Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Moinat over de veiligheid van kinderen bij Veilig Thuis West-Brabant
Vragen van het lid Moinat (Groep Markuszower) aan de Minister van Langdurige Zorg en Sport over de veiligheid van kinderen bij Veilig Thuis West-Brabant (ingezonden 9 september 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 27 oktober
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2026–2027, nr. 187.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat Veilig Thuis West-Brabant kampt met ernstige financiële
en organisatorische problemen en dat meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling
langer blijven liggen dan wettelijk is toegestaan?
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met dit bericht.
Vraag 2
Hoeveel meldingen waarbij minderjarigen betrokken zijn overschrijden momenteel de
wettelijke termijnen bij Veilig Thuis West-Brabant? Hoeveel kinderen betreft dit en
hoe lang wachten zij inmiddels?
Antwoord 2
Veilig Thuis West-Brabant heeft laten weten dat op 13 augustus 2026 de totale werkvoorraad
uit 580 meldingen bestond die nog niet aan een medewerker waren toegewezen. Deze cijfers
hebben betrekking op de totale werkvoorraad en niet uitsluitend op meldingen waarbij
minderjarigen betrokken zijn. De langste wachttijd van een melding was 103 dagen.
Bij al deze meldingen is wel bij ontvangst van de melding een check op acute onveiligheid
uitgevoerd.
Vraag 3 en 4
Kunt u garanderen dat de kinderen achter deze meldingen op dit moment veilig zijn?
Zo nee, deelt u de mening dat onmiddellijk moet worden vastgesteld of zich onder deze
kinderen slachtoffers bevinden die momenteel worden mishandeld, verwaarloosd of anderszins
in een onveilige situatie verkeren, en hoe gaat u hiervoor zorgen?
Wie houdt gedurende een termijnoverschrijding zicht op de veiligheid van deze kinderen
en wie grijpt in wanneer hun situatie verslechtert?
Antwoord 3 en 4
Veilig Thuis beoordeelt iedere binnenkomende melding direct op signalen van acute
onveiligheid. Bij een vermoeden van acute onveiligheid wordt de melding binnen 24
uur opgepakt en direct gehandeld.
Een eerste beoordeling op acute onveiligheid is niet hetzelfde als de volledige veiligheidsbeoordeling
die na iedere melding moet plaatsvinden. Meldingen waarbij bij binnenkomst geen acute
onveiligheid wordt vastgesteld, kunnen door de huidige werkvoorraad langer wachten
op een volledige veiligheidsbeoordeling. Dat vraagt aandacht, omdat ook in deze situaties
sprake kan zijn van een zorgelijke situatie en omdat omstandigheden gedurende de wachttijd
kunnen veranderen. Daarom blijft het belangrijk dat meldingen zo snel mogelijk volledig
worden beoordeeld en opgepakt.
Zolang een melding nog niet volledig is beoordeeld en overgedragen, blijft Veilig
Thuis West-Brabant verantwoordelijk voor het zicht op veiligheid. Veilig Thuis West-Brabant
werkt daarom met wachtlijstbeheer: de medewerkers die het wachtlijstbeheer uitvoeren
houden zicht op nieuwe informatie en signalen die aanleiding kunnen geven om een melding
opnieuw te beoordelen of met voorrang op te pakken. Afhankelijk van de context en
situatie kan er gedurende de wachttijd ook een lokale hulpverlenende organisatie of
andere ketenpartner zicht houden op het gezin, dit hangt vaak af van of er al aanwezige
betrokkenheid van een hulpverlenende instantie is.
Vraag 5 en 6
Hoe is het mogelijk dat twee jaar later opnieuw wettelijke termijnen worden overschreden,
aangezien de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) in 2024 bij Veilig Thuis West-Brabant
al ernstige termijnoverschrijdingen constateerde, waarbij een veiligheidsbeoordeling
soms viereneenhalve maand duurde en het starten van een onderzoek of de dienst Voorwaarden
& Vervolg in een casus elf maanden op zich liet wachten?
Welke verbetermaatregelen zijn sinds het IGJ-onderzoek uit 2024 daadwerkelijk uitgevoerd
en waarom hebben deze niet kunnen voorkomen dat opnieuw een situatie is ontstaan waarin
meldingen te lang blijven liggen?
Antwoord 5 en 6
Veilig Thuis West-Brabant heeft al langer te maken met wachtlijsten. Sinds de eerdere
constateringen van de IGJ heeft Veilig Thuis West-Brabant zich ingezet om de werkvoorraad
terug te dringen en de uitvoering van de wettelijke taken te verbeteren. Daarbij is
aanvullende capaciteit ingezet en zijn maatregelen genomen om de organisatie te versterken,
waaronder verbeteringen in de aansturing, ondersteuning van medewerkers en het beheersen
van de werkvoorraad. Ook is geïnvesteerd in het terugdringen van achterstanden en
het vergroten van de uitvoeringskracht van de organisatie.
De aanvullende personele inzet heeft er gedurende een periode toe geleid dat de achterstanden
aanzienlijk konden worden teruggedrongen.Tegelijkertijd is het aantal meldingen en
adviesvragen in de afgelopen jaren fors toegenomen en heeft dit de druk opnieuw vergroot.
In 2025 groeide het aantal meldingen en adviesvragen sterker dan eerder was voorzien.
Ook neemt de complexiteit van situaties toe. In 2025 was in West-Brabant 15,8% van
de meldingen acuut, tegenover 7,6% landelijk. Daarnaast had in West-Brabant 58,4%
van de casussen betrekking op multiproblematiek. Deze verhoogde druk heeft ook geleid
tot een hoog verzuim en daarmee minder beschikbaarheid van personeel.
De stijging in meldingen en adviesvragen zien we ook landelijk. Het is niet de bedoeling
dat de werklast van de Veilig Thuis organisaties zodanig toeneemt dat Veilig Thuis
haar wettelijke taken niet kan uitvoeren. Maar tegelijkertijd zien we de stijging
in het aantal meldingen en vooral in het aantal adviesvragen ook als iets positiefs:
mensen lijken eerder en vaker naar Veilig Thuis te gaan voor advies en ondersteuning
én voor meldingen. Het is goed om te zien dat signalen beter worden herkend en dat
vaker gehandeld wordt.
Vraag 7
Erkent u dat u als stelselverantwoordelijke niet kunt volstaan met de constatering
dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de organisatie en financiering van Veilig
Thuis wanneer binnen dat stelsel wettelijke termijnen structureel worden overschreden
en mogelijk de veiligheid van kinderen in het geding is? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Ja en nee.
Nee, omdat in eerste aanleg, waar het gaat om het functioneren van Veilig Thuis in
de regio, de gemeente de eerstverantwoordelijk is voor het functioneren van Veilig
Thuis organisatie. Voor de specifieke problemen in de regio, zijn dus gemeenten met
de Veilig Thuis-organisatie verantwoordelijk om daar actie op te ondernemen.
Maar tegelijkertijd voel ik zeker een verantwoordelijkheid als stelselverantwoordelijke.
Mij is bekend dat in meerdere regio’s dezelfde problemen spelen. Het signaal van de
Veilig Thuis organisaties op 13 oktober was ook helder.
Daarom dring ik bij het Landelijk Netwerk Veilig Thuis (LNVT) aan op het doorvoeren
van verbeteringen, zoals het terugdringen van wachtlijsten en het inrichten van efficiëntere
werkprocessen. Ook werk ik samen met het LNVT aan structurele verbeteringen via de
werkagenda, waarover we later dit jaar de Tweede Kamer informeren. Met die werkagenda
wordt naast de ontwikkelingen op de lange termijn, gekeken naar wat er nu direct extra
nodig is om te zorgen dat Veilig Thuis haar taken goed kan blijven uitvoeren. Daarbij
is het nodig dat er ruimte komt om de noodzakelijke transformatie van de enorme focus
op het afhandelen van meldingen om te bouwen naar vroegtijdig ondersteunen met expertise.
Daarnaast werk ik samen met onder andere JenV en de VNG aan het Toekomstscenario kind-
en gezinsbescherming voor duurzame oplossingen in het wegnemen van onveiligheid bij
kinderen, gezinnen en huishoudens.
Vraag 8, 9 en 10
Op welk moment acht u vanuit uw stelselverantwoordelijkheid ingrijpen noodzakelijk
wanneer een Veilig Thuis-organisatie niet langer in staat blijkt haar wettelijke taken
tijdig uit te voeren, en is dat moment bij Veilig Thuis West-Brabant wat u betreft
inmiddels bereikt? Zo nee, wat moet er dan nog gebeuren voordat u ingrijpt?
Welke concrete maatregelen neemt u nu vanuit uw stelselverantwoordelijkheid om ervoor
te zorgen dat alle kinderen achter de wachtende meldingen bij Veilig Thuis West-Brabant
zo snel mogelijk in beeld zijn, hun veiligheid wordt beoordeeld en waar noodzakelijk
direct wordt ingegrepen?
Kunt u uitsluiten dat bij andere Veilig Thuis-organisaties vergelijkbare problemen
bestaan? Zo nee, bent u bereid op korte termijn landelijk inzichtelijk te maken hoeveel
meldingen de wettelijke termijnen overschrijden, hoeveel minderjarigen daarbij betrokken
zijn en welke maatregelen u vanuit uw stelselverantwoordelijkheid neemt om deze achterstanden
terug te dringen?
Antwoord 8, 9 en 10
Het is belangrijk dat deze situatie bij Veilig Thuis West-Brabant zo spoedig mogelijk
wordt opgelost. De betrokken gemeenten en Veilig Thuis-organisatie dragen hiervoor
primair de verantwoordelijkheid en zijn ook met elkaar in gesprek om te kijken wat
daarvoor regionaal nodig is. Voor wat betreft de regionale situatie houd ik nauwlettend
in de gaten hoe dit verloopt en welke rol daarin voor mij past. Naar aanleiding van
het landelijke signaal van Veilig Thuis-organisaties van 13 oktober jl. ga ik op korte
termijn in gesprek met wethouders, VNG en bestuurders van de Veilig Thuis organisaties.
Mijn inzet is daarbij in ieder geval gericht op het uniformeren van de werkwijze en
positie van Veilig Thuis. Daarmee focussen we ons op de uitvoering van de wettelijke
taken van Veilig Thuis en het aanspreken van partners op hun rol in het beter functioneren
van de keten. We moeten goed kijken waar het knelt en wat beter georganiseerd kan
worden.
Op langere termijn zijn we bezig met een herziening van het stelsel vanuit het Toekomstscenario
kind- en gezinsbescherming en de rol en positie van Veilig Thuis hierbinnen. Ook hebben
we de afgelopen jaren veel ingezet om de advies- en ondersteuningsfunctie van Veilig
Thuis te versterken, om eerder situaties in beeld te krijgen en excessen te kunnen
voorkomen, onder andere door de ontwikkeling van het digitaal platform en de start
van de landelijke 24/7 chatfunctie.
Er is meer nodig. Dit bericht van Veilig Thuis West-Brabant, maar ook de berichten
van oktober 2026 sterken mij in de overtuiging dat we de korte termijn inzet moeten
versnellen. Samen moeten we zorgen dat Veilig Thuis haar primaire taken kan uitvoeren.
De wachtlijsten moeten worden aangepakt en de werkwijze en positie van Veilig Thuis
hebben meer uniformiteit nodig, om ervoor te zorgen dat Veilig Thuis haar primaire,
belangrijke taak goed kan uitvoeren in het hier en nu, maar ook kan meebewegen richting
de veranderingen in het stelsel die hard nodig zijn.
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport