Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Wendel over het bericht dat thuismonitoring 350.000 ziekenhuisopnames kan schelen, maar tegengehouden wordt door de bekostiging
Vragen van het lid Wendel (VVD) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht dat thuismonitoring 350.000 ziekenhuisopnames kan schelen, maar tegengehouden wordt door de bekostiging (ingezonden 8 juli 2026).
Antwoord van Minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 21 september
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Thuismonitoring kan 350.000 ziekenhuisopnames schelen,
maar de bekostiging houdt het tegen» – naar aanleiding van de podcast BNR Beter?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de hoge verwachtingen die in het artikel geschetst worden van thuismonitoring?
Waarom wel, of waarom niet?
Antwoord 2
Ja, het kabinet heeft hoge verwachtingen van de inzet van thuis- en telemonitoring
omdat het kan bijdragen aan de toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg, zelfredzaamheid
van de patiënt en kwaliteit van leven en zorg, ook ingegeven door de toenemende zorgvraag
en schaarste aan professionals.
Veel ziekenhuizen hebben de afgelopen jaren positieve ervaringen opgedaan met thuismonitoring.
70% van de artsen en 75% van de verpleegkundigen hebben een positieve attitude tegenover
telemonitoring zo komt naar voren in de Monitor Digitale Zorg2. Burgers en patiënten die er gebruik van maken zijn vaak (zeer) tevreden.
Tegelijk zijn er ook verschillende aandachtspunten en is implementatie en opschaling
van thuismonitoring een complexe veranderkundige opgave. Zie ook de antwoorden op
vragen 5 en 6.
Hiernaast verschilt de daadwerkelijke potentie sterk per patiëntgroep, zorgvraag en
-proces en is het belangrijk dat professionals samen met patiënten bepalen wanneer,
en voor wie, thuismonitoring meerwaarde heeft.
Onder andere via de verschillende akkoorden zet het kabinet samen met veldpartijen
in op verdere implementatie, opschaling en adoptie van thuismonitoring.
Vraag 3
Deelt u de mening dat thuismonitoring goed past binnen de visie «digitaal als het
kan, fysiek als het moet» en in het toewerken naar passende zorg?
Antwoord 3
Ja. In de beleidsbrief van 24 april jl3 heeft het kabinet de ambities geschetst, waaronder het belang van «passende zorg
als norm». En zoals in de akkoorden door VWS en partijen is benoemd is passende zorg
ook steeds vaker digitale of hybride zorgverlening. Uitgangspunten hierbij zijn: zelf
als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan.
Als thuismonitoring passend wordt ingezet in het zorgproces is dit voor zowel de zorgverleners
als de patiënt in veel gevallen een efficiëntere manier van zorg. Passende inzet kan
de toegankelijkheid en de beschikbaarheid van zorg vergroten en bijdragen aan zelfredzaamheid
en kwaliteit van leven.
Vraag 4
Kunt u aangeven hoeveel inzet van personeel thuismonitoring potentieel kan schelen?
Antwoord 4
In algemene zin kan ik daar geen antwoord op geven. Wel zijn er op basis van ervaringen
van voorlopende initiatieven positieve ervaringen. In het Gupta rapport Invalshoeken
voor AZWA-doorbraakmiddelen4, dat is opgesteld als basis voor inzet van de AZWA doorbraakmiddelen, komt thuis-
en telemonitoring bijvoorbeeld naar voren als één van de toepassingsgebieden met significante
potentie als het gaat om impact in termen van arbeidsproductiviteit en -besparing.
Wel blijkt dat de context en de wijze waarop zorgpaden en -processen worden ingericht
sterk bepalend is voor de impact op personele inzet.
De komende tijd maakt het ministerie in de context van de doorbraakmiddelen afspraken
met IZA partijen hoe de effecten van de opschaling van thuis- en telemonitoring (onder
andere op arbeidsinzet en arbeidsproductiviteit) meer structureel in beeld te houden.
Daarbij wordt ook in beeld gebracht welke impact de inzet van thuis- en telemonitoring
in de keten heeft, waarbij ook wordt gekeken naar de impact voor zorgaanbieders in
andere sectoren zoals de huisartsenzorg, wijkverpleging, paramedische zorg of mantelzorg.
Vraag 5
Welke knelpunten gelden er op dit moment in de bekostiging en financiering van zorg,
waardoor initiatieven als thuismonitoring niet voldoende kunnen worden opgeschaald?
Welke hiervan gelden specifiek voor hybride zorg?
Antwoord 5
IZA partijen noemen verschillende soorten knelpunten die, afhankelijk van de context,
zich voor kunnen doen als het gaat om bekostiging en financiering. Diverse van deze
knelpunten zijn ook niet uniek voor digitale en hybride zorg.
Het gaat bijvoorbeeld om de volgende (ervaren) knelpunten:
– Bekostiging van monitoring wordt in de praktijk vaak nog gekoppeld aan een fysiek
contactmoment of verrichting, terwijl de waarde van monitoring juist zit in continue,
contactloze opvolging waar in die situatie geen bekostiging voor lijkt te zijn.
– Anders werken en organiseren vraagt tijdelijke veranderkosten en ook enige tijd dubbele
kosten omdat de bestaande werkwijze pas kan worden om- of afgebouwd als de nieuwe
op orde is. Ook zijn er nieuwe (ICT-) kosten voor onder andere apparatuur, software,
digitale infrastructuur in de zorginstelling en/of in de thuissituatie.
– De baten vallen mogelijk op andere plekken (bijvoorbeeld elders in de «keten») dan
waar de kosten gemaakt worden.
– Minder opnames, ligdagen en poliklinische behandelingen door de inzet van thuismonitoring
kunnen op korte of langere termijn een negatief effect hebben op de productie en omzet
van een zorgaanbieder, afdeling of zorgprofessional.
Deze knelpunten kunnen belemmerend werken voor de beoogde beweging richting passende
zorg. Zie verder ook het antwoord op vraag 6.
Vraag 6
Op welke manier bent u van plan om initiatieven als thuismonitoring meer ruimte te
geven om op te schalen, in lijn met de motie-Wendel/Vervuurt?5
Antwoord 6
Zoals ook in de beleidsbrief6 beschreven moet de samenwerking aan passende zorg lonend zijn, ook als het gaat om
thuismonitoring. Daarom kijken we of de bekostiging en andere randvoorwaarden voldoende
aansluiten bij wat we van partijen vragen. Hierbij is expliciete aandacht voor thuismonitoring
via de IZA/AZWA werkgroep digitale en hybride zorg.
Ook geven tijdelijke stimuli zoals de IZA transformatiemiddelen en AZWA doorbraakmiddelen
een tijdelijke extra stimulans voor transformatie en opschaling.
Goede voorbeelden laten verder zien dat samen keuzes maken, in plaats van ieder voor
zich, bijdraagt aan schaalbare oplossingen. Het kabinet stimuleert partijen om bestaande
oplossingen te hergebruiken die aantoonbaar impact maken. Daarbij wordt ook aandacht
besteed aan anders werken en organiseren. En het loslaten van eigen initiatieven ten
faveure van een initiatief van andere zorgaanbieders als dat sneller tot de gewenste
impact leidt.
Daarbij benadrukt de NZa dat bekostiging (grotendeels) functioneel is omschreven en
niet plaats bepalend7.
Vraag 7
Hoe kijkt u ernaar dat in het artikel wordt gesteld dat ongeveer de helft van de ziekenhuiszorg
thuis zou kunnen plaatsvinden, van de voorbereiding op een operatie tot de begeleiding
van chronisch zieken?
Antwoord 7
Hoewel het kabinet grote potentie ziet om passende zorg en ondersteuning meer thuis
en digitaal of hybride te bieden, kan er geen uitspraak worden gedaan of dit om de
helft van de ziekenhuiszorg gaat, zoals genoemd wordt in de analyse van ING8. Zie verder het antwoord op vraag 4.
Vraag 8
Kunt u deze vragen individueel beantwoorden voorafgaand aan de begrotingsbehandeling?
Antwoord 8
Ja.
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport