Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Mutluer over ‘Private ordehandhaving en boetes op festivals’
Vragen van het lid Mutluer (PRO) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over «Private ordehandhaving en boetes op festivals» (ingezonden 13 juli 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 9 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de inzet van private bedrijven op festivals, waarbij bezoekers die
drugs bij zich hebben een private boete of schadevergoeding moeten betalen?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Op welke wettelijke grondslag mogen private bedrijven boetes of schadevergoedingen
opleggen wegens drugsbezit op festivals en acht u het wenselijk dat dergelijke sancties
worden opgelegd door commerciële partijen in plaats van door politie of justitie?
Zo ja, waarom?
Antwoord 2
Het staat private partijen, gelet op het beginsel van contractvrijheid, vrij om in
een overeenkomst of in de algemene voorwaarden een boetebeding op te nemen. Daarbij
benadruk ik dat het hier niet gaat om een strafrechtelijke boete, maar om een civielrechtelijk
boetebeding. Artikel 6:91 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een boetebeding een
beding is waarbij is bepaald dat de schuldenaar, indien hij in de nakoming van zijn
verbintenis tekortschiet, gehouden is een geldsom of een andere prestatie te voldoen,
ongeacht of zulks strekt tot vergoeding van schade of enkel tot aansporing om tot
nakoming over te gaan. Het is uiteindelijk aan de civiele rechter om geschillen tussen
private partijen te beslechten. Ik heb als Minister van Justitie en Veiligheid geen
rol in hoe partijen hun onderlinge verhouding regelen.
Laat ik vooropstellen dat drugsbezit en drugsgebruik op festivals niet normaal zou
moeten zijn. Zoals eerder aan uw Kamer gemeld over de inzet van politiecapaciteit
bij evenementen, is de beschikbare capaciteit schaars en moet deze gericht worden
ingezet op de meest veiligheidsrelevante taken. In het coalitieakkoord 2026–2030 is
onder andere daarom vastgelegd dat grote festivals een drugspreventieplan opstellen2. Ter ondersteuning heb ik middelen verstrekt voor de pilot implementatie van de leidraad
«Denormalisering drugs bij evenementen» in Oost-Brabant, waarbij het denormaliseren
van drugsgebruik op evenementen centraal staat. De leidraad biedt handvatten voor
gemeenten, vergunningverleners, organisatoren en veiligheidspartners om gezamenlijk
te sturen op het denormaliseren van drugs bij evenementen. De pilot wordt uitgevoerd
in een aantal gemeenten in Oost-Brabant. Gemeenten worden hierbij ondersteund in de
praktijktoepassing en handhaving van de leidraad. Uit de pilot kunnen lessen worden
gebundeld ten behoeve van landelijke kennisdeling. Deze pilot is gestart voordat het
coalitieakkoord 2026–2030 tot stand kwam.
Festivals kiezen er veelal voor om in de algemene voorwaarden op te nemen dat drugs
niet zijn toegestaan op het evenement. Sommige organisatoren kiezen ervoor om een
private dienstverlener in te zetten die toeziet op de naleving van hun algemene voorwaarden,
waaronder drugsbezit. Deze algemene voorwaarden zijn onderdeel van de preventieafspraken
in de vergunningsvoorwaarden. Dit is aanvullend op, en niet ter vervanging van, de
publieke taak tot opsporing van strafbare feiten. Uitsluitend de politie handhaaft
op de Opiumwet en is verantwoordelijk voor opsporing. Het in het artikel benoemde
bedrijf ThinkTwice richt zich op de naleving van de algemene voorwaarden. ThinkTwice
neemt hiermee geen politietaken over. Dat festivalorganisaties zich actief bezighouden
met het tegengaan van drugsgebruik, is in lijn met het streven van het kabinet om
drugsgebruik terug te dringen.
Vraag 3 en 4
Deelt u de opvatting van hoogleraar Joep Lindeman van de Universiteit Utrecht dat
private ordehandhaving alleen aanvaardbaar kan zijn wanneer duidelijke wettelijke
kaders en toezicht bestaan om willekeur te voorkomen? Zo ja, welke kaders en vormen
van toezicht bestaan er momenteel voor dit soort bedrijven? Indien geen, bent u van
mening om die met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) op te stellen?
Wie controleert of de hoogte van de door dit soort bedrijven opgelegde bedragen proportioneel
is, op welke wijze wordt vastgesteld wat een «eenheid» drugs is en welke mogelijkheden
hebben bezoekers om bezwaar te maken tegen een opgelegde boete?
Antwoord 3 en 4
Zoals ook aangeven in het antwoord op vraag 2 staat het partijen in beginsel vrij
om zelf hun rechtsverhouding en wederzijdse rechten en verplichtingen vorm te geven.
