Schriftelijke vragen : Het artikel ‘Honderdduizenden huizen kwetsbaar bij ‘wolkbreuk van de eeuw’: hier loop je het meeste risico op natte voeten’
Vragen van de leden Heutink en Claassen (beiden Groep Markuszower) aan de Ministers van Infrastructuur en Waterstaat en van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over het artikel «Honderdduizenden huizen kwetsbaar bij «wolkbreuk van de eeuw»: hier loop je het meeste risico op natte voeten» (ingezonden 17 september 2026).
Vraag 1
Bent u op de hoogte van dit artikel en kunt u hier reactie op geven?1
Vraag 2
Hoe verklaart u dat Nederland enerzijds deze zomer kampte met een feitelijk watertekort,
terwijl nu blijkt dat bijna 350.000 woningen kwetsbaar zijn wanneer in korte tijd
zeer veel regen valt? Kunt u daarbij ingaan op de tegenstelling dat Nederland in een
kwestie van weken van een watertekort naar een wateroverschot zou gaan?
Vraag 3
Hoeveel liter regenwater wordt in Nederland jaarlijks via sloten, kanalen, gemalen
en rivieren afgevoerd terwijl dit water, technisch gezien, ook geheel of gedeeltelijk
had kunnen worden vastgehouden? Wilt u uw antwoorden kwantificeren per waterwerk?
Vraag 4
Acht u het wenselijk om grote bedrijventerreinen, distributiecentra en andere locaties
met grote (verharde) oppervlakken verplicht meer regenwater op eigen terrein te laten
opvangen en hergebruiken? Zo nee, waarom niet?
Vraag 5
Deelt u de mening dat we in Nederland nooit een tekort aan water hebben, maar dat
het probleem gelegen is in het feit dat we het water niet op het juiste moment vasthouden?
Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Vraag 6
Welk deel van de extreme neerslag wordt momenteel tijdelijk geborgen of infiltreert
in de bodem en welk deel wordt zo snel mogelijk afgevoerd?
Vraag 7
Hoe denkt u over een waterlabel? Kunt u daarbij ingaan op de effecten van zo’n label
en de financiële gevolgen voor Nederlandse woningzoekenden en woningeigenaren?
Vraag 8
Hoeveel woningen zijn er de laatste vijf jaar gebouwd en hoeveel woningen worden er
de komende jaren nog gebouwd waarvan bekend is dat zij op locaties staan die kwetsbaar
zijn voor extreme neerslag? Om welke locaties gaat het?
Vraag 9
Waarom bestaan er voor nieuwbouwwoningen wel landelijke eisen ten aanzien van bijvoorbeeld
oververhitting, maar geen uniforme landelijke minimumeis voor de hoeveelheid regenwater
die op eigen perceel moet worden vastgehouden of opgevangen?
Vraag 10
Welke financiële gevolgen kunnen de nieuwe inzichten over waterlastrisico’s hebben
voor de waarde van woningen van huiseigenaren?
Vraag 11
Kunt u inzichtelijk maken of, en zo ja hoeveel, het goedkoper is om bij nieuwbouw
direct voldoende waterberging en infiltratievoorzieningen aan te leggen ten opzichte
van het achteraf aanpassen van een wijk wanneer wateroverlast ontstaat?
Indieners
-
Gericht aan
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Gericht aan
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Indiener
Hidde Heutink, Kamerlid -
Medeindiener
René Claassen, Kamerlid