Plenair verslag Tweede Kamer, 77e vergadering
Woensdag 3 juni 2026

  • Begin
    10:15 uur
  • Sluiting
    0:00 uur
  • Status
    Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Van Campen

Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:

De voorzitter:
Ik open de vergadering van woensdag 3 juni 2026.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Verantwoordingsdebat voor het jaar 2025

Verantwoordingsdebat voor het jaar 2025

Aan de orde is het Verantwoordingsdebat voor het jaar 2025.


Termijn inbreng

De voorzitter:
Aan de orde is het Verantwoordingsdebat voor het jaar 2025. Daarvoor heet ik de minister-president en de minister van Financiën van harte welkom in het parlement. Ook aanwezig zijn de president en de overige leden van het college van de Algemene Rekenkamer. Ook hen heet ik vandaag van harte welkom in de Tweede Kamer.

Er is vandaag één maidenspeech, van de heer Van der Maas. Die hebben we dus mooi voor de boeg.

Er zijn zestien sprekers van de zijde van de Kamer. Ieder heeft een spreektijd in eerste termijn en een derde van die spreektijd in tweede termijn. Dat ging eerder een klein beetje mis, maar we weten met elkaar wat er op de klok staat. Een derde daarvan heeft u in tweede termijn als spreektijd.

Ik geef als eerste het woord aan de heer Stultiens als spreker namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Vandaag is het Verantwoordingsdebat, een van de belangrijkste debatten van het jaar. Tenminste, dat zou het moeten zijn, want vandaag gaat het over de vraag: heeft het kabinet zijn beloftes en zijn doelen waargemaakt?

Voorzitter. De Rekenkamer was glashelder: 2025 was een verloren jaar, een jaar van stilstand of zelfs achteruitgang. Daarom is het goed dat het kabinet-Schoof vertrokken is. Het kabinet-Jetten dreigt echter dezelfde fouten te gaan maken, want ook dit kabinet doet niet genoeg om zijn eigen doelen te gaan halen. De economie staat onnodig lang op slot, want de stikstofdoelen worden niet gehaald. Mensen zoeken veel te lang naar een betaalbaar huis, want de woningbouwdoelen worden niet gehaald. Jonge mensen maken zich grote zorgen over een veilige toekomst, want de klimaatdoelen worden niet gehaald.

Voorzitter. Dit is precies waarom mensen het vertrouwen in de politiek verliezen. Er wordt veel beloofd, heel veel beloofd, maar nog veel te weinig waargemaakt. Daarom vraag ik de premier wat hij anders gaat doen om de doelen wél te halen. Kunnen we van hem en van zijn collega's verwachten dat er voor Prinsjesdag nog aanvullend, beter beleid komt om deze doelen wél te gaan halen? Anders ben ik namelijk bang dat ook 2026 een verloren jaar gaat worden. Kan de premier ook toezeggen dat hij veel meer gaat rapporteren en duidelijk gaat maken wat de doelen en prioriteiten zijn en hoe het ervoor staat? De Kamer vraagt hier namelijk al jaren om, maar het blijft nog steeds zoeken in jaarverslagen om te zien hoe het ervoor staat. Mijn laatste vraag aan de premier: kan hij ook aangeven wat hij gaat doen met de Monitor Brede Welvaart, met name wat betreft de ongelijkheid, waarvan we al jaren zien dat die groot is? De kloof in het land is veel te groot als het gaat om gezonde levensverwachting. Als het gaat om geluk, welzijn en vertrouwen, zie je een enorme kloof, met name vanwege diploma's en migratieachtergrond. Waar kunnen we dit kabinet op afrekenen aan het eind van deze periode?

Voorzitter. Ik hoop natuurlijk dat het kabinet vandaag gaat zeggen: ja, we komen voor Prinsjesdag met aanvullend beleid. Ik heb echter ook gezien dat het moeizaam gaat. Daarom kijk ik ook de Kamer zelf en de coalitie aan. Klimaat, water, stikstof, wonen: jullie staan met z'n allen achter deze doelen. Laten we dan ook eisen dat die doelen gehaald worden en vragen om aanvullend beleid.

Voorzitter. Deze dag gaat ook over financiën en de vraag: wordt geld goed uitgegeven en krijgt de belastingbetaler waar voor zijn of haar geld? Ook op dit punt is de Rekenkamer kritisch. Die zegt terecht: "Stilstand kost niet alleen vertrouwen, maar ook heel veel geld. Wegkijken van problemen kost geld. Doorschuiven kost geld." Ik vraag de minister van Financiën hoe hij hiermee omgaat. Het stroomnet is al veel te lang overvol; dat kost miljarden per jaar. Het stikstofslot kost miljarden per jaar. De dure belastingkortingen, met name voor de allerrijksten, kosten miljarden per jaar. Waarom doet de minister van Financiën hier zo weinig aan? Deze kosten staan misschien niet in zijn eigen jaarverslagen, maar de samenleving betaalt wel de prijs.

Voorzitter. Vandaag moeten we het ook hebben over Defensie, een van de grote aandachtspunten van de Rekenkamer. De analyse en het oordeel waren namelijk glashelder, maar ook snoeihard. Inkoop: niet op orde. Beveiliging: niet op orde. Fraudebeleid: niet op orde. We zien het al jarenlang. Bij zulke harde oordelen zou je een hele constructieve reactie van de minister van Defensie verwachten, maar die hebben we niet gezien. De problemen werden gebagatelliseerd en voor een deel zelfs ontkend. Dat is zonde. Het is ook een groot risico, zeker als zich dat voordoet bij het ministerie waar de komende jaren heel veel extra geld naartoe gaat. Ik vraag dus aan de minister van Financiën wat hij gaat doen en of hij vandaag klip-en-klaar kan zeggen dat hij en zijn kabinet het oordeel van de Rekenkamer volledig erkennen en aan de slag gaan met alle aanbevelingen.

Voorzitter. Ik heb nog twee andere, meer boekhoudkundige punten. Het eerste gaat over de motie-Van der Lee/Van Berkel over het controlebestel, die vorig jaar is aangenomen. In het voorjaar krijgen we een transitieplan. Officieel is het nog steeds voorjaar, maar toch ben ik benieuwd wanneer we dit plan kunnen verwachten en — nog belangrijker — wanneer dat wordt uitgevoerd. Kan de minister van Financiën toezeggen dat we in het controlejaar 2028 gaan werken met het nieuwe systeem, met een meer onafhankelijke rol en een meer onafhankelijk toezicht?

De tweede boekhoudkundige vraag gaat over het rapport Verantwoord belasten, van de Rekenkamer, dat dit jaar is verschenen. Daarin zegt de Rekenkamer terecht dat het kabinet eigenlijk te weinig inzicht geeft in de belastingontvangsten en de doelen van het kabinet. Het enige doel van belasting is eigenlijk immers, op papier, geld ophalen. Dat lijkt mij wat kort door de bocht. Kan de minister toezeggen dat hij ook hier, samen met de staatssecretaris, concrete doelen gaat formuleren, met name uitgaande van de vraag: wie moet de rekening betalen en welke grondslag willen we belasten? Het zou goed zijn als het parlement daar meer grip op zou krijgen.

Voorzitter, ik ga afronden. Vandaag zou de belangrijkste dag, het hoogtepunt, van het jaar moeten zijn. Dat is helaas nog niet het geval; dat moet ik eerlijk bekennen. Dat ligt niet aan het kabinet alleen, maar aan een combinatie van factoren: partijen hier, kabinet, mensen thuis, media. Daarom wijs ik graag op de oproep in de motie van Stef Blok van twintig jaar geleden: zouden we deze dag, dit debat, niet minstens zo belangrijk moeten maken als Prinsjesdag en de APB? Hij vroeg twintig jaar geleden in een motie om een vol vak K en een volle Kamer en om een debat in dezelfde week. Ik hoor graag van het kabinet, maar vooral van de collega's in de Kamer hoe zij naar deze motie van twintig jaar geleden kijken. Ik denk dat het goed zou zijn als wij meer aandacht zouden besteden aan de resultaten en minder aan de beloftes en de beeldvorming, want uiteindelijk hebben mensen thuis daar het meest aan.

De voorzitter:
Interrupties maximaal in drieën en kort en bondig. Meneer Grinwis.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik vind het wel een mooi slotpleidooi van collega Stultiens. Het is eigenlijk ook wel terecht. Het is eigenlijk wel bizar — de president van de Algemene Rekenkamer, de heer Duisenberg, noemde dat als voorbeeld — dat wij in Den Haag de offerte van de badkamerverbouwing vieren met hoedjes, slingers, troonredes en van alles en nog wat, maar als de badkamer vervolgens wordt opgeleverd met een kraan die het niet goed doet en een kastje dat scheef hangt, dan laten we dat een beetje zo terloops passeren en hebben we daar geen aandacht voor. Hoe zou de heer Stultiens dat meer cachet willen geven, zodat wij niet alleen de resultaten in het zonnetje zetten, maar ook het falen goed voor het voetlicht brengen? Moet er een verantwoordingsrede worden gehouden? Hoe zouden we dat moeten doen?

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik sta open voor alle suggesties. Ik denk dat stap één is dat we met elkaar het hele kabinet oproepen: wees aanwezig. Ik snap dat ze niet met z'n allen komen opdagen als de heer Grinwis en de heer Stultiens debatteren, maar als we hier volgend jaar met alle partijleiders staan, dan hebben we, denk ik, al meer cachet. Dat zou ook een rol hebben voor de mensen thuis. Ik moet eerlijk zeggen dat ik ook in mijn eigen omgeving merk dat mensen nauwelijks weten wat het Verantwoordingsdebat eigenlijk is. Dat is volgens mij eeuwig zonde. Ik denk dus dat stap één is: met elkaar besluiten dat dit een topprioriteit is. Als het helpt om een extra ceremonie te houden met toeters en bellen: ik sta voor alles open. Maar volgens mij moet het vooral gaan om de vraag of resultaten worden gehaald, of de badkamer goed wordt opgeleverd of niet. Dat valt immers veel te vaak vies tegen. Daarom ben ik heel blij dat in elk geval de Rekenkamer met een hele duidelijke noot is gekomen. Dat is voor mij stap één: dat we met elkaar veel scherper worden op de vraag of de doelen echt worden gehaald. Daar hebben we als Kamer de laatste jaren te lang van weggekeken.

De voorzitter:
Doet u zichzelf niet tekort, meneer Stultiens? Nou, meneer Grinwis.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik ben het toch wel eens met de heer Stultiens, voorzitter. De overheid presteert gewoon niet meer. Als wij dat zelf een beetje wegmoffelen en dat zelf niet groot maken, wie weet vergroten we dan de kans dat het zo blijft. Een van de oud-topambtenaren heeft weleens geschreven: de afgelopen 25 jaar dat ik in ambtelijke dienst was, heeft de overheid eigenlijk niks substantieels tot stand gebracht, behalve dan Ruimte voor de Rivier. Dat vind ik dan weer heel mooi als waterman.

Nog wel misschien een oproep, gelijk ook aan de Voorzitter en het Presidium, om zich nog eens te buigen over de oproep van collega Stultiens, waarover al moties zijn aangenomen in het verleden. Verantwoordingsdag kunnen we intern echt wel mooi organiseren; het is een mooie dag, hier intern. Maar extern heeft die eigenlijk nul uitstraling. Bij Prinsjesdag is dat andersom, en dat is niet terecht. Ik ben dat met de heer Stultiens eens.

De voorzitter:
We staan overal voor open, maar we hebben daar ook de medewerking van het kabinet voor nodig. Volgens mij heeft de heer Stultiens dit ook daarom gevraagd richting de andere leden.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik dank de heer Grinwis voor deze aanmoediging. Het is inderdaad niet bedoeld als een soort verwijt aan het kabinet voor waarom het hier vandaag maar met twee ministers is, want wij hebben er ook maar twee uitgenodigd. Volgens mij is dit een mix van de Kamer zelf, het kabinet en inderdaad ook de samenleving. We moeten dit met elkaar belangrijker maken dan het nu is. Dat is mijn oproep. Elke partij die dat steunt: heel fijn.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Waar de heer Stultiens mee eindigt, daar beginnen wij mee als 50PLUS. We zien inderdaad dat er op "gehaktdag" eigenlijk weinig gehakt wordt gemaakt — laat ik het zo zeggen — en dat dit inderdaad van veel meer belang is. Maar dan moet er wel output zijn. We zien dat er wel heel veel input is, maar de output blijft achter. Als kabinet heb je dan ook te weinig laten zien. Herkent de heer Stultiens dat?

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dat herken ik zeker. En volgens mij is dat precies de reden waarom ik zeg dat ik bang ben dat het kabinet-Jetten dezelfde fout gaat maken als de voorgangers, omdat ik nu al zie dat heel veel doelen die het wel heeft afgesproken, niet gehaald gaan worden met het huidige beleid. Ik kan het hele lijstje opnoemen. Het is een lange lijst. We hebben een mooi nieuw stuk gekregen van de Rekenkamer: de Hoogrisicolijst. Ook daarin zie je heel veel dingen die mis kunnen gaan op het gebied van klimaat, wonen, stikstof, natuur, water. Op al die punten doet het niet genoeg om de beloftes waar te maken. Volgend jaar dreigt dan weer een verloren jaar te gaan worden. Ik ben het dus eens met mevrouw Van Brenk. Ik vind ook dat we daar als Kamer veel strenger op moeten zijn, want ik zie het gevaar dat we, als we dit laten gebeuren, eigenlijk zeggen: het is helaas niet voldoende, maar we zien wel. En dat is wat mij betreft niet voldoende.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik ondersteun het pleidooi van GroenLinks-PvdA om gehaktdag veel belangrijker te maken, maar dan ook echt, want we moeten inderdaad zien wat een regering levert voor de centen die wij met z'n allen als burgers en bedrijven opbrengen. Eén ding heb ik gemist, en eigenlijk wilde ik dat straks in ieder geval aan de coalitiepartijen vragen. Defensie noemt zo ongeveer alles "geheim". Daardoor hebben wij er geen enkel zicht op of iets verantwoord wordt uitgegeven. Hoe kijkt GroenLinks-PvdA daartegen aan?

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dat draagt inderdaad niet bij. Ik bedoel, ik erken dat Defensie anders is dan andere ministeries, maar ik zei ook dat het daar met het laaghangend fruit, en dat is wat mij betreft erkennen dat de Rekenkamer gelijk heeft en het willen verbeteren, ook niet gebeurt. Ik zag deze week een nieuw briefje van de minister, die volgens mij toch geschrokken was over de ophef daarover. Dat is dan weer winst, maar ik vraag me nog steeds af of dat ministerie echt genoeg bereid is om dat probleem op te lossen. Want ik zie die onvolkomenheden al jarenlang terugkeren, op alle punten: inkoop, fraude ... Het is een lijst van wel zeven punten die allemaal niet voldoende zijn, al jarenlang niet. De geheimhouding helpt daar niet bij. Dus inderdaad: waar het kan, het liefst openbaar, waarbij ik wel snap dat bij Defensie niet alles openbaar kan. Wat ik vooral hoop, is dat het kabinet zegt: wij erkennen met z'n allen dat oordeel van de Rekenkamer en gaan aan de slag. Dat mis ik voorlopig nog, helaas.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ja, afrondend. Ik zou het fantastisch vinden als wij, alle collega's hier, de oproep steunden om volgend jaar gehaktdag echt belangrijk te maken.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Nou, wederom blij met deze steun. Ik wil graag nog één ding toevoegen. De Rekenkamer zegt ook, terecht, dat "gehakt" soms klinkt als "we gaan elkaar hard afrekenen" en "nog meer polarisatie". Dat is volgens mij niet wat we moeten doen. Ik zei juist dat we minder ophef, minder waan van de dag willen. Maar we moeten juist wel veel steviger worden als we zien dat de doelen al jarenlang niet gehaald worden. Want dat zijn geen foutjes; dat is gewoon bewust beleid. Daarom moeten we als Kamer veel harder zeggen: dit is niet voldoende; kom met beter beleid.

De heer Hoogeveen (JA21):
Ik wil de collega complimenteren voor het benadrukken van de controlerende taak van de Kamer en het belang van dit debat. Wat ik in de bijdrage van de heer Stultiens terug zag komen — daar kon ik me natuurlijk ook wel in vinden — is dat er veel doelen worden gesteld, dat die doelen dan niet worden gehaald en dat wij dan kritisch zijn op de uitvoering, op het kabinet et cetera. Maar is dit debat ook niet een moment om op die doelen zelf te reflecteren? Dus dat wij als politiek ook gaan kijken naar welke doelen we hebben gesteld en of we niet te veel hooi op onze vork hebben genomen. Hoe kijkt de heer Stultiens daarnaar?

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
De heer Hoogeveen heeft natuurlijk gelijk. Je kunt twee dingen doen: de doelen afzwakken of met beter beleid komen. Ik vind de doelen op de punten die ik zelf noemde heel belangrijk. Sterker nog, heel veel van die doelen zijn niet eens een keus, want daar heeft het kabinet ooit mee ingestemd. Dan gaat het bijvoorbeeld om klimaat, water of natuur. Zelfs al zouden we dus nu met elkaar vinden dat het niet meer boeit, dan nog zijn we volgens de wet gewoon verplicht het te halen. Ik ben het er wel mee eens dat er soms dingen beloofd worden in de Kamer, in de politiek, die helemaal niet kunnen. Nul vluchtelingen vind ik bijvoorbeeld een onzindoelstelling. Dan krijg je inderdaad na een paar jaar dat de mensen denken: dat werd beloofd en het gebeurt toch niet. Laten we inderdaad kijken naar welke doelen echt kunnen, maar de voorbeelden die ik gaf staan zeker, in elk geval voor mijn partij en ik hoop ook voor het kabinet, nog steeds overeind.

De heer Hoogeveen (JA21):
Het feit dat die doelen ooit zijn gesteld door het kabinet, wettelijk verankerd of niet, biedt nog steeds de ruimte om te zeggen: uiteindelijk werken die doelen in de praktijk niet. We hebben bepaalde doelen gesteld — het staat in de wet — maar uiteindelijk moeten we ook keuzes maken. We moeten bijvoorbeeld de staatskas op orde houden en we moeten kijken hoe we toekomstige generaties schuldenvrij houden. Dan moet je toch ook keuzes gaan maken binnen die keuzes die in wettelijke kaders zijn gegoten. Is GroenLinks-Partij van de Arbeid daar ook actief mee bezig?

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat het verschil tussen JA21 en mijn partij misschien is dat wij — dat is niet verrassend — die doelen heel belangrijk vinden. De klimaatdoelen zijn heel belangrijk om te zorgen dat de volgende generatie veilig opgroeit, maar ook om als land en als continent überhaupt meer zelfstandig te worden. We kunnen wel zeggen dat de stikstofdoelen ons niet boeien — dat is eigenlijk wel een beetje wat er al zeven jaar gebeurt — maar daardoor wordt er gewoon niet gebouwd in dit land. We kunnen dus wel zeggen dat de doelen niet meer uitmaken, maar ik vind doelen heel belangrijk. Daarom zeg ik vooral: kom met beleid dat de doelen wel haalt. Om een andere partij te citeren: het kan zeker wel. Kijk maar naar de programma's van de partijen hier. D66 heeft, net als mijn eigen partij, in zijn eigen programma plannen staan om de doelen te halen. Die staan alleen niet in het coalitieakkoord. Daar gaat dus iets mis. Dat vind ik raar. Je spreekt met elkaar af dat je die doelen gaat halen, vervolgens maak je een coalitieakkoord waarin staat dat we ze toch niet halen, maar je blijft wel beloven dat je ze haalt. Dan raken mensen teleurgesteld. Ik roep dus op: ga de doelen wel halen. Ik hoop dat JA21 dat kan steunen.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Hoogeveen (JA21):
Ik wil toch een kleine kanttekening maken. Ik zag in het verkiezingsprogramma en in de doorrekening van uw partij dat bijvoorbeeld de NAVO-doelen toch ook moeilijk haalbaar bleken. Er moeten inderdaad op een gegeven moment keuzes gemaakt worden. Je stelt klimaatdoelen en stikstofdoelen, vervolgens is er een geopolitieke crisis en dan komen er defensiedoelen bij. Daar moeten uiteindelijk keuzes in gemaakt worden. Ik mis daar in het betoog van de heer Stultiens enige balans in. Ik mis ook enig begrip voor het kabinet dat er soms keuzes gemaakt moeten worden en dat daarmee ook bepaalde doelen dan niet gehaald worden en bijgesteld moeten worden.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dan kom ik toch terug op het punt van de Rekenkamer, namelijk dat het doorschuiven van doelen of het niks doen ook heel duur is. Wat er hier in Den Haag vaak misgaat, is dat we denken: klimaatinvesteringen zijn duur. Maar niks doen is toch vele malen duurder. Neem nu inderdaad de netcongestie. Bedrijven — u spreekt ze ook — balen daar enorm van, al jarenlang. Dat is peperduur door te weinig klimaatbeleid. Voor stikstof geldt hetzelfde verhaal. Juist niks doen of wegkijken kan heel duur zijn; daarom denk ik dat het hand in hand kan gaan. En inderdaad, in ons programma laten we zien dat je doelen zeker kan halen op een eerlijke manier. Dat vraagt wel een andere vorm van bijvoorbeeld belasting heffen. Daarover verschillen we misschien van mening, want dan moet je het geld elders vandaan halen.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Een herkenbaar verhaal van de collega van PRO. We hebben het hier al jaren over doelen, maar ook over hoe we van Verantwoordingsdag iets groters kunnen maken. Oftewel, afspraken maken is nu heel belangrijk, maar of afspraken nagekomen zijn lijken we niet zo belangrijk te vinden. Deze discussie speelt natuurlijk al in kabinet na kabinet na kabinet na kabinet. Waarom doorbreken we het niet met elkaar? We roepen het nu, we riepen het vorig jaar, we riepen het het jaar ervoor en toch verandert er niks. Ik ben benieuwd naar de reflectie van mijn collega daarop.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik deel de analyse in elk geval volledig. Ik heb terug zitten kijken hoe vaak we aan het kabinet hebben gevraagd: kom met concrete doelen en ga ze halen. De motie-Van der Lee is bekend, want die is recent. Mevrouw Van Dijk heeft zelf vijf jaar geleden een motie ingediend die dit vroeg. Een van mijn voorgangers, Kees Vendrik, vroeg het twintig jaar geleden al. Dus op zich is dit een terugkerend probleem. Als we dit willen doorbreken, denk ik dat we als Kamer veel strenger moeten zijn als we zien dat er te weinig beleid wordt gemaakt. Vandaag hebben we als Kamer de kans om te zeggen: luister eens, kom voor Prinsjesdag met aanvullend beleid om de doelen wel te halen. Als blijkt dat het kabinet dat niet wil, moet je stoppen met dingen beloven. Dan moet je zeggen: we gaan de doelen niet halen. Maar nu gebeurt het slechtste van twee werelden. Er wordt heel veel beloofd en heel weinig waargemaakt. Dan raken kiezers teleurgesteld.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Maar ik had eigenlijk nog een andere, verdiepende vraag daaronder. Ik vind die doelen heel belangrijk. Ik vind het ook belangrijk dat we daarover rapporteren en het gesprek daarover aangaan met elkaar. Ik deel de analyse van de collega van JA21 wel: het kan zijn dat we tot de conclusie komen dat we misschien iets anders moeten doen om het wel te halen, of omdat we iets hebben beloofd dat totaal niet realistisch is. Maar hoe kunnen we het nu meer cachet geven, groter maken? Wat is de reden dat dat ons niet lukt?

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dit is een moeilijke vraag. Als ik het in mijn eentje kon oplossen, had ik dat graag gedaan. Ik denk dat we het met elkaar moeten doen. Daarom begon ik mijn pleidooi met te zeggen dat we überhaupt meer belang moeten hechten aan de vraag of de doelen worden gehaald. Dat is vandaag stap één. Ik hoop ook, en dat is ook een taak voor de coalitie zelf, dat ze het kabinet durft te houden aan die doelen. Want die ruimte hebben jullie met elkaar. Volgens mij staan jullie als coalitie achter de klimaatdoelen, achter de woningbouwdoelen en achter de waterdoelen. Dan kun je zeggen als partij: luister eens, ik eis gewoon beter beleid om ze wel te halen. Ik zou hopen dat de coalitie dat doet. Dan hebben we met elkaar een heel mooie Prinsjesdag.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ja, tot slot. Eigenlijk zegt de collega: stel je voor dat dit kabinet bereid is om daar echt een stevige stap in te zetten en iets anders te laten zien, dan zou dat een enorme doorbraak zijn, politiek gezien.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dat zou inderdaad een doorbraak zijn, ware het niet dat ik tot nu toe, in de eerste 100 dagen, die beweging nog niet heb gezien. Maar ik laat me vandaag graag verrassen. Alleen, als blijkt dat het tegenvalt, hoop ik dat de coalitie, met het CDA erbij, ertoe oproept om met beter beleid te komen voor Prinsjesdag.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Stultiens.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel.

De voorzitter:
Het woord is aan de heer Oosterhuis voor zijn inbreng namens D66 in eerste termijn.

De heer Oosterhuis (D66):
Voorzitter. Niet vaak krijgen wij in deze zaal zo'n heldere spiegel voorgehouden als op Verantwoordingsdag door Pieter Duisenberg. "Nederland kent een opvallend gebrek aan vooruitgang", sprak hij hier twee weken geleden. "Doelen worden niet gehaald en langetermijndoelen die er zijn, raken verder uit zicht." Dat is een glasheldere boodschap, waar we echt iets mee moeten. Dit Verantwoordingsdebat gaat over vorig jaar, toen het kabinet-Schoof er nog zat. Anderhalf jaar ruzie, gedoe en stilstand heeft natuurlijk niet geholpen, maar ik vind het te gemakkelijk om alleen te wijzen naar het vorige kabinet. Het probleem zit veel dieper. Den Haag loopt vast door een versnipperde politiek, verkokerde ministeries en een voorzichtige bureaucratische cultuur. De overheid moet beter gaan presteren. Voor mij is de belangrijkste vraag uiteindelijk niet hoeveel geld de overheid uitgeeft; veel belangrijker is de vraag wat het oplevert. Ik ben ervan overtuigd dat mensen best bereid zijn om belasting te betalen als het geld ook goed wordt besteed. Maar als de overheid onvoldoende levert, tast dat het vertrouwen aan. Dat is wat er nu gebeurt.

Het doorbreken van de stilstand vraagt om het stellen van duidelijke doelen, het maken van concrete plannen om die doelen te bereiken en een cultuur waarin tijdig wordt bijgestuurd als het niet goed lijkt te gaan. Er ligt nu een coalitieakkoord met ambitieuze plannen op onder andere wonen, infrastructuur en energie. Ook zijn er goede plannen om de overheid slagvaardiger te maken. De minister-president heeft taskforces opgericht voor de belangrijkste onderwerpen, met brede raakvlakken in de samenleving. Ik nodig hem hier graag uit om uiteen te zetten hoe hij ervoor zorgt dat dit bijdraagt aan een andere, resultaatgerichte overheid. De kennis en expertise voor de oplossingen is er, maar er is slagkracht nodig. Kan de premier ons vertellen welke veranderingen hij al in gang heeft gezet? Kan hij toezeggen dat er op Prinsjesdag per taskforce een korte update komt met wat er al tot stand is gebracht en wat de planning is tot het moment dat de belangrijkste besluiten worden genomen?

Sinds kort is er ook een kwartiermaker Slagvaardige Overheid, Bart Snels. Ik heb alle vertrouwen in hem, maar het persbericht bij zijn aanstelling was wat abstract. Kan de premier in normalemensentaal helder maken wat hij gaat doen en welk mandaat hij heeft?

Voorzitter. Wat mij in de boodschap van de Rekenkamer vooral aansprak, is een inzicht dat eigenlijk verrassend eenvoudig is: niet handelen is ook een keuze, en die keuze heeft gevolgen.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik vind het een terechte en mooie inleiding van mijn collega, maar ik heb wel de vraag hoe we dat na een 25 jaar lang nauwelijks presterende Rijksoverheid echt gaan veranderen. De D66-fractie stelt nu de hoop op en het vertrouwen in taskforces. Het risico van die taskforces is dat er weer hoofdlijnenbrieven uit voortkomen met allemaal aankondigingen van beleid, die niet daadwerkelijk leiden tot resultaat. Hoe gaan we die ambtelijke en politieke cultuur daadwerkelijk veranderen?

De heer Oosterhuis (D66):
Ik vind dit een hele terechte vraag van de heer Grinwis. Ik denk namelijk echt dat dit een probleem is dat al 25 jaar speelt. Dat citaat haalde de heer Grinwis net in zijn interruptie aan. Ik denk er ook iets te vaak aan. Het begint ook bij ons, met het lef om keuzes te maken en dingen te gaan doen, in plaats van eindeloos in analyses te blijven hangen. Ik zie het ook als een oproep aan iedereen in de publieke dienst om te handelen in plaats van alleen maar te denken, om niet te blijven afwachten maar problemen daadwerkelijk aan te pakken. Het is niet alleen een kwestie van wetten, maar ook een kwestie van cultuur die we met z'n allen hebben. Het gaat erom dat we dat risico durven te nemen. Misschien gaat het niet in één keer goed, maar ik heb liever dat we beginnen en tussentijds bijsturen dan dat we te lang wachten op het perfecte plan en uiteindelijk moeten constateren dat we te lang hebben nagedacht en niks hebben gedaan.

De voorzitter:
U vervolgt.

De heer Oosterhuis (D66):
Ik wil aan de hand van drie voorbeelden inzicht geven in wat voor mij de oorzaken en gevolgen zijn van politieke stilstand. Ik begin bij de gevolgen: de kosten van niets doen. We hebben het hier vaak over de kosten van beleid in termen van de uitgaven van de overheid, maar veel minder over de kosten van uitstel en stilstand, en de rekening die ontstaat als problemen blijven liggen. De nieuwe Hoogrisicolijst van de Algemene Rekenkamer laat dat heel goed zien. Daarin staan niet alleen risico's voor vandaag, maar ook risico's die zich langzaam opbouwen, waarvan de kosten niet direct zichtbaar zijn in de begroting.

Die kosten van niets doen zijn nu al voelbaar. Netcongestie kost ons 10 tot 40 miljard per jaar. Stikstofproblemen kosten ons 12 miljard. Zo kunnen er op de lange termijn nog meer kosten voor de samenleving bij komen. We weten allang dat de kosten van klimaatverandering, zoals droogte en extreem weer, uiteindelijk veel hoger zijn dan de kosten van verduurzaming. Het zijn allemaal kosten die niet op de begroting drukken, maar die we wel collectief voelen. Wat gaat het kabinet zelf doen om die huidige en potentiële kosten van niets doen in beeld te hebben? Heeft het kabinet eraan gedacht om zelf een risicolijst bij te houden en per risico expliciet te benoemen of en hoe de kosten van niets doen voorkomen kunnen worden?

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Als ik het goed hoorde, werd er net gezegd dat de kosten ten gevolge van het klimaat — ik kan me niet herinneren wat erna kwam — hoger zijn … Er werd gezegd dat de kosten die we hebben aan verduurzaming en klimaatmaatregelen en zo uiteindelijk lager zijn dan als we niets zouden doen. Waar haalt u deze feiten en kennis vandaan? Ik ken de cijfers hierachter niet.

De heer Oosterhuis (D66):
Hier is behoorlijk veel onderzoek naar gedaan, onder andere in Groot-Brittannië. Daaruit blijkt dat de kosten die we in de toekomst gaan maken als gevolg van droogte en extreem weer veel hoger zijn dan de kosten van verduurzaming. We zien in Nederland al heel praktische voorbeelden. Mensen in Zuid-Limburg hebben een paar jaar geleden enorm veel schade gehad van overstromingen.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ja, maar ja, er zijn ook allemaal andere berekeningen. Als je Gronings gas gaat oppompen, is dat een stuk goedkoper dan ieder jaar 20 miljard euro aan een soort klimaatfonds geven. Heeft de heer Oosterhuis al die cijfers naast elkaar gelegd? Volgens mij is er dus helemaal geen studie van.

De heer Oosterhuis (D66):
Dit soort studies zijn er heel veel. Ik denk dat de mensen in Groningen ook geconfronteerd zijn met de kosten van het gas oppompen daar. Laten we die ook niet bagatelliseren. Laten we ook niet vergeten dat we op dit moment elk jaar 20 à 30 miljard per jaar uitgeven aan fossiele brandstoffen uit het buitenland. Dat is geld dat uit onze economie verdwijnt naar het Midden-Oosten en naar andere landen. We kunnen dat geld ook zelf bewaren. Als je de hele optelsom op die manier maakt, is het echt een stuk goedkoper om hier te investeren in verduurzaming.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Mag ik via de heer Oosterhuis aan de regering, misschien in samenwerking met de Rekenkamer, vragen om daar nou eens een keer een echte studie van te maken? Leg al die kosten en baten naast elkaar en maak gewoon een plaatje. We kunnen dan gewoon bekijken of de stelling die de heer Oosterhuis net poneerde, waar is.

De heer Oosterhuis (D66):
Dat lijkt mij een uitstekend idee. We hebben het namelijk ook veel te weinig over de baten van handelen. Het gaat heel erg over de kosten van wat we doen, maar laten we die baten ook vooral inzichtelijk maken. Dat is een terechte vraag.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Telt dit dan gelijk als een informatieverzoek?

De voorzitter:
U bent nog de hele dag met het kabinet in debat, dus ik zie u vanzelf weer verschijnen voor de interruptiemicrofoon.

De heer Oosterhuis (D66):
Een voorbeeld van die kosten van niets doen en risico's in beeld brengen zou wat mij betreft ook kunnen zijn om de toekomstige kosten van infrastructuur expliciet te maken. We hebben in de jaren zestig en zeventig veel infra aangelegd, maar onvoldoende rekening gehouden met dat er ook groot onderhoud en vervanging nodig is. Die rekening komt ongeveer nu en in de komende decennia. Die is niet begroot noch zichtbaar in de boekhouding. Dit beperkt ons om een goede afweging te maken van waar publieke investeringen nodig zijn op welk moment. Hoe gaat het kabinet dit beter inzichtelijk maken? Wat vindt de minister bijvoorbeeld van de suggestie om in de Staat van de Infrastructuur ook inzichtelijk te maken wat de financiële opgave is voor onderhoud en vervanging?

Voorzitter. Ten tweede zie ik verkokerde ministeries en een voorzichtige bureaucratische cultuur als oorzaak van de stilstand. Een sprekend voorbeeld daarvan vind ik de beveiliging van de Noordzee. Steeds meer van onze vitale infrastructuur bevindt zich op de Noordzee: windparken, datakabels, elektriciteitskabels, gasleidingen. We worden steeds afhankelijker van wat zich onder en boven de Noordzee bevindt. Andere landen vinden dat ook interessant. Terwijl de Russen schaamteloos de Noordzee bespioneren, zitten in de torens hieromheen ambtenaren eindeloos te dimdammen over wie er verantwoordelijk is voor de beveiliging. Niemand wil erover gaan en wie de handschoen oppakt, moet ook de rekening betalen. Op die manier valt de beveiliging van de Noordzee tussen wal en schip. Dat kunnen we ons niet veroorloven. In het coalitieakkoord zijn vele miljarden vrijgemaakt voor dit soort veiligheid. Geld mag niet het probleem zijn, dus ik hoor graag van het kabinet hoe dit wordt opgelost. Ik zie dit ook als een voorbeeld voor andere urgente problemen. Dans er niet omheen, maar pak ze aan.

Het derde voorbeeld betreft de moeite die er is met de uitvoering. Ook daar een concreet voorbeeld, met de belastinginning. Nederland heeft gelukkig een hoog niveau van belastingmoraal. De meeste mensen en bedrijven betalen netjes belasting. Maar de Rekenkamer wijst al jaren op het nalevingstekort: belasting die volgens de wet betaald moet worden, maar uiteindelijk niet wordt geïnd. Dat gaat om veel geld, alleen voor het mkb bijvoorbeeld al om ruim vijf miljard. Dat is waarschijnlijk een onderschatting. Wij hebben hier grote politieke discussies, over allerlei financiële vraagstukken. Maar ondertussen is er vijf miljard aan belasting die niet wordt geïnd. Het zou enorm schelen als dat vier of drie miljard wordt.

De Belastingdienst heeft de afgelopen jaren voor enorme opgaven gestaan en staat dat nog steeds. Ik noem het herstel van de toeslagenaffaire en rechtsherstel box 3. Dat vraagt veel van een organisatie en zorgt voor minder aandacht voor handhaving. Erkent de minister dat dit een oorzaak is? Hoe zorgt hij ervoor dat de Belastingdienst voldoende capaciteit houdt voor goede belastinginning? Ik denk dat wij allemaal liever hebben dat belastingen die we al hebben, daadwerkelijk worden betaald dan dat we andere belastingen moeten verhogen, of dat we moeten bezuinigen. Wanneer gaat deze onvolkomenheid van tafel?

In het debat over rijksuitgaven sta ik natuurlijk op de schouders van onze collega Joost Sneller, die zich al jaren inzet voor een goede verantwoording. Hij heeft vorig jaar gepleit voor het versterken van de externe controle op de rijksuitgaven, door deze taak over te dragen van de Auditdienst Rijk naar de Rekenkamer. De heer Stultiens vroeg naar het transitieplan. Wanneer kunnen wij dit verwachten en gaat de minister inderdaad deze transitie doorzetten? Eventueel zouden wij vandaag een motie kunnen indienen om hem te helpen in die keuze. Als de brief daar aanleiding toe geeft, kunnen wij de motie nog wijzigen of intrekken, maar dan kunnen wij in ieder geval tempo blijven maken. Graag een reactie.

Als ik één rode draad uit het verantwoordingsonderzoek van dit jaar haal, is het deze: Nederland heeft geen gebrek aan ambities. We hebben geen gebrek aan ideeën, geen gebrek aan talent, maar we moeten beter worden in het omzetten van ambities in resultaten. Dat vraagt om een overheid die vooruitkijkt en doelen stelt, een overheid die investeert, keuzes maakt en uitvoeringskracht serieus neemt. Steeds opnieuw zien we dat ons land succesvol is wanneer we bereid zijn verder te kijken dan de volgende begroting of de volgende verkiezing. Dat vraagt politieke moed. Dat vraagt bestuurlijke slagkracht. Maar het vraagt vooral vertrouwen in de toekomst. Dat vertrouwen heeft D66. Daarom zie ik dit debat ook niet als een moment om terug te kijken, maar ook als een moment om vooruit te kijken naar wat Nederland nog kan bereiken. Daarom zie ik uit naar de reactie van het kabinet.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dank aan de heer Oosterhuis voor een verhaal dat ik bijna volledig deel. We hebben dezelfde analyse, namelijk: veel belangrijke doelen. Een heleboel daarvan worden niet gehaald. Wat betekent dat voor de houding van D66? Gaan zij nu vragen aan het kabinet om meer te doen, of laten ze het weer zo gebeuren?

De heer Oosterhuis (D66):
Ik verwacht dat het kabinet héél snel aan de slag gaat. Ik zie ook dat het kabinet al aan de slag is met het vertalen van het coalitieakkoord in concreet beleid. Ik verwacht zo snel als mogelijk concrete plannen om die doelen ook te bereiken.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Maar de heer Oosterhuis is ook een man van de inhoud en weet dat het coalitieakkoord niet voldoende is om die doelen te behalen. Ik noem klimaat, water, stikstof, wonen en natuur. Dus de vraag blijft: als D66 die doelen belangrijk vindt — en dat vinden ze — moeten we dan niet samen aan het kabinet vragen om meer te doen om doelen te gaan behalen? Waarom deelt D66 die vraag niet?

De heer Oosterhuis (D66):
Omdat ik ervan overtuigd ben dat de doelen in het coalitieakkoord zeker binnen bereik komen. Ik noem bijvoorbeeld stikstof. Op dat punt verwacht ik echt op korte termijn een aanpak om de doelen juist wel te halen. Wat klimaat betreft denk ik dat we het volgende moeten erkennen. In 2023 was het klimaatdoel voor 2030 net binnen bereik. Daarna hebben we echt stappen terug gezet onder het vorige kabinet. Dus ik denk dat we met elkaar moeten concluderen dat het behalen van het doel voor 2030 praktisch gewoon vrijwel onmogelijk is. Maar de afspraak is wel, mocht blijken dat de maatregelen onvoldoende zijn om het doel voor 2040 te bereiken, dat er in het voorjaar van 2027 nieuw, aanvullend beleid komt. Dus ik heb er alle vertrouwen in dat we dit soort doelen gaan bereiken. Daar zullen wij het kabinet ook op toetsen.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik heb er helaas wat minder vertrouwen in. Eigenlijk zegt de heer Oosterhuis: dat 2030-doel laten we lopen. Hij vraagt vandaag immers niet met mij om dat doel wél te halen. Maar we moeten nu actie ondernemen, want we kunnen niet weer een jaar wachten. Ik doe dus een laatste poging. Is D66 bereid om het kabinet te houden aan de eigen afgesproken doelen, bijvoorbeeld op het vlak van klimaat, stikstof, water, natuur en wonen?

De heer Oosterhuis (D66):
Ja, zeker, maar ik zeg daar ook bij: tot het onmogelijke is niemand gehouden. Ik denk dat het klimaatdoel voor 2030 echt te dichtbij is om nog te halen. Volgens mij moeten we dat met z'n allen erkennen. De kans om dat doel te halen is op dit moment minder dan 5%, en dan moet alles meezitten. Er is de afgelopen twee jaar te weinig gebeurd om het doel voor 2030 nog te halen. Maar het doel voor 2040 staat als een paal boven water. Zo gaat het ook op andere onderwerpen. Op stikstof en wonen verwacht ik van dit kabinet complete plannen om de doelen te bereiken. Daar zullen wij het kabinet op toetsen.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
D66 maakt terecht een opmerking over de belastingen. Er ligt een initiatiefvoorstel van D66 om het belastingstelsel eenvoudiger te maken. Dat moet ook. In 2019 heeft 50PLUS daar ook een voorstel voor gedaan. Mijn vraag is: hoe daadkrachtig gaat D66 dat plan nu eens doorvoeren?

De heer Oosterhuis (D66):
Een terechte vraag. Ik denk dat dit een onderwerp is waar we met z'n allen al jarenlang op aandringen, maar waarmee te weinig voortgang is gemaakt. In het coalitieakkoord is voor staatssecretaris Eerenberg de opdracht opgenomen om deze vereenvoudigingsoperatie in gang te zetten. Dat begint met kleine vereenvoudigingen en het harmoniseren van de definities. De grotere stelselwijzigingen zullen in kaart gebracht moeten worden, om te zien wat er mogelijk is. De SER komt daar dadelijk met een advies over. Ik heb goede hoop dat we daar verder mee komen. Er ligt dus een belangrijke opdracht voor de staatssecretaris van Financiën.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Gaan we dat dus deze kabinetsperiode meemaken en afronden? Kunnen we hierover in deze kabinetsperiode een keer met elkaar spreken?

De heer Oosterhuis (D66):
Ik hoop van harte dat we het daar met elkaar over eens kunnen worden. Daar zie ik het vaak stokken. We zijn het allemaal eens over het doel van vereenvoudiging, maar als het concreet wordt, blijft iedereen toch zijn eigen stokpaardje berijden en kunnen we uiteindelijk te weinig doen. Ik hoop dus van harte dat het ons gaat lukken om dat wel voor elkaar te krijgen.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik denk dat het van groot belang is voor heel Nederland dat het belastingstelsel inderdaad eenvoudiger wordt, zodat het ook haalbaar wordt voor de uitvoering. Ik hoop dat D66 daar een goede impuls aan wil geven. De steun van 50PLUS heeft de heer Oosterhuis daar in ieder geval bij.

De heer Oosterhuis (D66):
Ik trek daar heel graag samen in op, want ik denk dat we steeds meer met de neus op de feiten worden gedrukt wat betreft de gevolgen van de complexiteit van het stelsel, niet alleen voor de uitvoering, maar ook voor de mensen zelf. De mensen weten niet waar ze aan toe zijn en weten niet waar ze recht op hebben. Wij helpen de mensen echt door het stelsel eenvoudiger te maken.

De heer Flach (SGP):
Wat mij aanspreekt in het betoog van de heer Oosterhuis, is dat er veel meer oog komt voor de uitvoering en dat we weg moeten van het doelenfetisjisme, waarbij we elkaar steeds meer aan onhaalbare doelen gaan houden. We hebben woningen nodig, een oplossing voor de netcongestie en perspectief voor boeren en vissers. Tegelijkertijd is dit kabinet vleugellam. Het leunt op 66 zetels, dus er zal gezocht moeten worden naar meerderheden om ook daadwerkelijk tot die uitvoering te komen en aan de slag te kunnen gaan. Wat is de visie van D66 daarop? Hoe zou dat kunnen worden bereikt?

De heer Oosterhuis (D66):
Ik vind dit een terechte vraag. Ik denk dat dit een verantwoordelijkheid is voor ons allemaal. We zitten in een versnipperd parlement. Mijn fractie is de grootste met 26 zetels, dus geen enkele partij is groot genoeg. Dit betekent dat er samenwerking nodig is. Het betekent ook dat geen enkele partij hier haar volledige agenda kan doorduwen en dat we rekening moeten houden met elkaar. Ik verwacht dan ook van het kabinet dat het met plannen naar de Kamer komt en dat het daar breed draagvlak voor zoekt. Ik verwacht van onszelf en van de andere fracties dat die daar met enige constructiviteit op reageren en over meedenken.

De heer Flach (SGP):
Hier gaat het betoog toch van vrij specifiek en concreet naar algemeen en zeer wenselijk. Ik denk dat het realistisch is om te zeggen dat breed draagvlak over links en rechts op heel veel terreinen gewoon niet haalbaar is, bijvoorbeeld op het gebied van stikstof en migratie. De tegenstellingen zijn daar gewoon veel te groot. Welke keuzes maakt D66 dan? Ziet de heer Oosterhuis vooral perspectief aan de rechterkant van de Kamer, of aan de linkerkant?

De heer Oosterhuis (D66):
Ik vind het toch belangrijk dat het kabinet streeft naar een zo breed mogelijk draagvlak. Het gaat vaak om langdurige keuzes die invloed hebben op de komende decennia en die over meerdere kabinetten heen gaan. Ik denk dat bijvoorbeeld de hervorming van het pensioenstelsel heeft laten zien dat het echt loont om een zo breed mogelijk draagvlak te hebben. Ik denk dat dat ook geldt voor het klimaatbeleid. Het zou ook kunnen dat dit op verschillende onderwerpen tot verschillende meerderheden leidt, maar ik zie echt wel mogelijkheden wat betreft brede samenwerking.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Flach (SGP):
Die wisselende contacten spreken mij niet zo aan, om meerdere redenen. Na de eerste 100 dagen is mijn indruk dat er ook binnen het kabinet, binnen de drie coalitiepartijen, nog geen duidelijke keuze is gemaakt in met welke partij, partijen of groep van partijen er zaken gedaan kunnen worden. Zit daarin niet de angel van het feit dat we na die 100 dagen nog niet echt aan de uitvoering zijn begonnen?

De heer Oosterhuis (D66):
Ik denk dat het geen geheim is dat ook de coalitiefracties over verschillende onderwerpen anders denken. Ik vind dat ook helemaal niet zo erg. Dat mag, volgens mij. Misschien past juist bij de huidige samenwerking dat die discussie er is. Ik denk niet dat dat op dit moment de uitvoering in de weg staat. Ik denk dat 100 dagen te vroeg is om daar echt al op te toetsen. Op migratie is al meer bereikt dan wat het vorige kabinet voor elkaar heeft gekregen. Wat dat betreft ben ik dus minder somber. Ik verwacht echt op korte termijn plannen op het gebied van woningbouw en stikstof waarmee het kabinet naar draagvlak kan zoeken. Misschien ben ik iets ruimdenkender dan de heer Flach als het gaat om wisselende contacten; ik geloof er echt in dat dat kan.

De heer Schenk (FVD):
Ik hoor de woordvoerder van D66 terecht zeggen dat zijn fractie 26 zetels heeft. Nog nooit is de grootste partij in het parlement zo klein geweest. Het kabinet rust op een minderheid in de Kamer. Er werd gezegd dat er "brede samenwerking" nodig is. Wij hebben hier gisteren echter een parlementair dieptepunt gezien toen er een motie werd aangenomen om in feite dit deel van de Kamer uit te sluiten van samenwerking. Ik vraag me af hoe de woordvoerder van D66 — ik ben uw naam even kwijt, waarvoor excuses — dat rijmt met hetgeen hij hier zojuist vertelde.

De voorzitter:
Het is de heer Oosterhuis.

De heer Oosterhuis (D66):
Er zijn wat mij betreft inderdaad grenzen aan samenwerking. Als er hier termen als "omvolking" worden gebruikt en oproepen tot geweld worden gedeeld, dan zie ik dat niet als een basis voor een vruchtbare samenwerking.

De heer Schenk (FVD):
Nou, die oproep tot geweld heeft mijn partij volgens mij nooit gedaan. Ik voel mij dus niet aangesproken als dat gezegd wordt. Brede samenwerking is dan in feite brede samenwerking met het andere deel van de Kamer. In feite wordt dus een heel groot deel van de kiezers uitgesloten. Begrijp ik dat goed?

De heer Oosterhuis (D66):
Nee, dat begrijpt u niet goed. Ik wil er graag voor alle kiezers zijn, maar over samenwerking met partijen als de PVV en Forum voor Democratie, die stelselmatig groepen uitsluiten, is D66 altijd heel helder geweest.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Schenk (FVD):
Oké, maar dat is een ander punt. Net ging het over partijen die oproepen tot geweld en nu gaat het over partijen die zogenaamd bevolkingsgroepen zouden uitsluiten. Er lijkt naar allerlei verschillende argumenten gegrepen te worden om een bepaald groeiend geluid dat kritisch is op het geldende beleid, op de koers in dit land, gewoon terzijde te kunnen schuiven. Ik vind dat fundamenteel verkeerd. Ik hoop dat D66 daarin echt een andere koers gaat varen. We zijn het inderdaad op heel veel punten oneens met elkaar, maar ik denk dat we het aan de kiezer verplicht zijn om waar we elkaar wel kunnen vinden, de samenwerking op te zoeken. Laat dat dan mijn oproep zijn aan D66, voor nu.

De heer Oosterhuis (D66):
Structurele samenwerking zie ik niet zitten, denk ik. Als er een motie is waar ik het mee eens ben, dan steun ik die gewoon. Ik ben hier altijd heel helder over geweest. Ik ga echt niet mee in de omvolkingstheorieën die partijen aanhangen.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik ga nog even door op het antwoord dat de heer Oosterhuis gaf aan collega Flach over het vinden van meerderheden. Nou is mijn vraag aan de heer Oosterhuis: schiet zijn antwoord toch niet tekort? Deze coalitie heeft namelijk een coalitieakkoord gebouwd als ware het kabinet een meerderheidskabinet, met een financiële tabel die leidend is en met nota bene een aantal maatregelen waarmee het minderheidskabinet zich het niet makkelijk heeft gemaakt. Vervolgens gaan de ministers aan de slag in het korset van de financiële tabel. Als zij binnen hun begroting misschien een bepaalde afspraak even on hold zetten, dan moeten ze dat ergens anders binnen hun begroting opgelost krijgen. Ergo, dit is de oude werkwijze en die gaat uiteindelijk vastlopen. Want waarom zou een partij in de polder of een partij in deze Kamer meegaan in het korset dat deze coalitie en het kabinet zichzelf hebben opgelegd?

De heer Oosterhuis (D66):
Volgens mij heeft de meerderheid van deze Kamer, namelijk alle oppositiepartijen, in een motie ook al duidelijk gemaakt dat ze zich niet gebonden voelt aan het financieel kader. Ik denk wel dat het Nederlandse begrotingsbeleid, het trendmatig begrotingsbeleid met een scheiding tussen inkomsten en uitgaven, heel waardevol is, dus dat we dat ook niet moeten laten lopen. Tegelijkertijd moeten we erkennen dat de begrotingsregels altijd hebben gesteund op een meerderheid in de Tweede Kamer, in ieder geval de coalitie. Op dit moment steunen ze op 66 zetels. Daarover zal de discussie richting Prinsjesdag dus ongetwijfeld worden gevoerd.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Het besef dat nu spreekt uit de woorden van de heer Oosterhuis was ook aanwezig bij de coalitieonderhandelingen, neem ik aan. Maar er wordt net gedaan alsof er een meerderheidscoalitie is en men laat een financiële tabel leidend zijn. Dan stel je je op als een boekhouder in plaats van als een bouwer aan een betere arbeidsmarkt, als een bouwer om Nederland qua vergunningverlening weer van het slot te krijgen. Dat mis ik. Het stuk dat D66 en het CDA samen hadden geschreven, zat nog niet in het korset van een financiële tabel. Nu is dat wel zo. Eigenlijk heb je een stap teruggezet en wordt het nog moeilijker om vooruit te komen. Is de financiële tabel niet onterecht leidend gemaakt? Had de visie op de toekomst van de arbeidsmarkt, op de zorg en op de sociale zekerheid niet leidend moeten zijn?

De heer Oosterhuis (D66):
Ik weet niet of ik de minister van Financiën volledig citeer als ik zeg dat hij het laatst had over "mensen boven de tabellen". Dat was in ieder geval in de context van het sociaal akkoord, toen het kabinet maatregelen voorlopig van tafel heeft gehaald en de AOW-verhoging heeft gestopt. Daar zie ik wel de beweging dat het korset misschien iets minder dwingend is en dat er iets ruimdenkender wordt nagedacht dan in een meerderheidscoalitie het geval is.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat gaan we dan horen van deze minister. Als er een hand wordt uitgestoken naar de polder, zijn tot nu toe iedere keer de laatste woorden: ja, maar we hebben wel een financiële opgave. Daaronder ligt besloten: ja, we moeten nou eenmaal meer aan defensie uitgeven, dus anderen zullen moeten bloeden. Ik ben zelf financieel degelijk genoeg om te snappen dat de rekeningen uiteindelijk betaald moeten worden. Het begint alleen wel met praten met elkaar, zonder een hypotheek op tafel: ja, maar het moet wel zoveel opleveren. Ik ben bang dat dit kabinet … Vorig jaar hadden we volgens de Rekenkamer het jaar van de stilstand. Dit jaar wordt het jaar van de achteruitgang als het kabinet op deze manier doorgaat met de financiële tabel als een korset, waar elke vakbewindspersoon, elke coalitiepartij, zich aan moet houden. Dan kom je echt nergens. Ik vrees dus echt dat dit helemaal gaat vastlopen en niet goed gaat. Daarom denk ik dat het antwoord aan collega Flach en aan mij tekortschiet.

De heer Oosterhuis (D66):
Dat zal de toekomst moeten uitwijzen. Zoals ik al zei, is er een overeenkomst tussen partijen met in totaal 66 zetels over hoe het financieel kader eruitziet. Dat telt nog niet op tot 76. Ik verwacht dus dat die discussie gevoerd gaat worden. Ik snap ook dat het kabinet niet in één keer alle discipline laat varen. Maar ik ken de heer Grinwis en ook andere Kamerleden inderdaad als mensen die zich ook bewust zijn van het belang van deugdelijke overheidsfinanciën.

De heer Vermeer (BBB):
Ik zie hier wel een duidelijke discrepantie tussen hoe de heer Oosterhuis van D66 zich uitspreekt en wat het kabinet tot nog toe zegt. Ik vat het maar even op als het belangrijkste nieuws van vandaag, namelijk dat D66 dus snapt dat niet alle discipline op de begrotingsregels houdbaar zal zijn in de onderhandelingen. Heb ik dat goed gehoord?

De heer Oosterhuis (D66):
Daarin gaat de heer Vermeer wel erg snel. Ik heb juist benadrukt dat ik begrotingsdiscipline en het belang van houdbare overheidsfinanciën wel degelijk belangrijk vind. Ik constateerde alleen ook dat er een meerderheid is in de Kamer die heeft gezegd: wij zijn het niet eens met het financieel kader van het kabinet. Ja, dat gesprek moet gevoerd worden.

De heer Vermeer (BBB):
Maar is de heer Oosterhuis dan bereid daarop te bewegen? Een gesprek zonder beweging heeft natuurlijk geen enkele zin.

De heer Oosterhuis (D66):
Wat mij betreft begint dat bij het kabinet. Ik sta ook voor de afspraken die wij met z'n drieën hebben gemaakt. Maar het zal onontkoombaar zijn dat er enige beweging nodig is om tot meerderheden te komen, volgens mij. Ik denk dat dat een realiteit is waar niemand omheen kan.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Vermeer (BBB):
Mijn slotvraag: wat vindt de heer Oosterhuis? Wie moet er contact zoeken met de oppositie? Moet het kabinet dat doen om te komen tot oplossingen richting Prinsjesdag of moet de coalitie hier in de Kamer dat doen?

De heer Oosterhuis (D66):
Wat mij betreft is het ook nu zo dat de regering regeert. Ik vind dus echt dat het voortouw bij het kabinet ligt.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik wil hier toch nog even op doorgaan. Ik vind het wisselende signalen. Erkent D66 dat het regeerakkoord moet worden opengebroken om steun te krijgen van een meerderheid?

De heer Oosterhuis (D66):
Dat is meteen een frame. Om meerderheden te vergaren, zal het kabinet de plannen ongetwijfeld moeten aanpassen.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dat is weer een half antwoord. Is het ja of nee? Volgens mij is dat precies de vraag die voorligt. Er is geen steun voor … Tony van Dijck zegt: ja. Dat is fijn. Wat vindt de heer Oosterhuis? Inderdaad, wat er nu ligt, heeft geen steun. Ik hoor steeds wisselende signalen. De SGP geeft het terecht aan. Ook de ChristenUnie geeft het aan. De BBB geeft het aan. Wij willen ook graag weten: is D66 bereid om het regeerakkoord open te breken, ja of nee?

De heer Oosterhuis (D66):
Volgens mij zijn we met z'n allen op zoek naar hoe dit werkt, want we zitten in een nieuwe situatie, waarin het voor coalitiepartijen, voor het kabinet, voor de oppositie en zelfs voor media, merk ik, nog wel even wennen is hoe deze samenwerking in de praktijk uitpakt. Het lijkt mij evident en het is een feit dat als er partijen zijn die met 66 zetels een kabinet hebben gesteund en daar meerderheden voor zoeken, die plannen op een zeker moment ook aanpassing nodig hebben om tot steun te komen.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Tot slot. We gaan het zien de komende weken. Ik vind de signalen tot nu toe erg wisselend en ook inderdaad afhankelijk van welke coalitiepartij je het vraagt. Ik hou mijn hart vast.

De heer Vermeer (BBB):
Toch nog een reactie hierop. De heer Oosterhuis zegt: we zitten in een nieuwe situatie. Dat zitten we helemaal niet. Ook het afgelopen kabinet kon niet stoelen op een meerderheid in zowel de Eerste als Tweede Kamer. In de Tweede Kamer was die meerderheid er wel, maar in de Eerste Kamer niet. De heer Oosterhuis was daar niet bij, maar D66 was toen onderdeel van de oppositie en weet precies hoe het voelt om in de situatie te zitten waarin wij nu zitten. Ik doel dan vooral op een situatie waarin er eigenlijk ook geen contact is tussen de partijen. Hoe kijkt de heer Oosterhuis daarnaar?

De heer Oosterhuis (D66):
Ik heb zelfs op de achtergrond het kabinet-Rutte II meegemaakt, waarbij er geen meerderheid was in de Eerste Kamer. Dat heeft tot aanpassing geleid. Dat contact is ook goed geweest. Ik denk dat het heel verstandig is dat het kabinet contact zoekt. Volgens mij gaat het kabinet ook langs. Ik meen dat zelfs het duo dat hier nu bij ons zit, een ronde maakt of heeft gemaakt. Ik denk dat het belangrijk is dat het kabinet naar steun gaat zoeken. Ik denk ook dat het belangrijk is dat partijen die niet tot de coalitie behoren duidelijk zijn in welke aanpassingen zij verlangen. Dan gaan we dat gesprek richting Prinsjesdag en richting de begroting met elkaar hebben.

De heer Vermeer (BBB):
Als er al een ronde gemaakt is, dan is die niet compleet gemaakt, maar dat terzijde. Ik zou graag van de heer Oosterhuis willen weten welk advies hij vanuit zijn eigen ervaring als lid van een oppositiepartij heeft voor het kabinet over hoe het kabinet dat aan zou moeten pakken.

De heer Oosterhuis (D66):
Ga actief naar de Kamer, zoek steun, ga heel veel kopjes koffie drinken en zoek actief naar die verbinding met de Kamer.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Vermeer (BBB):
Het enige wat ik daar nog in mis, is de eindregel: zorg ervoor dat je ook ruimte hebt om te onderhandelen en zeg niet bij voorbaat dat precies dát geld opgehaald moet worden dat voorligt. Vindt de heer Oosterhuis dat ook een goede tip?

De heer Oosterhuis (D66):
Ik denk dat er zeker ruimte moet zijn om te onderhandelen. Ik merk wel dat de heer Vermeer heel erg op zoek is naar het openzetten van alle financiële sluizen om maar uit te geven en dat vind ik niet zo verstandig.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Ik heb dat wat de heer Oosterhuis heeft gezegd allemaal even aangehoord. Hij heeft het over doelen die niet gehaald worden en noem maar op. Maar wat hij zich als D66'er zou moeten aantrekken, is dat het vertrouwen in dit kabinet historisch laag is na 100 dagen. Dat weet hij ook. Mijn vraag aan de heer Oosterhuis is: waarom denkt u dat het vertrouwen in dit kabinet bij de burgers zo laag is?

De heer Oosterhuis (D66):
Mijn analyse met betrekking tot het lage vertrouwen in de politiek, niet zozeer het lage vertrouwen in dit kabinet, is dat dit komt doordat er te lang stilstand is, doelen niet bereikt worden en partijen ook niet waarmaken wat ze zeggen. Ik denk dan ook aan partijen die voor strenger migratiebeleid zeggen te zijn, maar daar dan toch hun steun voor intrekken. Op die manier komen we niet tot iets. Ik denk dat dat het vertrouwen in de politiek schaadt.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Dus u denkt dat de bevolking na 100 dagen het vertrouwen kwijt is in dit kabinet, want dat kwam duidelijk uit het onderzoek, omdat ze de doelen niet halen op stikstof, op klimaat, op asiel? Denkt u dat werkelijk? Of denkt u dat de bevolking denkt: ik kan mijn rekeningen niet betalen, de benzineprijs is skyhigh, er komen elke week duizend asielzoekers binnen en het kabinet zit op zijn handen, doet niets en is alleen maar bezig met het opvangen van die asielzoekers, maar de instroom gaat gewoon door. Denkt u niet dat er frustratie is bij de mensen, die elke week zien dat er duizend mensen binnenkomen uit Afrika en Azië en noem maar op, en we niets doen? Denkt u niet dat de boodschappen ... Ik weet niet of u weleens boodschappen gaat doen, maar de prijzen zijn belachelijk! Ik betaalde gisteren nog voor 300 gram rundergehakt €6 bij Albert Heijn. €6 voor 300 gram! Gehakt! En het kabinet doet niets! Sterker nog, ik lees vandaag dat de koopkracht volgend jaar verder achteruitgaat, met 0,7% volgens de Rabo. Zou dit kabinet op dat punt niet moeten leveren?

De voorzitter:
Ik denk niks, want u spreekt via de voorzitter. U doelt waarschijnlijk op meneer Oosterhuis.

De heer Oosterhuis (D66):
Ik zit mij af te vragen bij welke Albert Heijn de heer Van Dijck boodschappen doet, want bij mij is het rundergehakt echt nog iets goedkoper. Ik denk dat de frustratie van mensen vele oorzaken heeft, maar ik denk in den brede dat wij hier te lang met z'n allen niet in staat zijn geweest om tot oplossingen te komen voor problemen die mensen ervaren. Ik hoop dat we dat met elkaar kunnen doorbreken en dat we daartoe de samenwerking met elkaar opzoeken.

De voorzitter:
Iets korter dan zojuist, meneer Van Dijck.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Iets korter dan. Resumerend: in uw inbreng hebt u niet één keer het woord "burger" genoemd, niet één keer het woord "koopkracht" en niet één keer het woord "asiel". U bent helemaal losgeslagen van de problemen van de mensen in dit land! U bent bezig met klimaat en stikstof en allemaal andere onzin, maar wat leeft bij de mensen thuis, dat bent u helemaal vergeten. Ga eens praten met die mensen!

De voorzitter:
Weer doelt u, hoop ik, op de heer Oosterhuis.

De heer Oosterhuis (D66):
Ik denk dat de heer Van Dijck onderschat wat het oplossen van dit soort problemen daadwerkelijk doet voor mensen, dat het oplossen van de stikstofproblematiek betekent dat we makkelijker huizen kunnen gaan bouwen voor mensen. We hebben te lang nagelaten om die moeilijke langetermijnbeslissingen te nemen, waardoor mensen nu acuut problemen ervaren.

De heer Hoogeveen (JA21):
Ik denk dat de heer Oosterhuis er wel gelijk in heeft dat het wennen is met een minderheidskabinet, niet alleen aan de kant van de coalitie. Wij moeten vanuit de oppositie toch iets meer toegefelijk zijn, wij moeten meer kansen zien. Ik denk dat de frustratie van veel van mijn collega's die hier net waren, 'm ligt in het feit dat we niet zo goed inzichtelijk hebben waar die kansen precies liggen. Dat komt doordat het financiële kader van de coalitie tot op de komma als door een meerderheidskabinet is doorgerekend. Mijn vraag aan D66 is: u heeft het over doelen en zegt dat die doelen gehaald moeten worden — we need to step it up — maar welke doelen zijn voor D66 dan heilig, en waar liggen dan die kansen voor de oppositie?

De heer Oosterhuis (D66):
Ik vind het een terechte vraag van de heer Hoogeveen. Ik kan u in ieder geval aangeven welke onderwerpen voor mijn partij heel belangrijk zijn, namelijk dat we het woningtekort gaan oplossen, dat we investeren in onderwijs, in innovatie, dat we het klimaatprobleem grondig aanpakken en dat we eindelijk eens een keer de stikstofcrisis oplossen. Ik denk dat dat belangrijke prioriteiten zijn voor mijn fractie.

De heer Hoogeveen (JA21):
Dan haak ik daarop aan, want ik hoorde de heer Oosterhuis net ook zeggen: die klimaatdoelen, 2030, 2040, dat wordt een moeilijk verhaal. Dan is de vraag vanuit mijn fractie: kijkt D66 nog heel rigide naar die dogmatische klimaatdoelen of is er ruimte voor onderhandelingen?

De heer Oosterhuis (D66):
Die onderhandeling zit er wat mij betreft in dat we richting 2040 waarschijnlijk meer zullen moeten doen om dat doel te halen en dat ik dat doel heel belangrijk vind, niet alleen vanwege de CO2-uitstoot, maar ook vanwege de onafhankelijkheid van andere landen en vanwege het louter economische feit waar ik het zojuist met de heer Markuszower over had, namelijk dat de kosten van niets doen in the end hoger zijn dan de kosten van aanpakken.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Tony van Dijck voor zijn inbreng namens de PVV in de eerste termijn.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Voorzitter, dank u wel. Gehaktdag 2025. Ik heb net al verteld hoe duur een pondje gehakt is, dus het is een toepasselijke naam. 2025 was een relatief rustig jaar, ondanks alle politieke strubbelingen in financieel-economisch opzicht.

De voorzitter:
U heeft nog wel een interruptie, over het gehakt misschien, van de heer Flach.

De heer Flach (SGP):
De heer Van Dijck valt toch wel een beetje door de mand. Hij blijkt toch wel een hele elitaire koper te zijn, want die 300 gram gehakt bij de Albert Heijn gaat om biologisch gehakt, dat ook nog eens van niet-EU-oorsprong is. Ik zou dus toch nog eens een keer goed kijken met de Bonuskaart in de hand. Er is ook gewoon goedkoper, Nederlands gehakt voor de gewone man verkrijgbaar.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Het was niet biologisch; dat weet ik zeker. Ik heb het gisteravond zelf in mijn hand gehad. Ik heb het teruggelegd en ik heb gekozen voor half-om-half. Rundergehakt is niet meer te betalen.

De heer Flach (SGP):
Er wordt massaal gefactcheckt achter me op de site van Albert Heijn. Dit klopt gewoon niet. Misschien had u moeten wachten tot woensdag; dan is het normaal gesproken gehaktdag. Maar dit klopt in ieder geval niet.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Echt wel.

De voorzitter:
Meneer Hoogeveen, ook over het gehakt?

De heer Hoogeveen (JA21):
Ja, ook over het gehakt. Pleit de heer Tony van Dijck dan toch voor bijvoorbeeld meer vrijhandelsakkoorden? Dan wordt namelijk het gehakt van buiten de EU ook goedkoper. Dat scheelt ook in de inflatie.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Nee, zeker. Nogmaals, we zijn voor de boeren en we zijn ook voor handel. Als de prijzen omlaaggaan, dan hebt u ons altijd aan uw zijde, want de burger, de consumptie en de koopkracht zijn bij ons in goede handen.

Voorzitter. De economie groeide vorig jaar met 1,8% boven het EU-gemiddelde. De consumptie, de bedrijfsinvesteringen en de winsten lieten allemaal weer wat groei zien na jaren van stagnatie. Ook de lonen stegen voor het tweede jaar met 5% fors, met een mooie koopkrachtplus van 1,5% tot gevolg. Nog nooit werkten er zo veel mensen als vorig jaar. Hoe anders is het dit jaar. Na 100 dagen Jetten is de onrust weer aangewakkerd. Hoge inflatie, lage economische groei en stijgende rentes liggen in het verschiet. Er wordt zelfs gesproken over stagflatie. Welke scenario's heeft deze minister van Financiën klaarliggen indien we in een recessie terechtkomen met hyperinflatie? Want daar stevenen we op af. Dan verhoogt dit kabinet ook nog eens een keer de belastingen. De Rabobank, zo lazen we vandaag in De Telegraaf, heeft berekend dat we er volgend jaar in koopkracht met 0,7% op achteruitgaan.

De heer Van der Maas (VVD):
U stapt heel makkelijk over 2025 heen. U noemt drie zinnen.

De voorzitter:
Ook u spreekt via de voorzitter.

De heer Van der Maas (VVD):
Via de voorzitter dan. De heer Van Dijck spreekt over 2025 in slechts een paar zinnen. Daarna is het afgelopen en wordt heel snel het kabinet de maat genomen. Hoe reflecteert u zelf op uw rol in 2025 en het feit dat u — via de voorzitter, uiteraard — nu precies een jaar geleden het kabinet heeft verlaten?

De heer Tony van Dijck (PVV):
Ja, dat klopt. Zoals ik zei: 2025 was helemaal niet zo'n slecht jaar als de Rekenkamer ons wil doen geloven. De cijfers stonden allemaal in het groen, in tegenstelling tot dit jaar, want het neigt weleens naar donkerrood. Vorig jaar zijn wij inderdaad gestopt met het kabinet, omdat het gewoon een doodlopende weg was. Dat weet u zelf ook. Er worden nog steeds, tot de dag vandaag, elke week 1.000 asielzoekers in dit land binnengelaten. Dat moet stoppen. Die grenzen moeten dicht. We zagen dat dat niet ging gebeuren en we zagen dat in die coalitie nog steeds elke week 1.000 asielzoekers binnenkwamen. Toen hebben we lef getoond door te zeggen: we gaan terug naar de kiezer, want dit accepteren wij niet als PVV.

De heer Van der Maas (VVD):
Ik denk dat de goede resultaten van vorig jaar vooral te maken hadden met het laatste gedeelte van dat jaar, zeven maanden een demissionair kabinet waarin de VVD haar bestuurlijke verantwoordelijkheid nam, en dat daarom inderdaad hele goede resultaten zijn gehaald. U legde net de bal bij de asielstroom. Vervolgens heeft u tegengestemd. Legt u daar eens verantwoording over af richting het Nederlandse volk, alstublieft, via de voorzitter, om gewoon even te begrijpen wat hier nou gebeurd is: eerst weggaan om dan vervolgens tegen te stemmen.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Volgens mij hebben wij voor allebei de asielwetten gestemd, dus ik weet niet waar u het over heeft. We hebben tegen de novelle gestemd, want die wilde de illegaliteit niet strafbaar maken en ook dat willen wij als PVV. Wij zijn dus heel consistent in ons stemgedrag. We zijn vóór de wetten, we hebben vóór de wetten gestemd en we hebben tégen het versoepelen van de illegaliteitsstrafbaarheidstelling gestemd in de novelle. Hoe helder wil je het hebben?

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Van der Maas (VVD):
Dat betekent dus dat door uw stemgedrag die wetten er vervolgens niet doorheen kwamen. U kunt zich dan wel verschuilen achter ...

De voorzitter:
Dan kan "de heer Van Dijck" zich wel verschuilen.

De heer Van der Maas (VVD):
Dank u. Dan kan de heer Van Dijck zich wel verschuilen achter dit stemgedrag, maar uiteindelijk is het dan wel zo dat die wetten er niet doorheen kwamen. En dat is best kwalijk.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Ik denk dat u dat uw coalitiepartner D66 kwalijk moet nemen, want volgens mij hebben die tegen alles gestemd, terwijl ze de kiezers beloofd hebben dat ze een strengere asielinstroom zouden realiseren. Maar dat gebeurde dus niet. U moet dus niet bij ons zijn. U had die interruptie net bij de heer Oosterhuis moeten plegen.

Voorzitter. Waar was ik? Het gaat dus allemaal de verkeerde kant op. Die koopkracht, dat kleine plusje, slaat om in een dikke min volgend jaar. En het rommelt dus aan alle kanten. We zien overal demonstraties tegen azc's. De vakbonden bereiden grootschalige stakingen voor. De prijzen stijgen verder, naar recordhoogtes. Boodschappen, de energierekening, benzine: het wordt allemaal onbetaalbaar. En het geduld is gewoon op bij veel mensen. Maar er moeten nog zo veel zaken worden opgelost, en dat gebeurt maar niet. Neem nou de woningmarkt. Die is en blijft een zorgenkindje, met een tekort van 400.000 woningen en veel te hoge woonlasten. Huurders besteden 27% van hun inkomen aan wonen. Dan helpt het niet om elke week — ik zei het al — 1.000 asielzoekers binnen te laten, want die moeten ook allemaal wonen. Alleen al de opvang kostte ons vorig jaar 7,6 miljard euro. Dit moet stoppen! Als we dit lek niet dichten, dan wordt dat onze ondergang, zowel financieel als cultureel. Maar dit kabinet kijkt weg.

Ook de oorlog in Oekraïne dendert maar door. Vorig jaar kostte deze oorlog de Nederlandse belastingbetaler maar liefst 8,5 miljard, oftewel €1.000 per gezin. De mensen kunnen hun rekeningen en boodschappen niet betalen, en dit kabinet geeft hun €1.000 weg aan Oekraïne, terwijl andere lidstaten nauwelijks over de brug komen. Wat geeft Spanje? Wat geeft Italië? Die geven nauwelijks iets. Nederland moet dan weer zo nodig het royaalste jongetje van de Europese klas zijn.

Dan de energievoorziening. We lazen het gisteren ook in de krant: de energievoorziening, het net, is één grote puinhoop. Mensen, hele wijken, krijgen geen stroom. Duizenden huishoudens wachten op een stroomaansluiting. Eerst moesten we allemaal van het gas af, en nu blijkt er geen stroom te zijn, dankzij de heer Jetten, die dat heeft bepleit. Waarom wordt er niet begonnen met de bouw van kerncentrales? Het geld is er, de locatie is er, dus stop met dralen en begin met bouwen. Dat is mijn oproep.

Tot slot, voorzitter, het aantal ambtenaren. Weer gegroeid, met 3.000 ambtenaren. We zitten nu op 168.000 rijksambtenaren; een kwart meer dan acht jaar geleden. Elk jaar zeggen we "dat moet minder, minder, minder", maar het worden er elk jaar meer. Hoe kan dat, vraag ik. Wanneer gaat nou eindelijk eens een keer het mes in dat ambtenarenapparaat? De PVV stelt voor om een ambtenarenstop in te stellen voor de Rijksoverheid, want ook dit moet stoppen.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat broodje gehakt van de heer Van Dijck bleek een broodje aap te zijn, of een broodje biologisch gehakt, maar hier is ook wel wat aan de hand. De heer Van Dijck en zijn partij zeggen dat het aantal ambtenaren met 22% is gegroeid en spreken in een coalitieakkoord af dat het met 22% moet afnemen. Nou, prachtig. Vervolgens wordt er een taakstelling, een bezuiniging, opgeschreven van 1 miljard euro. En wat laat de PVV-fractie gebeuren? Dat het kabinet louter op die 1 miljard gaat sturen, en niet op het aantal ambtenaren en niet op het aantal taken. Dan is er toch iets grondig fout gegaan in hoe je zo'n afspraak maakt en implementeert?

De heer Tony van Dijck (PVV):
Nou, die 1 miljard kan ik me nog goed herinneren. Dat was een ingroeipad: we groeiden toe naar die 1 miljard. Het was niet: in het ene jaar of het andere moet er 1 miljard gerealiseerd worden. Maar inderdaad, het vorige kabinet heeft ook aangestuurd op minder ambtenaren. En het kabinet daarvóór ook, en het kabinet dáárvoor ook. Dus, met andere woorden: we zijn het hier allemaal, dus collectief, erover eens dat het aantal ambtenaren niet mag groeien en dus naar beneden moet, en we zien elk jaar dat dat weer groeit en groeit en groeit. 30.000 ambtenaren in drie jaar tijd zijn erbij gekomen.