Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over reactie op verzoek commissie over de mogelijke misdiagnose tussen posttraumatische stressstoornis (PTSS) en psychotische stoornissen (Kamerstuk 25424-803)
2026D47923 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond bij enkele fracties
behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport over de brief d.d. 29 juni 2026 inzake Reactie op verzoek commissie
over mogelijke misdiagnose tussen posttraumatische stressstoornis (PTSS) en psychotische
stoornissen (Kamerstuk 25 424, nr. 803).
De voorzitter van de commissie,
Mohandis
Adjunct-griffier van de commissie,
Sjerp
Inhoudsopgave
I.
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
II.
Reactie van de Minister
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie danken de Minister voor haar reactie op het verzoek van
de commissie over de mogelijke misdiagnose tussen posttraumatische stressstoornis
(PTSS) en psychotische stoornissen.
De leden van de D66-fractie zijn het met de Minister eens dat het van groot belang
is dat signalen van burgers, patiënten en naasten serieus worden genomen en dat de
geestelijke gezondheidszorg voortdurend aandacht houdt voor de kwaliteit van diagnostiek
en behandeling. Daartoe vragen deze leden of de Minister naar aanleiding van deze
brief de mogelijkheid ziet om werk te maken van toegang tot, of in ieder geval het
onderzoek te versnellen naar, psychedelische therapie zoals bijvoorbeeld in Australië,
Duitsland en Tsjechië al gebeurt.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de brief van 29 juni 2026 over
mogelijke misdiagnoses tussen posttraumatische stressstoornis (PTSS) en psychotische
stoornissen. Zij danken de briefschrijver voor het delen van zijn ervaringen en zorgen.
Zij hebben nog enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de PRO-fractie lezen dat de Minister de genoemde cijfers over de omvang
van mogelijke misdiagnostiek niet kan bevestigen. Welke bronnen en deskundigen heeft
zij hiervoor geraadpleegd? Zijn er aanwijzingen dat deze cijfers onjuist zijn, of
ontbreken voldoende gegevens om hierover een uitspraak te doen? Welke kennis is wel
beschikbaar over het onvoldoende herkennen van trauma en PTSS bij mensen die vanwege
psychotische klachten in behandeling zijn? Kan daarbij onderscheid worden gemaakt
tussen een onjuiste diagnose en het missen van PTSS naast een psychotische stoornis?
De leden van de PRO-fractie begrijpen dat individuele diagnostiek de verantwoordelijkheid
van zorgprofessionals is. Zij vragen echter waarom deze verantwoordelijkheidsverdeling
aanleiding vormt om de verzoeken om onderzoek en verbetering van de praktijk af te
wijzen. De Minister heeft toch ook een verantwoordelijkheid om te bevorderen dat signalen
over mogelijke tekortkomingen worden onderzocht en opgevolgd? Welke mogelijkheden
ziet zij om samen met beroepsgroepen, kennisinstituten en patiëntenorganisaties vast
te stellen of aanvullende actie nodig is?
De leden van de PRO-fractie vragen aan welke beroepsgroepen het signaal inmiddels
is voorgelegd, welke vragen daarbij zijn gesteld en wanneer een inhoudelijke reactie
wordt verwacht. Worden ook ervaringsdeskundigen betrokken? Is de Minister bereid de
Kamer te informeren over de ontvangen reacties en eventuele vervolgstappen? Hoe wordt
voorkomen dat het doorgeleiden van het signaal het eindpunt vormt?
De leden van de PRO-fractie wijzen op de brief van 1 juli 2020, waarin de toenmalige
Staatssecretaris naar aanleiding van onderzoek bij GGNet aankondigde met aanbieders
in gesprek te gaan over herdiagnostiek en de werkwijze van GGNet te bevorderen. Ook
zou samen met ZonMw en de sector worden bekeken welke partijen vergelijkbaar onderzoek
konden uitvoeren. Daarbij werd het belang onderstreept van brede, multidisciplinaire
diagnostiek en periodieke beoordeling van wat iemand nodig heeft. Wat hebben deze
aangekondigde acties opgeleverd? Bij welke instellingen is de werkwijze toegepast
en welke lessen zijn daaruit getrokken?
De leden van de PRO-fractie vragen hoe deze lessen worden benut bij patiënten bij
wie mogelijk sprake is van onvoldoende herkend trauma. Kan de Minister toelichten
waarom destijds wel een actieve rol voor VWS en ZonMw werd gezien bij het bevorderen
van herdiagnostiek, terwijl zij in de voorliggende brief vooral verwijst naar de verantwoordelijkheidsverdeling?
Is zij bereid te onderzoeken of bij de eerdere aanpak kan worden aangesloten?
De leden van de PRO-fractie herinneren eraan dat de regering in 2020, ter uitvoering
van een eerdere toezegging, de verbetersignalementen over PTSS en psychose aan de
Kamer heeft aangeboden. Tot de verbeterpunten behoorden het vaker herkennen van PTSS
en het vergroten van de toegang tot traumagerichte behandeling. Het Zorginstituut
ondersteunt de implementatie en beschrijft dat het de voortgang jaarlijks aan VWS
rapporteert. Welke aantoonbare verbeteringen zijn inmiddels bereikt? Kan de Minister
de meest recente resultaten over herkenning, diagnostiek en toegang tot behandeling
met de Kamer delen?
De leden van de PRO-fractie vragen of daarbij specifiek wordt onderzocht of PTSS voldoende
wordt herkend bij mensen met psychotische klachten. Zo nee, is de Minister bereid
dit met het Zorginstituut en de betrokken partijen te bespreken? Hoe verhoudt het
afwijzen van nader onderzoek zich tot de bestaande verbeterafspraken?
De leden van de PRO-fractie lezen dat traumatische ervaringen volgens de richtlijnen
onderdeel kunnen zijn van het diagnostisch proces. Hoe wordt geborgd dat hier in de
praktijk voldoende aandacht voor is? Wordt ook later in het behandeltraject opnieuw
ruimte geboden om trauma te bespreken en de diagnose zo nodig te heroverwegen, wanneer
iemand hierover bij de intake nog niet kan of durft te spreken?
De leden van de PRO-fractie wijzen op de antwoorden op eerdere vragen van het lid
Westerveld over de Zembla-uitzending «Het therapietrauma», waarin werd aangekondigd
dat de zorgstandaard Psychotrauma in 2026 zou worden herzien. Wat is de stand van
zaken van deze herziening? Wordt daarin expliciet aandacht besteed aan de samenhang
en het onderscheid tussen PTSS, dissociatieve verschijnselen en psychotische klachten?
Wordt het signaal van de briefschrijver bij deze herziening betrokken?
De leden van de PRO-fractie vragen of de Minister met de betrokken beroepsgroepen
kan laten beoordelen of de aanbevelingen over traumascreening voldoende duidelijk
zijn en consequent worden uitgevoerd. Welke inhoudelijke en praktische argumenten
zijn er voor of tegen verplichte traumascreening bij de intake van de psychosezorg?
Zij vragen om een inhoudelijke beoordeling van dit voorstel.
De leden van de PRO-fractie wijzen op de aangenomen motie-Westerveld over een landelijk
dekkend aanbod van vroegtijdige, gespecialiseerde psychosezorg. Deze motie vraagt
tevens om versterking van opleidingsmogelijkheden en onderzoek, inzicht in kosten
en baten en informatie aan de Kamer vóór de begrotingsbehandeling van VWS voor 2027.
Kan de Minister bij de uitvoering expliciet aandacht besteden aan het herkennen van
trauma en PTSS, brede diagnostiek en toegang tot passende traumabehandeling? Kan onderzoek
naar de door de briefschrijver gesignaleerde problematiek hierbij worden betrokken?
De leden van de PRO-fractie vragen hoe wordt voorkomen dat patiënten met zowel psychotische
klachten als PTSS tussen verschillende behandelteams of instellingen terechtkomen.
Welke belemmeringen bestaan door wachtlijsten, financiering, een tekort aan deskundigheid
of uitsluitingscriteria?
De leden van de PRO-fractie wijzen erop dat de toenmalige Staatssecretaris in de antwoorden
op de eerdergenoemde vragen van het lid Westerveld erkende dat de capaciteit voor
mensen met vroegkinderlijk trauma, dissociatie en complex trauma beperkt is. Zij verwees
naar AZWA-afspraken over meer behandelcapaciteit voor complexe zorgvragen en het afschaffen
van exclusiecriteria. Welke concrete resultaten hebben deze afspraken voor deze patiënten
opgeleverd? Hoe wordt gecontroleerd of mensen met meerdere samenhangende aandoeningen
daadwerkelijk toegang krijgen tot zorg?
De leden van de PRO-fractie vragen welke mogelijkheden patiënten hebben wanneer zij
twijfelen aan hun diagnose of vinden dat onvoldoende naar hun traumatische ervaringen
wordt geluisterd. Hoe worden zij geïnformeerd over herbeoordeling en een second opinion?
Hoe wordt geborgd dat zij gedurende dit proces passende zorg blijven ontvangen?
De leden van de PRO-fractie vragen de Minister om de eerdere inzet op herdiagnostiek,
de verbeterafspraken over PTSS en de uitvoering van de motie-Westerveld in samenhang
te bezien. Is zij bereid met de betrokken partijen vast te stellen welke kennislacunes
en tekortkomingen nog bestaan en welke aanvullende maatregelen nodig zijn? Daarbij
moeten passende zorg en kwaliteit van leven vooropstaan; eventuele kostenbesparingen
zijn geen voorwaarde om tekortkomingen te onderzoeken.
De leden van de PRO-fractie lezen tot slot dat het kabinet doorwerkt aan «verdere
implementatie en daarvoor benodigde wetswijzigingen». Welke implementatie en wetswijzigingen
bedoelt de Minister? Hoe dragen deze bij aan het vraagstuk uit deze brief? Kan zij
concreet aangeven welke vervolgstappen worden gezet, wie daarvoor verantwoordelijk
is en wanneer de Kamer over de resultaten wordt geïnformeerd?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben de reactie op verzoek commissie over de mogelijke
misdiagnose tussen posttraumatische stressstoornis (PTSS) en psychotische stoornissen
met belangstelling gelezen. Deze leden hebben daarover vooralsnog geen vragen of opmerkingen.
II. Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M. Mohandis, voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
E.M. Sjerp, adjunct-griffier