Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Schilder over de verslechterende veiligheid van lhbti'ers in Nederland
Vragen van het lid Schilder (Groep Markuszower) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de verslechterende veiligheid van lhbti'ers in Nederland (ingezonden 29 juli 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 21 september 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2716.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht «7 op 10 lhbti+'ers denken dat het een probleem
is om hun geaardheid in het openbaar te tonen»?1
Antwoord 1
Ja, daar heb ik kennis van genomen.
Vraag 2
Hoe heeft het zover kunnen komen dat Nederland, ooit een van de veiligste landen voor
homoseksuelen, inmiddels een land is geworden waar grote groepen lhbti'ers zich niet
meer veilig voelen om hand in hand over straat te lopen of openlijk uit te komen voor
hun geaardheid?
Antwoord 2
De door u geschetste ontwikkeling vind ik uiterst zorgelijk. Het moet voor iedereen
veilig zijn om openlijk uit te komen voor hun geaardheid zonder vrees voor intimidatie
of geweld. De oorsprong van de ontwikkeling is complex. Hoewel maatschappelijke acceptatie
in brede zin toeneemt, leidt meer zichtbaarheid ook tot meer frictie met intolerante
opvattingen. Ook toegenomen polarisatie en verruwing in het publieke debat speelt
mee. Het is daarom belangrijk om met een brede aanpak in te zetten op het vergroten
van de veiligheid en om consequent uit te stralen en te spreken dat iedereen – ongeacht
wie iemand is en van wie iemand houdt – vrij is om zichzelf te zijn en veilig door
het leven moet kunnen gaan.
Vraag 3
Erkent u dat de groei van bevolkingsgroepen afkomstig uit vooral islamitische landen,
waar homoseksualiteit maatschappelijk en religieus wordt afgewezen en zelfs vaak keihard
wordt afgestraft, inclusief de nazaten die in Nederland geboren zijn, de grootste
factor is voor de onveiligheid van lhbti'ers in Nederland? Zo nee, waarop baseert
u dat? Zo ja, welke consequenties verbindt u daaraan?
Antwoord 3
In het artikel wordt gesteld dat lhbtiq+ers met deze weerstand met name voelen vanuit
religieuze hoek. Zij wijzen met name naar de islam, maar ook naar christelijke groepen.
Daarnaast wordt gewezen op de toegenomen populariteit van extreemrechts gedachtengoed
zoals de «manosphere». Welk van deze factoren de grootste factor is voor onveiligheid
van lhbtiq+ personen blijkt niet uit de mij beschikbare gegevens. Het bestrijden van
onveiligheid vergt een brede aanpak (verder toegelicht in antwoord 7) die zich op
alle factoren richt.
Vraag 4
Erkent u dat een opengrenzenbeleid grote gevolgen heeft voor de openbare orde en de
veiligheid wanneer personen worden toegelaten die fundamentele Nederlandse vrijheden,
waaronder de acceptatie van homoseksualiteit, sterk afwijzen en zelfs afstraffen?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Nederland kent geen opengrenzenbeleid. Het is belangrijk dat mensen die hier binnenkomen,
ook onze waarden onderschrijven.
Vraag 5 en 6
Hoeveel verdachten van anti-lhbti-geweld hadden de afgelopen vijf jaar een migratieachtergrond,
een asielachtergrond of een niet-Nederlandse nationaliteit en wordt er werk van gemaakt
om deze mensen direct uit ons land te zetten?
Indien deze gegevens niet worden geregistreerd, erkent u dat het bijhouden van achtergronden
bijdraagt aan een effectieve gerichtere aanpak? Bent u bereid deze registratie alsnog
structureel mogelijk te maken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5 en 6
Cijfers over het aantal verdachten van geweld tegen lhbtiq+ personen met een migratieachtergrond,
asielachtergrond of een niet-Nederlandse nationaliteit zijn niet beschikbaar. Optreden
tegen strafbare feiten gebeurt altijd individueel, proportioneel en binnen het kader
van de wet. Ik zie daarom geen waarde in het registreren van genoemde kenmerken voor
de effectieve aanpak van geweld (en andere vormen van discriminatie) jegens de lhbtiq+
gemeenschap.
In algemene zin kan gezegd worden dat wanneer een asielzoeker bij (onherroepelijk)
rechterlijk vonnis is veroordeeld voor een misdrijf er altijd wordt onderzocht of
de asielvergunning ingetrokken kan worden of dat de verblijfsaanvraag asiel afgewezen
kan worden op grond van openbare orde. Uw Kamer is over het beleid dienaangaande geïnformeerd
bij brief van 18 december 2024.2
Vraag 7
Deelt u de mening dat de vrijheid van lhbti'ers om veilig en ongehinderd in de openbare
ruimte zichzelf te kunnen zijn, te allen tijde moet worden beschermd en dat personen
die zich schuldig maken aan geweld, bedreiging of intimidatie vanwege iemands geaardheid
keihard, nog harder dan ooit tevoren, moeten worden aangepakt? Zo ja, welke aanvullende
maatregelen bent u bereid te treffen om ervoor te zorgen dat anti-lhbti-geweld en
-intimidatie daadkrachtiger worden bestreden?
Antwoord 7
Vanzelfsprekend deelt het kabinet deze mening. Via verschillende routes wordt ingezet
op het verbeteren van de veiligheid van lhbtiq+ personen.
Vanuit de Ministeries van JenV en OCW is vorig jaar de Versterkte Aanpak Lhbitq+ veiligheid
2026–2029 aan uw Kamer verstuurd. Deze versterkte aanpak bevat maatregelen langs drie
strategische doelen. De eerste daarvan is het vergroten van de persoonlijke veiligheid
van lhbtiq+ personen in de publieke ruimte, in huiselijke kring en online. Het tweede
doel is het vergroten van de veiligheid voor lhbtiq+ personen bij instanties als de
politie, de antidiscriminatievoorzieningen, op scholen, bij de IND, etc. Ten slotte
zet het kabinet in op het versterken van veiligheid voor lhbtiq+ personen als maatschappelijke
norm: de norm dat iedereen veilig dient te zijn en dat geweld tegen en discriminatie
van lhbtiq+ personen onacceptabel is.
Jaarlijks wordt uw Kamer over de voortgang van de Versterkte Aanpak geïnformeerd.
In het najaar van 2026 volgt hierover een brief.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid