Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Grinwis over de rentmeestervennootschap (steward ownership) in relatie tot het voorstel voor een verordening tot oprichting van EU Inc
Vragen van het lid Grinwis (ChristenUnie) aan de Ministers van Economische Zaken en Klimaat en van Justitie en Veiligheid over de rentmeestervennootschap (steward ownership) in relatie tot het voorstel voor een verordening tot oprichting van EU Inc. (ingezonden 15 juli 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) en de Minister
van Economische Zaken en Klimaat (ontvangen 22 september 2026). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2633.
Vraag 1
Hoe staat het met de uitvoering van de afspraak in het coalitieakkoord «Aan de slag.
Bouwen aan een beter Nederland» een nieuwe Nederlandse rechtsvorm te introduceren,
namelijk de rentmeestervennootschap (een vorm van steward ownership waarbij zeggenschap
en winstrecht worden gescheiden), mede in het licht van de eerder door de Tweede Kamer
aangenomen motie Sneller en Zeedijk die de regering verzocht deze rechtsvorm uit te
werken (Kamerstuk 29 023, nr. 509)?
Antwoord 1
Zoals ik uw Kamer heb bericht in mijn brief van 16 april 20261 bezie ik momenteel hoe het vennootschapsrecht verder geflexibiliseerd kan worden,
waardoor bijvoorbeeld ook meer armslag wordt geboden aan partijen die een onderneming
in de vorm van een rentmeestervennootschap willen voeren. Daartoe zal ik een rondetafel
inzake de rentmeestervennootschap organiseren. Tijdens het commissiedebat civielrechtelijke
onderwerpen op 22 april 2026 heb ik toegezegd dat uw Kamer in het derde kwartaal van
2026 daarover zal informeren. Op 8 oktober organiseert de belangenorganisatie We Are
Stewards een Steward Ownership Festival in Amsterdam. De inzichten die daar zullen
worden opgedaan, wil ik graag meenemen bij het organiseren van de rondetafel en nadien
ook in de brief aan uw Kamer. Ik zal uw Kamer dus na de bijeenkomst van We Are Stewards
informeren. Het is mijn streven om de brief voor het einde van dit jaar naar uw Kamer
te sturen.
Vraag 2
Bent u zich ervan bewust dat het BNC-fiche van het kabinet over het 28e regime («EU
Inc.») steward ownership in het geheel niet noemt?
Antwoord 2
Ja.
Vraag 3
Hoe verhoudt zich volgens u de keuze van het kabinet om steward ownership nationaal
te introduceren zich tot het volledig ontbreken van steward ownership in de Nederlandse
inzet ten aanzien van een Europese, EU-brede rechtsvorm? Deelt u de mening dat het
een gemiste kans zou zijn om de rechtsvorm die het kabinet in eigen land bepleit,
niet óók beschikbaar te maken voor ondernemers in alle 27 lidstaten via het 28e regime?
Antwoord 3
Het kabinet heeft uw Kamer op 24 april 2026 middels het BNC-fiche geïnformeerd over
de kabinetsinzet ten aanzien van het door de Europese Commissie (hierna: Commissie)
voorgestelde 28e regime voor ondernemingen (hierna: het voorstel). Het voorstel bevat
geen regels over steward ownership. Het fiche gaat daar daarom ook niet op in.
De onderhandelingen over het voorstel vinden momenteel in hoog tempo plaats. Er is
brede steun voor de doelstelling van het voorstel en voor een spoedige afronding van
het onderhandelingstraject. Tijdens de Europese Raad van 19 maart jl. is door de lidstaten
de ambitie uitgesproken om uiterlijk eind 2026 een politiek akkoord met het Europees
Parlement over het voorstel te bereiken. Gelet op de grote vaart van het onderhandelingstraject
en de belangen die samenhangen met dat tempo, alsmede het feit dat de rentmeestervennootschap
een concept is dat in de meeste lidstaten nog niet breed bekend is, lijkt het een
stap te ver om de rentmeestervennootschap tijdens de onderhandelingen in te brengen
als een mogelijke aanvulling op het voorstel. Dit zou het risico van vertraging van
dat proces in zich dragen. Daar komt bij dat wij in Nederland zelf nog bezig zijn
met de oordeelsvorming over de wijze waarop de rentmeestervennootschap een plek kan
krijgen in ons nationale vennootschapsrecht. Daardoor kan Nederland nog geen afgerond
idee voor een rentmeestervennootschap in de discussie in Brussel inbrengen. Het is
belangrijk om nu eerst te komen tot snelle besluitvorming over een betrouwbare en
flexibele Europese rechtsvorm voor de EU Inc.
Vraag 4
Bent u bekend met het conceptverslag van rapporteur Repasi in de commissie JURI van
het Europees Parlement over het 28e regime, waarin steward ownership (rentmeesterschap)
en werknemerseigendom als optionele varianten worden ge(her)ïntroduceerd, en steunt
u het behoud van die opties in de uiteindelijke tekst?
Antwoord 4
Ik ben bekend met dat conceptverslag. Het is nu niet aan de lidstaten om een oordeel
te vormen over het conceptverslag van de rapporteur, daarvoor moet eerst het eindverslag
worden afgewacht. Verder verwijs ik graag naar mijn antwoord op vraag 3.
Vraag 5
Klopt het dat noch het Commissievoorstel (COM(2026) 321), noch het BNC-fiche (Kamerstuk
22 112, nr. 4320), noch het door Nederland medeondertekende Benelux non-paper het begrip steward ownership
noemt, en dat het Nederlandse onderhandelingsmandaat zich vrijwel uitsluitend richt
op een Europese vorm van beperkte aansprakelijkheid en op waarborgen tegen fraude
en witwassen?
Antwoord 5
Het klopt dat het Commissievoorstel, het BNC-fiche en het Benelux non-paper het begrip
steward ownership of rentmeestervennootschap niet noemen. Het voorstel ziet op de
introductie van een nieuwe Europese rechtsvorm, de EU Inc. Het voorziet in een optioneel
Europees vennootschapsrechtelijk kader voor de EU Inc., met onder andere regels over
de inrichting en governance en over een versimpelde oprichtingsprocedure. Het voorstel
bevat geen regeling voor een rentmeestervennootschap bij een EU Inc. In het BNC-fiche
en in de onderhandelingen over het voorstel in de Raad richt het kabinet zich, zoals
te doen gebruikelijk, primair op het voorstel zoals de Commissie dat heeft gepresenteerd.
In het BNC-fiche heeft het kabinet zowel in het algemeen als op specifieke onderdelen
uiteengezet wat het standpunt van het kabinet is ten aanzien van het voorstel en hoe
het kabinet zich in de onderhandelingen opstelt. Het klopt niet dat dit BNC-fiche
zich uitsluitend richt op een Europese vorm van beperkte aansprakelijkheid en op waarborgen
tegen fraude en witwassen. In het algemeen heeft het kabinet aangegeven dat het voorstander
is van de ontwikkeling van een 28e regime in het ondernemingsrecht dat daadwerkelijk
tegemoetkomt aan de behoeften van belanghebbenden, zoals bedrijven en werknemers binnen
de EU, en dat bijdraagt aan de versterking van de concurrentiepositie van bedrijven
in de EU. Een 28e regime voor ondernemingen kan volgens het kabinet belangrijke economische
kansen bieden, omdat het een kader schept voor ondernemingen dat in de gehele EU hetzelfde
is. Ook kan een duidelijke en betrouwbare Europese rechtsvorm ervoor zorgen dat de
EU Inc. sneller wordt herkend door investeerders, wat het grensoverschrijdend zaken
doen kan vergemakkelijken. Het kabinet ziet dat een zorgvuldig vormgegeven 28e regime
een eerste stap kan zijn voor verdere harmonisatie. Daarmee sluit het voorstel goed
aan bij de ambitie uit het coalitieakkoord om in te zetten op voltooiing van de interne
markt.
Het kabinet heeft als uitgangspunt dat het 28e regime voor ondernemingen enkel effectief
en succesvol kan zijn als fragmentatie in de toepassing van dat regime binnen de lidstaten
zoveel mogelijk wordt voorkomen en als de EU Inc. ondernemers en hun stakeholders
(aandeelhouders, schuldeisers en werknemers) betrouwbaarheid en rechtszekerheid biedt.
Dit was doorslaggevend voor het kabinet bij het bepalen van de inzet bij verschillende
specifieke onderdelen van het voorgestelde optionele vennootschapsrechtelijke kader.
Zo zet het kabinet zich ervoor in dat de waarborgen in het voorstel tegen misbruik,
fraude en witwassen worden versterkt.
Het non-paper dat Nederland samen met België en Luxemburg heeft opgesteld is in lijn
met de positie van het kabinet zoals dat uiteen is gezet in het BNC-fiche.2 De Benelux-landen spreken hierin hun steun uit voor de versterking van het concurrentievermogen
van de Europese Unie en de interne markt. Ook spreekt het non-paper de verwachting
uit dat het voorstel daarbij een betekenisvolle stap kan zijn. Tegelijkertijd constateren
de Benelux-landen dat aanvullende waarborgen nodig zijn om fraude, witwassen en misbruik
door een EU Inc. te voorkomen. Ook benadrukken zij dat bij gebruik van een EU Inc.
werknemersrechten gewaarborgd moeten blijven. Verder geven zij aan dat het voorstel
nog ambitieuzer had kunnen zijn, door bijvoorbeeld te voorzien in meer harmonisatie
op het gebied van het ondernemingsrecht.
Vraag 6
Bent u bekend met signalen dat de Europese Commissie de terughoudendheid van onder
meer Nederland heeft aangegrepen als argument om steward ownership en werknemerseigendom
níet in haar voorstel op te nemen? Deelt u de mening dat, indien Nederland deze opties
niet langer tegenhoudt, dit argument van de Commissie wegvalt en de Raad deze opties
alsnog kan agenderen?
Antwoord 6
Nee, ik herken deze signalen niet. De Europese Commissie heeft het 28e regime aangekondigd
in het Competitiveness Compass als een kader dat het mogelijk maakt voor innovatieve
ondernemingen om te profiteren van één set geharmoniseerde Europese regels waar ze
ook opereren of investeren.3 In 2025 heeft de Commissie de lidstaten op verschillende manieren betrokken bij de
vormgeving van het instrument nog voor de publicatie van het daadwerkelijke voorstel
in maart 2026, zoals in het High-Level Forum on Justice for Growth en door middel
van een publieke consultatie. Het toenmalige kabinet heeft daarbij steeds de positie
uitgedragen zoals verwoord in de Nederlandse reactie op de publieke consultatie, die
ook met uw Kamer is gedeeld in september 2025.4 Het toenmalige kabinet heeft zich daarbij niet uitgelaten over het steward ownership
of werknemerseigendom. Overigens begrijp ik de verwijzing naar «werknemerseigendom»
zo dat in de vraagstelling wordt gedoeld op het kunnen belonen van werknemers door
middel van aandelen die de werknemer direct verkrijgt. Ik zal de volgende vragen vanuit
die veronderstelling beantwoorden.
Vraag 7
Bent u bereid om in de Raadswerkgroep Vennootschapsrecht steward ownership en werknemerseigendom
als optie te steunen, of op zijn minst niet langer tegen te houden, zodat Nederlandse
ondernemers die daarvoor kiezen deze mogelijkheid krijgen?
Antwoord 7
Graag weerleg ik dat Nederland in de onderhandelingen voorstellen zou hebben tegengehouden
op het gebied van steward ownership en werknemerseigendom, omdat die voorstellen in
de Raad niet op tafel liggen (zie ook mijn antwoord op vraag 4). Wanneer dergelijke
voorstellen wel formeel worden gedaan, zullen die dat moment op op hun merites worden
beoordeeld, binnen het kader dat daarvoor in het BNC-fiche is geschetst. Het kabinet
staat positief tegenover de rentmeestervennootschap, zoals moge blijken uit het coalitieakkoord.
In de onderhandelingen over het Europese voorstel heeft het kabinet ook rekening te
houden met het belang om in korte tijd tot een betrouwbaar en effectief kader voor
de EU Inc. te komen. Dat heeft op dit moment de prioriteit van het kabinet, waarbij
het zich baseert op het in het BNC-fiche opgenomen onderhandelingskader.
Vraag 8
Deelt u de mening dat, gelet op uw eigen twijfels bij artikel 114 VWEU als rechtsgrondslag
(mede omdat het tweede lid van dat artikel de fiscale bepalingen én «de bepalingen
inzake de rechten en belangen van werknemers» uitsluit), een grondslag (mede) op artikel 50
VWEU niet alleen juridisch steviger is, maar ook de route vormt waarlangs waarborgen
voor werknemers en opties voor steward- en werknemerseigendom daadwerkelijk in het
regime kunnen worden opgenomen?
Antwoord 8
Zoals toegelicht in het BNC-fiche, heeft het kabinet kritische vragen bij de rechtsgrondslag.
Een discussie over de rechtsgrondslag levert onzekerheid op voor bedrijven en werknemers.
Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie moet de
keuze voor een rechtsgrondslag zijn gebaseerd op objectieve factoren, waaronder het
doel en de inhoud van het voorstel. Dat betekent ook dat zolang de onderhandelingen
gaande zijn en het voorstel nog onderhevig is aan wijzigingen, geen definitief oordeel
over de rechtsgrondslag kan worden gegeven. Het kabinet brengt de vragen omtrent de
juridische grondslag naar voren tijdens de onderhandelingen en zal aan het einde daarvan
de balans opmaken, mede in het licht van het belang van dit voorstel voor het versterken
van de interne markt. Graag verduidelijkt het kabinet dat het voorstel noch het arbeidsrecht
noch het socialezekerheidsrecht harmoniseert. Een EU Inc.-onderneming zal, op dezelfde
manier als andere nationale en Europese vennootschappen, gebonden zijn aan het toepasselijke
Europese en nationale arbeids- en socialezekerheidsrecht. Werknemers die in Nederland
werkzaam zijn voor een EU Inc. zullen dezelfde werknemersrechten genieten als werknemers
die in Nederland werkzaam zijn voor een onderneming met een andere rechtsvorm.
Vraag 9
Onderkent u dat aan een doel gebonden eigendomsstructuren met een «asset lock» of
beschermingsaandeel (steward ownership, golden share) tot de weinige structurele instrumenten
behoren om strategisch belangrijke ondernemingen te beschermen tegen ongewenste overnames
uit derde landen, door het Europees Parlement aangeduid als «killer acquisitions»?
Antwoord 9
Nee. Hoewel aan doel gebonden eigendomsstructuren in bepaalde gevallen een geschikt
instrument kunnen zijn om strategisch belangrijke ondernemingen te beschermen, zijn
dat wat het kabinet betreft geen generiek inzetbare middelen, onder andere vanwege
de mogelijk nadelige gevolgen voor het investeringsklimaat. Het kabinet benadrukt
dat eventuele maatregelen om strategisch belangrijke ondernemingen te beschermen proportioneel
en doelgericht moeten zijn.
Nederland beschikt reeds over een dergelijk proportioneel, doelgericht en robuust
publiekrechtelijk instrumentarium om bedrijven te beschermen tegen risicovolle overnames.
Zo is er sinds 2023 de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Wet
vifo) dat een generiek toetsingskader biedt voor investeringen in vitale aanbieders,
bedrijfscampussen en ondernemingen die actief zijn op sensitieve technologie. Per
1 januari 2027 worden hier zes nieuwe technologieën aan toegevoegd; biotechnologie,
kunstmatige intelligentie, geavanceerde materialen, nanotechnologie, sensor- en navigatietechnologie
en nucleaire technologie voor medisch gebruik. Met deze wet kunnen risicovolle overnames
worden getoetst op risico’s voor de nationale veiligheid, indien nodig kunnen mitigerende
maatregelen worden opgelegd of een geheel verbod. Daarnaast is er sectorale wetgeving
die investeringstoetsing regelt in bijvoorbeeld de telecommunicatiesector (Wet ongewenste
zeggenschap telecommunicatie) en de energiesector (Energiewet). Ook is niet iedere
ongewenste overname een «killer acquisition». Die term ziet specifiek op een overname
waarbij een innovatieve onderneming of potentiële concurrent wordt overgenomen met
als doel die concurrentie weg te nemen. Voor dit soort mogelijk problematische overnames
is er Mededingingswetgeving.
Verder is gebleken uit het rapport «Tussentijdse evaluatie van de wettelijke bedenktijd
voor het bestuur van beursvennootschappen», dat op 20 februari 2025 aan uw Kamer is
aangeboden, dat Nederlandse vennootschappen ten minste een twaalftal beschermingsconstructies
ten dienste staat.5 Dus ook het vennootschapsrecht biedt een ruim arsenaal aan mogelijke maatregelen
ter bescherming van een onderneming tegen ongewenste overnames.
Vraag 10
Hoe verhoudt de Nederlandse terughoudendheid ten aanzien van deze eigendomsvormen
zich tot uw recente besluit (mei 2026) om de overname van Solvinity, dat kritieke
overheidsinfrastructuur zoals DigiD/Logius beheert, door het Amerikaanse Kyndryl te
verbieden? Deelt u de mening dat steward ownership de structurele, vooraf ingebouwde
variant is van precies die bescherming, waardoor een onderneming niet-overneembaar
wordt zónder dat een overheidsingreep achteraf nodig is?
Antwoord 10
Het Nederlandse ondernemingsrecht biedt ondernemingen de vrijheid zelf de gewenste
eigendomsstructuur te bepalen binnen de daarvoor geboden wettelijke kaders. Daarbinnen
kan een «asset lock» of een beschermingsaandeel als (neven)effect een bepaalde bescherming
tegen een overname opleveren. De onderneming is het beste zelf in staat om te beoordelen
of dit nodig is en welke maatregelen ze daartoe wil treffen. Deze vrijheid komt Solvinity,
gelijk iedere andere onderneming, toe. Bij een investeringstoetsing zoals voorzien
in de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatiesector of de Wet veiligheidstoets
investeringen fusies en overnames, kan de eigendomsstructuur van een doelonderneming
bij de risicobeoordeling worden betrokken. Dat kan inzicht verschaffen in de invloed
die met een overname van of andere verwervingsactiviteit in een doelonderneming daadwerkelijk
wordt verkregen en de daarmee samenhangende risico's voor het publiek belang of de
nationale veiligheid. Dat kan van invloed zijn op de uitkomst van een investeringstoets.
Een rentmeestervennootschap kan een structurele, privaatrechtelijke bescherming bieden
tegen overnames, doordat de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van een onderneming
zo wordt ingericht dat de onderneming niet vrij verhandelbaar is en primair gericht
is op het langetermijnbelang. De effectiviteit van een rentmeestervennootschap hangt
echter af van de concrete statutaire vormgeving. In Nederland en de EU zijn er juridische
kaders (zoals het vennootschapsrecht en het vrij verkeer van kapitaal) die mogelijk
beperkingen stellen aan absolute overnamebescherming. Daarnaast is de rentmeestervennootschap
niet voor alle typen ondernemingen geschikt. Zo is zij lastig toe te passen bij beursgenoteerde
ondernemingen en de aandeelhouders moeten ermee akkoord gaan dat zij weinig of geen
zeggenschap meer hebben. Zoals is aangegeven in het antwoord op vraag 9, zijn er bovendien
meer mogelijkheden om een onderneming te beschermen tegen overnames. De rentmeestervennootschap
is daarom geen breed toepasbare waarborg en ook niet de enige waarborg om een overheidsingreep
op basis van risico's voor de nationale veiligheid of het publiek belang achteraf
te kunnen vermijden.
Vraag 11
Deelt u de mening dat een gestandaardiseerde, laagdrempelige steward-ownership-optie
in het 28e regime juist invulling geeft aan de door u en de Benelux gewenste ambitieuzere
aanpak en «verdere gerichte harmonisatie» van het vennootschapsrecht in plaats van
daarmee in strijd te zijn?
Antwoord 11
Mario Draghi en Enrico Letta signaleren in hun beider rapporten over de toekomst van
het Europese concurrentievermogen, respectievelijk over de toekomst van de interne
markt6 dat de versnippering van de interne markt het voor ondernemingen in Europa relatief
moeilijk maakt om te groeien over landsgrenzen heen. Verdergaande harmonisatie van
het vennootschapsrecht op Europees niveau zou helpen belemmeringen voor ondernemingen
weg te nemen. Juist door de bestaande verschillen tussen de nationale regimes binnen
de EU, is deze harmonisatie een grote uitdaging, dit geldt voor het «reguliere» vennootschapsrecht
en voor nieuwe ontwikkelingen zoals de rentmeestervennootschap, die nog niet in alle
lidstaten een bekende figuur is.
Nederland heeft samen met België en Luxemburg een non-paper opgesteld7, dat in lijn is met de inzet van het kabinet in de onderhandelingen over het 28e
regime, zoals ik die heb verwoord in het antwoord op vraag 5. De inzet van de Benelux
heeft als doel om een meer betekenisvolle harmonisatie te bereiken door deze bijzonder
omvangrijke opgave terug te brengen tot enigszins hanteerbare, en daarmee kansrijke,
proporties. Door het vraagstuk aan te gaan in de kleinere context van drie lidstaten
is de hoop dat «quick wins» kunnen worden onderscheiden van meer fundamentele hindernissen
voor harmonisatie, en dat voor de laatste werkbare oplossingsrichtingen worden geïdentificeerd.
Zo kan de Benelux als proeftuin wellicht helpen om het pad naar EU-brede harmonisatie
te effenen. Het helpt in dat kader niet als het Benelux-initiatief moet worden uitgebreid
met vraagstukken rond de rentmeestervennootschap.
Vraag 12
Bent u bereid te waarborgen dat het 28e regime verenigbaar is met de in het regeerakkoord
aangekondigde rentmeestervennootschap en deze niet ondergraaft, en de voortrekkersrol
van de Benelux (conform de motie Van Lanschot/Dassen, Kamerstuk 36 800 XIII, nr. 30) te benutten om steward ownership en werknemerseigendom in de onderhandelingen te
agenderen?
Antwoord 12
Het voorstel van de Commissie voor het 28e regime zal de rentmeestervennootschap niet
kunnen ondergraven, omdat de EU Inc. is voorzien als een zelfstandige rechtspersoon
die in de hele EU wordt erkend en die naast de nationale rechtsvormen bestaat. Zoals
ik heb aangegeven in het antwoord op vraag 3, heb ik niet het streven om er in de
onderhandelingen op in te zetten dat de rentmeestervennootschap wordt uitgewerkt voor
de EU Inc. Wel zal het kabinet zich inzetten voor verdere flexibilisering van het
voorstel voor de EU Inc. mede ten behoeve van de rentmeestervennootschap. Wat betreft
het agenderen van een specifieke regeling voor werknemerseigendom, anders dan het
voorstel voor het EU-aandelenoptieplan voor werknemers dat in het voorstel staat,
geldt hiervoor eveneens dat dit niet past in het hoge tempo van de onderhandelingen.
Vraag 13
Welke inzet zullen de Nederlandse vertegenwoordigers in de Raadswerkgroep Vennootschapsrecht
kiezen ten aanzien van de steward-ownership- en werknemerseigendomsopties, en bent
u bereid de Kamer over dat standpunt te informeren vóórdat een politiek akkoord wordt
bereikt (voorzien eind 2026)?
Antwoord 13
Zoals ik ook heb aangegeven in het antwoord op vraag 3, is het belangrijk om nu eerst
te komen tot een betrouwbare en flexibele Europese rechtsvorm voor de EU Inc., met
een heldere status en juridische rechtsbasis en om in Nederland de gedachtenvorming
rond een wettelijke regeling voor de rentmeestervennootschap af te ronden. Ik ben
daarom niet voornemens om in Brussel actief te pleiten voor het opnemen van een rechtsvorm
voor de rentmeestervennootschap in het voorstel. Datzelfde geldt voor de mogelijkheid
voor werknemerseigendom, anders dan het in het voorstel reeds opgenomen aandelenoptieplan
voor werknemers. Mocht daartoe door anderen een voorstel worden gedaan, dan zal dat
op dat moment op zijn merites worden beoordeeld, binnen het kader van het BNC-fiche.
Vraag 14
Kunt u bevestigen dat u werkelijke werknemerszeggenschap en -eigendom onderscheidt
van het belonen in aandelenopties (de EU-ESO-regeling), zodat uw steun voor die fiscale
optieregeling niet in de plaats komt van echte opties voor werknemerseigendom?
Antwoord 14
In het voorstel wordt een geharmoniseerd aandelenoptieplan (EU-ESO) geïntroduceerd.
Deze geeft EU Inc.-ondernemingen de mogelijkheid om eenvoudig aandelenoptierechten
te kunnen uitgeven aan werknemers. Het kabinet heeft zijn positie over deze werknemersoptieregeling
uiteengezet in het BNC-fiche en draagt deze uit tijdens de onderhandelingen. In de
vraagstelling wordt gerefereerd naar echte opties voor werknemerseigendom. Zoals ik
heb aangegeven in het antwoord op vraag 6, ga ik uit van de veronderstelling dat in
de vraagstelling wordt gedoeld op een regeling die een EU Inc. de mogelijkheid biedt
om werknemers te belonen met aandelen, die de werknemer direct verkrijgt. Op dit moment
ligt dat onderwerp niet voor in de raadswerkgroepen. Mocht gedurende de onderhandelingen
een concreet voorstel daarvoor worden gedaan, dan zal dat voorstel op zijn eigen merites
beoordeeld worden.
Vraag 15
Herkent u steward ownership als een vorm van rentmeesterschap (eigendom gehouden ten
dienste van een blijvend doel en van toekomstige generaties), en bent u bereid de
keuzevrijheid daarvoor voor Europese ondernemers actief te verdedigen en te bepleiten?
Antwoord 15
Het kabinet staat positief tegenover de rentmeestervennootschap, zoals blijkt uit
hetgeen daarvoor is opgenomen in het coalitieakkoord. Ik heb uw Kamer daarom laten
weten dat ik bezie hoe het vennootschapsrecht verder kan worden geflexibiliseerd,
zodat er meer ruimte komt voor het voeren van een onderneming in de vorm van een rentmeestervennootschap.
Gelet op de omstandigheden zoals beschreven in de bovenstaande antwoorden op eerdere
vragen, kiest het kabinet er niet voor om de rentmeestervennootschap actief te bepleiten
tijdens de onderhandelingen over de EU Inc.
Het kabinet zal zich, zodra zich daartoe een gelegenheid voordoet, welwillend opstellen
om het vennootschapsrecht in de EU te harmoniseren en te flexibiliseren, in lijn met
het Nederlandse vennootschapsrecht, waarvan ook rentmeestervennootschappen zullen
kunnen profiteren.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Mede ondertekenaar
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat