Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Michon-Derkzen over het bericht 'Voor sommigen lange vakantie in thuisland'; Migrerende werklozen krijgen straks 3 maanden extra WW mee'
Vragen van het lid Michon-Derkzen (VVD) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht ««Voor sommigen lange vakantie in thuisland»; Migrerende werklozen krijgen straks 3 maanden extra WW mee» (ingezonden 28 augustus 2026).
Antwoord van Minister Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 22 september
2026).
Vraag 1
Wat is de stand van zaken in het besluitvormingsproces in de Europese Unie (EU) over
de herziening van de Verordening 883/2004 inzake de export van Werkloosheidswet (WW-)uitkeringen?1
Antwoord 1
Zoals ik heb beschreven in mijn brief van 10 juni jl.2 heeft een grote meerderheid van lidstaten in de Coreper-vergadering van 29 april
jl. aangegeven het voorlopig akkoord over de herziening van Verordening 883/2004 te
kunnen steunen. Nederland heeft vanwege de uitbreiding van de export van werkloosheidsuitkeringen
in die Coreper-vergadering tegen het voorlopig akkoord gestemd.
Op 7 juli jl. heeft het Europees Parlement met ruime meerderheid ingestemd met het
voorlopig akkoord. De verwachting is dat het voorlopig akkoord op de Raad Landbouw
en Visserij van 28 tot 29 september formeel wordt aangenomen. Nederland zal ook tegenstemmen
in de Raad.
Zoals beschreven in mijn brief van 10 juni jl. wordt vervolgens wordt de wijzigingsverordening
waarmee de bestaande Verordening 883/2004 wordt gewijzigd (hierna: wijzigingsverordening)
gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU. De wijzigingsverordening treedt in werking
op de eerste dag van de maand na de datum van publicatie. Naar verwachting zal de
wijzigingsverordening in het najaar van 2026 in werking treden. De datum van toepassing
van de meeste bepalingen uit de wijzigingsverordening is twee jaar na inwerkingtreding.
Verreweg de meeste wijzigingen zullen daarom naar verwachting in het najaar van 2028
van toepassing zijn.
Vraag 2
Welke beleidsruimte heeft Nederland binnen de voorgestelde EU-verordening om zelf
invulling te geven aan de uitvoering van de nieuwe regels voor de export van WW-uitkeringen?
Antwoord 2
Verordening 883/2004 werkt rechtstreeks en laat in principe geen ruimte aan de uitvoeringsinstanties
van de lidstaten om zelf invulling te geven aan de uitvoering van de (nieuwe) regels
voor de export van werkloosheidsuitkeringen. Een uitzondering hierop geldt voor een
verlenging van de exporttermijn van zes maanden tot aan de maximale uitkeringsduur
wanneer een werkloze in een andere lidstaat naar werk zoekt. In het antwoord op vraag
4 wordt de beleidsruimte van de uitvoeringsinstantie op dit punt verder toegelicht.
Vraag 3
Kunt u aangeven op welke termijn de beoogde verlenging van de maximale exportduur
van de WW-uitkering van drie naar zes maanden zal ingaan?
Antwoord 3
De verlenging van de exportduur van werkloosheidsuitkeringen gaat in twee jaar na
inwerkingtreding van de wijzigingsverordening. Dit zal naar verwachting in het najaar
van 2028 zijn.
Vraag 4
In de EU-verordening staat dat: «Under the amended text, an unemployed person will
retain their entitlement to benefits for a period of six months from the date on which
they ceased to be available to the employment services of the Member State they left,
provided that the total period for which benefits are paid does not exceed the total
period of benefits to which they are entitled under the legislation of that Member
State. This period may be extended by the competent services or institutions until
the expiry of the unemployed person's entitlement to benefits»; kunt u bevestigen
dat lidstaten zelf mogen bepalen of de geëxporteerde WW-uitkering langer uitbetaald
mag worden dan zes maanden? Indien dit het geval is, heeft u de intentie om dit te
doen en zijn hier voorwaarden aan verbonden?
Antwoord 4
Het is juist dat lidstaten mogen bepalen of de geëxporteerde WW-uitkering langer wordt
uitbetaald dan zes maanden wanneer iemand in een andere lidstaat naar werk zoekt.
Het gaat om een bevoegdheid, niet om een verplichting. Bij het uitoefenen van die
bevoegdheid dient UWV wel het vrij verkeer van werknemers te respecteren.
Ik acht een verlenging van de exporttermijn niet wenselijk. UWV zal daarom, net als
onder de huidige regels, alleen bij wijze van uitzondering gebruik maken van de bevoegdheid
om te verlengen. Ik licht dit hieronder verder toe.
Huidige regels
Het is nu beperkt mogelijk om met behoud van WW in het buitenland te verblijven om
daar naar werk te zoeken, namelijk drie maanden. De uitvoeringsinstanties mogen deze
«exporttermijn» van drie maanden verlengen naar zes maanden. Dit is een bevoegdheid,
geen verplichting. UWV maakt in principe geen gebruik van de bevoegdheid om te verlengen
en verlengt de exportuitkering alleen bij uitzondering. Het moet dan gaan om situaties
waarin het weigeren van een verzoek tot verlenging van de exportuitkering onredelijk
is, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een concreet en aantoonbaar uitzicht op
werkhervatting. In 2024 heeft UWV in minder dan vijf gevallen goedkeuring verleend
voor verlenging.3 Het beleid van UWV is goedgekeurd door het Hof van Justitie (EU) in de zaak Klein-Schiphorst
(C-551/16).
Voor volledig werkloze grenswerkers gelden bijzondere regels. Zij kunnen de werkloosheidsuitkering
onder de huidige regels niet exporteren vanuit het werkland, omdat zij aanspraak maken
op een werkloosheidsuitkering uit het woonland.
Toekomstige regels
De in de wijzigingsverordening voorziene uitbreiding van de mogelijkheid om met behoud
van WW in het buitenland te verblijven manifesteert zich op twee manieren:
1) De termijn om met behoud van werkloosheidsuitkering in een andere lidstaat naar werk
te zoeken gaat van drie naar zes maanden. Lidstaten mogen deze exporttermijn verder
verlengen tot de maximale uitkeringsduur. Het gaat hier – net als onder de huidige
regels – om een bevoegdheid. Er is geen aanleiding om de restrictieve wijze waarop
UWV momenteel invulling geeft aan de bevoegdheid te veranderen. Overigens is de duur
van de ‘exporttermijn’ korter als de duur van de uitkering korter is. Dus als iemand
bijvoorbeeld maximaal vier maanden WW-rechten heeft opgebouwd, kan de export nooit
langer zijn dan deze vier maanden.
2) Voor de volledigheid vermeld ik dat er daarnaast nieuwe regels komen over welke lidstaat
de uitkering betaalt aan werklozen die tijdens hun werk in een andere lidstaat woonden.
Dit zijn grenswerkers en andere migrerende werknemers, zoals seizoenarbeiders: als
22 ononderbroken weken in het werkland is gewerkt (affiliatieperiode), wordt het werkland
bevoegd om de WW-uitkering te betalen. Hierdoor ontvangt de werkloze ook wanneer hij
of zij terugkeert naar het woonland een uitkering uit het (voormalig) werkland. Voorwaarde
is dat de werkloze beschikbaar blijft voor de arbeidsmarkt van het voormalig werkland
en daar naar werk blijft zoeken. Als wordt voldaan aan de voorwaarden kan de werkloze
tot het einde van de duur van de uitkering de werkloosheidsuitkering uit het werkland
ontvangen in het woonland. Indien de werkloze alleen naar werk wil zoeken in het woonland
geldt de exporttermijn van zes maanden (en verlenging alleen in uitzonderlijke gevallen).
Vraag 5
Hoe gaat u ervoor zorgen dat het misbruik van WW-export beperkt blijft?
Antwoord 5
Controle en handhaving zijn ingewikkelder als de uitkeringsgerechtigde niet in Nederland
maar met behoud van WW in een andere EU-lidstaat verblijft. In Nederland is er – vooral
door een koppeling van systemen – meer inzicht in de situatie van de WW-gerechtigde.
Een dergelijke automatische koppeling bestaat niet met andere lidstaten. Ook heeft
UWV niet dezelfde controlebevoegdheden in het buitenland. UWV is meer afhankelijk
van andere lidstaten als een uitkeringsgerechtigde in het buitenland verblijft.
Meer specifiek geldt het volgende:
– De lidstaat waar de WW-gerechtigde verblijft, is verantwoordelijk voor het doorgeven
van gegevens die van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering.
– Als een WW-gerechtigde gedurende zes maanden in een andere EU-lidstaat naar werk zoekt
met behoud van uitkering, dan is die lidstaat daarnaast verantwoordelijk voor ondersteuning
bij het vinden van werk. Die lidstaat moet UWV vervolgens informeren of de WW-gerechtigde
zich aan de verplichtingen houdt met betrekking tot het zoeken naar werk.
Er bestaan al structuren voor gegevensuitwisseling tussen de lidstaten (zie ook het
antwoord op vraag4. Zoals ik heb beschreven in mijn brief van 10 juni jl. zijn de inspanningen van Nederland
in de onderhandelingen over de wijzigingsverordening voor het verkrijgen van een betere
informatiepositie van UWV bij de export van werkloosheidsuitkeringen beloond. Zo moet
de lidstaat waar naar werk wordt gezocht de lidstaat die de uitkering betaalt, voortaan
maandelijks informeren of de WW-gerechtigde zich houdt aan de controle- en arbeidsbemiddelingsprocedures
in die lidstaat. Daarnaast moet de lidstaat waar de WW-gerechtigde woont, de lidstaat
die de uitkering betaalt informeren over omstandigheden die van invloed kunnen zijn
op het recht op uitkering. Deze verplichting bestond al maar is aangescherpt. Op aandringen
van Nederland en gelijkgestemde lidstaten heeft de Europese Commissie (EC) daarnaast
een verklaring afgelegd waarin ze aangeeft te zullen onderzoeken hoe de samenwerking
tussen lidstaten op het terrein van controle en arbeidsbemiddeling verder kan worden
versterkt. De EC heeft ook aangekondigd om nog voor de datum van toepassing van de
bepalingen uit het werkloosheidshoofdstuk voorstellen te zullen doen voor verbeteringen
van gegevensuitwisseling binnen het Electronic Exchange of Social Security Information
System (EESSI). Zoals ik ook heb aangegeven in mijn brief van 10 juni jl. zal ik mij
blijven inzetten voor een verdere verbetering van de gegevensuitwisseling tussen de
lidstaten.
Vraag 6
Vindt u het wenselijk dat werknemers na een relatief korte arbeidsperiode in Nederland
een WW-uitkering kunnen exporteren naar het buitenland? Bent u bereid om de reeds
bestaande wekeneis voor de WW voor export van de WW-uitkering te verlengen om onrechtmatig
gebruik te beperken?
Antwoord 6
Zoals uiteengezet in mijn brief van 10 juni jl. heeft Nederland zich tegen de uitbreiding
van de export van werkloosheidsuitkeringen verzet en tegen het voorlopig akkoord gestemd
in de Coreper-vergadering van 29 april jl. Nederland zal ook tegenstemmen in de Raad
van Ministers.
Verlenging van de bestaande wekeneis voor de export van de WW-uitkering is niet mogelijk.
Een aanscherping van de wekeneis alleen voor WW-gerechtigden die de uitkering willen
exporteren, levert inbreuk op het vrij verkeer van werknemers op en is in strijd met
het beginsel van gelijke behandeling.
In de wijzigingsverordening wordt echter wel geborgd dat de werkloze gedurende een
bepaalde periode premie heeft betaald in het werkland, voordat daar een uitkering
wordt aangevraagd. Zo heeft door de introductie van de «affiliatieperiode» de werkloze
die tijdens zijn of haar werk in Nederland in een andere lidstaat woonde pas recht
op een WW-uitkering, als diegene een ononderbroken periode van 22 weken in Nederland
heeft gewerkt. Een dergelijke affiliatieperiode bestaat op dit moment niet. De introductie
van de affiliatieperiode is een positief element uit de wijzigingsverordening. Nederland
heeft zich ingezet voor een substantiële affiliatietermijn van minimaal zes maanden.
De termijn van 22 weken (circa vijf maanden) komt daarbij in de buurt.
Vraag 7
Is er een mogelijkheid om bij export van de WW-uitkering een landencorrectiefactor
toe te passen, zodat de hoogte van de uitkering beter aansluit bij de kosten van levensonderhoud
van het land van verblijf? Indien dit het geval is, bent u bereid deze optie nader
uit te werken?
