Schriftelijke vragen : Het artikel ‘Eigenaar schadebureau is niet onafhankelijk’, zegt rechter; mogelijk gevolgen voor afhandeling bevingsschade'
Vragen van het lid Beckerman (SP) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het artikel ««Eigenaar schadebureau is niet onafhankelijk», zegt rechter; mogelijk gevolgen voor afhandeling bevingsschade» (ingezonden 28 september 2026).
Vraag 1
Wat is uw reactie op het oordeel van de rechtbank dat onvoldoende vaststaat dat de
deskundige, mede-eigenaar en bestuurder van D.O.G. Ingenieurs B.V., geen persoonlijk
belang heeft en dat hij daarom niet als onafhankelijke deskundige kan worden gekwalificeerd?1
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het dat deze deskundige in het Disclosure Statement voor onafhankelijke
deskundigen van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) zijn rol als directeur
en aandeelhouder van D.O.G. onvermeld heeft gelaten? Acht u het formulier op dit punt
toereikend, nu D.O.G. zelf stelt dat er geen afzonderlijke vraag in staat over aandeelhouderschap
of bestuursfuncties? Heeft u plannen dit formulier te wijzigen?
Vraag 3
Bent u bereid het Disclosure Statement en het deskundigenregister zo aan te passen
dat aandeelhouderschap, bestuursfuncties en andere financiële belangen bij het deskundigenbureau
verplicht moeten worden gemeld, en dat deskundigen met zo’n belang geen individuele
schadedossiers meer beoordelen?
Vraag 4
Hoe verhoudt deze uitspraak zich tot de stelling van het IMG dat er geen reden is
om te twijfelen aan de onafhankelijkheid van de deskundigen en tot uw eigen eerdere
uitspraak in het debat dat u geen reden heeft om te twijfelen aan de kwaliteit van
de rapporten? Blijft u bij die uitspraak?
Vraag 5
Vindt u het aanvaardbaar dat het IMG en D.O.G. laten weten hun werkwijze naar aanleiding
van deze uitspraak niet aan te passen, terwijl de rechter in het vonnis uitdrukkelijk
schrijft te rekenen op meer duidelijkheid van het IMG om problemen in de toekomst
te voorkomen? Bent u bereid het IMG hierop aan te spreken en zo nodig een aanwijzing
te geven?
Vraag 6
Hoeveel schaderapporten zijn sinds 2018 opgesteld of mede-opgesteld door deskundigen
die tevens aandeelhouder, bestuurder of eigenaar zijn van het schadebureau waarvoor
zij werken? Kunt u dit uitsplitsen per bureau? Zo nee, waarom heeft het IMG hier geen
zicht op?
Vraag 7
Hoeveel van deze rapporten hebben geleid tot een afwijzing van een schadeaanvraag?
Bent u bereid deze dossiers te laten herbeoordelen door aantoonbaar onafhankelijke
deskundigen?
Vraag 8
Erkent u dat deze uitspraak laat zien dat het verdienmodel rond de schadeafhandeling
niet alleen de overheid veel geld kost, maar ook gedupeerden rechtstreeks kan schaden,
omdat er een prikkel kan bestaan om anders te oordelen dan onafhankelijk zou gebeuren?
Vraag 9
Bent u bekend met de passage in het vonnis waarin de gemachtigde van de eiseres niet
uitsluit dat het lange tijdsverloop en de belasting die dit met zich meebracht het
gevolg is van de volgens hem niet onafhankelijke handelwijze van de deskundige? Heeft
u, of heeft het IMG, onderzocht of er een verband bestaat tussen de belangen van deskundigen
en schadebureaus en de lange doorlooptijden van schadeaanvragen? Zo nee, bent u bereid
dit te laten onderzoeken?
Vraag 10
Kunt u aangeven hoe lang de doorlooptijden zijn van dossiers die door D.O.G. en 10BE
zijn beoordeeld, vergeleken met dossiers van andere bureaus?
Vraag 11
Wat is de stand van zaken van de uitvoering van de motie-Beckerman/Bushoff over het
borgen dat het toezicht op externe inhuur door IMG en Nationaal Coördinator Groningen
(NCG) wordt versterkt (Kamerstuk 36 836, nr. 40)?
Vraag 12
Is uw inhoudelijke oordeel over de verworpen moties-Bushoff/Beckerman over een winstnormbepaling
in de aanbesteding (Kamerstuk 36 836, nr. 44) en over het wegnemen van perverse financiële prikkels voor schadebureaus (Kamerstuk
36 836, nr. 45) in het licht van dit artikel veranderd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke stappen
neemt u om de inhoud van deze moties tot uitwerking te brengen?
Vraag 13
Bent u, in het licht van deze uitspraak, alsnog bereid maatregelen te nemen om de
financiële prikkel om anders te oordelen weg te nemen en buitensporige winsten te
voorkomen?
Ondertekenaars
Sandra Beckerman, Tweede Kamerlid