Aangezien het om een civielrechtelijke overeenkomst gaat, is er geen sprake van toezicht
op de hoogte van de bedragen. Als iemand het aangeboden bedrag te hoog vindt of meent
slachtoffer te zijn van willekeur dan kan diegene medewerking weigeren. Daarnaast
kan de boete worden aangevochten bij de civiele rechter. Het is aan de rechter voorbehouden
of het boetebeding en de oplegging van de boete toelaatbaar zijn. De rechter kan de
boete bovendien matigen indien hij deze disproportioneel acht (artikel 6:94 BW).
Dit laat onverlet dat gemeenten vanzelfsprekend in het kader van de vergunningverlening
voorwaarden kunnen opleggen aan organisatoren van festivals.
Op dit moment bestaat ook de leidraad «Alcohol, drugs en roken op evenementen»3. Deze leidraad is gepubliceerd door het Trimbos en wordt in veel gevallen al gevolgd
door gemeenten. De kaders vanuit het civielrecht voldoen naar mijn mening op dit moment
en daarom zie ik voor nu geen reden om nieuwe of aanvullende regels op te stellen.
Vraag 5
Hoe beoordeelt u signalen dat bezoekers onder druk kunnen worden gezet om een overeenkomst
te tekenen doordat wordt gewezen op mogelijke overdracht aan de politie en een vermeend
risico op een strafblad, terwijl bij kleine gebruikershoeveelheden doorgaans geen
strafblad volgt?
Antwoord 5
Het signaal dat bezoekers onder druk worden gezet door te wijzen op overdracht aan
de politie en «een strafblad zullen krijgen» neem ik serieus. Voor gebruikershoeveelheden
(maximaal 0,5 gram, 1 pil of 5 ml GHB4) volgt doorgaans geen strafrechtelijke vervolging en dus geen aantekening in de justitiële
documentatie5. Pas bij een strafrechtelijke vervolging, zoals een strafbeschikking die wordt aanvaard/betaald,
wordt een aantekening gemaakt. Door te wijzen op een vermeend risico op een strafblad
zou een onjuiste voorstelling van zaken kunnen ontstaan. Het is aan de gemeenten om
hier als vergunningsverlener duidelijke afspraken over te maken en feitelijke communicatie
te waarborgen. Er mag verder geen sprake zijn van druk om een civiele overeenkomst
zoals de hier bedoelde aan te gaan.
Vraag 6
Acht u het risico reëel dat festivalbezoekers minder snel naar een EHBO-post of medische
hulpverlening gaan wanneer zij vrezen daar te worden geconfronteerd met handhaving
of een private boete, en bent u bereid dit veiligheidsrisico te laten onderzoeken?
Antwoord 6
De veiligheid en toegankelijkheid van medische hulpverlening op evenementen staan
voorop. Voor zover mij bekend zijn er geen signalen ontvangen dat EHBO-posten of andere
medische hulpverleners bezoekers attenderen op of doorverwijzen naar private afdoeningstrajecten;
evenmin dat medische hulp wordt vermeden uit vrees voor handhaving of een private
boete. Op dit moment acht ik dit risico dus niet reëel. Zorgverleners werken onder
het medisch beroepsgeheim en hulpverlening gaat altijd vóór handhaving.
Verder wordt er in de eerder genoemde leidraad «Alcohol, drugs en roken op evenementen»,
gepubliceerd door het Trimbos-instituut, benadrukt dat het wenselijk is om op locaties
waar zorg wordt verleend, geen politie en beveiliging direct aanwezig te hebben, zodat
bezoekers onder invloed van drugs niet terughoudend zijn in het zoeken van hulp. Zoals
beschreven bij vraag 4 wordt deze leidraad in vele gevallen al gevolgd.
Vraag 7
Deelt u de zorg dat gemeenten door via vergunningen een zerotolerance beleid voor
te leggen feitelijk politietaken uitbesteden aan private partijen, waardoor festivals
een «proeftuin voor private ordehandhaving» worden zonder dat dezelfde regels en waarborgen
gelden als voor de politie? Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen om de rechtsbescherming
van bezoekers te waarborgen?
Antwoord 7
Private partijen hebben geen publiekrechtelijke bevoegdheden. Opsporing en strafrechtelijke
vervolging blijven exclusief bij politie en OM. In dit geval gaat het om het handhaven
van algemene voorwaarden bij een evenement, dit staat los van eventuele strafrechtelijke
interventies. Bij de eerder benoemde pilot van de implementatie van de leidraad «Denormalisering
drugs bij evenementen» in Oost-Brabant (vraag 2), pakken verschillende partijen hun
rol; de gemeente via vergunningverlening, het evenement via het opstellen en naleven
van de algemene voorwaarden en de naleving van de vergunningsvoorwaarden, en de politie
door het handhaven van de openbare orde en opsporing van strafbare feiten.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid