Plenair verslag
Tweede Kamer, 97e vergadering
Donderdag 6 juli 2017
-
Begin10:15 uur
-
Sluiting20:21 uur
-
StatusGecorrigeerd
Opening
Voorzitter: Martin Bosma
Aanwezig zijn 149 leden der Kamer, te weten:
Van Aalst, Agema, Amhaouch, Arib, Arissen, Van Ark, Asscher, Azarkan, Azmani, Baudet, Becker, Beckerman, Beertema, Belhaj, Van den Berg, Bergkamp, Bisschop, Van den Bosch, Martin Bosma, Bosman, Bouali, Van Brenk, Ten Broeke, Bruins, Bruins Slot, Buitenweg, Van Dam, Dekker, Diertens, Tony van Dijck, Gijs van Dijk, Jasper van Dijk, Dijkgraaf, Dijkhoff, Dijksma, Pia Dijkstra, Remco Dijkstra, Dijsselbloem, Dik-Faber, Diks, Duisenberg, Van Eijs, El Yassini, Ellemeet, Van Engelshoven, Fritsma, Futselaar, Gerbrands, Geurts, De Graaf, Grashoff, Graus, De Groot, Groothuizen, Van Haersma Buma, Harbers, Pieter Heerma, Helder, Van Helvert, Hennis-Plasschaert, Hermans, Hiddema, Hijink, Van den Hul, Jetten, De Jong, Karabulut, Keijzer, Van Kent, Klaver, Knops, Koerhuis, Kooiman, Koolmees, Koopmans, Kops, Kröger, Krol, Kuik, Kuiken, Kuzu, Kwint, Laçin, Van der Lee, Leijten, Lodders, Madlener, Maeijer, Marijnissen, Markuszower, Von Martels, Van Meenen, Middendorp, Van der Molen, Agnes Mulder, Anne Mulder, Edgar Mulder, Nijboer, Nijkerken-de Haan, Van Nispen, Van Ojik, Omtzigt, Van Oosten, Ouwehand, Özdil, Öztürk, Özütok, Paternotte, Pechtold, Peters, Popken, Van Raak, Van Raan, Raemakers, Roemer, Rog, Ronnes, Van Rooijen, De Roon, Arno Rutte, Mark Rutte, Sazias, Schouten, Segers, Sjoerdsma, Snels, Van der Staaij, Tellegen, Thieme, Van Tongeren, Van Toorenburg, Van Veldhoven, Verhoeven, Visser, Voordewind, Voortman, Aukje de Vries, Wassenberg, Van Weerdenburg, Westerveld, Weverling, Van Weyenberg, Wiersma, Wilders, Wörsdörfer, Van 't Wout, Yeşilgöz-Zegerius, Ziengs en Zijlstra,
en de heer Dekker, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mevrouw Dijksma, staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, mevrouw Hennis-Plasschaert, minister van Defensie, de heer Plasterk, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de heer Van Rijn, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mevrouw Schippers, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en de heer Wiebes, staatssecretaris van Financiën.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.
Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
Media
Media
Aan de orde is het VAO Media (AO d.d. 28/06).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Er zijn negen deelnemers aan dit VAO. De eerste spreker is mevrouw Ellemeet van de fractie van GroenLinks. Zij heeft, net als iedereen, een spreektijd van twee minuten.
Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Voorzitter. Ik wil graag twee moties indienen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
van mening dat onderzoeksjournalistiek van groot maatschappelijk belang is, onder andere voor de democratische controle, en daarmee een belangrijke taak is voor de publieke omroep;
verzoekt de regering, in het reeds aangekondigde onderzoek naar de toekomst van de onafhankelijke journalistiek in Nederland ook onderzoek te doen naar de staat van de Nederlandse onderzoeksjournalistiek,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ellemeet en Yeşilgöz-Zegerius. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 105 (32827).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
van mening dat onderzoeksjournalistiek van groot maatschappelijk belang is, onder andere voor de democratische controle, en daarmee een belangrijke taak is voor de publieke omroep;
overwegende dat niet transparant en duidelijk is uit de huidige rapportages hoeveel middelen worden besteed aan onderzoeksjournalistiek;
verzoekt de regering, in overleg met de NPO voorstellen te doen hoe in huidige en toekomstige rapportages beter inzichtelijk kan worden gemaakt welke middelen door de publieke omroep aan onderzoeksjournalistiek worden besteed,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ellemeet en Yeşilgöz-Zegerius. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 106 (32827).
De heer Paternotte (D66):
Voorzitter. Onlinereclame bij de publieke omroep is D66 een doorn in het oog. Het is vervelend, het levert de NPO nauwelijks iets op en het past niet bij het publieke karakter van de publieke omroep. Voor de uitzendingen is al betaald en er is al geld opgehaald met reclames op tv. Wat ons betreft stoppen we er dus mee. We weten dat niet iedereen deze mening over reclame deelt en dat veel mensen het zien als een belangrijke inkomstenbron voor de publieke omroep. Maar iedereen is het er wel over eens dat regels er zijn om je aan te houden. Daarom dien ik de volgende moties in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het Commissariaat voor de Media in zijn beleidsregels aangaande reclame-uitingen op de publieke omroep uit 2011 bepaalt dat voor de hoeveelheid onlinereclame bij de NPO het beginsel van non-commercialiteit leidend moet zijn, wat betekent dat reclames ''beperkt in hoeveelheid en duur'' zijn en ''niet overheersend'';
constaterende dat het Commissariaat voor de Media in de toelichting op die beleidsregels stelt dat een totaal van vijftien seconden aan zogenaamde prerolls voor een videofragment voldoet aan deze principes;
constaterende dat de Ster zelf in eigen regels op een later moment samen met de NPO heeft bepaald dat maximaal twee prerolls met gezamenlijk een maximale lengte van 30 seconden toelaatbaar zijn;
constaterende dat in de praktijk zowel de regels van het Commissariaat als die van de Ster soms worden overschreden door meer dan 30 seconden aan reclame voor een fragment te plaatsen;
overwegende dat regels regels zijn, maar dat tegenstrijdige regels vragen oproepen;
verzoekt de regering, de Tweede Kamer een schriftelijke toelichting te sturen op de verhouding tussen de verschillende regels en de praktijk en waar deze strijdig zijn de betrokken partijen te vragen om tot een geactualiseerd toetsingskader voor onlinereclame voor de publieke omroep te komen waar het principe van non-commercialiteit in is opgenomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Paternotte en Ellemeet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 107 (32827).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het Advies Verkenning benoemingen wordt gehecht aan voldoende afstand van de minister tot het wervings- en selectieproces;
voorts constaterende dat de staatssecretaris voornemens is voor de benoemingsprocedure voor leden van het Commissariaat voor de Media te kijken naar de constructies bij andere toezichthouders;
overwegende dat de onafhankelijkheid van de leden van het Commissariaat voor de Media gewaarborgd dient te zijn, juist vanwege diens rol bij de bewaking van de informatievrijheid, in voorkomend geval ook jegens de politiek;
verzoekt de regering, de procedure voor het benoemen, herbenoemen en ontslaan van leden van het Commissariaat voor de Media zodanig in te richten dat volstrekte onafhankelijkheid van politieke bemoeienis gewaarborgd is;
verzoekt de regering tevens, bij het kiezen voor constructies bij andere toezichthouders zich te baseren op de procedure voor benoeming, herbenoeming en ontslag van leden van de Autoriteit Persoonsgegevens,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Paternotte en Van der Molen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 108 (32827).
U moet even blijven staan, want de heer Öztürk heeft nog een vraag.
De heer Öztürk (DENK):
Ik hoorde een heel lange motie. Komt het erop neer dat CDA en D66 niet blij zijn met de benoeming van staatssecretaris Martijn van Dam bij de NPO? Als dat zo is, vind ik dat de burger dat ook mag weten.
De heer Paternotte (D66):
Nee, we hebben het over het Commissariaat voor de Media en eventuele andere toezichthouders. De NPO is geen toezichthouder. De NPO is de Nederlandse Publieke Omroep.
De heer Öztürk (DENK):
Maar deze motie komt wel in een periode waarin heel veel commotie is en heel veel discussie over Martijn van Dam. Ik merk dat CDA en D66 deze constructie nu een beetje aan de orde stellen, maar zeg het dan als jullie het ook niet eens zijn met de benoeming van staatssecretaris Martijn van Dam bij de NPO, zodat dat ook duidelijk wordt! Ik ga dadelijk een motie indienen, en ik ga ervan uit dat jullie die steunen.
De heer Paternotte (D66):
Ik heb van u, de heer Baudet en de heer Bosma gehoord dat u niet blij bent met de benoeming van de heer Van Dam, maar om nu meteen te zeggen dat er dús commotie is … Dat is een beetje jezelf boos maken en vervolgens constateren dat er commotie is. Dat kan ik ook. Nee, het gaat hier om toezichthouders. We hebben dit punt ook gemaakt in het AO, waar u overigens bij was. Dat was nog voordat ik kennis had van het feit dat de heer Van Dam een nieuwe baan had.
De voorzitter:
Dank u. Dan is het woord nu aan de heer Öztürk.
De heer Öztürk (DENK):
Voorzitter. Ik heb drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een zittend bewindspersoon is benoemd als bestuurder bij de NPO;
constaterende dat dit heeft geleid tot maatschappelijke ophef en bij sommigen de schijn opwekt van een partijpolitieke benoeming;
verzoekt de regering, naar Brits voorbeeld, een onafhankelijke commissie die toeziet op de benoeming van bestuurders en personeel bij de (semi)overheid in het leven te roepen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Öztürk en Baudet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 109 (32827).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat berichtgeving over lokale besluitvorming onder druk staat en dat burgers daardoor niet goed genoeg worden geïnformeerd;
verzoekt de regering om te bezien welke maatregelen zij kan nemen in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen om berichtgeving over lokale besluitvorming te versterken;
verzoekt de regering tevens om in gesprek te treden met het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek om te bezien of het een mogelijkheid is om met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen een subsidietraject voor lokale berichtgeving te starten, en te overwegen om hier bij de begroting voor 2018 middelen voor vrij te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Öztürk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 110 (32827).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit het onderzoek "Oorzaken en triggerfactoren moslimdiscriminatie in Nederland" blijkt dat berichtgeving in de media voor velen een reden is om negatief te denken over moslims;
van mening dat het ontstaan van negatieve vooroordelen dient te worden bestreden;
verzoekt de regering om over de bovenvermelde uitkomst van het onderzoek in gesprek te treden met vertegenwoordigers van de media;
verzoekt de regering tevens om deze uitkomst mee te nemen in haar beleid met betrekking tot mediawijsheid in het onderwijs,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Öztürk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 111 (32827).
U heeft nog tien seconden.
De heer Öztürk (DENK):
Die maak ik graag op. Je merkt dat berichtgeving in de media heel veel invloed heeft op onze jongeren en op de burgers van Nederland. Berichtgeving over andersgelovigen, mensen die een ander geloof aanhangen, zorgt ervoor dat heel veel discriminatie ontstaat. Ik denk dat het goed is dat wij in Nederland samen, ook met de PVV, gaan bekijken hoe we de media zover kunnen krijgen dat zij de berichtgeving, ook over moslims, op een dusdanige manier doen dat het fatsoenlijk is.
De heer Kwint (SP):
Ik ben buitengewoon benieuwd naar de uitwerking van deze nieuwe samenwerking, maar dat gaan wij de komende maanden ongetwijfeld horen.
Voorzitter. De SP vindt het eigenlijk onwenselijk dat er voor diensten van de NPO extra betaald moet worden. Daar is immers al voor betaald door ons allemaal door middel van de belastingen. Nu is er een nieuwe dienst, NPO Plus, en daar moet voor betaald worden. Daar heb ik een voorstel over. Dat luidt als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de NPO een extra vergoeding hanteert voor NLziet en NPO Plus;
overwegende dat de belastingbetaler al meebetaalt voor het ontwikkelen van programma's door de NPO en het dan niet past ze een consumentenvergoeding te vragen voor het on demand kijken van dezelfde programma's;
verzoekt de regering om in overleg met de NPO minstens te realiseren dat de door de publieke omroep gemaakte producties gratis beschikbaar worden gesteld,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kwint. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 112 (32827).
Ik dacht dat er nog een motie kwam. Des te beter. De heer Van der Molen is de laatste spreker van de zijde van de Kamer. Hij is van de fractie van het CDA.
De heer Van der Molen (CDA):
Voorzitter. Ik wil de staatssecretaris bedanken voor de toezeggingen die hij in het algemeen overleg heeft gedaan over de positie van de omroepen. Ik heb daar ook aandacht gevraagd voor Omrop Fryslân. Daarover heeft de staatssecretaris ook goede toezeggingen gedaan. Daar wil ik hem nogmaals voor bedanken.
Om het goed af te ronden als het gaat om het toezicht, wil ik nog een motie indienen die gaat over de Stichting Ether Reclame en de veranderingen die daar plaats gaan vinden door bestuur en toezicht van elkaar te scheiden.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
van mening dat bestuur en toezicht bij de Stichting Ether Reclame (Ster) gescheiden moeten zijn;
van mening dat de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) een belang heeft bij een integrale aanpak voor het genereren van inkomsten;
van mening dat betrokkenheid van de NPO bij de Ster opportuun is;
verzoekt de regering om in de voorgenomen wetswijziging om de bestuursstructuur van de Ster aan te passen, mee te nemen dat NPO in de raad van toezicht vertegenwoordigd zal zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Molen en Paternotte. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 113 (32827).
Tot zover de termijn van de Kamer. Ik schors even vijf minuten. Dan kan de staatssecretaris kijken naar de moties en die vervolgens becommentariëren.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Dekker:
Voorzitter. De moties op de stuk nrs. 105, 106 en 107 wil ik overnemen.
De voorzitter:
Dat betekent "oordeel Kamer".
Staatssecretaris Dekker:
Formeel mogen we moties overnemen, toch?
De voorzitter:
Dan moet ik even vragen of daartegen bezwaren bestaan onder de leden. Dat is het geval: volop.
De heer Van der Molen (CDA):
Naar aanleiding van de motie op stuk nr. 106: als ik het mij goed herinner, wordt de regering in die motie verzocht, inzichtelijk te maken wat de middelen zijn die aan onderzoeksjournalistiek besteed worden. Natuurlijk gaat ons dat allemaal aan het hart, dus dat punt kan ik wel begrijpen. Maar verder begrijp ik ook dat in dit huis veelvuldig is gediscussieerd over de vraag in hoeverre de NPO alles moet gaan verantwoorden, wat abstract moet gebeuren. Je kunt immers nog heel veel vormen van journalistiek bedenken die je apart kunt verantwoorden, wat in de verhouding tussen Kamer en kabinet treedt als het gaat om een onafhankelijke publieke omroep.
Staatssecretaris Dekker:
Dat ligt er maar aan. Als de motie op stuk nr. 105 wordt aangenomen, zullen we wat inzicht moeten krijgen in de middelen die de publieke omroep besteedt aan onderzoeksjournalistiek. In de motie op stuk nr. 106 wordt eigenlijk gevraagd om dat regulier inzichtelijk te maken. Ik zou daar geen bezwaar tegen hebben, dus laat ik het oordeel aan de Kamer.
De voorzitter:
Maar dan brengen we de motie dus in stemming. En dan is uw oordeel?
Staatssecretaris Dekker:
Sowieso allebei oordeel Kamer. De eerste zou ik kunnen overnemen.
De voorzitter:
Dan stel ik vast dat tegen de eerste motie geen bezwaar bestaat.
Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Het zou mijn voorkeur hebben als de motie op stuk nr. 105 in stemming wordt gebracht.
De voorzitter:
Dan brengen we haar in stemming. De staatssecretaris laat deze motie aan het oordeel van de Kamer.
De heer Paternotte (D66):
Dan lijkt me het best een goed idee om dat ook voor de motie op stuk nr. 107 te doen.
De voorzitter:
Dan brengen we ook die motie in stemming. U vraagt, wij draaien. Dan is het oordeel van de staatssecretaris "oordeel Kamer".
Staatssecretaris Dekker:
Met de motie op stuk nr. 108 kan ik een heel eind meegaan. In de motie wordt de regering verzocht, ook het Commissariaat voor de Media zodanig in te richten dat sprake is van een onafhankelijke benoeming. Daar is de hele exercitie voor bedoeld. Maar in de motie wordt gevraagd om dat te doen conform het model van de Autoriteit Persoonsgegevens. Ik moet heel eerlijk zeggen dat dit geen onderdeel is geweest van het debat dat we eerder hebben gevoerd. Ik weet niet precies hoe het geregeld is bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Dat is misschien een beetje gek, maar we hebben heel veel toezichthouders. De indieners van de motie, de heren Paternotte en Van der Molen, overvallen mij hiermee. Zij vragen mij of ik daarover een oordeel kan geven. Ik denk dat het daarmee vergelijkbaar zou kunnen zijn, maar dat maakt deze motie wel wat overbodig. Maar als de indieners het precies willen weten, dan wil ik hen vragen de motie nog even aan te houden, zodat ik daarnaar kan kijken en daar schriftelijk op terug kan komen.
De heer Paternotte (D66):
Zo'n vriendelijk verzoek sla ik niet af.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Paternotte stel ik voor, zijn motie (32827, nr. 108) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Staatssecretaris Dekker:
De Kamer ontvangt zo snel mogelijk een reactie.
Ik kom toe aan de motie op stuk nr. 109 van de heren Öztürk en Baudet over een Brits model rond benoemingen. Die motie ontraad ik, omdat het niet nodig is. We hebben immers net het hele benoemingenstelsel herzien en volgens mij losgemaakt van de politiek. Ik ontraad haar dus. Hetzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 110: het klinkt sympathiek, maar het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek heeft hiervoor geen middelen. De motie heeft dus geen dekking, zodat ik haar ontraad. Ook de motie op stuk nr. 111 ontraad ik. Ik zie daartoe namelijk helemaal geen aanleiding. In de motie op stuk nr. 112 wordt de regering gevraagd, de producties van de publieke omroep zelf gratis beschikbaar te maken. Dat is in die zin lastig, omdat van heel veel producties van de publieke omroep diezelfde publieke omroep niet onbeperkt de rechten heeft. Veel producties worden gemaakt door onafhankelijke producenten, die zeggen: je mag dat voor een bepaalde periode uitzenden, waarvoor de publieke omroep betaalt. Dan willen ze zelf vermarkten door het te verkopen aan Netflix of aan buitenlandse partijen, of het op een later moment nog eens te laten uitzenden, en daarvoor de rechten betaald te krijgen. Dit gaat eigenlijk veel verder dan dat. Er moet linksom of rechtsom voor worden betaald. Ik heb toegestaan dat de publieke omroep de mogelijkheid heeft gekregen om dat via een extra dienst te doen. Mensen gaan betalen voor iets wat ze anders niet hadden gekregen. Als je zegt dat het uit de reguliere middelen moet komen, dan moet de publieke omroep gaan bezuinigen op het bestaande programma-aanbod. Ik zou daar niet voor zijn en daarom ontraad ik deze motie.
De heer Kwint (SP):
Het gaat specifiek om de producties die door de publieke omroep zelf worden gemaakt. Daar is al voor betaald door ons allemaal. De staatssecretaris zegt dat mensen hiermee iets krijgen wat ze anders niet zouden hebben, maar dat klopt niet. Ze krijgen namelijk iets niet te zien wat ze twee weken geleden op tv wel hadden kunnen zien. Dan krijgen ze toch iets wat andere mensen ook gewoon hebben, namelijk de mogelijkheid om een programma te bekijken?
Staatssecretaris Dekker:
Als er iets wordt gemaakt, worden de rechten niet altijd onbeperkt afgekocht. Als je vanavond iets op de televisie ziet bij de publieke omroep, dan is daar weliswaar voor betaald, maar niet in die zin dat je het oneindig kunt herhalen of dat je het oneindig vrij toegankelijk op internet kunt zetten. Dat zou je wel kunnen doen, maar dan zegt de rechthebbende organisatie: dan willen wij daar ook extra voor betaald krijgen. De vraag is hoe je dat doet. De NPO zegt: wij willen die extra service bieden aan onze kijkers, maar dan moeten ze daar wel een klein beetje voor betalen. Ik ben in die redeneerlijn meegegaan. Als je nu zegt dat de NPO dat standaard moet afkopen voor zijn programma's omdat alles wat op de publieke omroep te zien is geweest, voor altijd, tot in lengte van dagen, voor iedereen beschikbaar moet zijn, dan gaat dat om heel veel extra middelen. Dat betekent dat er minder geld overblijft om goede programma's te maken.
De voorzitter:
Afrondend, mijnheer Kwint. Nee? Dan mag de heer Paternotte nog even.
De heer Paternotte (D66):
Ik begrijp best dat er producties zijn waarvoor de NPO, of een van de omroepen, betaalt en dat je er niet voor kunt zorgen dat die tot in de lengte van dagen online beschikbaar zijn. Mijn vraag gaat echter over de producties die door de omroepen zelf zijn gemaakt met behulp van belastinggeld en Ster-inkomsten en waarvoor dus eigenlijk al is betaald. Waarom zouden die achter een betaalmuur moeten komen? Dat wil er bij mij echt niet in.
Staatssecretaris Dekker:
Er is Uitzending Gemist, waarop je het overgrote deel van de programma's tot een week geleden kunt terugkijken. De programma's waarvan de rechten voor een langere tijd zijn afgekocht, kun je langer terugkijken. Het is een soort archief waarin je terug kunt kijken. Dat zijn de rechten die de NPO op dit moment heeft afgekocht. Daar verandert niets aan. Dat blijft altijd gratis toegankelijk voor iedereen. NPO Plus, of NPO Start Plus zoals het inmiddels is gaan heten, gaat over iets extra's, bijvoorbeeld series waarvoor extra rechten worden afgekocht en waarvoor mensen een klein beetje meer moeten betalen. Deze motie strekt verder. Er staat: doe dat standaard voor alles. Dat is een enorme extra kostenpost voor de NPO en dat moet ergens vandaan komen.
De voorzitter:
Prima. Ik stel voor dat u verdergaat met de motie-Van der Molen/Paternotte op stuk nr. 113, want we lopen al uit de tijd.
Staatssecretaris Dekker:
De motie-Van der Molen/Paternotte op stuk nr. 113 klinkt heel sympathiek, maar doet een stapje terug in de tijd. We hebben een rapport liggen dat juist laat zien dat de scheiding tussen bestuur en toezicht goed geregeld moet worden en dat we ervoor moeten uitkijken dat het toezicht op de Ster vooral het belang van de Ster voor ogen heeft en niet dat van de NPO of dat van het ministerie van OCW. Ik wil graag bekijken hoe we goede deskundigheid kunnen krijgen en hoe we ervoor kunnen zorgen dat de Ster niet los aan de gang gaat met de vraag wat de publieke omroep nodig heeft of wat wij als OCW graag zouden willen. De vraag is of je dat moet doen door q.q.-posten in de raad van toezicht te benoemen, want daardoor wordt de raad van toezicht toch een soort belangenorganisatie. Dat is nu net het knelpunt; dat blijkt ook uit het rapport dat we hebben laten maken. Dat past niet in onze opvattingen over goed bestuur. Ik ontraad daarom de motie.
De voorzitter:
Dat wilde ik even horen. De indiener van de motie, de heer Van der Molen, heeft een vraag.
De heer Van der Molen (CDA):
Ik kijk even naar de heer Paternotte. Wilde u hier nog wat over vragen?
De heer Paternotte (D66):
Nee, over de vorige motie.
De heer Van der Molen (CDA):
Oké. Ik wil nog even toelichten wat de reden is voor deze motie. De Ster heeft aan de ene kant een verbondenheid met OCW — er zit dus een politiek en bestuurlijk punt in — maar aan de andere kant zijn de inkomsten ook van belang voor de NPO. We kunnen de Ster dus niet volledig los zien van de NPO. Als er in het toezicht vijf plekken komen en we daarin één iemand onderbrengen zodat dat verband er is, houden we daarmee, naar het oordeel van de indieners, in ieder geval een verbintenis in stand die zowel voor de NPO als de Ster goed zou zijn.
Staatssecretaris Dekker:
Ik kijk daar net iets anders tegenaan, want dan zal ook OCW zeggen dat zij wel een plekje wil en dan zullen misschien individuele omroepverenigingen zeggen dat ze ook wel een vertegenwoordiger in de raad van toezicht willen hebben. Zo is het in feite nu geregeld. Het knelpunt is echter dat de raad van toezicht dan niet een onafhankelijke raad van toezicht is die het belang van de Ster in al zijn facetten vooropzet, maar dat het een soort overlegorgaan wordt. Dat was ook een van de redenen waarom wij hebben gezegd: dat zou je zuiverder moeten regelen. Ik ben het wel met u eens dat de Ster niet losgezongen moet raken van de publieke omroep, waar ze nauw mee moeten samenwerken en waarvoor de opbrengsten van belang zijn. Je kunt het echter ook op een andere manier regelen, en wel door het wettelijk beter te borgen, door verplicht overleg en door verplichte afstemming. Dat zou mijn voorkeur hebben, want anders vertroebel je de bestuursrelatie rond de Ster.
De voorzitter:
Mijnheer Paternotte, u was al niet de indiener van de vorige motie, dus het is al ongewoon om u dan een vraag te laten stellen. U wilt dat nu zelfs voor een tweede keer doen. Kunt u dat in één zin doen?
De heer Paternotte (D66):
Zeker, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Paternotte (D66):
Kan de staatssecretaris bevestigen dat programma's gemaakt met rechten bij de publieke omroep en de omroepen niet achter een betaalmuur komen en kan de staatssecretaris uitleggen waarom high definition-beelden achter een betaalmuur zouden moeten komen, want die hebben niets met rechten te maken?
Staatssecretaris Dekker:
Over het eerste hebben we net uitvoerig gediscussieerd. Als iets gemaakt wordt door de NPO, door de publieke omroep, betalen ze daarvoor, maar dat betekent nog niet automatisch dat daarmee oneindig alle rechten zijn afgekocht. Ik kan die vraag dan ook niet bevestigend beantwoorden. Een omroep heeft niet het recht om iets maar iedere keer te herhalen of oneindig op internet te zetten als ze dat een keer hebben uitgezonden op de televisie.
Wat betreft de beeldkwaliteit sluit de NPO op dit moment voor het gratis kanaal aan bij het meest gebruikte kwaliteit voor dit soort devices, zoals iPads. Als je dat wilt uitbreiden naar high definition voor alles, dan vraagt dat een enorme investering in servercapaciteit en in infrastructuur om het allemaal betrouwbaar te houden. Ik zie niet in waar de NPO die middelen vandaan zou moeten halen.
De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor zijn aanwezigheid.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Wij stemmen vanavond over de negen moties. U hebt dus nog even tijd om erover na te denken.
Personeel Defensie
Personeel Defensie
Aan de orde is het VAO Personeel Defensie (AO d.d. 28/06).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Een hartelijk woord van welkom aan de minister. Fijn dat u bij ons bent op deze laatste dag. Er zijn zes deelnemers van de zijde van de Kamer. De eerste is mevrouw Popken van de fractie van de Partij voor de Vrijheid. Zij komt even oefenen voor haar maidenspeech die op het programma staat voor 11.10 uur. Graag enige stilte in de zaal, dan kunnen we goed luisteren naar mevrouw Popken.
Mevrouw Popken (PVV):
Voorzitter. Ik wil graag twee moties indienen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de Defensie Bewakings- en Beveiligingsorganisatie (DBBO) is ontstaan door een landelijke reorganisatie waarbij meerdere beveiligingsdiensten binnen het ministerie van Defensie zijn samengevoegd;
constaterende dat aan personeel van DBBO afkomstig uit verschillende krijgsmachtonderdelen niet op dezelfde wijze functioneel leeftijdsontslag wordt verleend;
overwegende dat de regering evengoed verantwoordelijk is voor het Defensiepersoneel van DBBO als voor het overige Defensiepersoneel;
verzoekt de regering, ervoor zorg te dragen dat voor DBBO-Defensiepersoneel eenzelfde regeling omtrent het functioneel leeftijdsontslag zal gelden en/of op dezelfde wijze op DBBO-personeel zal worden toegepast en de dekking hiervoor te zoeken binnen de rijksbegroting,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Popken. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 101 (34550-X).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat door het verhogen van de AOW-leeftijd een AOW-gat is ontstaan bij het Defensiepersoneel;
overwegende dat dit AOW-gat gecompenseerd wordt tot 90% van het netto-inkomen dat zij zouden hebben ontvangen als de AOW-leeftijd nog steeds 65 jaar zou zijn geweest;
verzoekt de regering, zo snel mogelijk, doch uiterlijk voor het einde van het jaar, met een oplossing te komen om het AOW-gat volledig voor de volle 100% te compenseren voor burgers en militairen en de dekking hiervoor binnen de rijksbegroting te zoeken, en niet vanuit het arbeidsvoorwaardenbudget,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Popken. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 102 (34550-X).
Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter. Naar aanleiding van ons laatste AO Personeel hebben we onze zorgen geuit over het nog steeds vastzitten van een nieuwe cao. Vandaar toch de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het personeel van Defensie al ruim vier jaar zonder een nieuwe cao zit;
overwegende dat een nieuwe cao van belang is om problemen op te lossen met betrekking tot loonontwikkeling, opleidingsbudgetten, doorstroommogelijkheden en pensioenvoorwaarden;
overwegende dat het ontbreken van een nieuwe cao ook de bedrijfsvoering van Defensie kan verlammen, bijvoorbeeld doordat reorganisaties niet door kunnen gaan;
overwegende dat het overleg tussen Defensie en de centrales van overheidspersoneel al diverse malen is geklapt de afgelopen jaren, leidend tot diverse protestacties van het Defensiepersoneel;
constaterende dat er geen vooruitzicht is op het bereiken van een akkoord binnen afzienbare tijd;
verzoekt de regering, een bemiddelaar in te schakelen die als onafhankelijke, neutrale partij kan bemiddelen in het conflict tussen Defensie en de centrales van het overheidspersoneel, zodat binnen afzienbare tijd alsnog een nieuwe cao kan worden afgesloten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Belhaj. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 103 (34550-X).
Mevrouw Karabulut (SP):
Voorzitter. Wij hebben uitvoerig met de minister gedebatteerd over de stand van de organisatie van het personeel bij Defensie. Dat liegt er niet om. De minister heeft een groot probleem met het personeel, en een groot probleem met de veiligheid. Ik dien op twee punten een motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Onderzoeksraad Voor Veiligheid in het recent gepubliceerde rapport over het dodelijke schietincident in Ossendrecht drie aanbevelingen heeft gedaan, namelijk dat er op korte termijn een veilig schiethuis moet komen, dat hiaten in veiligheidskritische voorschriften moeten worden opgeheven en dat onderzocht moet worden in hoeverre de geconstateerde problemen bij het incident in Ossendrecht indicatief zijn voor de veiligheidscultuur binnen Defensie;
verzoekt de regering, voor zover dat nog niet is gebeurd, per direct over te gaan tot uitvoering van deze aanbevelingen;
verzoekt de regering tevens, het onderzoek naar de mate waarin het ongeval in Ossendrecht symptomatisch is voor de bestaande veiligheidscultuur binnen delen van de Defensieorganisatie door een onafhankelijke partij uit te laten voeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Karabulut. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 104 (34550-X).
Mevrouw Karabulut (SP):
De tweede motie gaat over het WAO-gat, dat onrechtvaardig is en gebaseerd is op het in mijn ogen verkeerde politieke besluit om de AOW-leeftijd versneld te doen verhogen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Defensie het AOW-gat voor oud-Defensiemedewerkers en oud-burgermedewerkers compenseert voor ten minste 90% van het netto-inkomen dat zij zouden hebben ontvangen als de AOW-leeftijd en de pensioenleeftijd nog steeds 65 zouden zijn geweest;
constaterende dat deze compensatie (deels) ten koste gaat van het actief dienende personeel van Defensie;
verzoekt de regering, alsnog over te gaan tot 100% compensatie, zonder dat dit ten koste gaat van het actief dienende personeel;
roept de minister op, zo snel mogelijk over te gaan tot uitkering van de compensatieregeling,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Karabulut. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 105 (34550-X).
Mevrouw Popken heeft een vraag. Eén vraag.
Mevrouw Popken (PVV):
Mijn partij heeft een debat aangevraagd in deze Kamer over het onderwerp van de eerste motie. Dat debat is toegekend en wordt gevoerd na het reces, wanneer het rapport van de minister er is. Ik zou mevrouw Karabulut dus willen vragen om haar motie aan te houden totdat we dat debat hebben gevoerd.
Mevrouw Karabulut (SP):
Ik snap dat, maar ik denk dat dat niet zo'n goed idee is, omdat, zoals de minister overigens in het debat zelf al aangaf, het oppakken en uitvoeren van de aanbevelingen gisteren al had moeten gebeuren. We gaan er uiteraard nog uitvoerig inhoudelijk over debatteren, maar één onderdeel, namelijk een onafhankelijk onderzoek naar de vraag of het symptomatisch is, wil ik de minister alvast meegeven. Dan kan zij ons tegen die tijd rapporteren over de stand.
Mevrouw Belhaj (D66):
Ik steun het betoog van mijn collega Popken, omdat het zo zonde is. We vinden namelijk echt allemaal dat we het er uitgebreid over moeten hebben. Daarna kunnen we natuurlijk eindeloos moties indienen waarmee we de minister op pad sturen om de aanbevelingen goed te implementeren. Het zou prettig zijn als mevrouw Karabulut de motie aanhoudt, zodat we het debat eerst breder met elkaar kunnen aangaan.
Mevrouw Karabulut (SP):
Het een sluit het ander niet uit. Natuurlijk gaan we hierover uitvoerig debatteren, maar zoals ik al zei, moeten we niet nog maanden gaan wachten tot deze aanbevelingen worden opgepakt, dus tot na het zomerreces en misschien tot een nieuw kabinet en een nieuwe minister. Dat geldt met name voor het onderzoek naar de vraag of het symptomatisch is. Als de minister daarmee begint, kunnen we daar na het debat direct mee aan de slag.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik begrijp dat mevrouw Karabulut de laatste spreker is van de zijde van de Kamer. We gaan luisteren naar de minister.
Termijn antwoord
Minister Hennis-Plasschaert:
Voorzitter. Ik dank de leden voor de ingediende moties en de gemaakte opmerkingen.
De motie-Popken op stuk nr. 101 gaat over de DBBO, de Defensie Bewakings- en Beveiligingsorganisatie. Het debat dat wij hierover onlangs hebben gevoerd in een AO Personeel, ga ik hier niet herhalen. Ik blijf wel in lijn met wat ik daarin zei, namelijk dat er toen met goede redenen een hoeveelheid afspraken is gemaakt. Die afspraken gaan we nu, ook in het kader van rechtszekerheid en bestuurlijke continuïteit, niet zomaar terugdraaien. Deze motie moet ik dus ontraden. Overigens ben ik niet van de school van de ongedekte cheques. Als er dus een motie wordt ingediend waaraan een prijskaartje hangt, dan hoop ik dat de Kamer ook bereid is om zelf te zoeken naar een dekking.
Dat geldt eigenlijk ook voor de volgende motie, de motie-Popken op stuk nr. 102 over de AOW-leeftijd. We hebben ook daarover bijzonder vaak met elkaar gesproken. Dat was terecht, want het was een heel lang proces, maar we hebben nu een uitspraak, ook van de Centrale Raad van Beroep. In die uitspraak wordt de regeling toereikend geacht. De Centrale Raad van Beroep is niet zomaar een organisatie. Met andere woorden: ook deze motie is niet alleen niet gedekt, maar ook niet in lijn met wat ik daarover eerder zei. Ik begrijp natuurlijk wel dat mevrouw Popken zeer begaan is met het proces, dat buitengewoon veel impact heeft gehad op heel veel mensen bij Defensie. Ook deze motie wil ik dus ontraden.
Ik kom op de motie-Belhaj op stuk nr. 103. Ik heb vorige week tijdens het AO Personeel nog duidelijk aangegeven dat ik ook zeer gebrand ben op het sluiten van een akkoord. Let op: in september 2015 is er wel een deelakkoord gesloten, waarin ook 5,05% loonontwikkeling zat. Af en toe moeten we dus ook even terug naar: wat ligt er allemaal wel, wat is reeds besloten en waar gingen we ook alweer naartoe? Ik heb tijdens het debat aangegeven dat ik het aantrekken van een mediator of bemiddelaar helemaal niet uitsluit, maar ik acht het echt iets voor de overlegtafel. Ik vind de betrokkenheid van de Kamer in brede zin zeer sympathiek, maar zij weet dat het arbeidsvoorwaardenproces echt iets is tussen werkgever en werknemer. Ik herhaal dus dat ik een bemiddelaar niet uitsluit, maar ik zou deze motie als zodanig willen ontraden.
De motie-Karabulut op stuk nr. 104 gaat over het OVV-rapport. Ik ben duidelijk geweest over het een-op-een overnemen van de aanbevelingen daaruit en over de urgentie van het uitvoeren ervan. Ik heb er ook op gewezen dat zowel het OM als de OVV onafhankelijke onderzoeken heeft uitgevoerd en dat wij vanuit Defensie bezig zijn met een eigen onderzoek, waarvoor de onderzoeken van de OVV en het OM als input dienen. Dat zal ook leiden tot een beleidsreactie. Ik zal ervoor zorgen dat de Kamer daarover tussentijds wordt bijgepraat, zodat zij een volledig beeld heeft. Maar het nogmaals instellen van een onafhankelijk onderzoek lijkt me nou niet de weg voorwaarts. Daarom wil ik deze motie ontraden. En ik moet mevrouw Popken en mevrouw Belhaj ook helemaal gelijk geven. Er is niet voor niets, maar met reden een debat aangevraagd. Wij zullen hierover dus nog volop met elkaar het gesprek voeren. Overigens heb ook ik de urgentie — die spreekt ook uit het rapport — goed verstaan, want de conclusies zijn glashelder en nopen tot actie.
Mevrouw Popken (PVV):
Mijn vraag ziet op mijn eigen motie met het verzoek om het ontstane AOW-gat op te vullen. Ik zou deze motie willen aanhouden. Hoewel ik vind dat er lang genoeg onderhandeld is en dat er liever nog vandaag dan morgen verkiezingen uitgeschreven kunnen worden, heb ik toch de hoop dat hier een oplossing voor wordt gevonden aan de onderhandelingstafel. Ik houd de motie dus aan tot september. En dan zien we wel weer.
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Popken stel ik voor, haar motie (34550-X, nr. 102) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Hennis-Plasschaert:
Dat is duidelijk. Nogmaals, ik ontraad de motie-Karabulut op stuk nr. 104.
Dan kom ik op de motie-Karabulut op stuk nr. 105. Ook die heeft betrekking op het AOW-gat. Ik herhaal wat ik daar eerder over zei. Deze motie zou ik ook willen ontraden.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot zover dit debat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik neem aan dat wij vanavond zullen stemmen over deze moties.
Vervanging onderzeeboten
Vervanging onderzeeboten
Aan de orde is het VAO Vervanging onderzeeboten (AO d.d. 4/7).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Wij gaan in één beweging door. De eerste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Karabulut van de SP. Mevrouw Karabulut, u blijft bezig.
Mevrouw Karabulut (SP):
Ja, we blijven bezig en in beweging.
Voorzitter. De minister heeft geen geld voor het personeel en sluit geen cao af. Zij vult de gaten op het vlak van het materieel en de tekorten bij het personeel niet op. De minister is echter wel bereid om een soort blanco check uit te schrijven voor de aanschaf van peperdure onderzeeboten. Zonder precies te weten hoeveel die dingen zullen kosten — ten minste 2,5 miljard, maar de kosten kunnen oplopen — en of de aanschaf van nieuwe onderzeeboten, omdat we die nu eenmaal hebben, wel de juiste optie is voor de veiligheid, wil de minister doordenderen met dit project à la JSF. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Defensie overweegt voor miljarden euro's nieuwe onderzeeboten aan te schaffen;
constaterende dat het aanschafproces mogelijk een volgende fase ingaat, waarin naar verschillende varianten wordt gekeken;
verzoekt de regering, ook serieus te onderzoeken of de onderzeebootcapaciteit afgeschaft of ingeperkt kan worden als tot de volgende fase wordt overgegaan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Karabulut. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 18 (34225).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Defensie overweegt nieuwe onderzeeboten aan te schaffen;
constaterende dat er onduidelijkheid is over de mogelijke kosten die op kunnen lopen tot 4 miljard euro of nog meer;
verzoekt de regering, meer duidelijkheid te geven over de kosten voor het aanschaffen van verschillende varianten van nieuwe onderzeeërs, alvorens over te gaan tot de volgende fase in het Defensie Materieelkeuze Proces,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Karabulut. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 19 (34225).
Mevrouw Karabulut (SP):
Wie zou denken dat mijn fractie, de SP-fractie, alleen staat met deze kritiek en met die grote zorgen, vergist zich, want een klankbordgroep ingesteld door de minister zelf, zegt ook dat de visie achter deze plannen ontbreekt. De Algemene Rekenkamer zegt dat de Kamer op basis van deze informatie eigenlijk niet goed kan oordelen over de vraag of hiermee moet worden doorgegaan. Ik roep de minister dus op om voor de verandering eens een keer te luisteren naar de SP.
De voorzitter:
Dank u wel. Wij hebben naar u geluisterd. Mevrouw Belhaj van D66 ziet af van haar spreektijd. Dan geef ik het woord aan mevrouw Diks van GroenLinks. Zij is tevens de laatste spreker van de zijde van de Kamer.
Mevrouw Diks (GroenLinks):
Voorzitter. In het AO hebben wij het uitgebreid gehad over nut en noodzaak van onderzeeërs. Ik heb daar meermaals aangegeven dat wij het van groot belang vinden om de eventuele vervanging van onderzeeboten te plaatsen in een discussie, een gesprek, over de integrale afweging van alles wat wij binnen de krijgsmacht met elkaar aan het doen zijn. Het lijkt ons onverstandig dat wij de ene dag vrachtwagens kopen, de andere dag een onderzeeër en weer een dag later iets anders. Wij vinden dat het belangrijk is om het gesprek in brede zin met elkaar te voeren. Ik verwacht dat ik dat niet voor elkaar krijg als ik er geen motie over indien. Dat doe ik dus maar.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om voorafgaand aan de B-brief Vervanging onderzeeboten de Kamer inzicht te geven in de integrale afweging over nut en noodzaak van de onderzeebootcapaciteit binnen de brede Nederlandse defensiestrategie met het oog op voorzienbare technologische innovaties en geopolitieke ontwikkelingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Diks. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 20 (34225).
Mevrouw Diks (GroenLinks):
Ik heb nog een andere motie. De zoektocht is natuurlijk ook in hoeverre de onderzeeboot het beste middel is om bijvoorbeeld inlichtingen te verzamelen. Zou dat op den duur misschien ook op een andere manier kunnen? Wij kunnen wel bedenken en nagaan dat daarop misschien varianten komen. Daaraan wordt in onze beleving in de A-brief te weinig aandacht besteed. Daarom dien ik hierover een motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat innovaties binnen de wapenindustrie heel snel gaan, terwijl de doorlooptijd voor het aanschaffen van nieuwe wapensystemen jaren kost;
verzoekt de regering, in de B-brief Vervanging onderzeeboten in kaart te brengen hoe functionaliteiten van de onderzeebootcapaciteit, zoals het verzamelen van inlichtingen, in de toekomst mogelijk met andere middelen ingevuld kunnen worden en daarbij te verwachten technologische ontwikkelingen te betrekken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Diks. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 21 (34225).
De voorzitter:
Tot zover de termijn van de Kamer. Kan de minister direct antwoorden? Zij wacht nog even op de moties. Daarom schors ik de vergadering voor enkele seconden.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Termijn antwoord
Minister Hennis-Plasschaert:
Voorzitter. Dank u wel. Via u zeg ik tegen mevrouw Karabulut dat ik natuurlijk graag en zorgvuldig luister, zeker ook naar de SP. Dat heb ik afgelopen week ook gedaan tijdens het algemeen overleg over de vervanging van de Walrusklasse door een nieuwe capaciteit. De vraag is of de SP op haar beurt ook wil luisteren naar wat ik daarover heb gezegd. Ik heb een hoeveelheid van antwoorden gegeven en ik heb uitgelegd waarvoor de Defensie Materieel Procedure staat en wat de B-fase behelst. De hoeveelheid vragen die terecht aan de orde komt, wordt juist in de B-fase beantwoord. Wij staan echt helemaal aan het begin van die onderzoeksfase. Het project is nog maar net begonnen. Wij gaan niet automatisch een-op-een vervangen. Wij bestellen helemaal niets, althans op dit moment en ook de komende tijd niet.
Juist omdat wij doelredenering willen vermijden — dat werd Defensie in het verleden wel aangerekend — gaan wij in de B-fase onderzoeken wat de verschillende opties zijn, zeg ik ook tegen mevrouw Diks. Wij kijken nadrukkelijk niet alleen naar onderzeeboten. Ook dat heb ik gezegd tijdens het algemeen overleg eerder deze week. Wij kijken dus ook naar andere capaciteiten die mogelijk aan de gestelde functionele eisen voldoen. Vandaar dat wij consequent spreken over capaciteit en niet per se over boten.
Juist om te voorkomen dat wij in een te vroeg stadium keuzen maken, onomkeerbare keuzen, al is het maar omdat wij te ver vooruitlopen op een aantal details waardoor de beeldvorming verder wordt ingekleurd, zijn wij vorig jaar een nieuwe Defensie Materieel Procedure met elkaar overeengekomen. Dit betekent dat tijdens dit proces in de B-fase steeds meer informatie beschikbaar komt. Wij hebben dat ook zo met de Algemene Rekenkamer besproken. Wij kunnen straks dan ook een hoeveelheid van varianten en opties aflopen en afpellen, en nader bespreken met de Kamer.
Ook over het bedrag hebben wij de afgelopen week gesproken. Ik vraag de Kamer toch nog eens goed te kijken naar de Defensie Materieel Procedure. Er wordt niet wat gesuggereerd. Er zijn verschillende financiële categorieën in de DMP opgenomen waarvan de hoogste categorie 2,5 miljard en meer is. Het is volstrekt logisch dat dit project als zodanig is aangemerkt. Kortom, het wachten is op de B-fase. Derhalve zou ik de allereerste motie, op stuk nr. 18, willen ontraden. Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 19. Deze zijn beide van mevrouw Karabulut. Helaas — het is nu net alsof ik nooit wat wil omarmen — geldt mijn ontrading ook voor de moties op stuk nr. 20 en 21.
Mevrouw Karabulut (SP):
De minister heeft wel geluisterd, maar ze begrijpt het niet helemaal, denk ik. Of ik begrijp haar niet goed. Ze zegt dat het een volledig transparant en open proces is en dat alles nog open ligt, inclusief de mogelijkheid dat we uitkomen op een variant waarin het geen onderzeeboten worden. Waarom ontraadt zij dan mijn motie om serieus werk te maken van een onderzoek over de vraag of afschaffing ook een optie is?
Minister Hennis-Plasschaert:
We dreigen het debat van eerder deze week nog een keer te voeren. Dat is geen goed idee. Ik heb uitgebreid stilgestaan bij de nulvariant. Een motie die dus bijna in lijn is of in lijn is met wat ik eerder heb gezegd, is overbodig. Derhalve ontraad ik die. De motie raakt sleets als u allerhande moties indient die mij verder niet aansporen, of mij, eerlijk gezegd, hinderen, of die een beeld oproepen dat ik verre van mij werp.
Mevrouw Karabulut (SP):
Volgens mij zit het totaal anders. Als de minister er serieus werk van wil maken, kan zij dit zien als ondersteuning van beleid. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de motie op stuk nr. 19. De minister zegt dat het minimaal 2,5 miljard kost. Een verder inzicht wil zij ons niet geven. Er worden bepaalde keuzes gemaakt en een en ander wordt uitgewerkt in een volgende fase. Het was een onderzeeboot, het is een onderzeeboot en het zal straks weer een nieuwe onderzeeboot worden, als het aan deze minister ligt.
Minister Hennis-Plasschaert:
Ik denk dat mevrouw Karabulut echt de wil moet tonen om te luisteren. Ik heb net gezegd dat er in de B-fase een heleboel vragen zullen worden beantwoord die niet alleen bij mevrouw Karabulut leven, maar zeer zeker ook bij mij en bij de rest van de Defensieorganisatie.
Mevrouw Diks (GroenLinks):
Ik wil toch graag reageren op het ontraden van mijn moties. Kunt u mij …
De voorzitter:
Kan de minister?
Mevrouw Diks (GroenLinks):
O ja, via de voorzitter. Kunt u mij dan de garantie geven dat we in onze commissie een gesprek zullen voeren over een integrale visie op de Nederlandse krijgsmacht? Ik snap heel goed wat u in het AO hebt gezegd. Binnen de marine kan een onderzeeboot misschien een logische en relevante capaciteit zijn. Je moet wel nadrukkelijk met elkaar het gesprek willen voeren over de vraag of die binnen de gehele Nederlandse krijgsmacht en de taken die deze heeft, ook relevant is. Dat gesprek wil ik graag voeren.
Minister Hennis-Plasschaert:
Tijdens het debat eerder deze week ben ik ingegaan op eerdere nota's, zoals In het belang van Nederland. Hierin hebben we met name ingezoomd op operationele duurzaamheid, financiële duurzaamheid en internationale samenwerking. Ik heb ook verwezen naar het document Houvast in een onzekere wereld. Dat is vrij recent gepubliceerd. Hierin worden ontwikkelingslijnen voor de krijgsmacht voor de komende jaren uiteengezet. Het onderwerp als zodanig is nooit besproken in deze Kamer, maar ik bepaal uw agenda niet. Ik ben graag bereid om daarover met u te spreken. Dan kunnen we ook de Onderzeedienst erbij betrekken. Ik hecht er wel aan te zeggen dat Nederland deel uitmaakt van een groter geheel, de Europese Unie en bijvoorbeeld de NAVO. We kijken natuurlijk ook naar de zogenoemde basisgereedschapskist van een krijgsmacht en de noodzaak voor iedere ally of bondgenoot om over een aantal nichecapaciteiten te beschikken. Dat is precies het onderscheid dat ik eerder deze week maakte. Hoe dan ook, ik ben graag bereid om, als de Kamer mij hiertoe uitnodigt, hierover het debat in bredere zin te voeren.
De voorzitter:
Kort, afrondend.
Mevrouw Diks (GroenLinks):
Heel graag, voorzitter. Dank u wel, minister. Dat debat willen we heel graag voeren, vooral ook met de nuancering die u aanbracht, namelijk: binnen de gehele NAVO-capaciteit. Welke rol heeft Nederland dan en welke rol zou Nederland in de toekomst moeten spelen?
Minister Hennis-Plasschaert:
Daar ben ik graag toe bereid.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Dank u wel. Vanavond stemmen wij over de moties. Na de schorsing gaan wij praten over de plannen voor een Europees leger.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Voorzitter: Arib
Plannen voor een Europese defensie
Plannen voor een Europese defensie
Aan de orde is het debat over de plannen voor een Europese defensie.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Wederom van harte welkom aan de minister. Ik geef het woord aan mevrouw Popken namens de PVV-fractie voor haar maidenspeech. Dat betekent dat zij niet mag worden geïnterrumpeerd.
Mevrouw Popken (PVV):
Voorzitter. Het heeft wat regelingen van werkzaamheden gekost, maar we staan hier uiteindelijk dan toch vandaag. "We beslissen iets, we brengen dat dan naar voren en wachten af wat er gebeurt. Als er geen protest is of opstand uitbreekt - want de meesten begrijpen toch niet wat er beslist wordt, dan gaan we weer wat verder, stap voor stap, tot er geen terugkeer meer mogelijk is." Dit is misschien wel de bekendste uitspraak van Juncker, die dan ook precies aantoont hoe deze man denkt.
We praten vandaag over de belachelijke EU-defensieplannen van de grootste eurofiel van de 21ste eeuw. Wat een wanstaltige borstklopperij van Brussel als het gaat om vrede en veiligheid op het Europese continent. Vrede is er niet dankzij Brussel, maar ondanks Brussel. En terwijl Juncker druk bezig is zichzelf en de zijnen op de borst te kloppen, wordt Europa geteisterd door aanslagen en doen zij hier helemaal niets aan. IS zegt zelf dat ze meer dan 4.000 islamitische terroristen tussen de illegale immigranten de EU hebben binnengesmokkeld, maar de veerdienst Frontex op de Middellandse Zee blijft gewoon pendelen en onze grenzen blijven gewoon openstaan. En de lidstaten die hun grenzen wel willen sluiten, omdat ze genoeg hebben van al die hoogopgeleide apothekers uit Aleppo, worden door de EU keihard op de vingers getikt.
Maar terug naar de plannen. Een EU-defensiefonds, een EU-defensiebeleid, een militair hoofdkwartier en, last but not least, de EU-defensiebataljons, de zogenaamde EU Battlegroups, waarbij de ongekozen eurocraten van Brussel mogen bepalen waar zij ingezet kunnen worden en waarbij andere lidstaten het bevel over onze mannen en vrouwen voeren als leading nation wanneer er EU-missies plaatsvinden.
En dan de kosten. Tsja, daar gaat Nederland nog over onderhandelen in 2018. Typisch een gevalletje van eerst een auto kopen en dan even kijken hoe je die gaat betalen. Hoewel ik niet zo'n gokker ben, durf ik er toch wel wat onder te verwedden dat wij als braafste jongetje van de klas ook hier weer zwaar in het pak worden genaaid. Als ik zeg "wij", dan bedoel ik natuurlijk de Nederlandse belastingbetaler.
De EU is met deze plannen niet bezig om het defensiebeleid te verbeteren, maar vervreemdt zich juist van bevriende NAVO-landen. De VS worden als nieuwe tegenstander neergezet en de EU moet zogezegd het lot in eigen handen nemen. Maar het gaat hier niet zomaar om samenwerken, het gaat om het verdergaand integreren, zo niet fuseren, van onze defensie binnen de EU. Ik citeer de minister wanneer het gaat om het verregaande scenario. "Dan stemmen landen hun defensieplanning, financiën en besluitvorming volledig op elkaar af." Waarom zet deze minister zo in op een EU-defensiebeleid terwijl wij alle structuren en alle afspraken al in NAVO-verband hebben? Waarom blijft deze minister zo geloven in de EU, terwijl deze zich al in verregaande staat van ontbinding bevindt?
Voor de PVV is de EU niet de oplossing, maar het probleem. Als wij zo doorgaan op deze heilloze weg, zijn wij straks een onderdeel van de islamitische EU-superstaat, met een EU-defensie en een EU-leger.
Een van de redenen waarom ik de politiek in ben gegaan, is om als vertegenwoordiger van het Nederlandse volk mijn rol binnen de trias politica serieus te nemen. Om te strijden voor ons mooie Nederland en tegen de islamisering en de imperialistische superoverheid in Brussel. De uitdagingen die voor ons liggen zijn groot, maar er is geen reden om bang te zijn voor de toekomst. Want willen we als Nederland überhaupt nog een toekomst hebben, dan moeten we keuzes maken, keuzes die afwijken van de keuzes van de linkse eurofiele elite, de elite wiens multiculturele samenleving, Europese superstaat en opendeurenbeleid een grote mislukking zijn gebleken. En de PVV durft deze keuzes te maken, want wij kiezen voor ons Nederland. De PVV zal zich dan ook met hand en tand verzetten tegen elke stap richting een EU-leger en tegen elke stap die Juncker zet.
Tot zover, voorzitter.
(Geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Ik feliciteer u van harte met uw maidenspeech. U hebt gisteren bij de regeling bewezen dat u terug kunt vechten, dus volgens mij komt het wel goed. Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken, zodat collega's u kunnen feliciteren.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
We gaan verder met het debat. Ik geef mevrouw Belhaj namens D66 het woord.
Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter. Allereerst wil ik mevrouw Popken van harte feliciteren met haar maidenspeech. Daar straalde niets af van dat het de eerste keer was om te spreken, maar dat heeft natuurlijk te maken met de ervaring daarvoor. Het is ook mooi om te horen via de inhoud hoeveel passie iemand al heeft in de eerste paar maanden van haar Kamerlidmaatschap. Ik denk dat ik wel kan zeggen dat mijn collega's hier haar heel veel succes wensen.
Eigenlijk kun je geen mooier contrast hebben als je het hebt over de Europese Unie en de Europese defensiesamenwerking: eerst de PVV en nu D66. De Europese Unie is verrezen uit de as van twee wereldoorlogen die 80 miljoen mensen het leven kostten, zo luidt de eerste zin van de discussienota over de toekomst van de Europese defensie. Het is een belangrijke zin en een belangrijk feit, want het geeft perspectief aan de discussie die wij vandaag voeren. De Europese eenwording is een ongekend succes dat ons vrede, vrijheid en veel welvaart oplevert. Maar aan de grenzen van Europa heerst chaos en instabiliteit en daarom is verdergaande Europese defensiesamenwerking zo belangrijk. Natuurlijk zijn er partijen te vinden die denken dat je je beter achter de dijken of de Grebbelinie kunt terugtrekken en die letterlijk de Nederlandse grens willen sluiten. Dat is niet alleen onmogelijk, het is ook de grootste onzin. De veiligheid voor inwoners van Enschede hangt niet af van de grensovergang met Duitsland, maar van de grens met Litouwen en Rusland. Daarom zijn daar ook Nederlandse troepen gestationeerd.
De afgelopen jaren zijn door de minister belangrijke stappen gezet. Zo is de Nederlandse landmacht verregaand geïntegreerd met de Duitse landmacht en heeft de minister in Europa geijverd voor een militair Schengengebied. De minister mag in woorden soms weleens op de rem staan als het om Europese defensiesamenwerking gaat, maar in de praktijk is het volle kracht vooruit en voor het laatste wil ik haar uiteraard complimenteren.
Meer Europese defensiesamenwerking is logisch, als je bedenkt dat ongeveer drie op de vier Europeanen vóór een Europees Veiligheids- en Defensiebeleid zijn. Meer Europese defensiesamenwerking is ook noodzakelijk als je ziet met welke dreiging de Europese Unie te maken heeft. Ik noem een agressief Rusland aan de oostkant, en ISIS en instabiele staten aan de zuidkant. Europa moet hier echt zijn eigen verantwoordelijkheid in nemen. Zonder de Atlantische betrekkingen tekort te willen doen, is het toch voor iedereen zonneklaar dat we ons niet eeuwig kunnen blijven verschuilen onder de Amerikaanse veiligheidsparaplu. D66 is daarom ook blij met de discussienota over de toekomst van de Europese defensie.
Het zal niet verbazen dat D66 graag zou zien dat het kabinet gaat voor het meest vergaande scenario. D66 wil namelijk meer gezamenlijke opleiding en training voor personeel, meer gezamenlijk oefenen, een permanent Europees hoofdkwartier, gebruikmaken van de European Battlegroups, aansluiten bij de mogelijkheid van kopgroepsamenwerking op defensieterrein en een echte Europese defensiemarkt, met gezamenlijke opslag, onderhoud, inkoop en aanschaf van defensiematerieel.
Helaas is de minister niet echt positief over het verregaande derde scenario uit de discussienota en dat vinden wij jammer. Als het bijvoorbeeld gaat om de kopgroepsamenwerking, de zogenaamde PESCO, moet je er volgens ons juist vroeg bij zijn, zodat je nog invloed kunt uitoefenen op waar het heengaat. Kan de minister helder aangeven hoe het kabinet staat tegenover de kopgroepsamenwerking? Ziet de minister kans om aan te sluiten bij de Frans-Duitse as als het gaat om Europese samenwerking?
Gekoppeld aan het streven van verregaande Europese defensiesamenwerking wil ik nog het volgende opmerken. D66 wil dat er een volwaardig en samenhangend veiligheidsbeleid van de Europese Unie komt. Daarmee geef je het Europees buitenlandbeleid beduidend meer gewicht. Wij zullen ons dan ook inzetten voor de implementatie van de Europese buitenlandstrategie. D66 wil een volwaardig en samenhangend veiligheidsbeleid van de Europese Unie, zoals ik net al zei. De Europese Unie moet wat ons betreft binnen de NAVO opereren wanneer dat kan, maar ook buiten de NAVO kunnen functioneren wanneer dat moet. In de afgelopen jaren is Nederland koploper geworden op het gebied van defensiesamenwerking met andere Europese landen en die voortrekkersrol willen wij gebruiken en voortzetten.
Mevrouw Karabulut (SP):
Wat het laatste betreft: daarvoor hebben we niet het Europees superleger nodig dat D66 voorstaat. Daarover is mevrouw Belhaj helder. Mijn fractie wil dat niet. De consequenties van het feit dat u staat voor het model van verdergaande integratie en een Europees defensiefonds, is dat er miljarden extra naar defensie zullen gaan. Waar wil D66 dat geld vandaan halen? Komt dat er door te bezuinigen op zorg, door te bezuinigen op onderwijs ...
De voorzitter:
Daar gaat mevrouw Belhaj antwoord op geven.
Mevrouw Karabulut (SP):
... door te bezuinigen op agenten? Waar komt dat geld vandaan?
Mevrouw Belhaj (D66):
Dat vraag ik me ook heel vaak af als ik het SP-verkiezingsprogramma lees: waar komt dat geld vandaan? Dat is een heel relevante vraag. Het is ook een bijna principiële vraag. Ik vind het vanuit D66-perspectief normaal dat je, als je weet dat mensen hun persoonlijke veiligheid en de veiligheid van Nederland belangrijk vinden, daar geld aan toevoegt. U suggereert nu dat geld dat wordt uitgegeven aan defensie, ten koste gaat van zorg. Dat vind ik altijd een valse tegenstelling, waarin zorg wel over mensen gaat en defensie zogenaamd niet, terwijl defensie natuurlijk wel gaat over veiligheid. Defensie gaat over vrede, wat mij betreft. Volgens mij is het helemaal geen ingewikkelde discussie. Als wij met elkaar besluiten dat we het willen, dan moeten we dat juist in Europese samenwerking doen, zodat we het geld dat we besteden, effectiever kunnen inzetten. Misschien blijft er dan geld over voor dingetjes uit het verkiezingsprogramma van de SP.
Mevrouw Karabulut (SP):
Mevrouw Belhaj maakt zichzelf compleet belachelijk. Zij zegt terecht dat je een sluitende begroting moet hebben. Die hebben wij jaar in, jaar uit; die wordt doorgerekend door het Centraal Planbureau. Wat dat betreft hoeft mevrouw Belhaj mij dus niks te verwijten. Maar als zij consequent is, dan weet zij ook dat deze plannen neerkomen op een extra investering en verdergaande militarisering. Dat kost geld, linksom of rechtsom, of het nou in het programma van D66 staat of in dat van de SP. Gaat dat dan bijvoorbeeld ten koste van de binnenlandse veiligheid, waar het grootste probleem zit? Gaat het ten koste van de inlichtingendiensten? Gaat het ten koste van de agenten? Dat is toch een heel reële en terechte vraag? Daarop krijg ik graag een helder antwoord van D66.
Mevrouw Belhaj (D66):
Ik zou de woorden van mijn collega nooit kwalificeren als "belachelijk". Ik probeer aan te geven dat de crux van Europese samenwerking nu ook is dat je met elkaar geld bespaart. We hebben in de notities gezien hoeveel wapensystemen al die verschillende landen hebben, hoeveel individuele aanloopinvesteringen ze moeten doen en hoeveel opleidingen landen individueel verzorgen. Als je dat samenvoegt en als je samenwerkt, hoeft dat niet per se te betekenen dat het meer geld kost. Sterker nog, het kan je geld opleveren. We investeren op dit moment ook al voor een klein gedeelte geld in die Europese samenwerking, en we hebben naar aanleiding van de discussies besloten om nog wat toe te voegen. Dat was volgens mij drie of vier maanden geleden, maar dat weet de minister nog beter. Dat is dus gewoon opgenomen in de begroting. Ik denk dat dat ook weer zal gebeuren met Prinsjesdag. Het is dus niet zo dat er, omdat we dit nu doen, miljarden ergens anders vandaan gehaald gaan worden.
De heer Knops (CDA):
Ik was juist buitengewoon aan het genieten van de inbreng van mevrouw Belhaj. Op één punt heb ik wel een vraag. Zij is daar een beetje snel overheen gegaan. Dat had misschien te maken met de spreektijd, dus vandaar deze interruptie. Mijn vraag gaat over de consequenties van het kiezen voor een Europees leger, wat D66 consequent doet. Dat betekent heel simpel dat je ook zeggenschap over de inzet van troepen, van militairen, uit handen geeft. Daarmee leg je een gigantische hypotheek op Europese samenwerking. Kan mevrouw Belhaj de consequenties daarvan eens schetsen? Ze gaat namelijk heel makkelijk naar scenario 3, maar dat heeft nogal wat consequenties. De minister is daar niet voor niets kritisch over.
Mevrouw Belhaj (D66):
Ik begrijp de vraag van de heer Knops. Toen ik nadacht over de betekenis van scenario 3, dacht ik wel: we zijn eigenlijk een beetje inconsequent bezig. De soevereiniteit van Nederland is niet aan de orde. We zullen er voorlopig naar blijven streven om die beslissingen hier gezamenlijk te nemen. In scenario 3 ga je wat verder. Onderdeel daarvan zijn bijvoorbeeld de Battlegroups. We zijn een groot voorstander van die Battlegroups. Dat is eigenlijk een Europees leger. Het is niet zo dat we een missie hebben en dan aan ieder land vragen hoeveel militairen het kan toevoegen. We hebben nu eigenlijk een Europees legertje. Toch zeggen we in feite dat we daar niet aan willen doen. Ik zie het dus zo voor me dat het wel belangrijk is dat we zo snel mogelijk helderheid krijgen over de manier waarop de besluitvorming in Brussel met betrekking tot Nederland moet plaatsvinden. Die vraag leg ik meteen neer bij de minister. Moet het via de Europese Raad of juist via de Europese Commissie, zodat er ook een vorm van controle door volksvertegenwoordigers in kan komen? Ik ben het dus met de heer Knops eens dat het ongelofelijk belangrijk is dat de minister of het ministerie een voorstel doet voor de structuur die hierbij hoort, zodat wij daarover een besluit kunnen nemen. Wat de uitkomst ook is, daar vloeit inderdaad ook het uiteindelijke scenario uit voort.
De heer Knops (CDA):
Ik weet dat D66 grondig voorstander is van een Europees leger, misschien nog wel verdergaand dan scenario 3. Denkt mevrouw Belhaj, tegen die achtergrond, dat het verstandig is om die stap zo snel te zetten, als je ziet hoe ingewikkeld die samenwerking nu al is? Daarbij kunnen grote risico's gelopen worden, bijvoorbeeld doordat bepaalde landen andere besluiten nemen dan andere landen, waardoor eenheden niet kunnen worden ingezet, enzovoorts. Wij zijn geen Verenigde Staten van Europa. Dat zou D66 wel graag willen, maar daarover verschillen we echt van mening. We gaan dat ook niet worden. Als we dat niet zijn, kan er dus ook geen sprake zijn van een Europees leger.
Mevrouw Belhaj (D66):
Het is zo fascinerend dat iedereen het heel leuk vindt om de hele tijd de term "Europees leger" te gebruiken. Ik snap dat wel, want het heeft ook een zekere humor in zich, maar ik heb er bewust voor gekozen om het daar niet over te hebben omdat ik merk dat het mensen onterecht angstig maakt. We spreken hier vandaag over verregaande Europese samenwerking. Ik heb de EU Battlegroups niet ingesteld. Als je geen Europees leger of Europese defensiesamenwerking wilt, moet je die Battlegroups ook niet willen. D66 probeert heel helder en open te communiceren waar wij naartoe willen met Europa, zodat we hierover goede debatten kunnen voeren met elkaar en zodat we op basis van de meerderheid in de samenleving kunnen besluiten welke richting het op moet. Het gaat hier dus eigenlijk niet over de vraag of het wel of geen leger is. Dat is een semantische discussie. De feiten spreken voor zich. Alle beslissingen die de minister de afgelopen tijd heeft genomen en die ze de komende tijd gaat inzetten, gaan in de richting van verdergaande Europese defensiesamenwerking. Als u het interessant vindt om de hele tijd het woord "leger" in te brengen, is dat aan u, mijnheer Knops, maar u hebt het mij niet horen zeggen. Ik wil gewoon dat volstrekt helder is dat D66 daar groot voorstander van is. Dat heb ik hier vandaag overtuigd willen neerzetten.
De voorzitter:
Dank u. Was u al bijna klaar? U hebt nog dertien seconden.
Mevrouw Belhaj (D66):
Tot slot. Voor onze veiligheid zijn we sterk afhankelijk van onze partners in de Europese Unie en de NAVO. We moeten de realiteit onder ogen durven zien, zeg ik tegen alle partijen die hier aanwezig zijn, en daar open over zijn. Dan kunnen we vervolgens concrete stappen zetten met onze Europese partners voor een goede en werkbare Europese defensie, voor de veiligheid van alle 500 miljoen inwoners van Europa.
Mevrouw Karabulut (SP):
Voorzitter. We hebben het hier over toekomstige defensiesamenwerking binnen de Europese Unie. Met alle ontwikkelingen in de wereld — in het bijzonder president Trump van de Verenigde Staten, de brexit en alle brandhaarden in de wereld — is het hele proces in een stroomversnelling gekomen. Iedereen die hier zegt dat samenwerking binnen Europa noodzakelijk is voor vrede en veiligheid, heeft gelijk. Maar iedereen die ons hier wijs wil maken dat we toe moeten naar een Europees leger waarbij we veel zeggenschap weggeven en waarin meer geld gepompt wordt en die verdergaande militarisering van Europa bepleit in navolging van het beleid van de afgelopen jaren, in navolging van de NAVO, die verkoopt eigenlijk klinkklare onzin.
Voordat ik inga op de concrete voorliggende voorstellen en een aantal vragen daarover, wil ik eerst een nuchtere constatering doen die de discussie over defensie hopelijk kan ontdoen van de vele hyperbolen en angstvisioenen die het debat de laatste jaren vervuilen. De defensiebudgetten van de Europese landen samen zijn vele malen hoger dan die van het land dat wellicht de belangrijkste reden is voor herhaalde pleidooien voor meer defensiebudget. We hebben het dan natuurlijk — mevrouw Belhaj hintte daar ook al op — over Rusland, dat bovendien recent nog enorme bezuinigingen heeft aangekondigd. Alleen al Frankrijk en Duitsland hebben samen een veel hoger defensiebudget dan Rusland. Het Russische defensiebudget is slechts 27% van het totaal van de defensiebudgetten van de Europese NAVO-landen. De balans raakt nog veel verder zoek, als we kijken naar het belangrijkste NAVO-land, de Verenigde Staten, dat maar liefst negen keer meer uitgeeft aan defensie dan Rusland.
De voorstellen voor verdergaande integratie richting een Europees leger uit de EU zijn een reactie op de verslechterde veiligheidssituatie. Daarbij wordt dus gewezen op de spanningen met Rusland, de oorlogen in Syrië en Irak, de ontwikkelingen in Libië, waarvandaan veel migranten naar Europa proberen te komen en natuurlijk het toenemende aantal aanslagen in Europa. Wij, ik en de SP, betwisten niet dat er een groot veiligheidsprobleem is, maar we geloven niet dat nog meer militarisering de oplossing is en dat er überhaupt een militaire oplossing is voor de genoemde problemen. Integendeel, we moeten constateren dat een deel van de onveiligheid, die zich verplaatst en terug verplaatst in Europa, het gevolg is van eerdere interventies in landen zoals Irak en Libië, waar een chaos is gecreëerd, waar de jihadisten op hebben ingespeeld en van waaruit bijvoorbeeld zo'n veelkoppig monster is ontstaan zoals de IS-fascisten.
De oplossing is dan niet simpelweg nog meer investeren in Europese krijgsmachten en deze oorlog tegen terrorisme, die geen einde kent en steeds weer nieuwe vijanden creëert, door blijven zetten. Eerlijk gezegd had ik van Europese leiders leiderschap verwacht, dat zij zich kwetsbaar zouden durven opstellen en deze vragen hardop durven stellen. Welk concreet voorbeeld kunnen we nog krijgen, vandaag en gisteren in het nieuws? We volgen allemaal de ontwikkelingen in het Verenigd Koninkrijk. Het Verenigd Koninkrijk wordt door Saudi-Arabië geïnfecteerd met wahabitische islamistische ideeën die de jihadisten voeden, terwijl het Verenigd Koninkrijk — en niet alleen het Verenigd Koninkrijk — wapens levert aan Saudi-Arabië. Dat is dus niet de oplossing. Wat zien we in het binnenland? Het Verenigd Koninkrijk bezuinigt op eigen veiligheid van burgers. Dus mevrouw Belhaj …
De voorzitter:
U moet afronden.
Mevrouw Karabulut (SP):
De veiligheid van onze burgers garanderen wij niet door te bezuinigen op onze sociale voorzieningen. De veiligheid van onze burgers garanderen wij door ons deze fundamentele vragen te stellen.
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Karabulut (SP):
Ik kom tot een afronding.
De voorzitter:
U moet echt afronden. U hebt bijna vijf minuten gesproken en iedereen heeft vier minuten.
Mevrouw Karabulut (SP):
Kan de minister ons toezeggen dat zij geen soevereiniteit overdraagt aan Europa, dat er geen Europees defensiebudget komt met daaraan gekoppeld automatisch meer geld naar defensie en dat we, zoals we al deden, op zoek gaan naar de samenwerking, die nu al voortreffelijk verloopt als ik de minister mag geloven?
De voorzitter:
Dank u wel. Dan ga ik nu naar mevrouw Diks.
Mevrouw Karabulut (SP):
O, ik dacht dat ik een interruptie had.
De voorzitter:
Ja, ik weet dat u daarop zit te wachten, maar ik ben blij dat mevrouw Belhaj weer is gaan zitten. Het woord is aan mevrouw Diks namens GroenLinks.
Mevrouw Diks (GroenLinks):
Voorzitter. Graag maak ik van de gelegenheid gebruik om mevrouw Popken met haar maidenspeech te feliciteren. Ik weet niet of ik het helemaal met haar eens was, maar daar gaan wij het in de komende jaren nog over hebben, ben ik bang.
Er zijn twee pogingen gedaan om dit debat uit te stellen, niet omdat het geen zinnig onderwerp is, maar wel vanwege de afwezigheid van de minister van Buitenlandse Zaken, zodat de context van een gemeenschappelijk buitenlands beleid ontbreekt. Dat is nota bene het kader voor defensie- en veiligheidsbeleid. Zoals bekend ziet GroenLinks als stip op de horizon een gezamenlijk gedragen Europese defensiemacht. Tegelijkertijd is ons ook helder dat wij op weg naar dit einddoel nog voor langere tijd in een periode van transitie zullen verkeren. In die periode, zo verwachten wij, zullen de lidstaten stappen zetten om in de praktijk op veel onderdelen steeds verdergaand samen op te trekken.
De opmerkingen over soevereiniteit in de brief van de minister zie ik daarom vooral als symbolisch en voornamelijk de besluitvorming betreffend. Voor onze verdediging zijn wij immers altijd afhankelijk van steun van anderen en zullen wij nog nauwer moeten samenwerken om onze gezamenlijke Europese defensie op orde te brengen en te houden. GroenLinks vraagt de minister om hier constructief aan mee te werken.
De Europese Commissie heeft drie scenario's voor Europese defensiesamenwerking op papier gezet. Daarbij is scenario 1 in feite al achterhaald, scenario 2 een voorzichtige stap vooruit en scenario 3 het meest ambitieus. GroenLinks steunt de gedachte van het kabinet om een voortrekkersrol in te nemen als het gaat om meer EU-defensiesamenwerking. Wij vinden het echter wel jammer dat het kabinet lijkt te kiezen voor de status quo van scenario 2, en scenario 3 voor nu als te vergaand lijkt af te wijzen. Wij zouden een echte keuze voor scenario 3 voorstaan.
In haar brief lijkt het belangrijkste kritiekpunt van de minister op scenario 3 zich te richten op de vorming van geïntegreerde eenheden van meerdere lidstaten die permanent beschikbaar zouden moeten zijn voor snelle inzet in EU-verband. De minister merkt op dat ze hier moeite mee heeft "onder de huidige omstandigheden". Bedoelt de minister hiermee de grote druk die nu al op de Defensieorganisatie ligt om de huidige taken naar behoren uit te voeren? Wat GroenLinks betreft hoeft het een het ander namelijk niet uit te sluiten. Geïntegreerde gezamenlijke eenheden kunnen toch ook beschikbaar zijn voor inzet zowel in EU-verband als in NAVO-verband? Zou de minister in dat geval minder moeite hebben met scenario 3? Graag krijg ik een reactie hierop.
Nederland zet belangrijke stappen op het gebied van integratie van militaire capaciteiten met buurlanden. Die stappen passen juist in scenario 3. Door dit scenario te omarmen stimuleren wij ons inziens deze praktijk ook tussen andere lidstaten. Daarnaast hopen wij dat de regering ook met een open blik voorstellen van andere lidstaten zal bezien. Een bredere en diepere samenwerking komt de weerbaarheid van de Europese Unie immers ten goede. Wij horen daar graag de reactie van de minister op.
Integratie van de nationale defensie-industrieën in een Europese defensiemarkt zou wat GroenLinks betreft voortvarend ter hand genomen moeten worden. Ik hoor instemming vanaf de tribune. Als de lidstaten vasthouden aan maatwerk voor hun eigen materieel, is dat minder efficiënt en blijven wij belastinggeld verspillen. Tegelijkertijd moeten wij dan wel borgen dat wij niet met EU-geld nationale defensie-industrieën in de lucht houden. Om dit te voorkomen, is het ons inziens belangrijk dat wordt gewerkt aan een meer geïntegreerde Europese defensie-ontwikkelmarkt.
Nogmaals, GroenLinks had geen behoefte aan dit debat op dit moment. Maar nu we het toch voeren, nemen we meteen de gelegenheid te baat om een punt op te voeren waarvan de GroenLinks-fractie de minister wil vragen, er toch alvast mee aan de slag te gaan, namelijk samenwerking op het gebied van cybersecurity. Tot op heden is er nog geen gebruik gemaakt van de mogelijkheden die de permanente en structurele defensiesamenwerking die het Verdrag van Lissabon biedt, PESCO, in te richten. Daarin lijkt nu verandering te komen, nu de weerstand van het Verenigd Koninkrijk geen factor meer is of lijkt te zijn. De recente grote ransomware-aanvallen hebben aangetoond dat het verhogen van onze cybersecurity topprioriteit moet hebben. Wat GroenLinks betreft, zou daarom de eerste PESCO-kopgroep op het gebied van cybersecurity moeten worden ingericht. Dan kunnen expertise en best practices uit lidstaten binnen de kopgroep gepoold worden, zodat we gezamenlijk deze internationale dreiging beter het hoofd kunnen bieden. Deelt de minister deze wens en is zij bereid, zich in te zetten voor zo'n cybersecuritysamenwerking?
De heer Knops (CDA):
Voorzitter. Europa wordt omgeven door een ring van instabiliteit, die alleen maar groter en intenser wordt. Tegelijkertijd zien we dat het militaire handelingsvermogen van de EU buitengewoon gering is. Dat de Commissie met een reflection paper is gekomen over Europese defensiesamenwerking juichen wij dan ook toe. De drie mogelijke scenario's voor de ontwikkelingen tot 2025 worden geschetst. Het is inderdaad aan de lidstaten om te bepalen wat ze daarmee doen.
Dit initiatief draagt bij aan de discussie die in de hoofdsteden gevoerd moet worden. Positief is ook dat zelfs in het meest vergaande scenario geen sprake is van een Europees leger. Het staat wel in het programma van D66, maar niet in dit scenario. Wij zijn daar uitdrukkelijk op tegen. Ook Duitsland is ertegen, wat ook bleek uit de speech van de Duitse staatssecretaris van Defensie Brauksiepe op de Europaconferentie van een kleine twee weken geleden. Die conferentie was georganiseerd door de CDA-delegatie in het Parlement. Hij benadrukte daar dat Europa meer verantwoordelijkheid moet nemen voor de veiligheid op haar eigen continent. Hij benadrukte verder het belang van permanente gestructureerde samenwerking, omdat om ons heen crises en conflicten in een adembenemend tempo enorme proporties hebben aangenomen. Hij sprak de hoop uit dat samenwerkingsverbanden tussen Nederland en Duitsland, zoals het Duits-Nederlandse legerkorps, als model kunnen dienen voor vergelijkbare samenwerkingsverbanden tussen Europese lidstaten. Dit pleidooi kan onze fractie van harte ondersteunen. Wij hebben al eerder aangegeven in de richting van de minister dat dit soort initiatieven uiteindelijk krachtig is. Dat kunnen initiatieven zijn op het gebied van aanschaf, instandhouding en onderhoud van materieel, want daar is veel winst te behalen. Interoperabiliteit, met elkaar kunnen praten en communiceren met allerlei systemen, is van groot belang. Ook een Defensiefonds, hoewel er nog wel wat kanttekeningen bij te plaatsen zijn, kan een impuls geven aan Europese defensiesamenwerking, onderzoek en ontwikkeling.
Onze fractie kan zich in veel opzichten vinden in het tweede scenario. Daarin werken lidstaten nauwer samen ten aanzien van crisisbeheersing en capaciteitsopbouw. Dat is niet, zoals mevrouw Diks zei, een status quo, want zo heb ik dat scenario niet gelezen, het gaat echt verder dan wat we nu doen. Er is meer onderlinge afstemming van defensieplanningen tussen lidstaten. Waar dat scenario te ver gaat, is als gesteld wordt dat complexe platforms gezamenlijk ontwikkeld en aangekocht zouden moeten worden. Onze fractie is tegen gedwongen winkelnering voor Europees materieel. Nederland moet voor de F-35 kunnen kiezen als blijkt dat dat het beste wapensysteem is, net als veel andere Europese landen. Zelfs Duitsland, dat samen met Frankrijk en het VK indertijd de Eurofighter aanschafte, wil ervan af en tendeert naar de F-35. Wat vindt de minister van dat tweede scenario?
Het derde scenario gaat op sommige punten echt te ver, zoals vergaande taakspecialisatie en het permanent gereed hebben van geïntegreerde strijdkrachten voor snelle inzet in EU-verband. Dat legt een te groot beslag op schaarse capaciteiten en gaat ten koste van de NAVO. Verder veronderstelt het supranationale besluitvorming. Als Nederland een specifieke taak heeft die andere landen nodig vinden om in te zetten en Nederland niet, zou Nederland gedwongen kunnen worden om te leveren.
Laat de EU zich vooral richten op de 3D-missies, van belang in Noord-Afrika in het kader van de migratieproblematiek, zodat we een van de grootste opgaven voor Europa in de komende decennia het hoofd kunnen bieden, namelijk de bescherming van onze buitengrenzen. Onze fractie pleit voor realiteitszin en niet voor "overpromise, underdeliver". De eerdere doelstellingen waren veel te ambitieus. De Battlegroups zijn nog nooit ingezet. Wij kiezen voor een bottom-upbenadering in plaats van een top-downbenadering.
Er zit nu een nieuwe Franse president, die al meteen zijn geloofsbrieven heeft afgegeven en heeft gezegd dat hij meer in Europees verband wil doen. Dat is een oude wens van de Fransen, die een tijdje met één been buiten de NAVO hebben gestaan. De bondskanselier van Duitsland, Merkel, heeft aangegeven dat ze zich meer wil oriënteren op Frankrijk en minder op de VS en het VK. Ze lijkt bereid tot grote concessies in Parijs. Hopelijk niet als het gaat om een Europees leger; dat zeg ik er meteen bij. Ook met de brexit is het nieuwe Europese krachtenveld anders geworden. Nederland mist het VK als bondgenoot. Hoe kijkt de minister hiertegen aan in deze nieuwe setting?
Tot slot. Afkeer van de Verenigde Staten is wat ons betreft een verkeerde insteek om het GVDB te versterken. Ik proef dat. Ik proef ook dat de minister van Buitenlandse Zaken, die nu niet aanwezig kan zijn, dat eerder heeft gezegd. Wat ons betreft is dat niet aan de orde. Dat zou ten koste gaan van de NAVO. Veel Europese krijgsmachten verkeren in deplorabele staat. Daar moeten we iets aan doen. Daarin moeten we investeren. We moeten niet roepen dat een Europees leger de oplossing is voor alles.
Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Voorzitter. Ik wil allereerst collega Popken van harte feliciteren met haar maidenspeech.
Als er één domein is waarvoor de noodzaak tot Europese samenwerking duidelijk is, dan is het defensie wel. Toenemende instabiliteit en conflicten aan de rand van Europa hebben ook hun weerslag bij ons in Nederland. Hoe graag we het ook willen, het lijkt niet waarschijnlijk dat deze situatie in de nabije toekomst ten goede gaat veranderen. De bedreigingen waar we met zijn allen voor staan, zijn te groot om op eigen kracht op te lossen. De strijd tegen armoede, ongelijkheid, rechteloosheid en onveiligheid in de wereld valt niet te winnen als ieder land voor zich opereert. We moeten dus wel samenwerken. Daarbij is er geen ander geloofwaardig alternatief dan gezamenlijk optrekken in EU-verband. De uitdagingen waar Nederland en Europa voor staan, verdwijnen niet door ons terug te trekken achter de nationale grenzen. Bij grote vraagstukken, zoals migratie, klimaatverandering en veiligheid, is Europese samenwerking nodig. Dat doen we ook al. Neem de debatten die we afgelopen week hebben gevoerd over de vervanging van defensiematerieel. Dat lijkt misschien een typisch nationale afweging, maar ook daarbij kijken we nadrukkelijk naar de internationale context en de samenwerking met de landen om ons heen, omdat we daar in Nederland beter van worden.
Het pleidooi van de Europese Commissie om integratie van legeronderdelen na te streven, is iets wat Nederland al in de praktijk brengt. We werken al nauw samen, bijvoorbeeld met Duitsland en België. Daar heeft Nederland zelf voor gekozen, omdat we samen met de landen om ons heen sterker staan dan alleen. Wat de PvdA betreft mag Nederland als rolmodel dienen op dit vlak. Of, wanneer en hoe andere lidstaten willen samenwerken, is uiteraard een zaak van lidstaten zelf, maar de PvdA vindt dat de Europese Commissie wel een stimulerende rol mag spelen om andere landen aan te moedigen het Nederlandse voorbeeld te volgen.
We kunnen de toekomst van de Europese defensiesamenwerking niet los zien van de toekomst van de Europese Unie als geheel. De PvdA wil het kabinet daarom meegeven dat wij onze toekomst zien in een EU die beter beschermt, beter presteert en beter handelt, en daarbij rekening houdt met de eigen principes en regels. Een EU die meerwaarde biedt bij de gezamenlijke aanpak van internationale uitdagingen en die nadrukkelijker aandacht schenkt aan het bieden van perspectief aan degenen die de negatieve gevolgen van vrij verkeer en globalisering ondervinden.
Ik deel de mening van het kabinet dat het tweede scenario, de EU als aanbieder van veiligheid, het beste lijkt aan te sluiten op zowel onze Nederlandse ambitie als de EU Global Strategy. Maar ik mis in dit verband nog wel de relatie tot de 3D-benadering. Hoe verhoudt dit alles zich tot onze Nederlandse en Europese diplomatieke ambities en ontwikkelingsambities?
De PvdA had bij het debat van vandaag graag de minister van Buitenlandse Zaken betrokken, juist vanwege het belang van een integrale benadering. Daar zullen we ons sterk voor blijven maken. Het gepresenteerde witboek over de toekomst van de EU en de daaruit voortvloeiende discussienota's bieden goede aanknopingspunten voor een bredere discussie over de toekomst van de EU en onze rol daarin. De PvdA kiest ervoor om niet aan de zijlijn te blijven staan, maar om mee te praten over die toekomst van de EU. Wat ons betreft, gaat dat over een Europese koers die erop gericht is om als Europa meer verantwoordelijkheid te nemen voor onze eigen veiligheid en een bijdrage te leveren aan de vrede en veiligheid wereldwijd. We horen graag van de minister hoe het kabinet de discussie over het Europa van de toekomst in Nederland wil gaan voeren, want zoals Hoge Vertegenwoordiger Mogherini al zei: this is no time for uncertainty.
De heer Van den Bosch (VVD):
Voorzitter. Ook ik wil mevrouw Popken feliciteren met haar maidenspeech. Over de inhoud zullen we het maar niet hebben, maar ik begrijp nu — je leert hier elke dag — waarom de minister van Buitenlandse Zaken hier graag bij had willen zijn.
Laat ik beginnen met een zin die ik de afgelopen maanden al een aantal keren heb uitgesproken: wat de VVD-fractie betreft, blijft de NAVO het primaire kader voor de collectieve verdediging van Europa. Mijn fractie is er ook altijd helder over geweest dat wij verdiepte en concrete defensiesamenwerking binnen Europa wel als een nuttige aanvulling zien op het Trans-Atlantische bondgenootschap. Zeker gezien de wereld waarin we vandaag de dag leven, waar de Europese buitengrenzen worden bedreigd en de Amerikaanse president een ietwat eigenzinnige koers lijkt te voeren, is het belangrijk dat we als Europese lidstaten van de NAVO meer op eigen benen gaan staan, want vrijheid is immers niet gratis.
De VVD vindt het dan ook goed dat er door de lidstaten wordt nagedacht over de wijze waarop de defensiesamenwerking binnen Europa bevorderd kan worden. Samenwerking is essentieel om een blijvend antwoord te kunnen geven op de huidige en toekomstige dreigingen, want Nederland kan dat niet alleen. Daarbij is mijn fractie wel glashelder dat de besluitvorming over de inzet van de krijgsmacht te allen tijde bij de lidstaten zelf moet blijven liggen. De VVD is tegen de vorming van een Europees leger waarvan de beschikkingsmacht in Brussel ligt en niet langer bij de lidstaten zelf. Gelukkig pleit dit papier, dat is ook al door het CDA gezegd, daar ook niet voor, ondanks sommige spookverhalen of sommige dromen van ons of van anderen.
Er wordt wel gepleit — mijn fractie vindt dat een goede ontwikkeling — voor het verbeteren van de interoperabiliteit tussen Europese krijgsmachten. Dit verhoogt de algehele slagkracht en bespaart kosten. In het paper van de Europese Commissie wordt het treffende punt gemaakt dat er momenteel te veel verschillende wapensystemen zijn, 178 binnen de Europese krijgsmachten ten opzichte van 30 binnen de Amerikaanse krijgsmacht. Dat zijn duidelijke cijfers. Door op het gebied van inkoop, onderhoud en afstoot van materieel beter onderling af te stemmen, kan hier een enorme efficiëntieslag gemaakt worden. Ook door het intensiveren van gezamenlijk trainen en opereren wordt aan concrete slagkracht gewonnen. Die slagkracht hebben we keihard nodig, gezien de dreigingen die op ons afkomen.
De voorstellen in het paper dienen ertoe samenwerking te stimuleren en te intensiveren, zowel vanuit Brussel als tussen lidstaten onderling. De VVD-fractie voelt vooral voor dat laatste. Het is prima dat hierover wordt nagedacht in Brussel en dat een duwtje in de rug volgt, maar als we tastbare resultaten willen boeken, moet dat vanuit de lidstaten zelf komen. We kunnen in de praktijk al zien welke meerwaarde die insteek kan hebben. Wat betreft de bilaterale integratie van krijgsmachten loopt Nederland voorop. Kijk maar naar de integratie van de 43ste Gemechaniseerde Brigade in de Duitse 1ste Pantserdivisie, de vergaande samenwerking tussen de Nederlandse en Belgische marines, de gezamenlijke beveiliging van het Benelux-luchtruim door de Nederlandse en Belgische luchtmachten en het gezamenlijk aanschaffen van nieuwe tankvliegtuigen met Luxemburg en andere geïnteresseerde landen. Dat zijn allemaal voorbeelden van samenwerking die tastbare voordelen oplevert die onze vrijheid en veiligheid ten goede komt en nog eens een versterking van de NAVO betekent. Het zijn dergelijke samenwerkingsverbanden die de VVD-fractie daar graag op bredere schaal uitgerold ziet worden. Kan de minister schetsen hoe deze voorstellen van de Europese Commissie daaraan concreet kunnen bijdragen? Welke kansen ziet de minister specifiek voor Nederland om hier zo veel mogelijk uit te halen? Kan zij wellicht alvast een paar concrete voorbeelden noemen van landen en initiatieven die een verdieping of verbreding zouden kunnen bieden van wat Nederland al doet?
Ik keek vorige week zaterdag naar de herdenkingsdienst voor de Duitse oud-bondskanselier Kohl en hoorde daar de oud-president van Amerika, Bill Clinton, zeggen: deze man heeft geloofd in samenwerking, samenwerking om oorlog te voorkomen, en is daarvoor over zijn eigen schaduw heengestapt. Dat is wat er nodig is in Europa.
De voorzitter:
Dank u wel, mijnheer Van den Bosch. De minister kan direct antwoorden.
Termijn antwoord
Minister Hennis-Plasschaert:
Voorzitter. Terecht wordt opgemerkt door velen van u dat de veiligheidssituatie in en rond Europa in de afgelopen jaren niet bijzonder goed is te noemen. Sterker nog: die is verslechterd. Er is sprake van instabiliteit aan de oost- en de zuidflank. Het is nooit vanzelfsprekend geweest dat we altijd maar kunnen rekenen op de zogenoemde traditionele bondgenoten. Dit is niet zozeer omdat er in Amerika een andere president aan de macht is gekomen, maar dat is iets waar de Amerikanen ons al heel lang op wijzen: Europa, het wordt hoog tijd dat u uw eigen broek op kunt houden. Zorg ervoor dat u verantwoordelijkheid kunt nemen voor uw eigen veiligheid in uw directe omgeving, maar ook wat verder weg; daar waar we kunnen zullen we trans-Atlantisch de krachten vanzelfsprekend bundelen. De suggestie dus dat Europa wakker wordt omdat Trump is aangetreden, werp ik verre van me. Ik heb al vaker gezegd dat ook Obama en Robert Gates, samen met vele andere Amerikanen, bij herhaling de Europeanen hebben gewaarschuwd: let op, op een gegeven moment is voor ons de maat vol, wij kunnen niet altijd uw securityprovider zijn; u zult ook zelf moeten investeren. Dat moment is niet bepaald vandaag pas gekomen; dat moment heeft zich al veel eerder aangediend. Dat is precies waar de Europese Unie zeer terecht op inspeelt.
De heer Knops (CDA):
Ik zei niet voor niets in mijn eerste termijn dat sommigen dat zeggen. Onder anderen de minister van Buitenlandse Zaken van Nederland heeft dit op zijn minst gesuggereerd. Hij zei dat er een keerpunt in de geschiedenis is bereikt in onze relatie met de VS. Hij heeft dat gekoppeld aan de noodzaak om meer in Europa te doen. Het wordt dus niet zomaar door wat mensen geroepen. Het is de collega van deze minister die dit verhaal vertelt.
Minister Hennis-Plasschaert:
Ik weet één ding heel zeker, namelijk dat ook mijn collega van Buitenlandse Zaken het niet aan de heer Trump heeft opgehangen, maar dat hij in herinnering heeft geroepen dat de Amerikanen op verschillende momenten al een aantal jaren buitengewoon duidelijk maken dat zij verwachten dat Europa meer gaat doen. Dat moment is nu aangebroken.
De heer Knops (CDA):
Dat deel van het verhaal klopt. Obama riep dat al, Gates riep dat al, en Trump doet dat op zijn eigen manier in 140 tekens, maar de minister van Buitenlandse Zaken heeft onze relatie met de Verenigde Staten, het aantreden van de nieuwe president en deze veiligheidsontwikkelingen aan elkaar gekoppeld. Ik hoor deze minister iets anders zeggen; dat spreekt mij meer aan, moet ik eerlijk zeggen. Maar misschien kan de minister reflecteren op de uitspraken die op de website van het ministerie van Buitenlandse Zaken zijn te vinden.
Minister Hennis-Plasschaert:
Ik heb er geen behoefte aan om te reflecteren op uitspraken van collega's. Ik weet namelijk wat we eerder hebben besproken in de boezem van het kabinet. Ik weet ook dat ik binnenkort een bezoek zal brengen aan het Pentagon. De bilaterale relatie op Defensiegebied tussen Nederland en Amerika is dus goed te noemen, en dat blijft ook zo.
Mevrouw Karabulut (SP):
Volgens mij zijn er gewoon verschillende visies. Dat zie je binnen Europa ook. Duitsland en Frankrijk maken nu misschien aanstalten om zich wat groter te maken. Ik denk dat wat de minister zegt waar is. Zo staat het ook in de plannen. Linksom of rechtsom, het is een verlengstuk van de huidige NAVO-politiek.
De voorzitter:
Wat is uw vraag.
Mevrouw Karabulut (SP):
Mijn vraag, als u even wat geduld hebt …
De voorzitter:
Nee. Die heb ik niet vandaag.
Mevrouw Karabulut (SP):
Het is een lange dag, kan ik u verzekeren, voorzitter.
De voorzitter:
Daarom. Dat is precies de reden.
Mevrouw Karabulut (SP):
Ik denk dat we het hoofd maar koel moeten houden. Ik doe mijn best.
De voorzitter:
Goed.
Mevrouw Karabulut (SP):
De vraag is wat de minister dan antwoordt in de richting van bijvoorbeeld de Verenigde Staten. Is het antwoord op de onveiligheidssituatie dat we door moeten gaan met de ingezette koers van interventies en oorlog tegen terrorisme? Is dat ons antwoord?
Minister Hennis-Plasschaert:
Ik ben, werkelijk waar, pas één seconde bezig met mijn beantwoording.
De voorzitter:
Ja, dat wilde ik net zeggen. De minister is één minuut bezig.
Mevrouw Karabulut (SP):
Dit is zo'n fundamentele vraag, voorzitter, …
De voorzitter:
Ja, alles is fundamenteel wat hier gebeurt.
Mevrouw Karabulut (SP):
… dat ik hem graag bij aanvang beantwoord zou willen zien. Maar goed, als de minister daar nog niet aan toe is, wacht ik. Omdat ik het hoofd gewoon koel houd vandaag.
De voorzitter:
Ja, heel goed. Ik stel voor dat de minister verdergaat. En natuurlijk krijgt u de gelegenheid om vragen te stellen als uw vraag niet wordt beantwoord. Het woord is aan de minister.
Minister Hennis-Plasschaert:
De voormalige voorzitter van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon, zei ooit: cool heads will prevail. Ik denk dat we dat vandaag maar eens in ere moeten houden. Wat betreft de interventies waarnaar mevrouw Karabulut verwijst, heb ik nu eerlijk gezegd weinig toe te voegen aan wat ik daarover eerder en bij herhaling heb gezegd. We spreken vandaag over vergaande defensiesamenwerking. In haar eerste termijn stelde mevrouw Karabulut dat we de huidige dreiging en de aanslagen in onze eigen binnensteden over onszelf hebben afgeroepen. Ik vind dat pertinent onjuist en werp dat verre van mij. Ik ga daar dus niet in mee. Aan een bijdrage die wij vanuit Europa en Nederland leveren in NAVO-verband, in het verband van een coalition of the willing, in VN-verband of ga zo maar door, ligt altijd een duidelijke artikel 100-brief ten grondslag. Het is niet zo dat Amerika bepaalt en wij draaien; dat weet mevrouw Karabulut maar al te goed.
Ik zou nu graag door willen gaan met de reden waarom de Europese samenwerking zo van belang is, ook met het oog op de NAVO en de trans-Atlantische verhoudingen.
Mevrouw Karabulut (SP):
Voorzitter …
De voorzitter:
Uw tweede vraag.
Mevrouw Karabulut (SP):
Ik merk bij de minister dat zij over deze vraag gewoon niet wil nadenken. Ze zit vast in haar eigen ideologie en weigert te kijken naar de wereld om ons heen. Dat vind ik een vrij ernstige situatie voor een minister van Defensie. De minister kan toch niet ontkennen dat meer dan vijftien jaar oorlog tegen terrorisme alleen maar meer terrorisme heeft opgeleverd? De minister kan toch niet ontkennen dat verregaande militarisering en investering heeft geleid tot bezuinigingen in onze land en onze steden? De minister kan toch niet ontkennen dat, zoals vandaag in de krant stond, het Verenigd Koninkrijk enerzijds meehelpt aan export van radicale ideeën en anderzijds de wapens levert aan dat soort landen?
De voorzitter:
Mevrouw Karabulut …
Mevrouw Karabulut (SP):
Dit kan toch niet langer zo doorgaan? Die fundamentele vraag moet toch allereerst gesteld worden, voordat je kunt oordelen over dit soort vragen?
De voorzitter:
Mevrouw Karabulut, u weet dat interrupties kort en bondig moeten zijn. Het staat echt in het Reglement van Orde en u weet het ook heel goed. Houdt u zich daaraan alstublieft.
Mevrouw Karabulut (SP):
Maar ik zou zo graag een antwoord willen krijgen.
De voorzitter:
Ja, dat kan. Als u uw vraag kort formuleert, bestaat ook de kans dat daarop kort wordt gereageerd. Ik geef nu het woord aan de minister.
Minister Hennis-Plasschaert:
Ook op lange interrupties kan soms een kort antwoord volstaan: ik deel het wereldbeeld van mevrouw Karabulut nadrukkelijk niet.
Ik ga door met waarmee ik ben begonnen, namelijk de reden waarom de Europese samenwerking ertoe doet, ook binnen NAVO-verband. Ik heb zonet al gezegd dat de Amerikanen al een hele tijd aan ons vragen om wakker te worden en onze eigen broek op te houden. Dat is precies wat Europa nu steeds meer begint te doen. Eindelijk, zeg ik er gelijk bij. Dit is dan ook niet het ondermijnen van de NAVO of een bedreiging voor de NAVO. Het is een versterking van diezelfde NAVO en een mogelijk herstel van de balans binnen de NAVO. Het doel van de Europese samenwerking is heel nadrukkelijk samenwerking te bevorderen en te komen tot meer militaire capaciteiten, die gezamenlijk worden ontwikkeld en worden gebruikt door EU-lidstaten. Daardoor zijn wij gezamenlijk in staat om efficiënter met ons belastinggeld om te gaan en efficiënter en effectiever bij te dragen aan militaire en civiele missies. Dat zijn capaciteiten die niet alleen in EU-verband kunnen worden ingezet maar ook in NAVO- en VN-verband. Voorstellen die vanuit Europa, worden gedaan, zijn dus altijd complementair aan de NAVO. Ik heb in een aantal AO's al een paar keer verteld dat de Hoge Vertegenwoordiger aanwezig is bij een NAVO-ministeriële en dat andersom secretaris-generaal Jens Stoltenberg aanwezig is bij bijvoorbeeld een EU-ministeriële over deze onderwerpen. Ik benadruk dus dat ook voor Nederland de NAVO de hoeksteen van ons veiligheidsbeleid blijft. De regering is echter wel van mening dat de Europese samenwerking ertoe doet, juist met het oog op het belang van de NAVO.
Het beruchte woord "EU-leger" is weer gevallen. Ik zeg nog maar eens dat dit géén aanzet is tot een Europees leger. Er is ook niet zoiets als een NAVO-leger. Het feit dat een EU Battlegroup net heel even dreigde te worden vergeleken met een EU-legertje, lijkt me geen goede beeldvorming. Want wat doen we in een EU Battlegroup? Niets meer of minder dan we doen binnen de Very High Readiness Joint Task Force van de NAVO of de NRF in brede zin, namelijk met een aantal allies, bondgenoten, de krachten bundelen. Op een gegeven moment wordt dat overgenomen door andere allies. Zo moet de Kamer dat zien. Er is geen legertje. Er zal geen legertje zijn. Er komt geen commissie die gaat bepalen waar Nederlandse militairen worden ingezet en daar al dan niet een consent voor krijgt van het Europees Parlement. Het gaat gewoon niet gebeuren. Ik hecht eraan om daar duidelijkheid over te bieden naar buiten toe.
Mevrouw Belhaj (D66):
Die helderheid is aangekomen. Ik zou ook een helder antwoord willen op de vraag hoe de commandostructuur van de EU Battlegroups eruitziet. Wie bepaalt waar ze ingezet worden?
Minister Hennis-Plasschaert:
Dat zijn de landen zelf. Allereerst de landen die eenheden leveren aan zo'n EU Battlegroup en vervolgens de landen die deelnemen aan de besluitvorming daarover, namelijk de EU-lidstaten zelf. Het is altijd een politieke beslissing, net zoals de inzet vanuit de NAVO een politieke beslissing is. Eenheden gaan niet eigengereid bepalen dat ze ergens worden ingezet, al zou dat soms best wenselijk zijn omdat de Europese en politieke besluitvorming soms lang op zich laat wachten. Wat ik hier wil benadrukken, ook in reactie op mevrouw Karabulut, is dat er sprake is van intergouvernementele samenwerking. Er is dus geen sprake van overdracht van soevereiniteit. Elk land beslist en zal blijven beslissen over de inzet van de eigen eenheden, conform de procedures die we in de NAVO hanteren.
Mevrouw Belhaj (D66):
Dus voor de kijkers thuis betekent dit dat als de EU Battlegroups ingezet gaan worden, de landen die daaraan willen deelnemen eerst naar hun eigen parlementen gaan. Daar gaan ze toestemming vragen, bijvoorbeeld in de vorm van een artikel 100-brief. De minister moet maar even aangeven hoe zij dat voor zich ziet. Daarna wordt het regulier behandeld en valt de beslissing. Dan gaan al die landen met elkaar definitief besluiten dat de EU Battlegroups worden ingezet voor een bepaalde missie, maar aan welke tafel gebeurt dat?
Minister Hennis-Plasschaert:
Ik zal hierop reageren, maar we hebben dit vorig jaar al uit en te na met elkaar besproken. Dat geeft niet, want ik leg het met liefde nog een keer uit.
De voorzitter:
Nou, nee.
Minister Hennis-Plasschaert:
Ik heb toen een volledig overzicht op schrift gesteld van de procedures die gevolgd worden in geval van inzet van de VJTF, de NRF, de EU Battlegroups en ga zo maar door. Daar staat in welke procedures we dan hanteren en wat er van een parlement wordt gevraagd als snelheid geboden is. Bij voorkeur voer je op voorhand het debat met het parlement, maar als er echt grote problemen zijn en er snel gehandeld moet worden, kun je er ook voor kiezen om wel alvast te beginnen met plannen en uitzenden. Dan kun je pas later het debat voeren. Dat luistert wel nauw, want het zijn uitzonderingen. Die situatie heeft zich gelukkig ook nog niet voorgedaan. Ik stel voor dat ik die brief, die ik dus al eerder met de Kamer heb besproken, nogmaals onder de aandacht breng van de vakcommissie voor Defensie. Dan kunnen we als het specifiek gaat over de vraag welke procedures we doorlopen bij de inzet van een EU Battlegroup of de VJTF en dergelijke, dat in een AO bespreken. Dan kunnen we ons nu focussen op een aantal onderwerpen dat ter tafel ligt.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Belhaj.
Mevrouw Belhaj (D66):
We zitten vandaag in een plenair debat. Ik weet wat er in die brief staat en ik weet welke discussies er zijn gevoerd, maar het is zo belangrijk omdat hier de suggestie wordt gewekt dat we absoluut niet iets gaan doen wat op een Europees leger lijkt. Ik ben het absoluut niet eens met de PVV, maar ik wil wel helderheid hebben over de manier waarop dat werkt. Als volgend jaar ergens een Battlegroup wordt ingezet en we hier een week later met elkaar een debat daarover voeren, weet ik nu al wat heel veel mensen in Nederland dan denken, namelijk: hoe is het mogelijk dat Nederland zelf niet vooraf toestemming heeft verleend voor de inzet van die Battlegroups? Van mij hoeft dat niet per se, maar wees daar wel fair en consequent in.
Minister Hennis-Plasschaert:
Echt, mevrouw Belhaj, wij informeren u over wanneer Nederland deelneemt aan welke EU Battlegroup met welke eenheden. Daar krijgt u jaarlijks een overzicht van. U weet dat we weer aan de beurt zijn in 2018. U weet ook dat, als je zo'n EU Battlegroup vormt, ook als is die nog niet ingezet, de mogelijkheid bestaat dat die wel wordt ingezet. Het is niet zo dat een commandant of een eenheid dat beslist. De politiek gaat daarover. Overigens zit daar ook de crux, want dat is precies de reden waarom er nog nooit een EU Battlegroup is ingezet, bijvoorbeeld als Bridging Force voor de VN. Er wordt dus helemaal niets aangeboden om vervolgens maar te bekijken waar een eenheid van Nederland ergens in de wereld landt, omdat Europa dat wil. Daar gaat Nederland uiteindelijk altijd over.
De voorzitter:
Ik stel voor dat u verder gaat.
Minister Hennis-Plasschaert:
Mevrouw Karabulut is niet meer in de zaal aanwezig. Zij suggereerde dat dit allemaal zou leiden tot het uitgeven van vele, vele, vele miljarden extra aan defensie. Het is niet zo dat er veel meer geld zal worden uitgegeven aan defensie door de lidstaten. Je ziet wel dat Europees geld vanuit de EU-middelen die daarvoor zijn, zal worden ingezet, bijvoorbeeld voor ontwikkeling. Er wordt ook gesproken over het Europees Defensiefonds. Ik kom daar zo nog op terug. De Kamer ontvangt daar nog een heel uitgebreid zogenoemd BNC-fiche over. Wij moeten uiteindelijk terug naar de basis. Ik zei net dat het samenwerken ons juist heel veel gaat opleveren in termen van efficiency en van effectiviteit, dus ook het meer efficiënt besteden van belastinggelden.
De voorzitter:
Nee, mevrouw Karabulut. Ik stel echt voor dat de minister verder gaat met haar betoog. Daarna krijgt u de gelegenheid om te interrumperen. Wij gaan niet achter elke zin een interruptie plegen.
Mevrouw Karabulut (SP):
Prima, voorzitter, maar dit was echt een heel specifiek en door de minister heel mooi afgerond punt.
De voorzitter:
Ja, ik weet het.
Mevrouw Karabulut (SP):
Maar goed, ik voeg mij gewoon naar uw wensen.
De voorzitter:
Wat fijn. Dank u wel, mevrouw Karabulut.
Minister Hennis-Plasschaert:
Wat doet de EU Global Strategy nu eigenlijk? Die strategie erkent het belang van verdere versterking van het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid, waarmee we vanuit Europa meer verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de veiligheid van Europa en van de Europeanen. Dat kun je dicht bij huis doen, maar ook wat verder weg. Dat zullen wij overigens veelal doen in samenwerking met anderen, bijvoorbeeld de NAVO of de VN. Er zijn ook terreinen waarop de EU in toenemende mate zelf profiel zal ontwikkelen, bijvoorbeeld in de Sahelregio. Dat ligt voor de hand, omdat de gevolgen van als het daar niet goed gaat, zoals we op dit moment zien, kunnen leiden tot grote migratiestromen die met name Europa treffen. Waarom zouden wij er dus op wachten dat iemand dat voor ons oplost, als we daar ook zelf een bijdrage aan kunnen leveren?
Vervolgens hebben wij inderdaad het implementatieplan waarover de leden spraken. Dat beschrijft het ambitieniveau. Dat is heel pragmatisch opgesteld, precies conform de wensen van Nederland tijdens het EU-voorzitterschap. Toen zijn we zes maanden lang echt letterlijk de boer opgegaan met een aantal voorstellen die je hier nu weer terug ziet komen, juist om steeds te tamboereren op de noodzaak van praktische defensiesamenwerking. Ik heb vaker gezegd dat ik nog steeds overtuigd Europeaan ben. Ik heb bij de Europese Commissie gewerkt en in het Europees Parlement gezeten, maar ik zie wel de valkuilen van Europa. Ik weiger ook om Europa heilig te verklaren. Het is verworden tot een bureaucratie, net zoals de rijksoverheid in Nederland. Een bureaucratie moet je altijd kritisch benaderen. Als Europa allerhande voorstellen afkondigt over defensiesamenwerking en vervolgens niet levert, zijn we precies weer aan het doen waar Europa in grossiert, namelijk: overpromise and underdeliver. Dat wil ik vermijden. En dat is precies de reden waarom ik zo betrokken ben geweest bij het invullen van die verdergaande samenwerking.
Ja, wij hebben al een voortrekkersrol. De heer Van den Bosch, mevrouw Belhaj en mevrouw Van den Hul spraken ook over het feit dat wij niet alleen maar gezamenlijk capaciteit ontwikkelen, maar zelfs zijn overgegaan tot het integreren van eenheden. Wij vervullen die voortrekkersrol in Benelux-verband maar bijvoorbeeld ook met Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, denk aan de UK Amphibious Force, en wij zullen dat blijven doen. Ik vind het van het allergrootste belang dat wij steeds blijven bekijken wat de toegevoegde waarde is van de voorstellen die op tafel liggen. Wat levert het Europa en ons op? Ik heb geen behoefte aan symboolpolitiek, een discussie over nieuwe gebouwen en bakstenen met een paar vlaggen erop.
Dit is dus echt gericht op minder vrijblijvende samenwerking of, zo u wilt, meer bindende samenwerking en dan in het bijzonder bij de ontwikkeling van capaciteiten die kunnen worden ingezet ten behoeve van de Europese veiligheid. Om dat te doen, heb je natuurlijk weer aansluiting nodig bij elkaar voor budget en planningcycli. Dat is een van de enorme pluspunten die ik zie. Zo zullen alle plannen van de lidstaten steeds beter op elkaar aansluiten. Dat dwing je niet even af. Dit is echt een proces van jaren. Je zult geduld moeten hebben, maar ik weet een ding zeker: als wij daar met de EU en de lidstaten nu serieus mee aan de slag gaan, kunnen wij daarvan over een aantal jaren de vruchten plukken bij het ontwikkelen van nieuwe capaciteiten.
Natuurlijk staat Europa niet op zichzelf. Ik heb al gezegd dat wij samenwerken met de NAVO. Dit betekent dat het van belang is dat Europa aansluit bij het NATO Defence Planning Proces, het NDPP, en dat zal ook gebeuren. Ook dit zit allemaal in die plannen.
Er is gesproken over PESCO. PESCO is een bekende mogelijkheid in het Verdrag van Lissabon om verdergaande defensiesamenwerking te bewerkstelligen. Wij zijn nog niet zo ver dat wij daaraan helemaal handen en voeten kunnen geven, want momenteel wordt onderzocht op welke wijze PESCO zou moeten worden ingericht. Daarbij wordt vooral gekeken naar de aansturing, de governance van PESCO en de projecten die daarvoor in aanmerking komen. Gaat het alleen maar om de ontwikkeling van capaciteiten of gaat het bijvoorbeeld ook om het verder vormgeven van een militair Schengengebied, waarover ik eerder sprak? Cyberdefence is op dit moment zo cruciaal dat ik zomaar vermoed dat een voorstel daarvoor voorbij zal komen. Het gaat echter ook om bijvoorbeeld het participeren in missies.
Welke criteria gelden voor deelname aan PESCO en op welke wijze de samenwerking plaatsvindt, kan ik nog niet helemaal zeggen omdat het gesprek daarover nog wordt gevoerd. Tegen mevrouw Diks zeg ik echter dat cyber ertoe doet. Dat staat buiten kijf, ook voor mij.
De voorzitter:
Kunt u zeggen hoever u bent gevorderd met de beantwoording?
Minister Hennis-Plasschaert:
Nog tien minuten, denk ik, hoop ik.
Mevrouw Diks (GroenLinks):
Kan ik dan even kort een vraag stellen? Ik heb nadrukkelijk gezegd dat GroenLinks het mooi zou vinden als Nederland een rol zou spelen in zo'n kopgroep voor cybersecurity. Ik zou het echt van belang vinden dat wij dat naar ons toe halen. De minister zegt het nu wat slapper, als ik het zo mag omschrijven, namelijk dat zij een voorstel afwacht. Die slapte was niet helemaal wat wij zochten.
Minister Hennis-Plasschaert:
U zet mij nu wel een beetje weg als een washandje.
De voorzitter:
Dat was in ieder geval een korte interruptie.
Minister Hennis-Plasschaert:
Dat lijkt mij niet de bedoeling. Ik denk dat mevrouw Diks dat ook niet bedoelde. Ik denk dat zij bedoelde te zeggen dat wij, zodra de governance en de criteria helemaal in kaart zijn gebracht, onze expertise op het terrein van cyber moeten laten zien. Ik heb de Kamer onlangs een overzicht van de cyberzaken gestuurd. Voor mij gaat het er wel om dat er toegevoegde waarde is. Er kan geen sprake zijn van doelredenering. PESCO is geen doel op zich. Wat wel een doel op zich is, zijn intensieve samenwerking op het terrein van cyber, het gezamenlijk ontwikkelen van capaciteiten, het tot stand laten komen van een militair Schengengebied enzovoort.
Met andere woorden, het is nu net wat te vroeg om mij aan te sporen daar morgen een cyberproject uit te trekken, omdat wij nu nog in het proces van governance en criteria zitten. Ik zei u eerder: we got one shot to get it right. We hebben maar één kans om het goed te doen en anders gaat Europa straks voor schut, sorry dat ik het zeg, met mooie beloftes waar in de praktijk geen barst van terechtkomt.
Mevrouw Diks (GroenLinks):
Ik zou er ook zeer voor zijn om dat pad niet op te gaan. Voor de helderheid: ik wilde u natuurlijk niet met een washandje vergelijken. Dat zou ook niet bij me opgekomen zijn, maar u bracht het zelf op. Het gaat mij erom dat we een voortrekkersrol spelen op het gebied van cybersecurity. Ik spoor u aan om dit op die manier op te pakken. Het is helder dat de governance rond PESCO nog uitgewerkt moet worden. Dat snap ik, maar het gaat ons erom dat wij daarbij vooraan staan.
Minister Hennis-Plasschaert:
Ik neem de suggestie voor cyber mee. Ik heb nog een aantal prioriteiten. Als het tot PESCO komt, de criteria en de governance goed zijn en ik de toegevoegde waarde zie, heb ik een prioriteitenlijstje. Een militair Schengengebied en cyber zullen daar zeker op prijken. Ik wil vermijden dat PESCO een doel op zichzelf wordt en dat met name lidstaten die zich heel Europees voordoen maar in de praktijk helemaal niet Europees samenwerken, daar een beetje goede sier mee maken en iedereen in Europa een beetje voor de gek houden.
Mevrouw Karabulut (SP):
Ik wil even terugkomen op het Europees Defensiefonds. De minister maakte een interessante opmerking, namelijk dat het niet klopt, zoals ik meende op te maken uit alle informatie, dat dit extra miljarden gaat kosten. Kan de minister dit uitsluiten? Dat zou mij echt deugd doen.
Minister Hennis-Plasschaert:
Ik was in mijn beantwoording nog niet echt aangekomen bij het Europees Defensiefonds. Ik zei dat de suggestie werd gewekt dat dit allemaal zou leiden tot het uitgeven van miljarden, maar dat dit niet klopt. Het gaat er niet om dat wij in één keer moeten afdragen. Het gaat om redelijk overzichtelijke bedragen die uit EU-gelden worden gehaald. Het gaat dus niet zozeer om meer geld. Het gaat ons vooral een heleboel geld opleveren als we wat efficiënter met ons belastinggeld omgaan door de krachten te bundelen. Dat is wat ik zei.
Mevrouw Karabulut (SP):
Precies hierover gaat mijn vraag. Kan de minister dan bevestigen dat dit ons inderdaad geld zal besparen in plaats van dat dit ons extra miljarden zal kosten voor defensie? De minister weet namelijk ook dat dit altijd ten koste gaat van iets anders. In ons land maar ook in andere landen kampen volkeren met grote tekorten op de zorg, onderwijs, veiligheid en noem maar op. Kan de minister dat dus bevestigen? Dat vind ik namelijk heel interessant. Het zou een positieve ontwikkeling zijn.
Minister Hennis-Plasschaert:
Stel dat Nederland eigen transportvliegtuigen, die grote C-17's, wil aanschaffen. Dat hebben we in het verleden gedaan. We hebben gezegd: dit is eigenlijk een brug te ver voor Nederland, maar we hebben die capaciteit wel nodig. Daarom hebben we voorgesteld om dit gezamenlijk te doen en om er door middel van trekkingsrecht gebruik van te maken. Dat is ook praktijk. Kijk ook naar het EATC, het European Air Transport Command in Eindhoven. Daar wordt transportcapaciteit door de lucht gepoold en gedeeld. Ook dat levert capaciteit op voor minder geld. Het gaat om een hoeveelheid aan zaken, bijvoorbeeld BeNeSam, de samenwerking met België op het terrein van de marine. Ik wil ervoor waken dat we samenwerken om besparingen te realiseren. Dat is wel het laatste wat we nodig hebben, want we hebben overal tekorten.
Mevrouw Karabulut verwijst er net naar dat er verschillende tekorten zijn, ook in deze samenleving, bijvoorbeeld op het punt van veiligheid. Dit gaat over onze veiligheid. Ik heb de tekorten van Defensie met de Kamer gedeeld. Een bundeling van krachten levert een efficiëntere besteding van belastinggeld op, maar dit mag nooit een excuus zijn om besparingen door te voeren op de Nederlandse krijgsmacht. Ten eerste hangen wij ergens onderaan het NAVO-staatje als het gaat om de uitgaven als percentage van het bbp. Ten tweede, als je wilt samenwerken en serieus genomen wilt worden in die samenwerking, zul je wel naar draagkracht vergelijkbare zaken op de mat moeten leggen. Ik heb het zo vaak als voorbeeld gebruikt in dit huis: carpoolen is ook niet mogelijk als je zelf je auto hebt verkocht. Je moet dus over voldoende middelen van voldoende kwaliteit beschikken als je een serieuze partner bent in de samenwerking.
Mevrouw Karabulut (SP):
Het is dus helemaal niet onwaar dat een Europees Defensiefonds en doorgaan op deze voet ons extra miljarden zullen kosten. Het punt dat de minister had willen maken en dat mijn fractie niet betwist, is dat er mogelijk efficiencyvoordelen zullen kunnen optreden.
Minister Hennis-Plasschaert:
Ik heb wel eens het idee dat ik hier Russisch sta te praten, als ik de reacties hoor! Misschien moeten wij de volgende keer wat vertaaldiensten inschakelen, want dit is nu net wat ik niet zei.
Wij waren aangekomen bij het Europese Defensiefonds, waarover ik al aan het begin heb gezegd dat een BNC-fiche naar de Kamer zal komen over de vraag wat het Defensiefonds nu precies behelst. Wij zijn actief betrokken geweest bij de voorbereidende fase daarvan. Mevrouw Diks, de heer Van den Bosch en de heer Knops zeg ik dat hierover geen twijfel kan bestaan. Nederland is voorstander van een open, competitieve defensiemarkt, waarvoor wij de afgelopen jaren ook volop hebben gepleit. Nederland is vooral voorstander van een gelijk speelveld, waarbij bedrijven uit kleinere landen, dus ook uit Nederland, eerlijke kansen krijgen als hoofaannemer of als toeleverancier. Ik denk dat het Defensiefonds kansen kan bieden voor de Nederlandse defensiesector. De Kamer weet ook uit eerdere rapportages en brieven dat wij bezig zijn met die positionering van Nederlandse bedrijven en kennisinstituten. Dat is vooral een taak van EZ, maar wij leveren daaraan vanuit Defensie natuurlijk volop onze bijdrage.
Voor de uitwerking van het Defensiefonds komt dit debat misschien net iets te vroeg. Daarop kan ik nog niet vooruitlopen omdat er simpelweg nog een aantal zaken moet worden uitgewerkt. Wel heb ik over de financiële instrumenten die in dit kader worden geopperd steeds gezegd dat ik echt niet wil dat er joint liabilities mogelijk zijn, maar dat er duidelijke afspraken moeten worden gemaakt ten aanzien van het Stabiliteits- en Groeipact. De strikte criteria die wij daarvoor kennen, kunnen niet ineens worden ondermijnd omdat het om defensie gaat; zo werkt het gewoon niet.
De heer Knops (CDA):
Dank dat de minister zo helder is over het Defensiefonds en ook over de positie van de Nederlandse industrie. Nu hebben wij natuurlijk te maken met het Frans-Duitse militair complex, dat vele malen groter is dan dat van Nederland. Is de minister bereid om in de uitwerking van het Defensiefonds mee te nemen dat er om überhaupt voor steun in aanmerking te komen sprake zou moeten zijn van standaardisatie van systemen? Ik heb het er niet over dat iedereen in hetzelfde type voertuig zou moeten rijden, maar het feit dat wij vandaag de dag nog steeds systemen binnen onze krijgsmacht hebben die gewoon niet met elkaar kunnen communiceren hindert die samenwerking enorm. Dat is iets heel kleins, het kost eigenlijk niks, maar het betekent wel het doorbreken van die macht, die nu met name ligt bij het Frans-Duitse militair complex.
Minister Hennis-Plasschaert:
Dat laatste wilde ik net even niet noemen, maar ik denk dat ik ook in eerdere debatten duidelijk heb gemaakt, ook zo-even in reactie op vragen van mevrouw Diks, dat het niet zo kan zijn dat het defensiefonds uitmondt in het financieren van bepaalde nationale industrieën. Zo zijn we niet getrouwd en dat gaat ook gewoon niet gebeuren. Standaardisatie is een buitengewoon complex onderwerp omdat daaraan een veelheid van belangen ten grondslag ligt. De heer Knops verwoordt dat keurig. Het gesprek en het debat daarover zijn volop gaande, niet alleen binnen de Europese Unie maar ook binnen de NAVO. Daar worden ook heel langzaam stapjes in de juiste richting gezet, dus je ziet steeds meer landen die daarover een MoU (memorandum of understanding) sluiten om die standaardisatie voor elkaar te boksen. Afdwingen is niet eens zo eenvoudig gebleken, maar dit staat helder op het netvlies van de Hoge Vertegenwoordiger.
De heer Knops (CDA):
Dat afwegen kan in de vorm van het stellen van conditionaliteiten. Op het moment dat Nederland steun geeft aan zo'n fonds …
Minister Hennis-Plasschaert:
Zeker!
De heer Knops (CDA):
… verlangen wij als tegenprestatie dat landen die daaraan meedoen zich conformeren aan eisen die wij samen stellen. Dat is iets heel simpels maar de impact is gigantisch, want vandaag de dag kan ook onze eigen krijgsmacht gewoon niet met andere krijgsmachten communiceren via de radio door andere frequenties, andere modulaties enzovoort. Dit is een kleine stap met een grote impact die niet eens geld kost, maar dit is wel een mooi momentum om die hefboom nu in te zetten. Is de minister daartoe bereid?
Minister Hennis-Plasschaert:
Ik heb het scherp op mijn netvlies staan. Het capaciteitsdeel betekent niet dat je er dus aan moet deelnemen, want het kan ook gaan om de ontwikkeling van capaciteiten waarin je door eerdere aankopen al volledig bent voorzien en dan zou het een waste of money zijn. Bij het capaciteitsdeel van het fonds gaat het er dus om dat lidstaten op vrijwillige basis deelnemen en dus ook, zo zeg ik tegen mevrouw Karabulut, op vrijwillige basis geld inleggen voor projecten waaraan ze willen deelnemen. Of je je geld geïsoleerd op nationale basis uitgeeft of gezamenlijk en dus sprake is van een meer efficiënte besteding, ik zie nog steeds hoe dit leidt tot het uitgeven van een hoeveelheid meer miljarden. Het stabilisatie-aspect is voor ons van belang en dat zullen wij ook zo inbrengen. Het gaat dus uitdrukkelijk niet om een Europese wapenwedloop.
Er is een heleboel gezegd over de scenario's. Misschien ben ik onduidelijk geweest in de appreciatie, maar het is niet zo dat die scenario's een gegeven zijn. Ze zijn puur een exercitie om de gedachten te prikkelen en van gedachten te wisselen. In die appreciatie heb ik gezegd dat scenario 2 zich heel goed verhoudt tot de Nederlandse 3D-benadering. Tegen mevrouw Van den Hul zeg ik: natuurlijk, de integrale benadering staat voorop, niet alleen in Nederland maar bij vele andere landen en ook de Europese Commissie heeft dat helder op het netvlies. De minister van Buitenlandse Zaken had graag bij dit debat aanwezig geweest maar was helaas verhinderd. Dat wil niet zeggen dat we nu in een keer geïsoleerd oplopen. We hebben niet voor niets een zeer nauwe interdepartementale samenwerking. Ik heb wel eens eerder verteld hoe dat wekelijks gaat via de stuurgroep Militaire operaties, waar niet alleen Defensie maar ook BuHa-OS, BZ, AZ en V en J aan tafel zitten, zodat we hierbij zo breed mogelijk oplopen. Er is van een geïsoleerde benadering dus geen sprake.
Dan nog even over de brexit. Ik vind het jammer als deze hele opmars van het Europese denken op het gebied van het veiligheidsbeleid wordt opgehangen aan het feit dat Trump is aangetreden en de Britten de Europese Unie verlaten. Het is wel zo dat het vertrek van de Britten potentieel grote gevolgen heeft voor de Europese positionering op het wereldtoneel, juist op het terrein van de veiligheid. Het VK heeft herhaaldelijk gezegd dat het de EU verlaat maar niet Europa. Leaving the EU but not leaving Europe, aldus Boris Johnson. We moeten de komende periode afwachten wat dit nu precies betekent. Onlangs was ikzelf in Londen om weer te spreken met mijn Britse collega Michael Fallon, wat gebeurde en marge van The Queen's Birthday Parade. Toen hebben we onze samenwerking bekrachtigd in een MoU. Op dit moment vinden er ook onderhandelingen plaats over de toekomstige relatie tussen de Unie en het VK. Ik heb er geen misverstand over laten bestaan, ook tijdens mijn recente bezoek aan Londen, dat Nederland maar ook Europa in brede zin heel graag nauw betrokken blijven bij het VK als het gaat om het EU-veiligheidsbeleid en de deelname van het VK aan EU-missies. Eerlijk gezegd, heb ik niet de indruk dat het VK zich daar ineens aan zal onttrekken. Het VK behoort weliswaar niet tot het vasteland van Europa maar is wel degelijk gebaat bij veiligheid op dit continent.
Voorzitter. Ik meen dat ik daarmee zo veel mogelijk vragen heb beantwoord.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik constateer dat er bij de Kamer behoefte is aan een tweede termijn. Dan geef ik allereerst het woord aan mevrouw Popken namens de PVV.
Termijn inbreng
Mevrouw Popken (PVV):
Voorzitter. Ik zou graag twee moties willen indienen. Ik heb het betoog van de minister aangehoord en het bevatte eigenlijk niet veel meer nieuws dan in de brieven stond die we eerder ontvangen hebben. Het enige wat mij wel is bijgebleven, is haar uitspraak die ik haar al eerder heb horen doen, namelijk dat zij een overtuigd Europeaan is. Dat is mooi, maar ik ben een overtuigd Nederlander. We staan hier in het Nederlandse parlement en we debatteren met onze Nederlandse minister van Defensie. Wat dat betreft dien ik de volgende twee moties in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de Europese Commissie verregaande EU-defensieplannen heeft gepresenteerd;
overwegende dat Nederland een soevereine staat behoort te zijn en als zodanig ook zijn krijgsmacht behoort aan te sturen;
verzoekt de regering, deze Europese defensieplannen, en iedere stap richting een EU-leger, te verwerpen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Popken. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 159 (21501-28).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om de Nederlandse grenzen te sluiten voor alle asielzoekers en immigranten uit islamitische landen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Popken. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 160 (21501-28).
Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter. Eigenlijk mogen we de PVV hartelijk danken dat we in de gelegenheid zijn gesteld om aan alle Nederlanders te laten weten dat de meerderheid in deze Kamer voor een verdergaande Europese defensiesamenwerking is. Dat vind ik belangrijk, want veel mensen willen uiteindelijk weten wie op welk moment bepaalt welke keuze je hierin maakt. Volgens mij is dat helder geworden; daar heb ik geen motie voor nodig.
Verder moest ik een beetje denken aan een soort struisvogel, of beter gezegd een combinatie tussen een struisvogel en een mol. De struisvogel heeft de neiging om, als hij bang is, zijn kop in het zand te steken omdat hij dan de vijand niet ziet, maar ook de veronderstelling heeft dat de vijand hem niet ziet. De mol heeft de neiging om niet tegen daglicht te kunnen en vooral te graven, en daarmee totaal geen contact meer te hebben met wat er om ons heen gebeurt. Die twee dieren samen doen mij denken aan mensen die op dit moment zeggen dat de Europese defensiesamenwerking niet nodig is, terwijl dat wel zo is. Zoals ik mijn eerste betoog al afsloot: voor al die 500 miljoen mensen denk ik dat het belangrijk is dat we geen struisvogelmolletjes worden.
De voorzitter:
Mevrouw Belhaj, ik denk dat de mol daar heel anders over denkt. Mevrouw Popken?
Mevrouw Popken (PVV):
Een grotere uitnodiging om te reageren kun je natuurlijk niet krijgen. Dit is jammer, na de complimenten in eerste termijn van mevrouw Belhaj. Nu ben ik niet zo heel goed in het vergelijken van diertjes. Daar had ik me misschien beter op moeten voorbereiden, maar ik had het niet zien aankomen in dit debat.
De voorzitter:
Maar mijnheer Graus weet er alles van.
Mevrouw Popken (PVV):
Ja, misschien had ik hem erbij moeten vragen. Maar goed, als ik dan toch een vergelijking terug zou moeten maken — dit is geen vraag maar meer een opmerking — dan denk ik toch meer aan een kakelende kip.
De voorzitter:
Dank u wel. Het is heel gezellig vandaag!
Het woord is aan mevrouw Diks namens GroenLinks.
Mevrouw Diks (GroenLinks):
Voorzitter. Ik kan ook heel kort zijn. Ik dank de minister uiteraard voor haar beantwoording in eerste termijn. We hebben in een interruptiedebatje al even gesproken over hoe het moet met de cybersecurity. De minister heeft aangegeven dat PESCO wel een stip aan de horizon is, maar voorlopig nog iets te ver weg is om daar al mee op pad te gaan. Gezien het feit dat aanvallen via cyber ons allemaal in ernstig gevaar dan wel ernstige chaos kunnen brengen, vind ik het van belang dat de minister toch alvast pogingen doet om die samenwerking op cyber tot stand te brengen. Daartoe dien ik een motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat digitale aanvallen op de vitale infrastructuur in potentie onze samenlevingen kunnen ontwrichten en dat cyberdreigingen de veiligheid en stabiliteit in Europa kunnen ondermijnen;
overwegende dat Europese samenwerking om deze cyberdreigingen het hoofd te bieden momenteel nog onvoldoende vruchten afwerpt;
verzoekt de regering om binnen de Europese Unie het initiatief te nemen tot samenwerking tussen lidstaten voor het samenbrengen van militaire expertise op het gebied van cybersecurity en het gemeenschappelijk onderzoeken van nieuwe technologieën die hierbij behulpzaam kunnen zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Diks. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 161 (21501-28).
Ik kijk even of er verder nog iemand behoefte heeft aan een tweede termijn. Dat is niet het geval. Dan zijn we nu toegekomen aan het antwoord van de minister in tweede termijn. Het woord is aan de minister.
Termijn antwoord
Minister Hennis-Plasschaert:
Voorzitter. Dank voor de ingediende moties. De motie op stuk nr. 101 van mevrouw Popken begrijp ik volledig van haar hand. Zij maakte nog een opmerking waar ik natuurlijk wel op reageer. Kijk, ik ben Nederlander, maar ik maak met Nederland deel uit van de Europese Unie en zo moet u mijn uitspraak zien, mevrouw Popken. Daarover kan geen misverstand bestaan. Als mevrouw Popken goed naar mij had geluisterd, dan wist zij dat ik juist heel kritisch ben op het simpelweg heilig verklaren van Europa. Dat is het punt dat ik maakte. Hoe dan ook ben ik het met haar eens dat wij Nederlanders zijn en dat wij hier debatteren in het Nederlandse parlement. Ik kan echter niet ontkennen dat wij al sinds de Gouden Eeuw Europese partners nodig hebben ten behoeve van onze veiligheid.
Mevrouw Popken (PVV):
Ik luister heel goed naar de minister en haar inbrengen, maar het viel mij gewoon op. Als nieuw Kamerlid valt je vaker iets op en ik heb de minister een paar keer horen zeggen: ik ben een Europeaan in hart en nieren of ik ben bij uitstek een Europeaan. Ik heb haar nooit horen zeggen: ik ben een Nederlander. Dan denk ik bij mezelf: u bent hier minister in Nederland, u zit niet meer in het Europees Parlement of in de Europese Unie, dus heb het dan over uw Nederlanderschap.
Minister Hennis-Plasschaert:
Dat advies knoop ik natuurlijk graag in mijn oren, maar nogmaals, het is van belang — en dat is het punt, de crux van het debat van vandaag — dat Nederland al heel lang, al eeuwenlang samenwerkt met partners en bondgenoten, Europees en niet-Europees, als het gaat om de veiligheid van de Nederlander, zou ik willen zeggen tegen mevrouw Popken.
Dan heeft zij nog een tweede motie ingediend. In de motie op stuk nr. 102 bepleit zij het sluiten van de Nederlandse grenzen. Het zal haar niet verbazen dat ik ook die zal ontraden. Dat is hier vandaag ook niet onderwerp van debat geweest.
Ik ben normaal helemaal niet zo van de school van alle moties ontraden, maar in haar motie op stuk nr. 103 gaat mevrouw Diks wel erg ver, door in PESCO-verband te doelen op cyber. Ik heb net gezegd dat er een prioriteitenlijstje is en daar zal cyber op advies van mevrouw Diks zeker op komen te staan, maar er is wel een hoeveelheid zaken al geregeld binnen Europa. Hier wordt de suggestie gewekt dat het ei van Columbus wordt gepresenteerd op het terrein van cyber, terwijl er al een hoeveelheid aan structuren is. Daar gaat deze motie volledig aan voorbij, dus ik ontraad deze motie, maar ik zeg mevrouw Diks nadrukkelijk toe dat cyber zeker op het lijstje prijkt van mogelijke PESCO-projecten.
Mevrouw Diks (GroenLinks):
Toch even een vraag. U begon uw reactie op deze motie met de opmerking dat het in PESCO-verband zou moeten. Ik heb dat nadrukkelijk níet aangegeven. Het gaat mij erom dat Nederland die voortrekkersrol wil spelen, maar ik neem de woorden van de minister uiteraard ter harte.
Minister Hennis-Plasschaert:
Dan helaas drie keer ontraden.
De voorzitter:
Dank u wel.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zullen we later vandaag stemmen.
De vergadering wordt van 12.42 uur tot 14.10 uur geschorst.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
De voorzitter:
Ik stel voor, zo dadelijk ook te stemmen over:
- de aangehouden motie-Lodders/Geurts (33576, nr. 105);
- de aangehouden motie-Van Brenk (30950, nr. 114);
- de aangehouden motie-Agema/Gerbrands (25424, nr. 359).
Ook stel ik voor, te stemmen over:
- de brief van het Presidium over de benoeming van een waarnemend Griffier (34748, nr. 2);
- de brief van de vaste commissie voor Europese Zaken (34754, nr. 1).
Ik stel aan de Kamer voor, de volgende spreektijden in eerste termijn aan de fracties toe te kennen voor de Algemene Politieke Beschouwingen:
- VVD: 40 minuten;
- PVV, CDA en D66: 35 minuten;
- GroenLinks, SP en PvdA: 30 minuten;
- ChristenUnie, Partij voor de Dieren en 50PLUS: 25 minuten;
- SGP, DENK en Forum voor Democratie: 20 minuten.
Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda van de Kamer het voorstel Wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verband met het opnemen van de physician assistant in de lijst van registerberoepen, het toekennen van zelfstandige bevoegdheid voor bepaalde voorbehouden handelingen aan physician assistants en verpleegkundig specialisten en het opnemen van de mogelijkheid tot het instellen van een tijdelijk register voor experimenteerberoepen (34630).
Aangezien voor de volgende stukken de termijn is verstreken, stel ik vast dat wat deze Kamer betreft, de daarbij ter stilzwijgende goedkeuring overgelegde stukken zijn goedgekeurd:
34722-1; 33997-95; 23908-(R1519)-131.
Ik stel voor, deze stukken voor kennisgeving aan te nemen.
Ik stel voor, de volgende stukken van de stand van werkzaamheden af te voeren:
2017Z09721; 21501-08-692; 21501-08-693; 25087-170; 29684-145; 29893-213; 29893-214; 30373-66; 29893-212; 33652-52; 33652-54; 30373-65; 29893-211; 29893-208; 29893-209; 33652-51; 29362-260; 31490-223; 34725-XVIII-10; 29362-264; 29689-829; 29689-835; 33578-41; 31497-242; 2017Z03362; 19637-2335; 33199-18; 29628-716; 33576-111; 33845-22; 34725-IV-5; 22112-2354; 32317-475; 32317-478; 31089-123; 31089-124; 32813-148; 25422-203; 28165-268; 28165-269; 29697-36; 31305-232; 30952-277; 30952-278; 32805-55; 33578-48; 34483-13; 31765-276; 32772-28; 31532-185; 29689-832; 34620-X-3; 34550-X-25; 34550-X-26; 31516-18; 32706-80; 29237-169; 31516-16; 34300-X-97; 34300-X-99; 34225-10; 31490-224; 2017Z09031; 2017Z09527; 2017Z09107; 2017Z09632; 2017Z08649; 2017Z08454; 2017Z01753; 27925-588; 33763-98; 2017Z09078; 2017Z08927; 2017Z08877; 2017Z08703; 2017Z08523; 2017Z08377; 2017Z07888; 2016Z24127; 2017Z07574; 33188-4; 34550-X-5; 2017Z07945; 2017Z08059; 2017Z07415; 2017Z07891; 2017Z07109; 2017Z07223; 2017Z07679; 2017Z07580; 2017Z08449; 2017Z08845.
Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda van vandaag:
- het VAO Wijkverpleging, met als eerste spreker het lid Marijnissen namens de SP;
- het VAO Eurogroep/Ecofin-Raad, met als eerste spreker het lid Tony van Dijck namens de PVV.
Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.
De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw Sazias namens 50PLUS.
Mevrouw Sazias (50PLUS):
Voorzitter. De NZa slaat in een rapport alarm over de alsmaar oplopende wachttijden voor specialisten in de zorg. Voor meerdere specialismen gaat het de vastgestelde normen te boven en soms ver te boven. Dit geldt ook voor behandelingen die acuut zouden moeten worden uitgevoerd. De NZa komt met een integraal plan, met een heel pakket aan maatregelen en acties door alle betrokken partijen. Met andere woorden, alle zeilen moeten worden bijgezet om dit probleem goed en vooral ook snel aan te pakken.
De voorzitter:
En daarom wilt u een debat.
Mevrouw Sazias (50PLUS):
Ja. Dat verzoek doe ik mede namens de fractie van de Partij van de Arbeid.
De heer Arno Rutte (VVD):
Mevrouw Sazias heeft helemaal gelijk dat de NZa een belangwekkend rapport heeft uitgebracht met heel veel aanbevelingen. Gelukkig ging dat rapport vergezeld met een brief van zes kantjes van de minister. Partijen moeten nu echt aan de slag. De VVD wil daar heel graag over praten, maar dan graag in een algemeen overleg Zorgverzekeringswet na het reces.
Mevrouw Pia Dijkstra (D66):
Ik sluit me daar helemaal bij aan.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik heb de berichten hierover gelezen en vind dit ook zeer zorgwekkend. Ik wilde een brief van de minister vragen, maar die is er al. Laten we dit betrekken bij een algemeen overleg Zorgverzekeringswet. Het is belangrijk om hierover te spreken, maar wij geven nu geen steun voor een plenair debat.
Mevrouw Kooiman (SP):
De SP vindt dit ook een idiote situatie. Hier moet inderdaad snel over gesproken worden. Maar als we het toch over wachtlijsten hebben, denk ik wel dat een algemeen overleg sneller is dan een plenair debat. Ik wil het voorstel wel steunen om mevrouw Sazias steun te bieden, maar ik denk dat een algemeen overleg sneller is.
Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Daar sluit ik mij volledig bij aan.
Mevrouw Keijzer (CDA):
Volgens mij staat er nog een debat van mevrouw Agema op de lijst dat ook aan dit onderwerp raakt. Ik zou dus willen voorstellen om daarbij aan te sluiten, maar misschien is een algemeen overleg over dit onderwerp wel sneller ingepland. Dat hierover gesproken moet worden is duidelijk, want het probleem groeit.
De voorzitter:
Dus voorlopig geen steun.
De heer Kuzu (DENK):
Ik steun het voorstel van mevrouw Sazias.
Mevrouw Agema (PVV):
Ik steun het voorstel ook. Mijn debat gaat over spoedeisendehulpposten die verstopt raken doordat er verzorgingshuizen gesloten zijn. Dit gaat om wachttijden bij zowat alle specialismen; ik zal hier het rijtje niet opnoemen. Maar dat debat heeft een ander karakter. Ik steun het verzoek dus.
De voorzitter:
Het klopt, dat is een ander debat.
Er is geen meerderheid voor het houden van een debat, mevrouw Sazias.
Mevrouw Sazias (50PLUS):
Nee, maar als het klopt dat dit sneller besproken kan worden in een AO, gaan we dat zo snel mogelijk doen. Ik ben in elk geval blij dat de noodzaak in de Kamer gezien wordt.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef nu de heer Klaver het woord.
De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter. De WRR is met een nieuw rapport gekomen, dit keer over de middenklasse en hoezeer die onder druk staat. Dit is een belangrijk rapport voor ons allemaal. Ik vind het van het grootste belang dat we daarover het debat voeren hier in de Kamer. Ik vraag dit debat mede aan namens collega Roemer van de SP en collega Asscher van de Partij van de Arbeid. Wij zouden graag dit najaar een reactie van het kabinet op dit rapport willen, om daarover vervolgens met elkaar in debat te kunnen gaan. Ik zeg expliciet "dit najaar", omdat er in het verleden wel vaker debatten zijn aangevraagd over WRR-rapporten, waarbij dan de reactie soms wel een jaar op zich liet wachten. Dat lijkt me niet de bedoeling. We willen graag nog dit najaar een debat, ervan uitgaande dat er dan een nieuw kabinet is.
Mevrouw Keijzer (CDA):
Het CDA heeft de afgelopen jaren telkens aandacht gevraagd voor de positie van de middeninkomens. Wij vinden dit een interessant rapport, dat daarbij aansluit. Wij verlenen dus steun aan dit verzoek.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Het is een belangrijke groep in Nederland, dus we steunen het verzoek om een debat.
De heer Van 't Wout (VVD):
Het is een belangrijk rapport. Ik denk dat het heel goed is te gebruiken bij verschillende grote debatten die we sowieso krijgen, zoals de Algemene Politieke Beschouwingen, en dat we er dan meer aan hebben dan bij een separaat, geïsoleerd debat over het rapport. Ik steun het verzoek niet. Wel onderschrijf ik dat het een belangrijk en lezenswaardig rapport is.
De heer Van Weyenberg (D66):
Het debat is mede aangevraagd door fractievoorzitter Asscher, dus laat ik de gelegenheid bieden dat ook minister Asscher er wat van kan vinden. Ik wil die reactie ook graag, maar wel een beetje snel zodat we die in ieder geval kunnen betrekken bij de Algemene Politieke Beschouwingen. Misschien is dat een betere plek dan een separaat debat. Ik heb daar op zich geen bezwaar tegen, maar ik zou dat wel aan de heer Klaver in overweging willen geven.
De voorzitter:
Dus voorlopig geen steun. Begrijp ik dat goed? Ik zie dat dat het geval is.
De heer Kuzu (DENK):
Het is een belangrijk onderwerp en het is ook een belangrijk rapport. Wij willen steun verlenen aan het verzoek om een debat. Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen kan iedereen zijn gang gaan, maar dit onderwerp verdient een separate behandeling.
De heer De Jong (PVV):
Het is een belangrijk onderwerp. Wat ons betreft betrekken we het bij de Algemene Politieke Beschouwingen.
De voorzitter:
Mijnheer Klaver, u hebt geen meerderheid voor het houden van een debat.
De heer Klaver (GroenLinks):
Ik heb de collega's van de VVD en D66 gehoord. Wij zullen het in ieder geval betrekken bij de APB, maar het is in dit huis gebruikelijk om aparte debatten te houden over rapporten van de WRR. Ik hecht daar wel aan. We zullen het zeker betrekken bij de APB, maar dit rapport verdient het om ook apart bediscussieerd te worden in deze plenaire zaal. Daarom kijk ik nog een keer naar de collega's. Zij hebben aangegeven dat zij wel het belang van dit rapport zien, maar dat zij het vooral bij de APB willen betrekken. Ik wil hierover toch een apart debat kunnen hebben, nog dit najaar. We hebben het over een WRR-rapport. Iedereen onderschrijft het belang ervan. Ik doe dus nogmaals een beroep op de collega's van D66 en de VVD om dit verzoek alsnog te steunen. Natuurlijk betrekken we het bij de APB en bij allerlei andere debatten die nog komen, maar een WRR-rapport wordt hier ook plenair besproken.
De heer Van Weyenberg (D66):
Mijn suggestie aan de heer Klaver is dat hij na de APB dit voorstel nog een keer doet. Dan kunnen we zien of het nog nodig is.
De heer Van 't Wout (VVD):
Idem.
De voorzitter:
Mijnheer Klaver, u hebt als een leeuw gevochten.
De heer Klaver (GroenLinks):
Volgens mij zouden we hier niet eens over hoeven vechten. Inderdaad, na de APB zullen we het verzoek opnieuw moeten doen, maar ik vind het wat vreemd dat de Kamer dit verzoek nu niet zou kunnen steunen. Ik vraag niet iets heel raars. Ik vraag niet om op heel korte termijn dit debat te voeren. Het gaat erom dat we in het najaar een debat hierover moeten hebben. Volgens mij is het voor het eerst dat een debat wordt geweigerd, als het gaat over een reactie op een WRR-rapport. Ik heb hier nota van genomen en kijk uit naar de uitgestoken hand van het nieuwe kabinet.
De voorzitter:
Mevrouw Leijten? Dank u wel, want het debat is mede door de heer Roemer aangevraagd. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.
Ik geef het woord aan de heer Nijboer, die de heer Gijs van Dijk vervangt.
De heer Nijboer (PvdA):
Voorzitter. Gisteren was er een zeer ernstig bericht. Je zal maar niet hier geboren zijn of ouders hebben die niet hier geboren zijn en drie keer zo weinig kans hebben als mensen met een strafblad om überhaupt voor een sollicitatiegesprek te worden uitgenodigd. Dat is echt ernstig. Dat verdient een debat in de Kamer, dat ik dan ook aanvraag, met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
De heer Kuzu (DENK):
DENK vindt dit ook zorgwekkend. Hier moet inderdaad een debat over worden gevoerd. Ik zou het op prijs stellen als de minister een brief stuurt met een reactie op dit onderwerp en met een overzicht van de maatregelen die in de afgelopen vierenhalf jaar zijn genomen om arbeidsmarktdiscriminatie te bestrijden.
De heer Van Weyenberg (D66):
Helaas komen we het vaker tegen, maar dit was weer een buitengewoon pijnlijke illustratie van arbeidsmarktdiscriminatie. Ik steun het verzoek en steun ook de suggestie van collega Kuzu.
De heer Krol (50PLUS):
Er is maar één groep, de groep boven de 45, die nog meer achtergesteld wordt, maar ik steun het verzoek graag.
De heer Özdil (GroenLinks):
Zoals mijn collega Krol net aangaf, is discriminatie op de arbeidsmarkt, op welke grond dan ook, onacceptabel. Daarom steun ik het verzoek om een debat.
De heer Van 't Wout (VVD):
Ik steun het verzoek om een kabinetsreactie. Daarna zou ik graag even bekijken wat het beste moment en gremium is om het te bespreken, dus voorlopig geen steun.
Mevrouw Karabulut (SP):
Steun voor het verzoek.
Mevrouw Keijzer (CDA):
Wij wonen in een land waar gedemonstreerd wordt als iemand met een buitenlandse achternaam burgemeester wordt. Daar komt dit rapport overheen. Daar moet echt over gesproken worden, dus van harte steun van de CDA-fractie.
De voorzitter:
Dan hebt u een meerderheid voor het houden van een debat, mijnheer Nijboer.
De heer Nijboer (PvdA):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dat debat zal na het reces worden gepland. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.
Ik geef het woord aan mevrouw Karabulut namens de SP.
Mevrouw Karabulut (SP):
Voorzitter. Er is weer een nieuw rapport waaruit blijkt dat Saudi-Arabië en andere Golfstaten voor ten minste 3,5 miljard euro per jaar het extremistisch islamitisch gedachtegoed van het wahabisme, waar salafisten zich aan vasthouden en dat zich niet verhoudt tot democratische waarden, verspreiden in West-Europa, in het Verenigd Koninkrijk maar ook in Nederland. Toch wordt jaarlijks voor miljarden gehandeld met Saudi-Arabië en voor miljarden voor wapens gereserveerd en geëxporteerd naar dat land.
De voorzitter:
Dus u wilt een debat hierover?
Mevrouw Karabulut (SP):
Om geopolitieke en economische redenen wordt hier onvoldoende tegen opgetreden. Ik zou inderdaad graag een debat willen voeren, omdat ik weet dat deze Kamer ook wil dat onze regering maatregelen neemt tegen de export van dit extremistisch gedachtegoed.
De voorzitter:
Wie hierover?
De heer Ten Broeke (VVD):
Het lijkt mij dat wij een brief aan de regering kunnen vragen over deze kwestie. Als wij die hebben ontvangen, ergens na het reces of zo, dan kunnen wij altijd bekijken of wij daar nog een debat over willen houden.
De voorzitter:
Dus voorlopig geen steun.
De heer Van der Lee (GroenLinks):
Steun voor het verzoek, voor het debat. Daar mag een brief aan voorafgaan.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Steun voor een brief.
De voorzitter:
En voor het debat, mijnheer Van Rooijen?
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Ook voor het debat, ja.
De heer Sjoerdsma (D66):
Steun voor de brief en het debat, maar ik zou dan ook graag de minister voor integratie daarvoor willen uitnodigen. Wij hebben ook met hem vele malen het debat gevoerd over de invloed van Saudi-Arabië op de integratie hier, op de financiering van religieuze instellingen hier. Altijd is daar schimmig over gedaan. Ik denk dat het goed is als hij ook duidelijkheid komt geven.
De heer Kuzu (DENK):
Steun voor een brief, maar geen steun voor het nieuwe hobbyproject van mevrouw Karabulut.
De voorzitter:
Moet dat nou?
De heer Knops (CDA):
Steun voor een brief namens het CDA. Geen steun voor een debat vooralsnog.
De voorzitter:
Mevrouw Karabulut, u hebt geen meerderheid.
Mevrouw Karabulut (SP):
Nee, dat is opvallend omdat wij dag en nacht spreken over het bestrijden van terrorisme. Ik constateer dat hier zaken wordt gedaan met een land dat …
De voorzitter:
Nee, mevrouw Karabulut.
Mevrouw Karabulut (SP):
… dat terroristisch gedachtegoed verspreidt. Maar wij zullen een brief ontvangen en ongetwijfeld komen wij daar nog over te debatteren.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.
Het woord is aan de heer Kwint namens de SP.
De heer Kwint (SP):
Voorzitter. Als de Kamer niks doet, dan dreigt het kabinet van VVD en PvdA in blessuretijd alsnog zware schade toe te brengen aan het onderwijsachterstandenbeleid. Dat betekent dat talrijke projecten in grote steden verdwijnen waarin kinderen die een onderwijsachterstand hebben geholpen worden.
De voorzitter:
U wilde een VSO vragen, hè?
De heer Kwint (SP):
Daarom hebben wij een schriftelijk overleg gehad, vier weken geleden. Het ingewikkelde is alleen dat dit ongeveer de laatste kans is voor ons als Kamer om ons daarover uit te spreken. Maar daar hebben wij wel de antwoorden op het schriftelijk overleg voor nodig. Die laten ondertussen vier weken op zich wachten. Ik zou het ministerie van Onderwijs dus nogmaals willen verzoeken om die antwoorden per omgaande op te sturen, zodat wij de kans krijgen om ons inhoudelijk uit te spreken over het onderwijsachterstandenbeleid. Die kans lijkt ons op dit moment ontnomen te worden.
De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.
De heer Kwint (SP):
Nou, ik denk dat ze meekijken.
De voorzitter:
Jazeker, maar dan krijgen ze het ook nog te lezen. Maar voor dat verzoek hebt u geen steun nodig.
De heer Kwint (SP):
Nee, maar ik hoop dat ze er voor het eind van de middag zijn. Anders zullen wij een extra regeling nodig hebben.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan ga ik nu naar de heer Özdil namens GroenLinks.
De heer Özdil (GroenLinks):
Voorzitter. Stukadoors, schoonmakers, schilders, ambulancemedewerkers en anderen die fysiek zware arbeid verrichten, dragen onze samenleving. Mijn collega Linda Voortman diende daarom eerder een motie in om de boete op vervroegd uittreden voor deze groep te schrappen. Dat zou echter te veel geld kosten en het zou lastig zijn om fysiek zware beroepen te definiëren. Sinds vandaag zijn we van die vragen af. Het Economisch Instituut voor de Bouw biedt uitkomst met een zorgvuldige en precieze definitie.
De voorzitter:
Nee, nee, nee, mijnheer Özdil.
De heer Özdil (GroenLinks):
Dat is een goed punt, voorzitter. Ik wil graag een debat aanvragen met de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, zodat we snel helder kunnen krijgen hoe we ervoor gaan zorgen dat mensen die fysiek zware arbeid verrichten, kunnen worden ontzien.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Wij zijn alleen maar verheugd dat steeds meer mensen tot inkeer komen over dat er niet zo lang doorgewerkt kan worden, en zeker niet door iedereen. Wij steunen dit debat dus.
De heer Van Weyenberg (D66):
Steun voor een reactie van het kabinet. Daarna zullen we bezien of we het in een debat of in een AO willen bespreken.
De voorzitter:
Dus geen steun.
Mevrouw Leijten (SP):
Wij steunen dit verzoek.
Mevrouw Lodders (VVD):
Geen steun, wel steun voor een kabinetsreactie.
Mevrouw Keijzer (CDA):
Dat geldt ook voor de CDA-fractie.
De heer Kuzu (DENK):
Steun voor het verzoek van GroenLinks.
De heer De Jong (PVV):
Steun voor het verzoek en voor een brief.
De heer Nijboer (PvdA):
Steun voor een brief en voor het verzoek.
De voorzitter:
U hebt geen meerderheid, mijnheer Özdil.
De heer Özdil (GroenLinks):
Ik ben blij met een brief, maar als ik goed heb geteld, heb ik wel 30 collega's mee.
De voorzitter:
U hebt goed geteld. We zullen het dertigledendebat toevoegen aan de lijst van dertigledendebatten.
De heer Özdil (GroenLinks):
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik stel voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.
Het woord is aan de heer Nijboer namens de PvdA.
De heer Nijboer (PvdA):
Voorzitter. Dit is een beetje een opmerkelijke vorm, want ik heb u gisteren het verslag van de Parlementaire ondervragingscommissie in handen gegeven, maar dit is de laatste dag voor het reces. Het verslag is in handen gesteld van de commissie voor Financiën. Wij willen het graag in handen van de commissie voor Financiën laten, maar wij willen wel namens de hele commissie, dus het CDA, de SP, de ChristenUnie, D66, GroenLinks en de PvdA, een debat aanvragen met het kabinet. Dan hebben we dat alvast gedaan en dan hebben we vanavond geen extra regeling nodig.
De voorzitter:
Ja, prima. Dat is goed.
De heer Nijboer (PvdA):
Dan hoeven we dat de voorzitter van de commissie voor Financiën vanavond niet te laten doen.
De voorzitter:
We zullen daar na het reces rekening mee houden. Dank u wel.
De heer Nijboer (PvdA):
Graag gedaan.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de regeling van werkzaamheden. We gaan zo stemmen.
De vergadering wordt van 14.29 uur tot 14.34 uur geschorst.
De voorzitter:
Voordat we gaan stemmen, geef ik de heer Öztürk het woord.
De heer Öztürk (DENK):
Voorzitter. Ik wil bij de stemmingen over de moties die zijn ingediend bij het VAO Discriminatie, punt 15 op de stemmingslijst, mijn motie op stuk nr. 124 aanhouden.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Öztürk stel ik voor, zijn motie (30950, nr. 124) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De heer Wilders (PVV):
Bij diezelfde stemmingen naar aanleiding van het VAO Discriminatie wordt ook gestemd over een motie van de heer Bosma en mijzelf over iemand die PVV'ers heel erg discrimineert en burgemeester wil worden. Dat moeten we niet doen. Vandaar graag een hoofdelijke stemming over die motie op stuk nr. 120.
De voorzitter:
Dat is de motie-Martin Bosma/Wilders op stuk nr. 120 bij het agendapunt 15, over het VAO Discriminatie. Daar gaan we dus hoofdelijk over stemmen.
De heer Wassenberg heeft ook een verzoek.
De heer Wassenberg (PvdD):
Ik zou bij de stemmingen over moties ingediend bij het debat over de schadeafhandeling in Groningen, punt 12 op de stemmingslijst, graag een stemverklaring afleggen over de motie-Baudet/Hiddema op stuk nr. 376.
De voorzitter:
Dat gaan we doen. We gaan nu stemmen.
Stemmingen
Stemmingen
Stemmingen moties Raming Tweede Kamer 2018
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de Raming van de Tweede Kamer voor het jaar 2018,
te weten:
- de motie-Öztürk over het tweemaal per jaar aanmelden van mondelinge vragen door alle fracties (34686, nr. 8);
- de motie-Öztürk over een roulatiesysteem in het Presidium voor kleine partijen (34686, nr. 9).
(Zie wetgevingsoverleg van 3 juli 2017.)
De voorzitter:
Aangezien de motie-Öztürk (34686, nr. 9) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.
In stemming komt de motie-Öztürk (34686, nr. 8).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fractie van DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemming Raming Tweede Kamer 2018
Aan de orde is de stemming over de Raming der voor de Tweede Kamer in 2018 benodigde uitgaven, alsmede aanwijzing en raming van de ontvangsten (34686).
(Zie wetgevingsoverleg van 3 juli 2017.)
De voorzitter:
Ik stel voor, de Raming voor het jaar 2018 vast te stellen.
Daartoe wordt besloten.
Stemmingen moties Jaarverslag 2016 ministerie Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het jaarverslag 2016 van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
te weten:
- de motie-Raemakers c.s. over voor de SZW-begrotingsbehandeling de Kamer informeren over de UWV-kandidatenverkenner (34725-XV, nr. 10);
- de motie-Yeşilgöz-Zegerius c.s. over een transparante effectiviteitsmeting inzake het programma Aanpak schijnconstructies en cao-naleving (34725-XV, nr. 11);
- de motie-De Jong over gebruiken van de oude nationale CBS-definitie van werkloosheid (34725-XV, nr. 12);
- de motie-De Jong over geen aanspraak statushouders op de bijstand (34725-XV, nr. 13);
- de motie-De Jong over pas na tien jaar aanspraak maken op de bijstand door immigranten (34725-XV, nr. 14);
- de motie-Jasper van Dijk over een voorstel vóór Prinsjesdag 2017 om de korting op de Wajong te schrappen (34725-XV, nr. 15);
- de motie-Jasper van Dijk over afschaffing van de gehele kostendelersnorm voorbereiden (34725-XV, nr. 16).
(Zie wetgevingsoverleg van 28 juni 2017.)
De voorzitter:
De motie-Jasper van Dijk (34725-XV, nr. 15) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om bij de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met een voorstel te komen om de geplande korting op de Wajong per 1 januari 2018 van 75% naar 70% te schrappen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 17, was nr. 15 (34725-XV).
De motie-Jasper van Dijk (34725-XV, nr. 16) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de regering terecht de kostendelersnorm voor de AOW heeft geschrapt;
van mening dat het tot ongelijkheid leidt als een bijstandsmoeder die haar volwassen kind in huis heeft wel wordt gekort, maar een moeder met AOW die door haar kind in huis wordt genomen niet;
verzoekt de regering, bij de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2018 met een voorstel te komen om de gehele kostendelersnorm af te schaffen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 18, was nr. 16 (34725-XV).
Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.
In stemming komt de motie-Raemakers c.s. (34725-XV, nr. 10).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Yeşilgöz-Zegerius c.s. (34725-XV, nr. 11).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-De Jong (34725-XV, nr. 12).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-De Jong (34725-XV, nr. 13).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-De Jong (34725-XV, nr. 14).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Jasper van Dijk (34725-XV, nr. 17, was nr. 15).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Jasper van Dijk (34725-XV, nr. 18, was nr. 16).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Jaarverslag 2016 ministerie Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het jaarverslag 2016 van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
te weten:
- de motie-Ellemeet over de voor- en nadelen van het direct overmaken van de zorgtoeslag aan de zorgverzekeraar (34725-XVI, nr. 10);
- de motie-Ellemeet over onderzoek naar de accumulatie van eigen betalingen onder mensen met een complexe zorgvraag (34725-XVI, nr. 11);
- de motie-Ellemeet over schrappen van de boete op het niet betalen van een zorgverzekeringspremie (34725-XVI, nr. 12);
- de motie-Bergkamp over advies van de Raad voor het openbaar bestuur en de Algemene Rekenkamer over de voortgang van decentralisaties in het sociaal domein (34725-XVI, nr. 13);
- de motie-Agema over stoppen met extramuraliseren van zzp 1-3 (34725-XVI, nr. 14);
- de motie-Agema over opheffen van de kilometergrens voor Valysvervoer met persoonlijk kilometerbudget (34725-XVI, nr. 15);
- de motie-Arissen over een moratorium op de bouw en de uitbreiding van geitenstallen (34725-XVI, nr. 17).
(Zie wetgevingsoverleg van 29 juni 2017.)
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Arissen stel ik voor, haar motie (34725-XVI, nr. 17) aan te houden. Op verzoek van mevrouw Ellemeet stel ik voor, haar motie (34725-XVI, nr. 11) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
In stemming komt de motie-Ellemeet (34725-XVI, nr. 10).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ellemeet (34725-XVI, nr. 12).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Bergkamp (34725-XVI, nr. 13).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Agema (34725-XVI, nr. 14).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Agema (34725-XVI, nr. 15).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Pensioenonderwerpen
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Pensioenonderwerpen,
te weten:
- de motie-Van Rooijen over de mogelijkheid van variabele uitkeringen in de collectieve variant (32043, nr. 371);
- de motie-De Jong over de IORP-richtlijn niet implementeren (32043, nr. 372).
(Zie vergadering van 28 juni 2017.)
In stemming komt de motie-Van Rooijen (32043, nr. 371).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, 50PLUS en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-De Jong (32043, nr. 372).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemming brief Vacature in het college van de Algemene Rekenkamer
Aan de orde is de stemming in verband met de brief van de vaste commissie voor Financiën over het opmaken van een voordracht van drie kandidaten ter vervulling van een vacature in het college van de Algemene Rekenkamer (34153, nr. 7).
De voorzitter:
Ik stel voor, in afwijking van het Reglement van Orde niet schriftelijk te stemmen en de voordracht conform het voorstel van de commissie voor Financiën als volgt vast te stellen, onder de aantekening dat de fractie van de PVV geacht wordt tegen de voordracht te zijn:
1. de heer drs. E. Irrgang;
2. mevrouw prof. dr. E.M. Sent;
3. de heer mr. R.A. van Vliet.
Daartoe wordt besloten.
Stemmingen moties Overnames van Unilever en AkzoNobel
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de overnames van Unilever en AkzoNobel,
te weten:
- de motie-Van den Berg c.s. over een preventieve toets bij ongewenste of vijandige overnames (29826, nr. 71);
- de motie-Van den Berg c.s. over meer beschermingsinstrumenten tegen ongewenste dan wel vijandige overnames (29826, nr. 72);
- de motie-Van den Berg c.s. over in kaart brengen van essentiële landbouwgronden en essentiële infrastructurele kunstwerken (29826, nr. 73);
- de motie-Van Rooijen over het uitwerken van de wettelijke bedenktijd (29826, nr. 74);
- de motie-Hijink/Van der Lee over beschermingsconstructies mogelijk maken in overnamerichtlijn (29826, nr. 75);
- de motie-Hijink/Van der Lee over een maatschappelijke toets op de gevolgen van bedrijfsovernames (29826, nr. 76);
- de motie-Hijink c.s. over meer inspraak voor werknemers bij een overname (29826, nr. 77);
- de motie-Paternotte c.s. over het opnemen van een voorwaardelijkheid in de bedenktijd (29826, nr. 78);
- de motie-Van der Lee c.s. over het in de statuten vastleggen van de langetermijndoelen voor maatschappelijk verantwoord en duurzaam ondernemen (29826, nr. 79);
- de motie-Öztürk over het invoeren van een maatschappelijke toets bij vijandige overnames (29826, nr. 80);
- de motie-Öztürk over rekening houden met de negatieve gevolgen van overnames in het buitenland door Nederlandse bedrijven (29826, nr. 81).
(Zie vergadering van 28 juni 2017.)
De voorzitter:
De motie-Van den Berg c.s. (29826, nr. 71) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van den Berg, Graus, Van der Lee, Nijboer en Van Rooijen.
Zij krijgt nr. 84, was nr. 71 (29826).
De motie-Van den Berg c.s. (29826, nr. 72) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van den Berg, Graus, Van der Lee, Hijink, Nijboer en Van Rooijen.
Zij krijgt nr. 85, was nr. 72 (29826).
De motie-Van den Berg c.s. (29826, nr. 73) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van den Berg, Paternotte, Van der Lee, Graus en Van Rooijen.
Zij krijgt nr. 86, was nr. 73 (29826).
De motie-Van Rooijen (29826, nr. 74) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland een open economie kent met een Rijnlandse corporategovernancetraditie, waarbij de waardecreatie op de lange termijn met inachtneming van de belangen van alle stakeholders centraal staat;
constaterende dat er recent een toename waarneembaar is in overnameactiviteiten waar met name activistische aandeelhouders een rol spelen;
constaterende dat steeds vaker ondernemingen op overnamepad zijn uit landen die hun grenzen dichthouden voor internationale investeringen en/of waar vaak sprake is van staatsdeelnemingen;
constaterende dat door het ruime monetaire beleid in Europa en de relatieve lage stand van de euro bedrijven in de eurozone relatief goedkoop over te nemen zijn;
constaterende dat onder meer uit de New York Times van 27 juni 2017 blijkt dat Amerikaanse bedrijven zich veel beter kunnen beschermen tegen activistische aandeelhouders dan bedrijven in vrijwel alle EU landen;
overwegende dat deze factoren ertoe bijdragen dat er op de internationale overnamemarkt geen sprake (meer) is van een gelijk speelveld met normale marktomstandigheden en open, evenwichtige verhoudingen, waardoor bijsturing vanuit de Nederlandse belangen op de mondiale overnamemarkt gerechtvaardigd is;
overwegende dat elke maatregel voldoende rekening moet houden met de belangen van alle stakeholders van een onderneming, zodat het open karakter van de Nederlandse economie gewaarborgd blijft;
verzoekt de regering, met grote voortvarendheid het voorstel voor de wettelijke bedenktijd (Optie A: Kamerstuk 29826, nr. 70) uit te werken en zo snel als mogelijk ter behandeling naar de Kamer te sturen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 86, was nr. 74 (29826).
De motie-Hijink/Van der Lee (29826, nr. 75) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
van mening dat Nederlandse bedrijven baat hebben bij het in stand houden van bestaande en creëren van nieuwe beschermingsconstructies zonder dat aandeelhouders dit kunnen frustreren;
verzoekt de regering, daar waar Europese richtlijnen de belangen van aandeelhouders laten prevaleren boven de belangen van de onderneming, zich in te zetten voor aanpassing van deze richtlijnen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 88, was nr. 75 (29826).
De motie-Paternotte c.s. (29826, nr. 78) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Paternotte, Van der Lee, Van den Berg, Bruins, Graus en Van Rooijen.
Zij krijgt nr. 89, was nr. 78 (28826).
Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Van den Berg c.s. (29826, nr. 84, was nr. 71).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Van den Berg c.s. (29826, nr. 85, was nr. 72).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Van den Berg c.s. (29826, nr. 86, was nr. 73).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Van Rooijen (29826, nr. 86, was nr. 74).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Hijink/Van der Lee (29826, nr. 88, was nr. 75).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en DENK voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Hijink/Van der Lee (29826, nr. 76).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Hijink c.s. (29826, nr. 77).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Paternotte c.s. (29826, nr. 89, was nr. 78).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Lee c.s. (29826, nr. 79).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66 en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Öztürk (29826, nr. 80).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Öztürk (29826, nr. 81).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66 en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Jaarverslag 2016 ministerie Infrastructuur en Milieu
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het jaarverslag 2016 van het ministerie van Infrastructuur en Milieu,
te weten:
- de motie-Remco Dijkstra/Van Helvert over meer inzicht in de effecten van programma's (34725-XII, nr. 9);
- de motie-Van Eijs/Van Veldhoven over streefwaarden voor luchtkwaliteit (34725-XII, nr. 10);
- de motie-Van Eijs/Van Veldhoven over alle gemeenten deel laten nemen aan de Benchmark Huishoudelijk Afval (34725-XII, nr. 11);
- de motie-Van Aalst over de totale kosten van het klimaatbeleid inzichtelijk maken op de begroting van I en M (34725-XII, nr. 12);
- de motie-Van Aalst over het uitschakelen van alle 80 km-zones rondom de grote steden (34725-XII, nr. 13);
- de motie-Van Helvert over elimineren van de "boeggolf" van niet-uitgegeven begrotingsmiddelen (34725-XII, nr. 14);
- de motie-Laçin over voldoende middelen voor de ILT (34725-XII, nr. 15);
- de motie-Kröger over terugdringen van ziekte en sterfte door luchtvervuiling (34725-XII, nr. 16).
(Zie wetgevingsoverleg van 29 juni 2017.)
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Kröger stel ik voor, haar motie (34725-XII, nr. 16) aan te houden. Op verzoek van mevrouw Van Eijs stel ik voor, haar motie (34725-XII, nr. 10) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De motie-Van Aalst (34725-XII, nr. 13) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de 80 km-zones op het hoofdwegennet rondom de grote steden zorgen voor een toename van de filedruk;
overwegende dat uit onderzoek van TNO gebleken is dat auto's in de file meer uitstoten dan auto's die 130 km/u rijden en met name de nieuwe modellen;
verzoekt de regering om te bezien of binnen de huidige normen de
door TNO genoemde 80 km-zones op het rijkshoofdwegennet zo snel als mogelijk aangepast kunnen worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 17, was nr. 13 (34725-XII).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
In stemming komt de motie-Remco Dijkstra/Van Helvert (34725-XII, nr. 9).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Eijs/Van Veldhoven (34725-XII, nr. 11).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Aalst (34725-XII, nr. 12).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Van Aalst (34725-XII, nr. 17, was nr. 13).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Helvert (34725-XII, nr. 14).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, 50PLUS, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Laçin (34725-XII, nr. 15).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemming motie Lerarentekort in het basisonderwijs
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over het lerarentekort in het basisonderwijs,
te weten:
- de gewijzigde motie-Van Brenk over wijzigen van de leeftijdsgrens voor het levenlanglerenkrediet (27923, nr. 279, was nr. 275).
(Zie vergadering van 29 juni 2017.)
In stemming komt de gewijzigde motie-Van Brenk (27923, nr. 279, was nr. 275).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Tbs en forensische zorg
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Tbs en forensische zorg,
te weten:
- de motie-Van Nispen/Buitenweg over voorstellen om de marktwerking in de forensische zorg te verminderen (29452, nr. 212);
- de motie-Van Nispen c.s. over geen verdere verlaging van de tarieven voor de forensische zorg in 2018 (29452, nr. 213);
- de motie-Van Oosten/Van Toorenburg over het stoppen van voorbereidende handelingen voor afschaffing van disciplinaire straffen (29452, nr. 214);
- de motie-Van Toorenburg over alternatieven bij de aanbesteding van forensische zorg waarbij prijs en kwaliteit gelijkwaardig zijn (29452, nr. 215);
- de motie-Buitenweg/Van Nispen over een plan van aanpak voor het personeelsbeleid in de forensische zorg (29452, nr. ();
- de motie-Markuszower over invoering van minimumstraffen en afschaffing van tbs (29452, nr. 217).
(Zie vergadering van 4 juli 2017.)
De voorzitter:
De motie-Markuszower (29452, nr. 217) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat gevaarlijke criminelen die veroordeeld zijn voor verkrachtingen en moord vaak tbs opgelegd krijgen;
constaterende dat deze criminelen zodra zij in de tbs zitten snel en veel verlof krijgen en tijdens deze verloven weer nieuwe slachtoffers maken of kunnen maken;
overwegende dat veroordeelde criminelen vooral straf verdienen en in de cel moeten zitten en niet in de tbs als patiënt behandeld moeten worden;
overwegende dat veroordeelde criminelen met een stoornis of ziekte in de gevangenis behandeld moeten worden waarbij ze in de cel toegang tot een arts hebben;
overwegende dat de strafmaat in Nederland te laag is;
verzoekt de regering daarom, op de meest spoedige termijn minimumstraffen in te voeren;
verzoekt de regering tevens, het systeem van de tbs af te schaffen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 219, was nr. 217 (29452).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
De fractie van de PVV wordt aantekening verleend tegen de overgenomen motie op stuk nr. 216 te zijn.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter, ik heb het idee dat bij het vorige stemmingsonderwerp mijn motie op stuk nr. 279 (27923) maar heel krap is verworpen. Ik zou dus willen vragen of ik alsnog een hoofdelijke stemming kan aanvragen.
De voorzitter:
Dat kan niet.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dat gaat niet meer?
De voorzitter:
De uitslag is al vastgesteld.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Het is dramatisch. Dank u wel.
De voorzitter:
Als we het zouden toelaten, hadden we elke week een hoofdelijke stemming.
In stemming komt de motie-Van Nispen/Buitenweg (29452, nr. 212).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Nispen c.s. (29452, nr. 213).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Oosten/Van Toorenburg (29452, nr. 214).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, DENK, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Toorenburg (29452, nr. 215).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Markuszower (29452, nr. 219, was nr. 217).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fractie van de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemming motie Reactie petitie Justice for Johan
Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het VSO de reactie op petitie Justice for Johan,
te weten:
- de motie-Bergkamp c.s. over inspanningen om Johan van Laarhoven van Thailand naar Nederland over te brengen (30010, nr. 30).
(Zie vergadering van 4 juli 2017.)
De voorzitter:
De motie-Bergkamp c.s. (30010, nr. 30) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Johan van Laarhoven in Thailand is veroordeeld tot een jarenlange gevangenisstraf vanwege witwassen van geld;
constaterende dat de detentieomstandigheden in Thailand erbarmelijk zijn;
constaterende dat Thailand en Nederland een verdragsrelatie hebben met betrekking tot de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS), welke kan voorzien in de overbrenging van Nederlandse gedetineerden na vier jaar detentie in Thailand naar Nederland;
overwegende dat in juli 2018 deze termijn van vier jaar voor Van Laarhoven is verstreken;
overwegende dat in verband met de overbrenging in het kader van dit WOTS-verdrag (diplomatieke) voorbereidingen tijdig getroffen dienen te worden;
verzoekt de regering, zich in te spannen zo spoedig mogelijk alle (diplomatieke) voorbereidingen te treffen, zodra zijn straf in Thailand onherroepelijk is, om mogelijk te maken dat Van Laarhoven met een beroep op de WOTS zo spoedig mogelijk naar Nederland wordt overgebracht, en de Kamer tijdig te informeren op relevante momenten, bijvoorbeeld in de onverhoopte situatie dat Van Laarhoven in juli 2018 nog niet naar Nederland kan komen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. 31, was nr. 30 (30010).
Op verzoek van mevrouw Bergkamp stel ik voor, haar gewijzigde motie (30010, nr. 31, was nr. 30) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Klopt dat wel, mevrouw Bergkamp?
Mevrouw Bergkamp (D66):
Het klopt dat ik de motie heb aangehouden. Ik heb van de minister een belangrijke toezegging gekregen, namelijk dat hij voortvarend deze zaak gaat aanpakken en de Kamer daarover informeert.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we door met het volgende agendapunt.
Stemmingen moties Schadeafhandeling Groningen
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de schadeafhandeling in Groningen,
te weten:
- de motie-Van Tongeren c.s. over voldoende ondersteuning voor arbiters en contra-experts (33529, nr. 360);
- de motie-Van Tongeren over overweging van oriënterende gesprekken met andere potentiële gasexploitanten (33529, nr. 361);
- de motie-Wassenberg c.s. over een plan om de verschillende belangen rond de winning bij verschillende ministeries te beleggen (33529, nr. 362);
- de motie-Wassenberg c.s. over oprichting van een schadefonds voor de mijnbouwschade in Groningen (33529, nr. 363);
- de motie-Wassenberg c.s. over verlaging van de gaswinning naar 12 miljard kuub per jaar (33529, nr. 365);
- de motie-Beckerman c.s. over een schadeprotocol op basis van de uitgangspunten van regionale partijen, met ruime aansprakelijkheid van de NAM als uitgangspunt (33529, nr. 366);
- de motie-Beckerman c.s. over een afbouwplan voor de gaswinning waarin ook het kleineveldenbeleid is opgenomen (33529, nr. 367);
- de motie-Beckerman c.s. over ondersteuning van Stut-en-Steun met €200.000 (33529, nr. 368);
- de motie-Beckerman c.s. over behoud van de plaats van contra-experts en arbiters binnen het schadeprotocol (33529, nr. 369);
- de motie-Van Veldhoven c.s. over onderzoek naar de vorming van een Groninger Schadefonds (33529, nr. 370);
- de motie-Van Veldhoven c.s. over beschikbaar maken van benodigde expertise en ervaring voor complexe herinrichtingsvraagstukken (33529, nr. 371);
- de motie-Agnes Mulder c.s. over onderzoek naar onafhankelijke vaststelling van de meerkosten voor aardbevingsbestendige nieuwbouw (33529, nr. 372);
- de motie-Graus c.s. over erkenning, afhandeling en vergoeding van aardbevingsgerelateerde schade als mijnbouwgerelateerde schade (33529, nr. 375);
- de motie-Baudet/Hiddema over het vergoeden van de vastgestelde schade voor 31 december 2017 (33529, nr. 376).
(Zie vergadering van 4 juli 2017.)
De voorzitter:
De motie-Van Tongeren c.s. (33529, nr. 360) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van Tongeren, Graus, Beckerman, Nijboer, Bosman, Van Veldhoven, Agnes Mulder en Dik-Faber, en luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Groningers de aanpak van de arbiters erg waarderen en dat dit helpt bij het herstellen van vertrouwen;
overwegende dat het aantal aanmeldingen bij de arbiters groot is en oploopt;
verzoekt de regering, ervoor zorg te dragen dat de arbiters voldoende ondersteuning krijgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. 378, was nr. 360 (33529).
De motie-Wassenberg c.s. (33529, nr. 362) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Wassenberg, Nijboer, Van Tongeren, Beckerman, Graus en Sazias.
Zij krijgt nr. 379, was nr. 362 (33529).
De motie-Van Veldhoven c.s. (33529, nr. 370) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van Veldhoven, Bosman, Agnes Mulder, Dik-Faber, Graus, Van Tongeren, Beckerman en Nijboer.
Zij krijgt nr. 380, was nr. 370 (33529).
Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.
Voordat we gaan stemmen, wil mevrouw Van Tongeren nog wat zeggen.
Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):
Mijn motie (33529, nr. 360) is inderdaad gewijzigd, maar op de stemmingslijst staat een essentieel element helaas net fout. Het gaat om ondersteuning van alleen arbiters. Ik zeg dit nog even om verwarring bij de collega's te voorkomen. Er zijn meer ondertekenaars toegevoegd bij mijn motie op stuk nr. 360. Het woordje "contra-experts" is uit de motie gehaald.
De voorzitter:
Het staat ook niet meer zo op de stemmingslijst. U hebt nog een oude versie.
Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):
Excuses.
De voorzitter:
Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf.
Mevrouw Dik-Faber wil een stemverklaring afleggen. Ik zie dat het een heel korte stemverklaring wordt.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Voorzitter, dat klopt. Het gaat over de motie op stuk nr. 367 over een afbouwplan voor de gaswinning.
De voorzitter:
Voordat u verdergaat, vraag ik om rust in de zaal. Anders bent u niet te verstaan en dat is niet de bedoeling.
Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Het gaat dus over de motie op stuk nr. 367 over een afbouwplan voor de gaswinning. Dat is een voortreffelijke motie, zelfs zo voortreffelijk dat de Kamer daar al eerder een uitspraak over heeft gedaan, namelijk bij de motie ingediend op 14 februari 2013 (33529, nr. 6). Die motie is aangenomen. Die gaat over een visie op de afbouw van Gronings gas in de periode van de energietransitie. Om die reden zullen we vandaag tegen deze motie stemmen.
De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan de heer Wassenberg namens de Partij voor de Dieren. Ik hoop dat de heer Baudet meeluistert.
De heer Wassenberg (PvdD):
Voorzitter. De Partij voor de Dieren zou niets liever willen dan dat de schade van de gaswinning aan alle gedupeerden uiterlijk 31 september wordt vergoed, zoals de motie verzoekt; eist zelfs. Alleen bestaat 31 september niet, want september heeft slechts 30 dagen.
(Hilariteit)
De heer Wassenberg (PvdD):
Dat is niet het grootste probleem. Het probleem van de schade door de gaswinning is heel erg groot en het wordt gebagatelliseerd door te doen alsof het binnen een paar maanden kan worden opgelost, een paar weken zelfs. Deze motie geeft valse hoop en maakt Groningers blij met een dode mus. Na alle ellende waarin Groningers terecht zijn gekomen, moet je niet met hen sollen. De Partij voor de Dieren zal daarom tegen de motie op stuk nr. 376 stemmen.
De voorzitter:
Dank u wel.
In stemming komt de gewijzigde motie-Van Tongeren c.s. (33529, nr. 378, was nr. 360).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Tongeren (33529, nr. 361).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Het is veel te gezellig daar in de hoek, mijnheer Krol. U moet echt opletten.
In stemming komt de gewijzigde motie-Wassenberg c.s. (33529, nr. 379, was nr. 362).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Wassenberg c.s. (33529, nr. 363).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Wassenberg c.s. (33529, nr. 365).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (33529, nr. 366).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (33529, nr. 367).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (33529, nr. 368).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (33529, nr. 369).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Van Veldhoven c.s. (33529, nr. 380, was nr. 370).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Veldhoven c.s. (33529, nr. 371).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Agnes Mulder c.s. (33529, nr. 372).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Graus c.s. (33529, nr. 375).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Baudet/Hiddema (33529, nr. 376).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen Lijst van controversiële onderwerpen
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met de lijst van controversiële onderwerpen (34707).
In stemming komt het voorstel van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu tot het toevoegen van brief 29398, nr. 565 aan onderdeel I (34707, stuk nr. 29).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor dit voorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het voorstel van de vaste commissie voor Economische Zaken tot het toevoegen van enkele brieven (34707, stuk nr. 30).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor dit voorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemming moties Beleidsevaluatie Natuurschoonwet 1928
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het VSO Beleidsevaluatie van de Natuurschoonwet 1928,
te weten:
- de motie-Lodders/Geurts over de maatvoering voor de natuurstrook (33576, nr. 105).
(Zie vergadering van 9 mei 2017.)
In stemming komt de motie-Lodders/Geurts (33576, nr. 105).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, het CDA, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Discriminatie
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Discriminatie,
te weten:
- de motie-Martin Bosma over maatregelen om de antidiscriminatievoorzieningen op te heffen (30950, nr. 119);
- de motie-Martin Bosma/Wilders over niet akkoord gaan met de benoeming van de voorgedragen burgemeester van Arnhem (30950, nr. 120);
- de motie-Öztürk c.s. over verbetering van de werking van antidiscriminatievoorzieningen (30950, nr. 122);
- de motie-Öztürk c.s. over duidelijkheid over wat discriminatie inhoudt (30950, nr. 123);
- de motie-Öztürk over vermindering van negatieve vooroordelen over groepen (30950, nr. 125);
- de motie-Özütok/Van den Hul over een alternatieve financieringssystematiek voor antidiscriminatievoorzieningen (30950, nr. 126);
- de motie-Van den Hul c.s. over het aanstellen van een Mensenrechtenambassadeur Mensenrechten binnen Nederland (30950, nr. 128);
- de motie-Van den Hul c.s. over de Kamer tijdig informeren over de kabinetsreactie op de Universal Periodic Review (30950, nr. 129);
- de motie-Yeşilgöz-Zegerius over de wildgroei aan antidiscriminatiemeldpunten (30950, nr. 130);
- de motie-Yeşilgöz-Zegerius over een overzicht van de invulling van de ADV's door de gemeenten (30950, nr. 131);
- de motie-Yeşilgöz-Zegerius/Jasper van Dijk over een actieplan lhbti-acceptatie (30950, nr. 132);
- de motie-Jasper van Dijk over de Inspectie SZW de bevoegdheid geven om een boete op te leggen voor leeftijdsdiscriminatie (30950, nr. 133);
- de motie-Hiddema over het per 31 december 2017 stoppen van iedere financiële ondersteuning van de discriminatieregistratiebureaus (30950, nr. 134).
(Zie vergadering van 5 juli 2017.)
De voorzitter:
De motie-Van den Hul c.s. (30950, nr. 128) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het voor een effectief buitenlandbeleid belangrijk is dat we niet alleen in het buitenland over mensenrechtenschendingen praten, maar ook de binnenlandse problemen benoemen en bereid zijn verbeteringen door te voeren;
constaterende dat het mandaat van de Mensenrechtenambassadeur zich beperkt tot mensenrechten buiten de grenzen van Nederland en het bevorderen van een mensenrechtencultuur over schendingen buiten Nederland en dat een aanspreekpunt voor ngo's, gemeenten en voor de coördinatie binnen de overheid op dit moment ontbreekt;
overwegende dat alle Nederlanders elke dag profiteren van mensenrechten, dat mensenrechten door alle beleidsterreinen lopen en dat mensenrechten integrale afstemming vragen van alle betrokken ministeries;
verzoekt de regering, ter bevordering van de naleving van de mensenrechten in Nederland de rol van de coördinerend minister van Binnenlandse Zaken te versterken met het aanstellen van een Mensenrechtenambassadeur Mensenrechten binnen Nederland met voldoende gewicht en ondersteuning om ministeries op beleidsniveau bij elkaar te brengen en die tot een effectief aanspreekpunt te maken vanuit de rijksoverheid voor onder meer ngo's en gemeenten,
en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 135, was nr. 128 (30950).
De motie-Jasper van Dijk (30950, nr. 133) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat leeftijdsdiscriminatie op de arbeidsmarkt een veelvoorkomend probleem is;
van mening dat de Inspectie SZW (voorheen Arbeidsinspectie) onvoldoende bevoegdheden heeft om leeftijdsdiscriminatie adequaat aan te pakken;
verzoekt de regering, te bezien welke mogelijkheden er zijn om de Inspectie SZW de bevoegdheid te geven om sancties op te leggen aan bedrijven die zich schuldig maken aan leeftijdsdiscriminatie,
en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 136, was nr. 133 (30950).
Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.
In stemming komt de motie-Martin Bosma (30950, nr. 119).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Mijn stem is wiebelig, dus u gaat mij zo zonder microfoon niet horen. Maar ik ben tegen de motie op stuk nr. 120. Kunnen we dat op deze manier regelen?
De voorzitter:
Nee!
(Hilariteit)
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dan kom ik naar de microfoon als mijn naam wordt opgeroepen.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Ik dacht: ik ga de voorbereidingstijd voor de hoofdelijke stemming even nuttig besteden. Er is een motie aangenomen onder 10 over de forensische zorg, over alternatieven voor aanbesteding. Ik wil graag weten hoe het kabinet die gaat uitvoeren.
De voorzitter:
Ik stel voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.
De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter. Als u het mij toestaat om in één zin een stemverklaring af te leggen over de motie die nu ter stemming voorligt: wij zijn tegen het benoemen van de heer Marcouch, maar niet vanwege de motieven die in de motie staan. Daarom zullen we tegenstemmen.
De voorzitter:
De heer Baudet voor een stemverklaring. Mijnheer Baudet, u hebt geoefend en gezien hoe het gaat. Heel kort.
De heer Baudet (FvD):
Voorzitter. Wij stemmen voor deze motie. Wij vinden het een heel slecht idee dat Marcouch benoemd wordt als burgemeester, niet om de redenen die in de motie staan maar omdat wij voor een direct gekozen burgemeester zijn.
In stemming komt de motie-Martin Bosma/Wilders (30950, nr. 120).
Vóór stemmen de leden: Hiddema, De Jong, Kops, Madlener, Maeijer, Markuszower, Edgar Mulder, Popken, De Roon, Van Weerdenburg, Wilders, Van Aalst, Agema, Baudet, Beertema, Martin Bosma, Tony van Dijck, Fritsma, Gerbrands, De Graaf, Graus en Helder.
Tegen stemmen de leden: Hennis-Plasschaert, Hermans, Hijink, Van den Hul, Jetten, Karabulut, Keijzer, Van Kent, Klaver, Knops, Koerhuis, Kooiman, Koopmans, Kröger, Krol, Kuik, Kuiken, Kuzu, Kwint, Laçin, Van der Lee, Leijten, Lodders, Marijnissen, Von Martels, Van Meenen, Middendorp, Van der Molen, Agnes Mulder, Anne Mulder, Nijboer, Nijkerken-de Haan, Van Nispen, Van Ojik, Omtzigt, Van Oosten, Ouwehand, Özdil, Öztürk, Özütok, Paternotte, Peters, Van Raak, Van Raan, Raemakers, Roemer, Rog, Ronnes, Van Rooijen, Arno Rutte, Sazias, Sjoerdsma, Snels, Van der Staaij, Tellegen, Thieme, Van Tongeren, Van Toorenburg, Van Veldhoven, Verhoeven, Visser, Voordewind, Voortman, Aukje de Vries, Wassenberg, Westerveld, Weverling, Van Weyenberg, Wiersma, Wörsdörfer, Van 't Wout, Yeşilgöz-Zegerius, Ziengs, Amhaouch, Arib, Arissen, Van Ark, Asscher, Azarkan, Azmani, Becker, Beckerman, Belhaj, Van den Berg, Bergkamp, Bisschop, Van den Bosch, Bosman, Bouali, Van Brenk, Ten Broeke, Bruins, Bruins Slot, Buitenweg, Van Dam, Dekker, Diertens, Gijs van Dijk, Jasper van Dijk, Dijkgraaf, Dijkhoff, Dijksma, Pia Dijkstra, Remco Dijkstra, Dik-Faber, Diks, Duisenberg, Van Eijs, El Yassini, Ellemeet, Van Engelshoven, Futselaar, Geurts, Grashoff, De Groot, Groothuizen, Harbers en Van Helvert.
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met 22 tegen 118 stemmen is verworpen.
In stemming komt de motie-Öztürk c.s. (30950, nr. 122).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Öztürk c.s. (30950, nr. 123).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Öztürk (30950, nr. 125).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Özütok/Van den Hul (30950, nr. 126).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Van den Hul (30950, nr. 135, was nr. 128).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en D66 voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van den Hul c.s. (30950, nr. 129).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Yeşilgöz-Zegerius (30950, nr. 130).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Yeşilgöz-Zegerius (30950, nr. 131).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Yeşilgöz-Zegerius/Jasper van Dijk (30950, nr. 132).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SGP ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Jasper van Dijk (30950, nr. 136, was nr. 133).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Hiddema (30950, nr. 134).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Toekomst van de Waddenzee
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het dertigledendebat over de toekomst van de Waddenzee,
te weten:
- de motie-Wassenberg c.s. over geen nieuwe vergunningen verlenen voor gaswinning in en nabij de Waddenzee (29684, nr. 146);
- de motie-Wassenberg c.s. over de huidige gaswinning in en nabij de Waddenzee stoppen (29684, nr. 147);
- de motie-Van Tongeren/Beckerman over het KNMI-scenario voor zeespiegelstijging actualiseren (29684, nr. 148);
- de motie-Van Tongeren c.s. over het afbouwen van aardgaswinning onder de Waddenzee (29684, nr. 149);
- de motie-Beckerman c.s. over het eerder ingrijpen als bij delfstofwinning in het Waddengebied niet aan de voorwaarden is voldaan (29684, nr. 150);
- de motie-Beckerman over voorkomen van beïnvloeding van relevante meet- en monitoringsgegevens (29684, nr. 151).
(Zie vergadering van 5 juli 2017.)
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Van Tongeren stel ik voor, haar motie (29684, nr. 148) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
In stemming komt de motie-Wassenberg c.s. (29684, nr. 146).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Wassenberg c.s. (29684, nr. 147).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Tongeren c.s. (29684, nr. 149).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (29684, nr. 150).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Beckerman (29684, nr. 151).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Fiscaal gunstige tegemoetkoming aan chemieconcern ICL
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de totstandkoming van een fiscaal gunstige tegemoetkoming aan chemieconcern ICL,
te weten:
- de motie-Van der Lee over publicatie van de ICL-ruling (25087, nr. 171);
- de motie-Van der Lee over een minimale bodem voor Vpb betaald door bedrijven die zich nieuw in Nederland vestigen (25087, nr. 172);
- de gewijzigde motie-Leijten over rulings nalopen op bestuurders van rechtspersonen die ook op een sanctielijst voorkomen (25087, nr. 174, was nr. 173).
(Zie vergadering van 5 juli 2017.)
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
spreekt uit dat het omwille van haar controlerende taak op de activiteiten van het APA/ATR-team van de Belastingdienst een beroep doet op het chemiebedrijf ICL om in te stemmen met de publicatie van de ruling die het bedrijf in 2014 mogelijk overeenkwam met het rulingteam te Rotterdam,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
De motie-Van der Lee (25087, nr. 171) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 176, was nr. 171 (25087).
De motie-Van der Lee (25087, nr. 172) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de stevige concurrentiestrijd tussen landen om als vestigingsland hoofdkantoren van multinationals binnen te halen permanent druk zet op verdere grondslaguitholling van de Vpb;
overwegende dat een dergelijke race to the bottom de betreffende multinationals dermate fiscaal kan bevoordelen dat zij bijvoorbeeld door extra aftrekposten of andere zogenaamde grondslagversmallers meerjarig amper winstbelasting afdragen;
verzoekt de regering, met nieuw beleid te komen dat beoogt een minimale bodem te leggen in effectief af te dragen Vpb,
en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 177, was nr. 172 (25087).
Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Van der Lee (25087, nr. 176, was nr. 171).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Van der Lee (25087, nr. 177, was nr. 172).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en DENK voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Leijten (25087, nr. 174, was nr. 173).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemming motie Discriminatie en racisme in Nederland
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over discriminatie en racisme in Nederland,
te weten:
- de motie-Van Brenk over onderzoek naar een verbod op discriminatie op elke denkbare grond (30950, nr. 114).
(Zie vergadering van 6 april 2017.)
De voorzitter:
De motie-Van Brenk (30950, nr. 114) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat discriminatie een breed vertakt probleem is in onze maatschappij;
overwegende dat artikel 1 van de Grondwet nu godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras en geslacht expliciet benoemt als discriminatiegrond en overige gronden benoemt als "op welke grond dan ook";
overwegende dat artikel 1 van de Grondwet de maatschappelijke consensus over discriminatie weergeeft ten tijde van de totstandkoming van het artikel (1983), en mogelijk niet meer optimaal recht doet aan de tegenwoordige maatschappelijke werkelijkheid ervaren vormen van discriminatie;
overwegende dat elke discriminatiegrond met gelijke kracht moet worden bestreden;
overwegende dat boven elke twijfel verheven moet zijn dat elke grond van discriminatie even ernstig is;
overwegende dat leeftijdsdiscriminatie vaak voorkomt;
verzoekt de regering, door een speciale commissie te laten onderzoeken of en op welke wijze het verbod op discriminatie op elke denkbare grond het beste in de Grondwet kan worden opgenomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 137, was nr. 114 (30950).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Van Brenk (30950, nr. 137, was nr. 114).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemming brief Benoeming waarnemend Griffier
Aan de orde is de stemming in verband met de brief van het Presidium over de benoeming van een waarnemend Griffier (34748, nr. 2).
De voorzitter:
Ik stel voor, conform het voorstel van het Presidium te besluiten en de heer F.M.H. van Dijk te benoemen tot waarnemend Griffier.
Daartoe wordt besloten.
Stemming motie Dementie
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het VAO Dementie,
te weten:
- de motie-Agema/Gerbrands over een aparte betaaltitel voor casemanagement dementie (25424, nr. 359).
(Zie vergadering van 21 juni 2017.)
In stemming komt de motie-Agema/Gerbrands (25424, nr. 359).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemming brief Interoperabiliteit
Aan de orde is de stemming in verband met de brief van de vaste commissie voor Europese Zaken over het plaatsen van een parlementair behandelvoorbehoud bij de EU-voorstellen inzake interoperabiliteit COM (2017) 344 en 352 (34754, nr. 1).
De voorzitter:
Ik stel voor, conform het advies van de vaste commissie voor Europese Zaken te besluiten.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde van de stemmingen. Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Voorzitter: Harbers
Zwangerschap en geboorte
Zwangerschap en geboorte
Aan de orde is het VAO Zwangerschap en geboorte (AO d.d. 22/06).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Dit is het eerste VAO van een lange lijst VAO's die wij vanmiddag houden. Daarom zou ik willen afspreken dat we bij de beantwoording van de minister uitsluitend degene die de motie heeft ingediend in de gelegenheid stellen om een korte interruptie te plegen, mocht dat nodig zijn. De spreektijd is twee minuten. U wordt geacht al uw moties binnen die tijd in te dienen.
Ik heet de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport welkom.
Mevrouw Kooiman (SP):
Voorzitter. Ik zal de volgende motie gewoon indienen, want die is heel duidelijk.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Stuurgroep zwangerschap en geboorte in zijn rapport Een goed begin heeft geadviseerd om de eigen bijdrage kraamzorg af te schaffen;
constaterende dat uit studie ERKEN-1 (Evaluatie Risicosignalering Kraambed En Nazorg) blijkt dat een kraamverzorgende in 56% van de gezinnen een of meer nieuwe risico's signaleert;
overwegende dat de eigen bijdrage in de kraamzorg leidt tot minder gebruik van kraamzorg door zwangere vrouwen in een achterstandssituatie;
verzoekt de regering, alvast een aanzet te maken met het afschaffen van de eigen bijdrage kraamzorg voor 2018 en in de Miljoenennota 2018 voorstellen te doen voor de financiering van deze afschaffing,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kooiman en Arissen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 110 (32279).
Mevrouw Kooiman (SP):
Al zeven jaar geleden is dit in de stuurgroep besproken en geadviseerd. Het is dus een beetje laat, maar ik hoop dat het in ieder geval al wel gebeurt. Daarom heb ik die motie ingediend.
Ik heb nog een heel andere mooie motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat integrale bekostiging in alle gevallen alleen op basis van vrijwilligheid en lokale instemming plaats mag vinden en niet op enigerlei wijze mag worden afgedwongen (conform motie 32279, nr. 91);
overwegende dat de keuzevrijheid van de cliënt en de zelfstandigheid van de verloskundigen geborgd dient te zijn;
verzoekt de regering, bij het Zorginstituut Nederland een meldpunt in te richten wanneer partijen in het veld tegen het bovenstaande aanlopen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kooiman en Ellemeet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 111 (32279).
Mevrouw Kooiman (SP):
Collega's Ellemeet en Arissen hebben nog twee heel mooie andere moties die ik heb meeondertekend, maar die zullen ze zelf voorlezen.
Mevrouw Arissen (PvdD):
Voorzitter. Ik heb één motie. Ik lees haar maar meteen voor.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat integrale bekostiging in de geboortezorg mogelijk leidt tot inperking van de keuzevrijheid van vrouwen om thuis of in het ziekenhuis te bevallen;
constaterende dat het model midwife-led continuity of care (MLCC) een positieve prikkel bevat om geboortezorg voor vrouwen, zonder medische indicatie, door eerstelijnsgeboortezorgverloskundigen te laten verzorgen in plaats van door het ziekenhuis;
overwegende dat verloskundigen hierdoor poortwachter blijven en onnodige medicalisering van de geboortezorg wordt tegengegaan;
verzoekt de regering, de voorgenomen beleidsregel integrale bekostiging voor de geboortezorg in te trekken en een beleidsregel te ontwikkelen op basis van midwife-led continuity of care,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Arissen, Thieme en Kooiman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 112 (32279).
Mevrouw Agema (PVV):
Voorzitter. Mijn collega Gerbrands deed mee aan het algemeen overleg, maar zij is nu afwezig vanwege verplichtingen in de gemeenteraad van Den Haag. Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat diverse partijen, waaronder Zorgverzekeraars Nederland en het College Perinatale Zorg, adviseren de eigen bijdrage voor zwangeren die zonder medische indicatie in een geboortecentrum of ziekenhuis willen bevallen, te laten vervallen;
van oordeel dat financiële overwegingen de keuze voor een ziekenhuisbevalling niet mogen beïnvloeden;
van mening dat de afschaffing van de eigen bijdrage kan bijdragen tot het terugdringen van de babysterfte;
verzoekt de regering, de eigen bijdrage voor de poliklinische bevalling zonder medische indicatie af te schaffen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Agema en Gerbrands. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 113 (32279).
Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Voorzitter. Ik dien drie moties in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de pilots in Rotterdam en Tilburg rondom het bespreken en aanbieden van vrijwillige anticonceptie bij kwetsbare vrouwen zeer succesvol zijn;
constaterende dat de minister heeft aangegeven deze pilots verder te willen ondersteunen;
overwegende dat deze kennis succesvol gedeeld zou kunnen worden met andere steden;
verzoekt de regering, zorg te dragen voor financiële en organisatorische ondersteuning voor een bredere implementatie van de pilots vrijwillige anticonceptie bij kwetsbare vrouwen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ellemeet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 114 (32279).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de keuzevrijheid van groot belang is bij het aanbieden van zorg binnen het integrale geboortetarief;
verzoekt de regering, in overleg met de taskforce integrale geboortezorg, de keuzevrijheid van zwangere vrouwen als apart evaluatieonderdeel in de experimenten te betrekken, en hierover de Kamer te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ellemeet en Kooiman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 115 (32279).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het taboe op het bespreken van een keuze rondom abortus groter is geworden;
constaterende dat jonge vrouwen aangeven meer behoefte te hebben aan onafhankelijke en neutrale keuzehulp;
van mening dat vrouwen maximaal en onafhankelijk geïnformeerd dienen te worden over de keuzemogelijkheden bij een abortus;
verzoekt de regering, de informatievoorziening en ondersteuning met betrokken neutrale partijen te vergroten, en hierover de Kamer te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ellemeet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 116 (32279).
De voorzitter:
Daarmee zijn wij gekomen aan het einde van de inbreng van de Kamer in eerste termijn. Ik schors de vergadering enkele ogenblikken, totdat de minister beschikt over de tekst van alle moties.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Termijn antwoord
Minister Schippers:
Voorzitter. In de motie-Kooiman/Arissen op stuk nr. 110 wordt de regering verzocht om alvast een aanzet te maken met het afschaffen van de eigen bijdrage kraamzorg voor 2018. De motie bevat geen solide dekking. Op macroniveau leidt afschaffing tot ongeveer 25 miljoen hogere kosten in de Zorgverzekeringswet. De eigen bijdrage is in 2017 €4,30 per uur. In de voorjaarsbesluitvorming heeft het kabinet geen financiële ruimte gereserveerd voor afschaffing van deze eigen bijdrage. Ik heb daarom geen ruimte om daarover een besluit te nemen, zowel vanwege de ongedekte financiële consequenties als vanwege het feit dat dit kabinet demissionair is. Dat is ook de reden waarom ik deze motie ontraad.
Mevrouw Kooiman (SP):
In het algemeen overleg zei de minister nog: dat laten we aan het oordeel van de Kamer. Ik zeg in deze motie ook: laten we in ieder geval het oordeel aan … Ik hoop eigenlijk dat we bij de Miljoenennota een nieuw kabinet hebben, zodat we dat in de begroting kunnen bespreken. Het zou dus wel zo netjes zijn als we dit dan ook laten waar het hoort, namelijk bij de Kamer en straks bij een nieuw kabinet, om het goed af te kunnen dekken. Ik zie dus mogelijkheden. Ik hoop dat de minister die ook ziet.
Minister Schippers:
Als ik die eigen bijdrage had willen afschaffen, had ik dat in de afgelopen zeven jaar gedaan. Dat is een inhoudelijk oordeel. Maar procedureel gezien kan ik, aangezien ik demissionair minister ben en de Voorjaarsnota net is behandeld, geen geld uitgeven zonder dekking in die Voorjaarsnota. Zo werken de financiële spelregels. De Kamer is natuurlijk vrij om de motie aan te nemen of niet, maar ik ontraad deze.
In de motie-Kooiman/Ellemeet op stuk nr. 111 wordt de regering verzocht bij het Zorginstituut Nederland een meldpunt in te richten als partijen aanlopen tegen het feit dat er geen basis van vrijwilligheid of lokale instemming is. Deze motie ontraad ik ook. Ik zie geen meerwaarde in het instellen van een specifiek meldpunt voor de integrale geboortezorg bij het Zorginstituut ten opzichte van de acties die nu al lopen. De NZa houdt al toezicht op de contractering en staat al open voor het ontvangen van signalen van zwangeren en zorgprofessionals. Die kunnen ze gewoon melden bij de NZa. Daarnaast zal de NZa de beleidsregel integrale geboortezorg evalueren. Daarbij zal ze inzoomen op de afspraken die verzekeraars hebben gemaakt met de organisaties voor integrale geboortezorg en de afspraken die de zorgverleners onderling hebben gemaakt. Ook de keuzevrijheid zal hier onderdeel van uitmaken. Daarnaast heb ik het RIVM gevraagd de ontwikkelingen te monitoren. Het RIVM maakt gebruik van diverse databronnen, onder andere Perined en Vektis, en houdt semigestructureerde interviews met de regio's. Het gaat zowel om regio's die overstappen als om regio's die niet overstappen en regio's die gebruikmaken van de beleidsregel innovatie. In de interviews kan een heel scala aan onderwerpen ter sprake komen, zoals keuzevrijheid en de positie van de eerstelijnsverloskundige. Dat is aan de regio's. Tot slot heeft de beroepsvereniging van verloskundigen, de KNOV, een meldpunt onvrijwillige samenwerking opgezet met als doel verloskundigen te ondersteunen als zij onvrijwillige samenwerking ervaren.
De motie op stuk nr. 112 verzoekt de regering, de voorgenomen beleidsregel integrale bekostiging voor de geboortezorg in te trekken en een beleidsregel te ontwikkelen op basis van midwife-led continuity of care. Ik wil deze motie ontraden. Wij hebben hier in het AO uitgebreid over gesproken. Het is nu ook al mogelijk om dat model in te voeren. Dat is niet aan mij. Ieder model waarover overeenstemming is, kan worden ingevoerd. Zorgaanbieders kunnen hierover zelf afspraken maken in de regio's en die in standaarden en richtlijnen opnemen. Een voorbeeld is dat in de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg is opgenomen dat de aanstaande moeder één vast aanspreekpunt heeft, de coördinerend zorgverlener. Het is vervolgens aan de regio om daar invulling aan te geven.
Ook de motie op stuk nr. 113 moet ik ontraden. Wij hebben het hier ook in het algemeen overleg over gehad. Ook hiervoor hebben wij geen financiële ruimte gereserveerd en ook hiervoor is geen financiële dekking. Derhalve ontraad ik de motie.
Mevrouw Agema (PVV):
Het lijkt me toch dat een financiële dekking ruimschoots aanwezig is. Het kost 12,5 miljoen euro, maar de minister had een meevaller van 1,7 miljard. Het lijkt me toch dat deze liberale minister in haar nadagen geen financiële drempels wil opwerpen om te kunnen kiezen of je in het ziekenhuis of thuis bevalt. Ik hoop dus alsnog op een positief advies. Laten we die keuzevrijheid nou eens regelen zonder dat je zo veel geld moet betalen voor een ziekenhuisbevalling.
Minister Schippers:
Ik ben demissionair minister. We hebben hier heel heldere afspraken over. We hebben ook afspraken dat moties gedekt moeten worden. We hebben een onderschrijding, maar die ligt niet op de plank. Die is gewoon naar de algemene middelen gegaan en weer ingezet. Wij hebben bijvoorbeeld een overschrijding op de care. Ik hoef u niet te vertellen dat daar een enorm dekkingsprobleem is. Er is een onderschrijding hier en een overschrijding daar. Die worden allemaal integraal afgewogen en dat gaat hier ook zo.
Mevrouw Agema (PVV):
Er is niets mis mee om 12,5 miljoen van een meevaller van 1,7 miljard te reserveren om dit mogelijk te maken. Ik vind eigenlijk dat de minister het mogelijk moet maken en dat er geen financiële drempel moet zijn voor een ziekenhuisbevalling als gewone zwangeren dat zelf zo willen. Het is jammer dat de minister dat simpelweg niet wil.
Minister Schippers:
Als de Kamer dat wil, moet de Kamer zich daarover uitspreken. Toch ontraad ik vanuit mijn positie de motie, omdat wij met elkaar de goede afspraak hebben dat we ongedekte moties niet aan de Kamer overlaten. Zoals gezegd: aan de ene kant heb je 1,7 miljard onderschrijding, maar aan de andere kant heb je een tegenvaller van 2,1 miljard. Zo hebben we in de zorg allemaal onze financiële problemen op te lossen.
De voorzitter:
Een korte vraag, mevrouw Keijzer, want we hebben eigenlijk afgesproken dat alleen de indieners een vraag stellen.
Mevrouw Keijzer (CDA):
Ik heb een heel korte vraag over de motie over midwife-led continuity of care. Dat komt erop neer dat de verloskundige ook bepalend kan zijn in de integrale geboortezorg. De minister gaf in haar toelichting, ik meen op de motie op stuk nr. 111, aan dat de beleidslijn integrale bekostiging geëvalueerd zal worden door de NZa. Wordt ook de positie van de verloskundige daarin meegenomen?
Minister Schippers:
Ja. Ik heb net aangegeven waarover de evaluatie gaat en dat er wordt geëvalueerd met beroepsbeoefenaren in verschillende modellen. Dit model kan ook worden meegenomen. Als een groep zegt "wij willen het zo doen, wij kunnen daarmee van start gaan", dan is dat prima. Maar het loopt gewoon mee in de evaluatie. Niet alleen de positie van de verloskundige loopt mee in de evaluatie, maar ook die van de zwangere vrouwen: vindt u dat u voldoende keuzevrijheid hebt gehad?
Ik kom bij de motie van mevrouw Ellemeet op stuk nr. 114 over de pilots in Rotterdam en Tilburg rondom het aanbieden van vrijwillige anticonceptie bij kwetsbare vrouwen. Ik vind dit een belangrijk project. Daarom heb ik landelijke kennisinstituten Rutgers en Fiom gevraagd om tenminste in 2018 de benodigde kennisinfrastructuur op te zetten en voor ontsluiting te zorgen van deze kennis en expertise voor het anticonceptieproject van de GGD's. Deze partijen ontvangen in 2018 net als Siriz nog eenmaal impulsgelden hiervoor. Ook heb ik met de staatssecretaris in de brief van november 2016 aangegeven dat wij de impulsgelden zullen blijven reserveren voor het onderwerp. Het traject over verdere visievorming, uitvoering hiervan en financiering hiervan, ook na 2018, zullen we dan ook op basis van de inhoud met allerlei verschillende veldpartijen voortzetten, waaronder de GGD's. Volgens mij is deze motie overbodig.
Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Er was na het debat wat verwarring over de financiering hiervan. De minister gaf tijdens het debat aan dat het uit de impulsgelden kwam. Ik begreep dat die impulsgelden bestemd zijn voor Fiom en Siriz en dat ze niet voor deze activiteiten geoormerkt zijn. Er was bij de veldpartijen wat verwarring of de dekking hiervoor voldoende zou zijn.
Minister Schippers:
Ja, voor 2018 is dat geregeld. Daarna moeten we bekijken, natuurlijk ook in overleg met de Kamer, hoe dat voor 2019 en verder wordt geregeld. Het is voor dit doel beschikbaar, maar misschien wil je het dan anders inzetten.
Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Begrijp ik de minister goed dat er voor deze activiteiten, zoals geformuleerd in deze motie, voldoende dekking is voor het komende jaar?
Minister Schippers:
Ja, derhalve is de motie overbodig.
De voorzitter:
Mevrouw Ellemeet, wilt u nog iets met de motie?
Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Ik houd haar graag aan.
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Ellemeet stel ik voor, haar motie (32279, nr. 114) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Schippers:
De motie van mevrouw Ellemeet en mevrouw Kooiman op stuk nr. 115 verzoekt de regering, in overleg met de taskforce integrale geboortezorg, de keuzevrijheid van zwangere vrouwen als apart evaluatieonderdeel in de experimenten te betrekken. Ook deze motie is overbodig. Ik heb bij eerdere moties al aangekondigd dat zowel de positie van de verloskundige als de positie van de vrouwen al expliciet onderdeel is van de evaluatie, zowel bij de NZa als bij de RIVM-monitor. Dus ook deze motie is overbodig.
De motie van mevrouw Ellemeet op stuk nr. 116 verzoekt de regering, de informatievoorziening en ondersteuning met betrokken neutrale partijen te vergroten en hierover de Kamer te informeren. Het betreft het taboe op het bespreken van een keuze rondom abortus. Mijn oordeel hierover zal iets anders zijn. De motie is ondersteuning van beleid, dus je zou zeggen dat die overbodig is. Maar omdat er wordt verzocht om de Kamer hierover te informeren, laat ik het oordeel aan de Kamer. Het is dus al onderdeel van beleid, maar daarmee garandeer ik dan ook dat de Kamer daarover wordt geïnformeerd. Derhalve laat ik het oordeel aan de Kamer.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We zijn hiermee gekomen aan het eind van dit VAO. Ik dank de minister voor haar komst naar de Kamer. Ik schors voor een heel kort ogenblik, want we verwachten de staatssecretaris voor het volgende VAO.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Fokuswonen
Fokuswonen
Aan de orde is het VAO Fokuswonen (AO d.d. 29/06).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heet de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport welkom. Ik geef als eerste het woord aan mevrouw Agema namens de PVV.
Mevrouw Agema (PVV):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Fokuswonen een breed gedragen en alom gewaardeerd zorgconcept is, waardoor mensen met (soms zeer omvangrijke) beperkingen zelfstandig kunnen wonen;
van mening dat het spijtig is dat we recentelijk zes casussen hebben gezien van bewoners die vanuit de organisatie met als-danagressie te maken hebben (als jij een medewerker weigert, krijg jij urenlang geen zorg);
van mening dat als je wekelijks zo'n 35 medewerkers over de vloer krijgt, het kan gebeuren dat het met iemand niet klikt of dat iemand onvoldoende geschoold is om je te helpen bij bijvoorbeeld intieme handelingen;
van mening dat je een enkele keer iemand moet kunnen weigeren, zonder dat je bang hoeft te zijn als sanctie urenlang geen hulp te krijgen of dat dat daadwerkelijk gebeurt, zoals in de zes casussen het geval is;
spreekt uit dat als-danagressie niet thuishoort in de zorg en subiet de Fokusorganisatie uit moet,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Agema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 186 (34104).
De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw Ellemeet namens GroenLinks. Nee? Dan zijn er verder geen sprekers meer. Daarmee zijn we gekomen aan het einde van de eerste termijn van de Kamer. We wachten heel even totdat de staatssecretaris beschikt over de tekst van de motie.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik geef het woord aan de staatssecretaris voor zijn reactie op de motie.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Van Rijn:
Voorzitter. Toen wij spraken over Fokuswonen hebben we ook uitgebreid met elkaar gediscussieerd over de vraag of als-danagressie mag. Ik heb mevrouw Agema bevestigd dat dat nooit goed is. Door als-danagressie blijft iemand verstoken van zorg en dat is niet goed. Als er problemen zijn, dan moet je die in onderling overleg kunnen oplossen. Als je afhankelijk bent van het Fokusconcept, moet je kunnen zeggen dat de klik met een bepaalde medewerker niet goed is. Het bezwaar dat ik tegen de motie heb, is dat er wordt geconstateerd dat er zes casussen zijn waarin het om die en die reden niet goed is gegaan. Daarmee geef ik een soort impliciet oordeel over die casussen, zonder dat we kunnen wegen hoe het precies in elkaar zit. Ik laat het bij mijn toezegging en bij de uitspraken die ik in het debat heb gedaan, namelijk dat als-danagressie nooit goed is. Maar laten we geen motie aannemen die is gebaseerd op zes casussen, waarvan we de ins en outs over en weer niet goed kunnen beoordelen.
Mevrouw Agema (PVV):
We kunnen er in de huidige tijd niets aan doen dat deze casussen tot ons komen via social media. Via Twitter en Facebook zijn er heel verdrietige verhalen tot ons gekomen. Ik snap dat de staatssecretaris zegt: ik kan niets over deze casussen zeggen; het moet gewoon de organisatie uit. Dit is het laatste VAO van de staatssecretaris in de Kamer. Hij komt mij voor een deel tegemoet. Mijn voorstel aan de staatssecretaris is dat ik het woord "zes" uit de motie haal, zodat hij niets zegt over de casussen. Ik zou hem willen vragen om zijn stemadvies aan te passen naar "oordeel Kamer".
Staatssecretaris Van Rijn:
Als mevrouw Agema een algemene motie maakt, waarin zij stelt dat als-danagressie niet thuishoort in de zorg, dan kunnen we elkaar tegemoetkomen. Maar laten we ervoor oppassen dat we in deze Kamer tot een soort beoordeling van die zes casussen komen. Ik ken van sommige casussen overigens ook het andere verhaal. We hebben in het debat ook tegen elkaar gezegd dat als-danagressie niet thuishoort in de zorg.
De voorzitter:
Mevrouw Agema, u hebt een concrete wijziging voor ogen?
Mevrouw Agema (PVV):
Ik ben bereid om "zes" uit de tekst van de motie te halen. Als de staatssecretaris aangeeft wat eruit moet dan haal ik dat eruit.
Staatssecretaris Van Rijn:
Als u de tweede en derde alinea eruit haalt en ook "subiet de Fokusorganisatie uit moet" uit de uitspraak, dan denk ik dat we een eind kunnen komen.
Mevrouw Agema (PVV):
Maar het gaat wel over Fokus.
Staatssecretaris Van Rijn:
Jawel, maar dat hebben we al gezegd.
Mevrouw Agema (PVV):
Het moet gewoon de zorg uit. Dat willen we allemaal. Als de motie aangenomen wordt, weet Fokus ook wat te doen?
Staatssecretaris Van Rijn:
Dat weet ik zeker.
Mevrouw Agema (PVV):
Dan gaan we het aanpassen.
De voorzitter:
Ik denk dat mevrouw Agema haar gewijzigde tekst via het systeem rond zal laten gaan.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Hiermee zijn we gekomen aan het eind van dit VAO. Over de ingediende motie zal aan het eind van de vergadering van vandaag worden gestemd. Ik dank de staatssecretaris voor zijn komst naar de Kamer.
De vergadering wordt van 15.48 uur tot 15.55 uur geschorst.
Vliegen met drones
Vliegen met drones
Aan de orde is het VSO Aanpassing regelgeving voor vliegen met drones (30806, nr. 39).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heet de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu welkom. Als eerste is het woord aan de heer Jetten van D66.
De heer Jetten (D66):
Voorzitter. Het is heerlijk weer, kinderen hebben vrij van school en voor veel hobbyisten staat de vakantie voor de deur. Een ideale zomer om met je drone te gaan vliegen. Maar voor elk speelgoed geldt: dat moet wel op een veilige manier kunnen. Gelukkig heeft de staatssecretaris op een aantal punten de regels voor vliegen met drones aangepast, maar op een aantal punten kan dat scherper. Stel dat een traumahelikopter landt in de buurt van iemand die met een drone aan het vliegen is. Zo'n traumahelikopter moet ook weer snel kunnen vertrekken naar het ziekenhuis en wil geen seconden verliezen omdat hij eerst nog voorrang moet krijgen van een drone. Waarom is dit niet helderder in de regels vastgelegd? Kan de staatssecretaris daar nog op reageren?
De informatievoorziening aan mensen die een drone kopen, is nog steeds niet goed geregeld. De Kamer heeft vorig jaar een motie van mijn collega Belhaj aangenomen, maar die motie is niet uitgevoerd. Het verzoek in de motie aan de staatssecretaris was eigenlijk heel simpel, namelijk samen met fabrikanten en winkeliers een folder of een bijsluiter ontwikkelen met daarin heel helder uiteengezet de regels en de gevaren van het vliegen met drones. Ik heb voor de vorm de motie nog een keer uitgeprint, met mijn naam eronder in plaats van die van mevrouw Belhaj. Dat lijkt me niet nodig, want ik hoop dat de staatssecretaris met deze aansporing snel uitvoering zal geven aan die motie.
Tot slot dien ik een motie in over de veiligheid van het vliegen met drones bij de drinkwatervoorzieningen. Op dat punt kan een en ander namelijk nog beter geregeld worden.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de drinkwatervoorziening valt onder de topvitale infrastructuur, en dat drones een risico kunnen vormen omdat daarmee, moedwillig of per ongeluk, zeer schadelijk materiaal in waterspaarbekkens en/of innamepunten terecht kan komen;
overwegende dat enkel een vliegverbod voor drones over zogenaamde kunstwerken slechts ten dele soelaas biedt voor het beschermen van de veelheid aan open infrastructuur;
verzoekt de regering, in gezamenlijkheid met de drinkwaterbedrijven een vliegverbod in te stellen voor oppervlaktewaterlichamen, anders dan gebieden boven kunstwerken maar waar wel sprake is van een hoog tot zeer hoog veiligheidsrisico,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jetten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 42 (30806).
De heer Laçin (SP):
Voorzitter. Naar aanleiding van het schriftelijk overleg dienen wij een motie in over horizontale afstandsovertredingen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat horizontale afstandsovertredingen door dronebestuurders op basis van visuele informatie door verbalisanten worden vastgesteld;
overwegende dat dit een zeer onnauwkeurige en arbitraire wijze van het vaststellen van een afstandsovertreding is;
van mening dat handhaving op basis van objectieve en waarneembare kaders moet plaatsvinden;
verzoekt de regering om met alternatieven te komen om handhaving op horizontale afstandsovertredingen mogelijk te maken en deze voor het eerstvolgende AO Luchtvaart aan de Tweede Kamer toe te zenden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Laçin. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 43 (30806).
Daarmee zijn wij gekomen aan het eind van de inbreng van de Kamer in eerste termijn.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Dijksma:
Voorzitter. Ik zou graag de twee vragen en de twee moties van commentaar willen voorzien.
Ik begin met de vraag van de heer Jetten over de positie van de traumaheli. Hij vraagt waarom niet helder in regels is vastgelegd dat een drone daarbij niet in de buurt mag komen. Een drone moet te allen tijde voorrang verlenen aan een traumaheli. Dat is al een algemene regel. Een traumaheli moet overal kunnen landen. Daar kunnen we dus niet zomaar gebiedsbeperkingen voor vastleggen. In principe is datgene wat hij vraagt dus al in de regelgeving voorzien.
De heer Jetten vroeg ook naar de uitvoering van de motie-Belhaj. Ik ga een poging wagen om de heer Jetten ervan te overtuigen dat die motie is uitgevoerd. We hebben op de site van de overheid alle informatie bij elkaar gezet en we zijn natuurlijk ook met een publiekscampagne gestart. Dat doen we zowel met radiospots als met billboards. We hebben deze campagne in december 2016 herhaald, omdat dat nu eenmaal een maand is waarin mensen elkaar om allerlei redenen veel cadeautjes geven, waaronder vermoedelijk drones. We hebben uiteraard ook eigen onderzoek gedaan, waaruit bleek dat het effectief is geweest om het op deze manier te doen. In de motie van mevrouw Belhaj werd de regering verzocht om in samenwerking met de NVWA een convenant te sluiten met fabrikanten en detailhandel, om recreanten nog meer voorlichtingsmateriaal te bieden; de bijsluiter in de doos, zo u wilt. De NVWA heeft dat op ons verzoek onderzocht naar aanleiding van de motie en kwam tot de conclusie dat er geen juridische grondslag is om fabrikanten en detailhandel daartoe te verplichten. Verschillende typen drones vallen onder verschillende wetten en het is vrijwel onmogelijk om drones die uit bijvoorbeeld China komen, daarvan te voorzien. Iedereen kan dat eigenhandig doen. Ik heb dus samen met de NVWA de importeurs en de Nederlandse fabrikanten in beeld gebracht en hun gevraagd om een folder bij de drones te doen die zij bezorgen. Daarop is positief gereageerd. Met deze vrijwillige vorm van samenwerking en met alle informatie die we bieden, hebben we de motie zo goed mogelijk uitgevoerd binnen de bestaande wet- en regelgeving. Het heeft dus ook geen zin om haar opnieuw in te dienen, want dan krijgt de heer Jetten gewoon weer hetzelfde antwoord.
De heer Jetten (D66):
Het klopt dat er gesprekken zijn gevoerd en folders zijn gemaakt, alleen zou ik het graag beter willen borgen. We kennen deze staatssecretaris als iemand die graag deals en convenanten sluit. Het zou mooi zijn als we de inspanning van het afgelopen jaar kunnen borgen, zodat we zeker weten dat ook in de toekomst in ieder geval Nederlandse fabrikanten en elektronicaconcerns zo'n bijsluiter zullen bijvoegen. Er is nu aangescherpte regelgeving. Het zou toch zonde zijn als dit na de effectieve campagne van vorig jaar nu weer instort. Laten we een convenant sluiten en een en ander goed borgen voor de toekomst.
Staatssecretaris Dijksma:
Mijn indruk is niet dat het weer instort. Volgens mij hebben we dit gewoon afgesproken. Zij doen het als dat kan. We hebben ook geen juridische titel om het te verplichten. Een convenant sluit je op het moment dat je eventueel nog wetgeving achter de hand hebt. Nu hebben we feitelijk gedaan wat we kunnen. Dat is afgesproken en we zullen er echt op letten dat het blijft gebeuren. Ik wil dus wel toezeggen dat we iedereen herhaaldelijk bij de les blijven houden, ook in onze reguliere contacten. Dat vind ik echt geen enkel probleem, maar dat is iets anders dan weer een convenant optuigen, eigenlijk op geen enkele rechtsgrond.
De heer Jetten heeft ook een motie ingediend, op stuk nr. 42. Mijn verzoek aan hem is om die motie aan te houden. Ik zal uitleggen waarom. Hij vraagt de regering om in gezamenlijkheid met de drinkwaterbedrijven een vliegverbod in te stellen boven oppervlaktewaterlichamen anders dan gebieden boven kunstwerken waarbij sprake is van een hoog tot zeer hoog veiligheidsrisico. Eigenlijk zijn wij al met dat gesprek bezig. Op dit moment is het al verboden om met drones boven aaneengesloten bebouwing en kunstwerken te vliegen. Een deel van de drinkwaterinfrastructuur valt eigenlijk al onder dit bestaande verbod. Dat hoeven we dus niet apart te regelen. Dat hebben we overigens ook met de vertegenwoordigers besproken en dit heeft gelukkig al een deel van hun zorgen kunnen wegnemen. We zijn nog apart met Vewin in overleg om na te gaan of het noodzakelijk is om aanvullend regelgeving op te stellen om het vliegen met drones boven andere dan de bedoelde drinkwatergebieden te verbieden. De voorwaarde is dat het uitvoerbaar en handhaafbaar moet zijn. Sommige drinkwatergebieden zijn namelijk niet als zodanig herkenbaar. We kunnen om economische redenen ook niet heel grote gebieden als een no-flyzone aanmerken. Daar komt nog een belangrijk argument bij. De vertegenwoordigers van de vitale infrastructuur hebben ook aangegeven dat sommige gebieden om een aantal redenen niet bekend mogen zijn. Als wij die dan op een herkenbare kaart gaan plaatsen, doen we iets waar zij niet blij mee zijn. Het overleg loopt dus. Volgens mij loopt het goed. Ik kan de Kamer na de zomer een brief sturen over de uitkomst. Misschien is het mogelijk dat tot die tijd de motie wordt aangehouden?
De heer Jetten (D66):
Ik begrijp van de drinkwaterbedrijven dat ze onvoldoende vertrouwen hebben dat dat gesprek echt gaat leiden tot concrete maatregelen. Als de staatssecretaris zegt dat de gesprekken nog lopen, dan wil ik haar daar de ruimte voor geven. Ik ben blij dat zij de Kamer daar na de zomer over wil informeren. Ik denk dat het wel belangrijk is om daar goed gehoor aan te geven. Natuurlijk kun je niet al die gebieden verbieden voor drones, maar kijk dan met de drinkwaterbedrijven naar de cruciale plekken als het gaat om drinkwaterveiligheid. Als de staatssecretaris met die inspanningen bezig is, kan ik de motie tot die tijd aanhouden.
Staatssecretaris Dijksma:
Ja, met die inspanning zijn we bezig. Het verbaast mij ook dat men zich daar kennelijk niet senang bij voelt. Ik zou in de richting van de drinkwaterbedrijven willen zeggen: meld je dan bij mij als je er geen vertrouwen in hebt. Het is toch curieus om dat via de Kamer te doen, terwijl dat ook gewoon bij mij aan tafel kan?
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Jetten stel ik voor, zijn motie (30806, nr. 42) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Staatssecretaris Dijksma:
Dan komen we bij de motie op stuk nr. 43. Daarvoor wil ik hetzelfde verzoek doen. Op dit moment is de afstand en de wijze waarop we daar met de politie toe gekomen zijn, afgestemd. Aan de technologie wordt nu binnen Europa gewerkt. De Europese Commissie is bezig met nieuwe regelgeving. Die gaat ons helpen bij de handhaving. Eind 2017 komt er een nieuwe handhavingsvisie. Daarin wordt het hele onderwerp meegenomen. Als we daar nu alvast aan gaan sleutelen, wordt het voor de politie wel heel onoverzichtelijk, want dan krijgt ze met meerdere vormen van handhaving te maken. Mijn verzoek is dus om de motie nog even aan te houden. Eind 2017 komt er een nieuw voorstel, waarin dit ook wordt meegenomen. Als de heer Laçin dan nog ontevreden is, treft hij mijn opvolger.
De heer Laçin (SP):
Dank voor de beantwoording. Indien er eind 2017 vanuit Europa wat meer wet- en regelgeving komt, houd ik mijn motie bij dezen aan.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Laçin stel ik voor, zijn motie (30806, nr. 43) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Beide moties zijn aangehouden, dus daar hoeft vandaag niet meer over te worden gestemd.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
ERTMS/Spoorveiligheid
ERTMS/Spoorveiligheid
Aan de orde is het VAO ERTMS/Spoorveiligheid (AO d.d. 05/07).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Er hebben zich twee sprekers gemeld. Ik breng in herinnering dat wij vanmiddag proberen om bij de beantwoording door het kabinet alleen degenen die een motie hebben ingediend, zo nodig een vraag te laten stellen. Ik geef als eerste het woord aan de heer Jetten namens D66.
De heer Jetten (D66):
Voorzitter. Goederenvervoer per spoor is een veilige en duurzame manier van transport. D66 wil spoortransport zo veel mogelijk stimuleren, maar daarbij wel continu zoeken naar optimale routes en zo min mogelijk overlast voor bewoners.
D66 is zijn blij dat de staatssecretaris probeert tot betere risicoplafonds voor gevaarlijke stoffen te komen en met haar inzet om goederentreinen meer te geleiden langs de Betuweroute. Tijdens het algemeen overleg heeft zij een heldere toezegging gedaan over haar eigen regierol daarin en de wijze waarop lokale overheden daarover kunnen meepraten.
De staatssecretaris wil, net als D66, de overlast door trillingen en geluid verder voorkomen. Ik geef haar graag een steuntje in de rug met de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er veel goederentreinen rijden over de zogeheten Brabantroute en Bentheimroute en daarbij veel stads- en dorpskernen passeren;
constaterende dat goederentreinen aanzienlijk meer geluidshinder dan personentreinen veroorzaken en dit met name 's nachts tot veel overlast en klachten leidt;
overwegende dat de staatssecretaris mogelijke maatregelen onderzoekt om de geluid- en trillinghinder voor omwonenden verder te beperken;
overwegende dat een verlaging van de maximumsnelheid van goederentreinen op een aantal locaties kan leiden tot fors minder decibel en dus minder overlast;
verzoekt de regering, concrete voorstellen uit te werken voor verlaging van de maximumsnelheid voor goederentreinen tussen 23.30 uur en 05.30 uur op trajecten door dorps- en stadskernen langs de Brabantroute en Bentheimroute tot 80 km/u zolang andere (bron)maatregelen onvoldoende effectief zijn en de Kamer voor de begrotingsbehandeling 2018 hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jetten en Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 55 (33652).
Ik geef het woord aan mevrouw Kröger namens GroenLinks.
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris voor de heldere discussie gisteren over vele aspecten van het goederenvervoer. GroenLinks ziet het goederenvervoer over het spoor als een belangrijke manier om CO2-uitstoot en klimaatverandering tegen te gaan, maar het moet inderdaad wel veilig zijn en weinig overlast geven voor omwonenden. Daarom zal ik naar aanleiding van het algemeen overleg gisteren twee moties indienen over de shift van de huidige routes naar de Betuweroute.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat op dit moment de Betuweroute niet optimaal benut wordt voor vrachtvervoer;
constaterende dat het vervoer van gevaarlijke stoffen door dorpskernen over de Bentheim- en Brabantroute voor veel onrust onder omwonenden zorgt;
constaterende dat de staatssecretaris voornemens is om prikkels te introduceren om vervoer over de Betuweroute te stimuleren, maar ook het routeringsbesluit in voorbereiding heeft om indien nodig in te zetten;
verzoekt de regering om de Kamer voor een eventueel routeringsbesluit te informeren op basis van welke criteria besloten zal worden om het routeringsbesluit in te zetten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Jetten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 56 (33652).
