Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van den Berg over de digitale weerbaarheid van het Nederlandse elektriciteitsnet, naar aanleiding van het artikel "Stroomnet kwetsbaar voor cyberaanval: 'Geen kwestie van óf, maar wanneer’”
Vragen van het lid Van den Berg (JA21) aan de Ministers van Klimaat en Groene Groei en van Economische Zaken en Klimaat over de digitale weerbaarheid van het Nederlandse elektriciteitsnet (ingezonden 27 juli 2026).
Antwoord van Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen
11 september 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2615.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Stroomnet kwetsbaar voor cyberaanval: «Geen kwestie van óf, maar wanneer»»1?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de waarschuwing van cybersecurity- en energiespecialisten dat de
toenemende digitalisering van het elektriciteitssysteem, waaronder slimme netten,
thuisbatterijen, zonnepanelen, laadpalen en andere verbonden apparaten, ook leidt
tot een groter aanvalsoppervlak voor kwaadwillenden?
Antwoord 2
De ontwikkeling naar een meer decentrale energievoorziening maakt lokale opwek en
opslag mogelijk en is onderdeel van een succesvolle energietransitie. Deze decentralisatie
gaat gepaard met een digitaliseringsslag. Zo kunnen decentrale assets bijvoorbeeld
op afstand een (beveiligings)update ontvangen of op afstand worden aangestuurd. Dit
is onder meer noodzakelijk om de beveiliging van de assets up-to-date te houden en
biedt kansen voor bijvoorbeeld een slimmer gebruik van het elektriciteitsnet. Naast
deze voordelen brengt de digitalisering van het energiesysteem ook risico’s met zich
mee.
Digitale verbindingen maken de toegang tot deze assets op afstand makkelijker waardoor
deze verbindingen een aanvalsoppervlak kunnen vormen voor kwaadwillenden om decentrale
assets te manipuleren. Daarom gelden voor (consumenten)apparatuur cybersecurity eisen
op basis van wet- en regelgeving zoals de Radio Equipment Directive 3.3 en de Cyber
Resilience Act. Om de digitale weerbaarheid van het energiesysteem verder te verhogen
en risico’s te mitigeren, treft het kabinet daarnaast nog andere maatregelen. Deze
maatregelen zijn toegelicht in de beantwoording van vraag 3.
Vraag 3
In hoeverre wordt digitale weerbaarheid momenteel als randvoorwaarde meegenomen bij
de uitvoering van de energietransitie en de uitbreiding van het elektriciteitsnet?
Antwoord 3
In het ontwerp van het energiesysteem houdt het kabinet rekening met digitale risico’s.
Zo worden cybersecurityeisen gesteld aan digitale systemen van energiepartijen en
wordt kritieke (digitale) energie-infrastructuur geïdentificeerd en weerbaarder gemaakt.
Een concreet voorbeeld is het meenemen van (digitale) weerbaarheid als voorwaarde
bij de vergunningsverleningsinstrumenten van nieuwe windparken op zee. Hierbij zijn
weerbaarheid en nationale veiligheidszorgen onderzocht en zijn vervolgens veiligheidsmaatregelen
genomen, zoals het stellen van voorwaarden voor de herkomst van windmolenonderdelen
op basis van de Europese Net Zero Industry Act (NZIA).2
Ook voor bestaande energie-infrastructuur gelden strenge eisen en is er toezicht om
de digitale weerbaarheid te verhogen. Met de inwerkingtreding van de Cyberbeveiligingswet
(Cbw) op 15 augustus jl. is het bestaande wettelijke cybersecuritykader voor energie-infrastructuur
versterkt en worden energiebedrijven verplicht om zorg te dragen voor de beveiliging
van hun (digitale) systemen om hun bedrijfscontinuïteit te waarborgen. Aanvullend
op de Cbw geldt de Netcode voor Cybersecurity Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/1366
(NCCS) ter versterking van de digitale weerbaarheid van het Europese elektriciteitsnet
om de veiligheid, continuïteit en betrouwbaarheid ervan te waarborgen. Onderdelen
van de NCCS zijn al geïmplementeerd; de NCCS wordt volledig van kracht per 2028.
Het kabinet werkt doorlopend aan het verder versterken van de weerbaarheid van het
energiesysteem. Zo is er in de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem
(NPE) aandacht voor een (digitaal) weerbaar energiesysteem om de betrouwbaarheid en
betaalbaarheid van energie te kunnen waarborgen. Het geactualiseerde NPE wordt met
Prinsjesdag aan de Kamer verstuurd. Een verdere toelichting op de kansen en risico’s
van de digitalisering van het energiesysteem, inclusief een uitwerking van benodigde
acties, is opgenomen in de Actieagenda Digitalisering Energiesysteem (ADE)3.
Vraag 4
Kunt u aangeven welke risicoanalyses zijn uitgevoerd naar de cybersecurity van decentrale
energiebronnen, zoals thuisbatterijen, zonnepanelen, laadpalen en energiebeheersystemen,
en welke conclusies daaruit zijn getrokken?
Antwoord 4
Het Ministerie van EZK werkt samen met andere overheidsorganisaties, netbeheerders,
energiebedrijven en onderzoeksinstellingen om zoveel mogelijk kennis en inzichten
te verzamelen over de risico’s in het decentrale energiesysteem. Uit deze analyses
komen kwetsbaarheden naar voren die worden vertaald naar beleid en wet- en regelgeving.
Een voorbeeld is het rapport van Energy Innovation NL (in opdracht van de Rijksdienst
voor Ondernemend Nederland) over de cyberveiligheid van zonnepanelen.4 Een conclusie uit dit rapport is dat het verhogen van de digitale weerbaarheid van
decentrale energie assets een gedeelde verantwoordelijkheid is van alle spelers in
de keten waarbij samenwerking essentieel is. Om uitvoering te geven aan de wet- en
regelgeving op digitale weerbaarheid, zoals toegelicht in de beantwoording op vraag
2 en 3, werkt het kabinet samen met verschillende energiebedrijven en brancheverenigingen.
Daarnaast stimuleert het kabinet de ontwikkeling van sectorale Information Sharing
and Analyses Centers (ISACs), zoals de ISAC voor de zonne-energiesector. Het doel
van een ISAC is om de digitale weerbaarheid te vergroten binnen een sector via vertrouwelijke
informatie-uitwisseling over dreigingen en incidenten en het delen van handelingsperspectief
en gedeelde lessen. Daarnaast bevordert het kabinet samenwerkingsinitiatieven zoals
het sectorpact «Weerbaar Energiesysteem» van Energie Nederland en Netbeheer Nederland.
Het kabinet zet verschillende stappen om cybersecurity via wet- en regelgeving te
versterken, zoals toegelicht in de beantwoording op vraag 3. Daarnaast voeren sectorpartijen
zelf risicoanalyses uit en nemen zij indien nodig passende maatregelen om risico’s
te mitigeren. Zo worden bijvoorbeeld bij grote aanbestedingen door de netbeheerders
risicoanalyses gemaakt en passende maatregelen genomen.5 De Cbw en NCCS verplichten bedrijven om een risicoanalyse uit te voeren en rekening
te houden met risico’s in hun toeleveringsketen en bij het verwerven, ontwikkelen
of onderhouden van (digitale) producten en diensten in hun netwerk- en informatiesystemen.
Vraag 5
Hoe beoordeelt u de stelling dat de Europese energie-infrastructuur steeds vaker doelwit
is van cyberaanvallen? In hoeverre spelen achterstallige modernisering van systemen,
verouderde technologie en tekortschietende basisbeveiliging daarbij een rol? Kunt
u uw antwoord toelichten?
Antwoord 5
Zoals in het Cybersecurity Beeld Nederland 2025 is aangegeven, blijven alle vitale
sectoren een aantrekkelijk doelwit voor kwaadwillende actoren. De digitalisering van
het energiesysteem zorgt voor een nauwere verwevenheid tussen het digitale en fysieke
energiesysteem. Zo wordt verouderde operationele technologie (OT) vaker gekoppeld
aan slimme informatietechnologie (IT)-systemen. Het nemen van passende beheersmaatregelen
om risico’s van mogelijk verouderde OT te mitigeren, zoals netwerksegmentatie, wordt
met de Cbw en NCCS wettelijk verankerd. Energiepartijen dienen op grond van de Cbw
en NCCS in hun IT- en OT-architectuur rekening te houden met deze risico’s en passende
en evenredige maatregelen te nemen, ook voor de beveiliging van OT. De Rijksinspectie
Digitale Infrastructuur (RDI) houdt toezicht op de energiesector vanuit deze verplichtingen
in de Cbw en NCCS. Het National Cyber Security Center (NCSC) deelt daarnaast diverse
kennis- en informatieproducten met de energiesector, onder meer vanuit samenwerking
met Europese partners, over basisbeveiliging voor digitale weerbaarheid en over risicomanagement
van verouderde OT-systemen.
Vraag 6
Op welke wijze werken de Ministeries van Klimaat en Groene Groei en Economische Zaken
en Klimaat samen om ervoor te zorgen dat investeringen in de energietransitie gepaard
gaan met investeringen in digitale veiligheid?
Antwoord 6
Investeringen in de energietransitie gaan onlosmakelijk gepaard met investeringen
in digitale veiligheid omdat slimme energienetten en hernieuwbare bronnen sterk afhankelijk
zijn van digitale aansturing. Binnen het Ministerie van EZK wordt het onderwerp van
digitale weerbaarheid en energie (security) daarom integraal opgepakt.
Vraag 7
Worden er regelmatig gezamenlijke crisisoefeningen gehouden waarbij zowel een fysieke
verstoring van het elektriciteitsnet als een cyberaanval wordt gesimuleerd? Zo ja,
welke lessen zijn daaruit getrokken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Ja, op lokaal, regionaal, nationaal en Europees niveau vinden regelmatig crisisoefeningen
over stroomuitval plaats. Het betreft wisselende scenario’s, variërend van fysieke
verstoringen, cyberaanvallen en een combinatie daarvan. Daarnaast wordt er deelgenomen
aan PENTA6 oefeningen, waarbij de Europese verordening voor risicoparaatheid in de elektriciteitssector
centraal staat. In het Nationaal Crisisplan Elektriciteit (NCP-E) zijn daarnaast afspraken
gemaakt om regelmatig gezamenlijk of per organisatie te oefenen. De Algemene Rekenkamer
heeft mede op basis van bovengenoemde crisisoefeningen recent geconstateerd dat het
Ministerie van EZK en TenneT goede maatregelen hebben getroffen om crises op het hoogspanningsnet
te voorkomen en dat zij goed zijn voorbereid op mogelijke storingen.7
Een vast onderdeel van een crisisoefening is een evaluatie door de betrokken organisaties.
Uit de evaluaties van de crisisoefeningen van de afgelopen jaren zijn verschillende
lessen getrokken met betrekking tot de crisisstructuur en werkprocessen. Zo kwam bijvoorbeeld
naar voren dat de Rijksoverheid in crisissituaties beter kan afspreken welke informatie
wanneer wordt gedeeld en dat sommige plannen te abstract zijn. Deze lessen worden
meegenomen in de actualisatie van het Nationaal Crisisplan Elektriciteit (NCP-E) naar
een Landelijk Crisisplan Elektriciteit, dat naar verwachting begin 2027 met de Kamer
zal worden gedeeld.
Vraag 8
Deelt u de opvatting dat een succesvolle energietransitie alleen mogelijk is wanneer
burgers en bedrijven erop kunnen vertrouwen dat het energiesysteem digitaal veilig
en weerbaar is? Zo ja, welke aanvullende stappen bent u bereid te zetten om dit vertrouwen
te versterken?
Antwoord 8
Ja, het kabinet deelt deze opvatting. Daarom werkt het kabinet aan het digitaal veilig
en weerbaar houden van het energiesysteem, zoals beschreven in de beantwoording bij
de vorige vragen. Aanvullend worden in opdracht van het Ministerie van EZK Nederlandse
Technische Afspraken (NTA's) ontwikkeld door het Nederlands Normalisatie Instituut
(NEN) voor het slim en interoperabel maken van netintensieve apparaten. Dit voorziet
dat laadpalen, zonne-omvormers, thuisbatterijen, warmtepompen en overkoepelend de
Home Energy Management Systemen (HEMS) als aansturend systeem slim ingesteld kunnen
worden en met elkaar kunnen communiceren. Deze afspraken worden opgesteld volgens
Europese cybersecuritystandaarden, zodat eindgebruikers kunnen rekenen op een veilige
aansturing.8
Vraag 9
Welke gevolgen heeft de toenemende cyberveiligheidsopgave voor de huidige opgave rond
de uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet? Worden aanvullende eisen aan
digitale veiligheid meegenomen in de planning, uitvoering en kosten van deze uitbreidingen?
Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Het is niet mogelijk om alle risico’s volledig uit te sluiten. Tegen deze achtergrond
zet het kabinet in op het zoveel mogelijk minimaliseren van risico’s via een risico
gebaseerde aanpak die de weerbaarheid effectief en efficiënt verhoogt. Dit betekent
dat wordt gekeken naar de doelmatigheid, proportionaliteit en evenredigheid van maatregelen.
Voor toekomstige energie-infrastructuur geldt dat maatregelen ten behoeve van (digitale)
weerbaarheid het meest effectief en het meest kostenefficiënt zijn wanneer ze aan
de voorkant van een traject worden geïmplementeerd. In het vormgeven van ruimtelijk
beleid en het fysieke ontwerp van het energiesysteem wordt het aspect (digitale) weerbaarheid
ook meegenomen. Binnen het fysieke ontwerp van het nationale energiesysteem gaat dit
bijvoorbeeld om het wel of niet clusteren van energieproductielocaties en het wel
of niet bundelen van energie-infrastructuur. De effecten van het fysieke ontwerp van
het nationale energiesysteem op weerbaarheid zullen nader worden onderzocht, waarna
keuzes zullen worden vastgelegd in het Programma Energiehoofdstructuur (PEH II). De
hoofdlijnenbrief hierover zal begin 2027 naar de Tweede Kamer worden verzonden en
het programma zal in 2028 worden vastgesteld.
Vraag 10
Bent u bereid de Kamer vóór het einde van dit jaar te informeren over de samenhang
tussen de voortgang van de energietransitie en de digitale weerbaarheid van de Nederlandse
energie-infrastructuur?
Antwoord 10
Aankomende Prinsjesdag wordt de Tweede Kamer verder geïnformeerd over het toekomstige
energiesysteem, onder andere middels het geactualiseerde NPE en de kabinetsreactie
op het Energy Innovation NL rapport «Autonoom en Veilig». Hierin wordt de samenhang
tussen de voortgang van de energietransitie en digitale weerbaarheid nader toegelicht.
Vraag 11
Kunt u de vragen los van elkaar beantwoorden?
Antwoord 11
Ja.
Ondertekenaars
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei