in het stadium tussen demonstratie en grootschalige productie nodig hebben;
verzoekt de regering samen met betrokken partijen een strategische agenda voor uitrol van energie uit water op te stellen, te bezien wat de mogelijkheden zijn voor gerichte steun ten behoeve van opschaling, en de Kamer hierover te informeren voor het begrotingsdebat in het najaar,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Flach en Grinwis.
Zij krijgt nr. 452 (31239).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering via de nucleaire enveloppe in het Klimaatfonds of anderszins een significante bijdrage te leveren aan IPCEI Nucleair ten behoeve van het creëren van een innovatief Europees ecosysteem voor nucleaire toepassingen en versterking van de Nederlandse betrokkenheid daarbij,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.
Zij krijgt nr. 453 (31239).
Dank u wel. De heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. Tegen nucleaire enveloppen kan ik niet op, denk ik, dus we gaan kijken wat we wel kunnen regelen. Sinds november 2024 wordt al netto elektriciteit geëxporteerd. In 2025 was dat al 14 TWh. Het invoeringstarief, waarover we het net ook hebben gehad, is pas in 2027 duidelijk. Netcongestie wordt mede veroorzaakt door weersafhankelijke opwekking van stroom. Burgers worden geconfronteerd met extra belastingen en bezuinigingen op het sociale stelsel. Daar gaan we morgen verder over praten.
Ik heb de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er aanstaande september een nieuwe aanbesteding start voor wind op zee;
overwegende dat de businesscase voor wind op zee de laatste jaren niet altijd winstgevend is gebleken;
overwegende dat bij de laatste aanbesteding voor wind op zee geen enkele aanbieder wilde inschrijven zonder miljarden aan aanvullende staatssteun;
verzoekt de regering bij de komende aanbestedingen voor wind op zee geen aanvullende middelen ter beschikking te stellen aan (mogelijke) aanbieders van wind op zee,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.
Zij krijgt nr. 454 (31239).
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Klos nodig ik uit voor zijn bijdrage. Hij is de laatste spreker.
De heer Klos (D66):
Voorzitter. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de uitrol van windenergie op zee cruciaal is voor de Nederlandse energiezekerheid, het behalen van de klimaatdoelen en een betaalbare energierekening;
constaterende dat een prijszekerheidsmechanisme essentieel is voor toekomstige "wind op zee"-projecten;
constaterende dat Contracts for Difference (CfD's) kunnen bijdragen aan lagere financieringskosten voor hernieuwbare elektriciteitsprojecten en daarmee een kosteneffectieve verdere uitrol van wind op zee mogelijk maken;
overwegende dat het kabinet heeft aangegeven een voortvarende behandeling van het wetsvoorstel Tweezijdige contracten ter verrekening van verschillen wenselijk te achten;
verzoekt de regering om het wetsvoorstel Tweezijdige contracten ter verrekening van verschillen nog vóór het zomerreces naar de Kamer te sturen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Klos, Van Oosterhout en Grinwis.
Zij krijgt nr. 455 (31239).
De heer Klos (D66):
Dan de tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het beëindigen van de salderingsregeling leidt tot een langere terugverdientijd voor investeringen in zonnepanelen;
overwegende dat een hoger eigen verbruik van opgewekte zonnestroom de terugverdientijd kan verkorten en tegelijkertijd kan bijdragen aan het verminderen van netcongestie;
overwegende dat het van belang blijft dat mensen die investeren in duurzame energieopwekking worden beloond;
verzoekt de regering een brede verkenning te doen naar maatregelen die bijdragen aan het aantrekkelijk houden van investeringen in zonnepanelen, waaronder stimulering van thuis- en buurtopslag en het beter belonen van huishoudens die hun verbruik afstemmen op momenten van veel duurzame opwek, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Klos, Müller, Jumelet en Grinwis.
Zij krijgt nr. 456 (31239).
Dat leidt tot een vraag van mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ja, ik heb toch nog een vraag daarover. Als ik de motie lees, zijn de voorbeelden die de heer Klos noemt vooral aantrekkelijk voor woningeigenaren en mensen met een relatief hoog inkomen. Mag ik de motie interpreteren als een bredere oproep aan de minister om ook te kijken hoe zonnepanelen aantrekkelijk kunnen blijven voor huurders en mensen met lagere inkomens?
De heer Klos (D66):
Wat mij betreft wel. Dus de verkenning mag zo breed mogelijk zijn.
De voorzitter:
Daarmee bent u aan het einde gekomen van uw inbreng. Ik schors de vergadering voor vijf minuten, waarna we gaan luisteren naar de reactie van de minister. Om 23.35 uur gaan we verder met dit debat.
De vergadering wordt van 23.29 uur tot 23.38 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen dit debat en geef het woord aan de minister voor de reactie op de moties en een enkele vraag.
Termijn antwoord
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. De motie op stuk nr. 447 van de leden Van Oosterhout, Jumelet en Klos krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 448 van de leden Van Oosterhout, Teunissen en Klos krijgt oordeel Kamer.
Dan de motie op stuk nr. 449 van mevrouw Van Oosterhout. Voor Prinsjesdag is het niet haalbaar, maar we willen het wel zo spoedig mogelijk doen. We zijn daarbij afhankelijk van informatie van omgevingsdiensten. Voor het einde van het jaar is wel mogelijk, maar niet voor Prinsjesdag.
De voorzitter:
Dus met die toelichting krijgt de motie oordeel Kamer?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Als de motie wordt gewijzigd in "zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk voor het einde van het jaar", dan laat ik het oordeel aan de Kamer.
De voorzitter:
Met die toelichting krijgt de motie op stuk nr. 449 oordeel Kamer.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ja.
De voorzitter:
Mevrouw Müller.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik heb een vraag over de motie op stuk nr. 448.
De voorzitter:
Die motie is niet van u.
Mevrouw Müller (VVD):
We hebben daar in het debat best even bij stilgestaan. Dit soort grote eisen kunnen wind-op-zee tenders juist bemoeilijken. Volgens mij deelde de minister die zorg ook. Ik vraag haar daarom om met die blik naar deze motie te kijken en daarop te reflecteren.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
We gaan het hebben over ecologische en circulaire criteria, zodat alle lidstaten die kunnen toepassen. Bij de afweging om tot die criteria te komen, moeten natuurlijk ook de punten die mevrouw Müller noemt worden meegenomen. Hoe zorg je ervoor dat het stimuleert en niet blokkeert? Over de hoogte van die criteria doe ik nu geen uitspraak, maar het zijn belangrijke aspecten. Het is ook belangrijk dat dit in heel Europa op dezelfde manier gebeurt. De aandachtspunten die mevrouw Müller noemt, namelijk dat de uitrol van de energietransitie niet onmogelijk wordt gemaakt, zullen uiteraard onderdeel zijn van die afweging. Die balans hebben we ook tijdens het debat besproken.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik vind het fijn om dat van de minister te horen. Ik kan me ook voorstellen dat de indieners van deze motie ook niet willen dat tenders zo ingewikkeld worden dat er uiteindelijk niet meer op ingeschreven kan worden.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Met deze toelichting kan de Kamer hier volgens mij mee uit de voeten. Dan de motie op stuk nr. 450. Die ontraad ik. De motie op stuk nr. 451 ontraad ik eveneens.
De heer Boomsma (JA21):
Het is toch meestal wel sympathiek en ook een goed idee om daarbij enige uitleg te geven.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dat is ook zo. Het is laat, dus ik dacht: ik probeer zo snel mogelijk te zijn. De drie moderne kolencentrales in Nederland kunnen nog volop draaien tot en met 31 december. Op grond van de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie moeten zij daarna stoppen met elektriciteitsproductie op basis van kolen. Zij zijn natuurlijk vrij om meer elektriciteit op te wekken als zij dat goedkoper kunnen doen dan bijvoorbeeld gascentrales. Zo werkt de markt. Ook kunnen zij besluiten een andere brandstof te gebruiken, waardoor zij langer beschikbaar zouden kunnen blijven. Een onderzoek naar de kosten en baten van het langer beschikbaar houden van de centrales op basis van kolen vind ik echter niet opportuun. Zoals toegezegd tijdens het commissiedebat van 15 april kom ik nog met een schriftelijke reactie over de klimaatimpact van steenkool, aardgas en LNG. Die volgt uiterlijk in Q3. Laat ik het daarbij houden.
De voorzitter:
Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 452.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De motie op stuk nr. 452 van de heer Flach en de heer Grinwis. Ik kan hier niet voor het begrotingsdebat in het najaar over informeren, maar wel volgend jaar. Dat heeft te maken met de timing van de innovatietrajecten, die in bepaalde tranches lopen. Als ik de Kamer hier volgend jaar over kan informeren, kan ik de motie oordeel Kamer geven. Dat loopt in de tijd synchroon met de instrumenten waar we aan denken.
