Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Raijer, Bosma en De Roon over het bericht 'TivoliVredenburg annuleert finale debattoernooi vanwege deelname Israëlische universiteiten'
Vragen van de leden Raijer, Martin Bosma en De Roon (allen PVV) aan de Ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Buitenlandse Zaken over het bericht «TivoliVredenburg annuleert finale debattoernooi vanwege deelname Israëlische universiteiten» (ingezonden 3 augustus 2026).
Antwoord van Minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 14 september
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2821.
Vraag 1
Bent u bekend met het besluit van TivoliVredenburg om de finale van het EK debatteren
(EUDC), die op 31 juli 2026 zou plaatsvinden, te annuleren omdat teams van Israëlische
universiteiten zouden deelnemen?1 Zo ja, erkent u dat dit een vorm van selectieve uitsluiting is die haaks staat op
de kernopdracht van universiteiten om pluraliteit van meningen te beschermen en een
open debat mogelijk te maken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met dit besluit. Het annuleren van de finale van de debatwedstrijd
is gedaan door TivoliVredenburg. UCU en UU hebben hun steun aan de wedstrijd ingetrokken.
TivoliVredenburg heeft een grote vrijheid in het bepalen van wat zij programmeren
en met wie zij samenwerken. Bij die vrijheid hoort een grote verantwoordelijkheid.
Universiteiten hebben de institutionele autonomie om te bepalen welke samenwerkingen
zij op instellingsniveau aangaan. De uitgangspunten voor samenwerking die zijn meegegeven
in de brief over de stand van zaken omtrent de veiligheid op universiteiten en hogescholen
n.a.v. de protesten over de situatie in Gaza van 31 mei 2024 blijven voor mij belangrijk.2
Vraag 2
Hoe is het te verdedigen dat universiteiten en culturele podia die zichzelf presenteren
als bolwerken van academische vrijheid en diversiteit van perspectieven, in de praktijk
een internationaal debattoernooi afbreken zodra Israëlische instellingen meedoen?
Deelt u de mening dat dit pure hypocrisie is? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Net als vele anderen, hecht ik grote waarde aan een pluriforme sector waarin ruimte
is voor verschillende geluiden en het debat in alle scherpte kan worden gevoerd. Culturele
en academische internationale samenwerking draagt daar in belangrijke mate aan bij.
Tegelijk hebben instellingen een grote vrijheid en daarmee ook een belangrijke verantwoordelijkheid
in het bepalen wat zij programmeren en met wie zij samenwerken. Die vrijheid is belangrijk
en hoort bij een open en democratische samenleving. Dat instellingen zorgvuldig naar
hun programmering kijken, zeker in het licht van het aanhoudende conflict in het Midden-Oosten,
hoort bij het nemen van hun verantwoordelijkheid. Besturen dienen transparant te zijn
over de afwegingen die zij maken. Ik vind het in dat verband goed dat TivoliVredenburg
publiekelijk heeft toegelicht hoe zij tot hun besluit zijn gekomen.
De overheid moet afstand houden van de afwegingen die instellingen maken. Juist die
terughoudendheid is van belang om de fundamentele vrijheden van onze democratie te
beschermen.
Vraag 3
Deelt u de mening dat de Universiteit Utrecht en University College Utrecht hun academische
verantwoordelijkheid ernstig verzaken door mee te werken aan de uitsluiting van Israëlische
studenten en instellingen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Zie het antwoord op vragen 1 en 2.
Vraag 4
Hebt u kennisgenomen van het feit dat meer dan 700 culturele organisaties zich hebben
aangesloten bij een boycot die uitsluitend tegen Israëlische instellingen is gericht?
Erkent u dat een dergelijke collectieve en selectieve uitsluiting de academische vrijheid,
internationale samenwerking en verscheidenheid van standpunten rechtstreeks ondermijnt?
Zo ja, waarom accepteert u dat Israëlische instellingen wél mogen worden uitgesloten?
Antwoord 4
Ja. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 hebben instellingen een grote vrijheid
in het bepalen wat zij programmeren en met welke internationale partners zij samenwerken.
Die vrijheid is belangrijk en hoort bij een open en democratische samenleving.
Vraag 5
Bent u bereid TivoliVredenburg, de organisatoren van het EUDC, de Universiteit Utrecht
en University College Utrecht per direct op te roepen de finale alsnog doorgang te
laten vinden en de deelname van Israëlische teams onvoorwaardelijk te respecteren?
Zo nee, waarom laat u politieke uitsluiting prevaleren boven een vrij en open debat?
Antwoord 5
Het is niet aan mij als Minister om in te grijpen in de individuele keuzes van academische
en culturele instellingen.
Vraag 6
Bent u bereid universiteiten die Israëlische studenten en instellingen uitsluiten
daarop keihard aan te spreken als zij daarmee doorgaan en financiële consequenties
te verbinden aan deze discriminatoire boycot? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Het is aan instellingen om autonoom te handelen binnen de marges van de geldende wettelijke
kaders en internationale afspraken. Daarnaast vertrouw ik erop dat bij het vormgeven
van hun internationale beleid instellingen zorgvuldig handelen en de uitgangspunten
die vanuit OCW zijn meegegeven (in de brief over de stand van zaken omtrent de veiligheid
op universiteiten en hogescholen n.a.v. de protesten over de situatie in Gaza, aan
uw kamer van 31 mei 2024) meenemen. Ik zie geen aanleiding om universiteiten aan te
spreken op hun beleid of hen financiële consequenties op te leggen.
Ondertekenaars
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap