Schriftelijke vragen : De omvang van het Rijksapparaat en de overschrijding van de Roemernorm
Vragen van het lid Keijzer (Keijzer) aan de Ministers van Financiën en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de omvang van het Rijksapparaat en de overschrijding van de Roemernorm (ingezonden 23 september 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het Verantwoordingsonderzoek 2025, waarin de Algemene Rekenkamer
vaststelt dat aan de budgettaire taakstelling op het apparaat geen concrete doelen
of resultaatafspraken zijn gekoppeld en dat daardoor onzeker is of het aantal fte
daadwerkelijk afneemt?1
Vraag 2
Klopt het dat het aantal rijksambtenaren in 2025 is gestegen van 157.015 naar 160.016
fte?2
Vraag 3
In welk jaar wordt voor het eerst een daling in plaats van een stijging geschat?
Vraag 4
Klopt het dat het regeerakkoord een efficiencytaakstelling van 400 miljoen euro en
een aanvullende taakstelling van één miljard euro bevat3, samen oplopend tot 1,4 miljard euro structureel vanaf 2030 en dat deze bovenop de
taakstelling van één miljard euro van het vorige kabinet komt?4
Vraag 5
Klopt het dat ook deze nieuwe taakstelling uitsluitend budgettair is vormgegeven en
dat daarin geen aantal fte, geen percentage en geen streefomvang van de Rijksoverheid
is opgenomen?
Vraag 6
Zo ja, hoe verhoudt zich dat tot de constatering van de Algemene Rekenkamer dat juist
het ontbreken van dergelijke doelen het zicht op de krimp wegneemt?
Vraag 7
Welke omvang van de Rijksoverheid in fte streeft het kabinet na en in welk jaar moet
die zijn bereikt?
Vraag 8
Indien het kabinet geen streefomvang van de Rijksdienst in fte hanteert, hoe kan dan
worden vastgesteld of de taakstelling daadwerkelijk leidt tot een kleinere overheid
in plaats van uitsluitend tot budgettaire verschuivingen?
Vraag 9
Kunt u de Kamer per ministerie een overzicht sturen van het aantal fte eind 2025,
de beoogde stand in de jaren daarna en de besparing die daarbij hoort?
Vraag 10
Op welke inhoudelijke analyse is de verdeling van de taakstelling over de ministeries
gebaseerd, en welke taken vervallen, worden vereenvoudigd of gedigitaliseerd om die
besparing mogelijk te maken? Of is de taakstelling naar rato van het apparaatsbudget
verdeeld?
Vraag 11
Onderkent u dat een naar rato verdeelde korting ertoe kan leiden dat capaciteit verdwijnt
bij uitvoeringsorganisaties waar de opgave juist toeneemt, zoals de hersteloperatie
toeslagen en de schadeafhandeling in Groningen, terwijl overhead elders in stand blijft?
Vraag 12
Welke organisaties zijn om die reden ontzien en ten laste van welke andere onderdelen
is dat gegaan?
Vraag 13
Klopt het dat de Algemene Rekenkamer 269 uitvoeringstoetsen heeft onderzocht en dat
38 procent daarvan geen of geen duidelijke uitspraak doet over de personele consequenties
van nieuwe wet- en regelgeving?5
Vraag 14
Hoe kan een onderbouwde reductie van het apparaat worden vastgesteld zolang niet in
beeld is hoeveel mensen nieuw beleid kost?
Vraag 15
Klopt het dat de externe inhuur bij het Rijk over de eerste helft van 2025 uitkwam
op 11,4 procent van de personele uitgaven6 en dat de Roemernorm van tien procent daarmee opnieuw is overschreden? In welk jaar
komt het Rijk weer onder die norm?
Vraag 16
Klopt het dat het terugdringen van externe inhuur deels plaatsvindt door verambtelijking
en dat dit het aantal fte verhoogt?7 Wordt dat effect apart zichtbaar gemaakt, en hoe wordt voorkomen dat een lagere inhuur
terugkeert als hogere formatie of omgekeerd?
Vraag 17
Wat gebeurt er als een ministerie de afgesproken reductie niet haalt en over welke
instrumenten beschikt de Minister van Financiën om dan bij te sturen?
Vraag 18
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Gericht aan
E. Heinen, minister van Financiën -
Indiener
Mona Keijzer, Kamerlid