De heer Flach (SGP):
"Volgend jaar" is wel heel ruim geformuleerd. Is er een nadere precisering te noemen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik snap 'm. "Zo snel mogelijk in 2028", laat ik het zo zeggen. Ik heb nog wat meer tekst. We gaan binnenkort starten met de opstelling van een nieuwe integrale kennis- en innovatieagenda, die ingaat vanaf 2028. Daar krijgt u in de loop van volgend jaar informatie over, zodat die per begin 2028 echt kan ingaan. Dan start de tranche die hiervoor relevant is.
De heer Flach (SGP):
Ik probeer een beetje scherp te zijn. 2028 is nog weer een jaar verder. Ik heb het gevoel dat als ik nu niet oplet, het wel heel ver weg lijkt te zijn.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dat is niet mijn bedoeling. Ik heb mij laten informeren dat het voor deze technologie belangrijk is om onderdeel uit te maken van zo'n kennis- en innovatieagenda, omdat die de gestructureerde ondersteuning biedt die nodig is voor dit soort technologie. Daar kan ik dus niet voor het begrotingsdebat in het najaar over informeren, maar wel redelijk spoedig daarna. Dat valt dus in het volgend jaar, is mij verteld. Zo spoedig mogelijk in 2027.
De heer Flach (SGP):
Ik moet over een andere motie toch nog contact hebben met het ministerie, dus ik kom wel tot een overeenstemming. Daar kom ik dan bij de minister op terug.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 452 zal dan langs deze lijn worden aangepast.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ja.
De voorzitter:
Deze formulering is ontraden. Na aanpassing van de motie, waarover in dit debat is gewisseld, kan de motie oordeel Kamer krijgen. Die wijziging neemt de heer Flach op zich. De minister komt dan in een brief met een gewijzigde appreciatie.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik stel voor dat we één brief maken met de verschillende appreciaties van de moties die zijn ingediend in dit tweeminutendebat.
De voorzitter:
Ja.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dan de motie op stuk nr. 453 van de heer Flach over IPCEI. Hartstikke interessant. De call for interest wordt binnenkort geopend. De verwachting is dat de Tweede Kamer op Prinsjesdag geïnformeerd wordt over de besluitvorming. Ik zou u dus willen vragen of u deze motie wilt aanhouden. Dit is ook onderdeel van de portefeuille van de staatssecretaris. U wordt erover geïnformeerd. Ik denk dat de strekking, in de geest van de motie, ook de heer Flach zal aanspreken.
De voorzitter:
Meneer Flach, houdt u de motie op stuk nr. 453 op verzoek van de minister aan? Dat is hij bereid te doen.
Op verzoek van de heer Flach stel ik voor zijn motie (31239, nr. 453) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De motie op stuk nr. 454 wordt ontraden. Die is ook in strijd met een andere aangenomen motie om juist wel middelen beschikbaar te stellen.
In de motie op stuk nr. 455 wordt de regering verzocht het wetsvoorstel inzake tweezijdige contracten voor de zomer 2026 naar de Kamer te sturen. Deze motie krijgt oordeel Kamer.
Ook de motie op stuk nr. 456 krijgt oordeel Kamer.
Dan waren er nog een aantal vragen. Mevrouw Müller hecht aan de afstandsnormen. Zij vraagt wanneer ze komen en of ze echt voor de zomer komen. Dat is de planning. Dat is nog steeds de laatste informatie die ik heb. We weten dat iedereen daarop zit te wachten. De staatssecretaris van IenW is zich daar ook zeer van bewust en zij doet haar best om die planning te halen.
Dan de tenders voor wind op zee van dit jaar. We hechten natuurlijk sterk aan die tenders. We gaan dit jaar niet 1, maar 2 gigawatt vergunnen. Ik stuur binnen enkele weken een brief over de openstelling van deze tenders en over wat ik kan doen om de slagingskans daarvan te verhogen.
Mevrouw Müller refereerde ook aan de vraag welke zekerheid we nog van de ACM kunnen krijgen. De ACM is natuurlijk onafhankelijk, maar we kijken inderdaad met hen welke zekerheid er al te geven is, zodat partijen dat ook mee kunnen nemen in de appreciatie van de tenders en we zo veel mogelijk zekerheid geven op het moment dat die tenders opengaan. Ik snap het aandachtspunt van mevrouw Müller goed.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Ik dank u allen.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We hebben hiermee alle beraadslagingen voor vandaag afgerond. Ook over deze moties stemmen we aanstaande dinsdag. Ik wens u allen een hele goede nacht.
Sluiting
Sluiting 23.45 uur.