Schriftelijke vragen : Nederlandse jongeren in buitenlandse jeugdhulp
Vragen van het lid Moinat (Groep Markuszower) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over Nederlandse jongeren in buitenlandse jeugdhulp (ingezonden 16 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht van Nieuwsuur/NOS van 16 september 2026 over Nederlandse
jongeren die in buitenlandse jeugdzorginstellingen verblijven en met de daarin beschreven
signalen over onder meer vrijheidsbeperking, fixatie, het ontbreken van onderwijs
en het verrichten van zwaar en onbetaald werk?1
Vraag 2
Hoeveel Nederlandse jeugdigen verblijven op dit moment in het buitenland in het kader
van jeugdhulp? Kunt u dit uitsplitsen naar land, aanbieder, duur van de plaatsing
en vrijwillig of gedwongen kader? Indien u deze aantallen niet kunt geven, hoe kan
de Nederlandse overheid dan controleren of deze kinderen veilig zijn en passende jeugdhulp
ontvangen?2 3
Vraag 3
Hoe verklaart u dat volgens Nieuwsuur de laatste telling van de Inspectie Gezondheidszorg
en Jeugd (IGJ) uit 2007 dateert, toen 330 jongeren in het buitenland verbleven, en
er bijna twintig jaar later geen actueel totaaloverzicht bestaat van Nederlandse jeugdigen
die voor jeugdhulp in het buitenland verblijven?4 5
Vraag 4
Klopt het dat de IGJ al in 2009 intern waarschuwde voor risico’s van jeugdhulp in
het buitenland en in 2019 alle gemeenten hiervoor heeft gewaarschuwd? Wanneer is uw
ministerie voor het eerst over deze problematiek op de hoogte gebracht en waarom is
de Kamer hierover destijds niet geïnformeerd?6 7 8
Vraag 5
Hoe verklaart u dat de IGJ aangeeft dat de situatie sinds deze waarschuwingen niet
wezenlijk is veranderd? Welke concrete maatregelen zijn tussen 2009 en heden genomen
naar aanleiding van deze waarschuwingen en waarom hebben deze kennelijk onvoldoende
resultaat gehad?9 10
Vraag 6
Hoeveel meldingen of signalen heeft de IGJ de afgelopen tien jaar ontvangen over Nederlandse
jeugdigen in buitenlandse jeugdhulp waarbij sprake was van vrijheidsbeperking, fixatie,
het ontbreken van onderwijs, onbetaald of zwaar werk, geweld, verwaarlozing of andere
mogelijke onveilige situaties? Kunt u aangeven wat met deze meldingen is gedaan?11
Vraag 7
Klopt het dat vrijheidsbeperkende maatregelen zoals het fixeren van jongeren en het
niet mogen verlaten van een terrein in deze vormen van jeugdhulp niet zijn toegestaan?
Zo ja, welke actie wordt ondernomen zodra aanwijzingen bestaan dat een Nederlands
kind in het buitenland aan dergelijke maatregelen wordt onderworpen?12
Vraag 8
Hoe wordt bij een melding over mogelijke onveiligheid vastgesteld dat een jeugdige
daadwerkelijk veilig is wanneer de IGJ zelf geen toezicht kan uitoefenen op een buitenlandse locatie? Wie gaat fysiek naar het kind toe en wie draagt
uiteindelijk de verantwoordelijkheid wanneer niemand dat doet?13 14
Vraag 9
Hoe beoordeelt u dat toezicht op Nederlandse jeugdigen in het buitenland volgens Nieuwsuur
in de praktijk mede via beeldbellen plaatsvindt? Hoe kan worden gegarandeerd dat een
jeugdige tijdens zo’n gesprek vrijuit kan spreken en dat buiten beeld geen medewerker
van de aanbieder aanwezig is of invloed uitoefent?15 16
Vraag 10
Hoeveel Nederlandse jeugdigen verblijven momenteel voor jeugdhulp in Marokko? Welke
Nederlandse of Marokkaanse instantie houdt daar daadwerkelijk toezicht op de kwaliteit
van de hulp en de veiligheid van de jeugdige, en hoe vaak vindt fysiek toezicht op
locatie plaats?17 18
Vraag 11
Hoe beoordeelt u de in het artikel beschreven werkwijze waarbij het feit dat jongeren
de taal niet spreken en het land niet kennen als onderdeel of meerwaarde van het traject
wordt gezien? Hoe wordt voorkomen dat een jeugdige hierdoor volledig afhankelijk wordt
van de aanbieder en feitelijk geïsoleerd raakt?19 20
Vraag 12
Herinnert u zich de op 10 februari 2026 unaniem aangenomen motie-Moinat c.s. (Kamerstuk 36 800-XVI, nr. 56), waarin de regering wordt verzocht jeugdigen in beginsel in Nederland te plaatsen
en buitenlandse plaatsing alleen toe te staan wanneer deze in het belang van het kind
is, geen passend alternatief in Nederland beschikbaar is en de plaatsingsprocedure
via de regels van de Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden en het
Afsprakenkader Buitenlands Zorgaanbod Jeugd verloopt?21
Vraag 13
Hoeveel jeugdigen zijn sinds de aanneming van deze motie op 10 februari 2026 nieuw
in het buitenland geplaatst? Kunt u per plaatsing aangeven in welk land dit was, waarom
geen passend alternatief in Nederland beschikbaar was, hoe is vastgesteld dat de buitenlandse
plaatsing in het belang van het kind was en of de voorgeschreven plaatsingsprocedure
volledig is gevolgd?22 23 24
Vraag 14
Kunt u garanderen dat alle buitenlandplaatsingen sinds 10 februari 2026 voldoen aan
alle voorwaarden uit de aangenomen motie-Moinat c.s.? Zo nee, hoeveel plaatsingen
voldeden daar niet aan en welke actie is daarop ondernomen?25
Vraag 15
U heeft de Kamer recent laten weten dat het kabinet nog met betrokken partijen in
overleg is om afspraken te maken over de uitvoering van de motie-Moinat c.s. en dat
de Kamer hierover pas eind dit jaar nader wordt geïnformeerd. Waarom is ruim zeven
maanden na de unanieme aanneming van deze motie nog steeds overleg nodig om ervoor
te zorgen dat jeugdigen in beginsel in Nederland worden geplaatst?26 27
Vraag 16
Bent u, gezien de ernst van de bevindingen van Nieuwsuur, bereid niet tot het einde
van het jaar te wachten, maar de Kamer op korte termijn te informeren over de concrete
uitvoering van de motie-Moinat c.s. en daarbij in ieder geval de aantallen en landen
van alle buitenlandplaatsingen sinds 10 februari 2026 te verstrekken?28 29
Vraag 17
Bent u bereid per direct een landelijke inventarisatie van alle Nederlandse jeugdigen
in buitenlandse jeugdhulp uit te voeren en per jeugdige vast te stellen waar deze
verblijft, op welke juridische grondslag, wie verantwoordelijk is voor de plaatsing,
of de voorgeschreven procedure is gevolgd, of passend onderwijs wordt ontvangen en
hoe de veiligheid en kwaliteit van de zorg daadwerkelijk worden gecontroleerd?30 31 32
Vraag 18
Bent u bereid alle bestaande buitenlandplaatsingen waarbij de rechtmatigheid, veiligheid,
het onderwijs, de kwaliteit van de jeugdhulp of het daadwerkelijke toezicht niet aantoonbaar
kan worden gegarandeerd met spoed opnieuw te laten beoordelen en de Kamer over de
uitkomsten daarvan te informeren?33 34 35
Vraag 19
Deelt u de opvatting dat zolang Nederland niet weet hoeveel Nederlandse jeugdigen
in buitenlandse jeugdhulp verblijven en de IGJ daar zelf geen toezicht kan uitoefenen,
niet kan worden gegarandeerd dat ieder van deze kinderen veilig is? Zo nee, waarop
baseert u die garantie?36 37 38
Indieners
-
Gericht aan
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport -
Indiener
Nicole Moinat, Kamerlid