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Het gesprek ging gisteren ook uitgebreid over het feit dat wij meer aandacht moeten hebben voor gevaarlijke stoffen. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Betuweroute de veiligste route voor gevaarlijke goederen is en nu niet optimaal benut wordt;
constaterende dat uiteindelijk ook de capaciteit van de Betuweroute beperkt is, of door werkzaamheden e.d. tijdelijk beperkt wordt;
constaterende dat het vervoer van gevaarlijke stoffen door dorpskernen over de Bentheim- en Brabantroute voor veel onrust onder omwonenden zorgt;
constaterende dat de staatssecretaris voornemens is om prikkels te introduceren om vervoer over de Betuweroute te stimuleren, maar ook het routeringsbesluit in voorbereiding heeft om indien nodig in te zetten;
verzoekt de regering, een kwalitatieve weging toe te passen die ervoor zorgt dat een zo groot mogelijk aandeel van de gevaarlijke stoffen via de Betuweroute vervoerd wordt, en de Kamer daarover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Jetten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 57 (33652).
We zijn gekomen aan het einde van de inbreng van de zijde van de Kamer. Ik schors een kort ogenblik, totdat de staatssecretaris over de teksten van de ingediende moties beschikt.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik geef voor haar reactie op de moties het woord aan de staatssecretaris.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Dijksma:
Voorzitter. De motie-Jetten/Kröger op stuk nr. 55 gaat over de maximumsnelheid. Het lastige van deze motie is dat deze wordt gepresenteerd als een lieftallige aansporing, maar dat die toch een voldongen feit creëert. Eigenlijk zegt deze motie: het moet zo zijn dat er 80 km/u gereden wordt. Zo lees ik de motie althans. Als dat niet zo is en de indieners mij vragen om voor de begrotingsbehandeling met een uitwerking van al die onderzoeken te komen en om als het dan kan naar de 80 km/u te gaan, dan kan ik de motie zien als een aansporing. Ik heb die onderzoeken echter niet voor niets. Ik heb gezegd dat ik niet zeker weet of het per se altijd aan de snelheid ligt. Het kan zijn dat er heel goede treinen zijn die heel snel rijden en geen probleem veroorzaken en er andere treinen zijn die heel langzaam rijden en wel een probleem veroorzaken. Dus dit is echt even de vraag aan de indiener. Tekstexegese alstublieft!
De heer Jetten (D66):
Laat ik de staatssecretaris helpen. Er staat in het dictum "uit te werken" en dus niet "in te voeren". Waarom vraag ik u om dat nu al uit werken? In het AO hebben we het uitgebreid gehad over de wortel en de stok en de staatssecretaris die de stok alvast wil hebben uitgewerkt zodat ze die direct kan inzetten als dat nodig mocht zijn. Over die verlaging naar 80 km/u praten we al jaren en sommige dorpen vragen er al jaren naar. Zorg er nou voor dat je het maatregelenpakketje dat je daarvoor nodig hebt, op de plank hebt liggen en mocht je dan de komende tijd ergens constateren dat de geluidshinder in dorpen echt te groot is en we snel moeten acteren, dan ligt het gewoon klaar en dan hoeft u op dat moment niet te gaan onderzoeken hoe u die maximumsnelheid zou kunnen aanpassen.
Staatssecretaris Dijksma:
Dan accepteert de heer Jetten dus ook dat uit onderzoek kan voortvloeien dat dit niet de geschikte maatregel is.
De heer Jetten (D66):
Het doel is minder geluidshinder voor omwonenden en het doel is niet de snelheid. Op veel plekken kan die snelheid zeker wel helpen en daarom deze aansporing, maar ik accepteer het als de staatssecretaris met andere voorstellen komt om de geluidshinder op die plekken aan te pakken.
Staatssecretaris Dijksma:
Nee, ik moet de motie dan toch ontraden. Ik wil dat eigenlijk niet doen, maar het komt omdat u te veel vooruitloopt, in de zin dat het deze oplossing moet zijn. U zegt dat u het wel accepteert maar dat staat niet zo in de motie. En daar worden mijn mensen heel ongelukkig van, merk ik. Dus dat gaan we niet doen. Excuus. Ontraden.
De voorzitter:
Nee, mijnheer Jetten, u hebt al twee keer geïnterrumpeerd. Het zijn korte VAO's, dus u zult het hiermee moeten doen.
Staatssecretaris Dijksma:
Leuker kan ik het niet maken, maar het goede nieuws komt nu. De motie op stuk nr. 56 verzoekt de regering om de Kamer voor een eventueel routeringsbesluit te informeren op basis van welke criteria besloten zal worden om het routeringsbesluit in te zetten. Uiteraard, dat gaan we doen. Ik zou zeggen dat dit echt ondersteuning van beleid is. Ik kan de motie ook overnemen als daar geen bezwaar tegen bestaat.
De voorzitter:
De motie-Kröger/Jetten (33652, nr. 56) is overgenomen.
Staatssecretaris Dijksma:
Dan kom ik op de motie …
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
De staatssecretaris heeft tijdens het AO aangegeven dat tegen het eind van het jaar een besluit zal vallen over het routeringsbesluit. Op welke termijn wordt de Kamer dan geïnformeerd over de criteria?
Staatssecretaris Dijksma:
Daarvoor.
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Kan de staatssecretaris dat nog iets meer expliciteren?
Staatssecretaris Dijksma:
Nee. Het wordt gewoon voor het eind van het jaar, dus voordat het besluit valt.
Dan kom ik op de motie op stuk nr. 57 van de leden Kröger en Jetten. Ik heb zelf wat moeite met het begrip "kwalitatieve weging", omdat ik niet zo heel erg goed begrijp wat daarmee bedoeld wordt. Ik leg het aldus uit, dat wij een samenspel organiseren van prikkels en het ProRail-loket waarmee we eigenlijk ervoor gaan zorgen dat de Betuweroute zo veel mogelijk gebruikt gaat worden. Op die manier zorgen we er dus voor dat een zo groot mogelijk aandeel via de Betuweroute daadwerkelijk vervoerd wordt. Als ik de motie zo mag uitleggen, kan ik die aan het oordeel van de Kamer overlaten.
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Ja, de interpretatie klopt. Het gaat erom dat er sprake is van een kwalitatieve weging waardoor gevaarlijke stoffen eerder in aanmerking komen voor de Betuweroute, dus dat bij de verdeling over welke routes gevaarlijke stoffen worden vervoerd, gevaarlijke stoffen daarin prioriteit krijgen.
Staatssecretaris Dijksma:
Ja. We doen er alles aan om ervoor te zorgen dat die, waar het kan, inderdaad zo veel mogelijk over de Betuweroute gaan. Dat lijkt mij logisch. Het woord is een nieuwe term — daar houden wij niet zo van — maar de uitkomst is volgens mij dezelfde.
De voorzitter:
Wat is uw advies over deze motie?
Staatssecretaris Dijksma:
Ik laat de motie aan het oordeel van de Kamer.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal aan het einde van de vergadering worden gestemd. We gaan gelijk door met het volgende VSO.
Vergoeding gebruik hoofdspoorweginfrastructuur
Vergoeding gebruik hoofdspoorweginfrastructuur
Aan de orde is het VSO Ontwerpbesluit vergoeding gebruik hoofdspoorweginfrastructuur (29984, nr. 716).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik geef als eerste het woord aan de heer Middendorp.
De heer Middendorp (VVD):
Voorzitter. Met betrekking tot het ontwerpbesluit vergoeding gebruik hoofdspoorweginfrastructuur vindt de VVD het behoud van het gelijke speelveld en de bescherming van de Nederlandse belangen van groot belang. Daarom dien ik twee moties in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Duitse regering heeft aangekondigd de gebruiksvergoeding voor spoorvervoerders substantieel te verlagen;
overwegende dat dit consequenties kan hebben voor de positie van het spoor in de modal shift, evenals voor de concurrentiepositie van de Nederlandse havens ten opzichte van de Duitse;
van mening dat het marktonderzoek bij vaststelling van de hoogte van de extra heffing onvoldoende waarborgen biedt voor het daadwerkelijke behoud van een gelijk speelveld en de bescherming van de Nederlandse belangen dienaangaande;
verzoekt de regering, het behoud van een gelijk speelveld steviger te verankeren als voorwaarde voor het invoeren en vaststellen van de hoogte van de extra heffing in het ontwerpbesluit alvorens dit voor advies naar de Raad van State te sturen;
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Middendorp en Jetten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 724 (29984).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat met het ontwerpbesluit vergoeding gebruik spoorinfrastructuur aanvullende heffingen en regelingen worden ingevoerd;
van mening dat dubbele regelgeving en administratieve lasten voorkomen moeten worden en de concurrentiepositie van het Nederlandse spoor en de havens niet geschaad mag worden;
verzoekt de regering, het adviescollege regeldruk, Actal, een toets te laten uitvoeren op de regeldruk, inclusief beleidsbesluiten en administratieve lasten van het ontwerpbesluit, met extra aandacht voor de gevolgen van de concurrentiepositie van Nederlandse havens;
verzoekt de regering voorts, de Tweede Kamer over de uitkomsten van die toets te informeren alvorens het besluit voor advies naar de Raad van State te sturen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Middendorp en Jetten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 725 (29984).
De heer Jetten (D66):
Voorzitter. In het verlengde van het vorige debat zeg ik dat wij het spoorgoederenvervoer graag willen stimuleren. Het is een veilige en duurzame manier van transport. Tegelijkertijd is de spoorgoederenmarkt een markt die niet aan de Nederlandse grens is gebonden; het is echt een Europese markt. Daarom moeten wij zorgen voor een zo gelijk mogelijk speelveld en voorkomen dat in Nederland de prijzen voor spoorgoederenvervoer hoger zijn dan in andere landen, want daarmee lopen wij het risico dat transportbedrijven voor andere modaliteiten gaan kiezen. Vandaar dat ik de zojuist door de heer Middendorp ingediende motie van harte ondersteun. Ik wil de staatssecretaris graag nog vragen hoe zij de ontwikkelingen in Duitsland beoordeelt en welke mogelijkheden zij ziet om, als de Duitsers daadwerkelijk kiezen voor een verlaging van de tarieven, daar in Nederland snel op te acteren, zodat Nederland bijblijft voor een gelijk speelveld op de Europese spoorgoederenmarkt.
De voorzitter:
Daarmee zijn wij gekomen aan het einde van de eerste termijn van de Kamer. Ik schors tot de staatssecretaris beschikt over de tekst van de moties.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Dijksma:
Voorzitter. Ik moet eerlijk zeggen dat de indieners van de moties me in een lastig parket brengen met de wens die de heer Jetten als laatste uitsprak. Hij wil graag dat wij snel en ook goed kunnen inspelen op ontwikkelingen in andere landen. Hij vroeg mij ook specifiek naar bijvoorbeeld de tarieven in Duitsland. Met de herziening van de gebruiksvergoeding die voorligt, beoog ik juist meerjarige transparantie en stabiliteit van de tarieven, zoals dat in Duitsland op dit moment al aan de orde is. De herziene gebruiksvergoeding bestaat uit drie componenten. Dat is de vergoeding voor het minimumtoegangspakket. Daar staat ProRail voor aan de lat en de ACM toetst dat. Dat is een heffing waarmee differentiatie per segment mogelijk is en dat zijn eventuele prijsprikkels, waaronder die voor het Basisnet. Over de laatste twee hebben we het vandaag, want de AMvB creëert de grondslag voor heffing en prijsprikkels. Ik ga over de vaststelling daarvan.
Ik zou willen zeggen dat een herziening echt in het belang van de vervoerders is. De AMvB stelt mij juist in staat om bij de vaststelling van een heffing rekening te houden met de concurrentiepositie van de Nederlandse goederensector. En dat kan ik nu niet. In beide moties worden eigenlijk twee dingen gevraagd. Er wordt gevraagd om een aanpassing van datgene wat nu voorligt en er wordt vervolgens nog om een toets gevraagd. Als we dat allemaal gaan doen, dan lopen we echt een behoorlijke vertraging op. Dan zijn we gewoon maanden verder. Ik weet niet of dat in het belang is van de vervoerders. Ik zal zo reageren op datgene wat gevraagd wordt in de motie, maar dat is naar mijn smaak al geborgd in het voorstel zoals dat nu voorligt.
De indieners gaan dus eigenlijk iets extra borgen. Dat kost heel veel tijd. En vervolgens is dat van invloed op de souplesse die wij nodig hebben om iets misschien ook snel te kunnen aanpassen. En dat willen de indieners nou juist! Het kan niet allemaal tegelijk. Dat is nu eenmaal in het leven zo. Het is mijn taak, hoe vervelend ook, om dat iedereen elke keer maar weer duidelijk te maken.
Voordat ik de twee moties bij de kop pak, wil ik iets zeggen over het masterplan voor Duitsland. Dat is voor de periode 2018-2022. Op zich is het goed voor het internationale spoorgoederenvervoer als de prijs naar beneden gaat. Dat sluit ook aan op onze agenda, met innovatie, digitalisering en langere treinen. Maar het is nog wel een voornemen. De nieuwe regering, dus dat is de regering die na de verkiezingen aantreedt, neemt uiteindelijk een definitief besluit. Er zit inderdaad een forse verlaging in het masterplan. Dat lijkt gunstig, ook voor het goederenvervoer van en naar Nederland. Als dat wordt doorgezet, zullen wij inderdaad moeten onderzoeken wat precies het effect is, ook voor de Nederlandse havens. Ik betrek de uitkomsten daarvan bij een uitwerking van een Nederlands masterplan, waar de heer Middendorp volgens mij ook een voorstander van is. Als de Kamer mij nu mandaat geeft, dan kan ik dat ook betrekken bij de vaststelling van de tarieven. Het is up to you! O, dat mag niet van de heer Elias. "Het is aan u", zeggen we dan.
In de motie op stuk nr. 724 van de heren Middendorp en Jetten staat dat er een gelijk speelveld moet zijn.
De voorzitter:
Uw advies over de motie op stuk nr. 724 is?
Staatssecretaris Dijksma:
Daar kom ik nu mee. Ik doe eerst even een inleidinkje. Heel kort hoor! Ik voel me nu al bezwaard. Ik zal maar meteen het ergste vertellen: ik ontraad beide moties. En waarom? De heren Middendorp en Jetten zeggen dat een gelijk speelveld steviger verankerd moet worden als voorwaarde voor het invoeren en vaststellen van de hoogte van de extra heffing, en dat dus het hele ontwerpbesluit — nieuwe ronde, nieuwe kansen — moet worden aangepast en naar de Raad van State moet worden gestuurd. Wat in de motie wordt gevraagd, is gewoon al geborgd in het marktonderzoek. Het thema van het gelijke speelveld is de toetssteen binnen dat marktonderzoek. Maar uit onderzoek moet wel blijken dat dat ook echt iets is wat in het geding is. Een rechtstreekse verankering daarvan nu al in de heffing kost én heel veel tijd én is ook niet nodig. Dat onderzoek doen we nu juist om bij de tariefvaststelling straks te bepalen of we verstandige tarieven voor ogen hebben. De indieners willen bijna een extra soort zekerheid creëren, namelijk de zekerheid dat er niet een staatssecretaris is die denkt: ach, weet je wat, ik ga een enorm hoog tarief voorstellen. Maar in het hele proces is dit al verankerd. Ik zou het echt niet verstandig vinden om in de vertraging te komen.
Hetzelfde geldt voor de andere motie van de leden Middendorp en Jetten. Prijsprikkels en heffingen komen uiteindelijk ten goede aan de sector. De meeste prijsprikkels worden al toegepast. ProRail en de vervoerders geven uitvoering daaraan en kunnen daarmee ook de administratieve lasten en de regeldruk bewaken. Kennelijk heet Actal tegenwoordig het Adviescollege toetsing regeldruk, oftewel ATR. Het ATR kijkt op zich niet naar de positie op het punt van concurrentie. Als we dit opnieuw moeten gaan doen, lopen we straks enorm achter. Dan mist mijn opvolger dus de mogelijkheid om in te spelen op datgene wat zich wellicht na september in het buurland zal voordoen. Dat lijkt mij niet verstandig.
De heer Jetten (D66):
Ik snap het niet helemaal goed meer na de beantwoording. De staatssecretaris zei dat zij door mijn vraag in de problemen kwam omdat ik vroeg om er flexibel op in te spelen.
Staatssecretaris Dijksma:
Ja.
De heer Jetten (D66):
De staatssecretaris heeft gezegd dat zij voor meer jaren rust en stabiliteit gaat creëren. Maar vervolgens gaat zij in haar verdere uitgebreide inleiding en in de toelichting op beide moties vooral vertellen hoe zij erop wil kunnen inspelen. Kan zij met het voorstel dat voorligt beter inspelen op marktontwikkelingen en daarmee zorgen voor een gelijk speelveld in Europa of niet? Dat is nogal cruciaal voor de twee moties die wij hebben ingediend.
Staatssecretaris Dijksma:
Het antwoord is dus ja. Die mogelijkheid creëer ik juist.
De heer Jetten (D66):
Maar mijn vraag was: hoe snel kan de staatssecretaris straks inspelen op ontwikkelingen zoals die zijn aangekondigd in Duitsland? Het antwoord op die vraag was dat ik een onmogelijke vraag stelde omdat ik daarmee vroeg om flexibiliteit van de staatssecretaris.
Staatssecretaris Dijksma:
Nee, nee, nee. Dit is een typische "laatstedagverwarring". De herziening van de gebruiksvergoeding geeft ons meer ruimte om in te spelen op het type ontwikkelingen zoals die in Duitsland plaatsvinden. Dat willen de indieners van de motie ook, want zij vinden een gelijk speelveld, snel kunnen schakelen et cetera belangrijk. Dat wordt juist met de voorliggende regelgeving mogelijk. Als de heer Jetten en de heer Middendorp mij vervolgens met allemaal toeters en bellen die naar mijn smaak overbodig zijn, in de vertraging helpen, rijden zij niet alleen zichzelf in de wielen maar vooral ook de goederenvervoerders waar zij dit ongetwijfeld voor doen. Daarmee heb in één zin samengevat wat er aan de hand is. Het lijkt mij niet zo slim.
De heer Middendorp (VVD):
Dank voor het antwoord. Als er veel goeds aan het voorstel is, is het niet zo dat er niet ook iets kan zijn wat beter kan. Als we heel veel haast hebben om het beter te maken, wil dat nog niet zeggen dat we niet de tijd hebben om even te bekijken of iets nog beter kan. De staatssecretaris heeft in haar beantwoording de twee moties tegelijkertijd besproken, maar dat is volgens mij niet helemaal correct. Ik kan er een eind in meegaan dat hetgeen wordt gevraagd in de motie op stuk nr. 724 best ingewikkeld is. Anderzijds is er ook wel wat te winnen zonder dat alles op z'n kop moet. Ik geef een voorbeeld. Er wordt gezegd dat de ACM een en ander moet meenemen. Dat kan steviger verankerd worden en steviger ingezet worden. Andere voorbeelden zijn er ook.
De voorzitter:
Kunt u tot de vraag komen?
De heer Middendorp (VVD):
De vraag is of de staatssecretaris mogelijkheden ziet om de motie op stuk nr. 724 uit te voeren zonder dat het heel lang gaat duren en alles op z'n kop moet.
De motie op stuk nr. 725 betreft een heel ander soort oproep. De vraag is of we Actal er wel of niet naar laten kijken.
Staatssecretaris Dijksma:
Ik lees gewoon wat er in de motie staat. U verzoekt mij, de hele regelgeving die nu voorligt, terug te nemen, aan te passen en dan helemaal te laten accorderen door de ministerraad. Dan moet die ook opnieuw naar de Raad van State. Ik kan er niets aan doen; u hebt het zelf opgeschreven. Dan moet u mij niet vragen daar een beetje overheen te lezen. Dan had u het er niet in moeten opschrijven. Het is vrij overzichtelijk. De heer Jetten zegt: wij willen snel kunnen inspelen op marktontwikkelingen, want dat is belangrijk voor de spoorgoederensector. Ik ben het daar van A tot Z mee eens. Ik ben het er ook mee eens dat wij rekening moeten houden met wat er in Duitsland gebeurt. Ik heb overigens niet zomaar 350 miljoen euro in mijn achterzak, en u misschien ook niet. Desalniettemin zeg ik: als wij rekening willen kunnen houden met ontwikkelingen, moeten wij deze gebruiksvergoeding herzien. Dat ligt nu voor. Als u mij nu opdracht geeft om de regeling terug te nemen, aan te scherpen en deze nog langs het ATR te laten gaan, dan ga ik er nu niet flexibel op inspelen. Dan moet ik het doen met wat ik nu heb. Dat vind ik eigenlijk niet zo verstandig. Het blijft een keuze. Als u zegt "het maakt mij niet uit, doe er maar een halfjaar over en dan doen wij het daarna wel, want wij kunnen wel even wachten", moet u mij niet ook nog diezelfde vraag van flexibiliteit stellen. Want dan is het: nee, wij vinden uiteindelijk de regels zo belangrijk dat wij er nog een keer helemaal opnieuw over gaan praten. Dan moeten de regels worden aangescherpt. Dan moeten we weer naar de ministerraad en naar de Raad van State. Daarna hebt u uw geweldige perfectie, en dan zitten wij waarschijnlijk al een halfjaar te debatteren over wat er in Duitsland gebeurt. Dan moet ik alsmaar tegen u zeggen: u hebt er zelf voor gekozen dat ik er nu nog niets aan kan doen. Althans, dat zegt iemand anders dan tegen u, maar ongetwijfeld met net zo veel passie.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Middendorp, voor een korte reactie. Het zijn korte VAO's.
De heer Middendorp (VVD):
Ik zou aan de staatssecretaris willen vragen of zij de oproep in de motie op stuk nr. 724 wel begrijpt en of zij de oproep in de motie op stuk nr. 725 wel begrijpt, of dat zij daar sympathie voor heeft en de motie wil overnemen.
Staatssecretaris Dijksma:
Ik begrijp heel goed dat wij flexibel moeten zijn, dat wij een gelijk speelveld moeten bewerkstellingen, dat wij onnodige regeldruk moeten voorkomen en dat wij het voor onze spoorgoederenvervoerders zo goed mogelijk moeten regelen. Als u dat van mij wilt horen ... Ik heb het gezegd. Dat vind ik. Dat is mijn intentie. Als u dit allemaal opnieuw, met allemaal bijsluiters, nog verder wilt verankeren in de regelgeving die nu voorligt, zeg ik: u spant het paard achter de wagen. Dat is aan u. Ik heb de moties ontraden, maar als de Kamer een ander besluit neemt, hoor ik het wel.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal vanavond aan het eind van de vergadering worden gestemd.
Emissie-eisen brom- en snorfietsen
Emissie-eisen brom- en snorfietsen
Aan de orde is het VSO emissie-eisen brom- en snorfietsen (30175, nr. 251).
Termijn inbreng
De voorzitter:
In dit VSO hebben wij wederom twee sprekers. Ik breng in herinnering dat bij de beantwoording door de staatssecretaris uitsluitend degenen die een motie hebben ingediend de gelegenheid krijgen om kort te interrumperen.
Ik geef als eerste het woord aan de heer Dijkstra namens de VVD.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Voorzitter. Wij Kamerleden controleren de regering. Dan heeft het zin om af en toe vragen te stellen en de antwoorden goed te bestuderen. Ik ben mij een hoedje geschrokken. Als het gaat om de emissie-eisen voor brom- en snorfietsen, staat de VVD voor bronbeleid. Natuurlijk, je moet eisen stellen aan fabrikanten en uitfaseren. Dat is goed, maar over de wijze waarop moet je wel met elkaar in overleg treden. De staatssecretaris heeft de green deal met de branche overboord gegooid om eigenlijk wel vage redenen. Vervolgens zadelt zij de branche op met een kostenpost van 2.000 of 6.000 bromfietsen die eigenlijk waardeloos worden na 1 januari. Dat is niet goed en daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de staatssecretaris de gesprekken over een green deal met de brom- en snorfietsenbranche heeft beëindigd en een maatregel heeft voorgesteld die leidt tot mogelijk waardeverlies voor ondernemers;
van mening dat het niet rechtvaardig is dat deze ondernemers hierdoor mogelijk op kosten worden gejaagd;
constaterende dat de Europese regelgeving (verordening EU-nr. 168-2013) lidstaten de mogelijkheid geeft een restantvoorraadregeling toe te passen;
verzoekt de regering, het overleg met belanghebbenden in de bromfiets- en snorfietsbranche te hervatten en een restantvoorraadregeling te treffen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Remco Dijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 252 (30175).
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Voorzitter. Nog één vraag. Ik las op pagina 8 en 9 van de beantwoording van de vragen de reactie van de staatssecretaris op een verzoek van de ChristenUnie. De staatssecretaris antwoordt daar dat ze de suggestie van de ChristenUnie om de snorfiets uit te faseren een interessante optie vindt, die ze gaat verkennen. Rond de jaarwisseling stuurt ze ons de resultaten daarvan toe. Ik schrik daarvan, want de staatssecretaris lijkt hiermee tussen neus en lippen door te suggereren dat de snorfiets helemaal uitgefaseerd gaat worden. Dat kan toch niet waar zijn? Ik kan me voorstellen dat de mensen die dit lezen daar knap zenuwachtig van worden. Graag een reactie.
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Voorzitter. In reactie op de zojuist ingediende motie wil ik de staatssecretaris allereerst een compliment maken voor haar doortastendheid bij het invoeren van de emissienormen voor brom- en snorfietsen. In dezelfde lijn hebben wij deze motie voorbereid.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat in 2020 strengere emissienormen van kracht worden en dit gevolgen heeft voor de verkoop van de huidige voorraad en modellen;
verzoekt de regering, nu alvast hierover met de brommer- en scootersector in gesprek te treden, zodat zij tijdig het aanbod aan kunnen passen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 253 (30175).
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Mijn tweede motie gaat ook over de emissies van scooters en bromfietsen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat veel steden nog steeds kampen met slechte luchtkwaliteit;
constaterende dat kleine verbrandingsmotoren, zoals die voor kleine tweewielers, hier een onevenredig groot aandeel in hebben;
overwegende dat de elektrische variant zowel technisch als economisch een schoner alternatief is;
overwegende dat op dit moment lokaal beleid vooral op basis van DET en niet op feitelijke emissie of techniek wordt gevoerd;
verzoekt de regering, te onderzoeken of het mogelijk te maken is dat via ANPR-kentekencontrole het onderscheid tussen tweewielers met elektrische of verbrandingsmotor is vast te stellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 254 (30175).
Daarmee zijn we gekomen aan het eind van de inbreng van de zijde van de Kamer. Ik schors de vergadering voor een kort ogenblik totdat de staatssecretaris beschikt over de teksten van de ingediende moties.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik geef de staatssecretaris het woord voor haar reactie op de moties.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Dijksma:
Voorzitter. Ik begin met de motie op stuk nr. 252 van de heer Dijkstra. Er zijn verschillende opties verkend om de uitstoot van brom- en snorfietsen te beperken. Onder die opties waren een inruilregeling en een groene deal, een green deal. Het is dus niet zo dat die er al was. Ik denk dat het belangrijk is om dat hier te zeggen. De Kamer heeft vervolgens in verschillende moties aan mij gevraagd, in meerderheid, om de uitstoot van brom- en snorfietsen aan te pakken. Het niet toestaan van een restantvoorraadregeling voor de overgang van euro 2 en 3 naar euro 4, heeft naar verwachting een klein, maar wel positief beleidseffect. Ik vind dat we dit signaal moeten geven. Ik voelde mij ook door al die meerderheidsmoties gesteund, omdat we daarmee de branche laten zien dat ze met vijf jaar voldoende voorbereidingstijd heeft gehad om tijdig schone voertuigen op de markt te brengen. Om die reden — de heer Dijkstra en ik zijn het dus op dit punt niet eens — ontraad ik de motie.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Dat had ik eigenlijk deels al verwacht.
Staatssecretaris Dijksma:
Ja.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
De Kamer heeft zich natuurlijk uitgesproken over het uitfaseren van tweetaktscooters. Wat u doet, is het veel groter maken. U doet ook de viertaktscooters erbij. Daarnaast weet u dat de fabrikanten nog niet allemaal de euro 4-vierttaktscooters hebben. Dat kost enige tijd. Wat ik van u wil weten, is of u in gesprek wilt gaan …
De voorzitter:
Wilt u via de voorzitter spreken, mijnheer Dijkstra?
De heer Remco Dijkstra (VVD):
Wil de staatssecretaris in gesprek gaan met de branche om tot een oplossing te komen? Daar gaat mij het mij om. Geef ze nog twee of drie maanden de tijd. Iedereen weet waar hij aan toe is. We faseren het uit, maar laten we die schade voorkomen. Is de staatssecretaris dat met mij eens?
Staatssecretaris Dijksma:
Volgens mij waren wij al heel lang met ze in gesprek. Dat is precies het punt. Op een gegeven moment moet je ook een knoop doorhakken. Dit is dus het besluit. Als ik nu weer zou gaan praten, zou ik doen alsof ik dat ga hernemen en dat ben ik niet van plan. Dan moet u mij daar inderdaad met een motie van weerhouden.
De heer Remco Dijkstra (VVD):
De staatssecretaris is daar ook niet helemaal brandschoon, want zij wist natuurlijk ook al lang dat die Europese verordening in zou gaan per 2018. Ze had dat dus ook eerder kunnen aangeven. Zij heeft anderhalf jaar gepraat met de branche en die een green deal voorgehouden. In één keer zegt ze: ik red het niet meer, ik kom er ineens achter dat ik te laat ben en laat ik maar een verbod doen ineens, heel breed. Ik vind dat niet goed. Ik vind dat onfatsoenlijk.
Staatssecretaris Dijksma:
Ik vind dat geen reële weergave van hoe het gegaan is. Ik ben het ook niet met uw samenvatting eens, mijnheer Dijkstra. Volgens mij praten we al heel lang. Ik heb dit voorstel gedaan. Ik kan me voorstellen dat de branche liever geld had gezien, maar men weet het al vijf jaar. Ik denk dat het ook belangrijk is dat we op een gegeven moment gewoon doorpakken.
Dan de vraag over de snorfiets. Die ga ik niet verbieden. Ik denk dat dat belangrijk is om te zeggen. Waar het hier over gaat, zo zeg ik tegen de heer Dijkstra, is een motie van de ChristenUnie die gaat over de toekomstige, nieuwe verkoop van dit type snorfietsen. Het gaat niet over hetgeen al op de weg zit. Dan zou ik me kunnen voorstellen dat de heer Dijkstra zou schrikken.
De motie van mevrouw Kröger op stuk nr. 253 vraagt eigenlijk nu alvast met de brommer- en scootersector in gesprek te treden over datgene wat er aan nieuwe regelgeving nog aankomt. Dat lijkt mij op zichzelf wijs. Ik ben op zich van plan om dat te doen en tijdig te beginnen. Ik wil het oordeel over deze motie dus aan de Kamer overlaten.
Ik wil mevrouw Kröger een voorstel doen over haar motie op stuk nr. 254. Het is een zware motie voor iets wat ik meer als een technische vraag beschouw: de vraag of het überhaupt technisch mogelijk is om via kentekencontrole onderscheid te maken. Ik wil haar toezeggen dat ik dat ga navragen en dat ik de Kamer daar een brief over stuur. Dan zou zij misschien haar motie kunnen intrekken, want dan kunnen wij het op die manier doen. Dat lijkt mij iets wat op die manier georganiseerd kan worden.
Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Met die toezegging ga ik tevreden het reces in. Dank u wel.
De voorzitter:
Aangezien de motie-Kröger (30175, nr. 254) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.
Staatssecretaris Dijksma:
Voorzitter, dank u wel. Dat was het.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal vanavond aan het einde van de vergadering worden gestemd. Ik dank de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu voor haar komst naar de Kamer.
Ik zie dat de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap al aanwezig is. Dan kunnen we gelijk door met het volgende VAO.
Voortgangsrapportage passend onderwijs
Voortgangsrapportage passend onderwijs
Aan de orde is het VAO Voortgangsrapportage passend onderwijs (AO d.d. 05/07).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik breng in herinnering dat dit een hele reeks VAO's is op de laatste dag. Bij de beantwoording van de staatssecretaris laat ik in principe alleen een vraag toe van degene die de motie heeft ingediend.
Ik geef als eerste het woord aan de heer Kwint namens de SP.
De heer Kwint (SP):
Voorzitter. Ik zal het kort houden, met twee moties en een klaagzang. De eerste motie gaat over de financiering van het speciaal onderwijs aan kinderen met een ernstige meervoudige beperking.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de combinatie van zorg en onderwijs noodzakelijk is voor leerlingen met een ernstige meervoudige beperking (emb) om onderwijs te kunnen volgen;
van mening dat juist op deze scholen zowel financieel als organisatorisch het onderscheid tussen onderwijs en zorg vaak op zijn best diffuus is;
verzoekt de regering, het onderwijs aan leerlingen met een ernstige meervoudige beperking afzonderlijk en landelijk te financieren, vergelijkbaar met de clusters 1en 2, en de uitvoeringsafspraken in overleg met het onderwijsveld uit te werken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kwint en Van den Hul. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 245 (31497).
De heer Kwint (SP):
De tweede motie is heel lang.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in samenwerkingsverbanden met een positieve verevening sprake is van een stijging van het aantal leerlingen dat onderwijs volgt in het (voortgezet) speciaal onderwijs in tegenstelling tot samenwerkingsverbanden met een negatieve verevening, waar sprake is van een daling;
constaterende dat de Algemene Rekenkamer in zijn rapport erop wijst dat daar waar samenwerkingsverbanden en schoolbesturen onder druk van financiële invloeden, zoals verevening of leerlingenkrimp, keuzes zouden maken die indruisen tegen de doelstellingen van passend onderwijs, dit onopgemerkt blijft als zij zich niet specifiek hoeven te verantwoorden over onderwerpen die voor passend onderwijs belangrijk zijn en die inzicht geven in de doelbereiking van dat beleid;
verzoekt de regering, voorstellen te doen waardoor samenwerkingsverbanden beter verantwoorden of de besluiten die zij nemen in het belang van de leerling zijn of dat er ook financiële afwegingen aan ten grondslag liggen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kwint en Bisschop. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 246 (31497).
De heer Kwint (SP):
Dan kom ik op het onderwijsachterstandenbeleid dat immers ook een relatie heeft met passend onderwijs. Ik kan mij toch niet aan de indruk onttrekken dat we hier enigszins aan het lijntje worden gehouden. Vier weken geleden hebben wij vragen gesteld. Iedereen wist dat wij daarop antwoord wilden hebben en dat wij die antwoorden voor het reces wilden hebben, zodat er een uitspraak van de Kamer kon komen. Het heeft immers consequenties voor volgend jaar. Na drie keer navragen krijg je op de laatste dag voor het reces te horen "Ja doei, dat gaan we niet doen, fijne zomer en tot september!" Dat is wat mij betreft geen manier van doen. Waarom horen wij vandaag pas dat een verzoek dat er al vier weken ligt en waarvan we allemaal weten dat we daar nog verder over willen praten, ineens niet te halen is? Maar goed, ik hoop maar dat de meerderheid durft te kiezen voor de motie die dit ongedaan maakt. Tot mijn verbazing zag ik dat deze motie van de heer Snels van GroenLinks ineens ook was ondertekend door de PvdA.
De heer Van Meenen (D66):
Voorzitter. Ik wil twee moties indienen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in de verschillende samenwerkingsverbanden passend onderwijs op verschillende manieren wordt omgegaan met de bekostiging van leerlingen met een ernstig meervoudige beperking (emb);
overwegende dat dit ertoe leidt dat sommige leerlingen en scholen met veel emb-leerlingen ernstig in de knel komen;
verzoekt de regering, in overleg met betrokkenen een onderzoek uit te voeren naar de mogelijkheid en wenselijkheid om op verantwoorde wijze kinderen met een ernstig meervoudige beperking apart te bekostigen, en de Kamer voor de begrotingsbehandeling over de uitkomsten hiervan te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Meenen en Bruins. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 247 (31497).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat samenwerkingsverbanden zelf bepalen wat het niveau van basisondersteuning is dat alle scholen binnen dit verband moeten aanbieden;
overwegende dat dit leidt tot verschillen tussen samenwerkingsregio's, wat er weer toe kan leiden dat er ingewikkelde en onduidelijke situaties ontstaan, vooral in het grensgebied van verschillende regio's;
overwegende dat het niet zou moeten uitmaken waar je woont, voor welke ondersteuning wordt geboden op school;
overwegende dat een landelijk vastgestelde basisondersteuning duidelijkheid kan bieden op welke ondersteuningsvragen minimaal een aanbod beschikbaar moet zijn, en ook meer mogelijkheden biedt om op lerarenopleidingen hierop in te spelen;
verzoekt de regering, de effecten van de regionale verschillen in basisondersteuning voor leerlingen, ouders, leraren en scholen in kaart te brengen, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Meenen en Rog. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 248 (31497).
Ik zie dat de heer Kwint wil interrumperen. Houdt u het kort, mijnheer Kwint, want we gaan vandaag niet uitvoerig het debat overdoen.
De heer Kwint (SP):
Dat snap ik, voorzitter. Als ik de motie van de heer Van Meenen zo hoor, dan weet hij het toch al? Hij constateert in zijn motie een hele hoop problemen die vanuit het heilige systeem komen. Dan heeft hij toch geen onderzoek nodig?
De heer Van Meenen (D66):
Ja, je kunt hier snel vinden dat je het zelf weet. Dat denk ik ook vaak hoor, eerlijk gezegd. Maar dan blijkt het vaak toch nog nodig om het even vast te stellen. En soms blijken de dingen dan toch nog net anders te zijn dan in iedere geval ik denk. Ik verwijs kortheidshalve maar naar het debat dat wij hierover gisteren hebben gevoerd.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Voorzitter. Het idee achter passend onderwijs wordt gesteund door GroenLinks. Maar nog te veel leerlingen lopen tegen barrières op waardoor ze niet de juiste ondersteuning krijgen en niet het juiste onderwijs op maat krijgen. Volgens GroenLinks zou een landelijk niveau van basisondersteuning voor meer duidelijkheid zorgen voor ouders, leerlingen en leraren. Wat ons betreft hoeft er geen onderzoek te worden gedaan, maar wij zijn ervoor dat er een landelijk niveau van basisondersteuning wordt vastgesteld. Daarom dien ik, mede namens de heer Kwint van de SP, de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat er momenteel een grote variatie is bij scholen als het gaat om de zorgvraag waaraan ze kunnen voldoen;
overwegende dat het ontbreken van landelijke criteria voor basisondersteuning kan leiden tot rechtsongelijkheid tussen regio's en scholen, en tevens leidt tot onduidelijkheid en onzekerheid voor ouders, docenten en leerlingen;
verzoekt de regering, samen met samenwerkingsverbanden een landelijke norm voor basisondersteuning op te stellen waaraan iedere schoollocatie binnen een samenwerkingsverband moet voldoen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld en Kwint. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 249 (31497).
Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Voorzitter. Helaas blijkt ook in het passend onderwijs de vrijwillige ouderbijdrage niet altijd even vrijwillig te zijn. Samen met de SP is de PvdA van mening dat noodzakelijke extra begeleiding van kinderen nooit voor rekening van hun ouders mag komen. Omdat wij signalen krijgen dat dat toch gebeurt, dien ik hierbij de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
van oordeel dat passend onderwijs moet worden gerekend tot het primaire proces dat van overheidswege wordt bekostigd;
constaterende dat scholen nog te vaak kosten voor noodzakelijke extra ondersteuning van een kind afwentelen op ouders;
overwegende dat passend onderwijs niet mag verworden tot een voorrecht voor kinderen met ouders die dit kunnen bekostigen;
verzoekt de regering, scholen en samenwerkingsverbanden die kosten van zulke noodzakelijke extra ondersteuning afwentelen op de ouders hierop te laten aanspreken door de inspectie en bij voortduren van zulke praktijken bekostigingssancties te treffen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Hul en Kwint. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 250 (31497).
De heer Rog (CDA):
Voorzitter. Ik dien één motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet tot een onafhankelijk toezicht wil komen bij ieder samenwerkingsverband;
overwegende dat de uitvoering van passend onderwijs thans gebukt gaat onder veel bestuurlijke drukte en de middelen die voor extra ondersteuning en zorg beschikbaar zijn zo veel mogelijk terecht dienen te komen bij kinderen met extra ondersteuningsbehoefte;
verzoekt de regering, ervoor zorg te dragen dat het onafhankelijke toezicht op de samenwerkingsverbanden niet gepaard gaat met extra geld voor overhead en dus geen extra middelen onttrokken worden aan de ondersteuning of zorg aan leerlingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Rog. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 251 (31497).
De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter. Ter afronding van het mooie overleg dat wij gisteren hebben gehad wil ik twee moties indienen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het van cruciaal belang is dat de beoordeling van de leerresultaten van scholen zo veel mogelijk recht doet aan de omstandigheden waarmee scholen geconfronteerd worden;
constaterende dat het huidige model voor de beoordeling van leerresultaten op grond van uitsluitend het opleidingsniveau van ouders evident tekortschiet, dat inmiddels een alternatief CBS-model beschikbaar is en dat een herziening van de beoordeling van leerresultaten niet afhankelijk is van de bekostiging van scholen op basis van de gewichtenregeling;
verzoekt de regering, zo snel mogelijk en onafhankelijk van besluitvorming over de gewichtenregeling te komen tot een nieuwe beoordelingssystematiek van leerresultaten die meer recht doet aan de situatie waarmee scholen geconfronteerd worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bisschop en Bruins. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 252 (31497).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de inspectie niet alleen in stimulerende zin samenwerkingsverbanden aan dient te spreken op de organisatie van het intern toezicht, maar dat op grond van de bestaande wetgeving ook handhavend moet worden toegezien op het waarborgen van onafhankelijk intern toezicht;
verzoekt de regering, te waarborgen dat het intern toezicht van samenwerkingsverbanden voldoet aan de wettelijke eisen, waarbij voor de onafhankelijkheid van het intern toezicht in beginsel niet vereist is dat toezichthouders afkomstig zijn uit de kring buiten het samenwerkingsverband dan wel dat zij persoonlijk of zakelijk geen enkele betrokkenheid mogen hebben bij het samenwerkingsverband,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bisschop en Rog. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 253 (31497).
Daarmee zijn we gekomen aan het eind van de inbreng van de zijde van de Kamer. Ik schors een kort moment, totdat de staatssecretaris beschikt over de teksten van alle ingediende moties.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik geef het woord aan de staatssecretaris voor zijn reactie op de moties.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Dekker:
Voorzitter. De heer Kwint vroeg hoe het nou zat met de onderwijsachterstandsmiddelen en de vragen die daarover nog beantwoord moeten worden. Ik heb daar vanmiddag een brief over gestuurd: om die vragen goed te kunnen beantwoorden, moet voor een deel nog besluitvorming in de ministerraad plaatsvinden. Zodra dat is afgerond, ontvangt de Kamer van ons de antwoorden op die vragen.
De heer Kwint (SP):
Dit is al vier weken geleden. De ministerraad is toch niet eens per maand? De staatssecretaris snapt toch dat het, op het moment dat wij een vervolg op dat debat willen, verstandig is om dat te doen voordat we hier met zijn allen twee maanden de deuren dichttrekken?
Staatssecretaris Dekker:
Ja, maar het is ook niet zo dat, als hier dermate gedetailleerde schriftelijke vragen binnenkomen, die onmiddellijk leiden tot extra agendapunten in de ministerraad. Wij moeten binnenkort in de ministerraad nog een aantal besluiten nemen. Als we dat gedaan hebben — ik weet ook niet wat het resultaat daarvan is — dan kunnen we de vragen van de heer Kwint beantwoorden.
De heer Kwint (SP):
In dat geval ben ik in ieder geval blij dat onze vragen het tot aan de ministerraad gered hebben. Ik hoop dan maar dat we na de zomer kunnen constateren dat ze tot een verandering van het beleid hebben geleid.
Staatssecretaris Dekker:
Ik kom op de moties. In zijn eerste motie, de motie op stuk nr. 245, vraagt de heer Kwint om nu al een deel van de doelgroep die extra zorg ontvangt, apart te zetten, met een heel aparte systematiek en financiering. Ik ben daar niet voor, want dan ga je eigenlijk terug naar het oude systeem, waarbij het risico bestaat op heel veel afschuiven. Deze motie ontraad ik dus.
Tegenover zijn tweede motie, de motie op stuk nr. 246, sta ik sympathieker. Ik kijk even naar de heer Kwint. Hij stelt zijn vraag naar aanleiding van het rapport van de Algemene Rekenkamer, waarin wordt gezegd: we kunnen dat nu niet goed volgen. Ik vind ook dat er beter verantwoording over moet worden afgelegd, maar in het dictum staat: "of dat er ook financiële afwegingen aan ten grondslag liggen". Bij ieder besluit dat je neemt, is er ook een financiële grondslag. Het geld groeit niet tot in de hemel. Als de indieners er nu "primair" van maken — daar gaat het volgens mij om: je kijkt of het een passend aanbod is en je kijkt niet naar de portemonnee — dan kan ik er een eind in meegaan.
De heer Kwint (SP):
Volgens mij bedoelen we hetzelfde en willen we beter in kaart krijgen in hoeverre financiële afwegingen leidend zijn en voor het belang van het kind gaan. Zo mag u de motie interpreteren wat mij betreft.
Staatssecretaris Dekker:
Over het interpreteren van moties hebben we een proces afgesproken: dat doen we niet meer. Ik vraag u om het woordje "ook" te vervangen door "primair". Dan kan ik er heel goed mee uit de voeten, dan kan ik de motie overnemen.
De heer Kwint (SP):
Ik ga even een woordje erbij krabbelen, voorzitter.
De voorzitter:
De heer Kwint gaat zijn motie wijzigen. Wat wordt uw oordeel dan, staatssecretaris?
Staatssecretaris Dekker:
Dan zou ik haar kunnen overnemen. Als de rest van de Kamer zegt eerst de wijziging te willen zien, wil ik het oordeel aan de Kamer laten.
De voorzitter:
Ik moet nu toch even vragen of iemand zich verzet tegen het overnemen van de aangepaste motie op stuk nr. 246. Het woordje "ook" wordt vervangen door "primair". Ik stel vast dat niemand daar bezwaar tegen heeft.
De motie-Kwint/Bisschop (31497, nr. 246) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in samenwerkingsverbanden met een positieve verevening sprake is van een stijging van het aantal leerlingen dat onderwijs volgt in het (voortgezet) speciaal onderwijs in tegenstelling tot samenwerkingsverbanden met een negatieve verevening, waar sprake is van een daling;
constaterende dat de Algemene Rekenkamer in zijn rapport erop wijst dat daar waar samenwerkingsverbanden en schoolbesturen onder druk van financiële invloeden, zoals verevening of leerlingenkrimp, keuzes zouden maken die indruisen tegen de doelstellingen van passend onderwijs, dit onopgemerkt blijft als zij zich niet specifiek hoeven te verantwoorden over onderwerpen die voor passend onderwijs belangrijk zijn en die inzicht geven in de doelbereiking van dat beleid;
verzoekt de regering, voorstellen te doen waardoor samenwerkingsverbanden beter verantwoorden of de besluiten die zij nemen in het belang van de leerling zijn of dat er primair financiële afwegingen aan ten grondslag liggen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 254, was nr. 246 (31497).
De gewijzigde motie-Kwint/Bisschop (31497, nr. 254, was nr. 246) is overgenomen.
Staatssecretaris Dekker:
De motie van de heer Van Meenen op stuk nr. 247 gaat minder ver dan de oorspronkelijke motie van de heer Kwint. Het gaat over hetzelfde vraagstuk, maar er wordt vooral gevraagd om de uitvoerbaarheid en de wenselijkheid van een en ander in kaart te brengen. Dat lijkt me zinnig om in de toekomst een meer geïnformeerd debat te kunnen voeren. Ik doe dat dan ook graag, in samenwerking met mijn collega van VWS, want het zit heel erg op dat snijvlak. Ik kan deze motie ook overnemen.
De voorzitter:
De staatssecretaris heeft aangegeven de motie op stuk nr. 247 te willen overnemen. Is daartegen bezwaar bij een of meer leden? Dat is niet het geval.
De motie-Van Meenen/Bruins (31497, nr. 247) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in de verschillende samenwerkingsverbanden passend onderwijs op verschillende manieren wordt omgegaan met de bekostiging van leerlingen met een ernstig meervoudige beperking (emb);
overwegende dat dit ertoe leidt dat sommige leerlingen en scholen met veel emb-leerlingen ernstig in de knel komen;
verzoekt de regering, in overleg met betrokkenen een onderzoek uit te voeren naar de mogelijkheid en wenselijkheid om op verantwoorde wijze kinderen met een ernstig meervoudige beperking apart te bekostigen, en de Kamer zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk voor de begrotingsbehandeling, over de uitkomsten hiervan te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 255, was nr. 247 (31497).
De gewijzigde motie-Van Meenen/Bruins (31497, nr. 255, was nr. 247) is overgenomen.
Staatssecretaris Dekker:
Ik kom op de motie op stuk nr. 248. Daarin kan ik ook een eind meegaan. Waar de termijn in de vorige motie al vrij ambitieus was en ik niet helemaal weet of we het voor de begroting gaan halen, weet ik hier dat we dit niet gaan halen. Dit vraagt echt om empirisch onderzoek in het land. Daar hebben we meer tijd voor nodig dan de tijd die nog rest tot de begrotingsbehandeling. Ik kijk naar de heer Van Meenen. Als u mij de ruimte geeft tot de voortgangsrapportage in het voorjaar van 2018, kan ik er een heel eind in meegaan.
De heer Van Meenen (D66):
De voortgangsrapportage in december, bedoelt u?
Staatssecretaris Dekker:
Nee, die in het voorjaar van 2018. Dit is echt een omvangrijk onderzoek. Vaak moet je dat Europees aanbesteden en dan ben je al drie maanden verder. Daar lopen we praktisch tegenaan als we het goed willen doen.
De heer Van Meenen (D66):
Ik zoek even naar een nieuw dictum. Mag ik ervan maken: "zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk bij de voortgangsrapportage"?
Staatssecretaris Dekker:
Daar kan ik me goed in vinden.
De heer Van Meenen (D66):
Het zal niet veel uitmaken in de praktijk, maar daar kan ik mee thuiskomen.
De voorzitter:
Het dictum wordt dus: "zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk bij de voortgangsrapportage in het voorjaar".
Staatssecretaris Dekker:
Ja, de voortgangsrapportage in het voorjaar van 2018.
De voorzitter:
En wat is het oordeel van de staatssecretaris?
Staatssecretaris Dekker:
Dan kan ik de motie overnemen.
De heer Van Meenen (D66):
Even voor de helderheid: moet er nog een gewijzigde motie komen of is het goed zo?
De voorzitter:
Het kan hier ter plekke bij de griffier. De staatssecretaris heeft aangegeven de gewijzigde motie te willen overnemen. Is daartegen bezwaar bij een of meer leden?
De heer Kwint (SP):
Ja.
De voorzitter:
Dan komt de motie alsnog in stemming.
Staatssecretaris Dekker:
Dan is het: oordeel Kamer.
De voorzitter:
Met "oordeel Kamer".
De motie-Van Meenen/Rog (31497, nr. 248) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat samenwerkingsverbanden zelf bepalen wat het niveau van basisondersteuning is dat alle scholen binnen dit verband moeten aanbieden;
overwegende dat dit leidt tot verschillen tussen samenwerkingsregio's, wat er weer toe kan leiden dat er ingewikkelde en onduidelijke situaties ontstaan, vooral in het grensgebied van verschillende regio's;
overwegende dat het niet zou moeten uitmaken waar je woont, voor welke ondersteuning wordt geboden op school;
overwegende dat een landelijk vastgestelde basisondersteuning duidelijkheid kan bieden op welke ondersteuningsvragen minimaal een aanbod beschikbaar moet zijn, en ook meer mogelijkheden biedt om op lerarenopleidingen hierop in te spelen;
verzoekt de regering, de effecten van de regionale verschillen in basisondersteuning voor leerlingen, ouders, leraren en scholen in kaart te brengen en de Kamer hierover zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk bij de voortgangsrapportage in het voorjaar, te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 256, was nr. 248 (31497).
De staatssecretaris vervolgt zijn betoog.
Staatssecretaris Dekker:
We hebben steeds twee moties die erg op elkaar lijken, waarbij in de ene wordt gevraagd om onderzoek en ik daarin een heel eind mee kan gaan. In de motie van mevrouw Westerveld op stuk nr. 249 staat eigenlijk: we wachten het onderzoek niet af, we willen het nu geregeld hebben. Dat lijkt me niet verstandig en daarom ontraad ik de motie.
Ik kom op de motie-Van den Hul/Kwint op stuk nr. 250. Ik ben het daar volledig mee eens. Het is misschien ook wel goed als de Kamer nog een keer zo'n signaal afgeeft. Ik kan de motie overnemen, als u dat op prijs stelt.
De voorzitter:
De staatssecretaris heeft aangegeven de motie te willen overnemen. Is er daartegen bezwaar bij een of meer leden? Dat is niet het geval.
De voorzitter:
De motie-Van den Hul/Kwint (31497, nr. 250) is overgenomen.
Staatssecretaris Dekker:
De volgende motie is de motie-Rog op stuk nr. 251. Ik ga even aan wat verwachtingsmanagement doen in de richting van de heer Rog. Het is inderdaad niet de bedoeling dat dit leidt tot heel veel overhead, maar laten we wel wezen: een betere verantwoording vraagt ook wel iets van verslaglegging. Dat is wel iets wat moet gebeuren en daarbij moeten er geen bakken geld worden onttrokken aan de zorg voor leerlingen. We zijn er altijd heel erg kien op dat dit zo efficiënt en zo zuinig mogelijk gebeurt, maar het heeft wel wat voeten in de aarde om tot een betere verantwoording te komen. Als u mij die ruimte geeft, als u zegt "dat begrijp ik, maar de motie roept op tot zo min mogelijk", dan zou ik daar prima mee uit de voeten kunnen. Ik kan het oordeel over deze motie dan aan de Kamer laten.
Ik kom op de motie-Bisschop/Bruins op stuk nr. 252. We hebben daar van de week een debatje over gevoerd. Toen werd mij duidelijk waar de heer Bisschop naartoe wilde gaan. Ik ben eens gaan informeren bij de inspectie en ik heb gevraagd of je die twee kunt losknippen. Ideaal is het niet, maar het zou in theorie kunnen. Ik hoop ook dat de hele bekostigingsdiscussie zo snel mogelijk wordt afgerond, maar los daarvan zouden we deze stap kunnen zetten. Ik zou dus ook deze motie kunnen overnemen.
De voorzitter:
U kent de formule inmiddels: de staatssecretaris heeft aangegeven de motie te willen overnemen. Is er daartegen bezwaar bij een of meer leden? Dat is niet het geval.
De voorzitter:
De motie-Rog (31497, nr. 251) is overgenomen.
Staatssecretaris Dekker:
Tot slot kom ik op de motie-Bisschop/Rog op stuk nr. 253. Dat is een wat listige motie. Wat in het dictum wordt gevraagd, is wat de wet net nu feitelijk vraagt en waar alle samenwerkingsverbanden dan ook aan moeten voldoen. Je zou dus kunnen zeggen: deze motie is overbodig en daarom ontraad ik haar. Volgens mij wil een groot deel van de Kamer echter bekijken hoe dit in de praktijk uitpakt, ook omdat de ARK er wat over heeft gezegd en de motie van mevrouw Becker door een grote meerderheid is aangenomen. Dit is in de praktijk immers juist een pijnpunt gebleken. Maar ook met die uitleg erbij ontraad ik deze motie, want ik kan geen uitvoering geven aan twee moties die elkaar tegenspreken. Linksom of rechtsom, ik weet niet of u het nog volgt, voorzitter, maar het advies over deze motie is in ieder geval negatief.
De heer Bisschop (SGP):
Laat ik eens kijken of ik de staatssecretaris tot een salomonsoordeel kan brengen. Als de staatssecretaris deze motie nu gewoon interpreteert als een nadere invulling van de motie die mevrouw Becker aangenomen heeft gekregen en als hij nu eens aangeeft in welke richting hij het verder wil uitwerken. We weten allemaal dat dit een knelpunt is. Ik zou zeggen dat dit voor de staatssecretaris een soort ei van Columbus zou kunnen zijn, als het niet een salomonsoordeel is.
Staatssecretaris Dekker:
Ik waardeer het dat de heer Bisschop altijd constructief meedenkt, maar ik ga toch niet mee in deze gedachte, want dan ben je eigenlijk heel snel klaar met die verkenning. Dit is juist het pijnpunt. Er wordt gezegd: het klopt in de praktijk formeel allemaal, maar we zien nu dat de ene bestuurder toezicht houdt op de andere bestuurder en dat dit in de belangen die spelen soms niet helemaal goed voelt. Ik heb geen pasklare oplossing hoe je het wel zou moeten doen, maar als je niet eerst kijkt naar de fundamentele vraag of dit ook niet anders georganiseerd zou kunnen worden, dan veeg je eigenlijk een heel groot deel van mogelijke oplossingen direct van tafel. Dat zou ik echt doodzonde vinden. Dat moeten we volgens mij niet doen. Ik blijf dus bij mijn oordeel en ik ontraad de motie.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties wordt vanavond aan het eind van de vergadering gestemd. Ik dank de staatssecretaris van OCW voor zijn komst naar de Kamer. Ik schors de vergadering voor een kort ogenblik, alvorens we doorgaan met het volgende debat.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Voorzitter: Arib
Jaarverslag en slotwet ministerie Financiën en Nationale Schuld 2016
Jaarverslag en slotwet ministerie Financiën en Nationale Schuld 2016
Aan de orde is de behandeling van:
- het wetsvoorstel Jaarverslag en slotwet Ministerie van Financiën en Nationale Schuld 2016 (34725-IX).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heet de staatssecretaris van Financiën van harte welkom. Het woord is aan de heer Omtzigt van het CDA.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
De heer Omtzigt (CDA):
Voorzitter. Ik hoor iemand zuchten in de Kamer: tien minuten. Dat zou te veel zijn. We behandelen hier de decharge voor de begroting. In elk normaal bedrijf is dechargeverlening op de jaarvergadering het centrale moment, waarop gekeken wordt of de regering, het bedrijf of de instelling heeft gedaan wat was bedoeld. Als ik dit wetsvoorstel niet "onthamerd" had, was het een hamerstuk geweest. Dat laat een klein beetje zien hoe onze democratie functioneert. Je kunt politici elke dag aanspreken en ze zelfs midden in de nacht wakker maken om aan te geven welk plannetje, welk proefballonnetje je hebt. Maar als het gaat om het aan het eind van het jaar controleren van zaken die zijn uitgevoerd, zijn tien minuten wat aan de lange kant. Het kan ook in twee minuten, hoor ik rechts van mij. Dat klopt, maar dan gaan we de Miljoenennota ook in twee minuten doen. Maar dat zal niemand hier voorstellen.
Ik ben heel blij dat de staatssecretaris van Financiën er vandaag is, want er zijn enkele zaken ten aanzien van de verantwoording van het ministerie van Financiën, en vooral de Belastingdienst, die nadere aandacht verdienen. Ik ga in mijn betoog in op drie punten. Het eerste punt is de afvloeiingsregeling; daarvoor zijn uitgaven gedaan waarvan zelfs de rechtmatigheid nog niet vaststaat. Het tweede punt is het fiscaal beheer bij de Belastingdienst. Is de Belastingdienst zelf in staat om zijn belastingen goed te berekenen en te betalen? Het antwoord daarop is: daar heeft de Belastingdienst nog wel wat moeite mee. Met mijn derde punt wil ik het in het algemeen hebben over hoe het in Nederland staat met de cultuur rond jaarverslaggeving. Ik weet dat het een ontzettend saai onderwerp is, maar in een markteconomie is het wel een ontzettend belangrijk onderwerp.
Het eerste punt betreft dus de afvloeiingsregeling. Zoals u weet, konden mensen van de Belastingdienst vertrekken met een afvloeiingspremie van €75.000 of een heel jaarsalaris, dat soms nog hoger is. Daarvan konden niet alleen mensen gebruikmaken die bij de Belastingdienst werkten en van wie de baan zou verdwijnen — dat zou nog een zekere logica in zich hebben — maar ook mensen van wie de baan niet zou verdwijnen. Ook konden mensen die bij de FIOD of de douane werkzaam waren, daar gebruik van maken. De FIOD en de douane werden echter helemaal niet getroffen door de reorganisatie. Oftewel: mensen mochten vertrekken met een afvloeiingspremie, terwijl hun werk niet verdween. Iedereen weet hoe het bij de douane in de Rotterdamse haven gesteld is, of hoe het staat met de achterstalligheid bij het FIOD-onderzoek. We weten ook dat het vertrek van zo'n 300 zeer gekwalificeerde medewerkers met een vertrekpremie, zeer negatieve gevolgen heeft gehad voor de douane en de FIOD.
Deze vertrekpremie is ook niet a priori rechtmatig, want onder het Algemeen Rijksambtenarenreglement mag je alleen vertrekken met de zogenaamde remplaçantenregeling als je ofwel zelf je baan verliest — dan kan men een afvloeiingspremie betalen — ofwel als je weggaat en jouw functie wordt ingenomen door iemand die anders zijn baan zou verliezen. Dat is de zogenaamde remplaçantenregeling.
En wat blijkt nu? Van de 300 mensen die vertrokken zijn, zijn vier functies — ik herhaal: vier functies — ingevuld door iemand wiens baan anders verdwenen zou zijn. Wat zegt de Algemene Rekenkamer en wat zegt het rapport-Joustra? Je mag ketens inrichten. Als hier iemand vertrekt, mag zijn of haar baan door iemand anders ingevuld worden en zijn of haar baan weer door iemand anders en zijn of haar baan weer door iemand anders, totdat je uitkomt bij iemand die anders zijn of haar baan kwijtgeraakt zou zijn. Alleen als je voor elk van de mensen die weggegaan is, zo'n keten kunt vinden, is de uitgave rechtmatig.
We hebben vandaag antwoorden ontvangen van de staatssecretaris en daaruit bleek dat deze ketens vooralsnog niet te vinden zijn, maar dat hij wel hoop heeft dat er bij de douane een fors aantal van deze ketens te vinden is. Dat betekent dat wij vandaag op dit punt niet kunnen vaststellen of de uitgave doelmatig geweest is, nee, doelmatig was deze niet, maar of deze rechtmatig was.
De eerste toezegging die ik hier vraag, is of de regering bereid is om bij de Najaarsnota, rond 1 december, de Kamer opnieuw te informeren of deze uitgave wel of niet rechtmatig is, zodat we dat nu niet hoeven vast te stellen. Als we dat nu zouden moeten vaststellen, dan zouden we de rechtmatigheid niet kunnen vaststellen en dus moeten vaststellen dat deze onrechtmatig is.
Dan kom ik bij het tweede punt: de belastingen die de Belastingdienst zelf moet betalen. Bij de scholingsaftrek bleek dat de Belastingdienst deze voor zichzelf onrechtmatig toegepast had. De belastingambtenaar die de Belastingdienst controleert, moest een naheffing opleggen aan de Belastingdienst, omdat de cursussen die de Belastingdienstmedewerkers gevolgd hadden, niet kwalificeerden voor de scholingsaftrek.
Bij de afvloeiingsregeling kreeg de Belastingdienst van de belastingambtenaar die de Belastingdienst moet controleren, een naheffing van ongeveer 170 miljoen omdat het een verkapte VUT-regeling was, en dan moet je een naheffing betalen.
Uit het rapport van de Auditdienst Rijk komt een derde probleem naar voren. Het ministerie van Financiën weet niet hoeveel winstbelasting het aan de fiscus moet betalen. Sinds 1 januari 2016 zijn overheidsbedrijven ook belastingplichtig voor die zaken die ook in de markt gedaan kunnen worden. Dan kan men denken aan incasso en deurwaarders. Dat kun je door de Belastingdienst laten doen en dat kun je door de markt laten doen. Nu hebben wij bij de behandeling van het wetsvoorstel al gevraagd in hoeverre de overheid wordt getroffen. Dat was allemaal in beeld, dat zou allemaal goed gaan. En wat blijkt? De Belastingdienst weet niet hoeveel belasting hij aan zichzelf moet betalen.
Je kunt zeggen: wat maakt het uit; dit is een belasting die de Belastingdienst aan zichzelf moet betalen op het hoofdstuk van de belastingen, dus financieel gezien maakt het niet uit. Daar heeft men gelijk in, maar let op: ook alle andere decentrale overheden moeten deze belasting betalen. Als de Belastingdienst zelf, met alle kennis die hij in huis heeft, niet in staat is om vast te stellen waarover hij belasting moet betalen, hoe kan hij dan verwachten dat andere belastingplichtigen diezelfde belastingwetgeving wel kunnen begrijpen?
Om die reden vraag ik een tweede toezegging aan de staatssecretaris, in het verlengde van wat de commissie-Joustra/Borstlap heeft vastgesteld, namelijk dat de fiscale administratie van de Belastingdienst zelf niet 100% op orde is. Wil de staatssecretaris bij de volgende halfjaarsrapportage terugrapporteren op welke wijze deze problemen opgelost zijn of het hoofd geboden worden? Dat laatste punt is belangrijk omdat niet alleen de Belastingdienst daar last van heeft, maar ook alle andere decentrale overheden die een jachthaven runnen, of afvalverwerking of openbaar vervoer. Dat doen gemeenten ook nog weleens, hoewel zij daar over het algemeen weinig winst mee maken.
Het derde punt gaat over de jaarverslagen. Wij hebben het Financieel Jaarverslag van het Rijk, dat tijdig is binnengekomen, met goedkeuring van de Auditdienst Rijk. Maar er is in Nederland wel een probleem, namelijk dat in veel gemeenten het jaarverslag niet op tijd af is en niet op tijd goedgekeurd is door een accountant. Veel ziekenhuizen hebben jarenlang een jaarverslag met een voorbehoud, voornamelijk omdat de verevening in de Zorgverzekeringswet niet tijdig gebeurt, zodat zij niet weten wat zij nog tegoed hebben. In de parlementaire mini-enquête kwam heel duidelijk naar voren dat heel veel ondernemingen niet meer tijdig hun jaarverslag deponeren. Wij weten helemaal niet meer hoeveel ondernemingen er zijn, omdat de Kamer van Koophandel niet wordt gecontroleerd. In een functionele markteconomie — ik hoop dat de Nederlandse economie dat is — waarin goed verantwoording wordt afgelegd, zijn jaarverslagen tijdig beschikbaar en tijdig openbaar. Anders wordt het financieel een rommeltje en kunnen zich ergens problemen ontwikkelen die pas jaren later met een enorme "bang" naar buiten komen.
Nou is er ook nog een probleem met accountants, maar ik red het niet om daar binnen mijn tien minuten op in te gaan. Ik vraag de staatssecretaris daarom om een derde toezegging. De economische opsporingsdienst bestaat niet meer, want die is opgegaan in de FIOD. Eigenlijk controleert dus niemand meer of je wel tijdig deponeert, laat staan dat je er ooit een boete voor krijgt als je dat niet doet. Kan de staatssecretaris toezeggen dat de regering zelf bij de Kamer van Koophandel, de gemeenten, de ziekenhuizen en op andere plekken waar de jaarrekening niet tijdig is vastgesteld, zoals bij de zorgverzekeraars, zal nagaan waarom dat zo is en hoe wij dat kunnen verbeteren? Als jaarrekeningen niet meer inzichtelijk zijn, wordt het immers een rommeltje. Is de regering bereid om dat te doen en hiervoor ergens in het komende najaar een plan van aanpak te presenteren waaruit blijkt hoe de jaarrekeningen beter gepubliceerd kunnen worden?
Tot zover over het jaarverslag.
Mevrouw Leijten (SP):
Voorzitter. Als wij een oordeel willen vellen over de inhoud, dan is het belangrijk dat wij tijdig informatie krijgen. Wat mij opvalt, is dat wij die wel hebben gevraagd, maar niet hebben gekregen. Het gaat hierbij voornamelijk over de repla … remplaçantenregeling.
Moeilijke woorden probeer ik altijd te vermijden, voorzitter. Gebruik je ze toch, dan struikel je erover.
De voorzitter:
Ik weet er alles van, mevrouw Leijten.
Mevrouw Leijten (SP):
Wat ik wil zeggen, is dat het erop lijkt dat het procedureel is. Het lijkt erop dat iemand op de procedure let, maar als wij de procedures niet goed in beeld hebben en de informatie niet tijdig krijgen, dan kunnen wij onze controlefunctie niet uitoefenen. Juist die controlefunctie — nagaan of dingen kloppen en rechtmatig zijn — is zo belangrijk voor dit parlement. Ik wil de heer Omtzigt dan ook een steun in de rug geven omdat hij dit toch heeft geagendeerd. Daarbij denk ik niet zozeer aan zijn inhoudelijke punten, alhoewel ik die ook steun, maar vooral aan het appel aan deze staatssecretaris om daar in de toekomst verbetering in aan te brengen.
De voorzitter:
De staatssecretaris kan meteen antwoorden. Daartoe geef ik hem het woord.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Wiebes:
Voorzitter. Ik ben altijd dankbaar voor aandacht voor de uitvoering. Het is immers de uitvoering die soms weerbarstig is, maar altijd heel belangrijk. Dat is waar het uiteindelijk op aankomt.
We hebben het over de remplaçantenregeling. Zij is verschillende keren aan de orde geweest. Eerder heb ik laten doorschemeren dat ik deze toevoeging aan een toch al onwenselijke en nooit bestelde vertrekregeling ook op zichzelf niet wenselijk vond. Zij bleek er echter te zijn. De regeling is zelf al zeer open en ongeclausuleerd; de heer Omtzigt heeft daarmee een terecht punt beet. Op allerlei manieren biedt deze regeling ruimte zonder dat eigenlijk duidelijk is hoeveel ruimte zij nu precies biedt. De heer Omtzigt vraagt hoe groot je de ketens eigenlijk nog kunt maken. In de remplaçantenregeling wordt bijvoorbeeld gesproken over "een" taakstelling. Ja, waar hebben we het dan over? De termijn is onhelder. Ook is niet helder wiens stoel precies ergens in de keten moet worden bezet. Daar zijn nog wel verschillende dingen over te zeggen. Ik ben nooit zo'n enorme fan van regelingen waarbij je eigenlijk niet weet wat erin staat. De techniek is wel helder; het gaat inderdaad om de ketens. Daarvoor zijn allerlei clausuleringen. Ik kan proberen om het met enige precisie te zeggen, maar het blijft zo dat er een vrij ongeclausuleerde regeling is.
Op dit moment kunnen we zeggen dat er vier van-werk-naar-werkkandidaten zijn. De heer Omtzigt sprak over vier, maar volgens mij zijn het er nu vijf; dit is echter totaal immaterieel. Dit is natuurlijk niet wat het uitzicht zou moeten zijn. Er zijn nog 130 interne doorstromers. Er moet nu bekeken worden welke van deze interne doorstromers een lege stoel achterlaten. Dat is ook een criterium dat bijdraagt aan de taakstelling, dus niet alleen een van-werk-naar-werkkandidaat maar ook iemand die een lege stoel achterlaat. Dat heeft tweedeorde-effecten: wie neemt die stoel dan weer in? Zo komt er een hele keten achteraan. Bovendien wordt er nog steeds geworven door de FIOD en de Douane. Ook daar kunnen weer zowel van werk-naar-werkkandidaten bij zitten, als mensen die een stoel leeg achterlaten of mensen die een derde- of vierdeorde-effect geven. Uiteindelijk zijn er dus een heleboel mogelijkheden om de regeling in te vullen, juist omdat ze betrekkelijk ongeclausuleerd is. Op den duur is het niet onkansrijk om dit voor elkaar te krijgen, maar ik heb ook al letterlijk gezegd dat ik er wel een hard hoofd in heb. De Belastingdienst doet een heel serieuze en heel dappere poging, maar heel veel mooier dan dat kan ik het niet maken.
Ik kom straks op de rechtmatigheid. Omdat het hier gaat om een regeling waarin de grens is opgezocht van wat deze wet beoogt, wil ik alvast zeggen dat ik er dan wel in de halfjaarrapportage in oktober, dan wel bij de Najaarsnota op terugkom en meld waar we staan. Daarbij meld ik wel — ik wil daar zo nog iets over zeggen — dat dit een net een iets andere toezegging is dan de heer Omtzigt noemt. Ik hoop hem gerust te stellen en hem met het volgende ervan te overtuigen dat het nu rechtmatig is en niet met terugwerkende kracht onrechtmatig kan worden, waarbij ik inhoudelijk omarm dat hierop moet worden teruggekomen. Dat is ook mijn toezegging.
De rechtmatigheid zit net subtiel anders dan ik de vorige keer zei, na navraag bij weer andere kenners. In wat in de slotwet aan de orde komt, zitten op zichzelf geen onrechtmatigheden. Die wet gaat over mutaties ten opzichte van de Najaarsnota. Er zitten geen onrechtmatige mutaties in. In de slotwet waarover we het hebben, zitten dus geen onrechtmatige elementen, maar je kunt een verder strekkend belang aan de slotwet hechten en zeggen dat die eigenlijk een beetje over de integriteit en rechtmatigheid van de hele jaarrekening gaat. Dat is, denk ik, wat de heer Omtzigt beoogde.
De heer Omtzigt (CDA):
In de wijze waarop de Kamer opereert, gaat de slotwet altijd gezamenlijk met dechargeverlening. In de slotwet zelf zitten geen onrechtmatigheden. Ook omdat de staatssecretaris een aantal zaken tijdig gemeld heeft, is dat op de begroting van Financiën netjes gebeurd dit jaar. Het gaat om de dechargeverlening. Daarbij gaat het niet om de doelmatigheid, want volgens mij zijn we het er wel over eens dat die niet geweldig was op dit punt.
Staatssecretaris Wiebes:
Daar zijn wij het over eens.
De heer Omtzigt (CDA):
Het gaat erom of het rechtmatig is uitgegeven. Dat kunnen we niet vaststellen, terwijl we vanavond wel zouden willen stemmen over een motie die decharge verleent aan de hele rijksbegroting. Om die dechargeverlening niet op te houden, zocht ik de toezegging dat de staatssecretaris in het najaar terugkomt op de vraag of het rechtmatig was. Dat mag inderdaad bij de halfjaarreportage dan wel bij de Najaarsnota. Zo hoeven we nu niet vast te stellen of het rechtmatig was, omdat we dat volgens mij nu niet kúnnen vaststellen.
Staatssecretaris Wiebes:
De bedoeling van de heer Omtzigt is mij volkomen helder, maar ik ga hem toch gerust proberen te stellen. Ja, de toezegging geldt dat ik daarop terugkom, maar nee, het is niet waar dat we nu niet kunnen vaststellen of het rechtmatig is. Dat kan weer wel. Er zijn namelijk betalingen gedaan aan kandidaten die recht hadden op de vergoeding. Dat maakt de uitgave op zich rechtmatig. De toepassing van de remplaçantenregeling is op basis van bevindingen van de ADR ook rechtmatig bevonden door de Algemene Rekenkamer. Het staat er wat zuinig: "naar de letter van het ARAR rechtmatig". Geest en letter scheid ik hier wel even. Ik heb al eerder gezegd wat ik van de regeling vind; dat was de geest. Hier gaat het om de letter. Dat betekent dat dit niet alleen nu rechtmatig bevonden is, maar het dat oordeel ook houdt. Dat oordeel verandert niet.
Het kan zijn dat we ons uiteindelijk ontevreden tonen over de wijze waarop die ketens vervolgens gesloten worden. Er zou twijfel kunnen ontstaan over de vraag of de oorspronkelijke doelstelling wel gehaald is. Dat maakt het niet onrechtmatig. Het maakt het mogelijkerwijs nog ondoelmatiger, het maakt het politiek onwenselijk of het geeft ons een geweldige aanleiding om eens goed naar deze paragraaf in het ARAR te kijken — dat kunnen allemaal consequenties zijn — maar puur zuiver naar de letter geredeneerd, is het niet alleen nu rechtmatig, maar behoudt het dat oordeel ook en kan het niet met terugwerkende kracht onrechtmatig zijn. Ik heb gezegd dat het desondanks een hele klus is. Het was onwenselijk. Ik kom er bijzonder graag op terug, bij de halfjaarrapportage dan wel bij de Najaarsnota, omdat ik het er naar de geest met de heer Omtzigt over eens ben dat hier nog een keer op teruggekomen moet worden.
De heer Omtzigt (CDA):
Dan wil ik via u aan de Algemene Rekenkamer vragen om daar een nadere verklaring voor te geven.
De voorzitter:
Kunt u iets harder praten?
De heer Omtzigt (CDA):
Ik wil via u aan de Algemene Rekenkamer vragen om een toelichting te geven op de vraag of dit nu wel als rechtmatig gekwalificeerd kan worden. Hier zit namelijk echt een verschil van inzicht. De Rekenkamer zegt dat het alleen juist toegepast is — "juist toepassen" is volgens mij de rechtmatigheidstoets — indien die ketens gevormd kunnen worden. Dat kan nu niet aangetoond worden, maar in de toekomst mogelijk wel. Ik zou het fijn vinden als u dit punt, dat we nu niet de rechtmatigheid hoeven ophouden, met de Rekenkamer opneemt, want anders krijgen we hier een heel lange discussie waarin zaken langs elkaar heen gaan lopen.
Staatssecretaris Wiebes:
Ik ben er niet van overtuigd dat zaken langs elkaar heen lopen. Wij zijn het niet eens. De ARK heeft daar een oordeel over gegeven, namelijk dat het naar de letter van het ARAR rechtmatig is. Het is niet aan mij om verzoeken aan de Rekenkamer te doen. Ik denk dat dat in dit geval misschien aan de Kamer is. Ik kijk even streng naar degenen die zo nu en dan interacteren met de ARK.
De heer Omtzigt (CDA):
Ik heb hier het stuk van de ARK. Ik lees voor: "Een andere vraag was of de remplaçantenregeling (artikel 49xx van het ARAR) juist is toegepast voor de medewerkers van Douane en FIOD. Er was namelijk geen sprake van een directe plaatsing van een geremplaceerde. Wij constateren dat het ARAR geen termijn stelt aan het moment waarop een geremplaceerde de plaats moet innemen van een remplaçant. Als we ervan uitgaan dat dit op enig moment wel gebeurt, lijkt toepassing van dit artikel mogelijk voor de medewerkers van Douane en FIOD." Er is echter een heel grote "als": als we ervan uitgaan dat dit gebeurt. Die "als" is op dit moment niet aan te tonen omdat de tijd niet begrensd is, volgens de letterlijke uitleg. Dan moeten we er nu van uitgaan dat het gebeurt, terwijl het nog maar bij 5 van de 300 gebeurd is.
Staatssecretaris Wiebes:
Nee, de Algemene Rekenkamer zegt dat dit mogelijk lijkt. Hij verbindt daar niet de conclusie aan dat het rechtmatig lijkt, maar dat het rechtmatig is. Dat oordeel verandert niet. Het zou wel zo kunnen zijn dat je moet concluderen dat het niet gelukt is, dat er doelstellingen niet gehaald zijn of, zo zeg ik maar weer even, dat er een aanleiding zou kunnen zijn om eens naar deze paragraaf in het ARAR te kijken.
Ik krijg van achter uit de zaal de informatie door dat wij wel een toelichting aan de Rekenkamer kunnen vragen bij de toegezegde halfjaarrapportage. Zullen we het zo doen? Dan verklaart de Rekenkamer nogmaals wat hij met deze ietwat cryptische zin bedoelt. In mijn lezing slaat "het lijkt" op het sluiten van de ketens, maar "het is" op het rechtmatige karakter. Dit zien wij dus nog terug. Dan voeren we deze discussie, als we die al moeten voeren, op een later moment.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de heer Omtzigt. Hij knikt, dus het is goed zo.
Staatssecretaris Wiebes:
De heer Omtzigt sprak over de fiscale beheersing van de Belastingdienst als belastingplichtige. Hij zei eigenlijk dat de Belastingdienst die kennis — heb ik hem het woord "kennis" horen gebruiken? — ontbeert. Dat is het hier niet. De voorbeelden waaruit geput wordt, hebben alle drie precies niets met kennis te maken. De Belastingdienst kende de wetgeving voor de scholingsaftrek uitstekend. Ik zeg niet dat het noodzakelijk beter is, maar de Belastingdienst kent die wetgeving uitstekend, maar bleek zelf de administratie gebrekkig op orde te hebben. Dat is niet beter, maar het ligt niet aan kennis. Dat wil ik maar zeggen. Ik wil hier duidelijk het idee wegnemen dat de Belastingdienst een organisatie is waar men op werkvloerniveau de wet niet zou kennen. Dat ondersteunende processen rommelig zijn, hebben wij het afgelopen jaar kunnen zien. En dat dit al langer dooretterde, hebben wij helaas ook moeten constateren. Dus dat het niet goed is, is helder. Maar ik wil de professionals bij de Belastingdienst bevrijden van deze verdenking.
Bij de winstbelasting is er iets soortgelijks aan de hand. Er zijn allerlei nieuwe belastingplichtigen bij gekomen, onder andere de Belastingdienst zelf. Dan is het volkomen gebruikelijk om voor alle verschillende activiteiten vast te stellen wat de fiscale positie is. Dat is bij de Belastingdienst voor de eigen activiteiten ook grotendeels gedaan. Er zijn er nog een paar waar de duiding nog loopt. Dat is helemaal niet abnormaal. Dat is bij vele nieuwe belastingplichtigen, ook in het overheidsdomein, op dit moment een heel gebruikelijke procedure. Die duiding kan ook te maken hebben met bijvoorbeeld het zoeken van de feiten en omstandigheden. En de inspecteur moet soms in complexe zaken een oordeel vellen. Dat is niet raar, maar dat ligt niet aan het gebrek aan kennis van de inspecteur.
Ik denk dat dit samenhangt met fiscale beheersing. Dat is wel waar we het over hebben, het mag onder die titel. Daar loopt het een en ander over, dat wordt op orde gebracht. Ik kan me voorstellen dat ik daar ook in de halfjaarrapportage iets over zeg. Wij vonden dat destijds echt een belangrijk punt. Er is het een en ander aan het verbeteren, maar ik denk dat het goed is om in de volgende halfjaarrapportage verantwoording af te leggen over de mate waarin dat gevorderd is.
Aan het slot van het betoog van de heer Omtzigt wordt de scope van zijn woorden duidelijk breder en wordt de taal ook ernstiger. "De ondergang van de markteconomie." Ik durf te zeggen dat dit dan niet zo'n relatie meer heeft met de slotwet of met de jaarrekening van het departement dan wel de decharge. Ik worstel hier een beetje mee. Ik ken wel het punt, maar primair gaat de minister van V en J over het jaarrekeningenrecht in het Burgerlijk Wetboek. Secundair gaat de minister van Economische Zaken over de deponeringsplicht, maar ook over het handhavingsplan, een arrangement daarachter. Tertiair zou je bewindspersonen in de genoemde sectoren nog kunnen oproepen om er iets aan te doen. De enige die daar eigenlijk betrekkelijk weinig mee kan, ben ik. Dat is ook wel een beetje treurig. Ik zou de heer Omtzigt dan toch willen vragen om de instrumenten die hij als volksvertegenwoordiger heeft, scherp te richten op waar het zit en daar niet de slotwet van Financiën voor uit te kiezen, maar een moment waarop het gaat over het jaarrekeningenrecht. Hij kan er ook schriftelijke vragen over stellen, iets waar ik de heer Omtzigt ook nog nooit beschroomd over heb aangetroffen. Kortom, het is hier niet helemaal de plaats en tijd. En ik kan er zo weinig mee. Zonder ook maar iets verkeerds te zeggen over de oproep — ik moet zeggen dat er enige herkenning is — maar ik kan hier nu niet veel mee. Ik kan niet zo'n toezegging doen, omdat ik geen enkel instrument in handen heb om daar iets aan te doen.
Tot zover.
De voorzitter:
Ik geef de heer Omtzigt de gelegenheid voor een tweede termijn.
Termijn inbreng
De heer Omtzigt (CDA):
Voorzitter. Ik bedank de regering voor de antwoorden. Ik wacht met belangstelling af wat er in de halfjaarrapportage staat. Ik zeg er maar gewoon even voor de Handelingen bij dat dit voor het CDA betekent dat we alleen alsdan en ook na het oordeel van de Algemene Rekenkamer kunnen bepalen of we dat stukje, dus niet de rest van de begroting, als rechtmatig kunnen beschouwen. Onder dat voorbehoud kunnen wij dan akkoord gaan. Dan zien we dat bij de halfjaarrapportage.
Ik bedank de staatssecretaris ook voor de toezegging over de fiscale beheersing van de Belastingdienst. Daar is eerder over gesproken. Juist met de voorbeeldfunctie is dat een belangrijke en is het ook goed dat de staatssecretaris daarop terugkomt en dat ook van belang acht.
Toen ik dit debat aanvroeg, zei ik dat ik ook de minister van Financiën erbij wilde hebben. Dan was het punt van de jaarrekening misschien nog iets gepaster geweest. Maar ik heb alle begrip voor zijn afwezigheid, omdat hij op dit moment bij de G20 in Duitsland is. Hij vertelde mij gisteren dat hij dan ook bij de G7, bij de G4 en allerlei andere heel mooie overlegclubs is. Ik heb dus alle begrip daarvoor. Toch dien ik de volgende motie in, omdat een motie op zich niet alleen aan de staatssecretaris gericht is. Met een motie wordt de regering opgeroepen om iets te doen. Die kan dus bij de juiste plek in de regering belegd worden.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er grote problemen zijn bij tijdige en volledige accountantsverklaringen bij vele sectoren zoals gemeenten en ziekenhuizen;
constaterende dat ook vele vennootschappen hun jaarverslagen niet tijdig deponeren en openbaar maken via de Kamer van Koophandel;
van mening dat het van het grootste belang is dat jaarverslagen tijdig beschikbaar zijn, goedgekeurd worden en gepubliceerd worden;
verzoekt de regering, te inventariseren waarom jaarverslagen niet tijdig gepubliceerd worden en met een plan van aanpak te komen, opdat de jaarverslaggeving fors verbetert;
verzoekt de regering voorts, dit plan voor 1 november 2017 aan de Kamer te doen toekomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Omtzigt en Leijten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 10 (34725-IX).
Zullen we nog even wachten totdat de motie is rondgedeeld? Of kunt u gelijk reageren, staatssecretaris? Dat is het geval. U weet dus precies waar het over gaat.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Wiebes:
Voorzitter. Ik heb hier aan oordelen alleen maar al te lichtzinnige oordelen in de aanbieding. Daar doe ik de motie geen recht mee. Ik denk dat andere collega's dan ikzelf eraan te pas moeten komen om hier een oordeel over te geven. Ik zal later zien wie dat zijn, maar ik kan hier nu geen oordeel over geven.
De heer Omtzigt (CDA):
Dat begrijp ik, gezien het eerdere betoog. Ik zou de regering willen verzoeken om dit te doen. Ik snap het als het niet voor de stemmingen lukt, maar als de regering dit een goed idee vindt, kan ik mij voorstellen dat zij meldt dat het een goed idee is. Zij kan dan ook overwegen om de motie over te nemen of te beginnen met de uitvoering voordat het reces beëindigd is. Het reces is immers geen vakantie. Anders zouden we twee maanden tijd verliezen.
Staatssecretaris Wiebes:
De suggestie is vast gehoord, maar als we de motie recht willen doen, lijkt het mij verstandig dat de motie wordt aangehouden tot een latere stemming, tot de collega's er verstandig over hebben kunnen nadenken.
De voorzitter:
Wat gaat u doen, mijnheer Omtzigt?
De heer Omtzigt (CDA):
Ik houd de motie op dit moment aan, maar de suggestie is goed gehoord.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Omtzigt stel ik voor, zijn motie (34725-IX, nr. 10) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De algemene beraadslaging wordt gesloten.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
VAO Eurogroep/Ecofin-Raad (AO d.d. 06/07)
VAO Eurogroep/Ecofin-Raad (AO d.d. 06/07)
Aan de orde is het VAO Eurogroep/Ecofin-Raad (AO d.d. 06/07).
Termijn inbreng
De voorzitter:
We gaan verder met het VAO Eurogroep/Ecofin-Raad. Ik geef de heer Edgar Mulder het woord namens de PVV, maar niet dan nadat ik heb gezegd dat de spreektijd twee minuten is, inclusief het indienen van de moties.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Voorzitter. Zoals bekend verzet de PVV zich al jaren tegen het nutteloos geld geven aan Griekenland. Vandaar de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Nederland de deelname van het IMF als keiharde voorwaarde voor het steunpakket aan Griekenland heeft gesteld, en dat het IMF nog steeds niet meedoet;
overwegende dat Griekenland tot nu toe meer dan 250 miljard euro aan hulpgeld heeft ontvangen van de eurolanden en dat de kans levensgroot is dat we dat geld nooit meer terugzien;
spreekt uit dat het onwenselijk is dat er nog extra miljarden van ons belastinggeld in de bodemloze put van Griekenland verdwijnen;
verzoekt de regering, niet in te stemmen met de volgende tranche van 8,5 miljard euro aan Griekenland en ervoor te zorgen dat we al het geleende geld zo snel mogelijk terugkrijgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Edgar Mulder en Tony van Dijck. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 1451 (21501-07).
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Wiebes:
Voorzitter. Voor de heer Mulder twee keer goed nieuws en één keer slecht nieuws.
Het IMF doet, anders dan in de motie staat, mee, zo is overeengekomen op 15 juni. Het is ook niet zo dat de ESM-fondsen ten koste gaan van ons belastinggeld want het zijn gewoon marktleningen. Dat was twee keer goed nieuws. Het slechte nieuws voor hem is dat de Grieken hun deel van de afspraken zijn nagekomen, dat wij ons deel van de afspraken na zullen komen en dat ik deze motie daarom ontraad.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over deze motie gaan we vanavond stemmen.
Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Basisregistratie Personen en Programma eID
Basisregistratie Personen en Programma eID
Aan de orde is het VAO Basisregistratie Personen en Programma eID (AO d.d. 05/07).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heet de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van harte welkom. De spreektijd bedraagt twee minuten, inclusief het indienen van moties.
De heer Middendorp (VVD):
Voorzitter. Voor de VVD was het AO gisteren over de BRP teleurstellend, maar wij gaan vooruit kijken. Daarom dien ik een motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de Operatie BRP (Basisregistratie Personen) een uitloop kent qua planning en budget;
overwegende dat het Bureau ICT-Toetsing (BIT) adviseert om een periode van bezinning in te lassen en in overweging geeft de Operatie BRP definitief te stoppen;
verzoekt de regering, tijdens de periode van bezinning hoe op een ordentelijke wijze het beëindigen van de Operatie BRP te onderzoeken, en de mogelijkheid van het verder ontwikkelen van de GBA-Verstrekkingsvoorziening daarbij te betrekken, voor zover nodig voor een goede basisregistratie personen;
verzoekt de regering tevens, zodanig over dit onderzoek naar het "volledig stoppen met de Operatie BRP" te rapporteren, dat deze optie financieel en juridisch afgewogen kan worden;
verzoekt de regering voorts, de uitkomsten van de periode van bezinning uiterlijk 15 september naar de Kamer te sturen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Middendorp, Bruins Slot, Van Engelshoven en Gijs van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 106 (27859).
Mevrouw Özütok (GroenLinks):
Voorzitter. De ontwikkeling van het ICT-project operatie Basisregistratie Personen zoals die door de jaren heen is gegaan, is heel erg teleurstellend. Ook wij willen lering trekken uit hoe het is gegaan en naar de toekomst kijken. Vandaar dat ik een motie heb gemaakt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat grote fouten zijn gemaakt in de operatie Basisregistratie Personen (OBRP) en de overheid als een gevolg hiervan miljoenen euro's heeft verloren;
overwegende dat duidelijkheid moet worden verkregen over de gebeurtenissen, beslissingen en overwegingen die hieraan ten grondslag liggen;
verzoekt de regering, de Kamer uiterlijk september dit jaar een uitgebreid en helder feitenrelaas te verstrekken waarin ten minste helder uiteen wordt gezet wie op welk moment over welke informatie over de voortgang van het project BRP beschikte, wanneer duidelijk was dat planning niet werd gehaald en het budget werd overschreden, wanneer bleek dat eerdere informatie niet juist was en wat de oorzaak van dit alles was,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Özütok, Van Raak, Van Engelshoven en Bruins Slot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 107 (27859).
Mevrouw Van Engelshoven (D66):
Voorzitter. De Kamer heeft gisteren in het AO over de Basisregistratie Personen een buitengewoon verstrekkend en teleurstellend besluit moeten nemen: stop de Operatie BRP. De minister heeft toegezegd — dat wordt vandaag in een motie van deze Kamer bevestigd — om voor 15 september een brief te sturen over hoe dat stoppen precies vorm moet krijgen en hoe we nu verder gaan. Ondertussen is er wel bijna 100 miljoen euro uitgegeven aan dit project. Om die uitgaven niet verloren te laten gaan, hebben wij gevraagd om alle broncodes en software, als het even kan, openbaar te maken, zodat daar publiek op verder kan worden gebouwd en ook van kan worden geleerd. Het ontwikkelen van dit soort projecten moet in de toekomst echt anders. Wellicht biedt meer "open source"-ontwikkeling daartoe een opening. Ik ben blij dat de minister dat gisteren heeft toegezegd.
Ook D66 vindt het belangrijk dat we kunnen leren van wat zich de afgelopen jaren rondom dit project heeft afgespeeld. Om die reden heb ik ook van harte de motie medeondertekend om het feitenrelaas op tafel te krijgen.
Ondertussen loopt ook nog het project eID. Ook daar zijn wij niet helemaal gerust op. Het wekte enigszins mijn argwaan dat er vanmiddag, de dag na het algemeen overleg, opeens een rapport daarover kwam. Om die reden ondersteun ik van harte de motie om ook daarover nadere informatie te krijgen.
Mevrouw Bruins Slot (CDA):
Voorzitter. Gisteren hebben we inderdaad gesproken over de BRP en dat is teleurstellend geëindigd, hoewel we wel de heldere beslissing hebben genomen om het te beëindigen. Het is wel van belang om ook de financiële en juridische consequenties inzichtelijk te hebben zodat, zoals mevrouw Özütok ook al aangaf, er een helder feitenrelaas ligt en wij weten wat wanneer gebeurd is, zodat wij die duidelijkheid krijgen.
Daarnaast hebben wij ook gesproken over een ander ICT-project, het eID. Dat is een project waarin de minister een grote koerswijziging heeft aangekondigd. Daarbij zijn echter de financiële gevolgen niet inzichtelijk voor de Kamer: wat zijn de kosten en de baten voor de overheid? Het CDA vindt het samen met de VVD en D66 van belang om dat eerst inzichtelijk te hebben voordat wij ons een beeld kunnen vormen of dit een wenselijke koerswijziging is. Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering voorrang geeft aan de ontwikkeling van publieke eID-middelen onder de naam DigiD op hogere betrouwbaarheidsniveaus boven de ontwikkeling van marktalternatieven;
overwegende dat de raming van kosten en baten in de "Business Case Inloggen in het BSN-domein" daarmee wellicht niet meer actueel is en dat dit mogelijk ook een andere verdeling van financiële risico's tussen overheid en private partijen meebrengt;
overwegende dat inzicht in kosten en baten en in de verdeling van kosten en baten tussen Rijk en private partijen voor de Kamer noodzakelijk is om het voorgestelde beleid te kunnen beoordelen;
verzoekt de regering, een raming van kosten en baten op te stellen op basis van de voorgestelde beleidswijziging, met de beoogde verdeling tussen Rijk en private partijen, en de Kamer daarover vóór 1 maart 2018 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bruins Slot, Middendorp en Van Engelshoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 108 (27859).
Mevrouw Bruins Slot (CDA):
Misschien vraagt iemand zich nog af om hoeveel geld het hier ongeveer gaat met de eID. Tot 2027 staat er nu op de balans dat er in totaal meer dan 600 miljoen aan kosten zijn. Daarom is het ook van belang om daar duidelijkheid over te krijgen.
De heer Martin Bosma (PVV):
Voorzitter. Ik heb geen motie. Eigenlijk zou er maar één motie op z'n plaats zijn — ik zeg "eigenlijk"— en dat is een motie van wantrouwen. Ik ben inmiddels meer dan tien jaar lid van de Tweede Kamer en ik heb nog nooit een rampdossier mogen meemaken als waar wij gisteren over hebben gesproken, namelijk het hele gebeuren rondom de bevolkingsregistratie. Er is 100 miljoen verdwenen. Het project is al in 2001 gestart. In 2013 kregen we een brief van de minister waarin het woord "heroverwegen" ineens naar voren kwam. Er was een beetje extra geld nodig en een beetje extra tijd. Het is een zeer belangrijk traject. Alle burgers hebben ermee te maken. Het is zo belangrijk dat het zelfs in het regeerakkoord kwam. We hebben brieven gekregen; in 2015 werd ons verteld dat er resultaten waren binnen het budget in 2016 en dat het volgens planning verliep. De Kamer is op het verkeerde been gezet. We kregen te horen dat alles koek en ei was en in 2017, eigenlijk een paar weken geleden, krijgen we ineens een vernietigend rapport: de kosten konden oplopen tot een kwart miljard en het zou wel eens tot 2023 kunnen duren. Totale wanorde en een totale chaos.
Toen deze minister aantrad in 2013, kreeg hij te horen dat dit een hoofdpijndossier was. Hij heeft toen niet de maatregelen genomen die hij had moeten nemen. Hij had er bovenop moeten zitten met zijn ambtenaren. In plaats daarvan is het een project geweest door externen. Het is buiten de deur uitgevoerd en het is gecontroleerd door externen. Die externen hebben vooral één ding heel goed gedaan en dat is heel goed declareren. Er zijn mensen schathemeltje rijk geworden en die zitten nu in Monaco of op de Seychellen of wat dan ook. Die zitten vanavond weer aan de champagne. Zij zijn volledig overklast door de ambtenaren op Binnenlandse Zaken. Dat is een enorm schandaal. Dit is ongelooflijk uit de klauwen gelopen. Sommige mensen lachen zich suf, maar de Nederlandse belastingbetaler viert geen feest. Dit heeft vooralsnog 100 miljoen gekost, maar er zijn nog heel veel contracten en er moet heel veel onderhandeld worden. En ik weet precies hoe het werkt: in heel veel van die contracten staan allemaal clausules. Dit gaat in de toekomst nog heel veel geld kosten. Dit is een enorme schande!
De heer Van Raak (SP):
Voorzitter. Ik ben het met de vorige spreker eens: als we dit debat eerder hadden gevoerd, had er een motie van wantrouwen boven de markt gehangen. Want wat er is gebeurd, is echt ongekend. Er komt geen Basisregistratie Personen. Er is wel 100 miljoen euro stukgeslagen. En dure externen, managers, adviseurs, consultants hebben zich verrijkt aan dit project. We gaan nu nadenken. Maar ik vind vooral dat de overheid zich niet voortdurend voor de gek moet laten houden door dure externen die maar declareren zonder te leveren. Daar moeten we echt iets van leren. Het is niet zo dat ambtenaren niets kunnen en consultants alles. Dit soort projecten laat zien dat het eerder andersom is.
Is dat geld nou verdwenen? Het lijkt erop de er in de aanbesteding geen rekening mee is gehouden dat het project kon mislukken, terwijl bijna elk project van deze omvang mislukt. Is de minister bereid om eens naar die aanbestedingen te kijken? En dat geld, wat is dat duur geld! Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Basisregistratie Personen (BRP) een fiasco is geworden, waarbij tientallen miljoenen euro belastinggeld zijn verspild;
constaterende dat externe managers, adviseurs en consultants tientallen miljoenen euro aan dit project hebben verdiend;
verzoekt de regering, in de komende bezinningsperiode ook te bekijken of en hoe (een deel van) dit geld kan worden teruggehaald,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raak, Özütok en Gijs van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 109 (27859).
Ik zie aan de minister dat hij direct kan ingaan op de moties. Het woord is aan de minister.
Termijn antwoord
Minister Plasterk:
Voorzitter. Ik beperk me inderdaad tot het advies over de ingediende moties.
De eerste motie, op stuk nr. 106, is van de heer Middendorp. Ik laat het oordeel daarover aan de Kamer. Ik heb gisteren al gezegd dat het mijn conclusie is om de periode van bezinning te gebruiken om te onderzoeken hoe er op een ordentelijke manier gestopt zal worden met de BRP, en dat de Kamer daarover zal worden gerapporteerd op 15 september van dit jaar. Zo werd dat ook door de andere indieners zojuist nog benadrukt, bijvoorbeeld door mevrouw Van Engelshoven. Ik beschouw deze motie als een onderstreping van die conclusie. Ik laat het oordeel erover dus aan de Kamer.
In de motie op stuk nr. 107 wordt gevraagd om een feitenrelaas. Ik heb de toezeggingen die gisteren tijdens het AO zijn genoteerd hier bij me. Om precies te zijn gaat het hierbij om toezegging nummer 2b. Nou goed, met deze motie wordt dat nog een keer onderstreept. Dit was dus al toegezegd, maar er is geen reden om bezwaar te hebben tegen de motie.
Naar aanleiding van de motie op stuk nr. 108, van mevrouw Bruins Slot, wil ik nog eens herhalen wat ik gisteren ook heb gezegd. Voor het exact in beeld brengen van het kostenplaatje moet idealiter de marktconsultatie zijn afgerond. Deze motie zet daar wat tijdsdruk op en bindt het kabinet eraan om, mocht die nog niet zijn afgerond, op een andere manier naar vermogen dat kostenplaatje in beeld te brengen. Dat lijkt me een redelijke vraag, dus ik laat het oordeel over de motie aan de Kamer.
Ik kom ten slotte op de motie op stuk nr. 109. Daarin gaat het om een inspanningsverplichting die ik gisteren al op me heb genomen. Ik wil wel iets doen aan het management van de verwachtingen voor wat betreft dat terughalen van het geld. Dat heb ik gisteren ook gezegd. Maar het is op zichzelf de moeite waard om te bekijken of daar nog mogelijkheden voor bestaan. Ik laat het oordeel over deze motie dus aan de Kamer.
De voorzitter:
Dank u wel.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zullen we vanavond stemmen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Wijkverpleging
Wijkverpleging
Aan de orde is het VAO Wijkverpleging (AO d.d. 05/07).
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heet de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van harte welkom. Ik geef het woord aan mevrouw Marijnissen namens de SP.
Mevrouw Marijnissen (SP):
Voorzitter. Ik wil graag de volgende motie indienen. De achtergrond daarvan is dat wij in het AO gesproken hebben over de onwenselijke situatie die zou kunnen ontstaan op het moment dat er een onderschrijding is op het budget voor de wijkverpleging maar we toch patiëntenstops en daaruit voortvloeiende wachtlijsten zien. Dat leidt tot de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende de berichten uit het land dat wijkverpleging onvoldoende wordt gecontracteerd;
overwegende de wachtlijsten en de groeiende druk op ziekenhuiszorg, waaronder op de spoedeisende eerste hulp;
van mening dat wijkverpleging een sleutelrol speelt in de zorg dicht bij mensen;
verzoekt de regering, in overleg met de NZa regie te voeren en daardoor te bewerkstelligen dat er voldoende wijkverpleging wordt ingekocht door zorgverzekeraars binnen de budgetten, zodat wachtlijsten en patiëntenstops voorkomen gaan worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Marijnissen, Bergkamp, Ellemeet en Keijzer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 838 (29689).
Mevrouw Sazias (50PLUS):
Voorzitter. 50PLUS vindt het belangrijk dat de inkoop en contractering eerlijk gaan en voor goede tarieven, zodat we geen risico lopen op het omvallen van zorginstellingen. Vandaar dat we de volgende motie indienen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat onder meer uit de situatie bij BrabantZorg gebleken is dat zorgverzekeraars een onbetaalde doorleverplicht in combinatie met een budgetplafond stellen voor zorgaanbieders die wijkverpleging leveren;
constaterende dat het budgetplafond van BrabantZorg door een bepaalde zorgverzekeraar is verlaagd toen zij een onbetaalde doorleverplicht weigerden, wat op te vatten is als sanctie;
overwegende dat een onbetaalde doorleverplicht met budgetplafond de gezonde bedrijfsvoering van zorgorganisaties in gevaar kan brengen, en daarmee de continuïteit én de kwaliteit van zorg;
overwegende dat ook de contractueel vastgelegde tarieven wijkverpleging lang niet altijd kostendekkend zijn;
overwegende dat een doorleverplicht in juridische zin moet voldoen aan "precontractuele redelijkheid en billijkheid", wat van extra gewicht zou moeten zijn voor de situatie van zorgaanbieders omdat zij een belangrijke maatschappelijke taak uitvoeren;
verzoekt de regering, inzicht te geven welke zorgverzekeraars de onbetaalde doorleverplicht in combinatie met het budgetplafond in hun voorwaarden hebben opgenomen, de juridische en maatschappelijke aspecten hiervan te inventariseren en daarbij te bezien hoe de toepassing tot een op alle vlakken aanvaardbaar niveau kan worden teruggebracht,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Sazias. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 839 (29689).
Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Voorzitter. Ik dien de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er sprake is van personeelskrapte binnen de verpleegzorg, waaronder de wijkverpleging;
van mening dat eHealth nog onvoldoende verankerd is in de praktijk;
van mening dat de ontwikkeling en invoering van eHealth belangrijk is voor een toekomstbestendige wijkverpleging;
verzoekt de regering om in de doorontwikkeling van eHealth in samenspraak met V&VN de beroepsgroep en de zorgopleiding actief te betrekken en te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ellemeet en Bergkamp. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 840 (29689).
De laatste motie wordt nog gekopieerd, maar ik neem aan dat de staatssecretaris gelijk kan antwoorden. Het woord is aan de staatssecretaris.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Van Rijn:
Voorzitter. We hebben in het debat heel veel aandacht besteed aan de vraag hoe we met elkaar waarborgen dat het koopproces van zorgverzekeraars en zorgaanbieders zodanig verloopt dat er binnen de budgetten voldoende wordt gecontracteerd. Ik heb verteld dat de Nederlandse Zorgautoriteit zich activistisch zal opstellen, zodat de zorginkoop ook plaatsvindt. Deze motie geeft weer wat ik in het debat heb vermeld. Op één punt gaat de motie wat mij betreft te ver. De regering moet bewerkstelligen dat er voldoende wordt ingekocht "zodat wachtlijsten en patiëntenstops voorkomen worden". Patiëntenstops kunnen soms niet voorkomen worden, omdat er bij de ene aanbieder een budgetplafond is, terwijl er bij de andere aanbieder wel voldoende ruimte is. Ik denk bovendien dat wij in het debat voldoende hebben gewisseld dat wij het eens zijn dat er voldoende wijkverpleging wordt ingekocht en dat wij met de Zorgautoriteit afspraken hebben gemaakt, met name rondom casemanagement dementie, inclusief aanvullende transparantieafspraken. Deze motie geeft aan de ene kant precies weer wat we hebben gezegd, maar aan de andere kant wordt er iets aan de regering gevraagd wat wij niet kunnen garanderen. Om die reden ontraad ik de motie. Dan gaat het niet om de strekking maar om de inhoud.
In de motie op stuk nr. 839 wordt de regering gevraagd om inzicht te geven in de doorleverplicht. In de motie staat een aantal uitspraken over de manier waarop de contractering in elkaar steekt, met budgetplafonds. Ook staat er eigenlijk wiens schuld het is. Dat lijkt mij niet goed. In het debat is gewisseld dat er contractafspraken zijn tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders en dat soms de vraag wat te doen bij budgetoverschrijding en budgetplafonds onderdeel van die contractafspraken is. Dat kan ertoe leiden dat er vervolgens afspraken moeten worden gemaakt over de consequenties van het contract. Met deze motie wordt hetzij de ene, hetzij de andere partij op voorhand bevoordeeld in het contracteringsproces. Om die reden ontraad ik de motie.
In de motie op stuk nr. 840 vraagt mevrouw Ellemeet de regering om de beroepsgroep en de zorgopleiding actief te betrekken bij en te informeren over de doorontwikkeling van e-health. Ik acht deze motie ondersteuning van beleid en laat het oordeel aan de Kamer.
Mevrouw Marijnissen (SP):
Onder de noemer "beter laat dan nooit", kom ik even terug op de eerste motie. We hebben even de koppen bij elkaar gestoken. Ik denk dat er misschien verschil van inzicht is wat de interpretatie betreft. We hebben in de laatste alinea het woordje "daardoor" opgenomen: "verzoekt de regering, door in overleg met de NZa de regie te voeren en daardoor" de patiëntenstops eindelijk te kunnen voorkomen. We dachten dat we misschien het woordje "onnodig" kunnen toevoegen om tegemoet te komen aan de opmerking van de staatssecretaris. Dan wordt het: "onnodige wachtlijsten en patiëntenstops voorkomen worden".
Staatssecretaris Van Rijn:
Dan heb ik toch een opmerking bij de motie. De regering wordt gevraagd "regie te voeren en daardoor te bewerkstelligen dat". We hebben in de wet geregeld dat zorg wordt ingekocht door de zorgverzekeraars. We stellen daartoe zelfs budget ter beschikking. De Zorgautoriteit is toezichthouder. Het lijkt erop dat je hiermee een ander soort rolverdeling wilt bewerkstelligen, namelijk een waarin wij de regie voeren in overleg met de NZa, die een zelfstandige bevoegdheid heeft, en waarin wij in de wet hebben geregeld dat er een zorgplicht is en dat er voldoende budgetten zouden moeten zijn. Ik begrijp de zoektocht. Wij willen allemaal dat er voldoende zorg wordt ingekocht en dat dit tegen prijzen plaatsvindt waarvoor die zorg ook geleverd kan worden. We hebben dat ook gewisseld in het gesprek. Ik weet dus niet zeker wat deze motie toevoegt, behalve dat wij dan de regie gaan overnemen die eigenlijk bij de zorgverzekeraars hoort, terwijl de Zorgautoriteit daarop moet toezien. Ik heb dus toch een beetje aarzelingen bij deze motie.
De voorzitter:
Wilt u iets vragen over uw motie, mevrouw Sazias?
Mevrouw Sazias (50PLUS):
We vragen ons af in hoeverre de budgetplafonds als onderhandelingstool worden gebruikt. Wij vragen dus alleen om een inventarisatie en we willen weten of dat juridisch en maatschappelijk verantwoord is. We vragen niet meteen om een verandering van het beleid, maar we willen toch graag weten of en in welke mate de budgetplafonds als onderhandelingstool gebruikt worden en misschien ook zelfs wel misbruikt worden. Ik zou de staatssecretaris toch willen vragen of hij zijn hand over zijn hart zou willen strijken.
Staatssecretaris Van Rijn:
We hebben hierover in het debat natuurlijk al van gedachten gewisseld. Ik heb daarin ook toegezegd dat wij in beeld zullen brengen hoe vaak het voorkomt dat er ongecontracteerd wordt doorgeleverd. We zullen dat ook meegeven aan de Nederlandse Zorgautoriteit, zodat die dat kan gaan bekijken. Die toezegging heb ik eigenlijk al gedaan. In de voortgangsrapportage heb ik al het nodige gezegd over de mate waarin dit voorkomt en wat we ervan vinden. Ik denk dat we het vervolgens aan de partijen moeten overlaten om daar afspraken over te maken. Ik herhaal dus nogmaals mijn toezegging dat we in de voortgangsrapportage zichtbaar zullen maken in welke mate er budgetsplafonds zijn overschreden en in welke mate er onbetaalde doorlevering plaatsvindt. Die toezegging heb ik al gedaan.
De voorzitter:
Ik zie u bij de interruptiemicrofoon staan, mevrouw Ellemeet, maar de staatssecretaris heeft gezegd dat hij het oordeel over uw motie aan de Kamer laat.
Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Dat is ook heel fijn, voorzitter, maar ik had nog een vraag over de eerste motie.
De voorzitter:
Mevrouw Marijnissen is de eerste indiener daarvan. Zij heeft al een vraag gesteld. U mag een aanvullende vraag stellen, mevrouw Marijnissen, maar dan houdt het op, want anders gaat iedereen van wie de naam onder de motie staat interrumperen.
Mevrouw Marijnissen (SP):
Excuses. Ik kom even terug op de reactie van de staatssecretaris op onze interruptie. Ik denk dat het vergelijkbaar is met het verhaal dat speelde rondom het casemanagement dementie. Ik vind het heel erg mooi dat we daarbij nog een zeer lovenswaardige activistische opstelling van de staatssecretaris hebben mogen meemaken. Het is vooral de bedoeling dat hij die rol in dit dossier ook op zich neemt. Ik ben wel van mening dat we de Kamer wel heel erg — ik wilde zeggen "buitenspel", maar dat is het nu ook weer niet — langs de zijlijn zetten als we de redenering van de staatssecretaris letterlijk zouden volgen. Het is nu immers niet aan ons om een opdracht aan de NZa te geven. Dat wordt wel lastig. We staan hier tegenover elkaar. In de motie hebben we juist benadrukt dat dit in overleg met de NZa moet gebeuren en daarbij zouden we dan ook graag die activistische houding willen zien.
Staatssecretaris Van Rijn:
Als we elkaar langer hadden kunnen ontmoeten in het debat, had u die activistische houding van mij misschien herkend. Dat zou kunnen. U kunt bij de wijkverpleging net als bij de dementiezorg rekenen op een activistische houding van mij en van de Zorgautoriteit. In het debat heb ik ook aangegeven dat er een zorgplicht is, dat er voldoende budget is en dat de Nederlandse Zorgautoriteit een activistische houding heeft en dat ik daarover rapporteer aan de Kamer. Volgens mij heeft de Kamer dan voldoende instrumenten om dat te doen. Laten we geen discussie voeren over de vraag wie precies welke regie voert. Ik heb deze toezegging gedaan. Het lijkt me goed om die te handhaven en te onderstrepen, ook met een activistische houding van de staatssecretaris, wie dat dan ook is. Om die reden blijf ik bij mijn oordeel.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Daarmee is een einde gekomen aan dit laatste VAO. We gaan over een uur stemmen.
De vergadering wordt van 18.34 uur tot 19.43 uur geschorst.
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
De voorzitter:
We gaan stemmen, maar voordat we dat gaan doen, geef ik eerst het woord aan mevrouw Ellemeet.
Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Voorzitter. Het is wat laat, maar nu mijn motie op stuk nr. 10 (34725-XVI) over onderzoek naar de zorgtoeslag vandaag is aangenomen, zou ik graag een brief ontvangen van de regering waarin zij uitlegt hoe zij deze motie gaat uitvoeren.
De voorzitter:
Ik stel voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.
De heer Van Raak.
De heer Van Raak (SP):
Voorzitter. Van de motie op stuk nr. 109 (27859) wil ik de tweede constatering schrappen.
De voorzitter:
De motie-Van Raak c.s. (27859, nr. 109) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Basisregistratie Personen (BRP) een fiasco is geworden, waarbij tientallen miljoenen euro belastinggeld zijn verspild;
verzoekt de regering in de komende bezinningsperiode ook te bekijken of en hoe (een deel van) dit geld kan worden teruggehaald,
en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 110, was nr. 109 (27859).
Stemmingen
Stemmingen
Stemmingen moties Voorjaarsnota 2017
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de Voorjaarsnota,
te weten:
- de motie-Omtzigt over uitgaven voor de politie onder de onderzoeksmogelijkheden van de Algemene Rekenkamer brengen (34730, nr. 4);
- de motie-Nijboer/Snels over maatregelen voor een evenwichtige inkomensontwikkeling (34730, nr. 5);
- de motie-Nijboer/Snels over een toereikende financiële oplossing op Prinsjesdag voor culturele instellingen en gezelschappen (34730, nr. 6);
- de motie-Snels/Nijboer over afzien van de voorgenomen daling van het onderwijsachterstandenbudget (34730, nr. 7);
- de motie-Leijten/Jasper van Dijk over aanvullend budget voor het begeleiden van kwetsbare leerlingen naar werk (34730, nr. 8);
- de motie-Van Rooijen over structurele adequate financiering van gemeentelijke taken op het terrein van werk en inkomen (34730, nr. 9);
- de motie-Azarkan over loonsverhoging in Nederland bewerkstelligen (34730, nr. 10);
- de motie-Azarkan over koopkrachtgroei voor werkenden en uitkeringsgerechtigden (34730, nr. 11);
- de motie-Azarkan over een analyse van de koopkrachtramingen in de Voorjaarsnota (34730, nr. 12).
(Zie vergadering van 5 juli 2017.)
In stemming komt de motie-Omtzigt (34730, nr. 4).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Nijboer/Snels (34730, nr. 5).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Nijboer/Snels (34730, nr. 6).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Snels/Nijboer (34730, nr. 7).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Leijten/Jasper van Dijk (34730, nr. 8).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Rooijen (34730, nr. 9).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Azarkan (34730, nr. 10).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Azarkan (34730, nr. 11).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Azarkan (34730, nr. 12).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen in verband met Voorjaarsnota 2017
Aan de orde is de stemming over de Voorjaarsnota 2017.
(Zie vergadering van 5 juli 2017.)
De voorzitter:
Ik stel voor, het Kamerstuk 34730, hoofdstuk I t/m V, VII, IX, X, XII, XIII, XVII en XVIII en de fondsen A t/m C en J zonder stemming aan te nemen.
Daartoe wordt besloten.
Stemmingen Wijziging begrotingsstaten ministerie van Veiligheid en Justitie 2017
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2017 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (34730-VI).
(Zie vergadering van 5 juli 2017.)
In stemming komt het amendement-Van Raak/Leijten (stuk nr. 5).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, 50PLUS, de PVV en FvD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Azarkan (stuk nr. 6).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fractie van DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Kuiken/Van Nispen (stuk nr. 4, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 4 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Azarkan (stuk nr. 7).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fractie van DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het wetsvoorstel.
De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.
Stemmingen Wijziging begrotingsstaten ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2017
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2017 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (34730-VIII).
(Zie vergadering van 5 juli 2017.)
In stemming komt het amendement-Kwint/Leijten (stuk nr. 4).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Kwint/Leijten (stuk nr. 5).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP en de PvdD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Öztürk (stuk nr. 6).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Öztürk (stuk nr. 7).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het wetsvoorstel.
De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.
Stemmingen Wijziging begrotingsstaten ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2017
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2017 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (34730-XV).
(Zie vergadering van 5 juli 2017.)
In stemming komt het amendement-Van Rooijen (stuk nr. 5).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en FvD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Jasper van Dijk/Leijten (stuk nr. 6).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, 50PLUS en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Van Rooijen (stuk nr. 3).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, 50PLUS en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Jasper van Dijk c.s. (stuk nr. 8).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK en 50PLUS voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het wetsvoorstel.
De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.
Stemmingen Wijziging begrotingsstaten ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2017
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2017 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (34730-XVI).
(Zie vergadering van 5 juli 2017.)
In stemming komt het amendement-Futselaar/Leijten (stuk nr. 4).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Van Toorenburg c.s. (stuk nr. 5, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat dit amendement met algemene stemmen is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 5 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van de amendementen-Van Toorenburg c.s. (, I en II).
De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.
Stemming brief vaste commissie voor Financiën inzake decharge jaarverslagen
Aan de orde is de stemming in verband met de brief van de vaste commissie voor Financiën inzake de decharge van de jaarverslagen voor het gevoerde financieel beheer door de ministers in het jaar 2016 (34725, nr. 27).
De voorzitter:
Ik stel voor, de slotwetten over het jaar 2016 (Kamerstukken 34725, hoofdstuk I t/m VIII, IX, X, XII, XIII, XV t/m XVIII en de fondsen A t/m C en J) zonder stemming aan te nemen en conform het voorstel van de vaste commissie voor Financiën te besluiten en de desbetreffende ministers, met inachtneming van de diverse toezeggingen ter verbetering van het financieel beheer, decharge te verlenen voor het gevoerde beleid.
Daartoe wordt besloten.
Stemmingen moties Media
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Media,
te weten:
- de motie-Ellemeet/Yeşilgöz-Zegerius over onderzoek naar de staat van de Nederlandse onderzoeksjournalistiek (32827, nr. 105);
- de motie-Ellemeet/Yeşilgöz-Zegerius over inzicht in middelen van de publieke omroep voor onderzoeksjournalistiek (32827, nr. 106);
- de motie-Paternotte/Ellemeet over het principe van non-commercialiteit in het toetsingskader voor onlinereclame (32827, nr. 107);
- de motie-Paternotte/Van der Molen over benoemingsprocedures voor het Commissariaat voor de Media onafhankelijk van politieke bemoeienis (32827, nr. 108);
- de motie-Öztürk/Baudet over een onafhankelijke commissie voor toezicht op benoemingen bij de (semi)overheid (32827, nr. 109);
- de motie-Öztürk over een subsidietraject voor lokale berichtgeving (32827, nr. 110);
- de motie-Öztürk over in gesprek gaan over negatieve beeldvorming over moslims (32827, nr. 111);
- de motie-Kwint over het gratis beschikbaar stellen van NPO-producties (32827, nr. 112);
- de motie-Van der Molen/Paternotte over de NPO in de raad van toezicht van de Ster (32827, nr. 113).
(Zie vergadering van heden.)
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Paternotte stel ik voor, zijn motie (32827, nr. 108) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
In stemming komt de motie-Ellemeet/Yeşilgöz-Zegerius (32827, nr. 105).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Ellemeet/Yeşilgöz-Zegerius (32827, nr. 106).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, de PvdD, DENK, de VVD en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Paternotte/Ellemeet (32827, nr. 107).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Öztürk/Baudet (32827, nr. 109).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Öztürk (32827, nr. 110).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Öztürk (32827, nr. 111).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fractie van DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Kwint (32827, nr. 112).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Molen/Paternotte (32827, nr. 113).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, D66 en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Personeel Defensie
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Personeel Defensie,
te weten:
- de motie-Popken over een regeling voor functioneel leeftijdsontslag voor DBBO-defensiepersoneel (34550-X, nr. 101);
- de motie-Belhaj over een bemiddelaar in het cao-conflict tussen Defensie en de centrales van het overheidspersoneel (34550-X, nr. 103);
- de motie-Karabulut over uitvoering van de aanbevelingen van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid over het schietincident in Ossendrecht (34550-X, nr. 104);
- de motie-Karabulut over 100% compensatie van het AOW-gat voor oud-Defensiemedewerkers en oud-burgermedewerkers (34550-X, nr. 105).
(Zie vergadering van heden.)
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Belhaj stel ik voor, haar motie (34550-X, nr. 103) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
In stemming komt de motie-Popken (34550-X, nr. 101).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Karabulut (34550-X, nr. 104).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Karabulut (34550-X, nr. 105).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Vervanging onderzeeboten
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Vervanging onderzeeboten,
te weten:
- de motie-Karabulut over onderzoek naar afschaffing of inperking van de onderzeebootcapaciteit (34225, nr. 18);
- de motie-Karabulut over duidelijkheid over de kosten van verschillende varianten van nieuwe onderzeeërs (34225, nr. 19);
- de motie-Diks over inzicht in de integrale afweging van nut en noodzaak van de onderzeebootcapaciteit (34225, nr. 20);
- de motie-Diks over onderzoek naar een andere invulling van de functionaliteiten van de onderzeebootcapaciteit (34225, nr. 21).
(Zie vergadering van heden.)
In stemming komt de motie-Karabulut (34225, nr. 18).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Karabulut (34225, nr. 19).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Diks (34225, nr. 20).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Diks (34225, nr. 21).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Plannen voor een Europese defensie
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de plannen voor een Europese Defensie,
te weten:
- de motie-Popken over verwerping van EU-defensieplannen (21501-28, nr. 159);
- de motie-Popken over grenzen sluiten voor asielzoekers en immigranten uit islamitische landen (21501-28, nr. 160);
- de motie-Diks over het in EU-verband samenbrengen van militaire expertise op het gebied van cybersecurity (21501-28, nr. 161).
(Zie vergadering van heden.)
In stemming komt de motie-Popken (21501-28, nr. 159).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Popken (21501-28, nr. 160).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fractie van de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Diks (21501-28, nr. 161).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en D66 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Zwangerschap en geboorte
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Zwangerschap en geboorte,
te weten:
- de motie-Kooiman/Arissen over een aanzet tot het afschaffen van de eigen bijdrage kraamzorg voor 2018 (32279, nr. 110);
- de motie-Kooiman/Ellemeet over een meldpunt inrichten bij Zorginstituut Nederland (32279, nr. 111);
- de motie-Arissen c.s. over de voorgenomen beleidsregel integrale bekostiging voor de geboortezorg intrekken (32279, nr. 112);
- de motie-Agema/Gerbrands over afschaffen van de eigen bijdrage voor de poliklinische bevalling zonder medische indicatie (32279, nr. 113);
- de motie-Ellemeet/Kooiman over de keuzevrijheid van zwangere vrouwen voor geboortezorg (32279, nr. 115);
- de motie-Ellemeet over informatievoorziening over de keuzemogelijkheden bij een abortus vergroten (32279, nr. 116).
(Zie vergadering van heden.)
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Ellemeet stel ik voor, haar motie (32279, nr. 115) aan te houden. Op verzoek van mevrouw Kooiman stel ik voor, haar motie (32279, nr. 111) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Voorzitter, ik houd ook mijn motie op stuk nr. 114 aan.
De voorzitter:
Die is al aangehouden.
In stemming komt de motie-Kooiman/Arissen (32279, nr. 110).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Arissen c.s. (32279, nr. 112).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Agema/Gerbrands (32279, nr. 113).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, 50PLUS en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Ellemeet (32279, nr. 116).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemming motie Fokuswonen
Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het VAO Fokuswonen,
te weten:
- de motie-Agema over geen "als-danagressie" in de zorg (34104, nr. 186).
(Zie vergadering van heden.)
De voorzitter:
De motie-Agema (34104, nr. 186) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Fokuswonen een breed gedragen en alom gewaardeerd zorgconcept is, waardoor mensen met (soms zeer omvangrijke) beperkingen zelfstandig kunnen wonen;
van mening dat je een enkele keer een medewerker moet kunnen weigeren, zonder dat je bang hoeft te zijn als sanctie urenlang geen hulp te krijgen of dat dat daadwerkelijk gebeurt;
spreekt uit dat "als-danagressie" (als jij iemand weigert, krijg jij urenlang geen zorg) niet thuishoort in de zorg,
en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 187, was nr. 186 (34104).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Agema (34104, nr. 187, was nr. 186).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.
Stemmingen moties ERTMS/Spoorveiligheid
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO ERTMS/Spoorveiligheid,
te weten:
- de motie-Jetten/Kröger over verlaging van de maximumsnelheid van goederentreinen op een aantal locaties (33652, nr. 55);
- de motie-Kröger/Jetten over een zo groot mogelijk aandeel gevaarlijke stoffen vervoeren via de Betuweroute (33652, nr. 57).
(Zie vergadering van heden.)
In stemming komt de motie-Jetten/Kröger (33652, nr. 55).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Kröger/Jetten (33652, nr. 57).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Ontwerpbesluit vergoeding gebruik hoofdspoorweginfrastructuur
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VSO Ontwerpbesluit vergoeding gebruik hoofdspoorweginfrastructuur,
te weten:
- de motie-Middendorp/Jetten over verankering van behoud van een gelijk speelveld in het ontwerpbesluit (29984, nr. 724);
- de motie-Middendorp/Jetten over een toets door Actal op de regeldruk van het ontwerpbesluit (29984, nr. 725).
(Zie vergadering van heden.)
De voorzitter:
De motie-Middendorp/Jetten (29984, nr. 725) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat met het ontwerpbesluit vergoeding gebruik spoorinfrastructuur aanvullende heffingen en regelingen worden ingevoerd;
van mening dat dubbele regelgeving en administratieve lasten voorkomen moeten worden en de concurrentiepositie van het Nederlandse spoor en de havens niet geschaad mag worden;
verzoekt de regering, het adviescollege regeldruk, Actal, een toets te laten uitvoeren op de regeldruk inclusief beleidsbesluiten en administratieve lasten van het ontwerpbesluit met extra aandacht voor de gevolgen van de concurrentiepositie van Nederlandse havens, en de Tweede Kamer over de uitkomsten van die toets te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 726, was nr. 725 (29984).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
In stemming komt de motie-Middendorp/Jetten (29984, nr. 724).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Middendorp/Jetten (29984, nr. 726, was nr. 725).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Emissie-eisen brom- en snorfietsen
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VSO emissie-eisen brom- en snorfietsen,
te weten:
- de motie-Remco Dijkstra over hervatten van het overleg met de brom- en snorfietsbranche (30175, nr. 252);
- de motie-Kröger over aanpassen van het aanbod aan de strengere emissienormen (30175, nr. 253).
(Zie vergadering van heden.)
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Remco Dijkstra stel ik voor, zijn motie (30175, nr. 252) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
In stemming komt de motie-Kröger (30175, nr. 253).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Voortgangsrapportage passend onderwijs
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Voortgangsrapportage passend onderwijs,
te weten:
- de gewijzigde motie-Van Meenen/Rog over in kaart brengen van de effecten van regionale verschillen in basisondersteuning (31497, nr. 256, was nr. 248);
- de motie-Westerveld/Kwint over een landelijke norm voor basisondersteuning (31497, nr. 249);
- de motie-Rog over het onafhankelijke toezicht op de samenwerkingsverbanden (31497, nr. 251);
- de motie-Bisschop/Rog over waarborgen dat het intern toezicht van samenwerkingsverbanden voldoet aan de wettelijke eisen (31497, nr. 253).
(Zie vergadering van heden.)
In stemming komt de gewijzigde motie-Van Meenen/Rog (31497, nr. 256, was nr. 248).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SP ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Westerveld/Kwint (31497, nr. 249).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Rog (31497, nr. 251).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bisschop/Rog (31497, nr. 253).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemming aangehouden motie Jaarverslag ministerie van Economische Zaken
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat Jaarverslag 2016 van het ministerie van Economische Zaken,
te weten:
- de gewijzigde motie-Ouwehand/Graus over maatregelen om het aantal stalbranden terug te dringen (34725-XIII, nr. 18, was nr. 14).
(Zie wetgevingsoverleg van 28 juni 2017.)
In stemming komt de gewijzigde motie-Ouwehand/Graus (34725-XIII, nr. 18, was nr. 14).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemming motie Eurogroep/Ecofinraad
Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het VAO Eurogroep/Ecofinraad,
te weten:
- de motie-Edgar Mulder/Tony van Dijck over niet instemmen met de volgende tranche van 8,5 miljard euro aan Griekenland (21501-07, nr. 1451).
(Zie vergadering van heden.)
In stemming komt de motie-Edgar Mulder/Tony van Dijck (21501-07, nr. 1451).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Basisregistratie Personen en Programma eID
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Basisregistratie Personen en Programma eID,
te weten:
- de motie-Middendorp c.s. over onderzoeken hoe de Operatie BRP op een ordentelijke wijze kan worden beëindigd (27859, nr. 106);
- de motie-Özütok c.s. over een uitgebreid en helder feitenrelaas (27859, nr. 107);
- de motie-Bruins Slot c.s. over een raming van kosten en baten op basis van de voorgestelde beleidswijziging (27859, nr. 108);
- de gewijzigde motie-Van Raak c.s. over ook bekijken of en hoe (een deel van) het geld kan worden teruggehaald (27859, nr. 110, was nr. 109).
(Zie vergadering van heden.)
In stemming komt de motie-Middendorp c.s. (27859, nr. 106).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Özütok c.s. (27859, nr. 107).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bruins Slot c.s. (27859, nr. 108).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Van Raak c.s. (27859, nr. 110, was nr. 109).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.
Stemmingen moties Wijkverpleging
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Wijkverpleging,
te weten:
- de motie-Marijnissen c.s. over in overleg met de Nza de regie voeren over de inkoop van wijkverpleging (29689, nr. 838);
- de motie-Sazias over inzicht welke zorgverzekeraars de onbetaalde doorleverplicht in combinatie met het budgetplafond in hun voorwaarden hebben opgenomen (29689, nr. 839);
- de motie-Ellemeet/Bergkamp over in de doorontwikkeling van eHealth de beroepsgroep en de zorgopleiding actief betrekken (29689, nr. 840).
(Zie vergadering van heden.)
In stemming komt de motie-Marijnissen c.s. (29689, nr. 838).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Sazias (29689, nr. 839).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, 50PLUS en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Ellemeet/Bergkamp (29689, nr. 840).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SP ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen brief van de vaste commissie voor Europese Zaken
Aan de orde is de stemming in verband met de brief van de vaste commissie voor Europese Zaken (34750, nr. 1).
De voorzitter:
Ik stel voor, conform het advies van de vaste commissie voor Europese Zaken te besluiten.
Daartoe wordt besloten.
Stemming aangehouden motie Rekenrente voor verplichtingen van verzekeraars
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de rekenrente voor verplichtingen van verzekeraars,
te weten:
- de nader gewijzigde motie-Van Rooijen over een actuarieel onderzoek naar de verschillen tussen de UFR voor pensioenfondsen en verzekeraars (32043, nr. 373, , was nr. 367).
(Zie vergadering van 8 juni 2017.)
In stemming komt de nader gewijzigde motie-Van Rooijen (32043, nr. 373, , was nr. 367).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen aangehouden moties Jaarverslag 2016 van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Aan de orde zijn de stemmingen over aangehouden moties, ingediend bij het debat Jaarverslag 2016 van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
te weten:
- de motie-Arissen over voortzetten van de financiering aan Stichting Q-support (34725-XVI, nr. 16);
- de motie-Arissen over een moratorium op de bouw en de uitbreiding van geitenstallen (34725-XVI, nr. 17);
- de motie-Arissen over de resultaten van het onderzoek naar een financiële compensatie voor Q-koortspatiënten (34725-XVI, nr. 18).
(Zie wetgevingsoverleg van 29 juni 2017.)
De voorzitter:
De motie-Arissen (34725-XVI, nr. 16) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Arissen en Kuiken. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 19, was nr. 16 (34725-XVI).
De motie-Arissen (34725-XVI, nr. 17) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Arissen en Kuiken. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 20, was nr. 17 (34725-XVI).
Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Arissen/Kuiken (34725-XVI, nr. 19, was nr. 16).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Arissen/Kuiken (34725-XVI, nr. 20, was nr. 17).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en 50PLUS voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Arissen (34725-XVI, nr. 18).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Daarmee zijn wij aan het eind gekomen van de stemmingen, en daarmee ook aan het eind van deze laatste vergadering. Maar u weet, het is een goede traditie dat de Voorzitter een paar woorden tegen u zegt. Blijf dus nog even zitten. Ik beloof dat ik het kort zal houden.
Beste collega's. Er wordt gezegd dat je 100 dagen nodig hebt om aan een nieuwe baan te wennen. Na die 100 dagen weet je wie je vrienden zijn, om wie je met een grote boog heen moet lopen, wat er nu eigenlijk van je wordt verwacht en waar je koffie kunt halen. In de Tweede Kamer is dat niet anders.
De nieuwe Kamer is vandaag precies 106 dagen op weg. De inwerkperiode is dus officieel voorbij. Dat betekent na het reces: niet meer over je spreektijd heen gaan, interrupties kort houden, spreken via de voorzitter, niet oproepen tot discussie in een stemverklaring en vooral niet van achter uit de bankjes schreeuwen naar je collega's. Ik noem geen namen, mijnheer Öztürk. Dit geldt overigens ook voor Kamerleden die hier al langer vertoeven, maar van wie het ook leek alsof ze nog in een inwerkperiode zaten.
Maar met het inwerken gaat het de goede kant op. De heer Baudet weet inmiddels dat we in het parlement Nederlands spreken. Hij weet ook dat je, zelfs al heb je honderd boeken geschreven, je toch moet inschrijven als je tijdens het debat iets wilt zeggen. Hij weet ook dat je moties op papier moet zetten als je ze indient en dat je als je de tovenaar uit The Lord of the Rings aanhaalt, kunt verwachten dat de heer Dijkhoff je er fijntjes op wijst dat het met die tovenaar niet zo goed is afgelopen.
De heer Van Raan weet dat T. List, van wie we iedere dinsdag een overzicht van de mondelinge vragen krijgen, geen geautomatiseerde mailinglist is maar een echt persoon: Taras List. Hij zit hier achter mij.
(Hilariteit)
De voorzitter:
Nu we het toch over namen hebben: we weten inmiddels dat Tjeenk Willink een achternaam is en dat zijn voornaam Herman is.
De heer Van Raan weet, en dat geldt ook voor de heer Kwint, dat Twitter losgaat als je geen jasje en/of geen sokken draagt. Overigens heb ik nog nooit zo veel e-mails gekregen na afloop van een debat. Die e-mails gingen niet alleen over het gebrek aan jasjes maar ook over blote armen, teenslippers en te laag uitgesneden decolletés. Ik geef het u maar mee.
Zelf heb ik ook het een en ander geleerd en heb ik moeten wennen aan alle nieuwe namen en gezichten. Ik weet nu dat ik bijvoorbeeld op tijd moet schorsen voor de lunch. Doe ik dat niet, dan loopt de heer Markuszower dwars door de zaal naar het Ledenrestaurant en komt hij terug met handenvol etenswaar. Hij denkt dat hij niet opvalt wanneer hij de boterkoeken de plenaire zaal binnensmokkelt, maar ik zie alles. Ik weet in welke la ze zitten.
Wat ik niet wist, is het antwoord op de vraag die de heer Jasper van Dijk gisteren stelde. Ik moest dat even opzoeken. Waar zit hij? Hij vroeg gisteren wat het record is van het aantal ingediende moties tijdens een VAO. Mijnheer Van Dijk, inmiddels heb ik het antwoord. Tijdens het VAO over risicoverevening en dure medicijnen in april 2011 zijn er 29 moties ingediend. Dat is dan ook weer opgehelderd. In totaal zijn er in deze Kamerperiode — de nieuwe Kamerleden zijn op 23 maart beëdigd; jullie zijn dus drie maanden aan het werk — 706 moties ingediend. Daar zitten er ook een paar bij van de SP. Maar de heer Van Dijk heeft gisteren een oproep gedaan aan de Kamer. Ik steun die oproep van harte. Hij zei: de kunst van het weglaten is een heel mooie.
We kunnen concluderen dat de meeste Kamerleden hun weg hebben gevonden. Dat hoorde ik ook terug tijdens de lunches die ik met nieuwe Kamerleden heb gehad. Natuurlijk is het jammer dat er met een wisseling altijd een stukje collectief geheugen verdwijnt, maar je krijgt er ook nieuwe energie en ideeën voor terug. Dat zie ik bij veel nieuwe Kamerleden. Het houdt de Kamer scherp. De heer Hiddema loopt hier in permanente verbazing rond. Hij vindt de Tweede Kamer een wonderlijke omgeving.
Parallel aan het inwerkprogramma ging het Kamerwerk gewoon door. Ondanks het controversieel verklaren van veel onderwerpen hebben we goede inhoudelijke debatten met elkaar gevoerd, waaronder ook over de kabinetsformatie. En er waren heel veel maidenspeeches, waarin bijna iedereen inging op zijn of haar persoonlijke overwegingen om volksvertegenwoordiger te worden. Dat vind ik altijd de mooiste speeches. Zeven van die maidenspeeches — dat is bijna 10% — werden gehouden in één debat. Dat debat ging over discriminatie en racisme in Nederland. Ik denk dat dat in onze parlementaire geschiedenis niet eerder is voorgekomen. We bleven maar schorsen! En hoewel er twee keer een poging werd gedaan om een debat over de plannen voor Europese defensie van het schema af te krijgen, heeft mevrouw Popken van de PVV vandaag toch haar maidenspeech gehouden.
Ook buiten de plenaire zaal gebeurden er mooie dingen. Persoonlijk vond ik de onthulling van de Gerrit Kasteinkamer een hoogtepunt, een klein kamertje op de tweede verdieping van Binnenhof 7, vernoemd naar verzetsman Gerrit Kastein. In de donkere dagen dat de Duitsers het Binnenhof bezetten, koos hij ervoor om uit het raam te springen om te voorkomen dat hij zijn kameraden zou verraden in de martelkamer. De onthulling van de Kasteinkamer was een initiatief van Menno de Bruyne. In Hart van Nederland zag ik 's avonds een interview met hem. In het item werd Menno opgevoerd als de fractievoorzitter van de SGP. Waarop we Menno vriendelijk zagen knikken en hij zijn verhaal afstak. En tot nu toe is dat niet gecorrigeerd! Een ander belangrijk moment was de extra open dag op Bevrijdingsdag. Dat was echt de eerste keer dat wij op zo'n bijzondere dag onze deuren openzetten. Daar kwamen 3.000 mensen op af. Het laat zien dat mensen het bijzonder vinden om een blik in de Kamer te werpen.
Het is goed dat we ons blijven realiseren hoe eervol het is om in dit instituut te werken, of we hier nu 18 jaar of 106 dagen rondlopen. Dat werk kunnen we alleen doen dankzij de fractiemedewerkers en dankzij de goede ambtelijke ondersteuning. Ook voor de mensen die in de Kamer werken, was de afgelopen periode enerverend met al die nieuwe gezichten. Maar de "wasstraat", waarin iedereen in één keer werd voorzien van alles wat je als Kamerlid nodig hebt, en later ook de cursussen voor nieuwe leden: het liep allemaal als een geoliede machine! Heel veel dank daarvoor.
(Geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Collega's, voordat ik de vergadering sluit, wil ik nog één ding zeggen. En dan kijk ik even opzij! Dit was de laatste plenaire vergadering van de Griffier, Renata Voss. Per 1 augustus wordt zij lid van de College van Bestuur van het openbaar onderwijs in Rotterdam. Zij gaat terug naar het onderwijs waar haar hart ligt. Dinsdag hebben wij in een mooie afscheidsreceptie afscheid van haar genomen, maar ik wil haar namens ons allemaal ook nu heel, heel hartelijk bedanken voor haar inzet in de afgelopen twee jaar.
Renata, ik wil jou heel veel succes toewensen in Rotterdam. Heel veel dank!
(Geroffel op de bankjes)
De voorzitter:
Dan gaan we nu echt het reces in. Het is anders dan andere jaren omdat de formatie doorloopt. Ik hoop dat Joost Vullings, Xander van der Wulp en Vincent Rietbergen niet op vakantie gaan en ons op de hoogte blijven houden van wie met wie op het strand heeft gezeten, wie met wie uit eten is geweest en waar, en wie wel of geen stropdas aanheeft. Dat is toch heel belangrijk, heb ik begrepen.
Natuurlijk weet ik u ook te vinden als zich in de formatie ontwikkelingen voordoen. Op dat moment hoort u van mij, maar vooralsnog houd ik het erop dat ik u graag terugzie op dinsdag 5 september, uitgerust en in goede gezondheid.
Dank jullie wel!
(Geroffel op de bankjes)
Sluiting
Sluiting 20.21 uur.