Plenair verslag Tweede Kamer, 64e vergadering
Donderdag 22 maart 2018

  • Begin
    10:15 uur
  • Sluiting
    14:34 uur
  • Status
    Gecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Lodders

Aanwezig zijn 145 leden der Kamer, te weten:

Van Aalst, Agema, Alkaya, Amhaouch, Arib, Arissen, Asscher, Azarkan, Azmani, Becker, Beckerman, Beertema, Belhaj, Van den Berg, Bergkamp, Bisschop, Den Boer, Van den Bosch, Martin Bosma, Bosman, Bouali, Van Brenk, Ten Broeke, Bruins, Bruins Slot, Buitenweg, Van Dam, Diertens, Tony van Dijck, Gijs van Dijk, Jasper van Dijk, Dijkhoff, Dijksma, Pia Dijkstra, Remco Dijkstra, Dik-Faber, Diks, Van Eijs, El Yassini, Ellemeet, Fritsma, Futselaar, Geluk-Poortvliet, Geurts, De Graaf, Van der Graaf, Grashoff, Graus, De Groot, Groothuizen, Van Haersma Buma, Van Haga, Rudmer Heerema, Pieter Heerma, Van Helvert, Hennis-Plasschaert, Hermans, Hiddema, Hijink, Van den Hul, Jetten, De Jong, Karabulut, Van Kent, Klaver, Koerhuis, Kooiman, Koopmans, Kops, Kröger, Krol, Kuik, Kuiken, Kuzu, Kwint, Laan-Geselschap, Laçin, De Lange, Van der Lee, Leijten, Van der Linde, Lodders, Madlener, Maeijer, Marijnissen, Markuszower, Von Martels, Van Meenen, Middendorp, Van der Molen, Moorlag, Agnes Mulder, Anne Mulder, Edgar Mulder, Nijboer, Nijkerken-de Haan, Van Nispen, Van Ojik, Omtzigt, Van Oosten, Ouwehand, Özdil, Öztürk, Paternotte, Pechtold, Peters, Ploumen, Popken, Van Raak, Van Raan, Raemakers, Rog, Ronnes, Van Rooijen, De Roon, Arno Rutte, Sazias, Segers, Sienot, Sjoerdsma, Slootweg, Sneller, Snels, Van der Staaij, Tellegen, Thieme, Tielen, Van Tongeren, Van Toorenburg, Veldman, Verhoeven, Voordewind, Voortman, Aukje de Vries, Wassenberg, Van Weerdenburg, Westerveld, Weverling, Van Weyenberg, Wiersma, Wilders, Wörsdörfer, Van 't Wout, Yeşilgöz-Zegerius en Ziengs,

en de heer Dekker, minister voor Rechtsbescherming, de heer Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid, en mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga, minister van Infrastructuur en Waterstaat.


Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik heet u allen zeer hartelijk welkom en uiteraard ook degenen op de publieke tribune en de mensen die deze beraadslagingen op een andere manier volgen.

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Vaststelling maximumaantal nachtvluchten luchthaven Schiphol

Vaststelling maximumaantal nachtvluchten luchthaven Schiphol

Aan de orde is het VSO Ontwerpbesluit wijziging Luchthavenverkeerbesluit Schiphol (LVB) in verband met de vaststelling van een maximumaantal voor nachtvluchten op de luchthaven Schiphol (29665, nr. 277).


Termijn inbreng

De voorzitter:
Ik heet de minister van Infrastructuur en Waterstaat van harte welkom en de Kamerleden zeer hartelijk welkom. Ik geef graag als eerste het woord aan de heer Van Raan namens de Partij voor de Dieren. Het woord is aan u.

De heer Van Raan (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Vanwege de tijd zal ik mij beperken tot het voorlezen van drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er tot en met 2020 maximaal 500.000 vliegtuigbewegingen mogen plaatsvinden op de luchthaven Schiphol en dat dit er in 2017 bijna 497.000 waren;

constaterende dat door de beperkte definitie niet alle vliegtuigbewegingen worden meegeteld;

constaterende dat het aantal vliegtuigbewegingen dat door deze beperkte definitie buiten de telling valt (General Aviation) in de periode 2015 tot 2017 met 44% is toegenomen (tot 17.300);

constaterende dat hier geen maximum aan is gesteld;

constaterende dat er geen zicht is op de omvang van de toekomstige groei van General Aviation;

verzoekt de regering te bewerkstelligen dat vliegtuigbewegingen met General Aviation worden meegenomen in het jaarplafond van 500.000 vliegtuigbewegingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan, Laçin en Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 279 (29665).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat door een samenwerkingsverband van maar liefst veertien gemeenten rond de luchthaven Schiphol protest is aangetekend tegen het aantal nachtvluchten dat plaatsvindt vanaf de luchthaven;

constaterende dat eerder aan de Alderstafel (2012) is afgesproken niet meer dan 29.000 nachtvluchten te laten plaatsvinden;

overwegende dat de nachtelijke hinder van vliegverkeer leidt tot slaapverstoring, gezondheidsklachten en ernstige overlast voor de inwoners;

verzoekt de regering het aantal nachtvluchten op de luchthaven Schiphol terug te brengen naar maximaal 29.000,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan, Laçin en Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 280 (29665).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er wel sprake is van anticiperend handhaven op de huidige grenswaarden voor geluid conform de regels van het nieuwe normen- en handhavingsstelsel Schiphol (NNHS), maar niet op het maximale aantal vluchten;

verzoekt de regering handhaving te laten plaatsvinden op alle gemaakte afspraken, waaronder ook het maximale aantal vliegtuigbewegingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan, Laçin en Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 281 (29665).

De heer Van Raan (PvdD):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Remco Dijkstra. Hij spreekt namens de VVD. Gaat uw gang.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Dank u, voorzitter. Een korte nacht voor de meesten van ons, maar we moeten goed wakker blijven. Anders houden de vliegtuigen ons wel wakker, maar dat is natuurlijk niet de bedoeling. Daarom hebben we goede afspraken gemaakt met Schiphol, met de omgeving en met de bewoners hoe we daarmee omgaan. We gaan nu die 32.000 vluchten vastleggen en kunnen daarop handhaven. Ik denk dat dat winst is, ook voor de omgeving, hoewel er natuurlijk altijd mensen zullen zijn die nog minder vluchten willen. Tegelijkertijd willen we allemaal vliegen.

Ik heb maar een of twee wat technische vragen als dat mag, ten eerste over het nieuwe normerings- en handhavingsstelsel. Wanneer valt dat te verwachten voor ons?

Ten tweede. Gisteren kregen we de brief over de evaluatie van het Schipholbeleid, die vrij kort en helder is. Ik denk dat het goed is te constateren dat de grenswaarden als het gaat om de veiligheid, het totale volume, de geluidsbelasting en ook de uitstoot van stoffen niet overschreden zijn. Ik denk dat dat goed nieuws is in deze tijd waarin de luchtvaart onder een vergrootglas ligt. Ik heb een vraag. Er is wel een overschrijding geweest als het gaat om de Lnight, handhavingspunt 23 ergens bij een baan. Dat was het gevolg van buitengewone meteorologische omstandigheden. Nou kan ik me daar iets bij voorstellen, maar ik zou graag willen dat we dat wat helderder omschrijven, zodat we weten waar we aan toe zijn. Wat was daar precies het geval?

De voorzitter:
Dank u wel. Dat was uw inbreng? Dan is er een vraag van mevrouw Kröger.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Mijn collega Dijkstra geeft aan dat er goede afspraken zijn gemaakt, maar dat enkelen bezwaar hebben en eigenlijk die 29.000 vluchten als de afspraak zien. Wat zegt de heer Dijkstra dan tegen die veertien gemeenten die nu zeggen "het zijn 29.000 nachtvluchten, dat was de afspraak, en die 32.000 slaat nergens op"?

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Die 32.000 slaat wel ergens op, want dát is de afspraak die gemaakt is. Die kunnen we nu ook eindelijk gaan handhaven. Het mooie is: die afspraken maak je met bewoners, met de vertegenwoordigers van de luchtvaartindustrie en de lokale bestuurders. Wat ik nu merk, of tenminste lees in Het Parool, is dat de lokale bestuurders in één keer, een dag voor de verkiezingen, hun handen daarvan aftrekken. Dat vind ik raar. Ik ben benieuwd wat daar precies aan de hand is.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Kröger. Zij spreekt namens de fractie van GroenLinks.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Voorzitter. GroenLinks maakt zich veel zorgen over de overlast die Schiphol veroorzaakt. Daarom de volgende moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de hinder door vliegtuiglawaai 's nachts als veel erger wordt ervaren dan overdag;

constaterende dat de bewonersdelegaties en omliggende gemeenten hebben aangegeven dat ze zich niet kunnen vinden in de eenzijdige wijziging van het afgesproken aantal nachtvluchten van 29.000 naar 32.000;

verzoekt de regering eerst het advies van de Omgevingsraad Schiphol af te wachten en dit advies te betrekken bij het besluit,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger, Laçin en Van Raan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 282 (29665).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het vliegverkeer gedefinieerd als General Aviation ten dele niet onder de huidige slotverordening valt en in principe niet aan een maximum is gebonden;

overwegende dat dit een segment is waar een sterke groei plaatsvindt, die bijdraagt aan de geluidsbelasting van het vliegverkeer voor omwonenden;

verzoekt de regering om met voorstellen te komen die ook klein zakelijk verkeer aan een maximumaantal vluchten binden en daarover met de Kamer in overleg te treden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Van Raan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 283 (29665).

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Tot slot.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er op dit moment anticiperend gehandhaafd wordt op basis van het nieuwe normen- en handhavingsstelsel;

overwegende dat voor omwonenden er onduidelijkheden zijn over de manier waarop de ILT nu kan handhaven;

verzoekt de regering om op korte termijn aan de Kamer te rapporteren hoe de ILT het anticiperend handhaven vormgeeft, hoe getoetst wordt of een overschrijding plaatsvindt op basis van het nieuwe normen- en handhavingsstelsel, en in welke gevallen de ILT handhavingsverzoeken heeft afgewezen omdat het nieuwe normen- en handhavingsstelsel nog niet in werking is getreden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger, Laçin en Van Raan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 284 (29665).

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Dan heb ik tot slot nog een vraag. In de aanbiedingsbrief bij de handhavingsrapportages schrijft de minister dat de regels van preferent baangebruik in het gebruiksjaar 2017 volledig zijn nageleefd. Dit staat in schril contrast tot de klachten geregistreerd bij het BAS, waaruit blijkt dat deze regels juist niet zijn nageleefd. Waarop baseert de minister haar uitspraak? Daar zouden wij graag duidelijkheid over krijgen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik tot slot het woord aan de heer Paternotte namens D66. Gaat uw gang.

De heer Paternotte (D66):
Dank u wel, voorzitter. Wij vonden de beantwoording van de minister over het Luchthavenverkeersbesluit helder. Daar heb ik dus geen nadere vragen of moties over.

We hebben wel vragen over een heel concreet project dat op dit moment speelt, een studentenhuisvestingsproject binnen de LIB4-zone op Kronenburg in Amstelveen. De minister heeft daar een streep door gezet en D66 zet daar vraagtekens bij. We komen net uit een gemeenteraadscampagne waar eigenlijk alle partijen hebben gezegd "bouwen, bouwen, bouwen", met uitzondering misschien van de partij van de heer Van Raan, die zei "bouwen prima, maar niet in het groen". En dat is eigenlijk precies wat Amstelveen hier doet: kantoren ombouwen. Dus niet bouwen in het groen, maar kantoren ombouwen tot studentenhuisvesting. Dat is hun voorstel. En dat ook nog dicht bij de VU, vlakbij de Zuidas en pal naast Uilenstede, waar nu al duizenden studenten wonen.

De minister heeft geen verklaring van geen bezwaar afgegeven, maar dat was wel nodig. Volgens mijn informatie is dat vanwege veiligheidsaspecten. Nu ligt dit complex niet in een veiligheidscontour van Schiphol maar in een geluidscontour. Dus mijn vraag is: klopt het dat het vanwege veiligheidsaspecten is afgewezen en wat is daar dan de onderbouwing voor? De GGD heeft wel positief geadviseerd over de gezondheidsaspecten van dit project. Kan de minister ook op het advies van de GGD reageren?

We hebben ook begrepen dat hier weliswaar geen studentenhuisvesting mag komen maar wel een studentenhotel, waar in de zomer toeristen verblijven en in de winter studenten wonen. Waarom is het nou logisch dat je er in de winter wel studenten laat wonen en in de zomer toeristen, maar dat er niet gewoon studenten mogen wonen in de vorm van huisvesting, ook gezien het feit dat er in deze regio een enorm tekort aan huisvesting is en dat het kabinetsbeleid is om voor meer woonruimte te zorgen in de metropoolregio Amsterdam?

Deze vragen wil ik graag aan de minister voorleggen.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn wij aan het einde gekomen van de inbreng van de Kamer. Ik schors dit debat voor tien minuten om daarna de minister het woord te geven voor de beantwoording.

De vergadering wordt van 10.25 uur tot 10.35 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik geef graag de minister de gelegenheid om de gestelde vragen te beantwoorden en de moties te beoordelen. Het woord is aan de minister.


Termijn antwoord

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dank u wel, voorzitter. Ik ga ze maar gewoon een voor een langs. Ik begin bij de motie-Van Raan c.s. op stuk nr. 279. Die verzoekt de regering om te bewerkstelligen dat vliegtuigbewegingen met General Aviation worden meegenomen in het jaarplafond van 500.000 vliegtuigbewegingen. Die motie wil ik ontraden omdat General Aviation in de Aldersafspraken niet meetelt voor het plafond. Het valt overigens wel binnen de geluidsnormen. Daar wordt dus wel gewoon op gehandhaafd.

De motie-Van Raan c.s. op stuk nr. 280 wil ik ook ontraden, maar hij heeft nog een vraag over de vorige.

De voorzitter:
Gaat u verder. We doen de vragen in één keer, als u het goedvindt.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Oké. De motie op stuk nr. 280 verzoekt de regering het aantal nachtvluchten op Schiphol terug te brengen naar 29.000. Zoals gezegd wil ik die ook ontraden. We brengen het nu wel terug naar de 32.000 die als maximum is afgesproken. Er loopt een adviesaanvraag bij de ORS op dit traject over de vraag of het 29.000, 32.000 of iets daartussenin moet zijn. Ik wil die adviesaanvraag van de Omgevingsraad Schiphol afwachten. Tot die tijd zal ik dit ontraden.

De motie-Van Raan c.s. op stuk nr. 281 wil ik ook ontraden. Die verzoekt de regering handhaving te laten plaatsvinden op alle gemaakte afspraken, waaronder het maximale aantal vliegtuigbewegingen. Dat kan ik niet zolang dat nieuwe normen- en handhavingsstelsel nog niet in werking is getreden. We zijn nu bezig met een milieueffectrapportagetraject. Dat moeten we eerst uitlopen.

De voorzitter:
Dank u wel. Er is een vraag van de heer Van Raan. Gaat uw gang.

De heer Van Raan (PvdD):
Ik begrijp dat u ze alle drie ontraadt. Dat is aan de ene kant wel bijzonder, want straks hebben we de situatie dat er vliegtuigen in de lucht vliegen en dat we dan niet weten of we die moeten meetellen, aangezien het een vliegtuig is en het beweegt, of dat we die niet moeten meetellen. Dat is toch wat bijzonder. Maar naast deze constatering heb ik nog een aanvullende vraag over de motie op stuk nr. 279. U ontraadt die motie over General Aviation. Kunt u wel toezeggen dat u inzicht geeft in het aantal vluchten dat in het kader van General Aviation in de nacht plaatsvindt en het aantal dat overdag plaatsvindt, zodat wat duidelijker wordt hoe er gehandhaafd wordt op de geluidsnormen?

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik ga straks ook in de richting van mevrouw Kröger voorstellen om iets schriftelijk te rapporteren. Ik stel voor om dit in een gezamenlijke brief mee te nemen, zodat u daar inzicht in krijgt.

De heer Dijkstra heeft gevraagd wanneer het LVB Schiphol met het nieuwe stelsel naar de Kamer komt. Het streven is dat dat in de tweede helft van dit jaar gaat gebeuren.

De heer Dijkstra heeft ook gevraagd wat die buitengewone meteorologische omstandigheden waren. Dat heeft er iets mee te maken dat er uitzonderlijk veel zuidenwind is geweest, waardoor er ook meer starts en landingen in zuidelijke richting zijn geweest. Maar als u het op prijs stelt om daar nog meer specifieke informatie over te krijgen, dan stel ik voor om er in diezelfde brief nog een passage aan te wijden hoe dat met die zuidenwind precies in elkaar steekt.

Dan kom ik bij de motie van mevrouw Kröger, om het aantal nachtvluchten van 32.000 naar 29.000 terug te brengen. Die motie wil ik ook ontraden, omdat ik eerst het advies van de ORS hierover wil afwachten.

De voorzitter:
U heeft het over de motie op stuk nr. 282?

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ja.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Dan heeft de minister mijn motie wellicht niet heel juist geïnterpreteerd. De vraag is juist om te wachten met het vastleggen van de 32.000, totdat dat advies er is. Ik vraag dus om de 32.000 nu niet vastleggen, maar te wachten tot dat advies van de omgevingsraad er is en dat dan te betrekken bij het besluit.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dat wil ik dus niet doen, want doordat we dit nu vastleggen kunnen we in ieder geval voorkomen dat er meer dan 32.000 vluchten worden gevlogen. In de afgelopen tijd is er een overschrijding geweest, dus we leggen hierin in ieder geval het aantal van 32.000 vast, om te voorkomen dat het meer zou kunnen zijn. We brengen het nu niet nog verder omlaag, omdat daar die adviesaanvraag over loopt. Maar ik vind het wel belangrijk om in ieder geval zeker te stellen dat het niet meer dan 32.000 kunnen zijn, zodat de ILT ook daarop kan handhaven. Die stap zetten we nu dus. Om te kunnen bepalen of er nog een vervolgstap komt of dat het bij 32.000 zal blijven, moeten we afwachten wat er uit de advisering van de ORS komt. Maar ik denk dat u toch ook niet wilt dat het er nog meer dan 32.000 zouden kunnen zijn. Dus dat is de reden. Misschien willen sommigen dat ook wel, maar ....

De voorzitter:
Gaat u verder.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan kom ik op de motie op stuk nr. 283 van mevrouw Kröger, die de regering verzoekt om met voorstellen te komen die ook het klein zakelijk verkeer, General Aviation, aan een maximum aantal vluchten binden. Ik kan daarbij hetzelfde antwoord geven als het antwoord dat ik in de richting van de heer Van Raan heb gegeven. Ook deze motie ga ik ontraden. Dit is niet conform de afspraken die we in het kader van de Alderstafel hebben gemaakt. We hebben natuurlijk wel een afspraak gemaakt over het geluid. En binnen die geluidsnormen tellen al die General Aviationvluchten wel degelijk gewoon mee.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Wederom een vraag over de precieze strekking van de motie. De motie van de heer Van Raan wilde die vluchten binnen de 500.000 laten meetellen. Deze motie vraagt om, als ze buiten die 500.000 vallen, in ieder geval een maximum te stellen, omdat je dan dezelfde lijn volgt als bij dat andere verkeer.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik vind het op dit moment niet opportuun om dat te doen. Binnen de geluidsnormen worden ze gewoon meegeteld, wordt er rekening mee gehouden. Voor General Aviation, waar zoals u weet ook vluchten van traumahelikopters enzovoort onder vallen, vind ik het niet verstandig om daaraan een limiet aan het aantal vliegbewegingen te koppelen.

De heer Van Raan (PvdD):
Heel kort. Ik vind het toch heel verrassend dat de minister zegt: voor General Aviation bestaat het begrip vliegtuigbewegingen niet, want dat doen we met de geluidsnormen, maar voor andere vormen van luchtvaart zijn vliegtuigbewegingen wel van belang. Dan vraag ik me het volgende af. Als de minister dat voor General Aviation niet van belang vindt — daar telt het aantal vliegtuigbewegingen niet — waarom schaft ze het dan ook niet af voor die andere vormen? Want het is echt meten met twee maten. Waarom doet de minister dat?

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
De minister handelt gewoon op basis van de bestaande afspraken. Er zijn afspraken gemaakt rondom het aantal vliegbewegingen specifiek voor handelsverkeer, die niet voor General Aviation gelden, en daar houd ik me aan. Als we in de toekomst tot een ander beleid zouden komen, dan moeten we daarmee verder. Maar op dit moment is de situatie zo dat deze afspraken aan de Alderstafel zijn gemaakt. Ik wacht de adviesaanvragen verder af. Dat is eigenlijk de situatie.

De voorzitter:
Kort afrondend, meneer Van Raan.

De heer Van Raan (PvdD):
Ja, tot slot. Dan stel ik wel vast dat het natuurlijk heel makkelijk is om te zeggen: ik hou me aan de afspraak. We zitten juist in de Tweede Kamer om andere afspraken te maken. En nogmaals, het blijft raar dat je een vliegtuig ziet bewegen en zegt: ja, maar het is geen vliegtuigbeweging. Dat blijft raar.

De voorzitter:
Dat is een constatering. Ik vraag de minister door te gaan naar de volgende motie.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ja. In de richting van de heer Van Raan zeg ik nog: we gaan het hele luchtvaartbeleid uitgebreid met elkaar bespreken in de Luchtvaartnota. Ik kan me zo voorstellen dat u daar t.z.t. dan moties over in gaat dienen.

De motie van mevrouw Kröger c.s. op stuk nr. 284 verzoekt de regering om op korte termijn aan de Kamer te rapporteren hoe de ILT het anticiperend handhaven vormgeeft, hoe ze nou precies toetst enzovoorts. Ik zal het hele dictum verder niet voorlezen. Ik wilde eigenlijk voorstellen om nog eens schriftelijk aan u te rapporteren hoe dat precies in z'n werk gaat, want het is wat lastig om dat hier nu zo te doen. U vraagt mij ook niet om het nu te doen, maar ik wil graag toezeggen dat ik dat schriftelijk aan u zal rapporteren. Daarmee zal de motie wat mij betreft overbodig zijn, want u krijgt de informatie. Dat zeg ik u graag toe.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Ik zou de motie niet overbodig noemen. Ik zou voorstellen dat de minister haar overneemt, want dit heeft ze niet eerder toegezegd.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dat mag.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Ik heb een additioneel onderdeel bij die informatie. In de laatste brief over handhaving wordt gerept van een additioneel onderzoek naar de overschrijding van grenswaarden door de ILT. Dat onderzoek zouden wij ook graag ontvangen.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Volledige transparantie lijkt mij heel belangrijk op dit dossier, dus we zullen zorgen dat dat ook meegenomen wordt.

De voorzitter:
Dan vraag ik van de minister nog even een oordeel over de motie.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Mevrouw Kröger zei: waarom neemt u haar niet over? Dan stel ik voor dat ik haar overneem.

De voorzitter:
De motie-Kröger c.s. (29665, nr. 284) is overgenomen.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan zou ik in dezelfde toezegging aan mevrouw Kröger eigenlijk ook even de vraag die zij heeft gesteld mee willen nemen. Zij vroeg: hoe zit het nou precies met wat er bij het BAS wordt gerapporteerd, met de klachten die mensen melden, en hoe verhoudt zich dat nou tot de ILT? Het zijn in wezen natuurlijk appels en peren, want de ILT kijkt gewoon of er volgens de regels wordt gevlogen, en bij het BAS worden klachten gerapporteerd. Maar ik stel voor om in diezelfde brief nog eens voor u uiteen te zetten hoe dat precies in elkaar zit, want daar vraagt u eigenlijk naar. U vraagt wat de relatie daartussen is; zo heb ik de vraag in ieder geval verstaan.

Dan kom ik bij de heer Paternotte. Hij vraagt naar de bijzondere situatie bij Kronenburg in de gemeente Amstelveen. Daar lag een verzoek voor om een verklaring van geen bezwaar voor uitbreiding van een studentencampus met maar liefst 2.500 eenheden — dat zeg ik er dan toch maar bij. Conform onze eigen wet- en regelgeving zou je daarvan mogen afwijken en zouden daar 25 woningen mogen komen. Nou vind ik het verschil tussen 25 en 2.500 dermate groot dat ik het niet verantwoord heb geacht. Het is overigens niet mijn beslissing; het is de beslissing van de inspecteur-generaal van de ILT. In een bijzonder geval zou ik de discretionaire bevoegdheid hebben om te zeggen: de inspecteur-generaal heeft het niet goed gedaan, dus ik overrule dat. Ik zie in dit verband geen reden om dat besluit van de inspecteur-generaal te overrulen, omdat het verschil tussen 25 en 2.500 wel extreem is. Er is ook een precedent. Er is ooit een aanvraag gedaan voor een British Institute, een school. Daarvoor is ook geen verklaring van geen bezwaar afgegeven. Dat heeft bij de rechter ook standgehouden. Het heeft namelijk ook te maken met het feit dat het gebied nu binnen het LIB4 valt, maar straks ook voor een deel binnen de LIB3-zone valt. Het ligt in het verlengde van de Buitenveldertbaan. Als je daar 2.500 studentenwoningen gaat bouwen, krijg je met een toename van vliegtuigen dus echt een flinke toename van het groepsrisico. Alles bij elkaar zie ik geen reden om de inspecteur-generaal op dat punt te overrulen. Hoezeer ik ook met u de wens deel om woningbouw te faciliteren, dat zal toch echt op een andere plek moeten dan in het verlengde van de Buitenveldertbaan als het om dat soort grote aantallen gaat.

Dat was het, voorzitter.

De heer Paternotte (D66):
Ik heb een aantal vragen aan de minister gesteld. Ik begrijp dat u het verschil tussen 25 en 2.500 groot vindt. Er wonen daar al duizenden studenten en er staan nu kantoren. Wat er wel mag komen, is een hotel waar in de winter alsnog studenten wonen, maar zij moeten er dan na acht maanden een paar maanden uit. Ik vind het aan mensen die zeggen dat daar heel veel gebouwd moet worden — iedereen wil veel bouwen — heel lastig uit te leggen dat er wel een hotel mag komen waar studenten acht maanden mogen verblijven maar dat er geen huisvesting mag komen waar ze twaalf maanden mogen verblijven. Ik begrijp dat u nu verwijst naar de inspecteur-generaal. In de procedurevergadering hebben we ook om een brief gevraagd. Zou u in die brief in kunnen gaan op de door mij gestelde specifieke vragen over het GGD-rapport en de logica van wel het hotel maar niet de huisvesting?

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dat wil ik graag doen. Ik kan nu in ieder geval wel aangeven dat we het met wet- en regelgeving nu eenmaal zo met elkaar hebben afgesproken. Daar staat inderdaad in dat de mogelijkheid van shortstay wel mag. Dat hebben we nu eenmaal zo met elkaar afgesproken. Nogmaals, ik zie geen reden om daarvan af te wijken, maar ik zeg u graag toe om dat nog even specifiek uiteen te zetten in een brief.

De voorzitter:
Kort afrondend, de heer Paternotte.

De heer Paternotte (D66):
Ja, kort afrondend. Ja, er is wet- en regelgeving, maar die wet- en regelgeving maakt het ook mogelijk dat we daarvan afwijken en dat we niet stoppen met nadenken. Dan vind ik het heel onlogisch dat shortstay wel op die plek mag en huisvesting niet. Ik wil dat graag inhoudelijk beargumenteerd zien, dus niet alleen met een verwijzing naar het feit dat er wet- en regelgeving is die dat ooit heeft geregeld, want als we die niet meer goed kunnen beargumenteren, zouden we die juist moeten aanpassen.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Afrondend: dat is precies waar we ook met de gemeenten over hebben afgesproken. U weet ook dat een van de adviezen die we verwachten van de ORS, de Omgevingsraad Schiphol, gaat over wonen/vliegen. We hebben de gemeenten ook aangeraden om daar, in dat gremium, die discussie nog een keer aan te zwengelen, zodat ze in het advies over wonen/vliegen, dat we van de ORS gaan krijgen, dat aspect ook kunnen beoordelen. Want u hebt gelijk: het denken stopt niet, maar op dit moment vind ik dit een onverantwoorde verhoging van het groepsrisico in het kader van externe veiligheid.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de beraadslaging. Ik dank de minister voor de bijdrage en ik dank de Kamerleden.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
De stemming over de ingediende moties zal plaatsvinden op dinsdag 27 maart.

Wegverkeer en verkeersveiligheid

Wegverkeer en verkeersveiligheid

Aan de orde is het VAO Wegverkeer en verkeersveiligheid (AO d.d. 13/03).


Termijn inbreng

De voorzitter:
De minister van Infrastructuur en Waterstaat blijft in ons midden. Ook de minister van Justitie en Veiligheid schuift aan. Hartelijk welkom.

Ik vraag graag even de aandacht van de leden. In verband met de tweede termijn van het algemeen overleg Circulaire economie, die om 11.00 uur start, verzoeken de leden Laçin en Van Brenk om beiden te spreken na het lid Sienot. Ik hoop dat u daar geen bezwaar tegen heeft. De medewerkers blijven hier om de beantwoording af te wachten.

Ik geef als eerste het woord aan de heer Sienot. Hij spreekt namens de fractie van D66.

De heer Sienot (D66):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Tijdens het AO zijn wij nog niet helemaal overtuigd geraakt van het grote waarom achter alle onderzoeken die de minister wil uitvoeren om de vrachtwagenheffing in te voeren. Veel landen kennen al zo'n systeem en de techniek is er ook al. Zou de minister ons daarom nog één keer kunnen toelichten waarom al die onderzoeken echt nodig zijn?

Daarnaast denken we dat we een manier hebben gevonden om als Kamer in samenwerking met de minister het proces te versnellen. Daarom dien ik deze motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering zo spoedig mogelijk een kilometerheffing voor vrachtverkeer wenst in te voeren;

overwegende dat dit bijdraagt aan een eerlijker speelveld tussen binnen- en buitenlands wegverkeer;

overwegende dat de kilometerheffing een goed middel is om het transport in ons land te verduurzamen, omdat de inkomsten in overleg met de sector worden teruggesluisd naar de vervoerssector;

overwegende dat de techniek al beschikbaar is en ons land kan leren van landen die al zo'n kilometerheffing kennen;

constaterende dat de minister voornemens is om het wetsvoorstel pas in 2020 naar de Kamer te sturen;

verzoekt de regering om het conceptwetsvoorstel over de kilometerheffing voor vrachtverkeer voor de zomer van 2019 voor te leggen voor internetconsultatie;

verzoekt de regering tevens er in de planning naar te streven dat in 2020 bij de parlementaire behandeling onomkeerbare stappen kunnen worden gezet;

verzoekt de regering voorts om de Kamer bij het beleidskader te informeren over de planning waarin de onomkeerbare stappen zijn opgenomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Sienot, Von Martels, Van der Graaf, Van Tongeren, Laçin en Wassenberg.

Zij krijgt nr. 589 (29398).

De heer Sienot (D66):
Dank u wel. Dat was mijn bijdrage. We zijn benieuwd naar de antwoorden van de minister.

De voorzitter:
Ik dank u hartelijk. Ik geef graag het woord aan de heer Laçin om namens de fractie van de SP zijn bijdrage te doen. Gaat uw gang.

De heer Laçin (SP):
Dank, voorzitter. Dank ook aan de collega's dat ik voor mijn beurt mag spreken. Ik wil drie moties indienen naar aanleiding van het AO van een kleine tien dagen terug. Ik lees ze gelijk voor.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat verschillende rijscholen in Nederland veel (financiële) eisen stellen aan franchisenemers, waardoor er sprake is van schijnzelfstandigheid in de rijschoolsector;

constaterende dat dit tot gevolg heeft dat betreffende rijinstructeurs enorm veel uren moeten draaien om de franchisekosten te kunnen betalen en daarnaast nog een eerlijke boterham te verdienen;

overwegende dat dit tot onverantwoorde en gevaarlijke situaties kan leiden voor leerlingen, rijinstructeurs en alle andere weggebruikers;

verzoekt de regering om schijnzelfstandigheid binnen de rijschoolsector te onderzoeken met gegevens van de Belastingdienst én rijinstructeurs/rijschoolhouders die ervaring hebben met schijnzelfstandigheid, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Laçin. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 590 (29398).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister van Justitie en Veiligheid hogere straffen gaat opleggen voor gevaarlijk rijgedrag;

constaterende dat uit verschillende onderzoeken blijkt dat hogere straffen niet of nauwelijks leiden tot gedragsverandering;

overwegende dat de SWOV concludeert dat het vergroten van de objectieve en subjectieve pakkans meer effect heeft dan hogere straffen;

van mening dat de politie meer capaciteit en middelen nodig heeft om gevaarlijk rijgedrag vaker waar te nemen en straffen op te leggen;

verzoekt de regering inzichtelijk te maken hoe de objectieve en subjectieve pakkans vergroot kan worden om tot een effectieve aanpak te komen en de Kamer hierover te informeren voor het zomerreces van 2018,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Laçin. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 591 (29398).

De heer Laçin (SP):
Tot slot.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een vriendelijke omgeving zonder onneembare obstakels van groot belang is voor ouderen en mindervaliden;

constaterende dat eenzaamheid onder vooral ouderen en mindervaliden voorkomen kan worden als zij het vertrouwen hebben om naar buiten te gaan;

constaterende dat er te weinig rekening wordt gehouden met ouderen, mindervaliden en andere voetgangers ten opzichte van bijvoorbeeld fietsers en automobilisten bij de ontwikkeling van woongebieden;

overwegende dat lopen een vorm van mobiliteit is die we altijd nodig zullen hebben en goed is voor de gezondheid;

overwegende dat het internationale Charter for Walking wereldwijd al op veel steun kan rekenen;

verzoekt de regering het Charter for Walking tijdens bestuurlijke en andere overleggen onder de aandacht te brengen van provincies en gemeenten zodat deze, in navolging van Eindhoven en Tilburg, het Charter for Walking ook gaan ondertekenen en zich hard gaan maken voor de belangen van voetgangers, wandelaars, waaronder ouderen en mindervaliden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Laçin en Van Brenk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 592 (29398).

De heer Laçin (SP):
Dank u wel.

De voorzitter:
Ik dank u hartelijk. Nu geef ik het woord aan mevrouw Van Brenk namens de fractie van 50PLUS. Gaat uw gang.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dank, voorzitter. Wij hebben twee moties. Beide gaan over de voetgangers, die onvoldoende positie hebben. Wij bedanken mevrouw Van Tongeren, die hier als eerste mee gekomen is.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat voetgangers niet terug te vinden zijn in de beleidsrapporten van het ministerie;

overwegende dat uit het onderzoek van VeiligheidNL blijkt dat er in 2014 60.000 voetgangersongevallen plaatsvonden, waarvan 142 met dodelijke afloop;

overwegende dat eenzijdige ongevallen met voetgangers nergens consequent geregistreerd worden;

verzoekt de minister te bezien op welke wijze eenzijdige voetgangersongevallen zichtbaar gemaakt kunnen worden in de jaarlijkse rapportages van het ministerie en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Brenk en Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 593 (29398).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de omgeving van de woning goed begaanbaar, uitnodigend en veilig moet zijn, zodat ouderen en mensen met een beperking ook daadwerkelijk de deur uit kunnen en durven;

verzoekt de minister in overleg te treden met de betrokken departementen en organisaties teneinde in de Nationale Omgevingsvisie het voetgangersbeleid prominent terug te laten komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Brenk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 594 (29398).

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef nu graag het woord aan de heer Van Aalst, die spreekt namens de fractie van de PVV. Gaat uw gang.

De heer Van Aalst (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties. De eerste motie luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat (binnenvaart)schippers mobiele apparatuur moeten gebruiken om noodzakelijke nautische informatie uit te wisselen of te communiceren met bedieningspersoneel van kunstwerken zoals bruggen en sluizen;

constaterende dat zich geen aantoonbare problemen hebben voorgedaan waaraan het gebruik van mobiele apparatuur in de binnenvaart ten grondslag lag;

verzoekt de regering om te onderzoeken of de scheepvaart uitgezonderd kan worden bij wetgeving om het mobieleapparatuurgebruik achter het stuur/roer te verbieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Aalst. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 595 (29398).

Voordat u verdergaat, is er een vraag van mevrouw Van Tongeren.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):
Ik ben benieuwd of mijn collega ook contact heeft gehad met Rijkswaterstaat. Die zeggen dat er wel degelijk meer schepen aan de grond lopen waarbij ze vermoeden dat de tv of andere afleidende dingen, bijvoorbeeld de telefoon, daarbij betrokken kunnen zijn. De Kamer heeft in meerderheid aan de minister gevraagd om met de sector in overleg te treden om te kijken of we wat kunnen doen aan het aan de grond lopen van schepen. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat uw partij dat niet zou steunen.

De heer Van Aalst (PVV):
We hebben hier volgens mij unaniem een motie aangenomen over whatsappen achter het stuur. Wij hebben geconstateerd dat dit voor de binnenvaartsector eigenlijk alleen maar een belemmering heeft opgeleverd. Juist met de input van deze sector hebben wij vandaag deze motie voorgelegd aan de minister. Wij wachten op haar antwoord.

De voorzitter:
Afrondend, kort, mevrouw Van Tongeren.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):
De breed aangenomen Kamermotie zegt niet dat er een verbod moet komen op appen achter het roer. Er staat in: zou deze minister in overleg willen treden om het aantal ongelukken te verminderen en te kijken naar afleiding? Staat uw partij er nou wel of niet achter dat de minister in overleg gaat met de sector?

De heer Van Aalst (PVV):
Ja, daar staat onze partij volledig achter, alleen constateren we dat dit nu een belemmering is voor de binnenvaart, wat geen bijdrage levert aan de verkeersveiligheid. Vandaar dat wij dit aan de minister voorleggen. We zien uit naar haar beantwoording.

Voorzitter. Ik dien mijn volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in Nederland verschillende rijscholen "turbotheorie" aanbieden, waarbij binnen één dagdeel op een "frauduleuze" manier kandidaten op hun examen worden voorbereid;

constaterende dat deze voorbereiding enkel op het behalen van het theorie-examen is gericht, in plaats van het overbrengen van de verkeersregels;

overwegende dat verkeersveiligheid begint bij het goed opleiden van onze verkeersdeelnemers, en dat een goede rijopleiding daarbij onontbeerlijk is;

verzoekt de regering om deze vorm van opleiden aan te merken als examenfraude, en alles in het werk te stellen om deze te stoppen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Aalst. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 596 (29398).

De heer Van Aalst (PVV):
Dan de laatste motie, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het afdwingen van de betaling van verkeersboetes door buitenlandse kentekenhouders wordt overgelaten aan het land van herkomst;

overwegende dat het inningspercentage van verkeersboetes door buitenlandse kentekenhouders ondermaats is;

verzoekt de regering alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat het inningspercentage voor verkeersboetes door buitenlandse kentekenhouders zo snel mogelijk stijgt, en de Kamer hier periodiek over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Aalst en Remco Dijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 597 (29398).

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Van Tongeren. Zij spreekt namens de fractie van GroenLinks.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb geen moties maar wel een paar vragen. De moties samen met mevrouw Van Brenk en het medeondertekenen van de motie van D66 geven mij al voldoende inbreng aan de motiekant. Mijn vraag gaat over het geloof van de minister in publiekscampagnes. Er wordt nu meer ingezet op een campagne tegen appen achter het stuur, terwijl er al 55 jaar campagnes zijn tegen alcohol drinken en rijden en er nog steeds bij 30% van de zware ongelukken alcohol in het spel is. Ook zijn er in toenemende mate zwaardere straffen bedacht. Die twee dingen werken dus aantoonbaar niet zo goed. Bij appen achter het stuur is er een technische weg om te zorgen dat het gewoon niet kán, in overleg met de autofabrikanten of op een andere wijze. Daar krijg ik dus graag nog een antwoord van de minister op. Ik heb de tweede termijn van het AO gemist, omdat ik toen een VAO Mijnbouw had, dus als de minister het daarin al uitgelegd heeft, mijn excuses daarvoor.

Mijn tweede punt is misschien klein, maar de overheid moet altijd het goede voorbeeld geven. De luchtkwaliteit in Den Haag is niet altijd optimaal. Er zijn afspraken over de dienstauto's op het Plein; die mogen daar niet stationair draaien, ook niet als het koud is. Ze kunnen de parkeergarage in en dan opgepiept worden. Zijn beide ministers bereid om hier ook naar te kijken? Juist met deze zichtbare, grote, chique Mercedessen — of ik weet eigenlijk niet welk merk we hebben — die daar staan te blazen, moeten we het goede voorbeeld geven.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Von Martels. Hij spreekt namens de fractie van het CDA.

De heer Von Martels (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Er zijn drie moties van mijn hand: twee voor de minister van IenW en een voor de minister van JenV.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de verkeersveiligheid op de N36 verbeterd kan worden indien het profiel voor het gehele tracé verbreed wordt;

verzoekt de regering te onderzoeken of ook de resterende delen van de N36 veiliger gemaakt kunnen worden door het profiel te verbreden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Von Martels en Remco Dijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 598 (29398).

De heer Von Martels (CDA):
De volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er een nieuwe brug wordt ontworpen over de Merwede in de A27;

overwegende dat daarbij uitgegaan wordt van dezelfde functionaliteit van de huidige brug;

overwegende dat agrarisch verkeer daardoor geen gebruik van de nieuwe brug kan maken en fors zal moeten omrijden;

verzoekt de regering te onderzoeken of bij de nieuwe Merwedebrug ook het agrarische verkeer ruimte geboden kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Von Martels. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 599 (29398).

De heer Von Martels (CDA):
En ten slotte, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Event Data Recorders (EDR) in auto's feitelijke gegevens bevatten die de toedracht van verkeersongelukken objectief weer kunnen geven;

verzoekt de regering te bezien hoe de EDR ten behoeve van het Openbaar Ministerie zo optimaal mogelijk gebruikt kan worden bij zware verkeersongevallen;

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Von Martels. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 600 (29398).

Ik dank u zeer. Er is nog een vraag van de heer Dijkstra aan de heer Von Martels.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
De laatste motie van u klinkt sympathiek, maar volgens mij gebeurt dit al. Daar bent u toch van op de hoogte? Bij zware ongelukken wordt dit inderdaad uitgelezen. Of is dat nog niet het geval?

De heer Von Martels (CDA):
Nee, het is nog niet het geval dat hier in alle politieregio's gebruik van wordt gemaakt. Daar is slechts sprake van in zeven van de elf politieregio's in de omgeving van Rotterdam. Wij zouden graag zien dat dit overal standaard gaat gebeuren.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Dijkstra. Hij spreekt namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang, meneer Dijkstra.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Voorzitter. Een motie en een opmerking.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de bromfiets, de snorfiets en daarmee ook de scooter prima vervoersmiddelen zijn, vooral in de binnenstad;

overwegende dat sommige vooral jeugdige lieden helaas op een zeer asociale manier kunnen rijden en deze scooterterreur overlast, gevaar en hinder veroorzaakt waar de overheid tot nu toe weinig aan kan doen;

overwegende dat deze asociale lieden willens en wetens de straten en steden onveilig maken en bovendien geen boodschap lijken te hebben aan normaal gedrag of respect voor handhavers;

verzoekt de regering te onderzoeken of de strafmaat voor deze specifieke asociale rijders verhoogd kan worden, bijvoorbeeld wanneer iemand voor de tweede keer in de fout gaat met een opgevoerde brommer en/of asociaal gedrag, het vervoersmiddel definitief in beslag kan worden genomen en/of de verjaringstermijn voor dit delict kan komen te vervallen of uitgebreid, zodat asociale scooterrijders niet langer onze binnensteden onveilig maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Remco Dijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 601 (29398).

Er is een vraag van mevrouw Van Tongeren.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):
Jarenlang heeft de VVD juist de vraag van de grote steden om scooters naar de rijbaan te verplaatsen geblokkeerd. Dus waarom komt de VVD nu met een motie die sympathiek lijkt, maar die erop neerkomt dat steden beter moeten handhaven? De retoriek van de VVD was steeds dezelfde. Dat werkt dus niet, want er wordt als een gek gehandhaafd, maar die terreur is er nog steeds. Waarom sluit de VVD zich nou niet aan bij de common sense en ook bij de vraag uit de grote steden om die scooters op de rijbaan te plaatsen?

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Daar hebben wij het bij een vorig AO Wegverkeer over gehad. Dat is allang geregeld. Die mogelijkheid is er voor gemeentes. Hier gaat het echt om overlast, willens en wetens. Daar moet je voldoende tools voor hebben. Als een scooterrijder je van de sokken rijdt of als iemand gepakt wordt omdat hij fors te hard rijdt, een bon krijgt en vervolgens zijn scooter terugkrijgt en ook een tweede keer nog zijn scooter terugkrijgt, zeggen wij: ho, nu is het klaar; nu ben je gewoon af en ben je helaas je brommer of scooter kwijt.

De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Van Tongeren.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):
Het heeft gruwelijk lang geduurd totdat steden enigszins de mogelijkheid kregen om dit te doen. Dit hadden we veel eerder kunnen regelen en dan was die scooterterreur al afgenomen. Het tweede punt is dat je dan weer op de pakkans gaat zitten. Heeft de VVD er enige onderbouwing voor dat hogere straffen ook maar enig effect hebben op deze doelgroep?

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Zeker als je jong bent, voel je de pijn in je portemonnee. Als je je vervoermiddel kwijt bent, ben je niet meer zo stoer. Dat doet pijn. Het moet ook pijn doen, want als je de boel terroriseert, moet je worden aangepakt.

De voorzitter:
Dank u wel. U had nog een vraag.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ik had nog een motie over drugsgebruik in het verkeer, maar we hebben, tot mijn vreugde, een heel goed algemeen overleg gehad met de minister. Gisteren hebben we een mooie brief van hem ontvangen. Het kan niet zo zijn dat we vanwege capaciteitsproblemen de drugstesten tijdelijk stilleggen. Dat kan gewoon niet zo zijn. Eerst zou dat pas in mei of iets later plaatsvinden. Nu heeft de minister in de brief al gezegd dat de drugstesten in het verkeer per 30 maart echt weer zullen worden gebruikt en dat de pakkans dus ook weer hoger wordt. Ik vind dat een goede zaak. Dat betekent dat ik deze motie niet hoef in te dienen en dat ik een compliment geef aan deze minister, die ook kiest voor "doen". We hebben goed overleg gehad. Er is naar geluisterd. Ik hoop dat we het vaker op deze manier kunnen doen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we daarmee gekomen aan het einde van de inbreng van de zijde van de Kamer. De bewindspersonen hebben aangegeven dat ze behoefte hebben aan een schorsing van tien minuten.

De vergadering wordt van 11.09 uur tot 11.20 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik geef graag als eerste het woord aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat voor de beantwoording van de gestelde vragen en om een oordeel te geven over de verschillende moties. Gaat uw gang.


Termijn antwoord

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dank u wel, voorzitter. Ik begin gelijk met de heer Sienot, die vragen heeft gesteld over de vrachtwagenheffing. Voordat ik op zijn motie inga, zal ik eerst de door hem gestelde vragen daarover beantwoorden. Eigenlijk vroeg hij waarom er zo veel onderzoek nodig is voor de vrachtwagenheffing. Het begint ermee dat we de effecten natuurlijk goed in beeld moeten hebben. Je moet een degelijk impactassessment kunnen doen om je wetsvoorstel goed te kunnen onderbouwen, niet alleen naar uw Kamer maar ook naar de Raad van State. Het is natuurlijk belangrijk om daar een goede basis voor te hebben.

Wat heb je daar dan zoal voor nodig? We moeten de verkeerseffecten weten. Wat doet het? Meer of minder verkeer? Wat gaat het doen voor sluipverkeer? Je zult namelijk moeten bepalen waar je het wel en niet gaat doen. Het is van belang om te weten wat het doet voor de concurrentiepositie van de Nederlandse transportsector. Natuurlijk kijken we naar de internationale ervaringen met vergelijkbare systemen, om zo te proberen om kinderziektes van andere landen te vermijden. Daar zijn we al voortvarend mee aan de slag. Overigens zijn we ook al met al deze onderzoeken bezig. We moeten natuurlijk de businesscase goed in beeld hebben. Wat zijn de kosten? Wat zijn de opbrengsten? Denk ook aan het juridisch kader. De wet- en regelgeving moet goed in elkaar zitten. We moeten ook verkennen hoe de uitvoeringsorganisatie in elkaar zit en hoe we een en ander gaan handhaven. Denk ook aan een systeemarchitectuur. Kortom, er zitten heel veel aspecten aan die we allemaal goed in beeld moeten brengen. De heer Sienot noemde het voorbeeld van kastjes die elders al goed functioneren, maar daarbij hebben we te maken met aanbestedingsregels. We kunnen niet zomaar zeggen: dat kastje werkt goed, dus dat nemen wij ook.

Dan kom ik nu op uw motie op stuk nr. 589. In het regeerakkoord hebben we afgesproken om zo snel mogelijk tot invoering van die vrachtwagenheffing over te gaan. Daar ben ik dus ook direct mee begonnen, zeg ik in de richting van de heer Sienot. Ik heb aangegeven dat ik verwacht dat daar vijf jaar voor nodig is. In de planning hebben we eigenlijk al alle mogelijkheden aangegrepen om die processen zo snel mogelijk te doen. We gaan heel snel starten met het schrijven van de wetgeving. Om de doorlooptijd van de totale invoering van de heffing zo kort mogelijk te houden, is het ook belangrijk om de afstemming van de uitgangspunten voor de wetgeving en de onderbouwing van de wet goed te doorlopen. Zo kunnen we meteen aan het begin de goeie keuzes maken, bijvoorbeeld over op welke wegen we het gaan doen, over de tarieven, over de uitgangspunten voor de techniek van het systeem, over inning en handhaving en over hoe we het precies gaan doen met de terugsluis, want u weet dat een deel gaat naar de verlaging van de motorrijtuigenbelasting en naar innovatie voor de sector. Dat moet allemaal onderbouwd worden. Ik verwacht dat ik die uitgangspunten al aan het einde van dit jaar aan uw Kamer kan aanbieden.

In de planning hebben we ook al rekening gehouden met de verplichte toetsen en adviezen die nodig zijn voordat wetgeving naar de Raad van State kan. Maar ik begrijp uw wens om maximale druk op dit proces te houden. Daar wil ik graag in meegaan, om het zo snel mogelijk te kunnen doen. Uw motie verzoekt mij om de internetconsultatie al in 2019 te houden en in 2020 de definitieve wetgeving aan de Kamer aan te bieden. Laat ik het zo formuleren dat ik de motie zie als een aansporing om vooral door te gaan met wat we aan het doen zijn. Ik kan hier dus oordeel Kamer op geven, maar geef er wel bij aan dat we het zo snel mogelijk gaan doen. Ik hoop dat u wat meer inzicht hebt gekregen doordat ik wat meer achtergronden heb gegeven en alle onderzoeken heb opgenoemd. Ik stel ook voor dat ik u regelmatig rapporteer over de voortgang, zodat u kunt zien dat er met man en macht aan gewerkt wordt.

Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 590 van de heer Laçin over schijnzelfstandigheid. Ik heb tijdens het algemeen overleg al aangegeven dat het een verantwoordelijkheid van de Belastingdienst en de Inspectie SZW is. We hebben na afloop van het algemeen overleg contact gehad met de Inspectie SZW. Zij hebben ons nogmaals verzekerd dat zij geen aanwijzingen hebben van constructies van schijnzelfstandigheid. Zij hebben ook verzocht om het bij hen te melden als de SP daar toch signalen van heeft. Aangezien die signalen er nu niet zijn, ontraad ik deze motie.

Ik kom bij de motie op stuk nr. 592 van de heer Laçin. Die gaat over het Charter for Walking. Op het ministerie vinden wij lopen — of, zoals mevrouw Van Brenk elke keer zegt: de benenwagen — ook belangrijk. Ik vind het dus een prima voorstel. Wij zullen het graag onder de aandacht brengen van VNG en, met name, IPO. Ik kan hier dus oordeel Kamer op geven.

De motie op stuk nr. 593 van mevrouw Van Brenk gaat over de ongevallenregistratie bij voetgangers. Ik heb tijdens het algemeen overleg al aangegeven dat dit buitengewoon gecompliceerd is als een ongeval niet met het verkeer, dus met een voertuig, te maken heeft. Als iemand struikelt over een boodschappenkarretje of een stoeptegel, is dat lastig te registreren. Ik ben bereid om dit onderwerp nog eens aan te kaarten en te bespreken met de collega's van BZK en met de VNG, om te bekijken wat we kunnen doen, maar het gaat me te ver om deze motie over te nemen. Ik ontraad de motie dus. Ik zeg u wel toe om er in de contacten met de collega's naar te kijken.

De voorzitter:
Mevrouw Van Tongeren, een korte vraag alstublieft.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):
Wat de minister zegt te gaan doen, staat om en nabij in het dictum. Dat vraagt de minister te bezien op welke wijze dit eventueel zou kunnen. De minister zegt: ik wil in overleg met de VNG en collega's kijken of dit meerwaarde biedt.

De voorzitter:
Uw vraag.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):
Het punt dat wij probeerden te maken, is dat deze mensen wel degelijk aan het verkeer deelnemen, alleen niet met wielen.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Het essentiële verschil voor mij zit er toch in dat ik niet op de stoel van die gemeentes en provincies ga zitten, want zij zijn verantwoordelijk voor die registratie. Dus ik wil graag het gesprek met hen aangaan, maar ik wil ook wel de verantwoordelijkheid daar laten. Dus als u daar zo tevreden mee zou kunnen zijn, dan wordt er in ieder geval verder over gesproken.

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 594, die eigenlijk een beetje ziet op hetzelfde onderwerp, de positie van de voetganger en dan in de Nationale Omgevingsvisie. Daarvan heb ik ook al eerder aangegeven dat ik het ook belangrijk vind dat in die NOVI ook voor de voetganger aandacht is. Ik zal graag met BZK samen bezien hoe in de NOVI de voetganger een goede plek kan krijgen. Ik kan hierover het oordeel aan de Kamer laten.

Dan kom ik bij de motie van de heer Van Aalst over de afleiding door apparatuur in de binnenvaart. We zagen net al even in het interruptiedebatje met mevrouw Van Tongeren dat dit eigenlijk een beetje de andere kant van de medaille is, zoals mevrouw Van Tongeren formuleerde. Zij vraag wat wij nou kunnen doen om die afleiding tegen te gaan, terwijl de heer Van Aalst eigenlijk zegt dat ze toch ook bepaalde apparatuur nodig hebben en dat we moeten zorgen dat we dat niet onmogelijk maken. Als ik het zo mag zien dat we inderdaad met de sector in overleg gaan hoe we onnodige afleiding kunnen voorkomen — want we willen allemaal niet dat schepen vastlopen — en hoe we aan de andere kant het werk dat gewoon moet gebeuren ook niet onmogelijk maken, dan kan ik deze motie overnemen, want dan is dat ondersteuning van beleid.

De voorzitter:
Ik zie mevrouw Van Tongeren, maar het is niet uw motie, dus een heel korte vraag.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):
Ik ben verrast, want hier wordt gevraagd om de scheepvaart uit te zonderen bij wetgeving. Dat is iets heel anders dan overleggen met de sector.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Er wordt gevraagd om het te onderzoeken. In die zin denk ik dat dat op bepaalde onderdelen is. Ze moeten natuurlijk wel gewoon hun apparatuur kunnen gebruiken. Ik denk dat ik hier twee werelden bij elkaar kan brengen, mevrouw Van Tongeren, zoals ik het net heb geformuleerd. We willen niet dat er onveilige situaties ontstaan. Aan de andere kant moeten we ook zorgen dat de radarapparatuur en alle andere apparatuur aan boord van een schip wel gewoon gebruikt kan blijven worden. Dus volgens mij hoeft dat elkaar niet te bijten en zou ik deze motie kunnen overnemen.

De voorzitter:
Dan kijk ik rond. De minister heeft aangegeven de motie te kunnen overnemen. Is daar bezwaar tegen? Als dat niet het geval is, dan zullen we haar op die manier doorgeleiden. Dank u wel.

De motie-Van Aalst (29398, nr. 595) is overgenomen.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan kom ik bij de tweede motie van de heer Van Aalst om het CBR de opdracht te geven het theorie-examen anders in te richten.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 596.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ja, dat klopt. Daarvan heb ik tijdens het algemeen overleg ook al aangegeven dat het CBR dat al jaarlijks door onafhankelijke deskundigen laat onderzoeken en dat ook het laatste onderzoek in december heeft aangegeven dat het examen goed in elkaar zit en fraudeproof is. Ik wil deze motie daarom ontraden. Ik zou eigenlijk de heer Van Aalst het advies willen geven om gewoon eens bij het CBR op bezoek te gaan, desnoods met, zoals u zegt, een turbovoorbereiding op zak, en eens te kijken of hij denkt dat met dat examen te frauderen valt. Want ik denk echt dat dat niet het geval is. Dus ik wil hem graag uitnodigen om bij het CBR op werkbezoek te gaan.

De voorzitter:
Dat is bijna uitlokking. De heer Van Aalst.

De heer Van Aalst (PVV):
Laat dat nou net ook inderdaad mijn plan zijn. Ik heb afgelopen week al gesproken met de rijschoolbranche en geconstateerd dat dit wel degelijk een probleem is. Maar ik ga zeker graag op werkbezoek bij het CBR en ik ga ook met de rijschoolbranche verder in gesprek. Ik zal deze motie aanhouden.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Aalst stel ik voor zijn motie (29398, nr. 596) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 598.

Ik zie overigens ook nog dat mevrouw Van Tongeren vragen had gesteld. Die zal ik tussendoor dan maar even beantwoorden. Eén vraag was waar ik nou toch eigenlijk het geloof in een beïnvloedingscampagne naast de bob vandaan haal en wat ik vind van alternatieven. Ik richt me niet alleen op zo'n campagne. Ik denk dat we het toch met elkaar eens zijn als je het hebt over alcohol — natuurlijk hebben we nog een probleem — dat de bob-campagne echt wel succesvol is geweest en ook echt een steentje heeft kunnen bijdragen. Dus dat wil ik ook graag ten aanzien van afleiding door appen of anderszins voor elkaar krijgen. Maar het is zeker niet het enige. Het is echt een drieslag. Wat kunnen we aan de voorkant met gedragsbeïnvloeding doen? Wat kunnen we doen met techniek, waarvan u ook een warm pleitbezorger bent? Het derde sluitstuk is wet- en regelgeving. Wat is er dan nog nodig? Wat moeten we eventueel in een wettelijk verbod vastleggen? Het is dus alle drie: een en-en-enverhaal.

Mevrouw Van Tongeren heeft ook nog opmerkingen gemaakt over het stationair draaien van limousines van bewindspersonen op het Plein. Daarvan kan ik zeggen dat wij gelukkig hybride rijden. Zeker hier in de stad is het probleem eerder dat niemand onze auto hoort aankomen dan dat wij geluid maken. Dat is weer een andere uitdaging. Ik stel voor dat ik dit bij de collega's die nog niet hybride rijden, nog eens onder de aandacht breng zodat zij zich bewust zijn van de voorbeeldfunctie die zij hebben. Ik zal dit dus bij de collega's onder de aandacht brengen.

Dan kom ik nu wel op de motie op stuk nr. 598 van de heer Von Martels over de N36. De heer Von Martels vraagt om te onderzoeken of het mogelijk en kosteneffectief is om in toekomstig groot onderhoud op overige delen van de N36 eveneens een beperkte verbreding te realiseren. Daarvan kan ik zeggen dat ik het zal meewegen in een bredere afweging. We zullen dan natuurlijk specifiek naar de trajecten kijken waar het nu nog niet zo is. Overige maatregelen, zoals bermbeveiliging en het verbeteren van aansluitingen, zullen we op hun merites meewegen. Ik kan deze motie dus "oordeel Kamer" geven, voorzitter.

Dan de motie op stuk nr. 599 van de heer Von Martels over het agrarisch verkeer op de Merwedebrug. De regering wordt verzocht te onderzoeken of bij de nieuwe Merwedebrug ook het agrarisch verkeer ruimte kan worden geboden. Daar moet ik de heer Von Martels helaas teleurstellen. Bij de vervanging van de Merwedebrug in het project A27 Houten-Hooipolder is geen voorziening voor agrarisch verkeer voorzien. In het hele traject is daar uitgebreid over gediscussieerd. Vijf gedupeerden, agrariërs die in de directe omgeving wonen, zijn hier destijds financieel voor gecompenseerd. De destijds te compenseren schade werd becijferd op €100.000. Daar is een procedure voor geweest tot aan de Raad van State. Als we het agrarisch verkeer nu toch weer zouden willen terugbrengen, hebben we het over kosten die in de orde van grootte van enkele tientallen miljoenen euro's liggen. Nogmaals, er is een heel zorgvuldig traject geweest. Ik begrijp de teleurstelling van de heer Von Martels, maar ik moet deze motie toch ontraden, omdat dit het hele proces overhoop zou gooien, weer nieuwe vertraging zou opleveren en heel veel geld kost.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de minister van Justitie en Veiligheid voor de resterende vragen en de resterende moties. Ga uw gang.

Minister Grapperhaus:
Mevrouw de voorzitter, dank u wel. Ik dank de leden voor de inbreng. Ik heb nog enkele moties door te nemen, waaronder allereerst de motie van het lid Laçin van de SP over de pakkans. In mei 2017 hebben mijn collega van I en W en ik een plan naar de Kamer gestuurd waarin uitgebreid op de pakkans en het verhogen ervan wordt ingegaan. Daarnaast heb ik naar aanleiding van de motie van de heer Dijkstra de Kamer toegezegd haar voor 1 juni dit jaar te informeren over het aantal staandehoudingen, een toezegging die ik overigens nog eens herhaald heb in het kader van dit AO. Ik heb daarmee reeds voldoende uitvoering gegeven aan de strekking van de motie, dus ik ontraad haar.

De heer Van Aalst heeft gevraagd alles in het werk te stellen in het kader van het inningspercentage verkeersboetes buitenlandse kentekenhouders. Ik ben het met de heer Van Aalst eens — dat hebben hij en ik ook eerder gewisseld — dat die inningspercentages van verkeersboetes bij buitenlandse kentekenhouders zo hoog mogelijk moeten zijn. Ik stel daarom op dit moment alles in het werk om boetes van buitenlandse kentekenhouders zo veel mogelijk te innen. De inning van boetes voor in Nederland gepleegde overtredingen moeten niet stoppen bij de landsgrenzen. Bij de uitvoering van verkeersboetes is internationale samenwerking daarom van belang. Ik heb in dit kader al toegezegd de inning van in Nederland opgelegde boetes bij andere landen onder de aandacht te zullen blijven brengen. Daarnaast is er in het voorjaar een expertmeeting cross border enforcement, waar het belang van inning na overdracht nog eens opnieuw onder de aandacht zal worden gebracht.

Verder heb ik in een brief van 7 februari toegezegd uw Kamer periodiek te zullen blijven informeren over de inningspercentages bij verkeersovertredingen van buitenlandse kentekenhouders. Omdat het andere land de inning doet, zult u een verbetering van de inning van onze verkeersboetes in andere landen niet terugzien in onze inningspercentages.

Als ik met het voorgaande invulling geef aan de motie, dan zie ik de motie als een ondersteuning van beleid en laat ik het oordeel aan uw Kamer. Als de heer Van Aalst verdergaande acties verwacht, dan moet ik de motie helaas ontraden, omdat ik geen verdere mogelijkheden zie.

De voorzitter:
Het gaat om de motie op stuk nr. 597. Ik geef de heer Van Aalst het woord.

De heer Van Aalst (PVV):
Als ik de minister goed begrijp, dan gaat hij nog eens extra zijn best doen om het percentage, met name in Frankrijk, omhoog te krijgen. In dat geval vinden we elkaar.

De voorzitter:
Ik kijk even naar de minister. Daarmee wordt de motie dus aan het oordeel van de Kamer overgelaten.

Minister Grapperhaus:
Ik blijf mijn best doen.

Dan de motie op stuk nr. 600 van Kamerlid Von Martels over de EDR. Laat ik maar meteen de ontknoping onthullen: ik laat het oordeel aan uw Kamer. De EDR is belangrijk in de analyses van zware ongevallen. Ik heb inmiddels begrepen dat alle verkeersongevallenanalyseteams de beschikking hebben over de apparatuur en experts die die EDR kunnen uitlezen. Maar niet elke auto heeft een EDR en daarnaast is niet elke EDR uit te lezen, omdat die digitale informatie soms door de fabrikanten versleuteld is. Daar hebben we het in het AO ook over gehad. Om meer gebruik te maken van EDR zijn vooral Europese afspraken nodig voor een verplichting van een EDR. Er komt EU-regelgeving hierover aan. Als de motie wordt aangenomen, verwacht ik dat de uitwerking vooral zal liggen in de inzet op Europese afspraken. Ik laat het oordeel aan de Kamer, zoals gezegd.

De voorzitter:
Ik zie een vraag van de heer Sienot. Het is niet uw motie, dus ik verzoek u om een korte vraag te stellen.

De heer Sienot (D66):
Een heel korte vraag ter toelichting. Zou de minister misschien ook iets kunnen vertellen over hoe dit systeem zich verhoudt tot de privacy van mensen?

Minister Grapperhaus:
Ik denk dat we daar op dit moment juist in het Europese kader ook naar aan het kijken zijn. U heeft een punt: daar zouden gevoeligheden kunnen gaan spelen.

De heer Dijkstra heeft een motie ingediend op stuk nr. 601 over de brommer en asociaal gedrag. Tijdens het AO heb ik al aangegeven dat de beslissing tot het in beslag nemen primair bij het OM ligt, zowel de termijn als het aantal overtredingen. De beslissing over het verbeurd verklaren ligt bij de rechter. Het is echt de verwachting dat rechters niet zullen overgaan tot het eerder verbeurd verklaren omdat dat als disproportioneel gezien zal worden. Ik heb dit in het AO uitvoeriger uiteengezet en ik zal de Kamer nu een herhaling besparen. In de afgelopen jaren zijn echt al veel maatregelen genomen. De meetmarge bij het controleren is aangescherpt met 4 km/u. De boetes zijn per 1 januari gelijkgetrokken met boetes voor te hard rijden. Dat betekende een stijging van 25%. Ik ben niet voornemens om dat nog verder te verhogen, dus ik moet de motie ontraden.

Tot zover de moties die ik mocht behandelen.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de beraadslaging.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
De stemmingen over de ingediende moties vinden aanstaande dinsdag plaats. Ik dank beide bewindspersonen voor hun inbreng en ik wil direct door naar het volgende verslag van een algemeen overleg.

Georganiseerde criminaliteit/ondermijning

Georganiseerde criminaliteit/ondermijning

Aan de orde is het VAO Georganiseerde criminaliteit/ondermijning (AO d.d. 21/02).


Termijn inbreng

De voorzitter:
Ik verzoek de leden om plaats te nemen en kijk nu ook in de richting van het bewindspersonenvak. Ik heet wederom minister Grapperhaus van harte welkom, en ook minister Dekker. Beide bewindspersonen komen van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Ik zie dat de woordvoerders inmiddels plaats hebben genomen. Aan de orde is het verslag algemeen overleg georganiseerde criminaliteit/ondermijning. Ik geef graag als eerste het woord aan mevrouw Kuiken. Mevrouw Kuiken spreekt namens de fractie van de Partij van de Arbeid. Het woord is aan u.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Voorzitter. Ik heb weinig tijd. Ik heb een drietal moties die met name als doel hebben om de informatievoorziening tussen de verschillende partijen te verbeteren.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat hypotheekfraude voorkomen kan worden als hypothecaire financiers de bij hypotheekaanvragen verstrekte inkomens- en werkgeversgegevens beter kunnen verifiëren;

van mening dat de gegevens die de Belastingdienst over de inkomenssituatie van burgers en de financiële positie van ondernemingen heeft voor deze financiers bij die verificatie van belang kunnen zijn;

verzoekt de regering te bezien of en op welke manier de Belastingdienst ter voorkoming van fraude informatie met hypothecaire financiers kan gaan delen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kuiken. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 182 (29911).

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het delen van informatie binnen de RIEC's bij de bestrijding van ondermijnende criminaliteit helpt;

overwegende dat de FIOD niet alle informatie waar hij over beschikt in het kader van het RIEC mag delen;

van mening dat onder andere informatie uit de infobox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen (iCOV) van dienst kan zijn voor de bestrijding van ondermijnende criminaliteit;

verzoekt de regering te bezien of de informatiedeling door de FIOD aan het RIEC kan worden verruimd en op welke wijze dat kan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kuiken. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 183 (29911).

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Voorzitter. Dan de laatste. Die betreft de Bibob.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat gemeenten ten behoeve van de aanpak en het voorkomen van georganiseerde en ondermijnende criminaliteit gebruikmaken van de Wet Bibob;

van mening dat als een aanvrager vanwege ernstig dreigend gevaar in de ene gemeente geen vergunning krijgt, hij een gelijkwaardige vergunning ook niet in andere gemeenten zou moeten kunnen krijgen;

van mening dat het onwenselijk is dat iedere gemeente voor elke aanvraag eerst eigen onderzoek moet doen;

verzoekt de regering te bezien hoe informatie uit het Bibob-onderzoek waarbij sprake is van ernstig gevaar voor de samenleving tussen de gemeenten gedeeld kunnen gaan worden, analoog aan de prostitutievergunning,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kuiken. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 184 (29911).

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Voorzitter. Ik had weinig tijd voor een toelichting, maar mijn moties dienen dus om ervoor te zorgen dat we extra capaciteit kunnen voorkomen en informatie beter gedeeld kan worden, met name om zware, ondermijnende criminaliteit tegen te gaan.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef nu graag het woord aan de heer Van Nispen. Hij spreekt namens de fractie van de SP.

De heer Van Nispen (SP):
Voorzitter. Georganiseerde criminaliteit is een bedreiging voor onze samenleving en moet daarom heel stevig en daadkrachtig worden aangepakt. De trieste conclusie is dat er de laatste jaren veel te weinig is geïnvesteerd in onze opsporing. De politie komt nauwelijks toe aan het opsporen van drugsbazen, er is zware onderbezetting bij de recherche, zaken blijven op de planken liggen en moord- en doodslagonderzoeken zijn zelfs stilgelegd. Ik heb in het debat geen duidelijk antwoord gekregen, vind ik, op mijn vraag aan de minister wat dit voorstel nu eigenlijk zegt over de staat van de opsporing. Ziet de minister ook dat de voorgestelde investeringen onvoldoende zijn om de situatie te verbeteren, wat hard nodig is?

Dan een ander punt: misdaad mag niet lonen. Je moet criminelen raken waar het pijn doet: in hun portemonnee. Dat zegt de SP al heel lang, dat zegt de hele Kamer al heel erg lang en dat zegt de minister al heel erg lang. Maar wat is nou de praktijk: veel te vaak nog wordt misdaadgeld niet afgepakt. Ik dien daarom de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het afpakken van crimineel verkregen vermogen het uitgangspunt moet zijn in iedere strafzaak waarmee geld is verdiend;

constaterende dat het hoofd van het functioneel parket heeft aangegeven dat het Openbaar Ministerie in de praktijk nog niet zover is dat van elke strafzaak waarin criminelen geld hebben verdiend een afpakzaak kan worden gemaakt;

verzoekt de regering te doen wat nodig is om van elke strafzaak waarmee geld is verdiend, een afpakzaak te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Nispen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 185 (29911).

De heer Van Nispen (SP):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Groothuizen voor zijn inbreng namens D66. Gaat uw gang.

De heer Groothuizen (D66):
Voorzitter. Ik denk dat er brede overeenstemming in de Kamer is dat het afpakken van crimineel vermogen een heel goede manier is om georganiseerde criminaliteit te bestrijden, maar helaas gaat het in de praktijk vaak wel tergend langzaam. Daarom heb ik twee moties over dit thema. De eerste motie luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het ontnemen van crimineel verkregen vermogen een belangrijk onderdeel is van de aanpak van georganiseerde criminaliteit;

overwegende dat het afronden van ontnemingsprocedures erg lang duurt, mede door de meestal niet gelijktijdige behandeling met de hoofdzaak;

overwegende dat de regering dit probleem onderkent, maar pas wil adresseren bij de herziening van het Wetboek van Strafvordering, waardoor kostbare tijd verloren gaat;

roept de regering op zo spoedig mogelijk werk te maken van dit probleem en hiertoe separate wetgeving voor te bereiden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Groothuizen en Arno Rutte. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 186 (29911).

De heer Groothuizen (D66):
De tweede motie over dit thema.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het afpakken van crimineel verkregen vermogen een belangrijk onderdeel is van de aanpak van georganiseerde criminaliteit;

constaterende dat de behandeling van een ontnemingsvordering ter terechtzitting kan worden voorafgegaan door een schriftelijke voorbereiding, waarbij OM en verdediging door het nemen van conclusies hun visie geven op een ontnemingsvordering;

overwegende dat deze schriftelijke voorbereiding aanleiding geeft tot veel vertraging en er geen duidelijke wettelijke termijnen zijn;

roept de regering op zo spoedig mogelijk te onderzoeken hoe dit probleem kan worden opgelost en zo nodig daartoe wetgeving met betrekking tot de termijnstelling voor te bereiden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Groothuizen en Arno Rutte. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 187 (29911).

De heer Groothuizen (D66):
Voorzitter. De minister heeft tijdens het AO mooie, warme woorden gesproken over het actieplan van D66 om criminaliteit tegen migranten en vluchtelingen te bestrijden. Daar ben ik hem dankbaar voor. Hij heeft ook aangegeven dat de staatssecretaris voor Migratie met een reactie gaat komen. Ik hoor graag van de minister wanneer ik die reactie tegemoet kan zien. Ik heb over dit punt nog een motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat misdrijven tegen migranten en vluchtelingen vaak onbestraft blijven;

constaterende dat in het regeerakkoord is afgesproken dat de leiders van de organisaties die zich met migratiecriminaliteit bezighouden moeten worden aangepakt;

overwegende dat Nederland in 2018 lid is van de VN-Veiligheidsraad;

verzoekt de regering zo spoedig mogelijk in de VN-Veiligheidsraad met een voorstel tot een mechanisme ter vervolging en berechting van de leiders van deze bendes te komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Groothuizen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 188 (29911).

De heer Groothuizen (D66):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van Toorenburg namens de fractie van het CDA. Gaat uw gang.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Dank, voorzitter. We hebben een goed overleg gehad waarin we weer belangrijke stappen hebben besproken in de aanpak van de ondermijning en de georganiseerde criminaliteit. Ik heb dan ook geaarzeld of ik met allerlei moties zou komen. Eigenlijk is dat helemaal niet nodig, omdat het regeerakkoord duidelijk is en dit kabinet daarmee stap voor stap aan het werk is gegaan. Dat geldt bijvoorbeeld voor moties over het delen van informatie. Dat is de opdracht aan dit kabinet, dus op zich heb ik daar eigenlijk geen moties voor nodig. Daarom ben ik er een beetje voorzichtig mee.

Ik ben wel blij met de toezegging dat er in het strategisch overleg extra aandacht komt voor die vakantieparken. Ik heb na het overleg gemerkt dat daar heel veel behoefte aan is. Er gebeurde veel. Veel media richtten zich tot mij en men vroeg: het moet op de agenda blijven, we zien dit namelijk op alle punten terugkomen.

Wat mij wel zorgen baart ... We hebben gisteren de verkiezingen gehad. Heel veel lokale geweldige mensen hebben nu weer een zetel gewonnen. We gaan nu coalitievormingen krijgen. Ik wil graag van dit kabinet horen hoe we ervoor zorgen dat de nieuwelingen, de nieuwe krachten in onze lokale gemeenschappen opgewassen zullen zijn tegen alle ondermijning die nu aan de orde is. Hoe gaan we dat doen? Gaat het Openbaar Ministerie, dat net met een prachtige actie is begonnen, extra informatie geven over hoe we dat het hoofd kunnen bieden?

Eén punt is een beetje nieuw en daarom wil ik dat wel vandaag in een motie gieten. Daar heb ik nog precies 30 seconden voor, dus dat ga ik snel doen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in de afgelopen jaren sprake is geweest van een toename van liquidaties met vuurwapens;

overwegende dat het hierbij vaak gaat om zeer gewelddadige afrekeningen in de publieke ruimte die tot een sterk gevoel van onveiligheid leiden;

overwegende dat het illegaal bezit van een automatisch wapen nooit te rechtvaardigen is en geen ander doel dient dan gebruik voor het plegen van geweld;

verzoekt de regering een verdubbeling van de strafmaat voor categorie II-wapens als bedoeld in de Wet wapens en munitie te bewerkstelligen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Toorenburg en Arno Rutte. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 189 (29911).

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Dank u.

De voorzitter:
Ik dank u zeer. Mevrouw Van der Graaf is niet aanwezig, dus geef ik het woord aan mevrouw Van Tongeren. Zij spreekt namens de fractie van GroenLinks.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de definitie van wat onder ondermijning moet worden verstaan, momenteel onvoldoende afgebakend is;

overwegende dat voor een verantwoorde toepassing van de nieuwe bevoegdheden uit de Ondermijningswet duidelijk moet zijn welke gedragingen als ondermijnend worden beschouwd;

verzoekt de regering om de ondermijningswetgeving te voorzien van een juridische definitie van wat onder ondermijning wordt verstaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 190 (29911).

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik tot slot het woord aan de heer Rutte. Hij spreekt namens de fractie van de VVD.

De heer Arno Rutte (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Het kabinet maakt heel serieus werk van de strijd tegen ondermijnende criminaliteit. Ik merk hier in de Kamer dat daar ook zeer brede steun voor is. Maar we zijn er nog lang niet. De intenties om daarin de goede dingen te doen, zijn er. Daarover zijn we ook uitgebreid met elkaar in gesprek geweest. Ik ben blij dat eerder deze week een debatverzoek van mijn kant is gesteund om in een plenair debat verder in gesprek te gaan over de ernstige dreigingen die voortkomen uit ondermijnende criminaliteit. Dat gaat bijvoorbeeld over het feit dat burgemeesters in Brabant zeggen dat een doodsbedreiging inmiddels net zo normaal is als het doorknippen van een lint. Het is heel goed dat we met elkaar gemeenschappelijk en eendrachtig optrekken, omdat wij dit simpelweg niet accepteren.

De overheid heeft hierin een belangrijke rol, maar ter voorkoming van ondermijnende criminaliteit, dus om te voorkomen dat de onderwereld zich kan vermengen met de bovenwereld, is het ook van belang dat ondernemers weten met wie ze zakendoen. Ze zouden vooraf een toets moeten kunnen doen om te kijken of degene met wie ze zaken willen doen, pluis of niet pluis is. Daarover gaat de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat vermenging van onderwereld en bovenwereld een bedreiging vormt voor de veiligheid en de rechtsstaat;

overwegende dat het ter voorkoming van vermenging van onderwereld en bovenwereld wenselijk is dat ondernemers in staat worden gesteld om vooraf te laten toetsen door een overheidsinstantie of de persoon ...

(Incident op de publieke tribune.)

De voorzitter:
Ik schors de vergadering.

De beraadslaging wordt geschorst.

Sluiting

Sluiting 14.34 uur.