Plenair verslag Tweede Kamer, 100e vergadering
Dinsdag 5 juli 2022

  • Begin
    14:00 uur
  • Sluiting
    23:15 uur
  • Status
    Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Bergkamp

Aanwezig zijn 146 leden der Kamer, te weten:

Aartsen, Agema, Alkaya, Amhaouch, Arib, Azarkan, Van Baarle, Baudet, Becker, Beckerman, Beertema, Belhaj, Van den Berg, Bergkamp, Van Beukering-Huijbregts, Bevers, Bikker, Bisschop, Bontenbal, Martin Bosma, Boswijk, Bouchallikh, Boucke, Boulakjar, Brekelmans, Bromet, Van Campen, Ceder, Dassen, Dekker-Abdulaziz, Tony van Dijck, Inge van Dijk, Jasper van Dijk, Eerdmans, El Yassini, Ellemeet, Ellian, Ephraim, Eppink, Erkens, Van Esch, Fritsma, Geurts, Van Ginneken, De Graaf, Van der Graaf, Graus, Grinwis, Peter de Groot, Tjeerd de Groot, Gündoğan, Den Haan, Van Haga, Hagen, Hammelburg, Haverkort, Rudmer Heerema, Pieter Heerma, Heinen, Helder, Hermans, Hijink, De Hoop, Van Houwelingen, Idsinga, Jansen, Léon de Jong, Romke de Jong, Kamminga, Kat, Kathmann, Van Kent, Kerseboom, Klaver, Klink, Knops, Koekkoek, Koerhuis, Kops, De Kort, Kröger, Kuiken, Kuzu, Kwint, Van der Laan, Van der Lee, Leijten, Maatoug, Maeijer, Marijnissen, Markuszower, Van Meenen, Van Meijeren, Michon-Derkzen, Minhas, Mohandis, Agnes Mulder, Edgar Mulder, Mutluer, De Neef, Nijboer, Van Nispen, Omtzigt, Ouwehand, Palland, Paternotte, Paul, Paulusma, Peters, Piri, Van der Plas, Podt, Van Raan, Raemakers, Rahimi, Rajkowski, De Roon, Sahla, Segers, Chris Simons, Sylvana Simons, Sjoerdsma, Slootweg, Smals, Smolders, Sneller, Van der Staaij, Stoffer, Van Strien, Strolenberg, Teunissen, Thijssen, Tielen, Valstar, Verkuijlen, Vestering, Wassenberg, Van Weerdenburg, Van der Werf, Werner, Westerveld, Van Weyenberg, Van Wijngaarden, Wilders, Van der Woude en Wuite,

en mevrouw Adriaansens, minister van Economische Zaken en Klimaat, de heer Van der Burg, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, mevrouw Van Gennip, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mevrouw Helder, minister voor Langdurige Zorg en Sport, mevrouw Kaag, minister van Financiën, de heer Van Rij, staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst, en de heer Rutte, minister-president, minister van Algemene Zaken.

De voorzitter:
Ik open de vergadering van dinsdag 5 juli 2022.

Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.


Vragen Agema

Vragen van het lid Agema aan de minister voor Langdurige Zorg en Sport, bij afwezigheid van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, over het bericht "Inhalen zorg is uitgesloten" naar aanleiding van het RIVM-rapport.

De voorzitter:
Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Ik heet de minister voor Langdurige Zorg en Sport van harte welkom en ook de woordvoerders in de zaal, de mensen op de publieke tribune en de mensen die op een andere manier dit mondelinge vragenuur volgen. Ik geef als eerste het woord aan mevrouw Agema van de PVV. Zij heeft een mondelinge vraag aan de minister, bij afwezigheid van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, over het bericht "Inhalen zorg is uitgesloten"; dit naar aanleiding van het RIVM-rapport. Het woord is aan mevrouw Agema van de PVV.

Mevrouw Agema (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Het rapport dat het RIVM vandaag presenteert, heet "De gezondheidsgevolgen van uitgestelde operaties tijdens de coronapandemie". Volgens het RIVM is de hierdoor aangerichte schade groot. Door de coronapandemie zijn in 2020 en 2021 meer dan 305.000 reguliere, planbare operaties niet doorgegaan. Het gaat ook nog eens om 300.000 verloren gezonde levensjaren, omdat als iemand bijvoorbeeld moet wachten op een chirurgische hartoperatie, dat kan leiden tot een verslechtering van de algemene toestand.

Het RIVM zegt dat er kritisch gekeken moet worden naar hoe de planbare ziekenhuiszorg door kan gaan met de oplopende aantallen. Dit is natuurlijk de crux van het verhaal, want dit staat diametraal tegenover de door de regering gevoerde coronastrategie. Tijdens de eerste coronagolf werd met man en macht het aantal bedden opgevoerd door mensen — artsen en verpleegkundigen — weg te halen van andere afdelingen en die toe te voegen aan de mensen die de intensivecarezorg verleenden. Op een gegeven moment lagen er zelfs coronapatiënten in operatiekamers. Het lastige daarvan is dat dat tijdens de eerste golf gevoerde beleid meteen het raamwerk is geworden voor de tweede, derde en vierde golf. Het beleid van het kabinet is om steeds als er een golf komt, het aantal coronabedden op te schalen, medewerkers van andere afdelingen weg te trekken en die daaraan toe te voegen, waardoor dus de planbare zorg wordt afgeschaald. Hierdoor lijden mensen grote schade; dat zijn dus niet de coronapatiënten, maar de gewone patiënten.

Wat er dus moet gebeuren, is dat de intensivecarecapaciteit, op het gebied van bedden en mensen, wordt opgeschroefd naar zo ongeveer het gemiddelde niveau in Europa. Er moeten er dus ongeveer 1.000 bij. Wat ook moet gebeuren, is de juiste ventilatie afdwingen in alle binnenruimtes, waardoor je het aantal patiënten in de tijd kunt drukken. Wat ook moet gebeuren, is dat de intensive care een niet-economische dienst van algemeen belang wordt. Wat bedoel ik daarmee? Dat de intensive care uit de marktwerking wordt gehaald, waardoor er niet meer commercieel naar intensivecarebedden gekeken kan worden. Ik wil van de minister graag een toezegging op deze drie punten.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Agema. Dan geef ik het woord aan de minister.

Minister Helder:
Dank, voorzitter. Dank aan mevrouw Agema voor de vragen. Wat zij zei over de uitgestelde zorg en de verloren levensjaren, klopt: 320.000 verloren gezonde levensjaren is een enorm indrukwekkend getal. Er zijn veel behandelingen uitgesteld. Dat betekent dat mensen langer met klachten hebben rondgelopen dan nodig was onder normale omstandigheden. Maar tegelijkertijd waren het geen normale omstandigheden; dat laat het rapport ook zien. De impact van corona op het hele zorgsysteem is enorm geweest, juist dus ook op de mensen die moesten wachten op een uitgestelde behandeling. We wisten al bij aanvang dat uitstellen van zorg leidt tot het verlies van gezonde levensjaren. Dat was zeker na de eerste golf, toen de ziekenhuiszorg bijna geheel was afgeschaald, een belangrijk inzicht. Daarna en daarom is er alles aan gedaan om in de opvolgende golven de reguliere zorg zo veel mogelijk doorgang te kunnen laten vinden. Denk aan de algemene gedragsregels en het beleidskader acute zorg.

Door de uitgestelde behandelingen zijn er patiënten die inderdaad te lang moeten wachten op zorg. Voor sommige mensen zijn hun klachten inmiddels op een andere manier verholpen, bijvoorbeeld door middel van fysiotherapie, maar dat geldt niet voor iedereen. En er zijn nog steeds mensen die wachten op zorg. Het is belangrijk dat die zorg zo snel mogelijk wordt ingehaald. De minister van VWS is bezig om samen met de ziekenhuizen en de zorgverzekeraars afspraken daarover te maken. De ziekenhuizen zijn op dit moment bezig om alle patiënten die vanwege uitgestelde zorg te lang op een wachtlijst staan, persoonlijk te benaderen en te vragen of ze nog willen wachten of dat ze door middel van zorgbemiddeling sneller op een andere plek geholpen willen worden. Het is de bedoeling om op die manier een volledig inzicht in de daadwerkelijke wachtlijsten te krijgen.

Het rapport onderstreept ook dat we met z'n allen verantwoordelijkheid moeten nemen en moeten voorkomen dat de zorg nog verder wordt belast. Enerzijds kan dat door de zorg goed voor te bereiden op eventuele nieuwe golven. Anderzijds geeft de minister van VWS aan dat hij samen met het expertteam kijkt hoe de covidzorg zo efficiënt mogelijk ingericht kan worden.

Hij geeft ook aan dat mensen daar zelf ook iets aan kunnen doen, bijvoorbeeld door de vaccinatie te halen waarvoor ze zijn opgeroepen, zodat de kans dat mensen in het ziekenhuis terechtkomen sterk wordt gereduceerd. Deze week gaat hij ook een brief sturen naar iedereen die in aanmerking komt voor een herhaalprik. Hij geeft dus aan dat de verantwoordelijkheid bij allemaal ligt.

Voorzitter. Mevrouw Agema vraagt waarom het gevoerde beleid ten aanzien van de capaciteit van de intensive care haaks staat op datgene wat we eigenlijk zouden willen bereiken, namelijk dat de reguliere zorg zo veel mogelijk doorgang kan vinden. Ik geef daarbij aan dat er afspraken zijn gemaakt over het inhalen van zorg. Dat zei ik net al. Mevrouw Agema geeft aan dat ook een capaciteitsuitbreiding een van de mogelijkheden is. Daarvoor verwijs ik toch naar het antwoord dat de minister van VWS daar het beste zelf op kan geven, omdat hij bezig is met die capaciteitsindeling en in het langetermijncoronabeleid ook met onderwerpen als ventilatie. Daar kan ik nu geen antwoord op geven voor hem. Ik krijg nog wat extra input: we kijken ook naar flexibele inzet van ic-capaciteit, met name op het gebied van personeel. Er wordt wel degelijk ook gekeken naar het uitbreiden van de ic-capaciteit, volgens mij niet in de orde van grootte die mevrouw Agema nu aangeeft, maar de minister van VWS beschouwt dit op dit moment. Hij komt daarmee terug naar de Kamer.

De voorzitter:
Mevrouw Agema had ook nog een vraag gesteld over een dienst van algemeen of publiek belang.

Mevrouw Agema (PVV):
Een niet-economische dienst van algemeen belang. In gewoon Nederlands: uit de marktwerking halen.

Minister Helder:
Ja, uit de marktwerking halen, in gewoon Nederlands. Ik kan daar op dit moment geen antwoord op geven voor de minister van VWS. Daar ben ik eerlijk in. Ik zie geen bewegingen dat er ideeën zijn om de intensive care uit de marktwerking te halen. Ik zou zelf ook niet weten hoe dat zou moeten. Maar ik zal uw vraag doorgeleiden naar hem, met de vraag of hij daar expliciet op terug kan komen.

Mevrouw Agema (PVV):
Hier schieten we natuurlijk helemaal niets mee op. De minister zegt bijvoorbeeld dat de reguliere zorg zo veel mogelijk moet doorgaan, maar het rapport van vandaag toont natuurlijk weer aan dat dat niet het geval is. Ruim 300.000 operaties zijn uitgesteld en daardoor zijn ruim 300.000 gezonde levensjaren van daadwerkelijke mensen verloren gegaan. De kwaliteit van hun leven is slechter geworden, omdat hun planbare zorg werd uitgesteld. Dat is schandalig. Onze regering heeft dat willens en wetens gecreëerd.

Tijdens die eerste golf is het ons overkomen, is het de ziekenhuizen overkomen. Ze hebben toen met man en macht iedereen naar de intensive care toegehaald. Maar vervolgens was het bij de tweede, derde en vierde golf, en is het bij alle komende golven bij komende pandemieën, gewoon het gevoerde beleid. Er is structureel niks bij gekomen aan ic-capaciteit. Helemaal niets. Er zijn eerder mensen die het opgeven. Er zijn ic-verpleegkundigen die het hebben opgegeven, die weg zijn gegaan. Willens en wetens is er een loopje genomen met de gezondheid van 300.000 mensen. Ik wil een toezegging. En dan niet: ik ga het aan de minister vragen. Laat deze minister maar hier namens het hele kabinet zeggen dat zij ervoor gaat zorgen dat de ic-capaciteit structureel wordt verhoogd, minimaal verdubbeld, naar een normaal niveau, zoals dat in Europa gewoon is. Bijvoorbeeld naar het niveau van België. De viroloog Van Ranst heeft hier in dit huis een paar weken geleden gezegd: die vierde lockdown van jullie in Nederland hadden wij niet, want wij hebben twee keer zo veel ic-capaciteit.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is weer aan de minister.

Minister Helder:
Ik hoor het pleidooi van mevrouw Agema. Ik wil onderschrijven dat ook het kabinet de verloren gezonde levensjaren zeer van belang vindt, evenals het inhalen van de zorg. Er wordt op dit moment ongelofelijk hard gewerkt in de zorg. Een compliment aan alle medewerkers in de zorg, die ook na de vierde en de vijfde golf doorgaan om ook hier hun inspanning in te leveren. Maar er wordt op dit moment gekeken naar de benodigde capaciteit. Ik heb de minister van VWS hier in de Kamer volgens mij meerdere malen horen zeggen dat we niet alleen moeten kijken naar de fysieke capaciteit, maar ook naar de mogelijkheden van de personele capaciteit op de intensive care. Er wordt ook bekeken in hoeverre dat een flexibele capaciteit kan zijn. Ik vind het net zo goed als u van belang dat we daar een goed antwoord op formuleren, maar ik ben nu helaas niet bij machte om dat antwoord te formuleren of daar een toezegging op te doen, anders dan dat er op dit moment hard aan gewerkt wordt.

De voorzitter:
Wanneer kunnen we de brief verwachten? U zou de vraag van mevrouw Agema in ieder geval doorgeleiden naar de minister. Wanneer kunnen we een schriftelijk antwoord tegemoetzien?

Minister Helder:
Ik ga aan minister Kuipers vragen om te antwoorden, maar ik kan niet nu zeggen of dat nog deze week mogelijk is, ook gezien het reces. Het gebeurt zo snel als mogelijk.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Hijink van de SP, voor een korte vraag, zonder uitgebreide inleiding. Dank u wel.

De heer Hijink (SP):
De minister maakt een compliment aan alle mensen die werken in de zorg. Dat deel ik. Het is een compliment waard dat je ondanks het kabinetsbeleid nog steeds bereid blijft om hard te werken in de gezondheidszorg. Er komt veel te weinig geld bij voor hogere salarissen in de zorg. Het kabinet pakt de bureaucratie niet aan. Er wordt veel te weinig gedaan aan het vergroten van de capaciteit. Hoe kan het nou dat wij op dit moment minder mensen beschikbaar hebben op de ic dan voordat de coronapandemie uitbrak? Het is toch te gek voor woorden dat het in die twee jaar tijd dus niet gelukt is om de capaciteit dusdanig uit te breiden dat we mensen fatsoenlijke zorg kunnen geven?

Minister Helder:
Er wordt ongelofelijk hard gewerkt, zowel aan voldoende personeel in de zorg, als aan het terugdringen van de bureaucratie. Daar zijn ook nadere programma's voor. Ik heb morgen ook een debat met u over wat we doen aan de toekomstbestendige arbeidsmarkt. Daar wordt hard aan gewerkt. Op dit moment wordt bezien wat de capaciteit van de intensive care is die we daadwerkelijk nodig hebben. Volgens mij heeft de minister van VWS eerder ook aangegeven dat het weinig zin heeft om intensivecarecapaciteit open te zetten die we niet regulier gebruiken, dus alleen maar voor piekbelasting. Het is ook moeilijk dat we niet alleen aan de fysieke capaciteit moeten denken, maar ook aan de personele capaciteit die we daadwerkelijk kunnen vullen. Naar mijn mening doen we daar als kabinet heel veel aan. Ik zal daar morgen in het arbeidsmarktdebat met u ongetwijfeld op terugkomen. Voor nu wil ik zeggen dat we daar genoeg aan doen en dat het desondanks nog steeds heel ingewikkeld is, omdat er gewoon grote personele tekorten zijn, niet alleen in de zorg, maar ook in andere sectoren.

De heer Hijink (SP):
Het is gewoon niet waar wat de minister zegt. Er ligt een voorstel om 400 miljoen euro weg te halen, juist op de inzet van personeel in de verpleeghuizen. Op dit moment spreken zorgorganisaties over een zorgakkoord dat 1,5 miljard euro bezuiniging moet opleveren. In een brief van deze week schrijft u nog aan de Kamer dat er niet genoeg artsen worden opgeleid, omdat het kabinet er geen budget voor wil vrijmaken.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Hijink (SP):
Het is niet zo dat het kabinet er alles aan doet om de capaciteit te vergroten. Er is een ziekte bij gekomen, dus je moet er capaciteit bij hebben. Het kabinet doet dat helemaal niet. Sterker nog, op alle fronten die ik net heb genoemd, wordt er geld bij de zorg weggehaald. Er komen dus ook niet meer mensen werken in de zorg.

Minister Helder:
Dat zijn een heleboel vragen op een rij. Ik begin even bij de laatste. Voor de artsen die we het hardst nodig hebben — ik heb het dan over huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde en AVG-artsen — zijn budget en opleidingscapaciteit beschikbaar, maar we vinden onvoldoende geschikte kandidaten. Daar hebben we dus een ander probleem. Als het gaat om de verpleeghuizen en de voorgenomen bezuinigingen daar: ik heb al vaker gezegd dat we bij de doorontwikkeling van het kwaliteitskader afstevenen op een uitbreiding van het aantal banen met 65.000 in plaats van 75.000. Ik ben al heel blij als we die 65.000 banen ook daadwerkelijk kunnen vullen, omdat we gewoon enorme personeelstekorten hebben, in alle sectoren. Ik ga dus niet mee met de redenatie van de heer Hijink in dat opzicht.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Ik denk dat de minister, net als wij allemaal, de druk voelt van het feit dat we al die mensen die nu op de wachtlijst staan, die wellicht wachten op een levensreddende operatie, moeten helpen. Ik zou die druk nog extra voelen als ik in het kabinet zou zitten, omdat we straks in de winter waarschijnlijk weer een enorme golf krijgen. Het lijkt mij dus belangrijk om de inhaalzorg zo snel mogelijk weg te werken. We hebben het daar al over gehad met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Mijn vraag is: hoe staat het ermee dat we beter zouden gaan kijken naar spreiding? Dat gebeurt nog onvoldoende. We moeten gebruikmaken van aanbiedingen van privéklinieken en van het aanbod van Duitsland om die inhaalzorg weg te werken. Dat is één, en ik bewaar de tweede vraag nog even.

De voorzitter:
Dat kan ik me voorstellen.

Minister Helder:
Zoals ik net zei, zijn er afspraken gemaakt met de NVZ, de NFU en ZN over de aanpak van de uitgestelde zorg. De komende drie maanden wordt er gezamenlijk gewerkt aan een concreet en volledig inzicht per ziekenhuis en per regio in de lijst van wachtenden. Alle patiënten die vanwege de uitgestelde zorg wachten, worden door de ziekenhuizen persoonlijk benaderd. Er wordt dan gevraagd of ze willen wachten of dat ze bemiddeld willen worden naar een andere plek. Er wordt gekeken naar het instellen van een centraal landelijk meldpunt. Daar kunnen zorgaanbieders zich melden met tekorten c.q. overschotten. Ook de bestaande capaciteit die niet voldoende gebruikt wordt, wordt daar gemeld. Er wordt gebruikgemaakt van de bestaande goede samenwerkingsverbanden. Daarnaast wordt er inderdaad ook gebruikgemaakt van het aanbod van privéklinieken. Eventueel, als het nodig is, kiezen we voor zorgbemiddeling over de grenzen heen. Dan bedoel ik dus niet alleen de regiogrenzen maar ook de grenzen van ons land. Dat is natuurlijk afhankelijk van de zorgvraag.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Dan ben ik even benieuwd of daarmee ook de wachtlijsten zijn opgelost als we september of oktober ingaan.

Ten tweede is er een expertgroep aan de gang gegaan, waarvan een rapport is uitgekomen waarin er gesproken wordt over het anders organiseren van de acute as. Er stond ook iets in over het opleiden van anesthesiemedewerkers, zodat die mee kunnen helpen op de ic. Dat zou volgens mij ook al heel veel kunnen oplossen.

De voorzitter:
Dank u wel.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Dit is misschien nog wel even belangrijk, voorzitter.

De minister zei het net al: de bedden zijn er in een heleboel ziekenhuizen wel, maar die kunnen niet bemenst worden. Dat kunnen we wellicht op deze manier realiseren. Hoe snel gaat dit in gang gezet worden?

De voorzitter:
Ik wil de leden echt vragen om een korte inleiding te houden en niet te veel te vragen. U mag één vraag stellen, en daarna mag u nog een tweede vraag stellen. Anders hebben we echt te weinig tijd voor de andere mondelinge vragen. Dank u wel. Dan de minister.

Minister Helder:
Het korte antwoord is: daar wordt heel hard aan gewerkt. Over de vraag of we in staat zijn om alles weg te werken voor september of voor wanneer de nieuwe golf er is, kan ik nu niets zeggen. Ik denk dat de minister van VWS dat zelf ook niet kan, want dan moeten we eerst dat inzicht hebben, ook per regio. Maar het is wel voorstelbaar dat er dan nog een rest is, want er moet gewoon nog heel veel worden ingehaald. Daar ben ik ook gewoon eerlijk in.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
En de acute as en de opleidingen?

Minister Helder:
We staan ervoor open om bij de opleidingen te kijken naar de inzet van anesthesiemedewerkers. Er wordt ook gewerkt aan de ideeën over het anders organiseren van de acute as. Dit zijn ook onderwerpen die we in het kader van het Integraal Zorgakkoord met elkaar op tafel hebben liggen. We moeten kijken hoe we dit organiseren.

Mevrouw Paulusma (D66):
We zijn de vrijblijvendheid wel een beetje voorbij. Ik ben benieuwd of de minister dat ook zo ziet. Uitgestelde operaties zijn wachtlijsten met mensen die daarop zitten te wachten. Ik snap dat patiënten heel graag door hun eigen dokter geholpen willen worden. Ik snap ook dat aanbieders heel graag hun eigen patiëntenpopulatie willen helpen. Dat heeft ook een financiële component. Aan de andere kant krijg ik bijna elke week mails van zelfstandige klinieken die nog capaciteit hebben en nu kunnen gaan draaien. Ik zou voorbij de vrijblijvendheid van praten willen. We moeten zorgen dat we de capaciteit van die zelfstandige klinieken inzetten. Ik hoop dat de minister dat met mij deelt.

Minister Helder:
Ik durf daar wel voor de minister van VWS te spreken. Ik weet dat de minister van VWS dat ook deelt: de capaciteit die we hebben, moeten we inzetten. Daar moet de regionale aanpak, en ook de landelijke aanpak, bij helpen, zodat we ook het inzicht hebben om te kijken waar er nog capaciteit is. Dat vraagt een zekere doorzettingsmacht. Ik zal dat ook naar de minister van VWS doorgeleiden: hoe ziet hij dat precies? Maar dit zijn onderwerpen die we in het kader van het Integraal Zorgakkoord met elkaar bespreken, omdat we hier ook de vrijblijvendheid voorbij moeten. Dat is in ieder geval het gevoel aan tafel.

De voorzitter:
Kan dat in dezelfde brief worden meegenomen?

Minister Helder:
Ik ga hem vragen om dat in dezelfde brief mee te nemen.

Mevrouw Tielen (VVD):
Een maand geleden spraken we hier met de minister over die inhaalzorg. Toen was het rond de 100.000 of 120.000. In de berichtgeving van nu is het al 300.000. Er is dus echt een enorme behoefte aan. De minister was toen wat afhoudend. Ik hoor deze minister toch een aantal maatregelen benoemen die laten zien dat er echt wel hard aan gewerkt lijkt te worden. Maar ik zou heel graag zien dat er ook getallen komen te staan in die brief over zorgbemiddeling, over de inzet van zelfstandige klinieken en over de afspraken met Duitsland, die wat mij betreft echt verdergaan dan de minister de vorige keer aangaf. De goede bedoelingen zijn fijn, maar ik wil niet alleen een gevoel krijgen maar ook gewoon kunnen zien dat het mogelijk is om die inhaalzorg op te gaan lossen.

Minister Helder:
Ik zal vragen of dat inzicht daarin meegenomen kan worden, met een zekere mate van concreetheid, voor zover bekend.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Het is natuurlijk niet de eerste keer dat we honderdduizenden verloren levensjaren zien. Wij hebben dat al eerder gezien bij de lockdown. Toen is berekend dat er 550.000 levensjaren vernietigd waren door dit kabinet. Ik hoor de minister zeggen dat we vanaf nu zo efficiënt mogelijk gaan werken en dat we de ic-capaciteit kunnen gaan uitbreiden. Het is voor het eerst dat ik dat hoor, trouwens, want we hebben hier al tientallen moties over ingediend, die nooit gesteund werden, maar goed. Is het geen tijd voor excuses voor die in totaal 870.000 levensjaren die verloren zijn gegaan door dit kabinet?

De voorzitter:
Dank u wel. Dat was uw vraag, volgens mij.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Nou, de vraag is hoe het zo efficiënt mogelijk inrichten zich verhoudt tot het opschalen van de ic-capaciteit.

Minister Helder:
Het gaat mij echt te ver om op deze manier de schuld voor die verloren levensjaren zomaar bij het kabinet neer te leggen. Ik denk dat dat een diepere analyse vraagt, dus daar kan ik nu niet op ingaan.

Mevrouw Agema (PVV):
Op dit moment liggen er 828 mensen met en door corona in het ziekenhuis. De vijfde golf is daarmee al lang en breed bezig. Het enige wat de minister heeft, is een voorraadje vaccins die nog gebaseerd zijn op de Wuhanvariant. Er is nog geen bericht dat er vaccins komen die ook toegerust zijn voor de omikronvariant, die miljoenen mensen al gehad hebben. Mijn vraag aan de minister is: realiseert zij zich dat wij al in het oog van de vijfde golf zitten?

Minister Helder:
Het aantal infecties is inderdaad aan het toenemen. Ik heb begrepen van de minister van VWS dat een nieuwe vaccinatieronde, wellicht met het oude vaccin, omdat het nieuwe er nog niet is, wordt voorbereid. Ik heb op dit moment geen informatie over de effectiviteit daarvan tegen de variant die nu rondgaat. Dan moet ik u echt naar hem verwijzen. De mogelijkheid om toch te gaan vaccineren in een volgende ronde wordt in ieder geval nu al voorbereid.

Mevrouw Agema (PVV):
Als de minister nu terugkijkt op deze vragenronde, die zij als minister voor Langdurige Zorg heeft mogen waarnemen, is zij dan niet met mij van mening dat wij in een ongekend bizarre situatie zitten in Nederland, waarbij er bewust gekozen is voor een beleid waarbij honderdduizenden levensjaren verloren zijn gegaan omdat er een soort verlamming is als het gaat om de zorg en de zorgkosten? Is de minister ermee bekend dat de zorgkosten van 2012 tot 2021 helemaal geen groter beslag op het bbp hebben gelegd, maar dat ze nu zo'n 8% à 9% van het bbp behelzen terwijl dat in 2012 10% was? Het wordt dus zelfs minder.

Minister Helder:
Ik relateer dit even aan de vraag die op tafel ligt bij deze mondelinge vraag, over de intensivecarecapaciteit. Ik heb net al uitgelegd dat de intensivecarecapaciteit wordt bekeken. Het standpunt is dat we die niet onnodig moeten vergroten. Het gaat niet alleen om fysieke capaciteit, maar ook om personele capaciteit. Volgens mij heb ik de minister van VWS hier al een aantal keren horen uitleggen — dat geldt ook voor u — dat het weinig zin heeft om capaciteit open te zetten die wellicht niet gebruikt gaat worden. Dit gaat echt over de langetermijnstrategie, met een terugblik op de strategie van de voorgaande vier golven. Dat kan ik hier, als waarnemer voor de minister van de VWS, nu niet in dit mondelinge debat afdoen.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Er is al heel lang gevraagd om actie op de achtergestelde zorg. Ik heb twee vragen. Eén: wanneer is die brief er en is doorzettingsmacht geregeld? Twee: wanneer is de minister tevreden, wanneer hebben we resultaten bereikt in het terugdringen van de achtergestelde zorg? Want dit roepen we al heel lang — anderhalf jaar, een jaar, een halfjaar? Weer een brief stemt mij niet optimistisch.

Minister Helder:
Ik begin met dat laatste: ik denk dat we allemaal tevreden zijn als we de inhaalzorg daadwerkelijk hebben ingehaald en terug zijn. Daar is geen enkele discussie over. Het liefst zo snel mogelijk. Daar wordt aan gewerkt. Ik heb een aantal acties daarvan opgenoemd. Ik heb overigens begrepen dat er vanochtend een brief aan de Kamer is gestuurd over de uitgestelde zorg. Ik kijk even naar de ambtenaren of dat klopt. Ik heb 'm nog niet gezien, maar u wellicht wel. Daar zouden mogelijk een aantal van de antwoorden in staan die ik nu geef. Ik verwijs u dus ook graag naar de inhoud van de brief, want dat is een brief van de hand van de minister van VWS.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Ik stel twee concrete vragen en ik word weggestuurd naar het bos van de brieven. Ik vroeg wanneer u tevreden bent. "Wanneer de uitgestelde zorg is ingehaald." Ja, we hopen allemaal dat morgen en overmorgen en in de winter de zon ook nog schijnt, maar zo werkt het natuurlijk niet. Je moet een plan hebben, waarin je aangeeft volgens welk tijdpad je resultaten boekt. Dat is één. Mijn tweede vraag was wanneer de doorzettingsmacht concreet geregeld is. Ook daar heb ik geen antwoord op gehad.

Minister Helder:
De doorzettingsmacht is volgens mij nu geregeld in de afspraken die de minister van VWS heeft gemaakt met de partijen in het veld, Zorgverzekeraars Nederland en de NVZ. Dat er inzicht wordt opgebouwd en dat er ook regionaal doorzettingsmacht is om ervoor te zorgen dat mensen op de goede plek in de zorg terechtkomen en er in ieder geval een plek voor ze is, is één. Twee is dat ik u toch verwijs naar de brief, omdat daar wellicht de antwoorden in staan die u wilt horen. Die heb ik nu niet voor mij. Dat is toch het meest concreet om bij de antwoorden te komen.

De voorzitter:
Ik dank de minister. Ik geef de minister wel mee dat er een aantal vragen is gesteld. Wellicht geeft de brief die vandaag is verzonden daar antwoorden op, maar er is ook een aantal vragen gesteld waarop wellicht geen antwoord wordt gegeven. Het zou fijn zijn als de minister die vragen doorgeleidt, zodat we echt op korte termijn antwoord krijgen op een aantal gestelde vragen.

Minister Helder:
Ik zeg toe dat dit op korte termijn gebeurt, eventueel in een aanvullende brief. De brief zal erop worden nagelezen.

De voorzitter:
We hebben even gecheckt of de brief al gestuurd is, maar wij kunnen 'm eerlijk gezegd nog niet traceren.

Minister Helder:
Er wordt instemmend geknikt door ambtenaren dat de brief is gestuurd. De vraag is dan even of hij is aangekomen.

De voorzitter:
Dan is hij onderweg. Laat ik het dan zo samenvatten.


Vragen Tielen

Vragen van het lid Tielen aan de minister voor Langdurige Zorg en Sport, bij afwezigheid van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, over het bericht "Serieuze zorgen over snelle verspreiding apenpokken: 'Kan volgende pandemie worden'".

De voorzitter:
Dan wil ik mevrouw Tielen het woord geven. Mevrouw Tielen is van de VVD. Zij heeft ook een vraag aan de minister voor Langdurige Zorg en Sport, bij afwezigheid van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, over het bericht "Serieuze zorgen over snelle verspreiding apenpokken: 'Kan volgende pandemie worden'". Het woord is aan mevrouw Tielen.

Mevrouw Tielen (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ongeveer een maand geleden doken de apenpokken op, voor mij toen een onbekende ziekte. Inmiddels zijn er in Nederland 300 mensen mee besmet. Die mensen zijn niet heel erg ziek, maar we weten niet wat het met kwetsbare mensen doet. Het zou daar wel heel ernstige klachten kunnen geven. Wat het bij kinderen of bij mensen met een verzwakt immuunsysteem doet, is nog onbekend.

De antwoorden van de minister op mijn schriftelijke vragen daarover gingen erover dat het belangrijk is om te testen en dat er bron- en contactonderzoek wordt opgezet zodat we voorkomen dat de apenpokken, die heel besmettelijk zijn, een pandemie worden. Mijn vragen aan de minister gaan over een drietal onderwerpen, namelijk over de communicatie, de vaccinatie en de capaciteit van de GGD.

Allereerst de communicatie. Wordt er voldoende bekendgemaakt, niet alleen aan zorgprofessionals die ermee te maken hebben maar vooral ook aan de mensen in het land, wat apenpokken zijn, waar ze op moeten letten als ze symptomen hebben, bij wie ze terechtkunnen en wat ze dan moeten doen? Is er voldoende ruimte voorhanden voor doelgroepgerichte communicatie?

Ten tweede zijn er vaccinaties, maar die lijken te zijn beperkt tot alleen de mensen die in hoogrisicogroepen zitten. Wat zijn de internationale richtlijnen? Hoe zorgen we ervoor dat het beleid in Nederland is afgestemd op die internationale richtlijnen? Wat met mensen die graag een vaccinatie tegen apenpokken zouden willen?

Ten derde is er de capaciteit van de GGD. Zowel het testen als het bron- en contactonderzoek leunt op de capaciteit van de GGD, maar zoals bij de vorige mondelinge vraag ook al aan de orde kwam, lijkt het erop dat we ook wat betreft COVID-19 weer in een nieuwe golf zitten. Dat levert ook druk op bij de GGD. Is er dus voldoende capaciteit om zowel op apenpokken als op covid te testen en om het bron- en contactonderzoek goed uit te voeren?

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Tielen. Het woord is aan de minister.

Minister Helder:
Dank, voorzitter. In Nederland is inderdaad een groot aantal gevallen apenpokken vastgesteld. Er zijn op dit moment 350 bevestigde gevallen. Waar eerst sprake was van insluip vanuit het buitenland, is er nu ook lokaal in Nederland transmissie. Het virus verspreidt zich gewoonlijk niet gemakkelijk tussen mensen, maar het kan worden overgedragen door nauw persoonlijk contact. Het is meestal een milde ziekte, behalve wanneer er een zekere kwetsbaarheid is, wat mevrouw Tielen ook aangeeft. Hoewel de huidige uitbraak voor de risicogroep zorgwekkend is, blijft het risico voor de Nederlandse bevolking als zodanig zeer klein. Iedereen met ongewone huiduitslag of huidletsels op een deel van het lichaam, vooral als je in contact zou kunnen zijn geweest met iemand met apenpokken, wordt aangeraden om contact op te nemen met de huisarts of met de soa-poli van de GGD. De uitbraak is zeer uitzonderlijk. Er zijn decennialang al sporadische gevallen gevonden buiten Afrika. Binnen krap drie maanden tijd worden we nu wereldwijd geconfronteerd met 3.500 bevestigde gevallen.

Ik kijk even wat ik hier verder nog aan informatie heb. Het is misschien goed om nog te vermelden dat de meldplicht en de daaruit voortvloeiende acties nu helpen om de uitbraak zo snel als mogelijk in te dammen, maar niet zijn bedoeld als opmaat naar een nieuwe lockdown of andere collectieve maatregelen.

U vraagt: is voldoende bekendgemaakt wat apenpokken is bij de algemene bevolking? Tot nu toe loopt dat inderdaad via de huisartsen en de professionals in de zorg, maar er is ook onder doelgroepen wel communicatie geweest om aan te geven dat die zich bij specifieke symptomen moeten melden bij de soa-poli of bij de GGD.

Het vaccinatiebeleid voor de hoogrisicogroep is afgestemd op internationaal. Daar speelt de vraag van het preventief vaccineren en vaccineren, dus de keuze tussen vaccineren en behandelen. Er is tot nu toe nog niet gekozen voor preventief vaccineren, omdat er een beperkte voorraad vaccins is. Die vaccins zijn eigenlijk aangekocht voor een ander doel, namelijk voorbereiding op een bioterroristische aanval met het pokkenvirus. Tegelijkertijd vraagt preventief vaccineren vanwege apenpokken om een zorgvuldige afweging. De minister van VWS heeft advies gevraagd aan een deskundigenberaad over preventieve vaccinatie bij het RIVM. Daarin is nog een nadere uitwerking nodig voor de uitvoering. Dan gaat het met name om de vraag over welke doelgroepen het gaat. Gaat het over de doelgroepen die al onder de zogenaamde "prep" vallen, of gaat het om een uitbreiding met de doelgroepen die al in beeld zijn vanwege hiv?

U vroeg tegelijkertijd: is er voldoende vaccin en is er voldoende capaciteit bij de GGD? Ik geef u even de getallen. Er zijn 95.000 vaccins op voorraad. Dat is overigens het gewone pokkenvaccin natuurlijk, maar dat is wel effectief tegen deze ziekte. Er zitten ongeveer 12.000 mensen in de doelgroep "prep" en nog eens ongeveer 20.000 in de doelgroep "hiv". Samen is dat ongeveer 30.000 patiënten. Als er nu 30.000 mensen gevaccineerd zouden moeten worden door de GGD bij een landelijke spreiding, dan lijkt dat door de GGD wel uitgevoerd te kunnen worden, gezien de aantallen die in het verleden met corona zijn gepasseerd. Daar lijkt dus geen probleem te zijn.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Tielen.

Mevrouw Tielen (VVD):
De minister duidt de apenpokken als een soort soa. Ze relateert het ook aan een aantal doelgroepen, terwijl apenpokken echt geen soa is. Een besmetting komt gewoon door huid-op-huidcontact. Er is nu zelfs een kind in Nederland dat besmet is met apenpokken. Ik denk dus dat het goed is als de minister het beeld verbreedt en de communicatie dus ook, mede omdat de incubatietijd, de tijd tussen een besmetting en de eerste symptomen, drie weken is. Zeker als het niet gaat om een specifieke handeling maar gewoon om huid-op-huidcontact, vind ik het echt een gevaar. Ik roep de minister echt op om de communicatie te verbreden en duidelijker te maken waar mensen op moeten letten. Daarbij is het bron-en-contactonderzoek dat de GGD doet, ook heel belangrijk. Ik vind het heel fijn dat de minister hele concrete antwoorden geeft met cijfers en zo erbij. Maar ik ben nog niet helemaal gerustgesteld, dus ik duid nog een beetje door.

Minister Helder:
Mag ik daarop antwoorden dat het geenszins mijn bedoeling is om uit te stralen dat het zomaar tot de seksueel overdraagbare ziektes behoort? Het is inderdaad een serieus virus. Maar het gaat om de afweging die het RIVM aangeeft. Nogmaals, ze zijn bezig met een uitwerking daarvan. De verwachting is dat die uitwerking er vandaag of morgen daadwerkelijk komt. Dat geeft handelingsperspectief voor de minister van VWS. Ik geef hier alleen maar aan wat tot nu toe de overwegingen zijn: over welke doelgroep we het hebben, hoe we die doelgroep zouden kunnen bereiken en wat het betekent voor de aantallen. Om mevrouw Tielen enigszins gerust te stellen, zeg ik het volgende. Ik moet u het antwoord schuldig blijven op de vraag wat binnen de aantallen waaraan nu gedacht wordt precies de duiding is van het ene kind dat nu ook besmet is, wat dat betekent voor de besmettelijkheid en dergelijke. Het is niet mijn expertise. Maar dat is wel waar op dit moment door het RIVM naar wordt gekeken. Nogmaals, dat komt vandaag of morgen. Op zeer korte termijn komt het tweede advies van het deskundigenberaad van het RIVM binnen. Dat geeft de minister van VWS handelingsperspectief. Ik zal uw zorgen meenemen richting hem.

Mevrouw Tielen (VVD):
Graag. Een van de eerste apenpokkenviruspatiënten — dat is een lang woord — zei een aantal weken geleden dat het bron- en contactonderzoek na het eerste contact met de GGD wel twee weken duurde. Het duurt gewoon heel lang voordat je weet waar je aan toe bent. Ik zou deze minister willen vragen om in het beeld dat het RIVM aan het aanscherpen is een kabinetsreactie te geven die ingaat op de communicatie. Ik zou eigenlijk wel een toezegging willen voor een bredere communicatie richting de mensen in het land. Geef ook aan wat het daadwerkelijk doet met de capaciteit van de GGD. Houd in het oog dat ook de GGD nu met andere dingen rondom covid nog steeds druk is en ook drukker zal worden, zo vermoed ik.

Minister Helder:
Ik kan mevrouw Tielen het volgende toezeggen. Zodra het tweede advies van het deskundigenberaad van het RIVM — allemaal woorden om over te struikelen — binnen is, waar de minister van VWS het beleid op bepaalt, stuurt hij een reactie. Dat lijkt mij logisch. Ik vraag hem daarin de communicatie en de capaciteit van de GGD mee te nemen.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Tielen. Dan gaan we naar mevrouw Paulusma, D66.

Mevrouw Paulusma (D66):
In aansluiting op wat mevrouw Tielen zei, vraag ik de minister ook om een toezegging. Ik heb het eerder in een commissiedebat gehad over het stigma op de apenpokken. We willen het misschien allemaal niet, maar het is er wel. Ik hoor de minister … We gebruiken bepaalde woorden die daar niet bij helpen. We hebben bij aids gezien wat voor onnoemelijk leed dat veroorzaakt. Ik wil dus heel graag de minister meegeven om er in de communicatie aan bij te dragen dat dit niet het stigma krijgt dat de aidsepidemie heeft gehad. We moeten dit aanvliegen als een ziekte die ons allemaal kan overkomen.

Minister Helder:
Ik kan alleen maar toezeggen dat ik dit ook zal doorgeleiden naar de minister van VWS, om zijn aandacht te vragen voor een antwoord daarop.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Op 16 juni heb ik in debat met minister Kuipers aangegeven buikpijn te hebben van de voorbereiding op de coronagolf in het najaar. Er liggen intussen al meer dan 800 mensen in het ziekenhuis. Ik ben al weken in debat en vraag of mensen onder de 60 die zich kwetsbaar voelen, ook een tweede booster kunnen krijgen. Nu zie ik hier toch weer een ad-hocvoorbereiding met betrekking tot het apenpokkenvirus. De minister heeft het over specifieke groepen die zij wil vaccineren. Mevrouw Tielen geeft, denk ik, zeer terecht aan dat het onduidelijk is wat dit doet met mensen die kwetsbaar zijn. De echte ouderen hebben nog een pokkenvaccin gehad, maar wat betreft de mensen onder de 60 zijn het er intussen bijna 1 miljoen. Ik heb de minister nog niet horen zeggen hoe ervoor gezorgd gaat worden dat er meer vaccins ingekocht gaan worden.

Minister Helder:
Als het gaat om de specifieke doelgroep met verminderde weerstand, de kwetsbaren, lijkt het zo te zijn dat de besmettingen op dit moment beperkt zijn tot de specifieke groep mannen die seks hebben met mannen. Het spijt mij dat dit stigmatiserend is, maar dat is de medische informatie die ik voor mij heb. Er is één besmetting met een kind in de basisschoolleeftijd, dus buiten die doelgroep. Er wordt onderzocht wat dat precies betekent. Dat betekent niet dat het virus zich niet verder kan verspreiden in de algemene bevolking. Er wordt op dit moment laagdrempelig getest. De inschatting is dat op dit moment het risico voor de algemene bevolking niet horend tot de genoemde groep, zeer klein is. Door laagdrempelig te testen en zicht te krijgen op de verspreiding van het virus hoopt de minister van VWS daar meer zekerheid over te krijgen. Dat is de reden waarom er alleen algemene voorlichting aan het publiek wordt gegeven. Ik moet u het antwoord schuldig blijven als het gaat om het verhogen van de voorraad vaccins, want dit zijn 95.000 vaccins die we al hadden. Die zijn inderdaad nog gericht op het oude pokkenvirus. Die vraag zal ik de minister van VWS ook stellen. Ik neem aan dat er nu wel bewegingen zijn om te kijken naar een specifiek vaccin voor dit virus, maar ook dat zal natuurlijk enige tijd duren. Het antwoord op de vraag over het verhogen van de voorraad van het gewone pokkenvaccin moet ik u even schuldig blijven. Ik kan wel nog even kijken of er in mijn papieren nog informatie staat over nieuwe bevoorrading van het vaccin. Dat is niet zo.

De voorzitter:
Dus de minister komt terug op de gestelde vragen.

Minister Helder:
Ja, ik kom erop terug. Verder had mevrouw Van den Berg nog een vraag, die volgens mij onbeantwoord is gebleven.

De voorzitter:
Daar heeft u volgens mij net antwoord op gegeven.

Minister Helder:
Ja, daar heb ik antwoord op gegeven. Dat ging over de mensen die voor 1974 nog het oude pokkenvaccin hebben gehad in het Rijksvaccinatieprogramma. Ja. Dus dat is bekend.

De voorzitter:
Dan gaan we naar mevrouw Van Esch, Partij voor de Dieren.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Het apenpokkenvirus is een zoönose, net als corona en het vogelgriepvirus. Nu is het morgen Wereldzoönosendag. Dat is een dag waarop we stil zouden moeten staan bij het feit dat we nu een pandemie hebben gehad die veroorzaakt is door een zoönose, een ziekte die van dier op mens overgaat, en dat we misschien wel weer in een nieuwe pandemie terechtkomen door die zoönosen. We worden al jaren veelvuldig gewaarschuwd door virologen die aangeven dat we dat zouden moeten proberen te voorkomen en dat we dus niet alleen moeten werken aan die pandemische paraatheid, maar juist moeten voorkomen dat we zo'n zoönose krijgen, en de pandemie die daarbij hoort.

De voorzitter:
En uw vraag?

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Dan kom ik bij mijn vragen, voorzitter. Ik zal mijn vragen meteen achter elkaar stellen. We wachten al twee jaar op het actieplan voor zoönosen. Morgen, Wereldzoönosendag, zou misschien wel een mooi moment zijn om dat actieplan eindelijk te gaan presenteren. Ik ben benieuwd of deze minister ons daar helderheid over kan geven, aangezien beloofd is dat het zou komen voordat wij het zomerreces in gaan. Ik ben dus benieuwd wanneer dat komt. Dat is mijn hele concrete praktische vraag. Het tweede is dat ik benieuwd ben of deze minister op de hoogte is van het risico op het moment dat dit apenpokkenvirus zich ook nog eens een keer tussen dieren zou gaan verspreiden. In hoeverre is deze regering daarop voorbereid en wat doet zij daaraan?

Minister Helder:
Als het gaat om het actieplan voor zoönosen — ik onderstreep overigens uw verhaal; dat is inderdaad bekend — moet ik u het antwoord schuldig blijven op de vraag of dat morgen al komt. Als de minister van VWS heeft aangegeven dat hij dat voor de zomer stuurt, dan ga ik ervan uit dat dat morgen komt, maar dat kan ik niet concreet verifiëren op dit moment. Maar dat zal ik nagaan. Ik weet dat de overdracht van het apenpokkenvirus tussen dier en dier in ieder geval onder de aandacht is. Maar ik geef dan toch weer aan dat ik het concrete antwoord in een brief ga meenemen, want daar heb ik de minister van VWS echt voor nodig.

De heer Van der Staaij (SGP):
Mijn punt gaat over hetzelfde, maar dan vanuit een andere invalshoek dan die van mevrouw Paulusma, namelijk: is het niet van belang om er wel open over te zijn in welke doelgroepen het vooral plaatsvindt? Dat kan bij de ene ziekte bij de ene doelgroep zijn en bij de andere ziekte bij de andere doelgroep, maar we moeten niet uit angst voor stigma verhullend gaan spreken of kansen missen in een preventief beleid.

Minister Helder:
Ik denk dat meneer Van der Staaij daarmee ook het lastige dilemma schetst. Aan de ene kant is de doeltreffendheid van het beleid gebaat bij een hele duidelijke definiëring en benadering van de doelgroep. Aan de andere kant voel ik met mevrouw Paulusma mee. We hebben al zo veel stigma's en zo veel onderscheid in onze maatschappij, en ik denk dat het ongelofelijk belangrijk is om die niet ook nog nodeloos aan te brengen. Ik denk dat dat wel heel belangrijk is. Omdat we nog niet weten in hoeverre de verspreiding tussen mens en mens ook bij andere doelgroepen plaatsvindt, zitten we daar een beetje tussenin. Er is nu één kind met een besmetting en daar is nog onvoldoende over bekend, heb ik begrepen. Maar we houden in ieder geval rekening met de mogelijkheid dat het virus ook in andere doelgroepen, dus breder in de bevolking, verspreid kan worden. Punt.

Mevrouw Sylvana Simons (BIJ1):
Ik zou aan deze overwegingen van de minister willen toevoegen dat we, zeker sinds de aidspandemie van zo'n 40 jaar geleden, hebben geleerd dat heel veel mannen die seks hebben met mannen, daarnaast ook seks hebben met mensen van andere genders. We moeten vooral niet denken dat het een gesloten cirkel van mensen is. Mijn vraag is echter breder. Ik hoor de minister zeggen dat zij gaat informeren hoe het zit met de toevoer van de juiste vaccins. We zien echter dat niet alleen de apenpokken oprukken, maar ook de mazelen en polio. We geven daar al heel lang vaccins tegen en we zijn daar al heel lang goed mee op weg, maar door het verminderde vaccinatie-enthousiasme in zijn algemeen nemen ook die weer toe. Mijn vraag is of deze minister inziet dat we ons niet alleen moeten focussen op de acute apenpokken, maar dat het ook zaak is om in de breedte na te denken over voorlichting met betrekking tot deze vaccinaties.

Minister Helder:
Ik kan zonder enige voorbereiding zeggen dat ik het daarmee eens ben. De verminderde vaccinatiebereidheid is echt zorgelijk en vraagt veel aandacht. Ik kan nu niet meteen antwoord geven op de vraag waar we dat precies in gaan meenemen. Ik zal deze vraag ook doorgeleiden naar het Rijksvaccinatieprogramma, maar ik ben het volledig met u eens dat we daar echt veel aandacht voor moeten hebben.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik wil de minister voor Langdurige Zorg en Sport bedanken, ook voor het vervangen van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.


Vragen Van der Werf

Vragen van het lid Van der Werf aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij afwezigheid van de minister van Justitie en Veiligheid, over het bericht "Criminelen dwingen duizenden jongeren in misdaad: 'In dat wereldje ben je roofdier of prooi'".

De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw Van der Werf van D66. Zij heeft een vraag aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, die ik van harte welkom heet. Hij is hier bij afwezigheid van de minister, die in de Eerste Kamer is. Haar vraag gaat over het bericht "Criminelen dwingen duizenden jongeren in misdaad: 'In dat wereldje ben je roofdier of prooi'". Het woord is aan mevrouw Van der Werf van D66.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Voorzitter. Criminelen dwingen duizenden jongeren in de misdaad, kopte het Algemeen Dagblad op 30 juni. Bij het lezen van dit soort berichten moet ik vaak aan The Wire denken. Dat is misschien wel de beste serie ooit, die laat zien hoe drugshandel in kwetsbare wijken een verwoestend effect heeft op de mensen die erin zitten en op de mensen die er zijdelings mee te maken krijgen. De serie laat vooral zien hoe slachtofferschap en daderschap door elkaar heen lopen. Drugsdealers doen niet aan stagediscriminatie. Hun slachtoffers komen vaak uit slechte wijken, hebben een verstandelijke beperking of zijn verslaafd. Criminelen verleiden ze eerst, maar eenmaal binnen worden ze met geweld gedwongen tot illegale klusjes of gechanteerd op basis van schulden of naaktbeelden. Daarna worden ze ingezet om drugs rond te brengen of om een bankrekening, auto of telefoonabonnement op hun naam te zetten. "In dat wereldje ben je roofdier of prooi. Als ze een zwakte bij iemand zien, zetten ze je klem", schetste een jongerenwerker uit Eindhoven. In de dertien onderzochte steden van dit onderzoek gaat het om ruim 2.500 vermoedelijke slachtoffers in de afgelopen twee jaar.

Voorzitter. Het is prachtig dat het kabinet nu 700 miljoen euro gaat investeren in wijken waar de leefbaarheid en veiligheid door druk staan, onder andere in betere woningen, in armoedebestrijding en in het voorkomen van criminaliteit. Alleen met een aanpak van een lange adem kan deze vicieuze cirkel worden doorbroken. Maar de vraag is wel of dit specifieke probleem van uitbuiting voldoende terugkomt in de aanpak van het kabinet.

Daarom heb ik de volgende vragen aan de staatssecretaris. Hoe kan het dat de helft van de professionals, zoals wijkagenten en jongerenwerkers, deze signalen wel zien, maar ze vervolgens niet terechtkomen bij bijvoorbeeld de mensenhandelpolitie? Mijn tweede vraag is als volgt. Uitbuiting is voor criminelen een verdienmodel en juist dat verdienmodel moeten we onderuithalen. Hoe kan het dat de aanpak van uitbuiting geen onderdeel is van de integrale aanpak van de georganiseerde misdaad?

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Van der Burg:
Voorzitter. The Wire heb ik niet gezien, dus daar kan ik in ieder geval niks van vinden. Maar laat ik meteen één correctie aanbrengen: de mensen waar u het over hebt, komen niet uit slechte wijken. Ik ben zelf opgegroeid in de Bijlmer. Dat is geen slechte wijk, maar een wijk waar mensen veel minder kansen hebben gekregen dan andere mensen. We hadden het net over stigmatisering in het kader van aids, maar dat geldt ook voor wijken als Rotterdam Zuid, de Schilderswijk of de Bijlmer. Ik heb er 40 jaar lang fantastisch gewoond. Ik weet dat u het niet als kritiek bedoelde — laat ik dat ook gezegd hebben — maar ik vond toch … Ik bedoel: de Bijlmer is mijn thuis. Dat moet ik dan toch gezegd hebben.

Voorzitter. Los daarvan wil ik beginnen met het uitspreken van mijn dankwoord richting het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel en de onderzoekers voor het onderzoek dat is gedaan, dat waardevol is, zeker ook omdat criminele uitbuiting een relatief nieuwe, maar ernstige vorm is van mensenhandel. Als mensen al aan mensenhandel denken, verwarren velen dat met mensensmokkel. En als ze al aan mensenhandel in de juiste context denken, hebben ze het over bijvoorbeeld gedwongen prostitutie en alles wat daarmee te maken heeft. Die groep jongeren wordt via het brengen van een pakje — dat zijn inderdaad kleine bedragen, maar voor die jongeren is dat heel veel geld — langzaam maar zeker in een fuik getrokken. Daarmee worden die jongeren inderdaad een prooi, en in sommige gevallen daarna helaas ook dader. Dat is buitengewoon ernstig en moet hard worden bestreden. Maar het feit dat dat in de hoofden van heel veel mensen niet als mensenhandel wordt gezien en, sterker nog, soms als iets relatief onschuldigs wordt gezien, draagt bij aan het feit dat we als samenleving niet op de juiste wijze hierop reageren.

De concrete vraag van mevrouw Van der Werf was: hoe komt het dat het niet doorkomt? Dat komt ook omdat het soms niet op de juiste plekken terechtkomt. Het is inderdaad die jongerenwerker die het ziet en er wel mee aan de gang gaat. En als zo'n jongere al iets doet wat strafbaar is, komt het bij de "reguliere" politieagent terecht, en wordt het niet automatisch doorgeleid naar de mensenhandeleenheden, onder andere omdat de jongere op zo'n moment niet als slachtoffer, maar als dader wordt benaderd. Daar hebben we nog heel veel in te leren.

Voorzitter. Mevrouw Van der Werf heeft de vraag weliswaar gesteld aan de minister van Justitie, maar zij weet dat ook ik mij bezighoud met het thema mensenhandel. Wij kunnen daarin echt nog grote stappen zetten. We hebben er in het coalitieakkoord — er werd even naar verwezen — gelukkig extra gelden voor uitgetrokken. Ook gaan wij volop door met het programma Samen tegen mensenhandel. Maar we moeten nog verbeterslagen maken. Dat betekent dat we ook moeten leren van mensen uit andere landen, maar ook dat we zelf de connectie tussen de verschillende onderdelen moeten verbeteren. U weet dat ik, voordat ik staatssecretaris werd, onder andere voorzitter was van de brancheorganisatie van het welzijnswerk, waar jongerenwerk ook onder valt. Er is echt nog een stevige slag te slaan in het maken van de verbinding tussen jongerenwerk en de preventieve kant van politie. Daarbij moet uiteraard worden vastgehouden aan het feit dat jongerenwerkers niet als verbindingsofficieren van de politie moeten worden gezien, want dan ben je ze kwijt.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Fijn dat de staatssecretaris deze problematiek erkent en ook herkent. Ik doelde specifiek op het volgende: die uitbuiting wordt in de stukken wel genoemd, maar het "hoe dan?" ontbreekt. Dus wat voor specifieke maatregelen gaan we nemen om hier scherper op te zijn? Is de staatssecretaris ook bereid om de Kamer daarover te informeren?

Staatssecretaris Van der Burg:
Zoals ik al zei, gaan we aan de gang met Samen tegen mensenhandel. Daarmee zetten we dus iets voort wat ook door de vorige coalitie is besloten. Wij zullen daarover het een en ander op papier zetten en zullen dat u en de Kamer doen toekomen.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Heel fijn. Dank daarvoor. Ik wil nog aanhaken bij een ander punt, dat de staatssecretaris net tussen neus en lippen even noemde, namelijk dat dader- en slachtofferschap vaak door elkaar lopen. Het vraagt dat wij zelf verder kijken dan onze neus lang is. Het vraagt dat wij goed beseffen dat het dweilen met de kraan open is als we niets doen aan het voorkomen van daderschap. Het Verenigd Koninkrijk heeft het aantal slachtoffers dat in beeld is weten te verhogen van 500 in 2016 naar 6.100 in 2021. Dat is dus vertienvoudigd in vijf jaar. Nou, daar doen ze iets goed, denk ik dan. Ik zou de staatssecretaris willen vragen of hij bereid is om in gesprek te gaan met zijn Britse collega's, iets wat bijvoorbeeld ook bij de aanpak in Italië is gebeurd, om te vragen: wat lukt er nou zo goed bij jullie? Zou hij de Kamer dan ook willen informeren over die aanpak? Ook ben ik benieuwd hoe de staatssecretaris ervoor gaat zorgen dat we dit in die aanpak van hem ook specifiek gaan teruglezen.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Werf, het woord is weer aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Van der Burg:
Terecht dat mevrouw Van der Werf het Verenigd Koninkrijk noemt, want die doen het echt buitengewoon goed. Die zijn begonnen met een aanpak specifiek gericht op de hennepproductie — ik krijg het woord niet eens uit mijn mond — in relatie tot Vietnamese jongeren. Dat hebben ze vervolgens verbreed naar de aanpak richting grote groepen jongeren in het Verenigd Koninkrijk. Zij hebben hun datavoorziening buitengewoon goed op orde en daarmee ook een goede connectie tot stand weten te brengen, niet alleen met politiediensten maar juist ook bijvoorbeeld met het jongerenwerk, en niet te vergeten met de zorg. Wij kunnen dus veel leren van het Verenigd Koninkrijk. Dat doen wij ook al, zeg ik naar aanleiding van de vraag die door mevrouw Van der Werf is gesteld. Wij zullen die contacten ook opnieuw leggen. Dat verwerken wij vervolgens in een brief aan de Kamer.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Veel dank, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Werf.

Staatssecretaris Van der Burg:
Nog even formeel. Ik zei "wij", maar ik sta hier formeel natuurlijk als vervanger van de minister, dus het zou weleens de minister kunnen zijn die ondertekent.

De voorzitter:
Maar u staat hier namens het kabinet, dus dat moet goed komen. Dan geef ik als eerste het woord aan de heer Verkuijlen van de VVD.

De heer Verkuijlen (VVD):
Samen met mevrouw Bikker heb ik al vragen aan de staatssecretaris gesteld over de slachtoffers. Vandaag heb ik een vraag over de daders. Want het oppakken van meedogenloze uitbuiters, mensen die jongeren dwingen om criminele feiten te plegen, blijft toch de beste vorm van preventie, juist als de slachtoffers zwijgen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is daarom ook: welke extra inspanningen gaat hij nu verrichten om die meedogenloze uitbuiters achter slot en grendel te krijgen?

Staatssecretaris Van der Burg:
Het is goed dat deze vraag door de heer Verkuijlen wordt gesteld. Naast hem staat nog een van de andere indieners van de motie-Kuik, die hier specifiek over gaat. Want we hebben het niet alleen over mensenhandel, maar er is ook een zware lijn met ondermijning. Precies daar gaat de motie ook over. Dat betekent dat het ook voor het kabinet nadrukkelijk prioriteit heeft om die combinatie te leggen en vervolgens te kijken hoe wij maatregelen kunnen nemen. De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen — de vraag wordt aan mij gesteld — dat ik mij vooral bezighoud met de preventieve kant die daaraan zit. De minister van Justitie doet met name de blauwe kant, zeg ik even specifiek gezien uw verleden. Ik ben in ieder geval nadrukkelijk wel aan het kijken hoe we de preventieve kant op het gebied van mensenhandel kunnen verbeteren. Dat zal ik in samenspraak doen met de minister als het gaat om de vervolgingscomponent.

De voorzitter:
De heer Knops van het CDA, dan de heer Azarkan en mevrouw Bikker.

De heer Knops (CDA):
Het hele criminele verdienmodel is gebaseerd op het gebruikmaken van deze mensen. De lijn tussen dader en slachtoffer kan een hele dunne zijn. Is de staatssecretaris niet met onze fractie van mening dat je ook veel sterker moet inzetten op jongeren erop wijzen wat hun perspectief is, namelijk of de gevangenis in, of gevangen worden door criminelen en je hele leven je leven niet zeker zijn?

Staatssecretaris Van der Burg:
Hier zegt meneer Knops iets heel belangrijks. De meeste mensen komen binnen als dader. Het is belangrijk om te constateren dat ze weliswaar dader zijn en dus ook in hun rol van dader gewoon gestraft moeten worden, maar dat ze waarschijnlijk vaak begonnen zijn als slachtoffer. Het is inderdaad buitengewoon belangrijk — dat raakt aan de preventieopmerking die ik net maakte richting de heer Verkuijlen — dat we duidelijk maken dat die mooie glimmende auto en die mooie mevrouw of meneer die daarnaast zit misschien wel heel erg uitdagend en spannend klinkt, maar dat de meesten van hen op een volstrekt verkeerde manier eindigen, zoals de heer Knops net beschreef. We moeten dus absoluut duidelijk maken dat dit niet een weg is die je op moet gaan en dat de glitter en de glamour die je ziet in het niet valt bij het leed dat je zelf ook gaat lijden als je in dit proces verdergaat, bijvoorbeeld omdat je een strafblad krijgt, bijvoorbeeld omdat je in de gevangenis komt, bijvoorbeeld omdat je daarna en daardoor niet meer in aanmerking komt voor normale banen. Het is dus uitermate belangrijk wat hier gezegd is.

De heer Azarkan (DENK):
De staatssecretaris geeft aan dat het zicht erop eigenlijk nog ontbreekt. Dat geven professionals ook aan. Er zijn landen waar het succesvol kan. De vraag aan de staatssecretaris is: hoe wordt er samengewerkt tussen de jongerenwerkers en onderwijsinstellingen, waar ze vaak buiten jongeren van 14, 15 jaar staan te ronselen? Ik hoor dat ook. Dat zien docenten. Dat zien ook jongerenwerkers. Dat weet de politie ook voor een deel. Hoe gaat de staatssecretaris iets van een meldingssysteem opzetten om het in ieder geval veel beter in de gaten te krijgen?

Staatssecretaris Van der Burg:
Daar weet ik even geen antwoord op. Sorry. Daar moet ik bij u op terugkomen.

De heer Azarkan (DENK):
Graag in diezelfde brief, geeft collega Bikker aan. Er is 82 miljoen uitgetrokken om de aanpak van de jonge aanwas in het criminele circuit te intensiveren. Daarbij wordt weinig gesproken over de criminele uitbuiting. De vraag is: kan er niet ook een integrale en brede aanpak ontwikkeld worden, waarin dat dus een plek krijgt in het kader van de georganiseerde criminaliteit? Zij hebben die jongeren namelijk nodig om de eerste stappen te zetten, om te zorgen dat dat begint te draaien. De vraag is: kan dat beter in de aanpak verankerd worden?

Staatssecretaris Van der Burg:
Ja, want ik ben het geheel met u eens. Dit is buitengewoon belangrijk. Zonder die kleine mannetjes — formeel moet ik zeggen "en vrouwtjes", maar het zijn over het algemeen toch de jongens — valt het hele systeem daarboven op een gegeven moment ook stil. Het is één geheel.

De voorzitter:
Op de andere vraag komt u schriftelijk op terug.

Staatssecretaris Van der Burg:
Ja.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
In één week hoorde ik de opmerking van mijn eigen zoontje, die het Jeugdjournaal keek en zei: mama, zelfs in Nunspeet zijn ze bang dat je drugs vervoert en wordt ingezogen in een criminele organisatie. Wat is het goed dat het Jeugdjournaal daar aandacht aan besteedt. Ik sprak in Utrecht mensen die vertelden … Meneer Wilders praat erdoorheen. Hij is erg betrokken bij dit thema. Dat vind ik erg fijn, maar ik kan mijn eigen vraag bijna niet meer verstaan. Ik sprak in Utrecht iemand die vertelde over een licht verstandelijk beperkte jongere die wapens onder zijn bed verstopt had en vervolgens dacht: "Wat heb ik gedaan? Hoe kom ik hier nog uit?" Juist daarom heb ik de volgende vragen aan de staatssecretaris. Hoe zorgen we ervoor dat deze jongeren ook bij gemeenten hulp vinden? Heeft de staatssecretaris in zijn plan van aanpak dat hij gaat presenteren ook in gedachte dat hij hierin met de gemeenten optrekt? Kan hij daarover nadere informatie geven aan de Kamer?

Staatssecretaris Van der Burg:
We moeten ons heel nadrukkelijk richten op de verschillende groepen die er zijn. Toen ik in Amsterdam wethouder was, sprak ik altijd over de bad-mad-en-sadgroep. Je hebt een categorie mensen die verstandelijk beperkt is en wordt uitgebuit door de leiders. Je hebt een groep mensen met psychische problematiek, die je echt heel nadrukkelijk moet helpen. Je hebt ook een groep mensen die in de categorie bad valt, waar je gewoon streng tegen moet optreden. Juist de doelgroep waar mevrouw Bikker het over heeft, is buitengewoon kwetsbaar. Juist in onze aanpak moeten we erop letten dat we extra aandacht hebben voor de specifieke groepen met psychische problematiek dan wel met een verstandelijke beperking, maar ook verslaving die daaruit voort kan komen.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Bikker.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank voor de toezegging van de staatssecretaris dat hij hierop terug gaat komen in de brief. Tegelijkertijd las ik dat er in 2016 een soortgelijk onderzoek door het WODC werd gepubliceerd, waarin ook al werd gezegd: deze blinde vlek is er rondom criminele uitbuiting. Juist daarom zou ik de staatssecretaris willen vragen om toch alstublieft vaart te maken met de modernisering van het Strafrechtartikel dat hierop ziet, namelijk 273f. Kan de staatssecretaris aangeven welk moment hij in de planning heeft om die modernisering naar de Kamer te sturen?

Staatssecretaris Van der Burg:
273f valt inderdaad onder mij als staatssecretaris en niet onder de minister. Daar ben ik volop mee bezig. De voorstellen daarvoor krijgt u … Als ik zeg na de zomer, is dat een ruim begrip, maar …

De voorzitter:
Dit jaar.

Staatssecretaris Van der Burg:
Voor de herfst.

De voorzitter:
Voor de herfst. Dank u wel. Dan mevrouw Simons van BIJ1.

Mevrouw Sylvana Simons (BIJ1):
Ik hoorde de staatssecretaris en enkele leden hier terecht uitwisselen dat het wel erg aanlokkelijk kan zijn voor jongeren om op een heel snelle manier, in hun beleving op een relatief makkelijke manier, geld te verdienen en dat we hen van de ernstige gevolgen daarvan bewust moeten maken. Tegelijkertijd wil ik toch aan deze staatssecretaris vragen of hij dan ook binnen zijn partij en binnen het kabinet zou willen aandringen op een lichte versnelling met betrekking tot bijvoorbeeld het minimumloon en het jeugdminimumloon. Het is natuurlijk één ding om te zeggen "laat je niet verleiden door het grote geld", maar het is best lastig om tegelijkertijd te zeggen "ga anders lekker werken voor een paar euro per uur". Dat is toch een overweging die ik deze staatssecretaris ook nog mee zou willen geven. Als we jongeren eerlijk belonen, is de kans dat ze de criminaliteit ingaan ook kleiner.

Staatssecretaris Van der Burg:
De overwegingen zojuist geuit door mevrouw Simons zal ik inderdaad overbrengen aan het kabinet, maar ik zeg er wel meteen bij dat ook als je kiest voor de minimumloonvariant die zij aanhangt, er nog steeds veel meer geld te verdienen is door middel van criminele activiteiten. We moeten gewoon volstrekt duidelijk maken dat het altijd beter is om met schone handen schoon en mooi werk te doen dan met vuile handen de criminaliteit in te gaan.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we echt aan het einde gekomen van het mondelinge vragenuur. U heeft al twee vragen gesteld, mevrouw Simons.

Mevrouw Sylvana Simons (BIJ1):
Ik wilde graag beamen dat de staatssecretaris en ik het in ieder geval op dat punt helemaal met elkaar eens zijn.

De voorzitter:
Daarmee zijn we nu echt gekomen aan het einde van het mondelinge vragenuur. Ik schors de vergadering voor een enkel moment. Dan gaan we over tot de stemmingen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen


Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat de volgende leden zich hebben afgemeld:

Pouw-Verweij en Van den Hil, voor de gehele week.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)


Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:
Ik stel voor zo dadelijk ook te stemmen over:

  • de aangehouden motie-Koekkoek (30950, nr. 306);
  • de aangehouden motie-Hagen (32852, nr. 192).

Voordat we gaan stemmen, geef ik het woord aan de heer Omtzigt. Daarna heb ik nog iets, maar eerst de heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Voorzitter. We hebben net een brief gehad. Daaruit blijkt dat het kabinet er zelf nog over denkt om de energietoeslag aan te passen. We gaan daar zo over stemmen, dus lijkt het me goed om in ieder geval over het wetsvoorstel nog niet te stemmen, over de punten 21 en 23 op de stemmingslijst. Maar we kunnen gezien die brief wel stemmen over de moties onder punt 22. Het is net even iets anders dan ik aankondigde op het formulier.

De voorzitter:
Ik kijk of daar bezwaar tegen is. Het gaat over de punten 21, 22 en 23 op de stemmingslijst. Nee, alleen 21 en 23. 22 klopt niet meer.

Mevrouw Palland (CDA):
Ik wil het verzoek steunen, maar voor de integraliteit zou ik daar dan ook de moties bij willen betrekken, dus ook punt 22 uitstellen.

De voorzitter:
Nou, dan heb ik het in eerste instantie eigenlijk goed voorgelezen. Het geldt dan dus voor de punten 21, 22 en 23.

Dan geef ik het woord aan de heer Wilders, PVV.

De heer Wilders (PVV):
Voorzitter. Ik zou bij agendapunt 29, de stemmingen over moties ingediend bij het debat over de maatschappelijke onrust rondom de stikstofcrisis, graag hoofdelijk willen stemmen over de motie op stuk nr. 709, van mijzelf en mevrouw Van der Plas.

De voorzitter:
Dat kan.

De VVD heeft ook nog een punt. Gaat uw gang. De heer De Kort.

De heer De Kort (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Even voor de helderheid: ik wil me aansluiten bij het verzoek van mevrouw Palland om het integraal af te wegen. Het is voor mij niet helemaal duidelijk hoe we het nu hebben afgesproken.

De voorzitter:
Dat gaan we doen; daar was een meerderheid voor. Dit ter bevestiging: better safe than sorry.

Voordat we gaan stemmen, heb ik nog iets anders. Ik vraag uw aandacht voor het volgende. De fractie van de Staatkundig Gereformeerde Partij viert vandaag dat zij 100 jaar zetelt in deze Tweede Kamer.

(Applaus)

De voorzitter:
Het applaus heeft u al binnen. Er horen ook nog een paar korte woorden van mij bij. Het is namelijk toch een bijzonder en historisch moment. Mag ik inderdaad even uw aandacht? Ik richt mij in het bijzonder tot de heren Bisschop en Stoffer en natuurlijk tot u, meneer Van der Staaij. Zij vormen de huidige fractie van de SGP. Het was dominee Gerrit Hendrik Kersten die in 1922 als eerste SGP'er toetrad tot de Tweede Kamer. U heeft ook een magazine, een glossy, uitgegeven. Dat draagt de titel "100 jaar fractie" en er staat ook een mooi overzicht in: "Van Kersten tot Kees". Het werk en karakter van de vijftien voormalige en huidige Kamerleden van de SGP passeren de revue. Ook een aantal Kamerambtenaren komen aan het woord. Maar ik licht uit uw bestaan een paar bijzondere momenten uit.

Allereerst noem ik Kersten, het eerste SGP-Kamerlid, dat bekend is geworden door de Nacht van Kersten. Op 25 november 1925 diende hij een amendement in om de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging bij het Vaticaan op te heffen. Het gevolg was groot: het eerste kabinet-Colijn, met rooms-katholieke en protestantse ministers, viel. Wat ook belangrijk is: in 1925 verdubbelde het zetelaantal, van één naar twee, en trad dominee Pieter Zandt toe tot de fractie. We hebben hier in de Tweede Kamer ook een vergaderzaal naar hem genoemd, met de passende leus "Kanseltaal van een predikant". Er was ook een Kamerlid Kodde, die steevast in Zeeuwse klederdracht naar de Tweede Kamer ging. Ik heb de foto's gezien; het ziet er indrukwekkend uit. Natuurlijk herinneren we ons ook allemaal Bas van der Vlies. Vorig jaar hebben we hem herdacht in deze zaal. Ik heb toen ook verwezen naar zijn hoffelijke manier van debatteren, zijn humor en ook zijn ruime staatsrechtelijke kennis. Ik kom bij mijn laatste lofzang en dan hou ik op met alle lofzangen richting SGP, maar toch komt die eigenlijk alle fractieleiders van de SGP wel toe, want allen staan bekend om hun diepe, diepgaande kennis op het gebied van het staatsrecht en de parlementaire gebruiken. Daar maken we ook heel vaak gebruik van; denk onder andere aan de werkgroep-Van der Staaij.

Ook weet uzelf vaak de aandacht goed op de SGP te richten, in allerlei beschouwingen. Fameus zijn de bijdragen rond de Algemene Beschouwingen. Denk aan de ijsvogel. Denk aan Rembrandt en aan de flashmob. Ook maakte de SGP ooit een bordspel, om vreemdgaan een halt toe te roepen: "Overspel, het familiespel met alleen maar verliezers!" Je moet er maar op komen! Het is in ieder geval vrij creatief.

Tot slot: de SGP is de oudste nog bestaande politieke partij in Nederland. Het is ook de enige nog bestaande vooroorlogse partij. Dat is natuurlijk best iets om bij stil te staan. Leven, dienen, recht doen: zo verwoordt u het zelf. Vandaag is dat al 100 jaar. Ik feliciteer u van harte en wens u heel veel succes met de toekomst, met felicitaties voor uw jubileum.

Dank u wel.

(Applaus)

Stemmingen

Stemmingen


Stemming Initiatief-Leijten Opneming in de Grondwet van bepalingen inzake het correctief referendum

Aan de orde is de stemming in verband met het Voorstel van wet van het lid Leijten houdende verandering in de Grondwet, strekkende tot opneming van bepalingen inzake het correctief referendum (35729).

(Zie vergadering van 31 mei 2022.)

De voorzitter:
We gaan van start met de stemmingen. Het is een behoorlijke lijst. Donderdag gaan we ook nog twee keer stemmen, maar wat af is, is af, zeg ik maar. We gaan eerst stemmen over het Voorstel van wet van het lid Leijten houdende verandering in de Grondwet, strekkende tot opneming van bepalingen inzake het correctief referendum. De heer Van Nispen verzoekt om een hoofdelijke stemming over beide wetsvoorstellen. Op 31 mei jongstleden heeft de Kamer met de daarvoor ingevolge artikel 137, vijfde lid vereiste gekwalificeerde meerderheid ingestemd met het splitsingsvoorstel op stuk nr. 15.

Dan komen nu in stemming de wetsvoorstellen zoals die als gevolg van de splitsing luiden. Voor die wetsvoorstellen is ingevolge artikel 137, vierde lid een gekwalificeerde meerderheid nodig, omdat zij een tweede lezing van een voorstel tot wijziging van de Grondwet betreffen. Dat wil zeggen dat wij de voorstellen alleen kunnen aannemen met ten minste een meerderheid van twee derde.

We gaan eerst hoofdelijk stemmen over wetsvoorstel I (stuk nr. 16).

In stemming komt het wetsvoorstel.

Vóór stemmen de leden: Nijboer, Van Nispen, Omtzigt, Ouwehand, Paulusma, Piri, Van der Plas, Podt, Van Raan, Raemakers, De Roon, Sahla, Segers, Sjoerdsma, Smolders, Sneller, Teunissen, Thijssen, Vestering, Wassenberg, Van Weerdenburg, Van der Werf, Westerveld, Van Weyenberg, Wilders, Wuite, Agema, Alkaya, Arib, Baudet, Beckerman, Beertema, Belhaj, Bergkamp, Van Beukering-Huijbregts, Bikker, Martin Bosma, Bouchallikh, Boucke, Boulakjar, Bromet, Ceder, Dekker-Abdulaziz, Tony van Dijck, Jasper van Dijk, Eerdmans, Ellemeet, Ephraim, Eppink, Van Esch, Fritsma, Van Ginneken, De Graaf, Van der Graaf, Graus, Grinwis, Tjeerd de Groot, Van Haga, Hagen, Hammelburg, Helder, Hijink, De Hoop, Van Houwelingen, Jansen, Léon de Jong, Romke de Jong, Kat, Kathmann, Van Kent, Kerseboom, Kops, Kröger, Kuiken, Kwint, Van der Laan, Van der Lee, Leijten, Maatoug, Maeijer, Marijnissen, Markuszower, Van Meenen, Van Meijeren, Mohandis, Edgar Mulder en Mutluer.

Tegen stemmen de leden: De Neef, Palland, Paul, Peters, Rahimi, Rajkowski, Chris Simons, Sylvana Simons, Slootweg, Smals, Van der Staaij, Stoffer, Van Strien, Strolenberg, Tielen, Valstar, Verkuijlen, Werner, Van Wijngaarden, Van der Woude, Aartsen, Amhaouch, Azarkan, Van Baarle, Becker, Van den Berg, Bevers, Bisschop, Bontenbal, Boswijk, Brekelmans, Van Campen, Inge van Dijk, El Yassini, Ellian, Erkens, Geurts, Peter de Groot, Gündoğan, Den Haan, Haverkort, Rudmer Heerema, Heinen, Hermans, Idsinga, Kamminga, Klink, Knops, Koekkoek, Koerhuis, De Kort, Kuzu, Michon-Derkzen, Minhas en Agnes Mulder.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit voorstel met 87 stemmen voor en 55 stemmen tegen is verworpen.

We gaan meteen over tot de hoofdelijke stemming over wetsvoorstel II (stuk nr. 17).

In stemming komt het wetsvoorstel.

Vóór stemmen de leden: Helder, Hijink, De Hoop, Van Houwelingen, Jansen, Léon de Jong, Romke de Jong, Kat, Kathmann, Van Kent, Kerseboom, Kops, Kröger, Kuiken, Kwint, Van der Laan, Van der Lee, Leijten, Maatoug, Maeijer, Marijnissen, Markuszower, Van Meenen, Van Meijeren, Mohandis, Edgar Mulder, Mutluer, Nijboer, Van Nispen, Omtzigt, Ouwehand, Paulusma, Piri, Van der Plas, Podt, Van Raan, Raemakers, De Roon, Sahla, Segers, Sjoerdsma, Smolders, Sneller, Teunissen, Thijssen, Vestering, Wassenberg, Van Weerdenburg, Van der Werf, Westerveld, Van Weyenberg, Wilders, Wuite, Agema, Alkaya, Arib, Baudet, Beckerman, Beertema, Belhaj, Bergkamp, Van Beukering-Huijbregts, Bikker, Martin Bosma, Bouchallikh, Boucke, Boulakjar, Bromet, Ceder, Dekker-Abdulaziz, Tony van Dijck, Jasper van Dijk, Eerdmans, Ellemeet, Ephraim, Eppink, Van Esch, Fritsma, Van Ginneken, De Graaf, Van der Graaf, Graus, Grinwis, Tjeerd de Groot, Van Haga, Hagen en Hammelburg.

Tegen stemmen de leden: Hermans, Idsinga, Kamminga, Klink, Knops, Koekkoek, Koerhuis, De Kort, Kuzu, Michon-Derkzen, Minhas, Agnes Mulder, De Neef, Palland, Paul, Peters, Rahimi, Rajkowski, Chris Simons, Sylvana Simons, Slootweg, Smals, Van der Staaij, Stoffer, Van Strien, Strolenberg, Tielen, Valstar, Verkuijlen, Werner, Van Wijngaarden, Van der Woude, Aartsen, Amhaouch, Azarkan, Van Baarle, Becker, Van den Berg, Bevers, Bisschop, Bontenbal, Boswijk, Brekelmans, Van Campen, Inge van Dijk, El Yassini, Ellian, Erkens, Geurts, Peter de Groot, Gündoğan, Den Haan, Haverkort, Rudmer Heerema en Heinen.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit voorstel met 87 stemmen voor en 55 stemmen tegen is verworpen.

De heer Ephraim, Groep Van Haga.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):
Dank u, voorzitter. Nu de kaarten liggen zoals ze liggen, lijkt het me niet zinvol om hierna over de motie op stuk nr. 9 (35729) te stemmen, waarin wordt gevraagd om wetgeving voor te bereiden. Dat lijkt me dan op dit moment niet zo zinvol. Maar iedereen die het referendum een warm hart toedraagt: de motie op stuk nr. 10 geeft u een herkansing.

De voorzitter:
Dank u wel.

Aangezien de motie-Ephraim (35729, nr. 9) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.


Stemming moties Initiatief-Leijten Opneming in de Grondwet van bepalingen inzake het correctief referendum

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het Voorstel van wet van het lid Leijten houdende verandering in de Grondwet, strekkende tot opneming van bepalingen inzake het correctief referendum,

te weten:

  • de motie-Ephraim over een wetsvoorstel voor herinvoering van het raadgevend referendum (35729, nr. 10);
  • de motie-Inge van Dijk c.s. over het evalueren van bestaande vormen van burgerparticipatie op nationaal niveau (35729, nr. 11);
  • de motie-Baudet over uitspreken dat in een democratie de wens van de meerderheid van de bevolking leidend dient te zijn (35729, nr. 12);
  • de motie-Baudet over de uitslag van een bindend referendum hoe dan ook opvolgen (35729, nr. 13);
  • de motie-Baudet over het aantal op te halen handtekeningen niet hoger laten zijn dan 300.000 (35729, nr. 14).

(Zie vergadering van 25 mei 2022.)

In stemming komt de motie-Ephraim (35729, nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, DENK, de PvdA, de PvdD, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Inge van Dijk c.s. (35729, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Baudet (35729, nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Baudet (35729, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Baudet (35729, nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemming motie Raming van de Tweede Kamer voor het jaar 2023

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de Raming der voor de Tweede Kamer in 2023 benodigde uitgaven, alsmede aanwijzing en raming van de ontvangsten,

te weten:

  • de motie-Sneller/Van der Werf over een wettelijk verbod op het ongewenst en onaangekondigd thuis bezoeken van politici vanwege hun politieke overtuigingen (36062, nr. 9).

(Zie wetgevingsoverleg van 20 juni 2022.)

De voorzitter:
De motie-Sneller/Van der Werf (36062, nr. 9) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de afgelopen jaren zowel lokale als landelijke politici onaangekondigd en ongewenst op hun huisadres zijn bezocht vanwege hun beleid of overtuigingen;

overwegende dat het recht op demonstratie cruciaal is in een democratie maar dat van dit type bezoeken aan een privéadres altijd een intimiderende werking uitgaat en dat die daarmee juist een bedreiging vormen voor het vrij functioneren van onze democratie;

van mening dat deze intimidatie onacceptabel is, maar dat burgemeester, politie en Openbaar Ministerie vaak onvoldoende middelen in handen hebben om adequaat op te treden;

verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze het ongewenst en onaangekondigd thuis bezoeken van politici vanwege hun politieke overtuigingen strenger kan worden aangepakt of verboden, bijvoorbeeld bij wet of met behulp van (andere) juridische en bestuurlijke instrumenten, en de Kamer hier voor het einde van 2022 over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 9 (36062).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Maar we gaan eerst even luisteren naar de heer Baudet. O, dat is nog niet aan de orde. Ik dacht dat u iets wilde zeggen over dit agendapunt, maar u wilde een stemverklaring afgeven. Dat is nog niet.

In stemming komt de gewijzigde motie-Sneller/Van der Werf (36062, nr. ??, was nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, de ChristenUnie, de VVD, BBB en JA21 voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Langeretermijncoronabeleid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Langeretermijncoronabeleid,

te weten:

  • de motie-Van den Hil c.s. over de aangekondigde sectorplannen medio juli publiceren (25295, nr. 1888);
  • de motie-Van den Hil/Tielen over de aard en omvang in beeld brengen van de groep die niet meer van werk naar werk begeleid kan worden (25295, nr. 1889);
  • de motie-Van den Hil c.s. over ervoor zorgen dat nog gedurende de zomer van 2022 digitale ondersteuningsmiddelen beschikbaar zijn (25295, nr. 1890);
  • de motie-Hijink/Paulusma over een landelijk expertisecentrum oprichten voor de behandeling van postcovid (25295, nr. 1892);
  • de motie-Hijink c.s. over compensatie van werknemers die kampen met postcovid na een covidbesmetting op het werk (25295, nr. 1893);
  • de motie-Hijink over vanaf het schooljaar 2022-2023 CO2-meters in alle klaslokalen (25295, nr. 1894);
  • de motie-Van Haga/Ephraim over het gebruik van CO2-meters op hoogrisicolocaties bevorderen (25295, nr. 1895);
  • de motie-Van Haga over een uitzondering op capaciteitsbeperkende maatregelen in geval van een schoon binnenklimaat (25295, nr. 1896);
  • de motie-Van Haga over een "menukaart" met adviezen om een schoon binnenklimaat te bevorderen (25295, nr. 1897);
  • de motie-Van Haga over best practices verzamelen over het doeltreffend ventileren van klaslokalen (25295, nr. 1898);
  • de motie-Van Haga over een publiekscampagne starten over ventilatie en luchtbehandeling van binnenruimtes (25295, nr. 1899);
  • de motie-Van Haga/Smolders over de onderzoeksdata van het RIVM en het CBS zo snel mogelijk openbaar maken (25295, nr. 1900);
  • de motie-Slootweg/Van den Berg over een crisiscommissaris en een interdisciplinair kenniscentrum instellen (25295, nr. 1901);
  • de motie-Slootweg/Van den Berg over ingaan op de advisering van het Amerikaanse CDC op het gebied van luchtreinigers (25295, nr. 1902);
  • de motie-Den Haan c.s. over regie voeren en kaders stellen ten aanzien van de sectorplannen (25295, nr. 1903);
  • de motie-Westerveld/Kuiken over een ic-basiscapaciteit van ten minste 1.150 bedden (25295, nr. 1905);
  • de motie-Westerveld/Kuiken over coronavaccinatie door huisartsen en medisch specialisten onder de aandacht laten brengen bij patiënten (25295, nr. 1906);
  • de motie-Agema over voorkomen dat de ic-bedden in het LangeLand Ziekenhuis verdwijnen (25295, nr. 1907);
  • de motie-Paulusma/Bikker over de aanpak van de problemen van mensen met postcovidklachten uit de eerste coronagolf (25295, nr. 1908);
  • de motie-Paulusma c.s. over een goede aansluiting van onderzoeken naar postcovid bij wensen uit het veld (25295, nr. 1909);
  • de motie-Paulusma over met de medische sector in gesprek gaan over plannen voor investeringen in (bio)medisch onderzoek (25295, nr. 1910);
  • de motie-Bikker c.s. over maatschappelijke verbanden ondersteunen in de ontwikkeling van een omgekeerde maatregelenladder (25295, nr. 1911);
  • de motie-Van Esch over gezondheidsbescherming en -bevordering opnemen in de adviezen van het MIT (25295, nr. 1912);
  • de motie-Van Esch over het langetermijncoronabeleid uitbreiden met specifieke preventiemaatregelen (25295, nr. 1913);
  • de motie-Sylvana Simons over een campagne over de potentiële gevolgen van langdurige covid (25295, nr. 1914);
  • de motie-Sylvana Simons over het compenseren van zorgpersoneel met inkomensverlies door een coronabesmetting (25295, nr. 1915);
  • de motie-Omtzigt c.s. over het bevorderen van structureel meer onderzoek naar long covid (25295, nr. 1916);
  • de motie-Van Houwelingen over de ic-capaciteit verdubbelen om een lockdown te voorkomen (25295, nr. 1918);
  • de motie-Van Houwelingen over de rechten van ongevaccineerden te allen tijde garanderen (25295, nr. 1919);
  • de motie-Van Houwelingen over in de doodsoorzaakverklaring kunnen opnemen of de overledene een coronavaccinatie heeft gehad (25295, nr. 1920);
  • de motie-Van Houwelingen over uitspreken dat ongevaccineerden nooit beboet of opgesloten mogen worden vanwege hun vaccinatiestatus (25295, nr. 1921);
  • de motie-Van Houwelingen over rekening houden met meerdere perspectieven bij de samenstelling van het OMT (25295, nr. 1922).

(Zie vergadering van 28 juni 2022.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Agema stel ik voor haar motie (25295, nr. 1907) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Er zijn een aantal stemverklaringen, allereerst mevrouw Simons, dan mevrouw Westerveld en dan de heer Baudet. Dus eerst gaan we luisteren naar mevrouw Simons van BIJ1.

Mevrouw Sylvana Simons (BIJ1):
Dank u wel, voorzitter. De Kamer heeft recent een brief ontvangen met een verzoek om het aantal van 4.000 moties per jaar terug te brengen. Daar vind ik het mijne van. Het is een belangrijk instrument voor Kamerleden om het kabinetsbeleid te beïnvloeden. Maar de motie op stuk nr. 1921 is nou precies een voorbeeld van een overbodige motie. Het zou tijd kunnen schelen als we die niet vaker indienen. Ongevaccineerden worden in dit land niet beboet. Ongevaccineerden worden in dit land niet opgepakt. Een populistische motie die nergens voor nodig is. BIJ1 stemt tegen.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Westerveld, GroenLinks.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Voorzitter. Deze stemverklaring is mede namens de ChristenUnie. Het gaat over dezelfde motie, over de motie op stuk nr. 1921. Die motie spreekt uit dat ongevaccineerden vanwege hun status nooit opgesloten of beboet mogen worden. Dat vinden we vanzelfsprekend. Alleen, dat is in deze Kamer nooit een serieus discussiepunt geweest. Het heeft nooit in Kamerbrieven gestaan. Het is nooit onderwerp van debat geweest. Door daar zo'n motie over in te dienen, wordt wel gesuggereerd alsof we het er hier in de Kamer over hebben. Ik vind dat dit een verkeerd beeld geeft. Het zet inwoners van dit land op tegen politici. De ervaring leert dat dit vooral wordt gebruikt voor sociale media en in nieuwsbrieven. Daar doen wij niet aan mee. Daarom stemmen wij tegen deze motie.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef tot slot het woord aan de heer Baudet, Forum voor Democratie.

De heer Baudet (FVD):
Dank u wel. Allereerst: wat mevrouw Westerveld denkt dat in de verre toekomst gaat gebeuren, gebeurt meestal al een paar weken later. Het is dus zo ver niet.

De voorzitter:
Het is uw stemverklaring.

De heer Baudet (FVD):
Ik wil ook iets zeggen over een aantal moties die de Groep Van Haga heeft ingediend over een schoon binnenklimaat, hoogrisicolocaties in kaart brengen, doeltreffend ventileren en ook nog een luchtbehandeling van binnenruimtes, allemaal om het zogenaamde coronagevaar in te dammen. Ik ben ontzettend teleurgesteld dat onze voormalige partijgenoot blijkbaar zo ver is afgedreven dat hij nu denkt dat corona wel een groot gevaar is, wat het niet is.

De voorzitter:
Dit is geen ...

De heer Baudet (FVD):
Uiteraard stemmen wij tegen deze moties. Corona is een scam. Corona is bedrog. Wij stemmen dus tegen moties om coronabeleid te voeren.

De voorzitter:
Dank u wel.

In stemming komt de motie-Van den Hil c.s. (25295, nr. 1888).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Hil/Tielen (25295, nr. 1889).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Hil c.s. (25295, nr. 1890).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, Lid Gündoğan, D66, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, BBB, JA21 en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Hijink/Paulusma (25295, nr. 1892).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Hijink c.s. (25295, nr. 1893).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Hijink (25295, nr. 1894).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Ephraim (25295, nr. 1895).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Haga (25295, nr. 1896).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga (25295, nr. 1897).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga (25295, nr. 1898).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Haga (25295, nr. 1899).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, het CDA, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Smolders (25295, nr. 1900).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

De heer Van Haga, Groep Van Haga.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Voorzitter. De motie op stuk nr. 1899 is aangenomen. Ik krijg graag een brief van het kabinet over hoe ze die motie gaan uitvoeren.

De voorzitter:
We zullen dit doorgeleiden naar het kabinet, waarvan vandaag de staatssecretaris aanwezig is.

In stemming komt de motie-Slootweg/Van den Berg (25295, nr. 1901).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdD, Lid Gündoğan, het CDA, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Slootweg/Van den Berg (25295, nr. 1902).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Den Haan c.s. (25295, nr. 1903).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Mevrouw Van den Berg, CDA.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Voorzitter. De motie op stuk nr. 1902 was ontraden maar is nu toch aangenomen. Meneer Slootweg en ik zien dus graag een brief van het kabinet over hoe ze dat gaan uitvoeren.

De voorzitter:
We zullen dit doorgeleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Westerveld/Kuiken (25295, nr. 1905).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld/Kuiken (25295, nr. 1906).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Paulusma/Bikker (25295, nr. 1908).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Paulusma c.s. (25295, nr. 1909).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Paulusma (25295, nr. 1910).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bikker c.s. (25295, nr. 1911).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Esch (25295, nr. 1912).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Esch (25295, nr. 1913).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Sylvana Simons (25295, nr. 1914).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Mevrouw Van Esch, Partij voor de Dieren.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Voorzitter. Mijn motie op stuk nr. 1913 was ontraden door het kabinet, maar is zojuist aangenomen. Ik wil dus graag een brief van het kabinet over hoe deze motie wordt uitgevoerd.

De voorzitter:
We zullen dit doorgeleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Sylvana Simons (25295, nr. 1915).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Omtzigt c.s. (25295, nr. 1916).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Houwelingen (25295, nr. 1918).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, de SGP, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Houwelingen (25295, nr. 1919).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Houwelingen (25295, nr. 1920).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Houwelingen (25295, nr. 1921).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Houwelingen (25295, nr. 1922).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

De heer Hijink, SP.

De heer Hijink (SP):
Voorzitter. Mijn motie op stuk nr. 1894, over een CO2-meter in ieder klaslokaal, is net aangenomen. De minister wilde dat niet, maar de Kamer wil het wel. Ik wil dus graag deze week nog een brief van de regering over hoe ze deze motie gaat uitvoeren.

De voorzitter:
We zullen dit doorgeleiden naar het kabinet.

Mevrouw Westerveld, GroenLinks.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Voorzitter. Ik zou graag een brief willen over de motie op stuk nr. 1905, ingediend met mevrouw Kuiken, over het vergroten van de ic-capaciteit.

De voorzitter:
Ook dit zullen we doorgeleiden naar het kabinet.


Stemmingen moties Geneesmiddelenbeleid/Hulpmiddelenbeleid/Pakketbeheer

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Geneesmiddelenbeleid/Hulpmiddelenbeleid/Pakketbeheer,

te weten:

  • de motie-Den Haan c.s. over het in kaart brengen van de mogelijkheden voor inkorting van de doorlooptijden van sluisgeneesmiddelen (29477, nr. 766);
  • de motie-Hijink over geen eigen betalingen in het GVS voor mensen die om medische redenen aangewezen zijn op een specifiek geneesmiddel (29477, nr. 768);
  • de motie-Hijink over mensen onder de 18 jaar uitzonderen van de eigen bijdrage onder het GVS (29477, nr. 769);
  • de motie-Mohandis c.s. over het blijven vergoeden van vitamine D voor patiënten die dat krijgen voorgeschreven (29477, nr. 770);
  • de motie-Mohandis c.s. over de Kamer voor de begrotingsbehandeling in 2022 informeren over hoe de monitor/evaluatie van het uit het pakket halen van vitamine D eruit gaat zien (29477, nr. 771).

(Zie vergadering van 28 juni 2022.)

In stemming komt de motie-Den Haan c.s. (29477, nr. 766).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Hijink (29477, nr. 768).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Hijink (29477, nr. 769).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Mohandis c.s. (29477, nr. 770).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Mohandis c.s. (29477, nr. 771).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.


Stemming Wet werken waar je wilt

Aan de orde is de stemming in verband met het Voorstel van wet van de leden Van Weyenberg en Maatoug tot wijziging van de Wet flexibel werken in verband met het bevorderen van flexibel werken naar arbeidsplaats (Wet werken waar je wilt) (35714).

(Zie vergadering van 28 juni 2022.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en JA21 voor dit voorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Nu het wetsvoorstel is aangenomen, wil ik aan de indieners vragen of zij de verdediging ter hand willen nemen in de Eerste Kamer.

De heer Van Weyenberg (D66):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan alle collega's voor de hele brede steun voor deze wet, die eindelijk thuiswerkers juridische rechten geeft. Samen met collega Senna Maatoug ben ik graag bereid de verdediging in de senaat op me te nemen.

De voorzitter:
Dank u wel.


Stemming motie Wet werken waar je wilt

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij de behandeling van het Voorstel van wet van de leden Van Weyenberg en Maatoug tot wijziging van de Wet flexibel werken in verband met het bevorderen van flexibel werken naar arbeidsplaats (Wet werken waar je wilt),

te weten:

  • de motie-Kröger over onderzoeken of en hoe thuiswerken financieel nog aantrekkelijker gemaakt kan worden (35714, nr. 17).

(Zie vergadering van 28 juni 2022.)

In stemming komt de motie-Kröger (35714, nr. 17).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, de ChristenUnie, de SGP, het CDA, BBB en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen Uitvoeren breed offensief

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Participatiewet en enkele andere wetten in verband met het verbeteren van de regeling voor loonkostensubsidie en enkele andere wijzigingen (uitvoeren breed offensief) (35394).

(Zie wetgevingsoverleg van 27 juni 2022.)

In stemming komt het gewijzigde amendement-Van Kent (stuk nr. 32, I) tot het invoegen van een onderdeel 00A.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, FVD en Groep Van Haga voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 32 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Maatoug/Kathmann (stuk nr. 27, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan en Lid Omtzigt voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 27 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Maatoug/Kathmann (stuk nr. 24, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt en BBB voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 24 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Kathmann/Maatoug (stuk nr. 29, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt en BBB voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 29 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Maatoug/Kathmann (stuk nr. 25, I) tot het invoegen van een onderdeel G0a.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 25 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Van Kent (stuk nr. 33).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Kathmann/Maatoug (stuk nr. 30, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan en BBB voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 30 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Kathmann (stuk nr. 28).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, JA21 en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Maatoug (stuk nr. 31) tot het toevoegen van een onderdeel La.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, JA21 en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Mevrouw Simons van BIJ1.

Mevrouw Sylvana Simons (BIJ1):
Ik heb per abuis voorgestemd, voorzitter, maar ik ben tegen het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Dank u wel. We zullen dit opnemen in de Handelingen.


Stemmingen moties Uitvoeren breed offensief

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Participatiewet en enkele andere wetten in verband met het verbeteren van de regeling voor loonkostensubsidie en enkele andere wijzigingen (uitvoeren breed offensief),

te weten:

  • de motie-Van Kent over geen partnertoets en geen vermogenstoets meer in de Participatiewet voor mensen die (chronisch) ziek zijn (35394, nr. 34);
  • de motie-Van Kent over de kostendelersnorm in zijn geheel afschaffen (35394, nr. 35);
  • de motie-Podt c.s. over de eerste drie jaar de lokale ondersteuning van werkzoekenden monitoren (35394, nr. 36);
  • de motie-Podt c.s. over geen harde knip in de nieuwe giftenregeling (35394, nr. 37);
  • de motie-Ceder over ondersteuning aan gemeenten om de uitzonderingen op de kostendelersnorm niet onnodig restrictief toe te passen (35394, nr. 38);
  • de motie-Palland c.s. over een juridisch kader waaronder het inzetten van bijstandsgeld voor begeleiding en scholing van mensen uit de bijstand effectief en verantwoord is (35394, nr. 39);
  • de motie-Léon de Jong over sociale werkvoorzieningen behouden en daarvoor voldoende budget vrijmaken (35394, nr. 40);
  • de motie-Léon de Jong over maatregelen ter voorkoming van onnodige stapeling van uitkeringen (35394, nr. 41);
  • de motie-De Kort over een plan van aanpak om de prestaties van overheidswerkgevers in de banenafspraak te verbeteren (35394, nr. 42).

(Zie wetgevingsoverleg van 27 juni 2022.)

De voorzitter:
De motie-Podt c.s. (35394, nr. 36) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Podt, Ceder, Kathmann en Maatoug, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een deel van het participatiebudget overgeheveld is naar het Gemeentefonds;

overwegende dat hiermee participatiebudgetten voor gemeenten niet langer herkenbaar zijn;

van mening dat het van belang is om inzicht te hebben in hoe de middelen voor re-integratie besteed worden;

verzoekt de regering in ieder geval de komende drie jaar een landelijk beeld te geven van hoe de participatiemiddelen door gemeenten worden uitgegeven,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 36 (35394).

De motie-Podt c.s. (35394, nr. 37) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Podt, Ceder, Kathmann en Maatoug.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 37 (35394).

De motie-Palland c.s. (35394, nr. 39) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat beperking en complexiteit in budgetten in de praktijk belemmeringen opwerpen om mensen succesvol naar werk te begeleiden;

overwegende dat er in de praktijk goede voorbeelden zijn waarin enige ervaring is opgedaan om mensen naar werk te begeleiden op basis van risicodragende voorfinanciering;

overwegende dat uit berekeningen van het CBS blijkt dat investeren in mensen in de bijstand door hen een opleiding te bieden met behoud van uitkering en toe te leiden naar een tekortsector een hoger maatschappelijk rendement geeft dan de kosten of blijven in bijstand;

verzoekt de regering in overleg met gemeenten en partijen uit het veld te verkennen of en op welke wijze het inzetten van bijstandsgeld voor begeleiding en scholing voor mensen uit de bijstand effectief en verantwoord is of kan zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 39 (35394).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van Kent (35394, nr. 34).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Kent (35394, nr. 35).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, BBB, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Podt c.s. (35394, nr. ??, was nr. 36).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Podt c.s. (35394, nr. ??, was nr. 37).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder (35394, nr. 38).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Palland c.s. (35394, nr. ??, was nr. 39).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Léon de Jong (35394, nr. 40).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Léon de Jong (35394, nr. 41).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Fractie Den Haan, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-De Kort (35394, nr. 42).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Slotwet, jaarverslag en Staat van het Onderwijs 2021

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over jaarverslag en slotwet van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het jaar 2021 alsmede de Staat van het Onderwijs 2021,

te weten:

  • de motie-Westerveld c.s. over afspraken over een minimale stagevergoeding in de cao (36100-VIII, nr. 10);
  • de motie-Beertema over een meldpunt ten behoeve van academici die zich belemmerd voelen in hun academische vrijheid (36100-VIII, nr. 11);
  • de motie-De Hoop c.s. over in kaart brengen welk beleid er waar wordt gevoerd om schoolsegregatie tegen te gaan (36100-VIII, nr. 12);
  • de motie-De Hoop/Paul over het periodiek in beeld brengen van democratische attituden om de effecten van burgerschapsonderwijs te kunnen monitoren (36100-VIII, nr. 14);
  • de motie-Peters over een lerende cultuur meenemen in de uitwerking van de wettelijke eisen voor strategisch personeelsbeleid (36100-VIII, nr. 15);
  • de gewijzigde motie-Van Baarle/De Hoop over concrete doelstellingen in het herijkte plan tegen stagediscriminatie (36100-VIII, nr. 21, was nr. 16);
  • de motie-Van Baarle/De Hoop over een laagdrempelig fysiek studentenloket voor het melden van stagediscriminatie (36100-VIII, nr. 17);
  • de motie-Van Baarle over het voorkómen van stagediscriminatie als expliciete voorwaarde om erkend leerbedrijf te worden (36100-VIII, nr. 18);
  • de motie-Van Baarle over het onderzoek naar de meldingsbereidheid van ervaren stagediscriminatie minimaal jaarlijks herhalen (36100-VIII, nr. 19);
  • de motie-Wassenberg c.s. over indicatoren op het gebied van emancipatie jaarlijks meenemen in het OCW-jaarverslag (36100-VIII, nr. 20).

(Zie wetgevingsoverleg van 27 juni 2022.)

De voorzitter:
De motie-Wassenberg c.s. (36100-VIII, nr. 20) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Wassenberg, Westerveld, Van der Woude, Van Baarle, Van der Laan en Mohandis.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 20 (36100-VIII).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Westerveld c.s. (36100-VIII, nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Beertema (36100-VIII, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-De Hoop c.s. (36100-VIII, nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-De Hoop/Paul (36100-VIII, nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, BBB en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Peters (36100-VIII, nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Baarle/De Hoop (36100-VIII, nr. 21, was nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle/De Hoop (36100-VIII, nr. 17).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (36100-VIII, nr. 18).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (36100-VIII, nr. 19).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Wassenberg c.s. (36100-VIII, nr. ??, was nr. 20).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, het CDA en BBB voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Externe veiligheid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Externe veiligheid,

te weten:

  • de motie-Hagen over onderzoeken hoe de aanwezigheid van plastic korrels in de Westerschelde kan worden teruggedrongen (28089, nr. 228);
  • de motie-Hagen/Bouchallikh over met Tata Steel en de provincie Noord Holland onderzoeken of vooruitlopend op het groenstaalplan extra milieu- en gezondheidswinst te realiseren is (28089, nr. 229);
  • de motie-Hagen/Beckerman over overleg met de GGD en de Provincie Zeeland over het lopende onderzoek naar de meerwaarde van een bevolkingsonderzoek in relatie tot pfas (28089, nr. 230);
  • de motie-Van Esch c.s. over de sluiting van Kooksfabriek 2 op korte termijn afdwingen (28089, nr. 231);
  • de motie-Van Esch c.s. over uiterlijk eind 2022 aangeven hoe en wanneer ZZS-emissies worden geminimaliseerd (28089, nr. 232);
  • de motie-Van Esch/Hagen over met de Vlaamse overheid keiharde afspraken maken om de vervuiling door onder andere pfas en plastic korrels in de Westerschelde terug te dringen (28089, nr. 233);
  • de motie-Bouchallikh c.s. over het verlagen van de emissienormen voor ammoniak onafhankelijk van de invoeringsdatum van de Omgevingswet (28089, nr. 234);
  • de motie-Bouchallikh c.s. over op zo kort mogelijke termijn komen tot concrete kwantitatieve waardes voor een aantal relevante stoffen (28089, nr. 235);
  • de motie-Beckerman over onderzoeken hoe het doel om voor 2030 alle asbestdaken te saneren gehaald kan worden (28089, nr. 236);
  • de motie-Beckerman over onderzoeken of vervoer van aardgascondensaat per spoor van Roodeschool naar Rotterdam nog wel veilig genoeg is (28089, nr. 237);
  • de motie-Beckerman over uitvoering geven aan de eerder aangenomen motie-Beckerman/Hagen over pfas en de Hedwigepolder (28089, nr. 238).

(Zie vergadering van 29 juni 2022.)

De voorzitter:
De motie-Hagen/Bouchallikh (28089, nr. 229) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Hagen, Bouchallikh en Boucke.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 229 (28089).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Hagen (28089, nr. 228).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Hagen c.s. (28089, nr. ??, was nr. 229).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en JA21 voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Hagen/Beckerman (28089, nr. 230).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Esch c.s. (28089, nr. 231).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Esch c.s. (28089, nr. 232).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Esch/Hagen (28089, nr. 233).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bouchallikh c.s. (28089, nr. 234).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bouchallikh c.s. (28089, nr. 235).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Beckerman (28089, nr. 236).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman (28089, nr. 237).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman (28089, nr. 238).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, DENK, Fractie Den Haan, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Mevrouw Beckerman, SP.

Mevrouw Beckerman (SP):
Dank aan de collega's. Ik zou heel graag nog voor het zomerreces een brief willen ontvangen over hoe de regering deze motie gaat uitvoeren.

De voorzitter:
Dank u wel. We zullen dit doorgeleiden naar het kabinet.


Stemmingen moties Herziening Richtlijn industriële emissies en de Richtlijn storten van afvalstoffen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Herziening Richtlijn industriële emissies en de Richtlijn storten van afvalstoffen,

te weten:

  • de motie-Van Esch over voorkomen dat aanpassingen in veestallen in strijd zijn met de Wet dieren (22112, nr. 3444);
  • de motie-Van Esch/Beckerman over pleiten voor de opheffing van de uitzonderingsmogelijkheid op de strengste Europese normen voor de uitstoot van schadelijke stoffen (22112, nr. 3445);
  • de motie-Van Esch/Beckerman over in Nederland geen gebruik maken van de uitzonderingsmogelijkheid op de strengste normen voor de uitstoot van schadelijke stoffen (22112, nr. 3446).

(Zie vergadering van 29 juni 2022.)

In stemming komt de motie-Van Esch (22112, nr. 3444).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Esch/Beckerman (22112, nr. 3445).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Esch/Beckerman (22112, nr. 3446).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemmingen Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (grondslag voor maatregelen inzake het (particulier) gebruik van gewasbeschermingsmiddelen) (35756).

(Zie vergadering van 29 juni 2022.)

In stemming komt het amendement-Bromet c.s. (stuk nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Bisschop/Van der Plas (stuk nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Vestering (stuk nr. 8) tot het toevoegen van een onderdeel F.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Gaat uw gang, meneer Geurts, CDA.

De heer Geurts (CDA):
Voorzitter. Ik verzoek om uitstel van stemming over de wet tot donderdag. Dan kunnen we ons even bezinnen. Want er zijn twee vergaande amendementen aangenomen, van Bromet en Vestering.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even naar de Kamer om te zien of er bezwaar tegen is dat we donderdag over het wetsvoorstel gaan stemmen. Dat is niet het geval. Dan gaan wij volgende week donderdag stemmen. Ik bedoelde: deze week. Want anders zou daar, denk ik, geen meerderheid voor zijn, of misschien weer wel. We gaan daar donderdag dus over stemmen.


Stemmingen moties Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (grondslag voor maatregelen inzake het (particulier) gebruik van gewasbeschermingsmiddelen),

te weten:

  • de motie-Vestering over het gebruik van pesticiden in gebieden die beschermd zijn onder de Kaderrichtlijn Water en in grondwaterbeschermingsgebieden verbieden (35756, nr. 12);
  • de motie-Grinwis/Van der Plas over intrekken van de mogelijkheid voor een provinciale ontheffing op het verbod van gebruik van lijm als actieve stof (35756, nr. 13);
  • de motie-Grinwis/Van der Plas over een campagne organiseren tegen het gebruik van chloor en azijn als onkruidbestrijder (35756, nr. 14);
  • de motie-Beckerman/Vestering over artikel 12 van de Richtlijn duurzaam gebruik pesticiden omzetten in nationale wetgeving (35756, nr. 15);
  • de motie-Beckerman over de toelating van het gebruik van mengsels standaard laten onderzoeken voordat individuele stoffen kunnen worden toegelaten (35756, nr. 16).

(Zie vergadering van 29 juni 2022.)

De voorzitter:
De motie-Grinwis/Van der Plas (35756, nr. 14) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat bij een verbod op particulier gebruik van gewasbeschermingsmiddelen het risico op niet-toegelaten gebruik van chloor en onjuist of niet-toegelaten gebruik op basis van azijn als onkruidbestrijding toeneemt;

overwegende dat het gebruik van chloor als onkruidverdelger niet is toegestaan;

overwegende dat middelen op basis van azijn alleen onder zeer specifieke omstandigheden mogen worden gebruikt als onkruidverdelger en onjuist gebruik van deze middelen op basis van azijn een groot risico is;

overwegende dat een campagne is gevoerd tegen het particulier gebruik van glyfosaat in samenwerking met tuincentra en dat deze zeer effectief was;

verzoekt de regering, in lijn met de eerdere campagne tegen het particulier gebruik van glyfosaat, samen te werken met tuincentra en andere verkooppunten teneinde een campagne tegen het gebruik van chloor en azijn als onkruidbestrijder te organiseren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 14 (35756).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Mevrouw Vestering verzoekt haar aangehouden motie op stuk nr. 12 (35756) alsnog in stemming te brengen.

In stemming komt de motie-Vestering (35756, nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Grinwis/Van der Plas (35756, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Grinwis/Van der Plas (35756, nr. ??, was nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Beckerman/Vestering (35756, nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman (35756, nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Nationaal Programma Onderwijs (p.o. en vo)

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Nationaal Programma Onderwijs (p.o. en vo),

te weten:

  • de motie-De Hoop over bewezen effectieve praktijkgerichte interventies uit het buitenland in overweging nemen (35925-VIII, nr. 179);
  • de motie-Ephraim over een wildgroei aan commerciële aanbieders voorkomen (35925-VIII, nr. 181);
  • de motie-Ephraim over een deel van het NPO-budget gebruiken voor ventilatie op scholen (35925-VIII, nr. 182).

(Zie vergadering van 29 juni 2022.)

In stemming komt de motie-De Hoop (35925-VIII, nr. 179).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ephraim (35925-VIII, nr. 181).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ephraim (35925-VIII, nr. 182).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemmingen moties Masterplan basisvaardigheden

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Masterplan basisvaardigheden,

te weten:

  • de motie-De Hoop/Segers over het voeren van lastige gesprekken onderdeel maken van de lerarenopleiding (31293, nr. 626);
  • de motie-De Hoop over de meerwaarde voor het onderwijs van rolmodellen bij het verinnerlijken van democratische waarden (31293, nr. 627);
  • de motie-Bisschop/Peters over subsidies aan ouders, ouderorganisaties en scholen ter ondersteuning bij het verbeteren van basisvaardigheden (31293, nr. 628);
  • de motie-Bisschop over schrijfvaardigheid opnemen als onderdeel van de eindtoets en het eindexamen Nederlands (31293, nr. 629);
  • de motie-Peters over het transparant en inzichtelijk maken voor leraren van de wetenschappelijke onderbouwing en de gebruikerservaringen met leermiddelen (31293, nr. 630).

(Zie vergadering van 29 juni 2022.)

De voorzitter:
De motie-Bisschop (31293, nr. 629) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat eenzijdige aandacht voor begrijpend lezen de taalontwikkeling van leerlingen niet ten goede komt en kansenongelijkheid kan vergroten;

constaterende dat de eindtoets en het eindexamen inzake Nederlandse taal sterk leunen op begrijpend lezen;

verzoekt de regering te onderzoeken of en op welke wijze in de eindtoets en het eindexamen Nederlands schrijfvaardigheid als onderdeel kan worden ingevoegd, en de Kamer te informeren binnen welke termijn schrijfvaardigheid als onderdeel wordt opgenomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 629 (31293).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-De Hoop/Segers (31293, nr. 626).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, BBB, JA21 en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-De Hoop (31293, nr. 627).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de VVD, de SGP, BBB en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bisschop/Peters (31293, nr. 628).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BIJ1, DENK, Fractie Den Haan, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bisschop (31293, nr. ??, was nr. 629).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Peters (31293, nr. 630).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.


Stemmingen Wet uitbreiding bestuurlijk instrumentarium onderwijs

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met onder andere de uitbreiding van het bestuurlijk handhavingsinstrumentarium (Wet uitbreiding bestuurlijk instrumentarium onderwijs) (35920).

(Zie vergadering van 29 juni 2022.)

De voorzitter:
Het amendement-Van Meenen/Paul (stuk nr. 29) is ingetrokken.

Ik stel vast dat daarmee wordt ingestemd.

In stemming komt het amendement-Westerveld/Kwint (stuk nr. 14, I) tot het invoegen van een artikel aI.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 14 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Westerveld (stuk nr. 27, I) tot het invoegen van een artikel aI.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 27 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Westerveld (stuk nr. 28, I) tot het invoegen van een artikel aI.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement de overige op stuk nr. 28 voorkomende amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Bisschop (stuk nr. 9, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 9 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Bisschop (stuk nr. 10, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 10 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Segers/Peters (stuk nr. 23, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement de overige op stuk nr. 23 voorkomende amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het nader gewijzigde amendement-Bisschop (stuk nr. 26, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor dit nader gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit nader gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 26 voorkomende nader gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Peters (stuk nr. 25, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat dit gewijzigde amendement met algemene stemmen is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 25 voorkomende gewijzigde amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Van Baarle (stuk nr. 22) tot het invoegen van een artikel VIIIa.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de fractie van BIJ1 ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Kwint/Westerveld (stuk nr. 15) tot het invoegen van een artikel VIIIa.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Mevrouw Simons, BIJ1.

Mevrouw Sylvana Simons (BIJ1):
Voorzitter, met excuses: ook bij het vorige amendement zou ik graag hebben voorgestemd.

De voorzitter:
Dat is het amendement op stuk nr. 22 of dat daarvoor?

Mevrouw Sylvana Simons (BIJ1):
Nr. 22.

De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 22. Wij zullen dit opnemen in de Handelingen.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van de amendementen-Westerveld (stuk nrs. 28, I tot en met IV), de amendementen-Segers/Peters (stuk nrs. 23, I tot en met IV), de gewijzigde amendementen-Peters (stuk nrs. 25, I tot en met IX) en het gewijzigde amendement-Van Baarle (stuk nr. 22).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.


Stemmingen moties Wet uitbreiding bestuurlijk instrumentarium onderwijs

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met onder andere de uitbreiding van het bestuurlijk handhavingsinstrumentarium (Wet uitbreiding bestuurlijk instrumentarium onderwijs),

te weten:

  • de motie-Van Baarle over het begrip "basiswaarden van de democratische rechtsstaat" in relatie tot de burgerschapsopdracht voorzien van een meer praktisch kader (35920, nr. 30);
  • de motie-De Hoop/Westerveld over afwegen of gelet op de academische vrijheid een spoedaanwijzing proportioneel en gewenst is (35920, nr. 31).

(Zie vergadering van 29 juni 2022.)

De voorzitter:
De motie-De Hoop/Westerveld (35920, nr. 31) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat academische vrijheid op de universiteiten een groot goed vormen dat ook niet indirect in gevaar mag worden gebracht;

constaterende dat universiteiten vrezen dat het onderhavige wetsvoorstel wel degelijk inbreuk mogelijk maakt op de institutionele autonomie en daarmee de academische vrijheid;

verzoekt de regering om telkens expliciete bescherming van de academische vrijheid in de afweging te betrekken of bij universiteiten en hogescholen een (spoed)aanwijzing proportioneel en gewenst is,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 31 (35920).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (35920, nr. 30).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-De Hoop/Westerveld (35920, nr. ??, was nr. 31).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

We slaan nu wat over en gaan door naar agendapunt 24.


Stemmingen moties Jaarverslag en slotwet ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het jaar 2021

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over Jaarverslag en slotwet ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en rapport resultaten verantwoordingsonderzoek van de Algemene Rekenkamer 2021,

te weten:

  • de motie-Léon de Jong over ontvangers van socialezekerheidsregelingen registreren naar migratieachtergrond (36100-XV, nr. 9);
  • de motie-Léon de Jong over registreren hoeveel arbeidsmigranten gebruikmaken van de Nederlandse sociale zekerheid (36100-XV, nr. 10);
  • de motie-Léon de Jong over de kosten van bijstand per migratieachtergrond opnemen in de begroting en het jaarverslag van SZW (36100-XV, nr. 11).

(Zie wetgevingsoverleg van 29 juni 2022.)

In stemming komt de motie-Léon de Jong (36100-XV, nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Léon de Jong (36100-XV, nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Léon de Jong (36100-XV, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemming brief Verzoek onderzoek door de Algemene Rekenkamer inzake de berekening van gasbaten

Aan de orde is de stemming over de brief van het Presidium over een verzoek tot onderzoek door de Algemene Rekenkamer inzake de berekening van gasbaten (35561, nr. 4).

De voorzitter:
Ik stel voor conform het voorstel van het Presidium te besluiten.

Daartoe wordt besloten.


Stemmingen moties Behandelvoorbehoud EU-Kiesakte

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Behandelvoorbehoud EU-Kiesakte,

te weten:

  • de motie-Leijten c.s. over uitspreken dat de Kamer het voorstel tot wijzigen van de Kiesakte niet in overeenstemming acht met het subsidiariteitsbeginsel (36104, nr. 5);
  • de motie-Strolenberg c.s. over het afwijzen van transnationale kieslijsten voor het Europees Parlement (36104, nr. 6);
  • de motie-Dassen/Ellemeet over het steunen van het voorstel tot toevoeging van 28 Uniebrede zetels (36104, nr. 7).

(Zie vergadering van 30 juni 2022.)

In stemming komt de motie-Leijten c.s. (36104, nr. 5).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, Fractie Den Haan, de PvdD, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Strolenberg c.s. (36104, nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dassen/Ellemeet (36104, nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, Lid Gündoğan en D66 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemmingen moties Hoofdlijnendebat Digitale zaken

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over digitale zaken,

te weten:

  • de motie-Ceder/Bontenbal over in het werkprogramma inzicht geven in het beschermingsniveau van kinderen tegen extreme content (26643, nr. 868);
  • de motie-Ceder over een plan opstellen om de meest noodzakelijke overheidsapplicaties 100% toegankelijk te maken (26643, nr. 869);
  • de motie-Leijten/Ceder over een duidelijk waardekader met betrekking tot de inzet, regulering en toepassing van digitale technologie door de overheid (26643, nr. 871);
  • de motie-Bouchallikh over een verbod op politieke advertenties op basis van persoonsgegevens en online tracking (26643, nr. 872);
  • de motie-Bouchallikh c.s. over grondig en onafhankelijk laten onderzoeken of binnen overheidsorganisaties nog sprake is van discriminerende algoritmen en profilering (26643, nr. 873);
  • de motie-Van Haga/Van Weerdenburg over het behoud van het vrije woord op sociale platforms (26643, nr. 875);
  • de motie-Van Haga/Smolders over het waarborgen van de onlineprivacy van burgers en bedrijven (26643, nr. 876);
  • de motie-Van Baarle c.s. over de overheid en bedrijven verplichten om waarborgen te hanteren om discriminatie door algoritmen te voorkomen (26643, nr. 877);
  • de motie-Van Baarle over inspanningen van de regering die erop gericht zijn dat EU-verordeningen concrete antidiscriminatiebepalingen krijgen (26643, nr. 879);
  • de motie-Van Weerdenburg over het voortouw bij de besluitvorming over datacenters overdragen aan de staatssecretaris voor Digitalisering en de minister van Economische Zaken gezamenlijk (26643, nr. 880);
  • de motie-Bontenbal c.s. over loot boxes in videogames ook in Nederland verbieden (26643, nr. 881);
  • de motie-Van Ginneken/Leijten over op uniforme wijze inzicht geven in de budgetten voor digitalisering (26643, nr. 882);
  • de motie-Van Raan c.s. over bij het uitwerken van de digitaliseringsplannen ook de klimaatimpact in kaart brengen (26643, nr. 883);
  • de motie-Van Raan over het vormgeven van een duurzaamheidsheffing die de vervuiler laat betalen en prikkelt tot dataminimalisatie (26643, nr. 884);
  • de motie-Van Raan c.s. over end-to-endencryptie in stand houden (26643, nr. 885);
  • de motie-Jansen over onderzoek naar draagvlak voor een Europese digitale identiteit (26643, nr. 886);
  • de motie-Jansen over alles in het werk stellen om de invoering van een Europese digitale identiteit te voorkomen (26643, nr. 887);
  • de motie-Jansen over het opzeggen van het vertrouwen in het kabinet (26643, nr. 888).

(Zie vergadering van 30 juni 2022.)

De voorzitter:
De motie-Bontenbal (26643, nr. 881) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Bontenbal, Ceder, Rajkowski, Leijten en Bouchallikh.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 881 (26643).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Voordat we gaan stemmen, is er een aantal stemverklaringen: allereerst van de heer Van Haga en dan van mevrouw Leijten. Eerst de heer Van Haga van de Groep Van Haga.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Voorzitter. We gaan tegenwoordig van crisis naar crisis. Ik noem de stikstofcrisis, de energiecrisis, de migratiecrisis, de wooncrisis, de crisis in de jeugdzorg en natuurlijk de coronacrisis. De motie-Jansen (26643, nr. 88), die het vertrouwen in het kabinet opzegt, loopt vooruit op een volgende potentiële crisis waarin we mogelijk terechtkomen in een sociaalkredietsysteem. BVNL heeft er geen enkel vertrouwen in dat dit kabinet een volgende crisis wél in goede banen zal leiden. BVNL zal deze motie van wantrouwen dan ook steunen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Leijten van de SP.

Mevrouw Leijten (SP):
Voorzitter. De afgelopen tijd hebben we het veel gehad over discriminerende algoritmes binnen de overheid. Daar zijn meerdere moties op aangenomen: van de heer Klaver en van mevrouw Marijnissen. Er wordt breed onderzoek gedaan en er wordt ook opgeschoond. Dat is de reden waarom wij de motie-Bouchallikh c.s. (26643, nr. 873) niet steunen. De overwegingen kloppen allemaal, maar het vragen om een onderzoek is eigenlijk niet nodig omdat het al is gedaan of er al wordt opgeruimd. Daarom steunen wij deze motie niet, alhoewel de overwegingen die erin staan heel adequaat zijn.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Leijten.

In stemming komt de motie-Ceder/Bontenbal (26643, nr. 868).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder (26643, nr. 869).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Leijten/Ceder (26643, nr. 871).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bouchallikh (26643, nr. 872).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan en Lid Omtzigt voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bouchallikh c.s. (26643, nr. 873).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Van Weerdenburg (26643, nr. 875).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Smolders (26643, nr. 876).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, DENK, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle c.s. (26643, nr. 877).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (26643, nr. 879).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Weerdenburg (26643, nr. 880).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Mevrouw Bikker, ChristenUnie.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Ter verhoging van de feestvreugde: bij de motie op stuk nr. 879 werd de ChristenUniefractie niet genoemd, maar die heeft wel voorgestemd.

De voorzitter:
Dat nemen we op in de Handelingen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bontenbal c.s. (26643, nr. ??, was nr. 881).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Ginneken/Leijten (26643, nr. 882).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan c.s. (26643, nr. 883).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan (26643, nr. 884).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan c.s. (26643, nr. 885).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de VVD, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Van Raan, Partij voor de Dieren.

De heer Van Raan (PvdD):
Dank aan de voorstemmers voor de motie op stuk nr. 885. Die motie is ontraden. Ik zou graag een brief ontvangen over hoe het kabinet die gaat uitvoeren.

De voorzitter:
Dat gaan we doorgeleiden naar het kabinet. Dank u wel, meneer Van Raan.

In stemming komt de motie-Jansen (26643, nr. 886).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jansen (26643, nr. 887).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jansen (26643, nr. 888).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemmingen moties Maatschappelijke onrust rondom de stikstofcrisis

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de maatschappelijke onrust rondom de stikstofcrisis,

te weten:

  • de motie-Ouwehand/Klaver over een landelijk verbod op het gebruik van trekkers bij demonstraties (28684, nr. 704);
  • de motie-Van der Plas over het aanstellen van Louise Fresco en Aalt Dijkhuizen als bemiddelaars om leiding te geven aan nieuw overleg tussen boeren en de regering (28684, nr. 705);
  • de motie-Van der Plas over het aanstellen van een bemiddelaar om leiding te geven aan nieuw overleg tussen boeren en de regering (28684, nr. 706);
  • de motie-Kuiken c.s. over het nemen van de verantwoordelijkheid in deze stikstofcrisis door de minister-president (28684, nr. 707);
  • de motie-Klaver c.s. over het niet tolereren van bedreiging, geweld en intimidatie en het beschikbaar stellen van instrumenten om de openbare orde te handhaven (28684, nr. 708);
  • de motie-Wilders/Van der Plas over een streep zetten door het stikstofbeleid (28684, nr. 709);
  • de motie-Van Haga c.s. over een noodplan voor voedselzekerheid in Nederland (28684, nr. 710);
  • de motie-Van Haga c.s. over stoppen met het demoniseren van boeren (28684, nr. 711).

(Zie vergadering van 30 juni 2022.)

De voorzitter:
Aangezien de motie-Van der Plas (28684, nr. 706) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.

De motie-Van der Plas (28684, nr. 705) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om prof. dr. Louise Fresco en dr. ir. Aalt Dijkhuizen als bemiddelaars aan te stellen met voldoende gezag om leiding te geven aan nieuw overleg tussen boeren en de regering,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 705 (28684).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Er is een aantal stemverklaringen. Allereerst mevrouw Simons, dan de heer Baudet en dan de heer Eppink. Eerst mevrouw Simons van BIJ1.

Mevrouw Sylvana Simons (BIJ1):
Dank u wel, voorzitter. We stemmen over moties ingediend bij het debat over de maatschappelijke onrust rondom de stikstofcrisis, specifiek over de motie op stuk nr. 708. Dat is een motie die vraagt om meer instrumenten beschikbaar te stellen aan de politie om de openbare orde te handhaven. Ik vind dat gevaarlijk. Ik zal daarom tegen deze motie stemmen. De politie heeft immers al een geweldsmonopolie en kiest er op dit moment zelf voor om dat bij deze protesten niet in te zetten en alle ruimte te geven, terwijl we hebben gezien dat dit geweldsmonopolie gretig werd ingezet tegen vreedzame woonopstanddemonstranten en antiracismedemonstranten.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Baudet. Het hoeft op zich niet, maar het mag. Na u de heer Eppink, JA21.

De heer Baudet (FVD):
Dank u wel. Ik wil ons stemgedrag toelichten over de motie van mevrouw Van der Plas over bemiddelaar in de stikstofsituatie. Rutte heeft in het debat vorige week …

De voorzitter:
Die motie is ingetrokken.

De heer Baudet (FVD):
Nee, de motie op stuk nr. 705 is gewijzigd.

De voorzitter:
O, die. De motie op stuk nr. 705. Correct, ja.

De heer Baudet (FVD):
Jazeker. Dat gaat dan over iemand anders dan degene die nu genoemd is, en zo. Maar het hele principe van een bemiddelaar is het volgende. Rutte heeft zelf in het debat gezegd: we kunnen de doelstellingen niet ter discussie stellen en we gaan de snelheid niet ter discussie stellen. Dus het hele plan blijft gewoon intact. We kiezen alleen een ander soort bemiddelaar, om het op een aardigere manier te doen. Dat is een ruttiaanse valstrik. De boeren moeten hun poot stijf houden en niet meegaan in dit bemiddelen. Daarom zullen wij dus ook niet meegaan in welke vorm van bemiddeling dan ook voordat de doelstellingen van tafel gaan.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik tot slot het woord aan de heer Eppink, JA21.

De heer Eppink (JA21):
Ik heb een stemverklaring namens mijn fractie over de motie-Klaver en de zijnen op stuk nr. 708. JA21 is fel gekant tegen iedere vorm van bedreiging, geweld of intimidatie uit welke hoek dan ook. Door in de motie te spreken over het noodzakelijke beleid om de uitstoot van stikstof te reduceren, geven de indieners echter doelbewust een andere lading aan het onderwerp. In deze lading en in dit beleid kan JA21 zich niet vinden. Wij zullen daarom tegen deze motie stemmen.

Dank u.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Eppink.

In stemming komt de motie-Ouwehand/Klaver (28684, nr. 704).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, Fractie Den Haan, de PvdD en Lid Gündoğan voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van der Plas (28684, nr. ??, was nr. 705).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21 en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kuiken c.s. (28684, nr. 707).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Klaver c.s. (28684, nr. 708).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Dan gaan we nu hoofdelijk stemmen over de motie-Wilders/Van der Plas op stuk nr. 709, over een streep zetten door het stikstofbeleid.

In stemming komt de motie-Wilders/Van der Plas (28684, nr. 709).

Vóór stemmen de leden: Fritsma, De Graaf, Graus, Van Haga, Helder, Van Houwelingen, Jansen, Léon de Jong, Kerseboom, Kops, Maeijer, Markuszower, Edgar Mulder, Omtzigt, Van der Plas, De Roon, Smolders, Van der Staaij, Stoffer, Van Weerdenburg, Wilders, Agema, Baudet, Beertema, Bisschop, Martin Bosma, Tony van Dijck, Eerdmans, Ephraim en Eppink.

Tegen stemmen de leden: Erkens, Van Esch, Geurts, Van Ginneken, Van der Graaf, Grinwis, Peter de Groot, Tjeerd de Groot, Gündoğan, Den Haan, Hagen, Hammelburg, Haverkort, Rudmer Heerema, Heinen, Hermans, Hijink, De Hoop, Idsinga, Romke de Jong, Kamminga, Kat, Kathmann, Van Kent, Klink, Knops, Koekkoek, Koerhuis, De Kort, Kröger, Kuiken, Kuzu, Van der Laan, Van der Lee, Leijten, Maatoug, Marijnissen, Van Meenen, Michon-Derkzen, Minhas, Mohandis, Agnes Mulder, Mutluer, De Neef, Nijboer, Van Nispen, Ouwehand, Palland, Paul, Paulusma, Peters, Piri, Podt, Van Raan, Raemakers, Rahimi, Rajkowski, Sahla, Segers, Chris Simons, Sylvana Simons, Sjoerdsma, Slootweg, Smals, Sneller, Van Strien, Strolenberg, Teunissen, Thijssen, Tielen, Valstar, Verkuijlen, Vestering, Wassenberg, Van der Werf, Werner, Westerveld, Van Weyenberg, Van Wijngaarden, Van der Woude, Wuite, Aartsen, Alkaya, Amhaouch, Arib, Azarkan, Van Baarle, Becker, Beckerman, Belhaj, Van den Berg, Bergkamp, Van Beukering-Huijbregts, Bevers, Bikker, Bontenbal, Boswijk, Bouchallikh, Boucke, Boulakjar, Brekelmans, Bromet, Van Campen, Ceder, Dekker-Abdulaziz, Inge van Dijk, Jasper van Dijk, El Yassini, Ellemeet en Ellian.

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met 30 stemmen voor en 110 stemmen tegen is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga c.s. (28684, nr. 710).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga c.s. (28684, nr. 711).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemming motie Aanpak van discriminatie en racisme

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de aanpak van discriminatie en racisme,

te weten:

  • de motie-Koekkoek over maatregelen ter toetsing van algoritmen en IT-systemen op discriminerende effecten voorafgaand aan ingebruikneming daarvan (30950, nr. 306).

(Zie vergadering van 19 mei 2022.)

In stemming komt de motie-Koekkoek (30950, nr. 306).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemming motie Circulaire economie

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het tweeminutendebat Circulaire economie,

te weten:

  • de motie-Hagen c.s. over het ontwikkelen van een grondstoffenstrategie (32852, nr. 192).

(Zie vergadering van 1 juni 2022.)

In stemming komt de motie-Hagen c.s. (32852, nr. 192).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Ik dank u zeer. Donderdag gaan we ook nog twee keer stemmen. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van deze stemmingsronde. Ik dank de staatssecretaris voor zijn aanwezigheid hier.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen


Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:
Ik stel voor toe te voegen aan de agenda van de Kamer:

  • het wetsvoorstel Wijziging van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen in verband met het tijdelijk achterwege laten van de rente bij bepaalde hervattingen van de invordering van toeslagschulden (Wet geen rente bij hervatting invordering toeslagschulden) (36103);
  • het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2022 (Eerste incidentele suppletoire begroting inzake mutaties in de huisvestingsportefeuille) (36097).

Ik stel voor deze te agenderen voor de stemmingen van donderdag 7 juli aanstaande.

Op verzoek van een aantal leden stel ik voor de volgende door hen ingediende moties opnieuw aan te houden: 35925-X-66; 33836-72; 28286-1190; 30175-404; 22343-323; 35925-XIV-62; 35925-VIII-58; 35570-VIII-270; 35570-VI-69; 35309-8; 35309-7; 35000-VII-30; 34346-3; 34298-9; 31532-244; 31532-243; 31532-240; 28286-1144; 29684-228; 29684-227; 21501-32-1374; 21501-32-1373; 35925-IV-51; 35925-IV-50; 35925-IV-48; 34775-XIII-109; 32813-366; 35925-I-9; 35925-I-8; 31289-487; 31289-486; 28286-1178; 21501-32-1394; 21501-32-1445; 21501-32-1017; 35242-10; 32852-179; 32852-161; 32813-706; 31409-288; 30175-382; 28089-194; 27529-246; 25295-1119; 25295-987; 30175-406; 30175-405; 22343-319; 32852-160; 32852-102; 35570-XII-55; 32813-840; 32813-838; 32852-196; 32852-195; 35925-XVI-66; 35925-XVI-65; 35925-A-60.

Ik stel voor de volgende stukken van de stand van werkzaamheden af te voeren: 34919-88; 27830-355; 34225-35; 25928-76; 27830-353; 26396-117; 29924-221; 30977-161; 35242-12; 29924-223; 34588-91; 29924-224; 30977-163; 30977-162; 2022Z12709; 32847-850; 32545-165; 24515-618; 32545-166; 22112-3291; 22112-3262; 31789-103; 29507-158; 29507-157; 32545-156; 31288-877; 31288-883; 31288-898; 31288-896; 31288-914; 2021Z23610; 31288-917; 35570-VIII-212; 29338-247; 31288-936; 31311-237; 29689-1144; 29689-1142; 29689-1098; 29689-1138; 26448-648; 29689-1134; 29689-1109; 29689-1089; 29689-1078; 29689-1080; 29689-1082; 29689-1130; 33077-25; 29689-1133; 29689-1123; 29689-1092; 29689-1141; 35570-XIV-72; 35334-129; 29528-14; 29279-688; 29279-643; 29279-632; 29279-633; 27879-82; 36100-VI-1; 32761-223.

Aan de orde is een hele lange regeling van werkzaamheden, zeg ik maar.

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda van vóór het reces:

  • het tweeminutendebat Ontwerpbesluit tot wijziging Besluit kinderopvangtoeslag (31322, nr. 459), met als eerste spreker het lid Stoffer van de SGP.

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda van na het reces:

  • het tweeminutendebat Financiële markten (CD d.d. 30/06), met als eerste spreker het lid Van Raan van de Partij voor de Dieren;
  • het tweeminutendebat Zzp (CD d.d. 30/06), met als eerste spreker het lid Kuiken van de PvdA;
  • het tweeminutendebat Beleidsbrief Hoger onderwijs en wetenschap (CD d.d. 30/06), met als eerste spreker het lid Van der Woude van de VVD;
  • het tweeminutendebat Staat van de volkshuisvesting (CD d.d. 30/06), met als eerste spreker het lid Van Haga van de Groep Van Haga;
  • het tweeminutendebat MIRT (CD d.d. 30/06), met als eerste spreker het lid Koerhuis van de VVD;
  • het tweeminutendebat Mijnbouw/Groningen (CD d.d. 30/06), met als eerste spreker het lid Van Haga van de Groep Van Haga;
  • het tweeminutendebat Georganiseerde criminaliteit, ondermijning en criminaliteitsbestrijding (CD d.d. 15/06), met als eerste spreker het lid Mutluer van de PvdA.

Dit zullen we dus allemaal na het reces gaan inplannen.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:
Dan geef ik als eerste het woord aan mevrouw Van Esch van de Partij voor de Dieren voor haar verzoek.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Deze week kopte de Volkskrant over het feit dat Nederland bij lange na niet op koers ligt om in 2030 de nieuwe advieswaarden voor luchtkwaliteit van de Wereldgezondheidsorganisatie te halen. De Partij voor de Dieren vindt dat zorgelijk, aangezien we weten dat ongezonde lucht in Nederland jaarlijks voor 12.000 vroegtijdige sterfgevallen zorgt en kinderen in Nederland dagelijks te kampen hebben met de gevolgen van astma door die ongezonde lucht in Nederland. Wij vinden het daarom belangrijk om het beleid van deze staatssecretaris een tandje op te schroeven en dat willen we doen in een plenair debat, gezien de urgentie ervan.

De heer Haverkort (VVD):
Voorzitter. Wat ons betreft geen steun. Dit kan prima betrokken worden bij een commissiedebat over de leefomgeving.

Mevrouw Beckerman (SP):
Steun.

De heer Kops (PVV):
Geen steun.

Mevrouw Mutluer (PvdA):
Mede namens GroenLinks steunt de PvdA dit voorstel.

De heer Geurts (CDA):
Geen steun.

Mevrouw Hagen (D66):
Eens met de inbreng van de heer Haverkort.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Goed om te bespreken, maar geen steun voor dit debat. We kunnen het bij een commissiedebat over de leefomgeving betrekken.

De heer Eerdmans (JA21):
Steun van ons.

De heer Stoffer (SGP):
Volgens ons kan het ook bij een commissiedebat over de leefomgeving, dus geen steun.

De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter, wat ons betreft, ook namens mevrouw Den Haan, kan het sneller in de commissie, dus geen steun.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):
Geen steun.

De voorzitter:
Er is geen meerderheid voor uw verzoek, mevrouw Van Esch.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Nee. Is er ook geen meerderheid voor een dertigledendebat?

De voorzitter:
Daar is wel ruimte voor.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Dan zou ik het graag op die lijst zetten. Dank u wel.

De voorzitter:
Dan gaan we dat doen. Ik dank u zeer.

Dan geef ik het woord aan de heer Markuszower van de PVV. Hij heeft drie verzoeken.

De heer Markuszower (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Geen land ter wereld geeft zo vaak en zo veel zijn nationaliteit weg als Nederland. Daar is Nederland kampioen in. Maar Nederland geeft ook de nationaliteit terug aan een persoon waarvan het kabinet zelf zegt dat die een gevaar is voor de nationale veiligheid, een veroordeelde terrorist. Daar was het paspoort al van afgenomen, maar dat moet weer terug. Graag een debat daarover.

De heer Jansen (FVD):
Uiteraard steun.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Voorzitter. De staatssecretaris van JenV neemt dergelijke besluiten. Ik zou me goed kunnen voorstellen dat we aan de staatssecretaris een brief vragen en dat we na ommekomst van die brief kijken hoe we hiermee verdergaan. Wat mij betreft kan het dan in een regulier commissiedebat over terrorisme worden besproken.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Geen steun voor dit debat.

De heer Slootweg (CDA):
Geen steun, maar wel graag een brief.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Geen steun.

De heer Eerdmans (JA21):
Ook namens BBB steun. Ik zou dan voorafgaand aan het debat graag die brief willen hebben.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Voorzitter, steun voor dit debat en ook steun voor een brief. Ik zou daarbij graag specifiek willen dat de regering ingaat op de vandaag gepubliceerde nota bij de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa over deze problematiek. Ik ben toevallig zelf de auteur. Daarin staat het voorstel dat EVRM-artikel 8, over het recht op gezinsleven, niet van toepassing is op deze ouders en wanneer de kinderen gerepatrieerd worden. Een hele brede commissie heeft dat gezegd. Dat zou een oplossing kunnen zijn voor deze problematiek.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Geen steun.

Mevrouw Beckerman (SP):
Geen steun.

De heer Kuzu (DENK):
Geen steun.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):
Steun voor een brief en een debat.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Geen steun.

De voorzitter:
Er is geen meerderheid voor uw verzoek.

De heer Markuszower (PVV):
Is er wel een dertigledendebat mogelijk? Dan zou ik hem graag op de lijst zetten.

De voorzitter:
Wel dertigleden. Dat doen we. We zullen het informatieverzoek doorgeleiden naar het kabinet.

Uw tweede verzoek.

De heer Markuszower (PVV):
Misschien kan dat informatieverzoek uitgebreid worden, zodat het kabinet ook in kan gaan op dat rapport dat werd genoemd.

De voorzitter:
Ja. Dat geleiden we door.

De heer Markuszower (PVV):
Dan kom ik op het tweede verzoek. In Nederland is het zo dat als je enorme misdaden begaat, zoals een zeden- of geweldsdelict, je vaak niet in de gevangenis komt. Dan mag je naar een tbs-kliniek en als die geen ruimte voor je heeft, dan krijg je nog geld ook. Je kan dus in Nederland misdaden plegen en dan geld krijgen van de overheid, omdat je moet wachten, omdat de tbs-kliniek vol zit. Wij willen graag gevaarlijke misdadigers opsluiten, maar zeker geen geld geven. Graag een debat.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even of iemand daar steun aan wil geven. Mevrouw Podt, D66.

Mevrouw Podt (D66):
Geen steun, voorzitter.

De heer Slootweg (CDA):
Wij denken dat het verstandiger is om dat aan het commissiedebat Gevangeniswezen toe te voegen. Wij zouden daarvoor wel graag een brief willen hebben.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):
Steun, mede namens JA21 en BBB.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Geen steun.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter, geen steun en alvast voor de volgende: ook geen steun.

Mevrouw Beckerman (SP):
Geen steun.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Geen steun.

Mevrouw Mutluer (PvdA):
Geen steun, maar wel steun voor het voorstel om het te betrekken bij het commissiedebat, inclusief de brief.

De voorzitter:
Er is geen meerderheid voor uw verzoek, maar wij zullen uw informatieverzoek weer doorgeleiden.

De heer Markuszower (PVV):
Nu had ik verzoek twee en drie omgedraaid, dus nu komt het tweede verzoek. Dat gaat over het leefgeld. Oekraïners in Nederland krijgen soms meer leefgeld dan bijstandsgezinnen. Graag een debat daarover.

De heer Brekelmans (VVD):
Geen steun.

De heer Slootweg (CDA):
Het lijkt ons het meest logisch om dat onderwerp te betrekken bij het debat morgen over de Voortduringswet. Dat gaat ook over leefgeld. Bij de adviezen die daarover zijn gedaan, ging het ook over het leefgeld. Het lijkt ons dus het meest handig en het snelst om het daarbij te betrekken.

Mevrouw Podt (D66):
Geen steun.

Mevrouw Beckerman (SP):
Dat kan inderdaad morgen bij het debat worden betrokken, dus geen steun.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Geen steun.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Geen steun, om dezelfde reden.

De heer Eerdmans (JA21):
Steun, ook namens BBB.

De heer Stoffer (SGP):
Wat ons betreft kan dit ook in eerste instantie morgen besproken worden.

De voorzitter:
Er is geen steun voor uw verzoek.

Dan hebben wij een vooraankondiging van de heer Tony van Dijck.

De heer Tony van Dijck (PVV):
We hebben donderdag een commissiedebat Ecofin en er is een reële kans dat ik een motie wil indienen. Ik geloof dat ik dat hier dan van tevoren moet aankondigen. Ik weet het niet nog niet zeker, maar de kans bestaat.

De voorzitter:
Dat klopt helemaal. Dank voor deze vooraankondiging.

Wij hebben er nog één, namelijk van de heer Kuzu namens de commissie.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter. In mijn hoedanigheid als voorzitter van de vaste Kamercommissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil ik met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het thema krapte op de arbeidsmarkt spoedig na het zomerreces een debat aanvragen namens de commissie. Daarbij wil ik ook betrekken de hoofdlijnenbrief over de arbeidsmarkt die de minister spoedig gaat sturen naar de Kamer.

De voorzitter:
U doet dat namens de commissie, dus daar is een meerderheid voor. Dan gaan we naar mevrouw Beckerman van de SP voor haar verzoek.

Mevrouw Beckerman (SP):
Goedemiddag, voorzitter. Vorige week heeft de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening nationale prestatieafspraken Volkshuisvesting gesloten met Aedes, de Woonbond en VNG. Daar kun je van alles van vinden, en dat zouden wij heel graag in een plenair debat willen doen.

De voorzitter:
Ik kijk even of daar steun voor is.

Mevrouw Piri (PvdA):
Volop steun.

De heer Kops (PVV):
Geen steun.

De heer Boulakjar (D66):
Vorige week hebben we een commissiedebat gehad over volkshuisvesting. Ik gun mevrouw Beckerman veel, maar geen plenair debat op korte termijn. Het kan bij het commissiedebat in september.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Steun.

De heer Geurts (CDA):
Geen steun. Ik heb er vorige week al een paar woorden aan gewijd in dat commissiedebat. 29 september hebben we weer een commissiedebat. Dat is sneller. Dan kunnen we het erover hebben.

De heer Jansen (FVD):
Steun.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Geen steun, in lijn met het CDA.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Steun.

De heer Kuzu (DENK):
Steun.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Geen steun. Het kan bij het commissiedebat van 29 september.

De heer Peter de Groot (VVD):
We hebben er vorige week al wat woorden over gewisseld. Het kan in het commissiedebat van 29 september. Geen steun.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Steun.

De heer Dassen (Volt):
Steun.

De heer Stoffer (SGP):
Steun.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):
Steun.

De voorzitter:
Er is geen meerderheid voor uw verzoek, mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):
Maar er is wel zeer ruime steun voor een dertigledendebat. Ik wil het dus toch graag laten toevoegen aan de lijst.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Beckerman.

Dan gaan we luisteren naar mevrouw Podt, die ook een vooraankondiging zal doen.

Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter. We moeten het debat nog af maken, maar het leek ons wel zo makkelijk om alvast het tweeminutendebat Vreemdelingen- en asielbeleid aan te kondigen. Dat maakt het voor de planning ook weer wat makkelijker.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat wordt gewaardeerd.

Dan gaan we luisteren naar de heer Hijink van de SP, voor zijn verzoek.

De heer Hijink (SP):
Gisteren heeft het kabinet de plannen bekendgemaakt voor de verpleeghuiszorg in de toekomst. Het komt erop neer dat straks de verpleeghuiszorg thuis door mensen zelf, het liefst digitaal, geregeld moet gaan worden. Dat lijkt ons heel onverstandig. Mensen willen dat juist graag samen, in de buurt en met menselijk contact. De SP wil graag een debat over deze plannen van de regering voor wonen en zorg. Dat kan na het reces. Het liefst een plenair debat.

Mevrouw Agema (PVV):
Voorzitter. Wonen en zorg voor onze ouderen zijn enorm grote uitdagingen. De minister biedt geen enkele oplossing. Me dunkt dat dit een onderwerp is voor een plenair debat. Ik zou dan wel vijf minuten willen voorstellen in plaats van vier.

De heer Peters (CDA):
Namens mijn collega Lucille Werner: steun.

De heer Van Wijngaarden (VVD):
Er staat 28 september ook al een commissiedebat gepland over precies dit onderwerp, met Hugo de Jonge erbij. Wat ons betreft kan het ook daarbij betrokken worden. We moeten er inderdaad snel over in debat. We willen hierover sowieso graag een brief van minister De Jonge.

De voorzitter:
Dus geen steun voor een apart debat?

De heer Van Wijngaarden (VVD):
Nee, want er staat al een commissiedebat gepland.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Wij en de Partij van de Arbeid steunen de SP.

De heer Jansen (FVD):
Steun voor het voorstel.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Steun, voorzitter.

De heer Kuzu (DENK):
Steun, voorzitter.

Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66):
Voorzitter. Ik sluit mij aan bij de woorden van de VVD. Geen steun.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Steun, voorzitter.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):
Steun, mede namens JA21 en BBB.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Het lijkt ons goed om het te betrekken bij het al geplande commissiedebat.

De heer Stoffer (SGP):
Steun.

De voorzitter:
Er is een meerderheid voor uw verzoek, meneer Hijink. Dan gaan wij het inplannen voor na het reces.

De heer Hijink (SP):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan mevrouw Mutluer van de PvdA.

Mevrouw Mutluer (PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Op 14 april jongstleden is de motie-Mutluer c.s. ingediend over het van toepassing verklaring van de Wet tegemoetkoming schadevergoeding bij rampen, voor gevallen waarin de schade-uitkering voor de waterschade in Limburg achterblijft. Die is medeondertekend door de heren Knops, Van Nispen en Wassenberg. Die is met een ruime meerderheid aangenomen. Maar daarna bleef het stil. Er kwam geen brief over de uitvoering van de motie. Tijdens een procedurevergadering van vijf weken terug is er een eerste rappel geweest. Daar is niet op gereageerd, ook niet met een uitstelbrief. Daarop is er een tweede rappel geweest. Ook dat heeft niet geleid tot een reactie. Ik moet u zeggen dat mijn geduld op is. Intussen begrijpen we namelijk van de Limburgse gemeenten dat die motie niet is uitgevoerd en dat de gedupeerden van de waterschade niet de schadevergoeding krijgen die zij nodig hebben en vinden. Ik vraag dus een debat aan, mede namens de heer Knops en GroenLinks. Ik wil deze week de brief hebben.

De heer Jansen (FVD):
Steun.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Voorzitter. Ik ben het met mevrouw Mutluer eens dat het kabinet een brief moet sturen, dus ik steun haar oproep om zo spoedig mogelijk met een brief te komen. Ik weet niet of dat deze week lukt, maar anders binnen een week. Wat mij betreft zien we daarna verder of er een debat nodig is. Daarvoor nu geen steun.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Steun voor het voorstel van collega Michon.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Steun voor een brief en een debat.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):
Steun voor een brief en een debat.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Steun.

De heer Stoffer (SGP):
Steun.

De heer Kuzu (DENK):
Steun.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Steun.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Steun voor de brief en afhankelijk daarvan een debat.

De voorzitter:
Er is geen meerderheid voor uw verzoek. We zullen het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Mevrouw Mutluer (PvdA):
Is er wel steun voor een dertigledendebat?

De voorzitter:
Wel voor een dertigledendebat.

Mevrouw Mutluer (PvdA):
Oké, dan wil ik dat hierbij graag aanvragen.

De voorzitter:
We zetten 'm op de lijst. Dank u wel, mevrouw Mutluer. O, sorry! Gaat u maar even, mevrouw Beckerman. Dan weten we dat ook voor de Handelingen.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik stond er al wel, voorzitter.

De voorzitter:
Excuus.

Mevrouw Beckerman (SP):
Steun voor beide.

De voorzitter:
Dank u wel.

Dan gaan we naar de heer Hammelburg van D66 voor een vooraankondiging.

De heer Hammelburg (D66):
Voorzitter. We spreken donderdag nog met de minister voor Ontwikkelingssamenwerking over het herstel en de wederopbouw van Oekraïne. Op basis van de motie die op 2 juni door deze Kamer is aangenomen en de urgentie die die motie uitspreekt, willen wij het tweeminutendebat graag nog voor het reces houden en niet na het reces.

De voorzitter:
Dank u wel voor deze vooraankondiging.

Ik geef het woord aan mevrouw Den Haan, ook voor een vooraankondiging.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Dank u wel, voorzitter. Er is morgen nog een commissiedebat over het arbeidsmarktbeleid in de zorg. Gezien de urgentie doe ik de vooraankondiging om het tweeminutendebat daarover nog voor het reces te houden.

De voorzitter:
Dank u wel. We krijgen het nog druk deze week, gezien alle vooraankondigingen.

Ik geef het woord aan de heer Baudet van Forum voor Democratie. Hij wordt vervangen door de heer Jansen.

De heer Jansen (FVD):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Vooropgesteld wil ik zeggen dat dit niet over u als persoon gaat. Wij waarderen u zeker als persoon en wij vinden u bijzonder aardig, maar wij willen wel graag een debat over de rol van voorzitter. Wij hebben het gevoel dat een inhoudelijke uitwisseling van ideeën steeds vaker niet kan plaatsvinden hier in de zaal, omdat er inhoudelijk wordt gestuurd op wat er wel en niet gezegd mag worden. Vorige week was er een voorbeeld daarvan met mijn collega Gideon van Meijeren. Hij mocht niet vragen naar de omstandigheden van de heer Boswijk. Nu blijkt dat dat toch anders ligt. Daar werd op ingegrepen. Dat leek zelfs te gebeuren op suggestie van de D66-fractie. Er zijn steeds meer van dit soort situaties waarin er gekozen wordt op de inhoud, over waar wel en niet over gesproken mag worden. Dat is niet hoe het hoort te zijn. De voorzitter hoort de orde te bewaren en de waardigheid van de Kamer, zoals u ook zegt. Dat gaat erover dat we niet met stoelen en rotte appels gaan gooien, maar dat gaat niet over wat er wel en niet gezegd mag worden. Wij vinden dat hier een grondig debat moet plaatsvinden over wat de invulling moet zijn van de rol van voorzitter.

De heer Peters (CDA):
Een voorzitter, of die nu aardig is of niet, is hartstikke nodig voor het goed verlopen van de democratie. Ik ga geen debat steunen dat bedoeld is om aan stoelpoten te zagen.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter. Volgens mij is er inhoudelijk heel veel ruimte om van alles te zeggen hier in de Kamer. U heeft natuurlijk de taak om de orde te bewaren. De ondertoon die in de aanvraag van dit debat zit, stuit mij echt tegen de borst. Daarom zullen wij het debat niet steunen.

Mevrouw Beckerman (SP):
De Tweede Kamer heeft de commissie voor de Werkwijze. Daarvan kunnen alle fracties lid worden. Forum voor Democratie is daar nog geen lid van, maar u kunt daaraan deelnemen en dan kunt u dit daar aan de orde stellen. Dat lijkt ons een logischer plek.

Mevrouw Kamminga (VVD):
Voorzitter. Ik sluit me aan bij de eerdere sprekers. Ik wil de heer Jansen van harte uitnodigen bij de commissie voor de Werkwijze.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. De SGP heeft geen klachten over de rol van de voorzitter, dus wij hebben geen behoefte aan een debat. Als iemand dat wel heeft, dan is een kop koffie wellicht van veel betere orde. Dat is mijn aanbeveling.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Ook mijn fractie raadt Forum voor Democratie aan om eerst eens het Reglement van Orde goed te lezen. Als je dat probeert samen te vatten, dan moet je dat wel correct doen. Wij hebben geen behoefte aan dit debat.

Mevrouw Piri (PvdA):
Geen steun.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):
Ik heb niet de ervaring van de heer Jansen, dus: geen steun. Volgens mij staat in het Reglement van Orde ook een en ander omschreven. Die kop koffie is een goed idee, maar vanwege de huidige inflatie zeg ik: doe het snel, want het wordt alleen maar duurder.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Voorzitter, geen steun voor een debat over de rol van de voorzitter.

Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66):
Geen steun, voorzitter.

De heer Dassen (Volt):
Geen steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik verwijs naar de woorden van mevrouw Beckerman. Haar plan lijkt me heel goed. Daaraan toevoegend: het siert de heer Jansen dat hij zegt dat het niet om de persoon gaat. Maar we hebben maar één Kamervoorzitter, dus als we een debat houden, gaat het zéker over de persoon. Dat vind ik niet kies. Dat wou ik eraan toevoegen. Maar mevrouw Beckerman deed dus een hele goede inbreng, namelijk dat hij lid kan worden van de commissie voor de Werkwijze. Hij kan dit dan daar neerleggen.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Ik sluit me ook aan bij de woorden van de SP: geen steun voor dit debat.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
De Partij voor de Dieren heeft geen behoefte aan dit debat, dus geen steun.

De heer Wilders (PVV):
Er is wat mij betreft geen reden om badinerend te doen over het verzoek van de collega van Forum voor Democratie. Want volgens mij doet hij een zakelijk verzoek en ontkoppelt hij het van het functioneren. Daarentegen heb ik, voordat ik weet of ik het wel of niet steun, wel behoefte aan een brief van uzelf. Ik denk dat het heel normaal is als een oppositiepartij — ik doe dat namens de grootste oppositiepartij — u vraagt om eens te reflecteren op de kritiek die er is. Dat kunt u in een brief doen. Dat is gewoon heel zakelijk. Dat is na een jaar Kamervoorzitterschap ook helemaal geen overdreven vraag. Ik zou u daarom willen vragen om, ergens in het zomerreces, een brief naar de Kamer te sturen over hoe u zelf tegen de kritiek aankijkt. Daar verbinden we dan natuurlijk geen conclusies aan, maar het is wel goed als u dat zou doen. Van het kabinet krijgen we eigenlijk ook altijd antwoorden op vragen. Daarom zou ik u willen vragen om het voorstel te steunen en die brief naar ons te sturen als twee oppositiepartijen dat zouden willen.

De voorzitter:
De heer Omtzigt nog. Dan hebben we iedereen gehad.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Ik heb enige ervaring hoe het voelt als de hele Kamer over je praat. Daar is ook nooit iemand — dat is maal 149 — op teruggekomen, tot op de dag van vandaag. Daarom gun ik het niemand om daar lange debatten over te houden, dus ik steun het verzoek niet. Mocht er enige uitleg of reflectie komen over wat er is gebeurd, dan vind ik dat op zich niet erg. Want ik was dan wel niet bij het debat, maar enig antwoord op een relevante vraag had volgens mij gegeven kunnen worden.

De heer Eerdmans (JA21):
Voorzitter, wij steunen het verzoek ook niet. Volgens mij gaat het niet om de rol van de voorzitter, maar gaat het over wat wij met elkaar doen. Wij zijn met elkaar denk ik de voorzitter. De Kamer bepaalt zelf de regels over hoe wij wel of niet afstand nemen, woorden kiezen of grenzen bepalen. Dat kunnen we niet alleen op het bordje leggen van de voorzitter. Die zijn wij met z'n allen. Ik heb dat ook gezegd in een gesprek met de voorzitter zelf. Het is prima om het even te evalueren — het is goed om alles te evalueren — maar dit verzoek steunen wij niet.

De voorzitter:
Ik kijk nog even naar mevrouw Kamminga, die bij de interruptiemicrofoon staat. Daarna krijgt u het woord.

Mevrouw Kamminga (VVD):
Ik wil toch nog wat zeggen naar aanleiding van het verzoek van de heer Wilders om een brief met een reflectie. In mijn beleving heeft de voorzitter onlangs al een brief met een reflectie en haar bevindingen gestuurd. Uiteraard staat het de voorzitter vrij om op dat verzoek weer in te gaan, maar ik wil toch wel zeggen dat de voorzitter volgens mij al een ruimhartige brief heeft gestuurd over hoe we hier met elkaar omgaan. We hebben daar ook over gedebatteerd. Dat wilde ik wel gezegd hebben.

De voorzitter:
Tot slot de heer Wilders en dan de heer Jansen.

De heer Wilders (PVV):
Voorzitter. Er is kritiek. Er is niet alléén maar kritiek — dat hoort u — want er zijn heel veel mensen die geen behoefte hebben aan een debat. Maar er is dus ook kritiek. Daar is ook helemaal niets mis mee. Ik vraag niet wat de collega van de VVD net zei, maar om gewoon in te gaan op de kritiek die wordt geuit en ook door anderen is geuit. Als u daar een brief over stuurt — dat lijkt me een hele redelijke vraag — kunnen we na het reces altijd nog kijken of we daar wel of niet wat mee doen.

De voorzitter:
Misschien is het goed als ik daar zelf ook nog even op reageer? De heer Jansen?

De heer Jansen (FVD):
Het gaat dus nadrukkelijk niet om u als persoon. Maar ik heb ook het gevoel dat er vanuit de Kamer vaak druk bestaat om een bepaalde rol of houding aan te nemen. Ik denk dat het daarom nuttig is om wel met de Kamer hierover te spreken. Wellicht is het dan passend om dat te doen in de commissie voor de Werkwijze, maar ik denk wel dat we als Kamer moeten bepalen hoe die rol moet worden ingevuld. Ik neem aan dat u daar ook in die zin behoefte aan hebt omdat u probeert de Kamer daarin tegemoet te komen. Mij lijkt het gewoon een heel constructief debat. Het gaat helemaal niet over de persoon. Die suggestie wil ik ook verre van me werpen. Maar wellicht kan het in de commissie.

De voorzitter:
Er zijn een paar suggesties geweest. Ik heb zelf een notitie geschreven over de omgangsvormen en we hebben er een debat over gehad. Ik hoorde een suggestie over koffiedrinken. Nou, dat lijkt me sowieso goed. We hebben het reces volgens mij allemaal om daarop te reflecteren. Op basis van de gesprekken ga ik kijken wat een vervolgstap is. Ik sluit deze regeling van werkzaamheden. O, sorry.

De heer Wilders (PVV):
Waarom mag ik hier geen vraag stellen? Waarom gaat u meteen met de hamer ...

De voorzitter:
Omdat we hier nu anders een debat over gaan voeren en volgens mij is er geen steun voor een debat.

De heer Wilders (PVV):
Nee. Voorzitter. Ik heb ook helemaal niet om een debat gevraagd. Nee, ik heb het debat ook niet gesteund. Als wij hier aan de regering een brief vragen, dan is het gebruikelijk dat je geen meerderheid nodig hebt om zo'n brief te krijgen. Als fractievoorzitter van de grootste oppositiepartij vraag ik u om schriftelijk op de kritiek te reageren. Volgens mij heb ik daar ook geen meerderheid voor nodig, maar zou het gewoon chic zijn als u net als de regering zegt: dat ga ik doen.

De voorzitter:
Nou, daar ga ik op reflecteren. Ik dacht dat we aan het einde van de regeling gekomen waren, maar dat is niet het geval. Ik geef het woord aan de heer Eerdmans.

De heer Eerdmans (JA21):
Voorzitter. Onze fractie bereiken berichten dat er met grote spoed op departementen wordt gewerkt vanaf deze zomer aan vergaande stikstofdoelen in de sectoren luchtvaart, wegverkeer en de bouwsector. Die voorstellen worden voorbereid, worden ambtelijk verkend, en na de zomer zou het kabinet zich daarover gaan buigen. Wij zouden graag een brief krijgen van het kabinet of die plannen op stapel staan en wat de status daarvan is. Het liefst krijgen wij die brief zo spoedig mogelijk.

De heer Van Campen (VVD):
Voorzitter. Twee weken geleden hebben wij veertien uur gedebatteerd over dit onderwerp. Dat is belangrijk, want dat gaat heel veel mensen aan. Daarbij hebben wij het kabinet ook opdracht gegeven om niet alleen voor de ammoniak, de stikstof uit de landbouw, een opgave neer te leggen, maar ook voor andere sectoren. Dat is toegezegd, de moties daarover zijn aangenomen, dus ik zou hier willen voorstellen om eerst het huiswerk van het kabinet af te wachten tot na het reces voordat we hier al een debat over gaan plannen. Dus geen steun voor het verzoek.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Er is al besloten tot een meerderheidsdebat over dit onderwerp na het reces, voorafgegaan door een brief van de regering. Dat heeft mijn collega Bromet aangevraagd. Dus volgens mij is dit echt een herhaling van zetten. De heer Eerdmans heeft zijn zin in die zin al gekregen, maar een aanvullend verzoek steunen wij niet.

De heer Kops (PVV):
Steun.

De heer Jansen (FVD):
Steun.

Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. Wij zijn er een groot voorstander van om direct in de eerste week na het reces dat debat te voeren, maar er staat dus blijkbaar al een debat. Het lijkt mij goed om dat samen te voegen.

De voorzitter:
Het gaat over het debat over het perspectief voor en de transitie van de landbouw, aangevraagd door mevrouw Bromet.

De heer Bontenbal (CDA):
Voorzitter. Wij steunen de lijn van de VVD: dus geen steun.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Voorzitter. Voor ons is het wel belangrijk om dat debat in de eerste week na het reces te houden. Prima dus om dat samen te voegen met het debat dat door GroenLinks is aangevraagd, maar ik wil ook dit verzoek wel steunen aangezien hier zo specifiek "de eerste week na het reces" staat. Dus steun van onze kant.

Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66):
Dank je wel, voorzitter. Geen steun.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Voorzitter. Wij wachten eerst de reactie van het kabinet af. Na de zomer spreken we verder. Geen steun voor dit verzoek.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):
Steun. Ik weet ook niet of de twee vlaggen van de twee debatten exact dezelfde lading dekken. Dat kan ik zo snel niet inschatten. Dus ik steun het verzoek.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter, volgens mij is het debat dat mevrouw Bromet vroeg een net iets ander debat. De heer Eerdmans vraagt om iets anders. Ik ben er wel voorstander van om die twee debatten samen te voegen. Dat zeg ik mede namens de Fractie Den Haan.

De heer Stoffer (SGP):
Steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik steun het ook, inderdaad met de toevoeging om het samen te voegen en in de eerste week na het reces.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Steun.

De heer Dassen (Volt):
Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Van der Lee. Volgens mij kan het bij het andere debat.

Mevrouw Piri (PvdA):
Dat doe ik ook.

De voorzitter:
De heer Van der Lee, kort.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Toch even om misverstanden te voorkomen: dit gaat echt precies over hetzelfde. Het gaat over de transitie — dat is de stikstoftransitie — en perspectief voor boeren, dus in brede zin. Volgens mij zitten we dus echt op dezelfde lijn en is het al geregeld.

De voorzitter:
Er is geen meerderheid voor een apart debat, maar wel om het te betrekken bij het bestaande debat. Dat is mijn conclusie.

De heer Eerdmans (JA21):
Het debat van Bromet gaat dus over de landbouw, over de toekomst en de transitie van de landbouw. Mijn punt is dat er vergaande doelen worden verscherpt op ministeries, behalve op de landbouw, dus juist op de gebieden luchtvaart, wegverkeer en woningbouw. Daar wordt nu aan gewerkt. Dat staat dus helemaal los van het debat van Bromet. Het is inderdaad een prima suggestie om het breder te trekken, maar dan wil ik wel graag die brief over wat er waar is van deze plannen. Ook in het licht van de werkzaamheden van de heer Remkes ben ik er bang voor dat de duimschroeven op andere sectoren ook nog eens worden aangedraaid. Daar willen wij graag een brief over.

De voorzitter:
Er is geen meerderheid voor het verzoek, maar we zullen in ieder geval het informatieverzoek en het verzoek voor een brief doorgeleiden naar het kabinet. Laten we hier geen discussie over voeren, meneer Van Campen. Volgens mij is dit zo helder. Het is helder. Er is geconcludeerd dat een meerderheid geen apart debat wil, maar het wil betrekken bij het bestaande debat.

De heer Van Campen (VVD):
Voorzitter. Volgens mij zegt de meerderheid dat niet. Volgens mij heeft de meerderheid niet gezegd: betrekken bij het bestaande, geagendeerde debat. Dat heb ik de meerderheid niet horen uitspreken.

De heer Eerdmans (JA21):
Nou, ik wel. Dat hebben we wel gehoord, denk ik.

De voorzitter:
Ik kijk even. Momentje. Sommigen hebben gesuggereerd om het te betrekken bij het bestaande debat, niet in meerderheid, maar ze hebben wel gesuggereerd om het erbij te betrekken. Dat is dus een zuivere conclusie van de heer Van Campen.

De heer Eerdmans (JA21):
Dus?

De voorzitter:
U kunt het er zelf bij betrekken. U gaat natuurlijk over uw eigen inbreng, maar het is niet zo dat een meerderheid gezegd heeft: we betrekken het bij het bestaande debat.

De heer Eerdmans (JA21):
Wanneer kunnen wij de brief verwachten?

De voorzitter:
Wij gaan dat doorgeleiden naar het kabinet. Het is uiteindelijk aan het kabinet om te bepalen hoe snel. Ik kan bijvoorbeeld wel meegeven: zo spoedig mogelijk.

De heer Eerdmans (JA21):
En de suggestie om dat voor 1 augustus te doen?

De voorzitter:
Dat kunnen we meegeven. Dat kunnen we doorgeleiden. Dank aan de heer Van Campen voor de correctie op de meerderheid. Dat is inderdaad zuiver.

Dan gaan we naar de heer Dassen.

De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Ik heb een informatieverzoek, want vanavond debatteren we over het vervolg van de Voorjaarsnota. Afgelopen vrijdag hebben we een brief vanuit het kabinet ontvangen, omdat we het debat over de Voorjaarsnota geschorst hadden om juist antwoord te krijgen op de vragen die we daarin gesteld hebben. Een van de kernvragen die wij daar gesteld hebben, was om te kijken of het mogelijk is om voor het Belastingplan 2023 een juridische grondslag te creëren voor een meevallersheffing. We vroegen ook hoe zich dat zou verhouden tot andere Europese landen die dat hebben in verband met staatssteun. Daarop hebben wij tot op heden geen antwoord gekregen, dus wij zouden graag voor het debat een brief van de regering willen ontvangen met alsnog een antwoord op die vraag.

De voorzitter:
Ook dit zullen wij doorgeleiden naar kabinet.

Dan gaan we luisteren naar de heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Voorzitter. Afgelopen week is de vraag neergelegd om een bemiddelaar aan te stellen in het conflict tussen de boerenorganisaties en het kabinet rondom de stikstofplannen. Het kabinet heeft zondag een brief naar de Kamer gestuurd waarin het de heer Remkes aanwijst als gespreksleider in plaats van als bemiddelaar. Daarin stond ook dat de heer Remkes pas in augustus zijn werkzaamheden aanvangt. In die brief stond geen mandaat. Als je een bemiddelaar benoemt, benoem je volgens mij iemand die voor beide kanten min of meer acceptabel is. Ik zou voor woensdagavond graag een brief ontvangen van het kabinet met het mandaat van de heer Remkes. Is dat de huidige wet, is dat het regeerakkoord of is dat een wat vrijer mandaat? Ik zou ook graag de Kamervragen die ik gister gesteld heb, beantwoord willen zien. Ik zou willen voorstellen om daar donderdag een kort debat over te hebben. Dat hoeven geen lange spreektijden te zijn. Zelfs als het een meerderheidsdebat is, mag het met drie minuten. Ik stel voor om dat te doen in plaats van het NPO-klokkenluidersdebat. Helaas zie ik de heer Bosma niet. Ik zie dat er eerst een onderzoek plaatsvindt, dus volgens mij wordt dat toch niet een heel zinvol debat — op dit moment bedoel ik. We kunnen dan kijken hoe we er dan voor staan.

De voorzitter:
Ik ga even kijken of er steun is voor uw verzoek.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Daar is zéker steun voor. Ik denk dat het heel dringend is, dus mijn volle honderd procent steun voor dit verzoek. Het debat over de NPO is volgens mij iets minder urgent dan wat er nu aan de hand is.

De voorzitter:
Het verzoek gaat alleen om steun voor dit debat, dus niet om vervanging van het andere debat. Zeg dus even of er wel of geen steun voor is.

De heer Jansen (FVD):
Steun. Wat mij betreft kan het ook in één minuut, want dit hele beleid moet gewoon van tafel.

De heer Van Campen (VVD):
Voorzitter. Volgens mij is vorige week ook juist uitvoerig het debat gevoerd over de invulling van een bemiddelaar, een onderhandelaar, een gesprekspartner — hoe we het ook allemaal noemen. Dus geen steun voor het voorstel van de heer Omtzigt. Het is belangrijk dat de heer Remkes aan het werk gaat om de partijen aan tafel te krijgen, want dat is harder nodig dan ooit.

Mevrouw Beckerman (SP):
Wij steunen het verzoek.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):
Uiteraard steun, want als er geen duidelijk mandaat is voor de heer Remkes, zou ik bij God niet weten wat hij gaat doen.

De heer Eerdmans (JA21):
Steun. Het verbaast me wel wat de heer Van Campen zegt. Alsof het in het debat over de heer Remkes is gegaan. Die naam komt volgens mij totaal uit de hoge hoed en is inderdaad nogal op verzet gestuit. Ook namens onze fractie wordt het verzoek dus gesteund.

Mevrouw Piri (PvdA):
Voorzitter. Mijn fractie is tegen een gespreksleider, tegen een bemiddelaar, hoe je deze persoon ook wil noemen. We hebben dus ook geen behoefte aan een debat daarover. Dat zeg ik mede namens GroenLinks.

Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66):
Geen steun, voorzitter. Ik sluit me aan bij de woorden van de VVD.

De heer Stoffer (SGP):
Steun, voorzitter.

De heer Bontenbal (CDA):
Geen steun.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Geen steun.

De heer Kuzu (DENK):
Ik sluit me aan bij mevrouw Van Esch.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Geen steun.

De heer Dassen (Volt):
Steun.

De heer Kops (PVV):
Steun.

De voorzitter:
Er is geen meerderheid voor uw verzoek, meneer Omtzigt.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Dan blijft natuurlijk mijn informatieverzoek staan. Ik sluit niet uit dat ik donderdag om een extra regeling zal vragen, kijkend hoe het gaat. Ik laat het even op de lijst met dertigledendebatten staan, want ik vermoed dat dit nog wel een langdurig conflict gaat worden.

De voorzitter:
Dat doen we. We zullen ook het informatieverzoek doorgeleiden.

De heer Kuzu van DENK.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter. Ik heb een vooraankondiging namens collega Azarkan. Hij zou deze week graag een tweeminutendebat Politie willen aanvragen.

De voorzitter:
Dank u wel. Wij gaan ons daar in ieder geval op voorbereiden.

Tot slot had de heer Stoffer ook nog een vooraankondiging.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Ik heb een vooraankondiging namens de heer Bisschop. Er is deze week ook een debat over visserij en tuinbouw en ik zou graag een vooraankondiging willen doen van een tweeminutendebat Visserij en tuinbouw.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we ons daar ook op voorbereiden. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze regeling van werkzaamheden. Ik schors voor een enkel moment en dan gaan we over tot een debat en dat zal als eerste zijn het tweeminutendebat Arbeidsmigratie.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Arbeidsmigratie

Voorzitter: Azarkan

Arbeidsmigratie

Aan de orde is het tweeminutendebat Arbeidsmigratie (CD d.d. 01/06).

De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Arbeidsmigratie als opvolging van het commissiedebat van 1 juni jongstleden. Ik heet de leden die zich voor het debat hebben ingeschreven van harte welkom, alsmede de mensen die het thuis op afstand volgen. Ook heet ik de minister van harte welkom. We gaan beginnen. Ik geef het woord graag aan de heer El Yassini namens de fractie van de VVD.

De heer El Yassini (VVD):
Voorzitter, dank u wel. Ook dank aan de minister, die tijdens het commissiedebat Arbeidsmigratie ook flink wat vragen heeft beantwoord. Zij heeft toegezegd om in de zomer ook met veel informatie te komen, ook als het gaat om de aanbevelingen van de commissie-Roemer. Natuurlijk zijn wij in de Kamer bezig om vooral ook gewoon oplossingen te creëren, ook voor de mensen in de samenleving. Maar onderdeel van die oplossingen is het gegeven dat de Kamer zich van tijd tot tijd ook uit moet spreken over wat ze niet wil, vandaar mijn motie. Die gaat over het plan van de Europese Commissie voor Marokko, Tunesië en Egypte.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie een plan heeft gepresenteerd om arbeidsmigratie uit Marokko, Tunesië en Egypte makkelijker te maken en te bevorderen;

constaterende dat het plan in huidige opzet onvoldoende garanties en waarborgen biedt om huisvesting te faciliteren op onze overspannen woningmarkt, uitbuiting tegen te gaan, de sociale druk op kwetsbare wijken te voorkomen en terugkeer te garanderen;

overwegende dat er in Nederland sprake is van 1,1 miljoen onbenut arbeidspotentieel dat langs de zijlijn dreigt te blijven staan;

overwegende dat ook werkgevers aan zet zijn om in te zetten op technische en sociale innovatie;

verzoekt de regering om geen onomkeerbare stappen te zetten en niet mee te werken aan het plan van de Europese Commissie in zijn huidige vorm om tekorten op de arbeidsmarkt op te lossen door mensen uit Marokko, Tunesië en Egypte naar de EU te halen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden El Yassini, Ceder, Eerdmans en Van Kent.

Zij krijgt nr. 82 (29861).

Dat leidt tot een vraag van mevrouw Podt.

Mevrouw Podt (D66):
Er zijn op dit moment 450.000 vacatures in Nederland. Is de heer El Yassini het met mij eens dat er geen taboes zouden moeten zijn wat betreft de oplossing daarvoor, dat we eigenlijk alles wat er mogelijk is om dat op te lossen zouden moeten overwegen, om te voorkomen dat onze treinen stilstaan en mensen allerlei winkels moeten gaan sluiten omdat er gewoon geen personeel is?

De heer El Yassini (VVD):
We hebben 451.000 vacatures in Nederland. Dat zijn inderdaad 133 vacatures op 100 werklozen. Nou hoor ik mevrouw Podt zeggen: moet je dan niet alle opties openhouden? We moeten daarbij rekening houden met het feit dat we in Nederland een overspannen woningmarkt hebben. We moeten ook rekening houden met de commissie-Roemer. Daar sprak ik in mijn inleiding ook over. Er zijn misstanden die we op dit moment met z'n allen aan het oplossen zijn. Dat betekent ook dat het niet vanzelfsprekend is dat als wij de NS laten rijden en iemand uit Marokko, Tunesië of Egypte hiernaartoe halen die de taal niet spreekt ... Juist voor de veiligheid op het spoor is het van belang — u kunt dat uw collega-woordvoerder NS en Spoor vragen — dat er goed in de Nederlandse taal gecommuniceerd wordt, om ongelukken te voorkomen. Dat betekent dat je echt maatwerk moet gaan bieden in wat je kan en wat je moet. Het onbenut arbeidspotentieel van 1,1 miljoen mensen is daar een hele belangrijke optie in. Maar ik vind dus dat je moet kijken naar de volledige consequenties voor de Nederlandse samenleving, niet alleen voor de arbeidsmarkt.

De voorzitter:
Helder. Tot slot, mevrouw Podt.

Mevrouw Podt (D66):
Volgens mij is er helemaal niets aan de hand als we al deze dingen in overweging nemen. Daar ben ik het ook helemaal niet mee oneens. Mijn punt is echter dat ik constateer dat de VVD allerlei barrières gaat opwerpen om dit probleem op te lossen. Ik snap dat niet zo goed. Ik snap niet waarom de VVD alle deuren dicht wil zetten voor dit voorstel.

De heer El Yassini (VVD):
Dan zal ik het even uitleggen. De VVD is namelijk voor het liberalisme dat werkt voor mensen. Daarom is het juist zo belangrijk om als wij zaken doen en niet doen, ook verder te kijken naar de consequenties voor onze hardwerkende Nederlanders. Dat moeten we doen om ervoor te zorgen dat de problemen die we oplossen uiteindelijk niet tien nieuwe problemen laten ontstaan. Daar staan we voor.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage, meneer El Yassini.

De heer El Yassini (VVD):
Dank.

De voorzitter:
Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Piri van de fractie van de PvdA.

Mevrouw Piri (PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ook namens mij dank aan de minister. Als er in ieder geval één ding duidelijk werd tijdens het commissiedebat, dan was het dat er heel veel fracties zijn in deze Kamer die niet willen wachten tot januari 2025 voordat wij malafide uitzendbureaus kunnen aanpakken. Vandaar de volgende moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het invoeren van een waarborgsom voor uitzendbureaus en het hebben van een vog voor bestuursleden van uitzendbureaus misstanden kan tegengaan;

constaterende dat artikel 12, lid 1 en 2 van de WAADI het mogelijk maakt om sneller en daadkrachtig op te treden tegen misstanden;

verzoekt de regering om voor uitzendbureaus actief in specifieke risicosectoren, zoals vlees, distributie, agrarische sector en bouw, via artikel 12, lid 1 en 2 van de WAADI, een waarborgsom en een vog voor bestuursleden in te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Piri, Maatoug en Van Kent.

Zij krijgt nr. 83 (29861).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat arbeidsmigranten bij einde werkcontract direct op straat worden gezet;

constaterende dat er in de uitzend-cao afspraken zijn gemaakt over een verbod op huisuitzettingen bij einde werkcontract, maar deze cao nog niet algemeen verbindend is verklaard en daardoor niet voor de gehele uitzendsector geldt;

verzoekt de regering om via art 12, lid 1 en 2 van de WAADI het verbod huisuitzetting bij einde werkcontract voor de gehele uitzendsector te doen gelden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Piri, Maatoug en Van Kent.

Zij krijgt nr. 84 (29861).

Mevrouw Piri (PvdA):
Dan de derde en de laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat andere Europese landen tegen dezelfde uitbuiting van arbeidsmigranten aanlopen;

constaterende dat de Europese Commissie onderzoekt op welke manier de Uitzendrichtlijn kan worden herzien om malafide uitzendbureaus aan te pakken;

verzoekt de regering om onder andere via de ELA (Europese Arbeidsautoriteit) het aanpakken van malafide uitzendbureaus hoog op de agenda te zetten om samenwerking tussen lidstaten te bevorderen;

verzoekt tevens de regering in Europees verband zich actief in te zetten om het onderzoek herziening Uitzendrichtlijn zo spoedig mogelijk af te laten ronden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Piri, Maatoug en Van Kent.

Zij krijgt nr. 85 (29861).

Mevrouw Piri (PvdA):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage, mevrouw Piri. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Maatoug namens de fractie van GroenLinks.

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):
Voorzitter. Ook vanuit GroenLinks dank voor de beantwoording. Ook vanuit deze plek dank aan al die mensen die vandaag in Nederland aan het werk zijn, die in het verleden hebben gewerkt en die onze straten, onze wegen en dit land mede hebben gebouwd. Ook vanuit deze plek: dank je wel. Twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er veel misstanden plaatsvinden rondom arbeidsmigranten;

constaterende dat de huidige praktijk heeft laten zien dat certificering zonder publiek toezicht onvoldoende effect heeft om misstanden rondom arbeidsmigranten tegen te gaan;

overwegende dat in het voorgestelde stelsel de Arbeidsinspectie geen toezicht houdt op het uitgeven van certificaten, en daarmee de certificering wordt overgelaten aan de markt;

overwegende dat het overlaten van de certificering aan de markt risico's met zich meebrengt en een rol voor de overheid noodzakelijk is;

verzoekt de regering voldoende publieke waarborgen te regelen in het toezicht op de certificerende instelling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Maatoug, Podt en Piri.

Zij krijgt nr. 86 (29861).

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):
Ergens is dat snel kunnen praten toch best wel handig, voorzitter. Motie twee.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat vakbonden niet altijd de toegang tot de werkplek wordt verleend;

constaterende dat toegang tot de werkplek door vakbonden een internationaal recht is;

overwegende dat dit recht in het bijzonder van belang is voor arbeidsmigranten, vanwege hun kwetsbare positie en de afhankelijkheid van hun werkgever;

overwegende dat deze kwetsbare positie in stand wordt gehouden als vakbonden geen toegang krijgen tot hun werkplek om hen daar te spreken, hen te wijzen op hun rechten en hen zo nodig bij te staan;

verzoekt de regering om in kaart te brengen in hoeverre in cao's afspraken worden gemaakt over toegang tot de werkvloer, in gesprek te gaan met werkgevers en sociale partners, dit probleem actief aan te kaarten, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Maatoug, Palland en Piri.

Zij krijgt nr. 87 (29861).

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage, mevrouw Maatoug. We zijn aangekomen bij de heer De Jong namens de fractie van de PVV.

De heer Léon de Jong (PVV):
Voorzitter, hartelijk dank.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering maatregelen te treffen om de al bestaande problemen rondom arbeidsmigratie op te lossen en er tevens voor te zorgen dat er niet nog meer problemen richting ons land worden geïmporteerd, en derhalve de verdere toestroom van arbeidsmigranten van binnen en buiten Europa richting Nederland direct te stoppen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Léon de Jong.

Zij krijgt nr. 88 (29861).

De heer Léon de Jong (PVV):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage, meneer De Jong. We zijn aangekomen bij mevrouw Palland namens het CDA.

Mevrouw Palland (CDA):
Voorzitter, dank u wel. We hebben een goed en stevig en ook uitgebreid debat met elkaar gehad. Er worden stappen gezet om de omstandigheden rond arbeidsmigratie in Nederland te verbeteren. Dan gaat het om de misstanden bij de huisvesting en om het tegengaan van uitbuiting, en dat langs de voorstellen van de commissie-Roemer. Daarbij vindt het CDA het belangrijk dat we meer grip krijgen op arbeidsmigratie en dat we daar ook keuzes bij maken. Voor welk werk willen we arbeidsmigratie faciliteren en onder welke voorwaarden? We moeten voorkomen dat voordelen naar de private bedrijven gaan en de nadelen en lasten worden afgewenteld op de arbeidsmigrant en de buurten en wijken, kortom, de samenleving. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er enerzijds vanwege krapte op de arbeidsmarkt behoefte vanuit werkgevers is aan meer arbeidsmigranten, maar anderzijds er structureel problemen zijn met de huisvesting en werkomstandigheden van migranten;

overwegende dat het onwenselijk is dat voordelen van arbeidsmigratie er voor de bureaus zijn en dat de nadelen worden afgewenteld op de arbeidsmigrant, de buurt en de samenleving;

overwegende het pleidooi van de ACVZ en de WRR om brede welvaart centraal te stellen in het beleid rond arbeidsmigratie, rekening houdend met de vraag of het aantrekken van arbeidsmigranten het lokale welzijn vergroot;

verzoekt de regering criteria te ontwikkelen om de bredewelvaartsbenadering te concretiseren in het arbeidsmigratiebeleid, en de Kamer hierover te informeren in het najaar van 2022,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Palland en Ceder.

Zij krijgt nr. 89 (29861).

Dank ook, mevrouw Palland. Dan zijn we aangekomen bij de laatste spreker van de zijde van de Kamer, de heer Van Kent namens de SP.

De heer Van Kent (SP):
Dank, voorzitter. Al meer dan tien jaar weten we exact wat de gevolgen van ongecontroleerde arbeidsmigratie zijn. We weten exact wat de gevolgen zijn voor gemeenschappen, voor wijken en dorpen, maar ook voor de positie van arbeidsmigranten die worden uitgebuit en onderbetaald. Het is heel erg goed dat de commissie-Roemer duidelijk heeft gemaakt wat er moet gebeuren. Het is ook heel erg goed dat er een motie van de SP is om alles wat Roemer adviseert, uit te voeren. Daarom heb ik vandaag ook geen motie. Nogmaals, die motie van de SP vraagt samen met andere moties om alles uit te voeren, ook als dat geld kost. Die moties zijn aangenomen en ik heb één boodschap aan deze minister: zorg dat dat allemaal snel en goed wordt uitgevoerd. Vandaag kregen we ook weer een brief waarin een aantal zaken worden aangekondigd. Het gaat wat de SP betreft veel en veel te langzaam. Het is vijf over twaalf; er moet heel snel worden ingegrepen. Daartoe wil ik deze minister oproepen. We hebben ook samen met de Partij van de Arbeid en GroenLinks een aantal voorstellen gesteund die op korte termijn gedaan en doorgevoerd kunnen worden. Maar de oproep vanuit onze partij aan deze minister is: grijp in.

De voorzitter:
Dank ook voor uw bijdrage, meneer Van Kent. Toch nog een achtste spreker, althans, een zevende spreker, de heer Ceder namens de ChristenUnie. Aan u het woord.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Er is net een motie ingediend namens mij door de heer El Yassini. Ik heb er nog twee.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in de huidige situatie vrijwel geen drempels zijn om een uitzendbureau te starten, zoals het voldoen aan vakbekwaamheidseisen, zelfs nadat iemand eerder een malafide uitzendbureau heeft bestuurd;

verzoekt de regering om het vergunningstelsel voor de uitzendbranche dusdanig in te richten dat het herhaaldelijk starten van een uitzendbureau na constatering van een grove overtreding niet zonder meer mogelijk is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.

Zij krijgt nr. 90 (29861).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel werknemers met een nulurencontract bij dreiging van overgang naar een andere contractfase overgeheveld worden naar een ander uitzendbureau om daar weer opnieuw te starten in fase A;

overwegende dat veel werknemers daarmee blijven hangen in een zwakke positie op de arbeidsmarkt;

verzoekt de regering om bij de komende hervormingen op de arbeidsmarkt en de inrichting van het vergunningstelsel voor de uitzendbranche maatregelen te treffen waardoor de contractpositie van werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt, waaronder werknemers met een nulurencontract, wordt versterkt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.

Zij krijgt nr. 91 (29861).

De heer Ceder (ChristenUnie):
Tot zover, voorzitter. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank ook aan de heer Ceder voor zijn bijdrage. Daarmee zijn we aan het einde van de eerste termijn van de zijde van de Kamer gekomen. De minister heeft aangegeven een schorsing van een kleine tien minuten nodig te hebben.

De vergadering wordt van 17.37 uur tot 17.45 uur geschorst.

De voorzitter:
Aan de orde is het vervolg van het tweeminutendebat Arbeidsmigratie, als opvolging van het commissiedebat van 1 juni jongstleden. We zijn aangekomen bij de termijn van de zijde van het kabinet. Ik geef graag het woord aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Mevrouw Van Gennip, aan u het woord.

Minister Van Gennip:
Voorzitter, dank u wel. U hebt mij gevraagd om een beetje tempo te maken. Dat zullen we doen.

De voorzitter:
Dank.

Minister Van Gennip:
De eerste motie, op stuk nr. 82, is van de heer El Yassini. Mede namens een aantal anderen vraagt hij om geen onomkeerbare stappen te zetten en niet mee te werken aan het plan van de Europese Commissie in zijn huidige vorm. Dat zijn beide zaken die ik oordeel Kamer acht, want zo hebben we het ook opgenomen in het fiche, in de brief en in het debat. Wat daarbij wel van belang is, zeker voor mijn collega Van der Burg, is dat men in gesprek kan gaan over die migratiepartnerschappen, zodat er afspraken kunnen worden gemaakt met derde landen over het terugnemen van uitgeprocedeerde asielzoekers en migranten zonder rechtmatig verblijf. Het is heel belangrijk dat we dat kunnen blijven doen. Wat ook belangrijk is, is dat we in gesprek kunnen blijven over de vormgeving, ook als we ervoor kiezen om er niet aan mee te doen. Dat is onze eigen keuze. We willen juist die zorgen die u in de motie uit en die we zo breed in het debat aan de orde hebben gehad, zoals de druk op de samenleving, het absorptievermogen van de samenleving, wat het doet met huisvesting, de zorg en het draagvlak, op Europees niveau kunnen blijven herhalen. Als ik de motie zo mag interpreteren, dan krijgt zij oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 82 krijgt oordeel Kamer.

Minister Van Gennip:
Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 83. Daarbij refereer ik, ook voor de snelheid, aan de brief die u hebt ontvangen, zeg ik tegen mevrouw Piri via de voorzitter. Dus die moet ik ontraden, juist omdat wij willen zorgen dat wij dat grotere stelsel goed neerzetten en omdat dit, zoals wij ook hebben geschreven, minstens zo veel tijd kost om op te zetten.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 83 wordt ontraden.

Minister Van Gennip:
Dan de motie op stuk nr. 84, ook van mevrouw Piri, mevrouw Maatoug en de heer Van Kent. Ik ben het zeer met u eens dat juist die huisvesting een van de grote problemen is. We zijn op dit moment bezig met een avv-verzoek om die cao verbindend te kunnen verklaren. Er speelt nog een andere cao. Dat weet u. Daarnaast is de Wet goed verhuurderschap ingediend bij uw Kamer. Ik deel uw zorgen, maar ik wil u vragen om deze motie aan te houden, zodat we die twee trajecten de komende zomer even de kans kunnen geven. Dan kunnen we opnieuw met elkaar kijken of het ons snel genoeg gaat en of het goed genoeg is.

De voorzitter:
Mevrouw Piri, bent u bereid om de motie aan te houden?

Mevrouw Piri (PvdA):
ja, maar mogen we dan wel meteen na de zomer een stand van zaken ontvangen over hoe het ervoor staat met de avv en de uitzendsector?

Minister Van Gennip:
Ja.

De voorzitter:
Dat is hierbij toegezegd.

Op verzoek van mevrouw Piri stel ik voor haar motie (29861, nr. 84) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Van Gennip:
De motie op stuk nr. 85, ook van mevrouw Piri, mevrouw Maatoug en de heer Van Kent, gaat over een onderzoek van de Europese Commissie. Even voor de feitelijkheid: u refereert aan een onderzoek naar malafide uitzendbureaus. Het onderzoek dat nu loopt, gaat over uitzendarbeid in den brede, maar ik ben het met u eens dat de zorgen liggen bij die malafide uitzendbureaus en dat die zorgen vooral liggen bij internationaal opererende uitzendbureaus. Ik pak graag uw suggestie op om het hoog op de Europese agenda te zetten en daar de goede aandacht voor te hebben, maar ook om het bij de ELA aan de orde te stellen, nog intensiever dan we al doen. Daarmee krijgt die oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 85 krijgt oordeel Kamer.

Minister Van Gennip:
Dan heb ik hier de motie op stuk nr. 86, van mevrouw Maatoug, mevrouw Podt en mevrouw Piri, over toezicht en handhaving binnen het certificeringsstelsel van uitzendbureaus. Ik wil even zeggen dat er een aantal moties over certificering liggen. Dat is het wetsvoorstel waarover we vanmiddag een brief hebben gestuurd aan de Kamer. Die hadden we u beloofd in de zomer, maar die heeft u nu al gekregen, voor het debat, om u te faciliteren. Dat wetsvoorstel gaat in internetconsultatie. Het commissiedebat daarover moet nog plaatsvinden. Ik ga toch op een aantal van uw moties in, maar ik hoop dat we nog dat brede hoofdlijnendebat over certificering gaan voeren. De eerste motie, over publiekrechtelijk toezicht binnen het certificeringsstelsel, kan ik oordeel Kamer geven, zoals ook in de brief verwoord is. We zullen zorgen dat we met u bespreken hoe we dat willen doen en op welke manier we dat vorm gaan geven.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 86 krijgt oordeel Kamer.

Minister Van Gennip:
De motie op stuk nr. 87 gaat over de toegang van vakbonden tot de werkplaats. Daar hebben mevrouw Palland en mevrouw Maatoug tijdens het debat ook aan gerefereerd. Dat is een stevige oordeel Kamer, zou ik willen zeggen. Ik neem die aanmoediging zeer op, want ik deel uw zorgen daarover.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 87: oordeel Kamer.

Minister Van Gennip:
De motie op stuk nr. 88: ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 88: ontraden.

Minister Van Gennip:
Dat hebben we ook uitgebreid gewisseld in het debat.

Dan de motie op stuk nr. 89, over de bredewelvaartsbenadering. Daar heeft mevrouw Palland in het debat uitgebreid aan gerefereerd, met een heleboel goede opmerkingen, die ik hier niet zal herhalen. Ik neem dit graag mee en geef de motie oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 89: oordeel Kamer.

Minister Van Gennip:
Ik zal u ook op zeer korte termijn informeren over de motie-Den Haan met het verzoek om de instelling van een staatscommissie, want dat werd gevraagd.

De motie op stuk nr. 90 gaat over het vergunningstelsel voor de uitzendbranche. Dat gaat weer over de brief die u vandaag hebt gekregen. We willen het inderdaad zodanig inrichten dat het niet zonder meer mogelijk is om een uitzendbureau zomaar door te starten. Deze motie krijgt dus oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 90: oordeel Kamer.

Minister Van Gennip:
De motie op stuk nr. 91 gaat over de maatregelen waardoor de contractpositie van werknemers aan de basis van de arbeidsmarkt wordt versterkt. Dan refereer ik ook even aan de brief over de hervorming van de arbeidsmarkt die eraan komt, en aan de arbeidsmarktkraptebrief. Ik zou deze motie willen overnemen, want ik zie die als ondersteuning van beleid.

De voorzitter:
Geen van de leden heeft daar bezwaar tegen.

De motie-Ceder (29861, nr. 91) is overgenomen.

Dan tot slot.

Minister Van Gennip:
Ik wilde nog één zin tegen de heer Van Kent zeggen. Wij zullen elkaar scherp moeten blijven houden om deze situatie, die te vaak en te breed voorkomt, op te lossen. Een van de dingen daartoe is de indiening van het wetsvoorstel over certificering, dat u vanmiddag hebt gekregen, in navolging van Roemer. Maar we zullen nog heel vaak met elkaar in gesprek moeten gaan en acties moeten ondernemen om het voor elkaar te krijgen. Dat doe ik graag samen met u.

De voorzitter:
Dank. Ik dank iedereen: de Kamerleden en de minister voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Over de ingediende moties wordt aanstaande donderdag gestemd.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Coronasteunpakket

Coronasteunpakket

Aan de orde is het tweeminutendebat Coronasteunpakket (CD d.d. 12/05).

De voorzitter:
Ik heet iedereen van harte welkom: de Kamerleden die zich hebben ingeschreven voor het debat, de mensen die het op afstand of in de zaal volgen en natuurlijk de bewindspersonen, de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mevrouw Van Gennip, en de staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst, de heer Van Rij. Van harte welkom.

Aan de orde is het tweeminutendebat Coronasteunpakket. Het commissiedebat is gevoerd op 12 mei jongstleden. We hebben een achttal inschrijvingen vanuit de Kamer. Ik geef graag het woord aan de heer De Jong van de fractie van D66.

De heer Romke de Jong (D66):
Voorzitter, dank u wel. Het ergste van de coronacrisis lijkt achter de rug. Daarom heb ik twee moties om ondernemers te helpen, zodat ze beter uit de crisis kunnen komen. Maar eerst heb ik nog een vraag. Want er is in ongekend tempo gedigitaliseerd in de coronacrisis. Bedrijven die nog geen website hadden, introduceerden onlinebestellen. Maar er zijn ook nog bedrijven die moeten investeren in digitalisering, om zo sterker uit de crisis te komen. Er lijken grote regionale verschillen te zijn. Kan de minister komen met een vergelijking van de regelingen om digitaliserende ondernemers te steunen op verschillende locaties, met een verklaring voor de eventuele verschillen?

Voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het gebruik van BMKB-leningen helpt om ondernemingen te financieren op momenten dat financiering op de markt niet mogelijk is;

constaterende dat het gebruik van de BMKB-regeling terug lijkt te lopen;

overwegende dat dit deels lijkt te worden veroorzaakt door een kritischere houding en analyse van banken als financiers van de BMKB, die mogelijk samenhangt met het wegvallen van de coronasteunmaatregelen;

constaterende dat het goed functioneren van een mogelijke BMKB-Groenregeling afhangt van de mogelijkheden die bedrijven hebben om financiering voor groene projecten te krijgen bij banken;

overwegende dat voor een goed functionerende BMKB-regeling de juiste houding van financiers vereist is en hier aandacht voor moet zijn bij de evaluatie van de BMKB;

verzoekt de regering om er, bij de uitwerking van de aanbevelingen uit de evaluatie van de BMKB-regeling, voor te zorgen dat deze in de toekomst nog beter aansluit op de behoefte van het mkb, met specifieke aandacht voor toegankelijkheid van financiering,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Romke de Jong, Amhaouch, Van der Graaf en Stoffer.

Zij krijgt nr. 494 (35420).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ondernemers op verschillende manieren hulp kunnen krijgen bij het verbeteren van hun onderneming;

overwegende dat het door het vele aantal financieringsopties, met of zonder steun van de overheid, lastig kan zijn om een aanvraag voor de juiste financiering te doen;

verzoekt de regering om te onderzoeken of de introductie van één loket de toegankelijkheid en effectiviteit van de regelingen om ondernemers vooruit te helpen, kan verbeteren;

overwegende dat de verschillende criteria en termijnen die voor iedere regeling gelden, kunnen leiden tot hogere administratieve lasten en minder begrijpelijke regelingen, waardoor de effectiviteit van de regelingen vermindert;

verzoekt de regering om bij de geplande evaluaties van de verschillende instrumenten specifieke aandacht te hebben voor de samenhang tussen de instrumenten rond criteria en termijnen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Romke de Jong, Amhaouch, Van der Graaf, Graus en Stoffer.

Zij krijgt nr. 495 (35420).

De heer Romke de Jong (D66):
Sorry, voorzitter, ik ben net over de tijd heen.

De voorzitter:
Kan gebeuren. Dank, meneer De Jong.

Dan geef ik graag het woord aan de heer Van Haga van de Groep Van Haga.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij de NOW-steunpakketten telkens het salaris van de dga werd uitgezonderd;

verzoekt de regering bij een volgende situatie geen onderscheid meer te maken tussen salarissen van werknemers en het salaris van de eigenaar van de onderneming,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Haga.

Zij krijgt nr. 496 (35420).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij de coronamaatregelen geen rekening werd gehouden met de economische impact;

verzoekt de regering bij een volgende situatie van tevoren een economische impactanalyse te maken voor de betreffende sector,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Haga.

Zij krijgt nr. 497 (35420).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat 200.000 bedrijven failliet dreigen te gaan ten gevolge van de coronacrisis;

overwegende dat hier ook levensvatbare bedrijven bij zitten;

verzoekt de regering bij levensvatbare bedrijven maatwerk te leveren met het doel om een doorstart te realiseren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Haga.

Zij krijgt nr. 498 (35420).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet bij toekomstige beperkende maatregelen in veel scenario's geen financiële steun meer wil bieden aan bedrijven;

overwegende dat de overheid financiële steun moet bieden als deze beperkende maatregelen aan bedrijven oplegt;

verzoekt de regering in alle scenario's waarin beperkende maatregelen gelden, bedrijven financiële steun te bieden indien deze beperkende maatregelen leiden tot schade, zoals extra kosten en omzetderving,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Haga.

Zij krijgt nr. 499 (35420).

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
En dan de laatste.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de coronamaatregelen tot algehele sluiting van hun bedrijven tot grote schulden bij met name ib-ondernemers hebben geleid;

overwegende dat de huidige en aangekondigde maatregelen om de schuldenlast te verlagen, ontoereikend zijn voor een deel van de ib-ondernemers;

constaterende dat de economie kampt met enorme tekorten aan medewerkers en dat werklozen daardoor pijlsnel een nieuwe baan kunnen vinden;

verzoekt de regering om de verplichting om bij het staken van een onderneming of het voorzetten van een onderneming zonder personeel aan medewerkers een verplichte transitievergoeding uit te keren, tot nader order op te schorten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haga en Smolders.

Zij krijgt nr. 500 (35420).

Dank, meneer Van Haga. Dan geef ik graag het woord aan de heer Graus namens de fractie van de PVV.

De heer Graus (PVV):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Na het voorlezen van mijn moties, moet ik naar een commissiezaal, dus dan ben ik hier weg. Dan weet u dat, meneer de voorzitter.

De voorzitter:
Daar is alle begrip voor.

De heer Graus (PVV):
De eerste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering alle geleden kosten wegens de door de regering opgelegde sluiting te vergoeden aan gedupeerde ondernemers, ook ten behoeve van schrijnende gevallen die tot nu toe buiten de boot zijn gevallen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.

Zij krijgt nr. 501 (35420).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering het totaalpakket aan schulden en kosten ontstaan door de gedwongen sluiting tijdens de coronacrisis, integraal te bezien en met gepaste oplossingen te komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.

Zij krijgt nr. 502 (35420).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering de schade die Limburgse ondernemers in het watersnoodgebied hebben geleden boven op de coronacrisis, vanaf het derde en vierde kwartaal 2021 en eerste kwartaal 2022 ruimhartig en met gezwinde spoed te vergoeden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.

Zij krijgt nr. 503 (35420).

De heer Graus (PVV):
Dan de laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering de schaderegeling voor ondernemers in het Limburgse watersnoodgebied ook te laten gelden voor bedrijven die geen fysieke waterschade hebben opgelopen maar wel als gevolg van de watersnood hun bedrijfsactiviteiten moesten staken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.

Zij krijgt nr. 504 (35420).

Dank, meneer Graus. Dan zijn we aangekomen bij de heer Aartsen namens de fractie van de VVD.

De heer Aartsen (VVD):
Dank u, voorzitter. Tijdens deze coronacrisis hebben enorm veel ondernemers noodgedwongen schulden gehad bij de Belastingdienst. We zien dat dat een enorme molensteen voor heel veel ondernemers is. Wij hebben een aantal keer aangegeven dat wij vinden dat de vijf jaar die er nu voor staat, voor een grote groep ondernemers te weinig is en daarom zouden wij graag willen dat wij de mogelijkheid bieden tot verruimen tot zeven jaar. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet een aantal scenario's heeft uitgewerkt hoe om te gaan met de openstaande belastingschuld bij ondernemers veroorzaakt door corona;

overwegende dat corona een zeer uitzonderlijke situatie was en veel ondernemers noodgedwongen een belastingschuld moesten opbouwen;

overwegende dat de standaard vijf jaar terugbetaaltermijn voor een bepaalde groep levensvatbare ondernemers niet voldoende is;

overwegende dat de negatieve macro-economische effecten bij scenario 3 niet opwegen tegen individuele problemen van mkb-ondernemers;

verzoekt de regering om scenario 3 uit te voeren, zodat ondernemers waarvoor de vijfjaarstermijn te kort is op verzoek en na een lichte toets voor levensvatbaarheid onder voorwaarde gebruik kunnen maken van een eventueel extra uitstel tot zeven jaar om hun belastingen terug te betalen die door corona zijn veroorzaakt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Aartsen, Amhaouch, Graus, Stoffer, Van der Graaf en Romke de Jong.

Zij krijgt nr. 505 (35420).

De heer Aartsen (VVD):
Voorzitter. Ik heb nog een tweetal vragen aan het kabinet. De eerste gaat over de Subsidieregeling Evenementengarantie, de SEG. Ik heb het in het vorige debat ook een aantal keer gehad over de veertiendagentermijn. Ik ben nog steeds benieuwd: waar komt dat criterium van maximum veertien dagen vandaan? Is het mogelijk om in plaats van dat criterium een evenementenvergunning als criterium te gebruiken? Uiteindelijk wordt de evenementenvergunning vernietigd bij het besluit om een evenement te annuleren. Nu vallen er helaas een paar specifieke evenementen buiten de boot, dus dat moet financieel goed te doen zijn.

Voorzitter. Mijn laatste punt binnen de tijd is dat wij de motie van mevrouw van der Graaf over de uitwerking van scenario 2 ondertekenen. Wij gaan ervan uit dat dit uiteraard boven op mijn motie over scenario 3 wordt gedaan en niet ten koste van.

Dank u.

De voorzitter:
Dank, meneer Aartsen. Dan zijn we aangekomen bij de heer Amhaouch namens de fractie van het CDA.

De heer Amhaouch (CDA):
Voorzitter. Ten eerste dank aan de staatssecretaris omdat hij in een brief uitvoerig is ingegaan op de verschillende scenario's, met name rondom de belastingschulden. Daarom hebben wij de motie van de heer Aartsen van de VVD medeondertekend, juist om nog te kijken naar een stukje maatwerk na die vijf jaar. Dank daarvoor.

Voorzitter. We moeten ook vooruitkijken. De coronacrisis is geweest. Ik hoop dat die nog lang wegblijft. Maar we moeten ook vooruitkijken. We hebben het een tijdje terug in een debat gehad over de impact van de Oekraïneoorlog op het Nederlandse bedrijfsleven. Daarom vraag ik aan de minister van Economische Zaken hoe het staat met onze motie om het financieringsinstrumentarium — denk aan de BMKB-C, de GO-C en het Borgstellingskrediet voor de Landbouw — geschikt en toegankelijk te maken voor getroffen bedrijven. We zitten namelijk met het zesde sanctiepakket. De gaskraan wordt elke dag iets verder dichtgedraaid. Er zijn een aantal kapitaalintensieve bedrijven die we ook weerbaar moeten maken.

Ik heb nog een vraag voor de minister van Sociale Zaken. Ik heb begrepen dat er vanmiddag een brief is gekomen. Ik had een vraag over de deeltijd-WW. Die is ook belangrijk, juist voor de wendbaarheid van bedrijven in moeilijke tijden. Kan zij daar nog heel kort op reageren?

De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage, meneer Amhaouch. Dan zijn we aangekomen bij mevrouw Van der Graaf namens de ChristenUnie.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Dank u wel, meneer de voorzitter. We hebben een uitgebreid debat gehad over de coronasteunpakketten. Daarbij hebben we gesproken over de scenario's. In het commissiedebat heb ik de staatssecretaris gevraagd om nader in te gaan op de mogelijkheid van het omzetten van een belastingschuld in een achtergestelde lening. De staatssecretaris heeft in zijn brief aangegeven dat die optie toch wel op heel grote bezwaren stuit, met inhoudelijke argumenten onderbouwd. Wat mijn fractie betreft laten we dat scenario dan ook liggen.

Ik heb in datzelfde debat ook gevraagd om oog te hebben voor de individuele situatie van ondernemers, om flexibiliteit en om maatwerk wat betreft hoe om te gaan met de belastingschulden. In het kader daarvan heb ik de volgende motie voorbereid. Die dien ik graag in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er een aantal scenario's zijn geschetst over hoe om te gaan met de coronabelastingschuld van ondernemers;

overwegende dat er met scenario 2 flexibiliteit mogelijk is, maar er wel een motiveringsverplichting geldt;

verzoekt de regering bij de verdere uitwerking van scenario 2 rekening te houden met de administratieve last van de motiveringsplicht voor met name kleinere bedrijven door bijvoorbeeld te differentiëren in de zwaarte van de motiveringsverplichting tussen het micro-, klein- en middenbedrijf,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Graaf, Aartsen, Amhaouch en Romke de Jong.

Zij krijgt nr. 506 (35420).

Dank, mevrouw Van der Graaf. Ik zie dat u nog de laatste woorden aan de motie toevoegt. Ondertussen ga ik langzaamaan naar onze laatste spreker: mevrouw Maatoug namens de fractie van GroenLinks. Aan u het woord.

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):
Dank voor de beantwoording. Complimenten aan de ministers. Zij moeten elke keer heen en weer lopen naar hun ondersteuning. Ik moest dat ook een keer doen. Ik ben toch wel even aan het puffen.

Voorzitter. Ik heb twee moties. Motie één.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Subsidieregeling Evenementengarantie 2022 (SEG) in het leven is geroepen om een deel van de kosten te vergoeden bij een evenementenverbod van de rijksoverheid;

constaterende dat deze regeling geldt voor evenementen die georganiseerd worden in de periode januari 2022 tot en met september 2022;

overwegende dat binnen deze periode alleen in het eerste kwartaal gebruik is gemaakt van de regeling;

overwegende dat de mogelijkheid van een evenementenverbod vanwege de seizoensgebondenheid van COVID-19 in het vierde kwartaal groter is dan in andere kwartalen;

verzoekt de regering om de Subsidieregeling Evenementengarantie 2022 door te trekken en ook het vierde kwartaal van 2022 eronder te laten vallen, met inachtneming van de budgettaire kaders SEG 2022 die voor 2022 zijn gesteld,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Maatoug, Kathmann, Westerveld en Mohandis.

Zij krijgt nr. 507 (35420).

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):
Dan motie twee.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er tijdens de coronacrisis steunpakketten zijn opgezet omdat de reguliere sociale zekerheid tekortschoot;

overwegende dat dit vanwege het onvoorziene karakter van de crisis in korte tijd moest gebeuren, maar dat ondersteuning van inkomens en banen van belang is voor het stabiliseren van de economie;

constaterende dat andere landen de crisis op verschillende manieren te lijf zijn gegaan, zoals door het bieden van inkomensondersteuning aan individuen of door het bieden van steun aan bedrijven;

constaterende dat groepen flexwerkers of zelfstandigen buiten de boot vielen of dreigden te vallen, onder andere personen met korte WW-duur, personen die door herhaalwerkloosheid geen WW-rechten meer hadden of de doelgroep van de TOFA;

verzoekt het kabinet te onderzoeken in hoeverre het geheel van de sociale zekerheid en de verschillende instrumenten tegen een volgende crisis opgewassen zijn en hoe toegankelijk de instrumenten zijn voor (kwetsbare) groepen, en aan de Kamer hierover voor het eind van het eerste kwartaal 2023 te rapporteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Maatoug en Kathmann.

Zij krijgt nr. 508 (35420).

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):
Dank, voorzitter.

De voorzitter:
Dank ook voor uw bijdrage, mevrouw Maatoug. Daarmee zijn wij aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. De moties worden over een minuutje of zeven à acht beoordeeld door de bewindspersonen. Ik schors de vergadering tot 18.15 uur.

De vergadering wordt van 18.08 uur tot 18.16 uur geschorst.

De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Coronasteunpakket, als opvolging van het commissiedebat van 12 mei jongstleden. We zijn aangekomen bij de eerste termijn van de zijde van het kabinet. Ik geef graag het woord aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mevrouw Van Gennip.

Minister Van Gennip:
Dank u wel, voorzitter, dat ik als eerste het woord mag voeren. Excuses dat ik u heel snel hierna verlaat. Dat heeft een hele prozaïsche reden: mijn jongste dochter heeft vanavond de groep 8-musical. Die begint al bijna en daar wou ik de tweede helft toch nog van meemaken.

De voorzitter:
Heel veel plezier alvast.

Minister Van Gennip:
Ik heb één vraag en drie moties om met u te bespreken. De vraag ging over de deeltijd-WW. Dat was een vraag van de heer Amhaouch, van het CDA. Ik kan daarover zeggen dat we u vanmiddag in de hoofdlijnenbrief hebben aangegeven dat het gaat om een duurzame arbeidsrelatie en wendbare ondernemingen. Dat is eigenlijk het hoofdthema. Daarbinnen hebben we in balans een heleboel maatregelen aangegeven. Een daarvan is de deeltijd-WW. Die maatregelen zijn we al aan het uitwerken samen met sociale partners en die zullen we in de komende maanden verder uitwerken. Dan komen we er bij uw Kamer op terug hoe we dat vorm willen geven, wat daar de voorwaarden voor zijn, wat daarbij eventuele hobbels zijn die we tegenkomen en hoe we dat in de lijn van het coalitieakkoord willen gaan uitvoeren, aangezien daarin natuurlijk een aantal voorwaarden zijn gesteld.

Dan de motie op stuk nr. 496, van de heer Van Haga, van de Groep Van Haga. Die ging over de NOW-steunpakketten en het salaris van de dga. Die motie vinden wij niet wenselijk en niet mogelijk, dus die moet ik ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 496 is ontraden.

Minister Van Gennip:
Dan de motie op stuk nr. 500, van de heer Van Haga en de heer Smolders. Die gaat over de verplichte transitievergoeding. Die transitievergoeding is voor werknemers erg belangrijk, zodat zij inkomen hebben in de tijd dat ze geen baan hebben en zodat ze een opleiding kunnen volgen. Deze motie moeten wij dus ook ontraden. Overigens wordt er in de wet natuurlijk al flexibiliteit geboden, maar op deze manier moeten wij deze motie ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 500 is ontraden.

Minister Van Gennip:
Dan ten slotte de motie op stuk nr. 508, van mevrouw Maatoug en mevrouw Kathmann. Mevrouw Maatoug is er niet. Ik wilde mevrouw Maatoug een compliment maken omdat zij een scherpe analyse heeft gemaakt en ook een scherpe motie heeft neergelegd; zo kennen we haar. Die motie laat ik oordeel Kamer. Het is best wat werk voor mijn mensen om dat uit te zoeken, maar dat is zeker de moeite waard. Daar gaan wij dus graag mee aan de slag.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 508 krijgt oordeel Kamer. Een heel korte vraag van de heer Aartsen.

De heer Aartsen (VVD):
Ik vind het interessant om te lezen dat er wordt gekeken naar dingen die in het buitenland worden gebruikt. Daar wordt onder andere gekozen voor het geven van steun aan inkomens, terwijl wij er met de NOW expliciet voor gekozen hebben om steun te geven aan banen. Nu blijkt dat wat wij in Nederland hebben gedaan, misschien wel de beste keuze is geweest in heel Europa. Ik zou het kabinet willen verzoeken om vooral dat onderdeel daarin mee te nemen. Wij hebben in Nederland de banen in plaats van de inkomens overeind gehouden en volgens mij hebben we daar nu veel profijt van.

Minister Van Gennip:
Dat is een hele goede opmerking. Commissaris Schmit heeft de NOW, zoals wij die in Nederland hebben vormgegeven, een aantal keer als voorbeeld gebruikt van hoe je kunt zorgen voor baanzekerheid, waardoor mensen niet alleen nog steeds geld uitgeven maar ook maatschappelijk meer verbinding houden en blijven doorleren, zich een leven lang ontwikkelen, in de baan die ze hebben. Dat zullen we zeker meenemen, maar wellicht zijn er ook zaken die we wel kunnen leren. In een ander commissiedebat, het WGO over het jaarverslag, hebben we gekeken naar de lessen die we hebben getrokken uit het opzetten van de NOW. Wij hebben daar toen als commissie over gesproken. Ik neem aan dat het mede daardoor geïnspireerd is. Dat gedeelte van het WGO over het jaarverslag zullen we daarin meenemen.

De voorzitter:
Dank. Ik dank u nogmaals voor de appreciatie. Ik wens u vanavond heel veel plezier bij het tweede deel. Ik weet hoe het voelt. Ik geef graag het woord aan de minister van Economische Zaken en Klimaat, mevrouw Adriaansens.

Minister Adriaansens:
Dank u, voorzitter.

Allereerst de vraag van de heer Amhaouch. Hij vroeg hoe het stond met de motie over het garantie-instrumentarium. Volstaat dat? Naar aanleiding van de motie van de heer Amhaouch is onderzocht of het huidige financieringsinstrumentarium geschikt is en hoe het toegankelijk gemaakt kan worden voor de getroffen bedrijven. Daarover hebben wij veel sessies en gesprekken gehad, onder andere tussen het ministerie van LNV en ons ministerie, en met de grootbanken, VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO. Daar kwam uit naar voren dat er vooralsnog geen toename is in de behoefte aan ondersteuning om de liquiditeitstekorten op te vangen, anders dan het instrumentarium dat we nu al hebben. Ik blijf dit samen met mijn collega van LNV wel heel goed monitoren. We volgen het echt nauwgezet, maar op dit moment is er dus geen directe aanleiding om daar anders in te voorzien dan we nu doen.

De voorzitter:
Meneer Amhaouch, een korte vraag.

De heer Amhaouch (CDA):
Een hele korte vraag. Ik zou graag een brief willen waarin dit gemotiveerd uiteengezet wordt, want de signalen die ons bereiken zijn wel degelijk anders. Er is eerder verwezen naar de BMKB-C. Die zou toegankelijk zijn, maar die is niet toegankelijk in het kader van Oekraïne. Ik hoor graag hoe de minister dat ziet. Ik vraag hierbij om een brief waarin de uitwerking van die motie met de Kamer gedeeld wordt.

Minister Adriaansens:
Daar wil ik zeker schriftelijk op terugkomen. Misschien wat meer praktisch: op het moment dat de heer Amhaouch of andere leden signalen hebben dat het niet goed loopt, dan zou ik die graag willen vernemen, want ik doe het liefst gelijk boter bij de vis. Wij zijn in de veronderstelling dat het voldoet, maar als dat niet zo is, dan moeten we daar heel goed naar kijken.

De voorzitter:
Helder. Gaat u verder.

Minister Adriaansens:
Dan kom ik op de vraag van de heer De Jong van D66. Hij vroeg of ik met een vergelijking kan komen, met een inventarisatie van de regionale regelingen voor de aanpak van digitalisering. Ja, dat doen we aan het eind van dit jaar of in Q1 van 2023. We maken een regioscan. Zoals u weet, vinden wij het heel belangrijk dat we het mkb goed ondersteunen bij digitalisering. We hebben al best heel veel in uitvoering, zoals de digitale werkplaatsen en Smart Industry. We hebben sinds kort ook Mijn Digitale Zaak gelanceerd. We werken op dit moment met het project digitale meetlat aan een aanpak om in kaart te brengen wat er allemaal is en wat de resultaten zijn van al deze projecten. We doen ook een pilot met een regioscan in Noord-Nederland. De resultaten daarvan zal ik met uw Kamer delen.

De heer Aartsen vroeg de regering naar de voorwaarden voor de maximumduur van veertien dagen van een evenement binnen de subsidieregeling SEG. Kunnen we dat verlengen? Het is allereerst belangrijk om te zeggen dat we blij zijn dat de evenementensector weer draait, dat mensen weer uitgaan en dat er van alles gebeurt. Laat dat ook gezegd zijn in deze Kamer. Dat willen we eigenlijk allemaal. Helaas kan ik de voorwaarden voor de maximumduur niet verlengen van 14 dagen naar meer. We hebben dat in het debat ook besproken. We hebben die SEG echt bedoeld voor kortdurende evenementen. Daar hebben we die grens gelegd, met een analyse die daaronder zat. Ik heb de heer Aartsen toen, in de randen van dat commissiedebat, ook het volgende aangegeven. Het dekt de lading van waar we het voor bedoelden, namelijk voor die kortdurende evenementen. En mochten we bijvoorbeeld overgaan naar die 31 dagen — die termijn werd ook genoemd — dan hebben we echt een groot dekkingsprobleem, want dan gaat het in één keer over 120 miljoen meer. Plus: we lopen vertraging op met die regeling. Dat is de onderbouwing daarvoor.

Voorzitter, ik kom bij de moties.

De voorzitter:
Graag.

Minister Adriaansens:
Allereerst de motie op stuk nr. 494 van de heer De Jong, over de BMKB-G-banken. De regering wordt daarin opgeroepen om … Ik kan het heel kort doen: oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 494: oordeel Kamer.

Minister Adriaansens:
Ja, en de brief is bijna klaar.

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 495. Die gaat over een overzicht van het instrumentarium en met name over de introductie van één loket, voor de toegankelijkheid en de effectiviteit van de regelingen. Die motie geef ik ook oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 495: oordeel Kamer.

Minister Adriaansens:
Daar moet ik een toevoeging bij geven: mits dat niet betekent dat criteria en termijnen gelijkgetrokken móéten worden. Ik zie …

De voorzitter:
… de heer Aartsen instemmen met die interpretatie.

Minister Adriaansens:
Dan is het oké en geef ik de motie oordeel Kamer.

De voorzitter:
Sorry, ik bedoelde: de heer De Jong. Ik haal ze al snel door elkaar! Gaat u verder.

Minister Adriaansens:
Voorzitter. Ik kom bij de motie op stuk nr. 497 van de heer Van Haga, over een impactanalyse bij overheidsmaatregelen. Die motie is veel te ruim geformuleerd. Daar kan ik op die manier geen oordeel Kamer aan geven, dus ik zal haar moeten ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 497: ontraden.

Minister Adriaansens:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 498 is ook een motie van de heer Van Haga. Daarin wordt de regering verzocht om bij levensvatbare bedrijven maatwerk te leveren. Die moet ik ontraden, omdat dat niet op die manier in de regelgeving staat. Waar het kan proberen we zo veel mogelijk maatwerk toe te passen, maar dan moet dat wel mogen op basis van wet- en regelgeving.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 498: ontraden.

Minister Adriaansens:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 499 van de heer Van Haga over het bieden van financiële steun bij toekomstige schade door beperkende maatregelen. Dat is niet in lijn met het kabinetsbeleid en de grote middellange- en langetermijnbrieven rondom corona die wij nu gestuurd hebben. Ik zal de motie daarom moeten ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 499: ontraden.

Minister Adriaansens:
Voorzitter. Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 501 van de heer Graus. Daarin wordt de regering verzocht alle geleden kosten wegens opgelegde sluiting te vergoeden aan ondernemers, ook ten behoeve van schrijnende gevallen die buiten de boot zijn gevallen. Die zal ik ontraden, met de argumentatie dat we ruim twee jaar ondernemers met veel verschillende regelingen voor grote bedragen, tientallen miljarden, hebben ondersteund. Waar mogelijk proberen we maatwerk te leveren bij schrijnende gevallen, maar helaas is dat niet in ieder geval mogelijk. Dat is heel treurig, maar dat is wel de stand van zaken. Om die reden moet ik de motie ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 501: ontraden.

Minister Adriaansens:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 502 van de PVV. Die zal ik oordeel Kamer geven. In de motie wordt verzocht het totaalpakket aan schulden en kosten integraal te bezien en op te lossen. Dat gaat naar de casuïstiektafel.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 502: oordeel Kamer.

Minister Adriaansens:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 503 van de heer Graus over de omzetdervingsregeling in Limburg. Voorzitter, ik zou die motie graag willen overnemen, maar meneer Graus is er niet en volgens mij moet hij dat dan bevestigen.

De voorzitter:
Nou, niet helemaal. Ik kan de Kamerleden verzoeken of zij er bezwaar tegen hebben dat de motie wordt overgenomen. Ik zie dat de heer Amhaouch gemachtigd is door de heer Graus, of in ieder geval gemandateerd. Hoe dat juridisch zit, weet ik niet, maar hij knikt in ieder geval. Daarmee is de motie overgenomen en komt die dus in stemming.

De motie-Graus (35420, nr. 503) is overgenomen.

Minister Adriaansens:
Ik zag het ook, voorzitter. Helemaal goed.

De voorzitter:
We hebben het allemaal waargenomen. Helder.

Minister Adriaansens:
Exact. Ik kom bij de motie op stuk nr. 504 van de heer Graus. Die gaat ook over de omzetdervingsregeling in Limburg. De motie stelt dat we ervoor moeten zorgen dat we de schaderegeling voor getroffen ondernemers in Limburg ook van toepassing laten zijn op bedrijven die geen fysieke schade hebben opgelopen, maar wel activiteiten moesten staken. Die motie zou ik eigenlijk willen laten aanhouden, omdat we in een brief zullen aangeven dat we aan het kijken zijn of én in hoeverre het mogelijk is. Ik verwacht dat met die brief het antwoord wordt gegeven. Daarom zou ik graag willen vragen om de motie aan te houden. Maar meneer Graus is er niet.

De voorzitter:
Dat gaat procedureel niet. Dus dat betekent dat u toch ... In het geval deze motie niet aangehouden wordt, wat is dan uw appreciatie?

Minister Adriaansens:
Dan ga ik haar ontraden.

De voorzitter:
Ontraden, tenzij de motie wordt aangehouden. Het verzoek aan de heer Graus is om de motie alsnog aan te houden. Gaat u verder.

Minister Adriaansens:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 507, die de regering vraagt om de Subsidieregeling Evenementengarantie 2022 door te trekken en ook het vierde kwartaal van 2022 eronder te laten vallen. Die moet ik ontraden. Dat heeft ook te maken met het kabinetsbeleid dat wij dat op dit moment niet opportuun vinden. Het sluit daar niet bij aan.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 507 is ontraden. Dat waren de moties voor u, mevrouw de minister. Dan geef ik graag het woord aan de staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst, de heer Van Rij, voor zijn appreciatie.

Staatssecretaris Van Rij:
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties. De eerste motie is door de heer Aartsen ingediend en ondertekend door een aantal andere Kamerleden. Die krijgt oordeel Kamer, met de kanttekening dat ik de motie zo lees dat er een toegangspoort komt voor selecte gevallen mét toekomstperspectief, levensvatbaarheid, en waarbij onbedoeld gebruik wordt tegengegaan. Dan zitten we eigenlijk tussen scenario 2 en 3 in.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 505: oordeel Kamer.

Staatssecretaris Van Rij:
Over de motie op stuk nr. 506 kan ik ook heel kort zijn: oordeel Kamer. Ook hierbij geldt een kleine kanttekening, namelijk in de uitvoering. Er wordt gevraagd dat de Belastingdienst gaat differentiëren naar hoogte van schuld en daarmee over het algemeen de grootte van het bedrijf.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 506: oordeel Kamer. Ik kijk nog één keer rond en ik zie dat er verder geen vragen zijn. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van het tweeminutendebat Coronasteunpakket naar aanleiding van het commissiedebat van 12 mei jongstleden.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik dank de Kamerleden en de bewindspersonen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Contouren box 3-heffing op basis van werkelijk rendement

Contouren box 3-heffing op basis van werkelijk rendement

Aan de orde is het tweeminutendebat Contouren box 3-heffing op basis van werkelijk rendement (CD d.d. 29/06).

De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Contouren box 3-heffing op basis van werkelijk rendement als opvolging van het commissiedebat van 29 juni jongstleden. Ik heet de Kamerleden en de staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst, de heer Van Rij, van harte welkom. Ik geef graag het woord aan de eerste spreker, de heer Nijboer.

De heer Nijboer (PvdA):
Voorzitter, dank u wel. Ik ga uit van het kerstregime, dus ik lees alleen de moties voor.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de vermogensongelijkheid in Nederland groot is;

overwegende dat het belastingtarief in box 3 relatief beperkt is vergeleken met de box 1 en box 2;

verzoekt de regering om vermogensongelijkheid tegen te gaan door de tarieven in box 3 te verhogen en deze progressief en dus meer in evenwicht te brengen met de tarieven in box 1 en 2,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Nijboer en Maatoug.

Zij krijgt nr. 122 (32140).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een groot deel van vermogen ondergebracht is in vastgoed;

overwegende dat in het stelsel op basis van werkelijk rendement woningwaarde niet vanaf de start wordt meegenomen door de huidige opzet van de WOZ;

verzoekt de regering om de Kamer in het najaar te informeren over mogelijke alternatieven om ook het rendement op vastgoed direct mee te nemen bij de start van het nieuwe stelsel en er in ieder geval voor te zorgen dat de belasting op deze categorie vermogen niet lager wordt dan die op andere categorieën van vermogen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Nijboer en Maatoug.

Zij krijgt nr. 123 (32140).

De heer Nijboer (PvdA):
De derde en laatste motie, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de vermogensongelijkheid in Nederland groot is;

van mening dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen;

verzoekt de regering om de voorgenomen budgetneutraliteit bij de hervorming van box 3 los te laten en in plaats daarvan te streven naar een hogere belastingopbrengst uit box 3,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Nijboer en Maatoug.

Zij krijgt nr. 124 (32140).

De heer Nijboer (PvdA):
Ik dank u wel.

De voorzitter:
Dank, meneer Nijboer. Dank ook dat u zelf al het kerstschema een beetje hebt overgenomen. We lezen de moties op en laten de vragen een klein beetje achterwege. Dan doet u mij een groot plezier, en ook de mensen die hierna nog het debat over de Voorjaarsnota hebben.

Meneer Grinwis, aan u het woord namens de ChristenUnie.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank. Ik heb één motie niet meegenomen, maar wel een aantal vragen. Ik kom dus wel met een paar vragen, maar eerst een motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de staatssecretaris van Financiën in de contourennota voor het nieuwe box 3-stelsel stelt dat de waardeontwikkeling van vastgoed aanvankelijk forfaitair zal worden belast;

overwegende dat de waardeontwikkeling van woningen afhankelijk is van veel factoren en dat een gemiddelde waardeontwikkeling dus een uiterst grofmazige schatting van de waardeontwikkeling van een vastgoedobject geeft;

overwegende dat de WOZ-waarde na-ijlt op de actuele waarde, maar desondanks een relatief precieze maatstaf is van de woningwaarde;

verzoekt de regering bij de verdere uitwerking van de vermogensbelasting op basis van werkelijk rendement zo snel als mogelijk uit te gaan van de werkelijke waarde van vastgoed, bijvoorbeeld door gebruik te maken van de beschikbare WOZ-waarde,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Grinwis.

Zij krijgt nr. 125 (32140).

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik heb toch nog een paar vragen voor de staatssecretaris. De vermogensaanwasbelasting is theoretisch superieur. Dat zei ik in het commissiedebat ook al. Op het gebied van de uitvoering liggen er echter nog forse vragen. Hoe langer ik daarover nadenk, hoe meer ik er zie. Ik leg er een paar aan u voor.

Wat te denken van de inbrengwaarde van vastgoed? Ik geef een voorbeeld. Stel, een pand heeft op 1 januari 2024 een WOZ-waarde van vijf ton. Iemand koopt het pand ergens gedurende het jaar voor €550.000, maar de WOZ-waarde per 1 januari 2025 is €525.000. In 2025 gaat dan het nieuwe stelsel in. Wat moet dan de inbrengwaarde van dat pand in box 3 worden? €500.000, €525.000 of €550.000?

Een beleggingspand met huurinkomsten. Een prikkel voor de eigenaar om de vermogensaanwas te drukken door flink te klussen en onderhoudskosten zo hoog mogelijk op te pompen, terwijl de waardestijging van de woning die dit veroorzaakt niet belast wordt. Dat is impliciet ook uitstel van belastingbetaling. Hoe hiermee om te gaan?

En de laatste, voorzitter. Deelname door een werknemer in een bedrijf met een belang kleiner dan 5%. Onder de vermogensaanwasbelasting dreigen dan grote belastingafdrachten als het bedrijf groeit. Betalingsregelingen zijn dus broodnodig. Vandaar dat ik mijn aangehouden motie die hierop zag aanstaande donderdag graag in stemming breng. Dat is de motie op stuk nr. 115 (32140).

De voorzitter:
Helder. Dank, meneer Grinwis. Dan zijn we aangekomen bij de heer Alkaya namens de fractie van de SP.

De heer Alkaya (SP):
Voorzitter, dank u wel. Ik zal ook volstaan met het indienen van één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering in het toekomstige stelsel van belasting op inkomen uit vermogen voorsorteert op beperkingen van de grondslag, zoals een heffingsvrij vermogen en een verliesverrekening;

van mening dat deze belasting een bijdrage moet leveren aan het verkleinen van de vermogensongelijkheid in Nederland;

verzoekt de regering bij het uitwerken van een vermogensaanwasbelasting ernaar te streven de vermogensongelijkheid zo veel mogelijk te verkleinen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Alkaya.

Zij krijgt nr. 126 (32140).

Keurig. Dank, meneer Alkaya, ook voor uw bijdrage. Dan geef ik graag het woord aan de heer De Jong namens de fractie van D66.

De heer Romke de Jong (D66):
Voorzitter, dank u wel. Ook voor mij alleen een motie, want het debat was inhoudelijk sterk genoeg.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in het nieuwe box 3-stelsel met een belasting over daadwerkelijk rendement de kwijtschelding van schulden invloed kan hebben op het te belasten inkomen;

overwegende dat dit tot een hoge belastingschuld kan leiden;

constaterende dat kwijtschelding van schulden voor mensen in de schuldhulpverlening juist is bedoeld om deze mensen weer perspectief te bieden;

van mening dat het kwijtschelden van schulden niet zou moeten leiden tot nieuwe schulden;

verzoekt de regering bij de vormgeving van het nieuwe box 3-stelsel rekening te houden met de doelstellingen van schuldhulpverlening en te voorkomen dat mensen worden geconfronteerd met hoge belastingschulden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Romke de Jong en Kat.

Zij krijgt nr. 127 (32140).

Dank ook aan u, meneer De Jong. Dan zijn we aangekomen bij de heer Idsinga namens de fractie van de VVD, de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie.

De heer Idsinga (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de staatssecretaris en de collega's voor het voeren van een goed, inhoudelijk debat. Tijdens het debat over het nieuwe box 3-stelsel hebben we over een aantal varianten gesproken die we vorm zouden kunnen geven. Ik ben blij met de toezegging van de staatssecretaris dat hij ook de variant die ziet op een systeem waarin pas belasting wordt geheven op het moment van realisatie van winst, nog iets nader gaat uitwerken. Ik heb dus ook helemaal geen motie, maar wel een aantal specifieke vervolgvragen ten aanzien van de uitwerking.

Tijdens het debat van vorige week leek het erop dat in de meerderheid van de gevallen er voldoende liquiditeiten aanwezig zijn om de papieren winstbelasting onder dat ene systeem te kunnen betalen. In de nadere uitwerking zou ik daar graag nog iets meer duidelijkheid over krijgen, iets meer duiding, iets meer voorbeelden wellicht. Het kan immers niet zo zijn dat mensen die weliswaar nog wat spaargeld hebben naast hun incourante vermogensbestanddelen dat spaargeld volledig moeten inzetten of in belangrijke mate moeten aanwenden voor het betalen van belasting over vermogensstijgingen van die andere incourante vermogenscategorieën. Kan de staatssecretaris dat meenemen in de verdere uitwerking?

Tot slot, voorzitter. Met betrekking tot de nadere uitwerking vraag ik ook nog even wat aandacht voor de eventuele economische verstoringen die zouden kunnen optreden bij een vermogensaanwasbelasting. Die worden namelijk nog niet genoemd. Er wordt in de contourennota wel gesproken over economische verstoringen in de vermogenswinstbelasting, maar niet over de vermogensaanwasbelasting. Ik kan er best een aantal bedenken. Die vermogensaanwasbelasting zou bijvoorbeeld impact kunnen hebben op het dividendbeleid van familieondernemingen met veel minderheidsaandeelhouders. Wat mij ook voorkomt als een economische verstoring is het geval waarbij mensen gedwongen zouden worden om hun vermogensbestanddelen min of meer noodgedwongen te verkopen om de belasting te kunnen betalen. Dank alvast aan de staatssecretaris voor de beantwoording.

De voorzitter:
Dank, meneer Idsinga, voor uw bijdrage. Dan geef ik het woord aan de heer Omtzigt namens de Groep Omtzigt. Gaat uw gang.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Voorzitter. Bij de vorige hervorming van box 3 zijn er grote fouten gemaakt, waardoor we bij de Hoge Raad beland zijn. De grote fout die we nu zouden kunnen maken is om geen rekening te houden met de enorme inflatie. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de inflatie fors is toegenomen;

verzoekt de regering bij de uitwerking van de plannen voor box 3 een concreet voorstel te doen waarbij rekening gehouden wordt met een forse inflatie, bijvoorbeeld ofwel door bij een relatief hoog inflatiepercentage — zeg meer dan 4% — een mechanisme in te bouwen waarbij rekening wordt gehouden met inflatie, ofwel door de indexering van prijzen van goederen met een inflatie-index, of een andere relevante manier,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Omtzigt.

Zij krijgt nr. 128 (32140).

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Ik neem aan dat hier in het najaar verteld zou kunnen worden wat er zou kunnen en hoe het zou kunnen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat arbitrage tussen verschillende vormen van vermogen tegengegaan moet worden;

constaterende dat er bij de laatste box 3-hervorming een grote vlucht in spaarboxen in box 2 plaatsvond, waaruit blijkt dat dit een reëel probleem is;

vraagt de regering in kaart te brengen hoe verschillende vormen van vermogen (box 2, box 3, vermogen in vastgoed via verschillende buitenlandse constructies en andere relevante constructies) belast worden en voor het eind van het jaar mogelijkheden in kaart te brengen om in het huidige stelsel arbitragemogelijkheden te verkleinen en voorstellen in kaart te brengen om in het toekomstige stelsel mogelijkheden tot arbitrage te verkleinen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Omtzigt.

Zij krijgt nr. 129 (32140).

Dank, meneer Omtzigt, voor uw bijdrage. Dan had ik nog mevrouw Maatoug staan, maar ik zie haar niet, dus …

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Wij zaten bij pensioenen.

De voorzitter:
Dat is ook een uitermate belangrijk onderwerp, meneer Omtzigt. We weten het: er wordt ook achter de schermen in andere debatten hard gewerkt, maar daarmee zijn wij wel aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. De staatssecretaris heeft aangegeven ongeveer vijf minuten nodig te hebben. Ik schors de vergadering dus tot exact 18.46 uur.

De vergadering wordt van 18.42 uur tot 18.49 uur geschorst.

De voorzitter:
Aan de orde is het vervolg van het tweeminutendebat Contouren box 3-heffing op basis van werkelijk rendement, als opvolging van het commissiedebat van 29 juni jongstleden. We zijn aangekomen bij de termijn van de zijde van het kabinet. Ik geef graag het woord aan de staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst, de heer Van Rij.

Staatssecretaris Van Rij:
Dank u wel, voorzitter. Ik begin met de vragen. Er zijn twee vragen gesteld. De heer Grinwis had een vraag over de inbrengwaarde van een pand in box 3 in 2025 en de kosten van vastgoed. De heer Idsinga vroeg naar het inzetten van spaargeld om belasting te betalen. Ik stel voor dat wij begin september in de al door mij toegezegde brief op die terechte vragen terugkomen.

De voorzitter:
Helder. Ik zie dat dat voor de heren akkoord is. Heel graag.

Staatssecretaris Van Rij:
Voorzitter. Dan de eerste motie. Dat is de motie op stuk nr. 122 van de heer Nijboer en mevrouw Maatoug. Zoals bekend zijn we in afwachting van het ibo-onderzoek. Dat komt hopelijk deze week naar buiten. Dan zal de Kamer dat ibo-rapport krijgen, maar nog zonder appreciatie van het kabinet, want die willen we met Prinsjesdag geven. Ik zou de heer Nijboer dus willen voorstellen om deze motie aan te houden totdat die appreciatie er ligt.

De voorzitter:
Meneer Nijboer, wilt u de motie aanhouden?

De heer Nijboer (PvdA):
Nee. We hebben een heel debat gehad over box 3, en we moeten snel richting geven, want anders komt de uitvoering in het gedrang. Ik vind het dus belangrijk dat de Kamer deze richting meegeeft. Dan kan er het hele reces aan worden gewerkt. Ik hou de motie dus niet aan.

Staatssecretaris Van Rij:
Oké. Dan is het oordeel ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 122 is ontraden.

Staatssecretaris Van Rij:
Voorzitter. Dan de tweede motie van de heer Nijboer en mevrouw Maatoug, die op stuk nr. 123. Ik wil nog een keer benadrukken dat het direct rendement op vastgoed in het nieuwe stelsel ook wordt belast. Voor alle duidelijkheid: de huren minus de kosten worden belast. Het gaat hier ook over de waardeontwikkeling. Met deze toevoeging van mijn kant is het oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 123: oordeel Kamer.

Staatssecretaris Van Rij:
Dan de motie op stuk nr. 124. Daar kan ik kort en goed over zijn: die is ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 124: ontraden.

Staatssecretaris Van Rij:
Dan de motie op stuk nr. 125 van de heer Grinwis. Die geef ik oordeel Kamer, met de opmerking die ik net gemaakt heb over de belastingheffing over vastgoed in het nieuwe stelsel: direct rendement versus indirect rendement.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 125 oordeel Kamer.

Staatssecretaris Van Rij:
Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 126 van de heer Alkaya. Zoals bekend wil het kabinet bij box 3 werkelijk rendement gaan belasten. Over het zo ver mogelijk verminderen van vermogensongelijkheid gaan we een discussie voeren aan de hand van het ibo-rapport. Dus ook hier zou ik zeggen: laten we dat ibo-rapport afwachten. Mijn suggestie zou dus zijn: aanhouden.

De voorzitter:
Meneer Alkaya, wilt u de motie aanhouden?

De heer Alkaya (SP):
Het is volgens mij uitgesloten dat het rapport er voor donderdag is. Ik ga de motie natuurlijk niet over het reces heen tillen; dan is het mosterd na de maaltijd. Ik ben dus bang dat we er gewoon over moeten gaan stemmen.

De voorzitter:
De motie wordt niet aangehouden. Daarmee is het oordeel …

Staatssecretaris Van Rij:
Ontraden.

De voorzitter:
De appreciatie van de motie op stuk nr. 126 is: ontraden.

Staatssecretaris Van Rij:
Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 127 van de heer De Jong en mevrouw Kat. Daar hebben we het overigens al over gehad in het debat. Ik heb ook aangegeven dat het niet de bedoeling is om mensen verder in de schuldhulpverlening te krijgen als hun schulden worden kwijtgescholden. Deze geven wij dus oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 127: oordeel Kamer.

Staatssecretaris Van Rij:
Ik maak één kleine kanttekening bij de formulering "te voorkomen dat mensen worden geconfronteerd met hoge belastingschulden": ja, in die situatie, niet in z'n algemeenheid.

De voorzitter:
Ik zie dat de heer De Jong met die interpretatie instemt.

Staatssecretaris Van Rij:
Dan de motie op stuk nr. 128 van de heer Omtzigt. Ook daar hebben wij het tijdens het debat over gehad. Toen heb ik al toegezegd — dat doe ik hier weer — dat we het absoluut gaan onderzoeken. We komen ook met dat onderzoek terug, want het is een heel terecht punt. Alleen, op dit moment wil ik daar niet verder in gaan. De uitkomsten van dat onderzoek zullen in de brief van begin september staan. Mijn voorstel zou zijn om de motie aan te houden. Want als ik nu al zeg dat ik het ga doen, zonder dat ik de opties echt goed heb onderzocht, dan loop ik een beetje voor de muziek uit.

De voorzitter:
Meneer Omtzigt, bent u bereid om de motie aan te houden? De heer Omtzigt is niet bereid om de motie aan te houden. Daarmee krijgt die het oordeel …

Staatssecretaris Van Rij:
Ontraden.

De voorzitter:
Ontraden.

Staatssecretaris Van Rij:
Dan de volgende motie. Daarover heb ik één vraag aan de heer Omtzigt. Kan hij nog één keer toelichten wat hij precies bedoelt met "via verschillende buitenlandse constructies", zodat we dat even heel precies hebben? Daarbij heb ik één opmerking: waar het om arbitrage tussen box 3 en box 2 gaat — wellicht gaat dat beide kanten uit, afhankelijk van hoe de situatie van de belastingplichtige is — leg ik de motie zo uit dat het niet tot een stelselwijziging leidt, maar dat je wel aan de bestaande knoppen kan draaien om dat tegen te gaan. Ik wijs er ook op dat er nog een wetsontwerp over excessief lenen hier in de Kamer ligt dat nog behandeld moet worden.

De voorzitter:
Meneer Omtzigt, een korte toelichting.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Ik verwijs kortheidshalve even naar de amendementen van mevrouw Maatoug, waaronder een aantal verdienmodellen zaten waardoor je als buitenlander op de Nederlandse vastgoedmarkt eigenlijk geen belasting betaalt. Ik verwijs ook naar eerdere antwoorden op mijn Kamervragen. Die kan ik nog wel even doen toekomen. Er zijn echt wel manieren om bijna geen of geen belasting te betalen op dit moment. Het gaat niet lukken om dat helemaal gelijk te trekken. Maar er kan wel enig evenwicht komen. Als je dan een vorm van vermogensbelasting, vermogenswinst of vermogensaanwasbelasting betaalt, drukt die ook op gelijke manieren. Of je dat dan als privépersoon dan wel in een bv doet en of je dat vanuit een buitenlandse holding doet of vanuit een Nederlandse holding: dat levert dan geen grote verschillen op. Dat breng je dan in kaart om te kijken waar nu de problemen zitten. Dan kan ik wel wat voorbeelden aanleveren van waar ik denk dat ze zitten, maar ik vermoed dat de Belastingdienst het zelf nog veel beter weet, want als het goed is doen al die mensen belastingaangifte.

De voorzitter:
Helder. De staatssecretaris.

Staatssecretaris Van Rij:
Een korte reactie daarop. Wij komen zeer binnenkort in ieder geval met één hele specifieke vorm, waar de heer Omtzigt ook al in het verleden om gevraagd heeft. Dat zijn buitenlandse beleggers die via de fiscale beleggingsinstellingen beleggen. Maar dan heb ik de vraag goed begrepen en dan interpreteren we die ook zo. Ik ga er nu even niet verder in detail op in. Dank daarvoor. De appreciatie is dan, met de opmerking die ik net gemaakt heb over het huidige stelsel, oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 129 krijgt oordeel Kamer. Dat was de laatste motie. Dan zie ik de heer Idsinga nog voor een korte vraag.

De heer Idsinga (VVD):
De staatssecretaris komt schriftelijk terug op de vragen die ik had gesteld. Volgens mij zei hij dat er maar één was, maar het zijn er eigenlijk twee. Ik vind het overigens prima dat ze schriftelijk worden beantwoord. Mijn tweede vraag was om ook even in te gaan op de eventuele economische verstoringen die zouden kunnen plaatsvinden bij de vermogensaanwasbelasting.

De voorzitter:
Ik zie de staatssecretaris knikken dat hij dat meeneemt in de brief.

Staatssecretaris Van Rij:
Ja, de heer Idsinga heeft volledig gelijk. Het zijn de puntjes op de i, maar ook op die vraag zullen we ingaan in de brief die voor begin september is toegezegd.

De voorzitter:
Dank. Daarmee zijn wij aan het einde van de beraadslaging gekomen. Ik dank de Kamerleden, ik dank de staatssecretaris.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Over de ingediende moties wordt aanstaande donderdag gestemd.

De vergadering wordt van 18.58 uur tot 19.28 uur geschorst.

Voorzitter: Bergkamp

Voorjaarsnota 2022

Voorjaarsnota 2022

Aan de orde is de voortzetting van het debat over de Voorjaarsnota 2022.

(Zie vergadering van 15 juni 2022.)

De voorzitter:
Aan de orde is de voortzetting van het debat over de Voorjaarsnota 2022. Ik heb de vorige keer geschorst tijdens de eerste termijn van de kant van het kabinet. Het kabinet heeft toen aangegeven met een brief te komen waarin het zou ingaan op de verschillende voorstellen en nog een aantal vragen zou beantwoorden. Ik stel dus voor dat we niet het debat van de vorige keer gaan herhalen, maar dat met name de voorjaarsbrief op de agenda staat. Qua interrupties stel ik voor: drie à vier vragen of opmerkingen. En daarna een normale tweede termijn. Dat zou vandaag mijn werkwijze zijn.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Voorzitter, een punt van orde. Volgens mij heeft de heer Klaver de vorige keer gevraagd om allerlei scenario's. Daar zouden we op wachten. We hebben een brief gekregen waarin eigenlijk over alles wat we hebben voorgesteld, staat dat het allemaal niet kan. Een additioneel btw-tarief van 5% op energie kan niet. De tarieven verlagen van de inkomstenbelasting en loonbelasting kan niet. Verhoging van het minimumloon, nog in 2022, kan niet. Verlagen van het collegegeld kan niet. Ik stel dus voor dat we gewoon doorgaan naar de tweede termijn, want dit heeft echt totaal geen zin. Ik zou aan de collega's willen vragen of ze daarmee instemmen.

De voorzitter:
Ik ga luisteren naar de collega's.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Die vraag hebben wij ook. We hebben de volgende rechtstreekse vraag aan het kabinet. We hebben de brief gekregen en we hebben dus gezien wat er allemaal niet kan. Daar zijn we van op de hoogte. Volgens mij hoeft dat dus niet herhaald te worden. Ik ben wel benieuwd hoe het kabinet, de minister-president en de minister van Financiën met lege handen hierheen durven te komen. Zien zij echt daadwerkelijk niet wat er op dit moment aan de hand is in de samenleving? Zien zij die alarmerende berichten van het Nibud en het CPB niet over miljoenen huishoudens die op dit moment gewoon helemaal stuk zitten? Het zou kunnen, hoor.

De voorzitter:
Wat is uw punt van orde?

Mevrouw Marijnissen (SP):
Het punt van orde is hoe het kabinet denkt dat het hier op deze manier durft te verschijnen, terwijl het kabinet twee weken de tijd heeft gevraagd om dingen uit te zoeken. Het enige wat we zien, is dat er helemaal niks kan. Ze schieten alles van de Kamer af en ze komen zelf met nul ideeën; nul.

De voorzitter:
Dat is wel een inhoudelijke vraag. De heer Van Haga deed een voorstel met een punt van orde. Het lijkt me goed om het voorstel van de heer Van Haga even in de groep te gooien.

De heer Wilders (PVV):
Voorzitter. Het is goed om daar even iets over te zeggen, want de voorgaande sprekers hebben natuurlijk helemaal gelijk. Wij staan hier gewoon voor Piet Snot. Niet alleen de oppositie, maar ook de coalitie heeft, wat je er ook van vindt, voorstellen gedaan om iets te doen voor de koopkracht van mensen. Het kabinet steekt tegen iedereen, tegen 150 leden van de Tweede Kamer, een dikke middelvinger op. Dat is wat ze doen. Dat maakt voor ons nog niet zo veel uit, maar voor de mensen thuis natuurlijk wel. Dus mijn voorstel is, mevrouw de voorzitter … Ik zou graag nog de mogelijkheid willen krijgen om een motie in te dienen. En voor de rest: laten we alsjeblieft naar huis gaan en dit circus stoppen.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik heb allerlei inhoudelijke opvattingen over wat het kabinet heeft gedaan. Ik vind het teleurstellend. Maar we hebben gevraagd om te reageren. Dat hebben ze gedaan, dus dank voor die stukken. Ik zou wel graag de gelegenheid willen hebben om daar nog een paar vragen over te stellen, omdat ik er namelijk niet van overtuigd ben dat het niet kan. Er is hier ook sprake van onwil. Daar moeten we met elkaar het debat over hebben, dus ik zou graag de ruimte krijgen om wat vragen te stellen. Dan kunnen we daarna een tweede termijn hebben en moties indienen.

De heer Azarkan (DENK):
Ook ik vraag me af wat er met dat rondje van Rutte en Kaag nou precies is opgehaald. Eigenlijk is het: Rutte says no. En daar staan we dan. Ik heb ook een paar korte vragen. Wat mij betreft vangen we aan met de eerste termijn van de zijde van het kabinet. Een paar vragen, maar dan snel over naar de tweede termijn.

De heer Dassen (Volt):
Ik begrijp helemaal de teleurstelling. De frustratie dat er helemaal niks schijnt te kunnen, heb ik ook, maar het lijkt me ook goed dat we daar in ieder geval het debat over voeren en er betere uitleg over krijgen, want volgens mij is er veel meer mogelijk dan het kabinet in deze brief laat zien.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Een aantal weken geleden hebben we het debat geschorst. De eerste termijn van het kabinet is niet afgerond, dus ik steun het voorstel van de heer Klaver om gewoon nu te starten met de afronding in eerste termijn. Dan kan iedereen zijn vragen stellen en gaan we daarna over naar de tweede termijn.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Heerma, dus geen steun voor het voorstel van de heer Van Haga.

De heer Van Weyenberg (D66):
Ik sluit me ook aan bij het voorstel van de heer Klaver. Laten we het debat voeren. Wij hebben ook nog vragen. Wij zijn ook nog bezig met een zoektocht naar wat wel kan. Daar is dit debat voor.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan trek ik de conclusie dat we van start gaan met de eerste termijn van de kant van het kabinet. Een aantal collega's hebben wel gevraagd om de eerste termijn kort te laten zijn en om vrij snel over te gaan naar de tweede termijn. Ik heb het volgende nog niet gezegd: ik heet de minister-president, de minister van Financiën en de staatssecretaris van harte welkom, evenals de woordvoerders, de mensen op de publieke tribune en de mensen die het debat op een andere manier volgen. Ik stel voor dat we van start gaan. Het kabinet heeft aangegeven dat de minister-president een toelichting geeft. Het woord is aan de minister-president.

Minister Rutte:
Voorzitter. Misschien is het goed om een enkel toelichtend woord te spreken. U heeft de stukken al kunnen lezen. Daar blijkt ook wel uit dat er technisch echt nog wel mogelijkheden zijn om dit jaar maatregelen te nemen, maar dat het nadeel is dat we daarmee, alles analyserend, onverantwoord veel vragen van onze publieke dienstverleners. Ik kom zo apart nog over de gemeenten te spreken, want daar hebben we vandaag nog een aanvullende brief over gestuurd. Ik zet de gemeenten dus even apart, maar voor de overige dienstverleners — gemeenten mag ik misschien geen publieke dienstverleners noemen, maar ze doen natuurlijk wel veel aan uitvoering — zie je dat het eigenlijk onverantwoord is. Die uitvoeringsrisico's heeft het kabinet te wegen. Dat hebben we overigens de vorige keer in het debat al laten doorschemeren. We hebben dat nu heel precies geanalyseerd. Dat ziet u terug in die stukken.

Daarbij speelt ook mee dat veel van die maatregelen die genoemd werden, pas effect gaan krijgen tegen het eind van het jaar, dus niet direct nu, maar pas tegen het eind van het jaar. Vanaf 1 januari 2023 zijn er weer alle mogelijkheden om alle knoppen te gebruiken die het belasting-, toeslagen- en socialezekerheidsstelsel biedt. Dat vraagt gewoon minder van die publieke dienstverleners, van de uitvoering. Bovendien kun je dan ook veel gerichter kijken wat je kunt doen om de gevolgen van de sterk stijgende prijzen en de inflatie te dempen en kun je structurele maatregelen nemen die beter aansluiten bij de structurele aard van het vraagstuk. Daarom heeft het kabinet de sterke voorkeur om in augustus aan de hand van de meest actuele CPB-ramingen een integraal besluit te nemen over aanvullende koopkrachtmaatregelen.

Ik kom dan nu apart nog op de energietoelage. U heeft vandaag de brief ontvangen van de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen. In die aanvullende brief ziet u dat gemeenten ons in eerdere bestuurlijke en ambtelijke overleggen hebben gemeld dat er al heel veel capaciteit nodig is om de doelgroep te bedienen met de energietoeslag. Er heeft op 4 juli opnieuw een bestuurlijk overleg plaatsgevonden tussen minister Schouten voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen en de VNG. Gemeenten hebben toen laten weten dat, als generieke mogelijkheden door rijksuitvoerders zijn uitgesloten, het verhogen van de energietoeslag voor 2022 bespreekbaar is. Ze plaatsten daarbij wel een aantal kanttekeningen. U heeft dat ook in de brief kunnen zien. De beoordeling van de aanvragen van de huidige groep is nog in volle gang. De VNG laat weten dat er bij een ophoging van het bedrag mogelijk meer tijd nodig is dan het wetsvoorstel biedt. Uitkering zal volgens het wetsvoorstel moeten plaatsvinden vóór 31 december 2022. Mogelijk moet dat dan met een jaar worden verlengd. Daarnaast is het, wil het uitvoerbaar zijn, ook van belang, zeggen de gemeenten, dat de doelgroep niet wijzigt. Daarbij zij opgemerkt dat de energietoeslag inhoudelijk echt een aantal nadelen kent. Ik wil ze hier toch melden. In de eerste plaats vergroot die verder de kloof tussen huishoudens die de energietoelage wel en huishoudens die de energietoelage niet ontvangen. De groep boven 120% van het sociaal minimum wordt door deze maatregel niet bereikt. Omdat het in heel veel gevallen waarschijnlijk ook doorloopt in 2023, is het daarnaast in de ogen van het kabinet ook interessant om in augustus opnieuw een weging te maken of je niet veel beter kunt kijken naar maatregelen die dit jaar, maar vooral ook voor 2023 en daarna, kunnen gelden. Wij zouden dat bij voorkeur integraal willen wegen in augustus, nadat het Centraal Planbureau een actueel beeld van de koopkracht heeft gepubliceerd. Dat als korte toelichting op beide brieven, die van vrijdag en die van vanmiddag.

De heer Wilders (PVV):
Ik heb hier echt geen woorden voor. We hebben het hele debat gevoerd om in 2022, dit jaar, nog wat extra's te doen. De minister-president realiseert zich blijkbaar niet dat mensen nu al in de financiële problemen zitten, met de inflatie, met de energierekening; we hebben alle voorbeelden genoemd. De huishoudens in Nederland staan financieel in brand. En dan bellen ze de minister-president, een beetje de brandweercommandant van Nederland, maar wat krijgen ze te horen? Nou, we gaan in augustus eens even met elkaar bespreken of we volgend jaar langskomen. Dan zijn die mensen al kapot. Die huishoudens trekken het al niet! Wat zegt de minister-president dus tegen al die mensen die dit jaar hun rekeningen niet meer kunnen betalen, die dit jaar van €25 een hele week boodschappen moeten doen, die dit jaar hun medicijnen al niet meekrijgen van de apotheker, die dit jaar in januari, toen het koud werd, al vroeg in bed lagen en die bang zijn dat ze dat aan het eind van dit jaar opnieuw moeten doen? Wat zegt u tegen ze: wacht maar tot 2023?

Minister Rutte:
Nee, dat zeg ik niet tegen ze. Tegen die groep zeg ik dat het kabinet in, ook in Europese vergelijking, twee grote stappen twee pakketten heeft aangenomen met maatregelen ter grootte van 6,5 miljard, om de gevolgen van de prijsstijgingen te dempen. Per 1 januari hebben we de energiebelasting verlaagd met €400. Per afgelopen vrijdag hebben we de btw op energie verlaagd van 21% naar 9%. Dat scheelt €140 voor een gemiddeld huishouden, €20 per maand. De accijns op benzine en diesel is op 1 april verlaagd met respectievelijk €0,17 en €0,11. Gemeenten zijn op dit moment bezig met het uitkeren van de energietoelage. Kwetsbare huishoudens ontvangen €800 en helpen we met energiebesparende en -verlagende maatregelen ter grootte van een bedrag van 300 miljoen. Per 1 juli is het minimumloon, en de daaraan gekoppelde uitkeringen, zoals gewoonlijk ook weer omhooggegaan, dit keer met 1,8%. Opgeteld gaat het om een pakket van 6,5 miljard. We praten hier over wat er extra nodig zou zijn.

De heer Wilders (PVV):
Dit is werkelijk ongehoord. De minister-president kijkt naar zijn katheder en leest een aantal teksten voor die ambtenaren hebben voorgekauwd, totaal zonder enige empathie; ik heb dat al eerder gezegd. Ik vraag hem wat echte mensen, gewoon de mensen thuis, die op dit moment televisiekijken, meemaken. Zij hebben niks aan uw ambtelijke tekstjes, die u staat voor te lezen; u kijkt me niet eens aan terwijl u ze uitspreekt. Kijk via mij naar die mensen thuis. Zij kunnen hun rekeningen niet meer betalen! U kunt een heel lijstje opnoemen over benzine en weet ik wat, maar het is niet genoeg. Het is niet genoeg. De hele Kamer, van uw eigen coalitie tot de hele oppositie, wilde dat u meer doet in 2022, maar u steekt een dikke middelvinger naar Nederland op. U doet het niet. U weigert het. En nogmaals de vraag, want ik wil er antwoord op krijgen: wat zegt u tegen al die mensen die het ondanks uw maatregelen niet lukt? En wat zegt u heel concreet tegen die meneer van 93 die €25 had en heeft om de week door te komen, en tegen die mevrouw die haar medicijnen niet meekreeg van de apotheker omdat ze, ook met uw maatregelen, de eigen bijdrage niet kan betalen? Wat zegt u tegen die mensen? Spreek die mensen rechtstreeks in de camera aan! Wat zegt u tegen ze?

Minister Rutte:
Kom op, meneer Wilders, houd u die instructies voor uw eigen fractie; gaat u zo met uw eigen fractie om, maar niet met mij. Maar ik kom graag bij de beantwoording van uw vraag. Ik ga uw vraag beantwoorden, maar wel graag op een normale toon.

De heer Wilders (PVV):
...

Minister Rutte:
Ik heb nu het woord, geloof ik.

De voorzitter:
Ja, de minister-president.

Minister Rutte:
Ik zeg het volgende tegen deze mensen. Dit kabinet trekt 6,5 miljard uit om de gevolgen te lenigen van de gigantisch stijgende prijzen. We hebben pakketten aangenomen die aan de bovenkant zitten van wat er in Europa gebeurt. We kunnen, helaas, niet alle problemen van de sterk stijgende inflatie en de sterk stijgende energieprijzen oplossen. Tegelijkertijd doen we heel veel, voor de mensen met een kleine beurs, voor de middengroepen, voor de mensen die te maken hebben met een hogere energierekening. We bekijken wat er extra kan. Maar ik wijs de heer Wilders wel op één ding. We hebben in deze Kamer veel debatten gehad over de problemen die er zijn bij onze uitvoeringsorganisaties. Daar werken fantastische mensen. Of het nou gaat om het debat over de kinderopvangtoeslagaffaire of over de debatten die gaan over andere problemen in de uitvoering, als wij hier in de Kamer de problemen daar negeren en denken dat we kunnen blijven stapelen, dan moeten we ook niet raar opkijken als er uiteindelijk in die uitvoering verdere problemen ontstaan. Dat is onverstandig. Wij hebben naar beste eer en geweten de verschillende ideeën die hier leefden, bekeken. Wij komen tot de conclusie dat die, als het uiteindelijk gaat om onze publieke dienstverleners, een te groot risico met zich meebrengen, behalve — dat is het nieuws van vandaag — waar het de gemeenten betreft. Daar lijken er iets meer mogelijkheden te zijn.

De heer Wilders (PVV):
Voorzitter, ten slotte. De minister-president raakt blijkbaar geïrriteerd. Nu is het de toon. Hij zegt tegen mij: bewaar die toon maar voor de fractie. Hij raakt geïrriteerd. En als de minister-president geïrriteerd raakt en zich niet meer kan beheersen, dan schiet je meestal raak. Want meneer de minister-president, u doet, zeg ik nogmaals, voor die mensen dit jaar helemaal niets. Zij zitten niet te wachten op een maatregel voor augustus 2023.

Laat ik twee voorstellen noemen die de PVV heeft gedaan. U zou de ouderen via de inkomensondersteuning voor ouderen, de IO-AOW, €25 per maand extra kunnen geven. In de brief staat dat het totaal uitvoerbaar is. Het kan, en het kan ook meteen. Een tweede voorstel is dat u het lage tarief van de btw zou kunnen verlagen. Daarvan zegt uw minister van Financiën: dat kan niet in het algemeen, maar we zouden dat vanaf 1 oktober voor de boodschappen op 0% kunnen zetten. Dat mag zelfs volgens de Europese richtlijnen. U doet het niet. U verdomt het. Het is geen uitvoeringsprobleem. U begint tegen mij over de toon te zeuren, maar maatregelen die kunnen, laat u na en u raakt geïrriteerd. Meneer Rutte, mensen weten wat ze aan u hebben: helemaal niets.

Minister Rutte:
Ik raak zelden geïrriteerd door de heer Wilders. Ik wees hem alleen even op de normale omgangsvormen hier. Ik zei dat deze toon misschien in zijn fractie gebruikelijk is maar niet in mijn richting.

De voorzitter:
Laten we het allemaal niet zo persoonlijk maken.

Minister Rutte:
Maar verder ben ik totaal niet geïrriteerd.

Die IO-AOW-maatregel is inderdaad mogelijk in 2022. Maar wij schrijven in de brief ook precies op wat de problemen daarmee zijn. Het staat bijvoorbeeld haaks op het stapsgewijs afschaffen van de IO-AOW vanaf 2023. Ik noem ook de enorme bedragen die daarmee samenhangen. Daar zul je ook keuzes in moeten maken. In alle rust dat analyserend, vinden wij dat dus niet verstandig. Dat schrijven we in de brief.

De voorzitter:
Dan gaan we naar mevrouw Marijnissen, SP.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Laat ik maar heel helder zijn: wat ons betreft is het ondenkbaar en ook onacceptabel dat de uitkomst van dit debat van vanavond is dat er dit hele jaar helemaal niks gebeurt voor mensen die nu de rekeningen niet kunnen betalen. Als dat wel zo is en als dit kabinet volhardt in dat er niks kan, in niks willen en in het verhaal dat ze het niet voor elkaar kunnen krijgen, dan vinden wij dat ze maar plaats moeten maken voor een ander, die het wel kan. Want dat kan en mag de uitkomst niet zijn. Iedereen die er ook maar een beetje verstand van heeft, zegt het: het CPB, het Nibud. Maar ook als je mensen gewoon spreekt op straat, dan weten mensen gewoon niet meer waar ze het zoeken moeten. En ondertussen gaat het ontzettend goed met de economie en worden er gigantische winsten gemaakt. Van alles kan wel. Nogmaals, dan kan het niet zo zijn dat de uitkomst van vanavond is dat er helemaal niks gebeurt.

Ik vind het ook onacceptabel om een andere reden. Er kunnen namelijk heel veel dingen wel. De banken werden binnen een dag gered. Het eigen risico werd binnen een week bevroren. Toen corona speelde, werden er per direct miljarden overgemaakt naar het bedrijfsleven. Dat kan allemaal wel. Gisteren nog, gisteren nog, is er hier besloten om meer dan 1 miljard euro uit te geven aan extra wapens, in een debat van twee uur tijd. Dat kan allemaal wel en dat kan allemaal snel. Dus dan kan het niet zo zijn dat de uitkomst is dat er helemaal niks kan om ervoor te zorgen dat de kosten voor mensen omlaaggaan.

Minister Rutte:
Maar dat zijn natuurlijk appels en peren. De aanschaf van een paar extra F-35's vraagt natuurlijk niks van de uitvoeringsorganisaties. Dat is een telefoontje naar Amerika en een akkoord van de Kamer, en dan koop je een paar extra vliegtuigen. Je praat hier over complexe uitvoeringsprocessen. Mevrouw Marijnissen is zelf vertegenwoordiger van de partij die hier terecht aandacht heeft gevraagd voor de ernstige problemen die voortkwamen uit het kinderopvangtoeslagschandaal. En als we daar nou één ding van geleerd hebben, is het wel hoe kwetsbaar de uitvoering is als we geen rekening houden met wat daar wordt opgemerkt.

Mevrouw Marijnissen (SP):
...

Minister Rutte:
Ik maak mijn antwoord even af.

Dan kan mevrouw Marijnissen grimmig worden, maar ik hou haar voor dat ik dat onverstandig vind. Het kabinet heeft de verschillende voorstellen die door de Kamer zijn gedaan, geanalyseerd: hoe zouden die uitpakken, juist ook voor wat betreft de risico's die er zijn bij de uitvoering? Dat hebben we precies op papier gezet. Daar kunnen we het dan over oneens zijn en we kunnen er in detail doorheen gaan; dat vind ik allemaal prima. Maar dat is wat we hebben gedaan. Je ziet vandaag dat er bij de gemeenten een opening is. Die zeggen: wij zouden misschien wel iets kunnen doen. Daar hebben we u vandaag die brief over gestuurd.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Ik vind het echt de schaamte voorbij dat de minister-president meent het kinderopvangtoeslagschandaal erbij te moeten halen als legitimatie voor het idee dat er helemaal niks zou kunnen om ervoor te zorgen dat de kosten voor mensen omlaag gaan. Dat kinderopvangtoeslagschandaal heeft dit kabinet zelf veroorzaakt. Dat schandaal heeft dit kabinet zelf ontiegelijk lang onder het tapijt geveegd. Het kabinet is er schuldig aan dat mensen nog steeds in de shit zitten en dat er nog steeds geen oplossing is. Dat dit kabinet nu die groep getroffen gezinnen wil opzetten tegen de rest van Nederland die de rekening niet kan betalen, alsof er daardoor voor die mensen niks zou kunnen, vind ik echt ongehoord.

Minister Rutte:
Dat doe ik ook helemaal niet. Als ik dat zou doen, zou mevrouw Marijnissen gelijk hebben. Ik wijs er alleen op dat we hier in de Kamer een aantal debatten hebben gehad in de afgelopen paar jaar over het belang van rekening houden met de vraagstukken die spelen bij de publieke uitvoeringsorganisaties. Als wij als politiek vragen blijven stapelen op de uitvoering, moeten we niet gek staan te kijken als er op een gegeven moment problemen ontstaan bij die uitvoering. Dat is precies wat we analyseren in de brief. Ik vind ook dat we dat onder ogen hebben te zien.

Mevrouw Marijnissen (SP):
De problemen in de uitvoering bij het kinderopvangtoeslagschandaal hadden een hele andere achtergrond en dat weet de minister-president ook. Ik zou het dus echt op prijs stellen als hij dat er vanavond niet bij sleept en dat niet als legitimatie gebruikt.

Maar dan wat anders. De minister-president zegt: het kan niet vanwege de uitvoeringsorganisaties. Dat is natuurlijk grote onzin. We doen hier al ontzettend lang allerlei voorstellen. Het kabinet zelf doet ook dingen die het op een ander moment had kunnen doen. Het is de wrange werkelijkheid dat er op dit moment 3 miljard euro extra binnenkomt in de staatskas door hogere btw-opbrengsten, omdat mensen gewoon meer moeten afrekenen voor de boodschappen omdat de prijzen door het dak gaan. Die 3 miljard extra komt gewoon binnen. Dan is het toch onbestaanbaar dat je niet minimaal die 3 miljard inzet om iets te doen om de lasten te verlichten voor mensen?

Minister Rutte:
De discussie gaat op dit moment toch niet over de dekking? De discussie gaat over de uitvoerbaarheid.

Mevrouw Marijnissen (SP):
De conclusie van dit kabinet is dan, om wat voor reden dan ook, dat er eigenlijk niks kan vanwege de uitvoerbaarheid. Want dat hoor ik de minister-president eigenlijk zeggen. Hij zegt: wij falen hierin; er is wel geld en we willen het wel, maar we kúnnen het gewoon niet. Is dat wat de minister-president zegt? Zitten we hier dus te kijken naar een onmachtige overheid, die totaal geen oog heeft voor de noden in de samenleving en eigenlijk tegen de samenleving zegt: zak er maar in; op 1 januari volgend jaar komen we misschien bij u terug? Is dat dan de uitkomst van deze avond wat de minister-president betreft?

Minister Rutte:
Nee, dat is een overheid die €800 geeft aan mensen met de laagste inkomens en die per 1 januari de energiebelasting heeft verlaagd met €400 per huishouden. We praten er hier over wat er misschien extra nodig zou kunnen zijn. Als je kijkt naar de analyses …

Mevrouw Marijnissen (SP):
Maar …

Minister Rutte:
Wilt u het antwoord horen? Als je kijkt naar de analyses van het Centraal Planbureau, dan zie je dat ook zij zeggen: doe het nou meerjarig; kijk nou ook wat er volgend jaar nodig is en hoe het van dit jaar in volgend jaar doorwerkt. Ik heb u vanmiddag al gemeld — er is een brief gekomen — dat er op één punt wat meer hoop gloort in de uitvoering: bij de gemeenten. Daar heerst inmiddels het nieuwe inzicht dat er misschien wel iets zou kunnen, maar verder is het inderdaad heel beperkt; dat klopt.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Marijnissen. Daarna gaan we naar de heer Klaver.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Heel beperkt? Het is gewoon nul! Het is helemaal niks! U heeft een bak papier over de schutting gegooid naar ons toe, waarbij u alle — álle! — voorstellen die hier zijn gedaan, heeft afgeschoten en heeft gezegd: dat kan allemaal niet. Maar zelf komt u met niks, met nul. U heeft niet één idee, niet één voorstel voor wat er nú kan. Het is niet heel beperkt; het is helemaal niks.

Minister Rutte:
Maar hoe kun je dat nou zeggen? We doen 6,5 miljard, waarvan een heel groot deel, eigenlijk zo'n beetje alles, in dit jaar landt. Waar kan mevrouw Marijnissen dan vandaan halen dat wij niks doen? Richting meneer Wilders zeg ik, in alle redelijkheid: we hebben geprobeerd om alle voorstellen die zijn gedaan door de Kamer, door de coalitie en de oppositie, te analyseren. Dit is onze conclusie. Ten aanzien van de gemeenten hebben we daar vanmiddag nog een aanvullende brief over gestuurd.

De voorzitter:
Dan gaan we naar de heer Klaver van GroenLinks, en er zijn nog meer collega's die wat willen vragen.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik vind het echt schaamteloos — echt schaamteloos! — hoe u hier probeert collega's de les te lezen. Deze premier heeft één taak: dit land veilig houden, veilig voor bedreigingen van buitenaf, maar ook veilig van binnenuit. We hebben het hier over 2,5 miljoen gezinnen die dit jaar niet rond kunnen komen, ondanks alles wat het kabinet heeft gedaan; ondanks dat. Dan is het onze taak om ervoor te zorgen dat die mensen krijgen wat ze nodig hebben. Ik ben zelf vader van drie kinderen en ik denk aan de contributie die wij in augustus weer moeten betalen aan de voetbalvereniging. Dat is voor mij geen probleem, maar voor al die gezinnen die straks die rekening van een paar honderd euro zien komen, is het dat wel. Het verschil tussen of wij vandaag iets voor elkaar kunnen krijgen of niet, is het verschil tussen of kinderen wel of niet kunnen voetballen volgend jaar. Het gemak waarmee hierover wordt gesproken … "Het kan niet" is te gemakkelijk. Ik heb het hele lijstje doorgelopen. Ik heb al die tabellen gezien. Het enige wat jullie hebben gedaan, is kijken naar de voorstellen van de Kamer. Welke eigen extra voorstellen hebben jullie uitgerekend? Voor welke eigen voorstellen hebben jullie gekeken of het kan?

Minister Rutte:
Wij zijn op basis van die analyse tot de conclusie gekomen dat het veel beter is om in augustus bij de besluitvorming voor 2023 te komen, zoals ook onze adviseurs zeggen, met een aanpak die rekening houdt met het koopkrachtbeeld van dat moment. Dan bezien we of we misschien voor 2022 maar sowieso voor 2023 ervoor kunnen zorgen dat er meer structurele mogelijkheden zijn, zonder dat je de problemen wegneemt. Het zal namelijk altijd een driewegsysteem zijn. We zullen allemaal iets verarmen. We zullen van de werkgevers verwachten dat zij de lonen verder verhogen. De overheid zal meer moeten doen om ervoor te zorgen dat we de problemen dempen. Dat is ook wat we in de brief beschrijven. Dat zijn ook de gesprekken die we voeren met sociale partners. Daar hebben wij in deze brief een analyse van gegeven. Nogmaals, vanmiddag is er op één punt nader inzicht gekomen. Maar als het gaat om de uitvoeringsorganisaties, is het voor de rest zoals het is.

De heer Klaver (GroenLinks):
Niet bluffen. Niet doen. Dat lijkt me zeer onverstandig. Daar hebben we een geschiedenis mee. U bent hier een potje aan het bluffen over dat het CPB zou zeggen dat je nu niet extra zou moeten ingrijpen. Dat is kolder. Het CPB zegt dat de gevolgen die er nu zijn, niet alleen komen door de stijgende energieprijzen, maar ook door structureel verkeerd beleid. Het zegt dat er structureel iets gedaan moet worden om mensen met de laagste inkomens en de middeninkomens te helpen. Dat is iets anders dan dat het zou zeggen dat we nu niet moeten ingrijpen. U herhaalt alleen maar uw antwoorden die u de hele tijd ook aan de collega's geeft. Het zijn alleen maar dezelfde antwoorden. Ik stelde u een heel concrete vraag. Ik blijf hier net zolang staan totdat ik wel antwoord krijg op die vraag. Welke voorstellen heeft het kabinet zelf extra bedacht? U heeft alleen gereageerd op onze voorstellen en gezegd wat allemaal niet kan. Wat heeft u zelf extra bedacht?

Minister Rutte:
Op basis van die voorstellen zijn wij tot de conclusie gekomen dat het onverstandig is om de uitvoering te belasten met extra zaken die in 2022 tot uitbetaling …

De heer Klaver (GroenLinks):
Wat heeft u zelf bedacht?

Minister Rutte:
Dit is mijn antwoord. Het is verstandiger om in augustus te zoeken naar een evenwichtig koopkrachtbeeld, ook voor 2023. Nogmaals, op één specifiek punt blijkt er bij gemeenten meer mogelijk te zijn.

De heer Klaver (GroenLinks):
U heeft niets zelf bedacht. Niets! Dat is zo pijnlijk. U verschuilt zich achter de uitvoering. U verschuilt zich achter het toeslagenschandaal door te zeggen: er kan helemaal niks meer.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik hoor de heer Baudet zeggen dat ik via de voorzitter moet praten. Ontzettend leuk dat u er ook bent, meneer Baudet.

U verschuilt zich daarachter. Dat is echt volstrekte nonsens. U heeft niets gedaan. Deze premier heeft niet gezocht naar oplossingen om nog dit jaar mensen extra geld te geven. Dat is niet om ervoor te zorgen dat ze een tweede vakantie kunnen hebben, maar om ervoor te zorgen dat ze de boodschappen kunnen doen of de sportcontributies kunnen betalen. Dat is pijnlijk. Wat ik hier zie staan, is één grote brok politieke onwil. Dat neem ik u kwalijk.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even naar de premier. Volgens mij komt er geen reactie op.

Minister Rutte:
Ik heb net al gereageerd. Het is geen politieke onwil. Ik heb de analyse gegeven, maar de heer Klaver en ik zijn het niet eens.

De heer Klaver (GroenLinks):
Er is 500 fte die wordt ingezet om de box 3-affaire af te handelen. Dat betekent dat we heel veel fte's hebben bij de Belastingdienst. We gaan ons best doen om die mensen — het zijn veelal miljonairs of mensen met heel veel vermogen — tienduizenden euro's terug te geven. Daar is 500 fte voor beschikbaar. Heeft deze minister-president gekeken of het mogelijk is dat de Belastingdienst een aantal van die fte's inzet voor mensen die het echt nodig hebben en nu niet rond kunnen komen? Heeft de minister-president daarnaar gekeken?

Minister Rutte:
Het gaat niet om die 500 mensen bij de Belastingdienst, waar 30.000 mensen werken, bij het UWV, waar 18.000 à 19.000 mensen werken, of andere grote uitvoeringsorganisaties. Het gaat erom dat veel van deze voorstellen later leiden tot terugvorderingen en complexiteit in de uitvoering. We hebben dat allemaal uitvoerig in de brief beschreven. Ik zal het schandaal van een paar jaar geleden niet opnieuw inroepen, want ik begrijp heel goed dat dat verkeerd kan worden uitgelegd. Maar we hebben volgens mij wel in algemene zin met elkaar de conclusie getrokken dat het verstandig is om een beetje te kijken naar wat uiteindelijk wel of niet kan bij de uitvoering. Kijk naar het Centraal Planbureau. Zij zeggen dat een half miljoen huishoudens betalingsproblemen heeft en dat het in een donker scenario kan oplopen tot 1,2 miljoen. Dat gebeurt niet van de ene op de andere dag. Het Centraal Planbureau analyseert dat veel mensen energiecontracten hebben en dat zij op korte termijn nog niet die hogere prijs betalen. Daarom kan het verstandiger zijn om gedegen structurele maatregelen te nemen die mensen voelen per januari 2023, dan om maatregelen te nemen die een paar maanden eerder effect hebben maar grote risico's vormen voor de uitvoering. Die risico's kunnen inderdaad overslaan naar andere trajecten, natuurlijk. De onderzoekers van het Centraal Planbureau adviseren daarnaast om juist structurele oplossingen te zoeken om de schokbestendigheid van kwetsbare huishoudens te vergroten. Hoe wij dat willen aanpakken, beschrijven we ook allemaal in de brief.

De voorzitter:
Tot slot, de heer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):
Het doet er wel toe of u alles heeft gedaan. U zegt: we hebben gekeken wat kan, en er kan niks. In de brief die u heeft geschreven, zegt u: als we iets via de zorgtoeslagen zouden doen, zouden er extra mensen bezwaar gaan maken en de BelastingTelefoon gaan bellen omdat ze vragen hebben. Dat is een capaciteitsprobleem qua mensen. En ik stel u een hele concrete vraag.

De voorzitter:
Graag via de voorzitter.

De heer Klaver (GroenLinks):
Tot slot, voorzitter, maar ik wil hier antwoord op. Heeft deze minister-president gekeken of het zou helpen als we die capaciteit zouden inzetten voor de uitvoering van de voorstellen die hier zijn gedaan? Heeft hij daarnaar gekeken?

Minister Rutte:
Nee. Ik vind het ook niet verstandig om daar ineens mensen voor in te zetten die met iets bezig zijn dat ook moet worden afgewikkeld, en het inzetten van die 500 mensen gaat dan niet het probleem oplossen. Maar ik wijs de heer Klaver er wel op dat er vanmiddag een brief is verstuurd — nogmaals, ik zeg het nog maar een keer — waaruit blijkt dat de gemeenten zeggen: de €500 extra, boven op de €800 energietoelage, zou uitvoerbaar zijn. We willen daar als kabinet serieus met de gemeenten naar kijken.

De heer Klaver (GroenLinks):
Tot slot, en dan rond ik af. Ik begrijp dat ik moet afronden. De heer Wilders vroeg: wat zegt u tegen de mensen in Nederland die nu niet kunnen rondkomen? Wat je zou moeten zeggen, is: ik heb alles, maar dan ook alles wat in mijn vermogen lag, gedaan om jou te helpen. Deze minister-president zegt nu, hier: dat heb ik niet gedaan; ik heb niet gekeken of we capaciteit vrij kunnen maken en of we mensen van de ene naar de andere kant kunnen schuiven om ervoor te zorgen dat de jongetjes en meisjes die willen voetballen straks in september gewoon aan de start van de competitie kunnen staan, en dat zij gewoon hun boterhammetjes mee naar school kunnen nemen. U heeft er willens en wetens voor gekozen om niet alles op alles te zetten om dat mogelijk te maken. En dat neem ik u kwalijk.

Minister Rutte:
Dat is niet waar. We hebben geprobeerd een gedegen analyse te maken van alle voorstellen die er liggen. Wij, de Kamer en het kabinet, doen heel veel, met de 6,5 miljard. We zullen in augustus moeten kijken hoe we vanaf 2023 ook meer structureel op een verstandige manier omgaan met deze enorme crisis. En sinds vanmiddag weten we dat er potentieel nog één optie is voor 2022.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Soms heb je het gevoel dat je in een herhaling van scènes zit. In januari werden we namelijk doorverwezen naar de voorjaarsbesluitvorming en in maart werden we ook doorverwezen naar de voorjaarsbesluitvorming. Dat gold voor alle woordvoerders op dit terrein. En nu heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten vanochtend volgens mij een roerig overleg gehad met minister Schouten om armoede te bestrijden, en wordt hun weer een worst voorgehouden: in augustus kijken we verder. Begrijpt de premier dat je, als jou elke keer een belofte wordt gedaan omdat je wat wil doen voor de mensen die straks in armoede zitten en het niet meer kunnen redden, dan niet zegt "wacht maar tot augustus" of "wacht maar tot volgend jaar", maar dat je daar dan nu zekerheid over wil hebben?

Minister Rutte:
Ik denk dat we het er vanavond over moeten hebben of dat signaal van de VNG van vanochtend — dat was afwijkend van het signaal dat we tot nu toe gekregen hadden, maar dat kwam gisteren inderdaad binnen — met zich meebrengt dat je daar nu over besluit, of in augustus meer integraal. Ik denk dat we daar vanavond een ei over moeten leggen.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Dan duiken we weer in de techniek, want gemeenten, het Nibud en het Centraal Planbureau hebben nog bij het vorige debat, toen we startten, aangegeven: luister, 1,2 miljoen huishoudens komen in de problemen. Als ik dan zowel de minister-president als de verantwoordelijk minister van Financiën vrij technisch hoor zeggen dat ze het niet verantwoord vinden omdat het qua uitvoering lastig is om het te regelen, dan vind ík dat moeilijk. Ik weet namelijk dat mensen, als straks in september of begin oktober de kachel omhoog moet, moeten kiezen of ze hem aanzetten of niet, en dat diezelfde gemeenten dan geconfronteerd worden met heel veel mensen die bij de schuldhulpverlening moeten aankloppen, bij de gemeente moeten aankloppen voor extra bijstand, bij de voedselbank moeten aankloppen, hun rekeningen niet meer kunnen betalen en in een diepe ellende terechtkomen, misschien wel voor jaren. Mijn vraag is dan oprecht: doorziet het kabinet wel echt wat onze zorgen hier zijn als het kabinet alleen maar zegt dat het het niet verantwoord vindt vanwege een technisch uitvoeringsprobleem? Dat is geen Haags gehakketak, maar dat zijn oprechte zorgen omdat de nood volgens mij voor zo veel gezinnen nog nooit zo groot is geweest.

Minister Rutte:
Wat betreft het signaal van de VNG van gisteren: het kabinet is de gemeenten natuurlijk erkentelijk. Zij zeggen: "Mits je aan een aantal voorwaarden voldoet en je probeert om het als volgt te doen. Aangezien de beoordeling van de aanvragen van de huidige groep nog gaande is, regel dan dat het mogelijk ook een stukje 2023 in loopt." Dat is één ding dat zij zeggen. Ze kunnen niet garanderen dat ze het allemaal nog dit jaar tot uitkering kunnen laten komen, maar waarschijnlijk lukt heel veel wel. Ze zeggen dat het daarnaast van belang is dat de doelgroep zelf niet wijzigt. Dat is wat de gemeenten aangeven. Ik denk dat dat een belangrijk signaal is van de gemeenten. Het kabinet schreef vanmiddag in een brief dat het misschien verstandig is om dat in augustus integraal te wegen. Maar ik vind het ook heel reëel om dat vanavond te doen, want Kamer en kabinet doen dit samen. Als er in de Kamer de wens leeft om te kijken of dat eerder zou kunnen, dan is dat natuurlijk iets waar we het vanavond met elkaar over moeten hebben.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Hier zit precies mijn probleem. Elke keer als ik vraag wat dit voor mensen betekent, hoor ik "doelgroep", "data" en "geld groeit niet aan bomen". Dan hoor ik elke keer dit soort kale teksten. Dat hoor ik niet alleen hier in deze zaal, maar dat hoorde ik ook bij de persconferentie van afgelopen vrijdag en vandaag op RTL Z. Ik vraag mij oprecht af of het kabinet nog wel oog heeft voor de reële problemen van reële mensen, die straks in de kou en de knel zitten en die dan weer een beroep moeten doen op dezelfde gemeenten om überhaupt nog wat te kunnen eten. De kosten die dat met zich meebrengt, zowel maatschappelijk als financieel, zijn niet te dragen, maar toch zegt het kabinet: we moeten nog even kijken, want het is technisch ingewikkeld. Toen de bedrijven in de knel zaten tijdens de coronacrisis was het niet ingewikkeld. Toen was het zo geregeld. Toen de accijnzen bevroren moesten worden omdat de auto's moesten rijden, was het ook niet ingewikkeld. Toen kon het zo geregeld worden. Ik doe een laatste beroep op het kabinet: sluit je ogen niet voor die problemen; stap over de moeilijkheden heen en maak het mogelijk. Maar doet dat wel vandaag, want als je wacht tot augustus of tot volgend jaar, dan is het simpelweg voor te veel mensen te laat. Dan zitten ze al in de problemen, in de schulden en in de kou. Dan kan er niet meer bij de ALDI betaald worden of dan kan de voetbalcontributie niet meer betaald worden. Dát is het reële scenario waar we tegen aanlopen. Het kabinet kan daar vandaag nog wat aan veranderen. We hebben donderdag stemmingen, dus we hebben nog twee dagen. Daarin kun je bijna alles regelen wat je wilt, als je het maar ziet en als je het maar oprecht meent.

Minister Rutte:
Ik probeerde mevrouw Kuiken een aantal keer een opening te bieden door te zeggen dat er sinds gisteren een voorstel van de VNG ligt. Zij zeggen, in afwijking van wat ze eerder zeiden en van wat we vrijdag in de brief schreven, dat ze het toch mogelijk kunnen maken om de groep die €800 krijgt, €500 extra te geven. Maar de VNG zegt wel: "We kunnen niet garanderen dat iedereen die €500 nog dit jaar krijgt. Dat zal ook een stukje volgend jaar in lopen, dus dan moet je wel zorgen voor een wetswijziging, zodat het iets kan doorlopen in 2023." Dat lijkt mij geen bezwaar. En ze zeggen: wijzig de doelgroep niet. Je praat over 1 miljoen mensen, zeg ik uit mijn hoofd, die €500 extra krijgen. Het nadeel is natuurlijk dat je een cutoff point hebt op 120%. Daarboven gebeurt verder niks, dus dat moet allemaal worden gewogen in augustus, als we praten over het bredere inkomens- en koopkrachtbeeld. Ik merk dat nu op. Het kabinet zegt in de brief: het lijkt ons verstandig om dat te wegen in augustus. Ik heb vanavond al drie keer gezegd: als de Kamer het wenselijk vindt om daar vanavond een besluit over te nemen, dan staan wij daar volledig voor open.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Wat de minister-president hier doet, is mij een college geven. Ik weet welke techniek erachter zit. Maar €500 voor 1 miljoen mensen weegt niet op tegen de €500 die wij bedacht hadden voor 4,5 miljoen mensen. Daarbij gaat het tot modaal, want die mensen komen nu ook in de knel. Ten tweede zeiden we: regel het nu en niet pas in augustus, want dan ben je te laat qua uitvoering. Ik wil dat het kabinet vanavond zegt: jullie hebben gelijk; we gaan het nu beslissen, we gaan morgen nog met de gemeenten om tafel en we komen tot een regeling. Als ons voorstel niet goed genoeg was, dan had u een alternatief op tafel moeten leggen en dat is niet gebeurd. Het kabinet schuift het weer vooruit en dat kan niet, want het wordt straks koud. Je moet nu handelen.

Minister Rutte:
Het probleem is dat het in de uitvoering niet mogelijk is om voor de groep buiten die 1 miljoen nog dit jaar dingen te doen. Dat is onze conclusie. Maar voor die 1 miljoen zou het wel kunnen. Dat is toch ook iets waar we vanavond met elkaar verder over kunnen praten? Daar kun je wellicht vanavond al over besluiten.

De heer Azarkan (DENK):
Ik weet niet of het kabinet zich realiseert welk signaal hier wordt afgegeven. Heel veel mensen volgen dit debat omdat ze hopen dat het kabinet iets voor ze kan doen. Ik heb het niet over die 6,5 miljard, want daar gaat dit debat niet over. Dat was al zo. We zien dat de problemen dermate groot zijn dat grote groepen burgers niet kunnen rondkomen. Wat ik echt het verkeerde signaal vind — ik geef het nog één keer mee — is dat er ineens allerlei uitvoeringsproblemen zijn als het om gewone Nederlanders gaat. Maar als KLM 3,5 miljard nodig heeft, regelen we dat. Dat is geen enkel probleem. De minister heeft negen keer in de Kamer, voor grote bedrijven, zijn best gedaan ten aanzien van de dividendbelasting, wat in totaal optelde tot 60 miljard. Burgers kijken hiernaar en zeggen: ze hebben een toneelstuk opgevoerd! Wat is daar nou uitgekomen? Niks kan! Kan de minister-president uitleggen dat, als het om gewone mensen gaat, er niks kan omdat het niet uitgevoerd kan worden? Waarom is dat?

Minister Rutte:
Nee, daarom wordt er op dit moment ook 6,5 miljard uitgegeven om mensen met een heel normaal salaris of met een uitkering, dus mensen met een heel beperkt inkomen omdat ze helemaal afhankelijk zijn van die uitkering, dit jaar te ondersteunen. Wat wij vanmiddag in de brief aan de Kamer hebben beschreven, is dat daar nog een plus op mogelijk is. Daarbij vraag ik me af of het misschien verstandig is om de besluitvorming daarover naar voren te halen.

De heer Azarkan (DENK):
Die 6,5 miljard, dat was al voordat we tijdens de Voorjaarsnota gingen praten over wat er mogelijk was. Dit kabinet, minister Kaag, minister-president Rutte, is bij zestien fracties langs geweest. Die wilden iets van een menukaart ophalen om te kijken wat we kunnen doen voor de mensen die kwetsbaar zijn, voor de mensen die het nodig hebben. Maar als we vervolgens naar die menukaart kijken, is dat bord gewoon leeg. Er valt niks te eten! Er is niks! Hij geeft twee redenen: het kan niet en er is geen geld. Waarom hebben we die show dan opgevoerd? Welk voorstel heeft de minister-president nou opgehaald dat uitgevoerd gaat worden?

Minister Rutte:
Die ronde ging over de Voorjaarsnota. Die Voorjaarsnota is verschenen en daar hebben we ook met elkaar over gesproken. Die ging ook over wat er verder nodig is, ook richting het najaar. We hebben nu een discussie over een aantal acute koopkrachtvraagstukken. Daar was die ronde van een aantal maanden geleden niet op ingericht. Dat weet meneer Azarkan ook. We hebben het nu over de vraag wat er op korte termijn wel of niet mogelijk en nodig is? Onze opvatting tot vanmiddag was de volgende. Er kan qua uitvoering eigenlijk maar heel weinig en het is ook beter om dat in augustus integraal te doen. Maar heel specifiek voor die doelgroep van de €800 is er misschien wel wat mogelijk.

De heer Azarkan (DENK):
Dan stel ik voor dat we het volgende debat als volgt doen: de minister-president stuurt een brief naar de Kamer en zegt "er kan niks". Eén zin! Dus u kunt wel heel veel dingen gaan bedenken, en ik kan dingen voor u gaan uitzoeken, maar er kan niks! Dus je vraagt eerst bij de uitvoeringsorganisaties: wat kan er? Het antwoord is: niks. Dan hoef je met elkaar ook geen tijd te verspillen. Dan hoef je ook geen hoop te wekken bij mensen die het moeilijk hebben. Waarom nou de omgekeerde wereld? Waarom die extra teleurstelling organiseren voor de mensen?

Minister Rutte:
De heer Azarkan wil het niet hebben over wat we dit jaar al doen. Hij zegt: dat is er, en vanaf nu moeten we weer verder kijken. Dat is op zich logisch, maar daarmee zijn het feit dat we de energiebelasting met €400 per huishouden hebben verlaagd en het feit dat we €800 hebben uitgetrokken voor mensen met een kwetsbare inkomenspositie, plus alle andere zaken die ik eerder opnoemde, van tafel. Volgens mij lijkt het me toch fair om dat op tafel te houden en vervolgens vast te stellen dat het verstandig is om ook vanaf 2023 te kijken wat er structureel meer nodig is voor de lagere en middeninkomens. Daar is dus een opening bij gekomen om iets te doen voor de groep die die €800 krijgt.

De voorzitter:
Tot slot, de heer Azarkan.

De heer Azarkan (DENK):
De Kamer heeft bij monde van de grootste coalitiepartij gevraagd naar een evenwichtige en positieve koopkrachtontwikkeling. Ja, dat waren andere omstandigheden. Maar als er nu uitkomt dat er, behalve die 6,5 miljard die al toegezegd was, niets kan, waardoor 1,2 miljoen gezinnen in de problemen gaan komen en kinderen straks, net zoals in de winter, bij kaarslicht en met een deken huiswerk moeten maken … Dat kunnen we gewoon niet maken! Ik vind het niet de invulling van de vraag die gesteld is. Ik vind het ook niet de invulling van wat mensen echt nodig hebben. Ik ben echt teleurgesteld.

Minister Rutte:
Ik heb daar al op gereageerd. Als je kijkt naar de situatie van de mensen met een probleem rondom het doen van de nodige betalingen, dan zie je dat dat natuurlijk niet van de ene op de andere dag ontstaat. De meeste mensen in het land hebben namelijk een energiecontract. Dat betekent dat zij die hogere prijs niet op de korte termijn gaan betalen. Dat geeft ons ook wat ruimte om in aanvulling op het pakket van 6,5 miljard te kijken hoe we ook vanaf 2023 kunnen komen tot een evenwichtig beeld. Maar mijn eigen partij heeft van dat evenwichtige en positieve koopkrachtbeeld ook al gezegd: dat was toen en dat is sinds Oekraïne natuurlijk veranderd. Dat is inmiddels met de inval van Poetin in Oekraïne in rook opgegaan. Waar we nu naar moeten kijken is wat we kunnen doen om de gevolgen van die oorlog qua prijsstijgingen, ook van de energie, wat te dempen. Ik denk dat we vanavond met elkaar hebben te bezien of het mogelijk zou zijn om tot afspraken te komen over een aanvulling op die €800 langs de lijnen die de VNG heeft aangereikt.

De heer Dassen (Volt):
Ik denk dat mevrouw Kuiken het net mooi schetste: van januari naar maart, van maart naar mei, naar juni en nu zitten we in juli; dit hoewel het CPB en het Nibud heel duidelijk hebben aangegeven dat er een miljoen huishoudens in de problemen aan het komen zijn. Deze politiek van vooruitschuiven is problematisch, zeker omdat we bij het vorige debat vanuit de Kamer heel veel ideeën hebben aangeleverd aan het kabinet. In de brief wordt eigenlijk alleen maar aangegeven wat níét kan. Maar ik verwacht van mijn overheid dat, op het moment dat de Kamer zo eensgezind zoveel ideeën aanlevert, er niet alleen maar wordt gekeken naar wat er mogelijk is maar ook naar hoe we het mogelijk máken. Hoe gaan we ervoor zorgen dat er aan deze ideeën uitvoering gegeven kan worden? Ik lees alleen maar dat het niet kan. Maar als ik even doordenk, dan zou ik er zo naar kunnen kijken: als je het zó zou doen, dan zou het misschien wel kunnen. Waarom is dat niet gedaan?

Minister Rutte:
We hebben gepoogd in de brief en ook in de bijlage precies te schetsen welke risico's er zijn. Dat is een oprechte poging, om daarmee ook commentaar op en een onderbouwing van onze opvatting te geven over wat er nog dit jaar wel en niet kan en de doorwerking naar 2023. Dat is een oprechte poging. Daar kunnen we verder in detail naar kijken; er zijn al een paar vragen gesteld onder andere over de IO-AOW. Maar dat is wat we hebben gedaan.

De heer Dassen (Volt):
Dat is geen antwoord op mijn vraag. Ik vraag waarom er niet actief is meegedacht. Dat is wat je van je overheid verwacht op het moment dat zo veel mensen in de problemen aan het komen zijn. Dan verwacht je dat er een actievere rol wordt gespeeld en er niet alleen maar kritisch wordt gekéken naar de plannen maar ook actief wordt meegedacht over hoe ze wél uitvoerbaar zijn. U zegt dat ik de kinderopvangtoeslagen erbij haal. De grote terugvorderingen zullen echter vragen oproepen, en dat legt extra druk bij de organisatie. Is het dan nodig dat we die terugvorderingen doen? Of kunnen we vanwege de situatie waarin we zitten, zeggen: ja, dat moeten we misschien voor dit jaar laten varen, want we willen ervoor zorgen dat die 4,7 miljoen mensen geholpen worden. Dit is een manier om dat te doen. Waarom is daar op die manier niet actief over meegedacht?

Minister Rutte:
Wij denken dat dat echt niet verstandig is. Dan laat je alle principes los onder de wetgeving die we hebben. We hebben binnen de grenzen van de wetgeving zoals die er is, gekeken wat verstandig is om te doen en wat je kunt vragen van onze publieke uitvoering.

De heer Dassen (Volt):
Tot slot. Er komt geen antwoord op de vraag waarom er niet actief is meegedacht. Dat is de laatste vraag die ik dan toch aan de minister-president wil stellen. Als ik dit lees, als ik kijk naar de opstelling van de Kamer, die in het vorige debat zo veel naar voren heeft gebracht, vraag ik me af waarom er niet iets actiever is meegedacht en er geen opties gegeven zijn hoe bepaalde zaken wel hadden gekund.

Minister Rutte:
Wij hebben gepoogd op een rij te zetten wat de voor- en nadelen zijn van de verschillende ideeën en daarnaast te schetsen wat er nodig is in augustus. Daarbij geldt anyway, wat je ook doet, al zou je een aantal van die dingen wel kunnen doen, dat die ook pas veel later dit jaar tot uitkering komen. Dat geldt voor al die zaken. Al zou je over de bezwaren van de uitvoering heen stappen, dan nog steeds geldt dat die uitkering pas later dit jaar plaatsvindt en waarschijnlijk ook pas deels in 2023. Als je weet hoeveel ellende je over de uitvoering haalt, is het dan niet beter om er toch voor te zorgen dat je uiteindelijk integraler kijkt naar 2023 bij de augustusbesluitvorming?

De heer Dassen (Volt):
Toch nog tot slot. Voor heel veel mensen zijn die twee of drie maanden een wereld van verschil. Als u dat hier niet erkent, als u niet inziet dat mensen het juist in de wintermaanden nodig hebben als de energieprijzen en gasprijzen alleen maar zullen stijgen, dan hebben we daarover volgens mij een verschil van opvatting. Ik denk dat op dit moment die keuzes daar een verschil kunnen maken.

Minister Rutte:
Nee, daar hebben we geen verschil van opvatting over. We hebben alleen een verschil van opvatting over of het zomaar mogelijk is om de bezwaren ten aanzien van de uitvoering bij de grote nationale publieke uitvoeringsorganisaties op te lossen.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Als we teruggaan naar het debat van enkele weken geleden, is er breed vanuit de Kamer, oppositie en coalitie, gegeven de pakketten die er al lagen uit oktober, maart en april en de afspraak in de Voorjaarsnota, de wens geuit of er dit jaar niet iets kan en of je daar niet voor de zomer iets mee moet doen in plaats van er pas in augustus naar te kijken, omdat je dan mogelijk te laat bent. Het kabinet heeft daar wekenlang naar gekeken en komt tot de conclusie dat het alles overwegend onverantwoord geacht wordt vanwege de bezwaren bij uitvoeringsorganisaties en gemeenten. De minister-president verwijst net al een aantal keer naar het nieuwe signaal dat de VNG gegeven heeft. Mevrouw Kuiken had het net over overleg dat daarover vanochtend plaatsgevonden heeft. Er is een nieuwe brief van het kabinet gekomen, maar er is daarna, vlak voor dit debat, ook nog een brief gekomen vanuit de VNG zelf. Als ik de kabinetsbrief lees, staat daar toch: we waren al van plan om in augustus te gaan kijken; dank u wel, gemeentes, dat u toch bereid bent om meer te doen, maar daar gaan we in augustus naar kijken.

Dan wil ik terug naar het debat dat we een paar weken geleden gehad hebben. De minister-president biedt hier in het debat iets meer opening dan in de brief die we gekregen hebben, maar de VNG is heel expliciet in haar schrijven dat vlak voor dit debat kwam, namelijk dat zij zich wil gaan inspannen om het in 2022 nog voor elkaar te krijgen en dus niet in een augustusbesluitvorming en mogelijk voor 2023. Heeft mevrouw Kuiken hier dan net niet gewoon gelijk dat je niet moet wachten tot augustus, maar dat je de komende dagen met de VNG om tafel moet? Ook hier zou dus kunnen gelden dat als je in augustus met de VNG tot de conclusie komt dat ze wat extra kan doen, je nog steeds pas in 2023 eindigt. Waarom kiest het kabinet er in een brief dan voor om het in augustus te gaan bespreken met de VNG, terwijl de VNG zo duidelijk aangeeft dat ze het voor 2022 wil regelen? Dan sluit ik toch aan bij de vraag van mevrouw Kuiken: waarom niet de komende dagen daarmee aan de slag?

Minister Rutte:
Daarop is mijn reactie: dat kan dus ook. Ik voel ook dat daar in de Kamer grote aandrang op is. Dan vind ik ook dat we dat samen moeten doen. Dat betekent dat je dan kijkt naar een ophoging voor de bestaande doelgroep. Er is altijd een risico op iets doorlopen in 2023. Je hebt dus wel een wetswijziging nodig om dat een stukje … Je weet nooit helemaal zeker dat niet iedereen dat al in 2022 uitgekeerd kan krijgen, zelfs als je het nu zou besluiten. Ik denk dus dat je die wetswijziging wel moet doen. Ik zeg toe dat we met de VNG aan de slag gaan om het verhogen van de energietoeslag uit te werken.

De heer Pieter Heerma (CDA):
En op welke termijn dan? In de brief staat namelijk pas in augustus.

Minister Rutte:
Dan halen we dat besluit nu naar voren. Dan besluiten we vanavond met elkaar dat we dat gaan doen. Daar heb ik al een keer of tien op proberen te hinten.

De heer Van Weyenberg (D66):
Ik meende al een voorzet in de lucht te horen hangen net. Ik ga even door op wat mevrouw Kuiken zei en wat de heer Heerma zei. Volgens mij kun je alleen maar tegen mensen zeggen dat we niet iedereen kunnen helpen als je je uiterste best doet voor de meest kwetsbaren. Nu zegt de VNG: wacht nou niet, wij kunnen tóch wat. Na de frustrerende brief — ik denk voor iedereen — is dat wel iets wat ik niet meer had gedacht. De VNG zegt nu …

(Rumoer in de zaal)

De heer Van Weyenberg (D66):
De VNG zegt nu: wij willen graag … Eh …

(Rumoer in de zaal)

De voorzitter:
Sst, sst, sst, sst! De heer Van Weyenberg.

De heer Van Weyenberg (D66):
De VNG zegt nu …

(Rumoer in de zaal)

De voorzitter:
Sst!

De heer Van Weyenberg (D66):
… vandaag in die brief — die heeft de heer Klaver gehad, die heb ik gehad — …

(Rumoer in de zaal)

De voorzitter:
Sst!

De heer Van Weyenberg (D66):
… dat zij in gesprek wil. En nu zegt de premier: ja, dan wil ik nu wel in gesprek. Maar dan lijkt het mij echt het beste dat de uitkomst van vandaag is dat hier het licht op groen gaat. We willen dat bedrag verhogen. Dat vindt niemand de ideale oplossing, maar het is wel voor weer voor honderdduizenden mensen extra ondersteuning. Ik vraag het kabinet om vandaag toe te zeggen niet alleen in gesprek te gaan, maar ook om dit te willen gaan doen. De VNG krijgt daarmee het licht op groen. Dat lijkt me dan in ieder geval een stap. Het is verre van perfect, maar het is wel een stap.

Minister Rutte:
Ja, eens.

De heer Van Weyenberg (D66):
Dan heb ik twee vervolgvragen. De eerste gaat erover dat de premier zegt: ja, maar ze zeggen dat misschien niet alles kan in 2022 en dat het een beetje overloop kan hebben. Ik zou in dat gesprek van de VNG dan wel willen horen wat wij als politiek en de overheid kunnen doen om toch te zorgen dat het wel zo veel mogelijk in 2022 gebeurt.

Minister Rutte:
Daar heb ik geen bezwaar tegen. Ik denk alleen dat het verstandig is om, waar het uiteindelijk zo is dat die uitkering volgens de wet voor 31 december dit jaar moet plaatsvinden, wel de mogelijkheid te creëren dat het iets doorloopt als het toch niet zou lukken.

De heer Van Weyenberg (D66):
Ik snap dat de minister-president zegt dat hij een soort ventiel wil voor waar het niet lukt voor gemeenten. Overigens is het fijn dat er iets zou kunnen bij gemeenten. Dat was tot vanochtend niet het geval. Mijn tweede vraag is of ze daarbij dan ook echt expliciet aandacht willen hebben voor de bijzondere bijstand. Minister Schouten heeft gezegd dat die beschikbaar komt voor studenten. Er is discussie over of studenten die echt in de knel komen, daar aanspraak op zouden moeten kunnen maken, zodat ze zich niet eerst kapot hoeven te lenen bij DUO. Ik zou wel willen vragen om dit specifieke punt van de bijzondere bijstand wel te betrekken bij die gesprekken.

Minister Rutte:
Daar moet ik me even over laten bijlichten. Ik denk dat dit wel klopt, maar ik wil het even dubbelchecken.

De heer Segers (ChristenUnie):
Vanochtend heeft een predikant uit Rotterdam onze fractievergadering geopend. Hij werkt in een kerk die ook uitgiftepunt is voor de voedselbank. Hij zegt: de rijen worden langer en wij maken ons zorgen. Dat is een deel van de zorg die hier in de Kamer wordt geuit en die ik ook deel. De minister-president zegt: we kunnen dit jaar in ieder geval iets doen. Ik ben daar dan blij mee, want iets is beter dan niets. Ik zou inderdaad zeggen: ga daarmee aan de slag. In de brief van de VNG wordt ook om iets gevraagd wat ook op de lange termijn telt, namelijk: structurele maatregelen. Zij vragen om iets wat over de datumgrens van 2022 heen gaat. Het kabinet zegt dan: dat nemen we mee bij de augustusbesluitvorming. Als een politicus zegt "dat nemen we mee", dan is dat nooit heel geruststellend. Ik maak mij zorgen over de lange termijn. Dan gaat het om lonen, uitkeringen, energieprijzen, de beschikbaarheid van gas en dus de prijs die mensen voor hun rekening moeten betalen, en de inflatie. Die laatste telt niet alleen dit jaar, maar drukt ook volgend jaar zwaar. Wat neemt het kabinet mee? Als de VNG vraagt om structurele maatregelen, wat is dan de inzet op de lange termijn?

Minister Rutte:
In ieder geval zou je dan vanavond besluiten dat je het aanbod van de VNG aanneemt. Maar, nogmaals, dat is dus binnen die bestaande doelgroep. Je wilt zo veel mogelijk dichtschroeien dat het dit jaar gebeurt, maar er is een klein risico dat het ook iets kan doorlopen in 2023. Het tweede is dat je moet vaststellen dat dat dus een afbreekpunt heeft bij 120% van het sociaal minimum. Daarna gebeurt er dan ineens niets meer. Ik denk dat het kabinet dan ook genoodzaakt is om in augustus meer evenwichtig te kijken naar wat er verder nodig is, ook voor mensen die boven die 120% sociaal minimum zitten. Maar dat is iets voor de augustusbesluitvorming. Ik denk dat de VNG er ook zo naar kijkt en dat die zegt: wat kun je nou als kabinet meer structureel doen? Daarnaast zie ik hier echt drie verantwoordelijke partijen. Ik vrees dat we vanwege de verschrikkelijke inval van Poetin in Oekraïne als samenleving allemaal te maken hebben met een zekere mate van verarming; die is niet te vermijden. Vervolgens is de vraag hoe je die zo veel mogelijk kunt dempen. Dat doe je volgens mij langs twee lijnen. Eén lijn is dat wat het kabinet doet, met het pakket van 6,5 miljard, maar ook met deze extra stap en hetgeen we in augustus doen. Het tweede is: wat kunnen de bedrijven doen om te zorgen dat de lonen ook verder stijgen? Ook die gesprekken zijn natuurlijk gaande, temeer ook omdat er in toenemende mate aanwijzingen zijn dat de risico's van de loon-prijsspiraal zich op korte termijn niet voordoen. Maar dat is echt een discussie die natuurlijk ook met sociale partners moet worden gevoerd. Waar we het vanavond over hebben, is natuurlijk dat tweede domein: de verantwoordelijkheid van de overheid.

De heer Segers (ChristenUnie):
We zien ook wel het gebrekkige vermogen van de overheid in de uitvoering. We zien dat het heel lastig is om dit jaar al aan de slag te gaan met dat wat inderdaad een breed gedeelde wens was in de Kamer. In de brief van het kabinet zien we dat dat beperkt mogelijk is. We zien dus ook ons eigen onvermogen in wetgeving en in uitvoering. Ergens stuiten we daar op een grens. Dat wat we al aan het doen zijn, namelijk €800 geven aan gezinnen die dat heel hard kunnen gebruiken, lukt in sommige steden maar bij 50% van die gezinnen. Dat is dus ook heel pijnlijk. We hebben het geld. We zouden het heel graag daar willen neerleggen waar het heel hard nodig is. En het lukt ons niet. Met ons bedoel ik de gezamenlijke overheid. Dus ik zou inderdaad wel de urgentie willen onderstrepen van het feit dat het niet alleen gaat om wat wij kunnen doen in wetgeving en regelgeving. Het raakt ook de uitvoering door gemeenten, ook voedselbanken, ook vrijwilligersorganisaties, ook energieleveranciers en ook werkgevers. Wat gaat het kabinet doen om daar waar inflatie een langer durend probleem is, daar waar de energieprijzen op een hoog niveau dreigen te blijven en dus zwaar drukken op de gezinsportemonnee, die gezamenlijke verantwoordelijkheid te onderstrepen en om juist de mensen die we nu zo moeilijk bereiken, wél te bereiken?

Minister Rutte:
Ik zeg wel heel eerlijk: het bereiken van de doelgroep van die €800 is op zich natuurlijk iets waarbij de gemeenten aan zet zijn. Die kunnen dat ook het beste. Zij zijn daartoe in staat. Zij kennen de eigen bevolking. Het is voor ons hier natuurlijk wel heel ingewikkeld om dat te doen. We kunnen mensen ertoe oproepen om gebruik te maken van de mogelijkheden. Mijn ervaring is dat gemeenten uiteindelijk ook de wegen weten te vinden. Neem bijvoorbeeld de bijzondere bijstand. Gemeenten weten ook de mensen die daar geen gebruik van maken toch te benaderen en daarvoor te interesseren, omdat het gewoon ontzettend belangrijk is dat mensen zich realiseren dat die voorzieningen er zijn. Daarnaast noem de heer Segers een aantal andere elementen die we ook richting Prinsjesdag met elkaar hebben te bezien. Ik wil nog wel één ding zeggen over de uitvoering. Het probleem is volgens mij niet de uitvoering. Het probleem zijn wij. Het probleem is de complexe wetgeving. Dat is ook wat de Ombudsman zegt. Die zegt "Als jullie als nationale politiek denken dat je al dit soort problemen kunt oplossen met maatwerk, met een individuele benadering, zeg ik jullie: dat gaat niet. Wat nodig is, is goede wetgeving, waardoor dat maatwerk niet iedere keer nodig is. Daar wordt de uitvoering namelijk gek van." Ik denk dat dat ook echt een les is die we moeten trekken uit alle kwesties die we hier voorbij hebben zien komen. Dat debat hebben we ook gevoerd bij de jaarrekening. Daar zijn we het volgens mij wel over eens.

De heer Segers (ChristenUnie):
Tot slot, mevrouw de voorzitter. Over dat laatste ben ik het zeer eens met de minister-president. Onze toeslagen en ons belastingstelsel zijn hopeloos ingewikkeld. Maar dat is nog zó ver weg. Daarmee komen mensen nu de winter niet door. Dus ja, we moeten daaraan werken. We moeten daarmee aan de slag. Tegelijkertijd moeten we nú doen wat we kunnen. Ik zou dus zeggen: het gaat erom wat nu kan. Als dat die €500 extra is, als de gemeenten zeggen "het heeft niet onze eerste voorkeur, maar we willen daarmee aan de slag", zeg ik: iets is beter dan niets. Maar dan zou mijn indringende oproep wel zijn om ook te kijken wat er ten aanzien van lonen en bij energieleveranciers kan worden gedaan om te voorkomen dat mensen die nu nog denken dat ze het misschien net uitzingen, straks een enorme naheffing krijgen en in de winter vastlopen, en dat we alsnog te weinig kunnen doen. Dus laten we alsjeblieft doen wat we nu al kunnen doen samen met anderen.

De heer Eerdmans (JA21):
Ik was net denk ik getuige van het pingpongen tussen coalitie en premier in de marge over iets waar u beiden wel vrolijk van werd. Maar als ik nou kijk naar wat ik binnen een uur constateer, dan lijkt de premier geheel weggezwommen te zijn van de totale oppositie. Dan heb ik het over links, rechts en alles wat daartussen zit. Misschien kunt u erop reflecteren hoe dat nou komt. Want we hebben het veel over vertrouwenscrises in het land, over mensen die afgehaakt zijn en geen vertrouwen meer hebben. Wat is uw reactie op het totale onbegrip van de oppositie, dat denk ik terecht is? Ik denk dat dat 100% te maken heeft met het wekken van verwachtingen. U bent op tournee gegaan langs onze Kamers.

De voorzitter:
Via de voorzitter, graag.

De heer Eerdmans (JA21):
De premier is langsgekomen met mevrouw Kaag. Hij heeft ons vragen gesteld: "Wat zijn uw wensen? Is het betaalbaar? Is het juridisch uitvoerbaar?" Geen moment is ons gezegd: let op de uitvoering, want daar zit 'm de kneep voor ons. Dan komt er een brief waarin staat: eigenlijk loopt alles vast op de uitvoering. Wanneer is het denken bij de premier begonnen over de vraag of er knelpunten zouden zijn bij de uitvoering?

Minister Rutte:
Al een tijdje, maar daar ging de gespreksronde niet over. De gespreksronde ging over de begroting van 2023 en wat wensen zijn die breed in de Kamer leven bij fracties die hier aanwezig zijn. We praten nu over een aantal specifieke vraagstukken rondom koopkracht.

De heer Eerdmans (JA21):
Dat is gewoon echt niet waar. Dit is gewoon niet waar. Ons is gevraagd om financiële voorstellen te doen. Dat begon al ver voor mij. U bent op 11 mei bij ons langsgekomen; ook mevrouw Nanninga uit de Eerste Kamer was erbij. We dachten dat we een heel goed gesprek hadden over de wensen die we hebben als JA21 voor de Voorjaarsnota. Dat ging over koopkracht, geld, btw en accijnzen. We hebben alles neergelegd. Er is door u beiden geen moment gezegd: "Pas op, Eerdmans, want het gaat ook om de uitvoering. Let op wat je me vraagt." Dat komt gewoon als een konijn uit de hoed. Ik begrijp de onvrede en frustratie aan deze kant dus volledig. Nee, voorzitter, ik wil daar wel antwoord op hebben. Wanneer bent u begonnen met nadenken? Of het is al maanden geleden gebeurd en u heeft het gewoon verzwegen, of u bent pas gaan nadenken na de eerste termijn van de behandeling van deze Voorjaarsnota.

Minister Rutte:
Die ronde ging erover hoe wij omgaan met de begroting voor 2023. Hoe zorgen we voor draagvlak hier in de Kamer en subsequently ook in de senaat? Daar hebben we over gesproken.

De heer Eerdmans (JA21):
Dit is aantoonbaar niet waar. Ik heb de aantekeningen bewaard, ik hoop u ook. Dat is zeker niet waar. We hebben het gehad over deze Voorjaarsnota en de reparatie voor 2022. Daar gingen we het over hebben. U probeert nu op allerlei manieren weg te komen bij het probleem dat er echt geen begrip is voor de opstelling van het kabinet.

Minister Rutte:
Vanzelfsprekend kijk je als je praat over 2023 nooit naar 2022. Maar we praten nu toch ook over een acuut vraagstuk rondom verdere koopkrachtreparatie? We hebben toch de hele discussie gehad over de Voorjaarsnota bij het debat van een aantal weken geleden? We hebben geprobeerd om zo veel mogelijk rekening te houden met de wensen uit de Kamer. Kijk wat we bijvoorbeeld hebben gedaan met de afspraak over de koppeling van de AOW aan het minimumloon. Dat was een wens die breed leefde. Dat hebben we doorgevoerd. We hebben daarmee überhaupt de verhoging van de AOW-uitkering en heel veel andere ideeën die er leefden bij fracties overgenomen. Dat ziet u toch allemaal terug in de Voorjaarsnota, die dus ook doorwerkt in de begroting voor 2023? We hebben het nu over wat er verder nodig is aan specifieke koopkrachtreparatie, misschien nog dit jaar. Maar daar ging het gesprek toch niet over?

De heer Eerdmans (JA21):
Dan hebben we in twee totaal verschillende zalen gezeten. Het is voor mij werkelijk verbijsterend — dat zeg ik heel eerlijk — dat uw gedachte was dat wij aan het nadenken waren over 2023 en verder. Het ging juist over de reparatie voor dit jaar. U zei nog: we kunnen er ook in het najaar over praten. Toen zeiden we: nee, we moeten het hebben over nú, zo snel mogelijk. We hebben het gehad over btw-verlaging en accijnsverlaging. Dat zijn allemaal thema's die we besproken hebben in de Zandtkamer. Maar u begint nu over de AOW. Noem dat nou vooral niet, want dat is precies de sigaar uit eigen doos waar de ouderen het vandaag nog steeds over hebben. Dat is namelijk geen reparatie, maar gewoon een gekunstelde sigaar uit eigen doos waarvoor ze moeten betalen. Daar komen we later op de avond nog op terug. Maar nog één keer die vraag. Mijn beginvraag was: wanneer bent u begonnen met nadenken over het punt van de uitvoering? U zegt: dat was al maanden geleden. Maar dat heeft u dus nooit naar voren gebracht. Het is toch heel opmerkelijk dat we dat nu pas lezen in de brief van 1 juli?

Minister Rutte:
Mevrouw Kaag en ik hebben een ronde gemaakt langs fracties om uw ideeën op te halen, vanzelfsprekend voor 2023 en uiteraard voor de Voorjaarsnota et cetera. We hebben volgens mij nu een discussie over wat er acuut, op korte termijn, nodig is om een aantal verdere koopkrachtreparaties mogelijk te maken in 2022. Dat stuit op een aantal uitvoeringsvraagstukken; ja, dat klopt. Die ideeën die we hebben opgehaald, ook bij de heer Eerdmans, ziet hij deels ook terug in de Voorjaarsnota. Veel van die ideeën zijn teruggekomen. Niet alles; dat klopt, en ook niet precies zoals hij het wil, of zoals anderen het wilden. Dat is absoluut waar. We zijn het niet over alles eens geworden, maar het is natuurlijk niet zo dat we er niks mee gedaan hebben.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
De compensatie is straks beschikbaar voor mensen op bijstandsniveau of net daarboven. Zoals altijd hebben de middeninkomens en hogere inkomens door minder benzine en de lagere btw op energie ook al forse compensatie. Maar het is precies de groep die daartussenin zit. Het is die bagagewerker op Schiphol, die niet eens volle weken maakt, die het minimumloon verdient. 84% van het minimumloon is het punt vanaf waar je het niet krijgt. Die bagagewerker heeft niks aan een lagere accijns op benzine, want van zijn inkomen kán hij geen auto rijden. Die heeft niets aan die €800 en straks €1.300 die zijn buurman in de bijstand krijgt, maar híj gaat wel elke morgen om zes uur naar zijn werk. Het is de groep die constant volledig in de steek gelaten wordt, de mensen van wie de regering zegt: die krijgen 1,8% verhoging van het minimumloon. Ja, dat klopt, maar hun koopkracht daalt met bijna 10%. En voor die groep laat het Centraal Planbureau zien dat ze volledig door het ijs zakken. Dat zijn dus alleenstaanden met 85% tot 100% van het minimumloon, gezinnen met 130% van het minimumloon, iemand die er net boven zit. Het gaat om iemand die een zieke partner heeft, of de man verdient en de vrouw werkt nog een dag per week, bijvoorbeeld; het gaat om dat soort verhoudingen. Van die groepen weten we dat ze aan het eind van het jaar niet de keuze te maken hebben tussen minder eten en de verwarming lager zetten; die moeten allebei doen en dan nog komen ze tekort.

Wat hebben wij als Nederlandse samenleving te bieden voor die groep, die onder het bestaansminimum dreigt te zakken aan het eind van dit jaar?

Minister Rutte:
Om te beginnen heeft de heer Omtzigt gelijk dat de brief van vanmiddag de groep raakt die gaat tot 120% van het sociaal minimum. Dus daarboven stopt dat. Dat betekent dus dat je moet kijken naar de groepen daarboven, die ook allemaal geraakt worden — dat loopt tot in de middengroepen — maar ook naar de groep die de heer Omtzigt noemt, die eigenlijk daartussen zit. Dat is iets wat we deels in kaart hebben gebracht met de maatregelen die we al hebben genomen. De heer Omtzigt zegt dat deze mensen daar heel vaak geen gebruik van hebben gemaakt. Ik denk dat dat iets te zwart-wit is, maar ik begrijp wat hij zegt. Die mensen hebben daar niet allemaal baat bij; dat klopt. Dus dat zullen we opnieuw in kaart moeten brengen in het kader van de augustusbesluitvorming.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Het is deze groep die we hier constant benoemd hebben en die ook uit de CPB-cijfers naar voren komt. Die cijfers hebben we nodig, want tot nu toe dachten we dat er maar 600.000 huishoudens met een laag inkomen waren, maar toen het CPB ging rekenen, bleken het er 1,2 miljoen te zijn in het zwarte scenario. De energieprijzen zijn hoger dan in het zwarte scenario. Dat geldt zowel voor gas als voor elektriciteit en voor benzine. Omdat de voedselinflatie op 9% ligt, kan die ook weleens boven het zwarte scenario uitkomen. Als het in dit tempo door blijft gaan, kunnen we cumulatief een stijging van 25% in drie jaar hebben. We kunnen er dus weleens zwarter uitkomen dan we dachten. Voor deze groep hebben we niets. Die hebben we genoemd bij de Voorjaarsnota, die hebben we genoemd in maart en die hebben we eerder genoemd. Ik had één hoop, namelijk de energietoeslag. Ik heb er vandaag ook voor gezorgd dat we niet over die wet konden stemmen, zodat we daar nog iets aan kunnen veranderen. En zie, hij wordt gebruikt. Maar het pijnlijke daarvan is dat die energietoeslag al in december is bedacht en dat wij die wet pas vele maanden later kregen. Als een Kamer een wet krijgt over "wie wil je dat er begunstigd wordt door deze wet?", kunnen wij normaal als Kamer zeggen dat wij die grens van 120% niet de juiste grens vinden, dat wij daar 130% of 140% van willen maken en dat wij dat ergens anders dekken. Maar de regering heeft zo lang gewacht dat we niet eens meer de doelgroep kunnen veranderen in een wet waarover we nog niet gestemd hebben. Dat betekent dat wij hier als parlement onze wetgevende taak niet kunnen uitvoeren. Op welk moment hadden wij dit voorjaar de mogelijkheid om iets voor deze groep te doen? Want het was te vroeg, te vroeg en nu is het te laat.

Minister Rutte:
Dat is natuurlijk ook een logisch probleem geweest bij gemeenten, die zeggen dat het wel een bereik moet hebben waar zij ook zicht op hebben vanuit wat de gemeentelijke sociale diensten normaal onder controle hebben. Het andere punt van de heer Omtzigt betreft de mensen op het niveau van het minimumloon. Op pagina 9 van de brief staat dat we die toezegging aan de heer Omtzigt oppakken om in kaart te brengen wat de gevolgen zijn voor die groep. Mensen op het niveau van het minimumloon hebben soms een gemiddelde huurwoning. Daar is ook in een CPB-onderzoek naar gekeken. In de brief staat ook dat wij allerlei maatregelen kunnen bezien: fiscaliteit, toeslagen, het sociaal domein en huren. Dat gaan we op zich dus opnieuw bekijken, maar de heer Omtzigt heeft gelijk: het is niet makkelijk om die groep te bereiken. Dat is dus echt nog een zoektocht.

De voorzitter:
Tot slot de heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Dat het niet gemakkelijk is, wisten we. Laten we daar ook niet moeilijk over doen. Maar dit is de groep die we hier constant benoemd hebben. Het is geen kleine groep. Het ligt eraan hoe groot je de doelgroep maakt, maar het gaat om 0,5 miljoen tot 1 miljoen huishoudens die vlak boven het bestaansminimum zitten. Dit zijn werkende mensen of mensen die arbeidsongeschikt geworden zijn en een inkomen hebben dat net iets boven het sociaal minimum ligt. Over die groep hebben we het. Die groep grijpt overal naast. Het CPB zegt: als die mensen alle zaken opzeggen, dus dagjes uit, hun vakantie, hun abonnementen, alles wat ze kunnen, dus ook niet meer naar de horeca gaan — die ene keer dat ze nog op een terrasje zaten — dan komen ze nog tekort. 1,2 miljoen mensen, en waarschijnlijk meer, omdat we in het zwarte scenario zitten. Ik ben bereid om twee of drie weken later met reces te gaan om te bekijken hoe we dit doen. Want dit gaat een ongekend armoedeprobleem en schuldsaneringsprobleem opleveren rond december/januari. Deze mensen zitten onder het bestaansminimum. Wat heeft de regering te bieden? Wanneer hadden wij moeten ingrijpen? Iedere keer werd ons gezegd: te vroeg, te vroeg, wacht nou maar. Nu is het te laat. Welk moment heb ik gemist? Wanneer had ik iets voor deze groep kunnen doen?

Minister Rutte:
Er is hier toch regelmatig discussie geweest over hoe je ervoor kunt zorgen dat de energietoeslag uitvoerbaar blijft voor gemeenten en dat het ook een doelbereik heeft dat die gemeenten in beeld hebben. Gemeenten kunnen zelf besluiten om de groep te vergroten. Gemeenten kunnen ook besluiten om het bedrag van €800 te verhogen. Maar uiteindelijk was wel de afspraak met de VNG dat je zult moeten komen tot een groepsafbakening die enigszins hanteerbaar is. Dat zeggen de gemeenten nu ook: wil je die €500 erbij doen, dan moet je wel uitgaan van de bestaande doelgroep.

Dan naar het punt van de mensen met lagere inkomens. Daar heeft het Centraal Planbureau inderdaad onderzoek naar gedaan, de stresstest over de kosten van het levensonderhoud. Ik schetste net dat er verschillende opties zijn waar je naar kunt kijken. Dat zullen we dus ook in augustus moeten bezien, in het kader van het koopkrachtbeeld 2023.

De voorzitter:
Tot slot, afrondend.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Deze stresstest ging niet over augustus, maar over dit jaar. Wij, een groot gedeelte van de oppositie — dat was niet links of rechts — hebben hier constant gezegd: let nou op die groep werkenden; dat worden werkende armen. Er komt een armoedegolf aan die zijn weerga niet kent. Wat hebben wij geleerd van die kinderopvangtoeslag? Als je die mensen tijdig kunt laten rondkomen, krijgen ze niet te maken met die schulden en incassobureaus. En dan moeten ze nog allerlei heel nare dingen doen in hun huishoudbudget. Als ze één keer over het randje geduwd worden in die incassobureaus en in die megaverhogingen die je dan krijgt, hebben we hier in januari en februari debatten over een paar 100.000 huishoudens, waarbij we met de handen in het haar gaan zitten omdat we niet anders kunnen dan concluderen dat die mensen allemaal de schuldsanering in moeten. Dat is enorm duur. Het veroorzaakt een hoeveelheid stress en psychisch leed waar je u tegen zegt. Die had je nu kunnen voorkomen door er een paar 100 miljoen extra voor uit te trekken. Mijn vraag aan de regering is: op welk moment konden wij dat besluit nemen? Want dit is wat wij constant vroegen. De regering zei constant: wacht maar, wacht maar, wacht maar. En nu is het te laat.

Minister Rutte:
Ik heb nu een paar keer geantwoord hoe het volgens mij is gegaan met de besluitvorming rondom het doelbereik van de energietoeslag. Ik vind dat de heer Omtzigt een terecht punt aansnijdt, maar het ook wel een beetje zwart-wit stelt. Het is natuurlijk niet zo dat de overige maatregelen deze groep niet bereiken. Dat is natuurlijk niet zo. Het hele pakket aan verdere maatregelen dat in de 6,5 miljard zit, heeft natuurlijk ook een effect op deze groep.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik wilde eigenlijk overgaan naar de tweede termijn, maar ik zie dat er nog een paar vragen zijn. Allereerst mevrouw Marijnissen, SP. Gaat uw gang.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Zeker. Ik stoor me ontzettend aan het politieke toneelspel dat hier nu wordt opgevoerd. Het kabinet laat aan deze Kamer weten: "We schieten al jullie voorstellen af. Er kan helemaal niks. Zelf hebben we nul ideeën en gaan we niks doen." De minister-president komt hier tegen ons blazen: dat is wat is het is, want het kan niet in de uitvoering. Vervolgens staat er iemand van de coalitie op: tada, er is een brief van VNG en er kan toch wat! Dan zegt de minister-president: nou, misschien kan er toch wat. Denkt de minister-president nu echt — dat is mijn eerste vraag — dat wij ons daarmee laten afschepen? En twee. Snapt hij en erkent hij dat vanavond het moment is waarop we wat moeten doen? Al is het maar omdat hier over twee dagen de tent dichtgaat voor twee maanden en omdat mensen gewoon niet kunnen wachten tot januari. Er wordt steeds gesproken over de augustusbesluitvorming. Dat klinkt heel mooi voor iedereen die dit debat volgt, want dat klinkt dichtbij, maar dat betekent natuurlijk dat er pas voor het volgende jaar dingen gaan gebeuren. Wat besluiten we vanavond om nog dit jaar voor mensen te gaan doen?

Minister Rutte:
Volgens mij lag daarvoor een voorstel van de heer Heerma. Verder: hoe is dat gegaan vanavond? Ik heb, in reactie op alle oppositiewoordvoerders, een keer of tien gewezen op het verschil tussen de landelijke uitvoering en de gemeenten. Vandaag is er een brief gestuurd naar aanleiding van het overleg dat de minister voor Armoedebeleid, Pensioenen en Participatie gisteren heeft gehad met VNG. Ik heb daar een keer of tien aan gerefereerd, en ook gezegd: wij denken dat het verstandig is om dat in oktober integraal te wegen. Ik heb daar ook al een heel aantal keren bij gezegd: dat kun je ook eerder doen. Daar staan we voor open. De heer Heerma maakt dat expliciet. Dat had een ander ook kunnen doen. Dat is wat ons betreft natuurlijk, sinds de brief van vanmiddag, een optie. Ik denk nog steeds dat het beter is om dat allemaal integraal te doen in augustus, maar kan er ook helemaal mee leven als we dat nu al gewoon besluiten. Volgens mij is dat een toezegging die ik heb gedaan.

De voorzitter:
De heer Klaver.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Voorzitter?

De voorzitter:
Afrondend, dan, want ik wil ook nog naar de minister gaan, en eventueel nog naar de staatssecretaris.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Ik ben begonnen met te zeggen dat het voor ons onacceptabel is dat dit debat eindigt zonder duidelijke afspraken over wat we nu gaan doen voor die mensen.

Minister Rutte:
Maar dat is toch de afspraak, dan?

Mevrouw Marijnissen (SP):
Nou, nee. Ik hoor een of ander vaag verhaal. Kennelijk heeft de heer Heerma een voorstel gedaan. Volgens mij hebben we hier allemaal heel veel voorstellen gedaan, maar de minister-president heeft die allemaal een voor een afgeschoten. Daarstraks heeft hij hier nog een keer heel stoer herhaald: nee, er kan helemaal niks, want het loopt allemaal vast in de uitvoering. De heer Heerma heeft kennelijk opeens een voorstel gedaan, maar het is helemaal niet concreet. Ons punt is dat het onacceptabel is dat het debat vanavond eindigt zonder iets concreets. Ik vraag het daarom nog een keer aan de minister-president, want hij wil het nu gewoon weer vooruitschuiven. Hij wil nu nog eens gaan kijken wat er dan toch misschien weer eerder kan. Dat heeft hij toch de afgelopen twee weken kunnen doen? Dat was toch uw opdracht?

Minister Rutte:
Ik werd er ooit om geroemd dat ik duidelijk communiceerde, maar vanavond lukt me dat niet. Ik heb geprobeerd het een heel aantal keer uit te leggen. Er ligt sinds vanmiddag een brief van het kabinet, naar aanleiding van het bestuurlijk overleg van gisteren met de VNG. Die brief zegt: als je het bij de doelgroep van de €800 houdt en accepteert dat je niet kunt garanderen dat iedereen die aanvulling in 2022 krijgt, dan zou het kunnen. Dat zeggen de gemeenten. Daarvan zei het kabinet in de brief: weet je, dan heb je opnieuw een toevoeging voor die groep, en dat stopt bij 120%; zou je het niet integraal moeten wegen in augustus? Ik heb vanavond er eerst op gehint, en het daarna expliciet gemaakt, dat het kabinet daartoe bereid is. Volgens mij is dat een toezegging. De concrete uitkomst van dit debat is dan dat we afspreken dat wij met de gemeenten in gesprek gaan om ervoor te zorgen dat we die €500 mogelijk maken.

De heer Klaver (GroenLinks):
We zijn vanavond getuige van het betere amateurtoneel. Ik zou echt willen zeggen, en nu citeer ik een ooit groot politicus: regeer of stap op. U zegt nu: als u het wil, kunnen we dat doen. Dan lijkt het een toezegging aan de Kamer, alsof hier iets heel moois ontstaat. Maar er is hier helemaal niks moois ontstaan. Als dit kan, moet u dit gewoon gaan doen. Dan weet u dat u de steun van de Kamer heeft. Maar dit is een poppenkast. Daar erger ik me aan. Dit gezegd hebbende, nu het positieve. Ik hoor hier dat er €500 naar de laagste inkomens gaat. Daar moeten we blij mee zijn, allemaal. Dat is winst. Maar daar gingen onze voorstellen niet over. We hebben het over de middengroepen, precies de groepen waarover de heer Omtzigt het had: de mensen die er net boven zitten, mensen die werken voor het minimumloon. Ik ben ervoor dat er extra geld gaat naar de groep tot 120%. Maar daarmee zegt het kabinet: je kan op dit moment bijna beter in een uitkering zitten dan dat je werkt tegen het minimumloon. Dat vind ik kwalijk. Daarom moet er echt, ook vanavond nog ... Dit debat is nog niet klaar. Je kunt wel zeggen dat er een uitkomst is, maar er moet iets extra's gebeuren voor die groep, want daar is nu de grote armoede aan het ontstaan.

Minister Rutte:
Dan vallen we in herhaling. Het kabinet heeft geanalyseerd dat we dat dolgraag willen. We hebben dat ook uitgestraald bij het debat van een paar weken geleden. Maar als het niet kan, kan het niet. Dat zeg ik niet kribbig, maar even kort samenvattend: wij komen tot de conclusie dat we dit de uitvoering niet kunnen aandoen. Ik ben het ook eens met de analyse van de heer Klaver dat deze groep beperkter is en dat je daarmee nog meer geld schuift naar een groep die het op zichzelf ook echt nodig heeft, maar dat je juist ook de mensen met een lager inkomen die werken en de middengroepen wilt bereiken. Maar we hebben nou die hele brief gestuurd en oprecht een poging gedaan om uit te leggen waarom we dat de uitvoering niet kunnen aandoen. Daar houden we aan vast. Sinds vanmiddag is het mogelijk om die groep tot 120% sociaal minimum wél die €500 extra te geven. Dat is inderdaad winst. Maar dat kan omdat de gemeenten zeggen dat ze het aankunnen.

De voorzitter:
Tot slot, meneer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):
Als je de brief van de gemeentes leest, schetsen ze allerlei uitvoeringsproblemen. Ze zeggen bijvoorbeeld dat er niets voor studenten gedaan kan worden en dat het risico bij het Rijk ligt. Dat zijn allerlei risico's die er ook bij de opties zijn die wij hebben voorgesteld en die het Rijk kan uitvoeren. Wat de gemeenten gaan doen, is hartstikke risicovol. En toch zegt u: dat gaan we doen. Daar ben ik voor; dat is het punt niet. Maar als u dit risicovolle beleid gaat uitvoeren, waarom dan niet ook zorgen dat je bijvoorbeeld met zo'n extra toeslag ook de werkende mensen in Nederland bereikt? Want die redden het niet meer. Ik heb het idee dat deze minister-president niet doorheeft hoe hoog de nood in Nederland is. We hebben niet naar ramingen van het CPB gekeken maar naar scenario's. We zitten in het donkerzwarte scenario, en het wordt alleen maar erger. Ik zou bijna willen zeggen: alsjeblieft, doe iets! Regeer of stap op. Als u het niet wil of als u de creativiteit niet kan opbrengen of als u er helemaal klaar mee bent, maak dan plaats. Maar we moeten iets extra's doen voor die werkende mensen. Het gaat er niet om of de coalitie tevreden is of de oppositie, maar het gaat erom of mensen in dit land kunnen rondkomen. Ze zakken door het bestaansminimum heen. En dan hebben we het niet over drie, vier of vijf mensen, maar over meer dan een miljoen mensen. Dat moet u zich aanrekenen.

Minister Rutte:
We hebben geprobeerd om daar een analyse van te geven. Die heeft u gekregen. Dat is gewoon niet mogelijk. Qua uitvoering brengt dat een te groot risico met zich mee. Dat is echt onze conclusie.

De heer Azarkan (DENK):
Een vraag om het even overzichtelijk te maken. We hebben 37 voorstellen doorgerekend of geanalyseerd gekregen. Die kunnen allemaal niet. Het enige wat kan, is dat we die groep van €800 er €500 bij geven. Is dat de setting van vanavond? Concludeer ik dat goed, vraag ik via u, voorzitter.

Minister Rutte:
Wij dachten dat dat ook niet kon, maar de gemeenten hebben als uitvoerders hiervan gezegd: dat durven we wel aan voor die groep, mits die doelgroep de bestaande doelgroep is en je ook accepteert dat we niet kunnen garanderen dat iedereen die €500 nog dit jaar krijgt. Vandaar dat die wetswijziging nodig is. Dan kunnen we dat doen.

De voorzitter:
Tot slot, meneer Azarkan.

De heer Azarkan (DENK):
Niet helemaal tot slot, voorzitter, want ik kreeg geen duidelijk antwoord. Er zijn 38 voorstellen bekeken. We dachten eerst dat er 37 daarvan niet konden. Gelukkig kan er één wel. Zeg ik het zo goed?

Minister Rutte:
Ja, ik denk dat dat ongeveer klopt.

De heer Azarkan (DENK):
Mooi zo. Toch even een vervolg, voorzitter. Die groep van 130% of 140% van het sociaal minimum komt ernstig in de problemen. De vraag is of dat eerlijk is. Eén groep krijgt nu €800 en nog €500 daarbij, omdat die groep goed te identificeren is. Is dat eerlijk ten opzichte van 130% of 140%? Hoe weegt de minister-president dat?

Minister Rutte:
Ik ben het op zichzelf eens met de heer Azarkan, maar het is in de uitvoering niet mogelijk. We moeten daar dus gewoon reëel over zijn. We kunnen dat wel blijven herhalen, maar dan hebben we al die debatten over de uitvoering voor niks gehad. Ik heb dat net te veel vernauwd tot één dossier, maar die discussie over de uitvoering is natuurlijk nog veel breder gevoerd.

De voorzitter:
Mevrouw Kuiken en dan nog mevrouw Van der Plas, en daarna ga ik naar de andere bewindspersonen.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Ik was vandaag eigenlijk niet op zoek naar een politieke deal, en zeker niet in zo'n coalitiesetting. Ik was op zoek naar oplossingen voor mensen die vanaf het najaar ernstig in de problemen komen. Ze komen in de armoede terecht. Ze kunnen de rekeningen niet meer betalen. Ze gaan schuldhulpverlening nodig hebben. Er zal sprake zijn van huiselijk geweld, inclusief de ellende die dat met zich meebrengt. Dat gaat om 1,2 miljoen gezinnen. Ik zie dat het kabinet onder druk van de gemeenten een oplossing probeert te vinden voor die allerlaagste groep. Dat is op zich positief. Ze zeiden eerst dat het niet kon omdat het uitvoeringstechnisch te lastig was, maar het blijkt toch te kunnen. Maar als het uitvoeringstechnisch toch kan, ondanks dat het lastig bleek te zijn, dan denk ik dat er toch ook een oplossing zou kunnen zijn voor die mensen die net boven dat lage inkomen zitten, op dat modale inkomen. Zij komen volgens het CPB in precies dezelfde problemen terecht. Ja of nee?

Minister Rutte:
Nee. Ik ben het ermee eens dat daar een probleem zit, maar dat is qua uitvoering niet mogelijk. Maar ik val een beetje in herhaling.

De voorzitter:
Volgens mij is deze vraag net gesteld.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Nee, niet, voorzitter. Tot gisteren bleek de route via de gemeenten uitvoeringstechnisch niet mogelijk, zo weten we op basis van de tabellen, aangeleverd door staatssecretaris Van Rij zelf. Maar omdat de politieke druk vanuit de gemeenten blijkbaar heel hoog opgespeeld werd, bleek het technisch wel te kunnen. Dan is mijn oproep: als je toch meer kan dan je dacht, als je technisch toch meer kan dan je tot vanochtend voor mogelijk hield, is het dan toch niet de moeite waard om te kijken naar de groep mensen die wij voor ogen hadden met onze €500? Dat zijn de mensen die een zorgtoeslag ontvangen. Dat is 75% van de mensen die het CPB beschrijft. Dat zijn dus veel meer mensen dan die 1 miljoen mensen die de heer Rutte hier voor ogen heeft. Is het niet de ultieme poging waard om ook deze mensen te helpen en te behoeden voor armoede, als er technisch toch meer kan dan de premier tot vanochtend voor mogelijk hield?

Minister Rutte:
Nee. Ik ben daar echt stevig in. We hebben dat helemaal geanalyseerd. Wij hebben vorige keer in het debat, voor de schorsing, gezegd: wij zouden dat dolgraag willen. Dat hebben wij ook echt uitgestraald. Maar het blijkt gewoon niet mogelijk. Wij hebben ook niet de gemeenten onder druk gezet. De gemeenten zijn naar óns toe gekomen en hebben gezegd, op grond van de brief van vrijdag: luister, we hebben er zelf nog een keer naar gekeken. Dat is de brief die zij jullie vanmiddag blijkbaar gestuurd hebben. De gesprekken die wij hebben gehad, vindt u in ieder geval terug in de brief van mevrouw Schouten, de minister voor APP. Dat is de situatie. Daar is dus wel iets mogelijk, maar de rest moeten we echt in augustus doen, integraal voor 2023. Daarbij geldt sowieso dat als je al iets had kunnen doen, dat ook pas tegen het einde van het jaar tot uitkering was gekomen. Laten we nou proberen ons te richten op 2023 en dan voor deze beperktere groep die €500 te doen.

De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Kuiken.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Dat betekent dat er een groot risico is: kom je überhaupt tot uitvoering voor deze 1 miljoen mensen? Qua uitvoering zag het er tot op heden niet florissant uit. Twee. Het betekent dat je voor de grote groep mensen die nu buiten de boot vallen, niets meer doet, het hele lopende jaar niet, terwijl wij al vanaf januari vragen, specifiek voor deze groep: heb daar oog voor; dat gaat niet goed; regel dat.

Minister Rutte:
Maar het is natuurlijk niet …

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Nee, dat is wél het geval. Dat hebben we allemaal geschetst. Ik vind het een beetje moeilijk. Het is niet zo dat je zuur moet zijn op het moment dat je iets kunt regelen, maar we geven al vanaf januari aan dat die groep veel groter is, dat er meer moet gebeuren en dat er meer nodig is, en worden nu voortdurend geconfronteerd met "te laat" en "niet uitvoerbaar". Dat vind ik wel moeilijk te verteren.

Minister Rutte:
Er zit ook een einde aan de mogelijkheden die je hebt. Neem bijvoorbeeld het idee dat leeft in kringen van de Partij van de Arbeid en andere partijen, langs de lijnen van de toeslag of het doelgroepbereik van de toeslag, of het nou de huurtoeslag of de zorgtoeslag was. Daar hebben we allemaal naar gekeken. We hebben dat uitvoerig geanalyseerd en wij denken dat het een te groot risico is. Dat is niet omdat we het niet willen, want we hebben vorige keer zelf uitgestraald dat het mooi zou zijn als het wel kan. Ik zie ook dat je dan een veel grotere groep bereikt. Maar het heeft geen zin om hier onzin te beloven. Dat kunnen we niet waarmaken. Als het gaat om de groep van die €800, die er nog €500 bij krijgt, hebben de gemeenten na de brief van vrijdag gezegd: dat kunnen we doen. Daarvan hebben we gezegd: dat is fantastisch; laten we dat dan integraal wegen in augustus. Mijn toezegging vanavond is om dat gewoon te doen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb het de hele avond aan zitten horen en ik concludeer dat we, na bijna 12,5 jaar met deze minister-president aan het roer, op een punt zijn gekomen dat we als Nederland niet in staat zijn om aan mensen in een crisis, misschien een tijdelijke crisis — dat hopen we — een reddingsboei te geven. Onze systemen zijn niet op orde. De uitvoeringsorganisaties zijn niet op orde. We hebben nu een samenlevingscrisis. We kunnen de mensen gewoon niet helpen. Dat vind ik heel erg. Dat vind ik echt heel erg, in ons gave landje. Ik wil eigenlijk van de minister-president weten hoe hij ernaar kijkt dat we veel mensen — het is maar een relatief klein deel van de mensen als je het procentueel ziet, maar het zijn wel veel mensen — gewoon niet kunnen helpen, omdat het systeem niet op orde is in Nederland. Dat kan toch niet?

Minister Rutte:
Twee dingen. In de eerste plaats is er gelukkig een hele grote reddingsboei van 6,5 miljard. Die hebben we geworpen naar de samenleving. Dat heeft geleid tot allerlei effecten. We kijken nu wat extra nodig is. Er is dus sprake van een reddingsboei ter grootte van 6,5 miljard. Die is in de Europese vergelijking heel aanzienlijk.

Twee. Het probleem is niet dat de publieke dienstverlening niet op orde is. Ja, daar moet ook extra in geïnvesteerd worden, absoluut. Dat zijn we ook aan het doen als kabinet. Maar het probleem is ook dat wij hier als nationale politiek de uitvoeringsorganisaties niet goed hebben bediend door wetgeving aan te nemen die uiteindelijk van de uitvoeringsorganisaties vroeg om maatwerk toe te passen en allemaal unieke afwegingen te maken. Dat is gewoon onmogelijk bij dit soort massale uitvoeringsorganisaties, simpelweg omdat wij te weinig tijd hebben genomen om goede wetgeving te maken. Dat is de centrale kritiek van de Ombudsman, waar ik het totaal mee eens ben. Ik ben laat tot dat inzicht gekomen, zoals volgens mij de meesten hier. Als anderen dat inzicht eerder hebben gehad, is dat prachtig, maar ik had dat in ieder geval vanaf 2019 en daarna, met alle ellende die we hebben gehad bij een aantal grote vraagstukken rondom de uitvoering.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
"We hebben een reddingsboei uitgegooid van 6,5 miljard." Ik heb de minister-president meerdere malen in diverse interviews horen zeggen: dat is echt heel veel geld. Naarmate de minister-president het vaker zei, werd het steeds meer geld en werd het steeds beter. Vervolgens hoor ik de minister-president zeggen: eigenlijk komt het ook door de Kamer, want jullie hebben al die wetten opgetuigd; jullie hebben die er allemaal doorheen gehaald. Ik heb de volgende vraag. Als je de minister-president bent van dit land, de leider van dit land — ik heb het vorige week ook in een ander debat gezegd: neem regie, neem leiding — dan moet je het je toch enorm aantrekken dat het kennelijk niet gaat lukken om 1 of 1,5 miljoen mensen uit de penarie te helpen? Als leider van het land moet je dat toch gewoon erg vinden en niet allemaal dingen zeggen als: het kan zus niet, het kan zo niet, dus we gaan het gewoon niet doen? Dat kan toch niet?

Minister Rutte:
Even los van het woord "leider", waar ik nooit zo'n liefhebber van ben: regie nemen en verantwoordelijkheid nemen, ja. Maar daar hoort ook bij dat ik eerlijk ben naar mevrouw Van der Plas en anderen over wat wel en niet kan. Dat hoort daar ook bij. Als in haar ogen leidinggeven betekent dat ik zeg "wat de Kamer vindt, kan allemaal", dan zeg ik: helaas, maar dat kan niet altijd. We hebben een analyse gemaakt van wat wel en niet kan. Dat is één.

Twee. Bij verantwoordelijkheid nemen hoort ook dat Sigrid Kaag, de minister van Financiën, ikzelf en het hele kabinet inmiddels 6,5 miljard daarvoor hebben uitgetrokken. Dat is een aanzienlijk bedrag. Dat is inclusief een energiebelastingverlaging van €400. Dat is inclusief een verlaging van de btw op energie van 21% naar 9%. Dat is sinds afgelopen vrijdag. Dat scheelt voor een gemiddeld huishouden dit jaar nog €140. We doen aanzienlijke investeringen, om ervoor te zorgen dat we zo veel mogelijk de gevolgen lenigen. Structureel moeten we vanaf 2023 kijken hoe we het hele koopkrachtbeeld, ook voor de groep werkenden met een laag inkomen, zo goed mogelijk overeind kunnen houden. Dat moet nog steeds langs de lijn dat we niet alles kunnen oplossen. Er ligt ook een verantwoordelijkheid bij werkgevers om te zorgen voor fatsoenlijke loongroei. Gelukkig zien we dat ook terug in steeds meer cao's. Dat is volgens mij fatsoenlijk besturen. Overigens verwijt ik de Kamer niet dat het voor de uitvoering zo complex is geworden. Dat is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het kabinet maakt in de meeste gevallen de wetten. Die worden vervolgens geamendeerd. Maar dan is het ook zaak hoe je gezamenlijk tot iets komt. Dat heeft in te veel gevallen geleid tot zeer complexe uitvoering.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik verwijt de minister-president of het kabinet helemaal niet dat ze niet hard werken. Dat doe ik sowieso niet. Ik verwacht ook niet dat je álles kunt oplossen in Nederland. Dat snap ik ook wel; dat snapt iedereen. Maar "we moeten wel eerlijk zijn" of "we zijn in ieder geval eerlijk" heb ik de laatste maanden echt heel vaak gehoord. Dat horen we constant. "We nemen hele harde beslissingen voor de boeren, maar we zijn wel eerlijk. We leiden jullie naar de afgrond, maar we zijn daar wel eerlijk in. We gaan jullie niet helpen, maar we zijn daar wel eerlijk in." Het feit is wel dat er straks — misschien is dat nu al zo — 1,5 miljoen mensen gewoon echt niet meer weten hoe ze de touwtjes aan elkaar moeten knopen. Dat heb ik al vaker gezegd. Dan verwacht ik, en met mij de hele Kamer, in ieder geval de hele oppositie, dat er toch echt wat harder aan getrokken wordt, om die mensen op de een of andere manier te helpen. In de coronatijd hebben we het ook kunnen doen. We hebben de Tozo en de NOW snel op kunnen tuigen. Die mensen zijn heel snel geholpen. Toen kon het allemaal wel, waarvoor de complimenten, ook namens de werkgevers en de werknemers. Ik weet dat die daar toen heel blij mee waren. Maar dat is niet een kwestie van niet kunnen; het is dan een kwestie van niet willen. En zeker, je kunt niet alles doen, maar ik wil de minister-president en het hele kabinet toch oproepen om er gewoon echt alles, maar dan ook alles, aan te doen om mensen in Nederland die in de knel zitten zo meteen echt te helpen. Dat is dus niet zozeer een vraag; het is meer een oproep.

Minister Rutte:
Daar zijn we het over eens. De vraag is natuurlijk: wat kun je vanavond doen, ook met het oog op 2022, wat kun je verder doen in augustus en wat hebben we al gedaan? En natuurlijk ook: wat is de verantwoordelijkheid van werkgevers als het gaat om loonstijging?

De heer Stoffer (SGP):
Wat er dit jaar kan, heb ik zojuist allemaal wel een beetje gehoord vanuit de Kamer en vanuit het kabinet. Nou ja, dat weten we, denk ik, inmiddels wel. De minister-president zei zojuist: we moeten vooral met elkaar kijken naar 2023. Daar ben ik eigenlijk wel benieuwd naar, want het is dadelijk zomaar twee maanden verder, en dan hebben we de begroting en hebben we het al over 2023. Dus concreet is mijn vraag de volgende. Die 6,5 miljard is zo dadelijk op. Dan moeten we structureel nadenken over 2023 en verder. Mijn vraag is: welke gedachten zijn er al en welke kant gaan we op?

Minister Rutte:
De heer Stoffer weet, als vertegenwoordiger van de Staatkundig Gereformeerde Partij, dat we dat dan natuurlijk netjes geordend doen in augustus en presenteren op Prinsjesdag, maar — dat is vanzelfsprekend — de contouren daarvan zijn helder. We willen proberen om tot een situatie te komen waarin je langs die drie sporen als overheid je verantwoordelijkheid blijft nemen om zo veel mogelijk de gevolgen te dempen voor de mensen met een kleine beurs, de mensen die werken met een klein inkomen en de middengroepen. We willen natuurlijk proberen om dat allemaal weer heel goed in kaart te hebben in augustus, terwijl we ook weten dat heel veel van die regelingen aflopen. Dat zal dus een hele ingewikkelde discussie zijn, maar ik kan daar nu niet op vooruitlopen. Dan ga ik zelf filosoferen over wat ik denk dat er kan gebeuren, en ik vind het netjes om dat ook met elkaar in het team goed te bespreken.

De heer Stoffer (SGP):
Ik benoem het niet voor niks, want het gaat er vanavond best hard op. Tenminste, als ik daar zo zit, namens een partij die inmiddels 100 jaar in de Kamer zit, dan denk ik: het gaat er best hard op. En als we niet uitkijken, dan gaat het er straks, in september, oktober en november, weer zo hard op. De minister-president houdt ervan geloof ik. Hij glimlacht wat.

Minister Rutte:
Nee, u formuleert het zo mooi. Uw partij bestaat al 104 jaar, volgens mij.

De heer Stoffer (SGP):
Ja, maar we zitten vandaag 100 jaar in de Kamer.

Minister Rutte:
Gefeliciteerd.

De heer Stoffer (SGP):
Die felicitatie wilde ik even hebben. Dat was 'm, dank. Maar ik zit even te zoeken. U kunt het namelijk met elkaar doen, met de zetels die het kabinet heeft. Dus dit gaat allemaal nog hier, maar het moet natuurlijk ook aan de overkant geregeld zijn. Ik ben dus wel benieuwd hoe we voorkomen dat er weer zo'n harde clash komt. Uiteindelijk moeten we denken: hoe gaan we nu dadelijk fatsoenlijk 2023 en verder in? Misschien kan de minister-president niet de exacte maatregelen aangeven — dat snap ik — maar is er nog iets meer proces? Komt er alleen een soort witte rook ergens rond Prinsjesdag en is dat het, of gaat er een proces komen waarbij we denken: nou, laten we toch eens als geheel politiek gremium verantwoordelijkheid met elkaar proberen te nemen? En dan heb ik daarbij nog een hele specifieke vraag, die mij in ieder geval dwarszit. Dan weet de minister-president waar hij wat betreft de SGP aan toe is. Krijgen de lage middeninkomens ook een plek in alles wat nu in de zomer bedacht wordt, aangezien die groep het echt superzwaar heeft?

Minister Rutte:
Zeker. Dus wij kijken naar het hele systeem. Ik denk dat de hogere inkomens het wel redden, dus het gaat natuurlijk om de mensen met een kleine beurs, de mensen die werken met een laag inkomen. Dat is de groep waar eerder aandacht voor is gevraagd. Het gaat ook om de middengroepen die echt de gevolgen van deze crisis ervaren. Daar willen we allemaal oog voor hebben, maar we kunnen niet alle problemen voor die groepen oplossen. Het zal uiteindelijk langs die drie sporen zijn. We gaan het allemaal voelen. We kunnen niet alles dempen en compenseren. Dat gaat gewoon niet. We doen wat we kunnen. Daarnaast proberen we natuurlijk ook te kijken wat er verder mogelijk is in de loonstijgingen. Het zal dus langs die drie sporen zijn, maar dit gaat om het spoor van de verantwoordelijkheid van de heer Stoffer en mijzelf, dus van de Kamer en het kabinet, om te kijken wat je kunt doen om de gevolgen zo goed mogelijk te dempen.

De heer Van Weyenberg (D66):
Dat is toch wel belangrijk. De uitkomst van het debat is dan toch wel dat de handreiking van de VNG door het kabinet wordt opgepakt en dat 1 miljoen mensen niet aanspraak kunnen maken op €800, maar op €1.300. Dat is toch betekenisvol, ondanks alle onvrede, die we allemaal hebben omdat we heel graag mensen ook net daarboven extra hadden willen helpen. Dat roept natuurlijk wel de vraag op: hoe gaan we dat dan in 2023 structureel doen?

Ik zou de premier nog één ding willen meegeven. We hebben het vaak over het verhogen van het minimumloon. Dat is een interessante maatregel, want die raakt ook de werkenden, waar onder anderen de heer Omtzigt het over had. De uitkeringen zijn daaraan gekoppeld en ook de AOW stijgt dan mee. Maar het derde punt, dat ik eigenlijk nog weinig heb gehoord en dat het Centraal Planbureau altijd noemt, is dat als je het minimumloon verhoogt, ook de lonen die daar net boven zitten, meegaan. Als het kabinet het huiswerk doet voor 2023, zou ik willen vragen om bij die maatregel niet alleen te kijken naar de impact op mensen die het minimumloon ontvangen en op mensen die een uitkering of AOW krijgen, die extra omhoog zouden kunnen gaan als je meer doet dan het kabinet van plan is, maar om ook te kijken naar de impact op de lonen net daarboven. Die maatregel kan een groter bereik hebben dan je van tevoren met de meest smalle benadering zou verwachten.

Minister Rutte:
De heer Van Weyenberg is een van de deskundigen als het gaat om dit soort precieze maatvoering in de sociale zekerheid. Laat ik daar nu geen commentaar op geven, want dat heeft geen zin als het kabinet nog geen besluit heeft genomen. Maar ik neem dankbaar kennis hiervan. Ik laaf mij aan zijn inzichten. Ik denk op zichzelf dat het klopt. Als je langs die lijnen iets doet, dan geeft dat in positieve zin ook een opwaartse druk voor de groepen daaromheen.

De heer Van Weyenberg (D66):
Ik vroeg de premier niet om ja te zeggen, ook al mag dat natuurlijk altijd. Ik had dit antwoord wel verwacht, maar ik vraag hem wel om dit echt mee te nemen in de afwegingen, zodat we uiteindelijk kunnen wegen of we met de euro's die we erin stoppen de meeste mensen op de beste manier bereiken.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik wil de minister-president bedanken. Ik geef het woord aan de minister van Financiën. Nee? De staatssecretaris?

Minister Rutte:
Volgens mij zijn er van onze kant geen ... We hebben volgens mij alles uitgeboord. Tenzij er nog vragen zijn aan mijn twee collega's.

De voorzitter:
De heer Dassen kwam net naar mij toe. Hij heeft nog een inhoudelijke vraag waar geen antwoord op is gegeven.

De heer Dassen (Volt):
Dat is correct. De staatssecretaris zou gedurende het debat nog enkele antwoorden geven.

Minister Rutte:
Ja, maar die is verdwenen! Marnix! Hij is ineens weg. Ik weet niet waar hij heen is.

De heer Dassen (Volt):
Dan moeten we even op hem wachten.

De voorzitter:
Misschien komt hij daar in de tweede termijn op terug. We gaan daar nu niet op wachten.

De heer Dassen (Volt):
Ja, maar ik wil daar dadelijk in de tweede termijn een motie over indienen, dus ik zou het fijn vinden als ik daarvoor de antwoorden heb. Daar heb ik een tijd geleden, in het vorige debat, om gevraagd. Daar is toen geen antwoord op gekomen. Daar zijn we achteraan gegaan en het zou in de eerste termijn beantwoord worden.

De voorzitter:
Het lijkt mij handig als we toch van start gaan. We kijken even of de staatssecretaris uw vraag tussendoor, in de tweede termijn, kan beantwoorden. Is dat een idee?

De heer Dassen (Volt):
Tenzij de minister van Financiën het kan doen.

De voorzitter:
Ja? De minister van Financiën gaat ...

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik wil de staatssecretaris dadelijk ook nog iets vragen.

Minister Kaag:
Ik hoop dat ik een waardige invaller ben.

De voorzitter:
Ik zie de staatssecretaris binnenkomen. De heer Dassen heeft nog een vraag voor u. U bent net op tijd!

Staatssecretaris Van Rij:
Voorzitter. De heer Dassen had een vraag die niet beantwoord is in de brief, dus die zou ik alsnog willen beantwoorden. Hij vroeg: waarom belast u de hoge winsten van de bedrijven die hebben geprofiteerd van de crisis niet nu al extra? Ik heb begrepen dat het met name gaat om de vraag of je een extra grondslag kunt maken in de vennootschapsbelasting om die excessieve winsten te belasten. De heer Dassen bevestigt dat dat de vraag was.

De voorzitter:
Ik kijk even naar de heer Dassen, want ik zie iets anders in zijn uitstraling.

De heer Dassen (Volt):
We hebben in het vorige debat een uitgebreide discussie gehad over de windfall tax, die in andere landen wordt gebruikt. In andere landen is er de mogelijkheid om bedrijven die excessief profiteren in tijden van crisis, te belasten. Mijn vraag was of we daar in Nederland een grondslag voor kunnen creëren in het belastingplan, zodat wij als Kamer dat instrument hebben. Als zich een crisis voordoet, dan kunnen wij daarnaar handelen.

Staatssecretaris Van Rij:
Een windfall tax klinkt aardig, maar in alle landen waar daarover gesproken wordt, heeft dat een andere invulling. Ik noem bijvoorbeeld Spanje. Daar wordt gesproken over een windfall tax, maar het is geen belasting. Het is een regulerende heffing voor elektriciteitsbedrijven die geen aardgas gebruiken. Italië praat ook over een windfall tax, maar dat is een nieuwe heffing die gebaseerd is op de activa van een vennootschap, waarvan de uitwerking nog niet duidelijk is. Groot-Brittannië heeft inderdaad een windfall tax. Daar zijn wij in onze brief op ingegaan. Ik ben bereid om toe te zeggen dat wij de diepte in zullen gaan. De vraag begrijp ik namelijk heel goed. Kan je belasting heffen — dan maak ik 'm toch breder — of een regulerende heffing invoeren om excessieve winsten te belasten? Dat is volgens mij wat de heer Dassen vraagt. Je kan in de vennootschapsbelasting — daarover hebben we al geantwoord — natuurlijk altijd het tarief verhogen. Maar dat zijn wij niet van plan; dat hebben we ook gezegd. Je zou in de vennootschapsbelasting zelfs met drie tarieven kunnen werken: een opstaptarief van 15%, dat we nu hebben, of een tarief van 15,8%, plus dan nog een extra tarief voor die zogenaamde excessieve winsten. Alleen, dat is ongelofelijk moeilijk te meten. Je kan het niet per sector doen, want dan ben je in strijd met het EU-recht. Je moet daar dan dus weer een objectieve maatstaf voor vinden. Dat is mijn antwoord. Ik ben bereid om het allemaal nog een keer schriftelijk uit te werken, maar ik ga niet toezeggen — ik zie de heer Dassen nog wat vragend kijken — dat wij daar in het Belastingplan mee komen. Dan zou ik namelijk een toezegging doen over iets waarvan wij zeggen: dat past niet in het huidige stelsel en is ook niet uitvoerbaar.

De voorzitter:
Ik kijk nog even naar de heer Dassen. Nee? De heer Klaver had nog een technisch inhoudelijke vraag die nog niet beantwoord was.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik heb beloofd om de vraag zonder verdere inleiding te stellen. Het gaat over tabel 2 en maatregel 2, over de eenmalige uitkering van €500 met betrekking tot de zorgtoeslag. Als ik het goed begrijp — dat wil ik dus even checken — zijn daar een aantal bezwaren, bijvoorbeeld dat de doelgroep eigenlijk nog verder gespecificeerd zou moeten worden, dus dat die kleiner gemaakt zou moeten worden, en dat dat het ingewikkelder maakt. Maar klopt het dat het grote uitvoeringsprobleem is dat er meer interactie met de Belastingdienst komt als we deze maatregel zouden invoeren?

Staatssecretaris Van Rij:
Het gaat waarschijnlijk om tabel 2.2. Wij hebben dat onderzocht, omdat de heer Klaver en ook mevrouw Kuiken in de eerdere eerste termijn heel duidelijk hebben aangegeven: wij willen het niet via de bestaande zorgtoeslag doen, maar willen het wel voor de zorgtoeslaggerechtigden doen. Zou je dat kúnnen doen? Ja, dat kan je doen, maar dan moet je wel een aparte wet maken. Maar dan loop je echt tegen een aantal bezwaren aan, niet alleen tegen die interactie.

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter, mag ik de staatssecretaris wat vragen?

De voorzitter:
Ja.

De heer Klaver (GroenLinks):
Sorry, ik wilde de staatssecretaris niet onderbreken. Ik weet dat er meer bezwaren zijn, maar ik vroeg heel specifiek naar het volgende. De uitvoeringsproblemen zijn het argument om dingen niet te doen; daar is in de Kamer op zich begrip voor. Maar ik heb het heel goed gelezen. Mijn vraag gaat niet over rechtvaardigheid of over de vraag of de doelgroep voldoende is — dan kunnen andere mensen denken: ik krijg nu iets niet wat mij wel zou toekomen — maar echt sec over het uitvoeringsprobleem. Klopt het dat hét uitvoeringsprobleem, waardoor de dienst te veel belast wordt, is dat er te veel interactie bestaat doordat mensen bijvoorbeeld bezwaar gaan maken? Dat is mijn vraag.

Staatssecretaris Van Rij:
Dat antwoord klopt, maar de mensen die het niet krijgen — je moet dan ook een peildatum kiezen — gaan dan bezwaar maken en in beroep. Dat hebben we bij de tijdelijke kinderopvangtoeslag gezien. Dan neem je uitvoeringstechnisch inderdaad een te groot risico.

De voorzitter:
Tot slot, de heer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):
Nu komen we ergens. Er staan allerlei bezwaren genoemd, maar dat zijn politieke afwegingen. Helemaal afpellend blijft dit bestaan. Nu is mijn vraag aan de staatssecretaris de volgende. Stel je voor dat er meer beroep en bezwaar komt. Ik verwees zojuist naar bijvoorbeeld die 500 fte's die op dit moment worden ingezet om de box 3 op te lossen. We weten niet zeker of het gebeurt, maar als het al gebeurt, is het dan mogelijk om dit risico — het is een tijdelijk probleem dat zich voordoet — met verschuivingen binnen de Belastingdienst op te lossen, bijvoorbeeld met fte's van de uitvoering van box 3? Is daarnaar gekeken?

Staatssecretaris Van Rij:
Ja, daar is naar gekeken. Wij hebben nu tijdelijk extra capaciteit, zoals de heer Klaver zei, om wat box 3 betreft de bezwaarschriften die gehonoreerd zijn af te wikkelen. Dat gebeurt in de maanden juli, augustus en september voor de jaren 2017-2020 waarbij de aanslagen nog niet zijn opgelegd, en in oktober voor 2022. Dus in die hele periode wordt die capaciteit daarvoor ingezet. Het zou zeer onverstandig zijn om die capaciteit nu ergens anders voor in te zetten en die mensen daarvan af te halen. Bovendien is dat weer een andere competentie. Terug naar de vraag: ja, het klopt dat je daar extra capaciteit voor zal moeten inzetten. Hebben we die op dit moment? Nee, die hebben we op dit moment niet. En als ik dat zou beloven, dan beloof ik iets wat ik niet kan waarmaken.

De heer Klaver (GroenLinks):
Tot slot. Als ik het goed begrijp, gaan we dit niet doen omdat er een uitvoeringsrisico is dat mensen bezwaar gaan maken. We weten niet zeker of dat gaat gebeuren, maar het kan zijn dat mensen bezwaar gaan maken en dat de Belastingdienst dan niet voldoende mensen kan vrijmaken om op dat bezwaar te reageren. Dat is vraag één. Dan kom ik bij vraag twee. U zegt dat box 3 tot oktober loopt, terwijl de uitkering van deze zorgtoeslag pas in november zou gaan lopen. Is dat niet toch bij elkaar te brengen?

Staatssecretaris Van Rij:
Voorzitter. We hebben echt alles tegen het licht gehouden. Echt álles tegen het licht gehouden. Het antwoord op deze vraag is dat we dat risico echt niet moeten nemen, want wij moeten het niet onderschatten. We praten over 4,4 miljoen mensen die het zullen krijgen. De ervaring van de tijdelijke tegemoetkoming kinderopvangtoeslag leert dat een groep van 5 à 10% zich onrechtvaardig behandeld voelt als ze het níét krijgen. Dat zijn hele grote getallen. Dat zijn 220.000 tot 440.000 mensen. Daar heb je een fte-capaciteit van minimaal 25 voor nodig. Dat risico durven wij niet te nemen.

De voorzitter:
Dank u wel. Nee ... U heeft ook nog een tweede termijn. Het is nu voldoende.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik houd het echt zakelijk. Dat had ik u beloofd. De staatssecretaris schetst namelijk: tot oktober heb ik mijn mensen nodig voor box 3. Dit gaat uiteindelijk pas in november tot uitkering komen. In de tijd speel je daarmee veel fte's vrij. Is het dan niet tóch mogelijk om die capaciteit op de mat te brengen?

Staatssecretaris Van Rij:
Even heel kort. Ik wou dat het zo simpel was, maar dat is het niet. Want het is niet zo dat er opeens een blik fte's beschikbaar is voor november. Dan ben je bovendien ook te laat voor deze regeling, want die moet je natuurlijk wel voorbereiden, je moet de ICT erop zetten. Kortom, we hebben het links, rechts, van boven naar beneden tegen het licht gehouden. Het risico is echt te groot. Ik zou ook graag willen dat ik hier met een ander antwoord stond, maar het zou niet verantwoord zijn.

De heer Segers (ChristenUnie):
Ik kom nog heel even terug op de toezegging die de staatssecretaris deed aan collega Dassen over de windfall tax. Ik begrijp wat het niet is. Het is namelijk niet: we gaan er in het Belastingplan 2023 mee aan de slag. Daar was de staatssecretaris duidelijk over. Als ik het goed begrijp, is het wel een onderzoek naar hoe het in andere landen zit en mogelijk ook naar hoe het in onze eigen wetgeving zit. Het komt natuurlijk wel voort uit een rechtvaardigheidsgevoel dat er soms extreme omstandigheden zijn waarin enkelingen excessieve winsten behalen in tijden van crisis. Dat kan nu bij energie zijn. We hebben dat in de coronatijd gehad bij supermarkten. Toen was dat bijvoorbeeld een pleidooi vanuit de kring van het CDA, die zei: dat zou toch mogelijk moeten zijn? Begrijp ik de staatssecretaris goed dat hij zegt: ik wil kijken hoe dat in andere landen wordt ingezet, hoe dat werkt en welke mogelijkheden wij zelf eventueel hebben?

Staatssecretaris Van Rij:
Ja, dat onderzoek natuurlijk. Die kennis moeten wij delen, maar ik wil ook geen valse verwachtingen wekken. U noemt de supermarkten. Zoals ik eerder heb aangegeven, is het gewoon geen goed voorstel, omdat je dan een bepaalde sector extra gaat belasten. Dan loop je gewoon keihard tegen staatssteun aan in Brussel. Ik wil gewoon een realistische analyse geven. Dat onderzoek delen we met de Kamer. Maar ik ga hier geen enkele valse verwachting wekken.

De voorzitter:
De heer Segers, tot slot.

De heer Segers (ChristenUnie):
Nou, de supermarkten waren niet zozeer door mij opgebracht, maar ik noemde een zekere partij die met dat idee kwam.

Staatssecretaris Van Rij:
U hoort dat ik daar heel objectief op antwoord.

De heer Segers (ChristenUnie):
Zeker, zeker. Dat waardeer ik zeer. Dank daarvoor. Ik vraag dus niet om specifieke sectoren. Als staatssteun en Europese regelgeving inderdaad belemmerend zijn, dan zou dat ook belemmerend moeten zijn in andere landen. Dan zou zo'n vergelijking in de Europese Unie van hoe dat in andere landen zit, hoe dat mogelijkerwijs wordt toegepast en welke mogelijkheden wij zelf hebben, zeer behulpzaam zijn.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we nu echt aan het einde gekomen van de eerste termijn van de kant van de Kamer. Nee? Toch nog niet.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
De maatregelen die we nu zien en die de regering overweegt, leiden tot een extra uitkering in november of december, en misschien zelfs over het jaareinde. Als we zo laat iets uitkeren, dan is er nog een andere optie. Dat is de optie om iets te doen op basis van de aangifte over het jaar 2021. Bijna iedereen heeft aangifte gedaan over 2021. Die worden automatisch verwerkt. De Belastingdienst stelt de hoogte van de aangifte vast. Op basis van het inkomen dat vastgesteld is in 2021, kun je automatisch tot een bepaalde grens €500 extra uitkeren. Die maatregel heb ik echter niet gezien in de staatjes die aan de Kamer gestuurd zijn. Er zijn wel 30 voorstellen gestuurd, maar niks op basis van de aangiftes die nu zijn binnengekomen. Wat is de reden dat dit niet gebeurd is? Is het alsnog mogelijk om op basis van de aangifte over 2021 — dat is slechter dan 2022, maar het zit redelijk dicht bij het actuele inkomen — mensen die beneden een bepaalde inkomensgrens zitten, zeg 140% van het minimumloon, €500 extra uit te keren via een automatische teruggave?

Staatssecretaris Van Rij:
Dit veronderstelt dat de aanslagen over 2021 al allemaal zijn opgelegd en onherroepelijk vaststaan. Dat is niet het geval. Het punt is dat de aanslagen vóór 1 juli zijn opgelegd voor de aangiftes over 2021 die op tijd zijn ingediend dit jaar, maar heel veel belastingplichtigen doen hun aangifte soms wat later, vragen uitstel aan of zitten in een uitstelregeling. Dat roept al meteen een probleem op. Dan zou je de hele populatie … Ik begrijp de gedachte namelijk, maar zelfs voor 2020 is dat niet het geval, maar zeker niet voor 2021. Ik wil het niet nodeloos compliceren, want ik lijk hier wel mister difficulty. Daar komt ook nog eens bij dat we box 3 hebben. We hebben juist de afspraak gemaakt dat degenen die in box 3 vallen, nog geen aanslag krijgen. Eerst zal de afwikkeling plaatsvinden en dan gaat dat via de spaarvariant later dit jaar. Dat gaat 'm niet worden.

De voorzitter:
Tot slot, de heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Die box 3 vind ik niet zo interessant. Iedereen die een box 3 heeft kun je uitzonderen, want je kunt er een vermogenstoets op zetten. Je hoeft mensen die meer dan €50.000 spaargeld hebben niet onder deze eenmalige uitkering van €500 te brengen. Ik stel hier een eenmalige uitkering van €500 voor op basis van het inkomen van 2021. Bijna iedereen heeft aangifte gedaan. De kleine groep die geen aangifte gedaan heeft, doet die maar later. Dan krijgt die de uitkering later. Want perfecte oplossingen bestaan hier niet. Als dat bedrag automatisch wordt uitgekeerd boven op de aanslag, die gewoon vastgesteld wordt, dan hebben we toch gewoon een uitvoerbare regeling? Dat is toch op basis waarvan wij altijd iets vaststellen? Je moet daar één parameter aan veranderen en je moet daar een kleine wetswijziging voor doen, maar die kun je in augustus/september hier indienen en aannemen. Dan kun je toch tegen een afgebakende groep zeggen "u krijgt €500 als huishouden"? Dan weet je of je een fiscaal partner hebt of niet. Je weet of je alleenstaand bent. Dan kom je zo dicht mogelijk bij waar we hier allemaal hier wilden zijn.

Staatssecretaris Van Rij:
Ik begrijp de gedachte. Ik zal in ieder geval de cijfers geven, want de heer Omtzigt doet wat gemakkelijk alsof het een hele kleine groep zou zijn die de aangifte nog niet heeft ingediend. Dat is één. Een aangifte indienen is één, maar waar het echt om gaat, als je het inkomen zeker wil weten, is dat de aanslag definitief opgelegd moet zijn. Die groep is echt groter. Die cijfers wil ik ook echt geven. Ik begrijp de gedachte, maar ik zie daar toch echt grote bezwaren in. Het is ingewikkelder dan hier wordt gebracht.

De voorzitter:
U komt daar nog schriftelijk op terug met de cijfers.

Staatssecretaris Van Rij:
Ja, met de cijfers.

De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de kant van het kabinet. Ik dank de bewindspersonen. We gaan meteen van start met de tweede termijn. Ik geef het woord aan de heer Wilders van de PVV.

De heer Wilders (PVV):
Voorzitter. Ze ontvangen zelf zo'n twee ton per jaar, Rutte en Kaag, maar hun boodschap voor AOW'ers met een klein pensioen, bijstandsmoeders met kinderen en zeker ook de hardwerkende gezinnen die nu in financiële nood zitten, is een dikke middelvinger. Ze hebben 1.001 smoezen verzonnen om de voorstellen van de Kamer van tafel te vegen, maar de werkelijke reden is natuurlijk pure politieke onwil. Ze willen gewoon niet. Het lot van Nederlanders zal ze een rotzorg zijn. Ook alle voorstellen van mijn eigen fractie, de PVV, hebben ze in de prullenbak gegooid. Er komt geen lagere btw op boodschappen, geen lagere huur, geen hogere AOW-ondersteuning en geen verdere verlaging van accijnzen op benzine en diesel. Er komt alleen, eventueel, voor een deel dit jaar en voor een deel volgend jaar, een hogere energietoeslag. Maar dat is natuurlijk allemaal ver onder de maat. Als een bank of de KLM dreigt om te vallen, komen ze meteen met miljarden aanrennen, maar ze komen met niets, bijna niets, voor de gewone Nederlanders.

Voorzitter. Dit kabinet is zijn morele en politieke kompas totaal kwijt. Ze zeggen tegen die man van 93 die ik hier vaker heb aangehaald en die van maar €25 per week moet rondkomen om boodschappen te doen: jammer, dan eet je toch maar niet iedere dag? Ze zeggen tegen het hardwerkende gezin met een baan, dat het nog steeds niet redt en aan het einde van de week naar de voedselbank moet: eigen schuld, dikke bult. Ze zeggen tegen de meneer die zijn medicijnen niet meekrijgt bij de apotheek omdat hij de eigen bijdrage niet kan betalen: dan moet je maar niet ziek zijn; je hebt pech.

Voorzitter. Ik voel plaatsvervangende schaamte, plaatsvervangende schaamte, maar ook woede over zo veel onfatsoen, zo veel onbeschaafdheid, zo veel gevoelloosheid van Rutte en Kaag voor de mensen in financiële nood.

Mevrouw de voorzitter. Zo'n kabinet kunnen wij geen seconde langer steunen. Dat moet weg, moet helemaal weg, en het liefst vandaag nog. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

zegt het vertrouwen in het kabinet op,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wilders en Marijnissen.

Zij krijgt nr. 6 (36120).

De heer Wilders (PVV):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Hermans, VVD.

Mevrouw Hermans (VVD):
Voorzitter, dank u wel. Net als in de eerste termijn van dit debat worden er ook vanavond weer veel zorgen geuit over mensen en hun hoge energierekening, de hoge prijzen en de moeite die gezinnen hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. Dat geldt voor steeds meer Nederlanders, voor mensen met de lagere inkomens, maar ook steeds meer mensen met een middeninkomen komen in de problemen. Gezien het debat van vanavond, de brief van vrijdag en de brief van vanmiddag snapt de VVD dat er voor die kwetsbare groep, voor die laagste inkomens, nog dit jaar iets gedaan moet worden. Het kabinet doet in overleg met de VNG wat het kan om die toelage voor dit jaar op te hogen. Maar een hele grote groep — het is ook al een aantal keer opgemerkt vanavond — heeft hier helaas niks aan. Zij vallen buiten die regeling. Het zijn mensen net boven het 120% sociaal minimum. De heer Omtzigt refereerde er al aan. Maar het is ook die grote groep middeninkomens: de agent, de verpleegkundige, de vrachtwagenchauffeur en de elektricien. Het kabinet schrijft in de brief van afgelopen vrijdag dat er in augustus gekeken gaat worden naar wat er nou, ook richting 2023, meer gedaan kan worden voor die kwetsbare en lage inkomens. Als ik die brief lees, dan dreigen ook hier die middeninkomens tussen wal en schip te belanden. Dat mag niet gebeuren. Ik vraag een bevestiging van het kabinet dat er ook specifiek voor deze groep iets gaat gebeuren en dat er voorstellen komen.

Voorzitter. Dit hele koopkrachtvraagstuk is een groot vraagstuk. De situatie is complex en gaat ook echt nog wel even duren. Het is iets waar we allemaal mee bezig moeten zijn: het kabinet, wij hier in de Tweede Kamer, maar ook werkgevers en werknemers. Ik zei het in mijn eerste termijn ook al. We moeten samen met de politiek en met sociale partners kijken naar lonen, naar uren werk en naar bijvoorbeeld lastenverlichting. In Duitsland zitten kabinet en werkgevers al aan tafel. In Nederland is er altijd overleg gaande, maar ik wil ook ambitie en een gezamenlijke verantwoordelijkheid zien. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de prijzen van dagelijkse kosten zoals boodschappen, vervoer en energie fors toenemen;

constaterende dat de lonen daarbij achterblijven, de koopkracht onder druk staat en personeel moeilijk te vinden is;

overwegende dat zowel de overheid als sociale partners een verantwoordelijkheid hebben om bij te dragen aan koopkrachtherstel met lastenverlichting, gerichte ondersteuning en hogere lonen;

verzoekt de regering zich met sociale partners in te spannen voor koopkrachtafspraken waar hogere lonen, lastenverlichting en gerichte ondersteuning onderdeel van uitmaken;

verzoekt de regering in de zomer aan de Kamer te rapporteren over de voortgang,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Hermans, Paternotte, Pieter Heerma en Segers.

Zij krijgt nr. 7 (36120).

Mevrouw Marijnissen, SP, voor een interruptie.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Mevrouw Hermans zegt dat ze zich zulke grote zorgen maakt over al die mensen die de rekeningen niet kunnen betalen. Misschien ligt het aan mij en heb ik het gemist, maar klopt het dat ik mevrouw Hermans vanavond verder geen enkele vraag daarover heb horen stellen aan het kabinet?

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik heb in mijn eerste termijn een aantal vragen gesteld. Ik kom nu op een paar punten terug. Ik spreek ook mijn frustratie uit over het feit dat het niet lukt in de uitvoering. Het kabinet gebruikt het woord "onverantwoord". Het zegt dat het onverantwoord is om nu nog een extra stap te zetten voor die middengroepen. Ik baal daarvan, en dat is nog een understatement. Maar ik vind wel echt dat het kabinet nu, op weg naar Prinsjesdag, de Miljoenennota en de augustusbesluitvorming, echt met iets moet komen, juist voor deze groepen. Dat is wat ik hier inbreng. Daarnaast herhaal en bekrachtig ik in een motie ook nog een keer mijn punt uit de eerste termijn dat ik ook verwacht dat het kabinet hier samen met sociale partners werk van maakt.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Marijnissen.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Mevrouw Hermans vertegenwoordigt hier de grootste partij in de Kamer. Dan kan zij toch niet slechts zeggen dat ze ervan baalt dat er niks ligt? Dan kan zij toch niet zeggen: ik wil dat het kabinet er nog eens naar gaat kijken? Zij weet toch ook dat vanavond het enige moment is om nog íéts te doen, íéts te betekenen, voor al die mensen die nu in de shit zitten en nu zien dat er het hele jaar niks meer voor hen gebeurt? Dat moment is nu, mevrouw Hermans.

Mevrouw Hermans (VVD):
Dit kabinet heeft met steun van mijn partij dit jaar voor ruim 6 miljard aan koopkrachtmaatregelen getroffen. Daarmee verzachten we de pijn en dempen we de effecten. Nee, we compenseren daarmee niet al het leed. Ik zou dat misschien ook wel heel graag willen, maar ik moet ook eerlijk zijn: dat kan niet. We hebben hier twee weken geleden een debat gevoerd over de vraag wat we dit jaar nou nog kunnen doen. Er is een heel aantal opties bekeken en gewogen door het kabinet. Het kabinet trekt de conclusie dat het onverantwoord is om via de zorgtoeslagroute iets te doen. Mijn fractie maakt de afweging dat we dat pad niet op moeten. Tegelijkertijd leek het vrijdag alsof er helemaal niets kon, alsof ook een verhoging van de toelagen via de gemeenten niet mogelijk was. Door de brief van het kabinet van vanmiddag en die van de VNG van vanavond is er een andere weging bij gekomen, of een ander beeld. Ik snap — ik vind dat ook goed — dat het kabinet zegt: wij willen daar serieus met de VNG over gaan praten. Wat mij betreft starten die gesprekken morgen en hoeven we daar niet tot augustus op te wachten.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mevrouw Hermans zegt: ik wil graag dat het kabinet voor Prinsjesdag of in augustus, in ieder geval binnen een paar maanden, ergens mee komt. Wat gaat mevrouw Hermans doen als ze nergens mee komen?

Mevrouw Hermans (VVD):
Ikzelf en mijn fractie gaan natuurlijk de Algemene Beschouwingen voorbereiden. Dit zal waarschijnlijk bij heel veel fracties en partijen een belangrijk onderwerp worden, ook bij ons. We zullen dus ook zelf gaan kijken wat wij nou belangrijk vinden wat betreft die koopkracht en de portemonnee van mensen voor 2023.

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, tot slot.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Maar daar heeft de fractie, en andere fracties, toch al maanden de tijd voor gehad? Mevrouw Hermans zegt: ik vind nu echt, echt, echt, echt, echt dat ze ergens mee moeten komen. Wat gebeurt er nou als ze nergens mee komen? Ik ben benieuwd wat mevrouw Hermans dan gaat doen. Gaat mevrouw Hermans dan zeggen: dan moeten we écht in december ergens mee komen? Of zegt mevrouw Hermans dan: nu is het klaar; nu stoppen we er gewoon mee?

Mevrouw Hermans (VVD):
In de vraag van mevrouw Van der Plas zit de suggestie dat er niets gebeurd is. Daar neem ik echt afstand van. We hebben hier in januari een debat over de regeringsverklaring gehad. Een maand later is er een oorlog in Oekraïne uitgebroken, met alle vreselijke gevolgen van dien. We hebben hier ook de hogere prijzen en energierekeningen gezien. Dat heeft ertoe geleid dat het kabinet in maart met een aantal voorstellen en maatregelen is gekomen om de koopkrachteffecten te dempen. Vervolgens is er een voorjaarsnota gepresenteerd, waar we vandaag en twee weken geleden overigens ook over debatteerden en waar we donderdag over gaan stemmen. In die Voorjaarsnota zit ook al een doorkijk naar 2023. Daar zitten al een aantal maatregelen in. Die zijn ook genoemd hier in het debat in de regeringsverklaring en ook in het debat over de Voorjaarsnota twee weken geleden, bijvoorbeeld over de Wml en over de AOW. Dat zijn al belangrijke stappen. Is dat voldoende? Moet er meer gebeuren? Ja. Dat hebben wij destijds gezegd; dat zeg ik nu weer. Dat is ook de reden dat er in augustus integraal naar die koopkracht voor 2023 wordt gekeken. Ik ga afwachten waar het kabinet mee komt. Tegelijkertijd ga ik samen met mijn fractie kijken wat wij daar nog aan eigen voorstellen naast gaan leggen.

De voorzitter:
Heel kort.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Heel kort. Ik doe niet net alsof er niks is gedaan; dat heeft mevrouw Hermans mij ook helemaal niet horen zeggen. Maar mevrouw Hermans legt zelf de lat heel hoog door hier te zeggen: ik vind nu echt dat het kabinet in september of augustus ergens mee moet komen. Ik leg die lat niet hoog; dat doet mevrouw Hermans zelf. Mevrouw Hermans legt de lat heel hoog, maar wat gebeurt er dan als er niks gebeurt? Dan lijkt mij die vraag legitiem. Want dan moet daar in mijn ogen een consequentie aan zitten.

Mevrouw Hermans (VVD):
Als mevrouw Van der Plas goed had geluisterd naar mijn inbreng — of misschien had ik het duidelijker moeten zeggen — dan had ze het volgende gehoord. Het punt dat ik gemaakt heb, is dat er vrijdag een brief is gekomen van het kabinet, waarin het kabinet zegt: wij gaan in de augustusbesluitvorming op weg naar Prinsjesdag en de Miljoenennota kijken naar de koopkracht voor 2023 en verder. Daar gaan we integraal naar kijken. In die brief gaat het de hele tijd over lage inkomens en kwetsbare huishoudens. Daar zat mijn punt. Want ja, die mensen hebben het heel zwaar. Daar moeten we dingen voor doen. Daarom ben ik ook blij met de stap die we via de gemeenten zetten. Maar het is niet voldoende. Want er zijn meer gezinnen in Nederland en meer Nederlanders die in de problemen zitten, ook die met een middeninkomen. Daar gebeurt nu niets voor. Ik vraag het kabinet om daarvoor serieus met voorstellen te komen.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Hermans. We gaan luisteren naar de inbreng van mevrouw Marijnissen van de SP. Ik zie dat meneer Dassen nog wil interrumperen. U was een beetje aan de late kant of ik had u niet gezien. Dat laatste.

De heer Dassen (Volt):
Ik moest van ver komen. Ik heb nog een vraag. Mevrouw Hermans stelde eigenlijk, net als in haar eerste termijn, dat ze benieuwd is naar de plannen van het kabinet. Ik weet nog dat er hier volgens mij een collega was die mevrouw Hermans interrumpeerde en vroeg: waar zijn uw eigen plannen? Toen was de reactie: ik stel die vraag aan het kabinet, want ik verwacht dat zij met plannen komen. Nu hebben we eigenlijk vandaag een debat gehad waarin het kabinet met geen enkel plan is gekomen en de hele Kamer wel; ik vraag me af wat mevrouw Hermans daarvan vindt.

Mevrouw Hermans (VVD):
De hele Kamer is met geen plan gekomen? Of verstond ik het verkeerd?

De heer Dassen (Volt):
Nee, het kabinet.

Mevrouw Hermans (VVD):
O, het kabinet. Excuus. Dan haalde ik even twee dingen door elkaar. Het kabinet heeft, naar mijn inzicht op basis van de brief, gereageerd op allerlei voorstellen die vanuit de Kamer zijn gekomen en heeft daar een weging bij gemaakt. Er zitten ook voorstellen in die mijn fractie op zichzelf ondersteunt en besluiten die eerder dit jaar al genomen zijn. Die gingen over de accijnsverlaging en die gingen over btw op energie. Dat zijn dingen waar ik en mijn fractie serieus naar willen kijken, ook voor 2023. In het vorige debat is het ook gegaan over bijvoorbeeld de voltijdbonus. Dat is een voorstel waar ik serieus naar wil kijken. Maar dat gaat wel allemaal over 2023 en zoals terecht door een aantal van u opgemerkt, ging het vandaag ook over wat we nu voor dit jaar nog kunnen doen. Daarbij is helaas de conclusie dat een heel aantal dingen niet kan of onverantwoord is in de uitvoering. Gelukkig kan er nog wel iets via de gemeenten. Ik zeg ook via u, voorzitter, dank aan de gemeenten daarvoor. Is dat voldoende? Nee, want daar valt dus een hele grote groep, die ik net benoemd heb, buiten.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat heeft u net ook gezegd in de interruptie van mevrouw Van der Plas. De heer Dassen.

De heer Dassen (Volt):
Maar maakt mevrouw Hermans zich dan geen grote zorgen? We hebben hier al zo lang om gevraagd bij het kabinet. Er zijn eigenlijk geen plannen. Ook voor de middeninkomens, waar mevrouw Hermans terecht naar verwijst, wordt het steeds uitdagender. Daar zijn hier ook allemaal voorstellen voor gedaan. Daar heeft het kabinet ook geen oplossing voor. Maakt mevrouw Hermans zich geen zorgen dat we dadelijk in september eigenlijk weer dezelfde discussie gaan hebben? Wanneer komt mevrouw Hermans dan met de plannen die zij graag voor zich ziet, zodat we hier in de Kamer wellicht wel iets voor elkaar kunnen gaan krijgen?

Mevrouw Hermans (VVD):
Daar lijkt mij het debat over de Algemene Beschouwingen een geschikt moment voor.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Marijnissen van de SP.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Steeds meer mensen kunnen de rekeningen niet betalen. Die hebben vanavond naar een debat zitten kijken waarvan de uitkomst is dat ze het de rest van het jaar echt zelf mogen uitzoeken. We hebben van minister-president Rutte gehoord en ook van minister van Financiën Kaag — van die laatste hebben we het niet gehoord maar wel in de brief gelezen — dat ze gewoon niks doen, niks willen en niks kunnen. En daarom de motie van wantrouwen vanavond. Als je niks wil en niks doet, maak dan plaats en zorg dat er wel wat gebeurt.

De voorzitter:
Er is meteen al een vraag van de heer Van Weyenberg.

De heer Van Weyenberg (D66):
Mevrouw Marijnissen gaat over haar eigen moties, maar "niets doen" vind ik ook wel weer te kort door de bocht. Ik deel het feit dat we meer groepen hadden willen helpen, maar ik heb het kabinet vandaag horen toezeggen dat de 1 miljoen huishoudens met de laagste inkomens €500 extra krijgen dit jaar.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Heeft u dat horen toezeggen, ja?

De heer Van Weyenberg (D66):
Sterker nog, dat ís toegezegd. Ik zie de minister-president knikken; ik zal dat nog een keer bevestigen in mijn eigen termijn. Dan vind ik zeggen dat er niks gebeurt daar geen recht aan doen. Dat vind ik jammer; zo ken ik mevrouw Marijnissen niet.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Echt ongegeneerd vind ik dit, echt. U heeft echt geen idee van de shit waar heel veel mensen op dit moment in zitten, de pijn die heel veel mensen op dit moment voelen en de zorgen die mensen hebben over hoe het de rest van het jaar nog verder moet. Nu zitten we hier naar een politieke poppenkast te kijken, waar u mede onderdeel van was. We hebben immers een brief van het kabinet gezien waarin stond dat er helemaal niks kon, niks. De minister-president heeft het hier staan betogen: er kon helemaal niks. Opeens was er een politieke poppenkast: er kon misschien met de VNG toch nog wel wat. Ja, voor een te kleine groep, namelijk 120%. Maar u weet ook dat de groep die in de problemen zit, veel groter is dan dat. En dit is nog niet eens met de garantie dat het in 2022 gebeurt. Als dat wel zo is, hoor ik dat graag, maar nu wordt er niet heel hartelijk geknikt. Dat is dus niet zo. En dan gaat u mij zoiets verwijten.

De voorzitter:
Graag via de voorzitter.

De heer Van Weyenberg (D66):
Ik snap wel dat mevrouw Marijnissen een beetje geprikkeld reageert, maar de realiteit is dat de hele Kamer gefrustreerd is omdat we niet nog meer mensen kunnen helpen, naast die 6,5 miljard euro. Maar wat mevrouw Marijnissen hier zegt, vind ik gewoon geen zuivere politiek; zo ken ik mevrouw Marijnissen ook niet. Ik respecteer dat zij hier zegt dat zij veel meer wil, maar nu krijgt de meest kwetsbare groep dit. Ik heb zelfs partijen horen zeggen dat zij er moeite mee hebben dat het die groep is en niet de middeninkomens. Ik had ze graag allebei geholpen, maar die meest kwetsbare 1 miljoen huishoudens krijgen €500 extra. Dat vind ik betekenisvol. Ik vind het niet ideaal, maar wel een stap. Ik zou het waarderen als mevrouw Marijnissen dat erkent. Dan mag ze zo ontevreden zijn als ze wil en dan mag ze een motie van wantrouwen indienen als ze dat wil, maar ga hier niet zeggen dat er niks gebeurt. 1 miljoen huishoudens met de laagste inkomens krijgen er €500 bij. Dat is steun; dat is betekenisvolle steun. Dat is misschien niet genoeg. Dat is niet genoeg, maar ik vind wel dat we dat ook gewoon moeten erkennen.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Meneer Van Weyenberg, elke euro die gaat naar mensen die die hard kunnen gebruiken, is de moeite waard. Jazeker, maar neemt u mij niet de maat als u zelf verantwoordelijk bent.

De voorzitter:
Echt via de voorzitter, mevrouw Marijnissen.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Als de heer Van Weyenberg zelf behoort tot de fractie die de minister van Financiën levert in een tijd waarin de economie draait als een tierelier en waarin de grote bedrijven hysterische winsten maken, maar waarin de lonen nauwelijks stijgen en de kosten van mensen alleen maar omhooggaan en waarin u als kabinet totaal onmachtig blijkt om iets fundamenteels — let wel: iets fundamenteels — voor deze mensen te betekenen, vind ik het niet passend dat u mij de maat neemt. Want dan had de heer Van Weyenberg er veel eerder voor kunnen kiezen om het minimumloon te verhogen en de huren te bevriezen, wat dit jaar wel is gebeurd. Waarom heeft u dat dit jaar niet gedaan? Iedereen zag dit aankomen. En dan nu ons hier de maat nemen? Ik vind het echt niet kunnen.

De voorzitter:
De heer Van Weyenberg, tot slot.

De heer Van Weyenberg (D66):
Ik constateer dat mevrouw Marijnissen steeds grotere woorden gaat gebruiken, maar wel erkent dat we voor 1 miljoen huishoudens wat doen. Dat waardeer ik.

De voorzitter:
Mevrouw Marijnissen, u vervolgt uw betoog.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Voorzitter. Ik heb nog drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de winsten van grote bedrijven in 2021 torenhoog waren;

constaterende dat veel mensen steeds lastiger kunnen rondkomen door de gestegen prijzen;

verzoekt de regering zo snel mogelijk de winstbelasting te verhogen en dit geld in te zetten om de kosten voor mensen te verlagen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Marijnissen.

Zij krijgt nr. 8 (36120).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de prijzen hard zijn gestegen waardoor volgens het CPB tot 1,2 miljoen huishoudens in de problemen kunnen komen;

constaterende dat arbeid in Nederland zwaarder belast wordt dan kapitaal;

verzoekt de regering de belasting op arbeid te verlagen en hiertoe een voorstel naar de Kamer te zenden voor het Belastingplan 2023,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Marijnissen.

Zij krijgt nr. 9 (36120).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat door de stijgende prijzen de overheid 3 miljard euro extra aan inkomsten uit btw ontvangt;

verzoekt de regering deze 3 miljard euro in te zetten om de koopkracht van mensen te verbeteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Marijnissen.

Zij krijgt nr. 10 (36120).

Dank u wel, mevrouw Marijnissen. Dan geef ik het woord aan de heer Van Weyenberg, D66.

De heer Van Weyenberg (D66):
Dank u wel, voorzitter. De acties van Poetin veroorzaken grote rampen, boven alles in Oekraïne, met dood en verderf, terwijl de bommen vallen. En ook de Europese veiligheid is daarmee in het geding. Maar ook Nederland wordt zwaar geraakt, met een sterk stijgende inflatie en de energie die zo veel duurder is geworden. In die zin maakt de oorlog ons allemaal armer.

Voorzitter. Tijdens het debat over de Voorjaarsnota ging het dus terecht vooral over de pijn die de oorlog ook in Nederland in de portemonnee veroorzaakt. Ja, het kabinet heeft veel gedaan: 6,5 miljard. Maar iedereen erkent dat dat niet genoeg is, dat we meer willen doen. Dat is ook een moeilijke zoektocht naar wat verantwoord en uitvoerbaar is.

Voorzitter. De uitkomst van vandaag naar aanleiding van het aanbod van de Nederlandse gemeenten, waar ik hen erkentelijk voor ben, is dat de meest kwetsbare 1 miljoen huishoudens nu recht krijgen op €500 meer. Dat is wat mij betreft een klip-en-klare toezegging. Ik herhaal mijn eerdere verzoek aan de interruptiemicrofoon om ook te kijken wat gemeenten nodig hebben om dat nog echt dit jaar te kunnen uitkeren.

Voorzitter. Daarnaast is dit een opdracht voor volgend jaar. Wat mijn fractie betreft moet er meer komen voor 2023. Dan denkt mijn fractie in het bijzonder aan een verhoging van het minimumloon. Er staat een verhoging aangekondigd in de Voorjaarsnota, maar het kan nog meer. Maar we staan ook zeer open voor andere instrumenten.

Voorzitter. Ik heb twee moties. De eerste gaat over hoe je dat deels zou kunnen betalen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het gericht belasten van extreme overwinsten in meerdere landen wordt toegepast;

constaterende dat een verhoging van de mijnbouwheffingen hierbij een uitvoerbare mogelijkheid lijkt, maar hierbij nog een aantal vraagstukken worden benoemd door het kabinet;

verzoekt de regering deze optie nader in kaart te brengen zodat deze kan worden meegenomen in de besluitvorming over de koopkracht van 2023 en de voorstellen hiertoe bij Prinsjesdag,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Weyenberg, Pieter Heerma en Segers.

Zij krijgt nr. 11 (36120).

De heer Van Weyenberg (D66):
Voorzitter. De zoektocht naar ondersteuning laat zien dat ook het stelsel fundamenteel op de schop moet. Mijn fractie heeft eerder voorstellen gedaan voor een systeem zonder toeslagen en met bijvoorbeeld een verzilverbare heffingskorting. Dat gaat nu niet helpen; dat realiseer ik me goed. Maar dat huiswerk moeten we wel doen, want het systeem moet fundamenteel anders.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat lastenverlichting voor lage inkomens lastig te realiseren is, omdat deze groepen vaak al (bijna) geen inkomstenbelasting verschuldigd zijn, zoals ook blijkt uit de analyse van het Centraal Planbureau;

overwegende dat meer instrumenten nodig zijn om lage inkomens gericht te hulp te kunnen schieten;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe een verzilverbare heffingskorting op een uitvoerbare manier vormgegeven kan worden, en de Kamer hierover voor de zomer van 2023 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Weyenberg en Segers.

Zij krijgt nr. 12 (36120).

De heer Van Weyenberg (D66):
Deze motie is dus mede namens collega Segers, wiens partij soortgelijke plannen heeft gepresenteerd.

De voorzitter:
Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Azarkan, DENK.

De heer Azarkan (DENK):
De heer Van Weyenberg gaf aan dat we allemaal armer worden. Heeft hij daar nou last van? Of heb ik er last van? Heeft hij er last van dat hij armer wordt?

De heer Van Weyenberg (D66):
Nee, maar dat laat ook zien dat je, als je gaat compenseren omdat we allemaal armer worden … Dat is ook de insteek van mijn bijdrage, namelijk dat je de ondersteuning primair op de kwetsbaarste mensen moet richten. Dat is niet de heer Azarkan, en dat ben ik zeker ook niet.

De heer Azarkan (DENK):
Kunnen we dan alsjeblieft stoppen met die dooddoener "we worden allemaal armer"? Er is een groep Nederlanders die het direct merkt. Die mensen slaan een maaltijd over, kunnen de verwarming straks niet hoog zetten en gebruiken weinig elektriciteit. Maar ik vind het zo'n dooddoener. Ik hoor het mensen in het kabinet ook zeggen: Nederland verarmt. Maar het is voor u en mij geen probleem. Dus stop met zeggen: we worden allemaal armer. Het is voor ons helemaal geen probleem.

De heer Van Weyenberg (D66):
Nee, dat ga ik niet doen. We zitten in oorlogstijd. Dat raakt dit land zwaar. Het verbleekt bij de ellende in Oekraïne, maar dit raakt ons zwaar. Ik zeg dit juist om daarmee aan te geven dat we het niet overal kunnen compenseren. Ik roep ook op om, waar dat wel kan, de focus te leggen op precies de mensen over wie de heer Azarkan zich, met mij, zorgen maakt: de mensen voor wie dit wél betekent dat ze heel veel dingen niet meer kunnen die de heer Azarkan en ik gelukkig nog wel kunnen.

De voorzitter:
Heel kort nog.

De heer Azarkan (DENK):
We worden niet zozeer armer door de oorlog in Oekraïne. We worden armer omdat we veel meer gas hebben moeten importeren en daardoor een negatieve balans hebben. Daarom worden we collectief armer. Dat wordt er fiscaal gezien mee bedoeld: we voeren geld uit naar andere landen. Dat is heel iets anders dan wat Nederlanders eronder verstaan, namelijk dat ze minder eten kunnen kopen. Houd daar dus eens mee op.

De heer Van Weyenberg (D66):
Maar daardoor wordt ook energie duurder. Dat komt precies doordat we dat importeren. Aan die afhankelijkheid wil mijn fractie graag heel snel heel veel doen. Dat is wat we moeten doen. Ik vind ook dat je er in oorlogstijd eerlijk over moet zijn dat de overheid de meest kwetsbaren, de lagere en middeninkomens, moet helpen. Daar moet de focus op liggen.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Ik hoorde de heer Van Weyenberg iets zeggen over het minimumloon. Ik zag geloof ik deze week ook een Twitterbericht van zijn fractievoorzitter: de lonen moeten omhoog. Afgelopen 1 juli is het minimumloon opnieuw geïndexeerd. Waarom dan maar met €0,20?

De heer Van Weyenberg (D66):
Mijn fractie doet volgens mij nog een oproep. Het minimumloon wordt geïndexeerd, maar we hebben in de Voorjaarsnota gezegd dat we een deel van de 7,5% extra — een wens van onder meer de partij van mevrouw Marijnissen — al eerder gaan doen, dus niet pas in de loop van 2024, maar al in januari van volgend jaar. Een van de meest interessante instrumenten van het kabinet om naar te kijken, vind ik of dat met nog meer kan op 1 januari aanstaande.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Marijnissen.

Mevrouw Marijnissen (SP):
U vindt dat een interessant instrument om naar te kijken, maar u realiseert zich wel dat de verhoging die u nu voorstelt nog niet eens de inflatie is? Mensen gaan er dan dus gewoon op achteruit.

De heer Van Weyenberg (D66):
Het is goed om twee dingen uit elkaar te houden. Mevrouw Marijnissen heeft daar natuurlijk gelijk in. Maar het minimumloon volgt de lonen en de ontwikkelingen in de marktsector. Dat gebeurt dus al vanzelf. Daar hoeven mevrouw Marijnissen en ik niks aan te doen. Die indexatie komt er dus. Daarbovenop doen we nog een extra verhoging. Ik heb vandaag tegen het kabinet gezegd dat ik die 2,5% een begin vind, maar nog meer dat het een instrument is dat bij mij hoog op het lijstje staat.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Tijdens de verkiezingen konden we overal bushokjes vol zien hangen met: "Laat iedereen vrij, maar niemand vallen". Ik citeer even heel kort één zin van de website van D66: "Je bent pas vrij als iedereen dat is. D66 gelooft in gelijke kansen voor iedereen en hulp voor wie het nodig heeft." Kan de heer Van Weyenberg ons uitleggen wat D66 daar eigenlijk mee bedoelde?

De heer Van Weyenberg (D66):
Ik had net een debat met de heer Azarkan. Een van de dingen die mijn fractie daarmee bedoelt, is: als je mensen wilt ondersteunen, doe je het meest voor de meest kwetsbaren. Dat deden we al met die €800. Ik ben toch blij dat daar €500 voor de 1 miljoen meest kwetsbare huishoudens bij komt. Dat bedoelen we daarmee.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Er staat "voor iedereen en hulp voor wie het nodig heeft". Nu hebben 1,2 of misschien wel 1,5 miljoen mensen die hulp nodig. Maar zij krijgen dus geen hulp.

De heer Van Weyenberg (D66):
Dat ben ik dan niet met mevrouw Van der Plas eens. Er zijn al maatregelen genomen, bijvoorbeeld de lagere btw op energie sinds afgelopen vrijdag. De miljoen financieel meest kwetsbare huishoudens hebben al recht op €800. We hopen dat zo veel mogelijk mensen dat ook aanvragen; meld u bij uw gemeente, zeg ik tegen hen. Daar komt nu €500 bij. Per 1 januari zullen we niet kunnen stoppen met die ondersteuning. Ik heb gezegd: leg nou de nadruk op de meest kwetsbare mensen, dus op de lage middeninkomens. Vandaar onder meer mijn voorstel rondom het minimumloon.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Kuiken van de PvdA.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Voorzitter. Ik ben eigenlijk nog een beetje aan het kauwen op wat ik van dit debat denk. Ik heb een beetje het volgende beeld voor ogen. Je huurt een aannemer in om je dak te repareren. Hij doet pogingen om dat te doen. Het regent wat minder naar binnen, maar toch regent het nog steeds. Dat is een beetje het gevoel dat ik overhoud aan dit debat. Men zegt namelijk dat we nog iets gaan doen voor de mensen met de allerlaagste inkomens, maar het hoe is nog niet geregeld. De uitvoering is ook nog onzeker, en ook het wanneer. Dat hebben we eerder gezien.

Het kabinet zegt ook dat het onverantwoord is om nog andere extra maatregelen te nemen. Zij noemen daar tientallen redenen voor. Gelijktijdig heb ik tientallen redenen om wel iets extra's te doen, ook voor de groepen die er net boven zitten en voor de middengroepen. Ook zij zullen straks aankloppen bij de gemeente voor extra bijstand, voor schuldhulpverlening. Er zal sprake zijn van geweld achter de voordeur, van hogere zorgkosten, van uitval op werk, van uithuisplaatsingen, van bezoeken aan de voedselbank. Dat is namelijk straks een reëel beeld. En dan staan we hier in het najaar weer tegen elkaar te zeggen: hadden we in maart maar alvast maatregelen genomen, want dat kon nog voor 1 juli. Dan zeggen we: hadden we vlak voor 1 juli maar alvast maatregelen genomen, want dat kon toen nog. Het kabinet kiest er bewust voor om dat niet te doen, omdat het te moeilijk is of te ingewikkeld is of een ander excuus.

Het kabinet verschuilt zich daarbij achter de gemeenten. Die zeggen: laat ons het dan maar doen, want wij denken dat we nog wel iets kunnen doen. Het kabinet pakt daarbij zelf de regie niet. Ik vind dat te kwetsbaar en te mager. Dat is niet wat ik in deze gure en zware tijden van een kabinet verwacht. Ik snap niet dat we nu een ministersploeg hebben die het normaal vindt dat zo veel mensen, ook uit de middenklasse, nu in armoede dreigen af te glijden. Ze stellen daar niets maar dan ook niets tegenover.

Ik vraag me echt af welke steun dit kabinet verwacht, als het zelf al is uitgeblust en uitgeregeerd.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Heerma, CDA.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Dank u, voorzitter. Er heeft overleg plaatsgevonden binnen de VNG. Volgens mij hebben ook de wethouders van de grote steden dit weekend naar de situatie gekeken. Die voldoet niet aan de wensen die de VNG geuit heeft. Maar men vraagt zich af: wat kunnen wij nog doen? Het kabinet geeft aan daar de komende dagen al met de VNG over om tafel te gaan. Ik zou graag in de tweede termijn horen op welke termijn we als Kamer terughoren wat dat oplevert en wat dat betekent voor wat er in 2022 nog kan.

Ik zou daarbij ook willen vragen of het kabinet bereid is om met de VNG te praten over de groep die tot op heden geen aanspraak hierop gemaakt heeft. Er zijn signalen dat een deel van de groep die er recht op heeft het niet aanvraagt, doordat de aanvraagprocedures te ingewikkeld zijn of de bekendheid niet groot genoeg is. Daardoor komen zij in de problemen, terwijl er wel een succesvolle aanvraag gedaan zou kunnen worden. Daarop graag een reactie.

Daarnaast hebben GroenLinks en de Partij van de Arbeid in het vorige debat het idee van een solidariteitsheffing opnieuw op tafel gelegd. Ik heb daar toen van aangegeven dat ik daar positief over ben. Het kabinet heeft daar opnieuw naar gekeken. Daar is een brief over gekomen die eigenlijk opnieuw stelt, net als in de discussie rondom corona, dat het eigenlijk niet kan. Maar dit keer wordt er verwezen naar mijnbouwheffingen. Ik weet dat daar eerder vanuit volgens mij GroenLinks suggesties voor zijn gedaan. Er wordt nu gezegd: hé, dit is wel een optie die bekeken zou kunnen worden. Daar heeft collega Van Weyenberg een motie over ingediend. Die heb ik mede-ingediend, zodat we hier naar aanleiding van een eventuele discussie in het kabinet over de augustusbesluitvorming bij de Algemene Politieke Beschouwingen opnieuw het debat over kunnen voeren.

De heer Dassen (Volt):
Ik hoor de heer Heerma hier zeggen dat het weer niet kan, zoals eerder ook bij de motie van het CDA over supermarkten. Maar is de heer Heerma het dan met mij eens dat het hoog tijd wordt dat het kabinet hier gewoon een grondslag voor creëert? Dan hebben we als Kamer in ieder geval altijd de mogelijkheid om dit instrument in te gaan zetten.

De heer Pieter Heerma (CDA):
De heer Dassen heeft volgens mij ook vragen gesteld over die grondslag. Volgens mij geeft het kabinet deels dezelfde argumenten als toen het CDA dit in de coronaperiode voorstelde. Die hebben te maken met staatssteun en met dat er geen onderscheid kan worden gemaakt et cetera. Maar er zit een haakje in waarmee het potentieel wel zou kunnen. Daar heeft de heer Van Weyenberg een motie over ingediend. Ik meen dat daar in de Eerste Kamer door GroenLinks eerder ook vragen over zijn gesteld. Ik denk dat het belangrijk is dat het kabinet daar serieus naar gaat kijken.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Heerma. Dan gaan we luisteren naar de heer Klaver van GroenLinks.

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter. Terwijl we hier vanavond debatteren, komen er berichten over de economie in Duitsland binnen. We denken dat we het nu zwaar hebben, maar het wordt steeds zwaarder. De economie in Duitsland staat op het punt van een recessie. Dat betekent dat wij waarschijnlijk gaan volgen. De energieprijzen blijven doorstijgen. Dat vraagt om een kabinet dat regeert, dat vooruitkijkt, dat probeert te anticiperen op wat er op ons afkomt. Dat heb ik tot nu toe, sinds het aantreden van dit kabinet, niet gezien. Het loopt achter de feiten aan, ook nu weer. Pas deze avond komt het bericht: we gaan toch nog iets doen voor de laagste inkomens. Maar we vragen hier al om vanaf het voorjaar. Volgens mij was het de heer Van Weyenberg, die zei: kunnen we het niet naar 130% brengen, om die groep iets groter te maken? Het antwoord was: nee, wacht u maar rustig af; we gaan eerst nog even wachten; bij de Voorjaarsnota kunnen we het bespreken. En nu komen we erachter dat het niet genoeg is. Het vraagt echt meer van dit kabinet.

Dit is geen theoretische exercitie, dit is geen wens van oppositiepartijen waar je aan tegemoet moet komen, dit is niet omdat oppositiepartijen of coalitiepartijen iets zouden moeten hebben. Dit gaat over meer dan een miljoen mensen in Nederland die gewoon niet meer rond kunnen komen, die de rekeningen niet meer kunnen betalen, die in de problemen komen. Bij het debat over de regeringsverklaring of bij de Politieke Beschouwingen zei ik: we hebben hier iedere dag de kans om te bepalen of we iets goeds of iets slechts gaan doen. Ik vind dat we niet genoeg hebben gedaan. De antwoorden van het kabinet op de voorstellen die wij naar voren hebben gebracht, vind ik echt teleurstellend. De uitvoeringsrisico's die worden benoemd bij ons voorstel, liggen ook bij wat de gemeenten gaan doen. In haar brief beschrijft de VNG immers dat er grote risico's zijn, bijvoorbeeld wat betreft de bezwaren van studenten en de rechtszaken die daarover lopen. Daar wensen ze geen verantwoordelijkheid voor te nemen; die leggen ze bij het kabinet. Daar wordt niet op ingegaan. Het leven is niet zonder risico's, en ook de uitvoering door de Belastingdienst is niet zonder risico's. Maar ik neem liever nu dat risico dan dat ik het risico neem dat meer dan een miljoen mensen in Nederland in de problemen komen.

Voorzitter, ik rond af. Dat neem ik het kabinet kwalijk, zoals ik heb gezegd. Dat betekent dat mijn fractie ook geen verantwoordelijkheid kan dragen voor de suppletoire SZW-begroting. Ik vind echt dat er te weinig wordt gedaan om de koopkracht van mensen in Nederland te repareren.

De voorzitter:
Er is een vraag van de heer Van Weyenberg, D66.

De heer Van Weyenberg (D66):
De heer Klaver wil dat er meer gebeurt en dat respecteer ik. Ik heb een vraag over de aanvullende SZW-begroting. Wat daarin zit, staat wel los van dit debat. Wat daarin zit, is eindelijk extra geld voor het betaalde ouderschapsverlof, zodat dat van 50% naar 70% kan. Eerlijk gezegd vraag ik mij af welke winst zo'n tegenstem tegen de suppletoire begroting al die ouders biedt.

De heer Klaver (GroenLinks):
Op verschillende manieren proberen wij het kabinet, en trouwens ook de coalitie, tot andere gedachten te brengen. We hebben eerder gezegd: laten we open met elkaar het debat voeren en laten we nou eens niet beginnen met een tegenstem als er geen grote verschillen in zitten. Ik ga niet zeggen dat er geen goede dingen in die begroting zitten. SZW is verantwoordelijk voor het koopkrachtbeleid in Nederland. Er wordt te weinig gedaan om de middengroepen te helpen. Daar maak ik me grote zorgen over. Ongeacht de kleine verbeteringen die erin staan, zeggen wij: tot hier en niet verder. Daar komt bij dat een tegenstem ervoor zorgt dat er 2 miljard extra in deze begroting blijft zitten. Me dunkt dat er dan genoeg geld is om ervoor te zorgen dat dat uitgegeven kan worden voor al die sociale zaken die wij willen.

De voorzitter:
De heer Van Weyenberg, tot slot.

De heer Van Weyenberg (D66):
Er zit een soort kasschuif in die begroting en dat weet de heer Klaver ook drommels goed. Wat er verder in zit, is extra geld voor de kinderopvang, waarmee we ervoor kunnen zorgen dat het loon bij ouderschapsverlof van 50% naar 70% gaat. Dat is een langgekoesterde wens van GroenLinks en D66. Ik kan mij Jesse Klaver herinneren, die hier in een eerdere versie van zichzelf bij de Politieke Beschouwingen stond en zei: wat goed is, steun ik; we moeten stoppen met scorebordpolitiek en tegen dingen zijn; waar ik voor ben, ben ik voor, ook als ik op andere punten met het kabinet van mening verschil. Eerlijk gezegd kan ik deze link naar de suppletoire begroting oprecht, met alle welwillendheid en met alle waardering die ik voor de heer Klaver heb, niet volgen.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik heb het eerder gezegd over Rutte. Ik zei: daar zit Tancredi. "Alles moet veranderen, opdat alles hetzelfde blijft." Ik hunker naar een politiek waarin we met kleine stapjes vooruit proberen ergens naartoe te gaan. Maar weet je wat de kleine stapjes zijn die dit kabinet altijd voorstelt? Stapjes in een cirkel. We komen iedere keer op hetzelfde punt uit. Dat moet eens afgelopen zijn. Vanaf januari zitten we al op het kabinet te drukken om iets te doen voor de middengroepen. Iedere keer wordt het vooruitgeschoven. Ik zeg niet dat alles kommer en kwel is in zo'n begroting. Ik zeg dat er te weinig wordt gedaan om er echt voor te zorgen dat mensen niet door het ijs zakken. Voor mij is een grens bereikt. We hebben het geprobeerd op de vriendelijke manier, door te zeggen: jongens, we gaan daar vooraf geen eisen aan stellen; laten we met elkaar het gesprek aangaan. Dat helpt niet. Nu trekken wij deze grens.

De voorzitter:
Kort afrondend, meneer Van Weyenberg.

De heer Van Weyenberg (D66):
Ik respecteer het standpunt van de heer Klaver over wat hij wel of niet vindt van de ondersteuning. Maar het is dezelfde heer Klaver die hier stond met "stoppen met scorebordpolitiek" en "ik steun wat ik goed vind". Ik constateer dat de heer Klaver een punt over koopkracht wil maken en stemt tegen extra geld voor de Wajong, extra geld voor de kinderopvang en extra geld om eindelijk het ouderschapsverlof naar 70% in plaats van 50% van je loon te krijgen. Hij mag dat doen, maar ik kan het echt niet rijmen met de Jesse Klaver van anderhalf jaar geleden.

De heer Klaver (GroenLinks):
Er blijft meer geld in de begroting zitten. Dat geeft alle ruimte om de sociale dingen te doen die we willen doen. Het feit dat de heer Van Weyenberg het heeft over koopkracht geeft aan dat hij niet heeft begrepen waarover het gaat. Dit gaat over het bestaansrecht en de bestaanszekerheid van miljoenen mensen in Nederland. U kunt daar op uw bijna kenmerkende wijze heel tevreden staan, zo van: kijk eens, we doen toch nog iets met €500 voor de laagste inkomens. Dat is mooi. Maar denk aan die miljoenen mensen in Nederland die nu niet geholpen zijn. Dat kan niet! Dat vinden wij onacceptabel.

De heer Van Weyenberg (D66):
De heer Klaver hoeft niet moreel verheven te doen en te doen alsof hij het erger vindt dan ik wat er gebeurt met mensen die hun rekening niet kunnen betalen. Dat siert de heer Klaver niet. Dat is niet hoe de heer Klaver en ik met elkaar omgaan. Ik zeg dat de heer Klaver de onvrede over het kabinetsbeleid — dat mag — gebruikt om te stemmen tegen allemaal dingen waar hij voor is. Hij weet dat er een kasschuif in zit. Met alle respect, maar dat vind ik een spelletje. De oud-financieel woordvoerder Jesse Klaver weet beter. Er zitten belangrijke dingen in. Jesse Klaver zei anderhalf jaar geleden: wat goed is, steun ik en wat niet goed is, steun ik niet. Het is aan u als u dit koopkrachtpakket niet wil steunen. Maar dat u nu zegt "ouderschapsverlof heeft er niks mee te maken, maar ik ben tegen; geen geld voor de Wajong en geen geld voor de kinderopvang" begrijp ik oprecht niet. Dat is niet hoe ik de heer Klaver ken.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik hoor geen vraag.

De heer Segers (ChristenUnie):
Ieder heeft recht op zijn eigen perceptie. Zeker de heer Klaver heeft recht op een oordeel over het kabinet. Maar in alle nederigheid leg ik er wel een perceptie naast. De heer Klaver zegt: "Het kabinet doet helemaal niks. Nu zijn er gemeenten die heel dapper een stap naar voren zetten en zeggen: wij zijn bereid om risico's te nemen." Wat is de aanloop van de toelage vanwege de hoge energieprijzen? De aanloop is dat er eerst €200 zou worden uitgekeerd. Later is dat €800 geworden. Daarna hebben de gemeenten steeds gezegd: doe nou niet nog een individuele regeling; doe ons dit niet aan, maar kom met structurele oplossingen. Daarvan heeft het kabinet gezegd: we hebben alles binnenstebuiten gekeerd. U heeft daarover een debat gehad met de staatssecretaris. Daar kunt u over oordelen wat u wilt. Maar om dan te zeggen dat dit alleen is te danken aan gemeenten die een stap naar voren zetten … Nee, dit is ook te danken aan het kabinet. Dat kreeg eerst te horen: doe het ons niet aan. Toen kreeg het te horen: wij zijn bereid om alsnog die stap te zetten. En toen heeft het kabinet gezegd: maar dan gaan wij samen €500 erbij doen. Dat is een andere perceptie dan de perceptie die de heer Klaver net naar voren bracht.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik ben blij met het feit dat er €500 bij komt voor mensen met de allerlaagste inkomens. Dat heb ik ook aan de interruptiemicrofoon gezegd. Daar doe ik niks aan af. Het is wel zo dat dit weekend — dat is hier ook naar voren gebracht door anderen — wethouders naar voren zijn gestapt die zeiden: laten we dat nou maar wel gaan proberen. Dat was naar aanleiding van de brief van vrijdag. Maar het punt dat ik maak, is groter. Weet u wat nu gebeurt? Even voor de goede orde: ik ben ervoor dat we dit gaan doen. Maar wat we nu krijgen, is de situatie waarin mensen met een bijstandsuitkering straks uiteindelijk nog meer te besteden hebben dan de mensen die werken tegen het minimumloon. Dat is wat nu gebeurt door wat hier wordt geregeld. Nogmaals, ik ben ervoor dat we dat doen. De mensen tot 120% en de mensen met een uitkering hebben het nodig. Maar we moeten hier ook knokken voor de werkende mensen. Ik moet constateren dat er in de afgelopen weken niets is gebeurd om dat mogelijk te maken. En ik ben het gewoon niet eens met de inschatting die het kabinet maakt van de risico's. Het is wel heel toevallig dat deze optie wordt gekozen. Het is ook de goedkoopste optie die er is.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Segers, tot slot.

De heer Segers (ChristenUnie):
Tot slot. De frustratie van collega Klaver is mijn frustratie, want hij heeft gelijk. Je krijgt inderdaad steeds grotere verschillen. Dus hoe hoger je deze toelage maakt, hoe groter het verschil wordt met mensen die er net buiten vallen. We zien een onvermogen om doelgericht beleid in te voeren om ervoor te zorgen dat we mensen helpen die het nu hard nodig hebben. We staan inderdaad mogelijk voor een aankomende crisis. Dat zou kunnen. We staan inderdaad oog in oog met de nood van mensen. Daarbij gaat het om bestaanszekerheid. Dat ben ik met de heer Klaver eens. Het is nu inderdaad naarstig zoeken. En dat is het niet alleen nu, maar ook na 1 januari, en ook het jaar daarna, omdat we nog heel lang in deze situatie zullen zitten. Ik heb gewoon moeite met de perceptie van een zwart-witbeeld waarin het kabinet zogenaamd niks zou doen en gemeenten nu een dappere stap naar voren hebben gezet, terwijl het één Rijk is. Het is één overheid, die echt op zoek is naar de manier waarop we op dit moment, terwijl we heel weinig middelen hebben, nog het maximale kunnen doen aan de nood die nog heel lang bij ons blijft.

De heer Klaver (GroenLinks):
Twee zaken. Allereerst: over 2023 komen we te spreken op Prinsjesdag. Wat we dan moeten gaan doen, is een veelvoud van waar we nu over spreken. Dus daarover gaan we dan gewoon weer opnieuw het debat met elkaar aan. Als dat irritatie kan wegnemen, zeg ik: het maakt me uiteindelijk niet uit wie het regelt, of dat het kabinet is of de gemeente, of waar het vandaan komt. Het moet geregeld worden voor mensen. Mijn belangrijkste kritiekpunt is dat het kabinet er niet in slaagt om werkende mensen te helpen. En dat vind ik armoe. De boodschap die vandaag wordt afgegeven, is: als je werkt, je het minimumloon hebt, en je je uiterste best doet, dan heb je in 2022 pech; buiten alle dingen die we al hebben geregeld en die er al eerder zijn gebeurd, krijg je geen extra hulp. En ik vind dat hard. Wat betreft de risicoafweging die hier wordt gemaakt, zou ik zeggen: het risico van niets doen, is veel groter. Want zoals collega Omtzigt zei: mensen zakken door het bestaansminimum. Die komen in de schulden terecht. Ze komen terecht in de schuldenindustrie, waar u zelf ook alles van afweet, en ze komen in de psychische problemen. En ik vind dat we hier te weinig doen.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Klaver. Dan geef ik het woord aan de heer Segers, ChristenUnie.

De heer Segers (ChristenUnie):
Mevrouw de voorzitter. Beleid is abstract en getallen zijn abstract, maar de nood en de financiële zorgen die mensen nu hebben, zijn echt. Ik had net een interruptiedebat met collega Klaver. Hij heeft dat zeer helder onderstreept, en ik ben dat met hem eens. Ik ben het ook met hem eens dat het kan leiden tot een onevenwichtigheid die heel zorgelijk is. Mensen die werken tegen een lager loon zouden inderdaad nog weleens een keer in grotere problemen kunnen komen. Daar zitten we nu dus middenin. Maar dat is niet een probleem van alleen een halfjaar, maar een probleem van de komende tijd. Dat zal langer met ons zijn. Ik refereerde net in een interruptie ook aan het bezoek dat wij vanochtend kregen van een predikant uit Rotterdam. Hij zei: wij zij een uitgiftepunt van de voedselbank in onze stad, en we zien gewoon de rijen langer worden. Dat is reëel, echt en buitengewoon zorgelijk.

Het kabinet heeft niet niets gedaan, zeker niet. 6,5 miljard is niet niets. Dat is een grote beweging. De €200 werd €800, en daar komt nu nog een keer €500 bij. We hadden meer gewild, we hadden het voor meer mensen gewild en we hadden het anders gewild, maar dit is nu even het optimale wat mogelijk is. Tegelijkertijd zegt ook de VNG en is ook vanuit de breedte van de Kamer gezegd dat het gerichter en structureler zou moeten. We moeten dus over de jaarwisseling heen kijken. Hoe ziet het er het komend jaar uit? Dan denk ik met collega Van Weyenberg aan verhoging van het minimumloon. Dat is een belangrijk middel om die onderkant op te tillen, want het gaat inderdaad over bestaanszekerheid. Dat ben ik zeer met de heer Klaver eens. Het gaat soms echt om to be or not to be voor mensen die hard werken en soms heel weinig hebben. Maar ook het versimpelen van het belastingstelsel is een middel. We zullen inderdaad, over die jaarwisseling heen, ook naar volgend jaar moeten kijken. Ik wacht de plannen daarvoor af, maar wij zullen toe moeten naar wat het CPB een eenmalige loongolf noemde. Wij zullen uiteindelijk hogere lonen moeten hebben.

Er is één zorg, mevrouw de voorzitter, en daar dien ik een motie over in. Die zorg is de volgende. Mensen betalen nu nog een maandbedrag aan hun energieleverancier, maar zij kunnen aan het einde van het jaar geconfronteerd worden met een veel hogere naheffing. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een deel van de huishoudens (onbewust) een te laag voorschotbedrag betaalt en zij aan het eind van het jaar mogelijk een grote naheffing krijgen van hun energieleverancier;

overwegende dat veel huishoudens bij een dergelijke naheffing grote financiële problemen krijgen of bestaande problemen verergeren;

overwegende dat een energieleverancier als Eneco goede ervaringen heeft met sociaal incasseren;

verzoekt de regering alles in het werk te stellen om betalingsproblemen te verkleinen door met energiebedrijven te werken aan adequate informatievoorziening over voorschotbedragen en een sociale wijze van incasseren;

verzoekt de regering om voor 2023 en verder verschillende oplossingen te inventariseren die zo gericht mogelijk huishoudens met betalingsproblemen kunnen helpen en daarbij te leren van de aanpak van ons omringende landen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Segers en Pieter Heerma.

Zij krijgt nr. 13 (36120).

Dank u wel, meneer Segers.

De heer Segers (ChristenUnie):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan de heer Van Raan van de Partij voor de Dieren.

De heer Van Raan (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Ik lever mijn bijdrage mede namens BIJ1.

Het ging vanavond veel over de koopkracht. Misschien kunnen de kijkers zich nog herinneren dat de bijdrage van de Partij voor de Dieren en BIJ1 ook ging over de brede welvaart en andere aspecten. Overigens hebben wij gisteren in het debat over Koninkrijksrelaties een motie ingediend om de koopkracht en de inkomens op de BES-eilanden een steuntje in de rug te geven.

Voorzitter. Dan mijn moties, die ook ingaan op de zorgen dat er geplukt wordt uit het klimaatfonds om de reparatie te voltooien.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de instellingswet voor het klimaatfonds er nog niet is en de middelen voor het klimaatfonds nu op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën staan;

overwegende dat op Verantwoordingsdag is gebleken dat het budgetrecht van de Kamer vorig jaar verder onder druk is komen te staan;

verzoekt de regering om in de systematiek verplicht te stellen dat de Kamer vooraf geïnformeerd wordt met bestedingsplannen, en die uitgaven te toetsen op een positief effect voor het klimaat,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan en Sylvana Simons.

Zij krijgt nr. 14 (36120).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de brede welvaart op dit moment erg afhankelijk is van economische groei, terwijl dat de brede welvaart door het daaronder liggende systeem, juist schaadt;

overwegende dat het concept van de brede welvaart een belangrijk instrument is dat breed omarmd is en verdere ontwikkeling behoeft;

verzoekt de regering om een visie te ontwikkelen waarin de economie binnen de grenzen van de planeet blijft en die de brede welvaart bevordert,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan, Sylvana Simons en Azarkan.

Zij krijgt nr. 15 (36120).

De heer Van Raan (PvdD):
En dan de laatste, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering geld uit het klimaatfonds heeft gehaald en nu met minder geld dezelfde doelen moeten worden gehaald;

constaterende dat de regering bij de Voorjaarsnota heeft verklaard dat er ter compensatie aanvullende normerende afspraken worden gemaakt;

overwegende dat een klimaatplicht een goede manier is om te borgen dat aanvullende normerende afspraken worden nageleefd;

verzoekt de regering een klimaatplicht in te stellen voor bedrijven die profiteren van de gelden uit het klimaatfonds, wat ten minste behelst een plan voor klimaatneutraal in 2050, afrekenbare tussendoelen en heldere kaders over hoe innovaties gefinancierd uit publieke middelen ten goede komen aan de energietransitie als geheel,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan, Teunissen en Sylvana Simons.

Zij krijgt nr. 16 (36120).

De heer Van Raan (PvdD):
Voorzitter, dank u wel voor uw coulance.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Raan. Ik geef het woord aan de heer Baudet van Forum voor Democratie.

De heer Baudet (FVD):
Als je een grote beschaving te gronde wilt richten, dan zou je een lijstje kunnen opstellen van de dingen die je dan moet doen: massale immigratie, onteigening van de boeren zodat de voedselvoorziening in gevaar komt, de energieprijzen onbetaalbaar maken, de geschiedenis herschrijven, door homopropaganda, emancipatie, feminisme en abortuspropaganda gezinnen en familiestructuren stukmaken, moderne kunst en moderne architectuur om de ziel van de mens te verstoren, transnationale verbanden zodat je de democratie stukmaakt. Eigenlijk moet je ongeveer precies doen wat de mensen van het kartel al decennia doen in onze landen. Het is een perfecte handleiding voor het kapotmaken van een grote beschaving, de grootste beschaving die de wereld ooit gezien heeft. Het doet mij elke dag zo ontzettend veel verdriet om te zien dat het gebeurt, dat het elke dag een beetje verder kapotgemaakt wordt, dat onze wereld elke dag een beetje verder tegen de grond gewerkt wordt. Je leest erover in "De decadentie van de Romeinen" van Montesquieu, je leest erover bij Tomasi di Lampedusa, zoals clowntje Klaver net probeerde te citeren, en je leest erover bij Gibbon en Spengler. Je ziet het gebeuren, maar het lukt je niet om de gehypnotiseerde meute ervan te doordringen. Het lukt je niet om dat tegen deze mensen te zeggen. Ze gaan maar door met die destructie. Ik doe wat ik kan om het te stoppen, maar het lukt me waarschijnlijk niet, en dat breekt mijn hart.

De voorzitter:
Dank u wel. Er is een vraag van de heer Van Weyenberg.

De heer Van Weyenberg (D66):
Even los van allemaal verwerpelijke teksten over homopropaganda, die ik gewoon maar verre van mij werp en niet eens van een antwoord ga verwaardigen: de heer Baudet zei dat hij hard werkte, maar ik heb hem het hele debat niet gehoord.

De heer Baudet (FVD):
Nee, maar al dat gereutel van sukkels zoals jullie gaat ook helemaal niks veranderen …

De voorzitter:
Nou, nou, nou. Dat hoeft nou ook weer niet.

De heer Baudet (FVD):
… aan de teloorgang van onze beschaving. Dit is het probleem van micromanagers. Kijk, micromanagers zoals jullie allemaal kunnen eigenlijk alleen maar naar de allerkleinste uitwerking van grote problemen kijken. Je komt dan in een paradox terecht: iets kan op korte termijn misschien wel goed zijn, bijvoorbeeld een sector ietsje subsidie geven omdat mensen anders omvallen, maar het uiteindelijke gevolg daarvan is een nog weer grotere staat, bijvoorbeeld. Dus alleen als je vanuit een helikopterview de grote issues kan adresseren en het daarover kan hebben en eens kan worden, heeft het zin om op microniveau te gaan managen. Want anders zit je eigenlijk maar voor niks een beetje in de ruimte te praten.

De voorzitter:
De heer Van Weyenberg, tot slot.

De heer Van Weyenberg (D66):
Maar in heel veel pseudopsychologische en pseudo-intellectuele prietpraat kunnen mensen niet wonen en hun rekening niet betalen. Dat hebben de kiezers van de heer Baudet vandaag wel gezien. Hij heeft geen enkele ideeën over hoe we omgaan met ook hun hoge rekeningen. Alleen maar moreel verheven gebabbel en nul oplossingen. Jammer.

De heer Baudet (FVD):
Dat is totale onzin. Mijn oplossingen zijn heel concreet en heel tastbaar, namelijk: de gaskraan in Groningen openen, stoppen met de energietransitie, stoppen met de massa-immigratie, waardoor wonen onbetaalbaar wordt, stoppen met de euro, waardoor onze pensioenen verdampen en ons geld ontwaardt, stoppen met de moderne architectuur, die de ziel van mensen stukmaakt, en stoppen met de destructie van families, zodat onze beschaving zich revitaliseert. Dat is niet zo moeilijk. Alleen, op dat niveau zijn jullie het allemaal niet eens. We hebben het dus over de meest kleine micropuntjes. Daarover zitten jullie de hele dag een beetje heen en weer te spelen, vliegjes af te vangen en gespeeld verontwaardigd te doen. Ik vind dat niet zo interessant.

De voorzitter:
Heel kort.

De heer Van Weyenberg (D66):
De heer Baudet mag het niet zo interessant vinden, maar ik denk dat alle mensen die zich zorgen maken en naar dit debat kijken zijn bijdrage niet zo interessant vonden.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Baudet (FVD):
Nou, ik denk het wel. Kijk, mensen in Nederland kunnen kiezen tussen allerlei varianten van de Great Reset: Great Reset-partij 1, Great Great Reset-partij 2, Great Reset-partij 3. Jullie willen allemaal hetzelfde. Jullie willen doorgaan met massale integratie en de energietransitie, en straks komt de eiwittransitie en moeten we allemaal vegetariër worden; daar is de onteigening van de boeren onderdeel van. Jullie willen meer moderne kunst, meer moderne architectuur, meer atomisering, meer eenzaamheid en jullie willen over de gehele linie transnationalisme, dus minder democratie. Dat is een richting, een optie. Maar mensen kunnen ook kiezen voor betaalbare energie, voor betaalbaar wonen, voor een Nederland dat weer voor Nederlanders is, met onze cultuur, onze geschiedenis, zonder besmetting en besmeuring van ons grandioze koloniale, eervolle en trotse verleden, voor het herstellen van gezinnen en families …

De voorzitter:
Dank u wel, we drijven nu wat af van het onderwerp.

De heer Baudet (FVD):
Dat is de optie! Dát is een serieuze politieke keuze. En al het andere is een beetje uitstel van executie en geneuzel in de marge.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Baudet. Dan gaan we luisteren naar de heer Eerdmans, JA21.

De heer Eerdmans (JA21):
Voorzitter, dank u wel. Drie opmerkingen van mij over het debat. Ik denk dat wij op een nieuw dieptepunt zijn aanbeland in de relatie coalitie-oppositie. Ik heb daar ook iets over gevraagd aan de premier. Ik denk dat we sinds 1 april vorig jaar niet verder uit elkaar hebben kunnen staan. Een reflectie heb ik nog niet echt gehoord, maar misschien kan de minister-president daar straks iets over zeggen in zijn termijn.

Dan een opmerking over de Eerste Kamer. Aan de overkant zijn de rollen omgedraaid. Daar deelt de oppositie de lakens uit. Het was interessant om de interruptie van D66 van zojuist op de heer Klaver in verband met de stemming volgende week over de suppletoire begroting Sociale Zaken te zien. Want daar ontbreekt het nu net aan genoeg zetels voor deze coalitie. De vraag is: gaat u daar iets mee doen? Dat zal dus volgende week al kunnen zijn in de Eerste Kamer, want ook JA21 heeft daar de benodigde zetels. Wij hebben aandacht gevraagd voor de middenklasse. De aandacht gaat met het voorstel, het een-tweetje tussen coalitie en kabinet, nu vooral uit naar de allerlaagste inkomens, maar wij strijden met onze partij voor de middenklasse die nog steeds door het ijs zakt.

Voorzitter. Daar heb ik twee voorstellen voor, die ik ook onder de aandacht wil brengen op dit toneel. En nu komt het spreekgestoelte omhoog. Dat geeft meteen meer gezag, vanuit deze hoogte. Het is goed om daar de tijd voor te gebruiken.

De voorzitter:
Misschien moet u uw moties voorlezen.

De heer Eerdmans (JA21):
Ja, maar ik wil daarbij zeggen: kabinet, neem deze moties nou ook in uw beraadslaging mee als u ...

De voorzitter:
U bent ook bijna door uw tijd heen.

De heer Eerdmans (JA21):
Ja, maar u heeft wel tijd van mij afgenomen door het katheder te bewegen.

De voorzitter:
Ja, dat scheelt.

De heer Eerdmans (JA21):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederlandse huishoudens hard geraakt worden door prijsstijgingen;

constaterende dat onder andere het Nibud, het CPB en de VNG nadrukkelijk waarschuwen voor ernstige financiële gevolgen voor middeninkomens;

constaterende dat de btw-inkomsten voor dit jaar zijn begroot op 67,5 miljard;

constaterende dat de stijgende prijzen zullen leiden tot hogere btw-inkomsten voor het Rijk;

verzoekt de regering scenario's uit te werken om hoger dan begrote btw-inkomsten in de vorm van lastenverlichtingen te laten terugvloeien naar de middeninkomens, en deze voor 1 augustus aan de Kamer voor te leggen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Eerdmans.

Zij krijgt nr. 17 (36120).

De heer Eerdmans (JA21):
De tweede en laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de koppeling van de AOW met het wettelijk minimumloon in stand blijft, maar dat hier afschaffing van de IO-AOW, het terugdraaien van de verhoging van de ouderenkorting en afschaffing van de fiscale oudedagsreserve tegenover staan;

verzoekt de regering, naast de koppeling van de AOW met het wettelijk minimumloon ook de IO-AOW, de verhoging van de ouderenkorting en de fiscale oudedagsreserve in stand te houden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Eerdmans.

Zij krijgt nr. 18 (36120).

Dank u wel, meneer Eerdmans. Dan geef ik het woord aan de heer Stoffer, SGP.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Ik denk dat de analyse van de heer Eerdmans misschien wel redelijk terecht is. Dan heb ik het niet over de hoogte van dit gestoelte, hoewel dat ook terecht was, maar over de kloof die ontstaan is tussen de coalitie en datgene wat daar niet toe behoort. Maar toch, voorzitter, de SGP heeft zich al 100 jaar ingezet en probeert dit land redelijk verder op weg te helpen. Dat zullen we ook blijven doen.

Daarom twee moties. De eerste motie gaat ook over het punt dat JA21 aankaartte: de middeninkomens. Bij ons zit er zorg over de lage inkomens, maar ook zeker over de middeninkomens. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een verlaging van het tarief van de eerste schijf in de inkomensbelasting de koopkracht van huishoudens verbetert, werken meer lonend maakt, de marginale druk verlaagt en het belastingstelsel minder ingewikkeld maakt;

overwegende dat de koopkracht van lage en middeninkomens onder druk staat;

verzoekt de regering in het Belastingplan 2023 een voorstel op te nemen om het tarief van de eerste schijf in de inkomensbelasting te verlagen en dit te dekken door bijvoorbeeld het tarief van de tweede schijf in de inkomstenbelasting te verhogen of door het inzetten van (een deel van) het resterende koopkrachtpakket van 2,4 miljard euro,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer en Marijnissen.

Zij krijgt nr. 19 (36120).

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Dan nog een motie over de Westerscheldetunnel. Het amendement van de SP, BBB en SGP is ontraden. Ik begrijp dat dit puur over de dekking gaat vanuit de Regio Deals. Stel nu eens dat het amendement het niet zou halen — ik hoop van wel, dus ik roep alle collega's op om het te steunen — dan heb ik een motie om de voortgang te blijven bewaken.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer heeft gevraagd om het zo spoedig mogelijk beëindigen van de tolheffing bij de Westerscheldetunnel;

overwegende dat voor de Westerscheldetunnel geen redelijke alternatieve route voorhanden is;

overwegende dat het vervroegd tolvrij maken van de Westerscheldetunnel een positief kosten-bateneffect heeft en bijdraagt aan de sociaal-economische ontwikkeling van de regio Zuidwest-Nederland;

verzoekt de regering voor Prinsjesdag 2022 met een voorstel te komen voor het tolvrij maken van de Westerscheldetunnel per 2025 of zo snel als mogelijk, en dekking hiervoor te zoeken in bijvoorbeeld de beschikbare middelen voor nieuwe Regio Deals,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer en Van der Plas.

Zij krijgt nr. 20 (36120).

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Azarkan, DENK. Of niet? Nee, ik zie hier toch duidelijk de heer Azarkan staan. Daarna komt de heer Dassen. Het maakt ook niet zo heel veel uit, als ik heel eerlijk ben, maar hier staat de heer Azarkan van DENK. Of ik dacht aan de heer Dassen, dat zou ook kunnen. Maar volgens mij zei ik de heer Azarkan.

De heer Azarkan (DENK):
Voorzitter. Het wordt al laat.

Voorzitter, dank. Het was tot niet zolang geleden nog redelijk overzichtelijk: als oppositie diende je een voorstel in en het kabinet wees het altijd af. We hebben het even geprobeerd. Ze zijn langs geweest. Ze hebben net gedaan of ze geïnteresseerd waren in wat de oppositie wilde, maar vervolgens blijkt er eigenlijk niks te kunnen. Toevalligerwijs komt er op het laatste moment dan toch nog iets vanuit de VNG, voorgesteld door meneer Heerma. Ik zag de coalitie dat omarmen. De minister gaf de hele tijd hintjes, maar niemand begreep het bij de oppositie. Dat was een beetje sneu, denk ik. We begrepen helemaal niet wat hij bedoelde. Het is goed dat die €500 er komt, maar ik weet niet of ik nou heel blij moet zijn met hoe het allemaal gelopen is. Ik heb toch nog drie moties. Ik plak het verhaal wel lekker aan elkaar.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit onderzoek van het CPB blijkt dat in een donker scenario 1,2 miljoen huishoudens mogelijk in betalingsproblemen kunnen komen;

overwegende dat het CPB signaleert dat hier sprake is van een breder probleem, namelijk dat veel huishoudens financieel kwetsbaar zijn bij andere economische crises en schokken;

overwegende dat de CPB-onderzoekers adviseren om het besteedbaar inkomen van lagere inkomens structureel te verhogen;

verzoekt de regering te bezien hoe het besteedbaar inkomen van lagere inkomens structureel kan worden verhoogd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Azarkan, Den Haan en Dassen.

Zij krijgt nr. 21 (36120).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat door de Voorjaarsnota het begrotingstekort oploopt, terwijl het koopkrachtverlies eveneens oploopt;

overwegende dat Nederland, ook in internationale vergelijkingen, een relatief grote vermogensongelijkheid heeft;

verzoekt de regering de belastingen op winst en vermogen te verhogen, teneinde de belasting op arbeid te kunnen verlagen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Azarkan, Den Haan en Van Raan.

Zij krijgt nr. 22 (36120).

De heer Azarkan (DENK):
Tot slot, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland in 2022 afkoerst op 3 tot 5 procentpunten koopkrachtverlies over de hele linie;

overwegende dat het kabinet stelt niet in staat te zijn om een positief koopkrachtbeeld te realiseren;

overwegende dat er een meevaller in de btw is van circa 3 miljard euro, maar dat het kabinet deze niet wenst in te zetten vanwege de begrotingsregels;

verzoekt de regering out of the box te denken en de begrotingsregels geen prioriteit te geven, maar de btw-meevaller in te zetten voor koopkrachtreparatie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Azarkan en Den Haan.

Zij krijgt nr. 23 (36120).

Dank u wel, meneer Azarkan. Dan geef ik het woord aan de heer Dassen van Volt.

De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Wat vandaag in het debat goed naar voren kwam, was dat we te vaak te maken hebben met een politiek van vooruitschuiven. Het werd vandaag meerdere keren benoemd. In januari waren we bezig, in maart, in juni, en nu in juli. Uiteindelijk concluderen we als Kamer toch dat er onvoldoende is gedaan. Dat zou in mijn optiek ook de conclusie van het kabinet zelf moeten zijn. Als we hier vandaag met elkaar staan en er zo veel kritiek is, er zo weinig plannen zijn en er zo weinig is meegedacht door het kabinet, dan is er een probleem met het kabinet en vooral ook met de manier van vooruitschuiven en vooruitdenken.

Voorzitter. Ik heb twee moties die daarbij aansluiten. De eerste.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat sommige bedrijven dan wel bedrijfstakken buitensporig kunnen profiteren van een crisis;

overwegende dat landen als het Verenigd Koninkrijk, om de pijn van de fors gestegen energieprijzen te kunnen verzachten, een windfall tax aan olie- en gasbedrijven opleggen met het oog op de buitengewone winsten die momenteel door hen worden gemaakt;

verzoekt de regering in het Belastingplan 2023 een grondslag te creëren ten behoeve van een windfall tax, zodat er ook in Nederland op korte termijn een wettelijke basis komt voor het opleggen van heffingen bij bedrijven die onevenredig veel profiteren van een crisis,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dassen, Kuiken, Klaver, Wilders, Van der Plas, Van Raan, Den Haan, Azarkan en Omtzigt.

Zij krijgt nr. 24 (36120).

De heer Dassen (Volt):
Voorzitter. Dan de laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat volgens het CPB tot 1,2 miljoen Nederlanders in financiële problemen kunnen komen door de energieprijzen en de hoge inflatie;

constaterende dat de zorgtoeslagsystematiek van uitkeren een degressief karakter heeft en dit een gerichte manier van compenseren creëert;

constaterende dat het mogelijk is om in 2022 via de zorgtoeslag een maximale extra uitkering te genereren van €412;

verzoekt de regering om zo spoedig mogelijk een wettelijke regeling te realiseren voor het verhogen van de zorgtoeslag via een verdubbeling van zorgtoeslagontvangers en ervoor te zorgen dat in deze regeling de juridische houdbaarheid en de risico's van hogere terugvorderingen worden weggenomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.

Zij krijgt nr. 25 (36120).

De heer Dassen (Volt):
Dan wil ik nog afsluiten met het feliciteren van de SGP met 100 jaar in de Kamer.

Dank u wel.

De voorzitter:
Mooi. Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Den Haan, Fractie Den Haan.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Dank u wel, voorzitter. Heeft het kabinet zich ingezet om iets te doen aan koopkrachtreparatie? Ja. Is het genoeg om de volledige inkomensval van mensen te repareren? Nee, helaas niet. Waar ik wel heel blij mee ben, is dat de eenmalige ontkoppeling van de AOW en het wettelijk minimumloon van tafel is. Waar ik dan weer niet zo blij mee ben, is de manier waarop dat gedekt wordt. Dat wordt namelijk met name weggehaald bij ouderen die het toch al heel erg lastig hebben, vandaar deze motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering van plan is om de IO-AOW af te schaffen;

constaterende dat de IO-AOW is geïntroduceerd als aanvulling op het inkomen van het sociaal minimum, het bedrag dat minimaal nodig is om van te leven;

overwegende dat de groep die IO-AOW ontvangt vaak niet meer in staat is om in extra inkomen te voorzien;

verzoekt de regering om alternatieven te onderzoeken om de groep mensen die nu IO-AOW ontvangt na afschaffing alsnog te compenseren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Den Haan, Azarkan, Van Raan en Dassen.

Zij krijgt nr. 26 (36120).

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Dan nog één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de maatregelen uit het eerste en tweede koopkrachtpakket uit november en maart gericht zijn op het jaar 2022;

overwegende dat de inflatieverwachtingen voor 2022 en 2023 inmiddels zodanig zijn gestegen dat er meer maatregelen nodig zijn;

verzoekt de regering om de maatregelen uit het eerste en tweede koopkrachtpakket door te trekken naar 2023,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Den Haan en Azarkan.

Zij krijgt nr. 27 (36120).

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Van der Plas, BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. De brief van het kabinet over de Voorjaarsnota is duidelijk. Wat jullie willen, kunnen of willen we niet. In augustus gaan we praten over 2023. Daarbij is de boodschap nu al dat dit niet voor iedereen voldoende gaat zijn. Ondertussen stijgt het aantal huishoudens met betaalproblemen met de dag door dure benzine en hoge energie- en voedselkosten. Er zijn straks 1,5 miljoen mensen die 's ochtends niet denken "wat eten we vandaag?", maar "hebben we vandaag voldoende te eten, of moeten we kiezen tussen een warme douche en een brood, of tussen het opzeggen van de voetbalclub van de kinderen of nieuwe schoenen voor de kinderen?"

Voorzitter. Ik ga geen moties indienen. Ik heb er een aantal meegetekend. In plaats daarvan kijk ik met name naar twee partijen die de sleutel in handen hebben. Dat zijn het CDA en de ChristenUnie. Ik wil deze partijen vragen om goed na te denken, verantwoordelijkheid te nemen en deze Voorjaarsnota af te keuren zolang de werkende middenklasse, de nieuwe werkende armen, niet goed zijn meegenomen in deze begroting. Laat zien dat u er niet in meegaat. Ga niet over tot de orde van de dag.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Plas. Ik geef het woord aan de heer Van Haga, Groep Van Haga.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Voorzitter. Ik kan niet echt zeggen dat ik het een heel nuttig debat vond, maar dat ik heb aan het begin al gezegd. Ik heb wel een paar moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat werken moet lonen en de arbeidsparticipatie omhoog moet;

overwegende dat de SER in een advies gesteld heeft dat een verhoging van de arbeidskorting dit zal bewerkstelligen;

verzoekt de regering om een verhoging van de arbeidskorting voor diverse scenario's te onderzoeken en naar de Kamer te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Haga.

Zij krijgt nr. 28 (36120).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat lonen van werknemers kunnen stijgen als werkgeverslasten op arbeid dalen;

verzoekt de regering om te onderzoeken hoe de lonen van werknemers kostenneutraal voor werkgevers kunnen stijgen, en de Kamer over de uitkomsten te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Haga.

Zij krijgt nr. 29 (36120).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de armoedeval grote gevolgen heeft en medeveroorzaakt wordt door ons complexe sociale stelsel;

overwegende dat maatregelen ter verbetering van de koopkracht vaak stuiten op uitvoeringsbezwaren;

verzoekt de regering om te onderzoeken hoe de armoedeval opgeheven kan worden en daarin de uitvoeringsproblematiek specifiek mee te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Haga.

Zij krijgt nr. 30 (36120).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat mensen met een bijstandsuitkering die willen samenwonen dat nu niet doen omdat ze dan geld moeten inleveren;

verzoekt de regering om de kostendelersnorm ook te schrappen voor mensen boven de 27 jaar,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Haga.

Zij krijgt nr. 31 (36120).

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Ik dank u hartelijk.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Haga. Dan geef ik tot slot het woord aan de heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Voorzitter. We zitten in de grootste bestaanszekerheidscrisis sinds 1945. In december en maart moesten we wachten, en in juli zijn we te laat. Toen de Staat 770 miljoen nodig had voor aandelen KLM: binnen het weekend. Een NOW-regeling van miljarden? Binnen een halve week. 1 miljard subsidies voor de Tesla's? Geen probleem. Drie kolencentrales stilleggen? 1,8 miljard compensatie. Italië gaat bijna failliet. Dan maken we 40 miljard over naar het coronafonds, zodat de Italianen goedkope isolatie krijgen. En we hebben 20 miljard voor een stikstoffonds. Nu hebben we 1 miljard of 2 miljard nodig voor de armste huishoudens en we slagen daar niet in. Dit is een schande, een grote schande, want we weten niet hoe we dat geld kunnen krijgen. Dit gaat ook tot problemen leiden. Als iemand met een bijstandsuitkering €1.300 krijgt en de buurman, die onder het minimumloon zit, helemaal niks, gaat dat echt problemen geven.

Voorzitter. Eén motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat honderdduizenden gezinnen met achterstanden op de energierekening te maken kunnen krijgen met dwanginvorderingen, afsluiten van energie en een schuldenspiraal later dit jaar;

verzoekt de regering in contact te treden met energieleveranciers en uiterlijk op Prinsjesdag een plan te presenteren om afsluiten, incassokosten en andere problemen bij deze groep te voorkomen, inclusief een mogelijkheid om in een aantal gevallen huishoudens financieel te helpen om zo verdere problemen te voorkomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Omtzigt, Klaver, Kuiken, Wilders, Van der Plas, Azarkan, Den Haan, Van Haga, Marijnissen, Eerdmans, Dassen, Van Raan en Stoffer.

Zij krijgt nr. 32 (36120).

Dank u wel, meneer Omtzigt. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de kant van de Kamer. De bewindspersonen hebben aangegeven ongeveer een kwartier nodig te hebben om zich voor te bereiden.

De vergadering wordt van 22.37 uur tot 22.54 uur geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister-president.

Minister Rutte:
Voorzitter. Aan de heer Van Weyenberg was ik nog een antwoord verschuldigd. Ik kan daarover zeggen dat de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen uiteraard in gesprek is met de gemeenten, onder andere over de bijzondere bijstand, en daarbij ook oog heeft voor de studenten. Daarbij wordt ook gesproken over knelpunten die zich kunnen voordoen. Ik wil benadrukken dat we die signalen natuurlijk heel serieus nemen. Dus dat op dat punt.

Voorzitter. Dan de vraag van mevrouw Hermans. Daarop kan ik zeggen: dat kan ik bevestigen. Dat heb ik ook gezegd. We kijken naar alle groepen, uiteraard ook naar de middeninkomens, daar waar echt steun nodig is, en naar de groepen waar anderen het over hadden, maar in ieder geval ook naar deze groep. Dat ziet u ook terug in het coalitieakkoord, denk ik.

Dan de heer Heerma: op welke termijn wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over het overleg met de VNG? Er wordt hard aan gewerkt. De minister zal u in ieder geval de komende week informeren over de voortgang. Het punt dat hij naar voren bracht, namelijk de energietoelage en de mensen die niet bereikt worden, de mensen die die niet gebruiken, is absoluut een aandachtspunt. Daar zetten de gemeenten ook vol op in. Daarmee is het ook onderwerp van de gesprekken die we met de gemeenten hebben. We zullen met de gemeenten ook nu weer kijken wat we in de regeling verder kunnen versimpelen en hoe we dat kunnen bevorderen, voor zover dat allemaal gaat in de uitvoering.

Voorzitter. De motie op stuk nr. 6 wil ik uiteraard ontraden. Ik ga daar volgens mij niet over, maar ik hoop dat die niet wordt aangenomen.

De motie op stuk nr. 7 krijgt oordeel Kamer. De ministers van Sociale Zaken en Economische Zaken zijn in gesprek met de sociale partners. Daarbij is de gezamenlijke opdracht om te kijken wat we kunnen doen om de koopkracht te verbeteren, waarbij de lonen structureel omhoog moeten. Vanuit het kabinet kijken we ook welke maatregelen wij kunnen nemen om bij te dragen aan die verbetering voor kwetsbare lage en middeninkomens. Dus de motie op stuk nr. 7 krijgt oordeel Kamer. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de minister van Financiën.

Minister Kaag:
Dank, mevrouw de voorzitter. Ik benoem nog even twee amendementen, ofschoon de inhoud al wel bekend is, denk ik. Het amendement van de leden Beckerman en Marijnissen gaat over het met terugwerkende kracht bevriezen van de huren per 1 juli 2022, met als dekking het verhogen van de winstbelasting van bedrijven. Uit de inventarisatie van de mogelijke maatregelen is al gebleken dat het niet mogelijk is om de huren in 2022 nog te bevriezen of te verlagen. Dat hebben we volgens mij al eerder besproken. Maar het kabinet gaat wel in gesprek met de woningcorporaties om te kijken of de afgesproken huurverlaging uit de prestatieafspraken naar voren kan worden gehaald. Maar omdat het niet kan zoals het staat in de tekst van het amendement, ontraadt het kabinet het amendement.

Dan het amendement van de heer Dassen over het verdubbelen van de zorgtoeslag, met als dekking de introductie van een meevallersheffing in 2023. We onderschrijven het belang van de koopkracht. Dat is natuurlijk uitvoerig benoemd in de brief, maar ook in de verschillende debatten. De techniek blijkt ons ook hierbij tegen te werken, dus wij ontraden het amendement om de bovengenoemde redenen.

Dan doe ik het deel van de moties die mij toevallen, mevrouw de voorzitter.

De motie op stuk nr. 10 van mevrouw Marijnissen ontraad ik.

De motie op stuk nr. 13 van de heer Segers en de heer Heerma krijgt oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 14. Dit wil ik wel toelichten. Het is aan de bewindspersonen die gaan over het klimaatbeleid om de bestedingsvoorstellen uit te werken. Als er overeenstemming is, ook met Financiën, worden de middelen overgeheveld van de aanvullende post naar de begroting, maar de bestendige systematiek is wat we in het kader van Inzicht in kwaliteit hebben afgesproken. Dat is wettelijk al verankerd in de Comptabiliteitswet. Om die redenen ontraad het kabinet deze motie.

Dan de motie op stuk nr. 15, over brede welvaart. Zoals de heer Van Raan weet, wordt er gewerkt aan een denkkader op brede welvaart. Ik wil dat graag afwachten. Dat is werk voor de planbureaus. We zijn er vaak over in gesprek geweest. Om die redenen vind ik het niet verstandig om nu al vooruit te lopen op het werk van de planbureaus. Ik ontraad deze motie.

Dan de motie op stuk nr. 16 van de heer Van Raan. Ik kom nog even terug op de motie op stuk nr. 14, geloof ik.

De voorzitter:
Misschien kunt u eerst de motie op stuk nr. 16 doen. Dan hebben we de moties van de heer Van Raan gehad.

Minister Kaag:
Oké. Tegen de heer Van Raan zeg ik ook weer: in de instellingswet zijn de doelen vastgelegd. De bestedingen van het klimaatfonds moeten daaraan voldoen. Tenminste, in de instellingswet wórden de doelen vastgelegd. Er is al geborgd dat de bestedingen moeten bijdragen aan CO2-reductie en/of de energietransitie. Bestedingsvoorstellen van bedrijven die er eventueel van kunnen profiteren in het kader van maatwerkafspraken met de grote uitstoters, moeten natuurlijk een aantoonbare impact hebben en een bijdrage leveren aan de doelen. Dus wij vinden dat die voldoende geborgd zijn en ook voldoen aan het kabinetsdoel van klimaatneutraliteit in 2050. Ik zie dus weinig toegevoegde waarde en ontraad deze motie.

De heer Van Raan (PvdD):
Dat is helder. Dank voor de appreciaties. Bij de motie op stuk nr. 14 haalt de minister de Comptabiliteitswet aan, maar daarin staat nou juist net niks over de klimaatimpact. Dat lijkt me dus ook geen argument om de motie af te wijzen, want je wilt juist een extra meetpunt hebben vanwege de ernst van de klimaatcrisis.

Minister Kaag:
Maar we hebben de Klimaatwet. De inhoud wordt daarin vastgesteld, net als de doelen. De bestedingsvoorstellen zijn echt aan de minister voor Klimaat en Energie. De motie refereert aan de instellingswet voor het klimaatfonds: "overwegende dat op Verantwoordingsdag is gebleken dat het budgetrecht van de Kamer vorig jaar onder druk is komen te staan". Dat is een veel breder debat. Ook staat er: "verzoekt de regering om in deze systematiek verplicht te stellen dat de Kamer vooraf wordt geïnformeerd met bestedingsplannen". Dat is nooit echt aan de orde, want als middelen worden overgeheveld wordt er, conform artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet, geïnformeerd door de desbetreffende bewindspersoon. Dat is sowieso het geval, of het nou over klimaatdoelen of een totaal andere wet gaat. Ik vind dit dus ook niet relevant als je kijkt naar het bredere kader. Ik ontraad deze motie.

Dan de motie op stuk nr. 17 van de heer Eerdmans. Het klopt inderdaad dat ten opzichte van de raming van het CEP de raming voor de btw-ontvangsten is bijgesteld. Zoals u weet, doen we in dit land ook nog steeds met goede redenen aan een trendmatig begrotingsbeleid. Meevallers en tegenvallers gaan dus mee op de golven. We hebben een automatische stabilisatie van de economie. Bij tegenvallers hoeven we ook niet de lasten te verhogen. Het kan niet één kant opgaan. Maar we nemen het bredere debat in augustus natuurlijk mee, ook als het gaat om de koopkrachtdiscussie.

Dan de motie op stuk nr. 18.

De voorzitter:
En uw appreciatie van de motie op stuk nr. 17?

Minister Kaag:
Die is ontraden.

Dan de motie op stuk nr. 18: ontraden. Daar is ook geen dekking voor aangeleverd.

Dan de motie op stuk nr. 20 van de heer Stoffer en mevrouw Van der Plas. Deze motie wordt gedekt. De minister van BZK heeft, zoals de heer Stoffer weet, in haar brief van 15 april jongstleden al het proces voor de selectie van de Regio Deals uiteengezet. We willen daar niet op vooruitlopen. Er is geld beschikbaar, 261 miljoen. U zult voor het zomerreces van de minister van BZK horen over het proces voor het indienen van projecten door de regio's. Ik wil daar niet op vooruitlopen. Dat is de reden waarom wij deze motie ontraden.

De heer Stoffer (SGP):
Ik had niet zo veel tijd om het toe te lichten. De dekking maakt mij niet zo veel uit. Het gaat mij erom dat de tolheffing in de Westerscheldetunnel eraf moet. Ik heb in de motie nu opgenomen: bijvoorbeeld geld uit de Regio Deals. Het mag ook ergens anders vandaan komen. Maar laat helder zijn: ook in de gesprekken die we hebben gehad over de Voorjaarsnota was dit een nadrukkelijke wens die de SGP heeft ingebracht, en naar mijn inschatting BBB en SP in hun gesprekken ook. Het gaat dus niet om de dekking. Voor mijn part mag het ook uit het Groeifonds of waar dan ook uit komen. Het gaat mij om wat we willen bereiken. Het geld is wat dat betreft een middel.

Minister Kaag:
Dat is nog steeds waar.

De heer Stoffer (SGP):
Misschien dat ontraden dan toch andersom gezet kan worden.

Minister Kaag:
Nee. U kunt inderdaad een aantal opties verzinnen. Het kan niet uit het Groeifonds komen, zeg ik zo al, want dat is al belegd. Het doel van het Groeifonds is ook heel anders. Ik denk nog steeds dat ik hier, bij een debat over de Voorjaarsnota, niet kan vooruitlopen op een doorkijk voor de suppletoire begroting 2022 en de plannen van het kabinet, en hun dekking, voor 2023. Ik ga niet vooruitlopen op de brief van de minister van BZK, die voor het zomerreces, dus donderdag, komt.

De voorzitter:
Is het dan verstandig om de motie aan te houden? Ik kijk even naar de heer Stoffer.

Minister Kaag:
Als de heer Stoffer dat wenst.

De heer Stoffer (SGP):
Daar ga ik over nadenken, voorzitter.

Minister Kaag:
Dan de motie op stuk nr. 21, van de heer Azarkan, mevrouw Den Haan en de heer Dassen. We betrekken dit bij de augustusbesluitvorming. Ik geef deze motie oordeel Kamer.

Voor de motie op stuk nr. 23 van de heer Azarkan en mevrouw Den Haan is mijn antwoord eigenlijk weer hetzelfde als mijn reactie op de heer Eerdmans. Ik ontraad deze motie.

De motie op stuk nr. 26 is van mevrouw Den Haan, de heer Azarkan, de heer Van Raan en de heer Dassen. De koppeling van de AOW maakt het afschaffen van de IO-AOW meer dan goed. Alle ouderen ontvangen nu de IO-AOW. Straks hebben zij een ander voordeel bij de hogere AOW. Om die reden ontraden wij deze motie.

Dan de motie op stuk nr. 27 van mevrouw Den Haan en de heer Azarkan. Deze motie moet ik ontraden. Het loopt ook vooruit op de besluitvorming van augustus dit jaar met de doorkijk naar volgend jaar.

De motie op stuk nr. 29 beschouwt het kabinet als een oproep vanuit deze Kamer aan de werkgevers om die eenmalige loongolf te veroorzaken. Dat wordt ook vaak herhaald door veel economen, zeg ik daarbij.

De voorzitter:
Wat is dan uw appreciatie van de motie op stuk nr. 29?

Minister Kaag:
Nou, het is een oproep.

De voorzitter:
Het is een oproep, maar er staat wel "verzoekt de regering".

Minister Kaag:
Dan ontraden wij deze motie. Er is een beperkte rol voor de overheid. De premier heeft al gesproken over het gesprek dat gevoerd wordt door de ministers van Sociale Zaken en Economische Zaken en op een gegeven moment ook door mijzelf met de sociale partners. Maar op dit moment is het niet aan de regering om de werkgevers hiertoe op te roepen. Een aantal ministers doen dat, maar er wordt verzocht om het te onderzoeken. Dat is echt een verantwoordelijkheid van de sociale partners, met name de werkgevers.

Dan de motie op stuk nr. 30 van de heer Van Haga. Het is natuurlijk altijd het streven om mensen uit een armoedeval te halen. Er is ook een uitruil tussen de bestaanszekerheid en de armoedeval. Elk jaar wordt daar door SZW in de begroting over gerapporteerd. In augustus wordt naar de marginale druk gekeken. Maar zoals de motie is verwoord, wordt die ontraden.

Dan de laatste twee die nog voor mijn rekening zijn. Allereerst de motie van de heer Van Haga op stuk nr. 31 over het opheffen van de kostendelersnorm. Daar is geen dekking voor. Ik ontraad deze motie.

De motie op stuk nr. 32 geven we oordeel Kamer. Wij gaan natuurlijk in contact treden. Er is al contact, zeg ik richting de heer Omtzigt en de bredere Kamer, met de energieleveranciers om afsluiting te voorkomen. Voor Prinsjesdag zult u van een aantal betrokken ministers hierover meer horen. Het gaat dan inderdaad om een bredere benadering.

Dank.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Van Rij:
Dank, voorzitter. Voor de motie op stuk nr. 8 van mevrouw Marijnissen is de appreciatie om de motie te ontraden. Dat heeft te maken met het feit dat we dat bij de lastenbesluitvorming in augustus pas gaan bekijken.

Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 9. Daarin wordt er namelijk gevraagd om al vóór het Belastingplan 2023 met een voorstel te komen.

De motie op stuk nr. 11 van de heren Van Weyenberg, Heerma en Segers zouden wij oordeel Kamer kunnen geven. Dat gaat over een eventuele aanvulling op de mijnbouwheffingen. Ik teken daarbij wel aan, zoals ook in de brief van 1 juli staat, dat dat dan wel echt juridisch mogelijk moet zijn. Dat voorbehoud wil ik hier al wel bij maken, maar daarmee krijgt de motie dus oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 12 van Van Weyenberg en Segers over de verzilverbare heffingskorting. Dat is natuurlijk een hele ingrijpende stelselwijziging. Maar er staat ook bij: de Kamer hierover vóór 2023 te informeren. Oordeel Kamer.

Voorzitter. De motie op stuk nr. 19 van de heer Stoffer en mevrouw Marijnissen loopt eigenlijk ook vooruit op de augustusbesluitvorming. Ik wil vragen om die aan te houden.

De voorzitter:
Ik kijk even of de heer Stoffer en mevrouw Marijnissen bereid zijn om de motie aan te houden. Ze denken er nog over na. Wat als de motie niet wordt aangehouden?

Staatssecretaris Van Rij:
Dan wordt die ontraden.

Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 22. Ook daarvoor geldt eigenlijk dat we dat bij de augustusbesluitvorming natuurlijk gaan wikken en wegen. Ik zou dus ook daarbij het voorstel willen doen om die motie aan te houden. Het is een motie van de heer Azarkan.

De voorzitter:
Ik kijk even of de heer Azarkan bereid is om de motie aan te houden. Hij denkt daarover na. Wat als hij dat niet doet?

Staatssecretaris Van Rij:
Dan wordt die ontraden.

De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 24.

Staatssecretaris Van Rij:
Voorzitter. Over de motie op stuk nr. 24 hebben we het al kort gehad. Ik heb een brief toegezegd waarin ik nog eens in kaart breng wat zo'n windfall tax inhoudt. Zoals de motie nu luidt, wordt die ontraden.

Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 25, van de heer Dassen, over een verdubbeling van de zorgtoeslag. Wij hebben dat eigenlijk al in de brief uitgelegd. Dat ontraden wij.

Dan de motie op stuk nr. 28, van de heer Van Haga. Daarin verzoekt hij de regering om een verhoging van de arbeidskorting voor diverse scenario's te onderzoeken en naar de Kamer te sturen. Oordeel Kamer.

De voorzitter:
Dank u wel. Er was nog een vraag van de heer Omtzigt over de motie op stuk nr. 32, als ik het goed heb. Die motie was gericht aan de minister van Financiën, denk ik.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Ik wacht nog even op een antwoord van de staatssecretaris — of komt dat schriftelijk? — op de vraag of het mogelijk is om via de belastingaangifte nog iets te doen.

Staatssecretaris Van Rij:
Daar dacht ik al antwoord op gegeven te hebben. Dat was de aangifte 2021, als ik het goed heb begrepen. Daarover heb ik het volgende gezegd. Aangifte doen is één. Nog lang niet al die aangiftes zijn binnen. Pas als je de aanslag oplegt, weet je echt wat het inkomen is. Ik heb toegezegd dat ik die cijfers in beeld breng. Hoeveel aangiftes zijn er nu ingediend? Hoeveel aanslagen zijn er opgelegd? Maar ik verwacht er niet veel van.

De voorzitter:
Dat zou u schriftelijk laten weten aan de Kamer.

Staatssecretaris Van Rij:
Ja, dat zou ik schriftelijk doen.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Aan de minister van Financiën had ik nog de vraag wanneer de nota van wijziging op de twee wetten komt, want feitelijk is er vandaag 500 miljoen toegevoegd, inclusief een uitvoeringstoets. Gaat de VNG het uitvoeren? Want ik heb haar brief over de mogelijkheden en over de voorwaarden om ook studenten mee te nemen, licht anders gelezen. Zal dat in die nota van wijziging zitten? Wanneer kunnen we die tegemoetzien?

Minister Kaag:
Ik meen dat de wet zelf, voor de €800, was ingediend door de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, zoals ik mij dat herinner. De ophoging zal dus ook door haar verwerkt worden, deze week nog. Ik meende dat zij ook al in contact was getreden met de Kamer om dit eventueel mogelijk te maken. Dat is één. Alle contacten met de VNG lopen ook via de minister voor APP, om het zo maar even te zeggen, dus via de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen. Ik moet alle details verder nog even met haar checken.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Dit is een best wel merkwaardig antwoord, zeg ik maar even. De regering bepaalt vanavond dat er 0,5 miljard extra uitgegeven wordt. Daar wordt verschillend over gedacht. Dan verwacht ik wel dat we weten of het uitvoerbaar is en of de VNG ermee akkoord gaat. We hebben vandaag een brief gehad dat ze alleen akkoord gaan als ook de studenten meegenomen worden en anders niet, omdat ze dan juridisch in de problemen komen. Als de regering dit gedaan had, had ik verwacht dat ze de minister voor APP, dus voor — wat is het? — Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, in vak-K hadden laten plaatsnemen.

De voorzitter:
Mag ik een voorstel doen? Als dit niet nu in het debat kan, kan er dan schriftelijk op gereageerd worden?

Minister Kaag:
Nou, ik kan daar gewoon op reageren. Zoals de heer Omtzigt denk ik heel goed weet — want hij heeft gesprekken gevoerd met de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen — is het kabinet voornemens om dit samen met de VNG uit te voeren. Dat is al eerder door de premier gezegd en wij hebben dat vanavond in het debat bevestigd. Ik bevestig hier ook dat de dekking geregeld zal worden.

Maar de heer Omtzigt stelde mij een specifieke vraag over een wetswijziging. Die is al ingediend door de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen. Ik heb daarvan nu, om 23.10 uur, niet alle details voorhanden. Als het eerder gevraagd was, hadden we dat nog wel kunnen bevestigen, maar zij gaat hiermee aan de slag. Zij is de minister die de eerste contactpersoon is en alle gesprekken heeft gevoerd. Dat blijkt ook uit de brief die ik heb gestuurd. Dat blijkt ook uit deze app. Ik heb deze overigens hier, in de Kamer, ontvangen. U heeft hem eerder ontvangen dan wij, zeg ik tegen de Kamer. De intentie van het kabinet — die wordt herbevestigd — is dat wij dit willen uitvoeren, met alle problemen die wellicht nog worden genoemd in de brief van de VNG, in de e-mail. Nee, het is een app, geloof ik; "per app ontvangen", staat er. Dan is het aan de minister — dat is de toezegging die ik kan doen — om misschien morgen of donderdag nog schriftelijk toe te lichten wat er wel en niet kan gebeuren als het gaat om de mogelijke doelgroepen, inclusief de studenten. De studenten waren eerder, ik meen in een eerder verzoek, uitgesloten. In de tekst staat dat "we" de afspraak hebben gemaakt dat studenten worden uitgesloten van de energietoeslag. Dan wordt daarin verder uitleg gegeven. Maar ik moet hiermee namens het kabinet terug naar minister Schouten.

De voorzitter:
Tot slot, meneer Omtzigt.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Oké, dan wacht ik de brief van minister Schouten af. Ik zou het op prijs stellen als die in ieder geval morgenavond komt, omdat de stemmingen donderdag zijn. Dit gaat om nogal iets. "We hebben de afspraak gemaakt": daar was de Kamer het niet speciaal mee eens. Dat was de regering zelf, die het overigens na ommekomst van de Raad van State uit het wetsvoorstel gehaald heeft. Daarvoor zaten de studenten er wel in. De VNG heeft in haar brief duidelijk gesteld dat ze dit alleen gaat doen als dit probleem wordt opgelost. Zij denken dat het juridisch onmogelijk is om studenten uit te zonderen. Dat valt namelijk niet onder de Grondwet. Dat zei ik ook in mijn bijdrage: dit is in strijd met artikel 1. Je kunt niet zeggen: een 22-jarige student krijgt het niet en een 22-jarige niet-student krijgt het wel. Ik wacht morgen met belangstelling de brief af, ook wat betreft de uitvoerbaarheid.

De heer Stoffer (SGP):
Ik heb een wat makkelijkere opmerking: ik wil de motie op stuk nr. 20 aanhouden.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Stoffer stel ik voor zijn motie (36120, nr. 20) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze beraadslaging. Ik dank de bewindspersonen, de Kamerleden, de woordvoerders, de mensen op de publieke tribune en de mensen die dit debat op een andere manier gevolgd hebben.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
We gaan morgen stemmen over de ingediende moties. Nee, excuus, we gaan overmorgen stemmen. Voor mijn gevoel is het al woensdag, maar dat is nog niet het geval. Wij gaan aankomende donderdag stemmen.

Sluiting

Sluiting 23.15 uur.

Naar boven