Amendement (gewijzigd/nader/vervangend) : Gewijzigd amendement van het lid Faber ter vervanging van nr. 13 over het behulpzaam zijn bij mensenhandel ongeacht het motief strafbaar stellen
36 835 Implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1712 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan (Implementatiewet herziene Europese richtlijn mensenhandel)
Nr. 28
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID FABER TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 13
Ontvangen 30 september 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
Artikel I, onderdeel A, wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding «2.» geplaatst en in de tekst wordt «artikel 273f,
tweede lid,» vervangen door «het tweede lid».
2. Voor onderdeel 2 (nieuw) worden een aanhef en een onderdeel ingevoegd, luidende:
Artikel 273f wordt als volgt gewijzigd:
1. Na het eerste lid wordt een lid toegevoegd, luidende:
1a. Degene die een ander, al dan niet met een ideëel of humanitair motief, behulpzaam
is bij de in het eerste lid omschreven feiten of hem daartoe gelegenheid, middelen
of inlichtingen verschaft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden
dat dit bijdraagt aan de in het eerste lid omschreven feiten, wordt gestraft met gevangenisstraf
van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.
II
Artikel II, onderdeel a, wordt als volgt gewijzigd:
1. In het voorgestelde artikel I wordt voor de tekst de onderdeelsaanduiding «B» geplaatst.
2. In onderdeel B (nieuw), aanhef, vervalt «van het Wetboek van Strafrecht».
3. Voor onderdeel B (nieuw) worden een aanhef en een onderdeel ingevoegd, luidende:
Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 273f wordt na het achtste lid, onder vernummering van het negende lid tot
het tiende lid, een lid ingevoegd, luidende:
9. Degene die een ander, al dan niet met een ideëel of humanitair motief, behulpzaam
is bij de in het eerste, tweede en achtste lid omschreven feiten of hem daartoe gelegenheid,
middelen of inlichtingen verschaft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te
vermoeden dat dit bijdraagt aan de in die leden omschreven feiten, wordt gestraft
met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.
III
Artikel II, onderdeel b, wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding «2.» geplaatst.
2. Voor onderdeel 2 (nieuw) wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
1. In het met onderdeel C voorgestelde artikel 273f wordt na het achtste lid, onder vernummering
van het negende lid tot het tiende lid, een lid ingevoegd, luidende:
9. Degene die een ander, al dan niet met een ideëel of humanitair motief, behulpzaam
is bij de in het eerste, tweede en achtste lid omschreven feiten of hem daartoe gelegenheid,
middelen of inlichtingen verschaft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te
vermoeden dat dit bijdraagt aan de in die leden omschreven feiten, wordt gestraft
met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Toelichting
Dit amendement beoogt de strafrechtelijke aansprakelijkheid voor het faciliteren van
mensenhandel te verduidelijken en uit te breiden naar rechtspersonen, organisaties
en instellingen die een bijdrage leveren aan mensenhandel.
Hoewel de misdrijven mensenhandel en mensensmokkel verschillen van aard, waarbij mensenhandel
zich kenmerkt door de uitbuiting van personen en mensensmokkel zich kenmerkt door
het illegaal over de grens helpen van personen, kunnen beide misdrijven in onderlinge
samenhang zijn. Mensensmokkel kan bijvoorbeeld uitmonden in mensenhandel als een volwassenen
of kind door de smokkelaar wordt doorverkocht aan een mensenhandelaar (Dit beeld wordt
bevestigd in Decoding the EU’s most threatening criminal networks – Europol 2024).
Voor het delict mensensmokkel is ook het faciliteren ervan onderdeel van de strafbaarstelling
van artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht. Voor mensenhandel is dit nu niet
het geval. Om deze misdrijven te voorkomen en te bestrijden kiest indiener ervoor
om ook het faciliteren van mensenhandel expliciet strafbaar te stellen. Hieronder
vallen ook rechtspersonen, organisaties en instellingen die een bijdrage leveren aan
mensenhandel.
Analoog aan artikel 197a Sr is het delict geformuleerd als een vorm van behulpzaamheid,
waarbij aan het bestanddeel «behulpzaam zijn bij» dezelfde betekenis toekomt als aan
het begrip medeplichtigheid zoals omschreven in artikel 48 Sr. Het gaat erom of verdachte
de uitbuiting van het slachtoffer in enigerlei opzicht heeft bevorderd of gemakkelijk
heeft gemaakt. Verder kan, analoog aan de jurisprudentie over artikel 197a Sr, aangenomen
worden dat ten aanzien van het criterium «terwijl hij weet» geldt dat verdachte zich
ten minste bewust was van de aanmerkelijke kans dat het misdrijf zou plaatsvinden
en dit op de koop toe nam (voorwaardelijk opzet), en ten aanzien van «of ernstige
reden heeft te vermoeden» volgt dat ook grove schuld volstaat, waarbij «verwijtbare
of wellicht gefingeerde naïviteit» wordt meegewogen (Hof Den Haag, 25 april 2019,
ECLI:NL:GHDHA:2019:2096). Of verdachte heeft gehandeld vanuit ideële of humanitaire motieven is voor de strafwaardigheid
nadrukkelijk niet relevant. Op het behulpzaam zijn bij mensenhandel staat voorts,
anders dan in de context van medeplichtigheid zoals omschreven in artikel 48 Sr, eenzelfde
straf als voor mensenhandel zoals omschreven in het eerste lid van artikel 273f als
zodanig.
Faber
Ondertekenaars
Marjolein Faber, Tweede Kamerlid