Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Ceulemans, Eerdmans en Boomsma over het imago van Nederland als asielland in het buitenland
Vragen van de leden Ceulemans, Eerdmans en Boomsma (allen JA21) aan de Minister van Asiel en Migratie over het imago van Nederland als asielland in het buitenland (ingezonden 10 augustus 2026).
Antwoord van Minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 18 september 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2851.
Vraag 1
Wat is uw reactie op de recente bevindingen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst
(IND) in de Migratieradar Asiel zomer 2026 en De Telegraaf dat Nederland via social
media wordt aangeprezen als aantrekkelijke asielbestemming bij onder andere Palestijnen,
Jemenieten en Soedanezen en dat dit zich tevens lijkt te vertalen in hogere instroomcijfers1
2?
Antwoord 1
Welke landen van herkomst in aantal veel voorkomen in de jaarlijkse instroomcijfers
kunnen per jaar verschillen. Dit heeft te maken met een veelvoud aan factoren, het
asielbeleid dat Nederland voert heeft daar slechts in beperkte mate invloed op. Uit
onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut opdracht van het WODC blijkt dat naast de
veiligheidssituatie in het land van herkomst of transit de bestaande diaspora of economische
situatie in het land van bestemming de keuze van de asielzoeker beïnvloedt. De informatie
die gedeeld wordt op sociale media en netwerken kan óók een van de bronnen van informatie
vormen waarop een asielzoeker zijn keuze baseert.3
Dit kabinet maakt zich hard voor meer grip op migratie. Met de Uitvoerings- en implementatiewet
Asiel- en migratiepact dat per 12 juni 2026 in werking is getreden geeft het kabinet
uitvoering aan het Europese Asiel- en migratiepact. De doelstellingen van het Pact
zijn meer uniformiteit in de wetgeving en beleid omtrent asiel in de EU lidstaten,
het versterken van de Europese buitengrenzen, het invoeren van effectievere asielprocedures
met kortere behandeltermijnen en het invoeren van een zogeheten solidariteitsmechanisme.
Het doel van de regering is om de instroom van asielzoekers en nareizigers met deze
genomen maatregelen te beperken.
Vraag 2
Onderschrijft u dat deze praktijk een aanjagend effect heeft op de asielinstroom uit
de betrokken landen en gebieden, getuige het nog altijd hoge aantal aanvragen van
personen met een onbekende nationaliteit (in de praktijk hoofdzakelijk Palestijnen
die doorgaans al bescherming in Griekenland genieten) en de recent toegenomen instroom
van Jemenieten en Soedanezen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Er zijn diverse factoren die een rol spelen bij het migratieproces van asielmigranten.
Zoals in mijn beantwoording op vraag 1 uiteengezet blijkt uit het onderzoek van het
Verwey-Jonker Instituut dat er geen eenduidige conclusie kan worden getrokken over
de wijze waarop asielmigranten een bestemmingsland «kiezen». Naast de veiligheidssituatie
in het land van herkomst of transit is dat bijvoorbeeld bestaande diaspora of economische
situatie in het land van bestemming. Ook informatie van sociale media en netwerken
kan een van de bronnen van informatie vormen. Tegelijkertijd blijkt soms ook dat de
kennis van asielmigranten over nationaal beleid beperkt is of dat zij juist slecht
geïnformeerd zijn. Informatie die via sociale media wordt verspreid, hoeft immers
niet altijd juist te zijn. De uiteindelijke instroom van asielzoekers is afhankelijk
van een groot aantal interne en externe op elkaar inwerkende factoren, dit onderschrijft
ook dat sturing hierop complex is. Zoals ook met uw Kamer is gedeeld in de kabinetsreactie
op het rapport lijken de mate van kans op toekenning van een asielaanvraag en de mogelijkheden
voor gezinshereniging factoren van belang te zijn bij de keuze voor asielmigratie.
Het kabinet heeft ingezet op een breed pakket aan maatregelen, waaronder aanvullende
voorwaarden voor nareis, dat naar verwachting zal bijdragen aan de beoogde grip op
migratie. Ten aanzien van de aanvragen met een onbekende nationaliteit (dit zijn veelal
personen uit de Palestijnse Gebieden met een status in Griekenland) heb ik uw Kamer
eerder geïnformeerd over de aanpak om deze zoveel mogelijk direct af te doen en waar
dit niet mogelijk blijkt te zijn te deprioriteren zodat het signaal duidelijk is dat
Nederland deze aanvragen niet wil honoreren.4
Vraag 3
Deelt u de conclusie dat het weer actief publiceren van ambtsberichten deze praktijken
in de hand werken of op zijn minst vergemakkelijken, mede gelet op het verwijzen hiernaar
op social mediakanalen die de asielinstroom vanuit Soedan aanwakkeren? Zo nee, waarom
niet? Zo ja, bent u bereid om alsnog af te zien van actieve publiekelijke publicatie
van dergelijke berichten?
Antwoord 3
Ambtsberichten zijn een feitelijke beschrijving van de situatie in een betreffend
land. Ambtsberichten worden opgesteld door het Ministerie van Buitenlandse Zaken op
verzoek van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Het Ministerie van Justitie
en Veiligheid maakt op basis van deze feitelijke beschrijving in het ambtsbericht
en eventueel aanvullende informatie zoals die van de EUAA de afweging welke gevolgen
dit heeft voor het landgebonden asielbeleid.
Ambtsberichten zijn grotendeels gebaseerd op gezaghebbende openbare bronnen die via
internet te raadplegen zijn. Ook zonder een ambtsbericht heeft een asielzoeker daarmee
toegang tot relevante landeninformatie. De feitelijke beschrijving van een situatie
in een bepaald land van herkomst is an sich onvoldoende om tot een vergunning te leiden.
Uiteindelijk beoordeelt de IND iedere asielaanvraag op basis van individuele merites.
Het publiceren van een ambtsbericht draagt bij aan een transparante beoordeling waar
ook in het geval van een afwijzing van de asielaanvraag naar verwezen kan worden.
Ik deel daarom niet de conclusie dat het publiceren van ambtsberichten bijdraagt aan
het aanwakkeren van de asielinstroom en ben geen voorstander van het niet meer publiekelijk
publiceren van een ambtsbericht. Ik wijs u hierbij expliciet op de ervaringen die
hiermee zijn opgedaan onder het vorige kabinet en de verschillende moeilijkheden die
als gevolg daarvan werden ervaren.5
Vraag 4
Deelt u de mening dat goede PR een belangrijk onderdeel van een succesvol asielbeleid
is en dat een streng imago op zichzelf al een preventief effect op de instroom kan
hebben, zoals de Denen al jarenlang en meer recent bijvoorbeeld ook de Zweden aantonen?
Zo nee, waarom niet? Zo ja, deelt u dan tevens de conclusie dat een soft en royaal
imago het tegenovergestelde effect heeft, namelijk een aanmoedigend effect op de instroom,
en dat het dus zeer problematisch is dat Nederland dit imago in het buitenland heeft?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Het huidige kabinet draagt met woord en daad uit dat het als doel heeft om de instroom
van asielzoekers en nareizigers te beperken.
Vraag 5
Wat is uw verklaring voor dit Nederlandse imago in het buitenland?
Antwoord 5
Zoals uw Kamer bekend, is het verspreiden van onjuiste of onvolledige informatie via
sociale media geen nieuw fenomeen. Zoals ik u eerder antwoordde draagt het huidige
kabinet met woord en daad uit dat het als doel heeft om de instroom van asielzoekers
en nareizigers te beperken en zo meer grip op migratie te krijgen.
Vraag 6
Ziet u dit ook als gevolg van het feit dat Nederland met haar asielbeleid uit de pas
loopt bij veel andere lidstaten die wel stevige nationale asielbeperkende maatregelen
doorvoeren? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke gevolgen verbindt u hieraan?
Antwoord 6
Nee, dit kabinet maakt zich juist hard voor meer grip op migratie. Met de Uitvoerings-
en implementatiewet Asiel- en migratiepact dat per 12 juni 2026 in werking is getreden
geeft het kabinet uitvoering aan het Europese Asiel- en migratiepact. Nederland sluit
hierbij op nationaal niveau zoveel als mogelijk aan bij de Europese minimumnormen.
De doelstellingen van het Pact zijn meer uniformiteit in de wetgeving en beleid omtrent
asiel in de EU lidstaten, het versterken van de Europese buitengrenzen, het invoeren
van effectievere asielprocedures met kortere behandeltermijnen en het invoeren van
een zogeheten solidariteitsmechanisme. Daarnaast heeft Nederland nationaalrechtelijke
maatregelen getroffen met het invoeren van een tweestatusstelsel, het invoeren van
aanvullende voorwaarden voor de nareis van gezinsleden van subsidiair beschermden,
het beperken van nareis tot het kerngezin, het verkorten van de geldigheidsduur van
de verblijfstitel en het afschaffen van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde
tijd. Dit zijn forse maatregelen die als doel hebben om de instroom van asielzoekers
en nareizigers te verminderen. Daarmee behoort Nederland tot de meest restrictieve
landen van Europa als het gaat om het toepassen van minimumnormen op basis van het
Europees asielrecht.
Vraag 7
Welke concrete stappen zijn tot op heden gezet naar aanleiding van de aangenomen motie-Eerdmans
(Kamerstuk 36 704, nr. 63) over campagnes in veilige herkomstlanden om asielaanvragen te ontmoedigen?
Antwoord 7
Uw Kamer is op 3 november 2025 per brief6 geïnformeerd over de invulling van de aangenomen motie om informatiecampagnes op
te starten in landen van herkomst. Daarna heb ik de Eerste Kamer op 22 april 2026
per brief7 geïnformeerd over meer concrete maatregelen die zien op informatiecampagnes. De inzet
die in deze brief uiteengezet is wordt gecontinueerd.
Vraag 8
Welke acties gericht op het ontmoedigen van het aanvragen van asiel in Nederland onderneemt
Nederland op dit moment, via welke kanalen, gericht op welke landen en/of regio’s
en met welke resultaten?
Antwoord 8
Het kabinet heeft stappen gezet om asielprocedures buiten de EU af te handelen. Als
eerste stap daarnaartoe werkt het kabinet op korte termijn aan innovatieve oplossingen
zoals terugkeerhubs en migratiesamenwerking op basis van het veilig derde land concept.
Dat is onderdeel van de bestaande partnerschapsaanpak van het kabinet, gericht op
het versterken van samenwerking met derde landen om irreguliere migratie tegen te
gaan en bescherming van migranten en terugkeer te bevorderen. Dat doet het kabinet
ook in Europees verband en speelt binnen de Unie een aanjagende rol ten aanzien van
innovatieve oplossingen. Voorts ziet het kabinet een belangrijke rol voor Nederland
om een leidende rol te nemen in het debat over, en het concreet werken aan een toekomstbestendig
mondiaal migratiesysteem.
Vraag 9
Bent u bereid om, gelet op de bevindingen rond het massaal online promoten van Nederland
als asielbestemming, naast het nemen van aanvullende instroombeperkende maatregelen
tevens in te zetten op actieve(re) ontmoediging van asielaanvragen in Nederland via
social media? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u dit vormgeven?
Antwoord 9
De IND kijkt naast de individuele screening van sociale media van aanvragers ook op
openbare sociale media naar wat er over migratie naar Europa en naar Nederland wordt
gedeeld De IND gaat dit de komende tijd intensiveren en structureler beleggen. Met
de betrokken partners wordt verder onderzoek gedaan en de mogelijkheden voor het actief
ontmoedigen worden verder verkend.
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie