Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Moinat, Schilder, Claassen en Lammers over politieke druk op de Holocaustherdenking bij Loods 24, de rol van burgemeester Schouten en de onafhankelijkheid van Joodse herdenkingen
Vragen van de leden Moinat, Schilder, Claassen en Lammers (allen Groep Markuszower) aan de Ministers van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Justitie en Veiligheid en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over politieke druk op de Holocaustherdenking bij Loods 24, de rol van burgemeester Schouten en de onafhankelijkheid van Joodse herdenkingen (ingezonden 29 juli 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport), mede namens de Ministers
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie en Veiligheid (ontvangen
14 september 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2691.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Holocaustoverlevende en kranslegger Deborah (84) woedend
om discussie rond herdenking Rotterdam: «Het is een schande, het is pure Jodenhaat»»
in De Telegraaf en met het blog «The ambassador at Loods 24» van dr. Eliyahu V. Sapir,
waarin wordt ingegaan op de politieke druk rond de Holocaustherdenking bij Loods 24,
de rol van burgemeester Schouten van Rotterdam en de positie van de organiserende
Joodse instellingen?1
2
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u van oordeel dat de aanwezigheid van de door de organisatoren uitgenodigde Israëlische
ambassadeur op zichzelf afbreuk kan doen aan de waardigheid van deze Holocaustherdenking?
Zo ja, op welke gronden? Zo nee, neemt het kabinet dan afstand van het door burgemeester
Schouten gelegde verband tussen de aanwezigheid van de ambassadeur en de waardigheid
van de herdenking?
Antwoord 2
Inmiddels heeft de herdenking plaatsgevonden. Hierbij waren de Israëlische ambassadeur
en de burgemeester aanwezig. De burgemeester heeft haar zienswijze hierover kenbaar
gemaakt. Een beoordeling van het handelen van de burgemeester is niet aan mij, zij
legt hiervoor verantwoording af aan de gemeenteraad. Burgemeesters opereren in een
veranderende en ingewikkelde maatschappelijke context. De burgemeester heeft hierbij
beste zicht op de situatie ter plaatse.
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat een burgemeester in het kader van diens verantwoordelijkheid
voor de openbare orde en veiligheid overleg mag voeren met betrokken partijen, maar
dat dit overleg er niet toe mag leiden dat politieke partijen, actiegroepen of andere
derden invloed verkrijgen op het programma of de gastenlijst van een Holocaustherdenking
die zij niet organiseren, behoudens concrete juridische of veiligheidsgronden? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 3
Het is aan de burgemeester besluiten te nemen in het kader van de handhaving van de
openbare orde. De burgemeester bepaalt bij wie – in het kader van een juiste besluitvorming
– informatie wordt ingewonnen en hoe deze wordt gewogen.
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat de organisatie van een Holocaustherdenking, waaronder de
keuze van sprekers en genodigden, behoudens concrete juridische of veiligheidsgronden,
behoort te worden bepaald door de organiserende stichting en de betrokken Joodse instellingen
en niet door een overheid mag worden aangepast als reactie op politieke druk? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 4
De stichting gaat inderdaad zelf over de organisatie van een herdenking. Een beoordeling
van de uitlatingen van de burgemeester in het kader hiervan is niet aan mij. De burgemeester
legt alleen verantwoording af aan de gemeenteraad, zoals verwoord in artikel 180 van
de Gemeentewet.
Vraag 5
Erkent u het risico dat de reactie van de burgemeester de indruk wekt dat politieke
druk een effectief en legitiem middel is om invloed uit te oefenen op het programma
of de gastenlijst van een Joodse herdenking? Zo ja, welke maatregelen is het kabinet
bereid te nemen om duidelijk te maken dat dergelijke druk geen aanspraak kan maken
op medezeggenschap over de organisatie van Joodse herdenkingen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
De burgemeester gaat zelf over haar uitlatingen. Het is daarnaast aan de burgemeester
besluiten te nemen in het kader van herdenkingen. Over haar handelen legt zij verantwoording
af aan de gemeenteraad, dat is niet aan mij om te beoordelen. Daarnaast is het van
het grootste belang dat het gesprek hierover eerst en vooral op gemeentelijk niveau
moet worden gevoerd. Juist ook omdat dat debat dan kan plaatsvinden op basis van alle
relevante – ter plaatse veel beter bekende – feiten en omstandigheden.
Vraag 6
Bent u bereid ondubbelzinnig uit te spreken dat de aanwezigheid van de door de organisatoren
uitgenodigde Israëlische ambassadeur op zichzelf geen afbreuk doet aan de waardigheid
van een Holocaustherdenking en dat politieke bezwaren tegen het beleid van de Israëlische
regering geen grond vormen om druk uit te oefenen op de organisatoren teneinde de
gastenlijst of het programma van een Holocaustherdenking aan te passen? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 6
Zie mijn antwoord op vraag 2.
Vraag 7
Deelt u de opvatting dat kritiek op het beleid van de Israëlische regering legitiem
kan zijn, maar dient te worden gericht tot de daarvoor verantwoordelijke politieke
actoren en niet mag worden afgewenteld op Joodse instellingen of als voorwaarde mag
worden gesteld voor de wijze waarop die instellingen Holocaustslachtoffers herdenken?
Hoe verhoudt deze casus zich tot het door het kabinet onderschreven uitgangspunt dat
Joden niet individueel of collectief verantwoordelijk mogen worden gehouden voor het
handelen van de Staat Israël?
Antwoord 7
Het uitgangspunt dat Joodse individuen en gemeenschappen in Nederland niet verantwoordelijk
mogen worden gehouden voor het beleid van de regering van de staat Israël geldt onverkort.
Het staat burgers in een democratie vrij om kritiek te hebben op beleid van welke
regering dan ook. Dit rechtvaardigt echter niet dat individuele personen of gemeenschappen
verantwoordelijk worden gehouden voor beleid van een regering waarmee zij slechts
worden geassocieerd. Dit is ongepast.
Vraag 8
Bent u ermee bekend dat een Israëlische ambassadeur reeds in 2018 heeft gesproken
tijdens de herdenking bij Loods 24, dat de Israëlische ambassadeur ook in 2025 tot
de sprekers behoorde en dat de organisatoren hebben verklaard dat al jarenlang een
Israëlische ambassadeur of een andere officiële vertegenwoordiger van de staat Israël
aan de herdenking deelneemt? Deelt u de opvatting dat de aanwezigheid van een Israëlische
vertegenwoordiger daarmee een bestendig onderdeel vormt van de door de organisatoren
gekozen opzet van de herdenking en geen nieuw politiek element is dat in 2026 aan
de herdenking is toegevoegd?
Antwoord 8
Daar ben ik mee bekend. De organisatie van de herdenking is aan de organisatoren.
De burgemeester kan op grond van de Wet openbare manifestaties (Wom) hier kaders aan
stellen.
Vraag 9
Bent u bereid de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding met spoed te verzoeken
een beoordeling te geven van de politieke druk die op de organisatoren van de Holocaustherdenking
bij Loods 24 is uitgeoefend, de reactie van burgemeester Schouten daarop en de mogelijke
gevolgen daarvan voor de autonomie en veiligheid van Joodse herdenkingen in Nederland,
en de Kamer over die beoordeling te informeren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
De Nationaal Coördinator Antisemitisme Bestrijding heeft een coördinerende en adviserende
rol. Hij brengt de aard en omvang van antisemitisme in Nederland in kaart, en adviseert
het Kabinet, de ministeries en lokale overheden over de bestrijding ervan, op basis
van patronen en trends. De strekking van uw verzoek valt hier niet onder.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport -
Mede namens
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Mede namens
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid