Schriftelijke vragen : De wachttijden in de genderzorg
Vragen van de leden Vliegenthart, Westerveld en Moorman (allen PRO) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de wachttijden in de genderzorg (ingezonden 17 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Genderzorg kan vraag niet aan, transmensen beginnen
soms zelf al met hormonen»?1
Vraag 2
Wat zijn momenteel de gemiddelde wachttijden voor genderzorg? Kunt u dit uitsplitsen
per zorgaanbieder?
Vraag 3
Welke concrete maatregelen zijn er genomen sinds uw ambtsvoorganger in 2020 erkende
dat mensen hun toevlucht tot zelfmedicatie nemen?2
Vraag 4
Hoe reflecteert u op het feit dat al jarenlang aan de bel wordt getrokken over de
druk op de genderzorg en de wachttijden, maar de wachttijden alleen maar verder op
lijken te lopen?
Vraag 5
Welke concrete maatregelen gaat u nemen om te voldoen aan de afspraken uit het Regenboogakkoord,
in het bijzonder op de afspraken over transrechten en transzorg?
Vraag 6
Deelt u de mening dat het onvoldoende is om mensen te waarschuwen voor de risico’s
van zelfmedicatie wanneer zij vervolgens jarenlang op passende zorg moeten wachten?
Welke concrete mogelijkheden zijn er voor mensen die nu hulp nodig hebben en voor
wie de wachttijd niet overbrugbaar is?
Vraag 7
Bent u bereid om met zorgverleners, patiëntenorganisaties en zorgverzekeraars afspraken
te maken over laagdrempelige medische begeleiding voor mensen die al zelfstandig hormonen
gebruiken, waaronder beoordeling van gezondheidsrisico’s, noodzakelijke controles
en toegang tot specialistisch advies?
Vraag 8
Hoe reflecteert u op de uitspraak in het artikel dat de huisarts niet is toegerust
op het voortraject van hormoonbehandeling, zeker gelet op de aangenomen motie-Ellemeet
c.s.3 over een grotere rol van huisartsen bij hormoontherapie en nazorg? Kunt u daarbij
onderscheid maken tussen onbegeleid gebruik, begeleiding door een geschoolde huisarts
in samenwerking met specialisten en zorg waarvoor een gespecialiseerd multidisciplinair
team noodzakelijk is?
Vraag 9
Welke concrete maatregelen zijn er genomen om uitvoering te geven aan de aangenomen-motie
Ellemeet c.s. over een grotere rol van huisartsen?4 Hoeveel huisartsen zijn inmiddels geschoold? Welke belemmeringen ervaren huisartsen
in de praktijk?
Vraag 10
Welke concrete maatregelen zijn er genomen naar aanleiding van de aangenomen motie-Simons
c.s.5 over het verplaatsen van transzorg van de derde naar de tweedelijnszorg? Welke diagnostiek
en behandelingen zijn inmiddels buiten de universitaire centra beschikbaar, hoeveel
extra mensen worden daardoor geholpen en welke knelpunten zijn er voor eventuele verdere
uitbreiding?
Vraag 11
Welke concrete maatregelen neemt u om ervoor te zorgen dat alternatieve zorgroutes
bekend zijn bij mensen en daadwerkelijk toegankelijk zijn? Worden mensen actief geïnformeerd
over passende mogelijkheden bij andere aanbieders en over ondersteuning tijdens het
wachten? Deelt u de mening dat zulke ondersteuning noodzakelijk kan zijn, maar wachttijden
van vier à vijf jaar het niet overbrugbaar of aanvaardbaar maakt?
Vraag 12
Wat hebben zorgverzekeraars en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) concreet gedaan
om tijdige toegang tot transzorg te waarborgen? Kunt u inzicht geven in de resultaten
van zorgbemiddeling, eventuele onvoldoende inkoop van beschikbare capaciteit en maatregelen
bij tekortschietende naleving van de zorgplicht?
Vraag 13
Eerder gaf uw ambtsvoorganger aan dat er geen landelijke cijfers zijn over wachttijden
in de gemeentelijk gefinancierde genderzorg, zijn deze cijfers inmiddels wel beschikbaar?
Zo nee, hoe kunt u zonder dit inzicht beoordelen of de huidige aanpak werkt? Bent
u bereid dit alsnog in kaart te laten brengen?6
Vraag 14
Wat is de huidige stand van zaken wat betreft de werkagenda van het Landelijk Platform
Transgenderzorg? Over welke (financiële) middelen beschikt het platform?
Vraag 15
Hoe reageert u op de vaststelling van de Gezondheidsraad dat de wachtlijstproblematiek
in strijd is met het recht op gezondheid en ook het recht van kinderen op gezondheid
en ontwikkeling kan schaden? Welke verantwoordelijkheid ziet u voor uzelf hierin?
Vraag 16
Hoe voorkomt u dat jongeren tijdens het wachten de mogelijkheid op tijdige behandeling
verliezen of bij hun achttiende verjaardag opnieuw achteraan moeten aansluiten? Bent
u bereid met gemeenten, verzekeraars en aanbieders afspraken te maken over behoud
van wachttijd, overdracht en continuïteit van begeleiding en behandeling?
Vraag 17
Welke ondersteuning is tijdens het wachten beschikbaar voor mensen bij wie de psychische
gezondheid verslechtert? Hoe wordt geborgd dat noodzakelijke psychologische hulp en
crisiszorg toegankelijk zijn, ook wanneer iemand nog geen diagnostisch traject heeft
doorlopen?
Vraag 18
Hoe wordt tijdens het wachten op genderzorg actief gesignaleerd of iemand suïcidale
gedachten ontwikkelt of dat bestaande klachten verergeren? Wie draagt verantwoordelijkheid
voor het onderhouden van contact en het organiseren van passende hulp, ook wanneer
iemand nog geen intake bij een gendercentrum heeft gehad? Bent u bereid hierover landelijke
afspraken te maken, inclusief een duidelijk aanspreekpunt voor wachtenden en hun naasten?
Vraag 19
Hoe voorkomt u dat mensen met suïcidale gedachten tussen de reguliere ggz en de genderzorg
worden verwezen zonder dat een van beide daadwerkelijk hulp biedt? Welke afspraken
bestaan over gelijktijdige behandeling van psychische klachten en gendergerelateerde
zorgvragen, zodat suïcidaliteit niet automatisch leidt tot verdere vertraging van
passende genderzorg? Hoe wordt daarbij een individuele beoordeling van veiligheid
en zorgbehoefte gewaarborgd?
Vraag 20
Welke concrete acties binnen de Landelijke Agenda Suïcidepreventie 2026–2030 zijn
gericht op transgender en non-binaire personen, waaronder mensen die wachten op zorg?
Welke middelen, verantwoordelijke partijen en meetbare doelen zijn hieraan verbonden?
Hoe worden 113 Zelfmoordpreventie, zorgverleners en ervaringsdeskundigen bij de uitvoering
betrokken?
Vraag 21
Hoe waarborgt u bij de uitvoering van de Wet integrale suïcidepreventie dat gemeenten
aandacht besteden aan transgender en non-binaire inwoners? Welke ondersteuning krijgen
gemeenten en scholen om discriminatie, pesten en sociale uitsluiting tegen te gaan,
signalen van suïcidaliteit te herkennen en mensen naar passende hulp te begeleiden?
Hoe zorgt u voor samenhang tussen zorg, onderwijs en emancipatiebeleid?
Vraag 22
Welke wachttijd voor genderzorg acht u maximaal aanvaardbaar? Op welk moment concludeert
u dat de inspanningen van zorgverzekeraars, het Landelijk Platform Transgenderzorg
en gemeenten onvoldoende resultaat opleveren en dat u zelf moet ingrijpen? Welke concrete
maatregelen bent u bereid op dat moment te nemen?
Indieners
-
Gericht aan
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Gericht aan
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Indiener
Lisa Vliegenthart, Kamerlid -
Medeindiener
Marjolein Moorman, Kamerlid -
Medeindiener
Lisa Westerveld, Kamerlid