Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag schriftelijk overleg over de (informele) Telecomraad van 12-13 oktober 2026
2026D47254 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Digitale Zaken hebben enkele fracties de behoefte om
enkele vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Economische Zaken
en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de brieven,
d.d. 26 juni 2026 «Fiche: Cloud & AI Development Act» (Kamerstuk 22 112-4395), d.d. 18 juni 2026 «Naderende Raadspositie Omnibus Digitaal» (Kamerstuk 22 112-4382), d.d. 26 juni 2026 «Verslag van de formele Telecomraad van 9 juni 2026» (Kamerstuk
21 501-33-1234), d.d. 6 juli 2026 «Voortgang onderhandelingen Omnibus Digitaal en nadere informatie
over bepaalde aspecten van online tracking» (Kamerstuk 22 112-4404), d.d. 10 juli 2026 «Fiche: Mededeling Europese Tech Soevereiniteit, inclusief Open
Source Strategie» (Kamerstuk 22 112-4406), d.d. 18 september 2026 «Geannoteerde agenda informele Telecomraad d.d. 12–13 oktober»
(2026Z19294).
De voorzitter van de commissie,
Dekker
Adjunct-griffier van de commissie,
Terberg
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
II
Antwoord/reactie van de bewindspersoon
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brieven
over de recente ontwikkelingen en geagendeerde stukken van de Telecomraad. Deze leden
danken het kabinet voor deze brieven. Deze leden steunen de kabinetsinzet om de regeldruk
op het gebied van digitalisering te verlagen, maar zien ook de gevaren van de mogelijke
gevolgen voor privacy. Deze leden hebben hierover een aantal vragen.
De Europese Commissie (EC) dringt aan op het belang om de toegang voor het midden-kleinbedrijf
(mkb) tot aanbestedingen te versimpelen. Een doel dat in de nieuwe maatregelen wordt
gesteld aan lidstaten is dat minimaal 25% van de aanbestedingen in cloud- en AI-systemen
moet worden gegund aan innovatieve mkb-ondernemingen. De leden van de D66-fractie
delen de constatering van de EC dat er een belang is bij het steunen van het mkb,
maar hebben vragen over dit doel. De 25% kan zowel als 25% van het budget, als 25%
van het aantal aanbestedingen worden geïnterpreteerd. Kan het kabinet verduidelijken
hoe de doelstelling van 25% moet worden geïnterpreteerd en hoe tot dit percentage
is besloten, zo vragen de leden van deze fractie.
Binnen het nieuwe aanbestedingsbeleid stelt de EC zichzelf voor als centraal aanbestedingsorgaan.
Een gezamenlijk aanbestedingsmechanisme kan voordelen opleveren, maar tegelijkertijd
vragen de leden van de D66-fractie hoe het risico wordt ondervangen dat de EC bij
centrale aanbesteding een disproportioneel grote afnemer kan worden bij kleinere aanbieders
van cloud- of AI-services. Deze disproportionaliteit zou voor de leverancier een afhankelijkheid
van de Commissie kunnen creëren, zeker bij aanbestedingen in het mkb.
De leden van de D66-fractie vragen of wanneer de EC gaat dienen als centraal aanbestedingsorgaan,
dit ervoor kan zorgen dat elke Europees lidstaat, via de EC, hun cloud- en AI-diensten
afneemt van dezelfde leverancier. De leden van deze fractie maken zich daarbij zorgen
dat centrale aanbesteding pluriformiteit van het aanbod in de weg staat. Hoe weegt
het kabinet dit risico en wat is haar inzet daarbij richting de EC? Hoe schat het
kabinet het risico in dat er een Europese vendor lock-in komt als de EC als centraal aanbestedingsorgaan dient? Hoe gaat het kabinet inzetten
op een makkelijke toegang tot de markt voor het innovatief mkb, zo vragen de leden
van deze fractie.
De leden van de D66-fractie lezen in de inzet van de EC dat er een verruiming komt
voor de gevallen waarin cookies zonder toestemming vooraf kunnen worden gebruikt. De leden van deze fractie zijn
kritisch over de impact van dit besluit ten opzichte van de privacy van de burger,
en zien het liefst een beperking in het toestemmingsvrij toepassen van cookies. Deze leden steunen de invoer van wetgeving die het mogelijk maakt voor een website
om eenmalig toestemming te vragen en deze voorkeur onthouden. Het invoeren van deze
maatregel brengt implicaties met zich mee voor nieuwsmedia, die persoonlijke cookies
gebruiken als inkomstenbron. Hoe staat het kabinet tegenover het invoeren van wetgeving
die websites ertoe verplicht éénmalig om cookie-toestemming te vragen? Kan het kabinet
aangeven wat de impact is van een dergelijke maatregel, en daarbij expliciet aandacht
geven aan de impact op nieuwsmedia in het kader van reclamebeleid en hoe dit kan worden
ondervangen, zo vragen de leden van deze fractie.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de stukken behorende
bij het schriftelijk overleg voor de aankomende Telecomraad. Deze leden hebben over
deze stukken nog enkele opmerkingen en vragen.
Digitale omnibus
De leden van de VVD-fractie ontvangen graag een update over de stand van zaken over
de Omnibus Digitaal en een appreciatie van het kabinet op de nieuwe compromistekst
van het Ierse voorzitterschap. Is het kabinet voornemens te wachten op de impact assessment
die het Europees Parlement op de Omnibus Digitaal uitvoert alvorens het instemt met
het Raadsakkoord, zo vragen de leden van deze fractie.
Digital Networks Act
De leden van de VVD-fractie lezen dat er gesproken zal worden over de voorstellen
in de Digital Networks Act voor uitfasering van kopernetwerken. Deze leden delen de zorgen van het kabinet op
deze punten in het voorstel, zoals de subsidiariteit en proportionaliteit van de voorstellen
en de technologieneutraliteit. Hoe ontwikkelt het krachtenveld in de Raad zich op
deze punten, zo vragen de leden van deze fractie.
De leden van de VVD-fractie lezen dat er daarnaast gesproken zal worden over de voorstellen
in de Digital Networks Act die raken aan toegangsregulering. Deze leden merken op dat er discussie kan zijn
over de gewenste schaal waarop mededinging wordt getoetst. Consolidatie kan goed zijn
om op internationaal niveau een vuist te maken, bijvoorbeeld tegen bedrijven uit China
of de Verenigde Staten, maar kan in Europa tot ongewenste marktmacht leiden. Hoe ziet
het kabinet dit, zo vragen de leden van deze fractie.
Cloud and AI Development Act
De leden van de VVD-fractie hebben tevens met interesse kennisgenomen van het BNC-Fiche
over de Cloud & AI Development Act (CADA). Deze leden vragen zich af waarom het kabinet het onwenselijk of onrealistisch
acht om de datacentercapaciteit in Nederland te verdrievoudigen. Welke consequenties
zouden het afzien van de verdrievoudiging hebben ten opzichte van de concurrentiepositie
van Nederland (en de EU) vis-a-vis de Verenigde Staten en China, zo vragen de leden
van deze fractie.
De leden van de VVD-fractie lezen dat de CADA voorstelt te werken met vier verschillende
betrouwbaarheidsniveaus. Om betrouwbaarheidsniveau twee, drie of vier te verkrijgen,
moet een onafhankelijke audit worden verricht. Het kabinet wil aandacht besteden aan
de proportionaliteit van de regeldruk en de kosten die samenhangen met de benodigde
erkenning en audits, zodat toegankelijkheid voor het Europese midden- en kleinbedrijf
wordt geborgd. Hoe wil het kabinet hier concreet voor zorgen? Wat vindt het kabinet
in dit kader van een ultimate beneficiary criterium, zo vragen de leden van deze fractie.
De leden van de VVD-fractie constateren dat het kabinet kritisch is op de voorgestelde
termijnen zoals de verplichting om binnen zes maanden na inwerkingtreding een versnellingszone
aan te wijzen en een maximale vergunningsduur van twaalf maanden voor projecten in
een zone. Hoe verhoudt deze kritische houding zich tot de afspraak uit het coalitieakkoord
om, conform het Nationaal AI-Deltaplan, structurele barrières in vergunningen weg
te nemen? Voorts geeft het kabinet aan om tijdens de onderhandelingen te pleiten voor
maatregelen die beter in verhouding staan tot de door de Europese Commissie genoemde
knelpunten en de praktijk van de vergunningstrajecten. Om welke knelpunten gaat het
hier, en aan welke specifieke maatregelen denkt het kabinet hierbij? In hoeverre kunnen
deze maatregelen hetzelfde effect bereiken als de voorgestelde versnellingszones,
die volgens de leden van de VVD-fractie juist veel voordelen op het gebied van het
verminderen van regeldruk kunnen bieden? Deze leden hebben tijdens de Algemene Politieke
Beschouwingen een lijst met 97 regels gepresenteerd waarmee de regeldruk verlaagd
kan worden en hebben hier separaat schriftelijke Kamervragen over gesteld. De kritische
houding van het kabinet ten aanzien van de voorgestelde regeldrukverlaging in de CADA
is ook onderdeel van deze set met schriftelijke Kamervragen en deze leden wachten
de beantwoording op dit punt dan ook met belangstelling af.
De leden van de VVD-fractie lezen dat het kabinet inzet op aansluiting van de CADA
op het aanbod van Europese halfgeleiders. Is dit volgens het kabinet op dit moment
voldoende het geval? Zo nee, welke mogelijkheden tot verbeteringen ziet het kabinet
en gaat het kabinet hier ook daadwerkelijk voor pleiten, zo vragen de leden van deze
fractie.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de agenda voor de Telecomraad
en de andere relevante stukken. Deze leden zijn verheugd over de ontwikkelingen op
het gebied van digitale autonomie. Zij zullen hun vragen en opmerkingen gestructureerd
uiteenzetten.
Geannoteerde agenda
De leden van de PRO-fractie kunnen zich vinden in de inzet van het kabinet tijdens
de Telecomraad. Bij het debat over satellieten merken deze leden op dat strategische
autonomie een voorwaarde moet zijn bij het vergeven van de 2GHz-frequentie, zoals
eerder aangegeven in Kamervragen van de leden Kathmann en Nordkamp over het behouden
van de 2GHz-radiofrequentie voor maatschappelijke en strategische doelen.1 Kan de Staatssecretaris nader ingaan op de ontwikkelingen sinds de antwoorden op
deze Kamervragen? Welke acties onderneemt de Staatssecretaris om strategische autonomie
zwaar te laten wegen bij deze nieuwe kaders? Hoe voorkomt de Europese Unie (EU) dat
Amerikaanse bedrijven zoals Starlink alleenheerser worden van het commerciële deel
van de 2GHz-frequentie, vragen de leden van deze fractie.
De leden van de PRO-fractie brengen ter discussie dat uit onderzoek blijkt dat de
cookiewetgeving nog altijd massaal wordt geschonden door Europese websites. In het
rapport «De prijs van gratis internet»2 van het Rathenau Instituut wordt erkend dat van 85.000 onderzochte Europese websites,
32% niet om toestemming vraagt om trackingcookies te plaatsen, en 65% alsnog cookies
plaatst als de gebruiker dit heeft geweigerd. Deze leden merken op dat de Europese
cookiewetgeving verouderd is en dringend toe is aan een update. Is de Staatssecretaris
het eens met de leden van de PRO-fractie en is de Staatssecretaris bereid te pleiten
voor een herziening van de cookiewetgeving, waarin de rechten van consumenten beter
beschermd zijn? Welke opties zijn er om consumenten beter in staat te stellen hun
privacy te beschermen bij het wel of niet akkoord gaan met cookies? Hoe kan in Europees
verband voorkomen worden dat consumenten misleid worden door misleidend ontwerp van
cookie banners, zo vragen de leden van deze fractie.
De leden van de PRO-fractie maken zich grote zorgen over de nieuwe «gluurbrillen»
die door Meta en Ray-Ban op de markt zijn gebracht. Is de Staatssecretaris bekend
met de oproepen van de Autoriteit Persoonsgegevens3, de Consumentenbond4 en Bits of Freedom5 voor een nieuw of steviger verbod? Deze leden benadrukken dat het gebruik van deze
technologie doorgaans al verboden is, maar dat het verbod niet wordt nageleefd. Welke
mogelijkheden heeft dit kabinet om zowel het dragen en verkopen van de gluurbrillen,
als het maken van camerabeelden hiermee, strenger te verbieden? Het is hoog tijd om
dit onderwerp met Europese lidstaten te bespreken en te pleiten voor een breed Europees
verbod, aldus de leden van de PRO-fractie. Is de Staatssecretaris bereid dit te doen?
Welke andere lidstaten nemen nu al nationale maatregelen hiertegen, en welke lessen
trekt Nederland hieruit, zo vragen de leden van deze fractie.
