Schriftelijke vragen : Het toekomstige (Europese) sociale media verbod voor kinderen
Vragen van het lid Van den Berg (JA21) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over het toekomstige (Europese) sociale media verbod voor kinderen (ingezonden 17 september 2026).
Vraag 1
Vindt u de bescherming van kinderen (op sociale media) belangrijk?
Vraag 2
Vindt u veilige digitale diensten voor kinderen belangrijk? En wat zijn «veilige alternatieve
digitale diensten voor kinderen»? Kunt u dit definiëren en specificeren?1
Vraag 3
Wat is uw belangrijkste inzet bij de veiligheid en bescherming van kinderen? Hoe hoog
staan de «veilige alternatieve digitale diensten voor kinderen» in de rangorde?
Vraag 4
Gaat het kabinet onder uw leiding nu wel of niet inzetten op het (Europees) ontwikkelen
van deze diensten? Ja of nee?
Vraag 5
Hoe verhoudt dit zich tot uw uitspraken bij SBS6 op 13 september jongstleden?2
Vraag 6
Zijn de bewindslieden op de hoogte van het beleid dat zij zelf moeten uitvoeren?
Vraag 7
Zijn alternatieve digitale diensten bij uitstek een Europese taak, of eerder een nationale
taak? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Vraag 8
Vindt u dat de minimumleeftijd Europees moet worden geregeld in plaats van dat Nederland,
net als andere landen, zelf een nationale leeftijdsgrens invoert? Zo ja, waarom? Zo
nee, waarom niet?
Vraag 9
Zou het kiezen voor een Europees verbod ervoor kunnen zorgen dat het verbod voor kinderen
op sociale media langer duurt dan wanneer Nederland zelf een nationale maatregel zou
invoeren? Zo nee, waarom niet? En wanneer denkt u dat dit verbod nationaal dan wel
Europees daadwerkelijk in Nederland in kan gaan? Welke termijn acht u aanvaardbaar?
Vraag 10
Waarom is er gekozen voor een Europese minimumleeftijd van 13 jaar? Kunt u hier een
onderbouwing voor geven? Hoe verhoudt deze leeftijd zich tot wetenschappers die anders
adviseren en andere landen die een leeftijdsgrens hanteren van 15 of zelfs 16 jaar
alsook Nederland die eerst op 15 jaar heeft ingezet?
Vraag 11
Is er bij de keuze voor de leeftijd van 13 jaar vooral gekeken naar de vraag vanaf
welke leeftijd kinderen zelfstandig toestemming kunnen geven voor bepaalde gegevensverwerking,
of naar de vraag vanaf welke leeftijd sociale media daadwerkelijk veilig genoeg is
voor kinderen?
Vraag 12
Is bij de leeftijdsgrens voldoende rekening gehouden met de ontwikkelingsfase van
13- tot 15-jarigen, juist omdat kinderen in deze periode zelfstandiger worden, puberen,
starten met de middelbare school, grote sociale ontwikkelingen doormaken, hun sociale
identiteit ontwikkelen en vaak intensiever gebruik gaan maken van sociale media?
Vraag 13
Als kinderen van 13 tot 15 jaar met toestemming van hun ouders toegang krijgen, waarom
wordt dan niet gekozen voor een harde minimumleeftijd van 15 jaar, zoals Nederland
zelf eerder als inzet had?
Vraag 14
Wat bedoelt u precies met «zo min mogelijk nationale uitzonderingen»? Gaat het daarbij
om uitzonderingen op de leeftijdsgrens zelf, of ook om aanvullende nationale beschermingsmaatregelen?
Vraag 15
Kunt u toelichten of een Europees verbod inhoudt dat nationaal in zijn geheel geen
aanvullende en strengere regels voor specifieke digitale diensten kunnen worden vastgesteld
boven op de Europese leeftijdsgrens?
Vraag 16
Vindt u dat Nederland aanvullende regels zou mogen stellen als ouders toestemming
zouden kunnen geven voor socialemediagebruik onder de Europese leeftijsgrens?
Vraag 17
Kunt u alle vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat -
Indiener
Daniël van den Berg, Kamerlid