Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda met de inzet voor de Jaarvergadering Wereldbank van de Wereldbank 2026
2026D46940 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft een
aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Buitenlandse Handel en
Ontwikkelingssamenwerking over de Geannoteerde agenda met de inzet voor de Jaarvergadering
van de Wereldbank 2026 en het Verslag voorjaarsvergadering 2026 van de Wereldbank
van 13–18 april 2026 (26 234, nr. 321).
De voorzitter van de commissie,
Den Hollander
De griffier van de commissie,
Van der Leeden
Inhoudsopgave
I.
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Inbreng CDA-fractie
Inbreng BBB-fractie
Inbreng JA21-fractie
Inbreng VVD-fractie
Inbreng PVV-fractie
Inbreng PRO-fractie
II.
Antwoord/Reactie van de Minister
III.
Volledige agenda
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Inbreng leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de Jaarvergadering van de Wereldbank van 12 tot en met 18 oktober 2026
in Bangkok. Deze leden hebben hier enkele vragen bij.
Strategisch belang van de Wereldbankgroep
De leden van de CDA-fractie vragen hoe het kabinet de relatief sterke Nederlandse
positie binnen de Wereldbank concreet wil benutten om resultaten te bereiken op prioriteiten
als werkgelegenheid, voedselzekerheid, water en economische weerbaarheid. Welke concrete
doelen stelt het kabinet zichzelf voor deze Jaarvergadering?
De leden van de CDA-fractie vragen daarnaast hoe het kabinet blijft bijdragen aan
een betere betrokkenheid van lage-inkomenslanden bij de besluitvorming van de Wereldbank.
Welke voortgang is sinds de Voorjaarsvergadering geboekt binnen het zogenoemde Voice-spoor
(gericht op versterking van de capaciteit, invloed en betrokkenheid van lage-inkomenslanden
in het bestuur en de besluitvorming van de Bank)? Welke concrete voorstellen liggen
er momenteel voor om vertegenwoordiging en zeggenschap structureel te versterken?
Banen en mobilisatie privaat kapitaal
De Wereldbankgroep heeft in 2026 een recordbedrag van 112 miljard dollar aan privaat
kapitaal gemobiliseerd, maar in lage-inkomenslanden bleef dit bedrag steken op ongeveer
3 miljard dollar. De leden van de CDA-fractie vragen hoe het kabinet deze verdeling
beoordeelt. Deze vragen daarnaast hoe wordt voorkomen dat private financiering vooral
terechtkomt in landen en projecten waar investeerders toch al relatief gemakkelijk
terechtkunnen.
Deze leden zien hierbij nadrukkelijk kansen om te doen waar Nederland goed in is,
zoals waterbeheer, voedselzekerheid, landbouw, logistiek en duurzame infrastructuur.
Hoe gaat het kabinet Nederlandse bedrijven, investeerders en kennisinstellingen beter
verbinden aan projecten van de Wereldbank op deze terreinen? Welke concrete resultaten
verwacht het kabinet van de aangekondigde verkenning naar nauwere samenwerking tussen
de Wereldbankgroep en Nederlandse ontwikkelingsfinanciers en institutionele beleggers?
Fundamenten voor duurzame groei en investeringen
De leden van de CDA-fractie delen de aandacht van het kabinet voor de schuldenproblematiek.
Hoge rentelasten kunnen noodzakelijke investeringen immers verdringen. Deze leden
wijzen in dit verband op de eerdere motie-Van Ark c.s. (36 800 XVII-38) over schuldverlichting en innovatieve financieringsinstrumenten die kunnen bijdragen
aan de zelfredzaamheid van Afrikaanse landen. Uit de verkenning bleek dat het kabinet
van mening is dat schuldverlichting en schuld-voor-sector swaps vaak geen structurele
oplossing vormen voor de versterking van gezondheidssystemen. Deze leden vragen welke
instrumenten het kabinet op basis van die verkenning wél als kansrijk ziet om structureel
bij te dragen aan de zelfredzaamheid van Afrikaanse landen.
Regionale ontwikkelingen en fragiele regio’s
Oekraïne
De leden van de CDA-fractie steunen de rol van de Wereldbank bij het herstel en de
wederopbouw van Oekraïne. Deze leden vragen hoe de samenwerking tussen de Wereldbank,
Oekraïne, de Europese Unie en andere donoren zich sinds de Voorjaarsvergadering heeft
ontwikkeld. Welke maatregelen zijn afgesproken waarmee goed bestuur en anticorruptie
verder verbonden worden aan de wederopbouw? Ook vragen deze leden welke concrete mogelijkheden
het kabinet ziet om Nederlandse kennis en bedrijven te betrekken bij de wederopbouw.
Palestijnse gebieden
De leden van de CDA-fractie zien dat de Wereldbank een belangrijke rol kan spelen
bij herstel en wederopbouw in de Palestijnse Gebieden. Kan het kabinet aangeven welke
concrete voorwaarden Nederland stelt aan de inzet van middelen via de Wereldbank?
Hoe wordt binnen het Team Gaza Initiative geborgd dat middelen daadwerkelijk terechtkomen
bij herstel van essentiële voorzieningen en de bevolking en hoe wordt ervoor gezorgd
dat misbruik wordt voorkomen?
Deze leden vragen daarnaast hoe steun voor herstel wordt verbonden aan het versterken
en hervormen van Palestijnse instituties. Op welke manier wordt daarbij voldoende
Palestijns eigenaarschap geborgd?
Syrië
De leden van de CDA-fractie lezen dat het kabinet inzet op de oprichting van een nieuw
Wereldbankfonds voor herstel en wederopbouw in Syrië en bereid is hier mogelijk zelf
financieel aan bij te dragen. Deze leden vinden het positief dat het kabinet Nederlandse
expertise op landbouw, voedselzekerheid en water wil inzetten. Hoe worden Syrische
lokale bedrijven en maatschappelijke organisaties betrokken, zodat zij ook betrokken
zijn bij de herstel en wederopbouw, en niet alleen overheidsinstanties of internationale
bedrijven? Kan het kabinet ook hier concreet maken hoe Nederlandse bedrijven hierbij
kunnen worden betrokken?
International Development Association (IDA)
De leden van de CDA-fractie hechten groot belang aan IDA, juist omdat deze middelen
terechtkomen bij de armste en meest kwetsbare landen. Kan het kabinet bij de tussentijdse
beoordeling van IDA21 specifiek rapporteren over de resultaten op werkgelegenheid,
lokaal ondernemerschap, water, voedselzekerheid, gezondheidszorg en opvang van vluchtelingen
en ondersteuning van gastgemeenschappen? Kan het kabinet uiteenzetten welke inzet
Nederland tijdens de Jaarvergadering kiest ter voorbereiding op de IDA21 Mid-Term
Review later dit jaar?
Inbreng BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en het
verslag van de Voorjaarsvergadering. Zij steunen in grote mate de inzet van het kabinet,
mits duidelijk is wat die investeringen opleveren. Hoe gaat het kabinet beoordelen
hoeveel duurzame banen ontstaan en hoeveel lokale ondernemers daadwerkelijk toegang
krijgen tot financiering?
De leden van de BBB-fractie lezen dat mede door de inzet van het kabinet water als
thema in de programma’s van de Wereldbank is gekomen. Niet alleen waterbeheer, maar
ook voedselzekerheid, zijn voorwaarden voor economische zelfstandigheid. Welke concrete
inzet pleegt Nederland tijdens de Jaarvergadering om landbouw, lokale voedselproductie
en betrouwbaar waterbeheer een prominentere plaats te geven in de programma’s van
de Wereldbank? Het verslag van de Voorjaarsvergadering noemt kansen voor Nederlandse
waterexpertise. Welke concrete projecten of samenwerkingen zijn daar inmiddels uit
voortgekomen?
De leden van de BBB-fractie vragen tot slot hoe de Wereldbank bijdraagt aan opvang
in de regio. Welke resultaten zijn tot nu toe bereikt met het IDA-loket voor gastgemeenschappen
en vluchtelingen?
Inbreng JA21-fractie
De leden van de fractie van JA21 hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en
de kabinetsinzet voor de Jaarvergadering van de Wereldbankgroep die zal plaatsvinden
tussen 12 en 18 oktober 2026. Deze leden hebben een aantal vragen en opmerkingen.
Klimaat- en milieudoelstellingen
De leden van de fractie van JA21 hebben geconstateerd dat zich een noemenswaardige
wijziging heeft voorgedaan in het klimaatbeleid van de Wereldbank. In juni is weliswaar
besloten het Climate Change Action Plan te verlengen, maar de doelstellingen voor
klimaatrelevante financiering van 35% en later 45% zijn komen te vervallen. Deze leden
lezen daarentegen in de geannoteerde agenda dat het kabinet er juist op wil toezien
dat de Wereldbank haar klimaatambitie in de praktijk vasthoudt en substantiële klimaatfinanciering
wil blijven verstrekken op het niveau van voorgaande jaren. Ondermijnt een dergelijke
Nederlandse inzet niet juist de betekenis van het besluit om af te stappen van kwantitatieve
klimaatdoelstellingen? Kan het kabinet aangeven op welke wijze alsnog feitelijk op
een vergelijkbaar aandeel klimaatrelevante financiering wordt gestuurd? En kan het
kabinet toelichten welke ruimte het verdwijnen van de kwantitatieve doelstellingen
zou kunnen opleveren voor de prioritering en beoordeling van projecten?
China
De leden van de fractie van JA21 hebben eerder aandacht gevraagd voor de positie van
China binnen de Wereldbank. Tot hun tevredenheid is onlangs een nieuw Country Partnership
Framework (CPF) voor China voor de periode 2026–2031 vastgesteld waarin de IBRD-financiering
wordt afgebouwd. Kan het kabinet toelichten welke positie Nederland bij de totstandkoming
van dit nieuwe CPF heeft ingenomen en of Nederland nog heeft gepleit voor een snellere
afbouw van de reguliere IBRD-financiering? Onderschrijft het kabinet de doelstelling
dat China uiterlijk aan het einde van het huidige CPF geen reguliere IBRD-financiering
meer ontvangt? Welke concrete inzet zal Nederland plegen om te voorkomen dat dit afbouwpad
opnieuw wordt verlengd?
Mobilisatie van privaat kapitaal
De leden van de fractie van JA21 constateren dat de mobilisatie van privaat kapitaal
een steeds prominentere plaats inneemt binnen de Wereldbank. Het centrale thema van
de komende Jaarvergadering luidt niet voor niets Mobilizing Private Capital, Creating
Jobs. Deze leden verwelkomen in beginsel een sterkere nadruk op private investeringen
en economische zelfstandigheid. Zij vragen het kabinet in hoeverre deze koers ertoe
kan bijdragen dat landen minder afhankelijk worden van publieke en concessionele ontwikkelingsfinanciering
en uiteindelijk zelfstandig toegang krijgen tot private kapitaalmarkten. En kan het
kabinet toelichten hoe en met welke indicatoren wordt gemeten of door de Wereldbank
gemobiliseerde private financiering daadwerkelijk additioneel is en zonder tussenkomst
van de Bank niet tot stand zou zijn gekomen?
Inbreng VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het verslag
van de voorjaarsvergadering van de Wereldbankgroep van 13 tot en met 18 april 2026
in Washington D.C. en de geannoteerde agenda voor de Jaarvergadering van de Wereldbank
in Bangkok van 12 tot en met 18 oktober 2026. Voorts hebben deze leden de behoefte
om enkele vragen voor te leggen aan de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
De leden van de VVD-fractie lezen in het verslag dat de vergadering van het Development
Committee op 16 april 2026 in het teken stond van de banenagenda van Wereldbankpresident
Ajay Banga. Deze agenda positioneert werkgelegenheid als organiserend kader voor de
hervormingen van de Bank, steunend op drie sporen: investeren in menselijk en fysiek
kapitaal, het verbeteren van het ondernemingsklimaat en de mobilisatie van privaat
kapitaal. Nederland heeft deze koers gesteund.
Deze leden verwelkomen deze omslag naar economische activiteit en werkgelegenheid
van harte. Tegelijkertijd constateren deze leden zij dat de vertaling van een multilaterale
banenstrategie naar concrete resultaten weerbarstig kan zijn. Wat doet Nederland op
dit moment concreet binnen de Wereldbankgroep om werkgelegenheid en economische ontwikkeling
effectief te stimuleren in lage- en middeninkomenslanden? Welke specifieke programma’s,
beleidsinterventies of bilaterale matchingfinanciering zet het kabinet in om ervoor
te zorgen dat deze inzet daadwerkelijk leidt tot een gunstiger investeringsklimaat
en structurele private banen, in plaats van verdere uitdijing van lokale overheidsapparaten?
De leden van de VVD-fractie stellen vast dat de Minister tijdens zijn interventie
heeft benadrukt dat de focus op banen hand in hand moet blijven gaan met het borgen
van klimaatambitie, hoge standaarden en governance binnen de Bank. Uit het verslag
blijkt echter tevens dat het aandeelhoudersveld steeds verdeelder raakt over het klimaatbeleid,
dat het Climate Change Action Plan (CCAP) op 30 juni 2026 afloopt en dat het management
van de Bank een koers bepleit waarin klimaatdoelen worden geïntegreerd in bredere
ontwikkelingsprioriteiten.
Deze leden benadrukken dat klimaatbeleid economische groei en energiezekerheid niet
in de weg mag staan. Hoe verhoudt de ambitie om werkgelegenheid en economische ontwikkeling
aan te jagen zich volgens het kabinet tot het vasthouden aan stringente klimaatambities
en hoge governance-standaarden? Deelt het kabinet de visie van het Wereldbankmanagement
dat een pragmatische aanpak noodzakelijk is om ontwikkelingsprioriteiten niet te blokkeren?
Hoe zorgt het kabinet ervoor dat strenge voorwaarden niet contraproductief werken
voor het aantrekken van private investeerders en het scheppen van werkgelegenheid
in kwetsbare landen?
De leden van de VVD-fractie merken op dat het midden- en kleinbedrijf wereldwijd voor
het overgrote deel van de werkgelegenheid zorgt. Zeker in ontwikkelingslanden en opkomende
markten is het lokale midden- en kleinbedrijf (mkb) motor voor groei en zelfredzaamheid.
Deze leden constateren dat programma’s van multilaterale banken in de praktijk nog
te vaak gericht zijn op grootschalige overheidsprojecten of multinationals. Op welke
wijze zorgt het kabinet ervoor dat het MKB in ontwikkelingslanden doelgericht gestimuleerd
wordt via de programma’s en dochterinstellingen van de Bank, zoals de International
Finance Corporation (IFC) en het Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA)?
Welke meetbare doelstellingen en instrumenten (zoals garantiefaciliteiten, blended
finance en het dereguleren van lokaal ondernemerschap) worden ingezet om mkb-ondernemers
rechtstreeks toegang te bieden tot financiering?
De leden van de VVD-fractie spreken hun grote waardering uit voor de onverminderde
steun aan Oekraïne. De Wereldbank heeft sinds de invasie meer dan 77 miljard dollar
gemobiliseerd voor het overeind houden van basisvoorzieningen, het herstel van infrastructuur
en steun aan het bedrijfsleven. De totale wederopbouwbehoefte wordt in de vijfde RDNA
inmiddels op circa 588 miljard dollar geraamd. Deze leden constateren met grote bezorgdheid
dat de Russische aanvallen zich onverminderd richten op de vernietiging van kritieke
infrastructuur, in het bijzonder het energienetwerk en nutsvoorzieningen. Hoe wordt
gewaarborgd dat de financiële steun en wederopbouwprojecten via de Wereldbank duurzaam,
schokbestendig en veilig zijn ingericht? Wordt er bij infrastructurele herstelprojecten
gekozen voor decentrale, beschermde en weerbare concepten? Op welke wijze zet het
kabinet zich in om private investeerders en verzekeraars bij de Oekraïense wederopbouw
te betrekken en hen te beschermen tegen oorlogsrisico’s?
De leden van de VVD-fractie hebben met instemming gelezen dat water tijdens de voorjaarsvergadering
prominent op de agenda is gezet via het High-Level Panel on Water en het Water Forward-initiatief,
dat zich ten doel stelt om voor 1 miljard mensen de waterzekerheid te vergroten. Het
verslag stelt terecht vast dat deze inzet nauw aansluit bij de unieke Nederlandse
expertise en kansen biedt voor samenwerking met Nederlandse kennisinstellingen, bedrijven
en diplomatieke posten, onder meer via de zogenoemde Water Compacts. Hoe ziet het
kabinet de inzet van Nederlandse expertise op het terrein van water en klimaatadaptatie
binnen de Wereldbank voor zich? Zijn hierover reeds verkennende gesprekken gevoerd
tussen de Wereldbankgroep enerzijds en Nederlandse kennisinstellingen en het water-
en maritieme bedrijfsleven anderzijds? Welke regierol ziet het kabinet voor zichzelf
en zijn departement weggelegd om Nederlandse partijen tijdig te positioneren voor
aanbestedingen en uitvoeringsprojecten binnen deze Water Compacts?
De leden van de VVD-fractie hechten eraan dat wederopbouw en steun aan de Palestijnse
Gebieden onder strikte voorwaarden plaatsvinden. In het verslag van de voorjaarsvergadering
onderstreept het kabinet dat voortgang en nieuwe financieringsconstructies voor wederopbouw
afhankelijk zijn van adequate governance-structuren, transparante besluitvorming,
controleerbare financieringsstromen en stevige verantwoordingsmechanismen. Welke voortgang
heeft de Palestijnse Autoriteit volgens het kabinet tot op heden geboekt met de toegezegde
hervormingsagenda, in het bijzonder ten aanzien van transparant financieel beheer,
corruptiebestrijding en institutionele vernieuwing? Op welke wijze worden deze hervormingen
door de Wereldbank en internationale donoren onafhankelijk gemonitord en getoetst?
Is het kabinet bereid om eventuele toekomstige Nederlandse of multilaterale bijdragen
via de Wereldbank afhankelijk te maken van het behalen van vooraf vastgestelde, meetbare
hervormingsbenchmarks door de Palestijnse Autoriteit?
Inbreng PVV-fractie
De ledenvan de PVV-fractie danken de Minister voor de toegezonden stukken en hebben
enkele vragen ten aanzien van het nieuw op te richten fonds binnen de Wereldbank voor
de wederopbouw van Syrië.
Deze leden hebben ernstige zorgen dat het nieuwe fonds de Nederlandse belastingbetaler
weer ongelofelijk veel geld gaat kosten, zeker omdat het kabinet zich actief inzet
voor de oprichting van het fonds. In de geannoteerde agenda staat dat het kabinet
bereid is geld in het fonds te stoppen, «afhankelijk van de verdere vormgeving en
omvang van het fonds».
Wat wordt hiermee precies bedoeld? Welke vorm en welke omvang moet het fonds hebben
in de ogen van het kabinet voordat het kabinet er geld in stopt? En als het kabinet
tot dat laatste overgaat, over welke bedragen spreken we dan?
Laat het helder zijn dat de leden van de PVV-fractie willen dat het kabinet geen cent
Nederlands belastinggeld in de wederopbouw van Syrië steekt. De regering van voormalig
Al Qaeda-strijder Al-Julani zou Nederland financieel niet moeten steunen door rekeningen
voor de wederopbouw van Syrië voor te betalen. Daarvoor klopt de Syrische regering
maar bij andere landen aan.
Tot slot willen de leden weten of, en zo ja wat, de premier over het fonds en de Nederlandse
bijdrage heeft gewisseld tijdens de AVVN met Al-Julani? Zijn er al toezeggingen gedaan
aan Syrië? Krijgt Nederland er nog iets tastbaars voor terug als het kabinet overgaat
tot het vullen van het fonds voor Syrië.
Deze leden ontvangen op deze vragen graag een uitgebreid antwoord.
Inbreng PRO-fractie
De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Jaarvergadering van de Wereldbank in Bangkok. Zij delen de opvatting van het kabinet
over effectieve multilaterale samenwerking: in een tijd van ongelijkheid, klimaatrampen,
de internationale orde die onder druk staat, en teruglopende ontwikkelingsfinanciering,
is wereldwijde samenwerking onmisbaar. Wel hebben deze leden nog enkele vragen en
opmerkingen.
Klimaat
De leden van de PRO-fractie wijzen op de enorme urgentie van de klimaatcrisis. Volgens
de Wereldbank zélf kan klimaatverandering 132 miljoen mensen extra in de armoede duwen
per 2030. In de regio waar de Jaarvergadering dit jaar plaatsvindt zijn de gevolgen
pijnlijk zichtbaar. In Azië en de Stille Oceaan veroorzaakten tientallen weerrampen
de afgelopen jaren duizenden doden en miljarden dollars aan schade. Tegelijkertijd
blijft de klimaatfinanciering voor deze landen achter. Deelt het kabinet deze analyse?
Tegen deze achtergrond vinden de leden van de PRO-fractie het onbegrijpelijk en schrikbarend
dat de Wereldbank de kwantitatieve klimaatdoelstelling van 45% laat vallen. Deze leden
vragen het kabinet te reageren op de berichtgeving in NRC en de Financial Times dat
dit gebeurt onder grote druk van de Verenigde Staten. Wat heeft Nederland als kiesgroepvoorzitter
gedaan om het doel te behouden, en hoe stelden andere Europese bewindvoerders zich
op? Hoe wil het kabinet er «op toezien» dat de klimaatambitie «in de praktijk overeind
blijft» zonder meetbare doelen? Is het kabinet bereid in Bangkok te pleiten voor nieuwe
kwantitatieve doelen, zoals een minimumaandeel voor klimaatfinanciering en adaptatie?
Is het kabinet bereid om te pleiten om jaarlijks een expliciete vergelijking van de
behaalde resultaten met het oude 45%-doel te maken?
De leden van de PRO-fractie wijzen erop dat het besluit ook gevolgen heeft voor het
collectieve doel van de multilaterale ontwikkelingsbanken om in 2030 jaarlijks 120
miljard dollar aan klimaatfinanciering te verstrekken. Hoe beoordeelt het kabinet
dit risico? Wat doet Nederland om dat doel overeind te houden en te zorgen dat de
Bank dit doel haalt?
De leden van de PRO-fractie lezen dat het kabinet investeringen niet wil laten bijdragen
aan fossiele afhankelijkheid. Is het kabinet bereid te pleiten voor een uitsluiting
– of in ieder geval snelle afbouw – van nieuwe financiering van fossiele projecten,
ook gezien de Amerikaanse druk om er juist meer te financieren?
Belastingontwijking en publieke diensten
De leden van de PRO-fractie lezen dat Nederland binnen de Bank pleit voor blijvende
aandacht voor efficiënte binnenlandse inkomstenmobilisatie. Is het kabinet het met
de leden van de PRO-fractie eens dat het mobiliseren van binnenlandse inkomsten voor
publieke diensten zoals zorg en onderwijs niet louter een nationale verantwoordelijkheid
is, gezien de rol van een onrechtvaardige internationale belastingarchitectuur waardoor
ontwikkelingslanden veel inkomsten mislopen? Hoe onderkent de Nederlandse inbreng
bij de Wereldbank deze realiteit? Welke verantwoordelijkheid neemt Nederland hier
zelf in als een van de grootste veroorzakers van dit probleem?
De leden van de PRO-fractie maken zich zorgen over de passage dat IDA-financiering
volgens het kabinet moet worden benut om landen aan te zetten tot beleidshervormingen.
Deze leden zien een risico dat dit kan leiden tot bezuinigingen op publieke diensten
die mensen juist nodig hebben. Ziet het kabinet dit risico, ook gezien negatieve ervaringen
uit het verleden? Hoe wordt voorkomen dat landen worden gedwongen te bezuinigen op
de diensten die gewone mensen nodig hebben?
Fragiele regio’s en wederopbouw
De leden van de PRO-fractie steunen de betrokkenheid van de Bank bij wederopbouw in
Gaza, Syrië en Oekraïne. Hoe wordt gegarandeerd dat de Palestijnse, Syrische en Oekraïense
bevolking de regie houden over de wederopbouw van hun eigen land? Hoe houden lokale
organisaties toegang tot besluitvorming en monitoring?
II. Antwoord/Reactie van de Minister
III. Volledige agenda
Geannoteerde agenda Jaarvergadering Wereldbank van 12 t/m 18 oktober 2026
Brief regering d.d. 25 september 2026 Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
S.W. Sjoerdsma
Verslag voorjaarsvergadering 2026 Wereldbank van 13–18 april 2026 (Kamerstuk 26 234, nr. 321)
Brief regering d.d. 1 juni 2026 Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
S.W. Sjoerdsma
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R. den Hollander, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Mede ondertekenaar
Drs. M.J. van der Leeden, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.