De leden van de PRO-fractie blijven grote zorgen hebben over de Europese ontwikkelingen
rondom chatcontrole. Hoewel deze leden blij zijn dat Nederland zich steevast, na meerdere
aangenomen moties6, tegen enige vorm van chatcontrole heeft verzet. Het blijft onacceptabel om detectiemogelijkheden
in te bouwen bij alle Europese telefoongebruikers waarmee versleutelde communicatie
omzeild kan worden. Echter hebben deze leden vernomen dat de onderhandelingen inmiddels
weer lopen.7 In antwoord op Kamervragen van het lid Kathmann (PRO)8 stelde de Minister van Justitie en Veiligheid dat het Ierse voorzitterschap onderhandelingen
wil voeren over het detectiebevel en het oprichten van een EU-centrum, als onderdeel
van een nieuw compromis. Met name het detectiebevel kan rekenen op fel verzet uit
het Nederlandse parlement. Hoe kijkt de Staatssecretaris naar deze ontwikkelingen
vanuit het belang van privacy en online rechten? Verwacht de Staatssecretaris dat
chatcontrole ook ter sprake komt in de Telecomraad, en zo niet, is de Staatssecretaris
bereid dit alsnog aan te kaarten met gelijkgestemde landen? Hoe voert dit kabinet
de motie-Kathmann9 uit om actief de privacygevoelige onderdelen uit het chatcontrole-voorstel te slopen?
Is hiervoor in de Telecomraad ook ruimte, zo vragen de leden van deze fractie.
De leden van de PRO-fractie wachten met spanning de kabinetsreactie op het Europese
burgerinitiatief «Stop Killing Games» af. Deze leden rekenen videogames tot belangrijk
cultureel erfgoed en scharen zich achter de bijna 1,3 miljoen ondertekenaars van het
burgerinitiatief. Zij vragen de Staatssecretaris om bij de Telecomraad te verkennen
hoe EU-lidstaten gezamenlijk kunnen optrekken om het initiatief tot conservering van
videogames te ondersteunen. Kan de Staatssecretaris dit toezeggen, hierover na de
Telecomraad een terugkoppeling geven en de uitkomsten meenemen in haar formele kabinetsreactie
die nog volgt, zo vragen de leden van deze fractie.
Cloud & AI Development Act
De leden van de PRO-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de Cloud & AI Development Act (CADA). In grote lijnen steunen deze leden deze forse stap naar een meer digitaal
autonoom Europa. Nederland zou dit niet alleen moeten steunen, maar leidend moeten
zijn in deze ambitie, menen deze leden. Zij vragen de Staatssecretaris hoe de Staatssecretaris
van plan is om uitvoering te geven aan de verplichtingen van deze Europese strategie,
terwijl de Staatssecretaris hier geen extra budget voor heeft.10 Naar eigen schatting heeft het kabinet structureel zo’n 125 miljoen euro nodig om
de eigen ambities voor de cloud, volgens de Nederlandse Digitaliseringsstrategie,
waar te maken.11 Kan de Staatssecretaris uitleggen welke financiële gevolgen de CADA heeft op de begroting?
Voldoet Nederland aan de nieuwe verplichtingen nu het herziene cloudbeleid is gepubliceerd?
Welke aanscherpingen van het nationale cloudbeleid als gevolg van de CADA kunnen nog
verwacht worden, en op welk termijn, zo vragen de leden van deze fractie.
De leden van de PRO-fractie merken op dat sommige verplichtingen uit de CADA al lijken
op eerdere suggesties van de Kamer, zoals het verplicht uitvoeren van risicobeoordelingen
voor clouddiensten (motie van het lid Kathmann)12. Kan de Staatssecretaris inzichtelijk maken welke nieuwe maatregelen de Staatssecretaris
zal moeten nemen om aan de verplichtingen te moeten voldoen? Welke maatregelen zijn
nu al staand beleid, maar kunnen versneld of verstevigd worden? De leden van de PRO-fractie
dringen eropaan om, vooruitlopend op de Europese verplichtingen, alles te doen om
digitale autonomie op het gebied van cloudtechnologie te bewerkstelligen.
De leden van de PRO-fractie verwelkomen de aanbevelingen op het gebied van inkoop-
en aanbestedingsvoorwaarden. Deze leden herinneren het kabinet aan eerdere moties13 die hiertoe oproepen. Hoe combineert de Staatssecretaris de doelstelling om 25% van
de clouddiensten in aanbestedingen af te nemen van innovatief mkb met de doelstelling
om per 2029 30% van het cloudlandschap binnen de overheid van Nederlands-Europese
leveranciers af te nemen? Bovendien vinden de leden van de PRO-fractie dat enkel het
«aanzetten tot» het (her)gebruik van open standaarden en (open source) componenten
te vrijblijvend is. Is de Staatssecretaris bereid te pleiten voor een meer verplichtend
karakter van deze aanbevelingen van de Commissie, zo vragen de leden van deze fractie.
De leden van de PRO-fractie delen de zorgen over de aangekondigde «versnellingszones»
voor datacenters in Europa. Deze leden vinden het lastig te volgen dat elk lidstaat
zo’n zone moet aanwijzen, gezien de gebrekkige ruimte in Nederland ten opzichte van
andere EU-lidstaten. Kan de Staatssecretaris aangeven hoe zij met andere landen samenwerkt
om haar zorgen over te brengen? Waaruit blijkt dat er een «datacentercapaciteitstekort»
is? Kan de Staatssecretaris die claim van de Europese Commissie (EC) onderbouwen,
en duidelijk maken welk aandeel Nederland kan en / of wil leveren, gezien de stroomtekorten.
Waar zou een Nederlandse «versnellingszone» eventueel komen, en welke locaties zijn
hiervoor al onderzocht, al dan niet afgevallen? Hoe kunnen we de opschaling van rekenkracht
versnellen én de wet volgen én de capaciteit voor de vergunningsverlening uitbreiden?
Sluiten deze elementen elkaar niet uit, zo vragen de leden van deze fractie.
De leden van de PRO-fractie zijn blij met de open source-strategie van de Europese
Commissie. Deze leden roepen de motie Vendrik c.s.14 in herinnering, die in 2002 al opriep om als overheid open source software te stimuleren.
Zij vragen de Staatssecretaris of dit nog steeds uitgangspunt is in het nationale
beleid, in hoeverre dit met succes wordt opgevolgd, en welke expertise Nederland kan
verlenen aan de EC om het open source-beleid verder aan te scherpen.
Omnibus
Tot slot delen de leden van de PRO-fractie hun aanhoudende zorgen over de Omnibuswetgeving
voor digitalisering. Deze leden hebben meermaals hun zorgen over de afzwakking van
privacybescherming en online rechten kenbaar gemaakt. Zij vragen de Staatssecretaris
om niet in te stemmen met voorstellen, zonder dat onafhankelijk is onderbouwd dat
rechtsbescherming voor Europeanen er niet onder lijdt. Kan de Staatssecretaris dat
toezeggen, zo vragen de leden van deze fractie.
De leden van de PRO-fractie vragen de Staatssecretaris of zij kennis heeft genomen
van de zorgen van de Onderwijsbond over de Omnibus Digitaal, waarin meer mogelijkheden
komen om gegevens van leerlingen en onderwijsmedewerkers te verwerken voor AI-modellen.
Hoe kijkt de Staatssecretaris naar deze wijzigingen in de Omnibus Digitaal en is zij
bereid zich daar gericht tegen te verzetten, zo vragen de leden van deze fractie.
De leden van de PRO-fractie zijn bovendien uitermate bezorgd over het voorstel van
het Ierse voorzitterschap om verwerking van persoonsgegevens onder de AVG nóg makkelijker
als «van legitiem belang» bestempelen voor het trainen van AI.15 Deze leden vinden dit een grove schending van het recht van mensen om geïnformeerd
toestemming te kunnen geven over hoe hun gegevens worden verwerkt. Bovendien merken
deze leden op dat Ierland de vestigingslocatie is van de EU-tak van Meta, OpenAI,
X, TikTok en Anthropic. Zij zijn dan ook benieuwd hoe het Ierse voorzitterschap tot
deze wijziging komt. Is de Staatssecretaris bereid na te gaan of er sprake is geweest
van lobbycontacten met het voorzitterschap? Welke reden heeft het Ierse voorzitterschap
om dit voorstel nu te doen? Is de Staatssecretaris bereid om, in navolging van de
motie van de leden Kathmann (PRO) en Dassen (Volt)16, zich te verzetten tegen de Omnibus Digitaal als deze een dergelijke bepaling bevat,
zo vragen de leden van deze fractie.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de «(informele) Telecomraad (12
en 13 oktober 2026)» en de aanhangige stukken. Naar aanleiding hiervan hebben deze
leden nog een aantal vragen.
De leden van de PVV-fractie lezen in het fiche «Cloud & AI Development Act» over het
verplicht moeten opstellen van een nationale cloud- en AI-strategie, die binnen één
jaar na inwerkingtreding dient te worden opgeleverd en periodiek moet worden geëvalueerd
en geactualiseerd. Het kabinet uit terecht zorgen om de mogelijk vergaande financiële
implicaties. Welke implicaties voorziet het kabinet voor Nederland en in hoeverre
sluiten de Nederlandse strategieën reeds aan op de eisen, of vergen zij juist herzieningen
die tot vergaande financiële implicaties kunnen leiden, zo vragen de leden van deze
fractie.
Daarnaast lezen de leden van de PVV-fractie in hetzelfde fiche dat de Europese Commissie
(EC) zichzelf via een gedelegeerde handeling de bevoegdheid wil geven om de prioriteiten
voor strategische technologische en industriële uitdagingen (zogenaamde Grand Challenges) aan te passen wanneer technologische ontwikkelingen daartoe aanleiding geven. Het
kabinet neemt daarover een positief standpunt in en noemt het zelfs «wenselijk». Kan
het kabinet onderbouwd toelichten waarom zij deze Brusselse bevoegdheid wenselijk
acht, en ondersteunt het kabinet de opvatting van deze leden dat het juist aan de
lidstaten zélf dient te zijn om deze strategische prioriteiten te bepalen, zo vragen
de leden van deze fractie.
In het voorstel lezen de leden van de PVV-fractie dat de EC «datacenter versnellingszones»
wenst aan te laten wijzen. Iedere lidstaat dient ten minste één versnellingszone aan
te wijzen. Het kabinet stelt dat een adequaat mechanisme om geografische spreiding
te waarborgen ontbreekt, omdat het voorstel bijvoorbeeld geen verplichtingen bevat
voor lidstaten met minder datacentercapaciteit om meer of grotere zones aan te wijzen.
Daarnaast wijst het kabinet ook naar de netcongestie en de stikstofproblematiek. De
leden van deze fractie wijzen er echter op dat er in de markt verschillende partijen
zijn die op eigen kosten willen investeren in grootschalige en schone energieopwekking,
zoals Small Modular Reactors (SMR’s), ter ondersteuning van deze datacenters. Kan
het kabinet dit in ogenschouw nemen en is het bereid om hierin kansen te zien voor
het aanwijzen van versnellingszones, zo vragen de leden van deze fractie.
Voorts lezen de leden van de PVV-fractie in de Naderende Raadspositie Omnibus Digitaal
dat het kabinet de gewijzigde definitie van persoonsgegevens wenst te schrappen, evenals
een speciale bepaling van een grondslag gerechtvaardigd belang voor AI. Kan het kabinet
onderbouwen waarom het volledig in strijd met het rapport Wennink17, maar ook het rapport van Draghi18, handelt, zo vragen de leden van deze fractie.
Tot slot lezen de leden van de PVV-fractie in de Geannoteerde Agenda voor de (informele)
Telecomraad van 12 en 13 oktober inzake het «Beleidsdebat Digital Networks Act: uitfaseren
van kopernetwerken» dat het kabinet grote zorgen heeft over verplichte Europese uitfaseringsplannen
en de termijn van 2035. Wat gaat concreet de inzet zijn van het kabinet om deze verplichte
Brusselse sturing en starre termijnen tegen te gaan, en hoe staat het met de steun
van gelijkgezinde lidstaten om op dit dossier nationale beleidsruimte en technologie-neutraliteit
af te dwingen, zo vragen de leden van deze fractie.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de
informele telecomraad van 12 een 13 oktober en hebben daarbij een aantal vragen over
de Digital Networks Act, Brillen met camera functie, Cyberveiligheid voertuigen, Online
tracking en de Cloud & AI Development Act.
Digital Networks Act:
Uitfasering van kopernetwerken
De leden van de CDA-fractie steunen de inzet van het kabinet om bij de uitfasering
van kopernetwerken niet een specifieke technologie, maar de kwaliteit van de verbinding
centraal te stellen. Deze leden wijzen erop dat in Nederland bijvoorbeeld ook via
bestaande hybride glasvezel-coaxnetwerken hoogwaardige gigabitverbindingen kunnen
worden aangeboden. Uit de geannoteerde agenda blijkt dat meerdere lidstaten eveneens
pleiten voor een technologieneutrale benadering. Met welke lidstaten trekt Nederland
op dit punt samen op? Ziet het kabinet mogelijkheden om met deze lidstaten tot een
gezamenlijke inzet te komen om de bepalingen in de Digital Networks Act (DNA) daadwerkelijk
technologieneutraal vorm te geven? En op welke wijze wil het kabinet deze inzet tijdens
de informele Telecomraad verder brengen, zo vragen de leden van deze fractie.
Toegangsregulering
De leden van de CDA-fractie ondersteunen de inzet van het kabinet om effectieve toegang
tot netwerken te waarborgen en daarmee concurrentie op de telecommarkt te bevorderen.
Deze leden lezen dat de Autoriteit Consument en Markt (ACM) op grond van artikel 81
van het DNA moet motiveren waarom een ander toegangsproduct geschikter is dan een
Europees geharmoniseerd toegangsproduct. Hoe beoordeelt het kabinet deze aanvullende
motiveringsplicht? Acht het kabinet de ruimte voor de ACM voldoende om, waar de specifieke
Nederlandse marktsituatie daarom vraagt, maatwerk toe te passen, zo vragen de leden
van deze fractie.
Samenloop Digital Networks Act en Nota Frequentiebeleid
De leden van de CDA-fractie lezen dat in de concept-Nota Frequentiebeleid 2026 wordt
geconstateerd dat het DNA voorstellen bevat voor sterkere verplichte Europese harmonisatie
en voor vergunningen voor onbepaalde tijd. Tegelijkertijd benadrukt de nota juist
het belang van nationaal maatwerk en van voldoende flexibiliteit om frequentieruimte
in de toekomst te kunnen herbestemmen. Deze leden vinden het daarom opmerkelijk dat
in de nota wordt volstaan met de constatering dat de onderhandelingen over het DNA
worden afgewacht en pas daarna wordt bezien of aanpassing van de nota noodzakelijk
is. Kan het kabinet uiteenzetten op welke onderdelen het DNA volgens het kabinet op
gespannen voet kan staan met de uitgangspunten van de nieuwe Nota Frequentiebeleid?
Welke Nederlandse uitgangspunten wil het kabinet daarbij tijdens de onderhandelingen
over het DNA nadrukkelijk behouden, zo vragen de leden van deze fractie.
De leden van de CDA-fractie onderschrijven tegelijkertijd het belang van langjarige
investeringszekerheid voor investeringen in hoogwaardige mobiele netwerken. Hoe weegt
het kabinet de grotere investeringszekerheid die langdurige of onbepaalde spectrumvergunningen
kunnen bieden af tegen de noodzaak om voldoende ruimte te behouden voor toekomstige
herverdeling, nieuwe toetreders en nieuwe toepassingen? Welke aanpassingen van het
Commissievoorstel acht het kabinet nodig om hierin een goede balans te bereiken, zo
vragen de leden van deze fractie.
Inzet op brillen met filmfunctie
De leden van de CDA-fractie maken zich grote zorgen over de snelle opkomst van zogenoemde
camerabrillen, waarmee mensen in de openbare ruimte ongemerkt kunnen worden gefilmd.
Deze leden voelen zich in die zorgen gesterkt door de recente beantwoording van de
schriftelijke vragen van de leden Zwinkels en Straatman19. Het kabinet erkent daarin dat camerabrillen veel minder herkenbaar zijn als opnameapparatuur
dan bijvoorbeeld smartphones, dat mensen zich door de mogelijkheid ongemerkt te worden
gefilmd minder vrij kunnen voelen en dat het huidige indicatielampje voor veel mensen
onvoldoende herkenbaar is en gemakkelijk kan worden gemist.
De leden van de CDA-fractie constateren tegelijkertijd dat het kabinet bij mogelijke
vervolgstappen vooral verwijst naar het nog te verschijnen rapport van de European
Data Protection Board (EDPB). Deze leden begrijpen dat dit rapport relevante inzichten
kan opleveren, maar vinden dat dit Nederland er niet van hoeft te weerhouden nu al
met andere lidstaten na te denken over mogelijke maatregelen. Kan het kabinet daarom
in kaart brengen welke maatregelen Duitsland en andere lidstaten nemen of overwegen
om het gebruik van camerabrillen in de openbare ruimte te beperken en welke lessen
Nederland daaruit kan trekken, zo vragen de leden van deze fractie.
De leden van de CDA-fractie zijn van mening dat mensen zich in de openbare ruimte
vrij moeten kunnen bewegen zonder voortdurend rekening te hoeven houden met de mogelijkheid
ongemerkt te worden gefilmd. Deze leden pleiten daarom voor een verbod op het gebruik
van camerabrillen in de openbare ruimte. Is het kabinet bereid om, vooruitlopend op
het rapport van de EDPB, samen met Duitsland en andere gelijkgezinde lidstaten te
verkennen welke mogelijkheden er zijn voor een gezamenlijke Europese aanpak van camerabrillen?
Is het kabinet bereid daarbij expliciet de mogelijkheid van een verbod op het gebruik
van camerabrillen in de openbare ruimte te betrekken en dit onderwerp tijdens de komende
Telecomraad onder de aandacht te brengen, zo vragen de leden van deze fractie.
Cyberveiligheid voertuigen
De leden van de CDA-fractie hebben eerder aandacht gevraagd voor de cyberveiligheid
en mogelijke ongewenste beïnvloeding van slimme en verbonden voertuigen. De leden
van deze fractie constateren dat voertuigen buiten de reikwijdte van de Cyber Resilience Act vallen en hiervoor sectorspecifieke cybersecurityregels gelden. Uit de recente Europese
risicoanalyse naar connected and automated vehicles20 blijkt echter dat deze bestaande regels niet alle geïdentificeerde risico’s afdekken.
De analyse wijst daarbij onder meer op risico’s van ongewenste beïnvloeding via software,
updates en leveranciers. Hoe beoordeelt het kabinet deze conclusie? Acht het kabinet
voldoende geborgd dat bij het ontwerp van verbonden voertuigen niet alleen cybersecurity-by-design,
maar ook bescherming tegen ongewenste beïnvloeding via software, updates, externe
verbindingen en leveranciers wordt meegenomen? Welke aanvullende maatregelen acht
het kabinet naar aanleiding van deze risicoanalyse noodzakelijk? Is het kabinet bereid
om samen met gelijkgezinde lidstaten in Europees verband op te trekken om eventuele
lacunes in het huidige regelgevend kader te dichten, zo vragen de leden van deze fractie.
De leden van de CDA-fractie wijzen er daarnaast op dat in dezelfde Europese risicoanalyse
expliciet wordt aanbevolen vervolgonderzoek te doen naar de mogelijke gevolgen van
cyberaanvallen op laadinfrastructuur voor het bredere Europese elektriciteitsnet.
Is dit vervolgonderzoek inmiddels in gang gezet? Zo ja, wanneer worden de resultaten
verwacht? Zo nee, is het kabinet bereid er bij de EC op aan te dringen dit onderzoek
op korte termijn te starten? Is het kabinet tevens bereid om de cyberveiligheid van
verbonden (slimme) voertuigen en laadinfrastructuur, inclusief de mogelijke gevolgen
voor het elektriciteitsnet, tijdens de komende Telecomraad onder de aandacht te brengen,
zo vragen de leden van deze fractie.
Online Tracking
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van 6 juli 202621 over de voortgang van de onderhandelingen omnibus digitaal en online tracking. Deze
leden lezen dat het kabinet stelt dat een verschuiving naar contextueel adverteren
potentieel verstrekkende gevolgen kan hebben voor onder meer onafhankelijke journalistiek
en het midden- kleinbedrijf. Waarop baseert het kabinet deze verwachting? Is onderzocht
in hoeverre contextueel adverteren een haalbaar alternatief vormt en wat daarvan de
economische gevolgen zijn? Is het kabinet bereid hier in Europees verband nader onderzoek
naar te laten doen, zo vragen de leden van deze fractie.
Daarnaast zet het kabinet in op het stroomlijnen van Europese regelgeving rond online
tracking. Welke concrete stappen wil het kabinet daarbij zetten om consentmoeheid
en dark patterns tegen te gaan en welke uitdagingen voorziet het kabinet hierbij? Kan het kabinet
bevestigen dat het kabinet daarbij, ook tijdens de Europese onderhandelingen, vasthoudt
aan een hoog niveau van bescherming van persoonsgegevens, zo vragen de leden van deze
fractie.
Cloud & AI Development Act
Op pagina 10 en 11 van het fiche lezen de leden van de CDA-fractie over het toepassingsbereik
van betrouwbaarheidsniveaus van een soevereiniteitskader. Deze leden vinden het belangrijk
dat we op Europees niveau de krachten bundelen om werk te maken van goede alternatieven
en geharmoniseerde wetgeving nastreven.
Deelt het kabinet de opvatting dat het soevereiniteitskader niet alleen moet worden
toegepast op kritieke en vitale infrastructuur, maar ook breder in de markt moet worden
benut om Europese inkoopkracht te bundelen en via publiek-private samenwerking meer
organisaties, waaronder de overheid zelf, als launching customer te laten optreden, zo vragen de leden van de CDA-fractie.
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
De leden van de JA21-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de informele Telecomraad en de daarbij behorende stukken. Deze leden hebben
naar aanleiding hiervan nog enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de JA21-fractie constateren dat de Europese Commissie (EC) met het Tech Sovereignty Package en de Cloud & AI Development Act grote ambities heeft op het gebied van technologische soevereiniteit. Deze leden
onderschrijven dat Nederland en Europa niet onnodig afhankelijk moeten zijn van andere
landen voor kritieke digitale infrastructuur, cloud en AI. Tegelijkertijd moet strategische
autonomie geen doel op zichzelf worden. Voor de leden van de JA21-fractie staat voorop
dat investeringen aantoonbaar bijdragen aan de Nederlandse veiligheid, economie en
concurrentiekracht. Kan het kabinet daarom per onderdeel van het Tech Sovereignty Package inzichtelijk maken welke afhankelijkheid wordt verminderd, welke economische
meerwaarde voor Nederland wordt verwacht en welke kosten hier tegenover staan, zo
vragen de leden van de JA21-fractie.
De leden van de JA21-fractie vragen specifiek aandacht voor de investeringen in Europese
AI. De Verenigde Staten beschikken momenteel over bedrijven en modellen die wereldwijd
tot de meest geavanceerde AI-systemen behoren. Deze leden vragen zich daarom af wat
precies het probleem is dat met Europese AI-investeringen wordt opgelost. Het ontwikkelen
van een Europees alternatief moet niet automatisch worden gezien als een succes als
dit alternatief kwalitatief achterblijft en vervolgens met publieke middelen in stand
moet worden gehouden. Men kiest namelijk sneller voor het best ontwikkelde en het
meest getrainde AI-model. Kan het kabinet uiteenzetten op welke terreinen Europese
AI-investeringen volgens het kabinet daadwerkelijk noodzakelijk zijn, en hoe wordt
voorkomen dat Europees geld wordt ingezet voor technologie die structureel minder
concurrerend is dan bestaande Amerikaanse of andere internationale alternatieven,
zo vragen de leden van deze fractie.
De leden van de JA21-fractie zijn van mening dat het onderscheid moet worden gemaakt
tussen investeren in Europese AI-modellen en investeren in de randvoorwaarden voor
AI. Het versterken van rekenkracht, cybersecurity, digitale infrastructuur, data,
kennis en talent kan de Nederlandse economie structureel versterken, ook wanneer bedrijven
vervolgens gebruikmaken van de wereldwijd beste beschikbare AI-modellen. Deelt het
kabinet deze analyse en is het bereid om binnen de Europese inzet sterker te sturen
op investeringen in infrastructuur, kennis en toepassingen in plaats van op het ontwikkelen
van Europese alternatieven omwille van het Europese karakter, zo vragen de leden van
deze fractie.
De leden van de JA21-fractie vragen daarnaast hoe het kabinet de verhouding ziet tussen
technologische soevereiniteit en economische efficiëntie. Deze leden pleiten enerzijds
voor digitale soevereiniteit en investeringen in strategische technologie, maar ook
voor ruimte voor ondernemers, eenvoudige regelgeving en een sterke concurrentiepositie.
Hoe voorkomt het kabinet dat Europese voorkeuren bij aanbestedingen, non-price award criteria of andere soevereiniteitsvereisten ertoe leiden dat overheden bewust duurdere
of kwalitatief mindere oplossingen aanschaffen, en welke ruimte blijft er voor Nederlandse
overheden en bedrijven om voor de beste beschikbare technologie te kiezen, zo vragen
de leden van deze fractie.
De leden van de JA21-fractie hebben ook vragen over de Cloud & AI Development Act (CADA). Het kabinet onderschrijft de doelstelling van CADA, maar heeft zelf belangrijke
bezwaren geformuleerd over onder meer de datacenterversnellingszones, de voorgestelde
vergunningstermijnen en de bevoegdheden van de EC. De leden van deze fractie vinden
het van belang dat Europese regelgeving niet leidt tot een uitholling van Nederlandse
bevoegdheden op het gebied van ruimtelijke ordening. Kan het kabinet aangeven welke
onderdelen van CADA voor Nederland een harde voorwaarde vormen voor instemming en
welke onderdelen het kabinet bereid is te accepteren in de onderhandelingen, zo vragen
de leden van deze fractie.
De leden van de JA21-fractie vragen in het bijzonder naar het voorgestelde systeem
van vier Union Assurance Levels. Deze leden begrijpen de wens om risico’s bij cloud- en AI-diensten beter inzichtelijk
te maken, maar vragen zich af of dit systeem niet leidt tot nieuwe certificerings-
en administratieve lasten. Hoe beoordeelt het kabinet de gevolgen van deze systematiek
voor Nederlandse bedrijven, in het bijzonder het midden- en kleinbedrijf (mkb), en
kan het kabinet toezeggen dat de invoering van assurance levels niet leidt tot disproportionele lasten of een concurrentienadeel voor Europese bedrijven,
zo vragen de leden van deze fractie.
De leden van de JA21-fractie vragen tevens aandacht voor de voorgestelde datacenterversnellingszones.
Snellere vergunningverlening kan bijdragen aan economische groei en extra digitale
capaciteit, maar ruimtelijke ordening is bij uitstek een terrein waarop nationale
en lokale omstandigheden zwaar wegen. Kan het kabinet daarom aangeven hoe het ervoor
zorgt dat CADA niet leidt tot Europese voorschriften die lokale of nationale afwegingen
over energie, ruimte, netcapaciteit en leefomgeving doorkruisen, zo vragen de leden
van deze fractie.
De leden van de JA21-fractie constateren dat de EC naast CADA een bredere strategie
voor Europese technologische soevereiniteit en open source heeft gepresenteerd. Deze
leden onderschrijven het belang van het voorkomen van onnodige vendor lock-in, maar vragen zich af of een Europese voorkeur voor open source in alle gevallen economisch
en technisch verstandig is. Kan het kabinet aangeven op basis van welke criteria wordt
bepaald wanneer een open-sourceoplossing daadwerkelijk de voorkeur verdient boven
een commerciële oplossing, en wordt daarbij voldoende gekeken naar veiligheid, prestaties,
kosten en gebruiksgemak, zo vragen de leden van deze fractie.
De leden van de JA21-fractie vragen daarnaast naar het nieuwe Ierse compromisvoorstel.
Deze leden constateren dat het voorstel onder meer ruimte biedt voor het gebruik van
gepseudonimiseerde gegevens en voor bepaalde vormen van AI-verwerking op basis van
gerechtvaardigd belang, terwijl de specifieke AVG-bepaling voor AI blijft geschrapt.
Kan het kabinet per voorgestelde wijziging aangeven welke problemen met de huidige
AVG hiermee worden opgelost en hoe wordt voorkomen dat nieuwe onduidelijkheid ontstaat
over de toepassing van het gerechtvaardigd belang op AI, zo vragen de leden van deze
fractie.
De leden van de JA21-fractie constateren dat de onderzoeksdienst van het Europees
Parlement op verzoek van diens commissies van burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse
zaken (LIBE) en van industrie, onderzoek en energie (ITRE) een eigen impactassessment
uitvoert en dat de resultaten naar verwachting in november of december beschikbaar
komen. Gezien het belang van de voorgestelde wijzigingen vragen deze leden waarom
Nederland zich niet zou committeren aan het afwachten van deze onafhankelijke analyse
voordat wordt ingestemd met een definitief Raadsakkoord. Is het kabinet bereid om
de uitkomst van dit impactassessment af te wachten voordat Nederland instemt met een
Raadsakkoord over de Omnibus Digitaal, zo vragen de leden van deze fractie.
De leden van de JA21-fractie vragen ten slotte naar de algemene inzet van het kabinet
tijdens de informele Telecomraad. Voor de leden van deze fractie moet Europese samenwerking
een aantoonbare meerwaarde hebben en niet automatisch leiden tot verdere bevoegdheidsoverdracht
of nieuwe Europese regeldruk. Deze leden staan voor strategische autonomie, maar ook
voor een sterke concurrentiepositie, ruimte voor ondernemers en terughoudendheid met
Europese regelgeving.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie onderschrijven het belang van een sterke digitale economie,
vermindering van onnodige regeldruk en het versterken van de Europese weerbaarheid
op het gebied van digitale technologie. Tegelijkertijd zien deze leden dat verschillende
voorstellen binnen de Omnibus Digitaal en het Techsoevereiniteitspakket gevolgen kunnen
hebben voor privacybescherming, nationale beleidsruimte, uitvoerbaarheid en de positie
van Nederlandse bedrijven. Deze leden hebben daarom de volgende vragen.
De leden van de BBB-fractie begrijpen het belang van snelle en betrouwbare digitale
infrastructuur. Tegelijkertijd vragen deze leden zich af waarom de Europese Commissie
(EC) kiest voor een verplichte Europese uitfasering van kopernetwerken. Kan de Staatssecretaris
aangeven welke concrete problemen in Nederland worden opgelost met een Europese verplichting
tot uitfasering van koper, terwijl Nederland al vrijwel volledige gigabitdekking heeft
bereikt? Welke gevolgen kunnen de voorgestelde verplichtingen hebben voor huishoudens,
bedrijven en agrarische ondernemers in gebieden waar glasvezel nog niet volledig beschikbaar
of betaalbaar is? Deelt de Staatssecretaris de opvatting dat lidstaten zelf moeten
kunnen bepalen op welke wijze zij de Europese gigabitdoelstellingen behalen, zolang
het resultaat wordt bereikt, zo vragen de leden van deze fractie.
De EC stelt voor om op verschillende onderdelen van de AVG-wijzigingen door te voeren,
terwijl er geen impactanalyse is uitgevoerd. Juist bij wijzigingen die raken aan privacy
en grondrechten is het volgens de leden van de BBB-fractie van belang dat vooraf duidelijk
wordt wat de gevolgen zijn voor burgers, bedrijven en toezichthouders. Kan het kabinet
instemmen met een Omnibus Digitaal zonder impactanalyse als daarin fundamentele wijzigingen
van de AVG blijven staan? Welke concrete gevolgen voor burgers en bedrijven kunnen
op dit moment niet worden ingeschat doordat een impactanalyse ontbreekt? Is het kabinet
bereid zelf een Nederlandse impactanalyse uit te voeren als de Commissie dit blijft
weigeren? Welke concrete risico’s ziet het kabinet indien besluitvorming plaatsvindt
zonder dat de gevolgen van de voorgestelde AVG-wijzigingen vooraf volledig inzichtelijk
zijn, zo vragen de leden van deze fractie.
Uit de voorliggende voorstellen blijkt dat wordt gekeken naar aanpassing van de definitie
van persoonsgegevens. Tegelijkertijd is bekend dat gepseudonimiseerde gegevens in
veel gevallen alsnog tot personen herleidbaar kunnen zijn. Kan de Staatssecretaris
de leden van de BBB-fractie garanderen dat vereenvoudiging van digitale regelgeving
niet leidt tot minder bescherming van burgers, terwijl ondernemers er nauwelijks regeldrukvermindering
voor terugkrijgen? Verwacht het kabinet dat de Autoriteit Persoonsgegevens meer of
minder werk krijgt door de Omnibus Digitaal? Kan de Staatssecretaris uitsluiten dat
gegevens die vandaag als persoonsgegevens worden beschermd, na invoering van de Omnibus
minder bescherming krijgen, zo vragen de leden van deze fractie.
De leden van de BBB-fractie zien dat de Europese discussie steeds vaker draait om
het trainen van AI-modellen. Tegelijkertijd mag innovatie niet betekenen dat de bescherming
van persoonsgegevens wordt uitgehold. Kan een burger straks nog effectief bezwaar
maken tegen het gebruik van zijn of haar persoonsgegevens voor AI-training wanneer
dergelijke voorstellen worden aangenomen, zo vragen de leden van deze fractie.
Het kabinet heeft in de stukken op meerdere onderdelen kritiek geuit op de Omnibus
Digitaal. Voor de leden van de BBB-fractie is daarom de vraag relevant waar voor Nederland
de grens ligt. Welke onderdelen van de Omnibus beschouwt het kabinet als breekpunt
in de onderhandelingen? Welke wijzigingen zouden voor het kabinet aanleiding zijn
om niet in te stemmen met een toekomstig Raadscompromis? Kan de Staatssecretaris garanderen
dat de Omnibus Digitaal daadwerkelijk leidt tot minder regeldruk voor ondernemers,
zonder dat burgers privacybescherming verliezen en zonder dat de Europese Commissie
meer invloed krijgt op de uitleg van de AVG? Hoe beoordeelt het kabinet signalen uit
het Europese bedrijfsleven dat de huidige voorstellen vooral symbolische vereenvoudiging
opleveren en onvoldoende bijdragen aan het verminderen van administratieve lasten,
zo vragen de leden van deze fractie. Kan het kabinet aangeven op welke punten Nederland
zich momenteel nog actief inzet voor verdere vereenvoudiging van digitale regelgeving?
Waarom vond het kabinet het eerdere compromis voldoende in lijn met de Nederlandse
inzet, terwijl een blokkerende minderheid van lidstaten juist vond dat de vereenvoudiging
onvoldoende ver ging? Welke lidstaten pleiten momenteel voor verdergaande vereenvoudiging
en op welke onderdelen verschillen hun voorstellen van de Nederlandse inzet? Op welke
onderdelen ziet het kabinet ruimte om samen op te trekken met lidstaten die eveneens
inzetten op vermindering van regeldruk? Kan de Staatssecretaris toezeggen de Kamer
actief te informeren zodra een nieuwe compromistekst beschikbaar komt, zo vragen de
leden van deze fractie.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
De leden van de SGP-fractie lezen dat de Europese Commissie (EC) niet van plan is
om wetgeving voor te stellen waarmee verplicht wordt dat games nog kunnen worden gespeeld
nadat de uitgever de ondersteuning heeft stopgezet. Deze leden vragen of het kabinet
kan toelichten hoe de aanwijzing van Roblox onder de Digital Services Act zich verhoudt
tot de gestelde noodzaak van een aanvullend instrument. Indien een platform reeds
onder de zwaarste verplichtingen van dit kader valt, welke bescherming voegt een nieuw
instrument dan concreet toe die het bestaande kader niet reeds biedt, zo vragen de
leden van deze fractie.
De leden van de SGP-fractie vragen of het kabinet de opvatting deelt dat het aankondigen
van nieuwe wetgeving geen vervanging kan zijn van het handhaven van bestaande wetgeving,
en dat consumenten en jongeren niet gebaat zijn bij nieuwe kaders die op papier steeds
uitgebreider worden maar dat in plaats hiervan, bestaande kaders gehandhaafd moeten
worden. Deze leden vragen het kabinet op welke wijze de positie van ouders wordt betrokken
bij dit vraagstuk. Is het kabinet bereid zich ervoor in te spannen dat regelgeving
ouders in hun toezichthoudende rol versterkt, in plaats van die rol over te nemen,
zo vragen de leden van deze fractie.
De leden van de SGP-fractie constateren dat Nederland er samen met Spanje, in de gezamenlijke
non-paper over Europese minimumleeftijd voor sociale media, video-delingplatforms
en gaming, voor kiest om een aparte, gerichte opstelling voor een digitale leeftijdsgrens
om jongeren online te beschermen. Deze leden vragen het kabinet waarom deze leeftijdsgrens
dan ook via de bredere Digital Fairness Act (DFA) geregeld zou moeten worden. De leden
van de SGP-fractie vragen het kabinet te voorkomen dat sprake is van dubbele en mogelijk
tegenstrijdige verplichtingen.
De leden van de SGP-fractie constateren dat het kabinet inzet op het schrappen van
500 regels. Deze leden lezen eveneens in de non-paper dat er nieuwe impact assessments
en een nieuw Europees orgaan wordt voorgesteld. Zij vragen naar de functie en noodzakelijkheid
van dat orgaan.
De leden van de SGP-fractie lezen in de non-paper dat het kabinet terughoudend is
over ouderlijke toestemming als beschermingsmaatregel. Deze leden vragen het kabinet
hoe deze terughoudendheid zich verhoudt tot de centrale rol van ouders bij de opvoeding
van hun kinderen. Deze leden vragen het kabinet toe te lichten waarom de rol van ouders
beperkt in plaats van versterkt wordt. Zij vragen het kabinet welke rol het kabinet
ziet voor ouderlijk toezicht binnen het uiteindelijke Europese kader en de juridische
verankering toe te lichten.
De leden van de SGP-fractie constateren dat er in de non-paper geen keuze wordt gemaakt
voor de wijze waarop leeftijdsverificatie wordt uitgevoerd. Deze leden constateren
eveneens dat de leeftijdsnorm zelf volledige harmonisatie bepleit. Zij vragen het
kabinet deze keuze wel expliciet te maken en hierbij rekening te houden met de best practices van leeftijdsverificatie in o.a. Australië. Zij vragen het kabinet om leeftijdsverificatie
in Europa te bepleiten op app-storeniveau en de ouders daarbij duidelijke verantwoordelijkheid
te geven.
De leden van de SGP-fractie vragen het kabinet om toe te lichten hoe de non-paper
zich verhoudt met de technische nota van de Spaanse gegevensbeschermingsautoriteit
(AEPD), waarin de appstore wordt aangewezen als het punt van leeftijdsverificatie. Deze leden vragen het kabinet
of bij het opstellen van de non-paper met Spanje rekening is gehouden met deze houding
van de Spaanse toezichthouder. Deze leden vragen eveneens om aansluiting te zoeken
bij dit standpunt.
II Antwoord/reactie van de bewindspersoon
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.J. Dekker, voorzitter van de vaste commissie voor Digitale Zaken -
Mede ondertekenaar
F.P. Terberg, adjunct-griffier