Schriftelijke vragen : De afbouw van het toezicht op de Nederlandse taximarkt.
Vragen van de leden Coenradie en Goudzwaard (beiden JA21) aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over de afbouw van het toezicht op de Nederlandse taximarkt (ingezonden 10 september 2026).
Vraag 1
Kunt u aangeven hoeveel fte binnen de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) in
de jaren 2022, 2023, 2024, 2025 en 2026 daadwerkelijk beschikbaar was voor het toezicht
en de handhaving op het taxivervoer, uitgesplitst naar weginspecties, bedrijfsinspecties
en digitale inspecties, en welke capaciteit hiervoor in 2027 en 2028 is voorzien?
Vraag 2
Klopt het dat de operationele capaciteit voor het toezicht op het taxivervoer de afgelopen
jaren aanzienlijk is teruggebracht en dat verdere afbouw wordt overwogen of al is
besloten? Zo ja, wie heeft hiertoe besloten, welke doelstellingen liggen hieraan ten
grondslag en welke risicoanalyse is voorafgaand aan dit besluit uitgevoerd?
Vraag 3
Bent u bereid de aan dit besluit ten grondslag liggende risicoanalyse met de Kamer
te delen?
Vraag 4
Bent u bekend met signalen vanuit bonafide taxiondernemers en andere partijen binnen
de branche dat juist behoefte bestaat aan meer zichtbaar en effectief toezicht? Zo
ja, hoe zijn deze signalen meegewogen en welke brancheorganisaties, ondernemers, toezichthouders,
opsporingsdiensten en andere ketenpartners zijn voorafgaand aan de afbouw geraadpleegd?
Vraag 5
Hoe verhoudt de afbouw van gespecialiseerd landelijk taxitoezicht zich tot de ambitie
van het kabinet om te komen tot een slagvaardige overheid die effectief handhaaft
en risico's voor burgers en samenleving beheerst?
Vraag 6
Welke concrete handhavingsstrategie rechtvaardigt de conclusie dat verkeersveiligheid,
passagiersveiligheid, eerlijke concurrentie en de aanpak van fraude en criminaliteit
met aanzienlijk minder gespecialiseerde toezichtcapaciteit op minimaal hetzelfde niveau
kunnen worden beschermd?
Vraag 7
Welke concrete toezicht- en handhavingstaken vervallen of worden verminderd wanneer
de fysieke aanwezigheid van gespecialiseerde ILT-inspecteurs verder wordt afgebouwd
en welke instantie neemt deze taken over?
Vraag 8
Kunt u per over te nemen taak aangeven welke organisatie beschikt over dezelfde wettelijke
bevoegdheden, toegang tot relevante systemen, specialistische kennis en mogelijkheden
om bestuursrechtelijk op te treden als de ILT? Hoe wordt een eventueel handhavingstekort
opgevangen als geen andere instantie over een gelijkwaardig instrumentarium beschikt?
Vraag 9
Welke gevolgen heeft de afbouw van de ILT-capaciteit voor gezamenlijke taxicontroles
met politie, Koninklijke Marechaussee, gemeentelijke handhavers en de RDW, en hoeveel
gezamenlijke controles hebben in 2023, 2024, 2025 en 2026 plaatsgevonden, hoeveel
overtredingen zijn daarbij vastgesteld en tot hoeveel interventies hebben deze geleid?
Vraag 10
Hoe wordt met hoofdzakelijk digitaal toezicht vastgesteld dat een chauffeur of onderneming
doelbewust geen, onjuiste of gemanipuleerde gegevens registreert, zonder geldige chauffeurskaart
rijdt, illegaal taxivervoer verricht of zich anderszins buiten het reguliere toezicht
probeert te plaatsen?
Vraag 11
Deelt u de opvatting dat informatiegestuurd toezicht alleen effectief kan zijn wanneer
signalen uit data daadwerkelijk kunnen leiden tot fysieke controles en handhavend
optreden? Zo nee, waarom niet?
Vraag 12
Hoe wordt bij een verdere vermindering van fysieke controles effectief gehandhaafd
op ondernemingen en chauffeurs die structureel de wettelijke arbeids- en rusttijden
overtreden en hoe wordt voorkomen dat niet-naleving financieel aantrekkelijker wordt
dan naleving?
Vraag 13
Welke analyse is gemaakt van de gevolgen van verminderd toezicht op arbeids- en rusttijden
voor vermoeidheid achter het stuur en daarmee voor de verkeers- en passagiersveiligheid?
Vraag 14
Heeft u onderzocht wat een sterk verminderde pakkans doet met de nalevingsbereidheid
binnen de taximarkt? Zo ja, wat waren de uitkomsten? Zo nee, waarom niet?
Vraag 15
Welke gevolgen heeft de vermindering van fysiek taxitoezicht voor de bescherming van
kwetsbare passagiers, waaronder kinderen, ouderen en personen met een lichamelijke
of verstandelijke beperking, en hoe wordt gecontroleerd dat chauffeurs die deze passagiers
vervoeren over de vereiste bevoegdheden en een geldige chauffeurskaart beschikken?
Vraag 16
Welke gevolgen van de afbouw van fysiek toezicht voor de informatiepositie en aanpak
van fraude, illegaal taxivervoer en ondermijnende criminaliteit zijn onderzocht? Welke
organisaties nemen de signalerende en handhavende rol over wanneer de aanwezigheid
van gespecialiseerde ILT-inspecteurs verder afneemt?
Vraag 17
Beschikt de politie over dezelfde technische middelen, toegang tot toezichtsystemen,
specialistische kennis en wettelijke bevoegdheden als de ILT om onder meer taxi-registraties
uit te lezen, arbeids- en rusttijden te controleren, mogelijke manipulatie vast te
stellen, relevante gegevens te raadplegen en naar aanleiding daarvan handhavend op
te treden?
Vraag 18
Hoe kan van de politie worden verwacht dat zij het wegvallen van gespecialiseerd ILT-toezicht
opvangt indien zij niet over een gelijkwaardig instrumentarium beschikt, hoeveel extra
politiecapaciteit zou hiervoor nodig zijn en wordt deze capaciteit daadwerkelijk beschikbaar
gesteld?
Vraag 19
Kunt u garanderen dat de afbouw van ILT-toezicht niet leidt tot minder controles,
minder signalering van overtredingen en een lagere pakkans doordat de politie andere
urgente taken voorrang moet geven?
Vraag 20
Hoe rechtvaardigt u dat taxiondernemers wettelijk worden verplicht te investeren in
de Centrale Database Taxivervoer (CDT) en daarvoor tijd en geld moeten besteden aan
apparatuur, software en dienstverlening, terwijl tegelijkertijd het gespecialiseerde
toezicht waarvoor deze gegevens worden verzameld wordt afgebouwd?
Vraag 21
Welke publieke en private investeringen zijn inmiddels gedaan en nog voorzien voor
de CDT, welke structurele kosten brengt dit voor taxiondernemers mee en welke concrete
toezichtcapaciteit zal beschikbaar zijn om de aangeleverde gegevens daadwerkelijk
te analyseren en waar nodig fysiek te handhaven?
Vraag 22
Is al besloten om het toezicht op illegaal taxivervoer, doelgroepenvervoer of andere
onderdelen van het taxitoezicht geheel of gedeeltelijk te verminderen, op te schorten
of te beëindigen? Zo ja, per wanneer, door wie en op basis van welke risicoanalyse?
Vraag 23
Welke structurele financiële besparing wordt met de afbouw van het taxitoezicht gerealiseerd
en zijn daarbij ook de mogelijke maatschappelijke kosten van verkeersonveiligheid,
fraude, illegaal taxivervoer, belasting- en premieontduiking, oneerlijke concurrentie
en criminaliteit betrokken? Bent u bereid deze kosten-batenafweging met de Kamer te
delen?
Vraag 24
Welke vooraf vastgestelde en meetbare criteria gebruikt u om achteraf vast te stellen
of de afbouw van het taxitoezicht verantwoord is geweest, wordt daarbij in ieder geval
gekeken naar het aantal controles, geconstateerde overtredingen, illegaal taxivervoer,
verkeersveiligheid, fraude, ondermijning en pakkans, en wanneer wordt deze evaluatie
met de Kamer gedeeld?
Vraag 25
Bent u bereid de verdere afbouw van het gespecialiseerde taxitoezicht te heroverwegen
wanneer blijkt dat overtredingen, fraude, illegaal taxivervoer, verkeersonveiligheid
of problemen met het gelijke speelveld toenemen? Zo nee, waarom niet?
Indieners
-
Gericht aan
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Indiener
Ingrid Coenradie, Kamerlid -
Medeindiener
Maarten Goudzwaard, Kamerlid