Antwoord 7
Nee, het is juridisch niet mogelijk om bij de export van de WW-uitkering een landencorrectiefactor
toe te passen. Dit volgt uit een uitspraak van het Hof van Justitie (EU) in de zaak
Europese Commissie tegen Republiek Oostenrijk_. Het EU-Hof bepaalde dat het aanpassen
van de hoogte van gezinsbijslagen naar het prijspeil in de woonstaat van het kind
niet is toegestaan, omdat het indirecte discriminatie op grond van nationaliteit oplevert.
Vraag 8 en 9
In 2025 keerde het UWV 13,8 miljoen euro aan WW-uitkeringen in het buitenland; hoe
kan het dan dat u verwacht 14 miljoen euro per jaar kwijt te zijn als de regels in
werking treden, terwijl de looptijd van de geëxporteerde WW-uitkering dubbel zo lang
wordt? Kunt u aangeven waarop het bedrag van 14 miljoen gebaseerd is?
Kunt u aangeven welk deel van de 14 miljoen euro naar uitkeringen gaat en welk deel
naar de uitvoering van de nieuwe regeling?
Antwoord 8 en 9
De ingeschatte € 14 miljoen per jaar gaat specifiek over extra kosten ten opzichte
van de huidige situatie, de € 13,8 miljoen in 2025 waar u naar verwijst. De geraamde
€ 14 miljoen aan extra kosten hebben alleen betrekking op de extra WW-uitgaven. Het
bedrag is exclusief eventuele kosten of besparingen voor de uitvoering door UWV en
de SVB. Tijdens de verdere implementatie zullen UWV en SVB een uitvoeringstoets doen
om inzicht te krijgen in het effect van de wijzigingsverordening op de uitvoering.
Voor de raming is gebruik gemaakt van een rapport van de Europese Commissie over het
huidige aantal aanvragen met arbeidsverleden in het buitenland, een rapport van de
Algemene Rekenkamer en realisaties van UWV over de huidige kosten van export van WW-uitkeringen.
Het grootste deel van de extra WW-uitgaven wordt veroorzaakt door de wijziging van
de regels voor grenswerkers en andere migrerende werkers (zie voor een uitleg het
antwoord op vraag5. Nederland zal onder de nieuwe regels vaker verantwoordelijk worden voor de uitbetaling
van een WW-uitkering (met name aan grenswerkers) dan onder de huidige regels. De verlenging
van de exporttermijn van drie naar zes maanden leidt niet tot een verdubbeling van
de WW-uitgaven. Dit komt doordat de exporttermijn gemaximeerd is op het opgebouwde
WW-recht. Doordat het opgebouwde WW-recht vaak korter is dan de exporttermijn van
zes maanden wordt de duur van de WW-uitkering niet automatisch voor iedereen verdubbeld.
Vraag 10
Kunt u uitleggen hoe het UWV effectief toezicht kan houden op de rechtmatigheid van
een geëxporteerde WW-uitkering wanneer het in de andere lidstaten niet over dezelfde
controlebevoegdheden en controlemogelijkheden beschikt als in Nederland? Welk budget
is gemoeid met toezicht?
Antwoord 10
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 5 wordt de controle en de ondersteuning
bij het vinden naar werk uitgevoerd door de lidstaat waar naar werk wordt gezocht,
zodra de werkzoekende staat ingeschreven in die lidstaat. UWV betaalt de werkloosheidsuitkering
pas uit nadat de buitenlandse uitkeringsinstantie heeft aangegeven dat de werkloze
zich heeft ingeschreven als werkzoekende en UWV een inkomstenopgave van de uitkeringsgerechtigde
heeft ontvangen. UWV verzoekt maandelijks om een bewijs van blijvende inschrijving
als werkzoekende en van medewerking aan de georganiseerde controleprocedures. Verordening
883/2004 verplicht de lidstaat waar naar werk wordt gezocht om UWV te informeren wanneer
de WW-gerechtigde zich niet houdt aan de controlevoorschriften van die lidstaat. UWV
beoordeelt vervolgens of dit gevolgen heeft voor de werkloosheidsuitkering. Ik blijf
mij inzetten voor een verdere verbetering van de gegevensuitwisseling tussen de lidstaten.
In de uitvoering van de WW door UWV is geen specifiek bedrag gereserveerd voor toezicht
op de export van WW-uitkeringen. Het budget maakt onderdeel uit van het budget voor
de reguliere dienstverlening.
Ondertekenaars
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid