Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Markuszower over de dood van Karin in Nieuw-Vennep en de gevaren van open grenzen
Vragen van het lid Markuszower (Groep Markuszower) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de dood van Karin in Nieuw-Vennep en de gevaren van open grenzen (ingezonden 10 juli 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid), mede namens de Minister van
Asiel en Migratie (ontvangen 18 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichtgeving over de gewelddadige dood van Karin (59), medewerkster
van ABN AMRO, die op 30 maart jl. is omgekomen op een parkeerplaats bij het station
in Nieuw-Vennep?1
Antwoord 1
Ik heb kennisgenomen van deze afschuwelijke gebeurtenis. Ik wil hierbij mijn medeleven
betuigen aan de nabestaanden van het slachtoffer. Ik wens hen heel veel sterkte met
het dragen van dit verlies.
Vraag 2
Klopt het dat de verdachte, Adil Q. (36), de Italiaanse nationaliteit heeft, dat hij
al eerder – rond 12 maart – is aangehouden voor winkeldiefstal, en dat hij ook betrokken
was bij een mishandelingszaak in Amsterdam?
Antwoord 2
Ik kan bevestigen dat een strafrechtelijk onderzoek loopt naar de dood van voornoemd
slachtoffer. Op 13 juli jl. heeft in deze strafprocedure de eerste pro-formazitting
plaatsgevonden. Op deze zitting heeft het Openbaar Ministerie een verzoek gedaan tot
voeging van een andere zaak die ziet op een verdenking van mishandeling gepleegd in
Amsterdam. De rechtbank heeft dit verzoek tot voeging toegewezen. Om te voorkomen
dat het lopende onderzoek op enige wijze geschaad zou kunnen worden doe ik over deze
zaak verder geen nadere uitspraken.
Vraag 3 en 4
Deelt u de mening dat het volstrekt onbegrijpelijk is dat iemand die al meerdere keren
met justitie in aanraking is gekomen en kampt met ernstige psychiatrische problematiek,
gewoon vrij door Nederland kon blijven rondlopen totdat hij een vrouw het leven benam?
Zo nee, waarom niet?
Was bij de Nederlandse autoriteiten bekend dat de verdachte in zijn land van herkomst
behandeling voor zijn psychiatrische problematiek heeft geweigerd? Zo ja, waarom is
hier destijds niets mee gedaan? Zo nee, hoe kan het dat zulke cruciale informatie
niet beschikbaar was?
Antwoord 3 en 4
Zonder in te gaan op het lopende strafrechtelijk onderzoek geldt in algemene zin dat
vrijheidsbeneming van een persoon alleen mogelijk is als aan de wettelijke criteria
is voldaan en nadat de daartoe bevoegde autoriteiten daarover hebben beslist.
Zorggegevens uit het civielrechtelijke domein worden niet automatisch over landgrenzen
gedeeld.
Vraag 5
Is naar aanleiding van de aanhouding voor winkeldiefstal begin maart een risico-inschatting
gemaakt over mogelijk gevaar voor de openbare orde en veiligheid? Zo ja, wat was de
uitkomst en waarom is deze man dan niet direct aangepakt? Zo nee, deelt u de mening
dat dit een ernstig gebrek aan alertheid van politie en justitie blootlegt?
Antwoord 5
In het belang van het lopende strafrechtelijke onderzoek doe ik geen nadere uitspraken
over deze zaak.
In het algemeen is het zo dat de politie ter plaatse komt wanneer er sprake is van
agressie, bedreiging of verzet tegen winkelpersoneel. Een winkeldiefstal is op zichzelf
geen aanleiding voor een bepaalde beoordeling of risico-inschatting. Agenten schatten
ter plekke de ernst en het risico in om de vervolgstappen te bepalen. Als op het moment
van de aanhouding bij de winkeldiefstal omstandigheden zijn waaruit blijkt dat deze
persoon op dat moment een gevaar is voor zichzelf of anderen dan zal er contact gelegd
worden met de crisisdienst van de GGZ.
Als op het moment van aanhouding geen sprake is van acuut gevaar voor zichzelf of
een ander maar er wel zorgen zijn, kan ook een niet-acute zorgmelding of nazorgmelding
worden opgemaakt in het registratiesysteem van de politie (BVH). Dit formulier gaat
automatisch naar de gemeente of GGZ. In die melding wordt een omschrijving van de
feiten en omstandigheden opgenomen die bij aantreffen van de persoon hebben geleid
tot het maken van de nazorgmelding. Dit is de observatie die de politie feitelijk
ziet, de politie is namelijk niet opgeleid om bijvoorbeeld een diagnose te stellen.
Vraag 6
Deelt u de conclusie dat dit drama een zoveelste voorbeeld is van hoe het vrije verkeer
van personen binnen de EU – zonder verplichte, uniforme uitwisseling van strafrechtelijke
en psychiatrische gegevens – de veiligheid van Nederlanders in gevaar brengt? Zo nee,
hoe verklaart u dan dat deze man ondanks een strafblad gewoon in Nederland kon wonen
en werken?
Antwoord 6
Zorggegevens uit het civielrechtelijke domein worden niet automatisch over landgrenzen
gedeeld.
Wat betreft de uitwisseling van strafrechtelijke gegevens deel ik die conclusie niet.
Het vrije verkeer van personen is een fundamenteel beginsel van de Europese Unie en
geeft Unieburgers het recht om in andere lidstaten te verblijven en te werken. Tegelijkertijd
bestaan er binnen de Europese Unie verschillende instrumenten voor de uitwisseling
van strafrechtelijke gegevens ten behoeve van de strafrechtspleging en, waar de wet
daarin voorziet, voor screeningsdoeleinden. Zo kunnen lidstaten via het Europees strafregisterinformatiesysteem
(European Criminal Records Information System: ECRIS) strafrechtelijke gegevens uitwisselen.
Het enkele feit dat iemand een strafblad heeft, betekent niet zonder meer dat betrokkene
geen gebruik kan maken van het recht op vrij verkeer of zich niet in een andere lidstaat
kan vestigen of daar kan werken. Beperkingen op het vrije verkeer zijn op grond van
het Unierecht slechts onder strikte voorwaarden mogelijk en vereisen een individuele
beoordeling.
In het algemeen kan ik aangeven dat niet voor iedere baan een onderzoek naar iemands
strafrechtelijke verleden verplicht is. Wanneer er wel een Verklaring Omtrent het
Gedrag (VOG) dient te worden overhandigd aan de werkgever, vraagt de screeningsautoriteit
Justis alleen in het geval van een VOG-aanvraag voor het werken met kinderen of voor
het werken met precursoren voor explosieven, standaard de justitiële gegevens betreffende
onherroepelijke veroordelingen op van het land van iemands nationaliteit, wanneer
dit niet de Nederlandse is, maar die van een EU-lidstaat of het Verenigd Koninkrijk
betreft. Binnen de Benelux worden deze gegevens opgevraagd bij alle VOG’s voor werkgelegenheid
wanneer iemand onderdaan is van België of Luxemburg.
Op 7 juli jl. heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet justitiële
en strafvorderlijke gegevens ter vastlegging van de doelen van het gebruik van het
Europees strafregisterinformatiesysteem als hamerstuk afgedaan. Met dit wetsvoorstel
worden andere doelen vastgelegd voor het gebruik van het Europees strafregisterinformatiesysteem,
waaronder het onderzoek in verband met de VOG. Na inwerkingtreding van deze wet zal
Justis altijd justitiële gegevens betreffende onherroepelijke veroordelingen opvragen
bij een andere EU-lidstaat of het Verenigd Koninkrijk wanneer een onderdaan van dat
land een VOG aanvraagt en niet de Nederlandse nationaliteit heeft.
Vraag 7
Bent u bereid zich in Brussel hard te maken voor een verplichte uitwisseling van strafrechtelijke
gegevens tussen EU-lidstaten, zodat dit soort zaken niet buiten beeld blijven van
de Nederlandse autoriteiten? Zo nee, hoe lang moeten Nederlandse vrouwen als Karin
nog de prijs betalen voor dit gebrek aan grip op onze grenzen?
Antwoord 7
Het kabinet zet zich in Europees verband in voor een effectieve uitwisseling van relevante
informatie tussen lidstaten om de openbare orde en veiligheid te beschermen. Dit gebeurt
onder meer door versterking van bestaande Europese systemen, zoals het ECRIS, het
Schengeninformatiesysteem (SIS) en uitwisseling onder het Prüm-kader, en door te pleiten
voor een betere benutting en het interoperabel maken van deze systemen. Daarbij dient
vermeld te worden dat het gebruik van ECRIS reeds verplicht is (zie artikelen 4 en
5 van het ECRIS-kaderbesluit, kaderbesluit 2009/315). Daarnaast kunnen met het SIS
personen en voorwerpen worden gesignaleerd door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.
Het kabinet steunt aanvullende maatregelen die ervoor zorgen dat bevoegde autoriteiten
tijdig over relevante informatie kunnen beschikken over personen die een risico kunnen
vormen voor de openbare orde, binnen de kaders van het Europees recht en de regels
voor gegevensbescherming.
Vraag 8
Deelt u de mening dat politie en Openbaar Ministerie in hun eigen berichtgeving open
en duidelijk moeten zijn over relevante achtergrondkenmerken van verdachten, zoals
nationaliteit en strafrechtelijk verleden, in plaats van dit te verhullen achter algemene
termen als «arbeidsmigrant»? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
De Aanwijzing voorlichting opsporing en vervolging geeft regels voor de inzet van
voorlichting over opsporing en vervolging door het OM en de opsporingsdiensten, waaronder
de politie. Het OM en de politie dienen hierbij een belangenafweging te maken waarbij
aspecten zoals de aard en ernst van de strafbare feiten, de persoon van de verdachte,
de betrokkenheid van slachtoffers of nabestaanden en de maatschappelijke impact van
de zaak worden betrokken, waarbij het opsporingsbelang niet in het geding mag komen.
Het is aan OM en politie om deze belangenafweging zelfstandig te maken.
Vraag 9
Bent u bereid om buitenlanders, inclusief EU-burgers, met criminele antecedenten direct
na hun (laatste) veroordeling of aanhouding ons land uit te zetten? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 9
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) kan het verblijfsrecht van vreemdelingen
beëindigen wanneer daarvoor op grond van de wet aanleiding bestaat. Voor niet-EU-vreemdelingen
kan daarbij onder meer de glijdende schaal een rol spelen. De glijdende schaal houdt
in dat de mogelijkheid om het verblijfsrecht te beëindigen afhankelijk is van de duur
van het rechtmatig verblijf en de ernst en duur van de opgelegde straf. Naarmate iemand
langer rechtmatig in Nederland verblijft, is een zwaardere straf nodig om het verblijfsrecht
te kunnen beëindigen.
Voor EU-burgers gelden vanwege het Unierecht strengere voorwaarden. Beëindiging van
het verblijfsrecht en verwijdering kunnen niet automatisch volgen uit een aanhouding
of strafrechtelijke veroordeling, maar vereisen een individuele beoordeling. Daarbij
moet sprake zijn van een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor
een fundamenteel belang van de samenleving. Het kabinet benut de bestaande wettelijke
mogelijkheden waar dat mogelijk en geboden is.
Vraag 10
Kunt u een overzicht geven van het aantal geweldsmisdrijven in de afgelopen vijf jaar
waarbij EU-arbeidsmigranten met een strafblad en/of bekende psychiatrische problematiek
betrokken waren? Zo nee, waarom niet, en bent u bereid dit alsnog in kaart te brengen?
Antwoord 10
Een dergelijk overzicht kan niet worden verstrekt, omdat de gevraagde gegevens niet
in één gezamenlijke registratie beschikbaar zijn. De verschillende onderdelen worden
afzonderlijk geregistreerd door verschillende organisaties. Gegevens over strafbare
feiten en veroordelingen worden bijvoorbeeld vastgelegd door de politie, het Openbaar
Ministerie en de Justitiële Informatiedienst. Gegevens over nationaliteit en verblijfsrechtelijke
status worden in andere registraties bijgehouden, waaronder de Basisregistratie Personen
en systemen van de IND.
Deze afzonderlijke registraties zijn niet ingericht om te worden gecombineerd tot
de specifieke categorie die in de vraag wordt genoemd, namelijk EU-arbeidsmigranten
met een strafblad en/of bekende psychiatrische problematiek. Daarnaast vallen medische
en psychiatrische gegevens onder het medisch beroepsgeheim en de regels voor bijzondere
persoonsgegevens en kunnen deze niet zonder specifieke wettelijke grondslag worden
gekoppeld aan strafrechtelijke of migratiegegevens.
Omdat de relevante gegevens verspreid over verschillende registraties beschikbaar
zijn en niet rechtmatig en betrouwbaar op deze wijze kunnen worden samengevoegd, kan
ik geen kwantitatief overzicht van deze groep verstrekken.
Vraag 11
Op welke termijn kunt u de Kamer nader informeren over deze zaak en over concrete
maatregelen om herhaling te voorkomen?
Antwoord 11
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 verstrek ik geen informatie over deze
zaak om te voorkomen dat dit het lopende onderzoek schaadt. Indien het Openbaar Ministerie
of de politie daarvoor aanleiding zien en het onderzoeksbelang zich daartegen niet
verzet zullen zij nadere informatie over deze zaak bekendmaken zoals bijvoorbeeld
is gedaan tijdens de pro-formazitting van 13 juli 2026.
Het kabinet beziet voortdurend of de bestaande instrumenten op het terrein van migratie
en openbare orde toereikend zijn. Indien op enig moment bepaalde casuïstiek aanleiding
geven tot aanpassing van beleid of uitvoering zal uw Kamer hierover worden geïnformeerd.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie