Schriftelijke vragen : Het gezondheidsrisico van onduidelijkheid over spuitzones en onzorgvuldige toekenning van pesticiden
Vragen van het lid Kostić (PvdD) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het gezondheidsrisico van onduidelijkheid over spuitzones en onzorgvuldige toekenning van pesticiden (ingezonden 10 september 2026).
Vraag 1
Herinnert u zich dat de Staatssecretaris van LVVN heeft besloten om geen opdracht
te geven voor de ontwikkeling van een rekenmethode voor spuitzonering, ondanks dat
het RIVM en de WUR in hun rapport hierover concluderen dat dit haalbaar is, ondanks
dat daartoe is opgeroepen door middel van de motie Vedder c.s. (Kamerstuk 27 858, nr. 659), ondanks dat gemeenten vragen om duidelijkheid, en ondanks dat de gezondheid van
mensen, dieren en natuur op dit moment ernstig bedreigd worden door het gebruik van
landbouwgif? Hoe rijmt u dit met een beleid dat de volksgezondheid op één wil zetten?
Vindt u bedrijfsbelangen dan toch belangrijker?1
2
3
Vraag 2
Bent u het eens dat een wetenschappelijk onderbouwde rekenmethode veel kan betekenen
voor het draagvlak onder bedrijven en de bevolking en veel duidelijkheid kan scheppen
bij gemeenten voor spuitzonering? Zo nee, waarom niet?
Vraag 3
Welke zwaarwegende argumenten voor bescherming van volksgezondheid heeft u om het
advies van het belangrijkste instituut voor volksgezondheid, het RIVM, niet op te
volgen?
Vraag 4
Als u niet verder gaat met het ontwikkelen van een rekenmethode, hoe verwacht u dan
tegemoet te komen aan de zorg, die u zelf aanhaalt in uw brief, dat «uit jurisprudentie
blijkt dat bestaande onderbouwingen voor maatwerk in lokale situaties regelmatig onvoldoende
worden geacht»? Verwacht u dat de bestuurlijke afspraken in het Convenant «Gewasbeschermingsmiddelen»
voldoende gaan zijn om stand te houden bij de rechter? Zo ja, waar baseert u zich
dan precies op? Is dat een voorwaarde die u stelt aan de bestuurlijke afspraken?
Vraag 5
Hoe bent u nu concreet van plan om de volksgezondheid te gaan waarborgen en gemeenten
wetenschappelijke onderbouwde duidelijkheid te geven over spuitzonering?
Vraag 6
Aangezien uit onderzoek bekend is dat landbouwgif zich kilometers kan verspreiden,
bent u bereid om in lijn met het voorzorgsbeginsel, zo lang als er onduidelijkheid
bestaat, en zolang u niet kunt onderbouwen dat een kleinere spuitzonering kan bestaan
zonder aantasting van gezondheid van mens, dier en milieu, een spuitzonering van minstens
500 meter verplicht te stellen? Of op zijn minst 50 meter verplicht te stellen, in
lijn met huidige jurisprudentie? Zo nee, waarom niet, en op welke recente wetenschappelijke
inzichten baseert u zich?
Vraag 7
Bent u bekend met de oproep van meer dan huisartsen om te stoppen met landbouwgif
in de sierteelt?4
Vraag 8
Wat vindt u ervan dat zoveel zorgprofessionals zich genoodzaakt voelden om een noodsignaal
uit te zenden, bijvoorbeeld omdat er «overtuigende aanwijzingen voor verbanden met
ernstige aandoeningen zoals Parkinson, ALS en leukemie bij kinderen» zijn? Wat is
uw reactie op hun zorgen en oproep?5
Vraag 9
Hoe gaat u de zorgen van de vele zorgprofessionals nu wegnemen, terwijl u doorwerkt
aan een convenant waar maatschappelijke organisaties die opkomen voor de gezondheid
hun handtekening niet onder willen zetten? Op welke manier vindt u zo’n convenant
dan geloofwaardig voor de zorgprofessionals?
Vraag 10
Bent u bekend met het feit dat het UMCG recent heeft besloten opnieuw onderzoek te
gaan doen tussen het verband van pesticiden en de ziekte van Parkinson, omdat bij
de hoogste mate van blootstelling aan een combinatie van verschillende middelen het
risico op Parkinson met zo'n 50 procent stijgt?6
Vraag 11
Wat vindt u van de zorg die onderzoekers en zorgprofessionals hebben dat bij beoordeling
en maatregelen geen rekening wordt gehouden met het «cocktaileffect» van middelen?
Vindt u dat deze zorg relevant is voor de gezondheid van Nederlanders? Zo nee, op
welk wetenschappelijk onderzoek baseert u zich? Hoe gaat u deze zorg wegenemen en
welke concrete maatregelen (met tijdlijn) horen daarbij?
Vraag 12
Als er nog zoveel onduidelijk is, en er zulke grote risico’s zijn, waarom loopt u
dan weg voor uw verantwoordelijkheid om een duidelijke lijn uit te zetten wat betreft
spuitzones? Waarom is het beschermen van de gezondheid van mens, dier en milieu niet
uw hoogste prioriteit?
Vraag 13
Bent u ermee bekend dat uit onderzoek van Pointer bleek dat de pesticidenlobby mee
heeft kunnen schrijven bij amendementen op EU-wetgeving, en wel 101 toegangspassen
had tot het Europees Parlement?7
Vraag 14
Kunt u (in het kader van artikel 68 van de Grondwet) aangeven op welke wijze en hoe
vaak agrobedrijven, pesticidenbedrijven en hun lobbyisten in het afgelopen jaar contact
met u hebben gezocht? Kunt u een overzicht geven met welke agrobedrijven en pesticidenproducenten
u heeft gesproken in het afgelopen jaar en hoe vaak precies, mede gelet op artikel
68 van de Grondwet?
Vraag 15
Bent u bereid een lobbyverbod in te stellen voor pesticidenproducenten? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 16
Bent u bekend met de rechterlijke uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven
waarin is besloten dat het pesticide-middel Pitcher zo snel mogelijk uit de handel
genomen moet worden, omdat in Pitcher een werkzame stof (fludioxonil) zit die hormoonontregelende
eigenschappen heeft? En bent u bekend met het nieuwsbericht van de Volkskrant hierover
«PAN Nederland haalt het gif uit de markt, Achmea krijgt de volle laag van het noodweer»?8
9
Vraag 17
Bent u ermee bekend dat het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen
en biociden (Ctgb) wel een toelating heeft gegeven voor Pitcher ondanks de vaststelling
dat er fludioxonil in zit? Hoe verklaart u dat dit kon gebeuren? Acht u dit wenselijk?
Vraag 18
Wat vindt u ervan dat het Ctgb ondanks een eerdere soortgelijke uitspraak wederom
volgens de rechter onterecht toelating heeft verleend aan een middel met een werkzame
stof waarvan de Europese voedselautoriteit EFSA heeft vastgesteld dat deze hormoonverstorend
is voor mens en dier, en waarvan Ctgb wist dat deze niet leidde tot verwaarloosbare
blootstelling omdat de toepassing niet in een gesloten systeem plaatsvindt of in andere
omstandigheden die contact met mens of dier uitsluiten?10
Vraag 19
Hoe beoordeelt u het feit dat de huidige lijn die wordt gevolgd bij het Ctgb niet
standhoudt bij de rechter en schadelijk blijkt te zijn voor de volksgezondheid? Vindt
u dat het beleid strenger moet om de volksgezondheid wel te waarborgen? Zo nee, waarom
vindt u volksgezondheid niet het belangrijkste wat er is?
Vraag 20
Hoe gaat het Ctgb haar toelatingsbeleid aanpassen om te voldoen aan de uitspraak van
het College van Beroep voor het bedrijfsleven?
Vraag 21
Welke andere toepassingen van bestrijdingsmiddelen met de werkzame stof fludioxonil
hebben een toelating bij het Ctgb en vinden niet plaats in een gesloten systeem of
in andere omstandigheden die contact met mensen en dieren uitsluit? Kunt u daar een
overzicht van geven? Bent u het eens dat deze middelen ook zo snel mogelijk uit de
markt genomen moeten worden? Zo nee, waarom niet?
Vraag 22
Welke andere bestrijdingsmiddelen met werkzame stoffen die door EFSA beoordeeld zijn
als hormoonverstorend voor mens of niet doelwit-organismen (dieren) hebben een toelating
bij het Ctgb en vinden niet plaats in een gesloten systeem of in andere omstandigheden
die contact met mens of dier uitsluit, zoals cyprodinil? Vindt u dat deze ook uit
de markt genomen moeten worden omwille van de volksgezondheid? Zo nee, wat is uw wetenschappelijke
onderbouwing daarvoor? Kunt u onderbouwd uitsluiten dat u daarmee mensen en dieren
opzadelt met een hogere kans op gezondheidsschade?11
12
Vraag 23
Welke van de in de vorige vraag betreffende bestrijdingsmiddelen hebben een toelating
van het Ctgb waarvan het toelatingsbesluit dateert van nadat de EFSA de stof had beoordeeld
als hormoonverstorend? Kunt u hier een overzicht van geven?
Vraag 24
Bent u zich bewust van het feit dat hormoonverstorende stoffen al in hele lage concentraties
schadelijk kunnen zijn voor met name jonge kinderen en de wet dan ook niet voor niets
stelt dat deze pesticiden niet gebruikt mogen worden in situaties waar contact met
de mens niet is uitgesloten? Hoe ziet u in dit licht het gebruik van hormoonverstorende
pesticiden?
Vraag 25
Hoeveel van deze werkzame stoffen hebben hun meest recente goedkeuring te danken aan
een automatische verlenging van de Europese Commissie zonder inhoudelijke beoordeling
van de risico’s voor mens of milieu?
Vraag 26
Klopt het dat automatische verlengingen worden toegepast bij stoffen waarvan de EFSA
een risico heeft vastgesteld, bijvoorbeeld dat deze hormoonverstorend is? Zo ja, klopt
het dat dit gebeurt wegens economische belangen en dat deze voorrang krijgen boven
gezondheidsbelangen? Klopt het dat het Food & Feed Omnibus voorstel van de Europese
Commissie deze zorg niet wegneemt? Zo nee, op welke wetenschappelijke conclusies baseert
u zich dan? Vindt u dat het compromisvoorstel van de lidstaten deze zorg wel zou moeten
wegnemen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 27
Hoe vaak worden door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) op levensmiddelen
restanten fludioxonil aangetroffen die liggen boven de gangbare maximale residu limiet
(MRL) van 0,01 mg/kg die als veiligheidsgrens geldt voor in Europa verboden pesticiden,
bijvoorbeeld omdat zij als hormoonverstorend zijn geclassificeerd? Welke range van
gehaltes betreft dit en welke producten betreft dit?
Vraag 28
Hoeveel fludioxonil wordt gebruikt en afgezet in Nederland sinds 2010? Indien sprake
is van een toename in gebruik van deze zorgwekkende stof, wat zijn de verklaringen
hiervoor?
Vraag 29
Zijn werkenden in de landbouw en hun partners in uw ogen voldoende bekend met de grote
risico’s van (hormoonverstorende) pesticiden, met name de risico’s voor mensen met
een kinderwens, zwangeren en vrouwen die borstvoeding geven, zoals geschetst in het
Informatieblad «Werken met bestrijdingsmiddelen» van het RIVM? Zo ja, waar baseert
u zich dan op? Zo niet, wat bent u bereid te doen om die situatie te verbeteren?13
Vraag 30
Hoe gaat het Ctgb invulling geven aan de opdracht van de rechter om de respijttermijnen
(aflevertermijn en opgebruiktermijn) voor verkoop en gebruik van bestrijdingsmiddelen
met de werkzame stof fludioxonil zo kort mogelijk te maken aangezien Pitcher niet
toegelaten had mogen worden?
Vraag 31
Wat is het concrete doel van LVVN in het convenant «gewasbeschermingsmiddelen» met
betrekking tot hormoonverstorende pesticiden? Wat is het doel van VWS? Welke maatregelen
horen daarbij en welke tijdlijn? Bent u bereid om bij de afwegingen gezondheidsexperts
te betrekken?
Vraag 32
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden en op tijd?
Indieners
-
Gericht aan
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Gericht aan
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Indiener
Ines Kostić, Kamerlid