Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda Raad Algemene Zaken van 13 oktober 2026
2026D48952 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal fracties de behoefte
vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de Minister van Buitenlandse
Zaken d.d. 2 oktober 2026 inzake de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken
van 13 oktober 2026, de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaat d.d.
1 september 2026 inzake de reactie op de SER-brief over de kwaliteit van EU-regelgeving
(Kamerstuk 22 112, nr. 4425) en de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 14 oktober 2026 inzake het
verslag van de informele Raad Algemene Zaken van 3 en 4 september 2026 (Kamerstuk
21 501-02, nr. 3471).
De voorzitter van de commissie,
Van Meetelen
Adjunct-griffier van de commissie,
Moonen
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower
II
Reactie van de Minister van Buitenlandse Zaken
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Raad Algemene Zaken van 13 oktober 2026. Deze leden hebben hierover de volgende vragen.
De leden van de D66-fractie zijn blij met de vooruitgang die er in Hongarije wordt
geboekt als het gaat om het herstellen van de rechtsstaat, maar maken zich tegelijkertijd
zorgen over het te snel vrijgeven van bevroren middelen. Hoeveel van de € 32 miljard
die na 2022 aan Hongaarse middelen is bevroren, is nu nog niet ontdooid? Deelt de
Minister de mening van de advocaat-generaal van het Hof van Justitie van de Europese
Unie (EU) en van ngo’s dat pas sprake kan zijn van terugbetaling als hervormingen
daadwerkelijk hebben plaatsgevonden? Welke zorgen over de rechtsstaat in Hongarije
resteren nog? Is de verwachting dat de artikel 7-procedure tegen Hongarije binnenkort
wordt opgeheven? Zo ja, op welke termijn en welke procedure dient hiertoe gevolgd
te worden?
De leden van de D66-fractie hebben vernomen dat de Europese Commissie dinsdag naar
verwachting zal komen met een pakket maatregelen op het gebied van EU-uitbreiding
en hervormingen. Hoe beoordeelt de Minister dit pakket en elk van de daarin opgenomen
maatregelen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde
agenda ter voorbereiding op de Raad Algemene Zaken van 13 oktober 2026. Deze leden
hebben naar aanleiding van deze agenda nog enkele vragen.
Meerjarig Financieel Kader
De leden van de VVD-fractie constateren dat het tijdens deze Raad onder andere zal
gaan over de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader (MFK). Deze leden
onderschrijven de inzet van de Minister om de omvang van het MFK te verlagen en de
korting die Nederland ontvangt op de afdracht op basis van het bruto nationaal inkomen
(BNI) te behouden. In hoeverre heeft de Minister de periode tussen de vorige en de
aanstaande «negobox» gebruikt om meer lidstaten te vinden die samen met Nederland
kunnen optrekken bij deze onderhandelingsinzet? Is de Minister daarnaast, net als
deze leden, van mening dat het uiteindelijke onderhandelingsresultaat belangrijker
is dan de snelheid waarmee overeenstemming over een nieuw MFK wordt bereikt? Welke
positie neemt de Minister voorts in bij de discussie over het individueel beoordelen
van elk eigen middel ten opzichte van het beoordelen van de eigen middelen als één
geheel pakket? Hoe kijken andere lidstaten tegen deze discussie aan?
Artikel 7-procedure Hongarije
De leden van de VVD-fractie verwelkomen net als de Minister de stappen die Hongarije
heeft gezet op het gebied van de rechtsstaat. Deze leden willen hierbij echter voorkomen
dat Hongarije, om wat voor reden dan ook, op lange termijn terugvalt. Hoe is de Minister
van plan om er, samen met andere EU-lidstaten, op toe te zien dat Hongarije zich ook
op lange termijn blijft inzetten voor onder andere een onafhankelijke rechtspraak,
het tegengaan van corruptie en ruimte voor het maatschappelijk middenveld? Hoe kijkt
de Minister daarnaast aan tegen het advies van de advocaat-generaal van het Hof van
Justitie van de Europese Unie, waarin wordt gesteld dat er pas sprake kan zijn van
het uitbetalen van EU-middelen nadat de voorgestelde hervormingen daadwerkelijk hebben
plaatsgevonden? In hoeverre is het daarnaast mogelijk om aan een eventuele terugval
snel opnieuw financiële consequenties te verbinden voor Hongarije? Heeft de Minister
nog steeds zorgen over de situatie van de rechtsstaat in Hongarije, of meent de Minister
dat de belangrijkste problemen inmiddels zijn opgelost? Ziet de Minister, gezien het
feit dat Hongarije de weg omhoog gevonden heeft, de komende periode ook politieke
ruimte om de artikel 7-procedure te hervormen?
Buitenlandse inmenging en inclusieve democratische participatie
De leden van de VVD-fractie onderschrijven het belang van een weerbare democratie
en een stevige aanpak van buitenlandse inmenging. Kan de Minister concreet toelichten
welke maatregelen de Minister voornemens is te nemen op het gebied van vroegtijdige
detectie en informatie-uitwisseling en het transparanter maken van AI-gegenereerde
inhoud en politieke advertenties, en kan de Minister hierbij ook ingaan op de bevoegdheidsverdeling
tussen het nationale en het Europese niveau? Hoe waakt de Minister ervoor dat de Europese
Commissie op dit dossier niet onnodig bevoegdheden naar zich toetrekt? Hoe wordt tevens
gewaarborgd dat maatregelen tegen schadelijke beïnvloeding niet leiden tot een beperking
van legitieme politieke uitingen en de vrijheid van meningsuiting? Hoe beoordeelt
de Minister tot slot de voorgestelde stimulering van burgerpanels en andere participatievormen
in relatie tot de nationale bevoegdheden en de vertegenwoordigende en controlerende
rol van het parlement?
Regeldruk
De leden van de VVD-fractie verwelkomen het Oostenrijks-Italiaanse initiatief om de
Europese regeldruk terug te dringen en het concurrentievermogen te versterken. Kan
de Minister toelichten hoe de Minister de oproep tot het tegengaan van gold-plating beoordeelt en welke concrete stappen Nederland hiervoor in eigen land en in Europees
verband wil zetten? Steunt de Minister daarnaast de voorgestelde «evaluation-first»-aanpak,
waarbij bestaande regelgeving systematisch wordt geëvalueerd voordat nieuwe regels
worden voorgesteld? In hoeverre is zo’n aanpak niet alleen interessant voor Europese
wetgeving, maar ook voor wetgeving op nationaal niveau? Tot slot vragen deze leden
hoe de Minister erop toeziet dat effectbeoordelingen daadwerkelijk inzicht geven in
de gevolgen voor regeldruk en concurrentiekracht en dat subsidiariteit en proportionaliteit
leidend zijn bij nieuwe EU-regelgeving.
EU-toetredingsproces Albanië
De leden van de VVD-fractie constateren dat de Minister in de geannoteerde agenda
impliceert dat de Minister nog niet volledig overtuigd is van het trackrecord van
Albanië op het gebied van de rechtsstaat. Waar ziet de Minister op dit moment nog
verbeterpunten? Kan de Minister daarnaast nader aangeven hoe de Minister zich zal
opstellen indien er een intergouvernementele conferentie (IGC) wordt georganiseerd?
Hoe reflecteert de Minister tot slot op de demonstraties die sinds deze zomer plaatsvinden
in Albanië? Hoe verhoudt het geweld van de Albanese politie tijdens deze demonstraties
zich tot de criteria van Kopenhagen waaraan Albanië moet voldoen voor het EU-lidmaatschap?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
De leden van de PRO-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda van de Raad Algemene Zaken van 13 oktober 2026. Deze leden hebben hierover
nog enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de PRO-fractie lezen dat Merz en Macron deze week een brief aan Von der
Leyen hebben gestuurd over de opstelling van de EU tegenover handelsagressie door
derde landen. Deze leden constateren dat Frankrijk en Duitsland hierover lange tijd
van mening verschilden, maar nu een gezamenlijke strategie voor handelsblokken zoals
China voorstaan. Zij vragen of de Minister zich bij deze oproep kan aansluiten. Welke
aanvullende instrumenten verwacht de Minister nu er eensgezindheid bestaat over de
aanpak van agressieve handelsblokken, en op welke termijn kunnen deze worden ingezet?
De leden van de PRO-fractie lezen dat er gesprekken zullen plaatsvinden over de uitbreiding
van de EU. Op het moment van schrijven zijn de officiële plannen van de Europese Commissie
nog niet gepubliceerd, maar wordt in de media al over enkele maatregelen bericht.
Deze leden onderschrijven dat de Europese Unie, gelet op het geopolitieke klimaat,
niet langer kan aarzelen met de toetreding van landen die aan de Kopenhagencriteria
voldoen. Zij vragen wat de positie van de Minister is ten aanzien van de voorgestelde
hervormingen rond de uitbreiding van de EU. Ook achten zij het noodzakelijk om vaart
te houden in het toetredingsproces van Montenegro, zodat opnieuw onderhandelingshoofdstukken
kunnen worden gesloten. Is de Minister bereid zich sterker in te zetten voor het toetredingsproces
van Montenegro? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
De leden van de PRO-fractie zien dat de discussie over het Meerjarig Financieel Kader
(MFK) steeds complexer wordt en dat het Ierse voorzitterschap voor een grote uitdaging
staat bij het opstellen van een nieuwe onderhandelingsbox. Deze leden zien het risico
dat een verlaging van het MFK – waar ook Nederland om heeft gevraagd – ten koste gaat
van de modernisering ervan. Directeur van het Centraal Planbureau (CPB) Pieter Hasekamp
beschrijft dit risico en vreest dat slechts beperkte vooruitgang zal worden geboekt.
Hoe beoordeelt de Minister dit risico? Is de Minister bereid zich bij de onderhandelingen
sterker in te zetten voor de modernisering van het MFK en de nadruk te verleggen van
de omvang naar de inrichting ervan? Zij zouden het een gemiste kans vinden als bij
het nieuwe MFK geen echte moderniseringsslag wordt gemaakt als gevolg van de zuinige
opstelling van onder andere Nederland.
De leden van de PRO-fractie lezen dat tijdens de Raad Algemene Zaken (RAZ) zal worden
gesproken over de artikel 7-procedure. Deze leden vinden het terecht dat deze procedure
nog niet wordt beëindigd, aangezien nog niet aan alle voorwaarden daarvoor is voldaan.
Zij wijzen bijvoorbeeld op de anti-LHBTI-bepalingen in de «Child Protection Act» en
op formuleringen in de Hongaarse Grondwet die zouden kunnen worden gebruikt om Pride-evenementen
te verbieden. Is de Minister het met deze leden eens dat op deze punten nog stappen
nodig zijn, en is de Minister bereid dit tijdens de RAZ aan de orde te stellen? Hoe
beoordeelt de Minister de vastgestelde schendingen van het recht op asiel in Hongarije?
Moeten op dit punt volgens de Minister eveneens nog stappen worden gezet?
De leden van de PRO-fractie hebben vernomen dat het Europees Parlement nog geen uitnodiging
heeft ontvangen om verkiezingswaarnemers naar de Servische parlementsverkiezingen
te sturen. Deze leden vragen of dit bij de Minister bekend is. Zij vragen tevens of
de Minister bereid is hier in bilaterale contacten op aan te dringen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Raad Algemene Zaken van 13 oktober 2026. Deze leden hebben hierover de volgende vragen.
Meerjarig Financieel Kader
De leden van de CDA-fractie vragen of de Minister kan aangeven wat in de herziene
onderhandelingsbox de belangrijkste veranderingen zijn ten opzichte van de vorige
versie en hoe de Minister deze beoordeelt vanuit de Nederlandse inzet.
Voorbereiding Europese Raad 15 en 16 oktober
De leden van de CDA-fractie lezen dat op de agenda van de Europese Raad onder andere
EU-uitbreiding en hervormingen staan. De Minister wijst in de kabinetsreactie op het
advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) over EU-uitbreiding op
de absorptiecapaciteit van de Unie. De Minister noemt in dat verband onder meer hervorming
van artikel 7, meer besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid in het buitenlands
beleid, een kleinere Commissie en zelfs de mogelijkheid van een tijdelijke beperking
van het stemrecht van nieuwe lidstaten op terreinen waar unanimiteit geldt. Deze leden
vragen welke interne EU-hervormingen volgens de Minister in ieder geval geregeld moeten
zijn voordat nieuwe landen daadwerkelijk kunnen toetreden. Wat is daarbij de Nederlandse
prioriteitsvolgorde op het gebied van rechtsstaat, begroting en besluitvorming?
De leden van de CDA-fractie constateren dat in de reactie op het AIV-advies daarnaast
staat dat kandidaat-lidstaten al vóór toetreding steeds meer aan de EU kunnen deelnemen.
Dat moet de prikkel om hervormingen uit te voeren versterken en mag volwaardig lidmaatschap
niet vervangen. Deze leden vragen of de Minister concreet kan maken aan welke voorwaarden
geleidelijke integratie wordt gekoppeld en wanneer verkregen voordelen weer kunnen
worden opgeschort.
De leden van de CDA-fractie stellen dat de Europese Commissie volgens berichtgeving
in de media met een voorstel zou komen om kandidaat-lidstaten toegang tot de interne
markt te geven, zolang die landen zich onder andere conformeren aan de doelstellingen
van het buitenlandbeleid van de EU. Deze leden vragen of het klopt dat dit voorstel
zal worden gedaan. Zo ja, wat is de reactie van de Minister op dit voorstel? Voor
welke kandidaat-lidstaten zou deze vroegtijdige markttoegang volgens de Minister kunnen
gelden?
Artikel 7-procedure Hongarije
De leden van de CDA-fractie onderschrijven dat herstel van de rechtsstaat in Hongarije
duurzaam en aantoonbaar moet zijn. Deze leden lezen dat de Hongaarse regering sinds
mei verschillende hervormingen heeft doorgevoerd, maar dat de Minister beëindiging
van de artikel 7-procedure nog niet aan de orde vindt. Zij vragen of de Minister concreet
kan aangeven welke hervormingen nog ontbreken voordat volgens Nederland sprake kan
zijn van voldoende duurzaam herstel van de rechtsstaat.
EU-wetgevingsprioriteiten en One Europe, One Market
De leden van de CDA-fractie vragen welke concrete resultaten de Minister in 2026 nog
verwacht te bereiken met de One Europe, One Market Roadmap. Kan de Minister aangeven welke voortgang wordt geboekt bij de aanpak van territoriale
leveringsbeperkingen? Ligt het aangekondigde Commissievoorstel voor het vierde kwartaal
van 2026 nog op schema? Wanneer verwacht de Minister hierover concrete Europese voorstellen?
Zet de Minister daarbij in op een bindend wetgevend instrument?
EU-toetredingsproces Montenegro: onder voorbehoud sluiten van 7 hoofdstukken
De leden van de CDA-fractie lezen in de reactie op het AIV-advies over EU-uitbreiding
dat Nederland inzet op een nieuwe generatie toetredingsverdragen met stevigere rechtsstatelijke
waarborgen, waaronder een zogenoemde non-regressiebepaling die terugval na toetreding
moet tegengaan. Ook denkt de Minister aan een koppeling met financiële instrumenten.
Deze leden vragen welke van deze waarborgen de Minister concreet wil opnemen in het
toekomstige toetredingsverdrag met Montenegro. Daarnaast noemt de Minister naar aanleiding
van het AIV-advies mogelijke overgangstermijnen voor onder meer EU-fondsen en het
vrije verkeer van werknemers. Zij vragen of de Minister kan aangeven of dergelijke
overgangstermijnen ook voor Montenegro worden overwogen en op basis van welke criteria
hierover wordt besloten.
EU-toetredingsproces Albanië: onder voorbehoud sluiten van 1 hoofdstuk
De leden van de CDA-fractie vragen of de Minister kan aangeven welke concrete tekortkomingen
van Albanië op onder meer het gebied van de rechtsstaat, corruptiebestrijding, georganiseerde
misdaad en fundamentele rechten volgens Nederland nog moeten worden aangepakt voordat
verdere stappen in het toetredingsproces mogelijk zijn.
EU-toetredingsproces Oekraïne en Moldavië
De Minister geeft in de reactie op het AIV-advies aan open te staan voor verdere geleidelijke
integratie van kandidaat-lidstaten, zo lezen de leden van de CDA-fractie. Deze leden
vragen welke vormen van verdere geleidelijke integratie voor Oekraïne en Moldavië
volgens de Minister wenselijk zouden zijn. Aan welke concrete hervormingsvoorwaarden
worden deze gekoppeld en hoe wordt voorkomen dat geleidelijke integratie een alternatief
wordt voor het reguliere toetredingsproces? Deze leden vragen ten slotte hoe de financiële
en institutionele impact van een eventuele Oekraïense toetreding wordt meegenomen
in de onderhandelingen over het volgende MFK.
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
De leden van de JA21-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de Raad Algemene Zaken van 13 oktober 2026. Deze leden hebben hierover
enkele vragen en opmerkingen.
Omvang en modernisering van het MFK
De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de brief die Nederland samen
met Duitsland, Denemarken, Zweden, Finland en Oostenrijk aan het Ierse voorzitterschap
heeft gestuurd over het toekomstige Meerjarig Financieel Kader (MFK). Zeer terecht
stellen deze landen dat de door de Europese Commissie voorgestelde nominale toename
van circa 60 procent ten opzichte van het huidige MFK economisch en politiek onrealistisch
is. Deze leden juichen deze stellingname toe en koesteren de wens dat deze groep zuinige
landen vasthoudt aan haar inzet. Kan de Minister herbevestigen dat er momenteel geen
enkel voorstel op tafel ligt waarvoor Nederlandse instemming aan de orde kan zijn?
Tegelijkertijd lezen de leden van de JA21-fractie in de gezamenlijke brief aan de
Taoiseach dat de betrokken landen zich al expliciet hebben neergelegd bij een MFK
dat groter is dan het huidige. Wat deze leden betreft, bestaan er geen taboes over
de terreinen waarop binnen het MFK kan worden bezuinigd en had met scherpe inhoudelijke
keuzes zelfs een vermindering van de omvang van het huidige MFK kunnen volstaan. Deelt
de Minister de mening dat de omvang van het huidige MFK met de juiste, scherpe keuzes
had kunnen volstaan voor het volgende MFK? In dit kader wordt ook veel gesproken over
de «modernisering» van de Europese begroting. Welke exacte definitie hanteert de Minister
voor «modernisering» in de context van het volgende MFK? Kan modernisering volgens
de Minister ook expliciet een afname van de totale omvang van het MFK betekenen?
De leden van de JA21-fractie constateren dat tegenover de «zuinige zes» inmiddels
een brief van de zogenoemde Friends of Cohesion staat, die juist oproepen landbouw- en cohesie-uitgaven te ontzien en daarbij nadrukkelijk
spreken over Europese solidariteit. Deze leden wijzen erop dat de zes landen die aandringen
op begrotingsdiscipline samen circa 40 procent van de nationale bijdragen aan de EU-begroting
voor hun rekening nemen en ook bij Oekraïnesteun en ontwikkelingshulp tot de grootste
financiers behoren. Deelt de Minister de opvatting dat Europese solidariteit niet
kan betekenen dat dezelfde nettobetalers structureel een steeds groter deel van de
rekening dragen? En is de Minister bereid zich ertegen te verzetten dat landbouw-
en cohesie-uitgaven bij voorbaat buiten de bezuinigingsopgave worden geplaatst?
Onderhandelingsruimte en Nederlandse inzet
De leden van de JA21-fractie vernamen voorts uit de Miljoenennota 2027 dat de begroting
van het Ministerie van Buitenlandse Zaken de komende jaren met circa € 5 miljard oploopt,
voornamelijk als gevolg van de stijging van de geraamde Nederlandse afdrachten aan
de Europese Unie. Deze leden begrijpen uiteraard dat de Minister, vooruitlopend op
een akkoord over het toekomstige MFK, een technische budgettaire raming voor de komende
jaren moet opnemen. Tegelijkertijd kan een dergelijke raming vragen oproepen over
de feitelijke onderhandelingsinzet van Nederland. Hoe heeft de Minister de budgettaire
invulling van de EU-afdrachten voor de jaren vanaf 2028 precies berekend? Van welke
totale omvang van het toekomstige MFK, in euro’s en als percentage van het Europese
bruto nationaal inkomen (BNI), gaat deze raming uit? En hoeveel mag het toekomstige
MFK volgens de Minister maximaal toenemen ten opzichte van het huidige MFK, zowel
in absolute als procentuele zin? Afgaand op deze begrotingscijfers neemt de begroting
van Buitenlandse Zaken richting 2030 immers met grofweg 40 procent toe ten opzichte
van 2026.
Eigen middelen en Global Europe
Mede in het licht van de onderhandelingen zijn de leden van de JA21-fractie benieuwd
naar de uitvoering van de aangenomen motie-Hoogeveen over het vereiste dat de introductie
van nieuwe eigen middelen per saldo niet mag leiden tot een verslechtering van de
Nederlandse nettobetalingspositie (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3402). Heeft de Minister deze eis inmiddels als harde Nederlandse inzet in de onderhandelingen
ingebracht? Zo ja, op welke wijze? Kan de Minister tevens bevestigen dat Nederland
niet zal instemmen met een pakket aan nieuwe eigen middelen dat per saldo leidt tot
een verslechtering van de Nederlandse nettobetalingspositie? Ten slotte vragen deze
leden hoe de Minister uitvoering geeft aan de aangenomen motie-Hoogeveen/Boomsma om
te bevorderen dat migratiebeperking expliciet en toetsbaar in Global Europe wordt
verankerd (Kamerstuk 21 501-04, nr. 296). Op welke concrete wijze heeft de Minister dit onderdeel gemaakt van de Nederlandse
onderhandelingsinzet en aan welke voorwaarden moet de uiteindelijke vormgeving van
Global Europe volgens de Minister voldoen om uitvoering te geven aan deze motie?
Interne markt en kandidaat-lidstaten
Daarnaast hebben de leden van de JA21-fractie kennisgenomen van berichtgeving van
Politico dat de Europese Commissie kandidaat-lidstaten reeds vóór volledige toetreding verdergaande
toegang wil bieden tot de Europese interne markt, onder meer door middel van verdere
handelsintegratie en toegang tot Europese onderzoeks- en innovatieprogramma’s. Hoe
beoordeelt de Minister deze voorgenomen stapsgewijze toegang tot de interne markt?
Welke onderdelen van de interne markt zouden volgens de Minister reeds vóór het daadwerkelijke
EU-lidmaatschap voor kandidaat-lidstaten kunnen worden opengesteld en welke nadrukkelijk
niet? Kan de Minister daarnaast bevestigen dat verdergaande economische integratie
geen vervanging mag worden voor het doorlopen van de bestaande toetredingsvoorwaarden
en evenmin mag leiden tot een feitelijk EU-lidmaatschap via de achterdeur voordat
aan alle toetredingscriteria is voldaan?
Vermindering Europese regeldruk
Ten slotte hebben de leden van de JA21-fractie met instemming kennisgenomen van het
Oostenrijks-Italiaanse initiatief om de Europese regeldruk te verminderen, onder meer
door een evaluation-first-aanpak, een «pauzejaar» voor nieuwe regelgeving en een pleidooi
tegen goldplating. Kan de Minister aangeven of en, zo ja, op welke onderdelen Nederland
dit initiatief steunt? Hoeveel zou vermindering van goldplating kunnen bijdragen aan
de Europese en Nederlandse concurrentiekracht?
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower
De leden van de Groep Markuszower vragen welke gevolgen het gebruik van de euro door
Montenegro heeft voor de stabiliteit van de euro en de rentestand. Deze leden merken
daarbij op dat de invoering van de euro in andere Balkanlanden volgens hen heeft geleid
tot hoge inflatie en een afname van de koopkracht. In dat licht roepen zij de Minister
op zich terughoudend op te stellen ten aanzien van de toetreding van Montenegro. Hetzelfde
geldt volgens hen voor de toetreding van Albanië. Zij vragen daarnaast welk effect
de hoge mate van corruptie in Albanië zal hebben op de stabiliteit en veiligheid van
de Europese Unie. Zolang deze vragen niet zijn beantwoord, roepen zij de Minister
op zich uit te spreken tegen verdere uitbreiding van de Europese Unie door toetreding
van Montenegro en Albanië.
De leden van de Groep Markuszower roepen de Minister op zich te verzetten tegen verdere
stappen in de toetredingsprocedure voor Oekraïne. Deze leden vinden dat een land dat
in oorlog is met de grootste kernmacht ter wereld niet, ook niet versneld, tot de
Europese Unie zou moeten toetreden, omdat dit volgens hen tot escalatie van het conflict
kan leiden. Zij wijzen daarnaast op zorgen over corruptie in Oekraïne die vergelijkbaar
zijn met hun zorgen over Albanië.
II. Reactie van de Minister van Buitenlandse Zaken
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.F. van Meetelen, voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken -
Mede ondertekenaar
J.H.R. Moonen, adjunct-griffier