Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over reactie op verzoek commissie om een stand-van-zakenbrief over Villa ExpertCare, waarin tevens wordt ingegaan op de uitvoering en stand van zaken van de aangenomen moties over Villa ExpertCare
2026D47477 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond bij enkele fracties
behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Langdurige
Zorg, Jeugd en Sport over de stand-van-zakenbrief over Villa ExpertCare, waarin tevens
wordt ingegaan op de uitvoering en stand van zaken van de aangenomen moties over Villa
ExpertCare1.
De voorzitter van de commissie,
Mohandis
Adjunct-griffier van de commissie,
Heller
Inhoudsopgave
I.
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
II.
Reactie van de Minister
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie danken de Minister voor de brief over de stand van zaken
omtrent Villa ExpertCare (VEC). Daartoe hebben deze leden nog enkele vragen.
De leden van de D66-fractie lezen dat er periodiek contact is met de cliëntenraad
om kennis te nemen van hun zorgen en signalen. Kan de Minister toelichten hoe vaak
dit contact plaatsvindt? Vindt dit contact plaats met de gehele cliëntenraad, of met
een vertegenwoordiger? Is de cliëntenraad ook in de gelegenheid om tussentijds signalen
kenbaar te maken, of is dit enkel mogelijk tijdens de overleggen?
De Minister geeft in haar brief aan dat het onzeker is of voor alle 25 cliënten die
nog geen passende vervolgplek gevonden hebben, tijdig een passende plek kan worden
gerealiseerd. Dit baart de leden van de D66-fractie grote zorgen. Daartoe vragen deze
leden of de Minister kan toelichten of er nog ontwikkelingen uit het gesprek tussen
de Minister, B. Braun en het bestuur van VEC gekomen zijn op 23 september?
Daarnaast lezen de leden van de D66-fractie dat er op korte termijn een gesprek zal
plaatsvinden tussen zorgverzekeraars en zorgkantoren, onder regie van de Nederlandse
Zorgautoriteit (NZa) met ondersteuning van de onafhankelijke intermediair, om met
de sector voor medische kindzorg en gehandicaptenzorg in gesprek te gaan om gezamenlijk
tot oplossingen te komen voor de nog niet bemiddelde cliënten. Op welke wijze wordt
de Kamer hierover geïnformeerd? Op welke termijn kan dit verwacht worden?
De leden van de D66-fractie lezen ook dat de cijfers over cliënten die nog geen passende
vervolgplek hebben, om meerdere redenen kunnen veranderen en regelmatig geverifieerd
en geactualiseerd moeten worden. Daartoe vragen deze leden op welke wijze de Minister
voornemens is de Kamer te informeren wanneer er veranderingen plaatsvinden in het
aantal kinderen dat nog geen passende vervolgplek heeft.
De leden van de D66-fractie lezen dat er nog één potentiële overnamekandidaat is,
maar dat de Minister nog geen aangepast voorstel heeft ontvangen. Op welke wijze wordt
de Kamer geïnformeerd over de voortgang in het proces rondom deze potentiële overnamekandidaat?
De leden van de D66-fractie constateren deze schrijnende situatie in de toekomst absoluut
voorkomen moet worden. Daarbij vragen deze leden de Minister hoe zij kijkt naar de
wijze waarop de intensieve medische kindzorg voor deze kinderen nu is georganiseerd.
Hoe reflecteert de Minister op de verdeling in taken en verantwoordelijkheden tussen
de NZa, zorgverzekeraars, zorgkantoren, VEC en het ministerie?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister van
22 september jl. Zij danken de Minister voor haar brief en hebben nog enkele vragen.
De leden van de VVD-fractie lezen bij punt 2 dat er nog 25 cliënten zijn waarvoor
nog bemiddeld moet worden. Kunnen de leden daaruit opmaken dat er voor 25 kinderen
nog geen passende plek is gevonden? Zo nee, kan de Minister aangeven hoeveel kinderen
nu nog geen passende plek hebben gevonden? Hoeveel voortgang is er de afgelopen maanden
geboekt om deze kinderen een passende plek te geven? Waarom lukt dit op het moment
niet?
De leden van de VVD-fractie lezen bij punt 4 dat er gesprekken zijn met een potentiële
overnamekandidaat. Kan de Minister aangeven voor hoeveel kinderen hier plek zal zijn
en hoeveel kinderen blijven dan nog zonder plek zitten?
De leden van de VVD-fractie lezen tevens in punt 4 dat de deadline door de overnamekandidaat
niet gehaald is. Op het moment van de brief heeft de Minister nog geen reactie ontvangen.
Kan de Minister aangeven of zij inmiddels al wel een reactie heeft ontvangen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de stand-van-zakenbrief over
Villa ExpertCare. Allereerst zouden zij willen benadrukken dat zij het onaanvaardbaar
vinden dat kinderen die afhankelijk zijn van intensieve medische zorg en hun ouders
opnieuw worden geconfronteerd met een einddatum, terwijl passende vervolgzorg nog
niet voor ieder kind is geregeld. Achter de voortgangscijfers staan gezinnen die al
maanden niet weten waar zij aan toe zijn. Voor deze leden staat voorop dat ieder kind
de noodzakelijke zorg blijft ontvangen en dat ouders niet worden gedwongen de gevolgen
van bestuurlijke en financiële keuzes op te vangen. Zij hebben nog enkele vragen en
opmerkingen.
De leden van de PRO-fractie verzoeken de Minister om een tijdlijn vanaf de eerste
aankondiging van de voorgenomen sluiting van de zorgvilla’s tot het moment van beantwoording.
Kan zij hierin de data opnemen van de gesprekken en afspraken met VEC, B. Braun, zorgverzekeraars
en zorgkantoren? Kan zij per gesprek aangeven welke concrete afspraken zijn gemaakt,
wie verantwoordelijk is voor de uitvoering, welke termijn is afgesproken en wat de
huidige status is? Welke afspraken zijn niet of niet tijdig nagekomen, wanneer werd
dit duidelijk en welke vervolgstappen heeft de Minister daarop gezet?
De leden van de PRO-fractie lezen dat de Minister bij alle betrokken partijen blijft
aandringen op maximale inzet om de nog niet bemiddelde kinderen zo snel mogelijk van
een passende oplossing te voorzien en de zorgoverdracht zorgvuldig af te ronden. Kan
zij nader toelichten hoe dit er concreet uitziet in de praktijk: op welke wijze dringt
zij aan op maximale inzet? Over welke instrumenten beschikt zij, indien dit niet het
gewenste resultaat bereikt? Kan tevens nader omschreven worden hoe deze maximale inzet
eruit zou zien: wat vraagt dat van elk van de betrokken partijen? Welke concrete resultaten
moeten zij binnen welke termijn bereiken en wie grijpt in wanneer afspraken niet worden
nagekomen? In het eerdere schriftelijke overleg over Villa ExpertCare hebben de leden
van de PRO-fractie, samen met de fracties van ChristenUnie, SGP en PvdD, al gevraagd
hoe wordt getoetst of zorgverzekeraars en zorgkantoren hun zorgplicht daadwerkelijk
nakomen en welke interventiemogelijkheden de NZa heeft. Kan de Minister aangeven hoe
deze toetsing inmiddels in de praktijk plaatsvindt, welke tekortkomingen daarbij zijn
vastgesteld en welke maatregelen daarop zijn gevolgd?
De leden van de PRO-fractie vragen de Minister nader uiteen te zetten wat de zorgplicht
van zorgverzekeraars en zorgkantoren volgens haar concreet betekent voor de kinderen
en gezinnen die afhankelijk zijn van VEC. Welke verplichtingen vloeien hieruit voort
ten aanzien van de tijdigheid, beschikbaarheid, kwaliteit en passendheid van de vervolgzorg?
Wanneer is volgens de Minister aan deze zorgplicht voldaan: bij het aanbieden van
een mogelijke vervolgplek of pas wanneer de benodigde passende zorg daadwerkelijk
beschikbaar is? Kan zij per betrokken zorgverzekeraar en zorgkantoor aangeven of de
NZa heeft vastgesteld dat aan de zorgplicht wordt voldaan? Indien dit nog niet is
vastgesteld, wanneer gebeurt dit dan? Welke gevolgen verbindt de Minister eraan wanneer
maandenlange bemiddeling niet leidt tot passende zorg? Kan het ontbreken van voldoende
aanbod volgens haar rechtvaardigen dat kinderen noodzakelijke zorg verliezen of ouders
deze noodgedwongen zelf moeten overnemen? Welke maatregelen moeten zorgverzekeraars
en zorgkantoren in zo’n situatie treffen om alsnog aan hun zorgplicht te voldoen,
waaronder het organiseren of financieren van aanvullend zorgaanbod?
De leden van de PRO-fractie lezen dat er nog steeds een tweewekelijks overleg plaats
vindt met de NZa, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), zorgverzekeraars en
zorgkantoren, waarin onder andere eventuele knelpunten bij de zorgoverdracht worden
besproken. Welke knelpunten zijn het meest recent gesignaleerd en welke mogelijke
oplossingsrichtingen zijn besproken? Welke daarvan zijn daadwerkelijk ingezet en welke
knelpunten blijven bestaan? Daarnaast lezen de leden van de PRO-fractie dat er periodiek
contact is met de cliëntenraad om kennis te nemen van hun zorgen en signalen. Wanneer
is er voor het laatst contact geweest met de cliëntenraad en kan nader toegelicht
worden op welke concrete wijze hun zorgen en signalen worden meegenomen in het proces?
Krijgt de cliëntenraad teruggekoppeld welke acties naar aanleiding van deze signalen
worden ondernomen? Hoe worden verschillen tussen de informatie van ouders en die van
VEC, zorgverzekeraars en zorgkantoren onderzocht en opgelost?
De leden van de PRO-fractie lezen dat de onafhankelijke intermediair na haar aanstelling
de situatie in kaart heeft gebracht en aanbevelingen heeft gedaan voor het vervolg.
Kan de Minister deze aanbevelingen met de Kamer delen en aangeven welke nog niet zijn
uitgevoerd en waarom? Op welke wijze is de effectiviteit van de overleggen tussen
betrokken partijen verbeterd en op basis waarvan is dit merkbaar, in het bijzonder
ook voor de cliënten van VEC? Heeft ieder gezin inmiddels een vast aanspreekpunt dat
verantwoordelijk is voor de voortgang en aanspreekbaar is wanneer een oplossing uitblijft?
De leden van de PRO-fractie vragen hoeveel kinderen inmiddels daadwerkelijk zijn overgedragen
naar passende vervolgzorg. Kan de Minister bij de categorie van 55 kinderen onderscheid
maken tussen gerealiseerde zorgoverdrachten, definitief afgesproken overdrachten en
oplossingen die uitsluitend nog in beeld zijn? Hoeveel kinderen ontvangen na overdracht
de volledige benodigde zorg en voor hoeveel kinderen is slechts een gedeeltelijke
of tijdelijke oplossing beschikbaar? Kan zij daarnaast de actuele stand geven voor
de kinderen voor wie nog geen passende vervolgplek is gevonden? Hoe wordt verzekerd
dat het oordeel van ouders over de passendheid van de vervolgzorg herkenbaar in dit
overzicht wordt opgenomen?
De leden van de PRO-fractie wijzen op de motie-Westerveld c.s. waarin wordt verzocht
de mogelijkheden van ouders en de behoefte van het kind leidend te laten zijn bij
de beoordeling of een aanbod passend is. Hoe wordt deze motie bij iedere individuele
zorgoverdracht toegepast? Worden daarbij de benodigde specialistische deskundigheid,
het aantal dagen en nachten zorg, de reisafstand, passend vervoer en de draagkracht
van het hele gezin betrokken? Wie beoordeelt de passendheid wanneer ouders en de betrokken
organisaties hierover van mening verschillen? Welke onafhankelijke ondersteuning krijgen
ouders daarbij? Kan de Minister bevestigen dat instemming met een vervolgplek onder
druk van dreigend zorgverlies niet zonder meer betekent dat deze plek daadwerkelijk
passend is?
De leden van de PRO-fractie lezen dat de locatie Wezep naar aanleiding van het IGJ-rapport
aanvullende verbetermaatregelen heeft genomen. Welke maatregelen zijn dit en wat zijn
de gevolgen hiervan voor de cliënten? Kan nader toegelicht worden wanneer er noodzaak
zou zijn voor acuut ingrijpen vanuit de IGJ? Wat is de huidige stand van zaken met
betrekking tot de kwaliteit en veiligheid van zorg bij VEC en de personele capaciteit
en continuïteit? Welke concrete normen en termijnen hanteert de IGJ bij het beoordelen
van de verbeteringen? Hoe wordt voorkomen dat pas wordt ingegrepen wanneer de veiligheid
van kinderen al in gevaar is gekomen? Wordt bij het toezicht ook betrokken of zorguren
worden verminderd, logeerzorg uitvalt of ouders noodgedwongen meer zorg overnemen?
De leden van de PRO-fractie herinneren aan de motie-Westerveld c.s. over het in dienst
houden van personeel tot 31 december 2026 om tijd en rust te creëren voor een passende
oplossing, eventueel via een overname. Welke afspraken zijn hiervoor gemaakt en worden
deze nagekomen? Hoe wordt voorkomen dat juist voor de kinderen met de meest complexe
zorgvraag onvoldoende ervaren personeel overblijft? Welke maatregelen worden getroffen
om gespecialiseerde medewerkers en hun kennis te behouden, ook wanneer zorg wordt
overgenomen door andere aanbieders?
De leden van de PRO-fractie hebben tevens kennisgenomen van het feit dat VEC per brief
bekend heeft gemaakt de zorg per 1 januari 2027 te beëindigen. Reden hiervoor is dat
B.Braun niet langer bereid is de financiële middelen beschikbaar te stellen. Zij betreuren
deze handelwijze van VEC en B.Braun en maken zich ernstige zorgen over de schade aan
de kinderen en ouders. Hoe verhoudt deze aangekondigde beëindiging zich tot de eerder
gemaakte afspraak dat de zorg wordt voortgezet totdat voor ieder kind een passende
vervolgplek is gevonden? Welke juridische status heeft deze afspraak en welke mogelijkheden
bestaan om VEC en B. Braun aan hun verplichtingen te houden? Is onderzocht of de aangekondigde
opzegging van de zorgovereenkomsten rechtmatig is zolang passende vervolgzorg ontbreekt?
Wie ondersteunt ouders bij het beschermen van hun rechtspositie?
De leden van de PRO-fractie vragen welke juridische mogelijkheden inmiddels zijn onderzocht
om VEC en B. Braun aan te spreken op het niet nakomen van afspraken en verplichtingen.
Kan de Minister onderscheid maken tussen de verantwoordelijkheden van de zorgaanbieder,
de investeerder, het bestuur en de Raad van Commissarissen, en per partij aangeven
op welke juridische grondslag optreden mogelijk is? Zijn een ingebrekestelling, het
vorderen van nakoming en een spoedprocedure onderzocht? Welke mogelijkheden hebben
de Minister, toezichthouders, zorgverzekeraars en zorgkantoren daarbij ieder vanuit
hun eigen bevoegdheden of contractuele positie? Welke stappen zijn daadwerkelijk gezet
en waarom zijn andere mogelijkheden niet benut?
De leden van de PRO-fractie vragen tevens of is onderzocht of VEC, B. Braun of andere
betrokken partijen aansprakelijk kunnen worden gesteld voor schade die voortvloeit
uit het niet nakomen van hun verplichtingen. Kan de Minister daarbij ingaan op extra
zorg- en vervoerskosten, inkomensverlies van ouders en eventuele gezondheidsschade?
Onder welke omstandigheden kan aansprakelijkheid van bestuurders of interne toezichthouders
aan de orde zijn? Is daarnaast onderzocht of extra kosten die zorgverzekeraars, zorgkantoren
of de overheid moeten maken op verantwoordelijke partijen kunnen worden verhaald?
Deze leden vragen de Minister hierover een juridische beoordeling met de Kamer te
delen, zo nodig vertrouwelijk. Hoe wordt voorkomen dat ieder gezin afzonderlijk een
langdurige en kostbare juridische procedure moet voeren om zijn rechten te beschermen?
De leden van de PRO-fractie vragen welke zorg vanaf 1 januari 2027 beschikbaar is
voor ieder kind voor wie dan nog geen passende vervolgplek is gerealiseerd. Deze leden
ontvangen signalen dat voor sommige gezinnen het noodscenario bestaat uit een crisisplek,
maar dat deze pas beschikbaar komt wanneer beide ouders uitvallen en de zorg voor
hun kind niet meer kunnen leveren. Herkent de Minister deze signalen? Klopt het dat
gezinnen eerst volledig moeten vastlopen voordat deze zorg beschikbaar wordt gesteld?
Hoe verhoudt dit zich tot de zorgplicht en het voorkomen van overbelasting van ouders?
Deelt de Minister de opvatting dat het uitvallen van beide ouders nooit een voorwaarde
mag zijn voor toegang tot noodzakelijke vervangende zorg? Welke maatregelen neemt
zij om deze gezinnen te ondersteunen vóórdat een crisis ontstaat?
De leden van de PRO-fractie vragen daarnaast welk concreet noodscenario voor ieder
nog niet bemiddeld kind wordt voorbereid, wie daarvoor verantwoordelijk is en wanneer
ouders daarover worden geïnformeerd. Kan de Minister toezeggen dat deze kinderen niet
zonder noodzakelijke zorg komen te zitten en dat ouders niet worden gedwongen ontbrekende
professionele zorg zelf te leveren totdat zij daartoe fysiek of mentaal niet meer
in staat zijn? Hoe wordt gewaarborgd dat een noodvoorziening aansluit bij de specialistische
zorgbehoefte van het kind en dat een tijdelijke crisisplek niet zonder voldoende waarborgen
voor onbepaalde tijd voortduurt?
De leden van de PRO-fractie wijzen op de grote onzekerheid waarin de ouders de afgelopen
tijd hebben moeten leven door het handelen van VEC en B. Braun, en op de gevolgen
die dit kan hebben, bijvoorbeeld in de vorm van een burn-out of traumagerelateerde
klachten. Herkent de Minister signalen van ouders die met ernstige klachten kampen
als gevolg van de situatie bij VEC? Waar kunnen ouders die wegens de ontstane situatie
kampen met depressieve klachten of klachten van een burn-out terecht voor hulp? Wordt
deze ondersteuning actief aangeboden en is voldoende vervangende zorg beschikbaar
om ouders daadwerkelijk de gelegenheid te geven hulp te ontvangen en te herstellen?
Worden ook de gevolgen voor broers en zussen betrokken? Welke mogelijkheden hebben
ouders die noodgedwongen moeten stoppen met werken of minder moeten werken doordat
hun kind niet meer terechtkan bij VEC? Wie helpt deze gezinnen bij dreigend inkomensverlies
en welke mogelijkheden bestaan om extra kosten of schade te verhalen? Is de Minister
bereid dit voor de betrokken ouders inzichtelijk te laten maken, zodat zij dit niet
ieder afzonderlijk hoeven uit te zoeken?
De leden van de PRO-fractie lezen daarnaast dat de Minister op 23 september jl. in
gesprek gesproken heeft met B. Braun en het bestuur van VEC. Kan nader toegelicht
worden hoe dit gesprek is verlopen en wat besproken is? Welke concrete toezeggingen
zijn gedaan over voortzetting van de zorg, financiering, personeelsbehoud en medewerking
aan een eventuele overname? Zijn deze afspraken schriftelijk vastgelegd en wanneer
worden ouders hierover geïnformeerd?
De leden van de PRO-fractie lezen dat de Raad van Commissarissen (RvC) van VEC op
17 september jl. op ambtelijk niveau is aangesproken. Heeft de RvC inmiddels naar
aanleiding hiervan actie ondernomen? Welke concrete maatregelen heeft de RvC van het
bestuur verlangd om de belangen van kinderen en ouders te beschermen, en binnen welke
termijn moeten deze worden uitgevoerd? Indien de RvC geen actie heeft ondernomen,
welke vervolgstappen zet de Minister dan? Deze leden vragen tevens naar de stand van
het in de motie-Bikker c.s. gevraagde onafhankelijke onderzoek naar de werkwijze van
B. Braun, de verplichtingen van private zorginvesteerders en de naleving van de wettelijke
verplichtingen tegenover de cliëntenraad. Wanneer ontvangt de Kamer de uitkomsten
en hoe worden deze betrokken bij het aanspreken van het bestuur, B. Braun en intern
toezicht? Worden de bevindingen ook betrokken bij de beoordeling of juridische stappen
of aansprakelijkstelling mogelijk zijn? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?
De leden van de PRO-fractie vragen welke mogelijkheden nog bestaan voor een overname
van de zorgverlening. Is inmiddels een aangepast voorstel ontvangen van de resterende
overnamekandidaat en welke ondersteuning wordt geboden om tot een uitvoerbaar plan
te komen? Kan de Minister de juridische beoordeling delen die ten grondslag ligt aan
haar conclusie over staatssteun? Welke alternatieve mogelijkheden voor rechtmatige
financiering of ondersteuning zijn onderzocht? Welke afspraken kunnen zorgverzekeraars
en zorgkantoren maken om noodzakelijke capaciteit beschikbaar te houden? Deze leden
vragen daarbij te voorkomen dat een mogelijke oplossing uitsluitend strandt op bekostigingsproblemen
die ook andere aanbieders van medische kindzorg raken.
De leden van de PRO-fractie wijzen op de motie-Westerveld c.s. over versnelling van
het kostenonderzoek en een toekomstvisie voor integrale medische kindzorg. Welke concrete
versnelling is met de NZa afgesproken en wanneer zijn de eerste bruikbare resultaten
beschikbaar? Welke maatregelen kunnen vooruitlopend daarop worden genomen om te voorkomen
dat meer specialistische voorzieningen verdwijnen? Hoe worden ouders, professionals
en kleinschalige aanbieders betrokken bij de toekomstvisie? Hoe worden daarin passende
huisvesting, maatschappelijk vastgoed, geschoold personeel en voldoende geografische
spreiding uitgewerkt? Wanneer wordt medische kindzorg overeenkomstig de motie als
afzonderlijk specialistisch beleidsveld erkend, en hoe krijgt dit concreet vorm binnen
het ministerie?
De leden van de PRO-fractie wijzen tot slot op de motie-Westerveld c.s. over aanvullende
wettelijke interventiebevoegdheden bij ernstig wanbestuur van een zorginstelling2. Deze motie vraagt om wetgeving waarmee tijdelijk de regie kan worden overgenomen
of een onafhankelijke bestuurder kan worden aangesteld, en om informatie aan de Kamer
vóór de VWS-begrotingsbehandeling. Welke voorbereidingen zijn hiervoor inmiddels getroffen?
Kan de Minister bevestigen dat zij de Kamer binnen de gevraagde termijn informeert
en dat het uitwerken van deze bevoegdheden niet wordt uitgesteld totdat de casus VEC
is afgerond? Welke aanvullende bescherming acht zij nodig om te voorkomen dat kinderen
en ouders opnieuw afhankelijk worden van de bereidheid van een commerciële partij
om essentiële zorg voort te zetten?
De leden van de PRO-fractie vragen tot slot hoe de Minister voorkomt dat een vergelijkbare
situatie zich opnieuw voordoet. Welke tekortkomingen in vroegsignalering, toezicht,
bekostiging en de verdeling van verantwoordelijkheden moeten volgens haar worden aangepakt?
Welke maatregelen neemt zij nu al, zonder de afronding van de evaluatie af te wachten?
Hoe wordt eerder gesignaleerd dat een aanbieder van moeilijk vervangbare specialistische
zorg wil stoppen, en wie moet vervolgens binnen welke termijn handelen? Is de Minister
bereid te onderzoeken hoe kan worden geborgd dat bij voorgenomen beëindiging tijdig
een uitvoerbaar continuïteitsplan wordt opgesteld, met betrokkenheid van de cliëntenraad,
voldoende financiering en behoud van personeel? Hoe voorkomt zij dat een aanbieder
of investeerder zich terugtrekt terwijl de gevolgen bij kinderen en ouders terechtkomen?
Deze leden vragen om een concreet plan met maatregelen, verantwoordelijke partijen
en termijnen, zodat lessen uit VEC daadwerkelijk leiden tot betere bescherming van
patiënten en gezinnen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben de brief van de Minister gelezen. Villa ExpertCare
wil per 1 januari 2027 stoppen, terwijl voor 25 kinderen nog geen passende vervolgplek
is gevonden. Ouders is steeds gezegd dat de zorg pas stopt als die plek er is. Ook
de Minister schrijft nu dat het onzeker is of dat vóór het einde van het jaar lukt.
Wat gebeurt er op 1 januari met een kind dat dan nog geen plek heeft? Wie levert de
zorg, waar kan het kind terecht en wie betaalt die zorg? Welke noodscenario’s liggen
klaar voor kinderen voor wie geen plek wordt gevonden? Zijn die met de ouders en de
cliëntenraad besproken en vinden zij die scenario’s ook werkbaar?
Daar komt nog een risico bij. Wat gaat de Minister doen als een personeelstekort ertoe
leidt dat VEC al vóór 1 januari niet meer veilig voor deze kinderen kan zorgen? Waar
kunnen zij dan terecht? Hoe houden VEC, de zorgverzekeraars, de zorgkantoren en de
IGJ de personele bezetting op de twee overgebleven locaties in de gaten, en wanneer
grijpen zij in?
De Minister zou op 23 september jl. met B. Braun en het bestuur van VEC spreken. Wat
heeft dat gesprek opgeleverd? Is B. Braun bereid de zorg voort te zetten totdat ieder
kind een passende plek heeft? Welke afspraken zijn daarover gemaakt en zijn die vastgelegd?
VEC wijkt volgens de Minister opnieuw af van een eerdere afspraak. Welke juridische
mogelijkheden ziet zij om VEC daaraan te houden? Kan VEC de zorgovereenkomst van een
kind opzeggen als voor dat kind geen vervolgzorg beschikbaar is? Zijn verzekeraars
en zorgkantoren bereid daar zo nodig tegen op te treden?
De Minister schrijft dat met juridische en financiële druk uitvoering wordt gegeven
aan de motie-Bikker3. Welke druk is er concreet uitgeoefend en wat heeft die opgeleverd? Wat heeft de
Raad van Commissarissen gedaan nadat VWS hem op 17 september jl. op zijn verantwoordelijkheid
heeft gewezen? Heeft de RvC de opzegging van de zorgovereenkomsten besproken of tegengehouden?
De cliëntenraad wijst op eerdere kritiek van de IGJ en de Ondernemingskamer op de
raad. Wat vindt de Minister daarvan?
In de brief staat dat voor 55 kinderen een vervolgplek is gevonden of op korte termijn
wordt voorzien. Dat zijn twee verschillende dingen. Hoeveel kinderen krijgen inmiddels
daadwerkelijk passende vervolgzorg en voor hoeveel is er alleen zicht op een plek?
Wanneer is die plek beschikbaar? En voor hoeveel van de overige 25 kinderen is er
nog helemaal geen oplossing in beeld?
Wie bepaalt of de nieuwe plek voor een kind passend is? Wordt daarbij ook gekeken
naar de reistijd en wat de ouders en het gezin aankunnen? Wat gebeurt er als ouders
de aangeboden plek niet passend vinden? Telt een tijdelijke noodoplossing, extra zorg
thuis of een plek die pas later beschikbaar komt mee als passende vervolgzorg? De
Minister schrijft dat een al gevonden plek alsnog niet passend kan blijken. Hoeveel
kinderen betreft dit en blijven zij dan in het overzicht staan totdat er een nieuwe
oplossing is?
De motie-Maeijer4 vraagt om een onafhankelijk, vanuit het perspectief van het kind en de ouders vastgesteld
en verifieerbaar overzicht van de zorgoverdracht van alle kinderen. De cliëntenraad
stelt dat Project Herberg met 40 kinderen begon en dat de situatie van de andere gezinnen
niet steeds rechtstreeks bij de ouders is gecontroleerd. Klopt dat? Zijn alle 80 gezinnen
inmiddels door een onafhankelijke partij benaderd om te controleren of er daadwerkelijk
passende zorg is? Zo nee, hoe kan de Minister dan zeggen dat aan de motie uitvoering
is gegeven? Hoe worden kinderen van ouders die geen toestemming voor deelname aan
Project Herberg gaven in dit overzicht meegenomen?
De cliëntenraad zegt graag te willen deelnemen aan de projectgroep van Project Herberg,
maar zit daar niet aan tafel. Sinds het brede overleg is opgeheven, wordt de cliëntenraad
naar eigen zeggen vooral achteraf bijgepraat. Waarom is de cliëntenraad niet betrokken
bij de gesprekken waarin per kind naar een oplossing wordt gezocht? Wanneer komt er
weer een overleg waarin ook de cliëntenraad namens de ouders kan meepraten? De cliëntenraad
zegt dat de nieuwe overlegstructuur half september zou worden geëvalueerd. Vanuit
de cliëntenraad is aangegeven dat de overlegstructuur onvoldoende effectief is en
dat met de cliëntenraad aan tafel bij Herberg een efficiencyslag gemaakt zou kunnen
worden. Daarop wordt niet ingegaan. Waarom niet? Hoe zorgt de Minister dat signalen
van ouders tijdig worden besproken en dat er ook iets mee gebeurt?
Ook over de verantwoordelijkheid voor Project Herberg is volgens de cliëntenraad onduidelijkheid.
De onafhankelijke intermediair zit de stuurgroep voor en VEC zegt geen eigenaar meer
te zijn, terwijl andere partijen VEC wel als eigenaar zien. VEC betaalt bovendien
de kosten van het project. Wie heeft formeel de opdracht gegeven, wie betaalt, wie
neemt besluiten en wie kan ingrijpen als de zorgbemiddeling vastloopt? Kan de Minister
uitsluiten dat VEC als partij die de zorg wil beëindigen nog beslissende invloed heeft
op de beoordeling van passende vervolgzorg? Als Project Herberg geen oplossing vindt
voor 31 december 2026, wie is dan verantwoordelijk voor de zorg van die kinderen?
Hoe lang loopt Herberg nog door nadat VEC van het toneel is verdwenen? Is dat totdat
er voor alle 80 kinderen van VEC daadwerkelijk een passende oplossing is gevonden?
De zorgverzekeraars en zorgkantoren hebben een zorgplicht. Wat is tijdens de overleggen
van 7 en 18 september afgesproken over extra plekken, personeel, geld en termijnen?
Wie is aanspreekbaar als een passende plek uitblijft? Wanneer zal de NZa optreden
als een verzekeraar of zorgkantoor zijn zorgplicht niet waarmaakt?
De cliëntenraad wijst erop dat er voor een deel van de kinderen simpelweg geen bestaande
plek is om naartoe te bemiddelen. De leden van de PVV-fractie vragen de Minister daarom
niet alleen naar de zoektocht naar plekken, maar ook naar het creëren ervan. Welke
bestaande aanbieders kunnen op korte termijn extra plekken openen en wat hebben zij
daarvoor nodig? Wie zorgt dat dit gebeurt, hoeveel plekken levert dat op en wanneer?
Is tijdelijke financiering mogelijk zolang het kostprijsonderzoek van de NZa loopt?
VEC schrijft dat op 13 juli over een vangnetstichting is gesproken. Wat is daarmee
gebeurd en waarom is er nog geen besluit genomen?
VEC schrijft dat de verliezen in 2026 cumulatief oplopen tot ongeveer 8 miljoen euro
en dat de tarieven berusten op een kostenonderzoek over 2014. Kloppen die cijfers?
Hoeveel van het tekort komt door de tarieven en hoeveel door de bedrijfsvoering en
keuzes van VEC? Wanneer hebben VWS, de NZa en de verzekeraars voor het eerst van de
financiële problemen en de voorgenomen sluiting gehoord? De cliëntenraad betwist dat
VEC vóór het sluitingsbesluit voldoende heeft gedaan om een oplossing te zoeken en
personeel te behouden. Hoe beoordeelt de Minister dat? VEC meldt ook dat een andere
aanbieder per 31 december stopt met medische kindzorg met verblijf. Is dit bekend
en hoeveel plekken verdwijnen daarmee?
Tot slot vragen de leden naar de moties-Maeijer5 over de toekomst van specialistische kindzorg. De Minister kondigt onderzoeken aan
die tot de zomer van 2027 duren, terwijl er nu kinderen zonder zorg dreigen te komen
zitten. Waarom duurt de uitvoering van deze moties zo lang? Wat gaat zij dit jaar
al doen om die zorg te behouden en nieuwe plekken mogelijk te maken? Wanneer krijgt
de Kamer een concreet plan met maatregelen en termijnen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de stand-van-zakenbrief over
Villa ExpertCare en hebben hierover nog een enkele vraag. Deze leden vragen of de
Minister de Kamer wil informeren over de uitkomsten van het gesprek met B. Braun en
VEC over de voorgenomen sluiting per 1 januari 2027. Deze leden lezen dat voor 25
kinderen nog geen passende vervolgplek gevonden is. Deze leden vragen hoe zorgverzekeraars
en zorgkantoren de komende weken invulling geven aan hun zorgplicht om tot een oplossing
te komen, en aan welke mogelijke oplossingen op dit moment gewerkt wordt.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben met grote betrokkenheid kennisgenomen van de brief
over de stand van zaken rondom Villa ExpertCare. Deze leden leven intens mee met de
kinderen en hun ouders, die na een toch al moeilijke periode opnieuw in grote onzekerheid
verkeren over de toekomst van hun zorg. Juist deze gezinnen, die al zoveel te dragen
hebben, verdienen rust, zekerheid en passende zorg. De leden van de BBB-fractie spreken
hun waardering uit voor de grote inzet van de Minister en alle betrokken partijen
om voor ieder kind een passende oplossing te vinden.
Deze leden vragen de Minister om bij de mogelijke overname van Villa ExpertCare werkelijk
alle mogelijkheden te onderzoeken. De Minister geeft aan dat het compenseren van eventuele
exploitatietekorten gedurende maximaal drie jaar vanwege staatssteunregels niet mogelijk
is. Kan de Minister nader toelichten welke specifieke staatssteunregels hieraan in
de weg staan en welke alternatieve financieringsmogelijkheden zijn onderzocht? Is
bijvoorbeeld gekeken naar leningen, andere vormen van tijdelijke financiële ondersteuning
of mogelijkheden via zorgverzekeraars en zorgkantoren? Welke juridische en financiële
ruimte bestaat er om een overname alsnog mogelijk te maken, zonder dat de continuïteit
van zorg voor deze kwetsbare kinderen in gevaar komt?
Tot slot lezen deze leden dat de potentiële overnamekandidaat nog geen aangepast voorstel
heeft ingediend. Heeft het ministerie inmiddels contact opgenomen met deze kandidaat
om te achterhalen waar het op vastloopt en of een aangepast voorstel nog te verwachten
is? Zo nee, is de Minister bereid dit alsnog op korte termijn te doen en daarbij actief
te onderzoeken welke ondersteuning nodig is om tot een haalbaar overnameplan te komen?
Deze leden benadrukken dat iedere mogelijkheid om deze kinderen en hun ouders zo snel
mogelijk duidelijkheid en zekerheid te bieden, serieus moet worden onderzocht.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister over
Villa ExpertCare. Zij maken zich grote zorgen over de dreigende sluiting van de zorgvilla’s
en het gebrek aan daadkracht van de Minister en hebben hierover nog een aantal kritische
vragen en opmerkingen.
De leden van de SP-fractie lezen dat de Minister «bij alle betrokken partijen [blijft]
aandringen op maximale inzet om de nog niet bemiddelde kinderen zo snel mogelijk van
een passende oplossing te voorzien en de zorgoverdracht zorgvuldig af te ronden».
Is de tijd van aandringen niet al lang voorbij, aangezien dit tot nu toe heel weinig
heeft opgeleverd? Wanneer gaat de Minister daadwerkelijk ingrijpen om de puinhoop
die de marktwerking bij deze zorg heeft aangericht op te ruimen?
De leden van de SP-fractie lezen dat de Minister «het stuitend [vindt] dat B. Braun
en VEC dit besluit nemen en daarmee opnieuw afwijken van de eerder gemaakte afspraak
om zorg te blijven leveren totdat voor ieder kind een passende vervolgplek is gevonden».
In hoeverre reflecteert zij ook op haar eigen rol hierin, door steeds te vertrouwen
op afspraken met het commerciële bedrijf dat keer op keer haar eigen commerciële belangen
voor de belangen van de kinderen stelt?
De leden van de SP-fractie vragen de Minister wanneer zij gaat ingrijpen via bijvoorbeeld
bestuursdwang om ervoor te zorgen dat de laatste twee locaties van ExpertCare niet
sluiten, aangezien deze plekken onmisbaar zijn. Het kan toch geen optie zijn om deze
locaties te sluiten als na alle inzet vanuit project Herberg voor de meerderheid van
de kinderen (25 van de 40) nog steeds geen alternatief is gevonden?
De leden van de SP-fractie vragen de Minister tot slot wat er nu gebeurt voor de groep
kinderen die nog niet in zorg waren bij VEC, maar voor wie nu ook onvoldoende plaatsen
zijn door de patiëntenstop bij VEC.
De leden van de SP-fractie lezen dat de Minister vanwege staatssteunregels niet bereid
is om de overname van ExpertCare te faciliteren. Is de Minister het ermee eens dat
dit er niet voor mag zorgen dat de locaties alsnog sluiten, ondanks dat er een alternatief
is om ze wel open te houden? Hoe gaat de Minister er dan voor zorgen dat deze locaties
niet sluiten?
De leden van de SP-fractie lezen dat «zal worden bezien welke lessen uit de casus
kunnen worden getrokken voor de borging van de continuïteit van zorg en voor de verantwoordelijkheden
en interventiemogelijkheden van de verschillende betrokken partijen». Is de Minister
het ermee eens dat de conclusie in ieder geval kan worden getrokken dat marktwerking
voor dit type zorg niet werkt?
II. Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M. Mohandis, voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
M. Heller, adjunct-griffier